|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 167 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
49e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing |
Bladzijde |
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
|
|
|
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing |
|
|
|
|
Commissie |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing
|
20.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 167/1 |
BESCHIKKING Nr. 895/2006/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 14 juni 2006
tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de Tsjechische Republiek, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije van bepaalde documenten als gelijkwaardig met hun nationale visa, met het oog op doorreis over hun grondgebied
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 62, lid 2,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 1, van de Toetredingsakte van 2003 moeten de lidstaten die op 1 mei 2004 tot de Unie zijn toegetreden, de onderdanen van de derde landen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (2), aan een visumplicht onderwerpen. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003 zijn de bepalingen van het Schengenacquis over de voorwaarden en criteria voor het verlenen van eenvormige visa voor kort verblijf en de bepalingen over wederzijdse erkenning van visa en over de gelijkwaardigheid van verblijfstitels en visa in de nieuwe lidstaten slechts toepasselijk op grond van het daartoe strekkende besluit van de Raad. Zij zijn echter verbindend voor de nieuwe lidstaten vanaf de datum van toetreding. |
|
(3) |
Om die reden moeten nieuwe lidstaten voor toegang tot of doorreis op hun grondgebied nationale visa verlenen aan onderdanen van derde landen die in het bezit zijn van een uniform visum, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfstitel, verleend door een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast, of van een door een andere nieuwe lidstaat afgegeven soortgelijk document. |
|
(4) |
Personen in het bezit van documenten die zijn verstrekt door lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen of door nieuwe lidstaten, vormen geen enkel risico voor de nieuwe lidstaten aangezien zij door andere lidstaten aan alle noodzakelijke controles zijn onderworpen. Om de nieuwe lidstaten niet onnodig administratief te belasten, moeten gemeenschappelijke regels worden vastgesteld die het de nieuwe lidstaten mogelijk maken om die documenten eenzijdig als gelijkwaardig met hun nationale visum te erkennen en om een vereenvoudigde regeling in te stellen voor personencontroles aan de buitengrenzen op basis van deze eenzijdige gelijkwaardigheid. |
|
(5) |
De gemeenschappelijke regels moeten tijdelijk van toepassing zijn tot op de datum die wordt bepaald in een besluit van de Raad, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, eerste alinea, van de Toetredingsakte van 2003. |
|
(6) |
Documenten mogen alleen worden erkend met het oog op de doorreis over het grondgebeid van een of meer nieuwe lidstaten, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid voor nieuwe lidstaten om nationale visa voor kort verblijf te verlenen. De deelname aan de gemeenschappelijke regeling moet facultatief zijn, zonder dat aan de nieuwe lidstaten extra verplichtingen worden opgelegd, boven op die welke zijn vastgelegd in de Toetredingsakte van 2003. |
|
(7) |
De gemeenschappelijke regels moeten van toepassing zijn op eenvormige visa voor kort verblijf, visa voor verblijf van langere duur en verblijfstitels die zijn verleend door lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, alsook op eenvormige visa voor kort verblijf, visa voor verblijf van langere duur en verblijfstitels die zijn verleend door andere nieuwe lidstaten. |
|
(8) |
Aan de voorwaarden voor binnenkomst zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (3) moet zijn voldaan, behalve aan die van artikel 5, lid 1, onder b), voor zover deze beschikking een regeling van eenzijdige erkenning door de nieuwe lidstaten instelt waarbij bepaalde documenten die zijn afgegeven door lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, alsook soortgelijke documenten die door andere nieuwe lidstaten zijn verstrekt, als gelijkwaardig worden beschouwd met het oog op doorreis. |
|
(9) |
Daar de doelstelling van deze beschikking, namelijk het instellen van een door nieuwe lidstaten toe te passen regeling van eenzijdige erkenning van bepaalde documenten afgegeven door andere lidstaten met het oog op doorreis, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang en de gevolgen van deze beschikking beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze beschikking niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. |
|
(10) |
Deze beschikking houdt geen verdere ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de overeenkomst die door de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen is afgesloten inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, aangezien ze alleen betrekking heeft op de lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig uitvoeren. Maar in het belang van de samenhang en goede werking van het systeem van Schengen, geldt deze beschikking ook voor de visa en verblijfsvergunningen die afgegeven zijn door derde landen die hun medewerking aan de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis verlenen en het Schengenacquis volledig uitvoeren, zoals IJsland en Noorwegen. |
|
(11) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, nemen deze landen geen deel aan de aanneming van deze beschikking. |
|
(12) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken geen deel aan de aanneming van deze beschikking, |
HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bij deze beschikking wordt een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen ingesteld, die de Tsjechische Republiek, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (hierna „de nieuwe lidstaten” genoemd) de mogelijkheid biedt om de documenten bedoeld in artikel 2, lid 1, en die bedoeld in artikel 3 die door andere nieuwe lidstaten zijn afgegeven aan visumplichtige onderdanen van derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 539/2001, met het oog op doorreis eenzijdig te erkennen als gelijkwaardig met hun nationale visa.
