ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2013.268.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 268

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

56e jaargang
10 oktober 2013


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 962/2013 van de Commissie van 10 september 2013 tot vaststelling van een verbod op de visserij op haring in de gebieden VIaS, VIIb en VIIc door vaartuigen die de vlag van Nederland voeren

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 963/2013 van de Commissie van 2 oktober 2013 houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Carn d’Andorra (BGA))

3

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 964/2013 van de Commissie van 9 oktober 2013 tot vaststelling van een overeenkomstig Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad op de rechtstreekse betalingen toe te passen aanpassingspercentage voor kalenderjaar 2013

5

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 965/2013 van de Commissie van 9 oktober 2013 tot 204e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk

7

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 966/2013 van de Commissie van 9 oktober 2013 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

9

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 967/2013 van de Commissie van 9 oktober 2013 tot vaststelling van de toewijzingscoëfficiënt die moet worden toegepast op de invoercertificaataanvragen die in de periode van 27 september 2013 tot en met 4 oktober 2013 zijn ingediend in het kader van het bij Verordening (EG) nr. 969/2006 geopende invoertariefcontingent voor maïs

11

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 968/2013 van de Commissie van 9 oktober 2013 tot vaststelling van een aanvaardingspercentage voor de afgifte van uitvoercertificaten, tot afwijzing van uitvoercertificaataanvragen en tot schorsing van de mogelijkheid tot het indienen van uitvoercertificaataanvragen voor buiten het quotum geproduceerde suiker

12

 

 

BESLUITEN

 

 

2013/493/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de derde en laatste reeks regio’s waar de werkzaamheden van het Visuminformatiesysteem (VIS) beginnen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 5914)

13

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 768/2013 van de Commissie van 8 augustus 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 917/2004 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 797/2004 van de Raad betreffende maatregelen ter verbetering van de productie en afzet van producten van de bijenteelt ( PB L 214 van 9.8.2013 )

17

 

*

Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1264/2012 van de Raad van 21 december 2012 houdende uitvoering van Verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran ( PB L 356 van 22.12.2012 )

18

 

*

Rectificatie van Besluit 2012/829/GBVB van de Raad van 21 december 2012 houdende wijziging van Besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran ( PB L 356 van 22.12.2012 )

19

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

10.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/1


VERORDENING (EU) Nr. 962/2013 VAN DE COMMISSIE

van 10 september 2013

tot vaststelling van een verbod op de visserij op haring in de gebieden VIaS, VIIb en VIIc door vaartuigen die de vlag van Nederland voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De quota voor 2013 zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 39/2013 van de Raad van 21 januari 2013 tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden voor EU vaartuigen voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor geen internationale onderhandelingen worden gevoerd of geen internationale overeenkomsten gelden (2).

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, het betrokken, voor 2013 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2013 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 september 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Lowri EVANS

Directeur-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)   PB L 23 van 25.1.2013, blz. 1.


BIJLAGE

Nr.

35/TQ39

Lidstaat

Nederland

Bestand

HER/6AS7BC

Soort

Haring (Clupea harengus)

Gebied

VIaS, VIIb, VIIc

Datum

12.8.2013


10.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/3


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 963/2013 VAN DE COMMISSIE

van 2 oktober 2013

houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Carn d’Andorra (BGA))

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 is op 3 januari 2013 in werking getreden. Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (2) is bij die verordening ingetrokken en daardoor vervangen.

(2)

Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 is de door het Prinsdom Andorra ingediende aanvraag tot registratie van de benaming „Carn d’Andorra” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (3).

(3)

Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006, moet deze benaming worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage bij deze verordening vermelde benaming wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 oktober 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Dacian CIOLOȘ

Lid van de Commissie


(1)   PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)   PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.

(3)   PB C 356 van 20.11.2012, blz. 5.


