ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2013.192.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 192

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

56e jaargang
13 juli 2013


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 665/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van stofzuigers ( 1 )

1

 

*

Verordening (EU) nr. 666/2013 van de Commissie van 8 juli 2013 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor stofzuigers betreft ( 1 )

24

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 667/2013 van de Commissie van 12 juli 2013 tot verlening van een vergunning voor diclazuril als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor opfokleghennen (vergunninghouder Eli Lilly and Company Ltd) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 162/2003 ( 1 )

35

 

*

Verordening (EU) nr. 668/2013 van de Commissie van 12 juli 2013 tot wijziging van de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van 2,4-DB, dimethomorf, indoxacarb en pyraclostrobine in of op bepaalde producten ( 1 )

39

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 669/2013 van de Commissie van 12 juli 2013 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

72

 

 

BESLUITEN

 

 

2013/375/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Raad van 9 juli 2013 tot goedkeuring van de actualisering van het macro-economische aanpassingsprogramma van Portugal

74

 

 

2013/376/EU

 

*

Besluit van de Europese Centrale Bank van 28 juni 2013 tot intrekking van Besluit ECB/2013/13 inzake tijdelijke maatregelen betreffende de beleenbaarheid van door de Republiek Cyprus uitgegeven of gegarandeerde verhandelbare schuldbewijzen (ECB/2013/21)

75

 

 

 

*

Bericht aan de lezer — Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie (zie bladzijde 3 van de omslag)

s3

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

13.7.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. 665/2013 VAN DE COMMISSIE

van 3 mei 2013

houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van stofzuigers

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten (1), en met name artikel 11,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Richtlijn 2010/30/EU moet de Commissie gedelegeerde handelingen vaststellen betreffende de etikettering van energiegerelateerde producten die een aanzienlijk energiebesparingspotentieel en een sterk verschil in prestatieniveaus bij een gelijkwaardige functionaliteit vertonen.

(2)

Het energieverbruik van stofzuigers neemt een aanzienlijk deel van het totale energieverbruik in de Gemeenschap voor zijn rekening. Het energieverbruik van stofzuigers kan in hoge mate worden teruggedrongen.

(3)

Nat-, natdroog-, robot-, industriële, centrale en batterijgevoede stofzuigers, boenmachines en buitenstofzuigers hebben bijzondere kenmerken en moeten daarom worden uitgezonderd van de werkingssfeer van deze verordening.

(4)

De informatie op het etiket moet worden verkregen volgens betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare meetprocedures, waarbij rekening wordt gehouden met de algemeen erkende meest recente meetmethoden waaronder, indien beschikbaar, geharmoniseerde normen die zijn vastgesteld door de Europese normalisatieorganisaties die worden genoemd in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie (2).

(5)

In deze verordening dienen een uniform ontwerp en een uniforme inhoud voor het etiket voor stofzuigers te worden vastgelegd.

(6)

Bovendien moet in deze verordening worden bepaald aan welke eisen de technische documentatie en de productkaart voor stofzuigers moeten voldoen.

(7)

Verder moet in deze verordening worden bepaald aan welke eisen de informatie die dient te worden verstrekt voor vormen van afstandsverkoop van en advertenties en technisch reclamemateriaal voor stofzuigers moet voldoen.

(8)

Het is passend deze verordening te herzien in het licht van de technologische vooruitgang,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   In deze verordening worden de eisen inzake de etikettering en de voorziening van aanvullende productinformatie vastgesteld voor op het elektriciteitsnet aan te sluiten stofzuigers, met inbegrip van hybride stofzuigers.

2.   Deze verordening is niet van toepassing op:

(a)

nat-, natdroog-, batterijgevoede, robot-, industriële en centrale stofzuigers;

(b)

boenmachines;

(c)

buitenstofzuigers.

Artikel 2

Definities

Naast de definities in artikel 2 van Richtlijn 2010/30/EU zijn in het kader van de onderhavige verordening de volgende definities van toepassing:

1.   "stofzuiger": een apparaat dat vuil van een te reinigen oppervlak verwijdert door middel van een luchtstroom die tot stand komt door een binnen de eenheid opgewekte onderdruk;

2.   "hybride stofzuiger": een stofzuiger die door zowel het elektriciteitsnet als batterijen van stroom kan worden voorzien;

3.   "natstofzuiger": een stofzuiger die droog en/of nat materiaal (vuil) van een oppervlakte verwijdert door schoonmaakmiddel op waterbasis of stoom op het te reinigen oppervlak aan te brengen en deze, met het vuil, weer te verwijderen door een luchtstroom die tot stand komt door een binnen de eenheid opgewekte onderdruk, met inbegrip van soorten die algemeen bekend staan als sproei-extractiemachines;

4.   "natdroogstofzuiger": een stofzuiger die zo ontworpen is dat hij een hoeveelheid van meer dan 2,5 liter vocht kan verwijderen, gecombineerd met de functie van een droge stofzuiger;

5.   "droogstofzuiger": een stofzuiger die zo ontworpen is dat hij voornamelijk droog vuil (stof, vezels, draden) kan verwijderen, met inbegrip van soorten die zijn voorzien van een batterijgevoede actieve zuigmond;

6.   "batterijgevoede actieve zuigmond": een zuigmond voorzien van een klopapparaat dat door batterijen wordt gevoed om de vuilverwijdering te ondersteunen;

7.   "batterijgevoede stofzuiger": een stofzuiger die uitsluitend door batterijen wordt gevoed;

8.   "robotstofzuiger": een batterijgevoede stofzuiger die zonder menselijke tussenkomst kan werken binnen een bepaald oppervlak, en die bestaat uit een mobiel gedeelte en een oplaadstation en/of andere accessoires om de werking ervan te ondersteunen;

9.   "industriële stofzuiger": een stofzuiger die is ontworpen als onderdeel van een productieproces, die is ontworpen om gevaarlijke stoffen te verwijderen, die is ontworpen om zwaar stof van bouwwerkzaamheden, gieterij, mijnbouw of voedingsindustrie te verwijderen, als onderdeel van een industriële machine of een industrieel werktuig en/of een professionele stofzuiger met een zuigmondbreedte van meer dan 0,50 m;

10.   "professionele stofzuiger": een stofzuiger voor professionele huishouddoeleinden en bedoeld voor gebruik door leken, schoonmaakpersoneel of schoonmaakbedrijven in kantoren, winkels, ziekenhuizen en hotels, als zodanig aangegeven door de fabrikant in de verklaring van overeenstemming overeenkomstig Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad (3);

11.   "centrale stofzuiger": een stofzuiger met een vaste (niet-verplaatsbare) onderdrukbron op een bepaalde plaats en met slangaansluitingen op vaste plaatsen in het gebouw;

12.   "boenmachine": een elektrisch apparaat dat bedoeld is om bepaalde soorten vloeren te beschermen, glad te maken en/of weer te doen glanzen, gewoonlijk gebruikt in combinatie met een boenmiddel dat door het apparaat op de vloer moet worden gewreven en gewoonlijk ook uitgerust met een stofzuiger als hulpfunctie;

13.   "buitenstofzuiger": een apparaat dat is ontworpen voor gebruik buitenshuis om afval zoals gemaaid gras en bladeren in een opvangbak te verzamelen door middel van een luchtstroom die tot stand komt door een binnen de eenheid opgewekte onderdruk, dat een versnipperaar kan bevatten en dat soms ook als blazer dienst kan doen;

14.   "groot formaat batterijgevoede stofzuiger": een batterijgevoede stofzuiger die, wanneer hij volledig geladen is, 15 m2 vloeroppervlak kan reinigen door twee dubbele gangen te maken op elk vloerdeel zonder te worden opgeladen;

15.   "waterfilterstofzuigers": een droogstofzuiger die meer dan 0,5 liter water gebruikt als filtermedium, waarbij de aangezogen lucht door het water wordt geleid, waardoor het verwijderde droge materiaal op weg door het water daarin achterblijft;

16.   "huishoudstofzuiger": een stofzuiger die bedoeld is voor gebruik in huishoudens of in huiselijke situaties, als zodanig aangegeven door de fabrikant in de verklaring van overeenstemming overeenkomstig Richtlijn 2006/95/EG van het Europees Parlement en de Raad (4);

17.   "stofzuiger voor algemene doeleinden": een stofzuiger die is voorzien van een vaste, of ten minste één afneembare zuigmond die bedoeld is voor het reinigen van zowel tapijten als harde vloeren, of die is voorzien van zowel ten minste één afneembare zuigmond die specifiek voor het reinigen van tapijten is ontworpen en ten minste één afneembare zuigmond voor het reinigen van harde vloeren;

18.   "hardevloerenstofzuiger": een stofzuiger die is voorzien van een vaste zuigmond die speciaal is ontworpen voor het reinigen van harde vloeren, of die uitsluitend is voorzien van één of meer afneembare zuigmonden die speciaal zijn ontworpen voor het reinigen van harde vloeren;

19.   "tapijtstofzuiger": een stofzuiger die is voorzien van een vaste zuigmond die speciaal is ontworpen voor het reinigen van tapijten, of die uitsluitend is voorzien van één of meer afneembare zuigmonden die speciaal zijn ontworpen voor het reinigen van tapijten;

20.   "equivalente stofzuiger": een model op de markt gebrachte stofzuiger met eenzelfde toegevoerd vermogen, jaarlijks energieverbruik, stofopname op tapijten en harde vloeren, heruitstoot van stof en geluidsvermogensniveau als een ander model stofzuiger dat onder een ander commercieel codenummer op de markt is gebracht door dezelfde fabrikant.

Artikel 3

Verantwoordelijkheden van leveranciers en tijdschema

1.   De leveranciers garanderen dat met ingang van 1 september 2014:

a)

elke stofzuiger wordt geleverd met een gedrukt etiket in het formaat en met vermelding van de informatie zoals beschreven in bijlage II;

b)

een productkaart, zoals beschreven in bijlage III, beschikbaar wordt gesteld;

c)

de in bijlage IV bedoelde technische documentatie op verzoek ter beschikking van de instanties van de lidstaten en van de Commissie wordt gesteld;

d)

in elke advertentie voor een specifiek model van een stofzuiger de energie-efficiëntieklasse wordt vermeld, indien de advertentie energiegerelateerde of prijsinformatie bevat;

e)

in al het technisch promotiemateriaal betreffende een specifiek model van een stofzuiger waarin de specifieke technische parameters voor dat model worden beschreven, de energie-efficiëntieklasse van dat model wordt vermeld.

2.   De opmaak van het in bijlage II beschreven etiket wordt volgens het volgende tijdschema van toepassing:

a)

voor stofzuigers die met ingang van 1 september 2014 op de markt zijn gebracht, moeten de etiketten overeenkomstig etiket 1 van bijlage II zijn;

b)

voor stofzuigers die met ingang van 1 september 2017 op de markt zijn gebracht, moeten de etiketten overeenkomstig etiket 2 van bijlage II zijn.

Artikel 4

Verantwoordelijkheden van handelaars

De handelaars garanderen dat met ingang van 1 september 2014:

a)

elk model stofzuiger dat in het verkooppunt wordt uitgestald, het etiket vertoont dat door de leveranciers overeenkomstig artikel 3 is verstrekt, welk etiket hetzij aan de buitenzijde van het apparaat is aangebracht of op een zodanige wijze eraan is gehangen, dat het duidelijk zichtbaar is;

b)

stofzuigers die te koop, te huur of in huurkoop worden aangeboden en waarbij van de eindgebruiker niet kan worden verwacht dat hij het product uitgestald te zien krijgt, als gespecificeerd in artikel 7 van Richtlijn 2010/30/EU, in de handel worden gebracht met de overeenkomstig bijlage V bij deze verordening door de leverancier te verstrekken informatie;

c)

in elke advertentie voor een specifiek model stofzuiger de energie-efficiëntieklasse wordt vermeld indien de advertentie energiegerelateerde of prijsinformatie bevat.

d)

in al het technisch promotiemateriaal betreffende een specifiek model stofzuiger waarin de specifieke technische parameters voor dat model worden beschreven, de energie-efficiëntieklasse van dat model wordt vermeld.

Artikel 5

Meetmethoden

De op grond van de artikelen 3 en 4 te verstrekken informatie wordt verkregen met behulp van betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare meet- en berekeningsmethoden, waarbij rekening wordt gehouden met de erkende meest recente meet- en berekeningsmethoden, zoals uiteengezet in bijlage VI.

Artikel 6

Controleprocedure met het oog op markttoezicht

De lidstaten passen de procedure van bijlage VII toe om te beoordelen of de opgegeven energie-efficiëntieklasse, reinigingsprestatieklasse en stofheruitstootklasse, en het jaarlijkse energieverbruik en het geluidsvermogensniveau kloppen.

Artikel 7

Herziening

Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding ervan evalueert de Commissie deze verordening in het licht van de technologische vooruitgang. Tijdens de evaluatie worden met name de in bijlage VII vastgestelde controletoleranties beoordeeld, alsmede of de batterijgevoede stofzuigers van groot formaat in de werkingssfeer van de verordening moeten worden opgenomen en of het doenlijk is meetmethoden te gebruiken voor jaarlijkse eisen ten aanzien van energieverbruik, stofopname en heruitstoot van stof die zijn gebaseerd op een gedeeltelijk gevulde in plaats van een lege stofcontainer.

Artikel 8

Overgangsbepaling

Deze verordening is met ingang van 1 september 2017 van toepassing op waterfilterstofzuigers.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 mei 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 153 van 18.6.2010, blz. 1.

(2)   PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12.

(3)   PB L 157 van 9.6.2006, blz. 24.

(4)   PB L 374 van 27.12.2006, blz. 10.


BIJLAGE I

Energie-efficiëntieklassen, reinigingsprestatieklassen en stofheruitstootklassen

1.   Energie-efficiëntieklassen

De energie-efficiëntieklasse van een stofzuiger wordt bepaald aan de hand van het jaarlijkse energieverbruik ervan, zoals aangegeven in tabel 1. Het jaarlijkse energieverbruik van een stofzuiger wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage VI.

Tabel 1

Energie-efficiëntieklassen

Energie-efficiëntieklasse

Jaarlijks energieverbruik (AE) (kWh/j)

Etiket 1

Etiket 2

A+++

n.v.t.

AE ≤ 10,0

A++

n.v.t.

10,0 < AE ≤ 16,0

A+

n.v.t.

16,0 < AE ≤ 22,0

A

AE ≤ 28,0

22,0 < AE ≤ 28,0

B

28,0 < AE ≤ 34,0

28,0 < AE ≤ 34,0

C

34,0 < AE ≤ 40,0

34,0 < AE ≤ 40,0

D

40,0 < AE ≤ 46,0

AE > 40,0

E

46,0 < AE ≤ 52,0

n.v.t.

F

52,0 < AE ≤ 58,0

n.v.t.

G

AE > 58,0

n.v.t.

2.   Reinigingsprestatieklassen

De reinigingsprestatieklasse van een stofzuiger wordt bepaald aan de hand van de stofopname (dpu) ervan, zoals aangegeven in tabel 2. De stofopname van een stofzuiger wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage VI.

Tabel 2

Reinigingsprestatieklassen

Reinigingsprestatieklasse

Stofopname op tapijt (dpuc )

Stofopname op harde vloeren (dpuhf )

A

dpuc ≥ 0,91

dpuhf ≥ 1,11

B

0,87 ≤ dpuc < 0,91

1,08 ≤ dpuhf < 1,11

C

0,83 ≤ dpuc < 0,87

1,05 ≤ dpuhf < 1,08

D

0,79 ≤ dpuc < 0,83

1,02 ≤ dpuhf < 1,05

E

0,75 ≤ dpuc < 0,79

0,99 ≤ dpuhf < 1,02

F

0,71 ≤ dpuc < 0,75

0,96 ≤ dpuhf < 0,99

G

dpuc < 0,71

dpuhf < 0,96

3.   Heruitstoot van stof

De stofheruitstootklasse van een stofzuiger wordt bepaald aan de hand van de heruitstoot van stof ervan, zoals aangegeven in tabel 3. De heruitstoot van stof van een stofzuiger wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage VI.

Tabel 3

Stofheruitstootklassen

Stofheruitstootklasse

Heruitstoot van stof (dre)

A

dre ≤ 0,02 %

B

0,02 % < dre ≤ 0,08 %

C

0,08 % < dre ≤ 0,20 %

D

0,20 % < dre ≤ 0,35 %

E

0,35 % < dre ≤ 0,60 %

F

0,60 % < dre ≤ 1,00 %

G

dre > 1,00 %


BIJLAGE II

Etiket

1.   ETIKET 1

1.1.   Stofzuigers voor algemene doeleinden

De volgende informatie wordt op het etiket vermeld:

Image 1

I, II

III

IV

V, VIII

VI, VII

665/2013 - I

I.

de naam van de leverancier of het handelsmerk;

II.

de typeaanduiding van de leverancier, d.w.z. de doorgaans alfanumerieke code waarmee een specifiek model stofzuiger wordt onderscheiden van andere modellen met hetzelfde handelsmerk of dezelfde leveranciersnaam;

III.

de energie-efficiëntieklasse, zoals gedefinieerd in bijlage I; de punt van de pijl waarin de energie-efficiëntieklasse van de stofzuiger is vermeld, wordt op dezelfde hoogte geplaatst als de punt van de pijl van de relevante energie-efficiëntieklasse;

IV.

het gemiddelde jaarlijkse energieverbruik, zoals gedefinieerd in bijlage VI;

V.

de stofheruitstootklasse, zoals vastgesteld overeenkomstig bijlage I;

VI.

de tapijtreinigingsprestatieklasse, zoals vastgesteld overeenkomstig bijlage I.

VII.

de hardevloerenreinigingsprestatieklasse, zoals vastgesteld overeenkomstig bijlage I;

VIII.

het geluidsvermogensniveau, zoals gedefinieerd in bijlage VI.

Het ontwerp van de etiketten moet in overeenstemming zijn met het model in punt 4.1 van deze bijlage. In afwijking daarvan mag, wanneer aan een bepaald model een "EU-milieukeur" is toegekend krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad (1), een kopie van de EU-milieukeur worden toegevoegd.

1.2.   Hardevloerenstofzuigers

Image 2

I, II

III

IV

V, VIII

VI, VII

665/2013 - I

De volgende informatie wordt op het etiket vermeld:

I.

de naam van de leverancier of het handelsmerk;

II.

de typeaanduiding van de leverancier, d.w.z. de doorgaans alfanumerieke code waarmee een specifiek model stofzuiger wordt onderscheiden van andere modellen met hetzelfde handelsmerk of dezelfde leveranciersnaam;

III.

de energie-efficiëntieklasse, zoals gedefinieerd in bijlage I; de punt van de pijl waarin de energie-efficiëntieklasse van de stofzuiger is vermeld, wordt op dezelfde hoogte geplaatst als de punt van de pijl van de relevante energie-efficiëntieklasse;

IV.

het gemiddelde jaarlijkse energieverbruik, zoals gedefinieerd in bijlage VI;

V.

de stofheruitstootklasse, zoals vastgesteld overeenkomstig bijlage I;

VI.

het uitsluitingsteken;

VII.

de hardevloerenreinigingsprestatieklasse, zoals vastgesteld overeenkomstig bijlage I;

VIII.

het geluidsvermogensniveau, zoals gedefinieerd in bijlage VI.

Het ontwerp van de etiketten moet in overeenstemming zijn met het model in punt 4.2 van deze bijlage. In afwijking daarvan mag, wanneer aan een bepaald model een "EU-milieukeur" is toegekend krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad, een kopie van de EU-milieukeur worden toegevoegd.

