|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 15 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
59e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN
|
22.1.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 15/1 |
Informatie betreffende de inwerkingtreding van het Aanvullend Protocol bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie
Het Aanvullend Protocol bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie (1), dat op 25 maart 2014 is ondertekend, is, overeenkomstig artikel 9, lid 1, daarvan, op 1 januari 2016 in werking getreden.
VERORDENINGEN
|
22.1.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 15/2 |
VERORDENING (EU) 2016/67 VAN DE COMMISSIE
van 19 januari 2016
tot wijziging van de bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumresidugehalten voor ametoctradin, chloorthalonil, difenylamine, flonicamide, fluazinam, fluoxastrobin, halauxifen-methyl, propamocarb, prothioconazool, thiacloprid en trifloxystrobin in of op bepaalde producten
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 14, lid 1, onder a),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Voor chloorthalonil, propamocarb, thiacloprid en trifloxystrobin zijn maximumresidugehalten (MRL's) vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005. Voor ametoctradin, flonicamide, fluazinam, fluoxastrobin en prothioconazool zijn MRL's vastgesteld in deel A van bijlage III bij die verordening. Voor difenylamine zijn MRL's vastgesteld in bijlage V en deel A van bijlage III bij die verordening. Voor halauxifen-methyl zijn geen specifieke MRL's vastgesteld en die stof is evenmin opgenomen in bijlage IV bij die verordening, waardoor de standaardwaarde van 0,01 mg/kg, als bepaald in artikel 18, lid 1, onder b), van die verordening, van toepassing is. |
|
(2) |
In de context van een procedure voor de verlening van een vergunning voor het gebruik op salie en basilicum van een gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof ametoctradin bevat, is overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 een aanvraag tot wijziging van de bestaande MRL's ingediend. |
|
(3) |
Wat flonicamide betreft, is een dergelijke aanvraag ingediend voor pepers (paprika's), spruitjes, erwten (zonder peul), katoenzaad, gerst, haver en rogge. Wat fluazinam betreft, is een dergelijke aanvraag ingediend voor tomaten. Wat fluoxastrobin en prothioconazool betreft, zijn dergelijke aanvragen ingediend voor sjalotten. Wat propamocarb betreft, is een dergelijke aanvraag ingediend voor prei. Wat thiacloprid betreft, is een dergelijke aanvraag ingediend voor aardperen (topinamboers). |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 6, leden 2 en 4, van Verordening (EG) nr. 396/2005 is een aanvraag ingediend voor chloorthalonil op veenbessen. Volgens de aanvrager leidt het toegelaten gebruik van die stof op dat gewas in de Verenigde Staten van Amerika tot residuen die het MRL in Verordening (EG) nr. 396/2005 overschrijden en is een hoger MRL nodig om handelsbarrières voor de invoer van dat gewas te vermijden. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 396/2005 zijn die aanvragen door de betrokken lidstaten geëvalueerd en zijn de evaluatieverslagen bij de Commissie ingediend. |
|
(6) |
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft de aanvragen en de evaluatieverslagen beoordeeld, waarbij zij bijzondere aandacht heeft besteed aan de risico's voor de consument en in voorkomend geval voor dieren, en zij heeft met redenen omklede adviezen over de voorgestelde MRL's uitgebracht (2). Zij heeft die adviezen naar de Commissie en de lidstaten gestuurd en bekendgemaakt. |
|
(7) |
Wat propamocarb betreft, beveelt de EFSA aan een nieuw MRL voor gebruik op prei vast te stellen van 30 mg/kg, een waarde die werd verkregen door de met de MRL-rekenhulp van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) verkregen waarde van 20 mg/kg naar boven af te ronden. Door de voor bladgewassen afgeleide kookfactor van 0,88 op preien toe te passen, zal een dergelijk MRL niet tot een overschrijding van de acute referentiedosis leiden en dus veilig zijn voor de consument. Gelet op de bedenkingen van sommige lidstaten is het echter passender het MRL op de niet-afgeronde waarde van 20 mg/kg vast te stellen. Die waarde dekt het beoogde gebruik op preien in voldoende mate. |
|
(8) |
Wat alle andere aanvragen betreft, heeft de EFSA geconcludeerd dat aan alle eisen met betrekking tot de gegevens was voldaan en dat de door de aanvragers gevraagde wijzigingen van de MRL's op grond van een consumentenblootstellingsbeoordeling voor 27 specifieke Europese consumentengroepen uit het oogpunt van de consumentenveiligheid aanvaardbaar waren. De EFSA heeft rekening gehouden met de recentste informatie over de toxicologische eigenschappen van de stoffen. Zij heeft ook geconcludeerd dat noch uit de gegevens over de levenslange blootstelling aan deze stoffen via de consumptie van alle levensmiddelen die deze stoffen kunnen bevatten, noch uit de gegevens over de blootstelling op korte termijn door hoge consumptie van de desbetreffende gewassen en producten is gebleken dat er een risico bestaat dat de aanvaardbare dagelijkse inname of de acute referentiedosis wordt overschreden. |
|
(9) |
Wat difenylamine betreft, zijn bij Verordening (EU) nr. 772/2013 van de Commissie (3) tijdelijke MRL's vastgesteld voor appelen en peren. Uit monitoringgegevens blijkt dat er nog steeds een onvermijdelijke kruisbesmetting voorkomt die onbehandelde appelen en peren beïnvloedt. Om exploitanten van bedrijven de nodige tijd te geven om de residuen van difenylamine uit hun opslagvoorzieningen te verwijderen, is het passend om die tijdelijke MRL's, die opnieuw zullen worden beoordeeld, te handhaven. Bij die herziening zal rekening worden gehouden met de informatie die binnen twee jaar na de bekendmaking van deze verordening beschikbaar komt. |
|
(10) |
Op 5 juli 2013 heeft de Commissie van de Codex Alimentarius (CAC) (4) een Codex-grenswaarde (CXL) goedgekeurd voor trifloxystrobin in olijven voor oliewinning. De CXL is veilig voor de consumenten in de Unie (5) en moet daarom als MRL in Verordening (EG) nr. 396/2005 worden opgenomen. |
|
(11) |
