|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
57e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN |
|
|
|
|
2014/782/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
|
2014/783/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2014/784/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2014/785/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2014/786/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2014/787/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2014/788/EU |
|
|
|
* |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/1 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 16 oktober 2014
betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Guinee-Bissau
(2014/782/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, juncto artikel 218, lid 5,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 17 maart 2008 heeft de Raad middels Verordening (EG) nr. 241/2008 (1) de sluiting van een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Guinee-Bissau („de overeenkomst”) goedgekeurd. |
|
(2) |
Een protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de overeenkomst is verstreken op 15 juni 2012. |
|
(3) |
De Unie en de Republiek Guinee-Bissau hebben onderhandeld over een nieuw protocol („het protocol”) waarbij aan de vaartuigen van de Unie vangstmogelijkheden worden geboden in de wateren waarover de Republiek Guinee-Bissau de soevereiniteit of de jurisdictie met betrekking tot visserijaangelegenheden heeft. |
|
(4) |
Na afloop van de onderhandelingen is het protocol op 10 februari 2012 geparafeerd. |
|
(5) |
Om ervoor te zorgen dat de vaartuigen van de Unie hun visserijactiviteiten opnieuw kunnen opnemen, dient het protocol voorlopig te worden toegepastmet ingang van de datum van ondertekening ervan, zoals bepaald in artikel 18 van het protocol. |
|
(6) |
Het protocol moet, in afwachting van de voltooiing van de voor de formele sluiting ervan vereiste procedures, worden ondertekend en voorlopig worden toegepast, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De ondertekening namens de Unie van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en Guinee-Bissau („het protocol”), wordt namens de Unie goedgekeurd, onder voorbehoud van de sluiting ervan.
De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht.
Artikel 2
De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) om de overeenkomst namens de Unie te ondertekenen.
Artikel 3
Het protocol wordt overeenkomstig artikel 18 vanaf de datum van ondertekening ervan voorlopig toegepast (2), in afwachting van de voltooiing van de voor de sluiting ervan vereiste procedures.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Luxemburg, 16 oktober 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
G. POLETTI
(1) Verordening (EG) nr. 241/2008 van de Raad van 17 maart 2008 betreffende de sluiting van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Guinee-Bissau (PB L 75 van 18.3.2008, blz. 49).
(2) De datum van ondertekening van het protocol wordt door het secretariaat-generaal van de Raad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/3 |
PROTOCOL
tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Guinee-Bissau
Artikel 1
Geldigheidsduur en vangstmogelijkheden
1. De volgende vangstmogelijkheden worden op grond van artikel 5 van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij voor een periode van drie jaar toegekend:
|
— |
schaaldieren en demersale soorten:
|
|
— |
sterk migrerende soorten (soorten opgenomen in bijlage 1 bij het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties van 1982):
|
2. Lid 1 is van toepassing onverminderd de artikelen 7 en 9 van dit protocol.
Artikel 2
Financiële tegenprestatie — Betalingswijze
1. De in artikel 7 van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij bedoelde financiële tegenprestatie wordt, voor de in artikel 1 van het protocol bepaalde periode, vastgesteld op 9 200 000 EUR per jaar.
2. De financiële tegenprestatie omvat:
|
a) |
een jaarlijks bedrag voor de toegang tot de visbestanden in de EEZ van Guinee-Bissau van 6 200 000 EUR; en |
|
b) |
een specifiek bedrag van 3 000 000 EUR per jaar voor de ondersteuning van het sectorale visserijbeleid van Guinee-Bissau. |
3. Lid 1 is van toepassing onverminderd de artikelen 7, 9, 14, 15 en 17 van dit protocol.
4. Voor het eerste jaar vindt de betaling van de in lid 2, onder a) en b), bedoelde financiële tegenprestatie uiterlijk 30 dagen na de inwerkingtreding van het protocol plaats, en voor de volgende jaren uiterlijk op de datum waarop het protocol verjaart.
5. De benutting van de in lid 2, onder a), bedoelde financiële tegenprestatie is de exclusieve bevoegdheid van de autoriteiten van Guinee-Bissau.
6. De in dit artikel vastgestelde bedragen worden betaald op een bij de centrale bank van Guinee-Bissau geopende rekening van de schatkist, waarvan de gegevens elk jaar door het Staatssecretariaat voor Visserij worden meegedeeld.
Artikel 3
Bevordering van een duurzame en verantwoorde visserij in de wateren van Guinee-Bissau
1. De partijen stellen uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van dit protocol in de in artikel 10 van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij bedoelde Gemengde Commissie een meerjarig sectoraal programma en de daarbij behorende uitvoeringsbepalingen vast, waarin het volgende is bepaald:
|
a) |
de op meerjarige en jaarbasis vastgestelde richtsnoeren voor het gebruik van het in artikel 2, lid 2, onder b), genoemde deel van de financiële tegenprestatie; |
|
b) |
de doelstellingen die op meerjarige en jaarbasis moeten worden bereikt om op termijn tot een duurzame en verantwoorde visserij te komen, waarbij rekening wordt gehouden met de prioriteiten in het nationale visserijbeleid van Guinee-Bissau en andere beleidsterreinen die met de totstandbrenging van een duurzame en verantwoorde visserij verband houden of deze kunnen beïnvloeden; |
|
c) |
de criteria en de procedures voor de jaarlijkse beoordeling van de resultaten. |
2. Voorstellen tot wijziging van het meerjarige sectorale programma moeten in de Gemengde Commissie door de partijen worden goedgekeurd.
3. De Gemengde Commissie wordt belast met de monitoring van de uitvoering van het meerjarige sectorale programma. Zo nodig zetten beide partijen deze monitoring voort na het verstrijken van dit protocol totdat de in artikel 2, lid 2, onder b), bedoelde specifieke financiële tegenprestatie is opgebruikt.
Artikel 4
Wetenschappelijke samenwerking met het oog op de duurzame visserij
1. Beide partijen verbinden zich ertoe in de visserijzone van Guinee-Bissau een verantwoorde visserij te bevorderen die berust op het beginsel van non-discriminatie tussen de verschillende vloten die in deze wateren opereren, en op de beginselen van een duurzaam beheer van de visbestanden en mariene ecosystemen.
2. Gedurende de looptijd van dit protocol werken de Europese Unie en Guinee-Bissau samen om de situatie van de visbestanden en visserijtakken in de EEZ van Guinee-Bissau te volgen.
3. Beide partijen verbinden zich ertoe de naleving van de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (ICCAT) en van de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (CECAF) te bevorderen, evenals de samenwerking op subregionaal niveau op het gebied van een verantwoord beheer van de visserij, zulks met name in het kader van de Subregionale Visserijcommissie (Commission Sous Régionale des Pêches — CSRP).
4. Beide partijen plegen in de Gemengde Commissie overleg om zo nodig en in onderlinge overeenstemming nieuwe maatregelen voor een duurzaam beheer van de visbestanden vast te stellen.
Artikel 5
Gezamenlijk Wetenschappelijk Comité
1. Het Gezamenlijk Wetenschappelijk Comité bestaat uit wetenschappers van wie de helft wordt benoemd door de ene partij en de andere helft door de andere partij. Met instemming van beide partijen mag de deelname aan het Gezamenlijk Wetenschappelijk Comité worden uitgebreid met waarnemers, en met name vertegenwoordigers van regionale visserijorganisaties, zoals de ICCAT.
2. Het Gezamenlijk Wetenschappelijk Comité komt conform artikel 4, lid 1, van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij ten minste eenmaal per jaar bijeen. In principe vinden de vergaderingen afwisselend in Guinee-Bissau en in de Europese Unie plaats. Op verzoek van een van de partijen kunnen ook andere vergaderingen worden belegd. De vergaderingen worden bij toerbeurt door een van beide partijen voorgezeten.
3. De taken van het Gezamenlijk Wetenschappelijk Comité hebben met name betrekking op de volgende activiteiten:
|
a) |
verzamelen van gegevens over de visserijinspanningen en de vangsten van de nationale en buitenlandse vloten die actief zijn in de EEZ van Guinee-Bissau en vissen op soorten die in dit protocol worden vermeld; |
|
b) |
voorstellen, volgen en analyseren van de jaarlijkse bestandsopname waarbij de bestanden worden geïnventariseerd en de vangstmogelijkheden en de exploitatieopties die de instandhouding van de visbestanden en het ecosysteem ervan waarborgen, worden bepaald; |
|
c) |
op basis daarvan een wetenschappelijk jaarverslag opstellen over de onder deze overeenkomst vallende visserijtakken; |
|
d) |
opstellen, op eigen initiatief of in reactie op een verzoek van de Gemengde Commissie of van een van de partijen, van wetenschappelijk advies over de beheersmaatregelen die nodig worden geacht voor een duurzame exploitatie van de bestanden die worden bevist in het kader van de visserijtakken die onder dit protocol vallen. |
Artikel 6
Beëindiging door Guinee-Bissau van de activiteiten van een visserijtak
1. Ingeval Guinee-Bissau op advies van het Gezamenlijk Wetenschappelijk Comité besluit om de activiteiten van een visserijtak in het kader van een instandhoudingsmaatregel te beëindigen, komt de Gemengde Commissie bijeen om de grondslagen van dat besluit te analyseren, de effecten van deze beëindiging op de activiteiten van de EU-vaartuigen in het kader van deze overeenkomst te beoordelen en tot eventuele corrigerende maatregelen te besluiten.
2. In de in lid 1 bedoelde gevallen bereikt de Gemengde Commissie overeenstemming over een evenredige verlaging van de door de EU uit hoofde van de overeenkomst te verlenen financiële tegenprestatie en, in voorkomend geval, over een aan de reders te verlenen compensatie.
3. Als Guinee-Bissau op basis van een wetenschappelijk advies de activiteiten van een visserijtak beëindigt, doet het dat, zonder onderscheid te maken, voor alle bij de desbetreffende visserij betrokken vaartuigen, met inbegrip van nationale vaartuigen en vaartuigen die de vlag van een derde land voeren.
Artikel 7
Aanpassing van de vangstmogelijkheden in onderlinge overeenstemming
De in artikel 1 genoemde vangstmogelijkheden kunnen in de Gemengde Commissie in onderlinge overeenstemming en op basis van een aanbeveling van het Gezamenlijk Wetenschappelijk Comité worden aangepast. De in artikel 2, lid 2, onder a), bedoelde financiële tegenprestatie wordt dan evenredig aangepast pro rata temporis en het protocol en de bijlage daarbij worden dienovereenkomstig gewijzigd.
Artikel 8
Experimentele visserij
1. De experimentele visreizen hebben tot doel de technische haalbaarheid en de economische rendabiliteit van nieuwe visserijtakken te testen.
2. De Europese Commissie informeert de autoriteiten van Guinee-Bissau over de vergunningsaanvragen voor experimentele visserij op basis van een technisch dossier dat de volgende gegevens bevat:
|
— |
de technische kenmerken van het vaartuig, |
|
— |
de expertise inzake visserij van de officieren aan boord, |
|
— |
het voorstel betreffende de technische parameters van de actie (duur, vistuig, exploratiegebieden, enz.). |
3. De experimentele visreizen duren ten hoogste zes maanden. Ze zijn onderworpen aan de betaling van een door Guinee-Bissau vastgesteld visrecht.
4. Een wetenschappelijk waarnemer van de vlaggenstaat en een door Guinee-Bissau gekozen waarnemer zijn tijdens de gehele reis aan boord.