De uitvoering van deze beschikking is niet van invloed op de personencontroles die aan de buitengrenzen worden uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 13, 18 en 19 van Verordening (EG) nr. 562/2006.
Artikel 2
1. Een nieuwe lidstaat mag voor doorreis de volgende documenten als gelijkwaardig met zijn nationale visum beschouwen, ongeacht de nationaliteit van de houders:
|
i) |
een „eenvormig visum” als bedoeld in artikel 10 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst; |
|
ii) |
een „visum voor verblijf van langere duur” als bedoeld in artikel 18 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst; |
|
iii) |
een „verblijfstitel” zoals opgenomen in bijlage IV bij de Gemeenschappelijke Visuminstructies. |
2. Wanneer een nieuwe lidstaat beslist om deze beschikking toe te passen, moet hij alle in lid 1 bedoelde documenten erkennen, ongeacht welke staat het document heeft afgegeven.
Artikel 3
Een nieuwe lidstaat die artikel 2 toepast, mag daarnaast voor doorreis ook de nationale visa voor kort verblijf, visa voor een verblijf van langere duur en verblijfstitels die zijn verleend door een of meer andere nieuwe lidstaten, erkennen als gelijkwaardig met zijn nationale visum.
De door nieuwe lidstaten afgegeven documenten die overeenkomstig deze beschikking kunnen worden erkend, zijn in de bijlage vermeld.
Artikel 4
Nieuwe lidstaten mogen documenten alleen als gelijkwaardig met hun nationale visa erkennen voor doorreis als de doorreis van de onderdaan van een derde land over het grondgebied van de nieuwe lidstaat niet langer duurt dan vijf dagen.
De in de artikelen 2 en 3 bedoelde documenten moeten minstens geldig zijn voor de duur van de doorreis.
Artikel 5
De nieuwe lidstaat die beslist deze beschikking toe te passen, stelt de Commissie hiervan uiterlijk op 1 augustus 2006 in kennis.
De Commissie publiceert de door de nieuwe lidstaten verstrekte informatie in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 6
Deze beschikking treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing tot de datum die bij het overeenkomstig artikel 3, lid 2, eerste alinea, van de Toetredingsakte van 2003 vastgestelde besluit van de Raad wordt bepaald.
Artikel 7
Deze beschikking is gericht tot de Tsjechische Republiek, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije.
Gedaan te Straatsburg, 14 juni 2006.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
J. BORRELL FONTELLES
Voor de Raad
De voorzitter
H. WINKLER
(1) Advies van het Europees Parlement van 6 april 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 1 juni 2006.
(2) PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 851/2005 (PB L 141 van 4.6.2005, blz. 3).
