|
ISSN 1725-2598 doi:10.3000/17252598.L_2010.163.nld |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 163 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
53e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN |
|
|
|
* |
||
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
Verordening (EU) nr. 568/2010 van de Commissie van 29 juni 2010 tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het verbod op het in de handel brengen of het gebruik als diervoeding van eiwitproducten, verkregen uit op n-alkanen gekweekte gisten van de soort Candida ( 1 ) |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
|
2010/362/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2010/363/EU |
|
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN
|
30.6.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 163/1 |
VERORDENING (EU, EURATOM) Nr. 564/2010 VAN DE RAAD
van 29 juni 2010
tot wijziging van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en met name op artikel 12,
Gezien het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie, vastgesteld bij Verordening nr. 31 (EEG), 11 (EGA) (1), en met name artikel 64 en artikel 65, lid 2, van het Statuut en de bijlagen VII, XI en XIII bij dat Statuut, alsmede artikel 20, eerste alinea, en de artikelen 64 en 92 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In de periode juni tot en met december 2009 heeft zich in Letland en Litouwen een aanzienlijke daling van de kosten van levensonderhoud voorgedaan en derhalve moeten de aanpassingscoëfficiënten worden gewijzigd die van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren en andere personeelsleden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2010 bedragen de aanpassingscoëfficiënten die krachtens artikel 64 van het Statuut van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren en andere personeelsleden die werkzaam zijn in een van de hierna genoemde landen of standplaatsen:
|
— |
Letland 79,6, |
|
— |
Litouwen 73,4. |
Artikel 2
Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die van de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie bedragen de aanpassingscoëfficiënten die krachtens artikel 17, lid 3, van bijlage VII bij het Statuut van toepassing zijn op de overmakingen van de ambtenaren en andere personeelsleden:
|
— |
Letland 73,3. |
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 29 juni 2010.
Voor de Raad
De voorzitster
E. ESPINOSA
VERORDENINGEN
|
30.6.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 163/2 |
VERORDENING (EU) Nr. 565/2010 VAN DE RAAD
van 29 juni 2010
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 7/2010 betreffende de opening en het beheer van autonome tariefcontingenten van de Unie voor bepaalde landbouw- en industrieproducten
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 31,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Ter waarborging van een voldoende en ononderbroken aanvoer van bepaalde goederen die in de EU in onvoldoende hoeveelheden worden geproduceerd en om verstoringen van de markt voor bepaalde landbouw- en industrieproducten te voorkomen, werden bij Verordening (EU) nr. 7/2010 (1) tariefcontingenten geopend. Binnen de grenzen van die tariefcontingenten kunnen producten tegen een verminderd recht of een nulrecht worden ingevoerd. Om dezelfde reden moet voor bepaalde producten voor een passende hoeveelheid vanaf 1 juli 2010 nieuwe tariefcontingenten tegen nulrecht worden geopend. |
|
(2) |
De autonome tariefcontingenten van de Unie met de volgnummers 09.2814, 09.2816 en 09.2807 zijn onvoldoende gebleken om in de behoeften van de uniale industrie te voorzien. Daarom moeten deze contingenten worden verhoogd. |
|
(3) |
De goederenomschrijving van het autonome tariefcontingent met volgnummer 09.2907 moet worden aangepast. |
|
(4) |
Verordening (EU) nr. 7/2010 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Aangezien de bij deze verordening vastgestelde tariefcontingenten vanaf 1 juli 2010 van kracht moeten zijn, moet deze verordening ook vanaf die datum van toepassing worden en onmiddellijk in werking treden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EU) nr. 7/2010 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
de rijen in bijlage I bij deze verordening worden toegevoegd als laatste posten; |
|
2) |
de rijen voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.2814, 09.2907 09.2816 en 09.2807 worden vervangen door de rijen in bijlage II bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2010.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 29 juni 2010.
Voor de Raad
De voorzitster
E. ESPINOSA
BIJLAGE I
Tariefcontingenten bedoeld in artikel 1, onder 1)
|
Volgnummer |
GN-code |
TARIC |
Omschrijving |
Contingentperiode |
Omvang van het contingent |
Recht van het contingent (%) |
|
09.2636 |
ex 8411 82 80 |
20 |
Op luchtvaarttechnologie gebaseerde gasturbines met een vermogen van 64 MW en een cyclusrendement van meer dan 40 %, voor gebruik in piek- en mid-merit-elektriciteitscentrales met minder dan 5 500 bedrijfsuren per jaar |
1.7.-31.12. |
5 stuks |
0 % |
|
09.2635 |
ex 9001 10 90 |
20 |
Optische vezels, bestemd voor de vervaardiging van glasvezelkabels bedoeld bij post 8544 (1) |
1.7.-31.12. |
1 150 000 km |
0 % |
BIJLAGE II
Tariefcontingenten bedoeld in artikel 1, onder 2)
|
Volgnummer |
GN-code |
TARIC |
Omschrijving |
Contingentperiode |
Omvang van het contingent |
Recht van het contingent (%) |
||||
|
09.2814 |
ex 3815 90 90 |
76 |
Katalysator, bestaande uit titaandioxide en wolfraamtrioxide |
1.1.-31.12. |
2 200 ton |
0 % |
||||
|
09.2907 |
ex 3824 90 97 |
86 |
Mengsel van plantsterolen in poedervorm, bevattende:
bestemd voor de vervaardiging van stanolen/sterolen of stanol/sterolesters (1) |
1.1.-31.12. |
2 500 ton |
0 % |
||||
|
09.2816 |
ex 3912 11 00 |
20 |
Celluloseacetaatvlokken |
1.1.-31.12. |
58 500 ton |
0 % |
||||
|
09.2807 |
ex 3913 90 00 |
86 |
Niet-steriel natriumhyaluronaat |
1.1.-31.12. |
150 000 g |
0 % |
|
30.6.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 163/4 |
VERORDENING (EU) Nr. 566/2010 VAN DE RAAD
van 29 juni 2010
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/96 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde industrie-, landbouw- en visserijproducten
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 31,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het is in het belang van de Unie om de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief volledig te schorsen voor een aantal nieuwe producten die niet in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 zijn vermeld (1). |
|
(2) |
De GN- en Taric-codes 1518 00 99 10, 3907 20 20 91, 7410 11 00 10, 7410 21 00 60 en 9031 90 85 30 van vier producten die thans in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 zijn vermeld, moeten worden geschrapt omdat het niet langer in het belang van de Unie is om de schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor deze producten te handhaven. |
|
(3) |
Voor twaalf schorsingen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 moet de omschrijving worden aangepast om rekening te houden met de technische ontwikkeling van producten en de economische ontwikkelingen op de markt. Deze schorsingen moeten worden geschrapt van de lijst in die bijlage en als nieuwe schorsingen met nieuwe omschrijvingen weer worden toegevoegd. Duidelijkheidshalve moeten deze schorsingen met een sterretje worden aangegeven in de eerste kolom van bijlage I en van bijlage II bij deze verordening. |
|
(4) |
De ervaring heeft uitgewezen dat een vervaldatum moet worden vastgesteld voor de schorsingen die zijn vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 om rekening te kunnen houden met technische en economische ontwikkelingen. Dit sluit niet uit dat bepaalde maatregelen vroegtijdig worden beëindigd of na deze periode worden voortgezet, indien dat om economische redenen gerechtvaardigd is, overeenkomstig de beginselen die zijn uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 1998 inzake autonome schorsingen van rechten en contingenten (2). |
|
(5) |
Verordening (EG) nr. 1255/96 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
Daar de bij deze verordening vastgestelde schorsingen op 1 juli 2010 van kracht moet worden, moet deze verordening ook vanaf die datum van toepassing worden en onmiddellijk in werking treden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
de rijen voor de in bijlage I bij deze verordening vermelde producten worden ingevoegd; |
|
2. |
de rijen voor de producten waarvan de GN- en Taric-codes in bijlage II bij deze verordening zijn vermeld, worden geschrapt. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2010.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 29 juni 2010.