5. De vangst die in het kader van de experimentele visreis is toegestaan, wordt vastgesteld door de autoriteiten van Guinee-Bissau. De in het kader van en tijdens de verkenningsreis gedane vangsten blijven eigendom van de reder. Vissen die niet aan de wettelijk voorgeschreven maten voldoen, en vissen die krachtens de vigerende wetgeving van Guinee-Bissau niet mogen worden gevangen, mogen niet aan boord worden gehouden of in de handel worden gebracht.
6. De uitvoerige resultaten van de reis worden ter analyse aan de Gemengde Commissie en aan het Gezamenlijk Wetenschappelijk Comité toegezonden.
Artikel 9
Nieuwe vangstmogelijkheden
Indien EU-vissersvaartuigen belangstelling hebben voor visserijactiviteiten die niet in artikel 1 van dit protocol zijn vermeld, raadplegen de partijen het Gezamenlijk Wetenschappelijk Comité. De partijen spreken voorwaarden voor deze nieuwe vangstmogelijkheden af en passen dit protocol en de bijbehorende bijlage aan.
Artikel 10
Economische integratie van de actoren van de Europese Unie in de visserijsector van Guinee-Bissau
1. Beide partijen verbinden zich ertoe de economische integratie van de Europese actoren in de gehele visserijsector van Guinee-Bissau, en met name het charteren van EU-vaartuigen en de oprichting van gezamenlijke ondernemingen, te bevorderen.
2. Beide partijen werken samen om de particuliere actoren in de Unie bewust te maken van de commerciële en industriële kansen in de gehele visserijsector in Guinee-Bissau, met name op het gebied van directe investeringen.
3. Met hetzelfde doel kan Guinee-Bissau actoren stimulansen geven aan actoren die dergelijke investeringen doen.
4. De partijen besluiten om uiterlijk eind 2012 een reflectiegroep op te richten waarvoor economische actoren worden uitgenodigd om de belemmeringen voor directe investeringen van de actoren in de visserijsector in kaart te brengen, alsmede de maatregelen die deze belemmeringen zouden kunnen wegnemen. De groep zal pogen voorstellen te doen voor de mogelijke vormen van financiering voor de uitvoering van de vastgestelde acties.
Artikel 11
Informatisering van de uitwisseling van gegevens
1. Guinee-Bissau en de EU verbinden zich ertoe zo spoedig mogelijk de informaticasystemen in te voeren die nodig zijn voor de elektronische uitwisseling van alle met de uitvoering van de overeenkomst verband houdende informatie en documenten.
2. De elektronische vorm van een document wordt op ieder moment als gelijkwaardig aan de papieren versie beschouwd.
3. Guinee-Bissau en de EU stellen elkaar onverwijld in kennis van iedere storing van een informaticasysteem. De met de uitvoering van de overeenkomst verband houdende informatie en documenten worden dan automatisch vervangen door hun papieren versie overeenkomstig de in de bijlage vastgestelde bepalingen.
Artikel 12
Vertrouwelijkheid van de gegevens
Guinee-Bissau verbindt zich ertoe dat alle in het kader van de overeenkomst verkregen nominatieve gegevens over de EU-vaartuigen en hun visserijactiviteiten te allen tijde strikt worden behandeld overeenkomstig de principes van vertrouwelijkheid en bescherming van gegevens.
Artikel 13
Geldend nationaal recht
1. De activiteiten van de vissersvaartuigen van de Europese Unie die in de wateren van Guinee-Bissau actief zijn, vallen onder het recht van Guinee-Bissau, tenzij in de partnerschapsovereenkomst inzake visserij of in dit protocol en de daarbij horende bijlage en aanhangsels anders is bepaald.
2. De autoriteiten van Guinee-Bissau informeren de Europese Commissie over iedere wetswijziging of nieuwe wetgeving op het gebied van de visserij.
Artikel 14
Schorsing en herziening van de betaling van de financiële tegenprestatie
1. De financiële tegenprestatie als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a) en b), kan na overleg in de Gemengde Commissie worden herzien of opgeschort, als aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
er doen zich abnormale omstandigheden, andere dan natuurlijke fenomenen, voor waardoor in de EEZ van Guinee-Bissau geen visserijactiviteiten kunnen plaatsvinden; |
|
b) |
ten gevolge van ingrijpende wijzigingen van de beleidsoriëntaties die tot de sluiting van dit protocol hebben geleid, verzoekt één van beide partijen om de herziening van deze bepalingen met het oog op de eventuele wijziging ervan; |
|
c) |
de Europese Unie constateert dat in Guinee-Bissau sprake is van schending van de essentiële en fundamentele elementen van de mensenrechten en de democratische beginselen als bedoeld in artikel 9 van de overeenkomst van Cotonou. |
2. De Europese Unie behoudt zicht het recht voor om de betaling van de in artikel 2, lid 2, onder b), bedoelde specifieke financiële tegenprestatie geheel of gedeeltelijk te herzien of op te schorten:
|
a) |
wanneer bij een door de Gemengde Commissie uitgevoerde evaluatie blijkt dat de bereikte resultaten niet met de programmering overeenkomen; en/of |
|
b) |
in geval van niet-benutting van deze financiële tegenprestatie. |
3. Nadat beide partijen zijn geraadpleegd en onderling overeenstemming hebben bereikt, wordt de betaling van de financiële tegenprestatie hervat zodra de aan de in lid 1 genoemde gebeurtenissen voorafgaande situatie is hersteld en/of wanneer de resultaten van de in lid 2 bedoelde financiële uitvoering dat rechtvaardigen. De in artikel 2, lid 2, onder b), bedoelde specifieke financiële tegenprestatie kan evenwel slechts worden betaald tot uiterlijk zes maanden na het verstrijken van het protocol.
4. De aan EU-vaartuigen verleende vismachtigingen kunnen worden geschorst voor een periode gelijk aan de duur van de schorsing van de betaling van de in artikel 2, lid 2, onder a), vastgestelde financiële tegenprestatie. In geval van hervatting wordt de geldigheid van deze vismachtigingen verlengd voor een periode gelijk aan de duur van de schorsing van de visserijactiviteiten.
Artikel 15
Schorsing van de tenuitvoerlegging van het protocol
1. De toepassing van dit protocol kan op initiatief van één van beide partijen na overleg in de Gemengde Commissie worden opgeschort als aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
er doen zich abnormale omstandigheden, andere dan natuurlijke fenomenen, voor waardoor in de EEZ van Guinee-Bissau geen visserijactiviteiten kunnen plaatsvinden; |
|
b) |
ten gevolge van ingrijpende wijzigingen van de beleidsoriëntaties die tot de sluiting van dit protocol hebben geleid, verzoekt één van beide partijen om de herziening van deze bepalingen met het oog op de eventuele wijziging ervan; |
|
c) |
één van beide partijen schendt de essentiële en fundamentele elementen van de mensenrechten en de democratische beginselen als bedoeld in artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou; |
|
d) |
er is sprake van een probleem bij de betaling van de in artikel 2, lid 2, onder a), bedoelde financiële tegenprestatie door de EU om andere redenen dan die waarin is voorzien in artikel 14 van dit protocol; |
|
e) |
er doet zich een blijvend geschil voor tussen de partijen dat niet kon worden opgelost binnen de Gemengde Commissie; |
|
f) |
een van beide partijen leeft de bepalingen van dit protocol niet na. |
2. Wanneer de toepassing van het protocol om andere dan de in bovenstaand lid 1, onder c), genoemde redenen wordt opgeschort, meldt de betrokken partij haar voornemen hiertoe schriftelijk en ten minste drie maanden vóór de datum van inwerkingtreding van de opschorting. De opschorting van het protocol om in lid 1, onder c), genoemde redenen is onmiddellijk na het besluit tot opschorting van toepassing.
3. Bij schorsing blijven de partijen in onderling overleg streven naar een minnelijke schikking van het geschil. Wanneer zij daarin slagen, wordt de toepassing van het protocol hervat en wordt het bedrag van de financiële tegenprestatie evenredig en pro rata temporis verlaagd, overeenkomstig de duur van de periode waarin de toepassing van het protocol is opgeschort.
Artikel 16
Duur
Het onderhavige protocol en de bijlage daarbij zijn van toepassing voor een periode van drie jaar vanaf de voorlopige toepassing overeenkomstig artikel 18, tenzij het overeenkomstig artikel 17 wordt opgezegd.
Artikel 17
Opzegging
1. In geval van opzegging van dit protocol stelt de betrokken partij de andere partij ten minste zes maanden vóór de datum waarop de opzegging in werking treedt, schriftelijk in kennis van haar voornemen om het protocol op te zeggen.
2. Door de kennisgeving als bedoeld in lid 1 te versturen wordt overleg tussen de partijen geopend.
Artikel 18
Voorlopige toepassing
Dit protocol is voorlopig van toepassing met ingang van de datum van ondertekening.
Artikel 19
Inwerkingtreding
Het onderhavige protocol en de bijlage erbij treden in werking op de datum waarop de partijen elkaar de voltooiing van de in dit verband te volgen procedures hebben gemeld.
Voor de Europese Unie
Voor de Republiek Guinee-Bissau
BIJLAGE
VOORWAARDEN VOOR DE UITOEFENING VAN DE VISSERIJ DOOR VAARTUIGEN VAN DE EUROPESE UNIE IN DE VISSERIJZONE VAN GUINEE-BISSAU
HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen
1. Aanwijzing van de bevoegde autoriteit
Voor de toepassing van deze bijlage wordt met elke verwijzing naar een bevoegde autoriteit van de Europese Unie (EU) of Guinee-Bissau, tenzij anders bepaald, het volgende bedoeld:
|
i) |
voor de EU: de Europese Commissie, in voorkomend geval via de delegatie van de EU in Guinee-Bissau; |
|
ii) |
voor Guinee-Bissau: het overheidsdepartement dat belast is met de visserij. |
2. Nationale EEZ
Guinee-Bissau stelt de EU vóór de inwerkingtreding van het protocol in kennis van de geografische coördinaten van zijn EEZ en van de basislijnen.
3. Aanwijzing van een plaatselijke zaakgelastigde
EU-vaartuigen, behalve vaartuigen voor de tonijnvisserij, die in het kader van dit protocol een vismachtiging willen aanvragen, moeten worden vertegenwoordigd door een in Guinee-Bissau verblijvende gemachtigde agent.
4. Bankrekening
Guinee-Bissau stelt de EU vóór de inwerkingtreding van het protocol in kennis van de gegevens van de bankrekening(en) waarnaar de financiële bedragen moeten worden overgemaakt die in het kader van de overeenkomst voor de vissersvaartuigen moeten worden betaald. De aan de bankoverdrachten verbonden kosten zijn voor rekening van de reders.
HOOFDSTUK II
Vismachtigingen
1. Voorwaarden voor de afgifte van een vismachtiging — in aanmerking komende vaartuigen
De in artikel 6 van de overeenkomst bedoelde vismachtigingen worden afgegeven op voorwaarde dat het vaartuig is ingeschreven in het register van vissersvaartuigen van de EU en dat alle verplichtingen van de reder, de kapitein of het vaartuig zelf uit hoofde van eerdere visserijactiviteiten in Guinee-Bissau in het kader van de overeenkomst zijn nagekomen.