Wat thiacloprid en trifloxystrobin betreft, zijn bij Verordening (EU) 2015/1200 van de Commissie (6) verscheidene MRL's gewijzigd. In die verordening worden de MRL's voor thiacloprid in aardperen (topinamboers) en voor trifloxystrobin in olijven voor oliewinning met ingang van 12 februari 2016 naar de desbetreffende bepaalbaarheidsgrenzen verlaagd. Ter wille van de rechtszekerheid is het passend dat de MRL's zoals bepaald in deze verordening vanaf dezelfde datum van toepassing zijn. |
|
(12) |
Voor halauxifen-methyl heeft de EFSA een conclusie over de intercollegiale toetsing van de risicobeoordeling van die werkzame stof als bestrijdingsmiddel ingediend (7). In dat kader heeft zij aanbevolen om MRL's voor de gebruiksdoeleinden vast te stellen overeenkomstig de goede landbouwpraktijken in de Unie. De Commissie heeft de referentielaboratoria van de Europese Unie geraadpleegd over de passende bepaalbaarheidsgrenzen. |
|
(13) |
Op grond van de met redenen omklede adviezen van de EFSA en rekening houdend met de ter zake relevante factoren voldoen de wijzigingen van de MRL's aan de vereisten van artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(14) |
Verordening (EG) nr. 396/2005 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(15) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Wat het MRL voor thiacloprid in aardperen (topinamboers) en het MRL voor trifloxystrobin in olijven voor oliewinning betreft, is zij echter van toepassing met ingang van 12 februari 2016.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 januari 2016.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1.
(2) Wetenschappelijke verslagen van de EFSA, online te vinden op: http://www.efsa.europa.eu
Reasoned opinion on the modification of the existing MRLs for ametoctradin in sage and basil. EFSA Journal 2015;13(6):4153 (22 blz.).
Setting of an import tolerance for chlorothalonil in cranberries. EFSA Journal 2015;13(7):4193 (21 blz.).
Reasoned opinion on the modification of the existing MRLs for flonicamid in several crops. EFSA Journal 2015;13(5):4103 (26 blz.).
Reasoned opinion on the setting of a new MRL for fluazinam in tomatoes. EFSA Journal 2015;13(6):4154 (23 blz.).
Modification of the existing maximum residue level (MRL) for fluoxastrobin in shallots. EFSA Journal 2015;13(6):4143 (19 blz.).
Reasoned opinion on the modification of the existing maximum residue levels for propamocarb in onions, garlic, shallots and leeks. EFSA Journal 2015;13(4):4084 (20 blz.).
Modification of the existing maximum residue level (MRL) for prothioconazole in shallots. EFSA Journal 2015;13(5):4105 (20 blz.).
Modification of the existing maximum residue level for thiacloprid in Jerusalem artichokes. EFSA Journal 2015;13(7):4191 (18 blz.).
(3) Verordening (EU) nr. 772/2013 van de Commissie van 8 augustus 2013 tot wijziging van de bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van difenylamine in of op bepaalde producten (PB L 217 van 13.8.2013, blz. 1).
(4) De verslagen van het Codex-comité voor bestrijdingsmiddelenresiduen zijn te vinden op: http://www.codexalimentarius.org/download/report/799/REP13_PRe.pdf
Gezamenlijk FAO/WHO-voedselnormenprogramma, Commissie van de Codex Alimentarius. Aanhangsels II en III. Zesendertigste zitting. Rome, Italië, 1-5 juli 2013.
(5) Scientific support for preparing an EU position for the 45th Session of the Codex Committee on Pesticide Residues (CCPR). EFSA Journal 2013;11(7):3312 (210 blz.). doi:10.2903/j.efsa.2013.3312.
(6) Verordening (EU) 2015/1200 van de Commissie van 22 juli 2015 tot wijziging van de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van amidosulfuron, fenhexamide, kresoxim-methyl, thiacloprid en trifloxystrobin in of op bepaalde producten (PB L 195 van 23.7.2015, blz. 1).
(7) Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance halauxifen-methyl (XDE-729 methyl). EFSA Journal 2014;12(12):3913 (93 blz.).
BIJLAGE
De bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden als volgt gewijzigd:
|
1) |
Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2) |
In deel A van bijlage III worden de kolommen voor ametoctradin, difenylamine, flonicamide, fluazinam, fluoxastrobin en prothioconazool vervangen door: „Bestrijdingsmiddelenresiduen en maximumresidugehalten (mg/kg)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3) |
In bijlage V wordt de kolom voor difenylamine geschrapt. |
(*1) Bepaalbaarheidsgrens
(1) Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.
(*2) Bepaalbaarheidsgrens
(2) Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.
(*3) Bepaalbaarheidsgrens
(3) Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.
|
22.1.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 15/51 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/68 VAN DE COMMISSIE
van 21 januari 2016
betreffende gemeenschappelijke procedures en specificaties die nodig zijn voor de onderlinge verbinding van elektronische registers van bestuurderskaarten
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer (1), en met name artikel 31, lid 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Volgens Verordening (EU) nr. 165/2014 moeten de lidstaten elektronisch gegevens uitwisselen om de uniciteit van de afgegeven bestuurderskaarten te verzekeren. |
|
(2) |
Om de uitwisseling van elektronische gegevens van bestuurderskaarten door de lidstaten te vergemakkelijken, heeft de Commissie het TACHOnet-meldingssysteem opgezet, waarmee lidstaten onderling gegevens kunnen opvragen over de afgifte en de status van bestuurderskaarten. |
|
(3) |
Volgens Verordening (EU) nr. 165/2014 moeten de nationale elektronische registers van bestuurderskaarten in de hele Unie met elkaar verbonden zijn door TACHOnet of een compatibel systeem. In geval van een compatibel systeem moeten de lidstaten echter elektronische gegevens kunnen uitwisselen via het TACHOnet-meldingssysteem. |
|
(4) |
Daarom moeten verplichte gemeenschappelijke procedures en specificaties voor TACHOnet worden bepaald, onder meer het formaat van de uitgewisselde gegevens, de technische procedures voor elektronische raadpleging van de nationale elektronische registers, toegangsprocedures en beveiligingsmechanismen. |
|
(5) |
De maatregelen van deze verordening zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 42, lid 3, van Verordening (EU) nr. 165/2014 bedoelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze verordening worden de vereisten vastgesteld voor de verplichte aansluiting van nationale elektronische registers van bestuurderskaarten op het TACHOnet-meldingssysteem als bedoeld in artikel 31 van Verordening (EU) nr. 165/2014.
