ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 161

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

58e jaargang
26 juni 2015


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1001 van de Raad van 25 juni 2015 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1002 van de Commissie van 16 juni 2015 tot inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Obazda/Obatzter (BGA))

5

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1003 van de Commissie van 22 juni 2015 tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier van een benaming die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Saint-Nectaire (BOB))

6

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1004 van de Commissie van 24 juni 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1484/95 wat betreft de vaststelling van de representatieve prijzen voor de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede voor ovalbumine

7

 

*

Verordening (EU) 2015/1005 van de Commissie van 25 juni 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 wat de maximumgehalten voor lood in bepaalde levensmiddelen betreft ( 1 )

9

 

*

Verordening (EU) 2015/1006 van de Commissie van 25 juni 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 wat de maximumgehalten voor anorganisch arseen in levensmiddelen betreft ( 1 )

14

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1007 van de Commissie van 25 juni 2015 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

17

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (GBVB) 2015/1008 van de Raad van 25 juni 2015 tot wijziging van Besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran

19

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1009 van de Commissie van 24 juni 2015 tot wijziging van bijlage I bij de Beschikkingen 92/260/EEG en 93/195/EEG wat betreft de vermeldingen voor Israël, Libië en Syrië, bijlage II bij Beschikking 93/196/EEG wat betreft de vermelding voor Israël, bijlage I bij Beschikking 93/197/EEG wat betreft de vermeldingen voor Israël en Syrië en bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG wat betreft de vermeldingen voor Brazilië, Israël, Libië en Syrië (Kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 4183)  ( 1 )

22

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

26.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 161/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1001 VAN DE RAAD

van 25 juni 2015

tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad van 23 maart 2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 961/2010 (1), en met name artikel 46, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 23 maart 2012 Verordening (EU) nr. 267/2012 vastgesteld.

(2)

Overeenkomstig Besluit (GBVB) 2015/1008 van de Raad (2) moeten één persoon en acht entiteiten worden geschrapt van de in bijlage IX bij Verordening (EU) nr. 267/2012 opgenomen lijst van aan beperkende maatregelen onderworpen personen en entiteiten.

(3)

Voorts moeten de vermeldingen worden gewijzigd met betrekking tot zes aan beperkende maatregelen onderworpen entiteiten die in bijlage IX bij Verordening (EU) nr. 267/2012 zijn opgenomen.

(4)

Verordening (EU) nr. 267/2012 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage IX bij Verordening (EU) nr. 267/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 juni 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

E. RINKĒVIČS


(1)   PB L 88 van 24.3.2012, blz. 1.

(2)  Besluit (GBVB) 2015/1008 van de Raad van 25 juni 2015 tot wijziging van Besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran (zie bladzijde 19 van dit Publicatieblad).


BIJLAGE

1.   

De vermeldingen met betrekking tot de hierna genoemde personen en entiteiten worden geschrapt van de lijst in bijlage IX bij Verordening (EU) nr. 267/2012.

I.

Personen en entiteiten die betrokken zijn bij nucleaire activiteiten of activiteiten met betrekking tot ballistische raketten en personen en entiteiten die de regering van Iran steunen.

A.   Personen

5.

Mahmood JANNATIAN

B.   Entiteiten

160.

CF Sharp and Company Private Limited

III.

Islamic Republic of Iran Shipping Lines (IRISL)

B.   Entiteiten

60.

Bright-Nord GmbH und Co. KG

63.

Cosy-East GmbH und Co. KG

86.

Great-West GmbH und Co. KG

87.

Happy-Süd GmbH und Co. KG

127.

NHL Basic Ltd

128.

NHL Nordland GmbH

132.

Prosper Basic GmbH

2.   

De volgende vermeldingen komen in de plaats van de vermeldingen met betrekking tot de hierna genoemde entiteiten, vermeld in bijlage IX bij Verordening (EU) nr. 267/2012.

I.

Personen en entiteiten die betrokken zijn bij nucleaire activiteiten of activiteiten met betrekking tot ballistische raketten en personen en entiteiten die de regering van Iran steunen

B.   ENTITEITEN

 

Naam

Identificatiegegevens

Motivering

Datum van plaatsing op de lijst

76.

Iran Marine Industrial Company (SADRA)

Sadra Building No. 3, Shafagh St., Poonak Khavari Blvd., Shahrak Ghods, P.O. Box 14669-56491, Tehran, Iran

Daadwerkelijk onder zeggenschap van de Sepanir Oil & Gas Energy Engineering Company, die door de EU is aangewezen als IRGC-bedrijf. Levert steun aan de regering van Iran via zijn betrokkenheid bij de Iraanse energiesector, onder meer in het South Pars-gasveld.

23.5.2011

77.

Shahid Beheshti University

Daneshju Blvd., Yaman St., Chamran Blvd., P.O. Box 19839-63113, Tehran, Iran

Shahid Beheshti University is een openbare entiteit onder toezicht van het Ministerie van Wetenschap, Onderzoek en Technologie. Verricht wetenschappelijk onderzoek in verband met de ontwikkeling van kernwapens.

23.5.2011

132.

Naftiran Intertrade Company (alias Naftiran Trade Company) (NICO)

5th Floor, Petropars Building, No. 35 Farhang Boulevard, Snadat Abad Avenue, Tehran, Iran Tel. +98 21 22372486; +98 21 22374681; +98 21 22374678; Fax 98 21 22374678; +98 21 22372481 Email: info@naftiran.com

Dochteronderneming (100 %) van de National Iranian Oil Company (NIOC)

16.10.2012

154.

