|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 22 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
50e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
Verordening (EG) nr. 93/2007 van de Commissie van 30 januari 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) ( 1 ) |
|
|
|
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is |
|
|
|
|
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN |
|
|
|
|
Raad |
|
|
|
|
2007/50/EG |
|
|
|
* |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is
VERORDENINGEN
|
31.1.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 22/1 |
VERORDENING (EG, EURATOM) Nr. 89/2007 VAN DE RAAD
van 30 januari 2007
tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 2728/94 tot instelling van een Garantiefonds
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 308,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 203,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement (1),
Gezien het advies van de Rekenkamer (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Er dient efficiënter te worden gebruikgemaakt van de begrotingsmiddelen die worden gereserveerd voor het bij Verordening (EG, Euratom) nr. 2728/94 (3) ingestelde Garantiefonds en de met het begrotingsbeheer van het Garantiefonds samenhangende administratieve werkzaamheden moeten worden verminderd. |
|
(2) |
De transparantie en programmering van de begrotingstransacties met betrekking tot de voorziening van het Garantiefonds dienen te worden verbeterd. |
|
(3) |
Het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een gezond financieel beheer (4) behelst het meerjarige financiële kader van de Europese Unie voor de periode 2007-2013. Volgens het Interinstitutioneel Akkoord komen de financiële middelen voor het Garantiefonds tijdens die periode als verplichte uitgave op de algemene begroting van de Europese Unie te staan. |
|
(4) |
Het hoofddoel van het Garantiefonds moet blijven bestaan in het beschermen van de algemene begroting van de Europese Unie tegen schokken als gevolg van wanbetalingen op verstrekte of gegarandeerde leningen die door het Fonds worden gedekt. |
|
(5) |
Het Garantiefonds dekt wanbetalingen in verband met leningen die door de Europese Investeringsbank (hierna „de EIB” genoemd) zijn verstrekt en die door de Gemeenschap worden gegarandeerd op grond van het externe mandaat van de EIB. Overeenkomstig het externe mandaat van de EIB dat op 1 februari 2007 van kracht wordt, dekt het Garantiefonds bovendien wanbetalingen in verband met leninggaranties van de EIB die door de Gemeenschap worden gegarandeerd. |
|
(6) |
Verordening (EG, Euratom) nr. 2728/94 moet dus dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(7) |
Voor de vaststelling van deze verordening voorzien de Verdragen niet in andere bevoegdheden dan die van artikel 308 van het EG-Verdrag en artikel 203 van het EGA-Verdrag, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG, Euratom) nr. 2728/94 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 1 wordt de eerste alinea vervangen door: „Er wordt een Garantiefonds ingesteld, hierna „het Fonds” genoemd, waarvan de middelen bestemd zijn voor het uitbetalen van de crediteuren van de Gemeenschap indien de nemer van een door de Gemeenschap toegekende of gegarandeerde lening, of de houder van een door de Europese Investeringsbank verstrekte leninggarantie die door de Gemeenschap is gegarandeerd, in gebreke blijft.”. |
|
2) |
In artikel 2 wordt het eerste streepje vervangen door:
|
|
3) |
In artikel 3 wordt de derde alinea vervangen door: „Aan het begin van het jaar „n” wordt het verschil berekend tussen het streefbedrag en de waarde van de nettoactiva van het Fonds aan het einde van het jaar „n–1”. Indien er sprake is van een surplus, dan wordt dit in één enkele transactie naar een speciaal begrotingsonderdeel in de staat van ontvangsten van de algemene begroting van de Europese Unie van het jaar „n+1” teruggeboekt.”. |
|
4) |
