ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 152

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

57e jaargang
22 mei 2014


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 548/2014 van de Commissie van 21 mei 2014 betreffende de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot kleine, middelgrote en grote vermogenstransformatoren

1

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 549/2014 van de Commissie van 21 mei 2014 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

16

 

 

BESLUITEN

 

 

2014/296/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 22 februari 2012 betreffende de steunmaatregel SA.29608 (C37/10) die door Hongarije ten uitvoer is gelegd met het oog op de herkapitalisatie van FHB Jelzálogbank Nyrt (Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 1021)  ( 1 )

18

 

 

2014/297/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 15 mei 2013 betreffende steunmaatregel SA.33728 (12/C) die Denemarken voornemens is ten uitvoer te leggen voor de financiering van een nieuwe multiarena in Kopenhagen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 2740)  ( 1 )

32

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

22.5.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/1


VERORDENING (EU) Nr. 548/2014 VAN DE COMMISSIE

van 21 mei 2014

betreffende de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot kleine, middelgrote en grote vermogenstransformatoren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (1), en met name artikel 15, lid 1,

Na raadpleging van het Overlegforum ecologisch ontwerp,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie heeft een voorbereidend onderzoek uitgevoerd waarin de milieu- en economische aspecten van transformatoren werden bestudeerd. Het onderzoek werd samen met belanghebbenden en betrokken partijen uit de Gemeenschap ontwikkeld en de resultaten zijn openbaar gemaakt. Transformatoren worden beschouwd als energiegerelateerde producten in de zin van artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2009/125/EG.

(2)

Het onderzoek toonde aan dat energie in de gebruiksfase het meest significante milieuaspect is dat via het productontwerp kan worden aangepakt. Bij de productie van transformatoren worden aanzienlijke hoeveelheden grondstoffen (koper, ijzer, hars en aluminium) gebruikt, maar het lijkt erop dat marktmechanismen zorgen voor een adequate behandeling in de eindfase van de levenscyclus, en daarom is het niet nodig om gerelateerde eisen inzake ecologisch ontwerp vast te leggen.

(3)

De eisen inzake ecologisch ontwerp vermeld in bijlage I zijn van toepassing op producten die op de markt worden geïntroduceerd of in gebruik worden genomen ongeacht de plaats waar zij worden geïnstalleerd. Daarom kunnen dergelijke eisen niet afhankelijk worden gemaakt van de toepassing waarin het product wordt gebruikt.

(4)

Transformatoren worden gewoonlijk gekocht in het kader van raamovereenkomsten. In deze context wordt met een aankoop verwezen naar de handeling waarbij met de fabrikant een overeenkomst wordt gesloten voor de levering van een bepaalde hoeveelheid transformatoren. Het contract wordt geacht in werking te zijn getreden op de datum van ondertekening door de partijen.

(5)

Bepaalde categorieën transformatoren mogen niet onder deze verordening vallen vanwege beperkingen met betrekking tot hun specifieke functie. Het energieverbruik en -besparingspotentieel van dergelijke transformatoren zijn te verwaarlozen vergeleken met andere transformatoren.

(6)

Er worden concessies op het gebied van regelgeving gedaan vanwege de gewichtsbeperkingen voor het installeren van transformatoren op elektriciteitsmasten. Om te voorkomen dat transformatoren die speciaal zijn geproduceerd voor gebruik op masten op een verkeerde manier worden gebruikt, dienen deze een zichtbare vermelding „Uitsluitend voor gebruik op masten” te hebben om het werk van nationale markttoezichtautoriteiten te vergemakkelijken.

(7)

Er worden concessies op het gebied van regelgeving gedaan voor transformatoren die zijn uitgerust met apparatuur die in staat is om spanningregelingsfuncties uit te voeren om decentrale opwekking uit hernieuwbare bronnen in het distributienet te integreren. Dergelijke concessies dienen geleidelijk te worden uitgefaseerd omdat deze opkomende technologie tot volledige ontwikkeling komt en er meetnormen beschikbaar komen om de aan de kerntransformator gerelateerde verliezen te scheiden van de verliezen gerelateerd aan de apparatuur die aanvullende functies vervult.

(8)

Er moeten eisen inzake ecologisch ontwerp voor de energieprestaties/-efficiëntie van middelgrote transformatoren en voor de energie-efficiëntie van grote vermogenstransformatoren worden vastgesteld met het oog op het harmoniseren van de eisen inzake ecologisch ontwerp voor deze apparatuur in de hele Gemeenschap. Dergelijke eisen zouden ook bijdragen aan het efficiënt functioneren van de interne markt en aan het verbeteren van de milieuprestaties van de lidstaten.

(9)

Het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor middelgrote en grote vermogenstransformatoren is ook nodig om de marktpenetratie te verbeteren van technologieën en ontwerpmogelijkheden die hun energieprestaties/-efficiëntie verbeteren. In 2008 bedroegen de totale verliezen van de transformatoren in bedrijf in de EU27 93,4 TWh per jaar. Het potentieel om de kosteneffectiviteit door efficiënter ontwerp te verbeteren, wordt geschat op ongeveer 16,2 TWh per jaar in 2025, wat overeenkomt met 3,7 Mt aan C02-emissie.

(10)

Een gefaseerde inwerkingtreding van de eisen inzake ecologisch ontwerp is nodig om fabrikanten een redelijke termijn te bieden om het ontwerp van hun producten aan te passen. Er moeten termijnen voor de tenuitvoerlegging van deze eisen worden bepaald, rekening houdend met het effect op de kosten voor fabrikanten, met name kleine en middelgrote bedrijven, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de beleidsdoelstellingen tijdig worden gerealiseerd.

(11)

Om de effectieve tenuitvoerlegging van de verordening mogelijk te maken, worden de nationale regelgevende instanties nadrukkelijk geadviseerd om rekening te houden met het effect van minimumeisen inzake efficiëntie op de initiële kosten van de transformator en om de installatie van efficiëntere transformatoren toe te staan dan de verordening vereist wanneer deze economisch te rechtvaardigen zijn op basis van de totale levensduur, waarbij onder meer de vermindering van energieverliezen op gepaste wijze wordt geëvalueerd.

(12)

Om controles op de naleving te vergemakkelijken, moeten de fabrikanten worden verzocht informatie te verstrekken in de in de bijlagen IV en V bij Richtlijn 2009/125/EG bedoelde technische documentatie.

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 19, lid 1, van Richtlijn 2009/125/EG vastgestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   In deze verordening worden de eisen inzake ecologisch ontwerp vastgesteld voor het op de markt introduceren of de ingebruikneming van vermogenstransformatoren met een minimumvermogen van 1 kVA die in 50 Hz-hoogspannings- en distributienetwerken of voor industriële toepassingen worden gebruikt. De verordening is alleen van toepassing op transformatoren die na de inwerkingtreding van de verordening zijn aangekocht.

2.   Deze verordening is niet van toepassing op transformatoren die speciaal zijn ontworpen en worden gebruikt voor de volgende toepassingen:

meettransformatoren die specifiek zijn ontworpen voor de voeding van meetinstrumenten, tellers, relais en gelijksoortige apparatuur;

transformatoren met laagspanningswikkelingen die specifiek zijn ontworpen voor gebruik met gelijkrichters om gelijkspanning te leveren;

transformatoren die specifiek zijn ontworpen om direct op een hoogoven te worden aangesloten;

transformatoren die specifiek zijn ontworpen voor offshoretoepassingen en drijvende offshoretoepassingen;

transformatoren die specifiek zijn ontworpen voor noodinstallaties;

transformatoren en autotransformatoren die specifiek zijn ontworpen voor spoorwegvoedingssystemen;

aardingstransformatoren, dat wil zeggen driefasige transformatoren bedoeld om een nulpunt voor de aarding van een systeem te bieden;

tractietransformatoren gemonteerd op rollend materieel, dat wil zeggen transformatoren aangesloten op een wissel- of gelijkstroombovenleiding, direct of via een omzetter, gebruikt in vaste installaties of spoorwegtoepassingen;

starttransformatoren die specifiek zijn ontworpen voor het starten van driefaseninductiemotoren om kortstondige voedingsspanningsdalingen uit te sluiten;

testtransformatoren die specifiek zijn ontworpen om in een circuit te worden gebruikt om een specifieke spanning of stroom te leveren om elektrische apparatuur te testen;

lastransformatoren die specifiek zijn ontworpen voor gebruik in booglas- of weerstandslasapparatuur;

transformatoren die specifiek zijn ontworpen voor explosieveilige toepassingen en toepassingen in de ondergrondse mijnbouw (2);

transformatoren die specifiek zijn ontworpen voor diepwatertoepassingen (met onderdompeling);

transformatoren met middenspanning-middenspanning-interface van maximaal 5 MVA;

grote vermogenstransformatoren waarbij is aangetoond dat er voor een bepaalde toepassing geen technisch haalbare alternatieven beschikbaar zijn om de in deze verordening bepaalde minimumefficiëntie te halen;

grote vermogenstransformatoren die grote vermogenstransformatoren van hetzelfde type vervangen in dezelfde fysieke locatie/installatie, wanneer die vervanging niet kan worden uitgevoerd zonder onevenredige transport- en/of installatiekosten;

behalve wat betreft de in bijlage I, punten 3 en 4, opgenomen voorschriften inzake productinformatie en technische documentatie.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de bijlagen daarbij wordt verstaan onder:

1)

„vermogenstransformator”: statisch apparaat met twee of meer wikkelingen dat door elektromagnetische inductie een systeem van wisselspanning en -stroom omzet in een ander systeem van wisselspanning en -stroom met meestal verschillende waarden en bij dezelfde frequentie met als doel het overbrengen van elektrisch vermogen;

2)

„kleine vermogenstransformator”: vermogenstransformator met een hoogste spanning voor apparatuur die niet hoger is dan 1,1 kV;

3)

„middelgrote vermogenstransformator”: vermogenstransformator met een hoogste spanning voor apparatuur hoger dan 1,1 kV, maar niet hoger dan 36 kV en een nominaal vermogen gelijk aan of hoger dan 5 kVA maar lager dan 40 MVA;

4)

„grote vermogenstransformator”: vermogenstransformator met een hoogste spanning voor apparatuur hoger dan 36 kV en een nominaal vermogen gelijk aan of hoger dan 5 kVA of een nominaal vermogen gelijk aan of hoger dan 40 MVA, ongeacht de hoogste spanning voor apparatuur;

5)

„met vloeistof gevulde transformator”: transformator waarin het magnetische circuit en de wikkelingen in een vloeistof zijn ondergedompeld;

6)

„transformator van het droge type”: transformator waarin het magnetische circuit en de wikkelingen niet in een isolerende vloeistof zijn ondergedompeld;

7)

„middelgrote vermogenstransformatoren op elektriciteitsmasten”: vermogenstransformatoren met een nominaal vermogen van ten hoogste 315 kVA die geschikt zijn voor buitengebruik en zijn ontworpen om op de steunstructuren van bovengrondse elektriciteitsleidingen te worden gemonteerd;

8)

„distributietransformator met spanningsregeling”: middelgrote vermogenstransformator voorzien van aanvullende componenten, binnen of buiten de transformatorbak, om de ingangs- en uitgangsspanning van de transformator automatisch te regelen onder belasting;

9)

„wikkeling”: geheel van windingen die een elektrisch circuit vormen waaraan één van de aan de transformator toegekende spanningen gerelateerd is;

10)

„nominale spanning van een wikkeling” (Ur): de toegekende spanning die moet worden toegepast, of worden ontwikkeld bij nullast, tussen de aansluitpunten van een niet-afgetakte wikkeling, of van een afgetakte wikkeling die op de hoofdaftakking is aangesloten;

11)

„hoogspanningswikkeling”: wikkeling met de hoogste nominale spanning;

12)

„hoogste spanning voor apparatuur” (Um): bij transformatorwikkelingen de hoogste effectieve fase-fasespanning in een driefasensysteem waarvoor een transformatorwikkeling is ontwikkeld op het vlak van isolatie;

13)

„nominaal vermogen” (Sr): conventionele waarde van schijnbaar vermogen dat aan een wikkeling wordt toegekend, die samen met de nominale spanning van de wikkeling de nominale stroom van de wikkeling bepaalt;

14)

„kortsluitverlies” (Pk): het geabsorbeerde actieve vermogen bij nominale frequentie en referentietemperatuur gerelateerd aan een stel wikkelingen wanneer de nominale stroom (aftakstroom) door de netaansluitklem(men) van een van de wikkelingen stroomt en de aansluitklemmen van de andere wikkelingen zijn kortgesloten met andere wikkelingen die voorzien zijn van op de hoofdaftakking aangesloten aftakkingen, terwijl verdere wikkelingen, indien aanwezig, een open circuit hebben;

15)

„nullastverlies” (Po): het geabsorbeerde actieve vermogen bij nominale frequentie wanneer de transformator wordt bekrachtigd en het secundaire circuit open is. De aangelegde spanning is de nominale spanning en als de onder stroom staande wikkeling voorzien is van een aftakking, is zij aangesloten op de hoofdaftakking;

16)

„piekefficiëntie-index” (PEI): de maximale waarde van de verhouding van het overgebrachte schijnbare vermogen van een transformator min de elektrische verliezen tot het overgebrachte schijnbare vermogen van de transformator.

Artikel 3

Eisen inzake ecologisch ontwerp

Kleine vermogenstransformatoren, middelgrote vermogenstransformatoren en grote vermogenstransformatoren moeten voldoen aan de in bijlage I vermelde eisen inzake ecologisch ontwerp.

Artikel 4

Overeenstemmingsbeoordeling

Er wordt een overeenstemmingsbeoordeling uitgevoerd waarin de procedure voor interne ontwerpcontrole vermeld in bijlage IV bij Richtlijn 2009/125/EG, of de beheersysteemprocedure vermeld in bijlage V bij die richtlijn wordt toegepast.

Artikel 5

Verificatieprocedure ten behoeve van markttoezicht

Bij het uitvoeren van de markttoezichtcontroles zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2009/125/EG passen de autoriteiten van de lidstaten de verificatieprocedures toe die worden vermeld in bijlage III bij deze verordening.

Artikel 6

Indicatieve benchmarks

De indicatieve benchmarks voor de best presterende transformatoren die technologisch mogelijk zijn op het ogenblik dat deze verordening wordt aangenomen, zijn opgenomen in bijlage IV.

Artikel 7

Evaluatie

Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding evalueert de Commissie deze verordening in het licht van technologische vooruitgang en presenteert zij de resultaten van deze evaluatie aan het Overlegforum. Meer bepaald betreft de evaluatie ten minste de volgende punten:

de mogelijkheid om minimum waarden van de piekefficiëntie-index (PEI) voor alle middelgrote vermogenstransformatoren vast te stellen, waaronder transformatoren met een nominaal vermogen onder de 3 150 kVA;

de mogelijkheid om de aan de kerntransformator gerelateerde verliezen te scheiden van de verliezen gerelateerd aan andere componenten die spanningregelingsfuncties vervullen waar dit het geval is;

de wenselijkheid van het vaststellen van minimumprestatie-eisen voor enkelfasige vermogenstransformatoren en voor kleine vermogenstransformatoren;

de vraag of uitzonderingen voor masttransformatoren en voor speciale combinaties van wikkelingsspanningen voor middelgrote vermogenstransformatoren nog steeds adequaat zijn;

de mogelijkheid om andere milieu-effecten dan energie in de gebruiksfase te behandelen.

Artikel 8

Inwerkingtreding

De verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 mei 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10.

(2)  Apparaten bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, vallen onder Richtlijn 94/9/EG van 19 april 1994 (PB L 100 van 19.4.1994, blz. 1).


BIJLAGE I

Eisen inzake ecologisch ontwerp

1.   Eisen inzake minimumenergieprestaties of minimumenergie-efficiëntie voor middelgrote vermogenstransformatoren

Middelgrote vermogenstransformatoren moeten voldoen aan de maximaal toegestane kortsluit- en nullastverliezen of de in de tabellen I.1 tot en met I.5 vermelde waarden van de piekefficiëntie-index (PEI), met uitzondering van middelgrote vermogenstransformatoren op elektriciteitsmasten, die moeten voldoen aan de in tabel I.6 vermelde maximaal toegestane kortsluit- en nullastverliezen.

1.1.   Eisen voor middelgrote driefasige vermogenstansformatoren met nominaal vermogen ≤ 3 150kVA

Tabel I.1: Maximale kortsluit- en nullastverliezen (in W) voor middelgrote met vloeistof gevulde driefasige vermogenstransformatoren met één wikkeling met Um ≤ 24 kV en de andere met Um ≤ 1,1 kV.

 

Fase 1 (vanaf 1 juli 2015)

Fase 2 (vanaf 1 juli 2021)

Nominaal vermogen (kVA)

Maximale kortsluitverliezen Pk (W) (*1)

Maximale nullastverliezen Po (W) (*1)

Maximale kortsluitverliezen Pk (W) (*1)

Maximale nullastverliezen Po (W) (*1)

≤ 25

Ck (900)

Ao (70)

Ak (600)

Ao – 10 % (63)

50

Ck (1 100 )

Ao (90)

Ak (750)

Ao – 10 % (81)

100

Ck (1 750 )

Ao (145)

Ak (1 250 )

Ao – 10 % (130)

160

Ck (2 350 )

Ao (210)

Ak (1 750 )

Ao – 10 % (189)

250

Ck (3 250 )

Ao (300)

Ak (2 350 )

Ao – 10 % (270)

315

Ck (3 900 )

Ao (360)

Ak (2 800 )

Ao – 10 % (324)

400

Ck (4 600 )

Ao (430)

Ak (3 250 )

Ao – 10 % (387)

500

Ck (5 500 )

Ao (510)

Ak (3 900 )

Ao – 10 % (459)

630

Ck (6 500 )

Ao (600)

Ak (4 600 )

Ao – 10 % (540)

800

Ck (8 400 )

Ao (650)

Ak (6 000 )

Ao – 10 % (585)

1 000

Ck (10 500 )

Ao (770)

Ak (7 600 )

Ao – 10 % (693)

1 250

Bk (11 000 )

Ao (950)

Ak (9 500 )

Ao – 10 % (855)

1 600

Bk (14 000 )

Ao (1 200 )

Ak (12 000 )

Ao – 10 % (1080 )

2 000

Bk (18 000 )

Ao (1 450 )

Ak (15 000 )

Ao – 10 % (1 305 )

2 500

Bk (22 000 )

Ao (1 750 )

Ak (18 500 )

Ao – 10 % (1 575 )

3 150

Bk (27 500 )

Ao (2 200 )

Ak (23 000 )

Ao – 10 % (1 980 )


Tabel I.2: Maximale kortsluit- en nullastverliezen (in W) voor middelgrote driefasige vermogenstransformatoren van het droge type met één wikkeling met Um ≤ 24 kV en de andere met Um ≤ 1,1 kV.

