ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 28

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

50e jaargang
3 februari 2007


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EG) nr. 101/2007 van de Commissie van 2 februari 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

*

Verordening (EG) nr. 102/2007 van de Commissie van 2 februari 2007 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad, van de kenmerken van de speciale module 2008 over de arbeidsmarktsituatie van migranten en hun directe nakomelingen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 430/2005 ( 1 )

3

 

*

Verordening (EG) nr. 103/2007 van de Commissie van 2 februari 2007 inzake de verlenging van de in artikel 53, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde overgangsperiode ( 1 )

8

 

*

Verordening (EG) nr. 104/2007 van de Commissie van 2 februari 2007 tot vaststelling, voor het verkoopseizoen 2007/2008, van het steunbedrag voor tomaten voor verwerking

10

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn 2007/3/EG van de Commissie van 2 februari 2007 tot wijziging van de bijlagen I en II bij Richtlijn 96/74/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake textielbenamingen met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang ( 1 )

12

 

*

Richtlijn 2007/4/EG van de Commissie van 2 februari 2007 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 96/73/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde methoden voor de kwantitatieve analyse van binaire mengsels van textielvezels met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang ( 1 )

14

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Commissie

 

 

2007/80/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 1 februari 2007 tot machtiging van bepaalde lidstaten om voor de enquête van 2007 naar de structuur van de landbouwbedrijven informatie uit andere bronnen dan statistische enquêtes te gebruiken (Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 7173)  ( 1 )

19

 

 

2007/81/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 2 februari 2007 tot wijziging van Beschikking 2004/452/EG tot vaststelling van een lijst van organen waarvan de onderzoekers voor wetenschappelijke doeleinden toegang hebben tot vertrouwelijke gegevens (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 92)  ( 1 )

23

 

 

2007/82/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 2 februari 2007 inzake noodmaatregelen tot opschorting van de invoer van visserijproducten bestemd voor menselijke consumptie uit de Republiek Guinee (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 278)  ( 1 )

25

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

3.2.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 28/1


VERORDENING (EG) Nr. 101/2007 VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2007

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 3 februari 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 2 februari 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

218,6

MA

64,7

TN

148,3

TR

179,0

ZZ

152,7

0707 00 05

JO

178,8

MA

64,5

TR

187,2

ZZ

143,5

0709 90 70

MA

47,4

TR

139,1

ZZ

93,3

0709 90 80

EG

26,8

ZZ

26,8

0805 10 20

EG

50,8

IL

56,0

MA

49,8

TN

46,7

TR

70,3

ZZ

54,7

0805 20 10

MA

86,5

TR

21,5

ZZ

54,0

0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90

EG

88,0

IL

62,8

MA

59,5

TR

64,7

ZZ

68,8

0805 50 10

EG

54,8

TR

54,5

ZZ

54,7

0808 10 80

CA

102,7

CN

75,8

TR

90,5

US

119,3

ZZ

97,1

0808 20 50

AR

84,9

CN

44,7

US

100,7

ZA

96,5

ZZ

81,7


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „andere oorsprong”.


3.2.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 28/3


VERORDENING (EG) Nr. 102/2007 VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2007

tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad, van de kenmerken van de speciale module 2008 over de arbeidsmarktsituatie van migranten en hun directe nakomelingen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 430/2005

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad van 9 maart 1998 betreffende de organisatie van een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap (1), en met name op artikel 4, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op zijn vergadering van juni 2003 in Thessaloniki was de Europese Raad van oordeel dat een succesvolle integratie van migranten bijdraagt tot sociale cohesie en economische welvaart en dat het integratiebeleid moet inspelen op de nieuwe demografische en economische uitdagingen waarvoor de Europese Unie zich momenteel geplaatst ziet, en drong hij aan op verdere vooruitgang in dit verband. Bovendien drong hij uitdrukkelijk aan op een zorgvuldige en objectieve analyse van deze kwesties, die moet helpen bij de ontwikkeling en bevordering van beleidsinitiatieven voor een doeltreffender beheer van de migratie in Europa. De noodzaak van een doeltreffend integratiebeleid werd nogmaals onderstreept in het Haags Programma, dat in november 2004 door de Europese Raad van Brussel werd goedgekeurd.

(2)

Zoals in het eerste jaarverslag van de Commissie over migratie en integratie (2) werd onderstreept, is onvoldoende toegang tot werk de belangrijkste belemmering voor integratie en dus tevens de absolute prioriteit van het op nationaal niveau gevoerde integratiebeleid.

(3)

Daarom is een uitgebreide en vergelijkbare verzameling van gegevens over de arbeidsmarktsituatie van migranten en hun directe nakomelingen nodig om de vooruitgang te volgen die wordt geboekt bij de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen van de Europese werkgelegenheidsstrategie en van het sociale-integratieproces.

(4)

Het voorstel van de Commissie voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit (Progress) (3) voorziet in deel 1: Werkgelegenheid in de financiering van de nodige maatregelen, waaronder statistische. Die maatregelen moeten bij deze verordening ten uitvoer worden gelegd.

(5)

Verordening (EG) nr. 384/2005 van de Commissie van 7 maart 2005 tot vaststelling van het programma van speciale modules voor de jaren 2007-2009 bij de steekproefenquête naar de arbeidskrachten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad (4) omvatte al een speciale module over de arbeidsmarktsituatie van migranten en hun directe nakomelingen. De lijst van variabelen voor deze module moet vóór december 2006 worden vastgesteld.

(6)

Verordening (EG) nr. 384/2005 bepaalt ook dat de uitvoering van de module 2008 afhankelijk is van de resultaten van haalbaarheidsstudies die vóór eind 2005 moeten zijn afgesloten. Eurostat heeft de resultaten van deze haalbaarheidsstudies in september 2005 gepresenteerd op de vergadering van de directeuren Sociale Statistiek van de lidstaten. Besloten is dat de lidstaten en Eurostat voort moeten gaan met de voorbereiding van de module 2008.

(7)

Ter wille van de betrouwbaarheid en kwaliteit van de te verstrekken gegevens moeten sommige variabelen in de bijlage bij deze verordening voor lidstaten met een kleine steekproefomvang voor migranten facultatief zijn.