Artikel 2
Definities
Behalve de definities die in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 165/2014 zijn opgenomen, zijn de volgende definities van toepassing:
a) „asynchrone interface”: een proces waarbij een bericht als antwoord op een verzoek wordt verstuurd via een nieuwe HTTP-verbinding;
b) „algemene zoekopdracht”: een vraag van een lidstaat die gericht is tot alle andere lidstaten;
c) „autoriteit die de kaarten afgeeft”: de instantie van een lidstaat die bevoegd is voor de afgifte en het beheer van tachograafkaarten;
d) „centraal knooppunt”: het informatiesysteem waarmee TACHOnet-berichten tussen de lidstaten kunnen worden verstuurd;
e) „nationaal systeem”: het informatiesysteem dat door elke lidstaat is opgezet voor het versturen, verwerken en beantwoorden van TACHOnet-berichten;
f) „synchrone interface”: een proces waarbij een bericht als antwoord op een verzoek wordt verstuurd via dezelfde HTTP-verbinding langs welke het verzoek is verstuurd;
g) „verzoekende lidstaat”: de lidstaat die een vraag of mededeling verstuurt, welke vervolgens wordt verzonden naar de geschikte antwoordende lidstaat of lidstaten;
h) „antwoordende lidstaat”: de lidstaat waaraan de vraag of mededeling via TACHOnet is gericht;
i) „gerichte zoekopdracht”: een vraag van een lidstaat die gericht is tot een bepaalde lidstaat;
j) „tachograafkaart”: een bestuurderskaart of een werkplaatskaart in de zin van artikel 2, onder f) en k), van Verordening (EU) nr. 165/2014.
Artikel 3
Verplichte aansluiting op TACHOnet
De lidstaten sluiten hun nationale elektronische registers als bedoeld in artikel 31, lid 1, van Verordening (EU) nr. 165/2014 aan op het TACHOnet-meldingssysteem.
Artikel 4
Technische specificaties
Het TACHOnet-meldingssysteem voldoet aan de technische specificaties die zijn opgenomen in de bijlagen I tot en met VII.
Artikel 5
Gebruik van TACHOnet
De lidstaten volgen de procedures die zijn vastgesteld in bijlage VIII.
Om de geldigheid, status en uniciteit van bestuurderskaarten doeltreffend te kunnen controleren, geven de lidstaten toegang tot het TACHOnet-meldingssysteem aan de nationale autoriteit die de kaarten afgeeft en aan de controleambtenaren die de taken uitvoeren als bedoeld in artikel 38 van Verordening (EU) nr. 165/2014.
Artikel 6
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing vanaf 2 maart 2018.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 januari 2016.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
BIJLAGE I
Algemene aspecten van het TACHOnet-meldingssysteem
1. Architectuur
Het TACHOnet-meldingssysteem bestaat uit de volgende onderdelen:
|
1.1. |
Een centraal knooppunt, waarin een vraag van de verzoekende lidstaat wordt ontvangen, gevalideerd en verwerkt door die naar de antwoordende lidstaten door te sturen. In het centrale knooppunt worden de reacties van de antwoordende lidstaten afgewacht, worden alle antwoorden geconsolideerd en wordt het geconsolideerde antwoord naar de verzoekende lidstaat gestuurd. Alle TACHOnet-berichten worden via het centrale knooppunt verzonden. |
|
1.2. |
De nationale systemen van de lidstaten, die worden uitgerust met een interface waarmee vragen naar het centrale knooppunt kunnen worden verzonden en de antwoorden daarop kunnen worden ontvangen. Voor het uitwisselen van berichten met het centrale knooppunt kunnen de nationale systemen propriëtaire of commerciële software gebruiken. |
2. Beheer
2.1. Het centrale knooppunt wordt beheerd door de Commissie, die verantwoordelijk is voor de technische exploitatie en het onderhoud ervan.
2.2. In het centrale knooppunt worden de gegevens niet langer dan zes maanden bewaard, behalve de in bijlage VII genoemde logbestanden en statistische gegevens.
2.3. De persoonsgegevens in het centrale knooppunt zijn niet toegankelijk, behalve voor gemachtigd personeel van de Commissie en als dat noodzakelijk is voor controle, onderhoud en het oplossen van problemen.
