|
ISSN 1725-2598 doi:10.3000/17252598.L_2010.058.nld |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 58 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
53e jaargang |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
9.3.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 58/1 |
VERORDENING (EU) Nr. 193/2010 VAN DE COMMISSIE
van 8 maart 2010
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 maart 2010.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 maart 2010.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
IL |
168,5 |
|
JO |
59,4 |
|
|
MA |
130,3 |
|
|
TN |
164,5 |
|
|
TR |
97,2 |
|
|
ZZ |
124,0 |
|
|
0707 00 05 |
EG |
211,5 |
|
JO |
138,7 |
|
|
MK |
134,1 |
|
|
TR |
115,2 |
|
|
ZZ |
149,9 |
|
|
0709 90 70 |
JO |
80,1 |
|
MA |
151,0 |
|
|
TR |
103,4 |
|
|
ZZ |
111,5 |
|
|
0709 90 80 |
EG |
38,0 |
|
ZZ |
38,0 |
|
|
0805 10 20 |
CL |
52,4 |
|
EG |
48,2 |
|
|
IL |
56,8 |
|
|
MA |
52,1 |
|
|
TN |
46,7 |
|
|
TR |
50,1 |
|
|
ZZ |
51,1 |
|
|
0805 50 10 |
EG |
69,1 |
|
IL |
65,7 |
|
|
MA |
65,7 |
|
|
TR |
65,4 |
|
|
ZZ |
66,5 |
|
|
0808 10 80 |
CA |
96,6 |
|
CN |
70,3 |
|
|
MK |
24,7 |
|
|
US |
123,3 |
|
|
ZZ |
78,7 |
|
|
0808 20 50 |
AR |
73,9 |
|
CL |
180,9 |
|
|
CN |
62,1 |
|
|
US |
95,6 |
|
|
ZA |
99,7 |
|
|
ZZ |
102,4 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.
|
9.3.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 58/3 |
VERORDENING (EU) Nr. 194/2010 VAN DE COMMISSIE
van 8 maart 2010
tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 877/2009 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2009/10
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name op artikel 36, lid 2, tweede alinea, tweede zin,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2009/10 zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 877/2009 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 190/2010 van de Commissie (4). |
|
(2) |
Naar aanleiding van de gegevens waarover de Commissie momenteel beschikt, dienen deze bedragen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 951/2006 te worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bij Verordening (EG) nr. 951/2006 voor het verkoopseizoen 2009/10 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 877/2009 bedoelde producten worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 maart 2010.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 maart 2010.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.
(2) PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.
BIJLAGE
Gewijzigde bedragen van de representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 95 die gelden met ingang van 9 maart 2010
|
(EUR) |
||
|
GN-code |
Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product |
Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product |
|
1701 11 10 (1) |
38,91 |
0,00 |
|
1701 11 90 (1) |
38,91 |
3,23 |
|
1701 12 10 (1) |
38,91 |
0,00 |
|
1701 12 90 (1) |
38,91 |
2,93 |
|
1701 91 00 (2) |
44,88 |
4,01 |
|
1701 99 10 (2) |
44,88 |
0,87 |
|
1701 99 90 (2) |
44,88 |
0,87 |
|
1702 90 95 (3) |
0,45 |
0,24 |
(1) Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.
(2) Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.
(3) Vaststelling per procent sacharose.
RICHTLIJNEN
|
9.3.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 58/5 |
RICHTLIJN 2010/15/EU VAN DE COMMISSIE
van 8 maart 2010
tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde fluopicolide op te nemen als werkzame stof
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (1), en met name op artikel 6, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het Verenigd Koninkrijk heeft op 7 mei 2004 overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van Bayer CropScience een aanvraag ontvangen om opneming van de werkzame stof fluopicolide in bijlage I bij die richtlijn. Bij Beschikking 2005/778/EG van de Commissie (2) is bevestigd dat het dossier „volledig” is, dat wil zeggen dat het in beginsel voldoet aan de voorschriften inzake gegevens en informatie van de bijlagen II en III bij Richtlijn 91/414/EEG. |
|
(2) |
Voor die werkzame stof zijn de uitwerking op de menselijke gezondheid en het milieueffect overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, leden 2 en 4, van Richtlijn 91/414/EEG beoordeeld voor de door de aanvrager voorgestelde toepassingen. De als rapporteur aangewezen lidstaat heeft op 12 december 2005 een ontwerpevaluatieverslag ingediend. |
|
(3) |
Het evaluatieverslag is door de lidstaten en de EFSA intercollegiaal getoetst en op 4 juni 2009 bij de Commissie ingediend in de vorm van het wetenschappelijk verslag van de EFSA voor fluopicolide (3). Dit verslag is door de lidstaten en de Commissie in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid onderzocht en op 27 november 2009 afgerond in de vorm van het evaluatieverslag van de Commissie voor fluopicolide. |
|
(4) |
Uit de verschillende analyses is gebleken dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die fluopicolide bevatten, in het algemeen zullen voldoen aan de in artikel 5, lid 1, onder a) en b), en lid 3, van Richtlijn 91/414/EEG gestelde eisen, met name voor de toepassingen waarvoor zij zijn onderzocht en die zijn opgenomen in het evaluatieverslag van de Commissie. Fluopicolide moet derhalve in bijlage I bij die richtlijn worden opgenomen om ervoor te zorgen dat gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten, in alle lidstaten kunnen worden toegelaten overeenkomstig het bepaalde in die richtlijn. |
|
(5) |
Onverminderd die conclusie moet nadere informatie over bepaalde specifieke punten worden ingewonnen. Artikel 6, lid 1, van Richtlijn 91/414/EEG bepaalt dat aan de opneming van een werkzame stof in bijlage I voorwaarden kunnen worden verbonden. Voor fluopicolide moet daarom worden voorgeschreven dat de kennisgever nadere informatie verstrekt over de relevantie van de metaboliet M15 voor grondwater. |
|
(6) |
Onverminderd de verplichtingen zoals vastgelegd in Richtlijn 91/414/EEG ten gevolge van de opneming van een werkzame stof in bijlage I, moeten de lidstaten na de opneming zes maanden de tijd krijgen om de bestaande voorlopige toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die fluopicolide bevatten, opnieuw te onderzoeken en om ervoor te zorgen dat aan de voorwaarden van Richtlijn 91/414/EEG, met name in artikel 13 en bijlage I, is voldaan. De lidstaten moeten de bestaande voorlopige toelatingen in volwaardige toelatingen omzetten, wijzigen of intrekken overeenkomstig het bepaalde in die richtlijn. In afwijking van bovenstaande termijn moet een langere periode worden vastgesteld voor de indiening en beoordeling van het volledige dossier conform bijlage III bij Richtlijn 91/414/EEG voor elk gewasbeschermingsmiddel en elke beoogde toepassing overeenkomstig de in die richtlijn vastgestelde uniforme beginselen. |
|
(7) |
Richtlijn 91/414/EEG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.
