ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 81

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

50e jaargang
22 maart 2007


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (Euratom) nr. 300/2007 van de Raad van 19 februari 2007 tot invoering van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid

1

 

*

Verordening (EG) nr. 301/2007 van de Raad van 19 maart 2007 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief

11

 

 

Verordening (EG) nr. 302/2007 van de Commissie van 21 maart 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

13

 

 

Verordening (EG) nr. 303/2007 van de Commissie van 21 maart 2007 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector varkensvlees

15

 

 

Verordening (EG) nr. 304/2007 van de Commissie van 21 maart 2007 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector eieren

17

 

*

Verordening (EG) nr. 305/2007 van de Commissie van 21 maart 2007 houdende vaststelling van tijdelijke afwijkingen van de Verordeningen (EG) nr. 2402/96, (EG) nr. 2375/2002, (EG) nr. 2305/2003, (EG) nr. 969/2006 en (EG) nr. 1918/2006 met betrekking tot de data voor het indienen van de certificaataanvragen en voor het afgeven van invoercertificaten in 2007 in het kader van de tariefcontingenten voor bataten (zoete aardappelen), maniokzetmeel, granen en olijfolie

19

 

*

Verordening (EG) nr. 306/2007 van de Commissie van 21 maart 2007 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1539/2006 tot vaststelling van een jaarprogramma voor de toewijzing aan de lidstaten van voor het begrotingsjaar 2007 te boeken financiële middelen voor de levering van levensmiddelen uit interventievoorraden aan de meest behoeftigen in de Gemeenschap

22

 

 

Verordening (EG) nr. 307/2007 van de Commissie van 21 maart 2007 houdende vaststelling van de restituties die van toepassing zijn op eieren en eigeel, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen

26

 

 

Verordening (EG) nr. 308/2007 van de Commissie van 21 maart 2007 tot vaststelling van de representatieve prijzen in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede van ovoalbumine, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1484/95

28

 

 

III   Besluiten op grond van het EU-Verdrag

 

 

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

 

*

Gemeenschappelijk Optreden 2007/178/GBVB van de Raad van 19 maart 2007 ter ondersteuning van de vernietiging van chemische wapens in de Russische Federatie in het kader van de strategie van de Europese Unie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens

30

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

22.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/1


VERORDENING (EURATOM) Nr. 300/2007 VAN DE RAAD

van 19 februari 2007

tot invoering van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 203,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Gemeenschap verleent veel economische, financiële, technische, humanitaire en macro-economische hulp aan derde landen. Om de buitenlandse hulp van de Europese Gemeenschap doelmatiger te maken, is een nieuw kader ontworpen voor de planning en verlening van hulp, dat onder andere bestaat uit de volgende verordeningen: Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (2) voor de communautaire hulp aan kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 houdende algemene bepalingen tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (3), Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 houdende instelling van een Europees instrument voor ontwikkelingssamenwerking (4), Verordening (EG) nr. 1717/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 tot invoering van een stabiliteitsinstrument (5), Verordening (EG) nr. 1889/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 houdende instelling van een financieringsinstrument voor democratie en mensenrechten (6), en Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad van 21 december 2006 houdende instelling van een financieringsinstrument voor samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere hoge-inkomenslanden en -gebieden (7). De onderhavige verordening vormt een aanvullend instrument, ter ondersteuning van de inspanningen om de nucleaire veiligheid, de bescherming tegen straling en de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles voor kernmateriaal in derde landen te verbeteren.

(2)

Het ongeval in Tsjernobyl in 1986 heeft duidelijk gemaakt dat nucleaire veiligheid van mondiaal belang is. Om het doel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie („het Euratom-Verdrag”) te verwezenlijken en veiligheidsvoorwaarden te scheppen waardoor de gevaren voor het leven en de gezondheid van de bevolking worden afgewend, dient de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie („de Gemeenschap”) de nucleaire veiligheid in derde landen te kunnen steunen.

(3)

Bij Besluit 1999/819/Euratom van de Commissie (8) is de Gemeenschap toegetreden tot het Verdrag inzake nucleaire veiligheid van 1994, dat als een van zijn doelstellingen heeft, het bereiken en handhaven van een hoog niveau van nucleaire veiligheid over de gehele wereld. Bij Beschikking 2005/510/Euratom van de Commissie (9) is de Gemeenschap ook toegetreden tot het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, dat als een van zijn doelstellingen heeft, het bereiken en handhaven van een hoog niveau van veiligheid over de gehele wereld op het gebied van het beheer van bestraalde splijtstof en radioactief afval. De twee verdragen streven deze doelstellingen na door middel van de verbetering van de nationale maatregelen en de internationale samenwerking, waaronder, indien van toepassing, technische samenwerking met betrekking tot veiligheid.

(4)

De Gemeenschap heeft reeds, overeenkomstig hoofdstuk 10 van het Euratom-Verdrag, een nauwe samenwerking met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA), zowel op het gebied van de nucleaire veiligheidscontrole (ter bevordering van de doelstellingen van hoofdstuk 7 van titel II van het Euratom-Verdrag), als op het gebied van de nucleaire veiligheid.

(5)

Het is in het bijzonder van belang voor de Gemeenschap om haar inspanningen ter ondersteuning van effectieve veiligheidscontroles van kernmateriaal in derde landen voort te zetten, voortbouwend op haar eigen veiligheidscontrolewerkzaamheden binnen de Europese Unie.

(6)

Het is in het bijzonder van belang voort te bouwen op de ervaring die al is opgedaan in het kader van de Tacis- en Phare-programma's, onder meer door het werk van de bevoegde groepen deskundigen, met name inzake de civiele aansprakelijkheid op nucleair gebied.

(7)

Om de doelstellingen van deze verordening te ondersteunen, moeten begeleidende maatregelen gefinancierd worden, waaronder opleiding, onderzoek en steun voor de uitvoering van internationale overeenkomsten en verdragen. Het is wenselijk dat acties op grond van die overeenkomsten en verdragen worden gecoördineerd met communautaire acties.

(8)

Naast de internationale overeenkomsten en verdragen hebben sommige lidstaten bilaterale overeenkomsten inzake het verlenen van technische bijstand gesloten.

(9)

De Raad heeft in zijn resolutie van 18 juni 1992 betreffende technologische vraagstukken in verband met de veiligheid van kerninstallaties „het bijzondere belang onderstreept dat hij hecht aan de nucleaire veiligheid in Europa, en derhalve de lidstaten en de Commissie verzocht om als essentiële en prioritaire doelstelling van de communautaire samenwerking in de sector kernenergie, inzonderheid met de andere Europese landen, met name die van Midden- en Oost-Europa en de republieken van de voormalige Sovjet-Unie, aan te merken dat de veiligheid in de nucleaire installaties van die landen wordt opgetrokken tot een niveau dat gelijkwaardig is met het in de Gemeenschap bestaande niveau, en dat de toepassing van de al op communautair niveau erkende veiligheidscriteria en -eisen wordt vergemakkelijkt”; financiële hulp dient te worden verleend indachtig deze doelstellingen, ook voor bestaande installaties die nog niet in werking zijn.

(10)

In het Verdrag inzake nucleaire veiligheid wordt onder „vergunning” verstaan een door het regulerend lichaam aan de aanvrager verleende machtiging, op grond waarvan deze de verantwoordelijkheid draagt voor de keuze van de vestigingsplaats, het ontwerp, de bouw, de inbedrijfstelling, de bedrijfsvoering of de buitenbedrijfstelling van een kerninstallatie.

(11)

Bij het verlenen van hulp voor de betrokken kerninstallatie geschiedt zulks om met de hulp een maximaal effect te kunnen sorteren, zonder evenwel af te wijken van het beginsel dat de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de installatie berust bij de exploitant en bij de staat die rechtsmacht over de installatie heeft.

(12)

In de richtsnoeren voor de versterking van de operationele samenwerking op het gebied van ontwikkelingssamenwerking van 2001 wordt benadrukt dat de buitenlandse hulp van de EU beter op elkaar afgestemd moet worden.

(13)

Voor de aanneming van de voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen dient de Commissie te worden bijgestaan door een comité.

(14)

Deze verordening komt in de plaats van Verordening (EG, Euratom) nr. 99/2000 van de Raad van 29 december 1999 betreffende bijstand aan de partnerstaten in Oost-Europa en Centraal-Azië (10), Besluit 98/381/EG, Euratom van de Raad van 5 juni 1998 betreffende een financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling ten behoeve van het Fonds Inkapseling Tsjernobyl (11) en Besluit 2001/824/EG, Euratom van de Raad van 16 november 2001 betreffende een tweede financiële bijdrage van de Europese Gemeenschap aan de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling ten behoeve van het Fonds Inkapseling Tsjernobyl (12); deze instrumenten dienen derhalve te worden ingetrokken.

(15)

Deze verordening voorziet in financiële hulp ter ondersteuning van de doelstellingen van het Verdrag, en laat de respectieve bevoegdheden van de Gemeenschap en de lidstaten op de betrokken gebieden, met name op het gebied van de nucleaire veiligheidscontroles, onverlet.

(16)

Een financieel referentiebedrag in de zin van punt 38 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (13), is voor de volledige duur van dit instrument in deze verordening opgenomen, zulks evenwel onverminderd de bevoegdheden van de Begrotingsautoriteit zoals deze door het Euratom-Verdrag zijn vastgesteld.

(17)

Het Euratom-Verdrag voorziet voor de goedkeuring van deze verordening niet in andere bevoegdheden dan die van artikel 203.

(18)

Teneinde de doeltreffende uitvoering van het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid te verzekeren, is deze verordening van toepassing met ingang van 1 januari 2007,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

DOELSTELLINGEN

Artikel 1

Algemene doelstellingen en toepassingsgebied

Overeenkomstig de bepalingen van deze verordening financiert de Gemeenschap maatregelen ter ondersteuning van de bevordering van een hoog niveau van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en de toepassing van efficiënte en effectieve veiligheidscontroles op kernmateriaal in derde landen.

