|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
58e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN |
|
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/1 |
BESLUIT (EU) 2015/372 VAN DE RAAD
van 8 oktober 2014
betreffende de ondertekening, namens de Unie en haar lidstaten, en de voorlopige toepassing van een protocol tot wijziging van de Euro-mediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van de Staat Israël, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 5,
Gezien de Akte van toetreding van Kroatië, en met name artikel 6, lid 2, tweede alinea,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 14 september 2012 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om namens de Unie, haar lidstaten en de Republiek Kroatië, onderhandelingen te openen met het oog op het sluiten van een protocol tot wijziging van de Euro-mediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van de Staat Israël, anderzijds (1), teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie („het protocol”). |
|
(2) |
Die onderhandelingen zijn met succes afgerond op 12 december 2013. |
|
(3) |
Het protocol dient namens de Unie en haar lidstaten te worden ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum. |
|
(4) |
Het protocol dient voorlopig te worden toegepast, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Er wordt namens de Unie en haar lidstaten machtiging verleend voor de ondertekening van het Protocol tot wijziging van de Euro-mediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van de Staat Israël, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie, onder voorbehoud van de sluiting van dit protocol.
De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht.
Artikel 2
De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) het protocol, namens de Unie en haar lidstaten, te ondertekenen.
Artikel 3
Het protocol wordt, in afwachting van de inwerkingtreding ervan, overeenkomstig artikel 3, lid 2, voorlopig toegepast vanaf de datum van de onderteking ervan door de partijen (2).
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 8 oktober 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
M. LUPI
(1) De tekst van de overeenkomst is bekendgemaakt in PB L 208 van 2.8.2013, blz. 3.
(2) De datum vanaf welke het protocol voorlopig wordt toegepast, wordt door het secretariaat-generaal van de Raad in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/3 |
PROTOCOL
tot wijziging van de Euro-mediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van de Staat Israël, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie
HET KONINKRIJK BELGIË,
DE REPUBLIEK BULGARIJE,
DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,
HET KONINKRIJK DENEMARKEN,
DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,
DE REPUBLIEK ESTLAND,
IERLAND,
DE HELLEENSE REPUBLIEK,
HET KONINKRIJK SPANJE,
DE FRANSE REPUBLIEK,
DE REPUBLIEK KROATIË,
DE ITALIAANSE REPUBLIEK,
DE REPUBLIEK CYPRUS,
DE REPUBLIEK LETLAND,
DE REPUBLIEK LITOUWEN,
HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,
HONGARIJE,
DE REPUBLIEK MALTA,
HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,
DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,
DE REPUBLIEK POLEN,
DE PORTUGESE REPUBLIEK,
ROEMENIË,
DE REPUBLIEK SLOVENIË,
DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,
DE REPUBLIEK FINLAND,
HET KONINKRIJK ZWEDEN,
HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,
partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en lidstaten van de Europese Unie (hierna „de lidstaten” genoemd), en
DE EUROPESE UNIE,
enerzijds, en
DE REGERING VAN DE STAAT ISRAËL,
anderzijds,
GEZIEN de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie op 1 juli 2013,
ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:
Artikel 1
De Republiek Kroatië is partij bij de Euromediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van de Staat Israël, anderzijds (1), die op 10 juni 2013 is ondertekend (hierna „de overeenkomst” genoemd).
Artikel 2
De tekst van de overeenkomst in de Kroatische taal (2) is authentiek onder dezelfde voorwaarden als de andere taalversies.
Artikel 3
1. Dit protocol wordt door de partijen volgens hun interne procedures en wetgeving goedgekeurd. Het treedt in werking op dezelfde datum als de overeenkomst. Indien dit protocol echter na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst door de overeenkomstsluitende partijen wordt goedgekeurd, treedt het in werking overeenkomstig artikel 30, lid 2, van de overeenkomst.
2. Dit protocol is een integrerend onderdeel van de overeenkomst en wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van de ondertekening ervan door de partijen.
Gedaan in tweevoud te Brussel, op de negentiende dag van februari in het jaar tweeduizend en vijftien, hetgeen overeenstemt met de dertigste dag van Sjewat in het jaar vijfduizend zevenhonderd vijfenzeventig van de Hebreeuwse kalender, in de Bulgaarse, Deense, Duitse, Engelse, Estse, Finse, Franse, Griekse, Hongaarse, Italiaanse, Kroatische, Letse, Litouwse, Maltese, Nederlandse, Poolse, Portugese, Roemeense, Slowaakse, Sloveense, Spaanse, Tsjechische, Zweedse en Hebreeuwse taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.
За държавите-членки
Por los Estados miembros
Za členské státy
For medlemsstaterne
Für die Mitgliedstaaten
Liikmesriikide nimel
Για τα κράτη μέλη
For the Member States
Pour les États membres
Za države članice
Per gli Stati membri
Dalībvalstu vārdā –
Valstybių narių vardu
A tagállamok részéről
Għall-Istati Membri
Voor de lidstaten
W imieniu Państw Członkowskich
Pelos Estados-Membros
Pentru statele membre
Za členské štáty
Za države članice
Jäsenvaltioiden puolesta
För medlemsstaterna
За Европейския съюз
Рог la Unión Europea
Za Evropskou unii
For Den Europæiske Union
Für die Europäische Union
Euroopa Liidu nimel
Για την Ευρωπαϊκή Ένωση
For the European Union
Pour l'Union européenne
Za Europsku uniju
Per l'Unione europea
Eiropas Savienības vārdā –
Europos Sąjungos vardu
Az Európai Unió részéről
Għall-Unjoni Ewropea
Voor de Europese Unie
W imieniu Unii Europejskiej
Pela União Europeia
Pentru Uniunea Europeană
Za Európsku úniu
Za Evropsko unijo
Euroopan unionin puolesta
För Europeiska unionen
За правителството на Държавата Израел
Por el Gobierno del Estado de Israel
Za vládu Státu Izrael
For Staten Israels regering
Für die Regierung des Staates Israel
Iisraeli Riigi valitsuse nimel
Για την Κυβερνηση του Κρατουσ του Ισραηλ
For the Government of the State of Israel
Pour le Gouvernement de l' État d'Israël
Za vladu Države Izraela
Per il Governo dello Stato di Israele
Izraēlas Valsts valdības vārdā —
Izraelio Valstybės Vyriausybės vardu
Izrael Állam Kormánya részéről
Għall-Gvern tal-Istat tal-Israel
Voor de regering van de Staat Israël
W imieniu rządu Państwa Izrael
Pelo Governo do Estado de Israel
Pentru guvernul Statului Israel
Za vládu Izraelského štátu
Za vlado Države Izrael
Israelin valtion hallituksen puolesta
För staten Israels regering
(1) De tekst van de overeenkomst is bekendgemaakt in PB L 208 van 2.8.2013, blz. 3.
(2) De Kroatische tekst van de overeenkomst is bekendgemaakt in een bijzondere uitgave van het Publicatieblad, deel 07-027 van 11.11.2014, blz. 31.
VERORDENINGEN
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/6 |
VERORDENING (EU) 2015/373 VAN DE RAAD
van 5 maart 2015
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2533/98 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid artikel 5.4,
Gezien de aanbeveling van de Europese Centrale Bank (1),
Gezien het advies van het Europees Parlement (2),
Gezien het advies van de Europese Commissie (3),
Handelend in overeenstemming met de procedure van artikel 129, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 41 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad (4) is een essentieel bestanddeel van het juridische kader tot ondersteuning van de taken van de Europese Centrale Bank (ECB) inzake de verzameling van statistische gegevens, daarin bijgestaan door de nationale centrale banken. De ECB heeft zich steeds gebaseerd op die verordening bij de uitvoering en monitoring van de gecoördineerde verzameling van statistische gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), waaronder de taak bij te dragen tot een goede beleidsvoering van de bevoegde autoriteiten ten aanzien van het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en de stabiliteit van het financiële stelsel, zoals bepaald in artikel 127, lid 5, van het Verdrag. |
|
(2) |
Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad (5) draagt de ECB specifieke taken op betreffende de beleidsvoering in verband met het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en de stabiliteit van het financiële stelsel binnen de Unie en individuele lidstaten. |
|
(3) |
Om de rapportagelast voor rapportageplichtigen te minimaliseren en de aan alle bevoegde autoriteiten opgedragen goede uitvoering van toezicht op financiële instellingen, markten en infrastructuren mogelijk te maken, alsook de goede uitvoering van de taken die zijn opgedragen aan autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de stabiliteit van het financiële stelsel, is het noodzakelijk Verordening (EG) nr. 2533/98 te wijzigen om de transmissie en het gebruik door ESCB-leden en de betrokken autoriteiten van de door het ESCB verzamelde statistische gegevens mogelijk te maken. Die autoriteiten moeten de bevoegde autoriteiten omvatten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op financiële instellingen, markten en infrastructuren en het macroprudentieel toezicht, de Europese toezichthoudende autoriteiten, het Europees Comité voor systeemrisico's, alsook autoriteiten die kredietinstellingen kunnen afwikkelen. |
|
(4) |
Deze verordening dient niet van toepassing te zijn op vertrouwelijke statistische gegevens die zijn verzameld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad (6), |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 2533/98 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 8, lid 1:
|
|
2) |
In artikel 8, lid 4, wordt punt a) vervangen door:
; |
|
3) |
In artikel 8 wordt het volgende lid ingevoegd: „4 bis. Het ESCB kan vertrouwelijke statistische gegevens toezenden aan autoriteiten of organen van de lidstaten en de Unie die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op financiële instellingen, markten en infrastructuren of voor de stabiliteit van het financiële stelsel, zulks overeenkomstig de Unie- of nationale wetgeving, en aan het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), voor zover en op het detailniveau dat noodzakelijk is voor de uitvoering van hun respectieve taken. De autoriteiten of organen die vertrouwelijke statistische gegevens ontvangen, nemen alle wetgevende, administratieve, technische en organisatorische maatregelen die nodig zijn voor het waarborgen van de fysieke en logische bescherming van vertrouwelijke statistische gegevens. Verdere daaropvolgende transmissie zal noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die taken en moet het ESCB-lid dat de vertrouwelijke statistische gegevens heeft verzameld expliciet autoriseren. Zo'n autorisatie is niet nodig voor verdere transmissie van de ESM-leden naar nationale parlementen, voor zover vereist door de nationale wetgeving, op voorwaarde dat het ESM-lid het ESCB-lid voorafgaand aan de transmissie heeft geraadpleegd en dat de lidstaat in ieder geval alle wetgevende, administratieve, technische en organisatorische maatregelen heeft genomen die nodig zijn voor het waarborgen van de fysieke en logische bescherming van vertrouwelijke statistische gegevens in overeenstemming met deze verordening. Wanneer het ESCB vertrouwelijke statistische gegevens toezendt in overeenstemming met dit lid, neemt het alle wetgevende, administratieve, technische en organisatorische maatregelen die nodig zijn voor het waarborgen van de fysieke en logische bescherming van vertrouwelijke statistische gegevens in overeenstemming met lid 3 van dit artikel.” |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 5 maart 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
D. REIZNIECE-OZOLA
(1) PB C 188 van 20.6.2014, blz. 1.