Artikel 2
De lidstaten dienen uiterlijk op 30 november 2010 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.
Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 december 2010.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
Artikel 3
1. De lidstaten moeten, overeenkomstig Richtlijn 91/414/EEG, zo nodig bestaande toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die fluopicolide als werkzame stof bevatten, uiterlijk op 30 november 2010 wijzigen of intrekken. Uiterlijk op die datum verifiëren zij met name of aan de voorwaarden van bijlage I bij die richtlijn met betrekking tot fluopicolide is voldaan, met uitzondering van de voorwaarden in deel B van de tekst betreffende die werkzame stof, en dat de houder van de toelating in het bezit is van of toegang heeft tot een dossier dat overeenkomstig de voorwaarden van artikel 13, lid 2, van die richtlijn aan de eisen van bijlage II bij die richtlijn voldoet.
2. In afwijking van lid 1 voeren de lidstaten op basis van een dossier conform bijlage III bij Richtlijn 91/414/EEG en rekening houdend met deel B van de tekst betreffende fluopicolide in bijlage I bij die richtlijn, overeenkomstig de uniforme beginselen in bijlage VI bij die richtlijn een nieuwe evaluatie uit voor elk toegelaten gewasbeschermingsmiddel dat fluopicolide bevat als enige werkzame stof of als een van een aantal werkzame stoffen die alle uiterlijk op 31 mei 2010 in bijlage I bij die richtlijn zijn opgenomen. Aan de hand van die evaluatie bepalen zij of het gewasbeschermingsmiddel voldoet aan de voorwaarden van artikel 4, lid 1, onder b), c), d) en e), van die richtlijn.
Daarna zien de lidstaten erop toe dat:
|
a) |
wanneer het een product betreft dat fluopicolide als enige werkzame stof bevat, indien nodig en uiterlijk op 30 november 2011 de toelating wordt gewijzigd of ingetrokken, of |
|
b) |
als het gewasbeschermingsmiddel naast fluopicolide nog een of meer andere werkzame stoffen bevat, de toelating indien nodig uiterlijk op 30 november 2011 of, als dat later is, op de datum die voor een dergelijke wijziging of intrekking is vastgesteld in de richtlijnen waarbij die stoffen aan bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG zijn toegevoegd, wordt gewijzigd of ingetrokken. |
Artikel 4
Deze richtlijn treedt in werking op 1 juni 2010.
Artikel 5
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 8 maart 2010.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1.
(2) PB L 293 van 9.11.2005, blz. 26.
(3) EFSA Scientific Report (2009) 299, 1-158, Conclusion regarding the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance fluopicolide (afgerond: 4 juni 2009).
BIJLAGE
In bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG wordt aan het einde van de tabel de volgende vermelding toegevoegd:
|
Nr. |
Benaming, identificatienummers |
IUPAC-naam |
Zuiverheid (1) |
Inwerkingtreding |
Geldigheidsduur |
Bijzondere bepalingen |
||||||||
|
„303 |
Fluopicolide CAS-nr. 239110-15-7 CIPAC-nr. 787 |
2,6-dichloor-N-[3-chloor-5-(trifluormethyl)-2-pyridylmethyl]benzamide |
≥ 970 g/kg De onzuiverheid tolueen mag niet meer bedragen dan 3 g/kg in het technische materiaal |
1 juni 2010 |
31 mei 2020 |
DEEL A Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide. DEEL B Voor de toepassing van de uniforme beginselen in bijlage VI moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fluopicolide (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 27 november 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:
De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten zo nodig monitoringprogramma's worden opgezet om mogelijke accumulatie en blootstelling in kwetsbare gebieden te controleren. De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever uiterlijk op 30 april 2012 nadere informatie over de relevantie van de metaboliet M15 voor grondwater aan de Commissie verstrekt.” |
(1) Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stoffen.
BESLUITEN
|
9.3.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 58/8 |
BESLUIT 2010/145/GBVB VAN DE RAAD
van 8 maart 2010
tot verlenging van de maatregelen ter ondersteuning van de daadwerkelijke uitvoering van het mandaat van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 29,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 16 april 2003 Gemeenschappelijk Standpunt 2003/280/GBVB ter ondersteuning van de daadwerkelijke uitvoering van het mandaat van het ICTY (1) vastgesteld. |
|
(2) |
De Raad heeft op 30 maart 2004 Gemeenschappelijk Standpunt 2004/293/GBVB tot verlenging van de maatregelen ter ondersteuning van de daadwerkelijke uitvoering van het mandaat van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY) (2) vastgesteld. |
|
(3) |
Gemeenschappelijk Standpunt 2004/293/GBVB is laatstelijk bij Gemeenschappelijk Standpunt 2009/164/GBVB van de Raad van 26 februari 2009 tot verlenging van de maatregelen ter ondersteuning van de daadwerkelijke uitvoering van het mandaat van het Internationaal Oorlogstribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY) (3) verlengd tot en met 16 maart 2010. |
|
(4) |
Een aantal van de door het ICTY in staat van beschuldiging gestelde personen is nog steeds op vrije voeten en er bestaan bewijzen dat zij worden geholpen bij hun pogingen om zich te onttrekken aan berechting. |
|
(5) |
De maatregelen waarin Gemeenschappelijk Standpunt 2004/293/GBVB voorziet, dienen nog eens met twaalf maanden te worden verlengd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of de doorreis via hun grondgebied te beletten van de in de bijlage vermelde personen, die betrokken zijn bij activiteiten waardoor voortvluchtige personen geholpen worden zich te blijven onttrekken aan berechting voor misdaden waarvoor het ICTY hen in staat van beschuldiging heeft gesteld, of die anderszins handelen op een wijze die het ICTY zou kunnen beletten zijn mandaat daadwerkelijk uit te voeren.
