|
ISSN 1977-0758 doi:10.3000/19770758.L_2013.014.nld |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 14 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
56e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
|
2013/33/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
2013/35/EU |
|
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
18.1.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 14/1 |
VERORDENING (EU) Nr. 27/2013 VAN DE COMMISSIE
van 15 januari 2013
tot vaststelling van een verbod op de visserij op gaffelkabeljauw in uniale wateren en internationale wateren van V, VI en VII door vaartuigen die de vlag van Spanje voeren
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) nr. 1225/2010 van de Raad van 13 december 2010 tot vaststelling, voor 2011 en 2012, van de vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen voor visbestanden van bepaalde diepzeevissoorten (2) zijn de quota voor 2012 vastgesteld. |
|
(2) |
Uit de door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, de betrokken, voor 2012 toegewezen quota volledig zijn opgebruikt. |
|
(3) |
Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het opgebruiken van het quotum
Het quotum dat voor 2012 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.
Artikel 2
Verbodsbepalingen
De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 januari 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Lowri EVANS
Directeur-generaal Maritieme Zaken en Visserij
BIJLAGE
|
Nr. |
FS/83/DSS |
|
Lidstaat |
Spanje |
|
Bestand |
GFB/567- |
|
Soort |
Gaffelkabeljauwen (Phycis spp.) |
|
Gebied |
EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII |
|
Datum |
12.12.2012 |
|
18.1.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 14/3 |
VERORDENING (EU) Nr. 28/2013 VAN DE COMMISSIE
van 15 januari 2013
tot vaststelling van een verbod op de visserij op tarbot en griet in EU-wateren van IIa en IV door vaartuigen die de vlag van Nederland voeren
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) nr. 44/2012 van de Raad van 17 januari 2012 tot vaststelling, voor 2012, van de vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten gelden (2), zijn de quota voor 2012 vastgesteld. |
|
(2) |
Uit de door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, de betrokken, voor 2012 toegewezen quota volledig zijn opgebruikt. |
|
(3) |
Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het opgebruiken van het quotum
Het quotum dat voor 2012 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.
Artikel 2
Verbodsbepalingen
De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 januari 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Lowri EVANS
Directeur-generaal Maritieme Zaken en Visserij
BIJLAGE
|
Nr. |
84/TQ44 |
|
Lidstaat |
Nederland |
|
Bestand |
Tarbot en griet (Psetta maxima en Scopthalmus rhombus) |
|
Soort |
T/B/2AC4-C |
|
Gebied |
EU-wateren van IIa en IV |
|
Datum |
22.12.2012 |
|
18.1.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 14/5 |
VERORDENING (EU) Nr. 29/2013 VAN DE COMMISSIE
van 15 januari 2013
tot vaststelling van een verbod op de visserij op zwarte haarstaartvis in de EU-wateren en internationale wateren van VIII, IX en X door vaartuigen die de vlag van Portugal voeren
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) nr. 1225/2010 van de Raad van 13 december 2010 tot vaststelling, voor 2011 en 2012, van de vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen voor visbestanden van bepaalde diepzeevissoorten (2) zijn de quota voor 2012 vastgesteld. |
|
(2) |
Uit de door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, de betrokken, voor 2012 toegewezen quota volledig zijn opgebruikt. |
|
(3) |
Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het opgebruiken van het quotum
Het quotum dat voor 2012 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.
Artikel 2
Verbodsbepalingen
De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 januari 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Lowri EVANS
Directeur-generaal Maritieme Zaken en Visserij
BIJLAGE
|
Nr. |
85/DSS |
|
Lidstaat |
Portugal |
|
Bestand |
BSF/8910- |
|
Soort |
Zwarte haarstaartvis (Aphanopus carbo) |
|
Gebied |
EU-wateren en internationale wateren van VIII, IX en X |
|
Datum |
19.12.2012 |
|
18.1.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 14/7 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 30/2013 VAN DE COMMISSIE
van 17 januari 2013
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 288/2009 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de toekenning, in het kader van een schoolfruitregeling, van communautaire steun voor de verstrekking van groente- en fruitproducten, verwerkte groente- en fruitproducten en banaanproducten aan kinderen in onderwijsinstellingen en houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 288/2009
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië, en met name artikel 3, lid 4,
Gezien de Akte van toetreding van de Republiek Kroatië, en met name artikel 50,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name artikel 103 nonies, onder f), juncto artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij artikel 4 van Verordening (EG) nr. 288/2009 (2) van de Commissie zijn uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de toewijzing van de EU-steun per lidstaat die een schoolfruitregeling opzet. Dit artikel voorziet met name in de bedragen van de indicatieve toewijzing per lidstaat, berekend op basis van het aantal kinderen van zes tot tien jaar. Gelet op de uitvoeringsgraad van het programma in de eerste drie jaar en met het oog op een adequaat gebruik van de middelen van de Unie dient te worden voorzien in een mechanisme dat gekoppeld is aan de prestaties van de lidstaten en dat het bedrag van de aangevraagde steun dat uitkomt boven het bedrag van hun indicatieve toewijzing, moet beperken. |
