ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2010.163.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 163

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

53e jaargang
30 juni 2010


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Verordening (EU, Euratom) nr. 564/2010 van de Raad van 29 juni 2010 tot wijziging van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie

1

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 565/2010 van de Raad van 29 juni 2010 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 7/2010 betreffende de opening en het beheer van autonome tariefcontingenten van de Unie voor bepaalde landbouw- en industrieproducten

2

 

*

Verordening (EU) nr. 566/2010 van de Raad van 29 juni 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/96 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde industrie-, landbouw- en visserijproducten

4

 

*

Verordening (EU) nr. 567/2010 van de Raad van 29 juni 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 329/2007 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Volksrepubliek Korea

15

 

*

Verordening (EU) nr. 568/2010 van de Commissie van 29 juni 2010 tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het verbod op het in de handel brengen of het gebruik als diervoeding van eiwitproducten, verkregen uit op n-alkanen gekweekte gisten van de soort Candida ( 1 )

30

 

*

Verordening (EU) nr. 569/2010 van de Commissie van 29 juni 2010 houdende afwijking van Verordening (EU) nr. 1272/2009, wat betreft de verkoop via openbare inschrijving van boter en mageremelkpoeder overeenkomstig respectievelijk Verordening (EU) nr. 446/2010 en Verordening (EU) nr. 447/2010

32

 

*

Verordening (EU) nr. 570/2010 van de Commissie van 29 juni 2010 tot registratie van de invoer van wireless wide area networking (WWAN)-modems van oorsprong uit de Volksrepubliek China

34

 

 

Verordening (EU) nr. 571/2010 van de Commissie van 29 juni 2010 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

37

 

 

Verordening (EU) nr. 572/2010 van de Commissie van 29 juni 2010 tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 877/2009 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2009/10

39

 

 

BESLUITEN

 

 

2010/362/EU

 

*

Besluit van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van de Europese Unie van 23 juni 2010 houdende benoeming van rechters van het Gerecht

41

 

 

2010/363/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 28 juni 2010 betreffende de erkenning van Algerije wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden met het oog op de erkenning van bevoegdheidsbewijzen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 4226)

42

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

30.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/1


VERORDENING (EU, EURATOM) Nr. 564/2010 VAN DE RAAD

van 29 juni 2010

tot wijziging van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en met name op artikel 12,

Gezien het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie, vastgesteld bij Verordening nr. 31 (EEG), 11 (EGA) (1), en met name artikel 64 en artikel 65, lid 2, van het Statuut en de bijlagen VII, XI en XIII bij dat Statuut, alsmede artikel 20, eerste alinea, en de artikelen 64 en 92 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de periode juni tot en met december 2009 heeft zich in Letland en Litouwen een aanzienlijke daling van de kosten van levensonderhoud voorgedaan en derhalve moeten de aanpassingscoëfficiënten worden gewijzigd die van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren en andere personeelsleden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2010 bedragen de aanpassingscoëfficiënten die krachtens artikel 64 van het Statuut van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren en andere personeelsleden die werkzaam zijn in een van de hierna genoemde landen of standplaatsen:

Letland 79,6,

Litouwen 73,4.

Artikel 2

Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die van de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie bedragen de aanpassingscoëfficiënten die krachtens artikel 17, lid 3, van bijlage VII bij het Statuut van toepassing zijn op de overmakingen van de ambtenaren en andere personeelsleden:

Letland 73,3.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 29 juni 2010.

Voor de Raad

De voorzitster

E. ESPINOSA


(1)   PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.


VERORDENINGEN

30.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/2


VERORDENING (EU) Nr. 565/2010 VAN DE RAAD

van 29 juni 2010

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 7/2010 betreffende de opening en het beheer van autonome tariefcontingenten van de Unie voor bepaalde landbouw- en industrieproducten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 31,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Ter waarborging van een voldoende en ononderbroken aanvoer van bepaalde goederen die in de EU in onvoldoende hoeveelheden worden geproduceerd en om verstoringen van de markt voor bepaalde landbouw- en industrieproducten te voorkomen, werden bij Verordening (EU) nr. 7/2010 (1) tariefcontingenten geopend. Binnen de grenzen van die tariefcontingenten kunnen producten tegen een verminderd recht of een nulrecht worden ingevoerd. Om dezelfde reden moet voor bepaalde producten voor een passende hoeveelheid vanaf 1 juli 2010 nieuwe tariefcontingenten tegen nulrecht worden geopend.

(2)

De autonome tariefcontingenten van de Unie met de volgnummers 09.2814, 09.2816 en 09.2807 zijn onvoldoende gebleken om in de behoeften van de uniale industrie te voorzien. Daarom moeten deze contingenten worden verhoogd.

(3)

De goederenomschrijving van het autonome tariefcontingent met volgnummer 09.2907 moet worden aangepast.

(4)

Verordening (EU) nr. 7/2010 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

Aangezien de bij deze verordening vastgestelde tariefcontingenten vanaf 1 juli 2010 van kracht moeten zijn, moet deze verordening ook vanaf die datum van toepassing worden en onmiddellijk in werking treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EU) nr. 7/2010 wordt als volgt gewijzigd:

1)

de rijen in bijlage I bij deze verordening worden toegevoegd als laatste posten;

2)

de rijen voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.2814, 09.2907 09.2816 en 09.2807 worden vervangen door de rijen in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 29 juni 2010.

Voor de Raad

De voorzitster

E. ESPINOSA


(1)   PB L 3 van 7.1.2010, blz. 1.


BIJLAGE I

Tariefcontingenten bedoeld in artikel 1, onder 1)

Volgnummer

GN-code

TARIC

Omschrijving

Contingentperiode

Omvang van het contingent

Recht van het contingent (%)

09.2636

ex 8411 82 80

20

Op luchtvaarttechnologie gebaseerde gasturbines met een vermogen van 64 MW en een cyclusrendement van meer dan 40 %, voor gebruik in piek- en mid-merit-elektriciteitscentrales met minder dan 5 500 bedrijfsuren per jaar

1.7.-31.12.

5 stuks

0  %

09.2635

ex 9001 10 90

20

Optische vezels, bestemd voor de vervaardiging van glasvezelkabels bedoeld bij post 8544 (1)

1.7.-31.12.

1 150 000  km

0  %


BIJLAGE II

Tariefcontingenten bedoeld in artikel 1, onder 2)

Volgnummer

GN-code

TARIC

Omschrijving

Contingentperiode

Omvang van het contingent

Recht van het contingent (%)

09.2814

ex 3815 90 90

76

Katalysator, bestaande uit titaandioxide en wolfraamtrioxide

1.1.-31.12.

2 200 ton

0  %

09.2907

ex 3824 90 97

86

Mengsel van plantsterolen in poedervorm, bevattende:

75 of meer gewichtspercenten sterolen en

niet meer dan 25 gewichtspercenten stanolen,

bestemd voor de vervaardiging van stanolen/sterolen of stanol/sterolesters (1)

1.1.-31.12.

2 500 ton

0  %

09.2816

ex 3912 11 00

20

Celluloseacetaatvlokken

1.1.-31.12.

58 500 ton

0  %

09.2807

ex 3913 90 00

86

Niet-steriel natriumhyaluronaat

1.1.-31.12.

150 000  g

0  %


30.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/4


VERORDENING (EU) Nr. 566/2010 VAN DE RAAD

van 29 juni 2010

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/96 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde industrie-, landbouw- en visserijproducten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 31,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het is in het belang van de Unie om de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief volledig te schorsen voor een aantal nieuwe producten die niet in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 zijn vermeld (1).

(2)

De GN- en Taric-codes 1518 00 99 10, 3907 20 20 91, 7410 11 00 10, 7410 21 00 60 en 9031 90 85 30 van vier producten die thans in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 zijn vermeld, moeten worden geschrapt omdat het niet langer in het belang van de Unie is om de schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor deze producten te handhaven.

(3)

Voor twaalf schorsingen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 moet de omschrijving worden aangepast om rekening te houden met de technische ontwikkeling van producten en de economische ontwikkelingen op de markt. Deze schorsingen moeten worden geschrapt van de lijst in die bijlage en als nieuwe schorsingen met nieuwe omschrijvingen weer worden toegevoegd. Duidelijkheidshalve moeten deze schorsingen met een sterretje worden aangegeven in de eerste kolom van bijlage I en van bijlage II bij deze verordening.

(4)

De ervaring heeft uitgewezen dat een vervaldatum moet worden vastgesteld voor de schorsingen die zijn vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 om rekening te kunnen houden met technische en economische ontwikkelingen. Dit sluit niet uit dat bepaalde maatregelen vroegtijdig worden beëindigd of na deze periode worden voortgezet, indien dat om economische redenen gerechtvaardigd is, overeenkomstig de beginselen die zijn uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 1998 inzake autonome schorsingen van rechten en contingenten (2).

(5)

Verordening (EG) nr. 1255/96 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

Daar de bij deze verordening vastgestelde schorsingen op 1 juli 2010 van kracht moet worden, moet deze verordening ook vanaf die datum van toepassing worden en onmiddellijk in werking treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 wordt als volgt gewijzigd:

1.

de rijen voor de in bijlage I bij deze verordening vermelde producten worden ingevoegd;

2.

de rijen voor de producten waarvan de GN- en Taric-codes in bijlage II bij deze verordening zijn vermeld, worden geschrapt.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 29 juni 2010.

Voor de Raad

De voorzitster

E. ESPINOSA


(1)   PB L 158 van 29.6.1996, blz. 1.

(2)   PB C 128 van 25.4.1998, blz. 2.


BIJLAGE I

Producten als bedoeld in artikel 1, lid 1

GN-code

TARIC

Omschrijving

Autonoom recht

Geldigheidsperiode

ex 1515 19 10

10

Lijnolie met een joodgetal van 190 of meer gemeten volgens ISO-norm 150-2006

0  %

1.7.2010-31.12.2010

ex 1516 20 96

10

Geraffineerde, gebleekte, gehydrogeneerde sojaolie in de vorm van vlokken, zoals gebruikt bij de fabricage van cosmetica

0  %

1.7.2010-31.12.2010

ex 1516 20 96

20

Jojobaolie, gehydrogeneerd en intermoleculair veresterd, zonder enige verdere chemische wijziging en niet onderworpen aan enig texturizeringsproces

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2008 99 49

20

Gezoete gedroogde veenbessen

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2008 99 49

30

Pitloze boysenbessenpuree zonder toegevoegde alcohol, al dan niet toegevoegde suiker bevattend

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2008 99 99

40

 

 

 

ex 2805 30 90

20

Samarium met een zuiverheid van 99,90 gewichtspercenten of meer

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2904 10 00

30

Natrium-p-styreensulfonaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2904 10 00

50

Natrium-2-methylprop-2-een-1-sulfonaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2905 19 00

40

2,6-Dimethylheptaan-2-ol

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2905 29 90

20

Dec-9-een-1-ol

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2909 30 90

10

2-(Fenylmethoxy)naftaleen

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2909 30 90

20

1,2-Bis(3-methylfenoxy)ethaan

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2915 90 00

50

Allylheptanoaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2917 11 00

30

Kobaltoxalaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2917 19 10

10

Dimethylmalonaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2917 19 90

30

Ethyleenbrassylaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2918 99 90

20

Methyl-3-methoxyacrylaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2918 99 90

70

Allyl-(3-methylbutoxy)acetaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2921 19 50

10

Diethylaminotriethoxysilaan

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2929 90 00

20

 

 

 

ex 2922 19 85

40

2-(Dimethylamino)ethylbenzoaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2922 49 85

15

DL-asparaginezuur gebruikt voor de vervaardiging van integratiesubstanties voor levensmiddelen

(1)

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2922 50 00

20

1-[2-Amino-1-(4-methoxyfenyl)-ethyl]-cyclohexanolhydrochloride

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2924 29 98

20

2-Chloor-N-(2-ethyl-6-methylfenyl)-N-(propaan-2-yloxymethyl)aceetamide

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2926 90 95

70

Methacrylonitril

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2926 90 95

75

Ethyl-2-cyaan-2-ethyl-3-methylhexanoaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2929 10 00

15

3,3’-Dimethylbifenyl-4,4’-diyldiisocyanaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2930 90 99

81

Dinatriumhexamethyleen-1,6-bisthiosulfaat, dihydraat

3  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2930 90 99

84

2-Chloor-4-(methylsulfonyl)benzoëzuur

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2931 00 99

92

Trimethylboraan

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 39 99

20

Koperpyrithionpoeder

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 39 99

30

Fluazinam (ISO)

