ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 111

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

50e jaargang
28 april 2007


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EG) nr. 472/2007 van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

 

Verordening (EG) nr. 473/2007 van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor granen en meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge

3

 

 

Verordening (EG) nr. 474/2007 van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van het op de restitutie voor granen toe te passen correctiebedrag

5

 

 

Verordening (EG) nr. 475/2007 van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor mout

7

 

 

Verordening (EG) nr. 476/2007 van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van het op de restitutie voor mout toe te passen correctiebedrag

9

 

 

Verordening (EG) nr. 477/2007 van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van de restituties die gelden voor de in het kader van communautaire en nationale voedselhulpacties geleverde producten van de sectoren granen en rijst

11

 

*

Verordening (EG, Euratom) nr. 478/2007 van de Commissie van 23 april 2007 tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen

13

 

*

Verordening (EG) nr. 479/2007 van de Commissie van 27 april 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2076/2005 tot vaststelling van overgangsregelingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004, (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004 ( 1 )

46

 

*

Verordening (EG) nr. 480/2007 van de Commissie van 27 april 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1555/96 met betrekking tot de drempelvolumes voor de toepassing van de aanvullende rechten voor komkommers en voor kersen, andere dan zure kersen

48

 

*

Verordening (EG) nr. 481/2007 van de Commissie van 27 april 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 817/2006 tot verlenging van de beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 798/2004

50

 

 

Verordening (EG) nr. 482/2007 van de Commissie van 27 april 2007 betreffende de 30e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente verkoop bij inschrijving als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1898/2005, hoofdstuk II

67

 

 

Verordening (EG) nr. 483/2007 van de Commissie van 27 april 2007 betreffende de 30e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente verkoop bij inschrijving als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1898/2005, hoofdstuk III

68

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Raad

 

 

2007/259/EG

 

*

Besluit van de Raad van 16 april 2007 tot toekenning van communautaire macrofinanciële bijstand aan Moldavië

69

 

 

2007/260/EG

 

*

Besluit van de Raad van 16 april 2007 houdende benoeming van een Italiaans plaatsvervanger van het Comité van de Regio’s

72

 

 

2007/261/EG

 

*

Besluit van de Raad van 16 april 2007 houdende benoeming van vier Tsjechische leden en vier Tsjechische plaatsvervangers in het Comité van de Regio’s

73

 

 

2007/262/EG

 

*

Besluit nr. 1/2007 van de Associatieraad EU-Algerije van 24 april 2007 houdende vaststelling van het reglement van orde van de Associatieraad

74

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/1


VERORDENING (EG) Nr. 472/2007 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2007

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

59,1

TN

139,0

TR

145,2

ZZ

114,4

0707 00 05

JO

196,3

MA

44,2

TR

126,1

ZZ

122,2

0709 90 70

TR

109,8

ZZ

109,8

0805 10 20

CU

41,3

EG

40,7

IL

69,4

MA

43,3

TN

50,1

ZZ

49,0

0805 50 10

AR

37,2

IL

60,9

TR

42,8

ZZ

47,0

0808 10 80

AR

85,5

BR

77,9

CA

99,8

CL

82,2

CN

100,5

NZ

125,0

US

135,0

UY

91,0

ZA

81,9

ZZ

97,6

0808 20 50

AR

77,8

CL

92,1

ZA

91,0

ZZ

87,0


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „andere oorsprong”.


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/3


VERORDENING (EG) Nr. 473/2007 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2007

tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor granen en meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt van de in artikel 1 van die verordening bedoelde producten en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.

(2)

De restituties moeten worden vastgesteld met inachtneming van de elementen als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2).

(3)

Voor meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge moet de restitutie worden berekend met inachtneming van de hoeveelheid granen benodigd voor de vervaardiging van de betreffende producten. Deze hoeveelheden zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1501/95.

(4)

De situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten voor sommige producten kunnen een differentiatie van de restitutie naar bestemming nodig maken.

(5)

De restitutie moet eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan tussentijds worden gewijzigd.

(6)

De toepassing van deze regelen op de huidige situatie in de sector granen en met name op de noteringen of prijzen van deze producten in de Gemeenschap en op de wereldmarkt voert tot het vaststellen van de bedragen van de restitutie zoals vermeld in de bijlage.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties bij uitvoer in ongewijzigde staat van de in artikel 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten, met uitzondering van mout, worden op de in de bijlage aangegeven bedragen vastgesteld.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor granen en meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Bedrag van de restitutie

1001 10 00 9200

EUR/t

1001 10 00 9400

A00

EUR/t

0

1001 90 91 9000

EUR/t

1001 90 99 9000

A00

EUR/t

1002 00 00 9000

A00

EUR/t

0

1003 00 10 9000

EUR/t

1003 00 90 9000

A00

EUR/t

1004 00 00 9200

EUR/t

1004 00 00 9400

A00

EUR/t

0

1005 10 90 9000

EUR/t

1005 90 00 9000

A00

EUR/t

0

1007 00 90 9000

EUR/t

1008 20 00 9000

EUR/t

1101 00 11 9000

EUR/t

1101 00 15 9100

C01

EUR/t

0

1101 00 15 9130

C01

EUR/t

0

1101 00 15 9150

C01

EUR/t

0

1101 00 15 9170

C01

EUR/t

0

1101 00 15 9180

C01

EUR/t

0

1101 00 15 9190

EUR/t

1101 00 90 9000

EUR/t

1102 10 00 9500

A00

EUR/t

0

1102 10 00 9700

A00

EUR/t

0

1102 10 00 9900

EUR/t

1103 11 10 9200

A00

EUR/t

0

1103 11 10 9400

A00

EUR/t

0

1103 11 10 9900

EUR/t

1103 11 90 9200

A00

EUR/t

0

1103 11 90 9800

EUR/t

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

C01

:

Alle derde landen met uitzondering van Albanië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro, Servië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Liechtenstein en Zwitserland.


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/5


VERORDENING (EG) Nr. 474/2007 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2007

tot vaststelling van het op de restitutie voor granen toe te passen correctiebedrag

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 15, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 moet bij uitvoer van granen de op de dag van indiening van de aanvraag van een certificaat geldende restitutie op verzoek worden toegepast op uitvoer die tijdens de geldigheidsduur van het certificaat moet plaatsvinden. In dat geval kan op de restitutie een correctiebedrag worden toegepast.

(2)

Op grond van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2) kan een correctiebedrag worden vastgesteld voor de in artikel 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten. Dit correctiebedrag moet worden berekend met inachtneming van de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 genoemde elementen.

(3)

Op grond van de situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten kan het noodzakelijk zijn het correctiebedrag naar gelang van de bestemming te differentiëren.

(4)

Het correctiebedrag moet volgens dezelfde procedure als de restitutie worden vastgesteld. Het kan tussentijds worden gewijzigd.

(5)

Uit de bovengenoemde bepalingen volgt dat het correctiebedrag moet worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het correctiebedrag op de vooraf vastgestelde restituties bij uitvoer van de in artikel 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten, met uitzondering van mout, wordt vastgesteld in de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


BIJLAGE

bij de Verordening van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van het op de restitutie voor granen toe te passen correctiebedrag

(in EUR/t)

Productcode

Bestemming

Lopend

5

1e term.

6

2e term.

7

3e term.

8

4e term.

9

5e term.

10

6e term.

11

1001 10 00 9200

1001 10 00 9400

A00

0

0

0

0

0

1001 90 91 9000

1001 90 99 9000

C01

0

0

0

0

0

1002 00 00 9000

A00

0

0

0

0

0

1003 00 10 9000

1003 00 90 9000

C02

0

0

0

0

0

1004 00 00 9200

1004 00 00 9400

C03

0

0

0

0

0

1005 10 90 9000

1005 90 00 9000

A00

0

0

0

0

0

1007 00 90 9000

1008 20 00 9000

1101 00 11 9000

1101 00 15 9100

C01

0

0

0

0

0

1101 00 15 9130

C01

0

0

0

0

0

1101 00 15 9150

C01

0

0

0

0

0

1101 00 15 9170

C01

0

0

0

0

0

1101 00 15 9180

C01

0

0

0

0

0

1101 00 15 9190

1101 00 90 9000

1102 10 00 9500

A00

0

0

0

0

0

1102 10 00 9700

A00

0

0

0

0

0

1102 10 00 9900

1103 11 10 9200

A00

0

0

0

0

0

1103 11 10 9400

A00

0

0

0

0

0

1103 11 10 9900

1103 11 90 9200

A00

0

0

0

0

0

1103 11 90 9800

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).

C01

:

Alle derde landen met uitzondering van Albanië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro, Servië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Liechtenstein en Zwitserland.

C02

:

Algerije, Saoedi Arabië, Bahrein, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Iran, Irak, Israël, Jordanië, Koeweit, Libanon, Libië, Marokko, Mauritanië, Oman, Qatar, Syrië, Tunesië en Jemen.

C03

:

Alle landen met uitzondering van Noorwegen, Zwitserland en Liechenstein.


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/7


VERORDENING (EG) Nr. 475/2007 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2007

tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor mout

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 13, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1 van die verordening genoemde producten en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.

(2)

De restituties moeten worden vastgesteld met inachtneming van de elementen als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2).

(3)

Voor mout moet de restitutie worden berekend met inachtneming van de hoeveelheid granen benodigd voor de vervaardiging van de betreffende producten. Deze hoeveelheden zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1501/95.

(4)

De situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten voor zekere producten kunnen een differentiatie van de restitutie, naar gelang van de bestemming, nodig maken.

(5)

De restitutie moet eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan in de tussentijd worden gewijzigd.

(6)

Bij toepassing van deze regelen op de huidige situatie in de sector granen en met name op de noteringen of prijzen van deze producten in de Gemeenschap en op de wereldmarkt, moet de restitutie op de in de bijlage vermelde bedragen worden vastgesteld.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties bij uitvoer van de in artikel 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde mout worden op de in de bijlage aangegeven bedragen vastgesteld.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor mout

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Bedrag van de restitutie

1107 10 19 9000

A00

EUR/t

0,00

1107 10 99 9000

A00

EUR/t

0,00

1107 20 00 9000

A00

EUR/t

0,00

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/9


VERORDENING (EG) Nr. 476/2007 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2007

tot vaststelling van het op de restitutie voor mout toe te passen correctiebedrag

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 15, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 moet bij uitvoer van granen de op de dag van indiening van de aanvraag van een certificaat geldende restitutie op verzoek worden toegepast op uitvoer die tijdens de geldigheidsduur van het certificaat moet plaatsvinden. In dat geval kan op de restitutie een correctiebedrag worden toegepast.

(2)

Op grond van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen (2), kan een correctiebedrag worden vastgesteld voor de in artikel 1, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde mout. Het correctiebedrag moet worden berekend met inachtneming van de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 genoemde elementen.

(3)

Uit de bovengenoemde bepalingen volgt dat het correctiebedrag moet worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het in artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde correctiebedrag dat van toepassing is op de vooraf vastgestelde restituties bij uitvoer van mout, wordt vastgesteld in de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van het op de restitutie voor mout toe te passen correctiebedrag

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „ A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).

(EUR/t)

Productcode

Bestemming

Lopend

5

1e term.

6

2e term.

7

3e term.

8

4e term.

9

5e term.

10

1107 10 11 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 10 19 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 10 91 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 10 99 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 20 00 9000

A00

0

0

0

0

0

0


(EUR/t)

Productcode

Bestemming

6e term.

11

7e term.

12

8e term.

1

9e term.

2

10e term.

3

11e term.

4

1107 10 11 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 10 19 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 10 91 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 10 99 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 20 00 9000

A00

0

0

0

0

0

0


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/11


VERORDENING (EG) Nr. 477/2007 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2007

tot vaststelling van de restituties die gelden voor de in het kader van communautaire en nationale voedselhulpacties geleverde producten van de sectoren granen en rijst

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (2), en met name op artikel 14, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2681/74 van de Raad van 21 oktober 1974 betreffende de communautaire financiering van de uitgaven in verband met de levering van landbouwproducten als voedselhulp (3) is bepaald dat het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, het gedeelte van de uitgaven financiert dat overeenkomt met de desbetreffende restituties bij uitvoer die overeenkomstig de betrokken communautaire voorschriften zijn vastgesteld.

(2)

Om de opstelling en het beheer van de begroting voor de communautaire voedselhulpacties te vergemakkelijken en om de lidstaten in staat te stellen het bedrag van de communautaire deelname in de financiering van de nationale voedselhulpacties te kennen, moet het bedrag van de voor deze acties toegekende restituties worden vastgesteld.

(3)

De algemene voorschriften en de uitvoeringsbepalingen die in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 en artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1785/2003 voor de uitvoerrestituties zijn vastgesteld, zijn van overeenkomstige toepassing op bovenbedoelde transacties.

(4)

De specifieke criteria die in aanmerking moeten worden genomen bij de berekening van de uitvoerrestituties voor rijst zijn vastgesteld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1785/2003.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De geldende restituties voor de producten van de sectoren granen en rijst geleverd voor de communautaire en nationale voedselhulpacties, uitgevoerd in het kader van internationale verdragen of andere aanvullende programma's of die in het kader van andere communautaire acties gratis worden geleverd, worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 797/2006 van de Commissie (PB L 144 van 31.5.2006, blz. 1).

(3)   PB L 288 van 25.10.1974, blz. 1.


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 27 april 2007 tot vaststelling van de restituties die gelden voor de in het kader van communautaire en nationale voedselhulpacties geleverde producten van de sectoren granen en rijst

(EUR/t)

Productcode

Bedrag van de restitutie

1001 10 00 9400

0,00

1001 90 99 9000

0,00

1002 00 00 9000

0,00

1003 00 90 9000

0,00

1005 90 00 9000

0,00

1006 30 92 9100

0,00

1006 30 92 9900

0,00

1006 30 94 9100

0,00

1006 30 94 9900

0,00

1006 30 96 9100

0,00

1006 30 96 9900

0,00

1006 30 98 9100

0,00

1006 30 98 9900

0,00

1006 30 65 9900

0,00

1007 00 90 9000

0,00

1101 00 15 9100

0,00

1101 00 15 9130

0,00

1102 10 00 9500

0,00

1102 20 10 9200

17,00

1102 20 10 9400

14,57

1103 11 10 9200

0,00

1103 13 10 9100

21,85

1104 12 90 9100

0,00

NB: Productcodes: zie de Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/13


VERORDENING (EG, EURATOM) Nr. 478/2007 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2007

tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

Gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (1), en met name op artikel 183,

Na raadpleging van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's, de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (hierna „het Financieel Reglement” genoemd) is gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006. Deze wijzigingen moeten tot uiting komen in de uitvoeringsvoorschriften die zijn vastgesteld in Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (2).

(2)

In het licht van de begrotingsbeginselen, in het bijzonder het eenheidsbeginsel, dienen de bepalingen van het Financieel Reglement betreffende het invorderen van rente op betaalde voorfinancieringen nader te worden uitgewerkt in de uitvoeringsvoorschriften. Zo moet worden gepreciseerd, welk bedrag als „aanzienlijk bedrag” dient te worden beschouwd. Beneden die grenswaarden dient geen rente op voorfinancieringen aan de Europese Gemeenschappen verschuldigd te zijn. Tevens dient nader te worden bepaald, in welke gevallen de op voorfinancieringen verkregen rente jaarlijks moet worden ingevorderd om de financiële belangen van de Gemeenschappen te beschermen.

(3)

Met betrekking tot het specialiteitsbeginsel, dienen de berekeningsmethoden voor de bij kredietoverschrijvingen van de Commissie en de andere instellingen toepasselijke percentages nauwkeurig te worden vastgesteld. Bovendien is de bepaling betreffende de overschrijvingsprocedures voor andere instellingen dan de Commissie in het Financieel Reglement geconsolideerd en kan zij bijgevolg uit de uitvoeringsvoorschriften worden geschrapt.

(4)

Wat de uitvoering van de begroting betreft, moet worden voorzien in een definitie van de norm voor een doeltreffende en efficiënte interne controle die voor elke beheersvorm dient te gelden, overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en, in voorkomend geval, overeenkomstig desbetreffende sectorale verordeningen.

(5)

Artikel 49, lid 6, onder c), van het Financieel Reglement voorziet uitdrukkelijk in de financiering van voorbereidende maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), in het bijzonder wat betreft voorgenomen EU-crisisbeheersingsoperaties. De snelle financiering van dergelijke maatregelen beantwoordt aan een operationeel vereiste: in de meeste crisissituaties moet een aantal maatregelen voor een crisisbeheersingsoperatie ter plaatse snel worden genomen, voordat de Raad een gemeenschappelijk optreden op grond van artikel 14 van het EU-Verdrag of een ander noodzakelijk wetgevingsinstrument aanneemt. Gepreciseerd dient te worden, dat de financiering van dergelijke maatregelen bijkomende kosten, zoals verzekeringen tegen grote risico's, reis- en verblijfkosten en dagvergoedingen, omvat, die rechtstreeks het gevolg zijn van een specifieke inzet ter plaatse van een missie of team waarbij personeelsleden van de instellingen zijn betrokken, voor zover soortgelijke uitgaven in verband met onder een gemeenschappelijk optreden vallende crisisbeheersingsoperaties gewoonlijk aan het operationele begrotingsonderdeel van het GBVB worden toegerekend.

(6)

Ten aanzien van de wijzen van uitvoering van de begroting, in het bijzonder het indirecte gecentraliseerde beheer, dient te worden bepaald dat personen aan wie het beheer van specifieke maatregelen in het kader van titel V van het EU-Verdrag is toevertrouwd, passende structuren en procedures moeten instellen, om hun verantwoordelijkheid te nemen voor de middelen die zij zullen beheren. Daar het Financieel Reglement niet langer eist, dat in het basisbesluit van tevoren toestemming wordt gegeven voor het delegeren van taken aan nationale organen die met taken van openbaredienstverlening zijn belast, dienen de daarop betrekking hebbende bepalingen uit de uitvoeringsvoorschriften te worden verwijderd.

(7)

Met betrekking tot het gedeelde beheer dient de inhoud van het in artikel 53 ter van het Financieel Reglement bedoelde jaarlijkse overzicht van de beschikbare controles en verklaringen nader te worden bepaald.

(8)

Het is noodzakelijk, met het oog op het gezamenlijke beheer, bijzondere bepalingen op te nemen met betrekking tot de afspraken die de Commissie in het kader van haar samenwerking met internationale organisaties moet maken, alsmede de verplichting tot bekendmaking van de begunstigden van begrotingsmiddelen.

(9)

Inzake de aansprakelijkheid van de financiële actoren dient te worden gepreciseerd, dat het tot aanstelling bevoegde gezag de instantie voor financiële onregelmatigheden om advies mag verzoeken inzake gevallen die zijn gebaseerd op inlichtingen die op grond van het Financieel Reglement door een personeelslid zijn meegedeeld. De gedelegeerde ordonnateur moet bovendien een zaak naar de instantie voor financiële onregelmatigheden kunnen verwijzen wanneer hij van oordeel is, dat zich een financiële onregelmatigheid heeft voorgedaan.

(10)

Met het oog op de schuldinning en gelet op de verjaringstermijn van vijf jaar waarin het Financieel Reglement voorziet voor vorderingen van en op de Gemeenschap, dienen de bepalingen inzake de berekening van de datum waarop de verjaringstermijn begint te lopen, en inzake de gronden voor schorsing ervan te worden verduidelijkt ten behoeve van zowel de instellingen als derden met vorderingen op de instellingen.

(11)

In gevallen waarin de debiteur op grond van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing is verplicht te betalen en één jaar na de uitspraak nog geen of geen significante betaling heeft plaatsgevonden, dient de Commissie, om de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen te versterken, een lijst op te stellen van schuldvorderingen in de zin van artikel 73 van het Financieel Reglement, met vermelding van de namen van de debiteuren en het bedrag van de schuld. Deze lijst moet nadien worden gepubliceerd, waarbij rekening dient te worden gehouden met de wetgeving inzake gegevensbescherming.

(12)

De regels inzake de door de Gemeenschappen te verrichten betalingen moeten worden versterkt, om ervoor te zorgen, dat de contractanten en begunstigden volledig worden ingelicht over de procedurele vereisten en in geval van betalingsachterstand automatisch met achterstandsrente worden vergoed wanneer de rente hoger is dan 200 EUR. Elke instelling moet bij de begrotingsautoriteit een verslag met betrekking tot de naleving van de vastgestelde termijnen indienen.

(13)

Wat het plaatsen van opdrachten betreft, dienen de kadercontracten waarvoor niet opnieuw tot mededinging is opgeroepen in sectoren met snel stijgende prijzen en snelle technologische ontwikkelingen, halverwege de looptijd in het kader van een evaluatie of een benchmarkingssysteem te worden beoordeeld en dient de aanbestedende dienst passende maatregelen te nemen, met inbegrip van de opzegging van het kadercontract.

(14)

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel dient, bij contracten met een waarde van ten hoogste 5 000 EUR en bij contracten voor externe steun met een waarde van ten hoogste 10 000 EUR, de aanbestedende dienst op basis van een risicoanalyse te kunnen afzien van het vereiste, dat gegadigden of inschrijvers een verklaring moeten afgeven, dat zij niet in een van de situaties verkeren die aanleiding geven tot uitsluiting.

(15)

Ter vereenvoudiging dienen betalingen op factuur zonder voorafgaande aanvaarding van een inschrijving te worden toegestaan voor bedragen van 500 EUR of minder en dient in het geval van externe steun gebruik te kunnen worden gemaakt van een concurrentiële onderhandelingsprocedure voor de plaatsing van opdrachten voor leveringen met een waarde van 60 000 EUR of minder.

(16)

Wanneer dit passend, technisch uitvoerbaar en kosteneffectief is, dienen opdrachten met een waarde die gelijk is aan of groter dan de in artikel 158 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 vastgestelde drempelwaarden tegelijkertijd in de vorm van afzonderlijke partijen te worden gegund.

(17)

De aanbestedende dienst dient uitgesloten inschrijvers in kennis te stellen van de hun ter beschikking staande rechtsmiddelen.

(18)

Gelet op de mogelijkheid voor instellingen om een procedure voor het plaatsen van opdrachten gezamenlijk met een aanbestedende dienst van een lidstaat te organiseren, dient te worden bepaald, welke plaatsingsprocedure in dergelijke gevallen van toepassing is en hoe deze dient te worden beheerd.

(19)

Verdere preciseringen moeten worden opgenomen in de praktische regelingen voor het beheer van op interinstitutionele grondslag ingeleide aanbestedingsprocedures. Met name moeten bepalingen betreffende de evaluatie van de inschrijvingen en gunningsbesluiten worden vastgesteld.

(20)

Ter verzekering van een goed beheer van de gemeenschappelijke centrale gegevensbank van uitsluitingen, moet in nadere regels worden voorzien met betrekking tot de gegevens die aan de Commissie dienen te worden verstrekt. De procedure voor de verstrekking en de ontvangst van de in de gegevensbank opgenomen gegevens moet worden vastgesteld, waarbij terdege rekening dient te worden gehouden met de bescherming van persoonsgegevens.

(21)

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel dienen economische subjecten die in één van de in het Financieel Reglement vermelde wettelijke uitsluitingssituaties verkeren, niet onbepaald van deelneming aan een plaatsingsprocedure te worden uitgesloten. De criteria voor de vaststelling van de duur van de uitsluiting en de te volgen procedure dienen derhalve nader te worden bepaald.

(22)

Als gevolg van de herziening van het Financieel Reglement, dienen de bepalingen inzake sancties dienovereenkomstig te worden aangepast.

(23)

In het belang van de rechtszekerheid dienen de regels, en de uitzonderingen hierop, inzake de aan de ondertekening van een contract voorafgaande wachttermijn nader te worden bepaald.

(24)

Er dient te worden bepaald, in hoeverre de bijzondere vormen van financiering zoals bedoeld in artikel 108, lid 3, van het Financieel Reglement op dezelfde wijze moeten worden behandeld als subsidies in de zin van titel VI van deel I van dat Reglement.

(25)

Met het oog op een samenhangende praktijk moet in het jaarlijkse werkprogramma worden vastgesteld, of de toekenning van subsidies op grond van een besluit of een schriftelijke overeenkomst zal geschieden. Sommige artikelen dienen te worden aangepast om rekening te houden met het invoeren van besluiten in de procedure voor het toekennen van subsidies.

(26)

Om te waarborgen dat op alle juridische relaties waarbij de instellingen partij zijn, het Gemeenschapsrecht van toepassing is, dienen de ordonnateurs te worden verplicht, in alle contracten en subsidieovereenkomsten een beding op te nemen betreffende de toepasselijkheid van het Gemeenschapsrecht, alsmede, in voorkomend geval, van het nationale recht dat partijen zijn overeengekomen.

(27)

De uitzonderingen op de verplichting om voor het toekennen van subsidies een oproep tot het indienen van voorstellen te doen, moeten worden uitgebreid tot de in de huidige wetgeving op het gebied van onderzoek en ontwikkeling bestaande mogelijkheid, aan door de Commissie aangewezen begunstigden rechtstreeks subsidies toe te kennen voor voorstellen van hoge kwaliteit die niet onder het werkprogramma voor het betrokken begrotingsjaar vallen. Voorts moet in een bijkomende uitzondering worden voorzien ten behoeve van acties met bijzondere kenmerken waarvoor een beroep moet worden gedaan op een uitvoerend orgaan met een specifieke deskundigheid of bijzondere administratieve bevoegdheden, zonder dit noodzakelijkerwijs als een monopoliepositie te kwalificeren.

(28)

Ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen, dient te worden bepaald dat de vertegenwoordigers van begunstigden zonder rechtspersoonlijkheid het bewijs moeten leveren, dat zij gemachtigd zijn namens deze laatsten op te treden en financiële waarborgen kunnen bieden die gelijkwaardig zijn met die van rechtspersonen.

(29)

Ter vergemakkeling van het beheer van de gunningsprocedure, dient overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer te worden voorzien in de mogelijkheid, een oproep tot het indienen van voorstellen te beperken tot een bepaalde categorie begunstigden. De Commissie zou daardoor gerechtigd zijn, met inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en niet-discriminatie, voorstellen af te wijzen die van entiteiten afkomstig zijn die voor het betrokken programma niet relevant zijn.

(30)

Om de aanvragers te helpen en de doeltreffendheid van de oproepen tot het indienen van voorstellen te vergroten, moeten sommige stappen in de procedure worden verbeterd. De Commissie dient aan de aanvragers inlichtingen en advies over de toekenningsregels voor subsidies te verstrekken en hen zo snel mogelijk in kennis te stellen van hun kans van slagen. Het moet mogelijk zijn, de indieningsprocedure en de evaluatieprocedure in verschillende fasen op te delen, zodat kansloze aanvragen al in een vroeg stadium kunnen worden afgewezen. Om te verduidelijken welke kosten voor financiering door de Gemeenschap in aanmerking komen, dienen criteria te worden vastgelegd en dient een indicatieve lijst te worden verstrekt. Het is tevens dienstig, de voorwaarden voor het indienen van de aanvragen vast te stellen, met name voor aanvragen die langs elektronische weg worden ingediend. Bovendien moet het mogelijk zijn, aan de aanvragers in de loop van de toekenningsprocedure aanvullende inlichtingen te vragen, in het bijzonder wanneer de aanvragen kennelijke schrijffouten bevatten.

(31)

Er dient te worden voorzien in de mogelijkheid, het jaarlijkse werkprogramma vóór het jaar waarop het betrekking heeft, vast te stellen, zodat de oproepen tot het indienen van voorstellen reeds vroeg, dus ook vóór het jaar waarop zij betrekking hebben, kunnen worden bekendgemaakt.

(32)

Ter wille van de doorzichtigheid moet de Commissie, wanneer zij hiertoe het verzoek krijgt, de begrotingsautoriteit jaarlijks inlichten over het beheer van de voor de toekenning van subsidies gevolgde procedures en over de uitzonderingen op de bekendmaking van de begunstigden van begrotingsmiddelen.