First Islamic Investment Bank

Bijkantoor: 19A-31-3A, Level 31 Business Suite, Wisma UOA, Jalan Pinang 50450, Kuala Lumpur, Kuala Lumpur; Wilayah Persekutuan; 50450 Tel. 603-21620361/2/3/4, +6087417049/417050, +622157948110

Bijkantoor: Unit 13 (C), Main Office Tower, Financial Park Labuan Complex, Jalan Merdeka, 87000 Federal Territory of Labuan, Maleisië; Labuan F.T; 87000

Investor Relations: Menara Prima 17th floor Jalan Lingkar, Mega Kuningan Blok 6.2 Jakarta 12950 — Indonesia, South Jakarta; Jakarta; 12950

De First Islamic Investment Bank (FIIB) verleent financiële en logistieke steun aan de regering van Iran. De FIIB werd door Babak Zanjani gebruikt om namens de Iraanse regering een aanzienlijk aantal oliegerelateerde betalingen te verwerken.

22.12.2012

157.

HK Intertrade Company Ltd (HK Intertrade)

HK Intertrade Company, 21st Floor, Tai Yau Building, 181 Johnston Road, Wanchai, Hongkong

HK Intertrade is volledig eigendom en staat onder zeggenschap van de National Iranian Oil Company, een aangewezen en door de staat gecontroleerde entiteit die steun verleent aan de regering van Iran. Daarnaast heeft HK Intertrade logistieke en financiële steun verleend aan de regering van Iran door het overmaken van oliegeld namens de Iraanse regering te vergemakkelijken.

22.12.2012

158.

Petro Suisse

Petro Suisse Avenue De la Tour- Halimand 6, 1009 Pully, Switzerland

Petro Suisse, een bedrijf dat actief is in de Iraanse olie- en gassector, is voor 100 % de eigendom van de National Iranian Oil Company (NIOC), een aangewezen entiteit die financiële steun verleent aan de regering van Iran. Petro Suisse is ook gelieerd aan Naftiran Intertrade Co (NICO), aangewezen als een dochteronderneming (100 %) van de National Iranian Oil Company (NIOC).

22.12.2012


26.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 161/5


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1002 VAN DE COMMISSIE

van 16 juni 2015

tot inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Obazda/Obatzter (BGA))

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de door Duitsland ingediende aanvraag tot registratie van de benaming „Obazda”/„Obatzter” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2).

(2)

Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de benaming „Obazda”/„Obatzter” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De benaming„Obazda”/„Obatzter” (BGA) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.

Met de in de eerste alinea vermelde benaming wordt een product aangeduid van categorie 1.4 (Andere producten van dierlijke oorsprong (eieren, honing, diverse zuivelproducten met uitzondering van boter enz.)) als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 juni 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Phil HOGAN

Lid van de Commissie


(1)   PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)   PB C 55 van 14.2.2015, blz. 15.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).


26.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 161/6


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1003 VAN DE COMMISSIE

van 22 juni 2015

tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier van een benaming die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Saint-Nectaire (BOB))

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 53, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft de Commissie zich gebogen over de aanvraag van Frankrijk tot goedkeuring van een wijziging van het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming „Saint-Nectaire”, die bij Verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie (2) is geregistreerd.

(2)

Aangezien de betrokken wijziging niet minimaal is in de zin van artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, heeft de Commissie de wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van die verordening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (3).

(3)

Aangezien de Commissie geen enkel bezwaar overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft ontvangen, moet de wijziging van het productdossier worden goedgekeurd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte wijziging van het productdossier met betrekking tot de benaming „Saint-Nectaire” (BOB) wordt goedgekeurd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 juni 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Phil HOGAN

Lid van de Commissie


(1)   PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie van 12 juni 1996 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad (PB L 148 van 21.6.1996, blz. 1).

(3)   PB C 29 van 29.1.2015, blz. 5.


26.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 161/7


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1004 VAN DE COMMISSIE

van 24 juni 2015

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1484/95 wat betreft de vaststelling van de representatieve prijzen voor de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede voor ovalbumine

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 183, onder b),

Gezien Verordening (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1216/2009 en (EG) nr. 614/2009 van de Raad (2), en met name artikel 5, lid 6, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1484/95 van de Commissie (3) zijn voor de sectoren slachtpluimvee en eieren, en voor ovalbumine, bepalingen voor de toepassing van de aanvullende invoerrechten, alsmede de representatieve prijzen vastgesteld.

(2)

Uit de regelmatige controle van de gegevens die als basis worden gebruikt voor het bepalen van de representatieve prijzen voor de producten van de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede voor ovalbumine, blijkt dat de representatieve prijzen voor de invoer van bepaalde producten moeten worden gewijzigd met inachtneming van de naar gelang van de oorsprong optredende prijsverschillen.

(3)

Verordening (EG) nr. 1484/95 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

Om ervoor te zorgen dat deze maatregel zo snel mogelijk na de terbeschikkingstelling van de bijgewerkte gegevens van toepassing wordt, dient de onderhavige verordening in werking te treden op de dag van de bekendmaking ervan,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1484/95 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 juni 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)   PB L 150 van 20.5.2014, blz. 1.

(3)  Verordening (EG) nr. 1484/95 van de Commissie van 28 juni 1995 houdende bepalingen voor de toepassing van de aanvullende invoerrechten in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede voor ovalbumine, en houdende vaststelling van representatieve prijzen en intrekking van Verordening nr. 163/67/EEG (PB L 145 van 29.6.1995, blz. 47).


BIJLAGE

„BIJLAGE I

GN-code

Omschrijving

Representatieve prijs

(EUR/100 kg)

In artikel 3 bedoelde zekerheid

(EUR/100 kg)

Oorsprong (1)

0207 12 10

Geslachte kippen (zogenaamde kippen 70 %), bevroren

139,2

0

AR

0207 12 90

Geslachte kippen (zogenaamde kippen 65 %), bevroren

153,3

0

AR

170,1

0

BR

0207 14 10

Delen zonder been, van hanen of van kippen, bevroren

324,4

0

AR

238,9

18

BR

342,8

0

CL

308,7

0

TH

0207 27 10

Delen zonder been, van kalkoenen, bevroren

348,9

0

BR

413,2

0

CL

0408 91 80

Eieren uit de schaal, gedroogd

384,3

0

AR

1602 32 11

Bereidingen van hanen of van kippen, niet gekookt en niet gebakken

269,1

5

BR


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „andere oorsprong”.”