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 39 99

45

5-Difluormethoxy-2-[[(3,4-dimethoxy-2-pyridyl)methyl]thio]-1H-benzimidazool

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 39 99

47

(-)-trans-4-(4’-Fluorfenyl)-3-hydroxymethyl-N-methylpiperidine

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 39 99

48

Flonicamide (ISO)

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 59 95

45

1-[3-(Hydroxymethyl)pyridin-2-yl]-4-methyl-2-fenylpiperazine

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 59 95

50

2-(2-Piperazin-1-ylethoxy)ethanol

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 59 95

55

Thiopental (INNM)

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 59 95

65

1-Chloormethyl-4-fluor-1,4-diazoniabicyclo[2.2.2]octaanbis(tetrafluorboraat)

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 59 95

75

(2R,3S/2S,3R)-3-(6-Chloor-5-fluorpyrimidin-4-yl)-2-(2,4-difluorfenyl)-1-(1H-1,2,4-triazool-1-yl)butaan-2-ol hydrochloride

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 79 00

60

3,3-Pentamethyleen-4-butyrolactam

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 99 80

32

5-[4’-(Broommethyl)bifenyl-2-yl]-2-trityl-2H-tetrazool

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2933 99 80

37

8-Chloor-5,10-dihydro-11H-dibenzo[b,e][1,4]diazepine-11-on

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2934 10 00

60

Fosthiazaat (ISO)

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2934 99 90

20

Thiofeen

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2934 99 90

30

Dibenzo[b,f][1,4]thiazepine-11(10H)-on

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 2935 00 90

77

[[4-[2-[[(3-Ethyl-2,5-dihydro-4-methyl-2-oxo-1H-pyrrool-1-yl)carbonyl]amino]ethyl]fenyl]sulfonyl]carbamidezuur, ethylester

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3701 30 00

20

Lichtgevoelige plaat, bestaande uit een fotopolymeerlaag op een polyesterfolie met een totale dikte van meer dan 0,43 mm maar niet meer dan 3,18 mm

0  %

1.7.2010-31.12.2014

 (*1)ex 3707 10 00

35

Emulsie of bereiding voor het gevoelig maken van oppervlakken, bestaande uit acrylaat- en/of methacrylaatpolymeren, niet meer dan 7 gewichtspercenten lichtgevoelige zuurprecursoren bevattende, opgelost in een organisch oplosmiddel dat ten minste 2-methoxy-1-methylethylacetaat bevat

0  %

1.7.2010-31.12.2011

ex 3707 90 90

70

 

 

 

ex 3707 10 00

55

Rollen polyethyleentereftalaatfolie:

aan één zijde bekleed met een droge laag acrylfotopolymeerhars,

voorzien van een polyethyleen beschermfolie

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3707 90 90

40

Antireflectiemiddel, in de vorm van een waterige oplossing, bevattende niet meer dan:

2 gewichtspercent halogeenvrij alkylsulfonzuur, en

5 gewichtspercent van een gefluoreerd polymeer

0  %

1.7.2010-31.12.2014

 (*1)ex 3808 92 90

30

Preparaat dat bestaat uit een suspensie van pyrithionzink (INN) in water, bevattende:

24 of meer maar niet meer dan 26 gewichtspercenten pyrithionzink (INN), of

39 of meer maar niet meer dan 41 gewichtspercenten pyrithionzink (INN)

0  %

1.7.2010-31.12.2013

ex 3808 92 90

50

Preparaten op basis van koperpyrithion

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3808 93 23

10

Herbicide dat flazasulfuron (ISO) als werkzaam bestanddeel bevat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3808 93 90

10

Preparaat, in de vorm van korrels, bevattende:

38,8 of meer maar niet meer dan 41,2 gewichtspercenten Gibberelline A3, of

9,5 of meer maar niet meer dan 10,5 gewichtspercenten Gibberelline A4 en A7

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3824 90 97

05

Mengsel van methylmethacrylaatmonomeer en butylacrylaatmonomeer in een oplossing van xyleen en butylacetaat, bevattende meer dan 54 maar niet meer dan 56 gewichtspercenten oplosmiddelen

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3824 90 97

06

Paraffine met een chloreringsgehalte van 70 % of meer

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3824 90 97

08

Mengsel van divinylbenzeen-isomeren en ethylvinylbenzeen-isomeren, bevattende 56 of meer maar niet meer dan 80 gewichtsprocent divinylbenzeen

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3824 90 97

11

Mengsel van fytosterolen, niet in poedervorm, bevattende:

40 of meer maar niet meer dan 58 gewichtspercenten beta-sitosterolen

20 of meer maar niet meer dan 28 gewichtspercenten campesterolen

14 of meer maar niet meer dan 23 gewichtspercenten stigmasterolen

0 of meer maar niet meer dan 15 gewichtspercenten andere sterolen

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3824 90 97

21

Mengsel van 2-propeenzuur, (1-methylethylideen)bis(4,1-fenyleenoxy-2,1-ethaandiyloxy-2,1-ethaandiyl)ester met 2-propeenzuur, (2,4,6-trioxo-1,3,5-triazine-1,3,5(2H,4H,6H)-triyl)tri-2,1-ethaandiylester en 1-hydroxycyclohexylfenylketon, opgelost in methylethylketon en tolueen

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3824 90 97

23

Mengsel van urethaanacrylaten, tripropyleenglycoldiacrylaat, geëthoxyleerd bisfenol-A-acrylaat en poly(ethyleenglycol)-400-diacrylaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

 (*1)ex 3824 90 97

44

Mengsel van fytosterolen, niet in poedervorm, bevattende:

75 of meer gewichtspercenten sterolen en

niet meer dan 25 gewichtspercenten stanolen,

bestemd voor de vervaardiging van stanolen/sterolen of stanol/sterolesters

(1)

0  %

1.7.2010-31.12.2012

ex 3824 90 97

66

Mengsels van primaire tert-alkylaminen

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3824 90 97

88

Oligomeer reactieproduct, bestaande uit bis(4-hydroxyfenyl)sulfon en 1,1’-oxybis(2-chloorethaan)

0  %

1.7.2010-31.12.2014

 (*1)ex 3901 10 90

20

Polyethyleen, in de vorm van korrels, met een relatieve dichtheid van 0,925 (± 0,0015), een zogenaamde „melt flow” index van 0,3 g/10 min (± 0,05 g/10 min), bestemd voor de vervaardiging van geblazen foliën met een troebeling van niet meer dan 6 % en een treksterkte (MD/TD) van 210/340(1)

0  %

1.7.2010-31.12.2013

ex 3902 90 90

60

Niet-gehydrogeneerde 100 % alifatische hars (polymeer), met de volgende kenmerken:

vloeibaar bij kamertemperatuur

verkregen door polymerisatie van C5-alkeenmonomeren

met een aantalgemiddeld molecuulgewicht (Mn) van 370 (± 50)

met een gewichtgemiddeld molecuulgewicht (Mw) van 500 (± 100)

0  %

1.7.2010-31.12.2014

 (*1)ex 3906 90 90

35

Wit poeder van 1,2-ethaandiol dimethacrylaat-methylmethacrylaat copolymeer met een deeltjesgrootte van niet meer dan 18 μm, niet in water oplosbaar

0  %

1.7.2010-31.12.2013

ex 3907 91 90

10

Prepolymeer van diallylftalaat, in de vorm van poeder

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3907 99 90

70

Copolymeer van poly(ethyleentereftalaat) en cyclohexaandimethanol, bevattende meer dan 10 gewichtspercenten cyclohexaandimethanol

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3910 00 00

60

Polydimethylsiloxaan, al dan niet gesubstitueerd met polyethyleenglycol en trifluorpropyl, met methacrylaat-eindgroepen

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3916 20 00

91

Profielen van poly(vinylchloride) van het soort dat wordt gebruikt bij de fabricage van damwandplanken en bekledingen, die de volgende additieven bevatten:

titaandioxide

poly(methylmethacrylaat)

calciumcarbonaat

bindmiddelen

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3919 10 80

23

Reflecterende folie, bestaande uit verschillende lagen waaronder:

poly(vinylchloride);

polyurethaan met aan één zijde merktekens tegen namaak, verandering of vervanging van gegevens of kopiëren en aan de andere zijde een laag van glazen microbolletjes;

een laag met een beveiligings- en/of officieel merkteken dat afhankelijk van de gezichtshoek van uiterlijk verandert;

gemetalliseerd aluminium;

en een kleeflaag, aan één zijde bedekt met een verwijderbare beschermfolie

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3919 10 80

27

Polyesterfolie:

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3919 90 00

20

aan één kant voorzien van een temperatuurgevoelige acryl kleeflaag waarvan de kleefkracht opgeheven wordt bij een temperatuur van 90 °C of meer doch niet meer dan 200 °C en een polyester beschermfilm, en

aan de andere kant al dan niet voorzien van een drukgevoelige acryl kleeflaag of een temperatuurgevoelige acryl kleeflaag waarvan de kleefkracht opgeheven wordt bij een temperatuur van 90 °C of meer doch niet meer dan 200 °C en een polyester beschermfilm

 

 

ex 3919 10 80

32

Polytetrafluorethyleenfolie:

met een dikte van 110 μm of meer,

met een oppervlakteweerstand van 102-1014 ohm, zoals bepaald volgens testmethode ASTM D 257,

aan één zijde voorzien van een drukgevoelige acryl-kleeflaag

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3919 10 80

37

Polytetrafluorethyleenfolie:

met een dikte van 100 μm of meer,

een breukrek van niet meer dan 100 %,

aan één zijde voorzien van een drukgevoelige siliconen-kleeflaag

0  %

1.7.2010-31.12.2014

 (*1)ex 3919 10 80

40

Zwarte poly(vinylchloride)folie:

0  %

1.7.2010-31.12.2011

 (*1)ex 3919 90 00

43

met een glans van meer dan 30 graden, zoals bepaald volgens testmethode ASTM D2457,

al dan niet aan één zijde voorzien van een beschermende polyethyleentereftalaatfolie, en aan de andere zijde van een drukgevoelige kleeflaag met profiel en een verwijderbare beschermfolie

 

 

 (*1)ex 3919 90 00

19

Transparante zelfklevende folie van poly(ethyleentereftalaat):

vrij van onzuiverheden of gebreken,

aan één zijde voorzien van een drukgevoelige kleefstof van acryl en een beschermfolie en aan de andere zijde van een antistatische laag van een ionische organische cholineverbinding,

al dan niet met een bedrukbare stofwerende laag van een gemodificeerde organische lange keten alkylverbinding,

met een totale dikte zonder de beschermfolie van 54μm of meer doch niet meer dan 64μm, en

een breedte van meer dan 1 295  mm doch niet meer dan 1 305  mm

0  %

1.7.2010-31.12.2013

ex 3919 90 00

22

Zwarte polypropyleenfolie:

met een glans van meer dan 20 graden, zoals bepaald volgens testmethode ASTM D2457,

al dan niet aan één zijde voorzien van een beschermende polyethyleentereftalaatfolie en aan de andere zijde met een drukgevoelige kleeflaag met profiel en een verwijderbare beschermfolie

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3919 90 00

24

Reflecterende gelaagde folie:

bestaande uit een epoxyacrylaatlaag die aan één zijde is voorzien van in een regelmatig patroon aangebrachte inpersingen,

aan beide zijden bedekt met een of meer lagen kunststof en

aan één zijde bedekt met een kleeflaag en een verwijderbare beschermfolie

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3919 90 00

26

Ethyleen-vinylacetaatfolie:

met een dikte van 100 μm of meer,

aan één zijde bekleed met een druk- of UV-gevoelige acryl kleefstof en een polyester beschermfilm

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3919 90 00

28

Folie van poly(vinylchloride) of polyethyleen of van een ander polyolefine:

met een dikte van 65 μm of meer,

aan één zijde voorzien van een UV-gevoelige acryl kleeflaag en een polyester beschermfilm

0  %

1.7.2010-31.12.2014

 (*1)ex 3919 90 00

37

UV-gevoelige folie van of poly(vinylchloride):

met een dikte van ten minste 78 μm,

aan één kant bedekt met een kleeflaag en een verwijderbare beschermfolie,

met een hechtsterkte van ten minste 1 764  mN/25 mm

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3920 59 90

20

Reflecterende gelaagde folie, bestaande uit een epoxyacrylaatlaag die aan één zijde is voorzien van in een regelmatig patroon aangebrachte inpersingen, aan beide zijden bedekt met een of meer lagen kunststof

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3920 62 19

24

Folie van poly(ethyleentereftalaat) met een dikte van 186 μm of meer doch niet meer dan 191 μm, aan één zijde bedekt met een acryllaag in een matrixpatroon

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3920 62 19

26

 

 

 

 (*1)ex 3920 62 19

75

Transparante polyethyleentereftalaatfolie:

0  %

1.7.2010-31.12.2013

 (*1)ex 3920 62 19

77

aan beide zijden bekleed met lagen organische stoffen op acrylbasis met een dikte van 7 nm of meer doch niet meer dan 80 nm,

met een oppervlaktespanning van 36 Dyne/cm of meer doch niet meer dan 39 Dyne/cm,

met een lichtdoorlatendheid van meer dan 93 %,

met een troebeling van niet meer dan 1,3 %,

met een totale dikte van 10 μm of meer doch niet meer dan 350 μm,

met een breedte van 800 mm of meer doch niet meer dan 1 600  mm

 

 

ex 3920 91 00

51

Foliën van poly(vinylbutyral), bevattende 25 of meer doch niet meer dan 28 gewichtspercenten tri-isobutyl fosfaat als weekmaker

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3920 91 00

52

Foliën van poly(vinylbutyral):

bevattende 26 of meer doch niet meer dan 30 gewichtspercenten triethyleenglycol bis(2-ethylhexanoaat) als weekmaker

met een dikte van 0,73 mm of meer doch niet meer dan 1,50 mm

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 3921 90 55

25

Prepregvellen of -rollen, bevattende polyimidehars

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 7019 40 00

20

 

 

 

ex 3921 90 55

30

Prepregvellen of -rollen, bevattende gebromeerde epoxyhars, versterkt met glasvezel, met

een flow van niet meer dan 3,6 mm (zoals bepaald volgens IPC-TM 650.2.3.17.2), en

een glasovergangstemperatuur (Tg) van meer dan 170 °C (zoals bepaald volgens IPC-TM 650.2.4.25)

voor gebruik bij de fabricage van printplaten

(1)

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 6909 19 00

20

Kogels van siliciumnitride (Si3N4)

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 7019 19 10

55

Glaskoord, geïmpregneerd met rubber of kunststof, verkregen uit filamenten van glas van het type-K of het type-U, bestaande uit:

9 % of meer doch niet meer dan 16 % magnesiumoxide,

19 % of meer doch niet meer dan 25 % aluminiumoxide,

0 % of meer doch niet meer dan 2 % booroxide,

zonder calciumoxide,

bedekt met een latex bevattende ten minste een resorcinolformaldehydhars en gechloorsulfoneerd polyethyleen

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 7325 99 10

20

Ankerkop van vuurgegalvaniseerd smeedbaar gietijzer, van de soort gebruikt voor de fabricage van grondankers

0  %

1.7.2010-31.12.2014

 (*1)ex 7410 21 00

30

Foliën van polyimide, ook indien epoxyhars en/of glasvezels bevattende, aan een of beide zijden voorzien van bladkoper

0  %

1.7.2010-31.12.2013

 (*1)ex 8108 20 00

20

Onbewerkte ingots, verkregen uit het samensmelten van titaan en titaanlegeringen, met een diameter van niet meer dan 380 mm

0  %

1.7.2010-31.12.2013

ex 8414 30 81

50

Hermetische of halfhermetische elektrische scrollcompressoren met variabele snelheid, met een nominaal vermogen van 0,5 kW of meer doch niet meer dan 5 kW, met een verplaatsingsvolume van niet meer dan 35 cm3, van de soort gebruikt in koelinstallaties

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 8418 99 10

50

Verdamper, bestaande uit aluminium pennen en een koperspoel, van de soort gebruikt in koelinstallaties

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 8418 99 10

60

Condensor, bestaande uit twee concentrische koperbuizen, van de soort gebruikt in koelinstallaties

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 8501 31 00

40

Gelijkstroommotor met permanente bekrachtiging, met:

een meerfasenwikkeling,

een uitwendige diameter van 30 mm of meer doch niet meer dan 75 mm,

een rotatiesnelheid van niet meer dan 15 000  tpm,

een vermogen van 45 W of meer doch niet meer dan 300 W, en

een voedingsspanning van 9 V of meer doch niet meer dan 25 V

0  %

1.7.2010-31.12.2014

 (*1)ex 8504 40 90

40

Halfgeleidervermogensmodules bevattende:

vermogenstransistoren,

geïntegreerde schakelingen,

al dan niet dioden en thermistors,

een bedrijfsspanning van niet meer dan 600 V,

niet meer dan drie elektrische uitgangen met elk twee vermogensschakelaars (MOSFET (metaaloxide-halfgeleider-veldeffecttransistor) of IGBT (bipolaire transistor met geïsoleerde poort)) en interne drives, en

een effectief (RMS) nominaal stroombereik van niet meer dan 15,7 A

0  %

1.7.2010-31.12.2013

ex 8516 90 00

60

Ventilatie-inrichting van een elektrische frituurpan:

met een motor met een vermogen van 8 W bij 4 600  tpm,

elektronisch gestuurd,

functioneert bij omgevingstemperaturen van meer dan 110 °C

voorzien van een regelthermostaat

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 8521 90 00

20

Digitale videorecorder:

zonder harddiskdrive,

met of zonder dvd-rw,

met bewegingsdetectie,

met usb/seriepoort,

voor gebruik bij de vervaardiging van CCTV-bewakingssystemen

(1)

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 8522 90 49

60

Printplaat met:

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 8527 99 00

10

een radiotuner (die radiosignalen kan ontvangen en decoderen en doorzenden naar andere componenten op de plaat) zonder signaalverwerkings-functie,

 

 

ex 8529 90 65

25

een microprocessor die instructies vanop afstand kan ontvangen en de chipset van de tuner kan aansturen

voor gebruik bij de vervaardiging van home-entertainmentsystemen

(1)

 

 

ex 8522 90 49

65

Subprintplaat met:

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 8527 99 00

20

een radiotuner, die radiosignalen kan ontvangen en decoderen en doorzenden naar andere componenten op de plaat, met een signaaldecoder,

 

 

ex 8529 90 65

40

een ontvanger voor radioafstandsbediening (RF),

een verzender voor infraroodafstandsbediening,

een SCART-signaalgenerator,

een sensor voor de tv-stand,

voor gebruik bij de vervaardiging van home-entertainmentsystemen

(1)

 

 

ex 8525 80 19

25

Lange-golf-infraroodcamera (overeenkomstig ISO/TS 16949) met:

een gevoeligheid in het golflengtegebied van 8 μm of meer doch niet meer dan 14 μm,

een resolutie van 324 × 256 pixels,

een gewicht van niet meer dan 400 g,

maximale afmetingen van 70 mm × 67 mm × 75 mm,

een waterdichte behuizing en een voor voertuigen gekwalificeerde stekker en

een afwijking van het uitgangssignaal over het volledige bedrijfstemperatuurbereik van niet meer dan 20 %

0  %

1.7.2010-31.12.2014

ex 8525 80 19

35

Camera's met beeldscanfunctie, met:

een „Dynamic overlay lines”-systeem,

een NTSC-video-uitgangssignaal,

een spanning van 6,5 V,

een lichtsterkte van 0,5 lux of meer

0  %

1.7.2010-31.12.2014

 (*1)ex 8704 23 91

20

Onderstellen met cabine en motor met zelfontsteking met een cilinderinhoud van minimaal 8 000  cm3, op 3, 4 of 5 wielen met een wielbasis van minimaal 480 cm, niet voorzien van werktuigen, bestemd voor de inbouw in automobielen voor bijzondere doeleinden met een breedte van minimaal 300 cm

(1)

0  %

1.7.2010-31.12.2012


(*1)  Gewijzigde GN- of TARIC-code of omschrijving.


BIJLAGE II

Producten als bedoeld in artikel 1, lid 2

GN-code

TARIC

ex 1518 00 99

10

 (*1)ex 3707 10 00

35

 (*1)ex 3808 92 90

30

 (*1)ex 3824 90 97

44

 (*1)ex 3901 10 90

20

 (*1)ex 3906 90 90

35

ex 3907 20 20

91

 (*1)ex 3919 10 80

40

 (*1)ex 3919 90 00

19

 (*1)ex 3919 90 00

37

 (*1)ex 3919 90 00

43

 (*1)ex 3920 62 19

75

 (*1)ex 3920 62 19

77

ex 7410 11 00

10

 (*1)ex 7410 21 00

30

ex 7410 21 00

60

 (*1)ex 8108 20 00

20

 (*1)ex 8504 40 90

40

 (*1)ex 8704 23 91

20

ex 9031 90 85

30


(*1)  Schorsing van het recht voor een product dat in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 is genoemd en waarvoor de GN- of TARIC-code of de omschrijving bij onderhavige verordening is gewijzigd.


30.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/15


VERORDENING (EU) Nr. 567/2010 VAN DE RAAD

van 29 juni 2010

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 329/2007 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Volksrepubliek Korea

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215, lid 1,

Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2006/795/GBVB van 20 november 2006 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (1),

Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Gemeenschappelijk Standpunt 2006/795/GBVB voorziet Verordening (EG) nr. 329/2007 (2) in het bijzonder in de beperking van de verkoop, levering, overdracht of uitvoer naar de Democratische Volksrepubliek Korea (hierna „Noord-Korea” genoemd) van bepaalde artikelen, materialen, uitrusting, goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen aan programma's van Noord-Korea in verband met kernwapens, andere massavernietigingswapens of ballistische raketten, in aanvulling op die welke zijn vastgesteld door de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité.

(2)

Deze artikelen zijn opgenomen in bijlage I bis bij Verordening (EG) nr. 329/2007 en dienen te worden herzien om de doeltreffendheid van de maatregelen te handhaven.

(3)

Verordening (EG) nr. 329/2007 dient daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 329/2007 wordt als volgt gewijzigd:

Bijlage I bis bij Verordening (EG) nr. 329/2007 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 29 juni 2010.

Voor de Raad

De voorzitster

E. ESPINOSA


(1)   PB L 322 van 22.11.2006, blz. 32.

(2)   PB L 88 van 29.3.2007, blz. 1.


BIJLAGE

„BIJLAGE I BIS

Goederen en technologieën bedoeld in de artikelen 2 en 3

Andere artikelen, materialen, uitrusting, goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot programma's van Noord-Korea in verband met kernwapens, andere massavernietigingswapens of ballistische raketten.

1.

Tenzij anders is aangegeven, verwijzen de referentienummers in de kolom „Beschrijving” naar de beschrijvingen van producten en technologie voor tweeërlei gebruik in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 (1).

2.

Een referentienummer in de kolom „Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009” houdt in dat de kenmerken van het in de kolom „Beschrijving” beschreven artikel buiten de parameters bedoeld in de beschrijving van de desbetreffende post vallen.

3.

De definitie van termen tussen „enkele aanhalingstekens” wordt gegeven in een technische noot bij de betrokken post.

4.

De definitie van termen tussen „dubbele aanhalingstekens” kan worden gevonden in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad.

ALGEMENE NOTEN

1.

De doelstelling van het verbod op de in deze bijlage vermelde goederen mag niet worden omzeild door de uitvoer van toegestane goederen (met inbegrip van fabrieken) die een of meer verboden onderdelen bevatten, als deze onderdelen het voornaamste element van de goederen vormen en gemakkelijk kunnen worden verwijderd of voor andere doeleinden worden aangewend.

N.B.: Of de verboden onderdelen als voornaamste element moeten worden aangemerkt, dient te worden beoordeeld aan de hand van factoren als hoeveelheid, waarde en technologische knowhow alsmede andere bijzondere omstandigheden op grond waarvan de verboden onderdelen als voornaamste element van de geleverde goederen kunnen worden aangemerkt.

2.

Met goederen worden in deze bijlage zowel nieuwe als gebruikte goederen bedoeld.

ALGEMENE TECHNOLOGIENOOT (ATN)

(Te lezen als onderdeel van deel C.)

1.

De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van „technologie” die „noodzakelijk” is voor de „ontwikkeling”, de „productie” of het „gebruik” van goederen waarvan de verkoop, levering, overdracht of uitvoer in deel A (Goederen) wordt verboden, is op grond van de bepalingen van deel B verboden.

2.

„Technologie” die „noodzakelijk” is voor de „ontwikkeling”, de „productie” of het „gebruik” van verboden goederen is ook verboden als deze technologie wordt toegepast op toegestane goederen.

3.

Verboden gelden niet voor de minimaal noodzakelijke „technologie” voor installatie, bediening, onderhoud en reparatie van niet onder het verbod vallende goederen.

4.

Het verbod op de overdracht van „technologie” is niet van toepassing op informatie die „voor iedereen beschikbaar” is, op „fundamenteel wetenschappelijk onderzoek” en op de voor octrooiaanvragen noodzakelijke minimuminformatie.

A.   GOEDEREN

NUCLEAIRE GOEDEREN, INSTALLATIES EN UITRUSTING

I.A0.   Goederen

Nr.

Beschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

I.A0.001

Hollekathodelampen, als volgt:

a.

Hollekathodelampen met joodkathode en een venster van zuiver silicium of kwarts

b.

Hollekathodelampen met uraankathode.

 

I.A0.002

Faraday-isolatoren voor de golflengte 500 nm–650 nm.

 

I.A0.003

Optische tralies voor de golflengte 500 nm–650 nm.

 

I.A0.004

Optische vezels voor de golflengte 500 nm–650 nm, bekleed met een antireflecterende laag voor de golflengte

500 nm–650 nm en met een kerndiameter van meer dan 0,4 mm doch niet meer dan 2 mm.

 

I.A0.005

Onderdelen van een reactordrukvat en testapparatuur, anders dan in de zin van 0A001, als volgt:

a.

afdichtingen;

b.

interne onderdelen;

c.

afdichtings-, test- en meetapparatuur.

0A001

I.A0.006

Nucleaire detectieapparatuur, anders dan bedoeld in 0A001.j. of 1A004.c., voor de detectie, identificatie of kwantificatie van radioactieve stoffen en straling van nucleaire oorsprong, alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

N.B.: Zie voor persoonlijke uitrusting I.A1.004.

0A001.j.

1A004.c.

I.A0.007

Balgafsluiters, anders dan bedoeld in 0B001.c.6., 2A226 of 2B350, van aluminiumlegering of roestvrij staal, type 304, 304L of 316 L.

0B001.c.6.

2A226

2B350

I.A0.008

Laserspiegels, anders dan bedoeld in 6A005.e, bevattende een substraat met een warmte-uitzettingscoëfficiënt van 10-6K-1 of minder bij 20 °C (bijvoorbeeld gesmolten siliciumdioxide of saffier).

Noot:

Dit artikel is niet van toepassing op optische systemen die speciaal voor astronomische toepassingen zijn ontworpen, tenzij de spiegels gesmolten siliciumdioxide bevatten.

0B001.g.5.

6A005.e.

I.A0.009

Laserlenzen, anders dan bedoeld in 6A005.e.2, bevattende een substraat met een warmte-uitzettingscoëfficiënt van 10-6K-1 of minder bij 20 °C (bijvoorbeeld gesmolten siliciumdioxide).

0B001.g.

6A005.e.2.

I.A0.010

Pijpen, pijpleidingen, flenzen en hulpstukken, vervaardigd van of gevoerd met nikkel of een nikkellegering die 40 gewichtspercenten of meer nikkel bevat, anders dan in de zin van 2B350.h.1.

2B350

I.A0.011

Vacuümpompen, anders dan in de zin van 0B002.f.2. of 2B231, als volgt:

a.

turbomoleculaire pompen met een pompsnelheid van 400 l/s of meer;

b.

voorvacuümpompen van het Rootstype met een afzuigcapaciteit van meer dan 200 m3/h;

c.

droge scrollcompressoren en vacuümpompen met balgafdichting.

0B002.f.2.

2B231

I.A0.012

Afgeschermde ruimten voor het manipuleren, opslaan en behandelen van radioactieve stoffen (hete cellen).

0B006

I.A0.013

„Natuurlijk uraan” of „verarmd uraan” of thorium in de vorm van metaal, legering, chemische verbinding of concentraat en elk materiaal dat een of meer van de voorgaande stoffen bevat, anders dan in de zin van 0C001.

0C001

I.A0.014

Ontstekingskamers met een explosieabsorptievermogen van meer dan 2,5 kg TNT-equivalent.

 

SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR

I.A1.   Goederen

Nr.

Beschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

I.A1.001

Bis(2-ethylhexyl)fosforzuur (HDEHP of D2HPA), Chemical Abstract-nummer (CAS): [CAS 298-07-7] (oplosmiddel), in elke hoeveelheid, met een zuiverheid van meer dan 90%.

 

I.A1.002

Fluorgas, CAS: [7782-41-4], met een zuiverheid van ten minste 95%.

 

I.A1.003

Ringvormige afdichtingen en pakkingen met een binnendiameter van 400 mm of minder, vervaardigd van een of meer van de volgende materialen:

a.

copolymeren van vinylideenfluoride met 75 % of meer bèta-kristallijnstructuur zonder strekken;

b.

gefluoreerde polyimiden die 10 of meer gewichtspercenten gebonden fluor bevatten;

c.

gefluoreerde fosfazeenelastomeren die 30 of meer gewichtspercenten gebonden fluor bevatten;

d.

polychloortrifluorethyleen (PCTFE, bijvoorbeeld Kel-F®);

e.

fluorelastomeren (bijvoorbeeld Viton®, Tecnoflon®);

f.

polytetrafluorethyleen (PTFE).

1A001

I.A1.004

Persoonlijke uitrusting voor het detecteren van straling van nucleaire oorsprong, anders dan in de zin van 1A004.c., met inbegrip van persoonlijke dosismeters.

1A004.c.

I.A1.005

Elektrolytische cellen voor de productie van fluor, anders dan in de zin van 1B225, met een capaciteit van meer dan 100 g fluor per uur.

1B225

I.A1.006

Katalysatoren, anders dan in de zin van 1A225 of 1B231, bevattende platina, palladium of rhodium, bruikbaar voor het bevorderen van de waterstofisotoopuitwisseling tussen waterstof en water voor het terugwinnen van tritium uit zwaar water of voor de productie van zwaar water.

1A225

1B231

I.A1.007

Aluminium en aluminiumlegeringen, anders dan in de zin van 1C002.b.4 of 1C202.a., in ruwe vorm of als halffabricaat, met een van de volgende kenmerken:

a.

„geschikt voor” een treksterkte van 460 MPa of meer bij 293 K (20 °C); of

b.

met een treksterkte van 415 MPa of meer bij 298 K (25 °C).

Technische noot:

De zinsnede legeringen „geschikt voor” omvat legeringen zowel voor als na warmtebehandeling.

1C002.b.4.

1C202.a.

I.A1.008

Magnetische metalen van alle soorten, ongeacht de vorm, anders dan in de zin van 1C003.a, met een „relatieve beginpermeabiliteit” van 120 000 of meer en een dikte van 0,05 tot 0,1 mm.

Technische noot:

De „relatieve beginpermeabiliteit” wordt gemeten aan het gespecificeerde materiaal dat volledig ontlaten is.

1C003.a.

I.A1.009

„Stapel- en continuvezelmateriaal” of prepregs, anders dan bedoeld in 1C010.a., 1C010.b., 1C210.a. of 1C210.b., als hieronder:

a.

„stapel- en continuvezelmateriaal” van aramide met een van de volgende kenmerken:

1.

een „specifieke modulus” groter dan 10 × 106 m; of

2.

een „specifieke treksterkte” groter dan 17 × 104 m;

b.

„stapel- en continuvezelmateriaal” van glas met een van de volgende kenmerken:

1.

een „specifieke modulus” groter dan 3,18 × 106 m; of

2.

een „specifieke treksterkte” groter dan 76,2 × 103 m;

c.

thermogeharde met hars geïmpregneerde continu-„garens”, -„rovings”, -„linten” of -„banden” met een breedte van 15 mm of minder (prepregs), vervaardigd uit „stapel- en continuvezelmateriaal” van glas, anders dan in de zin van I.A1.010.a.;

d.

„stapel- of continuvezelmateriaal” van koolstof;

e.

thermogeharde met hars geïmpregneerde continu-„garens”, -„rovings”, -„linten” of -„banden”, vervaardigd uit „stapel- en continuvezelmateriaal” van koolstof;

f.

continu-„garens”, „rovings”, „linten” of „banden” van polyacrylonitryl;

g.

„stapel- of continuvezelmateriaal” van para-aramide (Kevlar® en met Kevlar® vergelijkbare vezels).

1C010.a.

1C010.b.

1C210.a.

1C210.b.

I.A1.010

Met hars of asfaltbitumen geïmpregneerde vezels (prepregs), met metaal of koolstof beklede vezels (preforms) of „halffabricaten voor koolstofvezels”, als volgt:

a.

gemaakt van „stapel- of continuvezelmateriaal” in de zin van II.A1.009;

b.

met epoxyhars geïmpregneerd koolstof-„stapel- of continuvezelmateriaal” (prepregs), bedoeld in 1C010.a, 1C010.b of 1C010.c, voor de reparatie van vliegtuigcasco’s of laminaten als de afzonderlijke prepreg-vellen niet groter zijn dan 50 cm × 90 cm;

c.

prepregs bedoeld in 1C010.a., 1C010.b. of 1C010.c., geïmpregneerd met fenol- of epoxyharsen met een glastemperatuur (Tg) van minder dan 433 K (160 °C) en een hardingstemperatuur die lager ligt dan de glastemperatuur.

1C010

1C210

I.A1.011

Composieten van met siliciumcarbide versterkte keramiek, geschikt voor neuskegels, terugkeervoertuigen, straalpijpen, bruikbaar voor „raketten”, anders dan in de zin van 1C107.

1C107

I.A1.012

Niet gebruikt.

 

I.A1.013

Tantaal, tantaalcarbide, wolfraam, wolfraamcarbide en legeringen, anders dan in de zin van 1C226, met beide volgende kenmerken:

a.

in vormen met holle cilindersymmetrie of sferische symmetrie (daaronder mede begrepen cilindersegmenten) met een binnendiameter tussen 50 mm en 300 mm; en

b.

met een massa groter dan 5 kg.

1C226

I.A1.014

„Elementaire poeders” van kobalt, neodymium of samarium of legeringen of mengsels daarvan bevattende ten minste 20 gewichtspercenten kobalt, neodymium of samarium, met een deeltjesgrootte van minder dan 200 μm.

Technische noot:

„Elementaire poeders” betekent zeer zuivere poeders van één element.

 

I.A1.015

Zuiver tributylfosfaat (TBP) [CAS nr. 126-73-8] en mengsels bevattende 5 of meer gewichtspercenten TBP.

 

I.A1.016

Maragingstaal, anders dan bedoeld in 1C116 of 1C216.

Technische noten:

1.

De zinsnede maragingstaal „geschikt voor” omvat maragingstaal zowel voor als na warmtebehandeling.

2.

Maragingstaal is een ijzerlegering die gewoonlijk door een hoog nikkelgehalte, een zeer laag koolstofgehalte en het gebruik van vervangende elementen of precipitaten voor het versterken en tijdharden van de legering wordt gekenmerkt.

1C116

1C216

I.A1.017

Metalen, metaalpoeders en materialen, als hieronder:

a.

wolfraam en wolfraamlegeringen, anders dan die in 1C117, in de vorm van uniform bolvormige of verstoven deeltjes met een diameter van 500 μm (micrometer) of minder, bevattende 97 of meer gewichtspercenten wolfraam;

b.

molybdeen en molybdeenlegeringen, anders dan die in 1C117, in de vorm van uniform bolvormige of verstoven deeltjes met een diameter van 500 μm of minder, bevattende 97 of meer gewichtspercenten molybdeen;

c.

wolfraamhoudende materialen in vaste vorm, anders dan die in 1C226, met de volgende samenstelling:

1.

wolfraam en wolfraamlegeringen bevattende 97 of meer gewichtspercenten wolfraam;

2.

met koper geïnfiltreerd wolfraam bevattende 80 of meer gewichtspercenten wolfraam; of

3.

met zilver geïnfiltreerd wolfraam bevattende 80 of meer gewichtspercenten wolfraam.

1C117

1C226

I.A1.018

Zachte magnetische legeringen, anders dan in 1C003, met een chemische samenstelling als hieronder:

a.

een ijzergehalte tussen 30% en 60%; en

b.

een kobaltgehalte tussen 40% en 60%.

1C003

I.A1.019

Niet gebruikt.

 

I.A1.020

Grafiet, anders dan in 0C004 of 1C107.a., ontworpen of bedoeld voor gebruik in vonkmachines (EDM).

0C004

1C107.a.

MATERIAALBEWERKING

I.A2.   Goederen

Nr.

Beschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

I.A2.001

Systemen en apparatuur voor het beproeven door middel van trillingen, en desbetreffende onderdelen, anders dan in de zin van 2B116:

a.

systemen voor het beproeven door middel van trillingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van terugkoppel- of geslotenkringtechnieken en welke een digitale besturing bevatten, die geschikt zijn om een systeem te laten trillen met een versnelling gelijk aan of groter dan 0,1 g RMS tussen 0,1 Hz and 2 kHz en die krachten gelijk aan of groter dan 50 kN, met „onbelaste tafel” gemeten, kunnen overbrengen;

b.

digitale besturingseenheden, in combinatie met speciaal ontworpen „programmatuur” voor het testen door middel van trillingen, met een „realtimeregelbandbreedte” van meer dan 5 kHz en ontworpen voor gebruik met de systemen bedoeld onder a.;

Technische noot:

Onder „realtimeregelbandbreedte” wordt verstaan de maximumsnelheid waarmee een besturingseenheid een volledige cyclus van bemonstering, gegevensverwerking en verzending van controlesignalen kan uitvoeren.

c.

trillingsopwekkers, met of zonder bijbehorende versterkers, geschikt om een kracht gelijk aan of groter dan 50 kN uit te oefenen, met „onbelaste tafel” gemeten, en geschikt voor de systemen bedoeld in a.;

d.

beproevingsopstellingen en elektronische eenheden ontworpen om verscheidene trillingsopwekkers in een geheel trillingssysteem te combineren, geschikt om een totale effectieve kracht gelijk aan of groter dan 50 kN uit te oefenen, met „onbelaste tafel” gemeten, en geschikt voor de systemen bedoeld in a.

Technische noot:

„Onbelaste tafel” betekent een vlakke tafel of een vlak oppervlak, zonder klemmen of hulpstukken.

2B116

I.A2.002

Werktuigmachines, anders dan in 2B001.c. of 2B201.b., voor slijpen met een instelnauwkeurigheid, „inclusief alle compensaties”, die gelijk is aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) is dan 15 μm overeenkomstig ISO-norm 230/2 (1988) (2) of nationale equivalenten langs elke lineaire as.

2B001.c.

2B201.b.

I.A2.002a

Onderdelen en numerieke besturingen, speciaal ontworpen voor de werktuigmachines in de zin van 2B001, 2B201 of I.A2.002.

 

I.A2.003

Balanceermachines en aanverwante uitrusting, als volgt:

a.

balanceermachines die ontworpen of aangepast zijn voor tandheelkundige of andere medische uitrusting, met alle hiernavolgende kenmerken:

1.

niet geschikt voor het uitbalanceren van rotors/samenstellingen met een massa van meer dan 3 kg;

2.

geschikt voor het uitbalanceren van rotors/samenstellingen bij een omwentelingssnelheid hoger dan 12 500  t.p.m.;

3.

geschikt voor het corrigeren van onbalans in twee of meer vlakken; en

4.

geschikt voor het uitbalanceren tot op een resterende specifieke onbalans van 0,2 g × mm per kg rotorgewicht;

b.

„indicatorkoppen” die zijn ontworpen of aangepast voor gebruik met de bij a. aangegeven machines.

Technische noot:

„Indicatorkoppen” worden soms ook balanceerinstrumenten genoemd.

2B119

I.A2.004

Op afstand bediende manipulatoren die kunnen worden aangewend voor het doen verrichten van handelingen op afstand bij radiochemische scheidingswerkingen of in hete cellen, anders dan in de zin van 2B225, met een van de volgende kenmerken:

a.

geschikt om te werken bij een hetecelwand met een dikte van 0,3 m of meer (opereren door de wand heen); of

b.

geschikt om de afstand over de bovenkant van een hetecelwand met een dikte van 0,3 m of meer te overbruggen (opereren over de wand heen).

Technische noot:

Op afstand bediende manipulatoren zorgen voor het mechanisch overbrengen van handelingen van een bediener naar een bedieningsarm en eindklem. Deze kunnen van het meester/slaaf-type zijn of worden bediend via een joystick of een toetsenbord.

2B225

I.A2.005

Warmtebehandelingsovens, werkend met beheerste atmosfeer, of oxidatieovens geschikt voor werktemperaturen boven 400 °C.

Noot:

Dit artikel is niet van toepassing op tunnelovens met rol- of wagentransport, tunnelovens met transportband, doorschuifovens of pendelovens, speciaal ontworpen voor de vervaardiging van glas, tafelgerei van keramiek of constructieve keramiek.

2B226

2B227

I.A2.006

Niet gebruikt.

 

I.A2.007

„Drukomzetters”, anders dan in de zin van 2B230, geschikt voor het meten van de absolute druk op elk punt in het traject van 0 tot 200 kPa, met beide hiernavolgende kenmerken:

a.

drukopneemelementen vervaardigd van of beschermd door „materiaal dat bestand is tegen corrosie door uraanhexafluoride (UF6)”; en

b.

met een van de volgende kenmerken:

1.

een volledig bereik van minder dan 200 kPa en een „nauwkeurigheid” beter dan ±1% van het volledige bereik; of

2.

een volledig bereik van 200 kPa of groter en een „nauwkeurigheid” beter dan 2 kPa.

Technische noot:

Voor de toepassing van 2B230 houdt „nauwkeurigheid” in non-lineariteit, hysteresis en herhaalbaarheid bij omgevingstemperatuur.

2B230

I.A2.008

Apparatuur voor vloeistof-vloeistofuitwisseling (mengersbezinkers, pulskolommen, plaatkolommen en centrifugale contactors) en vloeistofverdelers, stoomverdelers of systemen voor de opvang van vloeistoffen, ontworpen voor die apparatuur, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt, gemaakt zijn van een of meer van de volgende materialen:

a.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

b.

fluorpolymeren;

c.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining);

d.

grafiet of „koolstofgrafiet”;

e.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

f.

tantaal of tantaallegeringen;

g.

titaan of titaanlegeringen;

h.

zirkonium of zirkoniumlegeringen; of

i.

roestvrij staal.

Technische noot:

„Koolstofgrafiet” is een composiet bestaande uit amorf koolstof en grafiet, met 8 of meer gewichtspercenten grafiet.

2B350.e.

I.A2.009

Industriële apparatuur en onderdelen, anders dan in de zin van 2B350.d., als volgt:

Warmtewisselaars of condensors met een warmte-uitwisseloppervlak van meer dan 0,05 m2 en minder dan 30 m2, en voor gebruik in dergelijke warmtewisselaars of condensors ontworpen buizen, platen, spoelen of blokken (kernen), waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de vloeistof(fen) gemaakt zijn van een of meer van de volgende materialen:

a.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

b.

fluorpolymeren;

c.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining);

d.

grafiet of „koolstofgrafiet”;

e.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

f.

tantaal of tantaallegeringen;

g.

titaan of titaanlegeringen;

h.

zirkonium of zirkoniumlegeringen;

i.

siliciumcarbide;

j.

titaancarbide; of

k.

roestvrij staal.

Noot:

Dit artikel is niet van toepassing op voertuigradiatoren.

Technische noot:

De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de warmtewisselaar een vergunningsplicht geldt.

2B350.d.

I.A2.010

Pompen met meervoudige afdichting en pompen zonder afdichting, anders dan in de zin van 2B350.i, geschikt voor corrosieve vloeistoffen, of vacuümpompen en voor gebruik in dergelijke pompen ontworpen omhulsels (pomphuizen), voorgevormde binnenbekledingen, schoepen, vleugelraderen of straalpompverdeelstukken, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt, gemaakt zijn van een van de volgende materialen:

a.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

b.

keramiek;

c.

ferrosilicium;

d.

fluorpolymeren;

e.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining);

f.

grafiet of „koolstofgrafiet”;

g.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

h.

tantaal of tantaallegeringen;

i.

titaan of titaanlegeringen;

j.

zirkonium of zirkoniumlegeringen;

k.

niobium (columbium) of niobiumlegeringen;

l.

roestvrij staal;

m.

aluminiumlegeringen; of

n.

rubber.

Technische noten:

1. De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de pomp een vergunningsplicht geldt.

2. De term „rubber” omvat alle soorten natuurlijke en synthetische rubber.

2B350.i.

I.A2.011

„Centrifuges”, anders dan in 2B352.c., geschikt voor het continu scheiden zonder aerosolvorming, en gemaakt van:

a.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

b.

fluorpolymeren;

c.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining);

d.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

e.

tantaal of tantaallegeringen;

f.

titaan of titaanlegeringen; of

g.

zirkonium of zirkoniumlegeringen.

Technische noot:

Met „centrifuges” worden ook bedoeld decanteerflessen.

2B352.c.

I.A2.012

Filters van gesinterd metaal, anders dan in 2B352.d., gemaakt van nikkel of een nikkellegering die 40 gewichtspercenten of meer nikkel bevat.

2B352.d.

I.A2.013

Forceer-(spin-forming) of vloei-(flow-forming) draaibanken, anders dan in 2B009, 2B109 of 2B209, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

Technische noot:

Voor de toepassing van dit punt worden machines die de functies van forceren en vloeidraaien combineren, beschouwd als vloeidraaibanken.

2B009

2B109

2B209

I.A2.014

Uitrusting en reagentia, anders dan vermeld in 2B350 of 2B352, als volgt:

a.

fermentoren, geschikt voor het kweken van pathogene „micro-organismen” of virussen of de productie van „toxinen”, zonder aerosolvorming, met een totale capaciteit van 10 liter of meer;

b.

roerwerken voor de in a. bedoelde fermentoren;

Technische noot:

Fermentoren omvatten bioreactoren, chemostaten en continustroomsystemen.

c.

laboratoriumapparatuur, als volgt:

1.

apparatuur voor polymerase-kettingreactie (PCR);

2.

apparatuur voor genetische sequencing;

3.

apparatuur voor genetische synthese;

4.

elektroporatieapparatuur;

5.

specifieke reagentia voor de apparatuur in I.A2.014.c.1. tot en met 4.;

d.

filters, microfilters, nanofilters of ultrafilters, bruikbaar in de industriële of laboratoriumbiologie voor continufiltratie, met uitzondering van filters die speciaal zijn ontworpen of gewijzigd voor medische doeleinden of de productie van schoon water en bestemd zijn om te worden gebruikt in door de EU of de VN officieel gesteunde projecten;

e.

ultracentrifuges en rotors en adapters voor ultracentrifuges;

f.

vriesdroogapparatuur.

2B350

2B352

I.A2.015

Apparatuur, met uitzondering van de in 2B005, 2B105 of 3B001.d. bedoelde apparatuur, voor de afzetting van metallieke deklagen, als volgt, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:

a.

productieapparatuur voor chemische afzetting uit de dampfase (CVD);

b.

productieapparatuur voor fysische afzetting uit de dampfase (PVD);

c.

productieapparatuur voor afzetting door inductie- of weerstandsverhitting.

2B005

2B105

3B001.d

I.A2.016

Open tanks en vaten, met of zonder roerwerk, met een totaal inwendig (geometrisch) volume van meer dan 0,5 m3 (500 liter), waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt of zijn opgeslagen, gemaakt zijn van een of meer van de volgende materialen:

a.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

b.

fluorpolymeren;

c.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining);

d.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

e.

tantaal of tantaallegeringen;

f.

titaan of titaanlegeringen;

g.

zirkonium of zirkoniumlegeringen;

h.

niobium (columbium) of niobiumlegeringen;

i.

roestvrij staal;

j.

hout; of

k.

rubber.

Technische noot:

De term „rubber” omvat alle soorten natuurlijke en synthetische rubber.

2B350

ELEKTRONICA

I.A3.   Goederen

Nr.

Beschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

I.A3.001

Hoogspanningsgelijkstroombronnen, anders dan vermeld in 0B001.j.5. of 3A227, met beide volgende kenmerken:

a.

over een periode van acht uur ononderbroken 10 kV of meer kunnen produceren bij een uitgangsvermogen van 5 kW of meer, al dan niet met sweeping; en

b.

met een stroom- of spanningsstabiliteit beter dan 0,1 % over een periode van vier uur.

0B001.j.5.

3A227

I.A3.002

Massaspectrometers, anders dan bedoeld in 0B002.g. of 3A233, die ionen met een massa van 200 atomaire massa eenheden (a.m.e.) of meer kunnen meten en die een oplossend vermogen hebben dat beter is dan 2 a.m.e. op 200 a.m.e., en ionenbronnen hiervoor, als volgt:

a.

inductief gekoppelde plasmamassaspectrometers (ICP/MS);

b.

massaspectrometers werkend door middel van een gloeiontlading (GDMS);

c.

massaspectrometers werkend door middel van thermische ionisatie (TIMS);

d.

massaspectrometers werkend door middel van elektronenbeschieting, met een bronkamer vervaardigd van of bedekt met „materiaal dat bestand is tegen corrosie door uraanhexafluoride (UF6)”;

e.

massaspectrometers werkend met een molecuulbundel, met een van de volgende kenmerken:

1.

een bronkamer vervaardigd van of bedekt met roestvrij staal of molybdeen en uitgerust met een koelval die tot 193 K (–80 °C) of lager kan worden afgekoeld, of

2.

een bronkamer vervaardigd van of bedekt met materiaal dat bestand is tegen UF6;

f.

massaspectrometers werkend met een microfluoreer-ionenbron ontworpen voor actiniden of actinidefluoriden.

