ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 37

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

58e jaargang
13 februari 2015


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/221 van de Commissie van 10 februari 2015 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/222 van de Commissie van 12 februari 2015 tot uitsluiting van de ICES-deelsectoren 27 en 28.2 van bepaalde visserijinspanningsbeperkingen voor 2015 krachtens Verordening (EG) nr. 1098/2007 van de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kabeljauwbestanden in de Oostzee en de visserijtakken die deze bestanden exploiteren

4

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/223 van de Commissie van 12 februari 2015 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

5

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (Euratom) 2015/224 van de Raad van 10 februari 2015 tot wijziging van Beschikking 2007/198/Euratom tot oprichting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan

8

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/225 van de Commissie van 11 februari 2015 tot wijziging van de bijlagen I en II bij Beschikking 2009/861/EG tot vaststelling van overgangsmaatregelen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de verwerking van rauwe melk die niet aan de voorschriften voldoet in bepaalde melkverwerkingsinrichtingen in Bulgarije (Kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 631)  ( 1 )

15

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/226 van de Commissie van 11 februari 2015 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2012/535/EU wat betreft de definitie van vatbaar hout en in afgebakende gebieden te nemen maatregelen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 645)

21

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Verordening (EU) nr. 1351/2014 van de Raad van 18 december 2014 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 692/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de illegale inlijving van de Krim en Sebastopol ( PB L 365 van 19.12.2014 )

24

 

*

Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/199 van de Commissie van 9 februari 2015 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit ( PB L 33 van 10.2.2015 )

24

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

13.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 37/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/221 VAN DE COMMISSIE

van 10 februari 2015

tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), en met name artikel 9, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 is gevoegd, dienen bepalingen voor de indeling van de in de bijlage bij onderhavige verordening vermelde goederen te worden vastgesteld.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, de gecombineerde nomenclatuur overneemt en die bij specifieke EU-wetgeving is vastgesteld met het oog op de toepassing van tarief- of andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer.

(3)

Volgens deze algemene regels dienen de in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen te worden ingedeeld onder de in kolom 2 vermelde GN-code om de in kolom 3 genoemde redenen.

(4)

Er dient te worden bepaald dat een bindende tariefinlichting die is afgegeven voor onder deze verordening vallende goederen en die in strijd is met deze verordening, door de houder van die inlichting nog gedurende een bepaalde periode mag worden gebruikt op grond van artikel 12, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (2). Die periode moet worden vastgesteld op drie maanden.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN-code.

Artikel 2

Een bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming is met deze verordening, mag op grond van artikel 12, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 nog gedurende een periode van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 februari 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Heinz ZOUREK

Directeur-generaal Belastingen en Douane-unie


(1)   PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.

(2)  Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling

(GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

Een nieuw vierwielaangedreven multifunctioneel voertuig met een motor met zelfontsteking (diesel) met een cilinderinhoud van 720 cm3, een nettogewicht (inclusief vloeistoffen) van ongeveer 630 kg, een ongeremd trekgewicht van 750 kg en afmetingen van ongeveer 300 × 160 cm.

Het voertuig heeft een open cabine met twee stoelen (waaronder de bestuurdersstoel) die voorzien is van een volledige rolkooi, een laadoppervlak met een sterk stalen frame en een stevige vlakke kipbak, met een handmatig kipmechanisme en een volume van 0,4 m3 of een laadvermogen van ongeveer 400 kg. Het voertuig heeft een grote grondspeling (27 cm) en een wielbasis van 198 cm.

Het voertuig is uitgerust met terreinbanden, schijfremmen in oliebad, een trekinrichting en een trekhaak vooraan. De snelheid van het voertuig is begrensd tot 25 km/u; het voertuig beschikt over een groot remvermogen.

Het voertuig is ontworpen voor gebruik in het terrein, met name in zeer zwaar terrein. Zoals het voertuig is aangeboden, is het bestemd voor uiteenlopende functies, bijvoorbeeld voor het duwen, het trekken van aanhangwagens en het vervoer van dieren, planten, dozen, water, apparatuur, munitie en diervoeder.

 (*1) Zie afbeelding

8704 21 91

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 8704 , 8704 21 en 8704 21 91 .

Het voertuig is ontworpen als multifunctioneel voertuig dat in verschillende omgevingen kan worden gebruikt voor uiteenlopende functies. Het beschikt over objectieve kenmerken van automobielen voor goederenvervoer van post 8704 . (Zie ook de GS-indelingsadviezen 8704.31/3. en 8704 90/1.)

Het voertuig is geen dumper ontworpen voor gebruik in het terrein. Het is geen sterk gebouwde vrachtauto van een speciaal type, meestal met kipbak — soms met zelfopenende bodem — voor grondverzet of het transport van materialen (zie ook de GS-toelichtingen op post 8704 , zesde alinea, punt 1). Indeling onder GN-onderverdeling 8704 10 is daarom uitgesloten.

Het voertuig moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 8704 21 91 als nieuwe automobielen voor goederenvervoer.

Image 1

(*1)  De afbeelding is louter ter informatie.


13.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 37/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/222 VAN DE COMMISSIE

van 12 februari 2015

tot uitsluiting van de ICES-deelsectoren 27 en 28.2 van bepaalde visserijinspanningsbeperkingen voor 2015 krachtens Verordening (EG) nr. 1098/2007 van de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kabeljauwbestanden in de Oostzee en de visserijtakken die deze bestanden exploiteren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1098/2007 van de Raad van 18 september 2007 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kabeljauwbestanden in de Oostzee en de visserijtakken die deze bestanden exploiteren, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 779/97 (1), en met name artikel 29, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1098/2007 bevat bepalingen voor de vaststelling van visserijinspanningsbeperkingen voor de kabeljauwbestanden in de Oostzee.