(8)

In bijlage II bij Verordening (EG) nr. 430/2005 van de Commissie van 15 maart 2005 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad betreffende de organisatie van een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap, wat de codering voor de overbrenging van de gegevens vanaf het jaar 2006 en het gebruik van een substeekproef voor de verzameling van gegevens over structurele variabelen betreft (5) moet kolom 19/20 worden gewijzigd om de relevantie van de analyse van de arbeidsmarktsituatie van migranten te vergroten door informatie over het jaar van aankomst in het gastland en over de leeftijd bij aankomst, twee belangrijke verklarende variabelen voor de bestudering van het integratieproces op de arbeidsmarkt.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité statistisch programma,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De gedetailleerde lijst van de in 2008 door de speciale module over de arbeidsmarktsituatie van migranten en hun directe nakomelingen te verzamelen variabelen is opgenomen in de bijlage.

Artikel 2

De kolommen 213, 214, 215, 216, 217, 218 en 219 van de bijlage zijn facultatief voor Tsjechië, Denemarken, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Finland.

Artikel 3

In bijlage II bij Verordening (EG) nr. 430/2005 wordt kolom 19/20 vervangen door:

„YEARESID

19/20

JAAR

 

Verblijfsduur in dit land

Iedereen”

00

Geboren in dit land

01-99

Verblijfsduur in het land (in jaren)

Blanco

Geen antwoord

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2007.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)   PB L 77 van 14.3.1998, blz. 3. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2257/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 336 van 23.12.2003, blz. 6).

(2)  COM(2004) 508.

(3)  COM(2004) 488.

(4)   PB L 61 van 8.3.2005, blz. 23. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 341/2006 (PB L 55 van 25.2.2006, blz. 9).

(5)   PB L 71 van 17.3.2005, blz. 36.


BIJLAGE

ARBEIDSKRACHTENENQUÊTE

Kenmerken van de speciale module 2008 over de arbeidsmarktsituatie van migranten en hun directe nakomelingen

1.

Betrokken lidstaten en regio’s: Alle.

2.

De variabelen worden als volgt gecodeerd:

De nummering van de variabelen van de arbeidskrachtenenquête in de kolom „Betreft” (kolom 11/14, kolom 17/18, kolom 19/20, kolom 24, kolom 99, kolom 116, kolom 162/165 en kolom 170/171) verwijst naar bijlage II bij Verordening (EG) nr. 430/2005.

Voor de kolommen 207/208 en 209/210 wordt dezelfde code gebruikt als voor de kolommen 17/18, 21/22, 39/40 en 150/151 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 430/2005.

Kolom

Code

Omschrijving

Betreft

203/206

 

Jaar van verkrijging van het staatsburgerschap

Iedereen van 15 tot en met 74 jaar en kolom 17/18 = kolom 170/171

 

Vier cijfers

9996

Jaar onbekend, maar staatsburger door naturalisatie

9997

Staatsburger door geboorte

9998

Staatsburger sinds de grondvesting van het land/de nieuwe vaststelling van de grenzen

9999

Niet van toepassing (persoon jonger dan 15 of ouder dan 74 jaar of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 17/18 ≠ kolom 170/171))

Blanco

Geen antwoord

207/208

 

Geboorteland vader

(Voor Duitsland: nationaliteit/vorige nationaliteit van de vader wanneer hij in de referentieweek de Duitse nationaliteit heeft)

Iedereen van 15 tot en met 74 jaar

 

Zie voor de code de ISO-landenclassificatie

98

Land onbekend, maar vader in het buitenland geboren

99

Niet van toepassing (persoon jonger dan 15 of ouder dan 74 jaar)

Blanco

Geen antwoord

209/210

 

Geboorteland moeder

(Voor Duitsland: nationaliteit/vorige nationaliteit van de moeder wanneer zij in de referentieweek de Duitse nationaliteit heeft)

Iedereen van 15 tot en met 74 jaar

 

Zie voor de code de ISO-landenclassificatie

98

Land onbekend, maar moeder in het buitenland geboren

99

Niet van toepassing (persoon jonger dan 15 of ouder dan 74 jaar)

Blanco

Geen antwoord

211/212

 

Totale verblijfsduur in het gastland (in jaren)

Iedereen van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 ≠ 00

01-98

Twee cijfers

99

Niet van toepassing (persoon jonger dan 15 of ouder dan 74 jaar of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 = 00))

Blanco

Geen antwoord

213

 

Voornaamste reden voor de migratie (laatste migratie)

Iedereen van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 ≠ 00 en (kolom 162/165 – kolom 11/14 – kolom 19/20) ≥ 15

1

Werk, overplaatsing binnen de onderneming

2

Werk, baan gevonden vóór de migratie (uitgezonderd code 1)

3

Werk, geen baan gevonden vóór de migratie

4

Studie

5

Internationale bescherming

6

Vergezellend gezinslid/gezinshereniging

7

Gezinsvorming

8

Andere

9

Niet van toepassing (persoon jonger dan 15 of ouder dan 74 jaar of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 = 00) of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 ≠ 00 en (kolom 162/165 – kolom 11/14 – kolom 19/20) < 15))

Blanco

Geen antwoord

214

 

Is de geldigheidsduur van de huidige verblijfsvergunning/visum/woonplaatsverklaring beperkt? (facultatief voor Frankrijk)

Iedereen van 15 tot en met 74 jaar en kolom 17/18 ≠ kolom 170/17

0

Ja, minder dan één jaar

1-5

Ja, aantal jaren

6

Ja, beperkte geldigheidsduur van meer dan vijf jaar

7

Ja, maar geldigheidsduur onbekend

8

Neen

9

Niet van toepassing (persoon jonger dan 15 of ouder dan 74 jaar of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 17/18 = kolom 170/171))

Blanco

Geen antwoord

215

 

Is de legale toegang tot de arbeidsmarkt op dit moment aan beperkingen onderhevig?

