|
ISSN 1977-0758 doi:10.3000/19770758.L_2013.206.nld |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 206 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
56e jaargang |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
* |
Bericht aan de lezer — Wijze van vermelden van de handelingen(zie bladzijde 3 van de omslag) |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN
|
2.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 206/1 |
Kennisgeving betreffende de inwerkingtreding van het Protocol inzake de tenuitvoerlegging van de Alpenovereenkomst van 1991 op het gebied van het vervoer (Vervoerprotocol)
Bovengenoemd Protocol (1), dat op 10 juni 2013 namens de Europese Unie is gesloten (2), treedt in werking op 25 september 2013, overeenkomstig artikel 24, lid 3, van het Protocol.
(1) Het Protocol is bekendgemaakt in PB L 323 van 8.12.2007, blz. 15, samen met het besluit betreffende de ondertekening.
VERORDENINGEN
|
2.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 206/2 |
VERORDENING (EU) Nr. 746/2013 VAN DE COMMISSIE
van 29 juli 2013
tot vaststelling van een verbod op de visserij op schartong in de gebieden VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 door vaartuigen die de vlag van Portugal voeren
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) nr. 39/2013 van de Raad van 21 januari 2013 tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor geen internationale onderhandelingen worden gevoerd of geen internationale overeenkomsten gelden (2) zijn quota voor 2013 vastgesteld. |
|
(2) |
Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, het betrokken, voor 2013 toegewezen quotum is opgebruikt. |
|
(3) |
Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het opgebruiken van het quotum
Het quotum dat voor 2013 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.
Artikel 2
Verbodsbepalingen
De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 juli 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Lowri EVANS
Directeur-generaal Maritieme Zaken en Visserij
BIJLAGE
|
Nr. |
15/TQ39 |
|
Lidstaat |
Portugal |
|
Bestand |
LEZ/8C3411 |
|
Soort |
Schartong (Lepidorhombus spp.) |
|
Gebied |
VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 |
|
Datum |
26.6.2013 |
|
2.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 206/4 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 747/2013 VAN DE COMMISSIE
van 1 augustus 2013
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 1 augustus 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0707 00 05 |
TR |
147,7 |
|
ZZ |
147,7 |
|
|
0709 93 10 |
TR |
120,5 |
|
ZZ |
120,5 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
86,0 |
|
BO |
73,4 |
|
|
CL |
73,3 |
|
|
TR |
71,0 |
|
|
UY |
86,3 |
|
|
ZA |
96,7 |
|
|
ZZ |
81,1 |
|
|
0806 10 10 |
CL |
140,3 |
|
EG |
219,0 |
|
|
MA |
158,2 |
|
|
MX |
242,3 |
|
|
TR |
178,0 |
|
|
ZZ |
187,6 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
166,8 |
|
BR |
115,9 |
|
|
CL |
113,6 |
|
|
CN |
96,3 |
|
|
NZ |
136,1 |
|
|
US |
149,4 |
|
|
ZA |
119,8 |
|
|
ZZ |
128,3 |
|
|
0808 30 90 |
AR |
133,4 |
|
CL |
147,5 |
|
|
NZ |
177,1 |
|
|
TR |
159,1 |
|
|
ZA |
115,5 |
|
|
ZZ |
146,5 |
|
|
0809 29 00 |
CA |
303,6 |
|
TR |
340,3 |
|
|
ZZ |
322,0 |
|
|
0809 30 |
TR |
149,1 |
|
ZZ |
149,1 |
|
|
0809 40 05 |
BA |
56,0 |
|
XS |
61,9 |
|
|
ZZ |
59,0 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.
BESLUITEN
|
2.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 206/6 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 28 juni 2013
tot benoeming van een Spaans lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité
(2013/414/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 302,
Gezien de voordracht van de Spaanse regering,
Gezien het advies van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 13 september 2010 heeft de Raad Besluit 2010/570/EU, Euratom vastgesteld tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor het tijdvak van 21 september 2010 tot en met 20 september 2015 (1). |
|
(2) |
Een zetel van lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité is vrijgekomen door het verstrijken van de ambtstermijn van de heer Alberto NADAL BELDA, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De heer Eduardo del PUEYO PÉREZ wordt benoemd tot lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de resterende duur van de ambtstermijn, te weten tot en met 20 september 2015.
