ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 316

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

51e jaargang
26 november 2008


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EG) nr. 1168/2008 van de Commissie van 25 november 2008 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

1

 

*

Verordening (EG) nr. 1169/2008 van de Commissie van 25 november 2008 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1449/2007 ten aanzien van de data voor de indiening van aanvragen voor invoercertificaten in 2008 in het kader van de tariefcontingenten voor suiker

3

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn 2008/107/EG van de Commissie van 25 november 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad ten einde abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim op te nemen als werkzame stoffen ( 1 )

4

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Commissie

 

 

2008/882/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 21 november 2008 houdende wijziging van Beschikking 2003/63/EG tot machtiging van de lidstaten om voor niet voor opplant bestemde aardappelen van oorsprong uit bepaalde provincies van Cuba tijdelijk af te wijken van sommige bepalingen van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 6950)

12

 

 

2008/883/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 21 november 2008 tot wijziging van bijlage II bij Beschikking 79/542/EEG van de Raad met betrekking tot de regionalisering voor Brazilië in de lijst van derde landen of delen daarvan waaruit de invoer van bepaalde soorten vers vlees in de Gemeenschap is toegestaan (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 6977)  ( 1 )

14

 

 

III   Besluiten op grond van het EU-Verdrag

 

 

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

 

*

Besluit 2008/884/GBVB van de Raad van 21 november 2008 tot uitvoering van Gemeenschappelijk Optreden 2007/369/GBVB inzake de totstandbrenging van de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN)

21

 

 

 

*

Bericht aan de lezer (zie bladzijde 3 van de omslag)

s3

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

26.11.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/1


VERORDENING (EG) Nr. 1168/2008 VAN DE COMMISSIE

van 25 november 2008

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 26 november 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 november 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

AL

25,7

MA

59,9

TR

74,7

ZZ

53,4

0707 00 05

EG

188,1

JO

184,6

MA

72,0

TR

90,5

ZZ

133,8

0709 90 70

MA

65,2

TR

123,8

ZZ

94,5

0805 20 10

MA

61,0

TR

70,0

ZZ

65,5

0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90

CN

54,3

HR

50,0

IL

76,8

TR

60,4

ZZ

60,4

0805 50 10

TR

64,5

ZA

71,5

ZZ

68,0

0808 10 80

CA

88,7

CL

67,1

MK

35,3

US

113,6

ZA

106,7

ZZ

82,3

0808 20 50

CN

73,6

KR

112,1

TR

106,0

ZZ

97,2


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.


26.11.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/3


VERORDENING (EG) Nr. 1169/2008 VAN DE COMMISSIE

van 25 november 2008

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1449/2007 ten aanzien van de data voor de indiening van aanvragen voor invoercertificaten in 2008 in het kader van de tariefcontingenten voor suiker

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name op artikel 148, onder c), juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1449/2007 van de Commissie van 7 december 2007 houdende afwijking van de Verordeningen (EG) nr. 2402/96, (EG) nr. 2058/96, (EG) nr. 2375/2002, (EG) nr. 2305/2003, (EG) nr. 950/2006, (EG) nr. 955/2005, (EG) nr. 969/2006, (EG) nr. 1100/2006, (EG) nr. 1918/2006, (EG) nr. 1964/2006, (EG) nr. 1002/2007 en (EG) nr. 508/2007 ten aanzien van data voor de indiening van aanvragen voor en de afgifte van invoercertificaten in 2008 in het kader van tariefcontingenten voor bataten (zoete aardappelen), maniokzetmeel, granen, rijst, suiker en olijfolie en houdende afwijking van de Verordeningen (EG) nr. 1445/95, (EG) nr. 1518/2003, (EG) nr. 596/2004 en (EG) nr. 633/2004 ten aanzien van data voor de afgifte van uitvoercertificaten in 2008 in de sectoren rundvlees, varkensvlees, eieren en slachtpluimvee (2) is voorzien in een afwijking voor 2008 ten aanzien van de data voor de indiening van aanvragen voor invoercertificaten in het kader van de tariefcontingenten voor suiker.

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 950/2006 van de Commissie van 28 juni 2006 tot vaststelling, voor de verkoopseizoenen 2006/2007, 2007/2008 en 2008/2009, van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer en de raffinage van suikerproducten in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten (3), zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 892/2008 (4), zijn nieuwe tariefcontingenten geopend met de volgnummers 09.4431 tot en met 09.4437. De geldigheidsduur van de afwijking ten aanzien van de data voor het indienen van invoercertificaataanvragen voor deze nieuwe contingenten moet worden verlengd en Verordening (EG) nr. 1449/2007 moet dienovereenkomstig worden aangepast.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1449/2007 wordt vervangen door:

„1.   In afwijking van artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 950/2006 kunnen voor het jaar 2008 geen aanvragen voor invoercertificaten voor producten van de sector suiker in het kader van de contingenten 09.4331 tot en met 09.4351, 09.4315 tot en met 09.4320, 09.4324 tot en met 09.4328, 09.4365, 09.4366, 09.4380, 09.4390 en 09.4431 tot en met 09.4437 meer worden ingediend na vrijdag 12 december 2008 om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 november 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)   PB L 323 van 8.12.2007, blz. 8.

(3)   PB L 178 van 1.7.2006, blz. 1.

(4)   PB L 245 van 13.9.2008, blz. 5.