2. Lid 1 houdt niet in dat de lidstaten verplicht zijn de binnenkomst op hun grondgebied van hun eigen onderdanen te beletten.
3. Lid 1 laat gevallen onverlet waarin lidstaten uit hoofde van het internationale recht gebonden zijn, en wel:
|
a) |
als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie; |
|
b) |
als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door, of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties; |
|
c) |
krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent; of |
|
d) |
krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929, dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië. |
4. Lid 3 wordt ook geacht van toepassing te zijn op gevallen waarin een lidstaat optreedt als gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).
5. De Raad wordt naar behoren geïnformeerd over alle gevallen waarin een lidstaat krachtens lid 3 of lid 4 een ontheffing verleent.
6. De lidstaten kunnen ontheffingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden, of om vergaderingen van intergouvernementele instanties, met inbegrip van door de Europese Unie geïnitieerde vergaderingen, of vergaderingen waarvoor een lidstaat als fungerend voorzitter van de OVSE als gastheer optreedt, bij te wonen, wanneer een politieke dialoog wordt gevoerd waarbij het ICTY rechtstreeks wordt geholpen bij het uitvoeren van zijn mandaat.
7. Een lidstaat die de in lid 6 bedoelde ontheffingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De ontheffing wordt geacht te zijn toegestaan, tenzij één of meer leden van de Raad binnen 48 uur na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde ontheffing schriftelijk bezwaar maken bij de Raad. Indien één of meer leden van de Raad bezwaar maken, kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten de voorgestelde ontheffing te verlenen.
8. Wanneer een lidstaat krachtens de leden 3, 4, 6 en 7 een machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, dan geldt deze machtiging uitsluitend voor het doel waarvoor ze is verleend en voor de daarbij betrokken personen.
Artikel 2
De Raad besluit, op voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid of een lidstaat, tot de nodige wijzigingen van de lijst in de bijlage.
Artikel 3
Om het effect van voornoemde maatregelen zo groot mogelijk te maken, moedigt de Unie derde landen aan soortgelijke beperkende maatregelen als de in dit besluit genoemde te treffen.
Artikel 4
1. Dit besluit wordt van kracht op de datum van vaststelling. Het verstrijkt op 16 maart 2011.
2. Dit besluit wordt voortdurend getoetst. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd indien de Raad oordeelt dat de doelstellingen ervan niet zijn bereikt.
Artikel 5
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 8 maart 2010.
Voor de Raad
De voorzitter
C. CORBACHO
(1) PB L 101 van 23.4.2003, blz. 22.
BIJLAGE
1. BILBIJA, Milorad
Zoon van Svetko BILBIJA
Geboortedatum en -plaats: 13.8.1956, Sanski Most, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 3715730
Identiteitskaart nr.: 03GCD9986
Persoonsnummer: 1308956163305
Bijnamen:
Adres: Brace Pantica 7, Banja Luka, Bosnië en Herzegovina
2. BJELICA, Milovan
Geboortedatum en -plaats: 19.10.1958, Rogatica, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 0000148, afgegeven op 26.7.1998 in Srpsko Sarajevo (vervallen)
Identiteitskaart nr.: 03ETA0150
Persoonsnummer: 1910958130007
Bijnamen: Cicko
Adres: CENTREK Company, Pale, Bosnië en Herzegovina
3. ECIM (EĆIM), Ljuban
Geboortedatum en -plaats: 6.1.1964, Sviljanac, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 0144290, afgegeven op 21.11.1998 in Banja Luka (vervallen)
Identiteitskaart nr.: 03GCE3530
Persoonsnummer: 0601964100083
Bijnamen:
Adres: Ulica Stevana Mokranjca 26, Banja Luka, Bosnië en Herzegovina
4. HADZIC (HADŽIĆ), Goranka
Dochter van: Branko en Milena HADZIC (HADŽIĆ)
Geboortedatum en -plaats: 18.6.1962, gemeente Vinkovci, Kroatië
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.: 1806962308218 (JMBG), identiteitskaart nr. 569934/03
Bijnamen:
Adres: Aranj Janosa 9, Novi Sad, Servië
Band met PIFWC: zuster van Goran HADZIC (HADŽIĆ)
5. HADZIC (HADŽIĆ), Ivana
Dochter van: Goran en Živka HADZIC (HADŽIĆ)
Geboortedatum en -plaats: 25.2.1983, Vukovar, Kroatië
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.:
Bijnamen:
Adres: Aranj Janosa 9, Novi Sad, Servië
Band met PIFWC: dochter van Goran HADZIC (HADŽIĆ)
6. HADZIC (HADŽIĆ), Srecko (Srećko)
Zoon van: Goran en Živka HADZIC (HADŽIĆ)
Geboortedatum en -plaats: 8.10.1987, Vukovar, Kroatië
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.:
Bijnamen:
Adres: Aranj Janosa 9, Novi Sad, Servië
Band met PIFWC: zoon van Goran HADZIC (HADŽIĆ)
7. HADZIC (HADŽIĆ), Zivka (Živka)
Dochter van: Branislav NUDIC (NUDIĆ)
Geboortedatum en -plaats: 9.6.1957, Vinkovci, Kroatië
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.:
Bijnamen:
Adres: Aranj Janosa 9, Novi Sad, Servië
Band met PIFWC: echtgenote van Goran HADZIC (HADŽIĆ)
8. JOVICIC (JOVIČIĆ), Predrag