(33)

Ter bescherming van de belangen van de begunstigden en ter vergroting van de rechtszekerheid, moeten inhoudelijke wijzigingen van de oproep tot het indienen van voorstellen de uitzondering blijven en moeten de aanvragers over een bijkomende termijn kunnen beschikken indien deze wijzigingen van essentiële aard zijn. Voor dergelijke wijzigingen moeten dezelfde bekendmakingsvoorschriften gelden als voor de eigenlijke oproep.

(34)

Bepaald dient te worden, dat de hoogte van vaste bedragen ineens beneden een drempelwaarde van 25 000 EUR en de hoogte van forfaitaire financieringen door de Commissie worden vastgesteld op basis van objectieve elementen, zoals statistische gegevens indien deze beschikbaar zijn. Deze bedragen moeten op dezelfde grondslag regelmatig worden geëvalueerd en bijgewerkt door de Commissie. Vaste bedragen ineens boven de drempelwaarde van 25 000 EUR moeten daarentegen in het basisbesluit worden vastgesteld. Bovendien moet de verantwoordelijke ordonnateur achteraf controleren, of aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan. Deze controles staan los van die welke worden uitgevoerd met betrekking tot subsidies die dienen ter dekking van de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten. De regel dat geen winst mag worden gemaakt, en de medefinancieringsregel dienen nader te worden bepaald.

(35)

Met betrekking tot voor de uitvoering van een subsidie van de Gemeenschap vereiste contracten van geringe waarde, dient te worden bepaald dat de begunstigden zich moeten beperken tot de toepassing van de strikt noodzakelijke regels, zoals het beginsel van goed financieel beheer en het vermijden van belangenconflicten. Inzake contracten met een grotere waarde moet de ordonnateur andere specifieke vereisten kunnen stellen, die zijn gebaseerd op de vereisten die de instellingen inzake soortgelijke contracten moeten naleven.

(36)

De financiële steun die de begunstigden van een Gemeenschapssubsidie kunnen verlenen aan derden, moet zodanig worden georganiseerd, dat er geen discretionaire bevoegdheid is en dat deze steun wordt beperkt tot een maximumbedrag van 100 000 EUR, overeenkomstig artikel 120 van het Financieel Reglement.

(37)

Aangaande de boekhouding en de rekening en verantwoording dient te worden verduidelijkt, dat het in artikel 122 van het Financieel Reglement voorgeschreven verslag over het begrotings- en financieel beheer dat de rekeningen vergezelt, losstaat van het in artikel 121 van het Financieel Reglement bedoelde verslag over de uitvoering van de begroting. Tevens dienen in verband met de wijzigingen van de mate van consolidatie waarin het Financieel Reglement voorziet, alle vroegere verwijzingen naar de in artikel 185 van het Financieel Reglement bedoelde organen te worden vervangen door verwijzingen naar de in artikel 121 van het Financieel Reglement bedoelde organen.

(38)

Ten aanzien van sommige onderdelen van Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (3) en van Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 houdende algemene bepalingen tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (4), waarbij in het kader van meerjarenprogramma's gebruik wordt gemaakt van gesplitste kredieten, heeft het Financieel Reglement in zijn artikel 166, lid 3, onder a), een doorhalingsregel „n+3” ingevoerd. Er moet derhalve in specifieke nadere regels worden voorzien, in het bijzonder wat betreft de procedure voor en de gevolgen van het ambtshalve doorhalen van vastleggingen.

(39)

Voor externe acties zijn verdere vereenvoudigingsmaatregelen nodig. In het bijzonder dient de drempelwaarde voor de toepassing van de onderhandelingsprocedure op basis van één inschrijving te worden verhoogd. Voorts moet de mogelijkheid, om veiligheidsredenen gebruik te maken van geheime procedures voor het plaatsen van opdrachten, waarin reeds was voorzien voor de instellingen, worden uitgebreid tot opdrachten voor operaties op het gebied van de externe betrekkingen. Voor de tenuitvoerlegging van de in het Financieel Reglement opgenomen verplichtingen met betrekking tot de bekendmaking van de begunstigden van begrotingsmiddelen, dienen passende bepalingen te worden vastgesteld in de financieringsovereenkomsten met derde landen.

(40)

Met betrekking tot de interinstitutionele Europese bureaus, dienen de specifieke regels die van toepassing zijn op het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen (OPOCE) te worden aangepast in verband met de nieuwe mogelijkheid waarin het Financieel Reglement voorziet, om ordonnateursbevoegdheden te delegeren aan de directeuren van de interinstitutionele Europese bureaus. Elke instelling dient de verantwoordelijkheid voor de vastleggingen in de begroting en de keuze van de te publiceren documenten te behouden, doch de verantwoordelijkheid voor alle daarna komende handelingen moet aan de directeur van het OPOCE kunnen worden gedelegeerd.

(41)

Het moet mogelijk zijn, externe deskundigen die nodig zijn voor de beoordeling van voorstellen en andere vormen van technische bijstand, te kiezen uit een lijst die na een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling is opgesteld op basis van technische geschiktheid.

(42)

Daar het Financieel Reglement, zoals gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr.1995/2006, uiterlijk vanaf 1 mei 2007 van toepassing is, moet de onderhavige verordening zo spoedig mogelijk in werking treden en vanaf 1 mei 2007 van toepassing zijn.

(43)

Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De artikelen 2, 3 en 4 komen als volgt te luiden:

„Artikel 2

Wetgevingsbesluiten betreffende de uitvoering van de begroting

(Artikelen 2 en 49 van het Financieel Reglement)

De Commissie werkt jaarlijks in het voorontwerp van begroting de gegevens over de in artikel 2 van het Financieel Reglement bedoelde besluiten bij.

Elk bij de wetgevende autoriteit ingediend voorstel of wijziging van een voorstel vermeldt duidelijk de bepalingen die afwijkingen bevatten van het Financieel Reglement of de onderhavige verordening en noemt in de desbetreffende toelichting de specifieke redenen die deze afwijkingen rechtvaardigen.

Artikel 3

Draagwijdte van voorfinancieringen

(Artikel 5 bis van het Financieel Reglement)

1.   In het geval van direct gecentraliseerd beheer met meer partners, indirect gecentraliseerd beheer en gedecentraliseerd beheer in de zin van artikel 53 van het Financieel Reglement, geldt artikel 5 bis van het Financieel Reglement uitsluitend voor de entiteit die de voorfinanciering rechtstreeks van de Commissie ontvangt.

2.   De voorfinanciering wordt als aanzienlijk bedrag in de zin van artikel 5 bis, lid 2, onder a), van het Financieel Reglement aangemerkt, wanneer zij meer dan 50 000 EUR bedraagt.

Voor externe maatregelen wordt de voorfinanciering evenwel als aanzienlijk bedrag beschouwd wanneer zij meer dan 250 000 EUR bedraagt. In het kader van de steunverlening in crisissituaties en voor humanitaire operaties wordt de voorfinanciering als aanzienlijk bedrag aangemerkt wanneer zij per overeenkomst aan het einde van elk begrotingsjaar meer dan 750 000 EUR bedraagt en betrekking heeft op projecten met een looptijd van ten minste twaalf maanden.

Artikel 4

Invordering van rente op voorfinancieringen

(Artikel 5 bis van het Financieel Reglement)

1.   De bevoegde ordonnateur vordert voor elke verslagperiode volgende op de uitvoering van het besluit of de overeenkomst de rente op betaalde voorfinancieringen in, die per overeenkomst aan het einde van elk begrotingsjaar meer dan 750 000 EUR bedragen.

2.   De bevoegde ordonnateur kan ten minste eenmaal per jaar de rente invorderen op betaalde voorfinancieringen die kleiner zijn dan de in de lid 1 bedoelde bedragen, rekening houdende met de risico's verbonden aan de beheersomgeving en de aard van de gefinancierde acties.

3.   De bevoegde ordonnateur vordert de rente op de betaalde voorfinanciering in wanneer deze meer bedraagt dan het saldo van de in artikel 5 bis, lid 1, van het Financieel Reglement bedoelde verschuldigde bedragen.”.

2)

Het volgende artikel 4 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 4 bis

Opneming in de boeken van rente op voorfinancieringen

(Artikel 5 bis van het Financieel Reglement)

1.   De bevoegde ordonnateur ziet erop toe dat, bij subsidiebesluiten of overeenkomsten met begunstigden en tussenpersonen, de voorfinancieringen worden betaald op bankrekeningen of onderbankrekeningen die de identificatie van de middelen en de rente daarop mogelijk maken. Zo dit niet mogelijk is, moeten de boekhoudmethoden van de begunstigden of de tussenpersonen de identificatie van de door de Gemeenschap betaalde middelen en de uit deze middelen voortvloeiende rente en andere voordelen mogelijk maken.

2.   In de in artikel 5 bis, lid 1, tweede alinea, van het Financieel Reglement bedoelde gevallen maakt de bevoegde ordonnateur vóór het einde van elk begrotingsjaar een raming van de uit deze middelen voortvloeiende rente en andere voordelen en legt hij een voorziening aan voor het betrokken bedrag. Deze voorziening wordt in de boeken opgenomen en afgewikkeld door de daadwerkelijke invordering na de uitvoering van het besluit of de overeenkomst.

Wanneer de voorfinanciering wordt betaald uit hetzelfde begrotingsonderdeel, op grond van hetzelfde basisbesluit en aan begunstigden die aan dezelfde gunningsprocedure hebben deelgenomen, kan de ordonnateur voor verscheidene debiteuren een gezamenlijke schuldvorderingsraming opstellen.

3.   De artikelen 3 en 4 en de leden 1 en 2 van het onderhavige artikel laten de opneming van de voorfinancieringen als activa in de financiële staten, overeenkomstig de in artikel 133 van het Financieel Reglement bedoelde boekhoudregels, onverlet.”.

3)

In artikel 5, onder c), wordt „de artikelen 157 en 181, lid 5, van het Financieel Reglement” vervangen door „de artikelen 157 en 160 bis van het Financieel Reglement”.

4)

In artikel 7 wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:

„1 bis.   Om te vermijden dat operaties inzake de omrekening van valuta's de hoogte van de medefinanciering door de Gemeenschap in aanzienlijke mate beïnvloeden of een nadelig effect op de communautaire begroting hebben, voorzien de in lid 1 bedoelde specifieke bepalingen, indien passend, in een omrekeningskoers voor de euro en andere valuta's die moet worden berekend aan de hand van het gemiddelde van de dagelijkse wisselkoers in een bepaalde periode.”.

5)

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in de eerste alinea komt punt b) als volgt te luiden:

„b)

in de staat van uitgaven worden in de begrotingstoelichting, die ook algemene opmerkingen bevat, de begrotingsonderdelen vermeld waarop de kredieten kunnen worden opgenomen die met de bestemmingsontvangsten overeenkomen.”;

ii)

de tweede alinea komt als volgt te luiden:

„In het in de eerste alinea, onder a), bedoelde geval wordt het begrotingsonderdeel voorzien van de vermelding „p.m.” en worden de geraamde ontvangsten ter kennisneming in de toelichting vermeld.”;

b)

in lid 2, eerste volzin, wordt „artikel 161, lid 2, van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 160, lid 1 bis, en artikel 161, lid 2, van het Financieel Reglement.”.

6)

Het volgende artikel 13 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 13 bis

Lasten uit de aanvaarding van schenkingen aan de Gemeenschap

(Artikel 19, lid 2, van het Financieel Reglement)

Met het oog op de in artikel 19, lid 2, van het Financieel Reglement bedoelde goedkeuring van het Europees Parlement en de Raad, stelt de Commissie een raming op van en geeft zij een toelichting op de financiële lasten, waaronder de vervolgkosten, als gevolg van de aanvaarding van schenkingen aan de Gemeenschappen.”.

7)

Artikel 14 komt als volgt te luiden:

„Artikel 14

Betalingsopdracht voor het nettobedrag

(Artikel 20, lid 1, van het Financieel Reglement)

Overeenkomstig artikel 20, lid 1, van het Financieel Reglement kunnen op het bedrag van de betalingsverzoeken, facturen of betaalstaten de volgende bedragen in mindering worden gebracht, waarvoor in dat geval een betalingsopdracht voor het nettobedrag wordt gegeven:

a)

de aan partijen bij aanbestedingscontracten of begunstigden van subsidies opgelegde boeten;

b)

de op facturen en betalingsverzoeken in mindering gebrachte kortingen, terugbetalingen en rabatten;

c)

de rente op betaalde voorfinancieringen, zoals bedoeld in artikel 5 bis, lid 1, eerste alinea, van het Financieel Reglement.”.

8)

Artikel 16 wordt geschrapt.

9)

Artikel 17 komt als volgt te luiden:

„Artikel 17

Berekening van de percentages van overschrijvingen van andere instellingen dan de Commissie

(Artikel 22 van het Financieel Reglement)

1.   De in artikel 22 van het Financieel Reglement bedoelde percentages worden berekend op het tijdstip van het verzoek om overschrijving en op de grondslag van de in de begroting, met inbegrip van de gewijzigde begrotingen, opgenomen kredieten.

2.   Het in aanmerking te nemen bedrag is de som van de overschrijvingen van het begrotingsonderdeel waarvan kredieten worden overgeschreven, na correctie voor verrichte eerdere overschrijvingen.

Het bedrag van de overschrijvingen die autonoom, zonder besluit van de begrotingsautoriteit, door de betrokken instellingen kunnen worden verricht, wordt niet in aanmerking genomen.”.

10)

Het volgende artikel 17 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 17 bis

Berekening van de percentages van overschrijvingen van de Commissie

(Artikel 23 van het Financieel Reglement)

1.   De in de artikel 23, lid 1, van het Financieel Reglement bedoelde percentages worden berekend op het tijdstip van het verzoek om overschrijving en op de grondslag van de in de begroting, met inbegrip van de gewijzigde begrotingen, opgenomen kredieten.

2.   Het in aanmerking te nemen bedrag is de som van de overschrijvingen van het begrotingsonderdeel waarvan of waarop kredieten worden overgeschreven, na correctie voor verrichte eerdere overschrijvingen.

Het bedrag van de overschrijvingen die autonoom, zonder besluit van de begrotingsautoriteit, door de Commissie kunnen worden verricht, wordt niet in aanmerking genomen.”.

11)

In de inleidende zin van artikel 20 wordt „artikel 26, lid 2, eerste alinea, van het Financieel Reglement” vervangen door „artikel 26 van het Financieel Reglement”.

12)

In artikel 22, lid 1, wordt de eerste alinea geschrapt.

13)

Het volgende artikel 22 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 22 bis

Effectieve en efficiënte interne controle

(Artikel 28 bis, lid 1, van het Financieel Reglement)

1.   Een effectieve interne controle is gebaseerd op beproefde internationale methoden en omvat in het bijzonder de volgende elementen:

a)

een scheiding van taken;

b)

een adequate risicobeheersings- en controlestrategie, waaronder controles op het niveau van de begunstigden;

c)

de vermijding van belangenconflicten;

d)

adequate controlesporen en de integriteit van de gegevens in gegevenssystemen;

e)

procedures voor de bewaking van de prestaties en voor de follow-up van vastgestelde zwakheden van de interne controle en uitzonderingen;

f)

een periodieke evaluatie van de goede werking van het controlesysteem.

2.   Een efficiënte interne controle is gebaseerd op de volgende elementen:

a)

de uitvoering van een adequate, door de relevante, bij de controleketen betrokken actoren onderling gecoördineerde risicobeheersings- en controlestrategie;

b)

de toegankelijkheid van de controleresultaten voor alle relevante, bij de controleketen betrokken actoren;

c)

de tijdige toepassing van corrigerende maatregelen, waaronder passende en afschrikkende sancties;

d)

duidelijke en ondubbelzinnige wetgeving als grondslag voor het beleid;

e)

het wegnemen van dubbele controles;

f)

het beginsel van de verbetering van de kosten-batenverhouding van de controles.”.

14)

Artikel 23 komt als volgt te luiden:

„Artikel 23

Voorlopige bekendmaking van de begroting

(Artikel 29 van het Financieel Reglement)

Zo spoedig mogelijk en uiterlijk vier weken na de definitieve vaststelling van de begroting worden de definitieve gedetailleerde begrotingscijfers op initiatief van de Commissie op de internetsite van de instellingen bekendgemaakt, in afwachting van de officiële bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.”.

15)

In artikel 25 komt letter a), punt ii), als volgt te luiden:

„ii)

per personeelscategorie een overzicht van de in de begroting vermelde posten en de werkelijke personeelsbezetting aan het begin van het jaar waarin het voorontwerp van begroting wordt ingediend, met vermelding van de verdeling ervan per rang en per administratieve eenheid;”.

16)

Artikel 31 wordt geschrapt.

17)

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de titel wordt „Artikel 49, lid 2, onder a) en b)” vervangen door „Artikel 49, lid 6, onder a) en b)”;

b)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

„artikel 49, lid 2, onder a)” wordt vervangen door „artikel 49, lid 6, onder a)”,

ii)

„32 miljoen EUR” wordt vervangen door „40 miljoen EUR”;

c)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

„artikel 49, lid 2, onder b)” wordt vervangen door „artikel 49, lid 6, onder b)”,

ii)

„30 miljoen EUR” wordt vervangen door „50 miljoen EUR”,

iii)

„75 miljoen EUR” wordt vervangen door „100 miljoen EUR.”.

18)

Het volgende artikel 32 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 32 bis

(Voorbereidende maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid)

(Artikel 49, lid 6, onder c), van het Financieel Reglement)

De financiering van door de Raad overeengekomen maatregelen ter voorbereiding van EU-crisisbeheersingsoperaties uit hoofde van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie dekt de bijkomende kosten die rechtstreeks het gevolg zijn van een specifieke inzet ter plaatse van een missie of team waarbij onder meer personeelsleden van de EU-instellingen betrokken zijn, met inbegrip van een verzekering tegen grote risico's, reis- en verblijfkosten en dagvergoedingen.”.

19)

In de titel van artikel 33 wordt „artikel 49, lid 2, onder c)” vervangen door „artikel 49, lid 6, onder d).”.

20)

Aan artikel 34 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

„3.   Er wordt geacht een belangenconflict te zijn indien de aanvrager, gegadigde of inschrijver een aan het statuut onderworpen personeelslid is, tenzij de betrokkene van zijn hiërarchie van tevoren toestemming heeft gekregen om aan de procedure deel te nemen.”.

21)

Artikel 35 komt als volgt te luiden:

„Artikel 35

Controles door de Commissie

(Artikel 53 quinquies, artikel 54, lid 2, onder c), en artikel 56 van het Financieel Reglement)

1.   De besluiten waarbij uitvoeringstaken worden toevertrouwd aan de in artikel 56 van het Financieel Reglement bedoelde entiteiten of personen, bevatten alle nodige bepalingen om de doorzichtigheid van de verrichte handelingen te garanderen.

De Commissie herziet deze bepalingen zo nodig bij elke wezenlijke wijziging van de procedures of systemen die de betrokken entiteiten of personen toepassen, om te verzekeren dat aan de voorwaarden van artikel 56 blijft worden voldaan.

2.   De betrokken entiteiten of personen verstrekken de Commissie binnen een vastgestelde termijn de gegevens waarom zij verzoekt en stellen haar onverwijld van elke wezenlijke wijziging van hun procedures of systemen in kennis.

De Commissie neemt deze verplichtingen, naar gelang van het geval, op in de in lid 1 bedoelde besluiten of de met deze entiteiten of personen gesloten overeenkomsten.

3.   De Commissie kan aanvaarden, dat de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten van de in artikel 54, lid 2, onder c), en de in artikel 166, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde organen en begunstigden gelijkwaardig met haar eigen procedures zijn, rekening gehouden met de internationaal aanvaarde normen.

4.   Wanneer de Commissie de begroting in gezamenlijk beheer uitvoert, zijn de met de betrokken internationale organisaties gesloten verificatieovereenkomsten van toepassing.

5.   De in artikel 56, lid 1, onder d), van het Financieel Reglement bedoelde onafhankelijke externe controle wordt ten minste verricht door een controledienst die functioneel onafhankelijk is van de entiteit waaraan de Commissie uitvoeringstaken toevertrouwt, en die zijn taken overeenkomstig internationaal aanvaarde normen voor accountantsonderzoek uitoefent.”.

22)

Het volgende artikel 35 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 35 bis

Maatregelen ter bevordering van de beste werkmethoden

(Artikel 53 ter van het Financieel Reglement)

De Commissie stelt een register samen van organen die verantwoordelijk zijn voor het beheer, de certifiëring en de controleactiviteiten uit hoofde van sectorale verordeningen. Ter bevordering van de beste werkmethoden bij de tenuitvoerlegging van de Structuurfondsen en het Europees Visserijfonds, stelt de Commissie ter informatie aan degenen die verantwoordelijk zijn voor het beheer en de controleactiviteiten, een methodologische handleiding ter beschikking waarin haar eigen controlestrategie en controlebenadering, met inbegrip van controlelijsten en voorbeelden van beste werkmethoden, worden uiteengezet.”.

23)

In artikel 36 wordt „artikel 53” vervangen door „artikel 53 bis”.

24)

In artikel 37 wordt lid 2 geschrapt.

25)

Artikel 38 komt als volgt te luiden:

„Artikel 38

Voorwaarden voor delegatie van bevoegdheden aan nationale of internationale publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke entiteiten met een openbaredienstverleningstaak

(Artikel 54, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement)

1.   De Commissie kan overheidstaken delegeren aan:

a)

internationale publiekrechtelijke organen,

b)

nationale publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke entiteiten met een openbaredienstverleningstaak, indien deze vallen onder het recht van de lidstaten, een van de EER-staten of een van de kandidaat-lidstaten van de Europese Unie of eventueel het recht van een ander land.

2.   De Commissie vergewist zich ervan, dat de in lid 1 bedoelde organen of entiteiten voldoende financiële garanties bieden, bij voorkeur afkomstig van een overheidsinstantie, met name op het gebied van de integrale invordering van aan de Commissie verschuldigde bedragen.

3.   Wanneer de Commissie voornemens is overheidstaken, en met name taken tot uitvoering van de begroting, aan een in artikel 54, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement bedoeld orgaan toe te vertrouwen, onderzoekt zij of de beginselen zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid zijn nageleefd.”.

26)

Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel komt als volgt te luiden:

„Artikel 39

Aanwijzing van nationale of internationale publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke entiteiten met een openbaredienstverleningstaak

(Artikel 54, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement) ”;

b)

in lid 2 komt de eerste volzin als volgt te luiden:

„2. De keuze van de in lid 1 bedoelde organen of entiteiten of de internationale publiekrechtelijke organen geschiedt op objectieve en doorzichtige wijze, met inachtneming van het beginsel van goed financieel beheer, overeenkomstig de door de Commissie vastgestelde uitvoeringsbehoeften.”;

c)

in lid 3 komt de tweede alinea als volgt te luiden:

„In alle andere gevallen wijst de Commissie deze organen of entiteiten aan in overleg met de betrokken lidstaten of landen.”;

d)

het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

„4.   De Commissie stelt de wetgevende autoriteit jaarlijks in kennis van de gevallen waarin zij uitvoeringstaken heeft toevertrouwd aan de in artikel 54, lid 2, onder c), bedoelde organen, en vermeldt daarbij om welke organen het gaat en verstrekt een passende motivering van het gebruik van deze organen.”.

27)

Het volgende artikel 39 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 39 bis

Personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen in het kader van titel V van het Verdag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd

(Artikel 54, lid 2, onder d), van het Financieel Reglement)

De in artikel 54, lid 2, onder d), van het Financieel Reglement bedoelde personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen is toevertrouwd, stellen de vereiste structuren en procedures in om de verantwoordelijkheid voor de gelden die zij beheren op zich te nemen. Deze personen genieten de status van speciaal adviseur van de Commissie in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, overeenkomstig de artikelen 1 en 5 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.”.

28)

Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel komt als volgt te luiden:

„Artikel 41

Wijze van uitvoering van indirect gecentraliseerd beheer

(Artikel 54, lid 2, onder b), c) en d), van het Financieel Reglement) ”;

b)

de eerste alinea komt als volgt te luiden:

„1.   Wanneer de Commissie uitvoeringstaken toevertrouwt aan de in artikel 54, lid 2, onder b), c) en d), van het Financieel Reglement bedoelde organen, entiteiten of personen, sluit zij met hen een overeenkomst waarin nauwkeurige afspraken worden gemaakt over het beheer en de controle van de gelden en de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen.”;

c)

lid 3 komt als volgt te luiden:

„3.   De in lid 1 bedoelde organen, entiteiten of personen zijn geen gedelegeerd ordonnateur.”.

29)

Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de titel wordt „artikel 53, lid 5” vervangen door „de artikelen 53 ter en 53 quater”;

b)

in lid 1 wordt „artikel 53, lid 5” vervangen door „de artikelen 53 ter en 53 quater”.

30)

Het volgende artikel 42 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 42 bis

Overzicht van de controles en verklaringen

(Artikel 53 ter, lid 3, van het Financieel Reglement)

1.   Het overzicht wordt verstrekt door de bevoegde autoriteit of instantie die door de lidstaat voor het desbetreffende uitgavengebied is aangewezen in overeenstemming met de sectorale voorschriften.

2.   Het deel met betrekking tot de controles:

a)

omvat, wat de landbouw betreft, de accountantsverklaringen die door de certifiëringsinstanties zijn opgesteld, en, wat de structurele en andere soortgelijke maatregelen betreft, de controleadviezen die door de controleautoriteiten zijn verstrekt;

b)

wordt verstrekt op uiterlijk 15 februari van het jaar volgende op het jaar van de controleactiviteiten met betrekking tot de landbouwuitgaven en de structurele en andere soortgelijke maatregelen.

3.   Het deel met betrekking tot de verklaringen:

a)

omvat, wat de landbouw betreft, de betrouwbaarheidsverklaringen van de betaalorganen en, wat de structurele en andere soortgelijke maatregelen betreft, de accountantsverklaringen van de certifiëringsinstanties;

b)

wordt verstrekt op uiterlijk 15 februari van het volgende begrotingsjaar voor landbouwuitgaven en structurele en andere soortgelijke maatregelen.”.

31)

Artikel 43 komt als volgt te luiden:

„Artikel 43

Gezamenlijk beheer

(Artikel 53 quinquies, artikel 108 bis en artikel 165 van het Financieel Reglement)

1.   De Commissie vergewist zich van het bestaan van adequate regelingen voor de controle en de audit van de actie als geheel.

2.   De in artikel 53 quinquies van het Financieel Reglement bedoelde internationale organisaties zijn:

a)

de internationale publiekrechtelijke organisaties die zijn opgericht bij intergouvernementele overeenkomsten en hun gespecialiseerde agentschappen;

b)

het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRK);

c)

de internationale federatie van de nationale verenigingen van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan.

Voor de toepassing van artikel 53 quinquies van het Financieel Reglement worden de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds gelijkgesteld met internationale organisaties.

3.   Wanneer de begroting overeenkomstig de artikelen 53 quinquies en 165 van het Financieel Reglement onder gezamenlijk beheer met internationale organisaties wordt uitgevoerd, worden de te financieren organisaties en acties op objectieve en doorzichtige wijze gekozen.

4.   Onverminderd artikel 35 van deze verordening, bevatten overeenkomsten met de in artikel 53 quinquies van het Financieel Reglement bedoelde internationale organisaties in het bijzonder het volgende:

a)

een omschrijving van de in gezamenlijk beheer ten uitvoer te leggen acties, projecten of programma's;

b)

de voorwaarden en de wijze van uitvoering, waaronder met name de beginselen voor het plaatsen van opdrachten en het verlenen van subsidies;

c)

bepalingen betreffende het uitbrengen van verslag aan de Commissie over de uitvoering;

d)

bepalingen op grond waarvan de organisatie waaraan uitvoeringstaken zijn toevertrouwd, gegadigden en inschrijvers verplicht moeten uitsluiten van deelname aan een procedure voor het plaatsen van opdrachten of het toekennen van subsidies wanneer zij in één van de in artikel 93, lid 1, onder a), b) en e), en artikel 94, onder a) en b), van het Financieel Reglement bedoelde situaties verkeren;

e)

de wijze van betaling van de bijdrage van de Gemeenschap en de over te leggen bewijsstukken tot staving van de betalingen;

f)

de omstandigheden waarin de uitvoering wordt beëindigd;

g)

nadere regels inzake het toezicht en de controle van de Commissie;

h)

bepalingen die de Rekenkamer toegang verlenen tot de gegevens waarover zij dient te beschikken om haar taken, indien nodig ter plaatse, overeenkomstig de met de desbetreffende internationale organisaties gesloten verificatieovereenkomsten, uit te oefenen;

i)

bepalingen betreffende het gebruik van voortgebrachte rente;

j)

bepalingen die de zichtbaarheid garanderen van het optreden, project of programma van de Gemeenschap, ten opzichte van de andere activiteiten van de organisatie;

k)

bepalingen betreffende de bekendmaking van de begunstigden van de begrotingsmiddelen, die de internationale organisaties ertoe verplichten de gegevens overeenkomstig artikel 169 van deze verordening bekend te maken.

