ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2013.013.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 13

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

56e jaargang
17 januari 2013


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 25/2013 van de Commissie van 16 januari 2013 tot wijziging van de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad en van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie wat betreft het levensmiddelenadditief kaliumdiacetaat ( 1 )

1

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 26/2013 van de Commissie van 16 januari 2013 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

6

 

 

BESLUITEN

 

 

2013/31/EU

 

*

Besluit van de Europese Centrale Bank van 11 december 2012 tot wijziging van Besluit ECB/2007/7 betreffende de voorwaarden van TARGET2-ECB (ECB/2012/31)

8

 

 

2013/32/EU

 

*

Besluit van de Europese Centrale Bank van 19 december 2012 tot wijziging van Besluit ECB/2010/24 inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten en uit waardepapieren die zijn aangekocht uit hoofde van het programma voor de effectenmarkten (ECB/2012/33)

12

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

17.1.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 13/1


VERORDENING (EU) Nr. 25/2013 VAN DE COMMISSIE

van 16 januari 2013

tot wijziging van de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad en van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie wat betreft het levensmiddelenadditief kaliumdiacetaat

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (1), en met name artikel 10, lid 3, artikel 14 en artikel 30, lid 5,

Gezien Verordening (EG) nr. 1331/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een uniforme goedkeuringsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma’s (2), en met name artikel 7, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 is een EU-lijst vastgesteld van voor gebruik in levensmiddelen goedgekeurde levensmiddelenadditieven en van de gebruiksvoorwaarden daarvoor.

(2)

Bij bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 is een EU-lijst vastgesteld van voor gebruik in levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen, levensmiddelenaroma’s en voedingsstoffen goedgekeurde levensmiddelenadditieven, en van de gebruiksvoorwaarden daarvoor.

(3)

Bij Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie (3) zijn de specificaties van de in de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 opgenomen levensmiddelenadditieven vastgesteld.

(4)

Die lijsten kunnen worden gewijzigd volgens de procedure van Verordening (EG) nr. 1331/2008.

(5)

Overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1331/2008 kan de EU-lijst van levensmiddelenadditieven hetzij op initiatief van de Commissie, hetzij ingevolge een aanvraag worden bijgewerkt.

(6)

Op 27 september 2010 is een aanvraag ingediend voor goedkeuring van het gebruik van kaliumdiacetaat als conserveermiddel, die ter kennis van de lidstaten is gebracht.

(7)

De aanvraag behelst het gebruik van kaliumdiacetaat in plaats van het levensmiddelenadditief natriumdiacetaat E 262 (ii), dat gebruikt wordt om micro-organismen in hun groei te remmen. De vervanging van natriumdiacetaat E 262 (ii) door kaliumdiacetaat kan bijdragen tot een lagere inname van natrium met de voeding.

(8)

Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1331/2008 moet de Commissie het advies van EFSA inwinnen met het oog op het bijwerken van de EU-lijst van levensmiddelenadditieven in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008, tenzij die bijwerking geen gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de mens. Kaliumdiacetaat is een verbinding van één molecuul kaliumacetaat (E 261) met één molecuul azijnzuur (E 260), beide goedgekeurde levensmiddelenadditieven. Het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding heeft levensmiddelenadditieven met uiteenlopende technologische functies in 1990 beoordeeld. Voor zuren, basen en zouten daarvan waren de beoordelingen gebaseerd op de vermelde anionen en kationen. Azijnzuur (E 260) en ammonium-, natrium, kalium- en calciumacetaat alsmede de bijbehorende diacetaten vielen onder die beoordeling. Het comité heeft een voor deze groep een aanvaardbare dagelijkse inname „niet gespecificeerd” vastgesteld. Dit houdt in dat er bij het gebruik van deze stoffen om het gewenste technologische effect te bereiken, geen gevaar voor de gezondheid bestaat. Goedkeuring van kaliumdiacetaat op dezelfde wijze als voor kaliumacetaat heeft geen gevolgen voor de gezondheid van de mens, zodat het advies van de EFSA niet vereist is.

(9)

Kaliumdiacetaat moet voor hetzelfde gebruik als kaliumacetaat worden goedgekeurd. Daarom moet in de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 de huidige naam van additief E 261, „kaliumacetaat”, worden vervangen door „kaliumacetaten”, zodat zowel kaliumacetaat als kaliumdiacetaat hieronder valt.