Artikel 2
Dit besluit wordt van kracht op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 28 juni 2013.
Voor de Raad
De voorzitter
E. GILMORE
|
2.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 206/7 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2013
tot wijziging van bijlage II bij Beschikking 2006/766/EG wat betreft de opneming van Tristan da Cunha in de lijst van derde landen en gebieden waaruit bepaalde visserijproducten voor menselijke consumptie mogen worden ingevoerd en de schrapping van Mayotte uit die lijst
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 4848)
(Voor de EER relevante tekst)
(2013/415/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (1), en met name artikel 11, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 854/2004 stelt specifieke voorschriften vast voor de organisatie van de officiële controles van producten van dierlijke oorsprong. Zij bepaalt met name dat producten van dierlijke oorsprong alleen mogen worden ingevoerd uit een derde land of een deel van een derde land dat op een overeenkomstig die verordening opgestelde lijst staat. |
|
(2) |
Verordening (EG) nr. 854/2004 bepaalt ook dat bij de opstelling en bijwerking van deze lijsten rekening moet worden gehouden met de controles van de Unie in derde landen en de door de bevoegde autoriteiten van derde landen geboden garanties wat betreft de naleving van of de gelijkwaardigheid van hun wetgeving met de wetgeving van de Unie inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid, als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (2). |
|
(3) |
Beschikking 2006/766/EG van de Commissie van 6 november 2006 tot vaststelling van de lijsten van derde landen en gebieden waaruit tweekleppige weekdieren, stekelhuidigen, manteldieren, mariene buikpotigen en visserijproducten mogen worden ingevoerd (3) bevat de lijsten van de derde landen die aan de in Verordening (EG) nr. 854/2004 bedoelde criteria voldoen en bijgevolg kunnen waarborgen dat die producten aan de hygiënische voorwaarden voldoen die in de wetgeving van de Unie zijn vastgesteld om de gezondheid van de consumenten te beschermen, en dus naar de Unie mogen worden uitgevoerd. Bijlage II bij die beschikking bevat met name een lijst van derde landen en gebieden waaruit visserijproducten voor menselijke consumptie mogen worden ingevoerd. Die lijst geeft ook de beperkingen betreffende de invoer van dergelijke producten uit bepaalde derde landen aan. |
|
(4) |
Op 19 december 2012 heeft de bevoegde overheid van Tristan da Cunha, deel van Sint-Helena, Ascension en Tristan da Cunha, een overzees gebied van het Verenigd Koninkrijk, bij de Commissie een vergunning aangevraagd voor de invoer van zeekreeft (vers of bevroren) in de Unie. Deze aanvraag ging vergezeld van een gedetailleerde beschrijving van het controlesysteem en andere informatie die nodig is om te zorgen voor passende bescherming van de gezondheid van de consument in verband met naar de Unie uitgevoerde zeekreeft. Deze informatie is door de Commissie onderzocht, en daarbij zijn geen tekortkomingen vastgesteld. Op basis van de beschikbare informatie en waarborgen kan Tristan da Cunha worden toegevoegd aan de lijst van bijlage II bij Beschikking 2006/766/EG voor zeekreeft. |
|
(5) |
Overeenkomstig Besluit 2012/419/EU van de Europese Raad van 11 juli 2012 tot wijziging van de status van Mayotte ten aanzien van de Europese Unie (4) is Mayotte met ingang van 1 januari 2014 niet langer een land of gebied overzee, maar een ultraperifeer gebied van de Unie in de zin van artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Derhalve moet op die datum de vermelding van Mayotte in bijlage II bij Beschikking 2006/766/EG worden geschrapt. |
|
(6) |
Beschikking 2006/766/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(7) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In bijlage II bij Beschikking 2006/766/EG wordt de vermelding van Sint-Helena als volgt gewijzigd:
|
„SH |
SINT-HELENA De eilanden Tristan da Cunha en Ascension niet inbegrepen |
|
|
TRISTAN DA CUNHA De eilanden Sint-Helena en Ascension niet inbegrepen |
Alleen zeekreeft (vers of bevroren)” |
Artikel 2
In bijlage II bij Beschikking 2006/766/EG wordt de vermelding betreffende Mayotte geschrapt.
Artikel 3
Artikel 2 is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2013.
Voor de Commissie
Tonio BORG
Lid van de Commissie
(1) PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206.