 

Fase 1 (1 juli 2015)

Fase 2 (1 juli 2021)

Nominaal vermogen (kVA)

Maximale kortsluit-verliezen Pk (W) (*2)

Maximale nullastverliezen Po (W) (*2)

Maximale kortsluit-verliezen Pk (W) (*2)

Maximale nullastverliezen Po (W) (*2)

≤ 50

Bk (1 700 )

Ao (200)

Ak (1 500 )

Ao – 10 % (180)

100

Bk (2 050 )

Ao (280)

Ak (1 800 )

Ao – 10 % (252)

160

Bk (2 900 )

Ao (400)

Ak (2 600 )

Ao – 10 % (360)

250

Bk (3 800 )

Ao (520)

Ak (3 400 )

Ao – 10 % (468)

400

Bk (5 500 )

Ao (750)

Ak (4 500 )

Ao – 10 % (675)

630

Bk (7 600 )

Ao (1 100 )

Ak (7 100 )

Ao – 10 % (990)

800

Ak (8 000 )

Ao (1 300 )

Ak (8 000 )

Ao – 10 % (1 170 )

1 000

Ak (9 000 )

Ao (1 550 )

Ak (9 000 )

Ao – 10 % (1 395 )

1 250

Ak (11 000 )

Ao (1 800 )

Ak (11 000 )

Ao – 10 % (1 620 )

1 600

Ak (13 000 )

Ao (2 200 )

Ak (13 000 )

Ao – 10 % (1 980 )

2 000

Ak (16 000 )

Ao (2 600 )

Ak (16 000 )

Ao – 10 % (2 340 )

2 500

Ak (19 000 )

Ao (3 100 )

Ak (19 000 )

Ao – 10 % (2 790 )

3 150

Ak (22 000 )

Ao (3 800 )

Ak (22 000 )

Ao – 10 % (3 420 )


Tabel I.3: Correctie van kortsluit- en nullastverliezen in het geval van andere combinaties van wikkelingsspanningen of dubbelspanning in één of meer wikkelingen (nominaal vermogen ≤ 3150 kVA)

Eén wikkeling met Um ≤ 24 kV en de andere met Um > 1,1 kV

De maximaal toelaatbare verliezen in de tabellen I.1 en I.2 worden voor nullastverliezen met 10 % en voor kortsluitverliezen met 10 % verhoogd.

Eén wikkeling met Um = 36 kV en de andere met Um ≤ 1,1 kV

De maximaal toelaatbare verliezen in de tabellen I.1 en I.2 worden voor nullastverliezen met 15 % en voor kortsluitverliezen met 10 % verhoogd.

Eén wikkeling met Um = 36 kV en de andere met Um > 1,1 kV

De maximaal toelaatbare verliezen in de tabellen I.1 en I.2 worden voor nullastverliezen met 20 % en voor kortsluitverliezen met 15 % verhoogd.

Dubbelspanning op één wikkeling

In het geval van transformatoren met één hoogspanningswikkeling en twee spanningen beschikbaar vanuit een afgetakte laagspanningswikkeling, worden de verliezen berekend op basis van de hoogste spanning van de laagspanningswikkeling; zij moeten in overeenstemming zijn met de maximaal toelaatbare verliezen in de tabellen I.1 en I.2. Het maximaal beschikbare vermogen op de laagste spanning van de laagspanningswikkeling op dergelijke transformatoren moet worden beperkt tot 0,85 van het nominale vermogen dat is toegekend aan de laagspanningswikkeling bij zijn hoogste spanning.

In het geval van transformatoren met één laagspanningswikkeling met twee spanningen beschikbaar vanuit een afgetakte hoogspanningswikkeling, worden de verliezen berekend op basis van de hoogste spanning van de hoogspanningswikkeling; zij moeten in overeenstemming zijn met de maximaal toelaatbare verliezen in de tabellen I.1 en I.2. Het maximaal beschikbare vermogen op de laagste spanning van de hoogspanningswikkeling op dergelijke transformatoren moet worden beperkt tot 0,85 van het nominale vermogen dat is toegekend aan de hoogspanningswikkeling bij zijn hoogste spanning.

Als het volledige nominale vermogen ongeacht de combinatie van spanningen beschikbaar is, kunnen de verliezen in de tabellen I.1 en I.2 met 15 % worden verhoogd voor nullastverliezen, en met 10 % voor kortsluitverliezen.

Dubbelspanning op beide wikkelingen

De maximaal toelaatbare verliezen in de tabellen I.1 en I.2 kunnen voor nullastverliezen met 20 % en voor kortsluitverliezen met 20 % worden verhoogd voor transformatoren met dubbelspanning op beide wikkelingen. Het niveau van de verliezen wordt gegeven voor het grootst mogelijke nominale vermogen en ervan uitgaande dat het nominale vermogen hetzelfde is, ongeacht de combinatie van spanningen.

1.2.   Eisen inzake middelgrote vermogenstransformatoren met nominaal vermogen > 3 150kVA

Tabel I.4: Minimumwaarden van de piekefficiëntie-index (PEI) voor middelgrote met vloeistof gevulde vermogenstransformatoren

Nominaal vermogen (kVA)

Fase 1 (1 juli 2015)

Fase 2 (1 juli 2021)

Minimale piekefficiëntie-index (PEI) (%)

3 150 < Sr ≤ 4 000

99,465

99,532

5 000

99,483

99,548

6 300

99,510

99,571

8 000

99,535

99,593

10 000

99,560

99,615

12 500

99,588

99,640

16 000

99,615

99,663

20 000

99,639

99,684

25 000

99,657

99,700

31 500

99,671

99,712

40 000

99,684

99,724

De minimale PEI-waarden voor nominale vermogens kVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.4 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.

Tabel I.5: Minimumwaarden van de piekefficiëntie-index (PEI) voor middelgrote vermogenstransformatoren van het droge type

Nominaal vermogen (kVA)

Fase 1 (1 juli 2015)

Fase 2 (1 juli 2021)

Minimale piekefficiëntie-index (PEI) (%)

3 150 < Sr ≤ 4 000

99,348

99,382

5 000

99,354

99,387

6 300

99,356

99,389

8 000

99,357

99,390

≥ 10 000

99,357

99,390

De minimale PEI-waarden voor nominale vermogens kVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.5 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.

1.3.   Eisen inzake middelgrote vermogenstransformatoren met nominaal vermogen ≤ 3 150 kVA voorzien van aansluitingen voor aftakkingen geschikt voor gebruik terwijl ze worden bekrachtigd of onder belasting staan voor aanpassing van de spanning. Onder deze categorie vallen distributietransformatoren met spanningregeling.

De maximaal toelaatbare niveaus van verliezen die zijn vermeld in de tabellen I.1 en I.2 van deze bijlage I worden verhoogd met 20 % voor nullastverliezen en 5 % voor kortsluitverliezen in fase 1 en met 10 % voor nullastverliezen in fase 2.

1.4.   Voorschriften voor middelgrote vermogenstransformatoren op elektriciteitsmasten

De niveaus van kortsluit- en nullastverliezen in de tabellen I.1 en I.2 zijn niet van toepassing op met vloeistof gevulde transformatoren op elektriciteitsmasten met een nominaal vermogen tussen de 25 kVA en 315 kVA. Voor deze specifieke modellen van middelgrote vermogenstransformatoren op elektriciteitsmasten, worden de maximale niveaus van toelaatbare verliezen vermeld in tabel I.6.

Tabel I.6 Maximale kortsluit- en nullastverliezen (in W) voor middelgrote met vloeistof gevulde vermogenstransformatoren op elektriciteitsmasten

 

Fase 1 (1 juli 2015)

Fase 2 (1 juli 2021)

Nominaal vermogen (kVA)

Maximale kortsluitverliezen (in W) (*3)

Maximale nullastverliezen (in W) (*3)

Maximale kortsluitverliezen (in W) (*3)

Maximale nullastverliezen (in W) (*3)

25

Ck (900)

Ao (70)

Bk (725)

Ao (70)

50

Ck (1 100 )

Ao (90)

Bk (875)

Ao (90)

100

Ck (1 750 )

Ao (145)

Bk (1 475 )

Ao (145)

160

Ck + 32 % (3 102 )

Co (300)

Ck + 32 % (3 102 )

Co – 10 % (270)

200

Ck (2 750 )

Co (356)

Bk (2 333 )

Bo (310)

250

Ck (3 250 )

Co (425)

Bk (2 750 )

Bo (360)

315

Ck (3 900 )

Co (520)

Bk (3 250 )

Bo (440)

2.   Eisen inzake minimum energie-efficiëntie voor grote vermogenstransformatoren

De minimumefficiëntie-eisen voor grote vermogenstransformatoren zijn vermeld in de tabellen I.7 en I.8

Tabel I.7 Minimumeisen inzake de piekefficiëntie-index voor grote met vloeistof gevulde vermogenstransformatoren

Nominaal vermogen (MVA)

Fase 1 (1 juli 2015)

Fase 2 (1 juli 2021)

Minimale piekefficiëntie-index (%)

≤ 4

99,465

99,532

5

99,483

99,548

6,3

99,510

99,571

8

99,535

99,593

10

99,560

99,615

12,5

99,588

99,640

16

99,615

99,663

20

99,639

99,684

25

99,657

99,700

31,5

99,671

99,712

40

99,684

99,724

50

99,696

99,734

63

99,709

99,745

80

99,723

99,758

≥ 100

99,737

99,770

De minimale PEI-waarden voor nominale vermogens MVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.7 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.

Tabel I.8 Minimumeisen inzake de piekefficiëntie-index voor grote vermogenstransformatoren van het droge type

Nominaal vermogen (MVA)

Fase 1 (1 juli 2015)

Fase 2 (1 juli 2021)

Minimale piekefficiëntie-index (%)

≤ 4

99,158

99,225

5

99,200

99,265

6,3

99,242

99,303

8

99,298

99,356

10

99,330

99,385

12,5

99,370

99,422

16

99,416

99,464

20

99,468

99,513

25

99,521

99,564

31,5

99,551

99,592

40

99,567

99,607

50

99,585

99,623

≥ 63

99,590

99,626

De minimale PEI-waarden voor nominale vermogens MVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.8 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.

3.   Voorschriften inzake productinformatie

Vanaf 1 juli 2015 worden de volgende voorschriften inzake productinformatie voor transformatoren die onder deze verordening vallen (artikel 1) opgenomen in elke desbetreffende productdocumentatie, waaronder vrij toegankelijke websites van fabrikanten:

a)

informatie over nominaal vermogen, kortsluitverlies en nullastverlies en het elektrische vermogen van koelsystemen die nodig zijn bij nullast;

b)

voor middelgrote (indien van toepassing) en grote vermogenstransformatoren: de waarde van de piekefficiëntie-index en het vermogen waarbij deze voorkomt;

c)

voor transformatoren met dubbelspanning: het maximale nominale vermogen bij de laagste spanning, overeenkomstig tabel I.3;

d)

informatie over het gewicht van alle hoofdcomponenten van een vermogenstransformator (waaronder ten minste de geleider, de aard van de geleider en het kernmateriaal);

e)

voor middelgrote vermogenstransformatoren op elektriciteitsmasten: een zichtbare vermelding „Uitsluitend voor gebruik op masten”.

De informatie onder de punten a), c) en d) moet ook worden opgenomen op de typeplaat van de vermogenstransformatoren.

4.   Technische documentatie

De volgende informatie wordt opgenomen in de technische documentatie van de vermogenstransformatoren:

a)

naam en adres van de fabrikant;

b)

typeaanduiding, alfanumerieke code om een model te onderscheiden van andere modellen van dezelfde fabrikant;

c)

de onder punt 3) vereiste informatie.

Indien (delen van) de technische documentatie gebaseerd is (zijn) op de technische documentatie van een ander model, wordt de typeaanduiding van dat model worden verstrekt en moet in de technische documentatie worden gedetailleerd hoe de informatie is afgeleid van de technische documentatie van het andere model (bv. door berekeningen of extrapolaties), met vermelding van de door de fabrikant uitgevoerde tests om die berekeningen of extrapolaties te controleren.


(*1)  De maximumverliezen voor nominale vermogens kVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.1 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.

(*2)  De maximumverliezen voor nominale vermogens kVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.2 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.

(*3)  De maximaal toelaatbare verliezen voor nominale vermogens kVA die tussen de nominale vermogens van tabel I.6 liggen, worden verkregen door lineaire interpolatie.


BIJLAGE II

Meet- en rekenmethoden

Meetmethode

Voor de naleving van de voorschriften in deze verordening worden metingen verricht met behulp van een betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare meetprocedure die rekening houdt met de algemeen erkende meetmethoden overeenkomstig de stand van de techniek, waaronder methoden die zijn vermeld in documenten waarvan de referentienummers voor dat doel zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Rekenmethoden

De methodologie voor het berekenen van de piekefficiëntie-index (PEI) voor middelgrote en grote vermogenstransformatoren is gebaseerd op de verhouding van het overgebrachte schijnbare vermogen van een transformator min de elektrische verliezen tot het overgebrachte schijnbare vermogen van de transformator.

Formula

waarbij:

 

P0 de gemeten waarde van de nullastverliezen is bij nominale spanning en nominale frequentie, op de nominale aftakking;

 

Pc0 het elektrische vermogen is dat nodig is voor het koelsysteem voor werking bij nullast;

 

Pk het gemeten kortsluitverlies is bij nominale stroom en nominale frequentie op de nominale aftakking, gecorrigeerd voor de referentietemperatuur;

 

Sr het nominale vermogen van de transformator of autotransformator is waarop Pk is gebaseerd.


BIJLAGE III

Verificatieprocedure

Bij het uitvoeren van de markttoezichtcontroles zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2009/125/EG passen de autoriteiten van de lidstaten de volgende verificatieprocedures toe voor de in bijlage I vermelde eisen.

1.

De autoriteiten van de lidstaten testen één exemplaar per model;

2.

het model wordt geacht aan de toepasselijke eisen van bijlage I van deze verordening te voldoen als de waarden in de technische documentatie voldoen aan de eisen van bijlage I en als de gemeten parameters voldoen aan de eisen van bijlage I binnen de verificatietoleranties van de tabel van deze bijlage;

3.

als de in punt 2 bedoelde resultaten niet worden bereikt, wordt het model geacht niet aan deze verordening te voldoen. Binnen één maand nadat het besluit van niet-overeenstemming van het model is genomen, verstrekken de autoriteiten van de lidstaten alle relevante informatie, waaronder de testresultaten indien van toepassing, aan de andere lidstaten en de Commissie.

De autoriteiten van de lidstaten gebruiken de in bijlage II vermelde meet- en rekenmethoden.

Gezien de beperkingen qua gewicht en omvang bij het transport van middelgrote en grote vermogenstransformatoren kunnen de autoriteiten van de lidstaten besluiten om de verificatieprocedure in de gebouwen van fabrikanten uit te voeren voordat de transformatoren op hun eindbestemming in gebruik worden genomen.

De verificatietoleranties in deze bijlage hebben alleen betrekking op de verificatie van de gemeten parameters door de autoriteiten van de lidstaten en mogen niet worden gebruikt door de fabrikant of importeur als een toegestane tolerantie om de waarden in de technische documentatie vast te stellen.

Tabel

Gemeten parameter

Verificatietoleranties

Kortsluitverliezen

De gemeten waarde mag niet meer dan 5 % hoger zijn dan de opgegeven waarde.

Nullastverliezen

De gemeten waarde mag niet meer dan 5 % hoger zijn dan de opgegeven waarde.

Het elektrische vermogen dat nodig is voor het koelsysteem voor werking bij nullast

De gemeten waarde mag niet meer dan 5 % hoger zijn dan de opgegeven waarde.


BIJLAGE IV

Indicatieve benchmarks

Bij de vaststelling van deze verordening gold het onderstaande als beste voorhanden zijnde technologie op de markt voor middelgrote vermogenstransformatoren:

a)

middelgrote met vloeistof gevulde vermogenstransformatoren: Ao – 20 %, Ak – 20 %;

b)

middelgrote vermogenstransformatoren van het droge type: Ao – 20 %, Ak – 20 %;

c)

middelgrote vermogenstransformatoren met een amorfe stalen kern: Ao – 50 %, Ak – 50 %.

Er is verdere ontwikkeling nodig van de beschikbaarheid van materiaal om transformatoren met een amorfe stalen kern te fabriceren, voordat kan worden overwogen dergelijke verlieswaarden in de toekomst als minimumeisen te hanteren.