Artikel 2

Doel

De financiële, economische en technische hulp die in het kader van deze verordening wordt verleend, vormt een aanvulling op de hulp die door de Europese Gemeenschap wordt verleend in het kader van het instrument voor humanitaire hulp, het instrument voor pretoetredingssteun, het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument, het instrument voor ontwikkelingssamenwerking, het stabiliteitsinstrument, het instrument voor democratie en mensenrechten en het instrument voor geïndustrialiseerde landen. Om de doelstellingen te verwezenlijken worden de volgende maatregelen door deze verordening ondersteund:

a)

de bevordering van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur op alle niveaus, in het bijzonder door:

permanente steun voor regulerende lichamen, organisaties voor technische ondersteuning en de versterking van het regelgevingskader, met name met betrekking tot vergunningsactiviteiten;

serieus gebruik te maken van de ervaring van exploitanten, programma's voor bijstand ter plaatse en externe bijstand, alsmede advies en daarmee samenhangende activiteiten die gericht zijn op meer aandacht voor de veiligheid bij het ontwerpen, exploiteren en onderhouden van kerncentrales die momenteel over een vergunning beschikken en andere bestaande nucleaire installaties zodat hoge veiligheidsniveaus kunnen worden bereikt;

steun voor het op veilige wijze vervoeren, behandelen en verwijderen van bestraalde splijtstof en radioactief afval; en

de ontwikkeling en uitvoering van strategieën voor de ontmanteling van bestaande installaties en de sanering van de terreinen van voormalige nucleaire installaties;

b)

de bevordering van effectieve regelgevingskaders, procedures en systemen om een toereikende bescherming te waarborgen tegen ioniserende straling van radioactieve materialen, met name van hoogactieve radioactieve bronnen, en de veilige verwijdering daarvan;

c)

de totstandbrenging van het nodige regelgevingskader en de nodige methoden voor de uitvoering van nucleaire veiligheidscontroles, onder meer ook voor goede administratie en controle van splijtstoffen op het niveau van de overheid en van de exploitant;

d)

de instelling van effectieve regelingen voor de preventie van ongevallen die radiologische gevolgen hebben en voor de inperking van de gevolgen van eventuele dergelijke ongevallen, alsmede voor rampenplannen en maatregelen ter voorbereiding en reactie op noodsituaties, civiele bescherming en herstel;

e)

maatregelen ter bevordering van internationale samenwerking (onder meer in het kader van de bevoegde internationale organisaties, met name de IAEA) op bovengenoemde terreinen, waaronder de uitvoering van en het toezicht op internationale overeenkomsten en verdragen, uitwisseling van informatie en opleiding en onderzoek.

De Commissie ziet erop toe dat de vastgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met het algemene strategische beleidskader van de Europese Gemeenschap voor het partnerland, en met name met de doelstellingen van de beleidslijnen en programma's op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en economische samenwerking die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 179 en 181 A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

TITEL II

UITVOERING: PROGRAMMERING EN TOEWIJZING VAN MIDDELEN

Artikel 3

Strategiedocumenten en indicatieve programma's

1.   De hulp van de Gemeenschap uit hoofde van deze verordening wordt uitgevoerd op basis van meerjarenstrategiedocumenten en indicatieve programma's.

2.   De meerjarenstrategiedocumenten, die betrekking hebben op één of meer landen, vormen de algemene basis voor de uitvoering van hulp uit hoofde van artikel 2, en worden opgesteld voor een periode van ten hoogste zeven jaar. In die documenten wordt de strategie van de Gemeenschap voor de hulpverlening uit hoofde van deze verordening vastgelegd, rekening houdend met de behoeften van de betrokken landen, de prioriteiten van de Gemeenschap, de internationale situatie en de activiteiten van de voornaamste partners.

3.   Bij het opstellen van deze strategiedocumenten zorgt de Commissie voor samenhang met de strategieën en maatregelen die in het kader van andere instrumenten voor buitenlandse hulp van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld.

4.   De strategiedocumenten omvatten indicatieve meerjarenprogramma's, waarin de voor communautaire financiering geselecteerde prioritaire terreinen, de specifieke doelstellingen en de verwachte resultaten, evenals de indicatieve financiële toewijzingen (algemeen en per prioriteitsterrein) worden vastgelegd. De financiële toewijzingen kunnen, indien gewenst, met een zekere marge worden gegeven. De indicatieve programma's worden opgesteld in overleg met het betrokken partnerland of de betrokken partnerlanden.

Artikel 4

Goedkeuring van programmeringsdocumenten

1.   De in artikel 3 bedoelde strategiedocumenten en indicatieve programma's worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 19, lid 2. Zij bestrijken een periode die niet langer is dan de toepassingsperiode van deze verordening.

2.   De strategiedocumenten worden halverwege of telkens wanneer dat nodig is geëvalueerd, en kunnen worden herzien volgens de procedure van artikel 19, lid 2.

3.   De indicatieve programma's worden wanneer nodig herzien, waarbij rekening wordt gehouden met de eventuele evaluatie van de relevante strategiedocumenten. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld ingrijpende onvoorziene ontwikkelingen of buitengewone prestaties, kan een meerjarentoewijzing worden aangepast. Iedere herziening van een indicatief programma geschiedt volgens de procedure van artikel 19, lid 2.

TITEL III

UITVOERING: OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 5

Actieprogramma's

1.   De Commissie stelt actieprogramma's vast op basis van de in artikel 3 bedoelde strategiedocumenten en indicatieve programma's. In deze actieprogramma's, die in de regel op jaarbasis worden opgesteld, worden de specifieke bijzonderheden voor de uitvoering van de hulp uit hoofde van deze verordening vastgesteld.

In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld wanneer het actieprogramma nog niet is goedgekeurd, kan de Commissie op basis van de in artikel 3 bedoelde strategiedocumenten en indicatieve programma's maatregelen buiten een actieprogramma goedkeuren volgens dezelfde procedures als voor actieprogramma's.

2.   In de actieprogramma's worden de volgende punten beschreven: de nagestreefde doelstellingen, de interventiegebieden, de overwogen maatregelen, de verwachte resultaten, de beheersprocedures en het totale bedrag van de geplande financiering. De actieprogramma's bevatten een beknopte omschrijving van de te financieren acties, een indicatie van de toegewezen financieringsbedragen voor elke actie en een indicatief tijdschema voor de uitvoering ervan. Indien dat relevant is, kunnen zij de eventuele resultaten van de uit eerdere hulpverlening getrokken lessen omvatten.

3.   De actieprogramma's, en de eventuele herzieningen of verlengingen daarvan, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 19, lid 2, in voorkomend geval na overleg met het betrokken partnerland of de betrokken partnerlanden in de regio.

Artikel 6

Bijzondere maatregelen

1.   Onverminderd de artikelen 3 en 5 kan de Commissie in geval van onvoorziene en dringende behoeften of gebeurtenissen bijzondere maatregelen goedkeuren waarin niet was voorzien in de in artikel 3 bedoelde strategiedocumenten en indicatieve programma's of in de in artikel 5 bedoelde actieprogramma's.

2.   In de bijzondere maatregelen worden de volgende punten beschreven: de nagestreefde doelstellingen, de interventiegebieden, de verwachte resultaten, de beheersprocedures en het totale bedrag van de geplande financiering. Zij bevatten een omschrijving van de te financieren acties, een indicatie van de toegewezen financieringsbedragen voor elke actie en een indicatief tijdschema voor de uitvoering ervan.

3.   Indien de kosten van de bijzondere maatregelen meer dan 5 000 000 EUR bedragen, stelt de Commissie deze vast volgens de procedure van artikel 19, lid 2, in voorkomend geval na overleg met het betrokken partnerland of de betrokken partnerlanden in de regio.

4.   Indien de kosten van de bijzondere maatregelen 5 000 000 EUR of minder bedragen, stelt de Commissie de Raad en het overeenkomstig artikel 19 opgerichte comité binnen een maand na de aanneming ervan schriftelijk van de maatregelen in kennis.

Artikel 7

Voorwaarden

1.   De volgende entiteiten komen in aanmerking voor financiering in het kader van deze verordening ter uitvoering van de in artikel 5 bedoelde actieprogramma's en de in artikel 6 bedoelde bijzondere maatregelen, voor zover deze daadwerkelijk kunnen bijdragen tot het doel van de verordening zoals dat is omschreven in artikel 2:

a)

partnerlanden, partnerregio's en hun instellingen;

b)

gedecentraliseerde organen van partnerlanden zoals regio's, departementen, provincies en gemeenten;

c)

gemengde organen, ingesteld door de partnerlanden en -regio's en de Gemeenschap;

d)

internationale organisaties, waaronder regionale organisaties, organisaties, diensten of missies van de Verenigde Naties, internationale financiële instellingen en ontwikkelingsbanken, voor zover zij bijdragen aan de doelstellingen van deze verordening;

e)

het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Gemeenschap en agentschappen van de Europese Unie;

f)

de volgende entiteiten en organen van de lidstaten, partnerlanden en -regio's en derde landen voor zover zij bijdragen aan de doelstellingen van deze verordening:

i)

overheids- en semi-overheidsinstanties, de lokale overheid, lokale bestuursorganen en groeperingen daarvan;

ii)

ondernemingen, bedrijven en andere particuliere organisaties en economische actoren;

iii)

financiële instellingen die in de partnerlanden en -regio's particuliere investeringen verlenen, bevorderen en financieren;

iv)

niet-overheidsactoren zoals bedoeld in lid 2;

v)

natuurlijke personen.

