|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 329 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
58e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
15.12.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 329/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2333 VAN DE COMMISSIE
van 14 december 2015
houdende wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (1), en met name artikel 58, lid 4, artikel 62, lid 2, onder a) tot en met d), en onder g), en h), en artikel 78, onder a) tot en met d), en onder f),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie (2) zijn voorschriften vastgesteld voor het toekennen van voorschotten voor rechtstreekse betalingen ingeval de financiële discipline als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) van toepassing is op het betrokken aanvraagjaar. Met het oog op een uniforme toepassing van deze voorschriften in alle lidstaten is het passend te verduidelijken dat bij de berekening van voorschotten voor rechtstreekse betalingen geen rekening met de financiële discipline dient te worden gehouden, aangezien het definitieve aanpassingspercentage dat uiterlijk op 1 december wordt vastgesteld, mogelijk nog niet bekend is op het moment dat de voorschotten worden betaald. |
|
(2) |
Met het oog op een correctere steun- of betalingsaanvraag dient uitdrukkelijk te worden gesteld dat de lidstaten vrijwillig een systeem van „voorafgaande controles” kunnen invoeren waarbij de begunstigden op de hoogte worden gebracht van mogelijke gevallen van niet-naleving en zij hun steun- of betalingsaanvragen tijdig kunnen aanpassen om verlagingen en administratieve sancties te vermijden. Vooraleer de betaling wordt uitgevoerd, zullen nog steeds volledige administratieve controles moeten worden uitgevoerd. Om te zorgen dat alle landbouwers binnen dezelfde lidstaat op dezelfde manier worden behandeld, dient een dergelijk systeem op lidstaatniveau te worden toegepast en niet op bedrijfsniveau. Aangezien dat systeem is gebaseerd op het bestaan van de geospatiale steunaanvraag, kan het pas worden toegepast wanneer een dergelijk systeem in de betrokken lidstaat ten volle is opgezet. Aangezien de begunstigde verantwoordelijk blijft voor de indiening van een correcte steun- of betalingsaanvraag, mogen de resultaten van de „voorafgaande controles” geen afbreuk doen aan de latere resultaten van de administratieve kruiscontroles. Een dergelijk systeem kan op regionaal niveau worden toegepast mits het vooraf opgestelde formulier en het bijbehorende grafische materiaal als bedoeld in artikel 72, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, die worden verstrekt door middel van een GIS-gebaseerde interface die de verwerking van de ruimtelijke en alfanumerieke gegevens van de aangegeven percelen mogelijk maakt, op regionaal niveau worden opgezet. |
|
(3) |
De mogelijkheid om een groep landbouwers die bijstand aanvragen in het kader van bepaalde plattelandsontwikkelingsmaatregelen, als de begunstigde te beschouwen (hierna „het collectief” genoemd), is met name van belang voor agromilieu- en klimaatmaatregelen als bedoeld in artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) die op het niveau van de habitat worden uitgevoerd, zoals maatregelen voor de instandhouding van biodiversiteit en natuur. Daarom dient te worden voorzien in een rechtskader voor het beheer en de controle van dergelijke collectieven. Om deze begunstigden meer flexibiliteit te bieden om een resultaatgerichte benadering te vergemakkelijken, moeten de lidstaten ook de mogelijkheid krijgen dit systeem te combineren met een systeem van realtime-kennisgeving van verbintenissen waarbij de begunstigden de geplande verbintenissen uiterlijk 14 dagen vóór de uitvoering ervan melden. Het mechanisme moet worden aangevuld met op maat gesneden controles. |
|
(4) |
Wat de naleving van de vergroeningsverplichtingen betreft, moeten de begunstigden het gebruik van de landbouwpercelen uiterlijk op de in artikel 13 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 bedoelde uiterste datum voor de indiening van de verzamelaanvraag of de steunaanvraag aangeven. Tijdens het groeiseizoen kan het echter gebeuren dat de begunstigde het teeltplan moet aanpassen wat het gewas of de locatie ervan betreft. Daarom moeten de begunstigden de mogelijkheid krijgen om, in naar behoren gemotiveerde omstandigheden en uitsluitend voor de vergroening, hun aangifte te wijzigen wat de aangegeven landbouwpercelen betreft. Deze mogelijkheid mag enkel worden toegepast mits dit voor de status van de naleving van de vergroeningsverplichtingen geen gevolgen heeft ten opzichte van de oorspronkelijke aangifte. |
|
(5) |
De steekproef voor de controles ter plaatse van begunstigden die zijn vrijgesteld van de vergroeningsverplichtingen, wordt momenteel niet geselecteerd volgens de steekproefmethode via het getrapte mechanisme dat is beschreven in artikel 34 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014. Bijgevolg wordt deze steekproef, in tegenstelling tot de steekproef van begunstigden voor wie de vergroeningsverplichtingen gelden, niet in rekening gebracht bij de steekproef van begunstigden die een aanvraag indienen voor de basisbetalingsregeling of de regeling inzake een enkele areaalbetaling. Om de doeltreffendheid van de steekproefselectie te verhogen en het aantal ter plaatse te controleren begunstigden te verminderen, dient de steekproef te worden geselecteerd volgens dezelfde steekproefmethode. |
|
(6) |
De steekproef voor de controles ter plaatse van de steunregelingen voor dieren wordt momenteel niet geselecteerd volgens de steekproefmethode via het getrapte mechanisme dat is beschreven in artikel 34 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014. Om de doeltreffendheid van de steekproefselectie nog te verhogen en het aantal ter plaatse te controleren begunstigden tot een minimum te beperken, dient te worden bepaald dat deze steekproef kan worden geselecteerd volgens dezelfde steekproefmethode. |
|
(7) |