|
(2) |
In artikel 12 van Verordening (EG) nr. 288/2009 is bepaald dat de lidstaten jaarlijkse controles van de uitvoering van hun schoolfruitregeling verrichten. Met het oog op de verduidelijking van de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de evaluatie van hun schoolfruitregeling dient te worden bepaald dat bij de nationale evaluaties ook het effect van de regeling op de eetgewoonten van de kinderen in aanmerking moet worden genomen. |
|
(3) |
De Commissie heeft een informatiesysteem voor het elektronische beheer van documenten en procedures ontwikkeld in het kader van haar eigen interne werkprocedures en haar betrekkingen met de bij het gemeenschappelijk landbouwbeleid betrokken autoriteiten. Aangenomen wordt dat een aantal van de in Verordening (EG) nr. 288/2009 en de onderhavige verordening bedoelde kennisgevingen via dat systeem kunnen worden gedaan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 792/2009 van de Commissie van 31 augustus 2009 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de kennisgeving door de lidstaten aan de Commissie van de informatie en de documenten ter uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening, de regeling voor rechtstreekse betalingen, de afzetbevordering voor landbouwproducten en de regelingen voor de ultraperifere gebieden en de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee (3). |
|
(4) |
In bijlage II bij Verordening (EG) nr. 288/2009 zijn de bedragen van de indicatieve toewijzing van de EU-steun per lidstaat vastgesteld. Deze bijlage dient te worden aangepast in verband met de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie. |
|
(5) |
Verordening (EG) nr. 288/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
In verband met de toetreding van Kroatië dienen bijzondere regels te worden vastgesteld voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 288/2009 in het schooljaar 2013/2014. Met name dient de datum voor de indiening van de nationale strategie en de steunaanvraag van Kroatië te worden vastgesteld en dient een specifieke procedure te worden ingesteld om rekening te houden met het tijdstip van het besluit van de Commissie tot vaststelling van de definitieve toewijzing van de EU-steun aan de lidstaten en de geplande datum van toetreding van Kroatië. Bij wijze van uitzondering dient de Commissie, gezien de tijdsdruk als gevolg van de noodzaak om de definitieve toewijzing van de EU-steun voor alle lidstaten geruime tijd voor het begin van het schooljaar vast te stellen, bij de vaststelling van de definitieve toewijzingen als bedoeld in artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 288/2009, rekening te houden met een eventuele voorafgaande vrijwillige kennisgeving van de strategie en de steunaanvraag door Kroatië, wanneer deze informatie vóór of op 31 januari wordt ontvangen. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Verordening (EG) nr. 288/2009
Verordening (EG) nr. 288/2009 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Artikel 10, lid 1, onder c), wordt vervangen door:
|
|
3) |
Artikel 12, lid 2, eerste zin, wordt vervangen door: „De lidstaten evalueren de uitvoering van hun schoolfruitregeling en beoordelen de doeltreffendheid ervan, inclusief het effect op de eetgewoonten van de kinderen.”. |
|
4) |
Artikel 15 wordt vervangen door: „Artikel 15 Kennisgevingen 1. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 30 november van het jaar waarin de in artikel 4, lid 1, bedoelde periode afloopt, in kennis van:
2. Lidstaten die de in artikel 3 bedoelde strategie wijzigen, stellen de Commissie uiterlijk op 31 januari van het daaropvolgende jaar in kennis van hun nieuwe strategie. 3. De in de onderhavige verordening bedoelde kennisgevingen worden gedaan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 792/2009. 4. De Commissie maakt de strategieën van de lidstaten en de resultaten van de door de lidstaten verrichte controles en evaluaties geregeld bekend.”. |
|
5) |
Bijlage II wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening. |
|
6) |
Bijlage II bis wordt geschrapt. |
Artikel 2
Bijzondere regels voor het schooljaar 2013/2014
1. In afwijking van artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 288/2009 juncto bijlage II daarbij neemt de Commissie voor het schooljaar 2013/2014 een besluit over de definitieve toewijzing van de EU-steun als bedoeld in de derde alinea van dat artikel 4, lid 4, met name rekening houdend met de eventuele voorafgaande informatie die door Kroatië met het oog op en onder voorbehoud van de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de toetreding van Kroatië is verstrekt over zijn strategie en steunaanvraag, wanneer deze informatie op vrijwillige basis en uiterlijk op 31 januari wordt verstrekt.
2. In afwijking van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 288/2009 stelt Kroatië de Commissie voor het schooljaar 2013/2014 uiterlijk op 10 juli 2013 in kennis van zijn strategie en steunaanvraag, en in afwijking van artikel 4, lid 4, van die verordening neemt de Commissie uiterlijk op 31 juli 2013 een besluit over de definitieve toewijzing van steun voor Kroatië.
Artikel 3
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 1, lid 5, en artikel 2, lid 2, treden in werking onder voorbehoud en op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de toetreding van Kroatië.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 januari 2013.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.
