|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 13 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
51e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
|
|
|
|
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is |
|
|
|
|
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN |
|
|
|
|
Commissie |
|
|
|
|
2008/49/EG |
|
|
|
* |
Beschikking van de Commissie van 12 december 2007 inzake de bescherming van persoonsgegevens bij de invoering van het informatiesysteem interne markt (IMI) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 6306) ( 1 ) |
|
|
|
|
2008/50/EG |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2008/51/EG |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2008/52/EG |
|
|
|
* |
Beschikking van de Commissie van 20 december 2007 tot wijziging van Beschikking 2004/452/EG tot vaststelling van een lijst van organen waarvan de onderzoekers voor wetenschappelijke doeleinden toegang hebben tot vertrouwelijke gegevens (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 6554) ( 1 ) |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is
VERORDENINGEN
|
16.1.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 13/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 26/2008 VAN DE COMMISSIE
van 15 januari 2008
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 138, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 16 januari 2008.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 januari 2008.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 15 januari 2008 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
IL |
142,5 |
|
MA |
51,6 |
|
|
TN |
129,8 |
|
|
TR |
106,9 |
|
|
ZZ |
107,7 |
|
|
0707 00 05 |
JO |
187,5 |
|
MA |
61,3 |
|
|
TR |
104,9 |
|
|
ZZ |
117,9 |
|
|
0709 90 70 |
MA |
95,0 |
|
TR |
128,6 |
|
|
ZZ |
111,8 |
|
|
0709 90 80 |
EG |
158,5 |
|
ZZ |
158,5 |
|
|
0805 10 20 |
EG |
52,6 |
|
IL |
49,6 |
|
|
MA |
65,6 |
|
|
TN |
53,8 |
|
|
TR |
83,3 |
|
|
ZA |
52,9 |
|
|
ZZ |
59,6 |
|
|
0805 20 10 |
MA |
109,7 |
|
TR |
101,8 |
|
|
ZZ |
105,8 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
CN |
59,7 |
|
IL |
106,1 |
|
|
JM |
110,1 |
|
|
PK |
42,8 |
|
|
TR |
80,2 |
|
|
ZZ |
79,8 |
|
|
0805 50 10 |
EG |
86,2 |
|
IL |
139,9 |
|
|
TR |
120,5 |
|
|
ZA |
54,7 |
|
|
ZZ |
100,3 |
|
|
0808 10 80 |
CA |
96,2 |
|
CN |
80,7 |
|
|
MK |
37,5 |
|
|
TR |
118,1 |
|
|
US |
111,8 |
|
|
ZA |
59,7 |
|
|
ZZ |
84,0 |
|
|
0808 20 50 |
CN |
79,0 |
|
US |
109,2 |
|
|
ZZ |
94,1 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „andere oorsprong”.
|
16.1.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 13/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 27/2008 VAN DE COMMISSIE
van 15 januari 2008
houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van bepaalde jaarlijkse tariefcontingenten voor producten van de GN-codes 0714 10 91 , 0714 10 99 , 0714 90 11 en 0714 90 19 , van oorsprong uit andere derde landen dan Thailand
(Gecodificeerde versie)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1095/96 van de Raad van 18 juni 1996 betreffende de tenuitvoerlegging van de concessies in de lijst CXL die is opgesteld naar aanleiding van de voltooiing van de onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, van de GATT (1), en met name op artikel 1, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 2449/96 van de Commissie van 18 december 1996 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van bepaalde jaarlijkse tariefcontingenten voor producten van de GN-codes 0714 10 91 , 0714 10 99 , 0714 90 11 en 0714 90 19 , van oorsprong uit andere derde landen dan Thailand (2) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (3). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze verordening te worden overgegaan. |
|
(2) |
De Gemeenschap heeft zich er bij de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) toe verbonden om bepaalde jaarlijkse tariefcontingenten te openen voor producten van de GN-codes 0714 10 91 , 0714 10 99 , 0714 90 11 en 0714 90 19 , van oorsprong uit Indonesië, uit de Volksrepubliek China (China), andere overeenkomstsluitende partijen van de WTO dan Thailand, en sommige niet bij de WTO aangesloten derde landen. In het kader van deze contingenten is het douanerecht tot 6 % ad valorem beperkt. Deze contingenten moeten door de Commissie op meerjarenbasis geopend en beheerd worden. |
|
(3) |
Een beheerssysteem moet worden toegepast dat garandeert dat in het kader van de aan Indonesië en China toegekende tariefcontingenten alleen producten van oorsprong uit die landen kunnen worden ingevoerd. Daarom moet blijven gelden dat voor de afgifte van een invoercertificaat een door de autoriteiten van deze landen afgegeven uitvoercertificaat moet worden overgelegd, waarvan het model aan de Commissie is meegedeeld. Het is sinds verschillende jaren gebruikelijk een invoercertificaat voor producten van oorsprong uit Vietnam alleen af te geven op voorwaarde onder meer dat een op initiatief van het exporterende land afgegeven attest wordt overgelegd. |
|
(4) |
Aangezien de invoer van de betrokken producten in de Gemeenschap traditioneel wordt beheerd op kalenderjaarbasis, is het dienstig dit systeem te handhaven. |
|
(5) |
Voor invoer van producten van de GN-codes 0714 10 91 , 0714 10 99 , 0714 90 11 en 0714 90 19 moet een invoercertificaat worden overgelegd, waarvan de gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie (4). Bij Verordening (EG) nr. 1342/2003 van de Commissie (5) zijn bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst vastgesteld. |
|
(6) |
Voor het beheer van dergelijke contingenten moeten de gebruikelijke aanvullende uitvoeringsbepalingen worden overgenomen, met name wat de aanvraag en de afgifte van certificaten en het toezicht op de werkelijke invoer betreft. |
|
(7) |
Het is met name dienstig zich te vergewissen van de oorsprong van de producten door de overlegging van een door de betrokken landen afgegeven certificaat van oorsprong als voorwaarde te stellen voor de afgifte van invoercertificaten. Voor producten van oorsprong uit China is evenwel geen certificaat van oorsprong vereist. |
|
(8) |
Met het oog op een deugdelijk beheer van de betrokken regelingen, mag de in de aanvraag van een invoercertificaat vermelde hoeveelheid niet groter zijn dan die in het document dat het bewijs vormt van lading en feitelijk vervoer over zee naar de Gemeenschap. Het is eveneens dienstig in bepaalde gevallen per certificaat een maximumhoeveelheid vast te stellen en te bepalen dat de aanvraag in geen geval betrekking mag hebben op een grotere hoeveelheid dan die waarvoor de vorengenoemde bewijsstukken worden overgelegd. |
|
(9) |
Voor het geval dat de geloste hoeveelheden toch enigszins groter zijn dan de in de invoercertificaten vermelde hoeveelheden, moeten de nodige maatregelen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat het overschot in het vrije verkeer wordt gebracht zodra het land van oorsprong van de producten in staat is de daartoe vastgestelde administratieve formaliteiten te vervullen. Indonesië en China lijken in feite voor de toepassing van deze tolerantie inderdaad in aanmerking te kunnen komen. |
|
(10) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
CONTINGENTEN
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 1997 worden voor producten van de GN-codes 0714 10 91 , 0714 10 99 , 0714 90 11 en 0714 90 19 de volgende jaarlijkse tariefcontingenten geopend met een douanerecht van 6 % ad valorem:
|
a) |
een contingent van 825 000 t voor producten van oorsprong uit Indonesië; |
|
b) |
een contingent van 350 000 t voor producten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (China); |
|
c) |
een contingent van 145 590 t voor producten van oorsprong uit andere lidstaten van de WTO dan Thailand; |
|
d) |
een contingent van 32 000 t voor de betrokken producten van oorsprong uit niet bij de WTO aangesloten landen, waarvan 2 000 t is gereserveerd voor de invoer van producten van de voor menselijke consumptie gebruikte types in onmiddellijke verpakkingen met een netto-inhoud van niet meer dan 28 kg, hetzij vers en in hun geheel, hetzij bevroren en zonder schil, ook indien in stukken gesneden. |
De in de eerste alinea, onder a), b) en c), bedoelde contingenten krijgen respectievelijk de volgnummers 09.4009, 09.4010 en 09.4011.