Om de administratieve lasten te verlagen en de doeltreffendheid van de steekproefselectie voor de controles ter plaatse te verhogen, moet uitdrukkelijk worden voorzien in de mogelijkheid voor de lidstaten om de steekproefselectie voor de controles ter plaatse in het kader van de regelingen inzake rechtstreekse betalingen te combineren met die voor bepaalde bijstandsmaatregelen voor plattelandsontwikkeling die vallen onder het geïntegreerd beheers- en controlesysteem (hierna het „geïntegreerd systeem” genoemd). Aangezien de populatie van de rechtstreekse betalingen en die van plattelandsontwikkeling niet volledig samenvallen, moeten de lidstaten waken over de representativiteit van de verkregen steekproeven. |
|
(8) |
In de huidige voorschriften inzake de selectie van een steekproef voor de controles ter plaatse in het kader van het geïntegreerde systeem zijn geen bepalingen opgenomen inzake het type steekproefselectie dat moet worden toegepast op de extra begunstigden die moeten worden geselecteerd wanneer de ecologische aandachtsgebieden niet zijn geïdentificeerd in het systeem voor de identificatie van landbouwpercelen. Er moet worden vastgesteld dat deze extra steekproef op basis van een risicoanalyse moet worden geselecteerd. |
|
(9) |
Bij de toepassing van de huidige bepalingen inzake de verlaging van het controlepercentage voor de controles ter plaatse in het kader van het geïntegreerde systeem voor de aanvraagjaren 2015 en 2016 komen enkel de lidstaten die de voorbije jaren een vrijwillige regeling voor de certificering van het foutenpercentage door hun certificeringsinstantie ten uitvoer hebben gelegd, daadwerkelijk in aanmerking voor een mogelijke verlaging van het controlepercentage. Alle andere lidstaten hebben pas vanaf het aanvraagjaar 2017 voor het eerst de mogelijkheid het controlepercentage te verlagen. Daarom is het passend om de mogelijkheid om het controlepercentage voor bepaalde rechtstreekse betalingen te verlagen, met ingang van het begrotingsjaar 2015 uit te breiden naar andere lidstaten die voor het aanvraagjaar 2016 hun foutenpercentage certificeren overeenkomstig de nieuwe methodologie die op het niveau van de Unie is opgesteld, rekening houdend met artikel 7, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie (5). |
|
(10) |
In artikel 42 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 zijn regels vastgesteld betreffende de controles ter plaatse van steunaanvragen voor vee en betalingsaanvragen in het kader van diergebonden bijstandsmaatregelen die moeten worden uitgevoerd gedurende de aanhoudperiode voor de dieren. Doel van deze regels is ervoor te zorgen dat op gepaste wijze kan worden gecontroleerd of de verplichting van de aanhoudperiode wordt nageleefd. De lidstaten moeten echter de mogelijkheid krijgen om te besluiten dat de controles ter plaatse mogen worden gespreid wanneer de aanhoudperiode aanvangt vooraleer een steun- of betalingsaanvraag is ingediend of wanneer de aanhoudperiode niet vooraf kan worden vastgesteld. |
|
(11) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(12) |
De bij deze verordening ingevoerde wijzigingen zijn van toepassing op steunaanvragen, bijstandsaanvragen en betalingsaanvragen betreffende de aanvraagjaren of premieperioden die ingaan op of na 1 januari 2016. Aangezien het mogelijk is dat de begunstigden in het aanvraagjaar 2015 in hun teeltplan aanpassingen met betrekking tot het gewas of de locatie ervan moeten aanbrengen, dient de bepaling op grond waarvan de lidstaten de begunstigde kunnen toestaan de inhoud van de verzamelaanvraag te wijzigen wat betreft het gebruik van de landbouwpercelen, evenwel van toepassing te zijn met ingang van 1 januari 2015. Voorts dient de bepaling op grond waarvan de controles ter plaatse mogen worden gespreid indien de aanhoudperiode aanvangt vooraleer een steun- of betalingsaanvraag is ingediend of wanneer de aanhoudperiode niet vooraf kan worden vastgesteld, ook met ingang van 1 januari 2015 van toepassing te zijn, rekening houdend met de moeilijkheden die de lidstaten die een dergelijke aanhoudperiode hebben toegepast, in het aanvraagjaar 2015 hebben ondervonden. |
|
(13) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor rechtstreekse betalingen en het Comité voor plattelandsontwikkeling, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 10 wordt vervangen door: „Artikel 10 Voorschotten voor rechtstreekse betalingen Wanneer een lidstaat voorschotten voor rechtstreekse betalingen betaalt overeenkomstig artikel 75 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, wordt het aanpassingspercentage in het kader van de financiële discipline als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 niet in aanmerking genomen bij de berekening van deze voorschotten. Bij de saldobetalingen die met ingang van 1 december aan de begunstigden worden verricht, wordt rekening gehouden met het aanpassingspercentage in het kader van de financiële discipline dat voor het desbetreffende aanvraagjaar van toepassing is op het totale bedrag aan rechtstreekse betalingen voor dat jaar.”. |
|
2) |
Aan artikel 11 worden de volgende leden 4 en 5 toegevoegd: „4. Wanneer in het kader van het geïntegreerde systeem het vooraf opgestelde formulier en het bijbehorende grafische materiaal als bedoeld in artikel 72, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 worden verstrekt via een GIS-gebaseerde interface die de verwerking van de ruimtelijke en alfanumerieke gegevens van de aangegeven percelen mogelijk maakt (hierna „geospatiaal steunaanvraagformulier” genoemd), kunnen de lidstaten besluiten een systeem van voorafgaande kruiscontroles (hierna „voorafgaande controles” genoemd) in te voeren dat ten minste de in artikel 29, lid 1, eerste alinea, onder a), b) en c), van deze verordening bedoelde kruiscontroles omvat. De resultaten worden aan de begunstigde meegedeeld binnen een termijn van 26 kalenderdagen na de in artikel 13 van deze verordening bedoelde uiterste datum van indiening van de verzamelaanvraag, de steunaanvraag of de betalingsaanvraag. Wanneer deze termijn van 26 kalenderdagen echter verstrijkt vóór de in artikel 15, lid 2, van deze verordening bedoelde uiterste datum voor de mededeling van wijzigingen, worden de resultaten uiterlijk op de kalenderdag die volgt op de uiterste datum voor de mededeling van de wijzigingen van het betrokken jaar, aan de begunstigde meegedeeld. De lidstaten kunnen besluiten deze voorafgaande controles op regionaal niveau uit te voeren, mits het systeem dat gebruikmaakt van het geospatiale steunaanvraagformulier, op regionaal niveau is opgezet. 