(2)

Op basis van Verordening (EG) nr. 1098/2007 zijn voor 2015 visserijinspanningsbeperkingen voor de Oostzee vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1221/2014 van de Raad (2).

(3)

Overeenkomstig artikel 29, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1098/2007 kan de Commissie de ICES-deelsectoren 27 en 28.2 uitsluiten van bepaalde visserijinspanningsbeperkingen indien de kabeljauwvangst in de laatste aangifteperiode onder een bepaalde drempel lag.

(4)

Gezien de door de lidstaten ingediende verslagen en het advies van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij dienen de ICES-deelsectoren 27 en 28.2 in 2015 te worden uitgesloten van deze visserijinspanningsbeperkingen.

(5)

Verordening (EU) nr. 1221/2014 is van toepassing met ingang van 1 januari 2015. Met het oog op de samenhang met die verordening dient ook de onderhavige verordening van toepassing te zijn met ingang van die datum.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 8, lid 1, onder b), en leden 3, 4 en 5, van Verordening (EG) nr. 1098/2007 geldt in 2015 niet voor de ICES-deelsectoren 27 en 28.2.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2015.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 februari 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 248 van 22.9.2007, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1221/2014 van de Raad van 10 november 2014 tot vaststelling, voor 2015, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Oostzee van toepassing zijn en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 43/2014 en (EU) nr. 1180/2013 (PB L 330 van 15.11.2014, blz. 16).


13.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 37/5


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/223 VAN DE COMMISSIE

van 12 februari 2015

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 februari 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)   PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

EG

138,6

IL

97,8

MA

87,0

TR

113,2

ZZ

109,2

0707 00 05

EG

191,6

JO

217,9

TR

195,8

ZZ

201,8

0709 91 00

EG

57,5

ZZ

57,5

0709 93 10

MA

225,7

TR

232,1

ZZ

228,9

0805 10 20

EG

46,8

IL

75,5

MA

54,3

TN

50,6

TR

67,8

ZZ

59,0

0805 20 10

IL

146,2

MA

107,7

ZZ

127,0

0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90

EG

74,4

IL

143,3

JM

116,6

MA

111,0

TR

80,4

ZZ

105,1

0805 50 10

TR

65,0

ZZ

65,0

0808 10 80

BR

65,7

CL

89,9

CN

119,5

MK

22,6

US

197,5

ZZ

99,0

0808 30 90

CL

291,0

ZA

121,4

ZZ

206,2


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

13.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 37/8


BESLUIT (EURATOM) 2015/224 VAN DE RAAD

van 10 februari 2015

tot wijziging van Beschikking 2007/198/Euratom tot oprichting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 47, derde alinea, en artikel 50,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad (1) is de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie („gemeenschappelijke onderneming”) opgericht voor het beschikbaar stellen van de bijdrage van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie („Euratom”) aan de internationale ITER-organisatie voor fusie-energie en aan de activiteiten in het kader van de bredere aanpak met Japan, alsmede voor het opstellen en coördineren van een activiteitenprogramma ter voorbereiding van de bouw van een demonstratiefusiereactor en aanverwante faciliteiten.

(2)

Beschikking 2007/198/Euratom is bij Besluit 2013/791/Euratom van de Raad (2) gewijzigd teneinde de financiering van de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming voor de periode 2014-2020 mogelijk te maken.

(3)

In zijn conclusies van 12 juli 2010 over de mededeling van de Commissie: „ITER, stand van zaken en mogelijke verdere maatregelen” heeft de Raad de Commissie verzocht te onderzoeken en vast te stellen hoe de Commissie, de lidstaten en de gemeenschappelijke onderneming hun verantwoordelijkheden en taken betreffende ITER moeten vervullen.

(4)

In het werkdocument van de diensten van de Commissie „Towards a robust management and governance of the ITER project” van 9 november 2010 is een gedetailleerde lijst van maatregelen vastgesteld die moeten worden genomen op internationaal niveau, voornamelijk door de ITER-Organisatie, of op Europees niveau, voornamelijk door de gemeenschappelijke onderneming.

(5)

Ten gevolge van de toetreding van Kroatië tot de Unie op 1 juli 2013 moeten de statuten van de gemeenschappelijke onderneming worden gewijzigd teneinde Kroatië stemrechten te geven in de Raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming. Verdere wijzigingen in die statuten zijn nodig om het beheer en het bestuur van de gemeenschappelijke onderneming te verbeteren. Teneinde rekening te houden met de wijzigingen die bij het Verdrag van Lissabon zijn aangebracht in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, moet ook de verwijzing naar de bepalingen over het Hof van Justitie van de Europese Unie worden bijgewerkt.

(6)

Overeenkomstig de statuten van de gemeenschappelijke onderneming heeft de Raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming zijn goedkeuring gehecht aan de door de Commissie voorgestelde wijzigingen van Beschikking 2007/198/Euratom.

(7)

Er moet een Comité Administratie en Beheer worden opgericht dat adviezen en aanbevelingen voorbereidt met het oog op de vaststelling van belangrijke documenten door de Raad van bestuur. Dat comité moet op verzoek van de directeur of van de Raad van bestuur ook advies uitbrengen of aanbevelingen doen over specifieke administratieve en financiële kwesties. De Raad van bestuur moet taken kunnen delegeren aan dat comité. Elk lid van de gemeenschappelijke onderneming moet een vertegenwoordiger in dat comité kunnen aanduiden.

(8)

Er moet een Comité Aanbestedingen en Overeenkomsten worden opgericht om aan de directeur van de gemeenschappelijke onderneming aanbevelingen te doen inzake de gunning van contracten en subsidies en aanverwante aangelegenheden. De leden van dat comité worden op persoonlijke titel benoemd door de Raad van bestuur.