BIJLAGE
„BIJLAGE II
Indicatieve toewijzing van de EU-steun per lidstaat
|
Lidstaat |
Medefinanciering (in %) |
Kinderen (6-10) absolute cijfers |
EUR |
|
Oostenrijk |
50 |
439 035 |
1 303 700 |
|
België |
50 |
592 936 |
1 760 700 |
|
Bulgarije |
75 |
320 634 |
1 428 200 |
|
Kroatië |
75 |
249 197 |
1 110 000 |
|
Cyprus |
50 |
49 723 |
175 000 |
|
Tsjechië |
73 |
454 532 |
1 963 100 |
|
Denemarken |
50 |
343 807 |
1 020 900 |
|
Estland |
75 |
62 570 |
278 700 |
|
Finland |
50 |
299 866 |
890 500 |
|
Frankrijk |
51 |
3 838 940 |
11 632 700 |
|
Duitsland |
52 |
3 972 476 |
12 333 000 |
|
Griekenland |
59 |
521 233 |
1 837 700 |
|
Hongarije |
69 |
503 542 |
2 051 800 |
|
Ierland |
50 |
282 388 |
838 500 |
|
Italië |
58 |
2 710 492 |
9 403 100 |
|
Letland |
75 |
99 689 |
444 100 |
|
Litouwen |
75 |
191 033 |
850 900 |
|
Luxemburg |
50 |
29 277 |
175 000 |
|
Malta |
75 |
24 355 |
175 000 |
|
Nederland |
50 |
985 163 |
2 925 400 |
|
Polen |
75 |
2 044 899 |
9 108 500 |
|
Portugal |
68 |
539 685 |
2 172 300 |
|
Roemenië |
75 |
1 107 350 |
4 932 400 |
|
Slowakije |
73 |
290 990 |
1 260 700 |
|
Slovenië |
75 |
93 042 |
414 400 |
|
Spanje |
59 |
2 006 143 |
7 073 400 |
|
Zweden |
50 |
481 389 |
1 429 500 |
|
VK |
51 |
3 635 300 |
11 010 800 |
|
EU-28 |
58 |
26 169 686 |
90 000 000 ” |
|
18.1.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 14/11 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 31/2013 VAN DE COMMISSIE
van 17 januari 2013
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 januari 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
José Manuel SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
MA |
67,8 |
|
TN |
80,7 |
|
|
TR |
124,7 |
|
|
ZZ |
91,1 |
|
|
0707 00 05 |
EG |
194,1 |
|
MA |
158,2 |
|
|
TR |
122,2 |
|
|
ZZ |
158,2 |
|
|
0709 91 00 |
EG |
144,1 |
|
ZZ |
144,1 |
|
|
0709 93 10 |
MA |
98,6 |
|
TR |
126,5 |
|
|
ZZ |
112,6 |
|
|
0805 10 20 |
EG |
53,7 |
|
MA |
63,4 |
|
|
TR |
61,9 |
|
|
ZA |
103,6 |
|
|
ZZ |
70,7 |
|
|
0805 20 10 |
IL |
162,4 |
|
MA |
90,3 |
|
|
ZZ |
126,4 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
IL |
119,5 |
|
KR |
139,7 |
|
|
TR |
81,7 |
|
|
ZZ |
113,6 |
|
|
0805 50 10 |
EG |
87,0 |
|
TR |
75,0 |
|
|
ZZ |
81,0 |
|
|
0808 10 80 |
CN |
90,1 |
|
MK |
40,5 |
|
|
US |
200,8 |
|
|
ZZ |
110,5 |
|
|
0808 30 90 |
CN |
61,0 |
|
US |
132,9 |
|
|
ZZ |
97,0 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.
|
18.1.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 14/13 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 32/2013 VAN DE COMMISSIE
van 17 januari 2013
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1484/95 wat betreft de representatieve prijzen in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede van ovoalbumine
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name artikel 143 juncto artikel 4,
Gezien Verordening (EG) nr. 614/2009 van de Raad van 7 juli 2009 betreffende een gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer voor ovoalbumine en lactoalbumine (2), en met name artikel 3, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1484/95 van de Commissie (3) zijn bepalingen vastgesteld voor de toepassing van de regeling inzake aanvullende invoerrechten en zijn de representatieve prijzen in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede van ovoalbumine, vastgesteld. |
|
(2) |
Uit de regelmatige controle van de gegevens die als basis worden gebruikt voor het bepalen van de representatieve prijzen in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede van ovoalbumine, blijkt dat de representatieve prijzen voor de invoer van bepaalde producten moeten worden gewijzigd met inachtneming van de naargelang van de oorsprong optredende prijsverschillen. |
|
(3) |
Verordening (EG) nr. 1484/95 moet bijgevolg worden gewijzigd. |
|
(4) |
Om ervoor te zorgen dat deze maatregel zo snel mogelijk na de terbeschikkingstelling van de bijgewerkte gegevens van toepassing wordt, dient de onderhavige verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1484/95 wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 januari 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
José Manuel SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.