BIJLAGE
Lijst van door de nieuwe lidstaten afgegeven documenten
TSJECHISCHE REPUBLIEK
Visa
|
— |
Vízum k pobytu do 90 dnů — (visum voor kort verblijf) |
|
— |
Vízum k pobytu nad 90 dnů — (visum voor verblijf van langere duur) |
|
— |
Diplomatické vízum — (diplomatiek visum) |
|
— |
Zvláštní vízum — (speciaal visum) |
Verblijfstitels
|
— |
Průkaz o povolení k přechodnému pobytu (tijdelijke verblijfskaart) (1) |
|
— |
Průkaz o povolení k trvalému pobytu (permanente verblijfskaart) |
CYPRUS
Θεωρήσεις (Visa)
|
— |
Θεώρηση διέλευσης — Κατηγορία Β (doorreisvisum — Type B) |
|
— |
Θεώρηση για παραμονή βραχείας διάρκειας — Κατηγορία Γ (visum voor kort verblijf — Τype C) |
|
— |
Ομαδική θεώρηση — Κατηγορίες Β και Γ (collectief visum — Type B en C) |
Άδειες παραμονής (Verblijfstitels)
|
— |
Προσωρινή άδεια παραμονής (απασχόληση, επισκέπτης, φοιτητής) tijdelijke verblijfstitel (tewerkstelling, bezoeker, student) |
|
— |
Άδεια εισόδου (απασχόληση, φοιτητής) (tewerkstelling, student) |
|
— |
Άδεια μετανάστευσης (μόνιμη άδεια) immigratievergunning (permanente vergunning) |
ESTLAND
Visa
|
— |
Transiitviisa, liik B (doorreisvisum, type B) |
|
— |
Lühiajaline viisa, liik C (visum voor kort verblijf, type C) |
|
— |
Pikaajaline viisa, liik D (visum voor verblijf van langere duur, type D) |
Verblijfstitels
|
— |
Tähtajaline elamisluba (tijdelijke verblijfstitel — tot 5 jaar) |
|
— |
Alaline elamisluba (permanente verblijfstitel) |
LETLAND
Visa
|
— |
Latvijas vīza — Kategorija B (doorreisvisum) |
|
— |
Latvijas vīza — Kategorija C (visum voor kort verblijf) |
|
— |
Latvijas vīza — Kategorija D (visum voor verblijf van langere duur) |
Verblijfstitels
|
— |
Pastāvīgās uzturēšanās atļauja (afgegeven vóór 1 mei 2004) (permanente verblijfstitel) |
|
— |
Uzturēšanās atļauja (afgegeven na 1 mei 2004) (verblijfstitel; hetzij voor tijdelijk, hetzij voor permanent verblijf) |
|
— |
Nepilsoņa pase (vreemdelingenpaspoort) |
LITOUWEN
Visa
|
— |
Tranzitinė viza (B) (doorreisvisum (B)) |
|
— |
Trumpalaikė viza (visum voor kort verblijf) |
|
— |
Ilgalaikė viza (visum voor verblijf van langere duur) |
Verblijfstitels
|
— |
Europos Bendrijų valstybės narės piliečio leidimas gyventi (verblijfstitel voor een onderdaan van een EG-lidstaat) |
|
— |
Leidimas nuolat gyventi Lietuvos Respublikoje (permanente verblijfstitel in de Republiek Litouwen) |
|
— |
Leidimas laikinai gyventi Lietuvos Respublikoje (tijdelijke verblijfstitel; geldigheid van één tot vijf jaar) |
HONGARIJE
Visa
|
— |
Rövid időtartamú beutazóvízum (visum voor kort verblijf) |
|
— |
Tartózkodási vízum (visum voor verblijf van langere duur) |
Verblijfstitels
|
— |
Humanitárius tartózkodási engedély (humanitaire verblijfstitel (kaartvorm) — in combinatie met een nationaal paspoort) |
|
— |
Tartózkodási engedély (verblijfstitel (kaartvorm) — in combinatie met een nationaal paspoort met een vermelding van de bevoegde autoriteit die de houder machtigt tot meerdere inreizen en verblijf, geldig voor ten hoogste vier jaar) |
|
— |
Tartózkodási engedély (verblijfstitel (stickervorm) — aangebracht op een nationaal paspoort, geldigheid van maximaal vier jaar) |
|
— |
Bevándoroltak részére kiadott személyazonosító igazolvány (identiteitskaart afgegeven aan immigranten — in combinatie met een nationaal paspoort waarin de afgifte van de identiteitskaart vermeld is) |
|
— |
Letelepedési engedély (permanente verblijfstitel (kaartvorm) — in combinatie met een nationaal paspoort met vermelding van het recht op permanent verblijf voor onbeperkte duur, de geldigheid van het document is vijf jaar) |
|
— |
Letelepedettek részére kiadott tartózkodási engedély (verblijfstitel voor personen met een permanent verblijf (stickervorm) — aangebracht op een nationaal paspoort, geldigheid van maximaal vijf jaar) |
Documenten afgegeven voor leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten, gelijkwaardig aan verblijfstitels