Iedereen van 15 tot en met 74 jaar en kolom 17/18 ≠ kolom 170/171 en (kolom 24 = 1, 2 of kolom 99 = 1, 2, 4 of (kolom 99 = 3 en kolom 116 = 1))

1

Ja, toegang beperkt tot specifieke werkgevers/bedrijfstakken/beroepen

2

Ja, toegang beperkt tot arbeid als zelfstandige

3

Ja, arbeid als zelfstandige niet toegestaan

4

Ja, combinatie van 1 en 2

5

Ja, combinatie van 1 en 3

6

Ja, andere beperkingen op legale toegang

7

Neen

8

Weet niet

9

Niet van toepassing (persoon jonger dan 15 of ouder dan 74 jaar of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 17/18 = kolom 170/171) of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 17/18 ≠ kolom 170/171 en kolom 116 = 2, blanco))

Blanco

Geen antwoord

216

 

Gebruik van systemen om te bepalen welke kwalificatie in het gastland overeenkomt met het hoogste afgesloten onderwijsniveau

Iedereen van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 ≠ 00 en (kolom 24 = 1, 2 of kolom 99 = 1, 2, 4 of kolom 99 = 3 en kolom 116 = 1))

1

Ja, gelijkwaardigheid vastgesteld

2

Ja, maar gelijkwaardigheid niet vastgesteld of procedure nog niet afgerond

3

Neen, niet nodig omdat hoogste afgesloten onderwijsniveau in het gastland is gehaald

4

Neen, niet nodig om een andere reden dan code 3

5

Neen, om andere redenen

9

Niet van toepassing (persoon jonger dan 15 of ouder dan 74 jaar of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 = 00) of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 ≠ 00 en kolom 116 = 2, blanco))

Blanco

Geen antwoord

217

 

Moest de kennis van de taal van het gastland verbeterd worden om een geschikte baan te vinden?

Iedereen van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 ≠ 00 en (kolom 24 = 1, 2 of kolom 99 = 1, 2, 4 of (kolom 99 = 3 en kolom 116 = 1))

1

Ja

2

Neen

9

Niet van toepassing (persoon jonger dan 15 of ouder dan 74 jaar of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 = 00) of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 ≠ 00 en kolom 116 = 2, blanco))

Blanco

Geen antwoord

218

 

Belangrijkste hulp die in het gastland ontvangen werd om de huidige baan te vinden of een eigen onderneming te beginnen

Iedereen van 15 tot en met 74 jaar en kolom 24 = 1, 2

1

Familie/vrienden

2

Arbeidsbureau

3

Particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling

4

Migranten- of etnische organisatie

5

Andere

6

Geen

9

Niet van toepassing (persoon jonger dan 15 of ouder dan 74 jaar of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 24 = 3, 4, 5))

Blanco

Geen antwoord

219/220

 

Gebruik van diensten voor arbeidsmarktintegratie in de twee jaar na de laatste aankomst

Iedereen van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 ≠ 00 en kolom 19/20 ≤ 10 en (kolom 162/165 – kolom 11/14 – kolom 19/20) ≥ 15

01

Ja, contact met een beroepskeuzeadviesbureau/dienst die helpt bij het zoeken naar werk

02

Ja, deelname aan scholingsprogramma’s

03

Ja, deelname aan cursussen om de taal van het gastland te leren

04

Ja, combinatie van 1 en 2

05

Ja, combinatie van 1 en 3

06

Ja, combinatie van 2 en 3

07

Ja, combinatie van 1, 2 en 3

08

Neen, geen recht op

09

Neen, om een andere reden dan code 08

99

Niet van toepassing (persoon jonger dan 15 of ouder dan 74 jaar of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 = 00) of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 ≠ 00 en kolom 19/20 > 10) of (persoon van 15 tot en met 74 jaar en kolom 19/20 ≠ 00 en kolom 19/20 ≤ 10 en (kolom 162/165 – kolom 11/14 – kolom 19/20) < 15))

Blanco

Geen antwoord

221/226

 

Wegingscoëfficiënt voor de module 2008 van de arbeidskrachtenenquête (facultatief)

Iedereen van 15 tot en met 74 jaar

0000-9999

De kolommen 220-223 bevatten gehele getallen

00-99

De kolommen 224 en 225 bevatten decimalen


3.2.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 28/8


VERORDENING (EG) Nr. 103/2007 VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2007

inzake de verlenging van de in artikel 53, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde overgangsperiode

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (1), en met name op artikel 53, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 53, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 is bepaald dat het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) tarieven in rekening brengt voor, met name, de afgifte en vernieuwing van certificaten en voor de daarmee verband houdende taken van voortdurend toezicht. Overeenkomstig artikel 48, lid 1, onder b), van die verordening worden deze tarieven betaald door aanvragers en houders van door het agentschap afgegeven, gehandhaafde of gewijzigde certificaten.

(2)

Overeenkomstig artikel 53, lid 4, moeten de uitgaven die het Agentschap doet voor het uitvoeren van certificeringswerkzaamheden in evenwicht zijn met de inkomsten uit tarieven. In dat lid is echter bepaald dat, gedurende een overgangsperiode die eindigt op 31 december 2006, ook de jaarlijkse financiële bijdrage van de Gemeenschap aan het Agentschap mag worden gebruikt om de certificeringskosten te dekken. Indien nodig kan de Commissie deze periode met een jaar verlengen.

(3)

Verordening (EG) nr. 488/2005 van de Commissie (2), waarin het bedrag van de te betalen tarieven is vastgesteld, is op 1 juni 2005 van kracht geworden. Sindsdien brengt het Agentschap tarieven in rekening. De inkomsten uit deze tarieven volstaan echter nog niet om de certificeringskosten van het Agentschap volledig te dekken. Het Agentschap moet daarom nog steeds een gedeelte van de Gemeenschapsbijdrage gebruiken om deze kosten te dekken, overeenkomstig de relevante bepalingen van artikel 53, lid 4.

(4)

Hoewel een steeds groter gedeelte van de certificeringskosten door inkomsten uit tarieven wordt gedekt, ongeveer 70 % in 2006 tegenover 60 % in 2005, is uit ervaring gebleken dat het opzetten van een doeltreffend tarievensysteem de nodige tijd vergt. In deze fase kan dan ook niet worden gegarandeerd dat de kosten en inkomsten in 2007 in evenwicht zullen zijn.

(5)

Om te vermijden dat de certificeringsactiviteiten een nadelig saldo zouden vertonen, waardoor het Agentschap zijn taken niet meer zou kunnen uitvoeren, moet een beroep worden gedaan op de relevante bepalingen van artikel 53, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 om de overgangsperiode waarin het Agentschap zo nodig een gedeelte van de Gemeenschapsbijdrage mag gebruiken om de certificeringskosten te dekken, te verlengen.

(6)

De maatregelen van deze verordening zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 54 van Verordening (EG) nr. 1592/2002 opgerichte comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 53, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 vastgestelde overgangsperiode wordt verlengd tot 31 december 2007.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2007.