Artikel 4 wordt vervangen door: „Artikel 4 Aan het begin van het jaar „n” wordt het verschil berekend tussen het streefbedrag en de waarde van de nettoactiva van het Fonds aan het einde van het jaar „n–1”. Het vereiste voorzieningsbedrag wordt in het jaar „n+1” in één enkele transactie uit de algemene begroting van de Europese Unie aan het Fonds overgemaakt.”. |
|
5) |
Artikel 5 wordt vervangen door: „Artikel 5 1. Indien, als gevolg van een of meer wanbetalingen, tijdens het jaar „n–1” een bedrag van meer dan 100 miljoen EUR vereist is voor het honoreren van garanties, wordt het deel van het bedrag dat hoger is dan 100 miljoen EUR vanaf het jaar „n+1” en in de daaropvolgende jaren in jaarlijkse tranches aan het Fonds overgemaakt totdat het volledig is teruggestort (afvlakkingsmechanisme). De omvang van de jaarlijkse tranche is het kleinste van de volgende twee bedragen:
Alle bedragen, voortvloeiende uit het honoreren van garanties in de jaren voorafgaande aan het jaar „n–1”, die nog niet geheel volgens het afvlakkingsmechanisme zijn teruggestort, worden terugbetaald voordat het afvlakkingsmechanisme voor wanbetalingen die zich in het jaar „n–1” of in de daarop volgende jaren voordoen, in werking treedt. Deze restbedragen zullen in mindering worden gebracht op het maximumbedrag dat jaarlijks op de algemene begroting van de Europese Unie kan worden verhaald, totdat het bedrag volledig aan het Fonds is terugbetaald. 2. De op dit afvlakkingsmechanisme gebaseerde berekeningen staan los van de in artikel 3, derde alinea, en artikel 4 bedoelde berekeningen. Dit neemt evenwel niet weg dat zij samen in één jaarlijkse overdracht resulteren. Voor het uitvoeren van de berekeningen overeenkomstig de artikelen 3 en 4 worden de krachtens dit afvlakkingsmechanisme uit de algemene begroting van de Europese Unie over te maken bedragen als nettoactiva van het Fonds behandeld. 3. Indien de middelen van het Fonds ten gevolge van het honoreren van garanties wegens een of meer aanzienlijke wanbetalingen dalen tot minder dan 80 % van het streefbedrag, stelt de Commissie de begrotingsautoriteit daarvan in kennis. 4. Indien de middelen van het Fonds ten gevolge van het honoreren van garanties wegens een of meer aanzienlijke wanbetalingen dalen tot minder dan 65 % van het streefbedrag, dient de Commissie een verslag in over de uitzonderingsmaatregelen die eventueel vereist zijn om het Fonds weer aan te vullen.”. |
|
6) |
De bijlage wordt geschrapt. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 januari 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
P. STEINBRÜCK
(1) Advies uitgebracht op 14 maart 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(2) PB C 313 van 9.12.2005, blz. 6.
(3) PB L 293 van 12.11.1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 2273/2004 (PB L 396 van 31.12.2004, blz. 28).
|
31.1.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 22/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 90/2007 VAN DE COMMISSIE
van 30 januari 2007
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 31 januari 2007.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 januari 2007.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 30 januari 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
IL |
198,4 |
|
MA |
68,0 |
|
|
TN |
142,7 |
|
|
TR |
166,9 |
|
|
ZZ |
144,0 |
|
|
0707 00 05 |
MA |
58,1 |
|
TR |
195,3 |
|
|
ZZ |
126,7 |
|
|
0709 90 70 |
MA |
58,2 |
|
TR |
139,7 |
|
|
ZZ |
99,0 |
|
|
0709 90 80 |
EG |
26,8 |
|
ZZ |
26,8 |
|
|
0805 10 20 |
EG |
46,0 |
|
IL |
55,5 |
|
|
MA |
50,0 |
|
|
TN |
48,7 |
|
|
TR |
69,0 |
|
|
ZZ |
53,8 |
|
|
0805 20 10 |
MA |
82,2 |
|
TR |
21,5 |
|
|
ZZ |
51,9 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
EG |
88,0 |
|
IL |
67,4 |
|
|
MA |
59,5 |
|
|
TR |
65,8 |
|
|
ZZ |
70,2 |
|
|
0805 50 10 |
EG |
53,9 |
|
TR |
55,8 |
|
|
ZZ |
54,9 |
|
|
0808 10 80 |
CA |
103,5 |
|
CN |
92,3 |
|
|
TR |
99,7 |
|
|
US |
125,7 |
|
|
ZZ |
105,3 |
|
|
0808 20 50 |
US |
100,1 |
|
ZA |
102,6 |
|
|
ZZ |
101,4 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „andere oorsprong”.