1.3.   Tapijtstofzuigers

Image 3

I, II

III

IV

V, VIII

VI, VII

665/2013 - I

De volgende informatie wordt op het etiket vermeld:

I.

de naam van de leverancier of het handelsmerk;

II.

de typeaanduiding van de leverancier, d.w.z. de doorgaans alfanumerieke code waarmee een specifiek model stofzuiger wordt onderscheiden van andere modellen met hetzelfde handelsmerk of dezelfde leveranciersnaam;

III.

de energie-efficiëntieklasse, zoals gedefinieerd in bijlage I; de punt van de pijl waarin de energie-efficiëntieklasse van de stofzuiger is vermeld, wordt op dezelfde hoogte geplaatst als de punt van de pijl van de relevante energie-efficiëntieklasse;

IV.

het gemiddelde jaarlijkse energieverbruik, zoals gedefinieerd in bijlage VI;

V.

de stofheruitstootklasse, zoals vastgesteld overeenkomstig bijlage I;

VI.

de tapijtreinigingsprestatieklasse, zoals vastgesteld overeenkomstig bijlage I;

VII.

het uitsluitingsteken;

VIII.

het geluidsvermogensniveau, zoals gedefinieerd in bijlage VI.

Het ontwerp van de etiketten moet in overeenstemming zijn met het model in punt 4.3 van deze bijlage. In afwijking daarvan mag, wanneer aan een bepaald model een "EU-milieukeur" is toegekend krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad, een kopie van de EU-milieukeur worden toegevoegd.

2.   ETIKET 2

2.1.   Stofzuigers voor algemene doeleinden

Image 4

I, II

III

IV

V, VIII

VI, VII

665/2013 - II

De in punt 1.1 bedoelde informatie wordt vermeld op het etiket.

Het ontwerp van de etiketten moet in overeenstemming zijn met het model in punt 4.1 van deze bijlage. In afwijking daarvan mag, wanneer aan een bepaald model een "EU-milieukeur" is toegekend krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad, een kopie van de EU-milieukeur worden toegevoegd.

2.2.   Hardevloerenstofzuigers

Image 5

I, II

III

IV

V, VIII

VI, VII

665/2013 - II

De in punt 1.2 bedoelde informatie wordt vermeld op het etiket.

Het ontwerp van de etiketten moet in overeenstemming zijn met het model in punt 4.2 van deze bijlage. In afwijking daarvan mag, wanneer aan een bepaald model een "EU-milieukeur" is toegekend krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad, een kopie van de EU-milieukeur worden toegevoegd.

2.3.   Tapijtstofzuigers

Image 6

I, II

III

IV

V, VIII

VI, VII

665/2013 - II

De in punt 1.3 bedoelde informatie wordt vermeld op het etiket.

Het ontwerp van de etiketten moet in overeenstemming zijn met het model in punt 4.3 van deze bijlage. In afwijking daarvan mag, wanneer aan een bepaald model een "EU-milieukeur" is toegekend krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad, een kopie van de EU-milieukeur worden toegevoegd.

3.   ONTWERP VAN HET ETIKET

3.1.   Het ontwerp van de etiketten voor stofzuigers voor algemene doeleinden is als volgt:

Image 7

665/2013 - I

Waarbij het volgende geldt:

(a)

Het etiket moet ten minste 75 mm breed en 150 mm hoog zijn. Wanneer het etiket groter wordt afgedrukt, moet de inhoud in verhouding tot de bovenvermelde specificaties blijven.

(b)

De achtergrond moet wit zijn.

(c)

Voor het etiket moeten de kleuren cyaan, magenta, geel en zwart worden gebruikt, zoals in het onderstaande voorbeeld: 00-70-X-00: 0 % cyaan, 70 % magenta, 100 % geel, 0 % zwart.

(d)

Het etiket moet aan alle hierna genoemde voorwaarden voldoen (de cijfers verwijzen naar de bovenstaande afbeelding):

Image 8

Lijndikte van de rand van het EU-etiket: 3,5 pt – kleur: 100 % cyaan – afgeronde hoeken: 2,5 mm.

Image 9

EU-logo: kleuren: X-80-00-00 en 00-00-X-00.

Image 10

Energielogo: kleur: X-00-00-00. Pictogram zoals afgebeeld: EU-logo + energielogo: breedte: 62 mm, hoogte: 12 mm.

Image 11

Rand sublogo's: 1 pt – kleur: 100 % cyaan – lengte: 62 mm.

Image 12

Schaal A-G en A+++-D:

Pijl: hoogte: 6 mm, tussenruimte: 1 mm – kleuren:

hoogste klasse: X-00-X-00

tweede klasse: 70-00-X-00,

derde klasse: 30-00-X-00,

vierde klasse: 00-00-X-00,

vijfde klasse: 00-30-X-00,

zesde klasse: 00-70-X-00,

laagste klasse: 00-X-X-00,

Tekst: Calibri bold 13 pt, hoofdletters, wit.

Image 13

Energie-efficiëntieklasse

Pijl: breedte: 17 mm, hoogte: 9 mm, 100 % zwart;

Tekst: Calibri bold 18,5 pt, hoofdletters, wit. "+"-symbolen: Calibri bold 11 pt, wit, op één enkele lijn.

Image 14

Energie

Tekst: Calibri regular 6 pt, hoofdletters, zwart.

Image 15

Jaarlijks energieverbruik in kWh/annum:

Waarde ‧YZ‧: Calibri bold 20 pt, 100 % zwart;

"kWh/annum": Calibri bold 12 pt, 100 % zwart.

Image 16

Reinigingsprestaties op tapijt:

Rand: 1,5 pt – kleur: 100 % cyaan – afgeronde hoeken: 2,5 mm;

Letters: Calibri regular 13,5 pt, 100 % zwart; en Calibri bold 18 pt, 100 % zwart.

Image 17

Reinigingsprestaties op harde vloeren:

Rand: 1,5 pt – kleur: 100 % cyaan – afgeronde hoeken: 2,5 mm;

Letters: Calibri regular 13,5 pt, 100 % zwart; en Calibri bold 18 pt, 100 % zwart.

Image 18

Heruitstoot van stof

Rand: 1,5 pt – kleur: 100 % cyaan – afgeronde hoeken: 2,5 mm;

Letters: Calibri regular 13,5 pt, 100 % zwart; en Calibri bold 18 pt, 100 % zwart.

Image 19

Geluidsvermogensniveau:

Rand: 1,5 pt – kleur: 100 % cyaan – afgeronde hoeken: 2,5 mm;

Waarde: Calibri bold 16 pt, 100 % zwart;

"dB": Calibri regular 11 pt, 100 % zwart.

Image 20

Naam van de leverancier of handelsmerk

Image 21

Typeaanduiding van de leverancier

Image 22

De naam van de leverancier of het handelsmerk en de typeaanduiding moeten passen in een ruimte van 62 × 10 mm.

Image 23

Nummer van de verordening en van het etiket:

Tekst: Calibri bold 8 pt.

3.2.   Het ontwerp van de etiketten voor hardevloerenstofzuigers is als volgt:

Image 24

665/2013 - I

Waarbij het volgende geldt:

De beschrijving van het ontwerp van het etiket is overeenkomstig punt 4.1 van deze bijlage, behalve voor nummer 9, waarvoor het volgende geldt:

Image 25

Reinigingsprestaties op tapijt:

Uitsluitingsteken: rand 3 pt – kleur: 00-X-X-00 (100 % rood) – diameter 16 mm.

3.3.   Het ontwerp van de etiketten voor tapijtstofzuigers is als volgt:

Image 26

665/2013 - I

Waarbij het volgende geldt:

De beschrijving van het ontwerp van het etiket is overeenkomstig punt 4.1 van deze bijlage, behalve voor nummer 10, waarvoor het volgende geldt:

Image 27

Reinigingsprestaties op harde vloeren:

Uitsluitingsteken: rand 3 pt – kleur: 00-X-X-00 (100 % rood) – diameter 16 mm.


(1)   PB L 27 van 30.1.2010, blz. 1.


BIJLAGE III

Productkaart

1.

De informatie op de productkaart van de stofzuiger wordt in de onderstaande volgorde verstrekt en opgenomen in de productbrochure of andere schriftelijke informatie die samen met het product wordt geleverd:

a)

de naam van de leverancier of het handelsmerk;

b)

de typeaanduiding van het model van de leverancier, d.w.z. de doorgaans alfanumerieke code waarmee een specifiek model stofzuiger wordt onderscheiden van andere modellen met hetzelfde handelsmerk of dezelfde leveranciersnaam;

c)

de energie-efficiëntieklasse, zoals bepaald overeenkomstig bijlage I;

d)

het jaarlijkse energieverbruik in kWh/jaar, afgerond tot op één cijfer achter de komma, zoals vastgesteld in bijlage VI; het wordt als volgt omschreven: "Indicatief jaarlijks energieverbruik (kWh per jaar) op basis van 50 reinigingsbeurten. Het werkelijke jaarlijkse energieverbruik wordt bepaald door de wijze waarop het apparaat wordt gebruikt.";

e)

voor stofzuigers voor algemeen gebruik en tapijtstofzuigers: de tapijtreinigingsprestatieklasse die is vastgesteld overeenkomstig bijlage I; voor hardevloerenstofzuigers de vermelding: "niet geschikt voor gebruik op tapijten met de geleverde zuigmond";

f)

voor stofzuigers voor algemeen gebruik en hardevloerenstofzuigers: de hardevloerenreinigingsprestatieklasse die is vastgesteld overeenkomstig bijlage I; voor tapijtstofzuigers de vermelding: "niet geschikt voor gebruik op harde vloeren met de geleverde zuigmond";

g)

de stofheruitstootklasse, zoals vastgesteld overeenkomstig bijlage I;

h)

het geluidsvermogensniveau, zoals gedefinieerd in bijlage VI;

i)

het nominaal ingangsvermogen, zoals gedefinieerd in bijlage VI;

j)

wanneer krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 een EU-milieukeur is toegekend aan het model, kan dit hier worden vermeld.

2.

Één kaart kan betrekking hebben op meerdere modellen stofzuigers die door dezelfde leverancier worden geleverd.

3.

De informatie op de kaart kan worden verstrekt door het etiket in kleur of in zwart-wit af te beelden. In dit geval wordt ook de nog niet op het etiket weergegeven informatie van punt 1 verstrekt.

BIJLAGE IV

Technische documentatie

1.

De in artikel 3 bedoelde technische documentatie bevat:

a)

de naam en het adres van de leverancier;

b)

een algemene beschrijving van het type en/of model stofzuiger en/of het commerciële codenummer daarvan, aan de hand waarvan deze eenduidig en gemakkelijk kan worden geïdentificeerd;

c)

in voorkomend geval de referenties van de toegepaste geharmoniseerde normen;

d)

in voorkomend geval de overige gebruikte technische normen en specificaties;

e)

de identificatie en handtekening van de persoon die gemachtigd is om de leverancier te binden;

f)

technische parameters voor metingen en berekeningen overeenkomstig bijlage VI:

i)

het specifieke energieverbruik tijdens de tapijttest, indien van toepassing;

ii)

het specifieke energieverbruik tijdens de hardevloerentest, indien van toepassing;

iii)

de stofopname op tapijt en op harde vloeren, indien van toepassing;

iv)

de heruitstoot van stof;

v)

het geluidsvermogensniveau;

vi)

het nominaal ingangvermogen;

vii)

specifieke waarden als aangegeven in de punten 3 en 4 van bijlage VI, indien van toepassing;

g)

de resultaten van berekeningen die zijn uitgevoerd overeenkomstig bijlage VI.

2.

Wanneer de in de technische documentatie voor een bepaald model stofzuiger opgenomen informatie verkregen is door berekening op basis van een gelijkwaardige stofzuiger, worden in de technische documentatie nadere gegevens opgenomen inzake die berekeningen, alsmede inzake de tests die de leveranciers hebben uitgevoerd om de nauwkeurigheid van de uitgevoerde berekeningen te verifiëren. De technische informatie omvat ook een lijst van alle andere equivalente stofzuigermodellen waarover de informatie op soortgelijke wijze is verkregen.

3.

De informatie in deze technische documentatie kan worden samengevoegd met de technische documentatie die wordt verstrekt overeenkomstig de op grond van Richtlijn 2009/125/EG vastgestelde maatregelen.

BIJLAGE V

Informatie die moet worden verstrekt wanneer de eindgebruiker het uitgestalde product niet kan zien

1.

De informatie waarnaar wordt verwezen in artikel 4, onder b), wordt in de volgende volgorde verstrekt:

a)

de energie-efficiëntieklasse, zoals bepaald overeenkomstig bijlage I;

b)

het jaarlijkse energieverbruik, zoals gedefinieerd in bijlage VI;

c)

voor stofzuigers voor algemeen gebruik en tapijtstofzuigers: de tapijtreinigingsprestatieklasse die is vastgesteld overeenkomstig bijlage I; voor hardevloerenstofzuigers de vermelding: "niet geschikt voor gebruik op tapijten";

d)

voor stofzuigers voor algemeen gebruik en hardevloerenstofzuigers: de hardevloerenreinigingsprestatieklasse die is vastgesteld overeenkomstig bijlage I; voor tapijtstofzuigers de vermelding: "niet geschikt voor gebruik op harde vloeren";

e)

de stofheruitstootklasse, zoals vastgesteld overeenkomstig bijlage I;

f)

het geluidsvermogensniveau, zoals gedefinieerd in bijlage VI.

2.

Wanneer daarnaast andere in de productkaart opgenomen informatie wordt verstrekt, gebeurt dit in de in bijlage III vermelde vorm en volgorde.

3.

De in deze bijlage bedoelde informatie wordt in een leesbaar lettertype en op een leesbare grootte afgedrukt of getoond.

BIJLAGE VI

Meet- en berekeningsmethoden

1.   Met het oog op de naleving en de controle op de naleving van de eisen van deze verordening dienen metingen en berekeningen te worden verricht aan de hand van betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methoden, waarbij rekening wordt gehouden met de algemeen erkende meest recente meet- en berekeningsmethoden, waaronder geharmoniseerde normen waarvan de referentienummers voor dat doel zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij moeten aan alle in deze bijlage vastgestelde technische definities, voorwaarden, vergelijkingen en parameters voldoen.

2.   Technische definities

a)   "hardevloerentest": een test van twee schoonmaakcycli waarbij de zuigmond van een stofzuiger met maximale zuigkracht over een testgebied gaat bestaande uit een houten testplaat met een breedte die gelijk is aan de breedte van de zuigmond, waarin diagonaal (onder een hoek van 45°) een testspleet is aangebracht, waarbij de verstreken tijd, het elektriciteitsverbruik en de relatieve positie van het midden van de zuigmond ten opzichte van het testgebied permanent wordt gemeten en vastgelegd bij een juiste steekproeffrequentie en waarbij aan het einde van elke reinigingscyclus de afname van de massa van de testspleet wordt beoordeeld;

b)   "testspleet": een afneembaar U-vormig inzetstuk van passende afmetingen dat aan het begin van een reinigingscyclus wordt gevuld met passend kunstmatig stof;

c)   "tapijttest": een test met een passend aantal reinigingscycli op een testopstelling van wiltontapijt waarbij de zuigmond van een stofzuiger met maximale zuigkracht over het testgebied gaat dat even breed is als de zuigmond en dat een passende lengte heeft, vuilgemaakt met gelijk verdeeld en passend ingebracht teststof van een passende samenstelling, waarbij de verstreken tijd, het elektriciteitsverbruik en de relatieve positie van het midden van de zuigmond ten opzichte van het testgebied permanent wordt gemeten en vastgelegd bij een juiste steekproeffrequentie en waarbij aan het einde van elke reinigingscyclus de toename van de massa in de stofcontainer van het apparaat wordt beoordeeld;

d)   "zuigmondbreedte" (in meter, tot op 3 decimalen nauwkeurig): maximale breedte aan de buitenzijde van de zuigmond;

e)   "reinigingscyclus": een serie van 5 dubbele gangen van de stofzuiger over een vloerspecifiek testgebied ("tapijt" of "harde vloer");

f)   "dubbele gang": betekent één voorwaartse beweging en één achterwaartse beweging van de zuigmond in een parallel patroon, uitgevoerd met een uniforme testgangsnelheid en met een gespecificeerde testganglengte;

g)   "testgangsnelheid" (in meter per uur): passende zuigmondsnelheid voor testdoeleinden, bij voorkeur tot stand gebracht met een elektromechanisch toestel. Producten met zichzelf voortbewegende zuigmonden moeten zo dicht mogelijk bij de juiste snelheid komen, maar een afwijking is toegestaan wanneer dat duidelijk is aangegeven in de technische documentatie;

h)   "testganglengte" (in meter): de lengte van het testgebied plus de afstand die door het midden van de zuigmond wordt afgelegd wanneer die wordt bewogen over de passende versnellingszones vóór en na het testgebied;

i)   "stofopname" (dust pick-up dpu – tot op 3 decimalen nauwkeurig): betekent de verhouding van de massa van de verwijderde hoeveelheid kunstmatig stof, die voor tapijt wordt vastgesteld door middel van de toename van de massa van de stofcontainer van het apparaat en voor harde vloeren door middel van de afname van de massa van de testspleet, na een aantal dubbele gangen van de zuigermond over de massa kunstmatig stof dat op een testgebied is aangebracht, waarbij voor tapijt een correctie plaatsvindt voor de specifieke testomstandigheden, en voor harde vloeren voor de lengte en de positie van de testspleet;

j)   "referentiestofzuigersysteem": elektrisch aangedreven laboratoriumapparatuur die wordt gebruikt om de gekalibreerde en referentiestofopname van tapijten te meten met bepaalde luchtgerelateerde parameters om de reproduceerbaarheid van de testresultaten te verbeteren;

k)   "nominaal ingangsvermogen" (in W): het door de fabrikant aangegeven elektrische ingangsvermogen, waarbij voor apparaten die geschikt zijn om ook voor andere doeleinden dan stofzuigen te worden gebruikt, uitsluitend het elektrische ingangsvermogen voor stofzuigen geldt;

l)   "heruitstoot van stof": de verhouding, uitgedrukt als percentage tot op twee decimalen nauwkeurig, tussen het aantal van alle stofdeeltjes kleiner dan 0,3 tot 10 μm dat door een stofzuiger wordt uitgestoten, enerzijds, en het aantal stofdeeltjes van dezelfde afmetingen dat de zuiginlaat binnengaat wanneer daaraan een specifieke hoeveelheid stof met dat deeltjesgrootte-interval wordt aangeboden. De waarde omvat niet alleen stof dat bij de uitlaat van de stofzuiger is gemeten, maar ook stof dat elders door lekken is uitgestoten, of dat door de stofzuiger zelf wordt gegenereerd;

m)   "geluidsvermogensniveau": door de lucht verspreide akoestische geluidsemissie, uitgedrukt in dB(A) re 1 pW en afgerond tot het dichtstbijzijnde gehele getal.

3.   Jaarlijks energieverbruik

Het jaarlijkse energieverbruik (AE) wordt in kWh/jaar, afgerond op één decimaal, als volgt berekend:

 

voor tapijtstofzuigers:

Formula

 

voor hardevloerenstofzuigers:

Formula

 

voor stofzuigers voor algemene doeleinden:

Formula

waarbij:

ASEc = het gemiddelde specifieke energieverbruik in Wh/m2 gedurende een tapijttest, berekend zoals hieronder aangegeven;

ASEhf = het gemiddelde specifieke energieverbruik in Wh/m2 gedurende een hardevloerentest, berekend zoals hieronder aangegeven;

dpuc = de stofopname op tapijt, vastgesteld overeenkomstig punt 4 van deze bijlage;

dpuhf = de stofopname op harde vloeren, vastgesteld overeenkomstig punt 4 van deze bijlage;

50 = het standaardaantal reinigingsbeurten per jaar;

87 = het te reinigen standaardwoonoppervlak in m2;

4 = het standaardaantal malen dat een stofzuiger over elk punt op de vloer gaat (twee dubbele gangen);

0,001 = de omrekeningsfactor van Wh tot kWh;

1 is de standaardstofopname;

0,20 = het standaardverschil in stofopname tussen vijf en twee dubbele gangen.