2. Aanvraag van een vismachtiging
|
2.1. |
De EU dient ten minste 20 dagen vóór het begin van de aangevraagde geldigheidsduur bij Guinee-Bissau een vismachtigingsaanvraag in voor elk vaartuig dat in het kader van de overeenkomst wenst te vissen, met gebruikmaking van het formulier in het aanhangsel. |
|
2.2. |
Elke eerste vismachtigingsaanvraag in het kader van het huidige protocol en elke aanvraag naar aanleiding van een technische wijziging aan het vaartuig moet vergezeld gaan van:
|
|
2.3. |
Voor vaartuigen waarvan de technische kenmerken niet zijn gewijzigd, gaat de aanvraag tot verlenging van een vismachtiging in het kader van het huidige protocol uitsluitend vergezeld van het bewijs van betaling van het visrecht en, in voorkomend geval, de forfaitaire bijdrage in de kosten voor de waarnemer. |
3. Vooraf te betalen forfaitair visrecht
|
3.1. |
Het bedrag van het forfaitaire visrecht wordt bepaald op basis van het jaarlijks percentage zoals voor elke categorie van vaartuigen is vastgesteld in de technische notities in het aanhangsel aan de onderhavige bijlage. Het omvat alle nationale en lokale belastingen, met uitzondering van de havengelden en de kosten van geleverde diensten. |
|
3.2. |
Bij vismachtigingen met een geldigheidsduur van minder dan een jaar wordt het bedrag van het forfaitaire visrecht naar rata van de aangevraagde geldigheidsduur aangepast. Het bedrag wordt in voorkomend geval verhoogd met de opslag die volgens de tabel in de desbetreffende technische notities verschuldigd is voor een periode van drie en van zes maanden. |
4. Voorlopige lijst van vaartuigen die mogen vissen
|
4.1. |
Onmiddellijk na de ontvangst van de vismachtigingsaanvragen stelt Guinee-Bissau voor elke categorie van vaartuigen een voorlopige lijst van aanvragende vaartuigen op. Deze lijst wordt onverwijld aan de nationale autoriteit voor visserijcontrole en aan de EU meegedeeld. |
|
4.2. |
De EU zendt de voorlopige lijst door naar de reder of de gemachtigde agent. Wanneer de kantoren van de EU gesloten zijn, kan Guinee-Bissau de voorlopige lijst rechtstreeks aan de reder of zijn gemachtigde agent afgeven, met een kopie aan de EU. |
5. Afgifte van de vismachtiging
|
5.1. |
Guinee-Bissau doet de vismachtiging binnen 20 dagen na ontvangst van het volledige aanvraagdossier toekomen aan de EU. |
|
5.2. |
Wordt een vismachtiging verlengd tijdens de geldigheidsduur van het protocol, dan moet de nieuwe vismachtiging een duidelijke verwijzing naar de oorspronkelijke bevatten. |
|
5.3. |
De EU zendt de vismachtiging door naar de reder of de gemachtigde agent. Wanneer de kantoren van de EU gesloten zijn, kan Guinee-Bissau de vismachtiging rechtstreeks aan de reder of zijn gemachtigde agent afgeven, met een kopie aan de EU. |
6. Lijst van vaartuigen die mogen vissen
Onmiddellijk na de afgifte van de vismachtiging stelt Guinee-Bissau voor elke categorie van vaartuigen de definitieve lijst van vaartuigen op die in de visserijzone van Guinee-Bissau mogen vissen. Deze lijst wordt onmiddellijk aan de nationale autoriteit voor visserijcontrole en aan de EU meegedeeld en vervangt de hierboven vermelde voorlopige lijst.
7. Geldigheidsduur van de vismachtiging
|
7.1. |
De vismachtigingen hebben een geldigheidsduur van drie maanden, zes maanden of een jaar. |
|
7.2. |
Voor de bepaling van het begin van de geldigheidstermijn wordt onder jaarlijkse periode verstaan:
|
|
7.3. |
Een geldigheidstermijn van drie maanden of zes maanden gaat in op de eerste dag van de maand. Vismachtigingen gelden echter niet langer dan tot en met 31 december van het jaar waarin zij zijn afgegeven. |
8. Aan boord houden van de vismachtiging
|
8.1. |
De vismachtiging moet permanent aan boord worden gehouden. |
|
8.2. |
De vaartuigen voor de tonijnvisserij en met de drijvende beug zijn evenwel gemachtigd te vissen zodra ze zijn ingeschreven op de hierboven vermelde voorlopige lijst. Zolang geen vismachtiging is afgegeven, moet de voorlopige lijst permanent aan boord worden gehouden. |
9. Overdracht van de vismachtiging
|
9.1. |
De vismachtiging wordt voor een bepaald vaartuig opgesteld en is niet overdraagbaar. |
|
9.2. |
In geval van overmacht en op verzoek van de EU wordt de vismachtiging evenwel vervangen door een nieuwe machtiging die wordt afgegeven op naam van een gelijksoortig vaartuig als het te vervangen vaartuig. |
|
9.3. |
In geval van overdracht wordt de te vervangen vismachtiging door de reder of zijn gemachtigde agent in Guinee-Bissau teruggegeven en stelt Guinee-Bissau onverwijld een vervangingsmachtiging op. Nadat de te vervangen machtiging is teruggegeven, wordt onverwijld een vervangingsmachtiging aan de reder of aan zijn gemachtigde agent afgegeven. De vervangingsmachtiging gaat in op de dag dat de te vervangen machtiging wordt teruggegeven. |
|
9.4. |
Bij de trawlers wordt, indien de brutoregistertonnage (brt) van het vervangende vaartuig groter is dan die van het te vervangen vaartuig, het aanvullende deel van het visrecht berekend naar rata van het verschil in tonnage en de resterende geldigheidsduur. Deze aanvullende vergoeding wordt door de reder betaald bij de overdracht van de vismachtiging. |
|
9.5. |
Guinee-Bissau werkt de lijst van gemachtigde vaartuigen onverwijld bij. De nieuwe lijst wordt onmiddellijk aan de nationale autoriteit voor visserijcontrole en aan de EU meegedeeld. |
10. Ondersteuningsvaartuigen
|
10.1. |
Op verzoek van de EU machtigt Guinee-Bissau de EU-vaartuigen met een vismachtiging zich te laten bijstaan door ondersteuningsvaartuigen. Ondersteuningsvaartuigen moeten de vlag van een lidstaat van de EU voeren of deel uitmaken van een Europese onderneming, en mogen niet zijn uitgerust voor de beoefening van de visserij. |
|
10.2. |
Guinee-Bissau stelt de lijst van gemachtigde ondersteuningsvaartuigen op en deelt deze onverwijld mee aan de nationale autoriteit voor visserijcontrole en aan de EU. |
|
10.3. |
Daartoe moeten de ondersteuningsvaartuigen over een overeenkomstig het recht van Guinee-Bissau afgegeven machtiging beschikken. |
11. Technische inspectie (trawlers)
|
11.1. |
Overeenkomstig de vigerende regelgeving van Guinee-Bissau meldt elke EU-trawler zich eens per jaar, alsmede na een wijziging van de tonnage van het vaartuig, alsmede wanneer het gebruik van andere soorten vistuig tot een verandering van de visserijtak leidt, in een haven van Guinee-Bissau voor een technische inspectie. |
|
11.2. |
De technische inspectie heeft tot doel na te gaan of de technische kenmerken van het vaartuig en het vistuig aan boord conform de regelgeving zijn en of de bepalingen inzake de aanmonstering van de nationale bemanning in acht zijn genomen. |
|
11.3. |
Guinee-Bissau verricht de technische inspectie verplicht binnen 48 uur na aankomst van de trawler in de haven. |
|
11.4. |
Na de technische controle geeft Guinee-Bissau aan de kapitein van het vaartuig onverwijld een conformiteitsattest af, met een kopie aan de EU. |
|
11.5. |
Het conformiteitsattest heeft een geldigheidsduur van één jaar. Er is echter een nieuw conformiteitsattest vereist, telkens wanneer wordt overgestapt naar de garnaalvisserij of deze visserij wordt opgegeven. Een nieuw conformiteitsattest is eveneens nodig wanneer het vaartuig de EEZ van Guinee-Bissau voor een periode van meer dan 45 dagen verlaat. |
|
11.6. |
Het conformiteitsattest wordt permanent aan boord gehouden. |
|
11.7. |
De kosten van een technische inspectie komen voor rekening van de reder en zijn gelijk aan het bedrag zoals vastgesteld in de tabel die is opgenomen in de wetgeving van Guinee-Bissau. Zij mogen niet hoger zijn dan de bedragen die voor dezelfde dienst worden betaald door nationale vaartuigen of door vaartuigen die de vlag van een derde land voeren. |
HOOFDSTUK III
Technische maatregelen
|
1. |
In de technische notities in het aanhangsel aan de onderhavige bijlage worden per visserijtak de voor de visserijzone, het vistuig en de bijvangsten geldende technische maatregelen voor vaartuigen met een vismachtiging vastgesteld. |
|
2. |
Alle aanbevelingen van de ICCAT worden door de vaartuigen voor de tonijnvisserij en de vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug in acht genomen. |
HOOFDSTUK IV
Vangstaangiften
1. Visserijlogboek
|
1.1. |
De kapitein van een EU-vaartuig dat in het kader van de overeenkomst vist, houdt een visserijlogboek bij waarvan het model voor elke visserijtak is opgenomen in het aanhangsel aan de onderhavige bijlage. Het visserijlogboek wordt door de kapitein ingevuld voor elke dag waarop het vaartuig aanwezig is in de visserijzone van Guinee-Bissau. |
|
1.2. |
De kapitein noteert elke dag de gevangen en aan boord gehouden hoeveelheid van elke soort (die wordt aangeduid met de FAO-drielettercode) in het visserijlogboek, uitgedrukt in kilogram levend gewicht, of in voorkomend geval, in aantal exemplaren. Voor de belangrijkste soorten vermeldt de kapitein ook de nulvangsten. |
|
1.3. |
In voorkomend geval noteert de kapitein elke dag ook de teruggegooide hoeveelheden van elke soort in het visserijlogboek, uitgedrukt in kilogram levend gewicht of, in voorkomend geval, in aantal exemplaren. |
|
1.4. |
Het visserijlogboek wordt leesbaar ingevuld, in hoofdletters, en ondertekend door de kapitein. |
|
1.5. |
De kapitein is verantwoordelijk voor de juistheid van de in het visserijlogboek vermelde gegevens. |
2. Vangstaangiften
|
2.1. |
De kapitein meldt de vangsten van het vaartuig door toezending aan Guinee-Bissau van de tijdens de aanwezigheid in de visserijzone van Guinee-Bissau ingevulde visserijlogboeken. |
|
2.2. |
De visserijlogboeken worden als volgt toegezonden:
|
|
2.3. |
Zodra Guinee-Bissau de vangstaangiften per e-mail kan ontvangen, verzendt de kapitein de visserijlogboeken naar Guinee-Bissau, met name naar het door Guinee-Bissau meegedeelde e-mailadres. Guinee-Bissau verzendt per omgaande een ontvangstbevestiging per e-mail. |
|
2.4. |
De kapitein doet de EU een kopie van alle visserijlogboeken toekomen. Voor vaartuigen voor de tonijnvisserij en vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug doet de kapitein ook aan één van de volgende wetenschappelijke instellingen een kopie van al zijn visserijlogboeken toekomen:
|
|
2.5. |
Wanneer het vaartuig tijdens de geldigheidsduur van zijn vismachtiging terugkeert naar de visserijzone van Guinee-Bissau, geeft dit aanleiding tot een nieuwe activiteiten- en vangstaangifte. |
|
2.6. |
Worden de bepalingen van dit hoofdstuk niet nageleefd, dan kan Guinee-Bissau de vismachtiging van het betrokken vaartuig schorsen totdat de ontbrekende vangsten zijn aangegeven, en de reder de sanctie opleggen waarin de geldende nationale wetgeving voorziet. In geval van recidive kan Guinee-Bissau de verlenging van de vismachtiging weigeren. Guinee-Bissau stelt de EU onverwijld in kennis van iedere in dit verband toegepaste sanctie. |
3. Overgang naar een elektronisch systeem
Vanaf 1 januari 2013 worden de gegevens over de in het kader van de overeenkomst verrichte visserijactiviteiten door de EU-vaartuigen elektronisch overeenkomstig de voorschriften van het aanhangsel aan deze bijlage geregistreerd en aan Guinee-Bissau meegedeeld.