Voor de Raad
De voorzitster
E. ESPINOSA
BIJLAGE I
Producten als bedoeld in artikel 1, lid 1
|
GN-code |
TARIC |
Omschrijving |
Autonoom recht |
Geldigheidsperiode |
||||||||||||
|
ex 1515 19 10 |
10 |
Lijnolie met een joodgetal van 190 of meer gemeten volgens ISO-norm 150-2006 |
0 % |
1.7.2010-31.12.2010 |
||||||||||||
|
ex 1516 20 96 |
10 |
Geraffineerde, gebleekte, gehydrogeneerde sojaolie in de vorm van vlokken, zoals gebruikt bij de fabricage van cosmetica |
0 % |
1.7.2010-31.12.2010 |
||||||||||||
|
ex 1516 20 96 |
20 |
Jojobaolie, gehydrogeneerd en intermoleculair veresterd, zonder enige verdere chemische wijziging en niet onderworpen aan enig texturizeringsproces |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2008 99 49 |
20 |
Gezoete gedroogde veenbessen |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2008 99 49 |
30 |
Pitloze boysenbessenpuree zonder toegevoegde alcohol, al dan niet toegevoegde suiker bevattend |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2008 99 99 |
40 |
|
|
|
||||||||||||
|
ex 2805 30 90 |
20 |
Samarium met een zuiverheid van 99,90 gewichtspercenten of meer |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2904 10 00 |
30 |
Natrium-p-styreensulfonaat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2904 10 00 |
50 |
Natrium-2-methylprop-2-een-1-sulfonaat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2905 19 00 |
40 |
2,6-Dimethylheptaan-2-ol |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2905 29 90 |
20 |
Dec-9-een-1-ol |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2909 30 90 |
10 |
2-(Fenylmethoxy)naftaleen |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2909 30 90 |
20 |
1,2-Bis(3-methylfenoxy)ethaan |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2915 90 00 |
50 |
Allylheptanoaat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2917 11 00 |
30 |
Kobaltoxalaat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2917 19 10 |
10 |
Dimethylmalonaat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2917 19 90 |
30 |
Ethyleenbrassylaat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2918 99 90 |
20 |
Methyl-3-methoxyacrylaat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2918 99 90 |
70 |
Allyl-(3-methylbutoxy)acetaat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2921 19 50 |
10 |
Diethylaminotriethoxysilaan |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2929 90 00 |
20 |
|
|
|
||||||||||||
|
ex 2922 19 85 |
40 |
2-(Dimethylamino)ethylbenzoaat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2922 49 85 |
15 |
DL-asparaginezuur gebruikt voor de vervaardiging van integratiesubstanties voor levensmiddelen (1) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2922 50 00 |
20 |
1-[2-Amino-1-(4-methoxyfenyl)-ethyl]-cyclohexanolhydrochloride |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2924 29 98 |
20 |
2-Chloor-N-(2-ethyl-6-methylfenyl)-N-(propaan-2-yloxymethyl)aceetamide |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2926 90 95 |
70 |
Methacrylonitril |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2926 90 95 |
75 |
Ethyl-2-cyaan-2-ethyl-3-methylhexanoaat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2929 10 00 |
15 |
3,3’-Dimethylbifenyl-4,4’-diyldiisocyanaat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2930 90 99 |
81 |
Dinatriumhexamethyleen-1,6-bisthiosulfaat, dihydraat |
3 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2930 90 99 |
84 |
2-Chloor-4-(methylsulfonyl)benzoëzuur |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2931 00 99 |
92 |
Trimethylboraan |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 39 99 |
20 |
Koperpyrithionpoeder |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 39 99 |
30 |
Fluazinam (ISO) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 39 99 |
45 |
5-Difluormethoxy-2-[[(3,4-dimethoxy-2-pyridyl)methyl]thio]-1H-benzimidazool |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 39 99 |
47 |
(-)-trans-4-(4’-Fluorfenyl)-3-hydroxymethyl-N-methylpiperidine |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 39 99 |
48 |
Flonicamide (ISO) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 59 95 |
45 |
1-[3-(Hydroxymethyl)pyridin-2-yl]-4-methyl-2-fenylpiperazine |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 59 95 |
50 |
2-(2-Piperazin-1-ylethoxy)ethanol |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 59 95 |
55 |
Thiopental (INNM) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 59 95 |
65 |
1-Chloormethyl-4-fluor-1,4-diazoniabicyclo[2.2.2]octaanbis(tetrafluorboraat) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 59 95 |
75 |
(2R,3S/2S,3R)-3-(6-Chloor-5-fluorpyrimidin-4-yl)-2-(2,4-difluorfenyl)-1-(1H-1,2,4-triazool-1-yl)butaan-2-ol hydrochloride |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 79 00 |
60 |
3,3-Pentamethyleen-4-butyrolactam |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 99 80 |
32 |
5-[4’-(Broommethyl)bifenyl-2-yl]-2-trityl-2H-tetrazool |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2933 99 80 |
37 |
8-Chloor-5,10-dihydro-11H-dibenzo[b,e][1,4]diazepine-11-on |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2934 10 00 |
60 |
Fosthiazaat (ISO) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2934 99 90 |
20 |
Thiofeen |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2934 99 90 |
30 |
Dibenzo[b,f][1,4]thiazepine-11(10H)-on |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 2935 00 90 |
77 |
[[4-[2-[[(3-Ethyl-2,5-dihydro-4-methyl-2-oxo-1H-pyrrool-1-yl)carbonyl]amino]ethyl]fenyl]sulfonyl]carbamidezuur, ethylester |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3701 30 00 |
20 |
Lichtgevoelige plaat, bestaande uit een fotopolymeerlaag op een polyesterfolie met een totale dikte van meer dan 0,43 mm maar niet meer dan 3,18 mm |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
(*1)ex 3707 10 00 |
35 |
Emulsie of bereiding voor het gevoelig maken van oppervlakken, bestaande uit acrylaat- en/of methacrylaatpolymeren, niet meer dan 7 gewichtspercenten lichtgevoelige zuurprecursoren bevattende, opgelost in een organisch oplosmiddel dat ten minste 2-methoxy-1-methylethylacetaat bevat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2011 |
||||||||||||
|
ex 3707 90 90 |
70 |
|
|
|
||||||||||||
|
ex 3707 10 00 |
55 |
Rollen polyethyleentereftalaatfolie:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3707 90 90 |
40 |
Antireflectiemiddel, in de vorm van een waterige oplossing, bevattende niet meer dan:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
(*1)ex 3808 92 90 |
30 |
Preparaat dat bestaat uit een suspensie van pyrithionzink (INN) in water, bevattende:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2013 |
||||||||||||
|
ex 3808 92 90 |
50 |
Preparaten op basis van koperpyrithion |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3808 93 23 |
10 |
Herbicide dat flazasulfuron (ISO) als werkzaam bestanddeel bevat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3808 93 90 |
10 |
Preparaat, in de vorm van korrels, bevattende:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3824 90 97 |
05 |
Mengsel van methylmethacrylaatmonomeer en butylacrylaatmonomeer in een oplossing van xyleen en butylacetaat, bevattende meer dan 54 maar niet meer dan 56 gewichtspercenten oplosmiddelen |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3824 90 97 |
06 |
Paraffine met een chloreringsgehalte van 70 % of meer |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3824 90 97 |
08 |
Mengsel van divinylbenzeen-isomeren en ethylvinylbenzeen-isomeren, bevattende 56 of meer maar niet meer dan 80 gewichtsprocent divinylbenzeen |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3824 90 97 |
11 |
Mengsel van fytosterolen, niet in poedervorm, bevattende:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3824 90 97 |
21 |
Mengsel van 2-propeenzuur, (1-methylethylideen)bis(4,1-fenyleenoxy-2,1-ethaandiyloxy-2,1-ethaandiyl)ester met 2-propeenzuur, (2,4,6-trioxo-1,3,5-triazine-1,3,5(2H,4H,6H)-triyl)tri-2,1-ethaandiylester en 1-hydroxycyclohexylfenylketon, opgelost in methylethylketon en tolueen |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3824 90 97 |
23 |
Mengsel van urethaanacrylaten, tripropyleenglycoldiacrylaat, geëthoxyleerd bisfenol-A-acrylaat en poly(ethyleenglycol)-400-diacrylaat |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
(*1)ex 3824 90 97 |
44 |
Mengsel van fytosterolen, niet in poedervorm, bevattende:
bestemd voor de vervaardiging van stanolen/sterolen of stanol/sterolesters (1) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2012 |
||||||||||||
|
ex 3824 90 97 |
66 |
Mengsels van primaire tert-alkylaminen |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3824 90 97 |
88 |
Oligomeer reactieproduct, bestaande uit bis(4-hydroxyfenyl)sulfon en 1,1’-oxybis(2-chloorethaan) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
(*1)ex 3901 10 90 |
20 |
Polyethyleen, in de vorm van korrels, met een relatieve dichtheid van 0,925 (± 0,0015), een zogenaamde „melt flow” index van 0,3 g/10 min (± 0,05 g/10 min), bestemd voor de vervaardiging van geblazen foliën met een troebeling van niet meer dan 6 % en een treksterkte (MD/TD) van 210/340(1) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2013 |
||||||||||||
|
ex 3902 90 90 |
60 |
Niet-gehydrogeneerde 100 % alifatische hars (polymeer), met de volgende kenmerken:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
(*1)ex 3906 90 90 |
35 |
Wit poeder van 1,2-ethaandiol dimethacrylaat-methylmethacrylaat copolymeer met een deeltjesgrootte van niet meer dan 18 μm, niet in water oplosbaar |
0 % |
1.7.2010-31.12.2013 |
||||||||||||
|
ex 3907 91 90 |
10 |
Prepolymeer van diallylftalaat, in de vorm van poeder |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3907 99 90 |
70 |
Copolymeer van poly(ethyleentereftalaat) en cyclohexaandimethanol, bevattende meer dan 10 gewichtspercenten cyclohexaandimethanol |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3910 00 00 |
60 |
Polydimethylsiloxaan, al dan niet gesubstitueerd met polyethyleenglycol en trifluorpropyl, met methacrylaat-eindgroepen |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3916 20 00 |