Gemiddeld specifiek energieverbruik (Average specific energy consumption - ASE)

Het gemiddelde specifieke energieverbruik tijdens de tapijttest (ASEc ) en tijdens de hardevloerentest (ASEhf ) wordt vastgesteld door het gemiddelde te nemen van het specifieke energieverbruik (SE) van het aantal reinigingscycli van de tapijt- respectievelijk hardevloerentest. De algemene vergelijking voor het specifieke energieverbruik SE in Wh/m2 testgebied, tot op 3 decimalen nauwkeurig, voor tapijt- en hardevloerenstofzuigers en stofzuigers voor algemene doeleinden met de passende achtervoegsels is:

Formula

waarbij:

—    P = het gemiddelde vermogen in W, tot op 2 decimalen nauwkeurig, gedurende de tijd in een reinigingscyclus dat het midden van de zuigmond over het testgebied wordt bewogen;

—    NP = het gemiddelde vermogensequivalent in W, tot op 2 decimalen nauwkeurig, van een eventuele batterijgevoede actieve zuigmond van de stofzuiger, berekend als hieronder beschreven;

—    t = de totale tijd in uren, tot op 4 decimalen nauwkeurig, in een reinigingscyclus tijdens welke het midden van de zuigmond, d.w.z. een punt in het midden tussen de zijkanten en de voor- en achterkant van de zuigmond, over het testgebied beweegt;

—    A = de oppervlakte in m2, tot op 3 decimalen nauwkeurig, waar de zuigmond in een reinigingscyclus overheen gaat, berekend als 10 keer het product van de breedte van de zuigmond en de lengte van het testgebied. Als een huishoudstofzuiger een zuigmondbreedte van meer dan 0,320 meter heeft, dan wordt de zuigmondbreedte in deze berekening vervangen door het cijfer 0,320 meter.

Voor de hardevloerentests worden in bovenstaande vergelijking het achtervoegsel hf en de parameternamen SEhf, Phf, NPhf, thf en Ahf gebruikt. Voor de tapijttests worden in bovenstaande vergelijking het achtervoegsel c en de parameternamen SEc, Pc, NPc, tc en Ac gebruikt. Voor elk van de reinigingscycli worden de waarden van SEhf, Phf, NPhf, thf , Ahf en/of SEc, Pc, NPc, tc , Ac , voor zover van toepassing, in de technische documentatie opgenomen.

Vermogensequivalent van batterijgevoede actieve zuigmonden (NP)

De algemene vergelijking voor het gemiddelde vermogensequivalent in W van batterijgevoede actieve zuigmonden NP van toepassing op tapijt-, hardevloerenstofzuigers en stofzuigers voor algemene doeleinden, met de passende achtervoegsels, is:

Formula

waarbij:

—    E = het elektriciteitsverbruik in Wh tot op 3 decimalen nauwkeurig van de batterijgevoede actieve zuigmond van de stofzuiger dat nodig is om de aanvankelijk volledig opgeladen batterij na een reinigingscyclus terug te brengen in zijn oorspronkelijke volledig opgeladen staat;

—    tbat = de totale tijd in uren, tot op 4 decimalen nauwkeurig, in een reinigingscyclus waarin de batterijgevoede actieve zuigmond van de stofzuiger geactiveerd is, overeenkomstig de instructies van de fabrikant.

Wanneer de stofzuiger niet van een batterijgevoede actieve zuigmond is voorzien, is de waarde van NP gelijk aan nul.

Voor de hardevloerentests worden in bovenstaande vergelijking het achtervoegsel hf en de parameternamen NPhf, Ehf en tbathf gebruikt. Voor de tapijttests worden in bovenstaande vergelijking het achtervoegsel c en de parameternamen NPc, Ec en tbatc gebruikt. Voor elk van de reinigingscycli worden de waarden van Ehf en tbathf en/of Ec en tbatc , voor zover van toepassing, in de technische documentatie opgenomen.

4.   Stofopname

De stofopname op harde vloeren (dpuhf ) wordt vastgesteld door het gemiddelde te nemen van de resultaten van de twee reinigingscycli van een hardevloerentest.

De stofopname op tapijt (dpuc ) wordt vastgesteld door het gemiddelde te nemen van de resultaten van de reinigingscycli van een tapijttest. Om te corrigeren voor de afwijkingen van de oorspronkelijke eigenschappen van een testtapijt, moet de stofopname van tapijt (dpuc ) als volgt worden berekend:

Formula

waarbij:

—    dpum = de gemeten stofopname van de stofzuiger;

—    dpucal = de stofopname van het referentiestofzuigersysteem, gemeten toen het testtapijt nog in zijn oorspronkelijke staat verkeerde;

—    dpuref = de gemeten stofopname van het referentiestofzuigersysteem.

Waarden van dpum voor elk van de reinigingscycli, dpuc, dpucal en dpuref worden in de technische documentatie opgenomen.

5.   Heruitstoot van stof

De heruitstoot van stof wordt bepaald terwijl de stofzuiger met maximale luchtstroom werkt.

6.   Geluidsvermogensniveau

Geluidsvermogensniveaus worden op tapijt vastgesteld.

7.   Hybride stofzuigers

Voor hybride stofzuigers worden alle metingen uitgevoerd terwijl de stofzuiger uitsluitend door het elektriciteitsnet van stroom wordt voorzien en alleen met een batterijgevoede actieve zuigmond.


BIJLAGE VII

Controleprocedure met het oog op markttoezicht

Teneinde te beoordelen of aan de in de artikelen 3 en 4 vermelde eisen is voldaan, passen de autoriteiten van de lidstaten de volgende controleprocedure toe.

1.

De autoriteiten van de lidstaten testen één exemplaar per model.

2.

Het model stofzuiger wordt geacht te voldoen aan de toepasselijke eisen als de waarden en de klassen op het etiket en de productkaart overeenkomen met de waarden in de technische documentatie en als na het testen van alle relevante in tabel 4 opgenomen modelparameters blijkt dat aan al die parameters is voldaan.

3.

Indien het onder punt 2 bedoelde resultaat niet wordt behaald, selecteert de autoriteit van de lidstaat op willekeurige wijze drie extra te testen eenheden van hetzelfde model. Als alternatief mogen de drie aanvullende geselecteerde eenheden van één of meer verschillende modellen zijn die in de technische documentatie van de fabrikant op een lijst van equivalente stofzuigers zijn geplaatst.

4.

Het model stofzuiger wordt geacht te voldoen aan de toepasselijke eisen als na het testen van alle relevante in tabel 4 vastgestelde modelparameters blijkt dat aan al die parameters is voldaan.

5.

Indien de onder punt 4 bedoelde resultaten niet worden behaald, worden het model en alle equivalente modellen stofzuigers geacht niet aan deze verordening te voldoen.

De autoriteiten van de lidstaten gebruiken de in bijlage VI vastgestelde meet- en berekeningsmethoden.

De in deze bijlage vastgestelde controletoleranties hebben uitsluitend betrekking op de controle van de door de autoriteiten van de lidstaten gemeten parameters en mogen niet door de leverancier worden gebruikt als een toegelaten tolerantie om de waarden in de technische documentatie vast te stellen. De waarden en klassen op het etiket of de productkaart mogen niet gunstiger zijn voor de leverancier dan de in de technische documentatie vermelde waarden.

Tabel 4

Parameter

Controletoleranties

Jaarlijks energieverbruik

De vastgestelde waarde (1) ligt niet meer dan 10 % hoger dan de aangegeven waarde.

Stofopname op tapijt

De vastgestelde waarde (1) ligt niet meer dan 0,03 lager dan de aangegeven waarde.

Stofopname op harde vloeren

De vastgestelde waarde (1) ligt niet meer dan 0,03 lager dan de aangegeven waarde.

Heruitstoot van stof

De vastgestelde waarde (1) ligt niet meer dan 15 % hoger dan de aangegeven waarde.

Geluidsvermogensniveau

De vastgestelde waarde (1) ligt niet hoger dan de aangegeven waarde.


(1)  het rekenkundig gemiddelde van de waarden die in het geval van drie aanvullende geteste eenheden zijn vastgesteld, zoals bepaald in punt 3.


13.7.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/24


VERORDENING (EU) Nr. 666/2013 VAN DE COMMISSIE

van 8 juli 2013

tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor stofzuigers betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (1), en met name artikel 15, lid 1,

Na raadpleging van het in artikel 18 van Richtlijn 2009/125/EG genoemde overlegforum,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van Richtlijn 2009/125/EG dient de Commissie voorschriften inzake ecologisch ontwerp vast te stellen voor energiegerelateerde producten met een significant omzet- en handelsvolume, een significant milieueffect en een significant potentieel voor verbetering met betrekking tot het milieueffect, zonder dat dit buitensporige kosten meebrengt.

(2)

Overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Richtlijn 2009/125/EG stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 19, lid 3, en de criteria van artikel 15, lid 2, en na raadpleging van het overlegforum in voorkomend geval uitvoeringsmaatregelen vast voor huishoudapparaten, waaronder stofzuigers.

(3)

De Commissie heeft een voorbereidende studie uitgevoerd waarin een analyse is gemaakt van de technische, milieutechnische en economische aspecten van stofzuigers die gewoonlijk in huishoudens en in commerciële gebouwen worden gebruikt. De studie is verricht in samenwerking met de belanghebbenden en de betrokken partijen uit de Unie en derde landen, en de bevindingen ervan zijn openbaar gemaakt.

(4)

Nat-, natdroog-, robot-, industriële, centrale en batterijgevoede stofzuigers, boenmachines en buitenstofzuigers hebben bijzondere kenmerken en moeten daarom worden uitgezonderd van de werkingssfeer van deze verordening.

(5)

De milieuaspecten van de betrokken producten, die voor de doeleinden van deze verordening als significant zijn beoordeeld, zijn energieverbruik in de gebruiksfase, stofopname, heruitstoot van stof, lawaai (geluidsvermogensniveau) en duurzaamheid. Het jaarlijkse elektriciteitsverbruik in de Unie van de onder deze verordening vallende producten werd in 2005 geraamd op 18 TWh. Tenzij specifieke maatregelen worden genomen, wordt verwacht dat het jaarlijkse verbruik in 2020 zal zijn opgelopen tot 34 TWh. Uit de voorbereidende studie blijkt dat het energieverbruik van de onder deze verordening vallende producten aanzienlijk kan worden verminderd.

(6)

Uit de voorbereidende studie blijkt ook dat in het geval van stofzuigers eisen betreffende andere, in deel 1 van bijlage I bij Richtlijn 2009/125/EG genoemde parameters voor ecologisch ontwerp niet nodig zijn.

(7)

Het energieverbruik van stofzuigers moet efficiënter worden gemaakt door toepassing van bestaande niet-geoctrooieerde kosteneffectieve technologieën waarmee de gecombineerde kosten van aankoop en gebruik van deze producten kunnen worden verminderd.

(8)

De eisen inzake ecologisch ontwerp mogen uit het oogpunt van de eindgebruiker geen negatieve invloed hebben op de werking van het product en ze mogen geen schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid, de veiligheid en het milieu. Meer in het bijzonder moeten de baten van een vermindering van het energieverbruik gedurende de gebruiksfase groter zijn dan de extra milieueffecten gedurende de productie- en verwijderingsfasen.

(9)

De eisen inzake ecologisch ontwerp moeten geleidelijk worden ingevoerd, zodat fabrikanten voldoende tijd krijgen om het ontwerp van de onder deze verordening vallende producten te herzien. Het tijdschema dient zodanig te zijn dat negatieve effecten op de werking van in de handel aangeboden producten worden voorkomen en dat rekening wordt gehouden met kosteneffecten voor eindgebruikers en fabrikanten, met name het midden- en kleinbedrijf, terwijl tevens wordt gegarandeerd dat de doelstellingen van deze verordening tijdig worden verwezenlijkt.

(10)

Deze verordening zal maximaal vijf jaar na de inwerkingtreding ervan worden herzien en ten aanzien van twee bepalingen uiterlijk op 1 september 2016.

(11)

Verordening (EU) nr. 327/2011 van de Commissie van 30 maart 2011 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de eisen inzake ecologisch ontwerp voor door motoren aangedreven ventilatoren met een elektrisch ingangsvermogen tussen 125 W en 500 kW (2) moet worden gewijzigd om in stofzuigers ingebouwde ventilatoren van de werkingssfeer ervan uit te sluiten teneinde te voorkomen dat specifieke eisen inzake ecologisch ontwerp voor hetzelfde product in twee aparte verordeningen zijn opgenomen.

(12)

Metingen van de relevante productparameters moeten plaatsvinden volgens betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare meetprocedures waarbij rekening wordt gehouden met de algemeen erkende meest recente meetmethoden waaronder, indien beschikbaar, geharmoniseerde normen die zijn vastgesteld door de Europese normalisatieorganisaties die worden genoemd in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie (3).

(13)

Overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2009/125/EG moeten de toepasselijke overeenstemmingsbeoordelingsprocedures in deze verordening worden gespecificeerd.

(14)

Ter ondersteuning van controles op de naleving moeten fabrikanten informatie opnemen in de in de bijlagen IV en V bij Richtlijn 2009/125/EG bedoelde technische documentatie, voor zover deze informatie betrekking heeft op de eisen van deze verordening.

(15)

Naast de in deze verordening vastgestelde juridisch bindende eisen, moeten indicatieve benchmarks voor de beste beschikbare technologieën worden vastgesteld om te garanderen dat informatie over de milieuprestaties tijdens de levensduur van de onder deze verordening vallende producten op grote schaal beschikbaar en gemakkelijk toegankelijk is.

(16)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 19, lid 1, van Richtlijn 2009/125/EG ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   In deze verordening worden de eisen inzake ecologisch ontwerp vastgesteld voor het op de markt brengen van op het elektriciteitsnet aan te sluiten stofzuigers, met inbegrip van hybride stofzuigers.

2.   Deze verordening is niet van toepassing op:

a)

nat-, natdroog-, batterijgevoede, robot-, industriële en centrale stofzuigers;

b)

boenmachines;

c)

buitenstofzuigers.

Artikel 2

Definities

Naast de definities in artikel 2 van Richtlijn 2009/125/EG zijn in het kader van de onderhavige verordening de volgende definities van toepassing:

1.   „stofzuiger”: een apparaat dat vuil van een te reinigen oppervlak verwijdert door middel van een luchtstroom die tot stand komt door een binnen de eenheid opgewekte onderdruk;

2.   „hybride stofzuiger”: een stofzuiger die door zowel het elektriciteitsnet als batterijen van stroom kan worden voorzien;

3.   „natstofzuiger”: een stofzuiger die droog en/of nat materiaal (vuil) van een oppervlakte verwijdert door schoonmaakmiddel op waterbasis of stoom op het te reinigen oppervlak aan te brengen en deze, met het vuil, weer te verwijderen met behulp van een luchtstroom die tot stand komt door een binnen de eenheid opgewekte onderdruk, met inbegrip van soorten die algemeen bekendstaan als sproei-extractiemachines;

4.   „natdroogstofzuiger”: een stofzuiger die zo ontworpen is dat hij een hoeveelheid van meer dan 2,5 liter vocht kan verwijderen, gecombineerd met de functie van een droge stofzuiger;

5.   „droogstofzuiger”: een stofzuiger die zo ontworpen is dat hij voornamelijk droog vuil (stof, vezels, draden) kan verwijderen, met inbegrip van soorten die zijn voorzien van een batterijgevoede actieve zuigmond;

6.   „batterijgevoede actieve zuigmond”: een zuigmond voorzien van een klopapparaat dat door batterijen wordt gevoed om de vuilverwijdering te ondersteunen;

7.   „batterijgevoede stofzuiger”: een stofzuiger die uitsluitend door batterijen wordt gevoed;

8.   „robotstofzuiger”: een batterijgevoede stofzuiger die zonder menselijke tussenkomst kan werken binnen een bepaald oppervlak, en die bestaat uit een mobiel gedeelte en een oplaadstation en/of andere accessoires om de werking ervan te ondersteunen;

9.   „industriële stofzuiger”: een stofzuiger die is ontworpen als onderdeel van een productieproces, om gevaarlijke stoffen te verwijderen, om zwaar stof uit de bouw, de metaalgieterij, de mijnbouw of de voedingsindustrie te verwijderen, als onderdeel van een industriële machine of een industrieel werktuig en/of een professionele stofzuiger met een zuigmondbreedte van meer dan 50 cm;

10.   „professionele stofzuiger”: een stofzuiger voor professionele huishouddoeleinden en bedoeld voor gebruik door leken, schoonmaakpersoneel of schoonmaakbedrijven in kantoren, winkels, ziekenhuizen en hotels, als zodanig aangegeven door de fabrikant in de verklaring van overeenstemming overeenkomstig Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad (4);

11.   „centrale stofzuiger”: een stofzuiger met een vaste (niet-verplaatsbare) onderdrukbron op een bepaalde plaats en met slangaansluitingen op vaste plaatsen in het gebouw;

12.   „boenmachine”: een elektrisch apparaat dat bedoeld is om bepaalde soorten vloeren te beschermen, glad te maken en/of weer te doen glanzen, gewoonlijk gebruikt in combinatie met een boenmiddel dat door het apparaat op de vloer moet worden gewreven en gewoonlijk ook uitgerust met een stofzuiger als hulpfunctie;

13.   „buitenstofzuiger”: een apparaat dat is ontworpen voor gebruik buitenshuis om afval zoals gemaaid gras en bladeren in een opvangbak te verzamelen door middel van een luchtstroom die tot stand komt door een binnen de eenheid opgewekte onderdruk, dat een versnipperaar kan bevatten en dat soms ook als blazer kan dienstdoen;

14.   „batterijgevoede stofzuiger van groot formaat”: een batterijgevoede stofzuiger die, wanneer hij volledig geladen is, 15 m2 vloeroppervlak kan reinigen door twee dubbele gangen te maken over elk deel van de vloer zonder te worden opgeladen;

15.   „waterfilterstofzuigers”: een droogstofzuiger die meer dan 0,5 liter water gebruikt als voornaamste filtermedium, waarbij de aangezogen lucht door het water wordt geleid, waardoor het verwijderde droge materiaal op weg door het water daarin achterblijft;

16.   „huishoudstofzuiger”: een stofzuiger die bedoeld is voor huishoudelijk gebruik of gebruik in huis, als zodanig aangegeven door de fabrikant in de verklaring van overeenstemming overeenkomstig Richtlijn 2006/95/EG van het Europees Parlement en de Raad (5);

17.   „stofzuiger voor algemene doeleinden”: een stofzuiger die is voorzien van een vaste, of ten minste één afneembare zuigmond die bedoeld is voor het reinigen van zowel tapijten als harde vloeren, of die is voorzien van zowel ten minste één afneembare zuigmond die specifiek voor het reinigen van tapijten is ontworpen en ten minste één afneembare zuigmond voor het reinigen van harde vloeren;

18.   „hardevloerenstofzuiger”: een stofzuiger die is voorzien van een vaste zuigmond die speciaal is ontworpen voor het reinigen van harde vloeren, of die uitsluitend is voorzien van één of meer afneembare zuigmonden die speciaal zijn ontworpen voor het reinigen van harde vloeren;

19.   „tapijtstofzuiger”: een stofzuiger die is voorzien van een vaste zuigmond die speciaal is ontworpen voor het reinigen van tapijten, of die uitsluitend is voorzien van één of meer afneembare zuigmonden die speciaal zijn ontworpen voor het reinigen van tapijten;

20.   „equivalente stofzuiger”: een model op de markt gebrachte stofzuiger met eenzelfde toegevoerd vermogen, jaarlijks energieverbruik, stofopname op tapijten en harde vloeren, heruitstoot van stof, geluidsvermogensniveau, levensduur van de slang en operationele levensduur van de motor als een ander model stofzuiger dat onder een ander commercieel codenummer op de markt is gebracht door dezelfde fabrikant.