26.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 161/9


VERORDENING (EU) 2015/1005 VAN DE COMMISSIE

van 25 juni 2015

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 wat de maximumgehalten voor lood in bepaalde levensmiddelen betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (1), en met name artikel 2, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1881/2006 (2) van de Commissie stelt maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen vast.

(2)

Het Wetenschappelijk Panel voor contaminanten in de voedselketen (Contam-panel) van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft op 18 maart 2010 een wetenschappelijk advies over lood in levensmiddelen uitgebracht (3). Het Contam-panel heeft ontwikkelingsneurotoxiciteit bij jonge kinderen en cardiovasculaire effecten en nefrotoxiciteit in volwassenen geïdentificeerd als potentiële kritieke schadelijke effecten van lood waarop de risicobeoordeling moet worden gebaseerd. Verder heeft het panel erop gewezen dat het beschermen van kinderen en vrouwen in de vruchtbare leeftijd tegen de potentiële risico's van neurologische effecten op de ontwikkeling volstaat om alle bevolkingsgroepen te beschermen tegen de andere schadelijke effecten van lood. Daarom dient de blootstelling aan lood via levensmiddelen verminderd te worden door de bestaande maximumgehalten te verlagen en aanvullende maximumgehalten aan lood voor de desbetreffende producten vast te stellen.

(3)

Er bestaan reeds maximumgehalten voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding. Om de verdere verlaging van de blootstelling van zuigelingen en jonge kinderen via levensmiddelen te waarborgen, moeten de bestaande maximumgehalten worden verlaagd en moeten nieuwe maximumgehalten worden vastgesteld voor bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters, voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen en peuters en dranken die vaak en veel worden verbruikt door deze kwetsbare groep consumenten.

(4)

Nieuwe gegevens over het vóórkomen tonen aan dat enkele bestaande vrijstellingen van de algemene maximumgehalten niet langer nodig zijn omdat de algemene maximumgehalten kunnen worden gehaald door het toepassen van goede praktijken of omdat lagere maximumgehalten haalbaar zouden zijn. Specifieke maximumgehalten zijn daarom niet meer noodzakelijk voor koolachtigen met uitzondering van bladkoolachtigen, verse groenten, het merendeel van de bessen en het klein fruit, terwijl de bestaande maximumgehalten voor koppotigen, de meeste vruchtgroenten, de meeste vruchtensappen, wijn en gearomatiseerde wijnen moeten worden verlaagd.

(5)

Voor schorseneren is het moeilijk aan de huidige maximumgehalten te voldoen. Aangezien de consumptie van dit product laag is en de effecten op de blootstelling bij mensen verwaarloosbaar zijn, dienen de maximumgehalten voor lood in schorseneren te worden verhoogd.

(6)

Grillige metingen van hoge gehalten aan lood in honing hebben ertoe geleid dat de lidstaten handhavingsmaatregelen hebben vastgesteld voor verschillende loodgehalten. Verschillen in de door de lidstaten vastgestelde regelgeving kunnen een belemmering vormen voor de werking van de gemeenschappelijke markt. Daarom moet een geharmoniseerd maximumgehalte voor lood in honing worden vastgesteld.

(7)

Het verbruik van thee en kruidenthee kan in belangrijke mate bijdragen aan de blootstelling via levensmiddelen. Daarom moet voor deze producten een maximumgehalte worden vastgesteld. Bij gebrek aan gegevens over droge theebladeren en droge delen van andere planten voor de bereiding van kruidenthee om een dergelijk maximumgehalte vast te stellen, moeten gegevens over het vóórkomen worden verzameld met het oog op het eventueel vaststellen van een specifiek maximumgehalte in de toekomst.

(8)

Wetgeving inzake bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen, babyvoeding voor zuigelingen en peuters en dieetvoeding voor medisch gebruik is vervangen, waardoor bepaalde eindnoten moeten worden aangepast.

(9)

De lidstaten en de exploitanten van levensmiddelenbedrijven moeten de tijd krijgen om zich aan de in deze verordening vastgestelde nieuwe maximumgehalten aan te passen. De toepassing van de maximumgehalten voor lood moet daarom worden uitgesteld.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

De maximumgehalten voor lood die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006, zoals gewijzigd bij deze verordening, zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2016. Levensmiddelen die niet aan deze maximumgehalten voldoen maar die voor 1 januari 2016 wettelijk in de handel zijn gebracht, mogen na die datum in de handel blijven tot aan hun datum van minimale houdbaarheid of uiterste gebruiksdatum.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 juni 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).

(3)  EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen (Contam); Wetenschappelijk advies over lood in levensmiddelen. EFSA Journal 2010; 8(4):1570.


BIJLAGE

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Onderafdeling 3.1 (Lood) wordt vervangen door:

„3.1

Lood

 

3.1.1

Rauwe melk (6), warmtebehandelde melk en melk voor producten op basis van melk

0,020

3.1.2

Volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding

 

 

verkocht in poedervorm (8) (29)

0,050

 

verkocht in vloeibare vorm (8) (29)

0,010

3.1.3

Bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters (3) (29) andere dan 3.1.5

0,050

3.1.4

Voeding voor medisch gebruik (9) speciaal bestemd voor zuigelingen en peuters

 

 

verkocht in poedervorm (29)

0,050

 

verkocht in vloeibare vorm (29)

0,010

3.1.5

Dranken voor zuigelingen en peuters die als zodanig zijn geëtiketteerd en worden verkocht, andere dan die vermeld in 3.1.2 en 3.1.4

 

 

verkocht in vloeibare vorm of volgens de gebruiksaanwijzing van de fabrikant te reconstitueren, met inbegrip van vruchtensappen (4)

0,030

 

te bereiden door trekken of afkoken (29)

1,50

3.1.6

Vlees (met uitzondering van slachtafvallen) van runderen, schapen, varkens en pluimvee (6)

0,10

3.1.7

Slachtafvallen van runderen, schapen, varkens en pluimvee (6)

0,50

3.1.8

Vlees van vis (24) (25)

0,30

3.1.9

Koppotigen (52)

0,30

3.1.10

Schaaldieren (26) (44)

0,50

3.1.11

Tweekleppige weekdieren (26)

1,50

3.1.12

Granen en peulvruchten

0,20

3.1.13

Groenten, met uitzondering van bladkoolachtigen, schorseneren, bladgroenten en verse kruiden, fungi, zeewier en vruchtgroenten (27) (53)

0,10

3.1.14

Bladkoolachtigen, schorseneren, bladgroenten met uitzondering van verse kruiden en de volgende fungi: Agaricus bisporus (champignon), Pleurotus ostreatus (oesterzwam), Lentinula edodes (shiitake) (27).

