|
ISSN 1977-0758 doi:10.3000/19770758.L_2012.087.nld |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
55e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
24.3.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 263/2012 VAN DE RAAD
van 23 maart 2012
tot uitvoering van artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) nr. 753/2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, groepen, ondernemingen en entiteiten in verband met de situatie in Afghanistan
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 753/2011 (1), en met name artikel 11, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 1 augustus 2011 heeft de Raad Verordening (EU) nr. 753/2011 vastgesteld. |
|
(2) |
Op 29 november 2011, 6 januari 2012, 13 februari 2012, 1 maart 2012 en 16 maart 2012 heeft het comité, ingesteld krachtens punt 30 van Resolutie 1988 (2011) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de lijst van personen, groepen, ondernemingen en entiteiten waarvoor beperkende maatregelen gelden, geactualiseerd. |
|
(3) |
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 753/2011 moet derhalve dienovereenkomstig worden aangepast, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 753/2011 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2012.
Voor de Raad
De voorzitster
C. ASHTON
BIJLAGE
„BIJLAGE
LIJST VAN DE IN ARTIKEL 4 BEDOELDE NATUURLIJKE PERSONEN EN RECHTSPERSONEN, GROEPEN, ONDERNEMINGEN EN ENTITEITEN
|
A. |
Met de Taliban verbonden personen
|
|
B. |
Entiteiten en andere groepen en ondernemingen die banden hebben met de Taliban” |
|
24.3.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87/26 |
VERORDENING (EU) Nr. 264/2012 VAN DE RAAD
van 23 maart 2012
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 359/2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in verband met de situatie in Iran
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215, lid 2,
Gezien Besluit 2010/413/GBVB van de Raad van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (1), en met name artikel 1,
Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) nr. 961/2010 van de Raad van 25 oktober 2010 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran (2) verbiedt de verkoop, levering, overdracht of uitvoer uit de Unie naar Iran van uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt. |
|
(2) |
De maatregelen van Verordening (EU) nr. 961/2010 zijn een uitdrukking van de bezorgdheid van de Raad over de aard van het nucleaire programma van Iran, terwijl de maatregelen van Verordening (EU) nr. 359/2011 (3) uitdrukking geven aan de bezorgdheid over de verslechtering van de mensenrechtensituatie in Iran. |
|
(3) |
Het verbod op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt, is een maatregel die voornamelijk verband houdt met de bezorgdheid van de Raad over de verslechtering van de mensenrechtensituatie in Iran en bijgevolg opgenomen dient te worden in Verordening (EU) nr. 359/2011. Verordening (EU) nr. 359/2011 dient bijgevolg dienovereenkomstig te worden gewijzigd. |
|
(4) |
Tegelijkertijd zal Verordening (EU) nr. 961/2010 worden vervangen door een nieuwe geconsolideerde verordening waarin de genoemde maatregel tegen binnenlandse repressie niet is opgenomen. |
|
(5) |
Gezien de ernst van de mensenrechtensituatie in Iran voorziet Besluit 2012/168/GBVB van 23 maart 2012 tot wijziging van Besluit 2011/235/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Iran (4) in een aanvullende maatregel, namelijk een verbod op de uitvoer van apparatuur voor toezicht op telecommunicatie voor gebruik door de regering van Iran. |
|
(6) |
Deze maatregel valt onder het toepassingsgebied van het verdrag en derhalve is EU-regelgeving noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging, met name om te garanderen dat hij in alle lidstaten door de marktdeelnemers uniform wordt toegepast. |
|
(7) |
Gezien de ernst van de mensenrechtensituatie in Iran en overeenkomstig Besluit 2011/235/GBVB moeten meer personen worden opgenomen op de lijst van aan beperkende maatregelen onderworpen natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 359/2011. |
|
(8) |
Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 359/2011, waarin de bevoegde autoriteiten worden opgesomd aan wie specifieke taken in verband met de tenuitvoerlegging van die verordening zijn toevertrouwd, dient eveneens te worden aangepast op basis van de meest recente informatie die betreffende de identificatie van de bevoegde autoriteiten wordt verstrekt door de lidstaten. |
|
(9) |
Om de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient deze verordening in werking te treden op de dag waarop zij wordt bekendgemaakt, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) nr. 359/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
(1) |
De volgende artikelen worden ingevoegd: "Artikel 1 bis Er geldt een verbod op:
Artikel 1 ter 1. Het is verboden de in bijlage IV vermelde apparatuur, technologie of programmatuur, al dan niet van oorsprong uit de Unie, direct of indirect te verkopen, te leveren, over te dragen aan of uit te voeren naar personen, entiteiten of lichamen in Iran of voor gebruik in Iran, tenzij de bevoegde autoriteit van de relevante lidstaat, als genoemd op de websites die in bijlage II worden vermeld, daartoe vooraf toestemming heeft gegeven. 2. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, als genoemd op de websites die in bijlage II worden vermeld, verlenen geen toestemming als bedoeld in lid 1, indien zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat de bedoelde apparatuur, technologie of programmatuur door de regering van Iran, door overheidsorganen, -bedrijven en -agentschappen, of door personen of entiteiten die namens deze of op hun aanwijzing handelen, zou kunnen worden gebruikt voor toezicht op of interceptie van internetcommunicatie of telefoongesprekken in Iran. 3. Bijlage IV omvat apparatuur, technologie of programmatuur die kan worden gebruikt voor toezicht op of interceptie van internetcommunicatie of telefoongesprekken. 4. De betrokken lidstaat zal de andere lidstaten en de Commissie op de hoogte brengen van elke op grond van dit artikel verleende toestemming, binnen vier weken na het verlenen van de toestemming. Artikel 1 quater 1. Er geldt een verbod op:
tenzij de bevoegde autoriteit van de relevante lidstaat, als genoemd op de websites die in bijlage II worden vermeld, daartoe vooraf toestemming heeft gegeven, op basis van artikel 1 ter, lid 2. 2. Voor de toepassing van lid 1, onder c), worden onder "diensten voor toezicht of interceptie van telecommunicatie of internet" diensten verstaan die, in het bijzonder met gebruikmaking van apparatuur, technologie of programmatuur vermeld in bijlage IV, toegang verschaffen tot en voorzien in de verstrekking van de inkomende en uitgaande telecommunicatie en de oproepgegevens van een persoon met als doel deze te extraheren, te decoderen, te registreren, te verwerken, te analyseren en op te slaan of andere daarmee samenhangende handelingen te verrichten.". |
|
(2) |
De in bijlage I bij deze verordening genoemde personen worden toegevoegd aan de lijst in bijlage I. |
|
(3) |
De tekst van bijlage I bij deze verordening wordt als bijlage III toegevoegd. |
|
(4) |
De tekst van bijlage II bij deze verordening wordt als bijlage IV toegevoegd. |
|
(5) |
Bijlage II wordt vervangen door de tekst van bijlage IV bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2012.
Voor de Raad
De voorzitster
C. ASHTON
(1) PB L 195 van 27.7.2010, blz. 39.
(2) PB L 281 van 27.10.2010, blz. 1.
(3) PB L 100 van 14.4.2011, blz. 1.
(4) Zie bladzijde 85 van dit Publicatieblad.
BIJLAGE I
Lijst van personen, bedoeld in artikel 1, punt 2
|
|
Naam |
Informatie ter identificatie |
Motivering |
Datum plaatsing op lijst |
|
1. |
ZARGHAMI Ezzatollah |
|
Hoofd van de nationale omroep (Islamic Republic of Iran Broadcasting - IRIB) en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor het volledige programmeringbeleid. De IRIB heeft in augustus 2009 en in december 2011 een aantal gedwongen bekentenissen van gedetineerden en een reeks "schijnprocessen" uitgezonden, die duidelijk in strijd waren met de internationale rechtsregels inzake een eerlijk proces en het recht op een eerlijke rechtsbedeling. |
23.3.2012 |
|
2. |
TAGHIPOUR Reza |
Geboorteplaats:Maragheh (Iran) Geboortedatum: 1957 |
Minister van Informatie en Communicatie. Als minister van Informatie behoort hij tot de topfunctionarissen die verantwoordelijk zijn voor de censuur en de controle van het internetverkeer en diverse andere vormen van communicatie (met name mobiele telefonie). Bij verhoren van politieke gevangenen maken de ondervragers gebruik van privégegevens, persoonlijke e-mailberichten en communicatie. Sedert de laatste presidentsverkiezingen is het al herhaaldelijk voorgevallen dat tijdens straatprotesten het mobiele telefoon- en sms-verkeer werd afgesneden, satelliettelevisie-kanalen werden gestoord en de toegang tot het internet lokaal werd afgesloten of op zijn minst vertraagd. |
23.3.2012 |
|
3. |
KAZEMI Toraj |
|
Kolonel van de technologie- en communicatiepolitie; heeft onlangs een campagne aangekondigd waarbij hackers zouden worden geworven om in opdracht van de regering de informatie op het internet beter te controleren en "schadelijke" websites te bestoken. |
23.3.2012 |
|
4. |
LARIJANI Sadeq |
Geboorteplaats: Najaf (Irak) Geboortedatum: 1960 of augustus 1961 |
Moet, als hoofd van het gerechtelijk apparaat, zijn fiat geven voor en handtekening plaatsen onder elke straf in verband met qisas (schuldvergeldingsvonnissen), hodoud (misdaden tegen God) en ta'zirat (misdaden tegen de staat). Hieronder vallen de doodstraf, geselingen en amputaties. In dit verband heeft hij persoonlijk zijn handtekening geplaatst onder talrijke doodstraffen, in weerwil van internationale normen, waaronder stenigingen (16 personen zijn thans tot steniging veroordeeld), executies door ophanging, executies van jongeren, en publieke executies, bijvoorbeeld van gevangenen die ten overstaan van een duizendkoppige menigte aan bruggen zijn opgehangen. Hij heeft tevens toestemming gegeven voor lijfstraffen, zoals amputaties en het met zuur besprenkelen van de ogen van gedetineerden. Sedert Sadeq Larijani in functie is, is het aantal willekeurige arrestaties van politieke gevangenen, mensenrechtenverdedigers en minderheden aanzienlijk toegenomen. Ook het aantal executies is sterk gestegen sinds 2009. Sadeq Larijani draagt tevens de verantwoordelijkheid voor systemische tekortkomingen op het gebied van het recht op een eerlijk proces in de Iraanse rechtsgang. |
23.3.2012 |
|
5. |
MIRHEJAZI Ali |
|
Adjunct-kabinetchef van de Grote Leider en hoofd van de veiligheid. Een van de vertrouwelingen van de Grote Leider die verantwoordelijk zijn voor de onderdrukking van het protest sinds 2009. |
23.3.2012 |
|
6. |
SAEEDI Ali |
|
Sinds 1995 vertegenwoordiger van de Grote Leider bij de Pasdaran. Heeft carrière gemaakt in het leger, meer bepaald bij de inlichtingendiensten van de Pasdaran. Deze officiële functie maakt van hem de onmisbare schakel tussen de orders van het bureau van de Grote Leider en het repressieapparaat van de Pasdaran. |
23.3.2012 |
|
7. |
RAMIN Mohammad-Ali |
Geboorteplaats: Dezful (Iran) Geboortedatum: 1954 |
Hoofdverantwoordelijke voor de persbreidel, als viceminister van Perszaken (tot december 2010); rechtstreeks verantwoordelijk voor de sluiting van talrijke hervormingsgezinde persorganen (Etemad, Etemad-e Melli, Shargh, enz.), de sluiting van de onafhankelijke persvereniging en de intimidatie of arrestatie van journalisten. |
23.3.2012 |
|
8. |
MORTAZAVI Seyyed Solat |
Geboorteplaats: Meibod (Iran) Geboortedatum: 1967 |
Viceminister van Binnenlandse Zaken, belast met Politieke Zaken. Verantwoordelijk voor het organiseren van repressie tegen wie opkomt voor zijn legitieme rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting. |
23.3.2012 |
|
9. |
REZVANI Gholomani |
|
Vicegouverneur van Rasht. Verantwoordelijk voor ernstige schendingen van het recht op een eerlijke rechtsbedeling. |
23.3.2012 |
|
10. |
SHARIFI Malek Ajdar |
|
Staat aan het hoofd van het gerechtelijk apparaat van de provincie Oost-Azerbeidzjan. Verantwoordelijk voor ernstige schendingen van het recht op een eerlijke rechtsbedeling. |
23.3.2012 |
|
11. |
ELAHI Mousa Khalil |
|
Openbaar aanklager van Tabriz. Aanstichter tot ernstige schendingen van het mensenrecht op een eerlijke rechtsbedeling. |
23.3.2012 |
|
12. |
FAHRADI Ali |
|
Openbaar aanklager van Karaj. Verantwoordelijk voor een ernstige schending van de mensenrechten, door de doodstraf voor een jongere te eisen. |
23.3.2012 |
|
13. |
REZVANMANESH Ali |
|
Openbaar aanklager. Verantwoordelijk voor een ernstige schending van de mensenrechten, door de doodstraf voor een jongere te eisen. |
23.3.2012 |
|
14. |
RAMEZANI Gholamhosein |
|
Commandant van de inlichtingendienst van de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC). Verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten van personen die opkomen voor hun legitieme rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting. Staat aan het hoofd van de afdeling die verantwoordelijk is voor de arrestatie en foltering van bloggers en journalisten. |
23.3.2012 |
|
15. |
SADEGHI Mohamed |
|
Kolonel en tweede in rang bij de afdeling technische en cyberinlichtingen van de IRGC. Verantwoordelijk voor de arrestatie en foltering van bloggers en journalisten. |
23.3.2012 |
|
16. |
JAFARI Reza |
|
Speciaal openbaar aanklager voor cybercriminaliteit. Gaf het bevel tot de arrestatie, detentie en vervolging van bloggers en journalisten. |
23.3.2012 |
|
17. |
RESHTE-AHMADI Bahram |
|
Adjunct-openbaar aanklager in Teheran. Staat aan het hoofd van het strafvervolgingcentrum van Evin. Is verantwoordelijk voor het weigeren van rechten, zoals het recht op bezoek en andere rechten van gedetineerden, aan mensenrechtenverdedigers en politieke gevangenen. |
23.3.2012 |
BIJLAGE II
De volgende tekst wordt aan Verordening (EU) nr. 359/2011 toegevoegd als bijlage III:
"BIJLAGE III
Lijst van uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt, bedoeld in artikel 1 bis
|
1. |
De volgende vuurwapens, munitie en toebehoren:
|
|
2. |
Bommen en granaten die niet vallen onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen. |
|
3. |
De volgende voertuigen:
|
|
4. |
De volgende explosieven en aanverwante uitrusting:
|
|
5. |
De volgende beschermende apparatuur die niet valt onder ML 13 van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen:
|
|
6. |
Simulatieapparatuur die niet onder ML 14 van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen valt, voor opleiding in het gebruik van vuurwapens en speciaal daarvoor ontworpen programmatuur. |
|
7. |
Niet door de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen bestreken nachtzicht- en thermischebeeldvormingsapparatuur en beeldversterkerbuizen. |
|
8. |
Scheermesprikkeldraad. |
|
9. |
Militaire messen, gevechtsmessen en bajonetten met een bladlengte van meer dan 10 cm. |
|
10. |
Productieapparatuur die speciaal is ontworpen voor de in deze lijst vermelde goederen. |
|
11. |
Specifieke technologie voor de ontwikkeling, de vervaardiging of het gebruik van de in deze lijst vermelde goederen.". |
BIJLAGE III
De volgende tekst wordt aan Verordening (EU) nr. 359/2011 toegevoegd als bijlage IV:
"BIJLAGE IV
Apparatuur, technologie en programmatuur als bedoeld in de artikelen 1 ter en 1 quater
Algemeen
Niettegenstaande de inhoud van deze bijlage is zij niet van toepassing op:
|
a) |
apparatuur, technologie of programmatuur die is vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad (1) of in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen; of |
|
b) |
programmatuur die is ontworpen voor installatie door de gebruiker zonder wezenlijke ondersteuning van de leverancier en die algemeen voor het publiek verkrijgbaar is doordat zij via de detailhandel zonder beperkingen uit voorraad wordt verkocht via
|
|
c) |
programmatuur die tot het publieke domein behoort. |
De categorieen A, B, C, D en E verwijzen naar de categorieen in Verordening (EG) nr. 428/2009.
De "apparatuur, technologie en programmatuur" als bedoeld in artikel 1 ter bestaat uit:
|
A. |
Lijst van apparatuur
|
|
B. |
Niet gebruikt |
|
C. |
Niet gebruikt |
|
D. |
"Programmatuur" voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de onder A bedoelde apparatuur. |
|
E. |
"Technologie" voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de onder A bedoelde apparatuur. |
Apparatuur, technologie of programmatuur die binnen deze categorieën valt, wordt uitsluitend door deze bijlage bestreken voor zover zij past binnen de algemene beschrijving "systemen voor interceptie en monitoring van internet-, telefoon- en satellietcommunicatie".
In deze bijlage wordt onder monitoring verstaan het vastleggen, extraheren, decoderen, opslaan, verwerken, analyseren en archiveren van de inhoud van gesprekken en van netwerkdata.".
(1) Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PB L 134 van 29.5.2009, blz. 1).
(2) IMSI: International Mobile Subscriber Identity. Dit is een unieke identificatiecode voor elk mobiel telefoontoestel, die op de SIM-kaart staat en aan de hand waarvan deze SIM via GSM en UMTS-netwerken kan worden opgespoord.
(3) MSISDN: Mobile Subscriber Integrated Services Digital Network Number. Dit is het unieke nummer dat aan elk abonnement op een GSM- of UMTS-netwerk wordt toegekend. Eenvoudig gesteld is het het telefoonnummer van de SIM-kaart in een mobiele telefoon en daarom wordt hierdoor de mobiele abonnee net zo goed geïdentificeerd als door het IMSI-nummer, zulks echter in verband met het doorzenden van gesprekken.
(4) IMEI: International Mobile Equipment Identity. Het is een, gewoonlijk uniek, nummer voor het identificeren van mobiele telefoons van de types GSM, WCDMA en IDEN, alsook van sommige satelliettelefoons. Meestal is het afgedrukt in het batterijvak van de telefoon. Onderschepping (aftappen) kan gericht plaatsvinden via het IMEI-, IMSI- of MSISDN-nummer.
(5) TMSI: Temporary Mobile Subscriber Identity. Dit nummer is het meest gebruikelijk voor de communicatie tussen de telefoon en het netwerk.
(6) SMS: Short Message System.
(7) GSM: Global System for Mobile Communications.
(8) GPS: Global Positioning System.
(9) GPRS: General Package Radio Service.
(10) UMTS: Universal Mobile Telecommunication System.
(11) CDMA: Code Division Multiple Access.
(12) PSTN: Public Switch Telephone Networks.
(13) DHCP: Dynamic Host Configuration Protocol.
(14) SMTP: Simple Mail Transfer Protocol.
(15) GTP: GPRS Tunneling Protocol.
BIJLAGE IV
Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 359/2011 wordt vervangen door de volgende tekst:
"BIJLAGE II
Websites voor informatie over de bevoegde autoriteiten en adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie
BELGIË
http://www.diplomatie.be/eusanctions
BULGARIJE
http://www.mfa.bg/en/pages/view/5519
TSJECHIË
http://www.mfcr.cz/mezinarodnisankce
DENEMARKEN
http://um.dk/da/politik-og-diplomati/retsorden/sanktioner/
DUITSLAND
http://www.bmwi.de/BMWi/Navigation/Aussenwirtschaft/Aussenwirtschaftsrecht/embargos.html
ESTLAND
http://www.vm.ee/est/kat_622/
IERLAND
http://www.dfa.ie/home/index.aspx?id=28519
GRIEKENLAND
http://www1.mfa.gr/en/foreign-policy/global-issues/international-sanctions.html
SPANJE
http://www.maec.es/es/MenuPpal/Asuntos/Sanciones%20Internacionales/Paginas/Sanciones_%20Internacionales.aspx
FRANKRIJK
http://www.diplomatie.gouv.fr/autorites-sanctions/
ITALIË
http://www.esteri.it/MAE/IT/Politica_Europea/Deroghe.htm
CYPRUS
http://www.mfa.gov.cy/sanctions
LETLAND
http://www.mfa.gov.lv/en/security/4539
LITOUWEN
http://www.urm.lt/sanctions
LUXEMBURG
http://www.mae.lu/sanctions
HONGARIJE
http://www.kulugyminiszterium.hu/kum/hu/bal/Kulpolitikank/nemzetkozi_szankciok/
MALTA
http://www.doi.gov.mt/EN/bodies/boards/sanctions_monitoring.asp
NEDERLAND
http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/internationale-vrede-en-veiligheid/sancties
OOSTENRIJK
http://www.bmeia.gv.at/view.php3?f_id=12750&LNG=en&version=
POLEN
http://www.msz.gov.pl
PORTUGAL
http://www.min-nestrangeiros.pt
ROEMENIË
http://www.mae.ro/node/1548
SLOVENIË
http://www.mzz.gov.si/si/zunanja_politika_in_mednarodno_pravo/zunanja_politika/mednarodna_varnost/omejevalni_ukrepi/
SLOWAKIJE
http://www.foreign.gov.sk
FINLAND
http://formin.finland.fi/kvyhteistyo/pakotteet
ZWEDEN
http://www.ud.se/sanktioner
VERENIGD KONINKRIJK
www.fco.gov.uk/competentauthorities
Adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie:
|
Europese Commissie |
|
Dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid (FPI) |
|
Kamer EEAS 02/39 |
|
B-1049 Brussel (België) |
|
E-mail: relex-sanctions@ec.europa.eu". |
|
24.3.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87/37 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 265/2012 VAN DE RAAD
van 23 maart 2012
houdende uitvoering van artikel 8 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 765/2006 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Belarus
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 765/2006 (1), en met name artikel 8 bis, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 18 mei 2006 Verordening (EG) nr. 765/2006 vastgesteld. |
|
(2) |
Gezien de ernst van de situatie in Belarus moeten meer personen en entiteiten worden opgenomen op de lijst van aan beperkende maatregelen onderworpen natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen in bijlage I B bij Verordening (EG) nr. 765/2006. |
|
(3) |
De informatie over één persoon op de lijst in bijlage I B bij Verordening (EG) nr. 765/2006 moet worden geactualiseerd. |
|
(4) |
Bijlage I B bij Verordening (EG) nr. 765/2006 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I B bij Verordening (EG) nr. 765/2006 wordt gewijzigd zoals aangegeven in bijlage I bij deze verordening.
Artikel 2
De in bijlage II bij deze verordening genoemde personen en entiteiten worden toegevoegd aan bijlage I B bij Verordening (EG) nr. 765/2006.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2012.
Voor de Raad
De voorzitster
C. ASHTON
BIJLAGE I
De tekst betreffende de hieronder vermelde persoon wordt vervangen door:
|
|
Naam Engelse transcriptie van Belarussische spelling Engelse transcriptie van Russische spelling |
Naam (Belarussische spelling) |
Naam (Russische spelling) |
Geboorteplaats en -datum |
Functie |
||||||||||||||||
|
1. |
Mazouka Anzhalika Mikhailauna Mazovko, Anzhelika Mikhailovna (Mazovka Anzhelika Mikhailovna) |
Мазоўка Анжалiка Мiхайлаўна |
Мазовкo Анжелика Михайловна (Мазовкa Анжелика Михайловна) |
|
Rechter in de rechtbank van het district Sovestski in Minsk. Heeft in 2010-2011 aan vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld boetes of veroordelingen opgelegd wegens hun vreedzaam protest tegen de gevangenisstraffen in de volgende zaken:
Heeft herhaaldelijk gevangenisstraffen uitgesproken tegen vreedzame demonstranten en is dus mede verantwoordelijk voor de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie in Belarus. |
BIJLAGE II
Personen en entiteiten, bedoeld in artikel 2
Personen
|
|
Naam Engelse transcriptie van Belarussische spelling Engelse transcriptie van Russische spelling |
Naam (Belarussische spelling) |
Naam (Russische spelling) |
Geboorteplaats en -datum |
Functie |
|
1. |
Chyzh, Iury Aliaksandravich (Chyzh, Yury Aliaksandravich) Chizh, Iuri Aleksandrovich (Chizh, Yuri Aleksandrovich) |
ЧЫЖ, Юрый Аляксандравiч |
ЧИЖ, Юрий Александрович |
Geboorteplaats: Soboli, Berezowskij Rajon, Brestkaja Oblast (Соболи, Березовский район, Брестская область) Geboortedatum 28.03.1963 Paspoortnr.: SP 0008543 (huidige geldigheids-duur twijfelach-tig). |
Joeri Tsjizj verleent financiële steun aan het regime van Loekasjenko via zijn holding LLC Triple die in talrijke sectoren van de Belarussische economie actief is; dit houdt onder meer activiteiten in als gevolg van overheidsopdrachten en concessieovereen-komsten met het regime. De functies die hij in de sportwereld bekleedt, met name het voorzitterschap van het bestuur van voetbalclub FC Dynamo Minsk en het voorzitterschap van de Belarussische Worstelfederatie, vormen een bevestiging van zijn banden met het regime. |
|
2. |
Ternavsky, Anatoly |
Тернавский, Анатолий |
|
Geboren in 1950 |
Heeft nauwe banden met familieleden van president Loekasjenko; sponsor van de presidentiële sportclub. Het feit dat hij zaken doet in olie en olieproducten vormt een bevestiging van zijn nauwe banden met het regime, aangezien de overheid een monopolie op de olieraffinagesector heeft en slechts een aantal personen gerechtigd is om in de olie-industrie actief te zijn. Zijn bedrijf Univest-M is een van de twee grootste particuliere olie-exporteurs in Belarus. |
|
3. |
Zhuk, Alena Siamionauna (Zhuk, Alena Syamionauna) Zhuk, Elena Semenovna (Zhuk, Yelena Semyonovna) |
Жук, Алена Сямёнаўна |
Жук, Елена Семеновна |
|
Rechter bij de rechtbank van het district Pjervomaiskij in Vitsebsk. Op 24 februari 2012 heeft zij Syarhei Kavalenka, die sinds begin februari 2012 als een politiek gevangene wordt beschouwd, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en één maand wegens schending van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Zij is rechtstreeks verantwoordelijk voor het schenden van de mensenrechten omdat zij Syarhei Kavalenka het recht op een eerlijk proces heeft ontzegd. Syarhei Kavalenka was eerder tot een voorwaardelijke straf veroordeeld omdat hij de verboden historische wit-rood-witte vlag in Vitsebsk had uitgehangen. De straf waartoeAlena Zhuk hem daarna heeft veroordeeld, is buitensporig zwaar gezien de aard van het strafbare feit en strookt niet met het Belarussische Wetboek van strafvordering. Haar optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
4. |
Lutau, Dzmitry Mikhailavich Lutov, Dmitri Mikhailovich (Lutov, Dmitry Mikhailovich) |
Лутаў, Дзмiтрый Мiхайлавiч |
Лутов, Дмитрий Михайлович |
|
Aanklager in het proces van Syarhei Kavalenka die tot een gevangenisstraf van twee jaar en één maand is veroordeeld wegens schending van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Syarhei Kavalenka was eerder tot een voorwaardelijke straf veroordeeld omdat hij een wit-rood-witte vlag, een symbool van de oppositiebeweging, had uitgehangen in een kerstboom in Vitsebsk. De straf waartoe de rechter hem daarna heeft veroordeeld, is buitensporig zwaar gezien de aard van het strafbare feit en strookt niet met het Belarussische Wetboek van strafvordering. Het optreden van Lutau vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
5. |
Atabekau, Khazalbek Bakhtibekavich Atabekov, Khazalbek Bakhtibekovich |
Атабекаў, Хазалбек Бактiбекавiч |
Атабеков, Хазалбек Баxтибекович (Атабеков, Кхазалбек Баxтибекович) |
|
Kolonel, bevelhebber van een speciale brigade van de troepen van het ministerie van Binnenlandse Zaken in de voorstad Uruchie van Minsk. Hij stond aan het hoofd van zijn eenheid tijdens het neerslaan van de protestbetoging na afloop van de verkiezingen op 19 december 2010 in Minsk, waar buitensporig geweld is gebruikt. Zijn optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
6. |
Charnyshou, Aleh Chernyshev, Oleg A. |
Чарнышоў, Алег |
Черышев, Олег А |
|
Kolonel aan het hoofd van de terrorismebestrijdingseenheid "Alpha" van de KGB. Hij heeft persoonlijk deelgenomen aan de onmenselijke en onterende behandeling van activisten van de oppositie in het KGB-detentiecentrum in Minsk na het neerslaan van de protestbetoging na afloop van de verkiezingen op 19 december 2010 in Minsk. Zijn optreden vormt eendirecte schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
7. |
Arlau, Aliaksey (Arlau, Aliaksei) Arlau, Aliaksandr Uladzimiravich Orlov, Aleksei (Orlov, Alexey) Orlov, Aleksandr Vladimirovich (Orlov, Alexandr Vladimirovich) |
Apлaў, Аляксей Apлaў, Аляксандр Уладзiмiравiч |
Opлов, Алексей Opлов, Александр Владимирович |
|
Kolonel aan het hoofd van het KGB-detentiecentrum in Minsk. Hij was persoonlijk verantwoordelijk voor de wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van diegenen die gedurende de weken en maanden na het neerslaan van de protestbetoging na afloop van de verkiezingen op 19 december 2010 in Minsk gevangen werden gehouden. Zijn optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
8. |
Sanko, Ivan Ivanavich Sanko, Ivan Ivanovich |
Санько, Iван Iванавiч |
Санько, Иван Иванович |
|
Majoor, hoofdspeurder van de KGB. Hij heeft onderzoek gevoerd - en daarbij gebruik gemaakt van vals bewijsmateriaal - tegen activisten van de oppositie in het KGB-detentiecentrum in Minsk na het neerslaan van de protestbetoging na afloop van de verkiezingen op 19 december 2010 in Minsk. Zijn optreden vormt een duidelijke schending van de mensenrechten, doordat hij beklaagden het recht op een eerlijk proces heeft ontzegd, alsook van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
9. |
Traulka, Pavel Traulko,Pavel |
Траулька, Павел |
Траулько, Павел |
|
Luitenant-kolonel, voormalig medewerker van de militaire contra-inlichtingendienst van de KGB (thans hoofd van de persdienst van de recentelijk opgerichte Onderzoekcomissie van Belarus). Hij heeft bewijsmateriaal vervalst en bedreigingen geuit om bekentenissen van activisten van de oppositie af te dwingen in het KGB-detentiecentrum van Minsk na het neerslaan van de protestbetoging na afloop van de verkiezingen op 19 december 2010 in Minsk. Hij was rechtstreeks verantwoordelijk voor het gebruik van wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing; ook heeft hij de beklaagdenhet recht op een eerlijk proces ontzegd. Zijn optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
10. |
Sukhau, Dzmitri Viachaslavavich (Sukhau, Dzimitry Vyachyaslavavich) Sukhov, Dmitri Vyacheslavovich (Sukhov, Dmitry Viacheslavovich) |
Сухаў, Дзмiтрi Вячаслававiч |
Сухов, Дмитрий Вячеславович |
|
Luitenant-kolonel, medewerker van de militaire contra-inlichtingendienst van de KGB. Hij heeft bewijsmateriaal vervalst en bedreigingen geuit om bekentenissen van activisten van de oppositie af te dwingen in het KGB-detentiecentrum van Minsk na het neerslaan van de protestbetoging na afloop van de verkiezingen op 19 december 2010 in Minsk. Hij was rechtstreeks verantwoordelijk voor het schenden van de fundamentele mensenrechten van politieke gevangenen en activisten van de oppositie, doordat hij buitensporig geweld tegen hen heeft gebruikt. Zijn optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
11. |
Alinikau, Siarhei Aliaksandravich (Alinikau, Siarhey Alyaksandravich) Aleinikov, Sergei Aleksandrovich |
Алиникаў, Сяргей Аляксандравич |
Алeйникoв, Сергей Aлександрович |
|
Majoor, hoofd van een operationele eenheid van strafkolonie IK-17 in Shklov. Hij heeft politieke gevangenen onder druk gezet door hun het recht op briefwisseling en vergadering te ontzeggen. Hij heeft het bevel gegeven hen aan een strenger penitentiair regime te onderwerpen en hen te fouilleren. Hij heeft bedreigingen ten aanzien van hen geuit om bekentenissen af te dwingen. Hij was rechtstreeks verantwoordelijk voor het schenden van de mensenrechten van politieke gevangenen en activisten van de oppositie, doordat hij buitensporig geweld tegen hen heeft gebruikt. Zijn optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
12. |
Shamionau, Vadzim Iharavich Shamenov, Vadim Igorevich (Shamyonov, Vadim Igorevich) |
Шамёнаў, Вадзiм Iгаравiч |
Шамёнов, Вадим Игоревич |
|
Kapitein, hoofd van een operationele eenheid van strafkolonie IK-17 in Shklov. Hij heeft politieke gevangenen onder druk gezet door hun het recht op briefwisseling te ontzeggen, en heeft bedreigingen ten aanzien van hen geuit om bekentenissen af te dwingen. Hij is rechtstreeksverantwoordelijk voor het schenden van de mensenrechten van politieke gevangenen en activisten van de oppositie door wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Zijn optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
Entiteiten
|
|
Naam Engelse transcriptie van Belarussische spelling Engelse transcriptie van Russische spelling |
Naam (Belarussische spelling) |
