|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
57e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
26.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186/1 |
VERORDENING (EU) Nr. 703/2014 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2014
tot wijziging van de bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumresidugehalten voor acibenzolar-S-methyl, ethoxyquine, flusilazool, isoxaflutool, molinaat, propoxycarbazon, pyraflufen-ethyl, quinoclamine en warfarine in of op bepaalde producten
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 14, lid 1, onder a), artikel 18, lid 1, onder b), en artikel 49, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Voor acibenzolar-S-methyl, isoxaflutool, molinaat, propoxycarbazon en pyraflufen-ethyl zijn maximumresidugehalten (MRL's) vastgesteld in bijlage II en deel B van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 396/2005. Voor ethoxyquine en flusilazool zijn MRL's vastgesteld in deel A van bijlage III bij die verordening. Voor quinoclamine en warfarine zijn in Verordening (EG) nr. 396/2005 geen MRL's vastgesteld, en aangezien deze werkzame stoffen niet zijn opgenomen in bijlage IV bij die verordening, is de standaardwaarde van 0,01 mg/kg, als vastgesteld in artikel 18, lid 1, onder b), van die verordening van toepassing. |
|
(2) |
Voor acibenzolar-S-methyl heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) overeenkomstig artikel 12, lid 2, juncto artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL's uitgebracht (2). De EFSA heeft voorgesteld om de residudefinitie te wijzigen. Zij heeft aanbevolen om de MRL's voor bananen en tomaten te verlagen. Voor andere producten heeft zij aanbevolen om de bestaande MRL's te handhaven. De EFSA heeft geconcludeerd dat voor de MRL's voor appelen, peren en mango's sommige gegevens niet beschikbaar waren en dat er behoefte was aan verder onderzoek door risicomanagers. Aangezien er geen risico voor consumenten is, moeten de MRL's voor die producten in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden vastgesteld op het huidige gehalte of op het door de EFSA vastgestelde gehalte. Deze MRL's worden herzien; bij de herziening wordt rekening gehouden met de informatie die binnen twee jaar na de bekendmaking van deze verordening beschikbaar komt. |
|
(3) |
Krachtens Beschikking 2011/143/EU van de Commissie (3) is ethoxyquine niet opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (4). Alle bestaande vergunningen voor gewasbeschermingsmiddelen die de werkzame stof ethoxyquine bevatten, zijn ingetrokken. Overeenkomstig artikel 17 juncto artikel 14, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 396/2005 moeten de voor die werkzame stof in bijlage III vastgestelde MRL's dan ook worden geschrapt. Dit geldt niet voor MRL's die overeenkomen met CXL's die zijn gebaseerd op toepassingen in derde landen, mits zij aanvaardbaar zijn wat de veiligheid van de consumenten betreft. Dit geldt evenmin in gevallen waarin MRL's specifiek zijn vastgesteld als invoertoleranties. |
|
(4) |
Voor ethoxyquine heeft de EFSA overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (5) een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL's uitgebracht. Zij heeft geconcludeerd dat met betrekking tot de CXL's voor peren sommige gegevens niet beschikbaar waren en dat er behoefte was aan verder onderzoek door risicomanagers. Voor peren werd een risico voor consumenten vastgesteld. Het is daarom passend het MRL op de specifieke bepaalbaarheidsgrens vast te stellen. De EFSA signaleerde een aantal onduidelijkheden met betrekking tot de toxicologische referentiewaarden voor ethoxyquine. Daar bij residuen onder het huidige MRL een risico voor consumenten niet kan worden uitgesloten, moet voor peren met ingang van de datum van toepassing van deze verordening de waarde van 0,05 mg/kg van toepassing zijn. |
|
(5) |
De opnemingsperiode van flusilazool in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG die is voorzien in Beschikking 2006/133/EG van de Commissie (6) is op 30 juni 2008 verlopen. Aangezien flusilazool niet langer als werkzame stof is goedgekeurd en alle bestaande vergunningen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten, zijn ingetrokken, moeten de in bijlage III vastgestelde MRL's voor die werkzame stof worden geschrapt overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 396/2005, in samenhang met artikel 14, lid 1, onder a), van die verordening. |
|
(6) |
Voor flusilazool heeft de EFSA een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL's ingediend overeenkomstig artikel 12, lid 2, juncto artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (7). Hierin werd met betrekking tot de CXL's voor appelen, peren, tafeldruiven, perziken, runderlever, -nieren, -vlees en -vet, schapenvlees en -vet en varkensvlees en -vet een risico voor consumenten vastgesteld. Voor perziken wordt dit risico voor consumenten vastgesteld op residugehalten onder het huidige MRL. Daarom moet voor perziken met ingang van de datum van toepassing van deze verordening de waarde van 0,01 mg/kg van toepassing zijn. |
|
(7) |
Voor isoxaflutool heeft de EFSA een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL's ingediend overeenkomstig artikel 12, lid 2, juncto artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (8). De EFSA heeft voorgesteld de residudefinitie te wijzigen. Zij heeft aanbevolen de MRL's voor suikermais, mais en suikerriet te verlagen. De EFSA heeft geconcludeerd dat met betrekking tot het MRL voor papaverzaad geen gegevens beschikbaar waren en dat er behoefte is aan verder onderzoek door risicomanagers. Het MRL voor papaverzaad moet worden vastgesteld op de specifieke bepaalbaarheidsgrens of op de standaard-MRL overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(8) |
Voor molinaat heeft de EFSA een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL's ingediend overeenkomstig artikel 12, lid 2, juncto artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (9). De EFSA heeft geconcludeerd dat met betrekking tot het MRL voor rijst sommige gegevens niet beschikbaar waren en dat er behoefte is aan verder onderzoek door risicomanagers. Aangezien er geen risico voor consumenten is, moet het MRL voor dit product in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden vastgelegd op het bestaande niveau of op het door de EFSA vastgestelde niveau. Dit MRL wordt herzien; bij de herziening wordt rekening gehouden met de informatie die binnen twee jaar na de bekendmaking van deze verordening beschikbaar komt. |
|
(9) |
Voor propoxycarbazon heeft de EFSA een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL's ingediend overeenkomstig artikel 12, lid 2, juncto artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (10). Zij heeft voorgesteld de residudefinitie te wijzigen. Zij heeft aanbevolen om de bestaande MRL's voor bepaalde producten te handhaven. |
|
(10) |
Voor pyraflufen-ethyl heeft de EFSA een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL's ingediend overeenkomstig artikel 12, lid 2, juncto artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (11). Zij heeft voorgesteld de residudefinitie te wijzigen. Zij heeft geconcludeerd dat de MRL's voor citrusvruchten, noten, pitvruchten, steenvruchten, wijn- en tafeldruiven, aalbessen (rood, zwart en wit), kruisbessen, vlierbessen, tafelolijven, aardappelen, koolzaad, olijven voor oliewinning, gerst, haver, rogge, tarwe en hop sommige gegevens niet beschikbaar waren en dat er behoefte is aan verder onderzoek door risicomanagers. Aangezien er geen risico voor consumenten is, moeten de MRL's voor deze producten in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden vastgesteld op het bestaande niveau of op het door de EFSA vastgestelde niveau. Deze MRL's worden herzien; bij de herziening wordt rekening gehouden met de informatie die binnen twee jaar na de bekendmaking van deze verordening beschikbaar komt. De EFSA heeft geconcludeerd dat met betrekking tot het MRL voor katoenzaad geen gegevens beschikbaar waren en dat er behoefte is aan verder onderzoek door risicomanagers. Het MRL voor katoenzaad moet worden vastgesteld op de specifieke bepaalbaarheidsgrens of op de standaard-MRL overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(11) |
Voor quinoclamine heeft de EFSA overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (12) een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL's uitgebracht. Alle bestaande vergunningen voor gewasbeschermingsmiddelen die quinoclamine bevatten, zijn beperkt tot niet-eetbare gewassen. Het is daarom passend de MRL's op de specifieke bepaalbaarheidsgrens vast te stellen. |
|
(12) |
Voor warfarine heeft de EFSA een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL's ingediend overeenkomstig artikel 12, lid 2, juncto artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (13). Alle bestaande vergunningen voor gewasbeschermingsmiddelen die warfarine bevatten, zijn beperkt tot het gebruik als rodenticide en zijn niet bestemd voor rechtstreekse toepassing op eetbare gewassen. Het is daarom passend de MRL's op de standaardbepaalbaarheidsgrens vast te stellen. |
|
(13) |
Met betrekking tot de producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor geen relevante vergunningen of invoertoleranties op het niveau van de Unie werden gemeld en geen Codex-MRL's beschikbaar waren, heeft de EFSA geconcludeerd dat er behoefte is aan verder onderzoek door risicomanagers. Rekening houdend met de huidige wetenschappelijke en technische kennis moeten de MRL's voor deze producten worden vastgesteld op de specifieke bepaalbaarheidsgrens of op het standaard-MRL overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(14) |
De Commissie heeft de referentielaboratoria van de Europese Unie voor bestrijdingsmiddelenresiduen geraadpleegd over de noodzaak van de aanpassing van bepaalde bepaalbaarheidsgrenzen. Voor verschillende stoffen hebben de laboratoria geconcludeerd dat het in verband met de technische ontwikkeling voor bepaalde producten nodig is specifieke bepaalbaarheidsgrenzen vast te stellen. |
|
(15) |
Op grond van de met redenen omklede adviezen van de EFSA en rekening houdend met de ter zake relevante factoren voldoen de wijzigingen van de MRL's aan de vereisten van artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(16) |
Verordening (EG) nr. 396/2005 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(17) |
De verordening voorziet in een overgangsregeling voor producten die voor de wijziging van de MRL's rechtmatig werden vervaardigd en waarvoor uit de informatie is gebleken dat een hoog niveau van consumentenbescherming wordt gehandhaafd, zodat deze op een normale wijze in de handel gebracht, verwerkt en geconsumeerd kunnen worden. |
|
(18) |
Er moet worden voorzien in een redelijke termijn voordat de gewijzigde MRL's van toepassing worden, zodat de lidstaten, derde landen en de exploitanten van levensmiddelenbedrijven zich kunnen voorbereiden op de nieuwe eisen die uit de wijziging van de MRL's zullen voortvloeien. |
|
(19) |
De handelspartners van de Unie zijn via de Wereldhandelsorganisatie over de nieuwe MRL's geraadpleegd en er is rekening gehouden met hun opmerkingen. |
|
(20) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Verordening (EG) nr. 396/2005 blijft in de versie die voor de wijziging uit hoofde van deze verordening van kracht was, van toepassing op producten die voor 16 januari 2015 rechtmatig werden geproduceerd:
|
1. |
wat betreft de werkzame stoffen acibenzolar-S-methyl, isoxaflutool, molinaat, propoxycarbazon, pyraflufen-ethyl, quinoclamine en warfarine in en op alle producten; |
|
2. |
wat betreft de werkzame stof ethoxyquine in en op alle producten behalve peren; |
|
3. |
wat betreft de werkzame stof flusilazool in en op alle producten behalve perziken. |
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 16 januari 2015.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1.
(2) European Food Safety Authority; Review of the existing maximum residue levels (MRLs) for acibenzolar-S-methyl according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2013;11(2):3122. (41 blz.).
(3) Besluit 2011/143/EU van de Commissie van 3 maart 2011 betreffende de niet-opneming van ethoxyquine in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en tot wijziging van Beschikking 2008/941/EG van de Commissie (PB L 59 van 4.3.2011, blz. 71).
(4) Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).
(5) European Food Safety Authority; Review of the existing maximum residue levels (MRLs) for ethoxyquin according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2013;11(5):3231. (25 blz.).
(6) Richtlijn 2006/133/EG van de Commissie van 11 december 2006 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde flusilazool op te nemen als werkzame stof (PB L 349 van 12.12.2006, blz. 27).
(7) European Food Safety Authority; Review of the existing maximum residue levels (MRLs) for flusilazole according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2013;11(4):3186. (62 blz.).
(8) European Food Safety Authority; Review of the existing maximum residue levels (MRLs) for isoxaflutole according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2013;11(2):3123. (30 blz.).
(9) European Food Safety Authority; Review of the existing maximum residue levels (MRLs) for molinate according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2013;11(3):3140. (27 blz.).
(10) European Food Safety Authority; Review of the existing maximum residue levels (MRLs) for propoxycarbazone according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2013;11(4):3164. (30 blz.).
(11) European Food Safety Authority; Review of the existing maximum residue levels (MRLs) for pyraflufen-ethyl according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2013;11(3):3142. (37 blz.).
(12) European Food Safety Authority; Reasoned opinion on the review of the existing maximum residue levels (MRLs) for quinoclamine, according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2013;11(3):3141. (11 blz.).
(13) European Food Safety Authority; Reasoned opinion on the review of the existing maximum residue levels (MRLs) for warfarin, according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2013;11(2):3124. (8 blz.).
BIJLAGE
De bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden als volgt gewijzigd:
|
1) |
In bijlage II worden de kolommen voor acibenzolar-S-methyl, isoxaflutool, molinaat, propoxycarbazon en pyraflufen-ethyl vervangen door de volgende tekst: „Bestrijdingsmiddelenresiduen en maximumresidugehalten (mg/kg)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2) |
In bijlage III worden de kolommen voor acibenzolar, ethoxyquine, flusilazool, isoxaflutool, molinaat, propoxycarbazon en pyraflufen-ethyl geschrapt. |
|
3) |
Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(*1) Bepaalbaarheidsgrens
(1) Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.
(*2) Geeft de bepaalbaarheidsgrens aan.
(2) Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.
(*3) Geeft de bepaalbaarheidsgrens aan.
(3) Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.
|
26.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186/49 |
VERORDENING (EU) Nr. 704/2014 VAN DE COMMISSIE
van 25 juni 2014
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 211/2013 betreffende de certificeringsvoorschriften voor de invoer in de Unie van kiemgroenten en voor de productie van kiemgroenten bestemde zaden
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (1), en met name artikel 48, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) nr. 211/2013 van de Commissie (2) zijn certificeringsvoorschriften vastgesteld voor kiemgroenten en voor de productie van kiemgroenten bestemde zaden die in de Unie worden ingevoerd. |
|
(2) |
Tijdens recente audits door de inspectiediensten van de Commissie (het Voedsel- en Veterinair Bureau) in derde landen zijn een aantal tekortkomingen vastgesteld. De bevoegde autoriteiten schieten namelijk tekort bij de certificering dat de voor de productie van kiemgroenten bestemde zaden geproduceerd zijn overeenkomstig Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad (3), en met name overeenkomstig de algemene hygiënevoorschriften voor de primaire productie en de daarmee verband houdende bewerkingen van deel A van bijlage I bij die verordening. |
|
(3) |
Om ervoor te zorgen dat de consumenten optimaal worden beschermd terwijl derde landen de nodige correctieve maatregelen nemen om een deugdelijk certificeringssysteem te ontwikkelen, is het raadzaam het land van oorsprong de mogelijkheid te geven het certificeringsvoorschrift met betrekking tot de algemene hygiënevoorschriften voor de primaire productie te vervangen door een microbiologische test waaraan voor de productie van kiemgroenten bestemde zaden vóór de uitvoer naar de Unie worden onderworpen. Daarom moet ook het modelcertificaat in de bijlage bij Verordening (EU) nr. 211/2013 worden gewijzigd. |
|
(4) |
Deze maatregel moet in de tijd worden beperkt tot de derde landen de nodige garanties hebben gegeven dat de tekortkomingen zijn verholpen. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, en het Europees Parlement noch de Raad heeft zich ertegen verzet, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) nr. 211/2013 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 3 wordt vervangen door: „Artikel 3 Certificeringsvoorschrift 1. Zendingen kiemgroenten en voor de productie van kiemgroenten bestemde zaden die in de Unie worden ingevoerd en afkomstig zijn of verzonden worden uit derde landen, gaan vergezeld van een certificaat overeenkomstig het in de bijlage vastgestelde model, waaruit blijkt dat de kiemgroenten of zaden zijn geproduceerd onder omstandigheden die voldoen aan de algemene hygiënebepalingen voor primaire productie en daarmee verband houdende bewerkingen, als vastgesteld in deel A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 852/2004, en de kiemgroenten zijn geproduceerd onder omstandigheden die voldoen aan de traceerbaarheidsvoorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 208/2013 (*1), zijn geproduceerd in inrichtingen die zijn erkend overeenkomstig de voorschriften van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 210/2013 van de Commissie (*2) en aan de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2073/2005 vastgestelde microbiologische criteria voldoen. Het certificaat en — in voorkomend geval — de resultaten van de in lid 4 van dit artikel vermelde microbiologische test op Enterobacteriaceae moeten worden opgesteld in de officiële taal of talen van het derde land van verzending en de lidstaat waarin de invoer in de EU plaatsvindt, of vergezeld gaan van een eensluidende vertaling in die taal of talen. Indien de lidstaat van bestemming daarom verzoekt, moeten de certificaten ook vergezeld gaan van een eensluidende vertaling in de officiële taal of talen van die lidstaat. Lidstaten kunnen echter instemmen met het gebruik van een andere officiële taal van de Unie dan hun eigen taal. 2. De zending gaat vergezeld van het origineel van het certificaat totdat zij de plaats van bestemming bereikt, zoals aangegeven in het certificaat. 3. Ingeval de zending wordt gesplitst, gaat elk deel van de zending vergezeld van een kopie van het certificaat. 4. In afwijking van het in lid 1 vermelde voorschrift te certificeren dat de zaden overeenkomstig Verordening (EG) nr. 852/2004 zijn geproduceerd, kunnen zendingen van voor de productie van kiemgroenten bestemde zaden die naar de Unie worden uitgevoerd, tot 1 juli 2015 aan een microbiologische test op Enterobacteriaceae worden onderworpen om te controleren of de zaden vóór de uitvoer onder hygiënische omstandigheden zijn geproduceerd. De resultaten van die microbiologische tests mogen niet meer dan 1 000 kve/g bedragen. 5. Het certificaat en — in voorkomend geval — de resultaten van de tests moeten op verzoek van de bevoegde autoriteiten ter beschikking worden gesteld door de exploitanten van levensmiddelenbedrijven waar ingevoerde zaden worden gebruikt om kiemgroenten te produceren. (*1) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 208/2013 van de Commissie van 11 maart 2013 betreffende de traceerbaarheidsvoorschriften voor kiemgroenten en voor de productie van kiemgroenten bestemde zaden (PB L 68 van 12.3.2013, blz. 16)." (*2) Verordening (EU) nr. 210/2013 van de Commissie van 11 maart 2013 betreffende de erkenning van inrichtingen die kiemgroenten produceren overeenkomstig Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 68 van 12.3.2013, blz. 24).”." |
|
2) |
Artikel 4 wordt geschrapt. |
|
3) |
Het in de bijlage opgenomen modelcertificaat voor de invoer van kiemgroenten of voor de productie van kiemgroenten bestemde zaden wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening. |
Artikel 2
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 25 juni 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.
