ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2012.117.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 117

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

55e jaargang
1 mei 2012


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

 

2012/231/EU

 

*

Besluit van de Raad van 23 april 2012 inzake de ondertekening, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en Brazilië uit hoofde van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT) 1994 inzake de wijziging van concessies ten aanzien van verwerkt pluimveevlees die zijn opgenomen in de aan de GATT 1994 gehechte EU-lijst, en van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Thailand uit hoofde van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT) 1994 inzake de wijziging van concessies ten aanzien van verwerkt pluimveevlees die zijn opgenomen in de aan de GATT 1994 gehechte EU-lijst

1

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2012 van de Commissie van 30 april 2012 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

2

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 373/2012 van de Commissie van 30 april 2012 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 mei 2012

4

 

 

BESLUITEN

 

 

2012/232/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Raad van 26 april 2012 waarbij Roemenië wordt gemachtigd maatregelen toe te passen die afwijken van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

7

 

 

2012/233/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 27 april 2012 tot vaststelling van de datum waarop de werkzaamheden van het Visuminformatiesysteem (VIS) in een tweede regio beginnen

9

 

 

2012/234/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 27 april 2012 inzake de goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten betreffende de door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) gefinancierde uitgaven over het begrotingsjaar 2011 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 2883)

11

 

 

2012/235/EU

 

*

Besluit van de Europese Centrale Bank van 29 maart 2012 houdende de instelling van de TARGET2-Effectenraad en tot intrekking van Besluit ECB/2009/6 (ECB/2012/6)

13

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Besluit EUTM Somalia/1/2011 van het Politiek en Veiligheidscomité van 6 december 2011 inzake de aanvaarding van bijdragen van derde staten aan de militaire missie van de Europese Unie om de Somalische veiligheidstroepen te helpen opleiden (EUTM Somalia) (2011/815/GBVB) ( PB L 324 van 7.12.2011 )

30

 

*

Proces-verbaal van verbetering van de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds, ondertekend te Luxemburg op 29 april 2008( PB L 28 van 30.1.2010, blz. 2 . Rectificatie bekendgemaakt in PB L 58 van 9.3.2010, blz. 22 )

31

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

1.5.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 117/1


BESLUIT VAN DE RAAD

van 23 april 2012

inzake de ondertekening, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en Brazilië uit hoofde van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT) 1994 inzake de wijziging van concessies ten aanzien van verwerkt pluimveevlees die zijn opgenomen in de aan de GATT 1994 gehechte EU-lijst, en van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Thailand uit hoofde van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT) 1994 inzake de wijziging van concessies ten aanzien van verwerkt pluimveevlees die zijn opgenomen in de aan de GATT 1994 gehechte EU-lijst

(2012/231/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, juncto artikel 218, lid 5,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 25 mei 2009 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen te openen op grond van artikel XXVIII van de GATT 1994 met het oog op de heronderhandeling van concessies inzake tarieflijnen voor pluimveevlees van hoofdstuk 16 van de gecombineerde nomenclatuur als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (hierna „GN” genoemd) (1).

(2)

Deze onderhandelingen hebben geresulteerd in overeenkomsten in de vorm van een briefwisseling, die met Thailand op 22 november 2011 en met Brazilië op 7 december 2011 zijn geparafeerd (hierna „de overeenkomsten” genoemd).

(3)

De overeenkomsten dienen te worden ondertekend,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de perso(o)n(en) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) tot ondertekening, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en Brazilië uit hoofde van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT) 1994 inzake de wijziging van concessies ten aanzien van verwerkt pluimveevlees die zijn opgenomen in de aan de GATT 1994 gehechte EU-lijst, en van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Thailand uit hoofde van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT) 1994 inzake de wijziging van concessies ten aanzien van verwerkt pluimveevlees die zijn opgenomen in de aan de GATT 1994 gehechte EU-lijst (2).

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 23 april 2012.

Voor de Raad

De voorzitter

C. ASHTON


(1)   PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.

(2)  De teksten van de overeenkomsten zullen samen met het besluit betreffende de sluiting ervan worden bekendgemaakt.


VERORDENINGEN

1.5.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 117/2


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 372/2012 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2012

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2012.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

JO

98,8

MA

61,9

TN

124,7

TR

115,6

ZZ

100,3

0707 00 05

JO

225,1

TR

129,4

ZZ

177,3

0709 93 10

JO

225,1

MA

29,9

TR

144,1

ZZ

133,0

0805 10 20

CL

48,2

EG

61,3

IL

70,4

MA

59,1

TN

116,7

ZA

40,1

ZZ

66,0

0805 50 10

TR

58,4

ZA

91,9

ZZ

75,2

0808 10 80

AR

87,0

BR

80,8

CL

93,9

CN

82,3

MK

31,8

NZ

128,7

US

158,7

ZA

89,7

ZZ

94,1


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.


1.5.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 117/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 373/2012 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2012

tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 mei 2012

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Verordening (EU) nr. 642/2010 van de Commissie van 20 juli 2010 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 136, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is bepaald dat het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 19 00 , 1001 11 00 , ex 1001 91 20 (zachte tarwe, zaaigoed), ex 1001 99 00 (zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed), 1002 10 00 , 1002 90 00 , 1005 10 90 , 1005 90 00 , 1007 10 90 en 1007 90 00 , gelijk is aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs voor de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief.

(2)

In artikel 136, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is bepaald dat voor de berekening van het in lid 1 van dat artikel bedoelde invoerrecht regelmatig representatieve cif-invoerprijzen voor de betrokken producten worden vastgesteld.

(3)

Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 642/2010 is de prijs die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 19 00 , 1001 11 00 , ex 1001 91 20 (zachte tarwe, zaaigoed), ex 1001 99 00 (zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed), 1002 10 00 , 1002 90 00 , 1005 10 90 , 1005 90 00 , 1007 10 90 en 1007 90 00 , de dagelijkse representatieve cif-invoerprijs die wordt bepaald volgens de methode van artikel 5 van die verordening.

(4)

Er dienen invoerrechten te worden vastgesteld voor de periode vanaf 1 mei 2012, die van toepassing zullen zijn tot er nogmaals nieuwe invoerrechten worden vastgesteld en in werking treden.

(5)

Omdat ervoor moet worden gezorgd dat deze maatregel zo snel mogelijk na de terbeschikkingstelling van de geactualiseerde gegevens van toepassing wordt, moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde invoerrechten in de sector granen die van toepassing zijn vanaf 1 mei 2012, worden in bijlage I bij de onderhavige verordening vastgesteld op basis van de in bijlage II vermelde elementen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2012.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 187 van 21.7.2010, blz. 5.


BIJLAGE I

Vanaf 1 mei 2012 geldende invoerrechten voor de in artikel 136, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)

(EUR/t)

1001 19 00

1001 11 00

HARDE TARWE van hoge kwaliteit

0,00

van gemiddelde kwaliteit

0,00

van lage kwaliteit

0,00

ex 1001 91 20

ZACHTE TARWE, zaaigoed

0,00

ex 1001 99 00

ZACHTE TARWE van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed

0,00

1002 10 00

1002 90 00

ROGGE

0,00

1005 10 90

MAÏS, zaaigoed, ander dan hybriden

0,00

1005 90 00

MAÏS, andere dan zaaigoed (2)

0,00

1007 10 90

1007 90 00

GRAANSORGHO, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

0,00


(1)  Krachtens artikel 2, lid 4, van Verordening (EU) nr. 642/2010 komt de importeur in aanmerking voor een verlaging van de invoerrechten met:

3 EUR per ton, indien de loshaven aan de Middellandse Zee (voorbij de Straat van Gibraltar) of de Zwarte Zee ligt en het product via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal wordt aangevoerd,

2 EUR per ton, als de loshaven in Denemarken, Estland, Ierland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt en het product via de Atlantische Oceaan wordt aangevoerd.

(2)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR per ton als aan de in artikel 3, van Verordening (EU) nr. 642/2010 vastgestelde voorwaarden is voldaan.


BIJLAGE II

Elementen voor de berekening van de in bijlage I vastgestelde rechten

16.4.2012-27.4.2012

1.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 642/2010 bedoelde referentieperiode:

(EUR/t)

 

Zachte tarwe (1)

Maïs

Harde tarwe van hoge kwaliteit

Harde tarwe tarwe van gemiddelde kwaliteit (2)

Harde tarwe van lage kwaliteit (3)

Beurs

Minnéapolis

Chicago

Notering

235,50

185,78

Fob-prijs VSA

256,98

246,98

226,98

Golfpremie

19,34

Grote-Merenpremie

43,27

2.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 642/2010 bedoelde referentieperiode:

Vrachtkosten: Golf van Mexico-Rotterdam:

17,74  EUR/t

Vrachtkosten: Grote Meren-Rotterdam:

51,53  EUR/t


(1)  Premie van 14 EUR per ton inbegrepen (artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) nr. 642/2010).

(2)  Korting van 10 EUR per ton (artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) nr. 642/2010).

(3)  Korting van 30 EUR per ton (artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) nr. 642/2010).


BESLUITEN

1.5.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 117/7


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

van 26 april 2012

waarbij Roemenië wordt gemachtigd maatregelen toe te passen die afwijken van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

(2012/232/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeen-schappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name artikel 395, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 27 september 2011, heeft Roemenië verzocht om machtiging tot toepassing van bijzondere maatregelen voor bepaalde gemotoriseerde wegvoertuigen die afwijken van de bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG inzake het recht van een belastingplichtige op aftrek van voorbelasting en inzake de verplichting tot aangifte van het gebruik van een tot het bedrijf behorend goed voor andere dan bedrijfs-doeleinden.

(2)

Overeenkomstig artikel 395, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/EG heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 1 december 2011 van het Roemeense verzoek in kennis gesteld. Bij brief van 5 december 2011 heeft de Commissie Roemenië meege-deeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek.

(3)

Krachtens artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG is een belastingplichtige gerechtigd de btw af te trekken ter zake van de goederen en diensten die hij ten behoeve van zijn belaste activiteiten heeft ontvangen. Krachtens artikel 26, lid 1, onder a), van die richtlijn geldt er een aangifteplicht voor de btw wanneer een tot het bedrijf behorend goed wordt gebruikt voor privédoeleinden van de belastingplichtige of van zijn personeel of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden.

(4)

Het niet-zakelijke gebruik van voertuigen valt moeilijk nauwkeurig te registreren en ook als dat mogelijk is, is de procedure vaak omslachtig. De voorgestelde maat-regelen voorzien in een vast tarief voor de aftrekbare btw ter zake van uitgaven voor gemotoriseerde wegvoertuigen die niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, met uitzondering van enkele gevallen. Op basis van actuele gegevens acht Roemenië een tarief van 50 % gerecht-vaardigd. Teneinde dubbele belasting te voorkomen, dient tegelijkertijd ontheffing te worden verleend van de verplichting tot btw-aangifte van het niet-zakelijke gebruik voor de gemotoriseerde wegvoertuigen die onder deze beperking vallen. Deze maatregelen kunnen worden gerechtvaardigd door de behoefte om de belastinginning te vereenvoudigen en fraude door onjuiste administratie en valse aangifte te voorkomen.