Naam (Russische spelling) |
Identificatiegegevens |
Redenen |
|
1. |
LLC Delovaya Set |
ООО Деловая сеть |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
2. |
CJSC Sistema investicii i inovacii |
ЗАО Системы инвестиций и инноваций |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
3. |
PUC Sen-Ko |
ЧУП Сен-Ко |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
4. |
PUC BT Invest |
ЧУП БТ Инвест |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
5. |
The Spirit and Vodka Company Aquadiv |
Малиновщизненский спиртоводочный завод Аквадив |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
6. |
Beltekh Holding |
Белтех Холдинг |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
7. |
Spetspriborservice |
Спецприборсервис |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
8. |
Tekhnosoyuzpribor |
Техносоюзприбор |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
9. |
LLC Triple |
ООО ТРАЙПЛ |
|
Pobediteley Avenue 51/2, Room 15, 220035 Minsk Республика Беларусь, 220035 Минск, проспект Победителей, дом 51, корпус 2, помещение 15 |
Holding van Joeri Tsjizj verstrekt financiële steun aan het regime van Loekasjenko, meer bepaald via zijn holding LLC Triple. |
|
10. |
JLLC Neftekhimtrading |
СООО НефтеХимТрейдинг |
|
Geregistreerd in 2002, Minsk |
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
11. |
CJSC Askargoterminal |
ЗАО Аскарготерминал |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
12. |
LLC Triple Metal Trade |
ООО Трайплметаллтрейд |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
13. |
JSC Berezovsky KSI |
ОАО Березовский комбинат силикатных изделий |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
14. |
JV LLC Triple-Techno |
СП ООО Трайпл-Техно |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
15. |
JLLC Variant |
СООО Вариант |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
16. |
JLLC Triple-Dekor |
СООО Трайпл-Декор |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
17. |
JCJSC QuartzMelProm |
СЗАО Кварцмелпром |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
18. |
JCJSC Altersolutions |
СЗАО Альтерсолюшнс |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
19. |
JCJSC Prostoremarket |
СЗАО Простомаркет |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
20. |
JLLC AquaTriple |
СП ООО Акватрайпл |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
21. |
LLC Rakowski browar |
ООО Ракаўскi бровар |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
22. |
MSSFC Logoysk |
ГСОК Логойск |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
23. |
Triple-Agro ACC |
Трайпл-Агро |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
24. |
CJCS Dinamo-Minsk |
ЗАО ФК Динамо-Минск |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
25. |
JLLC Triplepharm |
СООО Трайплфарм |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
26. |
LLC Triple-Veles |
ООО Трайплфарм |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
27. |
Univest-M |
Юнивест |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Anatoly Ternavsky |
|
28. |
FLLC Unis Oil |
ИООО Юнис Ойл |
|
|
Dochteronderneming van Univest-M |
|
29. |
JLLC UnivestStroyInvest |
СООО ЮнивестСтройИнвест |
|
|
Dochteronderneming van Univest-M |
|
24.3.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87/45 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 266/2012 VAN DE RAAD
van 23 maart 2012
houdende uitvoering van artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien Verordening (EU) nr. 36/2012 van 18 januari 2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië (1), met name artikel 32, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 18 januari 2012 Verordening (EU) nr. 36/2012 vastgesteld. |
|
(2) |
Gelet op de ernst van de situatie in Syrië en overeenkomstig Uitvoeringsbesluit 2012/172/GBVB (2) tot uitvoering van Besluit 2011/782/GBVB (3) betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië moeten bijkomende personen en entiteiten worden toegevoegd aan de lijst van aan beperkende maatregelen onderworpen natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten of lichamen in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012. |
|
(3) |
Voorts moeten de vermeldingen betreffende bepaalde personen en een entiteit op de in bijlage II van Verordening (EU) nr. 36/2012 opgenomen lijst van natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten of lichamen waarvoor beperkende maatregelen gelden, worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in bijlage I bij deze verordening genoemde personen en entiteiten worden toegevoegd aan de lijst in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012.
Artikel 2
In bijlage II van Verordening (EU) nr. 36/2012 worden de vermeldingen voor de in bijlage II bij deze verordening opgenomen personen en entiteit vervangen door de vermeldingen in bijlage II bij deze verordening.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2012.
Voor de Raad
De voorzitster
C. ASHTON
(1) PB L 16 van 19.1.2012, blz. 1.
(2) Zie bladzijde 103 van dit Publicatieblad.
BIJLAGE I
Personen en entiteiten bedoeld in artikel 1
A. Personen
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Redenen |
Datum van plaatsing op de lijst |
|
1. |
Anisa Al Assad (alias Anisah Al Assad) |
Geboren in: 1934 Meisjesnaam: Makhlouf |
Moeder van president Al-Assad. Gezien de nauwe persoonlijke band en de intrinsieke financiële relatie met de Syrische president, Bashar Al Assad, trekt zij profijt van en is zij verbonden met het Syrische regime. |
23.3.2012 |
|
2. |
Bushra Al Assad (alias Bushra Shawkat) |
Geboren op: 24.10.1960 |
Zus van Bashar al Assad, en echtgenote van Asif Shawkat, adjunct-stafchef voor veiligheid en verkenning. Gezien de nauwe persoonlijke band en de intrinsieke financiële relatie met de Syrische president, Bashar Al Assad, en andere belangrijke figuren van het Syrische regime trekt zij profijt van en is zij verbonden met het Syrische regime. |
23.3.2012 |
|
3. |
Asma Al Assad (alias Asma Fawaz Al Akhras) |
Geboren op: 11.8.1975 Geboorteplaats: Londen, VK Paspoort nummer: 707512830 verloopt op 22.9.2020 Meisjesnaam: Al Akhras |
Echtgenote van Bashar Al Assad. Gezien de nauwe persoonlijke band en de intrinsieke financiële relatie met de Syrische president, Bashar Al Assad, trekt zij profijt van en is zij verbonden met het Syrische regime. |
23.3.2012 |
|
4. |
Manal Al Assad (alias Manal Al Ahmad) |
Geboren op: 2.2.1970 Geboorteplaats: Damascus Paspoort nummer (Syrisch): 0000000914 Meisjesnaam: Al Akhras |
Echtgenote van Maher Al Assad; als zodanig trekt zij profijt van en is zij nauw verbonden met het regime. |
23.3.2012 |
|
5. |
Imad Mohammad Deeb Khamis |
Geboren op: 1.8.1961 Geboorteplaats: nabij Damascus |
Minister van Elektriciteit. Verantwoordelijk voor het gebruik van stroomonderbrekingen als repressiemethode. |
23.3.2012 |
|
6. |
Omar Ibrahim Ghalawanji |
Geboren in: 1954 Geboorteplaats: Tartus |
Minister van Plaatselijk Bestuur. Verantwoordelijk voor de autoriteiten van de plaatselijke besturen en aldus verantwoordelijk voor de repressie tegen de burgerbevolking door de plaatselijke besturen. |
23.3.2012 |
|
7. |
Joseph Suwaid |
Geboren in: 1958 Geboorteplaats: Damascus |
Viceminister en als zodanig nauw betrokken bij het beleid van het regime. |
23.3.2012 |
|
8. |
Ghiath Jeraatli |
Geboren in: 1950 Geboorteplaats: Salamiya |
Viceminister en als zodanig nauw betrokken bij het beleid van het regime. |
23.3.2012 |
|
9. |
Hussein Mahmoud Farzat |
Geboren in: 1957 Geboorteplaats: Hama |
Viceminister en als zodanig nauw betrokken bij het beleid van het regime. |
23.3.2012 |
|
10. |
Yousef Suleiman Al-Ahmad |
Geboren in: 1956 Geboorteplaats: Hasaka |
Viceminister en als zodanig nauw betrokken bij het beleid van het regime. |
23.3.2012 |
|
11. |
Hassan al-Sari |
Geboren in: 1953 Geboorteplaats: Hama |
Viceminister en als zodanig nauw betrokken bij het beleid van het regime. |
23.3.2012 |
|
12. |
Mazen al-Tabba |
Geboren op: 1.1.1958 Geboorteplaats: Damascus Paspoort nr. (Syrisch): 004415063 verloopt op 6.5.2015 |
Zakenpartner van Ihab Makhlouf en Nizar al-Assad (op 23/8/2011 op de lijst geplaatst); samen met Rami Makhlouf eigenaar van het geldwisselbedrijf Al-Diyar lil-Saraafa, dat het beleid van de Syrische centrale bank ondersteunt. |
23.3.2012 |
B. Entiteiten
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Redenen |
Datum van plaatsing op de lijst |
||||||||
|
1. |
Syrian Petroleum company |
|
Oliemaatschappij die staatseigendom is. Verleent financiële steun aan het Syrische regime. |
23.3.2012 |
||||||||
|
2. |
Mahrukat Company (The Syrian Company for the Storage and Distribution of Petroleum Products) |
|
Oliemaatschappij die staatseigendom is. Verleent financiële steun aan het Syrische regime. |
23.3.2012 |
BIJLAGE II
Personen en entiteit bedoeld in artikel 2
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Redenen |
Datum van plaatsing op de lijst |
|||||
|
1. |
Tarif Akhras |
Geboren op 2 juni 1951 in Homs, Syrië; Syrisch paspoort met nr. 0000092405 |
Vooraanstaand zakenman die de steun geniet van en steun verleent aan het regime. Stichter van Akhras Group (grondstoffen, handel, verwerking, en logistiek) en gewezen voorzitter van de kamer van koophandel van Homs. Onderhoudt nauwe zakenrelaties met de familie van president Al-Assad. Directielid van de Federatie van kamers van koophandel van Syrië. Heeft industrie- en woongebouwen geleverd voor geïmproviseerde detentiekampen, alsook logistieke steun verleend aan het regime (bussen en voertuigen voor het transport van tanks). |
2.9.2011 |
|||||
|
2. |
Issam Anbouba |
Geboren in 1952 in Homs, Syrië |
Voorzitter van Anbouba Agricultural Industries Co. Verleent financiële steun aan het Syrische regime. |
2.9.2011 |
|||||
|
3. |
Ra'if Al-Quwatly (alias Ri'af Al-Quwatli, alias Raeef Al-Kouatly) |
|
Zakenpartner van Maher Al-Assad, van wie hij een aantal zakenbelangen beheert; financiert het regime. |
23.6.2011 |
|||||
|
4. |
Bassam Sabbagh |
Geboren op 24 augustus 1959 in Damascus. Adres: Kasaa, Anwar al Attar Street, al Midani building, Damascus. Syrisch paspoort met nr. 004326765, afgegeven op 2 november 2008, geldig tot november 2014. |
Juridisch en financieel adviseur en zaakvoerder van Rami Makhlouf en Khaldoun Makhlouf. Partner van Bachar Al-Assad bij de financiering van een vastgoedproject in Latakia. Verleent financiële steun aan het regime. |
14.11.2011 |
|||||
|
5. |
Mohamed Hamcho |
Geboren op 20 mei 1966; paspoort met nr. 002954347 |
Syrisch zakenman en lokaal vertegenwoordiger van verscheidene buitenlandse bedrijven; geassocieerd met Maher Al-Assad van wie hij een deel van de financiële en economische belangen beheert; financiert in die hoedanigheid het regime. |
23.5.2011 |
|||||
|
6. |
El-Tel Co. (El-Tel Middle East Company) |
|
Vervaardigt en levert communicatie- en transmissiemasten, alsook andere uitrusting voor het Syrische leger. |
23.9.2011 |
|||||
|
7. |
Rami Makhlouf |
Geboren op 10 juli 1969 in Damascus, paspoort met nr. 454224 |
Syrisch zakenman; neef van president Bashar Al-Assad; heeft controle over het investeringsfonds Al Mahreq, Bena Properties, Cham Holding Syriatel, Souruh Company, en verstrekt in die hoedanigheid financiële steun aan het regime. |
9.5.2011 |
|||||
|
8. |
Ihab (alias Ehab, Iehab) Makhlouf |
Geboren op 21 januari 1973 in Damascus; paspoort met nr. N002848852 |
Voorzitter van Syriatel, dat 50% van zijn winst door middel van zijn licentieovereenkomst doorstort aan de Syrische regering. |
23.5.2011 |
BESLUITEN
|
24.3.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87/49 |
BESLUIT 2012/166/GBVB VAN DE RAAD
van 23 maart 2012
ter ondersteuning van activiteiten van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW) in het kader van de uitvoering van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 26, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 12 december 2003 heeft de Europese Raad de strategie van de EU ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens aangenomen, hierna de „EU-strategie”, met in hoofdstuk III een lijst van maatregelen ter bestrijding van een dergelijke verspreiding. |
|
(2) |
In de EU-strategie wordt de cruciale rol benadrukt die het Verdrag inzake chemische wapens (hierna „CWC”) en de OPCW spelen bij het tot stand brengen van een wereld zonder chemische wapens. Als onderdeel van de EU-strategie heeft de Unie toegezegd zich te zullen inspannen voor mondiale toetreding tot de belangrijkste verdragen en overeenkomsten inzake ontwapening en non-proliferatie, zoals het CWC. De doelstellingen van de EU-strategie zijn complementair aan die van de OPCW, in de context van de verantwoordelijkheid van die organisatie voor de uitvoering van het CWC. |
|
(3) |
Op 22 november 2004 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2004/797/GBVB betreffende de ondersteuning van OPCW-activiteiten in het kader van de uitvoering van maatregelen van de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (1) vastgesteld, dat, toen het was verstreken, is gevolgd door Gemeenschappelijk Optreden 2005/913/GBVB (2), op zijn beurt gevolgd door Gemeenschappelijk Optreden 2007/185/GBVB (3). Gemeenschappelijk Optreden 2007/185/GBVB werd gevolgd door Besluit 2009/569/GBVB (4), dat op 3 december 2011 is verstreken. |
|
(4) |
Met het oog op de actieve uitvoering van hoofdstuk III van de EU-strategie is het noodzakelijk dat deze intensieve en gerichte steun van de EU aan de OPCW wordt voortgezet. Er moet verder worden gewerkt aan het bevorderen van de onverkorte uitvoering van het CWC, het vergroten van de mate waarin de staten die partij zijn bij het CWC (hierna „staten die partij zijn”) paraat zijn om aanvallen met chemische stoffen te voorkomen en erop te reageren, de internationale samenwerking op gebied van chemische activiteiten, en het verbeteren van het vermogen van de OPCW om zich aan te passen aan wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen. Maatregelen in verband met het universeel maken van het CWC dienen te worden voortgezet en te worden aangepast aan en toegesneden op het afnemende aantal staten dat geen partij is bij het CWC, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Om onverwijld praktische uitvoering te geven aan sommige elementen van de EU-strategie verleent de Unie steun aan activiteiten van de OPCW die erop gericht zijn:
|
— |
de staten die partij zijn beter in staat te stellen hun uit het CWC voortvloeiende verplichtingen na te komen, |
|
— |
de paraatheid van de staten die partij zijn om aanvallen met chemische stoffen te voorkomen en erop te reageren, te vergroten, |
|
— |
de internationale samenwerking op het gebied van chemische activiteiten te verbeteren, |
|
— |
het vermogen van de OPCW om zich aan te passen aan wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen te ondersteunen, |
|
— |
het universele karakter van het CWC te onderstrepen door staten die geen partij zijn aan te sporen tot het CWC toe te treden. |
2. In dit verband zijn de door de Unie ondersteunde activiteiten van de OPCW-projecten, die in overeenstemming zijn met maatregelen van de EU-strategie, de volgende:
|
|
Project I: Nationale uitvoering, verificatie en universeel karakter Activiteiten:
|
|
|
Project II: Internationale samenwerking Activiteiten:
|
|
|
Project III: Bezoeken van vertegenwoordigers van de uitvoerende raad van de OPCW en waarnemers aan inrichtingen voor de vernietiging van chemische wapens (CWDF's) Activiteit:
|
|
|
Project IV: Wetenschap en technologie Activiteiten:
|
|
|
Project V: Paraatheid van de staten die partij zijn om aanvallen met chemische stoffen te voorkomen en erop te reageren Activiteiten:
|
|
|
Project VI: Afrika-programma Activiteiten:
De bijlage bevat een gedetailleerde beschrijving van de bovengenoemde, door de Unie ondersteunde OPCW-activiteiten. |
Artikel 2
1. De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid („de HV”) draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dit besluit.
2. De technische uitvoering van de in artikel 1, lid 2, genoemde projecten is een taak van het technisch secretariaat van de OPCW (hierna „het technisch secretariaat”). Het voert deze taak uit onder verantwoordelijkheid en toezicht van de HV. Daartoe treft de HV de nodige regelingen met het technisch secretariaat.
Artikel 3
1. Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten bedraagt EUR 2 140 000.
2. De financiering van de in lid 1 gespecificeerde uitgaven wordt beheerd overeenkomstig de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.
3. De Commissie houdt toezicht op het correcte beheer van de in lid 1 bedoelde uitgaven. Hiertoe sluit zij een financieringsovereenkomst met het technisch secretariaat. In de overeenkomst wordt bepaald dat het technisch secretariaat er zorg voor moet dragen dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is in een mate die evenredig is aan haar omvang.
4. De Commissie stelt alles in het werk om de in lid 3 bedoelde financieringsovereenkomst zo spoedig mogelijk na 23 maart 2012 te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden en van de datum van sluiting van de financieringsovereenkomst.
Artikel 4
De HV brengt aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit besluit, op basis van de geregelde verslagen die worden opgesteld door het technisch secretariaat. De verslagen van de HV vormen de basis voor de evaluatie door de Raad. De Commissie verstrekt informatie over de financiële aspecten van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten.
Artikel 5
1. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
2. Het verstrijkt 24 maanden na de sluiting van de in artikel 3, lid 3, bedoelde financieringsovereenkomst. Het verstrijkt echter zes maanden nadat het in werking is getreden indien de financieringsovereenkomst niet voor die tijd is gesloten.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2012.
Voor de Raad
De voorzitster
C. ASHTON
(1) PB L 349 van 25.11.2004, blz. 63.
(2) PB L 331 van 17.12.2005, blz. 34.
BIJLAGE
Ondersteuning door de Unie van OPCW-activiteiten in het kader van de uitvoering van de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens
Project I: Nationale uitvoering, verificatie en universeel karakter
Doel:
De staten die partij zijn beter in staat stellen hun uit het CWC voortvloeiende verplichtingen na te komen en staten die geen partij zijn bij het CWC beter doen inzien welke voordelen het heeft tot het CWC toe te treden en meer betrokken te raken bij OPCW-activiteiten.
Doelstellingen:
|
— |
Doelstelling 1 — Staten die partij zijn, boeken vooruitgang met:
|
|
— |
Doelstelling 2 — Staten die geen partij zijn bij het CWC meer betrekken bij OPCW-activiteiten en hen beter doen inzien wat het CWC inhoudt en welke voordelen het heeft. |
Resultaten:
|
— |
Resultaat 1
|
|
— |
Resultaat 2
|
Activiteiten:
|
|
Bilaterale bezoeken voor technische bijstand: de staten die partij zijn, krijgen steun in de vorm van bezoeken voor technische bijstand die per geval worden georganiseerd en afgelegd om doelgerichte bijstand te verlenen bij het voldoen aan de vereisten van de verzoeken van de staten die partij zijn. De aard van deze steun omvat bewustmaking en toenadering middels workshops voor nationale sensibilisering, gespecialiseerde opleidingen, bijstand bij het opstellen van nationale uitvoeringswetgeving en daarmee samenhangende maatregelen, en punten in artikel VI van het CWC die verband houden met industrie. Afhankelijk van hun doel vergen deze bezoeken gecoördineerd werk, waarbij, naargelang van het geval, de Implementation Support Branch van het technisch secretariaat, de Office of the Legal Adviser, de Declarations Branch en de Industry Verification Branch betrokken zijn. |
|
|
Opleiding van douanebeambten over de technische aspecten van de regeling in het CWC inzake overdracht: uit hoofde van Gemeenschappelijke Optreden 2005/913/GBVB, Gemeenschappelijk Optreden 2007/185/GBVB en Besluit 2009/569/GBVB is steun verleend aan douanebeambten. Op basis van de opgedane ervaringen worden douanebeambten geholpen met opleidingen die het verzamelen van gegevens over de in- en uitvoer van in het verdrag opgenomen chemische stoffen en de overdracht van die gegevens aan de nationale autoriteiten moeten verbeteren. In regionale en subregionale opleidingen zitten praktijkdemonstraties en -oefeningen. Er zal een regionale opleiding worden georganiseerd in Latijns-Amerika en het Caribische gebied en een subregionale opleiding in de Aziatische regio. Deze opleidingen zullen worden verstrekt door de Implementation Support Branch van het technisch secretariaat met de technische expertise van de Declarations Branch. |
|
|
Subsidies aan nationale autoriteiten: nationale autoriteiten in verdragsluitende ontwikkelingslanden zijn wegens een gebrek aan basisuitrusting (desktopcomputers, printers, software, kopieerapparaten enz.) soms niet in staat volledig te voldoen aan hun verplichtingen ingevolge dit verdrag. Door de nationale autoriteiten basiskantooruitrusting te verstrekken worden zij in staat gesteld op een efficiëntere en professionelere wijze te werken aan de uitvoering van het CWC. De beschikbaarheid van deze uitrusting zal tevens worden gehanteerd als prikkel om de nationale autoriteiten te stimuleren zich actiever in te zetten voor de uitvoering van het CWC, in het bijzonder wanneer het verstrekken van de uitrusting afhankelijk wordt gesteld van het bereiken van vooraf gedefinieerde streefdoelen. Deze streefdoelen worden per geval en in overleg met de betrokken staten die partij zijn, vastgesteld. |
|
|
E-leermiddelen voor nationale autoriteiten/betrokken belanghebbenden: teneinde ervoor te zorgen dat de mogelijkheden van contactonderwijs zoveel mogelijk effect sorteren, worden de basis- en generieke elementen van de OPCW-opleiding voor nationale autoriteiten in elektronische vorm ter beschikking gesteld van de staten die partij zijn en worden zij vertaald in alle officiële OPCW-talen (Arabisch, Chinees, Engels, Frans, Spaans en Russisch). Derhalve zullen op basis van bij het secretariaat bestaand materiaal vijf elektronische leermodules worden ontwikkeld met gebruikmaking van de diensten van een commerciële provider. De volgende presentaties die momenteel worden gebruikt, zouden in elektronische leermiddelen worden omgezet:
|
|
|
Acties gericht op staten die geen partij zijn bij het CWC: vertegenwoordigers van staten die geen partij zijn bij het CWC die in een positie verkeren waarin zij nationale acties inzake toetreding/ratificatie kunnen beïnvloeden en vertegenwoordigers die rechtstreeks betrokken zijn bij voor het CWC relevante aangelegenheden, worden gesponsord om deel te nemen aan de verschillende programma's van de Afdeling voor internationale samenwerking en bijstand. Deze programma's bevatten regionale workshops voor nationale autoriteiten van staten die partij zijn en regionale workshops voor douaneautoriteiten. Zo nodig worden leden van het personeel van de Afdeling externe betrekkingen van het technisch secretariaat ook gesponsord om deel te nemen aan deze bijeenkomsten om contacten te leggen en te praten met de gesponsorde deelnemers van staten die geen partij zijn bij het CWC. Voorts worden zo nodig in deze regeling voor steun aan staten die geen partij zijn bij het CWC ook op maat gesneden bezoeken en regelingen voor die staten opgenomen. |
|
|
Oefeningen in verband met onderzoeken naar vermeend gebruik: sedert de inwerkingtreding van het CWC heeft het technisch secretariaat, vaak in samenwerking met staten die partij zijn, een aantal oefeningen betreffende de artikelen IX en X van het CWC georganiseerd, die zowel betrekking hadden op onderzoeken naar vermeend gebruik als op uitdagingsinspecties. Hoewel lering uit uitdagingsinspectie-exercities vaak van toepassing is op onderzoeken naar vermeend gebruik en omgekeerd, is nooit een volledige beoordeling ondernomen. Bij een dergelijke volledige beoordeling zullen lessen uit het verleden en evaluatieverslagen van oefeningen betreffende onderzoeken naar vermeend gebruik en uitdagingsinspecties (zowel table-top- als veldoefeningen) worden geanalyseerd en zal een workshop worden georganiseerd, waar de bij deze oefeningen betrokken deskundigen goede praktijken kunnen uitwisselen en nuttige informatie kunnen verstrekken voor toekomstige oefeningen, met name in verband met onderzoeken naar vermeend gebruik. |
Project II: Internationale samenwerking
Doelen:
|
— |
De economische en technologische ontwikkeling verbeteren door middel van internationale samenwerking op het gebied van chemische activiteiten waarvan de doelen niet krachtens het CWC verboden zijn. |
|
— |
De taken van de OPCW en de doelen van het CWC ondersteunen door een grotere inzet van de staten die partij zijn bij internationale initiatieven voor samenwerking voor het vreedzame gebruik van de chemie. |
Doelstellingen:
|
— |
Doelstelling 1 — Verbeteren van het vermogen van de door de overheid gefinancierde laboratoria in de staten die partij zijn en ontwikkelings- of overgangseconomieën hebben, om het CWC uit te voeren op het gebied van vreedzaam gebruik van chemie. |
|
— |
Doelstelling 2 — Staten die partij zijn en ontwikkelings- of overgangseconomieën hebben, helpen bij het verbeteren van benaderingen van het beheer van de veiligheid van het chemische proces in kleine en middelgrote chemiebedrijven. |
Resultaten:
|
— |
Resultaat 1 — Door de overheid gefinancierde laboratoria in staten die partij zijn en ontwikkelings- of overgangseconomieën hebben, zijn beter in staat chemische stoffen te analyseren die verband houden met de nationale uitvoering van het CWC en bij de vreedzame toepassing van chemie met gebruikmaking van moderne analysemethoden zoals gaschromatografie (GC) en gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS). |
|
— |
Resultaat 2 — Personeel van kleine en middelgrote ondernemingen, vertegenwoordigers van brancheorganisaties en de nationale autoriteiten/overheidsinstellingen van staten die partij zijn en ontwikkelings- of overgangseconomieën hebben, beschikken over meer bekwaamheid en kennis met betrekking tot de praktijk van het beheer van de veiligheid van het proces. |
Activiteiten:
|
|
Cursus ontwikkeling van analysevaardigheden: tijdens deze cursus van twee weken krijgen de deelnemers les over theorie en praktijk van GC en GC-MS. De behandelde thema's omvatten: hardware, systeemvalidatie en -optimalisatie, probleemoplossing, het prepareren van milieumonsters en GC- en GC-MS-analyses van zulke monsters voor chemische stoffen die verband houden met het CWC. De deelnemers krijgen ook een intensieve praktijkopleiding in het maken van verschillende monstermatrices voor analyse door GC met elementselectieve detectoren en door GC-MS met elektronimpact en met chemische ionisatie. Tenslotte krijgen zij een inleiding tot een aantal extractie-, opschonings- en derivatisatieprocedures. De cursus wordt gegeven met de steun van VERIFIN, een via een transparante aanbestedingsprocedure geselecteerde gerenommeerde instelling waarmee de OPCW een overeenkomst voor vijf jaar heeft gesloten. |
|
|
Op de industrie gerichte actie — Workshop CWC en veiligheid van het chemische proces: deze workshop zal twee en een halve dag duren. Behandelde onderwerpen zijn onder meer veiligheids- en beveiligingsvraagstukken in de chemische industrie, strategieën voor het beheer van chemische stoffen, beheer van de veiligheid van het chemische proces, beste praktijken in de branche en een inleiding tot Responsible Care®. Tijdens de openingszitting zal tevens een overzicht van het CWC en van de internationale samenwerkingsprogramma's worden gepresenteerd. Er zal een regionaal seminar worden georganiseerd in Latijns-Amerika en het Caribische gebied en, indien nodig, zal een vertaling in het Spaans worden verstrekt. |
Project III: Bezoeken van vertegenwoordigers van de uitvoerende raad van de OPCW aan CWDF's
Doel:
Sneller wegwerken van voorraden chemische wapens en inrichtingen voor de productie van chemische wapens die vallen onder de verificatiemaatregelen van het CWC.
Doelstellingen:
|
— |
Doelstelling 1 — Staten die partij zijn, kunnen volgen hoeveel vooruitgang er is geboekt in de richting van de totale vernietiging van voorraden chemische wapens en zien in een vroeg stadium of zich problemen voordoen die vernietiging belemmeren, en kunnen deze problemen aanpakken. |
|
— |
Doelstelling 2 — Staten die partij zijn, hebben er meer vertrouwen in dat er concrete stappen worden gezet voor de totale vernietiging van voorraden chemische wapens door de staten die over dergelijke wapens beschikken. |
Resultaten:
|
— |
Resultaat 1 — Staten die partij zijn, hebben een beter begrip van de problemen en technische moeilijkheden die samenhangen met de vernietiging van chemische wapens. |
|
— |
Resultaat 2 — Staten die partij zijn, hebben er meer vertrouwen in gekregen dat er concrete stappen worden gezet voor de totale vernietiging van voorraden chemische wapens. |
Activiteit:
Bezoeken aan CWDF's: tot op heden zijn er vijf bezoeken afgelegd: drie in de Verenigde Staten aan de CWDF's in Anniston, Alabama (oktober 2007), Pueblo, Colorado, en Umatilla, Oregon (mei/juni 2009), en Tooele en Pueblo (februari/maart 2011) en twee bezoeken in de Russische Federatie in Shchuchye, in de regio Koergansk (september 2008) en Pochep, Bryanskaya Oblast (september 2010). Deze bezoeken zijn een goede manier gebleken om vragen of problemen aan te pakken met betrekking tot het programma waarmee een chemische wapens bezittende staat die partij is, zijn verplichtingen naleeft inzake de vernietiging van zijn chemische wapens binnen de goedgekeurde verlengde termijn. Indien de ultieme verlengde vernietigingstermijn niet wordt gehaald, wordt ervan uitgegaan dat de betrokken staten die partij zijn, na een nieuw besluit van de Conferentie van de staten die partij zijn, bezoeken aan hun operationele CWDF's en in aanbouw zijnde inrichtingen zullen blijven ontvangen tot de vernietiging voltooid is.
Project IV: Wetenschap en technologie
Doel:
De directeur-generaal van de OPCW in staat stellen de Conferentie van de staten die partij zijn en de uitvoerende raad van de OPCW of de staten die partij zijn advies en aanbevelingen te geven over de voor het CWC van belang zijnde wetenschappelijke en technologische gebieden.
Doelstellingen:
|
— |
Doelstelling van de vergaderingen van de tijdelijke werkgroepen van de WAR: de directeur-generaal in staat stellen de beleidsvormingsorganen van de OPCW en de staten die partij zijn speciaal advies te geven over de voor het CWC van belang zijnde wetenschappelijke en technologische gebieden. |
|
— |
Doelstellingen van de internationale workshop wetenschap en technologie van de OPCW/IUPAC: de WAR helpen bij de voorbereiding van zijn verslag aan de derde toetsingsconferentie. |
Resultaten:
|
— |
Resultaat 1 — De WAR geeft voor de staten die partij zijn advies en aanbevelingen over voor het CWC van belang zijnde wetenschappelijke en technologische gebieden. |
|
— |
Resultaat 2 — Staten die partij zijn, beschikken over recente informatie en meer informatie over voor het CWC van belang zijnde wetenschappelijke en technologische gebieden. |
|
— |
Resultaat 3 — Staten die partij zijn, worden geholpen bij het beoordelen van de mogelijke invloed van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang op de uitvoering van het CWC. |
Activiteiten:
|
|
Vergaderingen van de werkgroepen van de WAR: de tijdelijke werkgroep convergentie tussen chemie en biologie zal in 2012-2013 twee keer bijeenkomen; een tijdelijke werkgroep onderwijs en outreach zal eveneens twee keer vergaderen. Zoals de WAR tijdens zijn zestiende zitting heeft aanbevolen, houdt de tijdelijke werkgroep convergentie tussen chemie en biologie zich bezig met de nadere verkenning van de convergentie tussen chemie en biologie en de mogelijke gevolgen daarvan voor het CWC. De tijdelijke werkgroep zal deze gevolgen beoordelen en aanbevelingen richten tot de WAR. De WAR zal de beoordeling en de aanbevelingen van de tijdelijke werkgroep gebruiken in zijn verslag aan de derde toetsingsconferentie. De op te richten tijdelijke werkgroep onderwijs en outreach zal tijdens haar vergaderingen onderzoeken op welke wijze de wetenschappelijke gemeenschap kan worden bereikt en hoe de betrekkingen tussen de OPCW en de wetenschappelijke wereld kunnen worden ontwikkeld en verdiept. |
|
|
Medefinanciering van de internationale workshop wetenschap en technologie van de OPCW en de IUPAC: deze workshop heeft ten doel de ontwikkelingen en de vooruitgang op het gebied van de chemie, de chemische technologie en de biowetenschappen en aanverwante disciplines in kaart te brengen teneinde de gevolgen ervan voor de uitvoering van het CWC te beoordelen. Het door de workshop op te stellen verslag zal de WAR helpen bij de voorbereiding van zijn eigen evaluatieverslag over de gevolgen van de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen voor het functioneren van het CWC. Dit verslag zal als bijdrage van de directeur-generaal worden voorgelegd aan de derde toetsingsconferentie van het CWC, die in 2013 zal plaatsvinden. De IUPAC-workshop zal een nuttige inbreng opleveren ter voorbereiding van het verslag van de WAR voor de derde toetsingsconferentie. |
Project V: De mate waarin staten die partij zijn paraat zijn om aanvallen met chemische stoffen te voorkomen en erop te reageren
Doel:
Bijdragen aan de ontwikkeling van het vermogen van staten die partij zijn op het gebied van voorkoming van, paraatheid voor en reactie op terroristische aanslagen met chemische wapens en het verbeteren van hun reactie op verzoeken om bijstand wanneer chemische stoffen worden gebruikt of daarmee wordt gedreigd.
Doestellingen:
|
— |
Doelstellingen van de regionale workshops:
|
|
— |
Doelstellingen van table-top-oefeningen en oefenmodule:
|
|
— |
Doelstellingen van de OPCW als platform voor het verbeteren van de beveiliging van chemische installaties:
|
Resultaten:
|
— |
Resultaten van de regionale workshops:
|
|
— |
Resultaten van table-top-oefeningen en oefenmodule:
|
|
— |
Resultaten van de OPCW als platform voor het verbeteren van de beveiliging van chemische installaties:
|
Activiteiten:
|
|
Regionale workshops — Artikel X van het CWC en vraagstukken inzake regionale samenwerking op het gebied van bijstand en reactie op noodsituaties: de regionale workshops moeten een gelegenheid bieden voor debatten over en analyses van verscheidene vraagstukken in verband met bijstand en bescherming, met speciale aandacht voor uit artikel X van het CWC voortvloeiende rechten en plichten van staten die partij zijn, indiening van opgaven van beschermingsprogramma's, de omvang van het bijstandsaanbod van de staten die partij zijn, analyses van zwakke punten en problemen in verband met artikel X van het CWC, en een overzicht van bijstands- en beschermingsprogramma's in de regio. De staten die partij zijn, verzorgen presentaties over het uitwisselen van ervaringen en lering. De Assistance and Protection Branch zal twee kortlopende regionale workshops organiseren in de Aziatische regio en de Latijns-Amerikaanse en Caribische regio. |
|
|
Table-top-oefeningen en oefenmodule: deze activiteit heeft ten doel bij te dragen aan de ontwikkeling van het vermogen van staten die partij zijn op het gebied van voorkoming van, paraatheid voor en reactie op terroristische aanslagen met chemische wapens. Bij wijze van basisscenario voor de oefeningen wordt uitgegaan van een aanslag op een chemisch bedrijf, chemische installatie of chemisch vervoer waarbij giftige chemische stoffen worden verspreid. De details van het scenario voor de table-top-oefening worden aangepast aan de omstandigheden en de behoeften van de staat die partij is waar de oefening plaatsvindt. Dit omvat een inventarisatie van de nationale verantwoordelijkheden en een overzicht van de bestaande procedures, alsmede een nationale walk-through-talk-through van de inrichting/installatie waar de oefening zal plaatsvinden, vooraleer de oefening plaatsvindt met regionale en internationale deelnemers. Tijdens de oefening wordt gekeken naar besluitvorming tussen regeringen, informatie-uitwisseling en bijstandverlening tussen betrokken nationale en internationale organisaties. Er zullen twee table-top-oefeningen plaatsvinden in verschillende regio's. Tevens zal een gedetailleerde module worden ontwikkeld voor het voorbereiden en opzetten van table-top-oefeningen van aanslagen met giftige chemische stoffen, waarbij nationale, regionale en internationale entiteiten betrokken zijn. De activiteit zal worden georganiseerd en gecoördineerd door de Office of Special Projects. |
|
|
De OPCW als platform voor het verbeteren van de beveiliging van chemische installaties: tijdens de eerste fase van deze activiteit zal een analyse worden verricht van de mogelijke rol en de taken van de OPCW en van haar synergie met de betrokken partijen op het gebied van beveiliging van chemische installaties. Er zal ook een evenement worden gepland waar de beste praktijken op het gebied van beveiliging van chemische installaties en chemische veiligheid zullen worden besproken en verspreid. Het moet een gelegenheid bieden voor debatten over en analyses van praktische vraagstukken en ervaringen in verband met de beveiliging van chemische inrichtingen. De ervaring die andere internationale partners hebben opgedaan met het bevorderen van de beveiliging van chemische installaties en, meer in het algemeen, met het helpen van staten om hun vermogen inzake preventie van en paraatheid voor dreigingen met betrekking tot massavernietigingswapens en daarmee verband houdende materialen op te voeren, zal ter beschikking van de begunstigden worden gesteld. Deze bijeenkomst zal ook de mogelijkheden en voorwaarden in kaart brengen voor vervolgmaatregelen om het verbeteren van de beveiliging van chemische installaties te stimuleren en de OPCW te ontwikkelen als platform voor uitwisselingen hierover. Het project moet leiden tot een aantal concrete voorstellen in verband met de wijze waarop de OPCW verder kan worden ontwikkeld als platform voor samenwerking en coördinatie op het gebied van beveiliging van chemische installaties. De activiteit zal worden georganiseerd en gecoördineerd door de Office of Special Projects. |
Project VI: Afrika-programma
Doel:
Afrikaanse staten die partij zijn beter in staat te stellen hun uit het CWC voortvloeiende verplichtingen na te komen.
Doelstellingen:
|
|
Doelstelling 1 — Afrikaanse staten die partij zijn, boeken vooruitgang met:
|
|
|
Doelstelling 2
|
|
|
Doelstelling 3
|
Resultaten:
|
— |
Resultaat 1 De nationale autoriteiten in Afrikaanse staten die partij zijn, hebben hun vermogen om nationale uitvoeringswetgeving op te stellen vergroot en zijn in staat wetgeving ter aanneming in te dienen.
|
|
— |
Resultaat 2
|
|
— |
Resultaat 3
|
Activiteiten:
|
|
Bilaterale bezoeken voor technische bijstand: Afrikaanse staten die partij zijn, krijgen steun in de vorm van bezoeken voor technische bijstand die per geval worden georganiseerd en afgelegd om doelgerichte bijstand te verlenen bij het voldoen aan de vereisten van de verzoeken van de Afrikaanse staten die partij zijn. De aard van deze steun omvat bewustmaking en toenadering middels workshops voor nationale sensibilisering, gespecialiseerde opleidingen, bijstand bij het opstellen van nationale uitvoeringswetgeving en daarmee samenhangende maatregelen, en punten in artikel VI van het CWC die verband houden met industrie. Afhankelijk van hun doel vergen deze bezoeken gecoördineerd werk, waarbij, naargelang van het geval, de Implementation Support Branch van het technisch secretariaat, de Office of the Legal Adviser, de Declarations Branch en de Industry Verification Branch betrokken zijn. |
|
|
Opleiding van douanebeambten over de technische aspecten van de regeling in het CWC inzake overdracht: uit hoofde van Gemeenschappelijke Optreden 2005/913/GBVB, Gemeenschappelijk Optreden 2007/185/GBVB en Besluit 2009/569/GBVB is steun verleend aan douanebeambten. Op basis van de opgedane ervaringen worden douanebeambten geholpen met opleidingen die het verzamelen van gegevens over de in- en uitvoer van in het verdrag opgenomen chemische stoffen en de overdracht van die gegevens aan de nationale autoriteiten moeten verbeteren. In de subregionale opleidingen in de Afrikaanse staten die partij zijn, zitten praktijkdemonstraties en -oefeningen. Deze opleidingen zullen worden verstrekt door de Implementation Support Branch met de technische expertise van Declarations Branch. |
|
|
Op de industrie gerichte actie — Workshop CWC en veiligheid van het chemische proces: deze workshop zal twee en een halve dag duren. Behandelde onderwerpen zijn onder meer veiligheids- en beveiligingsvraagstukken in de chemische industrie, strategieën voor het beheer van chemische stoffen, beheer van de veiligheid van het chemische proces, beste praktijken in de branche en een inleiding tot Responsible Care®. Tijdens de openingszitting zal tevens een overzicht van het CWC en van de internationale samenwerkingsprogramma's worden gepresenteerd. Er wordt gezorgd voor vertaling in het Frans. |
|
|
Cursus ontwikkeling van analysevaardigheden: tijdens deze cursus van twee weken krijgen de deelnemers van Afrikaanse staten die partij zijn les over theorie en praktijk van GC en GC-MS. De behandelde thema's omvatten: hardware, systeemvalidatie en -optimalisatie, probleemoplossing, het prepareren van milieumonsters en GC- en GC-MS-analyses van zulke monsters voor chemische stoffen die verband houden met het CWC. De deelnemers krijgen ook een intensieve praktijkopleiding in het maken van verschillende monstermatrices voor analyse door GC met elementselectieve detectoren en door GC-MS met elektronimpact en met chemische ionisatie. Ten slotte krijgen zij een inleiding tot een aantal extractie-, opschonings- en derivatisatieprocedures. De cursus wordt gegeven met de steun van VERIFIN, een via een transparante aanbestedingsprocedure geselecteerde gerenommeerde instelling waarmee de OPCW een overeenkomst voor vijf jaar heeft gesloten. De cursus wordt in het Engels gegeven. |
|
|
Regionale workshop — Artikel X van het CWC en vraagstukken inzake regionale samenwerking op het gebied van bijstand en reactie op noodsituaties: de regionale workshop voor Afrikaanse staten die partij zijn, moet een gelegenheid bieden voor debatten over en analyses van verscheidene vraagstukken in verband met bijstand en bescherming, met speciale aandacht voor uit artikel X van het CWC voortvloeiende rechten en plichten van staten die partij zijn, indiening van opgaven van beschermingsprogamma's, de omvang van het bijstandsaanbod van de staten die partij zijn, analyses van zwakke punten en problemen in verband met artikel X van het CWC, en een overzicht van bijstands- en beschermingsactiviteiten in de regio. De staten die partij zijn, verzorgen presentaties over het uitwisselen van ervaringen en lering. De activiteit zal worden georganiseerd door de Assistance and Protection Branch. |
|
|
Regionaal langetermijnproject voor capaciteitsopbouw op het gebied van bijstand en bescherming: het hoofddoel van deze activiteit is het ontwikkelen van een nationale/regionale regeling voor noodreactie op chemische wapens, het opleiden van instructeurs van first responders en specialisten op dit gebied en het verlenen van hulp bij het opzetten van hun nationale/regionale reactieteam. Het reactieteam zal deel uitmaken van een regionaal netwerk dat kan reageren op een noodsituatie. Er zal een langetermijnproject voor capaciteitsopbouw worden uitgevoerd voor Afrikaanse staten die partij zijn in de zuidelijke of Centraal-Afrikaanse subregio's (voor Centraal-Afrika in het Frans en voor zuidelijk Afrika in het Engels). |
|
24.3.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87/60 |
UITVOERINGSBESLUIT 2012/167/GBVB VAN DE RAAD
van 23 maart 2012
tot uitvoering van Besluit 2011/486/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, groepen, ondernemingen en entiteiten in verband met de situatie in Afghanistan
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 31, lid 2,
Gezien Besluit 2011/486/GBVB (1), en met name artikel 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 1 augustus 2011 Besluit 2011/486/GBVB vastgesteld. |
|
(2) |
Het comité, ingesteld krachtens punt 30 van Resolutie 1988 (2011) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, heeft op 29 november 2011, 6 januari 2012, 13 februari 2012, 1 maart 2012 en 16 maart 2012 de lijst van personen, groepen, ondernemingen en entiteiten waarvoor beperkende maatregelen gelden, geactualiseerd. |
|
(3) |
De bijlage bij Besluit 2011/486/GBVB moet derhalve dienovereenkomstig worden aangepast, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Besluit 2011/486/GBVB wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2012.
Voor de Raad
De voorzitster
C. ASHTON
BIJLAGE
„BIJLAGE
LIJST VAN DE IN ARTIKEL 1 BEDOELDE NATUURLIJKE PERSONEN EN RECHTSPERSONEN, GROEPEN, ONDERNEMINGEN EN ENTITEITEN
|
A. |
Met de Taliban verbonden personen
|
|
B. |
Entiteiten en andere groepen en ondernemingen die banden hebben met de Taliban” |
|
24.3.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87/85 |
BESLUIT 2012/168/GBVB VAN DE RAAD
van 23 maart 2012
tot wijziging van Besluit 2011/235/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Iran
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 12 april 2011 Besluit 2011/235/GBVB vastgesteld (1). |
|
(2) |
Op basis van een toetsing van Besluit 2011/235/GBVB moeten de beperkende maatregelen tot en met 13 april 2013 worden verlengd. |
|
(3) |
Voorts moeten, gelet op de ernst van de mensenrechtensituatie in Iran, personen worden toegevoegd aan de in de bijlage bij Besluit 2011/235/GBVB vervatte lijst van personen en entiteiten die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen. |
|
(4) |
In dit kader verdient het opmerking dat op deze lijst, in overeenstemming met de vierde overweging van Besluit 2011/235/GBVB, ook leden van de Iraanse revolutionaire garde (IRGC), de Basij en Ansar-e-Hezbollah kunnen worden geplaatst. |
|
(5) |
Daarnaast moeten het verkopen, leveren, overdragen en uitvoeren worden verboden van apparatuur en software die hoofdzakelijk bestemd zijn voor controle en interceptie door het Iraanse regime van internetcommunicatie en van telefoongesprekken op mobiele en vaste netwerken in Iran. |
|
(6) |
Voorts moet, gelet op deze doelstellingen, het verbod op het leveren, verkopen en overdragen van apparatuur die met het oog op binnenlandse repressie kan worden gebruikt, in Besluit 2011/235/GBVB worden opgenomen. Tegelijkertijd moet Besluit 2010/413/GBVB van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (2) aldus worden gewijzigd dat het verbod daarin niet meer is opgenomen. |
|
(7) |
Besluit 2011/235/GBVB dient dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Besluit 2011/235/GBVB wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
de volgende artikelen worden ingevoegd: "Artikel 2 bis Het verkopen, leveren, overdragen en uitvoeren van apparatuur en software die hoofdzakelijk bestemd zijn voor controle en interceptie door of namens het Iraanse regime van internetcommunicatie en van telefoongesprekken op mobiele en vaste netwerken in Iran, alsook het verlenen van bijstand bij het installeren, exploiteren of moderniseren van dergelijke apparatuur of software, zijn verboden. De Unie neemt de nodige maatregelen om te bepalen welke voorwerpen onder dit artikel vallen. Artikel 2 ter 1. Verboden zijn het verkopen, leveren, overdragen en uitvoeren met bestemming naar Iran van uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt, door onderdanen van een lidstaat, vanaf het grondgebied van een lidstaat, of met gebruik van schepen of vliegtuigen die de vlag van een lidstaat voeren, ongeacht of de uitrusting uit die lidstaat vandaan komt. 2. Er geldt tevens een verbod op het:
|
|
2) |
het volgende artikel wordt ingevoegd: "Artikel 4 bis Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de in artikel 2 bis en artikel 2 ter bedoelde maatregelen worden omzeild."; |
|
3) |
artikel 6 wordt vervangen door: "Artikel 6 1. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld. 2. Dit besluit is van toepassing tot en met 13 april 2013. Het wordt voortdurend geëvalueerd. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd indien de Raad van oordeel is dat de doelstellingen ervan niet zijn verwezenlijkt.". |
Artikel 2
De in de bijlage bij dit besluit genoemde personen worden toegevoegd aan de lijst in de bijlage bij Besluit 2011/235/GBVB.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2012.
Voor de Raad
De voorzitster
C. ASHTON
BIJLAGE
Lijst van personen, bedoeld in artikel 2
|
|
Naam |
Informatie ter identificatie |
Motivering |
Datum plaatsing op lijst |
|
1. |
ZARGHAMI Ezzatollah |
|
Hoofd van de nationale omroep (Islamic Republic of Iran Broadcasting - IRIB) en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor het volledige programmeringbeleid. De IRIB heeft in augustus 2009 en in december 2011 een aantal gedwongen bekentenissen van gedetineerden en een reeks "schijnprocessen" uitgezonden, die duidelijk in strijd waren met de internationale rechtsregels inzake een eerlijk proces en het recht op een eerlijke rechtsbedeling. |
23.3.2012 |
|
2. |
TAGHIPOUR Reza |
Geboorteplaats:Maragheh (Iran) Geboortedatum: 1957 |
Minister van Informatie en Communicatie. Als minister van Informatie behoort hij tot de topfunctionarissen die verantwoordelijk zijn voor de censuur en de controle van het internetverkeer en diverse andere vormen van communicatie (met name mobiele telefonie). Bij verhoren van politieke gevangenen maken de ondervragers gebruik van privégegevens, persoonlijke e-mailberichten en communicatie. Sedert de laatste presidentsverkiezingen is het al herhaaldelijk voorgevallen dat tijdens straatprotesten het mobiele telefoon- en sms-verkeer werd afgesneden, satelliettelevisie-kanalen werden gestoord en de toegang tot het internet lokaal werd afgesloten of op zijn minst vertraagd. |
23.3.2012 |
|
3. |
KAZEMI Toraj |
|
Kolonel van de technologie- en communicatiepolitie; heeft onlangs een campagne aangekondigd waarbij hackers zouden worden geworven om in opdracht van de regering de informatie op het internet beter te controleren en "schadelijke" websites te bestoken. |
23.3.2012 |
|
4. |
LARIJANI Sadeq |
Geboorteplaats: Najaf (Irak) Geboortedatum: 1960 of augustus 1961 |
Moet, als hoofd van het gerechtelijk apparaat, zijn fiat geven voor en handtekening plaatsen onder elke straf in verband met qisas (schuldvergeldingsvonnissen), hodoud (misdaden tegen God) en ta'zirat (misdaden tegen de staat). Hieronder vallen de doodstraf, geselingen en amputaties. In dit verband heeft hij persoonlijk zijn handtekening geplaatst onder talrijke doodstraffen, in weerwil van internationale normen, waaronder stenigingen (16 personen zijn thans tot steniging veroordeeld), executies door ophanging, executies van jongeren, en publieke executies, bijvoorbeeld van gevangenen die ten overstaan van een duizendkoppige menigte aan bruggen zijn opgehangen. Hij heeft tevens toestemming gegeven voor lijfstraffen, zoals amputaties en het met zuur besprenkelen van de ogen van gedetineerden. Sedert Sadeq Larijani in functie is, is het aantal willekeurige arrestaties van politieke gevangenen, mensenrechtenverdedigers en minderheden aanzienlijk toegenomen. Ook het aantal executies is sterk gestegen sinds 2009. Sadeq Larijani draagt tevens de verantwoordelijkheid voor systemische tekortkomingen op het gebied van het recht op een eerlijk proces in de Iraanse rechtsgang. |
23.3.2012 |
|
5. |
MIRHEJAZI Ali |
|
Adjunct-kabinetchef van de Grote Leider en hoofd van de veiligheid. Een van de vertrouwelingen van de Grote Leider die verantwoordelijk zijn voor de onderdrukking van het protest sinds 2009. |
23.3.2012 |
|
6. |
SAEEDI Ali |
|
Sinds 1995 vertegenwoordiger van de Grote Leider bij de Pasdaran. Heeft carrière gemaakt in het leger, meer bepaald bij de inlichtingendiensten van de Pasdaran. Deze officiële functie maakt van hem de onmisbare schakel tussen de orders van het bureau van de Grote Leider en het repressieapparaat van de Pasdaran. |
23.3.2012 |
|
7. |
RAMIN Mohammad-Ali |
Geboorteplaats: Dezful (Iran) Geboortedatum: 1954 |
Hoofdverantwoordelijke voor de persbreidel, als viceminister van Perszaken (tot december 2010); rechtstreeks verantwoordelijk voor de sluiting van talrijke hervormingsgezinde persorganen (Etemad, Etemad-e Melli, Shargh, enz.), de sluiting van de onafhankelijke persvereniging en de intimidatie of arrestatie van journalisten. |
23.3.2012 |
|
8. |
MORTAZAVI Seyyed Solat |
Geboorteplaats: Meibod (Iran) Geboortedatum: 1967 |
Viceminister van Binnenlandse Zaken, belast met Politieke Zaken. Verantwoordelijk voor het organiseren van repressie tegen wie opkomt voor zijn legitieme rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting. |
23.3.2012 |
|
9. |
REZVANI Gholomani |
|
Vicegouverneur van Rasht. Verantwoordelijk voor ernstige schendingen van het recht op een eerlijke rechtsbedeling. |
23.3.2012 |
|
10. |
SHARIFI Malek Ajdar |
|
Staat aan het hoofd van het gerechtelijk apparaat van de provincie Oost-Azerbeidzjan. Verantwoordelijk voor ernstige schendingen van het recht op een eerlijke rechtsbedeling. |
23.3.2012 |
|
11. |
ELAHI Mousa Khalil |
|
Openbaar aanklager van Tabriz. Aanstichter tot ernstige schendingen van het mensenrecht op een eerlijke rechtsbedeling. |
23.3.2012 |
|
12. |
FAHRADI Ali |
|
Openbaar aanklager van Karaj. Verantwoordelijk voor een ernstige schending van de mensenrechten, door de doodstraf voor een jongere te eisen. |
23.3.2012 |
|
13. |
REZVANMANESH Ali |
|
Openbaar aanklager. Verantwoordelijk voor een ernstige schending van de mensenrechten, door de doodstraf voor een jongere te eisen. |
23.3.2012 |
|
14. |
RAMEZANI Gholamhosein |
|
Commandant van de inlichtingendienst van de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC). Verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten van personen die opkomen voor hun legitieme rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting. Staat aan het hoofd van de afdeling die verantwoordelijk is voor de arrestatie en foltering van bloggers en journalisten. |
23.3.2012 |
|
15. |
SADEGHI Mohamed |
|
Kolonel en tweede in rang bij de afdeling technische en cyberinlichtingen van de IRGC. Verantwoordelijk voor de arrestatie en foltering van bloggers en journalisten. |
23.3.2012 |
|
16. |
JAFARI Reza |
|
Speciaal openbaar aanklager voor cybercriminaliteit. Gaf het bevel tot de arrestatie, detentie en vervolging van bloggers en journalisten. |
23.3.2012 |
|
17. |
RESHTE-AHMADI Bahram |
|
Adjunct-openbaar aanklager in Teheran. Staat aan het hoofd van het strafvervolgingcentrum van Evin. Is verantwoordelijk voor het weigeren van rechten, zoals het recht op bezoek en andere rechten van gedetineerden, aan mensenrechtenverdedigers en politieke gevangenen. |
23.3.2012 |
|
24.3.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87/90 |
BESLUIT 2012/169/GBVB VAN DE RAAD
van 23 maart 2012
houdende wijziging van Besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 26 juli 2010 heeft de Raad Besluit 2010/413/GBVB (1) vastgesteld. |
|
(2) |
De Raad heeft op 12 april 2011 Besluit 2011/235/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Iran (2) vastgesteld. |
|
(3) |
De in Besluit 2010/413/GBVB vermelde maatregelen zijn ingegeven door de bezorgdheid van de Raad over het karakter van het nucleaire programma van Iran, terwijl de maatregelen van Besluit 2011/235/GBVB hun oorsprong vinden in de verontrusting van de Raad over de verslechtering van de mensenrechtensituatie in Iran. |
|
(4) |
In Besluit 2011/235/GBVB zal, gezien de doelstellingen ervan, een verbod moeten worden opgenomen op de levering, verkoop of overdracht van uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt. Dat besluit zal derhalve dienovereenkomstig moeten worden gewijzigd. |
|
(5) |
Tegelijkertijd dient in Besluit 2010/413/GBVB niet langer het verbod te zijn opgenomen op de levering, verkoop of overdracht van uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt. |
|
(6) |
Voorts moet worden gespecificeerd dat de toegangsbeperkingen en de bevriezing van tegoeden en economische middelen van toepassing zijn op personen die optreden namens de Islamitische Revolutionaire Garde of de Islamic Republic of Iran Shipping Lines, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Besluit 2010/413/GBVB wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
artikel 1, lid 1, onder c), wordt vervangen door:
|
|
2) |
artikel 19, lid 1, onder b), wordt vervangen door:
|
|
3) |
artikel 20, lid 1, onder b), wordt vervangen door:
|
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van vaststelling.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2012.
Voor de Raad
De voorzitster
C. ASHTON
|
24.3.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87/92 |
BESLUIT 2012/170/GBVB VAN DE RAAD
van 23 maart 2012
houdende wijziging van Besluit 2010/573/GBVB inzake beperkende maatregelen tegen de leiders van de regio Transnistrië van de Republiek Moldavië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 29,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 27 september 2010 Besluit 2010/573/GBVB vastgesteld (1). |
|
(2) |
Met het oog op een politieke oplossing van het Transnistrische conflict en het herstel van het vrij verkeer van personen over de bestuurlijke grenzen van de regio Transnistrië, dienen de beperkende maatregelen die gelden voor bijlage I bij Besluit 2010/573/GBVB verder te worden opgeschort tot en met 30 september 2012. Aan het eind van die periode dient de Raad die beperkende maatregelen opnieuw te bezien in het licht van de ontwikkelingen op de twee hierboven vermelde gebieden. |
|
(3) |
Met het oog op vooruitgang bij het oplossen van de resterende problemen in verband met de scholen waar het Latijnse schrift wordt gebruikt, dienen de beperkende maatregelen die gelden voor bijlage II bij Besluit 2010/573/GBVB verder te worden opgeschort tot en met 30 september 2012. Aan het eind van die periode dient de Raad die beperkende maatregelen opnieuw te bezien om te waarborgen dat is voldaan aan de voorwaarden voor een effectieve en duurzame terugkeer naar het normaal functioneren van scholen in de regio Transnistrië waar het Latijns schrift wordt gebruikt, te weten door de opheffing van de beperkingen op hun registratie door het feitelijke bestuur van Transnistrië, het voorzien in behoorlijke functioneringsvoorwaarden voor al die scholen, en in de duurzaamheid van dergelijke voorwaarden in de tijd. |
|
(4) |
De informatie betreffende bepaalde personen die zijn opgenomen op de lijsten in de bijlagen I en II bij Besluit 2010/573/GBVB moet worden geactualiseerd. |
|
(5) |
Besluit 2010/573/GBVB dient dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 4 van Besluit 2010/573/GBVB wordt lid 3 vervangen door:
"3. De in dit besluit vervatte beperkende maatregelen worden opgeschort tot en met 30 september 2012. Aan het slot van die termijn beziet de Raad die beperkende maatregelen opnieuw.".
Artikel 2
1. Bijlage I bij Besluit 2010/573/GBVB wordt gewijzigd zoals aangegeven in bijlage I bij dit besluit.
2. Bijlage II bij Besluit 2010/573/GBVB wordt gewijzigd zoals aangegeven in bijlage II bij dit besluit.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2012.
Voor de Raad
De voorzitster
C. ASHTON
BIJLAGE I
De tekst betreffende de hieronder vermelde personen wordt vervangen door de onderstaande tekst:
|
1. |
SMIRNOV, Igor Nikolajevitsj, voormalig "president", geboren op 23 oktober 1941 in Chabarovsk, Russische Federatie, Russisch paspoort nr. 50No0337530. |
|
2. |
SMIRNOV, Vladimir Igorjevitsj, zoon van nr. 1, voormalig "voorzitter van het Staatscomité voor douanezaken", geboren op 3 april 1961 in Koepiansk, oblast Charkov, of Novaja Kachovka, oblast Cherson, Oekraïne, Russisch paspoort nr. 50No00337016. |
|
3. |
CHAZJEJEV, Stanislav Galimovitsj, voormalig "minister van Defensie", geboren op 28 december 1941 in Tsjeljabinsk, Russische Federatie. |
|
4. |
ANTYOEFEJEV, Vladimir Joerjevitsj, alias SJEVTSOV, Vadim, voormalig "minister van Staatsveiligheid", geboren in 1951 in Novosibirsk, Russische Federatie, Russisch paspoort. |
|
5. |
KOROLJOV, Aleksandr Ivanovitsj, voormalig "vice-president", geboren op 24 oktober 1958 in Wroclaw, Polen, Russisch paspoort. |
|
6. |
KRASNOSELSKIJ, Vadim Nikolajevitsj, voormalig "minister van Binnenlandse Zaken", geboren op 14 april 1970 in Daurija, rayon Trans-Baikal, oblast Tsjita, Russische Federatie. |
|
7. |
ATAMANIOEK, Vladimir, voormalig "onderminister van Defensie". |
BIJLAGE II
De tekst betreffende de hieronder vermelde personen wordt vervangen door de onderstaande tekst:
|
1. |
MAZOER, Igor Leonidovitsj, voormalig "hoofd overheidsdiensten van de rayon Dubăsari", geboren op 29 januari 1967 in Dubăsari, Republiek Moldavië. |
|
2. |
PLATONOV, Joerij Michajlovitsj, bekend als Joerij PLATONOV, voormalig "hoofd overheidsdiensten van het rayon Rybnitsa en de stad Rybnitsa", geboren op 16 januari 1948 in Klimkovo, rayon Poddorje, oblast Novgorod, Russisch paspoort nr. 51No0527002, afgegeven door de Russische ambassade in Chisinau op 4 mei 2001. |
|
3. |
KOGOET, Vjetsjeslav Vasiljevitsj, voormalig "hoofd van de overheidsdiensten in Bender", geboren op 16 februari 1950 in Taraclia, rayon Ceadir-Lunga, Republiek Moldavië. |
|
4. |
KOSTIRKO, Viktor Ivanovitsj, voormalig "hoofd van de overheidsdiensten in Tiraspol", geboren op 24 mei 1948, Komsomolsk aan de Amoer, kraj Chabarovsk, Russische Federatie. |
|
24.3.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87/95 |
UITVOERINGSBESLUIT 2012/171/GBVB VAN DE RAAD
van 23 maart 2012
tot uitvoering van Besluit 2010/639/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Belarus
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 31, lid 2,
Gezien Besluit 2010/639/GBVB (1), en met name artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 25 oktober 2010 Besluit 2010/639/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Belarus vastgesteld. |
|
(2) |
Gezien de ernst van de situatie in Belarus moeten meer personen en entiteiten worden opgenomen op de lijst van aan beperkende maatregelen onderworpen personen en entiteiten in bijlage V bij Besluit 2010/639/GBVB. |
|
(3) |
De informatie over één persoon op de lijst in bijlage V bij Besluit 2010/639/GBVB moet worden geactualiseerd. |
|
(4) |
Bijlage V bij Besluit 2010/639/GBVB moet dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage V bij Besluit 2010/639/GBVB wordt gewijzigd zoals aangegeven in bijlage I bij dit besluit.
Artikel 2
De in bijlage II bij dit besluit genoemde personen en entiteiten worden toegevoegd aan bijlage V bij Besluit 2010/639/GBVB.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2012.
Voor de Raad
De voorzitster
C. ASHTON
BIJLAGE I
De tekst betreffende de hieronder vermelde persoon wordt vervangen door de onderstaande tekst:
|
|
Naam Engelse transcriptie van Belarussische spelling Engelse transcriptie van Russische spelling |
Naam (Belarussische spelling) |
Naam (Russische spelling) |
Geboorteplaats en -datum |
Functie |
||||||||||||||||
|
1. |
Mazouko Anzhalika Mikhailauna Mazovka, Anzhelika Mikhailovna (Mazovka Anzhelika Mikhailovna) |
Мазоўка Анжалiка Мiхайлаўна |
Мазовкo Анжелика Михайловна (Мазовкa Анжелика Михайловна) |
|
Rechter in de rechtbank van het district Sovestski in Minsk. Heeft in 2010-2011 aan vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld boetes of veroordelingen opgelegd wegens hun vreedzaam protest tegen de gevangenisstraffen in de volgende zaken:
Heeft herhaaldelijk gevangenisstraffen uitgesproken tegen vreedzame demonstranten en is dus mede verantwoordelijk voor de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie in Belarus. |
BIJLAGE II
Personen en entiteiten, bedoeld in artikel 2
Personen
|
|
Naam Engelse transcriptie van Belarussische spelling Engelse transcriptie van Russische spelling |
Naam (Belarussische spelling) |
Naam (Russische spelling) |
Geboorte-plaats en-datum |
Functie |
|
1. |
Chyzh, Iury Aliaksandravich (Chyzh, Yury Aliaksandravich) Chizh, Iuri Aleksandrovich (Chizh, Yuri Aleksandrovich) |
ЧЫЖ, Юрый Аляксандравiч |
ЧИЖ, Юрий Александрович |
Geboorte-plaats: Soboli, Berezowskij Rajon, Brestkaja Oblast (Соболи, Березовский район, Брестская область) Geboorte-datum 28.03.1963 Paspoortnr.: SP 0008543 (huidige geldigheids-duur twijfelach-tig). |
Joeri Tsjizj verleent financiële steun aan het regime van Loekasjenko via zijn holding LLC Triple die in talrijke sectoren van de Belarussische economie actief is; dit houdt onder meer activiteiten in als gevolg van overheidsopdrachten en concessieovereen-komsten met het regime. De functies die hij in de sportwereld bekleedt, met name het voorzitterschap van het bestuur van voetbalclub FC Dynamo Minsk en het voorzitterschap van de Belarussische Worstelfederatie, vormen een bevestiging van zijn banden met het regime. |
|
2. |
Ternavsky, Anatoly |
Тернавский, Анатолий |
|
Geboren in 1950 |
Heeft nauwe banden met familieleden van president Loekasjenko; sponsor van de presidentiële sportclub. Het feit dat hij zaken doet in olie en olieproducten vormt een bevestiging van zijn nauwe banden met het regime, aangezien de overheid een monopolie op de olieraffinagesector heeft en slechts een aantal personen gerechtigd is om in de olie-industrie actief te zijn. Zijn bedrijf Univest-M is een van de twee grootste particuliere olie-exporteurs in Belarus. |
|
3. |
Zhuk, Alena Siamionauna (Zhuk, Alena Syamionauna) Zhuk, Elena Semenovna (Zhuk, Yelena Semyonovna) |
Жук, Алена Сямёнаўна |
Жук, Елена Семеновна |
|
Rechter bij de rechtbank van het district Pjervomaiskij in Vitsebsk. Op 24 februari 2012 heeft zij Syarhei Kavalenka, die sinds begin februari 2012 als een politiek gevangene wordt beschouwd, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en één maand wegens schending van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Zij is rechtstreeks verantwoordelijk voor het schenden van de mensenrechten omdat zij Syarhei Kavalenka het recht op een eerlijk proces heeft ontzegd. Syarhei Kavalenka was eerder tot een voorwaardelijke straf veroordeeld omdat hij de verboden historische wit-rood-witte vlag in Vitsebsk had uitgehangen. De straf waartoeAlena Zhuk hem daarna heeft veroordeeld, is buitensporig zwaar gezien de aard van het strafbare feit en strookt niet met het Belarussische Wetboek van strafvordering. Haar optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
4. |
Lutau, Dzmitry Mikhailavich Lutov, Dmitri Mikhailovich (Lutov, Dmitry Mikhailovich) |
Лутаў, Дзмiтрый Мiхайлавiч |
Лутов, Дмитрий Михайлович |
|
Aanklager in het proces van Syarhei Kavalenka die tot een gevangenisstraf van twee jaar en één maand is veroordeeld wegens schending van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Syarhei Kavalenka was eerder tot een voorwaardelijke straf veroordeeld omdat hij een wit-rood-witte vlag, een symbool van de oppositiebeweging, had uitgehangen in een kerstboom in Vitsebsk. De straf waartoe de rechter hem daarna heeft veroordeeld, is buitensporig zwaar gezien de aard van het strafbare feit en strookt niet met het Belarussische Wetboek van strafvordering. Het optreden van Lutau vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
5. |
Atabekau, Khazalbek Bakhtibekavich Atabekov, Khazalbek Bakhtibekovich |
Атабекаў, Хазалбек Бактiбекавiч |
Атабеков, Хазалбек Баxтибекович (Атабеков, Кхазалбек Баxтибекович) |
|
Kolonel, bevelhebber van een speciale brigade van de troepen van het ministerie van Binnenlandse Zaken in de voorstad Uruchie van Minsk. Hij stond aan het hoofd van zijn eenheid tijdens het neerslaan van de protestbetoging na afloop van de verkiezingen op 19 december 2010 in Minsk, waar buitensporig geweld is gebruikt. Zijn optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
6. |
Charnyshou, Aleh Chernyshev, Oleg A. |
Чарнышоў, Алег |
Черышев, Олег А |
|
Kolonel aan het hoofd van de terrorismebestrijdingseenheid "Alpha" van de KGB. Hij heeft persoonlijk deelgenomen aan de onmenselijke en onterende behandeling van activisten van de oppositie in het KGB-detentiecentrum in Minsk na het neerslaan van de protestbetoging na afloop van de verkiezingen op 19 december 2010 in Minsk. Zijn optreden vormt eendirecte schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
7. |
Arlau, Aliaksey (Arlau, Aliaksei) Arlau, Aliaksandr Uladzimiravich Orlov, Aleksei (Orlov, Alexey) Orlov, Aleksandr Vladimirovich (Orlov, Alexandr Vladimirovich) |
Apлaў, Аляксей Apлaў, Аляксандр Уладзiмiравiч |
Opлов, Алексей Opлов, Александр Владимирович |
|
Kolonel aan het hoofd van het KGB-detentiecentrum in Minsk. Hij was persoonlijk verantwoordelijk voor de wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van diegenen die gedurende de weken en maanden na het neerslaan van de protestbetoging na afloop van de verkiezingen op 19 december 2010 in Minsk gevangen werden gehouden. Zijn optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
8. |
Sanko, Ivan Ivanavich Sanko, Ivan Ivanovich |
Санько, Iван Iванавiч |
Санько, Иван Иванович |
|
Majoor, hoofdspeurder van de KGB. Hij heeft onderzoek gevoerd - en daarbij gebruik gemaakt van vals bewijsmateriaal - tegen activisten van de oppositie in het KGB-detentiecentrum in Minsk na het neerslaan van de protestbetoging na afloop van de verkiezingen op 19 december 2010 in Minsk. Zijn optreden vormt een duidelijke schending van de mensenrechten, doordat hij beklaagden het recht op een eerlijk proces heeft ontzegd, alsook van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
9. |
Traulka, Pavel Traulko,Pavel |
Траулька, Павел |
Траулько, Павел |
|
Luitenant-kolonel, voormalig medewerker van de militaire contra-inlichtingendienst van de KGB (thans hoofd van de persdienst van de recentelijk opgerichte Onderzoekcomissie van Belarus). Hij heeft bewijsmateriaal vervalst en bedreigingen geuit om bekentenissen van activisten van de oppositie af te dwingen in het KGB-detentiecentrum van Minsk na het neerslaan van de protestbetoging na afloop van de verkiezingen op 19 december 2010 in Minsk. Hij was rechtstreeks verantwoordelijk voor het gebruik van wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing; ook heeft hij de beklaagdenhet recht op een eerlijk proces ontzegd. Zijn optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
10. |
Sukhau, Dzmitri Viachaslavavich (Sukhau, Dzimitry Vyachyaslavavich) Sukhov, Dmitri Vyacheslavovich (Sukhov, Dmitry Viacheslavovich) |
Сухаў, Дзмiтрi Вячаслававiч |
Сухов, Дмитрий Вячеславович |
|
Luitenant-kolonel, medewerker van de militaire contra-inlichtingendienst van de KGB. Hij heeft bewijsmateriaal vervalst en bedreigingen geuit om bekentenissen van activisten van de oppositie af te dwingen in het KGB-detentiecentrum van Minsk na het neerslaan van de protestbetoging na afloop van de verkiezingen op 19 december 2010 in Minsk. Hij was rechtstreeks verantwoordelijk voor het schenden van de fundamentele mensenrechten van politieke gevangenen en activisten van de oppositie, doordat hij buitensporig geweld tegen hen heeft gebruikt. Zijn optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
11. |
Alinikau, Siarhei Aliaksandravich (Alinikau, Siarhey Alyaksandravich) Aleinikov, Sergei Aleksandrovich |
Алиникаў, Сяргей Аляксандравич |
Алeйникoв, Сергей Aлександрович |
|
Majoor, hoofd van een operationele eenheid van strafkolonie IK-17 in Shklov. Hij heeft politieke gevangenen onder druk gezet door hun het recht op briefwisseling en vergadering te ontzeggen. Hij heeft het bevel gegeven hen aan een strenger penitentiair regime te onderwerpen en hen te fouilleren. Hij heeft bedreigingen ten aanzien van hen geuit om bekentenissen af te dwingen. Hij was rechtstreeks verantwoordelijk voor het schenden van de mensenrechten van politieke gevangenen en activisten van de oppositie, doordat hij buitensporig geweld tegen hen heeft gebruikt. Zijn optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
|
12. |
Shamionau, Vadzim Iharavich Shamenov, Vadim Igorevich (Shamyonov, Vadim Igorevich) |
Шамёнаў, Вадзiм Iгаравiч |
Шамёнов, Вадим Игоревич |
|
Kapitein, hoofd van een operationele eenheid van strafkolonie IK-17 in Shklov. Hij heeft politieke gevangenen onder druk gezet door hun het recht op briefwisseling te ontzeggen, en heeft bedreigingen ten aanzien van hen geuit om bekentenissen af te dwingen. Hij is rechtstreeksverantwoordelijk voor het schenden van de mensenrechten van politieke gevangenen en activisten van de oppositie door wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Zijn optreden vormt een directe schending van de internationale verbintenissen van Belarus op mensenrechtengebied. |
Entiteiten
|
|
Naam Engelse transcriptie van Belarussische spelling Engelse transcriptie van Russische spelling |
Naam (Belarussische spelling) |
Naam (Russische spelling) |
Identificatiegegevens |
Redenen |
|
1. |
LLC Delovaya Set |
ООО Деловая сеть |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
2. |
CJSC Sistema investicii i inovacii |
ЗАО Системы инвестиций и инноваций |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
3. |
PUC Sen-Ko |
ЧУП Сен-Ко |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
4. |
PUC BT Invest |
ЧУП БТ Инвест |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
5. |
The Spirit and Vodka Company Aquadiv |
Малиновщизненский спиртоводочный завод Аквадив |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
6. |
Beltekh Holding |
Белтех Холдинг |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
7. |
Spetspriborservice |
Спецприборсервис |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
8. |
Tekhnosoyuzpribor |
Техносоюзприбор |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Vladimir Peftiyev |
|
9. |
LLC Triple |
ООО ТРАЙПЛ |
|
Pobediteley Avenue 51/2, Room 15, 220035 Minsk Республика Беларусь, 220035 Минск, проспект Победителей, дом 51, корпус 2, помещение 15 |
Holding van Joeri Tsjizj verstrekt financiële steun aan het regime van Loekasjenko, meer bepaald via zijn holding LLC Triple. |
|
10. |
JLLC Neftekhimtrading |
СООО НефтеХимТрейдинг |
|
Geregistreerd in 2002, Minsk |
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
11. |
CJSC Askargoterminal |
ЗАО Аскарготерминал |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
12. |
LLC Triple Metal Trade |
ООО Трайплметаллтрейд |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
13. |
JSC Berezovsky KSI |
ОАО Березовский комбинат силикатных изделий |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
14. |
JV LLC Triple-Techno |
СП ООО Трайпл-Техно |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
15. |
JLLC Variant |
СООО Вариант |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
16. |
JLLC Triple-Dekor |
СООО Трайпл-Декор |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
17. |
JCJSC QuartzMelProm |
СЗАО Кварцмелпром |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
18. |
JCJSC Altersolutions |
СЗАО Альтерсолюшнс |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
19. |
JCJSC Prostoremarket |
СЗАО Простомаркет |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
20. |
JLLC AquaTriple |
СП ООО Акватрайпл |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
21. |
LLC Rakowski browar |
ООО Ракаўскi бровар |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
22. |
MSSFC Logoysk |
ГСОК Логойск |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
23. |
Triple-Agro ACC |
Трайпл-Агро |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
24. |
CJCS Dinamo-Minsk |
ЗАО ФК Динамо-Минск |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
25. |
JLLC Triplepharm |
СООО Трайплфарм |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
26. |
LLC Triple-Veles |
ООО Трайплфарм |
|
|
Dochteronderneming van LLC Triple |
|
27. |
Univest-M |
Юнивест |
|
|
Entiteit onder zeggenschap van Anatoly Ternavsky |
|
28. |
FLLC Unis Oil |
ИООО Юнис Ойл |
|
|
Dochteronderneming van Univest-M |
|
29. |
JLLC UnivestStroyInvest |
СООО ЮнивестСтройИнвест |
|
|
Dochteronderneming van Univest-M |
|
24.3.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87/103 |
UITVOERINGSBESLUIT 2012/172/GBVB VAN DE RAAD
van 23 maart 2012
tot uitvoering van Besluit 2011/782/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie,
Gezien Besluit 2011/782/GBVB van 1 december 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië (1) en in het bijzonder artikel 21, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 1 december 2011 Besluit 2011/782/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië vastgesteld. |
|
(2) |
Gelet op de ernst van de situatie in Syrië moeten bijkomende personen en entiteiten worden toegevoegd aan de in de bijlage I bij Besluit 2011/782/GBVB opgenomen lijst van personen en entiteiten die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen. |
|
(3) |
De vermeldingen betreffende een aantal personen die zijn en een entiteit die is opgenomen in bijlage I bij Besluit 2011/782/GBVB moeten worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De in bijlage I bij dit besluit genoemde personen en entiteiten worden toegevoegd aan de lijst in bijlage I bij Besluit 2011/782/GBVB.
Artikel 2
In bijlage I bij Besluit 2011/782/GBVB moeten de inschrijvingen voor de in bijlage II bij dat besluit genoemde personen en entiteit worden vervangen door de inschrijvingen in bijlage II bij dit besluit.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2012.
Voor de Raad
De voorzitster
C. ASHTON
BIJLAGE I
Personen en entiteiten bedoeld in artikel 1
A. Personen
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Redenen |
Datum van plaatsing op de lijst |
|
1. |
Anisa Al Assad (alias Anisah Al Assad) |
Geboren in: 1934 Meisjesnaam: Makhlouf |
Moeder van president Al-Assad. Gezien de nauwe persoonlijke band en de intrinsieke financiële relatie met de Syrische president, Bashar Al Assad, trekt zij profijt van en is zij verbonden met het Syrische regime. |
23.3.2012 |
|
2. |
Bushra Al Assad (a.k.a. Bushra Shawkat) |
Geboren op: 24.10.1960 |
Zus van Bashar al Assad, en echtgenote van Asif Shawkat, adjunct-stafchef voor veiligheid en verkenning. Gezien de nauwe persoonlijke band en de intrinsieke financiële relatie met de Syrische president, Bashar Al Assad, en andere belangrijke figuren van het Syrische regime trekt zij profijt van en is zij verbonden met het Syrische regime. |
23.3.2012 |
|
3. |
Asma Al Assad (alias Asma Fawaz Al Akhras) |
Geboren op: 11.8.1975 Geboorteplaats: Londen, VK Paspoort nummer: 707512830 verloopt op 22.9.2020 Meisjesnaam: Al Akhras |
Echtgenote van Bashar Al Assad. Gezien de nauwe persoonlijke band en de intrinsieke financiële relatie met de Syrische president, Bashar Al Assad, trekt zij profijt van en is zij verbonden met het Syrische regime. |
23.3.2012 |
|
4. |
Manal Al Assad (alias Manal Al Ahmad) |
Geboren op: 2.2.1970 Geboorteplaats: Damascus Paspoort nummer (Syrisch): 0000000914 Meisjesnaam: Al Akhras |
Echtgenote van Maher Al Assad; als zodanig trekt zij profijt van en is zij nauw verbonden met het regime. |
23.3.2012 |
|
5. |
Imad Mohammad Deeb Khamis |
Geboren op: 1.8.1961 Geboorteplaats: nabij Damascus |
Minister van Elektriciteit. Verantwoordelijk voor het gebruik van stroomonderbrekingen als repressiemethode. |
23.3.2012 |
|
6. |
Omar Ibrahim Ghalawanji |
Geboren in: 1954 Geboorteplaats: Tartus |
Minister van Plaatselijk Bestuur. Verantwoordelijk voor de autoriteiten van de plaatselijke besturen en aldus verantwoordelijk voor de repressie tegen de burgerbevolking door de plaatselijke besturen. |
23.3.2012 |
|
7. |
Joseph Suwaid |
Geboren in: 1958 Geboorteplaats: Damascus |
Viceminister en als zodanig nauw betrokken bij het beleid van het regime. |
23.3.2012 |
|
8. |
Ghiath Jeraatli |
Geboren in: 1950 Geboorteplaats: Salamiya |
Viceminister en als zodanig nauw betrokken bij het beleid van het regime. |
23.3.2012 |
|
9. |
Hussein Mahmoud Farzat |
Geboren in: 1957 Geboorteplaats: Hama |
Viceminister en als zodanig nauw betrokken bij het beleid van het regime. |
23.3.2012 |
|
10. |
Yousef Suleiman Al-Ahmad |
Geboren in: 1956 Geboorteplaats: Hasaka |
Viceminister en als zodanig nauw betrokken bij het beleid van het regime. |
23.3.2012 |
|
11. |
Hassan al-Sari |
Geboren in: 1953 Geboorteplaats: Hama |
Viceminister en als zodanig nauw betrokken bij het beleid van het regime. |
23.3.2012 |
|
12. |
Mazen al-Tabba |
Geboren op: 1.1.1958 Geboorteplaats: Damascus Paspoort nr. (Syrisch): 004415063 verloopt op 6.5.2015 |
Zakenpartner van Ihab Makhlouf en Nizar al-Assad (op 23/8/2011 op de lijst geplaatst); samen met Rami Makhlouf eigenaar van het geldwisselbedrijf Al-Diyar lil-Saraafa, dat het beleid van de Syrische centrale bank ondersteunt. |
23.3.2012 |
B. Entiteiten
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Redenen |
Datum van plaatsing op de lijst |
||||||||
|
1. |
Syrian Petroleum company |
|
Oliemaatschappij die staatseigendom is. Verleent financiële steun aan het Syrische regime. |
23.3.2012 |
||||||||
|
2. |
Mahrukat Company (The Syrian Company for the Storage and Distribution of Petroleum Products) |
|
Oliemaatschappij die staatseigendom is. Verleent financiële steun aan het Syrische regime. |
23.3.2012 |
BIJLAGE II
Personen en entiteit bedoeld in artikel 2
|
|
Naam |
Identificatiegegevens |
Redenen |
Datum van plaatsing op de lijst |
|||||
|
1. |
Tarif Akhras |
Geboren op 2 juni 1951 in Homs, Syrië; Syrisch paspoort met nr. 0000092405 |
Vooraanstaand zakenman die de steun geniet van en steun verleent aan het regime. Stichter van Akhras Group (grondstoffen, handel, verwerking, en logistiek) en gewezen voorzitter van de kamer van koophandel van Homs. Onderhoudt nauwe zakenrelaties met de familie van president Al-Assad. Directielid van de Federatie van kamers van koophandel van Syrië. Heeft industrie- en woongebouwen geleverd voor geïmproviseerde detentiekampen, alsook logistieke steun verleend aan het regime (bussen en voertuigen voor het transport van tanks). |
2.9.2011 |
|||||
|
2. |
Issam Anbouba |
Geboren in 1952 in Homs, Syrië |
Voorzitter van Anbouba Agricultural Industries Co. Verleent financiële steun aan het Syrische regime. |
2.9.2011 |
|||||
|
3. |
Ra'if Al-Quwatly (alias Ri'af Al-Quwatli, alias Raeef Al-Kouatly) |
|
Zakenpartner van Maher Al-Assad, van wie hij een aantal zakenbelangen beheert; financiert het regime. |
23.6.2011 |
|||||
|
4. |
Bassam Sabbagh |
Geboren op 24 augustus 1959 in Damascus. Adres: Kasaa, Anwar al Attar Street, al Midani building, Damascus. Syrisch paspoort met nr. 004326765, afgegeven op 2 november 2008, geldig tot november 2014. |
Juridisch en financieel adviseur en zaakvoerder van Rami Makhlouf en Khaldoun Makhlouf. Partner van Bachar Al-Assad bij de financiering van een vastgoedproject in Latakia. Verleent financiële steun aan het regime. |
14.11.2011 |
|||||
|
5. |
Mohamed Hamcho |
Geboren op 20 mei 1966; paspoort met nr. 002954347 |
Syrisch zakenman en lokaal vertegenwoordiger van verscheidene buitenlandse bedrijven; geassocieerd met Maher Al-Assad van wie hij een deel van de financiële en economische belangen beheert; financiert in die hoedanigheid het regime. |
23.5.2011 |
|||||
|
6. |
El-Tel Co. (El-Tel Middle East Company) |
|
Vervaardigt en levert communicatie- en transmissiemasten, alsook andere uitrusting voor het Syrische leger. |
23.9.2011 |
|||||
|
7. |
Rami Makhlouf |
Geboren op 10 juli 1969 in Damascus, paspoort met nr. 454224 |
Syrisch zakenman; neef van president Bashar Al-Assad; heeft controle over het investeringsfonds Al Mahreq, Bena Properties, Cham Holding Syriatel, Souruh Company, en verstrekt in die hoedanigheid financiële steun aan het regime. |
9.5.2011 |
|||||
|
8. |
Ihab (alias Ehab, Iehab) Makhlouf |
Geboren op 21 januari 1973 in Damascus; paspoort met nr. N002848852 |
Voorzitter van Syriatel, dat 50% van zijn winst door middel van zijn licentieovereenkomst doorstort aan de Syrische regering. |
23.5.2011 |