ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2010.245.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 245

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

53e jaargang
17 september 2010


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

 

2010/558/EU

 

*

Besluit van de Raad van 12 maart 2010 betreffende de ondertekening, namens de Unie, en voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de regering van de Faeröer betreffende wetenschappelijke en technologische samenwerking, waarbij de Faeröer geassocieerd worden met het zevende kaderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) van de Unie

1

Overeenkomst tussen de Europese Unie en de regering van de Faeröer betreffende wetenschappelijke en technologische samenwerking

2

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 816/2010 van de Commissie van 16 september 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1580/2007 wat betreft de drempelvolumes voor de toepassing van de aanvullende rechten voor tomaten

14

 

*

Verordening (EU) nr. 817/2010 van de Commissie van 16 september 2010 tot vaststelling, op grond van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, van uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de voor de toekenning van uitvoerrestituties te vervullen voorwaarden in verband met het welzijn van levende runderen tijdens het vervoer

16

 

 

Verordening (EU) nr. 818/2010 van de Commissie van 16 september 2010 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

29

 

 

Verordening (EU) nr. 819/2010 van de Commissie van 16 september 2010 tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 877/2009 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2009/10

31

 

 

Verordening (EU) nr. 820/2010 van de Commissie van 16 september 2010 houdende vaststelling van de maximumkorting op het recht bij invoer van sorgho in het kader van de in Verordening (EU) nr. 464/2010 bedoelde openbare inschrijving

33

 

 

BESLUITEN

 

 

2010/559/EU

 

*

Besluit van de Raad van 13 september 2010 betreffende de start van de automatische uitwisseling van gegevens uit kentekenregisters (VRD) door Finland

34

 

 

2010/560/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 16 september 2010 tot wijziging van de Beschikkingen 2008/603/EG, 2008/691/EG en 2008/751/EG door verlenging van de tijdelijke afwijkingen van de oorsprongsregels in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1528/2007 van de Raad teneinde rekening te houden met de bijzondere situatie van Mauritius, de Seychellen en Madagaskar met betrekking tot tonijn en tonijnfilets (loins) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 6259)

35

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

17.9.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 245/1


BESLUIT VAN DE RAAD

van 12 maart 2010

betreffende de ondertekening, namens de Unie, en voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de regering van de Faeröer betreffende wetenschappelijke en technologische samenwerking, waarbij de Faeröer geassocieerd worden met het zevende kaderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) van de Unie

(2010/558/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 186 in samenhang met artikel 218, lid 5, eerste alinea, eerste zin,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie heeft namens de Unie met de regering van de Faeröer onderhandeld over een overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische (hierna „de overeenkomst” genoemd), die voorziet in voorlopige toepassing met ingang van 1 januari 2010. Dankzij deze voorlopige toepassing kunnen entiteiten uit de Faeröer deelnemen aan de voorstellen tot het indienen van voorstellen op grond van het zevende kaderprogramma van de Unie die men voornemens is in januari 2010 te lanceren.

(2)

De onderhandelingen hebben geresulteerd in de overeenkomst, die op 13 juli 2009 is geparafeerd.

(3)

De overeenkomst dient te worden ondertekend en voorlopig te worden toegepast in afwachting van de voltooiing van de procedures voor de sluiting ervan,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de regering van de Faeröer betreffende wetenschappelijke en technologische samenwerking, waarbij de Faeröer geassocieerd worden met het zevende kaderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) van de Unie (hierna „de overeenkomst” genoemd), wordt namens de Europese Unie goedgekeurd onder voorbehoud van sluiting.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad is gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) de overeenkomst namens de Unie te ondertekenen.

Artikel 3

De overeenkomst wordt vanaf 1 januari 2010 voorlopig toegepast in afwachting van de voltooiing van de procedures voor de sluiting ervan.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Artikel 5

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 12 maart 2010.

Voor de Raad

De voorzitter

J. BLANCO


OVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en de regering van de Faeröer betreffende wetenschappelijke en technologische samenwerking

DE EUROPESE UNIE,

hierna „de Unie” genoemd,

enerzijds,

alsmede

DE REGERING VAN DE FAERÖER

hierna „de Faeröer” genoemd,

anderzijds,

hierna de „partijen” te noemen,

OVERWEGENDE het belang van de huidige wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Faeröer en de Unie en hun wederzijds belang bij de versterking ervan in verband met de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte;

OVERWEGENDE dat reeds onderzoekers van de Faeröer succesvol aan door de Unie gefinancierde projecten hebben deelgenomen;

OVERWEGENDE het belang dat beide partijen erbij hebben de wederzijdse toegang van hun onderzoekinstituten tot onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten op de Faeröer enerzijds en de kaderprogramma’s van de Unie voor onderzoek en technologische ontwikkeling anderzijds aan te moedigen;

OVERWEGENDE dat de Faeröer en de Unie er belang bij hebben in deze programma’s tot wederzijds voordeel samen te werken;

OVERWEGENDE dat het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie bij Besluit nr. 1982/2006/EG (1) van 18 december 2006 het zevende kaderprogramma van de Europese Unie voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (hierna het „kaderprogramma” genoemd) hebben aangenomen;

OVERWEGENDE dat de regering van de Faeröer deze overeenkomst namens het Koninkrijk Denemarken sluit ingevolge de wet betreffende de sluiting van overeenkomsten krachtens internationaal recht door de regering van de Faeröer;

OVERWEGENDE dat, onverminderd de toepasselijke bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna „het VWEU” genoemd), deze overeenkomst en alle daarin vermelde activiteiten op generlei wijze afbreuk zullen doen aan de bevoegdheden van de lidstaten om met de Faeröer bilaterale activiteiten op het gebied van wetenschap, technologie, onderzoek en ontwikkeling uit te voeren en in voorkomend geval daartoe overeenkomsten te sluiten,

ZIJN OVEREENGEKOMEN HETGEEN VOLGT:

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   Onder de in deze overeenkomst en de bijlagen ervan vastgestelde of bedoelde voorwaarden worden de Faeröer geassocieerd met het kaderprogramma, zoals vastgesteld bij Besluit nr. 1982/2006/EG, Verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor de verspreiding van onderzoeksresultaten (2007-2013) (2), en bij de Beschikkingen 2006/971/EG (3), 2006/972/EG (4), 2006/973/EG (5), 2006/974/EG (6) en 2006/975/EG (7) van de Raad betreffende de diverse specifieke programma’s uit hoofde van het kaderprogramma.

2.   Alle besluiten die uit de in lid 1 genoemde besluiten voortvloeien, daaronder begrepen de besluiten tot oprichting van de structuren die nodig zijn voor de uitvoering van het kaderprogramma via onderzoeksactiviteiten op grond van de artikelen 185 en 187 van het VWEU zijn op de Faeröer van toepassing.

3.   Behalve de in lid 1 bedoelde associatie kan de samenwerking bovendien de volgende vormen aannemen:

a)

regelmatige discussies over de hoofdlijnen en prioriteiten van het onderzoeksbeleid en de onderzoeksplanning van de Faeröer en de Europese Unie;

b)

discussies over de vooruitzichten en ontwikkeling van de samenwerking;

c)

tijdige verschaffing van informatie over de tenuitvoerlegging van programma’s en onderzoeksprojecten van de Faeröer en de Unie en over de resultaten van de in het kader van deze overeenkomst verrichte werkzaamheden;

d)

gezamenlijke vergaderingen;

e)

bezoeken en uitwisselingen van onderzoekers, ingenieurs en technici;

f)

geregelde en permanente contacten tussen programma- of projectbeheerders van de Faeröer en de Unie;

g)

deelname van deskundigen aan seminars, symposia en workshops.

Artikel 2

Voorwaarden met betrekking tot de associatievan de Faeröer met het kaderprogramma

1.   Juridische entiteiten uit de Faeröer nemen deel aan acties onder contract en activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek met betrekking tot het kaderprogramma onder dezelfde voorwaarden als juridische entiteiten uit de lidstaten van de Unie, met inachtneming van de voorwaarden als bepaald of bedoeld in de bijlagen I en II. Voor onderzoeksentiteiten uit de Faeröer gelden, rekening houdend met de wederzijdse belangen van de Unie en de Faeröer, voor de indiening en beoordeling van voorstellen en voor de toekenning en sluiting van subsidieovereenkomsten en/of contracten op grond van programma’s van de Unie dezelfde voorwaarden als die welke van toepassing zijn op subsidieovereenkomsten en/of contracten die op grond van dezelfde programma’s met in de Unie gevestigde onderzoekentiteiten worden gesloten.

Juridische entiteiten uit de Unie nemen deel aan onderzoekprogramma’s en -projecten op de Faeröer wat betreft onderwerpen die overeenstemmen met die van het kaderprogramma onder dezelfde voorwaarden als juridische entiteiten van de Faeröer, met inachtneming van de in de bijlagen I en II vastgestelde of bedoelde voorwaarden. Een juridische entiteit die gevestigd is in een ander land dat met het kaderprogramma is geassocieerd, heeft krachtens deze overeenkomst dezelfde rechten en verplichtingen als in een lidstaat gevestigde juridische entiteiten, mits het geassocieerde land waar de entiteit is gevestigd, is overeengekomen om juridische entiteiten uit de Faeröer dezelfde rechten en verplichtingen te verlenen.

2.   De Faeröer betalen vanaf de datum van toepassing van deze overeenkomst voor elk jaar van de looptijd van het kaderprogramma een financiële bijdrage in de jaarlijkse begroting van de Unie. De financiële bijdrage van de Faeröer wordt toegevoegd aan het bedrag dat jaarlijks op de jaarlijkse begroting van de Unie is uitgetrokken voor vastleggingskredieten om te voldoen aan de financiële verplichtingen in verband met de verschillende soorten maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering, het beheer en het functioneren van het kaderprogramma. De regels voor de berekening en de betaling van de financiële bijdrage van de Faeröer zijn in bijlage III uiteengezet.

3.   Vertegenwoordigers van de Faeröer nemen als waarnemer deel aan de comités van het kaderprogramma als ingesteld bij Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (8). De vertegenwoordigers van de Faeröer mogen echter niet aanwezig zijn bij de stemmingen in de comités. De Faeröer worden in kennis gesteld van het resultaat. De in dit lid bedoelde deelname heeft dezelfde vorm, met inbegrip van de procedures voor het ontvangen van informatie en documentatie, als de deelname van vertegenwoordigers van de lidstaten.

4.   Vertegenwoordigers van de Faeröer nemen als waarnemer deel aan de raad van bestuur van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek. De in dit lid bedoelde deelname heeft dezelfde vorm, met inbegrip van de procedures voor het ontvangen van informatie en documentatie, als de deelname van vertegenwoordigers van de lidstaten.