Voor de Commissie

Jacques BARROT

Vicevoorzitter


(1)   PB L 240 van 7.9.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1701/2003 (PB L 243 van 27.9.2003, blz. 5).

(2)   PB L 81 van 30.3.2005, blz. 7. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 779/2006 (PB L 137 van 25.5.2006, blz. 3).


3.2.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 28/10


VERORDENING (EG) Nr. 104/2007 VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2007

tot vaststelling, voor het verkoopseizoen 2007/2008, van het steunbedrag voor tomaten voor verwerking

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië,

Gelet op de Akte van toetreding van Bulgarije en Roemenië, en met name op artikel 41,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit (1), en met name op artikel 6, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 3, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1535/2003 van de Commissie van 29 augustus 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de steunregeling voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft (2) is bepaald dat de Commissie uiterlijk op 31 januari het steunbedrag voor tomaten voor verwerking bekendmaakt.

(2)

Voor de lidstaten van de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004 wordt de inachtneming van de in artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2201/96 bedoelde communautaire en nationale verwerkingsdrempels voor tomaten beoordeeld op basis van de hoeveelheden waarvoor steun is verleend in de laatste drie verkoopseizoenen waarvoor voor alle betrokken lidstaten definitieve gegevens beschikbaar zijn.

(3)

Voor de lidstaten die op 1 mei 2004 tot de Unie zijn toegetreden, wordt de inachtneming van de communautaire en nationale verwerkingsdrempels voor tomaten beoordeeld op basis van de hoeveelheden waarvoor in de verkoopseizoenen 2004/2005 en 2005/2006 daadwerkelijk steun is toegekend, en de hoeveelheden waarvoor steun voor het verkoopseizoen 2006/2007 is aangevraagd, zulks overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 416/2004 van de Commissie van 5 maart 2004 houdende overgangsmaatregelen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad en van Verordening (EG) nr. 1535/2003 wegens de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie (3).

(4)

De hoeveelheid in het kader van de steunregeling verwerkte tomaten die in aanmerking moet worden genomen om te beoordelen of de communautaire en nationale verwerkingsdrempels in acht zijn genomen, bedraagt 1 705 561 ton meer dan de communautaire drempel. Voor de lidstaten die hun verwerkingsdrempel hebben overschreden, moet voor het verkoopseizoen 2007/2008 het bij artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 vastgestelde steunbedrag voor tomaten voor verwerking derhalve overeenkomstig artikel 5, leden 2 en 4, van die verordening en artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 416/2004 worden gewijzigd.

(5)

De in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2201/96 bepaalde berekeningsmethode om te beoordelen of de nationale verwerkingsdrempels in acht zijn genomen, kan voor Bulgarije en Roemenië niet onmiddellijk worden toegepast. Daarom dienen uitvoeringsbepalingen te worden vastgesteld bij wijze van overgangsmaatregel. Voor het verkoopseizoen 2007/2008, waarvoor geen gegevens beschikbaar zijn om te beoordelen of de communautaire en nationale verwerkingsdrempels voor tomaten in die lidstaten in acht zijn genomen, dient de steun uit voorzorg vooraf te worden verlaagd met een bedrag dat alsnog zal worden uitgekeerd mocht aan het einde van dat verkoopseizoen blijken dat er geen overschrijding is geweest.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het verkoopseizoen 2007/2008 wordt de steun voor tomaten zoals bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2201/96 vastgesteld op de volgende bedragen:

a)

voor Tsjechië, Griekenland, Frankijk, Cyprus, Hongarije, Malta, Polen, Portugal en Slowakije: op 34,50 EUR/t;

b)

voor Italië: op 27,76 EUR/t;

c)

voor Spanje:

i)

op 34,50 EUR/t voor tomaten voor verwerking tot hele tomaten zonder schil,

ii)

op 12,75 EUR/t voor tomaten voor verwerking tot andere producten op basis van tomaten;

d)

voor Bulgarije en Roemenië: op 25,88 EUR/t.

Artikel 2

1.   Indien bij de berekening om voor het verkoopseizoen 2007/2008 te beoordelen of de drempel in acht is genomen, blijkt dat de communautaire drempel niet is overschreden, wordt na het verkoopseizoen 2007/2008 in Bulgarije en Roemenië een extra bedrag uitgekeerd dat gelijk is aan 25 % van de bij artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 vastgestelde steun.

2.   Indien de communautaire drempel is overschreden en de drempel in Bulgarije of Roemenië niet of met minder dan 25 % is overschreden, wordt na het verkoopseizoen 2007/2008 in die lidstaten een extra bedrag uitgekeerd.

Het in de eerste alinea bedoelde extra bedrag wordt vastgesteld op basis van de daadwerkelijke overschrijding van de betrokken nationale drempel, maar kan niet hoger zijn dan 25 % van de bij artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 vastgestelde steun.

3.   De berekening om voor het verkoopseizoen 2007/2008 te beoordelen of de nationale verwerkingsdrempels voor Bulgarije en Roemenië in acht zijn genomen, wordt gebaseerd op de hoeveelheden waarop de steunaanvragen voor het verkoopseizoen 2007/2008 betrekking hebben.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2004 van de Commissie (PB L 64 van 2.3.2004, blz. 25).

(2)   PB L 218 van 30.8.2003, blz. 14. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1663/2005 (PB L 267 van 12.10.2005, blz. 22).

(3)   PB L 68 van 6.3.2004, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 550/2005 (PB L 93 van 12.4.2005, blz. 3).


RICHTLIJNEN

3.2.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 28/12


RICHTLIJN 2007/3/EG VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2007

tot wijziging van de bijlagen I en II bij Richtlijn 96/74/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake textielbenamingen met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 96/74/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 inzake textielbenamingen (1), en met name op artikel 16, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 96/74/EG bevat voorschriften voor het aangeven van de vezelsamenstelling van producten door middel van een etiket of merk om de belangen van de consument te beschermen. Textielproducten mogen in de Gemeenschap alleen in de handel worden gebracht als zij aan de bepalingen van die richtlijn voldoen.

(2)

Gezien de recente constateringen van een technische werkgroep moet de vezel elastolefine aan de lijst van vezels in de bijlagen I en II bij Richtlijn 96/74/EG worden toegevoegd om die richtlijn aan de technische vooruitgang aan te passen.

