|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
57e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2014/305/EU |
|
|
|
* |
Besluit van de Raad van 9 juli 2013 inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart waarbij een algemeen kader wordt gecreëerd voor versterkte samenwerking ( 1 ) |
|
|
|
|
2014/306/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
Verordening (EU) nr. 579/2014 van de Commissie van 28 mei 2014 inzake een afwijking van enkele bepalingen van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het vervoer van vloeibare oliën en vetten over zee ( 1 ) |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
|
2014/307/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/1 |
Informatie over de inwerkingtreding van de Regeling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van het Koninkrijk Noorwegen aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken
De Regeling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van het Koninkrijk Noorwegen aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken zal op 1 juni 2014 in werking treden, aangezien de in artikel 13, lid 2, van de regeling bedoelde procedure op 19 mei 2014 is voltooid.
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/2 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 9 juli 2013
inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart waarbij een algemeen kader wordt gecreëerd voor versterkte samenwerking
(Voor de EER relevante tekst)
(2014/305/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Commissie heeft namens de Unie onderhandeld over de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart waarbij een algemeen kader wordt gecreëerd voor versterkte samenwerking (de „overeenkomst”). |
|
(2) |
De overeenkomst is ondertekend op 20 december 2012, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum. |
|
(3) |
Er moeten procedurele regelingen worden vastgesteld voor de deelname van de Unie aan het bij de overeenkomst opgerichte gemengd comité. |
|
(4) |
De overeenkomst dient te worden goedgekeurd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart waarbij een algemeen kader wordt gecreëerd voor versterkte samenwerking wordt hierbij namens de Unie goedgekeurd (1).
Artikel 2
De voorzitter van de Raad verricht namens de Unie de in punt 13.2 van de overeenkomst bedoelde kennisgeving.
Artikel 3
De Commissie vertegenwoordigt de Unie in het bij punt 7 van de overeenkomst opgerichte gemengd comité.
Artikel 4
1. Na overleg met het door de Raad aangewezen bijzonder comité, bepaalt de Commissie het standpunt dat de Unie moet innemen in het gemengd comité, in verband met de toepassing van de overeenkomst en ook wat betreft de vaststelling van bijlagen bij de overeenkomst en de wijzigingen van die bijlagen.
2. De Commissie mag alle passende maatregelen uit hoofde van de punten 5, 6, 8, 9, 10 en 11 van de overeenkomst nemen.
Artikel 5
De Commissie brengt de Raad regelmatig op de hoogte van de tenuitvoerlegging van de overeenkomst.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 9 juli 2013.
Voor de Raad
De voorzitter
R. ŠADŽIUS
(1) De overeenkomst is samen met het ondertekeningbesluit bekendgemaakt in PB L 16 van 19.1.2013, blz. 2.
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/4 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 13 mei 2014
betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek der Seychellen
(2014/306/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43 in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a), en artikel 218, lid 7,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 5 oktober 2006 heeft de Raad de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Seychellen (1) (de „overeenkomst”) goedgekeurd door middel van Verordening (EG) nr. 1562/2006 (2). |
|
(2) |
De vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin was voorzien bij de overeenkomst werden vastgesteld in een protocol (3). Het meest recente protocol verstrijkt op 17 januari 2014. |
|
(3) |
De Unie heeft met de Republiek der Seychellen onderhandeld over een nieuw Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de overeenkomst (het „nieuwe protocol”). |
|
(4) |
Overeenkomstig Besluit 2014/5/EU van de Raad (4) is het nieuwe protocol ondertekend geworden en wordt het met ingang van 18 januari 2014 voorlopig toegepast. |
|
(5) |
Bij de overeenkomst is een Gemengde Commissie ingesteld dat verantwoordelijk is voor het toezicht op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. Voorts kan het Gemengd Comité overeenkomstig het protocol bepaalde wijzigingen van het protocol goedkeuren. Om de goedkeuring van deze wijzigingen te vergemakkelijken, dient de Commissie, onder bepaalde voorwaarden, te worden gemachtigd deze wijzigingen goed te keuren volgens een vereenvoudigde procedure. |
|
(6) |
Het is in het belang van de Unie om de overeenkomst uit te voeren, en wel door middel van een Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie en tot vaststelling van de voorwaarden ter bevordering van een verantwoorde en duurzame visserij in de wateren van de Seychellen. |
|
(7) |
Het nieuwe protocol dient te worden goedgekeurd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek der Seychellen (het „protocol”) wordt namens de Unie goedgekeurd (5).
Artikel 2
De voorzitter van de Raad verricht, namens de Unie, de in artikel 16 van het protocol bedoelde kennisgeving.
Artikel 3
Onder voorbehoud van de bepalingen en de voorwaarden die zijn opgenomen in de bijlage, is de Commissie gemachtigd om, namens de Unie, wijzigingen van het protocol goed te keuren in het Gemengd Comité.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (6).
Gedaan te Brussel, 13 mei 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
E. VENIZELOS
(1) PB L 290 van 20.10.2006, blz. 42.
(2) Verordening (EG) nr. 1562/2006 van de Raad van 5 oktober 2006 betreffende de sluiting van een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Seychellen (PB L 290 van 20.10.2006, blz. 1).
(3) PB L 345 van 30.12.2010, blz. 3.
(4) Besluit 2014/5/EU van de Raad van 16 december 2013 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek der Seychellen (PB L 4 van 9.1.2014, blz. 1).
(5) Het protocol is samen met het besluit tot ondertekening bekendgemaakt in PB L 4 van 9.1.2014, blz. 3.
(6) De datum van inwerkingtreding van het protocol wordt door het secretariaat-generaal van de Raad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
BIJLAGE
Reikwijdte van de machtiging en procedure voor de vaststelling van het standpunt van de Unie in de Gemengde Commissie
1.
De Commissie is gemachtigd om met de Republiek der Seychellen te onderhandelen en, waar passend, en indien is voldaan aan de voorwaarden van punt 3 van deze bijlage, akkoord te gaan met wijzigingen van het protocol die betrekking hebben op de volgende aspecten:|
a) |
herziening van de vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 5, lid 1, van het protocol; |
|
b) |
nadere bijzonderheden van steun voor het sectorale visserijbeleid overeenkomstig artikel 3 van het protocol; |
|
c) |
herziening van de technische voorschriften inzake het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen (VMS) overeenkomstig punt 9 van aanhangsel 8 bij het protocol en van soortgelijke technische bepalingen overeenkomstig artikel 5, lid 3, van het protocol. |
2.
In de Gemengde Commissie dat bij de overeenkomst is ingesteld:|
a) |
handelt de Unie in overeenstemming met de doelstellingen die in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid door de Unie worden nagestreefd; |
|
b) |
voegt de Unie zich naar de conclusies van de Raad van 19 maart 2012 inzake een mededeling van de Commissie over de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid; |
|
c) |
ijvert de Unie voor standpunten die in overeenstemming zijn met de desbetreffende voorschriften die door de regionale organisaties voor visserijbeheer zijn vastgesteld. |
3.
Wanneer in een vergadering van de Gemengde Commissie een besluit moet worden genomen over een wijziging van het protocol als bedoeld in punt 1, wordt het nodige gedaan om ervoor te zorgen dat het namens de Unie in te nemen standpunt rekening houdt met de meest recente statistische, biologische en andere relevante informatie die aan de Commissie is toegezonden.Daartoe wordt op basis van die informatie, en tijdig vóór de betrokken vergadering van de Gemengde Commisie, door de Commissiediensten een voorbereidend document met de nadere bijzonderheden van het standpunt van de Unie toegezonden aan de Raad of zijn voorbereidende instanties, met het oog op bespreking en goedkeuring.
Met betrekking tot de in punt 1, onder a), bedoelde aspecten is voor de goedkeuring van het standpunt van de Unie dat door de Raad wordt beoogd een gekwalificeerde meerderheid van stemmen vereist. In de andere gevallen wordt het standpunt van de Unie dat in de voorbereidende documenten wordt beoogd, geacht te zijn goedgekeurd, tenzij een aantal lidstaten, die een blokkerende minderheid vormen, daartegen bezwaar maakt tijdens een vergadering van de voorbereidende instantie van de Raad of binnen twintig dagen na ontvangst van het voorbereidende document, al naargelang hetgeen zich het eerst voordoet. Indien bezwaren worden gemaakt, wordt de zaak naar de Raad terugverwezen.
Indien er tijdens verdere vergaderingen, ook ter plaatse, geen overeenstemming kan worden bereikt over het verwerken van nieuwe elementen in het namens de Unie in te nemen standpunt, wordt de zaak voorgelegd aan de Raad of aan zijn voorbereidende instanties.
De Commissie wordt verzocht te gelegener tijd stappen te ondernemen die noodzakelijk zijn voor de follow-up van het besluit van de Gemengde Commissie, met inbegrip van, waar passend, de bekendmaking van het betrokken besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie, en de indiening van voorstellen die nodig zijn voor de uitvoering van dat besluit.