(5)

De beperking van het recht op aftrek uit hoofde van de bijzondere maatregelen moet gelden voor de btw die is betaald op de aankoop, intracommunautaire verwerving, invoer, huur of leasing van bepaalde gemotoriseerde wegvoertuigen alsook op de daarmee samenhangende uitgaven, met inbegrip van de aankoop van brandstof.

(6)

Bepaalde soorten gemotoriseerde wegvoertuigen moeten worden uitgesloten van het toepassings-gebied van de bijzondere maatregelen omdat het niet-zakelijke gebruik ervan — gelet op de aard van het voertuig of het soort activiteit waarvoor het wordt gebruikt — onbeduidend wordt geacht. De bijzondere maatregelen zijn derhalve niet van toe-passing op voertuigen met meer dan negen zitplaatsen (met inbegrip van de bestuurdersplaats) of met een toelaatbare maximummassa in beladen toestand van meer dan 3 500 kilogram. Daarnaast is een gedetailleerde lijst opgenomen van specifieke soorten voertuigen die van de beperking zijn uitgesloten vanwege het bijzondere gebruik ervan.

(7)

Deze derogatiemaatregelen dienen in de tijd beperkt te zijn, zodat de effectiviteit ervan kan worden geëvalueerd evenals de toepasselijkheid van het tarief, aangezien het voorgestelde percentage berust op eerste bevindingen in verband met zakelijk gebruik.

(8)

Indien Roemenië een verlenging van de derogatiemaatregelen overweegt, moet het de Commissie tijdig een verslag voorleggen over de toepassing van de betrokken maatregel met daarin ook een evaluatie van het percentage van de aftrekuitsluiting, tezamen met het verzoek om verlenging.

(9)

Op 29 oktober 2004 heeft de Commissie een voorstel (2) voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG, thans Richtlijn 2006/112/EG, aangenomen, dat onder meer voorziet in de harmonisatie van de uitgavencategorieën waarvoor het recht op aftrek mag worden uitgesloten. Dit voorstel voorziet in de mogelijkheid om ter zake van gemotoriseerde wegvoertuigen het recht op aftrek uit te sluiten. De in dit besluit vervatte derogatiemaatregelen dienen te verstrijken op de datum van inwerkingtreding van een dergelijke wijzigingsrichtlijn, indien die vroeger valt dan de in dit besluit vastgestelde vervaldatum.

(10)

De derogatie zal geen noemenswaardige invloed hebben op de totale belasting-opbrengst in het stadium van het eindverbruik en geen gevolgen hebben voor de eigen middelen van de Unie uit de btw,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG wordt Roemenië gemachtigd om het recht op aftrek van de btw ter zake van de aankoop, intracommunautaire verwerving, invoer, huur of leasing van gemotoriseerde wegvoertuigen alsook van de btw ter zake van met die voertuigen samenhangende uitgaven, tot 50 % te beperken, wanneer het voertuig niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt.

De beperking van de eerste alinea is niet van toepassing op gemotoriseerde wegvoertuigen met een toelaatbare maximum-massa in beladen toestand van meer dan 3 500 kilogram of met meer dan negen zitplaatsen met inbegrip van de bestuurdersplaats.

Artikel 2

De eerste alinea van artikel 1 is niet van toepassing op de volgende categorieën gemotoriseerde wegvoertuigen:

a)

voertuigen die uitsluitend worden gebruikt voor hulpverlening, beveiliging en bewaking en koeriersdiensten;

b)

voertuigen die worden gebruikt door handelsvertegenwoordigers en inkoopagenten;

c)

voertuigen die worden gebruikt voor passagiersvervoer tegen betaling, met inbegrip van taxidiensten;

d)

voertuigen die worden gebruikt voor dienstverlening tegen betaling, met inbegrip van verhuur of rijonderricht door autorijscholen;

e)

voertuigen die worden gebruikt voor verhuur of leasing;

f)

voertuigen die worden gebruikt als handelsgoederen.

Artikel 3

In afwijking van artikel 26, lid 1, onder a), van Richtlijn 2006/112/EG wordt Roemenië gemachtigd het gebruik van een voertuig waarop de in artikel 1 van dit besluit bedoelde beperking van toepassing is, voor de privédoeleinden van een belastingplichtige of van zijn personeel, of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden, niet gelijk te stellen aan een dienst verricht onder bezwarende titel.

Artikel 4

1.   Dit besluit verstrijkt op de datum van inwerkingtreding van regels van de Unie waarin wordt vastgesteld welke uitgaven ter zake van gemotoriseerde wegvoertuigen niet in aanmerking komen voor een volledige aftrek van de btw, doch uiterlijk op 31 december 2014.

2.   Een verzoek om verlenging van de in dit besluit vervatte maatregelen dient de Commissie uiterlijk op 31 maart 2014 te worden voorgelegd.

Bij een dergelijk verzoek dient een verslag te worden gevoegd dat ook een evaluatie omvat van het percentage van de aftrekbeperking van de btw op basis van dit besluit.

Artikel 5

Dit besluit wordt van kracht op de dag van kennisgeving ervan.

Artikel 6

Dit besluit is gericht tot Roemenië.

Gedaan te Luxemburg, 26 april 2012.

Voor de Raad

De voorzitter

M. GJERSKOV


(1)   PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.

(2)  COM(2004) 728 final.


1.5.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 117/9


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2012

tot vaststelling van de datum waarop de werkzaamheden van het Visuminformatiesysteem (VIS) in een tweede regio beginnen

(2012/233/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (1), en met name artikel 48, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Beschikking 2010/49/EG van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van de eerste regio’s waar de werkzaamheden van het Visuminformatiesysteem (VIS) beginnen (2), bestaat de tweede regio waar met het verzamelen en overdragen van gegevens aan het VIS voor alle visumaanvragen dient te worden begonnen uit Israël, Jordanië, Libanon en Syrië.

(2)

De lidstaten hebben de Commissie ervan in kennis gesteld dat zij de nodige technische en wettelijke regelingen hebben getroffen om de in artikel 5, lid 1, van de VIS-verordening bedoelde gegevens te verzamelen en aan het VIS toe te zenden voor alle aanvragen in die regio, met inbegrip van regelingen voor het verzamelen en/of verzenden van gegevens namens een andere lidstaat.

(3)

Nu aan de voorwaarden van de eerste zin van artikel 48, lid 3, van de VIS-verordening is voldaan, dient de datum te worden vastgesteld waarop de werkzaamheden van het VIS in de tweede regio beginnen.

(4)

Omdat het wenselijk is dat de werkzaamheden van het VIS zo snel mogelijk van start kunnen gaan, dient dit besluit in werking te treden op de datum waarop het in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.

(5)

Aangezien de VIS-verordening voortbouwt op het Schengenacquis, heeft Denemarken overeenkomstig artikel 5 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, meegedeeld dat het de VIS-verordening in zijn nationale wetgeving ten uitvoer heeft gelegd. Denemarken is daarom krachtens internationaal recht verplicht dit besluit uit te voeren.

(6)

Dit besluit houdt een ontwikkeling in van bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (3). Dit besluit is derhalve niet bindend voor, noch van toepassing in het Verenigd Koninkrijk.

(7)

Dit besluit houdt een ontwikkeling in van bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (4). Dit besluit is derhalve niet bindend voor, noch van toepassing in Ierland.

(8)

Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt dit besluit een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (5) die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG (6) van de Raad inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst.

(9)

Wat Zwitserland betreft, houdt dit besluit een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (7) die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG, gelezen in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG (8) van de Raad.

(10)

Wat Liechtenstein betreft, houdt dit besluit een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis als bedoeld in het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, die vallen onder artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG, gelezen in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad (9).

(11)

Wat Cyprus betreft, is dit besluit een rechtsbesluit dat voortbouwt op het Schengenacquis of op een andere wijze daaraan is gerelateerd, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003.

(12)

Wat Bulgarije en Roemenië betreft, is dit besluit een rechtsbesluit dat voortbouwt op het Schengenacquis of op een andere wijze daaraan is gerelateerd, zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het Visuminformatiesysteem begint op 10 mei 2012 zijn werkzaamheden in de tweede regio zoals vastgesteld bij Beschikking 2010/49/EG.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Dit besluit is van toepassing overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 27 april 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60.

(2)   PB L 23 van 27.1.2010, blz. 62.

(3)   PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

(4)   PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

(5)   PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(6)   PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

(7)   PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

(8)   PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1.

(9)   PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19.


1.5.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 117/11


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2012

inzake de goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten betreffende de door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) gefinancierde uitgaven over het begrotingsjaar 2011

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 2883)

(2012/234/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1), en met name de artikelen 30 en 33,

Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 keurt de Commissie de rekeningen van de in artikel 6 van die verordening bedoelde betaalorganen goed op basis van de door de lidstaten ingediende jaarrekeningen, vergezeld van de voor de goedkeuring van de rekeningen benodigde gegevens en van de accountantsverklaringen over de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de rekeningen en de accountantsrapporten die door de certificerende instanties werden opgesteld.

(2)

Op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 883/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot het bijhouden van de rekeningen van de betaalorganen, de declaraties van uitgaven en ontvangsten en de voorwaarden voor de vergoeding van uitgaven in het kader van het ELGF en het ELFPO (2) begint het begrotingsjaar voor de ELGF-rekeningen op 16 oktober van jaar N–1 en eindigt het op 15 oktober van jaar N. Om de referentieperiode voor de ELFPO-uitgaven aan te passen aan die van het ELGF moeten, in het kader van de goedkeuring van de rekeningen, voor het begrotingsjaar 2011 de uitgaven in aanmerking worden genomen die de lidstaten hebben gedaan in de periode van 16 oktober 2010 tot en met 15 oktober 2011.

(3)

In artikel 10, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 885/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de erkenning van de betaalorganen en andere instanties en de goedkeuring van de rekeningen inzake het ELGF en het ELFPO (3) is bepaald dat het bedrag dat overeenkomstig het in artikel 10, lid 1, eerste alinea, van die verordening bedoelde besluit tot goedkeuring van de rekeningen moet worden ingevorderd bij of betaald aan elke lidstaat, wordt vastgesteld door de tussentijdse betalingen die voor het betrokken begrotingsjaar zijn betaald, af te trekken van de overeenkomstig lid 1 van dat artikel voor datzelfde jaar erkende uitgaven. Dit bedrag wordt door de Commissie afgetrokken van of opgeteld bij de volgende tussentijdse betaling.

(4)

De Commissie heeft de door de lidstaten verstrekte gegevens gecontroleerd en heeft de lidstaten vóór 31 maart 2012 in kennis gesteld van de resultaten van haar verificaties en van de aan te brengen wijzigingen.