(2) PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.
|
2.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 206/9 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2013
tot wijziging van bijlage II bij Beschikking 93/195/EEG wat betreft het model van het gezondheidscertificaat voor het opnieuw binnenbrengen in de Europese Unie van geregistreerde paarden voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties na tijdelijke uitvoer voor een periode van minder dan 30 dagen
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 4850)
(Voor de EER relevante tekst)
(2013/416/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2009/156/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (1), en met name artikel 19, onder b),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Beschikking 93/195/EEG van de Commissie van 2 februari 1993 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor het opnieuw binnenbrengen, na tijdelijke uitvoer, van geregistreerde paarden voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties (2) worden verschillende modellen van gezondheidscertificaten vastgesteld voor het opnieuw binnenbrengen in de Unie van geregistreerde paarden die tijdelijk zijn uitgevoerd naar derde landen voor deelname aan wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties. |
|
(2) |
Het model van een gezondheidscertificaat voor het opnieuw binnenbrengen in de Europese Unie van geregistreerde paarden voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties na tijdelijke uitvoer voor een periode van minder dan 30 dagen is opgenomen in bijlage II bij die beschikking. |
|
(3) |
Bij Beschikking 2007/240/EG van de Commissie (3) tot vaststelling van nieuwe veterinaire certificaten voor levende dieren, sperma, embryo’s, eicellen en producten van dierlijke oorsprong die in de Gemeenschap worden binnengebracht uit hoofde van onder meer Beschikking 93/195/EEG, wordt een geüniformiseerd model van het gezondheidscertificaat vastgesteld. |
|
(4) |
Het model van een gezondheidscertificaat in bijlage II bij Beschikking 93/195/EEG moet worden aangepast aan het model van Beschikking 2007/240/EG. |
|
(5) |
Bovendien zijn ten behoeve van de juridische duidelijkheid bepaalde correcties vereist in bijlage II bij Beschikking 93/195/EEG, als gewijzigd bij Besluit 2010/266/EU van de Commissie van 30 april 2010 tot wijziging van de Beschikkingen 92/260/EEG, 93/195/EEG, 93/197/EEG en 2004/211/EG wat betreft de invoer van geregistreerde paarden uit bepaalde delen van China en tot aanpassing van bepaalde benamingen van derde landen (4). |
|
(6) |
Beschikking 93/195/EEG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(7) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage II bij Beschikking 93/195/EEG wordt vervangen door de tekst van de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
De lidstaten staan gedurende een overgangsperiode die loopt tot en met 1 oktober 2013, toe dat geregistreerde paarden voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties na tijdelijke uitvoer naar derde landen voor een periode van niet meer dan 30 dagen opnieuw in de Unie worden binnengebracht, mits zij vergezeld gaan van een veterinair certificaat dat uiterlijk op 21 september 2013 is afgegeven overeenkomstig het model in bijlage II bij Beschikking 93/195/EEG in de versie die gold voordat de bij dit besluit aangebrachte wijzigingen van toepassing zijn geworden.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2013.
Voor de Commissie
Tonio BORG
Lid van de Commissie
(1) PB L 192 van 23.7.2010, blz. 1.
(2) PB L 86 van 6.4.1993, blz. 1.