5.   Projecten en programma's worden geacht gezamenlijk tot stand te worden gebracht wanneer de Commissie en de internationale publiekrechtelijke organisatie gezamenlijk de haalbaarheid ervan beoordelen en de wijze van uitvoering vaststellen.

6.   Bij de uitvoering van projecten in gezamenlijk beheer voldoen de internationale organisaties ten minste aan de volgende eisen:

a)

de procedures voor het plaatsen van opdrachten en het toekennen van subsidies voldoen aan de beginselen van transparantie, evenredigheid, goed financieel beheer, gelijke behandeling en niet-discriminatie, afwezigheid van belangenconflicten en naleving van internationaal aanvaarde normen;

b)

subsidies kunnen niet cumulatief zijn of met terugwerkende kracht worden toegekend;

c)

subsidies moeten medefinanciering omvatten, tenzij anders bepaald in artikel 253;

d)

subsidies mogen niet tot doel of tot gevolg hebben dat zij voor de begunstigde winst opleveren.

Deze eisen worden uitdrukkelijk vermeld in de overeenkomsten die met de internationale organisaties worden gesloten.”.

32)

Het volgende artikel 43 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 43 bis

Kennisgeving van de doorgifte van persoonsgegevens voor controledoeleinden

(Artikel 48 van het Financieel Reglement)

Bij elke oproep in het kader van subsidies of opdrachten die met direct gecentraliseerd beheer worden ten uitvoer gelegd, worden potentiële begunstigden, kandidaten en inschrijvers overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (*1) ervan in kennis gesteld, dat, met het oog op de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen, de persoonsgegevens aan internecontrolediensten, de Europese Rekenkamer, de Instantie voor Financiële Onregelmatigheden of het Europees Bureau voor fraudebestrijding (hierna „het OLAF” genoemd) kunnen worden doorgegeven.

(*1)   PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.”."

33)

In artikel 48 komt punt e) als volgt te luiden:

„e)

de beheersrisico's vast te stellen en te voorkomen, en doeltreffend te beheren;”.

34)

Aan artikel 49 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De persoonsgegevens in de bewijsstukken worden, voor zover mogelijk, geschrapt wanneer zij niet noodzakelijk zijn voor de kwijting en de controle van de begroting. In ieder geval is, wat de bewaring van verkeersgegevens betreft, artikel 37, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van toepassing.”.

35)

In artikel 67 komt lid 4 als volgt te luiden:

„4.   De betalingen in het kader van het beheer van gelden ter goede rekening kunnen geschieden door overschrijving, met inbegrip van het in artikel 80 van het Financieel Reglement bedoelde systeem van automatische incasso's, door een cheque of op andere wijze, overeenkomstig de instructies van de rekenplichtige.”.

36)

In artikel 72 wordt „het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen (hierna „het Statuut” genoemd)” vervangen door „het statuut”.

37)

De artikelen 74 en 75 komen als volgt te luiden:

„Artikel 74

Financiële onregelmatigheden

(Artikel 60, lid 6, en artikel 66, lid 4, van het Financieel Reglement)

Onverminderd de bevoegdheden van het OLAF, is de in artikel 43 bis bedoelde instantie (hierna „de instantie” genoemd) bevoegd voor elke overtreding van een bepaling van het Financieel Reglement of een andere bepaling inzake financieel beheer en controle van de verrichtingen, die het gevolg is van een handeling of verzuim van een personeelslid.

Artikel 75

Instantie voor financiële onregelmatigheden

(Artikel 60, lid 6, en artikel 66, lid 4, van het Financieel Reglement)

1.   De in artikel 74 bedoelde financiële onregelmatigheden worden overeenkomstig artikel 66, lid 4, tweede alinea, van het Financieel Reglement door het tot aanstelling bevoegde gezag voor advies naar de instantie verwezen.

Een gedelegeerd ordonnateur kan een zaak aan de instantie verwijzen wanneer hij van mening is dat zich een financiële onregelmatigheid heeft voorgedaan. De instantie brengt een advies uit, waarin wordt nagegaan of de in artikel 74 bedoelde onregelmatigheden hebben plaatsgevonden, hoe ernstig zij zijn en wat de gevolgen ervan zouden kunnen zijn. Wanneer de instantie tijdens haar onderzoek tot de slotsom komt, dat het naar haar verwezen geval onder de bevoegdheid van het OLAF valt, zendt zij het dossier onverwijld naar het tot aanstelling bevoegde gezag en stelt zij het OLAF onmiddellijk in kennis.

Wanneer de instantie overeenkomstig artikel 60, lid 6, van het Financieel Reglement rechtstreeks door een personeelslid wordt ingelicht, zendt zij het dossier aan het tot aanstelling bevoegde gezag toe en stelt zij het personeelslid dat haar heeft ingelicht, hiervan in kennis. Het tot aanstelling bevoegde gezag kan de instantie om advies over het dossier vragen.

2.   De instelling stelt of, in het geval van een gezamenlijke instantie, de deelnemende instellingen stellen, rekening houdend met haar of hun interne organisatie, de werkwijze van de instantie vast, alsmede de samenstelling ervan, die een externe deelnemer met de vereiste kwalificaties en deskundigheid omvat.”.

38)

In artikel 77, lid 2, komt de eerste volzin als volgt te luiden:

„2. Behoudens artikel 160, lid 1 bis, en artikel 161, lid 2, van het Financieel Reglement, leidt de raming van schuldvorderingen niet tot vastleggingskredieten.”.

39)

Aan artikel 81 worden de volgende leden 3 en 4 toegevoegd:

„3.   De rekenplichtige van elke instelling houdt een lijst van te innen bedragen bij, waarop de vorderingen van de Gemeenschap zijn samengebracht overeenkomstig de datum van uitgifte van de invorderingsopdracht. Hij geeft deze lijst aan de rekenplichtige van de Commissie door.

De rekenplichtige van de Commissie stelt een geconsolideerde lijst op van de verschuldigde bedragen, ingedeeld naar instelling en naar datum van uitgifte van de invorderingsopdracht. De lijst wordt toegevoegd aan het verslag van de Commissie over het begrotings- en financiële beheer.

4.   De Commissie stelt een lijst op van de vorderingen van de Gemeenschap, met vermelding van de namen van de debiteuren en het bedrag van de schuld, voor de gevallen waarin de debiteur op grond van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing tot betaling verplicht is en waarin één jaar na de uitspraak nog geen of geen significante betaling heeft plaatsgevonden. Deze lijst wordt bekengemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met de desbetreffende wetgeving inzake gegevensbescherming.”.

40)

Het volgende artikel 85 ter wordt ingevoegd:

„Artikel 85 ter

Regels inzake verjaring

(Artikel 73 bis van het Financieel Reglement)

1.   De verjaringstermijn van schuldvorderingen van de Gemeenschappen op derden begint te lopen bij het verstrijken van de termijn die de debiteur in de in artikel 78, lid 3, onder b), bedoelde debetnota wordt meegedeeld.

De verjaringstermijn van schuldvorderingen van derden op de Gemeenschappen begint te lopen op de datum waarop de schuldvordering van de betrokken derde krachtens de onderliggende juridische verbintenis opeisbaar is.

2.   De verjaringstermijn voor schuldvorderingen van de Gemeenschappen op derden wordt geschorst door elke handeling van een instelling of van een door een op verzoek van een instelling handelende lidstaat, waarvan aan de derde kennis is gegeven en die strekt tot inning van de schuld.

De verjaringstermijn voor schuldvorderingen van derden op de Gemeenschappen wordt geschorst door elke handeling, waarvan door haar schuldeisers of namens haar crediteuren aan de Gemeenschappen kennis is gegeven en die strekt tot inning van de schuld.

3.   Een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen op de dag volgende op die van de in lid 2 bedoelde schorsingen.

4.   Rechtsvorderingen betreffende de in lid 1 bedoelde schuldvorderingen, met inbegrip van rechtsvorderingen waarbij de rechter zich uiteindelijk onbevoegd verklaart, schorsen de verjaringstermijn. De nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar begint pas te lopen na een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing of na een buitengerechtelijke schikking tussen de partijen over dezelfde vordering.

5.   Wanneer de rekenplichtige de debiteur overeenkomstig artikel 85 een aanvullende betalingstermijn toestaat, wordt dit als een schorsing van de verjaringstermijn beschouwd. De nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen op de dag volgende op die waarop de aanvullende betalingstermijn verstrijkt.

6.   Na het verstrijken van de in de leden 1 tot en met 5 bedoelde verjaringstermijn, worden de schuldvorderingen niet meer geïnd.”.

41)

In artikel 87, lid 3, komt de tweede volzin als volgt te luiden:

„De bevoegde ordonnateur gaat bij het afzien van invordering te werk overeenkomstig artikel 81.”.

42)

Artikel 93 wordt geschrapt.

43)

Aan artikel 94, lid 1, wordt het volgende punt f) toegevoegd:

„f)

wanneer een instelling op grond van artikel 174 bis, lid 1, van het Financieel Reglement ordonnateursbevoegdheden heeft gedelegeerd aan de directeur van een interinstitutioneel Europees bureau.”.

44)

In artikel 104 komt lid 1 als volgt te luiden:

„1.   Voorfinancieringen, hieronder begrepen in de gevallen van opgesplitste betalingen, worden betaald op grond van het contract, het besluit, de overeenkomst of het basisbesluit, dan wel op grond van bewijsstukken aan de hand waarvan kan worden geverifieerd, of de gefinancierde acties met het betrokken contract of de betrokken overeenkomst in overeenstemming zijn. Indien een betaaldatum van voorfinanciering in deze instrumenten wordt bepaald, behoeft voor de betaling van het verschuldigde bedrag geen verder betalingsverzoek te worden ingediend.

Tussentijdse betalingen en saldobetalingen geschieden op grond van bewijsstukken aan de hand waarvan kan worden nagegaan, of de gefinancierde acties zijn uitgevoerd in overeenstemming met het basisbesluit, of het besluit ten gunste van de begunstigde, of in overeenstemming met het met de begunstigde gesloten contract of de met de begunstigde gesloten overeenkomst.”.

45)

Artikel 106 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Wanneer het verzoek om betaling niet ontvankelijk is, stelt de bevoegde ordonnateur de contractant of de begunstigde hiervan in kennis, binnen 30 kalenderdagen vanaf de datum waarop het verzoek om betaling oorspronkelijk is ontvangen. Deze kennisgeving bevat een beschrijving van alle tekortkomingen.”;

b)

lid 3 komt als volgt te luiden:

„3.   Voor contracten, subsidieovereenkomsten en besluiten waarin de betaling afhankelijk wordt gesteld van de goedkeuring van een verslag of een attest, beginnen de in de leden 1 en 2 bedoelde termijnen niet te lopen vóór de goedkeuring van het betrokken verslag of attest. De begunstigde wordt hiervan onverwijld in kennis gesteld.

Deze goedkeuringstermijn mag niet langer zijn dan:

a)

20 kalenderdagen voor eenvoudige contracten betreffende de levering van goederen en het verrichten van diensten;

b)

45 kalenderdagen voor andere contracten en voor subsidieovereenkomsten en besluiten;

c)

60 kalenderdagen voor contracten, subsidieovereenkomsten en besluiten waarvan de geleverde technische prestaties of acties bijzonder moeilijk te evalueren zijn.

De contractant of begunstigde wordt er in elk geval vooraf van in kennis gesteld dat de mogelijkheid bestaat dat de goedkeuring van een verslag ertoe kan leiden dat de betalingen vertraging oplopen.

De bevoegde ordonnateur stelt de begunstigde door middel van een formeel document in kennis van elke opschorting van de goedkeuringstermijn van het verslag of attest.

De bevoegde ordonnateur kan besluiten, dat voor de goedkeuring van het verslag of het attest en de betaling één enkele termijn van toepassing is. Deze termijn mag niet langer zijn dan de samengevoegde maximumtermijnen voor de goedkeuring van het verslag of het attest en voor de betaling.”;

c)

in lid 4, eerste alinea, komt de derde volzin als volgt te luiden:

„De ordonnateur stelt de betrokken contractant of begunstigde hiervan zo spoedig mogelijk in kennis en zet de redenen uiteen voor de opschorting.”;

d)

lid 5 komt als volgt te luiden:

„5.   Bij het verstrijken van de in de leden 1, 2 en 3 genoemde termijnen kan de crediteur rente in rekening brengen volgens de volgende bepalingen:

a)

als rentevoeten worden de in artikel 86, lid 2, eerste alinea, bedoelde percentages gehanteerd;

b)

de rente is verschuldigd over de tijd die is verstreken vanaf de kalenderdag volgende op het einde van de betalingstermijn tot de dag van de betaling.

Wanneer de overeenkomstig de eerste alinea berekende rente lager is dan of gelijk is aan 200 EUR, wordt deze rente, bij wijze van uitzondering, uitsluitend op een binnen twee maanden na de ontvangst van de te late betaling ingediend verzoek aan de crediteur betaald.

De eerste en de tweede alinea zijn niet van toepassing op de lidstaten.”;

e)

het volgende lid 6 wordt toegevoegd:

„6.   Elke instelling dient bij de begrotingsautoriteit een verslag in over de naleving van de termijnen en de opschorting van de in de leden 1 tot en met 5 vastgestelde termijnen. Het verslag van de Commissie wordt toegevoegd aan de in artikel 60, lid 7, van het Financieel Reglement bedoelde samenvatting van de jaarlijkse activiteitenverslagen.”.

46)

Aan artikel 112 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

„3.   De interne controleur besteedt bij het opstellen van dit verslag bijzondere aandacht aan de algemene naleving van het beginsel van goed financieel beheer en zorgt ervoor, dat passende maatregelen zijn genomen met het oog op een gestage verbetering en versterking van de toepassing van dit beginsel.”.

47)

In artikel 115, tweede alinea, wordt „het Statuut” vervangen door „het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen”.

48)

In artikel 116, lid 6, eerste alinea, komt de vierde volzin als volgt te luiden:

„Degene die heeft verzocht om een uitnodiging tot deelneming aan een niet-openbare procedure, een concurrentiegerichte dialoog of een onderhandelingsprocedure wordt „gegadigde” genoemd.”.

49)

In artikel 117 komt lid 1 als volgt te luiden:

„1.   Wanneer een raamovereenkomst met verscheidene economische subjecten moet worden gesloten, wordt het met ten minste drie economische subjecten gesloten, mits een voldoende aantal economische subjecten aan de selectiecriteria voldoet, of het aantal inschrijvingen dat aan de gunningscriteria voldoet, voldoende groot is.

Een raamovereenkomst met verscheidene economische subjecten mag in de vorm van afzonderlijke overeenkomsten worden gesloten, die identieke voorwaarden bevatten.

De duur van de raamovereenkomsten mag niet langer zijn dan vier jaar, behalve in uitzonderingsgevallen die naar behoren worden gemotiveerd, met name door het voorwerp van de raamovereenkomst.

In sectoren waar de prijzen en de technologie snel evolueren, bevatten de raamovereenkomsten waarvoor niet opnieuw tot mededinging wordt opgeroepen, een bepaling inzake ofwel een evaluatie halverwege hun looptijd ofwel een benchmarkingssysteem. Wanneer na de evaluatie halverwege de looptijd blijkt, dat de aanvankelijk vastgestelde voorwaarden niet langer overeenstemmen met het op dat moment geldende prijspeil en de stand van de technologie, mag de aanbestedende dienst de betrokken raamovereenkomst niet gebruiken en neemt zij passende maatregelen om de lopende raamovereenkomst op te zeggen.”.

50)

Artikel 118 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 3 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De aanbestedende diensten vermelden in het bekendmakingsbericht in voorkomend geval dat het om een interinstitutionele plaatsingsprocedure gaat. Het bekendmakingsbericht bevat in dat geval de namen van de bij de plaatsingsprocedure betrokken instellingen, uitvoerende agentschappen en in artikel 185 van het Financieel Reglement bedoelde organen, de naam van de voor de plaatsing verantwoordelijke instelling en een opgave van de totale omvang van de opdrachten van alle betrokken instellingen, uitvoerende agentschappen of organen.”;

b)

lid 4 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de tweede alinea wordt vervangen door het volgende:

„Het gunningsbericht wordt uiterlijk 48 kalenderdagen na de afsluiting van de procedure, dat wil zeggen de ondertekening van de overeenkomst of de raamovereenkomst, aan het Publicatiebureau toegezonden. De berichten betreffende opdrachten op basis van een dynamisch aankoopsysteem mogen echter op kwartaalbasis worden samengebracht. Zij worden in dat geval uiterlijk 48 kalenderdagen na afloop van elk kwartaal aan het Publicatiebureau toegezonden.”;

ii)

de volgende alinea's worden toegevoegd:

„Het gunningsbericht wordt eveneens aan het Publicatiebureau toegezonden bij een overeenkomst of een raamovereenkomst waarvan het bedrag gelijk is aan of hoger is dan de in artikel 158 vastgestelde drempelwaarden en die is gegund overeenkomstig een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande aankondiging van een opdracht, voldoende tijdig om de bekendmaking te laten plaatsvinden vóór de ondertekening van de overeenkomst, overeenkomstig de in artikel 158 bis, lid 1, vastgestelde voorwaarden.

De inlichtingen betreffende de waarde en de contractanten van specifieke contracten die in een bepaald begrotingsjaar op basis van een kadercontract zijn gesloten, worden uiterlijk op 31 maart van het jaar volgende op dat begrotingsjaar bekendgemaakt op de website van de aanbestedende dienst, wanneer als gevolg van de sluiting van een specifiek contract of door het gecumuleerde bedrag van de specifieke contracten de drempelwaarden van artikel 158 worden overschreden.”.

51)

Artikel 119 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt aangepast:

i)

in punt a) wordt „of gelijk is aan” geschrapt,

ii)

in punt b) wordt „gelijk aan of” geschrapt,

iii)

de tweede alinea wordt geschrapt;

b)

in lid 3, eerste alinea, eerste volzin, wordt „of gelijk is aan” geschrapt.

52)

In artikel 123, lid 2, komt de eerste alinea als volgt te luiden:

„2. Bij de onderhandelingsprocedure en na een concurrentiegerichte dialoog mag het aantal gegadigden dat tot onderhandelen of inschrijven wordt uitgenodigd, niet lager zijn dan drie, mits voldoende gegadigden aan de selectiecriteria voldoen.”.

53)

Het volgende artikel 125 quater wordt ingevoegd:

„Artikel 125 quarter

Gezamenlijke aanbestedingsprocedure met een lidstaat

(Artikel 91 van het Financieel Reglement)

Bij een gezamenlijke aanbestedingsprocedure tussen een instelling en de aanbestedende diensten van één of meer lidstaten, zijn de voor de instelling geldende procedurele bepalingen van toepassing.

Wanneer het aandeel van, of beheerd door, de aanbestedende dienst van een lidstaat in de geraamde totale waarde van het contract gelijk is aan of hoger is dan 50 %, of in naar behoren gemotiveerde gevallen, kan de instelling besluiten, dat de voor de aanbestedende dienst van een lidstaat geldende procedurele bepalingen van toepassing zijn, op voorwaarde dat deze als gelijkwaardig met die van de instelling kunnen worden beschouwd.

De instelling en de aanbestedende dienst van een lidstaat die bij de gezamenlijke aanbestedingsprocedure zijn betrokken, maken met name afspraken over de praktische regelingen voor de evaluatie van de verzoeken tot deelname of de inschrijvingen, de gunning van de opdracht, het recht dat op de opdracht van toepassing is, en de in geval van geschil bevoegde rechter.”.

54)

In artikel 129 worden de leden 3 en 4 vervangen door:

„3.   Voor opdrachten met een waarde van minder dan of gelijk aan 5 000 EUR volstaat één inschrijving.

4.   Betalingen van bedragen van minder dan of gelijk aan 500 EUR kunnen eenvoudig op factuur geschieden, zonder voorafgaande aanvaarding van een inschrijving.”.

55)

Artikel 130 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 3 komt punt a) als volgt te luiden:

„a)

de uitsluitings- en selectiecriteria voor de opdracht, behalve, bij een concurrentiegerichte dialoog, bij niet-openbare procedures en de in artikel 127 bedoelde onderhandelingsprocedures met voorafgaande aankondiging van een opdracht; in dit geval worden deze criteria uitsluitend vermeld in de aankondiging van de opdracht of in de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling;”;

b)

lid 4 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt c) komt als volgt te luiden:

„c)

dat, wanneer de instellingen de aanbestedende diensten zijn, op de overeenkomst het Gemeenschapsrecht van toepassing is, alsmede, in voorkomend geval, het nationale recht dat partijen zijn overeengekomen;”;

ii)

het volgende punt d) wordt toegevoegd:

„d)

de in geval van geschil bevoegde rechter.”;

c)

aan lid 5 wordt de volgende volzin toegevoegd:

„Naast de in artikel 134 bedoelde inlichtingen, kan de aanbestedende dienst ook eisen, dat de gegadigde of inschrijver inlichtingen verstrekt over de in de artikelen 135, 136 en 137 omschreven financiële, economische, technische en operationale geschiktheid van de beoogde onderaannemer, in het bijzonder wanneer de onderaanbesteding een aanzienlijk deel van de opdracht vertegenwoordigt.”.

56)

Artikel 133 komt als volgt te luiden:

„Artikel 133

Onwettige activiteiten die tot uitsluiting leiden

(Artikelen 93 en 114 van het Financieel Reglement)

De in artikel 93, lid 1, onder e), van het Financieel Reglement bedoelde gevallen zijn de volgende:

a)

fraudegevallen, bedoeld in artikel 1 van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, vastgesteld bij akte van de Raad van 26 juli 1995 (*2);

b)

corruptiegevallen, bedoeld in artikel 3 van de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, vastgesteld bij akte van de Raad van 26 mei 1997 (*3);

c)

gevallen van betrokkenheid bij een criminele organisatie, gedefinieerd in artikel 2, lid 1, van Gemeenschappelijk Optreden 98/733/JBZ van de Raad (*4);

d)

gevallen van het witwassen van geld, gedefinieerd in artikel 1 van Richtlijn 91/308/EEG van de Raad (*5).

(*2)   PB C 316 van 27.11.1995, blz. 48."

(*3)   PB C 195 van 25.6.1997, blz. 1."

(*4)   PB L 351 van 29.12.1998, blz. 1."

(*5)   PB L 166 van 28.6.1991, blz. 77.”."

57)

Het volgende artikel 133 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 133 bis

Toepassing van de uitsluitingscriteria en duur van de uitsluitingen

(Artikelen 93, 94, 95 en 96 van het Financieel Reglement)

1.   Ter bepaling van de duur van de uitsluiting en ter verzekering van de naleving van het evenredigheidsbeginsel, houdt de verantwoordelijke instelling met name rekening met de ernst van de feiten, waaronder begrepen de gevolgen ervan voor de financiële belangen en de reputatie van de Gemeenschappen, de tijd die is verstreken, de duur en herhaling van de overtreding, de opzet of mate van nalatigheid van de betrokken entiteit en de door de entiteit genomen maatregelen om de situatie te verhelpen.

Bij de vaststelling van de duur van de uitsluiting biedt de verantwoordelijke instelling de betrokken gegadigde of inschrijver de mogelijkheid zijn standpunten uiteen te zetten.

Wanneer de duur van de uitsluitingstermijn overeenkomstig de toepasselijke wetgeving is vastgesteld door de in artikel 95, lid 2, van het Financieel Reglement bedoelde autoriteiten of organen, past de Commissie deze duur toe tot de in artikel 93, lid 3, van het Financieel Reglement vastgestelde maximumtermijn.

2.   De in artikel 93, lid 3, van het Financieel Reglement bedoelde termijn bedraagt ten hoogste vijf jaar, te rekenen vanaf de volgende data:

a)

vanaf de datum van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing in de in artikel 93, lid 1, onder b) en e), van het Financieel Reglement bedoelde gevallen;

b)

vanaf de datum waarop de fout is begaan of, bij voortduring of herhaling van de fout, de datum waarop het gedrag ophoudt in de in artikel 93, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement bedoelde gevallen.

De duur van de uitsluiting kan tot tien jaar worden verlengd in het geval van recidive binnen vijf jaar na de in de eerste alinea, onder a) en b), bedoelde data, rekening houdend met lid 1.

3.   De gegadigden en inschrijvers worden van procedures inzake overheidsopdrachten en subsidies uitgesloten, zolang zij in een van de in artikel 93, lid 1, onder a) en d), van het Financieel Reglement bedoelde situaties verkeren.”.

58)

Artikel 134 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De aanbestedende dienst mag, overeenkomstig zijn risicobeoordeling, ervan afzien, de in de eerste alinea bedoelde verklaring te verlangen, wanneer het om opdrachten gaat met een waarde van minder dan of gelijk aan 5 000 EUR. Echter ten aanzien van de in artikel 241, lid 1, artikel 243, lid 1, en artikel 245, lid 1, bedoelde opdrachten, mag de aanbestedende dienst ervan afzien deze verklaring te verlangen, wanneer het om opdrachten gaat met een waarde van minder dan of gelijk aan 10 000 EUR.”;

b)

het volgende lid 7 wordt toegevoegd:

„7.   Wanneer de aanbestedende dienst daarom verzoekt, legt de gegadigde of de inschrijver een verklaring op erewoord van de beoogde onderaannemer over, dat deze niet in een van de in de artikelen 93 en 94 van het Financieel Reglement bedoelde situaties verkeert.

In gevallen van twijfel over deze verklaring op erewoord, verlangt de aanbestedende dienst de in de leden 3 en 4 bedoelde bewijsstukken. Lid 5 is in voorkomend geval van toepassing.”.

59)

Het volgende artikel 134 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 134 bis

Centrale gegevensbank

(Artikel 95 van het Financieel Reglement)

1.   De in artikel 95, lid 1, van het Financieel Reglement bedoelde instellingen, uitvoerende agentschappen en organen verstrekken de Commissie volgens een door de Commissie vastgesteld model gegevens over de economische subjecten die zich in een van de in de artikelen 93 en 94 en artikel 96, lid 1, onder b), en lid 2, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde situatie hebben bevonden, de reden van de uitsluiting en de duur daarvan.

Zij verstrekken eveneens gegevens over personen die bij economische subjecten die juridische entiteiten zijn, vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid hebben, indien deze personen zich in een van de in de artikelen 93 en 94 en artikel 96, lid 1, onder b), en lid 2, onder a), bedoelde situaties bevinden.

De in artikel 95, lid 2, van het Financieel Reglement bedoelde autoriteiten en organen verstrekken de Commissie volgens een door de Commissie vastgesteld model:

a)

gegevens die de volgende personen identificeren, die zich in één van de in artikel 93, lid 1, onder e), bedoelde situaties bevinden, wanneer hun gedrag de financiële belangen van de Gemeenschappen heeft geschaad:

i)

economische subjecten,

ii)

personen die vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid hebben ten aanzien van economische subjecten die juridische entiteiten zijn;

b)

de aard van hun veroordeling, en,

c)

in voorkomend geval, de duur van de uitsluiting van deelname aan aanbestedingsprocedures.