22.5.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/16


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 549/2014 VAN DE COMMISSIE

van 21 mei 2014

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 mei 2014.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

AL

59,1

MA

39,6

MK

58,8

TR

50,7

ZZ

52,1

0707 00 05

AL

41,5

MK

36,1

TR

124,7

ZZ

67,4

0709 93 10

TR

115,8

ZZ

115,8

0805 10 20

EG

44,3

IL

74,1

MA

45,2

TR

49,7

ZA

53,8

ZZ

53,4

0805 50 10

TR

99,9

ZA

141,8

ZZ

120,9

0808 10 80

AR

82,8

BR

84,5

CL

97,0

CN

98,8

MK

25,2

NZ

147,1

US

204,6

UY

70,3

ZA

111,9

ZZ

102,5


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

22.5.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/18


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 22 februari 2012

betreffende de steunmaatregel SA.29608 (C37/10) die door Hongarije ten uitvoer is gelegd met het oog op de herkapitalisatie van FHB Jelzálogbank Nyrt

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 1021)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2014/296/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,

Gezien de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, onder a),

Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde bepalingen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (1) en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

I   PROCEDURE

(1)

Op 25 maart 2009 heeft Hongarije FHB Jelzálogbank Nyrt (hierna „FHB” of „de bank” genoemd) een lening met middellange looptijd toegekend van 120 miljard Hongaarse forint (HUF) (circa 410 miljoen EUR (2)) in het kader van de liquiditeitsregeling voor Hongaarse banken die door de Commissie op 14 januari 2010 was goedgekeurd (3). Op 31 maart 2009 herkapitaliseerden de Hongaarse autoriteiten FHB voor een bedrag van 30 miljard HUF (circa 100 miljoen EUR) in de vorm van nieuw uitgegeven preferente aandelen met speciaal dividend plus een aandeel met stemrecht. Deze herkapitalisatie vond plaats in het kader van de door de Commissie goedgekeurde garantie- en herkapitalisatieregeling (4).

(2)

Bij brieven van 3 april, 13 mei, 14 juli en 11 september 2009 verzocht de Commissie de Hongaarse autoriteiten om informatie over de voorwaarden van de herkapitalisatie. De Hongaarse autoriteiten antwoordden bij brieven van 24 april, 2 juni, 12 augustus en 9 oktober 2009.

(3)

Omdat er ten tijde van de herkapitalisatie twijfels bestonden over de soliditeit van de bank, verzocht de Commissie Hongarije op 19 oktober 2009 een herstructureringsplan voor FHB in te dienen overeenkomstig de mededeling van de Commissie betreffende het herstel van de levensvatbaarheid en de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen in de financiële sector in de huidige crisis met inachtneming van de staatssteunregels (5) (hierna de „herstructureringsmededeling” genoemd). Op 12 en 19 november 2009 verstrekte Hongarije verdere inlichtingen en op 26 januari 2010 legde het een ontwerp-herstructureringsplan voor.

(4)

Op 19 februari 2010 betaalde FHB het volledige herkapitalisatiebedrag aan de overheid terug.

(5)

Bij brieven van 24 en 25 maart 2010 verschafte Hongarije nadere inlichtingen aan de Commissie. De bank hield op 21 april 2010 een algemene aandeelhoudersvergadering, waarop zij besloot de overheid een vergoeding te betalen voor de herkapitalisatie. De Commissie verzocht bij brief van 22 april 2010 om nadere inlichtingen.

(6)

De Commissie verzocht bij brieven van 2 juni en 1 oktober 2010 om verdere informatie. De Hongaarse autoriteiten verstrekten bij brief van 11 juni 2010 aanvullende inlichtingen.

(7)

Op 15 juni 2010 diende Hongarije een geactualiseerd herstructureringsplan in dat op 30 september 2010 werd aangevuld met belangrijke gegevens.

(8)

De Hongaarse autoriteiten verstrekten nadere inlichtingen bij brieven van 18 juni, 28 juli en 5 oktober 2010 en deelden de Commissie op 29 oktober 2010 mee dat de FHB een vergoeding voor de herkapitalisatie had betaald.

(9)

Op 16 december 2010 besloot de Commissie de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna „het Verdrag” genoemd) in te leiden ten aanzien van de steunmaatregelen ten behoeve van FHB. Vervolgens verzochten de Hongaarse autoriteiten de Commissie haar besluit te wijzigen omdat sommige daarin vervatte elementen onjuist en niet actueel waren. Het besluit werd vervolgens vervangen door een nieuw besluit van 24 januari 2011 (6) (hierna „inleidingsbesluit” genoemd). Op dezelfde datum deelde de Commissie de Hongaarse autoriteiten mee dat zij besloten had de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag ten aanzien van de steunmaatregel in te leiden. Het besluit van de Commissie om de procedure in te leiden werd op 18 juni 2011 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. De Commissie verzocht belanghebbenden hun opmerkingen over de maatregel te maken.

(10)

Bij brief van 2 maart 2011 dienden de Hongaarse autoriteiten hun opmerkingen in over het inleidingsbesluit van de Commissie van 24 januari 2011 waarbij de formele onderzoekprocedure met betrekking tot de maatregel ten behoeve van FHB werd ingeleid. Deze opmerkingen werden bij brief van 11 juli 2011 aangevuld met verdere informatie.

(11)

Bij brief van 18 juli 2011 zond een belanghebbende (de Magyar Jelzálogbank Egyesület — de vereniging van Hongaarse hypotheekbanken) zijn opmerkingen over het inleidingsbesluit aan de Commissie toe.

(12)

Bij brief van 3 oktober 2011 dienden de Hongaarse autoriteiten een nieuwe actualisatie van het herstructureringsplan in, en verstrekten zij aanvullende inlichtingen over de terugbetaling van de herkapitalisatie aan de Hongaarse overheid.

(13)

Op 15 december 2011 sloten FHB en de Hongaarse overheid een nieuwe overeenkomst, waarbij de bank zich ertoe verbond de overheid de vergoeding uit te keren die oorspronkelijk in de herkapitalisatieovereenkomst was afgesproken.

II.   BESCHRIJVING VAN DE BEGUNSTIGDE ONDERNEMING

1.1.   DE BEGUNSTIGDE

(14)

FHB werd in 1997 door de overheid opgericht. Vervolgens schroefde de overheid haar belang in de bank geleidelijk terug. In 2003 werd FHB aan de beurs van Boedapest genoteerd, en in augustus 2007 verlaagde de overheid haar meerderheidsaandeel in de bank tot iets meer dan 4 %.

(15)

FHB werd oorspronkelijk opgezet als hypotheekbank om het gebruik van hypotheekobligaties te bevorderen. De bank was aan strenge regels onderworpen wat de omvang van haar activiteiten betreft, de gestelde zakelijke zekerheden en het toezicht, om een zo groot mogelijke veiligheid van de hyptheekobligaties te waarborgen. Oorspronkelijk mocht FHB alleen langlopende hypothecaire leningen en garanties voor hypothecaire leningen verstrekken, en bepaalde soorten derivatentransacties verrichten om haar eigen positie in verband met haar activiteiten op het gebied van hypothecaire leningen af te dekken. Hypotheekobligaties vormden de voornaamste financieringsbron van haar actieve bedrijf. Verder herfinancierde de bank door andere banken verstrekte hypothecaire leningen.

(16)

In 2006 bracht FHB een nieuw strategisch plan uit om haar bankactiviteiten en netwerk van bijkantoren uit te breiden, waarbij zij haar financierings- en operationele basis wilde verruimen door de retailmarkt te betreden via FHB Commercial Bank. Op den duur verkocht de bank diverse leningproducten voor de retail- en de zakelijke markt en bood zij diensten aan op het gebied van rekeningenbeheer, deposito's en creditcards, waarmee zij haar productgamma aan de passiefzijde uitbreidde.

(17)

FHB is een groep die bestaat uit een moederonderneming, FHB Mortgage Bank Co. Plc, en haar volledige dochterondernemingen FHB Commercial Bank Ltd, FHB Service Ltd, FHB Real Estate Ltd en FHB Life Annuity Real Estate Investment Ltd De groep is voornamelijk actief op de markt voor hypotheekobligaties. FHB heeft een aandeel van 23 % van die markt (2009) en is daarmee de op één na grootste speler op de Hongaarse markt (na OTP Bank met een marktaandeel van 74 %). FHB heeft een aandeel van 4,6 % van de markt voor retailhypotheken en van 0,6 % van de markt voor retaildeposito's.

(18)

Toen de bank in maart 2009 werd geherkapitaliseerd bedroeg haar totale balans 746,2 miljard HUF. Op dezelfde datum beliep de solvabiliteitsratio van de bank 10,5 %. Dankzij de kapitaalinjectie van de overheid was de solvabiliteitsratio van FHB eind 2009 toegenomen tot 16,1 % (berekend volgens Hongaarse boekhoudkundige regels).

1.2.   DE CONTEXT

(19)

Hongarije is een van de lidstaten die het meest door de financiële crisis zijn getroffen. Als gevolg van jarenlange buitensporige overheidsuitgaven en een op leningen gebaseerde expansie van de bouwactiviteit en de consumptie waren reeds vóór de crisis ernstige economische onevenwichtigheden ontstaan. Het land en zijn banksector waren, doordat de leningen van de huishoudens voornamelijk in euro en Zwitserse frank luidden en door de permanente afhankelijkheid van externe financiering, bijzonder gevoelig voor waardefluctuaties van de Hongaarse forint. De waarde van de Hongaarse valuta is gedurende de crisis sterk gedaald.

(20)

De gevolgen van de financiële crisis waren zo groot dat het Internationaal Monetair Fonds (hierna „IMF” genoemd), de Europese Unie (hierna „EU” genoemd) en de Wereldbank in november 2008 noodleningen aan Hongarije moesten verstrekken om de spanningen op de financiële markten tegen te gaan.

(21)

In reactie op de door de crisis veroorzaakte ernstige verstoring van de Hongaarse economie heeft de Hongaarse regering een aantal maatregelen ter ondersteuning van de financiële sector vastgesteld die met het leningenpakket van IMF/EU/Wereldbank werden gefinancierd. De maatregelen omvatten een regeling voor liquiditeitssteun en een garantie- en herkapitalisatieregeling.

(22)

De regeling voor liquiditeitssteun (hierna de „liquiditeitsregeling” genoemd) welke in de Hongaarse wet op de overheidsfinanciën is vastgelegd, verstrekt liquiditeit in de vorm van leningen aan financiële instellingen. De regeling werd door de Commissie op 14 januari 2009 (7) goedgekeurd en vervolgens meermalen verlengd, de laatste keer tot en met 31 december 2011 (8).

(23)

De Commissie keurde de Hongaarse garantie- en herkapitalisatieregeling bij besluit van 12 februari 2009 (9) goed. Volgens de regeling kon de Hongaarse overheid inschrijven op preferentiële aandelen, die in het bankwezen als tier 1-kapitaal worden beschouwd. Het herkapitalisatie-onderdeel van de regeling is meermalen verlengd, de laatste keer tot en met 31 december 2011.

(24)

Op grond van de garantie- en herkapitalisatieregeling moet, wanneer een herkapitalisatie meer dan 2 % bedraagt van de risicogewogen activa (hierna „RWA” (risk weighted assets) genoemd) van een bank, de Commissie vóór de invoering van de maatregel daarvan in kennis worden gesteld. Wanneer de Commissie het er niet mee eens is dat de bank fundamenteel gezond wordt bevonden, moet de vergoeding worden verhoogd om het hogere risico weer te geven, en moet binnen zes maanden na de herkapitalisatie een herstructureringsplan worden ingediend.

Redenen voor de moeilijkheden van FHB

(25)

Hongarije werd door de financiële crisis zwaar getroffen. De crisis heeft de positie van de Hongaarse banken, die ook al kampten met andere interne problemen, ernstig aangetast.

(26)

FHB vroeg om overheidssteun omdat de bank, in tegenstelling tot veel andere Hongaarse banken, geen moederonderneming in de eurozone had en daardoor geen toegang had tot goedkope financiering van de Europese Centrale Bank (hierna „ECB” genoemd). De ECB-faciliteiten, waaronder diverse repo-faciliteiten, werden vanaf het najaar van 2008 in de eurozone beschikbaar gesteld. De Nationale Bank van Hongarije introduceerde begin 2010 een faciliteit, maar hiermee werd slechts een ruimere toegang tot financiering met Hongaarse forint geboden en geen financiering met euro, wat volgens FHB op het hoogtepunt van de crisis van cruciaal belang was (10).

(27)

Volgens de Hongaarse autoriteiten was de herkapitalisatie van FHB nodig om de solvabiliteit van de bank te waarborgen en de liquiditeitsproblemen van de gehele banksector in Hongarije het hoofd te bieden.

III.   BESCHRIJVING VAN DE STEUNMAATREGELEN

(28)

De steunmaatregelen die Hongarije ten behoeve van FHB ten uitvoer heeft gelegd en die in het inleidingsbesluit van de Commissie van 24 januari 2011 worden beschreven, bestaan in:

een overheidslening op middellange termijn in het kader van de liquiditeitsregeling van 120 miljard HUF (circa 410 miljoen EUR), welke lening op 25 maart 2009 werd verstrekt met vervaldatum 11 november 2012;

een herkapitalisatie ten bedrage van 30 miljard HUF (ongeveer 100 miljoen EUR) in de vorm van nieuw uitgegeven preferente aandelen met speciaal dividend plus één aandeel met stemrecht, welke op 31 maart 2009 werd verricht in het kader van de garantie- en herkapitalisatieregeling.

(29)

In een tussen Hongarije en FHB gesloten herkapitalisatieovereenkomst werd de vergoeding van de overheid voor de aandelen vastgesteld op 10,49 %, wat overeenstemt met het vergoedingspercentage dat in de garantie- en herkapitalisatieregeling is vastgelegd voor fundamenteel gezonde banken, te betalen in de vorm van dividenden. De herkapitalisatie bedroeg 9 % van de RWA van FHB, en ligt daarmee boven het maximumniveau van 2 % dat in de garantie- en herkapitalisatieregeling is vastgelegd voor fundamenteel gezonde banken. Omdat de maatregel niet vóór de invoering ervan bij de Commissie was aangemeld, kon de Commissie niet nagaan of de bank volgens de garantie- en herkapitalisatieregeling als fundamenteel gezond moest worden beschouwd. Wanneer een begunstigde volgens de regeling niet gezond wordt geacht, moet deze een herstructureringsplan opstellen en moet de toestand van de bank in het niveau van de vergoeding tot uiting komen, en hoger zijn dan de vergoeding voor een fundamenteel gezonde bank.

(30)

Ondanks haar moeilijkheden functioneerde de bank in die tijd goed: zij had een sterke kapitaalpositie (solvabiliteitsratio van 10,5 % in maart 2009) en beschikte over een rating van Moody's Investors Service (hierna „Moody's” genoemd) van Baa3, wat nog een investeringswaardige categorie is. In februari 2010, minder dan negen maanden na de herkapitalisatie, kocht de bank de preferente aandelen met speciaal dividend terug van de overheid.

(31)

De bank besloot het herkapitalisatiebedrag terug te betalen op basis van een herziening van de geconsolideerde bestaande en verwachte solvabiliteitsratio, waarbij zij rekening hield met de macro-economische vooruitzichten die zij in haar plan voor 2010 had gebruikt en de verwachte volumes, saldi en risico-informatie van het financieel plan voor 2010. In de herziening werd geconcludeerd dat de situatie van de bank, ondanks de wereldwijde economische crisis, aan het eind van het jaar aanmerkelijk beter was dan begin 2009 verwacht werd toen de overeenkomst met de Hongaarse overheid betreffende de herkapitalisatie van de bank werd gesloten.

(32)

FHB betaalde de kapitaalinjectie terug zonder enige vergoeding aan de overheid, wat een schending inhield van de herkapitalisatieovereenkomst (11). De bank was echter van oordeel dat de preferente aandelen met speciaal dividend die in handen van de overheid waren, niet automatisch recht gaven op de uitkering van dividend, en dat het preferente karakter van de aandelen slechts inhield dat de bank het vastgestelde dividend aan de overheid moest betalen alvorens dividend over de gewone aandelen uit te keren. Omdat de gewone aandeelhouders in de periode waarin de overheid de preferente aandelen in bezit had geen dividend ontvingen, achtte de bank zich niet verplicht preferente dividenden uit te keren. Verder betoogde FHB dat de overheid de preferente aandelen met speciaal dividend niet bezat toen de dividenden voor het jaar 2009 werden gedeclareerd, omdat de terugkoop van de aandelen voordien reeds had plaatsgevonden.

(33)

FHB deelde de Commissie mee dat zij in 2010 aan de EU-brede stresstest had deelgenomen die werd gecoördineerd door het Comité van Europese Bankentoezichthouders, in samenwerking met de ECB en de Hongaarse financiële toezichthoudende autoriteit. De stresstest was vooral gericht op de solvabiliteitsratio, terwijl liquiditeitsrisico's niet rechtstreeks aan een stresstest werden onderworpen. De resultaten van de test op basis van de geconsolideerde cijfers van jaarultimo 2009 wezen uit dat er een buffer van tier 1-kapitaal was van [ruim 50 miljoen EUR] (*1), afgezet tegen de drempel van een tier 1-solvabiliteitsratio van 6 % voor FHB.

(34)

Bij wet CX van 2010 betreffende de wijziging van bepaalde wetten op het gebied van economie en financiën (hierna „Wet CX van 2010” genoemd), die op 21 augustus 2010 in werking trad, wijzigde Hongarije Wet CIV van 2008 betreffende de stabiliteit van het financiële intermediaire stelsel (hierna de „stabiliseringswet” genoemd). Wet CX van 2010 verleende de Hongaarse overheid met terugwerkende kracht het recht om vergoeding van FHB te eisen voor de herkapitalisatie, hoewel de overheid ten tijde van de aandeelhoudersvergadering waarop over de uitkering van dividenden werd beslist, geen aandeelhouder van de bank meer was.

(35)

Op 28 oktober 2010 sloten de Hongaarse overheid en FHB een overeenkomst waarin werd bepaald dat FHB een vergoeding van 890 miljoen HUF aan de Hongaarse overheid diende te betalen voor de herkapitalisatie, evenals achterstandsrente ten bedrage van 11 726 786 HUF.