(3)

Richtlijn 96/74/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de sector richtlijnen met betrekking tot de benamingen en de etikettering van textielproducten,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 96/74/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage I wordt het volgende nummer 46 toegevoegd:

„46

Elastolefine

Vezel die voor ten minste 95 gewichtspercenten bestaat uit gedeeltelijk vernette macromoleculen, opgebouwd uit ethyleen en ten minste één andere olefine, en die, door een trekkracht tot anderhalf maal haar aanvankelijke lengte gerekt, snel tot nagenoeg die aanvankelijke lengte terugkeert zodra de belasting wordt weggenomen”.

2)

In bijlage II wordt het volgende nummer 46 toegevoegd:

„46

Elastolefine

1,50 ”

Artikel 2

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 2 februari 2008 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2007.

Voor de Commissie

Günter VERHEUGEN

Vicevoorzitter


(1)   PB L 32 van 3.2.1997, blz. 38. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/3/EG van de Commissie (PB L 5 van 10.1.2006, blz. 14).


3.2.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 28/14


RICHTLIJN 2007/4/EG VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2007

tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 96/73/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde methoden voor de kwantitatieve analyse van binaire mengsels van textielvezels met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 96/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende bepaalde methoden voor de kwantitatieve analyse van binaire mengsels van textielvezels (1), en met name op artikel 5, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 96/74/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 inzake textielbenamingen (2) schrijft etikettering met de aanduiding van de vezelsamenstelling van textielproducten voor, waarbij met behulp van analysen wordt gecontroleerd of deze producten met de aanduidingen op het etiket overeenstemmen.

(2)

Richtlijn 96/73/EG voorziet in eenvormige methoden voor de kwantitatieve analyse van binaire mengsels van textielvezels.

(3)

Gezien de recente constateringen van een technische werkgroep is Richtlijn 96/74/EG aangepast aan de technische vooruitgang door de vezel elastolefine toe te voegen aan de lijst van vezels in de bijlagen I en II bij die richtlijn.

(4)

Daarom moeten er eenvormige testmethoden voor elastolefine worden vastgesteld.

(5)

Richtlijn 96/73/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de sector richtlijnen met betrekking tot de benamingen en de etikettering van textielproducten,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Richtlijn 96/73/EG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 2 februari 2008 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2007.

Voor de Commissie

Günter VERHEUGEN

Vicevoorzitter


(1)   PB L 32 van 3.2.1997, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/2/EG van de Commissie (PB L 5 van 10.1.2006, blz. 10).

(2)   PB L 32 van 3.2.1997, blz. 38. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/3/EG van de Commissie (PB L 5 van 10.1.2006, blz. 14).


BIJLAGE

Bijlage II bij Richtlijn 96/73/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Hoofdstuk I, afdeling I, wordt als volgt gewijzigd:

a)

in punt I.3 „Benodigdheden” worden de volgende gegevens ingevoegd:

„I.3.2.4.

Aceton

I.3.2.5.

Orthofosforzuur

I.3.2.6.

Ureum

I.3.2.7.

Natriumbicarbonaat”;

b)

punt I.6 „Voorbehandeling van het gereduceerd monster” wordt vervangen door:

„Wanneer het monster een element bevat dat buiten beschouwing blijft bij het berekenen van de percentages (artikel 12, lid 3, van Richtlijn 96/74/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 inzake textielbenamingen), begint men met het verwijderen daarvan door middel van een geschikte methode die de vezelbestanddelen niet aantast.

Met dit doel worden de niet-vezelbestanddelen die oplosbaar zijn in petroleumether en water, verwijderd door het aan de lucht gedroogde gereduceerde monster gedurende één uur en met ten minste zes cycli per uur met petroleumether te behandelen in een Soxhletapparaat. De petroleumether wordt daarna uit het monster verdampt, dat vervolgens met water wordt geëxtraheerd door een behandeling van het monster met water van kamertemperatuur gedurende één uur, gevolgd door een behandeling in water van 65 ° ± 5 °C, onder af en toe roeren, eveneens gedurende één uur, bij een vlotverhouding 1:100. Het overtollige water wordt uitgeperst, afgezogen of gecentrifugeerd, waarna het monster aan de lucht wordt gedroogd.

In het geval van elastolefine of vezelmengsels die elastolefine en andere vezels (wol, dierlijk haar, zijde, katoen, linnen, hennep, jute, abaca, alfa, kokos, brem, ramee, sisal, cupro, modal, proteïne, viscose, acryl, polyamide of nylon, polyester, elastomultiester) bevatten, moet de hierboven beschreven procedure enigszins worden gewijzigd, waarbij petroleumether door aceton moet worden vervangen.

In het geval van binaire mengsels die elastolefine en acetaat bevatten, wordt de volgende procedure als voorbehandeling toegepast. Extraheer het monster gedurende 10 minuten bij 80 °C met een oplossing die 25 g/l 50 % orthofosfoszuur en 50 g/l ureum bevat. De vlotverhouding bedraagt 1:100. Was het monster in water, laat het vervolgens uitdruipen en was het in een natriumbicarbonaatoplossing van 0,1 %, en was het ten slotte zorgvuldig in water.

Indien de niet-vezelbestanddelen niet kunnen worden geëxtraheerd met petroleumether en met water, dienen deze te worden verwijderd met behulp van een andere geschikte methode die geen van de vezelbestanddelen ernstig aantast. Er moet evenwel worden opgemerkt dat voor bepaalde ongebleekte natuurlijke plantaardige vezels (bv. jute, kokos) de normale voorbehandeling met petroleumether en water niet alle natuurlijke niet-vezelbestanddelen verwijdert; desondanks worden geen extra voorbehandelingen toegepast, wanneer het monster geen niet in petroleumether en water oplosbare apprets bevat.

In de analyserapporten wordt een uitvoerige beschrijving gegeven van de bij de voorbehandeling gevolgde methoden.”.