(2) Verordening (EU) nr. 211/2013 van de Commissie van 11 maart 2013 betreffende de certificeringsvoorschriften voor de invoer in de Unie van kiemgroenten en voor de productie van kiemgroenten bestemde zaden (PB L 68 van 12.3.2013, blz. 26).
(3) Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1).
BIJLAGE
„MODELCERTIFICAAT VOOR DE INVOER VAN KIEMGROENTEN OF VOOR DE PRODUCTIE VAN KIEMGROENTEN BESTEMDE ZADEN
|
26.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186/53 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 705/2014 VAN DE COMMISSIE
van 25 juni 2014
tot vaststelling van het invoerrecht voor breukrijst
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 183, onder a),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens de overeenkomst (2) inzake rijst die de Europese Unie en Thailand hebben gesloten en die is goedgekeurd bij Besluit 2005/953/EG van de Raad (3), dient de Unie voor breukrijst een invoerrecht van 65 EUR per ton toe te passen. |
|
(2) |
Met het oog op de toepassing van de overeenkomst tussen de Unie en Thailand is het invoerrecht voor breukrijst bij artikel 140 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (4) vastgesteld op 65 EUR per ton. |
|
(3) |
Verordening (EU) nr. 1308/2013, waarbij Verordening (EG) nr. 1234/2007 is ingetrokken en vervangen, bevat geen bepaling die vergelijkbaar is met artikel 140 van Verordening (EG) nr. 1234/2007. Krachtens artikel 183 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen waarin het niveau van het toepasselijke invoerrecht wordt bepaald volgens de voorschriften die ter zake zijn opgenomen in, onder meer, een overeenkomstig het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie gesloten internationale overeenkomst. |
|
(4) |
Met het oog op de verdere naleving van de overeenkomst tussen de Unie en Thailand dient het invoerrecht voor breukrijst te worden bepaald, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In afwijking van het in het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde invoerrecht bedraagt het invoerrecht voor breukrijst van GN-code 1006 40 00 65 EUR per ton.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 25 juni 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
(2) Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Thailand overeenkomstig artikel XXVIII van de GATT 1994 inzake de wijziging van concessies voor rijst die zijn opgenomen in de aan de GATT 1994 gehechte EG-lijst CXL (PB L 346 van 29.12.2005, blz. 26).
(3) Besluit 2005/953/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Thailand overeenkomstig artikel XXVIII van de GATT 1994 inzake de wijziging van concessies voor rijst die zijn opgenomen in de aan de GATT 1994 gehechte EG-lijst CXL (PB L 346 van 29.12.2005, blz. 24).
(4) Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).
|
26.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186/54 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 706/2014 VAN DE COMMISSIE
van 25 juni 2014
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 972/2006, met betrekking tot het invoerrecht voor Basmati-rijst
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 183, onder a),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens de overeenkomst (2) inzake rijst die de Europese Unie en India hebben gesloten en die is goedgekeurd bij Besluit 2004/617/EG van de Raad (3), is een nulrecht vastgesteld voor de invoer van gedopte rijst van bepaalde Basmati-variëteiten van oorsprong uit India. |
|
(2) |
Krachtens de overeenkomst (4) inzake rijst die de Europese Unie en Pakistan hebben gesloten en die is goedgekeurd bij Besluit 2004/618/EG van de Raad (5), is een nulrecht vastgesteld voor de invoer van gedopte rijst van bepaalde Basmati-variëteiten van oorsprong uit Pakistan. |
|
(3) |
Met het oog op de toepassing van deze overeenkomsten is in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (6) bepaald dat onder die overeenkomsten vallende variëteiten van gedopte Basmati-rijst in aanmerking komen voor invoer met nulrecht, indien wordt voldaan aan de door de Commissie vastgestelde voorwaarden. Deze voorwaarden zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 972/2006 van de Commissie (7). |
|
(4) |
Verordening (EU) nr. 1308/2013, waarbij Verordening (EG) nr. 1234/2007 is ingetrokken en vervangen, bevat geen bepaling die vergelijkbaar is met artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1234/2007. Krachtens artikel 183 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen waarin het niveau van het toepasselijke invoerrecht wordt bepaald volgens de voorschriften die ter zake zijn opgenomen in, onder meer, een overeenkomstig het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie gesloten internationale overeenkomst. |
|
(5) |
Met het oog op de verdere naleving van de overeenkomst tussen de Unie en Thailand en die tussen de Unie en Pakistan dient in Verordening (EG) nr. 972/2006 te worden bepaald dat de onder die overeenkomsten vallende variëteiten van gedopte Basmati-rijst in aanmerking moeten komen voor toepassing van een nulrecht bij invoer mits aan de in die verordening vastgestelde voorwaarden wordt voldaan. |
|
(6) |
Verordening (EG) nr. 972/2006 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 972/2006 wordt vervangen door:
„Artikel 1
Deze verordening is van toepassing op onder GN-code 1006 20 17 of GN-code 1006 20 98 vallende gedopte Basmati-rijst van de volgende variëteiten:
|
— |
Basmati 217 |
|
— |
Basmati 370 |
|
— |
Basmati 386 |
|
— |
Kernel (Basmati) |
|
— |
Pusa Basmati |
|
— |
Ranbir Basmati |
|
— |
Super Basmati |
|
— |
Taraori Basmati (HBC-19) |
|
— |
Type-3 (Dehradun) |
In afwijking van de in het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde invoerrechten, komt gedopte Basmati-rijst van de in lid 1 vermelde variëteiten in aanmerking voor een nulrecht bij invoer, mits aan de bij deze verordening vastgestelde voorwaarden wordt voldaan.”
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 25 juni 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
(2) Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en India in het kader van artikel XXVIII van de GATT 1994, met het oog op de wijziging, wat rijst betreft, van de concessies die zijn opgenomen in EG-lijst CXL, gehecht aan de GATT 1994 (PB L 279 van 28.8.2004, blz. 19).
(3) Besluit 2004/617/EG van de Raad van 11 augustus 2004 betreffende de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en India in het kader van artikel XXVIII van de GATT 1994, met het oog op de wijziging, wat rijst betreft, van de concessies die zijn opgenomen in EG-lijst CXL, gehecht aan de GATT 1994 (PB L 279 van 28.8.2004, blz. 17).
(4) Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Pakistan in het kader van artikel XXVIII van de GATT 1994, met het oog op de wijziging, wat rijst betreft, van de concessies die zijn opgenomen in EG-lijst CXL, gehecht aan de GATT 1994 (PB L 279 van 28.8.2004, blz. 25).
(5) Besluit 2004/618/EG van de Raad van 11 augustus 2004 betreffende de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Pakistan in het kader van artikel XXVIII van de GATT 1994, met het oog op de wijziging, wat rijst betreft, van de concessies die zijn opgenomen in EG-lijst CXL, gehecht aan de GATT 1994 (PB L 279 van 28.8.2004, blz. 23).
(6) Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).
(7) Verordening (EG) nr. 972/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 tot vaststelling van de bij de invoer van Basmati-rijst geldende specifieke voorschriften en van een overgangsregeling voor de controle met het oog op het bepalen van de oorsprong daarvan (PB L 176 van 30.6.2006, blz. 53).
|
26.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186/56 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 707/2014 VAN DE COMMISSIE
van 25 juni 2014
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 690/2008 tot erkenning van beschermde gebieden in de Gemeenschap waar bijzondere plantenziekterisico's bestaan
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (1), en met name artikel 2, lid 1, onder h),
Gezien de door Frankrijk, Ierland, Italië, Portugal en het Verenigd Koninkrijk ingediende verzoeken,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 690/2008 van de Commissie (2) zijn bepaalde lidstaten of bepaalde gebieden in lidstaten erkend als beschermd gebied ten aanzien van bepaalde schadelijke organismen. In sommige gevallen werd de erkenning verleend voor een beperkte periode om de betrokken lidstaat in staat te stellen de volledige informatie te verstrekken die nodig was om aan te tonen dat de schadelijke organismen in kwestie niet voorkwamen in de betrokken lidstaat of het betrokken gebied of om de inspanningen met het oog op de uitroeiing van het organisme in kwestie te voltooien. |
|
(2) |
Sommige delen van het grondgebied van Portugal zijn erkend als beschermd gebied ten aanzien van Bemisia tabaci Genn. (Europese populaties). Portugal heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat Bemisia tabaci nu in Madeira aangetroffen is. De in 2013 genomen maatregelen met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. Madeira mag daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Portugal ten aanzien van Bemisia tabaci. |
|
(3) |
Uit informatie die door Griekenland is verstrekt, blijkt dat het grondgebied van dat land nog steeds vrij is van Dendroctonus micans Kugelan. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom moet de erkenning van Griekenland als beschermd gebied ten aanzien van Dendroctonus micans tot en met 30 april 2016 worden verlengd. |
|
(4) |
Ierland heeft verzocht om zijn grondgebied te erkennen als beschermd gebied ten aanzien van Dryocosmus kuriphilus Yasumatsu. Op basis van onderzoeken in de periode 2006-2013 heeft Ierland het bewijs geleverd dat het betrokken schadelijke organisme op zijn grondgebied niet voorkomt, hoewel de omstandigheden daar voor de ontwikkeling van dat organisme gunstig zijn. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom mag Ierland slechts tot en met 30 april 2016 worden erkend als beschermd gebied ten aanzien van Dryocosmus kuriphilus. |
|
(5) |
Portugal heeft verzocht om zijn grondgebied te erkennen als beschermd gebied ten aanzien van Dryocosmus kuriphilus Yasumatsu. Op basis van onderzoeken in de periode 2010-2013 heeft Portugal het bewijs geleverd dat het betrokken schadelijke organisme op zijn grondgebied niet voorkomt, hoewel de omstandigheden daar voor de ontwikkeling van dat organisme gunstig zijn. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom mag Portugal slechts tot en met 30 april 2016 worden erkend als beschermd gebied ten aanzien van Dryocosmus kuriphilus. |
|
(6) |
Het Verenigd Koninkrijk heeft verzocht om zijn grondgebied te erkennen als beschermd gebied ten aanzien van Dryocosmus kuriphilus Yasumatsu. Op basis van onderzoeken in de periode 2006-2013 heeft het Verenigd Koninkrijk het bewijs geleverd dat het betrokken schadelijke organisme op zijn grondgebied niet voorkomt, hoewel de omstandigheden daar voor de ontwikkeling van dat organisme gunstig zijn. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom mag het Verenigd Koninkrijk slechts tot en met 30 april 2016 worden erkend als beschermd gebied ten aanzien van Dryocosmus kuriphilus. |
|
(7) |
Uit informatie die door Griekenland is verstrekt, blijkt dat het grondgebied van dat land nog steeds vrij is van Gilpinia hercyniae (Hartig). Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom moet de erkenning van Griekenland als beschermd gebied ten aanzien van Gilpinia hercyniae tot en met 30 april 2016 worden verlengd. |
|
(8) |
Uit informatie die door Griekenland is verstrekt, blijkt dat het grondgebied van dat land nog steeds vrij is van Gonipterus scutellatus Gyll. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom moet de erkenning van Griekenland als beschermd gebied ten aanzien van Gonipterus scutellatus tot en met 30 april 2016 worden verlengd. |
|
(9) |
Het grondgebied van Corsica (Frankrijk) is erkend als beschermd gebied ten aanzien van Ips amitinus Eichhof. Frankrijk heeft verzocht om intrekking van de status beschermd gebied ten aanzien van Ips amitinus aangezien de belangrijkste gastheersoort op Corsica niet voorkomt. Het grondgebied van Corsica (Frankrijk) moet daarom niet langer worden erkend als beschermd gebied ten aanzien van Ips amitinus Eichhof. |
|
(10) |
Uit informatie die door Griekenland is verstrekt, blijkt dat het grondgebied van dat land nog steeds vrij is van Ips amitinus Eichhof. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom moet de erkenning van Griekenland als beschermd gebied ten aanzien van Ips amitinus tot en met 30 april 2016 worden verlengd. |
|
(11) |
Uit informatie die door Griekenland is verstrekt, blijkt dat Ips cembrae Heer niet meer op het grondgebied van dat land voorkomt. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom moet de erkenning van Griekenland als beschermd gebied ten aanzien van Ips cembrae tot en met 30 april 2016 worden verlengd. |
|
(12) |
Uit informatie die door Griekenland is verstrekt, blijkt dat het grondgebied van dat land nog steeds vrij is van Ips duplicatus Sahlberg. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom moet de erkenning van Griekenland als beschermd gebied ten aanzien van Ips duplicatus tot en met 30 april 2016 worden verlengd. |
|
(13) |
Ierland heeft verzocht om zijn grondgebied te erkennen als beschermd gebied ten aanzien van Thaumetopoea processionea L. Op basis van onderzoeken in de periode 2011-2013 heeft Ierland het bewijs geleverd dat het betrokken schadelijke organisme op zijn grondgebied niet voorkomt, hoewel de omstandigheden daar voor de ontwikkeling van dat organisme gunstig zijn. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom mag Ierland slechts tot en met 30 april 2016 worden erkend als beschermd gebied ten aanzien van Thaumetopoea processionea. |
|
(14) |
Het Verenigd Koninkrijk heeft verzocht om zijn grondgebied te erkennen als beschermd gebied ten aanzien van Thaumetopoea processionea L., met uitzondering van de lokale administratieve gebieden Barnet, Brent, Bromley, Camden, City of London, City of Westminster, Croydon, Ealing, Elmbridge District, Epsom and Ewell District, Hackney, Hammersmith & Fulham, Haringey, Harrow, Hillingdon, Hounslow, Islington, Kensington & Chelsea, Kingston upon Thames, Lambeth, Lewisham, Merton, Reading, Richmond upon Thames, Runnymede District, Slough, South Oxfordshire, Southwark, Spelthorne District, Sutton, Tower Hamlets, Wandsworth en West Berkshire. Op basis van onderzoeken in de periode 2007-2013 heeft het Verenigd Koninkrijk het bewijs geleverd dat het betrokken schadelijke organisme niet voorkomt op zijn grondgebied, met uitzondering van de bovengenoemde lokale administratieve gebieden, hoewel de omstandigheden daar voor de ontwikkeling van dat organisme gunstig zijn. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom mag het Verenigd Koninkrijk, met uitzondering van de genoemde lokale administratieve gebieden, slechts tot en met 30 april 2016 worden erkend als beschermd gebied ten aanzien van Thaumetopoea processionea. |
|
(15) |
Sommige delen van het grondgebied van Spanje zijn erkend als beschermd gebied ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.). Winsl. et al. Spanje heeft informatie ingediend waaruit blijkt dat Erwinia amylovora nu aangetroffen is in de autonome gemeenschappen Aragón, Castilla la Mancha, Murcia, Navarra en La Rioja, de provincie Guipuzcoa (Baskenland), de comarcas L'Alt Vinalopó en El Vinalopó Mitjà in de provincie Alicante en de gemeenten Alborache en Turís in de provincie Valencia (Comunidad Valenciana). De in 2013 genomen maatregelen met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. De autonome gemeenschappen Aragón, Castilla la Mancha, Murcia, Navarra en La Rioja, de provincie Guipuzcoa (Baskenland), de comarcas L'Alt Vinalopó en El Vinalopó Mitjà in de provincie Alicante en de gemeenten Alborache en Turís in de provincie Valencia (Comunidad Valenciana) mogen daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Spanje ten aanzien van Erwinia amylovora. |
|
(16) |