0B002.g.

3A233

I.A3.003

Frequentieomzetters of frequentiegeneratoren, andere dan die in 0B001.b.13. of 3A225, met alle volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en software:

a.

een meerfasige uitgang geschikt voor het leveren van een vermogen van 40 W of groter;

b.

geschikt om te werken in het frequentiegebied van 600 tot 2 000  Hz; en

c.

frequentieafwijking kleiner dan 0,1 %.

Technische noten:

1.

Frequentieomzetters zijn ook bekend als converters of inverters, generatoren, elektronische testapparatuur, wisselstroomvoedingen, aandrijfeenheden met variabele snelheid of aandrijfeenheden met variabele frequentie.

2.

Aan de in dit punt genoemde functionaliteit kan worden voldaan door bepaalde apparatuur die op de markt wordt gebracht als elektronische testapparatuur, wisselstroomvoedingen, aandrijfeenheden met variabele snelheid of aandrijfeenheden met variabele frequentie.

0B001.b.13.

3A225

I.A3.004

Spectrometers en diffractometers die ontworpen zijn voor indicatieve tests of kwantitatieve analyse van de elementaire samenstelling van metalen of legeringen zonder dat chemische ontleding van het materiaal plaatsvindt.

 

SENSOREN EN LASERS

I.A6.   Goederen

Nr.

Beschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

I.A6.001

Yttrium-aluminium-granaat (YAG)-staven

 

I.A6.002

Optische apparatuur en onderdelen daarvoor, anders dan bedoeld in 6A002 of 6A004.b., als volgt:

Optische apparaten werkend in het infrarode spectrum, voor de golflengte 9 μm-17 μm, en onderdelen daarvoor, met inbegrip van onderdelen van cadmiumtelluride (CdTe).

6A002

6A004.b.

I.A6.003

Golffrontcorrectoren, anders dan de spiegels in 6A004.a., 6A005.e. of 6A005.f., voor gebruik met een laserbundel met een diameter van meer dan 4 mm, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met inbegrip van stuursystemen, golffrontsensoren en „vervormbare spiegels”, waaronder bimorfe spiegels.

6A004.a.

6A005.e.

6A005.f.

I.A6.004

Argon-ion-„lasers”, anders dan in 0B001.g.5., 6A005.a.6. en/of 6A205.a., met een gemiddeld uitgangsvermogen van 5 W of meer.

0B001.g.5.

6A005.a.6.

6A205.a.

I.A6.005

Halfgeleider-„lasers”,anders dan bedoeld in 0B001.g.5., 0B001.h.6. of 6A005.b., en onderdelen ervan, als volgt:

a.

afzonderlijke halfgeleider-„lasers” met een uitgangsvermogen van meer dan 200 mW elk, in hoeveelheden groter dan 100;

b.

arrays van halfgeleider-„lasers” met een uitgangsvermogen van meer dan 20 W.

Noten:

1.

Halfgeleider-„lasers” worden gewoonlijk „laser”-dioden genoemd.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op „laser”-dioden met een golflengte van 1,2 μm–2,0 μm.

0B001.g.5.

0B001.h.6.

6A005.b.

I.A6.006

Afstembare halfgeleider-„lasers” en afstembare halfgeleider-„lasers” in series (arrays), anders dan in 0B001.h.6. of 6A005.b., met een golflengte van 9 μm-17 μm, alsmede stacks van arrays van halfgeleider-„lasers” die ten minste één array van afstembare halfgeleider-„lasers” met een dergelijke golflengte bevatten.

Noot:

Halfgeleider-„lasers” worden gewoonlijk „laser”-dioden genoemd.

0B001.h.6.

6A005.b.

I.A6.007

„Afstembare” vastestof-„lasers”, anders dan bedoeld in 0B001.g.5., 0B001.h.6. of 6A005.c.1., en speciaal ontworpen onderdelen ervan, als volgt:

a.

titaan-saffier-„lasers”,

b.

alexandriet-„lasers”.

0B001.g.5.

0B001.h.6.

6A005.c.1.

I.A6.008

Neodymium-gedoopte (anders dan glas) „lasers”, anders dan in 6A005.c.2.b., met een golflengte aan de uitgang langer dan 1,0 μm doch niet langer dan 1,1 μm, en een uitgangsenergie van meer dan 10 J per impuls.

6A005.c.2.b.

I.A6.009

Onderdelen van akoestisch-optische apparatuur, als volgt:

a.

beeld(framing)-buizen en halfgeleiderelementen voor beeldvorming, met een herhalingsfrequentie van 1 kHz of meer;

b.

materiaal voor deze herhalingsfrequentie;

c.

Pockels-cellen.

6A203.b.4.

I.A6.010

Stralingsbestendige camera's of lenzen daarvoor, anders dan in de zin van 6A203.c., speciaal ontworpen of gekwalificeerd als bestand zijnde tegen een stralingsniveau hoger dan 50 × 103 Gy (silicium) (5 × 106 rad (silicium)) zonder verslechtering van de werking.

Technische noot:

De term Gy (silicium) verwijst naar de energie in Joule per kilogram die wordt geabsorbeerd door een onbeschermde hoeveelheid silicium bij blootstelling aan ioniserende straling.

6A203.c.

I.A6.011

Afstembare gepulseerde kleurstof-„laser”-versterkers en oscillatoren, anders dan in 0B001.g.5., 6A005 en/of 6A205.c., met alle volgende kenmerken:

a.

een golflengte van 300 nm tot 800 nm;

b.

een gemiddeld uitgangsvermogen groter dan 10 W, doch niet groter dan 30 W;

c.

een herhalingssnelheid groter dan 1 kHz; en

d.

een pulsduur korter dan 100 ns.

Noot:

Dit artikel is niet van toepassing op monomodusoscillatoren.

0B001.g.5.

6A005

6A205.c.

I.A6.012

Gepulseerde koolstofdioxide-„lasers”, anders dan in 0B001.h.6., 6A005.d. of 6A205.d., met alle volgende kenmerken:

a.

een golflengte van 9 μm tot 11 μm;

b.

een herhalingssnelheid groter dan 250 Hz;

c.

een gemiddeld uitgangsvermogen groter dan 100 W, doch niet groter dan 500 W; en

d.

een pulsduur korter dan 200 ns.

0B001.h.6.

6A005.d.

6A205.d.

NAVIGATIE EN VLIEGTUIGELEKTRONICA

I.A7.   Goederen

Nr.

Beschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

I.A7.001

Traagheidsnavigatiesystemen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als volgt:

a.

traagheidsnavigatiesystemen die gecertificeerd zijn voor gebruik in „civiele vliegtuigen” door de civiele autoriteiten van een staat die deelneemt aan het Wassenaar Arrangement, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als volgt:

1.

traagheidsnavigatiesystemen (INS) (zowel met cardanische ophanging als vast) en traagheidsapparatuur ontworpen voor „vliegtuigen”, voor voertuigen voor gebruik aan land, voor vaartuigen (zowel oppervlakteschepen als onderzeeboten) of voor „ruimtevaartuigen”, voor standregeling, geleiding of besturing met een of meer van de volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen:

a.

(vrije traagheids)-navigatiefout van 0,8 zeemijl per uur (nm/hr) „Circular Error Probable” (CEP) of minder (beter) na normale uitrichting; of

b.

gespecificeerd om te werken bij lineaire versnellingsniveaus van meer dan 10 g;

2.

hybride traagheidsnavigatiesystemen met ingebouwd wereldwijd satellietnavigatiesysteem (GNSS) of „navigatiesysteem met als referentie een gegevensbestand (DBRN)” voor standregeling, geleiding of besturing, na normale uitrichting, met na uitval van GNSS of DBRN gedurende een periode tot 4 minuten een INS-precisie van minder (beter) dan tien meter „Circular Error Probable” (CEP) (50%-trefkanscirkel);

3.

traagheidsapparatuur voor azimutpeilingen, koersbepaling en bepalen van het noorden met een of meerdere van de volgende kenmerken, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

a.

ontworpen voor een azimutpeiling, koersbepaling of bepaling van het noorden met een nauwkeurigheid die gelijk is aan of minder (beter) dan 6 boogminuten RMS op een geografische breedte van 45 graden; of

b.

ontworpen om niet-operationeel bestand te zijn tegen schokken van 900 g of meer met een duur van 1 ms of meer;

b.

met traagheidsnavigatie werkende theodolietsystemen die speciaal ontworpen zijn voor civiele opmetingen en ontworpen voor een azimutpeiling, koersbepaling of bepaling van het noorden met een nauwkeurigheid die gelijk is aan of minder (beter) dan 6 boogminuten RMS op een geografische breedte van 45 graden, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

c.

apparatuur voor traagheidsnavigatie of andere apparatuur die gebruik maakt van versnellingsmeters in de zin van 7A001 of 7A101, indien die versnellingsmeters speciaal ontworpen en ontwikkeld zijn voor gebruik in boorputten als sensoren voor gebruik tijdens het boren (MWD (Measurement While Drilling)-sensoren).

Noot:

De parameters van a.1. en a.2. zijn van toepassing onder alle hierna vermelde omgevingsomstandigheden:

1.

invoer van willekeurige trillingen met een totale magnitude van 7,7 g rms tijdens het eerste halfuur en een totale testduur van anderhalf uur per as voor elk van de drie loodrechte assen, wanneer de willekeurige trillingen aan de volgende voorwaarden voldoen:

a.

een constante spectrale vermogensdichtheid (PSD) van 0,04 g2/Hz bij een frequentie-interval van 15 tot 1 000  Hz; en

b.

de PSD verkleint naar gelang van de frequentie van 0,04 g2/Hz tot 0,01 g2/Hz bij een frequentie-interval van 1 000 tot 2 000  Hz;

2.

een slinger- en giersnelheid van +2,62 rad/s (150o/s) of meer; of

3.

overeenkomstig nationale normen die gelijkwaardig zijn aan de bovenstaande punten 1 en 2.

Technische noten:

1.

a.2. betreft systemen waarin INS of andere onafhankelijke navigatiehulpmiddelen in een afzonderlijke entiteit zijn ingebouwd met het oog op betere prestaties.

2.

„Circular Error Probable” (CEP – 50% trefkanscirkel): bij normale cirkelvormige spreiding de straal van de cirkel die 50 procent bestrijkt van de afzonderlijke metingen die worden verricht, of de straal van de cirkel waarbinnen er 50 procent kans is om te worden gelokaliseerd.

7A001

7A003

7A101

7A103

RUIMTEVAART EN VOORTSTUWING

I.A9.   Goederen

Nr.

Beschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

I.A9.001

Explosieve bouten

 

I.A9.002

Verbrandingsmotoren (van het type met axiale of roterende zuigers), ontworpen of aangepast voor de voortstuwing van „luchtvaartuigen” of „lichter dan luchttoestellen”, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

 

I.A9.003

Vrachtwagens, anders dan in de zin van 9A115, met meer dan een aangedreven as en een laadvermogen van meer dan 5 ton.

Noot:

Dit artikel omvat diepladers, opleggers en andere aanhangwagens.

9A115

B.   SOFTWARE

Nr.

Beschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

I.B.001

Software die noodzakelijk is voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van goederen die onder deel A. (Goederen) vallen.

 

C.   TECHNOLOGIE

Nr.

Beschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

I.C.001

Technologie die noodzakelijk is voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van goederen die onder deel A. (Goederen) vallen.”

 


(1)  Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PB L 134 van 29.5.2009, blz. 1).

(2)  Fabrikanten die instelnauwkeurigheden berekenen overeenkomstig ISO 230/2 (1997) dienen overleg te plegen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin ze gevestigd zijn.


30.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/30


VERORDENING (EU) Nr. 568/2010 VAN DE COMMISSIE

van 29 juni 2010

tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het verbod op het in de handel brengen of het gebruik als diervoeding van eiwitproducten, verkregen uit op n-alkanen gekweekte gisten van de soort „Candida”

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (1), en met name op artikel 6, lid 2, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 767/2009 stelt algemene veiligheids- en handelsvoorschriften voor diervoeders vast. Zij bevat met name een lijst van materiaal waarvan het in de handel brengen of het gebruik als diervoeding aan beperkingen onderhevig of verboden is.

(2)

Richtlijn 82/471/EEG van de Raad (2) en Beschikking 85/382/EEG van de Commissie van 10 juli 1985 houdende verbod om in diervoeding proteïneproducten te gebruiken, verkregen uit op n-alkanen gekweekte gisten van de soort „Candida” (3) verbieden het in de handel brengen en het gebruik in diervoeders van eiwitproducten, verkregen uit op n-alkanen gekweekte gisten van de soort „Candida”. De reden voor dit verbod is dat bepaalde op n-alkanen gekweekte giststammen van de soort „Candida” ziekten kunnen verwekken en in bepaalde omstandigheden overgevoeligheidsreacties kunnen doen ontstaan en aldus gevaren voor de gezondheid van mens en dier kunnen inhouden.