91 |
Profielen van poly(vinylchloride) van het soort dat wordt gebruikt bij de fabricage van damwandplanken en bekledingen, die de volgende additieven bevatten:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3919 10 80 |
23 |
Reflecterende folie, bestaande uit verschillende lagen waaronder:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3919 10 80 |
27 |
Polyesterfolie: |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3919 90 00 |
20 |
|
|
|
||||||||||||
|
ex 3919 10 80 |
32 |
Polytetrafluorethyleenfolie:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3919 10 80 |
37 |
Polytetrafluorethyleenfolie:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
(*1)ex 3919 10 80 |
40 |
Zwarte poly(vinylchloride)folie: |
0 % |
1.7.2010-31.12.2011 |
||||||||||||
|
(*1)ex 3919 90 00 |
43 |
|
|
|
||||||||||||
|
(*1)ex 3919 90 00 |
19 |
Transparante zelfklevende folie van poly(ethyleentereftalaat):
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2013 |
||||||||||||
|
ex 3919 90 00 |
22 |
Zwarte polypropyleenfolie:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3919 90 00 |
24 |
Reflecterende gelaagde folie:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3919 90 00 |
26 |
Ethyleen-vinylacetaatfolie:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3919 90 00 |
28 |
Folie van poly(vinylchloride) of polyethyleen of van een ander polyolefine:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
(*1)ex 3919 90 00 |
37 |
UV-gevoelige folie van of poly(vinylchloride):
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3920 59 90 |
20 |
Reflecterende gelaagde folie, bestaande uit een epoxyacrylaatlaag die aan één zijde is voorzien van in een regelmatig patroon aangebrachte inpersingen, aan beide zijden bedekt met een of meer lagen kunststof |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3920 62 19 |
24 |
Folie van poly(ethyleentereftalaat) met een dikte van 186 μm of meer doch niet meer dan 191 μm, aan één zijde bedekt met een acryllaag in een matrixpatroon |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3920 62 19 |
26 |
|
|
|
||||||||||||
|
(*1)ex 3920 62 19 |
75 |
Transparante polyethyleentereftalaatfolie: |
0 % |
1.7.2010-31.12.2013 |
||||||||||||
|
(*1)ex 3920 62 19 |
77 |
|
|
|
||||||||||||
|
ex 3920 91 00 |
51 |
Foliën van poly(vinylbutyral), bevattende 25 of meer doch niet meer dan 28 gewichtspercenten tri-isobutyl fosfaat als weekmaker |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3920 91 00 |
52 |
Foliën van poly(vinylbutyral):
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 3921 90 55 |
25 |
Prepregvellen of -rollen, bevattende polyimidehars |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 7019 40 00 |
20 |
|
|
|
||||||||||||
|
ex 3921 90 55 |
30 |
Prepregvellen of -rollen, bevattende gebromeerde epoxyhars, versterkt met glasvezel, met
voor gebruik bij de fabricage van printplaten (1) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 6909 19 00 |
20 |
Kogels van siliciumnitride (Si3N4) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 7019 19 10 |
55 |
Glaskoord, geïmpregneerd met rubber of kunststof, verkregen uit filamenten van glas van het type-K of het type-U, bestaande uit:
bedekt met een latex bevattende ten minste een resorcinolformaldehydhars en gechloorsulfoneerd polyethyleen |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 7325 99 10 |
20 |
Ankerkop van vuurgegalvaniseerd smeedbaar gietijzer, van de soort gebruikt voor de fabricage van grondankers |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
(*1)ex 7410 21 00 |
30 |
Foliën van polyimide, ook indien epoxyhars en/of glasvezels bevattende, aan een of beide zijden voorzien van bladkoper |
0 % |
1.7.2010-31.12.2013 |
||||||||||||
|
(*1)ex 8108 20 00 |
20 |
Onbewerkte ingots, verkregen uit het samensmelten van titaan en titaanlegeringen, met een diameter van niet meer dan 380 mm |
0 % |
1.7.2010-31.12.2013 |
||||||||||||
|
ex 8414 30 81 |
50 |
Hermetische of halfhermetische elektrische scrollcompressoren met variabele snelheid, met een nominaal vermogen van 0,5 kW of meer doch niet meer dan 5 kW, met een verplaatsingsvolume van niet meer dan 35 cm3, van de soort gebruikt in koelinstallaties |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 8418 99 10 |
50 |
Verdamper, bestaande uit aluminium pennen en een koperspoel, van de soort gebruikt in koelinstallaties |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 8418 99 10 |
60 |
Condensor, bestaande uit twee concentrische koperbuizen, van de soort gebruikt in koelinstallaties |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 8501 31 00 |
40 |
Gelijkstroommotor met permanente bekrachtiging, met:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
(*1)ex 8504 40 90 |
40 |
Halfgeleidervermogensmodules bevattende:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2013 |
||||||||||||
|
ex 8516 90 00 |
60 |
Ventilatie-inrichting van een elektrische frituurpan:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 8521 90 00 |
20 |
Digitale videorecorder:
voor gebruik bij de vervaardiging van CCTV-bewakingssystemen (1) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 8522 90 49 |
60 |
Printplaat met: |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 8527 99 00 |
10 |
|
|
|
||||||||||||
|
ex 8529 90 65 |
25 |
voor gebruik bij de vervaardiging van home-entertainmentsystemen (1) |
|
|
||||||||||||
|
ex 8522 90 49 |
65 |
Subprintplaat met: |
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 8527 99 00 |
20 |
|
|
|
||||||||||||
|
ex 8529 90 65 |
40 |
voor gebruik bij de vervaardiging van home-entertainmentsystemen (1) |
|
|
||||||||||||
|
ex 8525 80 19 |
25 |
Lange-golf-infraroodcamera (overeenkomstig ISO/TS 16949) met:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
ex 8525 80 19 |
35 |
Camera's met beeldscanfunctie, met:
|
0 % |
1.7.2010-31.12.2014 |
||||||||||||
|
(*1)ex 8704 23 91 |
20 |
Onderstellen met cabine en motor met zelfontsteking met een cilinderinhoud van minimaal 8 000 cm3, op 3, 4 of 5 wielen met een wielbasis van minimaal 480 cm, niet voorzien van werktuigen, bestemd voor de inbouw in automobielen voor bijzondere doeleinden met een breedte van minimaal 300 cm (1) |
0 % |
1.7.2010-31.12.2012 |
(*1) Gewijzigde GN- of TARIC-code of omschrijving.
BIJLAGE II
Producten als bedoeld in artikel 1, lid 2
|
GN-code |
TARIC |
|
ex 1518 00 99 |
10 |
|
(*1)ex 3707 10 00 |
35 |
|
(*1)ex 3808 92 90 |
30 |
|
(*1)ex 3824 90 97 |
44 |
|
(*1)ex 3901 10 90 |
20 |
|
(*1)ex 3906 90 90 |
35 |
|
ex 3907 20 20 |
91 |
|
(*1)ex 3919 10 80 |
40 |
|
(*1)ex 3919 90 00 |
19 |
|
(*1)ex 3919 90 00 |
37 |
|
(*1)ex 3919 90 00 |
43 |
|
(*1)ex 3920 62 19 |
75 |
|
(*1)ex 3920 62 19 |
77 |
|
ex 7410 11 00 |
10 |
|
(*1)ex 7410 21 00 |
30 |
|
ex 7410 21 00 |
60 |
|
(*1)ex 8108 20 00 |
20 |
|
(*1)ex 8504 40 90 |
40 |
|
(*1)ex 8704 23 91 |
20 |
|
ex 9031 90 85 |
30 |
(*1) Schorsing van het recht voor een product dat in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 is genoemd en waarvoor de GN- of TARIC-code of de omschrijving bij onderhavige verordening is gewijzigd.
|
30.6.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 163/15 |
VERORDENING (EU) Nr. 567/2010 VAN DE RAAD
van 29 juni 2010
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 329/2007 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Volksrepubliek Korea
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215, lid 1,
Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2006/795/GBVB van 20 november 2006 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (1),
Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig Gemeenschappelijk Standpunt 2006/795/GBVB voorziet Verordening (EG) nr. 329/2007 (2) in het bijzonder in de beperking van de verkoop, levering, overdracht of uitvoer naar de Democratische Volksrepubliek Korea (hierna „Noord-Korea” genoemd) van bepaalde artikelen, materialen, uitrusting, goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen aan programma's van Noord-Korea in verband met kernwapens, andere massavernietigingswapens of ballistische raketten, in aanvulling op die welke zijn vastgesteld door de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité. |
|
(2) |
Deze artikelen zijn opgenomen in bijlage I bis bij Verordening (EG) nr. 329/2007 en dienen te worden herzien om de doeltreffendheid van de maatregelen te handhaven. |
|
(3) |
Verordening (EG) nr. 329/2007 dient daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 329/2007 wordt als volgt gewijzigd:
Bijlage I bis bij Verordening (EG) nr. 329/2007 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 29 juni 2010.
Voor de Raad
De voorzitster
E. ESPINOSA
BIJLAGE
„BIJLAGE I BIS
Goederen en technologieën bedoeld in de artikelen 2 en 3
Andere artikelen, materialen, uitrusting, goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot programma's van Noord-Korea in verband met kernwapens, andere massavernietigingswapens of ballistische raketten.
|
1. |
Tenzij anders is aangegeven, verwijzen de referentienummers in de kolom „Beschrijving” naar de beschrijvingen van producten en technologie voor tweeërlei gebruik in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 (1). |
|
2. |
Een referentienummer in de kolom „Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009” houdt in dat de kenmerken van het in de kolom „Beschrijving” beschreven artikel buiten de parameters bedoeld in de beschrijving van de desbetreffende post vallen. |
|
3. |
De definitie van termen tussen „enkele aanhalingstekens” wordt gegeven in een technische noot bij de betrokken post. |
|
4. |
De definitie van termen tussen „dubbele aanhalingstekens” kan worden gevonden in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad. |
ALGEMENE NOTEN
|
1. |
De doelstelling van het verbod op de in deze bijlage vermelde goederen mag niet worden omzeild door de uitvoer van toegestane goederen (met inbegrip van fabrieken) die een of meer verboden onderdelen bevatten, als deze onderdelen het voornaamste element van de goederen vormen en gemakkelijk kunnen worden verwijderd of voor andere doeleinden worden aangewend.
