|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 230 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
49e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing |
Bladzijde |
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
|
|
|
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing |
|
|
|
|
Commissie |
|
|
|
* |
Beschikking van de Commissie van 23 augustus 2006 inzake noodmaatregelen met betrekking tot het niet-toegelaten genetisch gemodificeerde organisme LL RICE 601 in rijstproducten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 3863) ( 1 ) |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing
|
24.8.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 230/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 1260/2006 VAN DE COMMISSIE
van 23 augustus 2006
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 24 augustus 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 augustus 2006.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 23 augustus 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0707 00 05 |
052 |
69,0 |
|
999 |
69,0 |
|
|
0709 90 70 |
052 |
71,8 |
|
999 |
71,8 |
|
|
0805 50 10 |
388 |
64,1 |
|
524 |
55,4 |
|
|
528 |
56,3 |
|
|
999 |
58,6 |
|
|
0806 10 10 |
052 |
78,4 |
|
220 |
57,7 |
|
|
624 |
138,5 |
|
|
999 |
91,5 |
|
|
0808 10 80 |
388 |
89,5 |
|
400 |
94,5 |
|
|
404 |
87,6 |
|
|
508 |
84,4 |
|
|
512 |
82,5 |
|
|
528 |
84,7 |
|
|
720 |
81,3 |
|
|
800 |
149,6 |
|
|
804 |
96,3 |
|
|
999 |
94,5 |
|
|
0808 20 50 |
052 |
121,6 |
|
388 |
102,4 |
|
|
999 |
112,0 |
|
|
0809 30 10 , 0809 30 90 |
052 |
130,2 |
|
999 |
130,2 |
|
|
0809 40 05 |
052 |
39,5 |
|
098 |
47,3 |
|
|
624 |
149,1 |
|
|
999 |
78,6 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.
|
24.8.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 230/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 1261/2006 VAN DE COMMISSIE
van 23 augustus 2006
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 219/2006 betreffende de opening en de wijze van beheer van het tariefcontingent voor de invoer van bananen van GN-code 0803 00 19 , van oorsprong uit ACS-landen, voor de periode van 1 maart tot en met 31 december 2006
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1964/2005 van de Raad van 29 november 2005 inzake de invoertarieven voor bananen (1), en met name op artikel 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 219/2006 van de Commissie (2) is een lijst opgenomen van de voor de toepassing van de invoerregeling bevoegde autoriteiten van de lidstaten. Deze lijst moet naar aanleiding van de mededeling van een bepaalde lidstaat worden gewijzigd. |
|
(2) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor bananen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 219/2006 worden de gegevens van Luxemburg vervangen door:
|
„Luxemburg |
|
Direction des Douanes et Accises |
|
Division „Douane/Valeur” |
|
26, Place de la Gare |
|
L-1616 Luxembourg”. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 augustus 2006.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 316 van 2.12.2005, blz. 1.
(2) PB L 38 van 9.2.2006, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 966/2006 (PB L 176 van 30.6.2006, blz. 21).
|
24.8.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 230/4 |
VERORDENING (EG) Nr. 1262/2006 VAN DE COMMISSIE
van 23 augustus 2006
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad, wat betreft de lijst van vaartuigen die illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde visvangst bedrijven in de Noord-Atlantische Oceaan
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad van 22 december 2005 tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (1), en met name op bijlage III, punt 13.2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Europese Gemeenschap is sinds 1981 partij bij het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (2). |
|
(2) |
In mei 2006 heeft de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) een aanbeveling goedgekeurd tot wijziging van de lijst van vaartuigen waarvan is aangetoond dat zij illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde visvangst hebben bedreven. Deze aanbeveling moet worden omgezet in communautaire wetgeving. |
|
(3) |
Verordening (EG) nr. 51/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Aanhangsel 4 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 51/2006 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 augustus 2006.
Voor de Commissie
Joe BORG
Lid van de Commissie
(1) PB L 16 van 20.1.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 941/2006 (PB L 173 van 27.6.2006, blz. 1).