Voor het in de eerste alinea, onder d), bedoelde contingent worden de volgnummers 09.4021, respectievelijk 09.4012 toegekend aan het deel van het contingent dat is gereserveerd voor de invoer van producten van voor menselijke consumptie gebruikte types (2 000 t), respectievelijk het niet gereserveerde deel (30 000 t).
De Verordeningen (EG) nr. 1291/2000 en (EG) nr. 1342/2003, alsmede Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie (6) zijn van toepassing, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.
Artikel 2
De aanvragen om invoercertificaten voor de in artikel 1 vermelde producten kunnen in elke lidstaat worden ingediend en de afgegeven certificaten zijn in de gehele Gemeenschap geldig.
Artikel 3
1. De aanvraag om een invoercertificaat is ontvankelijk:
|
a) |
wanneer zij vergezeld gaat van het origineel van een door de bevoegde instanties van het betrokken land opgesteld certificaat dat de oorsprong van de goederen bewijst en waarvan het model in bijlage I is opgenomen. Dit certificaat is niet vereist voor de invoer van de in artikel 1, eerste alinea, onder b), bedoelde producten van oorsprong uit China; |
|
b) |
wanneer zij vergezeld gaat van een kopie van het connossement waaruit blijkt dat de goederen in het land van oorsprong zijn geladen en naar de Gemeenschap zijn vervoerd met het in de aanvraag vermelde schip, en wanneer, indien het betrokken derde land geen rechtstreekse toegang tot de zee heeft, ook een internationaal vervoerdocument wordt overgelegd als bewijs van het vervoer van het land van oorsprong tot de laadhaven; |
|
c) |
wanneer zij, voor producten van oorsprong uit Indonesië of China, vergezeld gaat van de naar behoren ingevulde uitvoercertificaten als bedoeld in hoofdstuk II, die door de bevoegde autoriteiten van deze landen worden afgegeven en waarvan de modellen respectievelijk in bijlage II en bijlage III zijn opgenomen. Het origineel van dit certificaat wordt bewaard door de instantie die het invoercertificaat afgeeft. Als het invoercertificaat echter slechts voor een gedeelte van de op het uitvoercertificaat vermelde hoeveelheid wordt aangevraagd, vermeldt de instantie die het invoercertificaat afgeeft op het origineel van het uitvoercertificaat de hoeveelheid waarvoor dat uitvoercertificaat is gebruikt, voorziet het van haar stempel en geeft het terug aan de belanghebbende. Alleen de hoeveelheden die in het Indonesische uitvoercertificaat in vak 7 en in het Chinese in vak 9 zijn vermeld, mogen voor de afgifte van een invoercertificaat in aanmerking worden genomen; |
|
d) |
wanneer zij betrekking heeft op hoeveelheden die niet groter zijn dan de hoeveelheden die in de onder a), b) en c) vermelde documenten zijn opgegeven. |
2. Voor de invoercertificaten voor het in het vrije verkeer brengen van producten van de voor menselijke consumptie gebruikte types van de GN-codes 0714 10 91 en 0714 90 11 , mag niet meer dan 150 t per belanghebbende die voor eigen rekening werkt, zijn aangevraagd.
HOOFDSTUK II
UITVOERCERTIFICATEN
Artikel 4
1. De door de autoriteiten van Indonesië en China afgegeven uitvoercertificaten worden in het Engels gedrukt.
2. Het origineel en de kopieën worden met de schrijfmachine of met de hand ingevuld. In het laatste geval moeten zij met inkt en in drukletters worden ingevuld.
3. Elk uitvoercertificaat heeft een voorgedrukt volgnummer. Bovendien wordt in het bovenste vak een certificaatnummer aangebracht. Het origineel en de kopieën hebben dezelfde nummers.
Artikel 5
1. De uitvoercertificaten zijn 120 dagen geldig vanaf de datum van afgifte. De datum van afgifte van het certificaat wordt tot de geldigheidsduur gerekend.
Het uitvoercertificaat is slechts geldig, indien de vakken naar behoren zijn ingevuld en het certificaat overeenkomstig de aanwijzingen is geviseerd. De hoeveelheden moeten worden aangegeven in cijfers en in letters.
2. Het uitvoercertificaat is naar behoren geviseerd wanneer de datum van afgifte is vermeld en wanneer het is voorzien van het stempel van de instantie van afgifte en de handtekening van de persoon die tot ondertekening bevoegd is.
HOOFDSTUK III
INVOERCERTIFICATEN
Artikel 6
De aanvraag om het invoercertificaat en het certificaat zelf bevatten de volgende gegevens:
|
a) |
in vak 8 de vermelding van het derde land van oorsprong van het product; Het certificaat verplicht tot invoer vanuit dit land; |
|
b) |
in vak 24 één van de in bijlage IV opgenomen vermeldingen; |
|
c) |
in vak 20 de naam van het schip waarmee de goederen naar de Gemeenschap vervoerd zijn of worden, het nummer van het overgelegde certificaat van oorsprong en, voor producten van oorsprong uit Indonesië of China, het nummer en de datum van het Indonesische, respectievelijk Chinese uitvoercertificaat. |
Artikel 7
1. In afwijking van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1342/2003 bedraagt de zekerheid voor de in deze titel bedoelde invoercertificaten 20 EUR per ton.
Voor producten van oorsprong uit China bedraagt de zekerheid echter 5 EUR per ton.
2. Wanneer door toepassing van artikel 8, lid 4, de hoeveelheid waarvoor het certificaat wordt afgegeven, kleiner is dan de in de aanvraag vermelde hoeveelheid, wordt het met het verschil overeenkomende gedeelte van de zekerheid vrijgegeven.
3. Artikel 5, lid 1, vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 is niet van toepassing.
Artikel 8
1. De certificaataanvragen kunnen elke week op maandag, dinsdag en woensdag tot 13.00 uur worden ingediend bij de bevoegde instanties van de lidstaten.
De eerste dag van indiening van het jaar is evenwel de eerste werkdag van januari.
2. Voor producten van oorsprong uit Indonesië of uit China mogen in december certificaataanvragen worden ingediend voor in het daaropvolgende jaar in te voeren hoeveelheden, op basis van een uitvoercertificaat dat voor het genoemde jaar door de Indonesische of Chinese autoriteiten is afgegeven.
3. De lidstaten delen de Commissie op de dag volgende op die van de indiening van de aanvraag en uiterlijk om 13 uur van de donderdag die volgt op de in lid 1, eerste alinea, bedoelde indieningstermijn de volgende gegevens mee:
|
a) |
de totale hoeveelheid waarop de certificaataanvragen betrekking hebben, uitgesplitst naar oorsprong en naar productcode; |
|
b) |
het nummer van het overgelegde certificaat van oorsprong en de in het origineel van het document, of in een uittreksel ervan, vermelde totale hoeveelheid; |
|
c) |
de referenties van de uitvoercertificaten die door de Indonesische of Chinese autoriteiten zijn afgegeven, en de daarmee overeenstemmende hoeveelheden, alsmede de naam van het schip. |
4. Het invoercertificaat wordt afgegeven op de vierde werkdag volgende op de in lid 3 bedoelde mededeling.
5. De certificaten voor de invoer van producten van oorsprong uit Indonesië of uit China, die in de maand december voor het daaropvolgende jaar zijn aangevraagd, mogen pas worden afgegeven vanaf de eerste werkdag van januari van dat jaar.
Artikel 9
Behoudens toepassing van artikel 10, lid 2, van deze verordening, en in afwijking van artikel 8, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 mag de in het vrije verkeer gebrachte hoeveelheid niet groter zijn dan de in de vakken 17 en 18 van het invoercertificaat vermelde hoeveelheid. In dit verband wordt in vak 19 van dat certificaat het cijfer 0 ingevuld.