|
31.1.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 22/5 |
VERORDENING (EG) Nr. 91/2007 VAN DE COMMISSIE
van 30 januari 2007
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1483/2006 ten aanzien van de hoeveelheden die valllen onder de permanente openbare inschrijving voor de verkoop op de markt van de Gemeenschap van graan dat in het bezit is van de interventiebureaus van de lidstaten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1483/2006 van de Commissie (2) zijn permanente openbare inschrijvingen geopend voor de verkoop op de markt van de Gemeenschap van graan dat in het bezit is van de interventiebureaus van de lidstaten. |
|
(2) |
Gezien de situatie op de markt voor zachte tarwe, gerst en maïs in de Gemeenschap en de ontwikkeling van de vraag naar graan die de laatste weken in de verschillende regio’s is geconstateerd, moeten in bepaalde lidstaten nieuwe hoeveelheden graan uit de interventievoorraden ter beschikking worden gesteld. Derhalve moet de desbetreffende interventiebureaus toestemming worden gegeven om de hoeveelheden waarvoor de respectieve inschrijvingen worden gehouden, te verhogen met 28 724 ton in Frankrijk, wat zachte tarwe betreft, met 20 332 ton in Finland en met 9 363 ton in Litouwen, wat gerst betreft, en met 500 000 ton in Hongarije, wat maïs betreft. |
|
(3) |
Verordening (EG) nr. 1483/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1483/2006 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 januari 2007.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 276 van 7.10.2006, blz. 58. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 53/2007 (PB L 17 van 24.1.2007, blz. 8).
BIJLAGE
„BIJLAGE I
LIJST VAN DE OPENBARE INSCHRIJVINGEN
|
Lidstaat |
Voor de verkoop op de markt van de Gemeenschap beschikbare hoeveelheden (in ton) |
Interventiebureau Naam, adres en contactgegevens |
||||||||||||||
|
Zachte tarwe |
Gerst |
Maïs |
Rogge |
|||||||||||||
|
БЪЛГАРИЯ |
— |
— |
— |
— |
|
|||||||||||
|
België |
51 859 |
6 340 |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Česká republika |
0 |
0 |
0 |
— |
|
|||||||||||
|
Danmark |
174 021 |
28 830 |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Deutschland |
1 350 000 |
767 343 |
— |
336 565 |
|
|||||||||||
|
Eesti |
0 |
0 |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Elláda |
— |
— |
— |
— |
|
|||||||||||
|
España |
— |
— |
— |
— |
|
|||||||||||
|
France |
28 724 |
318 778 |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Ireland |
— |
0 |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Italia |
— |
— |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Kypros/Kibris |
— |
— |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Latvija |
27 020 |
0 |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Lietuva |
0 |
35 150 |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Luxembourg |
— |
— |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Magyarország |
350 000 |
0 |
1 400 000 |
— |
|
|||||||||||
|
Malta |
— |
— |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Nederland |
— |
— |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Österreich |
0 |
22 461 |
0 |
— |
|
|||||||||||
|
Polska |
44 440 |
41 927 |
0 |
— |
|
|||||||||||
|
Portugal |
— |
— |
— |
— |
|
|||||||||||
|
România |
— |
— |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Slovenija |
— |
— |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Slovensko |
0 |
0 |
227 699 |
— |
|
|||||||||||
|
Suomi/Finland |
30 000 |
95 332 |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Sverige |
172 272 |
58 004 |
— |
— |
|
|||||||||||
|
United Kingdom |
— |
24 825 |
— |
— |
|
|||||||||||
|
Een streepje („—”) betekent dat er voor dat graan geen interventievoorraden zijn in de betrokken lidstaat” |
||||||||||||||||
|
31.1.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 22/10 |
VERORDENING (EG) Nr. 92/2007 VAN DE COMMISSIE
van 30 januari 2007
houdende vaststelling, voor het verkoopseizoen 2006/2007, van een aanvullende hoeveelheid ruwe rietsuiker van oorsprong uit de ACS-staten en India voor de voorziening van raffinaderijen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 29, lid 4, tweede alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 29, lid 4, van Verordening (EG) nr. 318/2006 is bepaald dat de toepassing van de invoerrechten voor ruwe rietsuiker van oorsprong uit de in bijlage VI bij die verordening genoemde staten wordt geschorst voor de aanvullende hoeveelheid die nodig is om voor elk van de verkoopseizoenen 2006/2007, 2007/2008 en 2008/2009 een toereikende voorziening van de voltijdraffinaderijen mogelijk te maken. |
|
(2) |
Deze aanvullende hoeveelheid moet worden berekend overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EG) nr. 950/2006 van de Commissie van 28 juni 2006 tot vaststelling, voor de verkoopseizoenen 2006/2007, 2007/2008 en 2008/2009, van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer en de raffinage van suikerproducten in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten (2), op basis van een exhaustieve geraamde voorzieningsbalans voor de Gemeenschap voor ruwe suiker. Voor het verkoopseizoen 2006/2007 is uit die balans gebleken dat een aanvullende hoeveelheid ruwe suiker moet worden ingevoerd om aan de behoeften van de raffinaderijen in de Gemeenschap te voldoen. |
|
(3) |