(5)

Voor sommige betaalorganen stellen de jaarrekeningen en de begeleidende stukken de Commissie in staat een besluit te nemen over de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende jaarrekeningen. Bijlage I geeft een overzicht van de goedgekeurde bedragen per lidstaat en van de bij de lidstaten in te vorderen of aan de lidstaten te betalen bedragen.

(6)

De door sommige andere betaalorganen verstrekte gegevens zijn van dien aard dat nog aanvullend onderzoek nodig is, zodat de rekeningen van die betaalorganen niet bij dit besluit kunnen worden goedgekeurd. Bijlage II bevat de lijst van de betrokken betaalorganen.

(7)

Overeenkomstig artikel 33, lid 8, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 worden, indien een in verband met onregelmatigheden te verrichten invordering niet vóór de afsluiting van het programma voor plattelandsontwikkeling heeft plaatsgevonden, de financiële gevolgen van het achterwege blijven van die invordering voor 50 % door de betrokken lidstaat gedragen, zulks hetzij binnen vier jaar na de datum van het eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal, hetzij binnen acht jaar na die datum als over de terugvordering een zaak is aangespannen bij nationale rechtbanken, hetzij bij de afsluiting van het programma als die perioden vóór die afsluiting zijn verstreken. In artikel 33, lid 4, van die verordening is bepaald dat de lidstaten de Commissie bij de indiening van de jaarrekeningen een samenvattend overzicht van de in verband met onregelmatigheden ingeleide terugvorderingsprocedures moeten bezorgen. Uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de verplichting van de lidstaten de nog niet teruggekregen bedragen mee te delen zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 885/2006. In bijlage III bij die verordening is de tabel opgenomen die de lidstaten in 2012 moesten indienen. Op basis van de door de lidstaten ingevulde tabellen moet de Commissie een besluit vaststellen over de financiële gevolgen van het na respectievelijk vier of acht jaar nog steeds achterwege blijven van invordering van in verband met onregelmatigheden verschuldigde bedragen. Een dergelijk besluit staat latere conformiteitsbesluiten op grond van artikel 33, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 niet in de weg.

(8)

Overeenkomstig artikel 33, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 kunnen de lidstaten na de afsluiting van het betrokken programma voor plattelandsontwikkeling besluiten de terugvordering niet voort te zetten. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen indien het totaal van de reeds gemaakte en de nog te verwachten terugvorderingskosten hoger is dan het terug te vorderen bedrag of indien de inning onmogelijk blijkt als gevolg van de overeenkomstig het nationale recht geconstateerde en erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid. Als dat besluit is genomen binnen vier jaar na de datum van het eerste administratieve of gerechtelijke proces-verbaal, of binnen acht jaar na die datum indien over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank, worden de financiële gevolgen van de niet-invordering voor 100 % door de EU-begroting gedragen. De bedragen waarvoor de lidstaten hebben besloten de terugvordering niet voort te zetten, en de redenen voor dat besluit worden vermeld in het in artikel 33, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 bedoelde samenvattende overzicht. Deze bedragen worden niet ten laste van de betrokken lidstaten gebracht en worden dus gedragen door de EU-begroting. Het desbetreffende besluit staat latere conformiteitsbesluiten op grond van artikel 33, lid 5, van de genoemde verordening niet in de weg.

(9)

Overeenkomstig artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 staat dit besluit niet in de weg aan latere besluiten van de Commissie waarbij uitgaven die niet overeenkomstig de EU-voorschriften blijken te zijn gedaan, alsnog aan EU-financiering worden onttrokken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten betreffende de door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) gefinancierde uitgaven over het begrotingsjaar 2011, met uitzondering van die van de in artikel 2 bedoelde betaalorganen, worden goedgekeurd.

De bedragen die op grond van dit besluit in het kader van elk programma voor plattelandsontwikkeling moeten worden ingevorderd bij of betaald aan elke lidstaat, met inbegrip van de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van artikel 33, lid 8, van Verordening (EG) nr. 1290/2005, worden vastgesteld in bijlage I.

Artikel 2

Voor het begrotingsjaar 2011 worden de rekeningen betreffende de door het ELFPO gefinancierde uitgaven voor de in bijlage II genoemde programma’s voor plattelandsontwikkeling die zijn ingediend door de in die bijlage genoemde betaalorganen van lidstaten, afgesplitst van het onderhavige besluit; over die rekeningen wordt later een goedkeuringsbesluit vastgesteld.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 27 april 2012.

Voor de Commissie

Dacian CIOLOȘ

Lid van de Commissie


(1)   PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.

(2)   PB L 171 van 23.6.2006, blz. 1.

(3)   PB L 171 van 23.6.2006, blz. 90.


1.5.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 117/13


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 29 maart 2012

houdende de instelling van de TARGET2-Effectenraad en tot intrekking van Besluit ECB/2009/6

(ECB/2012/6)

(2012/235/EU)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid de artikelen 3.1, 12.1 en 12.3, en de artikelen 17, 18 en 22,

Gezien Richtsnoer ECB/2010/2 van 21 april 2010 betreffende TARGET2-Securities (1),

Gezien Besluit ECB/2009/6 van 19 maart 2009 houdende de instelling van de TARGET2-Effecten Programmaraad (TARGET2-Securities Programme Board) (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Tijdens de vergadering van 6 juli 2006 heeft de Raad van bestuur besloten om in samenwerking met centrale effectenbewaarinstellingen (CSD’s) en andere marktdeelnemers de mogelijkheid na te gaan voor het opzetten van een nieuwe effectenafwikkelingsdienst van het Eurosysteem, genaamd TARGET2-Effecten (T2S). Als onderdeel van zijn taken overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 22 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna de „ESCB-statuten”), zal het Eurosysteem T2S opzetten als een op één platform gebaseerde dienst voor de neutrale, grenzeloze pan-Europese aanbieding aan CSD’s van kerndiensten inzake chartale en effectenafwikkeling, opdat deze hun klanten geharmoniseerde en gestandaardiseerde levering-tegen-betalingdiensten in centralebankgeld in een technisch geïntegreerde omgeving kunnen aanbieden.

(2)

Op 17 juli 2008 heeft de Raad van bestuur besloten T2S te lanceren en de voor de voltooiing benodigde middelen te verschaffen. Op basis van een aanbod van de Deutsche Bundesbank, de Banco de España, de Banque de France en de Banca d’Italia (hierna de „4CB's”) heeft de Raad van bestuur besloten dat deze nationale centrale banken (NCB’s) T2S ontwikkelen en exploiteren.

(3)

De T2S-programmaraad werd opgezet als een gestroomlijnd beheerslichaam om voorstellen te doen aan de Raad van bestuur inzake essentiële strategische aangelegenheden en om puur technische taken uit te voeren en te zorgen voor een effectieve en efficiënte organisatie van T2S waarbij zowel interne als externe belanghebbenden worden betrokken.

(4)

Op grond van het in artikel 12.1 van de ESCB-statuten vastgelegde decentralisatiebeginsel, voeren NCB's, voor zover zulks mogelijk en passend wordt geacht, operaties uit die tot de taken van het Eurosysteem behoren. De centrale banken van het Eurosysteem zullen de T2S-raad derhalve met bepaalde taken belasten, zodat de raad volledig operationeel kan zijn en namens het hele Eurosysteem kan optreden.

(5)

Overeenkomstig het T2S-bestuurskader zal de T2S-raad de T2S-programmaraad vervangen.

(6)

Besluit ECB/2009/6 dient daarom te worden ingetrokken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

De in dit besluit gebruikte termen hebben dezelfde betekenis als in Richtsnoer ECB/2010/2 en in de door de Raad van bestuur op 17 november 2011 goedgekeurde T2S-raamovereenkomst.

Artikel 2

T2S-raad

1.   De T2S-raad wordt opgezet als een gestroomlijnd beheerslichaam van het Eurosysteem om voorstellen te doen aan de Raad van bestuur inzake essentiële strategische aangelegenheden en om door de Raad van bestuur toegewezen taken uit te voeren.

2.   Het mandaat van de T2S-raad, met inbegrip van de doelstellingen, verantwoordelijkheden, taken, samenstelling, werkprocedures en begroting ervan, wordt uiteengezet in bijlage I bij dit besluit.

3.   Het reglement van orde van de T2S-raad wordt uiteengezet in bijlage II bij dit besluit.

4.   De gedragscode voor de leden van de T2S-raad wordt uiteengezet in bijlage III bij dit besluit.

5.   De procedures en vereisten voor de selectie, benoeming en vervanging van de niet van een centrale bank afkomstige leden van de T2S-raad worden uiteengezet in bijlage IV bij dit besluit.

6.   De T2S-raad start zijn werkzaamheden op in juli 2012.

Artikel 3

Intrekking

Besluit ECB/2009/6 wordt ingetrokken.

Artikel 4

Overgangsbepalingen

De leden van de T2S-programmaraad blijven hun verantwoordelijkheden en taken uitvoeren tot alle stemgerechtigde leden van de T2S-raad zijn benoemd.

Artikel 5

Slotbepaling

Dit besluit treedt in werking op 29 maart 2012.

Gedaan te Frankfurt am Main, 29 maart 2012.

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)   PB L 118 van 12.5.2010, blz. 65.

(2)   PB L 102 van 22.4.2009, blz. 12.


BIJLAGE I

T2S-RAAD

MANDAAT

INLEIDING

Overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, zal het Eurosysteem T2S-diensten aanbieden aan centrale effectenbewaarinstellingen (CSD's) in Europa. De algemene doelstelling van T2S is de integratie van transactieverwerking te vergemakkelijken door grenzeloze en neutrale pan-Europese kerndiensten inzake chartale en effectenafwikkeling in centralebankgeld te ondersteunen, zodat CSD’s hun klanten geharmoniseerde en gestandaardiseerde afwikkelingsdiensten kunnen verlenen in een technisch geïntegreerde omgeving met grensoverschrijdende mogelijkheden.

VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE T2S-RAAD

Zonder afbreuk te doen aan de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid van de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB), heeft de Raad van bestuur de T2S-raad belast met de uitvoering van duidelijk omschreven taken die verband houden met het T2S-programma en het verlenen van T2S-diensten. Indien en wanneer zich nieuwe met T2S verbandhoudende aangelegenheden voordoen, kan de Raad van bestuur aan de T2S-raad verdere duidelijk omschreven taken toewijzen die overigens onder de verantwoordelijkheid van de Raad van bestuur vallen. In het licht van de uiteindelijke bevoegdheid van de Raad van bestuur inzake T2S-aangelegenheden, kan de Raad van bestuur elk van zijn aan de T2S-raad toevertrouwde en door die Raad uitgevoerde taken niettemin ook zelf uitvoeren. De grondslag voor de T2S-raad wordt ook gevormd door een door de centrale banken van het Eurosysteem ondertekend T2S-protocol.