Zoon van Desmir JOVICIC (JOVIČIĆ)
Geboortedatum en -plaats: 1.3.1963, Pale, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 4363551
Identiteitskaart nr.: 03DYA0852
Persoonsnummer: 0103963173133
Bijnamen:
Adres: Milana Simovica 23, Pale, Bosnië en Herzegovina
9. KESEROVIC (KESEROVIĆ), Dragomir
Zoon van Slavko
Geboortedatum en -plaats: 8.6.1957, Piskavica/Banja Luka, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 4191306
Identiteitskaart nr.: 04GCH5156
Persoonsnummer: 0806957100028
Bijnamen:
Adres:
10. KIJAC, Dragan
Geboortedatum en -plaats: 6.10.1955, Sarajevo, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.:
Persoonsnummer:
Bijnamen:
Adres:
11. KOJIC (KOJIĆ), Radomir
Zoon van Milanko en Zlatana
Geboortedatum en -plaats: 23.11.1950, Bijela Voda, Sokolac, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 4742002, afgegeven in 2002 in Sarajevo (vervallen in 2007)
Identiteitskaart nr.: 03DYA1935, afgegeven op 7.7.2003 in Sarajevo
Persoonsnummer: 2311950173133
Bijnamen: Mineur, Ratko
Adres: Trifka Grabeza 115, Pale, of Hotel KRISTAL, Jahorina, Bosnië en Herzegovina
12. KOVAC (KOVAČ), Tomislav
Zoon van Vaso
Geboortedatum en -plaats: 4.12.1959, Sarajevo, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.:
Persoonsnummer: 0412959171315
Bijnamen: Tomo
Adres: Bijela, Montenegro; en Pale, Bosnië en Herzegovina
13. KUJUNDZIC (KUJUNDŽIĆ), Predrag
Zoon van Vasilija
Geboortedatum en -plaats: 30.1.1961, Suho Pole, Doboj, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.: 03GFB1318
Persoonsnummer: 3001961120044
Bijnamen: Predo
Adres: Doboj, Bosnië en Herzegovina
14. LUKOVIC (LUKOVIĆ), Milorad Ulemek
Geboortedatum en -plaats: 15.5.1968, Belgrado, Servië
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.:
Persoonsnummer:
Bijnamen: Legija (vals identiteitsbewijs als IVANIC, Zeljko (IVANIĆ, Željko))
Adres: in hechtenis (districtsgevangenis Belgrado, Bacvanska 14, Belgrado)
15. MALIS (MALIŠ), Milomir
Zoon van Dejan Malis (Mališ)
Geboortedatum en -plaats: 3.8.1966, Bjelice
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.:
Persoonsnummer: 0308966131572
Bijnamen:
Adres: Vojvode Putnika, Foca, Bosnië en Herzegovina
16. MANDIC (MANDIĆ), Momcilo (Momčilo)
Geboortedatum en -plaats: 1.5.1954, Kalinovik, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 0121391, afgegeven op 12.5.1999 in Srpsko Sarajevo, Bosnië en Herzegovina (vervallen)
Identiteitskaart nr.:
Persoonsnummer: 0105954171511
Bijnamen: Momo
Adres: in hechtenis
17. MARIC (MARIĆ), Milorad
Zoon van Vinko Maric (Marić)
Geboortedatum en -plaats: 9.9.1957, Visoko, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 4587936
Identiteitskaart nr.: 04GKB5268
Persoonsnummer: 0909957171778
Bijnamen:
Adres: Vuka Karadzica 148, Zvornik, Bosnië en Herzegovina
18. MICEVIC (MIĆEVIĆ), Jelenko
Zoon van Luka en Desanka (meisjesnaam: Simic (Simić))
Geboortedatum en -plaats: 8.8.1947, Borci, nabij Konjic, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 4166874
Identiteitskaart nr.: 03BIA3452
Persoonsnummer: 0808947710266
Bijnamen: Filaret
Adres: Milesevo-klooster, Servië
19. MLADIC (MLADIĆ), Biljana (meisjesnaam STOJCEVSKA (STOJČEVSKA))
Dochter van: Strahilo STOJCEVSKI (STOJČEVSKI) en Svetlinka STOJCEVSKA (STOJČEVSKA)
Geboortedatum en -plaats: 30.5.1972, Skopje, voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.: 3005972455086 (JMBG)
Bijnamen:
Adres: geregistreerd op Blagoja Parovica 117a, Belgrado, maar woont op Vidikovacki venac 83, Belgrado, Servië
Band met PIFWC: schoondochter van Ratko MLADIC (MLADIĆ)
20. MLADIC (MLADIĆ), Bosiljka; (meisjesnaam: JEGDIC (JEGDIĆ))
Dochter van: Petar JEGDIC (JEGDIĆ)
Geboortedatum en -plaats: 20.7.1947, Okrugljaca, Virovitica, Kroatië
Identiteitskaart nr.: 2007947455100 (JMBG)
Persoonlijke identiteitskaart: T77619, afgegeven op 31.5.1992 door SUP Belgrado
Adres: Blagoja Parovica 117a, Belgrado, Servië
Band met PIFWC: vrouw van Ratko MLADIC (MLADIĆ)
21. MLADIC (MLADIĆ), Darko
Zoon van: Ratko en Bosiljka MLADIC (MLADIĆ)
Geboortedatum en -plaats: 19.8.1969, Skopje, voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië
Paspoort nr.: paspoort Servië en Montenegro nr. 003220335, afgegeven op 26 februari 2002
Identiteitskaart nr.: 1908969450106 (JMBG); persoonlijke identiteitskaart nr. B112059, afgegeven op 8.4.1994 door SUP Belgrado
Bijnamen:
Adres: Vidikovacki venac 83, Belgrado, Servië
Band met PIFWC: zoon van Ratko MLADIC (MLADIĆ)
22. NINKOVIC (NINKOVIĆ), Milan
Zoon van Simo
Geboortedatum en -plaats: 15.6.1943, Doboj, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 3944452
Identiteitskaart nr.: 04GFE3783
Persoonsnummer: 1506943120018
Bijnamen:
Adres:
23. OSTOJIC (OSTOJIĆ), Velibor
Zoon van Jozo
Geboortedatum en -plaats: 8.8.1945, Celebici, Foca, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.:
Persoonsnummer:
Bijnamen:
Adres:
24. OSTOJIC (OSTOJIĆ), Zoran
Zoon van Mico OSTOJIC (OSTOJIĆ)
Geboortedatum en -plaats: 29.3.1961, Sarajevo, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.: 04BSF6085
Persoonsnummer: 2903961172656