VERORDENINGEN
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/7 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 577/2014 VAN DE RAAD
van 28 mei 2014
tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 269/2014 van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (1), en met name artikel 14, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 17 maart 2014 Verordening (EU) nr. 269/2014 vastgesteld. |
|
(2) |
De gegevens betreffende zeventien personen en twee entiteiten die zijn opgenomen in de lijst van personen, entiteiten en lichamen die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen in Verordening (EU) nr. 269/2014, moeten worden gewijzigd. |
|
(3) |
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 269/2014 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 269/2014 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
E. VENIZELOS
BIJLAGE
De vermeldingen voor de volgende personen en entiteiten, als weergegeven in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 269/2014, worden vervangen door de onderstaande vermeldingen.
Personen:
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Motivering |
Datum van plaatsing op de lijst |
|
|
Vladimir Andreevich Konstantinov (Владимир Андреевич Константинов) |
Geboren op 19.11.1956 in Vladimirovca, District Slobozia, Republiek Moldavië |
Als voorzitter van de Verkhovna Rada van de Krim heeft Konstantinov een belangrijke rol gespeeld in de door de Verkhovna Rada van de Krim genomen beslissingen over het „referendum” gericht tegen de territoriale integriteit van Oekraïne, en heeft hij de kiezers opgeroepen vóór onafhankelijkheid van de Krim te stemmen. |
17.3.2014 |
|
|
Pyotr Anatolyevich Zima (Пётр Анатольевич Зима) |
Geboren op 29.3.1965 |
Zima is op 3 maart 2014 door „minister-president” Aksyonov benoemd tot nieuw hoofd van de Veiligheidsdienst van de Krim (SBU) en hij heeft deze benoeming aanvaard. Hij heeft relevante informatie, waaronder een databank, doorgespeeld aan de Russische Inlichtingendienst (SVR). Daartoe behoorde ook informatie over pro-Europese Maidan-activisten en mensenrechtenverdedigers van de Krim. Hij heeft een belangrijk aandeel gehad in de acties die moesten voorkomen dat de Oekraïense autoriteiten het grondgebied van de Krim zouden controleren. Op 11 maart 2014 hebben voormalige SBU-officieren van de Krim de vorming van een onafhankelijke Veiligheidsdienst van de Krim afgekondigd. |
17.3.2014 |
|
|
Yuriy Gennadyevich Zherebtsov (Юрий Геннадьевич Жеребцов) |
Geboren op 19.11.1965 |
Raadgever van de voorzitter van de Verkhovna Rada van de Krim; één van de belangrijkste organisatoren van het „referendum” van 16 maart 2014 gericht tegen de territoriale integriteit van Oekraïne. |
17.3.2014 |
|
|
Anatoliy Alekseevich Sidorov (Анатолий Алексеевич Сидоров) |
Geboren op 2.7.1958 |
Hij is verantwoordelijk voor een deel van de Russische militaire aanwezigheid op de Krim die de soevereiniteit van Oekraïne ondermijnt, en heeft de autoriteiten van de Krim geholpen het publieke protest te smoren tegen het voornemen een „referendum” te organiseren en aansluiting te zoeken bij Rusland. |
17.3.2014 |
|
|
Aleksandr Viktorovich Galkin (Александр Викторович Галкин) |
Geboren op 22.3.1958 |
Commandant van het zuidelijke militaire district („ZMD”) van Rusland. Eenheden van het ZMD worden ingezet op de Krim. Hij is verantwoordelijk voor een deel van de Russische militaire aanwezigheid op de Krim die de soevereiniteit van Oekraïne ondermijnt, en heeft de autoriteiten van de Krim geholpen het publieke protest te smoren tegen het voornemen een referendum te organiseren en aansluiting te zoeken bij Rusland. De Zwartezeevloot komt onder het commando van Galkin te staan; een groot deel van de troepenbeweging naar de Krim is via het zuidelijke militaire district verlopen. |
17.3.2014 |
|
|
Mikhail Grigoryevich Malyshev (Михаил Григорьевич Малышев) |
Geboren op 10.10.1955 |
voorzitter van de kiescommissie op de Krim. Verantwoordelijk voor het beheer van het „referendum” op de Krim. Onder het Russisch systeem verantwoordelijk voor het ondertekenen van de resultaten van het „referendum”. |
21.3.2014 |
|
|
Valery Kirillovich Medvedev (Валерий Кириллович Медведев) |
Geboren op 21.8.1946 in Rusland |
Verantwoordelijk voor het beheer van het „referendum” op de Krim. Onder het Russisch systeem verantwoordelijk voor het ondertekenen van de resultaten van het „referendum”. |
21.3.2014 |
|
|
Luitenant-generaal Igor Nikolaevich Turchenyuk (Игорь Николаевич Турченюк) |
Geboren op 5.12.1959 in Osh, Kirgizië |
De facto commandant van de op de Krim ingezette Russische troepen (die Rusland officieel „plaatselijke zelfverdedigingsmilities” blijft noemen). |
21.3.2014 |
|
|
Elena Borisovna Mizulina (Елена Борисовна Мизулина) |
Geboren op 9.12.1954 in Buy, Kostroma Oblast |
Opsteller en mede-indiener van recente wetgevingsvoorstellen in Rusland waardoor het voor regio's van andere landen mogelijk zou zijn geworden zich bij Rusland aan te sluiten zonder voorafgaande instemming van hun centrale autoriteiten. |
21.3.2014 |
|
|
Valeriy Dmitrievich Bolotov (Валерий Дмитриевич Болотов) |
Geboren op 13.2.1970 in Stachanov, Lugansk Oblast, Socialistische Sovjet-republiek Oekraïne |
Een van de leiders van de separatistische groepering „Leger van het Zuid-Oosten”, die het gebouw van de veiligheidsdienst van de regio Lugansk bezette. Voorafgaand aan de bezetting van het gebouw waren hij en andere medeplichtigen in het bezit van wapens die kennelijk op illegale wijze door Rusland en door lokale criminele groeperingen waren verstrekt. |
29.4.2014 |
|
|
Andriy Yevgenevich Purgin (Андрей Евгеньевич Пургин) |
Geboren op 26.1.1972 |
Hoofd van de „Republiek Donetsk”, actief als deelnemer aan en organisator van separatistische daden, coördinator van het optreden van de „Russische toeristen” in Donetsk. Stond mede aan de wieg van een „Burgerinitiatief van Donbas voor de Euraziatische Unie”. |
29.4.2014 |
|
|
Sergey Gennadevich Tsyplakov (Сергей Геннадьевич Цыплаков) |
Geboren op 1.5.1983 in Donetsk, Socialistische Sovjet-republiek Oekraïne |
Een van de leiders van de ideologisch radicale organisatie Volksmilitie van Donbas. Nam actief deel aan de bezetting van een aantal overheidsgebouwen in de regio Donetsk. |
29.4.2014 |
|
|
Igor Vsevolodovich Girkin (Igor Strelkov) (Игорь Всеволодович Гиркин) |
Geboren op 17.12.1970 Paspoortnummer 4506460961 |
Geldt als personeelslid van het hoofddirectoraat inlichtingen van de generale staf van de strijdkrachten van de Russische Federatie (GRU). Was betrokken bij incidenten in Sloviansk. Hij is medewerker voor veiligheidsaangelegenheden van Sergey Aksionov, die zichzelf heeft uitgeroepen tot premier van de Krim. |
29.4.2014 |
|
|
Viacheslav Ponomariov Vyacheslav Vladimirovich Ponomariov (Вячеслав Владимирович Пономарёв) |
Geboren op 2.5.1965 in Sloviansk |
Heeft zichzelf uitgeroepen tot burgemeester van Sloviansk. Ponomarev heeft Vladimir Poetin opgeroepen Russische strijdkrachten te sturen ter bescherming van de stad en heeft hem later verzocht wapens te leveren. Medestanders van Ponomarev zijn betrokken bij kidnappingen (zij hebben de Oekraïense journalisten Irma Krat en Simon Ostrovsky, een reporter van Vice News, gevangen genomen; beiden werden later weer vrijgelaten. Zij hebben militaire waarnemers (ingezet in het kader van het Weens Document van de OVSE) gevangen gehouden. |
12.5.2014 |
|
|
Igor Mykolaiovych Bezler Igor Nikolaevich Bezler (Игорь Николаевич Безлер) |
Geboren op 30.12.1965 in Simferopol |
Een van de leiders van de militie die zichzelf in Horlivka heeft uitgeroepen. Heeft de controle overgenomen over het gebouw waar het bureau van de Oekraïense veiligheidsdienst in de regio Donetsk is gevestigd, en heeft nadien het districtsbureau van het ministerie van Binnenlandse Zaken in de stad Horlivka bezet. Heeft banden met Igor Girkin, onder wiens bevel hij (volgens informatie van de SBU) betrokken was bij de moord op Volodymyr Rybak, gemeenteraadslid in de stad Horlivka. |
12.5.2014 |
|
|
Oleg Tsariov Oleg Anatolevich Tsariov (Олег Анатолійович Царьов) (Олег Анатольевич Царёв) |
Geboren op 2.6.1970 in Dnipropetrovsk |
Lid van de Raad van de Russische Federatie. Heeft openlijk opgeroepen tot de oprichting van de Federale Republiek Novorossia, bestaande uit regio's in het zuidoosten van Oekraïne. |