(9)

Er moet een Bureau worden opgericht dat de Raad van bestuur bijstaat bij de voorbereiding van zijn besluiten. De Raad van bestuur moet taken kunnen delegeren aan dit Bureau. De leden van het Bureau zijn de voorzitter van de Raad van bestuur, de voorzitters van de comités van de Raad van bestuur, een vertegenwoordiger van Euratom en een vertegenwoordiger van het ITER-gastland (Frankrijk). De Raad van bestuur moet meer personen in het Bureau kunnen benoemen.

(10)

Overeenkomstig artikel 17 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ziet de Commissie toe op de toepassing van zowel de Verdragen als de maatregelen die de instellingen krachtens deze Verdragen vaststellen. Derhalve moeten de rechten van de Commissie worden versterkt om ervoor te zorgen dat de besluiten van de Raad van bestuur stroken met het recht van de Gemeenschap.

(11)

Het is wenselijk dat aangewezen organisaties op het gebied van wetenschappelijk en technologisch onderzoek naar kernfusie als een netwerk worden geconsolideerd teneinde de gemeenschappelijke onderneming stabiele en langetermijnondersteuning voor onderzoek en ontwikkeling te bieden op basis van de kennis en de knowhow die het Europese fusieprogramma heeft opgebouwd en nog zal opbouwen.

(12)

Er moet rekening worden gehouden met de relevante bepalingen van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (3) en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie (4), met name wat de rol van de intern controleur van de Commissie als intern controleur van de gemeenschappelijke onderneming betreft.

(13)

Beschikking 2007/198/Euratom regelt de financiering van de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming voor de periode 2014-2020. Artikel 12, lid 1, onder a), van de statuten van de gemeenschappelijke onderneming bepaalt dat de Euratom-bijdrage beschikbaar wordt gesteld via de ingevolge artikel 7 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie aangenomen communautaire programma's voor onderzoek en opleiding. Artikel 12, lid 1, onder a), moet worden gewijzigd om rekening te houden met het feit dat de financiering voor de periode 2014-2020 niet langer beschikbaar zal worden gesteld via het kaderprogramma van Euratom.

(14)

Beschikking 2007/198/Euratom moet ook worden geactualiseerd wat de voorschriften inzake de bescherming van de financiële belangen van de leden betreft.

(15)

Beschikking 2007/198/Euratom dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Beschikking 2007/198/Euratom wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 1 wordt de volgende zin toegevoegd:

„De gemeenschappelijke onderneming kan subsidies en prijzen verlenen overeenkomstig de regels van haar financieel reglement.”

;

b)

lid 2 wordt geschrapt.

2)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 5 bis bis

Bescherming van de financiële belangen van de leden

De gemeenschappelijke onderneming waakt er, door het uitvoeren of laten uitvoeren van de nodige interne en externe controles, over dat de financiële belangen van haar leden op adequate wijze worden beschermd.”

.

3)

Artikel 9, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd uitspraak te doen in gevallen waarin overeenkomstig de artikelen 263 en 265 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie beroep is ingesteld tegen de gemeenschappelijke onderneming, met inbegrip van besluiten van haar Raad van bestuur.”

.

4)

De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking twintig dagen na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 februari 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

E. RINKĒVIČS


(1)  Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan (PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58).

(2)  Besluit 2013/791/Euratom van de Raad van 13 december 2013 tot wijziging van Beschikking 2007/198/Euratom tot oprichting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan (PB L 349 van 21.12.2013, blz. 100).

(3)  Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1).


BIJLAGE

De bijlage bij Besluit 2007/198/Euratom wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

„Organen en comités”

;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   De Raad van bestuur wordt bijgestaan door het Comité Administratie en Beheer en door het Bureau, in overeenstemming met de artikelen 8 bis en 9 bis.”

;

c)

het volgende lid wordt ingevoegd:

„2 bis.   De comités van de gemeenschappelijke onderneming zijn het Comité Administratie en Beheer, het Bureau, het Comité Aanbestedingen en Overeenkomsten en de technische adviesraad („de comités”)”

;

d)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   De directeur wint het advies van het Comité Aanbestedingen en Overeenkomsten in, in overeenstemming met artikel 8 ter.

4.   De Raad van bestuur en de directeur winnen het advies in van de technische adviesraad, in overeenstemming met artikel 9.”

.

2)

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de punten b) en c) worden vervangen door:

„b)

het oprichten van secundaire organen;

c)

het aanstellen van de voorzitters en de leden van de comités en van alle secundaire organen die zijn opgericht op grond van punt b);”

;

ii)

in punt d) wordt „de werkprogramma's” vervangen door „het werkprogramma”;

iii)

punt e) wordt vervangen door:

„e)

het aannemen van de jaarbegroting (met inbegrip van de specifieke delen betreffende de administratieve en de personeelskosten) en het geven van een advies over de jaarrekening;”

;

iv)

punt n) wordt vervangen door:

„n)

het goedkeuren van de sluiting van overeenkomsten of regelingen betreffende samenwerking met derde landen en met instellingen, ondernemingen of personen van derde landen of met internationale organisaties, met uitzondering van de regelingen voor het plaatsen van opdrachten voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, lid 1, onder b) en c), en artikel 3, lid 2, onder a);”

;

v)

punt o) wordt vervangen door:

„o)

het beoordelen van het jaarlijkse verslag over de voortgang van de gemeenschappelijke onderneming met het oog op haar werkprogramma en haar middelen;”

;

vi)

punt q) wordt geschrapt;

b)

in lid 6 worden de derde en de vierde alinea vervangen door:

„Binnen een maand nadat de zaak aan de Commissie is voorgelegd, neemt zij een standpunt in over de wettigheid van het besluit van de Raad van bestuur; anders wordt het besluit van de Raad van bestuur geacht te zijn gehandhaafd.