Bij Verordening (EG) nr. 1249/2006 van de Commissie van 18 augustus 2006 tot vaststelling van de aanvullende hoeveelheid ruwe rietsuiker van oorsprong uit de ACS-staten en India voor de voorziening van raffinaderijen in de periode van 1 juli 2006 tot en met 30 september 2007 (3) is een eerste aanvullende hoeveelheid van 82 500 ton vastgesteld om te voldoen aan de meest dringende voorzieningsbehoeften in de eerste maanden van het verkoopseizoen 2006/2007. Aangezien geen suiker aan de markt zal worden onttrokken overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EG) nr. 318/2006 zal de traditionele voorzieningsbehoefte aan suiker voor raffinage, als bedoeld in artikel 29, lid 1, van die verordening, niet worden verminderd. Bovendien is het suikerquotum van Portugal in het verkoopseizoen 2006/2007 met meer dan 50 % verlaagd. Derhalve moet, overeenkomstig artikel 29, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 318/2006, de op grond van artikel 29, lid 1, van die verordening vastgestelde traditionele voorzieningsbehoefte voor Portugal worden verhoogd met 35 000 ton extra. |
|
(4) |
Om een adequate voorziening van de raffinaderijen in de Gemeenschap te garanderen, is het derhalve aangewezen om voor het verkoopseizoen 2006/2007 te voorzien in een aanvullende hoeveelheid suiker van 120 000 ton. |
|
(5) |
Deze adequate voorziening kan enkel worden gegarandeerd indien de traditionele uitvoerovereenkomsten tussen de begunstigde landen worden nageleefd. Daarom moet een opsplitsing worden gemaakt naar begunstigde landen of groepen van landen. Voor India komen de bij Verordening (EG) nr. 1249/2006 vastgestelde hoeveelheden reeds overeen met de traditioneel ingevoerde hoeveelheid. Derhalve wordt voor India een beperkte hoeveelheid van 3 500 ton geopend. De resterende hoeveelheid moet worden vastgesteld voor de ACS-staten, die er zich collectief toe hebben verbonden de procedures voor de toewijzing van hoeveelheden in onderling overleg ten uitvoer te leggen teneinde de adequate voorziening van de raffinaderijen te garanderen. |
|
(6) |
Voorafgaand aan de invoer van deze aanvullende hoeveelheid suiker dienen de raffinaderijen met de begunstigde landen en de betrokken handelaren de nodige leverings- en verzendingsregelingen te treffen. Om de betrokkenen de gelegenheid te geven de nodige schikkingen te treffen voor het tijdig aanvragen van de invoercertificaten, moet deze verordening in werking treden op de datum van bekendmaking ervan. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bovenop de in Verordening (EG) nr. 1249/2006 vastgestelde hoeveelheden wordt, voor het verkoopseizoen 2006/2007, een aanvullende hoeveelheid van 120 000 ton aanvullende ruwe rietsuiker, uitgedrukt in wittesuikerequivalent, vastgesteld, verdeeld als volgt:
|
a) |
116 500 ton wittesuikerequivalent van oorsprong uit de in bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 318/2006 genoemde landen, met uitzondering van India; |
|
b) |
3 500 ton wittesuikerequivalent van oorsprong uit India. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 januari 2007.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2011/2006 (PB L 384 van 29.12.2006, blz. 1).
(2) PB L 178 van 1.7.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2031/2006 (PB L 414 van 30.12.2006, blz. 43).
|
31.1.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 22/12 |
VERORDENING (EG) Nr. 93/2007 VAN DE COMMISSIE
van 30 januari 2007
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS)
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wijziging van de verordeningen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (1), en met name op artikel 7,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 2099/2002 is het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) opgericht. |
|
(2) |
De rol van het COSS bestaat erin de taken te centraliseren van de comités die zijn opgericht in het kader van de communautaire wetgeving op het gebied van maritieme veiligheid, voorkoming van verontreiniging door schepen en bescherming van de levens- en arbeidsomstandigheden aan boord van schepen. |
|
(3) |
Bij alle nieuwe communautaire wetgeving die op het gebied van maritieme veiligheid wordt vastgesteld, moet worden voorzien in de inschakeling van het COSS. |
|
(4) |
In artikel 7 van Verordening (EG) nr. 789/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de overdracht van vracht- en passagiersschepen tussen registers binnen de Gemeenschap en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 613/91 van de Raad (2), artikel 13 van Richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken (3) en artikel 12 van Verordening (EG) nr. 336/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 inzake de implementatie van de Internationale Veiligheidsmanagementcode in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 3051/95 van de Raad (4) is bepaald dat de Commissie bij de toepassing van deze verordeningen wordt bijgestaan door het COSS. |
|
(5) |
Verordening (EG) nr. 2099/2002 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS), |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De volgende punten worden toegevoegd aan artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2099/2002:
|
„t) |
Verordening (EG) nr. 789/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de overdracht van vracht- en passagiersschepen tussen registers binnen de Gemeenschap en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 613/91 van de Raad (*1); |
|
u) |
Richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken (*2); |
|
v) |
Verordening (EG) nr. 336/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 inzake de implementatie van de Internationale Veiligheidsmanagementcode in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 3051/95 van de Raad (*3). |
(*1) PB L 138 van 30.4.2004, blz. 19."