5. Wanneer de begunstigde een groep personen is die bijstand aanvraagt voor agromilieu- en klimaatacties als bedoeld in artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 (hierna „het collectief” genoemd), kan de lidstaat besluiten om van de eis van artikel 14 van de onderhavige verordening dat de betalingsaanvraag alle informatie moet bevatten die nodig is om te bepalen of aanspraak op de bijstand kan worden gemaakt, en van de beperking in artikel 13 van de onderhavige verordening op grond waarvan alle betrokken gegevens voor een behoorlijk administratief en financieel beheer van de bijstand uiterlijk op de uiterste datum voor de indiening van de betalingsaanvraag moeten worden ingediend, af te wijken door de invoering van een door een collectief in te dienen vereenvoudigde jaarlijkse betalingsaanvraag (hierna „collectieve aanvraag” genoemd). De artikelen 2, 3, 4, 9, 11, 13, 15 en 16, artikel 17, lid 1 en leden 3 tot en met 9, en de artikelen 21, 24, 25, 27, 28, 29, 35, 38, 39, 40, 42, 43 en 45 van deze verordening en de artikelen 4, 12 en 13 van Verordening (EU) nr. 640/2014 zijn van overeenkomstige toepassing op de bijzondere vereisten die voor de collectieve aanvraag zijn vastgesteld. Voor collectieven nemen de lidstaten een beschrijving van de administratieve regelingen op in het plattelandsontwikkelingsprogramma.”. |
|
3) |
Aan artikel 14 wordt het volgende lid 4 toegevoegd: „4. Met het oog op de betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken overeenkomstig titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 kunnen de lidstaten de begunstigde toestaan om in naar behoren gemotiveerde omstandigheden de inhoud van de verzamelaanvraag te wijzigen wat het gebruik van de landbouwpercelen betreft, op voorwaarde dat dit de begunstigde, wat de naleving van de vergroeningsverplichtingen betreft, niet in een gunstiger positie ten opzichte van de oorspronkelijke aanvraag brengt. De lidstaten kunnen besluiten een uiterste datum vast te stellen voor de mededeling van deze wijzigingen aan de bevoegde autoriteit. Indien de bevoegde autoriteit de begunstigde reeds in kennis heeft gesteld van een geval van niet-naleving in de verzamelaanvraag of betalingsaanvraag of indien zij de begunstigde heeft geïnformeerd over haar voornemen een controle ter plaatse te verrichten of indien een controle ter plaatse niet-naleving aan het licht heeft gebracht, zijn wijzigingen als bedoeld in de eerste alinea niet toegestaan voor de landbouwpercelen waarop de niet-naleving betrekking heeft.”. |
|
4) |
Het volgende artikel 14 bis wordt ingevoegd: „Artikel 14 bis Collectieve aanvragen 1. Indien een lidstaat gebruikmaakt van de optie om collectieve aanvragen in te dienen, is artikel 14 niet van toepassing op die collectieve aanvragen. 2. Het collectief dient één collectieve aanvraag per jaar in. 3. De collectieve aanvraag bevat alle informatie die nodig is om te bepalen of aanspraak op de bijstand kan worden gemaakt, met uitzondering van informatie over verbintenissen die vallen onder de agromilieu- en klimaatacties als bedoeld in artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. De collectieve aanvraag bevat met name:
Indien de door het collectief ingediende bijstandsaanvraag de in de punten b), d) en h), van de eerste alinea bedoelde informatie bevat, mag die informatie worden vervangen door een verwijzing naar die bijstandsaanvraag. 4. In afwijking van lid 3, eerste alinea, kunnen de lidstaten besluiten dat de collectieve aanvraag alle nadere gegevens over de onder de agromilieu- en klimaatacties vallende verbintenissen moet bevatten. 5. Het collectief stelt de bevoegde autoriteit uiterlijk 14 kalenderdagen voordat de verbintenis wordt aangegaan, in kennis van elke onder de agromilieu- en klimaatacties vallende verbintenis. De lidstaten voorzien in passende procedures voor deze inkennisstelling. Indien de collectieve aanvraag overeenkomstig lid 4 de nadere gegevens over de onder de agromilieu- en klimaatacties vallende verbintenissen bevat, hoeven de verbintenissen niet te worden gemeld overeenkomstig de eerste alinea van dit lid, behalve als er een wijziging optreedt in de aard, het tijdstip of de locatie van de verbintenis.”. |
|
5) |
Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
6) |
Artikel 17, lid 1, wordt vervangen door: „1. Ten behoeve van de identificatie van alle landbouwpercelen van het bedrijf en/of niet-landbouwgrond als bedoeld in artikel 14, lid 1, onder d) en e), verstrekt de bevoegde autoriteit de begunstigde het geospatiaal steunaanvraagformulier.”. |
|
7) |
In artikel 25 wordt de tweede alinea vervangen door: „Voor controles ter plaatse met betrekking tot steunaanvragen voor vee of betalingsaanvragen in het kader van diergebonden bijstandsmaatregelen of met betrekking tot overeenkomstig artikel 14 bis, lid 5, gemelde verbintenissen bedraagt de periode tussen de aankondiging en de controle evenwel, behalve in deugdelijk gemotiveerde gevallen, niet meer dan 48 uur. Voorts gelden in het geval dat de regelgeving inzake de besluiten en normen die relevant zijn voor de randvoorwaarden, voorschrijft dat controles ter plaatse onaangekondigd moeten worden uitgevoerd, die voorschriften ook in het geval van controles ter plaatse op de naleving van de randvoorwaarden.”. |
|
8) |
Aan artikel 26, lid 2, wordt de volgende tweede alinea toegevoegd: „De controles ter plaatse inzake overeenkomstig artikel 14 bis, lid 5, gemelde verbintenissen worden verricht binnen de termijnen die een doeltreffende verificatie van de gemelde verbintenis garanderen.”. |