BIJLAGE

In bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten voor menselijke consumptie:

Categorie 1.1.   Vers vlees (en verse slachtafvallen)

PRINSDOM ANDORRA

Carn d’Andorra (BGA)


10.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/5


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 964/2013 VAN DE COMMISSIE

van 9 oktober 2013

tot vaststelling van een overeenkomstig Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad op de rechtstreekse betalingen toe te passen aanpassingspercentage voor kalenderjaar 2013

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1), en met name artikel 18, lid 4,

Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (2) mogen de bedragen ter financiering van de marktuitgaven en rechtstreekse betalingen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in begrotingsjaar 2014 niet uitstijgen boven de jaarlijkse maxima die zijn vastgesteld ter uitvoering van de door de Raad overeenkomstig artikel 312, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Verdrag) goed te keuren verordening. Voorts moet krachtens artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 een aanpassing van de rechtstreekse betalingen (financiële discipline) worden vastgesteld wanneer de ramingen voor de financiering van de rechtstreekse betalingen en de marktuitgaven, vermeerderd met de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 10 quater en 136 van die verordening, maar vóór de toepassing van artikel 10 bis van die verordening en zonder rekening te houden met de marge van 300 000 000 EUR, erop wijzen dat het jaarlijkse maximum zal worden overschreden. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009 moesten het Europees Parlement en de Raad deze aanpassing uiterlijk op 30 juni vaststellen.

(2)

De ramingen voor de rechtstreekse betalingen en de marktuitgaven als vastgesteld in de ontwerpbegroting van de Commissie voor 2014 wijzen erop dat financiële discipline moet worden betracht. Bij de opstelling van de ontwerpbegroting is rekening gehouden met een op de financiële discipline terug te voeren bedrag van 1 471,4 miljoen EUR, inclusief een bedrag voor de reserve ten behoeve van crises in de landbouwsector. Daarom moet een aanpassingspercentage voor de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 73/2009 vermelde rechtstreekse betalingen worden vastgesteld.

(3)

Op 25 maart 2013 heeft de Commissie een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad aangenomen dat betrekking heeft op de vaststelling van een overeenkomstig Verordening (EG) nr. 73/2009 op de rechtstreekse betalingen toe te passen aanpassingspercentage voor kalenderjaar 2013 (3). In strijd met het bepaalde in artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009 hadden het Europees Parlement en de Raad op 30 juni dit aanpassingspercentage nog steeds niet vastgesteld. In artikel 18, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 is bepaald dat, indien dergelijke aanpassingen op 30 juni nog niet zijn vastgesteld, de Commissie dat dient te doen.

(4)

De verordening van de Raad tot vaststelling van het meerjarig financieel kader overeenkomstig artikel 312, lid 2, van het Verdrag is nog steeds niet aangenomen. Daarom dient, bij wijze van voorzorgsmaatregel, het hierboven bedoelde aanpassingspercentage te worden berekend aan de hand van het voor begrotingsjaar 2014 geldende jaarlijkse maximum van 44 130 miljoen EUR zoals voorzien in het politieke akkoord over het meerjarig financieel kader voor 2014-2020 dat het Parlement, het voorzitterschap van de Raad en de Commissie op 27 juni 2013 hebben bereikt.

(5)

Overeenkomstig artikel 18, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 kan de Raad op voorstel van de Commissie, in verband met nieuwe elementen waarover hij beschikt, het aanpassingspercentage uiterlijk op 1 december 2013 aanpassen. Indien nieuwe elementen beschikbaar komen, zal de Commissie, rekening houdend met die elementen, het aanpassingspercentage in het najaar aanpassen in het kader van de nota van wijzigingen bij de ontwerpbegroting 2014. De Raad kan het aanpassingspercentage vervolgens uiterlijk op 1 december 2013 aanpassen.

(6)

Landbouwers die een steunaanvraag voor rechtstreekse betalingen voor een bepaald kalenderjaar (N) indienen, ontvangen de betaling doorgaans binnen een vastgestelde betalingstermijn die in begrotingsjaar N+1 valt. De lidstaten hebben echter de mogelijkheid om te eniger tijd en binnen bepaalde grenzen betalingen aan landbouwers te doen nadat deze betalingstermijn is verstreken. Dergelijke betalingen kunnen in een later begrotingsjaar vallen. Bij de toepassing van de financiële discipline voor een bepaald kalenderjaar mag het aanpassingspercentage niet worden toegepast op betalingen in het kader van steunaanvragen die zijn ingediend in andere kalenderjaren dan die waarvoor de financiële discipline geldt. Daarom moet met het oog op een gelijke behandeling van de landbouwers worden bepaald dat het aanpassingspercentage alleen moet worden toegepast op betalingen in het kader van steunaanvragen die zijn ingediend in het kalenderjaar waarvoor de financiële discipline geldt, ongeacht het moment waarop de betaling aan de landbouwers wordt gedaan.