Artikel 3

Eisen inzake ecologisch ontwerp

1.   De eisen voor ecologisch ontwerp voor stofzuigers zijn opgenomen in bijlage I. Zij worden volgens het onderstaande tijdschema toegepast:

a)

met ingang van 1 september 2014, zoals aangegeven in bijlage I, punt 1, onder a), en punt 2;

b)

met ingang van 1 september 2017, zoals aangegeven in bijlage I, punt 1, onder b), en punt 2;

2.   De naleving van de eisen inzake ecologisch ontwerp wordt gemeten en berekend overeenkomstig de in bijlage II vastgestelde methoden.

Artikel 4

Overeenstemmingsbeoordeling

1.   De in artikel 8 van Richtlijn 2009/125/EG vastgestelde procedure voor overeenstemmingsbeoordeling bestaat uit de in bijlage IV bij die richtlijn beschreven interne ontwerpcontrole of het in bijlage V bij die richtlijn beschreven beheersysteem.

2.   Ten behoeve van de overeenstemmingsbeoordeling overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2009/125/EG bevat het technisch documentatiedossier een afschrift van de in bijlage II bij deze verordening uiteengezette berekeningen.

3.   Wanneer de in de technische documentatie voor een bepaald model stofzuiger opgenomen informatie verkregen is door berekening op basis van een gelijkwaardige stofzuiger, worden in de technische documentatie nadere gegevens opgenomen inzake die berekeningen, alsmede inzake de tests die de fabrikanten hebben uitgevoerd om de nauwkeurigheid van de uitgevoerde berekeningen te verifiëren. In dergelijke gevallen moet de technische documentatie ook een lijst bevatten van alle gelijkwaardige modellen stofzuiger waarvoor de informatie in de technische documentatie op dezelfde basis is verkregen.

Artikel 5

Controleprocedure met het oog op markttoezicht

Bij het uitvoeren van de in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2009/125/EG bedoelde markttoezichtcontroles met betrekking tot de naleving van de in bijlage I bij de onderhavige verordening beschreven eisen gebruiken de lidstaten de in bijlage III bij de onderhavige verordening beschreven controleprocedure.

Artikel 6

Indicatieve benchmarks

De indicatieve benchmarks voor de beste in de handel verkrijgbare stofzuigers op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening worden beschreven in bijlage IV.

Artikel 7

Herziening

1.   Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding ervan, evalueert de Commissie deze verordening in het licht van de technologische vooruitgang en presenteert zij de resultaten van deze evaluatie aan het overlegforum. Tijdens de evaluatie worden met name de in bijlage III vastgestelde controletoleranties beoordeeld, alsmede of de batterijgevoede stofzuigers van groot formaat in de werkingssfeer van de verordening moeten worden opgenomen en of het doenlijk is jaarlijkse eisen ten aanzien van energieverbruik, stofopname en heruitstoot van stof vast te stellen die zijn gebaseerd op meting met een gedeeltelijk gevulde in plaats van met een lege stofcontainer.

2.   Uiterlijk op 1 september 2016 evalueert de Commissie de specifieke eisen inzake ecologisch ontwerp ten aanzien van de duurzaamheid van de slang en de operationele levensduur van de motor en legt zij het resultaat van die evaluatie voor aan het overlegforum.

Artikel 8

Wijziging van Verordening (EU) nr. 327/2011

Verordening (EU) nr. 327/2011 wordt als volgt gewijzigd:

Aan artikel 1, lid 3, wordt het volgende toegevoegd:

„e)

zijn ontworpen om te werken met een optimale energie-efficiëntie bij 8 000 omwentelingen per minuut of meer.”.

In artikel 3, lid 4, wordt het volgende geschrapt:

„a)

met een optimale energie-efficiëntie bij 8 000 omwentelingen per minuut of meer;”.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 juli 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10.

(2)   PB L 90 van 6.4.2011, blz. 8.

(3)   PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12.

(4)   PB L 157 van 9.6.2006, blz. 24.

(5)   PB L 374 van 27.12.2006, blz. 10.


BIJLAGE I

Eisen inzake ecologisch ontwerp

1.   Specifieke eisen inzake ecologisch ontwerp

Stofzuigers moeten aan de volgende eisen voldoen:

a)

Met ingang van 1 september 2014:

bedraagt het jaarlijkse energieverbruik minder dan 62,0 kWh/jaar;

bedraagt het nominale ingangsvermogen minder dan 1 600 W;

bedraagt de stofopname op tapijt (dpuc ) minimaal 0,70. Deze limiet is niet van toepassing op hardevloerenstofzuigers;

bedraagt de stofopname op harde vloeren (dpuhf ) minimaal 0,95. Deze limiet is niet van toepassing op tapijtstofzuigers.

Deze limieten zijn niet van toepassing op waterfilterstofzuigers.

b)

Met ingang van 1 september 2017:

bedraagt het jaarlijkse energieverbruik minder dan 43,0 kWh/jaar;

bedraagt het nominale ingangsvermogen minder dan 900 W;

bedraagt de stofopname op tapijt (dpuc ) minimaal 0,75. Deze limiet is niet van toepassing op hardevloerenstofzuigers;

bedraagt de stofopname op harde vloeren (dpuhf ) minimaal 0,98. Deze limiet is niet van toepassing op tapijtstofzuigers;

bedraagt de heruitstoot van stof maximaal 1,00 %;

bedraagt het geluidsvermogensniveau maximaal 80 dB(A);

is de slang, indien deze aanwezig is, zo duurzaam dat hij na 40 000 vervormingen onder belasting nog bruikbaar is;

bedraagt de operationele levensduur van de motor minimaal 500 uur.

Het jaarlijkse energieverbruik, het nominale ingangsvermogen, de dpuc (de stofopname op tapijt), de dpuhf (de stofopname op harde vloeren), de heruitstoot van stof, het geluidsvermogensniveau, de duurzaamheid van de slang en de operationele levensduur van de motor worden berekend overeenkomstig bijlage II.

2.   Door de fabrikanten te verstrekken informatie

a)

De technische documentatie, de gebruiksaanwijzing en de gratis toegankelijke websites van de fabrikanten, hun gemachtigde vertegenwoordigers of importeurs moeten de volgende informatie bevatten:

alle informatie over de stofzuiger die moet worden gepubliceerd op grond van welke gedelegeerde handelingen ook die in het kader van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees parlement en de Raad (1) zijn goedgekeurd;

korte titel of referentie van de meet- en berekeningsmethoden die zijn gebruikt om de naleving van bovenstaande eisen vast te stellen;

voor hardevloerenstofzuigers, de vermelding dat zij met de geleverde zuigmond niet geschikt zijn voor gebruik op tapijten;

voor tapijtstofzuigers, de vermelding dat zij met de geleverde zuigmond niet geschikt zijn voor gebruik op harde vloeren;

voor apparaten die ook voor andere doeleinden dan stofzuigen kunnen worden gebruikt, het elektrische ingangsvermogen voor de stofzuigfunctie, indien dat vermogen lager is dan het nominale ingangsvermogen van het apparaat;

als welke van de volgende drie groepen de stofzuiger moet worden getest: stofzuiger voor algemene doeleinden, hardevloerenstofzuiger of tapijtstofzuiger.

b)

De technische documentatie en een voor vaklieden bestemd deel van de gratis toegankelijke websites van de fabrikanten, hun gemachtigde vertegenwoordigers of importeurs moeten de volgende informatie bevatten:

informatie die relevant is voor niet-destructieve demontage in verband met onderhoudsdoeleinden, met name wat de slang, de aanzuigopening, de motor, de behuizing en de kabel betreft;

informatie die relevant is voor de ontmanteling, met name in verband met de motor en eventuele batterijen, recycling, terugwinning en verwijdering bij het einde van de levensduur.


(1)   PB L 153 van 18.6.2010, blz. 1.


BIJLAGE II

Meet- en berekeningsmethoden

1.   Met het oog op de naleving en de controle op de naleving van de eisen van deze verordening dienen metingen en berekeningen te worden verricht aan de hand van betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methoden, waarbij rekening wordt gehouden met de algemeen erkende meest recente meet- en berekeningsmethoden, waaronder geharmoniseerde normen waarvan de referentienummers voor dat doel zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij moeten aan alle in deze bijlage vastgestelde technische definities, voorwaarden, vergelijkingen en parameters voldoen.

2.   Technische definities

a)   „hardevloerentest”: een test van twee schoonmaakcycli waarbij de zuigmond van een stofzuiger met maximale zuigkracht over een testgebied gaat bestaande uit een houten testplaat met een breedte die gelijk is aan de breedte van de zuigmond, waarin diagonaal (onder een hoek van 45o) een testspleet is aangebracht, waarbij de verstreken tijd, het elektriciteitsverbruik en de relatieve positie van het midden van de zuigmond ten opzichte van het testgebied permanent wordt gemeten en vastgelegd bij een juiste steekproeffrequentie en waarbij aan het einde van elke reinigingscyclus de afname van de massa van de testspleet wordt beoordeeld;

b)   „testspleet”: een afneembaar U-vormig inzetstuk van passende afmetingen dat aan het begin van een reinigingscyclus wordt gevuld met passend kunstmatig stof;

c)   „tapijttest”: een test met een passend aantal reinigingscycli op een testopstelling van wiltontapijt waarbij de zuigmond van een stofzuiger met maximale zuigkracht over het testgebied gaat dat even breed is als de zuigmond en dat een passende lengte heeft, vuilgemaakt met gelijk verdeeld en passend ingebracht teststof van een passende samenstelling, waarbij de verstreken tijd, het elektriciteitsverbruik en de relatieve positie van het midden van de zuigmond ten opzichte van het testgebied permanent wordt gemeten en vastgelegd bij een juiste steekproeffrequentie en waarbij aan het einde van elke reinigingscyclus de toename van de massa in de stofcontainer van het apparaat wordt beoordeeld;

d)   „zuigmondbreedte” (in meter, tot op 3 decimalen nauwkeurig): maximale breedte aan de buitenzijde van de zuigmond;

e)   „reinigingscyclus”: een serie van 5 dubbele gangen van de stofzuiger over een vloerspecifiek testgebied („tapijt” of „harde vloer”);

f)   „dubbele gang”: betekent één voorwaartse beweging en één achterwaartse beweging van de zuigmond in een parallel patroon, uitgevoerd met een uniforme testgangsnelheid en met een gespecificeerde testganglengte;

g)   „testgangsnelheid” (in meter per uur): passende zuigmondsnelheid voor testdoeleinden, bij voorkeur tot stand gebracht met een elektromechanisch toestel. Producten met zichzelf voortbewegende zuigmonden moeten zo dicht mogelijk bij de juiste snelheid komen, maar een afwijking is toegestaan wanneer dat duidelijk is aangegeven in de technische documentatie;

h)   „testganglengte” (in meter): de lengte van het testgebied plus de afstand die door het midden van de zuigmond wordt afgelegd wanneer die wordt bewogen over de passende versnellingszones vóór en na het testgebied;

i)   „stofopname” (dust pick-up dpu — tot op 3 decimalen nauwkeurig): betekent de verhouding van de massa van de verwijderde hoeveelheid kunstmatig stof, die voor tapijt wordt vastgesteld door middel van de toename van de massa van de stofcontainer van het apparaat en voor harde vloeren door middel van de afname van de massa van de testspleet, na een aantal dubbele gangen van de zuigermond over de massa kunstmatig stof dat op een testgebied is aangebracht, waarbij voor tapijt een correctie plaatsvindt voor de specifieke testomstandigheden, en voor harde vloeren voor de lengte en de positie van de testspleet;

j)   „referentiestofzuigersysteem”: elektrisch aangedreven laboratoriumapparatuur die wordt gebruikt om de gekalibreerde en referentiestofopname van tapijten te meten met bepaalde luchtgerelateerde parameters om de reproduceerbaarheid van de testresultaten te verbeteren;

k)   „nominaal ingangsvermogen” (in W): het door de fabrikant aangegeven elektrische ingangsvermogen, waarbij voor apparaten die geschikt zijn om ook voor andere doeleinden dan stofzuigen te worden gebruikt, uitsluitend het elektrische ingangsvermogen voor stofzuigen geldt;

l)   „heruitstoot van stof”: de verhouding, uitgedrukt als percentage tot op twee decimalen nauwkeurig, tussen het aantal van alle stofdeeltjes kleiner dan 0,3 tot 10 μm dat door een stofzuiger wordt uitgestoten, enerzijds, en het aantal stofdeeltjes van dezelfde afmetingen dat de zuiginlaat binnengaat wanneer daaraan een specifieke hoeveelheid stof met dat deeltjesgrootte-interval wordt aangeboden. De waarde omvat niet alleen stof dat bij de uitlaat van de stofzuiger is gemeten, maar ook stof dat elders door lekken is uitgestoten, of dat door de stofzuiger zelf wordt gegenereerd;

m)   „geluidsvermogensniveau”: door de lucht verspreide akoestische geluidsemissie, uitgedrukt in dB(A) re 1 pW en afgerond tot het dichtstbijzijnde gehele getal.

3.   Jaarlijks energieverbruik

Het jaarlijkse energieverbruik (AE) wordt in kWh/jaar, afgerond op één decimaal, als volgt berekend:

 

voor tapijtstofzuigers:

Formula

 

voor hardevloerenstofzuigers:

Formula

 

voor stofzuigers voor algemene doeleinden:

Formula

waarbij:

—   ASEc = het gemiddelde specifieke energieverbruik in Wh/m2 gedurende een taptijttest, berekend zoals hieronder aangegeven;

—   ASEhf = het gemiddelde specifieke energieverbruik in Wh/m2 gedurende een hardevloerentest, berekend zoals hieronder aangegeven;

—   dpuc = de stofopname op tapijt, vastgesteld overeenkomstig punt 4 van deze bijlage;

—   dpuhf = de stofopname op harde vloeren, vastgesteld overeenkomstig punt 4 van deze bijlage;

—    50 = het standaardaantal één uur durende reinigingsbeurten per jaar;

—    87 = het te reinigen standaardwoonoppervlak in m2;

—    4 = het standaardaantal malen dat een stofzuiger over elk punt op de vloer gaat (twee dubbele gangen);

—    0,001 = de omrekeningsfactor van Wh tot kWh;

—    1 = de standaardstofopname;

—    0,20 = het standaardverschil in stofopname tussen vijf en twee dubbele gangen.

Gemiddeld specifiek energieverbruik (Average specific energy consumption — ASE)

Het gemiddelde specifieke energieverbruik tijdens de tapijttest (ASEc ) en tijdens de hardevloerentest (ASEhf ) wordt vastgesteld door het gemiddelde te nemen van het specifieke energieverbruik (SE) van het aantal reinigingscycli van de tapijt- respectievelijk hardevloerentest. De algemene vergelijking voor het specifieke energieverbruik SE in Wh/m2 testgebied, tot op 3 decimalen nauwkeurig, voor tapijt- en hardevloerenstofzuigers en stofzuigers voor algemene doeleinden met de passende achtervoegsels is:

Formula

waarbij:

—   P= het gemiddelde vermogen in W, tot op 2 decimalen nauwkeurig, gedurende de tijd in een reinigingscyclus dat het midden van de zuigmond over het testgebied wordt bewogen;

—   NP= het gemiddelde vermogensequivalent in W, tot op 2 decimalen nauwkeurig, van een eventuele batterijgevoede actieve zuigmond van de stofzuiger, berekend als hieronder beschreven;

—   t= de totale tijd in uren, tot op 4 decimalen nauwkeurig, in een reinigingscyclus tijdens welke het midden van de zuigmond, d.w.z. een punt in het midden tussen de zijkanten en de voor- en achterkant van de zuigmond, over het testgebied beweegt;

—   A= de oppervlakte in m2, tot op 3 decimalen nauwkeurig, waar de zuigmond in een reinigingscyclus overheen gaat, berekend als 10 keer het product van de breedte van de zuigmond en de lengte van het testgebied. Als een huishoudstofzuiger een zuigmondbreedte van meer dan 0,320 m heeft, dan wordt de zuigmondbreedte in deze berekening vervangen door het cijfer 0,320 m.

Voor de hardevloerentests worden in bovenstaande vergelijking het achtervoegsel hf en de parameternamen SEhf , Phf , NPhf , thf en Ahf gebruikt. Voor de tapijttests worden in bovenstaande vergelijking het achtervoegsel c en de parameternamen SEc , Pc , NPc , tc en Ac gebruikt. Voor elk van de reinigingscycli worden de waarden van SEhf , Phf , NPhf , thf , Ahf en/of SEc , Pc , NPc , tc , Ac , voor zover van toepassing, in de technische documentatie opgenomen.

Vermogensequivalent van batterijgevoede actieve zuigmonden (NP)

De algemene vergelijking voor het gemiddelde vermogensequivalent in W van batterijgevoede actieve zuigmonden NP van toepassing op tapijt-, hardevloerenstofzuigers en stofzuigers voor algemene doeleinden, met de passende achtervoegsels, is:

Formula

waarbij:

—   E= het elektriciteitsverbruik in Wh tot op 3 decimalen nauwkeurig van de batterijgevoede actieve zuigmond van de stofzuiger dat nodig is om de aanvankelijk volledig opgeladen batterij na een reinigingscyclus terug te brengen in zijn oorspronkelijke volledig opgeladen staat;

—   tbat= de totale tijd in uren, tot op 4 decimalen nauwkeurig, in een reinigingscyclus waarin de batterijgevoede actieve zuigmond van de stofzuiger geactiveerd is, overeenkomstig de instructies van de fabrikant.

Wanneer de stofzuiger niet van een batterijgevoede actieve zuigmond is voorzien, is de waarde van NP gelijk aan nul.

Voor de hardevloerentests worden in bovenstaande vergelijking het achtervoegsel hf en de parameternamen NPhf , Ehf en tbathf gebruikt. Voor de tapijttests worden in bovenstaande vergelijking het achtervoegsel c en de parameternamen NPc , Ec en tbatc gebruikt. Voor elk van de reinigingscycli worden de waarden van Ehf en tbathf en/of Ec en tbatc , voor zover van toepassing, in de technische documentatie opgenomen.

4.   Stofopname

De stofopname op harde vloeren (dpuhf ) wordt vastgesteld door het gemiddelde te nemen van de resultaten van de twee reinigingscycli van een hardevloerentest.

De stofopname op tapijt (dpuc ) wordt vastgesteld door het gemiddelde te nemen van de resultaten van de reinigingscycli van een tapijttest. Om te corrigeren voor de afwijkingen van de oorspronkelijke eigenschappen van een testtapijt, moet de stofopname van tapijt (dpuc ) als volgt worden berekend:

Formula

waarbij:

—   dpum = de gemeten stofopname van de stofzuiger;

—   dpucal = de stofopname van het referentiestofzuigersysteem, gemeten toen het testtapijt nog in zijn oorspronkelijke staat verkeerde;

—   dpuref = de gemeten stofopname van het referentiestofzuigersysteem.