(3)

Aangezien zich geen nieuwe technische ontwikkelingen hebben voorgedaan en geen nieuw bewijsmateriaal beschikbaar is waaruit blijkt dat het gebruik van dergelijke eiwitproducten voor diervoeding veilig is, moeten het in de handel brengen en het gebruik van die producten verder worden verboden en moet dat verbod in Verordening (EG) nr. 767/2009 worden vastgelegd.

(4)

De lijst van materiaal waarvan het in de handel brengen als diervoeding is verboden, eerder vervat in Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (4), had moeten worden opgenomen in hoofdstuk 1 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 767/2009, teneinde de veiligheidsrisico's voor diervoeders te beheren.

(5)

De punten 5 en 6 van hoofdstuk 1 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 767/2009 moeten aan Beschikking 2004/217/EG worden aangepast.

(6)

Verordening (EG) nr. 767/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

Ter wille van de duidelijkheid, moet Beschikking 85/382/EEG worden ingetrokken.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Hoofdstuk 1 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 767/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De punten 5 en 6 komen als volgt te luiden:

„5.

Alle afval dat is verkregen in de diverse stadia van de behandeling van stedelijk, huishoudelijk en industrieel afvalwater zoals gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (*1), ongeacht eventuele verdere behandeling van dit afval en ongeacht de oorsprong van het afvalwater (*2).

6.

Vast stadsafval (*3), zoals huishoudelijk afval.

(*1)   PB L 135 van 30.5.1991, blz. 40."

(*2)  De term „afvalwater” heeft geen betrekking op „proceswater”, d.w.z. water uit onafhankelijke circuits in levensmiddelen- of diervoederbedrijven; deze circuits mogen, bij gebruik van het water in de diervoeding, uitsluitend met gezond en schoon water worden gevuld, als nader gespecificeerd in artikel 4 van Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PB L 330 van 5.12.1998, blz. 32). In de visserijsector mogen de betrokken circuits ook worden gevuld met schoon zeewater, als gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1). Proceswater mag uitsluitend in de diervoeding worden gebruikt wanneer het materiaal van diervoeders of van levensmiddelen bevat en technisch vrij is van reinigingsmiddelen, ontsmettingsmiddelen of andere stoffen die niet zijn toegestaan in het kader van de diervoederwetgeving."

(*3)  De term „vast stadsafval” heeft geen betrekking op keukenafval en etensresten als gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1774/2002.”."

2)

Het volgende punt 8 wordt toegevoegd:

„8.

Eiwitproducten, verkregen uit op n-alkanen gekweekte gisten van de soort „Candida”.”.

Artikel 2

Beschikking 85/382/EEG wordt ingetrokken.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 september 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 juni 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 229 van 1.9.2009, blz. 1.

(2)   PB L 213 van 21.7.1982, blz. 8.

(3)   PB L 217 van 14.8.1985, blz. 27.

(4)   PB L 67 van 5.3.2004, blz. 31.


30.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/32


VERORDENING (EU) Nr. 569/2010 VAN DE COMMISSIE

van 29 juni 2010

houdende afwijking van Verordening (EU) nr. 1272/2009, wat betreft de verkoop via openbare inschrijving van boter en mageremelkpoeder overeenkomstig respectievelijk Verordening (EU) nr. 446/2010 en Verordening (EU) nr. 447/2010

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name op artikel 43, onder f) en j), juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 884/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de financiering van de maatregelen voor interventie in de vorm van openbare opslag door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en de boeking van de verrichtingen in verband met de openbare opslag door de betaalorganen van de lidstaten (2) financiert het ELGF de uitgaven voor de in bijlage V bij die verordening genoemde materiële verrichtingen op basis van forfaitaire bedragen, voor zover de daarmee overeenstemmende uitgaven niet in de toepasselijke sectorale wetgeving zijn vastgesteld. In september 2009 zijn voor het boekjaar 2010 forfaitaire bedragen vastgesteld en aan de lidstaten meegedeeld. Bij de vaststelling van deze forfaitaire bedragen is rekening gehouden met de kosten voor het inladen van de vrachtwagen of de spoorwegwagon, op basis van de op dat moment geldende regelgeving.

(2)

Bij Verordening (EU) nr. 1272/2009 van de Commissie van 11 december 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de aankoop en de verkoop van landbouwproducten in het kader van de openbare interventie (3) zijn voor de verkoop van producten uit interventie regels vastgesteld voor de indiening van de offertes, het stadium van levering van de producten en de kosten die aan de interventiebureaus en de kopers moeten worden doorberekend. Deze regels zijn voor de sector zuivelproducten met ingang van 1 maart 2010 van toepassing geworden. In het geval van verkoop van boter en mageremelkpoeder in het kader van de openbare inschrijvingen die respectievelijk bij Verordening (EU) nr. 446/2010 van de Commissie (4) en Verordening (EU) nr. 447/2010 van de Commissie (5) zijn geopend, zijn de geldende regels voor de kosten die van Verordening (EU) nr. 1272/2009. De forfaitaire bedragen die vóór de inwerkingtreding van de genoemde verordeningen zijn vastgesteld en aan de lidstaten meegedeeld, zijn berekend op basis van de vóór 1 maart 2010 geldende regels. Het blijkt derhalve noodzakelijk uniforme toepassing van de regels voor het hele boekjaar 2010 vast te stellen.

(3)

Tot en met het einde van het boekjaar 2010 moet derhalve van Verordening (EU) nr. 1272/2009 worden afgeweken.

(4)

Deze afwijking moet van toepassing zijn vanaf de eerstvolgende bijzondere inschrijving. Deze verordening moet derhalve in werking treden op de dag van haar bekendmaking.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   In afwijking van artikel 42, lid 1, onder e), van Verordening (EU) nr. 1272/2009 bevat de inschrijving de prijs in euro voor het product, geleverd op pallets op het laadperron van de opslagplaats, of, in voorkomend geval, geleverd op pallets die op het transportmiddel zijn geladen, als het om een vrachtwagen of een spoorwegwagon gaat.

2.   In afwijking van artikel 52, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1272/2009 wordt het product ter beschikking van de marktdeelnemers gesteld op pallets op het laadperron van de opslagplaats of, in voorkomend geval, op pallets die op het transportmiddel zijn geladen, als het om een vrachtwagen of een spoorwegwagon gaat.

3.   In afwijking van artikel 52, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1272/2009 zijn de kosten in verband met, naargelang van het geval, het overbrengen van de producten naar het laadperron of het laden op het vervoermiddel voor rekening van het betaalorgaan en de eventuele kosten voor het stuwen en het afladen van de pallets voor rekening van de koper.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing op de bijzondere inschrijvingen van respectievelijk Verordening (EU) nr. 446/2010 en Verordening (EU) nr. 447/2010, waarvoor van 6 juli 2010 om 11.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) tot en met 21 september 2010 om 11.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) offertes kunnen worden ingediend.

Zij vervalt op 30 september 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 juni 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 171 van 23.6.2006, blz. 35.

(3)   PB L 349 van 29.12.2009, blz. 1.

(4)   PB L 126 van 22.5.2010, blz. 17.

(5)   PB L 126 van 22.5.2010, blz. 19.


30.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/34


VERORDENING (EU) Nr. 570/2010 VAN DE COMMISSIE

van 29 juni 2010

tot registratie van de invoer van wireless wide area networking (WWAN)-modems van oorsprong uit de Volksrepubliek China

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name op artikel 10, lid 4, en artikel 14, lid 5,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie heeft een verzoek ontvangen op grond van artikel 14, lid 5, van de basisverordening, om registratie van de invoer van wireless wide area networking (WWAN)-modems van oorsprong uit de Volksrepubliek China verplicht te stellen.

A.   BETROKKEN PRODUCT

(2)

Het product waarop deze registratie betrekking heeft, zijn wireless wide area networking (WWAN)-modems met radioantenne die Internet Protocol (IP)-gegevensverbindingen voor computers bieden, met inbegrip van WiFi-routers die uitgerust zijn met een WWAN-modem (WWAN/WiFi-routers), van oorsprong uit de Volksrepubliek China („het betrokken product”), momenteel ingedeeld onder GN-codes ex 8471 80 00 en ex 8517 62 00 .

B.   VERZOEK

(3)

De Commissie heeft een klacht ontvangen van Option NV („de indiener van het verzoek”) en heeft vastgesteld dat er voldoende aanwijzingen zijn om een procedure in te leiden. Overeenkomstig artikel 5 van de basisverordening heeft zij dan ook met een in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt bericht (het „bericht van inleiding”) de inleiding aangekondigd van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van wireless wide area networking (WWAN)-modems van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

(4)

Met betrekking tot de bevoegdheid om een klacht in te dienen, is de indiener van het verzoek de enige producent van het betrokken product in de Europese Unie, die 100 % van de totale productie in de Unie voor zijn rekening neemt.

(5)

Wat dumping betreft, wordt het betrokken land ingevolge de bepalingen van artikel 2, lid 7, van de basisverordening niet als een land met een markteconomie beschouwd. Bij het ontbreken van bekende productie van het betrokken product buiten de Europese Unie en het betrokken land, heeft de klager de normale waarde voor het betrokken land vastgesteld aan de hand van de in de EU werkelijk betaalde of te betalen prijzen van het soortgelijke product, indien nodig verhoogd met een redelijke winstmarge. De bewering dat het betrokken product met dumping wordt ingevoerd, is gebaseerd op een vergelijking van de aldus vastgestelde normale waarde met de prijzen (af fabriek) van het onderzochte product bij uitvoer naar de Unie. De aldus berekende dumpingmarge voor het betrokken land van uitvoer blijkt aanzienlijk te zijn, namelijk meer dan 150 %.

(6)

De indiener van het verzoek verzoekt er voorts om dat de invoer van het betrokken product overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening aan registratieplicht wordt onderworpen, zodat op deze invoer vanaf de datum van registratie achteraf maatregelen kunnen worden toegepast.

C.   MOTIVERING VAN DE REGISTRATIE

(7)

Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van de basisverordening worden voorlopige rechten niet eerder dan 60 dagen na de inleiding van de procedure ingesteld. Overeenkomstig artikel 10, lid 4, van de basisverordening kan evenwel een definitief antidumpingrecht worden geheven op producten die ten hoogste 90 dagen vóór de datum van inwerkingtreding van de voorlopige maatregelen ten gebruike zijn aangegeven, op voorwaarde dat aan de voorwaarden van dat lid is voldaan en dat de invoer overeenkomstig artikel 14, lid 5, is geregistreerd. Volgens artikel 14, lid 5, van de basisverordening kan de Commissie, na overleg in het Raadgevend Comité, de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat met ingang van de datum van registratie maatregelen met betrekking tot deze invoer kunnen worden genomen. Tot registratie van de invoer kan worden overgegaan naar aanleiding van een door de bedrijfstak van de Unie ingediend verzoek dat voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen.

(8)

Het verzoek bevat voldoende bewijsmateriaal om registratie te rechtvaardigen. Registratie wordt ook gerechtvaardigd door bewijsmateriaal uit andere bronnen.

(9)

Wat dumping betreft, beschikt de Commissie over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat het betrokken product van oorsprong uit de Volksrepubliek China met dumping wordt ingevoerd en dat de exporteurs aan dumping doen. De klacht wegens dumping en het verzoek om registratie bevatten bewijsmateriaal voor de uitvoerprijzen in de periode van het tweede kwartaal van 2009 tot het eerste kwartaal van 2010. Voorts bevat de klacht informatie over de uitvoerprijzen vanaf 2006. In dit stadium en rekening houdend met het feit dat tijdens het onderzoek misschien bijkomende gegevens beschikbaar worden, bestaat het bewijsmateriaal met betrekking tot de normale waarde in de klacht wegens dumping en het verzoek om registratie uit gedetailleerde gegevens over binnenlandse prijzen en productiekosten van de enige producent in de Unie over de periode van 2006 tot het eerste kwartaal van 2010. Bij het ontbreken van een bekend referentieland dat als uitgangspunt voor een betrouwbare normale waarde kan dienen, is dit de meest nauwkeurige en geschikte informatie die in dit stadium kan worden gebruikt. Na correctie voor geschatte transport- en andere kosten, lijken deze gegevens op het eerste gezicht betrekking te hebben op hetzelfde product, dezelfde periode en hetzelfde handelsstadium, en dus grotendeels vergelijkbaar te zijn. Algemeen genomen en gezien de hoogte van de vermeende dumpingmarge wijst het bewijsmateriaal er in dit stadium in voldoende mate op dat de betrokken exporteurs met dumping uitvoeren en dat er al geruime tijd sprake van dumping is.