(36)

De omvang van de vergoeding zou zijn vastgesteld op basis van de voorwaarden van de liquiditeitsregeling. De Hongaarse autoriteiten betoogden dat de herkapitalisatie uit dezelfde financieringsbron was verschaft als de liquiditeitssteun in de vorm van een lening, en dat de vergoedingen voor de herkapitalisatie en voor de liquiditeitssteun daarom even hoog moesten zijn. Het kapitaal werd op 6 mei 2009 aan FHB ter beschikking gesteld en op 19 februari 2010 terugbetaald. De rentevoet die uiteindelijk werd toegepast was dezelfde als die welke voor de lening van circa 400 miljoen EUR werd betaald. Volgens de informatie die Hongarije heeft verstrekt, resulteerde dit in een gemiddelde rentevoet van tussen de 3,79 % en 4,08 % per maand; het feitelijke bedrag werd wekelijks berekend. Volgens de door de Hongaarse autoriteiten verschafte informatie werd het totale bedrag van de vergoeding van 890 miljoen HUF eind 2010 betaald.

(37)

De te betalen achterstandsrente werd berekend overeenkomstig het Hongaarse referentiepercentage van 5,97 % dat door de Commissie is bekendgemaakt (12), verhoogd met 100 basispunten. De achterstandsrente werd berekend over de periode vanaf 21 augustus 2010, toen de gewijzigde stabiliseringswet in werking trad, tot 28 oktober 2010, toen de overeenkomst werd gesloten.

(38)

Op 15 december 2011 sloten te Hongaarse overheid en FHB opnieuw een overeenkomst waarbij de bank ermee instemde de overheid in totaal 10,49 % van het totale herkapitalisatiebedrag te betalen (d.w.z. een bedrag van 2 491 742 552 HUF). Volgens deze nieuwe overeenkomst verbond FHB zich er derhalve toe de overheid tegen 31 december 2011 een extra bedrag van 1 601 742 552 HUF te betalen, te weten het verschil tussen het in overweging 36 genoemde totaalbedrag van de vergoeding van 890 miljoen HUF en de vergoeding die op 28 oktober 2010 reeds was afgedragen.

IV.   HET HERSTRUCTURERINGSPLAN

(39)

Op 30 september 2010 diende Hongarije een geactualiseerd herstructureringsplan voor FHB bij de Commissie in. Bij brief van 3 oktober 2011 ontving de Commissie aanvullende inlichtingen over het plan. De voornaamste aspecten van het herstructureringsplan zijn in het inleidingsbesluit van de Commissie reeds beschreven. Verdere elementen werden op 3 oktober 2011 ingediend; deze worden in de punten 4.1 tot en met 4.3 beschreven.

4.1.   LEVENSVATBAARHEID

(40)

In 2010 was het economisch klimaat, zowel internationaal als nationaal, vrij slecht, hoewel er tekenen van verbetering waren. De winstgevendheid van de Hongaarse banksector was sterk achteruitgegaan ten opzichte van het voorgaande jaar. Door middel van Wet XC van 2010 die op 13 augustus 2010 in werking trad, voerde de Hongaarse regering een speciale belasting in voor financiële instellingen. Hiermee was een totaalbedrag van 187 miljard HUF gemoeid dat in hoofdzaak door kredietinstellingen moest worden betaald.

(41)

In de loop van 2010 liep de vraag van particulieren naar leningen sterk terug; tegelijkertijd verzwakte de aanbodzijde door een verslechtering van het wetgevend klimaat en de marktvoorwaarden. De zakelijke kredietverlening in de gehele sector liep eveneens terug, hoewel sommige banken, waaronder FHB, dit segment uitbreidden.

(42)

De belangrijkste gebeurtenis voor beide activiteiten en voor de financiële resultaten van FHB was de overname van Allianz Commercial Bank Ltd (hierna „Allianz Bank” genoemd) en de strategische samenwerkingovereenkomst op lange termijn tussen Allianz Hungaria Insurance Co. Ltd (hierna „Allianz Hungaria Insurance” genoemd) en FHB. De overname werd op 30 september 2010 afgerond. Tegelijkertijd werd bij FHB een integratieproject gelanceerd om Allianz Bank en FHB Commercial Bank samen te voegen en de activiteiten van de groep als geheel te rationaliseren en te optimaliseren (netwerk van bijkantoren, distributiekanalen, productportfolio, IT-activiteiten, organisatiestructuur en personeel, enz.).

(43)

De overname had een gunstige invloed op de nettowinst van FHB-groep voor 2010; de negatieve gevolgen van de speciale bankenbelasting, verliezen op de leningenportefeuille en de stijgende financieringskosten werden door eenmalige aspecten van de overname gecompenseerd. De totale winst van FHB bedroeg in 2010 11,2 miljard HUF, een stijging van 58,9 % ten opzichte van 2009.

(44)

Als gevolg van de overname van Allianz Bank steeg het aantal retail- en zakelijke bankrekeningen bij FHB aanzienlijk, van […] in december 2009 tot […] in december 2010 (+[…] %). Door het grote aantal slapende rekeningen nam het bedrag van de deposito's niet evenredig toe, doch steeg van […] miljard HUF in december 2009 tot […] miljard HUF in december 2010 (+[…] %). Het aandeel van FHB op de markt voor retail- en zakelijke deposito's nam respectievelijk toe van […] % tot […] %, en van […] % tot […] %. Door de overname van Allianz Bank steeg derhalve het aandeel van deposito's in de financieringsmix van FHB en daalde het bedrag van de hypothecaire obligaties van […] miljard HUF in 2010 tot […] miljard HUF in 2011.

(45)

Volgens de prognose van FHB zal de solvabiliteitsratio van de bank, op basis van de verwachte geconsolideerde balans en de winst- en verliesrekening voor 2011, in december 2011 circa […] % bedragen. Hierbij wordt rekening gehouden met de bijkomende betaling aan de Hongaarse overheid in verband met de herkapitalisatie van maart 2009 die op 15 december 2011 werd verricht ingevolge een overeenkomst met de Hongaarse overheid.

4.2.   LASTENVERDELING

(46)

FHB heeft in oktober 2010 een vergoeding betaald van 890 miljoen HUF voor de herkapitalisatie van 30 miljard HUF. De oorspronkelijk toegepaste rentevoet was gelijk aan de rente die voor de lening van 120 miljard HUF was betaald, namelijk tussen de 3,79 % en de 4,08 % gemiddeld per maand.

(47)

In de nieuwe overeenkomst tussen FHB en de Hongaarse overheid die op 15 december 2011 was ondertekend, zegde de bank toe de overheid een totale vergoeding te betaling van 2 491 742 552 HUF, d.w.z. 10,49 % van het herkapitalisatiebedrag, zoals de bank en de overheid oorspronkelijk in de herkapitalisatieovereenkomst hadden afgesproken.

4.3.   MAATREGELEN OM DE VERSTORING VAN DE MEDEDINGING TE BEPERKEN

(48)

In de aanvullende inlichtingen die in oktober 2011 werden verstrekt werd niet nader ingegaan op mededingingsverstoring. Wel werd benadrukt dat het marktaandeel van FHB op het gebied van retail- en zakelijke deposito's, ondanks de aankoop van Allianz Bank, beperkt bleef ([0,7 %-1,3 %] en [0,4. %-0,95 %] respectievelijk op 31 december 2010 en [0,65. %- 1,3. %] en [1 %-1,35 %] respectievelijk op 30 juni 2011).

V.   REDENEN VOOR DE INLEIDING VAN DE FORMELE ONDERZOEKPROCEDURE

(49)

De Commissie heeft de formele onderzoekprocedure ingeleid omdat zij van mening was dat de voornaamste aannames waarop het herstructureringsplan en de bedrijfsvooruitzichten van FHB gebaseerd waren, onvoldoende onderbouwd waren en geen rekening hielden met de recente aankoop van Allianz Bank door FHB. Verder had de Commissie twijfels over de levensvatbaarheid van FHB op lange termijn, gezien haar sterke afhankelijkheid van wholesale financiering en de toestand van de vastgoedmarkt in Hongarije.

(50)

Verder betwijfelde de Commissie of de eigen bijdrage van de bank aan haar herstructurering toereikend was gezien de lage vergoeding die in oktober 2010 aan de overheid werd betaald voor de herkapitalisatie (die neerkwam op een gemiddelde rentevoet van 3,79 % à 4,08 % zoals in de liquiditeitsregeling was vastgelegd). Bovendien roepen de verwerving van Allianz Bank en de overeenkomst met Allianz Hungaria Insurance de vraag op of de herstructureringskosten tot het noodzakelijke minimum waren beperkt.

(51)

Tot slot was de Commissie van mening dat de Hongaarse autoriteiten niet hadden aangetoond dat er voldoende maatregelen waren genomen om de mededingingsverstoringen te beperken die door de door FHB ontvangen steun zijn veroorzaakt, met name gelet op de uitbreidingsstrategie van de bank, haar recente verwerving van Allianz Bank, en de ontoereikende vergoeding die voor het door de overheid verstrekte kapitaal was betaald.

VI.   OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN

(52)

De Commissie heeft op 18 juli 2011 opmerkingen ontvangen van de Vereniging van Hongaarse hypotheekbanken (hierna de „vereniging” genoemd). In deze opmerkingen herinnerde de vereniging aan de omvang van de crisis die de Hongaarse economie en banksector in 2008-2009 had getroffen, en wees zij erop dat de herkapitalisatie van FHB een gevolg was van het ongunstige macro-economische klimaat dat door de crisis was ontstaan. De overheidssteun ten behoeve van FHB was bedoeld om de ernstige risico's voor de Hongaarse markt voor hypothecaire leningen en hypotheekobligaties tegen te gaan. Ten gevolge van de gevoeligheid voor valutaschommelingen, de waardevermeerdering van de Zwitserse frank ten opzichte van de Hongaarse forint, het dalende consumenteninkomen en de stijgende werkloosheid was er namelijk sprake van een snelle, sterke verslechtering van de kwaliteit van de hypothecaire leningen en een stijging van het aantal „slechte leningen” alsook van afnemende financieringsmogelijkheden voor banken. Dit gold met name voor FHB, die financiering aantrekt van de kapitaalmarkt.

VII.   OPMERKINGEN VAN DE LIDSTAAT

(53)

Op 2 maart 2011 heeft de Commissie opmerkingen van de Hongaarse autoriteiten ontvangen, welke bij brief van 11 juli 2011 werden aangevuld met opmerkingen van FHB.

7.1.   LEVENSVATBAARHEID

(54)

In reactie op de twijfels van de Commissie over de juistheid van de aannames in het herstructureringsplan van de bank, stellen de Hongaarse autoriteiten dat de financiële vooruitzichten gebaseerd zijn op de veronderstellingen van externe deskundigen en in overeenstemming zijn met de informatie die beschikbaar was toen zij werden opgesteld. De aannames inzake de soliditeit van de bank wijken niet af van de aannames in andere financiële plannen of prognoses van FHB.

(55)

Volgens de Hongaarse autoriteiten is de levensvatbaarheid van FHB op lange termijn gewaarborgd, zoals blijkt uit het feit dat FHB zowel op de geld- als op de kapitaalmarkt middelen heeft kunnen opnemen: in 2009 verstrekte FHB voor meer dan 60 miljard HUF aan hypothecaire leningen en hypotheekobligaties, en ontving zij voor een totaalbedrag van […] aan leningen van particuliere investeerders.

(56)

Verder verklaren de Hongaarse autoriteiten dat uit gegevens blijkt dat het aandeel van de markt voor retaildeposito's van FHB in 2009 van […] % tot […] % is gestegen, en per eind 2010 wordt een marktaandeel van […] % verwacht. Daarnaast is het aantal retailrekeningen alsook de omvang van de portefeuille van deze rekeningen voortdurend gestaag toegenomen, ondanks de negatieve marktprognose voor deze portefeuilles. Daarom beschouwen de bank en de Hongaarse autoriteiten de vooruitzichten met betrekking tot de retaildeposito's en retailrekeningen niet als overdreven optimistisch.

(57)

Daarnaast kan de liquiditeitspositie van FHB als aanhoudend stabiel worden beschouwd, wat onder andere te danken is aan het feit dat de bank aan de door de ratingbureaus voorgeschreven liquiditeitsvereisten moet voldoen. Dat de liquiditeitspositie van de bank zelfs op het hoogtepunt van de crisis stabiel was, wordt bevestigd door de brief van de gouverneur van de Hongaarse centrale bank aan de minister van Financiën van 19 maart 2009.

(58)

Tenslotte was de verslechtering van de kwaliteit van de activa van de bank gedurende de crisis voornamelijk te wijten aan de macro-economische situatie van Hongarije, het dalende gezinsinkomen, de afnemende werkgelegenheid en de stijgende werkloosheid, en niet zozeer aan de koersstijging van de Zwitserse frank ten opzichte van de Hongaarse forint. Hoewel FHB verscheidene regelingen heeft ingevoerd om de problemen van debiteuren in nood aan te pakken, zal de kwaliteit van de leningenportefeuille voortdurend verbeteren, voornamelijk als gevolg van economisch herstel en gunstiger economische indicatoren. De economische vooruitzichten van de Hongaarse centrale bank en de Hongaarse regering voor 2011 gaan uit van een groei van het bruto binnenlands product (hierna „bbp” genoemd), een geleidelijke toename van de werkgelegenheid en een dalende werkloosheid, wat waarschijnlijk eveneens een belangrijke invloed zal hebben op de leningenportefeuille van FHB.

7.2.   LASTENVERDELING

(59)

De Hongaarse autoriteiten merken op dat FHB de overeenkomsten met Allianz Bank en Allianz Hungaria Insurance heeft gesloten nadat de bank op 19 februari 2010 de volledige uitgiftewaarde van de aandelen aan de overheid had terugbetaald en de bij de herkapitalisatie uitgegeven aandelen had teruggekocht. De overeenkomsten met Allianz werden in juni en juli 2010 gesloten en de overname vond in september 2010 plaats. Op dat moment had de FHB geen beschikking over staatsmiddelen. FHB kan derhalve de overname niet hebben bekostigd met de middelen van de herkapitalisatie, die in februari 2010 is terugbetaald. Het voorbereidend onderzoek en de gesprekken tussen FHB en Allianz zijn pas begonnen toen de overheidslening was terugbetaald. Verder bedroeg de aankoopprijs voor Allianz Bank (rekening houdend met de waarde van de ingekochte eigen aandelen) circa 3,3 miljard HUF, terwijl het eigen vermogen van Allianz bank op 30 september bijna 14 miljard HUF bedroeg. FHB had derhalve geen kapitaal nodig om Allianz Bank te kunnen verwerven, en de transactie leidde niet tot een vermindering van het eigen vermogen van FHB.

(60)

Voorts blijkt dat de steun tot het noodzakelijke minimum beperkt bleef uit het feit dat de solvabiliteitsratio van FHB, die in 2008 11,3 % bedroeg, pas na de herkapitalisatie het streefcijfer van 12 % bereikte dat door de Commissie in het kader van de garantie- en herkapitalisatieregeling was goedgekeurd.

(61)

Verder wijzen de Hongaarse autoriteiten erop dat FHB gedurende een aantal achtereenvolgende jaren geen dividend heeft uitgekeerd, en dat de bank slechts een klein deel van haar aandelen heeft teruggekocht ten opzichte van de totale waarde van het aandelenkapitaal. Aangezien het bedrag aan middelen dat aan eigenaars en aandeelhouders is terugbetaald in de afgelopen jaren gering was, is derhalve een passende lastenverdeling gewaarborgd.

7.3.   MAATREGELEN OM MEDEDINGINGSVERSTORINGEN TE BEPERKEN

(62)

Afgezien van de maatregelen om mededingingsverstoring tegen te gaan die door de Commissie in haar besluit worden genoemd, zijn er volgens de Hongaarse autoriteiten in het kader van de garantie- en herkapitalisatieregeling en de herkapitalisatieovereenkomst tussen FHB en de Hongaarse overheid nog bijkomende maatregelen vastgesteld:

de overheid beschikt over een bijzonder vetorecht inzake dividenduitkeringen en overnames (13), en

de bank moet bepaalde beperkingen doorvoeren ten aanzien van de salarissen, beloningen en voorzieningen voor het hoger management, tot de Hongaarse overheid zich volledig uit de bank heeft teruggetrokken (14).

(63)

De Hongaarse autoriteiten merken op dat, volgens hun interpretatie van de staatssteunregels, deze gedragsmaatregelen en andere maatregelen ter beperking van de mededingingsverstoringen slechts bindend waren voor FHB zolang de overheid aandeelhouder van de bank was.

(64)

Afgezien van de bovengenoemde maatregelen heeft FHB verdere toezeggingen gedaan in punt 3.8 van de herkapitalisatieovereenkomst, waarin wordt bepaald dat de herkapitalisatie gebruikt moet worden om de volgende doelstellingen te bereiken:

FHB verhoogt het kapitaal van FHB Commercial Bank;

de herkapitalisatie draagt bij tot de stabilisering van de Hongaarse markten voor hypothecaire leningen en hypotheekobligaties, en wordt gebruikt om de ontwikkeling van leningen aan particulieren en kmo's te financieren;

de herkapitalisatie verbetert de stabiliteit van FHB en versterkt de actieve aanwezigheid van de bank op de kapitaalmarkt, en helpt daardoor het beleggersvertrouwen te herstellen;

FHB neemt deel aan de consolidatie van de bovengenoemde marktsegmenten;

FHB verbetert haar financieringsstructuur (verplichtingenstructuur) zoveel mogelijk;

FHB breidt het benodigde instrumentarium uit om de kapitaalzijde af te schermen tegen de buitensporige gevolgen van macro-(wisselkoers)risico's.