(7)

In het kader van het op 26 juni 2013 bereikte politieke akkoord over de GLB-hervorming is besloten de financiële discipline toe te passen op rechtstreekse betalingen van meer dan 2 000 EUR. Bovendien is afgesproken dat kredieten die aan het einde van het begrotingsjaar niet zijn gebruikt (zo die er zijn), zouden worden betaald aan landbouwers op wie de financiële discipline het volgende jaar van toepassing is. Met het oog op de coherentie dient voor de verschillende jaren dezelfde drempel te worden vastgesteld. Om te handelen op een wijze die coherent is met de afspraken over de toepassing in de toekomst, moet de financiële discipline voor kalenderjaar 2013 op vergelijkbare wijze worden toegepast. Daarom moet worden bepaald dat het aanpassingspercentage alleen geldt voor bedragen van meer dan 2 000 EUR.

(8)

Op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 mag in het kader van de toepassing van de in artikel 121 van die verordening vastgestelde toenameregeling op alle in de nieuwe lidstaten in de zin van artikel 2, onder g), van die verordening toegekende rechtstreekse betalingen, de financiële discipline voor de nieuwe lidstaten pas van toepassing zijn vanaf het begin van het kalenderjaar waarvoor het in de nieuwe lidstaten geldende niveau van de rechtstreekse betalingen ten minste gelijk is aan het niveau van die betalingen dat dan geldt in de andere lidstaten. Aangezien de toenameregeling in kalenderjaar 2013 nog van toepassing is op de rechtstreekse betalingen in Bulgarije en Roemenië, mag het bij de onderhavige verordening vast te stellen aanpassingspercentage niet gelden voor betalingen aan landbouwers in deze lidstaten.

(9)

Verordening (EG) nr. 73/2009 is bij de Akte van toetreding van Kroatië aangepast. Aangezien in kalenderjaar 2013 de in artikel 121 van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde toenameregeling nog van toepassing is op Kroatië, mag het bij de onderhavige verordening vast te stellen aanpassingspercentage niet gelden voor betalingen aan landbouwers in Kroatië,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De bedragen van rechtstreekse betalingen in de zin van artikel 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 73/2009 die in verband met een voor kalenderjaar 2013 ingediende steunaanvraag aan een landbouwer moeten worden toegekend en die 2 000 EUR overschrijden, worden verlaagd met 4,001079 %.

2.   De in lid 1 bedoelde verlaging geldt niet voor Bulgarije, Roemenië en Kroatië.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PB L 30 van 31.1.2009, blz. 16).

(3)  COM(2013) 159 final.


10.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/7


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 965/2013 VAN DE COMMISSIE

van 9 oktober 2013

tot 204e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk (1), en met name artikel 7, lid 1, onder a), en artikel 7 bis, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 worden de personen, groepen en entiteiten opgesomd waarvan de tegoeden en economische middelen krachtens die verordening worden bevroren.

(2)

Op 1 oktober 2013 heeft het Sanctiecomité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties besloten één persoon te schrappen van de lijst van personen, groepen en entiteiten waarvan de tegoeden en economische middelen moeten worden bevroren, na overweging van het door deze persoon ingediende verzoek daartoe en het uitgebreide verslag van de ombudsman die is ingesteld bij Resolutie 1904 (2009) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

(3)

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 dient daarom dienovereenkomstig te worden bijgewerkt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 oktober 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Hoofd van de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid


(1)   PB L 139 van 29.5.2002, blz. 9.


BIJLAGE

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt als volgt gewijzigd:

De volgende vermelding wordt geschrapt van de lijst "Natuurlijke personen":

"Moustafa Abbes (ook bekend als a) Mostafa Abbes, b) Mostafa Abbas, c) Mustafa Abbas, d) Moustapha Abbes). Adres: Algerije. Geboortedatum: 5.2.1962. Geboorteplaats: a) Osniers, Algerije, b) Frankrijk. Nationaliteit: Algerijns. Overige informatie: Broer van Youcef Abbes. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 17.3.2004."