N.B.: Of de verboden onderdelen als voornaamste element moeten worden aangemerkt, dient te worden beoordeeld aan de hand van factoren als hoeveelheid, waarde en technologische knowhow alsmede andere bijzondere omstandigheden op grond waarvan de verboden onderdelen als voornaamste element van de geleverde goederen kunnen worden aangemerkt. |
|
2. |
Met goederen worden in deze bijlage zowel nieuwe als gebruikte goederen bedoeld. |
ALGEMENE TECHNOLOGIENOOT (ATN)
(Te lezen als onderdeel van deel C.)
|
1. |
De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van „technologie” die „noodzakelijk” is voor de „ontwikkeling”, de „productie” of het „gebruik” van goederen waarvan de verkoop, levering, overdracht of uitvoer in deel A (Goederen) wordt verboden, is op grond van de bepalingen van deel B verboden. |
|
2. |
„Technologie” die „noodzakelijk” is voor de „ontwikkeling”, de „productie” of het „gebruik” van verboden goederen is ook verboden als deze technologie wordt toegepast op toegestane goederen. |
|
3. |
Verboden gelden niet voor de minimaal noodzakelijke „technologie” voor installatie, bediening, onderhoud en reparatie van niet onder het verbod vallende goederen. |
|
4. |
Het verbod op de overdracht van „technologie” is niet van toepassing op informatie die „voor iedereen beschikbaar” is, op „fundamenteel wetenschappelijk onderzoek” en op de voor octrooiaanvragen noodzakelijke minimuminformatie. |
A. GOEDEREN
NUCLEAIRE GOEDEREN, INSTALLATIES EN UITRUSTING
I.A0. Goederen
|
Nr. |
Beschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||
|
I.A0.001 |
Hollekathodelampen, als volgt:
|
|
||||||
|
I.A0.002 |
Faraday-isolatoren voor de golflengte 500 nm–650 nm. |
|
||||||
|
I.A0.003 |
Optische tralies voor de golflengte 500 nm–650 nm. |
|
||||||
|
I.A0.004 |
Optische vezels voor de golflengte 500 nm–650 nm, bekleed met een antireflecterende laag voor de golflengte 500 nm–650 nm en met een kerndiameter van meer dan 0,4 mm doch niet meer dan 2 mm. |
|
||||||
|
I.A0.005 |
Onderdelen van een reactordrukvat en testapparatuur, anders dan in de zin van 0A001, als volgt:
|
0A001 |
||||||
|
I.A0.006 |
Nucleaire detectieapparatuur, anders dan bedoeld in 0A001.j. of 1A004.c., voor de detectie, identificatie of kwantificatie van radioactieve stoffen en straling van nucleaire oorsprong, alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen. N.B.: Zie voor persoonlijke uitrusting I.A1.004. |
0A001.j. 1A004.c. |
||||||
|
I.A0.007 |
Balgafsluiters, anders dan bedoeld in 0B001.c.6., 2A226 of 2B350, van aluminiumlegering of roestvrij staal, type 304, 304L of 316 L. |
0B001.c.6. 2A226 2B350 |
||||||
|
I.A0.008 |
Laserspiegels, anders dan bedoeld in 6A005.e, bevattende een substraat met een warmte-uitzettingscoëfficiënt van 10-6K-1 of minder bij 20 °C (bijvoorbeeld gesmolten siliciumdioxide of saffier). Noot: Dit artikel is niet van toepassing op optische systemen die speciaal voor astronomische toepassingen zijn ontworpen, tenzij de spiegels gesmolten siliciumdioxide bevatten. |
0B001.g.5. 6A005.e. |
||||||
|
I.A0.009 |
Laserlenzen, anders dan bedoeld in 6A005.e.2, bevattende een substraat met een warmte-uitzettingscoëfficiënt van 10-6K-1 of minder bij 20 °C (bijvoorbeeld gesmolten siliciumdioxide). |
0B001.g. 6A005.e.2. |
||||||
|
I.A0.010 |
Pijpen, pijpleidingen, flenzen en hulpstukken, vervaardigd van of gevoerd met nikkel of een nikkellegering die 40 gewichtspercenten of meer nikkel bevat, anders dan in de zin van 2B350.h.1. |
2B350 |
||||||
|
I.A0.011 |
Vacuümpompen, anders dan in de zin van 0B002.f.2. of 2B231, als volgt:
|
0B002.f.2. 2B231 |
||||||
|
I.A0.012 |
Afgeschermde ruimten voor het manipuleren, opslaan en behandelen van radioactieve stoffen (hete cellen). |
0B006 |
||||||
|
I.A0.013 |
„Natuurlijk uraan” of „verarmd uraan” of thorium in de vorm van metaal, legering, chemische verbinding of concentraat en elk materiaal dat een of meer van de voorgaande stoffen bevat, anders dan in de zin van 0C001. |
0C001 |
||||||
|
I.A0.014 |
Ontstekingskamers met een explosieabsorptievermogen van meer dan 2,5 kg TNT-equivalent. |
|
SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR
I.A1. Goederen
|
Nr. |
Beschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.001 |
Bis(2-ethylhexyl)fosforzuur (HDEHP of D2HPA), Chemical Abstract-nummer (CAS): [CAS 298-07-7] (oplosmiddel), in elke hoeveelheid, met een zuiverheid van meer dan 90%. |
|
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.002 |
Fluorgas, CAS: [7782-41-4], met een zuiverheid van ten minste 95%. |
|
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.003 |
Ringvormige afdichtingen en pakkingen met een binnendiameter van 400 mm of minder, vervaardigd van een of meer van de volgende materialen:
|
1A001 |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.004 |
Persoonlijke uitrusting voor het detecteren van straling van nucleaire oorsprong, anders dan in de zin van 1A004.c., met inbegrip van persoonlijke dosismeters. |
1A004.c. |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.005 |
Elektrolytische cellen voor de productie van fluor, anders dan in de zin van 1B225, met een capaciteit van meer dan 100 g fluor per uur. |
1B225 |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.006 |
Katalysatoren, anders dan in de zin van 1A225 of 1B231, bevattende platina, palladium of rhodium, bruikbaar voor het bevorderen van de waterstofisotoopuitwisseling tussen waterstof en water voor het terugwinnen van tritium uit zwaar water of voor de productie van zwaar water. |
1A225 1B231 |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.007 |
Aluminium en aluminiumlegeringen, anders dan in de zin van 1C002.b.4 of 1C202.a., in ruwe vorm of als halffabricaat, met een van de volgende kenmerken:
Technische noot: De zinsnede legeringen „geschikt voor” omvat legeringen zowel voor als na warmtebehandeling. |
1C002.b.4. 1C202.a. |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.008 |
Magnetische metalen van alle soorten, ongeacht de vorm, anders dan in de zin van 1C003.a, met een „relatieve beginpermeabiliteit” van 120 000 of meer en een dikte van 0,05 tot 0,1 mm. Technische noot: De „relatieve beginpermeabiliteit” wordt gemeten aan het gespecificeerde materiaal dat volledig ontlaten is. |
1C003.a. |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.009 |
„Stapel- en continuvezelmateriaal” of prepregs, anders dan bedoeld in 1C010.a., 1C010.b., 1C210.a. of 1C210.b., als hieronder:
|
1C010.a. 1C010.b. 1C210.a. 1C210.b. |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.010 |
Met hars of asfaltbitumen geïmpregneerde vezels (prepregs), met metaal of koolstof beklede vezels (preforms) of „halffabricaten voor koolstofvezels”, als volgt:
|
1C010 1C210 |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.011 |
Composieten van met siliciumcarbide versterkte keramiek, geschikt voor neuskegels, terugkeervoertuigen, straalpijpen, bruikbaar voor „raketten”, anders dan in de zin van 1C107. |
1C107 |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.012 |
Niet gebruikt. |
|
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.013 |
Tantaal, tantaalcarbide, wolfraam, wolfraamcarbide en legeringen, anders dan in de zin van 1C226, met beide volgende kenmerken:
|
1C226 |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.014 |
„Elementaire poeders” van kobalt, neodymium of samarium of legeringen of mengsels daarvan bevattende ten minste 20 gewichtspercenten kobalt, neodymium of samarium, met een deeltjesgrootte van minder dan 200 μm. Technische noot: „Elementaire poeders” betekent zeer zuivere poeders van één element. |
|
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.015 |
Zuiver tributylfosfaat (TBP) [CAS nr. 126-73-8] en mengsels bevattende 5 of meer gewichtspercenten TBP. |
|
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.016 |
Maragingstaal, anders dan bedoeld in 1C116 of 1C216. Technische noten:
|
1C116 1C216 |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.017 |
Metalen, metaalpoeders en materialen, als hieronder:
|
1C117 1C226 |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.018 |
Zachte magnetische legeringen, anders dan in 1C003, met een chemische samenstelling als hieronder:
|
1C003 |
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.019 |
Niet gebruikt. |
|
||||||||||||||||||||||
|
I.A1.020 |
Grafiet, anders dan in 0C004 of 1C107.a., ontworpen of bedoeld voor gebruik in vonkmachines (EDM). |
0C004 1C107.a. |
MATERIAALBEWERKING
I.A2. Goederen
|
Nr. |
Beschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.001 |
Systemen en apparatuur voor het beproeven door middel van trillingen, en desbetreffende onderdelen, anders dan in de zin van 2B116:
Technische noot: „Onbelaste tafel” betekent een vlakke tafel of een vlak oppervlak, zonder klemmen of hulpstukken. |
2B116 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.002 |
Werktuigmachines, anders dan in 2B001.c. of 2B201.b., voor slijpen met een instelnauwkeurigheid, „inclusief alle compensaties”, die gelijk is aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) is dan 15 μm overeenkomstig ISO-norm 230/2 (1988) (2) of nationale equivalenten langs elke lineaire as. |
2B001.c. 2B201.b. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.002a |
Onderdelen en numerieke besturingen, speciaal ontworpen voor de werktuigmachines in de zin van 2B001, 2B201 of I.A2.002. |
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.003 |
Balanceermachines en aanverwante uitrusting, als volgt:
Technische noot: „Indicatorkoppen” worden soms ook balanceerinstrumenten genoemd. |
2B119 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.004 |
Op afstand bediende manipulatoren die kunnen worden aangewend voor het doen verrichten van handelingen op afstand bij radiochemische scheidingswerkingen of in hete cellen, anders dan in de zin van 2B225, met een van de volgende kenmerken:
Technische noot: Op afstand bediende manipulatoren zorgen voor het mechanisch overbrengen van handelingen van een bediener naar een bedieningsarm en eindklem. Deze kunnen van het meester/slaaf-type zijn of worden bediend via een joystick of een toetsenbord. |
