|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 28 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
59e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN |
|
|
|
* |
||
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
Verordening (EU) 2016/143 van de Commissie van 18 januari 2016 tot wijziging van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft COS-OGA, cerevisaan, calciumhydroxide, lecithinen, Salix spp cortex, azijn, fructose, pepinomozaïekvirus stam CH2 isolaat 1906, Verticillium albo-atrum isolaat WCS850 en Bacillus amyloliquefaciens subsp. plantarum stam D747 ( 1 ) |
|
|
|
|
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN
|
4.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 28/1 |
Informatie over de inwerkingtreding van de Regeling tussen de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van het Vorstendom Liechtenstein aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken
De Regeling tussen de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van het Vorstendom Liechtenstein aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken trad op 1 januari 2016 in werking, aangezien de in artikel 13, lid 2, van de regeling bedoelde procedure op 22 december 2015 was voltooid.
VERORDENINGEN
|
4.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 28/2 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2016/141 VAN DE COMMISSIE
van 30 november 2015
tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 wat betreft sommige bepalingen inzake de betaling voor jonge landbouwers en inzake vrijwillige gekoppelde steun, en tot afwijking van artikel 53, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (1), en met name artikel 50, lid 11, artikel 52, lid 9, en artikel 67, leden 1 en 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 50, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 moeten de lidstaten een jaarlijkse betaling toekennen aan jonge landbouwers die recht hebben op een betaling in het kader van de basisbetalingsregeling of de regeling inzake een enkele areaalbetaling. |
|
(2) |
In artikel 49, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 van de Commissie (2) is bepaald onder welke voorwaarden aan een rechtspersoon een betaling voor jonge landbouwers kan worden toegekend. In de eerste alinea, onder b), van dat lid is met name bepaald dat een jonge landbouwer hetzij alleen, hetzij gezamenlijk met andere landbouwers een daadwerkelijke, langdurige zeggenschap over de rechtspersoon moet hebben wat betreft de beslissingen die op het gebied van het beheer, de voordelen en de financiële risico's worden genomen. |
|
(3) |
Het moet de lidstaten worden toegestaan om te beslissen of die daadwerkelijke, langdurige zeggenschap gezamenlijk door jonge landbouwers en andere landbouwers mag worden uitgeoefend, of uitsluitend in handen moet zijn van jonge landbouwers. Met het oog op de doeltreffendheid en de draagwijdte van de regeling voor jonge landbouwers, zijn de lidstaten beter in staat om, rekening houdend met nationale omstandigheden en de mate waarin de administratieve lasten in verband met controles kunnen worden verlicht, te beslissen of zij de betaling voor jonge landbouwers toekennen aan rechtspersonen waarover gezamenlijke zeggenschap wordt uitgeoefend door jonge landbouwers en andere landbouwers die niet als jonge landbouwer kunnen worden aangemerkt. Aldus kunnen de lidstaten ook hun bepalingen inzake de toegang tot steun voor jonge landbouwers in het kader van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) beter op elkaar afstemmen. Wegens de structurele aard van de redenen om de lidstaten die beslissingsbevoegdheid te geven, moet worden voorgeschreven dat die beslissingen slechts een keer worden genomen. Die beslissingen moeten ten laatste vóór het begin van de aanvraagperiode in 2017 worden genomen. |
|
(4) |
Gelet op het voorgaande moeten de lidstaten, met inachtneming van de algemene beginselen van het recht van de Unie, beslissen al dan niet de vereiste van uitsluitende zeggenschap door jonge landbouwers op te leggen voor rechtspersonen of groepen van natuurlijke personen die in het verleden al betalingen voor jonge landbouwers hebben ontvangen terwijl de zeggenschap gezamenlijk werd uitgeoefend met landbouwers die geen jonge landbouwer zijn. |
|
(5) |
Voorts is het passend te verduidelijken dat de jonge landbouwer die daadwerkelijke, langdurige zeggenschap moet uitoefenen tijdens elk jaar waarvoor de rechtspersoon een aanvraag voor de betaling in het kader van de regeling voor jonge landbouwers indient. |
|
(6) |
Overeenkomstig hoofdstuk 1 van titel IV van Verordening (EU) nr. 1307/2013 kunnen de lidstaten onder de in dat hoofdstuk vastgestelde voorwaarden gekoppelde steun aan landbouwers verlenen. Dat hoofdstuk wordt aangevuld door hoofdstuk 5 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014. |
|
(7) |
Artikel 53, lid 2, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 bevat voorschriften in verband met het bedrag per eenheid voor gekoppelde steun. Om de gekoppelde steun beter te richten en bijgevolg efficiënter te gebruiken, moet worden toegestaan dat rekening wordt gehouden met schaalvoordelen en dat dienovereenkomstig binnen een enkele maatregel gedifferentieerde steunbedragen per eenheid worden vastgesteld. |
|
(8) |
In het licht van de invoering van gedifferentieerde steunbedragen per eenheid binnen een enkele maatregel is een wijziging nodig van de eisen met betrekking tot de informatie die overeenkomstig bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 door de lidstaten moet worden gemeld. |
|
(9) |
Overeenkomstig artikel 52, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 mag gekoppelde steun alleen worden verleend voor zover dat noodzakelijk is als stimulans om de huidige productie in de betrokken sectoren of regio's op peil te houden. In het licht van deze eis is in bijlage I, punt 3, onder i), van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 bepaald dat de lidstaten het voor de financiering van elke maatregel voor vrijwillige gekoppelde steun vastgestelde bedrag moeten melden. Met het oog op een efficiënt gebruik van de financiële middelen die beschikbaar zijn voor gekoppelde steun, is het echter gepast om te voorzien in een meer flexibel gebruik van die bedragen per maatregel door toe te staan dat middelen van de ene naar de andere maatregel worden overgedragen. |
|
(10) |
Die flexibiliteit mag echter niets afdoen aan de vereiste dat de steun moet voldoen aan de voorschriften van Verordening (EU) nr. 1307/2013, met inbegrip van de voorschriften om te worden beschouwd als steun die valt onder de „blauwe doos” van de Landbouwovereenkomst die tijdens de Uruguayronde van multilaterale handelsbesprekingen is gesloten. De overdracht van middelen tussen maatregelen mag met name geen stimulans vormen om meer te produceren dan de huidige productieniveaus. Bovendien mogen dergelijke overdrachten niet als gevolg hebben dat de steunmaatregelen die bij de Commissie overeenkomstig artikel 54 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en artikel 67 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 zijn gemeld, inhoudsloos worden. |
|
(11) |
Met het oog op de correcte toepassing van de voorschriften inzake vrijwillige gekoppelde steun, moeten de lidstaten hun besluiten om middelen over te dragen tussen maatregelen voor vrijwillige gekoppelde steun, aan de Commissie melden. In die melding moet eveneens worden gemotiveerd dat de overdracht geen stimulans vormt voor een productietoename in de zin van artikel 52, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en dat de overdracht niet als gevolg heeft dat de besluiten die bij de Commissie overeenkomstig artikel 54 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en artikel 67, leden 1 en 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 zijn gemeld, inhoudsloos worden. |
|
(12) |
Artikel 54 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 heeft als doel de cumulatie van steun in het kader van verschillende gekoppelde steunmaatregelen met hetzelfde doel te voorkomen. Ter wille van de duidelijkheid moet worden gespecificeerd dat er geen sprake is van een dergelijke cumulatie van steun wanneer eenzelfde landbouwer steun ontvangt in het kader van verschillende gekoppelde steunmaatregelen in dezelfde sector of regio, indien die maatregelen gericht zijn op verschillende soorten landbouw of verschillende specifieke landbouwsectoren binnen die sector of regio. |
|
(13) |
Op grond van artikel 52, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 moeten de lidstaten de in artikel 52, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde regio's vaststellen op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria. Het is dienstig de overeenkomstige meldingseisen op te nemen in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014. |
|
(14) |
Gelet op de ervaring die is opgedaan met de meldingen van augustus 2014, moeten de meldingen van de lidstaten worden vereenvoudigd door de in bijlage I, punt 3, onder d), bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 opgenomen verplichting om de criteria voor de vaststelling van de beoogde sectoren en producties mee te delen, te schrappen. |
|
(15) |
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(16) |
Overeenkomstig artikel 53, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 kunnen de lidstaten uiterlijk op 1 augustus 2016 hun besluiten inzake vrijwillige gekoppelde steun herzien. Met de invoering van de mogelijkheid om binnen een enkele maatregel gedifferentieerde steunbedragen per eenheid vast te leggen, is het aangewezen om van die bepaling af te wijken, zodat het mogelijk is om onder bepaalde voorwaarden de uiterlijk op 1 augustus 2014 gemelde besluiten met betrekking tot die maatregelen, met ingang van 2016 dienovereenkomstig te herzien. |
|
(17) |
Aangezien het in deze verordening gaat om steunaanvragen met betrekking tot het kalenderjaar 2016 en de daaropvolgende jaren, is het passend dat zij van toepassing is met ingang van 1 januari 2016, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Aan artikel 53, lid 2, wordt de volgende derde alinea toegevoegd: „Onverminderd artikel 52, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 kunnen de lidstaten besluiten voor de in de tweede alinea van dit lid bedoelde steunbedragen per eenheid gebruik te maken van gedifferentieerde bedragen per eenheid voor bepaalde categorieën van landbouwers of op het niveau van de landbouwbedrijven, teneinde rekening te houden met schaalvoordelen als gevolg van de omvang van de productiestructuren in de beoogde specifieke soort landbouw of specifieke landbouwsector of, indien de maatregel gericht is op een regio of een hele sector, in de betrokken regio of sector. Artikel 67, lid 1, van deze verordening is van overeenkomstige toepassing op de melding van die besluiten.”. |
|
3) |
Het volgende artikel 53 bis wordt ingevoegd: „Artikel 53 bis Overdracht van middelen tussen maatregelen 1. Onverminderd de voorschriften van titel IV, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 kunnen de lidstaten besluiten de overeenkomstig bijlage I, punt 3, onder i), bij deze verordening gemelde bedragen te gebruiken voor de financiering van een of meer andere steunmaatregelen in het kader van titel IV, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 in hetzelfde aanvraagjaar. Een overdracht van middelen tussen steunmaatregelen mag niet als gevolg hebben dat een steunmaatregel die overeenkomstig artikel 54 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en artikel 67, leden 1 en 2, van de onderhavige verordening bij de Commissie is gemeld, inhoudsloos wordt. 2. Indien het areaal of het aantal dieren dat subsidiabel is in het kader van een maatregel voor vrijwillige gekoppelde steun, in het betrokken aanvraagjaar op of boven de overeenkomstig bijlage I, punt 3, onder j), bij deze verordening gemelde kwantitatieve grens ligt, komt die steunmaatregel niet in aanmerking voor een overdracht uit andere steunmaatregelen. 3. Indien het areaal of het aantal dieren dat subsidiabel is in het kader van een maatregel voor vrijwillige gekoppelde steun, in het betrokken aanvraagjaar onder de overeenkomstig bijlage I, punt 3, onder j), bij deze verordening gemelde kwantitatieve grens ligt, mag een overdracht van middelen niet tot gevolg hebben dat het bedrag per eenheid lager ligt dan de verhouding tussen het overeenkomstig punt 3), onder i), van die bijlage gemelde, voor de financiering vastgestelde bedrag en de kwantitatieve grens. 4. Wanneer de lidstaten gekoppelde steun voor eiwithoudende gewassen verlenen en gebruikmaken van de bij artikel 53, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 geboden mogelijkheid, mag een overdracht van middelen niet tot gevolg hebben dat de voor eiwithoudende gewassen beschikbare steun minder bedraagt dan 2 % van het in bijlage II bij die verordening vermelde jaarlijkse nationale maximum. 5. Een besluit tot overdracht van middelen tussen steunmaatregelen wordt genomen vóór de datum van de eerste betaling of voorschotbetaling aan de landbouwers in het kader van de vrijwillige gekoppelde steun. Met betrekking tot overdrachten van en naar maatregelen waarvoor nog geen betaling is verricht, kan dat besluit echter na die datum worden genomen, maar niet na:
6. De bevoegde autoriteit van een lidstaat die voornemens is een besluit tot overdracht van middelen tussen steunmaatregelen te nemen, informeert de landbouwers vóór de startdatum van de aanvraagperiode over een mogelijke overdracht.”. |
|
4) |
In artikel 54 wordt lid 3 vervangen door: „3. Wanneer krachtens een bepaalde gekoppelde steunmaatregel verleende steun ook kan worden verleend krachtens een andere gekoppelde steunmaatregel of krachtens een in het kader van andere maatregelen en beleidslijnen van de Unie uitgevoerde maatregel, zorgen de lidstaten ervoor dat de betrokken landbouwer per overeenkomstig artikel 52, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 beoogde sector, regio, specifieke soort landbouw of specifieke landbouwsector, slechts krachtens een van deze maatregelen steun kan ontvangen voor de in artikel 52, lid 5, van die verordening bedoelde doelstelling.”. |
|
5) |
In artikel 66 wordt het volgende lid 4 toegevoegd: „4. Elk besluit dat is genomen op grond van artikel 49, lid 1 bis, wordt uiterlijk 15 dagen na de datum waarop het besluit is genomen, door de lidstaten aan de Commissie gemeld.”. |
|
6) |
In artikel 67 wordt het volgende lid 3 toegevoegd: „3. Uiterlijk op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de eerste betaling of voorschotbetaling in het kader van de vrijwillige gekoppelde steun aan de landbouwers is verricht, melden de lidstaten de Commissie elk op grond van artikel 53 bis, lid 1, genomen besluit. Als die betaling echter is verricht in de periode van 16 tot en met 31 oktober, vindt die melding uiterlijk op 1 december plaats. De melding bevat:
|
|
7) |
Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. |
Artikel 2
Afwijking van artikel 53, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013
1. In afwijking van artikel 53, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 kunnen de lidstaten besluiten de voorwaarden voor steunverlening met ingang van 2016 te wijzigen wanneer die voorwaarden onderhevig zijn aan de toepassing van artikel 53, lid 2, derde alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014, als gewijzigd bij deze verordening, ongeacht of de maatregel waarbinnen gedifferentieerde bedragen per eenheid worden toegepast voortvloeit uit een enkele maatregel of uit de samenvoeging van verschillende maatregelen. Onverminderd artikel 53 bis van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 mogen de beoogde populaties en met name het voor de financiering van die populaties vastgestelde bedrag niet worden gewijzigd. Die besluiten worden genomen vóór de startdatum van de aanvraagperiode in 2016.
De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk één maand na de datum van de bekendmaking van deze verordening op de hoogte van die besluiten om de voorwaarden voor steunverlening te wijzigen.
2. De lidstaten brengen de landbouwers vóór de startdatum van de aanvraagperiode op de hoogte van alle besluiten krachtens lid 1.
Artikel 3
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2016.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 november 2015.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608.
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 van 11 maart 2014 van de Commissie tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot wijziging van bijlage X bij die Verordening (PB L 181 van 20.6.2014, blz. 1).
(3) Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487).
BIJLAGE
In bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 wordt punt 3 als volgt gewijzigd:
|
1) |
Punt b) wordt vervangen door:
|
|
2) |
Punt d) wordt geschrapt. |
|
3) |
Het volgende punt g bis) wordt ingevoegd:
|
|
4) |
Punt h) wordt vervangen door:
|
|
4.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 28/8 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2016/142 VAN DE COMMISSIE
van 2 december 2015
tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad en van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (1), en met name artikel 58, lid 7,
Gezien Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (2), en met name artikel 7, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 moet de geraamde opbrengst uit de in artikel 11 van die verordening bedoelde verlaging van betalingen beschikbaar worden gesteld als Uniebijstand voor plattelandsontwikkelingsmaatregelen. Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 en bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 zijn bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1378/2014 van de Commissie (3) gewijzigd op basis van de informatie die de lidstaten op grond van artikel 11, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 hadden verstrekt over de geraamde opbrengst uit de verlagingen. |
|
(2) |
In het Verenigd Koninkrijk is de wetgeving tot uitvoering van de voorschriften van de Unie inzake rechtstreekse betalingen in Wales door de nationale rechterlijke instanties nietig verklaard. Dientengevolge heeft het Verenigd Koninkrijk nieuwe besluiten genomen voor de implementatie van rechtstreekse betalingen in Wales en de Commissie daarvan in kennis gesteld. Hoewel het aan het Verenigd Koninkrijk is om ervoor zorgen dat die nieuwe besluiten voldoen aan het toepasselijke juridische kader en de algemene beginselen van het recht van de Unie, is het dienstig met die nieuwe besluiten rekening te houden. Meer in het bijzonder moeten op grond van het feit dat die nieuwe besluiten van invloed zijn op de in artikel 11, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde geraamde opbrengst uit de verlaging van betalingen, bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 en bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(3) |
De Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(4) |
Aangezien de wijzigingen die met de onderhavige verordening worden doorgevoerd, gevolgen hebben voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 voor het jaar 2015, moet de onderhavige verordening met ingang van 1 januari 2015 van toepassing zijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Verordening (EU) nr. 1305/2013
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Wijziging van Verordening (EU) nr. 1307/2013
Bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij de onderhavige verordening.
Artikel 3
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2015.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 2 december 2015.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608.
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1378/2014 van de Commissie van 17 oktober 2014 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad en van de bijlagen II en III bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 367 van 23.12.2014, blz. 16).
BIJLAGE I
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De gegevens onder „Verenigd Koninkrijk” worden vervangen door:
|
|
2) |
De gegevens onder „Totaal EU-28” worden vervangen door:
|
|
3) |
De gegevens onder „Totaal” worden vervangen door:
|
BIJLAGE II
In bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 worden de gegevens onder „Verenigd Koninkrijk” vervangen door:
|
„Verenigd Koninkrijk |
3 170,7 |
3 177,3 |
3 183,6 |
3 192,2 |
3 201,4 |
3 591,7 ” |
|
4.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 28/12 |
VERORDENING (EU) 2016/143 VAN DE COMMISSIE
van 18 januari 2016
tot wijziging van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft COS-OGA, cerevisaan, calciumhydroxide, lecithinen, Salix spp cortex, azijn, fructose, pepinomozaïekvirus stam CH2 isolaat 1906, Verticillium albo-atrum isolaat WCS850 en Bacillus amyloliquefaciens subsp. plantarum stam D747
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 5, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Voor COS-OGA, cerevisaan, calciumhydroxide, lecithinen, Salix spp. cortex, azijn, fructose, pepinomozaïekvirus stam CH2 isolaat 1906, Verticillium albo-atrum isolaat WCS850 en Bacillus amyloliquefaciens subsp. plantarum stam D747 zijn geen specifieke MRL's vastgesteld. Aangezien deze stoffen niet zijn opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005, is de in artikel 18, lid 1, onder b), van die verordening opgenomen standaardwaarde van 0,01 mg/kg van toepassing. |
|
(2) |
Voor COS-OGA heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) geconcludeerd (2) dat die stof moet worden opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(3) |
Voor cerevisaan heeft de EFSA geconcludeerd (3) dat die stof moet worden opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(4) |
Voor pepinomozaïekvirus stam CH2 isolaat 1906 heeft de EFSA geconcludeerd (4) dat die stof moet worden opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(5) |
Calciumhydroxide is overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad (5) goedgekeurd als basisstof. Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2015/762 van de Commissie (6) is de Commissie van oordeel dat deze stof moet worden opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(6) |
De basisstof lecithinen is overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurd. Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1116 van de Commissie (7) is de Commissie van oordeel dat deze stof moet worden opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(7) |
Salix spp cortex is overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurd als basisstof. Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1107 van de Commissie (8) is de Commissie van oordeel dat deze stof moet worden opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(8) |
Azijn is overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurd als basisstof. Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1108 van de Commissie (9) is de Commissie van oordeel dat deze stof moet worden opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(9) |
Fructose is overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurd als basisstof. Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1392 van de Commissie (10) is de Commissie van oordeel dat deze stof moet worden opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(10) |
Verticillium albo-atrum isolaat WCS850 is bij Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie (11) in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad opgenomen en wordt geacht krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 te zijn goedgekeurd. De natuurlijke blootstelling aan Verticillium albo-atrum isolaat WCS850 is veel groter dan de blootstelling die gepaard gaat met het gebruik van die stof als gewasbeschermingsmiddel. De EFSA heeft geconcludeerd (12) dat Verticillium albo-atrum isolaat WCS850 voor zover bekend niet pathogeen is voor de mens en dat het tijdens het productieproces geen aanzienlijke hoeveelheden toxinen of secundaire metabolieten vormt. Daarom moet deze stof worden opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(11) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1316/2014 van de Commissie (13) is de werkzame stof Bacillus amyloliquefaciens subsp. plantarum stam D747 goedgekeurd. De EFSA heeft geconcludeerd (14) dat voor de beoordeling van het risico voor de consument via de voeding bepaalde informatie ontbrak en verder onderzoek door risicomanagers nodig was. In het evaluatieverslag voor die stof (15) wordt aangegeven dat deze niet pathogeen is voor de mens en naar verwachting geen toxinen produceert die van invloed zijn op de gezondheid van de mens. Daarom moet deze stof worden opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(12) |
Verordening (EG) nr. 396/2005 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(13) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden de volgende vermeldingen in alfabetische volgorde ingevoegd: „COS-OGA”, „cerevisaan”, „calciumhydroxide”, „lecithinen”, „Salix spp. cortex”, „azijn”, „fructose”, „pepinomozaïekvirus stam CH2 isolaat 1906”, „Verticillium albo-atrum isolaat WCS850” en „Bacillus amyloliquefaciens subsp. plantarum stam D747”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 18 januari 2016.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1.
(2) Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, 2014, Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance COS-OGA. EFSA Journal 2014;12(10):3868, 39 blz.
(3) Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, 2014, Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance cerevisane (cell walls of Saccharomyces cerevisiae strain LAS117). EFSA Journal 2014;12(6):3583, 39 blz.
(4) Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, 2015, Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance Pepino mosaic virus strain CH2 isolate 1906. EFSA Journal 2015;13(1):3977, 25 blz.
(5) Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/762 van de Commissie van 12 mei 2015 tot goedkeuring van de basisstof calciumhydroxide overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (PB L 120 van 13.5.2015, blz. 6).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1116 van de Commissie van 9 juli 2015 tot goedkeuring van de basisstof lecithinen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (PB L 182 van 10.7.2015, blz. 26).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1107 van de Commissie van 8 juli 2015 tot goedkeuring van de basisstof Salix spp. cortex overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (PB L 181 van 9.7.2015, blz. 72).
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1108 van de Commissie van 8 juli 2015 tot goedkeuring van de basisstof azijn overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (PB L 181 van 9.7.2015, blz. 75).
(10) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1392 van de Commissie van 13 augustus 2015 tot goedkeuring van de basisstof fructose overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (PB L 215 van 14.8.2015, blz. 34).
(11) Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie van 8 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde verscheidene micro-organismen op te nemen als werkzame stoffen (PB L 330 van 9.12.2008, blz. 6).
(12) Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, 2015, Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance Verticillium albo-atrum (strain WCS850). EFSA Journal 2013; 11(1):3059, 22 blz.
(13) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1316/2014 van de Commissie van 11 december 2014 tot goedkeuring van de werkzame stof Bacillus amyloliquefaciens subsp. plantarum stam D747, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie en ter verlening van toestemming aan de lidstaten om de geldigheidsduur van voorlopige toelatingen voor de werkzame stof te verlengen (PB L 355 van 12.12.2014, blz. 1).
(14) Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, 2014, Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance Bacillus amyloliquefaciens subsp. plantarum strain D747. EFSA Journal 2014;12(4):3624, 29 blz.
(15) Review report for the active substance Bacillus amyloliquefaciens ssp. plantarum strain D747 [afgerond door het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders op de bijeenkomst van 10 oktober 2014] SANCO/11391/2014 — rev. 1, 10 oktober 2014.
|
4.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 28/15 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/144 VAN DE COMMISSIE
van 3 februari 2016
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 3 februari 2016.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
EG |
162,9 |
|
IL |
236,2 |
|
|
MA |
86,2 |
|
|
TN |
85,0 |
|
|
TR |
94,8 |
|
|
ZZ |
133,0 |
|
|
0707 00 05 |
MA |
85,6 |
|
TR |
166,7 |
|
|
ZZ |
126,2 |
|
|
0709 93 10 |
MA |
46,6 |
|
TR |
143,2 |
|
|
ZZ |
94,9 |
|
|
0805 10 20 |
EG |
49,2 |
|
MA |
60,2 |
|
|
TN |
45,6 |
|
|
TR |
53,9 |
|
|
ZZ |
52,2 |
|
|
0805 20 10 |
IL |
131,8 |
|
MA |
76,3 |
|
|
TR |
102,3 |
|
|
ZZ |
103,5 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
EG |
72,6 |
|
IL |
143,3 |
|
|
MA |
122,8 |
|
|
TR |
71,9 |
|
|
ZZ |
102,7 |
|
|
0805 50 10 |
TR |
99,4 |
|
ZZ |
99,4 |
|
|
0808 10 80 |
CL |
86,9 |
|
US |
161,8 |
|
|
ZZ |
124,4 |
|
|
0808 30 90 |
CL |
224,0 |
|
CN |
69,1 |
|
|
TR |
200,0 |
|
|
ZA |
96,0 |
|
|
ZZ |
147,3 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.
Rectificaties
|
4.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 28/17 |
Rectificatie van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/101 van de Commissie van 26 oktober 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende prudente waardering op grond van artikel 105, lid 14
( Publicatieblad van de Europese Unie L 21 van 28 januari 2016 )
Bladzijde 58, artikel 9, lid 4, onder b) en c):
in plaats van:
|
„b) |
Elk van de in punt a), onder i), bedoelde waarderingsinputs wordt afzonderlijk behandeld. Wanneer een waarderingsinput uit een matrix van parameters bestaat, worden AWA's berekend op basis van de waarderingsblootstellingen met betrekking tot elke parameter binnen die matrix. Wanneer een waarderingsinput niet naar verhandelbare instrumenten verwijst, relateren instellingen de waarderingsinput en de daarmee verband houdende waarderingsblootstelling aan een reeks op de markt verhandelbare instrumenten. instellingen kunnen het aantal parameters van de waarderingsinput voor de berekening van AWA's beperken met behulp van elke geschikte methode, mits met het beperkte aantal parameters aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
|
c) |
Voor de toepassing van dit lid wordt verstaan onder „variantiemaatstaf 1”: winst- en verliesvariantie van de waarderingsblootstelling op basis van de niet-beperkte waarderingsinput, en onder „variantiemaatstaf 2”: winst- en verliesvariantie van de waarderingsblootstelling op basis van de niet-beperkte waarderingsinput minus de waarderingsblootstelling op basis van de beperkte waarderingsinput. Wanneer bij de berekening van AWA's een beperkt aantal parameters wordt gebruikt, wordt de vaststelling dat aan de onder b) vermelde criteria wordt voldaan, afhankelijk gesteld van de beoordeling door een onafhankelijke controlefunctie van de verrekeningsmethode en van een interne validering die ten minste eenmaal per jaar plaatsvinden.” |
lezen:
|
„b) |
Elk van de in punt a), onder i), bedoelde waarderingsinputs wordt afzonderlijk behandeld. Wanneer een waarderingsinput uit een matrix van parameters bestaat, worden AWA's berekend op basis van de waarderingsblootstellingen met betrekking tot elke parameter binnen die matrix. Wanneer een waarderingsinput niet naar verhandelbare instrumenten verwijst, relateren instellingen de waarderingsinput en de daarmee verband houdende waarderingsblootstelling aan een reeks op de markt verhandelbare instrumenten. instellingen kunnen het aantal parameters van de waarderingsinput voor de berekening van AWA's beperken met behulp van elke geschikte methode, mits met het beperkte aantal parameters aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
Voor de toepassing van dit lid wordt verstaan onder „variantiemaatstaf 1”: winst- en verliesvariantie van de waarderingsblootstelling op basis van de niet-beperkte waarderingsinput, en onder „variantiemaatstaf 2”: winst- en verliesvariantie van de waarderingsblootstelling op basis van de niet-beperkte waarderingsinput minus de waarderingsblootstelling op basis van de beperkte waarderingsinput. |
|
c) |
Wanneer bij de berekening van AWA's een beperkt aantal parameters wordt gebruikt, wordt de vaststelling dat aan de onder b) vermelde criteria wordt voldaan, afhankelijk gesteld van de beoordeling door een onafhankelijke controlefunctie van de verrekeningsmethode en van een interne validering die ten minste eenmaal per jaar plaatsvinden.” |
|
4.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 28/18 |
Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1501 van de Commissie van 8 september 2015 betreffende het interoperabiliteitskader bedoeld in artikel 12, lid 8, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt
( Publicatieblad van de Europese Unie L 235 van 9 september 2015 )
Op bladzijde 3, in de tweede zin van artikel 4:
in plaats van:
„De resultaten van het relateren worden aangemeld bij de Commissie met behulp van het aanmeldingsmodel dat is opgenomen in Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1505 van de Commissie (*1).
lezen:
„De resultaten van het relateren worden aangemeld bij de Commissie met behulp van het aanmeldingsmodel dat is opgenomen in Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1984 van de Commissie (*2).
(*1) Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1505 van de Commissie van 8 september 2015 tot vaststelling van de technische specificaties en formaten van vertrouwenslijsten overeenkomstig artikel 22, lid 5, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (zie bladzijde 26 van dit Publicatieblad).”,
(*2) Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1984 van de Commissie van 3 november 2015 tot vaststelling van de omstandigheden, formaten en procedures voor aanmeldingen in het kader van artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (PB L 289 van 5.11.2015, blz. 18).”.