|
9) |
Artikel 31, lid 3, eerste alinea, wordt vervangen door: „3. Wanneer de ecologische aandachtsgebieden niet zijn geïdentificeerd in het systeem voor de identificatie van landbouwpercelen als bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, wordt het in lid 1, onder a), c), d) en e), vastgestelde controlepercentage aangevuld met 5 % van alle begunstigden van de respectieve controlepopulatie die een ecologisch aandachtsgebied op hun landbouwareaal moeten hebben overeenkomstig de artikelen 43 en 46 van Verordening (EU) nr. 1307/2013.”. |
|
10) |
Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
11) |
Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
12) |
Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
13) |
Aan artikel 37 wordt het volgende lid 4 toegevoegd: „4. Voor overeenkomstig artikel 32, lid 2 bis, onder a), geselecteerde collectieven omvatten de controles ter plaatse een oppervlaktemeting en een verificatie van de naleving van de subsidiabiliteitscriteria en van andere verplichtingen met betrekking tot de in de collectieve aanvraag aangegeven oppervlakte. Voor overeenkomstig artikel 32, lid 2 bis, onder b), geselecteerde verbintenissen omvatten de controles ter plaatse een verificatie van de naleving van de gemelde verbintenissen.”. |
|
14) |
In artikel 41, lid 2, wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd: „In afwijking van de eerste alinea kan de lidstaat, wanneer hij gebruikmaakt van de optie om collectieve aanvragen in te dienen, besluiten het collectief niet in de gelegenheid te stellen het controleverslag te ondertekenen indien bij de controle geen niet-naleving aan het licht is gekomen. Indien als gevolg van dergelijke controles een niet-naleving wordt ontdekt, wordt gelegenheid tot ondertekening van het verslag gegeven voordat de bevoegde autoriteit uit de bevindingen conclusies trekt over de eventueel daaruit voortvloeiende verlagingen, weigeringen, intrekkingen of sancties.”. |
|
15) |
Aan artikel 42, lid 1, tweede alinea, wordt de volgende zin toegevoegd: „Indien de aanhoudperiode aanvangt vooraleer een steun- of betalingsaanvraag is ingediend of wanneer de aanhoudperiode niet vooraf kan worden vastgesteld, mogen de lidstaten evenwel besluiten dat de in de artikelen 32 of 33 bedoelde controles ter plaatse worden gespreid over de periode waarin een dier in aanmerking kan komen voor de betaling of de bijstand.”. |
Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing op steunaanvragen, bijstandsaanvragen en betalingsaanvragen betreffende de aanvraagjaren of premieperioden die ingaan op of na 1 januari 2016.
De punten 3 en 15 van artikel 1 zijn evenwel van toepassing met ingang van 1 januari 2015.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 14 december 2015.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PB L 227 van 31.7.2014, blz. 69).
(3) Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608).
(4) Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie van 6 augustus 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, voorschriften inzake controles, zekerheden en transparantie (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 59).
|
15.12.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 329/10 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2334 VAN DE COMMISSIE
van 14 december 2015
tot opening van de particuliere opslag voor varkensvlees en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 18, lid 2, artikel 20, onder c), k), l), m) en n), en artikel 223, lid 3, onder c),
Gezien Verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (2), en met name artikel 4, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 17, eerste alinea, onder h), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 kan steun worden verleend voor de particuliere opslag van varkensvlees. |
|
(2) |
In 2014 en 2015 is de situatie van de varkenssector in de Unie verslechterd. Aangezien de varkensmarkt gekenmerkt wordt door een systeem waarbij de fokkerijsector zich met een inherente vertraging aanpast aan een afname van de vraag naar slachtvarkens, is de varkensproductie in de Unie toegenomen, terwijl intussen de uitvoer na eerdere goede prestaties sterk is teruggelopen als gevolg van het verlies van Rusland als exportmarkt. Hierdoor wordt de markt momenteel geconfronteerd met een aanhoudende prijsdruk die zwaarder is dan de normale conjuncturele prijsdruk. Sinds medio augustus 2015 liggen de genoteerde gemiddelde marktprijzen in de Unie onder de referentiedrempel die is vastgesteld in artikel 7, lid 1, onder f), van Verordening (EU) nr. 1308/2013, met aanzienlijke negatieve gevolgen voor de marges in de varkenssector. De aanhoudende moeilijke marktsituatie vormt een gevaar voor de financiële stabiliteit van een groot aantal landbouwbedrijven. Voor een herstel van het marktevenwicht en hogere prijzen lijkt het noodzakelijk varkensvlees tijdelijk van de markt te halen. Daarom moet steun voor de particuliere opslag van varkensvlees worden verleend en moet het steunbedrag vooraf worden vastgesteld. |
|
(3) |
Bij Verordening (EG) nr. 826/2008 van de Commissie (3) zijn gemeenschappelijke bepalingen vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van regelingen inzake particuliereopslagsteun. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 826/2008 moet een vooraf vastgesteld steunbedrag worden verleend volgens de in hoofdstuk III van die verordening bedoelde nadere bepalingen en voorwaarden. |
|
(5) |
Om het beheer van de maatregel te vergemakkelijken, moeten de varkensvleesproducten worden ingedeeld in categorieën waarvoor de opslagkosten ongeveer even hoog zijn. |
|
(6) |
Aangezien de marktdeelnemers gelijke kansen moeten krijgen, moet het mogelijk zijn een aanvraag voor steun voor de particuliere opslag van de categorieën varkensvleesproducten die voor steun in aanmerking komen, in te dienen met ingang van 4 januari 2016. |
|
(7) |