BIJLAGE
„BIJLAGE I
|
GN-code |
Omschrijving |
Representatieve prijs (EUR/100 kg) |
In artikel 3, lid 3, bedoelde zekerheid (EUR/100 kg) |
Oorsprong (1) |
|
0207 12 10 |
Geslachte kippen (zogenaamde kippen 70 %), bevroren |
135,1 |
0 |
AR |
|
121,7 |
0 |
BR |
||
|
0207 12 90 |
Geslachte kippen (zogenaamde kippen 65 %), bevroren |
161,6 |
0 |
AR |
|
136,5 |
0 |
BR |
||
|
0207 14 10 |
Delen zonder been, van hanen of van kippen, bevroren |
267,3 |
10 |
AR |
|
271,1 |
9 |
BR |
||
|
319,6 |
0 |
CL |
||
|
224,5 |
23 |
TH |
||
|
0207 25 10 |
Geslachte kalkoenen (zogenaamde kalkoenen 80 %), bevroren |
193,1 |
0 |
BR |
|
0207 27 10 |
Delen zonder been, van kalkoenen, bevroren |
329,0 |
0 |
BR |
|
312,8 |
0 |
CL |
||
|
0408 11 80 |
Eigeel |
569,2 |
0 |
AR |
|
0408 91 80 |
Eieren uit de schaal, gedroogd |
466,9 |
0 |
AR |
|
1602 32 11 |
Bereidingen van hanen of van kippen, niet gekookt en niet gebakken |
263,9 |
7 |
BR |
|
3502 11 90 |
Ovoalbumine, gedroogd |
712,1 |
0 |
AR |
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „andere oorsprong”.”
|
18.1.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 14/15 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 33/2013 VAN DE COMMISSIE
van 17 januari 2013
tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector vlees van pluimvee
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name artikel 164, lid 2, en artikel 170, juncto artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 162, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kan het verschil tussen de prijzen van de in deel XX van bijlage I bij die verordening bedoelde producten op de wereldmarkt en die in de Unie worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer. |
|
(2) |
Gezien de huidige situatie op de pluimveevleesmarkt, moeten uitvoerrestituties worden vastgesteld overeenkomstig de regels en criteria van de artikelen 162, 163, 164, 167 en 169 van Verordening (EG) nr. 1234/2007. |
|
(3) |
Krachtens artikel 164, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kunnen de restituties naargelang van de bestemming worden gedifferentieerd, met name indien dit noodzakelijk is wegens de situatie op de wereldmarkt, de specifieke vereisten van bepaalde markten of de verplichtingen die voortvloeien uit volgens artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten. |
|
(4) |
De restituties moeten slechts worden toegekend voor producten die vrij in de Unie mogen worden verhandeld en die zijn voorzien van het identificatiemerk als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (2). Deze producten moeten tevens voldoen aan de vereisten van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (3). |
|
(5) |
De thans geldende restituties zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 962/2012 van de Commissie (4). Aangezien nieuwe restituties moeten worden vastgesteld, moet die verordening worden ingetrokken. |
|
(6) |
Om zowel afwijkingen ten opzichte van de huidige marktsituatie als speculatie op de markt te voorkomen en om een efficiënt beheer te garanderen, dient deze verordening in werking te treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(7) |
Het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De in artikel 164 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde uitvoerrestituties worden toegekend voor de producten en met toepassing van de bedragen die zijn vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening, op voorwaarde dat aan het bepaalde in lid 2 van dit artikel wordt voldaan.
2. De op grond van lid 1 voor restituties in aanmerking komende producten voldoen aan de desbetreffende eisen van de Verordeningen (EG) nr. 852/2004 en (EG) nr. 853/2004, zijn met name vervaardigd in een erkende inrichting en voldoen aan de voorwaarden inzake het identificatiemerk die zijn vastgesteld in bijlage II, sectie I, bij Verordening (EG) nr. 853/2004.
Artikel 2
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 962/2012 wordt ingetrokken.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 januari 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
José Manuel SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.
(2) PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55.
BIJLAGE
Uitvoerrestituties in de sector vlees van pluimvee voor de periode vanaf 18 januari 2013
|
Productcode |
Bestemming |
Meeteenheid |
Restitutiebedrag |
|||
|
0105 11 11 9000 |
A02 |
EUR/100 pcs |
0,00 |
|||
|
0105 11 19 9000 |
A02 |
EUR/100 pcs |
0,00 |
|||
|
0105 11 91 9000 |
A02 |
EUR/100 pcs |
0,00 |
|||
|
0105 11 99 9000 |
A02 |
EUR/100 pcs |
0,00 |
|||
|
0105 12 00 9000 |
A02 |
EUR/100 pcs |
0,00 |
|||
|
0105 14 00 9000 |
A02 |
EUR/100 pcs |
0,00 |
|||
|
0207 12 10 9900 |
V03 |
EUR/100 kg |
10,85 |
|||
|
0207 12 90 9190 |
V03 |
EUR/100 kg |
10,85 |
|||
|
0207 12 90 9990 |
V03 |
EUR/100 kg |
10,85 |
|||
|
NB: De productcodes en de bestemmingscodes van reeks „A ” zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1). De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:
|
||||||
BESLUITEN
|
18.1.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 14/18 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 20 december 2012
houdende benoeming van vier leden van de raad van beheer van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA)
(2013/33/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (1), en met name artikel 65, leden 1 en 4,
Gezien de lijst van kandidaten die op 8 augustus 2012 door de Commissie is opgesteld,
Gezien het advies van het Europees Parlement,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Nikolaos DEDES, geboren op 15 december 1966, Christophe HUGNET, geboren op 1 februari 1971, Wolf-Dieter LUDWIG, geboren op 31 januari 1952, en Wim WIENTJES, geboren op 16 september 1937 worden benoemd tot lid van de raad van beheer van het Europees Geneesmiddelenbureau voor een termijn van drie jaar.
Artikel 2
De datum waarop de in artikel 1 genoemde ambtstermijn van drie jaar ingaat, wordt bepaald door de raad van beheer van het Europees Geneesmiddelenbureau.