2.4. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor:
|
2.4.1. |
Het opzetten en het beheer van het nationale systeem, met inbegrip van de interface met de centrale hub. |
|
2.4.2. |
De installatie en het onderhoud van het nationale systeem, zowel hardware als propriëtaire of commerciële software. |
|
2.4.3. |
De goede interoperabiliteit tussen het nationale systeem en het centrale knooppunt, met inbegrip van het beheer van foutmeldingen van het centrale knooppunt. |
|
2.4.4. |
Alle maatregelen die moeten worden genomen om de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de gegevens te garanderen. |
|
2.4.5. |
De werking van het nationale systeem overeenkomstig de dienstverleningsniveaus in bijlage VI. |
2.5. MOVEHUB-portaalsite
De Commissie voorziet in een webtoepassing met beveiligde toegang, die de „MOVEHUB-portaalsite” wordt genoemd en waarop minstens de volgende diensten worden aangeboden:
|
a) |
statistieken over de beschikbaarheid van de lidstaten; |
|
b) |
onderhoudsmeldingen van het centrale knooppunt en de nationale systemen van de lidstaten; |
|
c) |
samengevoegde verslagen; |
|
d) |
contactbeheer; |
|
e) |
XSD-schema's. |
2.6. Contactbeheer
2.6.1. Via de contactbeheerfunctie kan elke lidstaat de contactgegevens van zijn beleidsmedewerkers en zijn zakelijke, operationele en technische gebruikers beheren, waarbij de bevoegde autoriteit van de lidstaat verantwoordelijk is voor het onderhoud van haar eigen contacten. Zij kan de contactgegevens van andere lidstaten bekijken maar niet wijzigen.
2.6.2. TACHOnet gebruikt de in punt 2.6.1 bedoelde contactgegevens om contactgegevens in te voeren in de antwoordberichten.
BIJLAGE II
Functies van het TACHOnet-meldingssysteem
1. Het TACHOnet-meldingssysteem heeft de volgende functies:
|
1.1. |
Check Issued Cards (CIC) (controle van afgegeven kaarten): de verzoekende lidstaat kan een CIC-verzoek naar één of alle antwoordende lidstaten sturen om na te gaan of een aanvrager van een kaart reeds een door de antwoordende lidstaten afgegeven bestuurderskaart bezit. De antwoordende lidstaten beantwoorden het verzoek door een CIC-antwoord te sturen. |
|
1.2. |
Check Card Status (CCS) (controle van de kaartstatus): de verzoekende lidstaat kan de antwoordende lidstaat om bijzonderheden vragen over een kaart die door die laatste is afgegeven door een CCS-verzoek te sturen. De antwoordende lidstaat beantwoordt het verzoek door een CCS-antwoord te sturen. |
|
1.3. |
Modify Card Status (MCS) (wijzig kaartstatus): de verzoekende lidstaat kan de antwoordende lidstaat via een MCS-verzoek op de hoogte brengen van een wijziging van de status van een kaart die door antwoordende lidstaat is afgegeven. De antwoordende lidstaat antwoordt met een MCS-bevestiging. |
|
1.4. |
Issued Card Driving Licence (ICDL) (kaart afgegeven voor een rijbewijs): de verzoekende lidstaat kan de antwoordende lidstaat via een ICDL-verzoek ervan op hoogte brengen dat de eerste een kaart heeft afgegeven voor een rijbewijs dat is afgegeven door de laatste. De antwoordende lidstaat antwoordt met een ICDL-antwoord. |
2. TACHOnet bevat ook andere soorten berichten die geschikt worden geacht voor het efficiënt functioneren, bijvoorbeeld foutmeldingen.
3. Nationale systemen herkennen de kaartstatussen die zijn vermeld in het aanhangsel bij deze bijlage wanneer gebruik wordt gemaakt van een van de functies die zijn beschreven in punt 1. De lidstaten zijn echter niet verplicht om een administratieve procedure in te voeren waarbij alle vermelde statussen worden gebruikt.
4. Als een lidstaat een antwoord of bericht ontvangt waarin een status wordt vermeld die niet in zijn administratieve procedure wordt gebruikt, wordt de status van het ontvangen bericht door het nationale systeem omgezet in de overeenkomstige waarde van de administratieve procedure. Als de status van het bericht wordt vermeld in het aanhangsel van deze bijlage, mag de antwoordende lidstaat het bericht niet afwijzen.
5. De kaartstatus in het aanhangsel van deze bijlage mag niet worden gebruikt om na te gaan of een bestuurderskaart geldig is voor het besturen van voertuigen. Als een lidstaat via de CCS-functie informatie opvraagt uit het register van de lidstaat die de kaart heeft afgegeven, moet het antwoord het specifieke veld „geldig voor het besturen van een voertuig” bevatten. De nationale administratieve procedures moeten zo zijn opgesteld dat CCS-antwoorden de toepasselijke waarde „geldig voor het besturen van een voertuig” bevatten.
Aanhangsel
Kaartstatussen
|
Kaartstatus |
Definitie |
|
Toepassing |
De autoriteit die de kaarten afgeeft (card issuing authority, CIA) heeft een verzoek ontvangen om een bestuurderskaart af te geven. Die informatie is geregistreerd en opgeslagen in de gegevensbank met de gegenereerde zoeksleutels. |
|
Goedgekeurd |
De CIA heeft de aanvraag voor de tachograafkaart goedgekeurd. |
|
Afgewezen |
De CIA heeft de aanvraag verworpen. |
|
Op naam |
De tachograafkaart is gepersonaliseerd. |
|
Verzonden |
De nationale autoriteit heeft de bestuurderskaart naar de bestuurder of het afgevende agentschap gestuurd. |
|
Overhandigd |
De nationale autoriteit heeft de bestuurderskaart overhandigd aan de bestuurder. |
|
In beslag genomen |
De bevoegde autoriteit heeft de bestuurderskaart van de bestuurder afgenomen. |
|
Geschorst |
De bestuurderskaart is tijdelijk van de bestuurder afgenomen. |
|
Ingetrokken |
De CIA heeft besloten de bestuurderskaart in te trekken. De kaart is definitief ongeldig gemaakt. |
|
Ingeleverd |
De tachograafkaart is naar de CIA teruggestuurd met de verklaring dat ze niet langer nodig is. |
|
Verloren |
De tachograafkaart is als verloren aangegeven bij de CIA. |
|
Gestolen |
De tachograafkaart is als gestolen aangegeven bij de CIA. Een gestolen kaart wordt als verloren beschouwd. |
|
Defect |
De tachograafkaart is als defect aangegeven bij de CIA. |
|
Verlopen |
De geldigheidsperiode van de tachograafkaart is verstreken. |
|
Vervangen |
De tachograafkaart, die als verloren, gestolen of defect is opgegeven, is vervangen door een nieuwe kaart. De gegevens op de nieuwe kaart zijn dezelfde, behalve de vervangingsindex van het kaartnummer, die met één is vermeerderd. |
|
Verlengd |
De tachograafkaart is verlengd omdat de administratieve gegevens zijn veranderd of de geldigheidsduur is verstreken. Het nummer van de nieuwe kaart is hetzelfde, behalve de vervangingsindex van het kaartnummer, die met één is vermeerderd. |
|
Wordt gewisseld |
De CIA die een bestuurderskaart heeft afgegeven, heeft een bericht ontvangen dat de procedure voor de inwisseling van die kaart voor een bestuurderskaart die is afgegeven door de CIA van een andere lidstaat, is begonnen. |
|
Gewisseld |
De CIA die een bestuurderskaart heeft afgegeven, heeft een bericht ontvangen dat de procedure voor de inwisseling van die kaart voor een bestuurderskaart die is afgegeven door de CIA van een andere lidstaat, is afgelopen. |
BIJLAGE III
Bepalingen voor berichten van het TACHOnet-meldingssysteem
1. Algemene technische vereisten
1.1. Het centrale knooppunt beschikt over zowel synchrone als asynchrone interfaces voor de uitwisseling van berichten. De lidstaten kunnen kiezen voor de technologie die het best communiceert met hun eigen toepassingen.