De Raad van bestuur neemt zijn besluit opnieuw in overweging in het licht van de standpunten van de Commissie, teneinde de naleving van het Gemeenschapsrecht te waarborgen.”

;

c)

de leden 9 en 10 worden vervangen door:

„9.   Behoudens een andersluidende beslissing in bijzondere gevallen, nemen de directeur van de gemeenschappelijke onderneming en de voorzitters van de comités deel aan de vergaderingen van de Raad van bestuur.

10.   De Raad van bestuur neemt zijn reglement van orde aan met een meerderheid van twee derde van het totale aantal stemmen. De Raad van bestuur keurt het reglement van orde van de comités goed met een meerderheid van twee derde van het totale aantal stemmen.”

.

3)

Artikel 7 wordt geschrapt.

4)

Artikel 8, lid 4, wordt als volgt gewijzigd:

a)

de eerste alinea wordt vervangen door:

„De directeur voert het werkprogramma uit en leidt de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 3. Hij verstrekt de Raad van bestuur, de comités en alle andere secundaire organen alle informatie die nodig is voor de uitoefening van hun functies.”

;

b)

in de punten c) en i) wordt „de werkprogramma's” vervangen door „het werkprogramma”;

c)

de punten j) en k) worden vervangen door:

„j)

het opstellen van andere verslagen die door de Raad van bestuur of de comités kunnen worden gevraagd;

k)

het bijstaan van de Raad van bestuur en de comités door het verzorgen van hun secretariaat;”

.

5)

De volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 8 bis

Het Comité Administratie en Beheer

1.   Op verzoek van de directeur of van de Raad van bestuur brengt het Comité Administratie en Beheer advies uit of doet het aanbevelingen over specifieke kwesties in verband met de administratieve en financiële planning van de gemeenschappelijke onderneming en voert het alle andere taken uit die de Raad van bestuur aan het comité delegeert.

2.   Het Comité Administratie en Beheer stelt met name adviezen en aanbevelingen aan de Raad van bestuur op betreffende de begroting, de jaarrekening, het projectplan, het werkprogramma, het middelenramingsplan, het personeelsplan, het personeelsbeleidsplan en andere daarmee verband houdende aangelegenheden.

3.   De Raad van bestuur stelt de leden van het Comité Administratie en Beheer aan uit vertegenwoordigers van de leden met professionele administratie- en beheerervaring ter zake. Eén lid van het comité vertegenwoordigt Euratom.

4.   De leden van het Comité Administratie en Beheer vervullen hun taken in het algemeen belang van de gemeenschappelijke onderneming.

5.   Onder voorbehoud van de voorafgaande goedkeuring van de Raad van bestuur stelt het Comité Administratie en Beheer zijn reglement van orde vast.

Artikel 8 ter

Het Comité Aanbestedingen en Overeenkomsten

1.   Het Comité Aanbestedingen en Overeenkomsten doet aanbevelingen aan de directeur over de strategieën in verband met aanbestedingen en subsidieactiviteiten en de toekenning en follow-up van contracten en andere daarmee verband houdende aangelegenheden.

2.   De Raad van bestuur stelt de leden van het Comité Aanbestedingen en Overeenkomsten aan uit personen met beroepservaring ter zake op het gebied van contracten en aanbestedingen. De leden van de Raad van bestuur kunnen geen lid zijn van het Comité Aanbestedingen en Overeenkomsten.

3.   De leden van het Comité Aanbestedingen en Overeenkomsten zijn niet gebonden aan instructies. Zij oefenen hun ambt onafhankelijk uit.

4.   Onder voorbehoud van de voorafgaande goedkeuring van de Raad van bestuur stelt het Comité Aanbestedingen en Overeenkomsten zijn reglement van orde vast.”

.

6)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

Technische adviesraad

1.   De technische adviesraad adviseert de Raad van bestuur en de directeur, voor zover nodig, over de vaststelling en uitvoering van het projectplan en het werkprogramma.

2.   De Raad van bestuur stelt de leden van de technische adviesraad aan uit personen met beroepservaring ter zake op het gebied van de wetenschap en de techniek van kernfusie en daarmee verband houdende activiteiten.

3.   De leden van de technische adviesraad zijn niet gebonden aan instructies. Zij oefenen hun ambt onafhankelijk uit in het algemeen belang van de gemeenschappelijke onderneming.

4.   Onder voorbehoud van de voorafgaande goedkeuring van de Raad van bestuur stelt de technische adviesraad zijn reglement van orde vast.”

.

7)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 9 bis

Bureau

1.   Het Bureau staat de Raad van bestuur bij in de voorbereiding van zijn besluiten en voert alle andere taken uit die de Raad van bestuur aan het Bureau delegeert.

2.   Tot de leden behoren de voorzitter van de Raad van bestuur, de voorzitters van de comités, een vertegenwoordiger van Euratom en een vertegenwoordiger van het ITER-gastland. De Raad van bestuur kan nog andere leden van het Bureau aanstellen.

3.   De voorzitter van het Bureau is de voorzitter van de Raad van bestuur.

4.   De leden van het Bureau vervullen hun taken in het algemeen belang van de gemeenschappelijke onderneming.

5.   Onder voorbehoud van de voorafgaande goedkeuring van de Raad van bestuur stelt het Bureau zijn reglement van orde vast.”

.

8)

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

Werkprogramma en middelenramingsplan

De directeur stelt elk jaar het projectplan, het middelenramingsplan, het gedetailleerde jaarlijkse werkprogramma en de begroting op en legt deze voor aan de Raad van bestuur.”

.