Bijnamen:
Adres: Malta 25, Sarajevo, Bosnië en Herzegovina
25. PAVLOVIC (PAVLOVIĆ), Petko
Zoon van Milovan PAVLOVIC (PAVLOVIĆ)
Geboortedatum en -plaats: 6.6.1957, Ratkovici, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 4588517
Identiteitskaart nr.: 03GKA9274
Persoonsnummer: 0606957183137
Bijnamen:
Adres: Vuka Karadjica 148, Zvornik, Bosnië en Herzegovina
26. POPOVIC (POPOVIĆ), Cedomir (Čedomir)
Zoon van Radomir POPOVIC (POPOVIĆ)
Geboortedatum en -plaats: 24.3.1950, Petrovici
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.: 04FAA3580
Persoonsnummer: 2403950151018
Bijnamen:
Adres: Crnogorska 36, Bileca, Bosnië en Herzegovina
27. PUHALO, Branislav
Zoon van Djuro
Geboortedatum en -plaats: 30.8.1963, Foca, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.:
Persoonsnummer: 3008963171929
Bijnamen:
Adres:
28. RADOVIC (RADOVIĆ), Nade
Zoon van Milorad RADOVIC (RADOVIĆ)
Geboortedatum en -plaats: 26.1.1951, Foca, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: oud 0123256 (vervallen)
Identiteitskaart nr.: 03GJA2918
Persoonsnummer: 2601951131548
Bijnamen:
Adres: Stepe Stepanovica 12, Foca/Srbinje, Bosnië en Herzegovina
29. RATIC (RATIĆ), Branko
Geboortedatum en -plaats: 26.11.1957, MIHALJEVCI SLAVONSKA POZEGA, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 0442022, afgegeven op 17.9.1999 in Banja Luka
Identiteitskaart nr.: 03GCA8959
Persoonsnummer: 2611957173132
Bijnamen:
Adres: Ulica Krfska 42, Banja Luka, Bosnië en Herzegovina
30. ROGULJIC (ROGULJIĆ), Slavko
Geboortedatum en -plaats: 15.5.1952, SRPSKA CRNJA HETIN, Servië
Ongeldige paspoorten nr. 3747158, afgegeven op 12.4.2002 in Banja Luka (vervallen op 12.4.2007) en nr. 0020222, afgegeven op 25.8.1988 in Banja Luka (vervallen op 25.8.2003)
Identiteitskaart nr.: 04EFA1053
Persoonsnummer: 1505952103022
Bijnamen:
Adres: Vojvode Misica 21, Laktasi, Bosnië en Herzegovina
31. SAROVIC (ŠAROVIĆ), Mirko
Geboortedatum en -plaats: 16.9.1956, Rusanovici-Rogatica, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 4363471, afgegeven in Istocno Sarajevo. Vervaldatum: 8.10.2008
Identiteitskaart nr.: 04PEA4585
Persoonsnummer: 1609956172657
Bijnamen:
Adres: Bjelopoljska 42, 71216 Srpsko Sarajevo, Bosnië en Herzegovina
32. SKOCAJIC (SKOČAJIĆ), Mrksa (Mrkša)
Zoon van Dejan SKOCAJIC (SKOČAJIĆ)
Geboortedatum en -plaats: 5.8.1953, Blagaj, Bosnië en Herzegovina
Paspoort nr.: 3681597
Identiteitskaart nr.: 04GDB9950
Persoonsnummer: 0508953150038
Bijnamen:
Adres: Trebinjskih Brigade, Trebinje, Bosnië en Herzegovina
33. VRACAR (VRAČAR), Milenko
Geboortedatum en -plaats: 15.5.1956, Nisavici, Prijedor, Bosnië en Herzegovina
Ongeldige paspoorten nr. 3865548, afgegeven op 29.8.2002 in Banja Luka (vervallen op 29.8.2007), nr. 0280280, afgegeven op 4.12.1999 in Banja Luka (vervallen op 4.12.2004) en nr. 0062130, afgegeven op 16.9.1998 in Banja Luka, Bosnië en Herzegovina
Identiteitskaart nr.: 03GCE6934
Persoonsnummer: 1505956160012
Bijnamen:
Adres: Save Ljuboje 14, Banja Luka, Bosnië en Herzegovina
34. ZOGOVIC (ZOGOVIĆ), Milan
Zoon van Jovan
Geboortedatum en -plaats: 7.10.1939, Dobrusa
Paspoort nr.:
Identiteitskaart nr.:
Persoonsnummer:
Bijnamen:
Adres:
|
9.3.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 58/17 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 5 maart 2010
overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, over de gepastheid van de door de Faeröerse wet betreffende de verwerking van persoonsgegevens geboden bescherming
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 1130)
(Voor de EER relevante tekst)
(2010/146/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (1), en met name op artikel 25, lid 6,
Na raadpleging van de Groep betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG moeten de lidstaten bepalen dat persoonsgegevens slechts naar een derde land mogen worden doorgegeven indien dat land een passend beschermingsniveau waarborgt en de wetgeving van de lidstaat die is vastgesteld ter uitvoering van de andere bepalingen van deze richtlijn al vóór de doorgifte wordt nageleefd. |
|
(2) |
De Commissie kan vaststellen dat een derde land waarborgen voor een passend beschermingsniveau biedt. In dat geval kunnen persoonsgegevens zonder aanvullende garanties door de lidstaten worden doorgegeven. |
|
(3) |
Overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG dient het gegevensbeschermingsniveau te worden beoordeeld met inachtneming van alle omstandigheden waarin een gegevensdoorgifte of een categorie gegevensdoorgiften plaatsvindt en wordt in het bijzonder rekening gehouden met een aantal elementen die van belang zijn voor de doorgifte en in artikel 25, lid 2, van de richtlijn zijn opgenomen. |
|
(4) |
Gezien de verschillende benaderingen van gegevensbescherming in derde landen moeten de beoordeling van de gepastheid en besluiten op grond van artikel 25, lid 6, van Richtlijn 95/46/EG worden uitgevoerd op een wijze die geen willekeurige of onverantwoorde discriminatie tegen of tussen derde landen waar gelijksoortige voorwaarden gelden, noch een verkapte handelsbelemmering vormt, rekening houdend met de huidige internationale verbintenissen van de Gemeenschap. |