12.5.2014 |
|
|
Roman Lyagin (Роман Лягин) |
Geboren op 30.5.1980 in Donetsk |
Hoofd van de centrale kiescommissie van de „Volksrepubliek Donetsk”. Heeft actief meegewerkt aan de organisatie van het referendum van 11 mei over het zelfbeschikkingsrecht van de „Volksrepubliek Donetsk”. |
12.5.2014 |
Entiteiten:
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Motivering |
Datum van plaatsing op de lijst |
|
|
PJSC Chernomorneftegaz (Chornomornaftogaz) |
Prospekt Kirova/per. Sovarkomovskji 52/1 Simferopol, de Krim |
Op 17 maart 2014 heeft het „Parlement van de Krim” een resolutie aangenomen waarin de overname van de activa van de onderneming Chernomorneftegaz namens de „Republiek Krim” wordt afgekondigd. De onderneming is zodoende feitelijk in beslag genomen door de „autoriteiten” van de Krim. |
12.5.2014 |
|
|
Feodosia (Feodossyskoje Predprijatije po obespetscheniju nefteproductami) |
98107, de Krim, Feodosiya, Geologicheskaya str. 2 Bedrijf dat overlaaddiensten voor ruwe olie en voor olieproducten verstrekt. |
Op 17 maart 2014 heeft het „Parlement van de Krim” een resolutie aangenomen waarin de overname van de activa van de onderneming Feodosia namens de „Republiek Krim” wordt afgekondigd. De onderneming is zodoende feitelijk in beslag genomen door de „autoriteiten” van de Krim. |
12.5.2014 |
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/11 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 578/2014 VAN DE RAAD
van 28 mei 2014
tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 36/2012 van de Raad van 18 januari 2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië (1), en met name artikel 32, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 18 januari 2012 heeft de Raad Verordening (EU) nr. 36/2012 vastgesteld. |
|
(2) |
Twee personen en een entiteit moeten niet langer opgenomen blijven in de in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012 vervatte lijst van personen en entiteiten die onderworpen zijn aan de beperkende maatregelen. |
|
(3) |
Voorts dient de informatie met betrekking tot bepaalde personen en entiteiten op de lijst in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012 te worden geactualiseerd. |
|
(4) |
Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012 dient bijgevolg dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012 wordt gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
E. VENIZELOS
BIJLAGE
|
I. |
De hierna genoemde personen en entiteit, alsmede de bijbehorende vermeldingen, worden geschrapt uit de lijst in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012: A. Personen Nr. 14. Asif Shawkat Nr. 178. Sulieman Marouf B. Entiteit Nr. 45. Syria International Islamic Bank. |
|
II. |
De vermeldingen met betrekking tot de onderstaande personen, zoals opgenomen in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012, worden vervangen door de volgende vermeldingen:
|
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/14 |
VERORDENING (EU) Nr. 579/2014 VAN DE COMMISSIE
van 28 mei 2014
inzake een afwijking van enkele bepalingen van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het vervoer van vloeibare oliën en vetten over zee
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (1), en met name artikel 13, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 852/2004 bepaalt dat exploitanten van levensmiddelenbedrijven moeten voldoen aan de algemene hygiënevoorschriften voor het vervoer van levensmiddelen als omschreven in hoofdstuk IV van bijlage II bij die verordening. Punt 4 van dat hoofdstuk bepaalt dat levensmiddelen in bulk in vloeibare, gegranuleerde of poedervormige staat moeten worden vervoerd in ruimten en/of containers/tanks die voorbehouden zijn aan het vervoer van levensmiddelen. Dit vereiste is echter niet uitvoerbaar en vormt een onnodig zware belasting voor exploitanten van levensmiddelenbedrijven wanneer het wordt toegepast op het vervoer in zeeschepen van vloeibare oliën en vetten die zijn bestemd of waarschijnlijk worden gebruikt voor menselijke consumptie. Bovendien zijn er onvoldoende zeeschepen voor het vervoer van levensmiddelen beschikbaar om de voortdurende handel in oliën en vetten mogelijk te maken. |
|
(2) |
Richtlijn 96/3/EG van de Commissie (2) staat het bulkvervoer over zee van vloeibare oliën en vetten toe in tanks die eerder zijn gebruikt voor het vervoer van de in de bijlage bij die richtlijn opgenomen stoffen, onder voorbehoud van bepaalde voorwaarden om de bescherming van de volksgezondheid en de veiligheid en gezondheid van de betrokken levensmiddelen te waarborgen. |
|
(3) |
In het licht van de bespreking binnen de Codex Alimentarius, die heeft geleid tot de goedkeuring van criteria die moeten worden gehanteerd bij het bepalen van de aanvaardbaarheid van vorige ladingen voor vloeibare spijsoliën en -vetten die over zee worden vervoerd (3), en op verzoek van de Commissie heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) de criteria voor aanvaardbare vorige ladingen voor vetten en oliën beoordeeld en een wetenschappelijk advies opgesteld over de herziening van de criteria voor aanvaardbare vorige ladingen voor spijsvetten en -oliën (4). |
|
(4) |
Op verzoek van de Commissie heeft de EFSA, rekening houdend met die criteria, eveneens een lijst van stoffen beoordeeld. De EFSA heeft een aantal wetenschappelijke adviezen opgesteld over de beoordeling van de stoffen wat hun aanvaardbaarheid betreft als vorige ladingen voor spijsvetten en -oliën (5) (6) (7) (8). |
|
(5) |
Voor de duidelijkheid van de EU-wetgeving en gelet op de uitslagen van de wetenschappelijke adviezen van de EFSA moet Richtlijn 96/3/EG worden ingetrokken en door deze verordening worden vervangen. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Afwijking
In afwijking van hoofdstuk IV, punt 4, van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 852/2004 wordt het vervoer van vloeibare oliën en vetten die zijn bestemd of waarschijnlijk zullen worden gebruikt voor menselijke consumptie („oliën en vetten”) in zeeschepen die niet zijn voorbehouden aan het vervoer van levensmiddelen toegestaan, mits aan de voorwaarden van de artikelen 2 en 3 van deze verordening wordt voldaan.
Artikel 2
Voorwaarden voor de afwijking
1. De vracht die voorafgaand aan de oliën en vetten in dezelfde installatie van een zeeschip is vervoerd (hierna „vorige lading” genoemd) bestaat uit een in de bijlage bij deze verordening opgenomen stof of mengsel van stoffen.
2. Het bulkvervoer in zeeschepen van vloeibare oliën of vetten die zullen worden bewerkt, wordt toegestaan in tanks die niet uitsluitend voor het vervoer van levensmiddelen worden gebruikt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
a) |
wanneer de oliën en vetten in een roestvrijstalen tank of een met epoxyhars of een technisch equivalent beklede tank worden vervoerd, moet de vorige lading:
of |
|
b) |
wanneer de oliën of vetten worden vervoerd in een tank van ander materiaal dan in punt a) wordt bedoeld, moeten de drie laatste ladingen die in de tank zijn vervoerd:
|
3. Het bulkvervoer in zeeschepen van vloeibare oliën of vetten die niet verder zullen worden bewerkt, wordt toegestaan in tanks die niet uitsluitend voor het vervoer van levensmiddelen worden gebruikt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
a) |
de tank moet:
en |
|
b) |
de drie vorige ladingen die in de tank zijn vervoerd, moeten levensmiddelen zijn geweest. |
Artikel 3
Registratie
1. De kapitein van het zeeschip dat in bulktanks oliën en vetten vervoert, beschikt over nauwkeurige schriftelijke bewijzen betreffende de drie vorige ladingen van de betreffende tanks en de doeltreffendheid van het tussen deze ladingen uitgevoerde schoonmaakproces.
2. Wanneer de lading is overgeslagen, beschikt de kapitein van het ontvangende schip naast de in lid 1 vermelde bewijzen over nauwkeurige schriftelijke bewijzen dat het bulkvervoer van de oliën of vetten tijdens het vorige vervoer aan de in artikel 2 vermelde bepalingen voldeed en betreffende de doeltreffendheid van het tussen deze ladingen op het andere schip uitgevoerde schoonmaakproces.
3. De kapitein van het zeeschip verstrekt de bevoegde instantie op verzoek de in de leden 1 en 2 omschreven schriftelijke bewijzen.