BIJLAGE
Aanhangsel 4 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 51/2006 komt als volgt te luiden:
„Aanhangsel 4 van bijlage III
Door de NEAFC bevestigde lijst van vaartuigen die illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde visserij bedrijven
|
IMO (1)-identificatienummer |
Naam van het vaartuig (2) |
Vlaggenstaat (2) |
|
6719419 |
GRAN SOL |
Panama |
|
7321374 |
FONTE NOVA |
Panama |
|
7332218 |
IANNIS I |
Panama |
|
7347407 |
SUNNY JANE |
Belize |
|
7385174 |
MURTOSA |
Togo |
|
7700104 |
BRIZ |
Panama |
|
7803255 |
KERGUELEN |
Guinee (Conakry) |
|
8028424 |
ICE BAY |
Cambodja |
|
8326319 |
PAVLOVSK |
Georgië |
|
8422838 |
ISABELLA |
Georgië |
|
8422852 |
DOLPHIN |
Georgië |
|
8522030 |
CARMEN |
Georgië |
|
8522042 |
JUANITA |
Georgië |
|
8522119 |
EVA |
Georgië |
|
8522169 |
ROSITA |
Georgië |
|
8606836 |
ULLA |
Georgië |
(1) International Maritime Organisation — Internationale Maritieme Organisatie.
(2) Wijzigingen van namen en vlaggen, alsmede aanvullende informatie over de vaartuigen is beschikbaar op de website van de NEAFC: www.neafc.org”.
|
24.8.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 230/6 |
VERORDENING (EG) Nr. 1263/2006 VAN DE COMMISSIE
van 23 augustus 2006
houdende afwijking van de Verordeningen (EG) nr. 1464/95, (EG) nr. 174/1999, (EG) nr. 800/1999, (EG) nr. 1291/2000, (EG) nr. 1342/2003, (EG) nr. 633/2004, (EG) nr. 1138/2005, (EG) nr. 951/2006 en (EG) nr. 958/2006, wat de uitvoer van landbouwproducten naar Libanon betreft
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2777/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector slachtpluimvee (1), en met name op artikel 3, lid 2, artikel 8, lid 12, en artikel 15 en op de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten voor landbouwproducten,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De gemeenschappelijke regels voor de uitvoer van landbouwproducten zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie van 15 april 1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (2) en bij Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (3). |
|
(2) |
De uitzonderlijke omstandigheden in Libanon hebben ernstige schade toegebracht aan de economische belangen van de exporteurs en de daaruit voortvloeiende situatie heeft een negatieve invloed op de mogelijkheden tot uitvoer overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 800/1999 en (EG) nr. 1291/2000. |
|
(3) |
Daarom is het noodzakelijk deze schadelijke gevolgen te beperken door bijzondere maatregelen vast te stellen om uitvoertransacties die door de hierboven bedoelde omstandigheden niet volledig konden worden afgewikkeld, te regulariseren. Er is met name behoefte aan afwijkingen van een aantal bepalingen inzake exportprocedures, onder meer met betrekking tot termijnen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 800/1999, Verordening (EG) nr. 1291/2000, Verordening (EG) nr. 174/1999 van de Commissie van 26 januari 1999 tot vaststelling van de specifieke uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad inzake de uitvoercertificaten en de uitvoerrestituties in de sector melk en zuivelproducten (4), Verordening (EG) nr. 1342/2003 van de Commissie van 28 juli 2003 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst (5) en Verordening (EG) nr. 633/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de regeling van uitvoercertificaten in de sector slachtpluimvee (6). |
|
(4) |