Ter vergemakkelijking van de administratieve en controlewerkzaamheden die met de sluiting van contracten gepaard gaan, moet de minimumhoeveelheid producten worden vastgesteld waarop elke aanvraag betrekking moet hebben. |
|
(8) |
Er moet een zekerheid worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat de marktdeelnemers hun contractuele verplichtingen nakomen en dat de maatregel het beoogde effect op de markt sorteert. |
|
(9) |
De uitvoer van varkensvleesproducten draagt bij aan het herstel van het marktevenwicht. Daarom moet artikel 28, lid 3, van Verordening (EG) nr. 826/2008 van toepassing zijn in die gevallen waarin de opslagperiode wordt verkort en de uitgeslagen producten bestemd zijn voor uitvoer. Vastgesteld moet worden met welk bedrag per dag het steunbedrag moet worden verlaagd overeenkomstig het bepaalde in dat artikel. |
|
(10) |
Voor de toepassing van artikel 28, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 826/2008 en in het belang van de nodige coherentie en duidelijkheid voor de marktdeelnemers moet de in dat artikel genoemde periode van twee maanden worden uitgedrukt in dagen. |
|
(11) |
Artikel 35 van Verordening (EG) nr. 826/2008 heeft betrekking op de gegevens die de lidstaten aan de Commissie moeten meedelen. Het is dienstig om specifieke regels vast te stellen inzake de frequentie van de mededelingen die betrekking hebben op de in het kader van deze verordening aangevraagde hoeveelheden. |
|
(12) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Toepassingsgebied
1. Bij deze verordening wordt steun verleend voor de particuliere opslag van varkensvlees als bedoeld in artikel 17, eerste alinea, onder h), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.
2. De lijst van productcategorieën die voor deze steun in aanmerking komen, en de desbetreffende bedragen worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
3. Verordening (EG) nr. 826/2008 is van toepassing, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.
Artikel 2
Indiening van aanvragen
1. Met ingang van 4 januari 2016 mogen aanvragen worden ingediend voor steun voor de particuliere opslag van de categorieën varkensvleesproducten die voor de in artikel 1 bedoelde steun in aanmerking komen.
2. De aanvragen hebben betrekking op een opslagperiode van 90, 120 of 150 dagen.
3. Elke aanvraag betreft slechts een van de in de bijlage vermelde productcategorieën onder vermelding van de desbetreffende GN-code binnen die categorie.
4. Elke aanvraag heeft betrekking op een minimumhoeveelheid van ten minste 10 ton voor producten zonder been en 15 ton voor andere producten.
Artikel 3
Zekerheid
De overeenkomstig artikel 16, lid 2, onder i), van Verordening (EG) nr. 826/2008 te stellen zekerheid bedraagt per ton product 20 % van de steunbedragen die zijn vastgesteld in de kolommen 3, 4 en 5 van de tabel in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 4
Uitslag van voor uitvoer bestemde producten
1. Voor de toepassing van artikel 28, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 826/2008 is vereist dat een minimale opslagperiode van 60 dagen is verstreken.
2. Voor de toepassing van artikel 28, lid 3, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 826/2008 zijn de bedragen per dag de in kolom 6 van de tabel in de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde bedragen.
Artikel 5
Frequentie van de mededelingen van de aangevraagde hoeveelheden
De lidstaten delen de Commissie tweemaal per week de hoeveelheden mee waarvoor aanvragen om contracten te sluiten, zijn ingediend, op de volgende wijze:
|
a) |
elke maandag uiterlijk om 12.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) de hoeveelheden waarvoor aanvragen zijn ingediend op donderdag en vrijdag van de voorgaande week; |
|
b) |
elke donderdag uiterlijk om 12.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) de hoeveelheden waarvoor aanvragen zijn ingediend op maandag, dinsdag en woensdag van dezelfde week. |
Artikel 6
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 14 december 2015.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
(2) PB L 346 van 20.12.2013, blz. 12.
(3) Verordening (EG) nr. 826/2008 van de Commissie van 20 augustus 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen inzake de verlening van steun voor de particuliere opslag van bepaalde landbouwproducten (PB L 223 van 21.8.2008, blz. 3).
BIJLAGE
|
Productcategorieën |
Producten waarvoor steun wordt verleend |
Steun voor een opslagtermijn van (EUR/ton) |
Bedrag per dag (EUR/ton/dag) |
||
|
90 dagen |
120 dagen |
150 dagen |
|||
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
|
Categorie 1 |
|||||
|
ex 0203 11 10 |
Halve dieren, zonder voorpoot, staart, nier, middenrif en ruggenmerg (1) Hele karkassen van dieren tot 20 kg |
274 |
291 |
307 |
0,54 |
|
Categorie 2 |
|||||
|
ex 0203 12 11 |
Hammen |
304 |
318 |
332 |
0,47 |
|
ex 0203 12 19 |
Schouders |
|
|
|
|
|
ex 0203 19 11 |
Voorstukken |
|
|
|
|
|
ex 0203 19 13 |
Karbonadestrengen, met of zonder halskarbonade, of halskarbonaden alleen, karbonadestrengen met of zonder heup (2) (3) |
|
|
|
|
|
Categorie 3 |
|||||
|
ex 0203 19 55 |
Hammen, schouders, voorstukken, karbonadestrengen met of zonder halskarbonade, of halskarbonaden alleen, karbonadestrengen met of zonder heup, zonder been (2) (3) |
335 |
350 |
364 |
0,49 |
|
Categorie 4 |
|||||
|
ex 0203 19 15 |
Buik, als zodanig of rechthoekig gesneden |
250 |
264 |
278 |
0,47 |
|
Categorie 5 |
|||||
|
ex 0203 19 55 |
Buik, als zodanig of rechthoekig gesneden, zonder zwoerd en ribben |
269 |
284 |
298 |
0,48 |
|
Categorie 6 |
|||||
|
ex 0203 19 55 |
Deelstukken overeenstemmend met „middles”, met of zonder zwoerd of vet, zonder been (4) |
272 |
288 |
304 |
0,53 |
|
Categorie 7 |
|||||
|
ex 0209 10 11 |
Spek met of zonder zwoerd (5) |
168 |
175 |
182 |
0,24 |
(1) Voor steun komen ook in aanmerking: halve dieren, versneden volgens de „Wiltshire”-methode, d.w.z. ontdaan van de kop, de wang, het kinnebakspek, de poten, de staart, de bladreuzel, de nier, het haasje, het schouderblad, het borstbeen, de wervelkolom, het heupbeen en het middenrif.