Artikel 4
Intrekking
Richtlijn 96/3/EG wordt ingetrokken.
Artikel 5
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1.
(2) Richtlijn 96/3/EG van de Commissie van 26 januari 1996 inzake een afwijking van enkele bepalingen van Richtlijn 93/43/EEG van de Raad inzake levensmiddelenhygiëne voor het bulkvervoer van vloeibare oliën en vetten over zee (PB L 21 van 27.1.1996, blz. 42).
(3) Gezamenlijk FAO/WHO-voedselnormenprogramma, Commissie van de Codex Alimentarius, vierendertigste zitting, internationaal conferentiecentrum, Genève, Zwitserland, 4-9 juli 2011, REP11/CAC, punt. 45-46.
(4) Scientific Opinion of the Panel on Contaminants in the Food Chain on a request from the European Commission on the review of the criteria for acceptable previous cargoes for edible fats and oils. EFSA Journal (2009) 1110, blz. 1-21.
(5) EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen (CONTAM); Scientific Opinion on the evaluation of substances as acceptable previous cargoes for edible fats and oils. EFSA Journal 2009; 7(11):1391.
(6) EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen (CONTAM); Scientific Opinion on the evaluation of the substances currently on the list in the annex to Commission Directive 96/3/EC as acceptable previous cargoes for edible fats and oils, Part I of III. EFSA Journal 2011; 9(12):2482.
(7) EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen (CONTAM); Scientific Opinion on the evaluation of the substances currently on the list in the annex to Commission Directive 96/3/EC as acceptable previous cargoes for edible fats and oils, Part II of III. EFSA Journal 2012; 10(5):2703.
(8) EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen (CONTAM); Scientific Opinion on the evaluation of the substances currently on the list in the annex to Commission Directive 96/3/EC as acceptable previous cargoes for edible fats and oils, Part III of III. EFSA Journal 2012; 10(12):2984.
BIJLAGE
LIJST VAN AANVAARDBARE VORIGE LADINGEN
|
Stof (synoniemen) |
CAS-nr. |
|
Azijnzuur (ethaanzuur, methaancarbonzuur) |
64-19-7 |
|
Azijnzuuranhydride (ethaanzuuranhydride) |
108-24-7 |
|
Aceton (dimethylketon, propaan-2-on) |
67-64-1 |
|
Zure oliën en vetzuurdestillaten (uit plantaardige oliën en vetten en/of mengsels daarvan en dierlijke en mariene oliën en vetten) |
— |
|
Ammonia (ammoniakoplossing, ammoniumhydroxide) |
1336-21-6 |
|
Ammoniumpolyfosfaat |
68333-79-9 en 10124-31-9 |
|
Dierlijke, mariene en plantaardige en gehydrogeneerde oliën en vetten overeenkomstig MEPC.2/Circ. van de IMO |
— |
|
Benzylalcohol (uitsluitend farmaceutische kwaliteit en p.a.) |
100-51-6 |
|
n -Butylacetaat |
123-86-4 |
|
sec -Butylacetaat |
105-46-4 |
|
tert -Butylacetaat |
540-88-5 |
|
Ammoniumnitraatoplossing Calciumnitraatoplossing (CN-9) en het dubbelzout NH4 NO3 .5Ca(NO3 )2 .10H2 O, genaamd ammoniumcalciumnitraat |
6484-52-2 35054-52-5 |
|
Calciumchlorideoplossing |
10043-52-4 |
|
Cyclohexaan (hexamethyleen, hexanafteen, hexahydrobenzeen) |
110-82-7 |
|
Geëpoxideerde sojaolie (met minimaal 7 % en maximaal 8 % oxiraanzuurstof) |
8013-07-8 |
|
Ethanol (ethylalcohol) |
64-17-5 |
|
Ethylacetaat (azijnzure ethylester) |
141-78-6 |
|
2-Ethylhexanol (2-ethylhexylalcohol) |
104-76-7 |
|
Vetzuren |
|
|
Arachinezuur (arachidinezuur, icosaanzuur) |
506-30-9 |
|
Beheenzuur (docosaanzuur) |
112-85-6 |
|
Boterzuur (n -boterzuur, butaanzuur, ethylazijnzuur, propaancarbonzuur) |
107-92-6 |
|
Caprinezuur (n -decaanzuur) |
334-48-5 |
|
Capronzuur (n -hexaanzuur) |
142-62-1 |
|
Caprylzuur (n -octaanzuur) |
124-07-2 |
|
Erucazuur (cis -docos-13-eenzuur) |
112-86-7 |
|
Heptaanzuur (n -heptaanzuur) |
111-14-8 |
|
Laurinezuur (n -dodecaanzuur) |
143-07-7 |
|
Lauroleïnezuur (dodeceenzuur) |
4998-71-4 |
|
Linolzuur (octadeca-9,12-dieenzuur) |
60-33-3 |
|
Linoleenzuur (octadeca-9,12,15-trieenzuur) |
463-40-1 |
|
Myristinezuur (n -tetradecaanzuur) |
544-63-8 |
|
Myristoleïnezuur (n -tetradeceenzuur) |
544-64-9 |
|
Oliezuur (n -octadeceenzuur) |
112-80-1 |
|
Palmitinezuur (n -hexadecaanzuur) |
57-10-3 |
|
Palmitoleïnezuur (cis -hexadec-9-eenzuur) |
373-49-9 |
|
Pelargonzuur (n -nonaanzuur) |
112-05-0 |
|
Ricinolzuur (cis -12-hydroxyoctadec-9-eenzuur, castoroliezuur) |
141-22-0 |
|
Stearinezuur (n -octadecaanzuur) |
57-11-4 |
|
Valeriaanzuur (n -pentaanzuur) |
109-52-4 |
|
Vetzuuresters: esters die ontstaan bij de reactie van een van bovengenoemde vetzuren met een van bovengenoemde vetalcoholen, methanol of ethanol. Voorbeelden hiervan zijn: |
|
|
Butylmyristaat |
110-36-1 |
|
Cetylstearaat |
110-63-2 |
|
Oleylpalmitaat |
2906-55-0 |
|
Methyllauraat (methyldodecanoaat) |
111-82-0 |
|
Methyloleaat (methylocadecenoaat) |
112-62-9 |
|
Methylpalmitaat (methylhexadecanoaat) |
112-39-0 |
|
Methylstearaat (methyloctadecanoaat) |
112-61-8 |
|
Vetalcoholen |
|
|
Butylalcohol (butaan-1-ol) |
71-36-3 |
|
Hexylalcohol (hexaan-1-ol) |
111-27-3 |
|
Octylalcohol (octaan-1-ol) |
111-87-5 |
|
Hexadecylalcohol (hexadecaan-1-ol, cetylalcohol) |
36653-82-4 |
|
Decylalcohol (decaan-1-ol) |
112-30-1 |
|
Heptylalcohol (heptaan-1-ol) |
111-70-6 |
|
Laurylalcohol (dodecylalcohol, dodecaan-1-ol) |
112-53-8 |
|
Tetradecylalcohol (tetradecaan-1-ol) |
112-72-1 |
|
Nonylalcohol (nonaan-1-ol) |
143-08-8 |
|
Oleylalcohol (cis -octadec-9-enol) |
143-28-2 |
|
Octadecylalcohol (octadecaan-1-ol, stearylalcohol) |
112-92-5 |
|
Tridecylalcohol (tridecaan-1-ol) |
112-70-9 |
|
Mengsels van vetalcoholen |
|
|
Lauryl-myristylalcohol (C12 /C14 ) |
|
|
Cetyl-stearylalcohol (C16 /C18 ) |
|
|
Mierenzuur (methaanzuur, waterstofcarbonzuur) |
64-18-6 |
|
Fructose |
57-48-7 en 30237-26-4 |
|
Glycerol (glycerine, propaan-1,2,3-triol) |
56-81-5 |
|
Glycolen |
|
|
Butaan-1,3-diol (1,3-butyleenglycol) |
107-88-0 |
|
Butaan-1,4-diol (1,4-butyleenglycol) |
110-63-4 |
|
Heptaan (handelskwaliteit) |
142-82-5 |
|
Hexaan (technisch zuiver) |
110-54-3 en 64742-49-0 |
|
Waterstofperoxide |
7722-84-1 |
|
Isobutanol (2-methylpropaan-1-ol) |
78-83-1 |
|
Isobutylacetaat (2-methylpropylacetaat) |
110-19-0 |
|
Isodecanol (isodecylalcohol) |
25339-17-7 |
|
Isononanol (isononylalcohol) |
27458-94-2 |
|
Isoöctanol (isoöctylalcohol) |
26952-21-6 |
|
Isopropanol (propaan-2-ol, isopropylalcohol, IPA) |
67-63-0 |
|
Kaolienslurry |
1332-58-7 |
|
Limonene (dipenteen) |
138-86-3 |
|
Magnesiumchlorideoplossing |
7786-30-3 |
|
Methanol (methylalcohol) |
67-56-1 |
|
Methylethylketon (butanon) |
78-93-3 |
|
Methylisobutylketon (4-methylpentaan-2-on) |
108-10-1 |
|
Methyl-tert -butylether (MTBE) |
1634-04-4 |
|
Melasse, bij de traditionele suikerfabricage verkregen uit suikerriet, suikerbiet, citrusvruchten of sorghum |
— |
|
Paraffinewas (levensmiddelenkwaliteit) |
8002-74-2 en 63231-60-7 |
|
Pentaan |
109-66-0 |
|
Fosforzuur (orthofosforzuur) |
7664-38-2 |
|
Polypropyleenglycol (molecuulmassa groter dan 400) |
25322-69-4 |
|
Drinkwater |
7732-18-5 |
|
Kaliumhydroxideoplossing (kaliloog) |
1310-58-3 |
|
n -Propylacetaat |
109-60-4 |
|
Propylalcohol (propaan-1-ol, 1-propanol) |
71-23-8 |
|
Propyleenglycol (1,2-propyleenglycol, propaan-1,2-diol, 1,2-dihydroxypropaan, monopropyleenglycol (mpg), methylglycol) |
57-55-6 |
|
1,3-Propaandiol (1,3-propyleenglycol, trimethyleenglycol) |
504-63-2 |
|
Propyleentetrameer |
6842-15-5 |
|
Natriumhydroxideoplossing (natronloog) |
1310-73-2 |
|
Natriumsilicaatoplossing (waterglas) |
1344-09-8 |
|
Sorbitol (D-sorbitol, D-sorbiet, D-glucitol) |
50-70-4 |
|
Zwavelzuur |
7664-93-9 |
|
Niet-gefractioneerde vetzuren van plantaardige, mariene en dierlijke oliën en vetten en/of mengsels daarvan, mits zij afkomstig zijn van spijsoliën of -vetten |
— |
|
Niet-gefractioneerde vetalcoholen van plantaardige, mariene en dierlijke oliën en vetten en/of mengsels daarvan, mits zij afkomstig zijn van spijsoliën of -vetten |
— |
|
Niet-gefractioneerde vetzuuresters van plantaardige, mariene en dierlijke oliën en vetten en/of mengsels daarvan, mits verkregen uit spijsoliën en -vetten |
— |
|
Ureum-ammoniumnitraatoplossing (UAN) |
— |
|
