|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 200 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
50e jaargang |
|
|
|
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is |
|
|
|
|
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN |
|
|
|
|
Raad en Commissie |
|
|
|
|
2007/541/EG, Euratom |
|
|
|
* |
||
|
|
|
Raad |
|
|
|
|
2007/542/EG |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2007/543/EG |
|
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is
VERORDENINGEN
|
1.8.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 200/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 914/2007 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2007
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 756/2007 (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 41).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 31 juli 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
MK |
42,6 |
|
TR |
61,5 |
|
|
XS |
44,3 |
|
|
ZZ |
49,5 |
|
|
0707 00 05 |
TR |
99,1 |
|
ZZ |
99,1 |
|
|
0709 90 70 |
TR |
94,4 |
|
ZZ |
94,4 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
61,2 |
|
UY |
62,3 |
|
|
ZA |
62,7 |
|
|
ZZ |
62,1 |
|
|
0806 10 10 |
EG |
153,1 |
|
MA |
147,7 |
|
|
TR |
181,8 |
|
|
ZZ |
160,9 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
86,8 |
|
AU |
160,4 |
|
|
BR |
87,0 |
|
|
CL |
90,5 |
|
|
CN |
67,9 |
|
|
NZ |
101,8 |
|
|
US |
99,6 |
|
|
ZA |
100,7 |
|
|
ZZ |
99,3 |
|
|
0808 20 50 |
AR |
78,6 |
|
CL |
79,0 |
|
|
NZ |
154,7 |
|
|
TR |
136,3 |
|
|
ZA |
129,2 |
|
|
ZZ |
115,6 |
|
|
0809 20 95 |
CA |
361,1 |
|
TR |
285,7 |
|
|
US |
303,7 |
|
|
ZZ |
316,8 |
|
|
0809 30 10 , 0809 30 90 |
TR |
154,9 |
|
ZZ |
154,9 |
|
|
0809 40 05 |
IL |
110,5 |
|
ZZ |
110,5 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „andere oorsprong”.
|
1.8.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 200/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 915/2007 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2007
houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 622/2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2320/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart (1), en met name op artikel 4, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van Verordening (EG) nr. 2320/2002 dient de Commissie desgevallend maatregelen vast te stellen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart in de hele Gemeenschap. Verordening (EG) nr. 622/2003 van de Commissie van 4 april 2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (2) was het eerste besluit dat in dergelijke maatregelen voorzag. |
|
(2) |
De bij Verordening (EG) nr. 622/2003 vastgestelde maatregelen waarbij passagiers die aankomen met een vlucht uit een derde land en overstappen op een luchthaven in de Gemeenschap, slechts beperkte hoeveelheden vloeistof bij zich mogen hebben, moeten worden herzien in het licht van technische ontwikkelingen, operationele implicaties op luchthavens en de impact op de passagiers. |
|
(3) |
Verordening (EG) nr. 622/2003 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(4) |
Uit de evaluatie is gebleken dat de beperkingen inzake het vervoer van vloeistoffen door passagiers die aankomen met een vlucht uit een derde land en overstappen op een luchthaven in de Gemeenschap op de betrokken luchthavens tot operationele problemen leidt en ongemakken veroorzaakt voor de betrokken passagiers. |
|
(5) |
Ontwikkelingen op het gebied van beveiligingsonderzoekstechnologie zullen op termijn een oplossing bieden voor deze problemen; zolang deze technische oplossingen nog niet beschikbaar zijn, moeten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1546/2006 tijdelijke maatregelen worden genomen en periodiek worden herzien. Verordening (EG) nr. 622/2003 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2320/2002 zijn de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 622/2003 vastgestelde maatregelen geheim en worden ze niet gepubliceerd. Dit geldt uiteraard ook voor besluiten tot wijziging daarvan. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de beveiliging van de burgerluchtvaart, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 622/2003 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 3 van die verordening is van toepassing met betrekking tot de vertrouwelijke aard van de bijlage.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2007.
Voor de Commissie
Jacques BARROT
Vicevoorzitter
(1) PB L 355 van 30.12.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 849/2004 (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerd in PB L 229 van 29.6.2004, blz. 3).
(2) PB L 89 van 5.4.2003, blz. 9. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 437/2007 (PB L 104 van 21.4.2007, blz. 16).
BIJLAGE
Overeenkomstig artikel 1 is de bijlage geheim en wordt deze niet gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.
|
1.8.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 200/5 |
VERORDENING (EG) Nr. 916/2007 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2007
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2216/2004 inzake een gestandaardiseerd en beveiligd registersysteem overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name op artikel 19, lid 3,
Gelet op Beschikking nr. 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende een bewakingssysteem voor de uitstoot van broeikasgassen in de Gemeenschap en de uitvoering van het Protocol van Kyoto (2), en met name op artikel 6, lid 1, eerste alinea, tweede zin,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 2216/2004 (3) van de Commissie bevat algemene bepalingen, functionele en technische specificaties en operationele en onderhoudseisen inzake het gestandaardiseerde en beveiligde registersysteem dat bestaat uit registers, in de vorm van gestandaardiseerde elektronische databases met gemeenschappelijke gegevens, en uit het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap. |
|
(2) |
Vanwege de aard van de systeemarchitectuur van de registers kan de routering, als de registers via het onafhankelijke transactielogboek van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) met het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap communiceren, alleen voor alle registers tegelijkertijd worden gewijzigd. Elk register dat niet gereed is voor een bepaalde termijn, zal ook zijn deelname aan de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten van de Gemeenschap moeten staken, als andere lidstaten zonder dit register verbinding zouden maken met het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC. Daarom dient ervoor te worden gezorgd dat het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC, wanneer dit operationeel is, aan het onafhankelijke transactielogboek en de registers van de Gemeenschap wordt gekoppeld wanneer het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap en alle registers technisch in staat zijn een dergelijke verbinding te maken of wanneer de Gemeenschap het dienstig acht de twee transactielogboeken te koppelen. |
|
(3) |
Op dit moment wordt bepaald dat de registers, wanneer er een verbinding bestaat tussen het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC en het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap, via het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC verbinding maken met het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap. De interacties tussen het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap en de registers zouden echter veel eenvoudiger en flexibeler worden als de registers via het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap verbinding zouden maken met het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC. De centrale administrateur dient derhalve de bevoegdheid te krijgen de volgorde van de verbindingen te bepalen. |
|
(4) |
Zowel de lidstaten als de Gemeenschap dienen ervoor te zorgen dat hun registers zo spoedig mogelijk verbonden zijn met het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC en dienen de administrateur van het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC de documentatie te verstrekken die nodig is voor de initialisatie van hun register bij dat logboek overeenkomstig de functionele en technische specificaties voor gegevensuitwisselingsnormen voor registersystemen krachtens het Protocol van Kyoto, opgesteld krachtens Besluit 24/CP.8 van de Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC. |
|
(5) |
De Gemeenschap dient alle nodige pogingen in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat elk register van een lidstaat, het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap en het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC vóór 1 december 2007 met elkaar verbonden zijn. |