4. Afrekening van de visrechten voor vaartuigen voor de tonijnvisserij en vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug
|
4.1. |
Op basis van de door de bovenvermelde wetenschappelijke instellingen bevestigde vangstaangiften stelt de EU voor elk vaartuig voor de tonijnvisserij en voor elk vaartuig voor de visserij met de drijvende beug een definitieve afrekening van de voor het visseizoen van het voorgaande kalenderjaar verschuldigde visrechten vast. |
|
4.2. |
De EU presenteert deze definitieve afrekening aan Guinee-Bissau en de reder vóór 15 juni van het jaar dat volgt op het jaar waarin de vangsten zijn gedaan. |
|
4.3. |
Valt de definitieve afrekening hoger uit dan het voor het verkrijgen van de vismachtiging betaalde forfaitaire visrecht, dan maakt de reder het saldo onverwijld aan Guinee-Bissau over. Is het bedrag van de definitieve afrekening kleiner dan het betaalde forfaitaire visrecht, dan wordt het verschil niet aan de reder terugbetaald. |
HOOFDSTUK V
Aanlandingen en overladingen
|
1. |
De kapitein van een EU-vaartuig die vangsten wil aanlanden in een haven van Guinee-Bissau, of in een visserijzone van Guinee-Bissau gedane vangsten wil overladen, moet Guinee-Bissau ten minste 24 uur vóór de aanlanding of overlading in kennis stellen van:
|
|
2. |
In geval van overlading moet de kapitein zich ervan verzekeren dat het ontvangende vaartuig over een door de bevoegde autoriteiten afgegeven machtiging voor deze activiteit beschikt. |
|
3. |
De overlading moet plaatsvinden op de rede van een haven van Guinee-Bissau. Overlading op zee is verboden. |
|
4. |
Worden deze bepalingen niet nageleefd, dan worden de daartoe in de wetgeving van Guinee-Bissau vastgestelde sancties toegepast. |
HOOFDSTUK VI
Satellietvolgsysteem (VMS)
1. Positieberichten van vaartuigen — VMS-systeem
|
1.1. |
Tijdens hun aanwezigheid in de visserijzone van Guinee-Bissau moeten EU-vaartuigen met een vismachtiging zijn uitgerust met een satellietvolgsysteem (Vessel Monitoring System — VMS) dat hun positie automatisch en permanent (om het uur) meedeelt aan het visserijcontrolecentrum (Fisheries Monitoring Center — FMC) van hun vlaggenstaat. |
|
1.2. |
Elk positiebericht moet
|
|
1.3. |
De bij het binnenvaren van de visserijzone van Guinee-Bissau geregistreerde positie wordt aangeduid met de code „ENT”. Alle daaropvolgende posities worden aangeduid met de code „POS”, met uitzondering van de eerste na het verlaten van de visserijzone van Guinee-Bissau geregistreerde positie, die wordt aangeduid met de code „EXI”. |
|
1.4. |
Het FMC van de vlaggenstaat zorgt ervoor dat de positieberichten automatisch worden verwerkt en, in voorkomend geval, elektronisch worden doorgestuurd. De positieberichten moeten op een beveiligde manier worden geregistreerd en drie jaar lang worden bewaard. |
2. Melding van positieberichten bij uitval van het VMS-systeem
|
2.1. |
De kapitein verzekert er zich te allen tijde van dat het VMS-systeem van zijn vaartuig volledig operationeel is en dat de positieberichten correct worden doorgestuurd naar het FMC van de vlaggenstaat. |
|
2.2. |
Bij uitval wordt het VMS-systeem van het vaartuig binnen één maand hersteld of vervangen. Als het na deze termijn nog niet is hersteld, dan mag het vaartuig niet meer in de zone van Guinee-Bissau vissen. |
|
2.3. |
Vaartuigen die in de visserijzone van Guinee-Bissau met een defect VMS-systeem vissen, sturen hun positieberichten ten minste om de vier uur per e-mail, per radio of per fax door aan het FMC van de vlaggenstaat, met opgave van alle onder 1.2 genoemde gegevens. |
3. Beveiligde transmissie van de positieberichten aan het FMC van Guinee-Bissau
|
3.1. |
Zodra Guinee-Bissau een operationeel FMC heeft ingevoerd, stuurt het FMC van de vlaggenstaat de positieberichten van de betrokken vaartuigen automatisch door naar het FMC van Guinee-Bissau. De FMC's van de vlaggenstaat en Guinee-Bissau wisselen hun e-mailadres uit en stellen elkaar onverwijld in kennis van iedere wijziging daarvan. |
|
3.2. |
De transmissie van de positieberichten tussen de FMC's van de vlaggenstaat en Guinee-Bissau gebeurt elektronisch via een beveiligd communicatiesysteem. |
|
3.3. |
Het FMC van Guinee-Bissau en het FMC van de vlaggenstaat stellen elkaar wederzijds en onverwijld in kennis van iedere onderbreking in de ontvangst van de opeenvolgende positieberichten van een vaartuig met een vismachtiging dat niet heeft gemeld dat het de visserijzone zou verlaten. |
4. Slechte werking van het communicatiesysteem
|
4.1. |
Guinee-Bissau verzekert zich ervan dat zijn elektronische uitrusting compatibel is met die van het FMC van de vlaggenstaat en stelt de EU onverwijld in kennis van elk probleem bij de transmissie en de ontvangst van positieberichten met het oog op een zo spoedig mogelijke technische oplossing. Eventuele geschillen worden door de Gemengde Commissie beslecht. |
|
4.2. |
De kapitein wordt verantwoordelijk geacht voor iedere bewezen manipulatie van het VMS-systeem van het vaartuig die tot doel heeft de werking ervan te verstoren of de positieberichten te vervalsen. Inbreuken worden bestraft met de in de wetgeving van Guinee-Bissau vastgestelde sancties. |
5. Herziening van de frequentie van de positieberichten
|
5.1. |
Op basis van gefundeerde aanwijzingen voor een overtreding kan Guinee-Bissau het FMC van de vlaggenstaat, met kopie aan de EU, verzoeken het interval voor het versturen van de positieberichten van een vaartuig voor een bepaalde onderzoeksperiode te beperken tot dertig minuten. Guinee-Bissau moet deze stavingselementen overleggen aan het FMC van de vlaggenstaat en aan de EU. Het FMC van de vlaggenstaat stuurt de positieberichten onverwijld volgens de beperkte frequentie door naar Guinee-Bissau. Guinee-Bissau stelt het FMC van de vlaggenstaat en de EU onmiddellijk in kennis van het einde van de inspectieprocedure. |
|
5.2. |
Aan het eind van de onderzoeksperiode stelt Guinee-Bissau het FMC van de vlaggenstaat en de EU in kennis van de eventuele follow-up. |
HOOFDSTUK VII
Controle
1. Binnenvaren en verlaten van de zone
|
1.1. |
Telkens wanneer een EU-vaartuig met een vismachtiging de visserijzone van Guinee-Bissau binnenvaart of verlaat, moet dit 24 uur van tevoren aan Guinee-Bissau worden gemeld. Voor vaartuigen voor de tonijnvisserij en vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug bedraagt deze termijn slechts zes uur. |
|
1.2. |
Bij de melding van het binnenvaren of verlaten van de visserijzone deelt het vaartuig met name de volgende gegevens mee:
|
|
1.3. |
De kennisgeving gebeurt bij voorkeur per e-mail, of indien dat niet mogelijk is, per fax of per radio, op een e-mailadres, oproepnummer of radiofrequentie zoals meegedeeld door Guinee-Bissau. Guinee-Bissau stelt de betrokken vaartuigen en de EU onverwijld in kennis van elke wijziging van e-mailadressen, het oproepnummer of de radiofrequentie. |
|
1.4. |
Een vaartuig dat in de visserijzone van Guinee-Bissau aan het vissen is zonder zijn aanwezigheid vooraf te hebben gemeld, wordt beschouwd als een vaartuig dat zonder machtiging vist. |
2. Inspecties
|
2.1. |
De kapitein van een vaartuig van de Europese Unie dat in de wateren van Guinee-Bissau vist, moet elke gemachtigde ambtenaar van Guinee-Bissau die met de inspectie van de visserijactiviteiten is belast, het aan boord gaan toestaan en vergemakkelijken en hem bijstaan bij het vervullen van zijn taken. |
|
2.2. |
Deze ambtenaren mogen niet langer aan boord blijven dan voor het uitvoeren van hun taken nodig is. |
|
2.3. |
Na elke inspectie wordt aan de kapitein van het vaartuig een officieel inspectieverslag afgegeven. |
HOOFDSTUK VIII
Inbreuken
1. Behandeling van inbreuken
|
1.1. |
Iedere inbreuk door een EU-vaartuig met een vismachtiging op de onderhavige bijlage moet worden vermeld in een inspectieverslag. |
|
1.2. |
De ondertekening van het inspectieverslag door de kapitein laat het recht van verweer van de reder tegen de betrokken inbreuk onverlet. |
2. Aanhouding van het vaartuig — Informatievergadering
|
2.1. |
Wanneer de nationale wetgeving daar voor de betrokken inbreuk in voorziet, kan elk EU-vaartuig dat een inbreuk begaat, worden verplicht zijn visserijactiviteit te beëindigen en, wanneer het vaartuig zich op zee bevindt, zich naar een haven van Guinee-Bissau te begeven. |
|
2.2. |
Guinee-Bissau stelt de EU uiterlijk binnen 48 uur in kennis van iedere aanhouding van een EU-vaartuig met een vismachtiging. Deze kennisgeving gaat vergezeld van bewijsmateriaal betreffende de betrokken inbreuk. |
|
2.3. |
Alvorens tegen het vaartuig, de kapitein of de lading maatregelen te nemen, met uitzondering van maatregelen voor het veiligstellen van bewijsstukken, belegt Guinee-Bissau op verzoek van de EU, binnen één werkdag na de kennisgeving van de aanhouding van het vaartuig, een informatievergadering om de feiten die hebben geleid tot de aanhouding van het vaartuig, toe te lichten en de eventuele verdere maatregelen uiteen te zetten. Aan deze informatievergadering kan een vertegenwoordiger van de vlaggenstaat deelnemen. |
3. Vervolging van de inbreuk — Schikkingsprocedure
|
3.1. |
De op de inbreuk toe te passen sanctie wordt door Guinee-Bissau volgens de bepalingen van de geldende nationale wetgeving vastgesteld. |
|
3.2. |
Wanneer de afhandeling van de inbreuk een gerechtelijke procedure impliceert, wordt voor de lancering ervan een schikkingsprocedure tussen Guinee-Bissau en de EU ingeleid om de aard en de hoogte van de sanctie te bepalen. Aan deze schikkingsprocedure kan een vertegenwoordiger van de vlaggenstaat van het vaartuig deelnemen. De schikkingsprocedure wordt uiterlijk vier dagen na de kennisgeving van de aanhouding van het vaartuig afgesloten. |
4. Gerechtelijke procedure — Bankgarantie
|
4.1. |
Indien geen minnelijke schikking tot stand komt en de inbreuk aan de bevoegde gerechtelijke instantie wordt voorgelegd, stelt de reder van het vaartuig dat de inbreuk heeft begaan, een bankgarantie bij een door Guinee-Bissau opgegeven bank waarvan het bedrag, dat door Guinee-Bissau wordt vastgesteld, de kosten van de aanhouding, de geschatte boetesom en de eventuele compenserende vergoedingen dekt. De bankgarantie wordt niet vrijgegeven voordat de gerechtelijke procedure is voltooid. |
|
4.2. |
De bankgarantie wordt vrijgegeven en onmiddellijk na de uitspraak van het vonnis aan de reder terugbetaald:
|
|
4.3. |
Guinee-Bissau stelt de EU binnen acht dagen na de uitspraak van het vonnis in kennis van de resultaten van de gerechtelijke procedure. |
5. Vrijgave van het vaartuig
Het vaartuig en de kapitein ervan mogen de haven verlaten zodra de uit de schikkingsprocedure voortvloeiende sanctie is vereffend of zodra de bankgarantie is gesteld.