|
(5) |
De Faeröer vormen een zelfbesturende gemeenschap binnen het Koninkrijk Denemarken. Anders dan Denemarken traden de Faeröer in 1973 niet toe tot de Europese Gemeenschap. Zij moeten derhalve worden beschouwd als een derde land in de zin van Richtlijn 95/46/EG. |
|
(6) |
De wet inzake zelfbestuur van de Faeröer onderscheidt twee soorten beleidsterreinen, namelijk specifieke Faeröerse aangelegenheden, die onder de bestuurlijke en wetgevende bevoegdheid van de Faeröerse regering vallen, en zaken van gemeenschappelijk belang, die onder de bevoegdheid van het Koninkrijk Denemarken vallen. Dit besluit heeft uitsluitend betrekking op de doorgifte van persoonsgegevens van de Gemeenschap aan ontvangers op de Faeröer die vallen onder de wet betreffende de verwerking van persoonsgegevens (3) (hierna „de Faeröerse wet” genoemd). De Faeröerse wet geldt niet voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een activiteit verricht door de autoriteiten van het Koninkrijk Denemarken, namelijk de hoge commissaris van de Faeröer (Rigsombudsmanden), het hof van de Faeröer (Sorenskriveren), de commissaris van de Faeröer (Politimesteren på Færøerne), de penitentiaire en reclasseringsdienst (Kriminalforsorgens afdeling), het commando op de Faeröer (Færøernes Kommando) en het hoofd van de dienst volksgezondheid (Landslægen). |
|
(7) |
De Faeröerse wet is gebaseerd op de normen van Richtlijn 95/46/EG en heeft dan ook betrekking op alle basisbeginselen die noodzakelijk zijn voor een passende bescherming van het recht van natuurlijke personen op bescherming van de persoonlijke levenssfeer met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. De toepassing van deze normen wordt gewaarborgd door rechtsmiddelen en het onafhankelijke toezicht door de toezichthoudende autoriteit, de functionaris voor gegevensbescherming, die de bevoegdheid heeft om onderzoek te verrichten en in te grijpen. |
|
(8) |
Ter wille van de doorzichtigheid en teneinde te garanderen dat de bevoegde autoriteiten in de lidstaten de personen wier persoonsgegevens worden verwerkt, kunnen beschermen, moet worden aangegeven in welke buitengewone omstandigheden het gerechtvaardigd is specifieke gegevensstromen op te schorten, ook al is een passend beschermingsniveau vastgesteld. |
|
(9) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 31, lid 1, van Richtlijn 95/46/EG ingestelde comité, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In de zin van artikel 25, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG, wordt ervan uitgegaan dat de Faeröer een passend beschermingsniveau bieden voor persoonsgegevens die vanuit de Europese Unie worden doorgegeven aan ontvangers op wie de wet betreffende de verwerking van persoonsgegevens (hierna „de Faeröerse wet” genoemd) van toepassing is.
Artikel 2
Dit besluit heeft uitsluitend betrekking op de gepastheid van de bescherming die op de Faeröer door de Faeröerse wet wordt geboden, teneinde aan de vereisten van artikel 25, lid 1, van Richtlijn 95/46/EG te voldoen, en laat andere voorwaarden of beperkingen tot uitvoering van andere bepalingen van die richtlijn die op de verwerking van persoonsgegevens in de lidstaten betrekking hebben, onverlet.
Artikel 3
1. Zonder afbreuk te doen aan hun bevoegdheden om stappen te ondernemen voor de naleving van nationale bepalingen die zijn goedgekeurd ingevolge andere bepalingen dan artikel 25 van Richtlijn 95/46/EG, kunnen de bevoegde autoriteiten in lidstaten gebruikmaken van hun bestaande bevoegdheden om gegevensstromen naar een ontvanger op de Faeröer wiens activiteiten onder de Faeröerse wet vallen te onderbreken, teneinde personen bij de verwerking van hun persoonsgegevens te beschermen in de gevallen waarin:
|
a) |
een bevoegde autoriteit van de Faeröer tot de conclusie is gekomen dat de ontvanger in strijd met de toepasselijke normen voor de gegevensbescherming handelt; of |
|
b) |
het zeer waarschijnlijk is dat niet aan de normen voor gegevensbescherming wordt voldaan, er goede redenen zijn om aan te nemen dat de bevoegde autoriteit op de Faeröer niet tijdig passende maatregelen neemt of zal nemen om het desbetreffende probleem op te lossen, de voortzetting van de doorgifte een dreigend gevaar voor ernstige schade aan de betrokkene inhoudt en de bevoegde autoriteiten in de lidstaat voldoende inspanningen in deze situatie hebben geleverd om de op de Faeröer gevestigde organisatie die voor de verwerking verantwoordelijk is in kennis te stellen en de gelegenheid te geven te reageren. |
2. De opschortende maatregel blijft van kracht tot vaststaat dat de beschermingsnormen worden nageleefd en de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat of lidstaten hiervan in kennis is gesteld.
Artikel 4
1. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis wanneer op grond van artikel 3, lid 1, maatregelen worden genomen.