2B225 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.005 |
Warmtebehandelingsovens, werkend met beheerste atmosfeer, of oxidatieovens geschikt voor werktemperaturen boven 400 °C. Noot: Dit artikel is niet van toepassing op tunnelovens met rol- of wagentransport, tunnelovens met transportband, doorschuifovens of pendelovens, speciaal ontworpen voor de vervaardiging van glas, tafelgerei van keramiek of constructieve keramiek. |
2B226 2B227 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.006 |
Niet gebruikt. |
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.007 |
„Drukomzetters”, anders dan in de zin van 2B230, geschikt voor het meten van de absolute druk op elk punt in het traject van 0 tot 200 kPa, met beide hiernavolgende kenmerken:
Technische noot: Voor de toepassing van 2B230 houdt „nauwkeurigheid” in non-lineariteit, hysteresis en herhaalbaarheid bij omgevingstemperatuur. |
2B230 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.008 |
Apparatuur voor vloeistof-vloeistofuitwisseling (mengersbezinkers, pulskolommen, plaatkolommen en centrifugale contactors) en vloeistofverdelers, stoomverdelers of systemen voor de opvang van vloeistoffen, ontworpen voor die apparatuur, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt, gemaakt zijn van een of meer van de volgende materialen:
Technische noot: „Koolstofgrafiet” is een composiet bestaande uit amorf koolstof en grafiet, met 8 of meer gewichtspercenten grafiet. |
2B350.e. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.009 |
Industriële apparatuur en onderdelen, anders dan in de zin van 2B350.d., als volgt: Warmtewisselaars of condensors met een warmte-uitwisseloppervlak van meer dan 0,05 m2 en minder dan 30 m2, en voor gebruik in dergelijke warmtewisselaars of condensors ontworpen buizen, platen, spoelen of blokken (kernen), waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de vloeistof(fen) gemaakt zijn van een of meer van de volgende materialen:
Noot: Dit artikel is niet van toepassing op voertuigradiatoren. Technische noot: De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de warmtewisselaar een vergunningsplicht geldt. |
2B350.d. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.010 |
Pompen met meervoudige afdichting en pompen zonder afdichting, anders dan in de zin van 2B350.i, geschikt voor corrosieve vloeistoffen, of vacuümpompen en voor gebruik in dergelijke pompen ontworpen omhulsels (pomphuizen), voorgevormde binnenbekledingen, schoepen, vleugelraderen of straalpompverdeelstukken, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt, gemaakt zijn van een van de volgende materialen:
Technische noten: 1. De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de pomp een vergunningsplicht geldt. 2. De term „rubber” omvat alle soorten natuurlijke en synthetische rubber. |
2B350.i. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.011 |
„Centrifuges”, anders dan in 2B352.c., geschikt voor het continu scheiden zonder aerosolvorming, en gemaakt van:
Technische noot: Met „centrifuges” worden ook bedoeld decanteerflessen. |
2B352.c. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.012 |
Filters van gesinterd metaal, anders dan in 2B352.d., gemaakt van nikkel of een nikkellegering die 40 gewichtspercenten of meer nikkel bevat. |
2B352.d. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.013 |
Forceer-(spin-forming) of vloei-(flow-forming) draaibanken, anders dan in 2B009, 2B109 of 2B209, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor. Technische noot: Voor de toepassing van dit punt worden machines die de functies van forceren en vloeidraaien combineren, beschouwd als vloeidraaibanken. |
2B009 2B109 2B209 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.014 |
Uitrusting en reagentia, anders dan vermeld in 2B350 of 2B352, als volgt:
|
2B350 2B352 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.015 |
Apparatuur, met uitzondering van de in 2B005, 2B105 of 3B001.d. bedoelde apparatuur, voor de afzetting van metallieke deklagen, als volgt, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:
|
2B005 2B105 3B001.d |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A2.016 |
Open tanks en vaten, met of zonder roerwerk, met een totaal inwendig (geometrisch) volume van meer dan 0,5 m3 (500 liter), waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt of zijn opgeslagen, gemaakt zijn van een of meer van de volgende materialen:
Technische noot: De term „rubber” omvat alle soorten natuurlijke en synthetische rubber. |
2B350 |
ELEKTRONICA
I.A3. Goederen
|
Nr. |
Beschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||
|
I.A3.001 |
Hoogspanningsgelijkstroombronnen, anders dan vermeld in 0B001.j.5. of 3A227, met beide volgende kenmerken:
|
0B001.j.5. 3A227 |
||||||||||||||||
|
I.A3.002 |
Massaspectrometers, anders dan bedoeld in 0B002.g. of 3A233, die ionen met een massa van 200 atomaire massa eenheden (a.m.e.) of meer kunnen meten en die een oplossend vermogen hebben dat beter is dan 2 a.m.e. op 200 a.m.e., en ionenbronnen hiervoor, als volgt:
|
0B002.g. 3A233 |
||||||||||||||||
|
I.A3.003 |
Frequentieomzetters of frequentiegeneratoren, andere dan die in 0B001.b.13. of 3A225, met alle volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en software:
Technische noten:
|
0B001.b.13. 3A225 |
||||||||||||||||
|
I.A3.004 |
Spectrometers en diffractometers die ontworpen zijn voor indicatieve tests of kwantitatieve analyse van de elementaire samenstelling van metalen of legeringen zonder dat chemische ontleding van het materiaal plaatsvindt. |
|
SENSOREN EN LASERS
I.A6. Goederen
|
Nr. |
Beschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||
|
I.A6.001 |
Yttrium-aluminium-granaat (YAG)-staven |
|
||||||||
|
I.A6.002 |
Optische apparatuur en onderdelen daarvoor, anders dan bedoeld in 6A002 of 6A004.b., als volgt: Optische apparaten werkend in het infrarode spectrum, voor de golflengte 9 μm-17 μm, en onderdelen daarvoor, met inbegrip van onderdelen van cadmiumtelluride (CdTe). |
6A002 6A004.b. |
||||||||
|
I.A6.003 |
Golffrontcorrectoren, anders dan de spiegels in 6A004.a., 6A005.e. of 6A005.f., voor gebruik met een laserbundel met een diameter van meer dan 4 mm, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met inbegrip van stuursystemen, golffrontsensoren en „vervormbare spiegels”, waaronder bimorfe spiegels. |
6A004.a. 6A005.e. 6A005.f. |
||||||||
|
I.A6.004 |
Argon-ion-„lasers”, anders dan in 0B001.g.5., 6A005.a.6. en/of 6A205.a., met een gemiddeld uitgangsvermogen van 5 W of meer. |
0B001.g.5. 6A005.a.6. 6A205.a. |
||||||||
|
I.A6.005 |
Halfgeleider-„lasers”,anders dan bedoeld in 0B001.g.5., 0B001.h.6. of 6A005.b., en onderdelen ervan, als volgt:
Noten:
|
0B001.g.5. 0B001.h.6. 6A005.b. |
||||||||
|
I.A6.006 |
Afstembare halfgeleider-„lasers” en afstembare halfgeleider-„lasers” in series (arrays), anders dan in 0B001.h.6. of 6A005.b., met een golflengte van 9 μm-17 μm, alsmede stacks van arrays van halfgeleider-„lasers” die ten minste één array van afstembare halfgeleider-„lasers” met een dergelijke golflengte bevatten. Noot: Halfgeleider-„lasers” worden gewoonlijk „laser”-dioden genoemd. |
0B001.h.6. 6A005.b. |
||||||||
|
I.A6.007 |
„Afstembare” vastestof-„lasers”, anders dan bedoeld in 0B001.g.5., 0B001.h.6. of 6A005.c.1., en speciaal ontworpen onderdelen ervan, als volgt:
|
0B001.g.5. 0B001.h.6. 6A005.c.1. |
||||||||
|
I.A6.008 |
Neodymium-gedoopte (anders dan glas) „lasers”, anders dan in 6A005.c.2.b., met een golflengte aan de uitgang langer dan 1,0 μm doch niet langer dan 1,1 μm, en een uitgangsenergie van meer dan 10 J per impuls. |
6A005.c.2.b. |
||||||||
|
I.A6.009 |
Onderdelen van akoestisch-optische apparatuur, als volgt:
|
6A203.b.4. |
||||||||
|
I.A6.010 |
Stralingsbestendige camera's of lenzen daarvoor, anders dan in de zin van 6A203.c., speciaal ontworpen of gekwalificeerd als bestand zijnde tegen een stralingsniveau hoger dan 50 × 103 Gy (silicium) (5 × 106 rad (silicium)) zonder verslechtering van de werking. Technische noot: De term Gy (silicium) verwijst naar de energie in Joule per kilogram die wordt geabsorbeerd door een onbeschermde hoeveelheid silicium bij blootstelling aan ioniserende straling. |
6A203.c. |
||||||||
|
I.A6.011 |
Afstembare gepulseerde kleurstof-„laser”-versterkers en oscillatoren, anders dan in 0B001.g.5., 6A005 en/of 6A205.c., met alle volgende kenmerken:
Noot: Dit artikel is niet van toepassing op monomodusoscillatoren. |
0B001.g.5. 6A005 6A205.c. |
||||||||
|
I.A6.012 |
Gepulseerde koolstofdioxide-„lasers”, anders dan in 0B001.h.6., 6A005.d. of 6A205.d., met alle volgende kenmerken:
|
0B001.h.6. 6A005.d. 6A205.d. |
NAVIGATIE EN VLIEGTUIGELEKTRONICA
I.A7. Goederen
|
Nr. |
Beschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
I.A7.001 |
Traagheidsnavigatiesystemen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als volgt:
Noot: De parameters van a.1. en a.2. zijn van toepassing onder alle hierna vermelde omgevingsomstandigheden:
Technische noten:
|
7A001 7A003 7A101 7A103 |
RUIMTEVAART EN VOORTSTUWING
I.A9. Goederen
|
Nr. |
Beschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
I.A9.001 |
Explosieve bouten |
|
|
I.A9.002 |
Verbrandingsmotoren (van het type met axiale of roterende zuigers), ontworpen of aangepast voor de voortstuwing van „luchtvaartuigen” of „lichter dan luchttoestellen”, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen. |
|
|
I.A9.003 |
Vrachtwagens, anders dan in de zin van 9A115, met meer dan een aangedreven as en een laadvermogen van meer dan 5 ton. Noot: Dit artikel omvat diepladers, opleggers en andere aanhangwagens. |
9A115 |
B. SOFTWARE
|
Nr. |
Beschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
I.B.001 |
Software die noodzakelijk is voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van goederen die onder deel A. (Goederen) vallen. |
|
C. TECHNOLOGIE
|
Nr. |
Beschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
I.C.001 |
Technologie die noodzakelijk is voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van goederen die onder deel A. (Goederen) vallen.” |
|
(1) Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PB L 134 van 29.5.2009, blz. 1).