2.   Niet-overheidsactoren die uit hoofde van deze verordening in aanmerking komen voor financiële hulp zijn met name: niet-gouvernementele organisaties, organisaties van autochtone bevolkingsgroepen, lokale burgergroeperingen en verenigingen van handelaren, coöperaties, vakbonden, organisaties die economische en sociale actoren vertegenwoordigen, plaatselijke organisaties (en netwerken daarvan) die actief zijn op het gebied van gedecentraliseerde regionale samenwerking en integratie, consumentenorganisaties, vrouwen- en jongerenorganisaties, onderwijs-, culturele, onderzoeks- en wetenschappelijke organisaties, universiteiten, kerken en religieuze verenigingen of gemeenschappen, de media, en alle niet-gouvernementele organisaties en onafhankelijke stichtingen die een bijdrage kunnen leveren aan ontwikkeling of aan de externe dimensie van binnenlands beleid.

Artikel 8

Soorten maatregelen

1.   De communautaire hulp kan gefinancierd worden in de vorm van:

a)

projecten en programma's;

b)

sectorale ondersteuning;

c)

bijdragen aan garantiefondsen overeenkomstig artikel 16;

d)

in uitzonderlijke gevallen programma's voor schuldverlichting, in het kader van een internationaal overeengekomen schuldverlichtingsprogramma;

e)

subsidies voor de financiering van maatregelen;

f)

subsidies voor exploitatiekosten;

g)

financiering van samenwerkingsprogramma's tussen overheidsinstellingen, nationale overheidsorganen en particuliere entiteiten die zijn belast met een openbare dienstverleningstaak, tussen de lidstaten en de partnerlanden en -regio's;

h)

bijdragen aan internationale fondsen die met name door nationale en regionale organisaties worden beheerd;

i)

bijdragen aan nationale fondsen die door de partnerlanden en -regio's zijn opgericht om gezamenlijke financiering door verschillende donoren aan te moedigen, of aan fondsen die door een of meer andere donoren zijn opgericht om gezamenlijk acties uit te voeren;

j)

menselijke en materiële middelen voor het effectieve beheer van en toezicht op projecten en programma's door de partnerlanden en -regio's.

2.   Activiteiten die vallen onder Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp (14) en uit hoofde daarvan in aanmerking komen voor financiering, kunnen niet in het kader van deze verordening gefinancierd worden.

3.   Communautaire financiering mag in beginsel niet worden aangewend voor de betaling van heffingen, douanerechten of andere fiscale lasten in de begunstigde landen.

Artikel 9

Ondersteunende maatregelen

1.   De communautaire financiering kan de kosten dekken van voorbereidende werkzaamheden, follow-up, audits en evaluaties die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze verordening en het verwezenlijken van de doelstellingen daarvan, bijvoorbeeld studies, bijeenkomsten, informatie-, voorlichtings-, opleidings- en publiciteitscampagnes, kosten van informaticanetwerken voor de uitwisseling van informatie, en alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die de Commissie voor het beheer van het programma zou doen. Dit omvat ook de uitgaven voor ondersteunend administratief personeel dat bij de delegaties van de Commissie wordt aangesteld voor het beheer van de in het kader van deze verordening gefinancierde projecten.

2.   Deze ondersteunende maatregelen hoeven niet noodzakelijkerwijs in de meerjarenprogrammering te worden opgenomen en kunnen derhalve buiten de strategiedocumenten en de indicatieve meerjarenprogramma's om worden gefinancierd. Zij kunnen evenwel ook worden gefinancierd uit een indicatief meerjarenprogramma. De Commissie stelt ondersteunende maatregelen die niet in een indicatief meerjarenprogramma zijn opgenomen, vast overeenkomstig artikel 6.

Artikel 10

Medefinanciering

1.   Maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden gefinancierd, kunnen worden medegefinancierd, met name door:

a)

de lidstaten, met name hun overheids- en semi-overheidsinstanties;

b)

elk ander donorland, met name zijn overheids- en semi-overheidsinstanties;

c)

internationale en regionale organisaties, met name internationale en regionale financiële instellingen;

d)

ondernemingen, bedrijven en andere particuliere organisaties en de in artikel 7, lid 2, bedoelde andere niet-overheidsactoren;

e)

de partnerlanden of de partnerregio's die door de middelen begunstigd worden.

2.   In geval van parallelle medefinanciering wordt het project of programma in meerdere, duidelijk te onderscheiden subprojecten opgedeeld die elk worden gefinancierd door de verschillende partners die de medefinanciering verstrekken, en wel zo dat de bestemming van de financiering altijd traceerbaar is. In geval van gemeenschappelijke medefinanciering worden de totale kosten van het project of programma verdeeld tussen de partners die de medefinanciering verzorgen en worden de geldmiddelen gemeenschappelijk ingebracht, dusdanig dat het niet mogelijk is de financieringsbron van een specifieke activiteit in het kader van het project of programma na te gaan.

3.   In geval van gemeenschappelijke medefinanciering kan de Commissie voor de tenuitvoerlegging van gezamenlijke acties middelen ontvangen en beheren namens de entiteiten bedoeld in lid 1, onder a), b) en c). In dergelijke gevallen voert de Commissie de maatregelen op gecentraliseerd niveau uit, rechtstreeks dan wel onrechtstreeks, door de taak over te dragen aan communautaire agentschappen of door de Gemeenschap ingestelde organen. Dergelijke middelen worden behandeld als bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (15).

Artikel 11

Beheer

1.   De krachtens deze verordening gefinancierde maatregelen worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.

2.   In naar behoren gemotiveerde gevallen kan de Commissie overeenkomstig artikel 54 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 besluiten overheidstaken, met name taken tot uitvoering van de begroting, toe te vertrouwen aan de in artikel 54, lid 2, onder c), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 genoemde organen of entiteiten, indien zij een goede internationale reputatie genieten, internationaal erkende beheers- en controlesystemen hanteren en gecontroleerd worden door de overheid.

3.   Bij gedecentraliseerd beheer kan de Commissie besluiten de aanbestedings- en subsidieprocedures van het begunstigde partnerland of de partnerregio te volgen.

Artikel 12

Vastleggingen

1.   De begrotingsvastleggingen vinden plaats op basis van de besluiten die door de Commissie krachtens artikel 5, 6 of 9 zijn genomen.

2.   De communautaire financiering kan de volgende juridische vormen aannemen:

financieringsovereenkomsten;

subsidieovereenkomsten;

aanbestedingscontracten;

arbeidsovereenkomsten.

Artikel 13

Bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap

1.   Alle overeenkomsten die uit deze verordening voortvloeien, dienen bepalingen te bevatten ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, met name ten aanzien van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden, overeenkomstig de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappenen (16) en (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (17) en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (18).

2.   Overeenkomsten verlenen de Commissie en de Rekenkamer uitdrukkelijk het recht om op basis van documenten of ter plaatse auditcontroles uit te voeren, bij alle contractanten en subcontractanten die middelen van de Gemeenschap hebben ontvangen. Voorts machtigen zij de Commissie er uitdrukkelijk toe controles en verificaties ter plaatse uit te voeren, overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96.

3.   Alle contracten in verband met de uitvoering van de hulp waarborgen het in lid 2 bedoelde recht van de Commissie en de Rekenkamer gedurende en na de uitvoering van de contracten.

Artikel 14

Regels voor deelname en oorsprong

1.   De procedures voor aanbestedingen of subsidies die uit hoofde van deze verordening worden gefinancierd, staan open voor alle natuurlijke personen die onderdaan zijn van en alle rechtspersonen die gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie, een land dat voor steun op grond van een krachtens deze verordening vastgesteld actieprogramma in aanmerking komt of als zodanig is geselecteerd, een land dat voor het pretoetredingsinstument of het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument in aanmerking komt, of een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.

2.   De Commissie kan in naar behoren gemotiveerde gevallen de deelneming toestaan van natuurlijke personen die onderdaan zijn van en rechtspersonen die gevestigd zijn in een land dat traditionele economische, handels- of geografische banden heeft met een begunstigd land.

3.   De procedures voor overheidsopdrachten en subsidieovereenkomsten die uit hoofde van deze verordening worden gefinancierd, staan ook open voor alle natuurlijke personen die onderdaan zijn van en alle rechtspersonen die gevestigd zijn in een ander dan de in lid 1 genoemde landen mits wederkerige toegang tot hun buitenlandse hulp is vastgesteld. Wederkerige toegang wordt verleend aan elk land dat de lidstaten en het betrokken ontvangende land onder dezelfde voorwaarden toegang biedt.

Wederkerige toegang tot aanbestedingen en subsidies die uit hoofde van deze verordening of uit hoofde van de communautaire instrumenten voor buitenlandse hulp worden gefinancierd, wordt vastgelegd in een apart besluit voor een bepaald land of een regionale groep landen. Dit besluit wordt door de Commissie aangenomen volgens de procedure van artikel 19, lid 2, en is ten minste één jaar van kracht.

Wederkerige toegang tot aanbestedingen en subsidies die uit hoofde van deze verordening of uit hoofde van de communautaire instrumenten voor buitenlandse hulp worden gefinancierd, na vergelijking van de Gemeenschap en andere donoren, verleend op sectoraal niveau of op het niveau van het gehele land, ongeacht of dit land donorland of ontvangend land is. Of deze wederkerigheid ten aanzien van een donorland wordt toegepast, is afhankelijk van de transparantie, de consistentie en de evenredigheid van de door de donor verleende steun, met name uit kwalitatief en kwantitatief oogpunt. Het begunstigde land wordt betrokken bij het in dit lid beschreven proces.

Aan de leden van de Commissie voor ontwikkelingsbijstand van de OESO wordt automatisch wederkerige toegang verleend tot aanbestedingen en subsidies die uit hoofde van deze verordening worden gefinancierd ten behoeve van de minst ontwikkelde landen, in de definitie van de Commissie voor ontwikkelingsbijstand van de OESO.

