|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 88 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
59e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
5.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 88/1 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2016/522 VAN DE COMMISSIE
van 17 december 2015
tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot een vrijstelling voor bepaalde publieke organen en centrale banken in derde landen, de indicatoren van marktmanipulatie, de openbaarmakingsdrempels, de bevoegde autoriteit voor kennisgevingen van uitstel, de toestemming voor handel tijdens afgesloten perioden en typen aan te melden transacties van leidinggevenden
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (1), en meer bepaald artikel 6, lid 5, artikel 12, lid 5, artikel 17, leden 2 en 3, en artikel 19, leden 13 en 14,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) nr. 596/2014 verleent de Commissie de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen in een aantal nauw verwante aangelegenheden betreffende de vrijstelling van bepaalde publieke organen en centrale banken in derde landen van het toepassingsgebied van de verordening, de indicatoren van marktmanipulatie, de drempels voor de openbaarmaking van voorwetenschap door deelnemers aan de markt voor emissierechten, de aanwijzing van de bevoegde autoriteit voor de kennisgeving van uitstel bij de openbaarmaking van voorwetenschap, de omstandigheden waaronder handel tijdens een afgesloten periode door de uitgevende instelling kan worden toegestaan en de typen aan te melden transacties van leidinggevenden. |
|
(2) |
De lidstaten, leden van het Europees Stelsel van centrale banken, ministeries en andere agentschappen en special purpose vehicles van één of meer lidstaten, en ook de Unie en bepaalde andere publieke organen of namens hen optredende personen mogen niet aan beperkingen worden onderworpen bij de uitvoering van het monetaire beleid, het wisselkoersbeleid of het beheer van de overheidsschuld, voor zover dat geschiedt in het openbaar belang en uitsluitend in het kader van dat beleid. |
|
(3) |
Een vrijstelling van het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 596/2014 voor operaties in het algemeen belang kan overeenkomstig artikel 6, lid 5, van Verordening (EU) nr. 596/2014 worden uitgebreid tot bepaalde publieke organen die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van de overheidsschuld en tot centrale banken van derde landen wanneer zij voldoen aan de desbetreffende voorschriften. Met het oog hierop heeft de Commissie een verslag opgesteld en voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad, waarin de internationale status wordt beoordeeld van bepaalde publieke organen die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van de overheidsschuld en van centrale banken in derde landen. Het verslag bevatte een vergelijkende analyse van de status van bepaalde instanties en centrale banken binnen het rechtskader van derde landen, alsook een overzicht van de normen op het gebied van risicobeheer die in de desbetreffende jurisdicties van toepassing zijn op de transacties die door deze publieke organen en centrale banken worden gesloten. Op basis van de vergelijkende analyse in het verslag is geconcludeerd dat de uitbreiding van de vrijstelling tot bepaalde publieke organen en centrale banken van derde landen voor transacties, orders of handelingen die plaatsvinden in het kader van het monetaire beleid, het valutabeleid of het beheer van de overheidsschuld, een adequate stap vormt. |
|
(4) |
Er dient een lijst van vrijgestelde publieke organen en centrale banken van derde landen te worden opgesteld en indien nodig te worden aangepast. |
|
(5) |
Het is van essentieel belang te preciseren welke de indicatoren zijn van manipulatieve handelingen waarbij onjuiste of misleidende signalen worden gegeven en koersen op een abnormaal of kunstmatig niveau worden gehouden, als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014, teneinde de elementen daarvan te verhelderen en in te spelen op technische ontwikkelingen op de financiële markten. Daarom dient in een niet-limitatieve lijst van dergelijke indicatoren, met voorbeelden van goede praktijken, te worden voorzien. |
|
(6) |
Voor sommige praktijken moeten aanvullende indicatoren worden vastgesteld die zulke praktijken kunnen verduidelijken en illustreren. Deze indicatoren mogen niet als volledig en definitief worden beschouwd en hun verhouding tot een of meer voorbeelden van praktijken mag niet als limitatief worden beschouwd. De praktijkvoorbeelden mogen niet worden beschouwd als marktmanipulatie per se, maar moeten in aanmerking worden genomen wanneer transacties of handelsorders door marktdeelnemers en bevoegde autoriteiten worden doorgelicht. |
|
(7) |
Er dient voor een evenredige aanpak te worden gekozen, die rekening houdt met de aard en de bijzondere kenmerken van de desbetreffende financiële instrumenten en markten. De voorbeelden kunnen ter illustratie worden gekoppeld aan een of meer in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 genoemde indicatoren van marktmanipulatie. Een bepaalde praktijk kan dus betrekking hebben op meer dan één indicator van marktmanipulatie, zoals bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014, afhankelijk van de manier waarop deze wordt gebruikt, en hierbij kan sprake zijn van enige overlapping. Ook andere, niet in deze verordening beschreven indicatoren kunnen ter illustratie dienen bij elk van de in deze verordening genoemde beschreven indicatoren. Bijgevolg moeten de marktdeelnemers en bevoegde autoriteiten rekening houden met andere niet nader genoemde omstandigheden die overeenkomstig de definitie in Verordening (EU) nr. 596/2014 kunnen worden beschouwd als mogelijke marktmanipulatie. |
|
(8) |
In sommige voorbeelden van in deze verordening opgenomen praktijken worden gevallen beschreven die beantwoorden aan de definitie van marktmanipulatie of die in bepaalde opzichten als manipulatieve handelingen kunnen worden aangemerkt. Anderzijds kan een aantal voorbeelden van praktijken als legitiem worden beschouwd, bijvoorbeeld wanneer een persoon transacties verricht of handelsorders uitgeeft die als marktmanipulatie kunnen worden beschouwd, maar waarbij hij voor dergelijke transacties of handelsorders legitieme redenen zou kunnen aanvoeren die in overeenstemming zijn met de gebruikelijke marktpraktijken. |
|
(9) |
Met het oog op het opstellen van een lijst met voorbeelden van praktijken ten aanzien van indicatoren van marktmanipulatie, zoals vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014, worden in de kruisverwijzingen in bijlage II bij deze verordening zowel het relevante voorbeeld van een praktijk als de met dit voorbeeld samenhangende aanvullende indicator opgenomen. |
|
(10) |
Voor een goed begrip van de in deze verordening vastgestelde indicatoren van manipulatieve handelingen wordt met „handelsorder” alle soorten orders bedoeld, met inbegrip van initiële orders, wijzigingen, updates en annuleringen, ongeacht of zij al dan niet zijn uitgevoerd, en van de middelen die worden gebruikt om toegang te krijgen tot een handelsplatform of om een transactie uit te voeren of een order in te voeren en of de order al dan niet in het orderboek van het handelsplatform is geregistreerd. |
|
(11) |
deelnemers aan de markt voor emissierechten vormen een specifieke subgroep van spelers op de emissierechtenmarkt. Zij worden deelnemers aan de markt voor emissierechten genoemd wanneer zij bepaalde onderdrempels overschrijden en de verplichting tot de openbaarmaking van voorwetenschap mag alleen voor hen gelden. Daarom moeten deze onderdrempels in alle duidelijkheid worden vastgesteld. |
|
(12) |
Op grond van de definitie van voorwetenschap in de zin van artikel 7, lid 4, van Verordening (EU) nr. 596/2014 moet een deelnemer aan de markt voor emissierechten de desbetreffende informatie geval per geval aan de criteria van voorwetenschap toetsen. Dat houdt in dat van een deelnemer aan de markt voor emissierechten niet wordt verwacht dat hij alle informatie over zijn materiële verrichtingen openbaar maakt. De deelnemer aan de markt voor emissierechten moet de informatie in kwestie zorgvuldig evalueren en daarbij rekening houden met de marktomstandigheden en andere externe factoren die op het moment waarop de informatie beschikbaar wordt, een prijseffect zouden kunnen hebben op een emissierecht. |