Waarden van dpum voor elk van de reinigingscycli dpuc , dpucal en dpuref worden in de technische documentatie opgenomen.

5.   Heruitstoot van stof

De heruitstoot van stof wordt bepaald terwijl de stofzuiger met maximale luchtstroom werkt.

6.   Geluidsvermogensniveau

Geluidsvermogensniveaus worden op tapijt vastgesteld.

7.   Duurzaamheid van de slang

De slang wordt bruikbaar geacht als deze na 40 000 vervormingen onder belasting niet zichtbaar beschadigd is. De belasting wordt uitgeoefend door een gewicht van 2,5 kg.

8.   Operationele levensduur van de motor

De stofzuiger loopt met een halfvolle stofcontainer afwisselend gedurende perioden van 14 minuten en 30 seconden in de aan-stand en 30 seconden in de uit-stand. De stofcontainer en de filters worden op gezette tijden vervangen. De test mag na 500 uur en moet na 600 uur worden afgebroken. De totale looptijd wordt vastgelegd en opgenomen in de technische documentatie. De luchtstroom, het vacuüm en het ingangsvermogen worden op gezette tijden vastgesteld, en de waarden, alsmede de operationele levensduur van de motor, worden opgenomen in de technische documentatie.

9.   Hybride stofzuigers

Voor hybride stofzuigers worden alle metingen uitgevoerd terwijl de stofzuiger uitsluitend door het elektriciteitsnet van stroom wordt voorzien en alleen met een batterijgevoede actieve zuigmond.


BIJLAGE III

Controleprocedure met het oog op markttoezicht

Bij het uitvoeren van de in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2009/125/EG bedoelde markttoezichtcontroles passen de autoriteiten van de lidstaten de hierna beschreven controleprocedure toe met betrekking tot de naleving van de in bijlage II beschreven eisen:

1.

De autoriteiten van de lidstaten testen één exemplaar per model.

2.

Het model stofzuiger wordt geacht te voldoen aan de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde toepasselijke eisen als de waarden in de technische documentatie voldoen aan de in die bijlage vastgestelde eisen en als na het testen van alle relevante in bijlage I en tabel 1 vastgestelde modelparameters blijkt dat aan al die parameters is voldaan.

3.

Indien het in punt 2 bedoelde resultaat niet wordt behaald, selecteert de autoriteit van de lidstaat op willekeurige wijze drie extra te testen eenheden van hetzelfde model. Als alternatief mogen de drie aanvullende geselecteerde eenheden van één of meer verschillende modellen zijn die overeenkomstig artikel 4 in de technische documentatie van de fabrikant op een lijst van equivalente stofzuigers zijn geplaatst.

4.

Het model stofzuiger wordt geacht te voldoen aan de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde toepasselijke eisen als na het testen van alle relevante in bijlage I en tabel 1 vastgestelde modelparameters blijkt dat aan al die parameters is voldaan.

5.

Indien de in punt 4 bedoelde resultaten niet worden behaald, worden het model en alle equivalente modellen stofzuigers geacht niet aan deze verordening te voldoen.

De autoriteiten van de lidstaten gebruiken de in bijlage II vastgestelde meet- en berekeningsmethoden.

De in deze bijlage vastgestelde controletoleranties hebben uitsluitend betrekking op de controle van de door de autoriteiten van de lidstaten gemeten parameters en mogen niet door de fabrikant of de importeur worden gebruikt als een toegelaten tolerantie om de waarden in de technische documentatie vast te stellen.

Tabel 1

Parameter

Controletoleranties

Jaarlijks energieverbruik

De vastgestelde waarde (1) ligt niet meer dan 10 % hoger dan de aangegeven waarde.

Stofopname op tapijt

De vastgestelde waarde (1) ligt niet meer dan 0,03 lager dan de aangegeven waarde.

Stofopname op harde vloeren

De vastgestelde waarde (1) ligt niet meer dan 0,03 lager dan de aangegeven waarde.

Heruitstoot van stof

De vastgestelde waarde (1) ligt niet meer dan 15 % hoger dan de aangegeven waarde.

Geluidsvermogensniveau

De vastgestelde waarde (1) ligt niet hoger dan de aangegeven waarde.

Operationele levensduur van de motor

De vastgestelde waarde (1) ligt niet meer dan 5 % lager dan de aangegeven waarde.


(1)  het rekenkundig gemiddelde van de waarden die in het geval van drie aanvullende geteste eenheden zijn vastgesteld, zoals bepaald in punt 3.


BIJLAGE IV

Benchmarks

Op het moment dat deze verordening in werking treedt, is de beste beschikbare technologie op de markt voor huishoudstofzuigers een steelstofzuiger van 650 W met een zuigmondbreedte van 0,28 m, wat neerkomt op een energiegebruik van 1,29Wh/m2, hoewel dit gepaard gaat met een nominaal geluidsvermogensniveau van meer dan 83 dB.

De gegevens betreffende stofopname en stofheruitstoot die zijn verkregen in overeenstemming met de methoden waarnaar in deze verordening wordt verwezen en die hierin zijn vastgesteld, zijn voor de bovenstaande machine niet beschikbaar. De beste stofopname die momenteel op de markt beschikbaar is, bedraagt ongeveer 1,08 voor harde vloeren met spleet, en 0,90 op tapijt. De beste stofheruitstoot die momenteel op de markt verkrijgbaar is, bedraagt ongeveer 0,0002 %. Het beste geluidsvermogensniveau bedraagt 62 dB.


13.7.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/35


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 667/2013 VAN DE COMMISSIE

van 12 juli 2013

tot verlening van een vergunning voor diclazuril als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor opfokleghennen (vergunninghouder Eli Lilly and Company Ltd) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 162/2003

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10 van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2) een vergunning is verleend

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 162/2003 (3) is voor diclazuril, CAS-nummer 101831-37-2, overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning voor tien jaar verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor opfokleghennen. Vervolgens is dat preparaat overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 in samenhang met artikel 7 van die verordening is een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van diclazuril als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor opfokleghennen, waarbij is verzocht om indeling van dat toevoegingsmiddel in de categorie „coccidiostatica en histomonostatica”. Bij die aanvraag waren de krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 31 januari 2013 (4) geconcludeerd dat diclazuril onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden in diervoeding geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu heeft en dat het coccidiose bij opfokleghennen doeltreffend kan bestrijden. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel in diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van diclazuril, CAS-nummer 101831-37-2, blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van het preparaat zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(6)

Als gevolg van de verlening van een nieuwe vergunning krachtens Verordening (EG) nr. 1831/2003 moet Verordening (EG) nr. 162/2003 worden ingetrokken.

(7)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „coccidiostatica en histomonostatica”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Verordening (EG) nr. 162/2003 wordt ingetrokken.

Artikel 3

Het in de bijlage beschreven preparaat en diervoeders die dat preparaat bevatten mogen, indien zij vóór 2 februari 2014 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 2 augustus 2013 van toepassing waren, verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 juli 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)   PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1.

(3)   PB L 26 van 31.1.2003, blz. 3.

(4)  EFSA Journal 2013; 11(3):3106.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

(handelsnaam)

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Maximumgehalte aan residuen (MRL’s) in de desbetreffende levensmiddelen van dierlijke oorsprong

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Coccidiostatica en histomonostatica

51771

Eli Lilly and Company Ltd

Diclazuril 0,5 g/100 g

(Clinacox 0,5 %)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

 

diclazuril: 0,50 g/100 g

 

eiwitarm sojameel: 99,25 g/100 g

 

polyvidone K 30: 0,20 g/100 g

 

natriumhydroxide: 0,05 g/100 g

 

Karakterisering van de werkzame stof

 

diclazuril, C17H9Cl3N4O2, (±)-4-chloorfenyl[2,6-dichloor-4- (2,3,4,5-tetrahydro-3,5-dioxo-1,2,4-triazine-2-yl)fenyl]acetonitriel,

 

CAS-nummer: 101831-37-2

 

Productiegebonden onzuiverheden:

 

Afbraakproduct (R064318): ≤ 0,1 %

 

Andere onzuiverheden (T001434, R066891, R068610, R070156, R070016): ≤ 0,5 % elk afzonderlijk

 

Totaal onzuiverheden: ≤ 1,5 %

 

Analysemethode  (1)

 

Voor de bepaling van diclazuril in diervoeders: reversed-phase hogedrukvloeistofchromatografie (HPLC) met ultravioletdetectie bij 280nm (Verordening (EG) nr. 152/2009 van de Commissie (2)).

 

Voor de bepaling van diclazuril in pluimveeweefsels: HPLC gekoppeld aan een triple quadrupool massaspectrometer (MS/MS) onder gebruikmaking van één precursorion en twee productionen.

Opfokleghennen

16 weken

1

1

1.

Het toevoegingsmiddel moet worden opgenomen in mengvoeder in de vorm van een voormengsel.

2.

Diclazuril mag niet worden gemengd met andere coccidiostatica.

3.

Voor de veiligheid: gebruik van ademhalingsbescherming, bril en handschoenen tijdens hantering.

4.

De vergunninghouder moet een monitoringprogramma voor de resistentie tegen bacteriën en Eimeria spp. na het in de handel brengen uitvoeren.

2 augustus 2023

Verordening (EU) nr. 37/2010 van de Commissie (3)


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op de website van het communautaire referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx

(2)   PB L 54 van 26.2.2009, blz. 1.

(3)   PB L 15 van 20.1.2010, blz. 1.


13.7.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/39


VERORDENING (EU) Nr. 668/2013 VAN DE COMMISSIE

van 12 juli 2013

tot wijziging van de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van 2,4-DB, dimethomorf, indoxacarb en pyraclostrobine in of op bepaalde producten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 14, lid 1, onder a), en artikel 49, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Voor 2,4-DB, indoxacarb en pyraclostrobine zijn maximumresidugehalten (MRL’s) opgenomen in bijlage II en deel B van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 396/2005. Voor dimethomorf zijn MRL’s vastgesteld in deel A van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 396/2005.

(2)

Bepaalde technische aanpassingen moeten worden aangebracht; meer bepaald moet de benaming van de werkzame stof „2,4 DB” worden vervangen door „2,4-DB”. Bijlage II en deel B van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 396/2005 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

Voor 2,4-DB heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL’s ingediend overeenkomstig artikel 12, lid 2, juncto artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (2). De EFSA heeft voorgesteld de residudefinitie te wijzigen. De EFSA concludeerde dat er bepaalde gegevens ontbraken met betrekking tot de MRL’s voor gerst, haver, rogge en tarwe, voor vlees, vet, lever en nieren van varkens, runderen, schapen en geiten, alsmede voor koeienmelk, schapenmelk en geitenmelk, en dat de risicomanagers aanvullend onderzoek moeten verrichten. Aangezien er geen risico voor consumenten is, moeten de MRL’s voor deze producten in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden vastgelegd op het bestaande niveau of op het door de EFSA vastgestelde niveau. Bij de beoordeling van deze MRL’s wordt rekening gehouden met de informatie die binnen twee jaar na de bekendmaking van deze verordening beschikbaar komt.

(4)

Voor dimethomorf heeft de EFSA een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL’s ingediend overeenkomstig artikel 12, lid 2, juncto artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (3). De EFSA heeft voorgesteld de residudefinitie te wijzigen. De EFSA heeft aanbevolen de MRL’s te verlagen voor ananassen, aardappelen, bosuien, komkommers, augurken, courgettes, meloenen, koolrabi, andijvie, witlof, bonen (vers, zonder peulen), papaverzaad en raapzaad, voor vlees, vet, lever en nieren van varkens, runderen, schapen en geiten, alsmede voor vlees, vet, en lever van pluimvee, koeienmelk, schapenmelk, geitenmelk en vogeleieren. Voor andere producten heeft de EFSA aanbevolen de bestaande MRL’s te verhogen of te handhaven. De EFSA concludeerde dat er bepaalde gegevens ontbraken met betrekking tot de MRL’s voor bramen, frambozen en spinazie, en dat de risicomanagers aanvullend onderzoek moeten verrichten. Aangezien er geen risico voor consumenten is, moeten de MRL’s voor deze producten in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden vastgelegd op het bestaande niveau of op het door de EFSA vastgestelde niveau. Bij de evaluatie van deze MRL’s wordt rekening gehouden met de informatie die binnen twee jaar na de bekendmaking van deze verordening beschikbaar komt. Wat betreft „bolgewassen — andere”, moet de MRL op een ander niveau worden vastgelegd dan door de EFSA is vastgesteld, aangezien er geen risico voor consumenten is en gezien de aanvullende informatie die door Duitsland is verstrekt over de goede landbouwpraktijken. Na de indiening van het in de eerste zin genoemde advies heeft de EFSA een aanvullend advies ingediend met betrekking tot de MRL’s voor knoflook, uien, sjalotten, broccoli, sluitkool, bladkoolachtigen, sla, andijvie, spinazie, snijbiet en selderij (4) (5). Deze adviezen moeten in overweging worden genomen.

(5)

Voor indoxacarb heeft de EFSA een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL’s ingediend overeenkomstig artikel 12, lid 2, juncto artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (6). De EFSA heeft voorgesteld de residudefinitie te wijzigen. De EFSA heeft aanbevolen de MRL’s voor blauwe bessen, aalbessen, kruisbessen, rozenbottels, moerbeien, azaroles, vlierbessen, spruitjes, sluitkool, andijvie, pinda’s, raapzaad en maïs te verlagen. Voor andere producten heeft de EFSA aanbevolen de bestaande MRL’s te verhogen of te handhaven. De EFSA concludeerde dat er bepaalde gegevens ontbraken met betrekking tot de MRL’s voor appels, broccoli, bloemkool, veldsla, raketsla, rucola, bladeren en spruiten van brassica, vlees, vet en lever van pluimvee en vogeleieren, en dat de risicomanagers aanvullend onderzoek moeten verrichten. Aangezien er geen risico voor consumenten is, moeten de MRL’s voor deze producten in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden vastgelegd op het bestaande niveau of op het door de EFSA vastgestelde niveau. Bij de beoordeling van deze MRL’s wordt rekening gehouden met de informatie die binnen twee jaar na de bekendmaking van deze verordening beschikbaar komt. Na de indiening van het in de eerste zin genoemde advies heeft de EFSA een aanvullend advies ingediend met betrekking tot de MRL’s voor aardbeien, frambozen, Chinese kool, veldsla, bonen (vers, met peulen), kardoen, knolvenkel en rabarber (7). Dit advies moet in overweging worden genomen.

(6)

Voor pyraclostrobine heeft de EFSA een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL’s ingediend overeenkomstig artikel 12, lid 2, juncto artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (8). De EFSA heeft aanbevolen de MRL’s voor andijvie en lupinen (droog) te verlagen. Voor andere producten heeft de EFSA aanbevolen de bestaande MRL’s te verhogen of te handhaven. De EFSA concludeerde dat er bepaalde gegevens ontbraken met betrekking tot de MRL’s voor tafeldruiven, selderij, katoenzaad en koffiebonen, en dat de risicomanagers aanvullend onderzoek moeten verrichten. Aangezien er geen risico voor consumenten is, moeten de MRL’s voor deze producten in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden vastgelegd op het bestaande niveau of op het door de EFSA vastgestelde niveau. Bij de beoordeling van deze MRL’s wordt rekening gehouden met de informatie die binnen twee jaar na de bekendmaking van deze verordening beschikbaar komt. Na de indiening van het in de eerste zin genoemde advies heeft de EFSA een aanvullend advies ingediend met betrekking tot de MRL’s voor sinaasappelen, bladkoolachtigen, lijnzaad, pinda’s, papaverzaad, sesamzaad, raapzaad, mosterdzaad, katoenzaad, saffloer, bernagie, huttentut en wonderboom (9) (10). Deze adviezen moeten in overweging worden genomen. Wat betreft kersen, perziken, pruimen, aardbeien, bramen, frambozen, blauwe bessen, papaya’s, uien, cucurbitaceae (eetbare schil), gerst, haver, rogge, sorghum en tarwe, heeft de commissie van de Codex Alimentarius (CAC) (11), na de indiening van het in de eerste zin genoemde advies door de EFSA, Codex-MRL’s (CXL’s) vastgesteld voor pyraclostrobine. Deze CLX’s moeten in overweging worden genomen, met uitzondering van de CXL’s die niet veilig zijn voor een Europese consumentengroep en waarvoor de Unie bij de CAC (12) voorbehoud heeft gemaakt.

(7)

Op grond van de met redenen omklede adviezen van de EFSA en rekening houdend met de ter zake relevante factoren voldoen de wijzigingen van de MRL’s aan de vereisten van artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 396/2005.

(8)

De handelspartners van de Unie zijn via de Wereldhandelsorganisatie over de nieuwe MRL’s geraadpleegd en er is rekening gehouden met hun opmerkingen.

(9)

Er moet worden voorzien in een redelijke termijn voordat de gewijzigde MRL’s van toepassing worden, zodat de lidstaten en de belanghebbende partijen zich kunnen voorbereiden op de nieuwe eisen die uit de wijziging van de MRL’s voortvloeien.

(10)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 en delen A en B van bijlage III bij die verordening moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

De verordening voorziet in een overgangsregeling voor producten die voor de wijziging van de MRL’s rechtmatig werden vervaardigd en waarvoor uit de informatie is gebleken dat een hoog niveau van consumentenbescherming wordt gehandhaafd, zodat deze op een normale wijze in de handel gebracht, verwerkt en geconsumeerd kunnen worden.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, en het Europees Parlement noch de Raad heeft zich daartegen verzet,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Verordening (EG) nr. 396/2005 blijft in de versie die voor de wijziging uit hoofde van deze verordening van kracht was, van toepassing op producten die voor 2 februari 2014 rechtmatig werden geproduceerd:

1.

wat betreft de werkzame stoffen 2,4-DB en dimethomorf in en op alle producten;

2.

wat betreft de werkzame stof indoxacarb in en op alle producten behalve sluitkool en andijvie;

3.

wat betreft de werkzame stof pyraclostrobine in en op alle producten behalve andijvie.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 2 februari 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 juli 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1.

(2)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, Review of the existing maximum residue levels (MRLs) for 2,4-DB according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2011; 9(10):2420 [35 blz.].

(3)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, Review of the existing maximum residue levels (MRLs) for dimethomorph according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2011; 9(8):2348 [64 blz.].

(4)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, Modification of the existing MRLs for dimethomorph in spinach and beet leaves (chard). EFSA Journal 2011; 9(11):2437 [24 blz.].

(5)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, Modification of the existing MRLs for dimethomorph in several vegetable crops. EFSA Journal 2012; 10(7):2845 [35 blz.].

(6)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, Review of the existing maximum residue levels (MRLs) for indoxacarb according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2011; 9(8):2343 [83 blz.], zoals op 3 september 2012 bekendgemaakt.

(7)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, Modification of the existing MRLs for indoxacarb in various crops. EFSA Journal 2012; 10(7):2833 [33 blz.], zoals op 5 september 2012 bekendgemaakt.

(8)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, Review of the existing maximum residue levels (MRLs) for pyraclostrobin according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2011; 9(8):2344 [92 blz.].

(9)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, Modification of the existing MRLs for pyraclostrobin in various crops. EFSA Journal 2011; 9(3):2120. [41 blz.].

(10)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, Modification of the existing MRLs for pyraclostrobin in leafy brassica and various cereals. EFSA Journal 2012; 10(3):2606 [36 blz.].