10.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/9


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 966/2013 VAN DE COMMISSIE

van 9 oktober 2013

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 oktober 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MK

49,7

ZZ

49,7

0707 00 05

MK

46,1

TR

121,6

ZZ

83,9

0709 93 10

TR

133,9

ZZ

133,9

0805 50 10

AR

104,8

CL

101,8

IL

100,2

TR

89,5

ZA

112,1

ZZ

101,7

0806 10 10

BR

245,4

MK

32,3

TR

141,7

ZZ

139,8

0808 10 80

AR

101,1

BA

56,1

BR

89,2

CL

152,4

NZ

135,5

US

119,2

ZA

142,1

ZZ

113,7

0808 30 90

AR

199,8

TR

126,8

ZZ

163,3


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.


10.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/11


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 967/2013 VAN DE COMMISSIE

van 9 oktober 2013

tot vaststelling van de toewijzingscoëfficiënt die moet worden toegepast op de invoercertificaataanvragen die in de periode van 27 september 2013 tot en met 4 oktober 2013 zijn ingediend in het kader van het bij Verordening (EG) nr. 969/2006 geopende invoertariefcontingent voor maïs

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (2), en met name artikel 7, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 969/2006 van de Commissie (3) is een jaarlijks tariefcontingent geopend voor de invoer van 277 988 ton maïs (volgnummer 09.4131).

(2)

Bij artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 969/2006 is de hoeveelheid voor tranche 2 vastgesteld op 138 994 ton voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2013.

(3)

Uit de overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 969/2006 gedane mededeling blijkt dat de overeenkomstig artikel 4, lid 1, van die verordening in de periode van 27 september 2013 om 13.00 uur tot en met 4 oktober 2013 om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) ingediende aanvragen de beschikbare hoeveelheden overschrijden. Bijgevolg dient door vaststelling van de op de aangevraagde hoeveelheden toe te passen toewijzingscoëfficiënt te worden bepaald voor welke hoeveelheden invoercertificaten kunnen worden afgegeven.

(4)

Ook moet worden bepaald dat in het kader van Verordening (EG) nr. 969/2006 geen certificaten meer mogen worden afgegeven voor het lopende contingentjaar.

(5)

Met het oog op een efficiënt beheer van de procedure voor afgifte van de invoercertificaten dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Voor elke invoercertificaataanvraag in het kader van het in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 969/2006 bedoelde contingent voor maïs, die in de periode van 27 september 2013 om 13.00 uur tot en met 4 oktober 2013 om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) is ingediend, wordt een certificaat afgegeven voor de gevraagde hoeveelheid, vermenigvuldigd met een toewijzingscoëfficiënt van 42,680622 %.

2.   De afgifte van certificaten waarvoor de aanvraag is ingediend met ingang van 4 oktober 2013 om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel), wordt voor het lopende contingentjaar geschorst.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 oktober 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13.

(3)   PB L 176 van 30.6.2006, blz. 44.


10.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/12


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 968/2013 VAN DE COMMISSIE

van 9 oktober 2013

tot vaststelling van een aanvaardingspercentage voor de afgifte van uitvoercertificaten, tot afwijzing van uitvoercertificaataanvragen en tot schorsing van de mogelijkheid tot het indienen van uitvoercertificaataanvragen voor buiten het quotum geproduceerde suiker

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006, wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name artikel 7 sexies juncto artikel 9, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 61, eerste alinea, onder d), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 mag suiker die in een verkoopseizoen boven het in artikel 56 van die verordening bedoelde quotum wordt geproduceerd, slechts worden uitgevoerd binnen de nog vast te stellen kwantitatieve grens.

(2)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 476/2013 van de Commissie van 23 mei 2013 tot vaststelling van de kwantitatieve grens voor de uitvoer van buiten het quotum geproduceerde suiker en isoglucose tot het einde van het verkoopseizoen 2013/2014 (3) is die kwantitatieve grens vastgesteld.