0,30

3.1.15

Vruchtgroenten

 

 

Suikermaïs (27)

0,10

 

andere dan suikermaïs (27)

0,05

3.1.16

Fruit, met uitzondering van veenbessen, aalbessen, vlierbessen en aardbeiboomvruchten (27)

0,10

3.1.17

Veenbessen, aalbessen, vlierbessen en aardbeiboomvruchten (27)

0,20

3.1.18

Vetten en oliën, waaronder melkvet

0,10

3.1.19

Vruchtensappen, geconcentreerde vruchtensappen in gereconstitueerde vorm en vruchtennectars

 

 

uitsluitend van bessen en ander klein fruit (14)

0,05

 

van andere vruchten dan bessen en ander klein fruit (14)

0,03

3.1.20

Wijn (waaronder mousserende wijnen en met uitzondering van likeurwijnen), cider, perenwijn en vruchtenwijnen (11)

 

 

voor producten van de fruitoogst 2001 tot de fruitoogst 2015

0,20

 

voor producten van de fruitoogst 2016 en daarna

0,15

3.1.21

Gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn, gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten (13)

 

 

voor producten van de fruitoogst 2001 tot de fruitoogst 2015

0,20

 

voor producten van de fruitoogst 2016 en daarna

0,15

3.1.22

Voedingssupplementen (39)

3,0

3.1.23

Honing

0,10”.

2.

Eindnoot (3) wordt vervangen door:

„(3)

In deze categorie opgenomen levensmiddelen, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35).”.

3.

De eindnoten (8) en (9) worden geschrapt. De verwijzingen naar eindnoten (8) en (9) worden vervangen door verwijzingen naar eindnoot (3).

4.

Eindnoot (11) wordt vervangen door:

„(11)

Wijn en mousserende wijnen zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).”.

5.

Eindnoot (13) wordt vervangen door:

„(13)

In deze categorie opgenomen levensmiddelen, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 251/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 inzake de definitie, de aanduiding, de aanbiedingsvorm, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gearomatiseerde wijnbouwproducten en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad (PB L 84 van 20.3.2014, blz. 14).

Het voor deze dranken geldende maximumgehalte aan OTA hangt af van het aandeel wijn en/of druivenmost in het eindproduct.”.

6.

Eindnoot (16) wordt vervangen door:

„(16)

Zuigelingen en peuters, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35).”.

7.

Eindnoot (28) wordt geschrapt.

8.

Eindnoot (44) wordt vervangen door:

„(44)

Vlees van aanhangsels en buik. Deze definitie sluit de cephalothorax van schaaldieren uit. In geval van krabben en krabachtige schaaldieren (Brachyura en Anomura): vlees van aanhangsels.”.

9.

De volgende eindnoten (52) en (53) worden toegevoegd:

„(52):

Het maximumgehalte geldt voor het dier zoals het wordt verkocht, zonder ingewanden.

(53):

In het geval van aardappelen is het maximumgehalte van toepassing op geschilde aardappelen.”.

26.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 161/14


VERORDENING (EU) 2015/1006 VAN DE COMMISSIE

van 25 juni 2015

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 wat de maximumgehalten voor anorganisch arseen in levensmiddelen betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (1), en met name artikel 2, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie (2) stelt maximumgehalten voor bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen vast.

(2)

Het Wetenschappelijk Panel voor contaminanten in de voedselketen (Contam-panel) van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft op 12 oktober 2009 een wetenschappelijk advies over arseen in levensmiddelen (3) uitgebracht. In dit advies heeft het Contam-panel geconcludeerd dat de door het Gezamenlijk Comité van deskundigen voor levensmiddelenadditieven van de FAO/WHO (Jecfa) vastgestelde voorlopige toegestane wekelijkse inname (PTWI) van 15 μg/kg lichaamsgewicht niet langer aangewezen is, aangezien bepaalde gegevens aantonen dat anorganisch arseen long-, urineblaas- en huidkanker veroorzaakt en er een aantal negatieve effecten zijn gemeld bij blootstellingen die lager zijn dan die welke door het Jecfa zijn beoordeeld.

(3)

Het Contam-panel heeft een aantal waarden tussen 0,3 en 8 μg/kg lichaamsgewicht per dag vastgesteld als onderste betrouwbaarheidsgrens van de benchmarkdoses (BMDL01) voor long-, urineblaas- en huidkanker en voor huidletsels. Het wetenschappelijke advies heeft geconcludeerd dat de geschatte inname via voeding van anorganisch arseen voor gemiddelde en grote consumenten in Europa binnen het bereik van de vastgestelde BMDL01-waarden ligt, en dat er dus weinig of geen blootstellingsmarge is, zodat een risico voor sommige consumenten niet kan worden uitgesloten.

(4)

Het wetenschappelijk advies heeft grote consumenten van rijst in Europa (o.a. bepaalde etnische groepen) en kinderen onder de drie jaar geïdentificeerd als het meest blootgesteld aan anorganisch arseen via de voeding. De blootstelling via de voeding (met inbegrip van rijstproducten) aan anorganisch arseen van kinderen jonger dan drie jaar ligt naar schatting 2 tot 3 maal hoger dan wat bij volwassenen is vastgesteld.