5.   Reis- en verblijfkosten van vertegenwoordigers van de Faeröer die deelnemen aan vergaderingen van de in dit artikel genoemde comités en instanties of aan vergaderingen in verband met de tenuitvoerlegging van het kaderprogramma die door de Unie worden georganiseerd, worden door de Unie op dezelfde grondslag als de vertegenwoordigers van de lidstaten vergoed, en zulks volgens de momenteel geldende procedures.

Artikel 3

Bevordering van de samenwerking

1.   De partijen stellen alles in het werk om in het kader van hun toepasselijke wetgeving het vrije verkeer en het verblijf van onderzoekers die aan onder deze overeenkomst vallende activiteiten deelnemen en het grensoverschrijdende verkeer van goederen die bestemd zijn om in het kader van die activiteiten te worden gebruikt, te vergemakkelijken.

2.   De partijen zorgen ervoor dat geen belasting wordt geheven over geldoverdrachten tussen de Unie en de Faeröer, voor zover dit geld benodigd is voor de uitvoering van onder deze overeenkomst vallende activiteiten.

Artikel 4

Comité onderzoek EU-Faeröer

1.   Er wordt een gemeenschappelijk comité opgericht, het „Comité onderzoek EU-Faeröer”, dat onder meer de volgende taken heeft:

a)

de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst bewerkstelligen, evalueren en aan een onderzoek onderwerpen;

b)

alle maatregelen die de samenwerking zouden kunnen verbeteren en uitbreiden, bestuderen;

c)

regelmatige discussies houden over de hoofdlijnen en prioriteiten van het onderzoeksbeleid en de onderzoeksplanning op de Faeröer en de Unie en over de vooruitzichten voor toekomstige samenwerking;

d)

aanbrengen, behoudens de binnenlandse goedkeuringsprocedures van elke partij, van technische wijzigingen van deze overeenkomst naarmate dit vereist kan zijn.

2.   Het Comité onderzoek EU-Faeröer kan op verzoek van de Faeröer de regio’s van de Faeröer aanwijzen die voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds (9) en derhalve in aanmerking komen voor deelname aan onderzoeksacties op grond van het werkprogramma „Onderzoekspotentieel” op grond van het specifiek programma „Capaciteiten”.

3.   Het Comité onderzoek EU-Faeröer, dat wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de Commissie en van de Faeröer, stelt zijn reglement van orde vast.

4.   Het Comité onderzoek EU-Faeröer komt ten minste om de twee jaar bijeen. Buitengewone vergaderingen worden op verzoek van een van beide partijen gehouden.

Artikel 5

Slotbepalingen

1.   De bijlagen I, II, III en IV maken integrerend deel uit van deze overeenkomst.

2.   Deze overeenkomst wordt hierbij gesloten voor de overblijvende duur van het kaderprogramma. Zij treedt in werking op de datum waarop de partijen elkaar in kennis stellen van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures. Zij wordt met ingang van 1 januari 2010 voorlopig toegepast.

Deze overeenkomst kan alleen schriftelijk worden gewijzigd met instemming van beide partijen. Voor de vankrachtwording van de wijzigingen geldt dezelfde procedure als voor de overeenkomst zelf, namelijk langs diplomatieke weg. Elk van beide partijen kan deze overeenkomst te allen tijde beëindigen door daarvan zes maanden tevoren langs diplomatieke weg schriftelijk kennisgeving te doen. Projecten en activiteiten die lopen op het ogenblik waarop deze overeenkomst wordt beëindigd en/of afloopt, worden onder de in deze overeenkomst neergelegde voorwaarden voortgezet totdat zij zijn voltooid. De partijen regelen in onderlinge overeenstemming de eventuele andere gevolgen van de beëindiging.

3.   Indien een partij de andere partij meedeelt dat zij deze overeenkomst niet zal sluiten, wordt hierbij onderling overeengekomen dat:

de Unie de Faeröer hun bijdrage in de jaarlijkse begroting van de Europese Unie, als bedoeld in artikel 2, lid 2, zal terugbetalen;

bedragen die door de Unie zijn vastgelegd in verband met de deelname van juridische entiteiten van de Faeröer aan acties onder contract, met inbegrip van in artikel 2, lid 5, bedoelde vergoedingen, evenwel door de Unie worden afgetrokken van die terugbetaling;

projecten en activiteiten die in het kader van deze voorlopige toepassing zijn opgezet en die op het ogenblik van de in lid 2 genoemde mededeling gaande zijn, worden onder de in deze overeenkomst neergelegde voorwaarden voortgezet totdat zij zijn voltooid.

4.   Indien de Unie besluit het kaderprogramma te herzien, stelt zij binnen één week na de vaststelling van deze herzieningen door de Unie de Faeröer in kennis van de juiste inhoud ervan. Als de onderzoeksprogramma’s worden herzien of uitgebreid, kunnen de Faeröer de onderhavige overeenkomst opzeggen met een opzegtermijn van zes maanden. Deze kennisgeving van het voornemen om deze overeenkomst op te zeggen of uit te breiden, wordt binnen drie maanden na de vaststelling van het besluit van de Unie gedaan.

5.   Wanneer de Unie een nieuw meerjarig kaderprogramma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie vaststelt, kan deze overeenkomst op verzoek van een van de partijen onder onderling overeen te komen voorwaarden worden herzien of hernieuwd.

6.   Deze overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op ieder grondgebied waar het VWEU van toepassing is, onder de in dat verdrag neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van de Faeröer.

7.   Deze overeenkomst wordt in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Faeröerse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Съставено в Брюксел на трети юни две хиляди и десета година.

Hecho en Bruselas, el tres de junio de dos mil diez.

V Bruselu dne třetího června dva tisíce deset.

Udfærdiget i Bruxelles den tredje juni to tusind og ti.

Geschehen zu Brüssel am dritten Juni zweitausendzehn.

Kahe tuhande kümnenda aasta juunikuu kolmandal päeval Brüsselis.

'Εγινε στις Βρυξέλλες, στις τρεις Ιουνίου δύο χιλιάδες δέκα.

Done at Brussels on the third day of June in the year two thousand and ten.

Fait à Bruxelles, le trois juin deux mille dix.

Fatto a Bruxelles, addì tre giugno duemiladieci.

Briselē, divi tūkstoši desmitā gada trešajā jūnijā

Priimta du tūkstančiai dešimtų metų birželio trečią dieną Briuselyje.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-tizedik év június harmadik napján.

Magħmul fi Brussell, it-tielet jum ta' Ġunju tas-sena elfejn u għaxra.

Gedaan te Brussel, de derde juni tweeduizend tien.

Sporządzono w Brukseli dnia trzeciego czerwca dwa tysiące dziesiątego roku.

Feito em Bruxelas, em três de Junho de dois mil e dez.

Întocmit la Bruxelles, la trei iunie două mii zece.

V Bruseli tretieho júna dvetisícdesať.

V Bruslju, dne tretjega junija leta dva tisoč deset.

Tehty Brysselissä kolmantena päivänä kesäkuuta vuonna kaksituhattakymmenen.

Som skedde i Bryssel den tredje juni tjugohundratio.

Gjørdur í Brússel triðja juni tvey túsund og tíggju.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Union

Pour l'Union européenne

Per l'Unione europea

Eiropas Savieníbas vārdā

Europos Sajungos vardu

Az Európai Unió részéről

Ghall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Fyri Evropeiska Somveldið

Image 1

Image 2

За правителството на Фарьорските острови

Por el Gobierno de las Islas Feroe

Za vládu Faerských ostrovů

For Færøernes landsstyre

Für die Regierung der Färöer

Fääri saarte valitsuse nimel

Για την Κυβέρνηση των Νήσων Φερόες

For the Government of the Faroes

Pour le gouvernement des îles Féroé

Per il governo delle isole Færøer

Fēru salu valdības vārdā

Farerų Vyriausybės vardu

A Feröer szigetek kormánya részéről

Għall-Gvern tal-Gżejjer Faeroe.

Voor de regering van de Faeröer

W imieniu rządu Wysp Owczych

Pelo Governo das IIhas Faroé

Pentru Guvernul Insulelor Feroe

Za vládu Faerských ostrovov

Za Vlado Ferskih otokov

Färsaarten hallituksen puolesta

För Färöarnas landsstyre

Fyri Føroya landsslýri

Image 3


(1)   PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1.

(2)   PB L 391 van 30.12.2006, blz. 1.

(3)   PB L 400 van 30.12.2006, blz. 86.

(4)   PB L 400 van 30.12.2006, blz. 243.

(5)   PB L 400 van 30.12.2006, blz. 271.

(6)   PB L 400 van 30.12.2006, blz. 300.

(7)   PB L 400 van 30.12.2006, blz. 369.

(8)   PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(9)   PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25.

BIJLAGE I

VOORWAARDEN VOOR DE DEELNAME VAN JURIDISCHE ENTITEITEN UIT DE LIDSTATEN VAN DE UNIE EN UIT DE FAERÖER

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder juridische entiteit verstaan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die overeenkomstig het nationale recht van zijn vestigingsplaats of het recht van de Unie is opgericht en die rechtspersoonlijkheid bezit en in eigen naam ongeacht welke rechten en verplichtingen kan hebben.

I.   Voorwaarden voor de deelname van juridische entiteiten uit de Faeröer aan acties onder contract van het kaderprogramma

1.

Op de deelname en de financiering van op de Faeröer gevestigde juridische entiteiten aan acties onder contract van het kaderprogramma zijn de voorwaarden van toepassing die voor „geassocieerde landen” zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1906/2006. Indien de Unie voorziet in de tenuitvoerlegging van de artikelen 185 en 187 van het VWEU, zullen de Faeröer in staat worden gesteld deel te nemen aan de krachtens deze bepalingen tot stand gebrachte juridische structuren, behoudens de regels tot oprichting van dergelijke juridische structuren.

Op de Faeröer gevestigde juridische entiteiten komen voor deelname aan acties onder contract overeenkomstig de artikelen 185 en 187 van het VWEU onder dezelfde voorwaarden in aanmerking als juridische entiteiten die in de lidstaten zijn gevestigd.

Op de Faeröer gevestigde juridische entiteiten komen onder dezelfde voorwaarden als juridische entiteiten die in de lidstaten zijn gevestigd, in aanmerking voor leningen van de Europese Investeringsbank ter ondersteuning van onderzoeksdoelstellingen die onder het kaderprogramma (risicodelende financieringsfaciliteit) ressorteren.

2.

Juridische entiteiten uit de Faeröer worden evenals juridische entiteiten uit de Unie in aanmerking genomen voor de selectie van een relevant aantal onafhankelijke deskundigen voor de taken en onder de voorwaarden zoals bedoeld in de artikelen 17 en 27 van Verordening (EG) nr. 1906/2006, en voor deelname aan diverse werkgroepen en raadgevende comités van het kaderprogramma, rekening houdend met de voor de hun toegewezen taken vereiste vaardigheden en kennis.

3.