|
(6) |
De registers dienen de mogelijkheid te krijgen ervoor te zorgen dat geverifieerde emissies alleen in de registers kunnen worden opgenomen als het geverifieerde emissieverslag bij de bevoegde autoriteit is ingediend en na de termijn voor de inlevering van emissierechten dienen geverifieerde emissiegegevens uitsluitend te worden gecorrigeerd als in het besluit van de bevoegde autoriteit ook de nalevingsstatus van de installatie waarvan de geverifieerde emissies worden gecorrigeerd, aan de orde komt. |
|
(7) |
Er dienen bepalingen te worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat lidstaten die geen AAU's kunnen verlenen om andere redenen dan dat is bepaald dat ze niet in aanmerking komen voor de overdracht en verwerving van ERU's en AAU's en het gebruik van CER's overeenkomstig de bepalingen van Besluit 11/CMP.1 van het Protocol van Kyoto bij het UNFCCC, gelijkwaardig kunnen blijven deelnemen aan de regeling voor de handel in emissierechten van de Gemeenschap, hetgeen in de periode 2008-2012 niet mogelijk zou zijn aangezien ze, in tegenstelling tot alle andere lidstaten, geen emissierechten zouden kunnen verlenen die van AAU's zijn omgezet. Deze gelijkwaardige deelname dient mogelijk te worden gemaakt via een mechanisme binnen het register van de Gemeenschap dat exploitanten in lidstaten die geen AAU's hebben in staat stelt emissierechten die niet van AAU's zijn omgezet in te wisselen voor emissierechten die van AAU's zijn omgezet wanneer zij emissierechten overdragen naar rekeningen in registers van lidstaten die AAU's hebben. Een soortgelijk proces dient vergelijkbare overdrachten in tegengestelde richting mogelijk te maken. Door wijziging van de regels voor de berekening van de nalevingsstatus van een installatie, d.w.z. het cijfer dat registers gebruiken om aan te geven of een exploitant heeft voldaan aan zijn verplichtingen om emissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG in te leveren, dient te worden voorkomen dat exploitanten worden geacht hun verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 2003/87/EG niet te hebben nageleefd omdat zij emissierechten hebben ingeleverd voor een ander jaar dan het jaar dat aan het huidige jaar voorafgaat. |
|
(8) |
De verstrekking door de lidstaten van emissierechten uit de reserve aan nieuwkomer-installaties en de toevoeging van emissierechten aan de reserve vanwege de sluiting van installaties moeten in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan worden weergegeven, zodat het publiek toegang heeft tot volledige en actuele informatie over dergelijke transacties. |
|
(9) |
Om ervoor te zorgen dat het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap bij een storing van het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC onafhankelijk kan functioneren, moeten de controles die zijn vastgelegd in de functionele en technische specificaties voor gegevensuitwisselingsnormen voor registersystemen krachtens het Protocol van Kyoto, opgesteld krachtens Besluit 24/CP.8 van de Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC, die door het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC moeten worden uitgevoerd en momenteel door het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap worden toegepast, in de communautaire wetgeving worden opgenomen. |
|
(10) |
Het is van het grootste belang dat er een uiterste datum wordt gespecificeerd voor de weergave van informatie over de geverifieerde emissie van een installatie teneinde de jaarlijkse nalevingscyclus te voltooien. In het licht van de ervaring dient de huidige uiterste datum voor de weergave van deze informatie te worden vervangen door een bepaling die waarborgt dat de weergave door de lidstaten en door de Commissie op een zo vroeg mogelijk tijdstip en op een gecoördineerde en geharmoniseerde wijze plaatsvindt. |
|
(11) |
Aangezien de huidige informatie die in het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap wordt weergegeven over de naleving van de inleveringsverplichtingen door installaties, zoals vereist krachtens de bepalingen van bijlage XVI van Verordening (EG) nr. 2216/2004, niet altijd duidelijk is, met name ten aanzien van eventuele wijzigingen die na de uiterste termijn voor inlevering in de nalevingsstatus van een installatie zouden kunnen optreden, dient de informatie over de naleving van inleveringsverplichtingen gedetailleerder en specifieker te worden gemaakt. |
|
(12) |
Om een gelijke toegang tot marktgerelateerde informatie te waarborgen, hetgeen een fundamenteel vereiste is voor een goed functionerende markt, dient het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap aanvullende informatie aan het publiek beschikbaar te stellen, zoals informatie over het al dan niet geblokkeerd zijn van een rekening, de door de verschillende registers berekende vergoedingen, de reservetabel die verplicht is krachtens Beschikking 2006/780/EG van de Commissie van 13 november 2006 inzake het voorkomen van dubbeltellingen van reducties van broeikasgasemissies in het kader van de communautaire regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten voor projectactiviteiten uit hoofde van het Protocol van Kyoto overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (4), het aandeel van installaties die hun geverifieerde emissie al hebben ingediend en het aandeel van emissierechten die nooit betrokken zijn geweest bij transacties tussen toewijzing en inlevering. |
|
(13) |
Verordening (EG) nr. 2216/2004 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd. |
|
(14) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 2216/2004 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Aan artikel 3, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd: „Elk register is met ingang van 1 februari 2008 geschikt voor de correcte uitvoering van alle in bijlage XI bis omschreven processen inzake automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan.”. |
|
3) |
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
Artikel 6, lid 2, wordt vervangen door: „2. Vanaf 1 februari 2008 totdat de in artikel 7 bedoelde communicatieverbinding tot stand is gebracht, worden alle processen inzake emissierechten, geverifieerde emissies, automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan en rekeningen afgewikkeld door gegevensuitwisseling via het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap.”. |
|
5) |
Artikel 7 wordt vervangen door: „Artikel 7 Communicatieverbinding tussen de onafhankelijke transactielogboeken 1. Een communicatieverbinding tussen het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap en het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC wordt geacht tot stand te zijn gebracht wanneer deze systemen op basis van een besluit van de centrale administrateur na raadpleging van het Comité klimaatverandering worden verbonden. De centrale administrateur brengt deze verbinding tot stand en houdt deze operationeel wanneer:
2. Indien niet aan de in lid 1 gestelde voorwaarden wordt voldaan, kan de Commissie, mits gesteund door de meerderheid van het Comité klimaatverandering, de centrale administrateur opdracht geven deze verbinding tot stand te brengen en operationeel te houden. 3. Nadat de in lid 1 omschreven verbinding tot stand is gebracht, worden alle processen inzake emissierechten, geverifieerde emissies, rekeningen, automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan en Kyoto-eenheden afgewikkeld door gegevensuitwisseling via het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC, waarna de gegevensstroom naar het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap wordt geleid. 4. De Commissie evalueert andere opties voor de verbinding van de registers, het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC en het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap dan in lid 3 wordt beschreven en brengt hierover verslag uit aan het Comité klimaatverandering. Met name wordt bekeken of alle processen inzake emissierechten en Kyoto-eenheden worden afgewikkeld door gegevensuitwisseling via het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap, waarna de gegevensstroom naar het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC wordt geleid, en alle processen inzake geverifieerde emissies, rekeningen en automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan worden afgewikkeld door gegevensuitwisseling via het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap. 5. Elke lidstaat verstrekt de administrateur van het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC en de centrale administrateur de documentatie die nodig is voor de initialisatie van elk register bij het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC en op 1 september 2007 is elk register technisch gereed voor het begin van het initialisatieproces overeenkomstig de functionele en technische specificaties voor gegevensuitwisselingsnormen voor registersystemen krachtens het Protocol van Kyoto, opgesteld krachtens Besluit 24/CP.8 van de Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC. 6. De in de leden 1 en 2 bedoelde besluiten worden zo mogelijk ten minste drie maanden vóór de uitvoering daarvan vastgesteld.”. |