(2) Advies uitgebracht op26 november 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(3) PB C 362 van 14.10.2014, blz. 1.
(4) Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank (PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8).
(5) Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).
(6) Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164).
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/8 |
VERORDENING (EU) 2015/374 VAN DE RAAD
van 6 maart 2015
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 204/2011 betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Libië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,
Gezien Besluit 2011/137/GBVB van de Raad van 28 februari 2011 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië (1),
Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) nr. 204/2011 van de Raad (2) geeft uitvoering aan de bij Besluit 2011/137/GBVB vastgestelde maatregelen. |
|
(2) |
Op 27 augustus 2014 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie („UNSCR”) 2174 (2014) vastgesteld, waarbij het toepassingsgebied van de maatregelen voor de bevriezing van tegoeden als beschreven in punt 22 van UNSCR 1970 (2011) en punt 23 van Resolutie 1973 (2011) wordt uitgebreid. |
|
(3) |
Op 20 oktober 2014 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan Besluit 2014/727/GBVB (3) overeenkomstig UNSCR 2174 (2014), waardoor personen en entiteiten die onder bijlage III van Besluit 2011/137/GBVB vallen en die voorkomen op de lijst van het Sanctiecomité, kunnen worden opgenomen op de lijst van personen en entiteiten waarvan de tegoeden moeten worden bevroren. In zijn Besluit (GBVB) 2015/382 (4) heeft de Raad besloten de reikwijdte van de aanvullende criteria uit te breiden tot personen en entiteiten die niet op de lijst van het Sanctiecomité staan, maar wel aan de criteria voldoen. |
|
(4) |
Deze wijziging valt onder het toepassingsgebied van het Verdrag en derhalve is regelgeving op het niveau van de Unie noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging ervan, in het bijzonder om te garanderen dat zij in alle lidstaten door de marktdeelnemers uniform wordt toegepast. |
|
(5) |
Verordening (EU) nr. 204/2011 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 6, lid 2 van Verordening (EU) nr. 204/2011 wordt vervangen door:
„2. Bijlage III omvat natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen die niet onder bijlage II vallen en die:
|
a) |
betrokken zijn bij of medeplichtig zijn aan het bevelen, toezien op of anderszins aansturen van het plegen van schendingen van de mensenrechten ten aanzien van personen in Libië, mede door betrokkenheid bij of medeplichtigheid aan het plannen, aanvoeren, bevelen of uitvoeren van aanvallen, met schending van het internationaal recht, onder meer door luchtbombardementen, tegen de burgerbevolking en de infrastructuur; |
|
b) |
de bepalingen van de Resoluties 1970 (2011) of 1973 (2011) van de VN-Veiligheidsraad of van deze verordening hebben geschonden of aan schending daarvan hebben meegewerkt; |
|
c) |
betrokken zijn bij of steun verlenen aan acties die de vrede, stabiliteit of veiligheid van Libië bedreigen of de voltooiing van het democratische overgangsproces in Libië belemmeren of ondermijnen, bijvoorbeeld door:
|
|
d) |
die handelen voor, namens of op aanwijzing van op de lijst geplaatste natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen als vermeld in de bijlagen II of III, of die eigendom zijn van onder zeggenschap staan van deze natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.” |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 6 maart 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
K. GERHARDS
(1) PB L 58 van 3.3.2011, blz. 53.
(2) Verordening (EU) nr. 204/2011 van de Raad van 2 maart 2011 betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Libië (PB L 58 van 3.3.2011, blz. 1).
(3) Besluit 2014/727/GBVB van de Raad van 20 oktober 2014 tot wijziging van Besluit 2011/137/GBVB betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië (PB L 301 van 21.10.2014, blz. 30).
(4) Besluit (GBVB) 2015/382 van de Raad van 6 maart 2015 tot wijziging van Besluit 2011/137/GBVB betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië (zie blz. 38 van dit Publicatieblad).
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/10 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/375 VAN DE RAAD
van 6 maart 2015
tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 36/2012 van de Raad van 18 januari 2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 442/2011 (1), en met name artikel 32, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 18 januari 2012 stelde de Raad Verordening (EU) nr. 36/2012. |
|
(2) |
Gezien de ernst van de situatie moeten er zeven personen en zes entiteiten worden toegevoegd aan de in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012 opgenomen lijst van natuurlijke en personen, entiteiten en lichamen die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen. |
|
(3) |
Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012 dient dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 6 maart 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
K. GERHARDS
BIJLAGE
De volgende personen en entiteiten worden toegevoegd aan de lijst van natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten of lichamen in de afdelingen A en B van Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012.
A. Personen
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Motivering |
Datum van opneming op de lijst |
||||
|
199. |
Bayan Bitar (ook bekend als Dr Bayan Al-Bitar) |
Adres: PO Box 11037, Damascus, Syrië |
Directeur van de Organisation for Technological Industries (OTI), en de Syrian Company for Information Technology (SCIT), beide dochterondernemingen van het Syrische ministerie van Defensie, waaraan door de Raad sancties zijn opgelegd. OTI helpt bij de productie van chemische wapens voor het Syrische regime. Als directeur van OTI en SCIT verleent Bayan Bitar steun aan het Syrische regime. Vanwege zijn rol in de productie van chemische wapens, is hij mede verantwoordelijk voor de gewelddadige repressie tegen de Syrische bevolking. Gezien zijn leidinggevende positie in deze entiteiten heeft hij ook banden met de op de lijst geplaatste entiteiten OTI en SCIT. |
7.3.2015 |
||||
|
200. |
Brigadier-generaal Ghassan Abbas |
|
Manager van het filiaal van het op de lijst geplaatste Syrische Scientific Studies and Research Centre (SSRC/CERS) nabij Jumraya/Jmraiya. Hij is betrokken geweest bij de proliferatie van chemische wapens en het organiseren van aanvallen met chemische wapens, onder meer in Ghouta in augustus 2013. Derhalve is hij mede verantwoordelijk voor de gewelddadige repressie tegen de Syrische bevolking. Als manager van het filiaal van SSRC/CERS nabij Jumraya/Jmraiya verleent Ghassan Abbas steun aan het Syrische regime. Gezien zijn leidinggevende positie in het SSRC heeft hij ook banden met de op de lijst geplaatste entiteit SSRC. |
7.3.2015 |
||||
|
201. |
Wael Abdulkarim (ook bekend als Wael Al Karim) |
Adres: Pangates International Corp Ltd, PO Box Sharjah Airport International Free Zone, Verenigde Arabische Emiraten Al Karim for Trade and Industry, PO Box 111, 5797 Damascus, Syrië Morgan Additives Office No 2206, 22nd Floor, Jafza View 19, Besides Jafza View 18, Sheikh Zayed Road, Jebel Ali Free Zone Authority Dubai, VAE |
Directeur van het op de lijst geplaatste Pangates International Corp Ltd, dat optreedt als tussenpersoon bij de levering van olie aan het Syrische regime. Als directeur van Pangates verleent Wael Abdulkarim steun aan en profiteert hij van het Syrische regime. Hij bekleedt ook een leidinggevende positie in de op de lijst geplaatste entiteit Al Karim Group, de moedermaatschappij van Pangates. Gezien zijn leidinggevende positie bij Pangates en de Al Karim Group heeft hij ook banden met deze op de lijst geplaatste entiteiten. |
7.3.2015 |
||||
|
202. |
Ahmad Barqawi (ook bekend als Ahmed Barqawi) |
Adres: Pangates International Corp Ltd, PO Box Sharjah Airport International Free Zone, United Arab Emirates. Al Karim for Trade and Industry, PO Box 111, 5797 Damascus, Syrië Morgan Additives Office No 2206, 22nd Floor, Jafza View 19, Besides Jafza View 18, Sheikh Zayed Road, Jebel Ali Free Zone Authority Dubai, VAE |
Directeur van Pangates International Corp Ltd, die optreedt als tussenpersoon bij de levering van olie aan het Syrische regime, en manager van de Al Karim Group. Zowel Pangates International als de Al Karim Group zijn door de Raad op de lijst geplaatst. Als directeur van Pangates en manager van haar moedermaatschappij Al Karim Group verleent Ahmad Barqawi steun aan en profiteert hij van het Syrische regime. Gezien zijn leidinggevende positie bij Pangates en de Al Karim Group, heeft hij ook banden met de op de lijst geplaatste entiteiten Pangates International en de Al Karim Group. |
7.3.2015 |
||||
|
203. |
George Haswani (ook bekend als Heswani; Hasawani; Al Hasawani) |
Adres: Damascus Province, Yabroud, Al Jalaa St, Syrië |