Witte minerale olie (paraffineolie) |
8042-47-5 |
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/21 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 580/2014 VAN DE COMMISSIE
van 28 mei 2014
houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en eschermde geografische aanduidingen (Lonzo de Corse/Lonzo de Corse — Lonzu (BOB))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de door Frankrijk ingediende aanvraag tot registratie van de benaming „Lonzo de Corse”/„Lonzo de Corse — Lonzu” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de benaming „Lonzo de Corse”/„Lonzo de Corse — Lonzu” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen. |
|
(3) |
De Commissie heeft op 26 april 2012 samen met de registratieaanvraag een brief van de Franse autoriteiten ontvangen waarin deze hebben gemeld dat de ondernemingen L'Aziana Charcuterie Corse Nunzi Sauveur, Orezza Charcuterie La Castagniccia, Charcuterie Costa & Fils, Charcuterie Fontana, Salaisons Joseph Pantaloni, Charcuterie Passoni, Salaisons Sampiero, Salaisons réunies en Etablissements Semidei het product met de verkoopbenaming „Lonzo de Corse”/„Lonzo de Corse — Lonzu” legaal in de handel hadden gebracht en daarbij deze benaming gedurende meer dan vijf jaar continu hadden gebruikt en dat het probleem tijdens de nationale bezwaarprocedure aan de orde was gesteld. Krachtens artikel 5, lid 6, van Verordening (EG) nr. 510/2006 (3), die van toepassing was op het moment dat de aanvraag is ingediend, was aan die ondernemingen een aanpassingsperiode toegekend vanaf de datum waarop de aanvraag bij de Commissie was ingediend. |
|
(4) |
Aangezien deze ondernemingen voldeden aan de in artikel 13, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 510/2006 vastgestelde voorwaarden, hebben de Franse autoriteiten de Commissie in diezelfde brief bij de registratieaanvraag bovendien verzocht op grond van dat artikel een overgangsperiode vast te stellen waarin de bovenvermelde ondernemingen de verkoopbenaming na de registratie ervan wettig kunnen blijven gebruiken. |
|
(5) |
Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad is intussen vervangen door Verordening (EU) nr. 1151/2012, die van kracht is sinds 3 januari 2013. De in artikel 13, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 510/2006 vastgestelde voorwaarden zijn overgenomen in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1151/2012. |
|
(6) |
Aangezien de ondernemingen L'Aziana Charcuterie Corse Nunzi Sauveur, Orezza Charcuterie La Castagniccia, Charcuterie Costa & Fils, Charcuterie Fontana, Salaisons Joseph Pantaloni, Charcuterie Passoni, Salaisons Sampiero, Salaisons réunies en Etablissements Semidei voldoen aan de in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 vastgestelde voorwaarden, moet hun worden toegestaan de benaming „Lonzo de Corse”/„Lonzo de Corse — Lonzu” te gebruiken gedurende een overgangsperiode van vijf jaar. Aangezien zij echter reeds de nationale aanpassingsperiode hebben genoten, moet deze overgangsperiode van vijf jaar ingaan op de datum waarop de registratieaanvraag bij de Commissie is ingediend. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité kwaliteitsbeleid inzake landbouwproducten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De benaming „Lonzo de Corse”/„Lonzo de Corse — Lonzu” (BOB) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Met de in de eerste alinea vermelde benaming wordt een product aangeduid van categorie 1.2. (Vleesproducten (verhit, gepekeld, gerookt, enz.)) als opgenomen in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1898/2006 van de Commissie (4).
Artikel 2
Aan de ondernemingen L'Aziana Charcuterie Corse Nunzi Sauveur, Orezza Charcuterie La Castagniccia, Charcuterie Costa & Fils, Charcuterie Fontana, Salaisons Joseph Pantaloni, Charcuterie Passoni, Salaisons Sampiero, Salaisons réunies en Etablissements Semidei wordt toestemming verleend om de geregistreerde benaming „Lonzo de Corse”/„Lonzo de Corse — Lonzu” (BOB) gedurende een overgangsperiode tot en met 27 april 2017 te blijven gebruiken.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB C 81 van 20.3.2013, blz. 14.
(3) Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen ( PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12).
(4) Verordening (EG) nr. 1898/2006 van de Commissie van 14 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 369 van 23.12.2006, blz. 1).
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/23 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 581/2014 VAN DE COMMISSIE
van 28 mei 2014
houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Jambon sec de Corse/Jambon sec de Corse — Prisuttu (BOB))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de door Frankrijk ingediende aanvraag tot registratie van de benaming „Jambon sec de Corse”/„Jambon sec de Corse — Prisuttu” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de benaming „Jambon sec de Corse”/„Jambon sec de Corse — Prisuttu” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen. |
|
(3) |
De Commissie heeft op 26 april 2012 samen met de registratieaanvraag een brief van de Franse autoriteiten ontvangen waarin deze hebben gemeld dat de ondernemingen L'Aziana Charcuterie Corse Nunzi Sauveur, Orezza Charcuterie La Castagniccia, Charcuterie Costa & Fils, Charcuterie Fontana, Salaisons Joseph Pantaloni, Charcuterie Passoni, Salaisons Sampiero, Salaisons réunies en Etablissements Semidei het product met de verkoopbenaming „Jambon sec de Corse”/„Jambon sec de Corse — Prisuttu” legaal in de handel hadden gebracht en daarbij deze benaming gedurende meer dan vijf jaar continu hadden gebruikt en dat het probleem tijdens de nationale bezwaarprocedure aan de orde was gesteld. Krachtens artikel 5, lid 6, van Verordening (EG) nr. 510/2006 (3), die van toepassing was op het moment dat de aanvraag is ingediend, was aan die ondernemingen dus een aanpassingsperiode toegekend vanaf de datum waarop de aanvraag bij de Commissie was ingediend. |
|
(4) |
Aangezien deze ondernemingen voldeden aan de in artikel 13, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 510/2006 vastgestelde voorwaarden, hebben de Franse autoriteiten de Commissie in diezelfde brief bij de registratieaanvraag bovendien verzocht op grond van dat artikel een overgangsperiode vast te stellen waarin de bovenvermelde ondernemingen de verkoopbenaming na de registratie ervan wettig kunnen blijven gebruiken. |
|
(5) |
Verordening (EG) nr. 510/2006 is intussen vervangen door Verordening (EU) nr. 1151/2012, die van kracht is sinds 3 januari 2013. De in artikel 13, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 510/2006 vastgestelde voorwaarden zijn overgenomen in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1151/2012. |
|
(6) |
Aangezien de ondernemingen L'Aziana Charcuterie Corse Nunzi Sauveur, Orezza Charcuterie La Castagniccia, Charcuterie Costa & Fils, Charcuterie Fontana, Salaisons Joseph Pantaloni, Charcuterie Passoni, Salaisons Sampiero, Salaisons réunies en Etablissements Semidei voldoen aan de in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 vastgestelde voorwaarden, moet hun worden toegestaan de benaming „Jambon sec de Corse”/„Jambon sec de Corse — Prisuttu” te gebruiken gedurende een overgangsperiode van vijf jaar. Aangezien zij echter reeds de nationale aanpassingsperiode hebben genoten, moet deze overgangsperiode van vijf jaar ingaan op de datum waarop de registratieaanvraag bij de Commissie is ingediend. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité kwaliteitsbeleid inzake landbouwproducten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De benaming „Jambon sec de Corse”/„Jambon sec de Corse — Prisuttu” (BOB) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Met de in de eerste alinea vermelde benaming wordt een product aangeduid van categorie 1.2. (Vleesproducten (verhit, gepekeld, gerookt, enz.)) als opgenomen in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1898/2006 van de Commissie (4).