|
— |
Igazolvány diplomáciai képviselők és családtagjaik részére (speciaal certificaat voor diplomaten en hun gezinsleden (identiteitskaart voor diplomaten)) |
|
— |
Igazolvány konzuli képviselet tagjai és családtagjaik részére (speciaal certificaat voor leden van consulaire posten en hun gezinsleden (consulaire identiteitskaart)) |
|
— |
Igazolvány diplomáciai képviselet igazgatási és műszaki személyzete és családtagjaik részére (speciaal certificaat voor leden van het administratief en technisch personeelskader van diplomatieke vertegenwoordigingen en hun gezinsleden) |
|
— |
Igazolvány diplomáciai képviselet kisegítő személyzete, háztartási alkalmazottak és családtagjaik részére (speciaal certificaat voor het dienstpersoneel van diplomatieke vertegenwoordigingen, privédienstboden en hun gezinsleden) |
MALTA
Visa
|
— |
Viżi ta' tranżitu (doorreisvisa; verblijf niet langer dan vijf dagen) |
|
— |
Viżi għal perjodu qasir jew viżi ta' l-ivvjaġġar (visa voor kort verblijf of reisvisa; enkelvoudige of meervoudige visa) |
|
— |
Viżi għal perjodu twil (visa voor verblijf van langere duur; geeft onderdanen van derde landen die Malta willen binnenkomen om andere redenen dan immigratie het recht het land te bezoeken voor langer dan 90 dagen) |
|
— |
Viżi ta' Grupp (collectieve visa, verblijf tot 30 dagen) |
POLEN
Visa
|
— |
Wiza wjazdowa W (inreisvisum, geldigheid tot één jaar) |
|
— |
Wiza pobytowa krótkoterminowa C (visum voor kort verblijf, verblijf tot drie maanden, geldigheid tot vijf jaar, maar gewoonlijk één jaar) |
|
— |
Wiza pobytowa długoterminowa D (visum voor verblijf van langere duur, verblijf tot één jaar, geldigheid tot vijf jaar, maar gewoonlijk één jaar) |
|
— |
Wiza dyplomatyczna D/8 (diplomatiek visum, verblijf tot drie maanden binnen een periode van zes maanden, geldigheid tot vijf jaar, maar gewoonlijk zes maanden) |
|
— |
Wiza służbowa D/9 (dienstvisum, verblijf tot drie maanden binnen een periode van zes maanden, geldigheid tot vijf jaar, maar gewoonlijk zes maanden) |
|
— |
Wiza kurierska D/10 (visum voor diplomatieke koerier, verblijf tot tien dagen, tenzij anders geregeld door internationale overeenkomsten; geldigheid tot zes maanden) |
Verblijfstitels
|
— |
Karta pobytu (verblijfskaart, „KP”-reeks, afgegeven tussen 1 juli 2001 en 30 april 2004 en „PL”-reeks, die sinds 1 mei 2004 wordt afgegeven; geldigheid tot tien jaar, afgegeven aan een vreemdeling die een verblijfstitel voor een vaste periode, een verblijfsvergunning, een vluchtelingenstatuut of een vergunning voor gedoogd verblijf heeft verkregen; „PL”-reeks wordt ook afgegeven aan een vreemdeling die een verblijfstitel voor langere duur heeft verkregen) |
|
— |
Karta stałego pobytu (verblijfsvergunning, „XS” reeks, die voor 30 juni 2001 werd afgegeven, geldigheid tot tien jaar, afgegeven aan een vreemdeling die een verblijfsvergunning heeft ontvangen; de laatste kaart van deze uitgave verloopt op 29 juni 2011) |
SLOVENIË
Visa
|
— |
Vizum za vstop (inreisvisum)
|
Verblijfstitels
|
— |
Dovoljenje za stalno prebivanje (permanente verblijfstitel) |
|
— |
Dovoljenje za začasno prebivanje (tijdelijke verblijfstitel; geldigheid van maximaal één jaar tenzij de Sloveense vreemdelingenwet anders bepaalt) |
|
— |
Diplomatska izkaznica (diplomatieke identiteitskaart) |
|
— |
Konzularna izkaznica (consulaire identiteitskaart) |
|
— |
Konzularna izkaznica za častne konzularne funkcionarje (consulaire identiteitskaart voor ereconsuls) |
|
— |
Službena izkaznica (officiële identiteitskaart) |
SLOWAKIJE
Víza (Visa)
|
— |
Krátkodobé vízum (visum voor kort verblijf) |
|
— |
Dlhodobé vízum (visum voor verblijf van langere duur) |
|
— |
Diplomatické vízum (diplomatiek visum) |
|
— |
Osobitné vízum (speciale visa) |
Povolenia na pobyt (Verblijfstitels)
|
— |
Povolenie na prechodný pobyt (tijdelijke verblijfstitel) |
|
— |