4.   De procedures voor aanbestedingen of subsidies die worden gefinancierd uit hoofde van deze verordening staan open voor internationale organisaties.

5.   Voor de deskundigen gelden geen nationaliteitsvereisten. Het bovenstaande laat de kwalitatieve en financiële vereisten die zijn opgenomen in de communautaire regels voor overheidsopdrachten onverlet.

6.   Alle leveranties en materialen die worden aangekocht uit hoofde van overeenkomsten die krachtens deze verordening worden gefinancierd, zijn van oorsprong uit de Gemeenschap of uit een land dat uit hoofde van dit artikel aanmerking komt. Voor de toepassing van deze verordening wordt „oorsprong” gedefinieerd conform de vigerende Gemeenschapswetgeving betreffende de oorsprongsregels voor douanedoeleinden.

7.   De Commissie kan, in naar behoren gemotiveerde gevallen, de deelname van natuurlijke personen die onderdaan zijn van en van rechtspersonen die gevestigd zijn in een ander dan de in de leden 1, 2 en 3 genoemde landen toestaan, of de aankoop van goederen en materialen van een andere dan de in lid 6 bedoelde oorsprong toestaan. De afwijkingen kunnen gerechtvaardigd zijn indien de goederen of de diensten op de markt van de betrokken landen niet beschikbaar zijn, in extreme noodgevallen of indien de toepassing van de voorschriften voor het in aanmerking nemen de uitvoering van een project, programma of actie onmogelijk of uiterst moeilijk zou maken.

8.   Indien de communautaire financiering betrekking heeft op een operatie die via een internationale organisatie wordt uitgevoerd, staan de betrokken procedures voor de gunning van opdrachten en overeenkomsten open voor alle natuurlijke en rechtspersonen die op grond van de leden 1, 2 en 3 in aanmerking komen, alsmede voor alle natuurlijke en rechtspersonen die op grond van de regels van de betrokken organisatie in aanmerking komen, waarbij moet worden toegezien op gelijke behandeling van alle donoren. Dezelfde regels gelden voor goederen, materialen en deskundigen.

Indien de communautaire financiering betrekking heeft op een operatie die mede gefinancierd wordt door een derde land, onverminderd de in lid 2 bedoelde wederkerigheid, door een regionale organisatie of door een lidstaat, staat de procedure voor de gunning van opdrachten en overeenkomsten open voor alle natuurlijke en rechtspersonen die op grond van de leden 1, 2 en 3 in aanmerking komen, alsmede voor alle natuurlijke en rechtspersonen die op grond van de regelgeving van het derde land, de regionale organisatie of de lidstaat in aanmerking komen. Dezelfde regels gelden voor goederen, materialen en deskundigen.

9.   Inschrijvers aan wie uit hoofde van deze verordening opdrachten worden gegund, eerbiedigen de fundamentele arbeidsnormen zoals die zijn vastgelegd in de desbetreffende IAO-verdragen.

Artikel 15

Subsidies

Overeenkomstig artikel 114 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 kunnen natuurlijke personen subsidie ontvangen.

Artikel 16

Middelen die ter beschikking van de Europese Investeringsbank of andere financiële tussenpersonen zijn gesteld

De in artikel 8, lid 1, onder c) en h), bedoelde middelen worden beheerd door financiële tussenpersonen, de Europese Investeringsbank of andere banken of organisaties die in staat zijn deze te beheren. De Commissie dient per geval uitvoeringsbepalingen goed te keuren voor dit artikel, met name over de verdeling van de risico's, de beloning van de tussenpersoon die met de tenuitvoerlegging is belast, het gebruik en de invordering van de opbrengsten van het fonds en de afsluiting van de operatie.

Artikel 17

Evaluatie

De Commissie evalueert geregeld de resultaten van beleidslijnen en programma's en de doeltreffendheid van de programmering, om na te gaan of de doelstellingen zijn verwezenlijkt en om aanbevelingen te kunnen opstellen voor verbetering van toekomstige operaties. De Commissie zendt relevante beoordelingsverslagen aan het overeenkomstig artikel 19 ingestelde comité. Deze resultaten worden benut bij het ontwerpen van programma's en het toewijzen van middelen.

TITEL IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 18

Verslag

De Commissie onderzoekt de vooruitgang bij de uitvoering van de maatregelen die krachtens deze verordening zijn genomen en legt het Europees Parlement en de Raad een jaarverslag over de uitvoering van de hulp voor. Zij zendt deze verslagen ook aan het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Het verslag bevat gegevens met betrekking tot het voorafgaande jaar over de gefinancierde maatregelen, de resultaten van het toezicht en de beoordeling, en de uitvoering van de begroting wat betreft vastleggingen en betalingen per partnerland en -regio en per samenwerkingsterrein.

Artikel 19

Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is de volgende procedure van toepassing:

a)

de vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter naar gelang van de urgentie van de materie kan vaststellen, advies over dit ontwerp uit. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 118, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie moet aannemen. De stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten in het comité worden gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel;

b)

de Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien de vastgestelde maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité, worden zij onverwijld door de Commissie ter kennis van de Raad gebracht. In dat geval kan de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten voor 30 dagen uitstellen;

c)

de Raad kan binnen de onder b) genoemde termijn met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.

3.   Het comité stelt op voorstel van de voorzitter zijn reglement van orde vast op basis van het standaardreglement dat is gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het comité legt in zijn reglement van orde bijzondere raadplegingsregels vast op grond waarvan de Commissie waar nodig bijzondere maatregelen kan nemen door middel van een urgentieprocedure.

De voor de Commissie geldende beginselen en voorwaarden inzake de toegang van het publiek tot documenten gelden ook voor documenten van de comités.

Het Europees Parlement wordt regelmatig door de Commissie op de hoogte gehouden van de werkzaamheden van de comités. Daartoe ontvangt het de agenda's van de vergaderingen van het comité, alsmede de uitslagen van de stemmingen, beknopte verslagen van de vergaderingen en lijsten van de autoriteiten en organisaties waarvan de personen die door de lidstaten zijn aangewezen om hen te vertegenwoordigen, deel uitmaken.

4.   Een waarnemer van de Europese Investeringsbank kan aan de werkzaamheden van het comité deelnemen voor wat betreft kwesties die betrekking hebben op de Bank.

Artikel 20

Financieel referentiebedrag

Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van deze verordening gedurende de periode 2007-2013 is 524 000 000 EUR.

De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit goedgekeurd binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader.

Artikel 21

Evaluatie

Uiterlijk 31 december 2010 legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor met een evaluatie van de uitvoering van de verordening in de eerste drie jaar, met, indien nodig, een wetgevingsvoorstel om de nodige wijzigingen in het instrument aan te brengen.

Artikel 22

Intrekking

1.   De volgende instrumenten worden met ingang van 1 januari 2007 ingetrokken:

Verordening (EG, Euratom) nr. 99/2000;

Besluit 98/381/EG, Euratom;

Besluit 2001/824/EG, Euratom.

2.   De ingetrokken instrumenten blijven van toepassing voor rechtshandelingen en vastleggingen voor de begrotingsjaren voorafgaande aan 2007.

Artikel 23

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 februari 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

M. GLOS


(1)  Advies uitgebracht op 14 december 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)   PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82.

(3)   PB L 310 van 9.11.2006, blz. 1.

(4)   PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41.

(5)   PB L 327 van 24.11.2006, blz. 1.

(6)   PB L 386 van 29.12.2006, blz. 1.

(7)   PB L 405 van 30.12.2006, blz. 41. Verordening gerectificeerd in PB L 29 van 3.2.2007, blz. 16.

(8)   PB L 318 van 11.12.1999, blz. 20. Besluit gewijzigd bij Besluit 2004/491/Euratom (PB L 172 van 6.5.2004, blz. 7).

(9)   PB L 185 van 16.7.2005, blz. 33.

(10)   PB L 12 van 18.1.2000, blz. 1. Verordening vervangen door Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 310 van 9.11.2006, blz. 1).

(11)   PB L 171 van 17.6.1998, blz. 31.

(12)   PB L 308 van 27.11.2001, blz. 25.

(13)   PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.

(14)   PB L 163 van 2.7.1996, blz. 6. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(15)   PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).

(16)   PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

(17)   PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

(18)   PB L 136 van 31.5.1999, blz. 8.


22.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/11


VERORDENING (EG) Nr. 301/2007 VAN DE RAAD

van 19 maart 2007

tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 26,

Gelet op het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de gecombineerde nomenclatuur, die is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 (1), zijn de GN-codes voor monitors 8528 51 00 , 8528 59 10 en 8528 59 90 .

(2)

De autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor monitors met vloeibare-kristallenschermen met een diagonaal van het beeldscherm van 48,5 cm of minder en een beeldverhouding (van het scherm) van 4:3 of 5:4 die worden ingedeeld onder GN-code 8528 21 90 werden bij Verordening (EG) nr. 493/2005 van de Raad van 16 maart 2005 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (2), voor een beperkte periode volledig geschorst.

(3)

Deze schorsing liep af op 31 december 2006.

(4)

Ten behoeve van de gebruikers, is het met het oog op een rationele ontwikkeling van de productie en een verruiming van het verbruik in de Gemeenschap en om de handel tussen de lidstaten en derde landen te bevorderen in het belang van de Gemeenschap de huidige autonome schorsing van het douanerecht voor bepaalde soorten monitoren die zijn ingedeeld onder GN-code 8528 59 90 met ingang van 1 januari 2007 met nog eens twee jaar te verlengen.