(5)

Aangezien de analyse van anorganisch arseen betrouwbaar is voor rijst en rijstproducten, moeten maximumgehalten worden vastgesteld voor anorganisch arseen in rijst en rijstproducten. Er moeten gedifferentieerde maximumgehalten worden voorgesteld met betrekking tot het gehalte aan arseen.

(6)

De wetenschappelijke informatie over de noodzaak van een specifiek maximumgehalte voor voorgekookte volwitte rijst is van zeer recente datum. Daarom moeten de lidstaten vóór 1 januari 2018 aanvullende gegevens verzamelen over het gehalte aan anorganisch arseen van dit product om te bevestigen dat voor dit product een specifiek maximumgehalte moet worden vastgesteld en om de maximale limiet opnieuw te beoordelen.

(7)

De gegevens over de aanwezigheid van anorganisch arseen tonen aan dat rijstwafels, rijstvellen, rijstcrackers en rijstkoeken hoge gehalten aan anorganisch arseen kunnen bevatten en dat deze producten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de blootstelling via de voeding van zuigelingen en peuters. Daarom moet een specifiek maximumgehalte voor deze producten worden overwogen.

(8)

Rijst is een belangrijk ingrediënt in een groot aantal levensmiddelen voor zuigelingen en peuters. Bijgevolg moet een specifiek maximumgehalte worden vastgesteld voor dit product bij gebruik als ingrediënt voor de productie van dergelijke levensmiddelen.

(9)

De lidstaten en de exploitanten van levensmiddelenbedrijven moeten de tijd krijgen om zich aan de nieuwe vastgestelde maximumgehalten van deze verordening aan te passen. De toepassing van de maximumgehalten aan arseen moet daarom worden uitgesteld.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

De maximumgehalten voor arseen in onderafdeling 3.5 (Arseen (anorganisch)) van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006, zoals gewijzigd bij deze verordening, zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2016.

Levensmiddelen die niet aan deze maximumgehalten voldoen, maar die vóór de datum van toepassing van deze verordening wettelijk in de handel zijn gebracht, mogen na die datum in de handel blijven tot aan hun datum van minimale houdbaarheid of uiterste gebruiksdatum.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 juni 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).

(3)  Wetenschappelijk advies over arseen in levensmiddelen. EFSA Journal 2009; 7 (10): 1351.


BIJLAGE

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De volgende onderafdeling wordt toegevoegd na onderafdeling 3.4: Tin (anorganisch):

„3.5

Arseen (anorganisch) (50) (51)

 

3.5.1

Niet voorgekookte volwitte rijst (gepolijste of witte rijst)

0,20

3.5.2

Voorgekookte en gedopte rijst

0,25

3.5.3

Rijstwafels, rijstvellen, rijstcrackers en rijstkoeken

0,30

3.5.4

Rijst bestemd voor de productie van voedingsmiddelen voor zuigelingen en peuters (3)

0,10”

2)

De volgende voetnoten 50 en 51 worden toegevoegd:

„(50)

Som van As(III) en As(V).

(51)

Rijst, gedopte rijst, volwitte rijst en voorgekookte rijst als omschreven in de Codex Stan 198-1995.”.

26.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 161/17


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1007 VAN DE COMMISSIE

van 25 juni 2015

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 juni 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)   PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

AL

32,3

MA

147,7

MK

36,9

TR

82,4

ZZ

74,8

0707 00 05

MK

20,6

TR

113,7

ZZ

67,2

0709 93 10

TR

108,5

ZZ

108,5

0805 50 10

AR

124,1

BO

143,4

BR

107,1

TR

102,0

ZA

147,3

ZZ

124,8

0808 10 80

AR

161,3

BR

99,4

CL

132,2

NZ

143,2

US

164,2

ZA

123,6

ZZ

137,3

0809 10 00

TR

269,9

ZZ

269,9

0809 29 00

TR

350,3

US

581,4

ZZ

465,9


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

26.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 161/19


BESLUIT (GBVB) 2015/1008 VAN DE RAAD

van 25 juni 2015

tot wijziging van Besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,

Gezien Besluit 2010/413/GBVB van de Raad van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB (1), en met name artikel 23, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 26 juli 2010 Besluit 2010/413/GBVB vastgesteld.

(2)

Overeenkomstig artikel 26, lid 3, van Besluit 2010/413/GBVB heeft de Raad de lijst van aangewezen personen en entiteiten in bijlage II bij dat besluit opnieuw bezien.

(3)

Eén persoon en acht entiteiten moeten worden geschrapt van de in bijlage II bij Besluit 2010/413/GBVB opgenomen lijst van aan beperkende maatregelen onderworpen personen en entiteiten.

(4)

Voorts moeten de vermeldingen worden gewijzigd met betrekking tot zes aan beperkende maatregelen onderworpen entiteiten die in bijlage II bij Besluit 2010/413/GBVB zijn opgenomen.

(5)

Besluit 2010/413/GBVB moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Besluit 2010/413/GBVB wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 25 juni 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

E. RINKĒVIČS


(1)   PB L 195 van 27.7.2010, blz. 39.


BIJLAGE

1.   

De vermeldingen met betrekking tot de hierna genoemde personen en entiteiten worden geschrapt van de lijst in bijlage II bij Besluit 2010/413/GBVB.

I.

Personen en entiteiten die betrokken zijn bij nucleaire activiteiten of activiteiten met betrekking tot ballistische raketten en personen en entiteiten die de regering van Iran steunen.

A.   Personen

5.

Mahmood JANNATIAN

B.   Entiteiten

160.

CF Sharp and Company Private Limited

III.

Islamic Republic of Iran Shipping Lines (IRISL)

B.   Entiteiten

60.

Bright-Nord GmbH und Co. KG

63.

Cosy-East GmbH und Co. KG

86.

Great-West GmbH und Co. KG

87.

Happy-Süd GmbH und Co. KG

127.

NHL Basic Ltd

128.

NHL Nordland GmbH

132.

Prosper Basic GmbH

2.   

De volgende vermeldingen komen in de plaats van de vermeldingen met betrekking tot de hierna genoemde entiteiten, vermeld in bijlage II bij Besluit 2010/413/GBVB.

