|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 281 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
58e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
27.10.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 281/1 |
VERORDENING (EU) 2015/1919 VAN DE RAAD
van 26 oktober 2015
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 314/2004 inzake bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad (1) legt meerdere maatregelen ten uitvoer die bij Besluit 2011/101/GBVB van de Raad (2) werden ingevoerd, zoals de bevriezing van tegoeden en economische middelen van bepaalde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen. |
|
(2) |
Op 26 oktober 2015 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2015/1924 (3) vastgesteld, waarbij een overleden persoon werd geschrapt uit de bijlagen I en II bij Besluit 2011/101/GBVB. |
|
(3) |
Deze maatregel valt onder het toepassingsgebied van het Verdrag en derhalve is regelgeving op het niveau van de Unie noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging ervan, met name ook om de uniforme toepassing ervan door marktdeelnemers in alle lidstaten te verzekeren. |
|
(4) |
Op 26 oktober 2015 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1921 (4) vastgesteld, waarbij een overleden persoon werd geschrapt uit bijlage III bij Verordening (EG) nr. 314/2004. |
|
(5) |
Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 314/2004 moet dan ook dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
Bovendien moet in Verordening (EG) nr. 314/2004 een nieuwe bepaling worden ingevoegd om te voldoen aan de vereisten voor de bescherming van persoonsgegevens. |
|
(7) |
Om de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient de verordening op de dag na die van de bekendmaking ervan in werking te treden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In Verordening (EG) nr. 314/2004 wordt het volgende artikel ingevoegd:
„Artikel 11 bis
1. In bijlage III worden de redenen vermeld voor het op de lijst plaatsen van betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen.
2. Bijlage III bevat, indien beschikbaar, informatie die nodig is om de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen te identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit namen, inclusief aliassen, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres, indien bekend, en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen, kan dergelijke informatie bestaan uit namen, plaats en datum van registerinschrijving, registratienummer en plaats van vestiging.”.
Artikel 2
Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 314/2004 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 26 oktober 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI
(1) Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad van 19 februari 2004 inzake bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe (PB L 55 van 24.2.2004, blz. 1).
(2) Besluit 2011/101/GBVB van de Raad van 15 februari 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen Zimbabwe (PB L 42 van 16.2.2011, blz. 6).
(3) Besluit (GBVB) 2015/1924 van de Raad van 26 oktober 2015 tot wijziging van Besluit 2011/101/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Zimbabwe (zie bladzijde 10 van dit Publicatieblad).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1921 van de Commissie van 26 oktober 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad inzake bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe (zie bladzijde 5 van dit Publicatieblad).
BIJLAGE
In bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 314/2004 wordt de vermelding met betrekking tot de volgende natuurlijke personen geschrapt uit de lijst „I. Personen”:
I. Personen
|
|
Naam (en eventuele aliassen) |
|
44. |
Midzi, Amos Bernard (Mugenva) |
|
27.10.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 281/3 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1920 VAN DE RAAD
van 26 oktober 2015
tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 1352/2014 betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Jemen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1352/2014 van 18 december 2014 van de Raad betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Jemen (1), en met name artikel 15, lid 3,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft op 26 februari 2014 Resolutie („UNSCR”) 2140 (2014) aangenomen, op grond waarvan reisbeperkingen moeten worden opgelegd aan personen die door het uit hoofde van punt 19 van UNSCR 2140 (2014) ingestelde Comité („het Comité”) worden aangewezen, en tegoeden en vermogensbestanddelen van door het Comité aangewezen personen moeten worden bevroren. |
|
(2) |