(3)

De hoeveelheden suiker waarvoor uitvoercertificaten zijn aangevraagd, overschrijden de in Verordening (EU) nr. 476/2013 vastgestelde kwantitatieve grens. Derhalve moet een aanvaardingspercentage worden vastgesteld voor de hoeveelheden die zijn aangevraagd van 1 tot 4 oktober 2013. Bovendien moeten alle uitvoercertificaataanvragen die voor suiker zijn ingediend na 4 oktober 2013, worden afgewezen en moet de indiening van uitvoercertificaataanvragen worden geschorst,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Uitvoercertificaten voor buiten het quotum geproduceerde suiker waarvoor aanvragen zijn ingediend van 1 tot 4 oktober 2013, worden afgegeven voor de aangevraagde hoeveelheden waarop een aanvaardingspercentage van 42,169456 % is toegepast.

2.   Aanvragen voor uitvoercertificaten voor buiten het quotum geproduceerde suiker die op 7, 8, 9, 10 en 11 oktober 2013 zijn ingediend, worden afgewezen.

3.   Het indienen van aanvragen voor uitvoercertificaten voor buiten het quotum geproduceerde suiker wordt geschorst voor de periode van 14 oktober 2013 tot 30 september 2014.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 oktober 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.

(3)   PB L 138 van 24.5.2013, blz. 5.


BESLUITEN

10.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/13


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 30 september 2013

tot vaststelling van de derde en laatste reeks regio’s waar de werkzaamheden van het Visuminformatiesysteem (VIS) beginnen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 5914)

(Slechts de teksten in de Bulgaarse, de Duitse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal zijn authentiek)

(2013/493/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (1), en met name artikel 48, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 48 van Verordening (EG) nr. 767/2008 wordt bepaald dat de werkzaamheden van het VIS gefaseerd worden geïmplementeerd. De Commissie heeft bij Beschikking 2010/49/EG (2) de eerste reeks regio’s vastgesteld waar de werkzaamheden van het VIS beginnen, en bij Uitvoeringsbesluit 2012/274/EU (3) de tweede reeks. Nu dient de derde en laatste reeks regio’s te worden vastgesteld waar voor alle visumaanvragen in de desbetreffende regio’s de in het VIS te verwerken gegevens, waaronder foto’s en vingerafdrukken, moeten worden verzameld en overgedragen aan het VIS.

(2)

In artikel 48, lid 4, van Verordening (EG) nr. 767/2008 wordt bepaald dat de volgorde van de regio’s waar het VIS wordt ingevoerd, wordt vastgesteld aan de hand van de volgende criteria: het risico van illegale immigratie, bedreigingen voor de binnenlandse veiligheid van de lidstaten en de haalbaarheid van het verzamelen van biometrische gegevens op alle locaties in de betrokken regio.

(3)

De Commissie heeft voor de regio’s die niet onder Beschikking 2010/49/EG en Uivoeringsbesluit 2012/274/EU vallen aan de hand van deze drie criteria een beoordeling verricht waarbij, wat het eerste criterium betreft, rekening is gehouden met punten als het gemiddelde percentage geweigerde visa, het percentage weigering van toegang en het aantal onderdanen van de desbetreffende derde landen die illegaal op het grondgebied van de lidstaten bleken te verblijven; wat het tweede criterium betreft, is rekening gehouden met een door Europol uitgevoerde dreigingsevaluatie; en wat het derde criterium betreft, is rekening gehouden met het feit dat enkele van de regio’s in de derde reeks een enorm grondgebied bestrijken of zeer grote aantallen visumaanvragers herbergen.

(4)

De aanvangsdatum van de werkzaamheden in elk van de bij dit besluit bedoelde regio’s dient door de Commissie te worden bepaald overeenkomstig artikel 48, lid 3, van Verordening (EG) nr. 767/2008.

(5)

Aangezien de VIS-verordening voortbouwt op het Schengenacquis, heeft Denemarken overeenkomstig artikel 5 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, meegedeeld dat het de VIS-verordening in zijn nationale wetgeving ten uitvoer heeft gelegd. Denemarken is daarom krachtens internationaal recht verplicht dit besluit uit te voeren.

(6)

Dit besluit houdt een ontwikkeling in van bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (4). Dit besluit is derhalve niet bindend voor, noch van toepassing in het Verenigd Koninkrijk.

(7)

Dit besluit houdt een ontwikkeling in van bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (5). Dit besluit is derhalve niet bindend voor, noch van toepassing in Ierland.