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 januari 2007.
Voor de Commissie
Jacques BARROT
Vicevoorzitter
(1) PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 415/2004 van de Commissie (PB L 68 van 6.3.2004, blz. 10).
(2) PB L 138 van 30.4.2004, blz. 19.
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN
Raad
|
31.1.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 22/14 |
BESCHIKKING VAN DE RAAD
van 30 januari 2007
waarbij Roemenië wordt gemachtigd om een verlaagd btw-tarief toe te passen op bepaalde arbeidsintensieve diensten als bedoeld in artikel 106 van Richtlijn 2006/112/EG
(2007/50/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het Toetredingsverdrag van 2005 (1), en met name op artikel 4, lid 3,
Gelet op de Toetredingsakte van 2005 (2), en met name op artikel 55,
Gelet op Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (3), en met name op artikel 106,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad kan een lidstaat machtigen om een verlaagd btw-tarief toe te passen op bepaalde arbeidsintensieve diensten, die aan de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde voorwaarden moeten voldoen en in bijlage IV bij die richtlijn moeten zijn vermeld. |
|
(2) |
Bij Richtlijn 2006/112/EG is de toepassingsduur van de verlaagde btw-tarieven verlengd tot en met 31 december 2010. Dit biedt de lidstaten die voor het eerst van die bepalingen willen gebruikmaken en de lidstaten die de lijst willen wijzigen van diensten waarvoor zij die bepalingen reeds toepasten, de mogelijkheid een daartoe strekkend verzoek bij de Commissie in te dienen. |
|
(3) |
Dit strekt ertoe alle lidstaten de mogelijkheid te bieden om onder dezelfde voorwaarden aan het experiment met verlaagde tarieven voor arbeidsintensieve diensten deel te nemen. Bijgevolg dienen de toetredingslanden, vanaf de datum van hun toetreding tot de Europese Unie, dezelfde mogelijkheid te krijgen om een verlaagd btw-tarief toe te passen op bepaalde arbeidsintensieve diensten. |
|
(4) |
Bij brief van 31 maart 2006 heeft Roemenië verzocht om een verlaagd btw-tarief te mogen toepassen op bepaalde arbeidsintensieve diensten die onder dat experiment vallen. |
|
(5) |
Teneinde de gelijkheid tussen de lidstaten te garanderen, dient deze beschikking van toepassing te zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië. |
|
(6) |
Deze beschikking zal geen gevolgen hebben voor de eigen middelen van de Europese Gemeenschappen uit de btw, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:
Artikel 1
Krachtens artikel 55 van de Toetredingsakte van 2005 juncto de artikelen 106 en 108 van Richtlijn 2006/112/EG wordt Roemenië gemachtigd om vanaf de datum van inwerkingtreding van het Toetredingsverdrag van 2005 tot en met 31 december 2010 op de volgende in de punten 1 en 4 van bijlage IV bij Richtlijn 2006/112/EG genoemde diensten de verlaagde tarieven als bedoeld in artikel 98 toe te passen:
|
a) |
kleine hersteldiensten met betrekking tot kleding en huishoudlinnen (ook herstellen en vermaken); |
|
b) |
thuiszorg. |
Artikel 2
Deze beschikking is van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van het Toetredingsverdrag van 2005. Zij vervalt op 31 december 2010.
Artikel 3
Deze beschikking is gericht tot Roemenië.
Gedaan te Brussel, 30 januari 2007.
Voor de Raad
De voorzitter
P. STEINBRÜCK
(1) PB L 157 van 21.6.2005, blz. 11.
(2) PB L 157 van 21.6.2005, blz. 203.
(3) PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2006/138/EG (PB L 384 van 29.12.2006, blz. 92).
Rectificaties
|
31.1.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 22/16 |
Rectificatie van Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen
( Publicatieblad van de Europese Unie L 338 van 22 december 2005 )
Bladzijde 19, voetnoot 7:
in plaats van:
„harde kazen”,
te lezen:
„kaas”.