2.   De in lid 1 bedoelde instellingen, agentschappen, autoriteiten en organen wijzen de personen aan, die gemachtigd zijn de in de gegevensbank opgeslagen gegevens aan de Commissie mee te delen en van haar te ontvangen.

In het geval van de in artikel 95, lid 1, van het Financieel Reglement bedoelde instellingen, agentschappen, autoriteiten en organen delen de aangewezen personen de gegevens zo spoedig mogelijk aan de rekenplichtige van de Commissie mee en verzoeken zij, naar gelang van het geval, om toegang tot, wijziging van of verwijdering van de in de gegevensbank opgeslagen gegevens.

In het geval van de in artikel 95, lid 2, van het Financieel Reglement bedoelde autoriteiten en organen, verstrekt de aangewezen persoon binnen een termijn van drie maanden vanaf de bekendmaking van het desbetreffende vonnis de vereiste gegevens aan de voor het betrokken programma of de betrokken actie bevoegde ordonnateur van de Commissie.

De ordonnateur van de Commissie voert de gegevens in de gegevensbank in, of wijzigt of verwijdert deze. Hij verstrekt, op maandelijkse grondslag, door middel van een beveiligd protocol, gevalideerde, in de gegevensbank opgenomen gegevens aan de aangewezen personen.

3.   De in lid 1 bedoelde instellingen, agentschappen, autoriteiten en organen verklaren aan de Commissie, dat de door hen meegedeelde gegevens zijn vastgesteld en doorgegeven overeenkomstig de in Verordening (EG) nr. 45/2001 en Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (*6) neergelegde beginselen inzake de bescherming van persoonsgegevens.

Zij stellen met name alle economische subjecten of de in lid 1 bedoelde personen vooraf ervan in kennis, dat hun gegevens in de gegevensbank kunnen worden opgenomen en door de Commissie aan de in lid 2 bedoelde aangewezen personen kunnen worden meegedeeld. Zij werken de doorgegeven informatie zo nodig bij, naar aanleiding van rectificaties, schrappingen of wijzigingen van de gegevens.

Eenieder die in de gegevensbank is opgenomen, heeft het recht, door middel van een verzoek aan de rekenplichtige van de Commissie, in kennis te worden gesteld van de opgeslagen gegevens die op hem betrekking hebben.

4.   De lidstaten nemen passende maatregelen om de Commissie bij te staan bij een efficiënt beheer van de gegevensbank, in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG.

In de overeenkomsten met de autoriteiten van derde landen en met alle in artikel 95, lid 2, van het Financieel Reglement bedoelde organen, worden passende regelingen opgenomen ter verzekering van de naleving van deze bepalingen en van de beginselen inzake de bescherming van persoonsgegevens.

(*6)   PB L 281 van 23.11.1995, blz. 3.”."

60)

Het volgende artikel 134 ter wordt ingevoegd:

„Artikel 134 ter

Administratieve en financiële sancties

(Artikelen 96 en 114 van het Financieel Reglement)

1.   Onverminderd de sancties waarin het contract voorziet, kunnen gegadigden of inschrijvers en contractanten die valse verklaringen hebben afgelegd, die aanzienlijke fouten hebben begaan of onregelmatigheden en fraude hebben gepleegd of die ernstig in gebreke zijn gebleven wegens niet-nakoming van hun contractuele verplichtingen, van alle uit de Gemeenschapsbegroting gefinancierde opdrachten en subsidies worden uitgesloten gedurende een termijn van ten hoogste vijf jaar vanaf de datum waarop de overtreding wordt vastgesteld, mits dit wordt bevestigd in een contradictoire procedure ten aanzien van de contractant.

Deze termijn kan worden verlengd tot tien jaar in geval van recidive binnen vijf jaar na de in de eerste alinea bedoelde datum.

2.   De inschrijvers of gegadigden die zich schuldig hebben gemaakt aan valse verklaringen of die aanzienlijke fouten hebben begaan of onregelmatigheden of fraude hebben gepleegd, kunnen ook worden bestraft met financiële sancties van 2 % tot 10 % van het totale geraamde bedrag van de te gunnen opdracht.

De contractanten die ernstig in gebreke zijn gebleven wegens niet-nakoming van hun contractuele verplichtingen, kunnen worden bestraft met financiële sancties van 2 % tot 10 % van de totale waarde van het betrokken contract.

De financiële sancties kunnen tot 4 % tot 20 % worden verhoogd in geval van recidive binnen vijf jaar na de in lid 1, eerste alinea, bedoelde datum.

3.   De instelling houdt bij de vaststelling van de administratieve of financiële sancties met name rekening met de in artikel 133 bis, lid 1, bedoelde elementen.”.

61)

In artikel 140, lid 3, komt de eerste alinea als volgt te luiden:

„3. Bij niet-openbare procedures, in de in artikel 125 ter bedoelde gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van de concurrentiegerichte dialoog, en in onderhandelingsprocedures met aankondiging van de opdracht voor opdrachten met een waarde gelijk aan of hoger dan de in artikel 158 vermelde drempelwaarden, bedraagt de termijn voor de ontvangst van de deelnemingsverzoeken ten minste 37 dagen, te rekenen vanaf de dag van verzending van de aankondiging van de opdracht.”.

62)

Aan artikel 145, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Bij een op interinstitutionele grondslag ingeleide aanbestedingsprocedure wordt de openingscommissie door de bevoegde ordonnateur van de voor de aanbestedingsprocedure verantwoordelijke instelling aangesteld. De samenstelling van de openingscommissie geeft, voor zover mogelijk, uiting aan het interinstitutionele karakter van de aanbestedingsprocedure.”.

63)

Artikel 146 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De bevoegde ordonnateur kan echter beslissen, dat het evaluatiecomité de inschrijvingen slechts op grond van de gunningscriteria evalueert en rangschikt en dat de evaluatie op grond van de uitsluitings- en selectiecriteria plaatsvindt op een andere manier, die de afwezigheid van belangenconflicten garandeert.”;

b)

aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Bij een op interinstitutionele grondslag ingeleide aanbestedingsprocedure wordt het evaluatiecomité door de bevoegde ordonnateur van de voor de aanbestedingsprocedure verantwoordelijke instelling aangesteld. De samenstelling van het evaluatiecomité geeft, voor zover mogelijk, uiting aan het interinstitutionele karakter van de aanbestedingsprocedure.”.

64)

Artikel 147 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 komt als volgt te luiden:

„1.   Van de evaluatie en de rangschikking van de deugdelijk verklaarde deelnemingsverzoeken en inschrijvingen wordt een proces-verbaal opgesteld, dat wordt gedateerd.

Het proces-verbaal wordt ondertekend door alle leden van het evaluatiecomité.

Wanneer het evaluatiecomité niet verantwoordelijk is voor de evaluatie en rangschikking van de inschrijvingen op grond van de uitsluitings- en selectiecriteria, wordt het proces-verbaal ook ondertekend door de personen die daarvoor door de bevoegde ordonnateur zijn aangewezen. Het proces-verbaal wordt bewaard, zodat hiernaar later kan worden verwezen.”;

b)

aan lid 3 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Bij een op interinstitutionele grondslag ingeleide procedure voor het plaatsen van opdrachten wordt het in de eerste alinea bedoelde besluit genomen door de aanbestedende dienst die voor de plaatsingsprocedure verantwoordelijk is.”.

65)

Artikel 149 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel komt als volgt te luiden:

„Artikel 149

Kennisgeving aan gegadigden en inschrijvers

(Artikel 100, lid 2, artikel 101 en artikel 105 van het Financieel Reglement) ”;

b)

lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de eerste alinea komt als volgt te luiden:

„3. In het geval van opdrachten die door de communautaire instellingen voor eigen rekening worden geplaatst, met een waarde die gelijk is aan of hoger dan de in artikel 158 vastgestelde drempelwaarden en die niet van het toepassingsgebied van Richtlijn 2004/18/EG zijn uitgesloten, stellen de aanbestedende diensten tegelijkertijd elke afgewezen inschrijver of gegadigde afzonderlijk bij brief, faxbericht of e-mail in kennis van het feit dat hun inschrijving of aanvraag niet is aanvaard, in elk van de volgende fasen:

a)

kort nadat de besluiten op grond van de uitsluitings- en selectiecriteria zijn genomen en voordat het gunningsbesluit wordt genomen, in het geval van in twee afzonderlijke fasen georganiseerde aanbestedingsprocedures,

b)

met betrekking tot de gunningsbesluiten en de besluiten tot afwijzing van inschrijvingen, zo spoedig mogelijk na de vaststelling van het gunningsbesluit, doch uiterlijk in de week die daarop volgt.

De aanbestedende diensten vermelden in elk geval de redenen voor de afwijzing van de inschrijving of de aanvraag, alsmede de rechtsmiddelen die de betrokkene ter beschikking staan.”;

ii)

de vierde alinea wordt geschrapt.

66)

Het volgende artikel 149 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 149 bis

Ondertekening van het contract

(Artikelen 100 en 105 van het Financieel Reglement)

Met de uitvoering van een opdracht mag niet worden begonnen, voordat het contract is ondertekend.”.

67)

Artikel 155 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Indien passend, technisch haalbaar en kostenefficiënt, worden de opdrachten waarvan de waarde gelijk is aan of hoger dan de in artikel 158 vastgestelde drempelwaarden, tegelijkertijd geplaatst in afzonderlijke partijen.”;

b)

het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

„4.   Wanneer een opdracht in afzonderlijke partijen wordt geplaatst, worden de inschrijvingen voor iedere partij afzonderlijk geëvalueerd. Indien verschillende partijen aan dezelfde inschrijver worden gegund, mag voor die partijen één gezamenlijk contract worden ondertekend.”.

68)

Het volgende artikel 158 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 158 bis

Wachttermijn voor de ondertekening van het contract

(Artikel 105 van het Financieel Reglement)

1.   De aanbestedende dienst ondertekent het contract of het kadercontract, dat onder Richtlijn 2004/18/EG valt, met de succesvolle inschrijver pas wanneer 14 kalenderdagen zijn verstreken.

Deze termijn begint te lopen vanaf een van de volgende data:

a)

de dag volgende op de datum van de gelijktijdige kennisgeving van de gunningsbesluiten en afwijzingsbesluiten;

b)

indien het contract of het kadercontract is gegund uit hoofde van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande aankondiging van een opdracht, de datum na de publicatie van het in artikel 118 bedoelde gunningsbericht in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Indien nodig, kan de aanbestedende dienst de ondertekening van het contract voor aanvullend onderzoek opschorten, indien dit gerechtvaardigd is op grond van verzoeken of opmerkingen die afgewezen of benadeelde inschrijvers of gegadigden hebben geformuleerd, of op grond van andere relevante informatie die is ontvangen. De verzoeken, opmerkingen of informatie moeten zijn ontvangen gedurende de in de eerste alinea vastgestelde termijn. In geval van opschorting worden alle gegadigden of inschrijvers binnen drie werkdagen na het besluit tot opschorting in kennis gesteld.

Behalve in de in lid 2 genoemde gevallen, zijn contracten die voor het verstrijken van de in de eerste alinea vastgestelde termijn zijn ondertekend, nietig.

Wanneer het contract of het kadercontract niet aan de beoogde succesvolle inschrijver kan worden toegekend, kan de aanbestedende dienst het toekennen aan de op één na best gerangschikte inschrijver.

2.   De in lid 1, eerste alinea, vastgestelde termijn is niet van toepassing in de volgende gevallen:

a)

openbare procedures, indien slechts één inschrijving is ingediend;

b)

niet-openbare procedures of onderhandelingsprocedures na publicatie van een bekendmakingsbericht, indien de inschrijver aan wie de opdracht moet worden gegund, de enige is die aan de uitsluitings- en selectiecriteria voldoet, mits overeenkomstig artikel 149, lid 3, eerste alinea, onder a), de andere gegadigden of inschrijvers van hun uitsluiting of afwijzing in kennis zijn gesteld, kort na het daartoe strekkende, op grond van de uitsluitings- en selectiecriteria genomen besluit;

c)

specifieke contracten op basis van een kadercontract, door toepassing van de in het kadercontract bepaalde voorwaarden, zonder een hernieuwde oproep tot mededinging;

d)

dwingende spoed zoals bedoeld in artikel 126, lid 1, onder c).”.

69)

Artikel 160 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de tweede alinea geschrapt;

b)

de leden 2 en 3 worden geschrapt.

70)

De volgende artikelen 160 bis tot en met 160 septies worden ingevoegd:

„Artikel 160 bis

Bijdragen aan organisaties

(Artikel 108 van het Financieel Reglement)

De in artikel 108, lid 2, onder d), van het Financieel Reglement bedoelde bijdragen zijn de sommen die aan de organisaties waarvan de Gemeenschap lid is, worden overgemaakt overeenkomstig de begrotingsbesluiten en de betalingsvoorwaarden die door de betrokken organisatie zijn vastgesteld.

Artikel 160 ter

Deelnemingen

(Artikel 108 van het Financieel Reglement)

Voor de toepassing van artikel 108, leden 2 en 3, van het Financieel Reglement wordt verstaan onder:

a)

„deelneming in het aandelenkapitaal”: een belang verworven in een organisatie of onderneming door middel van een investering, waarbij het rendement van de investering afhankelijk is van de winstgevendheid van de organisatie of onderneming;

b)

„aandelenbezit”: een deelneming in het kapitaal van een organisatie of onderneming in de vorm van aandelen;

c)

„belegging in aandelen”: de verstrekking van kapitaal aan een vennootschap door een belegger, die in ruil daarvoor gedeeltelijk eigenaar wordt, zeggenschap krijgt en deelt in de eventuele toekomstige winst;

d)

„met eigen vermogen gelijk te stellen financiering”: de financieringswijze die een combinatie van deelneming in het aandelenkapitaal en een lening omvat en waarbij de deelneming de investeerders in staat stelt een hoog rendement op hun investering te verwerven bij welslagen van de onderneming of waarbij het leninggedeelte de investeerder een premie bovenop het investeringsrendement verschaft;

e)

„risicodragend instrument”: een financieel instrument dat de gehele of gedeeltelijke dekking van een bepaald risico garandeert, zo mogelijk in ruil voor een overeengekomen vergoeding.

Artikel 160 quater

Bijzondere regels

(Artikel 108, lid 3, van het Financieel Reglement)

1.   Wanneer de Commissie de in artikel 108, lid 3, van het Financieel Reglement bedoelde subsidies toekent onder direct gecentraliseerd beheer, zijn hierop de bepalingen van deze titel van toepassing, met uitzondering van de volgende bepalingen:

a)

de in artikel 165 van deze verordening bedoelde regel dat een subsidie geen winst mag opleveren;

b)

het in artikel 172 van deze verordening bedoelde vereiste inzake medefinanciering;

c)

met betrekking tot acties die tot doel hebben de financiële slagkracht van de begunstigde te vergroten of een inkomen te verschaffen, de in artikel 173, lid 4, van deze verordening bedoelde beoordeling van de financiele levensvatbaarheid van de aanvrager;

d)

het in artikel 182 van deze verordening bedoelde vereiste van een voorafgaande garantie.

De eerste alinea doet geen afbreuk aan de boekhoudkundige behandeling van de betrokken subsidies, die door de rekenplichtige wordt bepaald met inachtneming van de internationale boekhoudkundige normen.

2.   In alle gevallen waarin een financiële bijdrage wordt betaald, ziet de bevoegde ordonnateur erop toe, dat met de ontvanger van de bijdrage passende afspraken zijn gemaakt inzake de wijze van betaling en controle.

Artikel 160 quinquies

Prijzen

(Artikel 109, lid 3, onder b), van het Financieel Reglement)

Voor de toepassing van artikel 109, lid 3, onder b), van het Financieel Reglement wordt onder „prijs” verstaan de beloning bij deelneming aan een prijsvraag.

De inzendingen worden op de grondslag van het prijsvraagreglement beoordeeld door een jury, die afhankelijk van de kwaliteit van de inzendingen zelfstandig beslist, de prijzen al dan niet toe te kennen.

De hoogte van de prijs is niet gekoppeld aan de kosten die de ontvanger ervan heeft gemaakt.

De toekenningsvoorwaarden en -criteria en het bedrag van de prijs worden vastgesteld in het prijsvraagreglement.

Artikel 160 sexies

Subsidieovereenkomst en besluit tot toekenning van subsidie

(Artikel 108, lid 1, van het Financieel Reglement)

1.   Voor alle programma's of acties van de Gemeenschap, bepaalt het jaarlijkse werkprogramma, of voor subsidies een besluit wordt genomen dan wel een schriftelijke overeenkomst wordt gesloten.

2.   Ter bepaling van welk instrument moet worden gebruikt, wordt met de volgende punten rekening gehouden:

a)

gelijke behandeling en niet-discriminatie van de begunstigden onderling, met name op grond van nationaliteit of aardrijkskundige plaats;

b)

samenhang van het betrokken instrument met de andere instrumenten die in het kader van hetzelfde programma of dezelfde actie van de Gemeenschap worden ingezet;

c)

de complexiteit en de standaardisering van de inhoud van de gefinancierde acties of werkprogramma's.

3.   Wanneer de programma's door verscheidene ordonnateurs worden beheerd, wordt het te gebruiken instrument in overleg tussen die ordonnateurs gekozen.

Artikel 160 septies

Uitgaven voor de leden van de instellingen

(Artikel 108, lid 2, onder a), van het Financieel Reglement)

De in artikel 108, lid 2, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde uitgaven voor de leden van de instellingen omvatten de bijdragen voor verenigingen van huidige en vroegere leden van het Europees Parlement. Deze bijdragen worden ten uitvoer gelegd overeenkomstig de interne administratieve regels van het Europees Parlement.”.

71)

Artikel 163 komt als volgt te luiden:

„Artikel 163

Partnerschappen

(Artikel 108 van het Financieel Reglement)

1.   De specifieke subsidies kunnen onder een kaderpartnerschap vallen.

2.   Een kaderpartnerschap kan worden ingesteld als een samenwerkingsrelatie op lange termijn tussen de begunstigden van subsidies en de Commissie. Dit kan geschieden in de vorm van een overeenkomst of een besluit.

De partnerschapskaderovereenkomst of partnerschapskaderbesluit beschrijft de gemeenschappelijke doelstellingen, de aard van de incidentele of in het kader van een goedgekeurd jaarlijks werkprogramma voorgenomen acties, de procedure voor de toekenning van specifieke subsidies, met inachtneming van de procedurele beginselen en regels van deze titel, alsmede de algemene rechten en verplichtingen van elke partij op grond van de specifieke overeenkomsten of besluiten.

De duur van het partnerschap mag niet langer zijn dan vier jaar, behalve in uitzonderingsgevallen die naar behoren zijn gerechtvaardigd door met name het onderwerp van het kaderpartnerschap.

De ordonnateurs mogen partnerschapskaderovereenkomsten of partnerschapskaderbesluiten niet misbruiken om de beginselen van doorzichtigheid en gelijke behandeling van aanvragers te schenden.

3.   De partnerschapskaderovereenkomsten en partnerschapskaderbesluiten worden, wat de toekenningsprocedure betreft, gelijkgesteld met subsidies. Zij vallen onder de in artikel 167 bedoelde procedures inzake voorafgaande bekendmaking.

4.   De specifieke subsidies op grond van de partnerschapskaderovereenkomsten of partnerschapskaderbesluiten worden toegekend volgens de procedures waarin deze overeenkomsten of besluiten voorzien, en met inachtneming van de beginselen van deze titel.

Zij zijn onderworpen aan de in artikel 169 vastgestelde procedures inzake de bekendmaking achteraf.”.

72)

Artikel 164 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de inleidende zin komt als volgt te luiden:

„1. In de subsdieovereenkomst worden met name vastgesteld:”

ii)

punt d) komt als volgt te luiden:

„d)

de totale geraamde kosten van de actie en de financiering door de Gemeenschap, uitgedrukt als een algemeen maximum in absolute waarde, in voorkomend geval aangevuld met een opgave van:

i)

het maximale financieringspercentage van de kosten van de actie of het goedgekeurde werkprogramma in het in artikel 108 bis, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde geval;

ii)

het vaste bedrag of de forfaitaire financiering bedoeld in artikel 108 bis, lid 1, onder b) en c), van het Financieel Reglement;

iii)

de in de punten i) en ii) van het onderhavige punt bedoelde opgaven in het in artikel 108 bis, lid 1, onder d), van het Financieel Reglement bedoelde geval.”;

iii)

de punten f) en g) komen als volgt te luiden:

„f)

de algemene voorwaarden die gelden voor alle overeenkomsten van dezelfde soort, zoals de aanvaarding door de begunstigde van controles van de Commissie, het OLAF en de Rekenkamer, alsmede de in artikel 169 bedoelde regels inzake de bekendmaking achteraf, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001; deze algemene voorwaarden bevatten ten minste:

i)

de bepaling dat op de overeenkomst het Gemeenschapsrecht van toepassing is, alsmede in voorkomend geval het nationale recht dat partijen zijn overeengekomen;

ii)

de aanwijzing van de in geval van geschillen bevoegde rechter;

g)

de geraamde totale begroting.”;

iv)

punt i) komt als volgt te luiden:

„i)

de verantwoordelijkheden van de begunstigde, ten minste inzake goed financieel beheer en indiening van activiteitsverslagen en financiële verslagen; indien passend, worden tussentijdse doelstellingen vastgesteld, op grond waarvan die verslagen dienen te worden opgesteld;”;

v)

de volgende punten k) en l) worden toegevoegd:

„k)

in voorkomend geval, de bijzonderheden van de subsidiabele kosten van de actie of het goedgekeurde werkprogramma of van de in artikel 108 bis, lid 1, van het Financieel Reglement bedoelde vaste bedragen of forfaitaire financieringen;

l)

bepalingen inzake de openbare weergave van verwijzingen naar de begrotingssteun van de Europese Gemeenschappen, tenzij dit op grond van een gemotiveerd besluit van de ordonnateur niet mogelijk of passend is.”;

b)

lid 2 komt als volgt te luiden:

„2.   In de in artikel 163 bedoelde gevallen bevatten het partnerschapskaderbesluit of de partnerschapskaderovereenkomst de in lid 1, onder a), b), c) i), d) i), f) en h) tot en met k), van dit artikel bedoelde gegevens.

Het specifieke besluit of de specifieke overeenkomst bevat de in lid 1, onder a) tot en met e), g), k), en zo nodig i), bedoelde gegevens.”;

c)

het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

„4   De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op subsidiebesluiten.

Sommige in lid 1 bedoelde gegevens kunnen worden verstrekt in de oproep tot het indienen van voorstellen of elk daarmee verband houdend document in plaats van in het subsidiebesluit.”.

73)

In artikel 165 komen de leden 1 en 2 als volgt te luiden:

„1.   Voor de toepassing van deze titel wordt onder „winst” verstaan:

a)

bij een subsidie voor een actie: een overschot van de ontvangsten ten opzichte van de door de begunstigde gemaakte kosten bij de indiening van het laatste betalingsverzoek;

b)

bij een exploitatiesubsidie: een overschot op de exploitatiebegroting van de begunstigde.

2.   De vaste bedragen en forfaitaire financieringen worden op basis van de kosten of kostencategorieën waarop zij betrekking hebben, overeenkomstig artikel 181, aan de hand van statistische gegevens en met behulp van soortgelijke objectieve middelen, vastgesteld, op een zodanige wijze dat winst a priori uitgesloten is. Deze bedragen worden op dezelfde grondslagen om de twee jaar door de Commissie herbeoordeeld en zo nodig aangepast.

In dat geval wordt ten aanzien van iedere subsidie bij het vaststellen van de bedragen de afwezigheid van een winstoogmerk geverifieerd.

Wanneer achteraf blijkt, dat de gebeurtenis op grond waarvan een subsidie wordt toegekend, niet heeft plaatsgevonden en er een onverschuldigde betaling aan de begunstigde van een vast bedrag of forfaitaire financiering is gedaan, is de Commissie gerechtigd het vaste bedrag of de forfaitaire financiering volledig terug te vorderen en, in het geval van valse verklaringen inzake het vaste bedrag of de forfaitaire financiering, een geldboete op te leggen, die tot 50 % van het vaste bedrag of de forfaitaire financiering kan bedragen.

Deze controles worden uitgevoerd, onverminderd de verificatie en certificering van de werkelijke kosten die vereist zijn voor de betaling van de subsidies of de subsidies die bestaan in de vergoeding van een vastgesteld percentage van de subsidiabele kosten.”.

74)

Het volgende artikel 165 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 165 bis

Beginsel inzake medefinanciering

(Artikel 109 van het Financieel Reglement)

1.   De medefinanciering vereist dat een gedeelte van de kosten van een actie of de exploitatiekosten van een entiteit worden gedragen door de begunstigde van een subsidie, of wordt bekostigd uit andere bijdragen dan die van de Gemeenschap afkomstig zijn.

2.   Wanneer subsidies een van de in artikel 180 bis, lid 1, onder b) of c), van het Financieel Reglement genoemde vormen aannemen, of een combinatie daarvan, wordt de medefinanciering slechts beoordeeld in de fase van de evaluatie van de subsidieaanvraag.”.

75)

In artikel 166, lid 1, komt de eerste alinea als volgt te luiden:

„1. Elke bevoegde ordonnateur stelt een jaarlijks werkprogramma voor subsidies op. Dit werkprogramma wordt door de instelling aangenomen en zo spoedig mogelijk op de internetsite van de betrokken instelling over subsidies bekendgemaakt, indien noodzakelijk in het jaar voorgaande aan de tenuitvoerlegging van de begroting, doch uiterlijk op 31 maart van jaar van de tenuitvoerlegging.”.

76)

Artikel 167 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 komt punt b) als volgt te luiden:

„b)

de in de artikelen 114 en 115 van het Financieel Reglement bedoelde subsidiabiliteits-, uitsluitings-, selectie- en toekenningscriteria alsmede de bijbehorende bewijsstukken;”;

b)

lid 2 komt als volgt te luiden:

„2.   De oproepen tot het indienen van voorstellen worden bekendgemaakt op de internetsite van de Europese instellingen en eventueel op een andere gepaste wijze, zoals het Publicatieblad van de Europese Unie, om er bij potentiële begunstigden zo ruim mogelijke bekendheid aan te geven. Zij mogen worden bekendgemaakt tijdens het jaar dat voorafgaat aan de tenuitvoerlegging van de begroting. Wijzigingen van de inhoud van oproepen tot het indienen van voorstellen worden op dezelfde wijze bekendgemaakt.”.

77)

In artikel 168 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

a)

punt d) komt als volgt te luiden:

„d)

aan organisaties waarvan in een basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement is vastgesteld dat zij begunstigden van een subsidie zijn;”;

b)

de volgende punten e) en f) worden toegevoegd:

„e)

op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling, aan organen die worden aangewezen in het in artikel 110 van het Financieel Reglement bedoelde werkprogramma, mits het basisbesluit uitdrukkelijk in die mogelijkheid voorziet en het project niet valt onder het bereik van een oproep tot het indienen van voorstellen;

f)

voor acties met bijzondere kenmerken waarvoor een beroep moet worden gedaan op een orgaan met een bepaalde technische deskundigheid, zeer specialistische kennis of administratieve bevoegdheid, mits de betrokken acties niet vallen onder het bereik van een oproep tot het indienen van voorstellen.”;

c)

de volgende alinea wordt toegevoegd:

„De in de eerste alinea, onder f), bedoelde gevallen worden in het toekenningsbesluit naar behoren gemotiveerd.”.

78)

Artikel 169 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 komt als volgt te luiden:

„1.   Alle tijdens een begrotingsjaar toegekende subsidies, met uitzondering van aan natuurlijke personen betaalde beurzen, worden in het eerste halfjaar volgende op de afsluiting van het begrotingsjaar waarvoor zij zijn toegekend, volgens een geharmoniseerde presentatie bekendgemaakt op een specifieke en gemakkelijk toegankelijke plaats van de internetsite van de betrokken communautaire instelling.

In de gevallen waarin het beheer wordt gedelegeerd aan de in artikel 54 van het Financieel Reglement bedoelde organen, wordt ten minste verwezen naar het adres van de website waar deze gegevens te vinden zijn, wanneer zij niet rechtstreeks op de specifieke plaats van de internetsite van de communautaire instellingen worden bekendgemaakt.