9)

Artikel 12, lid 1, onder a), wordt vervangen door:

„a)

de Euratom-bijdrage wordt beschikbaar gesteld via de ingevolge artikel 7 van het Verdrag aangenomen communautaire programma's voor onderzoek en opleiding of via enig ander besluit van de Raad;”

.

10)

Artikel 14 wordt vervangen door:

„Artikel 14

Jaarverslag

Het jaarverslag bevat een overzicht van de uitvoering van het werkprogramma door de gemeenschappelijke onderneming. Het schetst met name de door de gemeenschappelijke onderneming uitgevoerde activiteiten en beoordeelt de resultaten met betrekking tot de doelstellingen en het vastgestelde tijdschema, de aan de uitgevoerde activiteiten verbonden risico's, het gebruik van de middelen en de algemene werking van de gemeenschappelijke onderneming. Het jaarlijks verslag wordt opgesteld door de directeur en beoordeeld door de Raad van bestuur, die het samen met zijn beoordeling toezendt aan de leden, het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.”

.

11)

In artikel 15, lid 1, tweede alinea, wordt „15 juni” vervangen door „1 juni”.

12)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 15 bis

Netwerken met bepaalde organisaties op het gebied van wetenschappelijk en technologisch onderzoek naar kernfusie

1.   Ter bevordering van haar activiteiten maakt de gemeenschappelijke onderneming gebruik van de kennis van en de faciliteiten die zijn ontwikkeld door bevoegde publieke onderzoeksorganisaties die actief zijn op het gebied van onderzoek en ontwikkeling inzake kernfusie.

2.   De Raad van bestuur stelt op voorstel van de directeur een te publiceren lijst op van door de leden aangewezen bevoegde organisaties die afzonderlijk of in netwerken onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten mogen verrichten die bijdragen tot de taken van de gemeenschappelijke onderneming. Die activiteiten kunnen in aanmerking komen voor financiële ondersteuning door de gemeenschappelijke onderneming.

3.   De nadere regels voor de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel waarborgen transparantie en concurrentie tussen publieke onderzoeksorganisaties en worden vastgelegd in het financieel reglement en de regels tot uitvoering ervan, bedoeld in artikel 13 en bijlage III.”

.

13)

In bijlage I bij de statuten van de gemeenschappelijke onderneming wordt na de rij voor Bulgarije de volgende rij ingevoegd:

„Kroatië

2”

14)

Bijlage II bij de statuten van de gemeenschappelijke onderneming wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 2 wordt vervangen door:

„2.

Het totale bedrag van de jaarlijkse lidmaatschapsbijdragen voor jaar n wordt berekend op basis van de jaarlijkse middelen die vereist zijn voor het beheer van de gemeenschappelijke onderneming in dat jaar, zoals die samen met het middelenramingsplan zijn vastgesteld door de Raad van bestuur.”

;

b)

in punt 4 wordt het volgende punt toegevoegd:

„c)

De Raad van bestuur mag besluiten dat er rente moet worden betaald als een lid zijn bijdrage niet tijdig betaalt.”

.

15)

Bijlage III bij de statuten van de gemeenschappelijke onderneming wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 3 wordt vervangen door:

„3.

De gemeenschappelijke onderneming zorgt voor een interne auditcapaciteit.”

;

b)

punt 5 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in punt c) wordt „de werkprogramma's” vervangen door „het werkprogramma”;

ii)

punt f) wordt vervangen door:

„f)

de regels en procedures voor de interne financiële controle, inclusief gedelegeerde bevoegdheden;”

;

iii)

het volgende punt wordt toegevoegd:

„k)

regels inzake het beheer van subsidies.”

;

iv)

de volgende alinea wordt toegevoegd:

„Voor de toepassing van punt d) mogen de vastleggingen in de begroting voor acties waarvan de tenuitvoerlegging zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, in jaartranches worden verdeeld;”

;

c)

het volgende punt wordt toegevoegd:

„10.

De gemeenschappelijke onderneming stelt bepalingen en regels vast voor de oprichting van een netwerk met organisaties als bedoeld in artikel 15 bis van de statuten. Die regels waarborgen transparantie en concurrentie tussen Europese publieke onderzoeksorganisaties en stellen met name de criteria vast voor de opname van een organisatie op de lijst van door de leden aangewezen bevoegde organisaties.”

.


13.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 37/15


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2015/225 VAN DE COMMISSIE

van 11 februari 2015

tot wijziging van de bijlagen I en II bij Beschikking 2009/861/EG tot vaststelling van overgangsmaatregelen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de verwerking van rauwe melk die niet aan de voorschriften voldoet in bepaalde melkverwerkingsinrichtingen in Bulgarije

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 631)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (1), en met name artikel 9, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 853/2004 worden voor exploitanten van levensmiddelenbedrijven specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong vastgesteld. Die voorschriften omvatten onder meer hygiënevoorschriften voor rauwe melk en zuivelproducten.

(2)

Beschikking 2009/861/EG van de Commissie (2) voorziet in bepaalde afwijkingen van de voorschriften van bijlage III, sectie IX, hoofdstuk I, subhoofdstukken II en III, bij Verordening (EG) nr. 853/2004 voor melkverwerkingsinrichtingen in Bulgarije die in die beschikking zijn vermeld. Die beschikking is van toepassing tot en met 31 december 2015.

(3)

Dienovereenkomstig mogen bepaalde in bijlage I bij Beschikking 2009/861/EG opgenomen melkverwerkingsinrichtingen, in afwijking van de desbetreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. 853/2004, melk die wel en melk die niet aan de voorschriften voldoet verwerken, mits de verwerking van de melk die wel en de melk die niet aan de voorschriften voldoet in afzonderlijke productielijnen wordt uitgevoerd. Bovendien mogen bepaalde in bijlage II bij die beschikking opgenomen melkverwerkingsinrichtingen melk die niet aan de voorschriften voldoet zonder afzonderlijke productielijnen verwerken.