Artikel 2
Aan de ondernemingen L'Aziana Charcuterie Corse Nunzi Sauveur, Orezza Charcuterie La Castagniccia, Charcuterie Costa & Fils, Charcuterie Fontana, Salaisons Joseph Pantaloni, Charcuterie Passoni, Salaisons Sampiero, Salaisons réunies en Etablissements Semidei wordt toestemming verleend om de geregistreerde benaming „Jambon sec de Corse”/„Jambon sec de Corse — Prisuttu” (BOB) gedurende een overgangsperiode tot en met 27 april 2017 te blijven gebruiken.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB C 78 van 16.3.2013, blz. 9.
(3) Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12).
(4) Verordening (EG) nr. 1898/2006 van de Commissie van 14 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 369 van 23.12.2006, blz. 1).
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/25 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 582/2014 VAN DE COMMISSIE
van 28 mei 2014
houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Coppa de Corse/Coppa de Corse — Coppa di Corsica (BOB))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de door Frankrijk ingediende aanvraag tot registratie van de benaming „Coppa de Corse”/„Coppa de Corse — Coppa di Corsica” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de benaming „Coppa de Corse”/„Coppa de Corse — Coppa di Corsica” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen. |
|
(3) |
De Commissie heeft op 26 april 2012 samen met de registratieaanvraag een brief van de Franse autoriteiten ontvangen waarin deze hebben gemeld dat de ondernemingen L'Aziana Charcuterie Corse Nunzi Sauveur, Orezza Charcuterie La Castagniccia, Charcuterie Costa & Fils, Charcuterie Fontana, Salaisons Joseph Pantaloni, Charcuterie Passoni, Salaisons Sampiero, Salaisons réunies en Etablissements Semidei het product met de verkoopbenaming „Coppa de Corse”/„Coppa de Corse — Coppa di Corsica” legaal in de handel hadden gebracht en daarbij deze benaming gedurende meer dan vijf jaar continu hadden gebruikt en dat het probleem tijdens de nationale bezwaarprocedure aan de orde was gesteld. Krachtens artikel 5, lid 6, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (3), die van toepassing was op het moment dat de aanvraag is ingediend, was aan die ondernemingen dus een aanpassingsperiode toegekend vanaf de datum waarop de aanvraag bij de Commissie was ingediend. |
|
(4) |
Aangezien deze ondernemingen voldeden aan de in artikel 13, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 510/2006 vastgestelde voorwaarden, hebben de Franse autoriteiten de Commissie in diezelfde brief bij de registratieaanvraag bovendien verzocht op grond van dat artikel een overgangsperiode vast te stellen waarin de bovenvermelde ondernemingen de verkoopbenaming na de registratie ervan wettig kunnen blijven gebruiken. |
|
(5) |
Verordening (EG) nr. 510/2006 is intussen vervangen door Verordening (EU) nr. 1151/2012, die van kracht is sinds 3 januari 2013. De in artikel 13, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 510/2006 vastgestelde voorwaarden zijn overgenomen in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1151/2012. |
|
(6) |
Aangezien de ondernemingen L'Aziana Charcuterie Corse Nunzi Sauveur, Orezza Charcuterie La Castagniccia, Charcuterie Costa & Fils, Charcuterie Fontana, Salaisons Joseph Pantaloni, Charcuterie Passoni, Salaisons Sampiero, Salaisons réunies en Etablissements Semidei voldoen aan de in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 vastgestelde voorwaarden, moet hun worden toegestaan de benaming „Coppa de Corse”/„Coppa de Corse — Coppa di Corsica” te gebruiken gedurende een overgangsperiode van vijf jaar. Aangezien zij echter reeds de nationale aanpassingsperiode hebben genoten, moet deze overgangsperiode van vijf jaar ingaan op de datum waarop de registratieaanvraag bij de Commissie is ingediend. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité kwaliteitsbeleid inzake landbouwproducten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De benaming „Coppa de Corse”/„Coppa de Corse — Coppa di Corsica” (BOB) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Met de in de eerste alinea vermelde benaming wordt een product aangeduid van categorie 1.2. (Vleesproducten (verhit, gepekeld, gerookt, enz.)) als opgenomen in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1898/2006 van de Commissie (4).
Artikel 2
Aan de ondernemingen L'Aziana Charcuterie Corse Nunzi Sauveur, Orezza Charcuterie La Castagniccia, Charcuterie Costa & Fils, Charcuterie Fontana, Salaisons Joseph Pantaloni, Charcuterie Passoni, Salaisons Sampiero, Salaisons réunies en Etablissements Semidei wordt toestemming verleend om de geregistreerde benaming „Coppa de Corse”/„Coppa de Corse — Coppa di Corsica” (BOB) gedurende een overgangsperiode tot en met 27 april 2017 te blijven gebruiken.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB C 78 van 16.3.2013, blz. 9.
(3) Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12).
(4) Verordening (EG) nr. 1898/2006 van de Commissie van 14 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 369 van 23.12.2006, blz. 1).
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/27 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 583/2014 VAN DE COMMISSIE
van 28 mei 2014
tot 214e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa'ida-netwerk
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa'ida-netwerk (1), en met name artikel 7, lid 1, onder a), en artikel 7 bis, leden 1 en 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 worden de personen, groepen en entiteiten opgesomd waarvan de tegoeden en economische middelen krachtens die verordening worden bevroren. |
|
(2) |
Het Sanctiecomité van de VN-Veiligheidsraad heeft op 22 mei 2014 besloten één entiteit toe te voegen aan de lijst van personen, groepen en entiteiten waarvan de tegoeden en economische middelen dienen te worden bevroren. Het Sanctiecomité van de VN-Veiligheidsraad heeft op 29 april 2014 besloten één persoon te schrappen van de lijst van personen, groepen en entiteiten waarvan de tegoeden en economische middelen dienen te worden bevroren. Bovendien heeft het Sanctiecomité van de VN-Veiligheidsraad op 14 mei 2014 besloten tot wijziging van twee vermeldingen op de lijst, waardoor een extra vermelding wordt gecreëerd. |
|
(3) |
Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 dient daarom dienovereenkomstig te worden bijgewerkt, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2014.