Artikel 10
1. Wanneer voor producten van oorsprong uit Indonesië wordt geconstateerd dat bij een levering hoeveelheden worden gelost die groter zijn dan de hoeveelheden die zijn vermeld in de voor deze levering afgegeven invoercertificaten, stellen de bevoegde autoriteiten die de betrokken invoercertificaten op verzoek van de importeur hebben afgegeven, voor ieder geval afzonderlijk en zo spoedig mogelijk langs elektronische weg de Commissie in kennis van de nummers van de Indonesische uitvoercertificaten, de nummers van de invoercertificaten, de geloste extra hoeveelheid en de naam van het schip.
De Commissie stelt zich in verbinding met de Indonesische autoriteiten om nieuwe uitvoercertificaten op te stellen. In afwachting dat de certificaten worden opgesteld, mogen de overtollige hoeveelheden niet onder de in deze verordening bepaalde voorwaarden in het vrije verkeer worden gebracht zolang voor de betrokken hoeveelheden geen nieuwe invoercertificaten kunnen worden overgelegd. De nieuwe invoercertificaten worden afgegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.
2. Wanneer echter wordt vastgesteld dat de bij een levering feitelijk geloste hoeveelheden niet meer dan 2 % groter zijn dan de in de overgelegde invoercertificaten vermelde hoeveelheden, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het betrokken product in het vrije verkeer wordt gebracht, op verzoek van de importeur in afwijking van lid 1 toestaan dat de geloste extra hoeveelheden tegen betaling van een tot 6 % ad valorem beperkt douanerecht in het vrije verkeer worden gebracht, voor zover de importeur een zekerheid stelt waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen het volledige douanerecht en het betaalde douanerecht.
De Commissie stelt zich, zodra zij de in lid 1, eerste alinea, bedoelde gegevens heeft ontvangen, in verbinding met de Indonesische autoriteiten voor het opstellen van nieuwe uitvoercertificaten.
De zekerheid wordt vrijgegeven tegen overlegging bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de betrokken hoeveelheden in het vrije verkeer worden gebracht, van een aanvullend invoercertificaat voor deze extra hoeveelheden. De certificaataanvraag houdt niet de verplichting in om de in artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 en in artikel 7 van deze verordening bedoelde zekerheid met betrekking tot het certificaat te stellen. Het certificaat wordt afgegeven onder de in artikel 8 van deze verordening bepaalde voorwaarden en tegen overlegging van een of meer nieuwe door de Indonesische autoriteiten afgegeven uitvoercertificaten. In vak 20 van het aanvullende invoercertificaat moet bovendien één van de in bijlage V opgenomen vermeldingen voorkomen.
Behoudens overmacht wordt de zekerheid verbeurd voor de hoeveelheden waarvoor geen aanvullend invoercertificaat is overgelegd binnen vier maanden te rekenen vanaf de datum waarop de in de eerste alinea bedoelde aangifte tot het in het vrije verkeer brengen is aanvaard.
Nadat het aanvullende invoercertificaat door de bevoegde autoriteit afgeboekt en geviseerd is, wordt het bij de vrijgave van de in de eerste alinea bedoelde zekerheid zo spoedig mogelijk aan de instantie van afgifte teruggezonden.
3. Bij toepassing van het bepaalde in de leden 1 en 2 mag geenszins meer worden ingevoerd dan wat in het kader van het contingent voor het betrokken jaar is toegestaan. Indien bij de afgifte van een aanvullend certificaat wordt vastgesteld dat de totale toegestane hoeveelheid wordt overschreden, wordt de hoeveelheid waarop het aanvullend certificaat betrekking heeft, in mindering gebracht op het contingent voor het daaropvolgende jaar.
Artikel 11
De in de afgegeven invoercertificaten vermelde hoeveelheden producten worden telkens in mindering gebracht op de totale, voor het jaar van afgifte van de certificaten toegestane hoeveelheid.
De op grond van deze verordening afgegeven certificaten zijn in de gehele Gemeenschap geldig gedurende 60 dagen vanaf de dag van hun feitelijke afgifte in de zin van artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000.
De certificaten voor de producten van oorsprong uit Indonesië en uit China zijn echter geldig tot en met de dertigste dag volgende op de laatste dag van de geldigheidsduur van het uitvoercertificaat.
De invoercertificaten zijn echter nooit langer geldig dan tot en met 31 december van het jaar waarin zij zijn afgegeven.
Artikel 12
Verordening (EG) nr. 2449/96 wordt ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage VII.
Artikel 13
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 januari 2008.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 146 van 20.6.1996, blz. 1.
(2) PB L 333 van 21.12.1996, blz. 14. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1884/2006 (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 44).
(3) Zie bijlage VI.
(4) PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2006 (PB L 365 van 21.12.2006, blz. 52).
(5) PB L 189 van 29.7.2003, blz. 12. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1996/2006 (PB L 398 van 30.12.2006, blz. 1).
BIJLAGE IV
In artikel 6, onder b), bedoelde vermeldingen
|
— |
In het Bulgaars |
: |
Мита, ограничени до 6 % ad valorem (Регламент (ЕО) № 27/2008), |
|
— |
In het Spaans |
: |
Derechos de aduana limitados al 6 % ad valorem [Reglamento (CE) no 27/2008], |
|
— |
In het Tsjechisch |
: |
Clo limitované 6 % ad valorem (nařízení (ES) č. 27/2008), |
|
— |
In het Deens |
: |
Toldsatsen begrænses til 6 % af værdien (Forordning (EF) nr. 27/2008), |
|
— |
In het Duits |
: |
Beschränkung des Zolls auf 6 % des Zollwerts (Verordnung (EG) Nr. 27/2008), |
|
— |
In het Ests |
: |
Väärtuseline tollimaks piiratud 6 protsendini (määrus (EÜ) nr 27/2008), |
|
— |
In het Grieks |
: |
Τελωνειακός δασμός κατ’ ανώτατο όριο 6 % κατ’ αξία [Κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 27/2008], |
|
— |
In het Engels |
: |
Customs duties limited to 6 % ad valorem (Regulation (EC) No 27/2008), |
|
— |
In het Frans |
: |
Droits de douane limités à 6 % ad valorem [règlement (CE) no 27/2008], |
|
— |
In het Italiaans |
: |
Dazi doganali limitati al 6 % ad valorem [Regolamento (CE) n. 27/2008], |
|
— |
In het Lets |
: |
Muitas nodokļi nepārsniedz limitu 6 % ad valorem (Regula (EK) Nr. 27/2008), |
|
— |
In het Litouws |
: |
Muito mokestis neviršija 6 % ad valorem (Reglamentas (EB) Nr. 27/2008), |
|
— |
In het Hongaars |
: |
Mérsékelt, 6 %-os értékvám (27/2008/EK rendelet), |
|
— |
In het Maltees |
: |
Dazji doganali limitati għal 6 % ad valorem (Regolament (KE) Nru 27/2008), |
|
— |
In het Nederlands |
: |
Douanerechten beperkt tot 6 % ad valorem (Verordening (EG) nr. 27/2008), |
|
— |
In het Pools |
: |
Należności celne ograniczone do 6 % ad valorem (Rozporządzenie (WE) nr 27/2008), |
|
— |
In het Portugees |
: |
Direitos aduaneiros limitados a 6 % ad valorem [Regulamento (CE) n.o 27/2008], |
|
— |
In het Roemeens |
: |
Taxe vamale limitate la 6 % ad valorem [Regulamentul (CE) nr. 27/2008], |
|
— |
In het Slowaaks |
: |
Dovozné clo so stropom 6 % ad valorem [nariadenie (ES) č. 27/2008], |
|
— |
In het Sloveens |
: |
Omejitev carinskih dajatev na 6 % ad valorem (Uredba (ES) št. 27/2008), |
|
— |
In het Fins |
: |
Arvotulli rajoitettu 6 prosenttiin (asetus (EY) N:o 27/2008), |
|
— |
In het Zweeds |
: |
Tullsatsen begränsad till 6 % av värdet (Förordning (EG) nr 27/2008). |
BIJLAGE V
In artikel 10, lid 2, derde alinea bedoelde vermeldingen
|
— |
In het Bulgaars |
: |
Допълнителна лицензия, член 10, параграф 2 от Регламент (ЕО) № 27/2008, |