1.2. Alle berichten die tussen het centrale knooppunt en de nationale systemen worden uitgewisseld, moeten in UTF-8 worden opgesteld.
1.3. De nationale systemen moeten berichten met Griekse of Cyrillische lettertekens kunnen ontvangen en verwerken.
2. XML-structuur van berichten en XML-schemadefinitie (XSD)
2.1. De algemene structuur van XML-berichten beantwoordt aan het formaat dat is vastgesteld door de XSD-schema's van het centrale knooppunt.
2.2. Het centrale knooppunt en de nationale systemen sturen en ontvangen berichten die voldoen aan het XSD-schema voor berichten.
2.3. De nationale systemen kunnen alle berichten verzenden, ontvangen en verwerken die overeenstemmen met een van de in bijlage I genoemde functies.
2.4. De XML-berichten bevatten minstens de minimumeisen van het aanhangsel van deze bijlage.
Aanhangsel
Minimumeisen voor de inhoud van XML-berichten
|
Gemeenschappelijke header |
Verplicht |
|
|
Version (versie) |
De officiële versie van de XML-specificaties wordt bepaald door de namespace die is gedefinieerd in de XSD van het bericht en in het attribuut version in de header van een XML-bericht. Het versienummer („n.m”) wordt gedefinieerd als een vaste waarde in elke release van het XML-schemadefinitiebestand (XSD). |
Ja |
|
Test Identifier (identificatiecode van de test) |
Facultatieve identificatiecode voor tests. De initiator van de test voert de identificatiecode in; iedereen die deelneemt aan de workflow deelnemen stuurt dezelfde identificatiecode door/terug. Tijdens de productie wordt de identificatiecode genegeerd en niet gebruikt. |
Neen |
|
Technical Identifier (technische identificatiecode) |
Een UUID die elk afzonderlijk bericht op een unieke wijze identificeert. De afzender genereert een UUID en voert dat attribuut in. Die gegevens worden niet gebruikt in zakelijke omstandigheden. |
Ja |
|
Workflow Identifier (identificatiecode workflow) |
De workflow-identificatiecode is een UUID en wordt gegenereerd door de verzoekende lidstaat. Vervolgens wordt die identificatiecode in alle berichten gebruikt om de workflow te correleren. |
Ja |
|
Sent at (verzonden op) |
De datum en tijd (UTC) waarop het bericht is verzonden. |
Ja |
|
Timeout (onderbreking) |
Een facultatief datum- en tijdattribuut (UTC). Het knooppunt bepaalt die waarde alleen voor doorgestuurde vragen. Daardoor wordt de antwoordende lidstaat verwittigd van het tijdstip waarop het verzoek verloopt. Die waarde is niet vereist in MS2TCN_<x>_Req en alle antwoordberichten. De waarde is facultatief, zodat dezelfde headerdefinitie kan worden gebruikt voor alle soorten berichten, ongeacht of het attribuut timeoutValue is vereist. |
Neen |
|
From (van) |
ISO 3166-1 Alpha-2-code van de lidstaat die het bericht verzendt of „EU”. |
Ja |
|
To (aan) |
ISO 3166-1 Alpha-2-code van de lidstaat die het bericht ontvangt of „EU”. |
Ja |
|
Check Issued Cards-verzoek |
Verplicht |
|
|
Family name |
Familienaam van de bestuurder zoals vermeld op de kaart. |
Ja |
|
First name |
Voornaam van de bestuurder zoals vermeld op de kaart (een ontbrekende voornaam wijst niet op een zoekopdracht met joker). |
Neen |
|
Date of Birth |
Geboortedatum van de bestuurder zoals vermeld op de kaart. |
Ja |
|
Driving Licence Number |
Nummer van het rijbewijs van de bestuurder. |
Neen |
|
Driving Licence Issuing Country |
Het land dat het rijbewijs van de bestuurder heeft afgegeven. |
Neen |
|
Check Issued Card-antwoord |
Verplicht |
|
|
Status Code |
De statuscode van de zoekopdracht (bv. gevonden, niet gevonden, fout enz.). |
Ja |
|
Status Message |
Een verklarende statusbeschrijving (indien nodig). |
Neen |
|
Found driver details (gegevens van de gevonden bestuurder) |
Ja |
|
|
Family Name |
De familienaam van de gevonden bestuurders. |
Ja |
|
First Name |
De voornaam/voornamen van de gevonden bestuurders. |
Neen |
|
Date of Birth |
De geboortedatum van de gevonden bestuurders. |
Ja |
|
Place of Birth |
De geboorteplaats van de gevonden bestuurders. |
Neen |
|
Driver Card Number |
Het nummer van de bestuurderskaart van de gevonden bestuurder. |
Ja |
|
Driver Card Status |
De kaartstatus van de gevonden bestuurder. |
Ja |
|
Driver Card Issuing Authority |
De naam van de autoriteit die de kaart van de gevonden bestuurder heeft afgegeven. |
Ja |
|
Driver Card Start of Validity Date |
De datum waarop de geldigheidsduur van de kaart van de gevonden bestuurder begint. |
Ja |
|
Driver Card Expiry Date |
De vervaldatum van de kaart van de gevonden bestuurder. |
Ja |
|
Driver Card Status Modified Date |
De datum waarop de kaart van de gevonden bestuurder het laatst is gewijzigd. |
Ja |
|
Search Mechanism (zoekmechanisme) |
Werd de kaart gevonden door een NYSIIS-zoekopdracht of een gewone zoekopdracht? |
Ja |
|
Temporary Card |
De gevonden kaart is een tijdelijke kaart. |
Neen |
|
Driving Licence Number |
Nummer van het rijbewijs van de gevonden bestuurder. |
Ja |
|
Driving Licence Issuing Country |
Het land dat het rijbewijs van de gevonden bestuurder heeft afgegeven. |
Ja |
|
Driving Licence Status |
De status van het rijbewijs van de gevonden bestuurder. |
Neen |
|
Driving Licence Issuing Date |
