|
ISSN 1977-0758 doi:10.3000/19770758.L_2012.035.nld |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 35 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
55e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2012/71/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 98/2012 van de Commissie van 7 februari 2012 tot verlening van een vergunning voor 6-fytase (EC 3.1.3.26), geproduceerd door Pichia pastoris (DSM 23036), als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen en -kalkoenen, opfokleghennen, opfokkalkoenen, legkippen, andere mest- en legvogels, gespeende biggen, mestvarkens en zeugen (vergunninghouder Huvepharma AD) ( 1 ) |
|
|
|
|
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN
|
8.2.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 35/1 |
Informatie betreffende de datum van ondertekening van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Mozambique
De Europese Unie en de regering van de Republiek Mozambique hebben het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij op 1 februari 2012 te Brussel ondertekend.
Derhalve is het protocol, overeenkomstig artikel 15, met ingang van 1 februari 2012 voorlopig van toepassing.
|
8.2.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 35/2 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 23 januari 2012
betreffende het door de Europese Unie in te nemen standpunt in het Bijzondere Comité EU-Chili inzake douanesamenwerking en oorsprongsregels ten aanzien van bijlage III bij de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking
(2012/71/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De oorsprongsregels zijn van essentieel belang voor de goede werking van de vrijhandelsovereenkomsten tussen de Europese Unie en haar handelspartners, waaronder Chili. De overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds (1) („Associatieovereenkomst”) is op 18 november 2002 ondertekend. |
|
(2) |
Bijlage III bij deze Associatieovereenkomst bevat de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking. Zij is op 1 februari 2003 in werking getreden. |
|
(3) |
Sinds 1 januari 2004 zijn er aantekeningen bij bijlage III van kracht, die de douane duidelijke richtsnoeren verschaffen voor de praktische toepassing van genoemde bijlage. |
|
(4) |
De associatieovereenkomst strekt onder andere, op grond van artikel 58, tot afschaffing van de douanerechten voor producten van oorsprong uit de ene partij die worden uitgevoerd naar de andere partij, in welk verband wordt verwezen naar de in bijlage III bij de overeenkomst opgenomen oorsprongsregels. In artikel 36, lid 2, van de bijlage wordt verwezen naar het „douanegebied van de Gemeenschap”. |
|
(5) |
Het door de Europese Unie in te nemen standpunt in het Bijzondere Comité EU-Chili inzake douanesamenwerking en oorsprongsregels moet worden gebaseerd op het aangehechte ontwerp-besluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het door de Europese Unie in te nemen standpunt in het Bijzondere Comité EU-Chili inzake douanesamenwerking en oorsprongsregels ten aanzien van bijlage III bij de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking, wordt gebaseerd op het ontwerp-besluit van het Bijzondere Comité inzake douanesamenwerking en oorsprongsregels dat aan dit besluit is gehecht.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld
Gedaan te Brussel, 23 januari 2012.
Voor de Raad
De voorzitster
M. GJERSKOV
BESLUIT Nr. …/201_ VAN HET BIJZONDERE COMITÉ EU-CHILI INZAKE DOUANESAMENWERKING EN OORSPRONGSREGELS
van
ten aanzien van bijlage III bij de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking
HET BIJZONDERE COMITÉ,
Gezien de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds (1) („Associatieovereenkomst”), ondertekend op 18 november 2002 en met name het begrip „douanegebied van de Gemeenschap” in artikel 36, lid 2, van bijlage III betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bijlage III bij de associatieovereenkomst bevat de oorsprongsregels voor de producten van oorsprong uit het grondgebied van de partijen bij de overeenkomst. |
|
(2) |
In bijlage III bij de associatieovereenkomst wordt verwezen naar het „douanegebied van de Gemeenschap”. |
|
(3) |
Ten behoeve van een juiste territoriale toepassing van bijlage III bij de associatieovereenkomst wordt het passend geacht om middels een aantekening bij genoemde bijlage te verduidelijken wat onder „Gemeenschap” en „douanegebied van de Gemeenschap” moet worden verstaan, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de toepassing van artikel 36, lid 2, van bijlage III bij de associatieovereenkomst dient onder „douanegebied van de Gemeenschap” te worden verstaan het douanegebied van de Europese Gemeenschap (thans de Europese Unie) zoals omschreven in artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (2), onverminderd latere wijzigingen of intrekkingen van bestaande wetgeving.
Deze aantekening bij bijlage III laat titel VII betreffende Ceuta en Melilla in genoemde bijlage onverlet.
Artikel 2
Voor de toepassing van bijlage III bij de Associatieovereenkomst wordt onder het begrip „Gemeenschap” verstaan het douanegebied van de Europese Gemeenschap (thans de Europese Unie) als bedoeld in artikel 1 van dit besluit.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking 60 dagen na de datum waarop de laatste partij kennis heeft gegeven van het feit dat is voldaan aan haar interne vereisten betreffende de uitvoering van dit besluit.
Gedaan te …,
Voor het Bijzondere Comité
De voorzitter
VERORDENINGEN
|
8.2.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 35/4 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 97/2012 VAN DE COMMISSIE
van 6 februari 2012
tot 164e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk (1), en met name artikel 7, lid 1, onder a), artikel 7 bis, lid 1, en artikel 7 bis, lid 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 worden de personen, groepen en entiteiten opgesomd waarvan de tegoeden en economische middelen krachtens die verordening worden bevroren. |
|
(2) |
Het Sanctiecomité van de VN-Veiligheidsraad heeft op 25 januari 2012 besloten drie natuurlijke personen toe te voegen aan de lijst van personen, groepen en entiteiten waarvan de tegoeden en economische middelen dienen te worden bevroren. Het Sanctiecomité besloot tevens één vermelding in de lijst aan te passen. |
|
(3) |
Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 dient daarom dienovereenkomstig te worden bijgewerkt. |
|
(4) |
Teneinde de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient de verordening onmiddellijk in werking te treden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 6 februari 2012.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Hoofd van de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid
BIJLAGE
Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt als volgt gewijzigd:
|
(1) |
De volgende vermeldingen worden toegevoegd aan de lijst “Natuurlijke personen”:
|
|
(2) |
De vermelding: “Hani Al-Sayyid Al-Sebai (ook bekend als (a) Hani Yousef Al-Sebai, (b) Hani Youssef, (c) Hany Youseff, (d) Hani Yusef, (e) Hani al-Sayyid Al-Sabai, (f) Hani al-Sayyid El Sebai, (g) Hani al-Sayyid Al Siba’i, (h) Hani al-Sayyid El Sabaay, (i) El-Sababt, (j) Abu Tusnin, (k) Abu Akram, (l) Hani El Sayyed Elsebai Yusef, (m) Abu Karim, (n) Hani Elsayed Youssef). Adres: Londen, Verenigd Koninkrijk. Geboortedatum: (a) 1.3.1961, (b) 16.6.1960. Geboorteplaats: Qaylubiyah, Egypte. Egyptische nationaliteit.” op de lijst “Natuurlijke personen” wordt vervangen door: “Hani Al-Sayyid Al-Sebai Yusif (ook bekend als a) Hani Yousef Al-Sebai, b) Hani Youssef, c) Hany Youseff, d) Hani Yusef, e) Hani al-Sayyid Al-Sabai, f) Hani al-Sayyid El Sebai, g) Hani al-Sayyid Al Siba’i, h) Hani al-Sayyid El Sabaay, i) El-Sababt, j) Abu Tusnin, k) Abu Akram, l) Hani El Sayyed Elsebai Yusef, m) Abu Karim, n) Hani Elsayed Youssef). Adres: Londen, Verenigd Koninkrijk. Geboortedatum: a) 1.3.1961, b) 16.6.1960. Geboorteplaats: Qaylubiyah, Egypte. Nationaliteit: Egyptisch. Overige informatie: naam van vader: Mohamed Elsayed Elsebai. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 29.9.2005.” |
|
8.2.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 35/6 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 98/2012 VAN DE COMMISSIE
van 7 februari 2012
tot verlening van een vergunning voor 6-fytase (EC 3.1.3.26), geproduceerd door Pichia pastoris (DSM 23036), als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen en -kalkoenen, opfokleghennen, opfokkalkoenen, legkippen, andere mest- en legvogels, gespeende biggen, mestvarkens en zeugen (vergunninghouder Huvepharma AD)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een vergunningaanvraag voor 6-fytase (EC 3.1.3.26), geproduceerd door Pichia pastoris (DSM 23036), ingediend. Bij de aanvraag waren de krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten gevoegd. |
|
(3) |
De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor 6-fytase (EC 3.1.3.26), geproduceerd door Pichia pastoris (DSM 23036), als toevoegingsmiddel in de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” voor diervoeding voor mestkippen en -kalkoenen, opfokleghennen, opfokkalkoenen, legkippen, andere mest- en legvogels, gespeende biggen, mestvarkens en zeugen. |
|
(4) |
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 11 oktober 2011 (2) geconcludeerd dat 6-fytase (EC 3.1.3.26), geproduceerd door Pichia pastoris (DSM 23036), onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige effecten voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid en het milieu heeft en dat het de vertering van fosfor bij alle doelsoorten en de prestatieparameters bij vogelsoorten kan verbeteren. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend. |
|
(5) |
Uit de beoordeling van 6-fytase (EC 3.1.3.26), geproduceerd door Pichia pastoris (DSM 23036), blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dit preparaat zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „verteringsbevorderaars”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 7 februari 2012.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.
(2) EFSA Journal 2011; 9(11):2414.
BIJLAGE
|
Identificatienummer van het toevoegingsmiddel |
Naam van de vergunninghouder |
Toevoegingsmiddel |
Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimumgehalte |
Maximumgehalte |
Andere bepalingen |
Einde van de vergunningsperiode |
||||||||||||||||||
|
Activiteitseenheden/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: verteringsbevorderaars |
|||||||||||||||||||||||||||
|
4a16 |
Huvepharma AD |
6-fytase (EC 3.1.3.26) |
|
Mestkippen Opfokleghennen Legkippen Andere vogelsoorten met uitzondering van mestkalkoenen en opfokkalkoenen Zeugen |
— |
125 OTU |
— |
|
28 februari 2022 |
||||||||||||||||||
|
Mestkalkoenen Opfokkalkoenen Mestvarkens Biggen (gespeend) |
250 OTU |
||||||||||||||||||||||||||
(1) 1 OTU is de hoeveelheid enzym die in een citraatbuffer met een pH van 5,5 en bij 37 °C 1 micromol anorganisch fosfaat per minuut uit 5,1 mM natriumfytaat vrijmaakt, gemeten als de blauwe kleur van het P-molybdaatcomplex bij 820 nm.
(2) Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het communautaire referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx
|
8.2.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 35/8 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 99/2012 VAN DE COMMISSIE
van 7 februari 2012
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 7 februari 2012.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
José Manuel SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
IL |
156,8 |
|
MA |
59,6 |
|
|
TN |
81,9 |
|
|
TR |
119,4 |
|
|
ZZ |
104,4 |
|
|
0707 00 05 |
EG |
217,9 |
|
JO |
137,5 |
|
|
TR |
185,1 |
|
|
US |
57,6 |
|
|
ZZ |
149,5 |
|
|
0709 91 00 |
EG |
330,9 |
|
ZZ |
330,9 |
|
|
0709 93 10 |
MA |
92,5 |
|
TR |
174,2 |
|
|
ZZ |
133,4 |
|
|
0805 10 20 |
EG |
48,9 |
|
IL |
119,1 |
|
|
MA |
51,9 |
|
|
TN |
52,7 |
|
|
TR |
75,6 |
|
|
ZZ |
69,6 |
|
|
0805 20 10 |
IL |
139,6 |
|
MA |
81,6 |
|
|
ZZ |
110,6 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
CN |
60,2 |
|
IL |
90,7 |
|
|
JM |
98,5 |
|
|
KR |
94,1 |
|
|
MA |
117,5 |
|
|
PK |
55,0 |
|
|
TR |
75,3 |
|
|
ZZ |
84,5 |
|
|
0805 50 10 |
EG |
46,1 |
|
TR |
53,3 |
|
|
ZZ |
49,7 |
|
|
0808 10 80 |
CA |
130,0 |
|
CL |
98,4 |
|
|
CN |
111,9 |
|
|
MA |
59,2 |
|
|
MK |
31,8 |
|
|
US |
142,9 |
|
|
ZZ |
95,7 |
|
|
0808 30 90 |
CL |
216,1 |
|
CN |
60,2 |
|
|
US |
122,0 |
|
|
ZA |
130,3 |
|
|
ZZ |
132,2 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.
Rectificaties
|
8.2.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 35/10 |
Rectificatie van Verordening (EU) nr. 578/2010 van de Commissie van 29 juni 2010 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1216/2009 van de Raad, met betrekking tot de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer van bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen, en de criteria voor de vaststelling van de restitutiebedragen
( Publicatieblad van de Europese Unie L 171 van 6 juli 2010 )
Bladzijde 8, artikel 15, lid 2:
in plaats van:
„2. Bij de vaststelling van de restitutievoeten wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de steunmaatregelen of andere maatregelen van gelijke werking, die voor de basisproducten of de daarmede gelijkgestelde producten in alle lidstaten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1234/2007 worden toegepast op basisproducten of daarmede gelijkgestelde producten.”,
te lezen:
„2. Bij de vaststelling van de restitutievoeten wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de steunmaatregelen of andere maatregelen van gelijke werking, die uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1234/2007 in alle lidstaten worden toegepast op basisproducten of daarmede gelijkgestelde producten.”.
Bladzijde 13, artikel 37, lid 4, eerste en tweede regel:
in plaats van:
„4. Behalve de in artikel 47, lid 3, laatste alinea, van Verordening (EG) nr. 376/2008 bepaalde informatie delen de lidstaten …”,
te lezen:
„4. Behalve de in artikel 47, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 376/2008 bedoelde gegevens, delen de lidstaten …”.
Bladzijde 17, artikel 51, lid 1, onder a):
in plaats van:
|
„a) |
de bedragen, uitgedrukt in euro's, waarvoor in de loop van de vorige maand restitutiecertificaten zijn teruggegeven overeenkomstig artikel 41, lid 1;”, |
te lezen:
|
„a) |
de bedragen, uitgedrukt in euro's, waarvoor in de loop van de vorige maand restitutiecertificaten zijn teruggegeven overeenkomstig artikel 41, leden 1 en 2;”. |
Bladzijde 17, artikel 51, lid 1, onder c):
in plaats van:
|
„c) |
de in artikel 35 bedoelde restitutiecertificaten, uitgedrukt in euro's, die tijdens de vorige maand zijn afgegeven;”, |
te lezen:
|
„c) |
de in artikel 36 bedoelde restitutiecertificaten, uitgedrukt in euro's, die tijdens de vorige maand zijn afgegeven;”. |
Bladzijde 18, artikel 55, eerste alinea:
in plaats van:
„Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.”,
te lezen:
„Deze verordening treedt in werking op de tweede dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.”.