|
6) |
Artikel 10, lid 3, wordt vervangen door: „3. Elke bevoegde autoriteit en elke registeradministrateur voert alleen processen inzake emissierechten, geverifieerde emissies, automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan, rekeningen of Kyoto-eenheden uit wanneer dit nodig is voor haar/zijn functioneren als bevoegde autoriteit of registeradministrateur.”. |
|
7) |
Artikel 15, lid 1, wordt vervangen door: „1. Binnen 14 dagen na de inwerkingtreding van elke vergunning voor broeikasgasemissies die wordt verleend aan de exploitant van een installatie waarvoor niet eerder een dergelijke vergunning is verleend, of na de activering van de communicatieverbinding tussen het register en het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap, naar gelang welke datum de laatste is, verstrekt de bevoegde autoriteit, of de exploitant wanneer de bevoegde autoriteit dit verlangt, de in bijlage III omschreven informatie aan de registeradministrateur van het register van de lidstaat.”. |
|
8) |
In artikel 17 wordt het volgende lid 3 toegevoegd: „3. Wanneer de bevoegde autoriteit de registeradministrateur in kennis heeft gesteld van de intrekking of inlevering van een vergunning voor broeikasgasemissies die toebehoort aan een installatie die is verbonden aan een rekening die is vermeld in de desbetreffende overeenkomstig artikel 44 ingediende tabel op basis van het nationale toewijzingsplan, stelt de registeradministrateur alvorens de rekening af te sluiten de volgende wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan voor aan de centrale administrateur:
Het voorstel wordt overeenkomstig de in bijlage XI bis beschreven processen ingevoerd in en automatisch gecontroleerd en uitgevoerd door het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap.”. |
|
9) |
Artikel 28 wordt vervangen door: „Artikel 28 Opsporing van discrepanties door het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap 1. De centrale administrateur zorgt ervoor dat het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap de in de bijlagen VIII, IX, XI en XI bis omschreven geautomatiseerde controles uitvoert voor alle processen inzake emissierechten, geverifieerde emissies, rekeningen, automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan en Kyoto-eenheden, ten einde te garanderen dat zich geen discrepanties voordoen. 2. Indien bij de in lid 1 bedoelde geautomatiseerde controles een discrepantie wordt vastgesteld in een proces overeenkomstig bijlage VIII, IX, XI of XI bis, stelt de centrale administrateur de betrokken registeradministrateur(s) daar onmiddellijk van in kennis door een geautomatiseerde respons te verzenden waarin de precieze aard van de discrepantie met behulp van de in de bijlagen VIII, IX, XI en XI bis vermelde responscodes wordt aangegeven. Na ontvangst van een dergelijke responscode voor een proces overeenkomstig bijlage VIII, IX of IX bis beëindigt de registeradministrateur van het initiatiefnemende register het proces en stelt hij het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap daarvan in kennis. De centrale administrateur werkt de in het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap opgeslagen informatie niet bij. De betrokken registeradministrateur(s) stelt/stellen de desbetreffende rekeninghouders er onmiddellijk van in kennis dat het proces is beëindigd.”. |
|
10) |
Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
11) |
Artikel 32 wordt vervangen door: „Artikel 32 Processen Elk proces doorloopt de volledige in de bijlagen VIII, IX, X, XI en XI bis voor dat procestype aangegeven sequens voor berichtenuitwisseling. Elk bericht voldoet aan de eisen inzake formaat en informatie-inhoud die zijn omschreven met gebruikmaking van WSDL (web services description language) en zijn ontwikkeld overeenkomstig het UNFCCC of het Protocol van Kyoto.”. |
|
12) |
Artikel 33 wordt vervangen door: „Artikel 33 Identificatiecodes De registeradministrateur kent aan elk in de bijlagen VIII en XI bis bedoeld proces een unieke correlatie-identificatiecode en aan elk in bijlage IX bedoeld proces een unieke transactie-identificatiecode toe. Elk van die identificatiecodes bestaat uit de in bijlage VI vermelde onderdelen.”. |
|
13) |
Artikel 34 wordt vervangen door: „Artikel 34 Definitieve afronding van processen inzake rekeningen, automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan en geverifieerde emissies Wanneer er een communicatieverbinding tussen de twee onafhankelijke transactielogboeken tot stand is gebracht en alle processen inzake rekeningen, automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan en geverifieerde emissies door de uitwisseling van informatie via het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC worden afgerond, zijn deze definitief wanneer beide onafhankelijke transactielogboeken het initiatiefnemende register er met succes van in kennis stellen dat ze geen discrepanties hebben vastgesteld in het door het initiatiefnemende register toegezonden voorstel. In alle andere dan de in de eerste alinea bedoelde gevallen zijn alle processen inzake rekeningen, automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan en geverifieerde emissies definitief wanneer het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap het initiatiefnemende register er met succes van in kennis stelt dat het geen discrepanties heeft vastgesteld in het door het initiatiefnemende register toegezonden voorstel.”. |
|
14) |
Het volgende artikel 34 bis wordt ingevoegd: „Artikel 34 bis Handmatige terugdraaiing van foutief gestarte definitief afgeronde transacties 1. Indien een rekeninghouder of een registeradministrateur die namens de rekeninghouder optreedt, onopzettelijk of per vergissing een transactie overeenkomstig artikel 52, artikel 53, artikel 58 of artikel 62, lid 2, heeft gestart, kan deze zijn registeradministrateur in een schriftelijk verzoek dat naar behoren is ondertekend door de gemachtigde vertegenwoordiger of vertegenwoordigers van de rekeninghouder die een transactie kunnen starten en binnen vijf werkdagen na de definitieve afronding van de transactie of de inwerkingtreding van deze verordening, naar gelang welke datum de laatste is, is ingediend, voorstellen de transactie handmatig terug te draaien. Dit verzoek bevat een verklaring met de vermelding dat de transactie onopzettelijk of per vergissing is gestart. 2. De registeradministrateur kan de centrale administrateur binnen 30 kalenderdagen na zijn beslissing om de transactie terug te draaien maar uiterlijk 60 kalenderdagen na de definitieve afronding van de transactie of de inwerkingtreding van deze verordening, naar gelang welke datum de laatste is, in kennis stellen van het verzoek en zijn voornemen om een specifieke handmatige ingreep in zijn database uit te voeren teneinde de transactie terug te draaien. De centrale administrateur voert binnen 30 kalenderdagen na de ontvangst van de kennisgeving van de registeradministrateur overeenkomstig lid 2, eerste alinea, een handmatige ingreep in het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap uit die overeenkomt met de in de kennisgeving van de registeradministrateur vermelde ingreep, indien:
3. De registeradministrateur mag geen transacties overeenkomstig artikel 52 en artikel 53 terugdraaien indien als gevolg daarvan een exploitant voor een eerder jaar niet langer aan de eisen voldoet.”. |
|
15) |
Artikel 44, lid 2, wordt vervangen door: „2. Een lidstaat stelt de Commissie in kennis van elke correctie op zijn nationale toewijzingsplan samen met de corresponderende correctie in zijn tabel op basis van het nationale toewijzingsplan. Indien de correctie in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan gebaseerd is op het aan de Commissie meegedeelde nationale toewijzingsplan dat niet krachtens artikel 9, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG is afgewezen of waarop de Commissie wijzigingen heeft aanvaard, en die correctie het resultaat is van verbeteringen in gegevens, geeft de Commissie de centrale administrateur opdracht de corresponderende correctie aan te brengen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan die in het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap is opgeslagen. Al dergelijke correcties die verband houden met nieuwkomers, worden uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage XI bis van deze verordening omschreven proces inzake automatische wijziging van de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan. Al dergelijke correcties die niet verband houden met nieuwkomers, worden uitgevoerd overeenkomstig de in bijlage XIV van deze verordening omschreven initialisatieprocedures. In alle andere gevallen stelt de lidstaat de Commissie in kennis van de correctie op zijn nationale toewijzingsplan en geeft de Commissie, indien zij die correctie niet volgens de procedure van artikel 9, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG afwijst, de centrale administrateur opdracht de corresponderende correctie overeenkomstig de in bijlage XIV omschreven initialisatieprocedures aan te brengen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan die is opgeslagen in het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap.”. |