(2) Fabrikanten die instelnauwkeurigheden berekenen overeenkomstig ISO 230/2 (1997) dienen overleg te plegen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin ze gevestigd zijn.
|
30.6.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 163/30 |
VERORDENING (EU) Nr. 568/2010 VAN DE COMMISSIE
van 29 juni 2010
tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het verbod op het in de handel brengen of het gebruik als diervoeding van eiwitproducten, verkregen uit op n-alkanen gekweekte gisten van de soort „Candida”
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (1), en met name op artikel 6, lid 2, tweede alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 767/2009 stelt algemene veiligheids- en handelsvoorschriften voor diervoeders vast. Zij bevat met name een lijst van materiaal waarvan het in de handel brengen of het gebruik als diervoeding aan beperkingen onderhevig of verboden is. |
|
(2) |
Richtlijn 82/471/EEG van de Raad (2) en Beschikking 85/382/EEG van de Commissie van 10 juli 1985 houdende verbod om in diervoeding proteïneproducten te gebruiken, verkregen uit op n-alkanen gekweekte gisten van de soort „Candida” (3) verbieden het in de handel brengen en het gebruik in diervoeders van eiwitproducten, verkregen uit op n-alkanen gekweekte gisten van de soort „Candida”. De reden voor dit verbod is dat bepaalde op n-alkanen gekweekte giststammen van de soort „Candida” ziekten kunnen verwekken en in bepaalde omstandigheden overgevoeligheidsreacties kunnen doen ontstaan en aldus gevaren voor de gezondheid van mens en dier kunnen inhouden. |
|
(3) |
Aangezien zich geen nieuwe technische ontwikkelingen hebben voorgedaan en geen nieuw bewijsmateriaal beschikbaar is waaruit blijkt dat het gebruik van dergelijke eiwitproducten voor diervoeding veilig is, moeten het in de handel brengen en het gebruik van die producten verder worden verboden en moet dat verbod in Verordening (EG) nr. 767/2009 worden vastgelegd. |
|
(4) |
De lijst van materiaal waarvan het in de handel brengen als diervoeding is verboden, eerder vervat in Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (4), had moeten worden opgenomen in hoofdstuk 1 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 767/2009, teneinde de veiligheidsrisico's voor diervoeders te beheren. |
|
(5) |
De punten 5 en 6 van hoofdstuk 1 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 767/2009 moeten aan Beschikking 2004/217/EG worden aangepast. |
|
(6) |
Verordening (EG) nr. 767/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(7) |
Ter wille van de duidelijkheid, moet Beschikking 85/382/EEG worden ingetrokken. |
|
(8) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Hoofdstuk 1 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 767/2009 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De punten 5 en 6 komen als volgt te luiden:
(*1) PB L 135 van 30.5.1991, blz. 40." (*2) De term „afvalwater” heeft geen betrekking op „proceswater”, d.w.z. water uit onafhankelijke circuits in levensmiddelen- of diervoederbedrijven; deze circuits mogen, bij gebruik van het water in de diervoeding, uitsluitend met gezond en schoon water worden gevuld, als nader gespecificeerd in artikel 4 van Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PB L 330 van 5.12.1998, blz. 32). In de visserijsector mogen de betrokken circuits ook worden gevuld met schoon zeewater, als gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1). Proceswater mag uitsluitend in de diervoeding worden gebruikt wanneer het materiaal van diervoeders of van levensmiddelen bevat en technisch vrij is van reinigingsmiddelen, ontsmettingsmiddelen of andere stoffen die niet zijn toegestaan in het kader van de diervoederwetgeving." (*3) De term „vast stadsafval” heeft geen betrekking op keukenafval en etensresten als gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1774/2002.”." |
|
2) |
Het volgende punt 8 wordt toegevoegd:
|
Artikel 2
Beschikking 85/382/EEG wordt ingetrokken.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 september 2010.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 juni 2010.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 229 van 1.9.2009, blz. 1.
(2) PB L 213 van 21.7.1982, blz. 8.
|
30.6.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 163/32 |
VERORDENING (EU) Nr. 569/2010 VAN DE COMMISSIE
van 29 juni 2010
houdende afwijking van Verordening (EU) nr. 1272/2009, wat betreft de verkoop via openbare inschrijving van boter en mageremelkpoeder overeenkomstig respectievelijk Verordening (EU) nr. 446/2010 en Verordening (EU) nr. 447/2010
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name op artikel 43, onder f) en j), juncto artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 884/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de financiering van de maatregelen voor interventie in de vorm van openbare opslag door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en de boeking van de verrichtingen in verband met de openbare opslag door de betaalorganen van de lidstaten (2) financiert het ELGF de uitgaven voor de in bijlage V bij die verordening genoemde materiële verrichtingen op basis van forfaitaire bedragen, voor zover de daarmee overeenstemmende uitgaven niet in de toepasselijke sectorale wetgeving zijn vastgesteld. In september 2009 zijn voor het boekjaar 2010 forfaitaire bedragen vastgesteld en aan de lidstaten meegedeeld. Bij de vaststelling van deze forfaitaire bedragen is rekening gehouden met de kosten voor het inladen van de vrachtwagen of de spoorwegwagon, op basis van de op dat moment geldende regelgeving. |
|
(2) |
Bij Verordening (EU) nr. 1272/2009 van de Commissie van 11 december 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de aankoop en de verkoop van landbouwproducten in het kader van de openbare interventie (3) zijn voor de verkoop van producten uit interventie regels vastgesteld voor de indiening van de offertes, het stadium van levering van de producten en de kosten die aan de interventiebureaus en de kopers moeten worden doorberekend. Deze regels zijn voor de sector zuivelproducten met ingang van 1 maart 2010 van toepassing geworden. In het geval van verkoop van boter en mageremelkpoeder in het kader van de openbare inschrijvingen die respectievelijk bij Verordening (EU) nr. 446/2010 van de Commissie (4) en Verordening (EU) nr. 447/2010 van de Commissie (5) zijn geopend, zijn de geldende regels voor de kosten die van Verordening (EU) nr. 1272/2009. De forfaitaire bedragen die vóór de inwerkingtreding van de genoemde verordeningen zijn vastgesteld en aan de lidstaten meegedeeld, zijn berekend op basis van de vóór 1 maart 2010 geldende regels. Het blijkt derhalve noodzakelijk uniforme toepassing van de regels voor het hele boekjaar 2010 vast te stellen. |
|
(3) |
Tot en met het einde van het boekjaar 2010 moet derhalve van Verordening (EU) nr. 1272/2009 worden afgeweken. |
|
(4) |
Deze afwijking moet van toepassing zijn vanaf de eerstvolgende bijzondere inschrijving. Deze verordening moet derhalve in werking treden op de dag van haar bekendmaking. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. In afwijking van artikel 42, lid 1, onder e), van Verordening (EU) nr. 1272/2009 bevat de inschrijving de prijs in euro voor het product, geleverd op pallets op het laadperron van de opslagplaats, of, in voorkomend geval, geleverd op pallets die op het transportmiddel zijn geladen, als het om een vrachtwagen of een spoorwegwagon gaat.
2. In afwijking van artikel 52, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1272/2009 wordt het product ter beschikking van de marktdeelnemers gesteld op pallets op het laadperron van de opslagplaats of, in voorkomend geval, op pallets die op het transportmiddel zijn geladen, als het om een vrachtwagen of een spoorwegwagon gaat.
3. In afwijking van artikel 52, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1272/2009 zijn de kosten in verband met, naargelang van het geval, het overbrengen van de producten naar het laadperron of het laden op het vervoermiddel voor rekening van het betaalorgaan en de eventuele kosten voor het stuwen en het afladen van de pallets voor rekening van de koper.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing op de bijzondere inschrijvingen van respectievelijk Verordening (EU) nr. 446/2010 en Verordening (EU) nr. 447/2010, waarvoor van 6 juli 2010 om 11.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) tot en met 21 september 2010 om 11.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) offertes kunnen worden ingediend.
Zij vervalt op 30 september 2010.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 juni 2010.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.