De T2S-raad handelt binnen het toepassingsgebied van het juridisch T2S-kader (met name de raamovereenkomsten, de valutadeelnameovereenkomsten, de op 20 april 2011 vastgestelde niveau 2-niveau 3-overeenkomst en Richtsnoer ECB/2010/2).

De T2S-raad zorgt ervoor dat het T2S-programma wordt uitgevoerd:

a)

in overeenstemming met marktverwachtingen, zoals weergegeven in het document gebruikersvereisten (DGV);

b)

binnen het financiële regime van T2S;

c)

binnen het door de Raad van bestuur besloten tijdskader.

Vanaf juli 2012 zal de T2S-raad de verantwoordelijkheden en taken van de T2S-programmaraad overnemen. Dit mandaat is geldig tot het einde van de T2S-migratieperiode, waarna het zal worden herzien.

Na de invoering van het T2S-programma, zorgt de T2S-raad voor de soepele werking van het T2S-systeem overeenkomstig de relevante technische en juridische documentatie. De Raad bevordert ook de voortdurende aanpassing van de T2S-diensten aan toekomstige marktbehoeften.

TAKEN

De Raad van bestuur heeft de T2S-raad belast met de volgende taken:

1.

Uitwerken van voorstellen voor besluiten door de Raad van bestuur inzake:

a)

algemene T2S-strategie;

b)

T2S-bestuur;

c)

T2S-financiën, met inbegrip van:

i)

de belangrijkste aspecten van het financiële regime van T2S (met name begroting, bedrag, bestreken tijdsperiode, financiering),

ii)

regelmatige analyse van de financiële risico's waaraan het Eurosysteem wordt blootgesteld,

iii)

de regels voor het beheer van de in de boeken van de ECB aangehouden en door de T2S-raad namens het Eurosysteem beheerde T2S-projectrekening,

iv)

de T2S-kostenberekeningsmethode,

v)

het T2S-prijsstellingsbeleid;

d)

het algehele T2S-programmaplan;

e)

machtiging voor en prioriteitstelling van wijzigingsverzoeken met betrekking tot het DGV;

f)

elk tussen het Eurosysteem en externe belanghebbenden te ondertekenen contract;

g)

het T2S-risicobeheerskader;

h)

met de CSD's, de nationale centrale banken (NCB's) en de 4CB's afgesloten dienstenniveauovereenkomsten;

i)

T2S-test- en migratiestrategieën;

j)

de strategie voor aansluitdiensten;

k)

de crisisbeheerstrategie;

l)

de beschrijving van T2S-diensten;

m)

aansprakelijkheid en overige vorderingen;

n)

naleving door CSD's van de CSD-verkiesbaarheidscriteria.

2.

Beheer/aansturing van T2S en relaties met de 4CB's

De T2S-raad:

a)

voert het algemene beheer uit van het T2S-programma en van de T2S-diensten;

b)

beheert een gedetailleerd plan, op basis van het algemene T2S-programmaplan, zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur;

c)

onderhandelt over eventuele wijzigingen in de niveau 2-niveau 3-overeenkomst en dient die ter goedkeuring in bij de Raad van bestuur;

d)

heeft regelmatig contact met de 4CB's teneinde alle informatie te verkrijgen die nodig is voor de uitvoering van zijn taken overeenkomstig de niveau 2-niveau 3-overeenkomst;

e)

bespreekt de door de 4CB’s te leveren diensten en keurt die goed (bv. de algemene functionele specificaties, de gedetailleerde functionele gebruikersspecificaties en de gebruikershandboeken), volgens van te voren overeengekomen kwaliteitsstandaards, en zorgt ervoor dat ze consistent zijn met het DGV;

f)

valideert voorstellen van de 4CB's, met name betreffende strikt met T2S verbandhoudende IT-strategie, verlening van netwerkdiensten en capaciteitsplanning;

g)

coördineert een passend wijzigingsbeheerproces betreffende de documenten die de T2S-werkingssfeer afbakenen, en de prioriteitstelling van goedgekeurde wijzigingen in verband met nieuwe T2S-releases;

h)

stelt testscenario's op voor de acceptatietests van het Eurosysteem en coördineert tests waarbij verschillende soorten belanghebbenden betrokken zijn;

i)

zet een substructuur op die belast wordt met gebruikerstests overeenkomstig de schema's voor gebruikerstests in de raamovereenkomst en de valutadeelnameovereenkomst;

j)

effectueert het T2S-risicobeheerskader binnen de door de Raad van bestuur vastgestelde parameters;

k)

effectueert de T2S-migratiestrategie binnen de door de Raad van bestuur vastgestelde parameters;

l)

effectueert het operationele T2S-kader, met inbegrip van de T2S-beheerstrategie voor incidenten en crises, binnen de door de Raad van bestuur vastgestelde parameters;

m)

zorgt voor het behoorlijk functioneren en voor behoorlijke kwaliteit van de T2S-diensten;

n)

verzekert dat de T2S-diensten voldoen aan de vereisten van regelgeving en oversight.

3.

Relaties met externe belanghebbenden

De T2S-raad:

a)

verzekert dat de T2S-diensten voldoen aan de marktbehoeften;

b)

heeft contact met CSD's en centrale banken om hun migratie naar T2S te vergemakkelijken;

c)

onderhandelt met CSD's en centrale banken van buiten het eurogebied die de raamovereenkomst en de valutadeelnameovereenkomst hebben ondertekent, over eventuele wijzigingen van deze overeenkomsten; zulks gezamenlijk met de centrale banken van het Eurosysteem;

d)

werkt samen met de overige T2S-bestuursstructuren, met de CSD-stuurgroep, de stuurgroep voor niet-euro valuta's, en de T2S-adviesgroep;

e)

houdt contact met verleners van aansluitdiensten;

f)

benoemt de voorzitters van de technische groepen na raadpleging van de CSD-stuurgroep en de stuurgroep voor niet-euro valuta's, en ontvangt verslagen van de technische groepen;

g)

voert discussies, coördineert en streeft met deelnemende CSD's en centrale banken naar het vinden van mogelijke oplossingen ter beslechting van geschillen die in T2S-verband rijzen, in het kader van de in de raamovereenkomst en de valutadeelnameovereenkomst voorziene geschillenbeslechtings- en escalatieprocedure en binnen zijn mandaat;

h)

verschaft relevante informatie aan bevoegde regelgevende en oversight uitoefenende autoriteiten;

i)

vervult, met hulp van het T2S-programmabureau van de ECB en het deskundigennetwerk van centrale banken, een centrale rol in de communicatie over T2S met betrekking tot marktdeelnemers en overheden;

j)

bevordert en draagt bij aan met T2S verbandhoudend werk inzake harmonisering;

k)

werkt nauw samen met alle desbetreffende overheden en particuliere instellingen (bv. de Europese Commissie, het Europees Parlement, effectenregelgevers), inzake relevante initiatieven op het gebied van effectenclearing en -afwikkeling;

l)

zorgt voor transparantie via de tijdige en consistente publicatie van relevante documentatie.

4.

Financieel regime van T2S

De T2S-raad beheert het financiële regime van T2S zoals uiteengezet in Richtsnoer ECB/2010/2.

Vanaf de start van de operationele fase, voorziet de T2S-raad de contracterende CSD's en de contracterende NCB's van buiten het eurogebied regelmatig van financiële overzichten die de zakelijke en financiële situatie, de bedrijfsresultaten en de stand van het kostenverhaal met betrekking tot T2S correct weergeven.

De CSD-stuurgroep, de stuurgroep voor niet-euro valuta's, de T2S-adviesgroep, en relevante comités van het Europees Stelsel van centrale banken worden geraadpleegd voordat aan de Raad van bestuur voorstellen worden gedaan betreffende het financiële regime van T2S die resulteren in wijzigingen in de T2S-prijsstelling.

Voor zover vereist, verleent de ECB passende ondersteuning aan de T2S-raad. Alle door dergelijke ondersteuning teweeggebrachte kosten worden aan de ECB vergoed.

Bovendien, verricht de T2S-raad het volgende:

a)

beheert de T2S-begroting door middel van de T2S-projectrekening;

b)

keurt de betaling goed van betalingstermijnen aan de 4CB's, overeenkomstig een overeengekomen, door de Raad van bestuur goedgekeurd betalingschema, zodra de door de 4CB's te leveren diensten zijn geaccepteerd door de T2S-raad;

c)

keurt de kosten goed die verbonden zijn aan aanvullende ondersteuning van de 4CB's aan de centrale banken van het Eurosysteem, overeenkomstig de niveau 2-niveau 3-overeenkomst;

d)

keurt de betaling van termijnen goed aan de ECB, op basis van de door de laatste in verband met T2S gemaakte kosten;

e)

geeft zijn goedkeuring aan en neemt het initiatief tot het innen van vergoedingen van T2S-klanten en de terugbetaling aan centrale banken van het Eurosysteem.

SAMENSTELLING

Alle leden van de T2S-raad worden benoemd door de Raad van bestuur. De leden rapporteren collectief en uitsluitend aan de besluitvormende organen van de ECB wanneer ze handelen in hun hoedanigheid van leden van de T2S-raad en houden zich aan de beginselen van de in bijlage III uiteengezette gedragscode van de T2S-raad. In deze hoedanigheid kunnen de leden afkomstig van centrale banken van het Eurosysteem en van buiten het eurogebied andere werknemers van hun instelling van herkomst om advies vragen. Onder geen voorwaarde mogen zij instructies aannemen van hun instelling van herkomst, of zich verplichten een specifiek standpunt in te nemen tijdens de beraadslagingen en de stemming van de T2S-raad.

De T2S-raad bestaat uit:

a)

de voorzitter die senior manager is bij de ECB;

b)

negen leden van de overige NCB's van het Eurosysteem, waaronder één van elk van de volgende: de Deutsche Bundesbank, de Banco de España, de Banque de France en de Banca d’Italia;

c)

één lid van een centrale bank van buiten het eurogebied die de valutadeelnameovereenkomst heeft ondertekend (of twee van dergelijke leden indien het afwikkelingsvolume in niet-euro valuta's ten minste 20 % van het volume van het eurogebied bedraagt);

d)

twee leden (zonder stemrecht) die niet afkomstig zijn van centrale banken, met een degelijke achtergrond als hogere functionaris in de afwikkeling van effectentransacties en zo mogelijk met ervaring op het gebied van projectmanagement, die geen belangenconflicten hebben.

De voorzitter wordt ondersteund door een vicevoorzitter die wordt benoemd door de Raad van bestuur. De vicevoorzitter is een lid dat bereid is de voorzitter bij afwezigheid te vervangen. Indien het in niet-euro valuta's afgewikkelde volume van levering-tegen-betalingdiensten in T2S ten minste 40 % van het in euro afgewikkelde volume bedraagt, kunnen deelnemende centrale banken van buiten het eurogebied een voorstel doen voor de vicevoorzitter.