2)

Hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

„Bijzondere methoden — Samenvattende tabel” wordt vervangen door:

„2.   BIJZONDERE METHODEN — SAMENVATTENDE TABEL

Methode

Toepassingsgebied

Reagentia

Oplosbaar bestanddeel

Onoplosbaar bestanddeel

Nr. 1

Acetaat

Bepaalde andere vezels

Aceton

Nr. 2

Bepaalde proteïnevezels

Bepaalde andere vezels

Hypochloriet

Nr. 3

Viscose, cupro of bepaalde modaltypen

Katoen of elastolefine

Mierenzuur en zinkchloride

Nr. 4

Polyamide of nylon

Bepaalde andere vezels

Mierenzuur, 80 % m/m

Nr. 5

Acetaat

Triacetaat of elastolefine

Benzylalcohol

Nr. 6

Triacetaat of polylactide

Bepaalde andere vezels

Dichloormethaan

Nr. 7

Bepaalde cellulosevezels

Polyester, elastomultiester of elastolefine

75 % zwavelzuur m/m

Nr. 8

Acrylvezels, bepaalde modacrylvezels of bepaalde chloorvezels

Bepaalde andere vezels

Dimethylformamide

Nr. 9

Bepaalde chloorvezels

Bepaalde andere vezels

Zwavelkoolstof/aceton 55,5/44,5 (v/v)

Nr. 10

Acetaat

Bepaalde chloorvezels of elastolefine

IJsazijn

Nr. 11

Zijde

Wol, haar of elastolefine

Zwavelzuur, 75 % m/m

Nr. 12

Jute

Bepaalde dierlijke vezels

Methode door middel van stikstofbepaling

Nr. 13

Polypropeen

Bepaalde andere vezels

Xyleen

Nr. 14

Bepaalde andere vezels

Chloorvezels (homopolymeren van vinylchloride) of elastolefine

Methode met behulp van geconcentreerd zwavelzuur

Nr. 15

Chloorvezels, bepaalde modacrylsoorten, bepaalde elasthanen, acetaat, triacetaat

Bepaalde andere vezels

Cyclohexanon”;

b)

punt 1.2 van methode nr. 1 wordt vervangen door:

„2.

wol (1), dierlijk haar (2 en 3), zijde (4), katoen (5), linnen (7), hennep (8), jute (9), abaca (10), alfa (11), kokos (12), brem (13), ramee (14), sisal (15), cupro (21), modal (22), proteïne (23), viscose (25), acryl (26), polyamide of nylon (30), polyester (34), elastomultiester (45) en elastolefine (46).

Het is duidelijk dat deze methode niet van toepassing is op aan de oppervlakte gedeacetyleerd acetaat.”;

c)

punt 1.2 van methode nr. 2 wordt vervangen door:

„2.

katoen (5), cupro (21), viscose (25), acryl (26), chloorvezel (27), polyamide of nylon (30), polyester (34), polypropeen (36), elastaan (42), glasvezel (43), elastomultiester (45) en elastolefine (46).

Wanneer meer dan één soort eiwitvezel aanwezig is levert deze methode de totale hoeveelheid, maar niet de afzonderlijke gehalten daarvan.”;

d)

punt 1.2 van methode nr. 3 wordt vervangen door:

„2.

katoen (5) en elastolefine (46).”;

e)

punt 5 van methode nr. 3 wordt vervangen door:

„5.   BEREKENING

De resultaten worden berekend zoals aangegeven in het algemene gedeelte. De waarde van „d” bedraagt 1,02 voor katoen en 1,00 voor elastolefine.”;

f)

punt 1.2 van methode nr. 4 wordt vervangen door:

„2.

wol (1), dierlijk haar (2 en 3), katoen (5), cupro (21), modal (22), viscose (25), acryl (26), chloorvezel (27), polyester (34), polypropeen (36), glasvezel (43), elastomultiester (45) en elastolefine (46).

Zoals hierboven vermeld geldt deze methode voor mengsels die wol bevatten, maar wanneer het wolgehalte hoger ligt dan 25 % moet methode nr. 2 worden toegepast volgens welke de wol wordt opgelost in een oplossing van een alkalische natriumhypochlorietoplossing.”;

g)

punt 1 van methode nr. 5 wordt vervangen door:

„1.   TOEPASSINGSGEBIED

Deze methode is, na verwijdering van niet-vezelbestanddelen, geschikt voor binaire mengsels van:

acetaat (19)

met:

triacetaat (24) en elastolefine (46).”;

h)

methode nr. 6 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt 1.2 wordt vervangen door:

„2.

wol (1), dierlijk haar (2 en 3), zijde (4), katoen (5), cupro (21), modal (22), viscose (25), acryl (26), polyamide of nylon (30), polyester (34), glasvezel (43), elastomultiester (45) en elastolefine (46).

Opmerking

Triacetaatvezels die gedeeltelijk zijn verzeept door een speciale nabehandeling zijn niet meer volledig oplosbaar in het reagens. In dit geval kan de methode niet worden toegepast.”;

ii)

punt 5 wordt vervangen door:

„5.   BEREKENING

De resultaten worden berekend zoals aangegeven in het algemene gedeelte. De waarde van „d” bedraagt 1,00, behalve voor polyester, elastomultiester en elastolefine, waarvoor de waarde van „d” 1,01 bedraagt.”;

i)

punt 1.2 van methode nr. 7 wordt vervangen door:

„2.

polyester (34), elastomultiester (45) en elastolefine (46).”;

j)

punt 1.2 van methode nr. 8 wordt vervangen door:

„2.

wol (1), dierlijk haar (2 en 3), zijde (4), katoen (5), cupro (21), modal (22), viscose (25), polyamide of nylon (30), polyester (34), elastomultiester (45) en elastolefine (46).

Zij geldt eveneens voor acryl en bepaalde modacrylvezels die met metaalcomplexkleurstoffen zijn geverfd, maar zij is niet van toepassing voor dergelijke vezels die zijn geverfd met chromeringskleurstoffen.”;

k)

punt 1.2 van methode nr. 10 wordt vervangen door:

„2.

bepaalde chloorvezels (27), te weten polyvinylchloridevezels, al of niet nagechloreerd, en elastolefine (46).”;

l)

Methode nr. 11 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt 1.2 wordt vervangen door:

„2.

wol (1), dierlijk haar (2 en 3) en elastolefine (46)”;

ii)

punt 5 wordt vervangen door:

„5.   BEREKENING

De resultaten worden berekend zoals aangegeven in het algemene gedeelte. De waarde van „d” bedraagt 0,985 voor wol en 1,00 voor elastolefine.”;

m)

methode nr. 14 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt 1.1 wordt vervangen door:

„1.

chloorvezels (27) op basis van het homopolymeer van vinylchloride (al of niet nagechloreerd), elastolefine (46)

met:”;

ii)

punt 2 wordt vervangen door:

„2.   PRINCIPE

Uitgaande van een bekend drooggewicht van het mengsel worden de in punt 2 van paragraaf 1 vermelde vezels in geconcentreerd zwavelzuur (d 20 = 1,84 g/ml) opgelost. Het uit de chloorvezel of de elastolefine bestaande residu wordt verzameld, gewassen, gedroogd en gewogen; het gewicht wordt eventueel gecorrigeerd en uitgedrukt in procenten van het drooggewicht van het mengsel. Het percentage van de tweede bestanddelen wordt verkregen door aftrekking.”.