Wat producten van de suikersector betreft, dient te worden voorzien in afwijkingen van Verordening (EG) nr. 1464/95 van de Commissie van 27 juni 1995 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake de regeling van invoer- en uitvoercertificaten in de sector suiker (7), met betrekking tot certificaten die vóór 1 juli 2006 zijn aangevraagd, van Verordening (EG) nr. 1138/2005 van de Commissie van 15 juli 2005 betreffende een permanente inschrijving voor het verkoopseizoen 2005/2006 voor de vaststelling van heffingen en/of restituties bij uitvoer van witte suiker (8), van Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (9), met betrekking tot certificaten die vanaf 1 juli 2006 zijn aangevraagd, en van Verordening (EG) nr. 958/2006 van de Commissie van 28 juni 2006 betreffende een permanente inschrijving voor het verkoopseizoen 2006/2007 voor de vaststelling van restituties bij uitvoer van witte suiker (10). |
|
(5) |
De afwijkingen gelden slechts voor marktdeelnemers die aan de hand van de uitvoerdocumenten of de documenten zoals vermeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4045/89 van de Raad van 21 december 1989 inzake de door de lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Orientatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van Richtlijn 77/435/EEG (11), kunnen aantonen dat de producten waren bestemd voor uitvoer naar Libanon. |
|
(6) |
Om de schadelijke gevolgen voor alle marktdeelnemers die de uitzonderlijke omstandigheden in Libanon kunnen hebben ondervonden, op te vangen, dient deze verordening met ingang van 1 juli 2006 van toepassing te zijn. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van de betrokken comités van beheer, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. In afwijking van artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1464/1995, artikel 6 van Verordening (EG) nr. 174/1999, artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1342/2003, artikel 2 van Verordening (EG) nr. 633/2004, artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1138/2005, artikel 8 van Verordening (EG) nr. 951/2006 en artikel 12, lid 2, van Verordening (EG) nr. 958/2006 wordt de geldigheidsduur van de uitvoercertificaten die op grond van die verordeningen zijn afgegeven en uiterlijk op 20 juli 2006 zijn aangevraagd, op verzoek van de titularis van het certificaat, verlengd met:
|
a) |
drie maanden voor certificaten waarvan de geldigheidsduur in juli verstrijkt; |
|
b) |
twee maanden voor certificaten waarvan de geldigheidsduur in augustus verstrijkt; |
|
c) |
één maand voor certificaten waarvan de geldigheidsduur in september verstrijkt. |
2. In afwijking van artikel 32, lid 1, onder b), punt i), van Verordening (EG) nr. 1291/2000 en artikel 7, lid 1, en artikel 34, lid 1, van Verordening (EG) nr. 800/1999 wordt de termijn van 60 dagen op verzoek van de exporteur verlengd tot 150 dagen wanneer het gaat om producten waarvoor uiterlijk op 20 juli 2006 de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld of die uiterlijk op die datum onder een regeling zijn geplaatst die wordt vermeld in de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 565/80 van de Raad (12).
3. De in artikel 25, lid 1, en artikel 35, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 800/1999 vastgestelde verhogingen met respectievelijk 10 % en 15 %, alsmede de in artikel 18, lid 3, van die verordening vastgestelde verlaging met 20 % gelden niet voor uitvoertransacties op grond van certificaten die uiterlijk op 20 juli 2006 zijn aangevraagd.
Indien het recht op restitutie vervalt vanwege de uitzonderlijke omstandigheden in Libanon, wordt de in artikel 51, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 800/1999 bedoelde sanctie niet toegepast.
Artikel 2
Artikel 1 is van toepassing op de producten van de punten 1, 2, 3, 4, 7, 9, 13 en 14 in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (13), voorzover de betrokken exporteur ten genoegen van de bevoegde autoriteiten kan aantonen dat de producten waren bestemd voor uitvoer naar Libanon.
De bevoegde autoriteiten baseren hun oordeel op het uitvoercertificaat, de uitvoeraangifte of de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4045/89 bedoelde handelsdocumenten.