HOOFDSTUK IX
Aanmonstering van zeelieden
1. Aantal aan te monsteren zeelieden
|
1.1. |
Zolang de vismachtiging geldig is, heeft elke EU-trawler het volgende aantal zeelieden uit Guinee-Bissau aan boord:
|
|
1.2. |
De reders van EU-vaartuigen spannen zich in om nog meer nationale zeelieden aan te monsteren. |
2. Vrije keuze van zeelieden
|
2.1. |
Guinee-Bissau houdt een indicatieve lijst bij van zeelieden die gekwalificeerd zijn om op EU-vaartuigen te worden aangemonsterd. |
|
2.2. |
De reder, of zijn gemachtigde agent, kan uit deze lijst de aan te monsteren zeelieden kiezen en stelt Guinee-Bissau in kennis van het feit dat zij deel uitmaken van de bemanning. |
3. Contracten
|
3.1. |
Het arbeidscontract van de zeelieden wordt opgesteld door de reder of zijn gemachtigde agent, en de zeelieden, zo nodig bijgestaan door hun vakbond, in samenwerking met Guinee-Bissau. Het bevat met name de datum en de haven van aanmonstering. |
|
3.2. |
Het contract garandeert de zeelieden de aansluiting bij de socialezekerheidsregeling die op hen in Guinee-Bissau van toepassing is. Het omvat ook een levens-, ziekte- en ongevallenverzekering. |
|
3.3. |
De ondertekenende partijen krijgen een kopie van het contract. |
|
3.4. |
De in de verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) neergelegde fundamentele rechten op het werk zijn van toepassing op zeelieden uit Guinee-Bissau. Het gaat daarbij met name om de vrijheid van vereniging, de effectieve erkenning van het recht op collectieve onderhandeling en de bestrijding van discriminatie op het gebied van werk en beroep. |
4. Loon van de zeelieden
|
4.1. |
Het loon van de zeelieden uit Guinee-Bissau komt ten laste van de reder. Het wordt vastgesteld vóór de afgifte van de vismachtiging, in onderling overleg tussen de reder of zijn gemachtigde agent en Guinee-Bissau. |
|
4.2. |
Het loon mag niet minder bedragen dan dat van de bemanning van de vaartuigen uit Guinee-Bissau en mag evenmin onder de normen van de IAO liggen. |
5. Verplichtingen van de zeeman
De zeeman moet zich daags vóór de in zijn contract vermelde datum van aanmonstering melden bij de kapitein van het hem aangewezen vaartuig. De kapitein deelt de zeeman de voor de aanmonstering vastgestelde datum en tijd mee. Als de zeeman zich niet op de voor de aanmonstering vastgestelde datum en tijd heeft gemeld, vervalt zijn contract. Hij wordt dan vervangen door een andere zeeman uit Guinee-Bissau, zonder dat dit het vertrek van het vaartuig mag vertragen.
HOOFDSTUK X
Waarnemers
1. Waarneming van de visserijactiviteiten
|
1.1. |
De visserijactiviteiten van vaartuigen met een vismachtiging vallen onder een waarnemersregeling in het kader van de overeenkomst. |
|
1.2. |
Voor vaartuigen voor de tonijnvisserij en vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug gaan de twee partijen zo snel mogelijk met de belanghebbende landen aan tafel zitten om een systeem van regionale waarnemers in te voeren en de bevoegde visserijorganisatie te kiezen. |
|
1.3. |
De overige vaartuigen nemen een waarnemer aan boord die door Guinee-Bissau is aangewezen. |
2. Aangewezen vaartuigen en waarnemers
|
2.1. |
Op het ogenblik van de afgifte van de vismachtiging stelt Guinee-Bissau de EU en de reder of zijn gemachtigde agent in kennis van de aangewezen vaartuigen en waarnemers, alsook van de tijd die de waarnemer aan boord van elk vaartuig zal doorbrengen. Guinee-Bissau stelt de EU en de reder of zijn gemachtigde agent onverwijld in kennis van iedere wijziging in de aangewezen vaartuigen en waarnemers. |
|
2.2. |
De waarnemer blijft niet langer aan boord van het vaartuig dan nodig is om zijn taken te verrichten. |
3. Forfaitaire financiële bijdrage
Bij de betaling van het visrecht maakt de reder aan Guinee-Bissau voor elk vaartuig een forfaitair bedrag van 6 000 EUR per jaar over, welk bedrag pro rata temporis wordt aangepast al naar gelang de duur van de vismachtiging van de aangewezen vaartuigen.
4. Loon van de waarnemer
Het loon en de sociale premies voor de waarnemer zijn voor rekening van Guinee-Bissau.
5. Voorwaarden voor het aan boord nemen van de waarnemer
|
5.1. |
De voorwaarden voor het aan boord nemen van de waarnemer worden door de reder of diens gemachtigde agent en Guinee-Bissau in onderlinge overeenstemming vastgesteld. |
|
5.2. |
De waarnemer wordt aan boord als een officier behandeld. Voor zijn verblijf aan boord wordt evenwel rekening gehouden met de technische structuur van het vaartuig. |
|
5.3. |
Kost en logies van de waarnemer aan boord van het vaartuig zijn voor rekening van de reder. |
|
5.4. |
De kapitein neemt binnen de grenzen van zijn bevoegdheid de nodige maatregelen om de fysieke en morele veiligheid van de waarnemer te garanderen. |
|
5.5. |
De waarnemer krijgt alle faciliteiten die nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken. Hij heeft toegang tot de communicatiemiddelen, de documenten die verband houden met de visserijactiviteiten van het vaartuig, met name het visserijlogboek en het navigatieboek, en tot de delen van het vaartuig die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van zijn taken. |
6. Verplichtingen van de waarnemer
Gedurende zijn verblijf aan boord:
|
a) |
zorgt de waarnemer ervoor dat hij de visserijactiviteiten noch onderbreekt, noch hindert; |
|
b) |
gaat hij zorgvuldig om met de goederen en de installaties aan boord; |
|
c) |
bewaart hij geheimhouding over alle aan het vaartuig toebehorende documenten. |
7. Aan boord nemen en van boord gaan van de waarnemer
|
7.1. |
De waarnemer wordt in een door de reder gekozen haven aan boord genomen. |
|
7.2. |
De reder of zijn vertegenwoordiger stelt Guinee-Bissau tien dagen vóór het aan boord nemen van de waarnemer in kennis van de datum, het tijdstip en de haven. Indien de waarnemer in een ander land aan boord wordt genomen, zijn de reiskosten tot de haven van inscheping voor rekening van de reder. |
|
7.3. |
Wanneer de waarnemer niet in een haven van Guinee-Bissau van boord gaat, zorgt de reder ervoor dat hij zo spoedig mogelijk op zijn kosten naar Guinee-Bissau kan terugkeren. |
8. Taken van de waarnemer
De waarnemer verricht de volgende taken:
|
a) |
hij observeert de visserijactiviteiten van het vaartuig; |
|
b) |
hij verifieert de positie van het vaartuig dat aan het vissen is; |
|
c) |
hij verricht activiteiten in het kader van wetenschappelijke programma's, waaronder bemonsteringsactiviteiten voor biologische doeleinden; |
|
d) |
hij noteert welk vistuig wordt gebruikt; |
|
e) |
hij verifieert de in het visserijlogboek opgenomen gegevens over de in de visserijzone van Guinee-Bissau gedane vangsten; |
|
f) |
hij verifieert de percentages bijvangsten op basis van hetgeen in de notities voor elke visserijtak is vastgesteld, en schat hoeveel vangst is teruggegooid; |
|
g) |
hij deelt zijn waarnemingen ten minste eenmaal per week per radio mee, waaronder de aan boord aanwezige hoeveelheden hoofd- en bijvangst. |
9. Verslag van de waarnemer
|
9.1. |
Alvorens het vaartuig te verlaten, legt de waarnemer de kapitein van het vaartuig een verslag over zijn waarnemingen voor. De kapitein van het vaartuig mag opmerkingen toevoegen aan het verslag van de waarnemer. Het verslag wordt ondertekend door de waarnemer en de kapitein. De kapitein ontvangt een kopie van het verslag van de waarnemer. |
|
9.2. |
De waarnemer draagt zijn verslag over aan Guinee-Bissau. De gegevens over de vangsten en de teruggegooide hoeveelheden worden meegedeeld aan het wetenschappelijk instituut (CIPA) van Guinee-Bissau, dat deze na verwerking en analyse ervan presenteert aan het Gezamenlijk Wetenschappelijk Comité. |
Aanhangsels
|
1 — |
Formulier voor de aanvraag van een visvergunning |
|
2 — |
Statistische gegevens over de vangsten en de visserijinspanning |
|
3 — |
Visserijlogboek van vaartuigen voor de tonijnvisserij |
|
4 — |
Elektronische melding van de visserijactiviteiten |
|
5 — |
Mededeling van VMS-berichten aan Guinee-Bissau |
|
6 — |
Technische notities per visserijtak |
Aanhangsel 1
FORMULIER VOOR DE AANVRAAG VAN EEN VISVERGUNNING
Aanhangsel 4
ELEKTRONISCHE MELDING VAN DE VISSERIJACTIVITEITEN
Elektronisch registratie- en meldsysteem
|
1. |
Elk EU-vaartuig dat in het kader van dit protocol vist, moet zijn uitgerust met een elektronisch registratie- en meldsysteem, hierna „ERS-systeem” (ERS — Electronic Reporting System) genoemd, dat operationeel is en waarmee de gegevens over de visserijactiviteiten, hierna „ERS-gegevens” genoemd, kunnen worden geregistreerd en verzonden gedurende de gehele aanwezigheid van het vaartuig in de wateren van Guinee-Bissau. Een EU-vaartuig dat niet met het ERS-systeem is uitgerust of waarvan het ERS-systeem niet werkt, mag geen visserijactiviteiten starten in de wateren van Guinee-Bissau. |
|
2. |
De vlaggenlidstaat en Guinee-Bissau zorgen ervoor dat hun nationale visserijcontrolecentrum (FMC) is uitgerust met informatica-apparatuur en beschikt over de software die nodig is voor een automatische transmissie van de ERS-gegevens in XML-formaat (beschikbaar op: http://ec.europa.eu/cfp/control/codes/index_en.htm) en voor de elektronische opslag van deze gegevens gedurende ten minste 3 jaar. Elke wijziging of bijwerking van het formaat moet worden vastgelegd en gedateerd en treedt na zes maanden in werking. |
|
3. |
Voor de transmissie van de ERS-gegevens wordt gebruikgemaakt van de elektronische communicatiemiddelen die de Europese Commissie namens de EU beheert. |
|
4. |
De partijen zorgen ervoor dat de ERS-gegevens sequentieel worden geregistreerd. |
|
5. |
De vlaggenlidstaat en Guinee-Bissau zorgen ervoor dat hun FMC's onderling de relevante namen, e-mailadressen en telefoon- en faxnummers uitwisselen. Elke latere wijziging van deze gegevens wordt onverwijld meegedeeld. |
Transmissie van de ERS-gegevens
|
6. |
Een EU-vaartuig dat in het kader van dit protocol vist:
|
|
7. |
De kapitein is verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van de geregistreerde en verzonden ERS-gegevens. |
|
8. |
De vlaggenstaat zorgt ervoor dat zijn FMC de ERS-gegevens onverwijld overeenkomstig de procedures en het formaat zoals aangegeven in punt 2, doorgeeft aan het FMC van Guinee-Bissau. |
