|
ISSN 1977-0758 doi:10.3000/19770758.L_2011.292.nld |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 292 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
54e jaargang |
|
|
|
IV Handelingen die vóór 1 december 2009 zijn aangenomen krachtens het EG-Verdrag, het EU-Verdrag en het Euratom-Verdrag |
|
|
|
* |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
10.11.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 292/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1134/2011 VAN DE COMMISSIE
van 9 november 2011
tot niet-verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof cinidon-ethyl overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De werkzame stof cinidon-ethyl is in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (2) opgenomen voor een periode die verstrijkt op 30 september 2012. |
|
(2) |
Om de aanvragers in staat te stellen hun aanvragen op te stellen en de Commissie in staat te stellen een evaluatie uit te voeren van en een besluit te nemen over die aanvragen, is de opneming bij Richtlijn 2010/77/EU van de Commissie van 10 november 2010 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad wat betreft de geldigheidsduur van de opneming van bepaalde werkzame stoffen in bijlage I (3) tot en met 31 december 2015 verlengd. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 78, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is die stof opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (4) en wordt hij geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009. |
|
(4) |
De Commissie heeft echter geen aanvragen voor de betrokken werkzame stof ontvangen en de termijn voor de indiening van deze aanvragen, als vastgesteld in artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1141/2010 van de Commissie van 7 december 2010 tot vaststelling van de procedure voor de verlenging van de opneming van een tweede groep werkzame stoffen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en tot opstelling van de lijst van die stoffen (5) is verstreken. |
|
(5) |
Bijgevolg mag de goedkeuring van die werkzame stof niet worden verlengd en moet hij worden verwijderd uit deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, vanaf de datum waarop de goedkeuring daarvan zou zijn verstreken, was deze niet bij Richtlijn 2010/77/EU verlengd. |
|
(6) |
Deze verordening laat de mogelijkheid tot indiening van een aanvraag voor deze stof overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 onverlet. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Niet-verlenging van de goedkeuring
De goedkeuring van de werkzame stof cinidon-ethyl wordt niet verlengd.
Artikel 2
Respijtperioden
Een door een lidstaat verleende respijtperiode voor gewasbeschermingsmiddelen die cinidon-ethyl bevatten, verstrijkt uiterlijk op 31 maart 2013 voor de verkoop en de distributie en uiterlijk op 31 maart 2014 voor de verwijdering, de opslag en het gebruik van bestaande voorraden.
Artikel 3
Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011
Deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 4
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 november 2011.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.
(2) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1.
(3) PB L 293 van 11.11.2010, blz. 48.
BIJLAGE
In deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt rij 33 vervangen door:
|
Nummer |
Benaming, identificatienummers |
IUPAC-benaming |
Zuiver-heid (1) |
Datum van goedkeuring |
Geldigheidsduur |
Specifieke bepalingen |
||||
|
„33 |
Cinidon-ethyl CAS-nr. 142891-20-1 CIPAC-nr. 598 |
(Z)-ethyl 2-chloor-3-[2-chloor-5-(cyclohex-1-een-1,2-dicarboximido)fenyl] acrylaat |
940 g/kg |
1 oktober 2002 |
30 september 2012 |
De stof mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide. Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over cinidon-ethyl (met name de aanhangsels I en II) dat op 19 april 2002 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is afgerond. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten:
De toelatingsvoorwaarden moeten waar nodig ook risicobeperkende maatregelen omvatten.” |
(1) De evaluatieverslagen bevatten nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stoffen.
|
10.11.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 292/4 |
VERORDENING (EU) Nr. 1135/2011 VAN DE COMMISSIE
van 9 november 2011
tot opening van een onderzoek naar de mogelijke ontwijking van de bij Verordening (EU) nr. 791/2011 van de Raad ingestelde antidumpingmaatregelen op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China door de invoer van bepaalde uit Maleisië verzonden open weefsels van glasvezels, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, en tot registratie van deze invoer
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 13, lid 3, en artikel 14, leden 3 en 5,
Na raadpleging van het Raadgevend Comité overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening,
Overwegende hetgeen volgt:
A. VERZOEK
|
(1) |
De Europese Commissie („de Commissie”) heeft een verzoek ontvangen op grond van artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening om een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontwijking van de antidumpingmaatregelen die zijn ingesteld op de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en om de invoer van bepaalde uit Maleisië verzonden open weefsels van glasvezels, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, te registreren. |
|
(2) |
Het verzoek werd op 27 september 2011 ingediend door Saint-Gobain Adfors CZ s.r.o., Tolnatext Fonalfeldolgozó és Műszakiszövet-gyártó Bt., Valmieras „Stikla Skiedra” AS en Vitrulan Technical Textiles GmbH, vier producenten in de Unie van bepaalde open weefsels van glasvezels. |
B. PRODUCT
|
(3) |
Bij de mogelijke ontwijking gaat het om open weefsels van glasvezels — met uitzondering van glasvezelschijven — met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel de lengte als de breedte en met een gewicht van meer dan 35g/m2, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7019 51 00 en ex 7019 59 00 („het betrokken product”). |
|
(4) |
Het onderzochte product is identiek aan het in de vorige overweging gedefinieerde product, maar het is verzonden uit Maleisië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, en valt momenteel onder dezelfde GN-codes als het betrokken product. |
C. BESTAANDE MAATREGELEN
|
(5) |
De thans geldende maatregelen die mogelijk worden ontweken, zijn antidumpingmaatregelen die zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 van de Raad (2). |
D. MOTIVERING
|
(6) |
Het verzoek bevat voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China worden ontweken door overlading via Maleisië. Het onderstaande bewijsmateriaal is overgelegd: |
|
(7) |
In het verzoek wordt aangetoond dat na de instelling van maatregelen voor het betrokken product een aanzienlijke verandering in de structuur van het handelsverkeer heeft plaatsgevonden wat betreft de uitvoer uit de Volksrepubliek China en Maleisië naar de Unie en dat hiervoor afgezien van de instelling van het antidumpingrecht onvoldoende reden of rechtvaardiging bestaat. |
|
(8) |
Deze verandering in het handelspatroon lijkt te zijn veroorzaakt door overlading van bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China via Maleisië. |
|
(9) |
Verder bevat het verzoek voldoende voorlopig bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de corrigerende werking van de thans voor het betrokken product geldende antidumpingmaatregelen wordt ondermijnd, zowel wat de hoeveelheden als wat de prijzen betreft. In plaats van het betrokken product blijken aanzienlijke hoeveelheden van het onderzochte product te worden ingevoerd. Bovendien is er voldoende bewijs dat het onderzochte product wordt ingevoerd tegen prijzen die aanzienlijk lager zijn dan de geen schade veroorzakende prijs die werd vastgesteld in het kader van het onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid. |
|
(10) |
Ten slotte bevat het verzoek voldoende voorlopig bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de prijzen van het onderzochte product dumpingprijzen zijn ten opzichte van de normale waarde die eerder voor het betrokken product is vastgesteld. |
|
(11) |
Mocht bij het onderzoek blijken dat er, naast overlading, ook andere ontwijkingspraktijken via Maleisië worden toegepast in de zin van artikel 13 van de basisverordening, dan kan het onderzoek ook op die praktijken betrekking hebben. |
E. PROCEDURE
|
(12) |
Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat er voldoende bewijsmateriaal is om een onderzoek te openen overeenkomstig artikel 13, lid 3, van de basisverordening en de invoer van het onderzochte product, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, te registreren overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening. |
a) Vragenlijsten
|
(13) |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de bekende producenten-exporteurs en de bekende verenigingen van producenten-exporteurs in Maleisië, aan de bekende producenten-exporteurs en de bekende verenigingen van producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China, aan de bekende importeurs en de bekende verenigingen van importeurs in de Unie en aan de autoriteiten van de Volksrepubliek China en Maleisië. Zo nodig kunnen ook inlichtingen worden ingewonnen bij de bedrijfstak van de Unie. |
|
(14) |
In ieder geval moeten alle belanghebbenden zo spoedig mogelijk, maar binnen de in artikel 3 van deze verordening vermelde termijn, contact opnemen met de Commissie en binnen de in artikel 3, lid 1, van deze verordening vermelde termijn een vragenlijst aanvragen, aangezien de in artikel 3, lid 2, van deze verordening vermelde termijn voor alle belanghebbenden geldt. |
|
(15) |
De autoriteiten van de Volksrepubliek China en Maleisië zullen van de opening van het onderzoek op de hoogte worden gebracht. |
b) Schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie
|
(16) |
Belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal te verstrekken. Voorts kan de Commissie belanghebbenden horen, mits zij daar schriftelijk om verzoeken en kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. |
c) Vrijstelling van registratie van de invoer of van maatregelen
|
(17) |
Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening kan de invoer van het onderzochte product van registratie of maatregelen worden vrijgesteld als deze invoer niet plaatsvindt met ontwijking. |
|
(18) |
Aangezien de mogelijke ontwijking buiten de Unie plaatsvindt, kan overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening vrijstelling worden verleend aan producenten van bepaalde open weefsels van glasvezels in Maleisië die kunnen aantonen dat zij niet verbonden (3) zijn met de producenten waarop de maatregelen (4) van toepassing zijn, en dat zij niet betrokken zijn bij enige ontwijking als omschreven in artikel 13, leden 1 en 2, van de basisverordening. Producenten die een vrijstelling wensen te krijgen, moeten binnen de in artikel 3, lid 3, van deze verordening vermelde termijn een voldoende met bewijsmateriaal gestaafd verzoek daartoe indienen. |
F. REGISTRATIE
|
(19) |
Ingevolge artikel 14, lid 5, van de basisverordening dient de invoer van het onderzochte product te worden geregistreerd zodat, indien bij het onderzoek blijkt dat er van ontwijking sprake is, met terugwerkende kracht passende antidumpingrechten kunnen worden geheven vanaf de dag waarop met de registratie van deze uit Maleisië verzonden invoer is begonnen. |
G. TERMIJNEN
|
(20) |
Met het oog op een behoorlijk bestuur moeten termijnen worden vastgesteld waarbinnen:
|
|
(21) |
De aandacht wordt erop gevestigd dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de in artikel 3 van deze verordening vermelde termijn bij de Commissie kenbaar maakt. |
H. NIET-MEDEWERKING
|
(22) |
Indien een belanghebbende binnen de vastgestelde termijnen toegang tot de nodige gegevens weigert, deze niet verstrekt of het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin. |
|
(23) |
Blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, dan worden deze buiten beschouwing gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt. Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de bevindingen daarom overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kunnen de resultaten voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan indien hij wel medewerking had verleend. |
I. TIJDSCHEMA VAN HET ONDERZOEK
|
(24) |
Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 13, lid 3, van de basisverordening binnen negen maanden na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie worden afgesloten. |
J. VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS
|
(25) |
Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (5). |
K. HEARING
|
(26) |
Indien belanghebbenden van mening zijn dat zij bij de uitoefening van hun recht van verweer moeilijkheden ondervinden, kunnen zij vragen dat de voor hearings bevoegde ambtenaar van het directoraat-generaal Handel wordt ingeschakeld. Hij fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de diensten van de Commissie en kan zo nodig aanbieden te bemiddelen in procedurele kwesties aangaande de bescherming van hun belangen tijdens de procedure, met name voor kwesties inzake toegang tot het dossier, vertrouwelijkheid, verlenging van termijnen en behandeling van schriftelijke en/of mondelinge opmerkingen. Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de webpagina’s van de voor hearings bevoegde ambtenaar op de website van DG Handel: (http://ec.europa.eu/trade/tackling-unfair-trade/hearing-officer/index_en.htm), |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Krachtens artikel 13, lid 3, van de basisverordening wordt een onderzoek geopend om vast te stellen of bij de invoer in de Unie van open weefsels van glasvezels — met uitzondering van glasvezelschijven — met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel de lengte als de breedte en met een gewicht van meer dan 35g/m2, verzonden uit Maleisië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, en momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7019 51 00 en ex 7019 59 00 (Taric-codes 7019 51 en 7019 59 00 11), de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 ingestelde maatregelen worden ontweken.
Artikel 2
De douaneautoriteiten wordt overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening opgedragen de nodige maatregelen te nemen om de invoer in de Unie van de in artikel 1 van deze verordening omschreven goederen te registreren.
De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.
De Commissie kan de douaneautoriteiten bij verordening opdragen de registratie van de invoer in de Unie te beëindigen indien de betrokken producten zijn vervaardigd door producenten die om vrijstelling van registratie hebben verzocht en van wie is vastgesteld dat zij aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoen.
Artikel 3
1. Vragenlijsten moeten bij de Commissie worden aangevraagd binnen 15 dagen na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2. Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten, tenzij anders bepaald, binnen 37 dagen na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie contact met de Commissie opnemen, hun standpunt schriftelijk uiteenzetten en hun antwoorden op de vragenlijst en andere informatie verstrekken.
3. Producenten in Maleisië die vrijstelling wensen te verkrijgen van registratie van de invoer of van de maatregelen dienen binnen dezelfde termijn van 37 dagen een met bewijsmateriaal gestaafd verzoek in te dienen.
4. Binnen dezelfde termijn van 37 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord.
5. Belanghebbenden dienen alle opmerkingen en verzoeken elektronisch (niet-vertrouwelijke via e-mail, vertrouwelijke op cd-r/dvd) toe te zenden onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon en fax. Volmachten en ondertekende certificaten, die bij de antwoorden op de vragenlijst worden gevoegd, alsmede bijwerkingen daarvan moeten echter op papier, per post of in persoon, op onderstaand adres worden ingediend. Overeenkomstig artikel 18, lid 2, van de basisverordening moet een belanghebbende de Commissie onmiddellijk op de hoogte brengen als hij niet in staat is zijn opmerkingen en verzoeken elektronisch in te dienen. Nadere informatie over de correspondentie met de Commissie vinden belanghebbenden op de volgende pagina van de website van het directoraat-generaal Handel: http://ec.europa.eu/trade/tackling-unfair-trade/trade-defence. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in deze verordening gevraagde informatie, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die op vertrouwelijke basis worden verstrekt, moeten van het opschrift „Limited” (6) zijn voorzien en moeten overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de basisverordening vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie met de vermelding „For inspection by interested parties”.
Correspondentieadres:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat H |
|
Kamer N105 4/92 |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
|
Fax + 32 22993704 |
|
E-mail: TRADE-AC-MESH@ec.europa.eu |
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 november 2011.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.
(2) PB L 204 van 9.8.2011, blz. 1.
(3) Overeenkomstig artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie houdende bepalingen ter uitvoering van het communautaire douanewetboek worden personen slechts geacht te zijn verbonden indien: a) zij functionaris of directeur zijn in elkaars ondernemingen; b) zij door wettelijke bepalingen worden erkend als in zaken verbonden; c) de één de werkgever is van de ander; d) enig persoon direct of indirect 5 % of meer van het stemgerechtigde uitstaande kapitaal of aandelen van beiden bezit, controleert of houdt; e) één van hen direct of indirect zeggenschap over de anderen heeft; f) een derde persoon direct of indirect zeggenschap heeft over beiden; g) zij samen, direct of indirect, een derde persoon controleren; of h) zij behoren tot dezelfde familie. Personen worden slechts geacht leden te zijn van dezelfde familie indien zij op een van de volgende wijzen met elkaar bloed- of aanverwant zijn: i) echtgenoot en echtgenote, ii) ouder en kind, iii) broer en zuster (of halfbroer en halfzuster), iv) grootouder en kleinkind, v) oom of tante en neef of nicht, vi) schoonouder en schoonzoon of -dochter, vii) zwager en schoonzuster (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1). In deze context worden onder persoon zowel natuurlijke als rechtspersonen verstaan.
(4) Indien producenten evenwel in bovenbedoelde zin verbonden zijn met ondernemingen die onderworpen zijn aan de maatregelen die van kracht zijn ten aanzien van de invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China (de oorspronkelijke antidumpingmaatregelen), kan hun toch vrijstelling worden verleend als er geen bewijs is dat die verbondenheid tot stand is gekomen of gebruikt werd om de oorspronkelijke maatregelen te ontwijken.
(5) PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.
(6) Een „ Limited ”-document wordt als vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van Verordening (EG) 1225/2009 (in de tekst de basisverordening genoemd) en artikel 6 van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (de antidumpingovereenkomst) beschouwd. Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
|
10.11.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 292/8 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1136/2011 VAN DE COMMISSIE
van 9 november 2011
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 10 november 2011.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 november 2011.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
José Manuel SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
AL |
64,0 |
|
MA |
47,8 |
|
|
MK |
61,4 |
|
|
TR |
85,9 |
|
|
ZZ |
64,8 |
|
|
0707 00 05 |
AL |
64,0 |
|
EG |
161,4 |
|
|
TR |
135,1 |
|
|
ZZ |
120,2 |
|
|
0709 90 70 |
AR |
61,1 |
|
MA |
70,1 |
|
|
TR |
146,8 |
|
|
ZZ |
92,7 |
|
|
0805 20 10 |
MA |
80,2 |
|
ZA |
74,4 |
|
|
ZZ |
77,3 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
AR |
54,5 |
|
HR |
10,3 |
|
|
IL |
76,0 |
|
|
MA |
79,7 |
|
|
TR |
81,8 |
|
|
UY |
54,6 |
|
|
ZZ |
59,5 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
58,5 |
|
BO |
59,5 |
|
|
TR |
67,5 |
|
|
ZA |
40,1 |
|
|
ZZ |
56,4 |
|
|
0806 10 10 |
BR |
231,5 |
|
CL |
73,3 |
|
|
EC |
65,7 |
|
|
LB |
291,0 |
|
|
TR |
144,2 |
|
|
US |
268,2 |
|
|
ZA |
80,8 |
|
|
ZZ |
165,0 |
|
|
0808 10 80 |
CA |
145,0 |
|
CL |
90,0 |
|
|
CN |
67,2 |
|
|
MK |
41,0 |
|
|
NZ |
127,6 |
|
|
ZA |
150,1 |
|
|
ZZ |
103,5 |
|
|
0808 20 50 |
CN |
50,3 |
|
TR |
133,1 |
|
|
ZZ |
91,7 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.
|
10.11.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 292/10 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1137/2011 VAN DE COMMISSIE
van 9 november 2011
tot wijziging van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 971/2011 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2011/12
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),
Gezien Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name artikel 36, lid 2, tweede alinea, tweede zin,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2011/12 zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 971/2011 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1103/2011 van de Commissie (4). |
|
(2) |
Naar aanleiding van de gegevens waarover de Commissie momenteel beschikt, dienen deze bedragen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 951/2006 te worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bij Verordening (EG) nr. 951/2006 voor het verkoopseizoen 2011/12 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 971/2011 bedoelde producten worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 10 november 2011.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 november 2011.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
José Manuel SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.
(2) PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.
BIJLAGE
Gewijzigde bedragen van de representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 95 die gelden met ingang van 10 november 2011
|
(EUR) |
||
|
GN-code |
Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product |
Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product |
|
1701 11 10 (1) |
43,24 |
0,00 |
|
1701 11 90 (1) |
43,24 |
1,93 |
|
1701 12 10 (1) |
43,24 |
0,00 |
|
1701 12 90 (1) |
43,24 |
1,64 |
|
1701 91 00 (2) |
49,57 |
2,60 |
|
1701 99 10 (2) |
49,57 |
0,00 |
|
1701 99 90 (2) |
49,57 |
0,00 |
|
1702 90 95 (3) |
0,50 |
0,22 |
(1) Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.
(2) Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.
(3) Vaststelling per procent sacharose.
IV Handelingen die vóór 1 december 2009 zijn aangenomen krachtens het EG-Verdrag, het EU-Verdrag en het Euratom-Verdrag
|
10.11.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 292/12 |
BESLUIT VAN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA
Nr. 472/09/COL
van 25 november 2009
houdende de vijfenzeventigste wijziging van de formele en materiële regels op het gebied van staatssteun door invoeging van een nieuw hoofdstuk betreffende het herstel van de levensvatbaarheid en de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen in de financiële sector in de huidige crisis met inachtneming van de staatssteunregels
DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA (1),
GEZIEN de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2), en met name de artikelen 61, 62 en 63 en Protocol nr. 26,
GEZIEN de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie (3), en met name artikel 24 en artikel 5, lid 2, onder b),
Overwegende hetgeen volgt:
Overeenkomstig artikel 24 van de toezichtovereenkomst geeft de Autoriteit aan de staatssteunbepalingen van de EER-overeenkomst.
Overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder b), van de toezichtovereenkomst, maakt de Autoriteit mededelingen en richtsnoeren bekend over aangelegenheden waarop de EER-overeenkomst betrekking heeft, indien die overeenkomst of de toezichtovereenkomst daarin uitdrukkelijk voorziet of indien de Autoriteit zulks nodig acht.
Op 19 januari 1994 heeft de Autoriteit de formele en materiële regels op het gebied van overheidssteun vastgesteld (4).
Op 14 augustus 2009 heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen (hierna „de Europese Commissie” genoemd) een mededeling goedgekeurd betreffende het herstel van de levensvatbaarheid en de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen in de financiële sector in de huidige crisis met inachtneming van de staatssteunregels (5).
Die mededeling is tevens voor de Europese Economische Ruimte relevant.
Een eenvormige toepassing van de EER-regels inzake staatssteun in de gehele Europese Economische Ruimte dient te worden gewaarborgd.
Ingevolge punt II onder de titel „ALGEMEEN” aan het einde van bijlage XV bij de EER-overeenkomst dient de Autoriteit, na overleg met de Europese Commissie, besluiten vast te stellen die met de besluiten van de Europese Commissie overeenstemmen.
De Autoriteit heeft de Europese Commissie geraadpleegd en heeft de EVA-staten in dat verband bij schrijven van 20 oktober 2009 geraadpleegd (Event nrs. 534132, 534133 en 534134),
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De richtsnoeren staatssteun worden gewijzigd door de invoeging van een nieuw hoofdstuk betreffende het herstel van de levensvatbaarheid en de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen in de financiële sector in de huidige crisis met inachtneming van de staatssteunregels. Het nieuwe hoofdstuk is in de bijlage bij dit besluit opgenomen.
Artikel 2
Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek.
Gedaan te Brussel, 25 november 2009.
Voor de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA
Per SANDERUD
De voorzitter
Kurt JÄGER
Lid van het College
(1) Hierna „de Autoriteit” genoemd.
(2) Hierna „de EER-overeenkomst” genoemd.
(3) Hierna „de toezichtovereenkomst” genoemd.