Bekend Syrisch zakenman, mede-eigenaar van HESCO Engineering and Construction Company, een groot techniek- en bouwbedrijf in Syrië. Hij onderhoudt nauwe banden met het Syrische regime. George Haswani biedt steun aan en profiteert van het regime via zijn rol als tussenpersoon bij overeenkomsten voor de aankoop van olie van ISIL door het Syrische regime. Hij profiteert ook van het regime dankzij een voorkeursbehandeling, onder meer de toekenning van een contract (als onderaannemer) met Stroytransgaz, een belangrijk Russisch oliebedrijf. |
7.3.2015 |
||||
|
204. |
Emad Hamsho (ook bekend als Imad Hmisho; Hamchu; Hamcho; Hamisho; Hmeisho; Hemasho) |
|
Neemt een leidinggevende positie in bij Hamsho Trading. Gezien zijn leidinggevende positie in een dochteronderneming van Hamsho International, die door de Raad op de lijst is geplaatst, verleent hij steun aan het Syrische regime. Hij heeft ook banden met een op de lijst geplaatste entiteit, Hamsho Trading. Emad Hamsho financiert Shabiha-milities, die om de beurt staal verzamelen uit de gebieden die vernietigd zijn door de strijdkrachten en milities van het Syrische regime, en dit omsmelten in lokale fabrieken van Syria Steel (Hmisho Steel). Hij is tevens vicevoorzitter van de Syrian Council of Iron and Steel, naast op de lijst geplaatste zakenlieden zoals Ayman Jaber. Hij is ook een bondgenoot van Bashar Assad. |
7.3.2015 |
||||
|
205. |
Samir Hamsho (ook bekend als Samer; Sameer; Hmisho; Hamchu; Hamcho; Hamisho; Hmeisho; Hemasho) |
|
Samir Hamsho is een bekende Syrische zakenman die de steun geniet van en steun verleent aan het regime. Hij is de eigenaar en voorzitter van Al Buroj en Syria Steel/Hmisho Steel, dochterondernemingen van Hamsho Trading, een dochteronderneming van Hamsho International, die door de Raad op de lijst is geplaatst. In maart 2014 is hij door de minister van Industrie benoemd tot lid van de kamer van koophandel van Homs. Hij steunt derhalve het Syrische regime en profiteert van zijn banden met het regime. Hij heeft tevens banden met de op de lijst geplaatste entiteiten Hamsho International, Syria Steel SA en Al Buroj Trading. |
7.3.2015 |
B. Entiteiten
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Motivering |
Datum van opneming op de lijst |
||||
|
65. |
Organisation for Technological Industries (ook bekend als Technical Industries Corporation (TIC)) |
Adres: PO Box 11037, Damascus, Syrië |
Dochteronderneming van het Syrische ministerie van Defensie, dat door de Raad op de lijst is geplaatst. OTI is betrokken bij de productie van chemische wapens voor het Syrische regime. Het bedrijf is derhalve verantwoordelijk voor de gewelddadige repressie tegen de Syrische bevolking. Als dochteronderneming van het ministerie van Defensie heeft het ook banden met een op de lijst geplaatste entiteit. |
7.3.2015 |
||||
|
66. |
Syrian Company for Information Technology (SCIT) |
Adres: PO Box 11037, Damascus, Syrië |
Dochteronderneming van de Organisation for Technological Industries (OTI) en derhalve van het Syrische ministerie van Defensie, die door de Raad op de lijst zijn geplaatst. Het bedrijf werkt tevens samen met de centrale bank van Syrië, die door de Raad op de lijst is geplaatst. Als dochteronderneming van OTI en het ministerie van Defensie heeft SCIT ook banden met deze op de lijst geplaatste entiteiten. |
7.3.2015 |
||||
|
67. |
Hamsho Trading (ook bekend als Hamsho Group; Hmisho Trading Group; Hmisho Economic Group) |
|
Dochteronderneming van Hamsho International, dat door de Raad op de lijst is geplaatst. Als zodanig heeft Hamsho Trading banden met een op de lijst geplaatste entiteit, Hamsho International. Steunt het Syrische regime via haar dochterondernemingen, waaronder Syria Steel. Via haar dochterondernemingen heeft zij banden met groepen zoals de regimegezinde Shabiha-milities. |
7.3.2015 |
||||
|
68. |
Syria Steel SA (ook bekend als Syria Steel Co; Syria Steel Rolling Mill. Hmisho Steel) |
|
Dochteronderneming van Hamsho Trading en dus uiteindelijk een dochteronderneming van Hamsho International, dat door de Raad op de lijst is geplaatst. Als zodanig heeft Syria Steel SA banden met een op de lijst geplaatste entiteit. Syria Steel steunt het Syrische regime tevens via zijn samenwerking met de Shabiha-milities en de productie van bewapeningsmaterieel. |
7.3.2015 |
||||
|
69. |
Al Buroj Trading (ook bekend als Borouj Trading Company) |
|
Dochteronderneming van Hamsho Trading en dus uiteindelijk een dochteronderneming van Hamsho International, dat door de Raad op de lijst is geplaatst. Als zodanig heeft Al Buroj Trading banden met een op de lijst geplaatste entiteit, Hamsho International. |
7.3.2015 |
||||
|
70. |
DK Group (ook bekend als DK Group SARL; DK Middle-East & Africa Regional Office) |
Adressen: DK Middle-East & Africa Regional Office, Peres Lazaristes Center, No. 3, 5th Floor, Emir Bachir Street, Beirut Central District, Bachoura Sector, Beirut, Libanon.
|
DK Group levert nieuwe bankbiljetten aan de centrale bank van Syrië. DK Group verleent derhalve steun aan het regime. Het bedrijf heeft door zijn positie als leverancier ook banden met een op de lijst geplaatste entiteit, de centrale bank van Syrië. |
7.3.2015 |
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/15 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/376 VAN DE RAAD
van 6 maart 2015
houdende uitvoering van artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) nr. 204/2011 betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Libië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 204/2011 van de Raad van 2 maart 2011 betreffende beperkende maatregelen in verband met de situatie in Libië (1), en met name artikel 16, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 2 maart 2011 heeft de Raad Verordening (EU) nr. 204/2011 vastgesteld. |
|
(2) |
Naar aanleiding van het arrest van het Gerecht van 24 september 2014 in zaak T-348/13 (2), Kadhaf Al Dam/Raad, moet de vermelding van Ahmed Mohammed Kadhaf Al-Dam worden geschrapt uit bijlage III bij Verordening (EU) nr. 204/2011. Voorts moet de vermelding een andere persoon zoals omschreven in die bijlage worden geactualiseerd. |
|
(3) |
Bijlage III bij Verordening (EU) nr. 204/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage III bij Verordening (EU) nr. 204/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig het bepaalde in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 6 maart 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
K. GERHARDS
(1) PB L 58 van 3.3.2011, blz. 1.
(2) Nog niet bekendgemaakt.
BIJLAGE
1)
De vermelding in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 204/2011 betreffende de onderstaande persoon wordt vervangen door de onderstaande vermelding:|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Motivering |
Datum van opneming op de lijst |
|
„1. |
ABDULHAFIZ, Kolonel Mas'ud (ook bekend als ABDULHAFID (familienaam); Massoud (voornaam). |
Positie: Commandant van de strijdkrachten Geboortedatum: 1 januari 1937. Geboorteplaats: Tripoli, Libië. |
Derde in bevel van de strijdkrachten. Belangrijke rol in de militaire inlichtingendienst |
28.2.2011” |
2)
De vermelding in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 204/2011 betreffende de onderstaande persoon wordt geschrapt:|
„8. |
KADHAF AL-DAM, Ahmed Mohammed.” |
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/17 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/377 VAN DE COMMISSIE
van 2 maart 2015
tot vaststelling van de modellen voor de documenten die vereist zijn voor de betaling van het jaarlijks saldo overeenkomstig Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (1), en met name artikel 44, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Artikel 44, lid 1, van Verordening (EU) nr. 514/2014 bepaalt dat iedere lidstaat de op grond van artikel 59, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2) vereiste documenten moet indienen bij wijze van verzoek om betaling van het jaarlijkse saldo. Daartoe moeten modellen worden vastgesteld voor de opstelling door de lidstaten van hun documenten. |
|
(2) |
Om ervoor te zorgen dat de in deze verordening opgenomen maatregelen spoedig kunnen worden toegepast en om de voorbereiding van de betalingsverzoeken van de lidstaten niet te vertragen, dient deze verordening in werking te treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(3) |
Het Verenigd Koninkrijk en Ierland zijn gebonden door Verordening (EU) nr. 514/2014 en zijn bijgevolg gebonden door deze verordening. |
|
(4) |
Onverminderd overweging 47 van Verordening (EU) nr. 514/2014 is Denemarken niet gebonden door Verordening (EU) nr. 514/2014 of door deze verordening. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de Fondsen voor asiel, migratie en integratie, en interne veiligheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Modellen voor het verzoek om betaling van het jaarlijks saldo
De modellen die dienen te worden gebruikt voor het voorleggen van het verzoek om betaling van het jaarlijks saldo worden vastgesteld in de bijlagen I tot en met IV.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.
Gedaan te Brussel, 2 maart 2015.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 150 van 20.5.2014, blz. 112.
(2) Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).