(5)

Als gevolg van de wijzigingen van de nomenclatuur die een bijlage vormt bij het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen, die zijn aanvaard op grond van de Aanbeveling van 26 juni 2004 van de Internationale Douaneraad en de aanpassing van de GN-code in het geharmoniseerd systeem 2007, zullen producten die momenteel worden ingedeeld onder GN-code 8528 21 90 met ingang van 1 januari 2007 worden ingedeeld onder GN-code 8528 59 90 van de gecombineerde nomenclatuur.

(6)

Verordening (EEG) nr. 2658/87 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

Omdat de bij deze verordening ingevoerde schorsing een verlenging is van een schorsing die werd ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 493/2005 welke op 31 december 2006 afloopt en omdat het niet in het belang is van de Gemeenschap dat er een onderbreking is van de tariefbehandeling van de monitors die onder deze schorsing vallen, dient deze verordening onmiddellijk in te gaan en met ingang van 1 januari 2007 van toepassing te zijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In hoofdstuk 85, afdeling XVI, tweede deel — Tabel der rechten, van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 wordt de tekst in kolom 3, voor GN-code 8528 59 90 , vervangen door:

„14 (*1)

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 maart 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

Horst SEEHOFER


(1)   PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 129/2007 (PB L 56 van 23.2.2007, blz. 1).

(2)   PB L 82 van 31.3.2005, blz. 1.


22.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/13


VERORDENING (EG) Nr. 302/2007 VAN DE COMMISSIE

van 21 maart 2007

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 22 maart 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 maart 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 21 maart 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

198,4

MA

81,6

TN

143,7

TR

160,2

ZZ

146,0

0707 00 05

JO

171,8

TR

160,0

ZZ

165,9

0709 90 70

MA

67,3

TR

114,9

ZZ

91,1

0709 90 80

IL

121,6

ZZ

121,6

0805 10 20

CU

47,3

EG

49,8

IL

63,8

MA

55,0

TN

52,5

TR

64,5

ZZ

55,5

0805 50 10

EG

58,7

IL

64,1

TR

52,5

ZZ

58,4

0808 10 80

AR

78,8

BR

91,6

CA

92,2

CL

96,7

CN

78,5

US

116,8

UY

78,1

ZA

113,1

ZZ

93,2

0808 20 50

AR

69,5

CL

90,7

CN

73,6

UY

70,9

ZA

79,3

ZZ

76,8


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „andere oorsprong”.


22.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/15


VERORDENING (EG) Nr. 303/2007 VAN DE COMMISSIE

van 21 maart 2007

tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector varkensvlees

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2759/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees (1), en met name op artikel 13, lid 3, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 13, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2759/75 is bepaald dat het verschil tussen de wereldmarktprijs voor de in artikel 1 van die verordening genoemde producten en de prijs voor deze producten op de markt van de Gemeenschap kan worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer.

(2)

Gezien de huidige marktsituatie in de sector varkensvlees moeten derhalve uitvoerrestituties worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 2759/75 vastgestelde voorschriften en criteria.

(3)

Krachtens artikel 13, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2759/75 kan de restitutie voor de in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2759/75 genoemde producten variëren naar gelang van de bestemming, indien de situatie op de wereldmarkt of de specifieke vereisten van bepaalde markten dat noodzakelijk maakt of maken.

(4)

Restituties mogen uitsluitend worden toegekend voor producten die vrij in de Gemeenschap kunnen circuleren en die zijn voorzien van een gezondheidsmerk zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (2). Deze producten moeten ook voldoen aan het bepaalde in Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (3) en in Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (4).

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor varkensvlees,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 2759/75 bedoelde uitvoerrestituties worden toegekend voor de producten en met toepassing van de bedragen die zijn vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening, op voorwaarde dat aan het bepaalde in lid 2 van het onderhavige artikel wordt voldaan.

2.   De op grond van lid 1 voor een restitutie in aanmerking komende producten moeten voldoen aan de desbetreffende eisen van de Verordeningen (EG) nr. 852/2004 en (EG) nr. 853/2004, namelijk dat zij zijn vervaardigd in een erkende inrichting en dat zij voldoen aan de in bijlage I, sectie I, hoofdstuk III, bij Verordening (EG) nr. 854/2004 vastgestelde bepalingen inzake gezondheidsmerken.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 22 maart 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 maart 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 282 van 1.11.1975, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).

(2)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55, gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(3)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 3.

(4)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206, gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 83. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006.


BIJLAGE

Uitvoerrestituties in de sector varkensvlees voor de periode vanaf 22 maart 2007

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Restitutiebedrag

0210 11 31 9110

A00

EUR/100 kg

54,20

0210 11 31 9910

A00

EUR/100 kg

54,20

0210 19 81 9100

A00

EUR/100 kg

54,20

0210 19 81 9300

A00

EUR/100 kg

54,20

1601 00 91 9120

A00

EUR/100 kg

19,50

1601 00 99 9110

A00

EUR/100 kg

15,20

1602 41 10 9110

A00

EUR/100 kg

29,00

1602 41 10 9130

A00

EUR/100 kg

17,10

1602 42 10 9110

A00

EUR/100 kg

22,80

1602 42 10 9130

A00

EUR/100 kg

17,10

1602 49 19 9130

A00

EUR/100 kg

17,10

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

De codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19).


22.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/17


VERORDENING (EG) Nr. 304/2007 VAN DE COMMISSIE

van 21 maart 2007

tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector eieren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2771/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector eieren (1), en met name op artikel 8, lid 3, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2771/75 is bepaald dat het verschil tussen de wereldmarktprijs voor de in artikel 1, lid 1, van die verordening genoemde producten en de prijs voor deze producten op de markt van de Gemeenschap kan worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer.

(2)

Gezien de huidige marktsituatie in de sector eieren moeten derhalve uitvoerrestituties worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2771/75 vastgestelde voorschriften en criteria.

(3)

Krachtens artikel 8, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 2771/75 kan de restitutie variëren naar gelang van de bestemming, indien de situatie op de wereldmarkt of de specifieke vereisten van bepaalde markten dat noodzakelijk maakt of maken.

(4)

Restituties mogen uitsluitend worden toegekend voor producten die vrij in de Gemeenschap kunnen circuleren en die voldoen aan het bepaalde in Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (2) en Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (3), alsmede aan de bij Verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren (4) vastgestelde voorschriften inzake het merken.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor slachtpluimvee en eieren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2771/75 bedoelde uitvoerrestituties worden toegekend voor de producten en met toepassing van de bedragen die zijn vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening, op voorwaarde dat aan het bepaalde in lid 2 van het onderhavige artikel wordt voldaan.

2.   De op grond van lid 1 voor een restitutie in aanmerking komende producten moeten voldoen aan de desbetreffende eisen van de Verordeningen (EG) nr. 852/2004 en (EG) nr. 853/2004, namelijk dat zij zijn vervaardigd in een erkende inrichting en dat zij voldoen aan de in bijlage II, sectie I, bij Verordening (EG) nr. 853/2004 en in Verordening (EEG) nr. 1907/90 vastgestelde voorschriften inzake het merken.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 22 maart 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 maart 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 282 van 1.11.1975, blz. 49. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 679/2006 (PB L 119 van 4.5.2006, blz. 1).

(2)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1; gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 3.

(3)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55; gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(4)   PB L 173 van 6.7.1990, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1582/2006 (PB L 294 van 25.10.2006, blz. 1).


BIJLAGE

Uitvoerrestituties in de sector eieren van toepassing vanaf 22 maart 2007

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Restitutiebedrag

0407 00 11 9000

A02

EUR/100 st.

0,85

0407 00 19 9000

A02

EUR/100 st.

0,40

0407 00 30 9000

E09

EUR/100 kg

0,00

E10

EUR/100 kg

20,00

E19

EUR/100 kg

0,00

0408 11 80 9100

A03

EUR/100 kg

50,00

0408 19 81 9100

A03

EUR/100 kg

25,00

0408 19 89 9100

A03

EUR/100 kg

25,00

0408 91 80 9100

A03

EUR/100 kg

73,00

0408 99 80 9100

A03

EUR/100 kg

18,00

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

De codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1833/2006 (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19).

De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:

E09

Uitvoer naar Koeweit, Bahrein, Oman, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten, Jemen, Hongkong SAR, Rusland en Turkije

E10

Uitvoer naar Zuid-Korea, Japan, Maleisië, Thailand, Taiwan en de Filipijnen

E19

Uitvoer naar alle bestemmingen, met uitzondering van Zwitserland en de bestemmingen bedoeld onder E09 en E10


22.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/19


VERORDENING (EG) Nr. 305/2007 VAN DE COMMISSIE

van 21 maart 2007

houdende vaststelling van tijdelijke afwijkingen van de Verordeningen (EG) nr. 2402/96, (EG) nr. 2375/2002, (EG) nr. 2305/2003, (EG) nr. 969/2006 en (EG) nr. 1918/2006 met betrekking tot de data voor het indienen van de certificaataanvragen en voor het afgeven van invoercertificaten in 2007 in het kader van de tariefcontingenten voor bataten (zoete aardappelen), maniokzetmeel, granen en olijfolie

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1095/96 van de Raad van 18 juni 1996 betreffende de tenuitvoerlegging van de concessies in de lijst CXL die is opgesteld naar aanleiding van de voltooiing van de onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, van de GATT (1) , en met name op artikel 1, lid 1,

Gelet op Besluit 96/317/EG van de Raad van 13 mei 1996 betreffende de aanvaarding van de resultaten van het overleg met Thaïland in het kader van artikel XXIII van de GATT (2),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (3), en met name op artikel 12, lid 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 865/2004 van de Raad van 29 april 2004 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten voor olijfolie en tafelolijven en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 827/68 (4), en met name op artikel 10, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 2402/96 van de Commissie van 17 december 1996 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van bepaalde jaarlijkse tariefcontingenten voor bataten (zoete aardappelen) en maniokzetmeel (5) zijn bijzondere voorschriften vastgesteld voor het indienen van certificaataanvragen en het afgeven van invoercertificaten voor bataten in het kader van de contingenten 09.4014 en 09.4013 enerzijds, en voor maniokzetmeel in het kader van contingent 09.4065 anderzijds.

(2)

Bij de Verordeningen (EG) nr. 2375/2002 van de Commissie van 27 december 2002 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit uit derde landen (6), (EG) nr. 2305/2003 van de Commissie van 29 december 2003 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van gerst uit derde landen (7) en (EG) nr. 969/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor de invoer van maïs uit derde landen (8) is voorzien in bijzondere voorschriften voor het indienen van certificaataanvragen en het afgeven van certificaten voor de invoer van zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit in het kader van de contingenten 09.4123, 09.4124 en 09.4125, van gerst in het kader van contingent 09.4126 en van maïs in het kader van contingent 09.4131.

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 1918/2006 van de Commissie van 20 december 2006 inzake de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor olijfolie van oorsprong uit Tunesië (9) zijn bijzondere voorschriften vastgesteld voor het indienen van certificaataanvragen en het afgeven van certificaten voor de invoer van olijfolie in het kader van contingent 09.4032.

(4)

In verband met de feestdagen in 2007 moet voor bepaalde perioden worden afgeweken van de Verordeningen (EG) nr. 2402/96, (EG) nr. 2375/2002, (EG) nr. 2305/2003, (EG) nr. 969/2006 en (EG) nr. 1918/2006 met betrekking tot de data voor het indienen van de invoercertificaataanvragen en het afgeven van de invoercertificaten, teneinde de inachtneming van de betrokken contingentvolumes te kunnen garanderen.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van de gezamenlijke vergadering van het Comité van beheer voor granen en het Comité van beheer voor olijfolie en tafelolijven,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   In afwijking van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2402/96 mogen voor 2007 geen certificaataanvragen voor de invoer van bataten in het kader van de contingenten 09.4014 en 09.4013 meer worden ingediend na 18 december 2007.

2.   In afwijking van artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2402/96 worden de certificaten voor de invoer van bataten in het kader van de contingenten 09.4014 en 09.4013, die zijn aangevraagd op de in bijlage I vermelde data, afgegeven op de in diezelfde bijlage I vermelde data, onder voorbehoud van de maatregelen die zijn vastgesteld op grond van artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie (10).

Artikel 2

1.   In afwijking van artikel 9, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 2402/96 mogen voor 2007 geen certificaataanvragen voor de invoer van maniokzetmeel in het kader van contingent 09.4065 meer worden ingediend na 18 december 2007.

2.   In afwijking van artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2402/96 worden de certificaten voor de invoer van maniokzetmeel in het kader van contingent 09.4065, die zijn aangevraagd op de in bijlage II vermelde data, afgegeven op de in diezelfde bijlage II vermelde data, onder voorbehoud van de maatregelen die zijn vastgesteld op grond van artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1301/2006.

Artikel 3

1.   In afwijking van artikel 5, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 2375/2002 mogen voor 2007 geen certificaataanvragen voor de invoer van zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit in het kader van de contingenten 09.4123, 09.4124 en 09.4125 meer worden ingediend na 17 december 2007.

2.   In afwijking van artikel 3, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 2305/2003 mogen voor 2007 geen certificaataanvragen voor de invoer van gerst in het kader van contingent 09.4126 meer worden ingediend na 17 december 2007.

3.   In afwijking van artikel 4, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 969/2006 mogen voor 2007 geen certificaataanvragen voor de invoer van maïs in het kader van contingent 09.4131 meer worden ingediend na 17 december 2007.

Artikel 4

In afwijking van artikel 3, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1918/2006 worden de certificaten voor de invoer van olijfolie in het kader van contingent 09.4032, die zijn aangevraagd op maandag 2 of dinsdag 3 april 2007, afgegeven op vrijdag 13 april, onder voorbehoud van de maatregelen die zijn vastgesteld op grond van artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1301/2006.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 maart 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 146 van 20.6.1996, blz. 1.

(2)   PB L 122 van 22.5.1996, blz. 15.

(3)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(4)   PB L 161 van 30.4.2004, blz. 97, gerectificeerd in PB L 206 van 9.6.2004, blz. 37.

(5)   PB L 327 van 18.12.1996, blz. 14. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1884/2006 (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 44).

(6)   PB L 358 van 31.12.2002, blz. 88. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2022/2006 (PB L 384 van 29.12.2006, blz. 70).

(7)   PB L 342 van 30.12.2003, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2022/2006.

(8)   PB L 176 van 30.6.2006, blz. 44. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2022/2006.

(9)   PB L 365 van 21.12.2006, blz. 84.

(10)   PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13.


BIJLAGE I

Afgifte van certificaten voor de invoer van bataten in het kader van de contingenten 09.4014 en 09.4013 voor bepaalde perioden van 2007

Datum van indiening van de aanvraag

Datum van afgifte van de certificaten

dinsdag 3 april 2007

vrijdag 13 april 2007

dinsdag 30 oktober 2007

vrijdag 9 november 2007


BIJLAGE II

Afgifte van certificaten voor de invoer van maniokzetmeel in het kader van contingent 09.4065 voor bepaalde perioden van 2007

Datum van indiening van de aanvraag

Datum van afgifte van de certificaten

dinsdag 3 april 2007

vrijdag 13 april 2007

dinsdag 30 oktober 2007

vrijdag 9 november 2007


22.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/22


VERORDENING (EG) Nr. 306/2007 VAN DE COMMISSIE

van 21 maart 2007

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1539/2006 tot vaststelling van een jaarprogramma voor de toewijzing aan de lidstaten van voor het begrotingsjaar 2007 te boeken financiële middelen voor de levering van levensmiddelen uit interventievoorraden aan de meest behoeftigen in de Gemeenschap

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3730/87 van de Raad van 10 december 1987 houdende algemene voorschriften voor de levering van levensmiddelen uit interventievoorraden aan bepaalde organisaties met het oog op verstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de Gemeenschap (1), en met name op artikel 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3149/92 van de Commissie van 29 oktober 1992 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de levering van levensmiddelen uit interventievoorraden aan de meest behoeftigen in de Gemeenschap (2) heeft de Commissie bij Verordening (EG) nr. 1539/2006 van de Commissie (3) een programma voor de distributie van levensmiddelen voor de meest behoeftigen vastgesteld dat moet worden gefinancierd uit de voor het begrotingsjaar 2007 beschikbare kredieten. Het programma bevat met name voor elk van de lidstaten die aan de actie deelnemen, de voor de uitvoering van zijn aandeel in het programma beschikbaar gestelde maximale financiële middelen en de hoeveelheid die voor elke soort producten uit de interventievoorraad mag worden genomen.

(2)

Het programma dient te worden aangepast zodat Roemenië in 2007 kan deelnemen aan deze communautaire actie. Deze aanpassing moet, wat Roemenië betreft, enerzijds betrekking hebben op de toewijzing van financiële middelen en de uit de interventievoorraad te nemen producten, en anderzijds op de toestemming voor de intracommunautaire overdrachten, onder de voorwaarden van artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 3149/92, om de uitvoering van het gewijzigde programma mogelijk te maken.

(3)

Verordening (EG) nr. 1539/2006 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

Het is dienstig de onderhavige verordening van toepassing te verklaren met ingang van 1 januari 2007, de datum waarop Roemenië en Bulgarije lid zijn geworden van de Europese Unie.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van alle betrokken comités van beheer,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I en III bij Verordening (EG) nr. 1539/2006 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 maart 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 352 van 15.12.1987, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2535/95 (PB L 260 van 31.10.1995, blz. 3).

(2)   PB L 313 van 30.10.1992, blz. 50. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 209/2007 (PB L 61 van 28.2.2007, blz. 21).

(3)   PB L 283 van 14.10.2006, blz. 14.


BIJLAGE

Verordening (EG) nr. 1539/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)

de tabel onder a) wordt als volgt gewijzigd:

i)

na de regel met betrekking tot Portugal wordt de volgende regel ingevoegd:

„România

16 649 889 ”

ii)

de laatste regel wordt vervangen door:

„Totaal

275 563 261 ”

b)

de tabel onder b) wordt als volgt gewijzigd:

i)

na de regel met betrekking tot Portugal wordt de volgende regel ingevoegd:

„România

96 712

 

 

11 986 ”

ii)

de laatste regel wordt vervangen door:

„Totaal

667 018

61 541

30 026

45 210 ”

2)

In bijlage III wordt de tabel vervangen door:

In het kader van het jaarprogramma 2007 toegestane intracommunautaire overdrachten

 

Product

Hoeveelheid

(in ton)

Houder

Geadresseerde

„1.

Zachte tarwe

2 207

MMM, Suomi/Finland

Põllumajanduse Registrite ja Informatsiooni Amet, Eesti

2.

Zachte tarwe

11 760

BLE, Deutschland

OPEKEPE, Elláda

3.

Zachte tarwe

110 000

ONIGC, France

FEGA, España

4.

Zachte tarwe

103 429

BLE, Deutschland

AGEA, Italia

5.

Zachte tarwe

19 036

AMA, Österreich

AGEA, Italia

6.

Zachte tarwe

5 637

MMM, Suomi/Finland

Agricultural and Food Products Market Regulation Agency, Lietuva

7.

Zachte tarwe

1 550

ONIGC, France

National Research and Development Centre, Malta

8.

Zachte tarwe

20 000

ONIGC, France

INGA, Portugal

9.

Zachte tarwe

96 712

MVH, Magyarország

Paying and Intervention Agency for Agriculture, România

10.

Zachte tarwe en andere granen

2 610

MVH, Magyarország

AAMRD, Slovenija

11.

Rijst

23 641

OPEKEPE, Elláda

ONIGC, France

12.