(4) Richtsnoeren voor de toepassing en uitlegging van de artikelen 61 en 62 van de EER-overeenkomst en artikel 1 van Protocol nr. 3 bij de toezichtovereenkomst, op 19 januari 1994 vastgesteld en uitgevaardigd door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, bekendgemaakt in Publicatieblad van de Europese Unie L 231 van 3.9.1994, en EER-supplement nr. 32 van 3.9.1994, blz. 1 (hierna „de richtsnoeren staatssteun” genoemd). Een geactualiseerde versie van de richtsnoeren staatssteun is beschikbaar op de website van de Autoriteit: http://www.eftasurv.int/state-aid/legal-framework/state-aid-guidelines/
BIJLAGE
HOOFDSTUK BETREFFENDE HET HERSTEL VAN DE LEVENSVATBAARHEID EN DE BEOORDELING VAN DE HERSTRUCTURERINGSMAATREGELEN IN DE FINANCIËLE SECTOR IN DE HUIDIGE CRISIS MET INACHTNEMING VAN DE STAATSSTEUNREGELS (1)
1. Inleiding
|
1. |
Het vertrouwensherstel en wederom goed functionerende financiële markten zijn een absolute voorwaarde om uit de huidige financiële en economische crisis te geraken. (2) De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA (hierna „de Autoriteit” genoemd) wijst erop dat, gezien het systemische karakter van de crisis en de nauwe verwevenheid van de financiële sector, op Gemeenschapsniveau een aantal initiatieven is genomen om het vertrouwen in het financiële bestel te herstellen, de interne markt te beschermen en de kredietverlening aan de economie gaande te houden (3). |
|
2. |
De Autoriteit is het ermee eens dat deze initiatieven moeten worden geflankeerd door initiatieven op het niveau van de individuele financiële instellingen, om deze in staat te stellen de huidige crisis te doorstaan en op lange termijn opnieuw levensvatbaar te worden zonder van staatssteun afhankelijk te zijn, zodat zij hun functie van kredietverschaffers op een stevigere basis kunnen uitvoeren. Op communautair niveau heeft de Europese Commissie al een aantal staatssteunzaken in behandeling, waarin EU-lidstaten maatregelen hebben genomen om problemen op het gebied van liquiditeit, solvabiliteit of kredietverlening te voorkomen. De Autoriteit heeft in drie opeenvolgende hoofdstukken van haar richtsnoeren staatssteun het nodige houvast geboden met betrekking tot de vormgeving en tenuitvoerlegging van staatssteun aan banken (4). In die hoofdstukken werd erkend dat de ernst van de crisis rechtvaardigde dat met artikel 61, lid 3, onder b), van de EER-overeenkomst verenigbaar geachte steun is verleend, en hebben een kader geboden opdat de door de EVA-staten genomen maatregelen inzake overheidsgaranties, herkapitalisatie en ondersteuning van aan bijzondere waardevermindering onderhevige activa (impaired asset relief of activaondersteuning) coherent verlopen. Hoofddoel van die regels is ervoor te zorgen dat met reddingsmaatregelen de doelstellingen van financiële stabiliteit en het gaande houden van kredietstromen worden bereikt, terwijl toch wordt gezorgd voor een gelijk speelveld tussen de banken (5) in de verschillende EVA-staten en tussen banken die wél en banken die geen overheidssteun ontvangen, zodat schadelijke subsidiewedlopen worden vermeden, de moral hazard wordt beperkt en de concurrentiepositie en de slagkracht van de EER-banken op de EER- en internationale markten is verzekerd. |
|
3. |
De staatssteunregels bieden een instrument om coherentie te waarborgen bij de maatregelen welke zijn genomen door de EVA-Staten die hebben besloten in te grijpen. Toch blijft de keuze voor het al dan niet inzetten van overheidsmiddelen, bijvoorbeeld om banken te beschermen tegen aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa, bij de EVA-staten berusten. In sommige gevallen zullen financiële instellingen in staat zijn de huidige crisis te doorstaan zonder dat ingrijpende aanpassingen of verdere steun nodig is. In andere gevallen is misschien wel staatssteun nodig, in de vorm van garanties, herkapitalisatie of activaondersteuning. |
|
4. |
Wanneer een financiële instelling staatssteun heeft ontvangen, moet de EVA-staat een plan voor het herstel van de levensvatbaarheid of een plan voor een ingrijpendere herstructurering indienen, om de levensvatbaarheid van de banken op lange termijn te bevestigen of te herstellen zonder dat nog een beroep op staatssteun behoeft te worden gedaan. Er zijn al criteria vastgesteld om te bepalen onder welke omstandigheden een bank mogelijk een ingrijpendere herstructurering moet ondergaan en wanneer maatregelen nodig zijn om een oplossing te bieden voor de door de steun veroorzaakte concurrentievervalsing (6). Dit hoofdstuk laat die criteria onverlet. Het vult deze, met het oog op een betere voorspelbaarheid en een coherentere aanpak, aan met een uiteenzetting van de wijze waarop de Autoriteit herstructureringssteun (7) van EVA-staten aan financiële instellingen in de omstandigheden van de huidige systeemcrisis op hun verenigbaarheid met artikel 61, lid 3, onder b), van de EER-overeenkomst zal beoordelen. |
|
5. |
In de bankrichtsnoeren, de herkapitalisatierichtsnoeren en de richtsnoeren besmette activa worden de basisbeginselen herhaald die zijn uiteengezet in de richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun voor ondernemingen in moeilijkheden (8). Volgens die beginselen moet herstructureringssteun in de eerste plaats ertoe leiden dat de onderneming op de lange termijn opnieuw levensvatbaar wordt zonder staatssteun. Dit betekent ook dat herstructureringssteun, voor zover mogelijk, vergezeld moet gaan van een passende lastenverdeling en van maatregelen om de concurrentieverstoring tot een minimum te beperken, want anders zou de structuur en het functioneren van de betrokken markt op lange termijn fundamenteel worden verzwakt. |
|
6. |
Bij de toepassing van die beginselen moeten de integriteit van de interne markt en de ontwikkeling van banken in de hele EER een fundamentele overweging zijn: fragmentering en compartimentering van de markt dient te worden vermeden. Wanneer de huidige crisis eenmaal achter de rug is, moeten de EER-banken internationaal sterk staan dankzij de interne financiële markt in de EER. De Autoriteit herhaalt ook dat sociaal verantwoord op veranderingen moet worden geanticipeerd en dat deze moeten worden beheerst, en zij beklemtoont dat de nationale wetgeving tot omzetting van de Gemeenschapsrichtlijnen inzake informatie en raadpleging van werknemers die onder dergelijke omstandigheden geldt, in acht moet worden genomen. |
|
7. |
In dit hoofdstuk zet de Autoriteit uiteen hoe zij steun ten behoeve van de herstructurering van banken in de huidige crisis zal onderzoeken, rekening houdende met de noodzaak om de bestaande beschikkingspraktijk aan te passen in het licht van de aard en wereldwijde omvang van de crisis, de systeemrelevante functie van de banksector voor de hele economie en de systeemeffecten die gaan spelen doordat een aantal banken binnen dezelfde termijn moeten herstructureren:
|
|
8. |
Onderdeel 2 van dit hoofdstuk is van toepassing op gevallen waarin de EVA-staat verplicht is een herstructureringsplan in te dienen (10). De beginselen die aan onderdeel 2 ten grondslag liggen, gelden per analogiam voor de gevallen waarin de EVA-staat niet formeel verplicht is een herstructureringsplan in te dienen, maar niettemin de levensvatbaarheid van de begunstigde bank moet aantonen (11). In dat laatste geval, en behalve in geval van twijfel, zal de Autoriteit doorgaans minder gedetailleerde informatie eisen (12). In geval van twijfel zal de Autoriteit met name het bewijs verlangen dat, overeenkomstig punt 13, de nodige stresstests zijn uitgevoerd en dat de uitkomsten van de stresstests door de bevoegde nationale autoriteit zijn gevalideerd. De onderdelen 3, 4 en 5 gelden alleen wanneer de EVA-staat verplicht is een herstructureringsplan in te dienen. Onderdeel 6 betreft de beperking in de tijd van de werking van dit hoofdstuk en geldt ten aanzien van zowel EVA-staten die een herstructureringsplan voor de begunstigde moeten indienen, als EVA-staten die alleen de levensvatbaarheid van de begunstigden dienen aan te tonen. |
2. Herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn
|
9. |
Wanneer een EVA-staat, op grond van eerdere richtsnoeren of besluiten van de Autoriteit, verplicht is een herstructureringsplan in te dienen (13), moet het een alomvattend en gedetailleerd plan zijn dat op een samenhangend concept is gebaseerd. Uit dat plan moet blijken hoe de bank zo snel mogelijk opnieuw levensvatbaar zal worden zonder staatssteun (14). Wanneer een herstructureringsplan wordt aangemeld, moet dat vergezeld gaan van een vergelijking met alternatieve scenario’s (zoals opsplitsing van de bank of opslorping door een andere bank), zodat de Autoriteit kan nagaan (15) of er meer marktgerichte, minder dure of minder verstorende oplossingen voorhanden zijn die stroken met de doelstelling van het behoud van de financiële stabiliteit. Ingeval de bank niet opnieuw levensvatbaar kan worden gemaakt, dient het herstructureringsplan ook aan te geven hoe de bank gecontroleerd kan worden geliquideerd. |
|
10. |
Het herstructureringsplan dient te vermelden wat de oorzaken van problemen van de bank zijn en wat de eigen zwakke punten van de bank zijn, en dient aan te geven hoe de voorgenomen herstructureringsmaatregelen de onderliggende problemen van de bank kunnen oplossen. |
|
11. |
Het herstructureringsplan dient informatie te geven over het businessmodel van de begunstigde onderneming, en met name haar organisatiestructuur, haar funding (waarbij de levensvatbaarheid van haar korte en lange funding wordt aangetoond (16)), haar corporate governance (waarbij wordt aangetoond dat belangenconflicten worden voorkomen en dat ook de nodige veranderingen binnen het management plaatsvinden (17)), haar risicobeheer (zoals het verschaffen van openheid over aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa en prudente voorzieningen voor naar verwachting non-performing activa) en asset-liability management (ALM), het genereren van kasstromen (die zonder staatssteun een voldoende niveau dienen te bereiken), hun buiten-balans-verplichtingen (waarvan moet worden aangetoond dat zij houdbaar zijn en worden geconsolideerd indien de risicoblootstelling van de bank aanzienlijk is (18), de omvang van de hefboom, de huidige en toekomstige kapitaaltoereikendheid volgens de geldende toezichtseisen (op basis van een voorzichtige waardering en het aanleggen van afdoende voorzieningen) en de belonings- en incentive-structuur (19) (waarbij wordt aangetoond hoe deze de winstgevendheid van de begunstigde op lange termijn bevordert). |
|
12. |
De levensvatbaarheid van elke bedrijfsactiviteit en elk winstcentrum dient te worden onderzocht, met de nodige uitsplitsing. Het herstel van de levensvatbaarheid van de bank dient vooral het resultaat te zijn van interne maatregelen. Het mag berusten op externe factoren — zoals prijs- en vraagfluctuaties — waarop de onderneming slechts weinig invloed kan uitoefenen, doch alleen mits de veronderstellingen inzake de marktontwikkeling algemeen zijn geaccepteerd. Een herstructurering vereist een terugtrekking uit activiteiten die op middellange termijn structureel verliesgevend zouden blijven. |
|
13. |
Levensvatbaarheid op lange termijn wordt bereikt wanneer een bank in staat is al haar kosten te dekken, daaronder begrepen afschrijvingen en financiële lasten, en een passend rendement op vermogen te bieden, rekening houdende met het risicoprofiel van de bank. De geherstructureerde bank moet op eigen kracht op de markt kunnen concurreren om kapitaal, met inachtneming van de toepasselijke wettelijke voorschriften. De van de geplande herstructurering verwachte uitkomsten dienen te worden aangetoond in een basisscenario, maar ook in stressscenario’s. Daartoe dienen de herstructureringsplannen rekening te houden met onder meer de huidige toestand van en de vooruitzichten voor de financiële markten, aan de hand van neutrale en worstcasescenario’s. Bij het uitvoeren van deze stresstests dient een reeks scenario’s te worden onderzocht, daaronder begrepen een samenloop van stress-events en een aanhoudende wereldwijde recessie. Deze aannames dienen te worden vergeleken met passende sectorspecifieke benchmarks, die afdoende zijn aangepast om rekening te houden met de nieuwe elementen van de huidige crisis op de financiële markten. Het plan moet maatregelen bevatten om te kunnen voldoen aan eventuele behoeften die bij deze stresstests aan het licht komen. De stresstests dienen zo veel mogelijk te zijn gebaseerd op gemeenschappelijke paramaters zoals die welke op Gemeenschapsniveau zijn overeengekomen (zoals een methode die is ontwikkeld door het Comité van Europese bankentoezichthouders (CEBS)) en dienen zo nodig te worden aangepast zodat zij zijn toegesneden op de omstandigheden van het land en de bank in kwestie. |
|
14. |
In de huidige crisis hebben overheden de banken geherkapitaliseerd op voorwaarden die in hoofdzaak zijn gekozen met het oog op financiële stabiliteit, en niet zozeer wegens het rendement dat voor een particuliere investeerder aanvaardbaar was geweest. Voor een herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn is het daarom nodig dat de ontvangen staatssteun mettertijd wordt terugbetaald, zoals op het tijdstip van de steunverlening was voorzien, of dat daarover een marktconforme vergoeding wordt betaald, zodat de zekerheid bestaat dat er een einde komt aan iedere vorm van extra staatssteun. Aangezien de EER-overeenkomst de regeling van het eigendomsrecht onverlet laat, zijn de staatssteunregels van toepassing ongeacht of een bank particulier of publiek eigendom is. |
|
15. |
Hoewel de herstructureringperiode zo kort mogelijk moet zijn om de levensvatbaarheid spoedig te herstellen, zal de Autoriteit toch rekening houden met de huidige crisissituatie en kan zij derhalve toestaan dat de volledige uitvoering van bepaalde structurele maatregelen meer tijd in beslag neemt dan doorgaans het geval is, met name om te voorkomen dat de markten onder druk komen door paniekverkopen (20). Niettemin dient de herstructurering zo snel mogelijk ten uitvoer te worden gelegd en mag deze niet meer dan vijf jaar duren (21) om effect te kunnen sorteren en om een geloofwaardig herstel van de levensvatbaarheid van de geherstructureerde bank mogelijk te maken. |
|
16. |
Mocht tijdens de duur van de herstructurering voor het herstel van de levensvatbaarheid meer steun nodig zijn dan in het aangemelde herstructureringsplan aanvankelijk was voorzien, dan dient deze vooraf afzonderlijk te worden aangemeld en wordt de verdere steun mede in aanmerking genomen in het eindbesluit van de Autoriteit. |
Herstel van de levensvatbaarheid door verkoop van een bank
|
17. |
De verkoop van een noodlijdende bank aan een andere financiële instelling kan bijdragen tot het herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn, indien de overnemer levensvatbaar is en de overdracht van de noodlijdende bank kan verwerken en kan helpen om het vertrouwen van de markt te herstellen. Voorts kan de verkoop bijdragen tot de consolidatie van de financiële sector. Met het oog daarop dient de overnemer aan te tonen dat de nieuw ontstane entiteit levensvatbaar zal zijn. Bij een verkoop dienen ook de voorwaarden inzake levensvatbaarheid, de te leveren eigen bijdrage en het beperken van de concurrentievervalsing in acht te worden genomen. |
|
18. |
Doorgaans zal voor een transparante, objectieve, onvoorwaardelijke en niet-discriminerende tenderprocedure moeten worden gezorgd om alle kandidaat-bieders gelijke kansen te bieden (22). |
|
19. |
Voorts is het zo dat, onverminderd het stelsel voor concentratiecontrole dat mogelijk nog van toepassing is — waarbij wordt erkend dat de verkoop van een gesteunde, noodlijdende bank aan een concurrent kan bijdragen zowel tot het herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn, als tot een verdere consolidatie van de financiële sector kan leiden — de verkoop, wanneer deze op het eerste gezicht in een aanzienlijke belemmering van een daadwerkelijke mededinging kan resulteren, alleen mag worden toegestaan indien de concurrentievervalsing wordt bestreden met passende corrigerende maatregelen die de steun flankeren. |
|
20. |
Bij de verkoop van een bank kan ook steun worden verleend aan de overnemer en/of de verkochte activiteiten (23). Wanneer de verkoop plaatsvindt in de vorm van een open en onvoorwaardelijke tenderprocedure en de activa naar de meest biedende gegadigde gaan, wordt de verkoopprijs geacht de marktprijs te zijn en mag worden uitgesloten dat er sprake is van steun aan de overnemer (24). Een negatieve verkoopprijs (of financiële steun ter compensatie van een dergelijke negatieve prijs) kan in uitzonderlijke omstandigheden worden aanvaard als een maatregel die geen staatssteun omvat, indien de verkoper bij een liquidatie hogere kosten had moeten dragen (25). Om de kosten van een liquidatie onder dergelijke omstandigheden te berekenen, zal de Autoriteit alleen de verplichtingen in aanmerking nemen die een particuliere investeerder handelend in een markteconomie had aangegaan (26). Daarmee worden uit staatssteun resulterende verplichtingen uitgesloten (27). |
|
21. |
Een gecontroleerde liquidatie of een veiling van een bank in staat van faillissement dient steeds te worden overwogen wanneer de bank haar levensvatbaarheid niet geloofwaardig kan herstellen. Overheden moeten aanmoedigen dat niet levensvatbare marktdeelnemers van de markt verdwijnen, maar zij moeten dit proces wel laten verlopen binnen een passend tijdsschema dat de financiële stabiliteit beschermt. De bankrichtsnoeren voorzien in een procedure in het kader waarvan een dergelijke gecontroleerde liquidatie dient plaats te vinden (28). De overname van de „goede” activa en verplichtingen van een bank in moeilijkheden zijn een andere mogelijke optie voor een gezonde bank, omdat dit een kosteneffectieve methode is om haar deposito’s te verruimen en relaties op te bouwen met betrouwbare kredietnemers. Bovendien kan de oprichting van een autonome good bank waarin de „goede” activa en verplichtingen van een bestaande bank worden ondergebracht, een acceptabele route naar de levensvatbaarheid zijn, mits de nieuwe entiteit niet in staat is de mededinging buitensporig te verstoren. |
3. Eigen bijdrage van de begunstigde onderneming (lastenverdeling)
|
22. |
Om de concurrentieverstoring te beperken en het moral hazard-vraagstuk aan te pakken, dient de steun tot het noodzakelijke minimum beperkt te zijn en dient de begunstigde van de steun een passende eigen bijdrage te leveren aan de kosten van de herstructurering. De onderneming en haar aandeelhouders dienen zo veel mogelijk uit eigen middelen aan de herstructurering bij te dragen. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de geredde banken voldoende verantwoordelijkheid dragen voor de gevolgen van hun optreden in het verleden, en om passende prikkels te creëren voor hun optreden in de toekomst. |
De herstructureringskosten beperken
|
23. |
Herstructureringssteun dient beperkt te blijven tot het dekken van de kosten die nodig zijn om de levensvatbaarheid te herstellen. Dit betekent dat een onderneming geen overheidsmiddelen verschaft mogen worden welke kunnen worden gebruikt voor het financieren van marktverstorende activiteiten die geen verband houden met het herstructureringsproces. Zo kunnen bijvoorbeeld de verwerving van aandelen in andere ondernemingen of nieuwe ondernemingen niet met staatssteun worden gefinancierd, tenzij dat van essentieel belang is om de levensvatbaarheid van de onderneming te herstellen (29). |
Het steunbedrag beperken — een aanzienlijke eigen bijdrage
|
24. |
Om het steunbedrag tot het noodzakelijke minimum te beperken, dienen de banken in de eerste plaats hun eigen vermogen te gebruiken voor de financiering van de herstructurering. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om de verkoop van activa. Steun van de overheid dient te worden verleend op voorwaarden waarmee de lasten van de kosten op passende wijze worden verdeeld (30). Dit betekent dat de aan de herstructurering verbonden kosten niet alleen voor rekening van de staat komen, maar ook van de investeerders in de bank, doordat de verliezen door het beschikbare kapitaal worden geabsorbeerd en doordat voor de overheidsmaatregelen een afdoende vergoeding wordt betaald (31). Toch vindt de Autoriteit het niet passend om in de huidige systeemcrisis vooraf drempels voor lastenverdeling vast te stellen, gelet op de doelstelling om de toegang tot particulier kapitaal en de terugkeer naar normale marktomstandigheden te bevorderen. |
|
25. |
Iedere vooraf verleende afwijking van een passende lastenverdeling die met het oog op financiële stabiliteit bij wijze van uitzondering in de reddingsfase wordt verleend, dient te worden gecompenseerd door een verdere bijdrage in een latere fase van de herstructurering, bijvoorbeeld in de vorm van terugvorderingsclausules en/of door een ingrijpendere herstructurering, met verdere maatregelen om de concurrentievervalsing te beperken (32). |
|
26. |
De banken moeten voor het kapitaal een vergoeding — ook in de vorm van dividenden en coupons op uitstaande, achtergestelde schulden — kunnen betalen uit de door hun activiteiten gegenereerde winst. Toch zouden banken staatssteun niet mogen gebruiken om over hun eigen middelen (eigen vermogen en achtergestelde schulden) een vergoeding te betalen wanneer die activiteiten onvoldoende winst genereren. Daarom is in het kader van een herstructurering de discretionaire verliescompensatie (door bijvoorbeeld reserves aan te spreken of het eigen vermogen te verlagen) door de begunstigde banken om de dividenduitkering en couponbetaling op uitstaande, achtergestelde schulden te verzekeren, in beginsel niet bestaanbaar met de doelstelling van de verdeling van de lasten (33). Hierbij moet wellicht naar een evenwicht worden gestreefd tussen de noodzaak de herfinancieringscapaciteit van de bank te waarborgen en de prikkels voor een uitstap (34). Om de herfinanciering van de begunstigde bank te bevorderen, kan de Autoriteit een positief standpunt innemen ten aanzien van couponbetalingen over nieuw uitgegeven hybride kapitaalinstrumenten met een grotere seniority dan bestaande achtergestelde schulden. Hoe dan ook dienen de banken in de regel niet de mogelijkheid te krijgen hun eigen aandelen tijdens de herstructurering in te kopen. |
|
27. |
Het verschaffen van aanvullende steun tijdens de herstructureringsperiode dient mogelijk te blijven indien dat om redenen van financiële stabiliteit is gerechtvaardigd. Alle verdere steun dient beperkt te blijven tot het minimum dat noodzakelijk is om de levensvatbaarheid te garanderen. |
4. Concurrentievervalsing beperken en zorgen voor een concurrerende banksector
De soorten concurrentievervalsing
|
28. |
Hoewel staatssteun de financiële stabiliteit tijdens een systeemcrisis kan ondersteunen, met ruime positieve overloopeffecten, kan steun niettemin op verschillende wijzen de mededinging vervalsen. Wanneer banken op de merites van hun producten en diensten concurreren, zullen de banken die buitensporige risico’s opstapelen en/of op onhoudbare businessmodellen vertrouwen, uiteindelijk marktaandeel verliezen en eventueel de markt moeten verlaten, terwijl doelmatigere concurrenten op de betrokken markten kunnen groeien of die markten kunnen betreden. Staatssteun laat concurrentieverstoring uit het verleden die is veroorzaakt door het nemen van buitensporige risico’s en door onhoudbare businessmodellen, voortbestaan omdat de marktmacht van de begunstigden van de steun kunstmatig wordt ondersteund. Op die wijze kan voor de begunstigden van de steun een moral hazard-probleem ontstaan, terwijl voor niet-gesteunde ondernemingen de prikkels om te concurreren, te investeren en te innoveren worden afgezwakt. Ten slotte kan staatssteun de interne markt ondermijnen doordat een onbillijk gedeelte van de lasten van de structurele aanpassingen en de daarmee gepaard gaande sociale en economische problemen wordt doorgeschoven naar andere EVA-staten, terwijl tegelijk toegangsbarrières worden opgeworpen en de prikkels om over de grenzen heen actief te zijn, worden aangetast. |
|
29. |
De financiële stabiliteit blijft het hoofddoel van steun aan de financiële sector bij een systeemcrisis, maar dit mag niet betekenen dat het waarborgen van de systeemstabiliteit op korte termijn, op lange termijn ten koste gaat van een gelijk speelveld en van concurrerende markten. In dit verband vervullen maatregelen om concurrentievervalsing als gevolg van staatssteun te beperken, een belangrijke rol, onder meer om de volgende redenen. Ten eerste zijn de banken in de EER in verschillende mate door de crisis getroffen en staatssteun om noodlijdende banken te redden en te herstructureren kan de positie aantasten van banken die fundamenteel gezond zijn gebleven — met eventueel negatieve effecten voor de financiële stabiliteit. In tijden van een financiële, economische en begrotingscrisis komen de verschillen tussen de EVA-staten wat betreft voor staatsinterventie beschikbare middelen nog uitgesprokener in beeld, en gaan deze ten koste van het gelijke speelveld op de interne markt. Ten tweede zullen nationale maatregelen tijdens de huidige crisis, naar hun aard, meestal de nadruk leggen op de nationale markten, met als gevolg een groot risico dat men zich achter de nationale grenzen verschanst en dat de interne markt gecompartimenteerd geraakt. Doel van de beoordeling van de marktaanwezigheid van begunstigden van steun moet zijn dat een daadwerkelijke mededinging wordt verzekerd en dat marktmacht, toegangsbarrières en negatieve prikkels voor grensoverschrijdende activiteiten worden voorkomen, want dat zou ten koste gaan van het bedrijfsleven en de consumenten in de EER. Ten derde dreigen de huidige omvang van de overheidsmaatregelen die nodig zijn om de financiële stabiliteit te garanderen, en de mogelijke beperkingen inzake normale lastenverdeling onvermijdelijk een nog grotere moral hazard te creëren, hetgeen de nodige bijsturing vereist, om te beletten dat perverse prikkels en overdreven risicogedrag zich in de toekomst opnieuw voordoen en om de weg te effenen voor een snelle terugkeer naar normale marktomstandigheden, zonder staatssteun. |
Effectieve en evenredige maatregelen toepassen om de concurrentievervalsing te beperken
|
30. |
Maatregelen om de concurrentievervalsing te beperken, moeten zijn toegesneden op de verstoringen op de markten waarop de begunstigde bank actief is wanneer deze na de herstructurering opnieuw levensvatbaar is geworden, en terzelfder tijd ook stroken met een gemeenschappelijk beleid en gemeenschappelijke beginselen. De Autoriteit neemt als uitgangspunt voor haar beoordeling van de behoefte aan dergelijke maatregelen, de omvang, de schaal en de reikwijdte van de activiteiten die de betrokken bank zou hebben wanneer een geloofwaardig herstructureringsplan, zoals bedoeld in onderdeel 2 van dit hoofdstuk, ten uitvoer is gelegd. Afhankelijk van de aard van de concurrentievervalsing, kan dit probleem worden aangepakt door maatregelen met betrekking tot verplichtingen en/of activa (35). De aard en de vorm van dergelijke maatregelen zal afhangen van twee criteria: i) het steunbedrag en de voorwaarden waarop en de omstandigheden waarin die steun is toegekend, en ii) de kenmerken van de markt of markten waarop de begunstigde bank actief zal zijn. |
|
31. |
Wat het eerste criterium betreft, de maatregelen om de concurrentievervalsing te beperken, zullen sterk verschillen afhankelijk van het steunbedrag, maar ook van de mate waarin de lasten worden verdeeld, en de hoogte van de verlangde vergoeding. In dit verband zal het steunbedrag worden beoordeeld zowel in absolute termen (bedrag aan ontvangen kapitaal, steunbestanddeel van de garanties en de maatregelen voor activaondersteuning) als ten opzichte van de risicogewogen activa van de bank. De Autoriteit zal daarbij rekening houden met het totale steunbedrag dat de begunstigde onderneming is verleend, daaronder begrepen alle vormen van reddingssteun. In het verlengde hiervan zal de Autoriteit rekening houden met de omvang van de eigen bijdrage van de begunstigde onderneming en de lastenverdeling tijdens de hele herstructureringsperiode. In het algemeen is het zo dat naarmate de omvang van de lastenverdeling en de eigen bijdrage groter is, de negatieve effecten als gevolg van moral hazard geringer zijn. De behoefte aan verdere maatregelen is in dat geval geringer (36). |
|
32. |
Wat het tweede criterium betreft, de Autoriteit zal de van de steun te verwachten effecten op de markt waarop de begunstigde onderneming na de herstructurering actief is, onderzoeken. In de eerste plaats zal worden onderzocht wat de omvang en het relatieve belang van de bank op haar markt of markten zal zijn zodra deze levensvatbaar is. Indien de geherstructureerde bank nog maar beperkt op de markt aanwezig is, zullen aanvullende beperkingen, in de vorm van afstotingen of verbintenissen op gedragsgebied, waarschijnlijk minder nodig zijn. De maatregelen moeten zodanig zijn ontworpen dat zij zijn toegesneden op de kenmerken van de markt (37), om ervoor te zorgen dat een daadwerkelijke mededinging gehandhaafd blijft. In sommige sectoren kunnen afstotingen negatieve gevolgen hebben en zijn zij misschien niet nodig om de verlangde uitkomsten te bereiken; in dat geval kan de voorkeur gaan naar een beperking van de organische groei in plaats van naar afstotingen. In andere sectoren, met name waar het gaat om nationale markten met hoge toetredingsdrempels, zijn wellicht afstotingen nodig om toetreding of expansie van concurrenten mogelijk te maken. Maatregelen om de concurrentievervalsing te beperken, mogen de vooruitzichten op herstel van de levensvatbaarheid van de bank niet in gevaar brengen. |
|
33. |
Ten slotte zal de Autoriteit ook aandacht besteden aan het mogelijke risico dat herstructureringsmaatregelen de interne markt ondermijnen en zal zij een positief standpunt innemen ten aanzien van maatregelen die ertoe bijdragen dat nationale markten open en toegankelijk blijven. Hoewel steun wordt verleend om in de steunverlenende EVA-staat de financiële stabiliteit te handhaven en de kredietverlening aan de reële economie gaande te houden, kan de omstandigheid dat de steun ook afhankelijk wordt gesteld van de eis aan de begunstigde bank om bepaalde doelstellingen inzake kredietverlening in andere EVA-staten dan de steunverlenende EVA-staat in acht te nemen, worden beschouwd als een belangrijk aanvullend gunstig effect van de steun. Dit zal met name het geval zijn indien de kredietverleningsdoelstellingen substantieel zijn in verhouding tot een geloofwaardig nulscenario, indien het bereiken van dergelijke doelstellingen afdoende wordt gemonitord (bijvoorbeeld door samenwerking tussen toezichthouders uit het land van herkomst en het ontvangende land), indien het bankenstelsel van het ontvangende land wordt gedomineerd door banken met hoofdkantoren in het buitenland, en indien die verbintenissen inzake kredietverlening op Gemeenschapsniveau zijn gecoördineerd (bijvoorbeeld in het kader van onderhandelingen over liquiditeitssteun). |
Een passende vergoeding vaststellen voor staatssteun
|
34. |
Een passende vergoeding voor staatsinterventie is doorgaans een van de meest geschikte wijzen om concurrentievervalsing te beperken, omdat daarmee het steunbedrag wordt beperkt. Wanneer de instapvergoeding wegens de financiële stabiliteit ver onder het markttarief is vastgesteld, dient te worden verzekerd dat de voorwaarden voor de financiële steun in het herstructureringsplan (38) worden aangepast, om het concurrentievervalsende effect van de steun te beperken. |
Structurele maatregelen — afstoting en inkrimping van bedrijfsactiviteiten
|
35. |
Van banken die staatssteun ontvangen, kan, op grond van een beoordeling aan de hand van de criteria in dit onderdeel, worden verlangd dat zij dochterondernemingen of afdelingen, cliëntenportfolio’s of bedrijfsonderdelen afstoten, of zich verbinden tot andere soortgelijke maatregelen (39), ook op de eigen nationale retailmarkt van de begunstigde onderneming. Willen dergelijke maatregelen de concurrentie versterken en bijdragen tot de interne markt, dan dienen zij toetreding van concurrenten en grensoverschrijdende activiteiten te bevorderen (40). Overeenkomstig de voorwaarde dat de levensvatbaarheid dient te worden hersteld, zal de Autoriteit zich ten aanzien van dergelijke structurele maatregelen gunstig opstellen indien die worden doorgevoerd zonder discriminatie tussen bedrijfsonderdelen in de verschillende EVA-staten — en aldus bijdragen tot de instandhouding van een interne markt voor financiële diensten. |
|
36. |
Ook kan een beperking van de expansie van de bank in bepaalde sectoren of bepaalde geografische gebieden worden verlangd — bijvoorbeeld via marktgerichte corrigerende maatregelen zoals specifieke kapitaalvereisten — wanneer de concurrentie op de markt zou worden aangetast door directe beperkingen van de expansie, of om de moral hazard te beperken. Tegelijk zal de Autoriteit ook bijzondere aandacht besteden aan de noodzaak te vermijden dat men zich achter nationale grenzen verschanst en dat de interne markt gecompartimenteerd geraakt. |
|
37. |
Wanneer het objectief gezien moeilijk blijkt te zijn een overnemer voor dochterondernemingen of andere activiteiten of activa te vinden, zal de Autoriteit de termijn voor de uitvoering van dergelijke maatregelen verlengen, indien er een bindend tijdschema voor het inkrimpen van bedrijfsonderdelen (daaronder begrepen het afsplitsen van businesslines) is voorzien. De termijn voor de uitvoering van die maatregelen mag echter niet langer dan vijf jaar duren. |
|
38. |
Wanneer de Autoriteit in een concreet geval beoordeelt in hoeverre structurele corrigerende maatregelen nodig zijn om concurrentievervalsing tegen te gaan, zal zij, met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel, rekening houden met de maatregelen die op hetzelfde tijdstip in zaken met betrekking tot dezelfde markten of marktsegmenten worden genomen. |
Voorkomen dat staatssteun wordt gebruikt voor de financiering van concurrentievervalsende gedragingen
|
39. |
Staatssteun mag niet worden gebruikt ten koste van concurrenten die dergelijke steun van de overheid niet ontvangen (41). |
|
40. |
Behoudens punt 41, zouden banken staatssteun niet mogen gebruiken voor de acquisitie van concurrerende activiteiten (42). Deze voorwaarde dient ten minste voor drie jaar te gelden en kan, afhankelijk van de reikwijdte, de omvang en de looptijd van de steun, blijven gelden tot het einde van de herstructureringsperiode. |
|
41. |
In uitzonderlijke omstandigheden, en mits dit wordt aangemeld, kunnen acquisities door de Autoriteit worden toegestaan wanneer deze een onderdeel vormen van een consolidatieproces dat nodig is om de financiële stabiliteit te herstellen of een daadwerkelijke mededinging te garanderen. Bij de acquisitie dient het beginsel van de kansengelijkheid voor alle kandidaat-overnemers in acht te worden genomen en dient de uitkomst van dit proces de voorwaarden voor een daadwerkelijke mededinging op de betrokken markten te verzekeren. |
|
42. |
Wanneer het niet passend is afstotingen te gelasten en/of acquisities te verbieden, kan de Autoriteit instemmen met een door de EVA-staat opgelegd terugvorderingsmechanisme, in de vorm van bijvoorbeeld een aan de begunstigden van de steun op te leggen heffing. Daarmee zou een deel van de steun van de bank kunnen worden teruggevorderd nadat deze opnieuw levensvatbaar is geworden. |
|
43. |
Wanneer banken die staatssteun ontvangen, moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden met betrekking tot kredietverlening aan de reële economie, dient de bank het krediet op commerciële voorwaarden te verlenen (43). |
|
44. |
Staatssteun mag niet worden gebruikt om voorwaarden aan te bieden (bijvoorbeeld ten aanzien van rente of verlangde zekerheden) welke niet haalbaar zijn voor concurrenten die geen staatssteun ontvangen. In gevallen waarin beperkingen inzake tariferingspraktijken van de begunstigde niet passend zijn (bijvoorbeeld omdat dat kan leiden tot een beperking van een daadwerkelijke mededinging), dienen de EVA-staten echter andere, geschiktere corrigerende maatregelen voor te stellen om een daadwerkelijke mededinging te verzekeren, zoals maatregelen die toetreding kunnen stimuleren. In dezelfde zin mogen banken bij de marketing van hun aanbod financiële producten niet met staatssteun als een concurrentievoordeel uitpakken (44). Deze beperkingen zouden, afhankelijk van de reikwijdte, de omvang en de looptijd van de steun, moeten blijven gelden voor een periode van tussen drie jaar en de volledige duur van de herstructureringsperiode. Zo zouden zij ook kunnen dienen als een duidelijke prikkel om de staat zo snel mogelijk terug te betalen. |
|
45. |
De Autoriteit zal ook nagaan hoe open de markt is en in hoeverre de sector bankfaillissementen aankan. Bij haar algehele beoordeling kan de Autoriteit eventuele verbintenissen van de begunstigde of van de EVA-staat in aanmerking nemen wat betreft het goedkeuren van maatregelen (45) die kunnen bijdragen tot gezondere en concurrerende markten, bijvoorbeeld door in- of uitstap te bevorderen. Dergelijke initiatieven kunnen, in de juiste omstandigheden, de overige structurele of gedragsmaatregelen flankeren die doorgaans van de begunstigde worden verlangd. De verbintenis van de EVA-staat om mechanismen te introduceren waarmee problemen bij banken in een vroeg stadium kunnen worden aangepakt, kan door de Autoriteit worden toegejuicht, omdat het een element is dat bijdraagt tot gezonde en concurrerende markten. |
5. Monitoring en procedurele kwesties
|
46. |
Om zich ervan te vergewissen dat het herstructureringsplan correct wordt uitgevoerd, zal de Autoriteit regelmatige, gedetailleerde verslagen eisen. Het eerste verslag moet in de regel uiterlijk zes maanden na de goedkeuring van het herstructureringsplan bij de Autoriteit worden ingediend. |
|
47. |
Zodra het herstructureringsplan is aangemeld, dient de Autoriteit na te gaan of van het plan kan worden verwacht dat daarmee de levensvatbaarheid op lange termijn wordt hersteld en de concurrentievervalsing afdoende worden beperkt. Wanneer zij ernstige twijfel heeft of het herstructureringsplan aan de desbetreffende voorwaarden voldoet, dient de Autoriteit een formele onderzoekprocedure in te leiden, om belanghebbenden de gelegenheid te bieden hun opmerkingen ten aanzien van de maatregel te maken, zodat aldus een transparante en coherente aanpak wordt gegarandeerd, terwijl ook de geheimhoudingsregels bij staatssteunprocedures in acht worden genomen. |
|
48. |
Niettemin behoeft de Autoriteit geen formele onderzoekprocedure in te leiden wanneer het herstructureringsplan volledig is en de voorgestelde maatregelen van dien aard zijn dat de Autoriteit geen twijfel meer heeft ten aanzien van de verenigbaarheid ervan in de zin van artikel 4, lid 4, van deel II in Protocol nr. 3 bij de toezichtovereenkomst. Dit kan met name het geval zijn wanneer een EVA-staat, met het oog op het verkrijgen van rechtszekerheid ten aanzien van de vereiste follow-up, bij de Autoriteit steun heeft aangemeld die vergezeld gaat van een herstructureringsplan dat aan alle in deze mededeling vervatte voorwaarden voldoet. In dergelijke gevallen kan de Autoriteit een eindbesluit vaststellen waarin wordt geconstateerd dat zowel de reddings- als de herstructureringssteun verenigbaar is op grond van artikel 61, lid 3, onder b), van de EER-overeenkomst. |
6. Beperking in de tijd van de werking van deze mededeling
|
49. |
Dit hoofdstuk wordt gerechtvaardigd door de huidige uitzonderlijke crisis in de financiële sector en dient daarom slechts gedurende een beperkte periode te worden toegepast. Bij de beoordeling van vóór of op 31 december 2010 aangemelde herstructureringssteun zal de Autoriteit dit hoofdstuk toepassen. Ten aanzien van niet-aangemelde steun gelden de richtsnoeren betreffende de vaststelling van regels voor de beoordeling van onrechtmatig verleende staatssteun. Derhalve zal de Autoriteit het onderhavige hoofdstuk toepassen bij de beoordeling van de verenigbaarheid van niet-aangemelde steun die vóór of op 31 december 2010 is verleend. |
|
50. |
Daar dit hoofdstuk artikel 61, lid 3, onder b), van de EER-overeenkomst als grondslag heeft, kan de Autoriteit de inhoud en de looptijd ervan herzien naargelang de ontwikkeling van de marktsituatie, de bij de behandeling van zaken opgedane ervaring en het zwaarder wegende belang van behoud van de financiële stabiliteit. |
(1) Dit hoofdstuk is gebaseerd op de mededeling van de Europese Commissie betreffende het herstel van de levensvatbaarheid en de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen in de financiële sector in de huidige crisis met inachtneming van de staatssteunregels (PB C 195 van 19.8.2009, blz. 9).
(2) De Europese Commissie had het in punt 1 van haar in voetnoot 1 vermelde mededeling over de toezegging ter zake van de Europese Raad op de bijeenkomsten van 20 maart 2009 en 18 en 19 juni 2009.
(3) In haar mededeling aan de Europese Raad van 4 maart 2009 „Op weg naar Europees herstel” (COM(2009) 114 definitief) heeft de Europese Commissie een hervormingsprogramma aangekondigd om in het toezichtskader voor financiële instellingen die binnen de Gemeenschap actief zijn, de algemene zwakke punten aan te pakken.
(4) Zie in de richtsnoeren staatssteun het hoofdstuk betreffende de toepassing van de staatssteunregels op maatregelen in het kader van de huidige wereldwijde financiële crisis genomen met betrekking tot financiële instellingen (hierna „de bankrichtsnoeren” genoemd), het hoofdstuk De herkapitalisatie van financiële instellingen in de huidige financiële crisis: beperking van steun tot het noodzakelijke minimum en bescherming tegen buitensporige mededingingverstoringen (hierna „de herkapitalisatierichtsnoeren” genoemd), en het hoofdstuk betreffende de behandeling van aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa in de communautaire banksector (hierna „de richtsnoeren besmette activa” genoemd).
(5) Het toepassingsbereik van dit hoofdstuk is beperkt tot financiële instellingen in de zin van de bankrichtsnoeren. In de in dit hoofdstuk uiteengezette richtsnoeren wordt gemakshalve de term „banken” gebruikt. Deze richtsnoeren zijn, waar passend, van overeenkomstige toepassing op andere financiële instellingen.
(6) Welke de criteria zijn en onder welke specifieke omstandigheden een herstructureringsplan moet worden ingediend, is uiteengezet in de bankrichtsnoeren, de herkapitalisatierichtsnoeren en de richtsnoeren besmette activa. Daarbij gaat het met name, doch niet uitsluitend om situaties waarin een in ademnood geraakte bank door de staat is geherkapitaliseerd, of waarin een bank van de staat reeds activaondersteuning heeft gekregen, ongeacht in welke vorm, die verliezen helpt te dekken of te voorkomen (behalve bij deelneming aan een garantieregeling) en die, alles samen genomen, in totaal meer dan 2 % van de totale risicogewogen activa van de bank vertegenwoordigen. De omvang van de herstructurering hangt af van de ernst van de problemen van een bank. Wanneer daarentegen, overeenkomstig de genoemde richtsnoeren (zie met name punt 40 van de herkapitalisatierichtsnoeren en bijlage V bij de richtsnoeren besmette activa), een beperkt bedrag aan steun is verleend aan banken die fundamenteel gezond zijn, moeten de EVA-staten bij de Autoriteit over het gebruik van staatsmiddelen een verslag indienen dat alle gegevens bevat die nodig zijn ter beoordeling van de levensvatbaarheid van de bank, het gebruik van het ontvangen kapitaal en de route die wegvoert van afhankelijkheid van door de staat verschaft kapitaal. Dit onderzoek naar de levensvatbaarheid dient het risicoprofiel en de verwachte kapitaaltoereikendheid van de bank te bevestigen, alsmede een beoordeling van haar businessplannen.
(7) Dit betekent steun die tijdelijk door de Autoriteit als reddingssteun is goedgekeurd op grond van de richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden of steun die tijdelijk op grond van artikel 61, lid 3, onder b), van de EER-overeenkomst is goedgekeurd, alsmede eventuele nieuwe steun die wordt aangemeld met het oog op herstructurering. Bij de beoordeling van herstructureringssteun aan banken in de huidige omstandigheden van systeemcrisis zal derhalve dit hoofdstuk worden toegepast in plaats van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun.