BIJLAGE 1
REKENINGEN
|
CCI |
< 0.1 type=„S” maxlength=„15” input=„G”> |
|
Title |
The national programme of the Fund for [Member State] |
|
Version |
< 0.3 type=„N” input=„G”> |
|
First Year |
< 0.4 type=„N” maxlength=„4” input=„M”> |
|
Last Year |
2020 |
|
Eligible From |
1 January 2014 |
|
EC Decision Number |
< 0.8 type=„S” input=„G”>> |
|
EC Decision Date |
< 0.8 type=„D” input=„G”>> 1 |
|
Project and accounts submission date: |
<type = date, input M> |
|
Financial Year |
<type = year, input G> |
DEEL A1: PROJECTINFORMATIE
(een project kan eenmalig zijn of gespreid zijn over meerdere jaren)
(de basisinformatie hoeft slechts één keer te worden ingevuld, maar kan jaarlijks worden geactualiseerd)
|
Projectreferentie: [MS/start YEAR/PR/number] (20 characters unique number) |
Specifieke doelstelling/nationale doelstelling of specifieke actie: [drop menu] |
||||
|
Titel project: [10 word title/90 characters] |
|||||
|
Samenvatting project: [900 characters] |
|||||
|
Officiële naam begunstigde: [90 characters] |
Naam begunstigde: korte naam [20 characters] |
Soort begunstigde [drop menu] |
|||
|
Verwijzing naar de selectieprocedure: (met vermelding van het jaar) [50 characters] |
Type procedure [drop box: Open, restricted negotiated] |
||||
|
% medefinanciering uit het Fonds: % |
Rechtvaardiging voor > 75 % medefinanciering: [250 characters] e.g specific actions maximum of >/= 90 %; |
||||
DEEL A2: BIJZONDERE GEVALLEN
|
Toezeggingen (prioriteiten van de Unie) Projectreferentie: [MS/start YEAR/RP/number] (20 characters) |
|||||||||||||
|
Prioriteit van de Unie |
Land van asiel: |
Land van herkomst: |
Aantal volwassenen: |
Aantal volwassen vrouwen: |
Aantal niet-begeleide minderjarigen |
Totale aantal |
Totale aantal × forfaitair bedrag |
||||||
|
[Drop Box] |
[Drop Box] |
[Drop Box] |
number |
number |
number |
number generated |
Euro generated |
||||||
|
TOTAAL |
generated |
generated |
generated |
generated |
generated |
||||||||
|
Toezegging (andere) Projectreferentie: [MS/YEAR/RO/number] (20 characters) |
|||||||||||||
|
Land van asiel: |
Land van herkomst: |
Aantal volwassenen |
Aantal volwassen vrouwen |
Aantal niet-begeleide minderjarigen |
Totale aantal |
Totale aantal × forfaitair bedrag |
|||||||
|
[drop box] |
[drop box] |
number |
number |
number |
number generated |
Euro generated |
|||||||
|
TOTAAL |
generate |
generate |
generate |
generated |
generated |
||||||||
|
Andere toezeggingen Projectreferentie: [MS/year/ST/number](20 character) |
||||||
|
Lidstaat vanwaar de begunstigden van internationale bescherming zijn overgebracht |
Land van herkomst: |
Aantal volwassenen: |
Aantal volwassen vrouwen: |
Aantal niet-begeleide minderjarigen |
Totale aantal |
Totale aantal × forfaitair bedrag |
|
[drop box] |
[drop box] |
number |
number |
number |
number generated |
Euro generated |
|
TOTAAL |
Generate |
generated |
generated |
generated |
generated |
|
DEEL A3: PROJECTEN VOOR OPERATIONELE STEUN
|
Nationale doelstelling: |
Projectreferentie: [MS/start Year/O[v/b]/number](20 character) |
|||||
|
Projectnaam |
[90 characters] |
|||||
|
Officiële naam begunstigde: |
[90 characters] |
Korte naam begunstigde: |
[20 characters] |
|||
|
|
Meeteenheid |
Aantal |
Jaarlijkse bijdrage van de Unie |
|||
|
1.1 |
Personeelskosten, incl. opleidingskosten |
1 VTE |
|
|
||
|
1.2 |
Dienstverleningskosten (onderaanbestedingscontracten), bv. voor onderhoud en reparatie |
Aantal contracten |
|
|
||
|
1.3 |
Modernisering/vervanging van apparatuur |
Aantal artikelen |
|
|
||
|
1.4 |
Onroerend goed (afschrijving of renovatie) |
Aantal betrokken gebouwen |
|
|
||
|
1.5 |
IT-systemen (operationeel beheer van VIS, SIS en nieuwe IT-systemen, huur en renovatie van ruimten, communicatie-infrastructuur en beveiliging) |
/ |
|
|
||
|
1.6 |
Operationele activiteiten (kosten die niet tot de bovenstaande categorieën behoren) |
/ |
|
|
||
|
Totaal: |
|
|
||||
|
Geef telkens een gedetailleerde beschrijving |
||||||
|
1.1 |
Personeelskosten, incl. opleidingskosten (geef de betrokken diensten en taken aan, alsook de belangrijkste plaatsen van inzet) |
[1 000 characters] |
||||
|
1.2 |
Dienstverleningskosten (onderaanbestedingscontracten), bv. voor onderhoud en reparatie (licht de tien belangrijkste contracten toe en vermeld de reikwijdte en de betrokken periode) |
[1 500 characters] |
||||
|
1.3 |
Modernisering/vervanging van apparatuur |
[500 characters] |
||||
|
1.4 |
Onroerend goed (afschrijving of renovatie) |
[500 characters] |
||||
|
1.5 |
IT-systemen (operationeel beheer van VIS, SIS en nieuwe IT-systemen, huur en renovatie van ruimten, communicatie-infrastructuur en beveiliging); IT-systemen (overige) |
[1 000 characters] |
||||
|
1.6 |
Operationele activiteiten (kosten die niet tot de bovenstaande categorieën behoren) |
[1 500 characters] |
||||
DEEL A4: PROJECTEN INZAKE BIJZONDERE DOORREISREGELING
|
Projectreferentie: [LT/start YEAR/TS/number] (20 characters) |
||||||
|
Projectnaam |
[90 characters] |
Naam begunstigde: |
[90 characters] |
|||
|
Samenvatting project: |
[350 characters] |
|||||
|
|
Meeteenheid |
Aantal |
Jaarlijkse bijdrage van de Unie in EUR |
|||
|
1.1 |
Investering in infrastructuur |
Aantal gebouwen |
|
|
||
|
1.2 |
Opleiding van personeel voor de uitvoering van de regeling |
Aantal opleidingen |
|
|
||
|
1.3 |
Aanvullende operationele kosten, zoals het salaris van het personeel dat specifiek de bijzondere doorreisregeling uitvoert |
1 VTE enz. |
|
|
||
|
1.4 |
Gederfde visaleges |
Aantal visa |
|
|
||
|
Totaal: |
|
generated |
||||
DEEL B: BOEKHOUDKUNDIGE GEGEVENS
|
De financiële gegevens kunnen te allen tijde worden aangevuld om de gebeurtenissen voor één enkel begrotingsjaar te registreren. Het begrotingsjaar loopt van 16/10/N-1 tot 15/10/N. Zodra de gegevens voor het corresponderende jaar zijn ingevoerd en gevalideerd (ondertekend) en naar de Commissie zijn verzonden (vóór 15 februari of, in geval van verlenging van de termijn, 1 maart), liggen de gegevens en de samenvattingen vast, en kunnen deze niet meer worden gewijzigd. De verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten die niet deelnemen aan de euro, voeren een boekhouding waarin de bedragen worden uitgedrukt in de munteenheid waarin zij zijn betaald of geïnd. Om alle uitgaven en inkomsten te kunnen groeperen, moeten zij evenwel de corresponderende bedragen in hun nationale munteenheid en in euro kunnen geven, overeenkomstig artikel 43, lid 2, van Verordening (EU) nr. 514/2014. Er is één regel per verrichte betaling. Er mogen per project maximaal 13 betalingen zijn per jaar. Indien nodig mogen de betalingen worden gegroepeerd per maand, om het totale aantal betalingen in één jaar te beperken. Wat toezeggingen betreft, moeten de betalingen worden gegroepeerd per maand (d.w.z. alle betalingen in één maand worden in SFC2014 opgenomen als één enkele betaling aan het eind van de maand). Invorderingsopdrachten en financiële sancties worden geregistreerd als negatieve betalingen. Sommige afsluitingsbetalingen kunnen ook geschieden als betaling 0. |
||||
|
Projectreferentie: |
[MS/…] |
Boekhoudkundige referentie lidstaat |
Is dit een eindbetaling? |
|
|
Bijdragen van de Unie betaald in boekjaar N |
EUR |
[15 characters] |
Y/N |
|
|
Totale bijdrage van de Unie betaald in boekjaar N. |
generated |
|
|
|
|
Voor meerjarenprojecten: gecumuleerde bijdrage van de Unie betaald sinds het begin van het project: |
generated |
|||
|
Bedrag van de cumulatieve totale bijdrage van de Unie dat voor dit project is betaald voor het onderhoud van IT-systemen van de lidstaat of de Unie: (indien van toepassing). |
Amount |
|||
|
Dit project houdt verband met of vindt plaats in derde landen die de strategische prioriteiten van de Unie uitvoeren: |
[Yes/No] |
|||
|
(Indien van toepassing) in het geval van eindbetalingen: is de aankoop van uitrusting (totale waarde > 10 000 EUR per artikel) in dit project inbegrepen? |
Y/N (If YES go to inventory |
|||
|
(Indien van toepassing) in het geval van eindbetalingen: zijn de infrastructuurkosten (totale waarde > 100 000 EUR) in dit project inbegrepen? |
Y/N (If YES go to inventory |
|||
|
Is er een invordering van bijdrage van de Unie gepland? |
In te vorderen bijdrage van de Unie: |
|||
|
Onverminderd andere handhavingsmaatregelen waarin het nationale recht voorziet, verrekent de verantwoordelijke autoriteit of de gedelegeerde autoriteit elke nog openstaande vordering op een begunstigde die overeenkomstig het nationale recht vast is komen te staan met betalingen die de voor de inning van de vordering verantwoordelijke autoriteit of gedelegeerde autoriteit in de toekomst aan deze begunstigde moet doen. |
||||
|
Y/N |
EUR |
|||
|
Operationele/financiële controles ter plaatse voor het project: |
Y/N (if YES link to Section C) |
|||
|
|
||||
|
TECHNISCHE BIJSTAND De betalingen met betrekking tot technische bijstand moeten worden gegroepeerd (bv. alle betalingen in een maand worden in SFC2014 geregistreerd als één enkele betaling aan het einde van de maand, of alle betalingen in een jaar worden gegroepeerd in een bepaald aantal kostencategorieën). |
||||
|
Referentie technische bijstand: |
[MS/YEAR/TA-AMIF/TA-ISF-B/TA-ISF-P] |
Boekhoudkundige referentie lidstaat |
[15 characters] |
|
|
Bijdrage van de Unie betaald voor technische bijstand in boekjaar N |
Euro |
|||
|
Totale bijdrage van de Unie betaald voor technische bijstand in boekjaar N |
[generated] |
|||
INVENTARIS (indien van toepassing)
voor uitrusting met een totale waarde > 10 000 EUR en infrastructuurkosten > 100 000 EUR
|
FONDS |
Project-referentie |
Totale waarde van het artikel (in EUR) |
Serienummer (voor uitrusting) |
Plaats/adres waar de uitrusting/infrastructuur zich bevindt |
Datum van aankoop/voltooiing |
|
ISF B/P |
[MS/…] |
Euro |
[35 characters] |
[200 characters] |
date |
|
Beschrijving van de uitrusting/infrastructuurkosten |
[350 characters] |
||||
DEEL C: CONTROLES TER PLAATSE
(in te vullen door de verantwoordelijke autoriteit)
|
Projectreferentie: |
Type van controle ter plaatse |
Datum van controle ter plaatse: |
Datum van eindverslag: |
||||||
|
van |
tot |
||||||||
|
[MS/…] |
[drop box: operational — financial |
[Date] |
[date] |
[date] |
|||||
|
|
% vastgestelde fouten |
|||||||
|
[Euro] |
[Euro] |
% (generated: B/A) |
|||||||
|
Zaak geregistreerd in het beheerssysteem voor onregelmatigheden? |
Yes/No |
||||||||
|
Opmerkingen (facultatief), bv. soorten onregelmatigheden en corrigerende maatregelen [2 500 characters] |
|||||||||
DEEL D: GEGEVENSOVERZICHT
Tabel FONDS boekjaar N
|
Specifieke doelstellingen |
Totale bijdrage van de Unie betaald in boekjaar N |
% |
|
1.1: nationale doelstelling … |
[generated] |
[generated]/Sp Ob |
|
1.2: nationale doelstelling … |
[generated] |
[generated] Sp Ob |
|
n.n.: nationale doelstelling |
[generated] |
[generated]/Sp Ob |
|
Subtotaal nationale doelstellingen |
Total generated |
[generated]/Total Sp Ob |
|
SA1: specifieke actie |
[generated] |
[generated] |
|
SAn.: specifieke acties |
[generated] |
[generated] |
|
Totaal SD1: … |
Total generated |
[Sp Ob/TOTAL] |
|
2.1: |
[generated] |
[generated]/Sp Ob] |
|
Subtotaal nationale doelstellingen |
Total generated |
[generated] |
|
Totaal SDn: |
Total generated |
[generated] |
|
Toezeggingen |
[generated] |
[generated] |
|
Andere toezeggingen |
[generated] |
[generated] |
|
Steun |
[generated] |
[generated] |
|
Regelingen |
[generated] |
[generated] |
|
Totaal bijzondere gevallen |
Total generated |
[generated] |
|
Technische bijstand |
Total generated |
[generated] |
|
Totale bijdrage van de Unie betaald voor het nationaal programma in jaar N (in EUR) |
Total generated |
|
|
% toewijzing voor specifieke doelstellingen |
|
[generated] |
|
% toewijzing specifieke doelstellingen n/basistoewijzing |
|
[generated] |
VERKLARING MET BETREKKING TOT BETALINGEN (UITSLUITEND BIJDRAGEN VAN DE UNIE) AAN [LIDSTAAT] IN BOEKJAAR N VOOR HET NATIONAAL PROGRAMMA
|
Referentienummer project |
Totale bijdrage van de Unie betaald in boekjaar N (in EUR) |
Is er een eindbetaling in boekjaar N? J/N |
Indien het project niet werd aanvaard bij eerdere indiening van de jaarrekening |
|||
|
[generated] |
[generated] |
[generated] |
[generate years] |
|||
|
[generated] |
[generated] |
[generated] |
[generate years] |
|||
|
[generated] |
[generated] |
[generated] |
[generate years] |
|||
|
[generated] |
[generated] |
[generated] |
[generate years] |
|||
|
[generated] |
[generated] |
[generated] |
[generate years] |
|||
|
Som van de bijdrage van de Unie betaald in boekjaar N voor projecten (in EUR) |
[Total generated] |
|||||
|
Totale bijdrage van de Unie betaald in boekjaar N voor technische bijstand (in EUR) |
[generated] |
|||||
|
[Total generated][a] |
|||||
|
[+/– manual][b] |
|||||
|
[generated] |
|||||
|
Beschrijving financiële correcties door de lidstaat [2 000 characters] |
BIJLAGE II
BEHEERSVERKLARING
Op basis van mijn eigen oordeel en alle informatie waartoe ik toegang heb, met inbegrip van de resultaten van alle (administratieve, financiële en operationele) controles (ter plaatse) die door of onder de verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke autoriteit zijn verricht met betrekking tot de uitgaven van de Unie van het boekjaar [yyyy] en met inachtneming van mijn verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 514/2014, verklaar ik dat:
|
— |
de informatie in de rekeningen naar behoren is weergegeven en volledig en accuraat is, |
|
— |
de uitgaven van de Unie gebruikt zijn voor het beoogde doel in overeenstemming met het nationaal programma en overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer, |
|
— |
het beheers- en controlesysteem dat voor het nationaal programma is opgezet, naar behoren heeft gefunctioneerd tijdens het in aanmerking genomen boekjaar en de nodige garanties heeft geboden met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, in overeenstemming met het toepasselijke recht. |
Ik bevestig dat alle onregelmatigheden die zijn vastgesteld in de definitieve audit- of controleverslagen met betrekking tot het boekjaar op passende wijze in aanmerking zijn genomen en dat waar nodig passende follow-up is gegeven aan de verslagen.