Het Comité heeft op 7 november 2014 drie personen aangewezen op basis van de criteria in punt 17 van UNSCR 2140 (2014). |
|
(3) |
De Raad heeft op 18 december 2014 Verordening (EU) nr. 1352/2014 vastgesteld. |
|
(4) |
Op 16 september 2015 heeft het Comité de informatie betreffende één persoon gewijzigd. |
|
(5) |
Verordening (EU) nr. 1352/2014 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1352/2014 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 26 oktober 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI
BIJLAGE
In de lijst van personen en entiteiten in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1352/2014 wordt rubriek nr. 5 onder de sectie A „Personen” vervangen door:
|
„5. |
Ahmed Ali Abdullah Saleh (alias: Ahmed Ali Abdullah Al-Ahmar)
Titel: Voormalig ambassadeur, voormalig brigadegeneraal, Geboortedatum: 25 juli 1972, Nationaliteit: Jemenitisch, Paspoortnr.: a) Jemenitisch paspoort met nummer 17979, afgegeven op naam van Ahmed Ali Abdullah Saleh (bedoeld in het diplomatieke identificatienummer 31/2013/20/003140 hieronder) b) Jemenitisch paspoort met nummer 02117777, afgegeven op 8.11.2005 op naam van Ahmed Ali Abdullah Al-Ahmar c) Jemenitisch paspoort met nummer 06070777, afgegeven op 3.12.2014 op naam van Ahmed Ali Abdullah Al-Ahmar, Adres: Verenigde Arabische Emiraten, Overige informatie: Heeft een belangrijk aandeel gehad in de militaire expansie van de Houthi's. Heeft handelingen verricht die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van Jemen bedreigen. Ahmed Saleh is de zoon van de voormalige president van de Republiek Jemen, Ali Abdullah Saleh. Ahmed Ali Abdullah Saleh is afkomstig uit een gebied bekend als Bayt Al-Ahmar, gelegen op ongeveer 20 km ten zuidoosten van de hoofdstad Sana'a. Diplomatieke identiteitskaart met nr. 31/2013/20/003140, op 7.7.2013 afgegeven op naam van Ahmed Ali Abdullah Saleh door het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Arabische Emiraten; huidige status: geannuleerd. Datum plaatsing op de VN-lijst: 14.4.2015. Aanvullende informatie uit de beschrijving van de redenen die is verstrekt door het Sanctiecomité: Ahmed Ali Saleh heeft alles in het werk gesteld om het gezag van president Hadi te ondermijnen, diens pogingen om het militaire apparaat te hervormen te dwarsbomen en de vreedzame overgang van Jemen naar democratie te belemmeren. Saleh heeft een belangrijk aandeel gehad in de militaire expansie van de Houthi's. Vanaf medio februari 2013 is Ahmed Ali Saleh duizenden nieuwe geweren beginnen te leveren aan de brigades van de Republikeinse Garde en niet-geïdentificeerde tribale sjeiks. Deze wapens werden al in 2010 aangekocht en bewaard om zich later te kunnen verzekeren van de trouw en de politieke steun van degenen die de wapens zouden krijgen. Nadat zijn vader en voormalig president van de Republiek Jemen, Ali Abdullah Saleh, in 2011 als president was afgetreden, bleef Ahmed Ali Saleh aan als bevelhebber van de Republikeinse Garde van Jemen. Een klein jaar later werd Saleh door president Hadi ontslagen, maar ook na zijn ontslag bleef hij zeer invloedrijk in het Jemenitische leger. Ali Abdullah Saleh is in november 2014 uit hoofde van UNSCR 2140 (2014) door de VN op de lijst geplaatst.”. |
|
27.10.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 281/5 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1921 VAN DE COMMISSIE
van 26 oktober 2015
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad inzake bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad van 19 februari 2004 inzake bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe (1), en met name artikel 11, onder b),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In bijlage III bij Verordening (EG) nr. 314/2004 worden de personen en entiteiten vermeld waarvan de tegoeden en economische middelen krachtens die verordening worden bevroren. |
|
(2) |
In Besluit 2011/101/GBVB van de Raad (2) worden de natuurlijke personen en rechtspersonen aangewezen op wie de beperkende maatregelen van artikel 5 van dat besluit van toepassing zijn, en bij Verordening (EG) nr. 314/2004 wordt uitvoering gegeven aan dat besluit voor zover maatregelen op het niveau van de Unie vereist zijn. |
|
(3) |
Op 26 oktober 2015 heeft de Raad besloten de naam van één overleden persoon te schrappen van de lijst van personen op wie de beperkende maatregelen van toepassing zijn. Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 314/2004 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 314/2004 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 26 oktober 2015.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Hoofd van de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid
(1) PB L 55 van 24.2.2004, blz. 1.