|
(13) |
De in artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) nr. 596/2014 vervatte vrijstelling sluit diegenen van de definitie van deelnemer aan de markt voor emissierechten uit van wie de installaties of luchtvaartactiviteiten in hun eigendom of onder hun zeggenschap of verantwoordelijkheid in het voorgaande jaar emissies hebben veroorzaakt die niet hoger zijn dan een onderdrempel van kooldioxide-equivalent en, indien verbrandingsactiviteit plaatsvindt, van een nominaal thermisch vermogen dat onder de onderdrempel is gebleven. Daarom moeten de onderdrempels betrekking hebben op alle bedrijfsactiviteiten, met inbegrip van luchtvaartactiviteiten of installaties die de desbetreffende deelnemers aan de markt voor emissierechten of hun moederonderneming of verbonden onderneming bezitten of controleren of voor de operationele aangelegenheden waarvoor de desbetreffende deelnemer of zijn moederonderneming of verbonden onderneming, geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk is. |
|
(14) |
Voorts moeten de jaarlijkse drempel in kooldioxide-equivalent en de drempel voor het nominale thermische vermogen cumulatief in aanmerking worden genomen om vast te stellen of het voorschrift van toepassing is. Derhalve zou een overschrijding van een van de twee drempels moeten volstaan om de openbaarmakingsvereisten in artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) nr. 596/2014 in werking te stellen. |
|
(15) |
Om de integriteit van de markt te bevorderen en een overdaad aan openbaarmaking te vermijden, is het aangewezen om als onderdrempel een niveau te kiezen dat bedrijven uitsluit waarvan niet aan te nemen valt dat zij over voorwetenschap beschikken. |
|
(16) |
De drempels moeten eventueel worden geëvalueerd om na te gaan wat hun invloed is op, onder meer, de verwachte toename van de transparantie op de markt voor emissierechten, met inbegrip van het aantal gemelde gevallen en de administratieve lasten, de ontwikkeling en maturiteit van de markt voor emissierechten, het aantal spelers op de markt voor emissierechten en de gevolgen voor de beschikbaarheid van bedrijfsspecifieke informatie en voor de prijsvorming of investeringsbeslissingen op de markt voor emissierechten. |
|
(17) |
Rekening houdend met de uitbreiding van het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 596/2014 ten aanzien van de behandelde financiële instrumenten, met het feit dat het vereiste van ex-postbekendmaking van voorwetenschap aan de bevoegde autoriteit geldt voor uitgevende instellingen die verzocht hebben om of ingestemd hebben met de toelating van hun financiële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt in een lidstaat of, in het geval van instrumenten die alleen verhandeld worden via multilaterale handelsfaciliteiten (MTF) of via andere soorten georganiseerde handelsfaciliteiten (OTF's), uitgevende instellingen die ingestemd hebben met de handel in hun financiële instrumenten via een MTF of een OTF, of verzocht hebben om toelating van hun financiële instrumenten tot de handel via een MTF in een lidstaat en met het feit dat de financiële instrumenten van dergelijke uitgevende instellingen tot de handel kunnen zijn toegelaten of kunnen worden verhandeld op handelsplatformen in verschillende lidstaten, moet worden verzekerd dat de bevoegde autoriteit die de kennisgeving ontvangt, altijd diegene is met de meeste belangen bij het toezicht op de markt en moet worden vermeden dat de uitgevende instelling discretionaire bevoegdheid kan uitoefenen. Bij deze benadering wordt het concept effecten gehanteerd. |
|
(18) |
De plicht tot kennisgeving van uitstel van de openbaarmaking van voorwetenschap aan de bevoegde autoriteit, vervat in artikel 17, lid 4, van Verordening (EU) nr. 596/2014, is ook van toepassing op deelnemers aan de markt voor emissierechten. Wat de reikwijdte betreft, is Verordening (EU) nr. 596/2014 van toepassing op deelnemers aan de markt voor emissierechten die actief zijn hetzij op de primaire markt voor emissierechten of daarop gebaseerde geveilde producten (biedingen bij de veiling), hetzij op de secundaire markten voor emissierechten of derivaten daarvan. |
|
(19) |
Om te waarborgen dat zeker één enkele bevoegde autoriteit wordt aangewezen voor deelnemers aan de markt voor emissierechten, dient de bevoegde autoriteit voor de kennisgevingen uit hoofde van artikel 17, lid 4, van Verordening (EU) nr. 596/2014 de bevoegde autoriteit van de lidstaat te zijn waar de deelnemer aan de markt voor emissierechten is geregistreerd, in overeenstemming met artikel 19, lid 2, van die verordening, en niet de bevoegde autoriteit van elk handelsplatform waar de emissierechten worden verhandeld. |
|
(20) |
Het aanwijzen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de deelnemer aan de markt voor emissierechten is geregistreerd, is een oplossing die altijd met zekerheid één enkele centrale bevoegde autoriteit oplevert, wat minder administratieve belasting betekent voor deelnemers aan de markt voor emissierechten omdat zij dan geen meerdere en parallelle kennisgevingen naar verschillende bevoegde autoriteiten hoeven te sturen. |
|
(21) |
Een uitgevende instelling kan een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden toestaan om tijdens een afgesloten periode en in uitzonderlijke omstandigheden over te gaan tot onmiddellijke verkoop van zijn aandelen. De toestemming van de uitgevende instelling moet worden verleend op basis van een beoordeling geval per geval, waarbij het eerste criterium moet zijn dat de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden nog vóór de handel om toestemming heeft verzocht aan de uitgevende instelling en die ook heeft gekregen. Om de uitgevende instelling in staat te stellen de individuele omstandigheden van elk afzonderlijk geval te beoordelen, moet dat verzoek met redenen worden omkleed en vergezeld gaan van een toelichting van de voorgenomen transactie en een beschrijving van de uitzonderlijke omstandigheden. |
|
(22) |
Toestemming voor de handel mag alleen worden overwogen indien het verzoek wordt gemotiveerd met redenen van uitzonderlijke aard. Deze vrijstelling dient restrictief te worden uitgelegd zodat het toepassingsgebied van de vrijstelling van het verbod op handel tijdens een afgesloten periode niet nodeloos wordt opgerekt. De omstandigheden waarin een uitzondering kan worden toegestaan, moeten uiterst dringend, onvoorzien en dwingend zijn en mogen niet zijn veroorzaakt door de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden. |
|
(23) |
Wanneer personen met leidinggevende verantwoordelijkheden zich kunnen beroepen op onvoorziene en dwingende situaties waarop zij geen invloed hebben, mag hun uitsluitend worden toegestaan aandelen te verkopen om aan de nodige financiële middelen te komen. Deze situaties kunnen het gevolg zijn van een financiële verplichting voor de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden, zoals een juridisch bindende vordering, bijvoorbeeld een rechterlijk bevel, en de voorwaarde is dat de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid niet redelijkerwijs aan deze verplichting kan voldoen zonder de betrokken aandelen van de hand te doen. Het kan ook dat de situatie waarin de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid zich bevindt, is ontstaan vóór de afgesloten periode (zoals een belastingschuld) waardoor hij iemand een bedrag schuldig is en dit bedrag niet geheel of gedeeltelijk op een andere wijze kan betalen dan met de verkoop van aandelen van de uitgevende instelling. |
|
(24) |