Artikel 3
Uiterlijk op 31 januari 2007 delen de lidstaten aan de Commissie mee welke producthoeveelheden onder elk van de in artikel 1 vastgestelde maatregelen vallen, met vermelding van de nummers en de data van afgifte van de certificaten, de hoeveelheid producten uitgesplitst naar hun code in de nomenclatuur voor de uitvoerrestituties, alsmede de oorspronkelijke en de verlengde geldigheidsduur van de certificaten.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 augustus 2006.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 282 van 1.11.1975, blz. 77. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 679/2006 (PB L 119 van 4.5.2006, blz. 1).
(2) PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 671/2004 (PB L 105 van 14.4.2004, blz. 5).
(3) PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 410/2006 (PB L 71 van 10.3.2006, blz. 7).
(4) PB L 20 van 27.1.1999, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 508/2006 (PB L 92 van 30.3.2006, blz. 10).
(5) PB L 189 van 29.7.2003, blz. 12. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 988/2006 (PB L 176 van 30.6.2006, blz. 98).
(6) PB L 100 van 6.4.2004, blz. 8. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1498/2004 (PB L 275 van 25.5.2004, blz. 8).
(7) PB L 144 van 28.6.1995, blz. 14. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 96/2004 (PB L 15 van 22.1.2004, blz. 3).
(8) PB L 185 van 16.7.2005, blz. 3.
(9) PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.
(10) PB L 175 van 29.6.2006, blz. 49.
(11) PB L 388 van 30.12.1989, blz. 18. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2154/2002 (PB L 328 van 5.12.2002, blz. 4).
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing
Commissie
|
24.8.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 230/8 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 23 augustus 2006
inzake noodmaatregelen met betrekking tot het niet-toegelaten genetisch gemodificeerde organisme „LL RICE 601” in rijstproducten
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 3863)
(Voor de EER relevante tekst)
(2006/578/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name op artikel 53, lid 2, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 4, lid 2, en artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (2) mogen in de Gemeenschap geen genetisch gemodificeerde levensmiddelen of diervoeders in de handel worden gebracht tenzij daarvoor overeenkomstig die verordening een vergunning is verleend. Overeenkomstig artikel 4, lid 3, en artikel 16, lid 3, van genoemde verordening mag slechts een vergunning voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen of diervoeders worden verleend indien afdoende en voldoende is aangetoond dat deze geen negatieve effecten op de menselijke gezondheid, op de diergezondheid of op het milieu hebben, dat zij de consument of de gebruiker niet misleiden en dat zij niet zodanig verschillen van de levensmiddelen of diervoeders ter vervanging waarvan zij zijn bedoeld, dat de normale consumptie ervan vanuit voedingsoogpunt voor mens of dier nadelig zou zijn. |
|
(2) |
Op 18 augustus 2006 hebben de autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika (hierna „de Amerikaanse autoriteiten” genoemd) de Commissie medegedeeld dat met genetisch gemodificeerde rijst „LL RICE 601” verontreinigde rijstproducten (hierna „de verontreinigde producten” genoemd), waarvoor geen vergunning voor het in de handel brengen in de Gemeenschap is verleend, zijn aangetroffen in rijstmonsters die in de handel in de VS waren genomen van commerciële langkorrelige rijst van de oogst van 2005. De verontreiniging van de producten werd op 31 juli 2006 door Bayer Crop Science, het bedrijf dat de genetisch gemodificeerde rijst „LL RICE 601” heeft ontwikkeld, aan de Amerikaanse autoriteiten gemeld. De Amerikaanse autoriteiten hebben de Commissie later meegedeeld dat nog steeds niet bekend is in hoeverre de voorzieningsketen verontreinigd is en dat op dit moment niet kan worden aangegeven of er verontreinigde producten naar de Gemeenschap uitgevoerd zijn. Voorts hebben de Amerikaanse autoriteiten de Commissie medegedeeld dat voor deze producten evenmin een vergunning voor het in de handel brengen in de Verenigde Staten is verleend. |