(65)

In tegenstelling tot de door de Commissie geuite twijfels werd met de herkapitalisatie van FHB niet beoogd de mededinging te vervalsen door een uitbreiding van de activiteiten van FHB Commercial Bank. De kapitaalverhoging van laatstgenoemde bank was als toezegging in de herkapitalisatieovereenkomst vastgelegd. De kernactiviteit van FHB Commercial Bank, die ook wordt ondersteund door de kapitaalverhoging van 25 miljard HUF welke met de door de overheid ingebrachte middelen is gefinancierd, is dezelfde gebleven. De zakelijke leningenportefeuille is gestaag toegenomen, maar wel binnen de grenzen van de eerdere trendmatige groei.

(66)

Volgens de Hongaarse autoriteiten blijkt hieruit dat het oordeel van de Commissie inzake de maatregelen om concurrentiedistorsies tegen te gaan en haar bewering dat „deze maatregelen zeer beperkt zijn”, ongegrond zijn. Daarom blijven zij bij hun standpunt dat de herkapitalisatieovereenkomst zowel aan de in de stabiliseringswet als aan de in de betreffende mededelingen van de Commissie vastgestelde criteria voldeed.

VIII.   BEOORDELING VAN DE STEUN

8.1.   BESTAAN VAN STEUN

(67)

De Commissie heeft in haar inleidingsbesluit van 24 januari 2011 reeds vastgesteld dat zowel de herkapitalisatie als de liquiditeitssteun in de vorm van een aan FHB verstrekte lening, staatssteun inhouden in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag (15). Noch de Hongaarse overheid, noch FHB hebben argumenten aangevoerd om die conclusie te weerleggen.

8.2.   WETTIGHEID VAN DE STEUN

(68)

De Commissie heeft in haar inleidingsbesluit van 24 januari 2011 reeds gesteld dat de herkapitalisatie ten gunste van FHB niet voldeed aan de voorwaarden van de garantie- en herkapitalisatieregeling. De herkapitalisatie voldeed met name niet aan de voorwaarden die moeten worden toegepast wanneer de kapitaalverhoging meer dan 2 % van de RWA van de begunstigde bedraagt. De maatregel had derhalve afzonderlijk bij de Commissie moeten worden aangemeld overeenkomstig de voorwaarden van de garantie- en herkapitalisatieregeling en artikel 108, lid 3, van het Verdrag.

(69)

Bijgevolg heeft Hongarije steun in de vorm van een herkapitalisatie van FHB op onrechtmatige wijze ten uitvoer gelegd, in strijd met artikel 108, lid 3, van het Verdrag.

8.3.   OMVANG VAN DE STEUN

(70)

In het kader van de herstructurering van FHB moet met alle maatregelen ten behoeve van de bank rekening worden gehouden. Derhalve moeten zowel de herkapitalisatie van 30 miljard HUF als de liquiditeitssteun van 120 miljard HUF bij de verenigbaarheidsbeoordeling in aanmerking worden genomen.

8.4.   VERENIGBAARHEID VAN DE STEUN

8.4.1.   Rechtsgrondslag

(71)

Zoals reeds in het besluit van de Commissie van 24 januari 2011 is aangegeven, is de Commissie van mening dat, gezien de bijzondere omstandigheden waarin de financiële markten verkeren, de maatregelen aan artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag kunnen worden getoetst. Hierin wordt bepaald: „Als verenigbaar met de interne markt kunnen worden beschouwd: […]Steunmaatregelen om […] een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen”. Aangezien het onderhavige besluit beoogt de door FHB ontvangen steun en haar herstructureringsplan te beoordelen, acht de Commissie het passend om haar beoordeling te baseren op mededelingen betreffende de toepassing van de staatssteunregels op de financiële sector gedurende de crisis (16). Haar beoordeling van het herstructureringsplan zal gebaseerd zijn op de herstructureringsmedededeling (17).

8.4.2.   Verenigbaarheid van het herstructureringsplan

8.4.2.1.   Herstel van de levensvatbaarheid van de instelling op lange termijn

(72)

In haar inleidingsbesluit (18) uitte de Commissie twijfels over de betrouwbaarheid van de aannames in de financiële vooruitzichten van FHB. De Commissie merkte op dat in het herstructureringsplan dat FHB in september 2010 had ingediend niet werd toegelicht waarom deze aannames correct waren. Bovendien leken de financiële vooruitzichten geen rekening te houden met de gevolgen van de aankoop van Allianz Bank en van de overeenkomst met Allianz Hungaria Insurance, zodat de Commissie er niet van kon uitgaan dat de ingediende prognoses nog steekhoudend waren. Verder heeft de Commissie twijfels geuit over de aannames van de bank die op een sterke groei van de deposito's berustten.

(73)

Voorts maakte de Commissie zich zorgen over de levensvatbaarheid van de bank op lange termijn gezien het businessmodel van FHB, dat zij gevoelig achtte voor liquiditeitscrises door de sterke afhankelijkheid van wholesale financiering en het geringe aandeel van deposito's. De Commissie meende dat het herstructureringsplan van de bank van september 2010 vooral aandacht besteedde aan het vermogensperspectief, doch niet voldoende bijzonderheden verschafte over de duurzame financiering van de bank op lange termijn.

(74)

Op basis van aanvullende inlichtingen die in oktober 2011 met betrekking tot het herstructureringsplan zijn verstrekt, stelt de Commissie vast dat de financiële vooruitzichten in het herstructureringsplan van september 2010 berusten op degelijke en betrouwbare aannames. De geactualiseerde informatie, die ook betrekking heeft op de aankoop van Allianz Bank, toont aan dat de retail- en zakelijke deposito's van de bank toenamen dankzij de overname van de depositorekeningen van Allianz Bank. De aannames over de toename van de deposito's worden hiermee bevestigd.

(75)

Verder stelt de Commissie met voldoening vast dat de toename van de deposito's bevorderlijk is voor de diversificatie van de financieringsbronnen van de bank, de daling van het relatieve gewicht van hypotheekobligaties in de financieringsmix en de vermindering van de afhankelijkheid van de bank van wholesale financiering. Op basis van de verstrekte inlichtingen is het aandeel van wholesale financiering (d.w.z. de som van verstrekte obligaties, bankdeposito's en het deel van de hyptheekobligaties dat niet voor de herfinanciering van leningen is gebruikt) als percentage van de totale passiva van de bank gedaald van [35 %-30 %] op 31 december 2009 tot [30 %-25 %] op 31 december 2010. Door het grotere aandeel van deposito's in de financieringsmix van de bank zijn de gemiddelde financieringskosten (de rente-uitgaven over de totale verplichtingen) verbeterd van [7-6,5] basispunten op 31 december 2009 tot [6-5,5] basispunten op 31 december 2010. Het rendement op de activa verbeterde eveneens van [0,90 % -1 %] in 2009 tot [1,05 %-1,10 %] in 2010. Deze positieve ontwikkeling wordt in de vooruitzichten van de bank bevestigd; de bank verwacht dat het rendement op de activa zich in 2014 zal stabiliseren op [1,05 % -1,2 %] volgens een basisscenario, en [0,9 %-1,05 %] zal bedragen volgens een stressscenario. In 2014 zou het rendement van het eigen vermogen [11 %-13 %] bedragen volgens een basisscenario en [10 %-12 %] volgens een stressscenario.

(76)

In het inleidingsbesluit sprak de Commissie tevens haar bezorgdheid uit over de toereikendheid van de maatregelen die de Hongaarse autoriteiten op dat moment hadden genomen om de blootstelling van FHB aan de Hongaarse vastgoedmarkt en de negatieve valutabewegingen tegen te gaan. Op grond van de op 9 december 2011 door Hongarije verstrekte informatie stelt de Commissie echter met voldoening vast dat FHB de nodige stappen heeft genomen om haar aanwezigheid op de markt voor hypotheekobligaties sterk terug te dringen (19). Daarnaast breidde de bank haar marktaandeel op het gebied van leningen aan particulieren uit van [3 %-5 %] in 2009 tot [9 %-11 %] in 2011. Verder wijst de Commissie erop dat de „Allianz-deal” (20) in hoge mate aan deze positieve ontwikkelingen heeft bijgedragen. Wat de blootstelling van de bank aan negatieve valutabewegingen betreft, kan de toezegging van FHB dat zij het instrumentarium dat nodig is om de kapitaalzijde af te schermen van de buitensporige gevolgen van wisselkoersrisico's zal uitbreiden, als toereikend worden beschouwd om de twijfels van de Commissie weg te nemen (21), omdat de bank daarmee het wisselkoersrisico dat verbonden is met transacties in vreemde valuta's kan elimineren of afdekken.

(77)

De Commissie is derhalve van mening dat het geactualiseerde structureringsplan, waarin rekening wordt gehouden met de transactie met Allianz Bank, voldoende onderbouwing geeft aan de concrete streefcijfers van de financiële vooruitzichten van FHB en bevorderlijk is voor het herstel van de levensvatbaarheid van de bank op lange termijn.

8.4.2.2.   Eigen bijdrage van de bank (lastenverdeling)

(78)

De Commissie stelt met instemming vast dat de herkapitalisatiemiddelen reeds op 19 februari 2010, d.w.z. binnen een jaar, volledig aan de overheid zijn terugbetaald en dat de bank dit bedrag uit eigen middelen heeft betaald. FHB heeft tevens haar eigen middelen gebruikt om de vier termijnen van de overheidslening terug te betalen die op 11 februari, 11 mei, 11 augustus en 11 november 2011 verschuldigd waren.

8.4.2.3.   Beperking van herstructureringskosten, vergoeding

(79)

De Commissie stelt met instemming vast dat het herkapitalisatiebedrag vervroegd aan de overheid is terugbetaald. Verder is het liquiditeitsprofiel van FHB door de overname van Allianz Bank verbeterd, waardoor de hoeveelheid retail- en zakelijke deposito's is toegenomen. Deze overname vormt derhalve een belangrijk aspect van het businessplan van de bank en is gunstig voor de winstgevendheid op lange termijn. De aan FHB toegekende steun kan derhalve niet worden beschouwd als steun die werd gebruikt om activiteiten in nieuwe bedrijfssectoren te ontwikkelen, omdat Allianz Bank en FHB beide op dezelfde retail- en zakelijke markten opereren. Derhalve is de Commissie van mening dat de overname van Allianz Bank Ltd door FHB een passende maatregel was om de levensvatbaarheid van de bank op lange termijn te behouden.

(80)

Verder wijst de Commissie erop dat de door de Hongaarse autoriteiten verstrekte informatie de twijfels wegneemt die de Commissie in het inleidingsbesluit van 24 januari 2011 heeft geuit over de vraag of de overname van Allianz Bank voor een groot deel met overheidsmiddelen was bekostigd. De overname van Allianz Bank werd op30 september 2010 voltooid, nadat de herkapitalisatiemiddelen op 19 februari 2010 aan de overheid waren terugbetaald. Wat de uitstaande bedragen van de lening betreft stelt de Commissie met voldoening vast dat de bank sinds februari 2011 al vier termijnen heeft afgelost (22). De beoordeling door de Commissie wordt niet gewijzigd door de „ontbrekende” vergoeding voor de herkapitalisatie, d.w.z. het bedrag dat oorspronkelijk niet door FHB was betaald, omdat die betaling circa 1,6 miljard HUF bedroeg (overweging 40) en de voor Allianz Bank betaalde prijs 3,3 miljard HUF beliep (overweging 60).

(81)

Met betrekking tot de vergoeding voor de steunmaatregelen juicht de Commissie toe dat FHB en de Hongaarse regering op 15 december 2011 een overeenkomst hebben gesloten waarbij FHB ermee instemde de overheid een extra vergoeding te betalen van 1,6 miljard HUF. Afgezien van de betaling van 890 miljoen HUF in oktober 2010, komt het totaalbedrag dat door de Hongaarse overheid voor de herkapitalisatie van FHB is betaald neer op een vergoedingspercentage van 10,49 %, en voldoet daarmee aan de voorwaarden van de garantie- en herkapitalisatieregeling.

(82)

Verder stelt de Commissie met voldoening vast dat de bank de door de overheid toegekende herkapitalisatie binnen een periode van minder dan een jaar heeft terugbetaald (de bank werd op 23 maart 2009 geherkapitaliseerd en de overheid werd op 19 februari 2010 terugbetaald).

(83)

Voor de lening op middellange termijn die de bank op grond van de liquiditeitsregeling heeft ontvangen geldt een vergoeding van (i) speciale trekkingsrechten van het IMF (hierna „SDR” genoemd) + 345 basispunten en (ii) 12 maands-Interbank offered Rate (hierna „IBOR” genoemd) + 100 basispunten + 123,5 basispunten (wat neerkomt op een maandgemiddelde van tussen de 3,79 % en 4,08 %), overeenkomstig de in de liquiditeitsregeling vastgestelde voorwaarden.

(84)

In de overeenkomst betreffende de overheidslening op middelange termijn is een aflossing voorzien […] vanaf 11 februari 2011. Volgens de door de Hongaarse autoriteiten ingediende informatie heeft FHB de vier termijnen afgelost die op 11 februari, 11 mei, 11 augustus en 11 november 2011 verschuldigd waren. De Commissie juicht toe dat FHB tot dusverre haar betalingsverplichtingen snel is nagekomen. De Commissie heeft geen reden om te betwijfelen dat de lening op de vervaldatum volledig en tijdig zal zijn terugbetaald.

(85)

Deze beoordeling wordt bevestigd door de goede prestaties van FHB ondanks de problemen van de Hongaarse banksector, en door de betrekkelijk hoge core tier 1-ratio van de bank (deze bedroeg eind 2008 12 %, steeg vervolgens na de herkapitalisatie in 2009 tot 16,9 % en bleef na de terugbetaling van de staatsmiddelen hoog op 10,5 %). Het kapitaalsvereiste voor Hongaarse banken bedroeg op dat moment 8 %. In tegenstelling tot sommige andere banken kon FHB haar sterke vermogenspositie handhaven (solvabiliteitsratio van 10,5 % in maart 2009, na de terugbetaling van de herkapitalisatie aan de overheid). Bovendien behield zij een kredietbeoordeling door Moody's van Baa3, een investeringswaardige categorie.

(86)

Gezien deze feiten is de Commissie van mening dat FHB slechts tijdelijk met moeilijkheden kampte en dat deze niet van fundamentele aard waren. Zij meent daarom dat de door de bank betaalde vergoeding, die overeenkomt met de vergoeding die van fundamenteel gezonde banken wordt verlangd, toereikend is.

(87)

Daar de levensvatbaarheid van de bank niet in gevaar is gekomen door de aanhoudende problemen van Hongarije, zal de Commissie niet eisen dat een ruimere vergoeding aan de overheid wordt betaald.

(88)

Verder was de vergoeding die FHB voor de lening op middellange termijn aan de overheid heeft betaald (zie overweging 84) in overeenstemming met de voorwaarden van de liquiditeitsregeling. De Commissie is derhalve van oordeel dat de vergoeding van beide steunmaatregelen toereikend is.

(89)

Voorts stelt de Commissie met voldoening vast dat de bank voor de jaren 2009 en 2010 geen dividend op haar gewone aandelen heeft uitgekeerd. Ook voerde FHB bepaalde beperkingen door met betrekking tot salarissen, beloningen en voorzieningen voor het hoger management, totdat de Hongaarse overheid geen belang meer in de bank zou hebben.

(90)

De Commissie is daarom van mening dat het herstructureringsplan een passende eigen bijdrage van de bank, haar aandeelhouders en het management aan de herstructureringskosten waarborgt.

8.4.2.4.   Maatregelen om mededingingsverstoring tegen te gaan

(91)

De Commissie stelt vast dat de maatregelen die in het herstructureringsplan van de bank zijn opgenomen om concurrentieverstoring tegen te gaan, beperkt zijn. Ten eerste zijn geen structurele maatregelen vastgesteld. Ten tweede zijn de gedragsmaatregelen in het herstructureringsplan alleen van toepassing zolang de bank gebruikmaakt van de kapitaalinjectie door de overheid. Ten derde constateert de Commissie dat FHB tot dusverre de betalingsverplichtingen in verband met de lening op middellange termijn vlot is nagekomen. De Commissie heeft geen reden om te twijfelen aan het vermogen van de bank om de lening tegen de vervaltermijn volledig en tijdig terug te betalen. Ten vierde is de marktpositie van FHB sinds de overname van Allianz Bank niet aanmerkelijk gewijzigd (met marktaandelen van [3 %-3,3 %] en [3,4 %-3,6 %] respectievelijk voor en na de overname), waaruit de Commissie opmaakt dat het negatieve effect van die overname op de mededinging beperkt blijft.

(92)

Slechts de volgende gedragsmaatregelen worden opgelegd:

de bank mag geen agressieve bedrijfsstrategie ten uitvoer leggen;

de bank mag niet in nieuwe bedrijfssectoren investeren, tenzij deze investeringen voor het sluiten van de herkapitalisatieovereenkomst reeds waren goedgekeurd;

de bank mag het feit dat zij staatssteun heeft ontvangen niet voor marketingdoeleinden gebruiken.

(93)

De Commissie is niet van oordeel dat de andere gedragsmaatregelen in verband met de herkapitalisatie die door de Hongaarse autoriteiten in hun antwoord op het inleidingsbesluit van 27 januari 2011 worden genoemd, beschouwd kunnen worden als maatregelen ter berperking van de door de steun veroorzaakte mededingingsverstoringen.

(94)

Gezien de beperkte omvang van FHB op de retail- en zakelijke markten in Hongarije (een marktaandeel van respectievelijk ([0,9 %-1,08 %] en [0,5 %-0,9 %] op de retail- en zakelijke depositomarkt) en gezien het feit dat de bank de kapitaalinjectie van de overheid binnen een jaar na de toekenning ervan heeft terugbetaald, is de Commissie van oordeel dat de mededingingsverstoringen beperkt zijn gebleven. Bovendien heeft de Commissie, aangezien FHB reeds vier termijnen van haar lening heeft afgelost overeenkomstig de liquiditeitsregeling, geen reden om te betwijfelen dat de bank de lening volledig en tijdig zal terugbetalen.