BIJLAGE
„BIJLAGE II
GEZONDHEIDSCERTIFICAAT
voor het opnieuw binnenbrengen in de Europese Unie van geregistreerde paarden voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties na tijdelijke uitvoer voor een periode van niet meer dan 30 dagen
|
2.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 206/13 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2013
tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2002/99/EG van de Raad houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong wat betreft de toevoeging van een behandeling om specifieke risico’s voor de diergezondheid bij vlees weg te nemen
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 4853)
(Voor de EER relevante tekst)
(2013/417/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (1), en met name artikel 11,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Richtlijn 2002/99/EG worden de algemene veterinairrechtelijke voorschriften vastgesteld voor alle stadia van de productie, de verwerking en de distributie in de Unie en het binnenbrengen uit derde landen van producten van dierlijke oorsprong. |
|
(2) |
Artikel 4 van Richtlijn 2002/99/EG bepaalt dat de lidstaten onder bepaalde voorwaarden toestemming kunnen verlenen voor de productie, verwerking en distributie van producten van dierlijke oorsprong, afkomstig van een grondgebied of een deel van een grondgebied waarvoor veterinairrechtelijke beperkingen gelden. In bijlage III bij die richtlijn is een tabel met behandelingen opgenomen die toegepast kunnen worden op producten van dierlijke oorsprong om de risico’s voor de diergezondheid bij vlees en melk weg te nemen. Deze behandelingen zijn in overeenstemming met de aanbevolen behandelingen in de desbetreffende hoofdstukken van de gezondheidscode voor landdieren van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE-diergezondheidscode). |
|
(3) |
In het hoofdstuk over mond-en-klauwzeer van de OIE-diergezondheidscode is een behandeling opgenomen die de inactivering van het mond-en-klauwzeervirus in vlees garandeert. |
|
(4) |
Die behandeling moet derhalve worden opgenomen in de lijst van behandelingen in de in bijlage III bij Richtlijn 2002/99/EG opgenomen tabel om het risico op mond-en-klauwzeer bij vlees weg te nemen. |
|
(5) |
Bovendien dient de in bijlage III bij Richtlijn 2002/99/EG opgenomen verwijzing naar „pest bij kleine herkauwers” vervangen te worden door „peste des petits ruminants” om de officiële benaming van die ziekte in de OIE-diergezondheidscode weer te geven. Voorts dient het cijfer „1” in de titel van de tabel te worden geschrapt en dient de vermelding „VLEES” voor de behandelingen van melk vervangen te worden door „MELK”. |
|
(6) |
Bijlage III bij Richtlijn 2002/99/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(7) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage III bij Richtlijn 2002/99/EG wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2013.
Voor de Commissie
Tonio BORG
Lid van de Commissie
BIJLAGE
„BIJLAGE III
Behandelingen om specifieke risico’s voor de diergezondheid bij vlees en melk weg te nemen
|
+ |
: |
Doeltreffendheid erkend. |
|
0 |
: |
Doeltreffendheid niet erkend. |
|
VLEES Behandeling (*1) |
Ziekte |
|||||||||
|
Mond-en-klauwzeer |
Klassieke varkenspest |
Vesiculaire varkensziekte |
Afrikaanse varkenspest |
Runderpest |
Ziekte van Newcastle |
Aviaire influenza |
Peste des petits ruminants |
|||
|
+ |
+ |
+ |
+ |
+ |
+ |
+ |
+ |
||
|
+ |
+ |
+ |
0 |
+ |
+ |
+ |
+ |
||
|
+ |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
|
+ |
+ |
+ |
+ |
+ |
+ |
+ |
+ |
||
|
+ |
+ |
+ |
+ |
+ |
— |
— |
+ |
||
|
+ |
+ |
+ |
+ |
+ |
0 |
0 |
0 |
||
|
+ |
+ |
+ |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
|
+ |
+ |
+ |
0 |
+ |
0 |
0 |
0 |
||
|
0 |
0 |
0 |
+ |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
|
+ |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
+ |
||
|
MELK Behandeling (*1) |
Ziekte |
|||||||||
|
Mond-en-klauwzeer |
Klassieke varkenspest |
Vesiculaire varkensziekte |
Afrikaanse varkenspest |
Runderpest |
Ziekte van Newcastle |
Aviaire influenza |
Peste des petits ruminants |
|||
|
MELK en andere zuivelproducten (inclusief room) voor menselijke consumptie |
|
|
|
|
|
|
|
|
||
|
+ |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
|
+ |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
|
+ |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
(*1) De nodige maatregelen moeten worden getroffen om kruisverontreiniging te voorkomen.
(*2) F0 is de berekende dodende werking op sporen van bacteriën. Een F0-waarde van 3,00 betekent dat het koudste punt in het product voldoende behandeld is om dezelfde dodende werking te verkrijgen als 121 °C (250 °F) in 3 minuten met onmiddellijke opwarming en afkoeling.”