(2) PB L 171 van 23.6.2006, blz. 35.
(3) PB L 349 van 29.12.2009, blz. 1.
|
30.6.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 163/34 |
VERORDENING (EU) Nr. 570/2010 VAN DE COMMISSIE
van 29 juni 2010
tot registratie van de invoer van wireless wide area networking (WWAN)-modems van oorsprong uit de Volksrepubliek China
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name op artikel 10, lid 4, en artikel 14, lid 5,
Na raadpleging van het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Commissie heeft een verzoek ontvangen op grond van artikel 14, lid 5, van de basisverordening, om registratie van de invoer van wireless wide area networking (WWAN)-modems van oorsprong uit de Volksrepubliek China verplicht te stellen. |
A. BETROKKEN PRODUCT
|
(2) |
Het product waarop deze registratie betrekking heeft, zijn wireless wide area networking (WWAN)-modems met radioantenne die Internet Protocol (IP)-gegevensverbindingen voor computers bieden, met inbegrip van WiFi-routers die uitgerust zijn met een WWAN-modem (WWAN/WiFi-routers), van oorsprong uit de Volksrepubliek China („het betrokken product”), momenteel ingedeeld onder GN-codes ex 8471 80 00 en ex 8517 62 00 . |
B. VERZOEK
|
(3) |
De Commissie heeft een klacht ontvangen van Option NV („de indiener van het verzoek”) en heeft vastgesteld dat er voldoende aanwijzingen zijn om een procedure in te leiden. Overeenkomstig artikel 5 van de basisverordening heeft zij dan ook met een in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt bericht (het „bericht van inleiding”) de inleiding aangekondigd van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van wireless wide area networking (WWAN)-modems van oorsprong uit de Volksrepubliek China. |
|
(4) |
Met betrekking tot de bevoegdheid om een klacht in te dienen, is de indiener van het verzoek de enige producent van het betrokken product in de Europese Unie, die 100 % van de totale productie in de Unie voor zijn rekening neemt. |
|
(5) |
Wat dumping betreft, wordt het betrokken land ingevolge de bepalingen van artikel 2, lid 7, van de basisverordening niet als een land met een markteconomie beschouwd. Bij het ontbreken van bekende productie van het betrokken product buiten de Europese Unie en het betrokken land, heeft de klager de normale waarde voor het betrokken land vastgesteld aan de hand van de in de EU werkelijk betaalde of te betalen prijzen van het soortgelijke product, indien nodig verhoogd met een redelijke winstmarge. De bewering dat het betrokken product met dumping wordt ingevoerd, is gebaseerd op een vergelijking van de aldus vastgestelde normale waarde met de prijzen (af fabriek) van het onderzochte product bij uitvoer naar de Unie. De aldus berekende dumpingmarge voor het betrokken land van uitvoer blijkt aanzienlijk te zijn, namelijk meer dan 150 %. |
|
(6) |
De indiener van het verzoek verzoekt er voorts om dat de invoer van het betrokken product overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening aan registratieplicht wordt onderworpen, zodat op deze invoer vanaf de datum van registratie achteraf maatregelen kunnen worden toegepast. |
C. MOTIVERING VAN DE REGISTRATIE
|
(7) |
Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van de basisverordening worden voorlopige rechten niet eerder dan 60 dagen na de inleiding van de procedure ingesteld. Overeenkomstig artikel 10, lid 4, van de basisverordening kan evenwel een definitief antidumpingrecht worden geheven op producten die ten hoogste 90 dagen vóór de datum van inwerkingtreding van de voorlopige maatregelen ten gebruike zijn aangegeven, op voorwaarde dat aan de voorwaarden van dat lid is voldaan en dat de invoer overeenkomstig artikel 14, lid 5, is geregistreerd. Volgens artikel 14, lid 5, van de basisverordening kan de Commissie, na overleg in het Raadgevend Comité, de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat met ingang van de datum van registratie maatregelen met betrekking tot deze invoer kunnen worden genomen. Tot registratie van de invoer kan worden overgegaan naar aanleiding van een door de bedrijfstak van de Unie ingediend verzoek dat voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen. |
|
(8) |
Het verzoek bevat voldoende bewijsmateriaal om registratie te rechtvaardigen. Registratie wordt ook gerechtvaardigd door bewijsmateriaal uit andere bronnen. |
|
(9) |
Wat dumping betreft, beschikt de Commissie over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat het betrokken product van oorsprong uit de Volksrepubliek China met dumping wordt ingevoerd en dat de exporteurs aan dumping doen. De klacht wegens dumping en het verzoek om registratie bevatten bewijsmateriaal voor de uitvoerprijzen in de periode van het tweede kwartaal van 2009 tot het eerste kwartaal van 2010. Voorts bevat de klacht informatie over de uitvoerprijzen vanaf 2006. In dit stadium en rekening houdend met het feit dat tijdens het onderzoek misschien bijkomende gegevens beschikbaar worden, bestaat het bewijsmateriaal met betrekking tot de normale waarde in de klacht wegens dumping en het verzoek om registratie uit gedetailleerde gegevens over binnenlandse prijzen en productiekosten van de enige producent in de Unie over de periode van 2006 tot het eerste kwartaal van 2010. Bij het ontbreken van een bekend referentieland dat als uitgangspunt voor een betrouwbare normale waarde kan dienen, is dit de meest nauwkeurige en geschikte informatie die in dit stadium kan worden gebruikt. Na correctie voor geschatte transport- en andere kosten, lijken deze gegevens op het eerste gezicht betrekking te hebben op hetzelfde product, dezelfde periode en hetzelfde handelsstadium, en dus grotendeels vergelijkbaar te zijn. Algemeen genomen en gezien de hoogte van de vermeende dumpingmarge wijst het bewijsmateriaal er in dit stadium in voldoende mate op dat de betrokken exporteurs met dumping uitvoeren en dat er al geruime tijd sprake van dumping is. |
|
(10) |
Wat de schade betreft, beschikt de Commissie over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de dumpingpraktijken van de exporteurs aanmerkelijke schade berokkenen of zouden berokkenen. Dat bewijsmateriaal bestaat uit gedetailleerde gegevens uit de klacht wegens dumping en het verzoek om registratie en wordt bevestigd door informatie uit andere bronnen betreffende de in artikel 3, lid 5, van de basisverordening vastgestelde belangrijkste schadefactoren. Bovendien beschikt de Commissie over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de praktijken van de exporteurs ernstige schade berokkenen of zouden berokkenen. Dit was voldoende reden om een vrijwaringsonderzoek in te leiden. Hierbij moet worden benadrukt dat de totale invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China lijkt te komen. |
|
(11) |
De Commissie beschikt eveneens over voldoende voorlopig bewijsmateriaal uit de klacht wegens dumping en het verzoek om registratie, dat wordt bevestigd door informatie uit andere bronnen, waaruit blijkt dat de importeurs ervan op de hoogte waren of hadden moeten zijn dat de exporteurs aan dumping doen die schadelijk is of waarschijnlijk schadelijk is voor de bedrijfstak van de Unie. Zo is in diverse artikelen die sinds geruime tijd in de gespecialiseerde pers verschijnen, gesuggereerd dat de bedrijfstak van de Unie schade kan lijden door de invoer tegen lage prijzen uit China. Gezien de omvang van de vermeende dumping kan voorts redelijkerwijs worden geconcludeerd dat de importeurs van de situatie op de hoogte zijn of moeten zijn. |
|
(12) |
De Commissie beschikt voorts over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat deze schade wordt veroorzaakt of zou worden veroorzaakt door massale invoer met dumping tijdens een relatief korte periode, die het gunstige effect van definitieve antidumpingrechten door het tijdstip van de invoer, de hoeveelheden die met dumping worden ingevoerd en andere omstandigheden (zoals de snelle verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Unie (2), het feit dat er één producent in de Unie is, de cyclus van contractonderhandelingen in deze markt, de relatief korte levensduur van de producten in de sector, de aanzienlijke O&O-uitgaven die moeten worden gedaan om deze te ontwikkelen) waarschijnlijk aanzienlijk zouden ondermijnen, tenzij deze rechten met terugwerkende kracht worden geheven. De klacht wegens dumping en het verzoek om registratie bevatten bewijsmateriaal met betrekking tot deze omstandigheden, dat wordt bevestigd door informatie uit andere bronnen |
|
(13) |
Aan de voorwaarden voor registratie is in dit geval bijgevolg voldaan. |
D. PROCEDURE
|
(14) |
In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat het verzoek van de indiener voldoende bewijsmateriaal bevat om de invoer van het betrokken product overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening aan registratieplicht te onderwerpen. |
|
(15) |
Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal te verstrekken. Voorts kan de Commissie belanghebbenden horen, mits zij daar schriftelijk om verzoeken en kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. |
E. REGISTRATIE
|
(16) |
Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening wordt de invoer van het betrokken product aan registratieplicht onderworpen om ervoor te zorgen dat, indien op grond van de bevindingen van het onderzoek antidumpingrechten worden ingesteld, deze rechten overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen met terugwerkende kracht kunnen worden geheven wanneer de voorwaarden daarvoor zijn vervuld. |
|
(17) |
Een eventueel toekomstig recht zal uit de bevindingen van het antidumpingonderzoek voortvloeien. Volgens de beweringen in de klacht waarin om de opening van een onderzoek wordt verzocht, bedraagt de dumping ruim 150 % en de schade ruim 150 %. Als het onderzoek deze beweringen bevestigt, zou de maatregel ruim 60 euro per eenheid bedragen. |
F. VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS
|
(18) |
Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (3), |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De douaneautoriteiten wordt overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 opdracht gegeven, de nodige maatregelen te nemen om de invoer in de Unie te registreren van wireless wide area networking (WWAN)-modems met radioantenne die Internet Protocol (IP)-gegevensverbindingen voor computers bieden, met inbegrip van WiFi-routers die uitgerust zijn met een WWAN-modem (WWAN/WiFi-routers) van oorsprong uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8471 80 00 en ex 8517 62 00 (Taric-codes 8471 80 00 10, 8517 62 00 11 en 8517 62 00 91). De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.