Ten aanzien van transacties in het kader van of verband houdend met aandelen- of spaarregelingen voor werknemers, met aandelenkwalificatie of -rechten, moet worden bepaald of zij door de uitgevende instelling kunnen worden toegestaan. Daarom moeten bepaalde soorten transacties duidelijk worden omschreven en gespecificeerd. De kenmerken van zulke transacties hebben betrekking op de aard van de transactie (bijvoorbeeld een aankoop of verkoop, de uitoefening van een optie of andere rechten), het tijdstip van de transactie of de toetreding van de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden tot een bepaalde regeling, en of de transactie en de kenmerken ervan (bv. uitvoeringsdatum, bedrag) binnen een redelijke termijn vóór het begin van de afgesloten periode zijn overeengekomen, gepland en georganiseerd. |
|
(25) |
Bovendien kunnen transacties waarbij het financieel belang niet verandert, op initiatief van de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid worden uitgevoerd, op voorwaarde dat die persoon vóór de voorgenomen transactie toestemming heeft gevraagd en verkregen van de uitgevende instelling. De betrokken transactie mag alleen de overheveling inhouden van de betrokken instrumenten tussen de rekeningen van de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid (bijvoorbeeld tussen regelingen), zonder wijziging in de koers van de overgehevelde instrumenten. Het gaat hierbij niet om de overheveling van financiële instrumenten of andere transacties zoals een verkoop of aankoop tussen de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden en een andere persoon, meer bepaald een juridische entiteit die voor 100 % in handen is van de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden. |
|
(26) |
Verordening (EU) nr. 596/2014 vereist dat personen met leidinggevende verantwoordelijkheid, evenals nauw verbonden personen, de uitgevende instelling en de bevoegde autoriteit in kennis stellen van alle voor eigen rekening uitgevoerde transacties met aandelen of schuldinstrumenten van die uitgevende instelling of met derivaten of andere hiermee verbonden financiële instrumenten. Personen met leidinggevende verantwoordelijkheid, evenals nauw verbonden personen, moeten ook deelnemers aan de markt voor emissierechten in kennis stellen van alle voor eigen rekening uitgevoerde transacties met emissierechten, hierop gebaseerde geveilde producten of daaraan gerelateerde derivaten. |
|
(27) |
De aanmelding door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid binnen een uitgevende instelling of een deelnemer aan de markt voor emissierechten van voor eigen rekening uitgevoerde transacties of van door nauw verbonden personen uitgevoerde transacties resulteert niet alleen in waardevolle informatie voor marktdeelnemers, maar vormt ook een extra hulpmiddel voor de bevoegde autoriteiten bij de uitoefening van het markttoezicht. De verplichting voor dergelijke personen om transacties aan te melden, doet geen afbreuk aan de verplichting om geen marktmisbruik te plegen, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 596/2014. |
|
(28) |
De verplichting voor personen met leidinggevende verantwoordelijkheden of nauw verbonden personen om transacties te melden, geldt voor een breed spectrum van activiteiten en omvat alle voor eigen rekening uitgevoerde transacties. Daarom is het aangewezen een brede niet-uitputtende lijst van specifieke soorten aan te melden transacties vast te stellen. Het vaststellen van bepaalde typen aan te melden verrichtingen zou niet alleen bijdragen tot volstrekte transparantie van de door personen met leidinggevende verantwoordelijkheden en nauw verbonden personen uitgevoerde transacties, maar zou ook het risico op omzeiling van de verplichting tot kennisgeving verkleinen. |
|
(29) |
Aangezien de reikwijdte van de transacties onder de bevoegdheid van artikel 19, lid 14, van Verordening (EU) nr. 596/2014 ruim moet worden uitgelegd en niet kan worden beperkt tot enkel de drie soorten transacties die uitdrukkelijk worden vermeld in artikel 19, lid 7, van die verordening, moet een brede niet-uitputtende lijst van specifieke typen aan te melden transacties worden vastgesteld. |
|
(30) |
Bij aan voorwaarden gebonden transacties ontstaat de verplichting tot aanmelding wanneer de voorwaarde of voorwaarden in kwestie zijn opgetreden, dus wanneer de betrokken transactie daadwerkelijk plaatsvindt. Daarom mag geen verplichting bestaan tot kennisgeving van zowel de voorwaardelijke overeenkomst als de uitgevoerde transactie zodra aan de voorwaarden is voldaan, aangezien een dergelijke kennisgeving in de praktijk tot verwarring zou leiden, vooral dan wanneer de voorwaarden uitblijven en de transactie niet plaatsvindt. |
|
(31) |
De relevante in Verordening (EU) nr. 596/2014 vervatte bepalingen en bevoegdheden treden pas op 3 juli 2016 in werking. Daarom is het belangrijk dat de voorschriften van deze verordening ook op die datum van toepassing zijn. |
|
(32) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van de deskundigengroep van het Europees Comité voor het effectenbedrijf, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
In deze verordening worden gedetailleerde voorschriften vastgesteld met betrekking tot:
|
1. |
de uitbreiding tot bepaalde publieke organen en centrale banken van derde landen van de vrijstelling van de verplichtingen en verbodsbepalingen die zijn vastgelegd in Verordening (EU) nr. 596/2014 bij de uitvoering van het monetair beleid, het wisselkoersbeleid en het beheer van de overheidsschuld; |
|
2. |
de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 opgenomen indicatoren van marktmanipulatie; |
|
3. |
de drempels voor de openbaarmaking van voorwetenschap door deelnemers aan de markt voor emissierechten; |
|
4. |
de bevoegde autoriteit voor de kennisgevingen van uitstel van de openbaarmaking van voorwetenschap; |
|
5. |
de omstandigheden waaronder handel tijdens een afgesloten periode door de uitgevende instelling kan worden toegestaan; |
|
6. |
typen van transacties die de verplichting tot kennisgeving van de transacties door leidinggevenden in werking stellen. |
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt met „effecten” de categorie van effecten bedoeld waarnaar wordt verwezen in artikel 4, lid 1, punt 44, onder a), van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (2).
Artikel 3
Vrijstelling voor publieke organen en centrale banken van derde landen
Verordening (EU) nr. 596/2014 is niet van toepassing op transacties, orders of gedragingen in het kader van het monetaire beleid, het valutabeleid of het beheer van de overheidsschuld, voor zover die worden uitgevoerd in het openbaar belang en uitsluitend in het kader van dat beleid door publieke organen en centrale banken van derde landen als vermeld in bijlage I bij deze verordening.
Artikel 4
Indicatoren van manipulatieve handelingen
1. Met betrekking tot indicatoren van manipulatieve handelingen waarbij onjuiste of misleidende signalen worden gegeven en koersen op een abnormaal of kunstmatig niveau worden gehouden, als bedoeld in deel A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014, worden de praktijken in deel A, onder a) tot en met g), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 vastgesteld in deel 1 van bijlage II bij deze verordening.
2. Met betrekking tot indicatoren van manipulatieve handelingen waarbij gebruikgemaakt wordt van kunstgrepen of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding, als bedoeld in deel B van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014, worden de praktijken in deel B, onder a) en b), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 vastgesteld in deel 2 van bijlage II bij deze verordening.
Artikel 5
Onderdrempels van koolstofdioxide en nominaal thermisch vermogen
1. Met betrekking tot artikel 17, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 596/2014:
|
a) |
bedraagt de onderdrempel van kooldioxide (CO2)-equivalent 6 miljoen ton per jaar; |
|
b) |
is de onderdrempel van nominaal thermisch vermogen 2 430 MW. |
2. De drempels in lid 1 zijn van toepassing op groepsniveau en hebben betrekking op alle ondernemingen, met inbegrip van de luchtvaartactiviteiten of installaties die de deelnemer aan de markt voor emissierechten, of zijn moederonderneming of verbonden onderneming, bezit of controleert of voor de operationele aangelegenheden waarvoor de desbetreffende deelnemer, of zijn moederonderneming of verbonden onderneming, geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk is.