Deze verzekering is echter onderworpen aan de volgende punten van voorbehoud: (up to 5 reservations may be added).
|
1 |
[500 characters] |
|
2 |
[500 characters] |
|
3 |
[500 characters] |
|
4 |
[500 characters] |
|
5 |
[500 characters] |
Tot slot bevestig ik dat mij geen niet-meegedeelde zaken bekend zijn die de financiële belangen van de Unie zouden kunnen schaden.
Bevoegde functionaris: [50 characters]
Titel en organisatie: [90 characters]
Datum van indiening: [date]
(handtekening = validering en datum van indiening bij de Commissie)
Er kan één document worden toegevoegd met een beschrijving van het actieplan ter verbetering en het tijdschema met betrekking tot eventuele punten van voorbehoud.
BIJLAGE III
JAARLIJKSE SAMENVATTING VAN DE DEFINITIEVE AUDITVERSLAGEN EN DE UITGEVOERDE CONTROLES
A. SAMENVATTINGEN DEFINITIEVE AUDITVERSLAGEN
|
Auditinstantie: |
Drop box: AA, COM, ECOA, MSCOA, other |
Jaar van audit |
[year] |
||||
|
Referentie audit |
[25 characters] |
Type audit |
[drop menu: System: financial, re-performance or other] |
||||
|
Reikwijdte van de audit |
[90 characters] |
||||||
|
Algemeen overzicht van zeer belangrijke en kritieke bevindingen, met aanbevelingen aan de verantwoordelijke autoriteit |
[900 characters] |
||||||
|
Algemene conclusie van de audit, met vermelding van de structurele problemen |
[500 characters] |
||||||
|
Geraamde financiële en operationele gevolgen van de vastgestelde tekortkomingen |
[500 characters] |
||||||
|
Corrigerende maatregelen voor de werking van het systeem (actieplan) |
[900 characters] |
||||||
|
Stand van zaken van de uitvoering van corrigerende maatregelen (met inbegrip van openstaande kwesties uit eerder ingediende audits) |
Drop box: uitvoering gepland, in uitvoering, volledig uitgevoerd |
||||||
|
Indien van toepassing, het bedrag van de uitgevoerde of geplande financiële correctie |
Amount Euro |
||||||
B. SAMENVATTING VAN DE ADMINISTRATIEVE CONTROLES UITGEVOERD IN BOEKJAAR N
Geef:
|
— |
een samenvatting van de gekozen controlestrategie bv. per soort uitgaven van de Unie, per methode (uitvoering en toewijzing), |
|
— |
een beschrijving van de belangrijkste resultaten en van de aard van de vastgestelde fouten, |
|
— |
de conclusies die uit deze controles zijn getrokken en de corrigerende maatregelen die bijgevolg zijn goedgekeurd of gepland met betrekking tot de werking van het systeem. |
C. SAMENVATTING VAN DE CONTROLES TER PLAATSE DIE ZIJN UITGEVOERD IN BOEKJAAR N
Geef:
|
— |
een samenvatting van de gekozen controlestrategie bv. per soort uitgaven van de Unie of per methode (uitvoering en toewijzing), |
|
— |
een beschrijving van de belangrijkste resultaten en van de aard van de vastgestelde fouten, en |
|
— |
de conclusies die uit deze controles zijn getrokken en de corrigerende maatregelen die bijgevolg zijn goedgekeurd of gepland met betrekking tot de werking van het systeem. |
Lijst van financiële controles ter plaatse die zijn uitgevoerd in boekjaar N
|
Boekjaar |
Projectreferentie |
Totale gecontroleerde bijdrage van de Unie (EUR) |
Totale bijdrage van de Unie waarbij sprake is van fouten (%) |
Teruggevorderde bijdrage van de Unie |
Terug te vorderen bijdrage van de Unie (EUR) |
|
generated |
generated |
generated |
generated |
Manual |
Manual |
|
generated |
generated |
generated |
generated |
Manual |
Manual |
|
Total |
|
Total generated |
Total generated |
Total generated |
Total generated |
Samenvatting van operationele controles ter plaatse die zijn uitgevoerd in boekjaar N
|
Totale aantal operationele controles ter plaatse in het boekjaar (a) |
Aantal niet-voltooide projecten aan het begin van het boekjaar (b) |
Aantal nieuwe projecten gestart in het boekjaar (c) |
Totale aantal projecten uitgevoerd in het boekjaar (d = b + c) |
% van operationele controles ter plaatse |
|
generated |
generated |
generated |
generated |
generated |
Algemene samenvatting van de financiële controles ter plaatse
|
Boekjaar |
Totale bijdrage van de Unie die aan een financiële controle is onderworpen (a) |
Met de geconstateerde fouten overeenstemmend bedrag van de bijdrage van de Unie: (b) |
% vastgestelde fouten (c = b/a) |
Gecumuleerde bijdrage van de Unie gedeclareerd voor de afgewerkte projecten (d) |
% uitgevoerde financiële controles ter plaatse (e = a/d) |
|
2014 |
generated |
generated |
generated |
Generated |
generate |
|
2015 |
generated |
generated |
generated |
Generated |
generate |
|
Total |
Total generated |
Total generated |
Total generated |
Total generated |
Total generated |
BIJLAGE IV
ADVIEZEN VAN DE AUDITINSTANTIE
Geef een korte beschrijving van de auditstrategie, met inbegrip van de steekproefmethode aan de hand waarvan de auditinstantie geldige conclusies trekt over de hele bevolking
|
A: AUDITADVIES OVER DE JAARREKENINGEN Aan het directoraat-generaal Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie Ik, ondergetekende, vertegenwoordiger van [naam van de instantie], auditinstantie voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie/Fonds voor interne veiligheid in [lidstaat] , heb de werking van de beheers- en controlesystemen van het [Fonds voor asiel, migratie en integratie/Fonds voor interne veiligheid] onderzocht alsook de documenten en de informatie die zijn opgesteld door de verantwoordelijke autoriteit overeenkomstig artikel 44 van Verordening (EU) nr. 514/2014 en artikel 59, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 die dienen als verzoek om betaling van het jaarlijks saldo voor boekjaar N, om een auditadvies te kunnen geven in overeenstemming met artikel 29 van Verordening (EU) nr. 514/2014 en artikel 59, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. Ik ben tot de onderstaande conclusies gekomen. |
| A: ADVIES: ONVOORWAARDELIJKE GOEDKEURING, GOEDKEURING MET VOORBEHOUD OF AFKEURING (selecteer één advies) Onvoorwaardelijk advies over de validiteit van de rekeningen Op grond van het bovengenoemd onderzoek ben ik van oordeel dat de rekeningen voor boekjaar N een getrouw en billijk beeld geven en de uitgaven van de Unie waarvoor terugbetaling aan de Commissie is gevraagd, wettig en regelmatig zijn. Advies met voorbehoud over de validiteit van de rekeningen Op grond van het bovengenoemd onderzoek ben ik van oordeel dat de rekeningen voor boekjaar N een getrouw en billijk beeld geven en de uitgaven van de Unie waarvoor terugbetaling aan de Commissie is gevraagd, wettig en regelmatig zijn, behalve wat de volgende punten betreft:
Mijn inschatting is derhalve dat het effect van het (de) voorbehoud(en) [beperkt]/[aanzienlijk] is. Dit effect komt overeen met [bedrag in EUR] en [%] van de totale gedeclareerde bijdrage van de Unie. Afkeurend advies over de validiteit van de rekeningen Op grond van het bovengenoemd onderzoek ben ik van oordeel dat de rekeningen voor boekjaar N geen getrouw en billijk beeld geven en de uitgaven van de Unie waarvoor terugbetaling aan de Commissie is gevraagd, niet wettig en regelmatig zijn.