(2) Besluit 2011/101/GBVB van 15 februari 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen Zimbabwe (PB L 42 van 16.2.2011, blz. 6).
BIJLAGE
In bijlage III bij Verordening (EG) nr. 314/2004 worden de volgende natuurlijke personen geschrapt van de lijst „I. Personen”:
I. Personen
„Amos Bernard Midzi (Mugenva). Geboortedatum: 4.7.1952. Overige informatie: a) voormalig minister van Mijnbouw en Mijnontwikkeling, b) voormalig minister van Energie en Energieontwikkeling, c) partijvoorzitter van ZANU-PF in Harare, d) voormalig regeringslid dat banden had met de ZANU-PF-factie in de regering, e) organiseerde de groep ZANU-PF-aanhangers en soldaten die in juni 2008 mensen aanvielen en hun woningen verwoestten, f) betrokken bij geweldplegingen in Epworth; ondersteunde militiebases in 2008 en opnieuw in 2011.”
|
27.10.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 281/7 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1922 VAN DE COMMISSIE
van 26 oktober 2015
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 26 oktober 2015.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
AL |
44,1 |
|
MA |
99,4 |
|
|
MK |
61,4 |
|
|
TR |
105,8 |
|
|
ZZ |
77,7 |
|
|
0707 00 05 |
AL |
35,9 |
|
MK |
46,1 |
|
|
TR |
112,1 |
|
|
ZZ |
64,7 |
|
|
0709 93 10 |
MA |
112,1 |
|
TR |
142,2 |
|
|
ZZ |
127,2 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
152,4 |
|
TR |
108,3 |
|
|
UY |
78,3 |
|
|
ZA |
133,8 |
|
|
ZZ |
118,2 |
|
|
0806 10 10 |
BR |
257,0 |
|
EG |
209,0 |
|
|
LB |
234,5 |
|
|
MK |
88,0 |
|
|
PE |
75,0 |
|
|
TR |
159,0 |
|
|
ZZ |
170,4 |
|
|
0808 10 80 |
AL |
23,1 |
|
AR |
124,2 |
|
|
CL |
104,6 |
|
|
NZ |
134,1 |
|
|
ZA |
158,7 |
|
|
ZZ |
108,9 |
|
|
0808 30 90 |
TR |
133,8 |
|
ZZ |
133,8 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.
BESLUITEN
|
27.10.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 281/9 |
BESLUIT (GBVB) 2015/1923 VAN DE RAAD
van 26 oktober 2015
houdende wijziging van Besluit 2010/638/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen de Republiek Guinee
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 25 oktober 2010 Besluit 2010/638/GBVB (1) betreffende beperkende maatregelen tegen de Republiek Guinee vastgesteld. |
|
(2) |
Na een evaluatie van Besluit 2010/638/GBVB wordt het wenselijk geacht de toepassing van die beperkende maatregelen te verlengen tot en met 27 oktober 2016. |
|
(3) |
Besluit 2010/638/GBVB moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 8, lid 2, van Besluit 2010/638/GBVB wordt vervangen door:
„2. Dit besluit is van toepassing tot en met 27 oktober 2016. Het wordt voortdurend geëvalueerd. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd indien de Raad oordeelt dat de doelstellingen ervan niet zijn bereikt.”.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Luxemburg, 26 oktober 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI
(1) Besluit 2010/638/GBVB van de Raad van 25 oktober 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen de Republiek Guinee (PB L 280 van 26.10.2010, blz. 10).
|
27.10.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 281/10 |
BESLUIT (GBVB) 2015/1924 VAN DE RAAD
van 26 oktober 2015
houdende wijziging van Besluit 2011/101/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Zimbabwe
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 15 februari 2011 Besluit 2011/101/GBVB (1) vastgesteld. |
|
(2) |
Een overledene dient in bijlagen I en II bij dat besluit te worden geschrapt. |
|
(3) |
Besluit 2011/101/GBVB moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen I en II bij Besluit 2011/101/GBVB worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Luxemburg, 26 oktober 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI
(1) Besluit 2011/101/GBVB van de Raad van 15 februari 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen Zimbabwe (PB L 42 van 16.2.2011, blz. 6).