(10)

Wat de schade betreft, beschikt de Commissie over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de dumpingpraktijken van de exporteurs aanmerkelijke schade berokkenen of zouden berokkenen. Dat bewijsmateriaal bestaat uit gedetailleerde gegevens uit de klacht wegens dumping en het verzoek om registratie en wordt bevestigd door informatie uit andere bronnen betreffende de in artikel 3, lid 5, van de basisverordening vastgestelde belangrijkste schadefactoren. Bovendien beschikt de Commissie over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de praktijken van de exporteurs ernstige schade berokkenen of zouden berokkenen. Dit was voldoende reden om een vrijwaringsonderzoek in te leiden. Hierbij moet worden benadrukt dat de totale invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China lijkt te komen.

(11)

De Commissie beschikt eveneens over voldoende voorlopig bewijsmateriaal uit de klacht wegens dumping en het verzoek om registratie, dat wordt bevestigd door informatie uit andere bronnen, waaruit blijkt dat de importeurs ervan op de hoogte waren of hadden moeten zijn dat de exporteurs aan dumping doen die schadelijk is of waarschijnlijk schadelijk is voor de bedrijfstak van de Unie. Zo is in diverse artikelen die sinds geruime tijd in de gespecialiseerde pers verschijnen, gesuggereerd dat de bedrijfstak van de Unie schade kan lijden door de invoer tegen lage prijzen uit China. Gezien de omvang van de vermeende dumping kan voorts redelijkerwijs worden geconcludeerd dat de importeurs van de situatie op de hoogte zijn of moeten zijn.

(12)

De Commissie beschikt voorts over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat deze schade wordt veroorzaakt of zou worden veroorzaakt door massale invoer met dumping tijdens een relatief korte periode, die het gunstige effect van definitieve antidumpingrechten door het tijdstip van de invoer, de hoeveelheden die met dumping worden ingevoerd en andere omstandigheden (zoals de snelle verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Unie (2), het feit dat er één producent in de Unie is, de cyclus van contractonderhandelingen in deze markt, de relatief korte levensduur van de producten in de sector, de aanzienlijke O&O-uitgaven die moeten worden gedaan om deze te ontwikkelen) waarschijnlijk aanzienlijk zouden ondermijnen, tenzij deze rechten met terugwerkende kracht worden geheven. De klacht wegens dumping en het verzoek om registratie bevatten bewijsmateriaal met betrekking tot deze omstandigheden, dat wordt bevestigd door informatie uit andere bronnen

(13)

Aan de voorwaarden voor registratie is in dit geval bijgevolg voldaan.

D.   PROCEDURE

(14)

In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat het verzoek van de indiener voldoende bewijsmateriaal bevat om de invoer van het betrokken product overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening aan registratieplicht te onderwerpen.

(15)

Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal te verstrekken. Voorts kan de Commissie belanghebbenden horen, mits zij daar schriftelijk om verzoeken en kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

E.   REGISTRATIE

(16)

Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening wordt de invoer van het betrokken product aan registratieplicht onderworpen om ervoor te zorgen dat, indien op grond van de bevindingen van het onderzoek antidumpingrechten worden ingesteld, deze rechten overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen met terugwerkende kracht kunnen worden geheven wanneer de voorwaarden daarvoor zijn vervuld.

(17)

Een eventueel toekomstig recht zal uit de bevindingen van het antidumpingonderzoek voortvloeien. Volgens de beweringen in de klacht waarin om de opening van een onderzoek wordt verzocht, bedraagt de dumping ruim 150 % en de schade ruim 150 %. Als het onderzoek deze beweringen bevestigt, zou de maatregel ruim 60 euro per eenheid bedragen.

F.   VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

(18)

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (3),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De douaneautoriteiten wordt overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 opdracht gegeven, de nodige maatregelen te nemen om de invoer in de Unie te registreren van wireless wide area networking (WWAN)-modems met radioantenne die Internet Protocol (IP)-gegevensverbindingen voor computers bieden, met inbegrip van WiFi-routers die uitgerust zijn met een WWAN-modem (WWAN/WiFi-routers) van oorsprong uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8471 80 00 en ex 8517 62 00 (Taric-codes 8471 80 00 10, 8517 62 00 11 en 8517 62 00 91). De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.

2.   Belanghebbenden wordt verzocht binnen 20 dagen na de bekendmaking van deze verordening hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten, bewijsmateriaal te verstrekken of een verzoek in te dienen om te worden gehoord.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 juni 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)  Voorbeelden van deze snelle verslechtering zijn te vinden in de klacht waarin wordt verzocht om de inleiding van een antidumpingonderzoek. Het gaat onder andere om een halvering van de productie, een verviervoudiging van de financiële verliezen en een daling van de werkgelegenheid met ca. 40 % van 2008 tot 2009.

(3)   PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.


30.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/37


VERORDENING (EU) Nr. 571/2010 VAN DE COMMISSIE

van 29 juni 2010

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 30 juni 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 juni 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

35,6

MK

43,1

TR

53,0

ZZ

43,9

0707 00 05

MK

45,6

TR

106,1

ZZ

75,9

0709 90 70

TR

105,1

ZZ

105,1

0805 50 10

AR

97,3

TR

97,3

US

84,1

ZA

98,0

ZZ

94,2

0808 10 80

AR

115,9

BR

86,9

CA

118,4

CL

103,1

CN

57,3

NZ

111,2

US

123,9

ZA

100,3

ZZ

102,1

0809 10 00

TR

244,3

ZZ

244,3

0809 20 95

TR

299,6

ZZ

299,6

0809 30

AR

133,5

TR

155,8

ZZ

144,7

0809 40 05

AU

258,9

IL

210,4

US

319,2

ZZ

262,8


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.


30.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/39


VERORDENING (EU) Nr. 572/2010 VAN DE COMMISSIE

van 29 juni 2010

tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 877/2009 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2009/10

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name op artikel 36, lid 2, tweede alinea, tweede zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2009/10 zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 877/2009 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 563/2010 van de Commissie (4).

(2)

Naar aanleiding van de gegevens waarover de Commissie momenteel beschikt, dienen deze bedragen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 951/2006 te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bij Verordening (EG) nr. 951/2006 voor het verkoopseizoen 2009/10 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 877/2009 bedoelde producten worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 30 juni 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 juni 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.

(3)   PB L 253 van 25.9.2009, blz. 3.

(4)   PB L 161 van 29.6.2010, blz. 4.


BIJLAGE

Gewijzigde bedragen van de representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 95 die gelden met ingang van 30 juni 2010

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product

Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product

1701 11 10  (1)

41,21

0,00

1701 11 90  (1)

41,21

2,54

1701 12 10  (1)

41,21

0,00

1701 12 90  (1)

41,21

2,24

1701 91 00  (2)

44,41

4,15

1701 99 10  (2)

44,41

1,01

1701 99 90  (2)

44,41

1,01

1702 90 95  (3)

0,44

0,25


(1)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(2)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)  Vaststelling per procent sacharose.


BESLUITEN

30.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/41


BESLUIT VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE

van 23 juni 2010

houdende benoeming van rechters van het Gerecht

(2010/362/EU)

DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 19,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op de artikelen 254 en 255,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De ambtstermijnen van de heren en dames Josef AZIZI, Valeriu CIUCĂ, Ottó CZÚCZ, Franklin DEHOUSSE, Sten FRIMODT NIELSEN, Marc JAEGER, Küllike JÜRIMÄE, Heikki KANNINEN, Eugénia MARTINS DE NAZARÉ RIBEIRO, Arjen W. H. MEIJ, Savvas S. PAPASAVVAS, Juraj SCHWARCZ, Mihalis VILARAS en Irena WISZNIEWSKA-BIAŁECKA, rechters bij het Gerecht, vervallen op 31 augustus 2010.

(2)

De regeringen der lidstaten hebben voorgesteld de ambtstermijnen van de heren en dames Josef AZIZI, Ottó CZÚCZ, Franklin DEHOUSSE, Sten FRIMODT NIELSEN, Marc JAEGER, Küllike JÜRIMÄE, Heikki KANNINEN, Eugénia MARTINS DE NAZARÉ RIBEIRO, Savvas S. PAPASAVVAS, Juraj SCHWARCZ en Irena WISZNIEWSKA-BIAŁECKA als rechters bij het Gerecht te verlengen. Het comité dat is ingesteld bij artikel 255 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft advies uitgebracht over de geschiktheid van de elf bovengenoemde rechters voor de uitoefening van het ambt van rechter van het Gerecht. Later is de kandidatuur van de heer Ottó CZÚCZ ingetrokken.

(3)

Derhalve dienen tien leden van het Gerecht te worden benoemd voor de periode van 1 september 2010 tot en met 31 augustus 2016; de benoeming van de vier overige rechters volgt,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de periode van 1 september 2010 tot en met 31 augustus 2016 worden benoemd tot rechters van het Gerecht:

 

de heer Josef AZIZI

 

de heer Franklin DEHOUSSE

 

de heer Sten FRIMODT NIELSEN

 

de heer Marc JAEGER

 

mevrouw Küllike JÜRIMÄE

 

de heer Heikki KANNINEN

 

mevrouw Eugénia MARTINS DE NAZARÉ RIBEIRO

 

de heer Savvas S. PAPASAVVAS

 

de heer Juraj SCHWARCZ

 

mevrouw Irena WISZNIEWSKA-BIAŁECKA

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 23 juni 2010.

De voorzitter

C. BASTARRECHE SAGÜÉS


30.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/42


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 28 juni 2010

betreffende de erkenning van Algerije wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden met het oog op de erkenning van bevoegdheidsbewijzen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 4226)

(2010/363/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (1), en met name op artikel 19, lid 3,

Gezien het schrijven van de Cypriotische autoriteiten van 13 mei 2005, waarin wordt verzocht om de erkenning van Algerije met het oog op de erkenning van door dat land afgegeven bevoegdheidsbewijzen,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De lidstaten kunnen besluiten door derde landen afgegeven bevoegdheidsbewijzen van zeevarenden te erkennen, op voorwaarde dat het desbetreffende derde land door de Commissie erkend is en met name voldoet aan de vereisten van het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst (1978), als gewijzigd (STCW-Verdrag) (2).

(2)

Ingevolge het verzoek van de Cypriotische autoriteiten heeft de Commissie de opleidings- en diplomeringssystemen voor zeevarenden in Algerije onderzocht om na te gaan of dit land voldoet aan de vereisten van het STCW-Verdrag en of gepaste maatregelen zijn getroffen om fraude met certificaten te voorkomen. Deze beoordeling is gebaseerd op de resultaten van een inspectie door deskundigen van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid in september 2006.

(3)

Waar tijdens de beoordeling van de naleving van het STCW-Verdrag tekortkomingen zijn vastgesteld, hebben de Algerijnse autoriteiten de Commissie de gevraagde relevante informatie en het bewijsmateriaal verstrekt betreffende de tenuitvoerlegging van gepaste en voldoende corrigerende maatregelen om het merendeel van deze kwesties aan te pakken.

(4)

De resterende tekortkomingen betreffende de opleidings- en diplomeringsprocedures voor zeevarenden hebben voornamelijk betrekking op het gebrek aan specifieke wetgevingsbepalingen betreffende het gebruik van simulatoren en de vermelding van een expliciet verband tussen de aanwijzing van Algerijnse bevoegdheidsbewijzen en bepaalde opleidingsvereisten van het STCW-Verdrag en de bijbehorende code. De Algerijnse autoriteiten werden daarom verzocht hieromtrent verdere corrigerende maatregelen te nemen. Deze tekortkomingen rechtvaardigen echter niet dat het algemene niveau van naleving van het STCW-Verdrag door de Algerijnse systemen betreffende opleiding en diplomering van zeevarenden in vraag wordt gesteld.

(5)

Het resultaat van de beoordeling van de naleving en de evaluatie van de door de Algerijnse autoriteiten verstrekte informatie tonen aan dat Algerije de desbetreffende eisen van het STCW-Verdrag naleeft en gepaste maatregelen heeft getroffen om fraude met certificaten te verhinderen en dat deze derhalve door de Unie moeten worden erkend.

(6)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Algerije wordt erkend wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden met het oog op de erkenning van door dit land afgegeven bevoegdheidsbewijzen.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de kennisgeving ervan aan de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 28 juni 2010.

Voor de Commissie

Siim KALLAS

Vicevoorzitter


(1)   PB L 323 van 3.12.2008, blz. 33.

(2)  Goedgekeurd door de Internationale Maritieme Organisatie.