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1906/2006 en Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (1) (hierna „Financieel Reglement” genoemd) dienen subsidieovereenkomsten en/of -contracten die door de Unie worden gesloten met een juridische entiteit uit de Faeröer met het oog op de uitvoering van acties onder contract, te voorzien in controles en audits die door of op gezag van de Commissie of de Rekenkamer van de Unie worden uitgevoerd. Met het oog op de samenwerking en de wederzijdse belangen verlenen de bevoegde Faeröerse autoriteiten alle redelijkerwijs mogelijke assistentie die in de gegeven omstandigheden voor het uitvoeren van bedoelde controles en audits nodig of nuttig is.

II.   Voorwaarden voor de deelname van juridische entiteiten uit de lidstaten aan Faeröerse onderzoekprogramma’s en -projecten

1.

Een voorwaarde voor de deelname van in de Unie gevestigde juridische entiteiten die krachtens het nationale recht van een van de lidstaten van de Unie of het Gemeenschapsrecht zijn opgericht, aan projecten van Faeröerse programma’s voor onderzoek en ontwikkeling kan zijn dat hieraan tevens wordt deelgenomen door ten minste één Faeröerse juridische entiteit. Voorstellen voor deze deelname moeten, indien nodig, gezamenlijk met de Faeröerse juridische entiteit(en) worden ingediend.

2.

Rekening houdend met de aard van de samenwerking tussen de Faeröer en de Unie op dit gebied zijn, met inachtneming van het bepaalde in punt 1 en bijlage II, de rechten en verplichtingen van in de Unie gevestigde juridische entiteiten die aan onderzoekprojecten van Faeröerse programma’s voor onderzoek en ontwikkeling deelnemen en de voorwaarden voor de indiening en beoordeling van voorstellen en voor de toekenning en sluiting van subsidieovereenkomsten en/of -contracten in dergelijke projecten, onderworpen aan de Faeröerse wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen die de tenuitvoerlegging van programma’s voor onderzoek en ontwikkeling regelen en in voorkomend geval de voorschriften inzake de nationale veiligheid, die ook voor Faeröerse juridische entiteiten gelden, zodat gelijke behandeling gewaarborgd is.

Financiering van in de Unie gevestigde juridische entiteiten die aan onderzoekprojecten van Faeröerse programma’s voor onderzoek en ontwikkeling deelnemen, is onderworpen aan de Faeröerse wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen die de tenuitvoerlegging van programma’s voor onderzoek en ontwikkeling regelen en in voorkomend geval de voorschriften inzake de nationale veiligheid, die gelden voor niet-Faeröerse juridische entiteiten die aan onderzoekprojecten van Faeröerse programma’s voor onderzoek en ontwikkeling deelnemen. Indien niet in financiering voor niet-Faeröerse juridische entiteiten wordt voorzien, dragen juridische entiteiten van de Unie hun eigen kosten, met inbegrip van hun relatieve aandeel in de kosten van algemeen beheer en administratie van het project.

3.

Voorstellen voor onderzoek op alle gebieden moeten bij de Faeröerse Raad voor Onderzoek (Granskingarráðið) worden ingediend.

4.

De Faeröer houden de Unie regelmatig op de hoogte van de lopende Faeröerse programma’s en de mogelijkheden voor in de Unie gevestigde juridische entiteiten om daaraan deel te nemen.

(1)   PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

BIJLAGE II

BEGINSELEN INZAKE DE TOEKENNING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

I.   Toepassing

Voor de toepassing van deze overeenkomst heeft „intellectuele eigendom” de betekenis zoals gedefinieerd in artikel 2 van het Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor intellectuele eigendom, ondertekend te Stockholm op 14 juli 1967, en wordt onder „kennis” verstaan de resultaten, met inbegrip van informatie, al dan niet beschermbaar, alsmede de auteursrechten of aan de genoemde resultaten verbonden rechten ten gevolge van de aanvraag of eventuele toekenning van octrooien, tekeningen en modellen, kwekersrechten, aanvullende beschermingscertificaten of soortgelijke vormen van bescherming.

II.   Intellectuele-eigendomsrechten van juridische entiteiten van de partijen

1.

Elke partij zorgt ervoor dat de intellectuele-eigendomsrechten van juridische entiteiten van de andere partij die deelnemen aan activiteiten die overeenkomstig deze overeenkomst worden uitgevoerd, en aanverwante rechten en verplichtingen die uit een dergelijke deelname voortvloeien, worden behandeld in overeenstemming met de ter zake geldende internationale overeenkomsten die op partijen van toepassing zijn, met inbegrip van de TRIPS-overeenkomst (overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, die door de Wereldhandelsorganisatie wordt beheerd), de Conventie van Bern (Akte van Parijs 1971) en de Conventie van Parijs (Akte van Stockholm 1967).

2.

Juridische entiteiten uit de Faeröer die aan acties onder contract van het kaderprogramma deelnemen, hebben met betrekking tot intellectuele eigendom rechten en verplichtingen onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1906/2006 en in de dienovereenkomstig met de Unie gesloten subsidieovereenkomsten en/of -contracten, waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in punt 1. Daar waar juridische entiteiten van de Faeröer deelnemen aan acties onder contract van het kaderprogramma die op grond van artikel 185 van het VWEU ten uitvoer worden gelegd, hebben de Faeröer dezelfde rechten en verplichtingen met betrekking tot intellectuele eigendom als de deelnemende lidstaten, zoals vastgelegd in de desbetreffende verordening van het Europees Parlement en de Raad en in het dienovereenkomstig met de Unie gesloten contract, waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in punt 1.

3.

Juridische entiteiten uit de Unie die aan Faeröerse onderzoekprojecten of programma’s deelnemen, hebben met betrekking tot intellectuele eigendom dezelfde rechten en verplichtingen als op de Faeröer gevestigde juridische entiteiten die aan deze onderzoekprojecten of programma’s deelnemen, waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in punt 1.

III.   Intellectuele-eigendomsrechten van de partijen

1.

Tenzij door de partijen uitdrukkelijk anders is overeengekomen, zijn de volgende regels van toepassing op kennis die door de partijen is verkregen in het kader van werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 1, lid 3, van deze overeenkomst:

a)

de partij die dergelijke kennis genereert, is eigenaar van die kennis. Indien het respectieve aandeel in het werk niet kan worden vastgesteld, is die kennis de gezamenlijke eigendom van de partijen;

b)

de partij die eigenaar is van die kennis, verleent de andere partij toegangsrechten daartoe voor de uitvoering van werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 1, lid 3, van deze overeenkomst. Dergelijke toegangsrechten worden verleend vrij van royalty’s.

2.

Tenzij door de partijen uitdrukkelijk anders overeengekomen, zijn de volgende regels van toepassing op wetenschappelijke publicaties van de partijen:

a)

indien een partij in tijdschriften, artikelen, rapporten, boeken, video-opnamen of computerprogramma’s wetenschappelijke en technische gegevens, informatie en resultaten publiceert die het resultaat zijn van en betrekking hebben op in het kader van deze overeenkomst uitgevoerde werkzaamheden, wordt de andere partij een wereldwijd geldend, niet-exclusief, onherroepelijk recht met vrijstelling van royalty’s verleend om die werken te vertalen, te reproduceren, te bewerken, te verspreiden en openbaar te maken;

b)

op alle voor publicatie bestemde exemplaren van gegevens en informatie die door het auteursrecht worden beschermd en die in het kader van dit punt tot stand zijn gekomen, dient de naam van de auteur(s) van het werk te worden vermeld, tenzij de auteur uitdrukkelijk daarvan wenst af te zien. Tevens moet op een duidelijk zichtbare plaats worden verwezen naar de medewerking en de steun van de partijen.

3.

Behalve indien door de partijen uitdrukkelijk anders overeengekomen, zijn de volgende regels van toepassing op geheimgehouden informatie van de partijen:

a)

wanneer aan de andere partij informatie betreffende in het kader van deze overeenkomst uitgevoerde werkzaamheden wordt meegedeeld, stelt elke partij vast welke informatie zij niet openbaar wenst te maken;

b)

de ontvangende partij kan onder eigen verantwoordelijkheid speciaal ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst niet openbaar te maken informatie meedelen aan instanties of personen die onder haar gezag vallen;

c)

met voorafgaande schriftelijke toestemming van de partij die geheime informatie verstrekt, kan de ontvangende partij deze geheime informatie op grotere schaal verspreiden dan anders was toegestaan krachtens punt b). De partijen werken samen procedures uit voor het aanvragen en verkrijgen van voorafgaande schriftelijke toestemming voor die verspreiding op ruimere schaal; elke partij verleent deze goedkeuring voor zover dit in het kader van haar binnenlands beleid en haar nationale voorschriften en wetten mogelijk is;

d)

niet-documentaire geheimgehouden of andere vertrouwelijke informatie die wordt verstrekt tijdens seminars en andere bijeenkomsten tussen vertegenwoordigers van de partijen welke in het kader van deze overeenkomst zijn georganiseerd, of informatie die voortkomt uit de detachering van personeel, het gebruik van voorzieningen of acties onder contract, blijft vertrouwelijk wanneer de ontvanger van deze geheimgehouden of andere vertrouwelijke of bevoorrechte informatie overeenkomstig punt a) op het moment van de mededeling op de hoogte is gebracht van het vertrouwelijke karakter van de meegedeelde informatie;

e)

elke partij tracht ervoor te zorgen dat geheimgehouden informatie die zij krachtens de punten a) en c) ontvangt, wordt beheerd zoals in die punten is bepaald. Indien een van de partijen zich realiseert dat zij niet in staat is, of naar verwachting redelijkerwijs mogelijk niet in staat zal zijn de in de punten a) en c) vervatte bepalingen inzake niet-verspreiding na te leven, stelt zij de andere partij daar onmiddellijk van in kennis. De partijen overleggen vervolgens om een passende gedragslijn te bepalen.

BIJLAGE III

REGELS VOOR DE FINANCIËLE BIJDRAGE VAN DE FAERÖER IN HET KADERPROGRAMMA

I.   Berekening van de financiële bijdrage van de Faeröer

1.

Overeenkomstig het Financieel Reglement en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de jaarlijkse begroting van de Europese Gemeenschappen (1) wordt de financiële bijdrage van de Faeröer in het kaderprogramma elk jaar vastgesteld in evenredigheid met en als aanvulling op het bedrag dat jaarlijks op de algemene begroting van de Europese Unie beschikbaar is voor vastleggingskredieten die benodigd zijn voor de tenuitvoerlegging, het beheer en het functioneren van het kaderprogramma.

2.