|
9. |
Het FMC van Guinee-Bissau:
|
Technische mankementen
|
10. |
De vlaggenstaat van een EU-vaartuig zorgt ervoor dat de kapitein, de eigenaar of diens vertegenwoordiger onverwijld in kennis wordt gesteld van enig technisch mankement van het ERS op zijn vaartuig. |
|
11. |
Bij een technisch mankement van het ERS zorgen de kapitein en/of de eigenaar ervoor dat het ERS binnen een maand na het optreden van het mankement wordt gerepareerd of vervangen. |
|
12. |
Elk vaartuig dat met een defect ERS vist, zendt het FMC van zijn vlaggenstaat elke dag vóór 23:59 UTC de ERS-gegevens toe via enig ander beschikbaar elektronisch communicatiemiddel. |
Geen ontvangst van ERS-gegevens
|
13. |
Het FMC van Guinee-Bissau stelt het FMC van de bevoegde vlaggenstaat en de EU onverwijld in kennis van elke onderbreking in de ontvangst van de ERS-gegevens van een vaartuig dat in het kader van dit protocol vist. |
|
14. |
Zodra deze melding is ontvangen, onderzoekt het FMC van de vlaggenstaat onverwijld waarom de ERS-gegevens niet zijn verzonden, en neemt het maatregelen om het probleem op te lossen. Het FMC van de vlaggenstaat stelt het FMC van Guinee-Bissau en de EU onverwijld in kennis van de vastgestelde oorzaken en van de corrigerende maatregelen. |
|
15. |
Het FMC van de vlaggenstaat zendt het FMC van Guinee-Bissau onverwijld de ontbrekende gegevens toe. |
|
16. |
Als het FMC van Guinee-Bissau uitvalt, zendt de Europese Unie Guinee-Bissau maandelijks de geaggregeerde ERS-gegevens toe van de EU-vaartuigen die in zijn wateren vissen. |
Aanhangsel 5
MEDEDELING VAN VMS-BERICHTEN AAN GUINEE-BISSAU
|
Data |
Veldcode |
Verplicht/facultatief |
Opmerkingen |
|
Begin record |
SR |
V |
Systeemgegeven; geeft het begin van de record aan |
|
Adres |
AD |
V |
Berichtgegeven; ISO-drielettercode van het land van van bestemming |
|
Afzender |
FR |
V |
Berichtgegeven; ISO-drielettercode van het land van van verzending |
|
Recordnummer |
RN |
F |
Berichtgegeven; volgnummer van het bericht voor het betrokken jaar |
|
Datum record |
RD |
F |
Berichtgegeven; datum van verzending |
|
Tijdstip record |
RT |
F |
Berichtgegeven; tijdstip van verzending |
|
Berichttype |
TM |
V |
Berichtgegeven; berichttype: „ENT”, „POS” of „EXI” |
|
Naam van het vaartuig |
NA |
F |
Naam van het vaartuig |
|
Externe registratie |
XR |
F |
Vaartuiggegeven; boegnummer van het vaartuig |
|
Radioroepnaam |
RC |
V |
Vaartuiggegeven; internationale radioroepnaam van het vaartuig |
|
Naam van de kapitein |
MA |
V |
Naam van de kapitein van het vaartuig |
|
Intern referentienummer |
IR |
V |
Vaartuiggegeven; uniek volgnummer van het vaartuig van de betrokken partij (ISO-drielettercode van de vlaggenstaat, gevolgd door nummer) |
|
Breedtegraad |
LT |
V |
Positiegegeven; positie ± 99.999 (WGS-84) |
|
Lengtegraad |
LG |
V |
Positiegegeven; positie ± 999.999 (WGS-84) |
|
Snelheid |
SP |
V |
Positiegegeven; vaarsnelheid van het vaartuig, in tienden van een knoop |
|
Vaarrichting |
CO |
V |
Positiegegeven; vaarrichting van het vaartuig, op een schaal van 360° |
|
Datum |
DA |
V |
Positiegegeven; datum van registratie van de positie in UTC (JJJJMMDD) |
|
Tijdstip |
TI |
V |
Positiegegeven; tijdstip van registratie van de positie in UTC (UUMM) |
|
Einde record |
ER |
V |
Systeemgegeven; geeft het einde van de record aan |
Rapportageformaat
De structuur van de gegevenstransmissie is als volgt:
|
— |
een dubbele schuine streep (//) en de letters „SR” geven het begin van een bericht aan, |
|
— |
een dubbele schuine streep (//) en een veldcode geven het begin van een gegeven aan, |
|
— |
een enkele schuine streep (/) scheidt de veldcode en de gegevens, |
|
— |
gegevenparen worden gescheiden door een spatie, |
|
— |
de letters „ER” en een dubbele schuine streep (//) geven het einde van een bericht aan. |
Aanhangsel 6
NOTITIE 1 — VISSERIJTAK 1:
VRIESTRAWLERS VOOR DE VISVANGST EN DE VANGST VAN KOPPOTIGEN
| 1. Visserijzone |
|||||||||
|
Buiten 12 zeemijl, gemeten vanaf de basislijnen, met inbegrip van de gezamenlijk beheerde zone tussen Guinee-Bissau en Senegal, die naar het noorden loopt tot azimut 268°. |
|||||||||
| 2. Toegestaan vistuig |
|||||||||
|
|||||||||
| 3. Toegestane minimummaaswijdte |
|||||||||
|
70 mm |
|||||||||
| 4. Bijvangsten |
|||||||||
|
Overeenkomstig de regelgeving van Guinee-Bissau:
|
|||||||||
| 5. Toegestane tonnage/visrechten |
|||||||||
|
3 500 brt per jaar |
||||||||
|
256 EUR/brt/jaar Voor driemaandelijkse of zesmaandelijkse vergunningen worden de visrechten berekend pro rata temporis en verhoogd met 4 %, respectievelijk 2,5 %. |
||||||||
NOTITIE 2 — VISSERIJTAK 2:
TRAWLERS VOOR DE GARNAALVISSERIJ
| 1. Visserijzone |
|||||||||
|
Buiten 12 zeemijl, gemeten vanaf de basislijnen, met inbegrip van de gezamenlijk beheerde zone tussen Guinee-Bissau en Senegal, die naar het noorden loopt tot azimut 268°. |
|||||||||
| 2. Toegestaan vistuig |
|||||||||
|
|||||||||
| 3. Toegestane minimummaaswijdte |
|||||||||
|
50 mm |
|||||||||
| 4. Bijvangsten |
|||||||||
|
Overeenkomstig de regelgeving van Guinee-Bissau:
|
|||||||||
| 5. Toegestane tonnage/visrechten |
|||||||||
|
3 700 brt per jaar |
||||||||
|
344 EUR/brt/jaar Voor driemaandelijkse of zesmaandelijkse vergunningen worden de visrechten berekend pro rata temporis en verhoogd met 4 %, respectievelijk 2,5 %. |
||||||||
NOTITIE 3 — VISSERIJTAK 3:
VAARTUIGEN VOOR DE TONIJNVISSERIJ MET DE HENGEL
| 1. Visserijzone |
|||||
|
|||||
| 2. Toegestaan vistuig |
|||||
|
|||||
| 3. Bijvangst |
|||||
|
|||||
| 4. Toegestane tonnage/visrechten |
|||||
|
25 EUR/ton |
||||
|
550 EUR voor 22 ton per vaartuig |
||||
|
12 vaartuigen |
||||
NOTITIE 4 — VISSERIJTAK 4:
VRIESSCHEPEN VOOR DE TONIJNVISSERIJ MET DE ZEGEN EN BEUGSCHEPEN
| 1. Visserijzone |
|||
|
Buiten 12 zeemijl, gemeten vanaf de basislijnen, met inbegrip van de gezamenlijk beheerde zone tussen Guinee-Bissau en Senegal, die naar het noorden loopt tot azimut 268°. |
|||
| 2. Toegestaan vistuig |
|||
|
Zegen + drijvende beug |
|||
| 3. Bijvangst |
|||
|
Overeenkomstig het Verdrag inzake trekkende diersoorten en overeenkomstig de resoluties van de ICCAT is de visserij op de reuzenhaai (Cetorhinus maximus), de witte haai (Carcharodon carcharias), de grootoog-voshaai (Alopias superciliosus), hamerhaaien van de familie Sphyrnidae (met uitzondering van de kaphamerhaai), de witpunthaai (Carcharhinus longimanus) en de zijdehaai (Carcharhinus falciformis) verboden. De visserij op de zandtijgerhaai (Carcharias taurus) en de ruwe haai (Galeorhinus galeus) is verboden. Beide partijen voeren overleg in de Gemengde Commissie om deze lijst op basis van wetenschappelijke aanbevelingen bij te werken. |
|||
| 4. Toegestane tonnage/visrechten |
|||
|
35 EUR/ton |
||
|
3 500 EUR voor 100 ton per vaartuig |
||
|
28 vaartuigen |
||
Visreis
In dit aanhangsel wordt onder de duur van een visreis van een EU-vaartuig het volgende verstaan:
|
— |
hetzij de tijd tussen het binnenvaren en het uitvaren van de visserijzone van Guinee-Bissau; |
|
— |
hetzij de tijd tussen het binnenvaren van de visserijzone van Guinee-Bissau en het overladen van de vangst; |
|
— |
hetzij de tijd tussen het binnenvaren van de visserijzone van Guinee-Bissau en het aanlanden van de vangst in Guinee-Bissau. |
VERORDENINGEN
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/33 |
VERORDENING (EU) Nr. 1210/2014 VAN DE RAAD
van 16 oktober 2014
betreffende de verdeling van de vangstmogelijkheden krachtens het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Guinee-Bissau
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 17 maart 2008 heeft de Raad middels Verordening (EG) nr. 241/2008 (1) de sluiting van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Guinee-Bissau („de overeenkomst”) goedgekeurd. |
|
(2) |
Op 10 februari 2012 is een nieuw protocol bij de overeenkomst geparafeerd („het protocol”). In het protocol worden aan vaartuigen van de Unie vangstmogelijkheden toegewezen in de wateren waarover de Republiek Guinee-Bissau de soevereiniteit of jurisdictie met betrekking tot visserijaangelegenheden heeft. |
|
(3) |
Op 16 oktober 2014 heeft de Raad Besluit 2014/782/EU (2) inzake de ondertekening en voorlopige toepassing van het protocol vastgesteld. |
|
(4) |
Bepaald moet worden hoe de vangstmogelijkheden voor de looptijd van het protocol over de lidstaten moeten worden verdeeld. |
|
(5) |
Als blijkt dat de vangstmogelijkheden die krachtens het protocol aan de Unie zijn toegewezen, niet volledig worden benut, stelt de Commissie de betrokken lidstaten daarvan in kennis overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad (3). Als niet wordt geantwoord binnen een door de Raad vast te stellen termijn, wordt dit beschouwd als een bevestiging dat de vaartuigen van de betrokken lidstaat hun vangstmogelijkheden in de gegeven periode niet volledig benutten. Deze termijn moet worden vastgesteld. |
|
(6) |
Om ervoor te zorgen dat de visserijactiviteiten van de vaartuigen van de Unie kunnen worden voortgezet, is in het protocol bepaald dat het met ingang van de datum van ondertekening ervan voorlopig wordt toegepast door elk van de partijen. Onderhavige verordening dient dus van toepassing te zijn met ingang van de datum van ondertekening van het protocol, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De vangstmogelijkheden die zijn vastgesteld in het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en Guinee-Bissau („het protocol”), worden als volgt over de lidstaten verdeeld:
|
a) |
vriestrawlers voor de garnaalvisserij:
|
|
b) |
vriestrawlers voor de visvangst en de vangst van koppotigen:
|
|
c) |
vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen en beugschepen:
|
|
d) |
vaartuigen voor de tonijnvisserij met de hengel:
|
2. Verordening (EG) nr. 1006/2008 is van toepassing onverminderd de overeenkomst.
3. Als met de aanvragen voor vismachtigingen van de in lid 1 vermelde lidstaten niet alle in het protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden benut, neemt de Commissie overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1006/2008 vismachtigingsaanvragen van andere lidstaten in overweging.