(95)

Verder is de aan de overheid betaalde vergoeding in overeenstemming met de herkapitalisatie- en garantieregeling en vormt zij derhalve een passende vergoeding in de zin van punt 34 van de herstructureringsmededeling.

CONCLUSIE

(96)

De Commissie concludeert, op grond van de door de Hongaarse autoriteiten verstrekte informatie en het geactualiseerde herstructureringsplan van FHB dat in deel IV van dit besluit wordt uiteengezet, dat de uitgevoerde steunmaatregelen in de vorm van een liquiditeitsondersteunende lening en een herkapitalisatie, verenigbaar zijn met de interne markt uit hoofde van artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag, en voldoen aan de vereisten van de herstructureringsmededeling op het gebied van levensvatbaarheid, lastenverdeling en maatregelen om de verstoring van de mededinging te beperken.

(97)

Hongarije heeft er bij uitzondering mee ingestemd dat dit besluit wordt vastgesteld in het Engels als enige authentieke taal,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De maatregelen, bestaande uit een overheidslening op middellange termijn van 120 miljard HUF (circa 410 miljoen EUR) die op 25 maart 2009 werd toegekend met vervaldatum 11 november 2012, en een herkapitalisatie voor een bedrag van 30 miljard HUF (circa 100 miljoen EUR) in de vorm van preferente aandelen met een speciaal dividend plus een aandeel met stemrecht, verricht op 31 maart 2009, welke maatregelen door Hongarije ten behoeve van FHB Jelzálogbank Nyrt ten uitvoer zijn gelegd, zijn verenigbaar met de interne markt overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot Hongarije.

Gedaan te Brussel, 22 februari 2012.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Vice-voorzittter


(1)   PB C 178 van 18.6.2011, blz. 7.

(2)  Op basis van de wisselkoers van EUR/HUF op 15 februari 2012 (289,63).

(3)   PB C 47 van 25.2.2010, blz. 16.

(4)   PB C 147 van 27.6.2009, blz. 2.

(5)   PB C 19 van 19.8.2009, blz. 9.

(6)   PB C 178 van 8.6.2011, blz. 7.

(7)   PB C 47 van 25.2.2010, blz. 16.

(8)   PB C 236 van 12.8.2011.

(9)   PB C 147 van 27.6.2009, blz. 2.

(10)  Voor een nadere toelichting van de moeilijkheden van FHB, zie overweging 39 en volgende van het inleidingsbesluit van 24 januari 2011.

(11)  Zie overweging 28, tweede streepje.

(*1)  Zakengeheim

(12)   PB C 14 van 19.1.2008, blz. 6 en „Basispercentages (sinds 1.7.2008 voor 27 lidstaten) berekend overeenkomstig de mededeling van de Commissie van 19.1.2008 ”, beschikbaar op http://ec.europa.eu/competition/state_aid/legislation/reference_rates.html

(13)  Zie artikel 13 van de stabiliseringswet, punten 25 en 26 van Besluit 664/2008 van de Commissie en punt 5 van de herkapitalisatieovereenkomst.

(14)  Zie artikel 8, sectie (3), subsectie e) van de stabiliseringswet, punt 27, onder b), van Besluit 664/2008 van de Commissie en punt 9 van de herkapitalisatieovereenkomst.

(15)  Zie overweging 89 en volgende van het inleidingsbesluit van 24 januari 2011.

(16)  Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 januari 2012 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis (PB C 356 van 6.12.2011, blz. 7).

(17)  Mededeling van de Commissie betreffende het herstel van de levensvatbaarheid en de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen in de financiële sector in de huidige crisis met inachtneming van de staatssteunregels (PB C 195 van 19.8.2009, blz. 9).

(18)  Zie overweging 108.

(19)  Op 30 juni 2011 waren de verplichtingen van de bank in verband met hypotheekobligaties gedaald tot [365 miljard HUF-350 miljard HUF] (van [435 miljard HUF — 445 miljard HUF] aan het eind van 2009), terwijl in dezelfde periode het bedrag aan deposito's toenam (van [60 miljard HUF- 65 miljard HUF] in 2009 tot [124 miljard HUF — 130 miljard HUF] in 2011).

(20)  Met de „Allianz-deal” wordt de overname van Allianz Bank en de fusie tussen Allianz Bank en FHB bedoeld, evenals de strategische samenwerkingovereenkomst met Allianz Hungaria Insurance Co. Ltd

(21)  Zie overweging 64, zesde streepje.

(22)  Volgens de liquiditeitsregeling moet de bank de lening in acht gelijke termijnen aflossen.


22.5.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/32


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 15 mei 2013

betreffende steunmaatregel SA.33728 (12/C) die Denemarken voornemens is ten uitvoer te leggen voor de financiering van een nieuwe multiarena in Kopenhagen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 2740)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2014/297/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, onder a),

Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (1) en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

(1)

Op 7 december 2011 hebben de Deense autoriteiten bij de Europese Commissie, na een prenotificatiefase, een maatregel voor de financiering van een nieuwe multiarena in Kopenhagen aangemeld. Nadat zij over de voorgestelde maatregel twee klachten had ontvangen, heeft de Commissie de Deense autoriteiten op 21 december 2011 in de vorm van een verzoek om inlichtingen gevraagd de in deze klachten opgeworpen kwesties toe te lichten. De Deense autoriteiten dienden op 6 februari 2012 hun antwoord in.

(2)

Bij schrijven van 22 maart 2012 heeft de Commissie Denemarken in kennis gesteld van het feit dat zij besloten had om de procedure als bedoeld in artikel 108, lid 2, van het Verdrag in te leiden met betrekking tot de steunmaatregel.

(3)

Het besluit van de Commissie om de procedure in te leiden werd bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). De Commissie nodigde belanghebbenden uit hun opmerkingen over de steunmaatregel te maken.

(4)

De Commissie heeft van zes belanghebbenden opmerkingen ter zake ontvangen. De Commissie heeft deze voor een reactie aan de Deense autoriteiten doorgezonden en heeft hun opmerkingen ontvangen in brieven van 26 juli en 15 augustus 2012.

(5)

De Deense autoriteiten hebben in december 2012 en januari 2013 nadere toelichtingen verstrekt. De geselecteerde exploitant heeft in januari 2013 eveneens nadere toelichtingen ingediend. Bovendien hebben de Deense autoriteiten op verzoek duidelijkheid verschaft over kwesties die aan de orde waren gesteld in een Deens krantenartikel over de multiarena.

(6)

De Deense autoriteiten hebben bij schrijven van 6 maart 2013 de subsidie van de Region Hovedstaden (de Deense Regio Hoofdstad, waar de hoofdstad Kopenhagen onder valt) uit de aanmelding (3) ingetrokken.

(7)

De Deense autoriteiten hebben een afstandsverklaring ingediend en stemmen ermee in dat het besluit wordt aangenomen in het Engels als authentieke taal.

2.   GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE STEUNMAATREGEL

(8)

De gemeente Kopenhagen is van plan een „multiarena” te bouwen die muziek-, cultuur- en sportfaciliteiten van hoog niveau en internationale allure kan bieden. De multiarena moet een maximale capaciteit van 15 000 zitplaatsen krijgen.

(9)

Er zijn al andere arena's in Kopenhagen, die in de eerste plaats bestemd zijn voor voetbal, maar deze kunnen volgens de Deense autoriteiten onvoldoende worden aangepast in inrichting en capaciteit om internationale evenementen op het gebied van sport, muziek en entertainment naar Kopenhagen te halen. In dit verband dient in het bijzonder „Parken” te worden genoemd, een arena in het centrum van Kopenhagen die de thuisbasis is van FC København en daarnaast gebruikt wordt voor grote shows/concerten (capaciteit tot 45 000 bezoekers). Er zijn ook andere arena's in de buurt, bijvoorbeeld in Malmö, Zweden.

(10)

De voornaamste betrokken partijen bij het multiarenaproject (hierna „de partijen” genoemd) zijn de gemeente Kopenhagen en Realdania (een private stichting) (4). Een andere speler, By & Havn (eigendom van de gemeente Kopenhagen (55 %) en de Deense staat (45 %)) stelt de grond waarop de multiarena gebouwd moet worden, kosteloos ter beschikking.

(11)

Volgens de Deense autoriteiten blijkt uit eerdere, mislukte pogingen om de bouw van een arena van de grond te krijgen op basis van uitsluitend particulier initiatief, dat er in Kopenhagen geen multiarena gebouwd zal kunnen worden zonder medefinanciering van het project door de overheid.

2.1.   FINANCIERING VAN DE BOUW VAN DE ARENA

(12)

De partijen zullen een „Arena Company” oprichten waarvan zij elk mede-eigenaar zullen zijn, met als doel de multiarena te bouwen en in eigendom te hebben en de exploitatieovereenkomst te beheren (terwijl de exploitatie van de multiarena zal worden verzorgd door een afzonderlijke exploitant, zoals hieronder toegelicht). De eigenlijke bouw zal worden gegund via een open aanbesteding.

(13)

De totale kosten voor de planning en bouw van de multiarena worden geraamd op zo'n 1 100 miljoen DKK (148 miljoen EUR) (5). Het multiarenaproject zal door de beide partijen in gelijke mate worden gefinancierd met vreemd vermogen. Elk van beide partijen zal 325 miljoen DKK (43,7 miljoen EUR) bijdragen aan het kapitaal van de Arena Company (in totaal 650 miljoen DKK) en zal voor 50 % mede-eigenaar worden. Voor de externe financiering van 345 miljoen DKK (46,4 miljoen EUR) zullen leningen worden afgesloten tegen marktvoorwaarden met een terugbetalingsperiode van 30 jaar. Daarnaast zal nog 15 miljoen DKK (2 miljoen EUR) aan de financiering van de bouw van de multiarena worden bijgedragen door Elitefacilitetsudvalget (6).

(14)

By & Havn stelt de grond waarop de multiarena gebouwd moet worden, voor de eerste 40 jaar kosteloos ter beschikking. Na 40 jaar moet de Arena Company markthuur betalen.

2.2.   EXPLOITATIE EN GEBRUIK VAN DE ARENA

(15)

De Arena Company zal de exploitatieovereenkomst beheren, maar de daadwerkelijke exploitatie van de multiarena zal worden verzorgd door een afzonderlijke exploitant die is geselecteerd in een open en transparante aanbestedingsprocedure (7). De exploitant zal worden verplicht ervoor te zorgen dat de multiarena voor alle gebruikers onder niet-discriminerende voorwaarden en tegen marktprijzen toegankelijk is.

(16)

Na de aanbestedingsprocedure heeft de Deense divisie van het concern Live Nation Entertainment de rechten verworven om de arena de eerste 30 jaar te exploiteren. Live Nation Entertainment is het grootste livemuziek- en live-entertainmentbedrijf van de wereld en opereert in elk land via plaatselijke ondernemingen.

(17)

De exploitant is verplicht de Arena Company voor het exploitatierecht van de arena de jaarlijkse vaste huur van (*1)[…] (8) (vast bedrag ongeacht het aantal ontvangen evenementen) te betalen en een variabele huur […]. Bovendien moet de exploitant […] betalen, zoals verschuldigd op grond van de huurovereenkomst. Daarmee worden in feite alle variabele kosten van de arena door de exploitant betaald.

(18)

Daarnaast zal de Arena Company inkomsten verwerven uit een parkeergarage. De Deense autoriteiten hebben erop toegezien dat de onderhandelingen over en de ondertekening van alle overeenkomsten voor de parkeergarage op commerciële basis hebben plaatsgevonden. Het is de bedoeling dat de door de exploitant te betalen huur zodanig op de externe financiering is afgestemd dat deze met de ontvangen inkomsten afbetaald kan worden.

(19)

De eerste tien jaar van exploitatie zal de nationale sportfederatie DIF (9) ook jaarlijks een exploitatiesubsidie van 5 miljoen DKK (672 000 EUR) verlenen. In ruil daarvoor zal DIF het recht krijgen om de multiarena te gebruiken voor internationale sportkampioenschappen en andere sportevenementen. Volgens de Deense autoriteiten zal DIF de exploitant voor ieder gebruik van de arena markthuur betalen.

2.3.   REDENEN VOOR INLEIDING VAN DE PROCEDURE

(20)

In haar besluit om de formele onderzoeksprocedure in te leiden, verklaarde de Commissie dat een selectief economisch voordeel op geen enkel niveau (bouw, exploitatie en gebruik) kon worden uitgesloten en dat er derhalve sprake was van staatssteun voor het project. Bovendien was het meer dan waarschijnlijk dat de openbare medefinanciering van de multiarena de mededinging zou vervalsen of op zijn minst zou dreigen te vervalsen, en invloed zou hebben op de mededinging en het handelsverkeer tussen de lidstaten. De Commissie betwijfelde in dat stadium ook of het voorgenomen project voor wat betreft alle drie niveaus van mogelijke staatssteun (bouw, exploitatie en gebruik) als verenigbaar met artikel 107, lid 3, onder c), VWEU kon worden beschouwd.

3.   OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN

(21)

Zoals reeds vermeld heeft de Commissie twee klachten ontvangen over de voorgestelde maatregel. In beide klachten wordt gesteld dat het multiarenaproject de mededinging in de evenementensector, en met name in de markt voor het ontvangen van commerciële middelgrote en grote live-entertainmentevenementen, zou vervalsen of op zijn minst zou dreigen te vervalsen, en invloed zou hebben op het handelsverkeer tussen de lidstaten, aangezien de exploitant arena-exploitanten in andere lidstaten zal beconcurreren.

(22)

De Commissie heeft opmerkingen ten gunste van de multiarena ontvangen van belanghebbenden in de regio Kopenhagen, te weten: i) Sport Event Denmark (non-profitorganisatie); ii) Team Danmark (een zelfstandige overheidsinstelling die verantwoordelijk is voor de algemene ontwikkeling van de Deense topsport); en iii) Horesta en Wonderful Copenhagen (toerismeorganisaties).

(23)

Een van de klagers gaat nader in op de beoordeling van het project, dat staatssteun zou vormen die onverenigbaar is met de interne markt op grond van de verstorende invloed ervan op de concurrentie tussen podia voor commerciële middelgrote en grote live-entertainmentevenementen (onder meer ook in aangrenzende delen van Zweden en zelfs in Duitsland), hetgeen nog verergerd zou worden door een risico van verticale marktafscherming […]. De klager heeft ook twijfels bij de verklaring van de Deense autoriteiten dat er slechts beperkte overlap zal zijn met bestaande faciliteiten en dat de multiarena voornamelijk evenementen naar Kopenhagen zal trekken die in de bestaande faciliteiten niet gehouden kunnen worden.

(24)

De andere klager wijst bovendien op de negatieve gevolgen voor de mededinging in de evenementenmarkt in de regio Öresund, vooral wat betreft concerten van internationale artiesten, en plaatst vraagtekens bij de aanbestedingsprocedure voor de exploitatie van de arena.

(25)

Nadat een Deense krant een artikel had gepubliceerd over de multiarena, werden nog meer opmerkingen ontvangen.

4.   OPMERKINGEN VAN DENEMARKEN

(26)

De Deense autoriteiten blijven erbij dat de voorgestelde maatregel geen staatssteun behelst en verwijzen daarbij naar de eerdere praktijk van de Commissie volgens welke, onder bepaalde voorwaarden, steun aan infrastructuur niet als staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag hoeft te worden aangemerkt en de vraag of er sprake is van staatssteun voor elk van de betreffende niveaus (eigenaar, exploitant en gebruikers) afzonderlijk moet worden beoordeeld.

(27)

De kern van de argumenten van de Deense autoriteiten is dat er volgens hen geen sprake is van economisch voordeel. Ze stellen dat geen van de betrokken partijen in het project een direct of indirect financieel voordeel behaalt als gevolg van de medefinanciering door de overheid.

(28)

Als het multiarenaproject als staatssteun zou worden aangemerkt, bepleiten de Deense autoriteiten dat het als verenigbaar met de interne markt wordt beschouwd uit hoofde van artikel 107, lid 3, onder c) van het Verdrag. Volgens Denemarken moet in het bijzonder het volgende in aanmerking worden genomen:

Er is sprake van een falende marktwerking (het project zou zonder medefinanciering door de overheid niet gerealiseerd worden);

De medefinanciering door de overheid blijft beperkt tot het strikt noodzakelijke om het project te realiseren;

De financiering wordt uitsluitend gebruikt voor de totstandkoming (bouw) van de faciliteit, terwijl de exploitatie vervolgens onder marktvoorwaarden plaatsvindt;

De bouw van dergelijke faciliteiten is een typisch voorbeeld van de verantwoordelijkheid van de staat jegens het algemene publiek, en

De multiarena zal slechts in zeer geringe mate concurreren met evenementen die anders vermoedelijk op andere locaties in Kopenhagen gehouden zou worden, omdat de multiarena andere faciliteiten biedt.

(29)

De Deense autoriteiten hebben ook een rapport ingediend, opgesteld door de onafhankelijke economische consultant Copenhagen Economics, over de positieve en negatieve effecten van de multiarena op de mededinging en de handel, met als voornaamste conclusie dat de medefinanciering door de overheid een zeer gunstige invloed heeft op de economische situatie en slechts bescheiden, of zelfs te verwaarlozen, concurrentieverstorende effecten.

(30)

Bovendien hebben de Deense autoriteiten op verzoek duidelijkheid verschaft over kwesties die aan de orde waren gesteld in een Deens krantenartikel over de multiarena.

5.   BEOORDELING VAN DE STEUN

5.1.   HET BESTAAN VAN STAATSSTEUN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 107, LID 1, VAN HET VERDRAG

(31)

Volgens artikel 107, lid 1, van het Verdrag „zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt”.