BIJLAGE
I.
In bijlage I bij Besluit 2011/101/GBVB wordt de vermelding met betrekking tot de volgende natuurlijke persoon uit de lijst „I. Personen” geschrapt:|
Naam (en eventuele aliassen)
|
II.
In bijlage II bij Besluit 2011/101/GBVB wordt de vermelding met betrekking tot de volgende natuurlijke persoon uit de lijst „I. Personen” geschrapt:|
Naam (en eventuele aliassen)
|
|
27.10.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 281/12 |
BESLUIT (GBVB) 2015/1925 VAN DE RAAD
van 26 oktober 2015
houdende wijziging van Besluit 2010/573/GBVB inzake beperkende maatregelen tegen de leiders van de regio Transnistrië van de Republiek Moldavië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 27 september 2010 Besluit 2010/573/GBVB vastgesteld (1). |
|
(2) |
Op basis van een evaluatie van Besluit 2010/573/GBVB dienen de beperkende maatregelen tegen de leiders van de regio Transnistrië van de Republiek Moldavië te worden verlengd tot en met 31 oktober 2016. De Raad zal na zes maanden de situatie met betrekking tot de beperkende maatregelen opnieuw bezien. |
|
(3) |
Besluit 2010/573/GBVB dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 4, lid 2, van Besluit 2010/573/GBVB wordt vervangen door:
„2. Dit besluit is van toepassing tot en met 31 oktober 2016. Het wordt voortdurend geëvalueerd. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd indien de Raad oordeelt dat de doelstellingen ervan niet zijn bereikt.”.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Luxemburg, 26 oktober 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI
(1) Besluit 2010/573/GBVB van de Raad van 27 september 2010 inzake beperkende maatregelen tegen de leiders van de regio Transnistrië van de Republiek Moldavië (PB L 253 van 28.9.2010, blz. 54).
|
27.10.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 281/13 |
BESLUIT (GBVB) 2015/1926 VAN DE RAAD
van 26 oktober 2015
tot wijziging van Besluit (GBVB) 2015/778 inzake een militaire operatie van de Europese Unie in het zuidelijke deel van het centrale Middellandse Zeegebied (EUNAVFOR MED)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 18 mei 2015 Besluit (GBVB) 2015/778 inzake een militaire operatie van de Europese Unie in het zuidelijke deel van het centrale Middellandse Zeegebied (EUNAVFOR MED) (1) vastgesteld. |
|
(2) |
De operationeel commandant heeft op 24 september 2015 voorgesteld de operatie SOPHIA te noemen. |
|
(3) |
Besluit (GBVB) 2015/778 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Naam van de operatie
In de titel en de tekst van Besluit (GBVB) 2015/778 wordt voortaan de naam „EUNAVFOR MED” in alle gevallen vervangen door de naam „EUNAVFOR MED operation SOPHIA” en worden de eventuele noodzakelijke grammaticale veranderingen aangebracht.
Artikel 2
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de datum van vaststelling ervan.
Gedaan te Luxemburg, 26 oktober 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI
(1) Besluit (GBVB) 2015/778 van de Raad van 18 mei 2015 inzake een militaire operatie van de Europese Unie in het zuidelijke deel van het centrale Middellandse Zeegebied (EUNAVFOR MED) (PB L 122 van 19.5.2015, blz. 31).