Gedaan te Brussel, 20 december 2012.
Voor de Raad
De voorzitter
E. FLOURENTZOU
|
18.1.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 14/19 |
BESLUIT 2013/34/GBVB VAN DE RAAD
van 17 januari 2013
betreffende een militaire missie van de Europese Unie om de Malinese strijdkrachten te helpen opleiden (EUTM Mali)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 23 juli 2012 geconstateerd dat de dramatische omwenteling in Mali een nieuwe evaluatie vereist van de acties die de Unie dient te ondernemen om een herstel van het democratisch bestuur en van de rechtsstaat op het gehele grondgebied van Mali te ondersteunen. Hij heeft de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV) en de Commissie gevraagd concrete voorstellen te doen voor een EU-optreden op een reeks gebieden om op de veranderende situatie te reageren. |
|
(2) |
Bij brief d.d. 18 september 2012 heeft de president van de Republiek Mali de Unie verzocht om ondersteuning met het oog op het herstel van de territoriale integriteit van Mali. |
|
(3) |
In zijn op 12 oktober 2012 aangenomen Resolutie 2071 (2012) over de situatie in Mali verzoekt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, onder uiting van zijn grote bezorgdheid over de gevolgen van de instabiliteit in het noorden van Mali voor de regio en daarbuiten, en erop wijzend dat een snelle respons nu hoognodig is om in de gehele Sahelregio de stabiliteit te bewaren, de internationale partners, waaronder de Unie, het leger en de veiligheidstroepen van Mali met ondersteuning, deskundigheid, opleiding en hulp bij het opbouwen van capaciteit terzijde te staan. |
|
(4) |
In zijn conclusies van 15 oktober 2012 heeft de Raad opgeroepen de werkzaamheden met betrekking tot de planning van een eventuele militaire missie in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) met spoed voort te zetten en uit te breiden, met name door het uitwerken van een crisisbeheersingsconcept voor de reorganisatie en de opleiding van de Malinese defensietroepen, rekening houdend met de voorwaarden voor de doeltreffendheid van een eventuele missie, met inbegrip van volledige en onverkorte steun van de Malinese autoriteiten en het bepalen van een exitstrategie. |
|
(5) |
In zijn conclusies van 19 november 2012 betoonde de Raad zich ingenomen met de indiening van het crisisbeheersingsconcept door de HV en verzocht hij de bevoegde groepen het met spoed te bespreken, zodat het in december 2012 door de Raad zou kunnen worden goedgekeurd. |
|
(6) |
Op 10 december 2012 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan een crisisbeheersingsconcept voor een eventuele militaire opleidingsmissie in Mali in het kader van het GVDB. De Raad benadrukte dat een missie in Mali een essentieel onderdeel zou vormen van de globale benadering zoals uitgewerkt in de strategie voor veiligheid en ontwikkeling in de Sahel. |
|
(7) |
Bij brief van 24 december 2012 heeft de president van de Republiek Mali een uitnodiging gestuurd naar de HV en daarin de inzet van een militaire opleidingsmissie van de EU in Mali verwelkomd. |
|
(8) |
Het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) moet onder de verantwoordelijkheid van de Raad en de HV de politieke controle over de militaire missie van de Unie uitoefenen, er strategische leiding aan geven en de noodzakelijke besluiten nemen conform artikel 38, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). |
|
(9) |
Het is nodig te onderhandelen over internationale overeenkomsten in verband met de status van EU-eenheden en EU-personeel en de deelname van derde landen aan EU-missies, en deze overeenkomsten te sluiten. |
|
(10) |
De beleidsuitgaven die voortvloeien uit dit besluit, dat gevolgen heeft op militair of defensiegebied, dienen ingevolge artikel 41, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en overeenkomstig Besluit 2011/871/GBVB van de Raad van 19 december 2011 tot instelling van een mechanisme voor het beheer van de financiering van de gemeenschappelijke kosten van de operaties van de Europese Unie die gevolgen hebben op militair of defensiegebied (Athena) (1) ten laste te komen van de lidstaten. |
|
(11) |
Overeenkomstig artikel 5 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), neemt Denemarken niet deel aan de uitwerking en uitvoering van besluiten en acties van de Unie die gevolgen hebben op defensiegebied. Denemarken neemt niet deel aan de uitvoering van dit besluit en derhalve evenmin aan de financiering van deze missie, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Missie
1. De Unie onderneemt een militaire opleidingsmissie („EUTM Mali”), voor het verstrekken van advies op het gebied van militaire zaken en training aan de Malinese strijdkrachten in het zuiden van Mali die opereren onder het gezag van de rechtmatige burgerlijke autoriteiten, teneinde bij te dragen tot het herstel van hun militaire vermogen opdat zij gevechtsoperaties zullen kunnen uitvoeren die moeten leiden tot het herstel van de territoriale integriteit van Mali en tot het terugdringen van de dreiging van terroristische groeperingen. EUTM Mali zal niet worden betrokken bij gevechtsoperaties.
2. Het doel van EUTM Mali is te voorzien in de operationele behoeften van de Malinese strijdkrachten door middel van het verstrekken van:
|
a) |
opleidingsondersteuning ten behoeve van de vermogens van het leger en de luchtmacht; |
|
b) |
opleiding en adviezen op het gebied van commando en controle, de logistieke keten en personele middelen, alsmede opleiding op het gebied van het internationale humanitaire recht, de bescherming van burgers en de mensenrechten. |
3. EUTM Mali is erop gericht de voorwaarden te verbeteren voor passend politiek toezicht door legitieme burgerlijke autoriteiten van de Malinese strijdkrachten.
4. De activiteiten van EUTM Mali worden uitgevoerd in nauwe coördinatie met andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning van de Malinese strijdkrachten, met name de Verenigde Naties (VN) en de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas).
Artikel 2
Benoeming van de commandant van de EU-missie
1. Brigadegeneraal François LECOINTRE wordt benoemd tot commandant van de EU-missie.
2. De commandant van de EU-missie vervult de taken van operationeel commandant van de EU en commandant van de troepen van de EU.
Artikel 3
Aanwijzing van het missiehoofdkwartier
1. Het missiehoofdkwartier van EUTM Mali wordt gevestigd in Mali. Het vervult de functie van operationeel hoofdkwartier en van hoofdkwartier van de troepenmacht.
2. Het missiehoofdkwartier omvat ook een ondersteunende afdeling in Brussel.
Artikel 4
Planning en aanvang van EUTM Mali
Het besluit over de aanvang van EUTM Mali wordt door de Raad vastgesteld na goedkeuring van het missieplan en van de inzetregels.
Artikel 5
Politieke controle en strategische leiding
1. Het PVC oefent, onder de verantwoordelijkheid van de Raad en de HV, de politieke controle op en de strategische leiding van EUTM Mali uit. De Raad machtigt het PVC hierbij om de noodzakelijke besluiten te nemen overeenkomstig artikel 38 VEU. Onder deze machtiging vallen met name de bevoegdheden om de planningsdocumenten, waaronder het missieplan en de commandostructuur, te wijzigen. Onder deze machtiging vallen ook de bevoegdheden om besluiten te nemen over de benoeming van de volgende commandanten van de EU-missie. De beslissingsbevoegdheden met betrekking tot de doelstellingen en de beëindiging van EUTM Mali blijven bij de Raad berusten.
2. Het PVC brengt op gezette tijden verslag uit aan de Raad.
3. Het PVC ontvangt van de voorzitter van het EU Militair Comité (EUMC) op gezette tijden verslagen over het verloop van EUTM Mali. Het PVC kan, indien nodig, de commandant van de EU-missie op zijn vergaderingen uitnodigen.
Artikel 6
Militaire leiding
1. Het EUMC controleert of EUTM Mali, onder verantwoordelijkheid van de commandant van de EU-missie, correct wordt uitgevoerd.
2. Het EUMC ontvangt op gezette tijden verslagen van de commandant van de EU-missie. Het kan, indien nodig, de commandant van de EU-missie op zijn vergaderingen uitnodigen.
3. De voorzitter van het EUMC treedt op als eerste contactpunt voor de commandant van de EU-missie.
Artikel 7
Samenhang van de respons van de Unie en coördinatie
1. De HV draagt zorg voor de uitvoering van dit besluit en zorgt er tevens voor dat het consistent is met het externe optreden van de Unie als geheel, met inbegrip van de ontwikkelingsprogramma’s van de Unie.
2. De commandant van de EU-missie krijgt, onder volledige eerbiediging van de commandostructuur, ter plaatse politieke sturing van het hoofd van de EU-delegatie in Bamako, in nauwe coördinatie met de EU-coördinator voor de Sahelregio.
3. EUTM Mali coördineert haar werkzaamheden met de GVDB-missie van de Unie in Niger (EUCAP SAHEL Niger) teneinde de mogelijkheden voor synergieën te verkennen.
4. EUTM Mali coördineert haar werkzaamheden met de bilaterale activiteiten van de lidstaten in Mali, alsook met andere internationale actoren in de regio, in het bijzonder de VN en de Afrikaanse Unie (AU), Ecowas en bilaterale actoren waaronder de Verenigde Staten en Canada, alsook met cruciale regionale actoren.
Artikel 8
Deelname van derde staten
1. Onverminderd de beslissingsautonomie van de Unie en haar ene institutionele kader, en overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren van de Europese Raad, mogen derde landen worden uitgenodigd aan EUTM Mali deel te nemen.
2. Hierbij machtigt de Raad het PVC om derde landen uit te nodigen bijdragen te leveren en, op aanbeveling van de commandant van de EU-missie en van het EUMC, de noodzakelijke besluiten betreffende de aanvaarding van de voorgestelde bijdragen te nemen.
3. De nadere regelingen wat betreft de deelname van derde staten worden vastgelegd in overeenkomsten die vallen onder artikel 37 VEU en worden gesloten volgens de procedure van artikel 218 VWEU. Wanneer de Unie en een derde staat een overeenkomst hebben gesloten tot vaststelling van een kader voor de deelname van deze derde staat aan crisisbeheersingsmissies van de Unie, zijn de bepalingen van die overeenkomst van toepassing in het kader van EUTM Mali.
4. Derde staten die belangrijke militaire bijdragen aan EUTM Mali leveren, hebben bij de dagelijkse aansturing van EUTM Mali dezelfde rechten en verplichtingen als de lidstaten die deelnemen aan EUTM Mali.
5. De Raad machtigt hierbij het PVC de noodzakelijke besluiten te nemen betreffende de instelling van een Comité van contribuanten, indien derde landen aanzienlijke militaire bijdragen zouden leveren.
Artikel 9
Status van het personeel onder EU-leiding
Over de status van de eenheden en het personeel onder EU-leiding, inclusief de voorrechten en immuniteiten en overige waarborgen die nodig zijn voor de uitvoering en de soepele werking van hun opdracht, kan een overeenkomst worden gesloten overeenkomstig artikel 37 VEU en volgens de procedure van artikel 218 VWEU.
Artikel 10
Financiële regeling
1. De gemeenschappelijke kosten van EUTM Mali worden beheerd overeenkomstig Besluit 2011/871/GBVB.
2. Het financiële referentiebedrag voor de gemeenschappelijke kosten van EUTM Mali bedraagt 12,3 miljoen EUR. Het in artikel 25, lid 1, van het Besluit 2011/871/GBVB bedoelde percentage van het referentiebedrag bedraagt 50 % en het in artikel 32, lid 3, van Besluit 2011/871/GBVB bedoelde percentage bedraagt 70 %.
Artikel 11
Vrijgeven van informatie
1. De HV is gemachtigd de bij dit besluit betrokken derde staten, waar passend en in overeenstemming met de behoeften van EUTM Mali, gerubriceerde EU-informatie te verstrekken die voor EUTM Mali is vergaard, overeenkomstig Besluit 2011/292/EU van de Raad van 31 maart 2011 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (2):
|
a) |
tot en met het niveau waarin de toepasselijke overeenkomst voor de beveiliging van informatie voorziet die tussen de Unie en de betrokken derde staat gesloten is, of |
|
b) |
in andere gevallen, tot en met het niveau „CONFIDENTIEL UE/EU CONFIDENTIAL”. |
2. De HV is tevens gemachtigd, naar gelang van de operationele behoeften van EUTM Mali, gerubriceerde EU-informatie tot en met het niveau „RESTREINT UE/EU RESTRICTED” die ten behoeve van EUTM Mali is opgesteld, overeenkomstig Besluit 2011/292/EU van de Raad vrij te geven aan de VN en de Ecowas. Daartoe worden regelingen tussen de HV en de bevoegde autoriteiten van de VN en de Ecowas opgesteld.
3. Indien er sprake is van een specifieke en onmiddellijke operationele behoefte, is de HV voorts gemachtigd ten behoeve van EUTM Mali opgestelde, gerubriceerde EU-informatie tot en met het niveau „RESTREINT UE/EU RESTRICTED” overeenkomstig Besluit 2011/292/EU vrij te geven aan het gastland. Daartoe worden regelingen tussen de HV en de bevoegde autoriteiten van het gastland opgesteld.
4. De HV is gemachtigd niet-gerubriceerde documenten van de Unie betreffende de beraadslagingen van de Raad over EUTM Mali die vallen onder de geheimhoudingsplicht van artikel 6, lid 1, van het reglement van orde (3), vrij te geven aan de derde landen die bij dit besluit zijn betrokken.
5. De HV kan de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde bevoegdheden, alsook de bevoegdheid om de in de leden 2 en 3 bedoelde regelingen te sluiten, delegeren aan functionarissen van de Europese dienst voor extern optreden en/of de commandant van de EU-missie.
Artikel 12
Inwerkingtreding en beëindiging
1. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
2. Het mandaat van EUTM Mali verstrijkt 15 maanden na de vaststelling van het Raadsbesluit om EUTM Mali te starten.
3. Het besluit wordt ingetrokken op de dag van de sluiting van het missiehoofdkwartier overeenkomstig de plannen die zijn goedgekeurd voor de beëindiging van EUTM Mali, onverminderd de in Besluit 2011/871/GBVB vastgestelde procedures voor de controle en het afleggen van rekening en verantwoording van EUTM Mali.
Gedaan te Brussel, 17 januari 2013.
Voor de Raad
De voorzitter
C. ASHTON
(1) PB L 343 van 23.12.2011, blz. 35.
(2) PB L 141 van 27.5.2011, blz. 17.
(3) Besluit 2009/937/EU van de Raad van 1 december 2009 houdende vaststelling van zijn reglement van orde (PB L 325 van 11.12.2009, blz. 35).