De evenredigheidsfactor voor het bepalen van de Faeröerse bijdrage wordt bepaald door de verhouding tussen het bruto binnenlands product van de Faeröer tegen marktprijzen en de som van de bruto binnenlandse producten van de lidstaten van de Europese Unie en de Faeröer samen tegen marktprijzen. Deze verhoudingen worden voor de lidstaten berekend op basis van de voor datzelfde jaar meest recente statistische gegevens van de Commissie (Eurostat) die op het tijdstip waarop het voorontwerp van algemene begroting van de Unie wordt bekendgemaakt beschikbaar zijn, en voor de Faeröer op basis van de meest recente statistische gegevens van de Nationale Statistische Autoriteit van de Faeröer (Hagstova Føroya) voor datzelfde jaar die op het tijdstip waarop het voorontwerp van jaarlijkse begroting van de Unie wordt bekendgemaakt beschikbaar zijn.

3.

Zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 1 september van het jaar vóór elk begrotingsjaar deelt de Commissie de Faeröer, samen met de nodige achtergrondinformatie, het volgende mee:

de bedragen van de vastleggingskredieten op de staat van uitgaven van het voorontwerp van begroting van de Unie die betrekking hebben op het kaderprogramma;

het op basis van het voorontwerp van begroting van de Unie geraamde bedrag van de bijdrage van de Faeröer in verband met hun deelname aan het kaderprogramma overeenkomstig de punten 1, 2 en 3.

Zodra de algemene begroting van de Unie definitief is vastgesteld, deelt de Commissie de Faeröer de in de eerste alinea bedoelde met de deelname van de Faeröer corresponderende definitieve bedragen op de staat van uitgaven mee.

II.   Betaling van de financiële bijdrage van de Faeröer

1.

Uiterlijk in januari en juni van elk begrotingsjaar doet de Commissie aan de Faeröer een verzoek tot storting in verband met de bijdrage van de Faeröer in het kader van deze overeenkomst. Dit verzoek tot storting betreft de betaling van respectievelijk:

zes twaalfden van de bijdrage van de Faeröer uiterlijk 30 dagen na ontvangst van het verzoek tot storting. De uiterlijk 30 dagen na ontvangst van het in januari gedane verzoek te betalen zes twaalfden worden evenwel berekend op basis van het bedrag dat in de staat van ontvangsten van het voorontwerp van algemene begroting is opgenomen. Het aldus betaalde bedrag wordt geregulariseerd bij de betaling van de zes twaalfden, uiterlijk 30 dagen na ontvangst van het uiterlijk in juni gedane verzoek tot storting.

Voor het eerste jaar van de uitvoering van deze overeenkomst doet de Commissie binnen 30 dagen na de voorlopige toepassing ervan een eerste verzoek tot storting. Indien dit verzoek na 15 juni wordt gedaan, dan betreft het de betaling, binnen 30 dagen, van twaalf twaalfden van de bijdrage van de Faeröer, berekend op basis van het bedrag dat in de staat van ontvangsten van de begroting is opgenomen.

2.

De bijdrage van de Faeröer wordt uitgedrukt en betaald in euro. Betalingen van de Faeröer worden als in de begroting opgenomen ontvangsten geboekt voor de programma’s van de Unie onder de passende begrotingslijn van de staat van ontvangsten van de jaarlijkse begroting van de Unie. Het Financieel Reglement is van toepassing op het beheer van de kredieten.

3.

De Faeröer betalen hun bijdrage in het kader van deze overeenkomst volgens het in punt 1 vermelde tijdschema. Voor elke te late betaling van de bijdrage wordt door de Faeröer moratoire rente op het resterende bedrag vanaf de vervaldatum betaald. De rentevoet voor op de vervaldag niet voldane schuldvorderingen is het door de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringsoperaties toegepaste percentage dat geldt op de eerste kalenderdag van de maand van de vervaldag en wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, serie C, vermeerderd met anderhalf procentpunt.

Ingeval de betaling van de bijdrage zo lang uitblijft dat de uitvoering en het beheer van het programma ernstig in gevaar komen, wordt de deelname van de Faeröer aan het programma voor het betreffende begrotingsjaar door de Commissie geschorst als na 20 werkdagen na verzending van een formele aanmaningsbrief aan de Faeröer de bijdrage nog steeds niet is betaald, onverminderd de verplichtingen van de Unie uit hoofde van reeds gesloten subsidieovereenkomsten en/of -contracten die betrekking hebben op de tenuitvoerlegging van geselecteerde acties onder contract.

4.

Uiterlijk op 31 mei van het jaar na een begrotingsjaar wordt de staat van de kredieten voor het kaderprogramma in verband met dat begrotingsjaar opgesteld en ter informatie aan de Faeröer toegezonden in de voor de jaarrekening van de Commissie gebruikelijke opmaak.

5.

Bij de afsluiting van de rekeningen over elk begrotingsjaar gaat de Commissie in het kader van de opstelling van de jaarrekening over tot regularisering van de rekeningen in verband met de deelname van de Faeröer. Bij deze regularisering wordt rekening gehouden met wijzigingen die zich in de loop van het begrotingsjaar hebben voorgedaan door overschrijvingen, annuleringen, overboekingen, vrijgekomen kredieten of aanvullende en gewijzigde begrotingen. Deze regularisering vindt plaats ten tijde van de tweede betaling voor het volgende begrotingsjaar en voor het laatste begrotingsjaar in juli 2014. Verdere regulariseringen vinden ieder jaar plaats tot en met juli 2016.

(1)   PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.

BIJLAGE IV

FINANCIËLE CONTROLE VAN DE FAERÖERSE DEELNEMERS AAN DE PROGRAMMA’S VAN DE UNIE IN HET KADER VAN DE OVEREENKOMST

I.   Directe communicatie

De Commissie neemt rechtstreeks contact op met de op de Faeröer gevestigde deelnemers aan het programma en met hun subcontractanten. Deze kunnen alle dienstige informatie en documentatie die zij moeten verstrekken op grond van de in deze overeenkomst genoemde instrumenten en de ter uitvoering daarvan gesloten subsidieovereenkomsten en/of -contracten, rechtstreeks aan de Commissie toezenden.

II.   Audits

1.

Overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 en de andere regels waarnaar deze overeenkomst verwijst, kan in de met op de Faeröer gevestigde deelnemers aan het programma gesloten subsidieovereenkomsten en/of -contracten worden bepaald dat functionarissen van de Commissie of andere door haar gemachtigde personen, daaronder begrepen OLAF, bij hen en hun subcontractanten te allen tijde wetenschappelijke, financiële, technologische of andere audits kunnen uitvoeren.

2.

Aan de functionarissen van de Commissie, de Rekenkamer van de Europese Unie en andere door de Commissie gemachtigde personen daaronder begrepen OLAF wordt passende toegang geboden tot plaatsen, werken en documenten en tot alle nodige informatie, daaronder begrepen informatie in elektronische vorm, om deze audits uit te voeren, mits dit toegangsrecht uitdrukkelijk wordt vermeld in de subsidieovereenkomsten en/of -contracten die met deelnemers uit de Faeröer worden gesloten om de in deze overeenkomst vermelde instrumenten ten uitvoer te leggen.

3.

De audits kunnen ook worden uitgevoerd na afloop van het kaderprogramma of deze overeenkomst, overeenkomstig de in de betrokken subsidieovereenkomsten en/of -contracten vastgestelde voorwaarden.

4.

De door de Faeröerse regering aangewezen bevoegde Faeröerse autoriteit wordt van tevoren in kennis gesteld van de audits die op het de Faeröerse grondgebied worden uitgevoerd. Deze kennisgeving is geen juridische voorwaarde voor de uitvoering van de audits.

III.   Controles ter plaatse

1.

In het kader van deze overeenkomst is de Commissie, daaronder begrepen OLAF, gemachtigd om overeenkomstig de regels en voorwaarden van Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (1) in de gebouwen van de deelnemers en hun subcontractanten uit de Faeröer controles en verificaties ter plaatse uit te voeren.

2.

De controles en verificaties ter plaatse worden door de Commissie voorbereid en uitgevoerd in nauwe samenwerking met het Nationale Auditbureau (Landsgrannskoðanin). Deze wordt een redelijke tijd van tevoren in kennis gesteld van het voorwerp, het doel en de juridische grondslag van de controles en verificaties, zodat zij bijstand kan verlenen. Te dien einde kunnen functionarissen van de bevoegde Faeröerse autoriteiten aan de controles en verificaties ter plaatse deelnemen.

3.

Wanneer de betrokken Faeröerse instanties dat verlangen, worden de controles en verificaties ter plaatse gezamenlijk door de Commissie en henzelf uitgevoerd.

4.

Wanneer de deelnemers aan het kaderprogramma zich verzetten tegen een controle of verificatie ter plaatse, verlenen de Faeröerse autoriteiten overeenkomstig de nationale voorschriften de controleurs van de Commissie de nodige bijstand om hen in staat te stellen hun taken met betrekking tot de controle of verificatie ter plaatse uit te voeren.

5.

De Commissie stelt de bevoegde de Faeröerse autoriteit onverwijld in kennis van elk feit of elke verdenking in verband met een onregelmatigheid waarvan zij in verband met de uitvoering van de controle of verificatie ter plaatse kennis heeft gekregen. De Commissie stelt in ieder geval de bovengenoemde autoriteit van het resultaat van deze controles en verificaties in kennis.

IV.   Informatie en overleg

1.

Met het oog op een goede uitvoering van deze bijlage wisselen de bevoegde Faeröerse en instanties van de Unie regelmatig informatie uit, tenzij dat door de nationale voorschriften verboden of niet toegestaan is, en plegen zij op verzoek van een van hen overleg.

2.

De bevoegde de Faeröerse autoriteiten stellen de Commissie binnen een redelijke termijn in kennis van elk feit of elke verdenking waarvan zij kennis hebben gekregen betreffende onregelmatigheden in verband met de sluiting en uitvoering van de subsidieovereenkomsten en/of -contracten die worden gesloten ingevolge de in deze overeenkomst genoemde instrumenten.

V.   Vertrouwelijkheid

Ingevolge deze bijlage meegedeelde of verkregen informatie, in eender welke vorm, valt onder het beroepsgeheim en wordt beschermd op dezelfde wijze als soortgelijke informatie wordt beschermd krachtens het Faeröerse recht en de overeenkomstige bepalingen die gelden voor de instellingen van de Unie. Deze informatie mag niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke binnen de instellingen van de Unie of in de lidstaten of op de Faeröer op grond van hun functie wettelijk verplicht zijn om daar kennis van te hebben, en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de partijen.

VI.   Administratieve maatregelen en sancties

Onverminderd de toepassing van het Faeröerse strafrecht kan de Commissie administratieve maatregelen en sancties opleggen in overeenstemming met de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en (EG, Euratom) nr. 2342/2002 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (2).

