|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 303 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
50e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
* |
Verordening (EG) nr. 1353/2007 van de Commissie van 20 november 2007 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, wat monensine, lasalocide en tylvalosine betreft ( 1 ) |
|
|
|
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is |
|
|
|
|
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN |
|
|
|
|
Raad |
|
|
|
|
2007/745/EG |
|
|
|
* |
||
|
|
|
Commissie |
|
|
|
|
2007/746/EG |
|
|
|
* |
Beschikking van de Commissie van 19 november 2007 tot wijziging van Beschikking 2007/554/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen tegen mond-en-klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 5533) ( 1 ) |
|
|
|
|
2007/747/EG |
|
|
|
* |
Beschikking van de Commissie van 19 november 2007 betreffende de erkenning van certificeringsprocedures overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 761/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) en houdende intrekking van Beschikking 97/264/EG (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 5291) ( 1 ) |
|
|
|
III Besluiten op grond van het EU-Verdrag |
|
|
|
|
BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is
VERORDENINGEN
|
21.11.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 303/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 1351/2007 VAN DE COMMISSIE
van 20 november 2007
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 21 november 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 20 november 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 756/2007 (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 41).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 20 november 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
IL |
125,5 |
|
MA |
52,8 |
|
|
MK |
46,0 |
|
|
TR |
82,2 |
|
|
ZZ |
76,6 |
|
|
0707 00 05 |
JO |
196,3 |
|
MA |
55,2 |
|
|
TR |
92,7 |
|
|
ZZ |
114,7 |
|
|
0709 90 70 |
MA |
56,4 |
|
TR |
104,3 |
|
|
ZZ |
80,4 |
|
|
0709 90 80 |
EG |
336,4 |
|
ZZ |
336,4 |
|
|
0805 20 10 |
MA |
71,3 |
|
ZZ |
71,3 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
HR |
55,3 |
|
IL |
70,2 |
|
|
TR |
75,1 |
|
|
UY |
83,0 |
|
|
ZZ |
70,9 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
71,4 |
|
TR |
98,4 |
|
|
ZA |
54,7 |
|
|
ZZ |
74,8 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
91,9 |
|
BR |
82,0 |
|
|
CA |
88,9 |
|
|
CL |
86,0 |
|
|
CN |
86,3 |
|
|
MK |
30,6 |
|
|
US |
105,7 |
|
|
ZA |
81,3 |
|
|
ZZ |
81,6 |
|
|
0808 20 50 |
AR |
49,0 |
|
CN |
62,6 |
|
|
TR |
105,2 |
|
|
ZZ |
72,3 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „andere oorsprong”.
|
21.11.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 303/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 1352/2007 VAN DE COMMISSIE
van 16 november 2007
tot wijziging van Bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de statistiek- en tariefnomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), en met name op artikel 9, lid 1, onder a),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EEG) nr. 2568/91 van de Commissie van 11 juli 1991 inzake de kenmerken van olijfoliën en oliën uit afvallen van olijven en de desbetreffende analysemethoden (2) werd gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 702/2007 om rekening te houden met de conclusies van deskundigen op het gebied van de chemie. De wijzigingen in Verordening (EEG) nr. 2568/91 bestaan met name uit een nauwkeuriger bepaling van het percentage aan 2-glycerylmonopalmitaat voor de opsporing van veresterde oliën en de vermindering van de grenswaarde voor stigmastadieen in bij eerste persing verkregen olijfolie om een beter onderscheid te kunnen maken tussen bij eerste persing verkregen olijfolie en geraffineerde olijfolie. |
|
(2) |
Als gevolg daarvan moet aanvullende aantekening 2 bij hoofdstuk 15 van de gecombineerde nomenclatuur inzake olijfolie ook worden gewijzigd. |
|
(3) |
Verordening (EEG) nr. 2658/87 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(4) |
De wijziging die in 2007 in Verordening (EEG) nr. 2568/91 werd aangebracht is vanaf 1 januari 2008 van toepassing. Daarom moet onderhavige verordening ook vanaf dezelfde datum van toepassing zijn. |
|
(5) |
De bepalingen van deze verordening zijn in overeenstemming met het advies van het Comité Douanewetboek, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 wordt overeenkomstig de bijlage bij onderhavige verordening gewijzigd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2008.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 16 november 2007.
Voor de Commissie
László KOVÁCS
Lid van de Commissie
(1) PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1214/2007 van de Commissie (PB L 286 van 31.10.2007, blz. 1).
(2) PB L 248 van 5.9.1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 702/2007 (PB L 161 van 22.6.2007, blz. 11).
BIJLAGE
In Verordening (EEG) nr. 2658/87, Bijlage I, Hoofdstuk 15, wordt de aanvullende aantekening 2 als volgt gewijzigd:
|
1) |
Aanvullende aantekening 2.B.1 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Aanvullende aantekening 2.B.2 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
In aanvullende aantekening 2.C wordt punt f) als volgt vervangen:
|
|
4) |
In aanvullende aantekening 2.D worden de punten a) tot en met d) als volgt vervangen:
|
|
5) |
In aanvullende aantekening 2.E wordt de tweede zin als volgt vervangen: „Oliën van deze onderverdeling moeten een gehalte aan 2-glycerylmonopalmitaat hebben van niet meer dan 1,4 %, de som van de transisomeren van oliezuur mag niet meer zijn dan 0,4 %, de som van de transisomeren van linolzuur en translinoleenzuur mag niet meer zijn dan 0,35 % en het verschil tussen HPCL-samenstelling en theoretische samenstelling van de triglyceriden met ECN42 mag niet meer zijn dan 0,5.”. |
|
21.11.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 303/6 |
VERORDENING (EG) Nr. 1353/2007 VAN DE COMMISSIE
van 20 november 2007
tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, wat monensine, lasalocide en tylvalosine betreft
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (1), en met name op artikel 2,
Gezien het advies van het Europees Geneesmiddelenbureau dat is opgesteld door het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Alle farmacologisch werkzame substanties die in de Gemeenschap worden gebruikt in geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik die bestemd zijn voor voedselproducerende dieren, moeten worden beoordeeld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2377/90. |
|
(2) |
Bij het Europees Geneesmiddelenbureau is een aanvraag tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen ingediend voor monensine, een antibioticum en coccidiostaticum dat tot de groep van de ionoforen behoort. Op grond van de aanbeveling van het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik moet deze stof in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 worden opgenomen voor spier, vetweefsel, lever, nieren en melk van runderen. |
|
(3) |
Lasalocide is voor spier, huid en vetweefsel, lever en nieren van pluimvee opgenomen in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 en, in afwachting van de validering van een analysemethode, voor eieren van pluimvee die voor menselijke consumptie zijn bestemd in bijlage III bij die verordening. De wetenschappelijke studies hiernaar zijn inmiddels afgerond en de analysemethode is door het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik gevalideerd. Lasalocide behoort tot de groep van antibiotische ionoforen met coccidiostatische werking. Daarom moet lasalocide voor eieren van pluimvee die voor menselijke consumptie zijn bestemd onder een nieuw punt 1.2.16 in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 worden opgenomen en moet de vermelding van lasalocide in punt 2.4.4 van die bijlage worden geschrapt. |
|
(4) |
Acetylisovaleryltylosine, een antibioticum dat tot de groep van macroliden behoort, is voor varkens en pluimvee in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 opgenomen. Het Europees Geneesmiddelenbureau is ervan op de hoogte gebracht dat de algemene internationale benaming (INN) van deze werkzame stof is gewijzigd. Daarom moet de naam van acetylisovaleryltylosine worden vervangen door de nieuwe INN, tylvalosine. |
|
(5) |
Verordening (EEG) nr. 2377/90 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
Voordat deze verordening van toepassing wordt, moeten de lidstaten voldoende tijd krijgen om de in verband met deze verordening noodzakelijke aanpassingen aan te brengen in de overeenkomstig Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (2) verleende vergunningen om de betrokken geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in de handel te brengen. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 20 januari 2008.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 20 november 2007.
Voor de Commissie
Günter VERHEUGEN
Vicevoorzitter
(1) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1323/2007 van de Commissie (PB L 294 van 13.11.2007, blz. 11).
(2) PB L 311 van 28.11.2001, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/28/EG (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 58).
BIJLAGE
Bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In punt 1.2.4 wordt de vermelding voor acetylisovaleryltylosine vervangen door: 1.2.4. Macroliden
|
|
2) |
Het volgende punt 1.2.16 wordt toegevoegd: 1.2.16. Ionoforen
|
|
3) |
In punt 2.4.4 wordt de vermelding voor lasalocide geschrapt. |
(1) Voor varkens betreft deze maximumwaarde voor residuen „huid en vet in natuurlijke verhoudingen”.
(2) Niet voor gebruik bij dieren die eieren voor menselijke consumptie produceren.
(3) Voor pluimvee betreft deze maximumwaarde voor residuen „huid en vet in natuurlijke verhoudingen”.”
(4) Voor pluimvee betreft deze maximumwaarde voor residuen „huid en vet in natuurlijke verhoudingen”.”
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN
Raad
|
21.11.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 303/9 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 28 september 2007
betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van een Overeenkomst tussen de Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het communautaire programma Media 2007 en een slotakte
(2007/745/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 150, lid 4, en artikel 157, lid 3, in samenhang met artikel 300, lid 2, eerste zin,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Besluit nr. 1718/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende de uitvoering van een programma ter ondersteuning van de Europese audiovisuele sector (Media 2007) (1), en met name artikel 8, bepaalt dat dit programma openstaat voor deelname van landen die partij zijn bij de overeenkomst van de Raad van Europa inzake grensoverschrijdende televisie en die noch bij de EER-overeenkomst aangesloten EVA-landen, noch kandidaat-lidstaten van de Europese Unie zijn, op basis van aanvullende kredieten onder de voorwaarden die in overeenkomsten tussen de betrokken partijen worden vastgelegd. |
|
(2) |
De Raad heeft de Commissie gemachtigd om namens de Europese Gemeenschap te onderhandelen over een overeenkomst om de Zwitserse Bondsstaat in staat te stellen aan programma Media 2007 deel te nemen, alsook over een slotakte bij die overeenkomst. |
|
(3) |
De onderhandelingen zijn op 2 juli 2007 afgerond met de parafering van een ontwerp-overeenkomst tussen de Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het communautaire programma Media 2007 en een slotakte. |
|
(4) |
Artikel 13 van de overeenkomst bepaalt dat de overeenkomst voorlopig van toepassing is vanaf 1 september 2007. |
|
(5) |
De overeenkomst en de slotakte moeten worden ondertekend onder voorbehoud van sluiting, |
BESLUIT:
Artikel 1
De Overeenkomst tussen de Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het communautaire programma Media 2007 en een slotakte worden namens de Gemeenschap ondertekend, onder voorbehoud van sluiting.
De teksten van de overeenkomst en de slotakte zijn aan dit besluit gehecht.
Artikel 2
De voorzitter van de Raad is gemachtigd om de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) om deze overeenkomst en de slotakte namens de Gemeenschap te ondertekenen, onder voorbehoud van sluiting.
Artikel 3
De overeenkomst is voorlopig van toepassing vanaf 1 september 2007.
Artikel 4
De Commissie vertegenwoordigt de Gemeenschap in het bij artikel 8 van de overeenkomst opgerichte gemengd comité.
Artikel 5
De overeenkomst houdt verband met de zeven overeenkomsten die op 21 juni 1999 met Zwitserland zijn ondertekend en bij Besluit 2002/309/EG, Euratom van de Raad en de Commissie van 4 april 2002 (2) zijn gesloten.
Indien de in de eerste alinea genoemde overeenkomsten worden beëindigd, vinden geen hernieuwing van of nieuwe onderhandelingen over deze overeenkomst overeenkomstig artikel 12 plaats.
Artikel 6
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 28 september 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
M. PINHO
OVEREENKOMST
tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het communautaire programma Media 2007
DE EUROPESE GEMEENSCHAP, hierna „de Gemeenschap” genoemd,
enerzijds, en
DE ZWITSERSE BONDSSTAAT, hierna „Zwitserland” genoemd,
anderzijds,
hierna samen „de overeenkomstsluitende partijen” genoemd,
OVERWEGENDE dat de Gemeenschap bij Besluit nr. 1718/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende de uitvoering van een programma ter ondersteuning van de Europese audiovisuele sector (Media 2007) (1) een programma ter ondersteuning van de Europese audiovisuele sector heeft ingesteld (hierna „het besluit tot instelling van het programma Media 2007” genoemd),
OVERWEGENDE dat artikel 8 van het besluit tot instelling van het programma Media 2007 onder bepaalde voorwaarden voorziet in de deelname van derde landen die partij zijn bij de Overeenkomst van de Raad van Europa inzake grensoverschrijdende televisie en die noch bij de EER-overeenkomst aangesloten EVA-lidstaten, noch kandidaat-lidstaten van de Europese Unie zijn, op basis van aanvullende kredieten onder de voorwaarden die in overeenkomsten tussen de betrokken partijen worden vastgelegd,
OVERWEGENDE dat in bovengenoemde bepaling de openstelling van het programma voor deze derde landen afhankelijk wordt gesteld van een voorafgaand onderzoek naar de verenigbaarheid van de nationale wetgeving van deze landen met het desbetreffende communautair acquis,
OVERWEGENDE dat Zwitserland heeft deelgenomen aan de programma’s Media Plus en Media Opleiding, die op 31 december 2006 zijn afgelopen,
OVERWEGENDE dat Zwitserland zich ertoe verbindt zijn wetgevend kader aan te vullen om te zorgen voor het vereiste niveau van verenigbaarheid met het communautair acquis, en dat Zwitserland bijgevolg op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst voldoet aan de deelnamevoorwaarden van artikel 8 van het besluit tot instelling van het programma Media 2007,
OVERWEGENDE dat de samenwerking tussen de Gemeenschap en Zwitserland met het oog op de doelstellingen van het programma Media 2007 in de context van de transnationale samenwerkingsactiviteiten waarbij de Gemeenschap en Zwitserland betrokken zijn, met name van dien aard is dat zij het effect van de verschillende, ter uitvoering van dit programma ondernomen acties vergroot en het kwalificatieniveau van de human resources in de Gemeenschap en Zwitserland versterkt,
OVERWEGENDE dat de overeenkomstsluitende partijen een gemeenschappelijk belang hebben bij de ontwikkeling van een Europese audiovisueleprogramma-industrie in het kader van een bredere samenwerking,
OVERWEGENDE dat de overeenkomstsluitende partijen bijgevolg verwachten wederzijds profijt te zullen trekken van de deelname van Zwitserland aan het programma Media 2007,
ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:
Artikel 1
Onderwerp
De samenwerking tussen de Gemeenschap en Zwitserland ingevolge deze overeenkomst beoogt de deelname van Zwitserland aan alle acties in het kader van het programma Media 2007. Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, worden daarbij de doelstellingen, criteria, procedures en termijnen in acht genomen die zijn vastgesteld bij het besluit tot instelling van het programma Media 2007.
Artikel 2
Verenigbaarheid van de wetgevingskaders
Om op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst aan de bij het besluit tot instelling van het programma Media 2007 vastgestelde deelnamevoorwaarden te kunnen voldoen, legt Zwitserland de in bijlage I beschreven maatregelen ten uitvoer teneinde het Zwitserse wetgevingskader aan te vullen met het oog op het vereiste niveau van verenigbaarheid met het communautair acquis.
Artikel 3
In aanmerking komende instellingen, organisaties en particuliere personen
Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, geldt het volgende:
|
1. |
De voorwaarden voor de deelname van organisaties en particuliere personen uit Zwitserland aan elke van de acties zijn dezelfde als voor organisaties en particuliere personen uit de lidstaten van de Gemeenschap. |
|
2. |
In aanmerking komen instellingen, organisaties en particuliere personen uit Zwitserland die voldoen aan de desbetreffende bepalingen van het besluit tot instelling van het programma Media 2007. |
|
3. |
Om de communautaire dimensie van het programma te waarborgen, komen projecten en activiteiten die een Europees partnerschap vereisen, slechts voor financiële steun van de Gemeenschap in aanmerking indien er ten minste één partner uit een lidstaat van de Gemeenschap bij betrokken is. De andere projecten en acties moeten een duidelijke Europese en communautaire dimensie hebben. |
Artikel 4
Procedures
1. Voor instellingen, organisaties en particuliere personen uit Zwitserland gelden wat de indiening, evaluatie en selectie van aanvragen betreft, dezelfde voorwaarden als voor instellingen, organisaties en particuliere personen uit de lidstaten van de Gemeenschap.
2. Overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het besluit tot instelling van het programma Media 2007 kan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, hierna „de Commissie” genoemd, bij de benoeming van onafhankelijke deskundigen ook deskundigen uit Zwitserland aanwijzen om haar bij de evaluatie van de projecten te helpen.
3. In alle contacten met de Commissie, bij het indienen van aanvragen, het opstellen van overeenkomsten en verslagen en andere administratieve aangelegenheden in verband met de programma’s wordt een van de officiële talen van de Gemeenschap gebruikt.
Artikel 5
Nationale structuren
1. Zwitserland zet de nodige structuren op nationaal niveau op en neemt alle andere maatregelen die nodig zijn voor de coördinatie en organisatie op nationaal vlak van de uitvoering van het programma Media 2007 overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het besluit tot instelling van het programma Media 2007. Zwitserland verbindt zich er met name toe om in samenwerking met de Commissie een Media Desk op te richten.
2. De financiële steun die door het programma aan de activiteiten van de Media Desk wordt toegekend, bedraagt maximaal 50 % van de totale begroting voor deze activiteiten.
Artikel 6
Financiële bepalingen
Om de uit de deelname aan het programma Media 2007 voortvloeiende kosten te dekken, betaalt Zwitserland elk jaar overeenkomstig de in bijlage II vermelde voorwaarden een bijdrage in de algemene begroting van de Europese Unie.
Artikel 7
Financiële controle
De regels voor de financiële controle met betrekking tot de Zwitserse deelnemers aan het programma Media 2007 zijn vermeld in bijlage III.
Artikel 8
Gemengd comité
1. Er wordt een gemengd comité opgericht.
2. Het gemengd comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap en vertegenwoordigers van Zwitserland. Het spreekt zich uit met algemene stemmen.
3. Het gemengd comité is verantwoordelijk voor het beheer en de correcte toepassing van deze overeenkomst.
4. Op verzoek van een van beide partijen wisselen de overeenkomstsluitende partijen in het gemengd comité informatie uit en plegen zij overleg over de onder deze overeenkomst vallende activiteiten en de daarmee verband houdende financiële aspecten.
5. Voor overleg over het goede functioneren van deze overeenkomst komt het gemengd comité op verzoek van een van de overeenkomstsluitende partijen bijeen. Het stelt zijn reglement van orde vast en het kan werkgroepen oprichten om het bij de uitvoering van zijn taken bij te staan.
6. De overeenkomstsluitende partijen kunnen elk geschil over de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst aan het gemengd comité voorleggen. Het gemengd comité kan het geschil beslechten. Het gemengd comité krijgt de beschikking over alle nodige inlichtingen om de situatie diepgaand te onderzoeken en een aanvaardbare oplossing te vinden. Hiertoe onderzoekt het alle mogelijkheden om het goede functioneren van de overeenkomst te handhaven.
7. Het gemengd comité onderzoekt periodiek de bijlagen bij deze overeenkomst. Het gemengd comité kan op voorstel van een van de partijen besluiten om de bijlagen bij deze overeenkomst te wijzigen.
Artikel 9
Toezicht, evaluatie en verslagen
Onverminderd de verantwoordelijkheden van de Commissie met betrekking tot het toezicht op en de evaluatie van het programma overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het besluit tot instelling van het programma Media 2007 wordt in het kader van een partnerschap tussen de Commissie en Zwitserland voortdurend toezicht gehouden op de deelname van Zwitserland aan het programma Media 2007. Om de Commissie te helpen bij het opstellen van verslagen over de ervaring die bij de uitvoering van het programma is opgedaan, legt Zwitserland de Commissie een bijdrage voor waarin de nationale maatregelen worden beschreven die het daartoe heeft genomen. Zwitserland neemt deel aan alle andere specifieke activiteiten die daartoe door de Gemeenschap worden voorgesteld.
Artikel 10
Bijlagen
De bijlagen I, II en III vormen een integrerend deel van deze overeenkomst.
Artikel 11
Territoriaal toepassingsgebied
Deze overeenkomst is van toepassing op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de in dat Verdrag vastgestelde voorwaarden, en op het grondgebied van Zwitserland.
Artikel 12
Duur en opzegging
1. Deze overeenkomst wordt gesloten voor de duur van het programma Media 2007.
2. Indien de Gemeenschap een nieuw meerjarig programma ter ondersteuning van de Europese audiovisuele sector vaststelt, kan deze overeenkomst worden verlengd of kunnen er nieuwe onderhandelingen over worden gevoerd, onder onderling overeen te komen voorwaarden.
3. Zowel de Gemeenschap als Zwitserland kan deze overeenkomst door middel van een kennisgeving aan de andere partij opzeggen. De overeenkomst houdt op van toepassing te zijn twaalf maanden na de datum van de kennisgeving. Bij opzegging worden de lopende projecten en activiteiten voltooid onder de in deze overeenkomst vastgestelde voorwaarden. Voor eventuele andere gevolgen van de opzegging komen de overeenkomstsluitende partijen onderling een regeling overeen.
Artikel 13
Inwerkingtreding en voorlopige toepassing
Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand volgende op die waarin de overeenkomstsluitende partijen elkaar kennis geven van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures. De overeenkomst is voorlopig van toepassing vanaf 1 september 2007.
Artikel 14
Talen
Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Съставено в Брюксел на единадесети октомври две хиляди и седма година.
Hecho en Bruselas, el once de octubre de dos mil siete.
V Bruselu dne jedenáctého října dva tisíce sedm.
Udfærdiget i Bruxelles, den ellevte oktober to tusind og syv.
Geschehen zu Brüssel am elften Oktober zweitausendsieben.
Kahe tuhande seitsmenda aasta oktoobrikuu üheteistkümnendal päeval Brüsselis.
Έγινε στις Βρυξέλλες, στις ένδεκα Οκτωβρίου δύο χιλιάδες επτά.
Done at Brussels on the eleventh day of October in the year two thousand and seven.
Fait à Bruxelles, le onze octobre deux mille sept.
Fatto a Bruxelles, addì undici ottobre duemilasette.
Briselē, divtūkstoš septītā gada vienpadsmitajā oktobrī.
Priimta du tūkstančiai septintųjų metų spalio vienuoliktą dieną Briuselyje.
Kelt Brüsszelben, a kétezer-hetedik év október havának tizenegyedik napján.
Magħmul fi Brussell, fil-ħdax-il jum ta' Ottubru tas-sena elfejn u sebgħa.
Gedaan te Brussel, de elfde oktober tweeduizend zeven.
Sporządzono w Brukseli, dnia jedenastego października roku dwa tysiące siódmego.
Feito em Bruxelas, em onze de Outubro de dois mil e sete.
Încħeiat la Bruxelles, unsprezece octombrie două mii șapte.
V Bruseli jedenásteho októbra dvetisícsedem.
V Bruslju, dne enajstega oktobra leta dva tisoč sedem.
Tehty Brysselissä yhdentenätoista päivänä lokakuuta vuonna kaksituhattaseitsemän.
Som skedde i Bryssel den elfte oktober tjugohundrasju.
За Европейската общност
Por la Comunidad Europea
Za Evropské společenství
For Det Europæiske Fællesskab
Für die Europäische Gemeinschaft
Euroopa Ühenduse nimel
Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα
For the European Community
Pour la Communauté européenne
Per la Comunità europea
Eiropas Kopienas vārdā
Europos bendrijos vardu
az Európai Közösség részéről
Għall-Komunitá Ewropea
Voor de Europese Gemeenschap
W imieniu Wspólnoty Europejskiej
Pela Comunidade Europeia
Pentru Comunitatea Europeană
Za Európske spoločenstvo
Za Evropsko skupnost
Euroopan yhteisön puolesta
På Europeiska gemenskapens vägnar
За Конфедерация Швейцария
Por la Confederación Suiza
Za Švýcarskou konfederaci
For Det Schweiziske Forbund
Für die Schweizerische Eidgenossenschaft
Šveitsi Konföderatsiooni nimel
Για την Ελβετική Συνομοσπονδία
For the Swiss Confederation
Pour la Confédération suisse
Per la Confederazione svizzera
Šveices Konfederācijas vārdā
Šveicarijos Konfederacijos vardu
a Svájci Államszövetség részéről
Għall-Konfederazzjoni Żvizzera
Voor de Zwitserse Bondsstaat
W imieniu Konfederacji Szwajcarskiej
Pela Confederação Suíça
Pentru Confederația Elvețiană
Za Švajčiarsku konfederáciu
Za Švicarsko konfederacijo
Sveitsin valaliiton puolesta
På Schweiziska edsförbundets vägnar
BIJLAGE I
Artikel 1
Vrijheid van ontvangst en doorgifte van televisieprogramma's
1. Zwitserland garandeert op zijn grondgebied de vrijheid van ontvangst en doorgifte van televisie-uitzendingen die onder de bevoegdheid van een lidstaat van de Gemeenschap vallen zoals bepaald bij Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten (1) (hierna „richtlijn „Televisie zonder grenzen”” genoemd), volgens de volgende procedures.
Zwitserland behoudt zich het recht voor om:
|
a) |
de doorgifte op te schorten van uitzendingen van een onder de bevoegdheid van een lidstaat van de Gemeenschap vallende televisieomroeporganisatie die op duidelijke, belangrijke en ernstige wijze de regels inzake de bescherming van minderjarigen en de menselijke waardigheid heeft geschonden, als vermeld in de artikelen 22 en 22 bis van de richtlijn „Televisie zonder grenzen”; |
|
b) |
maatregelen te nemen tegen een televisieomroeporganisatie die op het grondgebied van een lidstaat van de Gemeenschap is gevestigd maar waarvan de activiteit volledig of hoofdzakelijk op het Zwitserse grondgebied is gericht, indien deze organisatie zich daar heeft gevestigd om zich te onttrekken aan de regels die op haar van toepassing zouden zijn als zij op Zwitsers grondgebied was gevestigd. Deze voorwaarden worden geïnterpreteerd in het licht van de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. |
2. In de in lid 1 van dit artikel genoemde gevallen worden maatregelen genomen na een gedachtewisseling in het bij deze overeenkomst opgerichte gemengd comité.
Artikel 2
Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving
1. Zwitserland zorgt ervoor dat omroeporganisaties die onder zijn bevoegdheid vallen, hun exclusieve rechten op evenementen die volgens de lijst van een lidstaat van de Gemeenschap van aanzienlijk belang zijn, niet op dergelijke wijze uitoefenen dat een belangrijk deel van het publiek in die lidstaat deze evenementen niet kan volgen, overeenkomstig artikel 3 bis van de richtlijn „Televisie zonder grenzen”.
2. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 bis van de richtlijn „Televisie zonder grenzen” stelt Zwitserland de Commissie in kennis van de maatregelen die het in dit verband neemt of heeft genomen.
Artikel 3
Bevordering van de distributie en de productie van Europese producties
Voor de toepassing van de maatregelen ter bevordering van de distributie en de productie van Europese producties geldt de definitie van „Europese producties” in artikel 6 van de richtlijn „Televisie zonder grenzen”.
Artikel 4
Overgangsbepalingen
Artikel 1 van deze bijlage is van toepassing vanaf 30 november 2009.
Vóór 30 november 2009 blijven de bepalingen van artikel 1 van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan de communautaire programma's Media Plus en Media Opleiding (2) van toepassing.
(1) PB L 298 van 17.10.1989, blz. 23. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 97/36/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 202 van 30.7.1997, blz. 60).
BIJLAGE II
FINANCIËLE BIJDRAGE VAN ZWITSERLAND AAN HET PROGRAMMA MEDIA 2007
|
1. |
Voor zijn deelname aan het programma Media 2007 betaalt Zwitserland de volgende financiële bijdrage in de begroting van de Europese Unie (in euro):
|
|
2. |
Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (1) en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (2) zijn van toepassing, met name op het beheer van de bijdrage van Zwitserland. |
|
3. |
De reis- en verblijfkosten van de vertegenwoordigers en deskundigen van Zwitserland in het kader van hun deelname aan door de Commissie georganiseerde vergaderingen over de uitvoering van het programma worden door de Commissie vergoed op dezelfde basis en volgens de procedures die gelden voor de deskundigen van de lidstaten van de Gemeenschap. |
|
4. |
Na de voorlopige inwerkingtreding van deze overeenkomst en aan het begin van elk daaropvolgend jaar richt de Commissie aan Zwitserland een verzoek tot storting dat overeenkomt met de bijdrage van Zwitserland in het budget van het programma volgens deze overeenkomst. Deze bijdrage wordt in euro uitgedrukt en wordt op een bankrekening in euro van de Commissie gestort. |
|
5. |
Zwitserland betaalt zijn bijdrage uiterlijk op 1 april indien de Commissie het verzoek tot storting vóór 1 maart verstuurt, of uiterlijk een maand na het verzoek tot storting indien de Commissie dit na die datum verstuurt. Voor elke te laat betaalde bijdrage betaalt Zwitserland achterstandsrente op het vanaf de vervaldatum verschuldigde bedrag. De rentevoet stemt overeen met de door de Europese Centrale Bank op de vervaldag voor haar eurotransacties gehanteerde rentevoet, vermeerderd met 3,5 procentpunten. |
(1) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).
(2) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 478/2007 (PB L 111 van 28.4.2007, blz. 13).
BIJLAGE III
FINANCIËLE CONTROLE MET BETREKKING TOT DE ZWITSERSE DEELNEMERS AAN HET PROGRAMMA MEDIA 2007
Artikel 1
Rechtstreekse contacten
De Commissie neemt rechtstreeks contact op met de in Zwitserland gevestigde deelnemers aan het programma en met hun subcontractanten. Deze kunnen alle informatie en documentatie die zij op grond van de in deze overeenkomst genoemde instrumenten en de ter uitvoering daarvan gesloten contracten moeten verstrekken, rechtstreeks aan de Commissie toezenden.
Artikel 2
Audits
1. Overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 en de andere in deze overeenkomst vermelde bepalingen kan in subsidieovereenkomsten waarbij in Zwitserland gevestigde deelnemers aan het programma betrokken zijn, worden bepaald dat functionarissen van de Commissie of andere door de Commissie gemachtigde personen bij de deelnemers en hun subcontractanten te allen tijde wetenschappelijke, financiële, technologische of andere audits mogen uitvoeren.
2. Aan de functionarissen van de Commissie en andere door haar gemachtigde personen wordt passende toegang geboden tot plaatsen, werken en documenten en tot alle nodige informatie, inclusief informatie in elektronische vorm, om deze audits uit te voeren. Dit toegangsrecht wordt uitdrukkelijk vermeld in de contracten die worden gesloten ter uitvoering van de in deze overeenkomst genoemde instrumenten.
3. De Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen heeft dezelfde rechten als de Commissie.
4. De audits kunnen ook worden uitgevoerd na afloop van dit programma of van deze overeenkomst, overeenkomstig de in de desbetreffende contracten vastgestelde voorwaarden.
5. De Zwitserse financiële controledienst (Eidgenössische Finanzkontrolle) wordt van tevoren in kennis gesteld van audits die op het Zwitserse grondgebied worden uitgevoerd. Deze kennisgeving is evenwel geen wettelijke voorwaarde voor de uitvoering van deze audits.
Artikel 3
Controles ter plaatse
1. In het kader van deze overeenkomst is de Commissie (alsook OLAF) gemachtigd om op het Zwitserse grondgebied controles en inspecties ter plaatse uit te voeren overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (1).
2. De controles en inspecties ter plaatse worden door de Commissie voorbereid en uitgevoerd in nauwe samenwerking met de Zwitserse financiële controledienst of andere door deze dienst aangewezen bevoegde Zwitserse instanties, die tijdig in kennis worden gesteld van het voorwerp, het doel en de juridische grondslag van de controles en inspecties zodat zij alle nodige hulp kunnen bieden. De functionarissen van de bevoegde Zwitserse instanties kunnen daartoe deelnemen aan de controles en inspecties ter plaatse.
3. Indien de betrokken Zwitserse instanties dat verlangen, worden de controles en inspecties ter plaatse gezamenlijk door de Commissie en henzelf uitgevoerd.
4. Indien deelnemers aan het programma Media 2007 zich verzetten tegen een controle of inspectie ter plaatse, verlenen de Zwitserse autoriteiten de controleurs van de Commissie, overeenkomstig de nationale bepalingen ter zake, de nodige assistentie om hen in staat te stellen de hun opgedragen controles en inspecties ter plaatse tot een goed einde te brengen.
5. De Commissie brengt de Zwitserse financiële controledienst onverwijld op de hoogte wanneer zij bij een controle of inspectie ter plaatse kennis krijgt van feiten of vermoedens van onregelmatigheden. De Commissie stelt de Zwitserse financiële controledienst in ieder geval in kennis van het resultaat van deze controles en inspecties.
Artikel 4
Informatie en overleg
1. Met het oog op een goede uitvoering van deze bijlage wisselen de bevoegde Zwitserse en communautaire instanties regelmatig informatie uit en plegen zij op verzoek van een van de partijen overleg.
2. De bevoegde Zwitserse instanties brengen de Commissie onverwijld op de hoogte wanneer zij kennis krijgen van feiten of vermoedens van onregelmatigheden bij de sluiting en uitvoering van contracten of overeenkomsten ter uitvoering van de in de overeenkomst genoemde instrumenten.
Artikel 5
Vertrouwelijkheid
Ingevolge deze bijlage meegedeelde of verkregen informatie, in eender welke vorm, valt onder het beroepsgeheim en wordt beschermd op dezelfde wijze als soortgelijke informatie wordt beschermd krachtens het Zwitserse recht en de overeenkomstige bepalingen die gelden voor de instellingen van de Gemeenschap. Deze informatie mag niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke binnen de instellingen van de Gemeenschap, in de lidstaten of in Zwitserland op grond van hun functie van deze informatie op de hoogte moeten zijn, en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de overeenkomstsluitende partijen.
Artikel 6
Administratieve maatregelen en sancties
Onverminderd de toepassing van het Zwitserse strafrecht kan de Commissie administratieve maatregelen en sancties opleggen in overeenstemming met de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en (EG, Euratom) nr. 2342/2002 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (2).
Artikel 7
Invordering en tenuitvoerlegging
Besluiten die de Commissie in het kader van het programma Media 2007 en binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst neemt en die voor natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van staten, een geldelijke verplichting inhouden, vormen in Zwitserland executoriale titel. De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aangebracht door de autoriteit die daartoe door de Zwitserse regering is aangewezen. Deze autoriteit geeft daarvan onverwijld kennis aan de Commissie. De tenuitvoerlegging vindt plaats volgens de Zwitserse regels. De rechtsgeldigheid van het besluit dat executoriale titel vormt, wordt ter controle voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en het Gerecht van eerste aanleg die worden gewezen ingevolge een arbitrageclausule, vormen onder dezelfde voorwaarden executoriale titel.
(1) PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.
(2) PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1233/2007 van de Commissie (PB L 279 van 23.10.2007, blz. 10).
SLOTAKTE
De gevolmachtigden
van de EUROPESE GEMEENSCHAP
en
de ZWITSERSE BONDSSTAAT,
bijeengekomen te Brussel, de elfde oktober tweeduizend zeven voor de ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het communautaire programma Media 2007, hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze slotakte zijn gehecht:
Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen over de ontwikkeling van een dialoog van wederzijds belang over het audiovisueel beleid
Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen over de aanpassing van de overeenkomst aan de nieuwe communautaire richtlijn.
Voorts hebben zij nota genomen van de volgende verklaringen, die bij deze slotakte zijn gevoegd:
|
|
Verklaring van de Raad over de deelname van Zwitserland aan de comités |
|
|
Verklaring van de Raad over bijlage I bij de overeenkomst. |
Съставено в Брюксел на единадесети октомври две хиляди и седма година.
Hecho en Bruselas, el once de octubre de dos mil siete.
V Bruselu dne jedenáctého října dva tisíce sedm.
Udfærdiget i Bruxelles, den ellevte oktober to tusind og syv.
Geschehen zu Brüssel am elften Oktober zweitausendsieben.
Kahe tuhande seitsmenda aasta oktoobrikuu üheteistkümnendal päeval Brüsselis.
Έγινε στις Βρυξέλλες, στις ένδεκα Οκτωβρίου δύο χιλιάδες επτά.
Done at Brussels on the eleventh day of October in the year two thousand and seven.
Fait à Bruxelles, le onze octobre deux mille sept.
Fatto a Bruxelles, addì undici ottobre duemilasette.
Briselē, divtūkstoš septītā gada vienpadsmitajā oktobrī.
Priimta du tūkstančiai septintųjų metų spalio vienuoliktą dieną Briuselyje.
Kelt Brüsszelben, a kétezer-hetedik év október havának tizenegyedik napján.
Magħmul fi Brussell, fil-ħdax-il jum ta' Ottubru tas-sena elfejn u sebgħa.
Gedaan te Brussel, de elfde oktober tweeduizend zeven.
Sporządzono w Brukseli, dnia jedenastego października roku dwa tysiące siódmego.
Feito em Bruxelas, em onze de Outubro de dois mil e sete.
Încħeiat la Bruxelles, unsprezece octombrie două mii șapte.
V Bruseli jedenásteho októbra dvetisícsedem.
V Bruslju, dne enajstega oktobra leta dva tisoč sedem.
Tehty Brysselissä yhdentenätoista päivänä lokakuuta vuonna kaksituhattaseitsemän.
Som skedde i Bryssel den elfte oktober tjugohundrasju.
За Европейската общност
Por la Comunidad Europea
Za Evropské společenství
For Det Europæiske Fællesskab
Für die Europäische Gemeinschaft
Euroopa Ühenduse nimel
Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα
For the European Community
Pour la Communauté européenne
Per la Comunità europea
Eiropas Kopienas vārdā
Europos bendrijos vardu
az Európai Közösség részéről
Għall-Komunitá Ewropea
Voor de Europese Gemeenschap
W imieniu Wspólnoty Europejskiej
Pela Comunidade Europeia
Pentru Comunitatea Europeană
Za Európske spoločenstvo
Za Evropsko skupnost
Euroopan yhteisön puolesta
På Europeiska gemenskapens vägnar
За Конфедерация Швейцария
Por la Confederación Suiza
Za Švýcarskou konfederaci
For Det Schweiziske Forbund
Für die Schweizerische Eidgenossenschaft
Šveitsi Konföderatsiooni nimel
Για την Ελβετική Συνομοσπονδία
For the Swiss Confederation
Pour la Confédération suisse
Per la Confederazione svizzera
Šveices Konfederācijas vārdā
Šveicarijos Konfederacijos vardu
a Svájci Államszövetség részéről
Għall-Konfederazzjoni Żvizzera
Voor de Zwitserse Bondsstaat
W imieniu Konfederacji Szwajcarskiej
Pela Confederação Suíça
Pentru Confederația Elvețiană
Za Švajčiarsku konfederáciu
Za Švicarsko konfederacijo
Sveitsin valaliiton puolesta
På Schweiziska edsförbundets vägnar
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN OVER DE ONTWIKKELING VAN EEN DIALOOG VAN WEDERZIJDS BELANG OVER HET AUDIOVISUEEL BELEID
Beide partijen verklaren dat het, met het oog op de goede uitvoering van de overeenkomst en de versterking van de geest van samenwerking in aangelegenheden met betrekking tot het audiovisueel beleid, van wederzijds belang is een dialoog over deze aangelegenheden te ontwikkelen. Beide partijen verklaren dat deze dialoog zal plaatsvinden in het kader van het krachtens de overeenkomst opgerichte gemengd comité alsook in andere fora, waar en voor zover dit passend en nodig blijkt. Beide partijen verklaren dat in deze geest vertegenwoordigers van Zwitserland kunnen worden uitgenodigd voor vergaderingen in de marge van de vergaderingen van het „contactcomité” dat is opgericht bij Richtlijn 97/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 tot wijziging van Richtlijn 89/552/EEG van de Raad betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten (1).
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN OVER DE AANPASSING VAN DE OVEREENKOMST AAN DE NIEUWE COMMUNAUTAIRE RICHTLIJN
De partijen verklaren dat wanneer op basis van het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 89/552/EEG (COM(2005) 646 def.) een nieuwe richtlijn wordt vastgesteld, het gemengd comité zal besluiten de verwijzing naar Richtlijn 89/552/EEG in artikel 1 van bijlage I te vervangen door een verwijzing naar de nieuwe richtlijn.
VERKLARING VAN DE RAAD OVER DE DEELNAME VAN ZWITSERLAND AAN DE COMITÉS
De Raad stemt ermee in dat vertegenwoordigers van Zwitserland, als waarnemers en voor de punten die hen betreffen, deelnemen aan de vergaderingen van de comités en de deskundigengroepen van het Media-programma. De stemming in deze comités en deskundigengroepen wordt door de vertegenwoordigers van Zwitserland niet bijgewoond.
VERKLARING VAN DE RAAD OVER BIJLAGE I BIJ DE OVEREENKOMST
Met het oog op het goede functioneren van de overeenkomst geldt het volgende:
|
i) |
analoog met de verbintenis van Zwitserland betreffende de vrijheid van ontvangst en doorgifte worden televisie-uitzendingen die onder de bevoegdheid van Zwitserland vallen, op dezelfde wijze behandeld als de wijze waarop Zwitserland televisie-uitzendingen die onder de bevoegdheid van een lidstaat van de Gemeenschap vallen, behandelt overeenkomstig artikel 1 van deze bijlage; |
|
ii) |
analoog met de verbintenis van Zwitserland om de toepassing te vergemakkelijken van bepalingen betreffende de maatregelen van de lidstaten met het oog op de uitzending van evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving, worden maatregelen die Zwitserland in dit verband neemt of heeft genomen, op dezelfde wijze behandeld als maatregelen die de lidstaten krachtens artikel 3 bis van de richtlijn „Televisie zonder grenzen” kunnen nemen. |
Commissie
|
21.11.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 303/24 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 19 november 2007
tot wijziging van Beschikking 2007/554/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen tegen mond-en-klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 5533)
(Voor de EER relevante tekst)
(2007/746/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name op artikel 9, lid 4,
Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name op artikel 10, lid 4,
Gelet op Richtlijn 2003/85/EG van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van mond-en-klauwzeer, tot intrekking van Richtlijn 85/511/EEG en van de Beschikkingen 89/531/EEG en 91/665/EEG, en tot wijziging van Richtlijn 92/46/EEG (3), en met name op artikel 60, lid 2, en artikel 62, leden 1 en 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Naar aanleiding van recente uitbraken van mond-en-klauwzeer in Groot-Brittannië is Beschikking 2007/554/EG van de Commissie van 9 augustus 2007 tot vaststelling van beschermende maatregelen tegen mond-en-klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk (4) vastgesteld om de door die lidstaat in het kader van Richtlijn 2003/85/EG genomen beschermende maatregelen tegen mond-en-klauwzeer te versterken. |
|
(2) |
Beschikking 2007/554/EG bevat voorschriften voor de verzending vanuit hoog- en laagrisicogebieden, vermeld in bijlage I, respectievelijk bijlage II bij die beschikking („beperkingsgebieden”), in Groot-Brittannië van als veilig te beschouwen producten die voordat de beperkingen in het Verenigd Koninkrijk waren ingesteld, zijn geproduceerd uit grondstoffen die buiten die beperkingsgebieden zijn verkregen, of die een behandeling hebben ondergaan die doeltreffend is gebleken om eventueel aanwezig mond-en-klauwzeervirus te inactiveren. |
|
(3) |
In Beschikking 2007/554/EG, zoals gewijzigd bij Beschikking 2007/664/EG, heeft de Commissie voorschriften vastgesteld voor de verzending van bepaalde categorieën vlees uit bepaalde gebieden, vermeld in bijlage III bij Beschikking 2007/554/EG, zoals gewijzigd, waar ten minste 90 dagen voor het slachten geen enkele uitbraak van mond-en-klauwzeer geconstateerd is en die aan een aantal voorwaarden voldoen. |
|
(4) |
In verband met de ontwikkeling van de diergezondheidssituatie in het Verenigd Koninkrijk is Beschikking 2007/554/EG gewijzigd bij Beschikking 2007/709/EG; daarbij is bijlage III bij Beschikking 2007/554/EG vervangen om het gebied waaruit vers vlees mag worden uitgevoerd te verruimen, en is de toepassingsduur van die beschikking verlengd tot en met 15 december 2007. |
|
(5) |
Het Verenigd Koninkrijk heeft nu een risicogebied voor mond-en-klauwzeer afgebakend van ongeveer 150 km rond de eerste uitbraak, waar intensief toezicht wordt gehouden om na te gaan of er zich geen besmettingen met mond-en-klauwzeervirus in die lidstaat meer voordoen. Dat gebied omvat niet de gebieden die momenteel opgenomen zijn in de lijst in bijlage III bij Beschikking 2007/554/EG. Het 150 km-gebied moet als hoogrisicogebied worden opgenomen in bijlage I bij die beschikking als gevolg van een regionalisatie waarbij in bijlage II in plaats van „Groot-Brittannië” de desbetreffende gebieden worden omschreven. |
|
(6) |
De wijzigingen in de lijsten van beperkingsgebieden in de bijlagen I en II bij Beschikking 2007/554/EG zijn nodig om de verzending van producten van dierlijke oorsprong, zoals vlees, vleesproducten, melk, melkproducten en andere dierlijke producten uit de in bijlage II genoemde gebieden toe te staan, onder handhaving van een hoog beschermingsniveau door het verbod op de verzending van levende dieren en sperma, eicellen en embryo's daarvan uit heel Groot-Brittannië, dus zowel de in bijlage I als de in bijlage II genoemde gebieden. |
|
(7) |
Omwille van de duidelijkheid en consistentie moeten ook enkele kleine omissies wat betreft embryo's in artikel 6 worden rechtgezet en moet artikel 7 preciezer worden geformuleerd waar het gaat om geneesmiddelen. |
|
(8) |
Nadat het klinisch en serologisch onderzoek om te bevestigen dat er geen besmetting met het mond-en-klauwzeervirus meer aanwezig is in het toezichtsgebied met bevredigende resultaten was voltooid, heeft het Verenigd Koninkrijk de maatregelen in het toezichtsgebied rond de bevestigde uitbraken op 5 november 2007 overeenkomstig artikel 44 van Richtlijn 2003/85/EG ingetrokken. |
|
(9) |
Volgends artikel 60 van Richtlijn 2003/85/EG kan een lidstaat of een gebied van een lidstaat de status vrij van mond-en-klauwzeer en van besmetting alleen opnieuw verkrijgen wanneer bepaalde in die richtlijn vastgelegde maatregelen zijn uitgevoerd, er ten minste drie maanden zijn verstreken sinds de laatste uitbraak van die ziekte is geconstateerd, en overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn is bevestigd dat er geen besmetting meer aanwezig is. |
|
(10) |
Volgens artikel 62 van de richtlijn is het evenwel mogelijk de maatregelen ter verkrijging van de ziektevrije status te wijzigen, waarbij alleen de beperkingen op de verplaatsing van levende dieren worden gehandhaafd. De bepalingen van Beschikking 2007/554/EG betreffende de verplaatsing van levende dieren en sperma, eicellen en embryo's daarvan moeten dus van toepassing blijven tot aan de desbetreffende voorwaarden van artikel 60 van Richtlijn 2003/85/EG is voldaan. |
|
(11) |
De toepassingsduur van Beschikking 2007/554/EG moet daarom worden verlengd tot en met 31 december 2007, drie maanden na de voltooiing van de voorlopige reiniging en ontsmetting na de laatste geconstateerde uitbraak op 30 september 2007. Tegelijkertijd moet worden vastgelegd dat sommige beperkingen op producten van dierlijke oorsprong slechts gelden tot en met 15 december, zoals eerder de bedoeling was. |
|
(12) |
Beschikking 2007/554/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(13) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Beschikking 2007/554/EEG wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
Aan artikel 1 worden de volgende leden 8, 9 en 10 toegevoegd: „8. In afwijking van lid 2 mogen de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk het vervoer van levende runderen, schapen, geiten, varkens en andere evenhoevigen van een bedrijf in een gebied van bijlage II naar in de gebieden van bijlage I gelegen bedrijven of slachthuizen toestaan. 9. In afwijking van lid 2 mogen de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk het vervoer van levende runderen, schapen, geiten, varkens en andere evenhoevigen van een bedrijf in een in bijlage I genoemd gebied rechtstreeks of via niet meer dan één verzamelplaats, onder officiële controle naar in de gebieden van bijlage II gelegen aangewezen slachthuizen toestaan. 10. In afwijking van lid 2 mogen de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk het vervoer van levende runderen, schapen, geiten, varkens en andere evenhoevigen van een bedrijf in een gebied van bijlage I rechtstreeks en onder officiële controle naar aangewezen bedrijven in de gebieden van bijlage II toestaan, zonder dat de dieren in contact komen met dieren met een lagere gezondheidsstatus, op voorwaarde dat:
|
|
2. |
Artikel 2 komt als volgt te luiden: „Artikel 2 Vlees 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „vlees” verstaan „vers vlees”, „gehakt vlees”, „separatorvlees” en „vleesbereidingen” als omschreven in de punten 1.10, 1.13, 1.14 en 1.15 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004. 2. Het Verenigd Koninkrijk verzendt geen vlees van runderen, schapen, geiten, varkens of andere evenhoevige dieren dat afkomstig is uit, of dat is verkregen van dieren uit, de in bijlage I vermelde gebieden. 3. Vlees dat krachtens deze beschikking niet uit het Verenigd Koninkrijk mag worden verzonden, wordt voorzien van het overeenkomstig artikel 4, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2002/99/EG of Beschikking 2001/304/EG vastgestelde keurmerk. 4. Het in lid 2 vastgestelde verbod geldt niet voor vlees dat is voorzien van het in sectie I, hoofdstuk III, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 854/2004 vastgestelde keurmerk, op voorwaarde dat:
5. De naleving van de voorschriften in de leden 3 en 4 wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten. 6. Het in lid 2 vastgestelde verbod geldt niet voor vers vlees dat is verkregen van runderen, schapen, geiten, varkens en andere evenhoevigen, die zijn gehouden buiten de in bijlage I vermelde gebieden en die, in afwijking van artikel 1, leden 2 en 3, rechtstreeks en onder officiële controle zonder contact met in de gebieden van bijlage I gelegen bedrijven voor onmiddellijke slachting zijn vervoerd naar een slachthuis dat ligt in een in bijlage I vermeld gebied, mits dit vlees aan de volgende voorwaarden voldoet:
De naleving van de voorschriften in de eerste alinea wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten. De centrale veterinaire autoriteiten stellen de Commissie en de overige lidstaten in het bezit van de lijst van inrichtingen die zij voor de toepassing van dit lid hebben erkend. 7. Het in lid 2 vastgestelde verbod geldt niet voor vers vlees dat in uitsnijderijen in de in bijlage I vermelde gebieden is verkregen met inachtneming van de volgende voorwaarden:
De naleving van de voorschriften in de eerste alinea wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten. De centrale veterinaire autoriteiten stellen de overige lidstaten en de Commissie in het bezit van de lijst van inrichtingen die zij voor de toepassing van dit lid hebben erkend. 8. Vlees dat uit het Verenigd Koninkrijk naar andere lidstaten wordt verzonden, gaat vergezeld van een officieel certificaat met de volgende vermelding: „Dit vlees voldoet aan Beschikking 2007/554/EG van de Commissie van 9 augustus 2007 tot vaststelling van beschermende maatregelen tegen mond-en-klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk.”.”. |
|
3. |
Artikel 3, lid 2, komt als volgt te luiden: „2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor vleesproducten die zijn voorzien van het in sectie I, hoofdstuk III, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 854/2004 vastgestelde keurmerk, op voorwaarde dat de vleesproducten:
De naleving van de voorschriften in de eerste alinea wordt gecontroleerd door de bevoegde veterinaire autoriteit onder toezicht van de centrale veterinaire autoriteiten. De centrale veterinaire autoriteiten stellen de overige lidstaten en de Commissie in het bezit van de lijst van inrichtingen die zij voor de toepassing van dit lid hebben erkend.”. |
|
4. |
Artikel 6, lid 2, komt als volgt te luiden: „2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor:
De centrale veterinaire autoriteiten stellen de overige lidstaten en de Commissie vóór de verzending van het (de) onder a), b) en c) bedoelde sperma of embryo's in het bezit van de lijst van centra en teams die zij voor de toepassing van dit lid hebben erkend.”. |
|
5. |
Artikel 7, lid 2, komt als volgt te luiden: „2. Het in lid 1 vastgestelde verbod geldt niet voor huiden die:
Behandelde huiden worden gescheiden gehouden van onbehandelde huiden.”. |
|
6. |
Artikel 8, lid 2, onder a), komt als volgt te luiden:
|
|
7. |
Artikel 8, lid 7, komt als volgt te luiden: „7. In afwijking van lid 3 kan er voor de in lid 2, onder i) en j), bedoelde producten mee worden volstaan dat zij vergezeld gaan van een handelsdocument waarin wordt verklaard dat de producten bestemd zijn voor gebruik als in-vitrodiagnosticum, laboratoriumreagens, geneesmiddel of medisch hulpmiddel, op voorwaarde dat op de producten op duidelijke wijze de vermelding „uitsluitend voor gebruik als in-vitrodiagnosticum”, „uitsluitend voor gebruik als laboratoriumreagens”, „uitsluitend voor gebruik als geneesmiddel” of „uitsluitend voor gebruik als medisch hulpmiddel” is aangebracht.”. |
|
8. |
Artikel 9, lid 2, eerste zin, komt als volgt te luiden: „2. Wanneer het gaat om detailverkoop aan de eindconsument, mogen de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk toestaan dat heterogeen samengestelde zendingen dierlijke producten die allemaal mogen worden uitgevoerd overeenkomstig deze beschikking, vergezeld gaan van een handelsdocument waaraan een kopie is gehecht van een officieel veterinair certificaat waarin wordt bevestigd dat:”. |
|
9. |
Artikel 17 komt als volgt te luiden: „Deze beschikking is van toepassing tot en met 31 december 2007. De in de artikelen 2, 3, 4, 5, 7 en 8 vastgestelde verzendingsverboden, de bepalingen van de artikelen 9 en 11 betreffende die verboden en de bepalingen van artikel 14 zijn echter van toepassing tot en met 15 december 2007.”. |
|
10. |
De bijlagen I, II en III worden vervangen door de tekst in de bijlage. |
Artikel 2
Uitvoering
De lidstaten brengen de maatregelen die zij ten aanzien van het handelsverkeer toepassen, in overeenstemming met deze beschikking. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
Artikel 3
Adressaten
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 19 november 2007.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 33; rectificatie in PB L 195 van 2.6.2004, blz. 12).
(2) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/33/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 315 van 19.11.2002, blz. 14).
(3) PB L 306 van 22.11.2003, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 352).
(4) PB L 210 van 10.8.2007, blz. 36. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/709/EG (PB L 287 van 1.11.2007, blz. 29).
BIJLAGE
„BIJLAGE I
De volgende gebieden in het Verenigd Koninkrijk:
|
1 |
2 |
3 |
|
GROEP |
ADNS |
Administratieve eenheid |
|
England |
41 |
Bracknell Forest |
|
42 |
Brighton and Hove |
|
|
49 |
City of Southampton |
|
|
56 |
Luton |
|
|
57 |
Medway |
|
|
59 |
Milton Keynes |
|
|
63 |
Reading |
|
|
66 |
Slough |
|
|
67 |
Southend-on-Sea |
|
|
70 |
Swindon |
|
|
72 |
Thurrock |
|
|
75 |
West Berkshire |
|
|
76 |
Windsor and Maidenhead |
|
|
77 |
Wokingham |
|
|
135 |
City of Portsmouth |
|
|
137 |
Bedfordshire County |
|
|
138 |
Buckinghamshire County |
|
|
139 |
Cambridgeshire County |
|
|
145 |
East Sussex County |
|
|
146 |
Essex County |
|
|
147 |
Gloucestershire County |
|
|
148 |
Hampshire County |
|
|
149 |
Hertfordshire County |
|
|
150 |
Kent |
|
|
155 |
Northamptonshire County |
|
|
158 |
Oxfordshire County |
|
|
163 |
Surrey |
|
|
164 |
Warwickshire County |
|
|
165 |
West Sussex County |
|
|
166 |
Wiltshire County |
|
|
168 |
London |
„BIJLAGE II
De volgende gebieden in het Verenigd Koninkrijk:
|
1 |
2 |
3 |
|
GROEP |
ADNS |
Administratieve eenheid |
|
Scottish Islands |
131 |
Shetland Islands |
|
123 |
Orkney Islands |
|
|
124 |
NA H-Eileanan An Iar |
|
|
Scotland |
121 |
Highland |
|
122 |
Moray |
|
|
126 |
Aberdeenshire |
|
|
128 |
Aberdeen City |
|
|
79 |
Angus |
|
|
81 |
Dundee City |
|
|
80 |
Clackmannanshire |
|
|
90 |
Perth & Kinross |
|
|
127 |
Fife |
|
|
85 |
Falkirk |
|
|
88 |
Midlothian |
|
|
96 |
West Lothian |
|
|
129 |
City of Edinburgh |
|
|
130 |
East Lothian |
|
|
92 |
Scottish Borders |
|
|
94 |
Stirling |
|
|
125 |
Argyll and Bute |
|
|
83 |
East Dunbartonshire |
|
|
84 |
East Renfrewshire |
|
|
86 |
City of Glasgow |
|
|
87 |
Inverclyde |
|
|
89 |
North Lanarkshire |
|
|
91 |
Renfrewshire |
|
|
93 |
South Lanarkshire |
|
|
95 |
West Dunbartonshire |
|
|
82 |
East Ayrshire |
|
|
132 |
North Ayrshire |
|
|
133 |
South Ayrshire |
|
|
134 |
Dumfries & Galloway |
|
|
England |
141 |
Cumbria |
|
169 |
Northumberland |
|
|
10 |
Gateshead |
|
|
16 |
Newcastle upon Tyne |
|
|
17 |
North Tyneside |
|
|
26 |
South Tyneside |
|
|
29 |
Sunderland |
|
|
144 |
Durham |
|
|
52 |
Darlington |
|
|
55 |
Hartlepool |
|
|
58 |
Middlesbrough |
|
|
64 |
Redcar and Cleveland |
|
|
69 |
Stockton-on-Tees |
|
|
151 |
Lancashire |
|
|
38 |
Blackburn with Darwen |
|
|
39 |
Blackpool |
|
|
176 |
North Yorkshire excluding Selby |
|
|
177 |
Selby District |
|
|
78 |
York |
|
|
53 |
East Riding of Yorkshire |
|
|
45 |
City of Kingston upon Hull |
|
|
60 |
North East Lincolnshire |
|
|
61 |
North Lincolnshire |
|
|
|
West Yorkshire consisting of |
|
|
32 |
Wakefield District |
|
|
11 |
Kirklees District |
|
|
6 |
Calderdale District |
|
|
4 |
Bradford |
|
|
13 |
Leeds |
|
|
|
South Yorkshire consisting of |
|
|
1 |
Barnsley District |
|
|
8 |
Doncaster District |
|
|
20 |
Rotherham District |
|
|
24 |
Sheffield District |
|
|
|
Greater Manchester consisting of |
|
|
30 |
Tameside District |
|
|
18 |
Oldham District |
|
|
19 |
Rochdale District |
|
|
5 |
Bury District |
|
|
3 |
Bolton District |
|
|
21 |
Salford District |
|
|
31 |
Trafford District |
|
|
15 |
Manchester District |
|
|
27 |
Stockport District |
|
|
34 |
Wigan District |
|
|
|
Merseyside consisting of |
|
|
12 |
Knowsley District |
|
|
14 |
Liverpool District |
|
|
23 |
Sefton District |
|
|
28 |
St. Helens District |
|
|
74 |
Warrington |
|
|
140 |
Cheshire County |
|
|
54 |
Halton |
|
|
35 |
Wirral District |
|
|
142 |
Derbyshire County |
|
|
44 |
City of Derby |
|
|
157 |
Nottinghamshire County |
|
|
47 |
City of Nottingham |
|
|
153 |
Lincolnshire |
|
|
159 |
Shropshire |
|
|
71 |
Telford and Wrekin |
|
|
161 |
Staffordshire County |
|
|
50 |
City of Stoke-on-Trent |
|
|
170 |
Devon County |
|
|
73 |
Torbay |
|
|
136 |
Plymouth |
|
|
171 |
Cornwall County |
|
|
143 |
Dorset County |
|
|
62 |
Poole |
|
|
40 |
Bournemouth |
|
|
160 |
Somerset County |
|
|
120 |
North Somerset |
|
|
37 |
Bath and North East Somerset |
|
|
43 |
City of Bristol |
|
|
68 |
South Gloucestershire |
|
|
51 |
Herefordshire County |
|
|
167 |
Worcestershire County |
|
|
9 |
Dudley District |
|
|
2 |
Birmingham District |
|
|
22 |
Sandwell District |
|
|
36 |
Wolverhampton District |
|
|
33 |
Walsall District |
|
|
25 |
Solihull District |
|
|
7 |
Coventry District |
|
|
152 |
Leicestershire County |
|
|
46 |
City of Leicester |
|
|
65 |
Rutland |
|
|
48 |
City of Peterborough |
|
|
154 |
Norfolk County |
|
|
162 |
Suffolk County |
|
|
172 |
Isles of Scilly |
|
|
114 |
Isle of Wight |
|
|
Wales |
115 |
Sir Ynys Mon — Isle of Anglesey |
|
116 |
Gwynedd |
|
|
103 |
Conwy |
|
|
108 |
Sir Ddinbych-Denbigshir |
|
|
111 |
Sir Y Fflint-Flintshire |
|
|
113 |
Wrecsam-Wrexham |
|
|
173 |
North Powys |
|
|
174 |
South Powys |
|
|
118 |
Sir Ceredigion-Ceredigion |
|
|
110 |
Sir Gaerfyrddin-Carmarthen |
|
|
119 |
Sir Benfro-Pembrokeshire |
|
|
97 |
Abertawe-Swansea |
|
|
102 |
Castell-Nedd Port Talbot-Neath Port Talbot |
|
|
105 |
Pen-y-Bont Ar Ogwr — Bridgend |
|
|
107 |
Rhondda/Cynon/Taf |
|
|
99 |
Bro Morgannwg — The Valee of Glamorgan |
|
|
98 |
Bleanau Gwent |
|
|
112 |
Tor-Faen — Tor Faen |
|
|
101 |
Casnewydd — Newport |
|
|
104 |
Merthyr Tudful-Merthyr Tydfil |
|
|
100 |
Caerffili — Caerphilly |
|
|
117 |
Caerdydd — Cardiff |
|
|
109 |
Sir Fynwy — Monmouthshire |
„BIJLAGE III
De volgende gebieden van bijlage I hebben de status van in bijlage III opgenomen gebieden:
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
||||||||||||||||||
|
GROEP |
ADNS |
Administratieve eenheid |
B |
S/G |
P |
FG |
WG |
||||||||||||||||||
|
England |
42 |
Brighton and Hove |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
||||||||||||||||||
|
56 |
Luton |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
57 |
Medway |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
59 |
Milton Keynes |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
67 |
Southend-on Sea |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
72 |
Thurrock |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
75 |
West Berkshire |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
137 |
Bedfordshire |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
145 |
East Sussex County |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
146 |
Essex County |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
149 |
Hertfordshire County |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
150 |
Kent |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
158 |
Oxfordshire County |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
166 |
Wiltshire County |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
147 |
Gloucestershire County |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
139 |
Cambridgeshire County |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
155 |
Northamptonshire County |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
164 |
Warwickshire County |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
70 |
Swindon |
+ |
+ |
+ |
+ |
|
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||
|
21.11.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 303/37 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 19 november 2007
betreffende de erkenning van certificeringsprocedures overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 761/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) en houdende intrekking van Beschikking 97/264/EG
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 5291)
(Voor de EER relevante tekst)
(2007/747/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 761/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) (1), en met name op artikel 9,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Commissie heeft kennis genomen van herziene internationale normen en Europese erkenningsvoorschriften inzake de certificerende instanties die aan de bepalingen van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 761/2001 voldoen en derhalve door de Commissie moeten worden erkend. |
|
(2) |
De normen en erkenningsvoorschriften die zijn erkend bij Beschikking 97/264/EG van de Commissie van 16 april 1997 betreffende de erkenning van certificeringsprocedures overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 1836/93 van de Raad inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriële sector aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (2) worden niet langer toegepast en Beschikking 97/264/EG dient derhalve te worden ingetrokken. |
|
(3) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 14 van Verordening (EG) nr. 761/2001 ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Voor de toepassing van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 761/2001 erkent de Commissie de volgende normen en erkenningsvoorschriften inzake de certificerende instanties:
|
1. |
in de Oostenrijkse wetgeving: de wet milieubeheer (UMG, BGBl.I nr. 96/2001) in de betreffende versie die van toepassing is op organisaties van milieuverificateurs en individuele milieuverificateurs; |
|
2. |
in de Duitse wetgeving: de richtsnoeren voor de erkenning van certificerende instanties van milieubeheersystemen (EMS) en certificeringsprocedures voor EMS — in september 1996 door de Duitse bondsministeries van Milieu, Natuurbehoud en Nucleaire Veiligheid en Economische Zaken uitgevaardigd en overeenkomstig artikel 21 van de Duitse wet inzake milieubeheer- en milieuauditsystemen (Umweltauditgesetz) goedgekeurd door het comité milieuverificatie; |
|
3. |
de erkenningsvoorschriften gebaseerd op de desbetreffende richtsnoeren die door de Europese samenwerking op het gebied van accreditatie (EA) zijn bekrachtigd en bekendgemaakt, voor certificerende instanties overeenkomstig ISO 14001:2004 die zijn erkend uit hoofde van een van de volgende documenten:
|
Artikel 2
Beschikking 97/264/EG wordt ingetrokken.
Artikel 3
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 19 november 2007.
Voor de Commissie
Stavros DIMAS
Lid van de Commissie
(1) PB L 114 van 24.4.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).
III Besluiten op grond van het EU-Verdrag
BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG
|
21.11.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 303/38 |
GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2007/748/GBVB VAN DE RAAD
van 19 november 2007
tot wijziging van Gemeenschappelijk Optreden 2007/87/GBVB tot wijziging en verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Bosnië en Herzegovina
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 14, artikel 18, lid 5, en artikel 23, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 7 februari 2007 Gemeenschappelijk Optreden 2007/87/GBVB (1) vastgesteld. |
|
(2) |
De Raad heeft op 18 juni 2007 Besluit 2007/427/GBVB (2) houdende benoeming van de heer Miroslav Lajčák tot speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) in Bosnië en Herzegovina aangenomen. |
|
(3) |
Het Politiek en Veiligheidscomité heeft op 19 december 2006 aanbevelingen goedgekeurd teneinde tot een optimale coördinatie en samenhang te komen in situaties waarin ten minste twee EU-actoren op het gebied van crisisbeheersing in hetzelfde land actief zijn, met name door nauwer overleg tussen een commandant van de troepen van de EU en de SVEU, respectievelijk, tussen een commandant van de troepen van de EU en een hoofd van een politiemissie van de EU. |
|
(4) |
De Raad heeft op 18 juni 2007 zijn goedkeuring gehecht aan bovengenoemde aanbevelingen voor de militaire operatie ALTHEA van de Europese Unie. |
|
(5) |
De Raad heeft op 19 november 2007 Gemeenschappelijk Optreden 2007/749/GBVB inzake de politiemissie van de Europese Unie (EUPM) in Bosnië en Herzegovina (BiH) (3) vastgesteld, dat onder meer de nieuwe commando- en controlestructuur voor civiele crisisbeheersingsoperaties van de EU weergeeft die de Raad op 28 juni 2007 heeft goedgekeurd. |
|
(6) |
Het mandaat van de SVEU in BiH moet worden gewijzigd om zowel zijn rol met betrekking tot de militaire operatie ALTHEA van de EU, in overeenstemming met de aanbevelingen die de Raad op 18 juni 2007 heeft goedgekeurd, als zijn rol met betrekking tot de EUPM in BiH, in overeenstemming met de nieuwe commando- en controlestructuur voor civiele crisisbeheersingsoperaties van de EU weer te geven, |
HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:
Artikel 1
Gemeenschappelijk Optreden 2007/87/GBVB wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
Artikel 3 wordt vervangen door: „Artikel 3 Mandaat Met het oog op de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de EU in BiH omvat het mandaat van de SVEU het volgende:
|
|
2. |
In lid 2 van artikel 8 (Beveiliging) wordt punt v) geschrapt. |
Artikel 2
Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Artikel 3
Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 19 november 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
L. AMADO
(1) PB L 35 van 8.2.2007, blz. 35.
(2) PB L 159 van 20.6.2007, blz. 63.
(3) Zie bladzijde 40 van dit Publicatieblad.
|
21.11.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 303/40 |
GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2007/749/GBVB VAN DE RAAD
van 19 november 2007
inzake de politiemissie van de Europese Unie (EUPM) in Bosnië en Herzegovina (BiH)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 14 en artikel 25, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 24 november 2005 Gemeenschappelijk Optreden 2005/824/GBVB inzake de politiemissie van de Europese Unie (EUPM) in Bosnië en Herzegovina (BiH) (1) vastgesteld. Dit gemeenschappelijk optreden verstrijkt op 31 december 2007. |
|
(2) |
In een brief van 19 september 2007 hebben de autoriteiten van BiH de EU verzocht om de EUPM in BiH te verlengen. |
|
(3) |
Bij brief van 22 oktober 2007 heeft de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB (SG/HV) positief gereageerd op de brief van de autoriteiten van BiH. |
|
(4) |
Op 18 juni 2007 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan richtsnoeren voor de commando- en controlestructuur van de civiele crisisbeheersingsoperaties van de EU. In deze richtsnoeren is met name bepaald dat een bevelhebber het commando en de controle op strategisch niveau uitoefent voor de planning en de uitvoering van alle civiele crisisbeheersingsoperaties, onder het politieke toezicht en de strategische aansturing van het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) en onder het algemene gezag van de SG/HV; in de richtsnoeren is voorts bepaald dat de directeur van het binnen het secretariaat-generaal van de Raad ingestelde civiel plannings- en uitvoeringsvermogen (CPCC) voor iedere civiele crisisbeheersingsoperatie de civiele bevelhebber is. |
|
(5) |
De bovengenoemde commando- en controlestructuur laat de contractuele aansprakelijkheid van het hoofd van de missie ten aanzien van de Commissie voor de uitvoering van de begroting van de EUPM onverlet. |
|
(6) |
Het mandaat van de EUPM zal worden uitgevoerd in een mogelijk verslechterende situatie die de doelstellingen van het Gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid als uiteengezet in artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie kan schaden. |
|
(7) |
Voor de EUPM moet de binnen het secretariaat-generaal van de Raad opgerichte wachtdienst in werking worden gesteld. |
HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:
Artikel 1
Missie
1. De bij Gemeenschappelijk Optreden 2002/210/GBVB (2) ingestelde en bij Gemeenschappelijk Optreden 2005/824/GBVB verlengde politiemissie van de Europese Unie (EUPM) in Bosnië en Herzegovina (BiH) wordt voortgezet met ingang van 1 januari 2008.
2. De EUPM treedt op in overeenstemming met de doelstellingen en andere bepalingen vervat in de missieverklaring in artikel 2.
Artikel 2
Missieverklaring
Onder de coördinatie en de lokale politieke aansturing van de speciale vertegenwoordiger van de EU in BiH, en als onderdeel van de meer algemene benadering van de rechtsstaat in Bosnië en Herzegovina en de regio, is de EUPM erop gericht om via begeleiding, controle en inspectie een duurzame, professionele en multi-etnische politiedienst in Bosnië en Herzegovina tot stand te brengen die functioneert volgens de Europese en internationale normen.
Deze politiedienst treedt op in overeenstemming met de toezeggingen die zijn gedaan als onderdeel van het stabilisatie- en associatieproces met de Europese Unie, in het bijzonder met betrekking tot de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit en tot de politiehervorming.
De EUPM treedt op in overeenstemming met de algemene doelstellingen van bijlage 11 van het Algemeen Kaderakkoord voor vrede in Bosnië en Herzegovina, die worden ondersteund door de instrumenten van de Europese Gemeenschap. De EUPM blijft leiding geven aan de coördinatie van de politiële aspecten in het kader van de EVDB-inspanningen ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, zulks onverminderd de overeengekomen commandostructuren. De EUPM staat de plaatselijke autoriteiten bij in het plannen en uitvoeren van belangrijke strafrechtelijke onderzoeken op het gebied van de georganiseerde criminaliteit, door bij te dragen aan een betere werking van het gehele strafrechtstelsel in het algemeen en door de verhouding tussen politie en openbaar ministerie te versterken in het bijzonder. Samen met de Europese Commissie helpt de EUPM de autoriteiten van BiH te bepalen op welke resterende ontwikkelingsbehoeften op politiegebied de communautaire ondersteuning zich zou kunnen richten.
Artikel 3
Evaluatie
Op basis van een zesmaandelijkse evaluatie overeenkomstig de beoordelingscriteria van het operationeel concept (CONOPS) en het operatieplan (OPLAN) kunnen de activiteiten van de EUPM, indien nodig, worden aangepast, waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen op het vlak van de politiehervorming.
Artikel 4
Structuur
1. De structuur van de EUPM is als volgt:
|
a) |
Een hoofdkwartier in Sarajevo, bestaande uit het hoofd van de missie en personeel als omschreven in het OPLAN. |
|
b) |
Missielocaties die op hoog niveau bij de diverse politiediensten van Bosnië en Herzegovina zijn gehuisvest, ondermeer bij/in de staatsinlichtingendienst, de grenspolitie van BiH, het bureau van Interpol/EUROPOL, entiteiten, openbare veiligheidscentra, kantons en het district Brcko. |
2. Deze opzet van onderdelen wordt nader uitgewerkt in het CONOPS en het OPLAN. De Raad keurt het CONOPS en het OPLAN goed.
Artikel 5
Civiele operationele commandant
1. De directeur van het civiele plannings- en uitvoeringsvermogen (CPCC) is de civiele operationele commandant van de EUPM.
2. De civiele operationele commandant oefent, onder het politieke toezicht en de strategische leiding van het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) en onder algemeen gezag van de SG/HV, het commando en de controle op strategisch niveau uit op de EUPM.
3. De civiele operationele commandant zorgt voor een adequate en efficiënte uitvoering van de besluiten van de Raad, alsmede van het PVC, mede, waar nodig, door middel van instructies op strategisch niveau aan het hoofd van de missie.
4. Gedetacheerd personeel blijft onder bevel van de nationale autoriteiten van de zendstaat of de EU-instelling. De nationale autoriteiten dragen de operationele controle (OPCON) over hun personeel, teams en eenheden over aan de civiele operationele commandant.
5. De civiele operationele commandant heeft de algehele verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de EU zich naar behoren van haar zorgplicht kwijt.
6. De civiele operationele commandant en de SVEU plegen indien nodig onderling overleg.
Artikel 6
Hoofd van de missie
1. Het hoofd van de missie neemt de verantwoordelijkheid voor de missie op zich en oefent het commando en de controle erover uit op het terrein.
2. Het hoofd van de missie oefent het commando en de controle uit over het personeel, de teams en de eenheden van de bijdragende staten die door de civiele operationele commandant ter beschikking zijn gesteld, en draagt de administratieve en logistieke verantwoordelijkheid voor de aan de EUPM ter beschikking gestelde activa, middelen en informatie.
3. Het hoofd van de missie geeft instructies aan alle personeelsleden van de EUPM, met het oog op de effectieve uitvoering van de EUPM op het terrein, is belast met de coördinatie en de dagelijkse leiding van de activiteiten van de EUPM volgens de instructies op strategisch niveau van de civiele operationele commandant.
4. Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de begroting van de EUPM. Daartoe ondertekent het hoofd van de missie een contract met de Commissie.
5. Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor het tuchtrechtelijk toezicht op het personeel. Voor gedetacheerd personeel worden tuchtrechtelijke maatregelen door de betrokken nationale of EU-autoriteit genomen.
6. Het hoofd van de missie vertegenwoordigt de EUPM in het operatiegebied en zorgt voor passende zichtbaarheid van de EUPM.
7. Het hoofd van de missie zorgt, in voorkomend geval, voor coördinatie met andere actoren op het terrein. Het hoofd van de missie krijgt, onder volledige eerbiediging van de commandostructuur, ter plaatse politieke aansturing van de SVEU.
Artikel 7
Personeel van de EUPM
1. De getalsterkte en het competentieniveau van de EUPM-personeelsleden zijn in overeenstemming met de in artikel 2 vastgestelde missieverklaring en de in artikel 4 vastgestelde structuur.
2. De politiefunctionarissen worden door de lidstaten gedetacheerd. Elke lidstaat draagt de kosten in verband met de door hem gedetacheerde politiefunctionarissen, met inbegrip van salarissen, vergoedingen en kosten voor vervoer van en naar BiH.
3. Internationaal civiel personeel en plaatselijk personeel wordt naargelang de behoeften op contractbasis door de EUPM aangeworven.
4. De lidstaten en de EU-instellingen kunnen ook, indien nodig, internationaal civiel personeel detacheren voor een periode van ten minste één jaar. Elke lidstaat of EU-instelling draagt de kosten in verband met elk door hem/haar gedetacheerd personeelslid, met inbegrip van salarissen, vergoedingen en kosten voor vervoer van en naar BiH.
5. Alle personeelsleden vervullen hun plichten en handelen in het belang van de EUPM. Alle personeelsleden nemen de beveiligingsbeginselen en minimumnormen als bedoeld in Besluit 2001/264/EG van de Raad van 19 maart 2001 tot vaststelling van beveiligingsvoorschriften van de Raad in acht (3) (hierna de „beveiligingsvoorschriften van de Raad” genoemd)..
Artikel 8
Status van het personeel van de EUPM
1. Er worden voor de duur van de EUPM de nodige regelingen getroffen voor de voortzetting van de Overeenkomst tussen de EU en BiH van 4 oktober 2002 betreffende de activiteiten van de EUPM in BiH.
2. De lidstaat of EU-instelling die een personeelslid heeft gedetacheerd, is verantwoordelijk voor de afhandeling van met de detachering verband houdende schadevorderingen van of betreffende het personeelslid. De betrokken lidstaat of EU-instelling is verantwoordelijk voor het instellen van eventuele vorderingen tegen het gedetacheerd personeelslid.
3. De arbeidsvoorwaarden en de rechten en verplichtingen van het internationaal en het plaatselijk tijdelijk personeel worden neergelegd in contracten tussen het hoofd van de missie/de directeur van politie en het betrokken personeelslid.
Artikel 9
Commandostructuur
1. De EUPM heeft, als crisisbeheersingsoperatie, een gemeenschappelijke commandostructuur.
2. Het PVC oefent, onder de verantwoordelijkheid van de Raad, het politiek toezicht op en de strategische aansturing van de EUPM uit.
3. De civiele operationele commandant is, onder het politiek toezicht en de strategische aansturing van het PVC en onder algemeen gezag van de SG/HV, de commandant van de EUPM op strategisch niveau en geeft, in die hoedanigheid, instructies aan het hoofd van de missie en verleent hem advies en technische ondersteuning.
4. De civiele operationele commandant brengt via de SG/HV verslag uit aan de Raad.
5. Het hoofd van de missie oefent het commando en de controle op het terrein uit over de EUPM en legt rechtstreeks verantwoording af aan de civiele operationele commandant.
Artikel 10
Politiek toezicht en strategische aansturing
1. Het PVC zorgt, onder de verantwoordelijkheid van de Raad, voor het politieke toezicht op en de strategische aansturing van de EUPM. De Raad machtigt het PVC hierbij om de relevante besluiten te nemen overeenkomstig artikel 25 van het Verdrag. Deze machtiging omvat de bevoegdheid om het OPLAN te wijzigen. Zij omvat ook de bevoegdheid om vervolgens besluiten betreffende de benoeming van het hoofd van de missie of betreffende de verlenging van zijn mandaat te nemen. De beslissingsbevoegdheid met betrekking tot de doelstellingen en de beëindiging van de EUPM blijven berusten bij de Raad.
2. Het PVC brengt op geregelde tijdstippen verslag uit aan de Raad.
3. Het PVC ontvangt in voorkomend geval op geregelde tijdstippen door de civiele operationele commandant en het hoofd van de missie opgestelde verslagen over aangelegenheden die onder hun respectieve bevoegdheden vallen.
Artikel 11
Deelname door derde landen
1. Onder volledige eerbiediging van de beslissingsautonomie van de Unie en het enkelvoudige institutionele kader van de Unie kunnen derde landen worden uitgenodigd om bij te dragen aan de EUPM, met dien verstande dat zij de kosten dragen van het uitzenden van de politiefunctionarissen en/of het door hen gedetacheerd internationaal civiel personeel, met inbegrip van salarissen, vergoedingen en kosten voor vervoer van en naar BiH, en dat zij in voorkomend geval in een evenredig deel van de bedrijfskosten van de EUPM bijdragen.
2. Derde landen die bijdragen aan de EUPM, hebben bij het dagelijks beheer van de operatie dezelfde rechten en verplichtingen als de deelnemende lidstaten.
3. Hierbij machtigt de Raad het PVC om de noodzakelijke besluiten betreffende de aanvaarding van de voorgestelde bijdragen te nemen en een Comité van contribuanten in te stellen.
4. Uitvoerige regelingen inzake de deelname van derde landen worden vastgelegd in overeenkomsten die worden gesloten volgens de procedures van artikel 24 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Artikel 12
Financiële regelingen
1. De begrotingen voor de jaren 2008 en 2009 wordt op jaarbasis vastgesteld.
2. De uitgaven van de EUPM worden beheerd volgens de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de EU; eventuele prefinancieringen blijven evenwel niet het eigendom van de Gemeenschap. Onderdanen van derde landen die een financiële bijdrage leveren aan de EUPM en van het gastland, mogen inschrijven bij aanbestedingen.
3. Het hoofd van de missie/directeur van politie brengt over de in het kader van zijn contract ondernomen activiteiten volledig verslag uit aan de Commissie, onder wier toezicht hij staat.
4. De financiële regelingen voldoen aan de operationele vereisten van de EUPM.
5. Uitgaven komen voor financiering in aanmerking vanaf de datum waarop dit gemeenschappelijk optreden in werking treedt.
Artikel 13
Beveiliging
1. De civiele operationele commandant stuurt de planning van de beveiligingsmaatregelen door het hoofd van de missie aan en zorgt voor een adequate en efficiënte uitvoering daarvan voor de EUPM overeenkomstig de artikelen 5 en 9, in overleg met de Dienst beveiliging van het secretariaat-generaal van de Raad.
2. Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor de veiligheid van de EUPM en voor de naleving van de minimumbeveiligingsvereisten die op de EUPM van toepassing zijn, overeenkomstig het beleid van de Europese Unie inzake de veiligheid van personeel dat op grond van titel V van het Verdrag en de daarvan afgeleide teksten in een operationele hoedanigheid wordt ingezet buiten de EU.
3. Het hoofd van de missie wordt bijgestaan door een speciaal voor de missie bestemde hoge veiligheidsfunctionaris, die verslag uitbrengt aan het hoofd van de missie en die tevens nauwe, functionele betrekkingen onderhoudt met de Dienst beveiliging van het secretariaat-generaal van de Raad.
4. Het hoofd van de missie wijst locale veiligheidsfunctionarissen aan voor de vier regionale missielocaties die, onder het gezag van de hoge veiligheidsfunctionaris, verantwoordelijk zijn voor het dagelijks beheer van alle veiligheidsaspecten van de respectieve onderdelen van de EUPM.
5. De personeelsleden van de EUPM volgen, overeenkomstig het OPLAN, vóór hun indiensttreding een verplichte veiligheidsopleiding. Zij krijgen regelmatig ter plaatse herhalingscursussen, die worden georganiseerd door de hoge veiligheidsfunctionaris.
Artikel 14
Optreden van de Gemeenschap
1. De Raad en de Commissie zorgen, overeenkomstig hun onderscheiden bevoegdheden, voor de samenhang tussen de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden en het externe optreden van de Gemeenschap, overeenkomstig artikel 3, tweede alinea, van het Verdrag. De Raad en de Commissie werken daartoe samen.
2. De Raad merkt op dat er reeds coördinatievoorzieningen in het gebied van de EUPM en in Brussel voorhanden zijn.
Artikel 15
Vrijgave van gerubriceerde gegevens
1. De SG/HV is gemachtigd om, naargelang de operationele behoeften van de EUPM en met inachtneming van de beveiligingsvoorschriften van de Raad, ten behoeve van de EUPM geproduceerde gerubriceerde gegevens en documenten van de EU tot op het niveau „RESTREINT UE” vrij te geven aan de bij dit gemeenschappelijk optreden betrokken derde staten.
2. Indien het een concrete en onmiddellijke operationele behoefte betreft, is de SG/HV voorts gemachtigd om ten behoeve van de EUPM geproduceerde gerubriceerde gegevens en documenten van de EU tot op het niveau „RESTREINT UE” met inachtneming van de beveiligingsvoorschriften van de Raad vrij te geven aan de plaatselijke autoriteiten. In alle andere gevallen worden deze gegevens en documenten vrijgegeven aan de plaatselijke autoriteiten volgens de toepasselijke procedures op het niveau van hun samenwerking met de EU.
3. De SG/HV is gemachtigd om niet-gerubriceerde documenten van de EU betreffende de beraadslagingen van de Raad over de EUPM die onder de geheimhoudingsplicht van artikel 6, lid 1, van het reglement van orde van de Raad (4) vallen, vrij te geven aan de bij dit gemeenschappelijk optreden betrokken derde staten en aan de plaatselijke autoriteiten.
Artikel 16
Wachtdienstvermogen
Voor de EUPM wordt het wachtdienstvermogen geactiveerd.
Artikel 17
Inwerkingtreding en duur
Dit Gemeenschappelijk Optreden treedt in werking op 1 januari 2008.
Het is van toepassing tot en met 31 december 2009.
Artikel 18
Bekendmaking
Dit gemeenschappelijk optreden wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.
Gedaan te Brussel, 19 november 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
L. AMADO
(1) PB L 307 van 25.11.2005, blz. 55.
(2) PB L 70 van 13.3.2002, blz. 1. Gemeenschappelijk optreden laatstelijk gewijzigd bij Gemeenschappelijk Optreden 2005/143/GBVB (PB L 48 van 19.2.2005, blz. 46).
(3) PB L 101 van 11.4.2001, blz. 1. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2007/438/EG van de Raad (PB L 164 van 26.6.2007, blz. 24).
(4) Besluit 2006/683/EG, Euratom van de Raad van 15 september 2006 tot vaststelling van het Reglement van orde van de Raad (PB L 285 van 16.10.2006, blz. 47). Besluit gewijzigd bij Besluit 2007/4/EG, Euratom (PB L 1 van 4.1.2007, blz. 9).