(8)

Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt dit besluit een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (6), die vallen onder het gebied dat bedoeld is in artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG van de Raad (7) inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst.

(9)

Wat Zwitserland betreft, houdt dit besluit een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (8), die vallen onder het gebied dat bedoeld is in artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad (9).

(10)

Wat Liechtenstein betreft, houdt dit besluit een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, als bedoeld in het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, die vallen onder het gebied dat bedoeld is in artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad (10).

(11)

Wat Cyprus betreft, is dit besluit een rechtsbesluit dat voortbouwt op het Schengenacquis of op een andere wijze daaraan is gerelateerd, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003.

(12)

Wat Bulgarije en Roemenië betreft, is dit besluit een rechtsbesluit dat voortbouwt op het Schengenacquis of op een andere wijze daaraan is gerelateerd, zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005.

(13)

Wat Kroatië betreft, is dit besluit een rechtsbesluit dat voortbouwt op het Schengenacquis of op een andere wijze daaraan is gerelateerd, zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2011.

(14)

De maatregelen waarin dit besluit voorziet, zijn in overeenstemming met het advies van het comité dat is ingesteld bij artikel 51, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (11),

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De regio’s waar, na de regio’s die bij Uitvoeringsbesluit 2012/274/EU zijn vastgesteld, overeenkomstig artikel 48, lid 3, van Verordening (EG) nr. 767/2008 wordt begonnen met het verzamelen en overdragen van gegevens aan het Visuminformatiesysteem (VIS), zijn de volgende:

—

Twaalfde regio:

—

Costa Rica,

—

El Salvador,

—

Guatemala,

—

Honduras,

—

Nicaragua,

—

Panama.

—

Dertiende regio:

—

Canada,

—

Mexico,

—

Verenigde Staten.

—

Veertiende regio:

—

Antigua en Barbuda,

—

Bahama’s,

—

Barbados,

—

Belize,

—

Cuba,

—

Dominica,

—

Dominicaanse Republiek,

—

Grenada,

—

Guyana,

—

Haïti,

—

Jamaica,

—

Saint Kitts en Nevis,

—

Saint Lucia,

—

Saint Vincent en de Grenadines,

—

Suriname,

—

Trinidad en Tobago.

—

Vijftiende regio:

—

Australië,

—

Fiji,

—

Kiribati,

—

Marshalleilanden,

—

Micronesia,

—

Nauru,

—

Nieuw-Zeeland,

—

Palau,

—

Papoea-Nieuw-Guinea,

—

Samoa,

—

Salomonseilanden,

—

Oost-Timor,

—

Tonga,

—

Tuvalu,

—

Vanuatu.

—

Zestiende regio:

—

Albanië,

—

Bosnië en Herzegovina,

—

voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

—

Kosovo (12),

—

Montenegro,

—

Servië,

—

Turkije.

—

Zeventiende regio:

—

Armenië,

—

Azerbeidzjan,

—

Belarus,

—

Georgië,

—

Moldavië,

—

Oekraïne.

—

Achttiende regio:

Rusland.

—

Negentiende regio:

—

China,

—

Japan,

—

Mongolië,

—

Noord-Korea,

—

Zuid-Korea,

—

Taiwan.

—

Twintigste regio:

—

Bangladesh,

—

Bhutan,

—

India,

—

Maldiven,

—

Nepal,

—

Pakistan,

—

Sri Lanka.

—

Eenentwintigste regio:

—

Andorra,

—

Heilige Stoel,

—

Monaco,

—

San Marino.

—

Tweeëntwintigste regio:

—

Ierland,

—

Verenigd Koninkrijk.

—

Drieëntwintigste regio:

—

Oostenrijk,

—

België,

—

Bulgarije,

—

Kroatië,

—

Cyprus,

—

Tsjechië,

—

Denemarken,

—

Estland,

—

Finland,

—

Frankrijk,

—

Duitsland,

—

Griekenland,

—

Hongarije,

—

Italië,

—

IJsland,

—

Letland,

—

Liechtenstein,

—

Litouwen,

—

Luxemburg,

—

Malta,

—

Nederland,

—

Noorwegen,

—

Polen,

—

Portugal,

—

Roemenië,

—

Slowakije,

—

Slovenië,

—

Spanje,

—

Zweden,

—

Zwitserland.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden.

