ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 125

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

50e jaargang
15 mei 2007


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EG) nr. 530/2007 van de Raad van 8 mei 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2007/2000 tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie

1

 

 

Verordening (EG) nr. 531/2007 van de Commissie van 14 mei 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

5

 

*

Verordening (EG) nr. 532/2007 van de Commissie van 14 mei 2007 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1282/2006 tot vaststelling van specifieke bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad inzake de uitvoercertificaten en de uitvoerrestituties in de sector melk en zuivelproducten en van Verordening (EEG) nr. 3846/87 tot vaststelling van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties

7

 

*

Verordening (EG) nr. 533/2007 van de Commissie van 14 mei 2007 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van tariefcontingenten voor vlees van pluimvee

9

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Commissie

 

 

2007/332/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 23 april 2007 betreffende het opleggen van openbaredienstverplichtingen voor bepaalde routes vanuit en met bestemming Sardinië overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad betreffende de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtroutes (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1712)

16

 

 

2007/333/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 8 mei 2007 waarbij aan de lidstaten toestemming wordt verleend om de geldigheidsduur van de voorlopige toelatingen voor de nieuwe werkzame stoffen benalaxyl-M, fluoxastrobin, prothioconazole, spirodiclofen, spiromesifen en sulfurylfluoride te verlengen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1929)  ( 1 )

27

 

 

III   Besluiten op grond van het EU-Verdrag

 

 

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

 

*

Gemeenschappelijk Optreden 2007/334/GBVB van de Raad van 14 mei 2007 tot wijziging en verlenging van Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB betreffende de instelling van een planningsteam van de Europese Unie (EUPT Kosovo) met betrekking tot een mogelijke EU-crisisbeheersingsoperatie op het gebied van de rechtsstaat en eventueel op andere gebieden in Kosovo

29

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Beschikking 2007/319/EG van de Commissie van 8 september 2006 betreffende steunmaatregel C 45/04 (ex NN 62/04) ten behoeve van de Tsjechische staalproducent Třinecké železárny, a.s. (PB L 119 van 9.5.2007)

31

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

15.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/1


VERORDENING (EG) Nr. 530/2007 VAN DE RAAD

van 8 mei 2007

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2007/2000 tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133,

Gelet op het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 2007/2000 (1) voorziet in onbeperkte rechtenvrije toegang tot de EU-markt voor bijna alle producten uit de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces.

(2)

Op 12 juni 2006 is in Luxemburg een stabilisatie- en associatieovereenkomst ondertekend tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds. In afwachting van de voltooiing van de nodige procedures voor de inwerkingtreding van die overeenkomst, is een Interim-overeenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds (2), ondertekend en gesloten; deze overeenkomst is op 1 december 2006 van kracht geworden.

(3)

De stabilisatie- en associatieovereenkomsten en de interim-overeenkomsten stellen tussen de Gemeenschap en elk van de begunstigde landen contractuele handelsregelingen in. De bilaterale handelsconcessies langs de kant van de Gemeenschap zijn equivalent met de concessies die van toepassing zijn in het kader van de unilaterale autonome handelsmaatregelen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2007/2000.

(4)

Verordening (EG) nr. 2007/2000 dient bijgevolg te worden gewijzigd teneinde met deze ontwikkelingen rekening te houden. Met name dient de Republiek Albanië te worden verwijderd van de lijst van begunstigden van de tariefconcessies die voor dezelfde producten onder de contractuele regelingen zijn verleend. Daarnaast moeten de algemene tariefcontingenten worden aangepast voor specifieke producten waarvoor onder de contractuele regelingen tariefcontingenten zijn verleend.

(5)

De Republiek Albanië, de Republiek Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zullen begunstigden van Verordening (EG) nr. 2007/2000 blijven in zoverre die verordening voorziet in concessies die gunstiger zijn dan de concessies onder de contractuele regelingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 2007/2000 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 wordt vervangen door:

„Artikel 1

Preferentiële regelingen

1.   Onverminderd de bijzondere bepalingen in de artikelen 3 en 4 gelden voor producten van oorsprong uit de republieken Bosnië en Herzegovina, Montenegro of de douanegebieden van Servië of Kosovo, andere dan die welke onder de posten 0102, 0201, 0202, 1604, 1701, 1702 en 2204 van de gecombineerde nomenclatuur vallen, bij invoer in de Gemeenschap geen kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking noch douanerechten en heffingen van gelijke werking.

2.   Producten van oorsprong uit Albanië, de Republiek Kroatië of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zullen verder onder de bepalingen van deze verordening blijven vallen wanneer zulks wordt vermeld of wanneer de in deze verordening vastgestelde maatregelen gunstiger zijn dan de handelsconcessies die in het kader van bilaterale overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en die landen worden toegekend.

3.   Voor de invoer van suikerproducten van de posten 1701 en 1702 van de gecombineerde nomenclatuur, van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina, Montenegro of de douanegebieden van Servië of Kosovo, gelden de in artikel 4 bedoelde concessies.”.

2)

Artikel 4, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   Voor de invoer van suikerproducten van de posten 1701 en 1702 van de gecombineerde nomenclatuur, van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina, Montenegro en de douanegebieden van Servië of Kosovo, gelden de volgende tariefcontingenten zonder douanerechten:

a)

12 000 ton (nettogewicht) voor suikerproducten van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina;

b)

180 000 ton (nettogewicht) voor suikerproducten van oorsprong uit Montenegro en de douanegebieden van Servië of Kosovo.”.

3)

Bijlage I wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Goederen die op 16 mei 2007, ofwel in doorvoer zijn, ofwel tijdelijk in de Gemeenschap zijn opgeslagen in een douane-entrepot of een vrije zone, en die zijn gedekt door een bewijs van oorsprong uit Albanië of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië dat conform titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 2, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (3) is afgegeven, blijven tot 16 september 2007 onder Verordening (EG) nr. 2007/2000 vallen.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

P. STEINBRÜCK


(1)  PB L 240 van 23.9.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1946/2005 (PB L 312 van 29.11.2005, blz. 1).

(2)  PB L 239 van 1.9.2006, blz. 2.

(3)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 214/2007 (PB L 62 van 1.3.2007, blz. 6).


BIJLAGE

„BIJLAGE I

BETREFFENDE DE IN ARTIKEL 4, LID 1, BEDOELDE TARIEFCONTINGENTEN

Onverminderd de bepalingen voor de uitlegging van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de goederen geacht slechts een indicatieve waarde te hebben, aangezien in het kader van deze bijlage de GN-codes het preferentiestelsel bepalen. Daar waar de GN-code wordt voorafgegaan door de aanduiding „ex”, wordt het preferentiestelsel zowel door de strekking van de GN-code als door de bijbehorende omschrijving bepaald.


Volgnummer

GN-code

Omschrijving

Omvang contingent per jaar (1)

Begunstigden

Recht

09.1571

0301 91 10

0301 91 90

0302 11 10

0302 11 20

0302 11 80

0303 21 10

0303 21 20

0303 21 80

0304 19 15

0304 19 17

ex 0304 19 19

ex 0304 19 91

0304 29 15

0304 29 17

ex 0304 29 19

ex 0304 99 21

ex 0305 10 00

ex 0305 30 90

0305 49 45

ex 0305 59 80

ex 0305 69 80

Forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster): levend; vers of gekoeld; bevroren; gedroogd, gezouten of gepekeld, gerookt; filets en ander visvlees; meel, poeder en pellets, geschikt voor menselijke consumptie

70 ton

Bosnië en Herzegovina, Montenegro, de douanegebieden van Servië en Kosovo

Vrij

09.1573

0301 93 00

0302 69 11

0303 79 11

ex 0304 19 19

ex 0304 19 91

ex 0304 29 19

ex 0304 99 21

ex 0305 10 00

ex 0305 30 90

ex 0305 49 80

ex 0305 59 80

ex 0305 69 80

Karper: levend; vers of gekoeld; bevroren; gedroogd, gezouten of gepekeld, gerookt; filets en ander visvlees; meel, poeder en pellets, geschikt voor menselijke consumptie

120 ton

Bosnië en Herzegovina, Montenegro, de douanegebieden van Servië of Kosovo

Vrij

09.1575

ex 0301 99 80

0302 69 61

0303 79 71

ex 0304 19 39

ex 0304 19 99

ex 0304 29 99

ex 0304 99 99

ex 0305 10 00

ex 0305 30 90

ex 0305 49 80

ex 0305 59 80

ex 0305 69 80

Zeebrasem (Dentex dentex en Pagellus spp.): levend; vers of gekoeld; bevroren; gedroogd, gezouten of gepekeld, gerookt; filets en ander visvlees; meel, poeder en pellets, geschikt voor menselijke consumptie

95 ton

Bosnië en Herzegovina, Montenegro, de douanegebieden van Servië of Kosovo

Vrij

09.1577

ex 0301 99 80

0302 69 94

ex 0303 77 00

ex 0304 19 39

ex 0304 19 99

ex 0304 29 99

ex 0304 99 99

ex 0305 10 00

ex 0305 30 90

ex 0305 49 80

ex 0305 59 80

ex 0305 69 80

Zeebaars (Dicentrarchus labrax): levend; vers of gekoeld; bevroren; gedroogd; gezouten of gepekeld, gerookt; filets en ander visvlees; meel, poeder en pellets, geschikt voor menselijke consumptie

80 ton

Bosnië en Herzegovina, Montenegro, de douanegebieden van Servië of Kosovo

Vrij

09.1579

1604 13 11

1604 13 19

ex 1604 20 50

Bereidingen en conserven van sardines

70 ton

Bosnië en Herzegovina, Montenegro, de douanegebieden van Servië of Kosovo

6 %

09.1561

1604 16 00

1604 20 40

Bereidingen en conserven van ansjovis

260 ton

Bosnië en Herzegovina, Montenegro, de douanegebieden van Servië of Kosovo

12,5 %

09.1515

2204 21 79

ex 2204 21 80

2204 21 84

ex 2204 21 85

2204 29 65

ex 2204 29 75

2204 29 83

ex 2204 29 84

Wijn van verse druiven met een effectief alcoholvolumegehalte van niet meer dan 15 % vol, andere dan mousserende wijn

145 000 hl (2)

Albanië (3), Bosnië en Herzegovina, Kroatië (4), voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (5), Montenegro, de douanegebieden Servië of Kosovo

Vrij


(1)  Globaal volume per tariefcontingent voor invoer van oorsprong uit de begunstigde landen.

(2)  Het volume van dit globaal tariefcontingent wordt verlaagd indien de volumen van de afzonderlijke tariefcontingenten onder de volgnummers 09.1588 en 09.1548 voor bepaalde wijnen van oorsprong uit Kroatië worden verhoogd.

(3)  Voor wijn van oorsprong uit de Republiek Albanië geldt de toegang tot dit globaal tariefcontingent pas nadat de afzonderlijke tariefcontingenten vastgesteld in het aanvullend wijnprotocol met Albanië zijn opgebruikt. Die afzonderlijke tariefcontingenten zijn geopend onder de volgnummers 09.1512 en 09.1513.

(4)  Voor wijn van oorsprong uit de Republiek Kroatië geldt de toegang tot dit globaal tariefcontingent pas nadat de afzonderlijke tariefcontingenten vastgesteld in het aanvullend wijnprotocol met Kroatië zijn opgebruikt. Die afzonderlijke tariefcontingenten zijn geopend onder de volgnummers 09.1588 en 09.1589.

(5)  Voor wijn van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië geldt de toegang tot dit globaal tariefcontingent pas nadat de afzonderlijke tariefcontingenten, vastgesteld in het aanvullend wijnprotocol met de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn opgebruikt. Die afzonderlijke tariefcontingenten zijn geopend onder de volgnummers 09.1588 en 09.1559.”


15.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/5


VERORDENING (EG) Nr. 531/2007 VAN DE COMMISSIE

van 14 mei 2007

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 15 mei 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 mei 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 14 mei 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

38,7

TN

110,8

TR

92,6

ZZ

80,7

0707 00 05

JO

171,8

MK

35,1

TR

123,0

ZZ

110,0

0709 90 70

TR

107,8

ZZ

107,8

0805 10 20

EG

43,1

IL

62,1

MA

45,9

ZZ

50,4

0805 50 10

AR

51,4

ZZ

51,4

0808 10 80

AR

84,4

BR

80,4

CL

80,0

CN

87,8

NZ

122,0

US

127,9

UY

58,0

ZA

88,9

ZZ

91,2


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „andere oorsprong”.


15.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/7


VERORDENING (EG) Nr. 532/2007 VAN DE COMMISSIE

van 14 mei 2007

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1282/2006 tot vaststelling van specifieke bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad inzake de uitvoercertificaten en de uitvoerrestituties in de sector melk en zuivelproducten en van Verordening (EEG) nr. 3846/87 tot vaststelling van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 31, lid 14,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Ter voorkoming van overschrijding van de bij de tijdens de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde gesloten Overeenkomst inzake de landbouw (2) vastgestelde maximumhoeveelheden die worden uitgevoerd met een uitvoerrestitutie, is in artikel 16, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1282/2006 (3) bepaald dat voor het sacharose-element van zuivelproducten met toegevoegde suiker geen restituties worden toegekend als de restitutie voor de melkbestanddelen van deze producten niet of op nul is vastgesteld. Toen deze bepaling werd ingevoerd, bestond er een reëel risico van overschrijding van deze maximumhoeveelheden, wat nu niet langer het geval is.

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 61/2007 van de Commissie van 25 januari 2007 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector melk en zuivelproducten (4) zijn de restituties voor vollemelkpoeder en gecondenseerde melk afgeschaft, waardoor artikel 16, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1282/2006 van toepassing wordt. De afschaffing van restituties voor melk en sacharose-elementen kan leiden tot een verlies van aanzienlijke marktaandelen voor zuivelproducten met toegevoegde suiker. Het is derhalve dienstig opnieuw uitvoerrestituties voor het sacharose-element van zuivelproducten met toegevoegde suiker in te voeren.

(3)

In artikel 24, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1282/2006 is bepaald dat bij de uitvoer van kaas naar de Verenigde Staten in het kader van de in artikel 23 van die verordening bedoelde contingenten in vak 16 van het uitvoercertificaat de productcode van acht cijfers van de gecombineerde nomenclatuur moet worden vermeld. De ervaring heeft getoond dat importeurs uit de Verenigde Staten na de afgifte van de uitvoercertificaten kunnen verzoeken om levering van een andere kaassoort van dezelfde productgroep. Teneinde een dergelijke flexibiliteit mogelijk te maken, is het dienstig artikel 24, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1282/2006 dienovereenkomstig aan te passen.

(4)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 522/2006 van de Commissie van 30 maart 2006 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector melk en zuivelproducten (5) worden alle uitvoerrestituties met ingang van 31 maart 2006 in EUR per 100 kg vastgesteld. De formulering van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1282/2006 en van sector 9 van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 (6) van de Commissie moet dienovereenkomstig te worden aangepast.

(5)

De Verordeningen (EEG) nr. 3846/87 en (EG) nr. 1282/2006 moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1282/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Het in lid 1, onder a) bedoelde element wordt berekend door vermenigvuldiging van het vaste bedrag van de restitutie met het percentage van het gehalte aan zuivelproducten van het gehele product.”;

b)

lid 3, tweede alinea, wordt geschrapt.

2)

Aan artikel 24, lid 1, tweede alinea, wordt de volgende zin toegevoegd:

„De certificaten zijn evenwel ook geldig voor alle andere onder GN-code 0406 vallende codes.”.

Artikel 2

In sector 9 van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 worden de eerste zinnen van de punten a) van voetnoten 4 en 14, vervangen door:

„het aangegeven bedrag per 100 kg vermenigvuldigd met het percentage van het melkgedeelte in 100 kg product.”.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1, punt 2, geldt voor uitvoercertificaten die zijn afgegeven voor het contingentjaar 2007 en later.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 mei 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).

(2)  PB L 336 van 23.12.1994, blz. 22.

(3)  PB L 234 van 29.8.2006, blz. 4. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1919/2006 (PB L 380 van 28.12.2006, blz. 1).

(4)  PB L 19 van 26.1.2007, blz. 8.

(5)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 45.

(6)  PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1854/2006 (PB L 361 van 19.12.2006, blz. 1).


15.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/9


VERORDENING (EG) Nr. 533/2007 VAN DE COMMISSIE

van 14 mei 2007

houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van tariefcontingenten voor vlees van pluimvee

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2777/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector slachtpluimvee (1), en met name op artikel 6, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Gemeenschap heeft zich binnen de Wereldhandelsorganisatie ertoe verbonden tariefcontingenten te openen voor bepaalde producten in de sector vlees van pluimvee. Er moeten derhalve uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld voor het beheer van deze contingenten.

(2)

Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (2) en Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (3) zijn van toepassing, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

(3)

Verordening (EG) nr. 1251/96 van de Commissie van 28 juni 1996 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van de tariefcontingenten voor producten van de sector slachtpluimvee (4) is verscheidene malen ingrijpend gewijzigd en moet opnieuw worden gewijzigd. Daarom moet Verordening (EEG) nr. 1251/96 worden ingetrokken en door een nieuwe verordening worden vervangen.

(4)

Met het oog op een regelmatige invoer moet de contingentperiode, die van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende jaar loopt, in verschillende deelperioden worden onderverdeeld. Bij Verordening (EG) nr. 1301/2006 is in ieder geval bepaald dat de certificaten geldig zijn tot en met de laatste dag van de tariefcontingentperiode.

(5)

De tariefcontingenten moeten aan de hand van invoercertificaten worden beheerd. Hiertoe moeten uitvoeringsbepalingen inzake de indiening van de aanvragen en de in de aanvragen en certificaten op te nemen vermeldingen worden vastgesteld.

(6)

Vanwege het aan deze regeling inherente gevaar voor speculatie in de sector vlees van pluimvee moeten precieze voorwaarden worden vastgesteld waaraan de marktdeelnemers moeten voldoen om van de tariefcontingentregeling gebruik te kunnen maken.

(7)

Met het oog op een doeltreffend beheer van het tariefcontingent moet de zekerheid voor invoercertificaten worden vastgesteld op 20 EUR per 100 kg.

(8)

In het belang van de marktdeelnemers moet worden bepaald dat de Commissie de hoeveelheden vaststelt waarvoor geen aanvragen zijn ingediend en die overeenkomstig artikel 7, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 aan de volgende deelperiode worden toegevoegd.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor slachtpluimvee en eieren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in bijlage I vermelde tariefcontingenten worden geopend voor de invoer van producten van de sector vlees van pluimvee van de in bijlage I genoemde GN-codes.

De tariefcontingenten worden ieder jaar geopend voor de periode van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende jaar.

2.   De hoeveelheid producten waarvoor de in lid 1 bedoelde contingenten gelden, het toepasselijke douanerecht, de volgnummers en de daarmee overeenstemmende nummers van de groepen zijn vastgesteld in bijlage I.

Artikel 2

De bepalingen van Verordening (EG) nr. 1291/2000 en van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie zijn van toepassing, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

Artikel 3

De voor de jaarlijkse contingentperiode voor elk volgnummer vastgestelde hoeveelheid wordt als volgt over vier deelperioden verdeeld:

a)

25 % voor de deelperiode van 1 juli tot en met 30 september;

b)

25 % voor de deelperiode van 1 oktober tot en met 31 december;

c)

25 % voor de deelperiode van 1 januari tot en met 31 maart;

d)

25 % voor de deelperiode van 1 april tot en met 30 juni.

Artikel 4

1.   Voor de toepassing van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 moet een aanvrager van een invoercertificaat bij de indiening van zijn eerste aanvraag voor een bepaalde contingentperiode bewijzen dat hij ten minste 50 ton producten van Verordening (EEG) nr. 2777/75 heeft ingevoerd gedurende elk van beide in genoemd artikel 5 bedoelde perioden.

2.   De certificaataanvraag mag slechts betrekking hebben op een van de in bijlage I bij deze verordening genoemde volgnummers. De aanvraag mag betrekking hebben op verscheidene producten die onder verschillende GN-codes vallen. In dat geval moeten in vak 16 van de certificaataanvraag en het certificaat alle GN-codes en in vak 15 ervan de desbetreffende omschrijvingen worden vermeld.

De certificaataanvraag moet betrekking hebben op ten minste 10 ton en ten hoogste 10 % van de hoeveelheid die in de betrokken deelperiode voor het betrokken contingent beschikbaar is.

3.   In de certificaataanvraag en het certificaat worden de volgende gegevens vermeld:

a)

in vak 8, het land van oorsprong;

b)

in vak 20, één van de vermeldingen van bijlage II, deel A.

Vak 24 van het certificaat bevat een van de in bijlage II, deel B, opgenomen vermeldingen.

Artikel 5

1.   Een certificaataanvraag kan alleen gedurende de eerste zeven dagen van de maand vóór elke in artikel 3 genoemde deelperiode worden ingediend.

2.   Bij de indiening van de certificaataanvraag wordt een zekerheid van 20 EUR per 100 kg gesteld.

3.   In afwijking van artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 mag elke aanvrager voor producten van één volgnummer meerdere aanvragen voor invoercertificaten indienen, als deze producten van oorsprong zijn uit verschillende landen. De aanvragen, die elk slechts betrekking hebben op één land van oorsprong, worden gelijktijdig bij de bevoegde autoriteit van een lidstaat ingediend. Zij worden voor het in artikel 4, lid 2, tweede alinea, van de onderhavige verordening bedoelde maximum als één enkele aanvraag beschouwd.

4.   De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op de vijfde dag na het einde van de periode voor de indiening van de aanvragen voor elke groep mee welke hoeveelheden, uitgedrukt in kilogram, in totaal zijn aangevraagd.

5.   De certificaten worden afgegeven vanaf de zevende werkdag en uiterlijk op de elfde werkdag na afloop van de in lid 4 bedoelde kennisgevingsperiode.

6.   De Commissie stelt zo nodig de hoeveelheden vast waarvoor geen aanvragen zijn ingediend en die automatisch aan de voor de volgende deelperiode vastgestelde hoeveelheid worden toegevoegd.

Artikel 6

1.   In afwijking van artikel 11, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 delen de lidstaten de Commissie vóór het einde van de eerste maand van iedere deelperiode de in kilogram uitgedrukte totale hoeveelheden mee als bedoeld in artikel 11, lid 1, onder b), van die verordening waarvoor certificaten zijn afgegeven.

2.   De lidstaten delen de Commissie vóór het einde van de vierde maand na iedere jaarlijkse contingentperiode mee welke hoeveelheden van elk volgnummer in de loop van de betrokken periode daadwerkelijk op grond van deze verordening in het vrije verkeer zijn gebracht, uitgedrukt in kilogram.

3.   In afwijking van artikel 11, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 delen de lidstaten de Commissie een eerste maal tegelijk met de aanvraag voor de laatste deelperiode en vervolgens nogmaals aan het einde van de vierde maand volgende op iedere jaarlijkse periode de hoeveelheden mee waarvoor de invoercertificaten helemaal niet of gedeeltelijk niet zijn gebruikt.

Artikel 7

1.   In afwijking van artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 zijn de invoercertificaten 150 dagen geldig vanaf de eerste dag van de deelperiode waarvoor ze zijn afgegeven.

2.   Onverminderd artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 mogen de uit de certificaten voortvloeiende rechten alleen worden overgedragen aan cessionarissen die voldoen aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 en artikel 4, lid 1, van de onderhavige verordening vastgestelde voorwaarden.

Artikel 8

Verordening (EG) nr. 1251/96 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen overeenkomstig de in bijlage III opgenomen concordantietabel.

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juni 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 mei 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 282 van 1.11.1975, blz. 77. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 679/2006 (PB L 119 van 4.5.2006, blz. 1).

(2)  PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 341/2007 (PB L 90 van 30.3.2007, blz. 12).

(3)  PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 289/2007 (PB L 78 van 17.3.2007, blz. 17).

(4)  PB L 161 van 29.6.1996, blz. 136. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1179/2006 (PB L 212 van 2.8.2006, blz. 7).


BIJLAGE I

Nummer van de groep

Volgnummer

GN-code

Toepasselijk recht

(in EUR/t)

Jaarlijkse hoeveelheden

(in t)

P 1

09.4067

0207 11 10

131

6 249

0207 11 30

149

0207 11 90

162

0207 12 10

149

0207 12 90

162

P 2

09.4068

0207 13 10

512

8 070

0207 13 20

179

0207 13 30

134

0207 13 40

93

0207 13 50

301

0207 13 60

231

0207 13 70

504

0207 14 20

179

0207 14 30

134

0207 14 40

93

0207 14 60

231

P 3

09.4069

0207 14 10

795

2 305

P 4

09.4070

0207 24 10

170

1 201

0207 24 90

186

0207 25 10

170

0207 25 90

186

0207 26 10

425

0207 26 20

205

0207 26 30

134

0207 26 40

93

0207 26 50

339

0207 26 60

127

0207 26 70

230

0207 26 80

415

0207 27 30

134

0207 27 40

93

0207 27 50

339

0207 27 60

127

0207 27 70

230


BIJLAGE II

A.   In artikel 4, lid 3, eerste alinea, onder b), bedoelde vermeldingen:

Bulgaars

:

Регламент (ЕО) № 533/2007.

Spaans

:

Reglamento (CE) no 533/2007.

Tsjechisch

:

Nařízení (ES) č. 533/2007.

Deens

:

Forordning (EF) nr. 533/2007.

Duits

:

Verordnung (EG) Nr. 533/2007.

Ests

:

Määrus (EÜ) nr 533/2007.

Grieks

:

Kανονισμός (ΕΚ) αριθ. 533/2007.

Engels

:

Regulation (EC) No 533/2007.

Frans

:

Règlement (CE) no 533/2007.

Italiaans

:

Regolamento (CE) n. 533/2007.

Lets

:

Regula (EK) Nr. 533/2007.

Litouws

:

Reglamentas (EB) Nr. 533/2007.

Hongaars

:

533/2007/EK rendelet.

Maltees

:

Ir-Regolament (KE) Nru 533/2007.

Nederlands

:

Verordening (EG) nr. 533/2007.

Pools

:

Rozporządzenie (WE) nr 533/2007.

Portugees

:

Regulamento (CE) n.o 533/2007.

Roemeens

:

Regulamentul (CE) nr. 533/2007.

Slowaaks

:

Nariadenie (ES) č. 533/2007.

Sloveens

:

Uredba (ES) št. 533/2007.

Fins

:

Asetus (EY) N:o 533/2007.

Zweeds

:

Förordning (EG) nr 533/2007.

B.   In artikel 4, lid 3, tweede alinea, bedoelde vermeldingen:

Bulgaars

:

намаляване на общата митническа тарифа съгласно предвиденото в Регламент (ЕО) № 533/2007.

Spaans

:

reducción del arancel aduanero común prevista en el Reglamento (CE) no 533/2007.

Tsjechisch

:

snížení společné celní sazby tak, jak je stanoveno v nařízení (ES) č. 533/2007.

Deens

:

toldnedsættelse som fastsat i forordning (EF) nr. 533/2007.

Duits

:

Ermäßigung des Zollsatzes nach dem GZT gemäß Verordnung (EG) Nr. 533/2007.

Ests

:

ühise tollitariifistiku maksumäära alandamine vastavalt määrusele (EÜ) nr 533/2007.

Grieks

:

Μείωση του δασμού του κοινού δασμολογίου, όπως προβλέπεται στον κανονισμό (ΕΚ) αριθ. 533/2007.

Engels

:

reduction of the Common Customs Tariff pursuant to Regulation (EC) No 533/2007.

Frans

:

réduction du tarif douanier commun comme prévu au règlement (CE) no 533/2007.

Italiaans

:

riduzione del dazio della tariffa doganale comune a norma del regolamento (CE) n. 533/2007.

Lets

:

Regulā (EK) Nr. 533/2007 paredzētais vienotā muitas tarifa samazinājums.

Litouws

:

bendrojo muito tarifo muito sumažinimai, nustatyti Reglamente (EB) Nr. 533/2007.

Hongaars

:

a közös vámtarifában szereplő vámtétel csökkentése a 533/2007/EK rendelet szerint.

Maltees

:

tnaqqis tat-tariffa doganali komuni kif jipprovdi r-Regolament (KE) Nru 533/2007.

Nederlands

:

Verlaging van het gemeenschappelijke douanetarief overeenkomstig Verordening (EG) nr. 533/2007.

Pools

:

Cła WTC obniżone jak przewidziano w rozporządzeniu (WE) nr 533/2007.

Portugees

:

redução da Pauta Aduaneira Comum como previsto no Regulamento (CE) n.o 533/2007.

Roemeens

:

reducerea Tarifului Vamal Comun astfel cum este prevăzut în Regulamentul (CE) nr. 533/2007.

Slowaaks

:

Zníženie spoločnej colnej sadzby, ako sa ustanovuje v nariadení (ES) č. 533/2007.

Sloveens

:

znižanje skupne carinske tarife v skladu z Uredbo (ES) št. 533/2007.

Fins

:

Asetuksessa (EY) N:o 533/2007 säädetty yhteisen tullitariffin alennus.

Zweeds

:

nedsättning av dEn gemensamma tulltaxan i enlighet med förordning (EG) nr 533/2007.


BIJLAGE III

Concordantietabel

Verordening (EG) nr. 1251/96

Deze verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4, lid 1, onder a)

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 1, onder b)

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 1, onder c)

Artikel 4, lid 3

Artikel 4, lid 1, onder d)

Artikel 4, lid 3

Artikel 4, lid 1, onder e)

Artikel 4, lid 3

Artikel 5, lid 1, eerste alinea

Artikel 5, lid 1

Artikel 5, lid 1, tweede alinea

Artikel 5, lid 2

Artikel 5, lid 2, derde alinea

Artikel 5, lid 3

Artikel 5, lid 3

Artikel 5, lid 2

Artikel 5, lid 4, eerste alinea

Artikel 5, lid 4

Artikel 5, lid 4, tweede alinea

Artikel 5, lid 5

Artikel 5, lid 6

Artikel 5, lid 7

Artikel 5, lid 8, eerste alinea

Artikel 6, lid 2

Artikel 5, lid 8, tweede alinea

Artikel 6, eerste alinea

Artikel 7, lid 1

Artikel 6, tweede alinea

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Bijlage I

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage III

Bijlage IV


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Commissie

15.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/16


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2007

betreffende het opleggen van openbaredienstverplichtingen voor bepaalde routes vanuit en met bestemming Sardinië overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad betreffende de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtroutes

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1712)

(Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek)

(2007/332/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtroutes (1), en met name op artikel 4, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

I.   DE FEITEN

(1)

Op 27 januari en 28 februari 2006 heeft de Italiaanse Republiek de Commissie in kennis gesteld van decreet nr. 35 en nr. 36 van het ministerie van Infrastructuur en Vervoer van 29 december 2005 (op 11 januari 2006 gepubliceerd in de Gazzetta Ufficiale della Repubblica Italiana), waarbij openbaredienstverplichtingen (ODV) werden opgelegd voor 16 routes tussen de drie luchthavens van Sardinië en de voornaamste nationale luchthavens van continentaal Italië, en heeft zij de Commissie verzocht in dat verband een mededeling te publiceren in het Publicatieblad van de Europese Unie overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 betreffende de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtroutes (hierna „de verordening” genoemd).

(2)

In haar schrijven van 28 februari 2006 heeft de Italiaanse republiek gepreciseerd dat:

decreet nr. 36 was gewijzigd bij het decreet van 8 februari 2006 betreffende de frequenties, dienstregeling en capaciteit voor de route Cagliari-Turijn;

zij eveneens verzocht om publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie, reeks C, van een mededeling waarin werd aangegeven dat wanneer binnen een periode van dertig dagen volgende op de bekendmaking van de openbaredienstverplichtingen geen enkele luchtvaartmaatschappij aanvaardt om geregelde luchtdiensten in te richten op elk van de in decreet nr. 36 bedoelde routes, overeenkomstig de opgelegde openbaredienstverplichtingen en zonder om een financiële compensatie te verzoeken, Italië in het kader van de procedure van artikel 4, lid 1, onder d), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 de toegang tot elk van deze verbindingen kan beperken tot één enkele luchtvaartmaatschappij en het recht om deze diensten met inachtneming van die verordening te exploiteren via een openbare aanbesteding kan toekennen aan één enkele luchtvaartmaatschappij.

(3)

Op 24 maart 2006 heeft de Commissie een mededeling gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie  (2) betreffende de bij decreet nr. 35 opgelegde openbaredienstverplichtingen voor de volgende zes routes:

Alghero-Rome en Rome-Alghero

Alghero-Milaan en Milaan-Alghero

Cagliari-Rome en Rome-Cagliari

Cagliari-Milaan en Milaan-Cagliari

Olbia-Rome en Rome-Olbia

Olbia-Milaan en Milaan-Olbia.

(4)

Op 21 april 2006 heeft de Commissie een tweede mededeling gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie  (3) betreffende de bij decreet nr. 36 opgelegde openbaredienstverplichtingen voor de volgende tien routes:

Alghero-Bologna en Bologna-Alghero

Alghero-Turijn en Turijn-Alghero

Cagliari-Bologna en Bologna-Cagliari

Cagliari-Firenze en Firenze-Cagliari

Cagliari-Turijn en Turijn-Cagliari

Cagliari-Verona en Verona-Cagliari

Cagliari-Napels en Napels-Cagliari

Cagliari-Palermo en Palermo-Cagliari

Olbia-Bologna en Bologna-Olbia

Olbia-Verona en Verona-Olbia.

(5)

Op 22 april 2006 heeft de Commissie een mededeling gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie  (4) over de Italiaanse aanbesteding met betrekking tot de bij decreet nr. 36 opgelegde ODV. In deze mededeling werd gemeld dat de Italiaanse Republiek voor elk van de tien onder het decreet vallende routes een beroep zal doen op de procedure van artikel 4, lid 1, onder d), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 wanneer geen enkele luchtvaartmaatschappij bereidt is de ODV op bedoelde routes zonder compensatie te aanvaarden.

(6)

De voornaamste elementen van de op 24 maart 2006 van de 21 april 2006 gepubliceerde ODV zijn:

de twee routes Alghero-Rome en Alghero-Milaan (samen) en de twee routes Olbia-Rome en Olbia-Milaan (samen) vormen elk een ondeelbaar geheel dat als zodanig integraal moet worden aanvaard door de luchtvaartmaatschappijen die belangstelling hebben voor deze routes, zonder enige compensatie van welke aard ook. De verbindingen Cagliari-Rome en Cagliari-Milaan moeten daarentegen afzonderlijk en integraal door de luchtvaartmaatschappijen worden aanvaard, zonder enige compensatie van welke aard ook;

elk van de tien verbindingen als gepubliceerd in de mededeling van 21 april 2006 en de daarvoor opgelegde ODV moeten afzonderlijk en in hun geheel door de kandidaat-luchtvaartmaatschappij worden aanvaard;

de luchtvaartmaatschappij die de ODV aanvaardt, moet de dienst waarborgen gedurende een periode van 36 opeenvolgende maanden en kan de dienstverlening slechts onderbreken na kennisgeving, ten minste zes maanden vooraf, aan de nationale burgerluchtvaartautoriteit (Ente Nazionale dell’Aviazione Civile — ENAC) en de autonome regio Sardinië;

iedere luchtvaartmaatschappij (of belangrijkste luchtvaartmaatschappij) die de ODV aanvaardt, moet een exploitatieborgtocht stellen teneinde te waarborgen dat de dienst op een correcte en ononderbroken wijze zal worden uitgevoerd. Deze borgtocht bedraagt ten minste 5 % van de totale omzet als geraamd door de ENAC in verband met de geplande luchtdiensten voor elk routepakket in kwestie. Deze waarborg wordt aan de ENAC gestort, die dit bedrag zal gebruiken om de continuïteit van de dienstverlening te verzekeren in het geval van ongerechtvaardigde stopzetting van de diensten, en zal bestaan, in twee gelijke delen, uit een bankgarantie die op eerste verzoek kan worden aangesproken en een verzekeringswaarborg;

teneinde overcapaciteit, ten gevolge van infrastructurele beperkingen van de betrokken luchthavens, bij aanvaarding van de ODV voor éénzelfde route door meer dan één luchtvaartmaatschappij te vermijden, is de ENAC ermee belast om na overleg met de autonome regio Sardinië in het openbaar belang de exploitatieprogramma’s van de desbetreffende luchtvaartmaatschappijen aan te passen aan de met de ODV nagestreefde mobiliteitsdoelstellingen. Deze aanpassing moet een billijke verdeling van de verbindingen en frequenties waarborgen tussen de vervoerders die de ODV aanvaarden, naar gelang van de verkeersvolumen op de desbetreffende verbindingen (of het geheel van verbindingen) voor elke vervoerder in de loop van de twee voorafgaande jaren;

de minimumfrequentie, de dienstregeling en de aan te bieden capaciteit voor elke verbinding zijn in de mededelingen van 24 maart en 21 april 2006 gespecificeerd onder punt 2: „INHOUD VAN DE OPENBAREDIENSTVERPLICHTINGEN”;

de minimumcapaciteit van de te gebruiken vliegtuigen is in de mededelingen gespecificeerd onder punt 3: „TE GEBRUIKEN VLIEGTUIGEN”;

de tariefstructuur voor alle routes is in de mededelingen gespecificeerd onder punt 4: „TARIEVEN”. Met name wat het bestaan van verlaagde tarieven betreft, wordt in punt 4.8 van de twee mededelingen gepreciseerd dat de luchtvaartmaatschappijen die de betrokken routes exploiteren wettelijk verplicht zijn automatisch een gunsttarief te hanteren (zoals gepreciseerd onder punt 4: „TARIEVEN”) voor onder meer personen die in Sardinië geboren zijn, ook al wonen ze er niet;

overeenkomstig decreet nr. 35, op 29 december 2005 toegezonden aan de Commissie en op 11 januari 2006 gepubliceerd in de Gazzetta Ufficiale della Republica Italiana, is de start en het einde van de dienstverplichtingen op de routes in kwestie 31 maart 2006, respectievelijk 30 maart 2009. Op 28 februari 2006 hebben de Italiaanse autoriteiten de Commissie echter geïnformeerd over de vaststelling op 23 februari 2006 van een decreet waarbij deze datums worden gewijzigd tot 2 mei 2006 en 1 mei 2009 (brief van de Italiaanse permanente vertegenwoordiger met ref. nr. 2321). Deze nieuwe datums zijn op 24 maart 2006 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie;

overeenkomstig decreet nr. 36, op 29 december 2005 toegezonden aan de Commissie, op 11 januari 2006 gepubliceerd in de Gazzetta Ufficiale della Republica Italiana en op 21 april 2006 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, zal de Italiaanse Republiek de geldigheid van de ODV voor de routes in kwestie op een latere datum vaststellen. Daarom is in het Publicatieblad van de Europese Unie geen definitieve datum gepubliceerd;

de luchtvaartmaatschappijen die voornemens zijn de ODV te aanvaarden, moeten binnen een termijn van 30 dagen na de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie formeel een bevestiging versturen naar de bevoegde Italiaanse autoriteiten.

(7)

Voorafgaand aan de ODV waarop deze beschikking betrekking heeft, had de Italiaanse Republiek krachtens decreten van 1 augustus en 21 december 2000 reeds ODV opgelegd voor zes verbindingen tussen de luchthavens van Sardinië en Rome en Milaan. Deze verplichtingen zijn op 7 oktober 2000 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie  (5). Overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder d), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 was voor de desbetreffende routes een aanbesteding uitgeschreven voor de selectie van luchtvaartmaatschappijen die het recht kregen de routes op exclusieve basis en met een financiële compensatie te exploiteren (6).

(8)

De luchtvaartmaatschappijen die het recht kregen bedoelde routes met inachtneming van de ODV te exploiteren waren:

Alitalia op de route Cagliari-Rome

Air One op de routes Cagliari-Milaan, Alghero-Milaan en Alghero-Rome

Meridiana op de routes Olbia-Rome en Olbia-Milaan.

(9)

Deze exploitatieregeling werd vervangen door de ODV als opgelegd bij het Italiaanse decreet van 8 november 2004 en gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie van 10 december 2004 (7). Ten gevolge van een arrest van de regionale administratieve rechtbank van Lazio van 17 maart 2005, waarbij het decreet van 8 november 2004 gedeeltelijk nietig werd verklaard, hebben de Italiaanse autoriteiten de Commissie ervan in kennis gesteld dat zij deze verplichtingen hebben „opgeschort”. Een kennisgeving met betrekking tot die opschorting is op 1 juli 2005 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie  (8). Op 6 december 2005 hebben de Italiaanse autoriteiten de Commissie ervan geïnformeerd dat zij hun decreet van 8 november 2004 per 15 november 2004 hebben ingetrokken.

II.   PROCEDURE

(10)

De Commissie heeft zich bij schrijven van 9 maart 2006 (geregistreerd onder het nummer 204756) gericht tot de Italiaanse Republiek met haar vragen over de rechtmatigheid van de bij decreet nr. 35 en nr. 36 opgelegde ODV. Zij heeft nadere informatie opgevraagd over de desbetreffende motivering en de tenuitvoerleggingsvoorwaarden. De Italiaanse Republiek heeft geantwoord met een eerste schrijven, vergezeld van een ontwerp-antwoord, op 22 maart 2006 en vervolgens met een tweede schrijven op 4 april 2006.

(11)

Op 27 april 2006 heeft de Commissie zich gericht tot de ENAC om nadere gegevens op te vragen over de inhoud en functionering van de ODV, alvorens de nieuwe ODV in werking zouden treden.

(12)

De ENAC heeft bij brief van 9 mei 2006 geantwoord en heeft bevestigd dat tot en met 2 mei 2006 op de routes tussen Sardinië en de steden Rome en Milaan nog steeds de in het jaar 2000 ingevoerde ODV golden, aangezien bedoelde regeling, gezien de intrekking van het wijzigende decreet van 2004, nog steeds van kracht was. Vanaf 2 mei 2006 gelden de nieuwe ODV overeenkomstig decreet nr. 35. In deze brief werd ook bevestigd dat de ODV betrekking hebben op het geheel van het luchthavensysteem van Milaan, zoals bepaald in de publicatie van 2000.

(13)

Op 4 augustus 2006 heeft de Italiaanse Republiek opnieuw geantwoord op het schrijven van de Commissie van 9 maart, met enkele aanvullende elementen die echter geen belangrijke nieuwe informatie behelsden.

(14)

Op 1 augustus 2006 heeft de Commissie op eigen initiatief besloten een onderzoek in te stellen als bedoeld in artikel 4, lid 3, van de verordening (9). De desbetreffende beschikking is op 1 augustus 2006 ter kennis gebracht van de Italiaanse Republiek (document C(2006) 3516). In diezelfde beschikking heeft de Commissie de Italiaanse autoriteiten verzocht om binnen een termijn van één maand opheldering te verschaffen over verschillende punten.

(15)

De Italiaanse autoriteiten hebben bij schrijven van 31 augustus 2006 geantwoord. In dit antwoord werden talrijke kwesties opgehelderd.

(16)

Op 2 oktober 2006 heeft de Commissie zich desondanks gericht tot de permanente vertegenwoordiger van Italië om aanvullende informatie te verkrijgen.

(17)

Op 6 oktober 2006 heeft de Italiaanse Republiek een uitgebreid antwoord toegezonden met verscheidene antwoorden op de aanvullende vragen van de Commissie.

(18)

Op 17 oktober 2006 heeft in Brussel een vergadering plaatsgevonden tussen de Commissiediensten (eenheid TREN.F.1) met de Italiaanse autoriteiten (ministerie van Vervoer, permanente vertegenwoordiging, regering van Sardinië en ENAC).

(19)

In het Italiaanse antwoord is met name bevestigd dat de volgende routes reeds worden geëxploiteerd met inachtneming van de overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening opgelegde ODV:

Olbia-Rome: Meridiana

Olbia-Milaan: Meridiana

Alghero-Rome: Air One

Alghero-Milaan: Air One

Cagliari-Rome: Air One en Meridiana

Cagliari-Milaan: Air One en Meridiana

Cagliari-Bologna: Meridiana

Cagliari-Turijn: Meridiana

Cagliari-Verona: Meridiana

Olbia-Bologna: Meridiana.

Voor de zes resterende routes heeft geen enkele luchtvaartmaatschappij echter de overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening opgelegde ODV aanvaard. De Italiaanse Republiek is dus voornemens een aanbesteding uit te schrijven overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder d). Momenteel zijn de luchtvaartmaatschappijen die aan deze aanbesteding kunnen deelnemen:

Olbia-Verona: Meridiana

Alghero-Bologna: Air One

Alghero-Turijn: Air One

Cagliari-Firenze: Air One en Meridiana

Cagliari-Napels: Air One en Meridiana

Cagliari-Palermo: Air One en Meridiana (10).

De Italiaanse Republiek heeft echter gemeld dat zij deze routes momenteel nog niet heeft toegewezen gezien het door de Commissie opgestarte onderzoek.

III.   ANALYSE

1.   Juridisch kader

(20)

De juridische aspecten van ODV worden geregeld bij Verordening (EEG) nr. 2408/92 die tot doel heeft om in de sector van het luchtvervoer de voorwaarden voor de toepassing van de vrijheid van dienstverlening vast te leggen.

(21)

De ODV zijn gedefinieerd als een uitzondering op het basisbeginsel van de verordening dat inhoudt dat het „met inachtneming van deze verordening door de betrokken lidstaat (lidstaten) aan communautaire luchtvaartmaatschappijen wordt toegestaan om vervoersrechten op routes in de Gemeenschap uit te oefenen” (11).

(22)

De voorwaarden om dergelijke openbaredienstverplichtingen op te leggen, worden omschreven in artikel 4 van de verordening. Zij moeten strikt worden geïnterpreteerd, met inachtneming van de beginselen van niet-discriminatie en evenredigheid. Zij moeten op passende wijze worden verantwoord op basis van de in het artikel opgenomen criteria.

(23)

Meer bepaald mogen, overeenkomstig de juridische regeling voor ODV, dergelijke verplichtingen worden opgelegd „voor geregelde luchtdiensten naar een luchthaven die de luchtverbindingen voor een perifeer of ontwikkelingsgebied op zijn grondgebied verzorgt of op een weinig geëxploiteerde route naar een regionale luchthaven op zijn grondgebied, wanneer een dergelijke route van vitaal belang wordt geacht voor de economische ontwikkeling van de regio waarin de luchthaven is gelegen en voor zover zulks noodzakelijk is om op die route een toereikend aanbod te waarborgen van luchtdiensten die voldoen aan vastgestelde normen inzake continuïteit, regelmaat, capaciteit en prijzen, aan welke normen luchtvaartmaatschappijen niet zouden voldoen indien zij alleen op hun eigen commerciële belangen zouden letten” (12).

(24)

De toereikendheid van het aanbod van geregelde luchtdiensten wordt door de lidstaten beoordeeld in het licht van met name „het openbaar belang, de mogelijkheid gebruik te maken van andere takken van vervoer en het gecombineerde effect van alle luchtvaartmaatschappijen die op bedoelde route diensten onderhouden of voornemens zijn te onderhouden” (13).

(25)

Bij artikel 4 wordt een mechanisme in twee fasen ingesteld. In een eerste fase (artikel 4, lid 1, onder a)) legt de betrokken lidstaat ODV op voor één of meer luchtverbindingen, waarbij deze open blijven voor alle communautaire luchtvaartmaatschappijen op voorwaarde dat de verplichtingen in acht worden genomen. Wanneer echter geen enkele maatschappij zich aanbiedt om de verbinding met inachtneming van de openbaredienstverplichtingen te exploiteren, kan de lidstaat in een tweede fase (zie artikel 4, lid 1, onder d)) de toegang tot die verbinding beperken tot slechts één luchtvaartmaatschappij voor een, eventueel hernieuwbare, periode van maximaal drie jaar. Die luchtvaartmaatschappij wordt dan geselecteerd via een communautaire openbare aanbesteding. De geselecteerde maatschappij kan dan een financiële compensatie krijgen voor de exploitatie van de verbinding met inachtneming van de ODV.

(26)

Krachtens artikel 4, lid 3, is de Commissie gemachtigd om na een onderzoek, op verzoek van een lidstaat dan wel op eigen initiatief, te besluiten of de ODV van toepassing blijven. Het besluit van de Commissie wordt meegedeeld aan de Raad en de lidstaten.

2.   Het in aanmerking komen van de verbindingen

(27)

De Italiaanse Republiek heeft het opleggen van ODV gerechtvaardigd met een verwijzing naar de ontwikkelingsbehoeften van Sardinië dat nadelen ondervindt van zijn insulaire positie.

(28)

Bovendien heeft de autonome regering van Sardinië zich ertoe verbonden de mobiliteit van de inwoners van het eiland te vergroten. De verbindingen tussen Sardinië en continentaal Italië zijn immers zeer ongelijk naar gelang van de seizoenen, terwijl gezien het mobiliteitsbeginsel de inwoners van Sardinië gedurende het gehele jaar over voldoende connectiemogelijkheden zouden moeten kunnen beschikken. Voorts legt de Italiaanse Republiek de nadruk op de grote afstanden in kilometer en tijd tussen de verschillende luchthavens van Sardinië, een regio die qua infrastructuur onvoldoende ontwikkeld is. Het is trouwens dit gegeven dat Italië inroept om te rechtvaardigen dat de ODV betrekking hebben op alle drie de luchthavens van Sardinië.

(29)

De Commissie is van mening dat Sardinië gezien zijn insulaire positie en de afwezigheid van reële transportalternatieven als een perifere regio kan worden beschouwd.

(30)

De achterstand van Sardinië ten opzichte van de andere Italiaanse regio’s is bovendien in ruime mate gedocumenteerd: het isolement van Sardinië, en de geringe bevolkingsdichtheid, die nog wordt versterkt door de sterke emigratie, verklaart de economische achterstand van het eiland, die het verwant maakt met de regio’s van de Mezzogiorno.

(31)

Op basis van de gegevens waarover zij beschikt, kan de Commissie het cruciale belang van de verbindingen in kwestie, als beklemtoond door de Italiaanse autoriteiten, niet in vraag stellen.

3.   Toereikendheid van de ODV

3.1.   Algemene overwegingen

(32)

Overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening kunnen de lidstaten slechts ODV opleggen „voor zover zulks noodzakelijk is om op die route een toereikend aanbod te waarborgen van geregelde luchtdiensten die voldoen aan vastgestelde normen inzake continuïteit, regelmaat, capaciteit en prijzen, aan welke normen luchtvaartmaatschappijen niet zouden voldoen indien zij alleen op hun eigen commerciële belangen zouden letten”.

(33)

De toereikendheid van de dienstverlening wordt geëvalueerd op basis van de in artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening genoemde criteria:

het openbaar belang;

de mogelijkheid, meer bepaald voor eilanden, om gebruik te maken van andere takken van vervoer en het vermogen van deze takken van vervoer om aan de betrokken vervoersbehoeften te voldoen;

de luchtvaarttarieven en -voorwaarden die aan de gebruikers kunnen worden aangeboden;

het gecombineerde effect van alle luchtvaartmaatschappijen die op bedoelde route diensten onderhouden of voornemens zijn te onderhouden.

(34)

Bovendien moeten de openbaredienstverplichtingen voldoen aan de criteria van evenredigheid en niet-discriminatie (zie bijvoorbeeld het arrest van het Hof van Justitie van 20 februari 2001 in de zaak C-205/99, Asociación Profesional de Empresas Navieras de Líneas Regulares (Analir) e.a. versus Administración General del Estado, Jurisprudentie 2001, blz. I-0127.

(35)

Op basis van de haar door de Italiaanse autoriteiten verstrekte elementen is de Commissie van oordeel dat het opleggen van ODV, in termen van frequenties, capaciteiten en tarieven, noodzakelijk kan zijn om de toereikendheid van de dienstverlening op de betrokken verbindingen te waarborgen.

(36)

De Commissie is evenwel van mening dat bepaalde bij decreet nr. 35 en nr. 36 opgelegde voorwaarden al te restrictief en niet-evenredig zijn.

3.2.   Verplichting de aanvaarding van de ODV binnen een periode van 30 dagen te melden

(37)

In punt 8 van de ODV zoals vastgesteld bij decreet nr. 35 en nr. 36 wordt gestipuleerd dat „luchtvaartmaatschappijen die de in deze bijlage vervatte ODV aanvaarden hun aanvraag officieel moeten indienen bij de ENAC binnen een periode van 30 dagen na de datum van bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van de mededeling van de Commissie betreffende het opleggen van openbaredienstverplichtingen”. In de feiten is deze verplichting zelfs een uitsluitingsclausule gebleken voor een luchtvaartmaatschappij die een dergelijke mededeling betreffende de aanvaarding van de ODV één dag „te laat” had ingediend. Een vervoerder die binnen bovengenoemde termijn geen mededeling heeft gedaan van zijn aanvaarding van alle voorwaarden van de ODV kan bijgevolg voor de gehele periode worden uitgesloten.

(38)

De Commissie is van mening dat deze voorwaarde geen enkele rechtsgrond heeft overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening en al te restrictief is. Artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening geeft de lidstaten geen machtiging om het aantal luchtvaartmaatschappijen dat de verbindingen mag exploiteren, te beperken, maar uitsluitend om in algemene zin ODV op te leggen die gelden voor alle vervoerders die deze verbindingen exploiteren of voornemens zijn te exploiteren. Een dergelijke beperking van het aantal luchtvaartmaatschappijen is enkel mogelijk uit hoofde van artikel 4, lid 1, onder d).

(39)

Dit houdt in dat elke luchtvaartmaatschappij die zich voorneemt om de uit hoofde van artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening opgelegde ODV in acht te nemen, deze verbinding moet kunnen exploiteren, wat ook het tijdstip is waarop zij voornemens is met die exploitatie te beginnen. Een lidstaat kan bepalen dat, als geen enkele luchtvaartmaatschappij op een bepaalde datum op een verbinding begonnen is met de levering van geregelde luchtdiensten met inachtneming van de uit hoofde van artikel 4, lid 1, onder a), opgelegde ODV, de toegang tot deze verbinding overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder d), tot slechts één luchtvaartmaatschappij wordt beperkt. Als echter één of meer luchtvaartmaatschappijen binnen de gestelde termijn met de exploitatie zijn gestart, kan een lidstaat geen andere luchtvaartmaatschappijen van deze verbinding uitsluiten wanneer die op enige datum na het verstrijken van deze termijn aankondigen dat ze de route willen exploiteren. De intrede van nieuwe luchtvaartmaatschappijen kan dan wel een aanpassing vergen van de aan elke vervoerder opgelegde ODV (zie verder onder punt 3.4).

3.3.   Verplichting de verbinding gedurende drie jaar te exploiteren

(40)

In punt 5 van de ODV zoals overgenomen in decreet nr. 35 en nr. 36 wordt gestipuleerd dat „overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 de luchtvaartmaatschappij die de openbaredienstverplichtingen aanvaardt de dienst moet waarborgen gedurende een periode van ten minste 36 opeenvolgende maanden en dat zij die dienst slechts mag onderbreken wanneer zij de ENAC of de autonome regio Sardinië daarvan ten minste zes maanden van tevoren in kennis heeft gesteld”.

(41)

De eis van een minimale exploitatieduur is in overeenstemming met artikel 4, lid 1, onder c), waarin is bepaald dat „wanneer andere takken van vervoer geen toereikende en ononderbroken dienst kunnen waarborgen, de betrokken lidstaten in de openbaredienstverplichting kunnen bepalen dat een luchtvaartmaatschappij die de route wil exploiteren de garantie geeft dat zij die route gedurende een nader te bepalen periode en in overeenstemming met de andere bepalingen van de openbaredienstverplichting zal exploiteren”. De Commissie is inderdaad van mening dat, gezien de insulariteit van Sardinië en de afstand van het eiland tot het continent, andere takken van vervoer geen toereikende alternatieve dienst kunnen waarborgen.

(42)

De Commissie is evenwel de mening toegedaan dat de krachtens decreet nr. 35 en nr. 36 opgelegde minimumexploitatieduur van drie jaar al te lang en onevenredig is.

(43)

De Commissie kan begrijpen dat het noodzakelijk is de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen en van de luchtvaartmaatschappijen de verbintenis te verlangen dat zij de dienst gedurende een bepaalde periode zullen uitvoeren. Zoals echter reeds aangegeven, is het niet aan de autoriteiten die toezien op de uitvoering van de ODV om potentiële kandidaten uit te sluiten: ODV zonder exclusieve concessie noch compensatie kunnen in geen enkel geval een definitieve of langdurige afscherming van de markt inhouden.

(44)

Het kan legitiem zijn om in het geval van verbindingen met grote seizoensgebonden fluctuatie een exploitatie van die routes gedurende bepaalde perioden van het jaar op te leggen. Bij dergelijke verbindingen kunnen de vervoerders immers de natuurlijke neiging vertonen om hun aanbod te beperken tot of te concentreren op de weken waarin de frequentie voldoende groot is om de rentabiliteit van de dienst te waarborgen, en kunnen zij de dienstverlening de rest van het jaar verwaarlozen. De Commissie is echter van mening dat het beginsel van de evenredigheid in dergelijke omstandigheden inhoudt dat de periode waarin de exploitatie op een continue wijze en met inachtneming van de ODV overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), moet worden gewaarborgd, niet langer mag zijn dan een jaar.

(45)

Voorts is de Commissie van mening dat de lengte van die periode de autoriteiten welke toezien op de toepassing van de ODV er niet van ontslaat om op gezette tijden de toereikendheid van de ODV te evalueren. Zoals verder vermeld, moet een dergelijke herziening in ieder geval plaatsvinden wanneer een nieuwe vervoerder de desbetreffende route begint te exploiteren of op het punt staat dit te doen.

3.4.   Verdeling van de routes en frequenties door de ENAC

(46)

Overeenkomstig punt 1.6 van decreet nr. 35 en nr. 36 wordt „teneinde overcapaciteit ten gevolge van de aanvaarding van een route door verscheidene transporteurs te voorkomen, gezien beperkingen en condities van de infrastructuur van de betrokken luchthavens, de ENAC ermee belast is om in opdracht van de autonome regio Sardinië de vluchtprogramma’s van de transporteurs in het belang van het publiek aan te passen aan de mobiliteitsdoelstellingen van deze openbaredienstverplichtingen. Deze aanpassing moet gericht zijn op een evenwichtige verdeling van de verbindingen en frequenties tussen de vervoerders op basis van de verkeersvolumen op de relevante routes (en routepakketten) die voor elke transporteur in de afgelopen twee jaar zijn waargenomen.”.

(47)

Uit hoofde van die bevoegdheid kan de ENAC optreden als bemiddelaar en promotor van een overeenkomst tussen verschillende luchtvaartmaatschappijen die eenzelfde route exploiteren. In het geval van Sardinië heeft de ENAC een rondetafelconferentie ingericht voor de luchtvaartmaatschappijen die belangstelling hebben voor bepaalde routes en heeft zij met hen de verdeling van het luchtverkeer vastgelegd.

(48)

De Italiaanse Republiek verdedigt deze interventiebevoegdheid van de ENAC omdat die volgens haar de continuïteit van dienstverlening waarborgt aangezien de ODV op die manier niet de speelbal zijn van het in- of uittreden van andere vervoerders die wellicht minder bereid zijn de ODV zonder enige compensatie te aanvaarden. Zij wijst in dat verband op het arrest van de TAR (de regionale administratieve rechtbank) van Lazio van 17 maart 2005 dat zegt dat het „volmaakt legitiem is dat in het decreet (van 2004) een scenario wordt omschreven waarin, voor alle routes waarvoor ODV gelden, er verscheidene vervoerders zijn, niet-gegroepeerd en met onderlinge concurrentie. Een dergelijke mogelijkheid moet echter duidelijk worden omschreven en moet vergezeld gaan van een objectief minimumcriterium voor een voorafgaande verdeling van de tijdtoewijzing naar gelang van het aantal (één, twee of meer) luchtvaartmaatschappijen die uiteindelijk de ODV hebben aanvaard, teneinde een schadelijke overcapaciteit te voorkomen en, wat nog belangrijker is, waarbij de toewijzing van de slots niet mag resulteren in een arbitraire en feitelijke exclusiviteit van de dienstverlening, die in de normen van het decreet uitdrukkelijk wordt verworpen” (14).

(49)

De overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), opgelegde ODV moeten rekening houden met alle vervoerders die een bepaalde route exploiteren of voornemens zijn te exploiteren. Dit wordt bevestigd door artikel 4, lid 1, onder b), van de verordening waarin wordt gestipuleerd dat „de toereikendheid van het aanbod van geregelde luchtdiensten door de lidstaten wordt beoordeeld met name in het licht van het gecombineerde effect van alle luchtvaartmaatschappijen die op bedoelde route diensten onderhouden of voornemens zijn te onderhouden”.

(50)

De Commissie is van mening dat dit beginsel niet alleen moet gelden op het moment dat de ODV worden opgelegd, maar gedurende de hele looptijd ervan. Telkens wanneer een nieuwe vervoerder de route begint te exploiteren of op het punt staat dat te doen, moet tegelijk het niveau van de in de ODV opgelegde capaciteiten en frequenties voor elke luchtvaartmaatschappij worden aangepast op een zodanige manier dat de totale op elke route aangeboden capaciteit en frequentie niet hoger ligt dan wat strikt noodzakelijk is om een toereikende dienst te verzekeren.

(51)

Wat immers de ODV betreft die overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening zijn opgelegd, worden de vervoerders niet geacht zich elk afzonderlijk ertoe te verbinden de voorgeschreven capaciteiten en frequenties in acht te nemen, maar moet het geheel van de betrokken luchtvaartmaatschappij dit minimumniveau van dienstverlening waarborgen.

(52)

De Commissie erkent dat het voor de autoriteit die toeziet op de ODV noodzakelijk kan zijn zich ervan te vergewissen dat de combinatie van aangeboden frequenties en capaciteiten het mogelijk maakt de ODV in acht te nemen. Deze autoriteit mag echter geenszins de mogelijkheid voor de betrokken vervoerders beperken om, wanneer zij dat wensen, diensten aan te bieden bovenop de in de ODV voorgeschreven capaciteiten en frequenties, die uitsluitend als minimumnormen moeten worden beschouwd. Voor zover de door de ENAC vastgestelde regels een vervoerder beletten extra diensten aan te bieden, zijn die regels bijgevolg al te restrictief en druisen zij in tegen de verordening.

(53)

In dat verband is de Commissie verheugd dat de Italiaanse Republiek in haar schrijven van 15 november 2006 heeft bevestigd dat haar administratie op gezette tijden een nieuwe evaluatie zal maken van de situatie, op jaarbasis, en eventuele aanvragen zal analyseren van luchtvaartmaatschappijen die de routes in kwestie met inachtneming van de ODV willen exploiteren (15). Zij neemt er akte van dat de Italiaanse Republiek heeft bevestigd dat „niets een lidstaat belet om de toereikendheid en de noodzaak van de ODV te verifiëren (inclusief gedurende de toepassingsperiode daarvan), wat kan resulteren in hun wijziging of intrekking, tenzij hun nut en geoorloofd karakter op een later moment wordt aangetoond” (16).

3.5.   Groepering van de routes Alghero-Rome en Alghero-Milaan enerzijds, en Olbia-Rome en Olbia-Milaan anderzijds

(54)

De Italiaanse Republiek rechtvaardigt de groepering van de routes Alghero-Rome en Alghero-Milaan enerzijds, en Olbia-Rome en Olbia-Milaan anderzijds, door te wijzen op hun complementariteit en de onderlinge afhankelijkheid van de exploitatie ervan. Volgens de Italiaanse autoriteiten zijn beide routes gedurende twee derde van het jaar immers gekenmerkt door een sterk verlaagde vraag ten gevolge van de zeer sterke seizoensgebonden aard van de routes. Aangezien voor deze routes geen enkele financiële compensatie is gepland, is het aan de administratie om ervoor te zorgen dat hun exploitatie voor de desbetreffende luchtvaartmaatschappij duurzaam is, zij het weinig aantrekkelijk uit economisch oogpunt. Het komt er dus op aan om „de gunstige effecten van de operationele onderlinge afhankelijkheid” te benutten, die het mogelijk maken om „in het winterseizoen de vliegtuigen, dankzij de beperktheid van de vraag, elders te gebruiken” terwijl „het vooruitzicht van gekoppelde routes ertoe bijdraagt zich kandidaat te stellen voor de exploitatie ervan”. Overeenkomstig de Italiaanse Republiek kan het aanbod dat in de zomerperiode wordt geëist bovendien beter worden ingevuld als beide routes tezamen worden geëxploiteerd. De Italiaanse Republiek stelt ten slotte dat in de verordening zelf wordt voorzien in de mogelijkheid om de fluctuatie van de vraag te combineren, bijvoorbeeld binnen eenzelfde week. Een dergelijke groepering maakt het mogelijk de kosten te drukken en de capaciteit te optimaliseren, en tegelijk nauwer op de vraag in te spelen. Een dergelijke groepering van routes zou dus geen afscherming van de markt inhouden, maar zou integendeel ertoe bijdragen meer vervoerders aan te trekken.

(55)

De Commissie is van mening dat de groepering van de verbindingen onverenigbaar is met artikel 4, lid 1, onder a), b) en c), van de verordening. In de criteria om in aanmerking te komen en de toereikendheidscriteria van de ODV die in deze bepalingen zijn vervat, wordt immers telkens expliciet gesproken over „de route”, zonder dat ooit wordt gedoeld op een groepering van routes. Daaruit moet dus worden geconcludeerd dat elk van deze criteria afzonderlijk moet worden geëvalueerd voor elke afzonderlijke verbinding.

(56)

Deze interpretatie is bovendien in overeenstemming met de eis van evenredigheid. Een dergelijke groepering van routes zou het voor een lidstaat immers mogelijk maken om ODV op te leggen voor routes waar zij niet noodzakelijk zijn om een toereikende dienstverlening te waarborgen. In de mogelijkheid om routes te groeperen wordt niet voorzien in artikel 4, lid 1, onder d), waarin wordt aangegeven dat het recht om dergelijke diensten te exploiteren „voor één of voor een groep van dergelijke routes” bij openbare aanbesteding wordt aangeboden. Deze expliciete vermelding in artikel 4, lid 1, onder d), sluit integendeel uit dat een dergelijke groepering kan gebeuren in het kader van de toepassing van artikel 4, lid 1, onder a), b) en c). Het is precies omdat de markt het niet mogelijk heeft gemaakt dat een luchtvaartmaatschappij is begonnen op een bepaalde route geregelde luchtdiensten overeenkomstig de ODV te exploiteren, of op het punt staat dat te doen, dat de lidstaat de toegang tot deze route kan beperken tot één enkele luchtvaartmaatschappij voor een periode van maximaal drie jaar en een aanbesteding kan uitschrijven die betrekking heeft op een groep van verbindingen. Samengevat kan de groepering van verschillende verbindingen worden beschouwd als een antwoord op het falen van de markt en een vorm van indirecte compensatie die, net als directe compensaties, slechts toelaatbaar is in het kader van artikel 4, lid 1, onder d). In geen enkel geval kan in een systeem van ODV overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), een groepering van routes ten doel hebben twee afzonderlijke verbindingen rendabel te maken teneinde de activiteiten van één of meerdere luchtvaartmaatschappijen te bevorderen.

(57)

Voorts is de door de Italiaanse autoriteiten verstrekte toelichting niet gebaseerd op enig technisch gegeven of becijferd economisch argument dat het mogelijk maakt hun analyse te staven.

Men kan inderdaad de volgende bedenkingen opwerpen:

de vereiste capaciteit en frequentie moet worden bepaald naar gelang van de behoeften per afzonderlijke route en niet op een dergelijke manier dat er uitsluitend op een meer doeltreffende manier aan kan worden voldaan wanneer die routes worden gecombineerd;

de verplichtingen in termen van de frequentie ten gevolge van deze koppeling blijken zo ingrijpend te zijn dat zij een uitsluitingsvoorwaarde vormen voor een groot aantal potentiële vervoerders die aan de ODV willen voldoen en op Sardinië willen vliegen, maar die, ten gevolge van hun afwezigheid in een van beide steden, geen enkele mogelijkheid meer krijgen om deze diensten te leveren. De groepering van routes heeft dus veeleer tot gevolg dat de markt wordt afgeschermd;

het is in dat verband duidelijk dat op dergelijke wijze gegroepeerde ODV het slechts voor een klein aantal reeds ter plaatse zijnde luchtvaartmaatschappijen mogelijk maken om in positieve zin te reageren. De invoering van de ODV heeft zo luchtvaartmaatschappijen uitgesloten die vanaf Rome of Milaan de routes wilden exploiteren, of het voornemen daartoe hadden, precies met als bestemming de twee luchthavens in kwestie, namelijk die van Olbia en Alghero. Zelfs al hadden zij daartoe de wens, konden deze vervoerders zich niet kandidaat stellen voor een exploitatie die voor hen te duur zou uitvallen. Dergelijke groeperingen zijn dus van aard andere potentiële vervoerders te weren.

Deze beperkende effecten zijn nog belangrijker gezien de omvang van de desbetreffende markten (totaal aantal passagiers in 2005 — cijfers van de Italiaanse Republiek):

Olbia-Rome en Olbia-Milaan: 731 349 (390 186 in de zomer en 341 163 in de winter),

Alghero-Rome en Alghero-Milaan: 502 820 passagiers (184 273 in de zomer en 318 547 in de winter).

In deze omstandigheden is het weinig waarschijnlijk dat de verbindingen tussen de twee grootste Italiaanse steden en de luchthavens van Olbia en Alghero in Sardinië zo weinig aantrekkelijk zouden zijn dat zij groepering behoeven om dat te worden.

(58)

De Commissie is derhalve van mening dat de groepering van bepaalde routes onverenigbaar is met de verordening en al te restrictief is.

3.6.   Gunsttarieven voor personen die in Sardinië geboren zijn maar er niet wonen

(59)

Bij decreet nr. 35 en nr. 36 wordt geëist dat de luchtvaartmaatschappijen gunsttarieven hanteren voor personen die in Sardinië geboren zijn, ook al wonen ze er niet. Volgens de ramingen van de Italiaanse Republiek heeft deze bepaling een weerslag op maximaal 220 000 personen en in de realiteit op veeleer 110 000 personen als men ervan uitgaat dat slechts 50 % van die 220 000 personen jaarlijks een reis maakt.

(60)

In de praktijk is een dergelijke maatregel voornamelijk in het voordeel van Europese burgers met Italiaanse nationaliteit ten opzichte van burgers van andere nationaliteiten. Bijgevolg kan hij beschouwd worden als op het eerste gezicht discriminerend om reden van nationaliteit en dus als indruisend tegen het Verdrag. Een dergelijke maatregel in het kader van ODV is slechts aanvaardbaar wanneer het verschil in behandeling gegrond is met objectieve overwegingen die niets te maken hebben met de nationaliteit van de betrokken personen en als de maatregel evenredig is met de legitieme doelstelling die met het nationale recht wordt nagestreefd.

(61)

De Italiaanse Republiek verklaart dat de maatregel noodzakelijk is om het voor Sardische emigranten mogelijk te maken, verbonden te blijven met hun culturele gemeenschap van herkomst (17). Zelfs wanneer een dergelijke doelstelling als een legitieme doelstelling van openbaar belang in de zin van artikel 4, lid 1, onder b), i), van de verordening zou kunnen worden beschouwd, is deze maatregel echter overduidelijk onevenredig. In de eerste plaats is de maatregel van toepassing op alle personen die in Sardinië geboren zijn, maar er niet wonen, zonder dat het noodzakelijk is de band, bijvoorbeeld de familieband, aan te tonen die er nog bestaat tussen de betrokken persoon en zijn regio van herkomst. In de tweede plaats is de maatregel van toepassing ongeacht de financiële middelen van elke emigrant. In de derde plaats reizen emigranten slechts zelden naar Sardinië (volgens de Italiaanse autoriteiten jaarlijks maximaal 50 % van de personen die potentieel in aanmerking komen voor een reis), in tegenstelling tot de inwoners van Sardinië die vrij vaak naar het continent moeten reizen om bepaalde fundamentele diensten (onderwijs, gezondheid) te krijgen of economische activiteiten uit te voeren die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van het eiland. Bijgevolg zijn de totale kosten voor de incidentele verplaatsingen van de emigranten veel kleiner dan de reiskosten voor de inwoners van Sardinië en kunnen zij door de emigranten doorgaans gemakkelijk worden gedragen, zonder dat voor hen moet worden voorzien in een verlaagd tarief overeenkomstig decreet nr. 35 en nr. 36. Voor zover, ten slotte, bepaalde emigranten niet over de middelen beschikken om jaarlijks een vlucht naar Sardinië te boeken, zou een geschiktere en minder restrictieve maatregel erin bestaan een bepaalde bijstand te verlenen aan die emigranten.

(62)

In deze omstandigheden is de Commissie van mening dat deze bepaling onevenredig is en onverenigbaar met de verordening.

3.7.   Toepassing op het geheel van de luchthavensystemen van Rome en Milaan

(63)

Overeenkomstig decreet nr. 35 en nr. 36 geldt de toepassing van de ODV op de routes naar Rome en Milaan voor het geheel van de desbetreffende luchthavensystemen zoals genoemd in bijlage II bij de verordening, meer bepaald:

de luchthavens van Fiumicino en Ciampino voor Rome,

de luchthavens van Linate, Malpensa en Bergamo voor Milaan.

(64)

Ter herinnering, de ODV van 2000 hadden betrekking op de luchthavens van „Rome (Fiumicino) en Milaan”. In het kader van de oprichting van het luchthavensysteem van Milaan, uit hoofde van artikel 8 en bijlage II bij de verordening, heeft Italië automatisch de toepassing van de ODV uitgebreid tot het geheel van het betrokken luchthavensysteem.

(65)

De Italiaanse Republiek rechtvaardigt haar keuze uitsluitend met technische argumenten, wat er haar toe brengt automatisch het geheel van elk van de luchthavensystemen te kiezen. Zij heeft echter bevestigd dat het algemeen belang van de ODV betrekking had op de luchthavens van Rome-Fiumicino en Milaan-Linate, die door de begunstigden van de ODV bevoorrecht worden om reden van hun nabijheid met het centrum van de betrokken agglomeraties, wat rechtvaardigt dat in de ODV de volgende bepaling is opgenomen: „Gezien de beschikbaarheid van slots moet ten minste 50 % van de geplande verbindingen tussen de luchthavens van Sardinië, Rome en Milaan verlopen vanuit en met bestemming Fiumicino en Linate.” (18).

(66)

De Italiaanse Republiek heeft erkend dat het „objectief bewezen is dat de luchthavens van Fiumicino, voor Rome, en Linate, voor Milaan, de meest praktische, de best bediende en de meest aantrekkelijke bestemming zijn voor de gebruikers aangezien deze luchthavens het dichtst gelegen zijn bij en het best verbonden zijn met de centra van beide steden”. Zij heeft daarbij verklaard dat „teneinde een betere dienstverlening te waarborgen en een antwoord te bieden op de eisen van de meeste gebruikers, het opportuun is gebleken te voorkomen dat vervoerders die de ODV aanvaarden de vrijheid hebben om bovengenoemde luchthavens totaal op te geven ten voordele van andere luchthavens die deel uitmaken van hetzelfde luchthavensysteem (maar die minder praktisch en interessant zijn voor de gebruikers)” (19).

(67)

Uit de feiten blijkt trouwens dat de vluchten in het winterseizoen uitsluitend als bestemming de luchthavens van Fiumicino en Linate hebben.

(68)

In dit specifieke geval betwijfelt de Commissie de noodzaak van een dergelijke maatregel, die zij als onevenredig ten aanzien van de beoogde doelstellingen beschouwt, namelijk de mobiliteit naar het vasteland en de territoriale cohesie waarborgen. Deze maatregel heeft immers tot gevolg dat incidentele vervoerders worden geweerd, zonder dat het beginsel van de ODV wordt aangetast, en draagt bij tot een definitieve afscherming van de markt voor nieuwe exploitanten op de meest intensief gebruikte routes, met name in de zomerperiode.

(69)

De Italiaanse regering heeft echter erkend dat de luchthavenhub van Malpensa een essentiële rol speelt voor de internationale verbindingen, terwijl de luchthavens van Ciampino en Bergamo, als interne hub voor lagekostenmaatschappijen, bijdragen tot de inachtneming van het communautaire beginsel van economische en sociale cohesie en de doelstelling, voor een eiland als Sardinië, van territoriale samenhang met het geheel van de regio’s van Europa. De Italiaanse Republiek heeft zich dan ook ertoe verbonden decreet nr. 35 te wijzigen om de ODV niet langer te doen gelden voor de luchthavens van Malpensa, Bergamo en Ciampino (20).

(70)

De Commissie is van mening dat deze verbintenis effectief tegemoetkomt aan de door haar opgeworpen twijfels en dat een dergelijke wijziging van het decreet het mogelijk maakt de impact van de door de ODV veroorzaakte onredelijke beperkingen te verminderen, door een antwoord te bieden op de mobiliteitsbehoeften van de inwoners van Sardinië zonder aan de desbetreffende markten onevenredige beperkingen op te leggen.

(71)

Gezien deze verbintenis van de Italiaanse Republiek gaat de Commissie niet verder met haar analyse van het onevenredige karakter van de toepassing van de ODV op het geheel van de luchthavensystemen van Milaan en Rome, hoewel zij zich het recht voorbehoudt om op dit aspect terug te komen in het kader van de huidige en toekomstige ODV.

IV.   CONCLUSIES

(72)

Op basis van de door de Italiaanse Republiek verstrekte elementen stelt de Commissie het beginsel van de toepassing van ODV op de verbindingen tussen Sardinië en het Italiaanse vasteland, die wat frequenties, capaciteit en tarieven betreft noodzakelijk kunnen zijn om een toereikende dienstverlening op de betrokken routes te waarborgen, niet in vraag.

(73)

De Commissie is evenwel van mening dat bepaalde voorwaarden die zijn opgelegd bij decreet nr. 35 en nr. 36 van de Italiaanse Republiek al te restrictief of onevenredig zijn.

(74)

De Commissie is van mening dat de ODV die overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening zijn opgelegd, inhouden dat elke vervoerder die voornemens is de ODV voor een bepaalde verbinding in acht te nemen, bedoelde verbinding moet kunnen exploiteren, ongeacht het tijdstip waarop hij van plan is met zijn dienstverlening te beginnen. Bijgevolg is het gebruik van een uiterste termijn voor het indienen van offertes, waardoor a priori elke luchtvaartmaatschappij die zich kandidaat stelt na het verstrijken van deze termijn wordt uitgesloten, al te restrictief is en onverenigbaar is met de verordening.

(75)

Hoewel het legitiem kan lijken een bepaalde duur voor de continuïteit van de dienstverlening op te leggen, is de Commissie van mening dat de inachtneming van het evenredigheidsbeginsel moet resulteren in een redelijke beperking van deze duur en dat een stelsel van ODV overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), van de verordening dus niet mag worden opgelegd voor een termijn van meer dan één jaar.

(76)

De Commissie is van mening dat de bevoegdheden die aan de ENAC zijn verleend om de activiteiten van de luchtvaartmaatschappijen te coördineren teneinde overcapaciteit te voorkomen, al te restrictief zijn en onverenigbaar zijn met de verordening.

(77)

De Commissie stelt vast dat de groepering van de verbindingen Olbia-Rome en Olbia-Milaan enerzijds, en Alghero-Rome en Alghero-Milaan anderzijds, op ongeoorloofde wijze restrictief is en onverenigbaar is met de verordening.

(78)

De Commissie is van mening dat de toepassing van gunsttarieven voor personen die in Sardinië geboren zijn, maar er niet wonen, onevenredig is en onverenigbaar is met de verordening.

(79)

De Commissie twijfelt aan de noodzaak de ODV te doen geleden voor het geheel van de luchthavensystemen van Rome en Milaan, wat zij beschouwt als onevenredig met de beoogde doelstellingen, namelijk het waarborgen van de territoriale cohesie en de mobiliteit naar het vasteland. Gezien de verbintenis van de Italiaanse Republiek om decreet nr. 35 te wijzigen en de ODV niet langer op te leggen voor de luchthavens van Bergamo, Malpensa en Ciampino, gaat de Commissie niet verder met haar analyse, hoewel zij zich het recht voorbehoudt om op dit aspect terug te komen in het kader van de huidige en toekomstige ODV,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1.   De Italiaanse Republiek kan voortgaan met de toepassing van de openbaredienstverplichtingen („ODV”) als opgelegd bij decreet nr. 35 en nr. 36 van het ministerie van Infrastructuur en Vervoer van 29 december 2005 (gepubliceerd in de „Gazzetta Ufficiale della Republica Italiana” van 11 januari 2006) met betrekking tot in het totaal 16 routes tussen drie luchthavens van Sardinië en diverse nationale luchthavens op het Italiaanse vasteland en gepubliceerd respectievelijk op 24 maart 2006 (decreet nr. 35) en op 21 april 2006 (decreet nr. 36) in het Publicatieblad van de Europese Unie, in overeenstemming met artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 2408/92 betreffende de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtroutes, evenwel met inachtneming van de volgende voorwaarden:

a)

elke luchtvaartmaatschappij die voornemens is de ODV op een route in acht te nemen, moet de desbetreffende verbinding kunnen exploiteren, ongeacht het moment dat zij haar voornemen heeft aangekondigd om met haar dienstverlening te beginnen en ongeacht of deze aankondiging gebeurt binnen of na de in de Italiaanse decreten genoemde periode van 30 dagen;

b)

aan de luchtvaartmaatschappijen geen looptijd voor de continuïteit van de diensten met inachtneming van de ODV wordt opgelegd die meer bedraagt dan één jaar;

c)

de Italiaanse autoriteiten een nieuwe evaluatie maken van de noodzaak de ODV te blijven opleggen voor een bepaalde verbinding en het desbetreffende niveau van de aan elke maatschappij opgelegde verplichtingen te handhaven, vanaf het moment dat een nieuwe vervoerder de verbinding in kwestie begint te exploiteren of aanmeldt dit te zullen doen, en in ieder geval één keer per jaar;

d)

de Italiaanse autoriteiten de luchtvaartmaatschappijen niet verhinderen om diensten te leveren op de verbindingen in kwestie die verder gaan dan de minimumeisen van de ODV op het gebied van frequenties en capaciteiten;

e)

op de luchtvaartmaatschappijen niet de verplichting berust gunsttarieven aan te bieden aan personen die in Sardinië geboren zijn, maar er niet wonen;

f)

de Italiaanse autoriteiten het recht om een route te exploiteren niet onderwerpen aan de voorwaarde ook een andere route tussen twee steden te exploiteren.

2.   De Italiaanse Republiek stelt de Commissie uiterlijk op 1 augustus 2007 in kennis van de maatregelen die zij heeft genomen om deze beschikking ten uitvoer te leggen.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Italiaanse Republiek.

Gedaan te Brussel, 23 april 2007.

Voor de Commissie

Jacques BARROT

Vicevoorzitter


(1)  PB L 240 van 24.8.1992, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(2)  PB C 72 van 24.3.2006, blz. 4.

(3)  PB C 93 van 21.4.2006, blz. 13.

(4)  PB C 95 van 22.4.2006, blz. 9 t/m 27 en 30.

(5)  PB C 284 van 7.10.2000, blz. 16.

(6)  PB C 51 van 16.2.2001, blz. 12 t/m 22.

(7)  PB C 306 van 10.12.2004, blz. 6.

(8)  PB C 161 van 1.7.2005, blz. 10.

(9)  PB L 215 van 5.8.2006, blz. 31.