Artikel 6
Aanwijzing van de bevoegde autoriteit
1. De bevoegde autoriteit waaraan een uitgevende instelling van financiële instrumenten het uitstel bij de openbaarmaking van voorwetenschap overeenkomstig artikel 17, leden 4 en 5 van Verordening (EU) nr. 596/2014 moet melden, is de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de uitgevende instelling haar statutaire zetel heeft in elk van de volgende gevallen:
|
a) |
indien en zolang de uitgevende instelling effecten heeft die tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld met haar toestemming, of waarvoor de uitgevende instelling heeft verzocht om toelating tot de handel op een handelsplatform in de lidstaat waar de uitgevende instelling haar statutaire zetel heeft; |
|
b) |
indien en zolang de uitgevende instelling niet beschikt over effecten die tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld met haar toestemming, of waarvoor de uitgevende instelling heeft verzocht om toelating tot de handel op een handelsplatform in een lidstaat, op voorwaarde dat de uitgevende instelling andere financiële instrumenten heeft die tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld met haar toestemming, of waarvoor de uitgevende instelling heeft verzocht om toelating tot de handel op een handelsplatform in de lidstaat waar de uitgevende instelling haar statutaire zetel heeft. |
2. In alle andere gevallen, met name in het geval van een in een derde land gevestigde uitgevende instelling, is de bevoegde autoriteit waaraan een uitgevende instelling van financiële instrumenten het uitstel bij de openbaarmaking van voorwetenschap moet melden, de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar:
|
a) |
de uitgevende instelling effecten heeft die tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld met haar toestemming, of waar de uitgevende instelling om toelating tot handel voor de eerste keer op een handelsplatform heeft verzocht; |
|
b) |
de uitgevende instelling andere financiële instrumenten heeft die tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld met haar toestemming, of waar de uitgevende instelling om toelating tot handel voor de eerste keer op een handelsplatform heeft verzocht, als en zolang de uitgevende instelling geen effecten heeft die tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld met haar toestemming, of waarvoor de uitgevende instelling heeft verzocht om toelating tot de handel op een handelsplatform in een lidstaat. |
Indien de uitgevende instelling de relevante financiële instrumenten heeft die zijn toegelaten tot de handel of verhandeld worden met haar toestemming, of waarvoor de uitgevende instelling heeft verzocht om toelating tot gelijktijdige handel voor de eerste keer op handelsplatformen in meer dan één lidstaat, deelt een uitgevende instelling van financiële instrumenten het uitstel mee aan de bevoegde autoriteit van het handelsplatform dat inzake liquiditeit de meest relevante markt is, zoals bepaald in de gedelegeerde verordening van de Commissie die overeenkomstig artikel 26, lid 9, onder b), van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad (3) moet worden vastgesteld.
3. Voor de kennisgevingen op grond van artikel 17, lid 4, van Verordening (EU) nr. 596/2014 deelt een deelnemer aan de markt voor emissierechten het uitstel van de bekendmaking van voorwetenschap mee aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de deelnemer aan de markt voor emissierechten is geregistreerd.
Artikel 7
Handel tijdens een afgesloten periode
1. Een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden binnen een uitgevende instelling heeft overeenkomstig artikel 19, lid 11, van Verordening (EU) nr. 596/2014 het recht om tijdens een afgesloten periode handel te drijven, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
één van de omstandigheden, als bedoeld in artikel 19, lid 12, van Verordening (EU) nr. 596/2014, is van toepassing; |
|
b) |
de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden kan aantonen dat een bepaalde transactie niet op een ander ogenblik dan tijdens de afgesloten periode kan plaatsvinden. |
2. In de omstandigheden, als bedoeld in artikel 19, lid 12, onder a), van Verordening (EU) nr. 596/2014, legt een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden vóór de handel tijdens de afgesloten periode een met redenen omkleed schriftelijk verzoek voor aan de uitgevende instelling om van de uitgevende instelling toestemming te krijgen voor de onmiddellijke verkoop van aandelen van deze uitgevende instelling tijdens een afgesloten periode.
In het schriftelijke verzoek wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen transactie en wordt uitgelegd waarom de verkoop van aandelen de enige redelijke mogelijkheid is om aan de noodzakelijke financiering te komen.
Artikel 8
Uitzonderlijke omstandigheden
1. Bij haar besluit om al dan niet toestemming te verlenen voor de onmiddellijke verkoop van haar aandelen tijdens een afgesloten periode, voert een uitgevende instelling voor elk geval apart een beoordeling uit van het in artikel 7, lid 2, bedoelde schriftelijke verzoek van de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden. De uitgevende instelling heeft het recht om de onmiddellijke verkoop van aandelen alleen toe te staan wanneer de omstandigheden voor zulke transacties als uitzonderlijk kunnen worden aangemerkt.
2. De in lid 1 bedoelde omstandigheden worden als uitzonderlijk beschouwd wanneer zij uiterst dringend, onvoorzien en dwingend zijn en indien de oorzaak zich buiten de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden bevindt en de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden er geen controle over heeft.
3. Bij het onderzoek of de omstandigheden omschreven in het in artikel 7, lid 2, bedoelde schriftelijk verzoek uitzonderlijk zijn, houdt de uitgevende instelling rekening met, onder andere, de vraag of en in welke mate de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden:
|
a) |
op het ogenblik van de indiening van het verzoek geconfronteerd wordt met een in rechte afdwingbare financiële verplichting of vordering; |
|
b) |
vóór het begin van de gesloten periode in een situatie is terechtgekomen waarin hij een bedrag moet betalen aan een derde persoon, met inbegrip van belastingschulden, en niet redelijkerwijs met andere middelen kan voldoen aan die financiële verplichting of vordering dan door de onmiddellijke verkoop van aandelen. |
Artikel 9
Kenmerken van de handel tijdens een afgesloten periode
De uitgevende instelling heeft het recht om de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden binnen de uitgevende instelling toe te staan voor eigen rekening te handelen of voor rekening van een derde tijdens een afgesloten periode, onder meer in omstandigheden waarbij:
|
a) |
aan deze persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden financiële instrumenten zijn gegund of toegekend in het kader van een werknemerregeling, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
|
b) |
aan deze persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden financiële instrumenten zijn toegekend of gegund onder een werknemerregeling die geldt binnen de afgesloten periode op voorwaarde dat een vooraf geplande en georganiseerde benadering wordt gevolgd met betrekking tot de voorwaarden, de frequentie, het tijdstip van de gunning, de categorie van personen aan wie de financiële instrumenten worden toegekend, en het bedrag van de te gunnen financiële instrumenten, en de toekenning of gunning van financiële instrumenten plaatsvindt binnen een vast kader waarin voorwetenschap geen invloed kan hebben op de toekenning of gunning van financiële instrumenten; |
|
c) |
deze persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden opties of warrants uitoefent of converteerbare obligaties omwisselt die hem zijn toegekend in het kader van een werknemerregeling indien de vervaldatum van die opties, warrants of converteerbare obligaties binnen een afgesloten periode valt, alsook aandelen verkoopt die worden verkregen op grond van een dergelijke uitoefening of conversie, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
|
|
d) |
deze persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden de financiële instrumenten van de uitgevende instelling verwerft in het kader van een spaarregeling voor werknemers, mits de volgende voorwaarden zijn vervuld:
|
|
e) |
de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden rechtstreeks of onrechtstreeks financiële instrumenten overhevelt of ontvangt op voorwaarde dat de financiële instrumenten worden overgeheveld tussen twee rekeningen van de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden, en dat een dergelijke overheveling niet leidt tot een wijziging in de koers van de financiële instrumenten; |
|
f) |
de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden aandelenkwalificatie of -rechten van de uitgevende instelling verwerft en de uiterste datum voor een dergelijke verwerving op grond van statuten of reglementen van de uitgevende instelling binnen de afgesloten periode valt, op voorwaarde dat de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden bij de uitgevende instelling kan staven waarom de aankoop niet op een ander tijdstip kon gebeuren en de uitgevende instelling genoegen neemt met de verstrekte uitleg. |
Artikel 10
Aan te melden transacties
1. Overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 596/2014 en in aanvulling op de in artikel 19, lid 7, van die verordening bedoelde transacties, stellen personen met leidinggevende verantwoordelijkheden binnen een uitgevende instelling of een deelnemer aan de markt voor emissierechten en nauw verbonden personen, de uitgevende instelling of de deelnemer aan de markt voor emissierechten en de bevoegde autoriteit in kennis van hun transacties.