Het mandaat van een lid van de T2S-raad geldt voor 24 maanden en kan worden verlengd.

De Raad van bestuur beslist over de samenstelling van de T2S-raad op basis van een voorstel van de directie van de ECB. Voor de categorieën a) tot en met c) worden aanvragen gepresenteerd door de president van de desbetreffende centrale bank. De directie geeft de voorkeur aan kandidaten die rechtstreeks rapporteren aan het hoogste bestuursorgaan in hun centrale bank. In haar voorstel draagt de directie er zorg voor dat een passend evenwicht wordt bewaard tussen leden met IT-ervaring, ervaring met projectmanagement, en ervaring in de afwikkeling van effectentransacties (hetzij als een verlener van diensten of als een afnemer van die diensten).

WERKPROCEDURES

1.   Besluitvorming

Indien mogelijk neemt de T2S-raad besluiten bij consensus. Indien binnen een redelijk tijdskader echter geen consensus kan worden bereikt, kan de voorzitter besluiten een stemming te houden op basis van een stemprocedure bij gewone meerderheid.

De volgende regels zijn van toepassing:

a)

in beginsel dient voor geldige beraadslagingen van de T2S-raad een quorum van ten minste zeven leden aanwezig te zijn;

b)

alleen leden van de T2S-raad uit de categorieën a) tot en met c) hebben stemrecht;

c)

bij afwezigheid kan een stemgerechtigd lid zijn/haar stem aan een ander lid delegeren; een lid kan over welke aangelegenheid dan ook niet meer dan twee stemmen uitbrengen;

d)

ingeval de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend;

e)

ingeval van een belangenconflict nemen leden van de T2S-raad niet deel aan de besluitvorming en de stemming;

f)

leden houden zich aan de gedragscode voor de T2S-raad.

2.   Taakomvang en ondersteuning

Zonder afbreuk te doen aan de in artikel 8 van Richtsnoer ECB/2010/2 neergelegde beginselen van goed bestuur:

a)

werkt de voorzitter voltijds aan T2S-aangelegenheden; de overige leden worden verwacht op een 30 %-basis te werken;

b)

de T2S-raad wordt ondersteund door een T2S-programmabureau bij de ECB;

c)

de T2S-raad ontvangt input van een programmacontroleur;

d)

de T2S-raad wordt ondersteund door een technisch comité dat naar consensus streeft inzake technische aangelegenheden; indien geen consensus kan worden bereikt, worden de aangelegenheden voorgelegd aan de T2S-raad;

e)

de T2S-raad kan andere comités instellen.

3.   Rapportage en vertegenwoordiging

De T2S-raad rapporteert rechtstreeks, op een regelmatige en gestructureerde basis, aan de besluitvormende organen van de ECB. In dit verband stelt de Raad voor zover nodig rapporten op voor de besluitvormende organen van de ECB. Deze rapporten worden ook toegezonden aan het IT-stuurcomité van het Eurosysteem (EISC), dat advies kan uitbrengen aan de besluitvormende organen van de ECB. Het Payment and Settlement Systems Comité (PSSC) ontvangt de rapporten ter informatie.

De voorzitter zit de T2S-adviesgroep voor en vertegenwoordigt de T2S-raad naar buiten, tenzij de T2S-raad anders besluit.

4.   Reglement van orde

Bijzonderheden van de werkprocedures zullen aan de orde worden gesteld in het in bijlage II uiteengezette reglement van orde van de T2S-raad.


BIJLAGE II

T2S-RAAD

REGLEMENT VAN ORDE

HOOFDSTUK I

DE T2S-RAAD

Artikel 1

De leden

1.   Leden van de T2S-raad (hierna de „leden”) handelen in hun persoonlijke hoedanigheid en in het beste belang van het T2S-programma, overeenkomstig de algemene T2S-beginselen. Tijdens de vergaderingen van de T2S-raad nemen de leden hun eigen, volledig onafhankelijke standpunt in.

2.   Leden afkomstig van centrale banken moet door hun centrale bank voldoende tijd worden gegeven, en niet van een centrale bank afkomstige leden moeten ervoor zorg dragen dat zij voldoende tijd hebben om actief betrokken te zijn bij het werk van de T2S-raad (in beginsel 30 % van hun werktijd voor alle leden behalve voor de voorzitter).

3.   Leden zijn niet direct betrokken bij het oversight van T2S of van centrale effectenbewaarinstellingen die afwikkelingstransacties uitbesteden aan T2S. Leden kunnen geen deel uitmaken van een Eurosysteem/ESCB-comité dat enigerlei van de bovengenoemde verantwoordelijkheden ten aanzien van oversight heeft. Leden maken geen deel uit van het IT-stuurcomité van het Eurosysteem (EISC) of van het Interne Auditcomité (IAC). Ze zijn niet op een dagelijkse basis betrokken bij niveau 3-activiteiten.

4.   Leden moeten de in bijlage III uiteengezette gedragscode van de T2S-raad (hierna de „code”) navolgen.

Artikel 2

De voorzitter en vicevoorzitter

1.   De voorzitter is een fulltime lid van de T2S-raad.

2.   In samenwerking met de overige leden, zorgt de voorzitter voor het functioneren van de T2S-raad, de vervulling van het mandaat van de T2S-raad, de naleving van het reglement van orde, en voor efficiënte besluitvorming. Met name verricht de voorzitter het volgende:

a)

doet voorstellen voor de agenda's van de vergaderingen van de T2S-raad en zit deze voor;

b)

doet een voorstel voor het jaarrooster van de vergaderingen;

c)

handelt alle administratieve besluiten af betreffende het T2S-programmabureau.

3.   De voorzitter wordt ondersteund door een vicevoorzitter die de voorzitter bij afwezigheid vervangt. De voorzitter zal de vicevoorzitter zo snel mogelijk in kennis stellen van zijn/haar afwezigheid.

Artikel 3

Secretariaat

1.   De voorzitter benoemt een zeer ervaren personeelslid van de Europese Centrale Bank (ECB) als secretaris van de T2S-raad. De voorzitter kan ook een vervanger voor de secretaris benoemen.

2.   De secretaris staat de voorzitter bij en werkt onder diens leiding. De secretaris beheert op een tijdige manier de informatiestroom: a) tussen leden; en b) tussen de T2S-raad en overige belanghebbenden, waaronder met name andere comités van het Eurosysteem of Europees Stelsel van centrale banken.

HOOFDSTUK II

VERGADERINGEN VAN DE T2S-RAAD

Artikel 4

Datum en plaats van vergaderingen van de T2S-raad

1.   De T2S-raad beslist over de data van zijn vergaderingen op basis van een voorstel van de voorzitter. De T2S-raad dient regelmatig bijeen te komen op basis van een rooster dat tijdig voor het begin van elk jaar wordt opgesteld. De frequentie van de vergaderingen wordt bepaald door de behoeften van het T2S-programmaplan.

2.   De voorzitter kan buitengewone vergaderingen van de T2S-raad bijeenroepen, wanneer hij/zij zulks nodig acht. De voorzitter zal een buitengewone vergadering bijeenroepen indien een verzoek voor een dergelijke vergadering door ten minste drie leden wordt ingediend.

3.   De T2S-raad houdt zijn vergaderingen in het algemeen in de gebouwen van de ECB.

4.   Vergaderingen kunnen ook worden gehouden door middel van teleconferentie, tenzij drie of meer leden hiertegen bezwaar maken.

Artikel 5

Deelname aan vergaderingen van de T2S-raad

1.   In overeenstemming met beginselen van goed bestuur, nemen leden regelmatig deel aan vergaderingen van de T2S-raad. Deelname geschiedt op strikt persoonlijke basis; leden kunnen niet worden vervangen.

2.   De aanwezigheid op vergaderingen van de T2S-raad is beperkt tot leden en overige door de voorzitter uitgenodigde personen.

Artikel 6

Verloop van vergaderingen van de T2S-raad

1.   De werktaal van de T2S-raad is Engels.

2.   De T2S-raad stelt voor elke vergadering een agenda vast. Als regel stelt de secretaris een voorlopige agenda op, onder de verantwoordelijkheid van de voorzitter, en stuurt die ten minste vijf werkdagen voorafgaande aan een vergadering aan de leden. De T2S-raad kan besluiten punten van de voorlopige agenda af te voeren of eraan toe te voegen op voorstel van de voorzitter of een ander lid. Een punt kan van de agenda worden afgevoerd op verzoek van drie of meer leden indien de ermee verband houdende documenten niet tijdig aan de leden zijn voorgelegd.

3.   Als regel stuurt de secretaris te bespreken documenten vijf werkdagen voorafgaande aan een vergadering aan de leden. Korte documenten kunnen echter één werkdag van tevoren worden toegestuurd. Documenten die minder dan twee werkdagen van tevoren zijn toegezonden, worden beschouwd als „ter tafel komende documenten” die niet kunnen leiden tot een besluit van de T2S-raad, tenzij alle leden anders overeenkomen.

4.   Na elke vergadering van de T2S-raad, stelt de secretaris ontwerpnotulen op waarin de onderwerpen worden vastgelegd waarover is beraadslaagd, en de resultaten van de discussie. De ontwerpnotulen bevatten de tijdens de vergadering door individuele leden verwoorde standpunten indien zulks wordt verzocht. De ontwerpnotulen worden binnen vijf werkdagen na de vergadering aan de leden verspreid.

5.   Na elke vergadering van de T2S-raad stelt de secretaris tevens een ontwerp op van een actielijst met de taken en uiterste termijnen die tijdens die vergadering werden toegewezen en overeengekomen, welke lijst binnen vijf werkdagen na de vergadering aan de leden wordt verspreid.

6.   Binnen vijf werkdagen na ontvangst voorzien de leden de secretaris van commentaar op de ontwerpnotulen en actielijst. De ontwerpnotulen en actielijst worden op de eerstvolgende vergadering (of, indien nodig, eerder door middel van een schriftelijke procedure) ter goedkeuring aan de T2S-raad voorgelegd en worden door de voorzitter ondertekend.

Artikel 7

Besluitvorming door de T2S-raad

1.   Voor zover mogelijk worden besluiten van de T2S-raad bij consensus genomen.

2.   Voor geldige beraadslagingen van de T2S-raad moet een quorum van ten minste zeven leden aanwezig zijn. Indien het quorum niet wordt gehaald, kan de voorzitter een buitengewone vergadering bijeenroepen waarin besluiten kunnen worden genomen zonder inachtneming van het quorum.

3.   Indien nodig, gaat de T2S-raad tot stemming over op verzoek van de voorzitter. De voorzitter start ook een stemprocedure op verzoek van een lid met stemrecht. In overeenstemming met de code mag een lid niet stemmen indien dat lid een belangenconflict heeft, zoals beschreven in de code. Bij afwezigheid kan een stemgerechtigd lid zijn/haar stem aan een ander stemgerechtigd lid delegeren; een lid kan over welke aangelegenheid dan ook niet meer dan twee stemmen uitbrengen.