|
|
B. ADVIES OVER DE WERKING VAN DE BEHEERS- EN CONTROLESYSTEMEN Reikwijdte van het onderzoek Het onderzoek met betrekking tot dit programma is uitgevoerd in overeenstemming met de huidige auditstrategie voor dit nationaal programma en in overeenstemming met de internationaal aanvaarde auditnormen, ten aanzien van boekjaar N, en is vastgelegd in het auditverslag [geef referentie — niet bijvoegen]. B: ADVIES: ONVOORWAARDELIJKE GOEDKEURING, GOEDKEURING MET VOORBEHOUD OF AFKEURING (selecteer één advies) Onvoorwaardelijk advies Op grond van het bovengenoemd onderzoek en met betrekking tot het programma heb ik redelijke zekerheid dat de toegepaste beheers- en controlesystemen naar behoren functioneren. Advies met voorbehoud Op grond van het bovengenoemd onderzoek en met betrekking tot het programma heb ik redelijke zekerheid dat de toegepaste beheers- en controlesystemen naar behoren functioneren, behalve wat de volgende punten betreft:
Ingeval de beheers- en controlesystemen gebreken vertonen, vermeld dan de instantie(s) en het aspect (de aspecten) van de systemen dat (die) niet heeft (hebben) voldaan aan de eisen en niet efficiënt heeft (hebben) gefunctioneerd. Om de volgende redenen ben ik van mening dit (deze) aspect(en) van de systemen niet heeft (hebben) voldaan aan de eisen of niet efficiënt heeft (hebben) gefunctioneerd:
Mijn inschatting is derhalve dat het effect van het (de) voorbehoud(en) [beperkt]/[aanzienlijk] is. Dit effect komt overeen met [bedrag in EUR] en [%] van de totale gedeclareerde uitgaven van de Unie. Afkeurend advies Op grond van het bovengenoemd onderzoek en met betrekking tot het programma heb ik geen redelijke zekerheid dat de toegepaste beheers- en controlesystemen in overeenstemming zijn met de artikelen 21, 24 en 27 van Verordening (EU) nr. 514/2014 en naar behoren functioneren.
Om de volgende redenen ben ik van mening dat het (de) bovengenoemde aspect(en) van de systemen niet heeft (hebben) voldaan aan de eisen of niet efficiënt heeft (hebben) gefunctioneerd:
[900 characters]
Mijn inschatting is derhalve dat het effect van het (de) voorbehoud(en) [beperkt]/[aanzienlijk] is. Dit effect komt overeen met [bedrag in EUR] en [%] van de totale gedeclareerde bijdrage van de Unie. Zoals vastgesteld krachtens internationaal aanvaarde auditnormen kan de auditinstantie ook bepaalde zaken onder de aandacht brengen die haar advies niet aantasten. Een adviesonthouding is mogelijk in uitzonderlijke gevallen. Deze uitzonderlijke gevallen moeten gerelateerd zijn aan onvoorziene, externe factoren buiten het werkterrein van de auditinstantie.
[500 characters]
|
|
C. VALIDERING VAN DE BEHEERSVERKLARING VAN DE VERANTWOORDELIJKE AUTORITEIT Op grond van het onderzoek waarnaar wordt verwezen in de bovenstaande punten A en B is mijn algemeen oordeel dat de uitgevoerde auditwerkzaamheden: [selecteer één optie] geen twijfel doen onstaan over de beweringen in de beheersverklaring; OF twijfel doen ontstaan over de beweringen in de beheersverklaring met betrekking tot de volgende aspecten:
|
|
Datum van validering |
[date] |
|
Volledige naam en autoriteit (een gevalideerd en verzonden document wordt als ondertekend beschouwd) |
[90 characters] |
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/30 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/378 VAN DE COMMISSIE
van 2 maart 2015
tot vaststelling van de regels voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de uitvoering van de procedure voor de jaarlijkse goedkeuring van de rekeningen en de uitvoering van de conformiteitsgoedkeuring
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (1), en met name artikel 45, lid 2, en artikel 47, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Commissie moet een besluit nemen over de goedkeuring van de jaarrekeningen voor elk nationaal programma en over de conformiteitsgoedkeuring. Voor de uitvoering van deze taken moeten derhalve regelingen worden vastgesteld, onder meer inzake de uitwisseling van informatie tussen de Commissie en de lidstaten en de in acht te nemen termijnen. |
|
(2) |
Het Verenigd Koninkrijk en Ierland zijn gebonden door Verordening (EU) nr. 514/2014 en zijn bijgevolg gebonden door deze verordening. |
|
(3) |
Onverminderd overweging 47 van Verordening (EU) nr. 514/2014 is Denemarken niet door Verordening (EU) nr. 514/2014 of door deze verordening gebonden. |
|
(4) |
Om ervoor te zorgen dat de in deze verordening opgenomen maatregelen spoedig kunnen worden toegepast en om de voorbereiding van betalingsverzoeken van de lidstaten niet te vertragen, dient deze verordening in werking te treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de Fondsen voor asiel, migratie en integratie, en interne veiligheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Jaarlijkse goedkeuring van de rekeningen
1. De Commissie evalueert de subsidiabiliteit van elk project in het verzoek om betaling van het jaarlijks saldo als bedoeld in artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/377 van de Commissie (2) met betrekking tot de doelstellingen van de specifieke verordeningen die in Verordening (EU) nr. 514/2014 zijn gedefinieerd en van het nationaal programma dat overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 514/2014 is goedgekeurd.
De Commissie houdt bij haar besluit over de betaling van het jaarlijks saldo ook rekening met de informatie in:
|
a) |
het jaarverslag over de uitvoering als bedoeld in artikel 54 van Verordening (EU) nr. 514/2014; |
|
b) |
het verzoek om betaling van het jaarlijks saldo als bedoeld in artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/377. |
2. De Commissie keurt alle in de rekeningen gedeclareerde bedragen goed, wanneer er geen twijfel bestaat over de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende rekeningen.
3. De Commissie kan om verdere informatie verzoeken wanneer er sprake is van onvolledige of onduidelijke informatie, gebrek aan overeenstemming, interpretatieverschillen of andere inconsistenties met betrekking tot het betalingsverzoek.
4. De betrokken lidstaat verstrekt de Commissie op verzoek bijkomende informatie, binnen de in het verzoek vastgelegde termijn. In naar behoren gemotiveerde gevallen, en indien de lidstaat voor het verstrijken van de termijn daartoe een verzoek indient, kan de Commissie ermee akkoord gaan dat de informatie laattijdig wordt ingediend en een nieuwe termijn vaststellen.
Indien de lidstaat niet binnen de gestelde termijn bijkomende informatie verstrekt of het antwoord ontoereikend is, mag de Commissie het goedkeuringsbesluit nemen op basis van de informatie waarover zij beschikt.
5. De Commissie stelt de lidstaat in kennis van haar besluit over de betaling van het jaarlijks saldo en geeft daarbij de redenen voor de eventuele niet-betaling van rekeningen of bedragen in de rekeningen.
In geval van niet-betaling door de Commissie van rekeningen of bedragen in rekeningen mag de lidstaat bijkomende informatie indienen voor een heroverweging van de betrokken rekeningen of bedragen in latere begrotingsjaren.
6. Indien de betaling door de Commissie lager is dan het jaarlijkse voorfinancieringsbedrag dat aan de lidstaat is betaald overeenkomstig artikel 35, lid 2, van Verordening (EU) nr. 514/2014, wordt de jaarlijkse voorfinanciering goedgekeurd tot het corresponderende bedrag. Eventuele uitstaande voorfinancieringsbedragen worden pas tijdens latere jaarlijkse goedkeuringsrondes teruggevorderd.
7. Enkel indien de lidstaat geen verzoek om betaling van het jaarlijks saldo overeenkomstig artikel 44 van Verordening (EU) nr. 514/2014 indient, wordt het uitstaande jaarlijkse voorfinancieringsbedrag binnen dezelfde goedkeuringsronde teruggevorderd.
8. De leden 1 tot en met 5 van dit artikel zijn mutatis mutandis van toepassing op teruggevorderde bedragen.
Artikel 2
Conformiteitsgoedkeuring en financiële correcties door de Commissie
1. Wanneer de Commissie van mening is dat de uitgaven niet conform de nationale en Unievoorschriften waren, stelt zij de betrokken lidstaat in kennis van haar verificaties en geeft zij aan welke corrigerende maatregelen noodzakelijk zijn om voortaan wel aan de voorschriften te voldoen en welke financiële correctie zij passend acht in het licht van de resultaten van haar verificaties.
Deze mededeling geschiedt overeenkomstig artikel 47, lid 5, van Verordening (EU) nr. 514/2014 en bevat een verwijzing naar het onderhavige artikel.
2. De lidstaat antwoordt uiterlijk twee maanden na ontvangst van de mededeling. De lidstaat wordt in de gelegenheid gesteld om in zijn antwoord met name:
|
a) |
aan de Commissie aan te tonen dat het project (de projecten) subsidiabel is (zijn); |
|
b) |
aan de Commissie aan te tonen dat de omvang van de niet-naleving of van het risico voor de bijdrage van de Unie aan het nationale programma geringer is dan door de Commissie is aangegeven; |
|
c) |
de Commissie in kennis te stellen van de corrigerende maatregelen die hij heeft genomen om de naleving van de Unie- en nationale voorschriften te garanderen, en van de feitelijke datum van tenuitvoerlegging van deze maatregelen, en |
|
d) |
de Commissie mee te delen of een bilaterale vergadering van nut zou kunnen zijn. |
In naar behoren gemotiveerde gevallen, en op verzoek van de lidstaat, kan de Commissie instemmen met een verlenging van de termijn van twee maanden met maximaal twee maanden. Het verzoek daartoe wordt tot de Commissie gericht vóór het verstrijken van de initiële periode van twee maanden.
3. De Commissie deelt de resultaten van haar verificaties formeel aan de lidstaat mee op basis van de in het kader van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure ontvangen informatie.
4. Nadat de Commissie de resultaten van haar verificaties aan de lidstaat heeft meegedeeld, stelt zij zo nodig één of meer besluiten vast overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EU) nr. 514/2014 om de door niet-naleving van Unievoorschriften beïnvloede uitgaven uit te sluiten van Uniefinanciering.
De Commissie kan opeenvolgende conformiteitsgoedkeuringsprocedures voeren totdat de lidstaat de corrigerende maatregelen ten uitvoer heeft gelegd.
Artikel 3
Besluit om niet te beginnen of niet door te gaan met een conformiteitsgoedkeuringsprocedure
De Commissie kan beslissen om niet te beginnen of niet door te gaan met een conformiteitsgoedkeuringsprocedure overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EU) nr. 514/2014 indien zij verwacht dat de eventuele financiële correctie voor de vastgestelde niet-naleving niet meer dan 50 000 EUR en 2 % van de specifieke uitgaven die als niet-conform worden beschouwd, zou bedragen.
Artikel 4
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.