Deze aangemelde transacties omvatten alle transacties die door personen met leidinggevende verantwoordelijkheden voor eigen rekening worden verricht met betrekking tot — ten aanzien van de uitgevende instellingen — aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling of derivaten of andere daarmee verbonden financiële instrumenten, en — ten aanzien van deelnemers aan de markt voor emissierechten — met betrekking tot emissierechten, de daarop gebaseerde geveilde producten of daaraan gerelateerde derivaten.
2. De aangemelde transacties omvatten het volgende:
|
a) |
een verwerving, vervreemding, shorttransactie, inschrijving of omwisseling; |
|
b) |
de aanvaarding of uitoefening van een aandelenoptie, met inbegrip van aan managers of werknemers toegekende aandelenopties als onderdeel van hun loon, en de vervreemding van aandelen die voortvloeien uit de uitoefening van een aandelenoptie; |
|
c) |
het aangaan of de uitoefening van equityswaps; |
|
d) |
transacties met of in verband met derivaten, waaronder ook in cash afgewikkelde transacties; |
|
e) |
het aangaan van een contract for difference met betrekking tot een financieel instrument van de betrokken uitgevende instelling of met betrekking tot emissierechten of geveilde producten die daarop zijn gebaseerd; |
|
f) |
de verwerving, vervreemding of uitoefening van rechten, met inbegrip van put- en callopties en warrants; |
|
g) |
de inschrijving op een kapitaalverhoging of de uitgifte van een schuldinstrument; |
|
h) |
transacties in derivaten en financiële instrumenten die gekoppeld zijn aan een schuldinstrument van de betrokken uitgevende instelling, met inbegrip van kredietverzuimswaps; |
|
i) |
voorwaardelijke transacties als de voorwaarden optreden en die transacties concreet worden uitgevoerd; |
|
j) |
de automatische of niet-automatische omzetting van een financieel instrument in een ander financieel instrument, waaronder ook de omzetting van converteerbare obligaties in aandelen; |
|
k) |
gedane of ontvangen giften en schenkingen en ontvangen erfenissen; |
|
l) |
transacties uitgevoerd in indexgerelateerde producten, pakketten en derivaten, voor zover vereist door artikel 19 van Verordening (EU) nr. 596/2014; |
|
m) |
transacties in aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen, met inbegrip van alternatieve beleggingsinstellingen (abi's) zoals bedoeld in artikel 1 van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (4), voor zover vereist door artikel 19 van Verordening (EU) nr. 596/2014; |
|
n) |
transacties uitgevoerd door de beheerder van een abi waarin een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden of een nauw verbonden persoon heeft belegd, voor zover vereist in artikel 19 van Verordening (EU) nr. 596/2014; |
|
o) |
transacties uitgevoerd door een derde partij binnen een individuele portefeuille of mandaat tot vermogensbeheer namens of ten behoeve van een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden of een nauw verbonden persoon; |
|
p) |
de opname of verstrekking van aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling of derivaten of andere hiermee verbonden financiële instrumenten. |
Artikel 11
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Ze is van toepassing met ingang van 3 juli 2016.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 december 2015.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1.
(2) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
(3) Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).
(4) Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).
BIJLAGE I
Publieke organen en centrale banken van derde landen
|
1. |
Australië:
|
|
2. |
Brazilië:
|
|
3. |
Canada:
|
|
4. |
China:
|
|
5. |
SAR Hongkong:
|
|
6. |
India:
|
|
7. |
Japan
|
|
8. |
Mexico:
|
|
9. |
Singapore:
|
|
10. |
Zuid-Korea:
|
|
11. |
Zwitserland:
|
|
12. |
Turkije:
|
|
13. |
De Verenigde Staten:
|
BIJLAGE II
Indicatoren van manipulatieve handelingen
AFDELING 1
INDICATOREN VAN MANIPULATIEVE HANDELINGEN WAARBIJ ONJUISTE OF MISLEIDENDE SIGNALEN WORDEN GEGEVEN EN KOERSEN OP EEN ABNORMAAL OF KUNSTMATIG NIVEAU WORDEN GEHOUDEN (AFDELING A VAN BIJLAGE I BIJ VERORDENING (EU) Nr. 596/2014)
|
1. |
Praktijken waarbij de indicator in deel A, onder a), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 wordt gespecificeerd:
|
|
2. |
Praktijken waarbij de indicator in deel A, onder b), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 wordt gespecificeerd:
|
|
3. |
Praktijken waarbij de indicator in deel A, onder c), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 wordt gespecificeerd:
|
|
4. |
Praktijken waarbij de indicator in deel A, onder d), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 wordt gespecificeerd:
|
|
5. |
Praktijken waarbij de indicator in deel A, onder e), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 wordt gespecificeerd:
|
|
6. |
Praktijken waarbij de indicator in deel A, onder f), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 wordt gespecificeerd:
|
|
7. |
Praktijken waarbij de indicator in deel A, onder g), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 wordt gespecificeerd:
|
|
8. |
De praktijk beschreven in punt 2, onder c), van deze afdeling en eveneens bedoeld in punt 5, onder c), punt 6, onder e), en punt 7, onder d), van deze afdeling is relevant in de context van het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 596/2014 betreffende platformoverschrijdende manipulatie. |
|
9. |
De praktijk beschreven in punt 2, onder d), van deze afdeling en eveneens bedoeld in punt 5, onder c), punt 6, onder f), en punt 7, onder e), van deze afdeling is relevant in de context van het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 596/2014 betreffende platformoverschrijdende manipulatie, rekening houdend met het feit dat de prijs of waarde van een financieel instrument kan afhangen van of van invloed kan zijn op de prijs of waarde van een ander financieel instrument of spotcontract voor grondstoffen. |
AFDELING 2
INDICATOREN VAN MANIPULATIEVE HANDELINGEN WAARBIJ GEBRUIKGEMAAKT WORDT VAN KUNSTGREPEN OF ENIGERLEI ANDERE VORM VAN BEDROG OF MISLEIDING (AFDELING B VAN BIJLAGE I BIJ VERORDENING (EU) Nr. 596/2014)
|
1. |
Praktijken waarbij de indicator in deel B, onder a), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 wordt gespecificeerd:
|
|
2. |
Praktijken waarbij de indicator in deel B, onder b), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 596/2014 wordt gespecificeerd:
|
|
5.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 88/19 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/523 VAN DE COMMISSIE
van 10 maart 2016
tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de vorm en het model voor de mededeling en de openbaarmaking van transacties door leidinggevenden overeenkomstig Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (1), en met name artikel 19, lid 15, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Teneinde het proces van mededeling van transacties door leidinggevenden efficiënter te laten verlopen en het publiek vergelijkbare informatie te verstrekken, is het aangewezen te voorzien in uniforme regels met betrekking tot de wijze waarop de opgevraagde informatie moet worden meegedeeld en openbaar gemaakt door middel van een enkel model. |
|
(2) |
Het model moet informatie bevatten over alle transacties die op een bepaalde dag zijn verricht door personen met leidinggevende verantwoordelijkheden of personen die nauw aan hen gelieerd zijn. Om het publiek een algemeen overzicht te verstrekken moet het model de mogelijkheid bieden de transacties op individuele basis dan wel in geaggregeerde vorm voor te stellen. De geaggregeerde informatie moet melding maken van het volume van alle transacties van dezelfde aard over hetzelfde financieel instrument die op dezelfde handelsdag en op hetzelfde handelsplatform of buiten enig handelsplatform zijn verricht, in een enkel getal dat de rekenkundige som van het volume van elke transactie voorstelt. Hierbij moet ook de overeenstemmende volumegewogen gemiddelde prijs worden vermeld. Wanneer in het model transacties van verschillende aard, zoals aankopen en verkopen, worden ingevuld, mogen deze nooit geaggregeerd of onderling gesaldeerd worden. |