I.

Personen en entiteiten die betrokken zijn bij nucleaire activiteiten of activiteiten met betrekking tot ballistische raketten en personen en entiteiten die de regering van Iran steunen.

B.   Entiteiten

 

Naam

Identificatiegegevens

Motivering

Datum van plaatsing op de lijst

76.

Iran Marine Industrial Company (SADRA)

Sadra Building No. 3, Shafagh St., Poonak Khavari Blvd., Shahrak Ghods, P.O. Box 14669-56491, Tehran, Iran

Daadwerkelijk onder zeggenschap van de Sepanir Oil & Gas Energy Engineering Company, die door de EU is aangewezen als IRGC-bedrijf. Levert steun aan de regering van Iran via zijn betrokkenheid bij de Iraanse energiesector, onder meer in het South Pars-gasveld.

23.5.2011

77.

Shahid Beheshti University

Daneshju Blvd., Yaman St., Chamran Blvd., P.O. Box 19839-63113, Tehran, Iran

Shahid Beheshti University is een openbare entiteit onder toezicht van het ministerie van Wetenschap, Onderzoek en Technologie. Verricht wetenschappelijk onderzoek in verband met de ontwikkeling van kernwapens.

23.5.2011

132.

Naftiran Intertrade Company (alias Naftiran Trade Company) (NICO)

5th Floor, Petropars Building, No. 35 Farhang Boulevard, Snadat Abad Avenue, Tehran, Iran Tel. +98 2122372486; +98 2122374681; +98 2122374678; Fax +98 2122374678; +98 2122372481; E-mail: info@naftiran.com

Dochteronderneming (100 %) van de National Iranian Oil Company (NIOC)

16.10.2012

154.

First Islamic Investment Bank

Bijkantoor: 19A-31-3A, Level 31 Business Suite, Wisma UOA, Jalan Pinang 50450, Kuala Lumpur, Kuala Lumpur; Wilayah Persekutuan; 50450 Tel. +60321620361/2/3/4, +6087417049/417050, +622157948110

Bijkantoor: Unit 13 (C), Main Office Tower, Financial Park Labuan Complex, Jalan Merdeka, 87000 Federal Territory of Labuan, Maleisië; Labuan F.T; 87000

Investor Relations: Menara Prima 17th floor Jalan Lingkar, Mega Kuningan Blok 6.2 Jakarta 12950 — Indonesië, Zuid-Jakarta; Jakarta; 12950

De First Islamic Investment Bank (FIIB) verleent financiële en logistieke steun aan de regering van Iran. De FIIB werd door Babak Zanjani gebruikt om namens de Iraanse regering een aanzienlijk aantal oliegerelateerde betalingen te verwerken.

22.12.2012

157.

HK Intertrade Company Ltd (HK Intertrade)

HK Intertrade Company, 21st Floor, Tai Yau Building, 181 Johnston Road, Wanchai, Hongkong

HK Intertrade is volledig eigendom en staat onder zeggenschap van de National Iranian Oil Company, een aangewezen en door de staat gecontroleerde entiteit die steun verleent aan de regering van Iran. Daarnaast heeft HK Intertrade logistieke en financiële steun verleend aan de regering van Iran door het overmaken van oliegeld namens de Iraanse regering te vergemakkelijken.

22.12.2012

158.

Petro Suisse

Petro Suisse Avenue De la Tour- Halimand 6, 1009 Pully, Zwitserland

Petro Suisse, een bedrijf dat actief is in de Iraanse olie- en gassector, is voor 100 % de eigendom van de National Iranian Oil Company (NIOC), een aangewezen entiteit die financiële steun verleent aan de regering van Iran. Petro Suisse is ook gelieerd aan Naftiran Intertrade Co (NICO), aangewezen als een dochteronderneming (100 %) van de National Iranian Oil Company (NIOC).

22.12.2012


26.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 161/22


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2015/1009 VAN DE COMMISSIE

van 24 juni 2015

tot wijziging van bijlage I bij de Beschikkingen 92/260/EEG en 93/195/EEG wat betreft de vermeldingen voor Israël, Libië en Syrië, bijlage II bij Beschikking 93/196/EEG wat betreft de vermelding voor Israël, bijlage I bij Beschikking 93/197/EEG wat betreft de vermeldingen voor Israël en Syrië en bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG wat betreft de vermeldingen voor Brazilië, Israël, Libië en Syrië

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 4183)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (1), en met name artikel 17, lid 3, onder a),

Gezien Richtlijn 2009/156/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (2), en met name artikel 12, leden 1 en 4, artikel 15, onder a), artikel 16 en artikel 19, inleidende zin en onder a) en b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Door de bijzondere situatie in Libië en in Syrië en het ontbreken van ziekterapportage aan de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) kunnen deze derde landen niet de nodige garanties bieden met betrekking tot de naleving van of de gelijkwaardigheid met de relevante veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer in de Unie van paardachtigen als bedoeld in Richtlijn 2009/156/EG. Het is daarom noodzakelijk om de vermeldingen voor Libië en Syrië van de lijsten van derde landen in bijlage I bij de Beschikkingen 92/260/EEG (3) en 93/195/EEG (4) van de Commissie te schrappen en de vermelding voor Syrië van de lijst van derde landen die is opgenomen in bijlage I bij Beschikking 93/197/EEG van de Commissie (5) te schrappen.

(2)

Israël is ook opgenomen in de lijsten van derde landen in bijlage I bij de Beschikkingen 92/260/EEG, 93/195/EEG en 93/197/EEG en in de lijst van de landen die worden genoemd in voetnoot 3 van bijlage II bij Beschikking 93/196/EEG van de Commissie (6). In het belang van de markttransparantie en overeenkomstig het internationaal recht moet in verband met Israël worden verduidelijkt dat de veterinaire certificaten uitsluitend het grondgebied van de staat Israël bestrijken en dus niet de gebieden die sinds juni 1967 onder Israëlisch bestuur staan (de Golanhoogvlakte, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever).