VII.   Invordering en tenuitvoerlegging

Besluiten die de Commissie ingevolge het kaderprogramma neemt binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst, welke voor natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de staten, een geldelijke verplichting inhouden, vormen op de Faeröer executoriale titel via een burgerlijke rechtsvordering bij een Faeröerse rechtbank. De relevante uitvoeringsbepalingen worden opgenomen in de subsidieovereenkomsten met deelnemers uit de Faeröer. De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aan de Faeröerse rechtbank voorgelegd door de autoriteiten die de regering van de Faeröer daartoe heeft aangewezen. Van de aanwijzing geven zij de Commissie kennis. De tenuitvoerlegging vindt plaats volgens de Faeröerse regels. De rechtsgeldigheid van het besluit dat executoriale titel vormt, is onderworpen aan de controle van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Arresten van het Hof van Justitie die worden gewezen ingevolge een arbitrageclausule in een subsidieovereenkomst en/of contract op grond van het kaderprogramma, vormen onder dezelfde voorwaarden executoriale titel.


(1)   PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

(2)   PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.


VERORDENINGEN

17.9.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 245/14


VERORDENING (EU) Nr. 816/2010 VAN DE COMMISSIE

van 16 september 2010

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1580/2007 wat betreft de drempelvolumes voor de toepassing van de aanvullende rechten voor tomaten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name artikel 143, onder b), juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2) voorziet in toezicht op de invoer van de in bijlage XVII bij die verordening genoemde producten. Voor dit toezicht gelden de uitvoeringsbepalingen die zijn vastgesteld in artikel 308 quinquies van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (3).

(2)

Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 4, van de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten Overeenkomst inzake de landbouw (4), en op grond van de meest recente beschikbare gegevens over 2007, 2008 en 2009 moet het drempelvolume voor de toepassing van de aanvullende rechten voor tomaten worden aangepast.

(3)

Verordening (EG) nr. 1580/2007 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 oktober 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 september 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.

(3)   PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

(4)   PB L 336 van 23.12.1994, blz. 22.


BIJLAGE

„BIJLAGE XVII

AANVULLENDE INVOERRECHTEN: TITEL IV, HOOFDSTUK II, AFDELING 2

Onverminderd de regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur wordt de tekst van de omschrijving als louter indicatief beschouwd. De werkingssfeer van de aanvullende rechten wordt in het kader van deze bijlage bepaald door de draagwijdte van de GN-codes zoals deze bij de vaststelling van de onderhavige verordening bestaan.

Volgnummer

GN-code

Omschrijving

Toepassingsperiode

Drempelvolume (in ton)

78.0015

0702 00 00

Tomaten

1 oktober t/m 31 mei

1 215 717

78.0020

1 juni t/m 30 september

966 474

78.0065

0707 00 05

Komkommers

1 mei t/m 31 oktober

11 879

78.0075

1 november t/m 30 april

18 611

78.0085

0709 90 80

Artisjokken

1 november t/m 30 juni

8 866

78.0100

0709 90 70

Courgettes

1 januari t/m 31 december

55 369

78.0110

0805 10 20

Sinaasappelen

1 december t/m 31 mei

355 386

78.0120

0805 20 10

Clementines

1 november tot eind februari

529 006

78.0130

0805 20 30

0805 20 50

0805 20 70

0805 20 90

Mandarijnen (tangerines en satsuma’s daaronder begrepen); wilkings en soortgelijke kruisingen van citrusvruchten

1 november tot eind februari

96 377

78.0155

0805 50 10

Citroenen

1 juni t/m 31 december

329 903

78.0160

1 januari t/m 31 mei

92 638

78.0170

0806 10 10

Tafeldruiven

21 juli t/m 20 november

146 510

78.0175

0808 10 80

Appelen

1 januari t/m 31 augustus

1 262 435

78.0180

1 september t/m 31 december

95 357

78.0220

0808 20 50

Peren

1 januari t/m 30 april

280 764

78.0235

1 juli t/m 31 december

83 435

78.0250

0809 10 00

Abrikozen

1 juni t/m 31 juli

49 314

78.0265

0809 20 95

Kersen, andere dan zure kersen

21 mei t/m 10 augustus

90 511

78.0270

0809 30

Perziken, nectarines daaronder begrepen

11 juni t/m 30 september

6 867

78.0280

0809 40 05

Pruimen

11 juni t/m 30 september

57 764 ”


17.9.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 245/16


VERORDENING (EU) Nr. 817/2010 VAN DE COMMISSIE

van 16 september 2010

tot vaststelling, op grond van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, van uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de voor de toekenning van uitvoerrestituties te vervullen voorwaarden in verband met het welzijn van levende runderen tijdens het vervoer

(herschikking)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name artikel 170, juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 639/2003 van de Commissie van 9 april 2003 tot vaststelling, op grond van Verordening (EG) nr. 1254/1999, van uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de voor de toekenning van uitvoerrestituties te vervullen voorwaarden in verband met het welzijn van levende runderen tijdens het vervoer (2) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (3). Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van deze verordening te worden overgegaan.

(2)

Overeenkomstig artikel 168 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 wordt de restitutie bij uitvoer van levende dieren slechts toegekend en uitbetaald wanneer is voldaan aan de voorschriften van de Unie inzake het welzijn van dieren, en meer in het bijzonder aan Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten (4).

(3)

Met het oog op handhaving van de normen inzake het welzijn van dieren, dient een toezichtsregeling te worden ingesteld waarbij verplichte controles plaatsvinden op de plaats van uitgang uit het douanegebied van de Gemeenschap en, na het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap, bij overlading, alsook bij de eerste lossing in het derde land van de eindbestemming.

(4)

Om een behoorlijke controle bij de uitvoer uit het douanegebied van de Gemeenschap te vergemakkelijken, moeten plaatsen van uitgang worden aangewezen.

(5)

Voor de beoordeling van de toestand en gezondheid van de dieren is specifieke deskundigheid en ervaring nodig. Derhalve moeten de controles door een dierenarts worden verricht. Bovendien moet de omvang van deze controles nader worden omschreven en moet een modelverslag worden opgesteld om die controles zorgvuldig en geharmoniseerd te kunnen uitvoeren.

(6)

Voor de toepassing van deze verordening moeten controles in derde landen worden opgelegd die worden uitgevoerd door instanties van de lidstaten of door op internationaal niveau inzake controle en toezicht gespecialiseerde firma’s, hierna „CTF’s” genoemd, die door de lidstaten zijn erkend en worden gecontroleerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 612/2009 van de Commissie van 7 juli 2009 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (5). Voor de uitvoering van controles in het kader van deze verordening moeten de CTF’s meer in het bijzonder voldoen aan de in bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 612/2009 vastgestelde voorwaarden voor de erkenning van en de controle op CTF’s.

(7)

Krachtens artikel 168 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en krachtens deze verordening mogen de uitvoerrestituties slechts worden betaald wanneer is voldaan aan de voorschriften van de Unie op het gebied van dierenwelzijn. Daarom moet duidelijk worden aangegeven dat, onverminderd in door het Hof van Justitie van de Europese Unie erkende gevallen van overmacht, een inbreuk op die bepalingen inzake dierenwelzijn niet tot een verlaging, maar tot het verlies van de uitvoerrestitutie leidt, in evenredigheid met het aantal dieren waarvoor de dierenwelzijnseisen niet in acht werden genomen. Uit die bepalingen en uit de voorschriften inzake dierenwelzijn die zijn vastgesteld in de artikelen 3 tot en met 9 van Verordening (EG) nr. 1/2005, alsmede de daarin genoemde bijlagen, vloeit bovendien voort dat de restitutie voor dieren waarvoor deze dierenwelzijnsvoorschriften niet zijn nageleefd, wordt verbeurd, ongeacht de fysieke toestand van de betrokken dieren.

(8)

Wanneer blijkt dat Verordening (EG) nr. 1/2005 voor een groot aantal dieren niet in acht is genomen, moet niet alleen de uitvoerrestitutie niet worden uitbetaald, maar moet ook een passende sanctie worden opgelegd. Voorts moet, wanneer de overtreding van die verordening het gevolg is van algehele veronachtzaming van de voorschriften op het gebied van het welzijn van dieren, worden bepaald dat de volledige restitutie verbeurd wordt.

(9)

Gelet op de verschillen tussen diverse taalversies, dient te worden duidelijk gemaakt dat de restitutie voor het in de uitvoeraangifte vermelde totaalaantal dieren wordt geweigerd, wanneer het aantal dieren waarvoor geen restitutie wordt betaald, groter is dan 5 % van het aantal dat is vermeld in de aanvaarde uitvoeraangifte, en ten minste drie dieren bedraagt, dan wel tien dieren of meer bedraagt, doch minstens 2 % van het aantal dat in de aanvaarde uitvoeraangifte is vermeld. Artikel 6, lid 2, onder b), moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De lidstaten moeten de Commissie de nodige informatie verschaffen om haar in staat te stellen op de toepassing van deze verordening toe te zien en er verslag over uit te brengen.

(11)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

Op grond van artikel 168 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 wordt de betaling van de restituties bij uitvoer van levende runderen van GN-code 0102 , hierna „dieren” genoemd, afhankelijk gesteld van de naleving, tijdens het vervoer van de dieren tot de eerste lossingsplaats in het derde land van de eindbestemming, van de artikelen 3 tot en met 9 van Verordening (EG) nr. 1/2005, alsmede van de daarin genoemde bijlagen, en van de onderhavige verordening.

Voor de toepassing van deze Verordening geldt bij vervoer over de weg de plaats waar het eerste dier definitief uit een wegvoertuig wordt gelost, als „eerste lossingsplaats in het derde land van de eindbestemming”; hieronder vallen derhalve niet de plaatsen waar de reis wordt onderbroken om te rusten of de dieren te voederen of te drenken.

Artikel 2

Controle in het douanegebied van de Gemeenschap

1.   De dieren mogen het douanegebied van de Gemeenschap slechts via de volgende plaatsen van uitgang verlaten:

a)

een inspectiepost aan de grens die bij besluit van de Commissie is erkend voor de veterinaire controles van levende hoefdieren uit derde landen,

of

b)

een door de lidstaat aangewezen plaats van uitgang.

2.   Een officiële dierenarts op de plaats van uitgang gaat overeenkomstig Richtlijn 96/93/EG van de Raad (6) voor de dieren waarvoor een uitvoeraangifte aanvaard is, na of:

a)

de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 1/2005 vanaf de plaats van vertrek in de zin van artikel 2, onder r), van die verordening tot de plaats van uitgang zijn vervuld,

en

b)

de vervoersomstandigheden tijdens de verdere reis in overeenstemming zijn met Verordening (EG) nr. 1/2005 en de nodige maatregelen zijn getroffen om de inachtneming ervan tot de eerste lossing in het derde land van de eindbestemming te verzekeren.

De officiële dierenarts die de controle heeft uitgevoerd, moet een verslag overeenkomstig het model in bijlage I bij deze verordening opstellen waarin hij verklaart dat de bevindingen van de overeenkomstig de eerste alinea verrichte controle al dan niet bevredigend waren.