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Commissie

3.2.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 28/19


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 1 februari 2007

tot machtiging van bepaalde lidstaten om voor de enquête van 2007 naar de structuur van de landbouwbedrijven informatie uit andere bronnen dan statistische enquêtes te gebruiken

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 7173)

(Slechts de teksten in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Hongaarse, de Maltese, de Nederlandse, de Sloveense en de Zweedse taal zijn authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/80/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad van 29 februari 1988 houdende organisatie van communautaire enquêtes inzake de structuur van de landbouwbedrijven in het tijdvak van 1988 tot en met 1997 (1), en met name op artikel 8, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij de vaststelling van de kenmerken voor de enquête moet worden geprobeerd de belasting van de respondenten zoveel mogelijk te beperken. Sommige lidstaten hebben ingevolge artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 571/88 een machtiging gevraagd om voor de enquête van 2007 naar de structuur van de landbouwbedrijven voor bepaalde kenmerken reeds bestaande informatie uit andere bronnen dan statistische enquêtes te gebruiken.

(2)

De lidstaten die een machtiging hebben gevraagd om gegevens uit andere bronnen dan statistische enquêtes te gebruiken, hebben de Commissie technische documentatie verstrekt over de relevantie en nauwkeurigheid van deze bronnen. De Commissie heeft de documentatie onderzocht en acht deze adequaat. De door de lidstaten gevraagde machtiging moeten derhalve worden verleend.

(3)

De resultaten van de landbouwstructuurenquêtes zijn van groot belang voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Derhalve moet de informatie kwalitatief hoogwaardig blijven en is het gebruik van gegevens uit andere bronnen dan statistische enquêtes slechts toelaatbaar indien deze gegevens even betrouwbaar zijn als die uit statistische enquêtes. De lidstaten moeten dan ook verplicht worden de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de ingediende informatie ten minste dezelfde kwaliteit heeft als informatie uit statistische enquêtes; ook moet zij verslag uitbrengen over de kwaliteit.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1.   De in de bijlage vermelde lidstaten worden gemachtigd om voor de landbouwstructuurenquête van 2007 voor bepaalde kenmerken reeds bestaande informatie uit andere bronnen dan statistische enquêtes te gebruiken.

Deze bronnen zijn in de bijlage bij deze verordening vastgesteld.

2.   De betrokken lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 1 bedoelde informatie ten minste dezelfde kwaliteit heeft als informatie die uit statistische enquêtes afkomstig is.

Hiertoe behoort ook een beoordeling van de kwaliteit van de informatie in de methodologische verslagen die met de gevalideerde enquêtegegevens bij de Commissie moeten worden ingediend.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Slovenië, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 1 februari 2007.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)   PB L 56 van 2.3.1988, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1928/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 406 van 30.12.2006, blz. 7).


BIJLAGE

Lidstaat

Bronnen

Zoals vastgesteld in:

Denemarken

Geïntegreerd beheers- en controlesysteem

Verordening (EG) nr. 1782/2003 (1)

Register van biologische bedrijven

Verordening (EEG) nr. 2092/91 (2)

Identificatie- en registratieregeling voor runderen

Verordening (EG) nr. 1760/2000 (3)

Duitsland

Geïntegreerd beheers- en controlesysteem

Verordening (EG) nr. 1782/2003

Identificatie- en registratieregeling voor runderen

Verordening (EG) nr. 1760/2000

Estland

Register van biologische bedrijven

Verordening (EEG) nr. 2092/91

Luxemburg

Geïntegreerd beheers- en controlesysteem

Verordening (EG) nr. 1782/2003

Register van biologische bedrijven

Verordening (EEG) nr. 2092/91

Identificatie- en registratieregeling voor runderen

Verordening (EG) nr. 1760/2000

Hongarije

Register van biologische bedrijven

Verordening (EEG) nr. 2092/91

Malta

Geïntegreerd beheers- en controlesysteem

Verordening (EG) nr. 1782/2003

Identificatie- en registratieregeling voor runderen

Verordening (EG) nr. 1760/2000 en LN 311/2005 (nationale wetgeving) (4)

Gegevensbestand van de afdeling Voedsel- en veterinaire regelgeving over pluimveehouderijen en over schapen- en geitenhouderijen

LN 119/2005 (nationale wetgeving) (5)

Nederland

Geïntegreerd beheers- en controlesysteem

Verordening (EG) nr. 1782/2003

Register van biologische bedrijven

Verordening (EEG) nr. 2092/91

Nationaal register van landbouwbedrijven

HPA 16 (6), PPE 19 (7), PT 10 (8), PVV 38 (9) en Meststoffenwet van 27 november 1986 (10) (nationale wetgeving)

Oostenrijk

Geïntegreerd beheers- en controlesysteem

Verordening (EG) nr. 1782/2003

Identificatie- en registratieregeling voor runderen

Verordening (EG) nr. 1760/2000

Veterinair informatiesysteem

Richtlijn 64/432/EEG (11)

Slovenië

Geïntegreerd beheers- en controlesysteem

Verordening (EG) nr. 1782/2003

Identificatie- en registratieregeling voor runderen

Verordening (EG) nr. 1760/2000

Finland

Geïntegreerd beheers- en controlesysteem

Verordening (EG) nr. 1782/2003

Register van biologische bedrijven

Verordening (EEG) nr. 2092/91

Zweden

Geïntegreerd beheers- en controlesysteem

Verordening (EG) nr. 1782/2003

Register van biologische bedrijven

Verordening (EEG) nr. 2092/91

Identificatie- en registratieregeling voor runderen

Verordening (EG) nr. 1760/2000

Verenigd Koninkrijk

Geïntegreerd beheers- en controlesysteem

Verordening (EG) nr. 1782/2003

Identificatie- en registratieregeling voor runderen

Verordening (EG) nr. 1760/2000


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1.