Voor de Commissie,
Namens de voorzitter,
Hoofd van de Dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid
BIJLAGE
Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt als volgt gewijzigd:
|
(1) |
De volgende vermeldingen wordt toegevoegd aan de lijst „Rechtspersonen, groepen en entiteiten”:
|
|
(2) |
De volgende vermelding wordt geschrapt van de lijst „Natuurlijke personen”: „Wali Ur Rehman. Geboortedatum: rond 1970. Geboorteplaats: Pakistan. Nationaliteit: Pakistaans. Overige informatie: a) naar verluidt geboren in Zuid-Waziristan, Pakistan; b) houdt zich vermoedelijk op in Pakistan; c) Emir van Tehrik-i-Taliban Pakistan (TTP) voor het agentschap van Zuid-West-Waziristan, federaal bestuurde stamgebieden van Pakistan. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 21.10.2010.” |
|
(3) |
De vermelding „Agus Dwikarna. Geboortedatum: 11 augustus 1964. Geboorteplaats: Makassar, Zuid-Sulawesi, Indonesië. Indonesische nationaliteit. Overige informatie: Gearresteerd op 13.3.2002, veroordeeld op 12.7.2002 op de Filipijnen.” op de lijst „Natuurlijke personen” wordt vervangen door: „Agus Dwikarna. Geboortedatum: 11 augustus 1964. Geboorteplaats: Makassar, Zuid-Sulawesi, Indonesië. Indonesische nationaliteit. Paspoortnummer: Indonesisch reisdocument nummer XD253038. Overige informatie: a) fysieke beschrijving: lengte 165 cm; b) foto beschikbaar voor opname in de speciale kennisgeving van INTERPOL/VN-Veiligheidsraad.” |
|
(4) |
De vermelding „Al-Qaida in Iraq (ook bekend als a) AQI, b) al-Tawhid, c) the Monotheism and Jihad Group, d) Qaida of the Jihad in the Land of the Two Rivers, e) Al-Qaida of Jihad in the Land of the Two Rivers, f) The Organization of Jihad's Base in the Country of the Two Rivers, g) The Organization Base of Jihad/Country of the Two Rivers, h) The Organization Base of Jihad/Mesopotamia, i) Tanzim Qa'idat Al-Jihad fi Bilad al-Rafidayn, j) Tanzeem Qa'idat al Jihad/Bilad al Raafidaini, k) Jama'at Al-Tawhid Wa'al-Jihad, l) JTJ, m) Islamic State of Iraq, n) ISI, o) al-Zarqawi network), p) Jabhat al Nusrah, q) Jabhet al-Nusra, r) Al-Nusrah Front, s) The Victory Front, t) Al-Nusrah Front for the People of the Levant, u) Islamic State in Iraq and the Levant). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 18.10.2004.” op de lijst „Rechtspersonen, groepen en entiteiten” wordt vervangen door: „Al-Qaida in Iraq (ook bekend als a) AQI, b) al-Tawhid, c) the Monotheism and Jihad Group, d) Qaida of the Jihad in the Land of the Two Rivers, e) Al-Qaida of Jihad in the Land of the Two Rivers, f) The Organization of Jihad's Base in the Country of the Two Rivers, g) The Organization Base of Jihad/Country of the Two Rivers, h) The Organization Base of Jihad/Mesopotamia, i) Tanzim Qa'idat Al-Jihad fi Bilad al-Rafidayn, j) Tanzeem Qa'idat al Jihad/Bilad al Raafidaini, k) Jama'at Al-Tawhid Wa'al-Jihad, l) JTJ, m) Islamic State of Iraq, n) ISI, o) al-Zarqawi network), p) Jabhat al Nusrah, q) Jabhet al-Nusra, r) Al-Nusrah Front, s) The Victory Front, t) Islamic State in Iraq and the Levant). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 18.10.2004.” |
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/29 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 584/2014 VAN DE COMMISSIE
van 28 mei 2014
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2014.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
AL |
45,8 |
|
MA |
33,4 |
|
|
MK |
66,7 |
|
|
TR |
64,5 |
|
|
ZZ |
52,6 |
|
|
0707 00 05 |
AL |
25,2 |
|
MK |
30,0 |
|
|
TR |
119,6 |
|
|
ZZ |
58,3 |
|
|
0709 93 10 |
MA |
29,9 |
|
TR |
111,7 |
|
|
ZZ |
70,8 |
|
|
0805 10 20 |
EG |
44,2 |
|
MA |
41,4 |
|
|
ZA |
72,1 |
|
|
ZZ |
52,6 |
|
|
0805 50 10 |
TR |
121,8 |
|
ZA |
139,4 |
|
|
ZZ |
130,6 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
95,4 |
|
BR |
97,8 |
|
|
CL |
105,8 |
|
|
CN |
98,8 |
|
|
MK |
26,7 |
|
|
NZ |
141,3 |
|
|
US |
170,7 |
|
|
ZA |
104,2 |
|
|
ZZ |
105,1 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.
BESLUITEN
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/31 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 13 mei 2014
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
(2014/307/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 166, lid 4, artikel 167, lid 5, eerste streepje, artikel 173, lid 3, en artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Protocol nr. 31 bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte („de EER-overeenkomst”) bevat specifieke bepalingen en regelingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. |
|
(2) |
Het is wenselijk de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad (2). |
|
(3) |
Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2014 mogelijk te maken. |
|
(4) |
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt moet derhalve gebaseerd zijn op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 13 mei 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
E. VENIZELOS
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten nr. 1718/2006/EG, nr. 1855/2006/EG en nr. 1041/2009/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 221).
ONTWERP
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITE VAN DE EER Nr. …/2014
van
tot wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
HET GEMENGD COMITE VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna de „EER-overeenkomst” genoemd, en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het is wenselijk de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten nr. 1718/2006/EG, nr. 1855/2006/EG en nr. 1041/2009/EG (1). |
|
(2) |
Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2014 mogelijk te maken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst wordt aan artikel 9, lid 4, het volgende toegevoegd:
|
„— |
32013 R 1295: Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten nr. 1718/2006/EG, nr. 1855/2006/EG en nr. 1041/2009/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 221). Liechtenstein wordt vrijgesteld van deelname en financiële bijdrage aan dit programma.” |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving op grond van artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).
Het is van toepassing vanaf 1 januari 2014.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van, en het EER-supplement bij, het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, …
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 221.
(*1) [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/33 |
BESLUIT 2014/308/GBVB VAN DE RAAD
van 28 mei 2014
tot wijziging van Besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 17 maart 2014 heeft de Raad Besluit 2014/145/GBVB (1) vastgesteld. |
|
(2) |
De gegevens betreffende zeventien personen en twee entiteiten die uit hoofde van Besluit 2014/145/GBVB op de lijst zijn opgenomen, moeten worden gewijzigd. |
|
(3) |
De bijlage bij Besluit 2014/145/GBVB moet dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Besluit 2014/145/GBVB wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
E. VENIZELOS
(1) Besluit 2014/145/GBVB van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 78 van 17.3.2014, blz. 16).
BIJLAGE
De vermeldingen voor de volgende personen en entiteiten, als weergegeven in de bijlage bij Besluit 2014/145/GBVB, worden vervangen door de onderstaande vermeldingen.
Personen:
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Motivering |
Datum van plaatsing op de lijst |
|
|
Vladimir Andreevich Konstantinov (Владимир Андреевич Константинов) |
Geboren op 19.11.1956 in Vladimirovca, District Slobozia, Republiek Moldavië |
Als voorzitter van de Verkhovna Rada van de Krim heeft Konstantinov een belangrijke rol gespeeld in de door de Verkhovna Rada van de Krim genomen beslissingen over het „referendum” gericht tegen de territoriale integriteit van Oekraïne, en heeft hij de kiezers opgeroepen vóór onafhankelijkheid van de Krim te stemmen. |
17.3.2014 |
|
|
Pyotr Anatolyevich Zima (Пётр Анатольевич Зима) |
Geboren op 29.3.1965 |
Zima is op 3 maart 2014 door „minister-president” Aksyonov benoemd tot nieuw hoofd van de Veiligheidsdienst van de Krim (SBU) en hij heeft deze benoeming aanvaard. Hij heeft relevante informatie, waaronder een databank, doorgespeeld aan de Russische Inlichtingendienst (SVR). Daartoe behoorde ook informatie over pro-Europese Maidan-activisten en mensenrechtenverdedigers van de Krim. Hij heeft een belangrijk aandeel gehad in de acties die moesten voorkomen dat de Oekraïense autoriteiten het grondgebied van de Krim zouden controleren. Op 11 maart 2014 hebben voormalige SBU-officieren van de Krim de vorming van een onafhankelijke Veiligheidsdienst van de Krim afgekondigd. |
17.3.2014 |
|
|
Yuriy Gennadyevich Zherebtsov (Юрий Геннадьевич Жеребцов) |
Geboren op 19.11.1965 |
Raadgever van de voorzitter van de Verkhovna Rada van de Krim; één van de belangrijkste organisatoren van het „referendum” van 16 maart 2014 gericht tegen de territoriale integriteit van Oekraïne. |