Gedaan te Brussel, 2 maart 2015.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 150 van 20.5.2014, blz. 112.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/377 van de Commissie van 2 maart 2015 tot vaststelling van de modellen voor de documenten die vereist zijn voor de betaling van het jaarlijks saldo overeenkomstig Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing (zie bladzijde 17 van dit Publicatieblad).
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/33 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/379 VAN DE COMMISSIE
van 6 maart 2015
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 6 maart 2015.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
EG |
180,5 |
|
MA |
81,3 |
|
|
TR |
97,7 |
|
|
ZZ |
119,8 |
|
|
0707 00 05 |
JO |
253,9 |
|
TR |
189,0 |
|
|
ZZ |
221,5 |
|
|
0709 93 10 |
MA |
105,2 |
|
TR |
186,6 |
|
|
ZZ |
145,9 |
|
|
0805 10 20 |
EG |
47,9 |
|
IL |
70,6 |
|
|
MA |
63,2 |
|
|
TN |
60,7 |
|
|
TR |
71,2 |
|
|
ZZ |
62,7 |
|
|
0805 50 10 |
TR |
61,7 |
|
ZZ |
61,7 |
|
|
0808 10 80 |
BR |
68,7 |
|
CA |
85,3 |
|
|
CL |
94,7 |
|
|
MK |
24,7 |
|
|
US |
215,6 |
|
|
ZZ |
97,8 |
|
|
0808 30 90 |
AR |
119,3 |
|
CL |
106,5 |
|
|
CN |
90,8 |
|
|
ZA |
109,5 |
|
|
ZZ |
106,5 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/35 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/380 VAN DE COMMISSIE
van 6 maart 2015
tot vaststelling van de toewijzingscoëfficiënt die moet worden toegepast op de invoercertificaataanvragen voor olijfolie die zijn ingediend op 2 en 3 maart 2015 in het kader van het tariefcontingent voor Tunesië en houdende schorsing van de afgifte van invoercertificaten voor de maand maart 2015
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1) en met name artikel 188,
Gezien Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (2), en met name artikel 7, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij artikel 3, leden 1 en 2, van Protocol nr. 1 (3) bij de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds (4), is een tariefcontingent, tegen nulrecht, geopend voor de invoer van geheel in Tunesië verkregen en rechtstreeks van dit land naar de Europese Unie vervoerde ruwe olijfolie van de GN-codes 1509 10 10 en 1509 10 90 , binnen een per jaar vastgestelde maximumhoeveelheid. |
|
(2) |
In artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1918/2006 van de Commissie van 20 december 2006 inzake de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor olijfolie van oorsprong uit Tunesië (5) is voorzien in maandelijkse maximumhoeveelheden waarvoor invoercertificaten mogen worden afgegeven. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1918/2006 zijn bij de bevoegde autoriteiten invoercertificaataanvragen ingediend voor een hoeveelheid die het in artikel 2, lid 2, van die verordening voor de maand maart vastgestelde maximum overschrijdt. |
|
(4) |
De Commissie moet derhalve een toewijzingscoëfficiënt vaststellen voor de afgifte van de invoercertificaten naar rato van de beschikbare hoeveelheid. |
|
(5) |
Aangezien de voor de maand maart vastgestelde maximumhoeveelheid is bereikt, mogen voor de betrokken maand geen invoercertificaten meer worden afgegeven, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Op de invoercertificaataanvragen die op 2 en 3 maart 2015 zijn ingediend overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1918/2006, wordt een toewijzingscoëfficiënt van 5,451531 % toegepast.
De afgifte van invoercertificaten voor hoeveelheden die zijn gevraagd met ingang van 4 maart 2015 wordt geschorst voor de maand maart 2015.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 7 maart 2015.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 6 maart 2015.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
(2) PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13.
(3) PB L 97 van 30.3.1998, blz. 57.
BESLUITEN
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/37 |
BESLUIT (GBVB) 2015/381 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ
van 17 februari 2015
betreffende de benoeming van het hoofd van de politiemissie van de Europese Unie voor de Palestijnse Gebieden (EUPOL COPPS) (EUPOL COPPS/1/2015)
HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 38, derde alinea,
Gezien Besluit 2013/354/GBVB van de Raad van 3 juli 2013 betreffende de politiemissie van de Europese Unie voor de Palestijnse Gebieden (EUPOL COPPS) (1), en met name artikel 9, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van Besluit 2013/354/GBVB is het Politiek en Veiligheidscomité gemachtigd om overeenkomstig artikel 38 van het Verdrag de relevante besluiten te nemen met het oog op de politieke controle op en de strategische leiding van de politiemissie van de Europese Unie in de Palestijnse Gebieden (EUPOL COPPS), met inbegrip van een besluit tot benoeming van een hoofd van de missie. |
|
(2) |
De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid heeft op 5 februari 2015 voorgesteld om de heer Rodolphe MAUGET met ingang van 16 februari 2015 tot en met 30 juni 2015 tot hoofd van de missie EUPOL COPPS te benoemen. |
|
(3) |
Besluit 2014/447/GBVB van de Raad (2) heeft de duur van EUPOL COPPS verlengd tot en met 30 juni 2015, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De heer Rodolphe MAUGET wordt benoemd tot hoofd van de missie EUPOL COPPS voor de periode van 16 februari 2015 tot en met 30 juni 2015.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Het is van toepassing met ingang van 16 februari 2015.
Gedaan te Brussel, 17 februari 2015.
Voor het Politiek en Veiligheidscomité
De voorzitter
W. STEVENS
(1) PB L 185 van 4.7.2013, blz. 12.
(2) Besluit 2014/447/GBVB van de Raad van 9 juli 2014 tot wijziging van Besluit 2013/354/GBVB betreffende de politiemissie van de Europese Unie voor de Palestijnse Gebieden (EUPOL COPPS) (PB L 201 van 10.7.2014, blz. 28).
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/38 |
BESLUIT (GBVB) 2015/382 VAN DE RAAD
van 6 maart 2015
tot wijziging van Besluit 2011/137/GBVB betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 28 februari 2011 Besluit 2011/137/GBVB (1) vastgesteld. |
|
(2) |
Op 20 oktober 2014 heeft de Raad zijn bezorgdheid over de situatie in Libië geuit, en zich bereid verklaard om uitvoering te geven aan Resolutie („UNSCR”) 2174 (2014) van de VN-Veiligheidsraad van 27 augustus 2014, met het oog op de bestrijding van gevaren voor de vrede en de stabiliteit in Libië. De Raad concludeerde dat wie verantwoordelijk is voor geweld, en wie het democratische overgangsproces in Libië belemmert of ondermijnt, ter verantwoording moet worden geroepen. |
|
(3) |
UNSCR 2174 (2014) breidt onder andere de toepassing van het reisverbod en de bevriezing van tegoeden als bedoeld in punt 22 van UNSCR 1970 (2011) en punt 23 van Resolutie 1973 (2011) uit tot personen en entiteiten die steun verlenen aan handelingen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van Libië, of de succesvolle voltooiing van de politieke overgang belemmeren of ondermijnen. Bij Besluit 2014/727/GBVB van de Raad (2) zijn de bijlagen I en III van Besluit 2011/137/GBVB dienovereenkomstig gewijzigd. |
|
(4) |
De criteria voor de toepassing van het reisverbod en de bevriezing van tegoeden als bedoeld in UNSCR 2174 (2014) van de VN-Veiligheidsraad moeten worden uitgebreid tot personen en entiteiten die niet onder bijlage I of bijlage III bij Besluit 2011/137/GBVB vallen. |
|
(5) |
Naar aanleiding van het arrest van het Gerecht van 24 september 2014 in zaak T-348/13, Kadhaf Al Dam/Raad (3) moet de vermelding van Ahmed Mohammed Kadhaf Al-Dam worden geschrapt uit de bijlagen II en IV bij Besluit 2011/137/GBVB. Bovendien moet de vermelding van een andere persoon worden geschrapt uit bijlage II bij dat besluit. Voorts moet de vermelding van een persoon als omschreven in de bijlagen II en IV bij Besluit 2011/137/GBVB worden geactualiseerd. |
|
(6) |
Besluit 2011/137/GBVB moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Besluit 2011/137/GBVB wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Aan artikel 5, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
. |
|
2) |
Aan artikel 6, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
. |
Artikel 2
De bijlagen II en IV bij Besluit 2011/137/GBVB worden gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij het onderhavige besluit.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 6 maart 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
K. GERHARDS
(1) Besluit 2011/137/GBVB van de Raad van 28 februari 2011 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië (PB L 58 van 3.3.2011, blz. 53).
(2) Besluit 2014/727/GBVB van de Raad van 20 oktober 2014 tot wijziging van Besluit 2011/137/GBVB betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië (PB L 301 van 21.10.2014, blz. 30).
(3) Nog niet bekendgemaakt in de Jurispr.
BIJLAGE
1.
De vermeldingen in bijlage II bij Besluit 2011/137/GBVB betreffende de onderstaande personen worden geschrapt:|
„6. |
KADHAF AL-DAM, Ahmed Mohammed;” |
|
„19. |
ZIDANE, Mohamad Ali.” |
2.
De vermeldingen in bijlage IV bij Besluit 2011/137/GBVB betreffende de onderstaande persoon worden geschrapt:|
„8. |
KADHAF AL-DAM, Ahmed Mohammed.” |
3.
De vermelding in de bijlagen II en IV bij Besluit 2011/137/GBVB betreffende de onderstaande persoon wordt vervangen door de onderstaande vermelding:|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Motivering |
Datum van opneming op de lijst |
|
„1. |
ABDULHAFIZ, Kolonel Mas'ud (ook bekend als ABDULHAFID (familienaam); Massoud (voornaam) |
Positie: Commandant strijdkrachten Geboortedatum: 1 januari 1937. Geboorteplaats: Tripoli, Libië |
Derde in bevel van de strijdkrachten. Belangrijke rol in de militaire inlichtingendienst |
28.2.2011” |
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/41 |
UITVOERINGSBESLUIT (GBVB) 2015/383 VAN DE RAAD
van 6 maart 2015
houdende uitvoering van Besluit 2013/255/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 31, lid 2,
Gezien Besluit 2013/255/GBVB van de Raad van 31 mei 2013 betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië (1), en met name artikel 30, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 31 mei 2013 heeft de Raad Besluit 2013/255/GBVB vastgesteld. |
|
(2) |
Gezien de ernst van de situatie moeten er zeven personen en zes entiteiten worden toegevoegd aan de in bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB opgenomen lijst van natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten en lichamen die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen. |
|
(3) |
Besluit 2013/255/GBVB moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB wordt gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 6 maart 2015.