|
16) |
Artikel 46 wordt vervangen door: „Artikel 46 Toewijzing van emissierechten aan exploitanten Onverminderd artikel 44, lid 2, en artikel 47 draagt de registeradministrateur uiterlijk per 28 februari 2008 en per 28 februari van elk volgend jaar het deel van de krachtens artikel 45 door een registeradministrateur verleende totale hoeveelheid emissierechten dat overeenkomstig de desbetreffende afdeling van de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan voor dat jaar aan de betrokken installatie is toegewezen, van de partijtegoedrekening over naar de betrokken exploitanttegoedrekening. Wanneer het nationale toewijzingsplan van de lidstaat daar voor een installatie in voorziet, kan de registeradministrateur dat deel elk jaar op een latere datum overdragen. Emissierechten worden overeenkomstig het in bijlage IX omschreven proces voor de toewijzing van emissierechten toegewezen.”. |
|
17) |
Artikel 48 wordt vervangen door: „Artikel 48 Toewijzing van emissierechten aan nieuwkomers Indien de bevoegde autoriteit daartoe opdracht geeft, draagt de registeradministrateur een deel van de krachtens artikel 45 door een registeradministrateur verleende emissierechten die op de partijtegoedrekening staan, overeenkomstig de desbetreffende afdeling van de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan voor die nieuwkomer voor het desbetreffende jaar over naar de exploitanttegoedrekening van een nieuwkomer. Emissierechten worden overeenkomstig het in bijlage IX omschreven proces voor de toewijzing van emissierechten toegewezen.”. |
|
18) |
Het volgende artikel 48 bis wordt ingevoegd: „Artikel 48 bis Toewijzing van emissierechten na de verkoop daarvan door een lidstaat Indien hij na een verkoop van emissierechten waarover een lidstaat beschikt, daartoe opdracht krijgt van de bevoegde autoriteit, draagt de registeradministrateur een hoeveelheid emissierechten van de partijtegoedrekening over naar de persoons- of exploitanttegoedrekening van de koper van de emissierechten. Emissierechten die binnen hetzelfde register worden overgedragen, worden overeenkomstig het in bijlage IX omschreven proces voor „interne overdracht” overgedragen. Emissierechten die van een register naar een ander register worden overgedragen, worden overeenkomstig het in bijlage IX omschreven proces voor „externe overdracht (vanaf 2008-2012)” overgedragen.”. |
|
19) |
Artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
20) |
Artikel 51 wordt vervangen door: „Artikel 51 Geverifieerde emissies van een installatie 1. Na succesvolle verificatie, overeenkomstig de krachtens bijlage V van Richtlijn 2003/87/EG door de lidstaat vastgestelde gedetailleerde voorschriften, van een verslag van een exploitant over de emissies van een installatie in een eerder jaar, voert elke verificateur, met inbegrip van bevoegde autoriteiten die als verificateur optreden, de jaarlijkse geverifieerde emissies voor die installatie voor dat jaar overeenkomstig het in bijlage VIII van deze verordening omschreven proces voor de bijwerking van geverifieerde emissies in, of geeft hij daar toestemming voor, in de afdeling van de tabel met geverifieerde emissies die voor dat jaar voor die installatie bestemd is. 2. De registeradministrateur kan de invoering van de jaarlijkse geverifieerde emissies voor een installatie verbieden totdat de bevoegde autoriteit het overeenkomstig artikel 14, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG door de exploitanten ingediende verslag over de geverifieerde emissies voor die installatie heeft ontvangen en het register in staat heeft gesteld de jaarlijkse geverifieerde emissies te ontvangen. 3. De bevoegde autoriteit kan de registeradministrateur opdracht geven de jaarlijkse geverifieerde emissies voor een installatie voor een eerder jaar, met het oog op de naleving van de krachtens bijlage V van Richtlijn 2003/87/EG door de lidstaat vastgestelde gedetailleerde voorschriften, te corrigeren door de gecorrigeerde jaarlijkse geverifieerde emissies voor die installatie voor dat jaar overeenkomstig het in bijlage VIII van deze verordening omschreven proces voor de bijwerking van geverifieerde emissies in te voeren in de afdeling van de tabel met geverifieerde emissies die voor dat jaar voor die installatie bestemd is. 4. Indien de bevoegde autoriteit de registeradministrateur na het verstrijken van de in artikel 6, lid 2, van Richtlijn 2003/87/EG vermelde termijn voor de inlevering van een hoeveelheid emissierechten die gelijk is aan de emissies van een eerder jaar, opdracht geeft de jaarlijkse geverifieerde emissies voor een installatie voor dat eerdere jaar te corrigeren, staat de centrale administrateur deze correctie uitsluitend toe als hij in kennis is gesteld van de beslissing van de bevoegde autoriteit over de nieuwe nalevingsstatus voor de installatie ten gevolge van de correctie van de geverifieerde emissies.”. |
|
21) |
Artikel 55 wordt vervangen door: „Artikel 55 Berekening van nalevingsstatuscijfers Bij de invoering van gegevens in de afdeling van de tabel met ingeleverde emissierechten of van de tabel met geverifieerde emissies die voor een installatie bestemd is, bepaalt de registeradministrateur:
De onder b) bedoelde correctiefactor bedraagt nul indien het cijfer voor 2007 groter was dan nul, maar wordt gehandhaafd op het niveau van 2007 indien het cijfer voor 2007 kleiner is dan of gelijk is aan nul.”. |
|
22) |
Artikel 57 wordt vervangen door: „Artikel 57 Invoer in de tabel met geverifieerde emissies Indien op 1 mei 2006 en op 1 mei van elk volgend jaar geen cijfer inzake de geverifieerde emissies is ingevoerd in de tabel met geverifieerde emissies voor een installatie voor een eerder jaar, wordt een eventueel krachtens artikel 16, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG bepaald vervangend emissiecijfer dat niet overeenkomstig de door de lidstaat krachtens bijlage V bij Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde gedetailleerde voorschriften zo nauwkeurig mogelijk is berekend, niet in de tabel met geverifieerde emissies ingevoerd.”. |
|
23) |
Artikel 58, eerste alinea, wordt vervangen door: „Op 30 juni 2006, 2007 en 2008 annuleert de registeradministrateur een aantal emissierechten, CER’s en emissierechten wegens overmacht die op grond van de artikelen 52, 53 en 54 op de partijtegoedrekening staan. Het aantal emissierechten, CER’s en emissierechten wegens overmacht dat moet worden geannuleerd, is gelijk aan het totale aantal dat op het moment van annulering van ingeleverde emissierechten voor de periodes van 1 januari 2005 tot het moment van annulering in 2006, van het moment van annulering in 2006 tot het moment van annulering in 2007 en van het moment van annulering in 2007 tot het moment van annulering in 2008 in de tabel met ingeleverde emissierechten is ingevoerd.”. |
|
24) |
Artikel 59 wordt vervangen door: „Artikel 59 Annulering en afboeking van ingeleverde emissierechten voor de periode 2008-2012 en volgende periodes 1. Uiterlijk op 30 juni 2009 en 30 juni van elk volgend jaar annuleert de registeradministrateur emissierechten die voor de periode 2008-2012 en elke volgende periode van vijf jaar zijn ingeleverd, door:
2. Na 30 juni 2013 en 30 juni van het jaar na het einde van elke volgende periode van vijf jaar kan de registeradministrateur nog niet aan exploitanten toegewezen emissierechten afboeken door ze in AAU's om te zetten door het op het emissierecht betrekking hebbende onderdeel overeenkomstig het in bijlage IX omschreven proces voor „omzetting van niet-toegewezen emissierechten voor afboeking (vanaf 2008-2012)” te verwijderen uit de unieke eenheidsidentificatiecode van elk van die AAU’s die bestaat uit de in bijlage VI vermelde onderdelen, en ze overeenkomstig het in bijlage IX omschreven proces voor „afboeking van niet-toegewezen emissierechten (vanaf 2008-2012)” over te dragen van de partijtegoedrekening naar de afboekingsrekening voor de desbetreffende periode.”. |
|
25) |
Artikel 60, punt a), wordt vervangen door:
|
|
26) |
Artikel 61, punten a) en b), wordt vervangen door:
|
|
27) |
Artikel 63, lid 1, wordt vervangen door: „1. Indien de betrokken instantie van de lidstaat daartoe opdracht geeft, draagt de registeradministrateur alle door die instantie aangegeven hoeveelheden en types Kyoto-eenheden die nog niet overeenkomstig artikel 59 zijn afgeboekt, overeenkomstig het in bijlage IX omschreven proces voor „afboeking van Kyoto-eenheden (vanaf 2008-2012)” over van de partijtegoedrekening naar de desbetreffende afboekingsrekening in zijn register.”. |
|
28) |
Na artikel 63 wordt het volgende hoofdstuk V bis ingevoegd: „HOOFDSTUK V BIS BEHEER VAN REGISTERS VAN LIDSTATEN DIE GEEN AAU'S HEBBEN Artikel 63 bis Beheer van registers van lidstaten die geen AAU's hebben 1. Lidstaten die geen AAU's kunnen verlenen om andere redenen dan omdat is vastgesteld dat ze niet in aanmerking komen voor de overdracht en verwerving van ERU's en AAU's en het gebruik van CER's overeenkomstig de bepalingen van Besluit 11/CMP.1 van het Protocol van Kyoto bij het UNFCCC, zorgen voor het aanleggen, beheren en bijhouden van hun registers in een geconsolideerde vorm met het register van de Gemeenschap. Artikel 3, lid 3, artikel 4, artikel 6, lid 1, artikel 11, leden 1, 3 en 4, artikel 30, lid 1, artikel 34, artikel 35, artikel 36, artikel 44, lid 3, artikel 45, artikel 49, lid 1, en de artikelen 59, 60, 61 en 65 zijn niet van toepassing op deze registers. 2. De overeenkomstig lid 1 beheerde registers zijn met ingang van 1 januari 2008 geschikt voor de uitvoering van de in de bijlagen VIII, IX, X, XI en XI bis omschreven processen die op hen van toepassing zijn. Artikel 63 ter Communicatieverbinding tussen overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers en het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers communiceren met het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap via een communicatieverbinding die door het register van de Gemeenschap tot stand wordt gebracht. De centrale administrateur activeert de communicatieverbinding nadat de in bijlage XIII omschreven testprocedures en de in bijlage XIV omschreven initialisatieprocedures met succes zijn voltooid, en stelt de administrateur van het register van de Gemeenschap daarvan in kennis. Artikel 63 quater Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: Opsporing van discrepanties en afwijkingen via het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC Het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC stelt een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register in kennis van discrepanties die worden gesignaleerd in een proces dat door dat register via de administrateur van het register van de Gemeenschap is gestart. Het overeenkomstig artikel 63 bis beheerde register beëindigt het proces en de administrateur van het register van de Gemeenschap stelt het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC daarvan in kennis. De administrateur van het overeenkomstig artikel 63 bis beheerde register en alle andere betrokken registeradministrateurs stellen de desbetreffende rekeninghouders er onmiddellijk van in kennis dat het proces is beëindigd. Artikel 63 quinquies Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: Definitieve afronding van processen inzake rekeningen, geverifieerde emissies en automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan Wanneer er een communicatieverbinding tussen de twee onafhankelijke transactielogboeken tot stand is gebracht en processen inzake rekeningen, geverifieerde emissies en automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan via het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC worden gestuurd, zijn deze processen definitief wanneer beide onafhankelijke transactielogboeken het register van de Gemeenschap er met succes van in kennis stellen dat ze geen discrepanties hebben vastgesteld in het voorstel dat door het overeenkomstig artikel 63 bis beheerde register is gestart. In alle andere dan de in de eerste alinea bedoelde gevallen zijn alle in de bijlagen VIII en XI bis bedoelde processen definitief wanneer het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap het register van de Gemeenschap er met succes van in kennis stelt dat het geen discrepanties heeft vastgesteld in het voorstel dat door het overeenkomstig artikel 63 bis beheerde register is gestart. Artikel 63 sexies Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: Definitieve afronding van processen inzake transacties binnen registers Alle in bijlage IX bedoelde processen, behalve het proces inzake externe overdracht, zijn definitief wanneer beide onafhankelijke transactielogboeken het register van de Gemeenschap ervan in kennis stellen dat zij geen discrepanties hebben vastgesteld in het voorstel dat door het overeenkomstig artikel 63 bis beheerde register is gestart, en het register van de Gemeenschap met succes een bevestiging naar beide onafhankelijke transactielogboeken heeft gestuurd dat het overeenkomstig artikel 63 bis beheerde register zijn opgeslagen gegevens overeenkomstig zijn voorstel heeft bijgewerkt. Totdat de communicatieverbinding tussen het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap en het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC tot stand is gebracht, zijn alle in bijlage IX bedoelde processen, behalve het proces inzake externe overdracht, echter definitief wanneer het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap het register van de Gemeenschap ervan in kennis stelt dat het geen discrepanties heeft vastgesteld in het voorstel dat door het overeenkomstig artikel 63 bis beheerde register is gestart, en het register van de Gemeenschap met succes een bevestiging naar het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap heeft gestuurd dat het overeenkomstig artikel 63 bis beheerde register zijn opgeslagen gegevens overeenkomstig zijn eigen voorstel heeft bijgewerkt. Artikel 63 septies Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: Definitieve afronding van het proces inzake externe overdracht Het proces inzake externe overdracht waarbij een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register betrokken is, is definitief wanneer beide onafhankelijke transactielogboeken het verwervende register (of het register van de Gemeenschap als het verwervende register een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register is) ervan in kennis stellen dat zij geen discrepanties hebben vastgesteld in het door het initiatiefnemende register (of het register van de Gemeenschap als het initiatiefnemende register een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register is) toegezonden voorstel, en het verwervende register (of het register van de Gemeenschap als het verwervende register een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register is) met succes een bevestiging naar beide onafhankelijke transactielogboeken heeft gestuurd dat het verwervende register zijn opgeslagen gegevens overeenkomstig het voorstel van het initiatiefnemende register heeft bijgewerkt. Totdat de communicatieverbinding tussen het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap en het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC tot stand is gebracht, is het proces inzake externe overdracht waarbij een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register betrokken is, echter definitief wanneer het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap het verwervende register (of het register van de Gemeenschap als het verwervende register een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register is) ervan in kennis stelt dat het geen discrepanties heeft vastgesteld in het door het initiatiefnemende register (of het register van de Gemeenschap als het initiatiefnemende register een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register is) toegezonden voorstel, en het verwervende register (of het register van de Gemeenschap als het verwervende register een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register is) met succes een bevestiging naar het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap heeft gestuurd dat het zijn opgeslagen gegevens overeenkomstig het voorstel van het initiatiefnemende register heeft bijgewerkt. Artikel 63 octies Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: Authentisering Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers worden via het register van de Gemeenschap bij het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC geauthentiseerd met de digitale certificaten die door het secretariaat van het UNFCCC of een daardoor aangewezen instantie zijn afgegeven. Totdat de communicatieverbinding tussen het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap en het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC tot stand is gebracht, worden ze echter via het register van de Gemeenschap bij het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap geauthentiseerd door middel van de digitale certificaten en de gebruikersnamen en wachtwoorden als bedoeld in bijlage XV. De Commissie of een door haar aangewezen instantie treedt op als certificatie-autoriteit voor alle digitale certificaten en kent de gebruikersnamen en wachtwoorden toe. Artikel 63 nonies Bijzondere bepalingen inzake bepaalde verplichtingen van registeradministrateurs van overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers De in artikel 71 en artikel 72, leden 2 en 3, bedoelde verplichtingen worden wat de registeradministrateurs van overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers betreft, door de administrateur van het register van de Gemeenschap uitgevoerd. Artikel 63 decies Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: Rekeningen 1. Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers omvatten ten minste twee overeenkomstig artikel 12 gecreeerde partijtegoedrekeningen. 2. Emissierechten met een oorspronkelijk eenheidstype 1 worden op slechts één van de partijtegoedrekeningen geboekt en geen andere partijtegoedrekening dan degene waarop emissierechten met een oorspronkelijk eenheidstype 1 worden geboekt, mag deelnemen aan externe overdrachten tussen overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers en andere registers. De partijtegoedrekening waarop emissierechten met een oorspronkelijk eenheidstype 1 worden geboekt, wordt niet gebruikt voor andere transacties dan externe overdrachten tussen overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers en andere registers en bevat uitsluitend eenheden met een oorspronkelijk eenheidstype 1. 3. Op de overeenkomstig artikel 11, lid 2, gecreëerde exploitanttegoedrekeningen worden geen emissierechten met een oorspronkelijk eenheidstype 1 aan het eind van een transactie geboekt. Persoonstegoedrekeningen in overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers mogen niet deelnemen aan externe overdrachten tussen overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers en andere registers. Artikel 63 undecies Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: Tabel op basis van het nationale toewijzingsplan voor de periode 2008-2012 en elke volgende periode van vijf jaar Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers dragen, na een eventuele correctie op de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan overeenkomstig artikel 44, lid 2, die plaatsvindt nadat emissierechten krachtens artikel 45 zijn verleend en waardoor de totale hoeveelheid krachtens artikel 45 verleende emissierechten voor de periode 2008-2012 of volgende perioden van vijf jaar wordt verlaagd, het aantal door de bevoegde autoriteit vastgestelde emissierechten over van de in artikel 11, lid 2, en artikel 63 decies bedoelde tegoedrekeningen waarop de emissierechten staan, op de annuleringsrekening van het register van de Gemeenschap voor de desbetreffende periode. Artikel 63 duodecies Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: Verlening van emissierechten Nadat de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan is ingevoerd in het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap en, behoudens het bepaalde in artikel 44, lid 2, uiterlijk per 28 februari van het eerste jaar van de periode 2008-2012 en per 28 februari van het eerste jaar van elke volgende periode van vijf jaar, verleent de administrateur van een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register de in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan vermelde totale hoeveelheid emissierechten en boekt deze op de partijtegoedrekening. Bij de verlening van deze emissierechten kent de registeradministrateur aan elk emissierecht een unieke eenheidsidentificatiecode toe die bestaat uit de in bijlage VI vermelde onderdelen, waarbij het oorspronkelijke eenheidstype 0 is en het aanvullende eenheidstype 4. Emissierechten worden verleend volgens het in bijlage IX omschreven proces voor de verlening van emissierechten (in artikel 63 bis bedoelde registers). Artikel 63 terdecies Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: overdrachten van emissierechten tussen exploitanttegoedrekeningen in overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers en andere registers 1. Een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register voert alle overdrachten van emissierechten met een oorspronkelijk eenheidstype 0 en een aanvullend eenheidstype 4 tussen tegoedrekeningen op verzoek van een rekeninghouder uit:
Artikel 63 quaterdecies Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: annulering overeenkomstig artikel 58 of artikel 62 Bij de uitvoering van een annulering en afboeking overeenkomstig artikel 58 of een vrijwillige annulering overeenkomstig artikel 62 voert de administrateur van een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register de annulering uit door de krachtens artikel 58 of 62 vereiste emissierechten over te dragen naar de annuleringsrekening of de afboekingsrekening van het register van de Gemeenschap. Artikel 63 quindecies Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: Annulering en afboeking van ingeleverde emissierechten en CER's voor de periode 2008-2012 en volgende periodes 1. Op 30 juni 2009 en op 30 juni van elk volgend jaar annuleert de registeradministrateur van een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register een aantal emissierechten en CER's die op grond van de artikelen 52 en 53 op de partijtegoedrekening staan. Het aantal emissierechten en CER's dat moet worden geannuleerd, is gelijk aan het totale aantal ingeleverde emissierechten dat sinds 1 januari van het eerste jaar van de desbetreffende periode tot 31 mei van het volgende jaar en sinds 1 juni van het voorgaande jaar tot 31 mei van elk van de volgende jaren in de tabel met ingeleverde emissierechten is ingevoerd. 2. Annulering vindt plaats door de emissierechten en CER's, met uitzondering van CER's die voortvloeien uit projecten als bedoeld in artikel 11 bis, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG, volgens het in bijlage IX omschreven proces „afboeking (in artikel 63 bis bedoelde registers)” over te dragen van de partijtegoedrekening naar de afboekingsrekening van het register van de Gemeenschap voor de desbetreffende periode. Artikel 63 sexdecies Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: Annulering en vervanging van voor de periode 2005-2007 verleende emissierechten 1. Op 1 mei 2008 annuleert elke registeradministrateur van een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register in zijn register opgeslagen emissierechten en vervangt hij deze, indien hij daartoe opdracht krijgt van de bevoegde autoriteit, volgens het in bijlage IX omschreven proces voor de annulering en vervanging van emissierechten, door:
Artikel 63 septdecies Overeenkomstig artikel 63 bis beheerde registers: Annulering en vervanging van voor de periode 2008-2012 en volgende periodes verleende emissierechten 1. Op 1 mei 2013 en op 1 mei van het eerste jaar van elke volgende periode van vijf jaar annuleert en vervangt elke registeradministrateur van een overeenkomstig artikel 63 bis beheerd register volgens het in bijlage IX omschreven proces voor de annulering en vervanging van emissierechten in zijn register opgeslagen emissierechten door:
|
|
29) |
Artikel 72 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
30) |
Artikel 73, lid 1, wordt vervangen door: „1. De centrale administrateur en elke registeradministrateur slaan gegevens op betreffende alle in de bijlagen III, IV, VIII, IX, X, XI en XI bis omschreven processen en rekeninghouders en bewaren deze gedurende 15 jaar of totdat elke daarop betrekking hebbende implementatiekwestie is opgelost, naar gelang welke datum de laatste is.”. |
|
31) |
De bijlagen I, II, III, VI tot en met XIII en XVI worden overeenkomstig bijlage I van deze verordening gewijzigd. |
|
32) |
Bijlage XI bis wordt overeenkomstig bijlage II van deze verordening ingevoegd. |
Artikel 2
1. Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2. De punten 1) tot en met 4), 6) tot en met 12), 15), 16), 17), 20), 21) en 27) tot en met 30) van artikel 1 en de punten 2), 3) en 4), punt 5), onder c), e), f), g) en i), punt 6), onder b), punt 10), punt 11) en punt 13), onder d), punt i), onder f) en g), van bijlage I en bijlage II zijn met ingang van 1 februari 2008 van toepassing.
3. De punten 24) en 26) van artikel 1 en punt 13), onder a), b) en c), onder d), punten ii) en iii), en onder e), van bijlage I zijn met ingang van 1 januari 2009 van toepassing. Punt 13), onder a), b) en c), onder d), punten ii) en iii), en onder e), van bijlage I mag echter vóór 1 januari 2009 worden toegepast.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2007.
Voor de Commissie
Stavros DIMAS
Lid van de Commissie
(1) PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2004/101/EG (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 18).
(2) PB L 49 van 19.2.2004, blz. 1.
BIJLAGE I
De bijlagen I, II, III, VI tot en met XIII en XVI van Verordening (EG) nr. 2216/2004 worden als volgt gewijzigd:
|
1) |
Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
In bijlage III worden aan punt 1 de volgende zinnen toegevoegd: „De naam van de exploitant dient identiek te zijn aan de naam van de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van de desbetreffende vergunning voor broeikasgasuitstoot. De naam van de installatie dient identiek te zijn aan de naam die wordt vermeld in de desbetreffende vergunning voor broeikasgasuitstoot.”. |
|
3) |
Bijlage VI wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
Bijlage VII wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
Bijlage VIII wordt als volgt gewijzigd:
|
|
6) |
Bijlage IX wordt als volgt gewijzigd:
|
|
7) |
Bijlage X wordt als volgt gewijzigd:
|
|
8) |
Bijlage XI, punt 2), wordt vervangen door:
|
|
9) |
Bijlage XII wordt als volgt gewijzigd:
|
|
10) |
Bijlage XIII wordt als volgt gewijzigd:
|
|
11) |
Bijlage XIV, punt 7, wordt vervangen door:
|
|
12) |
Bijlage XV wordt als volgt gewijzigd:
|
|
13) |
Bijlage XVI wordt als volgt gewijzigd:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
BIJLAGE II
De volgende bijlage XI bis wordt ingevoegd in Verordening (EG) nr. 2216/2004:
„BIJLAGE XI bis
Processen inzake automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan
|
1) |
Overeenkomstig artikel 17, lid 3, en artikel 44, lid 2, kunnen de registers het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap via een in deze bijlage beschreven proces voorstellen een automatische wijziging in het nationale toewijzingsplan te controleren en uit te voeren. |
Vereisten voor elk proces
|
2) |
Op processen inzake automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan is de volgende sequens van berichtenuitwisseling van toepassing:
|
|
3) |
Mits processen inzake automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan via het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC worden gestuurd, moet een registeradministrateur die een verzoek verzendt binnen 60 seconden een ontvangstbevestiging krijgen van het onafhankelijke transactielogboek van het UNFCCC en binnen 24 uur een valideringsbevestiging van het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap. In alle andere gevallen moet een registeradministrateur die een verzoek verzendt binnen 60 seconden een ontvangstbevestiging krijgen van het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap en binnen 24 uur een valideringsbevestiging van het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap. |
|
4) |
De componenten en functies die worden gebruikt tijdens de sequens voor berichtenuitwisseling, worden vermeld in de tabellen XI bis-1 tot en met XI bis-6. De invoer van alle functies is zodanig gestructureerd dat hij past bij het formaat en de informatievereisten die zijn beschreven met behulp van WSDL (web services description language), zoals uiteengezet in de functionele en technische specificaties voor gegevensuitwisselingsnormen voor registersystemen krachtens het Protocol van Kyoto, opgesteld krachtens Besluit 24/CP.8 van de Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC. Een asterisk „(*)” wil zeggen dat een onderdeel meer dan een keer kan worden gebruikt.
Tabel XI bis-1: Componenten en functies voor processen inzake automatische wijzigingen in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan
Tabel XI bis-2: Component NAPTableManagementWS
Tabel XI bis-3: Functie NAPTableManagementWS.AddNEInstallationtoNAP()
Tabel XI bis-4: Functie NAPTableManagementWS.IncreaseAllocationtoNEInstallationinNAPIncreaseallocationtoNEInstallationinNAP()
Tabel XI bis-5: Functie NAPTableManagementWSRemoveNAPallocationofclosingInstallation()
Tabel XI bis-6: Functie NAPTableManagementWS receiveNapManagementOutcome ()
Tabel XI bis-7: Processen inzake wijzigingen in de NTP-tabel
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5) |
Als alle controles met succes zijn doorlopen, voert het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap de wijziging in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan automatisch in zijn database uit en stelt het de registeradministrateur en de centrale administrateur daarvan op de hoogte.”. |
|
1.8.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 200/40 |
VERORDENING (EG) Nr. 917/2007 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2007
tot vaststelling, voor het verkoopseizoen 2007/2008, van de aan de telers van gedroogde vijgen (basisproduct) te betalen minimumprijs en van de productiesteun voor gedroogde vijgen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit (1), en met name op artikel 6 ter, lid 3, en artikel 6 quater, lid 7,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De periode van het verkoopseizoen voor gedroogde vijgen is vastgesteld in artikel 3, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1535/2003 van de Commissie van 29 augustus 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de steunregeling voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft (2). |
|
(2) |
Gedroogde vijgen komen alleen in aanmerking voor de desbetreffende minimumprijs en productiesteun, indien ze voldoen aan de criteria die zijn vastgesteld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1573/1999 van de Commissie van 19 juli 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad, wat betreft de kenmerken van gedroogde vijgen die voor productiesteun in aanmerking komen (3). |
|
(3) |
De minimumprijs en de productiesteun voor het verkoopseizoen 2007/2008 moeten worden bepaald overeenkomstig de in, respectievelijk, artikel 6 ter en artikel 6 quater van Verordening (EG) nr. 2201/96 vastgestelde criteria. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor het verkoopseizoen 2007/2008 bedraagt de in artikel 6 bis, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 bedoelde minimumprijs af teler voor gedroogde vijgen (basisproduct) 1 018,38 EUR per ton nettogewicht.
Voor het verkoopseizoen 2007/2008 bedraagt de in artikel 6 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2201/96 bedoelde productiesteun voor gedroogde vijgen (basisproduct) 258,57 EUR per ton nettogewicht.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2007.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Bulgarije en Roemenië en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB L 157 van 21.6.2005, blz. 203).
(2) PB L 218 van 30.8.2003, blz. 14. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1663/2005 (PB L 267 van 12.10.2005, blz. 22).
|
1.8.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 200/41 |
VERORDENING (EG) Nr. 918/2007 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2007
tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 augustus 2007
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00 , 1001 90 91 , ex 1001 90 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002 , ex 1005 , met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, en ex 1007 , met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, gelijk is aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs voor de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief. |
|
(2) |
In artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat voor de berekening van het in lid 2 van dat artikel bedoelde invoerrecht regelmatig representatieve cif-invoerprijzen voor de betrokken producten worden vastgesteld. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 is de prijs die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00 , 1001 90 91 , ex 1001 90 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002 00 , 1005 10 90 , 1005 90 00 en 1007 00 90 , de dagelijkse representatieve cif-invoerprijs die wordt bepaald volgens de methode van artikel 4 van die verordening. |
|
(4) |
Er dienen invoerrechten te worden vastgesteld voor de periode vanaf 1 augustus 2007, die van toepassing zullen zijn tot er nogmaals nieuwe invoerrechten worden vastgesteld en in werking treden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde invoerrechten in de sector granen die van toepassing zullen zijn vanaf 1 augustus 2007, worden in bijlage I bij de onderhavige verordening vastgesteld zoals zij zijn bepaald aan de hand van de in bijlage II bij de onderhavige verordening vermelde elementen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 735/2007 (PB L 169 van 29.6.2007, blz. 6).
(2) PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1816/2005 (PB L 292 van 8.11.2005, blz. 5).
BIJLAGE I
Vanaf 1 augustus 2007 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten
|
GN-code |
Omschrijving |
Invoerrecht (1) (EUR/t) |
|
1001 10 00 |
HARDE TARWE van hoge kwaliteit |
0,00 |
|
van gemiddelde kwaliteit |
0,00 |
|
|
van lage kwaliteit |
0,00 |
|
|
1001 90 91 |
ZACHTE TARWE, zaaigoed |
0,00 |
|
ex 1001 90 99 |
ZACHTE TARWE van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed |
0,00 |
|
1002 00 00 |
ROGGE |
0,00 |
|
1005 10 90 |
MAÏS, zaaigoed, ander dan hybriden |
15,89 |
|
1005 90 00 |
MAÏS, andere dan zaaigoed (2) |
15,89 |
|
1007 00 90 |
GRAANSORGHO, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden |
0,00 |
(1) Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd, komt de importeur op grond van artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96 in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:
|
— |
3 EUR/t als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt, |
|
— |
2 EUR/t als de loshaven in Denemarken, Estland, Ierland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt. |
(2) De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.
BIJLAGE II
Elementen voor de berekening van de in bijlage I vastgestelde rechten
17.7.2007-30.7.2007
|
1. |
Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2. |
Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:
|
(*1) Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(*2) Korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(*3) Korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN
Raad en Commissie
|
1.8.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 200/44 |
BESLUIT VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE
van 28 juni 2007
betreffende de sluiting van het Protocol bij de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie
(2007/541/EG, Euratom)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE
EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 44, lid 2, artikel 47, lid 2, laatste volzin, artikel 55, artikel 57, lid 2, artikel 71, artikel 80, lid 2, en de artikelen 93, 94, 133 en 181 A, in samenhang met de tweede volzin van artikel 300, lid 2, en de eerste alinea van artikel 300, lid 3,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 101, tweede alinea,
Gelet op de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Bulgarije en Roemenië, en met name op artikel 6, lid 2,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement (1),
Gezien de goedkeuring van de Raad overeenkomstig artikel 101 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het protocol bij de overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, is op 23 april 2007 ondertekend namens de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten. |
|
(2) |
In afwachting van zijn inwerkingtreding wordt het protocol met ingang van 23 april 2007 op voorlopige basis toegepast. |
|
(3) |
Het protocol dient te worden goedgekeurd, |
BESLUITEN:
Artikel 1
Het protocol bij de overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie wordt goedgekeurd namens de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de lidstaten.
De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht (2).
Artikel 2
De voorzitter van de Raad verricht namens de Europese Gemeenschap en haar lidstaten de in artikel 3 van het protocol (3) bedoelde kennisgeving. De voorzitter van de Commissie verricht tegelijkertijd deze kennisgeving namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.
Gedaan te Luxemburg, 28 juni 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
S. GABRIEL
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) Advies uitgebracht op 7 juni 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(2) PB L 119 van 9.5.2007, blz. 32.
(3) De datum van inwerkingtreding van dit protocol zal door het secretariaat-generaal van de Raad bekendgemaakt worden in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Raad
|
1.8.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 200/46 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 16 juli 2007
houdende benoeming van vier Cypriotische leden en vier Cypriotische plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s
(2007/542/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 263,
Gezien de voordrachten van de Cypriotische regering,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 24 januari 2006 heeft de Raad Besluit 2006/116/EG (1) aangenomen houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2006 tot en met 25 januari 2010. |
|
(2) |
In het Comité van de Regio’s zijn vier zetels van lid vrijgekomen door het verstrijken van de ambtstermijn van de heren ZAMPELAS, SARIKAS, IACOVOU en ELENODOROU. In het Comité van de Regio’s zijn vier zetels van plaatsvervanger vrijgekomen door het verstrijken van de ambtstermijn van mevrouw PERICLEOUS en de heren VIOLARIS, MICHAEL en KALLIS, |
BESLUIT:
Artikel 1
In het Comité van de Regio’s worden de volgende personen benoemd voor de verdere duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2010:
|
a) |
als lid:
|
|
b) |
als plaatsvervanger:
|
Artikel 2
Dit besluit wordt van kracht op de dag van zijn aanneming.
Gedaan te Brussel, 16 juli 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SILVA
|
1.8.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 200/47 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 23 juli 2007
betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-overeenkomst)
(2007/543/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie,
Gelet op het Toetredingsverdrag van 2005,
Gelet op de Toetredingsakte van 2005 (hierna de „Toetredingsakte” genoemd), en met name op artikel 3, lid 4,
Gezien de aanbeveling van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-overeenkomst) (hierna de „Europol-overeenkomst” genoemd) is op 26 juli 1995 te Brussel ondertekend en is op 1 oktober 1998 in werking getreden. |
|
(2) |
De Europol-overeenkomst is aangevuld met twee protocollen die op 24 juli 1996 en 19 juni 1997 zijn ondertekend en respectievelijk op 29 december 1998 en 1 juli 1999 in werking zijn getreden (2). |
|
(3) |
De Europol-overeenkomst is gewijzigd bij drie andere protocollen die zijn ondertekend op 30 november 2000 (3), 28 november 2002 (4) en 27 november 2003 (5). De protocollen van 30 november 2000 en 28 november 2002 zijn op 29 maart 2007 in werking getreden; het protocol van 27 november 2003 is op 18 april 2007 in werking getreden. |
|
(4) |
In artikel 3, lid 3, van de Toetredingsakte is bepaald dat Bulgarije en Roemenië toetreden tot de in bijlage I bij die Toetredingsakte opgesomde verdragen, overeenkomsten en protocollen tussen de lidstaten, waaronder de Europol-overeenkomst en de protocollen van 24 juli 1996, 19 juni 1997, 30 november 2000, 28 november 2002 en 27 november 2003. Deze verdragen, overeenkomsten en protocollen moeten ten aanzien van Bulgarije en Roemenië in werking treden op de door de Raad bepaalde data. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 4, van de Toetredingsakte moet de Raad de als gevolg van de toetreding vereiste aanpassingen in deze verdragen, overeenkomsten en protocollen aanbrengen, |
BESLUIT:
Artikel 1
De Europol-overeenkomst en de protocollen van 24 juli 1996, 19 juni 1997, 30 november 2000, 28 november 2002 en 27 november 2003 treden ten aanzien van Bulgarije en Roemenië in werking op de eerste dag van de eerste maand volgende op de datum van vaststelling van dit besluit.
Artikel 2
De Bulgaarse en de Roemeense versie van de Europol-overeenkomst en van de protocollen van 24 juli 1996, 19 juni 1997, 30 november 2000, 28 november 2002 en 27 november 2003 zijn aan dit besluit gehecht en zijn op gelijke wijze authentiek als de overige teksten van de Europol-overeenkomst en de genoemde protocollen.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 23 juli 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
L. AMADO
(1) Advies van 10 juli 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(2) Protocol van 24 juli 1996, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol) (PB C 299 van 9.10.1996, blz. 2); Protocol van 19 juni 1997, opgesteld op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 41, lid 3, van de Europol-overeenkomst, betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunct-directeuren en zijn personeelsleden (PB C 221 van 19.7.1997, blz. 2).
(3) PB C 358 van 13.12.2000, blz. 2.
BIJLAGE
De Bulgaarse en de Roemeense versie van de Europol-overeenkomst en van de Protocollen van 24 juli 1996, 19 juni 1997, 30 november 2000, 28 november 2002 en 27 november 2003.