Rijst

20 000

OPEKEPE, Elláda

Ente Risi, Italia

13.

Rijst

14 000

OPEKEPE, Elláda

INGA, Portugal

14.

Boter

3 511

Department of Agriculture and Food, Ireland

Office de l'Élevage, France

15.

Suiker

3 338

FEGA, España

ONIGC, France

16.

Suiker

2 760

ARR, Polska

Agricultural and Food Products Market Regulation Agency, Lietuva

17.

Suiker

1 435

FEGA, España

INGA, Portugal

18.

Suiker

11 986

MVH, Magyarország

Paying and Intervention Agency for Agriculture, România

19.

Suiker

500

ARR, Polska

MMM, Suomi/Finland”


22.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/26


VERORDENING (EG) Nr. 307/2007 VAN DE COMMISSIE

van 21 maart 2007

houdende vaststelling van de restituties die van toepassing zijn op eieren en eigeel, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2771/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector eieren (1), en met name op artikel 8, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2771/75 kan het verschil tussen de prijzen van de bij artikel 1, lid 1, van die verordening bedoelde producten in de internationale handel enerzijds en de prijzen in de Gemeenschap anderzijds door een restitutie bij de uitvoer worden overbrugd wanneer deze producten worden uitgevoerd in de vorm van goederen die in de bijlage bij die verordening worden genoemd.

(2)

In Verordening (EG) nr. 1043/2005 van de Commissie van 30 juni 2005 houdende tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad wat betreft de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag betreffende bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen (2), is aangegeven voor welke producten een restitutie moet worden vastgesteld wanneer ze worden uitgevoerd in de vorm van goederen bedoeld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2771/75.

(3)

Overeenkomstig artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 dient de restitutie per 100 kg van elk van de betrokken basisproducten te worden vastgesteld voor dezelfde periode als die welke is gekozen voor de vaststelling van de restituties voor dezelfde producten die in onverwerkte toestand worden uitgevoerd.

(4)

In artikel 11 van de in het kader van de Uruguayronde gesloten landbouwovereenkomst is bepaald dat de restitutie bij uitvoer van een in een goed verwerkt product niet meer mag bedragen dan de restitutie voor ditzelfde product dat in onverwerkte toestand wordt uitgevoerd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor slachtpluimvee en eieren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties die van toepassing zijn op de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1043/2005 en in artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2771/75 opgenomen basisproducten die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2771/75 vermelde goederen, worden vastgesteld zoals in de bijlage bij deze verordening is aangegeven.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 22 maart 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 maart 2007.

Voor de Commissie

Günter VERHEUGEN

Vicevoorzitter


(1)   PB L 282 van 1.11.1975, blz. 49. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 679/2006 (PB L 119 van 4.5.2006, blz. 1).

(2)   PB L 172 van 5.7.2005, blz. 24. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1713/2006 (PB L 321 van 21.11.2006, blz. 11).


BIJLAGE

Restituties die met ingang van 22 maart 2007 van toepassing zijn op eieren en eigeel die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen

(EUR/100 kg)

GN-code

Omschrijving

Bestemming (1)

Restituties

0407 00

Vogeleieren in de schaal, vers, verduurzaamd of gekookt:

 

 

– van pluimvee:

 

 

0407 00 30

– – andere:

 

 

a)

in geval van uitvoer van ovoalbumine van de GN-codes 3502 11 90 en 3502 19 90

02

0,00

03

20,00

04

0,00

b)

in geval van uitvoer van andere goederen

01

0,00

0408

Vogeleieren uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:

 

 

– eigeel:

 

 

0408 11

– – gedroogd:

 

 

ex 0408 11 80

– – – geschikt voor menselijke consumptie:

 

 

ongezoet

01

50,00

0408 19

– – andere:

 

 

– – – geschikt voor menselijke consumptie:

 

 

ex 0408 19 81

– – – – vloeibaar:

 

 

ongezoet

01

25,00

ex 0408 19 89

– – – – bevroren:

 

 

ongezoet

01

25,00

– andere:

 

 

0408 91

– – gedroogd:

 

 

ex 0408 91 80

– – – geschikt voor menselijke consumptie:

 

 

ongezoet

01

73,00

0408 99

– – andere:

 

 

ex 0408 99 80

– – – geschikt voor menselijke consumptie:

 

 

ongezoet

01

18,00


(1)  De bestemmingen zijn:

01

derde landen. Voor Zwitserland en Liechtenstein gelden deze restituties niet voor de goederen die zijn opgenomen in de tabellen I en II bij Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972;

02

Bahrein, Hongkong SAR, Jemen, Koeweit, Oman, Qatar, Rusland, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten;

03

de Filipijnen, Japan, Maleisië, Taiwan, Thailand en Zuid-Korea, en

04

alle bestemmingen, met uitzondering van Zwitserland en van de bestemmingen bedoeld onder 02 en 03.


22.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/28


VERORDENING (EG) Nr. 308/2007 VAN DE COMMISSIE

van 21 maart 2007

tot vaststelling van de representatieve prijzen in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede van ovoalbumine, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1484/95

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2771/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector eieren (1), en met name op artikel 5, lid 4,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2777/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector slachtpluimvee (2), en met name op artikel 5, lid 4,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2783/75 van de Raad van 29 oktober 1975 betreffende een gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer voor ovoalbumine en lactoalbumine (3), en met name op artikel 3, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1484/95 van de Commissie (4), zijn de uitvoeringsbepalingen van de regeling voor de toepassing van de aanvullende invoerrechten en de representatieve prijzen in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede voor ovoalbumine, vastgesteld.

(2)

Uit een regelmatige controle van gegevens waarvan wordt uitgegaan bij de vaststelling van de representatieve prijzen voor de producten van de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede voor ovoalbumine, blijkt dat de representatieve prijzen voor de invoer van bepaalde producten moeten worden gewijzigd, met inachtneming van de naar gelang van de oorsprong optredende prijsverschillen. Derhalve moeten de representatieve prijzen voor die producten worden gepubliceerd.

(3)

Deze wijziging, gezien de marktsituatie, moet zo spoedig mogelijk worden toegepast.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor slachtpluimvee en eieren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1484/95 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 22 maart 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 maart 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 282 van 1.11.1975, blz. 49. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 679/2006 (PB L 119 van 4.5.2006, blz. 1).

(2)   PB L 282 van 1.11.1975, blz. 77. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 679/2006.

(3)   PB L 282 van 1.11.1975, blz. 104. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2916/95 van de Commissie (PB L 305 van 19.12.1995, blz. 49).

(4)   PB L 145 van 29.6.1995, blz. 47. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 117/2007 (PB L 35 van 8.2.2007, blz. 9).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 21 maart 2007 tot vaststelling van de representatieve prijzen in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede van ovoalbumine, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1484/95

„BIJLAGE I

GN-code

Omschrijving

Representatieve prijs

(EUR/100 kg)

Zekerheid zoals bedoeld in artikel 3, lid 3

(EUR/100 kg)

Oorsprong (1)

0207 12 90

Geslachte kippen (zogenaamde kippen 65 %), bevroren

121,0

0

01

102,1

5

02

0207 14 10

Delen zonder been, van hanen of van kippen, bevroren

211,8

27

01

222,2

23

02

299,1

0

03

0207 25 10

Geslachte kalkoenen (zogenaamde kalkoenen 80 %), bevroren

140,1

6

01

0207 27 10

Delen zonder been, van kalkoenen, bevroren

254,4

13

01

267,6

9

03

1602 32 11

Bereidingen van hanen of van kippen, niet gekookt en niet gebakken

214,7

22

01


(1)  Verklaring van de code:

01

Brazilië

02

Argentinië

03

Chili.”


III Besluiten op grond van het EU-Verdrag

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

22.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/30


GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2007/178/GBVB VAN DE RAAD

van 19 maart 2007

ter ondersteuning van de vernietiging van chemische wapens in de Russische Federatie in het kader van de strategie van de Europese Unie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 14,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds (1), is er onder meer op gericht de standpunten over internationale vraagstukken van wederzijds belang nader tot elkaar te brengen en aldus meer veiligheid en stabiliteit te bewerkstelligen.

(2)

Het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens is in de Russische Federatie op 5 december 1997 in werking getreden.

(3)

Op 25 en 26 juni 2002 hebben de G8-landen in Kananaskis het initiatief genomen tot een mondiaal partnerschap tegen de verspreiding van massavernietigingswapens en -materiaal, in het kader waarvan zij, aanvankelijk in de Russische Federatie, steun zullen verlenen aan specifieke samenwerkingsprojecten op het gebied van non-proliferatie, ontwapening, terrorismebestrijding en nucleaire veiligheid.

(4)

Het bij Gemeenschappelijk Optreden 1999/8/GBVB van de Raad van 17 december 1999 ingestelde samenwerkingsprogramma van de EU voor non-proliferatie en ontwapening in de Russische Federatie (2) is voortgezet bij Gemeenschappelijk Optreden 2003/472/GBVB (3), dat op 24 juni 2004 is verstreken. Besluit 2001/493/GBVB (4) tot uitvoering van Gemeenschappelijk Optreden 1999/878/GBVB bevatte een eerste project ter ondersteuning voor infrastructuuropbouw in verband met de vernietiging van zenuwgas op de site van Shchuch'ye (Russische Federatie). Dit project is op 28 januari 2005 afgerond.

(5)

De Europese Unie blijft het doel en de beginselen van het initiatief van de G8 tot een mondiaal partnerschap onderschrijven en blijft samenwerkingsactiviteiten ter vermindering van de dreiging, en de betrouwbare en veilige ontmanteling van MVW-gerelateerde voorraden in de Russische Federatie bevorderen.

(6)

Er wordt een multidonorproject ontwikkeld voor de ondersteuning van de vernietiging van massavernietigingswapens in Shchuch'ye, dat wordt gecoördineerd door het Verenigd Koninkrijk. De levering van het nodige materiaal is gepland voor 31 oktober 2007.

(7)

De Europese Unie blijft de Russische Federatie steun verlenen bij het streven naar een veilige en milieuvriendelijke ontmanteling of omschakeling van de infrastructuur, de uitrusting en het wetenschappelijk potentieel die met massavernietigingswapens verband houden (MVW).

(8)

Op 12 december 2003 heeft de Europese Unie haar strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens aangenomen, waarin onder meer wordt gepleit voor een stabiel internationaal en regionaal klimaat, als voorwaarde voor de bestrijding van de verspreiding van MVW.

(9)

De activiteiten van de Europese Unie ter ondersteuning van het mondiaal partnerschap zullen parallel aan activiteiten van anderen plaatsvinden en zullen zoveel mogelijk worden gecoördineerd om onnodige overlapping te voorkomen.

(10)

De Commissie wordt belast met het toezicht op de correcte uitvoering van de financiële bijdrage van de EU,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Doel van dit gemeenschappelijk optreden is de ondersteuning van Rusland bij zijn inspanningen tot vernietiging van zijn voorraden chemische wapens uit hoofde van zijn verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens.

2.   Dit gemeenschappelijk optreden draagt bij tot de bouw van de faciliteit voor vernietiging van chemische wapens in Shchuch'ye in de Russische Federatie. Nadere gegevens over dit specifieke project staan in de bijlage bij dit gemeenschappelijk optreden.

Artikel 2

1.   Het voorzitterschap, bijgestaan door de secretaris-generaal van de Raad/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB (SG/HV), draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden. De Commissie wordt hier volledig bij betrokken.

2.   De technische uitvoering van het in artikel 1, lid 2, bedoelde project wordt toevertrouwd aan de minister van Defensie van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, namens het ministerie van Defensie van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (hierna de „minister” genoemd), die zijn taken verricht onder verantwoordelijkheid van het voorzitterschap, bijgestaan door de SG/HV. Daartoe treft de SG/HV de nodige regelingen met de minister.

Artikel 3

1.   Het financiële referentiebedrag voor het in artikel 1, lid 2, genoemde project bedraagt 3 145 000 EUR, te financieren uit de algemene begroting van de Europese Unie voor 2007.

2.   De met het in lid 1 genoemde bedrag gefinancierde uitgaven worden beheerd met inachtneming van de procedures en voorschriften van de Europese Gemeenschap die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Europese Unie, met dien verstande dat eventuele voorfinanciering niet het eigendom van de Gemeenschap blijft. Kosten komen in aanmerking voor subsidie vanaf de datum van inwerkingtreding van dit gemeenschappelijk optreden.

3.   De Commissie ziet toe op correcte aanwending van de in lid 1 bedoelde bijdrage. Hiertoe sluit zij met de minister een financieringsovereenkomst over het gebruik van de EU-bijdrage. De te sluiten financieringsovereenkomst moet vermelden dat de minister zorgt voor de zichtbaarheid van de bijdrage van de Europese Unie, in een mate die overeenstemt met de omvang ervan.

4.   De Commissie streeft ernaar de in lid 3 bedoelde financieringsovereenkomst zo snel mogelijk na de inwerkingtreding van dit gemeenschappelijk optreden te sluiten. Zij brengt de Raad op de hoogte van alle voorkomende moeilijkheden tijdens dat proces en van de datum waarop de financieringsovereenkomst wordt gesloten.

Artikel 4

Het voorzitterschap brengt, bijgestaan door de SG/HV, aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden, op basis van verslagen die worden opgesteld door de minister. De Commissie wordt hier volledig bij betrokken en verstrekt informatie over de financiële aspecten van de uitvoering van het project, als bedoeld in artikel 3, lid 3.

Artikel 5

De Raad kan besluiten het project op te schorten indien de Russische Federatie, met name, nalaat:

a)

ten volle aan de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden mee te werken;

b)

toezicht door de Europese Unie en/of periodieke externe evaluaties en accountantscontroles mogelijk te maken;

c)

te voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en haar lidstaten enerzijds en de Russische Federatie anderzijds.

Artikel 6

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Het verstrijkt 18 maanden na de sluiting van de EU-financieringsovereenkomst tussen de Commissie en de minister.

Artikel 7

Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 19 maart 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

Horst SEEHOFER


(1)   PB L 327 van 28.11.1997, blz. 3. Overeenkomst laatstelijk gewijzigd bij de Overeenkomst van 9 juli 2002 (PB L 9 van 15.1.2004, blz. 22).

(2)   PB L 331 van 23.12.1999, blz. 11. Gemeenschappelijk optreden gewijzigd bij Besluit 2002/381/GBVB (PB L 136 van 24.5.2002, blz. 1).

(3)   PB L 157 van 26.6.2003, blz. 69.

(4)   PB L 180 van 3.7.2001, blz. 2.


BIJLAGE

PROJECT EU — RUSLAND BETREFFENDE VERNIETIGING VAN CHEMISCHE WAPENS IN SHCHUCH'YE

1.   Doelstelling

Ondersteuning van de Russische Federatie bij de vernietiging van enkele van haar chemische wapens, teneinde te voldoen aan de verplichtingen van Rusland uit hoofde van het Verdrag inzake chemische wapens.

2.   Projectbeschrijving

Het gemeenschappelijk optreden stelt financiering beschikbaar ter ondersteuning van de faciliteit voor vernietiging van chemische wapens in Shchuch'ye in de Russische Federatie en draagt aldus bij tot de vernietiging van 1,9 miljoen stuks artillerie- en raketmunitie die circa 5 500 ton zenuwgas bevatten en die, in afwachting van vernietiging, opgeslagen liggen in Shchuch'ye.

Dit gemeenschappelijk optreden zal steun verlenen voor de vereiste voltooiing van de infrastructuur voor elektriciteitsvoorziening in de faciliteit voor vernietiging van chemische wapens in Shchuch'ye. Het zal de aankoop en levering financieren van belangrijke uitrustingsonderdelen die vervolgens moeten worden geïnstalleerd in de, nabij de plaats Shchuch'ye en de vernietigingsfaciliteit gelegen, elektriciteitsonderstations van Shchuchanskaya, Shumikha en Kurgan, teneinde voor een betrouwbare energievoorziening te zorgen voor de exploitatie van de faciliteit voor vernietiging van chemische wapens. Deze uitrusting is essentieel voor de voltooiing van de elektriciteitsvoorziening en is op zodanige wijze geselecteerd dat wordt gezorgd voor samenhang met eerdere EU-projecten en passende zichtbaarheid van de financiële bijdrage van de EU. Uiterlijk eind 2007 zal het project worden afgerond en de eigendom van de uitrusting worden overgedragen aan de Russische autoriteiten.

Medio 2008 moet de bouw van de vernietigingsfaciliteit in Shchuch'ye voltooid zijn en moeten de werkzaamheden worden aangevangen.

Dit gemeenschappelijk optreden maakt deel uit van de verbintenis van de EU uit hoofde van het mondiaal partnerschap en vormt een aanvulling op en vermeerdert de waarde van het eerdere door de EU gefinancierde project in Shchuch'ye.

3.   Looptijd

De projectfase betreffende de aankoop van uitrusting zal beginnen op de dag van de sluiting van de financieringsovereenkomst tussen de minister en de Commissie. Het Verenigd Koninkrijk is voornemens de bijbehorende bouw- en installatiewerkzaamheden te financieren, mits bevredigende prijzen worden overeengekomen.

De geraamde looptijd van het project bedraagt 18 maanden.

4.   Begunstigde

Russische Federatie.

5.   Uitvoeringsorgaan

De minister van Defensie van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland zal, namens het ministerie van Defensie van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het project.

Het uitvoeringsorgaan zal de volgende documenten opstellen:

een tussentijds verslag na de eerste zes maanden van uitvoering van het project;

een eindverslag één maand vóór het einde van de uitvoering van het project.

De verslagen zullen worden gezonden naar het voorzitterschap, dat wordt bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB.

6.   Raming van de benodigde middelen

Dit gemeenschappelijk optreden financiert de volgende posten waarvoor vaste prijzen in Britse ponden gelden die hieronder zijn omgerekend naar EUR tegen de huidige wisselkoers:

Serie

Beschrijving

Prijs

10

Relaispaneel voor bescherming van elektriciteitsleidingen in het onderstation Shchuchanskaya

 

10c

Installatieondersteuningsdiensten ter plaatse door leverancier

 

11

Uitrusting voor het regionaal elektriciteitsvoorzieningsstation te Shchuch'ye, met inbegrip van een controlepaneel van 18 m2 en een computersysteem

 

15

Uitrusting voor controle van de elektriciteitsvoorziening voor de lokale energieleverancier KurganEnergo. Hiertoe behoren een controlepaneel van 50 m2, een computergestuurd controlesysteem voor het onderstation Zapadnyy en voorzieningscontroleapparatuur voor diverse andere hiermee verbonden onderstations

 

24

Beschermingskast voor de 220 kV-verzamelrail in het onderstation Shumikha

 

 

Subtotaal

3 034 680 EUR

 

 

 

 

Bankkosten

1 000 EUR

 

Audit door de nationale auditinstantie

6 000 EUR

 

Missies voor de minister (voor uitsluitend met het EU-project verband houdende bezoeken aan Shchuch'ye, indien noodzakelijk)

10 000 EUR

 

Subtotaal

3 051 680 EUR

 

Onvoorziene uitgaven (circa 3 % van de kosten van het project)

93 320 EUR

 

 

 

 

Totaal

3 145 000 EUR

7.   Financieel referentiebedrag voor de totale kosten van het project

De totale kosten van het project bedragen 3 145 000 EUR.