Sommige delen van het grondgebied van Italië zijn erkend als beschermd gebied ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.). Winsl. et al. Italië heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat Erwinia amylovora nu aangetroffen is in Friuli-Venezia Giulia en de provincie Sondrio (Lombardia). De in 2013 genomen maatregelen met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. Friuli-Venezia Giulia en de provincie Sondrio (Lombardia) mogen daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Italië ten aanzien van Erwinia amylovora. |
|
(17) |
Het hele grondgebied van Ierland is erkend als beschermd gebied ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. Ierland heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat Erwinia amylovora nu in de stad Galway aangetroffen is. De in de periode 2005-2013 genomen maatregelen met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. De stad Galway mag daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Ierland ten aanzien van Erwinia amylovora. |
|
(18) |
Het hele grondgebied van Litouwen is erkend als beschermd gebied ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. Litouwen heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat Erwinia amylovora nu aangetroffen is in de gemeenten Kėdainiai en Babtai (district Kaunas). De maatregelen voor de duur van twee opeenvolgende jaren, 2012 en 2013, met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. De gemeenten Kėdainiai en Babtai (district Kaunas) mogen daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Litouwen ten aanzien van Erwinia amylovora. |
|
(19) |
Sommige delen van het grondgebied van Slovenië zijn erkend als beschermd gebied ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.). Winsl. et al. Slovenië heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat Erwinia amylovora nu aangetroffen is in de gemeenten Renče-Vogrsko (ten zuiden van autoweg H4) en Lendava. De maatregelen voor de duur van twee opeenvolgende jaren, 2012 en 2013, met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. De gemeenten Renče-Vogrsko (ten zuiden van autoweg H4) en Lendava mogen daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Slovenië ten aanzien van Erwinia amylovora. |
|
(20) |
Sommige delen van het grondgebied van Slowakije zijn erkend als beschermd gebied ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.). Winsl. et al. Slowakije heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat Erwinia amylovora nu aangetroffen is in de gemeenten Čenkovce, Topol'níky en Trhová Hradská (district Dunajská Streda). De maatregelen voor de duur van twee opeenvolgende jaren, 2012 en 2013, met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. De gemeenten Čenkovce, Topol'níky en Trhová Hradská (district Dunajská Streda) mogen daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Slowakije ten aanzien van Erwinia amylovora. |
|
(21) |
Het Verenigd Koninkrijk heeft verzocht om zijn grondgebied te erkennen als beschermd gebied ten aanzien van Ceratocystis platani (J.M. Walter) Engelbr. & T.C. Harr. Op basis van onderzoeken in de periode 2010-2013 heeft het Verenigd Koninkrijk het bewijs geleverd dat het betrokken schadelijke organisme op zijn grondgebied niet voorkomt, hoewel de omstandigheden daar voor de ontwikkeling van dat organisme gunstig zijn. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom mag het Verenigd Koninkrijk slechts tot en met 30 april 2016 worden erkend als beschermd gebied ten aanzien van Ceratocystis platani. |
|
(22) |
Het Verenigd Koninkrijk heeft verzocht om zijn hele grondgebied, met inbegrip van het eiland Man, te erkennen als beschermd gebied ten aanzien van het schadelijke organisme Cryphonectria parasitica (Murrill) Barr. Op basis van onderzoeken in de periode 2006-2013 heeft het Verenigd Koninkrijk het bewijs geleverd dat het betrokken schadelijke organisme op het eiland Man niet voorkomt, hoewel de omstandigheden daar voor de ontwikkeling van dat organisme gunstig zijn. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom mag het beschermde gebied van het Verenigd Koninkrijk ten aanzien van Cryphonectria parasitica wat het eiland Man betreft slechts tot en met 30 april 2016 worden erkend. |
|
(23) |
Sommige delen van het grondgebied van Griekenland zijn erkend als beschermd gebied ten aanzien van het citrus tristeza-virus. Griekenland heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat het citrus tristeza-virus nu voorkomt in de regionale eenheid Chania. De in 2013 genomen maatregelen met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. De regionale eenheid Chania mag daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Griekenland ten aanzien van het citrus tristeza-virus. |
|
(24) |
Het grondgebied van Corsica (Frankrijk) is erkend als beschermd gebied ten aanzien van het citrus tristeza-virus (Europese stammen). Frankrijk heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat het citrus tristeza-virus (Europese stammen) nu op Corsica voorkomt en niet kan worden uitgeroeid. Het grondgebied van Corsica (Frankrijk) mag daarom niet langer worden erkend als beschermd gebied ten aanzien van het citrus tristeza-virus (Europese stammen). |
|
(25) |
Frankrijk heeft verzocht om bepaalde delen van de „vignoble champenois”, namelijk Picardie (departement Aisne) en Île de France (gemeenten Citry, Nanteuil-sur-Marne en Saâcy-sur-Marne), te erkennen als behorend tot het beschermde gebied van Frankrijk ten aanzien van het schadelijke organisme Grapevine flavescence dorée MLO. Die delen werden bestreken door de onderzoeken in de „vignoble champenois” naar Grapevine flavescence dorée MLO zonder dat zij officieel deel uitmaakten van het beschermde gebied, omdat zij niet tot de administratieve regio Champagne in engere zin behoren. Daarom moet het beschermde gebied van Frankrijk ten aanzien van Grapevine flavescence dorée MLO ook worden erkend wat betreft Picardie (departement Aisne) en Île de France (gemeenten Citry, Nanteuil-sur-Marne en Saâcy-sur-Marne). |
|
(26) |
Italië heeft verzocht om erkenning van Puglia als behorend tot het beschermde gebied ten aanzien van het schadelijke organisme Grapevine flavescence dorée MLO. Op basis van onderzoeken in 2013 heeft Italië het bewijs geleverd dat het betrokken schadelijke organisme in Puglia niet voorkomt, hoewel de omstandigheden daar voor de ontwikkeling van dat organisme gunstig zijn. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom mag Puglia slechts tot en met 30 april 2016 worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Italië ten aanzien van Grapevine flavescence dorée MLO. |
|
(27) |
Uit informatie die door Italië is verstrekt, blijkt dat het grondgebied van Sardinia nog steeds vrij is van Grapevine flavescence dorée MLO. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom moet de erkenning van het grondgebied van Sardinia als behorend tot het beschermde gebied van Italië ten aanzien van Grapevine flavescence dorée MLO tot en met 30 april 2016 worden verlengd. |
|
(28) |
Verordening (EG) nr. 690/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(29) |
Met het oog op de continuïteit van de tot en met 31 maart 2014 beschermde gebieden moet deze verordening met ingang van 1 april 2014 van toepassing zijn. |
|
(30) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 690/2008 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De tekst onder a) wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
De tekst onder b), punt 2, komt als volgt te luiden:
|
|
3) |
De tekst onder c), punt 01, komt als volgt te luiden:
|
|
4) |
De tekst onder d), punten 3 en 4, komt als volgt te luiden:
|
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 april 2014.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 25 juni 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 690/2008 van de Commissie van 4 juli 2008 tot erkenning van beschermde gebieden in de Gemeenschap waar bijzondere plantenziekterisico's bestaan (PB L 193 van 22.7.2008, blz. 1).
|
26.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186/62 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 708/2014 VAN DE COMMISSIE
van 25 juni 2014
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 25 juni 2014.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
MK |
67,9 |
|
TR |
91,6 |
|
|
ZZ |
79,8 |
|
|
0707 00 05 |
MK |
27,7 |
|
TR |
74,4 |
|
|
ZZ |
51,1 |
|
|
0709 93 10 |
TR |
107,4 |
|
ZZ |
107,4 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
103,5 |
|
BO |
130,6 |
|
|
TR |
118,4 |
|
|
ZA |
125,0 |
|
|
ZZ |
119,4 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
125,9 |
|
BR |
84,9 |
|
|
CL |
100,6 |
|
|
NZ |
134,6 |
|
|
US |
147,8 |
|
|
ZA |
125,6 |
|
|
ZZ |
119,9 |
|
|
0809 10 00 |
TR |
228,9 |
|
ZZ |
228,9 |
|
|
0809 29 00 |
TR |
298,4 |
|
ZZ |
298,4 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.
RICHTLIJNEN
|
26.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186/64 |
UITVOERINGSRICHTLIJN 2014/83/EU VAN DE COMMISSIE
van 25 juni 2014
tot wijziging van de bijlagen I, II, III, IV en V bij Richtlijn 2000/29/EG van de Raad betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (1), en met name artikel 14, tweede alinea, onder c) en d),
In overleg met de betrokken lidstaten,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Sommige delen van het grondgebied van Portugal zijn erkend als beschermd gebied ten aanzien van Bemisia tabaci Genn. (Europese populaties). Portugal heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat Bemisia tabaci nu in Madeira aangetroffen is. De in 2013 genomen maatregelen met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. Madeira mag daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Portugal ten aanzien van Bemisia tabaci. De delen B van de bijlagen I en IV bij Richtlijn 2000/29/EG moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(2) |
Sommige delen van het grondgebied van Spanje zijn erkend als beschermd gebied ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al.. Spanje heeft informatie ingediend waaruit blijkt dat Erwinia amylovora nu aangetroffen is in de autonome gemeenschap Aragón, de comarcas L'Alt Vinalopó en El Vinalopó Mitjà in de provincie Alicante en de gemeenten Alborache en Turís in de provincie Valencia (Comunidad Valenciana). De in 2013 genomen maatregelen met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. De autonome gemeenschap Aragón, de comarcas L'Alt Vinalopó en El Vinalopó Mitjà in de provincie Alicante en de gemeenten Alborache en Turís in de provincie Valencia (Comunidad Valenciana) mogen daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Spanje ten aanzien van Erwinia amylovora. De delen B van de bijlagen II, III en IV bij Richtlijn 2000/29/EG moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(3) |
Het hele grondgebied van Ierland is erkend als beschermd gebied ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al.. Ierland heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat Erwinia amylovora nu in de stad Galway aangetroffen is. De in de periode 2005-2013 genomen maatregelen met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. De stad Galway mag daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Ierland ten aanzien van Erwinia amylovora. De delen B van de bijlagen II, III en IV bij Richtlijn 2000/29/EG moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(4) |
Het hele grondgebied van Litouwen is erkend als beschermd gebied ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al.. Litouwen heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat Erwinia amylovora nu aangetroffen is in de gemeenten Kėdainiai en Babtai (district Kaunas). De maatregelen voor de duur van twee opeenvolgende jaren, 2012 en 2013, met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. De gemeenten Kėdainiai en Babtai (district Kaunas) mogen daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Litouwen ten aanzien van Erwinia amylovora. De delen B van de bijlagen II, III en IV bij Richtlijn 2000/29/EG moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Sommige delen van het grondgebied van Slovenië zijn erkend als beschermd gebied ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al.. Slovenië heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat Erwinia amylovora nu aangetroffen is in de gemeenten Renče-Vogrsko (ten zuiden van autoweg H4) en Lendava. De maatregelen voor de duur van twee opeenvolgende jaren, 2012 en 2013, met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. De gemeenten Renče-Vogrsko (ten zuiden van autoweg H4) en Lendava mogen daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Slovenië ten aanzien van Erwinia amylovora. De delen B van de bijlagen II, III en IV bij Richtlijn 2000/29/EG moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
Sommige delen van het grondgebied van Slowakije zijn erkend als beschermd gebied ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al.. Slowakije heeft informatie verstrekt waaruit blijkt dat Erwinia amylovora nu aangetroffen is in de gemeente Čenkovce (district Dunajská Streda). De maatregelen voor de duur van twee opeenvolgende jaren, 2012 en 2013, met het oog op de uitroeiing van dat schadelijke organisme zijn ondoeltreffend gebleken. De gemeente Čenkovce (district Dunajská Streda) mag daarom niet langer worden erkend als behorend tot het beschermde gebied van Slowakije ten aanzien van Erwinia amylovora. De delen B van de bijlagen II, III en IV bij Richtlijn 2000/29/EG moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(7) |
De wetenschappelijke benaming van het schadelijke organisme Ceratocystis fimbriata f. spp. platani Walter moet overeenkomstig de herziene wetenschappelijke benaming van dat organisme worden gewijzigd in Ceratocystis platani (J.M. Walter) Engelbr. & T.C. Harr. De bijlagen II en IV bij Richtlijn 2000/29/EG moeten daaraan worden aangepast. |
|
(8) |
Het is nu bekend dat Ceratocystis platani (J.M. Walter) Engelbr. & T.C. Harr. in Zwitserland voorkomt. Deel A, rubriek I, van bijlage IV en deel B, punt I, van bijlage V bij Richtlijn 2000/29/EG moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(9) |
Op grond van de ontwikkelingen in de wetenschappelijke kennis mag er niet van uit worden gegaan dat bij hout van Platanus L. het fytosanitaire risico van Ceratocystis platani (J.M. Walter) Engelbr. & T.C. Harr. door verwijdering van de bast kan worden afgewend. Deel A, rubriek I, van bijlage IV bij Richtlijn 2000/29/EG moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(10) |
Gezien het risico als gevolg van Ceratocystis platani (J.M. Walter) Engelbr. & T.C. Harr. is het gerechtvaardigd dat schadelijke organisme op te nemen in deel B van bijlage II bij Richtlijn 2000/29/EG, teneinde de productie van en de handel in planten en plantaardige producten in bepaalde risicogebieden te beschermen. |
|
(11) |
Het Verenigd Koninkrijk heeft verzocht om zijn grondgebied te erkennen als beschermd gebied ten aanzien van Ceratocystis platani (J.M. Walter) Engelbr. & T.C. Harr. Op basis van onderzoeken in de periode 2010-2013 heeft het Verenigd Koninkrijk het bewijs geleverd dat het betrokken schadelijke organisme op zijn grondgebied niet voorkomt, hoewel de omstandigheden daar voor de ontwikkeling van dat organisme gunstig zijn. Het is echter noodzakelijk dat er meer onderzoeken worden verricht. Die onderzoeken moeten onder toezicht staan van deskundigen die onder de Commissie ressorteren. Daarom mag het Verenigd Koninkrijk slechts tot en met 30 april 2016 worden erkend als beschermd gebied ten aanzien van Ceratocystis platani. De delen B van de bijlagen II en IV bij Richtlijn 2000/29/EG moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. Ook moeten deel B van bijlage IV en deel A, punt II, van bijlage V bij Richtlijn 2000/29/EG worden gewijzigd door daarin eisen voor het in het verkeer brengen van bepaalde planten, plantaardige producten en andere materialen in de beschermde gebieden op te nemen. |
|
(12) |
De bijlagen I, II, III, IV en V bij Richtlijn 2000/29/EG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(13) |
De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité, |
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen I, II, III, IV en V bij Richtlijn 2000/29/EG worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.
Artikel 2
De lidstaten dienen uiterlijk op 30 september 2014 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.
Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 oktober 2014.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
Artikel 3
Deze richtlijn treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 4
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 25 juni 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
BIJLAGE
1)
Bijlage I, deel B, onder a), punt 1, komt als volgt te luiden:
|
IRL, P (Açores, Beira Interior, Beira Litoral, Entre Douro e Minho, Ribatejo e Oeste (gemeenten Alcobaça, Alenquer, Bombarral, Cadaval, Caldas da Rainha, Lourinhã, Nazaré, Óbidos, Peniche en Torres Vedras) en Trás-os-Montes), FI, S, UK”. |
2)
Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
deel A, rubriek II, onder c), punt 1, komt als volgt te luiden:
|
|
b) |
de tekst in de derde kolom, beschermd(e) gebied(en), van deel B, onder b), punt 2, komt als volgt te luiden: „E (met uitzondering van de autonome gemeenschappen Aragon, Castilla la Mancha, Castilla y León, Extremadura, Murcia, Navarra en La Rioja en de provincie Guipuzcoa (Baskenland), de comarcas L'Alt Vinalopó en El Vinalopó Mitjà in de provincie Alicante en de gemeenten Alborache en Turís in de provincie Valencia (Comunidad Valenciana)), EE, F (Corsica), IRL (met uitzondering van de stad Galway), I (Abruzzo, Basilicata, Calabria, Campania, Emilia-Romagna (de provincies Parma en Piacenza), Lazio, Liguria, Lombardia (met uitzondering van de provincies Mantova en Sondrio), Marche, Molise, Piemonte, Puglia, Sardinia, Sicilia, Toscana, Umbria, Valle d'Aosta, Veneto (met uitzondering van de provincies Rovigo en Venezia, de gemeenten Barbona, Boara Pisani, Castelbaldo, Masi, Piacenza d'Adige, S. Urbano en Vescovana in de provincie Padova en het gebied ten zuiden van autoweg A4 in de provincie Verona)), LV, LT (met uitzondering van de gemeenten Babtai en Kėdainiai (district Kaunas)), P, SI (met uitzondering van de regio's Gorenjska, Koroška, Maribor en Notranjska, en de gemeenten Lendava en Renče-Vogrsko (ten zuiden van autoweg H4)), SK (met uitzondering van de gemeenten Blahová, Čenkovce, Horné Mýto, Okoč, Topoľníky en Trhová Hradská (district Dunajská Streda), Hronovce en Hronské Kľačany (district Levice), Dvory nad Žitavou (district Nové Zámky), Málinec (district Poltár), Hrhov (district Rožňava), Veľké Ripňany (district Topoľčany), Kazimír, Luhyňa, Malý Horeš, Svätuše en Zatín (district Trebišov)), FI, UK (Noord-Ierland, eiland Man en Kanaaleilanden).”; |
|
c) |
in deel B, onder c), wordt voor punt 0.1 het volgende punt ingevoegd:
|
3)
Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
in deel B, punt 1, komt de tekst in de tweede kolom, beschermd(e) gebied(en), als volgt te luiden: „E (met uitzondering van de autonome gemeenschappen Aragon, Castilla la Mancha, Castilla y León, Extremadura, Murcia, Navarra en La Rioja en de provincie Guipuzcoa (Baskenland), de comarcas L'Alt Vinalopó en El Vinalopó Mitjà in de provincie Alicante en de gemeenten Alborache en Turís in de provincie Valencia (Comunidad Valenciana)), EE, F (Corsica), IRL (met uitzondering van de stad Galway), I (Abruzzo, Basilicata, Calabria, Campania, Emilia-Romagna (de provincies Parma en Piacenza), Lazio, Liguria, Lombardia (met uitzondering van de provincies Mantova en Sondrio), Marche, Molise, Piemonte, Puglia, Sardinia, Sicilia, Toscana, Umbria, Valle d'Aosta, Veneto (met uitzondering van de provincies Rovigo en Venezia, de gemeenten Barbona, Boara Pisani, Castelbaldo, Masi, Piacenza d'Adige, S. Urbano en Vescovana in de provincie Padova en het gebied ten zuiden van autoweg A4 in de provincie Verona)), LV, LT (met uitzondering van de gemeenten Babtai en Kėdainiai (district Kaunas)), P, SI (met uitzondering van de regio's Gorenjska, Koroška, Maribor en Notranjska, en de gemeenten Lendava en Renče-Vogrsko (ten zuiden van autoweg H4)), SK (met uitzondering van de gemeenten Blahová, Čenkovce, Horné Mýto, Okoč, Topoľníky en Trhová Hradská (district Dunajská Streda), Hronovce en Hronské Kľačany (district Levice), Dvory nad Žitavou (district Nové Zámky), Málinec (district Poltár), Hrhov (district Rožňava), Veľké Ripňany (district Topoľčany), Kazimír, Luhyňa, Malý Horeš, Svätuše en Zatín (district Trebišov)), FI, UK (Noord-Ierland, eiland Man en Kanaaleilanden).”; |
|
b) |
in deel B, punt 2, komt de tekst in de tweede kolom, beschermd(e) gebied(en), als volgt te luiden: „E (met uitzondering van de autonome gemeenschappen Aragon, Castilla la Mancha, Castilla y León, Extremadura, Murcia, Navarra en La Rioja en de provincie Guipuzcoa (Baskenland), de comarcas L'Alt Vinalopó en El Vinalopó Mitjà in de provincie Alicante en de gemeenten Alborache en Turís in de provincie Valencia (Comunidad Valenciana)), EE, F (Corsica), IRL (met uitzondering van de stad Galway), I (Abruzzo, Basilicata, Calabria, Campania, Emilia-Romagna (de provincies Parma en Piacenza), Lazio, Liguria, Lombardia (met uitzondering van de provincies Mantova en Sondrio), Marche, Molise, Piemonte, Puglia, Sardinia, Sicilia, Toscana, Umbria, Valle d'Aosta, Veneto (met uitzondering van de provincies Rovigo en Venezia, de gemeenten Barbona, Boara Pisani, Castelbaldo, Masi, Piacenza d'Adige, S. Urbano en Vescovana in de provincie Padova en het gebied ten zuiden van autoweg A4 in de provincie Verona)), LV, LT (met uitzondering van de gemeenten Babtai en Kėdainiai (district Kaunas)), P, SI (met uitzondering van de regio's Gorenjska, Koroška, Maribor en Notranjska, en de gemeenten Lendava en Renče-Vogrsko (ten zuiden van autoweg H4)), SK (met uitzondering van de gemeenten Blahová, Čenkovce, Horné Mýto, Okoč, Topoľníky en Trhová Hradská (district Dunajská Streda), Hronovce en Hronské Kľačany (district Levice), Dvory nad Žitavou (district Nové Zámky), Málinec (district Poltár), Hrhov (district Rožňava), Veľké Ripňany (district Topoľčany), Kazimír, Luhyňa, Malý Horeš, Svätuše en Zatín (district Trebišov)), FI, UK (Noord-Ierland, eiland Man en Kanaaleilanden).”. |
4)
Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
deel A, rubriek I, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
b) |
deel A, rubriek II, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
c) |
deel B wordt als volgt gewijzigd:
|
5)
Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
deel A, punt II, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
b) |
deel B, punt I, 6, onder a), tweede streepje, komt als volgt te luiden:
|
BESLUITEN
|
26.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186/72 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 20 juni 2014
tot intrekking van Besluit 2010/283/EU betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in België
(2014/393/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 126, lid 12,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 2 december 2009 heeft de Raad, bij Besluit 2010/283/EU (1), op grond van een aanbeveling van de Commissie, besloten dat er in België een buitensporig tekort bestond. De Raad merkte op dat voor 2009 met een overheidstekort van 5,9 % van het bbp werd gerekend, waarmee de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3 % van het bbp werd overschreden, terwijl de bruto overheidsschuld zou uitkomen op 97,6 % van het bbp in 2009, dus boven de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het bbp. Het overheidstekort en de overheidsschuld voor 2009 werden vervolgens herzien tot, respectievelijk, 5,6 % en 95,7 % van het bbp. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 126, lid 7, van het Verdrag en artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad (2) heeft de Raad op 2 december 2009 op aanbeveling van de Commissie een aanbeveling tot België gericht waarin het land werd verzocht om uiterlijk eind 2012 aan de buitensporigtekortsituatie een einde te maken. Die aanbeveling van de Raad is openbaar gemaakt. |
|
(3) |
Op 21 juni 2013 heeft de Raad op aanbeveling van de Commissie overeenkomstig artikel 126, lid 8, van het Verdrag besloten dat België geen doeltreffend gevolg had gegeven aan de aanbeveling van de Raad van 2 december 2009 om zijn overheidstekort uiterlijk in 2012 te corrigeren, en op grond van artikel 126, lid 9, van het Verdrag België aangemaand uiterlijk in 2013 een einde aan de buitensporigtekortsituatie te maken. Overeenkomstig artikel 5, lid 1 bis, van Verordening (EG) nr. 1467/97 kreeg België tot uiterlijk 15 september de tijd om verslag uit te brengen over de getroffen maatregelen om zich naar dit besluit te voegen. Op 15 november 2013 heeft de Commissie geconcludeerd dat België doeltreffende actie had ondernomen en dat op dat moment geen verdere stappen in de buitensporigtekortprocedure noodzakelijk waren. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 4 van het aan de Verdragen gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten verstrekt de Commissie de voor de toepassing van de procedure benodigde gegevens. In het kader van de toepassing van dit protocol dienen de lidstaten ingevolge artikel 3 van Verordening (EG) nr. 479/2009 van de Raad (3) tweemaal per jaar, namelijk vóór 1 april en vóór 1 oktober, gegevens over het overheidstekort en de overheidsschuld te verstrekken, alsook over andere, daarmee samenhangende variabelen. |
|
(5) |
Wanneer de Raad beziet of een besluit betreffende het bestaan van een buitensporig tekort moet worden ingetrokken, moet hij een besluit nemen op basis van ter kennis gebrachte gegevens. Bovendien mag een besluit betreffende het bestaan van een buitensporig tekort alleen worden ingetrokken als uit de prognoses van de Commissie blijkt dat het tekort gedurende de prognoseperiode de in het Verdrag vastgelegde drempel van 3 % van het bbp niet zal overschrijden (4). |
|
(6) |
Uit de gegevens die de Commissie (Eurostat) overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 479/2009 na de vóór 1 april 2014 door België gedane kennisgeving heeft verstrekt, uit het stabiliteitsprogramma 2014 en uit de voorjaarsprognoses 2014 van de diensten van de Commissie blijkt dat de volgende conclusies gerechtvaardigd zijn:
|
|
(7) |
België valt met ingang van 2014, het jaar na de correctie van zijn buitensporig tekort, onder het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact en moet in een passend tempo vooruitgang boeken in de richting van zijn MTD, daaronder begrepen de naleving van de uitgavenbenchmark, en voldoende vooruitgang boeken in de richting van de vervulling van het schuldcriterium, overeenkomstig artikel 2, lid 1 bis, van Verordening (EG) nr. 1467/97. |
|
(8) |
Overeenkomstig artikel 126, lid 12, van het Verdrag moet een besluit van de Raad betreffende het bestaan van een buitensporig tekort worden ingetrokken wanneer de Raad van oordeel is dat het buitensporige tekort in de betrokken lidstaat is gecorrigeerd. |
|
(9) |
Volgens de Raad is het buitensporige tekort in België gecorrigeerd en dient Besluit 2010/283/EU derhalve te worden ingetrokken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Uit een algehele evaluatie volgt dat het buitensporige tekort in België is gecorrigeerd.
Artikel 2
Besluit 2010/283/EU wordt ingetrokken.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België.
Gedaan te Luxemburg, 20 juni 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
G. A. HARDOUVELIS
(1) Besluit 2010/283/EU van de Raad van 2 december 2009 betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in België (PB L 125 van 21.5.2010, blz. 34).
(2) Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6).
(3) Verordening (EG) nr. 479/2009 van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de toepassing van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 145 van 10.6.2009, blz. 1).
(4) Overeenkomstig de „Specificaties inzake de uitvoering van het stabiliteits- en groeipact en richtsnoeren inzake de vorm en de inhoud van stabiliteits- en convergentieprogramma's” van 3 september 2012. Zie: http://ec.europa.eu/economy_finance/economic_governance/sgp/pdf/coc/code_of_conduct_en.pdf
(5) Besluit 2013/370/EU van de Raad van 21 juni 2013 tot aanmaning van België om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (PB L 190 van 11.7.2013, blz. 87).
|
26.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186/75 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 23 juni 2014
betreffende het standpunt dat door de Europese Unie moet worden ingenomen in de Associatieraad die is ingesteld bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds, wat betreft de vaststelling van besluiten van de Associatieraad inzake de reglementen van orde van de Associatieraad en van het Associatiecomité, het reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X en de gedragscode voor leden van de panels en bemiddelaars, de lijst van panelleden en de lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling
(2014/394/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 23 april 2007 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om namens de Europese Unie en haar lidstaten te onderhandelen over een associatieovereenkomst met Midden-Amerika. De onderhandelingsrichtsnoeren werden op 10 maart 2010 gewijzigd om Panama in het onderhandelingsproces te integreren. |
|
(2) |
De onderhandelingen zijn in mei 2010 afgesloten tijdens de te Madrid gehouden topontmoeting tussen de EU en Latijns-Amerika en het Caribische gebied. |
|
(3) |
De Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds (1) („de overeenkomst”) is op 22 maart 2011 geparafeerd en op 29 juni 2012 ondertekend. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 353, lid 4, van de overeenkomst wordt de overeenkomst voorlopig toegepast, sinds 1 augustus 2013 wat Nicaragua, Honduras en Panama betreft, sinds 1 oktober 2013 wat El Salvador en Costa Rica betreft, en sinds 1 december 2013 wat Guatemala betreft. |
|
(5) |
Bij artikel 4 van de overeenkomst is een Associatieraad ingesteld, die toezicht houdt op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst en de uitvoering daarvan. |
|
(6) |
In artikel 6 van de overeenkomst is bepaald dat de Associatieraad voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst beslissingsbevoegdheid heeft in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd. |
|
(7) |
Artikel 5, lid 2, van de overeenkomst bepaalt dat de Associatieraad zijn eigen reglement van orde vaststelt. |
|
(8) |
Artikel 7, lid 3, van de overeenkomst bepaalt dat de Associatieraad het reglement van orde van het Associatiecomité vaststelt. |
|
(9) |
Artikel 8, lid 6, van de overeenkomst bepaalt dat de Associatieraad het reglement van orde van de subcomités vaststelt. |
|
(10) |
Artikel 297, lid 2, bepaalt dat de Associatieraad een lijst van zeventien deskundigen op het vlak van milieurecht, internationale handel of de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten en een lijst van zeventien deskundigen op het vlak van arbeidsrecht, internationale handel of de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten bekrachtigt. |
|
(11) |
Artikel 325, lid 1, bepaalt dat de Associatieraad een lijst opstelt van zesendertig personen die bereid en in staat zijn om op te treden als panellid in de zin van titel X (Geschillenbeslechting) van de overeenkomst. |
|
(12) |
Artikel 328, lid 1, bepaalt dat de Associatieraad een reglement van orde en een gedragscode vaststelt voor de beslechting van geschillen krachtens titel X van de overeenkomst. |
|
(13) |
De Unie moet het standpunt bepalen dat zij zal innemen met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van de Associatieraad en dat van het Associatiecomité, het reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X van de overeenkomst en de gedragscode voor leden van de panels en bemiddelaars, de lijst van panelleden en de lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat door de Europese Unie zal worden ingenomen in de Associatieraad die is ingesteld bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds, wat betreft de vaststelling van de reglementen van orde van de Associatieraad en van het Associatiecomité, het reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X en de gedragscode voor leden van de panels en bemiddelaars, de lijst van panelleden en de lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling, wordt gebaseerd op de aan dit besluit gehechte ontwerpbesluiten van de Associatieraad.
Kleine technische correcties van de ontwerpbesluiten van de Associatieraad kunnen zonder nader besluit van de Raad worden goedgekeurd door de vertegenwoordigers van de Unie in de Associatieraad.
Artikel 2
Na vaststelling wordt het besluit van de Associatieraad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Luxemburg, 23 juni 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
C. ASHTON
ONTWERP
BESLUIT Nr. 1/2014 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA
van … 2014
tot vaststelling van zijn reglement van orde en van dat van het Associatiecomité
DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA,
Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds („de overeenkomst”), met name artikel 4, artikel 5, lid 2, artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 353, lid 4, is deel IV van de overeenkomst met betrekking tot de handel van toepassing sinds 1 augustus 2013 wat Nicaragua, Honduras en Panama betreft, sinds 1 oktober 2013 wat El Salvador en Costa Rica betreft, en sinds 1 december 2013 wat Guatemala betreft. |
|
(2) |
Om bij te dragen aan de doeltreffende uitvoering van de overeenkomst, moet het institutionele kader zo snel mogelijk worden ingesteld. |
|
(3) |
Tenzij in de overeenkomst anders is bepaald, dient de Associatieraad toezicht te houden op de uitvoering van de overeenkomst, en zijn eigen reglement van orde, alsmede dat van het Associatiecomité en van de subcomités vast te stellen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Enig artikel
Het reglement van orde van de Associatieraad en dat van het Associatiecomité en de subcomités worden vastgesteld overeenkomstig de bijlagen A en B.
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te …, 2014.
Voor de Associatieraad
Voor de republieken van de MA-partij
Voor de EU-partij
BIJLAGE A
Reglement van orde van de Associatieraad
Artikel 1
Algemene bepalingen
1. De Associatieraad, die is ingesteld overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds („de overeenkomst”), voert zijn taken uit zoals bepaald in artikel 4, lid 2, van de overeenkomst en is verantwoordelijk voor de algemene uitvoering van de overeenkomst en voor alle andere bilaterale, multilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
2. Overeenkomstig de artikelen 5 en 345 van de overeenkomst bestaat de Associatieraad uit vertegenwoordigers van de EU-partij en vertegenwoordigers van elk van de republieken van de MA-partij, op het toepasselijke ministeriële niveau en rekening houdend met de specifieke aangelegenheden die tijdens een bepaalde sessie worden behandeld. In voorkomend geval en met wederzijds goedvinden komt de Associatieraad bijeen op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders.
3. Overeenkomstig artikel 345 van de overeenkomst bestaat de Associatieraad, wanneer hij uitsluitend of hoofdzakelijk taken uitvoert die hem zijn toegekend op grond van deel IV van de overeenkomst, uit vertegenwoordigers van de EU-partij en uit de ministers van elk van de republieken van de MA-partij met verantwoordelijkheid voor handelsgerelateerde aangelegenheden.
4. Overeenkomstig artikel 352, lid 3, van de overeenkomst treden de republieken van de MA-partij gezamenlijk op bij de besluitvorming in het institutioneel kader van de overeenkomst; voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen is hun consensus vereist.
5. De verwijzing naar de partijen in dit reglement van orde is in overeenstemming met de definitie in artikel 352 van de overeenkomst.
Artikel 2
voorzitterschap
De Associatieraad wordt beurtelings voor een periode van twaalf maanden voorgezeten door de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en door een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van de MA-partij. De eerste voorzitterschapsperiode vangt aan op de datum van de eerste vergadering van de Associatieraad en loopt af op 31 december van hetzelfde jaar.
Artikel 3
Vergaderingen
1. De Associatieraad komt op gezette tijden, met een tussenperiode van niet meer dan twee jaar, bijeen. Op verzoek van een partij kunnen bijzondere sessies van de Associatieraad belegd worden indien de partijen dat overeenkomen.
2. Elke sessie van de Associatieraad wordt gehouden op een passende plaats en op een datum die door de partijen is overeengekomen.
3. De vergaderingen van de Associatieraad worden door de secretarissen van de Associatieraad gezamenlijk in overleg met de voorzitter van de Associatieraad bijeengeroepen.
4. Bij wijze van uitzondering en indien de partijen ermee instemmen, kunnen de vergaderingen van de Associatieraad per technologische middelen, zoals videoconferentie, plaatsvinden.
Artikel 4
Vertegenwoordiging
1. De leden van de Associatieraad mogen zich laten vertegenwoordigen indien zij verhinderd zijn de zitting bij te wonen. Als een lid zich wenst te laten vertegenwoordigen, dient hij/zij de voorzitter vóór de zitting waar hij/zij vertegenwoordigd zal worden schriftelijk in kennis te stellen van de naam van zijn/haar vertegenwoordiger.
2. De vertegenwoordiger van een lid van de Associatieraad oefent alle rechten van dat lid uit.
Artikel 5
Delegaties
1. De leden van de Associatieraad mogen zich doen vergezellen door ambtenaren. Vóór elke vergadering wordt de voorzitter via het secretariaat in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegaties van beide partijen.
2. De Associatieraad kan met instemming van de partijen niet-leden uitnodigen als waarnemers de vergaderingen bij te wonen om informatie te verstrekken over bijzondere onderwerpen.
Artikel 6
Secretariaat
Een ambtenaar van het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en een functionaris van de MA-partij treden gezamenlijk op als secretarissen van de Associatieraad.
Artikel 7
Correspondentie
1. De voor de Associatieraad bestemde correspondentie wordt gericht aan de secretaris van de EU-partij of aan de secretaris van de republieken van de MA-partij, die op zijn beurt de andere secretaris verwittigt.
2. Het secretariaat zorgt ervoor dat deze correspondentie wordt doorgestuurd aan de voorzitter en, in voorkomend geval, wordt verspreid onder de andere leden van de Associatieraad.
3. Het secretariaat zendt de correspondentie aan het secretariaat-generaal van de Europese Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten en het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, alsmede aan de ambassades van de republieken van de MA-partij in Brussel, België, in voorkomend geval met kopie aan de ministeries van Buitenlandse Zaken of de ministeries die verantwoordelijk zijn voor handelsgerelateerde aangelegenheden.