Datum waarop het rijbewijs van de gevonden bestuurder is afgegeven. |
Neen |
|
Driving Licence Expiry Date |
De vervaldatum van het rijbewijs van de gevonden bestuurder. |
Neen |
|
Check Card Status-verzoek |
Verplicht |
|
|
Driver Card Number |
Het nummer van de kaart waarover gegevens worden opgevraagd. |
Ja |
|
Check Card Status-verzoek |
Verplicht |
|
|
Status Code |
De statuscode van het verzoek om gegevens (bv. gevonden, niet gevonden, fout enz.). |
Ja |
|
Status Message |
Een verklarende statusbeschrijving (indien nodig). |
Neen |
|
Card Status |
De status van de gevraagde kaart. |
Ja |
|
Card Issuing Authority |
De naam van de autoriteit die de gevraagde kaart heeft afgegeven. |
Ja |
|
Card Start of Validity Date |
De datum waarop de geldigheidsduur van de gevraagde kaart begint. |
Ja |
|
Card Expiry Date |
De vervaldatum van de gevraagde kaart. |
Ja |
|
Card Status Modified Date |
De datum waarop de gevraagde kaart het laatst is gewijzigd. |
Ja |
|
Valid for Driving |
De gevonden kaart is (niet) geldig voor het besturen van een voertuig. |
Ja |
|
Temporary Card |
De gevonden kaart is een tijdelijke kaart. |
Neen |
|
Workshop Card (werkplaatskaart) |
||
|
Workshop Name |
De naam van de werkplaats waaraan de kaart is afgegeven. |
Ja |
|
Workshop Address |
Het adres van de werkplaats waaraan de kaart is afgegeven. |
Ja |
|
Family Name |
De familienaam van de persoon aan wie de kaart is afgegeven. |
Neen |
|
First Name |
De voornaam van de persoon aan wie de kaart is afgegeven. |
Neen |
|
Date of Birth |
De geboortedatum van de persoon aan wie de kaart is afgegeven. |
Neen |
|
Card Holder Details (gegevens van de kaarthouder) |
||
|
Family Name |
De familienaam van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven. |
Ja |
|
First Name |
De voornaam van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven. |
Neen |
|
Date of Birth |
De geboortedatum van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven. |
Ja |
|
Place of Birth |
De geboorteplaats van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven. |
Neen |
|
Driving Licence Number |
Het nummer van het rijbewijs van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven. |
Ja |
|
Driving Licence Issuing Country |
Het land dat het rijbewijsnummer heeft toegekend aan de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven. |
Ja |
|
Driving Licence Status |
De status van het rijbewijs van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven. |
Neen |
|
Driving Licence Issuing Date |
De datum van afgifte van het rijbewijs van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven. |
Neen |
|
Driving Licence Expiry Date |
De vervaldatum van het rijbewijs van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven. |
Neen |
|
Modify Card Status-verzoek |
Verplicht |
|
|
Driver Card Number |
Het nummer van de kaart waarvan de status is veranderd. |
Ja |
|
New Driver Card Status |
De status waarin de kaart is gewijzigd. |
Ja |
|
Modification Reason |
De (vrije tekst) reden voor de veranderde kaartstatus. |
Neen |
|
Driver Card Status Modified Date |
De datum en tijd waarop de kaartstatus is gewijzigd. |
Ja |
|
Declared by (verklaard door) |
||
|
Authority |
De naam van de autoriteit die de kaartstatus heeft gewijzigd. |
Ja |
|
Family Name |
De familienaam van de persoon die de kaartstatus heeft gewijzigd. |
Neen |
|
First Name |
De voornaam van de persoon die de kaartstatus heeft gewijzigd. |
Neen |
|
Phone |
Het telefoonnummer van de persoon die de kaartstatus heeft gewijzigd. |
Neen |
|
|
Het e-mailadres van de persoon die de kaartstatus heeft gewijzigd. |
Neen |
|
Modify Card Status-bevestiging |
Verplicht |
|
|
Status Code |
De statuscode van de bevestiging (ok, niet gevonden, fout enz.). |
Ja |
|
Acknowledgement type |
Het soort bevestiging: verzoek of antwoord |
Ja |
|
Status Message |
Een verklarende statusbeschrijving (indien nodig). |
Neen |
|
Modify Card Status-antwoord |
Verplicht |
|
|
Status Code |
De statuscode van de registerupdate (ok, niet ok, fout enz.). |
Ja |
|
Status Message |
Een verklarende statusbeschrijving (indien nodig). |
Neen |
|
Issued Card Driving Licence-verzoek |
Verplicht |
|
|
Driver Card Number |
Het nummer van de afgegeven bestuurderskaart. |
Ja |
|
Driving Licence Number |
Het nummer van het buitenlandse rijbewijs dat werd gebruikt voor het aanvragen van de bestuurderskaart. |
Ja |
|
Issued Card Driving Licence-antwoord |
Verplicht |
|
|
Status Code |
De statuscode van de registerupdate (ok, niet ok, fout enz.). |
Ja |
|
Status Message |
Een verklarende statusbeschrijving (indien nodig). |
Neen |
|
Family Name |
De familienaam van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven. |
Ja |
|
First Name |
De voornaam van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven. |
Neen |
|
Date of Birth |
De geboortedatum van de bestuurder aan wie de kaart is afgegeven. |
Ja |
BIJLAGE IV
Transliteratie- en NYSIIS-diensten (New York State Identification and Intelligence system)
1. Het NYSIIS-algoritme van het centrale knooppunt wordt gebruikt om de namen van alle bestuurders in het nationale register te coderen.
2. Als een kaart via de CIC-functie wordt gezocht, worden de NYSIIS-sleutels als voornaamste zoekmechanisme gebruikt.
3. Daarnaast kunnen de lidstaten een algoritme op maat gebruiken om aanvullende resultaten te versturen.
4. In de zoekresultaten wordt aangegeven welk zoekmechanisme (NYSIIS of op maat) is gebruikt om een record te vinden.
5. Als een lidstaat ervoor kiest ICDL-berichten op te slaan, worden de in het bericht vervatte NYSIIS-sleutels geregistreerd als onderdeel van de ICDL-gegevens.
5.1. Als een lidstaat de ICDL-gegevens zoekt, gebruikt hij de NYSIIS-sleutels van de naam van de aanvrager.
BIJLAGE V
Veiligheidsvoorschriften
1. Voor de uitwisseling van berichten tussen het centrale knooppunt en de nationale systemen wordt HTTPS gebruikt.
2. De nationale systemen gebruiken de door de Commissie verstrekte PKI-certificaten voor de veilige verzending van berichten tussen het nationale systeem en het centrale knooppunt.
3. De nationale systemen gebruiken ten minste certificaten met het hash-algoritme SHA-2 (SHA-256) voor de handtekening en een publieke sleutel met een lengte van 2 048 bits.
BIJLAGE VI
Dienstverleningsniveaus
1. Nationale systemen voldoen aan de volgende minimale dienstverleningsniveaus:
1.1. Zij zijn 24 uur per dag en zeven dagen per week beschikbaar.
1.2. Hun beschikbaarheid wordt gecontroleerd door een hartslagbericht vanuit het centrale knooppunt.
1.3. De beschikbaarheidsgraad bedraagt 98 %, overeenkomstig de volgende tabel (de cijfers zijn afgerond op de dichtstbijzijnde geschikte eenheid):
|
Een beschikbaarheid van |
betekent een onbeschikbaarheid van |
||
|
Dagelijks |
Maandelijks |
Jaarlijks |
|
|
98 % |
0,5 uur |
15 uur |
7,5 dag |
De lidstaten worden aangespoord om zich aan de dagelijkse beschikbaarheidsgraad te houden, hoewel wordt erkend dat voor bepaalde noodzakelijke activiteiten, zoals onderhoud van het systeem, een wachttijd van meer dan 30 minuten nodig is. De maandelijkse en jaarlijkse beschikbaarheidsgraden zijn echter bindend.
1.4. Zij beantwoorden ten minste 98 % van de verzoeken die in een kalendermaand worden doorgestuurd.
1.5. Zij beantwoorden verzoeken binnen 10 seconden.
1.6. De algemene vraag-time-out (de tijd dat een verzoeker op een antwoord wacht) bedraagt niet meer dan 20 seconden.
1.7. Zij kunnen zes vragen per seconde behandelen.
1.8. De nationale systemen mogen niet meer dan twee vragen per seconde naar het TACHOnet-knooppunt sturen.
1.9. Elk nationaal systeem moet eventuele technische problemen in het centrale knooppunt of de nationale systemen van andere lidstaten kunnen opvangen. Daaronder vallen onder meer maar niet uitsluitend:
|
a) |
verbroken verbinding met het centrale knooppunt; |
|
b) |
geen antwoord op een verzoek; |
|
c) |
ontvangst van verzoeken na een bericht-time-out; |
|
d) |
ontvangst van ongevraagde berichten; |
|
e) |
ontvangst van ongeldige berichten. |
2. Het centrale knooppunt:
2.1. heeft een bereikbaarheidsgraad van 98 %;
2.2. brengt nationale systemen op de hoogte van fouten via een antwoordbericht of een speciale foutmelding. De nationale systemen ontvangen op hun beurt specifieke foutmeldingen en beschikken over een escalatieworkflow om alle nodige maatregelen te treffen om de gemelde fout te corrigeren.
3. Onderhoud
Indien technisch mogelijk brengen de lidstaten de andere lidstaten en de Commissie ten minste één week vóór de start van dat onderhoud via de webtoepassing op de hoogte van een routine-onderhoud.
BIJLAGE VII
Logbestanden en statistieken van de door het centrale knooppunt verzamelde gegevens
1. Om de privacy te garanderen zijn de gegevens die gebruikt worden voor statistische doeleinden anoniem. Gegevens voor het identificeren van een specifieke kaart, bestuurder of rijbewijs zijn niet beschikbaar voor statistische doeleinden.
2. Via logbestanden worden alle transacties gevolgd met het oog op toezicht en het verwijderen van bugs, en om statistieken over deze transacties te kunnen opstellen.
3. Persoonsgegevens worden niet langer dan zes maanden in de logbestanden bijgehouden. Statistische gegevens worden voor onbepaalde tijd bewaard.
4. De statistische gegevens voor de rapportage bevatten:
|
a) |
de verzoekende lidstaat; |
|
b) |
de antwoordende lidstaat; |
|
c) |
het soort bericht; |
|
d) |
de statuscode van het bericht; |
|
e) |
de datum en tijd van de berichten; |
|
f) |
de responstijd. |
BIJLAGE VIII
Gebruik van het TACHOnet-meldingssysteem
1. Afgifte van bestuurderskaarten
1.1. Als de aanvrager van een bestuurderskaart houder is van een rijbewijs dat is afgegeven in een andere lidstaat dan de lidstaat waarin de kaart wordt aangevraagd, voert de lidstaat waarin de kaart wordt aangevraagd een algemene Check Issued Card-zoekopdracht uit.
1.2. Lidstaten die een bestuurderskaart afgeven aan een bestuurder die houder is van een in een andere lidstaat afgegeven rijbewijs, brengen deze lidstaat daarvan onmiddellijk op de hoogte via de Issued Card Driving Licence-functie.
1.3. Als de aanvrager van een bestuurderskaart houder is van een rijbewijs dat is afgegeven in de lidstaat waarin de kaart wordt aangevraagd en als daarvoor eerder al een ICDL-bericht is geregistreerd in het nationale register, vraagt die lidstaat om een gerichte CIC- of Check Card Status-zoekopdracht bij de lidstaat die het ICDL-bericht heeft gestuurd.
1.4. Elk ICDL-bericht wordt geregistreerd in het nationale register van de lidstaat die het bericht ontvangt.
1.5. De lidstaten voeren een algemene CIC-zoekopdracht uit voor ten minste 30 % van de aanvragen die worden ingediend door bestuurders die houder zijn van een in die lidstaat afgegeven rijbewijs.
1.6. De lidstaten kunnen ervoor kiezen de ICDL-functie niet te gebruiken als bedoeld in de punten 1.3 tot en met 1.5. In dat geval voeren zij een algemene CIC-zoekopdracht uit voor iedere ontvangen aanvraag.
1.7. De lidstaten stellen de Commissie er uiterlijk op de datum van toepassing van deze verordening van in kennis of zij de ICDL-berichten in hun nationale registers registreren, dan wel de procedure in punt 1.6 toepassen.
1.8. Lidstaten die gedurende ten hoogste vijf jaar vóór de datum van toepassing van deze verordening geen ICDL-berichten hebben geregistreerd in hun nationale registers als bedoeld in punt 1.4, voeren voor alle aanvragen een algemene CIC-zoekopdracht uit, behalve voor rijbewijzen waarvoor een ICDL-bericht is geregistreerd, in welk geval punt 1.3 van toepassing is.
1.9. De verplichting van punt 1.8 geldt voor een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de registratie van ICDL-berichten daadwerkelijk is ingevoerd in het nationaal register van elke lidstaat.
2. Ingetrokken, geschorste of gestolen bestuurderskaarten
2.1. Wanneer overeenkomstig artikel 26, lid 7, en artikel 29, lid 2, van Verordening (EU) nr. 165/2014 een bestuurderskaart is ingetrokken, geschorst of opgegeven als gestolen in een andere lidstaat dan de lidstaat van afgifte:
|
a) |
controleert de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde lidstaat de feitelijke status van de kaart door de lidstaat van afgifte een CCS-verzoek te sturen. Als het kaartnummer onbekend is, wordt vóór het bovengenoemde CCS-verzoek een CIC-verzoek gestuurd; |
|
b) |
stuurt de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde lidstaat een MCS-bericht aan de lidstaat van afgifte via het TACHOnet-meldingssysteem. |
3. Omwisseling van bestuurderskaarten
3.1. Als de houder van een bestuurderskaart de omwisseling van de bestuurderskaart aanvraagt in een andere lidstaat dan de lidstaat van afgifte, controleert de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde lidstaat de feitelijke status van de kaart door de laatstgenoemde lidstaat een CCS-verzoek te sturen.
3.2. Zodra de status van de bestuurderskaart is gecontroleerd en zij geldig is voor omwisseling, stuurt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de aanvraag is ingediend een MCS-verzoek naar de lidstaat van afgifte via het TACHOnet-meldingssysteem.
3.3. Lidstaten die een bestuurderskaart verlengen of omwisselen van een bestuurder die houder is van een in een andere lidstaat afgegeven rijbewijs, brengen die lidstaat daarvan onmiddellijk op de hoogte via de ICDL-functie.
|
22.1.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 15/69 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/69 VAN DE COMMISSIE
van 21 januari 2016
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 januari 2016.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
IL |
236,2 |
|
MA |
79,8 |
|
|
TN |
85,2 |
|
|
TR |
95,8 |
|
|
ZZ |
124,3 |
|
|
0707 00 05 |
MA |
85,6 |
|
TR |
150,9 |
|
|
ZZ |
118,3 |
|
|
0709 93 10 |
MA |
52,6 |
|
TR |
150,6 |
|
|
ZZ |
101,6 |
|
|
0805 10 20 |
EG |
49,1 |
|
MA |
61,0 |
|
|
TN |
58,2 |
|
|
TR |
66,0 |
|
|
ZZ |
58,6 |
|
|
0805 20 10 |
IL |
163,3 |
|
MA |
80,6 |
|
|
ZZ |
122,0 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
IL |
106,2 |
|
MA |
60,7 |
|
|
TR |
96,4 |
|
|
ZZ |
87,8 |
|
|
0805 50 10 |
TR |
99,3 |
|
ZZ |
99,3 |
|
|
0808 10 80 |
CL |
87,9 |
|
US |
107,7 |
|
|
ZZ |
97,8 |
|
|
0808 30 90 |
CN |
76,1 |
|
TR |
82,0 |
|
|
ZZ |
79,1 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.