(10)

Voor kaliumdiacetaat moeten specificaties worden opgenomen in Verordening (EU) nr. 231/2012. In de bijlage bij die verordening moet nummer E 261 (ii) worden toegekend aan kaliumdiacetaat en moet kaliumacetaat, dat nu met E 261 wordt aangeduid, het nummer E 261 (i) krijgen. Deze hernummering heeft geen gevolgen voor de etiketteringsvoorschriften in de artikelen 22 en 23 van Verordening (EG) nr. 1333/2008.

(11)

Op grond van de overgangsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1129/2011 van de Commissie van 11 november 2011 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad door opstelling van een EU-lijst van levensmiddelenadditieven (4) is bijlage II met de EU-lijst van voor gebruik in levensmiddelen goedgekeurde levensmiddelenadditieven en gebruiksvoorwaarden van toepassing met ingang van 1 juni 2013. Om het gebruik van kaliumdiacetaat vóór die datum toe te staan, moet voor dat levensmiddelenadditief een eerdere datum van toepassing worden vastgesteld.

(12)

Verordening (EG) nr. 1333/2008 en Verordening (EU) nr. 231/2012 moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, en het Europees Parlement noch de Raad heeft zich daartegen verzet,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

Artikel 2

De bijlage bij Verordening (EU) nr. 231/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 januari 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16.

(2)   PB L 354 van 31.12.2008, blz. 1.

(3)   PB L 83 van 22.3.2012, blz. 1.

(4)   PB L 295 van 12.11.2011, blz. 1.


BIJLAGE I

A.   

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel B, punt 3 „Andere additieven dan kleurstoffen en zoetstoffen”, komt de vermelding voor additief E 261 als volgt te luiden:

„E 261

Kaliumacetaten (*1)

2)

In deel C, punt 1 „Groep I”, komt de vermelding voor additief E 261 als volgt te luiden:

„E 261

Kaliumacetaten (*2)

quantum satis

3)

In deel E:

a)

komt bij levensmiddelencategorie 04.2.3 „Groente- en fruitconserven in blik of in glas” de vermelding voor additief E 261 als volgt te luiden:

„E 261

Kaliumacetaten

quantum satis

 

toepassingsperiode:

met ingang van 6 februari 2013”

b)

komt bij levensmiddelencategorie 07.1.1 „Brood, uitsluitend bereid van de volgende ingrediënten: tarwebloem, water, gist of bakpoeder, zout” de vermelding voor additief E 261 als volgt te luiden:

„E 261

Kaliumacetaten

quantum satis

 

toepassingsperiode:

met ingang van 6 februari 2013”

c)

komt bij levensmiddelencategorie 07.1.2 „Pain courant français; Friss búzakenyér, fehér és félbarna kenyerek” de vermelding voor additief E 261 als volgt te luiden:

„E 261

Kaliumacetaten

quantum satis

 

alleen „friss búzakenyér, fehér és félbarna kenyerek”

toepassingsperiode:

met ingang van 6 februari 2013”

d)

komt bij levensmiddelencategorie 08.1.2 „Vleesbereidingen als omschreven in Verordening (EG) nr. 853/2004” de vermelding voor additief E 261 als volgt te luiden:

„E 261

Kaliumacetaten

quantum satis

 

alleen voorverpakte bereidingen van vers gehakt vlees

toepassingsperiode:

met ingang van 6 februari 2013”

e)

komt bij levensmiddelencategorie 13.1.3 „Bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters als omschreven in Richtlijn 2006/125/EG” de vermelding voor additief E 261 als volgt te luiden:

„E 261

Kaliumacetaten

quantum satis

 

alleen bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding, uitsluitend voor pH-aanpassing

toepassingsperiode:

met ingang van 6 februari 2013”

B.   

Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in deel 3 komt de vermelding voor E 261 als volgt te luiden:

„E 261

Kaliumacetaten

quantum satis

quantum satis

quantum satis”

 

b)

in deel 5, afdeling A, komt de vermelding voor E 261 als volgt te luiden:

„E 261

Kaliumacetaten

quantum satis

Alle voedingsstoffen”

 

c)

in deel 6, tabel 1, komt de vermelding voor additief E 261 als volgt te luiden:

„E 261

Kaliumacetaten”


(*1)  Toepassingsperiode: met ingang van 6 februari 2013.”.