4. Mededelingen van de voorzitter van de Associatieraad worden door het secretariaat aan de geadresseerden gericht en, in voorkomend geval, verspreid onder de andere leden van de Associatieraad met gebruik van de in lid 3 bedoelde adressen.
Artikel 8
Vertrouwelijkheid
1. Vergaderingen van de Associatieraad zijn niet openbaar, tenzij anders wordt besloten.
2. Wanneer een partij aan de Associatieraad informatie overlegt die zij als vertrouwelijk aanduidt, behandelt de andere partij die informatie volgens de in artikel 336, lid 2, van de overeenkomst beschreven procedure.
3. Elke partij kan besluiten de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad in haar publicatieblad of staatsblad bekend te maken.
Artikel 9
Agenda voor de vergaderingen
1. De voorzitter stelt voor elke vergadering een voorlopige agenda op. Deze wordt door de secretarissen van de Associatieraad uiterlijk 15 kalenderdagen voor het begin van de vergadering naar de in artikel 7 bedoelde geadresseerden gezonden.
De voorlopige agenda omvat de punten waarvoor de voorzitter uiterlijk 21 kalenderdagen vóór het begin van de vergadering een verzoek heeft ontvangen om deze op de agenda te plaatsen. Een punt wordt evenwel pas op de voorlopige agenda geplaatst als de desbetreffende stukken uiterlijk op de datum waarop de agenda wordt verzonden, aan de secretarissen zijn toegezonden.
2. De agenda wordt aan het begin van elke vergadering door de Associatieraad goedgekeurd. Indien de partijen zulks overeenkomen, kan een punt dat niet op de voorlopige agenda staat als agendapunt worden opgenomen.
3. De voorzitter kan in overleg met de partijen de in lid 1 genoemde termijnen inkorten als dat in een bepaald geval noodzakelijk is.
Artikel 10
Notulen
1. Van elke vergadering worden door de twee secretarissen gezamenlijk ontwerpnotulen opgesteld.
2. Doorgaans bevatten de notulen voor elk agendapunt:
|
a) |
de aan de Associatieraad voorgelegde documenten, |
|
b) |
verklaringen die op verzoek van een lid van de Associatieraad worden opgenomen, en |
|
c) |
door de partijen overeengekomen onderwerpen, zoals bijvoorbeeld besluiten, verklaringen en conclusies die zijn vastgesteld. |
3. De ontwerpnotulen worden ter goedkeuring aan de Associatieraad voorgelegd. Zij worden binnen 45 kalenderdagen na iedere vergadering van de Associatieraad goedgekeurd. Na goedkeuring worden de notulen door de voorzitter en de twee secretarissen ondertekend. Een gewaarmerkt afschrift wordt aan elk van de in artikel 7 genoemde geadresseerden toegezonden.
Artikel 11
Besluiten en aanbevelingen
1. De Associatieraad neemt besluiten en doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming tussen de partijen, die door de republieken van de MA-partij en door de EU-partij worden ondertekend.
2. Als de partijen dit overeenkomen, kan de Associatieraad besluiten of aanbevelingen bij schriftelijke procedure vaststellen. Te dien einde wordt de tekst van het voorstel overeenkomstig artikel 7 door de voorzitter van de Associatieraad schriftelijk meegedeeld aan de leden, onder mededeling van de gestelde termijn waarbinnen de voorbehouden of amendementen waartoe het voorstel eventueel aanleiding geeft, ter kennis moeten worden gebracht. Na goedkeuring van de tekst wordt het besluit of de aanbeveling los van elkaar en achtereenvolgens ondertekend door de vertegenwoordigers van de EU-partij en van elk van de republieken van de MA-partij.
3. De handelingen van de Associatieraad worden voorzien van het opschrift „Besluit” dan wel „Aanbeveling” in de zin van artikel 6 van de overeenkomst. Het secretariaat van de Associatieraad voorziet besluiten of aanbevelingen van een volgnummer, vermeldt de datum van vaststelling en geeft een beschrijving van het onderwerp. Elk besluit vermeldt de datum van inwerkingtreding en wordt door de republieken van de MA-partij en door de EU-partij ondertekend.
4. De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden gewaarmerkt door de twee secretarissen.
5. De besluiten en aanbevelingen worden toegezonden aan elk van de in artikel 7 van dit reglement van orde bedoelde geadresseerden.
6. Elke partij kan besluiten de bekendmaking van de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad in haar publicatieblad of staatsblad te gelasten.
Artikel 12
Talen
1. De officiële talen van de Associatieraad zijn het Spaans en een door de partijen overeengekomen andere authentieke taal van de overeenkomst.
2. Behoudens andersluidend besluit beraadslaagt de Associatieraad op basis van in deze talen opgestelde documenten.
Artikel 13
Kosten
1. Elke partij draagt haar eigen personeels-, reis- en verblijfskosten en haar eigen kosten voor post en telecommunicatie in verband met deelname aan vergaderingen van de Associatieraad.
2. Uitgaven in verband met de organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste van de partij die als gastheer van de vergadering optreedt.
3. De kosten voor de vertolking tijdens de vergaderingen en voor de vertaling van de documenten in of uit het Spaans en de andere officiële taal van de Associatieraad, bedoeld in artikel 12, lid 1, van dit reglement van orde, komen ten laste van de partij die als gastheer van de vergadering optreedt. Kosten voor vertolking en vertaling in of uit andere talen komen rechtstreeks ten laste van de verzoekende partij.
Artikel 14
Associatiecomité
1. Overeenkomstig artikel 7 van de overeenkomst wordt de Associatieraad bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door het Associatiecomité. Het comité bestaat uit vertegenwoordigers van de EU-partij, enerzijds, en vertegenwoordigers van de MA-partij, anderzijds, op het in de overeenkomst bepaalde niveau.
2. Het Associatiecomité bereidt de vergaderingen en de beraadslagingen van de Associatieraad voor (1), voert in voorkomend geval de besluiten van de Associatieraad uit, en draagt in het algemeen zorg voor continuïteit in de associatiebetrekkingen en de goede werking van de overeenkomst. Het Associatiecomité behandelt alle zaken die de Associatieraad het comité voorlegt, evenals alle andere zaken die zich voordoen bij de dagelijkse uitvoering van de overeenkomst. Voorstellen of ontwerpbesluiten en — aanbevelingen worden door het Associatiecomité ter goedkeuring aan de Associatieraad voorgelegd. Overeenkomstig artikel 7, lid 4, van de overeenkomst kan de Associatieraad het Associatiecomité machtigen namens hem beslissingen te nemen.
3. In de gevallen waarin de overeenkomst spreekt van een verplichting of een mogelijkheid tot raadpleging, of waarin de partijen na onderling overleg besluiten elkaar te raadplegen, kan deze raadpleging plaatsvinden in het Associatiecomité, tenzij in de overeenkomst anders is bepaald. Dit overleg kan, indien beide partijen daarmee instemmen, worden voortgezet in de Associatieraad.
Artikel 15
Wijziging van het reglement van orde
Het reglement van orde kan worden gewijzigd volgens het bepaalde in artikel 11.
(1) Met betrekking tot deel IV van de overeenkomst vervult het Associatiecomité deze functie in nauwe coördinatie met de coördinatoren die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 347 van de overeenkomst.
BIJLAGE B
Reglement van orde van het Associatiecomité en de subcomités
Artikel 1
Algemene bepalingen
1. Het Associatiecomité, dat is ingesteld overeenkomstig artikel 7 van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds („de overeenkomst”), voert zijn taken uit zoals bepaald in de overeenkomst en is verantwoordelijk voor de algemene uitvoering van de overeenkomst.
2. Overeenkomstig de artikelen 7, lid 1, en 346 van de overeenkomst bestaat het Associatiecomité uit vertegenwoordigers van de EU-partij en vertegenwoordigers van elk van de republieken van de MA-partij, op het niveau van hoge ambtenaren, die bevoegd zijn voor de specifieke aangelegenheden die tijdens een bepaalde sessie worden behandeld.
3. Overeenkomstig artikel 346 van de overeenkomst bestaat de Associatieraad, wanneer hij uitsluitend of hoofdzakelijk taken uitvoert die hem zijn toegekend op grond van deel IV van de overeenkomst, uit hoge ambtenaren van de Europese Commissie en van elk van de republieken van de MA-partij met verantwoordelijkheid voor handelsgerelateerde aangelegenheden. Een vertegenwoordiger van de partij die het Associatiecomité voorzit, fungeert als voorzitter.
4. Overeenkomstig artikel 352, lid 3, van de overeenkomst treden de republieken van de MA-partij gezamenlijk op bij de besluitvorming in het institutioneel kader van de overeenkomst; voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen is hun consensus vereist.
5. De verwijzing naar de partijen in dit reglement van orde is in overeenstemming met de definitie in artikel 352 van de overeenkomst.
Artikel 2
voorzitterschap
De EU-partij en de MA-partij zitten beurtelings voor een periode van twaalf maanden het Associatiecomité voor. De voorzitter is een lid van het Associatiecomité. De eerste voorzitterschapsperiode vangt aan op de datum van de eerste vergadering van het Associatiecomité en loopt af op 31 december van hetzelfde jaar.
Artikel 3
Vergaderingen
1. Tenzij de partijen anders overeenkomen, vergadert het Associatiecomité regelmatig, en ten minste eenmaal per jaar. Op verzoek van een partij kunnen in onderling overleg bijzondere sessies van het Associatiecomité belegd worden.
2. Elke vergadering van het Associatiecomité wordt door de voorzitter bijeengeroepen op een door de partijen overeengekomen datum en plaats. De convocatie wordt uiterlijk 28 kalenderdagen voor het begin van de sessie door het secretariaat van het Associatiecomité aan de leden toegezonden, tenzij de partijen anders overeenkomen.
3. Voor zover mogelijk wordt de jaarlijkse vergadering van het Associatiecomité vroeg genoeg vóór de jaarlijkse vergadering van de Associatieraad bijeengeroepen.
4. Bij wijze van uitzondering en indien de partijen ermee instemmen, kunnen de vergaderingen van het Associatiecomité per daartoe overeengekomen technologische middelen plaatsvinden.
Artikel 4
Vertegenwoordiging
1. Elke partij stelt de andere partijen in kennis van de lijst van haar vertegenwoordigers in het Associatiecomité („leden”) voor de verschillende te behandelen vraagstukken. De lijst wordt beheerd door het secretariaat van het Associatiecomité.
2. Een lid dat zich voor een bepaalde vergadering door een plaatsvervanger wenst te doen vertegenwoordigen, deelt de andere partijen van het Associatiecomité vóór die vergadering schriftelijk de naam van zijn of haar vervanger mee. De vervanger van een lid oefent alle rechten van dat lid uit.
Artikel 5
Delegaties
De leden van het Associatiecomité mogen zich doen vergezellen door andere ambtenaren. Vóór elke vergadering worden de partijen via het secretariaat in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegaties die de vergadering bijwonen.
Artikel 6
Secretariaat
Een ambtenaar van de EU-partij en een ambtenaar van een republiek van de MA-partij, die roteert overeenkomstig richtsnoeren die daartoe worden opgesteld door de republieken van de MA-partij, fungeren gezamenlijk als secretarissen van het Associatiecomité.
Artikel 7
Correspondentie
1. De voor het Associatiecomité bestemde correspondentie wordt gericht aan de secretaris van de EU-partij of van de republiek van de MA-partij, die op zijn beurt de andere secretaris verwittigt.
2. Het secretariaat ziet erop toe dat de correspondentie die aan het Associatiecomité is gericht, naar de voorzitter van het comité wordt doorgestuurd, en in voorkomend geval als in artikel 8 van dit reglement van orde bedoeld document wordt rondgezonden.
3. De correspondentie van de voorzitter van het Associatiecomité wordt door het secretariaat naar de partijen gezonden en in voorkomend geval als in artikel 8 van dit reglement van orde bedoeld document rondgezonden.
Artikel 8
Documenten
1. Wanneer de beraadslagingen van het Associatiecomité gebaseerd zijn op schriftelijke documenten, worden deze door het secretariaat genummerd en onder de leden verspreid.
2. Elke secretaris is verantwoordelijk voor de verspreiding van de documenten aan de leden van zijn kant in het Associatiecomité en voor het systematisch verstrekken van kopieën aan de andere secretaris.
Artikel 9
Vertrouwelijkheid
1. Vergaderingen van het Associatiecomité zijn niet openbaar, tenzij anders wordt besloten.
2. Wanneer een partij aan het Associatiecomité, subcomités, werkgroepen of andere organen informatie overlegt die zij als vertrouwelijk aanduidt, behandelt de andere partij die informatie volgens de in artikel 336, lid 2, van de overeenkomst beschreven procedure.
3. Elke partij kan besluiten de besluiten en aanbevelingen van het Associatiecomité in haar publicatieblad of staatsblad bekend te maken.
Artikel 10
Agenda voor de vergaderingen
1. Het secretariaat van het Associatiecomité stelt op basis van voorstellen van de partijen voor elke vergadering een voorlopige agenda op. Deze wordt, samen met de desbetreffende documenten, uiterlijk 15 kalenderdagen voor het begin van de vergadering als in artikel 8 van dit reglement van orde bedoelde documenten toegezonden aan de voorzitter en de leden van het Associatiecomité.
2. Op de voorlopige agenda staan de punten waarvoor het secretariaat van het Associatiecomité uiterlijk 21 kalenderdagen voor het begin van de vergadering een verzoek van een partij tot plaatsing op de agenda, samen met de desbetreffende documenten, heeft ontvangen.
3. De agenda wordt aan het begin van elke vergadering door het Associatiecomité goedgekeurd. Indien de partijen zulks overeenkomen, kunnen punten die niet op de voorlopige agenda staan als agendapunt worden opgenomen.
4. De voorzitter van de sessie van het Associatiecomité kan met instemming op ad-hocbasis deskundigen uitnodigen om de vergaderingen bij te wonen of deskundigen uitnodigen om informatie over specifieke onderwerpen te verstrekken.
5. De voorzitter van de sessie van het Associatiecomité kan in overleg met de partijen de in de leden 1 en 2 genoemde termijnen inkorten als dat in een bepaald geval vereist is.
Artikel 11
Notulen
1. De twee secretarissen stellen gezamenlijk ontwerpnotulen van elke vergadering op, normaliter binnen 21 kalenderdagen na het eind van de vergadering.
2. Doorgaans bevatten de notulen voor elk agendapunt:
|
a) |
de aan het Associatiecomité voorgelegde documenten, |
|
b) |
verklaringen die op verzoek van een lid van het Associatiecomité worden opgenomen, en |
|
c) |
door de partijen overeengekomen onderwerpen, zoals bijvoorbeeld besluiten, aanbevelingen, verklaringen en conclusies over bepaalde onderwerpen die zijn vastgesteld. |
3. De notulen bevatten tevens een lijst van de leden of hun vervangers die aan de vergadering hebben deelgenomen, een lijst van de leden van de delegaties die hen vergezelden, en een lijst van eventuele waarnemers of deskundigen die de vergadering hebben bijgewoond.
4. De notulen worden binnen 28 kalenderdagen na de datum van de vergadering door alle partijen schriftelijk goedgekeurd. Na goedkeuring worden de notulen door de voorzitter en de twee secretarissen van het Associatiecomité ondertekend. Een gewaarmerkt afschrift wordt aan elk van de partijen toegezonden.
5. Tenzij anders overeengekomen, stelt het Associatiecomité een actieplan op met de tijdens de vergadering overeengekomen acties; de uitvoering daarvan wordt in de volgende vergadering geëvalueerd.
Artikel 12
Besluiten en aanbevelingen
1. In de specifieke gevallen waarin de overeenkomst beslissingsbevoegdheid verleent of wanneer die bevoegdheid door de Associatieraad aan het Associatiecomité is toegekend, stelt het Associatiecomité besluiten en aanbevelingen vast in onderlinge overeenstemming tussen de partijen, die tijdens de vergaderingen van het Associatiecomité door de republieken van de MA-partij en door de EU-partij worden ondertekend.
2. Als de partijen dit overeenkomen, kan het Associatiecomité besluiten of aanbevelingen bij schriftelijke procedure vaststellen. Te dien einde wordt de tekst van het voorstel overeenkomstig artikel 8 door de voorzitter van het Associatiecomité schriftelijk meegedeeld aan de leden, onder mededeling van de gestelde termijn waarbinnen de voorbehouden of amendementen waartoe het voorstel eventueel aanleiding geeft, ter kennis moeten worden gebracht. Na goedkeuring van de tekst wordt het besluit of de aanbeveling los van elkaar en achtereenvolgens ondertekend door de vertegenwoordigers van de EU-partij en van elk van de republieken van de MA-partij.
3. De handelingen van het Associatiecomité worden voorzien van het opschrift „Besluit” dan wel „Aanbeveling”. Het secretariaat van het Associatiecomité voorziet besluiten of aanbevelingen van een volgnummer, vermeldt de datum van vaststelling en geeft een beschrijving van het onderwerp. Elk besluit vermeldt de datum van inwerkingtreding en wordt door de republieken van de MA-partij en door de EU-partij ondertekend.
Artikel 13
Verslagen
Het Associatiecomité brengt tijdens elke gewone vergadering van de Associatieraad aan de Associatieraad verslag uit over zijn activiteiten en de activiteiten van zijn subcomités, werkgroepen en andere organen.
Artikel 14
Talen
1. De officiële talen van het Associatiecomité zijn het Spaans en een door de partijen overeengekomen andere authentieke taal van de overeenkomst.
2. Behoudens andersluidend besluit beraadslaagt het Associatiecomité op basis van in deze talen opgestelde documenten.
Artikel 15
Kosten
1. Elke partij draagt haar eigen personeels-, reis- en verblijfskosten en haar eigen kosten voor post en telecommunicatie in verband met deelname aan vergaderingen van het Associatiecomité.