Voor de Raad
De voorzitter
K. GERHARDS
BIJLAGE
De onderstaande personen en entiteiten worden toegevoegd aan de lijst van natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen in de afdelingen A en B van bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB:
A. Personen
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Motivering |
Datum van opneming op de lijst |
||||
|
199. |
Bayan Bitar (ook bekend als Dr Bayan Al-Bitar) |
Adres: PO Box 11037, Damascus, Syrië |
Directeur van de Organisation for Technological Industries (OTI), en de Syrian Company for Information Technology (SCIT), beide dochterondernemingen van het Syrische ministerie van Defensie, waaraan door de Raad sancties zijn opgelegd. OTI helpt bij de productie van chemische wapens voor het Syrische regime. Als directeur van OTI en SCIT verleent Bayan Bitar steun aan het Syrische regime. Vanwege zijn rol in de productie van chemische wapens, is hij mede verantwoordelijk voor de gewelddadige repressie tegen de Syrische bevolking. Gezien zijn leidinggevende positie in deze entiteiten heeft hij ook banden met de op de lijst geplaatste entiteiten OTI en SCIT. |
7.3.2015 |
||||
|
200. |
Brigadier-generaal Ghassan Abbas |
|
Manager van het filiaal van het op de lijst geplaatste Syrische Scientific Studies and Research Centre (SSRC/CERS) nabij Jumraya/Jmraiya. Hij is betrokken geweest bij de proliferatie van chemische wapens en het organiseren van aanvallen met chemische wapens, onder meer in Ghouta in augustus 2013. Derhalve is hij mede verantwoordelijk voor de gewelddadige repressie tegen de Syrische bevolking. Als manager van het filiaal van SSRC/CERS nabij Jumraya/Jmraiya verleent Ghassan Abbas steun aan het Syrische regime. Gezien zijn leidinggevende positie in het SSRC heeft hij ook banden met de op de lijst geplaatste entiteit SSRC. |
7.3.2015 |
||||
|
201. |
Wael Abdulkarim (ook bekend als Wael Al Karim) |
Adres: Pangates International Corp Ltd, PO Box Sharjah Airport International Free Zone, Verenigde Arabische Emiraten Al Karim for Trade and Industry, PO Box 111, 5797 Damascus, Syrië Morgan Additives Office No 2206, 22nd Floor, Jafza View 19, Besides Jafza View 18, Sheikh Zayed Road, Jebel Ali Free Zone Authority Dubai, VAE |
Directeur van het op de lijst geplaatste Pangates International Corp Ltd, dat optreedt als tussenpersoon bij de levering van olie aan het Syrische regime. Als directeur van Pangates verleent Wael Abdulkarim steun aan en profiteert hij van het Syrische regime. Hij bekleedt ook een leidinggevende positie in de op de lijst geplaatste entiteit Al Karim Group, de moedermaatschappij van Pangates. Gezien zijn leidinggevende positie bij Pangates en de Al Karim Group heeft hij ook banden met deze op de lijst geplaatste entiteiten. |
7.3.2015 |
||||
|
202. |
Ahmad Barqawi (ook bekend als Ahmed Barqawi) |
Adres: Pangates International Corp Ltd, PO Box Sharjah Airport International Free Zone, United Arab Emirates. Al Karim for Trade and Industry, PO Box 111, 5797 Damascus, Syrië Morgan Additives Office No 2206, 22nd Floor, Jafza View 19, Besides Jafza View 18, Sheikh Zayed Road, Jebel Ali Free Zone Authority Dubai, VAE |
Directeur van Pangates International Corp Ltd, die optreedt als tussenpersoon bij de levering van olie aan het Syrische regime, en manager van de Al Karim Group. Zowel Pangates International als de Al Karim Group zijn door de Raad op de lijst geplaatst. Als directeur van Pangates en manager van haar moedermaatschappij Al Karim Group verleent Ahmad Barqawi steun aan en profiteert hij van het Syrische regime. Gezien zijn leidinggevende positie bij Pangates en de Al Karim Group, heeft hij ook banden met de op de lijst geplaatste entiteiten Pangates International en de Al Karim Group. |
7.3.2015 |
||||
|
203. |
George Haswani (ook bekend als Heswani; Hasawani; Al Hasawani) |
Adres: Damascus Province, Yabroud, Al Jalaa St, Syrië |
Bekend Syrisch zakenman, mede-eigenaar van HESCO Engineering and Construction Company, een groot techniek- en bouwbedrijf in Syrië. Hij onderhoudt nauwe banden met het Syrische regime. George Haswani biedt steun aan en profiteert van het regime via zijn rol als tussenpersoon bij overeenkomsten voor de aankoop van olie van ISIL door het Syrische regime. Hij profiteert ook van het regime dankzij een voorkeursbehandeling, onder meer de toekenning van een contract (als onderaannemer) met Stroytransgaz, een belangrijk Russisch oliebedrijf. |
7.3.2015 |
||||
|
204. |
Emad Hamsho (ook bekend als Imad Hmisho; Hamchu; Hamcho; Hamisho; Hmeisho; Hemasho) |
|
Neemt een leidinggevende positie in bij Hamsho Trading. Gezien zijn leidinggevende positie in een dochteronderneming van Hamsho International, die door de Raad op de lijst is geplaatst, verleent hij steun aan het Syrische regime. Hij heeft ook banden met een op de lijst geplaatste entiteit, Hamsho Trading. Emad Hamsho financiert Shabiha-milities, die om de beurt staal verzamelen uit de gebieden die vernietigd zijn door de strijdkrachten en milities van het Syrische regime, en dit omsmelten in lokale fabrieken van Syria Steel (Hmisho Steel). Hij is tevens vicevoorzitter van de Syrian Council of Iron and Steel, naast op de lijst geplaatste zakenlieden zoals Ayman Jaber. Hij is ook een bondgenoot van Bashar Assad. |
7.3.2015 |
||||
|
205. |
Samir Hamsho (ook bekend als Samer; Sameer; Hmisho; Hamchu; Hamcho; Hamisho; Hmeisho; Hemasho) |
|
Samir Hamsho is een bekende Syrische zakenman die de steun geniet van en steun verleent aan het regime. Hij is de eigenaar en voorzitter van Al Buroj en Syria Steel/Hmisho Steel, dochterondernemingen van Hamsho Trading, een dochteronderneming van Hamsho International, die door de Raad op de lijst is geplaatst. In maart 2014 is hij door de minister van Industrie benoemd tot lid van de kamer van koophandel van Homs. Hij steunt derhalve het Syrische regime en profiteert van zijn banden met het regime. Hij heeft tevens banden met de op de lijst geplaatste entiteiten Hamsho International, Syria Steel SA en Al Buroj Trading. |
7.3.2015 |
B. Entiteiten
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Motivering |
Datum van opneming op de lijst |
||||
|
65. |
Organisation for Technological Industries (ook bekend als Technical Industries Corporation (TIC)) |
Adres: PO Box 11037, Damascus, Syrië |
Dochteronderneming van het Syrische ministerie van Defensie, dat door de Raad op de lijst is geplaatst. OTI is betrokken bij de productie van chemische wapens voor het Syrische regime. Het bedrijf is derhalve verantwoordelijk voor de gewelddadige repressie tegen de Syrische bevolking. Als dochteronderneming van het ministerie van Defensie heeft het ook banden met een op de lijst geplaatste entiteit. |
7.3.2015 |
||||
|
66. |
Syrian Company for Information Technology (SCIT) |
Adres: PO Box 11037, Damascus, Syrië |
Dochteronderneming van de Organisation for Technological Industries (OTI) en derhalve van het Syrische ministerie van Defensie, die door de Raad op de lijst zijn geplaatst. Het bedrijf werkt tevens samen met de centrale bank van Syrië, die door de Raad op de lijst is geplaatst. Als dochteronderneming van OTI en het ministerie van Defensie heeft SCIT ook banden met deze op de lijst geplaatste entiteiten. |
7.3.2015 |
||||
|
67. |
Hamsho Trading (ook bekend als Hamsho Group; Hmisho Trading Group; Hmisho Economic Group) |
|
Dochteronderneming van Hamsho International, dat door de Raad op de lijst is geplaatst. Als zodanig heeft Hamsho Trading banden met een op de lijst geplaatste entiteit, Hamsho International. Steunt het Syrische regime via haar dochterondernemingen, waaronder Syria Steel. Via haar dochterondernemingen heeft zij banden met groepen zoals de regimegezinde Shabiha-milities. |
7.3.2015 |
||||
|
68. |
Syria Steel SA (ook bekend als Syria Steel Co; Syria Steel Rolling Mill. Hmisho Steel) |
|
Dochteronderneming van Hamsho Trading en dus uiteindelijk een dochteronderneming van Hamsho International, dat door de Raad op de lijst is geplaatst. Als zodanig heeft Syria Steel SA banden met een op de lijst geplaatste entiteit. Syria Steel steunt het Syrische regime tevens via zijn samenwerking met de Shabiha-milities en de productie van bewapeningsmaterieel. |
7.3.2015 |
||||
|
69. |
Al Buroj Trading (ook bekend als Borouj Trading Company) |
|
Dochteronderneming van Hamsho Trading en dus uiteindelijk een dochteronderneming van Hamsho International, dat door de Raad op de lijst is geplaatst. Als zodanig heeft Al Buroj Trading banden met een op de lijst geplaatste entiteit, Hamsho International. |
7.3.2015 |
||||
|
70. |
DK Group (ook bekend als DK Group SARL; DK Middle-East & Africa Regional Office) |
Adressen: DK Middle-East & Africa Regional Office, Peres Lazaristes Center, No. 3, 5th Floor, Emir Bachir Street, Beirut Central District, Bachoura Sector, Beirut, Libanon.
|
DK Group levert nieuwe bankbiljetten aan de centrale bank van Syrië. DK Group verleent derhalve steun aan het regime. Het bedrijf heeft door zijn positie als leverancier ook banden met een op de lijst geplaatste entiteit, de centrale bank van Syrië. |
7.3.2015 |
Rectificaties
|
7.3.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/46 |
Rectificatie van Verordening (EU) nr. 668/2013 van de Commissie van 12 juli 2013 tot wijziging van de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van 2,4-DB, dimethomorf, indoxacarb en pyraclostrobine in of op bepaalde producten
( Publicatieblad van de Europese Unie L 192 van 13 juli 2013 )
Bladzijde 49, bijlage, punt 1), onder a), tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005, tabel „Bestrijdingsmiddelenresiduen en maximumresidugehalten (mg/kg)”, vermelding 0400000„4. OLIEHOUDENDE ZADEN EN VRUCHTEN”, kolom 3 „2,4 -DB (som van 2,4-DB, zouten, esters en conjugaten daarvan, uitgedrukt als 2,4-DB) (R)”:
in plaats van:
„0,02 (*)”
te lezen:
„0,05 (*)”