4.   De voorzitter kan een geheime stemming starten indien zulks door ten minste drie leden wordt verzocht.

5.   Besluiten kunnen ook in een schriftelijke procedure worden genomen, tenzij drie of meer leden hiertegen bezwaar maken. Voor een schriftelijke procedure geldt het volgende: i) normaliter niet minder dan twee werkdagen ter overweging door elk lid, en ii) een aantekening van een dergelijk besluit in de conclusies van de eerstvolgende vergadering van de T2S-raad.

6.   Een voorstel waarop een gewone meerderheid van stemmen wordt uitgebracht, wordt geacht te zijn goedgekeurd. Ingeval de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Bij afwezigheid van de voorzitter heeft de vicevoorzitter geen doorslaggevende stem.

HOOFDSTUK III

COMMUNICATIE EN TRANSPARANTIE

Artikel 8

Externe communicatie

1.   De voorzitter informeert de desbetreffende belanghebbenden regelmatig over de voortgang die gemaakt wordt met de uitvoering van het T2S-programma. Met de hulp van de secretaris zorgt de voorzitter voor transparantie via de tijdige en consistente publicatie van relevante documentatie op de T2S-website, met inachtneming van de in de code uiteengezette vertrouwelijkheidsverplichtingen.

2.   Leden moeten de voorzitter van tevoren informeren over het op zich nemen van enigerlei relevante en substantiële externe representatie met betrekking tot de verantwoordelijkheden en taken van de T2S-raad, zoals het spreken over T2S op conferenties of vergaderingen met T2S-belanghebbenden, en moeten de T2S-raad binnen vijf werkdagen na het evenement een schriftelijke samenvatting verstrekken. Een substantiële externe communicatie moet in het belang zijn van het Eurosysteem en het T2S-programma en moet besluiten van de Raad van bestuur en de T2S-raad respecteren.

3.   De T2S-raad wijst een lid/leden en/of T2S ondersteunend personeel van de ECB/nationale centrale bank (NCB) aan om deel te nemen aan openbare en particuliere initiatieven in verband met effectenclearing en -afwikkeling en om T2S mogelijkerwijs te vertegenwoordigen in relevante comités of werkgroepen. Een personeelslid van de ECB of NCB kan hiervoor alleen worden aangewezen indien vastgesteld is dat hij/zij voldoet aan de verplichtingen met betrekking tot vertrouwelijkheid en belangenconflicten die ten minste equivalent zijn aan de verplichtingen van de code.

Artikel 9

Interne communicatie

1.   Leden van de T2S-raad die niet tot het Eurosysteem behoren, ontvangen onder voorwaarden van vertrouwelijkheid alle documentatie betreffende T2S die aan de Raad van bestuur na de vergadering van de Raad van bestuur wordt voorgelegd, alsook de beslispunten van de notulen van de Raad van bestuur betreffende T2S.

2.   NCB's van het Eurosysteem die geen personeelslid in de T2S-raad hebben, hebben automatisch toegang tot alle documentatie van de T2S-raad. Ze kunnen ook een verzoek richten tot de voorzitter om deel te nemen in een comité van de T2S-raad indien ze bij een onderwerp een bijzonder belang hebben. Eén lid zal verantwoordelijk zijn voor het informeren van dergelijke NCB's van het Eurosysteem indien geacht wordt dat ze een bijzonder belang zouden kunnen hebben. Een punt dat door een dergelijke NCB van het Eurosysteem wordt opgebracht, kan door dit lid ook ter attentie van de T2S-raad worden gebracht.

HOOFDSTUK IV

FINANCIEEL REGIME

Artikel 10

Functioneren van de T2S-projectrekening

1.   De T2S-raad beheert namens het Eurosysteem een T2S-projectrekening, die wordt aangehouden in de boeken van de ECB en die de status heeft van een transitrekening. De T2S-projectrekening wordt gebruikt voor: a) het beheren van financiële stromen (met name het innen van gelden en betalen van termijnen) tussen de centrale banken van het Eurosysteem die voorvloeien uit de T2S-begroting; en b) het beheren van financiële stromen die verband houden met T2S-bemiddelingsvergoedingen. De T2S-raad zorgt ervoor dat het saldo van de projectrekening te allen tijde „nihil” of „positief” is.

2.   De voorzitter nodigt de NCB's van het Eurosysteem tijdig uit om hun kostenaandeel te begroten (overeenkomstig de T2S-kostenverdeelsleutel) en hun kostenaandeel aan de T2S-projectrekening te betalen overeenkomstig de door de Raad van bestuur goedgekeurde betalingsregeling.

3.   De voorzitter geeft opdracht voor de betaling van termijnen uit de T2S-projectrekening, met de voorafgaande goedkeuring van de T2S-raad. De betaling van een termijn aan de 4CB's wordt geacht formeel te zijn goedgekeurd door de T2S-raad, zodra die een door de 4CB's te leveren dienst heeft gevalideerd en aanvaard en deze validatie en aanvaarding formeel zijn goedgekeurd in de notulen van de vergadering van de T2S-raad. Aan de ECB wordt aan het begin van elk jaar een termijn betaald overeenkomstig de in de financiële enveloppe vastgelegde overeenkomsten.

HOOFDSTUK V

CONTROLE

Artikel 11

Controle

De werkzaamheden van de T2S-raad zijn onderworpen aan het toezicht van het IAC.


BIJLAGE III

T2S-RAAD

GEDRAGSCODE

Inleiding

De T2S-raad bestaat uit leden die benoemd worden door de Raad van bestuur. Leden dienen uitsluitend in het beste belang van het T2S-programma te handelen, overeenkomstig de algemene T2S-beginselen, en moeten voldoende tijd vrijmaken voor het met het T2S-programma verbandhoudende werk.

De T2S-raad staat de besluitvormende organen van de Europese Centrale Bank (ECB) bij in het verzekeren van de succesvolle en tijdige voltooiing van het T2S-programma en brengt verslag uit aan de Raad van bestuur. Voor de geïnformeerde en onafhankelijke besluitvorming van de Raad van bestuur is het essentieel dat het werk van de T2S-raad niet wordt beïnvloed door omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot een belangenconflict van een lid.

Het is voor de goede reputatie en geloofwaardigheid van het Eurosysteem/Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) en voor de juridische deugdelijkheid van het T2S-programma ook essentieel dat de leden worden geleid, en zulks ook zichtbaar is, door het algemene belang van het Eurosysteem, en door het belang van het T2S-programma in het bijzonder. Leden dienen daarom: a) situaties te vermijden waarin sprake is of lijkt te zijn van belangenconflicten; b) alleen in hun hoedanigheid als Eurosysteem- en T2S-vertegenwoordigers te handelen in hun betrekkingen met overheden, centrale banken, vertegenwoordigers van de industrie en overige externe belanghebbenden die betrokken zijn bij ontwerp, ontwikkeling en exploitatie van T2S; en c) objectiviteit, neutraliteit en eerlijke mededinging te verzekeren tussen potentiële leveranciers met een belang in het T2S-programma.

De beroepsgeheimverplichting in artikel 37.1 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna de „ESCB-statuten”) geldt zowel voor ECB-personeel als voor personeel van nationale centrale banken (NCB’s) die ESCB-taken uitvoeren, en bestrijkt vertrouwelijke informatie betreffende handelsgeheimen of informatie die een commerciële waarde heeft. Een gelijke verplichting geldt voor niet van een centrale bank afkomstige leden van de T2S-raad. Niet van een centrale bank afkomstige leden moeten ook alle bijkomende gedragsregels naleven die in hun benoemingsbrief en in hun contract met de ECB kunnen zijn opgenomen.

Het is passend en in overeenstemming met een goede administratieve praktijk om ethische normen te stellen betreffende professionele integriteit, het beginsel van eerlijke mededinging, het vermijden van belangenconflicten en de bescherming van door het Eurosysteem geproduceerde of door derden verstrekte vertrouwelijke informatie, en tegelijkertijd de expertise en ervaring op de relevante gebieden van het T2S-programma binnen de T2S-raad te behouden tot algemeen voordeel van het Eurosysteem/ESCB. Bovendien is het passend en in overeenstemming met een goede administratieve praktijk dat de arbeidsvoorwaarden die gelden voor de leden die ECB-personeelslid zijn, en de equivalente bepalingen die gelden voor leden die personeelslid van een NCB zijn, voorzien in rechtsmiddelen voor schendingen van deze gedragscode (hierna de „code”). Een gelijke verplichting geldt voor de niet van een centrale bank afkomstige leden van de T2S-raad.

Deze code doet geen afbreuk aan eventuele vereisten die voortvloeien uit andere ethische bepalingen zoals van toepassing kunnen zijn op de leden van de T2S-raad in hun functie als personeelslid van de ECB of een NCB.

1.   Definities

Voor de toepassing van deze code hebben de volgende termen de volgende betekenis:

a)   „voorzitter”: de door de Raad van bestuur benoemde persoon om de T2S-raad voor te zitten;

b)   „vicevoorzitter”: de door de Raad van bestuur benoemde persoon om de voorzitter bij afwezigheid te vervangen;

c)   „vertrouwelijke informatie”: dit betreft, onverminderd de verplichting van beroepsgeheim in artikel 37.1 van de ESCB-statuten of onverminderd volgens het vertrouwelijkheidsregime van de ECB geclassificeerde documenten die aan elk lid van de T2S-raad worden verstrekt: i) handelsgeheimen van het Eurosysteem of van derden en informatie die een commerciële waarde heeft, anders dan ten behoeve van het werk van de T2S-raad; ii) informatie waarvan de ongeoorloofde openbaarmaking de wezenlijke belangen van het Eurosysteem zou kunnen schaden; en iii) informatie die een redelijk persoon als vertrouwelijk zou beschouwen; „vertrouwelijke informatie” omvat niet informatie die: i) voor het publiek algemeen beschikbaar is of wordt, behalve via een schending van deze code; of ii) onafhankelijk door een derde die geen toegang heeft tot vertrouwelijke informatie, wordt ontwikkeld; of iii) met inachtneming van paragraaf 3, bij wet moet worden openbaar gemaakt;

d)   „niet van een centrale bank afkomstig lid”: een lid van de T2S-raad dat geen personeelslid is van de ECB of een NCB;

e)   „mandaat”: het in bijlage I uiteengezette mandaat;

f)   „lid”: een lid van de T2S-raad, met inbegrip van de voorzitter;

g)   „potentiële leveranciers”: commerciële entiteiten die een belang hebben in het leveren van met T2S verbandhoudende goederen en/of diensten aan een centrale bank van het eurogebied of van buiten het eurogebied die zich verplicht heeft haar nationale valuta via T2S af te wikkelen.

2.   Vermijden van belangenconflicten

2.1.

Een belangenconflict treedt op met betrekking tot de levering van goederen en/of diensten die van belang zijn voor het mandaat van de T2S-raad, indien een lid een commercieel of professioneel belang, of een aandeel, heeft in een potentiële leverancier, hetzij via eigendom, zeggenschap, belegging of anderszins, dat de onpartijdige en objectieve uitvoering van zijn/haar plichten als lid beïnvloedt of kan beïnvloeden.

2.2.

Leden handelen in het algemene belang van het Eurosysteem en het T2S-programma. Zij vermijden situaties die waarschijnlijk aanleiding geven tot een belangenconflict.

2.3.

Indien een belangenconflict optreedt of waarschijnlijk zal optreden in verband met de taken van de T2S-raad, maakt het betrokken lid een dergelijk feitelijk of potentieel belangenconflict bekend aan de nalevingsautoriteit van zijn/haar centrale bank (of, in het geval van een niet van een centrale bank afkomstig lid, aan de Ethisch functionaris van de ECB) door middel van het formulier in aanhangsel 2 en informeert hierover tegelijkertijd de voorzitter. Indien de nalevingsautoriteit (of, in het geval van een niet van een centrale bank afkomstig lid, de Ethisch functionaris van de ECB) concludeert dat er sprake is van een belangenconflict, doet deze een aanbeveling aan de president van de betrokken centrale bank (of, in het geval van een niet van een centrale bank afkomstig lid, aan de president van de ECB) betreffende het aangewezen beleid ten aanzien van het belangenconflict, en de desbetreffende president stelt de voorzitter hiervan onverwijld in kennis. De desbetreffende president verstrekt de noodzakelijke bijzonderheden om de voorzitter in staat te stellen een geïnformeerde mening te hebben over het aangewezen beleid ten aanzien van het belangenconflict.

2.4.

Indien een lid tijdens een vergadering van de T2S-raad reden heeft te geloven dat de deelname van een ander lid aan de bespreking, stemming of schriftelijke procedure van de T2S-raad aanleiding zou kunnen geven tot een belangenconflict, informeert hij/zij onmiddellijk de voorzitter.

2.5.

De voorzitter nodigt het lid dat een feitelijk of potentieel belangenconflict op grond van paragraaf 2.3 heeft geïdentificeerd of over wie zorgen betreffende een belangenconflict zijn gewekt op grond van paragraaf 2.4, uit om zich uit te spreken of sprake is van een feitelijk of potentieel belangenconflict. Indien de voorzitter niet tevreden is met de verklaring van het lid wordt een desbetreffend punt van de agenda afgevoerd. De voorzitter informeert de nalevingsautoriteit van de betrokken centrale bank (of, in het geval van een niet van een centrale bank afkomstig lid, de Ethisch functionaris van de ECB) onverwijld over een dergelijk geval en, indien dit noodzakelijk wordt geacht, de Raad van bestuur.

2.6.

Indien paragraaf 2.3, 2.4 of 2.5 de voorzitter zelf aangaan, informeert hij/zij de vicevoorzitter.

2.7.

Een lid dient niet te stemmen over een aangelegenheid met betrekking waarmee hij/zij een belangenconflict heeft. Dit geldt ook voor een lid dat een personeelslid is van de 4CB's indien de T2S-raad een besluit neemt over de validatie van door de 4CB's te leveren diensten.

3.   Correct gebruik van vertrouwelijke informatie

3.1.

Leden gebruiken vertrouwelijke informatie uitsluitend ten behoeve van en in het belang van het Eurosysteem en het T2S-programma en overeenkomstig het mandaat van de T2S-raad.

3.2.

Leden mogen geen vertrouwelijke informatie aan derden bekendmaken, en leden die tot het personeel van de ECB of een NCB behoren, mogen alleen vertrouwelijke informatie bekendmaken aan personeelsleden van hun centrale bank of een andere centrale bank voor zover kennis van deze informatie onontbeerlijk is ter verlening van advies opdat betreffende een specifieke aangelegenheid een mening kan worden gevormd. Vertrouwelijke informatie die gemarkeerd is als „alleen voor leden”, mag in beginsel niet door leden worden bekendgemaakt aan leden van het personeel van hun centrale bank, noch aan andere centrale banken tenzij door de T2S-raad anders is overeengekomen.

3.3.

Leden nemen alle noodzakelijke maatregelen om de niet-bedoelde openbaarmaking van of ongeoorloofde toegang tot vertrouwelijke informatie te voorkomen.

3.4.

Leden mogen hun toegang tot vertrouwelijke informatie niet gebruiken ten voordele van een entiteit buiten het Eurosysteem of zonder een passende rechtvaardiging ten voordele van hun centrale bank.

3.5.

Voor zover een lid door een rechtbank of regelgevende, toezichthoudende of andere bevoegde autoriteit die rechtsmacht heeft over dat lid, wordt bevolen vertrouwelijke informatie bekend te maken of beschikbaar te stellen, moet het desbetreffende lid:

a)

de voorzitter en de nalevingsautoriteit van zijn/haar centrale bank (of, in het geval van een niet van een centrale bank afkomstig lid, de Ethisch functionaris van de ECB) onmiddellijk schriftelijk in kennis stellen, wanneer dit door de wet is toegestaan, van een dergelijk bevel, en daarbij zoveel mogelijk bijzonderheden verstrekken;

b)

deskundig juridisch advies inwinnen met betrekking tot de rechtmatigheid en afdwingbaarheid van een dergelijk bevel, indien dit noodzakelijk wordt geacht door de voorzitter;

c)

met alle betrokken centrale banken samenwerken en zodanige bijstand verlenen als de voorzitter in redelijkheid kan verlangen om het de T2S-raad of de centrale bank van het betrokken lid mogelijk te maken rechtsmiddelen aan te wenden om de vertrouwelijke informatie te beschermen;

d)

de rechtbank of de betrokken autoriteit in kennis stellen van de vertrouwelijke aard van de informatie en de rechtbank of autoriteit verzoeken de vertrouwelijkheid van de informatie te bewaren, voor zover door de wet is toegestaan.

Indien deze paragraaf de voorzitter aangaat, informeert hij/zij de vicevoorzitter.

4.   Transparantie en openheid

4.1.

Met inachtneming van de vereisten betreffende vertrouwelijke informatie, streven leden er in hun contacten met potentiële leveranciers of handelsorganisaties die potentiële leveranciers vertegenwoordigen, naar de handhaving van eerlijke mededinging te waarborgen en op een gecoördineerde en niet-discriminerende manier objectieve en relevante informatie te verstrekken aan al deze potentiële leveranciers of vertegenwoordigers. Afhankelijk van de te verschaffen informatie, kan dit doel worden bereikt door hen te betrekken in een constructieve dialoog en met hen documentatie te delen in overleggroepen.

4.2.

Leden geven passende aandacht aan elke aan hen door potentiële leveranciers of handelsorganisaties die potentiële leveranciers vertegenwoordigen, gerichte schriftelijke communicatie. Leden behandelen dergelijke communicaties als vertrouwelijk, tenzij het tegengestelde expliciet door de potentiële leverancier of vertegenwoordiger wordt gesteld.

4.3.

De paragrafen 4.1 en 4.2 moeten niet aldus worden uitgelegd dat daardoor contacten worden belemmerd tussen de T2S-raad en potentiële leveranciers of handelsorganisaties die potentiële leveranciers vertegenwoordigen. Leden wisselen echter regelmatig informatie uit binnen het Eurosysteem betreffende hun contacten met dergelijke potentiële leveranciers of vertegenwoordigers.

5.   Advies betreffende ethische kwesties

Indien een lid een vraag heeft betreffende de toepassing van de code, dient hij/zij om advies te vragen aan de Ethisch functionaris van de ECB.

6.   Sancties en slotbepalingen

6.1.

Onverminderd de regels betreffende disciplinaire procedures in hun arbeidsvoorwaarden of een van toepassing zijnde strafrechtelijke, disciplinaire, administratieve of contractuele boete, zal een lid dat deze code schendt, onmiddellijk uit de T2S-raad worden ontslagen en vervangen overeenkomstig de in bijlage I uiteengezette procedures.

6.2.

Als een lid zijn/haar functie heeft beëindigd, blijft hij/zij gebonden aan paragraaf 3.

6.3.

Een voormalig lid mag vertrouwelijke informatie niet gebruiken om een dienstbetrekking te verwerven bij een potentiële leverancier, of als werknemer van een potentiële leverancier vertrouwelijke informatie onthullen of gebruiken die is verkregen ingevolge zijn/haar deelname in de T2S-raad.

6.4.

In het eerste jaar na beëindiging van hun functie, vermijden leden elk belangenconflict dat zou kunnen ontstaan uit een nieuwe beroepsactiviteit of benoeming. Ze moeten de T2S-raad met name schriftelijk informeren wanneer ze van plan zijn een beroepsactiviteit te ontplooien of een benoeming te aanvaarden, en ze moeten advies van de T2S-raad inwinnen alvorens zich te verplichten.

6.5.

Indien een voormalig lid de vereisten in paragraaf 6.3 en 6.4 niet respecteert, kan de T2S-raad de werkgever van dat lid informeren dat er sprake is van een belangenconflict tussen de nieuwe functie en de vroegere functie van dat lid.

7.   Geadresseerden en verspreiding

Deze code is gericht tot de leden van de T2S-raad. Een kopie wordt verspreid aan elk bestaand lid en aan nieuwe leden bij hun benoeming. Van leden wordt verlangd dat ze aanhangsel 1 en 2 ondertekenen alvorens deel te nemen aan vergaderingen van de T2S-raad.

Aanhangsel 1

VERKLARING VAN NALEVING VAN DE GEDRAGSCODE

Door middel van deze verklaring aanvaard ik de bijgevoegde code en erken ik mijn verplichtingen daaronder, met name mijn verplichting om a) vertrouwelijkheid te bewaren ten aanzien van door mij verkregen vertrouwelijke informatie; en b) situaties te vermijden en bekend te maken die een belangenconflict zouden inhouden bij de uitvoering van mijn taken als lid van de T2S-raad met betrekking tot het T2S-programma.

(Handtekening en datum)

(Volledige naam)

(Adres)

Aanhangsel 2

VERKLARING VAN BELANG  (1)

(Volledige naam)

(Adres)

(Beroep)

Het T2S-programma wordt direct of indirect (bv. in verband met een familielid) beïnvloed door de volgende geldelijke en/of niet-geldelijke belangen, die een belangenconflict zouden kunnen betekenen in de zin van deze code (2):

Investering (bv. direct of indirect in een commerciële entiteit, met inbegrip van dochterondernemingen of andere entiteiten die tot hetzelfde concern behoren, welke entiteit een belang heeft als een potentiële leverancier aan het T2S-programma, tenzij aangehouden via belegging of pensioenfondsen of soortgelijk):

Positie (bv. huidige of eerdere, betaald of onbetaald, bij een commerciële entiteit die een belang heeft als een potentiële leverancier aan het T2S-programma):

Inkomsten of giften (bv. huidige, eerdere of verwachte bezoldiging, met inbegrip van uitgestelde uitkeringen, in een later stadium uit te oefenen opties en overdrachten van pensioenrechten, of giften ontvangen van een commerciële entiteit die een belang heeft als een potentiële leverancier aan het T2S-programma):

Overige:

Ik verklaar hierbij, op mijn woord van eer, dat de hier vermelde informatie naar mijn beste weten waar en volledig is.

(Handtekening en datum)

(Volledige naam)


(1)  Indien een lid geen relevant belang heeft, dient dit te worden aangegeven door in de desbetreffende velden „geen” in te vullen.

(2)  Een lid met een relevant belang dient alle relevante feiten en omstandigheden te beschrijven, indien nodig met gebruik van extra ruimte.


BIJLAGE IV

PROCEDURES EN VEREISTEN VOOR DE SELECTIE, BENOEMING EN VERVANGING VAN DE NIET VAN EEN CENTRALE BANK AFKOMSTIGE LEDEN VAN DE T2S-RAAD

1.   Oproep tot mededinging

1.1.

De Europese Centrale Bank (ECB) zal een oproep tot mededinging publiceren voor als niet van een centrale bank afkomstige leden van de T2S-raad te benoemen deskundigen en de instelling van een reservelijst. De oproep tot mededinging zal worden uitgevoerd overeenkomstig Besluit ECB/2007/5 van 3 juli 2007 tot vaststelling van de regels inzake aanbesteding (1) en zoals verder ten uitvoer gelegd in hoofdstuk 8 van het Business Practice Handbook van de ECB. De procedure wijkt echter met name in bepaalde mate af van artikel 16 bis van Besluit ECB/2007/5 en zal ten minste de belangrijkste beginselen van openbare aanbesteding respecteren en correcte en transparante mededinging verzekeren.

1.2.

In de oproep tot mededinging wordt onder meer het volgende uiteengezet: a) de rol van de T2S-raad; b) de rol van niet van een centrale bank afkomstige leden binnen de T2S-raad; c) de selectiecriteria; d) de economische aspecten van het mandaat; en e) de sollicitatieprocedure, met inbegrip van de uiterste termijn voor de ontvangst van sollicitaties.

1.3.

De oproep tot mededinging wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en tegelijkertijd op de website van de ECB. In voorkomende gevallen kan de ECB gebruikmaken van aanvullende middelen om de oproep tot mededinging bekend te maken. In het geval van tegenstrijdigheden is de in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerde versie beslissend.

1.4.

De uiterste termijn voor kandidaten om een sollicitatie in te dienen moet ten minste 21 kalenderdagen na publicatie van de oproep tot mededinging in het Publicatieblad van de Europese Unie liggen.

2.   Selectieprocedure

2.1.

De Raad van bestuur beslist over de samenstelling van de T2S-raad op basis van een voorstel van de directie en benoemt alle leden van de T2S-raad.

2.2.

Wat betreft de niet van een centrale bank afkomstige leden van de T2S-raad, evalueert de Raad van bestuur de kandidaten op basis van de selectiecriteria in paragraaf 3.

2.3.

De voorzitter van de T2S-raad, vertegenwoordigers van nationale centrale banken van het Eurosysteem, en personeel van de ECB kunnen de directie ondersteunen bij het voltooien van de beoordelingsformulieren van de kandidaten, die een samenvatting bevatten van verdiensten en tekortkomingen vergeleken met de selectiecriteria en een aanbeveling voor benoeming wat betreft de geschiktheid van een kandidaat.

2.4.

In tegenstelling tot artikel 16 bis, lid 6, van Besluit ECB/2007/5, zullen twee kandidaten onmiddellijk worden benoemd en zal een reservelijst worden opgesteld voor potentiële kandidaten voor toekomstige vacatures.

3.   Selectiecriteria

De selectiecriteria zijn:

a)

expertise in de afwikkeling van effectentransacties, hetzij als een dienstverlener of als een afnemer van diensten op dit gebied, alsook expertise betreffende de bredere financiële sector van de Unie;

b)

ten minste tien jaar ervaring in de omgang met belangrijke marktspelers op financiële markten van de Unie;

c)

bij voorkeur ervaring in projectbeheer.

d)

De werktaal van de T2S-raad is Engels; de niet van een centrale bank afkomstige leden moeten derhalve effectief kunnen communiceren in het Engels.

4.   Reservelijst

4.1.

De ECB zal een reservelijst van potentiële kandidaten aanhouden.

4.2.

In geval van een vacature in de T2S-raad kan de directie een kandidaat van de reservelijst selecteren volgens zijn/haar rangorde op deze reservelijst en hem/haar aan de Raad van bestuur voorstellen als lid van de T2S-raad voor een, eenmaal hernieuwbaar, mandaat van twee jaar.

4.3.

De reservelijst blijft na goedkeuring door de Raad van bestuur geldig voor een periode van twee jaar. De geldigheid van de reservelijst kan, indien nodig, worden verlengd voor een verdere periode van twee jaar.

4.4.

In tegenstelling tot artikel 16 bis, lid 7, van Besluit ECB/2007/5, staat de reservelijst niet open voor nieuwe sollicitanten.

4.5

In afwijking van artikel 16 bis, lid 8, van Besluit ECB/2007/5, hebben kandidaten toegang tot hun gegevens en kunnen die bijwerken of corrigeren, maar ze kunnen hun verkiesbaarheidscriteria en selectiecriteria niet bijwerken of corrigeren na de sluitingsdatum van de oproep tot mededinging.

5.   Benoeming

5.1.

Niet van een centrale bank afkomstige leden van de T2S-raad worden benoemd in een persoonlijke hoedanigheid. Ze kunnen hun verantwoordelijkheden niet aan een ander lid of aan een derde delegeren.

5.2.

Alle benoemingen zijn afhankelijk van de ondertekening door de benoemde persoon van een benoemingscontract afkomstig van de voorzitter van de T2S-raad, een contract met de ECB betreffende vrijwaringen en vergoeding van onkosten, en de in paragraaf 6.1 bedoelde verklaringen.

5.3.

De Raad van bestuur benoemt de niet van een centrale bank afkomstige leden van de T2S-raad als niet-stemgerechtigde leden van de T2S-raad voor een, eenmaal hernieuwbaar, mandaat van twee jaar.

6.   Verklaringen

6.1.

Niet van een centrale bank afkomstige leden van de T2S-raad verplichten zich zich te houden aan de gedragscode van de T2S-raad. Dienovereenkomstig wordt van hen verlangd dat zij de „Verklaring van naleving van de gedragscode” in aanhangsel 1 van bijlage III ondertekenen en de „Verklaring van belang” in aanhangsel 2 van bijlage III invullen en ondertekenen.

6.2.

Van niet van een centrale bank afkomstige leden van de T2S-raad wordt tevens verlangd dat ze de in de oproep bepaalde verklaringen ondertekenen.

7.   Beëindiging en vervanging

7.1.

De Raad van bestuur kan het mandaat van een niet van een centrale bank afkomstig lid van de T2S-raad beëindigen in het geval van een belangenconflict, plichtsverzuim, onvermogen om zijn/haar taken te vervullen, schending van de gedragscode of ernstig wangedrag.

7.2.

Het mandaat wordt als beëindigd beschouwd wanneer het niet van een centrale bank afkomstige lid ontslag neemt of zijn/haar mandaat verloopt zonder te worden vernieuwd.

7.3.

Indien een mandaat voor het einde van een tweejarige periode wordt beëindigd, zijn paragraaf 4.2 en 4.3 van toepassing.

(1)   PB L 184 van 14.7.2007, blz. 34.


Rectificaties

1.5.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 117/30


Rectificatie van Besluit EUTM Somalia/1/2011 van het Politiek en Veiligheidscomité van 6 december 2011 inzake de aanvaarding van bijdragen van derde staten aan de militaire missie van de Europese Unie om de Somalische veiligheidstroepen te helpen opleiden (EUTM Somalia)

(2011/815/GBVB)

( Publicatieblad van de Europese Unie L 324 van 7 december 2011 )

Bladzijde 36, overweging 1:

in plaats van:

„(1)

De commandant van EUTM Somalia heeft op 17 november 2008, 16 december 2008 en 19 maart 2009 conferenties over de opbouw van de troepenmacht en de troepensterkte gehouden.”,

te lezen:

„(1)

De commandant van EUTM Somalia heeft op 23 augustus 2011 een conferentie over de opbouw van de troepenmacht en de troepensterkte gehouden.”.

Bladzijde 36, artikel 1:

in plaats van:

„Rekening houdend met de uitkomst van de conferenties over de opbouw van de troepenmacht en de troepensterkte van 17 november 2008, 16 december 2008 en 19 maart 2009, en …”,

te lezen:

„Rekening houdend met de uitkomst van de conferentie over de opbouw van de troepenmacht en de troepensterkte van 23 augustus 2011, en …”.


1.5.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 117/31


Proces-verbaal van verbetering van de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds, ondertekend te Luxemburg op 29 april 2008

( Publicatieblad van de Europese Unie L 28 van 30 januari 2010, blz. 2 . Rectificatie bekendgemaakt in Publicatieblad van de Europese Unie L 58 van 9 maart 2010, blz. 22 )

Deze verbetering werd uitgevoerd bij proces-verbaal van verbetering dat op 2 maart 2012 te Brussel werd ondertekend en waarvan de Raad depositaris is.

1.

Bladzijde 139, bijlage IIIa, „Tariefconcessies van Servië voor landbouwproducten uit de Gemeenschap”, „zoals bedoeld in artikel 12, lid 2, onder a)”:

de volgende GN-codes worden toegevoegd na GN-code 5003 00 00 :

„51

WOL, FIJN HAAR EN GROF HAAR; GARENS EN WEEFSELS VAN PAARDENHAAR

52

KATOEN

5301

Vlas, ruw of bewerkt, doch niet gesponnen; werk en afval (afval van garen en rafelingen daaronder begrepen), van vlas

5302

Hennep (Cannabis sativa L.), ruw of bewerkt, doch niet gesponnen; werk en afval (afval van garen en rafelingen daaronder begrepen), van hennep”.

2.

Bladzijde 174, bijlage IIId, „Tariefconcessies van Servië voor landbouwproducten uit de Gemeenschap”, „zoals bedoeld in artikel 12, lid 2, onder c)”:

in plaats van:

„1507

Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd:

 

 

 

 

 

 

1507 10

ruwe olie, ook indien ontgomd:

 

 

 

 

 

 

1507 10 90

– – andere

80  %

70  %

60  %

50  %

40  %

20  %”,

te lezen:

„1517

Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 1516 :

 

 

 

 

 

 

1517 10

margarine, andere dan vloeibare margarine:

 

 

 

 

 

 

1517 10 90

– – andere

80  %

70  %

60  %

50  %

40  %

20  %”.