2. Uitgaven in verband met de organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste van de partij die als gastheer van de vergadering optreedt.
3. De kosten voor de vertolking tijdens de vergaderingen en voor de vertaling van de documenten in of uit het Spaans en de andere officiële taal van het Associatiecomité, bedoeld in artikel 14, lid 1, van dit reglement van orde, komen ten laste van de partij die als gastheer van de vergadering optreedt. Kosten voor vertolking en vertaling in of uit andere talen komen rechtstreeks ten laste van de verzoekende partij.
Artikel 16
Wijziging van het reglement van orde
Het reglement van orde kan worden gewijzigd volgens het bepaalde in artikel 12.
Artikel 17
Subcomités en gespecialiseerde werkgroepen
1. Overeenkomstig artikel 8, lid 2, van de overeenkomst kan het Associatiecomité besluiten tot instelling van subcomités of andere gespecialiseerde werkgroepen dan die waarin de overeenkomst voorziet om het comité bij de uitvoering van zijn taken bij te staan. Het Associatiecomité kan besluiten deze subcomités of werkgroepen op te heffen of hun mandaat vast te stellen of te wijzigen. Tenzij anders wordt besloten, werken deze subcomités onder het gezag van het Associatiecomité, waaraan zij na elke vergadering verslag uitbrengen.
2. Tenzij in de overeenkomst anders is bepaald of in de Associatieraad anders is overeengekomen, is dit reglement van orde mutatis mutandis van toepassing op alle subcomités en gespecialiseerde werkgroepen, met de volgende aanpassingen:
|
a) |
elke partij stelt de andere partijen schriftelijk in kennis van de lijst van haar leden van deze organen en hun respectieve functies. Het secretariaat van het Associatiecomité beheert deze lijsten; |
|
b) |
alle relevante correspondentie, documenten en mededelingen tussen de contactpunten worden tegelijkertijd ook toegezonden aan het secretariaat van het Associatiecomité; |
|
c) |
tenzij in de overeenkomst anders is bepaald of door de partijen anders is overeengekomen, kunnen de subcomités of werkgroepen alleen aanbevelingen doen. |
ONTWERP
BESLUIT Nr. 2/2014 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA
van … 2014
tot vaststelling van het reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X en van de gedragscode voor leden van de panels en bemiddelaars
DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA,
Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds („de overeenkomst”), met name de artikelen 6, lid 1, 319, 325 en 328,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 6, lid 1, heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 328, lid 1, stelt de Associatieraad tijdens zijn eerste vergadering een reglement van orde en een gedragscode vast voor de beslechting van geschillen krachtens titel X van de overeenkomst, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Enig artikel
Het reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X van de overeenkomst en de gedragscode voor leden van de panels en bemiddelaars, worden hierbij vastgesteld overeenkomstig de bijlagen A en B.
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te …,
Voor de Associatieraad
Voor de republieken van de MA-partij
Voor de EU-partij
BIJLAGE A
Reglement van orde voor de beslechting van geschillen krachtens titel X van de overeenkomst
ALGEMENE BEPALINGEN
|
1. |
In dit reglement is elke verwijzing naar een artikel of titel een verwijzing naar het desbetreffende artikel in de overeenkomst of naar titel X (Geschillenbeslechting) van de overeenkomst in haar geheel. |
|
2. |
Voor de toepassing van de titel wordt in dit reglement verstaan onder:
|
|
3. |
Tenzij anders wordt overeengekomen, is de partij waartegen de klacht gericht is belast met de logistieke organisatie van geschillenbeslechtingsprocedures, in het bijzonder met de organisatie van de hoorzittingen. De partijen bij het geschil delen evenwel de kosten die voortvloeien uit organisatorische aangelegenheden, met inbegrip van de kosten van de panelleden en de kosten van vertalingen. |
INDIENING VAN DOCUMENTEN, KENNISGEVINGEN EN ANDERE MEDEDELINGEN
|
4. |
De partijen bij het geschil en het panel versturen alle verzoeken, mededelingen, schriftelijk ingediende stukken of andere documenten door afgifte met ontvangstbewijs, als ingeschreven postzending, per koerier, fax, telex, telegram, e-mail, weblinks of door enige andere vorm van telecommunicatie waarbij de verzending of ontvangst wordt geregistreerd. Wat de partij betreft die het document indient, is de datum van aflevering de geregistreerde datum van verzending. Wat de partij betreft die het document ontvangt, is de datum van aflevering de geregistreerde datum van ontvangst van het document. De tijd die verstrijkt tussen de datum van aflevering van het document en de daadwerkelijke ontvangst ervan wordt niet meegenomen in de berekening van de proceduretermijnen (2). |
|
5. |
Een partij bij het geschil verstrekt tegelijkertijd een kopie van elk van haar schriftelijke stukken aan de andere partij bij het geschil op het in regel 67 bedoelde kantoor en aan alle panelleden. Er wordt eveneens een kopie van het document in elektronische vorm verstrekt. De partijen bij het geschil en het panel wanneer zulks in de titel is voorzien, verstrekken ook een kopie van de stukken aan het Associatiecomité. |
|
6. |
Alle kennisgevingen door het panel worden gericht aan de desbetreffende kantoren van de partijen bij de procedure. |
|
7. |
Kleine verschrijvingen in verzoeken, mededelingen, schriftelijke stukken of andere documenten in verband met de procedure bij het panel kunnen worden verbeterd door indiening van een nieuw document, waarin de wijzigingen duidelijk zijn aangegeven. |
|
8. |
Indien de laatste dag waarop een document kan worden ingediend, valt op een wettelijke vrije dag van een partij bij de procedure, of indien het betrokken kantoor op die dag ten gevolge van overmacht is gesloten, kan het document op de volgende werkdag van die partij worden ingediend. |
INLEIDING VAN DE PANELPROCEDURE
|
9. |
Wanneer een panellid is benoemd overeenkomstig artikel 312, heeft hij tien dagen de tijd om die benoeming te aanvaarden. De aanvaarding door het panellid moet vergezeld gaan van de in de gedragscode bedoelde initiële verklaring. |
|
10. |
Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, mogen personen die zijn opgetreden als bemiddelaar of in enige andere functie betreffende de beslechting van geschillen niet fungeren als panellid in een volgend geschil dat verband houdt met hetzelfde onderwerp. |
|
11. |
Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, overleggen zij met of komen zij samen met het panel binnen zeven dagen nadat het is ingesteld overeenkomstig artikel 312, lid 6, om te beslissen over aangelegenheden die de partijen bij het geschil of het panel passend achten, met inbegrip van maar niet uitsluitend de bezoldiging en de kostenvergoeding van de panelleden en andere personen zoals bedoeld in de regels 63, 64 en 65. |
EERSTE INGEDIENDE STUKKEN
|
12. |
Uiterlijk 20 dagen na de datum van instelling van het panel dient de klagende partij haar verzoekschrift in. Uiterlijk 20 dagen na de datum van indiening van het eerste schriftelijke stuk dient de partij waartegen de klacht gericht is haar verweerschrift in. |
WERKWIJZE VAN HET PANEL
|
13. |
Het panel stelt zijn werkschema vast, waarbij de partijen bij het geschil voldoende tijd krijgen voor alle stappen van de procedure. Het werkschema bevat precieze data en termijnen voor de indiening van alle relevante mededelingen, stukken en andere documenten, en voor eventuele hoorzittingen van het panel. Behoudens regel 19 kan het panel het werkschema op eigen initiatief of na overleg met de partijen wijzigen; het stelt in ieder geval de partijen bij het geschil onverwijld in kennis van elke wijziging van het werkschema. |
|
14. |
De voorzitter van het panel zit alle vergaderingen van het panel voor. Het panel kan de bevoegdheid tot het nemen van administratieve en procedurele besluiten aan de voorzitter overdragen. |
|
15. |
Tenzij in deel IV van de overeenkomst of elders anders is bepaald, kan het panel bij zijn werkzaamheden alle mogelijke middelen gebruiken, waaronder telefoon, faxberichten, aangetekende post, koeriers, telex, telegrammen, e-mail, videoconferenties of weblinks. Wanneer het panel besluit welke middelen het zal gebruiken, ziet het erop toe dat de middelen geen afbreuk doen aan het recht van een partij om volledig en effectief te participeren in de procedure. |
|
16. |
Alleen panelleden mogen aan de beraadslagingen van het panel deelnemen. Het panel kan evenwel toestaan dat assistenten, tolken of vertalers de beraadslagingen bijwonen. |
|
17. |
De vaststelling van procedurele besluiten, met inbegrip van de uitspraak van het panel ten gronde, is een exclusieve bevoegdheid van het panel, die niet mag worden overgedragen. |
|
18. |
Wanneer een procedurele vraag rijst die niet door de bepalingen van de titel of dit reglement van orde wordt bestreken, kan een panel voor het geschil in kwestie een passende, met die bepalingen verenigbare procedure vaststellen. |
|
19. |
Wanneer het panel van oordeel is dat een procedurele termijn moet worden gewijzigd of een andere procedurele of administratieve aanpassing nodig is, stelt het de partijen bij het geschil schriftelijk in kennis van de redenen voor de wijziging of aanpassing onder vermelding van de vereiste termijn of aanpassing. De termijnen van artikel 317, lid 3, kunnen niet worden gewijzigd, tenzij in uitzonderlijke omstandigheden. |
VERVANGING
|
20. |
Indien een panellid niet aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt of moet worden vervangen, wordt overeenkomstig artikel 312 een vervanger aangewezen. |
|
21. |
Wanneer een partij bij het geschil van mening is dat een panellid de gedragscode schendt of niet voldoet aan de eisen van artikel 325, en om die reden moet worden vervangen, kan deze partij om de verwijdering van het panellid verzoeken door de andere partij bij het geschil daarvan kennis te geven binnen tien dagen nadat zij kennis heeft gekregen van de omstandigheden die schending van de gedragscode door het panellid opleveren. |
|
22. |
Wanneer een partij bij het geschil van mening is dat een ander panellid dan de voorzitter de gedragscode schendt, voeren de partijen bij het geschil binnen tien dagen overleg en, indien zij dienaangaande tot overeenstemming komen, verwijderen zij het panellid en selecteren een vervanger overeenkomstig artikel 312.
Indien de partijen bij het geschil het niet eens worden over de vraag of een panellid moet worden vervangen, kan een partij bij het geschil verzoeken de aangelegenheid aan de voorzitter van het panel voor te leggen, wiens beslissing definitief is. Indien de voorzitter concludeert dat een panellid de gedragscode schendt, wordt een vervanger aangewezen. De vervanger wordt geselecteerd overeenkomstig het lid van artikel 312 op grond waarvan het te vervangen panellid oorspronkelijk was geselecteerd. Indien binnen tien dagen na de mededeling van de voorzitter aan de partijen betreffende de schending van de gedragscode door een panellid geen vervanger is geselecteerd overeenkomstig het desbetreffende lid van artikel 312, selecteert de voorzitter het nieuwe panellid. Deze selectie vindt binnen vijf dagen plaats en wordt onverwijld meegedeeld aan de partijen bij het geschil. |
|
23. |
Wanneer een partij bij het geschil van mening is dat de voorzitter van het panel de gedragscode schendt, voeren de partijen binnen tien dagen overleg en, indien zij dienaangaande tot overeenstemming komen, verwijderen zij de voorzitter en selecteren een vervanger overeenkomstig artikel 312.
Indien de partijen bij het geschil het niet eens worden over de vraag of de voorzitter moet worden vervangen, kan een partij bij het geschil verzoeken de aangelegenheid voor te leggen aan een van de resterende personen op de in artikel 325, lid 1, van de titel bedoelde lijst van personen die als voorzitter kunnen optreden. Zijn of haar naam wordt niet later dan vijf dagen na de datum van het verzoek door de voorzitter van het Associatiecomité of zijn vertegenwoordiger door loting aangewezen in aanwezigheid van de partijen als zij dat willen. De beslissing over de noodzaak tot vervanging van de voorzitter is definitief. Indien deze persoon concludeert dat de oorspronkelijke voorzitter de gedragscode schendt, wijst hij of zij door loting een nieuwe voorzitter aan uit de resterende personen op de in artikel 325, lid 1, van de titel bedoelde lijst. Deze selectie geschiedt in aanwezigheid van de partijen bij het geschil, als zij dat willen, en vindt plaats binnen vijf dagen na de in de vorige alinea bedoelde aanwijzing bij loting. |
|
24. |
Een panellid dat vermoed wordt de gedragscode te schenden, kan ook ontslag nemen, zonder dat dit ontslag de erkenning inhoudt van de geldigheid van de redenen die de basis vormden voor het verzoek om vervanging. |
|
25. |
Bij de benoeming van de vervanger beslist het panel discretionair of alle of een deel van de hoorzittingen worden overgedaan. |
|
26. |
De panelprocedure wordt geschorst gedurende de termijn die nodig is om de procedures van de regels 20, 21, 22, 23 en 24 te doorlopen. |
HOORZITTINGEN
|
27. |
De voorzitter stelt in overleg (3) met de partijen bij het geschil en de overige leden van het panel de datum, de plaats en het tijdstip van de hoorzitting vast en zendt de partijen bij het geschil hiervan een schriftelijke kennisgeving. Tenzij de hoorzitting achter gesloten deuren plaatsvindt, wordt deze informatie door de partij bij het geschil die met de logistieke organisatie van de procedure belast is, ook openbaar gemaakt. Het panel kan besluiten geen hoorzitting bijeen te roepen, tenzij de partijen bij het geschil zich daartegen verzetten. |
|
28. |
Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, wordt de hoorzitting in Brussel gehouden als de partij waartegen de klacht gericht is de Europese Unie is en in de desbetreffende Midden-Amerikaanse hoofdstad indien de partij waartegen de klacht gericht is een republiek van de MA-partij is. |
|
29. |
Het panel kan aanvullende hoorzittingen bijeenroepen indien de partijen bij het geschil zulks overeenkomen. |
|
30. |
Alle panelleden zijn aanwezig tijdens de gehele duur van de hoorzittingen, zodat de effectieve beslechting van het geschil en de geldigheid van de handelingen, besluiten en uitspraken van het panel gewaarborgd is. |
|
31. |
De volgende personen kunnen een hoorzitting bijwonen, ongeacht of de procedure openstaat voor het publiek:
Alleen de vertegenwoordigers en adviseurs van de partijen bij het geschil kunnen het woord richten tot het panel. |
|
32. |
Uiterlijk vijf dagen vóór de datum van een hoorzitting verstrekt elke partij bij het geschil het panel een lijst met de namen van de personen die namens die partij pleidooien of uiteenzettingen op de hoorzitting zullen houden en van andere vertegenwoordigers of adviseurs die de hoorzitting zullen bijwonen. De bij het geschil betrokken partijen nemen in hun delegaties geen personen op die een direct of indirect financieel of persoonlijk belang hebben bij de zaak. De partijen bij het geschil kunnen tegen de aanwezigheid van een van de bovengenoemde personen bezwaar maken, waarbij de redenen daarvoor worden vermeld. Het panel doet aan het begin van de hoorzitting uitspraak over het bezwaar. |
|
33. |
De hoorzittingen van het panel zijn toegankelijk voor het publiek, tenzij de partijen bij het geschil besluiten dat de hoorzittingen gedeeltelijk of geheel achter gesloten deuren zullen plaatsvinden. Het panel komt echter in besloten zitting bijeen wanneer de stukken en pleidooien van een partij bij het geschil vertrouwelijke informatie bevatten; dit omvat vertrouwelijke commerciële informatie maar is daar niet toe beperkt. |
|
34. |
De hoorzitting wordt door het panel op de volgende wijze geleid, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de klagende partij en de partij waartegen de klacht gericht is, evenveel tijd krijgen toegewezen:
Pleidooien
Replieken
|
|
35. |
Het panel kan op elk ogenblik van de hoorzitting vragen stellen aan een van de partijen bij het geschil. |
|
36. |
Het panel laat van elke hoorzitting onverwijld een proces-verbaal opmaken en aan de partijen bij het geschil verstrekken. |
|
37. |
Binnen tien dagen na het einde van de hoorzitting kan elke partij bij het geschil een aanvullend schriftelijk stuk indienen over alle aspecten die tijdens de hoorzitting aan de orde zijn gekomen. |
SCHRIFTELIJKE VRAGEN
|
38. |
Het panel kan op elk moment van de procedure aan een partij of aan beide partijen schriftelijke vragen stellen. Elke bij het geschil betrokken partij ontvangt een kopie van de vragen van het panel. |
|
39. |
Een partij bij het geschil verstrekt de andere partij bij het geschil tegelijkertijd een kopie van haar schriftelijke antwoord op de vragen van het panel. Elke partij bij het geschil wordt in de gelegenheid gesteld binnen vijf dagen na de datum van ontvangst schriftelijke opmerkingen in te dienen over het antwoord van de andere partij bij het geschil. |
BEWIJSMATERIAAL
|
40. |
De partijen bij het geschil leggen samen met het verzoekschrift en het verweerschrift, tot staving van de daarin aangevoerde argumenten, in de mate van het mogelijke bewijsmateriaal voor. De partijen bij het geschil mogen ook aanvullend bewijsmateriaal voorleggen tot staving van de argumenten in hun repliek en dupliek. Bij wijze van uitzondering mogen de partijen bij het geschil aanvullend bewijsmateriaal indienen wanneer dat slechts beschikbaar is geworden of ter kennis van een partij bij het geschil is gekomen na de uitwisseling van de memories of wanneer het panel van oordeel is dat dat bewijsmateriaal relevant is en het de andere partij bij het geschil in de gelegenheid stelt daarover opmerkingen in te dienen. |