(2) De karbonadestrengen en de halskarbonaden mogen worden opgeslagen met of zonder zwoerd; het vastzittend spek mag echter niet dikker zijn dan 25 mm.
(3) De in het contract vastgelegde hoeveelheid kan iedere combinatie van de genoemde producten betreffen.
(4) Dezelfde aanbiedingsvorm als die van GN-code 0210 19 20 .
(5) Vers vetweefsel van alle delen van het dier dat zich onder het zwoerd van het dier bevindt en dat daarmee verbonden is; indien het wordt aangeboden met het zwoerd, moet het gewicht van het vetweefsel hoger zijn dan het gewicht van het zwoerd.
|
15.12.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 329/14 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2335 VAN DE COMMISSIE
van 14 december 2015
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 14 december 2015.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
MA |
90,8 |
|
TR |
103,1 |
|
|
ZZ |
97,0 |
|
|
0707 00 05 |
MA |
90,5 |
|
TR |
153,8 |
|
|
ZZ |
122,2 |
|
|
0709 93 10 |
MA |
64,2 |
|
TR |
149,5 |
|
|
ZZ |
106,9 |
|
|
0805 10 20 |
MA |
60,7 |
|
TR |
63,2 |
|
|
ZA |
49,7 |
|
|
ZW |
32,0 |
|
|
ZZ |
51,4 |
|
|
0805 20 10 |
MA |
70,5 |
|
ZZ |
70,5 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
IL |
107,2 |
|
TR |
86,0 |
|
|
ZZ |
96,6 |
|
|
0805 50 10 |
TR |
93,3 |
|
ZZ |
93,3 |
|
|
0808 10 80 |
CA |
151,7 |
|
CL |
86,3 |
|
|
US |
81,4 |
|
|
ZA |
188,2 |
|
|
ZZ |
126,9 |
|
|
0808 30 90 |
CN |
53,4 |
|
TR |
134,4 |
|
|
ZZ |
93,9 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.
BESLUITEN
|
15.12.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 329/16 |
BESLUIT (GBVB) 2015/2336 VAN DE RAAD
van 14 december 2015
tot wijziging van Besluit 2010/279/GBVB over de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 18 mei 2010 Besluit 2010/279/GBVB (1) over de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN) vastgesteld. |
|
(2) |
De Raad heeft op 17 december 2014 Besluit 2014/922/GBVB (2) tot wijziging en verlenging van Besluit 2010/279/GBVB vastgesteld, waarbij in het bijzonder EUPOL AFGHANISTAN werd verlengd tot en met 31 december 2016 en voor de missie in een financieel referentiebedrag werd voorzien voor de periode tot en met 31 december 2015. |
|
(3) |
Besluit 2010/279/GBVB moet worden gewijzigd om te voorzien in een financieel referentiebedrag voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Aan artikel 13, lid 1, van Besluit 2010/279/GBVB wordt de volgende alinea toegevoegd:
„Het financiële referentiebedrag dat de uitgaven in verband met EUPOL AFGHANISTAN voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 moet dekken, is 43 650 000 EUR.”.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 14 december 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI
(1) Besluit 2010/279/GBVB van de Raad van 18 mei 2010 over de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN) (PB L 123 van 19.5.2010, blz. 4).
(2) Besluit 2014/922/GBVB van de Raad van 17 december 2014 tot wijziging en verlenging van Besluit 2010/279/GBVB over de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN) (PB L 363 van 18.12.2014, blz. 152).