4. De in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1006/2008 bepaalde termijn waarbinnen de lidstaten moeten bevestigen dat zij de in het kader van de overeenkomst toegewezen vangstmogelijkheden niet volledig benutten, bedraagt tien werkdagen vanaf de datum waarop de Commissie aan de lidstaten heeft gemeld dat de vangstmogelijkheden niet volledig zijn benut.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing vanaf de datum van ondertekening van het protocol.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 16 oktober 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
G. POLETTI
(1) Verordening (EG) nr. 241/2008 van de Raad van 17 maart 2008 betreffende de sluiting van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Guinee-Bissau (PB L 75 van 18.3.2008, blz. 49).
(2) Zie blz. 1 van dit Publicatieblad.
(3) Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad van 29 september 2008 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren, en houdende wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93 en (EG) nr. 1627/94 en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 3317/94 (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 33).
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/35 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1211/2014 VAN DE COMMISSIE
van 12 november 2014
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 november 2014.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
AL |
83,5 |
|
MA |
81,5 |
|
|
MK |
67,1 |
|
|
ZZ |
77,4 |
|
|
0707 00 05 |
AL |
79,4 |
|
JO |
194,1 |
|
|
MK |
74,3 |
|
|
TR |
120,0 |
|
|
ZZ |
117,0 |
|
|
0709 93 10 |
AL |
65,0 |
|
MA |
51,9 |
|
|
TR |
125,2 |
|
|
ZZ |
80,7 |
|
|
0805 20 10 |
MA |
130,7 |
|
TR |
74,4 |
|
|
ZZ |
102,6 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
MK |
74,3 |
|
TR |
78,7 |
|
|
ZZ |
76,5 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
78,7 |
|
TR |
91,5 |
|
|
ZZ |
85,1 |
|
|
0806 10 10 |
BR |
291,5 |
|
LB |
302,8 |
|
|
PE |
365,7 |
|
|
TR |
144,3 |
|
|
US |
312,5 |
|
|
ZZ |
283,4 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
153,3 |
|
BA |
46,1 |
|
|
BR |
53,1 |
|
|
CA |
136,0 |
|
|
CL |
87,2 |
|
|
NZ |
145,8 |
|
|
US |
192,5 |
|
|
ZA |
134,5 |
|
|
ZZ |
118,6 |
|
|
0808 30 90 |
CN |
75,6 |
|
ZZ |
75,6 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.
BESLUITEN
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/37 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 7 november 2014
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Gezondheidsprogramma)
(2014/783/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 168, lid 5, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) („de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan Protocol 31 bij die overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd. |
|
(3) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen en regelingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. |
|
(4) |
Het is wenselijk de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) nr. 282/2014 van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(5) |
Het is passend dat de samenwerking tussen de EVA-staten in het kader van Verordening (EU) nr. 282/2014 wordt aangevangen op 1 januari 2014, onafgezien van de vraag of het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage wordt goedgekeurd, of van de vraag of na 10 juli 2014 kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(6) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, kunnen in aanmerking komen voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de lidstaten van de Unie gevestigde entiteiten, mits het besluit van het Gemengd Comité van de EER in werking treedt voor het einde van de actie. |
|
(7) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2014 mogelijk te maken. |
|
(8) |
Het door de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt moet derhalve worden gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 7 november 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
P. C. PADOAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) nr. 282/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een derde meerjarig actieprogramma van de Unie op het gebied van gezondheid voor de periode 2014-2020 en tot intrekking van Besluit nr. 1350/2007/EG (PB L 86 van 21.3.2014, blz. 1).
ONTWERP
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. …/2014
van …
tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna de „EER-overeenkomst” genoemd, en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het is wenselijk de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) nr. 282/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een derde actieprogramma voor de Unie op het gebied van gezondheid (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1350/2007/EG (1). |
|
(2) |
Het is passend dat de samenwerking tussen de EVA-staten in het kader van Verordening (EU) nr. 282/2014 wordt aangevangen op 1 januari 2014, onafgezien van de vraag of dit besluit wordt goedgekeurd, of van de vraag of na 10 juli 2014 kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(3) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, kunnen in aanmerking komen voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de EU-lidstaten gevestigde entiteiten, mits dit besluit in werking treedt voor het einde van de actie. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2014 mogelijk te maken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 16, lid 1, van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt het volgende streepje toegevoegd:
|
„— |
32014 R 0282: Verordening (EU) nr. 282/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een derde meerjarig actieprogramma van de Unie op het gebied van gezondheid voor de periode 2014-2020 en tot intrekking van Besluit nr. 1350/2007/EG (PB L 86 van 21.3.2014, blz. 1). De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, kunnen in aanmerking komen voor subsidie vanaf de aanvangsdatum van de actie in het kader van de betrokken subsidieovereenkomst of het betrokken subsidiebesluit, mits Besluit nr. …/2014 van het Gemengd Comité van de EER van … in werking treedt voor het einde van de actie. Liechtenstein wordt vrijgesteld van deelname en financiële bijdrage aan dit programma.” |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).
Het is van toepassing vanaf 1 januari 2014.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
(1) PB L 86 van 21.3.2014, blz. 1.
(*1) [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/41 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 7 november 2014
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (begrotingsonderdelen 02.03.01 en 12.02.01)
(2014/784/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) („de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan Protocol 31 bij die overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd. |
|
(3) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen en regelingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. |
|
(4) |
Het is wenselijk te zorgen voor voortzetting van de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst bij uit de algemene begroting van de Unie gefinancierde acties met betrekking tot „Werking en ontwikkeling van de interne markt, met name op de gebieden van kennisgeving, certificering en sectorale harmonisatie” en „Tenuitvoerlegging en ontwikkeling van de interne markt”. |
|
(5) |
Het is passend dat overeenkomstig artikel 1, lid 8, van Protocol 32 bij de EER-overeenkomst de samenwerking wordt voortgezet na 31 december 2013, onafgezien van de vraag of het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage wordt goedgekeurd, of van de vraag of na 10 juli 2014 kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(6) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de lidstaten van de Unie gevestigde entiteiten, mits het besluit van het Gemengd Comité van de EER in werking treedt voor het einde van de actie. |
|
(7) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet dan ook worden gewijzigd, teneinde voortzetting van deze uitgebreide samenwerking na 31 december 2013 mogelijk te maken. |
|
(8) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 7 november 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
P. C. PADOAN
ONTWERP
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. …/2014
van
tot wijziging van protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna de „EER-overeenkomst” genoemd, en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het is wenselijk om de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen bij uit de algemene begroting van de Unie gefinancierde acties met betrekking tot de tenuitvoerlegging, de werking en de ontwikkeling van de interne markt voort te zetten. |
|
(2) |
Het is passend dat de samenwerking wordt voortgezet na 31 december 2013, onafgezien van de vraag of het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage wordt goedgekeurd, of van de vraag of na 10 juli 2014 kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(3) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De kosten voor dergelijke activiteiten, waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de EU-lidstaten gevestigde entiteiten, mits dit besluit in werking treedt voor het einde van de actie. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet dan ook worden gewijzigd teneinde voortzetting van deze uitgebreide samenwerking na 31 december 2013 mogelijk te maken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 7 van protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
Na lid 8 wordt het volgende lid ingevoegd: „9. De EVA-staten nemen met ingang van 1 januari 2014 deel aan de Unieacties in het kader van onderstaande begrotingsonderdelen die in de algemene begroting van de Europese Unie voor het boekjaar 2014 zijn opgenomen:
De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de EU-lidstaten gevestigde entiteiten, mits Besluit nr. …/2014 van het Gemengd Comité van de EER van … in werking treedt voor het einde van de actie.” |
|
2. |
In de leden 3 en 4 worden de woorden „de leden 5, 6, 7 en 8” vervangen door „de leden 5 tot en met 9”. |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).
Het is van toepassing vanaf 1 januari 2014.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
(*1) [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/45 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 7 november 2014
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (consumentenbescherming)
(2014/785/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 169, juncto artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte („de EER-overeenkomst”) (2) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan Protocol 31 bij die overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd. |
|
(3) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen en regelingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. |
|
(4) |
Het is wenselijk de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) nr. 254/2014 van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(5) |
Het is passend dat de deelname van de EVA-staten aan de activiteiten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 254/2014 met ingang van 1 januari 2014 wordt aangevat, onafgezien van de vraag of het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage bij dit besluit wordt goedgekeurd, of van de vraag of na 10 juli 2014 kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(6) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage bij dit besluit. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de lidstaten van de Unie gevestigde entiteiten, mits het besluit van het Gemengd Comité van de EER in werking treedt voor het einde van de betrokken activiteit. |
|
(7) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 7 november 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
P. C. PADOAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) nr. 254/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 tot vaststelling van een meerjarig consumentenprogramma voor de jaren 2014-2020 en tot intrekking van Besluit nr. 1926/2006/EG (PB L 84 van 20.3.2014, blz. 42).
ONTWERP
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. …/2014
van
tot wijziging van protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna de „EER-overeenkomst” genoemd, en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het is wenselijk de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden en Verordening (EU) nr. 254/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 tot vaststelling van een meerjarig consumentenprogramma voor de jaren 2014-2020 en tot intrekking van Besluit nr. 1926/2006/EG (1), in de EER-overeenkomst op te nemen. |
|
(2) |
Het is passend dat de deelname van de EVA-staten aan de activiteiten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 254/2014 met ingang van 1 januari 2014 wordt aangevat, onafgezien van de vraag of dit besluit wordt goedgekeurd, of van de vraag of na 10 juli 2014 kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(3) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de EU-lidstaten gevestigde entiteiten, mits dit besluit in werking treedt voor het einde van de betrokken activiteit. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2014 mogelijk te maken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 6 van protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
Na lid 3 bis wordt het volgende lid ingevoegd: „3 ter. De EVA-staten nemen met ingang van 1 januari 2014 deel aan het volgende programma:
|
|
2. |
De tekst van lid 4 wordt vervangen door: „Overeenkomstig artikel 82, lid 1, onder a), van de EER-overeenkomst dragen de EVA-staten financieel bij aan de in de leden 3, 3 bis en 3 ter bedoelde activiteiten.” . |
|
3. |
De tekst van lid 5 wordt vervangen door: „De EVA-staten worden van bij de aanvang van de samenwerking betreffende de in de leden 3, 3 bis en 3 ter bedoelde activiteiten volledig betrokken, evenwel zonder stemrecht, bij de werkzaamheden van de comités en andere organen welke de Commissie bij het beheer of de nadere uitwerking van deze activiteiten bijstaan.” . |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).
Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
(1) PB L 84 van 20.3.2014, blz. 42.
(*1) [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven] [Grondwettelijke vereisten aangegeven].
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/49 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 7 november 2014
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Galileo)
(2014/786/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 172, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) („de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan Protocol 31 bij die overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd. |
|
(3) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen en regelingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. |
|
(4) |
Het is wenselijk de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Besluit nr. 1104/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(5) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
Het door de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt moet derhalve worden gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 7 november 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
P. C. PADOAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Besluit nr. 1104/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de voorwaarden voor toegang tot de overheidsdienst (publiek gereguleerde dienst) die wordt aangeboden door het wereldwijde satellietnavigatiesysteem dat is ingevoerd door het Galileo-programma (PB L 287 van 4.11.2011, blz. 1).
ONTWERP
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. …/2014
van …
tot wijziging van protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna de „EER-overeenkomst” genoemd, en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Noorwegen heeft deelgenomen en financieel bijgedragen aan de activiteiten van de Europese GNSS-programma's uit hoofde van Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad (1) en zal blijven deelnemen en financieel bijdragen aan de activiteiten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1285/2013 (2) door de opneming van die verordeningen in Protocol 31 bij de EER-overeenkomst. |
|
(2) |
Noorwegen en IJsland en hebben belang bij alle diensten die worden aangeboden door het door het Galileo-programma ingestelde systeem, met inbegrip van de publiek gereguleerde dienst („PRS”). |
|
(3) |
Het is derhalve wenselijk de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Besluit nr. 1104/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de voorwaarden voor toegang tot de overheidsdienst (publiek gereguleerde dienst) die wordt aangeboden door het wereldwijde satellietnavigatiesysteem dat is ingevoerd door het Galileo-programma (3). |
|
(4) |
Noorwegen kan een PRS-gebruiker worden mits is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3, lid 5, van Besluit nr. 1104/2011/EU. |
|
(5) |
De Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling van gerubriceerde gegevens (4), die op 22 november 2004 is ondertekend, is van toepassing met ingang van 1 december 2004. |
|
(6) |
De samenwerkingsovereenkomst inzake satellietnavigatie tussen de Europese Unie en haar lidstaten en het Koninkrijk Noorwegen (5), die op 22 september 2010 is ondertekend, is met ingang van 1 mei 2011 voorlopig van toepassing. |
|
(7) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet dan ook worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking mogelijk te maken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt na artikel 1, lid 8 quater, het volgende ingevoegd:
|
„8 quinquies |
|
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
(1) PB L 196 van 24.7.2008, blz. 1.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 1.
(3) PB L 287 van 4.11.2011, blz. 1.
(4) PB L 362 van 9.12.2004, blz. 29.
(5) PB L 283 van 29.10.2010, blz. 12.
(*1) [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven] [Grondwettelijke vereisten aangegeven].
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/52 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 7 november 2014
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Satellietnavigatie)
(2014/787/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 172, juncto artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte („de EER-overeenkomst”) (2) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd. |
|
(3) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen en regelingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. |
|
(4) |
Het is wenselijk de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) nr. 1285/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(5) |
Het is passend dat de deelname van de EVA-staten aan de activiteiten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1285/2013 met ingang van 1 januari 2014 wordt aangevat, onafgezien van de vraag wanneer het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage bij dit besluit wordt goedgekeurd, of van de vraag of na 10 juli 2014 kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(6) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage bij dit besluit. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de lidstaten van de Unie gevestigde entiteiten, mits het besluit van het Gemengd Comité van de EER in werking treedt voor het einde van de betrokken activiteit. |
|
(7) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd. |
|
(8) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER dient te worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 7 november 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
P. C. PADOAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) nr. 1285/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende de uitvoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 876/2002 van de Raad en Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 1).
ONTWERP
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. …/2014
van
tot wijziging van protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna de „EER-overeenkomst” genoemd, en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Noorwegen heeft deelgenomen en financieel bijgedragen aan de activiteiten volgens Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad (1) door de opname van die verordening in protocol 31 bij de EER-overeenkomst. |
|
(2) |
Het is passend de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) nr. 1285/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende de uitvoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 876/2002 van de Raad en Verordening (EG) nr. 683/2008 van het Europees Parlement en de Raad (2). |
|
(3) |
Het is passend dat de deelname van de EVA-staten aan de activiteiten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1285/2013 met ingang van 1 januari 2014 wordt aangevat, onafgezien van de vraag wanneer dit besluit wordt goedgekeurd, of van de vraag of na 10 juli 2014 kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(4) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de EU-lidstaten gevestigde entiteiten, mits dit besluit in werking treedt voor het einde van de betrokken activiteit. |
|
(5) |
De Samenwerkingsovereenkomst inzake satellietnavigatie tussen de Europese Unie en haar lidstaten en het Koninkrijk Noorwegen (3), die op 22 september 2010 is ondertekend, is vanaf 1 mei 2011 voorlopig van toepassing. |
|
(6) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2014 mogelijk te maken. Vanwege economische problemen dient de deelname van IJsland aan het programma echter voorlopig te worden opgeschort, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Na artikel 1, punt 8a, van protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt het volgende ingevoegd:
|
„8aa. |
|
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).
Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
(1) PB L 196 van 24.7.2008, blz. 1.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 1.
(3) PB L 283 van 29.10.2010, blz. 12.
(*1) [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/56 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 7 november 2014
betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité van de EER met betrekking tot een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Copernicus-programma)
(2014/788/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 189, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) („de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan Protocol 31 bij die overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd. |
|
(3) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen en regelingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. |
|
(4) |
Het is wenselijk om de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) nr. 377/2014 (3). |
|
(5) |
Het is passend dat de deelname van de EVA-staten aan de activiteiten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 377/2014 met ingang van 1 januari 2014 wordt aangevat, zelfs als het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage bij dit besluit wordt goedgekeurd na 10 juli 2014, of als na die datum kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(6) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage bij dit besluit. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de lidstaten van de Unie gevestigde entiteiten, mits het besluit van het Gemengd Comité van de EER in werking treedt voor het einde van de betrokken activiteit. |
|
(7) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 7 november 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
P. C. PADOAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) nr. 377/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot instelling van het Copernicus-programma en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 911/2010 (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 44).
ONTWERP
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. …/2014
van
tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna de „EER-overeenkomst” genoemd, en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het is wenselijk om de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) nr. 377/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot vaststelling van het Copernicus-programma en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 911/2010 (1). |
|
(2) |
Het is passend dat de deelname van de EVA-staten aan de activiteiten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 377/2014 met ingang van 1 januari 2014 wordt aangevat, zelfs als dit besluit wordt goedgekeurd na 10 juli 2014, of als na die datum kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing. |
|
(3) |
In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 1 januari 2014, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de EU-lidstaten gevestigde entiteiten, mits dit besluit in werking treedt voor het einde van de betrokken activiteit. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2014 mogelijk te maken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In Protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt na artikel 1, lid 8, onder c), het volgende ingevoegd:
|
„8d. |
|
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).
Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
(1) PB L 122 van 24.4.2014, blz. 44.
(*1) [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]
Rectificaties
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/60 |
Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 740/2014 van de Raad van 8 juli 2014 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 765/2006 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Belarus
( Publicatieblad van de Europese Unie L 200 van 9 juli 2014 )
Bladzijde 2, de bijlage, punt II, enige rubriek:
in plaats van:
|
|
Naam |
Naam (Belarussische spelling) |
Naam (Russische spelling) |
Motivering |
Datum van plaatsing op de lijst |
|
|
„Volkov, Vitaliy Nikolayevich |
|
|
Rechter bij de regionale rechtbank in Shklov. Heeft in januari 2012 het bevel gegeven tot overplaatsing van voormalig presidentskandidaat en lid van de oppositie N. Statkevich naar een gevangenis met een gesloten regime in Mogilov, en dit louter wegens vermeende schending van de gevangenisregels in strafkolonie IK-17 in Shklov. De overplaatsing heeft geleid tot schendingen van de mensenrechten van de heer N. Statkevich, waaronder slaapdeprivatie en bedreigingen voor zijn gezondheid |
9.7.2014” |
te lezen:
|
|
Naam |
Naam (Belarussische spelling) |
Naam (Russische spelling) |
Motivering |
|
„233. |
Volkov, Vitaliy Nikolayevich |
Волкаў, Віталь Мiкалаевiч |
Волков, Виталий Николаевич |
Rechter bij de regionale rechtbank in Shklov. Heeft in januari 2012 het bevel gegeven tot overplaatsing van voormalig presidentskandidaat en lid van de oppositie N. Statkevich naar een gevangenis met een gesloten regime in Mogilov, en dit louter wegens vermeende schending van de gevangenisregels in strafkolonie IK-17 in Shklov. De overplaatsing heeft geleid tot schendingen van de mensenrechten van de heer N. Statkevich, waaronder slaapdeprivatie en bedreigingen voor zijn gezondheid.” |
|
13.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 328/61 |
Rectificatie van Uitvoeringsbesluit 2014/439/GBVB van de Raad van 8 juli 2014 tot uitvoering van Besluit 2012/642/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Belarus
( Publicatieblad van de Europese Unie L 200 van 9 juli 2014 )
Bladzijde 14, de bijlage, punt II, enige rubriek:
in plaats van:
|
|
„Naam |
Naam (Belarussische spelling) |
Naam (Russische spelling) |
Motivering |
Datum van plaatsing op de lijst |
|
|
Volkov, Vitaliy Nikolayevich |
|
|
Rechter bij de regionale rechtbank in Shklov. Heeft in januari 2012 het bevel gegeven tot overplaatsing van voormalig presidentskandidaat en lid van de oppositie N. Statkevich naar een gevangenis met een gesloten regime in Mogilov, en dit louter wegens vermeende schending van de gevangenisregels in strafkolonie IK-17 in Shklov. De overplaatsing heeft geleid tot schendingen van de mensenrechten van de heer N. Statkevich, waaronder slaapdeprivatie en bedreigingen voor zijn gezondheid |
9.7.2014” |
te lezen:
|
|
Naam |
Naam (Belarussische spelling) |
Naam (Russische spelling) |
Motivering |
|
„233. |
Volkov, Vitaliy Nikolayevich |
Волкаў, Віталь Мiкалаевiч |
Волков, Виталий Николаевич |
Rechter bij de regionale rechtbank in Shklov. Heeft in januari 2012 het bevel gegeven tot overplaatsing van voormalig presidentskandidaat en lid van de oppositie N. Statkevich naar een gevangenis met een gesloten regime in Mogilov, en dit louter wegens vermeende schending van de gevangenisregels in strafkolonie IK-17 in Shklov. De overplaatsing heeft geleid tot schendingen van de mensenrechten van de heer N. Statkevich, waaronder slaapdeprivatie en bedreigingen voor zijn gezondheid.” |