|
(3) |
Om wijzigingen van een reeds verrichte onjuiste mededelingen te vereenvoudigen moet het model een veld bevatten waarmee in de wijzigingsmededeling de oorspronkelijke mededeling wordt aangeduid en de onjuistheid daarin wordt beschreven. |
|
(4) |
Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen die de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (ESMA) bij de Commissie heeft ingediend. |
|
(5) |
De Europese Autoriteit voor Effecten en Markten heeft openbare publieksraadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de potentiële hieraan gerelateerde kosten en baten geanalyseerd en het advies van de Stakeholdersgroep ingewonnen, die overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (2) is opgericht. |
|
(6) |
Met het oog op de vlotte werking van de financiële markten is het noodzakelijk dat deze verordening met spoed in werking treedt en dat de bepalingen van deze verordening vanaf dezelfde datum van toepassing zijn als de bepalingen van Verordening (EU) nr. 596/2014, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: „elektronische middelen”: elektronische apparatuur voor de verwerking (met inbegrip van digitale compressie), opslag en verzending van gegevens via draden, radio, optische technologieën of andere elektromagnetische middelen.
Artikel 2
Vorm en model voor de mededeling
1. Personen met leidinggevende verantwoordelijkheden en personen die nauw aan hen gelieerd zijn, moeten ervoor zorgen dat het in de bijlage vastgestelde model voor mededelingen wordt gebruikt om de kennisgeving van de in artikel 19, lid 1; van Verordening (EU) nr. 596/2014 bedoelde transacties te verrichten.
2. Personen met leidinggevende verantwoordelijkheden en personen die nauw aan hen gelieerd zijn, zorgen ervoor dat elektronische middelen worden gebruikt voor het doorzenden van de in lid 1 bedoelde kennisgevingen. Deze elektronische middelen zorgen ervoor dat de volledigheid, de integriteit en de vertrouwelijkheid van de informatie wordt gehandhaafd bij het doorzenden van de kennisgeving en verschaffen zekerheid over de bron van de doorgezonden informatie.
3. De bevoegde autoriteiten bepalen en vermelden op hun website de voor de doorzending te gebruiken elektronische middelen als bedoeld in lid 2.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 3 juli 2016.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 maart 2016.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1.
(2) Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).
BIJLAGE
Model voor mededeling en openbaarmaking van transacties door personen met leidinggevende verantwoordelijkheden en personen die nauw aan hen gelieerd zijn
|
1. |
Gegevens over de persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden/persoon die nauw aan hem gelieerd is |
|||||||||||||||||
|
a) |
Naam |
[Voor natuurlijke personen: voor- en achternaam (achternamen)] [Voor rechtspersonen: volledige naam met de rechtsvorm als vermeld in het register waarin de rechtspersoon is ingeschreven, indien van toepassing] |
||||||||||||||||
|
2. |
Reden voor de mededeling |
|||||||||||||||||
|
a) |
Positie/status |
[Voor personen met leidinggevende verantwoordelijkheden: de positie die de persoon bekleedt bij de uitgevende instelling, deelnemer aan emissierechtenmarkt/veilingplatform/veilingmeester/veilingtoezichthouder, moet worden vermeld, bv. CEO, CFO.] Voor nauw gelieerde personen,
|
||||||||||||||||
|
b) |
Eerste mededeling/Wijziging |
[Vermelding dat het een eerste mededeling dan wel een wijziging van een vroegere mededeling betreft. In geval van wijziging, geef toelichting over de fout die met deze mededeling wordt gewijzigd.] |
||||||||||||||||
|
3. |
Gegevens over de uitgevende instelling, deelnemer aan een emissierechtenmarkt, veilingplatform, veilingmeester of veilingtoezichthouder |
|||||||||||||||||
|
a) |
Naam |
[Volledige naam van de entiteit] |
||||||||||||||||
|
b) |
LEI |
[Identificatiecode voor juridische entiteiten in overeenstemming met de ISO 17442 LEI-code] |
||||||||||||||||
|
4. |
Gegevens over de transactie(s): onderdeel dat moet worden herhaald voor: i) elk soort instrument; ii) elk soort transactie; iii) elke datum, en iv) elke plaats waar transacties zijn verricht |
|||||||||||||||||
|
a) |
Beschrijving van het financieel instrument, soort instrument Identificatiecode |
|
||||||||||||||||
|
b) |
Aard van de transactie |
[Beschrijving van het soort transactie, met gebruik, indien van toepassing, van het soort transactie zoals omschreven in artikel 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/522 van de Commissie (1) , vastgesteld krachtens artikel 19, lid 14, van Verordening (EU) nr. 596/2014 of een specifiek voorbeeld omschreven in artikel 19, lid 7, van Verordening (EU) nr. 596/2014. Overeenkomstig artikel 19, lid 6, onder e), van Verordening (EU) nr. 596/2014 moet worden vermeld of de transactie al dan niet verband houdt met de uitoefening van een aandelenoptieprogramma.] |
||||||||||||||||
|
c) |
Prijs (prijzen) en volume(s) |
[Wanneer meer dan een transactie van dezelfde aard (aankopen, verkopen, opnemen en verstrekken van leningen, …) over een zelfde financieel instrument worden verricht op dezelfde dag en op dezelfde plaats van transactie, worden de prijzen en de volumes van deze transacties in dit veld gerapporteerd in de vorm van twee kolommen, zoals hierboven voorgesteld, met het aantal lijnen dat nodig is. Gebruikmakend van de gegevensnormen voor prijs en kwantiteit, en indien van toepassing de valuta van de prijs en de valuta van de kwantiteit, zoals gedefinieerd krachtens de Gedelegeerde Verordening van de Commissie tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor het melden van transacties aan bevoegde autoriteiten, vastgesteld krachtens artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014.] |
||||||||||||||||
|
d) |
Geaggregeerde informatie
|
[De volumes van meerdere transacties worden geaggregeerd wanneer deze transacties:
Gebruikmakend van de gegevensnorm voor kwantiteit, en indien van toepassing de valuta van de kwantiteit, zoals gedefinieerd krachtens de Gedelegeerde Verordening van de Commissie tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor het melden van transacties aan de bevoegde autoriteiten, vastgesteld krachtens artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014.] Prijsgegevens:
Gebruik de gegevensnorm voor prijs, en indien van toepassing de prijsvaluta, zoals gedefinieerd krachtens de Gedelegeerde Verordening van de Commissie tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor het melden van transacties aan bevoegde autoriteiten, vastgesteld krachtens artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014.] |
||||||||||||||||
|
e) |
Datum van de transactie |
[Datum van de specifieke dag van uitvoering van de aangemelde transactie. Gebruikmakend van het SO 8601 datumformaat: JJJJ-MM-DD UTC-tijd |
||||||||||||||||
|
f) |
Plaats van de transactie |
[Naam en code voor identificatie van het MiFID-handelsplatform, de beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling of het georganiseerde handelsplatform buiten de Unie waar de transactie is uitgevoerd, zoals gedefinieerd krachtens de Gedelegeerde verordening van de Commissie tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor het melden van transacties aan bevoegde autoriteiten, vastgesteld krachtens artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014, of indien de transactie niet is uitgevoerd op een van de bovengenoemde handelsplatforms, vermeld „buiten een handelsplatform”.] |
||||||||||||||||
(1) Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/522 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot een vrijstelling voor bepaalde publieke organen en centrale banken in derde landen, de indicatoren van marktmanipulatie, de openbaarmakingsdrempels, de bevoegde autoriteit voor kennisgevingen van uitstel, de toestemming voor handel tijdens afgesloten perioden en typen aan te melden transacties van leidinggevenden (zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).