2. De lidstaten en de Commissie brengen elkaar op de hoogte van de gevallen waarin de instanties die op de Faeröer verantwoordelijk zijn voor de naleving van de beschermingsnormen niet in staat zijn deze naleving te garanderen.
3. Wanneer uit de overeenkomstig artikel 3 en de leden 1 en 2 van dit artikel verzamelde informatie mocht blijken dat een instantie die verantwoordelijk is voor de naleving van de beschermingsnormen op de Faeroër haar taak niet naar behoren vervult, stelt de Commissie de bevoegde autoriteit op de Faeröer hiervan in kennis en stelt zij zo nodig, in overeenstemming met de in artikel 31, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG vastgestelde procedure, ontwerpmaatregelen voor om dit besluit in te trekken of op te schorten dan wel de werkingssfeer ervan te beperken.
Artikel 5
De Commissie evalueert de werking van dit besluit en deelt alle relevante vaststellingen aan het bij artikel 31 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde comité mee, inclusief alle gegevens die van invloed kunnen zijn op de overeenkomstig artikel 1 van dit besluit gedane vaststelling dat het beschermingsniveau op de Faeröer passend is in de zin van artikel 25 van Richtlijn 95/46/EG, alsmede alle gegevens waaruit blijkt dat dit besluit op discriminerende wijze wordt uitgevoerd.
Artikel 6
De lidstaten nemen alle noodzakelijke maatregelen om uiterlijk 90 dagen na kennisgeving ervan aan de lidstaten aan dit besluit te voldoen.
Artikel 7
Dit besluit is van toepassing met ingang van 15 juni 2010.
Artikel 8
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 5 maart 2010.
Voor de Commissie
Viviane REDING
Vice-voorzitster
(1) PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.
(2) Advies 9/2007 over het niveau van de persoonsgegevensbescherming op de Faeröer, goedgekeurd door de Groep op 9 oktober 2007, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice_home/fsj/privacy/workinggroup/wpdocs/2007_en.htm
(3) Wet nr. 73 van 8 mei 2001 betreffende de bescherming van persoonsgegevens, beschikbaar op: http://www.datueftirlitid.fo/Default.asp?sida=2878
|
9.3.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 58/20 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 8 maart 2010
betreffende het ontwerpdecreet van Griekenland inzake het aanbrengen van informatie op allerlei zuivelproducten over het land van oorsprong van de grondstof (melk) die wordt gebruikt voor de vervaardiging en de verkoop van dergelijke producten aan de eindconsument, en de verplichtingen van de detailhandelaren met betrekking tot de presentatie van de zuivelproducten op de verkooppunten in hun winkels
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 1195)
(Slechts de tekst in de Griekse taal is authentiek)
(Voor de EER relevante tekst)
(2010/147/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (1), en met name op artikel 19,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig de procedure van artikel 19, tweede alinea, van Richtlijn 2000/13/EG hebben de Griekse autoriteiten de Commissie op 1 juni 2009 in kennis gesteld van het ontwerpdecreet inzake het aanbrengen van informatie op allerlei zuivelproducten over het land van oorsprong van de grondstof (melk) die wordt gebruikt voor de vervaardiging en de verkoop van dergelijke producten aan de eindconsument, en de verplichtingen van de detailhandelaren met betrekking tot de presentatie van de zuivelproducten op de verkooppunten in hun winkels. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 1, lid 1, van het desbetreffende decreet is dit van toepassing op melk, chocolademelk, yoghurt, alle soorten desserts op basis van melk, crèmes, rijstpudding en room, bestemd om aan de eindconsument in gesloten verpakkingen te worden verkocht. |
|
(3) |
Artikel 1, lid 2, van het ontwerpdecreet bepaalt dat, wanneer voornoemde producten in Griekenland worden geproduceerd, op de gesloten verpakking van die producten ook informatie moet worden aangebracht over de oorsprong van de grondstoffen (melk) waaruit die producten worden vervaardigd. Die informatie moet ten minste de in artikel 1, lid 2, onder a) en b), van het ontwerpdecreet beschreven gegevens omvatten. |
|
(4) |
Artikel 1, lid 3, van het ontwerpdecreet bepaalt dat, wanneer voornoemde producten afkomstig zijn uit andere landen van de Europese Unie dan Griekenland of uit niet-EU-landen worden ingevoerd, hun gesloten verpakking informatie moet bevatten over ten minste het specifieke land van productie van die producten of een label „Made in EU”. |
|
(5) |
Artikel 1, lid 6, van het ontwerpdecreet stelt voorschriften vast betreffende de wijze waarop die gegevens moeten worden gepresenteerd: zij moeten onder de merknaam van het product in duidelijk leesbare en onuitwisbare letters in het Grieks worden aangebracht op ten minste één zijde van de verpakking, met name op de zijde die als de voorkant wordt beschouwd. |
|
(6) |
Richtlijn 2000/13/EG harmoniseert de voorschriften inzake etikettering van levensmiddelen door in de eerste plaats een aantal nationale bepalingen te harmoniseren en in de tweede plaats een regeling voor de niet-geharmoniseerde nationale bepalingen vast te stellen. De reikwijdte van de harmonisatie is vastgelegd in artikel 3, lid 1, van die richtlijn, dat een lijst bevat met alle gegevens die onder de voorwaarden en onder voorbehoud van de afwijkende bepalingen zoals bedoeld in de artikelen 4 tot en met 17 op de etikettering van levensmiddelen moeten worden vermeld. Voorts mogen op grond van artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2000/13/EG voor bepaalde levensmiddelen op grond van EU-bepalingen of, bij het ontbreken daarvan, op grond van nationale bepalingen, naast de in artikel 3, lid 1, van die richtlijn genoemde vermeldingen, nog andere vermeldingen verplicht worden gesteld. |
|
(7) |