(4)

Bulgarije heeft de Commissie op 28 april 2014, 18 augustus 2014 en 2 december 2014 een herziene en geactualiseerde lijst van die melkverwerkingsinrichtingen toegezonden.

(5)

In die lijst is de inrichting die in de tabel van bijlage I bij Beschikking 2009/861/EG is opgenomen onder nr. 4 (BG 1212001 „S i S — 7” EOOD) geschrapt, aangezien zij haar activiteiten heeft gestaakt.

(6)

Bovendien zijn in die herziene en bijgewerkte lijst bepaalde inrichtingen die momenteel zijn opgenomen in bijlage II bij Beschikking 2009/861/EG geschrapt, omdat zij nu alleen nog melk in de Unie in de handel mogen brengen die aan de voorschriften voldoet. Die inrichtingen zijn in de tabel in bijlage II bij Beschikking 2009/861/EG opgenomen onder nr. 3 (0912016 OOD „Persenski”), nr. 8 (1612064 OOD „Ikay”), nr. 11 (2512021 „Keya-Komers-03” EOOD), nr. 22 (BG 1612051 ET „Radev-Radko Radev”), nr. 37 (1512010 ET „Militsa Lazarova-90”), nr. 50 (BG 1112016 Mandra „IPZHZ”), nr. 51 (BG 1712042 ET „Madar”), nr. 54 (1312005 „Ravnogor” OOD), nr. 63 (BG 2612034 ET „Eliksir-Petko Petev”), nr. 75 (2312033 „Balkan spetsial” OOD) en nr. 79 (2612015 ET „Detelina 39”).

(7)

Daarnaast zijn in die lijst de instellingen die in de tabel in bijlage II bij Beschikking 2009/861/EG zijn opgenomen onder nr. 7 (1612049 „Alpina-Milk” EOOD), nr. 21 (BG 1612028 ET „Slavka Todorova”), nr. 23 (BG 1612066 „Lakti ko” OOD) en nr. 71 (2012032 „Kiveks” OOD) geschrapt, aangezien zij hun activiteiten hebben gestaakt.

(8)

Beschikking 2009/861/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I en II bij Beschikking 2009/861/EG worden vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 11 februari 2015

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55.

(2)  Beschikking 2009/861/EG van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van overgangsmaatregelen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de verwerking van rauwe melk die niet aan de voorschriften voldoet in bepaalde melkverwerkingsinrichtingen in Bulgarije (PB L 314 van 1.12.2009, blz. 83).


BIJLAGE

„BIJLAGE I

Lijst van de melkinrichtingen die melk mogen verwerken die wel en die niet aan de voorschriften voldoet, als bedoeld in artikel 2

Nr.

Veterinair nr.

Naam van de inrichting

Stad/straat of dorp/regio

1

BG 0612027

„Mlechen ray — 2” EOOD

gr. Vratsa

kv. „Bistrets”

2

BG 0612043

ET „Zorov- 91 — Dimitar Zorov”

gr. Vratsa

Mestnost „Parshevitsa”

3

BG 2112001

„Rodopeya — Belev” EOOD

Ul. „Trakya” 20 Smolyan

4

BG 2812003

„Balgarski yogurt” OOD

s. Veselinovo,

obl. Yambolska

„BIJLAGE II

Lijst van de melkverwerkingsinrichtingen die melk mogen verwerken die niet aan de voorschriften voldoet, als bedoeld in artikel 3

Nr.

Veterinair nr.

Naam inrichting

Stad/straat of dorp/regio

1

BG 2412037

„Stelimeks” EOOD

s. Asen

2

0912015

„Anmar” OOD

s. Padina

obsht. Ardino

3

1012014

ET „Georgi Gushterov DR”

s. Yahinovo

4

1012018

„Evro miyt end milk” EOOD

gr. Kocherinovo

obsht. Kocherinovo

5

1112017

ET „Rima-Rumen Borisov”

s. Vrabevo

6

2112008

MK „Rodopa milk”

s. Smilyan

obsht. Smolyan

7

2412039

„Penchev” EOOD

gr. Chirpan

ul. „Septemvriytsi” 58

8

0112014

ET „Veles-Kostadin Velev”

gr. Razlog

ul. „Golak” 14

9

2312041

„Danim-D.Stoyanov” EOOD

gr. Elin Pelin

m-st Mansarovo

10

0712001

„Ben Invest” OOD

s. Kostenkovtsi obsht. Gabrovo

11

1512012

ET „Ahmed Tatarla”

s. Dragash voyvoda,

obsht. Nikopol

12

2212027

„Ekobalkan” OOD

gr. Sofia

bul „Evropa” 138

13

2312030

ET „Favorit- D.Grigorov”

s. Aldomirovtsi

14

2312031

ET „Belite kamani”

s. Dragotintsi

15

BG 1512033

ET „Voynov-Ventsislav Hristakiev”

s. Milkovitsa

obsht. Gulyantsi

16

BG 1512029

„Lavena” OOD

s. Dolni Dębnik

obl. Pleven

17

BG 2112029

ET „Karamfil Kasakliev”

gr. Dospat

18

BG 0912004

„Rodopchanka” OOD

s. Byal izvor

obsht. Ardino

19

0112003

ET „Vekir”

s. Godlevo

20

0112013

ET „Ivan Kondev”

gr. Razlog

Stopanski dvor

21

0212037

„Megakomers” OOD

s. Lyulyakovo

obsht. Ruen

22

0512003

SD „LAF-Velizarov i sie”

s. Dabravka

obsht. Belogradchik

23

0612035

OOD „Nivego”

s. Chiren

24

0612041

ET „Ekoproduct-Megiya- Bogorodka Dobrilova”

gr. Vratsa

ul. „Ilinden” 3

25

0612042

ET „Mlechen puls — 95 — Tsvetelina Tomova”

gr. Krivodol

ul. „Vasil Levski”