(11)  De verslagen van het Codex-comité voor bestrijdingsmiddelenresiduen zijn te vinden op:

http://www.codexalimentarius.org/download/report/777/REP12_PRe.pdf

Gezamenlijke FAO/WHO-voedselnormenprogramma, commissie van de Codex Alimentarius. Bijlage II en III, 35e bijeenkomst. Rome, Italië, 2-7 juli 2012.

(12)  Scientific support for preparing an EU position in the 44th Session of the Codex Committee on Pesticide Residues (CCPR). EFSA Journal 2012; 10(7):2859 [155 blz.].


BIJLAGE

De bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

a)

de kolommen voor 2,4-DB, indoxacarb en pyraclostrobine worden vervangen door:

Bestrijdingsmiddelenresiduen en maximumresidugehalten (mg/kg)

Code-nummer

Groepen en voorbeelden van afzonderlijke producten waarvoor de MRL's gelden (1)

2,4-DB (som van 2,4-DB, zouten, esters en conjugaten daarvan, uitgedrukt als 2,4-DB) (R)

Indoxacarb (som van indoxacarb en de R-enantiomeer daarvan) (F)

Pyraclostrobin (F)

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

0100000

1.

FRUIT, VERS OF BEVROREN; NOTEN

 

 

 

0110000

i)

Citrusvruchten

0,01  (*1)

0,02  (*1)

 

0110010

Grapefruits (Shaddock, pomelo, sweetie, tangelo (met uitzondering van mineola), ugli en andere kruisingen)

 

 

1

0110020

Sinaasappelen (Bergamot, bittere sinaasappel, chinotto en andere kruisingen)

 

 

2

0110030

Citroenen (Citroen, limoen)

 

 

1

0110040

Lemmetjes

 

 

1

0110050

Mandarijnen (Clementine, tangerine, mineola en andere kruisingen)

 

 

1

0110990

Overige

 

 

1

0120000

ii)

Noten (al dan niet in de dop, schil of schaal)

0,05  (*1)

0,02  (*1)

 

0120010

Amandelen

 

 

0,02  (*1)

0120020

Paranoten

 

 

0,02  (*1)

0120030

Cashewnoten

 

 

0,02  (*1)

0120040

Kastanjes

 

 

0,02  (*1)

0120050

Kokosnoten

 

 

0,02  (*1)

0120060

Hazelnoten (Lambertsnoot)

 

 

0,02  (*1)

0120070

Macadamia

 

 

0,02  (*1)

0120080

Pecannoten

 

 

0,02  (*1)

0120090

Pijnboompitten

 

 

0,02  (*1)

0120100

Pistaches

 

 

1

0120110

Walnoten

 

 

0,02  (*1)

0120990

Overige

 

 

0,02  (*1)

0130000

iii)

Pitvruchten

0,01  (*1)

 

0,5

0130010

Appelen (Wilde appel)

 

0,5 (+)

 

0130020

Peren (Japanse peer (nashi))

 

0,5

 

0130030

Kweeperen

 

0,02  (*1)

 

0130040

Mispels

 

0,02  (*1)

 

0130050

Loquats (Japanse mispels)

 

0,02  (*1)

 

0130990

Overige

 

0,02  (*1)

 

0140000

iv)

Steenvruchten

0,01  (*1)

1

 

0140010

Abrikozen

 

 

1

0140020

Kersen (Zoete kers, zure kers)

 

 

3

0140030

Perziken (Nectarines en soortgelijke kruisingen)

 

 

0,3

0140040

Pruimen (Kwets, reine-claude, mirabel, sleepruim)

 

 

0,8

0140990

Overige

 

 

0,02  (*1)

0150000

v)

Besvruchten en kleinfruit

0,01  (*1)

 

 

0151000

a)

Tafel- en wijndruiven

 

2

 

0151010

Tafeldruiven

 

 

1 (+)

0151020

Wijndruiven

 

 

2

0152000

b)

Aardbeien

 

0,6

1,5

0153000

c)

Rubussoorten

 

 

 

0153010

Bramen

 

0,5

3

0153020

Dauwbramen (Loganbes, boysenbes, kruipbraam)

 

0,02  (*1)

2

0153030

Frambozen (Wijnbes, poolbraam/fram-boos, (Rubus arcticus), nectarframboos (Rubus arcticus x idaeus))

 

0,6

3

0153990

Overige

 

0,02  (*1)

2

0154000

d)

Ander kleinfruit en besvruchten

 

 

 

0154010

Blauwe bessen (Blauwe bosbes)

 

0,8

4

0154020

Veenbessen (Vossenbes (rode bosbes))

 

1

3

0154030

Aalbessen (rood, zwart en wit)

 

0,8

3

0154040

Kruisbessen (Kruisingen met andere ribessoorten)

 

0,8

3

0154050

Rozenbottels

 

0,8

3

0154060

Moerbeien (Aardbeiboomvrucht)

 

0,8

3

0154070

Azaroles (Middellandse-zeemispels)5 (Kiwibes (Actinidia arguta))

 

0,8

3

0154080

Vlierbessen (Zwarte appelbes, lijsterbes, duindoorn, meidoorn, peerlijsterbes en andere bessen van bomen)

 

0,8

3

0154990

Overige

 

0,8

3

0160000

vi)

Diverse vruchten

0,01  (*1)

 

 

0161000

a)

Met eetbare schil

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0161010

Dadels

 

 

 

0161020

Vijgen

 

 

 

0161030

Tafelolijven

 

 

 

0161040

Kumquats (Marumi-kumquats, nagami-kumquats, limequats (Citrus aurantifolia x Fortunella spp.))

 

 

 

0161050

Carambola's, stervrucht (Bilimbi (blimbing))

 

 

 

0161060

Kaki's

 

 

 

0161070

Jambolans (djamblangs) (Djamboe ajer, pommerak, rozenappel, Braziliaanse kers, Surinaamse kers (grumichama Eugenia uniflora))

 

 

 

0161990

Overige

 

 

 

0162000

b)

Met niet-eetbare schil, klein

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0162010

Kiwi's

 

 

 

0162020

Lychees (Kapulasan, ramboetan, mangosteen)

 

 

 

0162030

Passievruchten

 

 

 

0162040

Woestijnvijgen (cactusvruchten)

 

 

 

0162050

Sterappelen

 

 

 

0162060

Noord-Amerikaanse persimoenen (Zwarte zapote, witte zapote, groene zapote, canistel, mamey zapote)

 

 

 

0162990

Overige

 

 

 

0163000

c)

Met niet-eetbare schil, groot

 

 

 

0163010

Avocado's

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0163020

Bananen (Dwergbanaan, bakbanaan, appelbanaan)

 

0,2

0,02  (*1)

0163030

Mango's

 

0,02  (*1)

0,05

0163040

Papaja's

 

0,02  (*1)

0,07

0163050

Granaatappels

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0163060

Cherimoya's (Custardappel, suikerappel (zoetzak), ilama en andere middelgrote Annonaceae)

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0163070

Guaves (Rode pitaya of drakenvrucht (Hylocereus undatus))

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0163080

Ananassen

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0163090

Broodvruchten (Nangka (jackfruit))

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0163100

Doerians

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0163110

Zuurzakken (doerian blanda)

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0163990

Overige

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0200000

2.

GROENTEN, VERS OF BEVROREN

 

 

 

0210000

i)

Wortel- en knolgewassen

0,01  (*1)

 

 

0211000

a)

Aardappelen

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0212000

b)

Tropische wortel- en knolgewassen

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0212010

Cassave (Taro, eddo (eddoe), yautia)

 

 

 

0212020

Bataten (zoete aardappelen)

 

 

 

0212030

Yams (Yamboon (jicama))

 

 

 

0212040

Pijlwortel

 

 

 

0212990

Overige

 

 

 

0213000

c)

Andere wortel- en knolgewassen, behalve suikerbiet

 

 

 

0213010

Rode bieten

 

0,02  (*1)

0,1

0213020

Wortelen

 

0,02  (*1)

0,5

0213030

Knolselderij

 

0,02  (*1)

0,3

0213040

Mierikswortel (Engelwortel, lavaswortel, gentiaanwortel)

 

0,02  (*1)

0,3

0213050

Aardperen (topinamboers)

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0213060

Pastinaken

 

0,02  (*1)

0,3

0213070

Wortelpeterselie

 

0,02  (*1)

0,1

0213080

Radijzen (Rammenas, daikon, kleine radijs en dergelijke, tijgernoot (Cyperus esculentus))

 

0,3

0,5

0213090

Schorseneren (Zwarte schorseneer, Spaanse schorseneer (oesterplant))

 

0,02  (*1)

0,1

0213100

Koolrapen

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0213110

Rapen

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0213990

Overige

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0220000

ii)

Bolgewassen

0,01  (*1)

0,02  (*1)

 

0220010

Knoflook

 

 

0,3

0220020

Uien (Zilveruitjes)

 

 

1,5

0220030

Sjalotten

 

 

0,3

0220040

Bosuien (Stengelui en dergelijke)

 

 

1,5

0220990

Overige

 

 

0,02  (*1)

0230000

iii)

Vruchtgroenten

0,01  (*1)

 

 

0231000

a)

Solanaceae

 

 

 

0231010

Tomaten (Kerstomaat, boomtomaat, physalis, gojibes, wolfsbes (Lycium barbarum en L. chinense))

 

0,5

0,3

0231020

Pepers (paprika's) (Chilipeper)

 

0,3

0,5

0231030

Aubergines (Pepino)

 

0,5

0,3

0231040

Okra's, okers

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0231990

Overige

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0232000

b)

Cucurbitaceae met eetbare schil

 

0,5

0,5

0232010

Komkommers

 

 

 

0232020

Augurken

 

 

 

0232030

Courgettes (Zomerpompoen, patisson)

 

 

 

0232990

Overige

 

 

 

0233000

c)

Cucurbitaceae met niet-eetbare schil

 

0,5

0,5

0233010

Meloenen (Kiwano)

 

 

 

0233020

Pompoenen (Winterpompoen)

 

 

 

0233030

Watermeloenen

 

 

 

0233990

Overige

 

 

 

0234000

d)

Suikermaïs

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0239000

e)

Andere vruchtgroenten

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0240000

iv)

Koolsoorten

0,01  (*1)

 

 

0241000

a)

Bloemkoolachtigen

 

0,3

0,1

0241010

Broccoli (Chinese broccoli, choisum)

 

(+)

 

0241020

Bloemkool

 

(+)

 

0241990

Overige

 

 

 

0242000

b)

Sluitkoolachtigen

 

 

 

0242010

Spruitjes

 

0,06

0,3

0242020

Sluitkool (Spitskool, rode kool, savooiekool, witte kool)

 

0,2

0,2

0242990

Overige

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0243000

c)

Bladkoolachtigen

 

 

1,5

0243010

Chinese kool (Mosterdkool, paksoi, tatsoi, choi sum, petsai)

 

3

 

0243020

Boerenkool (Boerenkool (krulkool), Portugese boerenkool, Portugese kool, bladkool)

 

0,4

 

0243990

Overige

 

0,4

 

0244000

d)

Koolrabi

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0250000

v)

Bladgroenten en verse kruiden

 

 

 

0251000

a)

Slasoorten, met inbegrip van Brassicaceae

0,01  (*1)

 

 

0251010

Veldsla (Italiaanse veldsla)

 

30

10

0251020

Sla (Kropsla, lollo rosso, ijsbergsla, Romaanse sla (bindsla))

 

2

2

0251030

Andijvie (Wilde cichorei, rode sla (radicchio), krulandijvie, groenlof)

 

1

0,4

0251040

Tuinkers

 

0,02  (*1)

10

0251050

Winterkers

 

0,02  (*1)

10

0251060

Raketsla, rucola (Grote zandkool)

 

2 (+)

10

0251070

Rode amsoi

 

0,02  (*1)

10

0251080

Bladeren en spruiten van Brassica spp. (Mizuna, bladeren van erwten en radijzen en andere babyleaf-koolgewassen (gewassen die tot het achtbladstadium worden geoogst))

 

2 (+)

10

0251990

Overige

 

0,02  (*1)

10

0252000

b)

Spinazie en dergelijke (bladgroente)

0,01  (*1)

 

 

0252010

Spinazie (Nieuw-Zeelandse spinazie, Chinese spinazie (amarant))

 

2

0,5

0252020

Postelein (Winterpostelein, zomerpostelein, zuring, zeekraal, (Salsola soda) monniksbaard (agretti))

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0252030

Snijbiet (Bladeren van de biet)

 

0,02  (*1)

0,5

0252990

Overige

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0253000

c)

Wijnstokbladeren (druivenbladeren)

0,01  (*1)

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0254000

d)

Waterkers

0,01  (*1)

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0255000

e)

Witlof

0,01  (*1)

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0256000

f)

Kruiden

0,02  (*1)

 

2

0256010

Kervel

 

2

 

0256020

Bieslook

 

2

 

0256030

Bladselderij (Venkelblad, korianderblad, dilleblad, karwijblad, lavas, engelwortel, roomse kervel en andere Apiaceae-bladeren)

 

2

 

0256040

Peterselie

 

2

 

0256050

Salie (Winterbonenkruid, bonenkruid)

 

2

 

0256060

Rozemarijn

 

2

 

0256070

Tijm (Marjolein, oregano)

 

2

 

0256080

Basilicum (Citroenmelisse, munt, pepermunt)

 

15

 

0256090

Laurierblad

 

2

 

0256100

Dragon (Hysop)

 

2

 

0256990

Overige (Eetbare bloemen)

 

2

 

0260000

vi)

Peulgroenten (vers)

0,01  (*1)

 

0,02  (*1)

0260010

Bonen (met peul) (Sperzieboon (prinsessenboon, slaboon), pronkboon, snijboon, kousenband)

 

0,3

 

0260020

Bonen (zonder peul) (Tuinboon, flageolet, zwaardboon, limaboon, zwartogenboon)

 

0,02  (*1)

 

0260030

Erwten (met peul) (Peultjes (suikererwt))

 

0,02  (*1)

 

0260040

Erwten (zonder peul) (Doperwt, groene erwt, keker)

 

0,02  (*1)

 

0260050

Linzen

 

0,02  (*1)

 

0260990

Overige

 

0,02  (*1)

 

0270000

vii)

Stengelgroenten (vers)

0,01  (*1)

 

 

0270010

Asperges

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0270020

Kardoen

 

3

0,02  (*1)

0270030

Bleekselderij

 

2

0,02 (*1) (+)

0270040

Knolvenkel

 

3

0,02  (*1)

0270050

Artisjokken

 

0,2

2

0270060

Prei

 

0,02  (*1)

0,7

0270070

Rabarber

 

3

0,02  (*1)

0270080

Bamboescheuten

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0270090

Palmharten

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0270990

Overige

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0280000

viii)

Fungi

0,01  (*1)

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0280010

Gekweekt (Champignon, oesterzwam, shii-take)

 

 

 

0280020

Wild (Cantharel, truffel, morielje, Eekhoorntjesbrood)

 

 

 

0280990

Overige

 

 

 

0290000

(ix)

Zeewier

0,01  (*1)

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0300000

3.

PEULVRUCHTEN, GEDROOGD

0,01  (*1)

 

 

0300010

Bonen (Tuinboon, witte boon, flageolet, zwaardboon, limaboon, veldboon, zwartogenboon)

 

0,2

0,3

0300020

Linzen

 

0,01  (*1)

0,5

0300030

Erwten (Kekererwt, landbouwerwt, lathyrus)

 

0,2

0,3

0300040

Lupines

 

0,01  (*1)

0,05

0300990

Overige

 

0,01  (*1)

0,3

0400000

4.

OLIEHOUDENDE ZADEN EN VRUCHTEN

0,02  (*1)

 

 

0401000

i)

Oliehoudende zaden

 

 

 

0401010

Lijnzaad

 

0,02  (*1)

0,2

0401020

Pinda's

 

0,02  (*1)

0,04

0401030

Papaverzaad

 

0,02  (*1)

0,2

0401040

Sesamzaad

 

0,02  (*1)

0,2

0401050

Zonnebloempitten

 

0,02  (*1)

0,3

0401060

Koolzaad (Voederkoolzaad, raapzaad)

 

0,04

0,2

0401070

Sojabonen

 

0,5

0,05

0401080

Mosterdzaad

 

0,02  (*1)

0,2

0401090

Katoenzaad

 

1

0,3

0401100

Pompoenzaad (Andere zaden van Cucurbitaceae)

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0401110

Saffloer

 

0,02  (*1)

0,2

0401120

Komkommerkruid

 

0,02  (*1)

0,2

0401130

Huttentut

 

0,02  (*1)

0,2

0401140

Hennepzaad

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0401150

Wonderboom

 

0,02  (*1)

0,2

0401990

Overige

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0402000

ii)

Oliehoudende vruchten

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0402010

Olijven voor oliewinning

 

 

 

0402020

Palmnoten (palmpitten)

 

 

 

0402030

Palmvruchten

 

 

 

0402040

Kapok

 

 

 

0402990

Overige

 

 

 

0500000

5.

GRANEN

 

0,01  (*1)

 

0500010

Gerst

0,05 (+)

 

1

0500020

Boekweit (Amarant, quinoa)

0,01  (*1)

 

0,02  (*1)

0500030

Maïs

0,01  (*1)

 

0,02  (*1)

0500040

Gierst (Trosgierst, teff)

0,01  (*1)

 

0,02  (*1)

0500050

Haver

0,05 (+)

 

1

0500060

Rijst

0,01  (*1)

 

0,02  (*1)

0500070

Rogge

0,05 (+)

 

0,2

0500080

Sorghum

0,01  (*1)

 

0,5

0500090

Tarwe (Spelt, triticale)

0,05 (+)

 

0,2

0500990

Overige

0,01  (*1)

 

0,02  (*1)

0600000

6.

THEE, KOFFIE, KRUIDENTHEE EN CACAO

0,05  (*1)

0,05  (*1)

 

0610000

i)

Thee (gedroogde bladeren en stengels, al dan niet gefermenteerd, van Camellia sinensis)

 

 

0,1  (*1)

0620000

ii)

Koffiebonen

 

 

0,3 (+)

0630000

iii)

Kruidenthee (gedroogd)

 

 

0,1  (*1)

0631000

a)

Bloemen

 

 

 

0631010

Kamille (bloem)

 

 

 

0631020

Hibiscus (bloem)

 

 

 

0631030

Rozenblaadjes

 

 

 

0631040

Jasmijn (bloem) (Vlierbloesem (Sambucus nigra))

 

 

 

0631050

Lindebloesem

 

 

 

0631990

Overige

 

 

 

0632000

b)

Bladeren

 

 

 

0632010

Aardbei (blad)

 

 

 

0632020

Rooibos (blad) (Ginkgo (blad))

 

 

 

0632030

Maté

 

 

 

0632990

Overige

 

 

 

0633000

c)

Wortels

 

 

 

0633010

Valeriaanwortel

 

 

 

0633020

Ginsengwortel

 

 

 

0633990

Overige

 

 

 

0639000

d)

Andere kruidenthee

 

 

 

0640000

iv)

Cacaobonen (gefermenteerd)

 

 

0,1  (*1)

0650000

v)

Carob (johannesbrood)

 

 

0,1  (*1)

0700000

7.

HOP (gedroogd), inclusief hoppellets en niet-geconcentreerd poeder

0,05  (*1)

0,05  (*1)

15

0800000

8.