De gegevens kunnen ook volgens een geharmoniseerde presentatie worden bekendgemaakt door andere gepaste middelen, zoals het Publicatieblad van de Europese Unie.”;

b)

in lid 2 komt punt c) als volgt te luiden:

„c)

het toegekende bedrag en, behalve in het geval van de in artikel 108 bis, lid 1, onder b) en c), van het Financieel Reglement bedoelde vaste bedragen of forfaitaire financieringen, het financieringspercentage van de kosten van de actie of het goedgekeurde werkprogramma.”;

c)

het volgende lid 3 wordt toegevoegd:

„3.   Na de bekendmaking overeenkomstig lid 2, brengt de Commissie, indien de begrotingsautoriteit hierom heeft verzocht, aan die autoriteit verslag uit over:

a)

het aantal aanvragers in het afgelopen jaar;

b)

het aantal en het percentage succesvolle aanvragen per oproep tot het indienen van voorstellen;

c)

de gemiddelde duur van de procedure vanaf de datum waarop de oproep tot het indienen van voorstellen is afgesloten, tot de datum waarop de subsidie is toegekend;

d)

het aantal en het bedrag van de subsidies, wanneer in het verleden van de bekendmaking achteraf is afgezien, om de veiligheid van de begunstigden niet in gevaar te brengen of hun commerciële belangen niet te schaden.”.

79)

Het volgende artikel 169 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 169 bis

Inlichtingen voor de aanvragers

(Artikel 110 van het Financieel Reglement)

De Commissie verstrekt de aanvragers op de volgende wijzen inlichtingen en advies:

a)

zij stelt gemeenschappelijke normen op voor de aanvraagformulieren voor soortgelijke subsidies en ziet toe op de omvang en leesbaarheid van de aanvraagformulieren;

b)

zij verstrekt potentiële aanvragers inlichtingen, in het bijzonder door het organiseren van studiebijeenkomsten en het aanbieden van handboeken;

c)

zij bewaart in het in artikel 64 bedoelde derdenbestand permanente gegevens over de begunstigden.”.

80)

Aan artikel 172 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

„4.   Het beginsel van medefinanciering wordt geacht te zijn geëerbiedigd wanneer de bijdrage van de Gemeenschap bedoeld is om bepaalde administratieve kosten van een financiële instelling te dekken, waaronder, indien passend, een variabele, aan het resultaat gekoppelde vergoeding die een stimulans vormt voor het beheer van een project of programma dat één ondeelbaar geheel vormt.”.

81)

De volgende artikelen 172 bis, 172 ter en 172 quater worden ingevoegd:

„Artikel 172 bis

Subsidiabele kosten

(Artikel 113 van het Financieel Reglement)

1.   Subsidiabele kosten zijn de door de begunstigde van een subsidie daadwerkelijk gemaakte kosten die aan alle onderstaande criteria voldoen:

a)

zij worden gemaakt tijdens de looptijd van de actie of het werkprogramma, met uitzondering van de kosten die betrekking hebben op de eindverslagen en controlecertificaten;

b)

zij zijn aangegeven in de geraamde totale begroting van de actie of het werkprogramma;

c)

zij zijn noodzakelijk ter uitvoering van de actie die of het werkprogramma dat het voorwerp is van de subsidie;

d)

zij zijn aanwijsbaar en verifieerbaar, zijn met name opgenomen in de boekhouding van de begunstigde en zijn vastgesteld overeenkomstig de boekhoudkundige normen die van toepassing zijn in het land waar de begunstigde is gevestigd en overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de begunstigde;

e)

zij zijn in overeenstemming met de vereisten van de geldende sociale en belastingwetgeving;

f)

zij zijn redelijk en gerechtvaardigd en voldoen aan de vereisten van goed financieel beheer, met name wat zuinigheid en efficiëntie betreft.

2.   Behoudens lid 1 en het basisbesluit, kan de bevoegde ordonnateur de volgende kosten als subsidiabel beschouwen:

a)

de kosten die verband houden met een bankgarantie of een vergelijkbare zekerheid die de begunstigde van de subsidie overeenkomstig artikel 118 van het Financieel Reglement moet stellen;

b)

de kosten die verband houden met externe controles die de bevoegde ordonnateur bij het verzoek om financiering of het verzoek om betaling verlangt;

c)

de betaalde belasting over de toegevoegde waarde die volgens de toepasselijke nationale wetgeving niet aan de begunstigde kan worden terugbetaald;

d)

de afschrijvingskosten, op voorwaarde dat de begunstigde deze werkelijk heeft gemaakt;

e)

de administratieve uitgaven, kosten van personeel en uitrusting, met inbegrip van de salariskosten van personeel van de nationale overheid, voor zover deze verband houden met de kosten van activiteiten die de betrokken overheidsinstantie niet zou ondernemen indien het betrokken project niet zou worden uitgevoerd.

Artikel 172 ter

Beginsel van geleidelijke vermindering van exploitatiesubsidies

(Artikel 113, lid 2, van het Financieel Reglement)

De vermindering van de exploitatiesubsidies geschiedt op een evenredige en billijke wijze.

Artikel 172 quater

Financieringsaanvragen

(Artikel 114 van het Financieel Reglement)

1.   De voorwaarden inzake de indiening van subsidieaanvragen worden bepaald door de bevoegde ordonnateur, die de wijze van indiening kan kiezen. Subsidieaanvragen kunnen bij brief of langs elektronische weg worden ingediend.

De gekozen communicatiemiddelen zijn niet-discriminerend en mogen de toegang van de aanvragers tot de toekenningsprocedure niet beperken.

Het gekozen communicatiemiddel dient te waarborgen dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

elke aanvraag bevat alle vereiste gegevens voor de beoordeling ervan;

b)

de integriteit van de gegevens blijft behouden;

c)

de vertrouwelijkheid van de voorstellen blijft behouden.

Voor de toepassing van punt c), neemt de bevoegde ordonnateur pas na het verstrijken van de termijn voor de indiening kennis van de aanvragen.

De bevoegde ordonnateur kan eisen, dat bij indiening langs elektronische weg gebruik wordt gemaakt van een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van Richtlijn 1999/93/EG.

2.   Wanneer de bevoegde ordonnateur de indiening van aanvragen langs elektronische weg toestaat, moeten de te gebruiken middelen en de technische kenmerken daarvan niet-discriminerend en algemeen voor het publiek beschikbaar zijn en in combinatie met algemeen gebruikte informatie- en communicatietechnologieproducten kunnen functioneren. De gegevens betreffende de specificaties die nodig zijn voor de indiening van de aanvragen, waaronder begrepen de versleuteling, worden de aanvragers ter beschikking gesteld.

De apparatuur die voor de elektronische ontvangst van de aanvragen wordt gebruikt, dient bovendien veiligheid en vertrouwelijkheid te waarborgen.

3.   Wanneer de aanvragen bij brief worden ingediend, geschiedt de indiening naar keuze van de aanvragers op een van de volgende wijzen:

a)

per post of per besteldienst, in welk geval in de oproep tot het indienen van voorstellen wordt vermeld, dat de datum van verzending, het poststempel of de datum van het bewijs van afgifte als bewijs dient;

b)

door de eigenhandige indiening bij de diensten van de instelling, door de aanvrager zelf of door een gemachtigde, in welk geval in de oproep tot het indienen van voorstellen de dienst wordt vermeld, waarbij de aanvragen tegen een gedateerd en ondertekend ontvangstbewijs moeten worden afgegeven.”.

82)

Artikel 173 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 komt als volgt te luiden:

„1.   De aanvraag wordt ingediend met behulp van het overeenkomstig de op grond van artikel 169 bis, onder a), vastgestelde gemeenschappelijke normen opgestelde formulier, dat door de bevoegde ordonnateurs beschikbaar wordt gesteld, en volgens de in het basisbesluit en de oproep tot het indienen van voorstellen vermelde criteria.”;

b)

lid 3 komt als volgt te luiden:

„3.   Het bij de aanvraag gevoegde budget van de actie of exploitatiebudget is, met de nodige voorzieningen voor eventuele wisselkoersschommelingen, wat de uitgaven en ontvangsten betreft in evenwicht en vermeldt de voor de financiering ten laste van de Gemeenschapsbegroting in aanmerking komende kosten.”.

83)

Artikel 174 komt als volgt te luiden:

„Artikel 174

Bewijs van niet-uitsluiting

(Artikel 114 van het Financieel Reglement)

De aanvragers verklaren op erewoord, dat zij zich niet in een van de in artikel 93, lid 1, of artikel 94 van het Financieel Reglement genoemde situaties bevinden. De bevoegde ordonnateur kan, afhankelijk van zijn risicoanalyse, tevens om het in artikel 134 bedoelde bewijs verzoeken. De aanvragers zijn verplicht dit bewijs te verstrekken, behalve wanneer zulks feitelijk onmogelijk is en dit door de bevoegde ordonnateur wordt erkend.”.

84)

Het volgende artikel 174 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 174 bis

Aanvragers zonder rechtspersoonlijkheid

(Artikel 114 van het Financieel Reglement)

Wanneer een subsidieaanvraag overeenkomstig artikel 114, lid 2, onder a), van het Financieel Reglement wordt ingediend door een aanvrager die geen rechtspersoonlijkheid heeft, dienen de vertegenwoordigers van die aanvrager het bewijs over te leggen dat zij bevoegd zijn, namens de aanvrager juridische verbintenissen aan te gaan, en dienen zij financiële waarborgen te verstrekken, die gelijkwaardig zijn met die van rechtspersonen.”.

85)

Artikel 175 komt als volgt te luiden:

„Artikel 175

Financiële en administratieve sancties

(Artikel 114 van het Financieel Reglement)

Aanvragers die zich aan valse verklaringen, aanzienlijke fouten of onregelmatigheden of fraude schuldig hebben gemaakt, kunnen onder de in artikel 134 ter genoemde voorwaarden financiële of administratieve sancties, of beide, worden opgelegd, die evenredig zijn aan de waarde van de betrokken subsidies.

Begunstigden die ernstig in gebreke zijn gebleven, omdat zij hun contractuele verplichtingen niet zijn nagekomen, kunnen dezelfde financiële of administratieve sancties, of beide, worden opgelegd.”.

86)

De volgende artikelen 175 bis en 175 ter worden ingevoegd:

„Artikel 175 bis

Geschiktheidscriteria

(Artikel 114 van het Financieel Reglement)

1.   De geschiktheidscriteria worden in de oproep tot het indienen van voorstellen bekendgemaakt.

2.   De geschiktheidscriteria behelzen de voorwaarden waarop aan een oproep tot het indienen van voorstellen kan worden deelgenomen. Zij worden opgesteld met inachtneming van de doelstellingen van de actie en van de beginselen van doorzichtigheid en niet-discriminatie.

Artikel 175 ter

Subsidies van zeer kleine bedragen

(Artikel 114, lid 3, van het Financieel Reglement)

Als subsidies van een zeer klein bedrag worden subsidies beschouwd die lager zijn dan of gelijk aan 5 000 EUR.”.

87)

Aan artikel 176, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Indien in de oproep tot het indienen van voorstellen geen bewijsstukken zijn gevraagd en de bevoegde ordonnateur twijfelt aan het financiële en operationele vermogen van een aanvrager, verzoekt hij hem alle passende documenten te verstrekken.”.

88)

Artikel 178 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 komt de eerste alinea als volgt te luiden:

„1. De bevoegde ordonnateur benoemt een comité voor de evaluatie van de voorstellen, tenzij de Commissie in het kader van specifieke sectorale programma's iets anders besluit. De ordonnateur kan een dergelijk comité aanstellen voor de in artikel 167, onder d), bedoelde uiterste termijn voor de indiening van voorstellen.”;

b)

het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

„1bis.   De bevoegde ordonnateur verdeelt, indien nodig, het evaluatieproces in enige procedurele fasen. De regels die van toepassing zijn op het evaluatieproces, worden in de oproep tot het indienen van voorstellen bekendgemaakt.

Wanneer in een oproep tot het indienen van voorstellen in een indieningsprocedure in twee fasen wordt voorzien, worden alleen de aanvragers van voorstellen die aan de evaluatiecriteria van de eerste fase voldoen, verzocht in de tweede fase een volledig voorstel in te dienen.

Wanneer in een oproep tot het indienen van voorstellen in een evaluatieprocedure in twee fasen wordt voorzien, gaan alleen de voorstellen die op grond van de toetsing aan een beperkt aantal criteria door de eerste fase komen, door voor verdere evaluatie.

De aanvragers wier voorstellen in een van de fasen worden afgewezen, worden ingelicht overeenkomstig artikel 116, lid 3, van het Financieel Reglement.

Iedere opeenvolgende fase van de procedure moet duidelijk onderscheiden zijn van de voorgaande fase.

Het verstrekken van dezelfde bewijsstukken en gegevens mag gedurende dezelfde procedure niet meer dan eenmaal worden gevraagd.”;

c)

lid 2 komt als volgt te luiden:

„2.   Het evaluatiecomité, of in voorkomend geval de bevoegde ordonnateur, kan de aanvrager verzoeken bijkomende inlichtingen te verstrekken of de ingediende bewijsstukken met betrekking tot de aanvraag toe te lichten, met name in het geval van kennelijke schrijffouten.

De ordonnateur houdt een passend register bij van al zijn contacten met aanvragers gedurende de procedure.”.

89)

In artikel 180 wordt lid 2 als volgt gewijzigd:

a)

in de tweede alinea komt punt a) als volgt te luiden:

„a)

subsidies voor een actie van 750 000 EUR of meer, indien het cumulatieve bedrag van de betalingsverzoeken ten minste 325 000 EUR is.”;

b)

aan de derde alinea wordt het volgende punt d) toegevoegd:

„d)

de begunstigden van meervoudige subsidies die hebben voorzien in een onafhankelijke certificering die gelijkwaardige garanties biedt inzake de controlesystemen en methoden die voor het opstellen van hun vorderingen worden gebruikt.”.

90)

Het volgende artikel 180 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 180 bis

Vormen van subsidie

(Artikel 108 bis van het Financieel Reglement)

1.   De subsidies van de Gemeenschap in de in artikel 108 bis, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde vorm worden berekend op grond van de subsidiabele kosten, zijnde de door de begunstigde werkelijk gedane uitgaven, waarvoor samen met het voorstel een voorlopige raming wordt ingediend die in het subsidiebesluit of de subsidieovereenkomst wordt opgenomen.

2.   De vaste bedragen, bedoeld in artikel 108 bis, lid 1, onder b), van het Financieel Reglement, worden gebruikt om, in overeenstemming met het bepaalde in de overeenkomst en op grond van een raming, sommige uitgaven te dekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een actie of voor de gewone bedrijfsvoering van een begunstigde.

3.   De forfaitaire financieringen, bedoeld in artikel 108 bis, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement, worden gebruikt om sommige van tevoren duidelijk omschreven specifieke categorieën uitgaven te dekken, door toepassing van hetzij een vooraf bepaald percentage, hetzij een tabel van eenheidskosten.”.

91)

Artikel 181 komt als volgt te luiden:

„Artikel 181

Vaste bedragen en forfaitaire financieringen

(Artikel 108 bis van het Financieel Reglement)

1.   De Commissie kan kan bij besluit toestaan, gebruik te maken van het volgende:

a)

één of meer vaste bedragen van, per bedrag, 25 000 EUR of minder, ter dekking van één of meer categorieën subsidiabele kosten;

b)

forfaitaire financiering, in het bijzonder op grond van de tabel die als bijlage bij het statuut is gevoegd of jaarlijks door de Commissie wordt vastgesteld, van verblijfkosten en dagvergoedingen voor de kosten van dienstreizen.

Het besluit bepaalt het maximumbedrag dat voor het totaal van deze financieringen wordt toegestaan, vastgesteld per subsidie of soort subsidie.

2.   Vaste bedragen van meer dan 25 000 EUR per bedrag worden, indien van toepassing, toegestaan in het basisbesluit waarbij de toekenningsvoorwaarden en de maximumbedragen zijn vastgesteld.

Deze bedragen worden om de twee jaar door de Commissie aangepast aan de hand van statistische gegevens en met behulp van soortgelijke objectieve middelen, zoals bedoeld in artikel 165, lid 2.

3.   Het subsidiebesluit of de subsidieovereenkomst mag een forfaitaire financiering van de indirecte kosten van de begunstigde toestaan tot maximaal 7 % van de totale subsidiabele directe kosten van de actie, tenzij de begunstigde een uit de communautaire begroting gefinancierde exploitatiesubsidie ontvangt. Het maximum van 7 % mag worden overschreden bij een met redenen omkleed besluit van de Commissie.

4.   Het subsidiebesluit of de subsidieovereenkomst bevat alle nodige bepalingen om na te gaan of aan de voorwaarden voor de toekenning van vaste bedragen of forfaitaire financieringen is voldaan.”.

92)

Artikel 184 komt als volgt te luiden:

„Artikel 184

Uitvoeringsopdrachten

(Artikel 120 van het Financieel Reglement)

1.   Onverminderd Richtlijn 2004/18/EG gunnen, wanneer voor de uitvoering van de gesubsidieerde acties een overheidsopdracht moet worden geplaatst, de begunstigden de opdracht aan de economisch voordeligste inschrijving, dat wil zeggen die welke de beste verhouding tussen de kwaliteit en de prijs biedt, met inachtneming van het doorzichtigheidsbeginsel en het beginsel van gelijke behandeling van potentiële contractanten, en waarbij er geen belangenconflict is.

2.   Wanneer voor de uitvoering van de gesubsidieerde acties een overheidsopdracht moet worden geplaatst met een waarde van meer dan 60 000 EUR, kan de bevoegde ordonnateur de begunstigden specifieke regels opleggen naast die welke in lid 1 worden bedoeld.

Die specifieke regels zijn gebaseerd op de regels in het Financieel Reglement, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de waarde van de betrokken opdrachten, het relatieve belang van de Gemeenschapsbijdrage in de totale kosten van de actie en het risico. Deze specifieke regels worden opgenomen in het subsidiebesluit of de subsidieovereenkomst.”.

93)

Het volgende artikel 184 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 184 bis

Financiële steun aan derden

(Artikel 120, lid 2, van het Financieel Reglement)

1.   Mits de doelstellingen of te behalen resultaten voldoende nauwkeurig in de in artikel 120, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement bedoelde voorwaarden zijn vastgelegd, kan de discretionaire bevoegdheid worden geacht te zijn geëindigd indien in het subsidiebesluit of de subsidieovereenkomst tevens worden bepaald:

a)

het minimumbedrag en het maximumbedrag aan financiële steun dat aan een derde kan worden uitbetaald, alsmede de criteria voor het vaststellen van het precieze bedrag;

b)

een vaste lijst van de verschillende soorten activiteiten waarvoor financiële steun kan worden toegekend.

2.   Voor de toepassing van artikel 120, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement is het maximumbedrag aan financiële steun dat een begunstigde aan derden mag uitbetalen, 100 000 EUR, waarbij voor iedere derde een maximum van 10 000 EUR geldt.”.

94)

Aan artikel 185 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Het verslag over het begrotings- en financiële beheer staat los van het in artikel 121 van het Financieel Reglement bedoelde verslag over de uitvoering van de begroting.”.

95)

In artikel 187 wordt „artikel 185” vervangen door „artikel 121”.

96)

In artikel 207, lid 1, wordt „artikel 185” vervangen door „artikel 121”.

97)

In artikel 209, lid 1, wordt „artikel 185” vervangen door „artikel 121”.

98)

In artikel 210 wordt „artikel 185” vervangen door „artikel 121”.

99)

In artikel 219, lid 1, wordt „EOGFL, afdeling Garantie” vervangen door „EGFL”.

100)

In artikel 225 wordt „artikel 185” vervangen door „artikel 121”.

101)

De titel van titel I van deel II komt als volgt te luiden:

„TITEL I

(DEEL II, TITEL II, VAN HET FINANCIEEL REGLEMENT)

STRUCTUURFONDSEN, COHESIEFONDS, EUROPEES VISSERIJFONDS EN LANDBOUWFONDS VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING”.

102)

In artikel 228 wordt „de Structuurfondsen en het Cohesiefonds” vervangen door „de Structuurfondsen, het Cohesiefonds, het Europees Visserijfonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling”.

103)

Aan artikel 229 wordt het volgende lid 7 toegevoegd:

„7.   De in artikel 160, lid 1 bis, van het Financieel Reglement bedoelde schuldvorderingsramingen worden voor registratie aan de rekenplichtige toegezonden.”.

104)

Artikel 232 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 komt als volgt te luiden:

„1.   Vóór het sluiten van een financieringsovereenkomst voor de uitvoering van een actie die gedecentraliseerd zal worden beheerd, vergewist de bevoegde ordonnateur er zich door verificaties aan de hand van stukken en ter plaatse van, of het systeem dat het begunstigde derde land voor het beheer en de controle van de communautaire middelen heeft ingevoerd, met artikel 56 van het Financieel Reglement in overeenstemming is.”;

b)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de punten a) en b) komen als volgt te luiden:

„a)

die de inachtneming van de in artikel 56, leden 1 en 2, van het Financieel Reglement bedoelde criteria waarborgen;

b)

waarin wordt vastgesteld dat, wanneer niet meer aan de in artikel 56, leden 1 en 2, van het Financieel Reglement bedoelde minimumcriteria wordt voldaan, de uitvoering van de overeenkomst door de Commissie kan worden opgeschort of beëindigd;”;

ii)

in punt c) wordt „artikel 53, lid 5,” vervangen door „artikel 53 quater”;

iii)

punt d) komt als volgt te luiden:

„d)

waarin de in artikel 53 quater van het Financieel Reglement bedoelde en in artikel 42 van de onderhavige verordening nader bepaalde financiële correctiemechanismen worden vastgesteld, met name de toepassing van de invordering door middel van verrekening wanneer de actie volledig gedecentraliseerd is;”;

iv)

het volgende punt e) wordt toegevoegd:

„e)

die de bekendmaking van de begunstigden van de begrotingsmiddelen betreffen.”;

c)

het volgende lid 3 wordt toegevoegd:

„3.   De in lid 2, onder e), bedoelde bepalingen eisen, dat het derde land de in artikel 169, lid 2, bedoelde gegevens volgens een geharmoniseerde presentatie op een specifieke en gemakkelijk toegankelijke plaats van zijn internetsite bekendmaakt. Indien bekendmaking op het internet onmogelijk is, worden de gegevens op een andere gepaste wijze, met inbegrip van het nationale publicatieblad, bekendgemaakt.

De bekendmaking geschiedt tijdens het eerste halfjaar volgende op de afsluiting van het begrotingsjaar waarvoor de middelen aan het derde land zijn toegekend.

Het derde land deelt de Commissie het adres van de plaats van bekendmaking mee en op de in artikel 169, lid 1, bedoelde specifieke plaats van de internetsite van de communautaire instellingen wordt naar dit adres verwezen. Wanneer de gegevens op een andere wijze worden bekendgemaakt, verstrekt het derde land de Commissie alle nadere bijzonderheden aangaande de gebruikte middelen.”.

105)

Het volgende artikel 233 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 233 bis

Ambtshalve doorhaling van gesplitste vastleggingskredieten bij meerjarenprogramma's

(Artikel 166, lid 3, van het Financieel Reglement)

1.   Bij de berekening van de in artikel 166, lid 3, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde ambtshalve doorhalingen wordt het volgende buiten beschouwing gelaten:

a)

het gedeelte van de vastleggingen waarvoor op 31 december van jaar n+3 een uitgavendeclaratie is ingediend, maar de Commissie de vergoeding heeft onderbroken of geschorst;

b)

het gedeelte van de vastleggingen waarvoor door overmacht geen betaling kon worden verricht of geen uitgavendeclaratie kon worden opgesteld, in het geval dat deze situatie ernstige gevolgen heeft voor de tenuitvoerlegging van het programma.

De nationale autoriteiten die zich op overmacht overeenkomstig de eerste alinea, onder b), beroepen, moeten de rechtstreekse gevolgen voor de tenuitvoerlegging van het programma als geheel of van een deel daarvan aantonen.

2.   De Commissie licht de begunstigde landen en de betrokken autoriteiten tijdig in wanneer het gevaar van ambtshalve doorhaling bestaat. De Commissie stelt de begunstigde landen en de betrokken autoriteiten in kennis van het bedrag dat volgens de gegevens in haar bezit ambtshalve moet worden doorgehaald. De begunstigde landen beschikken over een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van die kennisgeving om akkoord te gaan met het betrokken bedrag of hun opmerkingen kenbaar te maken. De Commissie gaat tot doorhaling ambtshalve over, uiterlijk negen maanden na de in artikel 166, lid 3, onder a) en b), van het Financieel Reglement vastgestelde termijn.

3.   In geval van ambtshalve doorhaling wordt de financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de betrokken programma's voor het betrokken jaar met het desbetreffende bedrag verlaagd. Het begunstigde land legt zo nodig een herzien financieringsplan over, waarin de verlaging van de steun over de verschillende prioriteiten en maatregelen wordt verdeeld. Doet het begunstigde land dit niet, dan verlaagt de Commissie zo nodig de voor de onderscheiden prioriteiten en maatregelen toegewezen bedragen verhoudingsgewijs.”.

106)

Artikel 237 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 komt de eerste alinea als volgt te luiden:

„1. De artikelen 118 tot en met 121, behalve de definitie, artikel 122, leden 3 en 4, artikel 123, de artikelen 126 tot en met 129, artikel 131, leden 3 tot en met 6, artikel 139, lid 2, de artikelen 140 tot en met 146, artikel 148, en de artikelen 151, 152 en 158 bis van de onderhavige verordening zijn niet van toepassing op door of voor rekening van de in artikel 167, lid 1, onder a) en b), van het Financieel Reglement bedoelde aanbestedende diensten te plaatsen opdrachten.”;

b)

lid 3 wordt geschrapt.

107)

In artikel 240 komt lid 3 als volgt te luiden:

„3.   Het gunningsbericht wordt na de ondertekening van het contract toegezonden, behalve indien de opdracht geheim is verklaard, mocht dat nog noodzakelijk zijn, of de uitvoering van de opdracht gepaard moet gaan met speciale veiligheidsmaatregelen, of indien de bescherming van de wezenlijke belangen van de Europese Unie of het begunstigde land zulks vereist, en de bekendmaking van het gunningsbericht ongepast wordt geacht.”.

108)

In artikel 241, lid 1, komt de tweede alinea als volgt te luiden:

„Voor opdrachten met een waarde van minder dan of gelijk aan 10 000 EUR volstaat één inschrijving.”.

109)

Aan artikel 242, lid 1, wordt het volgende punt h) toegevoegd:

„h)

voor opdrachten die geheim zijn verklaard, of voor opdrachten waarvan de uitvoering met bijzondere veiligheidsmaatregelen gepaard moet gaan, of wanneer de bescherming van de wezenlijke belangen van de Europese Unie of het begunstigde land dit vereist.”.

110)

Artikel 243, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)

in punt b) wordt „30 000 EUR” vervangen door „60 000 EUR”;

b)

punt c) komt als volgt te luiden:

„c)

opdrachten met een waarde van minder dan 60 000 EUR: concurrentiële onderhandelingsprocedure in de zin van lid 2;”;

c)

de tweede alinea komt als volgt te luiden:

„Voor opdrachten met een waarde van minder dan of gelijk aan 10 000 EUR volstaat één inschrijving.”.

111)

Aan artikel 244, lid 1, worden de volgende punten f), g) en h) toegevoegd:

„f)

voor opdrachten die geheim zijn verklaard, of voor opdrachten waarvan de uitvoering met bijzondere veiligheidsmaatregelen gepaard moet gaan, of wanneer de bescherming van de wezenlijke belangen van de Europese Unie of het begunstigde land dit vereist;

g)

voor opdrachten met betrekking tot op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen;

h)

voor opdrachten met betrekking tot de aankoop tegen bijzonder gunstige voorwaarden, hetzij bij een leverancier die definitief zijn handelsactiviteit staakt, hetzij bij curatoren of vereffenaars van een faillissement, een gerechtelijk akkoord, of een procedure van dezelfde aard naar nationaal recht;”.

112)

In artikel 245, lid 1, komt de tweede alinea als volgt te luiden:

„Voor opdrachten met een waarde van minder dan of gelijk aan 10 000 EUR of minder volstaat één inschrijving.”.

113)

Aan artikel 246, lid 1, eerste alinea, wordt het volgende punt e) toegevoegd:

„e)

voor opdrachten die geheim zijn verklaard, of voor opdrachten waarvan de uitvoering met bijzondere veiligheidsmaatregelen gepaard moet gaan, of wanneer de bescherming van de wezenlijke belangen van de Europese Unie of het begunstigde land dit vereist.”.

114)

Artikel 253 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 1 wordt het volgende punt e) toegevoegd:

„e)

wanneer het in het belang van de Gemeenschap is om als enige donor van een actie op te treden, en met name om de zichtbaarheid van een communautaire actie te waarborgen.”;

b)

aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Wanneer echter lid 1, onder e), van toepassing is, wordt de afwijking verantwoord in het financieringsbesluit van de Commissie.”.

115)

Artikel 258 komt als volgt te luiden:

„Artikel 258

Delegatie van bevoegdheden van de instellingen aan interinstitutionele Europese bureaus

(Artikelen 171 en 174 bis van het Financieel Reglement)

Elke instelling is verantwoordelijk voor de vastleggingen in de begroting. De instellingen kunnen aan de directeur van het betrokken interinstitutionele Europese bureau de bevoegdheid delegeren inzake alle daaropvolgende handelingen, in het bijzonder het aangaan van juridische verbintenissen, het valideren van uitgaven, het goedkeuren van betalingen en het innen van ontvangsten, en stellen de grenzen en voorwaarden van deze delegatie van bevoegdheden vast.”.

116)

Het volgende artikel 258 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 258 bis

Specifieke regels voor het Bureau voor officiële publicaties

(Artikelen 171 en 174 bis van het Financieel Reglement)

Elke instelling beslist ten aanzien van het Bureau voor officiële publicaties (OPOCE) over het te voeren publicatiebeleid.

Overeenkomstig artikel 18 van het Financieel Reglement worden de netto-opbrengsten van de verkoop van publicaties door de instelling die er de auteur van is, als bestemmingsontvangsten gebruikt.”.

117)

Artikel 261 wordt geschrapt.

118)

Aan deel II wordt de volgende titel VI toegevoegd:

„TITEL VI

(DEEL II, TITEL VII, VAN HET FINANCIEEL REGLEMENT)

DESKUNDIGEN”.

119)

Het volgende artikel 265 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 265 bis

Externe deskundigen

(Artikel 179 bis van het Financieel Reglement)

1.   Wanneer de waarde minder bedraagt dan de in artikel 158, lid 1, onder a), vastgestelde drempelwaarden, kunnen volgens de in lid 2 van dit artikel neergelegde procedure externe deskundigen worden geselecteerd voor taken die met name de beoordeling van voorstellen en de technische bijstand inhouden.

2.   Een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling wordt in het bijzonder geplaatst in het Publicatieblad van de Europese Unie of op de internetsite van de betrokken instelling, om er bij potentiële gegadigden zo ruim mogelijke bekendheid aan te geven en met het oog op het opstellen van een lijst van deskundigen.

De lijst die uit de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling voortvloeit, is niet langer geldig dan de looptijd van een meerjarenprogramma.

Belangstellenden kunnen zich op elk tijdstip van de geldigheidsduur van de lijst aanmelden, behalve tijdens de laatste drie maanden.

3.   Externe deskundigen worden niet op de in lid 2 bedoelde lijst geplaatst wanneer zij in een van de in artikel 93 van het Financieel Reglement bedoelde uitsluitingssituaties verkeren.

4.   Externe deskundigen die voorkomen op de in lid 2 bedoelde lijst, worden geselecteerd op grond van hun geschiktheid om de in lid 1 bedoelde taken uit te voeren, met inachtneming van de beginselen van niet-discriminatie, gelijke behandeling en afwezigheid van belangenconflicten.”.

120)

Artikel 269 komt als volgt te luiden:

„Artikel 269

Gedecentraliseerd beheer van pretoetredingssteun

(Artikel 53 quater van het Financieel Reglement)

In het kader van de in Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad (*7) en Verordening (EG) nr. 555/2000 van de Raad (*8) bedoelde pretoetredingssteun hebben de in artikel 35 vastgestelde regels betreffende de controle geen gevolgen voor het gedecentraliseerde beheer dat reeds samen met de betrokken kandidaat-lidstaten ten uitvoer wordt gelegd.

(*7)   PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11."

(*8)   PB L 68 van 16.3.2000, blz. 3.”."

121)

In artikel 271 komt lid 1 als volgt te luiden:

„1.   De in de artikelen 54, 67, 119, 126, 128, 129, 130, 135, 151, 152, 164, 172, 173, 175 ter, 180, 181, 182, 226, 241, 243, 245 en 250 bepaalde drempelwaarden en bedragen worden om de drie jaar aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen in de Gemeenschap.”.

Artikel 2

De procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten en het toekennen van subsidies die vóór 1 mei 2007 zijn ingeleid, blijven onderworpen aan de regels die bij de inleiding van deze procedures golden.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2007.

Artikel 1, punt 45, onder d), is echter van toepassing vanaf 1 januari 2008 en artikel 1, punt 59, is van toepassing vanaf 1 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2007.

Voor de Commissie

Dalia GRYBAUSKAITĖ

Lid van de Commissie


(1)   PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).

(2)   PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1248/2006 (PB L 227 van 19.8.2006, blz. 3).

(3)   PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82.

(4)   PB L 310 van 9.11.2006, blz. 1.


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/46


VERORDENING (EG) Nr. 479/2007 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2007

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2076/2005 tot vaststelling van overgangsregelingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004, (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (1), en met name op artikel 9,

Gelet op Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (2), en met name op artikel 16,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 2076/2005 van de Commissie (3) worden overgangsregelingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004, (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad vastgesteld.

(2)

Artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2074/2005 van de Commissie (4) voorziet in modelgezondheidscertificaten voor de invoer van bepaalde producten van dierlijke oorsprong voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 853/2004. Die producten zijn opgenomen in bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 2074/2005 en omvatten kikkerbilletjes en slakken, gelatine, collageen, visserijproducten, levende tweekleppige weekdieren en honing en andere producten van bijenteelt.

(3)

Artikel 7, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2076/2005 voorziet in een afwijking van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 2074/2005 voor in die bijlage bedoelde producten waarvoor de desbetreffende invoercertificaten zijn afgegeven overeenkomstig de geharmoniseerde communautaire voorschriften die eventueel vóór 1 januari 2006 golden of overeenkomstig de door de lidstaten vóór die datum in de andere gevallen toegepaste nationale voorschriften, en die tot en met 1 mei 2007 in de Gemeenschap mogen worden ingevoerd.

(4)

Om handelsverstoringen en administratieve moeilijkheden op de punten van binnenkomst in de Gemeenschap als gevolg van de late aanpassing van het certificeringssysteem van derde landen aan de nieuwe certificeringsregeling van Verordening (EG) nr. 2074/2005 te vermijden, moet het gebruik van certificaten die krachtens de vorige certificeringsregeling zijn afgegeven en vóór 1 mei 2007 zijn ondertekend, na 1 mei 2007 tot en met 30 juni 2007 worden toegestaan voor de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage VI bij die verordening bedoelde producten.

(5)

Visolie valt onder de definitie van visserijproducten. Specifieke voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van voor menselijke consumptie bestemde visolie zijn vastgesteld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004. Artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2076/2005 voorziet echter tot en met 31 oktober 2007 in een afwijking van die bijlage voor inrichtingen in derde landen die voor menselijke consumptie bestemde visolie produceren. Er moeten dienovereenkomstig overgangsregelingen worden getroffen om de invoer van dergelijke producten in de Gemeenschap tot en met 31 december 2007 toe te staan, als deze vergezeld gaan van certificaten die zijn afgegeven overeenkomstig de nationale voorschriften die golden vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1664/2006 van de Commissie.

(6)

Krachtens artikel 17 van Verordening (EG) nr. 2076/2005 mogen bepaalde derde landen die nog geen communautaire controle hebben ondergaan onder bepaalde voorwaarden levende tweekleppige weekdieren en visserijproducten naar de Gemeenschap uitvoeren. Deze producten moeten vergezeld gaan van de in de Beschikkingen 95/328/EG (5) en 96/333/EG (6) van de Commissie vastgestelde modelgezondheidscertificaten, die alleen een verklaring betreffende volksgezondheidsaspecten bevatten. Om diergezondheidsdoeleinden moeten deze modelgezondheidscertificaten worden aangevuld met de bij Verordening (EG) nr. 2074/2005 ingevoerde certificaten, die betrekking hebben op zowel volks- als diergezondheidsaspecten. Voor de duidelijkheid en de rechtszekerheid en om de administratieve last te verminderen is het daarom nodig dat alleen wordt verwezen naar de bij Verordening (EG) nr. 2074/2005 ingevoerde certificaten.

(7)

Verordening (EG) nr. 2076/2005 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 2076/2005 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 7 wordt lid 4 vervangen door:

„4.   In afwijking van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 2074/2005

a)

mogen de in die bijlage bedoelde producten waarvoor een vóór 1 mei 2007 naar behoren ingevuld en ondertekend certificaat is afgegeven overeenkomstig de geharmoniseerde communautaire voorschriften die eventueel vóór 1 januari 2006 golden of overeenkomstig de door de lidstaten vóór die datum in de andere gevallen toegepaste nationale voorschriften, tot en met 30 juni 2007 in de Gemeenschap worden ingevoerd;

b)

mag visolie waarvoor overeenkomstig de nationale voorschriften die vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 2074/2005 van de Commissie golden een vóór 31 oktober 2007 naar behoren ingevuld en ondertekend certificaat is afgegeven, tot en met 31 december 2007 in de Gemeenschap worden ingevoerd.”.

2)

In artikel 17, lid 2, wordt punt b) vervangen door:

„b)

De bevoegde autoriteit van de invoerende lidstaat zorgt ervoor dat deze ingevoerde producten alleen in de handel worden gebracht op haar binnenlandse markt of op de binnenlandse markten die dezelfde invoer toestaan en”.

3)

Aan artikel 17, lid 2, wordt de volgende punt c) toegevoegd:

„c)

De bevoegde autoriteit van het derde land of gebied neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat deze ingevoerde producten met ingang van 31 oktober 2007 vergezeld gaan van de in bijlage VI bij Beschikking (EG) nr. 2074/2005 vastgestelde modelgezondheidscertificaten.

Deze producten waarvoor een certificaat is afgegeven, dat naar behoren is ingevuld en ondertekend overeenkomstig de nationale voorschriften die vóór 31 oktober 2007 golden, mogen echter tot en met 31 december 2007 in de Gemeenschap worden ingevoerd.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55, gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(2)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206, gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 83. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006.

(3)   PB L 338 van 22.12.2005, blz. 83. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1666/2006 (PB L 320 van 18.11.2006, blz. 47).

(4)   PB L 338 van 22.12.2005, blz. 27. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1664/2006 (PB L 320 van 18.11.2006, blz. 13).

(5)   PB L 191 van 12.8.1995, blz. 32. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2004/109/EG (PB L 32 van 5.2.2004, blz. 17).

(6)   PB L 127 van 25.5.1996, blz. 33. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2004/119/EG (PB L 36, 7.2.2004, blz. 56).


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/48


VERORDENING (EG) Nr. 480/2007 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2007

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1555/96 met betrekking tot de drempelvolumes voor de toepassing van de aanvullende rechten voor komkommers en voor kersen, andere dan zure kersen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 33, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1555/96 van de Commissie van 30 juli 1996 houdende uitvoeringsbepalingen van de regeling met betrekking tot de aanvullende invoerrechten in de sector groenten en fruit (2) voorziet in toezicht op de invoer van de in de bijlage bij die verordening genoemde producten. Voor dit toezicht gelden de uitvoeringsbepalingen die in artikel 308 quinquies van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (3) zijn vastgesteld.

(2)

Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 4, van de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten Overeenkomst inzake de landbouw (4) en op grond van de meest recente gegevens over 2004, 2005 en 2006, moeten de drempelvolumes voor de toepassing van de aanvullende rechten worden gewijzigd voor komkommers en voor kersen, andere dan zure kersen.

(3)

Verordening (EG) nr. 1555/96 moet derhalve worden gewijzigd.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verse groenten en fruit,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1555/96 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 van de Commissie (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).

(2)   PB L 193 van 3.8.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1822/2006 (PB L 351 van 13.12.2006, blz. 7).

(3)   PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 214/2007 (PB L 62 van 1.3.2007, blz. 6).

(4)   PB L 336 van 23.12.1994, blz. 22.


BIJLAGE

„BIJLAGE

Onverminderd de regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, wordt de tekst van de omschrijving als louter indicatief beschouwd. De werkingssfeer van de aanvullende rechten wordt in het kader van deze bijlage bepaald door de draagwijdte van de GN-codes zoals deze bij de vaststelling van de onderhavige verordening bestaan.

Volgnummer

GN-code

Omschrijving van de producten

Toepassingsperiode

Drempelvolume

(ton)

78.0015

0702 00 00

Tomaten

van 1 oktober tot en met 31 mei

260 852

78.0020

van 1 juni tot en met 30 september

18 281

78.0065

0707 00 05

Komkommer

van 1 mei tot en met 31 oktober

3 462

78.0075

van 1 november tot en met 30 april

7 332

78.0085

0709 10 00

Artisjokken

van 1 november tot en met 30 juni

5 770

78.0100

0709 90 70

Courgettes

van 1 januari tot en met 31 december

37 250

78.0110

0805 10 20

Sinaasappelen

van 1 december tot en met 31 mei

271 744

78.0120

0805 20 10

Clementines

van 1 november tot eind februari

116 637

78.0130

0805 20 30

0805 20 50

0805 20 70

0805 20 90

Mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen); wilkings en soortgelijke kruisingen van citrusvruchten

van 1 november tot eind februari

91 359

78.0155

0805 50 10

Citroenen

van 1 juni tot en met 31 december

324 362

78.0160

van 1 januari tot en met 31 mei

35 247

78.0170

0806 10 10

Tafeldruiven

van 21 juli tot en met 20 november

189 604

78.0175

0808 10 80

Appelen

van 1 januari tot en met 31 augustus

1 026 501

78.0180

van 1 september tot en met 31 december

51 941

78.0220

0808 20 50

Peren

van 1 januari tot en met 30 april

309 624

78.0235

van 1 juli tot en met 31 december

45 069

78.0250

0809 10 00

Abrikozen

van 1 juni tot en met 31 juli

4 569

78.0265

0809 20 95

Kersen, andere dan zure kersen

van 21 mei tot en met 10 augustus

114 530

78.0270

0809 30

Perziken, nectarines daaronder begrepen

van 11 juni tot en met 30 september

17 411

78.0280

0809 40 05

Pruimen

van 11 juni tot en met 30 september

11 155 ”


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/50


VERORDENING (EG) Nr. 481/2007 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2007

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 817/2006 tot verlenging van de beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 798/2004

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 817/2006 van de Raad van 29 mei 2006 tot verlenging van de beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 798/2004 (1), en met name op artikel 12, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bijlage III bij Verordening (EG) nr. 817/2006 worden de personen genoemd van wie de tegoeden en economische middelen krachtens artikel 6 van die verordening worden bevroren.

(2)

Bij Besluit 2007/248/GBVB van de Raad (2) wordt bijlage I bij Gemeenschappelijk Standpunt 2006/318/GBVB (3) gewijzigd. Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 817/2006 dient daarom dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

(3)

Teneinde de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient deze verordening onmiddellijk in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 817/2006 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2007.

Voor de Commissie

Eneko LANDÁBURU

Directeur-generaal Buitenlandse betrekkingen


(1)   PB L 148 van 2.6.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1411/2006 (PB L 267 van 27.9.2006, blz. 1).

(2)   PB L 107 van 25.4.2007, blz. 8.

(3)   PB L 116 van 29.4.2006, blz. 77.


BIJLAGE

Lijst van personen bedoeld in artikel 6, artikel 7 en artikel 12

Toelichtende noot:

1.

Aliassen of spellingsvarianten gaan vergezeld van de vermelding „o.b.a.” (ook bekend als).

2.

„geb.” staat voor „geboortedatum”.

A.   RAAD VOOR VREDE EN ONTWIKKELING (SPDC)

 

Naam (en eventuele aliassen)

Nadere gegevens (functie/titel, geboortedatum en -plaats, nummer paspoort/identiteitsbewijs, echtgenoot of zoon/dochter van …)

Geslacht

(M/V)

A1a

Opperbevelhebber generaal Than Shwe

Voorzitter, geb. 2.2.1933

M

A1b

Kyaing Kyaing

Echtgenote van opperbevelhebber gen. Than Shwe

V

A1c

Thandar Shwe

Dochter van opperbevelhebber gen. Than Shwe

V

A1ci

Majoor Zaw Phyo Win

Echtgenoot van Thandar Shwe

Adjunct-directeur export, ministerie van Handel

M

A1d

Khin Pyone Shwe

Dochter van opperbevelhebber gen. Than Shwe

V

A1e

Aye Aye Thit Shwe

Dochter van opperbevelhebber gen. Than Shwe

V

A1f

Tun Naing Shwe, o.b.a. Tun Tun Naing

Zoon van opperbevelhebber gen. Than Shwe

M

A1g

Khin Thanda

Echtgenote van Tun Naing Shwe

V

A1h

Kyaing San Shwe

Zoon van opperbevelhebber gen. Than Shwe

M

A1i

Dr. Khin Win Sein

Echtgenote van Kyaing San Shwe

V

A1j

Thant Zaw Shwe, o.b.a. Maung Maung

Zoon van opperbevelhebber gen. Than Shwe

M

A1k

Dewar Shwe

Dochter van opperbevelhebber gen. Than Shwe

V

A1l

Kyi Kyi Shwe

Dochter van opperbevelhebber gen. Than Shwe

V

A2a

Vice-opperbevelhebber gen. Maung Aye

Vicevoorzitter, geb. 25.12.1937

M

A2b

Mya Mya San

Echtgenote van vice-opperbevelhebber gen. Maung Aye

V

A2c

Nandar Aye

Dochter van vice-opperbevelhebber gen. Maung Aye, echtgenote van majoor Pye Aung (D17g)

V

A3a

Generaal Thura Shwe Mann

Chef-staf, coördinator speciale operaties (land-, zee- en luchtmacht), geb. 11.7.1947

M

A3b

Khin Lay Thet

Echtgenote van Generaal Thura Shwe Mann, geb. 19.6.1947

V

A3c

Aung Thet Mann o.b.a. Shwe Mann Ko Ko

Zoon van gen. Thura Shwe Mann, Ayeya Shwe War Company, geb. 19.6.1977 paspoort nr. CM102233

M

A3d

Khin Hnin Thandar

Echtgenote van Aung Thet Mann

V

A3e

Toe Naing Mann

Zoon van Shwe Mann, geb. 29.6.1978

M

A3f

Zay Zin Latt

Echtgenote van Toe Naing Mann, dochter van Khin Shwe (J5a), geb. 24.3.1981

V

A4a

Gen. Soe Win

Premier sinds 19.10.2004, geb. 1946

M

A4b

Than Than Nwe

Echtgenote van gen. Soe Win

V

A5a

Lt.-gen. Thein Sein

Secretaris 1 (sinds 19.10.2004) & adjudant-generaal

M

A5b

Khin Khin Win

Echtgenote van lt.-gen. Thein Sein

F

A6a

Lt.-gen. (Thiha Thura) Tin Aung Myint Oo

(Thiha Thura is een titel) Hoofdintendant van de strijdkrachten

M

A6b

Khin Saw Hnin

Echtgenote van lt.-gen. Thiha Thura Tin Aung Myint Oo

V

A7a

Lt.-gen. Kyaw Win

Hoofd bureau speciale operaties 2 (deelstaat Kayah), hoofd van de USDA

M

A7b

San San Yee, o.b.a. San San Yi

Echtgenote van lt.-gen. Kyaw Win

V

A7c

Nyi Nyi Aung

Zoon van lt.-gen. Kyaw Win

M

A7d

San Thida Win

Echtgenote van Nyi Nyi Aung

V

A7e

Min Nay Kyaw Win

Zoon van lt.-gen. Kyaw Win

M

A7f

Dr. Phone Myint Htun

Zoon van lt.-gen. Kyaw Win

M

A7g

San Sabai Win

Echtgenote van dr. Phone Myint Htun

V

A8a

Lt.-gen. Tin Aye

Hoofd van de militaire aankoopdienst en van UMEH

M

A8b

Kyi Kyi Ohn

Echtgenote van lt.-gen. Tin Aye

V

A8c

Zaw Min Aye

Zoon van lt.-gen. Tin Aye

M

A9a

Lt.-gen. Ye Myint

Hoofd van het Bureau Speciale Operaties 1 (Kachin, Chin, Sagaing, Magwe, Mandalay)

M

A9b

Tin Lin Myint

Echtgenote van lt.-gen. Ye Myint, geb. 25.1.1947

V

A9c

Theingi Ye Myint

Dochter van lt.-gen. Ye Myint

V

A9d

Aung Zaw Ye Myint

Zoon van lt.-gen. Ye Myint, Yetagun Construction Co

M

A9e

Kay Khaing Ye Myint

Dochter van lt.-gen. Ye Myint

V

A10a

Lt.-gen. Aung Htwe

Hoofd opleiding van de strijdkrachten

M

A10b

Khin Hnin Wai

Echtgenote van lt.-gen. Aung Htwe

V

A11a

Lt.-gen. Khin Maung Than

Hoofd Bureau Speciale Operaties 3 (Pegu, Irrawaddy, Arakan)

M

A11b

Marlar Tint

Echtgenote van lt.-gen. Khin Maung Than

V

A12a

Lt.-gen. Maung Bo

Hoofd Bureau Speciale Operaties 4 (Karen, Mon, Tenasserim)

M

A12b

Khin Lay Myint

Echtgenote van lt.-gen. Maung Bo

V

A12c

Kyaw Swa Myint

Zoon van lt.-gen. Maung Bo, zakenman

M

A13a

Lt.-gen. Myint Swe

Hoofd Bureau Speciale Operaties 5 (Naypyidaw, Rangoon/Yangon)

M

A13b

Khin Thet Htay

Echtgenote van lt.-gen. Myint Swe

V


B.   REGIONALE BEVELHEBBERS

 

Naam

Nadere gegevens (incl. commando)

Geslacht

(M/V)

B1a

Gen.-maj. Hla Htay Win

Rangoon (Yangon)

M

B1b

Mar Mar Wai

Echtgenote van gen.-maj. Hla Htay Win

V

B2a

Brig.-gen. Thaung Aye

Oost (Deelstaat Shan (Zuid))

M

B2b

Thin Myo Myo Aung

Echtgenote van brig.-gen. Thaung Aye

V

B3a

Gen.-maj. Thar Aye, o.b.a. Tha Aye

Noordwest (Divisie Sagaing)

M

B3b

Wai Wai Khaing, o.b.a. Wei Wei Khaing

Echtgenote van gen.-maj. Thar Aye

V

B4a

Brig.-gen. Khin Zaw Oo

Kust (Divisie Tanintharyi)

M

B5a

Brig.-gen. Aung Than Htut

Noordoost (Deelstaat Shan (Noord))

M

B6a

Gen.-maj. Khin Zaw

Centrum (Divisie Mandalay)

M

B6b

Khin Pyone Win

Echtgenote van gen.-maj. Khin Zaw

V

B6c

Kyi Tha Khin Zaw

Zoon van gen.-maj. Khin Zaw

M

B6d

Su Khin Zaw

Dochter van gen.-maj. Khin Zaw

V

B7a

Brig-gen. Maung Shein

West (Deelstaat Rakhine)

M

B8a

Gen.-maj. Thura Myint Aung

Zuidwest (Divisie Irrawaddy)

M

B8b

Than Than Nwe

Echtgenote van gen.-maj. Thura Myint Aung

V

B9a

Gen.-maj. Ohn Myint

Noorden - Deelstaat Kachin

V

B9b

Nu Nu Swe

Echtgenote van gen.-maj. Ohn Myint

V

B9c

Kyaw Thiha

Zoon van gen.-maj. Ohn Myint

M

B9d

Nwe Ei Ei Zin

Echtgenote van Kyaw Thiha

V

B10a

Gen.-maj. Ko Ko

Zuid (Divisie Bago)

M

B10b

Sao Nwan Khun Sum

Echtgenote van gen.-maj. Ko Ko

V

B11a

Brig.-gen. Khin Naing Win

Zuidoost (Deelstaat Mon)

M

B12a

Gen.-maj. Min Aung Hlaing

Driehoek (Deelstaat Shan (Oost))

M

B13a

Brig.-gen. Wai Lwin

Naypyidaw (nieuwe post van regionaal bevelhebber)

M

B13b

Swe Swe Oo

Echtgenote van brig.-gen. Wai Lwin

V

B13c

Wai Phyo

Zoon van brig.-gen. Wai Lwin

M

B13d

Lwin Yamin

Dochter van brig.-gen. Wai Lwin

V


C.   REGIONALE VICEBEVELHEBBERS

 

Naam

Nadere gegevens (incl. commando)

Geslacht

(M/V)

C1a

Colonel Kyaw Kyaw Tun

Rangoon (Yangon)

M

C1b

Khin May Latt

Echtgenote van kol. Kyaw Kyaw Tun

V

C2a

Brig.-gen. Nay Win

Centrum

M

C2b

Nan Aye Mya

Echtgenote van brig.-gen. Nay Win

V

C3a

Brig.-gen. Tin Maung Ohn

Noordwest

M

C4a

Brig-gen. San Tun

Noord

M

C4b

Tin Sein

Echtgenote van brig.-gen. San Tun

V

C5a

Brig.-gen. Hla Myint

Noordoost

M

C5b

Su Su Hlaing

Echtgenote van brig.-gen. Hla Myint

V

C6a

Brig.-gen. Wai Lwin

Driehoek

M

C7a

Brig.-gen. Win Myint

Oost

M

C8a

Kol. Zaw Min

Zuidoost

M

C8b

Nyunt Nyunt Wai

Echtgenote van kol. Zaw Min

V

C9a

Brig.-gen. Hone Ngaing/Hon Ngai

Kust

M

C10a

Brig-gen. Thura Maung Ni

Zuid

M

C10b

Nan Myint Sein

Echtgenote van brig.-gen. Thura Maung Ni

V

C11a

Brig.-gen. Tint Swe

Zuidwest

M

C11b

Khin Thaung

Echtgenote van brig.-gen. Tint Swe

V

C11c

Ye Min, o.b.a. Ye Kyaw Swar Swe

Zoon van brig.-gen. Tint Swe

M

C11d

Su Mon Swe

Echtgenote van Ye Min

V

C12a

Brig.-gen. Tin Hlaing

West

M


D.   MINISTERS

 

Naam

Nadere gegevens (incl. ministerie)

Geslacht

(M/V)

D3a

Gen-maj. Htay Oo

Landbouw en Irrigatie sinds 18.9.2004 (voordien Coöperaties sinds 25.8.2003) secretaris-generaal van USDA

M

D3b

Ni Ni Win

Echtgenote van gen.-maj. Htay Oo

V

D3c

Thein Zaw Nyo

Cadet. Zoon van gen.-maj. Htay Oo

M

D4a

Brig.-gen. Tin Naing Thein

Handel sinds 18.9.2004, (voordien viceminister van Bosbouw)

M

D4b

Aye Aye

Echtgenote van brig.-gen. Tin Naing Thein

V

D5a

Gen. Maj. Saw Tun

Openbare werken (sinds 15.6.1995), geb. 8.5.1935

M

D5b

Myint Myint Ko

Echtgenote van gen.-maj. Saw Tun, geb. 11.1.1945

V

D5c

Me Me Tun

Dochter van gen.-maj. Saw Tun, geb. 26.10.1967. Paspoort nr. 415194

V

D5d

Maung Maung Lwin

Echtgenoot van Me Me Tun, geb. 2.1.1969

M

D6a

Gen.-maj. Tin Htut

Coöperaties (sinds 15.5.2006)

M

D6b

Tin Tin Nyunt

Echtgenote van gen.-maj. Tin Htut

V

D7a

Gen.-maj. Khin Aung Myint

Cultuur (sinds 15.5.2006)

M

D7b

Khin Phyone

Echtgenote van gen.-maj. Khin Aung Myint

V

D8a

Dr. Chan Nyein

Onderwijs (sinds 10.8.2005), voordien minister van Wetenschap en Technologie

M

D8b

Sandar Aung

Echtgenote van dr. Chan Nyein

V

D9a

Kol. Zaw Min

Elektriciteitsvoorziening (1) (sinds 15.5.2006)

M

D9b

Khin Mi Mi

Echtgenote van kol. Zaw Min

V

D10a

Brig.-gen. Lun Thi

Energie (sinds 20.12.1997)

M

D10b

Khin Mar Aye

Echtgenote van brig.-gen. Lun Thi

V

D10c

Mya Sein Aye

Dochter van brig.-gen. Lun Thi

V

D10d

Zin Maung Lun

Zoon van brig.-gen. Lun Thi

M

D10e

Zar Chi Ko

Echtgenote van Zin Maung Lun

V

D11a

Gen.-maj. Hla Tun

Financiën en Belastingen (sinds 1.2.2003)

M

D11b

Khin Than Win

Echtgenote van gen.-maj. Hla Tun

V

D12a

Nyan Win

Buitenlandse Zaken sinds 18.9.2004, voormalig plaatsvervangend hoofd opleiding strijdkrachten, geb. 22.1.1953

M

D12b

Myint Myint Soe

Echtgenote van Nyan Win

V

D13a

Brig.-gen. Thein Aung

Bosbouw (sinds 25.8.2003)

M

D13b

Khin Htay Myint

Echtgenote van brig.-gen. Thein Aung

V

D14a

Prof. dr. Kyaw Myint

Volksgezondheid (sinds 1.2.2003)

M

D14b

Nilar Thaw

Echtgenote van prof. dr. Kyaw Myint

V

D15a

Gen.-maj. Maung Oo

Binnenlandse Zaken (sinds 5.11.2004)

M

D15b

Nyunt Nyunt Oo

Echtgenote van gen.-maj. Maung Oo

V

D16a

Gen.-maj. Maung Maung Swe

Ministerie van Immigratie en Bevolking, alsmede ministerie van Sociale Zaken, Bijstand en Hervestiging (sinds 15.5.2006)

M

D16b

Tin Tin Nwe

Echtgenote van gen.-maj. Maung Maung Swe

V

D16c

Ei Thet Thet Swe

Dochter van gen.-maj. Maung Maung Swe

V

D16d

Kaung Kyaw Swe

Zoon van gen.-maj. Maung Maung Swe

M

D17a

Aung Thaung

Industrie 1 (sinds 15.11.1997)

M

D17b

Khin Khin Yi

Echtgenote van Aung Thaung

V

D17c

Majoor Moe Aung

Zoon van Aung Thaung

M

D17d

Dr. Aye Khaing Nyunt

Echtgenote van maj. Moe Aung

V

D17e

Nay Aung

Zoon van Aung Thaung, zakenman, directeur, Aung Yee Phyoe Co. Ltd

M

D17f

Khin Moe Nyunt

Echtgenote van Nay Aung

V

D17g

Majoor Pyi Aung, o.b.a. Pye Aung

Zoon van Aung Thaung (gehuwd met A2c)

M

D17h

Khin Ngu Yi Phyo

Dochter van Aung Thaung

V

D17i

Dr. Thu Nandi Aung

Dochter van Aung Thaung

V

D17j

Aye Myat Po Aung

Dochter van Aung Thaung

V

D18a

Gen.-maj. Saw Lwin

Industrie 2 (sinds 14.11.1998)

M

D18b

Moe Moe Myint

Echtgenote van gen.-maj. Saw Lwin

V

D19a

Brig.-gen. Kyaw Hsan

Informatie (sinds 13.9.2002)

M

D19b

Kyi Kyi Win

Echtgenote van brig.-gen. Kyaw Hsan

V

D20a

Brig-gen. Maung Maung Thein

Veeteelt en Visserij

M

D20b

Myint Myint Aye

Echtgenote van Brig.-gen. Maung Maung Thein

V

D20c

Min Thein

Zoon van brig.-gen. Maung Maung Thein

M

D21a

Brig.-gen. Ohn Myint

Mijnbouw (sinds 15.11.1997)

M

D21b

San San

Echtgenote van brig.-gen. Ohn Myint

V

D21c

Thet Naing Oo

Zoon van brig.-gen. Ohn Myint

M

D21d

Min Thet Oo

Zoon van brig.-gen. Ohn Myint

M

D22a

Soe Tha

Nationale Planning en Economische Ontwikkeling (sinds 20.12.1997)

M

D22b

Kyu Kyu Win

Echtgenote van Soe Tha

V

D22c

Kyaw Myat Soe

Zoon van Soe Tha

M

D22d

Wei Wei Lay

Echtgenote van Kyaw Myat Soe

V

D22e

Aung Soe Tha

Zoon van Soe Tha

M

D23a

Kol. Thein Nyunt

Vooruitgang in grensgebieden, Etnische groepen en Ontwikkeling (sinds 15.11.1997), burgemeester van Naypyidaw

M

D23b

Kyin Khaing

Echtgenote van kol. Thein Nyunt

V

D24a

Gen.-maj. Aung Min

Spoorvervoer (sinds 1.2.2003)

M

D24b

Wai Wai Thar, o.b.a. Wai Wai Tha

Echtgenote van gen.-maj. Aung Min

V

D25a

Brig.-gen. Thura Myint Maung

Religieuze Zaken (sinds 25.8.2003)

M

D25b

Aung Kyaw Soe

Zoon van brig.-gen. Thura Myint Maung

M

D25c

Su Su Sandi

Echtgenote van Aung Kyaw Soe

V

D25d

Zin Myint Maung

Dochter van brig.-gen. Thura Myint Maung

V

D26a

Thaung

Wetenschap en Technologie (sinds november 1998), thans Arbeid (sinds 5.11.2004)

M

D26b

May Kyi Sein

Echtgenote van Thaung

V

D27a

Brig.-gen. Thura Aye Myint

Sport (sinds 29.10.1999)

M

D27b

Aye Aye

Echtgenote van brig.-gen. Thura Aye Myint

V

D27c

Nay Linn

Zoon van brig.-gen. Thura Aye Myint

M

D28a

Brig.-gen. Thein Zaw

Minister van Telecommunicatie, Post en Telegrafie (sinds 10.5.2001)

M

D28b

Mu Mu Win

Echtgenote van brig.-gen. Thein Zaw

V

D29a

Gen.-maj. Thein Swe

Vervoer, sinds 18.9.2004 (voordien kabinet van de premier sinds 25.8.2003)

M

D29b

Mya Theingi

Echtgenote van gen.-maj. Thein Swe

V

D30a

Gen.-maj. Soe Naing

Minister van Hotelwezen en Toerisme (sinds 15.5.2006)

M

D30b

Tin Tin Latt

Echtgenote van gen.-maj. Soe Naing

V

D30c

Wut Yi Oo

Dochter van gen.-maj. Soe Naing

V

D30d

Kapitein Htun Zaw Win

Echtgenoot van Wut Yi Oo

M

D30e

Yin Thu Aye

Dochter van gen.-maj. Soe Naing

V

D30f

Yi Phone Zaw

Zoon van gen.-maj. Soe Naing

M

D31a

Gen.-maj. Khin Maung Myint

Elektriciteitsvoorziening (2) (nieuw ministerie), (sinds 15.5.2006)

M

D31b

Win Win Nu

Echtgenote van gen.-maj. Khin Maung Myint

V


E.   VICEMINISTERS

 

Naam

Nadere gegevens (incl. ministerie)

Geslacht

(M/V)

E1a

Ohn Myint

Landbouw en Irrigatie (sinds 15.11.1997)

M

E1b

Thet War

Echtgenote van Ohn Myint

V

E2a

Brig.-gen. Aung Tun

Handel (sinds 13.9.2003)

M

E3a

Brig.-gen. Myint Thein

Openbare werken (sinds 5.1.2000)

M

E3b

Mya Than

Echtgenote van brig.-gen. Myint Thein

V

E4a

U Tint Swe

Openbare werken (sinds 7.5.1998)

M

E5a

Gen.-maj. Aye Myint (sinds 15.5.2006)

Defensie

M

E6a

Myo Nyunt

Onderwijs (sinds 8.7.1999)

M

E6b

Marlar Thein

Echtgenote van Myo Nyunt

V

E7a

Brig.-gen. Aung Myo Min

Onderwijs (sinds 19.11.2003)

M

E7b

Thazin Nwe

Echtgenote van brig.-gen. Aung Myo Min

V

E8a

Myo Myint

Elektriciteitsvoorziening 1 (sinds 29.10.1999)

M

E8b

Tin Tin Myint

Echtgenote van Myo Myint

V

E8c

Aung Khaing Moe

Zoon van Myo Myint, geb. 25.6.1967

(Naar wordt aangenomen bevindt hij zich op dit ogenblik in het Verenigd Koninkrijk; is vertrokken vóór opneming op de lijst)

M

E9a

Brig.-gen. Than Htay

Energie (sinds 25.8.2003)

M

E9b

Soe Wut Yi

Echtgenote van brig.-gen. Than Htay

V

E10a

Kol. Hla Thein Swe

Financiën en Belastingen (sinds 25.8.2003)

M

E10b

Thida Win

Echtgenote van kol. Hla Thein Swe

V

E11a

Kyaw Thu

Buitenlandse Zaken (sinds 25.8.2003), geb. 15.8.1949

M

E11b

Lei Lei Kyi

Echtgenote van Kyaw Thu

V

E12a

Maung Myint

Buitenlandse Zaken (sinds 18.9.2004)

M

E12b

Dr. Khin Mya Win

Echtgenote van Maung Myint

V

E13a

Prof. dr. Mya Oo

Volksgezondheid (sinds 16.11.1997), geb. 25.1.1940

M

E13b

Tin Tin Mya

Echtgenote van prof. dr. Mya Oo

V

E13c

Dr. Tun Tun Oo

Zoon van prof. dr. Mya Oo, geb. 26.7.1965

M

E13d

Dr. Mya Thuzar

Dochter van prof. dr. Mya Oo, geb. 23.9.1971

V

E13e

Mya Thidar

Dochter van prof. dr. Mya Oo, geb. 10.6.1973

V

E13f

Mya Nandar

Dochter van prof. dr. Mya Oo, geb. 29.5.1976

V

E14a

Brig.-gen. Phone Swe

Binnenlandse Zaken (sinds 25.8.2003)

M

E14b

San San Wai

Echtgenote van brig.-gen. Phone Swe

V

E15a

Brig.-gen. Aye Myint Kyu

Hotelwezen en Toerisme (sinds 16.11.1997)

M

E15b

Khin Swe Myint

Echtgenote van brig.-gen. Aye Myint Kyu

V

E16a

Brig.-gen. Win Sein

Immigratie en Bevolking (sinds november 2006)

M

E16b

Wai Wai Linn

Echtgenote van brig.-gen. Win Sein

V

E17a

Lt.-kol. Khin Maung Kyaw

Industrie 2 (sinds 5.1.2000)

M

E17b

Mi Mi Wai

Echtgenote van lt.-kol. Khin Maung Kyaw

V

E18a

Gen.-maj. Aung Kyi

Arbeid (sinds november 2006)

M

E18b

Thet Thet Swe

Echtgenote van gen.-maj. Aung Kyi

V

E19a

Kol. Tin Ngwe

Vooruitgang in Grensgebieden, Etnische Groepen en Ontwikkeling (sinds 25.8.2003)

M

E19b

Khin Mya Chit

Echtgenote van kol. Tin Ngwe

V

E20a

Thura Thaung Lwin

(Thura is een titel) Spoorvervoer (sinds 16.11.1997)

M

E20b

Dr. Yi Yi Htwe

Echtgenote van Thura Thaung Lwin

V

E21a

Brig.-gen. Thura Aung Ko

(Thura is een titel) Religieuze Zaken, lid van USDA CEC (sinds 17.11.1997)

M

E21b

Myint Myint Yee, o.b.a. Yi Yi Myint

Echtgenote van brig.-gen. Thura Aung Ko

V

E22a

Kyaw Soe

Wetenschap en Technologie (sinds 15.11.2004)

M

E23a

Kol. Thurein Zaw

Nationale Planning en Economische Ontwikkeling (sinds 10.8.2005)

M

E23b

Tin Ohn Myint

Echtgenote van kol. Thurein Zaw

V

E24a

Brig.-gen. Kyaw Myint

Sociale Zaken, Bijstand en Hervestiging (sinds 25.8.2003)

M

E24b

Khin Nwe Nwe

Echtgenote van brig.-gen. Kyaw Myint

V

E25a

Pe Than

Spoorvervoer (sinds 14.11.1998)

M

E25b

Cho Cho Tun

Echtgenote van Pe Than

V

E26a

Kol. Nyan Tun Aung

Vervoer (sinds 25.8.2003)

M

E26b

Wai Wai

Echtgenote van kol. Nyan Tun Aung

V

E27a

Dr. Paing Soe

Volksgezondheid (extra viceminister) (sinds 15.5.2006)

M


F.   OVERIGE GEZAGSDRAGERS OP HET GEBIED VAN TOERISME

 

Naam

Nadere gegevens (incl. functie)

Geslacht

(M/V)

F1a

Kap. b.d. Htay Aung

Directeur-generaal directoraat Hotelwezen en Toerisme (Directeur Hotelwezen en Toerismediensten Myanmar tot augustus 2004)

M

F2a

Tin Maung Shwe

Plaatsvervangend directeur-generaal, directoraat Hotelwezen en Toerisme

M

F3a

Soe Thein

Directeur Hotelwezen en Toerismediensten Myanmar sinds oktober 2004 (voordien Algemeen directeur)

M

F4a

Khin Maung Soe

Algemeen directeur

M

F5a

Tint Swe

Algemeen directeur

M

F6a

Lt-kol. Yan Naing

Algemeen directeur, ministerie van Hotelwezen en Toerisme

M

F7a

Kyi Kyi Aye

Directeur Toerismepromotie, ministerie van Hotelwezen en Toerisme

V


G.   HOGE MILITAIRE OFFICIEREN (brigadegeneraal en hoger)

 

Naam

Nadere gegevens (incl. functie)

Geslacht

(M/V)

G1a

Gen.-maj. Hla Shwe

Plaatsvervangend adjudant-generaal

M

G2a

Gen.-maj. Soe Maung

Rechter-advocaat-generaal

M

G3a

Gen.-maj. Thein Htaik, o.b.a. Hteik

Inspecteur-generaal

M

G4a

Gen.-maj. Saw Hla

Provoost-maarschalk

M

G4b

Cho Cho Maw

Echtgenote van gen.-maj. Saw Hla

V

G5a

Gen.-maj. Htin Aung Kyaw

Plaatsvervangend hoofdintendant strijdkrachten

M

G5b

Khin Khin Maw

Echtgenote van gen.-maj. Htin Aung Kyaw

V

G6a

Gen.-maj. Lun Maung

Auditeur-generaal

M

G7a

Gen-maj. Nay Win

Militair assistent van de voorzitter van de SPDC

M

G8a

Gen.-maj. Hsan Hsint

Generaal militaire benoemingen, geb. 1951

M

G8b

Khin Ma Lay

Echtgenote van gen.-maj. Hsan Hsint

V

G8c

Okkar San Sint

Zoon van gen.-maj. Hsan Hsint

M

G9a

Gen.-maj. Hla Aung Thein

Kampcommandant, Rangoon

M

G9b

Amy Khaing

Echtgenote van Hla Aung Thein

V

G10a

Gen.-maj. Ye Myint

Hoofd militaire veiligheid

M

G10b

Myat Ngwe

Echtgenote van gen.-maj. Ye Myint

V

G11a

Brig.-gen. Mya Win

Commandant, Nationaal Defensiecollege

M

G12a

Brig.-gen. Tun Tun Oo

Directeur Public Relations en Psychologische Oorlogsvoering

M

G13a

Gen.-maj. Thein Tun

Directeur Signalisatie; lid van het bestuurscomité voor de bijeenroeping van de Nationale Conventie

M

G14a

Gen-maj. Than Htay

Directeur Bevoorrading en Vervoer

M

G15a

Gen.-maj. Khin Maung Tint

Directeur Veiligheidsdrukwerk

M

G16a

Gen.-maj. Sein Lin

Directeur, ministerie van Defensie (precieze functie niet bekend), voormalig Directeur Bevoorrading

M

G17a

Gen.-maj. Kyi Win

Directeur Artillerie en Pantsertroepen, bestuurslid UMEHL

M

G18a

Gen.-maj. Tin Tun

Directeur Dienst der genie

M

G19a

Gen.-maj. Aung Thein

Directeur Hervestiging

M

G19b

Htwe Yi

Echtgenote van gen.-maj. Aung Thein

V

G20a

Brig.-gen. Zaw Win

Plaatsvervangend hoofd opleiding strijdkrachten

M

G21a

Brig.-gen. Than Maung

Plaatsvervangend commandant Nationaal Defensiecollege

M

G22a

Brig.-gen. Win Myint

Rector Technologische Academie Defensiediensten

M

G23a

Brig.-gen. Yar Pyae

Rector Medische Academie Defensiediensten

M

G24a

Brig-gen. Than Sein

Commandant, Hospitaal defensiediensten, Mingaladon, geb. 1.2.1946, Bago

M

G24b

Rosy Mya Than

Echtgenote van brig.-gen. Than Sein

V

G25a

Brig.-gen. Win Than

Directeur aanbestedingen en directeur Union of Myanmar Economic Holdings (voordien gen.-maj. Win Hlaing, K1a)

M

G26a

Brig.-gen. Than Maung

Directeur Volksmilities en grensdiensten

M

G27a

Gen.-maj. Khin Maung Win

Directeur defensie-industrie

M

G28a

Brig.-gen. Kyaw Swa Khine

Directeur defensie-industrie

M

G29a

Brig.-gen. Win Aung

Lid van het Bestuur Selectie en Opleiding voor de Overheid

M

G30a

Brig.-gen. Soe Oo

Lid van het Bestuur Selectie en Opleiding voor de Overheid

M

G31a

Brig.-gen. Nyi Tun o.b.a. Nyi Htun

Lid van het Bestuur Selectie en Opleiding voor de Overheid

M

G32a

Brig.-gen. Kyaw Aung

Lid van het Bestuur Selectie en Opleiding voor de Overheid

M

G33a

Gen.-maj. Myint Hlaing

Chef-staf (luchtmacht).

(Nog geen lid van de SPDC, maar zijn lidmaatschap zal naar verwacht binnenkort worden aangekondigd)

M

G33b

Khin Thant Sin

Echtgenote van gen.-maj. Myint Hlaing

V

G33c

Hnin Nandar Hlaing

Dochter van gen.-maj. Myint Hlaing

V

G33d

Thant Sin Hlaing

Zoon van gen.-maj. Myint Hlaing

M

G34a

Gen.-maj. Mya Win

Directeur, ministerie van Defensie

M

G35a

Gen.-maj. Tin Soe

Directeur, ministerie van Defensie

M

G36a

Gen.-maj. Than Aung

Directeur, ministerie van Defensie

M

G37a

Gen.-maj. Ngwe Thein

Ministerie van Defensie

M

Zeemacht

G38a

Viceadmiraal Soe Thein

Opperbevelhebber (zeemacht)

M

G38b

Khin Aye Kyin

Echtgenote van viceadmiraal Soe Thein

V

G38c

Yimon Aye

Dochter van viceadmiraal Soe Thein, geb. 12.7.1980

V

G38d

Aye Chan

Zoon van viceadmiraal Soe Thein, geb. 23.9.1973

M

G38e

Thida Aye

Dochter van viceadmiraal Soe Thein, geb. 23.3.1979

V

G39a

Commandeur Nyan Tun

Chef-staf (zeemacht), bestuurslid UMEHL

M

G39b

Khin Aye Myint

Echtgenote van Nyan Tun

V

G40a

Commandeur Win Shein

Commandant, Hoofdkwartier Marineopleiding

M

Luchtmacht

G41a

Lt.-gen. Myat Hein

Opperbevelhebber (luchtmacht)

M

G41b

Htwe Htwe Nyunt

Echtgenote van lt.-gen. Myat Hein

V

G42a

Brig.-gen. Ye Chit Pe

Staf opperbevelhebber luchtmacht, Mingaladon

M

G43a

Brig.-gen. Khin Maung Tin

Commandant luchtvaartschool Shande, Meiktila

M

G44a

Brig.-gen. Zin Yaw

Chef-staf (luchtmacht), bestuurslid UMEHL

M

G44b

Khin Thiri

Echtgenote van brig.-gen. Zin Yaw

V

Lichte infanteriedivisies (LID) (rang brig.-gen.)

G45a

Brig.-gen. Hla Min

11 LID

M

G46a

Brig.-gen. Tun Nay Lin

22 LID

M

G47a

Brig.-gen. Tin Tun Aung

33 LID, Sagaing

M

G48a

Brig.-gen. Hla Myint Shwe

44 LID

M

G49a

Brig.-gen. Win Myint

77 LID, Bago

M

G50a

Brig.-gen. Tin Oo Lwin

99 LID, Meiktila

M

Overige brigadegeneraals

G51a

Brig.-gen. Htein Win

Post Taikkyi

M

G52a

Brig.-gen. Khin Maung Aye

Postcommandant Meiktila

M

G53a

Brig.-gen. Kyaw Oo Lwin

Postcommandant Kalay

M

G54a

Brig.-gen. Khin Zaw Win

Post Khamaukgyi

M

G55a

Brig.-gen. Kyaw Aung

MR Zuid, postcommandant Toungoo

M

G56a

Brig.-gen. Thet Oo

Commandant Commando militaire operaties 16

M

G57a

Brig.-gen. Myint Hein

Commando militaire operaties 3, post Mogaung

M

G58a

Brig.-gen. Tin Ngwe

Ministerie van Defensie

M

G59a

Brig-gen. Myo Lwin

Commando militaire operaties 7, post Pekon

M

G60a

Brig.-gen. Myint Soe

Commando militaire operaties 5, post Taungup

M

G61a

Brig.-gen. Myint Aye

Commando militaire operaties 9, post Kyauktaw

M

G62a

Brig.-gen. Nyunt Hlaing

Commando militaire operaties 17, post Mong Pan

M

G63a

Brig.-gen. Ohn Myint

Lid CEC, USDA deelstaat Mon

M

G64a

Brig.-gen. Soe Nwe

Commando militaire operaties 21, post Bhamo

M

G65a

Brig-gen. Than Tun

Postcommandant Kyaukpadaung

M

G66a

Brig.-gen. Than Tun Aung

Commando regionale operaties — Sittwe

M

G67a

Brig.-gen. Thaung Htaik

Postcommandant Aungban

M

G68a

Brig.-gen. Thein Hteik

Commando militaire operaties 13, post Bokpyin

M

G69a

Brig.-gen. Thura Myint Thein

Commando tactische operaties, Namhsan

M

G70a

Brig.-gen. Win Aung

Postcommandant Mong Hsat

M

G71a

Brig.-gen. Myo Tint

Officier met bijzondere dienst, ministerie van Vervoer

M

G72a

Brig.-gen. Thura Sein Thaung

Officier met bijzondere dienst, ministerie van Sociale Zaken

M

G73a

Brig.-gen. Phone Zaw Han

Burgemeester van Mandalay sinds februari 2005, voormalig commandant van Kyaukme

M

G74a

Brig.-gen. Win Myint

Postcommandant Pyinmana

M

G75a

Brig.-gen. Kyaw Swe

Postcommandant Pyin Oo Lwin

M

G76a

Brig.-gen. Soe Win

Postcommandant Bahtoo

M

G77a

Brig.-gen. Thein Htay

Ministerie van Defensie

M


H.   MILITAIRE OFFICIEREN BELAST MET HET GEVANGENISWEZEN EN DE POLITIEDIENSTEN

 

Naam

Nadere gegevens (incl. functie)

Geslacht

(M/V)

H1a

Gen.-maj. Khin Yi

DG politie Myanmar

M

H1b

Khin May Soe

Echtgenote van gen.-maj. Khin Yi

V

H2a

Zaw Win

Directeur-generaal gevangeniswezen (min. Binnenlandse Zaken) sinds augustus 2004, voordien plaatsvervangend DG politie Myanmar, voormalig brig.-gen.; oud-militair

M

H3a

Aung Saw Win

Directeur-generaal, Bureau speciale opsporing

M


I.   ASSOCIATIE VOOR SOLIDARITEIT EN ONTWIKKELING VAN DE UNIE (USDA)

 

Naam

Nadere gegevens (incl. functie)

Geslacht

(M/V)

I1a

Brig.-gen. Aung Thein Lin

Burgemeester en voorzitter van het Stadsontwikkelingscomité Yangon (Secretaris)

M

I1b

Khin San Nwe

Echtgenote van brig.-gen. Aung Thein Lin

V

I1b

Thidar Myo

Dochter van brig.-gen. Aung Thein Lin

V

I2a

Kol. Maung Par

Viceburgemeester van het Stadsontwikkelingscomité Yangon (lid CEC)

M

I2b

Khin Nyunt Myaing

Echtgenote van kol. Maung Par

V

I2c

Naing Win Par

Zoon van kol. Maung Par

M


J.   PERSONEN DIE VAN HET ECONOMISCH BELEID VAN DE REGERING PROFITEREN

 

Naam

Nadere gegevens (incl. onderneming)

Geslacht

(M/V)

J1a

Tay Za

Directeur, Htoo Trading Co, geb. 18.7.1964, paspoort 306869, identiteitskaart MYGN 006415. Vader: U Myint Swe (6.11.1924), moeder: Daw Ohn (12.8.1934)

M

J1b

Thidar Zaw

Echtgenote van Tay Za, geb. 24.2.1964, identiteitskaart KMYT 006865, paspoort 275107. Ouders: Zaw Nyunt (overleden), Htoo (overleden)

V

J1c

Pye Phyo Tay Za

Zoon van Tay Za (J1a), geb. 29.1.1987

M

J2a

Thiha

Broer van Tay Za (J1a), geb. 24.6.1960, directeur Htoo Trading. Distributeur van London Cigarettes (Myawaddy Trading)

M

J2b

Shwe Shwe

Echtgenote van Thiha

V

J3a

Aung Ko Win, o.b.a. Saya Kyaung

Kanbawza Bank

M

J3b

Nan Than Htwe

Echtgenote van Aung Ko Win

V

J4a

Tun Myint Naing, o.b.a. Steven Law

Asia World Co.

M

J4b

(Ng) Seng Hong

Echtgenote van Tun Myint Naing

V

J5a

Khin Shwe

Zaykabar Co., geb. 21.1.1952. Zie ook A3f

M

J5b

San San Kywe

Echtgenote van Khin Shwe

V

J5c

Zay Thiha

Zoon van Khin Shwe, geb. 1.1.1977

M

J6a

Htay Myint

Yuzana Co., geb. 6.2.1955

M

J6b

Aye Aye Maw

Echtgenote van Htay Myint, geb. 17.11.1957

V

J7a

Kyaw Win

Shwe Thanlwin Trading Co.

M

J7b

Nan Mauk Loung Sai, o.b.a. Nang Mauk Lao Hsai

Echtgenote van Kyaw Win

V

J10a

Gen.-maj. b.d. Nyunt Tin

Voormalig minister van Landbouw en Irrigatie, gepensioneerd sinds september 2004

M

J10b

Khin Myo Oo

Echtgenote van gen.-maj. b.d. Nyunt Tin

V

J10c

Kyaw Myo Nyunt

Zoon van gen.-maj. b.d. Nyunt Tin

M

J10d

Thu Thu Ei Han

Dochter van gen.-maj. b.d. Nyunt Tin

V


K.   ONDERNEMINGEN IN HET BEZIT VAN MILITAIREN

 

Naam

Nadere gegevens (incl. onderneming)

Geslacht

(M/V)

K1a

Gen.-maj. b.d. Win Hlaing

Voormalig directeur Union of Myanmar Economic Holdings, Myawaddy Bank

M

K1b

Ma Ngeh

Dochter van gen.-maj. b.d. Win Hlaing

V

K1c

Zaw Win Naing

Directeur Kambawza Bank, echtgenoot van Ma Ngeh (K1b) en neef van Aung Ko Win (J3a)

M

K1d

Win Htway Hlaing

Zoon van gen.-maj. b.d. Win Hlaing, vertegenwoordiger van KESCO Company

M

K2a

Kol. Ye Htut

Myanmar Economic Corporation

M

K3a

Kol. Myint Aung

Directeur Myawaddy Trading Co., geb. 11.8.1949

M

K3b

Nu Nu Yee

Echtgenote van Myint Aung, laboratoriumtechnicus, geb. 11.11.1954

V

K3c

Thiha Aung

Zoon van Myint Aung, werknemer van Schlumberger, geb. 11.6.1982, paspoortnummer 795543

M

K3d

Nay Linn Aung

Zoon van Myint Aung, zeeman, geb. 11.4.1981

M

K4a

Kol. Myo Myint

Directeur Bandoola Transportation Co.

M

K5a

Kol. b.d. Thant Zin

Directeur, Myanmar Land and Development

M

K6a

Lt.-Kol. b.d. Maung Maung Aye

UMEHL, president Myanmar Breweries

M

K7a

Kol. Aung San

MD Hsinmin Cement Plant Construction Project

M


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/67


VERORDENING (EG) Nr. 482/2007 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2007

betreffende de 30e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente verkoop bij inschrijving als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1898/2005, hoofdstuk II

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1898/2005 van de Commissie van 9 november 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad, wat betreft maatregelen voor de afzet van room, boter en boterconcentraat op de markt van de Gemeenschap (2) kunnen de interventiebureaus bepaalde hoeveelheden boter uit hun interventievoorraden verkopen door middel van een permanente openbare inschrijving en kunnen zij steun toekennen voor room, boter en boterconcentraat. In artikel 25 van die verordening is bepaald dat in het licht van de voor elke bijzondere inschrijving ontvangen offertes een minimumverkoopprijs voor boter en een maximumbedrag van de steun voor room, boter en boterconcentraat worden vastgesteld. Voorts is bepaald dat die prijs of steun kan worden gedifferentieerd volgens de bestemming van de boter, het vetgehalte ervan en de bijmengingsmethode. Het bedrag van de in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1898/2005 bedoelde verwerkingszekerheid moet dienovereenkomstig worden vastgesteld.

(2)

Het onderzoek van de offertes heeft ertoe geleid geen gevolg te geven aan de inschrijving.

(3)

Het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Aan de 30e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente verkoop bij inschrijving als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1898/2005, hoofdstuk II, wordt geen gevolg gegeven.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).

(2)   PB L 308 van 25.11.2005, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2107/2005 (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 20).


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/68


VERORDENING (EG) Nr. 483/2007 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2007

betreffende de 30e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente verkoop bij inschrijving als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1898/2005, hoofdstuk III

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EG) nr. 1898/2005 van de Commissie van 9 november 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad, wat betreft maatregelen voor de afzet van room, boter en boterconcentraat op de markt van de Gemeenschap (2), houden de interventiebureaus een permanente openbare inschrijving voor de toekenning van steun voor boterconcentraat. In artikel 54 van die verordening is bepaald dat in het licht van de voor elke bijzondere inschrijving ontvangen offertes een maximumbedrag van de steun voor boterconcentraat met een vetgehalte van ten minste 96 % moet worden vastgesteld.

(2)

Een bestemmingszekerheid zoals bedoeld in artikel 53, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1898/2005 moet worden gesteld om de overname van het boterconcentraat door de detailhandel te waarborgen.

(3)

Het onderzoek van de offertes heeft ertoe geleid geen gevolg te geven aan de inschriijving.

(4)

Het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Aan de 30e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente verkoop bij inschrijving als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1898/2005, hoofdstuk III, wordt geen gevolg gegeven.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).

(2)   PB L 308 van 25.11.2005, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2107/2005 (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 20).


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Raad

28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/69


BESLUIT VAN DE RAAD

van 16 april 2007

tot toekenning van communautaire macrofinanciële bijstand aan Moldavië

(2007/259/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 308,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De autoriteiten van Moldavië zetten zich in voor economische stabilisering en structurele hervormingen die door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) worden ondersteund door middel van een in het kader van de armoedebestrijdings- en groeifaciliteit gesloten driejarige overeenkomst, die op 5 mei 2006 is goedgekeurd. Op 12 mei 2006 hebben de crediteuren van de Club van Parijs ingestemd met een herschikking van de bilaterale overheidsschuld van Moldavië onder de Houston-voorwaarden.

(2)

In mei 2004 hebben de autoriteiten van Moldavië hun goedkeuring gehecht aan een strategiedocument ter bevordering van de economische groei en ter bestrijding van de armoede, waarin de prioriteiten worden vastgelegd die op middellange termijn met het overheidsoptreden moeten worden nagestreefd.

(3)

Moldavië enerzijds en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds hebben een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (2) ondertekend, die op 1 juli 1998 in werking is getreden.

(4)

De betrekkingen tussen Moldavië en de Europese Unie ontwikkelen zich binnen het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid, dat naar verwachting zal leiden tot een verdergaande economische integratie. De EU en Moldavië hebben overeenstemming bereikt over een actieplan in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid, waarin de prioriteiten op korte en middellange termijn voor de betrekkingen tussen de EU en Moldavië en voor de daarmee samenhangende beleidsterreinen worden aangegeven.

(5)

Moldavië wordt met een grote financieringsbehoefte geconfronteerd als gevolg van een aanzienlijke verslechtering van zijn positie.

(6)

De autoriteiten van Moldavië hebben de internationale financiële instellingen, de Gemeenschappen en andere bilaterale donoren om financiële bijstand tegen gunstige voorwaarden verzocht. In weerwil van de financiële middelen die door het IMF en de Wereldbank worden verstrekt, moet de komende maanden nog een omvangrijk resterend financieel tekort worden gedekt ter versterking van de betalingsbalans en de reservepositie van het land en ter ondersteuning van de beleidsdoelstellingen die de autoriteiten met hun hervormingen nastreven.

(7)

Moldavië komt in aanmerking voor leningen en giften van de Wereldbank en het IMF tegen zeer gunstige voorwaarden.

(8)

Onder deze omstandigheden dient de macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap aan Moldavië ter beschikking te worden gesteld in de vorm van een gift. Dit is een geschikte maatregel om Moldovië in dit kritieke stadium te helpen.

(9)

Met het oog op een efficiënte bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap in het kader van deze macrofinanciële bijstand moet Moldavië passende maatregelen nemen voor de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot de bijstand. Er moet eveneens worden gezorgd voor controles door de Commissie en audits door de Rekenkamer.

(10)

De uitkering van deze gift laat de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit onverlet.

(11)

De macrofinanciële bijstand dient te worden beheerd door de Commissie, in overleg met het Economisch en Financieel Comité,

BESLUIT:

Artikel 1

1.   De Gemeenschap stelt Moldavië macrofinanciële bijstand beschikbaar in de vorm van een gift ten belope van een maximumbedrag van 45 000 000 EUR ter ondersteuning van de betalingsbalans van Moldavië en verlicht aldus de financiële druk die de tenuitvoerlegging van het economische programma van de regering met zich brengt.

2.   Deze macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap wordt in overleg met het Economisch en Financieel Comité door de Commissie beheerd op een wijze die in overeenstemming is met de overeenkomsten of afspraken tussen het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en Moldavië.

3.   De macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap wordt voor twee jaar beschikbaar gesteld, met ingang van de eerste dag na de inwerkingtreding van dit besluit. Indien de omstandigheden hiertoe nopen, kan de Commissie evenwel, na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité, besluiten de beschikbaarheidsperiode met maximaal één jaar te verlengen.

Artikel 2

1.   De Commissie wordt hierbij gemachtigd om, na overleg met het Economisch en Financieel Comité, met de autoriteiten van Moldavië overeenstemming te bereiken over de aan de macrofinanciële bijstand te verbinden financiële en economische beleidsvoorwaarden, die in een Memorandum van overeenstemming en een subsidieovereenkomst moeten worden vastgelegd. Deze voorwaarden stroken met de in artikel 1, lid 2, bedoelde overeenkomsten of afspraken.

2.   Tijdens de tenuitvoerlegging van de macrofinanciële communautaire bijstand controleert de Commissie de deugdelijkheid van de voor de bijstand van de Gemeenschap relevante financiële en administratieve procedures en interne en externe controlemechanismen van Moldavië.

3.   De Commissie onderzoekt periodiek, in samenwerking met het Economisch en Financieel Comité en in coördinatie met het IMF, of het economische beleid van Moldavië verenigbaar is met de doelstellingen van deze bijstand en of op bevredigende wijze aan de daaraan verbonden financiële en economische beleidsvoorwaarden is voldaan.

Artikel 3

1.   De macrofinanciële communautaire bijstand wordt in drie tranches door de Commissie aan Moldavië beschikbaar gesteld.

2.   De eerste tranche wordt bij een bevredigende uitvoering van, enerzijds, het door de armoedebestrijdings- en groeifaciliteit van het IMF ondersteunde economische programma en, anderzijds, het tussen de EU en Moldavië overeengekomen actieplan in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid.

3.   De tweede en eventuele volgende tranches worden wederom niet eerder dan drie maanden na de uitkering van de voorgaande tranche uitbetaald bij een bevredigende uitvoering van, enerzijds, het door de armoedebestrijdings- en groeifaciliteit van het IMF ondersteunde economische programma en, anderzijds, het tussen de EU en Moldavië overeengekomen actieplan in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid en van andere maatregelen die op de in artikel 2, lid 1, beschreven wijze met de Commissie zijn overeengekomen.

4.   De middelen worden uitgekeerd aan de Nationale Bank van Moldavië. De uiteindelijke ontvanger van de middelen is het ministerie van Financiën van Moldavië.

Artikel 4

De macrofinanciële communautaire bijstand wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (3) en de uitvoeringsvoorschriften daarvan. In het bijzonder wordt in het Memorandum van overeenstemming en de subsidieovereenkomst met de autoriteiten van Moldavië bepaald dat Moldavië passende maatregelen vaststelt met het oog op de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden in verband met deze bijstand. Tevens wordt bepaald dat de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF), het recht heeft controles ter plaatse te verrichten en dat de Rekenkamer het recht heeft, eventueel ter plaatse, audits uit voeren.

Artikel 5

Uiterlijk op 31 augustus van elk jaar doet de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag toekomen, waarin een evaluatie van de uitvoering van dit besluit in het voorgaande jaar is opgenomen. In dit verslag wordt het verband gespecificeerd tussen de in artikel 2, lid 1, gestelde doelen, de lopende economische en fiscale prestaties van Moldavië en het besluit van de Commissie om schijven van deze bijstand uit te betalen.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Luxemburg, 16 april 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

H. SEEHOFER


(1)  Advies uitgebracht op 14 februari 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)   PB L 181 van 24.6.1998, blz. 3.

(3)   PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/72


BESLUIT VAN DE RAAD

van 16 april 2007

houdende benoeming van een Italiaans plaatsvervanger van het Comité van de Regio’s

(2007/260/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 263,

Gezien de voordracht van de Italiaanse regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 24 januari 2006 heeft de Raad Besluit 2006/116/EG (1) aangenomen houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2006 tot en met 25 januari 2010.

(2)

Door het aftreden van de heer Alberto ZAN is een zetel van plaatsvervanger vrijgekomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In het Comité van de Regio’s wordt voor het resterende deel van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2010, als plaatsvervanger benoemd:

mevrouw Carmela CASILE, Consigliere comunale del Comune di Giaveno (Torino)

ter vervanging van de heer Alberto ZAN.

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op de dag waarop het wordt aangenomen.

Gedaan te Brussel, 16 april 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

H. SEEHOFER


(1)   PB L 56 van 25.2.2006, blz. 75.


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/73


BESLUIT VAN DE RAAD

van 16 april 2007

houdende benoeming van vier Tsjechische leden en vier Tsjechische plaatsvervangers in het Comité van de Regio’s

(2007/261/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 263,

Gezien de voordracht van de Tsjechische regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 24 januari 2006 heeft de Raad Besluit 2006/116/EG (1) aangenomen houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2006 tot en met 25 januari 2010.

(2)

Door het verstrijken van de ambtstermijn van de heren GANDALOVIČ en HANÁK, van mevrouw LANGŠÁDLOVÁ en van de heer ÚLEHLA zijn in het Comité van de Regio’s vier zetels van leden vrijgekomen. Door het verstrijken van de ambtstermijn van mevrouw HALANOVÁ en de heren PRŮŠA, TESAŘÍK en BYTEL zijn in het Comité van de Regio’s vier zetels van plaatsvervangers vrijgekomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In het Comité van de Regio’s worden de volgende personen benoemd voor de verdere duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2010:

a)

als lid:

de heer Jan KUBATA, burgemeester van Ústí n. Labem,

ter vervanging van de heer Petr GANDALOVIČ,

de heer Juraj THOMA, burgemeester van České Budějovice,

ter vervanging van de heer Jaroslav HANÁK,

mevrouw Helena LANGŠÁDLOVÁ, locoburgemeester van Černošice, Středočeský kraj,

ter vervanging van mevrouw Helena LANGŠÁDLOVÁ, burgemeester van Černošice, Středočeský kraj,

de heer Jiří BYTEL,

ter vervanging van de heer Tomáš ÚLEHLA;

b)

als plaatsvervanger:

de heer Tomáš ÚLEHLA,

ter vervanging van de heer Jiří BYTEL,

mevrouw Jana ČERMÁKOVÁ, locoburgemeester van Proboštov,

ter vervanging van mevrouw Květa HALANOVÁ,

mevrouw Ivana STRÁSKÁ, locoburgemeester van Milevsko,

ter vervanging van de heer Luboš PRŮŠA,

mevrouw Sylva KOVÁČIKOVÁ, burgemeester van Bílovec,

ter vervanging van de heer Martin TESAŘÍK.

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op de dag waarop het wordt goedgekeurd.

Gedaan te Luxemburg, 16 april 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

H. SEEHOFER


(1)   PB L 56 van 25.2.2006, blz. 75.


28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 111/74


BESLUIT Nr. 1/2007 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-ALGERIJE

van 24 april 2007

houdende vaststelling van het reglement van orde van de Associatieraad

(2007/262/EG)

DE ASSOCIATIERAAD EU-ALGERIJE,

Gelet op de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Democratische Volksrepubliek Algerije, anderzijds, en met name op de artikelen 92 tot en met 100,

Overwegende dat de overeenkomst op 1 september 2005 in werking is getreden,

BESLUIT:

Artikel 1

Voorzitterschap

De Associatieraad wordt beurtelings voor een periode van twaalf maanden voorgezeten door een vertegenwoordiger van het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie, namens de Gemeenschap en haar lidstaten, en een vertegenwoordiger van de regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije.

De eerste periode is begonnen op de datum van de eerste Associatieraad en geëindigd op 31 december 2006.

Artikel 2

Vergaderingen

De Associatieraad komt periodiek, eens per jaar, op ministerieel niveau bijeen. Op verzoek van een van de partijen kunnen, indien de partijen dat overeenkomen, speciale vergaderingen van de Associatieraad worden belegd.

Tenzij de partijen dit anderszins overeenkomen, wordt elke vergadering van de Associatieraad op een door beide partijen overeengekomen datum gehouden op de plaats waar gewoonlijk de vergaderingen van de Raad van de Europese Unie worden gehouden.

De vergaderingen van de Associatieraad worden door de secretarissen van de Associatieraad gezamenlijk in overleg met de voorzitter bijeengeroepen.

Artikel 3

Vertegenwoordiging

De leden van de Associatieraad mogen zich doen vertegenwoordigen indien zij verhinderd zijn de vergadering bij te wonen. Indien een lid zich wenst te doen vertegenwoordigen, dient hij de voorzitter vóór de vergadering waar hij vertegenwoordigd dient te worden, in kennis te stellen van de naam van zijn vertegenwoordiger.

De vertegenwoordiger van een lid van de Associatieraad oefent alle rechten van dit lid uit.

Artikel 4

Delegaties

De leden van de Associatieraad mogen door ambtenaren vergezeld worden. Vóór elke vergadering wordt de voorzitter in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegaties van beide partijen.

Wanneer op de agenda een punt staat dat verband houdt met de Europese Investeringsbank, woont een vertegenwoordiger van die Bank de vergadering van de Associatieraad als waarnemer bij.

De Associatieraad kan met instemming van de partijen niet-leden uitnodigen, de vergaderingen bij te wonen om over bepaalde onderwerpen informatie te verstrekken.

Artikel 5

Secretariaat

Een ambtenaar van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en een ambtenaar van de ambassade van de Democratische Volksrepubliek Algerije in Brussel treden gezamenlijk op als secretarissen van de Associatieraad.

Artikel 6

Correspondentie

De voor de Associatieraad bestemde correspondentie wordt gezonden aan de voorzitter van de Associatieraad op het adres van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

De twee secretarissen zorgen ervoor dat deze correspondentie aan de voorzitter van de Associatieraad wordt overhandigd en, in voorkomend geval, onder de andere leden van de Associatieraad wordt verspreid. In dit laatste geval wordt de correspondentie gericht aan het secretariaat-generaal van de Commissie, de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten en de ambassade van de Democratische Volksrepubliek Algerije in Brussel.

Mededelingen van de voorzitter van de Associatieraad worden door de twee secretarissen aan de geadresseerden gericht en, in voorkomend geval, verspreid onder de andere leden van de Associatieraad met gebruik van de in de tweede alinea bedoelde adressen.

Artikel 7

Openbaarheid

De vergaderingen van de Associatieraad zijn, tenzij iets anders wordt beslist, niet openbaar.

Artikel 8

Agenda van de vergaderingen

1.   De voorzitter stelt voor elke vergadering de voorlopige agenda op. Deze wordt door de secretarissen van de Associatieraad uiterlijk 15 dagen vóór het begin van de vergadering naar de in artikel 6 bedoelde geadresseerden gezonden.

De voorlopige agenda omvat de punten waarvoor de voorzitter uiterlijk 21 dagen vóór het begin van de vergadering een verzoek tot het opnemen op de agenda heeft ontvangen; een punt wordt evenwel pas op de voorlopige agenda geplaatst als de desbetreffende stukken uiterlijk op de datum waarop de agenda wordt verzonden, zijn binnengekomen bij de secretarissen.

De agenda wordt bij het begin van elke vergadering door de Associatieraad goedgekeurd. Indien de partijen dit overeenkomen, kan een punt dat niet op de voorlopige agenda staat, als agendapunt worden opgenomen.

2.   De voorzitter kan met instemming van de partijen de in lid 1 genoemde termijnen inkorten als dat in een bepaald geval noodzakelijk is.

Artikel 9

Notulen

Van elke vergadering worden door de twee secretarissen ontwerpnotulen opgesteld.

In de notulen worden in het algemeen voor elk agendapunt de volgende gegevens vermeld:

de bij de Associatieraad ingediende documentatie;

verklaringen die op verzoek van een lid van de Associatieraad worden opgenomen;

genomen besluiten, overeengekomen verklaringen en vastgestelde conclusies.

De ontwerpnotulen worden ter goedkeuring aan de Associatieraad voorgelegd. Zij worden binnen zes maanden na elke vergadering van de Associatieraad goedgekeurd. Eenmaal goedgekeurd worden de notulen door de voorzitter en de twee secretarissen ondertekend. De notulen worden bewaard in de archieven van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie; een gewaarmerkt afschrift wordt naar elk van de in artikel 6 genoemde geadresseerden verzonden.

Artikel 10

Besluiten en aanbevelingen

1.   De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld.

In de periode tussen twee vergaderingen kan de Associatieraad, indien beide partijen daarmee instemmen, besluiten of aanbevelingen volgens de schriftelijke procedure vaststellen.

2.   De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad in de zin van artikel 94 van de Europees-mediterrane Overeenkomst dragen de titel „besluit”, respectievelijk „aanbeveling”, gevolgd door een volgnummer, de datum van aanneming en de beschrijving van het onderwerp. In elk besluit wordt de datum van inwerkingtreding ervan vermeld.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden ondertekend door de voorzitter en gewaarmerkt door de twee secretarissen.

Besluiten en aanbevelingen worden toegezonden aan elk van de in artikel 6 bedoelde geadresseerden.

De Associatieraad kan besluiten tot bekendmaking van zijn besluiten en aanbevelingen in het Publicatieblad van de Europese Unie en de Staatscourant van de Democratische Volksrepubliek Algerije.

Artikel 11

Talen

De officiële talen van de Associatieraad zijn de officiële talen van de twee partijen.

Voor zijn beraadslagingen gaat de Associatieraad, tenzij iets anders wordt beslist, uit van in deze talen opgestelde documenten.

Artikel 12

Kosten

De Europese Gemeenschap en de Democratische Volksrepubliek Algerije nemen de uitgaven terzake van hun deelneming aan de vergaderingen van de Associatieraad, zowel wat personeelsuitgaven, reis- en verblijfkosten betreft, als wat de uitgaven inzake post- en telecommunicatie betreft, voor hun rekening.

De kosten van tolkendiensten tijdens vergaderingen en de kosten voor vertaling en reproductie van documenten komen ten laste van de Europese Gemeenschap, met uitzondering van de kosten voor tolkendiensten en/of vertalingen in of uit het Arabisch, die voor rekening van de Democratische Volksrepubliek Algerije komen.

Andere kosten in verband met de materiële organisatie van de vergaderingen komen ten laste van de partij die de vergadering organiseert.

Artikel 13

Associatiecomité

1.   Het Associatiecomité dient de Associatieraad bij de uitvoering van zijn taken bij te staan. Het Associatiecomité bestaat enerzijds uit vertegenwoordigers van de Europese Commissie en vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en anderzijds uit vertegenwoordigers van de regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije.

2.   Het Associatiecomité bereidt de vergaderingen en beraadslagingen van de Associatieraad voor, voert waar passend de besluiten van de Associatieraad uit en zorgt in algemene zin voor de continuïteit in de associatiebetrekkingen en het goed functioneren van de Europees-mediterrane overeenkomst. Het Associatiecomité behandelt alle zaken die de Associatieraad het comité voorlegt, evenals alle andere zaken die zich voordoen bij de dagelijkse uitvoering van de Europees-mediterrane Overeenkomst. Voorstellen, ontwerpbesluiten en ontwerpaanbevelingen worden door het Associatiecomité ter goedkeuring aan de Associatieraad voorgelegd.

3.   In de gevallen waarin de Europees-mediterrane Overeenkomst spreekt van een verplichting tot raadpleging of een mogelijkheid tot raadpleging, kan deze raadpleging plaatsvinden in het Associatiecomité. De raadpleging kan worden voortgezet in de Associatieraad indien de twee partijen dit overeenkomen.

4.   Het reglement van orde van het Associatiecomité staat in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt goedgekeurd.

Gedaan te Luxemburg, 24 april 2007.

Voor de Associatieraad

De voorzitter

M. BEDJAOUI


BIJLAGE

REGLEMENT VAN ORDE VAN HET ASSOCIATIECOMITÉ

Artikel 1

Voorzitterschap

Het Associatiecomité wordt beurtelings voor een periode van twaalf maanden voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Commissie, namens de Gemeenschap en haar lidstaten, en een vertegenwoordiger van de regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije.

De eerste periode is begonnen op de datum van de eerste Associatieraad en geëindigd op 31 december 2006.

Artikel 2

Vergaderingen

Het Associatiecomité komt wanneer de omstandigheden zulks vereisen met instemming van beide partijen bijeen.

Elke vergadering van het Associatiecomité wordt belegd op een tijd en op een plaats die door beide partijen is overeengekomen.

De vergaderingen van het Associatiecomité worden bijeengeroepen door de voorzitter.

Artikel 3

Delegaties

Vóór elke vergadering wordt de voorzitter in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegaties van beide partijen.

Artikel 4

Secretariaat

Een ambtenaar van de Europese Commissie en een ambtenaar van de regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije treden gezamenlijk op als secretarissen van het Associatiecomité.

Alle in dit reglement van orde bedoelde mededelingen aan of van de voorzitter van het Associatiecomité worden toegezonden aan de secretarissen van het Associatiecomité en aan de secretarissen en de voorzitter van de Associatieraad.

Artikel 5

Openbaarheid

Vergaderingen van het Associatiecomité zijn, tenzij iets anders wordt beslist, niet openbaar.

Artikel 6

Agenda van de vergaderingen

1.   De voorzitter stelt voor elke vergadering de voorlopige agenda op. Deze wordt door de secretarissen van het Associatiecomité uiterlijk 15 dagen vóór het begin van de vergadering naar de in artikel 4 bedoelde geadresseerden gezonden.

De voorlopige agenda omvat de punten waarvoor de voorzitter uiterlijk 21 dagen vóór de begindatum van de vergadering een verzoek tot het opnemen op de agenda heeft ontvangen; een punt wordt evenwel pas op de voorlopige agenda geplaatst als de desbetreffende stukken uiterlijk op de datum waarop de agenda wordt verzonden, zijn binnengekomen bij de secretarissen.

Het Associatiecomité mag deskundigen uitnodigen, de vergaderingen bij te wonen om informatie te verstrekken over bijzondere onderwerpen.

De agenda wordt bij het begin van elke vergadering door het Associatiecomité goedgekeurd.

Indien de partijen dit overeenkomen, kan een punt dat niet op de voorlopige agenda staat, als agendapunt worden opgenomen.

2.   De voorzitter kan met instemming van de partijen de in lid 1 vermelde termijnen inkorten als dat in een bepaald geval noodzakelijk is.

Artikel 7

Notulen

Van elke vergadering worden notulen opgesteld, gebaseerd op de opsomming, door de voorzitter, van de door het Associatiecomité bereikte conclusies.

Na goedkeuring door het Associatiecomité worden de notulen ondertekend door de voorzitter en de secretarissen en bij elk van beide partijen bewaard. Naar elk van de in artikel 4 bedoelde geadresseerden wordt een afschrift van de notulen gezonden.

Artikel 8

Beraadslagingen

In de specifieke gevallen waarin het Associatiecomité uit hoofde van de Europees-mediterrane overeenkomst door de Associatieraad is gemachtigd om besluiten en/of aanbevelingen aan te nemen, krijgen deze instrumenten de titel „besluit”, respectievelijk „aanbeveling”, gevolgd door een volgnummer, de datum van hun aanneming en de beschrijving van het onderwerp.

Wanneer het Associatiecomité een besluit neemt, zijn de artikelen 10 en 11 van het besluit van de Associatieraad EU-Algerije van overeenkomstige toepassing. De besluiten en aanbevelingen van het Associatiecomité worden naar de in artikel 4 van dit reglement van orde bedoelde geadresseerden gezonden.

Artikel 9

Kosten

Beide partijen nemen elk voor zich de uitgaven voor hun rekening ter zake van hun deelneming aan vergaderingen van het Associatiecomité en aan uit hoofde van artikel 98 van de Europees-mediterrane overeenkomst opgerichte werkgroepen, zowel wat betreft personeelsuitgaven, reis- en verblijfskosten, als wat betreft uitgaven inzake post- en telecommunicatie.

De kosten van tolkendiensten tijdens vergaderingen en de kosten voor vertaling en reproductie van documenten komen ten laste van de Europese Gemeenschap, met uitzondering van de kosten voor tolkendiensten en/of vertalingen in of uit het Arabisch, die voor rekening van de Democratische Volksrepubliek Algerije komen.

Andere uitgaven in verband met de materiële organisatie van de vergaderingen komen ten laste van de partij die de vergadering organiseert.