|
27.10.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 281/14 |
UITVOERINGSBESLUIT (GBVB) 2015/1927 VAN DE RAAD
van 26 oktober 2015
tot uitvoering van Besluit 2014/932/GBVB betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Jemen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 31, lid 2,
Gezien Besluit 2014/932/GBVB van de Raad van 18 december 2014 betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Jemen (1), en met name artikel 3,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft op 26 februari 2014 Resolutie 2140 (2014) („UNSCR”) aangenomen, op grond waarvan reisbeperkingen moeten worden opgelegd aan personen die door het uit hoofde van punt 19 van UNSCR 2140 (2014) ingestelde Comité („het Comité”) worden aangewezen, en tegoeden en vermogensbestanddelen van door het Comité aangewezen personen moeten worden bevroren. |
|
(2) |
Het Comité heeft op 7 november 2014 drie personen aangewezen overeenkomstig de criteria van punt 17 van UNSCR 2140 (2014). |
|
(3) |
Op 18 december 2014 heeft de Raad Besluit 2014/932/GBVB vastgesteld. |
|
(4) |
Op 16 september 2015 heeft het Comité de informatie betreffende één persoon gewijzigd. |
|
(5) |
Besluit 2014/932/GBVB dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Besluit 2014/932/GBVB wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Luxemburg, 26 oktober 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI
BIJLAGE
In de lijst van personen en entiteiten in de bijlage bij Besluit 2014/932/GBVB wordt rubriek nr. 5 onder de sectie „Personen” vervangen door:
|
„5. |
Ahmed Ali Abdullah Saleh (alias: Ahmed Ali Abdullah Al-Ahmar)
Titel: Voormalig Ambassadeur, voormalig brigadegeneraal, Geboortedatum: 25 juli 1972, Nationaliteit: Jemenitisch, Paspoortnr.: a) Jemenitisch paspoort met nummer 17979, afgegeven op naam van Ahmed Ali Abdullah Saleh (bedoeld in het diplomatiek identificatienummer 31/2013/20/003140 hieronder) b) Jemenitisch paspoort met nummer 02117777, afgegeven op 8.11.2005 op naam van Ahmed Ali Abdullah Al-Ahmar c) Jemenitisch paspoort met nummer 06070777, afgegeven op 3.12.2014 op naam van Ahmed Ali Abdullah Al-Ahmar, Adres: Verenigde Arabische Emiraten, Overige informatie: Heeft een belangrijk aandeel gehad in de militaire expansie van de Houthi's. Heeft handelingen verricht die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van Jemen bedreigen. Ahmed Saleh is de zoon van de voormalige president van de Republiek Jemen, Ali Abdullah Saleh. Ahmed Ali Abdullah Saleh is afkomstig uit een gebied bekend als Bayt Al-Ahmar, gelegen op ongeveer 20 km ten zuidoosten van de hoofdstad Sana'a. Diplomatieke identiteitskaart met nr. 31/2013/20/003140, afgegeven op 7.7.2013 op naam van Ahmed Ali Abdullah Saleh door het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Arabische Emiraten; huidige status: geannuleerd. Datum plaatsing op de VN-lijst: 14.4.2015. Aanvullende informatie uit de beschrijving van de redenen die is verstrekt door het Sanctiecomité: Ahmed Ali Saleh heeft alles in het werk gesteld om het gezag van president Hadi te ondermijnen, diens pogingen om het militaire apparaat te hervormen te dwarsbomen, en de vreedzame overgang van Jemen naar democratie te belemmeren. Saleh heeft een belangrijk aandeel gehad in de militaire expansie van de Houthi's. Vanaf medio februari 2013 is Ahmed Ali Saleh duizenden nieuwe geweren beginnen te leveren aan de brigades van de Republikeinse Garde en niet-geïdentificeerde tribale sjeiks. Deze wapens werden al in 2010 aangekocht en bewaard om zich later te kunnen verzekeren van de trouw en de politieke steun van degenen die de wapens zouden krijgen. Nadat zijn vader en voormalig president van de Republiek Jemen, Ali Abdullah Saleh, in 2011 als president was afgetreden, bleef Ahmed Ali Saleh aan als bevelhebber van de Republikeinse Garde van Jemen. Een klein jaar later werd Saleh door president Hadi ontslagen, maar ook na zijn ontslag bleef hij zeer invloedrijk in het Jemenitische leger. Ali Abdullah Saleh is in november 2014 uit hoofde van UNSCR 2140 door de VN op de lijst geplaatst.”. |