(*2)  Toepassingsperiode: met ingang van 6 februari 2013.”.


BIJLAGE II

De bijlage bij Verordening (EU) nr. 231/2012 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de vermelding voor E 261 komt de kopregel als volgt te luiden:

„ E 261 (i) KALIUMACETAAT ”;

b)

na de vermelding betreffende additief E 261 (i) wordt de volgende vermelding ingevoegd:

„ E 261 (ii) KALIUMDIACETAAT

Synoniemen

 

Definitie

Kaliumdiacetaat is een verbinding van een molecuul kaliumacetaat met een molecuul azijnzuur.

Einecs-nummer

224-217-7

Chemische naam

Kaliumwaterstofdiacetaat, kalium-hydrogeen-diacetaat

Molecuulformule

C4H7KO4

Relatieve molecuulmassa

158,2

Gehalte

36-38 % vrij azijnzuur en 61-64 % kaliumacetaat

Beschrijving

Witte kristallen

Identificatie

pH

4,5-5 (10 %-oplossing in water)

Test op acetaat

Voldoet aan test

Test op kalium

Voldoet aan test

Zuiverheid

Watergehalte

Maximaal 1 % (karlfischermethode)

Mierenzuur, formiaten en andere oxideerbare stoffen

Maximaal 1 000  mg/kg, uitgedrukt als mierenzuur

Arseen

Maximaal 3 mg/kg

Lood

Maximaal 2 mg/kg

Kwik

Maximaal 1 mg/kg”


17.1.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 13/6


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 26/2013 VAN DE COMMISSIE

van 16 januari 2013

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 januari 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

66,0

TN

102,6

TR

139,9

ZZ

102,8

0707 00 05

EG

194,1

TR

156,4

ZZ

175,3

0709 91 00

EG

144,1

ZZ

144,1

0709 93 10

MA

104,4

TR

155,4

ZZ

129,9

0805 10 20

EG

54,5

MA

56,7

TR

67,7

ZA

103,6

ZZ

70,6

0805 20 10

IL

162,4

MA

90,8

ZZ

126,6

0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90

IL

123,4

KR

139,5

TR

83,1

ZZ

115,3

0805 50 10

TR

75,8

ZZ

75,8

0808 10 80

BA

47,0

CN

87,6

MK

44,1

US

198,2

ZZ

94,2

0808 30 90

CN

59,0

US

135,5

ZZ

97,3


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

17.1.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 13/8


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 11 december 2012

tot wijziging van Besluit ECB/2007/7 betreffende de voorwaarden van TARGET2-ECB

(ECB/2012/31)

(2013/31/EU)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzonderheid op artikel 127, lid 2,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 11.6 en de artikelen 17, 22 en 23,

Gelet op Richtsnoer ECB/2012/27 van 5 december 2012 betreffende een geautomatiseerd trans-Europees realtime-brutovereveningssysteem („TARGET2”) (1), inzonderheid op artikel 8, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtsnoer ECB/2007/2 van 26 april 2007 betreffende een geautomatiseerd trans-europees realtime-brutovereveningssysteem (TARGET2) (2) werd onlangs herschikt om eertijds aan het Eurosysteem interne regels op te nemen en om de nodige definities toe te voegen, alsook bepalingen inzake de niet-toepasselijkheid van sancties op niet-Uniebanken, het delen van informatie in verband met de opschorting of beëindiging van toegang tot monetaire-beleidstransacties en de gevolgen van een dergelijke opschorting of beëindiging.

(2)

Daarom is het noodzakelijk om Besluit ECB/2007/7 van 24 juli 2007 betreffende de voorwaarden van TARGET2-ECB (3) te wijzigen om: a) bepaalde bestanddelen van Richtsnoer ECB/2012/27 te incorporeren in de voorwaarden van TARGET2-ECB; en b) de verwijzingen naar nationale wetgeving die relevant is voor Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (4),

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Besluit ECB/2007/7

Besluit ECB/2007/7 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 1, lid 1, onder c), wordt de eerste voetnoot vervangen door:

„(1)

Het huidige beleid van het Eurosysteem ten aanzien van de locatie van infrastructuur wordt uiteengezet in de volgende verklaringen die allemaal beschikbaar zijn op de website van de ECB op www.ecb.europa.eu: a) „Policy statement on euro payment and settlements located outside the euro area” van 3 november 1998; b) „The Eurosystem’s policy line with regard to consolidation in central counterparty clearing” van 27 september 2001; c) „The Eurosystem policy principles on the location and operation of infrastructures settling in euro-denominated payment transactions” van 19 juli 2007; d) „The Eurosystem policy principles on the location and operation of infrastructures settling euro-denominated payment transactions; specification of legally and operationally located in the euro area” van 20 november 2008, en e) „The Eurosystem oversight policy framework” van juli 2011.”.