RICHTLIJNEN

26.11.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/4


RICHTLIJN 2008/107/EG VAN DE COMMISSIE

van 25 november 2008

tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad ten einde abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim op te nemen als werkzame stoffen

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (1), en met name op artikel 6, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij de Verordeningen (EG) nr. 451/2000 (2) en (EG) nr. 1490/2002 (3) van de Commissie zijn de bepalingen voor de uitvoering van de derde fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG vastgesteld en is een lijst opgesteld van werkzame stoffen die moeten worden onderzocht met het oog op hun opneming in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim zijn in die lijst opgenomen.

(2)

Voor deze werkzame stoffen zijn de uitwerking op de menselijke gezondheid en het milieueffect overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 451/2000 en (EG) nr. 1490/2002 beoordeeld voor een aantal door de kennisgevers voorgestelde toepassingen. Bovendien worden in die verordeningen de als rapporteur optredende lidstaten aangewezen die overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1490/2002 de desbetreffende evaluatieverslagen met aanbevelingen bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) moeten indienen. Voor abamectine was Nederland de als rapporteur optredende lidstaat en was alle relevante informatie op 27 oktober 2005 ingediend. Voor epoxiconazool, fenpropimorf en fenpyroximaat was Duitsland de als rapporteur optredende lidstaat en was alle relevante informatie ingediend op respectievelijk 28 april 2005, 17 maart 2005 en 25 oktober 2005. Voor tralkoxydim was het Verenigd Koninkrijk de als rapporteur optredende lidstaat en was alle relevante informatie ingediend op 6 september 2005.

(3)

De evaluatieverslagen zijn door de lidstaten en de EFSA intercollegiaal getoetst en zijn op 29 mei 2008 voor abamectine, op 26 maart 2008 voor epoxiconazool en tralkoxydim, op 14 april 2008 voor fenpropimorf en op 5 mei 2008 voor fenpyroximaat bij de Commissie ingediend in de vorm van de wetenschappelijke verslagen van de EFSA (4). Deze verslagen zijn door de lidstaten en de Commissie in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid onderzocht en op 11 juli 2008 afgerond in de vorm van de evaluatieverslagen van de Commissie voor abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim.

(4)

Uit de verschillende analyses is gebleken dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim bevatten, in het algemeen voldoen aan de in artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG gestelde eisen, met name voor de toepassingen die zijn onderzocht en opgenomen in de evaluatieverslagen van de Commissie. Deze werkzame stoffen moeten daarom in bijlage I worden opgenomen om ervoor te zorgen dat gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stoffen bevatten, in alle lidstaten kunnen worden toegelaten overeenkomstig het bepaalde in die richtlijn.

(5)

Onverminderd deze conclusie moet nadere informatie over bepaalde specifieke punten worden ingewonnen. Artikel 6, lid 1, van Richtlijn 91/414/EEG bepaalt dat aan de opneming van een werkzame stof in bijlage I voorwaarden kunnen worden verbonden. Daarom is het nodig dat verdere studies worden verricht naar de specificatie van abamectine en is nadere informatie vereist ter bevestiging van het risico voor vogels en zoogdieren, in het water levende organismen en het grondwater ten aanzien van metaboliet U8. Epoxiconazool moet worden onderworpen aan verdere tests in verband met zijn potentiële hormoonontregelende eigenschappen en aan een monitoringprogramma ter beoordeling van de risico’s van verspreiding door de lucht over een lange afstand en de bijbehorende risico’s voor het milieu; er is nadere informatie nodig over de residuen van zijn metabolieten in primaire gewassen, wisselgewassen en producten van dierlijke oorsprong, alsook informatie ter beoordeling van het langetermijnrisico voor herbivore vogels en zoogdieren. Fenpropimorf moet worden onderworpen aan verdere tests ter bevestiging van de mobiliteit in de bodem van metaboliet BF-421-7. Fenpyroximaat moet worden onderworpen aan verdere tests ter bevestiging van het risico voor in het water levende organismen van metabolieten die de benzylgroep bevatten, en het risico van biomagnificatie in watervoedselketens. Tralkoxydim moet worden onderworpen aan verdere tests ter bevestiging van het langetermijnrisico voor herbivore zoogdieren. Alle voornoemde studies en informatie moeten door de kennisgevers binnen de in bijlage I bij deze richtlijn vermelde termijnen worden ingediend.

(6)

Er moet worden voorzien in een redelijke termijn voordat een werkzame stof in bijlage I wordt opgenomen, zodat de lidstaten en de belanghebbende partijen zich kunnen voorbereiden op de nieuwe eisen die uit de opneming voortvloeien.

(7)

Onverminderd de verplichtingen zoals vastgelegd in Richtlijn 91/414/EEG ten gevolge van de opneming van een werkzame stof in bijlage I, moeten de lidstaten na de opneming zes maanden de tijd krijgen om de bestaande toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim bevatten, opnieuw te onderzoeken en ervoor te zorgen dat aan de voorwaarden van Richtlijn 91/414/EEG, met name in artikel 13 en bijlage I, is voldaan. De lidstaten moeten de bestaande toelatingen naargelang het geval wijzigen, vervangen of intrekken overeenkomstig Richtlijn 91/414/EEG. In afwijking van de bovenstaande termijn moet een langere termijn worden vastgesteld voor de indiening en beoordeling van het volledige in bijlage III vermelde dossier voor elk gewasbeschermingsmiddel en elke beoogde toepassing overeenkomstig de uniforme beginselen van Richtlijn 91/414/EEG.

(8)

Bij eerdere opnemingen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van werkzame stoffen die in het kader van Verordening (EEG) nr. 3600/92 van de Commissie (5) zijn onderzocht, is gebleken dat de uitlegging van de verplichtingen van houders van bestaande toelatingen wat de toegang tot gegevens betreft tot problemen kan leiden. Om verdere problemen te voorkomen, moeten de verplichtingen van de lidstaten daarom worden verduidelijkt, en met name de plicht om te verifiëren of de houder van een toelating toegang tot een dossier verschaft dat aan de vereisten van bijlage II bij die richtlijn voldoet. Deze verduidelijking legt de lidstaten of de houders van toelatingen echter ten opzichte van de tot nu toe vastgestelde richtlijnen tot wijziging van bijlage I geen nieuwe verplichtingen op.

(9)

Richtlijn 91/414/EEG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

De lidstaten dienen uiterlijk op 31 oktober 2009 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 november 2009.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

Artikel 3

1.   De lidstaten moeten, overeenkomstig Richtlijn 91/414/EEG, indien nodig bestaande toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim als werkzame stof bevatten, uiterlijk op 31 oktober 2009 wijzigen of intrekken.

Uiterlijk op die datum verifiëren zij met name dat aan de voorwaarden van bijlage I bij die richtlijn met betrekking tot abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim is voldaan — met uitzondering van de voorwaarden in deel B van de tekst betreffende die werkzame stof — en dat de houder van de toelating in het bezit is van of toegang heeft tot een dossier dat overeenkomstig de voorwaarden van artikel 13 van die richtlijn aan de eisen van bijlage II bij die richtlijn voldoet.

2.   In afwijking van lid 1 voeren de lidstaten op basis van een dossier conform bijlage III bij Richtlijn 91/414/EEG en rekening houdend met deel B van de tekst van bijlage I bij die richtlijn wat abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim betreft, overeenkomstig de uniforme beginselen in bijlage VI bij die richtlijn een nieuwe evaluatie uit voor elk toegelaten gewasbeschermingsmiddel dat abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim bevat als enige werkzame stof of als een van een aantal werkzame stoffen die alle uiterlijk op 30 april 2009 in bijlage I bij die richtlijn zijn opgenomen. Aan de hand van die evaluatie bepalen zij of het gewasbeschermingsmiddel voldoet aan de voorwaarden van artikel 4, lid 1, onder b), c), d) en e), van die richtlijn.

Daarna zorgen de lidstaten ervoor dat:

a)

als abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim de enige werkzame stof in het gewasbeschermingsmiddel is, de toelating indien nodig uiterlijk op 30 april 2013 wordt gewijzigd of ingetrokken, of

b)

als het een product betreft dat abamectine, epoxiconazool, fenpropimorf, fenpyroximaat en tralkoxydim als een van de werkzame stoffen bevat, de toelating zo nodig wordt gewijzigd of ingetrokken, en wel uiterlijk op 30 april 2013 of, mocht dit later zijn, op de datum die voor een dergelijke wijziging of intrekking is vastgesteld in de respectieve richtlijn of richtlijnen waarbij de stof of stoffen in kwestie aan bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG is of zijn toegevoegd.

Artikel 4

Deze richtlijn treedt in werking op 1 mei 2009.

Artikel 5

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 25 november 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1.

(2)   PB L 55 van 29.2.2000, blz. 25.

(3)   PB L 224 van 21.8.2002, blz. 23.

(4)   EFSA Scientific Report (2008) 148. Conclusion regarding the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance abamectin (afgerond op 29 mei 2008).

EFSA Scientific Report (2008) 138. Conclusion regarding the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance epoxiconazole (afgerond op 26 maart 2008).

EFSA Scientific Report (2008) 144. Conclusion regarding the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance fenpropimorph (afgerond op 14 april 2008).

EFSA Scientific Report (2008) 143. Conclusion regarding the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance fenpyroximate (afgerond op 5 mei 2008).

EFSA Scientific Report (2008). Conclusion regarding the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance tralkoxydim (afgerond op 26 maart 2008).

(5)   PB L 366 van 15.12.1992, blz. 10.


BIJLAGE

Aan het einde van de tabel in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG wordt de volgende tekst toegevoegd:

Nr.

Benaming, identificatienummers

IUPAC-naam

Zuiverheid (1)

Inwerkingtreding

Geldigheidsduur

Bijzondere bepalingen

„216

Abamectine

CAS-nr. 71751-41-2

Avermectine B1a

CAS-nr. 65195-55-3

Avermectine B1b

CAS-nr. 65195-56-4

Abamectine

CIPAC-nr. 495

AvermectineB1a

(10E,14E,16E,22Z)-(1R,4S,5′S,6S,6′R,8R,12S,13S,20R,21R,24S)-6′-[(S)-sec-butyl]-21,24-dihydroxy-5′,11,13,22-tetramethyl-2-oxo-3,7,19-trioxatetracyclo[15.6.1.14,8 020,24]pentacosa-10,14,16,22-tetraeen-6-spiro-2′-(5′,6′-dihydro-2′H-pyraan)-12-yl-2,6-dideoxy-4-O-(2,6-dideoxy-3-O-methyl-α-L-arabino-hexopyranosyl)-3-O-methyl-α-L-arabino-hexopyranoside

AvermectineB1b

(10E,14E,16E,22Z)-(1R,4S,5′S,6S,6’R,8R,12S,13S,20R,21R,24S)-21,24-dihydroxy-6′-isopropyl-5′,11,13,22-tetramethyl-2-oxo-3,7,19-trioxatetracyclo[15.6.1.14,8 020,24]pentacosa-10,14,16,22-tetraeen-6-spiro-2′-(5′,6′-dihydro-2′H-pyraan)-12-yl-2,6-dideoxy-4-O-(2,6-dideoxy-3-O-methyl-α-L-arabino-hexopyranosyl)-3-O-methyl-α-L-arabino-hexopyranoside

≥ 850 g/kg

van 1 mei 2009

van 30 april 2019

DEEL A

Alleen voor gebruik als insecticide, acaricide

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die abamectine bevatten voor andere toepassingen dan bij citrusvruchten, sla en tomaten, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 1, onder b), en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de uniforme beginselen in bijlage VI moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over abamectine (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 juli 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de veiligheid van de toedieners, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

de residuen in levensmiddelen van plantaardige oorsprong en de blootstelling van de consument via de voeding;

de bescherming van bijen, niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, vogels, zoogdieren en in het water levende organismen. Ten aanzien van deze risico’s moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones en wachttijden, worden toegepast.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van:

verdere studies naar de specificatie van de werkzame stof:

informatie voor de verdere beoordeling van het risico voor vogels en zoogdieren;

informatie voor de beoordeling van het risico voor in het water levende organismen ten aanzien van de belangrijkste bodemmetabolieten;

informatie voor de beoordeling van het risico voor het grondwater ten aanzien van metaboliet U8.

Zij moeten ervoor zorgen dat dergelijke studies binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn aan de Commissie worden verstrekt.

217

Epoxiconazool

CAS-nr. 135319-73-2 (vroeger 106325-08-0)

CIPAC-nr. 609

(2RS, 3SR)-1-[3-(2-chloorfenyl)-2,3-epoxy-2-(4-fluorfenyl)propyl]-1H-1,2,4-triazool

≥ 920 g/kg

van 1 mei 2009

van 30 april 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de uniforme beginselen in bijlage VI moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over epoxiconazool (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 juli 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de veiligheid van de toedieners, waarbij er zo nodig voor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

de blootstelling van de consument via de voeding aan de metabolieten van epoxiconazool (triazool);

de mogelijke verspreiding door de lucht over een lange afstand;

het risico voor in het water levende organismen, vogels en zoogdieren. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie verdere studies naar de potentiële hormoonontregelende eigenschappen van epoxiconazool indient binnen twee jaren na de goedkeuring van de OESO-richtsnoeren voor hormoonontregelingstests of, bij wijze van alternatief, de door de Gemeenschap overeengekomen testrichtsnoeren.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie uiterlijk op 30 juni 2009 een monitoringprogramma indient ter beoordeling van de risico’s van verspreiding door de lucht over een lange afstand en de bijbehorende risico’s voor het milieu. De resultaten van deze monitoring moeten uiterlijk op 31 december 2011 in de vorm van een monitoringverslag bij de Commissie worden ingediend.

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn informatie verstrekt over de residuen van metabolieten van epoxiconazool in primaire gewassen, wisselgewassen en producten van dierlijke oorsprong, alsook informatie ter beoordeling van het langetermijnrisico voor herbivore vogels en zoogdieren.

218

Fenpropimorf

CAS-nr. 67564-91-4

CIPAC-nr. 427

(RS)-cis-4-[3-(4-tert-butylfenyl)-2-methylpropyl]-2,6-dimethylmorfoline

≥ 930 g/kg

van 1 mei 2009

van 30 april 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als fungicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de uniforme beginselen in bijlage VI moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fenpropimorf (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 juli 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de veiligheid van de toedieners en de werknemers. De toegelaten gebruiksvoorwaarden moeten de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en risicobeperkende maatregelen ter vermindering van de blootstelling voorschrijven, zoals beperkingen van de dagelijkse werktijd;

de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

de bescherming van in het water levende organismen. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones, beperking van de lozing van regen- en afvalwater en driftreductiedoppen.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om indiening van verdere studies ter bevestiging van de mobiliteit in de bodem van metaboliet BF-421-7. Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgevers op wier verzoek fenpropimorf in deze bijlage is opgenomen, deze studies binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn bij de Commissie indienen.

219

Fenpyroximaat

CAS-nr. 134098-61-6

CIPAC-nr. 695

tert-butyl-(E)-alfa-(1,3-dimethyl-5-fenoxypyrazool-4-ylmethyleenamino-oxy)-p-toluaat

> 960 g/kg

van 1 mei 2009

van 30 april 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als acaricide.

De volgende toepassingen mogen niet worden toegelaten:

toepassingen in hoge gewassen met een hoog risico van spuitdrift, bijvoorbeeld op trekker gemonteerde luchtondersteunde spuitmachine en drukspuiten.

DEEL B

Voor de toepassing van de in bijlage VI opgenomen uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over fenpyroximaat (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 juli 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de veiligheid van de toedieners en de werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

de gevolgen voor in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de toelatingsvoorwaarden, zo nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van informatie voor de verdere beoordeling van:

het risico voor in het water levende organismen van metabolieten die de benzylgroep bevatten;

het risico van biomagnificatie in watervoedselketens.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgevers op wier verzoek fenpyroximaat in deze bijlage is opgenomen, deze informatie binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn bij de Commissie indienen.

220

Tralkoxydim

CAS-nr. 87820-88-0

CIPAC-nr. 544

(RS)-2-[(EZ)-1-(ethoxyimino)propyl]-3-hydroxy-5-mesitylcyclohex-2-een-1-on

≥ 960 g/kg

van 1 mei 2009

van 30 april 2019

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide.

DEEL B

Voor de toepassing van de uniforme beginselen in bijlage VI moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over tralkoxydim (en met name met de aanhangsels I en II), dat op 11 juli 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij de algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van het grondwater, met name tegen de bodemmetaboliet R173642, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

de bescherming van herbivore zoogdieren.

De gebruiksvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten.

De betrokken lidstaten moeten verzoeken om overlegging van:

informatie voor de verdere beoordeling van het langetermijnrisico voor herbivore zoogdieren als gevolg van het gebruik van tralkoxydim.

Zij moeten ervoor zorgen dat de kennisgevers op wier verzoek tralkoxydim in deze bijlage is opgenomen, deze informatie binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn bij de Commissie indienen.”


(1)  Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Commissie

26.11.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/12


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 21 november 2008

houdende wijziging van Beschikking 2003/63/EG tot machtiging van de lidstaten om voor niet voor opplant bestemde aardappelen van oorsprong uit bepaalde provincies van Cuba tijdelijk af te wijken van sommige bepalingen van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 6950)

(2008/882/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (1), en met name op artikel 15, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Richtlijn 2000/29/EG mogen niet voor opplant bestemde aardappelen van oorsprong uit Cuba niet in de Gemeenschap worden binnengebracht. De richtlijn voorziet echter in de mogelijkheid om van dit voorschrift af te wijken, mits er geen gevaar bestaat voor de verspreiding van schadelijke organismen.

(2)

Beschikking 2003/63/EG van de Commissie (2) voorziet in een afwijking voor de invoer van niet voor opplant bestemde aardappelen van oorsprong uit bepaalde provincies van Cuba, mits aan specifieke voorwaarden is voldaan.

(3)

Het Verenigd Koninkrijk heeft verzocht om verlenging van de geldigheidsduur van die afwijking.

(4)

De situatie op grond waarvan die afwijking is toegestaan, is onveranderd gebleven en daarom moet de afwijking van kracht blijven.

(5)

Beschikking 2003/63/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Artikel 3 van Beschikking 2003/63/EG komt als volgt te luiden:

„Artikel 3

Artikel 1 is van toepassing op niet voor opplant bestemde aardappelen die in de Gemeenschap zijn binnengebracht in de perioden van:

i)

1 januari tot en met 31 mei 2009;

ii)

1 januari tot en met 31 mei 2010;

iii)

1 januari tot en met 31 mei 2011.”.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 21 november 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1.

(2)   PB L 24 van 29.1.2003, blz. 11.


26.11.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/14


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 21 november 2008

tot wijziging van bijlage II bij Beschikking 79/542/EEG van de Raad met betrekking tot de regionalisering voor Brazilië in de lijst van derde landen of delen daarvan waaruit de invoer van bepaalde soorten vers vlees in de Gemeenschap is toegestaan

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 6977)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/883/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (1), en met name op artikel 8, inleidende zin, artikel 8, punt 1, eerste alinea, en punt 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 79/542/EEG van de Raad van 21 december 1976 tot vaststelling van een lijst van derde landen of delen van derde landen, alsmede tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften, gezondheidsvoorschriften en voorschriften inzake de veterinaire certificering voor de invoer in de Gemeenschap van levende dieren en vers vlees daarvan (2) stelt de gezondheidsvoorschriften vast voor de invoer in de Gemeenschap van levende dieren, met uitzondering van paardachtigen, en de invoer van vers vlees van deze dieren, inclusief paardachtigen, met uitzondering van vleesbereidingen.

(2)

Beschikking 79/542/EEG bepaalt dat de invoer van voor menselijke consumptie bestemd vlees alleen is toegestaan als dit vlees afkomstig is van een grondgebied van een derde land of een deel daarvan, opgenomen in de lijst van deel 1 van bijlage II bij die beschikking, en het verse vlees voldoet aan de voorschriften, vastgesteld in het veterinair certificaat voor dat vlees overeenkomstig de modellen van deel 2 van die bijlage, rekening houdend met de bijzondere voorwaarden en de aanvullende garanties voor het vlees.

(3)

De voorschriften voor de invoer van vlees uit derde landen hangen in hoofdzaak af van de diergezondheidsstatus van het exporterende derde land of gebied. Als een gebied vrij is van mond-en-klauwzeer zonder vaccinatie, is de invoer van vers vlees met been toegestaan, terwijl alleen gerijpt vlees zonder been in de Gemeenschap mag worden ingevoerd als het gebied vrij is van mond-en-klauwzeer met vaccinatie. De Werelddiergezondheidsorganisatie (OIE) bepaalt de mond-en-klauwzeerstatus van de lidstaten van de OIE en bij de inspecties van de Commissie worden de diergezondheidsstatus van derde landen en hun vermogen om aan de communautaire voorschriften te voldoen, gecontroleerd.

(4)

In juli 2008 heeft de OIE de Braziliaanse staat Mato Grosso do Sul opnieuw de status „vrij van mond-en-klauwzeer met vaccinatie” toegekend.

(5)

Gezien de status van „vrij van mond-en-klauwzeer” van Mato Grosso do Sul en gezien de resultaten van de inspecties van de Commissie in Brazilië, dient die staat opnieuw opgenomen te worden in de lijst van gebieden waaruit de invoer in de Gemeenschap van vers gerijpt rundvlees zonder been is toegestaan, onder de standaardvoorwaarden die van toepassing zijn op de andere Braziliaanse staten met de status „vrij van mond-en-klauwzeer met vaccinatie”, waaruit de invoer van dergelijk vlees in de Gemeenschap momenteel is toegestaan.

(6)

Sommige delen van de Braziliaanse staten Mato Grosso en Minas Gerais zijn momenteel niet opgenomen in de lijst van gebieden in deel 1 van bijlage II bij Beschikking 79/542/EEG, waaruit de invoer in de Gemeenschap van vers gerijpt rundvlees zonder been is toegestaan. Het gehele grondgebied van die staten wordt echter door de OIE erkend als „vrij van mond-en-klauwzeer met vaccinatie”. Bovendien bieden de resultaten van de inspecties van de Commissie in Brazilië voldoende garanties wat betreft de diergezondheidscontroles op het gehele grondgebied van de staten Mato Grosso en Minas Gerais, met name rekening houdend met het systeem van speciaal erkende veehouderijen. Op grond van de erkenning door de OIE en die garanties is het dienstig dat het gehele grondgebied van de staten Mato Grosso en Minas Gerais wordt opgenomen in de lijst van gebieden waaruit de invoer in de Gemeenschap van vers gerijpt rundvlees zonder been is toegestaan.

(7)

De staat Mato Grosso do Sul en alle delen van de staten Minas Gerais en Mato Grosso mogen vers gerijpt rundvlees zonder been uitvoeren onder de uniforme voorwaarden die gelden voor de Braziliaanse staten die vrij zijn van mond-en-klauwzeer met vaccinatie en die momenteel dergelijk vlees naar de Gemeenschap mogen uitvoeren.

(8)

Beschikking 79/542/EEG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Deel 1 van bijlage II bij Beschikking 79/542/EEG wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Zendingen vers gerijpt rundvlees zonder been uit het gebied met code BR-1, als omschreven in Beschikking 2008/642/EG van de Commissie (3), van vóór 1 december 2008 geslachte dieren mogen tot en met 14 januari 2009 in de Gemeenschap worden ingevoerd.

Artikel 3

Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 december 2008.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 21 november 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(2)   PB L 146 van 14.6.1979, blz. 15.

(3)   PB L 207 van 5.8.2008, blz. 36.


BIJLAGE

„DEEL 1

Lijst van derde landen of delen daarvan (*1)

Land

Gebiedscode

Omschrijving van het gebied

Veterinair certificaat

Specifieke voorwaarden

Uiterste datum (*2)

Aanvangsdatum (*3)

Model

AG

1

2

3

4

5

6

7

8

AL — Albanië

AL-0

Het hele land

 

 

 

 

AR — Argentinië

AR-0

Het hele land

EQU

 

 

 

 

AR-1

De provincias Buenos Aires, Catamarca, Corrientes (met uitzondering van de departementen Berón de Astrada, Capital, Empedrado, General Paz, Itati, Mbucuruyá, San Cosme en San Luís del Palmar), Entre Ríos, La Rioja, Mendoza, Misiones, Neuquén (behalve het gebied dat onder AR-4 valt), Río Negro (behalve het gebied dat onder AR-4 valt), San Juan, San Luís, Santa Fe, Tucuman, Cordoba, La Pampa, Santiago del Estero, Chaco Formosa, Jujuy en Salta, met uitzondering van de bufferzone van 25 km vanaf de grens met Bolivia en Paraguay die zich uitstrekt van het district Santa Catalina in de provincie Jujuy tot het district Laishi in de provincie Formosa

BOV

A

1

 

18 maart 2005

RUF

A

1

 

1 december 2007

AR-2

Chubut, Santa Cruz en Tierra del Fuego

BOV, OVI, RUW, RUP

 

 

 

1 maart 2002

AR-3

Corrientes: de departementen Berón de Astrada, Capital, Empedrado, General Paz, Itati, Mbucuruyá, San Cosme en San Luís del Palmar

BOV

RUF

A

1

 

1 december 2007

AR-4

Río Negro (behalve: in Avellaneda de zone ten noorden van provinciale weg nr. 7 en ten oosten van provinciale weg nr. 250, in Conesa het gebied ten oosten van provinciale weg nr. 2, in El Cuy het gebied ten noorden van provinciale weg nr. 7 vanaf de kruising met provinciale weg nr. 66 tot aan de grens met het departement Avellaneda, en in San Antonio de zone ten oosten van de provinciale wegen nr. 250 en nr. 2), Neuquén (behalve in Confluencia de zone ten oosten van provinciale weg nr. 17, en in Picun Leufú de zone ten oosten van provinciale weg nr. 17)

BOV, OVI, RUW, RUF

 

 

 

1 augustus 2008

AU — Australië

AU-0

Het hele land

BOV, OVI, POR, EQU, RUF, RUW, SUF, SUW

 

 

 

 

BA — Bosnië en Herzegovina

BA-0

Het hele land

 

 

 

 

BH — Bahrein

BH-0

Het hele land

 

 

 

 

BR — Brazilië

BR-0

Het hele land

EQU

 

 

 

 

BR-1

De staat Minas Gerais, de staat Espíritu Santo, de staat Goiás, de staat Mato Grosso, de staat Rio Grande do Sul, de staat Mato Grosso do Sul (met uitzondering van de speciale toezichtszone van 15 km vanaf de buitengrenzen in de gemeenten Porto Mutinho, Bela Vista, Ponta Porã, Aral Moreira, Coronel Sapucaia, Paranhos, Sete Quedas, Japorã en Mundo Novo en de speciale toezichtszone in de gemeenten Corumbá en Ladário)

BOV

A en H

1

 

1 december 2008

BR-2

De staat Santa Catarina

BOV

A en H

1

 

31 januari 2008

BR-3

De staten Paraná en São Paulo

BOV

A en H

1

 

1 augustus 2008

BW — Botswana

BW-0

Het hele land

EQU, EQW

 

 

 

 

BW-1

De veterinary disease control zones 3c, 4b, 5, 6, 8, 9 en 18

BOV, OVI, RUF, RUW

F

1

 

1 december 2007

BW-2

De veterinary disease control zones 10, 11, 12, 13 en 14

BOV, OVI, RUF, RUW

F

1

 

7 maart 2002

BY — Belarus

BY-0

Het hele land

 

 

 

 

BZ — Belize

BZ-0

Het hele land

BOV, EQU

 

 

 

 

CA — Canada

CA-0

Het hele land

BOV, OVI, POR, EQU, SUF, SUW RUF, RUW

G

 

 

 

CH — Zwitserland

CH-0

Het hele land

 

 

 

 

CL — Chili

CL-0

Het hele land

BOV, OVI, POR, EQU, RUF, RUW, SUF

 

 

 

 

CN — China

CN-0

Het hele land

 

 

 

 

CO — Colombia

CO-0

Het hele land

EQU

 

 

 

 

CR — Costa Rica

CR-0

Het hele land

BOV, EQU

 

 

 

 

CU — Cuba

CU-0

Het hele land

BOV, EQU

 

 

 

 

DZ — Algerije

DZ-0

Het hele land

 

 

 

 

ET — Ethiopië

ET-0

Het hele land

 

 

 

 

FK — Falklandeilanden

FK-0

Het hele land

BOV, OVI, EQU

 

 

 

 

GL — Groenland

GL-0

Het hele land

BOV, OVI, EQU, RUF, RUW

 

 

 

 

GT — Guatemala

GT-0

Het hele land

BOV, EQU

 

 

 

 

HK — Hongkong

HK-0

Het hele land

 

 

 

 

HN — Honduras

HN-0

Het hele land

BOV, EQU

 

 

 

 

HR — Kroatië

HR-0

Het hele land

BOV, OVI, EQU, RUF, RUW

 

 

 

 

IL — Israël

IL-0

Het hele land

 

 

 

 

IN — India

IN-0

Het hele land

 

 

 

 

IS — IJsland

IS-0

Het hele land

BOV, OVI, EQU, RUF, RUW

 

 

 

 

KE — Kenia

KE-0

Het hele land

 

 

 

 

MA — Marokko

MA-0

Het hele land

EQU

 

 

 

 

ME — Montenegro

ME-0

Het hele land

BOV, OVI, EQU

 

 

 

 

MG — Madagaskar

MG-0

Het hele land

 

 

 

 

MK — voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (*4)

MK-0

Het hele land

OVI, EQU

 

 

 

 

MU — Mauritius

MU-0

Het hele land

 

 

 

 

MX — Mexico

MX-0

Het hele land

BOV, EQU

 

 

 

 

NA — Namibië

NA-0

Het hele land

EQU, EQW

 

 

 

 

NA-1

Het gebied ten zuiden van de afsluitingen die lopen van Palgrave Point in het westen tot Gam in het oosten

BOV, OVI, RUF, RUW

F

1

 

 

NC — Nieuw-Caledonië

NC-0

Het hele land

BOV, RUF, RUW

 

 

 

 

NI — Nicaragua

NI-0

Het hele land

 

 

 

 

NZ — Nieuw-Zeeland

NZ-0

Het hele land

BOV, OVI, POR, EQU, RUF, RUW, SUF, SUW

 

 

 

 

PA — Panama

PA-0

Het hele land

BOV, EQU

 

 

 

 

PY — Paraguay

PY-0

Het hele land

EQU

 

 

 

 

PY-1

Het hele land met uitzondering van de speciale toezichtszone van 15 km vanaf de buitengrenzen

BOV

A

1

 

1 augustus 2008

RS — Servië (*5)

RS-0

Het hele land

BOV, OVI, EQU

 

 

 

 

RU — Russische Federatie

RU-0

Het hele land

 

 

 

 

RU-1

De regio Moermansk, het autonome gebied Yamalo-Nenets

RUF

 

 

 

 

SV — El Salvador

SV-0

Het hele land

 

 

 

 

SZ — Swaziland

SZ-0

Het hele land

EQU, EQW

 

 

 

 

SZ-1

Het gebied ten westen van de „red line”-afsluitingen, die noordwaarts lopen van de Usuturivier naar de grens met Zuid-Afrika ten westen van de Nkalashane

BOV, RUF, RUW

F

1

 

 

SZ-2

De in verband met mond-en-klauwzeer ingestelde veterinaire toezichts- en vaccinatiegebieden (bekendgemaakt bij wettelijk decreet nr. 51 van 2001)

BOV, RUF, RUW

F

1

 

4 augustus 2003

TH — Thailand

TH-0

Het hele land

 

 

 

 

TN — Tunesië

TN-0

Het hele land

 

 

 

 

TR — Turkije

TR-0

Het hele land

 

 

 

 

TR-1

De provincies Amasya, Ankara, Aydin, Balikesir, Bursa, Cankiri, Corum, Denizli, Izmir, Kastamonu, Kutahya, Manisa, Usak, Yozgat en Kirikkale

EQU

 

 

 

 

UA — Oekraïne

UA-0

Het hele land

 

 

 

 

US — Verenigde Staten van Amerika

US-0

Het hele land

BOV, OVI, POR, EQU, SUF, SUW, RUF, RUW

G

 

 

 

UY — Uruguay

UY-0

Het hele land

EQU

 

 

 

 

BOV

A

1

 

1 november 2001

OVI

A

1

 

 

ZA — Zuid-Afrika

ZA-0

Het hele land

EQU, EQW

 

 

 

 

ZA-1

Het hele land, met uitzondering van:

het deel van het gebied waar mond-en-klauwzeer wordt bestreden, gelegen in de veterinaire gebieden Mpumalanga en de noordelijke provincies, in het district Ingwavuma in het veterinaire gebied Natal en in het grensgebied met Botswana ten oosten van de 28e lengtegraad, en

het district Camperdown in de provincie KwaZuluNatal

BOV, OVI, RUF, RUW

F

1

 

 

ZW — Zimbabwe

ZW-0

Het hele land

 

 

 

 

=

Certificaten overeenkomstig de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten (PB L 114 van 30.4.2002, blz. 132).

=

Geen certificaat vastgesteld en invoer van vers vlees verboden (met uitzondering van diersoorten die in de regel voor het hele land worden vermeld).

1

=

Beperkingen in categorie:

Slachtafvallen niet toegestaan (met uitzondering van middenrif en kauwspieren van runderen).”


(*1)  Onverminderd de specifieke certificeringsvoorschriften in communautaire overeenkomsten met derde landen.

(*2)  Vlees van dieren die op of voor de in kolom 7 vermelde datum zijn geslacht, mag gedurende 90 dagen na die datum in de Gemeenschap worden ingevoerd.

Zendingen die zich op volle zee bevinden, mogen in de Gemeenschap worden ingevoerd indien zij voor de in kolom 7 vermelde datum zijn gecertificeerd, en wel gedurende 40 dagen na die datum.

(NB: geen datum in kolom 7 betekent dat er geen tijdsbeperkingen gelden).

(*3)  Alleen vlees van dieren die op of voor de in kolom 8 vermelde datum zijn geslacht, mag in de Gemeenschap worden ingevoerd (geen datum in kolom 8 betekent dat er geen tijdsbeperkingen gelden).

(*4)  Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië; voorlopige code die geenszins vooruitloopt op de definitieve nomenclatuur voor dit land, die zal worden vastgelegd overeenkomstig de conclusies van de lopende onderhandelingen in het kader van de Verenigde Naties.

(*5)  Uitgezonderd Kosovo zoals omschreven in Resolutie 1244 van 10 juni 1999 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.


III Besluiten op grond van het EU-Verdrag

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

26.11.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/21


BESLUIT 2008/884/GBVB VAN DE RAAD

van 21 november 2008

tot uitvoering van Gemeenschappelijk Optreden 2007/369/GBVB inzake de totstandbrenging van de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op Gemeenschappelijk Optreden 2007/369/GBVB inzake de totstandbrenging van de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN), en met name op artikel 13, lid 2, juncto artikel 23, lid 2, eerste alinea, tweede streepje, van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 30 mei 2007 Gemeenschappelijk Optreden 2007/369/GBVB (1) vastgesteld voor een periode van 3 jaar. De operationele fase van EUPOL AFGHANISTAN is ingegaan op 15 juni 2007.

(2)

De Raad moet het financiële referentiebedrag vaststellen ter dekking van de uitgaven in verband met EUPOL AFGHANISTAN voor de periode van 1 december 2008 tot en met 30 november 2009,

BESLUIT:

Artikel 1

Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met EUPOL AFGHANISTAN voor de periode van 1 december 2008 tot en met 30 november 2009 bedraagt 64 000 000 EUR.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 21 november 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

E. WOERTH


(1)   PB L 139 van 31.5.2007, blz. 33.


26.11.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/s3


BERICHT AAN DE LEZER

De instellingen hebben besloten in hun teksten niet langer te verwijzen naar de laatste wijziging van de aangehaalde besluiten.

Tenzij anders vermeld, zijn de besluiten waarnaar in de hierin gepubliceerde teksten wordt verwezen, de besluiten zoals die momenteel van kracht zijn.