|
— |
In het Spaans |
: |
Certificado complementario, apartado 2 del artículo 10 del Reglamento (CE) no 27/2008, |
|
— |
In het Tsjechisch |
: |
Licence pro dodatečné množství, čl. 10 odst. 2 nařízení (ES) č. 27/2008, |
|
— |
In het Deens |
: |
Supplerende licens, forordning (EF) nr. 27/2008, artikel 10, stk. 2, |
|
— |
In het Duits |
: |
Zusätzliche Lizenz — Artikel 10 Absatz 2 der Verordnung (EG) Nr. 27/2008, |
|
— |
In het Ests |
: |
Lisakoguse litsents, määruse (EÜ) nr 27/2008 artikli 10 lõige 2, |
|
— |
In het Grieks |
: |
Συμπληρωματικό πιστοποιητικό — Άρθρο 10 παράγραφος 2 του κανονισμού (ΕΚ) αριθ. 27/2008, |
|
— |
In het Engels |
: |
Licence for additional quantity, Article 10(2) of Regulation (EC) No 27/2008, |
|
— |
In het Frans |
: |
Certificat complémentaire, règlement (CE) no 27/2008, article 10, paragraphe 2, |
|
— |
In het Italiaans |
: |
Titolo complementare, regolamento (CE) n. 27/2008, articolo 10, paragrafo 2, |
|
— |
In het Lets |
: |
Atļauja par papildu daudzumu, Regulas (EK) Nr. 27/2008 10. panta 2. punkts, |
|
— |
In het Litouws |
: |
Papildomoji licencija, Reglamento (EB) Nr. 27/2008 10 straipsnio 2 dalis, |
|
— |
In het Hongaars |
: |
Kiegészítő engedély, 27/2008/EK rendelet 10. cikk (2) bekezdés, |
|
— |
In het Maltees |
: |
Liċenzja għal kwantità addizzjonali, Artikolu 10(2) tar-Regolament (KE) Nru 27/2008, |
|
— |
In het Nederlands |
: |
Aanvullend certificaat — artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 27/2008, |
|
— |
In het Pools |
: |
Uzupełniające pozwolenie, rozporządzenie (WE) nr 27/2008 art. 10 ust. 2, |
|
— |
In het Portugees |
: |
Certificado complementar, n.o 2 do artigo 10.o do Regulamento (CE) n.o 27/2008, |
|
— |
In het Roemeens |
: |
Licență complementară, articolul 10 alineatul (2) din Regulamentul (CE) nr. 27/2008, |
|
— |
In het Slowaaks |
: |
Dodatočné povolenie, článok 10 ods. 2 nariadenia (ES) č. 27/2008, |
|
— |
In het Sloveens |
: |
Dovoljenje za dodatne količine, člen 10(2), Uredba (ES) št. 27/2008, |
|
— |
In het Fins |
: |
Lisätodistus, asetuksen (EY) N:o 27/2008 10 artiklan 2 kohta, |
|
— |
In het Zweeds |
: |
Kompletterande licens, artikel 10,2 i förordning (EG) nr 27/2008. |
BIJLAGE VI
Ingetrokken verordening met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan
|
Verordening (EG) nr. 2449/96 van de Commissie |
|
|
Verordening (EG) nr. 2780/1999 van de Commissie |
|
|
Verordening (EG) nr. 777/2004 van de Commissie |
uitsluitend artikel 8 |
|
Verordening (EG) nr. 1884/2006 van de Commissie |
uitsluitend artikel 2 |
BIJLAGE VII
Concordantietabel
|
Verordening (EG) nr. 2449/96 |
De onderhavige verordening |
|
Artikel 1, eerste alinea, aanhef |
Artikel 1, eerste alinea, aanhef |
|
Artikel 1, eerste alinea, punt 1 |
Artikel 1, eerste alinea, onder a) |
|
Artikel 1, eerste alinea, punt 2 |
Artikel 1, eerste alinea, onder c) |
|
Artikel 1, eerste alinea, punt 3 |
Artikel 1, eerste alinea, onder b) |
|
Artikel 1, eerste alinea, punt 4 |
Artikel 1, eerste alinea, onder d) |
|
Artikel 1, tweede, derde en vierde alinea |
Artikel 1, tweede, derde en vierde alinea |
|
Artikel 2 |
Artikel 2 |
|
Artikel 3 |
Artikel 3 |
|
Artikel 4 |
Artikel 4 |
|
Artikel 5 |
Artikel 5 |
|
Artikel 6 |
Artikel 6 |
|
Artikel 7 |
Artikel 7 |
|
Artikel 8 |
Artikel 8 |
|
Artikel 9 |
Artikel 9 |
|
Artikel 10, lid 1 |
Artikel 10, lid 1 |
|
Artikel 10, lid 2, eerste, tweede en derde alinea |
Artikel 10, lid 2, eerste, tweede en derde alinea |
|
Artikel 10, lid 2, streepjes |
— |
|
Artikel 10, lid 2, vierde en vijfde alinea |
Artikel 10, lid 2, vierde en vijfde alinea |
|
Artikel 10. lid 3 |
Artikel 10, lid 3 |
|
Artikel 11 |
Artikel 11 |
|
— |
Artikel 12 |
|
Artikel 12 |
Artikel 13 |
|
Bijlage I |
Bijlage I |
|
Bijlage II |
Bijlage II |
|
Bijlage III |
Bijlage III |
|
Bijlage IV |
Bijlage IV |
|
Bijlage V |
Bijlage V |
|
— |
Bijlage VI |
|
— |
Bijlage VII |
|
16.1.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 13/15 |
VERORDENING (EG) Nr. 28/2008 VAN DE COMMISSIE
van 15 januari 2008
tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 16 januari 2008
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00 , 1001 90 91 , ex 1001 90 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002 , ex 1005 , met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, en ex 1007 , met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, gelijk is aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs voor de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief. |
|
(2) |
In artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat voor de berekening van het in lid 2 van dat artikel bedoelde invoerrecht regelmatig representatieve cif-invoerprijzen voor de betrokken producten worden vastgesteld. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 is de prijs die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00 , 1001 90 91 , ex 1001 90 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002 00 , 1005 10 90 , 1005 90 00 en 1007 00 90 , de dagelijkse representatieve cif-invoerprijs die wordt bepaald volgens de methode van artikel 4 van die verordening. |
|
(4) |
Er dienen invoerrechten te worden vastgesteld voor de periode vanaf 16 januari 2008, die van toepassing zullen zijn tot er nogmaals nieuwe invoerrechten worden vastgesteld en in werking treden. |
|
(5) |
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2008 van de Raad van 20 december 2007 houdende tijdelijke opschorting van de douanerechten bij invoer van bepaalde granen voor het verkoopseizoen 2007/2008 (3) wordt de toepassing van bepaalde bij de onderhavige verordening vastgestelde rechten evenwel tijdelijk opgeschort, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde invoerrechten in de sector granen die van toepassing zullen zijn vanaf 16 januari 2008, worden in bijlage I bij de onderhavige verordening vastgesteld zoals zij zijn bepaald aan de hand van de in bijlage II bij de onderhavige verordening vermelde elementen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 16 januari 2008.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 januari 2008.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 735/2007 (PB L 169 van 29.6.2007, blz. 6). Verordening (EG) nr. 1784/2003 wordt per 1 juli 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).
(2) PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1816/2005 (PB L 292 van 8.11.2005, blz. 5).
BIJLAGE I
Vanaf 16 januari 2008 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten
|
GN-code |
Omschrijving |
Invoerrecht (1) (EUR/t) |
|
1001 10 00 |
HARDE TARWE van hoge kwaliteit |
0,00 (*1) |
|
van gemiddelde kwaliteit |
0,00 (*1) |
|
|
van lage kwaliteit |
0,00 (*1) |
|
|
1001 90 91 |
ZACHTE TARWE, zaaigoed |
0,00 |
|
ex 1001 90 99 |
ZACHTE TARWE van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed |
0,00 (*1) |
|
1002 00 00 |
ROGGE |
0,00 (*1) |
|
1005 10 90 |
MAÏS, zaaigoed, ander dan hybriden |
0,00 |
|
1005 90 00 |
MAÏS, andere dan zaaigoed (2) |
0,00 (*1) |
|
1007 00 90 |
GRAANSORGHO, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden |
0,00 (*1) |
(1) Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd, komt de importeur op grond van artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96 in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:
|
— |
3 EUR/t als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt, |
|
— |
2 EUR/t als de loshaven in Denemarken, Estland, Ierland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt. |
(2) De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.
(*1) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2008 wordt de toepassing van dit recht opgeschort.
BIJLAGE II
Elementen voor de berekening van de in bijlage I vastgestelde rechten
2.1.2008-14.1.2008
|
1. |
Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2. |
Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:
|
(*1) Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(*2) Korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(*3) Korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN
Commissie
|
16.1.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 13/18 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 12 december 2007
inzake de bescherming van persoonsgegevens bij de invoering van het informatiesysteem interne markt (IMI)
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 6306)
(Voor de EER relevante tekst)
(2008/49/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Besluit 2004/387/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de interoperabele levering van pan-Europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten, ondernemingen en burgers (IDABC) (1), en met name op artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 17 maart 2006 hebben vertegenwoordigers van de lidstaten in het Raadgevend Comité voor de interne markt (2) het algemene invoeringsplan voor het informatiesysteem interne markt, hierna „IMI” te noemen, en het doel ervan, namelijk een betere communicatie tussen de diensten van de lidstaten, goedgekeurd. |
|
(2) |
Bij de op 14 augustus 2006 goedgekeurde derde herziening van het IDABC-werkprogramma 2005-2009 (COM/2006/3606) heeft de Commissie besloten IMI als project van algemeen belang te financieren en op te zetten. |
|
(3) |
Tot verdere financiering is besloten bij de op 25 juli 2007 goedgekeurde vierde herziening van het IDABC-werkprogramma door de Commissie (COM/2007/3514). |
|
(4) |
IMI is bedoeld om de uitvoering te vergemakkelijken van internemarktwetgeving die een uitwisseling van informatie tussen de overheidsdiensten van de lidstaten vereist, zoals Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (3) en Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (4). |
|
(5) |
Aangezien de bescherming van persoonsgegevens in IMI gewaarborgd moet zijn, is een aanvulling nodig op het besluit om IMI op te zetten. Aangezien de diverse IMI-taken van de Commissie en de lidstaten uiteenlopende verantwoordelijkheden en verplichtingen op gegevensbeschermingsgebied met zich brengen, moeten hun taken, verantwoordelijkheden en rechten van toegang worden vastgelegd. |
|
(6) |
De in het kader van artikel 29 van de Gegevensbeschermingsrichtlijn opgerichte groep heeft in haar IMI-advies (5) nadrukkelijk gepleit voor een beschikking van de Commissie waarin de rechten en plichten van de IMI-actoren worden vastgesteld. |
|
(7) |
Bij de elektronische uitwisseling van informatie tussen de lidstaten moet worden voldaan aan de regels inzake de bescherming van persoonsgegevens van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (6) en van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (7). |
|
(8) |
Om navraag tussen de bevoegde autoriteiten mogelijk te maken en voorbereid te zijn op situaties waarin een betrokkene beroep wenst aan te tekenen tegen een na een informatie-uitwisseling negatief uitgevallen beslissing van een overheidsdienst, moeten alle persoonsgegevens die tussen de bevoegde autoriteiten zijn uitgewisseld en in IMI zijn verwerkt, na de formele beëindiging van de informatie-uitwisseling nog zes maanden worden bewaard. Daarna mogen ze worden gewist. Een bewaarperiode van zes maanden wordt passend geacht omdat deze overeenkomt met de duur van administratieve procedures die zijn vastgesteld in Gemeenschapswetgeving op basis waarvan informatie wordt uitgewisseld, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
In deze beschikking worden de taken, rechten en plichten van de in artikel 6 bedoelde IMI-actoren en -gebruikers vastgelegd die met het oog op gegevensbeschermingsvereisten van belang zijn voor het informatiesysteem interne markt, hierna „IMI” te noemen.
Artikel 2
Kwaliteit van de gegevens
Persoonsgegevens worden door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten alleen uitgewisseld en verder verwerkt voor de doeleinden die beschreven worden in de in de bijlage genoemde Gemeenschapswetgeving op basis waarvan de informatie wordt uitgewisseld, hierna „de relevante Gemeenschapswetgeving” te noemen.
Voor informatieverzoeken van de bevoegde autoriteiten van de ene lidstaat aan de andere en voor de antwoorden daarop wordt gebruikgemaakt van de speciaal voor IMI ontworpen meertalige vragen en gegevensvelden waaraan de Commissie samen met de lidstaten heeft gewerkt.
Artikel 3
Verantwoordelijken voor de verwerking
De verantwoordelijkheden van de voor de verwerking verantwoordelijke als bedoeld in artikel 2, onder d), van Richtlijn 95/46/EG en artikel 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 45/2001, worden door de IMI-actoren overeenkomstig artikel 6 al naar gelang hun verantwoordelijkheden in IMI gemeenschappelijk uitgeoefend.
De voor de verwerking verantwoordelijken zorgen ervoor dat de betrokkenen hun rechten van informatie, toegang, rectificatie en verzet overeenkomstig de geldende gegevensbeschermingswetgeving effectief kunnen uitoefenen. De IMI-actoren geven privacyverklaringen in een passende vorm af.
Artikel 4
Bewaring van persoonsgegevens van betrokkenen over wie informatie wordt uitgewisseld
Alle persoonsgegevens die betrekking hebben op de betrokkenen en die tussen de bevoegde autoriteiten worden uitgewisseld en in IMI worden verwerkt, worden zes maanden na de formele beëindiging van de informatie-uitwisseling gewist, tenzij een bevoegde autoriteit de Commissie uitdrukkelijk verzoekt om deze al eerder te wissen.
De Commissie geeft binnen tien werkdagen gevolg aan zo'n verzoek, indien de andere betrokken bevoegde autoriteit ermee instemt.
Artikel 5
Bewaring van persoonsgegevens van IMI-gebruikers
Persoonsgegevens van IMI-gebruikers als bedoeld in artikel 6, worden in IMI opgeslagen zolang zij IMI-gebruiker blijven, en worden door de bevoegde autoriteit gewist als zij geen IMI-gebruiker meer zijn.
Tot de in de eerste alinea bedoelde persoonsgegevens behoren de volledige naam en het e-mailadres, telefoon- en faxnummer op het werk van de IMI-gebruikers.
HOOFDSTUK 2
TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN IN IMI
Artikel 6
IMI-actoren en -gebruikers
1. IMI-actoren zijn:
|
a) |
bevoegde autoriteiten van de lidstaten overeenkomstig artikel 7; |
|
b) |
coördinatoren overeenkomstig artikel 8; |
|
c) |
de Commissie. |
2. IMI mag overeenkomstig artikel 9 alleen worden gebruikt door natuurlijke personen die onder toezicht van een bevoegde autoriteit of van een coördinator werken, hierna „IMI-gebruikers” te noemen.
Artikel 7
Bevoegde autoriteiten
De bevoegde autoriteiten zorgen voor de uitwisseling van de betrokken informatie in IMI voor de doeleinden die beschreven worden in de relevante Gemeenschapswetgeving op basis waarvan informatie wordt uitgewisseld.
Artikel 8
IMI-coördinatoren
1. Elke lidstaat stelt een nationale IMI-coördinator aan die ervoor zorgt dat IMI op nationaal niveau wordt ingevoerd.
Elke lidstaat mag daarnaast al naar gelang zijn bestuurlijke organisatie een of meer gedelegeerde IMI-coördinatoren aanstellen die verantwoordelijk zijn voor de coördinatie voor een bepaald wetgevingsgebied, een bestuurlijk gebied of een regio.
2. De Commissie registreert de nationale IMI-coördinatoren in IMI en verleent hun toegang tot IMI.
3. Als een lidstaat een gedelegeerde IMI-coördinator overeenkomstig lid 1 aanstelt, registreert de nationale IMI-coördinator de gedelegeerde IMI-coördinator in IMI en verleent hij of zij deze persoon toegang tot IMI.
4. Coördinatoren registreren of authenticeren de registratie van bevoegde autoriteiten die toegang wensen tot IMI, en zorgen voor een efficiënte werking ervan. Zij verlenen de bevoegde autoriteiten toegang tot de wetgevingsgebieden waarvoor zij bevoegd zijn.
5. Coördinatoren mogen optreden als bevoegde autoriteiten. In zo'n geval beschikt een coördinator over dezelfde rechten van toegang als een bevoegde autoriteit.
Artikel 9
IMI-gebruikersprofielen
1. IMI-gebruikers mogen een of meer van de volgende taken vervullen: behandelaar, toewijzer, toezichthouder en lokale gegevensbeheerder.
2. IMI-gebruikers krijgen in verband met hun taak bepaalde rechten van toegang als beschreven in artikel 12.
3. IMI-gebruikers mogen in het systeem een bepaalde bevoegde autoriteit opzoeken.
4. IMI-gebruikers die zijn aangewezen als behandelaar, mogen namens hun bevoegde autoriteit deelnemen aan de informatie-uitwisseling.
5. IMI-gebruikers die in een bevoegde autoriteit zijn aangewezen als toewijzer, mogen een informatieverzoek binnen deze autoriteit toewijzen aan een of meer behandelaars.
IMI-gebruikers die in een coördinator zijn aangewezen als toewijzer, mogen een informatieverzoek binnen deze autoriteit toewijzen aan een of meer toezichthouders.
6. IMI-gebruikers in een coördinator mogen worden aangewezen als toezichthouder.
Zij mogen goedkeuring verlenen om een verzoek of een antwoord van een bevoegde autoriteit te verzenden, wanneer de coördinator zo'n goedkeuringsprocedure als vereiste heeft aangemerkt, en mogen aangeven of de verzoekende bevoegde autoriteit al dan niet tevreden is met het ontvangen antwoord.
7. IMI-gebruikers die zijn aangewezen als lokale gegevensbeheerder, mogen:
|
a) |
persoonsgegevens van IMI-gebruikers van hun eigen autoriteit bijwerken; |
|
b) |
aanvullende gebruikers voor hun eigen autoriteit registreren; |
|
c) |
gebruikersprofielen van gebruikers van hun eigen autoriteit wijzigen. |
Artikel 10
Commissie
1. De Commissie zorgt voor de beschikbaarheid en het onderhoud van de IT-infrastructuur voor IMI. Ook zorgt zij ervoor dat het systeem in alle officiële talen werkt en dat een centrale helpdesk de lidstaten ondersteuning biedt bij het gebruik van IMI.
2. De Commissie stelt de in artikel 2, lid 2, bedoelde vragen en gegevensvelden algemeen beschikbaar.
3. De Commissie mag alleen aan een uitwisseling van informatie deelnemen in de bijzondere gevallen waarin de relevante Gemeenschapswetgeving voorziet in een uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de Commissie.
4. In de in lid 3 bedoelde gevallen beschikt de Commissie over dezelfde rechten van toegang overeenkomstig artikel 12 als een bevoegde autoriteit.
HOOFDSTUK 3
RECHTEN VAN TOEGANG TOT PERSOONSGEGEVENS
Artikel 11
Betrokkene
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder een „betrokkene” alleen de persoon over wie bepaalde informatie wordt uitgewisseld, en dus niet een IMI-gebruiker verstaan.
Artikel 12
Rechten van toegang van IMI-gebruikers
1. Behandelaars van een bevoegde autoriteit hebben bij een uitwisseling van informatie alleen toegang tot persoonsgegevens van:
|
a) |
andere behandelaars van dezelfde bevoegde autoriteit die betrokken zijn bij de desbetreffende informatie-uitwisseling; |
|
b) |
de behandelaars van de andere bevoegde autoriteit die betrokken zijn bij de desbetreffende informatie-uitwisseling; |
|
c) |
de toezichthouders van de coördinatoren die verantwoordelijk zijn voor de desbetreffende informatie-uitwisseling; |
|
d) |
de betrokkenen van de desbetreffende informatie-uitwisseling. Behandelaars van een antwoordende bevoegde autoriteit hebben pas toegang tot de persoonsgegevens van de betrokkenen als het verzoek door hun bevoegde autoriteit is aanvaard. |
2. Toewijzers van een bevoegde autoriteit hebben alleen toegang tot persoonsgegevens van:
|
a) |
de behandelaars van dezelfde bevoegde autoriteit; |
|
b) |
de behandelaars van de andere bevoegde autoriteit die betrokken zijn bij de desbetreffende informatie-uitwisseling; |
|
c) |
de toezichthouders van de coördinatoren die verantwoordelijk zijn voor de desbetreffende informatie-uitwisseling. |
Zij hebben geen toegang tot de persoonsgegevens van de betrokkenen.
3. Toewijzers van een coördinator hebben alleen toegang tot persoonsgegevens van:
|
a) |
de toezichthouders van dezelfde coördinator; |
|
b) |
de behandelaars van de bevoegde autoriteiten die betrokken zijn bij de desbetreffende informatie-uitwisseling; |
|
c) |
de toezichthouders van de andere coördinator die verantwoordelijk zijn voor de desbetreffende informatie-uitwisseling. |
Zij hebben geen toegang tot de persoonsgegevens van de betrokkenen.
4. Toezichthouders hebben alleen toegang tot de persoonsgegevens van:
|
a) |
de toezichthouders van de coördinatoren die betrokken zijn bij de desbetreffende informatie-uitwisseling; |
|
b) |
de behandelaars van de bevoegde autoriteiten die betrokken zijn bij de desbetreffende informatie-uitwisseling. |
Zij hebben geen toegang tot de persoonsgegevens van de betrokkenen.
5. Lokale gegevensbeheerders van een bevoegde autoriteit hebben alleen toegang tot persoonsgegevens van de IMI-gebruikers van dezelfde bevoegde autoriteit.
Zij hebben geen toegang tot de persoonsgegevens van de betrokkenen.
6. Lokale gegevensbeheerders van een coördinator hebben alleen toegang tot persoonsgegevens van:
|
a) |
de IMI-gebruikers van dezelfde coördinator; |
|
b) |
de lokale gegevensbeheerders van de bevoegde autoriteiten en coördinatoren voor wie zij de coördinator zijn. |
Zij hebben geen toegang tot de persoonsgegevens van de betrokkenen.
7. Lokale gegevensbeheerders van de Commissie hebben alleen toegang tot persoonsgegevens van:
|
a) |
de andere lokale gegevensbeheerders van de Commissie; |
|
b) |
de lokale gegevensbeheerders van de nationale IMI-coördinatoren. |
Lokale gegevensbeheerders van de Commissie mogen persoonsgegevens van de betrokkenen overeenkomstig artikel 4 wissen, maar kunnen deze niet inzien.
HOOFDSTUK 4
SLOTBEPALING
Artikel 13
Adressaten
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 12 december 2007.
Voor de Commissie
Charlie McCREEVY
Lid van de Commissie
(1) PB L 144 van 30.4.2004, blz. 69; gerectificeerd in PB L 181 van 18.5.2004, blz. 25.
(2) Opgericht bij Besluit 93/72/EEG van de Commissie (PB L 26 van 3.2.1993, blz. 18).
(3) PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36.
(4) PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1430/2007 van de Commissie (PB L 320 van 6.12.2007, blz. 3).
(5) Advies 01911/07/EN, WP 140.
(6) PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).
BIJLAGE
Relevante Gemeenschapswetgeving als bedoeld in artikel 2
Bij de in artikel 2, lid 1, bedoelde relevante Gemeenschapswetgeving gaat het om:
|
1. |
Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (1); |
|
2. |
Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (2). |
(1) PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2006/100/EG van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 141).
|
16.1.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 13/24 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 13 december 2007
tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake het Verdrag van Aarhus wat betreft verzoeken tot interne toetsing van administratieve handelingen
(2008/50/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (1), en met name op artikel 11, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 1367/2006 bevat bepalingen voor de toepassing van het Verdrag van Aarhus op de communautaire instellingen en organen. |
|
(2) |
Voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen van titel IV van die verordening inzake de interne herziening van administratieve handelingen of nalatigheden moeten uitvoeringsmaatregelen worden vastgesteld ten aanzien van de inhoud en de wijze van indiening van de verzoeken. |
|
(3) |
Artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1367/2006 bevat criteria voor het gerechtigd zijn op communautair niveau van niet-gouvernementele organisaties om een verzoek tot interne herziening overeenkomstig artikel 10 van die verordening in te dienen. Voor de transparante en consequente toepassing van die criteria moeten uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld ten aanzien van het met de verzoeken over te leggen bewijsmateriaal, de berekening van de termijnen voor de reactie op de verzoeken en samenwerking tussen communautaire instellingen en organen. |
|
(4) |
Ten behoeve van een consequente toepassing van artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1367/2006, moet deze beschikking met ingang van 28 juni 2007 van toepassing zijn, |
BESLUIT:
HOOFDSTUK I
Artikel 1
Inhoud van een verzoek tot interne herziening
Een niet-gouvernementele organisatie die overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1367/2006 een verzoek tot interne herziening van een administratieve handeling of nalatigheid indient:
|
1. |
specificeert de administratieve handeling of vermeende administratieve nalatigheid waarvan een herziening wordt aangevraagd en de bepalingen van het milieurecht waaraan volgens haar niet in is voldaan; |
|
2. |
noemt de redenen van het verzoek; |
|
3. |
verschaft relevante informatie en documentatie om deze redenen te staven; |
|
4. |
geeft de naam en contactgegevens van een persoon die gemachtigd is om de niet-gouvernementele organisatie tegenover derden te vertegenwoordigen ten behoeve van de indiening van het verzoek tot interne herziening in de desbetreffende zaak; |
|
5. |
verschaft bewijsmateriaal van haar gerechtigd zijn om het verzoek overeenkomstig artikel 3 in te dienen. |
Artikel 2
Indiening van verzoeken
Verzoeken tot interne herziening van een administratieve handeling of nalatigheid worden per post, fax of e-mail aan de perso(o)n(en) of dienst(en) gestuurd die door de communautaire instellingen of organen voor dat doel zijn aangewezen.
De contactgegevens van die perso(o)n(en) of dienst(en) worden met alle passende middelen aan het publiek bekendgemaakt.
HOOFDSTUK II
Artikel 3
Criteria voor het gerechtigd zijn van niet-gouvernementele organisaties om een verzoek tot interne herziening in te dienen
1. Een niet-gouvernementele organisatie die overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1367/2006 een verzoek tot interne herziening van een administratieve handeling of nalatigheid indient, moet bewijsmateriaal overleggen om te staven dat het voldoet aan de criteria van artikel 11, lid 1, van die richtlijn, in de vorm van de in de bijlage bij dit besluit vermelde documenten.
Indien bepaalde documenten niet kunnen worden overgelegd om redenen die niet te wijten zijn aan de niet-gouvernementele organisatie, kan ander gelijkwaardig bewijsmateriaal worden overgelegd.
2. Indien niet duidelijk uit een van de in de punten 1, 2 of 4 van de bijlage bedoelde documenten blijkt dat de zaak waarop het verzoek tot interne herziening betrekking heeft onder de doelstellingen en activiteiten van de niet-gouvernementele organisatie valt, dient deze organisatie ander documentatiemateriaal in om te bewijzen dat aan dit criterium is voldaan.
3. Indien niet duidelijk uit een van de in de punten 1, 2 of 3 van de bijlage bedoelde documenten blijkt dat de niet-gouvernementele organisatie onafhankelijk is en geen winstoogmerk heeft, legt de niet-gouvernementele organisatie een verklaring in die zin voor, ondertekend door een daartoe gemachtigd persoon van binnen de organisatie.
Artikel 4
Beoordeling van het gerechtigd zijn van niet-gouvernementele organisaties om een verzoek tot interne herziening in te dienen
1. De betreffende communautaire instellingen of organen vergewissen zich ervan dat de niet-gouvernementele organisatie voldoet aan de in artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1367/2006 bedoelde criteria door de overeenkomstig de artikelen 1 en 3 van dit besluit overgelegde informatie te beoordelen.
2. Indien de betreffende communautaire instellingen of organen op basis van die informatie niet volledig kunnen beoordelen of de niet-gouvernementele organisatie aan de criteria van artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) n. 1367/2006 voldoet, verzoeken zij om aanvullende documentatie of informatie die door de organisatie moet worden overgelegd binnen een redelijke door de betreffende communautaire instellingen of organen te specificeren termijn. Gedurende die periode worden de in artikel 10 van de verordening vastgestelde termijnen opgeschort.
3. In voorkomend geval kunnen de betreffende communautaire instellingen of organen de nationale autoriteiten van het land waarin de niet-gouvernementele organisatie geregistreerd staat of zijn oorsprong heeft, raadplegen om de door die organisatie overgelegde informatie te controleren en te beoordelen.
Artikel 5
Administratieve samenwerking
De communautaire instellingen en organen werken samen om een transparante en consequente toepassing van dit besluit te waarborgen.
Zij delen elkaar mee welke niet-gouvernementele organisaties gerechtigd zijn om een verzoek tot interne herziening in te dienen.
Artikel 6
Toepassingsdatum
Dit besluit is van toepassing met ingang van 28 juni 2007.
Gedaan te Brussel, 13 december 2007.
Voor de Commissie
Stavros DIMAS
Lid van de Commissie
BIJLAGE
Lijst van de overeenkomstig artikel 3, lid 1, over te leggen documenten
|
1. |
Statuut of huishoudelijk reglement van de niet-gouvernementele organisatie, of een ander document dat volgens de nationale praktijken dezelfde rol vervult met betrekking tot landen waarin bij de nationale wet niet is voorzien in statuten of huishoudelijke reglementen voor niet-gouvernementele organisaties. |
|
2. |
Jaarverslagen van de niet-gouvernementele organisatie over de laatste twee jaar. |
|
3. |
Voor niet-gouvernementele organisatie gevestigd in landen waarin de vervulling van dergelijke procedures voorwaarde is voor het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid, een kopie van de officiële inschrijving bij de nationale autoriteiten (openbaar register, officiële publicatie of een ander relevant document). |
|
4. |
In voorkomend geval, bewijsmateriaal van het feit dat de niet-gouvernementele organisatie eerder door een instelling of een orgaan van de Gemeenschap is gerechtigd om een verzoek tot interne herziening in te dienen. |
|
16.1.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 13/27 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 20 december 2007
betreffende de toewijzing aan België van extra dagen aanwezigheid in ICES-sectoren II a (EG-wateren), IV en VII d
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 6541)
(Slechts de teksten in de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek)
(2008/51/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 41/2007 van de Raad van 21 december 2006 tot vaststelling, voor 2007, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (1), en met name op punt 10 van bijlage IIA,
Gezien het door België ingediende verzoek,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In punt 8 van bijlage IIA bij Verordening (EG) nr. 41/2007 is het maximale aantal dagen bepaald waarop vaartuigen van de Gemeenschap die een lengte over alles van ten minste 10 m hebben en trawls, Deense zegennetten of soortgelijk vistuig, met uitzondering van boomkorren, met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 70 mm, dan wel kieuwnetten of warrelnetten, met uitzondering van schakels, aan boord hebben, in de periode van 1 februari 2007 tot en met 31 januari 2008 aanwezig mogen zijn in het Skagerrak, ICES-sectoren IV en VII d, en de wateren van de Gemeenschap van ICES-sector II a. |