VERTROUWELIJKHEID
|
41. |
Wanneer een hoorzitting van het panel overeenkomstig regel 33 geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvindt, respecteren de partijen bij het geschil en hun adviseurs de vertrouwelijkheid van de zitting. Elke partij bij het geschil en haar adviseurs behandelen informatie die door de andere partij bij het geschil aan het panel is verstrekt en als vertrouwelijk is aangemerkt, vertrouwelijk. Wanneer een partij bij het geschil het panel een vertrouwelijke versie van haar memories verstrekt, dient zij op verzoek van de andere partij bij het geschil uiterlijk 15 dagen na de datum van het verzoek of, indien dit later is, na de datum van indiening van de memorie, tevens een niet-vertrouwelijke samenvatting van de informatie in de memorie in, die openbaar mag worden gemaakt. Geen enkele bepaling van dit reglement van orde belet een partij haar eigen standpunten openbaar te maken, voor zover deze geen vertrouwelijke commerciële informatie bevatten. |
EENZIJDIGE CONTACTEN
|
42. |
Het panel heeft geen ontmoetingen of contacten met een partij bij het geschil in afwezigheid van de andere partij. |
|
43. |
Het is de leden van het panel verboden enig aspect van de inhoud van de procedure met een partij bij het geschil of met beide partijen te bespreken in afwezigheid van de andere panelleden. |
INLICHTINGEN EN TECHNISCH ADVIES
|
44. |
Wanneer het panel overeenkomstig artikel 320, lid 2, inlichtingen en technisch advies inwint, doet het dat zo spoedig mogelijk en in elk geval uiterlijk 15 dagen na de datum van de hoorzitting, tenzij het panel aantoont dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. |
|
45. |
Vóór het panel inlichtingen of technisch advies inwint, bepaalt het welke procedures het zal volgen om die inlichtingen te verkrijgen, en stelt het de partijen bij het geschil daarvan in kennis. Die procedures voorzien onder meer in:
|
|
46. |
Het panel kan als technisch adviseur niemand aanwijzen die bij de procedure een financieel of persoonlijk belang heeft of van wie een werkgever, partner, vennoot of familielid soortgelijke belangen heeft. Hoe dan ook zijn de voorschriften van artikel 325, lid 2, van toepassing op de selectie van deskundigen, instanties of andere bronnen. |
|
47. |
Wanneer overeenkomstig artikel 320, lid 2, om inlichtingen en technisch advies is verzocht, bepaalt het panel of de termijnen in afwachting van de ontvangst van die inlichtingen worden geschorst. |
MEMORIES VAN AMICI CURIAE
|
48. |
Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, kan het panel van belanghebbende natuurlijke of rechtspersonen die op het grondgebied van de partijen bij het geschil gevestigd zijn, memories als amicus curiae ontvangen, indien zij worden ingediend binnen tien dagen na de datum van instelling van het panel. |
|
49. |
De memories:
|
|
50. |
De memories gaan vergezeld van een schriftelijke verklaring waarin duidelijk wordt vermeld:
|
|
51. |
De memories worden in de in regel 49 bedoelde talen gericht aan de voorzitter van het panel. |
|
52. |
Het panel neemt memories van amici curiae die niet aan de bovengenoemde regels beantwoorden, niet in overweging. |
|
53. |
Het panel geeft in zijn uitspraak ten gronde een overzicht van alle memories van amici curiae die het heeft ontvangen en die beantwoorden aan de bovengenoemde regels. Het panel is niet verplicht in zijn uitspraak ten gronde op de in die memories naar voren gebrachte feitelijke of juridische argumenten in te gaan. De memories die het Panel overeenkomstig dit reglement ontvangt, worden met het oog op eventuele opmerkingen medegedeeld aan de partijen bij het geschil. |
DRINGENDE GEVALLEN
|
54. |
In de in artikel 313, lid 3, bedoelde dringende gevallen past het panel in voorkomend geval de in dit reglement vastgestelde termijnen aan. |
PROCEDURETAAL, VERTALING EN VERTOLKING
|
55. |
Tijdens het in artikel 310 bedoelde overleg, en uiterlijk tijdens de in regel 11 bedoelde vergadering, pogen de partijen bij het geschil overeenstemming te bereiken over een werktaal of -talen voor de panelprocedure, namelijk Engels, Spaans of beide. |
|
56. |
De uitspraken van het panel, met inbegrip van de uitspraak ten gronde, worden opgesteld en betekend in de door de partijen bij het geschil gekozen talen. De kosten voor het vertalen van de uitspraken van het panel worden gelijkelijk door de partijen bij het geschil gedragen. |
|
57. |
Elke partij bij het geschil draagt de kosten voor eventuele andere vertalingen die zij noodzakelijk acht. |
BEREKENING VAN DE PROCEDURETERMIJNEN
|
58. |
Wanneer overeenkomstig de titel, dit reglement of bij besluit van het panel, een handeling, stap in de procedure of hoorzitting moet plaatsvinden vóór, op of na een bepaalde datum of gebeurtenis, wordt de aldus bepaalde datum of de datum van de gebeurtenis niet meegenomen in de berekening van de termijnen die worden gesteld in de titel of dit reglement of door het panel. |
|
59. |
Alle in de titel en in dit reglement gestelde termijnen worden berekend vanaf de dag nadat het verzoek, de mededeling, de memorie of een ander document is meegedeeld aan de partij die het document ontvangt. |
|
60. |
De tijd die verstrijkt tussen de datum van indiening van het document en de daadwerkelijke ontvangst ervan wordt niet meegenomen in de berekening van de proceduretermijnen overeenkomstig regel 4. |
|
61. |
Wanneer de partijen een document niet op dezelfde datum ontvangen, worden termijnen die ingaan vanaf de datum van ontvangst van dat document, vanaf de laatste datum van ontvangst berekend. |
|
62. |
Wanneer een termijn verstrijkt op een wettelijke vrije dag van een van de partijen bij het geschil of van beide, wordt deze termijn verlengd tot de volgende werkdag. |
KOSTEN
|
63. |
Tenzij het panel heeft vastgestelde dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden, (4) worden de kosten voor de betaling van panelleden, assistenten, deskundigen, instanties of andere bronnen overeenkomstig artikel 320, hun vervoer, accommodatie en andere in aanmerking komende kosten, en de algemene administratieve kosten in verband met de panelprocedure in gelijke mate gedragen door de partijen bij het geschil, overeenkomstig de door het panel ingediende kostendeclaratie. |
|
64. |
De panelleden houden een volledige en gedetailleerde opgave van de relevante uitgaven bij en dienen bij het kantoor dat door de partijen overeenkomstig regel 67 is aangewezen een kostendeclaratie met bewijsstukken in, voor de betaling van hun bezoldiging en de vergoeding van hun kosten. Hetzelfde geldt voor assistenten en personen die overeenkomstig artikel 320 zijn aangewezen, voor zover het gaat om hun specifieke rol als assistent van een panellid of van het panel of om deskundigen, instanties of andere bronnen die inlichtingen en technisch advies verstrekken. |
|
65. |
De Associatieraad bepaalt welke kosten van de onder punt 63 genoemde personen voor vergoeding in aanmerking komen, alsmede de bezoldiging en de vergoedingen die betaald moeten worden, die zullen overeenstemmen met de WTO-normen. |
|
66. |
De bovenstaande regels zijn eveneens van toepassing op bemiddelaars in het kader van het bemiddelingsmechanisme. |
AANGEWEZEN KANTOOR VOOR GESCHILLENBESLECHTINGSPROCEDURES EN HET BEMIDDELINGSMECHANISME
|
67. |
Elke partij:
|
|
68. |
Elke kennisgeving en de aflevering van documenten bedoeld in de titel inzake geschillenbeslechting, het reglement van orde en de titel betreffende het bemiddelingsmechanisme gebeuren via dat kantoor. |
OVERIGE PROCEDURES
|
69. |
Dit reglement van orde is ook van toepassing op de procedures van artikel 315, lid 3, artikel 316, lid 2, artikel 317, lid 3, en artikel 318, lid 2. De in dit reglement van orde vermelde termijnen voor de vaststelling van een uitspraak door het panel worden in dat geval vervangen door de bijzondere termijnen die in die andere procedures zijn vastgesteld. |
NALEVING VAN DE TITEL EN HET REGLEMENT
|
70. |
De partijen en het panel zien erop toe dat hun vertegenwoordigers, adviseurs, assistenten en andere personen die deelnemen aan een procedure op grond van de titel en dit reglement de desbetreffende bepalingen en eventuele aanvullende regels die door de partijen zijn overeengekomen of door het panel zijn vastgesteld, naleven. |
(1) Dit omvat bestendige vrije dagen, met inbegrip van maar niet uitsluitend religieuze of historische feestdagen, en eventuele andere niet-bestendige feestdagen.
(2) Opmerking van de onderhandelaars: MA zal zich verder buigen over de vraag of een alternatieve regel nodig kan zijn voor situaties waarin de verzending of ontvangst niet wordt geregistreerd.
(3) Het resultaat van het in deze regel bedoelde overleg is niet bindend voor het panel.
(4) Opmerking van de onderhandelaars: De onderhandelaars zijn het erover eens dat alle kosten die verband houden met het panel en de werkzaamheden van het panel in gelijke mate moeten worden gedragen door de partijen bij het geschil. De partijen bij het geschil komen verder overeen dat wanneer een partij opzettelijk heeft gepoogd de geschillenbeslechtingsprocedure te belemmeren of anderszins te misbruiken, het panel kan besluiten dat deze partij een groter aandeel moet betalen.
BIJLAGE B
Gedragscode voor panelleden en bemiddelaars
DEFINITIES
|
1. |
Voor de toepassing van deze gedragscode wordt verstaan onder:
|
PLICHTEN IN HET KADER VAN DE PROCEDURE
|
2. |
Elke kandidaat en elk lid vermijdt laakbaar gedrag en de schijn van laakbaar gedrag, is onafhankelijk en onpartijdig, vermijdt directe en indirecte belangenconflicten en neemt bij zijn gedrag de hoogste normen in acht, zodat de integriteit en onpartijdigheid van de geschillenbeslechtingsprocedure en de regeling inzake geschillenbeslechting is gegarandeerd. Voormalige leden leven de verplichtingen in de afdelingen Verplichtingen van voormalige leden en Vertrouwelijkheid van deze gedragscode na. |
OPENBAARMAKINGSPLICHT
|
3. |
Voorafgaand aan de kennisgeving van de aanvaarding van zijn of haar aanstelling tot panellid overweegt een kandidaat alle belangen, relaties of andere omstandigheden die van invloed kunnen zijn op zijn of haar onafhankelijkheid of onpartijdigheid of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij tijdens de procedure de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid kunnen wekken, en geeft hij of zij daar zo nodig opening van zaken over. Daartoe stelt de kandidaat al hetgeen redelijkerwijs in zijn vermogen ligt, in het werk om na te gaan of er sprake is van dergelijke belangen, relaties of aangelegenheden. |
|
4. |
Onverminderd het algemene karakter van het bovenstaande, dienen de kandidaten te goeder trouw te vermelden:
|
|
5. |
Voor de toepassing van de leden 3 en 4 dienen alle kandidaten die zijn geselecteerd als panelleden en hun benoeming hebben aanvaard, een initiële verklaring betreffende openbaarmaking in te vullen. De verklaring moet samen met de aanvaarding van hun aanstelling ter overweging aan de partijen worden toegezonden. |
|
6. |
Na hun benoeming blijven leden alles in het werk stellen wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om na te gaan of er sprake is van de in de punten 3 en 4 van deze gedragscode bedoelde belangen, relaties of aangelegenheden en maken zij deze in voorkomend geval openbaar. De openbaarmakingsplicht is voor de leden een voortdurende plicht met betrekking tot dergelijke belangen, relaties en aangelegenheden die zich tijdens de procedure voordoen. De leden geven opening van zaken over dergelijke belangen, relaties en andere omstandigheden door die de partijen schriftelijk ter overweging mee te delen, met verzending van een kopie naar het Associatiecomité. |
|
7. |
De leden richten mededelingen betreffende feitelijke of mogelijke schendingen van deze gedragscode uitsluitend aan het Associatiecomité, ter overweging door de partijen. |
TAKEN VAN LEDEN
|
8. |
Na aanvaarding van zijn of haar benoeming zet een lid zich gedurende de hele procedure in om zijn of haar taken nauwgezet, snel en op billijke wijze te vervullen. |
|
9. |
Het lid onderzoekt en beoordeelt uitsluitend vragen die in de procedure aan de orde worden gesteld en voor de uitspraak noodzakelijk zijn, en draagt deze taak niet aan een andere persoon over. |
|
10. |
Het lid neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de afdelingen Plichten in het kader van de procedure, Openbaarmakingsplicht, Onafhankelijkheid, onpartijdigheid en rechten van leden, Verplichtingen van voormalige leden en Vertrouwelijkheid van deze gedragscode door hun assistenten en personeel worden gekend en nageleefd. |
|
11. |
Het lid onthoudt zich van eenzijdige contacten in verband met de procedure. |
ONAFHANKELIJKHEID, ONPARTIJDIGHEID EN RECHTEN VAN LEDEN
|
12. |
Leden zijn onafhankelijk en onpartijdig, vermijden de schijn van laakbaar gedrag, partijdigheid of vooringenomenheid en laten zich niet leiden door eigenbelang of het belang van anderen, druk van buitenaf, politieke overwegingen, publieke protesten, trouw aan een partij of vrees voor kritiek. |
|
13. |
Leden mogen noch direct noch indirect verplichtingen aangaan of voordelen accepteren die op welke wijze dan ook een belemmering vormen of lijken te vormen voor de correcte uitoefening van hun taken als lid. |
|
14. |
Leden gebruiken hun positie als lid van het panel niet om persoonlijke of particuliere belangen te dienen en onthouden zich van handelingen die de indruk kunnen wekken dat anderen in een bijzondere positie verkeren waardoor zij invloed op het lid kunnen uitoefenen. |
|
15. |
Leden laten hun gedrag of oordeel niet beïnvloeden door financiële, zakelijke, professionele, familiale of sociale relaties of verantwoordelijkheden. |
|
16. |
Leden gaan geen relaties aan en verwerven geen financiële of andere persoonlijke belangen wanneer daardoor hun onpartijdigheid in het gedrang kan komen of wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daardoor de schijn van laakbaar gedrag, partijdigheid of vooringenomenheid wordt gewekt. |
|
17. |
Geen enkel lid beperkt of ontneemt het recht en de verplichting van andere leden om volledig deel te nemen aan alle relevante aspecten van de procedure. |
VERPLICHTINGEN VAN VOORMALIGE LEDEN
|
18. |
Voormalige leden onthouden zich van handelingen die de schijn kunnen wekken dat zij bij de uitoefening van hun taken vooringenomen waren of voordeel hebben gehad van het besluit of de uitspraak van het panel. |
VERTROUWELIJKHEID
|
19. |
Het lid of voormalige lid mag op geen enkel ogenblik niet-openbare, betreffende of tijdens de procedure verkregen informatie openbaar maken of gebruiken, behalve ten behoeve van de procedure, en mag deze informatie in geen geval openbaar maken of gebruiken om persoonlijk voordeel te behalen, anderen een voordeel te schenken of het belang van anderen in negatieve zin te beïnvloeden. |
|
20. |
De uitspraken ten gronde van het panel mogen door het lid niet geheel of gedeeltelijk openbaar worden gemaakt voordat zij conform de titel bekend zijn gemaakt. |
|
21. |
Leden of voormalige leden mogen nooit informatie openbaar maken over de beraadslagingen van een panel, de standpunten van een lid, of een ander niet-openbaar aspect van de procedure. |
BEMIDDELAARS
|
22. |
De voorschriften van deze gedragscode die betrekking hebben op leden en voormalige leden, zijn van overeenkomstige toepassing op bemiddelaars. |
ONTWERP
BESLUIT Nr. 3/2014 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA
van … 2014
tot vaststelling van de lijst van panelleden
DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA,
Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds („de overeenkomst”), met name de artikelen 6 en 325,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 6, lid 1, heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 325, lid 1, stelt de Associatieraad een lijst op van zesendertig personen die bereid en in staat zijn om als panellid op te treden in de zin van titel X (Geschillenbeslechting) van de overeenkomst, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Enig artikel
De lijst van panelleden wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage.
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te …,
Voor de Associatieraad
Voor de republieken van de MA-partij
Voor de EU-partij
BIJLAGE
Lijst van panelleden
|
|
Door Costa Rica voorgestelde panelleden
|
|
|
Door El Salvador voorgestelde panelleden
|
|
|
Door Guatemala voorgestelde panelleden
|
|
|
Door Honduras voorgestelde panelleden
|
|
|
Door Nicaragua voorgestelde panelleden
|
|
|
Door Panama voorgestelde panelleden
|
|
|
Door de EU voorgestelde panelleden
|
|
|
Voorzitters
|
ONTWERP
BESLUIT Nr. 4/2014 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA
van … 2014
tot vaststelling van de lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling
DE ASSOCIATIERAAD EU-MIDDEN-AMERIKA,
Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds („de overeenkomst”), met name de artikelen 6 en 297,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 6, lid 1, heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 297, lid 2, bekrachtigt de Associatieraad een lijst van zeventien deskundigen op het vlak van milieurecht, internationale handel of de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten, alsmede een lijst van zeventien deskundigen op het vlak van arbeidsrecht, internationale handel of de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Enig artikel
De lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling wordt bekrachtigd overeenkomstig de bijlage.