|
27.10.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 281/16 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2015/1928 VAN DE COMMISSIE
van 23 oktober 2015
tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaald bladaluminium van oorsprong uit de Volksrepubliek China
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), en met name artikel 9, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
A. INLEIDING VAN DE PROCEDURE
|
(1) |
Op 12 december 2014 heeft de Europese Commissie („de Commissie”) een antidumpingprocedure ingeleid betreffende de invoer in de Unie van bepaald bladaluminium met een dikte van minder dan 0,021 mm, niet op een drager, enkel gewalst, op rollen met een gewicht van meer dan 10 kg, met uitzondering van bladaluminium met een dikte van niet minder dan 0,008 mm en niet meer dan 0,018 mm op rollen met een breedte van niet meer dan 650 mm, van oorsprong uit de Volksrepubliek China („de VRC”), en in het Publicatieblad van de Europese Unie een bericht van inleiding (2) gepubliceerd. |
|
(2) |
Het onderzoek werd geopend naar aanleiding van een klacht door zes producenten in de Unie („de klager”), die meer dan 25 % van de totale productie van het onderzochte product in de Unie vertegenwoordigen. De klacht bevatte voorlopig bewijsmateriaal van schade veroorzakende dumping, dat toereikend was om het onderzoek te openen. |
|
(3) |
De Commissie heeft de klager, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten-exporteurs in de VRC, mogelijke producenten in het referentieland, haar bekende importeurs, distributeurs, en andere bekende betrokken partijen, en vertegenwoordigers van de VRC op de hoogte gesteld van de opening van het onderzoek. De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van inleiding genoemde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord. |
|
(4) |
De klager, andere producenten in de Unie, de producenten-exporteurs in de VRC, importeurs en distributeurs hebben hun standpunt kenbaar gemaakt. Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hadden verzocht, werden gehoord. |
B. INTREKKING VAN DE KLACHT EN BEËINDIGING VAN DE PROCEDURE
|
(5) |
Bij brief van 20 augustus 2015 aan de Commissie heeft de klager zijn klacht ingetrokken. |
|
(6) |
Overeenkomstig artikel 9, lid 1, van de basisverordening kan de procedure worden beëindigd wanneer de klacht wordt ingetrokken, tenzij dit strijdig is met het belang van de Unie. |
|
(7) |
Bij het onderzoek is uit niets gebleken dat de beëindiging in strijd zou zijn met het belang van de Unie. Derhalve is de Commissie van oordeel dat dit onderzoek moet worden beëindigd. De belanghebbenden zijn hiervan op de hoogte gebracht en in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. De Commissie heeft echter geen opmerkingen ontvangen waaruit blijkt dat de beëindiging niet in het belang van de Unie zou zijn. |
|
(8) |
De Europese Commissie concludeert bijgevolg dat de antidumpingprocedure betreffende de invoer in de Unie van bepaald bladaluminium met een dikte van minder dan 0,021 mm, niet op een drager, enkel gewalst, op rollen met een gewicht van meer dan 10 kg, met uitzondering van bladaluminium met een dikte van niet minder dan 0,008 mm en niet meer dan 0,018 mm op rollen met een breedte van niet meer dan 650 mm, van oorsprong uit de VRC, moet worden beëindigd zonder dat maatregelen worden ingesteld. |
|
(9) |
Dit besluit is in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 ingestelde comité, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaald bladaluminium met een dikte van minder dan 0,021 mm, niet op een drager, enkel gewalst, op rollen met een gewicht van meer dan 10 kg, met uitzondering van bladaluminium met een dikte van niet minder dan 0,008 mm en niet meer dan 0,018 mm op rollen met een breedte van niet meer dan 650 mm, van oorsprong de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder de GN-code ex 7607 11 19 , wordt beëindigd.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 23 oktober 2015.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER