|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
50e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
* |
Verordening (EG) nr. 479/2007 van de Commissie van 27 april 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2076/2005 tot vaststelling van overgangsregelingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004, (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004 ( 1 ) |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
|
|
|
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is |
|
|
|
|
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN |
|
|
|
|
Raad |
|
|
|
|
2007/259/EG |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2007/260/EG |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2007/261/EG |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2007/262/EG |
|
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is
VERORDENINGEN
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 472/2007 VAN DE COMMISSIE
van 27 april 2007
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 28 april 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 april 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
MA |
59,1 |
|
TN |
139,0 |
|
|
TR |
145,2 |
|
|
ZZ |
114,4 |
|
|
0707 00 05 |
JO |
196,3 |
|
MA |
44,2 |
|
|
TR |
126,1 |
|
|
ZZ |
122,2 |
|
|
0709 90 70 |
TR |
109,8 |
|
ZZ |
109,8 |
|
|
0805 10 20 |
CU |
41,3 |
|
EG |
40,7 |
|
|
IL |
69,4 |
|
|
MA |
43,3 |
|
|
TN |
50,1 |
|
|
ZZ |
49,0 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
37,2 |
|
IL |
60,9 |
|
|
TR |
42,8 |
|
|
ZZ |
47,0 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
85,5 |
|
BR |
77,9 |
|
|
CA |
99,8 |
|
|
CL |
82,2 |
|
|
CN |
100,5 |
|
|
NZ |
125,0 |
|
|
US |
135,0 |
|
|
UY |
91,0 |
|
|
ZA |
81,9 |
|
|
ZZ |
97,6 |
|
|
0808 20 50 |
AR |
77,8 |
|
CL |
92,1 |
|
|
ZA |
91,0 |
|
|
ZZ |
87,0 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „andere oorsprong”.
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 473/2007 VAN DE COMMISSIE
van 27 april 2007
tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor granen en meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Volgens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt van de in artikel 1 van die verordening bedoelde producten en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer. |
|
(2) |
De restituties moeten worden vastgesteld met inachtneming van de elementen als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2). |
|
(3) |
Voor meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge moet de restitutie worden berekend met inachtneming van de hoeveelheid granen benodigd voor de vervaardiging van de betreffende producten. Deze hoeveelheden zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1501/95. |
|
(4) |
De situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten voor sommige producten kunnen een differentiatie van de restitutie naar bestemming nodig maken. |
|
(5) |
De restitutie moet eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan tussentijds worden gewijzigd. |
|
(6) |
De toepassing van deze regelen op de huidige situatie in de sector granen en met name op de noteringen of prijzen van deze producten in de Gemeenschap en op de wereldmarkt voert tot het vaststellen van de bedragen van de restitutie zoals vermeld in de bijlage. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De restituties bij uitvoer in ongewijzigde staat van de in artikel 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten, met uitzondering van mout, worden op de in de bijlage aangegeven bedragen vastgesteld.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 april 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor granen en meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge
|
Productcode |
Bestemming |
Meeteenheid |
Bedrag van de restitutie |
|||
|
1001 10 00 9200 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1001 10 00 9400 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1001 90 91 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1001 90 99 9000 |
A00 |
EUR/t |
— |
|||
|
1002 00 00 9000 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1003 00 10 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1003 00 90 9000 |
A00 |
EUR/t |
— |
|||
|
1004 00 00 9200 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1004 00 00 9400 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1005 10 90 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1005 90 00 9000 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1007 00 90 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1008 20 00 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1101 00 11 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1101 00 15 9100 |
C01 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1101 00 15 9130 |
C01 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1101 00 15 9150 |
C01 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1101 00 15 9170 |
C01 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1101 00 15 9180 |
C01 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1101 00 15 9190 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1101 00 90 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1102 10 00 9500 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1102 10 00 9700 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1102 10 00 9900 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1103 11 10 9200 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1103 11 10 9400 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1103 11 10 9900 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1103 11 90 9200 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1103 11 90 9800 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.
|
||||||
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/5 |
VERORDENING (EG) Nr. 474/2007 VAN DE COMMISSIE
van 27 april 2007
tot vaststelling van het op de restitutie voor granen toe te passen correctiebedrag
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 15, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 moet bij uitvoer van granen de op de dag van indiening van de aanvraag van een certificaat geldende restitutie op verzoek worden toegepast op uitvoer die tijdens de geldigheidsduur van het certificaat moet plaatsvinden. In dat geval kan op de restitutie een correctiebedrag worden toegepast. |
|
(2) |
Op grond van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2) kan een correctiebedrag worden vastgesteld voor de in artikel 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten. Dit correctiebedrag moet worden berekend met inachtneming van de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 genoemde elementen. |
|
(3) |
Op grond van de situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten kan het noodzakelijk zijn het correctiebedrag naar gelang van de bestemming te differentiëren. |
|
(4) |
Het correctiebedrag moet volgens dezelfde procedure als de restitutie worden vastgesteld. Het kan tussentijds worden gewijzigd. |
|
(5) |
Uit de bovengenoemde bepalingen volgt dat het correctiebedrag moet worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het correctiebedrag op de vooraf vastgestelde restituties bij uitvoer van de in artikel 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten, met uitzondering van mout, wordt vastgesteld in de bijlage.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 april 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).
BIJLAGE
bij de Verordening van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van het op de restitutie voor granen toe te passen correctiebedrag
|
(in EUR/t) |
|||||||||||||||||
|
Productcode |
Bestemming |
Lopend 5 |
1e term. 6 |
2e term. 7 |
3e term. 8 |
4e term. 9 |
5e term. 10 |
6e term. 11 |
|||||||||
|
1001 10 00 9200 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
1001 10 00 9400 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1001 90 91 9000 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
1001 90 99 9000 |
C01 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1002 00 00 9000 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1003 00 10 9000 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
1003 00 90 9000 |
C02 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1004 00 00 9200 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
1004 00 00 9400 |
C03 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1005 10 90 9000 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
1005 90 00 9000 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1007 00 90 9000 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
1008 20 00 9000 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
1101 00 11 9000 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
1101 00 15 9100 |
C01 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1101 00 15 9130 |
C01 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1101 00 15 9150 |
C01 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1101 00 15 9170 |
C01 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1101 00 15 9180 |
C01 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1101 00 15 9190 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
1101 00 90 9000 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
1102 10 00 9500 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1102 10 00 9700 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1102 10 00 9900 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
1103 11 10 9200 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1103 11 10 9400 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1103 11 10 9900 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
1103 11 90 9200 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
— |
— |
|||||||||
|
1103 11 90 9800 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
|||||||||
|
NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd. De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).
|
|||||||||||||||||
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/7 |
VERORDENING (EG) Nr. 475/2007 VAN DE COMMISSIE
van 27 april 2007
tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor mout
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 13, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Volgens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1 van die verordening genoemde producten en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer. |
|
(2) |
De restituties moeten worden vastgesteld met inachtneming van de elementen als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2). |
|
(3) |
Voor mout moet de restitutie worden berekend met inachtneming van de hoeveelheid granen benodigd voor de vervaardiging van de betreffende producten. Deze hoeveelheden zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1501/95. |
|
(4) |
De situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten voor zekere producten kunnen een differentiatie van de restitutie, naar gelang van de bestemming, nodig maken. |
|
(5) |
De restitutie moet eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan in de tussentijd worden gewijzigd. |
|
(6) |
Bij toepassing van deze regelen op de huidige situatie in de sector granen en met name op de noteringen of prijzen van deze producten in de Gemeenschap en op de wereldmarkt, moet de restitutie op de in de bijlage vermelde bedragen worden vastgesteld. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De restituties bij uitvoer van de in artikel 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde mout worden op de in de bijlage aangegeven bedragen vastgesteld.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 april 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor mout
|
Productcode |
Bestemming |
Meeteenheid |
Bedrag van de restitutie |
|
1107 10 19 9000 |
A00 |
EUR/t |
0,00 |
|
1107 10 99 9000 |
A00 |
EUR/t |
0,00 |
|
1107 20 00 9000 |
A00 |
EUR/t |
0,00 |
|
NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd. De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). |
|||
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/9 |
VERORDENING (EG) Nr. 476/2007 VAN DE COMMISSIE
van 27 april 2007
tot vaststelling van het op de restitutie voor mout toe te passen correctiebedrag
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 15, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 moet bij uitvoer van granen de op de dag van indiening van de aanvraag van een certificaat geldende restitutie op verzoek worden toegepast op uitvoer die tijdens de geldigheidsduur van het certificaat moet plaatsvinden. In dat geval kan op de restitutie een correctiebedrag worden toegepast. |
|
(2) |
Op grond van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen (2), kan een correctiebedrag worden vastgesteld voor de in artikel 1, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde mout. Het correctiebedrag moet worden berekend met inachtneming van de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 genoemde elementen. |
|
(3) |
Uit de bovengenoemde bepalingen volgt dat het correctiebedrag moet worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het in artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde correctiebedrag dat van toepassing is op de vooraf vastgestelde restituties bij uitvoer van mout, wordt vastgesteld in de bijlage.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 april 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van het op de restitutie voor mout toe te passen correctiebedrag
NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „ A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.
De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).
|
(EUR/t) |
|||||||
|
Productcode |
Bestemming |
Lopend 5 |
1e term. 6 |
2e term. 7 |
3e term. 8 |
4e term. 9 |
5e term. 10 |
|
1107 10 11 9000 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
1107 10 19 9000 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
1107 10 91 9000 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
1107 10 99 9000 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
1107 20 00 9000 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
(EUR/t) |
|||||||
|
Productcode |
Bestemming |
6e term. 11 |
7e term. 12 |
8e term. 1 |
9e term. 2 |
10e term. 3 |
11e term. 4 |
|
1107 10 11 9000 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
1107 10 19 9000 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
1107 10 91 9000 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
1107 10 99 9000 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
1107 20 00 9000 |
A00 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/11 |
VERORDENING (EG) Nr. 477/2007 VAN DE COMMISSIE
van 27 april 2007
tot vaststelling van de restituties die gelden voor de in het kader van communautaire en nationale voedselhulpacties geleverde producten van de sectoren granen en rijst
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (2), en met name op artikel 14, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2681/74 van de Raad van 21 oktober 1974 betreffende de communautaire financiering van de uitgaven in verband met de levering van landbouwproducten als voedselhulp (3) is bepaald dat het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, het gedeelte van de uitgaven financiert dat overeenkomt met de desbetreffende restituties bij uitvoer die overeenkomstig de betrokken communautaire voorschriften zijn vastgesteld. |
|
(2) |
Om de opstelling en het beheer van de begroting voor de communautaire voedselhulpacties te vergemakkelijken en om de lidstaten in staat te stellen het bedrag van de communautaire deelname in de financiering van de nationale voedselhulpacties te kennen, moet het bedrag van de voor deze acties toegekende restituties worden vastgesteld. |
|
(3) |
De algemene voorschriften en de uitvoeringsbepalingen die in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 en artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1785/2003 voor de uitvoerrestituties zijn vastgesteld, zijn van overeenkomstige toepassing op bovenbedoelde transacties. |
|
(4) |
De specifieke criteria die in aanmerking moeten worden genomen bij de berekening van de uitvoerrestituties voor rijst zijn vastgesteld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1785/2003. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De geldende restituties voor de producten van de sectoren granen en rijst geleverd voor de communautaire en nationale voedselhulpacties, uitgevoerd in het kader van internationale verdragen of andere aanvullende programma's of die in het kader van andere communautaire acties gratis worden geleverd, worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 april 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 797/2006 van de Commissie (PB L 144 van 31.5.2006, blz. 1).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van de restituties die gelden voor de in het kader van communautaire en nationale voedselhulpacties geleverde producten van de sectoren granen en rijst
|
(EUR/t) |
|
|
Productcode |
Bedrag van de restitutie |
|
1001 10 00 9400 |
0,00 |
|
1001 90 99 9000 |
0,00 |
|
1002 00 00 9000 |
0,00 |
|
1003 00 90 9000 |
0,00 |
|
1005 90 00 9000 |
0,00 |
|
1006 30 92 9100 |
0,00 |
|
1006 30 92 9900 |
0,00 |
|
1006 30 94 9100 |
0,00 |
|
1006 30 94 9900 |
0,00 |
|
1006 30 96 9100 |
0,00 |
|
1006 30 96 9900 |
0,00 |
|
1006 30 98 9100 |
0,00 |
|
1006 30 98 9900 |
0,00 |
|
1006 30 65 9900 |
0,00 |
|
1007 00 90 9000 |
0,00 |
|
1101 00 15 9100 |
0,00 |
|
1101 00 15 9130 |
0,00 |
|
1102 10 00 9500 |
0,00 |
|
1102 20 10 9200 |
17,00 |
|
1102 20 10 9400 |
14,57 |
|
1103 11 10 9200 |
0,00 |
|
1103 13 10 9100 |
21,85 |
|
1104 12 90 9100 |
0,00 |
|
NB: Productcodes: zie de Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd. |
|
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/13 |
VERORDENING (EG, EURATOM) Nr. 478/2007 VAN DE COMMISSIE
van 23 april 2007
tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
Gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (1), en met name op artikel 183,
Na raadpleging van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's, de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (hierna „het Financieel Reglement” genoemd) is gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006. Deze wijzigingen moeten tot uiting komen in de uitvoeringsvoorschriften die zijn vastgesteld in Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (2). |
|
(2) |
In het licht van de begrotingsbeginselen, in het bijzonder het eenheidsbeginsel, dienen de bepalingen van het Financieel Reglement betreffende het invorderen van rente op betaalde voorfinancieringen nader te worden uitgewerkt in de uitvoeringsvoorschriften. Zo moet worden gepreciseerd, welk bedrag als „aanzienlijk bedrag” dient te worden beschouwd. Beneden die grenswaarden dient geen rente op voorfinancieringen aan de Europese Gemeenschappen verschuldigd te zijn. Tevens dient nader te worden bepaald, in welke gevallen de op voorfinancieringen verkregen rente jaarlijks moet worden ingevorderd om de financiële belangen van de Gemeenschappen te beschermen. |
|
(3) |
Met betrekking tot het specialiteitsbeginsel, dienen de berekeningsmethoden voor de bij kredietoverschrijvingen van de Commissie en de andere instellingen toepasselijke percentages nauwkeurig te worden vastgesteld. Bovendien is de bepaling betreffende de overschrijvingsprocedures voor andere instellingen dan de Commissie in het Financieel Reglement geconsolideerd en kan zij bijgevolg uit de uitvoeringsvoorschriften worden geschrapt. |
|
(4) |
Wat de uitvoering van de begroting betreft, moet worden voorzien in een definitie van de norm voor een doeltreffende en efficiënte interne controle die voor elke beheersvorm dient te gelden, overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en, in voorkomend geval, overeenkomstig desbetreffende sectorale verordeningen. |
|
(5) |
Artikel 49, lid 6, onder c), van het Financieel Reglement voorziet uitdrukkelijk in de financiering van voorbereidende maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), in het bijzonder wat betreft voorgenomen EU-crisisbeheersingsoperaties. De snelle financiering van dergelijke maatregelen beantwoordt aan een operationeel vereiste: in de meeste crisissituaties moet een aantal maatregelen voor een crisisbeheersingsoperatie ter plaatse snel worden genomen, voordat de Raad een gemeenschappelijk optreden op grond van artikel 14 van het EU-Verdrag of een ander noodzakelijk wetgevingsinstrument aanneemt. Gepreciseerd dient te worden, dat de financiering van dergelijke maatregelen bijkomende kosten, zoals verzekeringen tegen grote risico's, reis- en verblijfkosten en dagvergoedingen, omvat, die rechtstreeks het gevolg zijn van een specifieke inzet ter plaatse van een missie of team waarbij personeelsleden van de instellingen zijn betrokken, voor zover soortgelijke uitgaven in verband met onder een gemeenschappelijk optreden vallende crisisbeheersingsoperaties gewoonlijk aan het operationele begrotingsonderdeel van het GBVB worden toegerekend. |
|
(6) |
Ten aanzien van de wijzen van uitvoering van de begroting, in het bijzonder het indirecte gecentraliseerde beheer, dient te worden bepaald dat personen aan wie het beheer van specifieke maatregelen in het kader van titel V van het EU-Verdrag is toevertrouwd, passende structuren en procedures moeten instellen, om hun verantwoordelijkheid te nemen voor de middelen die zij zullen beheren. Daar het Financieel Reglement niet langer eist, dat in het basisbesluit van tevoren toestemming wordt gegeven voor het delegeren van taken aan nationale organen die met taken van openbaredienstverlening zijn belast, dienen de daarop betrekking hebbende bepalingen uit de uitvoeringsvoorschriften te worden verwijderd. |
|
(7) |
Met betrekking tot het gedeelde beheer dient de inhoud van het in artikel 53 ter van het Financieel Reglement bedoelde jaarlijkse overzicht van de beschikbare controles en verklaringen nader te worden bepaald. |
|
(8) |
Het is noodzakelijk, met het oog op het gezamenlijke beheer, bijzondere bepalingen op te nemen met betrekking tot de afspraken die de Commissie in het kader van haar samenwerking met internationale organisaties moet maken, alsmede de verplichting tot bekendmaking van de begunstigden van begrotingsmiddelen. |
|
(9) |
Inzake de aansprakelijkheid van de financiële actoren dient te worden gepreciseerd, dat het tot aanstelling bevoegde gezag de instantie voor financiële onregelmatigheden om advies mag verzoeken inzake gevallen die zijn gebaseerd op inlichtingen die op grond van het Financieel Reglement door een personeelslid zijn meegedeeld. De gedelegeerde ordonnateur moet bovendien een zaak naar de instantie voor financiële onregelmatigheden kunnen verwijzen wanneer hij van oordeel is, dat zich een financiële onregelmatigheid heeft voorgedaan. |
|
(10) |
Met het oog op de schuldinning en gelet op de verjaringstermijn van vijf jaar waarin het Financieel Reglement voorziet voor vorderingen van en op de Gemeenschap, dienen de bepalingen inzake de berekening van de datum waarop de verjaringstermijn begint te lopen, en inzake de gronden voor schorsing ervan te worden verduidelijkt ten behoeve van zowel de instellingen als derden met vorderingen op de instellingen. |
|
(11) |
In gevallen waarin de debiteur op grond van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing is verplicht te betalen en één jaar na de uitspraak nog geen of geen significante betaling heeft plaatsgevonden, dient de Commissie, om de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen te versterken, een lijst op te stellen van schuldvorderingen in de zin van artikel 73 van het Financieel Reglement, met vermelding van de namen van de debiteuren en het bedrag van de schuld. Deze lijst moet nadien worden gepubliceerd, waarbij rekening dient te worden gehouden met de wetgeving inzake gegevensbescherming. |
|
(12) |
De regels inzake de door de Gemeenschappen te verrichten betalingen moeten worden versterkt, om ervoor te zorgen, dat de contractanten en begunstigden volledig worden ingelicht over de procedurele vereisten en in geval van betalingsachterstand automatisch met achterstandsrente worden vergoed wanneer de rente hoger is dan 200 EUR. Elke instelling moet bij de begrotingsautoriteit een verslag met betrekking tot de naleving van de vastgestelde termijnen indienen. |
|
(13) |
Wat het plaatsen van opdrachten betreft, dienen de kadercontracten waarvoor niet opnieuw tot mededinging is opgeroepen in sectoren met snel stijgende prijzen en snelle technologische ontwikkelingen, halverwege de looptijd in het kader van een evaluatie of een benchmarkingssysteem te worden beoordeeld en dient de aanbestedende dienst passende maatregelen te nemen, met inbegrip van de opzegging van het kadercontract. |
|
(14) |
Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel dient, bij contracten met een waarde van ten hoogste 5 000 EUR en bij contracten voor externe steun met een waarde van ten hoogste 10 000 EUR, de aanbestedende dienst op basis van een risicoanalyse te kunnen afzien van het vereiste, dat gegadigden of inschrijvers een verklaring moeten afgeven, dat zij niet in een van de situaties verkeren die aanleiding geven tot uitsluiting. |
|
(15) |
Ter vereenvoudiging dienen betalingen op factuur zonder voorafgaande aanvaarding van een inschrijving te worden toegestaan voor bedragen van 500 EUR of minder en dient in het geval van externe steun gebruik te kunnen worden gemaakt van een concurrentiële onderhandelingsprocedure voor de plaatsing van opdrachten voor leveringen met een waarde van 60 000 EUR of minder. |
|
(16) |
Wanneer dit passend, technisch uitvoerbaar en kosteneffectief is, dienen opdrachten met een waarde die gelijk is aan of groter dan de in artikel 158 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 vastgestelde drempelwaarden tegelijkertijd in de vorm van afzonderlijke partijen te worden gegund. |
|
(17) |
De aanbestedende dienst dient uitgesloten inschrijvers in kennis te stellen van de hun ter beschikking staande rechtsmiddelen. |
|
(18) |
Gelet op de mogelijkheid voor instellingen om een procedure voor het plaatsen van opdrachten gezamenlijk met een aanbestedende dienst van een lidstaat te organiseren, dient te worden bepaald, welke plaatsingsprocedure in dergelijke gevallen van toepassing is en hoe deze dient te worden beheerd. |
|
(19) |
Verdere preciseringen moeten worden opgenomen in de praktische regelingen voor het beheer van op interinstitutionele grondslag ingeleide aanbestedingsprocedures. Met name moeten bepalingen betreffende de evaluatie van de inschrijvingen en gunningsbesluiten worden vastgesteld. |
|
(20) |
Ter verzekering van een goed beheer van de gemeenschappelijke centrale gegevensbank van uitsluitingen, moet in nadere regels worden voorzien met betrekking tot de gegevens die aan de Commissie dienen te worden verstrekt. De procedure voor de verstrekking en de ontvangst van de in de gegevensbank opgenomen gegevens moet worden vastgesteld, waarbij terdege rekening dient te worden gehouden met de bescherming van persoonsgegevens. |
|
(21) |
Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel dienen economische subjecten die in één van de in het Financieel Reglement vermelde wettelijke uitsluitingssituaties verkeren, niet onbepaald van deelneming aan een plaatsingsprocedure te worden uitgesloten. De criteria voor de vaststelling van de duur van de uitsluiting en de te volgen procedure dienen derhalve nader te worden bepaald. |
|
(22) |
Als gevolg van de herziening van het Financieel Reglement, dienen de bepalingen inzake sancties dienovereenkomstig te worden aangepast. |
|
(23) |
In het belang van de rechtszekerheid dienen de regels, en de uitzonderingen hierop, inzake de aan de ondertekening van een contract voorafgaande wachttermijn nader te worden bepaald. |
|
(24) |
Er dient te worden bepaald, in hoeverre de bijzondere vormen van financiering zoals bedoeld in artikel 108, lid 3, van het Financieel Reglement op dezelfde wijze moeten worden behandeld als subsidies in de zin van titel VI van deel I van dat Reglement. |
|
(25) |
Met het oog op een samenhangende praktijk moet in het jaarlijkse werkprogramma worden vastgesteld, of de toekenning van subsidies op grond van een besluit of een schriftelijke overeenkomst zal geschieden. Sommige artikelen dienen te worden aangepast om rekening te houden met het invoeren van besluiten in de procedure voor het toekennen van subsidies. |
|
(26) |
Om te waarborgen dat op alle juridische relaties waarbij de instellingen partij zijn, het Gemeenschapsrecht van toepassing is, dienen de ordonnateurs te worden verplicht, in alle contracten en subsidieovereenkomsten een beding op te nemen betreffende de toepasselijkheid van het Gemeenschapsrecht, alsmede, in voorkomend geval, van het nationale recht dat partijen zijn overeengekomen. |
|
(27) |
De uitzonderingen op de verplichting om voor het toekennen van subsidies een oproep tot het indienen van voorstellen te doen, moeten worden uitgebreid tot de in de huidige wetgeving op het gebied van onderzoek en ontwikkeling bestaande mogelijkheid, aan door de Commissie aangewezen begunstigden rechtstreeks subsidies toe te kennen voor voorstellen van hoge kwaliteit die niet onder het werkprogramma voor het betrokken begrotingsjaar vallen. Voorts moet in een bijkomende uitzondering worden voorzien ten behoeve van acties met bijzondere kenmerken waarvoor een beroep moet worden gedaan op een uitvoerend orgaan met een specifieke deskundigheid of bijzondere administratieve bevoegdheden, zonder dit noodzakelijkerwijs als een monopoliepositie te kwalificeren. |
|
(28) |
Ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen, dient te worden bepaald dat de vertegenwoordigers van begunstigden zonder rechtspersoonlijkheid het bewijs moeten leveren, dat zij gemachtigd zijn namens deze laatsten op te treden en financiële waarborgen kunnen bieden die gelijkwaardig zijn met die van rechtspersonen. |
|
(29) |
Ter vergemakkeling van het beheer van de gunningsprocedure, dient overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer te worden voorzien in de mogelijkheid, een oproep tot het indienen van voorstellen te beperken tot een bepaalde categorie begunstigden. De Commissie zou daardoor gerechtigd zijn, met inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en niet-discriminatie, voorstellen af te wijzen die van entiteiten afkomstig zijn die voor het betrokken programma niet relevant zijn. |
|
(30) |
Om de aanvragers te helpen en de doeltreffendheid van de oproepen tot het indienen van voorstellen te vergroten, moeten sommige stappen in de procedure worden verbeterd. De Commissie dient aan de aanvragers inlichtingen en advies over de toekenningsregels voor subsidies te verstrekken en hen zo snel mogelijk in kennis te stellen van hun kans van slagen. Het moet mogelijk zijn, de indieningsprocedure en de evaluatieprocedure in verschillende fasen op te delen, zodat kansloze aanvragen al in een vroeg stadium kunnen worden afgewezen. Om te verduidelijken welke kosten voor financiering door de Gemeenschap in aanmerking komen, dienen criteria te worden vastgelegd en dient een indicatieve lijst te worden verstrekt. Het is tevens dienstig, de voorwaarden voor het indienen van de aanvragen vast te stellen, met name voor aanvragen die langs elektronische weg worden ingediend. Bovendien moet het mogelijk zijn, aan de aanvragers in de loop van de toekenningsprocedure aanvullende inlichtingen te vragen, in het bijzonder wanneer de aanvragen kennelijke schrijffouten bevatten. |
|
(31) |
Er dient te worden voorzien in de mogelijkheid, het jaarlijkse werkprogramma vóór het jaar waarop het betrekking heeft, vast te stellen, zodat de oproepen tot het indienen van voorstellen reeds vroeg, dus ook vóór het jaar waarop zij betrekking hebben, kunnen worden bekendgemaakt. |
|
(32) |
Ter wille van de doorzichtigheid moet de Commissie, wanneer zij hiertoe het verzoek krijgt, de begrotingsautoriteit jaarlijks inlichten over het beheer van de voor de toekenning van subsidies gevolgde procedures en over de uitzonderingen op de bekendmaking van de begunstigden van begrotingsmiddelen. |
|
(33) |
Ter bescherming van de belangen van de begunstigden en ter vergroting van de rechtszekerheid, moeten inhoudelijke wijzigingen van de oproep tot het indienen van voorstellen de uitzondering blijven en moeten de aanvragers over een bijkomende termijn kunnen beschikken indien deze wijzigingen van essentiële aard zijn. Voor dergelijke wijzigingen moeten dezelfde bekendmakingsvoorschriften gelden als voor de eigenlijke oproep. |
|
(34) |
Bepaald dient te worden, dat de hoogte van vaste bedragen ineens beneden een drempelwaarde van 25 000 EUR en de hoogte van forfaitaire financieringen door de Commissie worden vastgesteld op basis van objectieve elementen, zoals statistische gegevens indien deze beschikbaar zijn. Deze bedragen moeten op dezelfde grondslag regelmatig worden geëvalueerd en bijgewerkt door de Commissie. Vaste bedragen ineens boven de drempelwaarde van 25 000 EUR moeten daarentegen in het basisbesluit worden vastgesteld. Bovendien moet de verantwoordelijke ordonnateur achteraf controleren, of aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan. Deze controles staan los van die welke worden uitgevoerd met betrekking tot subsidies die dienen ter dekking van de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten. De regel dat geen winst mag worden gemaakt, en de medefinancieringsregel dienen nader te worden bepaald. |
|
(35) |
Met betrekking tot voor de uitvoering van een subsidie van de Gemeenschap vereiste contracten van geringe waarde, dient te worden bepaald dat de begunstigden zich moeten beperken tot de toepassing van de strikt noodzakelijke regels, zoals het beginsel van goed financieel beheer en het vermijden van belangenconflicten. Inzake contracten met een grotere waarde moet de ordonnateur andere specifieke vereisten kunnen stellen, die zijn gebaseerd op de vereisten die de instellingen inzake soortgelijke contracten moeten naleven. |
|
(36) |
De financiële steun die de begunstigden van een Gemeenschapssubsidie kunnen verlenen aan derden, moet zodanig worden georganiseerd, dat er geen discretionaire bevoegdheid is en dat deze steun wordt beperkt tot een maximumbedrag van 100 000 EUR, overeenkomstig artikel 120 van het Financieel Reglement. |
|
(37) |
Aangaande de boekhouding en de rekening en verantwoording dient te worden verduidelijkt, dat het in artikel 122 van het Financieel Reglement voorgeschreven verslag over het begrotings- en financieel beheer dat de rekeningen vergezelt, losstaat van het in artikel 121 van het Financieel Reglement bedoelde verslag over de uitvoering van de begroting. Tevens dienen in verband met de wijzigingen van de mate van consolidatie waarin het Financieel Reglement voorziet, alle vroegere verwijzingen naar de in artikel 185 van het Financieel Reglement bedoelde organen te worden vervangen door verwijzingen naar de in artikel 121 van het Financieel Reglement bedoelde organen. |
|
(38) |
Ten aanzien van sommige onderdelen van Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (3) en van Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 houdende algemene bepalingen tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (4), waarbij in het kader van meerjarenprogramma's gebruik wordt gemaakt van gesplitste kredieten, heeft het Financieel Reglement in zijn artikel 166, lid 3, onder a), een doorhalingsregel „n+3” ingevoerd. Er moet derhalve in specifieke nadere regels worden voorzien, in het bijzonder wat betreft de procedure voor en de gevolgen van het ambtshalve doorhalen van vastleggingen. |
|
(39) |
Voor externe acties zijn verdere vereenvoudigingsmaatregelen nodig. In het bijzonder dient de drempelwaarde voor de toepassing van de onderhandelingsprocedure op basis van één inschrijving te worden verhoogd. Voorts moet de mogelijkheid, om veiligheidsredenen gebruik te maken van geheime procedures voor het plaatsen van opdrachten, waarin reeds was voorzien voor de instellingen, worden uitgebreid tot opdrachten voor operaties op het gebied van de externe betrekkingen. Voor de tenuitvoerlegging van de in het Financieel Reglement opgenomen verplichtingen met betrekking tot de bekendmaking van de begunstigden van begrotingsmiddelen, dienen passende bepalingen te worden vastgesteld in de financieringsovereenkomsten met derde landen. |
|
(40) |
Met betrekking tot de interinstitutionele Europese bureaus, dienen de specifieke regels die van toepassing zijn op het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen (OPOCE) te worden aangepast in verband met de nieuwe mogelijkheid waarin het Financieel Reglement voorziet, om ordonnateursbevoegdheden te delegeren aan de directeuren van de interinstitutionele Europese bureaus. Elke instelling dient de verantwoordelijkheid voor de vastleggingen in de begroting en de keuze van de te publiceren documenten te behouden, doch de verantwoordelijkheid voor alle daarna komende handelingen moet aan de directeur van het OPOCE kunnen worden gedelegeerd. |
|
(41) |
Het moet mogelijk zijn, externe deskundigen die nodig zijn voor de beoordeling van voorstellen en andere vormen van technische bijstand, te kiezen uit een lijst die na een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling is opgesteld op basis van technische geschiktheid. |
|
(42) |
Daar het Financieel Reglement, zoals gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr.1995/2006, uiterlijk vanaf 1 mei 2007 van toepassing is, moet de onderhavige verordening zo spoedig mogelijk in werking treden en vanaf 1 mei 2007 van toepassing zijn. |
|
(43) |
Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De artikelen 2, 3 en 4 komen als volgt te luiden: „Artikel 2 Wetgevingsbesluiten betreffende de uitvoering van de begroting
De Commissie werkt jaarlijks in het voorontwerp van begroting de gegevens over de in artikel 2 van het Financieel Reglement bedoelde besluiten bij. Elk bij de wetgevende autoriteit ingediend voorstel of wijziging van een voorstel vermeldt duidelijk de bepalingen die afwijkingen bevatten van het Financieel Reglement of de onderhavige verordening en noemt in de desbetreffende toelichting de specifieke redenen die deze afwijkingen rechtvaardigen. Artikel 3 Draagwijdte van voorfinancieringen
1. In het geval van direct gecentraliseerd beheer met meer partners, indirect gecentraliseerd beheer en gedecentraliseerd beheer in de zin van artikel 53 van het Financieel Reglement, geldt artikel 5 bis van het Financieel Reglement uitsluitend voor de entiteit die de voorfinanciering rechtstreeks van de Commissie ontvangt. 2. De voorfinanciering wordt als aanzienlijk bedrag in de zin van artikel 5 bis, lid 2, onder a), van het Financieel Reglement aangemerkt, wanneer zij meer dan 50 000 EUR bedraagt. Voor externe maatregelen wordt de voorfinanciering evenwel als aanzienlijk bedrag beschouwd wanneer zij meer dan 250 000 EUR bedraagt. In het kader van de steunverlening in crisissituaties en voor humanitaire operaties wordt de voorfinanciering als aanzienlijk bedrag aangemerkt wanneer zij per overeenkomst aan het einde van elk begrotingsjaar meer dan 750 000 EUR bedraagt en betrekking heeft op projecten met een looptijd van ten minste twaalf maanden. Artikel 4 Invordering van rente op voorfinancieringen
1. De bevoegde ordonnateur vordert voor elke verslagperiode volgende op de uitvoering van het besluit of de overeenkomst de rente op betaalde voorfinancieringen in, die per overeenkomst aan het einde van elk begrotingsjaar meer dan 750 000 EUR bedragen. 2. De bevoegde ordonnateur kan ten minste eenmaal per jaar de rente invorderen op betaalde voorfinancieringen die kleiner zijn dan de in de lid 1 bedoelde bedragen, rekening houdende met de risico's verbonden aan de beheersomgeving en de aard van de gefinancierde acties. 3. De bevoegde ordonnateur vordert de rente op de betaalde voorfinanciering in wanneer deze meer bedraagt dan het saldo van de in artikel 5 bis, lid 1, van het Financieel Reglement bedoelde verschuldigde bedragen.”. |
|
2) |
Het volgende artikel 4 bis wordt ingevoegd: „Artikel 4 bis Opneming in de boeken van rente op voorfinancieringen
1. De bevoegde ordonnateur ziet erop toe dat, bij subsidiebesluiten of overeenkomsten met begunstigden en tussenpersonen, de voorfinancieringen worden betaald op bankrekeningen of onderbankrekeningen die de identificatie van de middelen en de rente daarop mogelijk maken. Zo dit niet mogelijk is, moeten de boekhoudmethoden van de begunstigden of de tussenpersonen de identificatie van de door de Gemeenschap betaalde middelen en de uit deze middelen voortvloeiende rente en andere voordelen mogelijk maken. 2. In de in artikel 5 bis, lid 1, tweede alinea, van het Financieel Reglement bedoelde gevallen maakt de bevoegde ordonnateur vóór het einde van elk begrotingsjaar een raming van de uit deze middelen voortvloeiende rente en andere voordelen en legt hij een voorziening aan voor het betrokken bedrag. Deze voorziening wordt in de boeken opgenomen en afgewikkeld door de daadwerkelijke invordering na de uitvoering van het besluit of de overeenkomst. Wanneer de voorfinanciering wordt betaald uit hetzelfde begrotingsonderdeel, op grond van hetzelfde basisbesluit en aan begunstigden die aan dezelfde gunningsprocedure hebben deelgenomen, kan de ordonnateur voor verscheidene debiteuren een gezamenlijke schuldvorderingsraming opstellen. 3. De artikelen 3 en 4 en de leden 1 en 2 van het onderhavige artikel laten de opneming van de voorfinancieringen als activa in de financiële staten, overeenkomstig de in artikel 133 van het Financieel Reglement bedoelde boekhoudregels, onverlet.”. |
|
3) |
In artikel 5, onder c), wordt „de artikelen 157 en 181, lid 5, van het Financieel Reglement” vervangen door „de artikelen 157 en 160 bis van het Financieel Reglement”. |
|
4) |
In artikel 7 wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd: „1 bis. Om te vermijden dat operaties inzake de omrekening van valuta's de hoogte van de medefinanciering door de Gemeenschap in aanzienlijke mate beïnvloeden of een nadelig effect op de communautaire begroting hebben, voorzien de in lid 1 bedoelde specifieke bepalingen, indien passend, in een omrekeningskoers voor de euro en andere valuta's die moet worden berekend aan de hand van het gemiddelde van de dagelijkse wisselkoers in een bepaalde periode.”. |
|
5) |
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
6) |
Het volgende artikel 13 bis wordt ingevoegd: „Artikel 13 bis Lasten uit de aanvaarding van schenkingen aan de Gemeenschap
Met het oog op de in artikel 19, lid 2, van het Financieel Reglement bedoelde goedkeuring van het Europees Parlement en de Raad, stelt de Commissie een raming op van en geeft zij een toelichting op de financiële lasten, waaronder de vervolgkosten, als gevolg van de aanvaarding van schenkingen aan de Gemeenschappen.”. |
|
7) |
Artikel 14 komt als volgt te luiden: „Artikel 14 Betalingsopdracht voor het nettobedrag
Overeenkomstig artikel 20, lid 1, van het Financieel Reglement kunnen op het bedrag van de betalingsverzoeken, facturen of betaalstaten de volgende bedragen in mindering worden gebracht, waarvoor in dat geval een betalingsopdracht voor het nettobedrag wordt gegeven:
|
|
8) |
Artikel 16 wordt geschrapt. |
|
9) |
Artikel 17 komt als volgt te luiden: „Artikel 17 Berekening van de percentages van overschrijvingen van andere instellingen dan de Commissie
1. De in artikel 22 van het Financieel Reglement bedoelde percentages worden berekend op het tijdstip van het verzoek om overschrijving en op de grondslag van de in de begroting, met inbegrip van de gewijzigde begrotingen, opgenomen kredieten. 2. Het in aanmerking te nemen bedrag is de som van de overschrijvingen van het begrotingsonderdeel waarvan kredieten worden overgeschreven, na correctie voor verrichte eerdere overschrijvingen. Het bedrag van de overschrijvingen die autonoom, zonder besluit van de begrotingsautoriteit, door de betrokken instellingen kunnen worden verricht, wordt niet in aanmerking genomen.”. |
|
10) |
Het volgende artikel 17 bis wordt ingevoegd: „Artikel 17 bis Berekening van de percentages van overschrijvingen van de Commissie
1. De in de artikel 23, lid 1, van het Financieel Reglement bedoelde percentages worden berekend op het tijdstip van het verzoek om overschrijving en op de grondslag van de in de begroting, met inbegrip van de gewijzigde begrotingen, opgenomen kredieten. 2. Het in aanmerking te nemen bedrag is de som van de overschrijvingen van het begrotingsonderdeel waarvan of waarop kredieten worden overgeschreven, na correctie voor verrichte eerdere overschrijvingen. Het bedrag van de overschrijvingen die autonoom, zonder besluit van de begrotingsautoriteit, door de Commissie kunnen worden verricht, wordt niet in aanmerking genomen.”. |
|
11) |
In de inleidende zin van artikel 20 wordt „artikel 26, lid 2, eerste alinea, van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 26 van het Financieel Reglement”. |
|
12) |
In artikel 22, lid 1, wordt de eerste alinea geschrapt. |
|
13) |
Het volgende artikel 22 bis wordt ingevoegd: „Artikel 22 bis Effectieve en efficiënte interne controle
1. Een effectieve interne controle is gebaseerd op beproefde internationale methoden en omvat in het bijzonder de volgende elementen:
2. Een efficiënte interne controle is gebaseerd op de volgende elementen:
|
|
14) |
Artikel 23 komt als volgt te luiden: „Artikel 23 Voorlopige bekendmaking van de begroting
Zo spoedig mogelijk en uiterlijk vier weken na de definitieve vaststelling van de begroting worden de definitieve gedetailleerde begrotingscijfers op initiatief van de Commissie op de internetsite van de instellingen bekendgemaakt, in afwachting van de officiële bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.”. |
|
15) |
In artikel 25 komt letter a), punt ii), als volgt te luiden:
|
|
16) |
Artikel 31 wordt geschrapt. |
|
17) |
Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
18) |
Het volgende artikel 32 bis wordt ingevoegd: „Artikel 32 bis (Voorbereidende maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid)
De financiering van door de Raad overeengekomen maatregelen ter voorbereiding van EU-crisisbeheersingsoperaties uit hoofde van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie dekt de bijkomende kosten die rechtstreeks het gevolg zijn van een specifieke inzet ter plaatse van een missie of team waarbij onder meer personeelsleden van de EU-instellingen betrokken zijn, met inbegrip van een verzekering tegen grote risico's, reis- en verblijfkosten en dagvergoedingen.”. |
|
19) |
In de titel van artikel 33 wordt „artikel 49, lid 2, onder c)” vervangen door „artikel 49, lid 6, onder d).”. |
|
20) |
Aan artikel 34 wordt het volgende lid 3 toegevoegd: „3. Er wordt geacht een belangenconflict te zijn indien de aanvrager, gegadigde of inschrijver een aan het statuut onderworpen personeelslid is, tenzij de betrokkene van zijn hiërarchie van tevoren toestemming heeft gekregen om aan de procedure deel te nemen.”. |
|
21) |
Artikel 35 komt als volgt te luiden: „Artikel 35 Controles door de Commissie
1. De besluiten waarbij uitvoeringstaken worden toevertrouwd aan de in artikel 56 van het Financieel Reglement bedoelde entiteiten of personen, bevatten alle nodige bepalingen om de doorzichtigheid van de verrichte handelingen te garanderen. De Commissie herziet deze bepalingen zo nodig bij elke wezenlijke wijziging van de procedures of systemen die de betrokken entiteiten of personen toepassen, om te verzekeren dat aan de voorwaarden van artikel 56 blijft worden voldaan. 2. De betrokken entiteiten of personen verstrekken de Commissie binnen een vastgestelde termijn de gegevens waarom zij verzoekt en stellen haar onverwijld van elke wezenlijke wijziging van hun procedures of systemen in kennis. De Commissie neemt deze verplichtingen, naar gelang van het geval, op in de in lid 1 bedoelde besluiten of de met deze entiteiten of personen gesloten overeenkomsten. 3. De Commissie kan aanvaarden, dat de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten van de in artikel 54, lid 2, onder c), en de in artikel 166, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde organen en begunstigden gelijkwaardig met haar eigen procedures zijn, rekening gehouden met de internationaal aanvaarde normen. 4. Wanneer de Commissie de begroting in gezamenlijk beheer uitvoert, zijn de met de betrokken internationale organisaties gesloten verificatieovereenkomsten van toepassing. 5. De in artikel 56, lid 1, onder d), van het Financieel Reglement bedoelde onafhankelijke externe controle wordt ten minste verricht door een controledienst die functioneel onafhankelijk is van de entiteit waaraan de Commissie uitvoeringstaken toevertrouwt, en die zijn taken overeenkomstig internationaal aanvaarde normen voor accountantsonderzoek uitoefent.”. |
|
22) |
Het volgende artikel 35 bis wordt ingevoegd: „Artikel 35 bis Maatregelen ter bevordering van de beste werkmethoden
De Commissie stelt een register samen van organen die verantwoordelijk zijn voor het beheer, de certifiëring en de controleactiviteiten uit hoofde van sectorale verordeningen. Ter bevordering van de beste werkmethoden bij de tenuitvoerlegging van de Structuurfondsen en het Europees Visserijfonds, stelt de Commissie ter informatie aan degenen die verantwoordelijk zijn voor het beheer en de controleactiviteiten, een methodologische handleiding ter beschikking waarin haar eigen controlestrategie en controlebenadering, met inbegrip van controlelijsten en voorbeelden van beste werkmethoden, worden uiteengezet.”. |
|
23) |
In artikel 36 wordt „artikel 53” vervangen door „artikel 53 bis”. |
|
24) |
In artikel 37 wordt lid 2 geschrapt. |
|
25) |
Artikel 38 komt als volgt te luiden: „Artikel 38 Voorwaarden voor delegatie van bevoegdheden aan nationale of internationale publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke entiteiten met een openbaredienstverleningstaak
1. De Commissie kan overheidstaken delegeren aan:
2. De Commissie vergewist zich ervan, dat de in lid 1 bedoelde organen of entiteiten voldoende financiële garanties bieden, bij voorkeur afkomstig van een overheidsinstantie, met name op het gebied van de integrale invordering van aan de Commissie verschuldigde bedragen. 3. Wanneer de Commissie voornemens is overheidstaken, en met name taken tot uitvoering van de begroting, aan een in artikel 54, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement bedoeld orgaan toe te vertrouwen, onderzoekt zij of de beginselen zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid zijn nageleefd.”. |
|
26) |
Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
27) |
Het volgende artikel 39 bis wordt ingevoegd: „Artikel 39 bis Personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen in het kader van titel V van het Verdag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd
De in artikel 54, lid 2, onder d), van het Financieel Reglement bedoelde personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen is toevertrouwd, stellen de vereiste structuren en procedures in om de verantwoordelijkheid voor de gelden die zij beheren op zich te nemen. Deze personen genieten de status van speciaal adviseur van de Commissie in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, overeenkomstig de artikelen 1 en 5 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.”. |
|
28) |
Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
29) |
Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
30) |
Het volgende artikel 42 bis wordt ingevoegd: „Artikel 42 bis Overzicht van de controles en verklaringen
1. Het overzicht wordt verstrekt door de bevoegde autoriteit of instantie die door de lidstaat voor het desbetreffende uitgavengebied is aangewezen in overeenstemming met de sectorale voorschriften. 2. Het deel met betrekking tot de controles:
3. Het deel met betrekking tot de verklaringen:
|
|
31) |
Artikel 43 komt als volgt te luiden: „Artikel 43 Gezamenlijk beheer
1. De Commissie vergewist zich van het bestaan van adequate regelingen voor de controle en de audit van de actie als geheel. 2. De in artikel 53 quinquies van het Financieel Reglement bedoelde internationale organisaties zijn:
Voor de toepassing van artikel 53 quinquies van het Financieel Reglement worden de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds gelijkgesteld met internationale organisaties. 3. Wanneer de begroting overeenkomstig de artikelen 53 quinquies en 165 van het Financieel Reglement onder gezamenlijk beheer met internationale organisaties wordt uitgevoerd, worden de te financieren organisaties en acties op objectieve en doorzichtige wijze gekozen. 4. Onverminderd artikel 35 van deze verordening, bevatten overeenkomsten met de in artikel 53 quinquies van het Financieel Reglement bedoelde internationale organisaties in het bijzonder het volgende:
5. Projecten en programma's worden geacht gezamenlijk tot stand te worden gebracht wanneer de Commissie en de internationale publiekrechtelijke organisatie gezamenlijk de haalbaarheid ervan beoordelen en de wijze van uitvoering vaststellen. 6. Bij de uitvoering van projecten in gezamenlijk beheer voldoen de internationale organisaties ten minste aan de volgende eisen:
Deze eisen worden uitdrukkelijk vermeld in de overeenkomsten die met de internationale organisaties worden gesloten.”. |
|
32) |
Het volgende artikel 43 bis wordt ingevoegd: „Artikel 43 bis Kennisgeving van de doorgifte van persoonsgegevens voor controledoeleinden
Bij elke oproep in het kader van subsidies of opdrachten die met direct gecentraliseerd beheer worden ten uitvoer gelegd, worden potentiële begunstigden, kandidaten en inschrijvers overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (*1) ervan in kennis gesteld, dat, met het oog op de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen, de persoonsgegevens aan internecontrolediensten, de Europese Rekenkamer, de Instantie voor Financiële Onregelmatigheden of het Europees Bureau voor fraudebestrijding (hierna „het OLAF” genoemd) kunnen worden doorgegeven. |
|
33) |
In artikel 48 komt punt e) als volgt te luiden:
|
|
34) |
Aan artikel 49 wordt de volgende alinea toegevoegd: „De persoonsgegevens in de bewijsstukken worden, voor zover mogelijk, geschrapt wanneer zij niet noodzakelijk zijn voor de kwijting en de controle van de begroting. In ieder geval is, wat de bewaring van verkeersgegevens betreft, artikel 37, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van toepassing.”. |
|
35) |
In artikel 67 komt lid 4 als volgt te luiden: „4. De betalingen in het kader van het beheer van gelden ter goede rekening kunnen geschieden door overschrijving, met inbegrip van het in artikel 80 van het Financieel Reglement bedoelde systeem van automatische incasso's, door een cheque of op andere wijze, overeenkomstig de instructies van de rekenplichtige.”. |
|
36) |
In artikel 72 wordt „het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen (hierna „het Statuut” genoemd)” vervangen door „het statuut”. |
|
37) |
De artikelen 74 en 75 komen als volgt te luiden: „Artikel 74 Financiële onregelmatigheden
Onverminderd de bevoegdheden van het OLAF, is de in artikel 43 bis bedoelde instantie (hierna „de instantie” genoemd) bevoegd voor elke overtreding van een bepaling van het Financieel Reglement of een andere bepaling inzake financieel beheer en controle van de verrichtingen, die het gevolg is van een handeling of verzuim van een personeelslid. Artikel 75 Instantie voor financiële onregelmatigheden
1. De in artikel 74 bedoelde financiële onregelmatigheden worden overeenkomstig artikel 66, lid 4, tweede alinea, van het Financieel Reglement door het tot aanstelling bevoegde gezag voor advies naar de instantie verwezen. Een gedelegeerd ordonnateur kan een zaak aan de instantie verwijzen wanneer hij van mening is dat zich een financiële onregelmatigheid heeft voorgedaan. De instantie brengt een advies uit, waarin wordt nagegaan of de in artikel 74 bedoelde onregelmatigheden hebben plaatsgevonden, hoe ernstig zij zijn en wat de gevolgen ervan zouden kunnen zijn. Wanneer de instantie tijdens haar onderzoek tot de slotsom komt, dat het naar haar verwezen geval onder de bevoegdheid van het OLAF valt, zendt zij het dossier onverwijld naar het tot aanstelling bevoegde gezag en stelt zij het OLAF onmiddellijk in kennis. Wanneer de instantie overeenkomstig artikel 60, lid 6, van het Financieel Reglement rechtstreeks door een personeelslid wordt ingelicht, zendt zij het dossier aan het tot aanstelling bevoegde gezag toe en stelt zij het personeelslid dat haar heeft ingelicht, hiervan in kennis. Het tot aanstelling bevoegde gezag kan de instantie om advies over het dossier vragen. 2. De instelling stelt of, in het geval van een gezamenlijke instantie, de deelnemende instellingen stellen, rekening houdend met haar of hun interne organisatie, de werkwijze van de instantie vast, alsmede de samenstelling ervan, die een externe deelnemer met de vereiste kwalificaties en deskundigheid omvat.”. |
|
38) |
In artikel 77, lid 2, komt de eerste volzin als volgt te luiden: „2. Behoudens artikel 160, lid 1 bis, en artikel 161, lid 2, van het Financieel Reglement, leidt de raming van schuldvorderingen niet tot vastleggingskredieten.”. |
|
39) |
Aan artikel 81 worden de volgende leden 3 en 4 toegevoegd: „3. De rekenplichtige van elke instelling houdt een lijst van te innen bedragen bij, waarop de vorderingen van de Gemeenschap zijn samengebracht overeenkomstig de datum van uitgifte van de invorderingsopdracht. Hij geeft deze lijst aan de rekenplichtige van de Commissie door. De rekenplichtige van de Commissie stelt een geconsolideerde lijst op van de verschuldigde bedragen, ingedeeld naar instelling en naar datum van uitgifte van de invorderingsopdracht. De lijst wordt toegevoegd aan het verslag van de Commissie over het begrotings- en financiële beheer. 4. De Commissie stelt een lijst op van de vorderingen van de Gemeenschap, met vermelding van de namen van de debiteuren en het bedrag van de schuld, voor de gevallen waarin de debiteur op grond van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing tot betaling verplicht is en waarin één jaar na de uitspraak nog geen of geen significante betaling heeft plaatsgevonden. Deze lijst wordt bekengemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met de desbetreffende wetgeving inzake gegevensbescherming.”. |
|
40) |
Het volgende artikel 85 ter wordt ingevoegd: „Artikel 85 ter Regels inzake verjaring
1. De verjaringstermijn van schuldvorderingen van de Gemeenschappen op derden begint te lopen bij het verstrijken van de termijn die de debiteur in de in artikel 78, lid 3, onder b), bedoelde debetnota wordt meegedeeld. De verjaringstermijn van schuldvorderingen van derden op de Gemeenschappen begint te lopen op de datum waarop de schuldvordering van de betrokken derde krachtens de onderliggende juridische verbintenis opeisbaar is. 2. De verjaringstermijn voor schuldvorderingen van de Gemeenschappen op derden wordt geschorst door elke handeling van een instelling of van een door een op verzoek van een instelling handelende lidstaat, waarvan aan de derde kennis is gegeven en die strekt tot inning van de schuld. De verjaringstermijn voor schuldvorderingen van derden op de Gemeenschappen wordt geschorst door elke handeling, waarvan door haar schuldeisers of namens haar crediteuren aan de Gemeenschappen kennis is gegeven en die strekt tot inning van de schuld. 3. Een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen op de dag volgende op die van de in lid 2 bedoelde schorsingen. 4. Rechtsvorderingen betreffende de in lid 1 bedoelde schuldvorderingen, met inbegrip van rechtsvorderingen waarbij de rechter zich uiteindelijk onbevoegd verklaart, schorsen de verjaringstermijn. De nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar begint pas te lopen na een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing of na een buitengerechtelijke schikking tussen de partijen over dezelfde vordering. 5. Wanneer de rekenplichtige de debiteur overeenkomstig artikel 85 een aanvullende betalingstermijn toestaat, wordt dit als een schorsing van de verjaringstermijn beschouwd. De nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen op de dag volgende op die waarop de aanvullende betalingstermijn verstrijkt. 6. Na het verstrijken van de in de leden 1 tot en met 5 bedoelde verjaringstermijn, worden de schuldvorderingen niet meer geïnd.”. |
|
41) |
In artikel 87, lid 3, komt de tweede volzin als volgt te luiden: „De bevoegde ordonnateur gaat bij het afzien van invordering te werk overeenkomstig artikel 81.”. |
|
42) |
Artikel 93 wordt geschrapt. |
|
43) |
Aan artikel 94, lid 1, wordt het volgende punt f) toegevoegd:
|
|
44) |
In artikel 104 komt lid 1 als volgt te luiden: „1. Voorfinancieringen, hieronder begrepen in de gevallen van opgesplitste betalingen, worden betaald op grond van het contract, het besluit, de overeenkomst of het basisbesluit, dan wel op grond van bewijsstukken aan de hand waarvan kan worden geverifieerd, of de gefinancierde acties met het betrokken contract of de betrokken overeenkomst in overeenstemming zijn. Indien een betaaldatum van voorfinanciering in deze instrumenten wordt bepaald, behoeft voor de betaling van het verschuldigde bedrag geen verder betalingsverzoek te worden ingediend. Tussentijdse betalingen en saldobetalingen geschieden op grond van bewijsstukken aan de hand waarvan kan worden nagegaan, of de gefinancierde acties zijn uitgevoerd in overeenstemming met het basisbesluit, of het besluit ten gunste van de begunstigde, of in overeenstemming met het met de begunstigde gesloten contract of de met de begunstigde gesloten overeenkomst.”. |
|
45) |
Artikel 106 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
46) |
Aan artikel 112 wordt het volgende lid 3 toegevoegd: „3. De interne controleur besteedt bij het opstellen van dit verslag bijzondere aandacht aan de algemene naleving van het beginsel van goed financieel beheer en zorgt ervoor, dat passende maatregelen zijn genomen met het oog op een gestage verbetering en versterking van de toepassing van dit beginsel.”. |
|
47) |
In artikel 115, tweede alinea, wordt „het Statuut” vervangen door „het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen”. |
|
48) |
In artikel 116, lid 6, eerste alinea, komt de vierde volzin als volgt te luiden: „Degene die heeft verzocht om een uitnodiging tot deelneming aan een niet-openbare procedure, een concurrentiegerichte dialoog of een onderhandelingsprocedure wordt „gegadigde” genoemd.”. |
|
49) |
In artikel 117 komt lid 1 als volgt te luiden: „1. Wanneer een raamovereenkomst met verscheidene economische subjecten moet worden gesloten, wordt het met ten minste drie economische subjecten gesloten, mits een voldoende aantal economische subjecten aan de selectiecriteria voldoet, of het aantal inschrijvingen dat aan de gunningscriteria voldoet, voldoende groot is. Een raamovereenkomst met verscheidene economische subjecten mag in de vorm van afzonderlijke overeenkomsten worden gesloten, die identieke voorwaarden bevatten. De duur van de raamovereenkomsten mag niet langer zijn dan vier jaar, behalve in uitzonderingsgevallen die naar behoren worden gemotiveerd, met name door het voorwerp van de raamovereenkomst. In sectoren waar de prijzen en de technologie snel evolueren, bevatten de raamovereenkomsten waarvoor niet opnieuw tot mededinging wordt opgeroepen, een bepaling inzake ofwel een evaluatie halverwege hun looptijd ofwel een benchmarkingssysteem. Wanneer na de evaluatie halverwege de looptijd blijkt, dat de aanvankelijk vastgestelde voorwaarden niet langer overeenstemmen met het op dat moment geldende prijspeil en de stand van de technologie, mag de aanbestedende dienst de betrokken raamovereenkomst niet gebruiken en neemt zij passende maatregelen om de lopende raamovereenkomst op te zeggen.”. |
|
50) |
Artikel 118 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
51) |
Artikel 119 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
52) |
In artikel 123, lid 2, komt de eerste alinea als volgt te luiden: „2. Bij de onderhandelingsprocedure en na een concurrentiegerichte dialoog mag het aantal gegadigden dat tot onderhandelen of inschrijven wordt uitgenodigd, niet lager zijn dan drie, mits voldoende gegadigden aan de selectiecriteria voldoen.”. |
|
53) |
Het volgende artikel 125 quater wordt ingevoegd: „Artikel 125 quarter Gezamenlijke aanbestedingsprocedure met een lidstaat
Bij een gezamenlijke aanbestedingsprocedure tussen een instelling en de aanbestedende diensten van één of meer lidstaten, zijn de voor de instelling geldende procedurele bepalingen van toepassing. Wanneer het aandeel van, of beheerd door, de aanbestedende dienst van een lidstaat in de geraamde totale waarde van het contract gelijk is aan of hoger is dan 50 %, of in naar behoren gemotiveerde gevallen, kan de instelling besluiten, dat de voor de aanbestedende dienst van een lidstaat geldende procedurele bepalingen van toepassing zijn, op voorwaarde dat deze als gelijkwaardig met die van de instelling kunnen worden beschouwd. De instelling en de aanbestedende dienst van een lidstaat die bij de gezamenlijke aanbestedingsprocedure zijn betrokken, maken met name afspraken over de praktische regelingen voor de evaluatie van de verzoeken tot deelname of de inschrijvingen, de gunning van de opdracht, het recht dat op de opdracht van toepassing is, en de in geval van geschil bevoegde rechter.”. |
|
54) |
In artikel 129 worden de leden 3 en 4 vervangen door: „3. Voor opdrachten met een waarde van minder dan of gelijk aan 5 000 EUR volstaat één inschrijving. 4. Betalingen van bedragen van minder dan of gelijk aan 500 EUR kunnen eenvoudig op factuur geschieden, zonder voorafgaande aanvaarding van een inschrijving.”. |
|
55) |
Artikel 130 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
56) |
Artikel 133 komt als volgt te luiden: „Artikel 133 Onwettige activiteiten die tot uitsluiting leiden
De in artikel 93, lid 1, onder e), van het Financieel Reglement bedoelde gevallen zijn de volgende:
(*2) PB C 316 van 27.11.1995, blz. 48." (*3) PB C 195 van 25.6.1997, blz. 1." |
|
57) |
Het volgende artikel 133 bis wordt ingevoegd: „Artikel 133 bis Toepassing van de uitsluitingscriteria en duur van de uitsluitingen
1. Ter bepaling van de duur van de uitsluiting en ter verzekering van de naleving van het evenredigheidsbeginsel, houdt de verantwoordelijke instelling met name rekening met de ernst van de feiten, waaronder begrepen de gevolgen ervan voor de financiële belangen en de reputatie van de Gemeenschappen, de tijd die is verstreken, de duur en herhaling van de overtreding, de opzet of mate van nalatigheid van de betrokken entiteit en de door de entiteit genomen maatregelen om de situatie te verhelpen. Bij de vaststelling van de duur van de uitsluiting biedt de verantwoordelijke instelling de betrokken gegadigde of inschrijver de mogelijkheid zijn standpunten uiteen te zetten. Wanneer de duur van de uitsluitingstermijn overeenkomstig de toepasselijke wetgeving is vastgesteld door de in artikel 95, lid 2, van het Financieel Reglement bedoelde autoriteiten of organen, past de Commissie deze duur toe tot de in artikel 93, lid 3, van het Financieel Reglement vastgestelde maximumtermijn. 2. De in artikel 93, lid 3, van het Financieel Reglement bedoelde termijn bedraagt ten hoogste vijf jaar, te rekenen vanaf de volgende data:
De duur van de uitsluiting kan tot tien jaar worden verlengd in het geval van recidive binnen vijf jaar na de in de eerste alinea, onder a) en b), bedoelde data, rekening houdend met lid 1. 3. De gegadigden en inschrijvers worden van procedures inzake overheidsopdrachten en subsidies uitgesloten, zolang zij in een van de in artikel 93, lid 1, onder a) en d), van het Financieel Reglement bedoelde situaties verkeren.”. |
|
58) |
Artikel 134 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
59) |
Het volgende artikel 134 bis wordt ingevoegd: „Artikel 134 bis Centrale gegevensbank
1. De in artikel 95, lid 1, van het Financieel Reglement bedoelde instellingen, uitvoerende agentschappen en organen verstrekken de Commissie volgens een door de Commissie vastgesteld model gegevens over de economische subjecten die zich in een van de in de artikelen 93 en 94 en artikel 96, lid 1, onder b), en lid 2, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde situatie hebben bevonden, de reden van de uitsluiting en de duur daarvan. Zij verstrekken eveneens gegevens over personen die bij economische subjecten die juridische entiteiten zijn, vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid hebben, indien deze personen zich in een van de in de artikelen 93 en 94 en artikel 96, lid 1, onder b), en lid 2, onder a), bedoelde situaties bevinden. De in artikel 95, lid 2, van het Financieel Reglement bedoelde autoriteiten en organen verstrekken de Commissie volgens een door de Commissie vastgesteld model:
2. De in lid 1 bedoelde instellingen, agentschappen, autoriteiten en organen wijzen de personen aan, die gemachtigd zijn de in de gegevensbank opgeslagen gegevens aan de Commissie mee te delen en van haar te ontvangen. In het geval van de in artikel 95, lid 1, van het Financieel Reglement bedoelde instellingen, agentschappen, autoriteiten en organen delen de aangewezen personen de gegevens zo spoedig mogelijk aan de rekenplichtige van de Commissie mee en verzoeken zij, naar gelang van het geval, om toegang tot, wijziging van of verwijdering van de in de gegevensbank opgeslagen gegevens. In het geval van de in artikel 95, lid 2, van het Financieel Reglement bedoelde autoriteiten en organen, verstrekt de aangewezen persoon binnen een termijn van drie maanden vanaf de bekendmaking van het desbetreffende vonnis de vereiste gegevens aan de voor het betrokken programma of de betrokken actie bevoegde ordonnateur van de Commissie. De ordonnateur van de Commissie voert de gegevens in de gegevensbank in, of wijzigt of verwijdert deze. Hij verstrekt, op maandelijkse grondslag, door middel van een beveiligd protocol, gevalideerde, in de gegevensbank opgenomen gegevens aan de aangewezen personen. 3. De in lid 1 bedoelde instellingen, agentschappen, autoriteiten en organen verklaren aan de Commissie, dat de door hen meegedeelde gegevens zijn vastgesteld en doorgegeven overeenkomstig de in Verordening (EG) nr. 45/2001 en Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (*6) neergelegde beginselen inzake de bescherming van persoonsgegevens. Zij stellen met name alle economische subjecten of de in lid 1 bedoelde personen vooraf ervan in kennis, dat hun gegevens in de gegevensbank kunnen worden opgenomen en door de Commissie aan de in lid 2 bedoelde aangewezen personen kunnen worden meegedeeld. Zij werken de doorgegeven informatie zo nodig bij, naar aanleiding van rectificaties, schrappingen of wijzigingen van de gegevens. Eenieder die in de gegevensbank is opgenomen, heeft het recht, door middel van een verzoek aan de rekenplichtige van de Commissie, in kennis te worden gesteld van de opgeslagen gegevens die op hem betrekking hebben. 4. De lidstaten nemen passende maatregelen om de Commissie bij te staan bij een efficiënt beheer van de gegevensbank, in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG. In de overeenkomsten met de autoriteiten van derde landen en met alle in artikel 95, lid 2, van het Financieel Reglement bedoelde organen, worden passende regelingen opgenomen ter verzekering van de naleving van deze bepalingen en van de beginselen inzake de bescherming van persoonsgegevens. |
|
60) |
Het volgende artikel 134 ter wordt ingevoegd: „Artikel 134 ter Administratieve en financiële sancties
1. Onverminderd de sancties waarin het contract voorziet, kunnen gegadigden of inschrijvers en contractanten die valse verklaringen hebben afgelegd, die aanzienlijke fouten hebben begaan of onregelmatigheden en fraude hebben gepleegd of die ernstig in gebreke zijn gebleven wegens niet-nakoming van hun contractuele verplichtingen, van alle uit de Gemeenschapsbegroting gefinancierde opdrachten en subsidies worden uitgesloten gedurende een termijn van ten hoogste vijf jaar vanaf de datum waarop de overtreding wordt vastgesteld, mits dit wordt bevestigd in een contradictoire procedure ten aanzien van de contractant. Deze termijn kan worden verlengd tot tien jaar in geval van recidive binnen vijf jaar na de in de eerste alinea bedoelde datum. 2. De inschrijvers of gegadigden die zich schuldig hebben gemaakt aan valse verklaringen of die aanzienlijke fouten hebben begaan of onregelmatigheden of fraude hebben gepleegd, kunnen ook worden bestraft met financiële sancties van 2 % tot 10 % van het totale geraamde bedrag van de te gunnen opdracht. De contractanten die ernstig in gebreke zijn gebleven wegens niet-nakoming van hun contractuele verplichtingen, kunnen worden bestraft met financiële sancties van 2 % tot 10 % van de totale waarde van het betrokken contract. De financiële sancties kunnen tot 4 % tot 20 % worden verhoogd in geval van recidive binnen vijf jaar na de in lid 1, eerste alinea, bedoelde datum. 3. De instelling houdt bij de vaststelling van de administratieve of financiële sancties met name rekening met de in artikel 133 bis, lid 1, bedoelde elementen.”. |
|
61) |
In artikel 140, lid 3, komt de eerste alinea als volgt te luiden: „3. Bij niet-openbare procedures, in de in artikel 125 ter bedoelde gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van de concurrentiegerichte dialoog, en in onderhandelingsprocedures met aankondiging van de opdracht voor opdrachten met een waarde gelijk aan of hoger dan de in artikel 158 vermelde drempelwaarden, bedraagt de termijn voor de ontvangst van de deelnemingsverzoeken ten minste 37 dagen, te rekenen vanaf de dag van verzending van de aankondiging van de opdracht.”. |
|
62) |
Aan artikel 145, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd: „Bij een op interinstitutionele grondslag ingeleide aanbestedingsprocedure wordt de openingscommissie door de bevoegde ordonnateur van de voor de aanbestedingsprocedure verantwoordelijke instelling aangesteld. De samenstelling van de openingscommissie geeft, voor zover mogelijk, uiting aan het interinstitutionele karakter van de aanbestedingsprocedure.”. |
|
63) |
Artikel 146 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
64) |
Artikel 147 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
65) |
Artikel 149 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
66) |
Het volgende artikel 149 bis wordt ingevoegd: „Artikel 149 bis Ondertekening van het contract
Met de uitvoering van een opdracht mag niet worden begonnen, voordat het contract is ondertekend.”. |
|
67) |
Artikel 155 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
68) |
Het volgende artikel 158 bis wordt ingevoegd: „Artikel 158 bis Wachttermijn voor de ondertekening van het contract
1. De aanbestedende dienst ondertekent het contract of het kadercontract, dat onder Richtlijn 2004/18/EG valt, met de succesvolle inschrijver pas wanneer 14 kalenderdagen zijn verstreken. Deze termijn begint te lopen vanaf een van de volgende data:
Indien nodig, kan de aanbestedende dienst de ondertekening van het contract voor aanvullend onderzoek opschorten, indien dit gerechtvaardigd is op grond van verzoeken of opmerkingen die afgewezen of benadeelde inschrijvers of gegadigden hebben geformuleerd, of op grond van andere relevante informatie die is ontvangen. De verzoeken, opmerkingen of informatie moeten zijn ontvangen gedurende de in de eerste alinea vastgestelde termijn. In geval van opschorting worden alle gegadigden of inschrijvers binnen drie werkdagen na het besluit tot opschorting in kennis gesteld. Behalve in de in lid 2 genoemde gevallen, zijn contracten die voor het verstrijken van de in de eerste alinea vastgestelde termijn zijn ondertekend, nietig. Wanneer het contract of het kadercontract niet aan de beoogde succesvolle inschrijver kan worden toegekend, kan de aanbestedende dienst het toekennen aan de op één na best gerangschikte inschrijver. 2. De in lid 1, eerste alinea, vastgestelde termijn is niet van toepassing in de volgende gevallen:
|
|
69) |
Artikel 160 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
70) |
De volgende artikelen 160 bis tot en met 160 septies worden ingevoegd: „Artikel 160 bis Bijdragen aan organisaties
De in artikel 108, lid 2, onder d), van het Financieel Reglement bedoelde bijdragen zijn de sommen die aan de organisaties waarvan de Gemeenschap lid is, worden overgemaakt overeenkomstig de begrotingsbesluiten en de betalingsvoorwaarden die door de betrokken organisatie zijn vastgesteld. Artikel 160 ter Deelnemingen
Voor de toepassing van artikel 108, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement wordt verstaan onder:
Artikel 160 quater Bijzondere regels
1. Wanneer de Commissie de in artikel 108, lid 3, van het Financieel Reglement bedoelde subsidies toekent onder direct gecentraliseerd beheer, zijn hierop de bepalingen van deze titel van toepassing, met uitzondering van de volgende bepalingen:
De eerste alinea doet geen afbreuk aan de boekhoudkundige behandeling van de betrokken subsidies, die door de rekenplichtige wordt bepaald met inachtneming van de internationale boekhoudkundige normen. 2. In alle gevallen waarin een financiële bijdrage wordt betaald, ziet de bevoegde ordonnateur erop toe, dat met de ontvanger van de bijdrage passende afspraken zijn gemaakt inzake de wijze van betaling en controle. Artikel 160 quinquies Prijzen
Voor de toepassing van artikel 109, lid 3, onder b), van het Financieel Reglement wordt onder „prijs” verstaan de beloning bij deelneming aan een prijsvraag. De inzendingen worden op de grondslag van het prijsvraagreglement beoordeeld door een jury, die afhankelijk van de kwaliteit van de inzendingen zelfstandig beslist, de prijzen al dan niet toe te kennen. De hoogte van de prijs is niet gekoppeld aan de kosten die de ontvanger ervan heeft gemaakt. De toekenningsvoorwaarden en -criteria en het bedrag van de prijs worden vastgesteld in het prijsvraagreglement. Artikel 160 sexies Subsidieovereenkomst en besluit tot toekenning van subsidie
1. Voor alle programma's of acties van de Gemeenschap, bepaalt het jaarlijkse werkprogramma, of voor subsidies een besluit wordt genomen dan wel een schriftelijke overeenkomst wordt gesloten. 2. Ter bepaling van welk instrument moet worden gebruikt, wordt met de volgende punten rekening gehouden:
3. Wanneer de programma's door verscheidene ordonnateurs worden beheerd, wordt het te gebruiken instrument in overleg tussen die ordonnateurs gekozen. Artikel 160 septies Uitgaven voor de leden van de instellingen
De in artikel 108, lid 2, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde uitgaven voor de leden van de instellingen omvatten de bijdragen voor verenigingen van huidige en vroegere leden van het Europees Parlement. Deze bijdragen worden ten uitvoer gelegd overeenkomstig de interne administratieve regels van het Europees Parlement.”. |
|
71) |
Artikel 163 komt als volgt te luiden: „Artikel 163 Partnerschappen
1. De specifieke subsidies kunnen onder een kaderpartnerschap vallen. 2. Een kaderpartnerschap kan worden ingesteld als een samenwerkingsrelatie op lange termijn tussen de begunstigden van subsidies en de Commissie. Dit kan geschieden in de vorm van een overeenkomst of een besluit. De partnerschapskaderovereenkomst of partnerschapskaderbesluit beschrijft de gemeenschappelijke doelstellingen, de aard van de incidentele of in het kader van een goedgekeurd jaarlijks werkprogramma voorgenomen acties, de procedure voor de toekenning van specifieke subsidies, met inachtneming van de procedurele beginselen en regels van deze titel, alsmede de algemene rechten en verplichtingen van elke partij op grond van de specifieke overeenkomsten of besluiten. De duur van het partnerschap mag niet langer zijn dan vier jaar, behalve in uitzonderingsgevallen die naar behoren zijn gerechtvaardigd door met name het onderwerp van het kaderpartnerschap. De ordonnateurs mogen partnerschapskaderovereenkomsten of partnerschapskaderbesluiten niet misbruiken om de beginselen van doorzichtigheid en gelijke behandeling van aanvragers te schenden. 3. De partnerschapskaderovereenkomsten en partnerschapskaderbesluiten worden, wat de toekenningsprocedure betreft, gelijkgesteld met subsidies. Zij vallen onder de in artikel 167 bedoelde procedures inzake voorafgaande bekendmaking. 4. De specifieke subsidies op grond van de partnerschapskaderovereenkomsten of partnerschapskaderbesluiten worden toegekend volgens de procedures waarin deze overeenkomsten of besluiten voorzien, en met inachtneming van de beginselen van deze titel. Zij zijn onderworpen aan de in artikel 169 vastgestelde procedures inzake de bekendmaking achteraf.”. |
|
72) |
Artikel 164 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
73) |
In artikel 165 komen de leden 1 en 2 als volgt te luiden: „1. Voor de toepassing van deze titel wordt onder „winst” verstaan:
2. De vaste bedragen en forfaitaire financieringen worden op basis van de kosten of kostencategorieën waarop zij betrekking hebben, overeenkomstig artikel 181, aan de hand van statistische gegevens en met behulp van soortgelijke objectieve middelen, vastgesteld, op een zodanige wijze dat winst a priori uitgesloten is. Deze bedragen worden op dezelfde grondslagen om de twee jaar door de Commissie herbeoordeeld en zo nodig aangepast. In dat geval wordt ten aanzien van iedere subsidie bij het vaststellen van de bedragen de afwezigheid van een winstoogmerk geverifieerd. Wanneer achteraf blijkt, dat de gebeurtenis op grond waarvan een subsidie wordt toegekend, niet heeft plaatsgevonden en er een onverschuldigde betaling aan de begunstigde van een vast bedrag of forfaitaire financiering is gedaan, is de Commissie gerechtigd het vaste bedrag of de forfaitaire financiering volledig terug te vorderen en, in het geval van valse verklaringen inzake het vaste bedrag of de forfaitaire financiering, een geldboete op te leggen, die tot 50 % van het vaste bedrag of de forfaitaire financiering kan bedragen. Deze controles worden uitgevoerd, onverminderd de verificatie en certificering van de werkelijke kosten die vereist zijn voor de betaling van de subsidies of de subsidies die bestaan in de vergoeding van een vastgesteld percentage van de subsidiabele kosten.”. |
|
74) |
Het volgende artikel 165 bis wordt ingevoegd: „Artikel 165 bis Beginsel inzake medefinanciering
1. De medefinanciering vereist dat een gedeelte van de kosten van een actie of de exploitatiekosten van een entiteit worden gedragen door de begunstigde van een subsidie, of wordt bekostigd uit andere bijdragen dan die van de Gemeenschap afkomstig zijn. 2. Wanneer subsidies een van de in artikel 180 bis, lid 1, onder b) of c), van het Financieel Reglement genoemde vormen aannemen, of een combinatie daarvan, wordt de medefinanciering slechts beoordeeld in de fase van de evaluatie van de subsidieaanvraag.”. |
|
75) |
In artikel 166, lid 1, komt de eerste alinea als volgt te luiden: „1. Elke bevoegde ordonnateur stelt een jaarlijks werkprogramma voor subsidies op. Dit werkprogramma wordt door de instelling aangenomen en zo spoedig mogelijk op de internetsite van de betrokken instelling over subsidies bekendgemaakt, indien noodzakelijk in het jaar voorgaande aan de tenuitvoerlegging van de begroting, doch uiterlijk op 31 maart van jaar van de tenuitvoerlegging.”. |
|
76) |
Artikel 167 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
77) |
In artikel 168 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
|
|
78) |
Artikel 169 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
79) |
Het volgende artikel 169 bis wordt ingevoegd: „Artikel 169 bis Inlichtingen voor de aanvragers
De Commissie verstrekt de aanvragers op de volgende wijzen inlichtingen en advies:
|
|
80) |
Aan artikel 172 wordt het volgende lid 4 toegevoegd: „4. Het beginsel van medefinanciering wordt geacht te zijn geëerbiedigd wanneer de bijdrage van de Gemeenschap bedoeld is om bepaalde administratieve kosten van een financiële instelling te dekken, waaronder, indien passend, een variabele, aan het resultaat gekoppelde vergoeding die een stimulans vormt voor het beheer van een project of programma dat één ondeelbaar geheel vormt.”. |
|
81) |
De volgende artikelen 172 bis, 172 ter en 172 quater worden ingevoegd: „Artikel 172 bis Subsidiabele kosten
1. Subsidiabele kosten zijn de door de begunstigde van een subsidie daadwerkelijk gemaakte kosten die aan alle onderstaande criteria voldoen:
2. Behoudens lid 1 en het basisbesluit, kan de bevoegde ordonnateur de volgende kosten als subsidiabel beschouwen:
Artikel 172 ter Beginsel van geleidelijke vermindering van exploitatiesubsidies
De vermindering van de exploitatiesubsidies geschiedt op een evenredige en billijke wijze. Artikel 172 quater Financieringsaanvragen
1. De voorwaarden inzake de indiening van subsidieaanvragen worden bepaald door de bevoegde ordonnateur, die de wijze van indiening kan kiezen. Subsidieaanvragen kunnen bij brief of langs elektronische weg worden ingediend. De gekozen communicatiemiddelen zijn niet-discriminerend en mogen de toegang van de aanvragers tot de toekenningsprocedure niet beperken. Het gekozen communicatiemiddel dient te waarborgen dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Voor de toepassing van punt c), neemt de bevoegde ordonnateur pas na het verstrijken van de termijn voor de indiening kennis van de aanvragen. De bevoegde ordonnateur kan eisen, dat bij indiening langs elektronische weg gebruik wordt gemaakt van een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van Richtlijn 1999/93/EG. 2. Wanneer de bevoegde ordonnateur de indiening van aanvragen langs elektronische weg toestaat, moeten de te gebruiken middelen en de technische kenmerken daarvan niet-discriminerend en algemeen voor het publiek beschikbaar zijn en in combinatie met algemeen gebruikte informatie- en communicatietechnologieproducten kunnen functioneren. De gegevens betreffende de specificaties die nodig zijn voor de indiening van de aanvragen, waaronder begrepen de versleuteling, worden de aanvragers ter beschikking gesteld. De apparatuur die voor de elektronische ontvangst van de aanvragen wordt gebruikt, dient bovendien veiligheid en vertrouwelijkheid te waarborgen. 3. Wanneer de aanvragen bij brief worden ingediend, geschiedt de indiening naar keuze van de aanvragers op een van de volgende wijzen:
|
|
82) |
Artikel 173 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
83) |
Artikel 174 komt als volgt te luiden: „Artikel 174 Bewijs van niet-uitsluiting
De aanvragers verklaren op erewoord, dat zij zich niet in een van de in artikel 93, lid 1, of artikel 94 van het Financieel Reglement genoemde situaties bevinden. De bevoegde ordonnateur kan, afhankelijk van zijn risicoanalyse, tevens om het in artikel 134 bedoelde bewijs verzoeken. De aanvragers zijn verplicht dit bewijs te verstrekken, behalve wanneer zulks feitelijk onmogelijk is en dit door de bevoegde ordonnateur wordt erkend.”. |
|
84) |
Het volgende artikel 174 bis wordt ingevoegd: „Artikel 174 bis Aanvragers zonder rechtspersoonlijkheid
Wanneer een subsidieaanvraag overeenkomstig artikel 114, lid 2, onder a), van het Financieel Reglement wordt ingediend door een aanvrager die geen rechtspersoonlijkheid heeft, dienen de vertegenwoordigers van die aanvrager het bewijs over te leggen dat zij bevoegd zijn, namens de aanvrager juridische verbintenissen aan te gaan, en dienen zij financiële waarborgen te verstrekken, die gelijkwaardig zijn met die van rechtspersonen.”. |
|
85) |
Artikel 175 komt als volgt te luiden: „Artikel 175 Financiële en administratieve sancties
Aanvragers die zich aan valse verklaringen, aanzienlijke fouten of onregelmatigheden of fraude schuldig hebben gemaakt, kunnen onder de in artikel 134 ter genoemde voorwaarden financiële of administratieve sancties, of beide, worden opgelegd, die evenredig zijn aan de waarde van de betrokken subsidies. Begunstigden die ernstig in gebreke zijn gebleven, omdat zij hun contractuele verplichtingen niet zijn nagekomen, kunnen dezelfde financiële of administratieve sancties, of beide, worden opgelegd.”. |
|
86) |
De volgende artikelen 175 bis en 175 ter worden ingevoegd: „Artikel 175 bis Geschiktheidscriteria
1. De geschiktheidscriteria worden in de oproep tot het indienen van voorstellen bekendgemaakt. 2. De geschiktheidscriteria behelzen de voorwaarden waarop aan een oproep tot het indienen van voorstellen kan worden deelgenomen. Zij worden opgesteld met inachtneming van de doelstellingen van de actie en van de beginselen van doorzichtigheid en niet-discriminatie. Artikel 175 ter Subsidies van zeer kleine bedragen
Als subsidies van een zeer klein bedrag worden subsidies beschouwd die lager zijn dan of gelijk aan 5 000 EUR.”. |
|
87) |
Aan artikel 176, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd: „Indien in de oproep tot het indienen van voorstellen geen bewijsstukken zijn gevraagd en de bevoegde ordonnateur twijfelt aan het financiële en operationele vermogen van een aanvrager, verzoekt hij hem alle passende documenten te verstrekken.”. |
|
88) |
Artikel 178 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
89) |
In artikel 180 wordt lid 2 als volgt gewijzigd:
|
|
90) |
Het volgende artikel 180 bis wordt ingevoegd: „Artikel 180 bis Vormen van subsidie
1. De subsidies van de Gemeenschap in de in artikel 108 bis, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde vorm worden berekend op grond van de subsidiabele kosten, zijnde de door de begunstigde werkelijk gedane uitgaven, waarvoor samen met het voorstel een voorlopige raming wordt ingediend die in het subsidiebesluit of de subsidieovereenkomst wordt opgenomen. 2. De vaste bedragen, bedoeld in artikel 108 bis, lid 1, onder b), van het Financieel Reglement, worden gebruikt om, in overeenstemming met het bepaalde in de overeenkomst en op grond van een raming, sommige uitgaven te dekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een actie of voor de gewone bedrijfsvoering van een begunstigde. 3. De forfaitaire financieringen, bedoeld in artikel 108 bis, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement, worden gebruikt om sommige van tevoren duidelijk omschreven specifieke categorieën uitgaven te dekken, door toepassing van hetzij een vooraf bepaald percentage, hetzij een tabel van eenheidskosten.”. |
|
91) |
Artikel 181 komt als volgt te luiden: „Artikel 181 Vaste bedragen en forfaitaire financieringen
1. De Commissie kan kan bij besluit toestaan, gebruik te maken van het volgende:
Het besluit bepaalt het maximumbedrag dat voor het totaal van deze financieringen wordt toegestaan, vastgesteld per subsidie of soort subsidie. 2. Vaste bedragen van meer dan 25 000 EUR per bedrag worden, indien van toepassing, toegestaan in het basisbesluit waarbij de toekenningsvoorwaarden en de maximumbedragen zijn vastgesteld. Deze bedragen worden om de twee jaar door de Commissie aangepast aan de hand van statistische gegevens en met behulp van soortgelijke objectieve middelen, zoals bedoeld in artikel 165, lid 2. 3. Het subsidiebesluit of de subsidieovereenkomst mag een forfaitaire financiering van de indirecte kosten van de begunstigde toestaan tot maximaal 7 % van de totale subsidiabele directe kosten van de actie, tenzij de begunstigde een uit de communautaire begroting gefinancierde exploitatiesubsidie ontvangt. Het maximum van 7 % mag worden overschreden bij een met redenen omkleed besluit van de Commissie. 4. Het subsidiebesluit of de subsidieovereenkomst bevat alle nodige bepalingen om na te gaan of aan de voorwaarden voor de toekenning van vaste bedragen of forfaitaire financieringen is voldaan.”. |
|
92) |
Artikel 184 komt als volgt te luiden: „Artikel 184 Uitvoeringsopdrachten
1. Onverminderd Richtlijn 2004/18/EG gunnen, wanneer voor de uitvoering van de gesubsidieerde acties een overheidsopdracht moet worden geplaatst, de begunstigden de opdracht aan de economisch voordeligste inschrijving, dat wil zeggen die welke de beste verhouding tussen de kwaliteit en de prijs biedt, met inachtneming van het doorzichtigheidsbeginsel en het beginsel van gelijke behandeling van potentiële contractanten, en waarbij er geen belangenconflict is. 2. Wanneer voor de uitvoering van de gesubsidieerde acties een overheidsopdracht moet worden geplaatst met een waarde van meer dan 60 000 EUR, kan de bevoegde ordonnateur de begunstigden specifieke regels opleggen naast die welke in lid 1 worden bedoeld. Die specifieke regels zijn gebaseerd op de regels in het Financieel Reglement, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de waarde van de betrokken opdrachten, het relatieve belang van de Gemeenschapsbijdrage in de totale kosten van de actie en het risico. Deze specifieke regels worden opgenomen in het subsidiebesluit of de subsidieovereenkomst.”. |
|
93) |
Het volgende artikel 184 bis wordt ingevoegd: „Artikel 184 bis Financiële steun aan derden
1. Mits de doelstellingen of te behalen resultaten voldoende nauwkeurig in de in artikel 120, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement bedoelde voorwaarden zijn vastgelegd, kan de discretionaire bevoegdheid worden geacht te zijn geëindigd indien in het subsidiebesluit of de subsidieovereenkomst tevens worden bepaald:
2. Voor de toepassing van artikel 120, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement is het maximumbedrag aan financiële steun dat een begunstigde aan derden mag uitbetalen, 100 000 EUR, waarbij voor iedere derde een maximum van 10 000 EUR geldt.”. |
|
94) |
Aan artikel 185 wordt de volgende alinea toegevoegd: „Het verslag over het begrotings- en financiële beheer staat los van het in artikel 121 van het Financieel Reglement bedoelde verslag over de uitvoering van de begroting.”. |
|
95) |
In artikel 187 wordt „artikel 185” vervangen door „artikel 121”. |
|
96) |
In artikel 207, lid 1, wordt „artikel 185” vervangen door „artikel 121”. |
|
97) |
In artikel 209, lid 1, wordt „artikel 185” vervangen door „artikel 121”. |
|
98) |
In artikel 210 wordt „artikel 185” vervangen door „artikel 121”. |
|
99) |
In artikel 219, lid 1, wordt „EOGFL, afdeling Garantie” vervangen door „EGFL”. |
|
100) |
In artikel 225 wordt „artikel 185” vervangen door „artikel 121”. |
|
101) |
De titel van titel I van deel II komt als volgt te luiden: „TITEL I (DEEL II, TITEL II, VAN HET FINANCIEEL REGLEMENT) STRUCTUURFONDSEN, COHESIEFONDS, EUROPEES VISSERIJFONDS EN LANDBOUWFONDS VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING”. |
|
102) |
In artikel 228 wordt „de Structuurfondsen en het Cohesiefonds” vervangen door „de Structuurfondsen, het Cohesiefonds, het Europees Visserijfonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling”. |
|
103) |
Aan artikel 229 wordt het volgende lid 7 toegevoegd: „7. De in artikel 160, lid 1 bis, van het Financieel Reglement bedoelde schuldvorderingsramingen worden voor registratie aan de rekenplichtige toegezonden.”. |
|
104) |
Artikel 232 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
105) |
Het volgende artikel 233 bis wordt ingevoegd: „Artikel 233 bis Ambtshalve doorhaling van gesplitste vastleggingskredieten bij meerjarenprogramma's
1. Bij de berekening van de in artikel 166, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde ambtshalve doorhalingen wordt het volgende buiten beschouwing gelaten:
De nationale autoriteiten die zich op overmacht overeenkomstig de eerste alinea, onder b), beroepen, moeten de rechtstreekse gevolgen voor de tenuitvoerlegging van het programma als geheel of van een deel daarvan aantonen. 2. De Commissie licht de begunstigde landen en de betrokken autoriteiten tijdig in wanneer het gevaar van ambtshalve doorhaling bestaat. De Commissie stelt de begunstigde landen en de betrokken autoriteiten in kennis van het bedrag dat volgens de gegevens in haar bezit ambtshalve moet worden doorgehaald. De begunstigde landen beschikken over een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van die kennisgeving om akkoord te gaan met het betrokken bedrag of hun opmerkingen kenbaar te maken. De Commissie gaat tot doorhaling ambtshalve over, uiterlijk negen maanden na de in artikel 166, lid 3, onder a) en b), van het Financieel Reglement vastgestelde termijn. 3. In geval van ambtshalve doorhaling wordt de financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de betrokken programma's voor het betrokken jaar met het desbetreffende bedrag verlaagd. Het begunstigde land legt zo nodig een herzien financieringsplan over, waarin de verlaging van de steun over de verschillende prioriteiten en maatregelen wordt verdeeld. Doet het begunstigde land dit niet, dan verlaagt de Commissie zo nodig de voor de onderscheiden prioriteiten en maatregelen toegewezen bedragen verhoudingsgewijs.”. |
|
106) |
Artikel 237 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
107) |
In artikel 240 komt lid 3 als volgt te luiden: „3. Het gunningsbericht wordt na de ondertekening van het contract toegezonden, behalve indien de opdracht geheim is verklaard, mocht dat nog noodzakelijk zijn, of de uitvoering van de opdracht gepaard moet gaan met speciale veiligheidsmaatregelen, of indien de bescherming van de wezenlijke belangen van de Europese Unie of het begunstigde land zulks vereist, en de bekendmaking van het gunningsbericht ongepast wordt geacht.”. |
|
108) |
In artikel 241, lid 1, komt de tweede alinea als volgt te luiden: „Voor opdrachten met een waarde van minder dan of gelijk aan 10 000 EUR volstaat één inschrijving.”. |
|
109) |
Aan artikel 242, lid 1, wordt het volgende punt h) toegevoegd:
|
|
110) |
Artikel 243, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
111) |
Aan artikel 244, lid 1, worden de volgende punten f), g) en h) toegevoegd:
|
|
112) |
In artikel 245, lid 1, komt de tweede alinea als volgt te luiden: „Voor opdrachten met een waarde van minder dan of gelijk aan 10 000 EUR of minder volstaat één inschrijving.”. |
|
113) |
Aan artikel 246, lid 1, eerste alinea, wordt het volgende punt e) toegevoegd:
|
|
114) |
Artikel 253 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
115) |
Artikel 258 komt als volgt te luiden: „Artikel 258 Delegatie van bevoegdheden van de instellingen aan interinstitutionele Europese bureaus
Elke instelling is verantwoordelijk voor de vastleggingen in de begroting. De instellingen kunnen aan de directeur van het betrokken interinstitutionele Europese bureau de bevoegdheid delegeren inzake alle daaropvolgende handelingen, in het bijzonder het aangaan van juridische verbintenissen, het valideren van uitgaven, het goedkeuren van betalingen en het innen van ontvangsten, en stellen de grenzen en voorwaarden van deze delegatie van bevoegdheden vast.”. |
|
116) |
Het volgende artikel 258 bis wordt ingevoegd: „Artikel 258 bis Specifieke regels voor het Bureau voor officiële publicaties
Elke instelling beslist ten aanzien van het Bureau voor officiële publicaties (OPOCE) over het te voeren publicatiebeleid. Overeenkomstig artikel 18 van het Financieel Reglement worden de netto-opbrengsten van de verkoop van publicaties door de instelling die er de auteur van is, als bestemmingsontvangsten gebruikt.”. |
|
117) |
Artikel 261 wordt geschrapt. |
|
118) |
Aan deel II wordt de volgende titel VI toegevoegd: „TITEL VI (DEEL II, TITEL VII, VAN HET FINANCIEEL REGLEMENT) DESKUNDIGEN”. |
|
119) |
Het volgende artikel 265 bis wordt ingevoegd: „Artikel 265 bis Externe deskundigen
1. Wanneer de waarde minder bedraagt dan de in artikel 158, lid 1, onder a), vastgestelde drempelwaarden, kunnen volgens de in lid 2 van dit artikel neergelegde procedure externe deskundigen worden geselecteerd voor taken die met name de beoordeling van voorstellen en de technische bijstand inhouden. 2. Een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling wordt in het bijzonder geplaatst in het Publicatieblad van de Europese Unie of op de internetsite van de betrokken instelling, om er bij potentiële gegadigden zo ruim mogelijke bekendheid aan te geven en met het oog op het opstellen van een lijst van deskundigen. De lijst die uit de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling voortvloeit, is niet langer geldig dan de looptijd van een meerjarenprogramma. Belangstellenden kunnen zich op elk tijdstip van de geldigheidsduur van de lijst aanmelden, behalve tijdens de laatste drie maanden. 3. Externe deskundigen worden niet op de in lid 2 bedoelde lijst geplaatst wanneer zij in een van de in artikel 93 van het Financieel Reglement bedoelde uitsluitingssituaties verkeren. 4. Externe deskundigen die voorkomen op de in lid 2 bedoelde lijst, worden geselecteerd op grond van hun geschiktheid om de in lid 1 bedoelde taken uit te voeren, met inachtneming van de beginselen van niet-discriminatie, gelijke behandeling en afwezigheid van belangenconflicten.”. |
|
120) |
Artikel 269 komt als volgt te luiden: „Artikel 269 Gedecentraliseerd beheer van pretoetredingssteun
In het kader van de in Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad (*7) en Verordening (EG) nr. 555/2000 van de Raad (*8) bedoelde pretoetredingssteun hebben de in artikel 35 vastgestelde regels betreffende de controle geen gevolgen voor het gedecentraliseerde beheer dat reeds samen met de betrokken kandidaat-lidstaten ten uitvoer wordt gelegd. |
|
121) |
In artikel 271 komt lid 1 als volgt te luiden: „1. De in de artikelen 54, 67, 119, 126, 128, 129, 130, 135, 151, 152, 164, 172, 173, 175 ter, 180, 181, 182, 226, 241, 243, 245 en 250 bepaalde drempelwaarden en bedragen worden om de drie jaar aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen in de Gemeenschap.”. |
Artikel 2
De procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten en het toekennen van subsidies die vóór 1 mei 2007 zijn ingeleid, blijven onderworpen aan de regels die bij de inleiding van deze procedures golden.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2007.
Artikel 1, punt 45, onder d), is echter van toepassing vanaf 1 januari 2008 en artikel 1, punt 59, is van toepassing vanaf 1 januari 2009.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 april 2007.
Voor de Commissie
Dalia GRYBAUSKAITĖ
Lid van de Commissie
(1) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).
(2) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1248/2006 (PB L 227 van 19.8.2006, blz. 3).
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/46 |
VERORDENING (EG) Nr. 479/2007 VAN DE COMMISSIE
van 27 april 2007
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2076/2005 tot vaststelling van overgangsregelingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004, (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (1), en met name op artikel 9,
Gelet op Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (2), en met name op artikel 16,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 2076/2005 van de Commissie (3) worden overgangsregelingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004, (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad vastgesteld. |
|
(2) |
Artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2074/2005 van de Commissie (4) voorziet in modelgezondheidscertificaten voor de invoer van bepaalde producten van dierlijke oorsprong voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 853/2004. Die producten zijn opgenomen in bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 2074/2005 en omvatten kikkerbilletjes en slakken, gelatine, collageen, visserijproducten, levende tweekleppige weekdieren en honing en andere producten van bijenteelt. |
|
(3) |
Artikel 7, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2076/2005 voorziet in een afwijking van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 2074/2005 voor in die bijlage bedoelde producten waarvoor de desbetreffende invoercertificaten zijn afgegeven overeenkomstig de geharmoniseerde communautaire voorschriften die eventueel vóór 1 januari 2006 golden of overeenkomstig de door de lidstaten vóór die datum in de andere gevallen toegepaste nationale voorschriften, en die tot en met 1 mei 2007 in de Gemeenschap mogen worden ingevoerd. |
|
(4) |
Om handelsverstoringen en administratieve moeilijkheden op de punten van binnenkomst in de Gemeenschap als gevolg van de late aanpassing van het certificeringssysteem van derde landen aan de nieuwe certificeringsregeling van Verordening (EG) nr. 2074/2005 te vermijden, moet het gebruik van certificaten die krachtens de vorige certificeringsregeling zijn afgegeven en vóór 1 mei 2007 zijn ondertekend, na 1 mei 2007 tot en met 30 juni 2007 worden toegestaan voor de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage VI bij die verordening bedoelde producten. |
|
(5) |
Visolie valt onder de definitie van visserijproducten. Specifieke voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van voor menselijke consumptie bestemde visolie zijn vastgesteld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004. Artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2076/2005 voorziet echter tot en met 31 oktober 2007 in een afwijking van die bijlage voor inrichtingen in derde landen die voor menselijke consumptie bestemde visolie produceren. Er moeten dienovereenkomstig overgangsregelingen worden getroffen om de invoer van dergelijke producten in de Gemeenschap tot en met 31 december 2007 toe te staan, als deze vergezeld gaan van certificaten die zijn afgegeven overeenkomstig de nationale voorschriften die golden vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1664/2006 van de Commissie. |
|
(6) |
Krachtens artikel 17 van Verordening (EG) nr. 2076/2005 mogen bepaalde derde landen die nog geen communautaire controle hebben ondergaan onder bepaalde voorwaarden levende tweekleppige weekdieren en visserijproducten naar de Gemeenschap uitvoeren. Deze producten moeten vergezeld gaan van de in de Beschikkingen 95/328/EG (5) en 96/333/EG (6) van de Commissie vastgestelde modelgezondheidscertificaten, die alleen een verklaring betreffende volksgezondheidsaspecten bevatten. Om diergezondheidsdoeleinden moeten deze modelgezondheidscertificaten worden aangevuld met de bij Verordening (EG) nr. 2074/2005 ingevoerde certificaten, die betrekking hebben op zowel volks- als diergezondheidsaspecten. Voor de duidelijkheid en de rechtszekerheid en om de administratieve last te verminderen is het daarom nodig dat alleen wordt verwezen naar de bij Verordening (EG) nr. 2074/2005 ingevoerde certificaten. |
|
(7) |
Verordening (EG) nr. 2076/2005 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 2076/2005 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 7 wordt lid 4 vervangen door: „4. In afwijking van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 2074/2005
|
|
2) |
In artikel 17, lid 2, wordt punt b) vervangen door:
|
|
3) |
Aan artikel 17, lid 2, wordt de volgende punt c) toegevoegd:
|
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 april 2007.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55, gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).
(2) PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206, gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 83. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006.
(3) PB L 338 van 22.12.2005, blz. 83. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1666/2006 (PB L 320 van 18.11.2006, blz. 47).
(4) PB L 338 van 22.12.2005, blz. 27. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1664/2006 (PB L 320 van 18.11.2006, blz. 13).
(5) PB L 191 van 12.8.1995, blz. 32. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2004/109/EG (PB L 32 van 5.2.2004, blz. 17).
(6) PB L 127 van 25.5.1996, blz. 33. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2004/119/EG (PB L 36, 7.2.2004, blz. 56).
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/48 |
VERORDENING (EG) Nr. 480/2007 VAN DE COMMISSIE
van 27 april 2007
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1555/96 met betrekking tot de drempelvolumes voor de toepassing van de aanvullende rechten voor komkommers en voor kersen, andere dan zure kersen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 33, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 1555/96 van de Commissie van 30 juli 1996 houdende uitvoeringsbepalingen van de regeling met betrekking tot de aanvullende invoerrechten in de sector groenten en fruit (2) voorziet in toezicht op de invoer van de in de bijlage bij die verordening genoemde producten. Voor dit toezicht gelden de uitvoeringsbepalingen die in artikel 308 quinquies van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (3) zijn vastgesteld. |
|
(2) |
Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 4, van de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten Overeenkomst inzake de landbouw (4) en op grond van de meest recente gegevens over 2004, 2005 en 2006, moeten de drempelvolumes voor de toepassing van de aanvullende rechten worden gewijzigd voor komkommers en voor kersen, andere dan zure kersen. |
|
(3) |
Verordening (EG) nr. 1555/96 moet derhalve worden gewijzigd. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verse groenten en fruit, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1555/96 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 april 2007.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 van de Commissie (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).
(2) PB L 193 van 3.8.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1822/2006 (PB L 351 van 13.12.2006, blz. 7).
(3) PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 214/2007 (PB L 62 van 1.3.2007, blz. 6).
BIJLAGE
„BIJLAGE
Onverminderd de regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, wordt de tekst van de omschrijving als louter indicatief beschouwd. De werkingssfeer van de aanvullende rechten wordt in het kader van deze bijlage bepaald door de draagwijdte van de GN-codes zoals deze bij de vaststelling van de onderhavige verordening bestaan.
|
Volgnummer |
GN-code |
Omschrijving van de producten |
Toepassingsperiode |
Drempelvolume (ton) |
||
|
78.0015 |
0702 00 00 |
Tomaten |
|
260 852 |
||
|
78.0020 |
|
18 281 |
||||
|
78.0065 |
0707 00 05 |
Komkommer |
|
3 462 |
||
|
78.0075 |
|
7 332 |
||||
|
78.0085 |
0709 10 00 |
Artisjokken |
|
5 770 |
||
|
78.0100 |
0709 90 70 |
Courgettes |
|
37 250 |
||
|
78.0110 |
0805 10 20 |
Sinaasappelen |
|
271 744 |
||
|
78.0120 |
0805 20 10 |
Clementines |
|
116 637 |
||
|
78.0130 |
0805 20 30 0805 20 50 0805 20 70 0805 20 90 |
Mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen); wilkings en soortgelijke kruisingen van citrusvruchten |
|
91 359 |
||
|
78.0155 |
0805 50 10 |
Citroenen |
|
324 362 |
||
|
78.0160 |
|
35 247 |
||||
|
78.0170 |
0806 10 10 |
Tafeldruiven |
|
189 604 |
||
|
78.0175 |
0808 10 80 |
Appelen |
|
1 026 501 |
||
|
78.0180 |
|
51 941 |
||||
|
78.0220 |
0808 20 50 |
Peren |
|
309 624 |
||
|
78.0235 |
|
45 069 |
||||
|
78.0250 |
0809 10 00 |
Abrikozen |
|
4 569 |
||
|
78.0265 |
0809 20 95 |
Kersen, andere dan zure kersen |
|
114 530 |
||
|
78.0270 |
0809 30 |
Perziken, nectarines daaronder begrepen |
|
17 411 |
||
|
78.0280 |
0809 40 05 |
Pruimen |
|
11 155 ” |
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/50 |
VERORDENING (EG) Nr. 481/2007 VAN DE COMMISSIE
van 27 april 2007
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 817/2006 tot verlenging van de beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 798/2004
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 817/2006 van de Raad van 29 mei 2006 tot verlenging van de beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 798/2004 (1), en met name op artikel 12, onder b),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In bijlage III bij Verordening (EG) nr. 817/2006 worden de personen genoemd van wie de tegoeden en economische middelen krachtens artikel 6 van die verordening worden bevroren. |
|
(2) |
Bij Besluit 2007/248/GBVB van de Raad (2) wordt bijlage I bij Gemeenschappelijk Standpunt 2006/318/GBVB (3) gewijzigd. Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 817/2006 dient daarom dienovereenkomstig te worden gewijzigd. |
|
(3) |
Teneinde de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient deze verordening onmiddellijk in werking te treden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 817/2006 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 april 2007.
Voor de Commissie
Eneko LANDÁBURU
Directeur-generaal Buitenlandse betrekkingen
(1) PB L 148 van 2.6.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1411/2006 (PB L 267 van 27.9.2006, blz. 1).
BIJLAGE
Lijst van personen bedoeld in artikel 6, artikel 7 en artikel 12
Toelichtende noot:
|
1. |
Aliassen of spellingsvarianten gaan vergezeld van de vermelding „o.b.a.” (ook bekend als). |
|
2. |
„geb.” staat voor „geboortedatum”. |
A. RAAD VOOR VREDE EN ONTWIKKELING (SPDC)
|
|
Naam (en eventuele aliassen) |
Nadere gegevens (functie/titel, geboortedatum en -plaats, nummer paspoort/identiteitsbewijs, echtgenoot of zoon/dochter van …) |
Geslacht (M/V) |
|
A1a |
Opperbevelhebber generaal Than Shwe |
Voorzitter, geb. 2.2.1933 |
M |
|
A1b |
Kyaing Kyaing |
Echtgenote van opperbevelhebber gen. Than Shwe |
V |
|
A1c |
Thandar Shwe |
Dochter van opperbevelhebber gen. Than Shwe |
V |
|
A1ci |
Majoor Zaw Phyo Win |
Echtgenoot van Thandar Shwe Adjunct-directeur export, ministerie van Handel |
M |
|
A1d |
Khin Pyone Shwe |
Dochter van opperbevelhebber gen. Than Shwe |
V |
|
A1e |
Aye Aye Thit Shwe |
Dochter van opperbevelhebber gen. Than Shwe |
V |
|
A1f |
Tun Naing Shwe, o.b.a. Tun Tun Naing |
Zoon van opperbevelhebber gen. Than Shwe |
M |
|
A1g |
Khin Thanda |
Echtgenote van Tun Naing Shwe |
V |
|
A1h |
Kyaing San Shwe |
Zoon van opperbevelhebber gen. Than Shwe |
M |
|
A1i |
Dr. Khin Win Sein |
Echtgenote van Kyaing San Shwe |
V |
|
A1j |
Thant Zaw Shwe, o.b.a. Maung Maung |
Zoon van opperbevelhebber gen. Than Shwe |
M |
|
A1k |
Dewar Shwe |
Dochter van opperbevelhebber gen. Than Shwe |
V |
|
A1l |
Kyi Kyi Shwe |
Dochter van opperbevelhebber gen. Than Shwe |
V |
|
A2a |
Vice-opperbevelhebber gen. Maung Aye |
Vicevoorzitter, geb. 25.12.1937 |
M |
|
A2b |
Mya Mya San |
Echtgenote van vice-opperbevelhebber gen. Maung Aye |
V |
|
A2c |
Nandar Aye |
Dochter van vice-opperbevelhebber gen. Maung Aye, echtgenote van majoor Pye Aung (D17g) |
V |
|
A3a |
Generaal Thura Shwe Mann |
Chef-staf, coördinator speciale operaties (land-, zee- en luchtmacht), geb. 11.7.1947 |
M |
|
A3b |
Khin Lay Thet |
Echtgenote van Generaal Thura Shwe Mann, geb. 19.6.1947 |
V |
|
A3c |
Aung Thet Mann o.b.a. Shwe Mann Ko Ko |
Zoon van gen. Thura Shwe Mann, Ayeya Shwe War Company, geb. 19.6.1977 paspoort nr. CM102233 |
M |
|
A3d |
Khin Hnin Thandar |
Echtgenote van Aung Thet Mann |
V |
|
A3e |
Toe Naing Mann |
Zoon van Shwe Mann, geb. 29.6.1978 |
M |
|
A3f |
Zay Zin Latt |
Echtgenote van Toe Naing Mann, dochter van Khin Shwe (J5a), geb. 24.3.1981 |
V |
|
A4a |
Gen. Soe Win |
Premier sinds 19.10.2004, geb. 1946 |
M |
|
A4b |
Than Than Nwe |
Echtgenote van gen. Soe Win |
V |
|
A5a |
Lt.-gen. Thein Sein |
Secretaris 1 (sinds 19.10.2004) & adjudant-generaal |
M |
|
A5b |
Khin Khin Win |
Echtgenote van lt.-gen. Thein Sein |
F |
|
A6a |
Lt.-gen. (Thiha Thura) Tin Aung Myint Oo |
(Thiha Thura is een titel) Hoofdintendant van de strijdkrachten |
M |
|
A6b |
Khin Saw Hnin |
Echtgenote van lt.-gen. Thiha Thura Tin Aung Myint Oo |
V |
|
A7a |
Lt.-gen. Kyaw Win |
Hoofd bureau speciale operaties 2 (deelstaat Kayah), hoofd van de USDA |
M |
|
A7b |
San San Yee, o.b.a. San San Yi |
Echtgenote van lt.-gen. Kyaw Win |
V |
|
A7c |
Nyi Nyi Aung |
Zoon van lt.-gen. Kyaw Win |
M |
|
A7d |
San Thida Win |
Echtgenote van Nyi Nyi Aung |
V |
|
A7e |
Min Nay Kyaw Win |
Zoon van lt.-gen. Kyaw Win |
M |
|
A7f |
Dr. Phone Myint Htun |
Zoon van lt.-gen. Kyaw Win |
M |
|
A7g |
San Sabai Win |
Echtgenote van dr. Phone Myint Htun |
V |
|
A8a |
Lt.-gen. Tin Aye |
Hoofd van de militaire aankoopdienst en van UMEH |
M |
|
A8b |
Kyi Kyi Ohn |
Echtgenote van lt.-gen. Tin Aye |
V |
|
A8c |
Zaw Min Aye |
Zoon van lt.-gen. Tin Aye |
M |
|
A9a |
Lt.-gen. Ye Myint |
Hoofd van het Bureau Speciale Operaties 1 (Kachin, Chin, Sagaing, Magwe, Mandalay) |
M |
|
A9b |
Tin Lin Myint |
Echtgenote van lt.-gen. Ye Myint, geb. 25.1.1947 |
V |
|
A9c |
Theingi Ye Myint |
Dochter van lt.-gen. Ye Myint |
V |
|
A9d |
Aung Zaw Ye Myint |
Zoon van lt.-gen. Ye Myint, Yetagun Construction Co |
M |
|
A9e |
Kay Khaing Ye Myint |
Dochter van lt.-gen. Ye Myint |
V |
|
A10a |
Lt.-gen. Aung Htwe |
Hoofd opleiding van de strijdkrachten |
M |
|
A10b |
Khin Hnin Wai |
Echtgenote van lt.-gen. Aung Htwe |
V |
|
A11a |
Lt.-gen. Khin Maung Than |
Hoofd Bureau Speciale Operaties 3 (Pegu, Irrawaddy, Arakan) |
M |
|
A11b |
Marlar Tint |
Echtgenote van lt.-gen. Khin Maung Than |
V |
|
A12a |
Lt.-gen. Maung Bo |
Hoofd Bureau Speciale Operaties 4 (Karen, Mon, Tenasserim) |
M |
|
A12b |
Khin Lay Myint |
Echtgenote van lt.-gen. Maung Bo |
V |
|
A12c |
Kyaw Swa Myint |
Zoon van lt.-gen. Maung Bo, zakenman |
M |
|
A13a |
Lt.-gen. Myint Swe |
Hoofd Bureau Speciale Operaties 5 (Naypyidaw, Rangoon/Yangon) |
M |
|
A13b |
Khin Thet Htay |
Echtgenote van lt.-gen. Myint Swe |
V |
B. REGIONALE BEVELHEBBERS
|
|
Naam |
Nadere gegevens (incl. commando) |
Geslacht (M/V) |
|
B1a |
Gen.-maj. Hla Htay Win |
Rangoon (Yangon) |
M |
|
B1b |
Mar Mar Wai |
Echtgenote van gen.-maj. Hla Htay Win |
V |
|
B2a |
Brig.-gen. Thaung Aye |
Oost (Deelstaat Shan (Zuid)) |
M |
|
B2b |
Thin Myo Myo Aung |
Echtgenote van brig.-gen. Thaung Aye |
V |
|
B3a |
Gen.-maj. Thar Aye, o.b.a. Tha Aye |
Noordwest (Divisie Sagaing) |
M |
|
B3b |
Wai Wai Khaing, o.b.a. Wei Wei Khaing |
Echtgenote van gen.-maj. Thar Aye |
V |
|
B4a |
Brig.-gen. Khin Zaw Oo |
Kust (Divisie Tanintharyi) |
M |
|
B5a |
Brig.-gen. Aung Than Htut |
Noordoost (Deelstaat Shan (Noord)) |
M |
|
B6a |
Gen.-maj. Khin Zaw |
Centrum (Divisie Mandalay) |
M |
|
B6b |
Khin Pyone Win |
Echtgenote van gen.-maj. Khin Zaw |
V |
|
B6c |
Kyi Tha Khin Zaw |
Zoon van gen.-maj. Khin Zaw |
M |
|
B6d |
Su Khin Zaw |
Dochter van gen.-maj. Khin Zaw |
V |
|
B7a |
Brig-gen. Maung Shein |
West (Deelstaat Rakhine) |
M |
|
B8a |
Gen.-maj. Thura Myint Aung |
Zuidwest (Divisie Irrawaddy) |
M |
|
B8b |
Than Than Nwe |
Echtgenote van gen.-maj. Thura Myint Aung |
V |
|
B9a |
Gen.-maj. Ohn Myint |
Noorden - Deelstaat Kachin |
V |
|
B9b |
Nu Nu Swe |
Echtgenote van gen.-maj. Ohn Myint |
V |
|
B9c |
Kyaw Thiha |
Zoon van gen.-maj. Ohn Myint |
M |
|
B9d |
Nwe Ei Ei Zin |
Echtgenote van Kyaw Thiha |
V |
|
B10a |
Gen.-maj. Ko Ko |
Zuid (Divisie Bago) |
M |
|
B10b |
Sao Nwan Khun Sum |
Echtgenote van gen.-maj. Ko Ko |
V |
|
B11a |
Brig.-gen. Khin Naing Win |
Zuidoost (Deelstaat Mon) |
M |
|
B12a |
Gen.-maj. Min Aung Hlaing |
Driehoek (Deelstaat Shan (Oost)) |
M |
|
B13a |
Brig.-gen. Wai Lwin |
Naypyidaw (nieuwe post van regionaal bevelhebber) |
M |
|
B13b |
Swe Swe Oo |
Echtgenote van brig.-gen. Wai Lwin |
V |
|
B13c |
Wai Phyo |
Zoon van brig.-gen. Wai Lwin |
M |
|
B13d |
Lwin Yamin |
Dochter van brig.-gen. Wai Lwin |
V |
C. REGIONALE VICEBEVELHEBBERS
|
|
Naam |
Nadere gegevens (incl. commando) |
Geslacht (M/V) |
|
C1a |
Colonel Kyaw Kyaw Tun |
Rangoon (Yangon) |
M |
|
C1b |
Khin May Latt |
Echtgenote van kol. Kyaw Kyaw Tun |
V |
|
C2a |
Brig.-gen. Nay Win |
Centrum |
M |
|
C2b |
Nan Aye Mya |
Echtgenote van brig.-gen. Nay Win |
V |
|
C3a |
Brig.-gen. Tin Maung Ohn |
Noordwest |
M |
|
C4a |
Brig-gen. San Tun |
Noord |
M |
|
C4b |
Tin Sein |
Echtgenote van brig.-gen. San Tun |
V |
|
C5a |
Brig.-gen. Hla Myint |
Noordoost |
M |
|
C5b |
Su Su Hlaing |
Echtgenote van brig.-gen. Hla Myint |
V |
|
C6a |
Brig.-gen. Wai Lwin |
Driehoek |
M |
|
C7a |
Brig.-gen. Win Myint |
Oost |
M |
|
C8a |
Kol. Zaw Min |
Zuidoost |
M |
|
C8b |
Nyunt Nyunt Wai |
Echtgenote van kol. Zaw Min |
V |
|
C9a |
Brig.-gen. Hone Ngaing/Hon Ngai |
Kust |
M |
|
C10a |
Brig-gen. Thura Maung Ni |
Zuid |
M |
|
C10b |
Nan Myint Sein |
Echtgenote van brig.-gen. Thura Maung Ni |
V |
|
C11a |
Brig.-gen. Tint Swe |
Zuidwest |
M |
|
C11b |
Khin Thaung |
Echtgenote van brig.-gen. Tint Swe |
V |
|
C11c |
Ye Min, o.b.a. Ye Kyaw Swar Swe |
Zoon van brig.-gen. Tint Swe |
M |
|
C11d |
Su Mon Swe |
Echtgenote van Ye Min |
V |
|
C12a |
Brig.-gen. Tin Hlaing |
West |
M |
D. MINISTERS
|
|
Naam |
Nadere gegevens (incl. ministerie) |
Geslacht (M/V) |
|
D3a |
Gen-maj. Htay Oo |
Landbouw en Irrigatie sinds 18.9.2004 (voordien Coöperaties sinds 25.8.2003) secretaris-generaal van USDA |
M |
|
D3b |
Ni Ni Win |
Echtgenote van gen.-maj. Htay Oo |
V |
|
D3c |
Thein Zaw Nyo |
Cadet. Zoon van gen.-maj. Htay Oo |
M |
|
D4a |
Brig.-gen. Tin Naing Thein |
Handel sinds 18.9.2004, (voordien viceminister van Bosbouw) |
M |
|
D4b |
Aye Aye |
Echtgenote van brig.-gen. Tin Naing Thein |
V |
|
D5a |
Gen. Maj. Saw Tun |
Openbare werken (sinds 15.6.1995), geb. 8.5.1935 |
M |
|
D5b |
Myint Myint Ko |
Echtgenote van gen.-maj. Saw Tun, geb. 11.1.1945 |
V |
|
D5c |
Me Me Tun |
Dochter van gen.-maj. Saw Tun, geb. 26.10.1967. Paspoort nr. 415194 |
V |
|
D5d |
Maung Maung Lwin |
Echtgenoot van Me Me Tun, geb. 2.1.1969 |
M |
|
D6a |
Gen.-maj. Tin Htut |
Coöperaties (sinds 15.5.2006) |
M |
|
D6b |
Tin Tin Nyunt |
Echtgenote van gen.-maj. Tin Htut |
V |
|
D7a |
Gen.-maj. Khin Aung Myint |
Cultuur (sinds 15.5.2006) |
M |
|
D7b |
Khin Phyone |
Echtgenote van gen.-maj. Khin Aung Myint |
V |
|
D8a |
Dr. Chan Nyein |
Onderwijs (sinds 10.8.2005), voordien minister van Wetenschap en Technologie |
M |
|
D8b |
Sandar Aung |
Echtgenote van dr. Chan Nyein |
V |
|
D9a |
Kol. Zaw Min |
Elektriciteitsvoorziening (1) (sinds 15.5.2006) |
M |
|
D9b |
Khin Mi Mi |
Echtgenote van kol. Zaw Min |
V |
|
D10a |
Brig.-gen. Lun Thi |
Energie (sinds 20.12.1997) |
M |
|
D10b |
Khin Mar Aye |
Echtgenote van brig.-gen. Lun Thi |
V |
|
D10c |
Mya Sein Aye |
Dochter van brig.-gen. Lun Thi |
V |
|
D10d |
Zin Maung Lun |
Zoon van brig.-gen. Lun Thi |
M |
|
D10e |
Zar Chi Ko |
Echtgenote van Zin Maung Lun |
V |
|
D11a |
Gen.-maj. Hla Tun |
Financiën en Belastingen (sinds 1.2.2003) |
M |
|
D11b |
Khin Than Win |
Echtgenote van gen.-maj. Hla Tun |
V |
|
D12a |
Nyan Win |
Buitenlandse Zaken sinds 18.9.2004, voormalig plaatsvervangend hoofd opleiding strijdkrachten, geb. 22.1.1953 |
M |
|
D12b |
Myint Myint Soe |
Echtgenote van Nyan Win |
V |
|
D13a |
Brig.-gen. Thein Aung |
Bosbouw (sinds 25.8.2003) |
M |
|
D13b |
Khin Htay Myint |
Echtgenote van brig.-gen. Thein Aung |
V |
|
D14a |
Prof. dr. Kyaw Myint |
Volksgezondheid (sinds 1.2.2003) |
M |
|
D14b |
Nilar Thaw |
Echtgenote van prof. dr. Kyaw Myint |
V |
|
D15a |
Gen.-maj. Maung Oo |
Binnenlandse Zaken (sinds 5.11.2004) |
M |
|
D15b |
Nyunt Nyunt Oo |
Echtgenote van gen.-maj. Maung Oo |
V |
|
D16a |
Gen.-maj. Maung Maung Swe |
Ministerie van Immigratie en Bevolking, alsmede ministerie van Sociale Zaken, Bijstand en Hervestiging (sinds 15.5.2006) |
M |
|
D16b |
Tin Tin Nwe |
Echtgenote van gen.-maj. Maung Maung Swe |
V |
|
D16c |
Ei Thet Thet Swe |
Dochter van gen.-maj. Maung Maung Swe |
V |
|
D16d |
Kaung Kyaw Swe |
Zoon van gen.-maj. Maung Maung Swe |
M |
|
D17a |
Aung Thaung |
Industrie 1 (sinds 15.11.1997) |
M |
|
D17b |
Khin Khin Yi |
Echtgenote van Aung Thaung |
V |
|
D17c |
Majoor Moe Aung |
Zoon van Aung Thaung |
M |
|
D17d |
Dr. Aye Khaing Nyunt |
Echtgenote van maj. Moe Aung |
V |
|
D17e |
Nay Aung |
Zoon van Aung Thaung, zakenman, directeur, Aung Yee Phyoe Co. Ltd |
M |
|
D17f |
Khin Moe Nyunt |
Echtgenote van Nay Aung |
V |
|
D17g |
Majoor Pyi Aung, o.b.a. Pye Aung |
Zoon van Aung Thaung (gehuwd met A2c) |
M |
|
D17h |
Khin Ngu Yi Phyo |
Dochter van Aung Thaung |
V |
|
D17i |
Dr. Thu Nandi Aung |
Dochter van Aung Thaung |
V |
|
D17j |
Aye Myat Po Aung |
Dochter van Aung Thaung |
V |
|
D18a |
Gen.-maj. Saw Lwin |
Industrie 2 (sinds 14.11.1998) |
M |
|
D18b |
Moe Moe Myint |
Echtgenote van gen.-maj. Saw Lwin |
V |
|
D19a |
Brig.-gen. Kyaw Hsan |
Informatie (sinds 13.9.2002) |
M |
|
D19b |
Kyi Kyi Win |
Echtgenote van brig.-gen. Kyaw Hsan |
V |
|
D20a |
Brig-gen. Maung Maung Thein |
Veeteelt en Visserij |
M |
|
D20b |
Myint Myint Aye |
Echtgenote van Brig.-gen. Maung Maung Thein |
V |
|
D20c |
Min Thein |
Zoon van brig.-gen. Maung Maung Thein |
M |
|
D21a |
Brig.-gen. Ohn Myint |
Mijnbouw (sinds 15.11.1997) |
M |
|
D21b |
San San |
Echtgenote van brig.-gen. Ohn Myint |
V |
|
D21c |
Thet Naing Oo |
Zoon van brig.-gen. Ohn Myint |
M |
|
D21d |
Min Thet Oo |
Zoon van brig.-gen. Ohn Myint |
M |
|
D22a |
Soe Tha |
Nationale Planning en Economische Ontwikkeling (sinds 20.12.1997) |
M |
|
D22b |
Kyu Kyu Win |
Echtgenote van Soe Tha |
V |
|
D22c |
Kyaw Myat Soe |
Zoon van Soe Tha |
M |
|
D22d |
Wei Wei Lay |
Echtgenote van Kyaw Myat Soe |
V |
|
D22e |
Aung Soe Tha |
Zoon van Soe Tha |
M |
|
D23a |
Kol. Thein Nyunt |
Vooruitgang in grensgebieden, Etnische groepen en Ontwikkeling (sinds 15.11.1997), burgemeester van Naypyidaw |
M |
|
D23b |
Kyin Khaing |
Echtgenote van kol. Thein Nyunt |
V |
|
D24a |
Gen.-maj. Aung Min |
Spoorvervoer (sinds 1.2.2003) |
M |
|
D24b |
Wai Wai Thar, o.b.a. Wai Wai Tha |
Echtgenote van gen.-maj. Aung Min |
V |
|
D25a |
Brig.-gen. Thura Myint Maung |
Religieuze Zaken (sinds 25.8.2003) |
M |
|
D25b |
Aung Kyaw Soe |
Zoon van brig.-gen. Thura Myint Maung |
M |
|
D25c |
Su Su Sandi |
Echtgenote van Aung Kyaw Soe |
V |
|
D25d |
Zin Myint Maung |
Dochter van brig.-gen. Thura Myint Maung |
V |
|
D26a |
Thaung |
Wetenschap en Technologie (sinds november 1998), thans Arbeid (sinds 5.11.2004) |
M |
|
D26b |
May Kyi Sein |
Echtgenote van Thaung |
V |
|
D27a |
Brig.-gen. Thura Aye Myint |
Sport (sinds 29.10.1999) |
M |
|
D27b |
Aye Aye |
Echtgenote van brig.-gen. Thura Aye Myint |
V |
|
D27c |
Nay Linn |
Zoon van brig.-gen. Thura Aye Myint |
M |
|
D28a |
Brig.-gen. Thein Zaw |
Minister van Telecommunicatie, Post en Telegrafie (sinds 10.5.2001) |
M |
|
D28b |
Mu Mu Win |
Echtgenote van brig.-gen. Thein Zaw |
V |
|
D29a |
Gen.-maj. Thein Swe |
Vervoer, sinds 18.9.2004 (voordien kabinet van de premier sinds 25.8.2003) |
M |
|
D29b |
Mya Theingi |
Echtgenote van gen.-maj. Thein Swe |
V |
|
D30a |
Gen.-maj. Soe Naing |
Minister van Hotelwezen en Toerisme (sinds 15.5.2006) |
M |
|
D30b |
Tin Tin Latt |
Echtgenote van gen.-maj. Soe Naing |
V |
|
D30c |
Wut Yi Oo |
Dochter van gen.-maj. Soe Naing |
V |
|
D30d |
Kapitein Htun Zaw Win |
Echtgenoot van Wut Yi Oo |
M |
|
D30e |
Yin Thu Aye |
Dochter van gen.-maj. Soe Naing |
V |
|
D30f |
Yi Phone Zaw |
Zoon van gen.-maj. Soe Naing |
M |
|
D31a |
Gen.-maj. Khin Maung Myint |
Elektriciteitsvoorziening (2) (nieuw ministerie), (sinds 15.5.2006) |
M |
|
D31b |
Win Win Nu |
Echtgenote van gen.-maj. Khin Maung Myint |
V |
E. VICEMINISTERS
|
|
Naam |
Nadere gegevens (incl. ministerie) |
Geslacht (M/V) |
|
E1a |
Ohn Myint |
Landbouw en Irrigatie (sinds 15.11.1997) |
M |
|
E1b |
Thet War |
Echtgenote van Ohn Myint |
V |
|
E2a |
Brig.-gen. Aung Tun |
Handel (sinds 13.9.2003) |
M |
|
E3a |
Brig.-gen. Myint Thein |
Openbare werken (sinds 5.1.2000) |
M |
|
E3b |
Mya Than |
Echtgenote van brig.-gen. Myint Thein |
V |
|
E4a |
U Tint Swe |
Openbare werken (sinds 7.5.1998) |
M |
|
E5a |
Gen.-maj. Aye Myint (sinds 15.5.2006) |
Defensie |
M |
|
E6a |
Myo Nyunt |
Onderwijs (sinds 8.7.1999) |
M |
|
E6b |
Marlar Thein |
Echtgenote van Myo Nyunt |
V |
|
E7a |
Brig.-gen. Aung Myo Min |
Onderwijs (sinds 19.11.2003) |
M |
|
E7b |
Thazin Nwe |
Echtgenote van brig.-gen. Aung Myo Min |
V |
|
E8a |
Myo Myint |
Elektriciteitsvoorziening 1 (sinds 29.10.1999) |
M |
|
E8b |
Tin Tin Myint |
Echtgenote van Myo Myint |
V |
|
E8c |
Aung Khaing Moe |
Zoon van Myo Myint, geb. 25.6.1967 (Naar wordt aangenomen bevindt hij zich op dit ogenblik in het Verenigd Koninkrijk; is vertrokken vóór opneming op de lijst) |
M |
|
E9a |
Brig.-gen. Than Htay |
Energie (sinds 25.8.2003) |
M |
|
E9b |
Soe Wut Yi |
Echtgenote van brig.-gen. Than Htay |
V |
|
E10a |
Kol. Hla Thein Swe |
Financiën en Belastingen (sinds 25.8.2003) |
M |
|
E10b |
Thida Win |
Echtgenote van kol. Hla Thein Swe |
V |
|
E11a |
Kyaw Thu |
Buitenlandse Zaken (sinds 25.8.2003), geb. 15.8.1949 |
M |
|
E11b |
Lei Lei Kyi |
Echtgenote van Kyaw Thu |
V |
|
E12a |
Maung Myint |
Buitenlandse Zaken (sinds 18.9.2004) |
M |
|
E12b |
Dr. Khin Mya Win |
Echtgenote van Maung Myint |
V |
|
E13a |
Prof. dr. Mya Oo |
Volksgezondheid (sinds 16.11.1997), geb. 25.1.1940 |
M |
|
E13b |
Tin Tin Mya |
Echtgenote van prof. dr. Mya Oo |
V |
|
E13c |
Dr. Tun Tun Oo |
Zoon van prof. dr. Mya Oo, geb. 26.7.1965 |
M |
|
E13d |
Dr. Mya Thuzar |
Dochter van prof. dr. Mya Oo, geb. 23.9.1971 |
V |
|
E13e |
Mya Thidar |
Dochter van prof. dr. Mya Oo, geb. 10.6.1973 |
V |
|
E13f |
Mya Nandar |
Dochter van prof. dr. Mya Oo, geb. 29.5.1976 |
V |
|
E14a |
Brig.-gen. Phone Swe |
Binnenlandse Zaken (sinds 25.8.2003) |
M |
|
E14b |
San San Wai |
Echtgenote van brig.-gen. Phone Swe |
V |
|
E15a |
Brig.-gen. Aye Myint Kyu |
Hotelwezen en Toerisme (sinds 16.11.1997) |
M |
|
E15b |
Khin Swe Myint |
Echtgenote van brig.-gen. Aye Myint Kyu |
V |
|
E16a |
Brig.-gen. Win Sein |
Immigratie en Bevolking (sinds november 2006) |
M |
|
E16b |
Wai Wai Linn |
Echtgenote van brig.-gen. Win Sein |
V |
|
E17a |
Lt.-kol. Khin Maung Kyaw |
Industrie 2 (sinds 5.1.2000) |
M |
|
E17b |
Mi Mi Wai |
Echtgenote van lt.-kol. Khin Maung Kyaw |
V |
|
E18a |
Gen.-maj. Aung Kyi |
Arbeid (sinds november 2006) |
M |
|
E18b |
Thet Thet Swe |
Echtgenote van gen.-maj. Aung Kyi |
V |
|
E19a |
Kol. Tin Ngwe |
Vooruitgang in Grensgebieden, Etnische Groepen en Ontwikkeling (sinds 25.8.2003) |
M |
|
E19b |
Khin Mya Chit |
Echtgenote van kol. Tin Ngwe |
V |
|
E20a |
Thura Thaung Lwin |
(Thura is een titel) Spoorvervoer (sinds 16.11.1997) |
M |
|
E20b |
Dr. Yi Yi Htwe |
Echtgenote van Thura Thaung Lwin |
V |
|
E21a |
Brig.-gen. Thura Aung Ko |
(Thura is een titel) Religieuze Zaken, lid van USDA CEC (sinds 17.11.1997) |
M |
|
E21b |
Myint Myint Yee, o.b.a. Yi Yi Myint |
Echtgenote van brig.-gen. Thura Aung Ko |
V |
|
E22a |
Kyaw Soe |
Wetenschap en Technologie (sinds 15.11.2004) |
M |
|
E23a |
Kol. Thurein Zaw |
Nationale Planning en Economische Ontwikkeling (sinds 10.8.2005) |
M |
|
E23b |
Tin Ohn Myint |
Echtgenote van kol. Thurein Zaw |
V |
|
E24a |
Brig.-gen. Kyaw Myint |
Sociale Zaken, Bijstand en Hervestiging (sinds 25.8.2003) |
M |
|
E24b |
Khin Nwe Nwe |
Echtgenote van brig.-gen. Kyaw Myint |
V |
|
E25a |
Pe Than |
Spoorvervoer (sinds 14.11.1998) |
M |
|
E25b |
Cho Cho Tun |
Echtgenote van Pe Than |
V |
|
E26a |
Kol. Nyan Tun Aung |
Vervoer (sinds 25.8.2003) |
M |
|
E26b |
Wai Wai |
Echtgenote van kol. Nyan Tun Aung |
V |
|
E27a |
Dr. Paing Soe |
Volksgezondheid (extra viceminister) (sinds 15.5.2006) |
M |
F. OVERIGE GEZAGSDRAGERS OP HET GEBIED VAN TOERISME
|
|
Naam |
Nadere gegevens (incl. functie) |
Geslacht (M/V) |
|
F1a |
Kap. b.d. Htay Aung |
Directeur-generaal directoraat Hotelwezen en Toerisme (Directeur Hotelwezen en Toerismediensten Myanmar tot augustus 2004) |
M |
|
F2a |
Tin Maung Shwe |
Plaatsvervangend directeur-generaal, directoraat Hotelwezen en Toerisme |
M |
|
F3a |
Soe Thein |
Directeur Hotelwezen en Toerismediensten Myanmar sinds oktober 2004 (voordien Algemeen directeur) |
M |
|
F4a |
Khin Maung Soe |
Algemeen directeur |
M |
|
F5a |
Tint Swe |
Algemeen directeur |
M |
|
F6a |
Lt-kol. Yan Naing |
Algemeen directeur, ministerie van Hotelwezen en Toerisme |
M |
|
F7a |
Kyi Kyi Aye |
Directeur Toerismepromotie, ministerie van Hotelwezen en Toerisme |
V |
G. HOGE MILITAIRE OFFICIEREN (brigadegeneraal en hoger)
|
|
Naam |
Nadere gegevens (incl. functie) |
Geslacht (M/V) |
|
G1a |
Gen.-maj. Hla Shwe |
Plaatsvervangend adjudant-generaal |
M |
|
G2a |
Gen.-maj. Soe Maung |
Rechter-advocaat-generaal |
M |
|
G3a |
Gen.-maj. Thein Htaik, o.b.a. Hteik |
Inspecteur-generaal |
M |
|
G4a |
Gen.-maj. Saw Hla |
Provoost-maarschalk |
M |
|
G4b |
Cho Cho Maw |
Echtgenote van gen.-maj. Saw Hla |
V |
|
G5a |
Gen.-maj. Htin Aung Kyaw |
Plaatsvervangend hoofdintendant strijdkrachten |
M |
|
G5b |
Khin Khin Maw |
Echtgenote van gen.-maj. Htin Aung Kyaw |
V |
|
G6a |
Gen.-maj. Lun Maung |
Auditeur-generaal |
M |
|
G7a |
Gen-maj. Nay Win |
Militair assistent van de voorzitter van de SPDC |
M |
|
G8a |
Gen.-maj. Hsan Hsint |
Generaal militaire benoemingen, geb. 1951 |
M |
|
G8b |
Khin Ma Lay |
Echtgenote van gen.-maj. Hsan Hsint |
V |
|
G8c |
Okkar San Sint |
Zoon van gen.-maj. Hsan Hsint |
M |
|
G9a |
Gen.-maj. Hla Aung Thein |
Kampcommandant, Rangoon |
M |
|
G9b |
Amy Khaing |
Echtgenote van Hla Aung Thein |
V |
|
G10a |
Gen.-maj. Ye Myint |
Hoofd militaire veiligheid |
M |
|
G10b |
Myat Ngwe |
Echtgenote van gen.-maj. Ye Myint |
V |
|
G11a |
Brig.-gen. Mya Win |
Commandant, Nationaal Defensiecollege |
M |
|
G12a |
Brig.-gen. Tun Tun Oo |
Directeur Public Relations en Psychologische Oorlogsvoering |
M |
|
G13a |
Gen.-maj. Thein Tun |
Directeur Signalisatie; lid van het bestuurscomité voor de bijeenroeping van de Nationale Conventie |
M |
|
G14a |
Gen-maj. Than Htay |
Directeur Bevoorrading en Vervoer |
M |
|
G15a |
Gen.-maj. Khin Maung Tint |
Directeur Veiligheidsdrukwerk |
M |
|
G16a |
Gen.-maj. Sein Lin |
Directeur, ministerie van Defensie (precieze functie niet bekend), voormalig Directeur Bevoorrading |
M |
|
G17a |
Gen.-maj. Kyi Win |
Directeur Artillerie en Pantsertroepen, bestuurslid UMEHL |
M |
|
G18a |
Gen.-maj. Tin Tun |
Directeur Dienst der genie |
M |
|
G19a |
Gen.-maj. Aung Thein |
Directeur Hervestiging |
M |
|
G19b |
Htwe Yi |
Echtgenote van gen.-maj. Aung Thein |
V |
|
G20a |
Brig.-gen. Zaw Win |
Plaatsvervangend hoofd opleiding strijdkrachten |
M |
|
G21a |
Brig.-gen. Than Maung |
Plaatsvervangend commandant Nationaal Defensiecollege |
M |
|
G22a |
Brig.-gen. Win Myint |
Rector Technologische Academie Defensiediensten |
M |
|
G23a |
Brig.-gen. Yar Pyae |
Rector Medische Academie Defensiediensten |
M |
|
G24a |
Brig-gen. Than Sein |
Commandant, Hospitaal defensiediensten, Mingaladon, geb. 1.2.1946, Bago |
M |
|
G24b |
Rosy Mya Than |
Echtgenote van brig.-gen. Than Sein |
V |
|
G25a |
Brig.-gen. Win Than |
Directeur aanbestedingen en directeur Union of Myanmar Economic Holdings (voordien gen.-maj. Win Hlaing, K1a) |
M |
|
G26a |
Brig.-gen. Than Maung |
Directeur Volksmilities en grensdiensten |
M |
|
G27a |
Gen.-maj. Khin Maung Win |
Directeur defensie-industrie |
M |
|
G28a |
Brig.-gen. Kyaw Swa Khine |
Directeur defensie-industrie |
M |
|
G29a |
Brig.-gen. Win Aung |
Lid van het Bestuur Selectie en Opleiding voor de Overheid |
M |
|
G30a |
Brig.-gen. Soe Oo |
Lid van het Bestuur Selectie en Opleiding voor de Overheid |
M |
|
G31a |
Brig.-gen. Nyi Tun o.b.a. Nyi Htun |
Lid van het Bestuur Selectie en Opleiding voor de Overheid |
M |
|
G32a |
Brig.-gen. Kyaw Aung |
Lid van het Bestuur Selectie en Opleiding voor de Overheid |
M |
|
G33a |
Gen.-maj. Myint Hlaing |
Chef-staf (luchtmacht). (Nog geen lid van de SPDC, maar zijn lidmaatschap zal naar verwacht binnenkort worden aangekondigd) |
M |
|
G33b |
Khin Thant Sin |
Echtgenote van gen.-maj. Myint Hlaing |
V |
|
G33c |
Hnin Nandar Hlaing |
Dochter van gen.-maj. Myint Hlaing |
V |
|
G33d |
Thant Sin Hlaing |
Zoon van gen.-maj. Myint Hlaing |
M |
|
G34a |
Gen.-maj. Mya Win |
Directeur, ministerie van Defensie |
M |
|
G35a |
Gen.-maj. Tin Soe |
Directeur, ministerie van Defensie |
M |
|
G36a |
Gen.-maj. Than Aung |
Directeur, ministerie van Defensie |
M |
|
G37a |
Gen.-maj. Ngwe Thein |
Ministerie van Defensie |
M |
|
Zeemacht |
|||
|
G38a |
Viceadmiraal Soe Thein |
Opperbevelhebber (zeemacht) |
M |
|
G38b |
Khin Aye Kyin |
Echtgenote van viceadmiraal Soe Thein |
V |
|
G38c |
Yimon Aye |
Dochter van viceadmiraal Soe Thein, geb. 12.7.1980 |
V |
|
G38d |
Aye Chan |
Zoon van viceadmiraal Soe Thein, geb. 23.9.1973 |
M |
|
G38e |
Thida Aye |
Dochter van viceadmiraal Soe Thein, geb. 23.3.1979 |
V |
|
G39a |
Commandeur Nyan Tun |
Chef-staf (zeemacht), bestuurslid UMEHL |
M |
|
G39b |
Khin Aye Myint |
Echtgenote van Nyan Tun |
V |
|
G40a |
Commandeur Win Shein |
Commandant, Hoofdkwartier Marineopleiding |
M |
|
Luchtmacht |
|||
|
G41a |
Lt.-gen. Myat Hein |
Opperbevelhebber (luchtmacht) |
M |
|
G41b |
Htwe Htwe Nyunt |
Echtgenote van lt.-gen. Myat Hein |
V |
|
G42a |
Brig.-gen. Ye Chit Pe |
Staf opperbevelhebber luchtmacht, Mingaladon |
M |
|
G43a |
Brig.-gen. Khin Maung Tin |
Commandant luchtvaartschool Shande, Meiktila |
M |
|
G44a |
Brig.-gen. Zin Yaw |
Chef-staf (luchtmacht), bestuurslid UMEHL |
M |
|
G44b |
Khin Thiri |
Echtgenote van brig.-gen. Zin Yaw |
V |
|
Lichte infanteriedivisies (LID) (rang brig.-gen.) |
|||
|
G45a |
Brig.-gen. Hla Min |
11 LID |
M |
|
G46a |
Brig.-gen. Tun Nay Lin |
22 LID |
M |
|
G47a |
Brig.-gen. Tin Tun Aung |
33 LID, Sagaing |
M |
|
G48a |
Brig.-gen. Hla Myint Shwe |
44 LID |
M |
|
G49a |
Brig.-gen. Win Myint |
77 LID, Bago |
M |
|
G50a |
Brig.-gen. Tin Oo Lwin |
99 LID, Meiktila |
M |
|
Overige brigadegeneraals |
|||
|
G51a |
Brig.-gen. Htein Win |
Post Taikkyi |
M |
|
G52a |
Brig.-gen. Khin Maung Aye |
Postcommandant Meiktila |
M |
|
G53a |
Brig.-gen. Kyaw Oo Lwin |
Postcommandant Kalay |
M |
|
G54a |
Brig.-gen. Khin Zaw Win |
Post Khamaukgyi |
M |
|
G55a |
Brig.-gen. Kyaw Aung |
MR Zuid, postcommandant Toungoo |
M |
|
G56a |
Brig.-gen. Thet Oo |
Commandant Commando militaire operaties 16 |
M |
|
G57a |
Brig.-gen. Myint Hein |
Commando militaire operaties 3, post Mogaung |
M |
|
G58a |
Brig.-gen. Tin Ngwe |
Ministerie van Defensie |
M |
|
G59a |
Brig-gen. Myo Lwin |
Commando militaire operaties 7, post Pekon |
M |
|
G60a |
Brig.-gen. Myint Soe |
Commando militaire operaties 5, post Taungup |
M |
|
G61a |
Brig.-gen. Myint Aye |
Commando militaire operaties 9, post Kyauktaw |
M |
|
G62a |
Brig.-gen. Nyunt Hlaing |
Commando militaire operaties 17, post Mong Pan |
M |
|
G63a |
Brig.-gen. Ohn Myint |
Lid CEC, USDA deelstaat Mon |
M |
|
G64a |
Brig.-gen. Soe Nwe |
Commando militaire operaties 21, post Bhamo |
M |
|
G65a |
Brig-gen. Than Tun |
Postcommandant Kyaukpadaung |
M |
|
G66a |
Brig.-gen. Than Tun Aung |
Commando regionale operaties — Sittwe |
M |
|
G67a |
Brig.-gen. Thaung Htaik |
Postcommandant Aungban |
M |
|
G68a |
Brig.-gen. Thein Hteik |
Commando militaire operaties 13, post Bokpyin |
M |
|
G69a |
Brig.-gen. Thura Myint Thein |
Commando tactische operaties, Namhsan |
M |
|
G70a |
Brig.-gen. Win Aung |
Postcommandant Mong Hsat |
M |
|
G71a |
Brig.-gen. Myo Tint |
Officier met bijzondere dienst, ministerie van Vervoer |
M |
|
G72a |
Brig.-gen. Thura Sein Thaung |
Officier met bijzondere dienst, ministerie van Sociale Zaken |
M |
|
G73a |
Brig.-gen. Phone Zaw Han |
Burgemeester van Mandalay sinds februari 2005, voormalig commandant van Kyaukme |
M |
|
G74a |
Brig.-gen. Win Myint |
Postcommandant Pyinmana |
M |
|
G75a |
Brig.-gen. Kyaw Swe |
Postcommandant Pyin Oo Lwin |
M |
|
G76a |
Brig.-gen. Soe Win |
Postcommandant Bahtoo |
M |
|
G77a |
Brig.-gen. Thein Htay |
Ministerie van Defensie |
M |
H. MILITAIRE OFFICIEREN BELAST MET HET GEVANGENISWEZEN EN DE POLITIEDIENSTEN
|
|
Naam |
Nadere gegevens (incl. functie) |
Geslacht (M/V) |
|
H1a |
Gen.-maj. Khin Yi |
DG politie Myanmar |
M |
|
H1b |
Khin May Soe |
Echtgenote van gen.-maj. Khin Yi |
V |
|
H2a |
Zaw Win |
Directeur-generaal gevangeniswezen (min. Binnenlandse Zaken) sinds augustus 2004, voordien plaatsvervangend DG politie Myanmar, voormalig brig.-gen.; oud-militair |
M |
|
H3a |
Aung Saw Win |
Directeur-generaal, Bureau speciale opsporing |
M |
I. ASSOCIATIE VOOR SOLIDARITEIT EN ONTWIKKELING VAN DE UNIE (USDA)
|
|
Naam |
Nadere gegevens (incl. functie) |
Geslacht (M/V) |
|
I1a |
Brig.-gen. Aung Thein Lin |
Burgemeester en voorzitter van het Stadsontwikkelingscomité Yangon (Secretaris) |
M |
|
I1b |
Khin San Nwe |
Echtgenote van brig.-gen. Aung Thein Lin |
V |
|
I1b |
Thidar Myo |
Dochter van brig.-gen. Aung Thein Lin |
V |
|
I2a |
Kol. Maung Par |
Viceburgemeester van het Stadsontwikkelingscomité Yangon (lid CEC) |
M |
|
I2b |
Khin Nyunt Myaing |
Echtgenote van kol. Maung Par |
V |
|
I2c |
Naing Win Par |
Zoon van kol. Maung Par |
M |
J. PERSONEN DIE VAN HET ECONOMISCH BELEID VAN DE REGERING PROFITEREN
|
|
Naam |
Nadere gegevens (incl. onderneming) |
Geslacht (M/V) |
|
J1a |
Tay Za |
Directeur, Htoo Trading Co, geb. 18.7.1964, paspoort 306869, identiteitskaart MYGN 006415. Vader: U Myint Swe (6.11.1924), moeder: Daw Ohn (12.8.1934) |
M |
|
J1b |
Thidar Zaw |
Echtgenote van Tay Za, geb. 24.2.1964, identiteitskaart KMYT 006865, paspoort 275107. Ouders: Zaw Nyunt (overleden), Htoo (overleden) |
V |
|
J1c |
Pye Phyo Tay Za |
Zoon van Tay Za (J1a), geb. 29.1.1987 |
M |
|
J2a |
Thiha |
Broer van Tay Za (J1a), geb. 24.6.1960, directeur Htoo Trading. Distributeur van London Cigarettes (Myawaddy Trading) |
M |
|
J2b |
Shwe Shwe |
Echtgenote van Thiha |
V |
|
J3a |
Aung Ko Win, o.b.a. Saya Kyaung |
Kanbawza Bank |
M |
|
J3b |
Nan Than Htwe |
Echtgenote van Aung Ko Win |
V |
|
J4a |
Tun Myint Naing, o.b.a. Steven Law |
Asia World Co. |
M |
|
J4b |
(Ng) Seng Hong |
Echtgenote van Tun Myint Naing |
V |
|
J5a |
Khin Shwe |
Zaykabar Co., geb. 21.1.1952. Zie ook A3f |
M |
|
J5b |
San San Kywe |
Echtgenote van Khin Shwe |
V |
|
J5c |
Zay Thiha |
Zoon van Khin Shwe, geb. 1.1.1977 |
M |
|
J6a |
Htay Myint |
Yuzana Co., geb. 6.2.1955 |
M |
|
J6b |
Aye Aye Maw |
Echtgenote van Htay Myint, geb. 17.11.1957 |
V |
|
J7a |
Kyaw Win |
Shwe Thanlwin Trading Co. |
M |
|
J7b |
Nan Mauk Loung Sai, o.b.a. Nang Mauk Lao Hsai |
Echtgenote van Kyaw Win |
V |
|
J10a |
Gen.-maj. b.d. Nyunt Tin |
Voormalig minister van Landbouw en Irrigatie, gepensioneerd sinds september 2004 |
M |
|
J10b |
Khin Myo Oo |
Echtgenote van gen.-maj. b.d. Nyunt Tin |
V |
|
J10c |
Kyaw Myo Nyunt |
Zoon van gen.-maj. b.d. Nyunt Tin |
M |
|
J10d |
Thu Thu Ei Han |
Dochter van gen.-maj. b.d. Nyunt Tin |
V |
K. ONDERNEMINGEN IN HET BEZIT VAN MILITAIREN
|
|
Naam |
Nadere gegevens (incl. onderneming) |
Geslacht (M/V) |
|
K1a |
Gen.-maj. b.d. Win Hlaing |
Voormalig directeur Union of Myanmar Economic Holdings, Myawaddy Bank |
M |
|
K1b |
Ma Ngeh |
Dochter van gen.-maj. b.d. Win Hlaing |
V |
|
K1c |
Zaw Win Naing |
Directeur Kambawza Bank, echtgenoot van Ma Ngeh (K1b) en neef van Aung Ko Win (J3a) |
M |
|
K1d |
Win Htway Hlaing |
Zoon van gen.-maj. b.d. Win Hlaing, vertegenwoordiger van KESCO Company |
M |
|
K2a |
Kol. Ye Htut |
Myanmar Economic Corporation |
M |
|
K3a |
Kol. Myint Aung |
Directeur Myawaddy Trading Co., geb. 11.8.1949 |
M |
|
K3b |
Nu Nu Yee |
Echtgenote van Myint Aung, laboratoriumtechnicus, geb. 11.11.1954 |
V |
|
K3c |
Thiha Aung |
Zoon van Myint Aung, werknemer van Schlumberger, geb. 11.6.1982, paspoortnummer 795543 |
M |
|
K3d |
Nay Linn Aung |
Zoon van Myint Aung, zeeman, geb. 11.4.1981 |
M |
|
K4a |
Kol. Myo Myint |
Directeur Bandoola Transportation Co. |
M |
|
K5a |
Kol. b.d. Thant Zin |
Directeur, Myanmar Land and Development |
M |
|
K6a |
Lt.-Kol. b.d. Maung Maung Aye |
UMEHL, president Myanmar Breweries |
M |
|
K7a |
Kol. Aung San |
MD Hsinmin Cement Plant Construction Project |
M |
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/67 |
VERORDENING (EG) Nr. 482/2007 VAN DE COMMISSIE
van 27 april 2007
betreffende de 30e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente verkoop bij inschrijving als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1898/2005, hoofdstuk II
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 10,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1898/2005 van de Commissie van 9 november 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad, wat betreft maatregelen voor de afzet van room, boter en boterconcentraat op de markt van de Gemeenschap (2) kunnen de interventiebureaus bepaalde hoeveelheden boter uit hun interventievoorraden verkopen door middel van een permanente openbare inschrijving en kunnen zij steun toekennen voor room, boter en boterconcentraat. In artikel 25 van die verordening is bepaald dat in het licht van de voor elke bijzondere inschrijving ontvangen offertes een minimumverkoopprijs voor boter en een maximumbedrag van de steun voor room, boter en boterconcentraat worden vastgesteld. Voorts is bepaald dat die prijs of steun kan worden gedifferentieerd volgens de bestemming van de boter, het vetgehalte ervan en de bijmengingsmethode. Het bedrag van de in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1898/2005 bedoelde verwerkingszekerheid moet dienovereenkomstig worden vastgesteld. |
|
(2) |
Het onderzoek van de offertes heeft ertoe geleid geen gevolg te geven aan de inschrijving. |
|
(3) |
Het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Aan de 30e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente verkoop bij inschrijving als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1898/2005, hoofdstuk II, wordt geen gevolg gegeven.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 28 april 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 april 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).
(2) PB L 308 van 25.11.2005, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2107/2005 (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 20).
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/68 |
VERORDENING (EG) Nr. 483/2007 VAN DE COMMISSIE
van 27 april 2007
betreffende de 30e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente verkoop bij inschrijving als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1898/2005, hoofdstuk III
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 10,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EG) nr. 1898/2005 van de Commissie van 9 november 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad, wat betreft maatregelen voor de afzet van room, boter en boterconcentraat op de markt van de Gemeenschap (2), houden de interventiebureaus een permanente openbare inschrijving voor de toekenning van steun voor boterconcentraat. In artikel 54 van die verordening is bepaald dat in het licht van de voor elke bijzondere inschrijving ontvangen offertes een maximumbedrag van de steun voor boterconcentraat met een vetgehalte van ten minste 96 % moet worden vastgesteld. |
|
(2) |
Een bestemmingszekerheid zoals bedoeld in artikel 53, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1898/2005 moet worden gesteld om de overname van het boterconcentraat door de detailhandel te waarborgen. |
|
(3) |
Het onderzoek van de offertes heeft ertoe geleid geen gevolg te geven aan de inschriijving. |
|
(4) |
Het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Aan de 30e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente verkoop bij inschrijving als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1898/2005, hoofdstuk III, wordt geen gevolg gegeven.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 28 april 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 april 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).
(2) PB L 308 van 25.11.2005, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2107/2005 (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 20).
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN
Raad
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/69 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 16 april 2007
tot toekenning van communautaire macrofinanciële bijstand aan Moldavië
(2007/259/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 308,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement (1),
Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De autoriteiten van Moldavië zetten zich in voor economische stabilisering en structurele hervormingen die door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) worden ondersteund door middel van een in het kader van de armoedebestrijdings- en groeifaciliteit gesloten driejarige overeenkomst, die op 5 mei 2006 is goedgekeurd. Op 12 mei 2006 hebben de crediteuren van de Club van Parijs ingestemd met een herschikking van de bilaterale overheidsschuld van Moldavië onder de Houston-voorwaarden. |
|
(2) |
In mei 2004 hebben de autoriteiten van Moldavië hun goedkeuring gehecht aan een strategiedocument ter bevordering van de economische groei en ter bestrijding van de armoede, waarin de prioriteiten worden vastgelegd die op middellange termijn met het overheidsoptreden moeten worden nagestreefd. |
|
(3) |
Moldavië enerzijds en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds hebben een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (2) ondertekend, die op 1 juli 1998 in werking is getreden. |
|
(4) |
De betrekkingen tussen Moldavië en de Europese Unie ontwikkelen zich binnen het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid, dat naar verwachting zal leiden tot een verdergaande economische integratie. De EU en Moldavië hebben overeenstemming bereikt over een actieplan in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid, waarin de prioriteiten op korte en middellange termijn voor de betrekkingen tussen de EU en Moldavië en voor de daarmee samenhangende beleidsterreinen worden aangegeven. |
|
(5) |
Moldavië wordt met een grote financieringsbehoefte geconfronteerd als gevolg van een aanzienlijke verslechtering van zijn positie. |
|
(6) |
De autoriteiten van Moldavië hebben de internationale financiële instellingen, de Gemeenschappen en andere bilaterale donoren om financiële bijstand tegen gunstige voorwaarden verzocht. In weerwil van de financiële middelen die door het IMF en de Wereldbank worden verstrekt, moet de komende maanden nog een omvangrijk resterend financieel tekort worden gedekt ter versterking van de betalingsbalans en de reservepositie van het land en ter ondersteuning van de beleidsdoelstellingen die de autoriteiten met hun hervormingen nastreven. |
|
(7) |
Moldavië komt in aanmerking voor leningen en giften van de Wereldbank en het IMF tegen zeer gunstige voorwaarden. |
|
(8) |
Onder deze omstandigheden dient de macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap aan Moldavië ter beschikking te worden gesteld in de vorm van een gift. Dit is een geschikte maatregel om Moldovië in dit kritieke stadium te helpen. |
|
(9) |
Met het oog op een efficiënte bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap in het kader van deze macrofinanciële bijstand moet Moldavië passende maatregelen nemen voor de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot de bijstand. Er moet eveneens worden gezorgd voor controles door de Commissie en audits door de Rekenkamer. |
|
(10) |
De uitkering van deze gift laat de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit onverlet. |
|
(11) |
De macrofinanciële bijstand dient te worden beheerd door de Commissie, in overleg met het Economisch en Financieel Comité, |
BESLUIT:
Artikel 1
1. De Gemeenschap stelt Moldavië macrofinanciële bijstand beschikbaar in de vorm van een gift ten belope van een maximumbedrag van 45 000 000 EUR ter ondersteuning van de betalingsbalans van Moldavië en verlicht aldus de financiële druk die de tenuitvoerlegging van het economische programma van de regering met zich brengt.
2. Deze macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap wordt in overleg met het Economisch en Financieel Comité door de Commissie beheerd op een wijze die in overeenstemming is met de overeenkomsten of afspraken tussen het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en Moldavië.
3. De macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap wordt voor twee jaar beschikbaar gesteld, met ingang van de eerste dag na de inwerkingtreding van dit besluit. Indien de omstandigheden hiertoe nopen, kan de Commissie evenwel, na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité, besluiten de beschikbaarheidsperiode met maximaal één jaar te verlengen.
Artikel 2
1. De Commissie wordt hierbij gemachtigd om, na overleg met het Economisch en Financieel Comité, met de autoriteiten van Moldavië overeenstemming te bereiken over de aan de macrofinanciële bijstand te verbinden financiële en economische beleidsvoorwaarden, die in een Memorandum van overeenstemming en een subsidieovereenkomst moeten worden vastgelegd. Deze voorwaarden stroken met de in artikel 1, lid 2, bedoelde overeenkomsten of afspraken.
2. Tijdens de tenuitvoerlegging van de macrofinanciële communautaire bijstand controleert de Commissie de deugdelijkheid van de voor de bijstand van de Gemeenschap relevante financiële en administratieve procedures en interne en externe controlemechanismen van Moldavië.
3. De Commissie onderzoekt periodiek, in samenwerking met het Economisch en Financieel Comité en in coördinatie met het IMF, of het economische beleid van Moldavië verenigbaar is met de doelstellingen van deze bijstand en of op bevredigende wijze aan de daaraan verbonden financiële en economische beleidsvoorwaarden is voldaan.
Artikel 3
1. De macrofinanciële communautaire bijstand wordt in drie tranches door de Commissie aan Moldavië beschikbaar gesteld.
2. De eerste tranche wordt bij een bevredigende uitvoering van, enerzijds, het door de armoedebestrijdings- en groeifaciliteit van het IMF ondersteunde economische programma en, anderzijds, het tussen de EU en Moldavië overeengekomen actieplan in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid.
3. De tweede en eventuele volgende tranches worden wederom niet eerder dan drie maanden na de uitkering van de voorgaande tranche uitbetaald bij een bevredigende uitvoering van, enerzijds, het door de armoedebestrijdings- en groeifaciliteit van het IMF ondersteunde economische programma en, anderzijds, het tussen de EU en Moldavië overeengekomen actieplan in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid en van andere maatregelen die op de in artikel 2, lid 1, beschreven wijze met de Commissie zijn overeengekomen.
4. De middelen worden uitgekeerd aan de Nationale Bank van Moldavië. De uiteindelijke ontvanger van de middelen is het ministerie van Financiën van Moldavië.
Artikel 4
De macrofinanciële communautaire bijstand wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (3) en de uitvoeringsvoorschriften daarvan. In het bijzonder wordt in het Memorandum van overeenstemming en de subsidieovereenkomst met de autoriteiten van Moldavië bepaald dat Moldavië passende maatregelen vaststelt met het oog op de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden in verband met deze bijstand. Tevens wordt bepaald dat de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF), het recht heeft controles ter plaatse te verrichten en dat de Rekenkamer het recht heeft, eventueel ter plaatse, audits uit voeren.
Artikel 5
Uiterlijk op 31 augustus van elk jaar doet de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag toekomen, waarin een evaluatie van de uitvoering van dit besluit in het voorgaande jaar is opgenomen. In dit verslag wordt het verband gespecificeerd tussen de in artikel 2, lid 1, gestelde doelen, de lopende economische en fiscale prestaties van Moldavië en het besluit van de Commissie om schijven van deze bijstand uit te betalen.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Luxemburg, 16 april 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
H. SEEHOFER
(1) Advies uitgebracht op 14 februari 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(2) PB L 181 van 24.6.1998, blz. 3.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/72 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 16 april 2007
houdende benoeming van een Italiaans plaatsvervanger van het Comité van de Regio’s
(2007/260/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 263,
Gezien de voordracht van de Italiaanse regering,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 24 januari 2006 heeft de Raad Besluit 2006/116/EG (1) aangenomen houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2006 tot en met 25 januari 2010. |
|
(2) |
Door het aftreden van de heer Alberto ZAN is een zetel van plaatsvervanger vrijgekomen, |
BESLUIT:
Artikel 1
In het Comité van de Regio’s wordt voor het resterende deel van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2010, als plaatsvervanger benoemd:
mevrouw Carmela CASILE, Consigliere comunale del Comune di Giaveno (Torino)
ter vervanging van de heer Alberto ZAN.
Artikel 2
Dit besluit wordt van kracht op de dag waarop het wordt aangenomen.
Gedaan te Brussel, 16 april 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
H. SEEHOFER
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/73 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 16 april 2007
houdende benoeming van vier Tsjechische leden en vier Tsjechische plaatsvervangers in het Comité van de Regio’s
(2007/261/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 263,
Gezien de voordracht van de Tsjechische regering,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 24 januari 2006 heeft de Raad Besluit 2006/116/EG (1) aangenomen houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2006 tot en met 25 januari 2010. |
|
(2) |
Door het verstrijken van de ambtstermijn van de heren GANDALOVIČ en HANÁK, van mevrouw LANGŠÁDLOVÁ en van de heer ÚLEHLA zijn in het Comité van de Regio’s vier zetels van leden vrijgekomen. Door het verstrijken van de ambtstermijn van mevrouw HALANOVÁ en de heren PRŮŠA, TESAŘÍK en BYTEL zijn in het Comité van de Regio’s vier zetels van plaatsvervangers vrijgekomen, |
BESLUIT:
Artikel 1
In het Comité van de Regio’s worden de volgende personen benoemd voor de verdere duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2010:
|
a) |
als lid:
|
|
b) |
als plaatsvervanger:
|
Artikel 2
Dit besluit wordt van kracht op de dag waarop het wordt goedgekeurd.
Gedaan te Luxemburg, 16 april 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
H. SEEHOFER
|
28.4.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/74 |
BESLUIT Nr. 1/2007 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-ALGERIJE
van 24 april 2007
houdende vaststelling van het reglement van orde van de Associatieraad
(2007/262/EG)
DE ASSOCIATIERAAD EU-ALGERIJE,
Gelet op de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Democratische Volksrepubliek Algerije, anderzijds, en met name op de artikelen 92 tot en met 100,
Overwegende dat de overeenkomst op 1 september 2005 in werking is getreden,
BESLUIT:
Artikel 1
Voorzitterschap
De Associatieraad wordt beurtelings voor een periode van twaalf maanden voorgezeten door een vertegenwoordiger van het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie, namens de Gemeenschap en haar lidstaten, en een vertegenwoordiger van de regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije.
De eerste periode is begonnen op de datum van de eerste Associatieraad en geëindigd op 31 december 2006.
Artikel 2
Vergaderingen
De Associatieraad komt periodiek, eens per jaar, op ministerieel niveau bijeen. Op verzoek van een van de partijen kunnen, indien de partijen dat overeenkomen, speciale vergaderingen van de Associatieraad worden belegd.
Tenzij de partijen dit anderszins overeenkomen, wordt elke vergadering van de Associatieraad op een door beide partijen overeengekomen datum gehouden op de plaats waar gewoonlijk de vergaderingen van de Raad van de Europese Unie worden gehouden.
De vergaderingen van de Associatieraad worden door de secretarissen van de Associatieraad gezamenlijk in overleg met de voorzitter bijeengeroepen.
Artikel 3
Vertegenwoordiging
De leden van de Associatieraad mogen zich doen vertegenwoordigen indien zij verhinderd zijn de vergadering bij te wonen. Indien een lid zich wenst te doen vertegenwoordigen, dient hij de voorzitter vóór de vergadering waar hij vertegenwoordigd dient te worden, in kennis te stellen van de naam van zijn vertegenwoordiger.
De vertegenwoordiger van een lid van de Associatieraad oefent alle rechten van dit lid uit.
Artikel 4
Delegaties
De leden van de Associatieraad mogen door ambtenaren vergezeld worden. Vóór elke vergadering wordt de voorzitter in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegaties van beide partijen.
Wanneer op de agenda een punt staat dat verband houdt met de Europese Investeringsbank, woont een vertegenwoordiger van die Bank de vergadering van de Associatieraad als waarnemer bij.
De Associatieraad kan met instemming van de partijen niet-leden uitnodigen, de vergaderingen bij te wonen om over bepaalde onderwerpen informatie te verstrekken.
Artikel 5
Secretariaat
Een ambtenaar van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en een ambtenaar van de ambassade van de Democratische Volksrepubliek Algerije in Brussel treden gezamenlijk op als secretarissen van de Associatieraad.
Artikel 6
Correspondentie
De voor de Associatieraad bestemde correspondentie wordt gezonden aan de voorzitter van de Associatieraad op het adres van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.
De twee secretarissen zorgen ervoor dat deze correspondentie aan de voorzitter van de Associatieraad wordt overhandigd en, in voorkomend geval, onder de andere leden van de Associatieraad wordt verspreid. In dit laatste geval wordt de correspondentie gericht aan het secretariaat-generaal van de Commissie, de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten en de ambassade van de Democratische Volksrepubliek Algerije in Brussel.
Mededelingen van de voorzitter van de Associatieraad worden door de twee secretarissen aan de geadresseerden gericht en, in voorkomend geval, verspreid onder de andere leden van de Associatieraad met gebruik van de in de tweede alinea bedoelde adressen.
Artikel 7
Openbaarheid
De vergaderingen van de Associatieraad zijn, tenzij iets anders wordt beslist, niet openbaar.
Artikel 8
Agenda van de vergaderingen
1. De voorzitter stelt voor elke vergadering de voorlopige agenda op. Deze wordt door de secretarissen van de Associatieraad uiterlijk 15 dagen vóór het begin van de vergadering naar de in artikel 6 bedoelde geadresseerden gezonden.
De voorlopige agenda omvat de punten waarvoor de voorzitter uiterlijk 21 dagen vóór het begin van de vergadering een verzoek tot het opnemen op de agenda heeft ontvangen; een punt wordt evenwel pas op de voorlopige agenda geplaatst als de desbetreffende stukken uiterlijk op de datum waarop de agenda wordt verzonden, zijn binnengekomen bij de secretarissen.
De agenda wordt bij het begin van elke vergadering door de Associatieraad goedgekeurd. Indien de partijen dit overeenkomen, kan een punt dat niet op de voorlopige agenda staat, als agendapunt worden opgenomen.
2. De voorzitter kan met instemming van de partijen de in lid 1 genoemde termijnen inkorten als dat in een bepaald geval noodzakelijk is.
Artikel 9
Notulen
Van elke vergadering worden door de twee secretarissen ontwerpnotulen opgesteld.
In de notulen worden in het algemeen voor elk agendapunt de volgende gegevens vermeld:
|
— |
de bij de Associatieraad ingediende documentatie; |
|
— |
verklaringen die op verzoek van een lid van de Associatieraad worden opgenomen; |
|
— |
genomen besluiten, overeengekomen verklaringen en vastgestelde conclusies. |
De ontwerpnotulen worden ter goedkeuring aan de Associatieraad voorgelegd. Zij worden binnen zes maanden na elke vergadering van de Associatieraad goedgekeurd. Eenmaal goedgekeurd worden de notulen door de voorzitter en de twee secretarissen ondertekend. De notulen worden bewaard in de archieven van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie; een gewaarmerkt afschrift wordt naar elk van de in artikel 6 genoemde geadresseerden verzonden.
Artikel 10
Besluiten en aanbevelingen
1. De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld.
In de periode tussen twee vergaderingen kan de Associatieraad, indien beide partijen daarmee instemmen, besluiten of aanbevelingen volgens de schriftelijke procedure vaststellen.
2. De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad in de zin van artikel 94 van de Europees-mediterrane Overeenkomst dragen de titel „besluit”, respectievelijk „aanbeveling”, gevolgd door een volgnummer, de datum van aanneming en de beschrijving van het onderwerp. In elk besluit wordt de datum van inwerkingtreding ervan vermeld.
De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden ondertekend door de voorzitter en gewaarmerkt door de twee secretarissen.
Besluiten en aanbevelingen worden toegezonden aan elk van de in artikel 6 bedoelde geadresseerden.
De Associatieraad kan besluiten tot bekendmaking van zijn besluiten en aanbevelingen in het Publicatieblad van de Europese Unie en de Staatscourant van de Democratische Volksrepubliek Algerije.
Artikel 11
Talen
De officiële talen van de Associatieraad zijn de officiële talen van de twee partijen.
Voor zijn beraadslagingen gaat de Associatieraad, tenzij iets anders wordt beslist, uit van in deze talen opgestelde documenten.
Artikel 12
Kosten
De Europese Gemeenschap en de Democratische Volksrepubliek Algerije nemen de uitgaven terzake van hun deelneming aan de vergaderingen van de Associatieraad, zowel wat personeelsuitgaven, reis- en verblijfkosten betreft, als wat de uitgaven inzake post- en telecommunicatie betreft, voor hun rekening.
De kosten van tolkendiensten tijdens vergaderingen en de kosten voor vertaling en reproductie van documenten komen ten laste van de Europese Gemeenschap, met uitzondering van de kosten voor tolkendiensten en/of vertalingen in of uit het Arabisch, die voor rekening van de Democratische Volksrepubliek Algerije komen.
Andere kosten in verband met de materiële organisatie van de vergaderingen komen ten laste van de partij die de vergadering organiseert.
Artikel 13
Associatiecomité
1. Het Associatiecomité dient de Associatieraad bij de uitvoering van zijn taken bij te staan. Het Associatiecomité bestaat enerzijds uit vertegenwoordigers van de Europese Commissie en vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en anderzijds uit vertegenwoordigers van de regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije.
2. Het Associatiecomité bereidt de vergaderingen en beraadslagingen van de Associatieraad voor, voert waar passend de besluiten van de Associatieraad uit en zorgt in algemene zin voor de continuïteit in de associatiebetrekkingen en het goed functioneren van de Europees-mediterrane overeenkomst. Het Associatiecomité behandelt alle zaken die de Associatieraad het comité voorlegt, evenals alle andere zaken die zich voordoen bij de dagelijkse uitvoering van de Europees-mediterrane Overeenkomst. Voorstellen, ontwerpbesluiten en ontwerpaanbevelingen worden door het Associatiecomité ter goedkeuring aan de Associatieraad voorgelegd.
3. In de gevallen waarin de Europees-mediterrane Overeenkomst spreekt van een verplichting tot raadpleging of een mogelijkheid tot raadpleging, kan deze raadpleging plaatsvinden in het Associatiecomité. De raadpleging kan worden voortgezet in de Associatieraad indien de twee partijen dit overeenkomen.
4. Het reglement van orde van het Associatiecomité staat in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 14
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt goedgekeurd.
Gedaan te Luxemburg, 24 april 2007.
Voor de Associatieraad
De voorzitter
M. BEDJAOUI
BIJLAGE
REGLEMENT VAN ORDE VAN HET ASSOCIATIECOMITÉ
Artikel 1
Voorzitterschap
Het Associatiecomité wordt beurtelings voor een periode van twaalf maanden voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Commissie, namens de Gemeenschap en haar lidstaten, en een vertegenwoordiger van de regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije.
De eerste periode is begonnen op de datum van de eerste Associatieraad en geëindigd op 31 december 2006.
Artikel 2
Vergaderingen
Het Associatiecomité komt wanneer de omstandigheden zulks vereisen met instemming van beide partijen bijeen.
Elke vergadering van het Associatiecomité wordt belegd op een tijd en op een plaats die door beide partijen is overeengekomen.
De vergaderingen van het Associatiecomité worden bijeengeroepen door de voorzitter.
Artikel 3
Delegaties
Vóór elke vergadering wordt de voorzitter in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegaties van beide partijen.
Artikel 4
Secretariaat
Een ambtenaar van de Europese Commissie en een ambtenaar van de regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije treden gezamenlijk op als secretarissen van het Associatiecomité.
Alle in dit reglement van orde bedoelde mededelingen aan of van de voorzitter van het Associatiecomité worden toegezonden aan de secretarissen van het Associatiecomité en aan de secretarissen en de voorzitter van de Associatieraad.
Artikel 5
Openbaarheid
Vergaderingen van het Associatiecomité zijn, tenzij iets anders wordt beslist, niet openbaar.
Artikel 6
Agenda van de vergaderingen
1. De voorzitter stelt voor elke vergadering de voorlopige agenda op. Deze wordt door de secretarissen van het Associatiecomité uiterlijk 15 dagen vóór het begin van de vergadering naar de in artikel 4 bedoelde geadresseerden gezonden.
De voorlopige agenda omvat de punten waarvoor de voorzitter uiterlijk 21 dagen vóór de begindatum van de vergadering een verzoek tot het opnemen op de agenda heeft ontvangen; een punt wordt evenwel pas op de voorlopige agenda geplaatst als de desbetreffende stukken uiterlijk op de datum waarop de agenda wordt verzonden, zijn binnengekomen bij de secretarissen.
Het Associatiecomité mag deskundigen uitnodigen, de vergaderingen bij te wonen om informatie te verstrekken over bijzondere onderwerpen.
De agenda wordt bij het begin van elke vergadering door het Associatiecomité goedgekeurd.
Indien de partijen dit overeenkomen, kan een punt dat niet op de voorlopige agenda staat, als agendapunt worden opgenomen.
2. De voorzitter kan met instemming van de partijen de in lid 1 vermelde termijnen inkorten als dat in een bepaald geval noodzakelijk is.
Artikel 7
Notulen
Van elke vergadering worden notulen opgesteld, gebaseerd op de opsomming, door de voorzitter, van de door het Associatiecomité bereikte conclusies.
Na goedkeuring door het Associatiecomité worden de notulen ondertekend door de voorzitter en de secretarissen en bij elk van beide partijen bewaard. Naar elk van de in artikel 4 bedoelde geadresseerden wordt een afschrift van de notulen gezonden.
Artikel 8
Beraadslagingen
In de specifieke gevallen waarin het Associatiecomité uit hoofde van de Europees-mediterrane overeenkomst door de Associatieraad is gemachtigd om besluiten en/of aanbevelingen aan te nemen, krijgen deze instrumenten de titel „besluit”, respectievelijk „aanbeveling”, gevolgd door een volgnummer, de datum van hun aanneming en de beschrijving van het onderwerp.
Wanneer het Associatiecomité een besluit neemt, zijn de artikelen 10 en 11 van het besluit van de Associatieraad EU-Algerije van overeenkomstige toepassing. De besluiten en aanbevelingen van het Associatiecomité worden naar de in artikel 4 van dit reglement van orde bedoelde geadresseerden gezonden.
Artikel 9
Kosten
Beide partijen nemen elk voor zich de uitgaven voor hun rekening ter zake van hun deelneming aan vergaderingen van het Associatiecomité en aan uit hoofde van artikel 98 van de Europees-mediterrane overeenkomst opgerichte werkgroepen, zowel wat betreft personeelsuitgaven, reis- en verblijfskosten, als wat betreft uitgaven inzake post- en telecommunicatie.
De kosten van tolkendiensten tijdens vergaderingen en de kosten voor vertaling en reproductie van documenten komen ten laste van de Europese Gemeenschap, met uitzondering van de kosten voor tolkendiensten en/of vertalingen in of uit het Arabisch, die voor rekening van de Democratische Volksrepubliek Algerije komen.
Andere uitgaven in verband met de materiële organisatie van de vergaderingen komen ten laste van de partij die de vergadering organiseert.