|
2.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 206/16 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2013
inzake de goedkeuring door de Commissie van steekproevenplannen, controleplannen en gemeenschappelijke controleprogramma’s voor de weging van visserijproducten overeenkomstig de artikelen 60 en 61 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 4908)
(Slechts de teksten in de Engelse, de Franse, de Nederlandse, de Spaanse en de Zweedse taal zijn authentiek)
(2013/418/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name artikel 60, leden 1 en 3, en artikel 61,
Gezien de indiening van steekproevenplannen, controleplannen en gemeenschappelijke controleprogramma’s door de lidstaten,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 60, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 zien de lidstaten erop toe dat alle visserijproducten, alvorens te worden opgeslagen, vervoerd of verkocht, bij de aanlanding worden gewogen op door de controleautoriteiten goedgekeurde systemen, tenzij een lidstaat een door de Commissie goedgekeurd steekproevenplan heeft aangenomen. Een dergelijk steekproevenplan dient gebaseerd te zijn op de in artikel 76, lid 1, en bijlage XIX van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011van de Commissie (2) beschreven risicogebaseerde methode. |
|
(2) |
Op grond van artikel 61, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 kunnen de lidstaten toestaan dat visserijproducten na vervoer vanaf de plaats van aanlanding worden gewogen, mits de producten naar een bestemming op het grondgebied van de betrokken lidstaat worden vervoerd en deze lidstaat een door de Commissie goedgekeurd controleplan heeft aangenomen. Een dergelijk plan dient in overeenstemming te zijn met de in artikel 77, lid 1, en bijlage XXI van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 beschreven risicogebaseerde methode. |
|
(3) |
Op grond van artikel 61, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 kunnen de controleautoriteiten van de lidstaat waar de visserijproducten worden aangeland, toestaan dat deze producten, voordat zij worden gewogen, worden vervoerd naar geregistreerde kopers, geregistreerde visafslagen of andere instanties of personen die verantwoordelijk zijn voor de eerste afzet van visserijproducten in een andere lidstaat, op voorwaarde dat de betrokken lidstaten een door de Commissie goedgekeurd gemeenschappelijk controleprogramma, zoals bedoeld in artikel 94 van Verordening (EG) nr. 1224/2009, hebben aangenomen. Een dergelijk programma dient in overeenstemming te zijn met de in artikel 77, lid 3, en bijlage XXII van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 beschreven risicogebaseerde methode. |
|
(4) |
Bij Uitvoeringsbesluit 2012/474/EU (3) heeft de Commissie een eerste groep door Duitsland, Ierland, Litouwen, Nederland, Polen, Finland en het Verenigd Koninkrijk aangenomen steekproevenplannen en door Duitsland, Estland, Ierland, Polen, Finland en het Verenigd Koninkrijk aangenomen controleplannen goedgekeurd. Bij Uitvoeringsbesluit 2013/78/EU (4) heeft de Commissie een tweede groep door Bulgarije, Letland, Slovenië en Zweden aangenomen steekproevenplannen en een nieuw door Nederland aangenomen steekproevenplan goedgekeurd alsook een door Frankrijk aangenomen controleplan en een door Ierland en Frankrijk aangenomen gemeenschappelijk controleprogramma. |
|
(5) |
Na de goedkeuring van Uitvoeringsbesluit 2013/78/EU werd door Spanje op 27 februari 2013 een steekproevenplan ingediend, werd door Zweden op 8 november 2012 een controleplan ingediend en werden gemeenschappelijke controleprogramma’s ingediend door België en Frankrijk op 18 december 2012 en door België en Ierland op 14 november 2012. Dit steekproevenplan, dit controleplan en deze gemeenschappelijke controleprogramma’s stroken met de desbetreffende risicogebaseerde methoden. Bijgevolg moeten zij worden goedgekeurd. |
|
(6) |
De Commissie zou de goedkeuring moeten kunnen intrekken indien blijkt dat de betrokken lidstaat de steekproevenplannen, het controleplan of het gemeenschappelijk controleprogramma niet of niet integraal toepast. |
|
(7) |
De Commissie zal toezicht houden op de toepassing van de steekproevenplannen, het controleplan en het gemeenschappelijke controleprogramma teneinde zich ervan te vergewissen dat deze doeltreffend werken en geregeld door de betrokken lidstaat worden herzien. Met het oog daarop moeten de lidstaten bij de Commissie verslag uitbrengen over de toepassing van deze plannen. Indien blijkt dat een dergelijk plan of programma geen adequate weging garandeert, moet de betrokken lidstaat een herzien plan of programma ter goedkeuring bij de Commissie indienen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Goedkeuring
1. Het op 27 februari 2013 door Spanje uit hoofde van artikel 60, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 ingediende steekproevenplan wordt goedgekeurd.