(8) Op het communautaire niveau heeft de Europese Commissie in het verleden een aantal beschikkingen gegeven met betrekking tot (met artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag verenigbare) herstructureringssteun aan noodlijdende banken, op basis van een omvattend herstructureringsproces waardoor de begunstigden op lange termijn opnieuw levensvatbaar konden worden, zonder dat de steun concurrenten buitensporige schade berokkende. Typische herstructureringsstrategieën waren een heroriëntering van businessmodellen, de sluiting of afstoting van bedrijfsonderdelen, dochterondernemingen of afdelingen, aanpassingen van het asset-liability management (ALM), de verkoop in going concern of het opbreken van de activiteiten in verschillende delen die aan levensvatbare concurrenten worden verkocht. Zie bv. Beschikking 98/490/EG van de Commissie van 20 mei 1998 betreffende de door Frankrijk aan de groep Crédit Lyonnais verleende steun (PB L 221 van 8.8.1998, blz. 28); Beschikking 2005/345/EG van de Commissie van 18 februari 2004 betreffende herstructureringssteun van Duitsland ten gunste van Bankgesellschaft Berlin AG (PB L 116 van 4.5.2005, blz. 1); Beschikking 2009/341/EG van de Commissie van 4 juni 2008 betreffende een steunmaatregel C 9/08 (ex NN 8/08, CP 244/07) van Duitsland ten gunste van Sachsen LB (PB L 104 van 24.4.2009, blz. 34), en Report State Aid Scoreboard — autumn 2006 update COM(2006) 761 definitief, blz. 28 (http://ec.europa.eu/comm/competition/state_aid/studies_reports/2006_autumn_en.pdf) [ook beschikbaar in het Frans of het Duits], met een themahoofdstuk over reddings- en herstructureringssteun.
(9) Overeenkomstig de richtsnoeren besmette activa.
(10) Overeenkomstig de bankrichtsnoeren, de herkapitalisatierichtsnoeren en de richtsnoeren besmette activa. Zie punt 4 van dit hoofdstuk.
(11) Volgens de bankrichtsnoeren, de herkapitalisatierichtsnoeren en de richtsnoeren besmette activa moeten de EVA-staten, wanneer aan fundamenteel gezonde banken een beperkt bedrag aan steun wordt verleend, een levensvatbaarheidsonderzoek bij de Autoriteit indienen.
(12) Overeenkomstig met name punt 40 van de herkapitalisatierichtsnoeren en bijlage V bij de richtsnoeren besmette activa.
(13) Zoals uiteengezet in punt 8 van dit hoofdstuk gelden, wanneer in onderdeel 2 sprake is van een herstructureringsplan, de onderliggende beginselen van onderdeel 2 per analogiam ook voor levensvatbaarheidsonderzoeken.
(14) Een voorbeeldschema voor een herstructureringsplan is te vinden in de bijlage.
(15) Waar passend, zal de Autoriteit het advies van externe consultants inroepen bij het onderzoek van de aangemelde herstructureringsplannen, om deze te onderzoeken op het punt van levensvatbaarheid, lastenverdeling en het tot een minimum beperken van concurrentieverstoring. Ook kan zij vragen dat diverse punten door toezichthouders worden gecertificeerd.
(16) Zie bv. het besluit van de Commissie van 2 april 2008 betreffende steunmaatregel NN 1/08, Northern Rock (PB C 135 van 3.6.2008, blz. 21) en Beschikking 2009/341/EG in zaak C 9/08 Sachsen LB.
(17) Zie Beschikking 2009/341/EG in zaak C 9/08 Sachsen LB.
(18) Behalve in naar behoren gerechtvaardigde omstandigheden. Zie Beschikking 2009/775/EG van de Commissie van 21 oktober 2008 betreffende steunmaatregel C 10/08 (ex NN 7/08) die door Duitsland is toegekend voor de herstructurering van IKB Deutsche Industriebank AG (PB L 278 van 23.10.2009, blz. 32).
(19) Overeenkomstig de beginselen die zijn uiteengezet in aanbeveling 2009/384/EG van de Commissie van 30 april 2009 over het beloningsbeleid in de financiële sector (PB L 120 van 15.5.2009, blz. 22).
(20) Met „paniekverkopen” (fire sales) wordt de verkoop bedoeld van grote volumes activa tegen de huidige lage marktprijzen, hetgeen de prijzen nog verder kan doen dalen.
(21) Volgens de Europese Commissie bestond haar beschikkingspraktijk er tot dusver in om voor een herstructureringsplan een termijn van twee tot drie jaar te accepteren.
(22) Zie ook punt 20.
(23) Zie voetnoot 17.
(24) Wanneer geen tenderprocedure plaatsvindt, betekent zulks niet automatisch dat er sprake is van staatssteun aan de overnemer.
(25) Dit zou gewoonlijk resulteren in steun aan de verkochte economische activiteit.
(26) Zie arrest van 14 september 1994, gevoegde zaken C-278/92, C-279/92 en C-280/92, Spanje/Commissie („Hytasa”), Jurispr. 1994, blz. I-4103, punt 22.
(27) Zie arrest van 28 januari 2003, zaak C-334/99, Duitsland/Commissie („Gröditzer Stahlwerke”), Jurispr. 2003, blz. I-1139, punt 134 e.v., en Beschikking 2008/719/EG van de Commissie van 30 april 2008 betreffende de steunmaatregel C 56/06 (ex NN 77/06)) van Oostenrijk voor de privatisering van Bank Burgenland (PB L 239 van 6.9.2008, blz. 32).
(28) Zie de punten 43 tot en met 50 van de bankrichtsnoeren. Om een dergelijke gecontroleerde uitstap mogelijk te maken, kan liquidatiesteun eventueel verenigbaar worden verklaard wanneer die bijvoorbeeld voor een tijdelijke herkapitalisatie van een brugbank of brugstructuur nodig is of om te voldoen aan de vorderingen van bepaalde categorieën schuldeisers, indien een en ander is ingegeven door redenen van financiële stabiliteit. Voor voorbeelden van dergelijke soort steun en de voorwaarden waarop die verenigbaar is verklaard, zie het besluit van de Commissie van 1 oktober 2008 betreffende steunmaatregel NN 41/08, Verenigd Koninkrijk — Reddingssteun voor Bradford & Bingley (PB C 290 van 13.11.2008, blz. 2), en het besluit van de Commissie van 5 november 2008 betreffende steunmaatregel NN 39/08, Denemarken Steun voor de liquidatie van Roskilde Bank (PB C 12 van 17.1.2009, blz. 3).
(29) Zie arrest van 6 april 2006, zaak T-17/03, Schmitz-Gotha Fahrzeugwerke GmbH/Commissie, Jurispr. 2006, blz. II-1139.
(30) Zoals reeds is uiteengezet in eerdere richtsnoeren, met name in de richtsnoeren besmette activa, zie de punten 21 e.v.
(31) De Autoriteit heeft nadere richtsnoeren verschaft met betrekking tot de vergoedingen voor staatsgaranties, herkapitalisaties en maatregelen voor activaondersteuning in, onderscheidenlijk, de bankrichtsnoeren, de herkapitalisatierichtsnoeren en de richtsnoeren besmette activa. De aandeelhouders van de bank zien, in de mate dat een dergelijke vergoeding wordt betaald, hun positie, financieel gesproken, verwateren.
(32) Richtsnoeren besmette activa, de punten 24 en 25. Zie ook onderdeel 4 van dit hoofdstuk.
(33) Zie het besluit van de Commissie van 18 december 2008 betreffende steunmaatregel N 615/08, Bayern LB (PB C 80 van 3.4.2009, blz. 4). Dit belet echter niet dat de bank couponbetalingen doet wanneer zij daartoe wettelijk verplicht is.
(34) Zie de richtsnoeren besmette activa, punt 31, en de genuanceerde benadering ten aanzien van dividendbeperkingen in de herkapitalisatierichtsnoeren, de punten 33, 34 en 45, waarin tot uiting komt dat met een tijdelijk verbod op dividenduitkering of couponbetalingen weliswaar kapitaal binnen de bank kan worden gehouden en de kapitaalbuffer kan toenemen — en dus de solvabiliteit van de bank kan toenemen —, maar dat die maatregelen ook de toegang van de bank tot particuliere financiële middelen kan belemmeren, of de kosten voor nieuwe toekomstige financiering kan doen stijgen.
(35) Zie punt 21.
(36) Wanneer de Autoriteit, op grond van de bankrichtsnoeren, de herkapitalisatierichtsnoeren of de richtsnoeren besmette activa, bij wijze van uitzondering heeft ingestemd met een afwijking van de beginselen welke in die mededelingen worden vastgelegd, vereist de daaruit voortvloeiende extra concurrentieverstoring verdere maatregelen en garanties op structureel of gedragsgebied; zie punt 58 van de richtsnoeren besmette activa.
(37) Met name zal daarbij rekening worden gehouden met de concentratiegraad, capaciteitsbeperkingen, winstgevendheidsgraad, en barrières voor toetreding en expansie.
(38) Bv. door de voorkeur te geven aan een snelle terugbetaling van de staatssteun.
(39) Zie bv. de beschikking van de Commissie van 21 oktober 2008 in zaak C 10/08 — IKB, en het besluit van de Commissie van 7 mei 2009 betreffende steunmaatregel N 244/09 — Kapitaalinjectie in Commerzbank (PB C 147 van 27.6.2009, blz. 4).
(40) Aangetekend zij dat inkrimpingen van de balans door ten dele met staatssteun gecompenseerde afschrijvingen op activa de bestaande marktaanwezigheid van een bank niet inkrimpen — en dus ook niet in aanmerking kunnen worden genomen bij het beoordelen van de behoefte aan structurele maatregelen.
(41) Zie bv. het besluit van de Commissie van 19 november 2008 betreffende steunmaatregelen NN 49/08, NN 50/08 en NN 45/08 — Noodsteun ten behoeve van Dexia in de vorm van garanties voor verplichtingen en liquidity assistance (nog niet bekendgemaakt), punt 73; besluit van de Commissie van 19 november 2008 betreffende steunmaatregel N 574/08 — Overheidsgaranties voor Fortis Bank (PB C 38 van 17.2.2009, blz. 2), punt 58, en besluit van de Commissie van 3 december 2008 betreffende steunmaatregelen NN 42/08, NN 46/08 en NN 53/08/A — Herstructureringssteun ten behoeve van Fortis Bank en Fortis Banque Luxembourg (PB C 80 van 3.4.2009, blz. 7), punt 94. In bepaalde omstandigheden kan een bank bijvoorbeeld verbod krijgen om retail depositohouders de hoogste op de markt beschikbare rente te bieden.
(42) Herhaald zij dat de kosten van een herstructurering beperkt moeten blijven tot het minimum dat noodzakelijk is om de levensvatbaarheid te herstellen. Zie punt 23.
(43) Krediet dat niet op commerciële voorwaarden wordt verleend, kan staatssteun vormen en, na aanmelding, door de Autoriteit worden goedgekeurd indien het met de werking van de EER-overeenkomst verenigbaar is, bijvoorbeeld op grond van de richtsnoeren „Tijdelijke communautaire kaderregeling inzake staatssteun ter stimulering van de toegang tot financiering in de huidige financiële en economische crisis”.
(44) Besluit van de Commissie van 12 november 2008 betreffende steunmaatregel N 528/08 — ING (PB C 328 van 23.12.2008, blz. 10), punt 35.
(45) Zie bv. Beschikking 2005/418/EG van de Commissie van 7 juli 2004 betreffende de steunmaatregelen die Frankrijk ten uitvoer heeft gelegd ten gunste van Alstom, (PB L 150 van 10.6.2005 blz. 24 ), overweging 204.
AANHANGSEL
MODEL VOOR EEN HERSTRUCTURERINGSPLAN
VOORBEELDSCHEMA VOOR EEN HERSTRUCTURERINGSPLAN (1)
1. Informatie over de financiële instelling (beschrijving van haar structuur enz.)
(N.B. Informatie die reeds was ingediend, mag worden overgenomen, maar moet in dit document worden geïntegreerd en zo nodig bijgewerkt.)
2. Beschrijving van de markt en marktaandelen
2.1. Beschrijving van de voornaamste relevante productmarkten (onderscheid ten minste tussen: retail, wholesale, kapitaalmarkten enz.)
2.2. Berekeningen van marktaandelen (bv. nationaal en EER, afhankelijk van de geografische omvang van de betrokken markten)
3. Analyse van de oorzaken waarom de instelling in moeilijkheden is geraakt (interne factoren)
4. Beschrijving van de overheidsmaatregel en beoordeling van de staatssteun
4.1. Informatie over de vraag of de financiële instelling of haar dochterondernemingen in het verleden al reddings- en herstructureringssteun hebben ontvangen
4.2. Informatie over de vorm en het bedrag van de staatssteun of het met de steun verband houdende financiële voordeel. Deze informatie moet alle staatssteun omvatten die tijdens de herstructureringsperiode hetzij als individuele steun hetzij in het kader van een regeling is ontvangen
(N.B. Alle steun moet worden verantwoord binnen het herstructureringsplan zoals hierna aangegeven.)
4.3. Beoordeling van de staatssteun op grond van de staatssteunregels en kwantificering van het steunbedrag
5. Herstel van de levensvatbaarheid
5.1. Overzicht van de verschillende aannames over de marktontwikkeling
5.1.1. Aanvangssituatie op de belangrijkste productmarkten
5.1.2. Verwachte marktontwikkeling op de belangrijkste productmarkten
5.2. Voorstelling van het nulscenario
5.2.1. Vereiste aanpassing van het aanvankelijke businessplan
5.2.2. Vroegere, huidige en toekomstige kapitaalratio’s (tier 1, tier 2)
5.3. Presentatie van de geplande toekomststrategie voor de financiële instelling en hoe daardoor de levensvatbaarheid zal worden hersteld
5.3.1. Uitgangspositie en algemeen kader
5.3.2. Individueel kader per businessline van de financiële instelling
5.3.3. Aanpassingen aan veranderingen in het toezichtkader (versterkt risicomanagement, verhoogde kapitaalbuffers enz.)
5.3.4. Bevestiging van de volledige openheid van zaken over de aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa
5.3.5. Verandering in de eigendomsstructuur (voor zover van toepassing)
5.4. Beschrijving en overzicht van de verschillende voorgenomen maatregelen met het oog op het herstel van de levensvatbaarheid, de kosten ervan en hun effecten op de winst-en-verliesrekening/balans
5.4.1. Maatregelen op groepsniveau
5.4.2. Maatregel per businessline
5.4.3. Effecten van elke maatregel op de winst-en-verliesrekening/balans
5.5. Beschrijving van het effect van de verschillende maatregelen om de concurrentievervalsing te beperken (cf. punt 7) in het licht van de kosten en de effecten daarvan voor de winst-en-verliesrekening/balans
5.5.1. Maatregelen op groepsniveau
5.5.2. Maatregelen op het gebied van de verschillende bedrijfsactiviteiten
5.5.3. Effecten van elke maatregel op de winst-en-verliesrekening/balans
5.6. Vergelijking met alternatieven en korte vergelijkende beoordeling van de economische en sociale effecten op regionaal, nationaal en EER-niveau (dit punt moet vooral nader worden uitgewerkt wanneer een bank zonder de steun niet aan de prudentiële eisen voldoet)
5.6.1. Alternatieven: gecontroleerde liquidatie, opbreking of opslorping door een andere bank, en de effecten daarvan
5.6.2. Algemene economische effecten
5.7. Tijdschema voor de tenuitvoerlegging van de verschillende maatregelen en einddatum voor de volledige tenuitvoerlegging van het herstructureringsplan (geef ook aan welke elementen vertrouwelijk zijn)
5.8. Beschrijving van het plan voor de terugbetaling van de staatssteun
5.8.1. Onderliggende aannames voor het tijdsschema voor uitstap
5.8.2. Beschrijving van de prikkels voor de uitstap van de staat
5.8.3. Tijdschema voor uitstap of terugbetaling totdat de terugbetaling/uitstap volledig is
5.9. Winst-en-verliesrekeningen/balansen voor de voorbije drie en de komende vijf jaar met de belangrijkste financiële ratio’s en een gevoeligheidsanalyse op basis van een best-/worstcasescenario
5.9.1. Neutraal scenario
5.9.1.1. Winst-en-verliesrekening/balans op groepsniveau
5.9.1.2. Belangrijkste financiële ratio’s op groepsniveau (RAROC als benchmark voor interne criteria voor risicogewogen winstgevendheid, CIR, ROE enz.)
5.9.1.3. Winst-en-verliesrekening/balans per bedrijfsonderdeel
5.9.1.4. Belangrijkste financiële ratio’s per bedrijfsonderdeel (RAROC als benchmark voor interne criteria voor risicogewogen winstgevendheid, CIR, ROE enz.)
5.9.2. Bestcasescenario
5.9.2.1. Onderliggende aannames
5.9.2.2. Winst-en-verliesrekening/balans op groepsniveau
5.9.2.3. Belangrijkste financiële ratio’s op groepsniveau (RAROC als benchmark voor interne criteria voor risicogewogen winstgevendheid, CIR, ROE enz.)
5.9.3. Worstcasescenario — wanneer een stresstest is uitgevoerd en/of door de nationale toezichthouders is gevalideerd, dienen de methoden, parameters en uitkomsten van een dergelijke test te worden verschaft (2)
5.9.3.1. Onderliggende aannames
5.9.3.2. Winst-en-verliesrekening/balans op groepsniveau
5.9.3.3. Belangrijkste financiële ratio’s op groepsniveau (RAROC als een benchmark voor interne criteria voor risicogewogen winstgevendheid, CIR, ROE enz.)
6. Lastenverdeling — bijdrage van de financiële instelling zelf en van andere aandeelhouders aan de herstructurering (boekhoudkundige waarde en waarde in het economisch verkeer van de deelnemingen)
6.1. Beperking van de herstructureringskosten tot hetgeen noodzakelijk is voor het herstel van de levensvatbaarheid.
6.2. Beperking van het steunbedrag (daaronder begrepen informatie over eventuele bepalingen om dividenduitkeringen en rentebetalingen op achtergestelde schulden te beperken)
6.3. Levering van een aanzienlijke eigen bijdrage (daaronder begrepen informatie over de omvang van de bijdrage van aandeelhouders of achtergestelde schuldeisers)
7. Maatregelen om de concurrentievervalsing te beperken
7.1. Rechtvaardiging voor de breedte van de maatregelen in het licht van de omvang en de effecten van de staatssteun
7.2. Structurele maatregelen, daaronder begrepen ontwerp-tijdschema en mijlpalen voor de afstoting van activa of dochterondernemingen/afdelingen of andere corrigerende maatregelen
7.3. Verbintenissen op gedragsgebied, daaronder begrepen de toezegging om af te zien van het voeren van massamarketingcampagnes waarin met staatssteun wordt uitgepakt als een concurrentievoordeel.
8. Monitoring (eventueel inschakeling van een trustee)
(1) Bij de informatie die nodig is om de levensvatbaarheid te beoordelen, kan het ook gaan om interne gegevens en rapporten van de bank, maar ook om verslagen die zijn opgesteld voor/door autoriteiten van de EVA-staten, zoals de toezichthouders.
(2) De stresstests dienen zo veel mogelijk te zijn gebaseerd op gemeenschappelijke paramaters die op Gemeenschapsniveau zijn overeengekomen (zoals een methode die is ontwikkeld door het Comité van Europese bankentoezichthouders (CEBS)) en dienen zo nodig te worden aangepast zodat deze zijn toegesneden op de omstandigheden van het land en de bank in kwestie. Waar passend kunnen ook reverse stress tests of andere gelijkwaardige exercities worden overwogen.
Rectificaties
|
10.11.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 292/26 |
Rectificatie van Verordening (EU) nr. 1063/2010 van de Commissie van 18 november 2010 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek
( Publicatieblad van de Europese Unie L 307 van 23 november 2010 )
Bladzijde 12, artikel 86, lid 4, tweede alinea:
in plaats van:
„Wanneer niet wordt voldaan aan de in de eerste alinea vastgestelde voorwaarde, hebben de producten als land van oorsprong het land van de regionale groep waaruit de materialen van oorsprong zijn die het grootste deel uitmaken van de douanewaarde van de gebruikte materialen die van oorsprong zijn uit andere landen van de regionale groep.”,
te lezen:
„Wanneer niet wordt voldaan aan de in de eerste alinea vastgestelde voorwaarde, hebben de producten als land van oorsprong het land van de regionale groep waaruit de materialen van oorsprong zijn die het grootste deel uitmaken van de waarde van de gebruikte materialen die van oorsprong zijn uit landen van de regionale groep.”.
Bladzijde 13, artikel 86, lid 6, eerste alinea, onder b):
in plaats van:
|
„b) |
wanneer niet wordt voldaan aan de onder a) vastgestelde voorwaarde, hebben de producten de oorsprong van het aan de cumulatie deelnemende land waaruit de materialen van oorsprong zijn die het grootste deel uitmaken van de douanewaarde van de gebruikte materialen van oorsprong uit andere aan de cumulatie deelnemende landen.”, |
te lezen:
|
„b) |
wanneer niet wordt voldaan aan de onder a) vastgestelde voorwaarde, hebben de producten de oorsprong van het aan de cumulatie deelnemende land waaruit de materialen van oorsprong zijn die het grootste deel uitmaken van de waarde van de gebruikte materialen van oorsprong uit aan de cumulatie deelnemende landen.”. |
Bladzijde 42, bijlage 13 bis, deel II, eerste kolom:
in plaats van:
„ ex ex 3301 ”,
te lezen:
„ 3301 ”.
Bladzijde 44, bijlage 13 bis, deel II, eerste kolom:
in plaats van:
„ ex ex 3806 ”,
te lezen:
„ 3806 30 ”.
Bladzijde 61, bijlage 13 bis, deel II, tweede kolom:
in plaats van:
„Optisch glas van 7003, 7004 of 7005, schuin geslepen randen, gegraveerd, geboord”,
te lezen:
„Glas bedoeld bij post 7003, 7004 of 7005, gebogen, met schuin geslepen randen, gegraveerd, van gaten voorzien, geëmailleerd of op andere wijze bewerkt, doch niet omlijst noch met andere stoffen verbonden”.
Bladzijde 67, bijlage 13 bis, deel II, eerste kolom:
in plaats van:
„ 8542 31 t/m 8542 33 en 8542 39 ”,
te lezen:
„ ex ex 8542 31, ex ex 8542 32, ex ex 8542 33 en ex ex 8542 39 ”.
Bladzijde 72, bijlage 13 ter, tweede kolom:
in plaats van:
„Chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten, andere dan cacaopoeder”,
te lezen:
„Andere bereidingen, hetzij in blokken of in staven, met een gewicht van meer dan 2 kg, hetzij in vloeibare toestand of in de vorm van pasta, poeder, korrels of dergelijke, in recipiënten of in andere verpakkingen, met een inhoud per onmiddellijke verpakking van meer dan 2 kg”.