(32)

Om te worden aangemerkt als staatssteun, moet het aangemelde project dus voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden: 1) de maatregel moet zijn bekostigd met staatsmiddelen; 2) hij moet ondernemingen een economisch voordeel opleveren; 3) dit voordeel moet selectief zijn en de mededinging vervalsen of dreigen te vervalsen; en 4) hij moet het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloeden.

(33)

Het is duidelijk dat in dit geval is voldaan aan de voorwaarde dat de maatregel moet zijn bekostigd met staatsmiddelen en toegerekend moet kunnen worden aan de staat. De gemeente Kopenhagen, evenals andere overheidsinstanties (zie hieronder) zullen immers zelf bijdragen met een rechtstreekse subsidie en de grond verschaffen waar de arena gebouwd moet worden. Dergelijke overheidsinstanties zijn onderdeel van de staat en hun middelen worden daarom geacht te kunnen worden toegerekend aan de staat.

(34)

De financiering van de bouw van de multiarena door de staat kan staatssteun inhouden als zij leidt tot een selectief voordeel voor specifieke economische activiteiten. In deze context vormt de financiering van de bouw van een infrastructuur voor commerciële activiteiten staatssteun, volgens het arrest van het Hof van Justitie in de zaak betreffende de luchthaven Leipzig/Halle (10), als aan alle voorwaarden van artikel 107, lid 1, van het Verdrag is voldaan. Uit de beoordeling van het Hof volgt dat de aard van het gebouw bepaald wordt door het economisch karakter van het latere gebruik van de infrastructuur. In dit geval zal de arena worden gebruikt om diensten aan te bieden op een markt, met andere woorden voor een economische activiteit. Bijgevolg moet worden beoordeeld of er sprake is van staatssteun aan de verschillende spelers die bij het project betrokken zijn.

Bouw van de arena

(35)

De Deense autoriteiten erkennen dat het multiarenaproject niet van de grond zou komen door marktkrachten alleen en dat de medefinanciering door de overheid noodzakelijk is voor de verwezenlijking ervan. Dit blijkt uit de poging in 2009 om een multiarena te bouwen, die strandde bij gebrek aan de benodigde financiering (11).

(36)

Het is duidelijk dat, wat betreft de financiering door de gemeente Kopenhagen en de kosteloze terbeschikkingstelling van grond door By & Havn (eigendom van de gemeente Kopenhagen en de Deense staat), is voldaan aan de voorwaarde dat de maatregel moet zijn bekostigd met staatsmiddelen en toegerekend moet kunnen worden aan de staat. De gemeente Kopenhagen en de Deense staat zijn ontegenzeglijk overheidsinstanties die middelen gebruiken die eigendom zijn van en/of beheerd worden door de staat.

(37)

Ook lijdt het geen twijfel dat de subsidie (voor de bouw van de multiarena) van Elitefacilitetsudvalget (een comité dat tot doel heeft sportfaciliteiten op een internationaal peil te brengen om sportevenementen op internationaal niveau te kunnen ontvangen), waarvan de Deense staat erkent het ten minste deels te financieren, staatsmiddelen behelst. De statuten van Elitefacilitetsudvalget worden vastgesteld door het ministerie van Cultuur, dat ook een prestatiecontract heeft met Elitefacilitetsudvalget gedurende de financieringsperiode. Wat betreft de financiering die het ontvangt van de Deense staat en die het gebruikt/verstrekt ter vervulling van zijn taken, worden de interventies van het comité dan ook geacht aan de staat te kunnen worden toegerekend.

(38)

De bijdrage van de staat aan de bouw van de arena, met inbegrip van de terbeschikkingstelling van grond en de subsidie van Elitefacilitetsudvalget, biedt een economisch voordeel voor de Arena Company (de eigenaar van de multiarena), aangezien de subsidie noodzakelijk is voor de bouw van de arena, die onder marktvoorwaarden niet gebouwd zou worden. Aangezien de subsidies in kwestie klaarblijkelijk staatsmiddelen zijn en het besluit de subsidie te verlenen kan worden toegerekend aan de staat, wordt aan alle andere criteria voor staatssteun voldaan (zie de beoordeling hierna van de verstoring van de mededinging en het effect op de handel tussen de lidstaten binnen de interne markt). De bijdrage van de staat vormt derhalve staatssteun ten gunste van de Arena Company.

(39)

Wat betreft de subsidies van DIF stellen de Deense autoriteiten echter dat deze betalingen geen staatsmiddelen behelzen. DIF betrekt een groot deel van haar inkomsten uit jaarlijkse subsidies van de Deense staat (uit de opbrengsten van de Deense gokmarkt) maar ook uit andere (niet-publieke) bronnen. Overeenkomstig het reglement van DIF worden de bestuursorganen gekozen zonder enige invloed van de overheid en zonder invloed op de afzonderlijke besluiten van de bestuursorganen van DIF. Dit betekent dat noch de Deense staat, noch enig ander overheidsorgaan invloed heeft op de besluiten die door DIF worden genomen. Bovendien is het jaarlijks door DIF te betalen bedrag een betaling voor het recht om de arena te reserveren voor specifieke evenementen die in haar eigen belang zijn, overeenkomstig haar eigen besluit om een overeenkomst aan te gaan tot betaling voor het recht de arena te reserveren. De Deense autoriteiten zijn dan ook van mening dat de betalingen door DIF niet aan de staat kunnen worden toegerekend en dus niet kunnen worden aangemerkt als staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag.

Exploitatie van de arena

(40)

Voor de exploitatie van de arena is een aanbesteding uitgeschreven, waarbij volgens de Deense autoriteiten de beginselen van de EU-regels inzake het plaatsen van overheidsopdrachten volledig in acht zijn genomen. De exploitant is geselecteerd in een open, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure waarin de prijs (financiële en commerciële voorwaarden) meewoog voor ongeveer 75 %. Alle betrokken partijen hadden een gelijke kans om een offerte in te dienen voor de exploitatieovereenkomst en de overeenkomst is gegund aan de indiener met de beste offerte.

(41)

De aanbesteding werd gestart in april 2011 en werd breed gepubliceerd (12). Daarnaast werd er voor het project een open dag gehouden in Kopenhagen voor alle belangstellenden.

(42)

Aan alle belangstellenden werd een informatiememorandum en een prekwalificatievragenlijst (pre-qualification questionnaire — PQQ) verstrekt (13). Alle partijen die antwoorden op die vragenlijst indienden, voldeden aan de eisen van de projectpartners en werden daarom uitgenodigd om door te gaan naar fase 1 van de aanbestedingsprocedure in juni 2011. In fase 1 werden drie inschrijvingen ingediend. Twee inschrijvers kwamen op de shortlist voor fase 2 en dienden later offertes in. De beoordeling van deze twee offertes leidde tot de overeenkomst met Danish Venue Enterprise (onderdeel van Live Nation Entertainment) (14). De beoordeling behelsde onder meer de sterkte van de financiële offerte, juridische voorwaarden, eisen inzake faciliteiten, diensten en haalbaarheid en risico. Beide offertes waren sterk, maar de geselecteerde exploitant scoorde in de meeste categorieën hoger. Hij bood in het bijzonder een aanmerkelijk hogere vaste huur dan de andere inschrijver.

(43)

De geselecteerde exploitant zal huur betalen die bestaat uit een jaarlijkse vaste huur van […] en een variabele huur […]. Ook moet de exploitant […] betalen, zoals verschuldigd op grond van de huurovereenkomst. Daarmee worden in feite alle variabele kosten van de verhuur door de exploitant betaald, met inbegrip van de onderhoudskosten. De huurovereenkomst wordt gesloten voor een termijn van […] (alle offertes moesten een looptijd van ten minste 25 jaar hebben en de exploitant heeft verklaard dat langlopende overeenkomsten van 20-30 jaar niet ongebruikelijk zijn in deze sector).

(44)

Door deze regelingen blijft het voordeel voor de geselecteerde exploitant beperkt tot het minimum dat noodzakelijk is om de infrastructuur te kunnen exploiteren. Er kan evenwel niet worden uitgesloten dat sprake is van een voordeel voor de exploitant van deze nieuwe arena. Zoals hierna wordt aangetoond, zou deze steun echter verenigbaar zijn met de interne markt en het is dan ook niet nodig het bestaan van de steun definitief vast te stellen.

Gebruik van de arena

(45)

Volgens de huurovereenkomst moet de exploitant de multiarena beschikbaar stellen voor uiteenlopende gebruikersgroepen en voor diverse activiteiten (met nadruk op live-entertainment, cultuur en sport). Om het multifunctionele gebruik van de arena te waarborgen mag hij geen voorkeursbehandeling geven aan een bepaald type activiteiten. Om te zorgen dat voor gebruikers marktvoorwaarden worden gerekend, is in de huurovereenkomst opgenomen dat „de tarieven die voor gebruik gerekend worden, altijd de markttarieven moeten zijn die redelijkerwijs haalbaar zijn in de open markt voor het betreffende gebruik” (15). Bovendien mogen bepaalde „vaste klanten” niet onevenredig veel arenatijd krijgen toegewezen. De arena is dus multifunctioneel, toegankelijk voor iedereen en wordt niet overwegend aan één enkele gebruiker verhuurd.

(46)

Daarnaast staat in de huurovereenkomst dat de tarieven die voor gebruik gerekend worden, de markttarieven moeten zijn die redelijkerwijs haalbaar zijn in de open markt voor het betreffende gebruik. Bovendien is de exploitant een private onderneming die haar kosten moet dekken en natuurlijk ook winst moet maken. Het staat haar vrij op commerciële basis haar prijzen te bepalen en ze mag daarbij niet discrimineren tussen gebruikers.

(47)

Het huren van de arena kan steun voor de gebruikers inhouden als de gebruikers kunnen worden beschouwd als ondernemingen in de zin van artikel 107 van het Verdrag en als de huur die zij betalen lager is dan die voor het gebruik van vergelijkbare infrastructuur onder normale marktvoorwaarden. Niet-professionele gebruikers komen niet in aanmerking als ondernemingen in de zin van artikel 107 van het Verdrag. Zoals hierna wordt aangetoond, zou deze steun in dit geval echter verenigbaar zijn met de interne markt en het is dan ook niet nodig het bestaan van de steun definitief vast te stellen.

Effect op de mededinging en het handelsverkeer tussen lidstaten

(48)

De arena is gepland als een multifunctionele arena voor allerlei evenementen (muziek, cultuur en sport) op hoog, internationaal niveau. Aangezien de markt voor het organiseren van dergelijke internationale evenementen open is voor concurrentie tussen exploitanten van locaties en organisatoren van evenementen, kan ervan worden uitgegaan dat er een effect is op de mededinging en de handel tussen de lidstaten, zeker als men de ligging van de geplande multiarena (per auto of trein vlakbij het zuiden van Zweden) in aanmerking neemt, alsmede het feit dat er andere arena's zijn in Kopenhagen en nabijgelegen steden (ook in andere lidstaten).

(49)

Daar komt bij dat in zijn beschikking betreffende het Ahoy-complex in Nederland het Gerecht vaststelde dat er geen reden was de markt te beperken tot het grondgebied van die lidstaat (16). Net als in het besluit tot inleiding van de procedure is de Commissie dan ook van mening dat steun aan de arena de mededinging verstoort en het handelsverkeer tussen de lidstaten beïnvloedt.

5.2.   VERENIGBAARHEID

(50)

De Deense autoriteiten betoogden dat als de maatregel als staatsteun zou worden aangemerkt, deze moest worden beschouwd als verenigbaar in de zin van artikel 107, lid 3, onder c), van het Verdrag. Om te bepalen of een voorgestelde maatregel als verenigbaar met de interne markt conform deze afwijking kan worden beschouwd, onderzoekt de Commissie enerzijds of met de maatregel een beleidsdoel van gemeenschappelijk belang wordt nagestreefd en anderzijds of hij noodzakelijk en evenredig is en geen ongerechtvaardigde vervalsing van de mededinging veroorzaakt.

(51)

Met betrekking tot het verwezenlijken van een beleidsdoel van gemeenschappelijk belang wordt opgemerkt dat de bouw van faciliteiten voor sport en andere publieke evenementen die ruimte bieden aan verschillende soorten activiteiten kan worden beschouwd als een verantwoordelijkheid van de staat, vooral in het licht van de aan het Verdrag van Amsterdam gehechte verklaring betreffende sport en artikel 165 van het Verdrag: „De Unie draagt bij tot de bevordering van de Europese inzet op sportgebied, rekening houdend met haar specifieke kenmerken, haar op vrijwilligerswerk berustende structuren en haar sociale en educatieve functie.”.

(52)

Behalve voor sportevenementen zal de arena ook worden gebruikt voor culturele evenementen (concerten, shows) en daarmee bijdragen aan de bevordering van de culturele verscheidenheid in het licht van artikel 167, lid 4, van het Verdrag. Bovendien zal de arena bijdragen aan de algemene welvaart door middel van een groter cultureel aanbod en een zeker positief effect op de economische groei en de werkgelegenheid.

(53)

De arena zal sport en cultuur, inclusief de beoefening ervan, toegankelijker maken voor het algemene publiek, met name gezien het multifunctionele karakter van de arena en het gebrek aan voldoende capaciteit en/of toereikende andere faciliteiten voor culturele en sportevenementen in Kopenhagen. Door het arenaproject mogelijk te maken, zal de gemeente Kopenhagen haar verantwoordelijkheid tegenover het algemene publiek vervullen en meer culturele, muzikale en sportevenementen naar Kopenhagen trekken. De realisatie van de arena moet dan ook worden gezien als het verwezenlijken van beleidsdoelen van gemeenschappelijk belang.

(54)

In de loop van de procedure hebben de Deense autoriteiten de subsidie van Region Hovedstaden uit de aanmelding ingetrokken. Wat betreft de noodzakelijkheid en evenredigheid van de voorgestelde maatregel hebben de Deense autoriteiten ook in de loop van de procedure aangetoond dat de extra capaciteit van de multiarena noodzakelijk is, dat er een gebrek is aan capaciteit in de bestaande arena's en dat de bestaande arena's niet geschikt zijn voor bepaalde typen evenementen (zo kunnen de bestaande arena's in Kopenhagen onvoldoende worden aangepast in inrichting en capaciteit om internationale evenementen op het gebied van sport, muziek en entertainment naar Kopenhagen te halen). Daarom zou de nieuwe multiarena slechts in zeer geringe mate concurreren voor evenementen die anders waarschijnlijk op andere locaties in Kopenhagen gehouden zouden worden, omdat de multiarena andere faciliteiten zal bieden en een reeks nieuwe evenementen zal ontvangen die op dit moment niet in Kopenhagen kunnen plaatsvinden. Hierdoor zal het aantal evenementen toenemen, zoals hieronder uitvoeriger uiteengezet.

(55)

Hoewel er andere arena's zijn in Kopenhagen en nabijgelegen steden (ook in andere lidstaten), is de Commissie van oordeel dat Denemarken het gebrek aan capaciteit althans voor bepaalde typen evenementen heeft aangetoond en heeft bevestigd dat de nieuwe arena een aanvulling zal worden op in plaats van een plaatsvervanger van de bestaande arena's. De Deense autoriteiten hebben ook uitgelegd dat de nieuwe arena waarschijnlijk zal leiden tot een algemene vergroting van het aanbod van culturele, muziek- en sportevenementen en niet slechts tot een verandering van locatie.

(56)

De multiarena zal worden gebruikt voor grootschalige indoorevenementen op cultuur-, muziek- en sportgebied. De flexibele faciliteiten van de arena zullen geschikt zijn voor sportevenementen, kampioenschappen, concerten, shows, culturele evenementen, congressen, tentoonstellingen, enz. met een capaciteit van 12 500 voor sportevenementen en 15 000 voor muziekevenementen. Er kunnen geen voetbalwedstrijden worden gehouden.

(57)

De voornaamste bestaande locaties in Kopenhagen zijn Parken, het nationale voetbalstadion in het centrum van Kopenhagen (thuisbasis van FC København en ook gebruikt voor grote shows/concerten met een capaciteit van ongeveer 45 000 tot 50 000 bezoekers) en Forum København (een indoorhal), ook in Kopenhagen en voornamelijk gebruikt voor conventies en tentoonstellingen.

(58)

Parken is eerst en vooral een voetbalstadion en is zodanig geen concurrent voor de nieuwe indoor multiarena, die onvoldoende capaciteit heeft voor voetbalwedstrijden. In Parken worden soms ook concerten gehouden, maar vanwege zijn capaciteit trekt Parken voornamelijk grote stadiontournees met publieksaantallen van dikwijls 40 000 tot 50 000. Parken kan ook worden getransformeerd in een verwarmde indoorarena, maar wordt niettemin vooral voor voetbalwedstrijden gebruikt. Op grond van het programma van de afgelopen jaren zijn tussen 2007 en 2011 in Parken 19 concerten gehouden met naar schatting ongeveer 34 000 bezoekers. Er kan dus redelijkerwijs geconcludeerd worden dat concerten in Parken gemiddeld meer dan tweemaal zoveel bezoekers hebben dan de geplande maximale capaciteit van de multiarena. Bovendien zullen er volgens de planning van Live Nation Denmark […] stadiontournees Parken aandoen in 2013, waarvan er […] uitsluitend zeer grote publieksaantallen hebben (dikwijls 40 000 tot 50 000 bezoekers) die de capaciteit van de multiarena ver overschrijden. Arena's worden niet zo gauw in het schema van stadiontournees opgenomen, omdat er minder kaartjes verkocht kunnen worden en omdat meerdere malen achtereen in een arena optreden in plaats van één stadionoptreden evenmin aantrekkelijk is.