Artikel 18, lid 2, van Richtlijn 2000/13/EG staat de vaststelling van niet-geharmoniseerde nationale bepalingen toe indien zij gerechtvaardigd zijn uit hoofde van een van de daarin genoemde redenen, waaronder het tegengaan van misleiding en de bescherming van de volksgezondheid, mits deze bepalingen niet van dien aard zijn dat daarmee de toepassing van de in Richtlijn 2000/13/EG vervatte definities en voorschriften wordt belemmerd. Wanneer in een lidstaat nationale ontwerpetiketteringsvoorschriften worden voorgesteld, moet daarom worden onderzocht of zij verenigbaar zijn met bovengenoemde voorschriften en met de bepalingen van het Verdrag. |
|
(8) |
De Griekse autoriteiten voeren aan dat de meegedeelde maatregel nodig is om de consumenten te beschermen en hun volledige informatie te verstrekken zodat zij op de hoogte zijn van het land van oorsprong van de grondstof die in de producten in kwestie is verwerkt. Zij stellen ook dat het ontwerpdecreet nodig is om de belangen van de Griekse melkboeren te vrijwaren. |
|
(9) |
Volgens artikel 3, lid 1, punt 8, van Richtlijn 2000/13/EG is de vermelding van de plaats van oorsprong of herkomst verplicht indien het weglaten daarvan de consument zou kunnen misleiden aangaande de werkelijke oorsprong of herkomst van het levensmiddel. Deze bepaling stelt een passend mechanisme vast om het risico tegen te gaan dat de consumenten worden misleid in gevallen waarbij sommige elementen zouden kunnen impliceren dat een bepaald levensmiddel een andere oorsprong of herkomst heeft dan de echte oorsprong of herkomst daarvan. Voor de in artikel 1, lid 1, van het ontwerpdecreet vermelde zuivelproducten hebben de Griekse autoriteiten geen rechtvaardiging verstrekt op grond waarvan zou kunnen worden geconcludeerd dat de invoering, als algemene regel, van een verplichting tot vermelding van het land van oorsprong van de grondstof (melk), het specifieke land van productie of een label „Made in EU” nodig is om een van de doelstellingen van artikel 18, lid 2, van Richtlijn 2000/13/EG te bereiken. |
|
(10) |
In het licht van deze beschouwingen heeft de Commissie overeenkomstig artikel 19, derde alinea, van Richtlijn 2000/13/EG een andersluidend advies uitgebracht. |
|
(11) |
Bijgevolg moet de Griekse autoriteiten worden verzocht de desbetreffende bepalingen van het ontwerpdecreet niet vast te stellen. |
|
(12) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het is Griekenland niet toegestaan artikel 1, leden 2, 3 en 6, van het ontwerpdecreet inzake het aanbrengen van informatie op allerlei zuivelproducten over het land van oorsprong van de grondstof (melk) die wordt gebruikt voor de vervaardiging en de verkoop van dergelijke producten aan de eindconsument, en de verplichtingen van de detailhandelaren met betrekking tot de presentatie van de zuivelproducten op de verkooppunten in hun winkels vast te stellen.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Helleense Republiek.
Gedaan te Brussel, 8 maart 2010.
Voor de Commissie
John DALLI
Lid van de Commissie
Rectificaties
|
9.3.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 58/22 |
Rectificatie van de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds
( Publicatieblad van de Europese Unie L 28 van 30 januari 2010 )
Bladzijde 16 komt als volgt te luiden:
„За Европейската общност
Por la Comunidad Europea
Za Evropské společenství
For Det Europæiske Fællesskab
Für die Europäische Gemeinschaft
Euroopa Ühenduse nimel
Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα
For the European Community
Pour la Communauté européenne
Per la Comunità europea
Eiropas Kopienas vārdā
Europos bendrijos vardu
Az Európai Közösség részéről
Għall-Komunità Ewropea
Voor de Europese Gemeenschap
W imieniu Wspólnoty Europejskiej
Pela Comunidade Europeia
Pentru Comunitatea Europeană
Za Európske spoločenstvo
Za Evropsko skupnost
Euroopan yhteisön puolesta
För Europeiska gemenskapen
За Европску заједницу
За Република Сърбия
Por la República de Serbia
Za Republiku Srbsko
For Republikken Serbien
Für die Republik Serbien
Serbia Vabariigi nimel
Για τη Δημοκρατία της Σερβίας
For the Republic of Serbia
Pour la République de Serbie
Per la Repubblica di Serbia
Serbijas Republikas vārdā
Serbijos Respublikos vardu
A Szerb Köztársaság részéről
Għar-Repubblika tas-Serbja
Voor de Republiek Servië
W imieniu Republiki Serbskiej
Pela República da Sérvia
Pentru Republica Serbia
Za Srbskú republiku
Za Republiko Srbijo
Serbian tasavallan puolesta
För Republiken Serbien
За Републику Србију”
|
9.3.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 58/23 |
Rectificatie van Verordening (EG) nr. 1194/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1702/2003 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties
( Publicatieblad van de Europese Unie L 321 van 8 december 2009 )
|
1. |
Op bladzijde 26, punt 45, wordt Aanhangsel IV vervangen door „Aanhangsel V”; |
|
2. |
Op bladzijde 28, punt 46, wordt Aanhangsel V vervangen door „Aanhangsel VI”; |
|
3. |
Op bladzijde 30, punt 47, wordt Aanhangsel VII vervangen door „Aanhangsel VIII”; |
|
4. |
Op bladzijde 33, punt 48, wordt Aanhangsel IX vervangen door „Aanhangsel X”; |
|
5. |
Op bladzijde 35, punt 49, wordt Aanhangsel X vervangen door „Aanhangsel XI”. |
|
9.3.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 58/23 |
Rectificatie van Verordening (EU) nr. 1298/2009 van de Commissie van 18 december 2009 houdende bekendmaking, voor 2010, van de bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 vastgestelde landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties
( Publicatieblad van de Europese Unie L 353 van 31 december 2009 )
Op bladzijde 32, bijlage I, deel 9 „Melk en zuivelproducten”:
in plaats van:
„ ex 0402 10 – in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een vetgehalte van niet meer dan 1,5 gewichtspercent (14):”,
te lezen:
„ ex 0402 10 – in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een vetgehalte van niet meer dan 1,5 gewichtspercent (11):”.