|
15.12.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 329/17 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2015/2337 VAN DE COMMISSIE
van 11 december 2015
betreffende de vaststelling van kwantitatieve beperkingen en de toewijzing van quota voor stoffen die worden gereguleerd krachtens Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen, voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 8853)
(Slechts de teksten in de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Kroatische, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Spaanse en de Tsjechische taal zijn authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (1), en met name artikel 10, lid 2, en artikel 16, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het in de Unie in het vrije verkeer brengen van ingevoerde gereguleerde stoffen is aan kwantitatieve beperkingen onderworpen. |
|
(2) |
De Commissie dient deze beperkingen vast te stellen en ondernemingen quota toe te wijzen. |
|
(3) |
De Commissie dient voorts te bepalen welke hoeveelheden andere gereguleerde stoffen dan chloorfluorkoolwaterstoffen mogen worden gebruikt voor essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen en welke bedrijven deze mogen gebruiken. |
|
(4) |
De vaststelling van de toegewezen quota voor essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen moet ervoor zorgen dat de in artikel 10, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1005/2009 vastgestelde kwantitatieve beperkingen worden nageleefd door toepassing van Verordening (EU) nr. 537/2011 van de Commissie (2). Aangezien die kwantitatieve beperkingen ook hoeveelheden chloorfluorkoolwaterstoffen omvatten waarvoor een vergunning voor analytische en laboratoriumtoepassingen is afgegeven, moeten de productie en de invoer van chloorfluorkoolwaterstoffen voor die toepassingen ook onder die toewijzing vallen. |
|
(5) |
De Commissie heeft een kennisgeving gedaan aan ondernemingen die voornemens zijn in 2016 gereguleerde stoffen die de ozonlaag afbreken in de Europese Unie in te voeren of uit de Europese Unie uit te voeren en aan ondernemingen die voornemens zijn voor 2016 een quotum aan te vragen voor dergelijke stoffen die voor analytische en laboratoriumtoepassingen bedoeld zijn (3), en heeft naar aanleiding daarvan verklaringen ontvangen met betrekking tot voorgenomen invoer in 2016. |
|
(6) |
De kwantitatieve beperkingen en quota moeten worden vastgesteld voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016, overeenkomstig de jaarlijkse verslagleggingscyclus in het kader van het Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken. |
|
(7) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1005/2009 ingestelde comité, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Hoeveelheden om in het vrije verkeer te worden gebracht
De hoeveelheid onder Verordening (EG) nr. 1005/2009 vallende gereguleerde stoffen die in 2016 uit derde landen in de Unie mag worden ingevoerd om in het vrije verkeer te worden gebracht, wordt vastgesteld op:
|
Gereguleerde stoffen |
Hoeveelheid (in kilogram ozonafbrekend vermogen (ODP)) |
|
Groep I (chloorfluorkoolstoffen 11, 12, 113, 114 en 115) en groep II (andere volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolstoffen) |
3 552 650,00 |
|
Groep III (halonen) |
22 525 550,00 |
|
Groep IV (tetrachloorkoolstof) |
22 385 055,00 |
|
Groep V (1,1,1-trichloorethaan) |
1 700 001,00 |
|
Groep VI (methylbromide) |
810 720,00 |
|
Groep VII (broomfluorkoolwaterstoffen) |
2 281,00 |
|
Groep VIII (chloorfluorkoolwaterstoffen) |
5 564 260,40 |
|
Groep IX (broomchloormethaan) |
270 012,00 |
Artikel 2
Toewijzing van quota om in het vrije verkeer te worden gebracht
1. In bijlage I is aangegeven voor welke doeleinden en aan welke ondernemingen voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016 quota voor de chloorfluorkoolstoffen 11, 12, 113, 114 en 115 en andere volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolstoffen zijn toegewezen.
2. In bijlage II is aangegeven voor welke doeleinden en aan welke ondernemingen voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016 quota voor halonen zijn toegewezen.
3. In bijlage III is aangegeven voor welke doeleinden en aan welke ondernemingen voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016 quota voor tetrachloorkoolstof zijn toegewezen.
4. In bijlage IV is aangegeven voor welke doeleinden en aan welke ondernemingen voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016 quota voor 1,1,1-trichloorethaan zijn toegewezen.
5. In bijlage V is aangegeven voor welke doeleinden en aan welke ondernemingen voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016 quota voor methylbromide zijn toegewezen.
6. In bijlage VI is aangegeven voor welke doeleinden en aan welke ondernemingen voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016 quota voor broomfluorkoolwaterstoffen zijn toegewezen.
7. In bijlage VII is aangegeven voor welke doeleinden en aan welke ondernemingen voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016 quota voor chloorfluorkoolwaterstoffen zijn toegewezen.
8. In bijlage VIII is aangegeven voor welke doeleinden en aan welke ondernemingen voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016 quota voor broomchloormethaan zijn toegewezen.
9. De afzonderlijke quota voor ondernemingen zijn opgenomen in bijlage IX.
Artikel 3
Quota voor analytische en laboratoriumtoepassingen
De quota voor de invoer en de productie van gereguleerde stoffen voor analytische en laboratoriumtoepassingen in 2016 worden toegewezen aan de in bijlage X opgenomen ondernemingen.
De aan die ondernemingen toegewezen maximumhoeveelheden die in 2016 voor analytische en laboratoriumtoepassingen mogen worden geproduceerd of ingevoerd, zijn opgenomen in bijlage XI.
Artikel 4
Geldigheidsduur
Dit besluit is van toepassing van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016.
Artikel 5
Adressaten
Dit besluit is gericht tot de volgende ondernemingen:
|
1 |
|
2 |
|
||||||||
|
3 |
|
4 |
|
||||||||
|
5 |
|
6 |
|
||||||||
|
7 |
|
8 |
|
||||||||
|
9 |
|
10 |
|
||||||||
|
11 |
|
12 |
|
||||||||
|
13 |
|
14 |
|
||||||||
|
15 |
|
16 |
|
||||||||
|
17 |
|
18 |
|
||||||||
|
19 |
|
20 |
|
||||||||
|
21 |
|
22 |
|
||||||||
|
23 |
|
24 |
|
||||||||
|
25 |
|
26 |
|
||||||||
|
27 |
|
28 |
|
||||||||
|
29 |
|
30 |
|
||||||||
|
31 |
|
32 |
|
||||||||
|
33 |
|
34 |
|
||||||||
|
35 |
|
36 |
|
||||||||
|
37 |
|
38 |
|
||||||||
|
39 |
|
40 |
|
||||||||
|
41 |
|
42 |
|
||||||||
|
43 |
|
44 |
|
||||||||
|
45 |
|
46 |
|
||||||||
|
47 |
|
48 |
|
||||||||
|
49 |
|
50 |
|
||||||||
|
51 |
|
52 |
|
||||||||
|
53 |
|
54 |
|
Gedaan te Brussel, 11 december 2015.
Voor de Commissie
Miguel ARIAS CAÑETE
Lid van de Commissie
(1) PB L 286 van 31.10.2009, blz. 1.
(2) Verordening (EU) nr. 537/2011 van de Commissie van 1 juni 2011 betreffende het mechanisme voor de toewijzing van de hoeveelheden gereguleerde stoffen waarvan het gebruik in de Unie voor analytische en laboratoriumtoepassingen is toegestaan krachtens Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (PB L 147 van 2.6.2011, blz. 4).