(10)  Zie de antwoorden van de Italiaanse Republiek van 6 oktober en 15 november 2006 en het perscommuniqué van de ENAC van 23 mei 2006.

(11)  Verordening (EEG) nr. 2408/92 van 23 juli 1992, artikel 3, lid 1.

(12)  Verordening (EEG) nr. 2408/92 van 23 juli 1992, artikel 4, lid 1, onder a).

(13)  Verordening (EEG) nr. 2408/92 van 23 juli 1992, artikel 4, lid 1, onder b).

(14)  Arrest van de TAR van Lazio nr. 2436 van 17 maart 2005.

(15)  Brief van de Italiaanse Republiek van 15 november 2006, blz. 2.

(16)  Brief van de Italiaanse Republiek van 15 november 2006, blz. 11.

(17)  Brief van de Italiaanse Republiek van 6 oktober 2006, blz. 72 t/m 74.

(18)  Punt 1.2 van de mededeling van 24 maart 2006.

(19)  Brief van de Italiaanse Republiek van 6 oktober 2006, blz. 78.

(20)  Brief van de Italiaanse Republiek van 15 november 2006, blz. 3.


15.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/27


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2007

waarbij aan de lidstaten toestemming wordt verleend om de geldigheidsduur van de voorlopige toelatingen voor de nieuwe werkzame stoffen benalaxyl-M, fluoxastrobin, prothioconazole, spirodiclofen, spiromesifen en sulfurylfluoride te verlengen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1929)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/333/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (1), en met name op artikel 8, lid 1, vierde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG heeft Portugal in februari 1994 van Isagro een aanvraag ontvangen voor de opname van de werkzame stof benalaxyl-M in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Bij Beschikking 2003/35/EG van de Commissie (2) is bevestigd dat het dossier volledig is en geacht wordt in beginsel te voldoen aan de voorschriften inzake gegevens en informatie van de bijlagen II en III bij die richtlijn.

(2)

In maart 2002 ontving het Verenigd Koninkrijk een aanvraag van Bayer CropScience met betrekking tot fluoxastrobin. Bij Beschikking 2003/35/EG is bevestigd dat het dossier volledig is en geacht wordt in beginsel te voldoen aan de voorschriften inzake gegevens en informatie van de bijlagen II en III bij die richtlijn.

(3)

In maart 2002 ontving het Verenigd Koninkrijk een aanvraag van Bayer CropScience met betrekking tot prothioconazole. Bij Beschikking 2003/35/EG is bevestigd dat het dossier volledig is en geacht wordt in beginsel te voldoen aan de voorschriften inzake gegevens en informatie van de bijlagen II en III bij die richtlijn.

(4)

In augustus 2001 ontving Nederland van Bayer AG een aanvraag betreffende spirodiclofen. Bij Beschikking 2002/593/EG van de Commissie (3) is bevestigd dat het dossier volledig is en geacht wordt in beginsel te voldoen aan de voorschriften inzake gegevens en informatie van de bijlagen II en III bij die richtlijn.

(5)

In april 2002 ontving het Verenigd Koninkrijk een aanvraag van Bayer AG met betrekking tot spiromesifen. Bij Beschikking 2003/105/EG van de Commissie (4) is bevestigd dat het dossier volledig is en geacht wordt in beginsel te voldoen aan de voorschriften inzake gegevens en informatie van de bijlagen II en III bij die richtlijn.

(6)

In juli 2002 ontving het Verenigd Koninkrijk een aanvraag van Dow AgroSciences Ltd betreffende sulfurylfluoride. Bij Beschikking 2003/305/EG van de Commissie (5), in de Engelstalige versie waarvan de term „sulphuryl fluoride” werd gebruikt, is bevestigd dat het dossier volledig is en geacht wordt in beginsel te voldoen aan de voorschriften inzake gegevens en informatie van de bijlagen II en III bij die richtlijn.

(7)

De bevestiging dat de dossiers volledig zijn, was nodig om deze grondig te kunnen onderzoeken en om de lidstaten de mogelijkheid te geven gewasbeschermingsmiddelen die de betrokken werkzame stoffen bevatten, voorlopig toe te laten voor een periode van ten hoogste drie jaar, met inachtneming van de voorwaarden van artikel 8, lid 1, van Richtlijn 91/414/EEG en met name de voorwaarde dat de werkzame stoffen en het gewasbeschermingsmiddel worden onderworpen aan een gedetailleerde evaluatie aan de hand van de voorschriften van de richtlijn.

(8)

De uitwerking van deze werkzame stoffen op de gezondheid van de mens en het milieueffect ervan zijn overeenkomstig artikel 6, leden 2 en 4, van Richtlijn 91/414/EEG beoordeeld voor de door de aanvrager voorgestelde toepassingen. De rapporterende lidstaten dienden de ontwerp-beoordelingsverslagen bij de Commissie in op 4 december 2003 (benalaxyl-M), 14 oktober 2003 (fluoxastrobin), 20 oktober 2004 (prothioconazole), 18 mei 2004 (spirodiclofen), 16 april 2004 (spiromesifen) en 9 november 2004 (sulfurylfluoride).

(9)

Nadat de rapporterende lidstaten de ontwerp-beoordelingsverslagen hadden ingediend, bleek het nodig de aanvragers om aanvullende informatie te vragen en moesten de rapporterende lidstaten deze informatie bestuderen en beoordelen. Daardoor is het onderzoek van de dossiers nog aan de gang en kan de evaluatie niet binnen de bij Richtlijn 91/414/EEG vastgestelde termijn worden afgerond.

(10)

Aangezien de evaluatie tot nu toe geen aanleiding geeft tot onmiddellijke bezorgdheid, moet aan de lidstaten toestemming worden gegeven om de voorlopige toelatingen die zijn verleend voor gewasbeschermingsmiddelen die de desbetreffende werkzame stoffen bevatten, overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 91/414/EEG voor een periode van 24 maanden te verlengen, zodat het onderzoek van de dossiers kan worden voortgezet. Verwacht wordt dat de evaluatie en de besluitvorming met betrekking tot de eventuele opname in bijlage I bij benalaxyl-M, fluoxastrobin, prothioconazole, spirodiclofen, spiromesifen en sulfurylfluoride binnen 24 maanden zullen worden afgerond.

(11)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De lidstaten mogen de geldigheidsduur van de voorlopige toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die benalaxyl-M, fluoxastrobin, prothioconazole, spirodiclofen, spiromesifen of sulfurylfluoride bevatten, verlengen met ten hoogste 24 maanden, te rekenen vanaf de datum van vaststelling van deze beschikking.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/25/EG van de Commissie (PB L 106 van 24.4.2007, blz. 34).

(2)  PB L 11 van 16.1.2003, blz. 52.

(3)  PB L 192 van 20.7.2002, blz. 60.

(4)  PB L 43 van 18.2.2003, blz. 45.

(5)  PB L 112 van 6.5.2003, blz. 10.


III Besluiten op grond van het EU-Verdrag

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

15.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/29


GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2007/334/GBVB VAN DE RAAD

van 14 mei 2007

tot wijziging en verlenging van Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB betreffende de instelling van een planningsteam van de Europese Unie (EUPT Kosovo) met betrekking tot een mogelijke EU-crisisbeheersingsoperatie op het gebied van de rechtsstaat en eventueel op andere gebieden in Kosovo

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 14,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 10 april 2006 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB (1) vastgesteld betreffende de instelling van een planningsteam van de Europese Unie (EUPT Kosovo) met betrekking tot een mogelijke EU-crisisbeheersingsoperatie op het gebied van de rechtsstaat en eventueel op andere gebieden in Kosovo.

(2)

Op 11 december 2006 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2006/918/GBVB vastgesteld tot wijziging en verlenging tot en met 31 mei 2007 van Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB.

(3)

Op 27 maart 2007 heeft het Politiek en Veiligheidscomité aanbevolen de opdracht van het EUPT Kosovo in beginsel te verlengen tot en met 1 september 2007, maar deze datum hangt af van de lopende besprekingen in de Verenigde Naties.

(4)

Om ervoor te zorgen dat de overgang van de Interimmissie van de Verenigde Naties in Kosovo (UNMIK) naar de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo naadloos verloopt op de dag dat geselecteerde taken van UNMIK worden overgedragen aan de EU-crisisbeheersingsoperatie na de aanneming van een resolutie van de VN-Veiligheidsraad, moet het EUPT Kosovo gedurende de overgangsperiode worden gebruikt als werktuig voor het opbouwen van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo. Tijdens deze periode moet derhalve voor nauwe coördinatie tussen het hoofd van het EUPT Kosovo en het hoofd van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo worden gezorgd.

(5)

Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB moet dienovereenkomstig worden verlengd en gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:

Artikel 1

Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   De SG/HV geeft het hoofd van het EUPT Kosovo aansturing. Na de installatie van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo en voordat de operationele fase van deze operatie ingaat, geeft de SG/HV aansturing aan het hoofd van het EUPT Kosovo via het hoofd van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo, zodra dit hoofd is benoemd.”;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

„4.   Het hoofd van het EUPT Kosovo leidt het EUPT Kosovo en draagt zorg voor het dagelijks beheer ervan. Na de installatie van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo en voordat de operationele fase van deze operatie ingaat, handelt het hoofd van het EUPT Kosovo onder het gezag van het hoofd van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo, zodra dit hoofd is benoemd.”;

c)

lid 5 wordt vervangen door:

„5.   Het hoofd van het EUPT Kosovo rapporteert aan de SG/HV. Na de installatie van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo en voordat de operationele fase van deze operatie ingaat, brengt het hoofd van het EUPT Kosovo verslag uit aan de SG/HV, via het hoofd van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo, zodra dit hoofd is benoemd.”;

d)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„6.   Zodra het Politiek en Veiligheidscomité een principeakkoord heeft bereikt over de benoeming van het hoofd van de EU-crisisbeheersingsoperatie, zorgt het hoofd van het EUPT Kosovo voor de totstandbrenging van de nodige contacten en coördinatie.”.

2)

Artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

Deelname van derde landen

Onverminderd de beslissingsautonomie van de Europese Unie en het ene institutionele kader van de Unie kunnen derde staten worden uitgenodigd om bij te dragen aan het EUPT Kosovo, zodra de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo is geïnstalleerd, mits zij de kosten dragen van het door hen gedetacheerde personeel, met inbegrip van salarissen, ziektekosten, vergoedingen, verzekering tegen grote risico’s en reiskosten van en naar het missiegebied, en dat zij in voorkomend geval een bijdrage leveren aan de bedrijfskosten van het EUPT Kosovo.

Hierbij machtigt de Raad het PVC om de noodzakelijke besluiten betreffende de aanvaarding van de voorgestelde bijdragen te nemen.”.

3)

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

„Artikel 14

Herziening

De Raad gaat uiterlijk op 15 juli 2007 na of de opdracht van het EUPT Kosovo na 1 september 2007 moet worden verlengd, en houdt er daarbij rekening mee dat de overgang naar een mogelijke EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo soepel moet verlopen.”.

4)

Artikel 15, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Het verstrijkt op 1 september 2007.”.

Artikel 2

Het financiële referentiebedrag als bedoeld in artikel 1, punt 4, van Gemeenschappelijk Optreden 2006/918/GBVB wordt met 43 955 000 EUR verhoogd ten behoeve van de uitgaven in verband met het mandaat van het EUPT Kosovo voor de periode van 1 juni 2007 tot en met 1 september 2007.

Artikel 3

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

Artikel 4

Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 14 mei 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

F.-W. STEINMEIER


(1)  PB L 112 van 26.4.2006, blz. 19. Gemeenschappelijk Optreden gewijzigd bij Gemeenschappelijke optreden 2006/918/GBVB (PB L 349 van 12.12.2006, blz. 57).


Rectificaties

15.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/31


Rectificatie van Beschikking 2007/319/EG van de Commissie van 8 september 2006 betreffende steunmaatregel C 45/04 (ex NN 62/04) ten behoeve van de Tsjechische staalproducent Třinecké železárny, a.s.

( Publicatieblad van de Europese Unie L 119 van 9 mei 2007 )

In de inhoudsopgave, op bladzijde 37 in de titel en op bladzijde 44 in de slotformule:

in plaats van:

„8 september 2006”,

te lezen:

„8 november 2006”.