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te …,
Voor de Associatieraad
Voor de republieken van de MA-partij
Voor de EU-partij
BIJLAGE
Lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling
Deskundigen op het vlak van milieurecht, internationale handel of de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten
|
|
Lijst van nationale deskundigen
|
|
|
Voorzitters (niet-onderdanen van de partijen)
|
Deskundigen op het vlak van arbeidsrecht, internationale handel of de beslechting van geschillen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten
|
|
Lijst van nationale deskundigen
|
|
|
Voorzitters (niet-onderdanen van de partijen)
|
|
26.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186/103 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 24 juni 2014
betreffende het op de markt brengen, voor essentiële toepassingen, van biociden die koper bevatten
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 4062)
(Slechts de teksten in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Italiaanse, de Letse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse en de Zweedse taal zijn authentiek)
(2014/395/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (1), en met name artikel 5, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1896/2000 van de Commissie van 7 september 2000 inzake de eerste fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende biociden bedoelde programma (2) is voor koper een kennisgeving ingediend voor gebruik in o.a. de productsoorten 2, 5 en 11, zoals omschreven in bijlage V bij Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (3). |
|
(2) |
Binnen de voorgeschreven termijnen is geen volledig dossier ter ondersteuning van de opneming van koper in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG ingediend. Overeenkomstig Besluit 2012/78/EU van de Commissie van 9 februari 2012 betreffende de niet-opneming van bepaalde stoffen in bijlage I, IA of IB van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden (4), in samenhang met artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 mag koper met ingang van 1 februari 2013 niet meer op de markt worden gebracht voor gebruik in de productsoorten 2, 5 of 11. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 hebben Ierland, Estland, Italië, Polen, Frankrijk, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Letland, Finland, Luxemburg, Zweden, Denemarken en Malta afzonderlijk aanvragen ingediend bij de Commissie om te kunnen toestaan dat biociden die koper bevatten op de markt worden gebracht voor een aantal toepassingen. |
|
(4) |
De Commissie heeft de aanvragen langs elektronische weg publiek beschikbaar gesteld. |
|
(5) |
Blijkens de aanvragen wordt legionella vooral overgedragen bij het gebruik van water als drinkwater, badwater, douchewater en water in koeltorens. Bovendien kan legionella dodelijk zijn, met name bij kwetsbare groepen zoals ziekenhuispatiënten. Volgens de aanvragen is de selectie van een geschikt systeem voor de bestrijding van legionella ingewikkeld en afhankelijk van een aantal factoren zoals het ontwerp, de ouderdom en de complexiteit van het systeem en de waterchemie. |
|
(6) |
Blijkens sommige aanvragen worden biociden die koper bevatten, gebruikt bij het verhinderen van de groei van organismen, die kunnen leiden tot een brede reeks infecties, in water gebruikt in zwembaden. |
|
(7) |
Blijkens sommige aanvragen worden biociden die koper bevatten verder gebruikt om de groei van organismen in de belangrijkste watertoevoerleidingen van offshore olie- en gasplatforms en andere installaties op zee of aan de kust te verhinderen, wanneer dat gebruik essentieel is ter voorkoming van de blokkering van de toevoer van water dat o.a. dient voor verwerking, drink- en badwaterproductie, en bluswerkzaamheden, aangezien een blokkering van die toevoer fataal kan zijn voor de gezondheid en veiligheid van het personeel van de installatie. |
|
(8) |
Blijkens sommige aanvragen, ten slotte, worden biociden die koper bevatten gebruikt om de groei van organismen in de belangrijkste watertoevoerleidingen van schepen te verhinderen, wanneer dat gebruik essentieel is ter voorkoming van de blokkering van de toevoer van water dat doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip wordt gebruikt. Dit omvat de inwendige delen van alle pijpleidingen, zoals het brandbestrijdingssysteem, die van cruciaal belang zijn voor de veilige werking van het schip. |
|
(9) |
Er werden geen opmerkingen ontvangen tijdens de openbare raadpleging over deze aanvragen. De lidstaten die de aanvragen hebben ingediend hebben echter aangevoerd dat op hun grondgebied een voldoende aanbod van technisch en economisch haalbare alternatieven beschikbaar moet zijn voor de bestrijding van legionella of andere schadelijke organismen en in voorkomend geval ter vermindering van het risico dat de belangrijkste watertoevoerleidingen van offshore-installaties, in andere installaties op zee of aan de kust, of op schepen worden geblokkeerd. |
|
(10) |
Het lijkt dan ook waarschijnlijk dat het niet verlenen van toestemming voor het gebruik ter bestrijding van legionella of andere schadelijke organismen, of in voorkomend geval voor het voorkomen van de groei van organismen in watertoevoerleidingen van offshore olie- en gasplatforms, in andere installaties op zee of aan de kust, of op schepen, in die lidstaten thans een ernstig risico voor de volksgezondheid zou opleveren. Bovendien kunnen de kosten, logistieke en praktische haalbaarheid van het uitschakelen of vervangen van de huidige op koper gebaseerde systemen op schepen in vele gevallen prohibitief zijn. Ook als vervanging haalbaar is, kan dit enige tijd in beslag nemen. Daarom moeten de gevraagde afwijkingen voor essentiële toepassingen worden toegestaan. |
|
(11) |
Tenzij onverwijld een volledige aanvraag voor goedkeuring van het gebruik van koper in de betrokken productsoorten wordt ingediend, moeten gebruikers van biociden die koper bevatten echter alternatieve methoden toepassen voor de bestrijding van legionella of het voorkomen van de groei van organismen. Het is bijgevolg passend te eisen dat in een dergelijk geval de gebruikers in die lidstaten vroeg genoeg actief worden geïnformeerd om hen in staat te stellen die alternatieve methoden te gebruiken vóór de biociden die koper bevatten van de markt moeten worden gehaald, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Mits Ierland, Estland, Italië, Polen, Frankrijk, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Letland, Finland, Luxemburg, Zweden, Denemarken en Malta voldoen aan de voorwaarden van artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 mogen zij toestemming verlenen om biociden die koper (EG-nummer 231-159-6; CAS-nummer 7440-50-8) bevatten op de markt te brengen voor het in de bijlage bij dit besluit aangeduide gebruik.
2. Indien dossiers inzake de goedkeuring van koper voor de productsoorten voor dat gebruik uiterlijk op 31 december 2014 zijn ingediend en door de beoordelende lidstaat als volledig zijn aangemerkt, mogen Ierland, Estland, Italië, Polen, Frankrijk, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Letland, Finland, Luxemburg, Zweden, Denemarken en Malta tot de in artikel 89 van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (5) gestelde termijn voor gevallen waarin een stof al dan niet is goedgekeurd, toestemming blijven verlenen om die producten op de markt te brengen.
3. In andere dan de in lid 2 bedoelde gevallen mogen Ierland, Estland, Italië, Polen, Frankrijk, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Letland, Finland, Luxemburg, Zweden, Denemarken en Malta tot en met 31 december 2017 toestemming blijven verlenen om die producten op de markt te brengen, mits die lidstaten er vanaf 1 januari 2015 voor zorgen dat de gebruikers actief worden geïnformeerd over de dringende noodzaak om voor de betrokken doeleinden alternatieve methoden toe te passen.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Letland, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.
Gedaan te Brussel, 24 juni 2014.
Voor de Commissie
Janez POTOČNIK
Lid van de Commissie
(1) PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3.
(2) PB L 228 van 8.9.2000, blz. 6.
(3) PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1.
BIJLAGE
GEBRUIK WAARVOOR DE HIERONDER GENOEMDE LIDSTATEN TOELATING MOGEN VERLENEN, MITS VOLDAAN IS AAN DE VOORWAARDEN VAN ARTIKEL 1
|
|
|
A |
B |
C |
|
Nr. |
Lidstaat |
Productsoort 2 |
Productsoort 5 |
Productsoort 11 |
|
1 |
Ierland |
Voor de bestrijding van legionella in water voor menselijk gebruik, zoals bad- en douchewater. |
Voor de bestrijding van legionella in drinkwater. |
— |
|
2 |
Estland |
— |
— |
Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
3 |
Italië |
Voor de bestrijding van legionella in water voor menselijk gebruik, zoals bad- en douchewater. |
Voor de bestrijding van legionella in drinkwater. |
Voor de bestrijding van legionella in water voor koeltorens. Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van offshore olie- en gasplatformen, en andere installaties op zee of aan de kust. Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
4 |
Polen |
— |
— |
Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
5 |
Frankrijk |
Voor de bestrijding van legionella en andere schadelijke organismen in water voor particuliere zwembaden. |
— |
Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
6 |
België |
Voor de bestrijding van legionella in water voor menselijk gebruik, zoals bad- en douchewater. |
Voor de bestrijding van legionella in drinkwater. |
Voor de bestrijding van legionella in water voor koeltorens. Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van offshore olie- en gasplatformen, en andere installaties op zee of aan de kust. Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
7 |
Verenigd Koninkrijk |
Voor de bestrijding van legionella en andere schadelijk organismen in water voor zwembaden en dierenbassins. |
— |
Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van offshore olie- en gasplatforms, en andere installaties op zee of aan de kust. Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
8 |
Duitsland |
— |
— |
Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van offshore olie- en gasplatformen, en andere installaties op zee of aan de kust. Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
9 |
Letland |
— |
— |
Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
10 |
Finland |
— |
— |
Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
11 |
Luxemburg |
— |
— |
Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
12 |
Zweden |
— |
— |
Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
13 |
Denemarken |
— |
— |
Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van offshore olie- en gasplatformen, en andere installaties op zee of aan de kust. Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
14 |
Malta |
Voor de bestrijding van legionella in water voor menselijk gebruik, zoals bad- en douchewater. |
— |
Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van offshore olie- en gasplatformen, en andere installaties op zee of aan de kust. Voor de verhindering van bioaangroei in de watertoevoer/pompen en doorheen het hele pijpleidings- en watersysteem van een schip. |
|
26.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186/108 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 24 juni 2014
tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) als nieuw voedselingrediënt krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 4114)
(Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)
(2014/396/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (1), en met name artikel 7,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 4 mei 2012 heeft de onderneming Lallemand SAS bij de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk een verzoek ingediend om uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) als nieuw voedselingrediënt in de handel te brengen. Uv-behandelde bakkersgist is bestemd voor gebruik tijdens de productie van met gist gerezen brood, broodjes en banketbakkerswaren en in voedingssupplementen. |
|
(2) |
Op 31 augustus 2012 heeft de bevoegde Britse instantie voor de beoordeling van voedingsmiddelen haar verslag van de eerste beoordeling uitgebracht. In dat verslag werd geconcludeerd dat uv-behandelde bakkersgist voldoet aan de criteria voor nieuwe voedselingrediënten van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 258/97. |
|
(3) |
Op 11 september 2012 heeft de Commissie het verslag van de eerste beoordeling doorgestuurd naar de overige lidstaten. |
|
(4) |
Er zijn binnen de in artikel 6, lid 4, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 258/97 vastgestelde termijn van zestig dagen met redenen omklede bezwaren ingediend. |
|
(5) |
Op 14 april 2013 heeft de Commissie de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) geraadpleegd en haar verzocht om overeenkomstig Verordening (EG) nr. 258/97 een aanvullende beoordeling voor uv-behandelde bakkersgist als nieuw voedselingrediënt te verrichten. |
|
(6) |
De EFSA heeft op 12 december 2013 in haar wetenschappelijk advies over de veiligheid van met vitamine D verrijkte, uv-behandelde bakkersgist (2) geconcludeerd dat uv-behandelde bakkersgist met een verhoogd gehalte aan vitamine D2 onder de beoogde gebruiksvoorwaarden veilig is. |
|
(7) |
In het advies zijn derhalve voldoende redenen aangegeven om vast te stellen dat uv-behandelde bakkersgist als nieuw voedselingrediënt voldoet aan de criteria van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 258/97. |
|
(8) |
Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) en Verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad (4) bevatten specifieke bepalingen inzake het gebruik van vitaminen en mineralen in voedingssupplementen. Het gebruik van uv-behandelde bakkersgist moet worden toegelaten onverminderd deze specifieke bepalingen. |
|
(9) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Uv-behandelde bakkersgist zoals gedefinieerd en gespecificeerd in bijlage I mag als nieuw voedselingrediënt in de handel worden gebracht voor de toepassingen en bij de maximumconcentraties die in bijlage II zijn vastgesteld, onverminderd Richtlijn 2002/46/EG en Verordening (EG) nr. 1925/2006.
Artikel 2
Het bij dit besluit toegelaten uv-behandelde bakkersgist wordt in de etikettering van voedingsmiddelen die het bevatten, aangeduid als „vitamine D-gist” of „vitamine D2-gist”.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot Lallemand SAS, 19 rue des Briquetiers BP59, 31702 Blagnac Cedex, Frankrijk.
Gedaan te Brussel, 24 juni 2014.
Voor de Commissie
Tonio BORG
Lid van de Commissie
(1) PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1.
(2) EFSA Journal 2014; 12(1):3520.
(3) Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51).
(4) Verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen (PB L 404 van 30.12.2006, blz. 26).
BIJLAGE I
SPECIFICATIE VAN UV-BEHANDELDE BAKKERSGIST
Definitie : Bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) wordt behandeld met ultraviolet licht om de omzetting van ergosterol in vitamine D2 (ergocalciferol) op te wekken. Het gehalte aan vitamine D2 in het gistconcentraat varieert tussen 1 800 000 en 3 500 000 IE vitamine D/100 g (450-875 μg/g).
Beschrijving : geelbruine, vrijstromende korrels
Vitamine D2 :
|
Chemische naam |
(5Z,7E,22E)-3S-9,10-secoërgosta-5,7,10(19),22-tetraeen-3-ol |
|
Synoniemen |
Ergocalciferol |
|
CAS-nr. |
50-14-6 |
|
Relatieve molecuulmassa |
396,65 g/mol |
Microbiologische criteria van het gistconcentraat: :
|
Coliformen |
Maximaal 1 000 /g |
|
Escherichia coli |
Maximaal 10/g |
|
Salmonella spp. |
Afwezig in 25 g |
BIJLAGE II
TOEGELATEN TOEPASSINGEN VAN UV-BEHANDELDE BAKKERSGIST
|
Voedingsmiddelencategorie |
Maximumgehalte |
|
Met gist gerezen brood en broodjes |
5 μg vitamine D2/100 g eindproduct |
|
Met gist gerezen banketbakkerswaren |
5 μg vitamine D2/100 g eindproduct |
|
Voedingssupplementen |
5 μg vitamine D2/dag |
|
26.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 186/111 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 25 juni 2014
tot verlenging van de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring van difethialon en difenacum voor gebruik in biociden voor productsoort 14
(Voor de EER relevante tekst)
(2014/397/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 14, lid 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Difethialon en difenacum zijn in bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) opgenomen als werkzame stoffen die mogen worden gebruikt in biociden voor productsoort 14, en worden ingevolge artikel 86 van Verordening (EU) nr. 528/2012 geacht op grond van deze verordening te zijn goedgekeurd, onder voorbehoud van de naleving van de in bijlage I bij die richtlijn vastgestelde specificaties en voorwaarden. |
|
(2) |
De goedkeuring daarvan verstrijkt op 31 oktober 2014 respectievelijk 31 maart 2015. Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 zijn aanvragen ingediend voor verlenging van de goedkeuring van deze werkzame stoffen. |
|
(3) |
Vanwege de gesignaleerde risico's en de kenmerken van de werkzame stoffen difethialon en difenacum, waardoor die persistent, bioaccumulerend en toxisch, dan wel zeer persistent en sterk bioaccumulerend kunnen zijn, moet voor verlenging van de goedkeuring daarvan een evaluatie van een alternatieve werkzame stof of van alternatieve werkzame stoffen worden verricht. Wegens deze kenmerken kan bovendien de goedkeuring van deze werkzame stoffen uitsluitend worden verlengd indien wordt aangetoond dat aan ten minste een van de voorwaarden van artikel 5, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt voldaan. |
|
(4) |
De Commissie heeft een onderzoek opgestart naar de risicobeperkende maatregelen die kunnen worden toegepast op bloedstollingsremmende rodenticiden, met als doel om de maatregelen voor te stellen die het meest geschikt zijn om de risico's te beperken die verband houden met de eigenschappen van die werkzame stoffen. |
|
(5) |
Dat onderzoek loopt momenteel nog en de aanvragers van verlenging van de goedkeuring van die werkzame stoffen moet de mogelijkheid worden geboden om in hun aanvraag op de conclusies van het onderzoek in te gaan. Voorts moet bij het besluit over verlenging van de goedkeuring van alle bloedstollingsremmende rodenticiden met de conclusies van dat onderzoek rekening worden gehouden. |
|
(6) |
Om de risico's en de voordelen van alle bloedstollingsremmende rodenticiden alsmede van de daarvoor geldende risicobeperkende maatregelen gemakkelijker te kunnen beoordelen en vergelijken, moet de evaluatie van difethialon en difenacum worden uitgesteld totdat de laatste aanvraag voor verlenging met betrekking tot het laatste bloedstollingsremmende rodenticide wordt ingediend. De aanvragen voor verlenging van de goedkeuring van de laatste bloedstollingsremmende rodenticiden, te weten brodifacum, warfarine en warfarine-natrium, worden naar verwachting uiterlijk op 31 juli 2015 ingediend. |
|
(7) |
Bijgevolg zal de goedkeuring van difethialon en difenacum, om redenen die de aanvragers niet verwijtbaar zijn, waarschijnlijk verstrijken voordat een besluit over de verlenging ervan is genomen. Daarom moet de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring van die werkzame stoffen met een zodanige termijn worden verlengd dat er voldoende tijd is om de aanvragen te behandelen. |
|
(8) |
Behalve wat betreft de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring, moet de goedkeuring van die stoffen blijven gelden, onder voorbehoud van de naleving van de specificaties en voorwaarden vastgesteld in bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG. |
|
(9) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De termijn voor het verstrijken van de goedkeuring van difethialon en difenacum voor gebruik in biociden voor productsoort 14 wordt verlengd tot en met 30 juni 2018.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 25 juni 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.
(2) Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1).