De voor de plaats van uitgang bevoegde veterinaire autoriteit bewaart dat verslag gedurende ten minste drie jaar. Een kopie van het verslag wordt toegezonden aan het betaalorgaan.

3.   Indien de officiële dierenarts van de plaats van uitgang zich ervan heeft vergewist dat de in lid 2 genoemde voorwaarden zijn vervuld, certificeert hij dit door een van de in bijlage II opgenomen vermeldingen alsmede een stempel en zijn handtekening aan te brengen op het document dat het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap bewijst, hetzij in vak J van het controle-exemplaar T5, hetzij op de meest passende plaats van het nationale document.

4.   De officiële dierenarts van de plaats van uitgang vermeldt op het in lid 3 bedoelde document het totale aantal dieren waarvoor de uitvoeraangifte aanvaard is, onder aftrek van het aantal dieren dat onderweg heeft gekalfd (ook ontijdig) of waarvoor de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1/2005 niet in acht zijn genomen.

5.   De lidstaten kunnen verlangen dat de exporteur de officiële dierenarts van de plaats van uitgang vooraf in kennis stelt van de aankomst van de zending op de plaats van uitgang.

6.   Indien de in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 612/2009 bedoelde regeling vereenvoudigd communautair douanevervoer per spoor van toepassing is, verricht de officiële dierenarts de controle in afwijking van lid 1 in het kantoor waar de dieren onder deze regeling worden geplaatst.

De in de leden 3 en 4 bedoelde certificering en vermeldingen worden aangebracht op het voor de uitkering van de restitutie gebruikte document of, in het in artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 612/2009 beschreven geval, op het controle-exemplaar T5.

Artikel 3

Controle in derde landen

1.   Nadat de dieren het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten, moet de exporteur ervoor zorgen dat de dieren een controle ondergaan:

a)

op elke plaats van overlading in een ander vervoermiddel, tenzij de overlading niet was voorzien en is veroorzaakt door uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden;

b)

op de eerste lossingsplaats in het derde land van de eindbestemming.

2.   De in lid 1 bedoelde controles worden uitgevoerd door een op internationaal niveau in controle en toezicht gespecialiseerde firma die daartoe overeenkomstig de artikelen 18 tot en met 23 van Verordening (EG) nr. 612/2009 door een lidstaat is erkend en wordt gecontroleerd, of door een officiële instantie van een lidstaat.

De in lid 1 bedoelde controles worden verricht door een dierenarts die houder is van een diploma, certificaat of andere titel van dierenarts dat of die is genoemd in artikel 21 van Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad (7). Evenwel vergewissen de lidstaten die de in de eerste alinea van dit lid bedoelde op internationaal niveau in controle en toezicht gespecialiseerde firma’s hebben erkend, zich ervan dat die firma’s controleren of de dierenartsen die houder zijn van een niet onder die richtlijn vallende titel, op de hoogte zijn van de in Verordening (EG) nr. 1/2005 gestelde eisen. Die controles worden volgens passende procedures op een redelijke, objectieve en onpartijdige wijze verricht.

De dierenarts moet van elke door hem overeenkomstig lid 1 verrichte controle een verslag opstellen volgens de modellen in de bijlagen III en IV bij deze verordening.

Artikel 4

Procedure voor de restitutiebetaling

1.   Uiterlijk bij de indiening van de uitvoeraangifte verstrekt de exporteur de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de uitvoeraangifte wordt aanvaard, alle nodige gegevens over de reis.

Tegelijkertijd of uiterlijk zodra hij daarvan kennis heeft gekregen, brengt de exporteur de bevoegde autoriteit op de hoogte van elke mogelijke overlading in een ander vervoermiddel.

2.   Overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 612/2009 opgestelde aanvragen om betaling van de uitvoerrestitutie moeten binnen de in dat artikel vastgestelde termijn worden aangevuld met de volgende bewijsstukken:

a)

het naar behoren ingevulde document als bedoeld in artikel 2, lid 3, van deze verordening,

en

b)

de in artikel 3, lid 2, derde alinea, van deze verordening bedoelde verslagen.

3.   Indien door omstandigheden buiten de wil van de exporteur de in artikel 3, lid 1, bedoelde controle niet kon worden verricht, kan de bevoegde autoriteit op een met redenen omkleed verzoek van de exporteur andere documenten aanvaarden die ten haren genoegen bewijzen dat Verordening (EG) nr. 1/2005 in acht is genomen.

Artikel 5

Niet-betaling van de uitvoerrestitutie

1.   De totale som van de uitvoerrestitutie per dier, berekend overeenkomstig de tweede alinea, wordt niet betaald voor:

a)

dieren die tijdens het vervoer zijn gestorven, behalve in het in lid 2 genoemde geval;

b)

dieren die tijdens het vervoer nog vóór de eerste lossing in het derde land van de eindbestemming hebben gekalfd (ook ontijdig);

c)

dieren waarvoor de bevoegde autoriteit op grond van de in artikel 4, lid 2, bedoelde documenten en/of andere gegevens over de naleving van deze verordening waarover zij beschikt, van oordeel is dat de artikelen 3 tot en met 9 van Verordening (EG) nr. 1/2005, alsmede de daarin genoemde bijlagen niet in acht zijn genomen.

Het gewicht van een dier waarvoor de restitutie niet wordt betaald, wordt forfaitair bepaald door het totale gewicht in kg dat in de uitvoeraangifte is vermeld, te delen door het totale aantal dieren dat in diezelfde aangifte is vermeld.

2.   Wanneer een dier, na het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap, tijdens het vervoer ten gevolge van overmacht is gestorven:

a)

wordt, bij een niet-gedifferentieerde restitutie, het volledige restitutiebedrag betaald;

b)

wordt, bij een gedifferentieerde restitutie, het bedrag van het overeenkomstig artikel 25, lid 2 van Verordening (EG) nr. 612/2009 berekende gedeelte van de restitutie betaald.

Artikel 6

Sancties

1.   Bovendien wordt de restitutie gekort met een bedrag dat gelijk is aan het restitutiebedrag dat op grond van artikel 5, lid 1, niet wordt betaald, indien het aantal dieren waarvoor geen restitutie wordt betaald:

a)

groter is dan 1 % van het aantal dat is vermeld in de aanvaarde uitvoeraangifte, en ten minste twee dieren bedraagt,

of

b)

meer dan vijf dieren bedraagt.

2.   De restitutie wordt geweigerd voor het in de uitvoeraangifte vermelde totaalaantal dieren, wanneer het aantal dieren waarvoor op grond van artikel 5, lid 1, geen restitutie wordt betaald:

a)

groter is dan 5 % van het aantal dat is vermeld in de aanvaarde uitvoeraangifte, en ten minste drie dieren bedraagt,

of

b)

tien dieren of meer bedraagt, doch minstens 2 % van het aantal dat in de aanvaarde uitvoeraangifte is vermeld.

3.   Tijdens het vervoer gestorven dieren en dieren die vóór de eerste lossing in het derde land van de eindbestemming hebben gekalfd (ook ontijdig), worden voor de toepassing van de leden 1 en 2 niet meegerekend wanneer de exporteur ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantoont dat hun dood of het (ontijdig) kalven niet het gevolg was van de niet-inachtneming van Verordening (EG) nr. 1/2005.

4.   De in artikel 48 van Verordening (EG) nr. 612/2009 bedoelde sanctie wordt niet toegepast voor het bedrag dat op grond van artikel 5 van deze verordening en de leden 1 en 2 van dit artikel niet is betaald of waarmee de restitutie is gekort.

Artikel 7

Terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen

Indien na de uitkering van de restitutie komt vast te staan dat de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1/2005 niet in acht zijn genomen, wordt het desbetreffende deel van de restitutie, in voorkomend geval met inbegrip van het overeenkomstig artikel 6 van deze verordening toe te passen sanctiebedrag, geacht ten onrechte te zijn betaald en wordt het teruggevorderd overeenkomstig artikel 49 van Verordening (EG) nr. 612/2009.

Artikel 8

Mededeling van gegevens

De lidstaten delen de Commissie jaarlijks uiterlijk op 31 maart de volgende gegevens mee over de toepassing van deze verordening in het vorige kalenderjaar:

a)

het aantal uitvoeraangiften (voor dieren) en dieren waarvoor de restitutie werd betaald;

b)

het aantal uitvoeraangiften waarvoor de restitutie niet of slechts gedeeltelijk werd betaald en het aantal dieren waarvoor geen restitutie werd betaald;

c)

het aantal uitvoeraangiften waarvoor de restitutie geheel of gedeeltelijk werd terugbetaald en het aantal dieren waarvoor de restitutie werd terugbetaald, met inbegrip van de dieren waarvoor de terugbetaling van de restitutie betrekking had op uitvoertransacties die vóór het betrokken kalenderjaar plaatsvonden;

d)

de redenen om voor de onder b) en c) bedoelde dieren het restitutiebedrag niet te betalen of terug te vorderen en het aantal van die dieren dat is gerekend tot respectievelijk categorie B, categorie C en categorie D zoals vermeld in de bijlagen I, III en IV;

e)

het aantal sancties voor elk van de in artikel 6, leden 1 en 2, genoemde categorieën onder vermelding van de betrokken aantallen dieren en van de betrokken bedragen aan niet-betaalde restituties;

f)

de restitutiebedragen in euro die niet werden betaald en de terugbetaalde restituties, met inbegrip van de terugbetaalde bedragen voor uitvoertransacties die vóór het betrokken kalenderjaar plaatsvonden;

g)

het aantal uitvoeraangiften en de bedragen waarvoor de terugvorderingsprocedure nog loopt;

h)

alle overige gegevens die de lidstaten van belang achten voor de toepassing van deze verordening.

Artikel 9

Intrekking

Verordening (EG) nr. 639/2003 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage VI.

Artikel 10

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 september 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 93 van 10.4.2003, blz. 10.

(3)  Zie bijlage V.

(4)   PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1.

(5)   PB L 186 van 17.7.2009, blz. 1.

(6)   PB L 13 van 16.1.1997, blz. 28.

(7)   PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22.