(3)

Aangezien de wijziging van de vermelding voor Israël in de respectieve bijlagen I bij de Beschikkingen 92/260/EEG, 93/195/EEG en 93/197/EEG en in bijlage II bij Beschikking 93/196/EEG geen regionalisering betreft, moet de gewijzigde geografische benaming voor Israël worden toegelicht in een nieuwe voetnoot die aan de lijst van derde landen in de bijlagen bij die beschikkingen wordt toegevoegd.

(4)

De Beschikkingen 92/260/EEG, 93/195/EEG, 93/196/EEG en 93/197/EEG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

Bij Richtlijn 2009/156/EG is bepaald dat de invoer van paardachtigen in de Unie alleen is toegestaan uit derde landen of delen van het grondgebied van derde landen waar regionaliseringsmaatregelen van toepassing zijn, als zich daar gedurende een periode van ten minste zes maanden geen kwade droes heeft voorgedaan.

(6)

In bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG van de Commissie (7) is een lijst opgenomen van de derde landen of delen daarvan waar regionaliseringsmaatregelen van toepassing zijn, waaruit de lidstaten de invoer van paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's daarvan toestaan.

(7)

Brazilië is momenteel in die lijst van derde landen opgenomen. Aangezien kwade droes in delen van het Braziliaanse grondgebied voorkomt, is de invoer van paardachtigen en van sperma, eicellen en embryo's daarvan alleen toegestaan uit gebied BR-1 van het grondgebied van dat derde land, zoals omschreven in kolom 4 van bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG. De staten Rio Grande do Sul, Santa Catarina, Mato Grosso do Sul, Goiás, Distrito Federal en Rio de Janeiro maken momenteel deel uit van gebied BR-1 van Brazilië.

(8)

Bij brief van 20 november 2014 heeft Brazilië kennis gegeven van een geval van kwade droes in de staat Goiás. Brazilië heeft dientengevolge geen diergezondheidscertificaten overeenkomstig Richtlijn 2009/156/EG meer afgegeven voor de hele groep deelstaten waaruit gebied BR-1 bestaat.

(9)

Op 21 april 2015 heeft Brazilië de Commissie in kennis gesteld van de maatregelen die het land heeft genomen ter voorkoming van de insleep van kwade droes in de gebieden van dat derde land die in aanmerking komen voor vermelding in bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG en een lijst voorgelegd van de federale staten waar de ziekte nog niet aanwezig is. Brazilië heeft ook bevestigd dat de staat Rio de Janeiro vrij is gebleven van kwade droes sinds het laatste gerapporteerde geval op 16 juli 2012.

(10)

Aangezien de staat Goiás niet langer vrij is van kwade droes, en — afgaand op de door Brazilië ingediende lijst van staten die vrij van kwade droes zijn — ook de staat Santa Catarina niet langer vrij is van kwade droes, maar Brazilië garanties heeft gegeven wat betreft de controle op de afwezigheid van de ziekte in de andere federale staten, waarvan sommige momenteel in gebied BR-1 zijn opgenomen, moet de vermelding van dat gebied in bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG worden gewijzigd, waarbij de staten Goiás en Santa Catarina uit de huidige lijst moeten worden geschrapt en de staat Paraná er opnieuw aan moet worden toegevoegd.

(11)

De ruiterevenementen van de Olympische Spelen van 5 tot en met 21 augustus 2016, de Paralympische Spelen van 7 tot en met 21 september 2016 en de preolympische testwedstrijd van 7 tot en met 9 augustus 2015 zullen plaatsvinden in de hippodroom van Deodoro te Rio de Janeiro, dat als een afzonderlijke paardenziektevrije zone in de staat Rio de Janeiro wordt beheerd.

(12)

Derhalve moet er aan de vermelding voor Brazilië in bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG tijdelijk een aparte regio „BR-2” worden toegevoegd, die de hippodroom van Deodoro te Rio de Janeiro in de staat Rio de Janeiro en de toegangsweg tot de internationale luchthaven Galeão omvat.

(13)

Om de in de overwegingen 2 en 3 uiteengezette redenen moet de vermelding voor Israël in bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG worden gewijzigd en in een nieuwe voetnoot worden toegelicht.

(14)

Bovendien bepaalt Beschikking 2004/211/EG dat de lidstaten alleen de invoer mogen toestaan van paardachtigen die voldoen aan de in het bij de Beschikkingen 92/260/EEG, 93/195/EEG, 93/196/EEG en 93/197/EEG bepaalde overeenkomstige modelcertificaat vastgelegde veterinairrechtelijke voorschriften met betrekking tot de desbetreffende categorie paardachtigen, het soort invoer en de in bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG vermelde gezondheidscategorie, waarbij het derde land of een deel daarvan is ingedeeld. Derhalve moet bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG worden aangepast in overeenstemming met de wijzigingen met betrekking tot Libië en Syrië in die beschikkingen.

(15)

In tegenstelling tot andere gevallen waarbij de invoer van paardachtigen wordt geschorst vanwege een ziekte door de kruisjes in de kolommen 6 tot en met 14 van de tabel in bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG te schrappen, moeten in dit geval Libië en Syrië uit de lijst van derde landen of delen van het grondgebied van het derde land van uitvoer worden geschrapt, omdat deze wordt gebruikt als referentielijst voor de invoer in de Unie van andere producten zoals bepaalde dierlijke bijproducten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (8) en honden, katten en fretten in overeenstemming met Uitvoeringsbesluit 2013/519/EU van de Commissie (9).

(16)

De Beschikkingen 92/260/EEG, 93/195/EEG, 93/196/EEG, 93/197/EEG en 2004/211/EG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(17)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Beschikking 92/260/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij dit besluit.

Artikel 2

Bijlage I bij Beschikking 93/195/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij dit besluit.

Artikel 3

Bijlage II bij Beschikking 93/196/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij dit besluit.

Artikel 4

Bijlage I bij Beschikking 93/197/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage IV bij dit besluit.

Artikel 5

Bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage V bij dit besluit.

Artikel 6

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 24 juni 2015.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)   PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54.