BIJLAGE I
Groepen I en II
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1005/2009 aan importeurs toegewezen invoerquota voor de chloorfluorkoolstoffen 11, 12, 113, 114 en 115 en andere volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolstoffen voor gebruik als grondstof en als technische hulpstof gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016.
|
Onderneming ABCR Dr. Braunagel GmbH & Co. KG (DE) Honeywell Fluorine Products Europe BV (NL) Mexichem UK Limited (UK) Solvay Specialty Polymers Italy SpA (IT) Syngenta Limited (UK) Tazzetti SAU (ES) Tazzetti SpA (IT) TEGA — Technische Gase und Gasetechnik GmbH (DE) |
BIJLAGE II
Groep III
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1005/2009 aan importeurs toegewezen invoerquota voor halonen voor gebruik als grondstof en voor kritische toepassingen gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016.
|
Onderneming ABCR Dr. Braunagel GmbH & Co.KG (DE) Arkema France (FR) Ateliers Bigata (FR) BASF Agri-Production S.A.S. (FR) Esto plus s.r.o. (CZ) Eusebi Impianti Srl (IT) Eusebi Service Srl (IT) Fire Fighting Enterprises Ltd (UK) Gielle Di Luigi Galantucci (IT) Halon & Refrigerants Services Ltd (UK) Intergeo Ltd (EL) Meridian Technical Services Limited (UK) Safety Hi-Tech srl (IT) Savi Technologie sp. z o.o. (PL) |
BIJLAGE III
Groep IV
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1005/2009 aan importeurs toegewezen invoerquota voor tetrachloorkoolstof voor gebruik als grondstof en als technische hulpstof voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016.
|
Onderneming Arkema France (FR) Dow Deutschland Anlagengesellschaft mbH (DE) Mexichem UK Limited (UK) |
BIJLAGE IV
Groep V
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1005/2009 aan importeurs toegewezen invoerquota voor 1,1,1-trichloorethaan voor gebruik als grondstof voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016.
|
Onderneming Arkema France (FR) Fujifilm Electronic Materials Europe NV (BE) |
BIJLAGE V
Groep VI
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1005/2009 aan importeurs toegewezen invoerquota voor methylbromide voor gebruik als grondstof voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016.
|
Onderneming Albemarle Europe SPRL (BE) GHC Gerling, Holz & Co. Handels GmbH (DE) ICL-IP Europe BV (NL) Mebrom NV (BE) Sigma-Aldrich Chemie GmbH (DE) |
BIJLAGE VI
Groep VII
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1005/2009 aan importeurs toegewezen invoerquota voor broomfluorkoolwaterstoffen voor gebruik als grondstof gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016.
|
Onderneming ABCR Dr. Braunagel GmbH & Co.KG (DE) Hovione FarmaCiencia SA (PT) R.P. CHEM s.r.l. (IT) Sterling Chemical Malta Limited (MT) Sterling SpA (IT) |
BIJLAGE VII
Groep VIII
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1005/2009 aan importeurs toegewezen invoerquota voor chloorfluorkoolwaterstoffen voor gebruik als grondstof gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016.
|
Onderneming ABCR Dr. Braunagel GmbH & Co. KG (DE) AGC Chemicals Europe, Ltd (UK) Arkema France (FR) Bayer CropScience AG (DE) Chemours Netherlands BV (NL) Dyneon GmbH (DE) Fenix Fluor Limited (UK) GHC Gerling, Holz & Co. Handels GmbH (DE) Honeywell Fluorine Products Europe BV (NL) Mexichem UK Limited (UK) Solvay Fluor GmbH (DE) Solvay Specialty Polymers France SAS (FR) Solvay Specialty Polymers Italy SpA (IT) Tazzetti SAU (ES) Tazzetti SpA (IT) |
BIJLAGE VIII
Groep IX
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1005/2009 aan importeurs toegewezen invoerquota voor broomchloormethaan voor gebruik als grondstof gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016.
|
Onderneming Albemarle Europe SPRL (BE) ICL-IP Europe BV (NL) Laboratorios Miret SA (ES) Sigma-Aldrich Chemie GmbH (DE) |
BIJLAGE IX
(Commercieel gevoelig — vertrouwelijk — niet voor publicatie)
BIJLAGE X
Ondernemingen die gemachtigd zijn om in 2016 gereguleerde stoffen te produceren of in te voeren voor analytische en laboratoriumtoepassingen
De quota gereguleerde stoffen die mogen worden gebruikt voor analytische en laboratoriumtoepassingen, worden toegewezen aan:
|
Onderneming ABCR Dr. Braunagel GmbH & Co.KG (DE) Airbus Operations SAS (FR) Arkema France (FR) Biovit d.o.o. (HR) Daikin Refrigerants Europe GmbH (DE) Diverchim SA (FR) Honeywell Fluorine Products Europe BV (NL) Honeywell Specialty Chemicals Seelze GmbH (DE) Hudson Technologies Europe S.r.l. (IT) Labmix24 GmbH (DE) LGC Standards GmbH (DE) Ludwig-Maximilians-Universität (DE) Merck KGaA (DE) Mexichem UK Limited (UK) Ministerie van Defensie — Scheikundig Laboratorium — Den Helder (NL) Safety Hi-Tech srl (IT) Sigma Aldrich Chimie Sarl (FR) Sigma-Aldrich Chemie GmbH (DE) Sigma Aldrich Company Ltd (UK) Solvay Fluor GmbH (DE) Solvay Specialty Polymers France SAS (FR) SPEX CertiPrep Ltd (UK) Sterling Chemical Malta Limited (MT) Sterling SpA (IT) |
BIJLAGE XI
(Commercieel gevoelig — vertrouwelijk — niet voor publicatie)