SPECERIJEN

0,05  (*1)

0,05  (*1)

0,1  (*1)

0810000

i)

Zaden

 

 

 

0810010

Anijs

 

 

 

0810020

Zwarte komijn

 

 

 

0810030

Selderijzaad (Lavaszaad)

 

 

 

0810040

Korianderzaad

 

 

 

0810050

Komijnzaad

 

 

 

0810060

Dillezaad

 

 

 

0810070

Venkelzaad

 

 

 

0810080

Fenegriek

 

 

 

0810090

Nootmuskaat

 

 

 

0810990

Overige

 

 

 

0820000

ii)

Vruchten en bessen

 

 

 

0820010

Piment

 

 

 

0820020

Anijspeper (Japanse peper)

 

 

 

0820030

Karwij

 

 

 

0820040

Kardemom

 

 

 

0820050

Jeneverbessen

 

 

 

0820060

Peper, zwart en wit (Lange peper, roze peper)

 

 

 

0820070

Vanillestokjes

 

 

 

0820080

Tamarinde

 

 

 

0820990

Overige

 

 

 

0830000

iii)

Bast

 

 

 

0830010

Kaneel (Cassia)

 

 

 

0830990

Overige

 

 

 

0840000

iv)

Wortels en wortelstokken

 

 

 

0840010

Zoethout

 

 

 

0840020

Gember

 

 

 

0840030

Geelwortel

 

 

 

0840040

Mierikswortel

 

 

 

0840990

Overige

 

 

 

0850000

v)

Knoppen

 

 

 

0850010

Kruidnagels

 

 

 

0850020

Kappertjes

 

 

 

0850990

Overige

 

 

 

0860000

vi)

Stempels

 

 

 

0860010

Saffraan

 

 

 

0860990

Overige

 

 

 

0870000

vii)

Zaadrokken

 

 

 

0870010

Foelie

 

 

 

0870990

Overige

 

 

 

0900000

9.

SUIKERGEWASSEN

0,01  (*1)

 

 

0900010

Suikerbiet

 

0,1

0,2

0900020

Suikerriet

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0900030

Wortelcichorei

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

0900990

Overige

 

0,02  (*1)

0,02  (*1)

1000000

10.

PRODUCTEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG – LANDDIEREN

 

 

 

1010000

i)

Vlees, vleesbereidingen, slachtafvallen, bloed, dierlijke vetten, vers, gekoeld of bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt of verwerkt tot meel of poeder, andere verwerkte producten zoals worst, bereidingen van deze producten voor menselijke consumptie

 

 

0,05  (*1)

1011000

a)

Varkens

0,05  (*1)

 

 

1011010

Vlees

(+)

2

 

1011020

Spek (ander dan doorregen spek) en vet

(+)

2

 

1011030

Lever

(+)

0,05

 

1011040

Nier

(+)

0,05

 

1011050

Eetbare slachtafvallen

 

0,05

 

1011990

Overige

 

0,05

 

1012000

b)

Runderen

 

 

 

1012010

Vlees

0,2 (+)

2

 

1012020

Vet

0,2 (+)

2

 

1012030

Lever

0,4 (+)

0,05

 

1012040

Nier

0,1 (+)

0,05

 

1012050

Eetbare slachtafvallen

0,1 (+)

0,05

 

1012990

Overige

0,1 (+)

0,05

 

1013000

c)

Schapen

 

 

 

1013010

Vlees

0,2 (+)

2

 

1013020

Vet

0,2 (+)

2

 

1013030

Lever

0,4 (+)

0,05

 

1013040

Nier

0,1 (+)

0,05

 

1013050

Eetbare slachtafvallen

0,1 (+)

0,05

 

1013990

Overige

0,1 (+)

0,05

 

1014000

d)

Geiten

 

 

 

1014010

Vlees

0,2 (+)

2

 

1014020

Vet

0,2 (+)

2

 

1014030

Lever

0,4 (+)

0,05

 

1014040

Nier

0,1 (+)

0,05

 

1014050

Eetbare slachtafvallen

0,1 (+)

0,05

 

1014990

Overige

0,1 (+)

0,05

 

1015000

e)

Paarden, ezels, muildieren en muilezels

 

 

 

1015010

Vlees

0,2 (+)

2

 

1015020

Vet

0,2 (+)

2

 

1015030

Lever

0,4 (+)

0,05

 

1015040

Nier

0,1 (+)

0,05

 

1015050

Eetbare slachtafvallen

0,1 (+)

0,05

 

1015990

Overige

0,1 (+)

0,05

 

1016000

f)

Pluimvee – kippen, ganzen, eenden, kalkoenen, parelhoenders, struisvogels, duiven

0,05  (*1)

0,01 (*1) (+)

 

1016010

Vlees

 

 

 

1016020

Vet

 

 

 

1016030

Lever

 

 

 

1016040

Nier

 

 

 

1016050

Eetbare slachtafvallen

 

 

 

1016990

Overige

 

 

 

1017000

g)

Andere landbouwhuisdieren (Konijn, kangoeroe)

 

 

 

1017010

Vlees

0,2 (+)

2

 

1017020

Vet

0,2 (+)

2

 

1017030

Lever

0,4 (+)

0,05

 

1017040

Nier

0,1 (+)

0,05

 

1017050

Eetbare slachtafvallen

0,1 (+)

0,05

 

1017990

Overige

0,1 (+)

0,05

 

1020000

ii)

Melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, boter en andere van melk afkomstige vetstoffen, kaas en wrongel

1,5 (+)

0,1

0,01  (*1)

1020010

Runderen

 

 

 

1020020

Schapen

 

 

 

1020030

Geiten

 

 

 

1020040

Paarden

 

 

 

1020990

Overige

 

 

 

1030000

iii)

Vogeleieren, vers, verduurzaamd of gekookt eieren uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

0,05  (*1)

0,02 (+)

0,05  (*1)

1030010

Kippen

 

 

 

1030020

Eenden

 

 

 

1030030

Ganzen

 

 

 

1030040

Kwartels

 

 

 

1030990

Overige

 

 

 

1040000

iv)

Honing (Koninginnengelei, pollen)

0,05  (*1)

0,05  (*1)

0,05  (*1)

1050000

v)

Amfibieën en reptielen (Kikkerbilletjes, krokodillen)

0,05  (*1)

0,01  (*1)

0,05  (*1)

1060000

vi)

Slakken

0,05  (*1)

0,01  (*1)

0,05  (*1)

1070000

vii)

Andere producten van landdieren

0,05  (*1)

0,01  (*1)

0,05  (*1)

(F)

=

vetoplosbaar

2,4-DB (som van 2,4-DB, zouten, esters en conjugaten daarvan, uitgedrukt als 2,4-DB) (R)

(R)

=

voor de volgende combinaties van bestrijdingsmiddel en codenummer geldt een andere residudefinitie:

2,4-DB-code 1000000 behalve 1040000 : 2,4-DB (som van 2,4-DB en conjugaten daarvan, uitgedrukt als 2,4-DB) (R)

(+)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft vastgesteld dat sommige informatie m.b.t. de analysemethoden en het metabolisme ontbreekt. Bij de herziening van de MRL zal de Commissie rekening houden met die informatie als ze is ingediend uiterlijk op 13 juli 2015 of, als die informatie niet tegen die datum is ingediend, met het ontbreken ervan.

0500010

Gerst

0500050

Haver

0500070

Rogge

0500090

Tarwe (Spelt, triticale)

(+)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft vastgesteld dat sommige informatie m.b.t. de analysemethodes ontbreekt. Bij herziening van de MRL zal de Commissie rekening houden met die informatie als ze is ingediend uiterlijk op 13 juli 2015 of, als die informatie niet tegen die datum is ingediend, met het ontbreken ervan.

1011010

Vlees

1011020

Spek (ander dan doorregen spek) en vet

1011030

Lever

1011040

Nier

(+)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft vastgesteld dat sommige informatie m.b.t. de analysemethoden en het voeder voor herkauwers ontbreekt. Bij de herziening van de MRL zal de Commissie rekening houden met die informatie als ze is ingediend uiterlijk op 13 juli 2015 of, als die informatie niet tegen die datum is ingediend, met het ontbreken ervan.

1012010

Vlees

1012020

Vet

1012030

Lever

1012040

Nier

1012050

Eetbare slachtafvallen

1012990

Overige

1013010

Vlees

1013020

Vet

1013030

Lever

1013040

Nier

1013050

Eetbare slachtafvallen

1013990

Overige

1014010

Vlees

1014020

Vet

1014030

Lever

1014040

Nier

1014050

Eetbare slachtafvallen

1014990

Overige

1015010

Vlees

1015020

Vet

1015030

Lever

1015040

Nier

1015050

Eetbare slachtafvallen

1015990

Overige

1017010

Vlees

1017020

Vet

1017030

Lever

1017040

Nier

1017050

Eetbare slachtafvallen

1017990

Overige

1020000

(ii)

Melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, boter en andere van melk afkomstige vetstoffen, kaas en wrongel

1020010

Runderen

1020020

chapen

1020030

Geiten

1020040

Paarden

1020990

Overige

Indoxacarb (som van indoxacarb en de R-enantiomeer daarvan) (F)

(+)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft vastgesteld dat sommige informatie m.b.t. de hydrolyse ontbreekt. Bij de herziening van de MRL zal de Commissie rekening houden met die informatie als ze is ingediend uiterlijk op 13 juli 2015 of, als die informatie niet tegen die datum is ingediend, met het ontbreken ervan.

0130010

Appelen (Wilde appel)

(+)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft vastgesteld dat sommige informatie m.b.t. de residuproeven ontbreekt. Bij herziening van de MRL zal de Commissie rekening houden met die informatie as ze is ingediend uiterlijk op 13 juli 2015 of, als die informatie niet tegen die datum is ingediend, met het ontbreken ervan.

0241010

Broccoli (Chinese broccoli, choisum)

0241020

Bloemkool

0251060

Raketsla, rucola (Grote zandkool)

0251080

Bladeren en spruiten van Brassica spp. (Mizuna, bladeren van erwten en radijzen en andere babyleaf-koolgewassen (gewassen die tot het achtbladstadium worden geoogst))

(+)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft vastgesteld dat sommige informatie m.b.t. het metabolisme ontbreekt. Bij de herziening van de MRL zal de Commissie rekening houden met die informatie als ze is ingediend uiterlijk op 13 juli 2015 of, als die informatie niet tegen die datum is ingediend, met het ontbreken ervan.

1016000

(f)

Pluimvee – kippen, ganzen, eenden, kalkoenen, parelhoenders, struisvogels, duiven

1016010

Vlees

1016020

Vet

1016030

Lever

1016040

Nier

1016050

Eetbare slachtafvallen

1016990

Overige

(+)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft vastgesteld dat sommige informatie m.b.t. de opslagstabiliteit ontbreekt. Bij de herziening van de MRL zal de Commissie rekening houden met die informatie als ze is ingediend uiterlijk op 13 juli 2015 of, als die informatie niet tegen die datum is ingediend, met het ontbreken ervan.

1030000

(iii)

Vogeleieren, vers, verduurzaamd of gekookt eieren uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

1030010

Kippen

1030020

Eenden

1030030

Ganzen

1030040

Kwartels

1030990

Overige

Pyraclostrobin (F)

(+)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft vastgesteld dat sommige informatie m.b.t. de residuproeven ontbreekt. Bij herziening van de MRL zal de Commissie rekening houden met die informatie as ze is ingediend uiterlijk op 13 juli 2015 of, als die informatie niet tegen die datum is ingediend, met het ontbreken ervan.

0151010

Tafeldruiven

0270030

Bleekselderij

(+)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft vastgesteld dat sommige informatie m.b.t. de analysemethodes ontbreekt. Bij herziening van de MRL zal de Commissie rekening houden met die informatie als ze is ingediend uiterlijk op 13 juli 2015 of, als die informatie niet tegen die datum is ingediend, met het ontbreken ervan.

0620000

(ii)

Koffiebonen

b)

de volgende kolom voor dimethomorf wordt toegevoegd:

Bestrijdingsmiddelenresiduen en maximumresidugehalten (mg/kg)

Code-nummer

Groepen en voorbeelden van afzonderlijke producten waarvoor de MRL's gelden (2)

Dimethomorf (som van de isomeren)

(1)

(2)

(3)

0100000

1.

FRUIT, VERS OF BEVROREN; NOTEN

 

0110000

i)

Citrusvruchten

 

0110010

Grapefruits (Shaddock, pomelo, sweetie, tangelo (met uitzondering van mineola), ugli en andere kruisingen)

0,01  (*2)

0110020

Sinaasappelen (Bergamot, bittere sinaasappel, chinotto en andere kruisingen)

0,8

0110030

Citroenen (Citroen, limoen)

0,01  (*2)

0110040

Lemmetjes

0,01  (*2)

0110050

Mandarijnen (Clementine, tangerine, mineola en andere kruisingen)

0,01  (*2)

0110990

Overige

0,01  (*2)

0120000

ii)

Noten (al dan niet in de dop, schil of schaal)

0,02  (*2)

0120010

Amandelen

 

0120020

Paranoten

 

0120030

Cashewnoten

 

0120040

Kastanjes

 

0120050

Kokosnoten

 

0120060

Hazelnoten (Lambertsnoot)

 

0120070

Macadamia

 

0120080

Pecannoten

 

0120090

Pijnboompitten

 

0120100

Pistaches

 

0120110

Walnoten

 

0120990

Overige

 

0130000

iii)

Pitvruchten

0,01  (*2)

0130010

Appelen (Wilde appel)

 

0130020

Peren (Japanse peer (nashi))

 

0130030

Kweeperen

 

0130040

Mispels

 

0130050

Loquats (Japanse mispels)

 

0130990

Overige

 

0140000

iv)

Steenvruchten

0,01  (*2)

0140010

Abrikozen

 

0140020

Kersen (Zoete kers, zure kers)

 

0140030

Perziken (Nectarines en soortgelijke kruisingen)

 

0140040

Pruimen (Kwets, reine-claude, mirabel, sleepruim)

 

0140990

Overige

 

0150000

v)

Besvruchten en kleinfruit

 

0151000

a)

Tafel- en wijndruiven

3

0151010

Tafeldruiven

 

0151020

Wijndruiven

 

0152000

b)

Aardbeien

0,7

0153000

c)

Rubussoorten

 

0153010

Bramen

0,05 (+)

0153020

Dauwbramen (Loganbes, boysenbes, kruipbraam)

0,01  (*2)

0153030

Frambozen (Wijnbes, poolbraam/fram-boos, (Rubus arcticus), nectarframboos (Rubus arcticus x idaeus))

0,05 (+)

0153990

Overige

0,01  (*2)

0154000

d)

Ander kleinfruit en besvruchten

0,01  (*2)

0154010

Blauwe bessen (Blauwe bosbes)

 

0154020

Veenbessen (Vossenbes (rode bosbes))

 

0154030

Aalbessen (rood, zwart en wit)

 

0154040

Kruisbessen (Kruisingen met andere ribessoorten)

 

0154050

Rozenbottels

 

0154060

Moerbeien (Aardbeiboomvrucht)

 

0154070

Azaroles (Middellandse-zeemispels)5 (Kiwibes (Actinidia arguta))

 

0154080

Vlierbessen (Zwarte appelbes, lijsterbes, duindoorn, meidoorn, peerlijsterbes en andere bessen van bomen)

 

0154990

Overige

 

0160000

vi)

Diverse vruchten

0,01  (*2)

0161000

a)

Met eetbare schil

 

0161010

Dadels

 

0161020

Vijgen

 

0161030

Tafelolijven

 

0161040

Kumquats (Marumi-kumquats, nagami-kumquats, limequats (Citrus aurantifolia x Fortunella spp.))

 

0161050

Carambola's, stervrucht (Bilimbi (blimbing))

 

0161060

Kaki's

 

0161070

Jambolans (djamblangs) (Djamboe ajer, pommerak, rozenappel, Braziliaanse kers, Surinaamse kers (grumichama Eugenia uniflora))

 

0161990

Overige

 

0162000

b)

Met niet-eetbare schil, klein

 

0162010

Kiwi's

 

0162020

Lychees (Kapulasan, ramboetan, mangosteen)

 

0162030

Passievruchten

 

0162040

Woestijnvijgen (cactusvruchten)

 

0162050

Sterappelen

 

0162060

Noord-Amerikaanse persimoenen (Zwarte zapote, witte zapote, groene zapote, canistel, mamey zapote)

 

0162990

Overige

 

0163000

c)

Met niet-eetbare schil, groot

 

0163010

Avocado's

 

0163020

Bananen (Dwergbanaan, bakbanaan, appelbanaan)

 

0163030

Mango's

 

0163040

Papaja's

 

0163050

Granaatappels

 

0163060

Cherimoya's (Custardappel, suikerappel (zoetzak), ilama en andere middelgrote Annonaceae)

 

0163070

Guaves (Rode pitaya of drakenvrucht (Hylocereus undatus))

 

0163080

Ananassen

 

0163090

Broodvruchten (Nangka (jackfruit))

 

0163100

Doerians

 

0163110

Zuurzakken (doerian blanda)

 

0163990

Overige

 

0200000

2.