|
(3) |
Onverminderd de controleverplichtingen van de lidstaten moeten de maatregelen naar aanleiding van de waarschijnlijke invoer van de verontreinigde producten een sluitende en gemeenschappelijke aanpak vormen, zodat snel en effectief kan worden opgetreden en de situatie in alle lidstaten op dezelfde wijze wordt behandeld. |
|
(4) |
Indien het risico niet op afdoende wijze kan worden beheerst met de door de betrokken lidstaten getroffen maatregelen, kunnen overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EG) nr. 178/2002 passende communautaire noodmaatregelen met betrekking tot uit een derde land ingevoerde levensmiddelen of diervoeders worden vastgesteld om de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het milieu te beschermen. |
|
(5) |
Aangezien genetisch gemodificeerde rijst „LL RICE 601” niet overeenkomstig de Gemeenschapswetgeving is toegelaten en aangezien rekening houdend met het voorzorgsbeginsel van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 178/2002 kan worden verondersteld dat producten waarvoor geen vergunning overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 is verleend, risico’s inhouden, moeten noodmaatregelen worden genomen om het in de handel brengen van de verontreinigde producten in de Gemeenschap te voorkomen. |
|
(6) |
Overeenkomstig de algemene voorschriften van Verordening (EG) nr. 178/2002 hebben exploitanten van levensmiddelen- en diervoederbedrijven de primaire wettelijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de levensmiddelen en diervoeders in de bedrijven onder hun beheer voldoen aan de voorschriften van de levensmiddelenwetgeving en om te controleren of deze voorschriften metterdaad worden nageleefd. De verplichting om te bewijzen dat in de handel gebrachte levensmiddelen en diervoeders vrij zijn van de verontreinigde producten moet derhalve liggen bij de exploitanten die verantwoordelijk zijn voor het voor het eerst in de handel brengen van die levensmiddelen of diervoeders. Daarom moeten de maatregelen van deze beschikking inhouden dat zendingen van bepaalde producten afkomstig uit de Verenigde Staten slechts in de handel mogen worden gebracht indien een analyserapport wordt verstrekt waaruit blijkt dat de producten geen genetisch gemodificeerde rijst „LL RICE 601” bevatten. Het analyserapport moet overeenkomstig internationaal erkende normen worden afgegeven door een erkend laboratorium. |
|
(7) |
Om de controles te vergemakkelijken, moeten alle genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders die in de handel worden gebracht, met een gevalideerde detectiemethode worden onderzocht. Bayer Crop Science is gevraagd detectiemethoden voor de genetisch gemodificeerde rijst „LL RICE 601” en controlemonsters te verstrekken. Bayer Crop Science heeft twee methoden beschikbaar gesteld, die zijn gevalideerd door de Grain Inspection, Packers and Stockyards Administration (GIPSA) van het ministerie van Landbouw van de VS, in samenwerking met het in artikel 32 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 bedoelde communautaire referentielaboratorium. |
|
(8) |
Aangezien de in deze beschikking vervatte maatregelen evenredig moeten zijn en de handel niet meer mogen beperken dan nodig is, mogen zij alleen van toepassing zijn op producten die waarschijnlijk met „LL RICE 601” verontreinigd zijn en die volgens de ontvangen informatie uit de Verenigde Staten in de Gemeenschap worden ingevoerd. |
|
(9) |
Ondanks verzoeken van de Commissie konden de Amerikaanse autoriteiten niet garanderen dat uit de Verenigde Staten in de Gemeenschap ingevoerde rijstproducten geen genetisch gemodificeerde rijst „LL RICE 601” bevatten, aangezien in de Verenigde Staten niet in scheidings- of traceerbaarheidsmaatregelen voor deze producten is voorzien. |