2. Het op 8 november 2012 door Zweden ingediende controleplan voor de weging van visserijproducten na vervoer naar een bestemming op het grondgebied van die lidstaat, als bedoeld in artikel 61, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009, wordt goedgekeurd.
3. De op 18 december 2012 door België en Frankrijk en op 14 november 2012 door België en Ierland ingediende gemeenschappelijke controleprogramma’s voor de weging van visserijproducten na vervoer naar een bestemming in een andere lidstaat, als bedoeld in artikel 61, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009, worden goedgekeurd.
Artikel 2
Intrekking
De Commissie kan de in artikel 1 bedoelde goedkeuring intrekken indien blijkt dat de betrokken lidstaat zijn steekproevenplan, controleplan of gemeenschappelijk controleprogramma niet of niet integraal toepast.
Artikel 3
Verslag
De in artikel 1 bedoelde lidstaten leggen vóór 1 april 2014 een verslag over de toepassing van het in dat artikel bedoelde steekproevenplan en controleplan en de in dat artikel bedoelde gemeenschappelijk controleprogramma’s over aan de Commissie.
Artikel 4
Adressaten
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, Ierland, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek en het Koninkrijk Zweden.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2013.
Voor de Commissie
Maria DAMANAKI
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.
(2) PB L 112 van 30.4.2011, blz. 1.
Rectificaties
|
2.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 206/18 |
Rectificatie van Richtlijn 2009/144/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende bepaalde onderdelen en kenmerken van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen
( Publicatieblad van de Europese Unie L 27 van 30 januari 2010 )
Bladzijde 154, aanhangsel 2 van bijlage IV, punt 3.1. „Algemene eisen”, zevende, achtste en negende alinea:
in plaats van:
„Bij de beproeving met wisselende belasting moet door een passende opbouw van het beproevingsmodel en een zorgvuldige keuze van de installatie voor de krachtuitoefening gewaarborgd zijn, dat naast de beoogde proefkracht geen andere momenten of loodrecht op de proefkracht optredende krachten worden uitgeoefend; de hoekfout voor de krachtrichting bij beproeving met wisselende belasting mag niet groter dan ± 1,5 1,5o zijn;
bij beproeving met aangroeiende belasting moet de hoek bij de hoogste belasting worden ingesteld.
De beproevingsfrequentie mag niet meer dan 30 Hz bedragen. Voor constructiedelen van staal of gietstaal bedraagt het aantal belastingswisselingen 2 · 106. De hierop aansluitende scheurcontrole wordt verricht met de penetrantonderzoekmethode of een gelijkwaardige methode.”,
te lezen:
„Bij de beproeving met wisselende belasting moet door een passende opbouw van het beproevingsmodel en een zorgvuldige keuze van de installatie voor de krachtuitoefening gewaarborgd zijn, dat naast de beoogde proefkracht geen andere momenten of loodrecht op de proefkracht optredende krachten worden uitgeoefend; de hoekfout voor de krachtrichting bij beproeving met wisselende belasting mag niet groter dan ± 1,5o zijn; bij beproeving met aangroeiende belasting moet de hoek bij de hoogste belasting worden ingesteld.
De beproevingsfrequentie mag niet meer dan 30 Hz bedragen.
Voor constructiedelen van staal of gietstaal bedraagt het aantal belastingswisselingen 2 · 106. De hierop aansluitende scheurcontrole wordt verricht met de penetrantonderzoekmethode of een gelijkwaardige methode.”.
|
2.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 206/s3 |
BERICHT AAN DE LEZER
Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie
Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie (PB L 69 van 13.3.2013, blz. 1) zal, met ingang van 1 juli 2013, enkel de elektronische editie van het Publicatieblad authentiek zijn en rechtsgevolgen hebben.
Indien het door onvoorziene en uitzonderlijke omstandigheden niet mogelijk is de elektronische editie van het Publicatieblad te publiceren, zal de gedrukte editie authentiek zijn en rechtsgevolgen hebben overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van Verordening (EU) nr. 216/2013.
|
2.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 206/s3 |
BERICHT AAN DE LEZER — WIJZE VAN VERMELDEN VAN DE HANDELINGEN
Vanaf 1 juli 2013 is de wijze van vermelden van de handelingen veranderd.
Gedurende een overgangsperiode zal zowel de oude als de nieuwe manier worden gebruikt.