26

1012008

„Kentavar” OOD

s. Konyavo

obsht. Kyustendil

27

1212031

„ADL” OOD

s. Vladimirovo

obsht. Boychinovtsi

28

1512006

„Mandra” OOD

s. Obnova

obsht. Levski

29

1512008

ET „Petar Tonovski-Viola”

gr. Koynare

ul. „Hr.Botev” 14

30

1612024

SD „Kostovi — EMK”

gr. Saedinenie

ul. „L.Karavelov” 5

31

1612043

ET „Dimitar Bikov”

s. Karnare

obsht. „Sopot”

32

1712046

ET „Stem-Tezdzhan Ali”

gr. Razgrad

ul. „Knyaz Boris” 23

33

2012012

ET „Olimp-P.Gurtsov”

gr. Sliven

m-t „Matsulka”

34

2112003

„Milk- inzhenering” OOD

gr.Smolyan

ul. „Chervena skala” 21

35

2112027

„Keri” OOD

s. Borino,

obsht. Borino

36

2312023

„Mogila” OOD

gr. Godech,

ul. „Ruse” 4

37

2512018

„Biomak” EOOD

gr. Omurtag

ul. „Rodopi” 2

38

2712013

„Ekselans” OOD

s. Osmar,

obsht. V. Preslav

39

2812018

ET „Bulmilk-Nikolay Nikolov”

s. General Inzovo,

obl. Yambolska

40

2812010

ET „Mladost-2-Yanko Yanev”

gr. Yambol,

ul. „Yambolen” 13

41

BG 1012020

ET „Petar Mitov-Universal”

s. Gorna Grashtitsa

obsht. Kyustendil

42

BG 0912011

ET „Alada-Mohamed Banashak”

s. Byal izvor

obsht. Ardino

43

1112026

„ABLAMILK” EOOD

gr. Lukovit

ul. „Yordan Yovkov” 13

44

1712010

„Bulagrotreyd-chastna kompaniya” EOOD

s. Yuper

Industrialen kvartal

45

2012011

ET „Ivan Gardev 52”

gr. Kermen

ul. „Hadzhi Dimitar” 2

46

2012024

ET „Denyo Kalchev 53”

gr. Sliven

ul. „Samuilovsko shose” 17

47

2112015

OOD „Rozhen Milk”

s. Davidkovo, obsht. Banite

48

2112026

ET „Vladimir Karamitev”

s. Varbina

obsht. Madan

49

2312007

ET „Agropromilk”

gr. Ihtiman

ul. „P.Slaveikov” 19

50

BG 1812008

„Vesi” OOD

s. Novo selo

51

BG 2512003

„Si Vi Es” OOD

gr. Omurtag

Promishlena zona

52

0812030

„FAMA” AD

gr. Dobrich

bul. „Dobrudzha” 2

53

0912003

„Koveg-mlechni producti” OOD

gr. Kardzhali

Promishlena zona

54

1412015

ET „Boycho Videnov — Elbokada 2000”

s. Stefanovo

obsht. Radomir

55

1712017

„Diva 02” OOD

gr. Isperih

ul. „An.Kanchev”

56

1712037

ET „Ali Isliamov”

s. Yasenovets

57

1712043

„Maxima milk” OOD

s. Samuil

58

2012010

„Saray” OOD

s. Mokren

59

2012036

„Minchevi” OOD

s. Korten

60

2212009

„Serdika -94” OOD

gr. Sofia

kv. Zheleznitza

61

2312028

ET „Sisi Lyubomir Semkov”

s. Anton

62

2312039

EOOD „Laktoni”

s. Ravno pole, obl. Sofiyska

63

2412040

„Inikom” OOD

gr. Galabovo

ul. „G.S.Rakovski” 11

64

2512011

ET „Sevi 2000- Sevie Ibryamova”

s. Krepcha

obsht. Opaka

65

2812002

„Arachievi” OOD

s. Kirilovo,

obl. Yambolska'

66

BG 1612021

ET „Deni-Denislav Dimitrov-Ilias Islamov”

s. Briagovo

obsht. Gulyantsi

67

2012008

„Raftis” EOOD

s. Byala

68

2112023

ET „Iliyan Isakov”

s. Trigrad

obsht. Devin

69

2312020

„MAH 2003” EOOD

gr. Etropole

bul. „Al. Stamboliyski” 21


13.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 37/21


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2015/226 VAN DE COMMISSIE

van 11 februari 2015

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2012/535/EU wat betreft de definitie van vatbaar hout en in afgebakende gebieden te nemen maatregelen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 645)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (1), en met name artikel 16, lid 3, vierde zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De toepassing van Uitvoeringsbesluit 2012/535/EU van de Commissie (2) heeft tot de conclusie geleid dat de definitie van vatbaar hout zich ook dient uit te strekken tot hout van coniferen (Coniferales) dat niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft, bijenkorven en vogelnestkastjes, rekening houdend met de specifieke risico's in verband met de frequente verplaatsingen van bijenkorven en vogelnestkastjes. Bovendien moet hout dat een bewerking heeft ondergaan waardoor het risico is geëlimineerd dat het gastheer is van het dennenaaltje, van deze definitie worden uitgesloten.

(2)

Gezien de aard van de vector moeten alle gekapte vatbare planten en de kapresten daarvan in bufferzones onmiddellijk worden verwijderd.

(3)

Het is van belang te verduidelijken dat schorsvrij hout dat een adequate warmtebehandeling overeenkomstig Uitvoeringsbesluit 2012/535/EU heeft ondergaan, ook binnen het vluchtseizoen van de vector mag worden vervoerd.