BIJLAGE I

MODEL

Verslag van de controle op de plaats van uitgang (artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 817/2010)

Image 4

Tekst van het beeld

BIJLAGE II

In artikel 2, lid 3, bedoelde vermeldingen:

In het Bulgaars

:

Резултатите от проверките съгласно член 2 от Регламент (EC) № 817/2010 са удовлетворителни

In het Spaans

:

Resultados de los controles de conformidad con el artículo 2 del Reglamento (UE) no 817/2010 satisfactorios

In het Tsjechisch

:

Výsledky kontrol podle článku 2 nařízení (EU) č. 817/2010 jsou uspokojivé

In het Deens

:

Resultater af kontrollen efter artikel 2 i forordning (EU) nr. 817/2010 er tilfredsstillende

In het Duits

:

Ergebnisse der Kontrollen nach Artikel 2 der Verordnung (EU) Nr. 817/2010 zufriedenstellend

In het Ests

:

Määruse (EL) nr 817/2010 artiklis 2 osutatud kontrollide tulemused rahuldavad

In het Grieks

:

Αποτελέσματα των ελέγχων βάσει του άρθρου 2 του κανονισμού (EE) αριθ. 817/2010 ικανοποιητικά

In het Engels

:

Results of the checks pursuant to Article 2 of Regulation (EU) No 817/2010 satisfactory

In het Frans

:

Résultats des contrôles visés à l’article 2 du règlement (UE) no 817/2010 satisfaisants

In het Italiaans

:

Risultati dei controlli conformi alle disposizioni dell’articolo 2 del regolamento (UE) n. 817/2010

In het Lets

:

Regulas (ES) Nr. 817/2010 2. pantā minēto pārbaužu rezultāti ir apmierinoši

In het Litouws

:

Reglamento (ES) Nr. 817/2010 2 straipsnyje numatytų patikrinimų rezultatai yra patenkinami

In het Hongaars

:

A 817/2010/EU rendelet 2. cikke szerinti ellenőrzések eredményei kielégítőek

In het Maltees

:

Riżultati tal-kontrolli konformi ma’ l-Artikolu 2 tar-Regolament (UE) Nru 817/2010 sodisfaċenti

In het Nederlands

:

Bevindingen bij controle overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EU) nr. 817/2010 bevredigend

In het Pools

:

Wyniki kontroli, o której mowa w artikel 2 rozporządzenia (UE) nr 817/2010, zadowalające

In het Portugees

:

Resultados dos controlos satisfatórios nos termos do artigo 2.o do Regulamento (UE) n.o 817/2010

In het Roemeens

:

Rezultatele controalelor menționate la articolul 2 din Regulamentul (UE) nr. 817/2010 - satisfăcătoare

In het Slowaaks

:

Výsledky kontrol podľa článku 2 nariadenia (EÚ) č. 817/2010 uspokojivé

In het Sloveens

:

Rezultati kontrol, izhajajoči iz člena 2 Uredbe (EU) št. 817/2010 so zadovoljivi

In het Fins

:

Asetuksen (EU) N:o 817/2010 2 artiklan mukaisen tarkastuksen tulos tyydyttävä

In het Zweeds

:

Resultaten av kontrollen enligt artikel 2 i förordning (EU) nr 817/2010 är tillfredsställande


BIJLAGE III

MODEL

Verslag van de controle op de overlaadplaats in een derde land (artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. 817/2010)

Image 5

Tekst van het beeld

BIJLAGE IV

MODEL

Verslag van de controle op de eerste lossingsplaats in het derde land van de eindbestemming (artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. 817/2010)

Image 6

Tekst van het beeld

BIJLAGE V

Ingetrokken verordening met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

Verordening (EG) nr. 639/2003 van de Commissie

(PB L 93 van 10.4.2003, blz. 10)

 

Verordening (EG) nr. 2187/2003 van de Commissie

(PB L 327 van 16.12.2003, blz. 15)

 

Verordening (EG) nr. 687/2004 van de Commissie

(PB L 106 van 15.4.2004, blz. 13)

 

Verordening (EG) nr. 1979/2004 van de Commissie

(PB L 342 van 18.11.2004, blz. 23)

 

Verordening (EG) nr. 354/2006 van de Commissie

(PB L 59 van 1.3.2006, blz. 10)

 

Verordening (EG) nr. 1847/2006 van de Commissie

(PB L 355 van 15.12.2006, blz. 21)

Uitsluitend artikel 7 en bijlage VII

Verordening (EG) nr. 498/2009 van de Commissie

(PB L 150 van 13.6.2009, blz. 3)

 


BIJLAGE VI

Concordantietabel

Verordening (EG) nr. 639/2003

De onderhavige verordening

Artikelen 1 t/m 7

Artikelen 1 t/m 7

Artikel 8, aanhef

Artikel 8, aanhef

Artikel 8, onder a) t/m d)

Artikel 8, onder a) t/m d)

Artikel 8, onder d bis)

Artikel 8, onder e)

Artikel 8, onder e)

Artikel 8, onder f)

Artikel 8, onder f)

Artikel 8, onder g)

Artikel 8, onder g)

Artikel 8, onder h)

Artikel 9

Artikel 9

Artikel 10, eerste alinea

Artikel 10

Artikel 10, tweede en derde alinea

Bijlage I

Bijlage I

Bijlage I bis

Bijlage II

Bijlage II

Bijlage III

Bijlage III

Bijlage IV

Bijlage IV

Bijlage V

Bijlage VI


17.9.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 245/29


VERORDENING (EU) Nr. 818/2010 VAN DE COMMISSIE

van 16 september 2010

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 17 september 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 september 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

93,9

MK

62,5

XS

59,4

ZZ

71,9

0707 00 05

MK

57,0

TR

141,6

ZZ

99,3

0709 90 70

TR

103,0

ZZ

103,0

0805 50 10

AR

141,5

CL

130,3

IL

128,2

TR

146,9

UY

134,0

ZA

117,6

ZZ

133,1

0806 10 10

EG

148,1

IL

122,3

TR

117,8

ZA

92,1

ZZ

120,1

0808 10 80

AR

66,6

BR

71,2

CL

124,6

CN

55,0

NZ

98,9

ZA

89,6

ZZ

84,3

0808 20 50

AR

157,0

CN

86,4

ZA

81,9

ZZ

108,4

0809 30

TR

148,2

ZZ

148,2

0809 40 05

BA

57,1

IL

178,8

ZZ

118,0


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.


17.9.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 245/31


VERORDENING (EU) Nr. 819/2010 VAN DE COMMISSIE

van 16 september 2010

tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 877/2009 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2009/10

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name op artikel 36, lid 2, tweede alinea, tweede zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2009/10 zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 877/2009 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 815/2010 van de Commissie (4).

(2)

Naar aanleiding van de gegevens waarover de Commissie momenteel beschikt, dienen deze bedragen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 951/2006 te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bij Verordening (EG) nr. 951/2006 voor het verkoopseizoen 2009/10 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 877/2009 bedoelde producten worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 17 september 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 september 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.

(3)   PB L 253 van 25.9.2009, blz. 3.

(4)   PB L 243 van 16.9.2010, blz. 64.


BIJLAGE

Gewijzigde bedragen van de representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 95 die gelden met ingang van 17 september 2010

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product

Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product

1701 11 10  (1)

56,73

0,00

1701 11 90  (1)

56,73

0,00

1701 12 10  (1)

56,73

0,00

1701 12 90  (1)

56,73

0,00

1701 91 00  (2)

45,88

3,71

1701 99 10  (2)

45,88

0,57

1701 99 90  (2)

45,88

0,57

1702 90 95  (3)

0,46

0,24


(1)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(2)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)  Vaststelling per procent sacharose.


17.9.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 245/33


VERORDENING (EU) Nr. 820/2010 VAN DE COMMISSIE

van 16 september 2010

houdende vaststelling van de maximumkorting op het recht bij invoer van sorgho in het kader van de in Verordening (EU) nr. 464/2010 bedoelde openbare inschrijving

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name artikel 144, lid 1, juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 464/2010 van de Commissie (2) is een inschrijving geopend voor de vaststelling van de maximumkorting op het recht bij invoer van sorgho in Spanje, van oorsprong uit derde landen.

(2)

Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1296/2008 van de Commissie van 18 december 2008 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de tariefcontingenten voor de invoer van maïs en sorgho in Spanje enerzijds en maïs in Portugal anderzijds (3), kan de Commissie, volgens de in artikel 195, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde procedure, besluiten een maximumkorting op het invoerrecht vast te stellen. Voor de vaststelling van die korting moet met name rekening worden gehouden met de in de artikelen 7 en 8 van Verordening (EG) nr. 1296/2008 vastgestelde criteria.

(3)

Toegewezen wordt aan inschrijvers wier offerte gelijk is aan of lager is dan de maximumkorting op het invoerrecht.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de van 27 augustus tot en met 16 september 2010 meegedeelde offertes in het kader van de in Verordening (EU) nr. 464/2010 bedoelde inschrijving wordt de maximumkorting op het recht bij invoer van sorgho vastgesteld op 6,49 euro/ton voor een totale hoeveelheid van maximaal 44 000 ton.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 17 september 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 september 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 129 van 28.5.2010, blz. 62.

(3)   PB L 340 van 19.12.2008, blz. 57.


BESLUITEN

17.9.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 245/34


BESLUIT VAN DE RAAD

van 13 september 2010

betreffende de start van de automatische uitwisseling van gegevens uit kentekenregisters (VRD) door Finland

(2010/559/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien artikel 25 van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (1),

Gezien artikel 20 en hoofdstuk 4 van de bijlage bij Besluit 2008/616/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens het Protocol betreffende de overgangsbepalingen dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, worden de rechtsgevolgen van de handelingen van de instellingen, organen en instanties van de Unie die vastgesteld zijn vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon gehandhaafd zolang deze handelingen niet krachtens de verdragen ingetrokken, nietig verklaard of gewijzigd zijn.

(2)

Artikel 25 van Besluit 2008/615/JBZ is derhalve van toepassing en de Raad besluit met eenparigheid van stemmen of de lidstaten de bepalingen van hoofdstuk 6 van dat besluit hebben toegepast.

(3)

In artikel 20 van Besluit 2008/616/JBZ is bepaald dat de Raad het in artikel 25, lid 2, van Besluit 2008/615/JBZ bedoelde besluit neemt op basis van een evaluatieverslag, dat is opgesteld aan de hand van een vragenlijst. Wat de automatische uitwisseling van gegevens overeenkomstig hoofdstuk 2 van Besluit 2008/615/JBZ betreft, dient het evaluatieverslag gebaseerd te zijn op een evaluatiebezoek en een serie voorafgaande tests.

(4)

Volgens hoofdstuk 4, punt 1.1, van de bijlage bij Besluit 2008/616/JBZ stelt de betrokken Raadsgroep een vragenlijst op voor elke vorm van geautomatiseerde uitwisseling van gegevens, en beantwoordt een lidstaat de desbetreffende vragenlijst zodra hij van oordeel is dat hij aan de voorwaarden voor het uitwisselen van gegevens in een bepaalde gegevenscategorie voldoet.

(5)

Finland heeft de vragenlijst over gegevensbescherming en de vragenlijst over gegevens uit kentekenregisters (VRD) ingevuld.

(6)

Finland heeft met Nederland een serie voorafgaande tests uitgevoerd ter evaluatie van de resultaten van de vragenlijst betreffende VRD.

(7)

Er is een evaluatiebezoek aan Finland gebracht en het evaluatieteam heeft een verslag over het evaluatiebezoek opgesteld en dat toegezonden aan de betrokken Raadsgroep met het oog op een evaluatie van de VRD.