(2)   PB L 198 van 22.7.1991, blz. 1.

(3)   PB L 204 van 11.8.2000, blz. 1.

(4)  Government Gazette of Malta nr. 17, 813 van 2.9.2005.

(5)  Government Gazette of Malta nr. 17, 757 van 22.4.2005.

(6)  Verordening HPA registratie en verstrekking van gegevens 2003, artikelen 2, 3 en 4.

(7)  Verordening HPA registratie en verstrekking van gegevens 2003, artikel 2.

(8)  Verordening PT algemene bepalingen 2006, artikel 2, leden 1, 2, en 3.

(9)  Verordening registratie en verstrekking van gegevens (PVV) 2003, artikel 2; Verordening registratie en verstrekking van gegevens vleesindustrie (PVV) 2002, artikel 2.

(10)  Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, 9 november 2005, artikel 31, juncto Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, artikelen 37, 38, en 45.

(11)   PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977/64.


3.2.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 28/23


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2007

tot wijziging van Beschikking 2004/452/EG tot vaststelling van een lijst van organen waarvan de onderzoekers voor wetenschappelijke doeleinden toegang hebben tot vertrouwelijke gegevens

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 92)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/81/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek (1), en met name op artikel 20, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 831/2002 van de Commissie van 17 mei 2002 tot tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek, met betrekking tot de toegang tot vertrouwelijke gegevens voor wetenschappelijke doeleinden (2) stelt, met het oog op statistische conclusies voor wetenschappelijke doeleinden, vast onder welke voorwaarden toegang kan worden verleend tot aan de communautaire instantie toegezonden vertrouwelijke gegevens, en bepaalt de regels voor samenwerking tussen de Gemeenschap en de nationale overheden ter vereenvoudiging van deze toegang.

(2)

Bij Beschikking 2004/452/EG van de Commissie (3) is een lijst van organen vastgesteld waarvan de onderzoekers voor wetenschappelijke doeleinden toegang hebben tot vertrouwelijke gegevens.

(3)

De University of Chicago (UofC), Illinois, Verenigde Staten van Amerika, moet worden beschouwd als een orgaan dat aan de vereiste voorwaarden voldoet, en moet derhalve worden toegevoegd aan de lijst van agentschappen, organisaties en instellingen zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 831/2002.

(4)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité statistisch geheim,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De bijlage bij Beschikking 2004/452/EG wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2007.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)   PB L 52 van 22.2.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(2)   PB L 133 van 18.5.2002, blz. 7. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1104/2006 (PB L 197 van 19.7.2006, blz. 3).

(3)   PB L 156 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerd in PB L 202 van 7.6.2004, blz. 1. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2006/699/EG (PB L 287 van 18.10.2006, blz. 36).


BIJLAGE

„BIJLAGE

ORGANEN WAARVAN DE ONDERZOEKERS VOOR WETENSCHAPPELIJKE DOELEINDEN TOEGANG HEBBEN TOT VERTROUWELIJKE GEGEVENS

Europese Centrale Bank

Spaanse centrale bank

Italiaanse centrale bank

Cornell University (staat New York, Verenigde Staten van Amerika)

Department of Political Science, Baruch College, New York City University (staat New York, Verenigde Staten van Amerika)

Duitse centrale bank

Eenheid Werkgelegenheidsanalyse van het directoraat-generaal Werkgelegenheid, sociale zaken en gelijke kansen van de Commissie

Universiteit van Tel Aviv (Israël)

Wereldbank

Center of Health and Wellbeing (CHW) van de Woodrow Wilson School of Public and International Affairs van de Princeton University, New Jersey, Verenigde Staten van Amerika

University of Chicago (UofC), Illinois, Verenigde Staten van Amerika”


3.2.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 28/25


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2007

inzake noodmaatregelen tot opschorting van de invoer van visserijproducten bestemd voor menselijke consumptie uit de Republiek Guinee

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 278)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/82/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name op artikel 53, lid 1, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij een recente inspectie van de diensten van de Commissie in de Republiek Guinee zijn ernstige hygiënische tekortkomingen geconstateerd in de hele productieketen van visserijproducten. Het gaat onder meer om een gebrekkige koudeketen, het gebruik van niet-drinkbaar water en slechte hygiënische omstandigheden aan boord van vaartuigen en in inrichtingen. Door deze tekortkomingen is er een grote kans op schadelijke verontreiniging van visserijproducten bestemd voor menselijke consumptie, en dus een ernstig risico voor de gezondheid van de consument.

(2)

Bij het inspectiebezoek bleek ook dat de bevoegde autoriteiten van de Republiek Guinee geen adequate hygiënecontroles verrichten, wat de situatie nog verergert.

(3)

Daarom moet de invoer van visserijproducten, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad (2), uit de Republiek Guinee met onmiddellijke ingang worden opgeschort. Gezien de ernst van de tekortkomingen die bij de inspectie zijn geconstateerd, moet de opschorting ook gelden voor visserijproducten die voordat deze beschikking van kracht wordt, naar de Gemeenschap zijn verzonden maar nog niet in de Gemeenschap zijn binnengebracht.

(4)

Deze beschikking zal opnieuw worden bezien afhankelijk van de garanties die de Republiek Guinee biedt en van een positief resultaat van een nieuwe inspectie door de diensten van de Commissie.

(5)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Toepassingsgebied

Deze beschikking is van toepassing op visserijproducten bestemd voor menselijke consumptie van oorsprong uit de Republiek Guinee.

Artikel 2

Verbod

De lidstaten verbieden de invoer van de in artikel 1 genoemde producten op hun grondgebied.

Dit verbod geldt voor alle zendingen producten die in grensinspectieposten in de Gemeenschap worden ontvangen, ongeacht of de zending in het land van oorsprong is geproduceerd, opgeslagen of gecertificeerd voordat deze beschikking van kracht wordt of niet.

Artikel 3

Kosten

Alle uit de toepassing van deze beschikking voortvloeiende uitgaven zijn voor rekening van de geadresseerde of zijn gemachtigde.

Artikel 4

Naleving

De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de maatregelen die zij nemen om aan deze beschikking te voldoen.

Artikel 5

Adressaten

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 575/2006 van de Commissie (PB L 100 van 8.4.2006, blz. 3).

(2)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55, gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).