|
(10) |
Voor diervoeders en niet onder de maatregelen van deze beschikking vallende levensmiddelen moeten de lidstaten controleren of zij met „LL RICE 601” verontreinigd zijn. Aan de hand van de door de lidstaten verstrekte gegevens zal de Commissie overwegen of er maatregelen moeten worden getroffen, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Toepassingsgebied
Deze beschikking is van toepassing op de volgende producten van oorsprong uit de Verenigde Staten:
|
— |
gedopte rijst, voorgekookt, langkorrelig (Parboiled Long A) van GN-code 1006 20 15 , |
|
— |
gedopte rijst, voorgekookt, langkorrelig (Parboiled Long B) van GN-code 1006 20 17 , |
|
— |
gedopte rijst, langkorrelig (Long A) van GN-code 1006 20 96 , |
|
— |
gedopte rijst, langkorrelig (Long B) van GN-code 1006 20 98 , |
|
— |
halfwitte rijst, voorgekookt, langkorrelig (Parboiled Long A) van GN-code 1006 30 25 , |
|
— |
halfwitte rijst, voorgekookt, langkorrelig (Parboiled Long B) van GN-code 1006 30 27 , |
|
— |
halfwitte rijst, langkorrelig (Long A) van GN-code 1006 30 46 , |
|
— |
halfwitte rijst, langkorrelig (Long B) van GN-code 1006 30 48 , |
|
— |
volwitte rijst, voorgekookt, langkorrelig (Parboiled Long A) van GN-code 1006 30 65 , |
|
— |
volwitte rijst, voorgekookt, langkorrelig (Parboiled Long B) van GN-code 1006 30 67 , |
|
— |
volwitte rijst, langkorrelig (Long A) van GN-code 1006 30 96 , |
|
— |
volwitte rijst, langkorrelig (Long B) van GN-code 1006 30 98 , |
|
— |
breukrijst van GN-code 1006 40 00 , tenzij deze gecertificeerd vrij is van langkorrelige rijst. |
Artikel 2
Voorwaarden voor het voor het eerst in de handel brengen
1. De lidstaten staan het voor het eerst in de handel brengen van de in artikel 1 bedoelde producten alleen toe als die producten vergezeld gaan van een door een erkend laboratorium afgegeven origineel analyserapport op grond van een geschikte, gevalideerde methode voor de detectie van genetisch gemodificeerde rijst „LL RICE 601”, waaruit blijkt dat het product geen genetisch gemodificeerde rijst „LL RICE 601” bevat.
Indien een zending van producten als bedoeld in artikel 1 wordt gesplitst, gaat elk deel van de zending vergezeld van een gewaarmerkte kopie van het in artikel 1 bedoelde analyserapport.
2. Indien dit analyserapport ontbreekt, laat de in de Gemeenschap gevestigde exploitant die verantwoordelijk is voor het voor het eerst in de handel brengen, de in artikel 1 bedoelde producten testen om aan te tonen dat zij geen genetisch gemodificeerde rijst „LL RICE 601” bevatten. Zolang het analyserapport niet beschikbaar is, mag de zending niet in de Gemeenschap in de handel worden gebracht.
3. De lidstaten stellen de Commissie via het systeem voor snelle waarschuwingen over levensmiddelen en diervoeders in kennis van positieve (ongunstige) resultaten.
Artikel 3
Overige controlemaatregelen
Met betrekking tot producten als bedoeld in artikel 1 die al in de handel zijn, nemen de lidstaten de nodige maatregelen, waaronder steekproefsgewijze bemonstering en analyses, om de afwezigheid van genetisch gemodificeerde rijst „LL RICE 601” te verifiëren. Zij stellen de Commissie via het systeem voor snelle waarschuwingen over levensmiddelen en diervoeders in kennis van positieve (ongunstige) resultaten.
Artikel 4
Verontreinigde zendingen
De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat producten als bedoeld in artikel 1 die genetisch gemodificeerde rijst „LL RICE 601” blijken te bevatten, niet in de handel worden gebracht.
Artikel 5
Verhalen van kosten
De lidstaten zorgen ervoor dat de kosten van de uitvoering van de artikelen 2 en 4 worden gedragen door de exploitanten die verantwoordelijk zijn voor het voor het eerst in de handel brengen.
Artikel 6
Adressaten
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 23 augustus 2006.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie