|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 46 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
59e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
23.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 46/1 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2016/247 VAN DE COMMISSIE
van 17 december 2015
tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 24,
Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (2), en met name artikel 64, lid 6, onder a),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) nr. 1308/2013 vervangt Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (3) en bevat nieuwe voorschriften inzake de regeling voor schoolgroenten en schoolfruit („regeling”). Ook verleent zij de Commissie de bevoegdheid om in dit verband gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen. Met het oog op een soepele werking van de regeling in het nieuwe rechtskader moeten bepaalde regels middels dergelijke handelingen worden vastgesteld. Deze handelingen moeten in de plaats komen van Verordening (EG) nr. 288/2009 van de Commissie (4), die derhalve moet worden ingetrokken. |
|
(2) |
De regeling heeft tot doel de consumptie van groenten en fruit op de korte en de lange termijn te stimuleren en gezonde eetgewoonten te bevorderen. |
|
(3) |
Krachtens artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moeten lidstaten die aan de regeling wensen deel te nemen, op nationaal of regionaal niveau vooraf een strategie voor de uitvoering van de regeling vaststellen en voorzien in de nodige begeleidende maatregelen. Lidstaten die de regeling op regionaal niveau ten uitvoer willen leggen, moeten voor elke regio een strategie opstellen. |
|
(4) |
Krachtens artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad (5) dient de indicatieve toewijzing van de Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten in het kader van de regeling („producten”) door de Commissie te worden vastgesteld. Met het oog op de optimale benutting van de beschikbare middelen moet Uniesteun waarvoor geen aanvraag is ingediend, worden herverdeeld over de deelnemende lidstaten die aan de Commissie hebben meegedeeld meer dan de indicatief aan hen toegewezen Uniesteun te willen gebruiken. |
|
(5) |
Niet alleen kosten voor het aankopen van de producten, maar ook bepaalde aanverwante kosten die rechtstreeks verbonden zijn met de uitvoering van de regeling, dienen in aanmerking te komen voor Uniesteun indien dat in de strategie van de betrokken lidstaat is bepaald. Ter vrijwaring van de doeltreffendheid van de regeling mag echter slechts een beperkt percentage van de steun worden toegewezen voor de dekking van dergelijke aanverwante kosten. Met het oog op het financiële beheer en de controle mogen deze kosten bepaalde drempelwaarden niet overschrijden. |
|
(6) |
In het belang van goed bestuur, begrotingsbeheer en toezicht moet worden gespecificeerd welke voorwaarden gelden voor de verlening van de steun en voor de selectie en de erkenning van steunaanvragers. |
|
(7) |
Om een beoordeling van de doeltreffendheid van de regeling, een collegiale evaluatie en de uitwisseling van beste praktijken mogelijk te maken, moeten de lidstaten de uitvoering van hun regeling geregeld monitoren en evalueren en moeten zij de betrokken resultaten en bevindingen aan de Commissie toezenden. |
|
(8) |
Om fraude en ernstige nalatigheid van de zijde van de aanvragers te ontraden, moeten sancties worden vastgesteld. |
|
(9) |
Overeenkomstig artikel 23, lid 10, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moet het publiek er zich voldoende bewust van zijn dat de Unie financieel aan de regeling bijdraagt. De lidstaten moeten hiertoe een poster kunnen gebruiken die in de deelnemende onderwijsinstellingen kan worden opgehangen. Die poster moet volgens bepaalde minimumvoorschriften worden gemaakt, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Toepassingsgebied
Deze verordening dient tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten („producten”) aan kinderen, en voor bepaalde aanverwante kosten, in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten als bedoeld in artikel 23 van die verordening („regeling”).
Artikel 2
Strategie van de lidstaten
1. Bij het opstellen van hun in artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde strategie kunnen de lidstaten zelf bepalen op welk geografisch en administratief niveau zij de regeling ten uitvoer leggen. Indien zij besluiten de regeling op regionaal niveau ten uitvoer te leggen, moeten zij voor elke regio een strategie opstellen.
Een lidstaat die de regeling op regionaal niveau ten uitvoer legt, moet één contactpunt aanwijzen voor informatie en kennisgevingen aan de Commissie.
De strategie mag betrekking hebben op meer dan één schooljaar in de zin van artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/248 van de Commissie (6).
2. De in artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde begeleidende maatregelen ondersteunen de distributie van de producten en houden rechtstreeks verband met de doelstellingen van de regeling. Bij deze maatregelen mogen ook ouders en onderwijzend personeel worden betrokken.
3. Lidstaten die aan de regeling wensen deel te nemen, delen hun strategie uiterlijk op 31 januari vóór de start van het eerste schooljaar dat onder de strategie valt, mee aan de Commissie.
4. Lidstaten die hun strategie wijzigen, delen hun gewijzigde strategie uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op de wijziging, mee aan de Commissie.
Artikel 3
Herverdeling van Uniesteun
1. Als lidstaten uiterlijk op de in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/248 vermelde termijn geen Uniesteun hebben aangevraagd of slechts een deel van hun in artikel 23, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde en in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/248 vastgestelde indicatieve steuntoewijzing hebben aangevraagd, wordt hun indicatieve toewijzing of het deel ervan waarvoor geen aanvraag is ingediend, herverdeeld over de lidstaten die uiterlijk op dezelfde termijn aan de Commissie hebben meegedeeld meer dan hun indicatieve toewijzing te willen gebruiken.
2. De herverdeling wordt begrensd overeenkomstig het niveau waarop de betrokken lidstaat de definitief toegewezen Uniesteun voor het schooljaar dat voorafgaand aan de steunaanvraag is geëindigd, heeft benut. Dat benuttingsniveau wordt vastgesteld aan de hand van de uitgavendeclaraties die uiterlijk op 15 oktober van het volgende schooljaar bij de Commissie worden ingediend overeenkomstig artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie (7).
De herverdeling wordt als volgt begrensd:
|
a) |
wanneer de definitieve toewijzing voor 50 % of minder is benut, wordt geen aanvullende toewijzing verleend; |
|
b) |
wanneer de definitieve toewijzing voor meer dan 50 %, maar niet meer dan 75 % is benut, mag de maximale aanvullende toewijzing niet meer dan 50 % van de indicatieve toewijzing bedragen; |
|
c) |
wanneer de definitieve toewijzing voor meer dan 75 % is benut, geldt geen bovengrens voor de maximale aanvullende toewijzing. |
Deze grenswaarden worden niet toegepast tijdens de eerste twee schooljaren waarin de lidstaat de regeling ten uitvoer legt.
Artikel 4
Subsidiabele kosten
1. De volgende kosten komen in aanmerking voor Uniesteun:
|
a) |
de kosten van de producten die in het kader van de regeling worden verstrekt en gedistribueerd aan kinderen in in artikel 22 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde onderwijsinstellingen, met inbegrip van de kosten van het aankopen, huren en huurkopen van bij de verstrekking en distributie gebruikte apparatuur, zoals is vastgelegd in de strategie van de lidstaat; |
|
b) |
de volgende aanverwante kosten, die rechtstreeks verband houden met de tenuitvoerlegging van de regeling:
|
2. Indien de kosten voor het vervoer en de distributie van de producten apart worden gefactureerd, komen zij slechts voor Uniesteun in aanmerking indien zij niet meer dan 3 % van de kosten van de producten uitmaken.
De kosten voor het vervoer en de distributie van gratis aan onderwijsinstellingen verstrekte producten komen in aanmerking voor Uniesteun mits facturen worden overgelegd en het in de strategie van de lidstaat vastgestelde maximum in acht wordt genomen.
3. De kosten voor acties om bekendheid aan de regeling te geven en voor begeleidende maatregelen mogen niet in het kader van andere Uniesteunregelingen worden gefinancierd.
4. Belasting over de toegevoegde waarde (btw) en uitgaven in verband met personeel komen niet in aanmerking voor Uniesteun indien deze personeelskosten uit overheidsmiddelen van de lidstaat worden gefinancierd.
5. De totale subsidiabele kosten voor acties om bekendheid aan de regeling te geven bedragen maximaal 5 % van de in artikel 23, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde jaarlijkse definitieve toewijzing voor elke betrokken lidstaat.
De totale subsidiabele kosten voor het aankopen, huren en huurkopen van apparatuur en voor monitoring en evaluatie bedragen niet meer dan 10 % van de jaarlijkse definitieve toewijzing voor elke betrokken lidstaat.
De totale subsidiabele kosten voor begeleidende maatregelen bedragen maximaal 15 % van de jaarlijkse definitieve toewijzing voor elke betrokken lidstaat.
Artikel 5
Algemene voorwaarden voor de verlening van de steun en de selectie van steunaanvragers
1. De in het kader van de regeling aan een lidstaat toegewezen steun wordt verdeeld over steunaanvragers die bij de bevoegde autoriteit een steunaanvraag hebben ingediend voor de tenuitvoerlegging van een of meer van de volgende punten:
|
a) |
de verstrekking en/of distributie van producten aan kinderen in onderwijsinstellingen in het kader van de regeling; |
|
b) |
monitoring- en evaluatieacties; |
|
c) |
acties om bekendheid te geven aan de regeling; |
|
d) |
begeleidende maatregelen. |
Alleen aanvragers die overeenkomstig artikel 6 zijn erkend, mogen steunaanvragen indienen.
2. De lidstaten selecteren de steunaanvragers uit de volgende instanties:
|
a) |
onderwijsinstellingen; |
|
b) |
onderwijsinstanties; |
|
c) |
leveranciers en/of distributeurs van de producten; |
|
d) |
organisaties die namens één of meer onderwijsinstellingen of onderwijsinstanties optreden en specifiek voor dit doel zijn opgericht; |
|
e) |
andere openbare of particuliere instanties die betrokken zijn bij het beheren en uitvoeren van in lid 1 bedoelde activiteiten. |
Artikel 6
Voorwaarden voor de erkenning van steunaanvragers
1. De steunaanvragers moeten zijn erkend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de onderwijsinstelling waaraan de producten worden verstrekt en/of gedistribueerd, zich bevindt. De erkenning wordt uitsluitend verleend als de aanvragers zich er schriftelijk toe verbinden:
|
a) |
ervoor te zorgen dat de producten die de Unie in het kader van de regeling financiert, beschikbaar worden gesteld voor consumptie door de kinderen in de onderwijsinstellingen waarvoor steun wordt aangevraagd; |
|
b) |
de toegewezen steun te gebruiken voor monitoring en evaluatie, voor acties om bekendheid aan de regeling te geven of voor begeleidende maatregelen overeenkomstig de doelstellingen van de regeling; |
|
c) |
ten onrechte betaalde steun voor de betrokken hoeveelheden terug te betalen wanneer is geconstateerd dat de producten niet aan de kinderen zijn gedistribueerd of niet in aanmerking komen voor Uniesteun; |
|
d) |
ten onrechte betaalde steun voor begeleidende maatregelen terug te betalen wanneer is geconstateerd dat deze maatregelen niet correct zijn uitgevoerd; |
|
e) |
bewijsstukken ter beschikking van de bevoegde autoriteit te stellen wanneer deze daarom verzoekt; |
|
f) |
alle door de bevoegde autoriteit vastgestelde controles, met name wat de verificatie van de boekhouding en fysieke inspecties betreft, toe te laten. |
2. Met betrekking tot steunaanvragen inzake de verstrekking en distributie van producten gaan de steunaanvragers een aanvullende schriftelijke verbintenis aan om een boekhouding te voeren met daarin de naam en het adres van de onderwijsinstellingen of, in voorkomend geval, van de onderwijsinstanties, alsmede de aan deze instellingen of instanties verkochte of verstrekte producten en hoeveelheden.
3. Op steunaanvragen inzake monitoring, evaluatie of acties om bekendheid te geven aan de regeling, is slechts lid 1, onder b) en e), van toepassing.
4. Op steunaanvragen inzake begeleidende maatregelen is slechts lid 1, onder b), d), e) en f), van toepassing. Bovendien kunnen de bevoegde autoriteiten van de steunaanvragers eisen schriftelijke verbintenissen aan te gaan, met name inzake:
|
a) |
begeleidende maatregelen die worden uitgevoerd in scholen die geen steunaanvrager zijn; |
|
b) |
begeleidende maatregelen die onder meer de distributie van producten betreffen. |
Artikel 7
Schorsing en intrekking van de erkenning
Indien een erkende aanvrager de in deze verordening vastgestelde verplichtingen niet nakomt, schorst de bevoegde autoriteit de erkenning van de aanvrager voor een periode van één tot twaalf maanden of trekt zij deze in, afhankelijk van de ernst van de niet-naleving of overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel.
Een dergelijke maatregel wordt niet genomen in de in artikel 64, lid 2, onder a) tot en met d), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde gevallen of indien de niet-naleving van gering belang is.
Indien de aanvrager daarom verzoekt en de redenen voor de intrekking zijn aangepakt, kan de bevoegde autoriteit de erkenning van de aanvrager opnieuw verlenen mits ten minste twaalf maanden zijn verlopen sinds de datum waarop de redenen voor de intrekking zijn aangepakt.
Artikel 8
Monitoring en evaluatie
1. De lidstaten zorgen voor adequate structuren en formulieren voor een jaarlijkse monitoring van de tenuitvoerlegging van de regeling.
2. De lidstaten evalueren de tenuitvoerlegging van de regeling teneinde te beoordelen of deze doeltreffend genoeg is gebleken om de doelstellingen ervan te halen.
3. Indien een lidstaat uiterlijk op de in artikel 6, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/248 bedoelde termijn geen evaluatieverslag met de resultaten van de in lid 2 van het onderhavige artikel bedoelde evaluatie heeft ingediend bij de Commissie, wordt het bedrag van de volgende definitieve toewijzing voor deze lidstaat als volgt verlaagd:
|
a) |
met 5 % indien de termijn met 1 tot 30 dagen wordt overschreden; |
|
b) |
met 10 % indien de termijn met 31 tot 60 dagen wordt overschreden. |
Wordt de termijn met meer dan 60 dagen overschreden, dan wordt de definitieve toewijzing per extra dag verlaagd met 1 %, berekend over het saldo.
Artikel 9
Sancties
In het geval van onregelmatige betalingen die niet terug te voeren zijn op klaarblijkelijke fouten en in het geval van fraude of ernstige nalatigheid waarvoor de aanvrager verantwoordelijk is, betaalt de aanvrager bovenop de teruggevorderde, ten onrechte betaalde bedragen een bedrag dat gelijk is aan het verschil tussen het initieel betaalde bedrag en het bedrag waarop de aanvrager recht heeft.
Artikel 10
Poster over de Unieregeling voor schoolfruit en schoolgroenten
Voor de toepassing van artikel 23, lid 10, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 kunnen de lidstaten gebruikmaken van een poster die voldoet aan de in de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde minimumvoorschriften en permanent duidelijk zichtbaar en duidelijk leesbaar aan de hoofdingang van de deelnemende onderwijsinstellingen wordt aangebracht.
Artikel 11
Intrekking
Verordening (EG) nr. 288/2009 wordt ingetrokken.
Artikel 12
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing op het schooljaar 2016/2017 en de daaropvolgende schooljaren.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 december 2015.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.
(3) Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).
(4) Verordening (EG) nr. 288/2009 van de Commissie van 7 april 2009 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de toekenning, in het kader van een schoolfruitregeling, van communautaire steun voor de verstrekking van groente- en fruitproducten, verwerkte groente- en fruitproducten en banaanproducten aan kinderen in onderwijsinstellingen (PB L 94 van 8.4.2009, blz. 38).
(5) Verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (PB L 346 van 20.12.2013, blz. 12).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/248 van de Commissie van 17 december 2015 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten, en tot vaststelling van de indicatieve toewijzing voor die steun (zie bladzijde 8 van dit Publicatieblad).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie van 6 augustus 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, voorschriften inzake controles, zekerheden en transparantie (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 59).
BIJLAGE
Minimumvoorschriften voor de in artikel 10 bedoelde poster
Grootte: A3 of groter.
Letters: 1 cm of groter.
Titel: „Regeling voor schoolfruit en schoolgroenten” van de Europese Unie
Inhoud: Ten minste de volgende formulering:
„Ons/Onze [vermeld de soort onderwijsinstelling (bv. kleuterschool/voorschoolse opvang/school)] doet met financiële steun van de Europese Unie mee aan de „Regeling voor schoolfruit en schoolgroenten” van de Europese Unie.”
De poster moet zijn voorzien van het embleem van de Unie.
|
23.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 46/8 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/248 VAN DE COMMISSIE
van 17 december 2015
tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten, en tot vaststelling van de indicatieve toewijzing van die steun
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 25,
Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (2), en met name artikel 62, lid 2, onder a) tot en met d), en artikel 64, lid 7, onder a),
Gezien Verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (3), en met name artikel 5, lid 2, tweede alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) nr. 1308/2013 vervangt Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (4) en bevat nieuwe voorschriften inzake de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten (hierna „de regeling” genoemd). Ook verleent zij de Commissie de bevoegdheid om in dit verband gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen. Met het oog op een soepele werking van de regeling in het nieuwe rechtskader moeten bepaalde regels middels dergelijke handelingen worden vastgesteld. Deze handelingen moeten in de plaats komen van Verordening (EG) nr. 288/2009 van de Commissie (5), die is ingetrokken bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 (6). |
|
(2) |
Op grond van artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moeten lidstaten die aan de regeling wensen deel te nemen, vooraf een strategie voor de uitvoering van de regeling vaststellen. Om de uitvoering van de regeling te kunnen evalueren moet worden bepaald welke elementen in de strategie moeten worden opgenomen. |
|
(3) |
Met het oog op goed bestuur en gezond begrotingsbeheer moeten de lidstaten die de regeling uitvoeren, elk jaar een aanvraag voor Uniesteun indienen; de inhoud van die aanvraag moet worden omschreven. |
|
(4) |
De inhoud en de frequentie van de steunaanvragen die de aanvragers van steun indienen, moeten worden vastgesteld, evenals de voorschriften voor de indiening van de aanvragen. Voorts moet nader worden omschreven welke bewijsstukken ter staving van de steunaanvragen moeten worden voorgelegd. Ook moet worden bepaald welke sancties de bevoegde autoriteit moet toepassen wanneer een steunaanvraag te laat wordt ingediend. |
|
(5) |
De voorwaarden voor de betaling van de steun moeten verder worden verduidelijkt om rekening te houden met het onderscheid tussen, enerzijds, steun voor de verstrekking en distributie van producten en, anderzijds, steun voor monitoring, evaluatie, publiciteit en begeleidende maatregelen. De inhoud van de bewijsstukken die ter staving van elke aanvraag voor de betaling van de steun moeten worden voorgelegd, moet nader worden omschreven. |
|
(6) |
Om de doeltreffendheid van de regeling te beoordelen moeten de lidstaten de Commissie in kennis stellen van de resultaten en de bevindingen van hun monitoring en evaluatie van de regeling. Duidelijkheidshalve is het wenselijk om een datum vast te stellen voor de kennisgeving aan de Commissie van het evaluatieverslag en van de resultaten van de monitoring. De Commissie moet deze documenten bekendmaken. |
|
(7) |
Om de financiële belangen van de Unie te beschermen moeten passende controlemaatregelen ter bestrijding van onregelmatigheden en fraude worden genomen. Deze controlemaatregelen moeten volledige administratieve controles omvatten, aangevuld met controles ter plaatse. Met het oog op een billijke en eenvormige aanpak in de lidstaten moeten de omvang, de inhoud, het tijdschema en de verslaglegging met betrekking tot deze controlemaatregelen nader worden omschreven, rekening houdend met de verschillen in de uitvoering van de regeling door de lidstaten. |
|
(8) |
Onverschuldigd betaalde bedragen moeten worden teruggevorderd overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie (7). |
|
(9) |
Overeenkomstig artikel 23, lid 10, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moet het publiek er zich voldoende bewust van zijn dat de Unie financieel aan de regeling bijdraagt. Het is passend om, naast de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 betreffende het gebruik van een poster, regels vast te stellen inzake het geven van bekendheid aan de regeling en inzake het gebruik van het embleem van de Unie. Voorts moet worden bepaald dat bij wijze van overgangsmaatregel nog gedurende een beperkte periode mag worden gebruikgemaakt van de posters en andere publiciteitsinstrumenten die momenteel voorhanden zijn. |
|
(10) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Toepassingsgebied en definitie
1. Bij deze verordening worden uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1370/2013 wat betreft Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten (hierna „de producten” genoemd) aan kinderen, en voor bepaalde daarmee gepaard gaande kosten in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten als bedoeld in artikel 23 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 (hierna „de regeling” genoemd).
2. Voor de toepassing van de regeling wordt onder „schooljaar” de periode van 1 augustus tot en met 31 juli van het volgende jaar verstaan.
Artikel 2
Strategie van de lidstaten
1. In de in artikel 23, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde strategie van de lidstaten worden ten minste de volgende elementen opgenomen:
|
a) |
het geografische en administratieve niveau waarop de regeling zal worden uitgevoerd; |
|
b) |
de duur van de strategie; |
|
c) |
indien beschikbaar, informatie over het niveau van de consumptie van de betrokken producten; |
|
d) |
de operationele doelstellingen van de strategie in het kader van de regeling, en de te verwezenlijken doelen; |
|
e) |
indien een bestaande nationale schoolregeling wordt verlengd of doeltreffender wordt gemaakt door gebruik te maken van middelen van de Unie, de regelingen die zijn ingesteld om de toegevoegde waarde van de regeling te waarborgen; |
|
f) |
het geraamde budget of budgetpercentage voor de belangrijkste elementen van de regeling; |
|
g) |
de doelgroep; |
|
h) |
de lijst van producten die in het kader van de regeling verstrekt zullen worden; |
|
i) |
de doelstellingen en de inhoud van de begeleidende maatregelen; |
|
j) |
een beschrijving van de wijze waarop de desbetreffende belanghebbenden erbij betrokken zullen worden; |
|
k) |
informatie over de regelingen voor de distributie van de producten en over de procedures voor de selectie van de leveranciers; |
|
l) |
de maatregelen die worden genomen om bekendheid aan de Uniesteun te geven, ook wanneer het volgens de strategie is toegestaan gewone schoolmaaltijden te nemen en tegelijk producten te consumeren die in het kader van de regeling worden gefinancierd; |
|
m) |
de structuren en formulieren voor de monitoring en evaluatie van de regeling overeenkomstig artikel 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 en voor de controles als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de onderhavige verordening. |
2. De Commissie maakt de strategieën van de lidstaten bekend.
Artikel 3
Door de lidstaten ingediende steunaanvragen
De lidstaten dienen elk jaar, uiterlijk op 31 januari, hun steunaanvraag voor het volgende schooljaar in. De steunaanvragen bevatten de volgende informatie:
|
a) |
de in de bijlage vastgestelde indicatieve steuntoewijzing; |
|
b) |
het gevraagde bedrag indien de lidstaat geen gebruik wil maken van het volledige bedrag van de indicatieve toewijzing; |
|
c) |
de bereidheid om meer dan de indicatieve toewijzing te gebruiken en het maximale aanvullende bedrag voor het geval er een aanvullende toewijzing beschikbaar is; |
|
d) |
het totale aangevraagde bedrag. |
De in dit artikel bedoelde bedragen worden uitgedrukt in EUR.
Artikel 4
Door de steunaanvragers ingediende steunaanvragen
1. De lidstaten bepalen de vorm, de inhoud en de frequentie van de steunaanvragen overeenkomstig hun strategie en de voorschriften van de leden 2 tot en met 7.
2. De steunaanvragen inzake de verstrekking en distributie van producten bevatten ten minste de volgende informatie:
|
a) |
de hoeveelheden gedistribueerde producten; |
|
b) |
de naam en het adres of identificatienummer van de onderwijsinstellingen of -instanties waaraan die hoeveelheden gedistribueerd zijn; |
|
c) |
het aantal kinderen dat regelmatig aanwezig is in de betrokken onderwijsinstellingen die in de door de steunaanvraag bestreken periode recht hebben op de onder de regeling vallende producten. |
3. De steunaanvragen betreffende de verstrekking en distributie van producten bestrijken perioden van ten hoogste vijf maanden.
4. De steunaanvragen worden ingediend binnen drie maanden na afloop van de periode waarop zij betrekking hebben.
5. De steunaanvragen betreffende het in artikel 6, lid 2, bedoelde evaluatieverslag wordt ingediend binnen een maand na de datum waarop het in dat lid bedoelde verslag is ingediend.
6. Als de in de leden 4 en 5 bedoelde termijn met minder dan 60 dagen wordt overschreden, wordt de steun betaald, maar gekort met:
|
a) |
5 % indien de termijn met 1 tot 30 dagen wordt overschreden; |
|
b) |
10 % indien de termijn met 31 tot 60 dagen wordt overschreden. |
Wordt de termijn met meer dan 60 dagen overschreden, dan wordt de steun per extra dag nog eens met 1 % verlaagd, berekend over het saldo.
7. De in de steunaanvragen gevraagde bedragen worden gestaafd met bewijsstukken waarop de prijs van de geleverde producten, materialen of diensten is vermeld, en met een ontvangst- of betalingsbewijs of een gelijkwaardig document. De lidstaten geven een nadere omschrijving van de documenten die ter staving van de steunaanvragen moeten worden ingediend.
Als de steunaanvragen betrekking hebben op monitoring, evaluatie, publiciteit of begeleidende maatregelen, bevatten de bewijsstukken ook de financiële opsplitsing per activiteit en nadere gegevens over de daarmee gemoeide kosten.
Artikel 5
Betaling van de steun
1. De steun voor de verstrekking en distributie van producten wordt slechts betaald:
|
a) |
tegen overlegging van een ontvangstbewijs voor de werkelijk verstrekte en gedistribueerde hoeveelheden; of |
|
b) |
op basis van een verslag over een door de bevoegde autoriteit vóór de definitieve betaling van de steun verrichte inspectie, waaruit blijkt dat aan de betalingsvoorwaarden is voldaan; of |
|
c) |
als de lidstaat dit toestaat, tegen overlegging van een alternatief bewijsstuk waaruit blijkt dat de voor de toepassing van de regeling verstrekte en gedistribueerde hoeveelheden zijn betaald. |
2. De steun voor monitoring, evaluatie, publiciteit en begeleidende maatregelen wordt slechts betaald nadat het betrokken materiaal of de betrokken diensten zijn verstrekt en na overlegging van de desbetreffende bewijsstukken, zoals vereist door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.
3. De bevoegde autoriteit betaalt de steun binnen drie maanden na de datum van indiening van de steunaanvraag.
Artikel 6
Monitoring en evaluatie
1. Bij de in artikel 8, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde monitoring wordt uitgegaan van de gegevens die voortvloeien uit de beheers- en controleverplichtingen, met inbegrip van die welke in de artikelen 4 en 5 van de onderhavige verordening zijn vastgesteld.
De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 30 november volgend op het einde van het betrokken schooljaar in kennis van de resultaten van de monitoring.
2. De lidstaten dienen bij de Commissie een evaluatieverslag in met de resultaten van de in artikel 8, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde evaluatie betreffende de voorafgaande uitvoeringsperiode van vijf schooljaren, en wel uiterlijk op 1 maart van het jaar dat volgt op het einde van die periode.
Het eerste evaluatieverslag wordt uiterlijk op 1 maart 2017 ingediend.
3. De Commissie publiceert de resultaten van de door de lidstaten verrichte monitoring en de evaluatieverslagen.
Artikel 7
Administratieve controles
1. De lidstaten treffen alle nodige maatregelen om aan deze verordening te voldoen. Deze maatregelen bestaan onder meer uit een administratieve controle van alle steunaanvragen.
2. De administratieve controles die met betrekking tot de steun voor de verstrekking en distributie van producten worden verricht, omvatten de beoordeling van de door de lidstaten omschreven bewijsstukken inzake de verstrekking en distributie van de producten.
De administratieve controles die met betrekking tot de steun voor monitoring, evaluatie, publiciteit en begeleidende maatregelen worden verricht, omvatten de controle van de verstrekking van het materiaal of de diensten en van de waarachtigheid van de uitgaven waarvoor steun wordt gevraagd.
3. Als het gaat om steun voor de verstrekking en distributie van producten en voor begeleidende maatregelen, worden de administratieve controles aangevuld met controles ter plaatse overeenkomstig artikel 8.
Artikel 8
Controles ter plaatse
1. In het geval van steun voor de verstrekking en distributie van producten worden controles ter plaatse verricht die met name een verificatie omvatten van:
|
a) |
de in artikel 6, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde boekhouding, waaronder de financiële bescheiden, zoals aankoop- en verkoopfacturen, leveringsnota's en bankafschriften; |
|
b) |
het gebruik van de producten overeenkomstig de onderhavige verordening. |
2. De controles ter plaatse worden verricht voor elk schooljaar. Zij hebben betrekking op de activiteiten van de voorgaande twaalf maanden.
De controles ter plaatse kunnen plaatsvinden tijdens de uitvoering van de begeleidende maatregelen.
3. Het totale aantal controles ter plaatse heeft betrekking op ten minste 5 % van de op nationaal niveau verdeelde steun en op ten minste 5 % van alle steunaanvragers die producten verstrekken en distribueren en begeleidende maatregelen uitvoeren.
In lidstaten met minder dan honderd steunaanvragers worden controles ter plaatse verricht in de lokalen van minstens vijf aanvragers.
In lidstaten met minder dan vijf steunaanvragers worden controles ter plaatse verricht in de lokalen van alle aanvragers.
Wanneer een andere aanvrager dan een onderwijsinstelling steun voor de verstrekking en distributie van producten aanvraagt, wordt de in de lokalen van die aanvrager verrichte controle ter plaatse aangevuld met controles ter plaatse in de lokalen van minstens twee onderwijsinstellingen of van minstens 1 % van de onderwijsinstellingen waarvoor de aanvrager boekhouding voert overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247, indien dit laatste een groter aantal oplevert.
Wanneer de aanvrager steun voor begeleidende maatregelen aanvraagt, mogen de controles ter plaatse in de lokalen van de aanvrager, op basis van een risicoanalyse worden vervangen door controles ter plaatse op de plaatsen waar de begeleidende maatregelen worden uitgevoerd. De lidstaten stellen het niveau van deze controles ter plaatse vast op basis van een risicoanalyse.
4. De bevoegde autoriteit selecteert op basis van een risicoanalyse de ter plaatse te controleren steunaanvragers.
Daarbij houdt de bevoegde autoriteit met name terdege rekening met:
|
a) |
de verschillende geografische gebieden; |
|
b) |
het zich herhaaldelijk voordoen van fouten en de bevindingen van in de vorige jaren verrichte controles; |
|
c) |
het betrokken steunbedrag; |
|
d) |
het soort aanvragers; |
|
e) |
indien van toepassing, het soort begeleidende maatregel. |
5. Een aankondiging vooraf waarbij de aankondigingstermijn strikt beperkt blijft tot de noodzakelijke minimumduur, mag worden gedaan mits dit het doel van de controles niet schaadt.
6. De bevoegde controleautoriteit stelt over elke controle ter plaatse een controleverslag op. In het verslag worden de verschillende gecontroleerde punten nauwkeurig beschreven.
Het controleverslag bestaat uit de volgende delen:
|
a) |
een algemeen deel met de volgende informatie, indien van toepassing:
|
|
b) |
een deel waarin de verrichte controles afzonderlijk worden beschreven, en dat met name de volgende informatie bevat:
|
7. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 30 november volgend op het einde van het schooljaar in kennis van de verrichte controles ter plaatse en van de bevindingen daarvan.
Artikel 9
Terugvordering van onverschuldigde betalingen
Voor de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen is artikel 7 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
Acties om bekendheid te geven aan de financiële bijdrage van de Unie aan de regeling
1. Lidstaten die besluiten geen gebruik te maken van de in artikel 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde poster, lichten in hun strategie duidelijk toe hoe zij het publiek over de financiële bijdrage van de Unie aan hun schoolregeling zullen informeren.
2. Bij de in artikel 4, lid 1, onder b), ii), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde communicatiemiddelen en publiciteitsacties wordt voor zover mogelijk de Europese vlag weergegeven en worden de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten van de Unie of het acroniem daarvan en de financiële steun van de Unie vermeld.
3. Bij de instrumenten en onderwijsmaterialen die worden gebruikt in het kader van de in artikel 4, lid 1, onder b), iii), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 bedoelde begeleidende maatregelen wordt voor zover mogelijk de Europese vlag weergegeven en worden de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten van de Unie of het acroniem daarvan en de financiële steun van de Unie vermeld.
4. De verwijzingen naar de financiële bijdrage van de Unie zijn minstens even duidelijk zichtbaar als de verwijzingen naar bijdragen van andere particuliere of openbare instanties die de schoolregeling van een lidstaat steunen.
5. De lidstaten kunnen blijven gebruikmaken van de bestaande voorraden posters en andere publiciteitsinstrumenten die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 288/2009 vóór 26 februari 2016 zijn geprint.
Artikel 11
Kennisgevingen
De kennisgevingen van de lidstaten aan de Commissie waarin deze verordening voorziet, worden gedaan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 792/2009 van de Commissie (8).
Artikel 12
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing op steun voor het schooljaar 2016/2017 en de daaropvolgende schooljaren.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 december 2015.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.
(3) PB L 346 van 20.12.2013, blz. 12.
(4) Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).
(5) Verordening (EG) nr. 288/2009 van de Commissie van 7 april 2009 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de toekenning, in het kader van een schoolfruitregeling, van communautaire steun voor de verstrekking van groente- en fruitproducten, verwerkte groente- en fruitproducten en banaanproducten aan kinderen in onderwijsinstellingen (PB L 94 van 8.4.2009, blz. 38).
(6) Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten (zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PB L 227 van 31.7.2014, blz. 69).
(8) Verordening (EG) nr. 792/2009 van de Commissie van 31 augustus 2009 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de kennisgeving door de lidstaten aan de Commissie van de informatie en de documenten ter uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening, de regeling voor rechtstreekse betalingen, de afzetbevordering voor landbouwproducten en de regelingen voor de ultraperifere gebieden en de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee (PB L 228 van 1.9.2009, blz. 3).