|
5.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 88/23 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/524 VAN DE COMMISSIE
van 30 maart 2016
tot inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Miel de Liébana (BOB))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de door Spanje ingediende aanvraag tot registratie van de benaming „Miel de Liébana” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de benaming „Miel de Liébana” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De benaming „Miel de Liébana” (BOB) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Met de in de eerste alinea vermelde benaming wordt een product aangeduid van categorie 1.4. Andere producten van dierlijke oorsprong (eieren, honing, diverse zuivelproducten met uitzondering van boter, enz.) als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 maart 2016.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB C 347 van 20.10.2015, blz. 12.
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).
|
5.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 88/24 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/525 VAN DE COMMISSIE
van 30 maart 2016
tot inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Ternera de los Pirineos Catalanes/Vedella dels Pirineus Catalans/Vedell des Pyrénées Catalanes (BGA))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de aanvraag van Spanje tot registratie van de benaming „Ternera de los Pirineos Catalanes”/„Vedella dels Pirineus Catalans”/„Vedell des Pyrénées Catalanes” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de benaming „Ternera de los Pirineos Catalanes”/„Vedella dels Pirineus Catalans”/„Vedell des Pyrénées Catalanes” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De benaming „Ternera de los Pirineos Catalanes”/„Vedella dels Pirineus Catalans”/„Vedell des Pyrénées Catalanes” (BGA) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Met de in de eerste alinea vermelde benaming wordt een product aangeduid van categorie 1.1. Vers vlees (en verse slachtafvallen) als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 maart 2016.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB C 344 van 17.10.2015, blz. 4.
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).
|
5.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 88/25 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/526 VAN DE COMMISSIE
van 30 maart 2016
tot inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Poljički soparnik/Poljički zeljanik/Poljički uljenjak (BGA))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de aanvraag van Kroatië tot registratie van de benaming „Poljički soparnik”/„Poljički zeljanik”/„Poljički uljenjak” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de benaming „Poljički soparnik”/„Poljički zeljanik”/„Poljički uljenjak” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De benaming „Poljički soparnik”/„Poljički zeljanik”/„Poljički uljenjak” (BGA) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Met de in de eerste alinea vermelde benaming wordt een product aangeduid van categorie 2.3. Brood, gebak, suikerwerk, biscuits en andere bakkerswaren, als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 maart 2016.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB C 358 van 30.10.2015, blz. 8.
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).
|
5.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 88/26 |
VERORDENING (EU) 2016/527 VAN DE COMMISSIE
van 4 april 2016
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 454/2011 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem telematicatoepassingen ten dienste van passagiers van het trans-Europees spoorwegsysteem
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem binnen de Gemeenschap (herschikking) (1), en met name artikel 6, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) nr. 454/2011 van de Commissie (2) heeft het Europees Spoorwegbureau voor de in bijlage III bij die verordening vermelde technische documenten een wijzigingsproces ingesteld. Op basis daarvan heeft het Bureau op 29 april 2015 een aanbeveling geformuleerd om bijlage III bij te werken teneinde in de verordening te verwijzen naar de technische documenten die overeenkomstig dat proces zijn aangepast. |
|
(2) |
Verordening (EU) nr. 454/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(3) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2008/57/EG bedoelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage III bij Verordening (EU) nr. 454/2011 wordt vervangen door de tekst van de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 april 2016.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
BIJLAGE
„BIJLAGE III
Lijst van technische documenten waarnaar in deze TSI wordt verwezen
|
Referentie |
Inhoud |
|
B.1. (V1.2) |
Geïnformatiseerde productie en uitwisseling van tariefgegevens voor internationale of buitenlandse verkoop — Tickets zonder geïntegreerde boeking (NRT) |
|
B.2. (V1.2) |
Geïnformatiseerde productie en uitwisseling van tariefgegevens voor internationale of buitenlandse verkoop — Tickets met geïntegreerde boeking (IRT) |
|
B.3. (V1.2) |
Geïnformatiseerde productie en uitwisseling van gegevens voor internationale of buitenlandse verkoop — Speciale aanbiedingen |
|
B.4. (V1.3) |
Handleiding inzake EDIFACT-boodschappen voor de uitwisseling van dienstregelingsgegevens |
|
B.5. (V1.3) |
Elektronische reservatie van zit- of slaapplaatsen en elektronische aanmaak van reisdocumenten — Uitwisseling van boodschappen |
|
B.6. (V1.2) |
Elektronische reservatie van zit- of slaapplaatsen en elektronische aanmaak van vervoersdocumenten (RCT2-normen) |
|
B.7. (V1.2) |
Internationale treintickets om thuis af te drukken |
|
B.8. (V1.2) |
Gestandaardiseerde digitale codes voor spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en andere ondernemingen die bij de spoorvervoersketen zijn betrokken |
|
B.9. (V1.2) |
Gestandaardiseerde digitale locatiecodes |
|
B.10. (V1.3) |
Elektronische boeking van bijstand aan personen met beperkte mobiliteit — Uitwisseling van boodschappen |
|
B.30. (V1.2) |
Schema — Boodschappen/dataset catalogus die nodig zijn voor de communicatie SO/IB in het kader van de TSI TAP” |
|
5.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 88/28 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/528 VAN DE COMMISSIE
van 4 april 2016
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 april 2016.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
IL |
268,0 |
|
MA |
96,2 |
|
|
SN |
66,9 |
|
|
TR |
106,7 |
|
|
ZZ |
134,5 |
|
|
0707 00 05 |
MA |
83,3 |
|
TR |
134,4 |
|
|
ZZ |
108,9 |
|
|
0709 93 10 |
EG |
44,3 |
|
MA |
97,9 |
|
|
TR |
149,6 |
|
|
ZZ |
97,3 |
|
|
0805 10 20 |
EG |
48,3 |
|
IL |
83,3 |
|
|
MA |
73,5 |
|
|
TN |
71,4 |
|
|
TR |
72,3 |
|
|
ZA |
51,4 |
|
|
ZZ |
66,7 |
|
|
0805 50 10 |
MA |
85,6 |
|
TR |
105,4 |
|
|
ZZ |
95,5 |
|
|
0808 10 80 |
BR |
94,4 |
|
CL |
113,5 |
|
|
CN |
124,1 |
|
|
US |
151,8 |
|
|
ZA |
71,2 |
|
|
ZZ |
111,0 |
|
|
0808 30 90 |
AR |
108,8 |
|
CL |
132,7 |
|
|
ZA |
110,9 |
|
|
ZZ |
117,5 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.