17.3.2014 |
|
|
Anatoliy Alekseevich Sidorov (Анатолий Алексеевич Сидоров) |
Geboren op 2.7.1958 |
Hij is verantwoordelijk voor een deel van de Russische militaire aanwezigheid op de Krim die de soevereiniteit van Oekraïne ondermijnt, en heeft de autoriteiten van de Krim geholpen het publieke protest te smoren tegen het voornemen een „referendum” te organiseren en aansluiting te zoeken bij Rusland. |
17.3.2014 |
|
|
Aleksandr Viktorovich Galkin (Александр Викторович Галкин) |
Geboren op 22.3.1958 |
Commandant van het zuidelijke militaire district („ZMD”) van Rusland. Eenheden van het ZMD worden ingezet op de Krim. Hij is verantwoordelijk voor een deel van de Russische militaire aanwezigheid op de Krim die de soevereiniteit van Oekraïne ondermijnt, en heeft de autoriteiten van de Krim geholpen het publieke protest te smoren tegen het voornemen een referendum te organiseren en aansluiting te zoeken bij Rusland. De Zwartezeevloot komt onder het commando van Galkin te staan; een groot deel van de troepenbeweging naar de Krim is via het zuidelijke militaire district verlopen. |
17.3.2014 |
|
|
Mikhail Grigoryevich Malyshev (Михаил Григорьевич Малышев) |
Geboren op 10.10.1955 |
Voorzitter van de kiescommissie op de Krim. Verantwoordelijk voor het beheer van het „referendum” op de Krim. Onder het Russisch systeem verantwoordelijk voor het ondertekenen van de resultaten van het „referendum”. |
21.3.2014 |
|
|
Valery Kirillovich Medvedev (Валерий Кириллович Медведев) |
Geboren op 21.8.1946 in Rusland |
Verantwoordelijk voor het beheer van het „referendum” op de Krim. Onder het Russisch systeem verantwoordelijk voor het ondertekenen van de resultaten van het „referendum”. |
21.3.2014 |
|
|
Luitenant-generaal Igor Nikolaevich Turchenyuk (Игорь Николаевич Турченюк) |
Geboren op 5.12.1959 in Osh, Kirgizië |
De facto commandant van de op de Krim ingezette Russische troepen (die Rusland officieel „plaatselijke zelfverdedigingsmilities” blijft noemen). |
21.3.2014 |
|
|
Elena Borisovna Mizulina (Елена Борисовна Мизулина) |
Geboren op 9.12.1954 in Buy, Kostroma Oblast |
Opsteller en mede-indiener van recente wetgevingsvoorstellen in Rusland waardoor het voor regio's van andere landen mogelijk zou zijn geworden zich bij Rusland aan te sluiten zonder voorafgaande instemming van hun centrale autoriteiten. |
21.3.2014 |
|
|
Valeriy Dmitrievich Bolotov (Валерий Дмитриевич Болотов) |
Geboren op 13.2.1970 in Stachanov, Lugansk Oblast, Socialistische Sovjet-republiek Oekraïne |
Een van de leiders van de separatistische groepering „Leger van het Zuid-Oosten”, die het gebouw van de veiligheidsdienst van de regio Lugansk bezette. Voorafgaand aan de bezetting van het gebouw waren hij en andere medeplichtigen in het bezit van wapens die kennelijk op illegale wijze door Rusland en door lokale criminele groeperingen waren verstrekt. |
29.4.2014 |
|
|
Andriy Yevgenevich Purgin (Андрей Евгеньевич Пургин) |
Geboren op 26.1.1972 |
Hoofd van de „Republiek Donetsk”, actief als deelnemer aan en organisator van separatistische daden, coördinator van het optreden van de „Russische toeristen” in Donetsk. Stond mede aan de wieg van een „Burgerinitiatief van Donbas voor de Euraziatische Unie”. |
29.4.2014 |
|
|
Sergey Gennadevich Tsyplakov (Сергей Геннадьевич Цыплаков) |
Geboren op 1.5.1983 in Donetsk, Socialistische Sovjet-republiek Oekraïne |
Een van de leiders van de ideologisch radicale organisatie Volksmilitie van Donbas. Nam actief deel aan de bezetting van een aantal overheidsgebouwen in de regio Donetsk. |
29.4.2014 |
|
|
Igor Vsevolodovich Girkin (Igor Strelkov) (Игорь Всеволодович Гиркин) |
Geboren op 17.12.1970 Paspoortnummer 4506460961 |
Geldt als personeelslid van het hoofddirectoraat inlichtingen van de generale staf van de strijdkrachten van de Russische Federatie (GRU). Was betrokken bij incidenten in Sloviansk. Hij is medewerker voor veiligheidsaangelegenheden van Sergey Aksionov, die zichzelf heeft uitgeroepen tot premier van de Krim. |
29.4.2014 |
|
|
Viacheslav Ponomariov Vyacheslav Vladimirovich Ponomariov (Вячеслав Владимирович Пономарёв) |
Geboren op 2.5.1965 in Sloviansk |
Heeft zichzelf uitgeroepen tot burgemeester van Sloviansk. Ponomarev heeft Vladimir Poetin opgeroepen Russische strijdkrachten te sturen ter bescherming van de stad en heeft hem later verzocht wapens te leveren. Medestanders van Ponomarev zijn betrokken bij kidnappingen (zij hebben de Oekraïense journalisten Irma Krat en Simon Ostrovsky, een reporter van Vice News, gevangen genomen; beiden werden later weer vrijgelaten. Zij hebben militaire waarnemers (ingezet in het kader van het Weens Document van de OVSE) gevangen gehouden. |
12.5.2014 |
|
|
Igor Mykolaiovych Bezler Igor Nikolaevich Bezler (Игорь Николаевич Безлер) |
Geboren op 30.12.1965 in Simferopol |
Een van de leiders van de militie die zichzelf in Horlivka heeft uitgeroepen. Heeft de controle overgenomen over het gebouw waar het bureau van de Oekraïnse veiligheidsdienst in de regio Donetsk is gevestigd, en heeft nadien het districtsbureau van het ministerie van Binnenlandse Zaken in de stad Horlivka bezet. Heeft banden met Igor Girkin, onder wiens bevel hij (volgens informatie van de SBU) betrokken was bij de moord op Volodymyr Rybak, gemeenteraadslid in de stad Horlivka. |
12.5.2014 |
|
|
Oleg Tsariov Oleg Anatolevich Tsariov (Олег Анатолійович Царьов) (Олег Анатольевич Царёв) |
Geboren op 2.6.1970 in Dnipropetrovsk |
Lid van de Raad van de Russische Federatie. Heeft openlijk opgeroepen tot de oprichting van de Federale Republiek Novorossia, bestaande uit regio's in het zuidoosten van Oekraïne. |
12.5.2014 |
|
|
Roman Lyagin (Роман Лягин) |
Geboren op 30.5.1980 in Donetsk |
Hoofd van de centrale kiescommissie van de „Volksrepubliek Donetsk”. Heeft actief meegewerkt aan de organisatie van het referendum van 11 mei over het zelfbeschikkingsrecht van de „Volksrepubliek Donetsk”. |
12.5.2014 |
Entiteiten:
|
|
PJSC Chernomorneftegaz (Chornomornaftogaz) |
Prospekt Kirova/ per. Sovarkomovskji 52/1 Simferopol, de Krim |
Op 17 maart 2014 heeft het „Parlement van de Krim” een resolutie aangenomen waarin de overname van de activa van de onderneming Chernomorneftegaz namens de „Republiek Krim” wordt afgekondigd. De onderneming is zodoende feitelijk in beslag genomen door de „autoriteiten” van de Krim. |
12.5.2014 |
|
|
Feodosia (Feodossyskoje Predprijatije po obespetscheniju nefteproduktami) |
98107, de Krim, Feodosiya, Geologicheskaya str. 2 Bedrijf dat overlaaddiensten voor ruwe olie en voor olieproducten verstrekt. |
Op 17 maart 2014 heeft het „Parlement van de Krim” een resolutie aangenomen waarin de overname van de activa van de onderneming Feodosia namens de „Republiek Krim” wordt afgekondigd. De onderneming is zodoende feitelijk in beslag genomen door de „autoriteiten” van de Krim. |
12.5.2014 |
|
29.5.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 160/37 |
BESLUIT 2014/309/GBVB VAN DE RAAD
van 28 mei 2014
tot wijziging van Besluit 2013/255/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 31 mei 2013 Besluit 2013/255/GBVB (1) vastgesteld. |
|
(2) |
De beperkende maatregelen van Besluit 2013/255/GBVB zijn van toepassing tot 1 juni 2014. Op grond van een evaluatie van dat besluit moeten de beperkende maatregelen worden verlengd tot 1 juni 2015. |
|
(3) |
Twee personen en een entiteit moeten niet langer opgenomen blijven in de in bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB vervatte lijst van personen en entiteiten die onderworpen zijn aan de beperkende maatregelen in bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB. |
|
(4) |
De informatie met betrekking tot bepaalde in bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB opgenomen personen en entiteiten moet worden geactualiseerd. |
|
(5) |
Besluit 2013/255/GBVB moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Besluit 2013/255/GBVB wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 34 wordt vervangen door: „Artikel 34 Dit besluit is van toepassing tot 1 juni 2015. Het wordt voortdurend geëvalueerd. Het kan zo nodig worden verlengd of gewijzigd, indien de Raad van oordeel is dat de doelstellingen ervan niet zijn bereikt.”. |
|
2) |
Bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit. |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2014.
Voor de Raad
De voorzitter
E. VENIZELOS
(1) Besluit 2013/255/GBVB van 31 mei 2013 betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië (PB L 147 van 1.6.2013, blz. 14).
BIJLAGE
|
I. |
De volgende personen en entiteiten, alsmede de bijbehorende vermeldingen, worden geschrapt van de lijst in bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB: A. Personen Nr. 14. Asif Shawkat Nr. 178. Sulieman Maarouf B. Entiteiten Nr. 45. Syria International Islamic Bank. |
|
II. |
De vermeldingen met betrekking tot de onderstaande personen, zoals opgenomen in bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB, worden vervangen door de volgende vermeldingen:
|