|
18.1.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 14/22 |
BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK
van 19 december 2012
betreffende tijdelijke wijzigingen van de regels betreffende de beleenbaarheid van in vreemde valuta luidend onderpand
(ECB/2012/34)
(2013/35/EU)
DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzonderheid het eerste streepje van artikel 127, lid 2,
Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid artikel 12.1 en artikel 14.3, junctis het eerste streepje van artikel 3.1 en artikel 18.2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Luidens artikel 18.1 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, mogen de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben (hierna de „NCB’s”) krediettransacties verrichten met kredietinstellingen en andere marktpartijen, waarbij de verleende kredieten worden gedekt door toereikend onderpand. De standaardvoorwaarden waaronder de ECB en de NCB’s bereid zijn krediettransacties te verrichten, waaronder de beleenbaarheidscriteria van onderpand voor krediettransacties van het Eurosysteem, zijn vastgelegd in bijlage I bij Richtsnoer ECB/2011/14 van 20 september 2011 betreffende monetairebeleidsinstrumenten en -procedures van het Eurosysteem (1). |
|
(2) |
Luidens paragraaf 1.6 van bijlage I bij Richtsnoer ECB/2011/14 kan de Raad van bestuur te allen tijde besluiten tot aanpassing van de instrumenten, voorwaarden, criteria en procedures voor de tenuitvoerlegging van de monetairebeleidstransacties van het Eurosystem. |
|
(3) |
Ter vergemakkelijking van liquiditeitsvoorziening aan tegenpartijen voor monetairebeleidstransacties van het Eurosysteem, heeft de Raad van bestuur op 6 september 2012 besloten de beleenbaarheidscriteria voor in monetairebeleidstransacties van het Eurosysteem te gebruiken activa tijdelijk te verruimen door in pond sterling, yen of US-dollar luidende verhandelbare schuldbewijzen te aanvaarden als beleenbare activa voor monetairebeleidstransacties. Op 10 oktober 2012 werd aan het besluit van de Raad van bestuur middels Richtsnoer ECB/2012/23 (2) uitvoering gegeven houdende wijziging van Richtsnoer ECB/2012/18 van 2 augustus 2012 inzake aanvullende tijdelijke maatregelen betreffende herfinancieringstransacties van het Eurosysteem en de beleenbaarheid van onderpand en tot wijziging van Richtsnoer ECB/2007/9 (3). |
|
(4) |
Op 26 november 2012 heeft de Raad van bestuur Richtsnoer ECB/2012/25 tot wijziging van Richtsnoer ECB/2011/14 betreffende monetairebeleidsinstrumenten en -procedures van het Eurosysteem vastgesteld (4). Een reden voor de wijziging was de opsomming van de couponstructuren van uit hoofde van het monetairebeleidskader van het Eurosysteem geaccepteerde verhandelbare schuldbewijzen. |
|
(5) |
Sommige in vreemde valuta luidende verhandelbare schuldbewijzen, die momenteel beleenbaar zijn krachtens artikel 5bis van Richtsnoer ECB/2012/18, hebben forfaitaire variabele coupons die zijn gekoppeld aan een index die overeenkomt met een geldmarktrente die verband houdt met hun denominatievaluta. Deze instrumenten zouden met ingang van 3 januari 2013 onbeleenbaar worden, op welke datum de meest recente wijzigingen van Richtsnoer ECB/2011/14 van toepassing zullen zijn. De Raad van bestuur is evenwel van mening dat in een vreemde valuta luidende verhandelbare schuldbewijzen tijdelijk beleenbaar onderpand voor monetairebeleidstransacties van het Eurosysteem moeten blijven, ongeacht of hun coupons zijn gekoppeld aan een rentevoet of inflatie-index van buiten het eurogebied. Om die reden heeft de Raad van bestuur besloten tot opschorting van de specifieke bepaling uit Richtsnoer ECB/2011/14 die dergelijke activa onbeleenbaar zou maken. |
|
(6) |
De in dit besluit vastgelegde aanvullende maatregelen dienen tijdelijk van toepassing te zijn tot de Raad van bestuur van mening is dat zij niet langer noodzakelijk zijn om een goede doorwerking van het monetaire beleid te verzekeren, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Opschorting van enige bepalingen van bijlage I bij Richtsnoer ECB/2011/14
1. De minimumbeleenbaarheidscriteria voor coupons, zoals vastgelegd in paragraaf 6.2.1.1, punt 1), onder b), van bijlage I bij Richtsnoer ECB/2011/14, worden opgeschort voor verhandelbare in vreemde valuta luidende schuldbewijzen, zulks overeenkomstig artikel 2.
2. Bij een discrepantie tussen dit besluit en Richtsnoer ECB/2011/14, zoals op nationaal niveau door de NCB’s uitgevoerd, geldt het eerste.
3. Bij een discrepantie tussen dit besluit en Richtsnoer ECB/2012/18, zoals op nationaal niveau door de NCB’s uitgevoerd, geldt het eerste.
4. Behoudens andersluidende bepalingen in dit besluit, passen de NCB’s alle bepalingen van de Richtsnoeren ECB/2011/14 en ECB/2012/18 verder toe.
Artikel 2
Voortdurende beleenbaarheid als onderpand van bepaalde in pond sterling, yen of US-dollar luidende activa
1. Uit hoofde van artikel 5bis van Richtsnoer ECB/2012/18 beleenbare verhandelbare schuldbewijzen met coupons die gekoppeld zijn aan één geldmarktrente in de denominatievaluta, of aan een inflatie-index zonder discrete marge, zonder margeaanwas, clickcoupons of gelijkaardige complexe structuren voor het betreffende land, zijn beleenbaar voor monetairebeleidstransacties van het Eurosysteem.
2. Na goedkeuring door de Raad van bestuur kan de ECB op haar website www.ecb.europa.eu een aanvullende lijst openbaar maken van benchmark vreemdevaluta-renten als aanvulling op de in lid 1 genoemde.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op 3 januari 2013.
Gedaan te Frankfurt am Main, 19 december 2012.
De president van de ECB
Mario DRAGHI
(1) PB L 331 van 14.12.2011, blz. 1.
(2) PB L 284 van 17.10.2012, blz. 14.