2. Belanghebbenden wordt verzocht binnen 20 dagen na de bekendmaking van deze verordening hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten, bewijsmateriaal te verstrekken of een verzoek in te dienen om te worden gehoord.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 juni 2010.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.
(2) Voorbeelden van deze snelle verslechtering zijn te vinden in de klacht waarin wordt verzocht om de inleiding van een antidumpingonderzoek. Het gaat onder andere om een halvering van de productie, een verviervoudiging van de financiële verliezen en een daling van de werkgelegenheid met ca. 40 % van 2008 tot 2009.
|
30.6.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 163/37 |
VERORDENING (EU) Nr. 571/2010 VAN DE COMMISSIE
van 29 juni 2010
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 30 juni 2010.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 juni 2010.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
MA |
35,6 |
|
MK |
43,1 |
|
|
TR |
53,0 |
|
|
ZZ |
43,9 |
|
|
0707 00 05 |
MK |
45,6 |
|
TR |
106,1 |
|
|
ZZ |
75,9 |
|
|
0709 90 70 |
TR |
105,1 |
|
ZZ |
105,1 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
97,3 |
|
TR |
97,3 |
|
|
US |
84,1 |
|
|
ZA |
98,0 |
|
|
ZZ |
94,2 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
115,9 |
|
BR |
86,9 |
|
|
CA |
118,4 |
|
|
CL |
103,1 |
|
|
CN |
57,3 |
|
|
NZ |
111,2 |
|
|
US |
123,9 |
|
|
ZA |
100,3 |
|
|
ZZ |
102,1 |
|
|
0809 10 00 |
TR |
244,3 |
|
ZZ |
244,3 |
|
|
0809 20 95 |
TR |
299,6 |
|
ZZ |
299,6 |
|
|
0809 30 |
AR |
133,5 |
|
TR |
155,8 |
|
|
ZZ |
144,7 |
|
|
0809 40 05 |
AU |
258,9 |
|
IL |
210,4 |
|
|
US |
319,2 |
|
|
ZZ |
262,8 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.
|
30.6.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 163/39 |
VERORDENING (EU) Nr. 572/2010 VAN DE COMMISSIE
van 29 juni 2010
tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 877/2009 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2009/10
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name op artikel 36, lid 2, tweede alinea, tweede zin,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2009/10 zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 877/2009 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 563/2010 van de Commissie (4). |
|
(2) |
Naar aanleiding van de gegevens waarover de Commissie momenteel beschikt, dienen deze bedragen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 951/2006 te worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bij Verordening (EG) nr. 951/2006 voor het verkoopseizoen 2009/10 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 877/2009 bedoelde producten worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 30 juni 2010.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 juni 2010.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.
(2) PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.
BIJLAGE
Gewijzigde bedragen van de representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 95 die gelden met ingang van 30 juni 2010
|
(EUR) |
||
|
GN-code |
Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product |
Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product |
|
1701 11 10 (1) |
41,21 |
0,00 |
|
1701 11 90 (1) |
41,21 |
2,54 |
|
1701 12 10 (1) |
41,21 |
0,00 |
|
1701 12 90 (1) |
41,21 |
2,24 |
|
1701 91 00 (2) |
44,41 |
4,15 |
|
1701 99 10 (2) |
44,41 |
1,01 |
|
1701 99 90 (2) |
44,41 |
1,01 |
|
1702 90 95 (3) |
0,44 |
0,25 |
(1) Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.
(2) Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.
(3) Vaststelling per procent sacharose.
BESLUITEN
|
30.6.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 163/41 |
BESLUIT VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE
van 23 juni 2010
houdende benoeming van rechters van het Gerecht
(2010/362/EU)
DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 19,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op de artikelen 254 en 255,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De ambtstermijnen van de heren en dames Josef AZIZI, Valeriu CIUCĂ, Ottó CZÚCZ, Franklin DEHOUSSE, Sten FRIMODT NIELSEN, Marc JAEGER, Küllike JÜRIMÄE, Heikki KANNINEN, Eugénia MARTINS DE NAZARÉ RIBEIRO, Arjen W. H. MEIJ, Savvas S. PAPASAVVAS, Juraj SCHWARCZ, Mihalis VILARAS en Irena WISZNIEWSKA-BIAŁECKA, rechters bij het Gerecht, vervallen op 31 augustus 2010. |
|
(2) |
De regeringen der lidstaten hebben voorgesteld de ambtstermijnen van de heren en dames Josef AZIZI, Ottó CZÚCZ, Franklin DEHOUSSE, Sten FRIMODT NIELSEN, Marc JAEGER, Küllike JÜRIMÄE, Heikki KANNINEN, Eugénia MARTINS DE NAZARÉ RIBEIRO, Savvas S. PAPASAVVAS, Juraj SCHWARCZ en Irena WISZNIEWSKA-BIAŁECKA als rechters bij het Gerecht te verlengen. Het comité dat is ingesteld bij artikel 255 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft advies uitgebracht over de geschiktheid van de elf bovengenoemde rechters voor de uitoefening van het ambt van rechter van het Gerecht. Later is de kandidatuur van de heer Ottó CZÚCZ ingetrokken. |
|
(3) |
Derhalve dienen tien leden van het Gerecht te worden benoemd voor de periode van 1 september 2010 tot en met 31 augustus 2016; de benoeming van de vier overige rechters volgt, |
HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de periode van 1 september 2010 tot en met 31 augustus 2016 worden benoemd tot rechters van het Gerecht:
|
|
de heer Josef AZIZI |
|
|
de heer Franklin DEHOUSSE |
|
|
de heer Sten FRIMODT NIELSEN |
|
|
de heer Marc JAEGER |
|
|
mevrouw Küllike JÜRIMÄE |
|
|
de heer Heikki KANNINEN |
|
|
mevrouw Eugénia MARTINS DE NAZARÉ RIBEIRO |
|
|
de heer Savvas S. PAPASAVVAS |
|
|
de heer Juraj SCHWARCZ |
|
|
mevrouw Irena WISZNIEWSKA-BIAŁECKA |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 23 juni 2010.
De voorzitter
C. BASTARRECHE SAGÜÉS
|
30.6.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 163/42 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 28 juni 2010
betreffende de erkenning van Algerije wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden met het oog op de erkenning van bevoegdheidsbewijzen
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 4226)
(2010/363/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (1), en met name op artikel 19, lid 3,
Gezien het schrijven van de Cypriotische autoriteiten van 13 mei 2005, waarin wordt verzocht om de erkenning van Algerije met het oog op de erkenning van door dat land afgegeven bevoegdheidsbewijzen,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De lidstaten kunnen besluiten door derde landen afgegeven bevoegdheidsbewijzen van zeevarenden te erkennen, op voorwaarde dat het desbetreffende derde land door de Commissie erkend is en met name voldoet aan de vereisten van het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst (1978), als gewijzigd (STCW-Verdrag) (2). |
|
(2) |
Ingevolge het verzoek van de Cypriotische autoriteiten heeft de Commissie de opleidings- en diplomeringssystemen voor zeevarenden in Algerije onderzocht om na te gaan of dit land voldoet aan de vereisten van het STCW-Verdrag en of gepaste maatregelen zijn getroffen om fraude met certificaten te voorkomen. Deze beoordeling is gebaseerd op de resultaten van een inspectie door deskundigen van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid in september 2006. |
|
(3) |
Waar tijdens de beoordeling van de naleving van het STCW-Verdrag tekortkomingen zijn vastgesteld, hebben de Algerijnse autoriteiten de Commissie de gevraagde relevante informatie en het bewijsmateriaal verstrekt betreffende de tenuitvoerlegging van gepaste en voldoende corrigerende maatregelen om het merendeel van deze kwesties aan te pakken. |
|
(4) |
De resterende tekortkomingen betreffende de opleidings- en diplomeringsprocedures voor zeevarenden hebben voornamelijk betrekking op het gebrek aan specifieke wetgevingsbepalingen betreffende het gebruik van simulatoren en de vermelding van een expliciet verband tussen de aanwijzing van Algerijnse bevoegdheidsbewijzen en bepaalde opleidingsvereisten van het STCW-Verdrag en de bijbehorende code. De Algerijnse autoriteiten werden daarom verzocht hieromtrent verdere corrigerende maatregelen te nemen. Deze tekortkomingen rechtvaardigen echter niet dat het algemene niveau van naleving van het STCW-Verdrag door de Algerijnse systemen betreffende opleiding en diplomering van zeevarenden in vraag wordt gesteld. |
|
(5) |
Het resultaat van de beoordeling van de naleving en de evaluatie van de door de Algerijnse autoriteiten verstrekte informatie tonen aan dat Algerije de desbetreffende eisen van het STCW-Verdrag naleeft en gepaste maatregelen heeft getroffen om fraude met certificaten te verhinderen en dat deze derhalve door de Unie moeten worden erkend. |
|
(6) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Algerije wordt erkend wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden met het oog op de erkenning van door dit land afgegeven bevoegdheidsbewijzen.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum van de kennisgeving ervan aan de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 28 juni 2010.
Voor de Commissie
Siim KALLAS
Vicevoorzitter
(1) PB L 323 van 3.12.2008, blz. 33.
(2) Goedgekeurd door de Internationale Maritieme Organisatie.