|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 260 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
50e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
|
RICHTLIJNEN |
|
|
|
* |
Richtlijn 2007/62/EG van de Commissie van 4 oktober 2007 tot wijziging van bepaalde bijlagen bij de Richtlijnen 86/362/EEG en 90/642/EEG van de Raad wat betreft maximumgehalten aan residuen van bifenazaat, pethoxamide, pyrimethanil en rimsulfuron ( 1 ) |
|
|
|
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is |
|
|
|
|
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN |
|
|
|
|
2007/640/EG |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2007/641/EG |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2007/642/EG |
|
|
|
* |
Beschikking van de Commissie van 4 oktober 2007 betreffende noodmaatregelen van toepassing op uit Albanië ingevoerde visserijproducten bestemd voor menselijke consumptie (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 4482) ( 1 ) |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is
VERORDENINGEN
|
5.10.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 260/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 1163/2007 VAN DE COMMISSIE
van 4 oktober 2007
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 5 oktober 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 oktober 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 756/2007 (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 41).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 4 oktober 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
MK |
35,2 |
|
TR |
108,9 |
|
|
XS |
28,3 |
|
|
ZZ |
57,5 |
|
|
0707 00 05 |
EG |
135,3 |
|
JO |
151,2 |
|
|
TR |
109,7 |
|
|
ZZ |
132,1 |
|
|
0709 90 70 |
JO |
139,2 |
|
TR |
116,2 |
|
|
ZZ |
127,7 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
82,7 |
|
TR |
72,9 |
|
|
UY |
83,4 |
|
|
ZA |
59,1 |
|
|
ZZ |
74,5 |
|
|
0806 10 10 |
BR |
275,6 |
|
IL |
284,6 |
|
|
MK |
32,4 |
|
|
TR |
112,3 |
|
|
US |
222,2 |
|
|
ZZ |
185,4 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
87,7 |
|
AU |
138,9 |
|
|
BR |
45,1 |
|
|
CL |
80,0 |
|
|
NZ |
89,8 |
|
|
US |
97,1 |
|
|
ZA |
82,3 |
|
|
ZZ |
88,7 |
|
|
0808 20 50 |
CN |
69,7 |
|
TR |
124,6 |
|
|
ZA |
65,4 |
|
|
ZZ |
86,6 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „andere oorsprong”.
|
5.10.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 260/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 1164/2007 VAN DE COMMISSIE
van 4 oktober 2007
houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Holsteiner Karpfen (BGA))
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name op artikel 7, lid 4, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 6, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 510/2006 en artikel 17, lid 2, van diezelfde verordening is de door Duitsland ingediende aanvraag tot registratie van de benaming „Holsteiner Karpfen” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 is bij de Commissie een bezwaarschrift ingediend. Aangezien dat bezwaarschrift vervolgens weer is ingetrokken, moet de benaming worden geregistreerd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in de bijlage bij deze verordening vermelde benaming wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 oktober 2007.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).
BIJLAGE
In bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten voor menselijke consumptie:
|
Categorie 1.7. |
Verse vis en schaal-, schelp- en weekdieren en producten op basis van verse vis en schaal-, schelp- en weekdieren |
DUITSLAND
Holsteiner Karpfen (BGA)
RICHTLIJNEN
|
5.10.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 260/4 |
RICHTLIJN 2007/62/EG VAN DE COMMISSIE
van 4 oktober 2007
tot wijziging van bepaalde bijlagen bij de Richtlijnen 86/362/EEG en 90/642/EEG van de Raad wat betreft maximumgehalten aan residuen van bifenazaat, pethoxamide, pyrimethanil en rimsulfuron
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 86/362/EEG van de Raad van 24 juli 1986 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op granen (1), en met name op artikel 10,
Gelet op Richtlijn 90/642/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (2), en met name op artikel 7,
Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (3), en met name op artikel 4, lid 1, onder f),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De volgende werkzame stoffen zijn opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG: pyrimethanil, pethoxamide, bifenazaat en rimsulfuron bij respectievelijk de Richtlijnen 2006/74/EG (4), 2006/41/EG (5), 2005/58/EG (6) en 2006/39/EG (7) van de Commissie. |
|
(2) |
De betrokken werkzame stoffen zijn in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen op grond van de evaluatie van de informatie die is verstrekt met betrekking tot het voorgestelde gebruik. Sommige lidstaten hebben informatie betreffende dat gebruik verstrekt overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder f), van die richtlijn. De beschikbare informatie is onderzocht en is toereikend om een aantal maximumresidugehalten (MRL's) vast te stellen. |
|
(3) |
Wanneer nog geen communautair MRL of voorlopig MRL bestaat, moeten de lidstaten overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder f), van Richtlijn 91/414/EEG een nationaal voorlopig MRL vaststellen voordat gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stoffen bevatten, mogen worden toegelaten. |
|
(4) |
De communautaire MRL's en de door de Codex Alimentarius aanbevolen gehalten worden volgens vergelijkbare procedures vastgesteld en geëvalueerd. Voor bifenazaat bestaat een aantal Codex-MRL's. De op Codex-MRL's gebaseerde MRL's zijn geëvalueerd in het licht van het risico voor de consument. Er is geen risico geconstateerd wanneer gebruik werd gemaakt van de toxicologische eindpunten die zijn vervat in de studies waarover de Commissie beschikt. |
|
(5) |
In de evaluatieverslagen van de Commissie die werden opgesteld voor de opneming van de desbetreffende werkzame stoffen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG, is de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) en, zo nodig, de acute referentiedosis (ARfD) voor die stoffen vastgesteld. De blootstelling van consumenten aan met de desbetreffende werkzame stof behandelde levensmiddelen is volgens de communautaire procedures geraamd. Voorts is rekening gehouden met de door de Wereldgezondheidsorganisatie (8) gepubliceerde richtsnoeren en met het advies van het Wetenschappelijk Comité voor planten (9) over de gebruikte methoden. De conclusie is dat de voorgestelde MRL's niet leiden tot overschrijding van de ADI of de ARfD. |
|
(6) |
Om ervoor te zorgen dat de consument op adequate wijze wordt beschermd tegen blootstelling aan residuen als gevolg van ongeoorloofd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, moeten voor dergelijke combinaties product/bestrijdingsmiddel voorlopige MRL's worden vastgesteld op de ondergrens van de analytische bepaling. |
|
(7) |
De vaststelling op communautair niveau van dergelijke voorlopige MRL's laat onverlet dat de lidstaten overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder f), van Richtlijn 91/414/EEG en bijlage VI daarbij voorlopige MRL's voor de betrokken stoffen mogen vaststellen. Om andere toepassingen van de werkzame stof in kwestie toe te staan volstaat een periode van vier jaar. Daarna moeten de voorlopige MRL's definitief worden. |
|
(8) |
De in de bijlagen bij de Richtlijnen 86/362/EEG en 90/642/EEG opgenomen MRL's moeten daarom worden gewijzigd om te zorgen voor een degelijke bewaking van en controle op dit toepassingsverbod en om de consument te beschermen. |
|
(9) |
De Richtlijnen 86/362/EEG en 90/642/EEG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(10) |
De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage II bij Richtlijn 86/362/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze richtlijn.
Artikel 2
Bijlage II bij Richtlijn 90/642/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze richtlijn.
Artikel 3
De lidstaten dienen uiterlijk op 5 april 2008 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.
Zij passen die bepalingen toe vanaf 6 april 2008.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
Artikel 4
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 5
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 4 oktober 2007.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 221 van 7.8.1986, blz. 37. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/57/EG van de Commissie (PB L 243 van 18.9.2007, blz. 61).
(2) PB L 350 van 14.12.1990, blz. 71. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/57/EG.
(3) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/52/EG van de Commissie (PB L 214 van 17.8.2007, blz. 3).
(4) PB L 235 van 30.8.2006, blz. 17.
(5) PB L 187 van 8.7.2006, blz. 24.
(6) PB L 246 van 22.9.2005, blz. 17.
(7) PB L 104 van 13.4.2006, blz. 30.
(8) Richtsnoeren voor het voorspellen van de opname via de voeding van residuen van bestrijdingsmiddelen (herziene versie), opgesteld door GEMS/voedselprogramma in samenwerking met het Codex-comité voor residuen van bestrijdingsmiddelen, gepubliceerd door de Wereldgezondheidsorganisatie, 1997 (WHO/FSF/FOS/97.7).
(9) Opinion of the Scientific Committee on Plants regarding questions relating to amending the annexes to Council Directives 86/362/EEC, 86/363/EEC and 90/642/EEC (advies van het Wetenschappelijk Comité voor planten van 14 juli 1998) (http://europa.eu.int/comm/food/fs/sc/index_en.html).
BIJLAGE I
In deel A van bijlage II bij Richtlijn 86/362/EEG worden de volgende regels voor bifenazaat, pethoxamide, pyrimethanil en rimsulfuron toegevoegd:
|
„Residuen van bestrijdingsmiddelen |
Maximumgehalte in mg/kg |
|
Bifenazaat |
GRANEN |
|
Pethoxamide |
GRANEN |
|
Pyrimethanil |
GRANEN |
|
Rimsulfuron |
GRANEN |
(*1) Geeft de ondergrens van de analytische bepaling aan.
(p) Geeft aan dat het maximumresidugehalte voorlopig is vastgesteld overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder f), van Richtlijn 91/414/EEG: behoudens wijzigingen wordt dit gehalte definitief van 25 oktober 2011.”
BIJLAGE II
In deel A van bijlage II bij Richtlijn 90/642/EEG worden de volgende kolommen voor bifenazaat, pethoxamide, pyrimethanil en rimsulfuron toegevoegd:
|
|
„Residuen van bestrijdingsmiddelen en maximumgehalten aan residuen (mg/kg) |
|||||
|
Groepen en voorbeelden van afzonderlijke producten waarop de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen van toepassing zijn |
Bifenazaat |
Pethoxamide |
Pyrimethanil |
Rimsulfuron |
||
|
|
|
||||
|
|
10 (p) |
|
|||
|
Grapefruits |
|
|
|
|
||
|
Citroenen |
|
|
|
|
||
|
Lemmetjes |
|
|
|
|
||
|
Mandarijnen (inclusief clementines en andere kruisingen) |
|
|
|
|
||
|
Sinaasappelen |
|
|
|
|
||
|
Pomelo’s |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|||
|
Amandelen |
|
|
0,2 (p) |
|
||
|
Paranoten |
|
|
|
|
||
|
Cashewnoten |
|
|
|
|
||
|
Kastanjes |
|
|
|
|
||
|
Kokosnoten |
|
|
|
|
||
|
Hazelnoten |
|
|
|
|
||
|
Macadamianoten |
|
|
|
|
||
|
Pecannoten |
|
|
|
|
||
|
Pijnboompitten |
|
|
|
|
||
|
Pistaches (pimpernoten) |
|
|
0,2 (p) |
|
||
|
Walnoten |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|||
|
|
5 (p) |
|
|||
|
Appelen |
|
|
|
|
||
|
Peren |
|
|
|
|
||
|
Kweeperen |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|||
|
Abrikozen |
|
|
3 (p) |
|
||
|
Kersen |
|
|
|
|
||
|
Perziken (inclusief nectarines en soortgelijke kruisingen) |
|
|
10 (p) |
|
||
|
Pruimen |
|
|
3 (p) |
|
||
|
Andere |
|
|
|
|||
|
|
|
|
|
||
|
|
5 (p) |
|
|||
|
Tafeldruiven |
|
|
|
|
||
|
Wijndruiven |
|
|
|
|
||
|
2 (p) |
|
5 (p) |
|
||
|
|
|
|
|||
|
Bramen |
|
|
10 (p) |
|
||
|
Dauwbramen |
|
|
|
|
||
|
Loganbessen |
|
|
|
|
||
|
Frambozen |
|
|
10 (p) |
|
||
|
Andere |
|
|
|
|||
|
|
5 (p) |
|
|||
|
Blauwe bosbessen |
|
|
|
|
||
|
Veenbessen |
|
|
|
|
||
|
Aalbessen (rood, zwart en wit) |
|
|
|
|
||
|
Kruisbessen |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|
||
|
|
|
||||
|
|
|
|
|||
|
Avocado’s |
|
|
|
|
||
|
Bananen |
|
|
0,1 (p) |
|
||
|
Dadels |
|
|
|
|
||
|
Vijgen |
|
|
|
|
||
|
Kiwi’s |
|
|
|
|
||
|
Kumquats |
|
|
|
|
||
|
Lychees |
|
|
|
|
||
|
Mango’s |
|
|
|
|
||
|
Olijven (tafelolijven) |
|
|
|
|
||
|
Olijven (olieproductie) |
|
|
|
|
||
|
Papaja’s |
|
|
|
|
||
|
Passievruchten |
|
|
|
|
||
|
Ananassen |
|
|
|
|
||
|
Granaatappelen |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|||
|
|
|
||||
|
|
|
|
|||
|
Rode bieten |
|
|
|
|
||
|
Wortelen |
|
|
1 (p) |
|
||
|
Cassave |
|
|
|
|
||
|
Knolselderij |
|
|
|
|
||
|
Mierikswortel (peperwortel) |
|
|
|
|
||
|
Aardperen (topinamboers) |
|
|
|
|
||
|
Pastinaken |
|
|
|
|
||
|
Wortelpeterselie |
|
|
|
|
||
|
Radijzen |
|
|
|
|
||
|
Schorseneren |
|
|
|
|
||
|
Bataten (zoete aardappelen) |
|
|
|
|
||
|
Koolrapen |
|
|
|
|
||
|
Rapen |
|
|
|
|
||
|
Yams |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|||
|
|
|
|
|||
|
Knoflook |
|
|
|
|
||
|
Uien |
|
|
0,1 (p) |
|
||
|
Sjalotten |
|
|
|
|
||
|
Bosuien |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|||
|
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
Tomaten |
0,5 (p) |
|
1 (p) |
|
||
|
Pepers (paprika’s) |
2 (p) |
|
2 (p) |
|
||
|
Aubergines |
0,5 (p) |
|
1 (p) |
|
||
|
Okra’s |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
||||
|
0,3 (p) |
|
1 (p) |
|
||
|
Komkommers |
|
|
|
|
||
|
Augurken |
|
|
|
|
||
|
Courgettes |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|
||
|
|
|
||||
|
Meloenen |
|
|
|
|
||
|
Pompoenen |
|
|
|
|
||
|
Watermeloenen |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|
||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
|
|
||
|
Broccoli |
|
|
|
|
||
|
Bloemkool |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
Spruitkool |
|
|
|
|
||
|
Sluitkool |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
Chinese kool |
|
|
|
|
||
|
Boerenkool |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|
||
|
Tuinkers |
|
|
|
|
||
|
Veldsla |
|
|
|
|
||
|
Sla |
|
|
10 (p) |
|
||
|
Andijvie |
|
|
|
|
||
|
Rucola |
|
|
|
|
||
|
Bladeren en stengels van koolsoorten, inclusief raapstelen |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|||
|
|
|
|
|||
|
Spinazie |
|
|
|
|
||
|
Snijbiet |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|||
|
|
|
3 (p) |
|
||
|
Kervel |
|
|
|
|
||
|
Bieslook |
|
|
|
|
||
|
Peterselie |
|
|
|
|
||
|
Bladselderij |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|||
|
Bonen (met peul) |
|
|
2 (p) |
|
||
|
Bonen (zonder peul) |
|
|
|
|
||
|
Erwten (met peul) |
|
|
|
|
||
|
Erwten (zonder peul) |
|
|
0,2 (p) |
|
||
|
Andere |
|
|
|
|||
|
|
|
|
|||
|
Asperge |
|
|
|
|
||
|
Kardoen |
|
|
|
|
||
|
Bleekselderij |
|
|
|
|
||
|
Knolvenkel |
|
|
|
|
||
|
Artisjokken |
|
|
|
|
||
|
Prei |
|
|
1 (p) |
|
||
|
Rabarber |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|||
|
|
|
||||
|
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
0,5 (p) |
|||||
|
Bonen |
|
|
|
|
||
|
Linzen |
|
|
|
|
||
|
Erwten |
|
|
|
|
||
|
Lupinen |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|
||
|
||||||
|
Lijnzaad |
|
|
|
|
||
|
Pinda’s |
|
|
|
|
||
|
Papaverzaad |
|
|
|
|
||
|
Sesamzaad |
|
|
|
|
||
|
Zonnebloempitten |
|
|
|
|
||
|
Kool- en raapzaad |
|
|
|
|
||
|
Sojabonen |
|
|
|
|
||
|
Mosterdzaad |
|
|
|
|
||
|
Katoenzaad |
|
|
|
|
||
|
Hennepzaad |
|
|
|
|
||
|
Pompoenzaad |
|
|
|
|
||
|
Andere |
|
|
|
|
||
|
||||||
|
Vroege aardappelen |
|
|
|
|
||
|
Bewaaraardappelen |
|
|
|
|
||
|
0,1 (p) |
|||||
|
||||||
(*1) Geeft de ondergrens van de analytische bepaling aan.
(p) Geeft aan dat het maximumresidugehalte voorlopig is vastgesteld overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder f), van Richtlijn 91/414/EEG: behoudens wijzigingen wordt dit gehalte definitief 25 oktober 2011.”
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN
|
5.10.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 260/13 |
BESCHIKKING VAN DE RAAD
van 10 juli 2007
waarbij overeenkomstig artikel 104, lid 8, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap wordt vastgesteld dat de maatregelen die de Tsjechische Republiek in reactie op de aanbeveling van de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag heeft genomen, ontoereikend blijken te zijn
(2007/640/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104, lid 8,
Gezien de aanbeveling van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 104 van het Verdrag dienen de lidstaten buitensporige overheidstekorten te vermijden. |
|
(2) |
Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werkgelegenheidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren. Het stabiliteits- en groeipact omvat onder meer Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (1), die werd aangenomen om een snelle correctie van buitensporige overheidstekorten te bevorderen. |
|
(3) |
Bij Beschikking 2005/185/EG van de Raad (2) is na een aanbeveling van de Commissie overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag vastgesteld dat er in de Tsjechische Republiek een buitensporig tekort bestond. |
|
(4) |
Op 5 juli 2004 richtte de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag en artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 op basis van een aanbeveling van de Commissie de aanbeveling tot de Tsjechische autoriteiten om zo spoedig mogelijk een einde te maken aan de bestaande buitensporigtekortsituatie en binnen een middellange-termijnkader maatregelen te nemen om het tekort in 2008 op geloofwaardige en duurzame wijze tot onder de 3 % van het bbp terug te dringen overeenkomstig het traject voor tekortreductie dat in het in mei 2004 door de autoriteiten ingediende en in het advies van de Raad van 5 juli 2004 (3) goedgekeurde convergentieprogramma was aangegeven, waarbij de jaarlijkse streefcijfers de volgende waren: 5,3 % van het bbp in 2004, 4,7 % van het bbp in 2005, 3,8 % van het bbp in 2006 en 3,3 % van het bbp in 2007. De Raad stelde 5 november 2004 vast als uiterste datum voor het zetten van doeltreffende stappen ten aanzien van de maatregelen die gepland waren om de tekortdoelstelling voor 2005 te halen. De Tsjechische Republiek stemde ermee in om de aanbeveling openbaar te maken. |
|
(5) |
Na het verstrijken van de uiterste datum van 5 november 2004 stelde de Commissie in haar mededeling aan de Raad van 14 december 2004 (4) vast dat geen verdere stappen in de buitensporigtekortprocedure ten aanzien van de Tsjechische Republiek meer nodig waren, aangezien de Tsjechische regering doeltreffende stappen had gezet ten aanzien van de maatregelen die gepland waren om de tekortdoelstelling voor 2005 te halen. In het op 24 januari 2006 door de Raad goedgekeurde geactualiseerde convergentieprogramma van november 2005 werd voor 2008 een tekort van 2,7 % van het bbp genoemd. |
|
(6) |
De beoordeling van de maatregelen die de Tsjechische Republiek in reactie op de aanbeveling van de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 7, heeft genomen om het buitensporige tekort in 2008 te verhelpen, leidt tot de volgende conclusies:
|
|
(7) |
Daarom luidt de conclusie dat de Tsjechische Republiek de budgettaire streefcijfers voor de jaren 2004-2006 in het in de aanbeveling van de Raad van 5 juli 2004 uitgezette consolidatietraject in positieve zin heeft overtroffen, maar dat het tekort van 2007 ruim boven het streefcijfer van de Raad ligt en het tekort van 2008 met het huidige beleid duidelijk boven de drempel van 3 % van het bbp uitkomt. De budgettaire streefcijfers van de Tsjechische autoriteiten zijn niet in overeenstemming met de aanbevelingen van de Raad om het buitensporige tekort uiterlijk in 2008 te corrigeren. Sinds de vaststelling van de aanbeveling hebben zich geen onverwachte ongunstige economische gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de openbare financiën als bedoeld in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad voorgedaan. Integendeel, de economische ontwikkelingen die voor de openbare financiën van belang zijn, zijn duidelijk gunstiger geweest dan verwacht, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:
Artikel 1
De maatregelen die de Tsjechische Republiek heeft genomen in reactie op de aanbeveling die de Raad op 5 juli 2004 overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag heeft gedaan, blijken ontoereikend te zijn om het buitensporige tekort binnen de in de aanbeveling vastgestelde termijn te verhelpen.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de Tsjechische Republiek.
Gedaan te Brussel, 10 juli 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SILVA
(1) PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1056/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 5).
(2) PB L 62 van 9.3.2005, blz. 20.
(3) PB C 320 van 24.12.2004, blz. 1.
(4) Communication from the Commission to the Council: The action taken by the Czech Republic, Cyprus, Malta, Poland and Slovakia in response to the Council recommendations under the excessive deficit procedure — SEC(2004) 1630 van 22.12.2004.
|
5.10.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 260/15 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 1 oktober 2007
houdende afsluiting van het overleg met de Republiek Fiji-eilanden krachtens artikel 96 van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en artikel 37 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking
(2007/641/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (1) en gewijzigd in Luxemburg op 25 juni 2005 (2), „ACS-EG-partnerschapsovereenkomst” en met name op artikel 96,
Gelet op het Intern akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, inzake maatregelen en procedures voor de tenuitvoerlegging van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst (3), en met name op artikel 3,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (4), en met name op artikel 37,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De in artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou bedoelde essentiële elementen zijn geschonden. |
|
(2) |
De waarden bedoeld in artikel 3 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking zijn geschonden. |
|
(3) |
Op 18 april 2007 is, overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou en artikel 37 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking, overleg geopend met de ACS-landen en de Republiek Fiji-eilanden, waarbij de autoriteiten van de Republiek Fiji-eilanden specifieke verbintenissen zijn aangegaan om de door de Europese Unie geïdentificeerde problemen te verhelpen. |
|
(4) |
Bepaalde hiervoor genoemde verbintenissen hebben tot enkele concrete initiatieven geleid; vele belangrijke maatregelen met betrekking tot de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou en de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking moeten echter nog worden genomen, |
BESLUIT:
Artikel 1
Het overleg met de Republiek Fiji-eilanden krachtens artikel 96 van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en artikel 37 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking wordt hierbij afgesloten.
Artikel 2
De in de aangehechte brief uiteengezette maatregelen worden goedgekeurd als passende maatregelen zoals bedoeld in artikel 96, lid 2, onder c), van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en artikel 37 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.
Het is geldig tot en met 1 oktober 2009. Het wordt regelmatig ten minste ieder halfjaar getoetst.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Luxemburg, 1 oktober 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
M. LINO
(1) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.
(2) PB L 287 van 28.10.2005, blz. 4.
BIJLAGE
|
Z.E. Ratu Josefa ILOILO |
|
President van de Republiek Fiji-eilanden |
|
Suva |
|
Fiji |
Excellentie,
De Europese Unie hecht groot belang aan de bepalingen van artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou en artikel 3 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking. Het ACS-EG-partnerschap is gebaseerd op de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat, die essentiële elementen zijn van de Overeenkomst van Cotonou en de grondslag vormen van onze betrekkingen.
Op 11 december 2006 heeft de Raad van de Europese Unie de militaire machtsovername in Fiji veroordeeld.
In overeenstemming met artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou, en omdat de militaire machtsovername van 5 december 2006 een schending vormde van de in artikel 9 van die overeenkomst genoemde essentiële elementen, heeft de Europese Unie Fiji uitgenodigd voor het in de overeenkomst bedoelde overleg, om de situatie grondig te onderzoeken en voor zover nodig maatregelen te nemen om tot een oplossing te komen.
Het formele gedeelte van dat overleg ging op 18 april 2007 van start in Brussel. De interim-regering van Fiji hield een uiteenzetting op basis van een memorandum van 18 april 2007 over de redenen voor de militaire machtsovername van 5 december 2006, de ontwikkelingen met betrekking tot de situatie in het land sinds de machtsovername en over het programma van de interim-regering voor de overgangsperiode.
De Europese Unie heeft nota genomen van het memorandum van de interim-regering aan de Europese Unie van 18 april 2007.
De Europese Unie was verheugd dat de interim-regering enkele belangrijke verbintenissen bevestigde met betrekking tot de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de democratische beginselen en de rechtsstaat, zoals hierna wordt aangegeven, en positieve stappen heeft voorgesteld met betrekking tot hun tenuitvoerlegging. Fiji stemde ook in met nauwe samenwerking met betrekking tot het toezicht op en de controle van de verbintenissen.
De tenuitvoerlegging van de meeste toezeggingen die bij de opening van het overleg werden gedaan, zal over een langere periode plaatsvinden. Bijgevolg moet gedurende langere tijd nauwlettend toezicht worden gehouden op hun tenuitvoerlegging. De Europese Unie benadrukt dat, na de geloofwaardige algemene verkiezingen die in mei 2006 nog in Fiji werden gehouden en in het licht van de bevindingen en aanbevelingen van de EU-verkiezingsmissie, en met name het eindrapport van de hoofdverkiezingswaarnemer van de Europese Unie, Europees Parlementslid Istvan Szent-Ivanyi, de Europese Unie van mening is dat nieuwe en geloofwaardige verkiezingen kunnen worden gehouden binnen de afgesproken termijn, dat wil zeggen vóór 28 februari 2009.
De Europese Unie wijst op het belang van snelle en volledige naleving van de in de bijlage bij deze bijlage opgenomen verbintenissen.
De Europese Unie merkt op dat de interim-regering, in overeenstemming met de overeengekomen verbintenissen, op 31 mei 2007 de noodtoestand heeft opgeheven en op 19 juni 2007 haar instemming heeft betuigd met de bevindingen en aanbevelingen van de onafhankelijke verkiezingsdeskundigen van het Pacific Islands Forum.
De Europese Unie is bezorgd over het gebrek aan vooruitgang dat de interim-regering zowel procedureel als materieel boekt ten opzicht van de door haar aangegane verbintenissen. De interim-regering zegde toe een permanente dialoog te voeren en de Europese Unie volledig in kennis te stellen van alle gebeurtenissen in verband met de andere door haar gedane toezeggingen. Wat de materiële kant van de zaak betreft, merkt de Europese Unie met name op dat de interim-regering nog altijd werk moet maken van de oprichting van een rechtbank die er volgens artikel 138, lid 3, van de grondwet al op 15 juli 2007 had moeten zijn; de Europese Unie verwacht een besluit daaromtrent op zo kort mogelijke termijn.
In de geest van partnerschap die ten grondslag ligt aan de Overeenkomst van Cotonou en in het licht van de positieve uitkomst van het overleg, verklaarde de Europese Unie zich bereid te helpen bij de tenuitvoerlegging van de verbintenissen die Fiji is aangegaan. De Europese Unie spreekt de verwachting uit dat de dialoogvergaderingen weer zullen worden hervat en op gezette tijden zullen plaatsvinden, zulks in overeenstemming met de door de interim-regering gedane toezegging.
De Europese Unie heeft de volgende passende maatregelen goedgekeurd als bedoeld in artikel 96, lid 2, onder c), van de herziene Overeenkomst van Cotonou en artikel 37 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking:
|
— |
humanitaire hulp en directe steun aan maatschappelijke organisaties mogen worden voortgezet; |
|
— |
samenwerkingsactiviteiten die reeds lopende of nog in voorbereiding zijn, met name in het kader van het 8e en 9e EOF, mogen worden voortgezet; |
|
— |
de eindevaluatie van het 9e EOF wordt niet stopgezet; |
|
— |
samenwerkingsactiviteiten die de terugkeer naar de democratie bevorderen en leiden tot beter bestuur, mogen worden voortgezet, behalve in bepaalde zeer uitzonderlijke omstandigheden; |
|
— |
de tenuitvoerlegging van begeleidende maatregelen voor de hervorming van de suikersector in 2006 mag worden voortgezet. De financieringsovereenkomst is op 19 juni 2007 op technisch niveau in Fiji ondertekend. De financieringsovereenkomst omvat overigens een opschortingsclausule; |
|
— |
de instemming van de interim-regering op 19 juni 2007 met het rapport van 7 juni 2007 van de onafhankelijke verkiezingsdeskundigen van het Pacific Islands Forum is in overeenstemming met verbintenis nr. 1, waarover de interim-regering op 18 april 2007 met de Europese Unie een akkoord bereikte. Bijgevolg mag de voorbereiding en ondertekening van het meerjaarlijkse indicatieve programma voor de begeleidende maatregelen van de suikerhervorming in 2008-2010 doorgaan; |
|
— |
de opstelling, de ondertekening op technisch niveau en de tenuitvoerlegging van het landenstrategiedocument en het nationale indicatieve programma voor het 10e EOF met daarbij een indicatieve financiële bijdrage, alsmede de mogelijke toewijzing van een stimuleringstranche van maximaal 25 % van dat bedrag, is afhankelijk van de naleving van de verbintenissen met betrekking tot de mensenrechten en de rechtsstaat; daarbij geldt met name dat de interim-regering de grondwet moet respecteren en dat de op 6 september 2007 opnieuw ingevoerde Public Emergency Regulations zo spoedig mogelijk worden ingetrokken; dat de onafhankelijkheid van het justitiële apparaat moet worden gerespecteerd; dat alle vermeende mensenrechtenschendingen moeten worden onderzocht of in behandeling worden genomen op basis van de verschillende procedures en binnen de daarvoor bestemde fora op de Fiji-eilanden; verder moet de interim-regering zich tot het uiterste inspannen om intimiderend bedoelde verklaringen van veiligheidsinstanties te vermijden; |
|
— |
de suikertoewijzing voor 2007 is nul; |
|
— |
de suikertoewijzing voor 2008 wordt beschikbaar gemaakt, mits er voldoende indicaties zijn van de geloofwaardige en tijdige voorbereiding van de verkiezingen, in overeenstemming met de overeengekomen verbintenissen; dit betreft met name het tijdstip van de verkiezingen, de vaststelling van de grenzen van de nieuwe kiesdistricten en de hervorming van de kieswet in overeenstemming met de grondwet; er moeten maatregelen zijn genomen voor het goed functioneren van het verkiezingsbureau, waaronder de benoeming van een verkiezingstoezichthouder vóór 30 september 2007, in overeenstemming met de grondwet; |
|
— |
de suikertoewijzing voor 2009 wordt beschikbaar gemaakt, mits er een legitieme regering is; |
|
— |
de suikertoewijzing voor 2010 is afhankelijk van de vorderingen met de tenuitvoerlegging van de suikertoewijzing voor 2009 en de voortzetting van het democratisch proces; |
|
— |
aanvullende steun voor de voorbereiding en tenuitvoerlegging van de voornaamste verbintenissen, met name de steun voor het voorbereiden en/of houden van verkiezingen, is mogelijk bovenop de steun die in deze brief wordt beschreven; |
|
— |
de regionale samenwerking, en de deelname van Fiji daaraan, blijft intact; |
|
— |
de samenwerking met de Europese Investeringsbank en het Centrum voor de Ontwikkeling van het Bedrijfsleven mag worden voortgezet, mits de gedane verbintenissen op tijd worden nagekomen. |
De controle op de naleving van de verbintenissen geschiedt overeenkomstig de in de bijlage genoemde verbintenissen met betrekking tot regelmatige dialoog, samenwerking met missies en rapportage.
Voorts verwacht de Europese Unie van Fiji dat het volledig samenwerkt met het Pacific Islands Forum wat betreft de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de Groep van Eminente Personen die door het Forum van de ministers van Buitenlandse zaken op hun bijeenkomst van 16 maart 2007 in Vanuatu zijn goedgekeurd.
De Europese Unie blijft de situatie in Fiji nauwlettend volgen. Op grond van artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou zal met Fiji een versterkte politieke dialoog worden gevoerd met het oog op de eerbiediging van de mensenrechten, het herstel van de democratie en de eerbiediging van de rechtsstaat totdat beide partijen concluderen dat de verbeterde dialoog zijn vrucht heeft afgeworpen.
Indien de tenuitvoerlegging van de verbintenissen door de interim-regering wordt vertraagd, wordt stopgezet of ongedaan wordt gemaakt, behoudt de Europese Unie zich het recht voor de passende maatregelen te wijzigen.
De Europese Unie benadrukt dat de privileges van Fiji in de samenwerking met de Europese Unie afhankelijk zijn van de eerbiediging van de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou en de waarden bedoeld in de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking. Teneinde de Europese Unie ervan te overtuigen dat de interim-regering bereid is de verbintenissen volledig na te komen, is het van essentieel belang dat er snelle en substantiële vorderingen worden gemaakt bij de naleving van de verbintenissen.
Met bijzondere hoogachting,
Gedaan te Brussel,
Voor de Commissie
Voor de Raad
Bijlage bij de bijlage
MET DE REPUBLIEK FIJI-EILANDEN OVEREENGEKOMEN VERBINTENISSEN
A. Eerbiediging van de democratische beginselen
Verbintenis nr. 1
Er worden binnen 24 maanden na 1 maart 2007 vrije en eerlijke verkiezingen gehouden, afhankelijk van de bevindingen van de evaluatie door de onafhankelijke auditeurs die zijn benoemd door het secretariaat van het Pacific Islands Forum. De procedures die voorafgaan aan de organisatie van de verkiezingen en de organisatie van de verkiezingen zelf zullen worden gecontroleerd en waar nodig aangepast en herzien op basis van wederzijds overeengekomen ijkpunten. Dit houdt met name het volgende in:
|
— |
de interim-regering keurt vóór 30 juni 2007 een tijdschema goed met daarin de data waarop de verschillende stappen moeten worden voltooid die nodig zijn ter voorbereiding van de nieuwe parlementsverkiezingen; |
|
— |
in het tijdschema worden het tijdstip van de verkiezingen, de vaststelling van de grenzen van de nieuwe kiesdistricten en de hervorming van de kieswet gespecificeerd; |
|
— |
de vaststelling van de grenzen van de nieuwe kiesdistricten en de hervorming van de kieswet geschieden in overeenstemming met de grondwet; |
|
— |
er worden in overeenstemming met de grondwet maatregelen genomen voor het goed functioneren van het verkiezingsbureau, waaronder de benoeming van een verkiezingstoezichthouder vóór 30 september 2007; |
|
— |
de benoeming van de vicepresident geschiedt in overeenstemming met de grondwet. |
Verbintenis nr. 2
De interim-regering houdt bij de goedkeuring van belangrijke wetgevende, fiscale en andere beleidsinitiatieven en veranderingen rekening met overleg dat is gepleegd met maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen.
B. Rechtsstaat
Verbintenis nr. 1
De interim-regering spant zich tot het uiterste in om intimiderend bedoelde verklaringen van veiligheidsinstanties te vermijden.
Verbintenis nr. 2
De interim-regering eerbiedigt de grondwet van 1997 en garandeert dat grondwettelijke instellingen, zoals de Mensenrechtencommissie van de Fiji-eilanden, de Commissie voor de openbare dienst en de Commissie grondwettelijke instellingen normaal en onafhankelijk kunnen functioneren. De aanzienlijke onafhankelijkheid en het functioneren van de Grote Raad van Stamhoofden worden gewaarborgd.
Verbintenis nr. 3
De onafhankelijkheid van het justitiële apparaat wordt volledig gerespecteerd, zodat dit ongestoord kan functioneren en zijn vonnissen door alle betrokkenen worden geëerbiedigd. Daarbij wordt met name het volgende gegarandeerd:
|
— |
de interim-regering zorgt ervoor dat het tribunaal bedoeld in artikel 138 (3) van de grondwet uiterlijk op 15 juli 2007 wordt aangesteld; |
|
— |
benoemingen en/of ontslagen van rechters geschieden voortaan strikt in overeenstemming met de grondwettelijke bepalingen en procedurele voorschriften; |
|
— |
leger, politie en interim-regering onthouden zich van inmenging in de activiteiten van het justitiële apparaat. Alle beroepen binnen het justitiële apparaat worden ten volle geëerbiedigd. |
Verbintenis nr. 4
Alle strafrechtelijke procedures in verband met corruptie worden via de gepaste justitiële kanalen afgehandeld; alle andere organen die worden ingesteld om vermeende gevallen van corruptie te onderzoeken, werken samen binnen de grondwettelijke grenzen.
C. Mensenrechten en fundamentele vrijheden
Verbintenis nr. 1
De interim-regering stelt al het noodzakelijke in het werk om ervoor te zorgen dat vermeende mensenrechtenschendingen worden onderzocht of in behandeling worden genomen in overeenstemming met de verschillende procedures en binnen de daarvoor bestemde fora, overeenkomstig de wetgeving van de Fiji-eilanden.
Verbintenis nr. 2
De interim-regering stelt alles in het werk om de noodtoestand in mei 2007 op te heffen, afhankelijk van eventuele bedreigingen van de nationale veiligheid of de openbare orde en veiligheid.
Verbintenis nr. 3
De interim-regering zorgt ervoor dat de Mensenrechtencommissie van de Fiji-eilanden volledig onafhankelijk en in overeenstemming met de grondwet kan functioneren.
Verbintenis nr. 4
De vrijheid van meningsuiting en de mediavrijheid worden in al hun vormen gewaarborgd, in overeenstemming met de grondwet.
D. Naleving van de verbintenissen
Verbintenis nr. 1
De interim-regering verbindt zich ertoe regelmatig een dialoog te voeren, zodat kan worden vastgesteld of er vooruitgang is geboekt, en verleent de autoriteiten/vertegenwoordigers van de Europese Unie en de Europese Gemeenschap onbeperkt toegang tot informatie over alle vraagstukken die verband houden met de mensenrechten en het vreedzaam herstel van de democratie en de rechtsstaat in Fiji.
Verbintenis nr. 2
De interim-regering werkt volledig mee met eventuele missies van de Europese Unie en de Europese Gemeenschap met het oog op de evaluatie van en het toezicht op de vooruitgang.
Verbintenis nr. 3
De interim-regering stelt eenmaal in de drie (3) maanden te beginnen op 30 juni 2007 voortgangsverslagen op met betrekking tot de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou en de verbintenissen.
Bepaalde vraagstukken kunnen alleen effectief worden aangepakt met een pragmatische benadering, rekening houdende met de realiteit van het heden en vooruitblikkend op de toekomst.
|
5.10.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 260/21 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 4 oktober 2007
betreffende noodmaatregelen van toepassing op uit Albanië ingevoerde visserijproducten bestemd voor menselijke consumptie
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 4482)
(Voor de EER relevante tekst)
(2007/642/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name op artikel 53, lid 1, onder b),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 178/2002 moeten de nodige maatregelen worden vastgesteld wanneer blijkt dat uit een derde land ingevoerde levensmiddelen een ernstig risico kunnen vormen voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu en dat dit risico niet op afdoende wijze kan worden beheerst met de door de betrokken lidsta(a)t(en) getroffen maatregelen. |
|
(2) |
Krachtens Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (2) moeten de exploitanten van levensmiddelenbedrijven ervoor zorgen dat de grenswaarden voor histamine in visserijproducten niet worden overschreden. Deze grenswaarden zijn tezamen met de bemonsterings- en analysemethoden vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen (3). |
|
(3) |
De Gemeenschap heeft onlangs in Albanië een inspectie uitgevoerd waaruit is gebleken dat de Albanese autoriteiten beschikken over een beperkte capaciteit om de nodige controles uit te voeren, met name om histamine in vis en visserijproducten op te sporen. |
|
(4) |
Zeer hoge histaminegehalten in visserijproducten vormen een ernstig risico voor de gezondheid van de mens. |
|
(5) |
Het is dienstig dat op communautair niveau maatregelen worden vastgesteld die van toepassing zijn op de invoer van visserijproducten die kunnen zijn besmet, om te zorgen voor een doeltreffende en uniforme bescherming in alle lidstaten. |
|
(6) |
De invoer in de Gemeenschap van visserijproducten van vissoorten die met een hoog histaminegehalte in verband worden gebracht, mag alleen worden toegestaan als kan worden aangetoond dat zij in de plaats van oorsprong aan een systematische controle zijn onderworpen om na te gaan of hun histaminegehalten de bij Verordening (EG) nr. 2073/2005 vastgestelde grenswaarden niet overschrijden. |
|
(7) |
Het is echter dienstig dat tijdelijk de invoer van zendingen wordt toegestaan die niet vergezeld gaan van de resultaten van de controles in de plaats van oorsprong, mits de lidstaten ervoor zorgen dat die zendingen bij aankomst aan de communautaire grens aan passende controles worden onderworpen om na te gaan of hun histaminegehalten de bij Verordening (EG) nr. 2073/2005 vastgestelde grenswaarden niet overschrijden. Deze tijdelijke vergunning moet beperkt zijn tot de tijd die de Albanese autoriteiten nodig hebben om hun eigen controlecapaciteit op te bouwen. |
|
(8) |
Bij Verordening (EG) nr. 178/2002 is een systeem voor snelle waarschuwing voor levensmiddelen en diervoeders opgezet, dat gebruikt moet worden met het oog op de wederzijdse kennisgevingsplicht van artikel 22, lid 2, van Richtlijn 97/78/EG (4). Bovendien moeten de lidstaten de Commissie via periodieke verslagen op de hoogte houden van alle analyseresultaten van officiële controles die op zendingen van visserijproducten uit Albanië worden uitgevoerd. |
|
(9) |
Deze beschikking moet opnieuw worden bekeken in het licht van de door Albanië geboden garanties en op basis van de resultaten van de door de lidstaten uitgevoerde tests. |
|
(10) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Toepassingsgebied
Deze beschikking is van toepassing op visserijproducten van vis behorende tot de families Scombridae, Clupeidae, Coryfenidae, Pomatomidae en Scombresosidae, ingevoerd uit Albanië en bestemd voor menselijke consumptie.
Artikel 2
Analytische tests op histamine
1. De lidstaten staan de invoer in de Gemeenschap van de in artikel 1 bedoelde producten alleen toe als zij vergezeld gaan van de resultaten van een analytische test op histamine die vóór verzending in Albanië of een buitenlands erkend laboratorium is uitgevoerd en waaruit blijkt dat de histaminegehalten onder de bij Verordening (EG) nr. 2073/2005 vastgestelde grenswaarden liggen. Deze tests moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de in Verordening (EG) nr. 2073/2005 bedoelde bemonsterings- en analysemethode.
2. In afwijking van lid 1 staan de lidstaten de invoer van de in artikel 1 bedoelde producten toe die niet vergezeld gaan van de resultaten van de in lid 1 bedoelde analytische test, mits de invoerende lidstaat ervoor zorgt dat elke zending van die producten wordt onderworpen aan tests om na te gaan of de histaminegehalten onder de bij Verordening (EG) nr. 2073/2005 vastgestelde grenswaarden liggen. Deze tests moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de in Verordening (EG) nr. 2073/2005 bedoelde bemonsterings- en analysemethode. De bevoegde autoriteit plaatst de zending in officiële inbewaringneming totdat zij een gunstig resultaat heeft ontvangen.
Artikel 3
Verslagen
Als de overeenkomstig artikel 2, lid 2, uitgevoerde tests histaminegehalten laten zien die de bij Verordening (EG) nr. 2073/2005 voor visserijproducten vastgestelde grenswaarden overschrijden, stellen de lidstaten de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
De lidstaten dienen bij de Commissie een verslag in over alle overeenkomstig artikel 2, lid 2, uitgevoerde tests.
De lidstaten maken voor de indiening van die informatie en die verslagen gebruik van het bij Verordening (EG) nr. 178/2002 opgezette systeem voor snelle waarschuwing voor levensmiddelen en diervoeders.
Artikel 4
Kosten
Alle uit deze beschikking voortvloeiende kosten zijn voor rekening van de verzender, de ontvanger of hun zaakwaarnemer.
Artikel 5
Naleving
De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de maatregelen die zij nemen om aan deze beschikking te voldoen.
Artikel 6
Geldigheidsduur
Deze beschikking wordt opnieuw bezien in het licht van de door de Albanese autoriteit verstrekte informatie en garanties en, indien nodig, de resultaten van een door deskundigen van de Gemeenschap uitgevoerd inspectiebezoek ter plaatse.
Artikel 7
Adressaten
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 4 oktober 2007.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 575/2006 van de Commissie (PB L 100 van 8.4.2006, blz. 3).
(2) PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55; gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).
(3) PB L 338 van 22.12.2005, blz. 1.
(4) PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 352).