(4)

Uitvoeringsbesluit 2012/535/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsbesluit 2012/535/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1, onder b), wordt vervangen door:

„b)

„vatbaar hout”: hout van coniferen (Coniferales) dat valt onder een van de volgende punten:

i)

hout in de zin van artikel 2, lid 2, van Richtlijn 2000/29/EG;

ii)

hout dat zijn ronde oppervlak niet heeft behouden;

iii)

hout in de vorm van bijenkorven en vogelnestkastjes.

Onder vatbaar hout wordt niet verstaan gezaagd hout en stamhout van Taxus L. en Thuja L., en hout dat een bewerking heeft ondergaan waardoor het risico is geëlimineerd dat het gastheer is van het dennenaaltje.”

.

2)

Artikel 13, lid 1, onder d), wordt vervangen door:

„d)

merking van bijenkorven, vogelnestkastjes en houten verpakkingsmateriaal dat door de betrokken behandelingsvoorziening overeenkomstig het vermelde onder respectievelijk a) en c) is behandeld, als vastgesteld in punt 2, onder b), en punt 3, onder b), van afdeling 1 van bijlage III en punt 3 van afdeling 2 van die bijlage, overeenkomstig bijlage II bij de Internationale Norm nr. 15 van de FAO voor fytosanitaire maatregelen.”

.

3)

Artikel 14, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De lidstaten op het grondgebied waarvan zich een afgebakend gebied bevindt, verlenen aan de naar behoren uitgeruste producenten van houten verpakkingsmateriaal, bijenkorven en vogelnestkastjes de erkenning om overeenkomstig bijlage II bij de Internationale Norm nr. 15 van de FAO voor fytosanitaire maatregelen het houten verpakkingsmateriaal, de bijenkorven en de vogelnestkastjes te merken die zij vervaardigen uit hout dat door een erkende behandelingsvoorziening is behandeld en vergezeld gaat van het in Richtlijn 92/105/EEG bedoelde plantenpaspoort.

Die producenten worden hierna „erkende producenten van houten verpakkingsmateriaal” genoemd.”

.

4)

De bijlagen I, II en III worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 11 februari 2015.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)   PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsbesluit 2012/535/EU van de Commissie van 26 september 2012 betreffende noodmaatregelen ter preventie van de verspreiding in de Unie van Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al. (het dennenaaltje) (PB L 266 van 2.10.2012, blz. 42).


BIJLAGE

De bijlagen bij Uitvoeringsbesluit 2012/535/EU worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage I wordt het volgende punt 9 bis ingevoegd:

„9 bis.

De lidstaten identificeren in de gehele bufferzone gekapte vatbare planten die niet onder de punten 7, 8 en 9 vallen. Zij verwijderen die planten en de kapresten daarvan, waarbij zij alle nodige voorzorgsmaatregelen nemen om te vermijden dat die planten en kapresten het dennenaaltje en zijn vector aantrekken.”

.

2)

In bijlage II wordt punt 3 bis ingevoegd:

„3 bis.

De lidstaten identificeren in de bufferzones eveneens andere gekapte vatbare planten dan die bedoeld in punt 3, onder b). Zij verwijderen die planten en de kapresten daarvan, waarbij zij alle nodige voorzorgsmaatregelen nemen om te vermijden dat die planten en kapresten het dennenaaltje en zijn vector aantrekken.”

.

3)

Punt 2, onder b) en c), van afdeling 1 van bijlage III wordt vervangen door:

„b)

zij gaan vergezeld van het in Richtlijn 92/105/EEG bedoelde plantenpaspoort, afgegeven door een erkende behandelingsvoorziening; vatbaar hout in de vorm van bijenkorven en vogelnestkastjes gaat vergezeld van het plantenpaspoort of is gemerkt overeenkomstig bijlage II bij de Internationale Norm nr. 15 van de FAO voor fytosanitaire maatregelen;

c)

indien het hout niet schorsvrij is, wordt het vervoerd hetzij buiten het vluchtseizoen van de vector hetzij met een beschermende afdekking die ervoor zorgt dat geen besmetting met het dennenaaltje of de vector kan plaatsvinden.”

.


Rectificaties

13.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 37/24


Rectificatie van Verordening (EU) nr. 1351/2014 van de Raad van 18 december 2014 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 692/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de illegale inlijving van de Krim en Sebastopol

( Publicatieblad van de Europese Unie L 365 van 19 december 2014 )

Bladzijde 48, punt 2) van artikel 1, nieuw artikel 2 quinquies, lid 4:

in plaats van:

„4.   De in de leden 1 en 2 bedoelde verbodsbepalingen laten onverlet dat verplichtingen worden nagekomen die voortvloeien uit contracten of aanvullende contracten die vóór 20 december 2014 zijn gesloten, of uit aanvullende contracten die nodig zijn voor de uitvoering van deze contracten, mits de bevoegde autoriteit daarvan ten minste vijf werkdagen van te voren in kennis werd gesteld.”

,

te lezen:

„4.   De in de leden 1 en 2 bedoelde verbodsbepalingen laten onverlet dat tot 21 maart 2015 verplichtingen worden nagekomen die voortvloeien uit contracten of aanvullende contracten die vóór 20 december 2014 zijn gesloten, of uit aanvullende contracten die nodig zijn voor de uitvoering van deze contracten, mits de bevoegde autoriteit daarvan ten minste vijf werkdagen van te voren in kennis werd gesteld.”

.

13.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 37/24


Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/199 van de Commissie van 9 februari 2015 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

( Publicatieblad van de Europese Unie L 33 van 10 februari 2015 )

Op bladzijde 13, in de bijlage:

in plaats van:

„US

169,6”

,

te lezen:

„US

169,9”

.