Gedaan te Brussel, 30 september 2013.

Voor de Commissie

Cecilia MALMSTRÖM

Lid van de Commissie


(1)   PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60.

(2)   PB L 23 van 27.1.2010, blz. 62.

(3)   PB L 134 van 24.5.2012, blz. 20.

(4)   PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

(5)   PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

(6)   PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(7)   PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

(8)   PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

(9)   PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1.

(10)   PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19.

(11)   PB L 381 van 28.12.2006, blz. 4.

(12)  Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.


Rectificaties

10.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/17


Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 768/2013 van de Commissie van 8 augustus 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 917/2004 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 797/2004 van de Raad betreffende maatregelen ter verbetering van de productie en afzet van producten van de bijenteelt

( Publicatieblad van de Europese Unie L 214 van 9 augustus 2013 )

In de bijlage op bladzijde 8, in de rij over HR in de tabel:

in plaats van:

„HR

491 481 ”,

te lezen:

„HR

491 981 ”.


10.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/18


Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1264/2012 van de Raad van 21 december 2012 houdende uitvoering van Verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran

( Publicatieblad van de Europese Unie L 356 van 22 december 2012 )

Bladzijde 58, bijlage, deel I, Entiteiten, vermelding 13:

in plaats van:

„13.

Hong Kong Intertrade Company Ltd

Hong Kong Intertrade Company, Hong Kong

Hong Kong Intertrade Company Ltd (HKICO) helpt op de lijst geplaatste entiteiten bij het schenden van de bepalingen van de EU-verordening inzake Iran en verleent financiële steun aan de regering van Iran. HKICO is een dekmantelbedrijf onder zeggenschap van de door de EU op de lijst geplaatste National Iranian Oil Company (NIOC). Medio 2012 was het de bedoeling dat HKICO miljoenen dollars uit olieverkopen van de NIOC zou ontvangen.

22.12.2012”

te lezen:

„13.

HK Intertrade Company Ltd

HK Intertrade Company, 21st Floor, Tai Yau Building, 181 Johnston Road, Wanchai, Hong Kong

HK Intertrade Company Ltd (HKICO) helpt op de lijst geplaatste entiteiten bij het schenden van de bepalingen van de EU-verordening inzake Iran en verleent financiële steun aan de regering van Iran. HKICO is een dekmantelbedrijf onder zeggenschap van de door de EU op de lijst geplaatste National Iranian Oil Company (NIOC). Medio 2012 was het de bedoeling dat HKICO miljoenen dollars uit olieverkopen van de NIOC zou ontvangen.

22.12.2012”


10.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/19


Rectificatie van Besluit 2012/829/GBVB van de Raad van 21 december 2012 houdende wijziging van Besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran

( Publicatieblad van de Europese Unie L 356 van 22 december 2012 )

Bladzijde 75, bijlage, deel I, Entiteiten, vermelding 13:

in plaats van:

„13.

Hong Kong Intertrade Company Ltd

Hong Kong Intertrade Company, Hong Kong

Hong Kong Intertrade Company Ltd (HKICO) helpt op de lijst geplaatste entiteiten bij het schenden van de bepalingen van de EU-verordening inzake Iran en verleent financiële steun aan de regering van Iran. HKICO is een dekmantelbedrijf onder zeggenschap van de door de EU op de lijst geplaatste National Iranian Oil Company (NIOC). Medio 2012 was het de bedoeling dat HKICO miljoenen dollars uit olieverkopen van de NIOC zou ontvangen.

22.12.2012”

te lezen:

„13.

HK Intertrade Company Ltd

HK Intertrade Company, 21st Floor, Tai Yau Building, 181 Johnston Road, Wanchai, Hong Kong

HK Intertrade Company Ltd (HKICO) helpt op de lijst geplaatste entiteiten bij het schenden van de bepalingen van de EU-verordening inzake Iran en verleent financiële steun aan de regering van Iran. HKICO is een dekmantelbedrijf onder zeggenschap van de door de EU op de lijst geplaatste National Iranian Oil Company (NIOC). Medio 2012 was het de bedoeling dat HKICO miljoenen dollars uit olieverkopen van de NIOC zou ontvangen.

22.12.2012”