BESLUITEN
|
5.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 88/30 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/529 VAN DE COMMISSIE
van 31 maart 2016
tot vaststelling van de financiële bijdrage van de Unie in de door Duitsland in 2007 gedane uitgaven voor de financiering van de urgente maatregelen ter bestrijding van bluetongue
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1758)
(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG en 76/894/EEG en Beschikking 2009/470/EG van de Raad (1), en met name artikel 36, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 349/2005 van de Commissie (2) zijn de voorschriften vastgesteld voor de betaling van een financiële bijdrage van de Unie in de kosten van de in Beschikking 90/424/EEG van de Raad (3) bedoelde urgente maatregelen en maatregelen ter bestrijding van bepaalde dierziekten. In artikel 7 van die verordening is bepaald welke documenten moeten worden ingediend door de lidstaat die om de financiële bijdrage van de Unie verzoekt, en wat de uiterste termijnen voor het indienen daarvan zijn. |
|
(2) |
Beschikking 2008/444/EG van de Commissie (4) voorziet in de toekenning van een financiële bijdrage van de Unie aan Duitsland in de kosten die deze lidstaat in 2007 heeft gemaakt voor overeenkomstig Beschikking 2009/470/EG van de Raad (5) genomen maatregelen ter bestrijding van bluetongue. Dienovereenkomstig is aan Duitsland een eerste tranche van 950 000,00 EUR betaald als deel van de financiële bijdrage van de Unie. |
|
(3) |
Als deel van de financiële bijdrage van de Unie is krachtens Uitvoeringsbesluit 2011/800/EU van de Commissie (6) een tweede tranche van 1 950 000,00 EUR betaald en krachtens Uitvoeringsbesluit 2014/131/EU van de Commissie (7) een derde tranche van 1 000 000,00 EUR. |
|
(4) |
Met Beschikking 2008/444/EG is voldaan aan de voorschriften van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (8), en met name van artikel 84. |
|
(5) |
Op 6 juni 2008 heeft Duitsland bij de Commissie een officieel verzoek om vergoeding ingediend, vergezeld van een financieel verslag, bewijsstukken en een epidemiologisch rapport over elk bedrijf waar dieren zijn gedood en vernietigd. Het verzoek om vergoeding betreft een bedrag van 4 201 179,00 EUR. Na verificatie tijdens de door de bevoegde controledienst geleide audit ter plaatse werd echter het bedrag van 239 629,65 EUR op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 349/2005 geacht niet voor vergoeding in aanmerking te komen. |
|
(6) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De financiële bijdrage van de Unie in de door Duitsland in 2007 gedane uitgaven voor de financiering van urgente maatregelen ter bestrijding van bluetongue wordt vastgesteld op 3 961 549,35 EUR.
2. Het saldo van de financiële bijdrage van de Unie die nog aan Duitsland moet worden uitbetaald, wordt vastgesteld op 61 549,35 EUR.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.
Gedaan te Brussel, 31 maart 2016.
Voor de Commissie
Vytenis ANDRIUKAITIS
Lid van de Commissie
(1) PB L 189 van 27.6.2014, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 349/2005 van de Commissie van 28 februari 2005 tot vaststelling van voorschriften inzake de communautaire financiering van de in Beschikking 90/424/EEG van de Raad bedoelde urgente maatregelen en maatregelen ter bestrijding van bepaalde dierziekten (PB L 55 van 1.3.2005, blz. 12).
(3) Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19).
(4) Beschikking 2008/444/EG van de Commissie van 5 juni 2008 betreffende een financiële bijdrage van de Gemeenschap in de kosten van urgente maatregelen ter bestrijding van bluetongue in Duitsland in 2007 (PB L 156 van 14.6.2008, blz. 18).
(5) Beschikking 2009/470/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (PB L 155 van 18.6.2009, blz. 30).
(6) Uitvoeringsbesluit 2011/800/EU van de Commissie van 30 november 2011 betreffende een financiële bijdrage van de Unie in de kosten van urgente maatregelen ter bestrijding van bluetongue in Duitsland in 2007 (PB L 320 van 3.12.2011, blz. 49).
(7) Uitvoeringsbesluit 2014/131/EU van de Commissie van 10 maart 2014 betreffende een financiële bijdrage van de Unie in de kosten van urgente maatregelen ter bestrijding van bluetongue in Duitsland in 2007 (PB L 71 van 12.3.2014, blz. 18).
(8) Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).
|
5.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 88/32 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/530 VAN DE COMMISSIE
van 1 april 2016
betreffende een door Duitsland krachtens Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad genomen maatregel om het in de handel brengen van een type stroomgenerator te verbieden
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1779)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (1), en met name artikel 11, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig de procedure van artikel 11, lid 2, van Richtlijn 2006/42/EG heeft Duitsland de Commissie in kennis gesteld van een maatregel om het in de handel brengen van een stroomgenerator van het type Rotenbach FO-65/LB2600, die door Zhejiang Lingben Machinery and Electronics Co., Ltd, China, wordt vervaardigd en door Fringo GmbH & Co. KG, Duitsland, wordt verdeeld, te verbieden. |
|
(2) |
De reden voor de maatregel was de non-conformiteit van de stroomgenerator met de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen van bijlage I bij Richtlijn 2006/42/EG. |
|
(3) |
In bijlage I, punt 1.5.1 (elektriciteitsvoorziening), bij Richtlijn 2006/42/EG is vastgesteld dat een machine die een stroomvoorziening heeft zodanig moet zijn ontworpen, gebouwd en uitgerust dat alle gevaren in verband met elektriciteit kunnen worden voorkomen. De stroomgenerator vertoont de volgende tekortkomingen:
|
|
(4) |
In bijlage I, punt 1.7.3 (markering op machines), bij Richtlijn 2006/42/EG is het vastgesteld dat een minimum aan gegevens zichtbaar, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar op de machine moet zijn aangebracht. Op de stroomgenerator met benzinemotor is geen etiket met de vermelding „stroomaggregaat laag vermogen” aangebracht. Gegevensplaatjes zijn met lijm bevestigd en kunnen gemakkelijk worden verwijderd. De naam en het volledige adres van de fabrikant ontbreken. |
|
(5) |
De Commissie heeft Fringo GmbH & Co. KG en Zhejiang Lingben Machinery and Electronics Co., Ltd verzocht opmerkingen over de maatregel van Duitsland te formuleren. Zij heeft hierop geen antwoord ontvangen. |
|
(6) |
Na onderzoek van het door de Duitse autoriteiten voorgelegde bewijsmateriaal is bevestigd dat de stroomgenerator met benzinemotor die door Zhejiang Lingben Machinery and Electronics Co., Ltd wordt vervaardigd en door Fringo GmbH & Co. KG, Kurfürstendamm 96, 10709 Berlijn wordt verdeeld, niet voldoet aan de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen van deze richtlijn als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), van Richtlijn 2006/42/EG en dat de non-conformiteit aanleiding geeft tot ernstige risico's op verwondingen voor de gebruikers. Het is daarom passend de door Duitsland genomen maatregel als gerechtvaardigd te beschouwen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De door Duitsland genomen maatregel om het in de handel brengen van een stroomgenerator van het type Rotenbach FO-65/LB2600, die door Zhejiang Lingben Machinery and Electronics Co., Ltd, China, wordt vervaardigd en door Fringo GmbH & Co. KG, Kurfürstendamm 96, 10709 Berlijn wordt verdeeld, te verbieden, is gerechtvaardigd.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 1 april 2016.
Voor de Commissie
Elżbieta BIEŃKOWSKA
Lid van de Commissie