(59)

De andere bestaande locatie in het centrum van Kopenhagen is Forum, een oudere indoorhal voor concerten en tentoonstellingen. Voor concerten biedt Forum plaats aan 8 500 zittende of 10 000 staande bezoekers, en voor veel evenementen waarvoor Forum zeer geschikt is, zou de nieuwe multiarena minder aantrekkelijk zijn omdat de capaciteit van de arena onvoldoende benut zou worden. Daarnaast verschillen de fysieke eigenschappen omdat Forum gebouwd is in de jaren 1920 met voornamelijk een groot vloeroppervlak. Dit is zeer geschikt voor conventies en tentoonstellingen, waarbij het publiek zich verplaatst, maar niet zo geschikt voor concerten en nog minder voor sportevenementen.

(60)

De nieuwe multiarena, Forum en Parken verschillen dus aanzienlijk in capaciteit en flexibiliteit en vissen daarom slechts in geringe mate in dezelfde vijver. Omdat de nieuwe multiarena zulke afwijkende kenmerken heeft, zal het concurrentie-effect op bestaande locaties in Kopenhagen en op de aantrekkelijkheid om daar evenementen te houden, waarschijnlijk beperkt zijn.

(61)

Bestaande locaties die qua eigenschappen vergelijkbaar zijn met de nieuwe multiarena, zijn veeleer Malmö Arena in Zweden en Jyske Bank Boxen in Herning, Jutland, Denemarken (een paar honderd kilometer van Kopenhagen verwijderd). Volgens de Deense autoriteiten ziet de managing director van Jyske Bank Boxen juist nieuwe mogelijkheden om belangrijke evenementen naar Denemarken te halen door samen te werken met de nieuwe multiarena.

(62)

Wat het concurrentie-effect van de nieuwe multiarena op de Malmö Arena betreft, waren de volgende aspecten in aanmerking genomen. Hoewel Malmö geografisch nabij is, is het gelegen in een ander land. Om er te komen moet men via een tolbrug de Sont oversteken. Malmö Arena is een multifunctionele arena (zij het in de eerste plaats ontworpen als sportarena) met een capaciteit van 13 000 bezoekers voor sportevenementen en ongeveer 15 500 voor concerten. Dit is vergelijkbaar met de nieuwe multiarena in Kopenhagen.

(63)

De programmering van Malmö Arena voor 2012 en 2013 bestond en bestaat evenwel voor een aanzienlijk deel uit evenementen die zijn gericht op een Zweeds of lokaal publiek. Ten eerste is Malmö Arena de thuisbasis voor het plaatselijke ijshockeyteam, dat er ongeveer 25 wedstrijden per jaar speelt. Ten tweede laat de programmering van najaar 2012 zien dat de meeste concerten en shows die in Malmö Arena worden gehouden, gericht zijn op een Zweeds publiek. Dit blijkt ook uit het feit dat op de Deenstalige versie van de website slechts een heel beperkte lijst evenementen wordt aangekondigd (te weten vier van de veertien evenementen op het programma voor najaar 2012 met vergelijkbare cijfers). Bovendien maakten drie van die vier op de Deense site aangekondigde evenementen deel uit van concerttournees die ook Denemarken zelf aandeden. Dit geeft ook aan dat promotors een locatie in Kopenhagen niet per se als plaatsvervanger voor Malmö Arena zien. Het kan integendeel juist gunstig zijn om in beide steden op te treden.

(64)

De programmering voor 2013 vertoont vergelijkbare kenmerken met 48 geplande evenementen, waarvan zes shows/concerten op de Deense versie van de website van Malmö Arena worden aangekondigd (en daarvan is één show ook gepland in Kopenhagen, hebben twee shows Kopenhagen al aangedaan in het begin van de tournees waar ze deel van uitmaken, en is een show het Eurovisiesongfestival dat hoe dan ook in Zweden gehouden zal worden omdat Zweden de editie van 2012 gewonnen heeft). Bovendien blijkt uit de kaartverkoop voor evenementen van Live Nation Entertainment in Malmö Arena dat concerten in Malmö die onderdeel zijn internationale tournees, maar weinig Denen trekken.

(65)

Aangezien Malmö Arena in een ander land ligt met bepaalde inherente belemmeringen waaronder een tolbrug, een andere taal, andere valuta en culturele verschillen, gecombineerd met de doelgroep van Malmö Arena en het feit dat veel evenementen specifiek op een lokaal of Zweeds publiek zijn gericht, zou voor de meeste activiteiten die in Malmö Arena worden gehouden, een locatie buiten Zweden hoogstwaarschijnlijk niet in aanmerking komen, zodat slechts een heel klein deel van de evenementen concurrentie zou ondervinden van de nieuwe multiarena in Kopenhagen. Het risico dat Malmö Arena evenementen zou kwijtraken aan of ervoor zou moeten concurreren met de nieuwe multiarena in Kopenhagen moet dan ook als zeer gering worden beschouwd. Ook op de Malmö Arena zal het concurrentie-effect van de nieuwe multiarena waarschijnlijk dus beperkt zijn.

(66)

Volgens de Deense autoriteiten zal de nieuwe multiarena integendeel naar verwachting juist nieuwe evenementen aantrekken die anders niet naar Kopenhagen of de regio zouden komen, wat ook gunstig kan zijn voor bijvoorbeeld Parken, Jyske Bank Boxen en Malmö Arena. Voor grootschalige sportevenementen zoals wereldkampioenschappen zwemmen, ijshockey en handbal zijn doorgaans meerdere locaties nodig en met de nieuwe multiarena vormen Denemarken en de regio waarschijnlijk een veel betere kandidaat voor dergelijke gezamenlijk georganiseerde sportevenementen of voor andere evenementen die wellicht alleen commercieel haalbaar zijn als ze op twee Deense locaties plaatsvinden, dan wel om andere redenen (bijvoorbeeld verschillende aantrekkingsgebieden).

(67)

De geselecteerde exploitant, Live Nation Denmark, heeft bovendien bevestigd ook evenementen op andere locaties in de regio te zullen blijven houden, afhankelijk van de behoeften van de klant die om een specifiek type locatie vraagt, en zijn eigen noodzaak om de shows rendabel te maken. Hij kan daarom geen voorkeursbehandeling geven aan zijn eigen locaties. Live Nation is bijvoorbeeld een van de grootste organisatoren van evenementen in de O2 Arena in Londen, hoewel die door een andere exploitant wordt uitgebaat. Als locatie-exploitant heeft de geselecteerde exploitant er ook belang bij dat de locatie een zo groot mogelijk aantal dagen gebruikt wordt om inkomsten te genereren. Daarom heeft hij alle reden om zijn locaties ook open te stellen voor andere promotors van evenementen. Volgens de exploitatieovereenkomst mag de exploitant de toegang van andere promotors tot de multiarena ook niet weigeren en is hij verplicht deze tegen markttarief beschikbaar te maken voor uiteenlopende gebruikers, zonder een specifieke onderneming voorrang te geven.

(68)

De Commissie is dan ook van oordeel dat Denemarken de behoefte aan extra capaciteit in Kopenhagen heeft aangetoond en dat de nieuwe multiarena een aanvulling zal zijn op de bestaande arena's door extra capaciteit te bieden en voor een uitbreiding zal zorgen van de typen evenementen die in Kopenhagen kunnen plaatsvinden, hetgeen de toegang van het algemene publiek tot dergelijke evenementen in de arena aanzienlijk ten goede zal komen. De overlap tussen bestaande locaties in de regio en de nieuwe multiarena moet bovendien als beperkt worden beschouwd, zodat het risico dat de nieuwkomer ten koste zou gaan van een bestaande locatie in de regio gering is. De nieuwe multiarena vormt veeleer een aanvulling op dan een plaatsvervanger van de bestaande arena's. Het risico van verticale marktafscherming en van prikkels om de mededinging te verstoren door concurrentievervalsend lage prijzen te rekenen lijkt eveneens zeer klein. Wat de mogelijkheid tot verticale marktafscherming betreft is hierboven reeds vermeld dat de exploitant van de multiarena contractueel verplicht is een gelijke toegang te waarborgen en niet de mogelijkheid heeft andere promotors de toegang tot de arena te weigeren, daar hij zichzelf daarmee financieel in de vingers zou snijden.

(69)

Zonder medefinanciering van de overheid zou het project niet gerealiseerd worden, omdat er zonder de bijdrage van de staat onvoldoende middelen zijn om het multiarenaproject te financieren, zoals toegegeven door de Deense autoriteiten en gestaafd door de eerdere pogingen van de gemeente Kopenhagen om de arena van de grond te krijgen. De plannen liggen er al een jaar of tien en de gemeente Kopenhagen zou elke particuliere investeerder die het op zich genomen had de multiarena louter tegen marktvoorwaarden te bouwen, met open armen hebben ontvangen, maar een dergelijke investeerder heeft zich niet aangediend, zoals bijvoorbeeld gebleken is bij de hierboven vermelde poging in 2009.

(70)

De bijdrage van de staat is beperkt tot het financieringstekort, dat wil zeggen de financiering die niet op de markt gevonden kan worden, en deze bijdrage van 325 miljoen DKK (43,7 miljoen EUR) komt overeen met ongeveer 30 % van de totale kosten die de planning en bouw van de multiarena belopen. In ruil daarvoor wordt de staat voor 50 % eigenaar van de Arena Company, de onderneming die wordt opgezet om de multiarena te bouwen en in eigendom te hebben en de exploitatieovereenkomst te beheren, maar, zoals hierboven uitgelegd, de exploitatie van de multiarena zal worden verzorgd door een afzonderlijke exploitant.

(71)

Mogelijke alternatieven voor de multiarena, zoals een kleinere arena of een goedkopere arena met dezelfde capaciteit, zouden niet voldoen aan de verlangde doelstellingen van het project. Een kleinere arena zou niet voorzien in het gebrek aan een locatie met de geplande capaciteit en flexibiliteit van de multiarena. De nieuwe multiarena vult een leemte, die zou blijven bestaan indien in plaats ervan een kleinere arena met een geringere capaciteit zou worden gebouwd. Bovendien zouden de concurrentie-effecten van een kleinere arena groter zijn, aangezien deze zich minder zou onderscheiden van bestaande locaties.

(72)

Wat een goedkopere en minder hoogwaardige arena betreft zij erop gewezen dat aan de financiering van Realdania voor de arena de voorwaarde van ambitieuze architectuur is verbonden. De gemeente Kopenhagen heeft ook hoge architectonische en esthetische ambities voor de nieuwbouw in het gebied waar de arena moet komen. Daar komt bij dat de grond voor de arena gelegen is in een geplande woonwijk, wat speciale, dure eisen stelt aan ontwerp en geluidsisolatie.

(73)

Het is aldus aangetoond dat de betrokkenheid van de staat bij het project van essentieel belang is voor de verwezenlijking ervan. Medefinanciering van de multiarena door de overheid is ook noodzakelijk omdat er zonder de bijdrage van de staat onvoldoende middelen zijn om het project te financieren. Op grond van het bovenstaande is ook gewaarborgd dat de bijdrage van de staat beperkt blijft tot het strikt noodzakelijke.

(74)

Zowel de selectieprocedure voor de exploitant als de huurovereenkomst garanderen in elk geval, in combinatie met de andere bovengenoemde elementen, dat zou worden voldaan aan de vereisten van noodzakelijkheid en evenredigheid.

(75)

Wat het gebruik van de multiarena aangaat, is ook aangetoond dat dit op niet-discriminerende basis zal plaatsvinden en zonder (een) specifieke onderneming(en) een voorkeursbehandeling te geven. De arena is dus multifunctioneel, toegankelijk voor iedereen en wordt niet overwegend aan een enkele gebruiker verhuurd.

(76)

De nieuwe arena zal dus zowel een aanvulling bieden op bestaande arena's door extra capaciteit te bieden en voor een uitbreiding zorgen van de typen evenementen die in Kopenhagen kunnen plaatsvinden. De maatregel moet dan ook als doelgerichte en gerechtvaardigde steun worden beschouwd.

(77)

Uit het bovenstaande blijkt dat de betrokkenheid van de staat bij het multiarenaproject zowel noodzakelijk als evenredig is en geen ongerechtvaardigde vervalsing van de mededinging veroorzaakt, en dat een mogelijk overloopeffect van die steun aan de exploitant en gebruikers ook verenigbaar zou zijn met de interne markt.

6.   CONCLUSIE

(78)

De bijdrage van de staat voor de bouw van de multiarena in Kopenhagen vormt staatssteun ten gunste van de Arena Company, en mogelijk ten gunste van de exploitant en de gebruikers van de multiarena. Er is aangetoond dat de medefinanciering van de multiarena door de overheid zowel noodzakelijk als evenredig is om het project te kunnen verwezenlijken, en voldoende toegankelijk is voor iedereen onder niet-discriminerende voorwaarden, zonder dat een of meer specifieke ondernemingen bevoordeeld worden. Het resultaat van de afwegingstoets is dan ook positief.

(79)

De Commissie is daarom van oordeel dat de financiering van de multiarena verenigbaar is met de interne markt overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder c), van het Verdrag.

(80)

De Commissie merkt op dat Denemarken ermee heeft ingestemd dat het besluit wordt vastgesteld in het Engels als authentieke taal,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De maatregelen die Denemarken voornemens is ten uitvoer te leggen ten gunste van de multiarena in Kopenhagen, bestaande uit de bijdrage van 325 miljoen DKK van de gemeente Kopenhagen, de subsidie van 15 miljoen DKK van Elitefacilitetsudvalget en het recht om de grond waarop de multiarena gebouwd moet worden, 40 jaar lang kosteloos te gebruiken, zijn verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De tenuitvoerlegging van deze maatregelen wordt derhalve goedgekeurd.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk Denemarken.

Gedaan te Brussel, 15 mei 2013.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Vicevoorzitter


(1)   PB C 152 van 30.5.2012, blz. 12.

(2)  Zie voetnoot 1.

(3)  Zie punt 13 van het inleidingsbesluit, PB C 152 van 30.5.2012, blz. 12.

(4)  Hoewel zij ernaar streeft dat haar activiteiten renderend zijn, is Realdania geen bedrijf dat uit is op winstmaximalisatie maar een filantropische stichting die haar missie als volgt omschrijft: „verbetering van de kwaliteit van leven in het belang van het algemeen door middel van de bebouwde omgeving”, zie www.realdania.dk.

(5)  Bij de totale kosten van 1 100 miljoen DKK zijn de rente op leningen en indexatie van prijzen en lonen voorzien tot 2015 inbegrepen.

(6)  Elitefacilitetsudvalget is een comité dat tot doel heeft sportfaciliteiten op een internationaal peil te brengen om sportevenementen op internationaal niveau te kunnen huisvesten. Het wordt deels gefinancierd door de Deense staat.

(7)  De Deense autoriteiten hebben bevestigd dat de aanbestedingsprocedure voor de exploitatieovereenkomst is gebaseerd op transparante, objectieve en niet-discriminerende voorwaarden en eisen, waarbij de weging van de subcriteria vooraf is vastgesteld, en dat de prijs een belangrijk criterium vormt in de totale beoordeling.

(*1)   […]: de informatie tussen de vierkante haken valt onder de professionele geheimhoudingsplicht.

(8)  De jaarhuur in het eerste jaar van de looptijd is […] of een ander bedrag zoals bepaald door toepassing van de daarvoor bestemde formule die in de huurovereenkomst is opgenomen (zie clausule 1.1). De jaarhuur in het eerste jaar van de looptijd is […] op jaarbasis; vervolgens wordt de jaarhuur ieder jaar bijgesteld aan de hand van de index (zie clausule 8 van de huurovereenkomst).

(9)  DIF is een koepelorganisatie voor 61 sportfederaties met in totaal meer dan 1,6 miljoen leden bij ongeveer 10 700 sportverenigingen. DIF is niet alleen verantwoordelijk voor zowel topsport als amateursport, maar vormt ook het Deense nationaal olympisch comité en is dus verantwoordelijk voor de Deense deelname aan de Olympische Spelen.

(10)  Arrest van 19 december 2012 in zaak C-288/11, Mitteldeutsche Flughafen AG en Flughafen Leipzig-Halle GmbH/Commissie.

(11)  In 2009 bood de gemeente Kopenhagen in een aanbestedingsprocedure een gunstige lening aan voor private partijen die een multiarena zouden bouwen. De winnende onderneming kreeg de benodigde aanvullende financiering niet rond en daarom werd de aanbesteding in maart 2010 geannuleerd.

(12)  De procedure begon met advertenties in vooraanstaande internationale en Deense media: The New York Times, The Times, Børsen, Licitation, Byggeriets Dagblad, Berlingske Tidende en Politiken.

(13)  Lokale exploitanten die mogelijk in aanmerking zouden komen zoals Tivoli, Bella Center, Malmö Arena en Parken werden allemaal uitgenodigd om deel te nemen, maar zagen er stuk voor stuk vanaf om mee te dingen.

(14)  Live Nation Entertainment is het grootste livemuziek- en live-entertainmentbedrijf van de wereld. Het richt zich voornamelijk op de promotie van evenementen, het beheer en de exploitatie van podia en het verzorgen van ticketverkoopdiensten. Live Nation Entertainment opereert in elk land via plaatselijke ondernemingen. In Denemarken opereert het via Live Nation Denmark ApS.

(15)  Wat dit betreft kunnen weliswaar mogelijke voordelen worden aangeboden aan een partij die een frequent of herhaald gebruiker of huurder van de arena is, of voor een partij die een sponsor of commerciële partner is van de arena, maar dergelijke voordelen hebben een precedentwerking, […] en moeten tegen transparante, gelijke en niet-discriminerende voorwaarden worden aangeboden aan alle vergelijkbare gebruikers van de arena, zodat geen voorkeursbehandeling wordt gegeven aan specifieke gebruikers.

(16)  Beschikking van 26 januari 2012 in zaak T-90/09, Mojo Concerts BV en Amsterdam Music Dome Exploitatie BV/Commissie, punt 45.