|
(2) |
In punt 10 van bijlage IIA bij Verordening (EG) nr. 41/2007 is bepaald dat de Commissie, op verzoek van een lidstaat, extra dagen mag toekennen waarop een vaartuig met dergelijk vistuig aan boord in het geografische gebied aanwezig mag zijn, op basis van de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten na 1 januari 2002. |
|
(3) |
Uit door België op 29 juni 2007 en 2 oktober 2007 overgelegde gegevens blijkt dat de visserijinspanning van vaartuigen die hun activiteiten sinds 1 januari 2002 hebben beëindigd, gelijk was aan 2,15 % van de visserijinspanning die in 2001 is geleverd door Belgische vaartuigen die in het geografische gebied aanwezig waren en kieuwnetten of warrelnetten, met uitzondering van schakels, aan boord hadden, respectievelijk 41,96 % van de visserijinspanning die in 2001 is geleverd door Belgische vaartuigen die in het geografische gebied aanwezig waren en trawls, Deense zegennetten of soortgelijk vistuig, met uitzondering van boomkorren, met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 70 mm, aan boord hadden. |
|
(4) |
Gezien de ingediende gegevens moeten aan België voor vaartuigen die kieuwnetten of warrelnetten, met uitzondering van schakels, aan boord hebben, 3 extra dagen van aanwezigheid, voor vaartuigen die trawls, Deense zegennetten of soortgelijk vistuig, met uitzondering van boomkorren, met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 90 mm, aan boord hebben, 86 extra dagen van aanwezigheid, voor vaartuigen die trawls, Deense zegennetten of soortgelijk vistuig, met uitzondering van boomkorren, met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 90 mm en kleiner dan 100 mm, aan boord hebben, 88 extra dagen van aanwezigheid, en voor vaartuigen die trawls, Deense zegennetten of soortgelijk vistuig, met uitzondering van boomkorren, met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 100 mm, aan boord hebben, 40 extra dagen van aanwezigheid in het overeenkomstige geografische gebied (het hele gebied of een deel ervan) worden toegekend voor de periode waarin artikel 7 van Verordening (EG) nr. 41/2007 van toepassing is, dat is van 1 februari 2007 tot en met 31 januari 2008. |
|
(5) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
1. Het maximale aantal dagen waarop een vissersvaartuig dat de vlag van België voert, dat vistuig als bedoeld in de punten 4.1.c.i, 4.1.c.ii, 4.1.c.iii en 4.1.c.iv van bijlage IIA bij Verordening (EG) nr. 41/2007 aan boord heeft en waarvoor geen van de bijzondere voorwaarden in punt 8.1 van die bijlage van toepassing is, aanwezig mag zijn in het Skagerrak en in ICES-sectoren II a (EG-wateren), IV en VII d, zoals vastgesteld in tabel I van die bijlage, wordt met 3 zeedagen verhoogd.
2. Het maximale aantal dagen waarop een vissersvaartuig dat de vlag van België voert, dat vistuig als bedoeld in de punten 4.1.a.ii van bijlage IIA bij Verordening (EG) nr. 41/2007 aan boord heeft en waarvoor geen van de bijzondere voorwaarden in punt 8.1 van die bijlage van toepassing is, aanwezig mag zijn in ICES-sectoren II a (EG-wateren) en IV, zoals vastgesteld in tabel I van die bijlage, wordt met 86 zeedagen verhoogd.
3. Het maximale aantal dagen waarop een vissersvaartuig dat de vlag van België voert, dat vistuig als bedoeld in de punten 4.1.a.iii van bijlage IIA bij Verordening (EG) nr. 41/2007 aan boord heeft en waarvoor geen van de bijzondere voorwaarden in punt 8.1 van die bijlage van toepassing is, aanwezig mag zijn in ICES-sectoren II a (EG-wateren), IV en VII d, zoals vastgesteld in tabel I van die bijlage, wordt met 88 zeedagen verhoogd.
4. Het maximale aantal dagen waarop een vissersvaartuig dat de vlag van België voert, dat vistuig als bedoeld in de punten 4.1.a.iv en 4.1.a.v van bijlage IIA bij Verordening (EG) nr. 41/2007 aan boord heeft en waarvoor geen van de bijzondere voorwaarden in punt 8.1 van die bijlage van toepassing is, aanwezig mag zijn in ICES-sectoren II a (EG-wateren), IV en VII d, en in het Skagerrak, zoals vastgesteld in tabel I van die bijlage, wordt met 40 zeedagen verhoogd.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België.
Gedaan te Brussel, 20 december 2007.
Voor de Commissie
Joe BORG
Lid van de Commissie
(1) PB L 15 van 20.1.2007, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 898/2007 (PB L 196 van 28.7.2007, blz. 22).
|
16.1.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 13/29 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 20 december 2007
tot wijziging van Beschikking 2004/452/EG tot vaststelling van een lijst van organen waarvan de onderzoekers voor wetenschappelijke doeleinden toegang hebben tot vertrouwelijke gegevens
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 6554)
(Voor de EER relevante tekst)
(2008/52/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek (1), en met name op artikel 20, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 831/2002 van de Commissie van 17 mei 2002 tot tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek, met betrekking tot de toegang tot vertrouwelijke gegevens voor wetenschappelijke doeleinden (2), stelt, met het oog op statistische conclusies voor wetenschappelijke doeleinden, vast onder welke voorwaarden toegang kan worden verleend tot aan de communautaire instantie toegezonden vertrouwelijke gegevens, en bepaalt de regels voor samenwerking tussen de Gemeenschap en de nationale overheden ter vereenvoudiging van deze toegang. |
|
(2) |
Bij Beschikking 2004/452/EG van de Commissie (3) is een lijst van organen vastgesteld waarvan de onderzoekers voor wetenschappelijke doeleinden toegang hebben tot vertrouwelijke gegevens. |
|
(3) |
De Rady School of Management van de University of California, San Diego, Verenigde Staten van Amerika, moet worden beschouwd als een orgaan dat aan de vereiste voorwaarden voldoet, en moet derhalve worden toegevoegd aan de lijst van agentschappen, organisaties en instellingen zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, onder e), van Verordening (EG) nr. 831/2002. |
|
(4) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité statistisch geheim, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De bijlage bij Beschikking 2004/452/EG wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze beschikking.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 20 december 2007.
Voor de Commissie
Joaquín ALMUNIA
Lid van de Commissie
(1) PB L 52 van 22.2.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).
(2) PB L 133 van 18.5.2002, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1000/2007 (PB L 226 van 30.8.2007, blz. 7).
(3) PB L 156 van 30.4.2004, blz. 1; gerectificeerd in PB L 202 van 7.6.2004, blz. 1. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/678/EG (PB L 280 van 24.10.2007, blz. 22).
BIJLAGE
„BIJLAGE
ORGANEN WAARVAN DE ONDERZOEKERS VOOR WETENSCHAPPELIJKE DOELEINDEN TOEGANG HEBBEN TOT VERTROUWELIJKE GEGEVENS
Europese Centrale Bank
Spaanse centrale bank
Italiaanse centrale bank
Cornell University (staat New York, Verenigde Staten van Amerika)
Department of Political Science, Baruch College, New York City University (staat New York, Verenigde Staten van Amerika)
Duitse centrale bank
Eenheid Werkgelegenheidsanalyse van het directoraat-generaal Werkgelegenheid, sociale zaken en gelijke kansen van de Commissie
Universiteit van Tel Aviv (Israël)
Wereldbank
Center of Health and Wellbeing (CHW) van de Woodrow Wilson School of Public and International Affairs van Princeton University, New Jersey, Verenigde Staten van Amerika
University of Chicago (UofC), Illinois, Verenigde Staten van Amerika
Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO)
Family and Labour Studies Division van Statistics Canada, Ottawa, Ontario, Canada
Eenheid Econometrie en statistische ondersteuning van de fraudebestrijding (ESAF) van het directoraat-generaal Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie
Eenheid Steun voor de Europese onderzoeksruimte (SERA) van het directoraat-generaal Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie
Canada Research Chair van de School of Social Science van de Atkinson Faculty of Liberal and Professional Studies van York University, Toronto, Ontario, Canada
University of Illinois at Chicago (UIC), Chicago, Verenigde Staten van Amerika
Rady School of Management van de University of California, San Diego, Verenigde Staten van Amerika”