2)

De bijlage bij Besluit ECB/2007/7 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2013.

Gedaan te Frankfurt am Main, 11 december 2012.

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(2)   PB L 237 van 8.9.2007, blz. 1.

(3)   PB L 237 van 8.9.2007, blz. 71.

(4)   PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45.


BIJLAGE

De bijlage bij Besluit ECB/2007/7 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de definitie van „Eurosysteem CB” wordt als volgt vervangen:

„—

„Eurosystem CB” means the ECB or a euro area NCB,”;

b)

de volgende definitie wordt ingevoegd:

„—

„euro area NCB” means the national central bank (NCB) of a Member State whose currency is the euro,”.

2)

In artikel 20 wordt lid 1 vervangen door:

„1.   For the purposes of the first sentence of Article 3(1) of the Settlement Finality Directive and the third sentence of § 116, § 96(2), § 82 and § 340(3) of the German Insolvency Code (Insolvenzordnung) and the last sentence of § 46(2) of the KWG, payment orders are deemed entered into TARGET2-ECB at the moment that the relevant participant’s PM account is debited.”.

3)

In artikel 25 wordt lid 5 vervangen door:

„5.   Notwithstanding Sections 675(u), 675(v), 675(x), 675y 675z, 676a, 676c of the German Civil Code (Bürgerliches Gesetzbuch), paragraphs 1 to 4 shall apply to the extent that the ECB’s liability can be excluded.”.

4)

In artikel 33 wordt de eerste volzin van lid 3 vervangen door:

„Participants, when acting as the payment service provider of a payer or payee, shall comply with all requirements resulting from administrative or restrictive measures imposed pursuant to Articles 75 or 215 of the Treaty on the Functioning of the European Union to which they are subject, including with respect to notification and/or the obtaining of consent from a competent authority in relation to the processing of transactions. In addition:”.

5)

Appendix VI wordt als volgt vervangen:

„Appendix VI

FEE SCHEDULE AND INVOICING

Fees and invoicing for direct participants

1.

The monthly fee for the processing of payment orders in TARGET2-ECB for direct participants, depending on which option the direct participant has chosen, shall be either:

(a)

EUR 150 per PM account plus a flat fee per transaction (debit entry) of EUR 0,80; or

(b)

EUR 1 875 per PM account plus a fee per transaction (debit entry) determined as follows, based on the volume of transactions (number of processed items) per month:

Band

From

To

Price

(EUR)

1

1

10 000

0,60

2

10 001

25 000

0,50

3

25 001

50 000

0,40

4

50 001

100 000

0,20

5

Above 100 000

—

0,125

Liquidity transfers between a participant’s PM account and its sub-accounts shall not be subject to a charge.

2.

There shall be an additional monthly fee for direct participants who do not wish the BIC of their account to be published in the TARGET2 directory of EUR 30 per account.

3.

The following invoicing rules apply to direct participants. The direct participant shall receive the invoice for the previous month specifying the fees to be paid, no later than on the fifth business day of the following month. Payment shall be made at the latest on the 10th working day of that month to the account specified by the ECB and shall be debited from that participant’s PM account.

Fees and invoicing for ancillary systems

4.

An ancillary system using the ASI or the Participant Interface, irrespective of the number of any accounts it may hold with the ASCB and/or the SCB, shall be subject to a fee schedule consisting of three elements, as set out below.

(a)

A fixed monthly fee of EUR 1 000 to be charged to each ancillary system (Fixed Fee I).

(b)

A second monthly fixed fee of between EUR 417 and EUR 4 167, in proportion to the underlying gross value of the ancillary system’s euro cash settlement transactions (Fixed Fee II):

Band

From (EUR million/day)

To (EUR million/day)

Annual fee

(EUR)

Monthly fee

(EUR)

1

0

below 1 000

5 000

417

2

1 000

below 2 500

10 000

833

3

2 500

below 5 000

20 000

1 667

4

5 000

below 10 000

30 000

2 500

5

10 000

below 50 000

40 000

3 333

6

Above 50 000

—

50 000

4 167

The gross value of the ancillary system’s euro cash settlement transactions shall be calculated by the ASCB once a year on the basis of such gross value during the previous year and the calculated gross value shall be applied for calculating the fee as from 1 January of each calendar year.

(c)

A transaction fee calculated on the same basis as the schedule established for direct participants in paragraph 1 of this Appendix. The ancillary systems may choose one of the two options: either to pay a flat EUR 0,80 fee per payment instruction (Option A) or to pay a fee calculated on a degressive basis (Option B), subject to the following modifications:

(i)

for Option B, the limits of the bands relating to volume of payment instructions are divided by two, and

(ii)

a monthly fixed fee of EUR 150 (under Option A) or EUR 1 875 (under Option B) shall be charged in addition to Fixed Fee I and Fixed Fee II.

5.

Any fee payable in relation to a payment instruction submitted or payment received by an ancillary system, via either the participant interface or the ASI, shall be exclusively charged to this ancillary system. The Governing Council may establish more detailed rules for the determination of billable transactions settled via the ASI.

6.

Each ancillary system shall receive an invoice from its respective ASCB for the previous month based on the fees referred to in paragraph 4, no later than the fifth business day of the following month. Payments shall be made no later than the 10th business day of this month to the account specified by the ASCB or shall be debited from an account specified by the ancillary system.

7.

For the purposes of this paragraph, each ancillary system that has been designated under Directive 98/26/EC shall be treated separately, even if two or more of them are operated by the same legal entity. The same rule shall apply to the ancillary systems that have not been designated under Directive 98/26/EC, in which case the ancillary systems shall be identified by reference to the following criteria: (a) a formal arrangement, based on a contractual or legislative instrument, e.g. an agreement among the participants and the system operator; (b) multiple membership; (c) common rules and standardised arrangements; (d) for the clearing, netting or settlement of payments or securities between the participants.”.

17.1.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 13/12


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 19 december 2012

tot wijziging van Besluit ECB/2010/24 inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten en uit waardepapieren die zijn aangekocht uit hoofde van het programma voor de effectenmarkten

(ECB/2012/33)

(2013/32/EU)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 33,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit ECB/2010/24 van 25 november 2010 inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten en uit waardepapieren die zijn aangekocht uit hoofde van het programma voor de effectenmarkten (1) bepaalt de volgende uitdeling door de Europese Centrale Bank (ECB) aan de NCB’s: a) haar in de loop van elk boekjaar verkregen inkomsten uit bankbiljetten in omloop, en b) de in de loop van elk boekjaar verkregen inkomsten uit waardepapieren die zijn aangekocht uit hoofde van het programma voor de effectenmarkten (PEM).

(2)

Het wordt noodzakelijk geacht de gegevens voor de tussentijdse uitdeling van de ECB-inkomsten uit eurobankbiljetten in omloop op één lijn te brengen met de gegevens voor de verdeling van de ECB-inkomsten uit PEM-waardepapieren. Tenzij de Raad van bestuur anderszins besluit, dient de ECB deze twee soorten inkomsten op de laatste werkdag van januari van het volgende jaar uit te delen. Daardoor heeft de ECB voldoende tijd om het bedrag van de uit PEM-waardepapieren verdiende inkomsten te bepalen.

(3)

Besluit ECB/2010/24 dient dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging

Artikel 2, lid 2 tot en met 4, wordt als volgt vervangen:

„2.   Tenzij de Raad van bestuur anderszins besluit, deelt de ECB haar in de loop van elk boekjaar verkregen inkomsten uit eurobankbiljetten in omloop uit op de laatste werkdag van januari van het volgende jaar en haar inkomsten uit PEM-waardepapieren op de laatste werkdag van januari van het volgende jaar.

3.   Overeenkomstig enig besluit van de Raad van bestuur op basis van de statuten kunnen de inkomsten van de ECB uit in omloop zijnde eurobankbiljetten worden verminderd met door de ECB in verband met de uitgifte en verwerking van eurobankbiljetten gemaakte kosten.”.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 31 december 2012.

Gedaan te Frankfurt am Main, 19 december 2012.

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)   PB L 6 van 11.1.2011, blz. 35.