(8)

Er is een algemeen evaluatieverslag aan de Raad voorgelegd, waarin de resultaten van de vragenlijst, het evaluatiebezoek en de serie voorafgaande tests betreffende VRD zijn samengevat,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Met het oog op de automatische bevraging van gegevens uit kentekenregisters (VRD) heeft Finland de algemene bepalingen betreffende gegevensbescherming van hoofdstuk 6 van Besluit 2008/615/JBZ volledig toegepast en is het gerechtigd met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit persoonsgegevens te ontvangen en te verstrekken overeenkomstig artikel 12 van genoemd besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 13 september 2010.

Voor de Raad

De voorzitter

S. VANACKERE


(1)   PB L 210 van 6.8.2008, blz. 1.

(2)   PB L 210 van 6.8.2008, blz. 12.


17.9.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 245/35


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 16 september 2010

tot wijziging van de Beschikkingen 2008/603/EG, 2008/691/EG en 2008/751/EG door verlenging van de tijdelijke afwijkingen van de oorsprongsregels in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1528/2007 van de Raad teneinde rekening te houden met de bijzondere situatie van Mauritius, de Seychellen en Madagaskar met betrekking tot tonijn en tonijnfilets („loins”)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 6259)

(2010/560/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1528/2007 van de Raad van 20 december 2007 tot toepassing van de regelingen voor producten van oorsprong uit bepaalde staten behorende tot de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), die zijn opgenomen in overeenkomsten tot instelling van, of leidende tot de instelling van economische partnerschapsovereenkomsten (1), en met name artikel 36, lid 4, van bijlage II,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 17 juli 2008 heeft de Commissie Beschikking 2008/603/EG (2) vastgesteld tot verlening van een tijdelijke afwijking van de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1528/2007 vastgestelde oorsprongsregels teneinde rekening te houden met de bijzondere situatie van Mauritius met betrekking tot tonijnconserven en tonijnfilets („loins”). Op 15 juni 2009 heeft de Commissie Beschikking 2009/471/EG (3) vastgesteld, waarbij de tijdelijke afwijking werd verlengd. Op 21 december 2009 heeft Mauritius overeenkomstig artikel 36 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1528/2007 om een nieuwe afwijking van de oorsprongsregels in die bijlage verzocht. Uit de door Mauritius verstrekte informatie blijkt dat de vangsten van tonijn, zelfs rekening houdend met de normale seizoenschommelingen, zeer laag blijven. Aangezien de abnormale situatie die in 2009 bestond in 2010 is blijven voortduren, moet een nieuwe afwijking worden toegestaan met ingang van 1 januari 2010.

(2)

Op 14 augustus 2008 heeft de Commissie Beschikking 2008/691/EG (4) vastgesteld tot verlening van een tijdelijke afwijking van de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1528/2007 vastgestelde oorsprongsregels, teneinde rekening te houden met de bijzondere situatie van de Seychellen met betrekking tot tonijnconserven. Bij Beschikking 2009/471/EG werd die tijdelijke afwijking verlengd. Op 25 januari 2010 hebben de Seychellen overeenkomstig artikel 36 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1528/2007 om een nieuwe afwijking van de oorsprongsregels in die bijlage verzocht. Uit de door de Seychellen verstrekte informatie blijkt dat de vangsten van tonijn, zelfs rekening houdend met de normale seizoenschommelingen, zeer laag blijven. Aangezien de abnormale situatie die in 2009 bestond in 2010 is blijven voortduren, moet een nieuwe afwijking worden toegestaan met ingang van 1 januari 2010.

(3)

Op 18 september 2008 heeft de Commissie Beschikking 2008/751/EG (5) vastgesteld tot verlening van een tijdelijke afwijking van de oorsprongsregels in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1528/2007 teneinde rekening te houden met de bijzondere situatie van Madagaskar met betrekking tot tonijnconserven en tonijnfilets („loins”). Bij Beschikking 2009/471/EG werd die tijdelijke afwijking verlengd. Op 22 mei 2010 heeft Madagaskar overeenkomstig artikel 36 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1528/2007 om een nieuwe afwijking van de oorsprongsregels in die bijlage verzocht. Op 8 juni 2010 heeft Madagaskar aanvullende informatie verstrekt. Volgens de door Madagaskar verstrekte informatie blijft de aanschaf van rauwe tonijn die aan de oorsprongsregels voldoet moeilijk wegens schaarste. Aangezien de abnormale situatie die in 2009 bestond in 2010 is blijven voortduren, moet een nieuwe afwijking worden toegestaan met ingang van 1 januari 2010.

(4)

De Beschikkingen 2008/603/EG, 2008/691/EG en 2008/751/EG waren tot 31 december 2009 van toepassing omdat de interimovereenkomst inzake economisch partnerschap tussen de oostelijke en zuidelijke Afrikaanse staten enerzijds en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds (ESA-EU-Interimpartnerschapsovereenkomst) vóór die datum niet in werking is getreden en niet voorlopig is toegepast.

(5)

Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1528/2007 worden de oorsprongsregels in bijlage II bij die verordening en de afwijkingen van die regels vervangen door de regels van de ESA-EU-Interimpartnerschapsovereenkomst, die naar verwachting in 2010 in werking zal treden of voorlopig zal worden toegepast.

(6)

Het is noodzakelijk te zorgen voor de continuïteit van de uitvoer uit de ACS-landen naar de Europese Unie en een probleemloze overgang op de interimovereenkomst inzake economisch partnerschap. De Beschikkingen 2008/603/EG, 2008/691/EG, en 2008/751/EG moeten bijgevolg worden verlengd zodat zij ook na 1 januari 2010 van toepassing blijven.

(7)

Mauritius, de Seychellen en Madagaskar zullen automatisch in aanmerking komen voor een afwijking van de oorsprongsregels voor tonijn van GS-post 1604 op grond van het protocol inzake de oorsprong bij de door hen ondertekende ESA-EU-Interimpartnerschapsovereenkomst zodra die overeenkomst in werking treedt of voorlopig wordt toegepast. Het zou niet passend zijn bij onderhavig besluit afwijkingen uit hoofde van artikel 36 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1528/2007 toe te staan die het jaarlijkse contingent overschrijden dat bij de ESA-EU-Interimpartnerschapsovereenkomst aan de ESA-regio is toegekend. De ESA-partners bij de overeenkomst hebben daarom een eenzijdige politieke verklaring ondertekend betreffende de voor 2010 toegestane afwijkingen voor tonijn, waarbij deze landen afzien van de totale jaarlijkse hoeveelheid van de automatische afwijking voor 2010 indien de overeenkomst in dat jaar voorlopig wordt toegepast of in werking treedt. Bijgevolg moet het contingent voor 2010 gelijk zijn aan het contingent voor 2009.

(8)

De Beschikkingen 2008/603/EG, 2008/691/EG en 2008/751/EG moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De bepalingen van dit besluit zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Beschikking 2008/603/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 wordt vervangen door:

„Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde afwijking geldt voor de in de bijlage vermelde producten en hoeveelheden uit Mauritius die in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008, van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 en van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 voor het vrije verkeer in de Gemeenschap worden aangegeven.”.

2)

Artikel 6, tweede alinea, wordt vervangen door:

„Zij is van toepassing tot en met 31 december 2010.”.

3)

De bijlage wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij dit besluit.

Artikel 2

Beschikking 2008/691/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 wordt vervangen door:

„Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde afwijking geldt voor de in de bijlage vermelde producten en hoeveelheden uit de Seychellen die in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008, van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 en van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 voor het vrije verkeer in de Gemeenschap worden aangegeven.”.

2)

Artikel 6, tweede alinea, wordt vervangen door:

„Zij is van toepassing tot en met 31 december 2010.”.

3)

De bijlage wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij dit besluit.

Artikel 3

Beschikking 2008/751/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 wordt vervangen door:

„Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde afwijking geldt voor de in de bijlage vermelde producten en hoeveelheden uit Madagaskar die in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008, van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 en van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 voor het vrije verkeer in de Gemeenschap worden aangegeven.”.

2)

Artikel 6, tweede alinea, wordt vervangen door:

„Zij is van toepassing tot en met 31 december 2010.”.

3)

De bijlage wordt vervangen door de tekst in bijlage III bij dit besluit.

Artikel 4

Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 januari 2010.

Artikel 5

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 16 september 2010.

Voor de Commissie

Algirdas ŠEMETA

Lid van de Commissie


(1)   PB L 348 van 31.12.2007, blz. 1.

(2)   PB L 194 van 23.7.2008, blz. 9.

(3)   PB L 155 van 18.6.2009, blz. 46.

(4)   PB L 225 van 23.8.2008, blz. 17.

(5)   PB L 255 van 23.9.2008, blz. 31.


BIJLAGE I

„BIJLAGE

Volgnr.

GN-code

Productomschrijving

Periode

Hoeveelheid

09.1668

1604 14 11 , 1604 14 18 , 1604 20 70

Tonijnconserven (1)

1.1.2008 t/m 31.12.2008

3 000  t

1.1.2009 t/m 31.12.2009

3 000  t

1.1.2010 t/m 31.12.2010

3 000  t

09.1669

1604 14 16

Tonijnfilets („loins”)

1.1.2008 t/m 31.12.2008

600 t

1.1.2009 t/m 31.12.2009

600 t

1.1.2010 t/m 31.12.2010

600 t


(1)  In eender welke vorm van verpakking waarbij het product wordt beschouwd als conserven in de zin van GS-post ex ex 1604.”


BIJLAGE II

„BIJLAGE

Volgnr.

GN-code

Productomschrijving

Periode

Hoeveelheid

09.1666

1604 14 11 ,

Tonijnconserven (1)

1.1.2008 t/m 31.12.2008

3 000  t

1604 14 18 ,

1.1.2009 t/m 31.12.2009

3 000  t

1604 20 70

1.1.2010 t/m 31.12.2010

3 000  t


(1)  In eender welke vorm van verpakking waarbij het product wordt beschouwd als conserven in de zin van GS-post ex ex 1604.”


BIJLAGE III

„BIJLAGE

Volgnr.

GN-code

Productomschrijving

Periode

Hoeveelheid

09.1645

ex 1604 14 11 , ex 1604 14 18 , ex 1604 20 70

Tonijnconserven (1)

1.1.2008 t/m 31.12.2008

2 000  t

1.1.2009 t/m 31.12.2009

2 000  t

1.1.2010 t/m 31.12.2010

2 000  t

09.1646

1604 14 16

Tonijnfilets („loins”)

1.1.2008 t/m 31.12.2008

500 t

1.1.2009 t/m 31.12.2009

500 t

1.1.2010 t/m 31.12.2010

500 t


(1)  In eender welke vorm van verpakking waarbij het product wordt beschouwd als conserven in de zin van GS-post ex ex 1604.”