BIJLAGE
Indicatieve toewijzing van de Uniesteun per lidstaat
|
Lidstaat |
Medefinanciering (in %) |
Kinderen (6-10) absolute cijfers |
EUR |
|
Oostenrijk |
75 |
406 322 |
2 239 273 |
|
België |
75 |
611 450 |
3 369 750 |
|
Bulgarije |
90 |
316 744 |
2 094 722 |
|
Kroatië |
90 |
205 774 |
1 360 845 |
|
Cyprus |
75 |
44 823 |
290 000 |
|
Tsjechië |
88 |
480 495 |
3 124 660 |
|
Denemarken |
75 |
328 182 |
1 808 638 |
|
Estland |
90 |
66 436 |
439 361 |
|
Finland |
75 |
290 308 |
1 599 911 |
|
Frankrijk |
76 |
4 051 279 |
22 500 145 |
|
Duitsland |
75 |
3 575 991 |
19 707 575 |
|
Griekenland |
81 |
529 648 |
3 143 600 |
|
Hongarije |
86 |
482 160 |
3 031 022 |
|
Ierland |
75 |
319 126 |
1 758 729 |
|
Italië |
80 |
2 853 098 |
16 719 794 |
|
Letland |
90 |
95 861 |
633 957 |
|
Litouwen |
90 |
136 285 |
901 293 |
|
Luxemburg |
75 |
29 473 |
290 000 |
|
Malta |
75 |
19 511 |
290 000 |
|
Nederland |
75 |
986 118 |
5 434 576 |
|
Polen |
88 |
1 802 733 |
11 645 350 |
|
Portugal |
85 |
527 379 |
3 284 967 |
|
Roemenië |
89 |
1 054 185 |
6 869 985 |
|
Slowakije |
89 |
262 703 |
1 709 502 |
|
Slovenië |
83 |
91 095 |
554 291 |
|
Spanje |
75 |
2 337 457 |
12 939 604 |
|
Zweden |
75 |
518 322 |
2 856 514 |
|
Verenigd Koninkrijk |
76 |
3 494 635 |
19 401 935 |
|
EU 28 |
79 |
25 917 593 |
150 000 000 |
|
23.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 46/16 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/249 VAN DE COMMISSIE
van 10 februari 2016
tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier van een benaming die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Jambon de l'Ardèche (BGA))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 53, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft de Commissie zich gebogen over de door Frankrijk ingediende aanvraag tot goedkeuring van een wijziging van het productdossier van de beschermde geografische aanduiding „Jambon de l'Ardèche”, die bij Verordening (EU) nr. 1023/2010 van de Commissie is geregistreerd (2). |
|
(2) |
Aangezien de betrokken wijziging niet minimaal is in de zin van artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, heeft de Commissie de wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van die verordening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (3). |
|
(3) |
Aangezien de Commissie geen enkel bezwaar overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft ontvangen, moet de wijziging van het productdossier worden goedgekeurd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte wijziging van het productdossier voor de benaming „Jambon de l'Ardèche” (BGA) wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 februari 2016.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1023/2010 van de Commissie van 12 november 2010 houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Jambon de l'Ardèche (BGA)) (PB L 296 van 13.11.2010, blz. 5).
|
23.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 46/17 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/250 VAN DE COMMISSIE
van 22 februari 2016
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 februari 2016.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
IL |
236,2 |
|
MA |
92,5 |
|
|
SN |
172,2 |
|
|
TN |
107,9 |
|
|
TR |
111,5 |
|
|
ZZ |
144,1 |
|
|
0707 00 05 |
MA |
84,0 |
|
TR |
184,9 |
|
|
ZZ |
134,5 |
|
|
0709 91 00 |
TN |
173,6 |
|
ZZ |
173,6 |
|
|
0709 93 10 |
MA |
45,6 |
|
TR |
162,7 |
|
|
ZZ |
104,2 |
|
|
0805 10 20 |
CL |
98,4 |
|
EG |
46,8 |
|
|
IL |
78,1 |
|
|
MA |
59,5 |
|
|
TN |
50,6 |
|
|
TR |
62,1 |
|
|
ZZ |
65,9 |
|
|
0805 20 10 |
IL |
118,2 |
|
MA |
84,8 |
|
|
TR |
93,7 |
|
|
ZZ |
98,9 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
EG |
68,8 |
|
IL |
140,5 |
|
|
JM |
160,3 |
|
|
MA |
118,9 |
|
|
TR |
54,9 |
|
|
ZZ |
108,7 |
|
|
0805 50 10 |
EG |
97,1 |
|
IL |
96,1 |
|
|
MA |
83,5 |
|
|
TR |
93,3 |
|
|
ZZ |
92,5 |
|
|
0808 10 80 |
CL |
92,5 |
|
US |
108,3 |
|
|
ZZ |
100,4 |
|
|
0808 30 90 |
CL |
173,8 |
|
CN |
89,7 |
|
|
TR |
156,1 |
|
|
ZA |
95,2 |
|
|
ZZ |
128,7 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.