GROENTEN, VERS OF BEVROREN

 

0210000

i)

Wortel- en knolgewassen

 

0211000

a)

Aardappelen

0,05

0212000

b)

Tropische wortel- en knolgewassen

0,01  (*2)

0212010

Cassave (Taro, eddo (eddoe), yautia)

 

0212020

Bataten (zoete aardappelen)

 

0212030

Yams (Yamboon (jicama))

 

0212040

Pijlwortel

 

0212990

Overige

 

0213000

c)

Andere wortel- en knolgewassen, behalve suikerbiet

 

0213010

Rode bieten

0,01  (*2)

0213020

Wortelen

0,01  (*2)

0213030

Knolselderij

0,01  (*2)

0213040

Mierikswortel (Engelwortel, lavaswortel, gentiaanwortel)

0,01  (*2)

0213050

Aardperen (topinamboers)

0,01  (*2)

0213060

Pastinaken

0,01  (*2)

0213070

Wortelpeterselie

0,01  (*2)

0213080

Radijzen (Rammenas, daikon, kleine radijs en dergelijke, tijgernoot (Cyperus esculentus))

1,5

0213090

Schorseneren (Zwarte schorseneer, Spaanse schorseneer (oesterplant))

0,01  (*2)

0213100

Koolrapen

0,01  (*2)

0213110

Rapen

0,01  (*2)

0213990

Overige

0,01  (*2)

0220000

ii)

Bolgewassen

 

0220010

Knoflook

0,6

0220020

Uien (Zilveruitjes)

0,6

0220030

Sjalotten

0,6

0220040

Bosuien (Stengelui en dergelijke)

0,2

0220990

Overige

0,15

0230000

iii)

Vruchtgroenten

 

0231000

a)

Solanaceae

1

0231010

Tomaten (Kerstomaat, boomtomaat, physalis, gojibes, wolfsbes (Lycium barbarum en L. chinense))

 

0231020

Pepers (paprika's) (Chilipeper)

 

0231030

Aubergines (Pepino)

 

0231040

Okra's, okers

 

0231990

Overige

 

0232000

b)

Cucurbitaceae met eetbare schil

0,5

0232010

Komkommers

 

0232020

Augurken

 

0232030

Courgettes (Zomerpompoen, patisson)

 

0232990

Overige

 

0233000

c)

Cucurbitaceae met niet-eetbare schil

0,5

0233010

Meloenen (Kiwano)

 

0233020

Pompoenen (Winterpompoen)

 

0233030

Watermeloenen

 

0233990

Overige

 

0234000

d)

Suikermaïs

0,01  (*2)

0239000

e)

Andere vruchtgroenten

0,01  (*2)

0240000

iv)

Koolsoorten

 

0241000

a)

Bloemkoolachtigen

 

0241010

Broccoli (Chinese broccoli, choisum)

5

0241020

Bloemkool

0,05

0241990

Overige

0,01  (*2)

0242000

b)

Sluitkoolachtigen

 

0242010

Spruitjes

0,01  (*2)

0242020

Sluitkool (Spitskool, rode kool, savooiekool, witte kool)

6

0242990

Overige

0,01  (*2)

0243000

c)

Bladkoolachtigen

3

0243010

Chinese kool (Mosterdkool, paksoi, tatsoi, choi sum, petsai)

 

0243020

Boerenkool (Boerenkool (krulkool), Portugese boerenkool, Portugese kool, bladkool)

 

0243990

Overige

 

0244000

d)

Koolrabi

0,02

0250000

v)

Bladgroenten en verse kruiden

 

0251000

a)

Slasoorten, met inbegrip van Brassicaceae

 

0251010

Veldsla (Italiaanse veldsla)

10

0251020

Sla (Kropsla, lollo rosso, ijsbergsla, Romaanse sla (bindsla))

15

0251030

Andijvie (Wilde cichorei, rode sla (radicchio), krulandijvie, groenlof)

6

0251040

Tuinkers

10

0251050

Winterkers

10

0251060

Raketsla, rucola (Grote zandkool)

10

0251070

Rode amsoi

10

0251080

Bladeren en spruiten van Brassica spp. (Mizuna, bladeren van erwten en radijzen en andere babyleaf-koolgewassen (gewassen die tot het achtbladstadium worden geoogst))

10

0251990

Overige

10

0252000

b)

Spinazie en dergelijke (bladgroente)

 

0252010

Spinazie (Nieuw-Zeelandse spinazie, Chinese spinazie (amarant))

1

0252020

Postelein (Winterpostelein, zomerpostelein, zuring, zeekraal, (Salsola soda) monniksbaard (agretti))

0,01  (*2)

0252030

Snijbiet (Bladeren van de biet)

1

0252990

Overige

0,01  (*2)

0253000

c)

Wijnstokbladeren (druivenbladeren)

0,01  (*2)

0254000

d)

Waterkers

0,01  (*2)

0255000

e)

Witlof

0,05

0256000

f)

Kruiden

10

0256010

Kervel

 

0256020

Bieslook

 

0256030

Bladselderij (Venkelblad, korianderblad, dilleblad, karwijblad, lavas, engelwortel, roomse kervel en andere Apiaceae-bladeren)

 

0256040

Peterselie

 

0256050

Salie (Winterbonenkruid, bonenkruid)

 

0256060

Rozemarijn

 

0256070

Tijm (Marjolein, oregano)

 

0256080

Basilicum (Citroenmelisse, munt, pepermunt)

 

0256090

Laurierblad

 

0256100

Dragon (Hysop)

 

0256990

Overige (Eetbare bloemen)

 

0260000

vi)

Peulgroenten (vers)

 

0260010

Bonen (met peul) (Sperzieboon (prinsessenboon, slaboon), pronkboon, snijboon, kousenband)

0,01  (*2)

0260020

Bonen (zonder peul) (Tuinboon, flageolet, zwaardboon, limaboon, zwartogenboon)

0,04

0260030

Erwten (met peul) (Peultjes (suikererwt))

0,01  (*2)

0260040

Erwten (zonder peul) (Doperwt, groene erwt, keker)

0,1

0260050

Linzen

0,01  (*2)

0260990

Overige

0,01  (*2)

0270000

vii)

Stengelgroenten (vers)

 

0270010

Asperges

0,01  (*2)

0270020

Kardoen

0,01  (*2)

0270030

Bleekselderij

15

0270040

Knolvenkel

0,01  (*2)

0270050

Artisjokken

2

0270060

Prei

1,5

0270070

Rabarber

0,01  (*2)

0270080

Bamboescheuten

0,01  (*2)

0270090

Palmharten

0,01  (*2)

0270990

Overige

0,01  (*2)

0280000

viii)

Fungi

0,01  (*2)

0280010

Gekweekt (Champignon, oesterzwam, shii-take)

 

0280020

Wild (Cantharel, truffel, morielje, Eekhoorntjesbrood)

 

0280990

Overige

 

0290000

ix)

Zeewier

0,01  (*2)

0300000

3.

PEULVRUCHTEN, GEDROOGD

0,01  (*2)

0300010

Bonen (Tuinboon, witte boon, flageolet, zwaardboon, limaboon, veldboon, zwartogenboon)

 

0300020

Linzen

 

0300030

Erwten (Kekererwt, landbouwerwt, lathyrus)

 

0300040

Lupines

 

0300990

Overige

 

0400000

4.

OLIEHOUDENDE ZADEN EN VRUCHTEN

0,02  (*2)

0401000

i)

Oliehoudende zaden

 

0401010

Lijnzaad

 

0401020

Pinda's

 

0401030

Papaverzaad

 

0401040

Sesamzaad

 

0401050

Zonnebloempitten

 

0401060

Koolzaad (Voederkoolzaad, raapzaad)

 

0401070

Sojabonen

 

0401080

Mosterdzaad

 

0401090

Katoenzaad

 

0401100

Pompoenzaad (Andere zaden van Cucurbitaceae)

 

0401110

Saffloer

 

0401120

Komkommerkruid

 

0401130

Huttentut

 

0401140

Hennepzaad

 

0401150

Wonderboom

 

0401990

Overige

 

0402000

ii)

Oliehoudende vruchten

 

0402010

Olijven voor oliewinning

 

0402020

Palmnoten (palmpitten)

 

0402030

Palmvruchten

 

0402040

Kapok

 

0402990

Overige

 

0500000

5.

GRANEN

0,01  (*2)

0500010

Gerst

 

0500020

Boekweit (Amarant, quinoa)

 

0500030

Maïs

 

0500040

Gierst (Trosgierst, teff)

 

0500050

Haver

 

0500060

Rijst

 

0500070

Rogge

 

0500080

Sorghum

 

0500090

Tarwe (Spelt, triticale)

 

0500990

Overige

 

0600000

6.

THEE, KOFFIE, KRUIDENTHEE EN CACAO

0,05  (*2)

0610000

i)

Thee (gedroogde bladeren en stengels, al dan niet gefermenteerd, van Camellia sinensis)

 

0620000

ii)

Koffiebonen

 

0630000

iii)

Kruidenthee (gedroogd)

 

0631000

a)

Bloemen

 

0631010

Kamille (bloem)

 

0631020

Hibiscus (bloem)

 

0631030

Rozenblaadjes

 

0631040

Jasmijn (bloem) (Vlierbloesem (Sambucus nigra))

 

0631050

Lindebloesem

 

0631990

Overige

 

0632000

b)

Bladeren

 

0632010

Aardbei (blad)

 

0632020

Rooibos (blad) (Ginkgo (blad))

 

0632030

Maté

 

0632990

Overige

 

0633000

c)

Wortels

 

0633010

Valeriaanwortel

 

0633020

Ginsengwortel

 

0633990

Overige

 

0639000

d)

Andere kruidenthee

 

0640000

iv)

Cacaobonen (gefermenteerd)

 

0650000

v)

Carob (johannesbrood)

 

0700000

7.

HOP (gedroogd), inclusief hoppellets en niet-geconcentreerd poeder

80

0800000

8.

SPECERIJEN

0,05  (*2)

0810000

i)

Zaden

 

0810010

Anijs

 

0810020

Zwarte komijn

 

0810030

Selderijzaad (Lavaszaad)

 

0810040

Korianderzaad

 

0810050

Komijnzaad

 

0810060

Dillezaad

 

0810070

Venkelzaad

 

0810080

Fenegriek

 

0810090

Nootmuskaat

 

0810990

Overige

 

0820000

ii)

Vruchten en bessen

 

0820010

Piment

 

0820020

Anijspeper (Japanse peper)

 

0820030

Karwij

 

0820040

Kardemom

 

0820050

Jeneverbessen

 

0820060

Peper, zwart en wit (Lange peper, roze peper)

 

0820070

Vanillestokjes

 

0820080

Tamarinde

 

0820990

Overige

 

0830000

iii)

Bast

 

0830010

Kaneel (Cassia)

 

0830990

Overige

 

0840000

iv)

Wortels en wortelstokken

 

0840010

Zoethout

 

0840020

Gember

 

0840030

Geelwortel

 

0840040

Mierikswortel

 

0840990

Overige

 

0850000

v)

Knoppen

 

0850010

Kruidnagels

 

0850020

Kappertjes

 

0850990

Overige

 

0860000

vi)

Stempels

 

0860010

Saffraan

 

0860990

Overige

 

0870000

vii)

Zaadrokken

 

0870010

Foelie

 

0870990

Overige

 

0900000

9.

SUIKERGEWASSEN

0,01  (*2)

0900010

Suikerbiet

 

0900020

Suikerriet

 

0900030

Wortelcichorei

 

0900990

Overige

 

1000000

10.

PRODUCTEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG – LANDDIEREN

 

1010000

i)

Vlees, vleesbereidingen, slachtafvallen, bloed, dierlijke vetten, vers, gekoeld of bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt of verwerkt tot meel of poeder, andere verwerkte producten zoals worst, bereidingen van deze producten voor menselijke consumptie

0,01  (*2)

1011000

a)

Varkens

 

1011010

Vlees

 

1011020

Spek (ander dan doorregen spek) en vet

 

1011030

Lever

 

1011040

Nier

 

1011050

Eetbare slachtafvallen

 

1011990

Overige

 

1012000

b)

Runderen

 

1012010

Vlees

 

1012020

Vet

 

1012030

Lever

 

1012040

Nier

 

1012050

Eetbare slachtafvallen

 

1012990

Overige

 

1013000

c)

Schapen

 

1013010

Vlees

 

1013020

Vet

 

1013030

Lever

 

1013040

Nier

 

1013050

Eetbare slachtafvallen

 

1013990

Overige

 

1014000

d)

Geiten

 

1014010

Vlees

 

1014020

Vet

 

1014030

Lever

 

1014040

Nier

 

1014050

Eetbare slachtafvallen

 

1014990

Overige

 

1015000

e)

Paarden, ezels, muildieren en muilezels

 

1015010

Vlees

 

1015020

Vet

 

1015030

Lever

 

1015040

Nier

 

1015050

Eetbare slachtafvallen

 

1015990

Overige

 

1016000

f)

Pluimvee – kippen, ganzen, eenden, kalkoenen, parelhoenders, struisvogels, duiven

 

1016010

Vlees

 

1016020

Vet

 

1016030

Lever

 

1016040

Nier

 

1016050

Eetbare slachtafvallen

 

1016990

Overige

 

1017000

g)

Andere landbouwhuisdieren (Konijn, kangoeroe)

 

1017010

Vlees

 

1017020

Vet

 

1017030

Lever

 

1017040

Nier

 

1017050

Eetbare slachtafvallen

 

1017990

Overige

 

1020000

ii)

Melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, boter en andere van melk afkomstige vetstoffen, kaas en wrongel

0,01  (*2)

1020010

Runderen

 

1020020

Schapen

 

1020030

Geiten

 

1020040

Paarden

 

1020990

Overige

 

1030000

iii)

Vogeleieren, vers, verduurzaamd of gekookt eieren uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

0,01  (*2)

1030010

Kippen

 

1030020

Eenden

 

1030030

Ganzen

 

1030040

Kwartels

 

1030990

Overige

 

1040000

iv)

Honing (Koninginnengelei, pollen)

0,05  (*2)

1050000

v)

Amfibieën en reptielen (Kikkerbilletjes, krokodillen)

0,01  (*2)

1060000

vi)

Slakken

0,01  (*2)

1070000

vii)

Andere producten van landdieren

0,01  (*2)

Dimethomorf (som van de isomeren)

(+)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft vastgesteld dat sommige informatie m.b.t. de residuproeven ontbreekt. Bij herziening van de MRL zal de Commissie rekening houden met die informatie als ze is ingediend uiterlijk op 13 juli 2015 of, als die informatie niet tegen die datum is ingediend, met het ontbreken ervan.

0153010

Bramen

0153030

Frambozen (Wijnbes, poolbraam/fram-boos, (Rubus arcticus), nectarframboos (Rubus arcticus x idaeus))”

2)

In bijlage III worden de kolommen voor 2,4-DB, dimethomorf, indoxacarb en pyraclostrobine geschrapt.


(1)  Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.

(*1)  Bepaalbaarheidsgrens

(2)  Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.

(*2)  Bepaalbaarheidsgrens


13.7.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/72


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 669/2013 VAN DE COMMISSIE

van 12 juli 2013

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 juli 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0707 00 05

TR

105,8

ZZ

105,8

0709 93 10

MA

60,4

TR

130,8

ZZ

95,6

0805 50 10

AR

78,6

TR

70,0

UY

89,3

ZA

102,3

ZZ

85,1

0808 10 80

AR

141,4

BR

109,9

CL

123,4

CN

95,9

NZ

136,3

US

141,4

ZA

113,5

ZZ

123,1

0808 30 90

AR

107,8

CL

131,1

CN

74,5

ZA

111,3

ZZ

106,2

0809 10 00

TR

189,1

ZZ

189,1

0809 29 00

TR

344,6

US

793,8

ZZ

569,2

0809 30

TR

192,3

ZZ

192,3

0809 40 05

BA

195,8

IL

99,1

MA

99,1

ZZ

131,3


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

13.7.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/74


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

van 9 juli 2013

tot goedkeuring van de actualisering van het macro-economische aanpassingsprogramma van Portugal

(2013/375/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit (1), en met name artikel 7, lid 5,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 472/2013 geldt voor lidstaten die op het tijdstip waarop zij in werking treedt, reeds financiële bijstand ontvangen, daaronder begrepen bijstand van het Europees Financieel Stabilisatiemechanisme (EFSM) en/of de Europese Faciliteit voor Financiële Stabiliteit (EFSF).

(2)

Verordening (EU) nr. 472/2013 stelt regels vast voor de goedkeuring van een macro-economisch aanpassingsprogramma voor lidstaten die dergelijke financiële bijstand ontvangen; die regels moeten in samenhang met de bepalingen van Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees Financieel Stabiliteitsmechanisme (2) worden toegepast wanneer de betrokken lidstaat zowel uit het EFSM als uit andere bronnen bijstand ontvangt.

(3)

Aan Portugal is zowel uit het EFSM bij Uitvoeringsbesluit 2011/344/EU van de Raad van 17 mei 2011 tot verlening van financiële bijstand van de Unie aan Portugal (3) als uit de EFSF financiële bijstand verleend.

(4)

Om redenen van consistentie moet de goedkeuring van de actualisering van het macro-economische aanpassingsprogramma voor Portugal overeenkomstig Verordening (EU) nr. 472/2013 gebeuren met verwijzing naar de relevante bepalingen van Uitvoeringsbesluit 2011/344/EU.

(5)

In lijn met artikel 3, lid 10, van Uitvoeringsbesluit 2011/344/EU heeft de Commissie, samen met het Internationaal Monetair Fonds en in samenspraak met de Europese Centrale Bank, de zevende toetsing verricht om te beoordelen welke vorderingen de Portugese autoriteiten bij de uitvoering van de overeengekomen maatregelen op grond van het macro-economisch aanpassingsprogramma heeft gemaakt, alsook hoe doeltreffend deze zijn en welk economisch en sociaal effect ze sorteren. Als gevolg van deze toetsing moeten bepaalde wijzigingen in het bestaande macro-economische aanpassingsprogramma worden aangebracht.

(6)

Deze wijzigingen zijn opgenomen in de relevante bepalingen van Uitvoeringsbesluit 2011/344/EU zoals gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit 2013/323/EU (4),

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 3, leden 7 tot en met 9, van Uitvoeringsbesluit 2011/344/EU vastgelegde maatregelen die door Portugal moeten worden genomen als onderdeel van zijn macro-economische aanpassingsprogramma worden goedgekeurd.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Portugese Republiek.

Gedaan te Brussel, 9 juli 2013.

Voor de Raad

De voorzitter

R. ŠADŽIUS


(1)   PB L 140 van 27.5.2013, blz. 1.

(2)   PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1.

(3)   PB L 159 van 17.6.2011, blz. 88.

(4)   PB L 175 van 27.6.2013, blz. 47.


13.7.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/75


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 28 juni 2013

tot intrekking van Besluit ECB/2013/13 inzake tijdelijke maatregelen betreffende de beleenbaarheid van door de Republiek Cyprus uitgegeven of gegarandeerde verhandelbare schuldbewijzen

(ECB/2013/21)

(2013/376/EU)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzonderheid het eerste streepje van artikel 127, lid 2,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid artikel 12.1 en het tweede streepje van artikel 34.1, juncto het eerste streepje van artikel 3.1 en artikel 18.2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Luidens artikel 18.1 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (de „ESCB-statuten”) mogen de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben krediettransacties verrichten met kredietinstellingen en andere marktpartijen, waarbij de verleende kredieten worden gedekt door toereikend onderpand. De beleenbaarheidscriteria voor onderpand voor monetaire-beleidstransacties van het Eurosysteem zijn vastgelegd in bijlage I bij Richtsnoer ECB/2011/14 van 20 september 2011 betreffende monetaire beleidsinstrumenten en -procedures van het Eurosysteem (1) (hierna de „Algemene Documentatie”).

(2)

Luidens paragraaf 1.6 van de Algemene Documentatie kan de Raad van bestuur van de ECB te allen tijde besluiten tot aanpassing van de instrumenten, voorwaarden, criteria en procedures voor de tenuitvoerlegging van de monetaire-beleidstransacties van het Eurosystem. Luidens paragraaf 6.3.1 van de Algemene Documentatie behoudt het Eurosysteem zich het recht voor te bepalen of een emissie, emittent, debiteur of garant aan de vereisten voor hoge kwaliteitseisen voor kredietstandaards voldoet, zulks op basis van alle informatie die het relevant acht.

(3)

Besluit ECB/2013/13 van 2 mei 2013 inzake tijdelijke maatregelen betreffende de beleenbaarheid van door de Republiek Cyprus uitgegeven of volledig gegarandeerde verhandelbare schuldbewijzen (2) schortte bij wijze van uitzonderlijke maatregel de minimumvereisten van het Eurosysteem voor kredietkwaliteitsdrempels op die van toepassing zijn op door de Republiek Cyprus uitgegeven of volledig gegarandeerde verhandelbare schuldbewijzen.

(4)

De Republiek Cyprus heeft besloten tot uitvoering van schuldbeheer aangaande door haar uitgegeven verhandelbare schuldbewijzen.

(5)

De adequatie van de door de Republiek Cyprus uitgegeven dan wel volledig gegarandeerde verhandelbare schuldbewijzen als onderpand voor transacties van het Eurosysteem is door het besluit tot uitvoering van schuldenbeheer nog verder verminderd.

(6)

Besluit ECB/2013/13 dient ingetrokken te worden.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Intrekking van Besluit ECB/2013/13

Besluit ECB/2013/13 wordt ingetrokken.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 28 juni 2013.

Gedaan te Frankfurt am Main, 28 juni 2013.

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)   PB L 331 van 14.12.2011, blz. 1.

(2)   PB L 133 van 17.5.2013, blz. 26.


13.7.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/s3


BERICHT AAN DE LEZER

Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie

Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie (PB L 69 van 13.3.2013, blz. 1) zal, met ingang van 1 juli 2013, enkel de elektronische editie van het Publicatieblad authentiek zijn en rechtsgevolgen hebben.

Indien het door onvoorziene en uitzonderlijke omstandigheden niet mogelijk is de elektronische editie van het Publicatieblad te publiceren, zal de gedrukte editie authentiek zijn en rechtsgevolgen hebben overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van Verordening (EU) nr. 216/2013.