(2)   PB L 192 van 23.7.2010, blz. 1.

(3)  Beschikking 92/260/EEG van de Commissie van 10 april 1992 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor tijdelijke toelating van geregistreerde paarden (PB L 130 van 15.5.1992, blz. 67).

(4)  Beschikking 93/195/EEG van de Commissie van 2 februari 1993 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor het opnieuw binnenbrengen, na tijdelijke uitvoer, van geregistreerde paarden voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties (PB L 86 van 6.4.1993, blz. 1).

(5)  Beschikking 93/197/EEG van de Commissie van 5 februari 1993 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor de invoer van geregistreerde paardachtigen en van als fok- en gebruiksdier gehouden paardachtigen (PB L 86 van 6.4.1993, blz. 16).

(6)  Beschikking 93/196/EEG van de Commissie van 5 februari 1993 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor de invoer van voor de slacht bestemde paardachtigen (PB L 86 van 6.4.1993, blz. 7).

(7)  Beschikking 2004/211/EG van de Commissie van 6 januari 2004 tot vaststelling van de lijst van derde landen en delen van hun grondgebied waaruit de lidstaten de invoer toestaan van levende paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's van paarden en tot wijziging van de Beschikkingen 93/195/EEG en 94/63/EG (PB L 73 van 11.3.2004, blz. 1).

(8)  Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

(9)  Uitvoeringsbesluit 2013/519/EU van de Commissie van 21 oktober 2013 tot vaststelling van de lijst van gebieden en derde landen waaruit honden, katten en fretten mogen worden ingevoerd, en van het modelgezondheidscertificaat voor die invoer (PB L 281 van 23.10.2013, blz. 20).


BIJLAGE I

Bijlage I bij Beschikking 92/260/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1)

De vermelding betreffende gezondheidscategorie E wordt vervangen door:

Gezondheidscategorie E (1)

Verenigde Arabische Emiraten (AE), Bahrein (BH), Algerije (DZ), Israël (4) (IL), Jordanië (JO), Koeweit (KW), Libanon (LB), Marokko (MA), Oman, (OM), Qatar (QA), Saudi-Arabië (3) (SA), Tunesië (TN), Turkije (3) (TR)”.

2)

De volgende voetnoot wordt toegevoegd:

„(4)

De staat Israël met uitzondering van de gebieden onder Israëlisch bestuur sinds juni 1967, namelijk de Golanhoogvlakte, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever.”.

BIJLAGE II

Bijlage I bij Beschikking 93/195/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1)

De vermelding betreffende gezondheidscategorie E wordt vervangen door:

Gezondheidscategorie E (1)

Verenigde Arabische Emiraten (AE), Bahrein (BH), Algerije (DZ), Israël (4) (IL), Jordanië (JO), Koeweit (KW), Libanon (LB), Marokko (MA), Oman, (OM), Qatar (QA), Saudi-Arabië (3) (SA), Tunesië (TN), Turkije (3) (TR)”.

2)

De volgende voetnoot wordt toegevoegd:

„(4)

De staat Israël met uitzondering van de gebieden onder Israëlisch bestuur sinds juni 1967, namelijk de Golanhoogvlakte, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever.”.

BIJLAGE III

In bijlage II bij Beschikking 93/196/EEG worden de voetnoten als volgt gewijzigd:

1)

In voetnoot (3) wordt de tekst met betrekking tot gezondheidscategorie E vervangen door:

„Categorie E

Algerije (DZ), Israël (10) (IL), Marokko (MA), Tunesië (TN)”.

2)

De volgende voetnoot wordt toegevoegd:

„(10)

De staat Israël met uitzondering van de gebieden onder Israëlisch bestuur sinds juni 1967, namelijk de Golanhoogvlakte, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever.”.

BIJLAGE IV

Bijlage I bij Beschikking 93/197/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1)

De vermelding betreffende gezondheidscategorie E wordt vervangen door:

Gezondheidscategorie E (1)

Verenigde Arabische Emiraten (3) (AE), Bahrein (3) (BH), Algerije (DZ), Israël (4) (IL), Jordanië (3) (JO), Koeweit (3) (KW), Libanon (3) (LB), Marokko (MA), Mauritius (3) (MU), Oman (3) (OM), Qatar (3) (QA), Saudi-Arabië (2) (3) (SA), Tunesië (TN), Turkije (2) (3) (TR)”.

2)

De volgende voetnoot wordt toegevoegd:

„(4)

De staat Israël met uitzondering van de gebieden onder Israëlisch bestuur sinds juni 1967, namelijk de Golanhoogvlakte, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever.”.

BIJLAGE V

Bijlage I bij Beschikking 2004/211/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

De vermelding voor Brazilië wordt vervangen door:

„BR

Brazilië

BR-0

Het hele land

D

 

BR-1

De staten

Rio Grande do Sul, Paraná, Mato Grosso do Sul, Distrito Federal en Rio de Janeiro behalve het gebied BR-2 tot en met 31 oktober 2016

D

X

X

X

 

BR-2

De olympische hippodroom bij de Braziliaanse militaire ruiterijschool van Vila Militar in Deodoro te Rio de Janeiro in de staat Rio de Janeiro en de toegangsweg tot Galeão International Airport

D

X

X

X

Geldig tot en met 31 oktober 2016”

2)

De vermelding voor Israël wordt als volgt gewijzigd:

a)

de rij voor Israël wordt als volgt gewijzigd:

„IL

Israël (2)

IL-0

Het hele land

E

X

X

X

X

X

X

X

X

X”

 

b)

De volgende voetnoot (2) wordt ingevoegd na de tabel met de lijst van derde landen en tussen voetnoot (1) en de rubriek „VERKLARING VAN DE AFKORTINGEN:”:

„(2)

De staat Israël met uitzondering van de gebieden onder Israëlisch bestuur sinds juni 1967, namelijk de Golanhoogvlakte, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever.”.

3)

De vermelding voor Libië wordt geschrapt.

4)

De vermelding voor Syrië wordt geschrapt.