Povolenie na trvalý pobyt (permanente verblijfstitel) |
Cestovné doklady — Reisdocumenten
|
— |
Cudzinecký pas (vreemdelingenpaspoort) |
|
— |
Cestovný doklad podľa Dohovoru z 28 juli 1951 (reisdocument — Verdrag van 28 juli 1951) |
|
— |
Cestovný doklad podľa Dohovoru z 28 september 1954 (reisdocument — Verdrag van 28 september 1954) |
(1) Hetzelfde soort document voor alle varianten waarvan de geldigheid wordt aangeduid op de sticker.
|
20.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 167/8 |
BESCHIKKING Nr. 896/2006/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 14 juni 2006
tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de lidstaten, met het oog op doorreis over hun grondgebied, van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 62, lid 2, onder a),
Gezien het voorstel van de Commissie,
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Artikel 21 van de Overeenkomst van 19 juni 1990 ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland, en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (2) (hierna „Schengenuitvoeringsovereenkomst” genoemd) bepaalt dat verblijfstitels die zijn afgegeven door lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, wederzijds worden erkend als gelijkwaardig met het eenvormig visum. |
|
(2) |
De huidige communautaire bepalingen voorzien echter niet in een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen waarbij de door derde landen afgegeven verblijftitels als gelijkwaardig met het eenvormige visum worden erkend voor doorreis door of een kort verblijf in het gemeenschappelijk gebied. |
|
(3) |
Onderdanen van derde landen die een door Zwitserland afgegeven verblijfstitel hebben en die visumplichtig zijn krachtens Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (3), moeten een visum aanvragen wanneer zij door het gemeenschappelijk gebied reizen bij de terugkeer naar hun land van herkomst. De consulaire diensten van de lidstaten in Zwitserland moeten bijgevolg grote hoeveelheden visumaanvragen van dergelijke onderdanen van derde landen behandelen. Soortgelijke moeilijkheden hebben zich voorgedaan met betrekking tot visumaanvragen van houders van door Liechtenstein afgegeven verblijfstitels. |
|
(4) |
Door de uitvoeringsprocedure van het Schengenacquis in twee fasen moeten de nieuwe lidstaten die op 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden, vanaf die datum nationale visa verlenen aan onderdanen van derde landen die een door Zwitserland of Liechtenstein afgegeven verblijfstitel bezitten en visumplichtig zijn krachtens Verordening (EG) nr. 539/2001. Bepaalde nieuwe lidstaten hebben hun bezorgdheid geuit over de extra administratieve last die dit voor hun consulaten in Zwitserland en Liechtenstein zal veroorzaken. |
|
(5) |
Het is niet noodzakelijk voor de lidstaten om van deze categorie personen te eisen dat zij over een visum beschikken, aangezien zij voor de lidstaten een laag risico voor illegale immigratie vormen. |
|
(6) |
Om de problemen bij de consulaire diensten van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen en van de nieuwe lidstaten in Zwitserland en Liechtenstein te verhelpen, moet een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen worden ingesteld, die is gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de lidstaten van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels als gelijkwaardig met eenvormige of nationale visa. |
|
(7) |
Dergelijke erkenning dient beperkt tot de doorreis, zonder de mogelijkheid van de lidstaten om visa voor een kort verblijf te verlenen, aan te tasten. |
|
(8) |
De toepassing van de erkenningsregeling moet verplicht zijn voor lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen en facultatief voor nieuwe lidstaten die Beschikking nr. 895/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (4) toepassen tijdens de overgangsperiode tot de dag die door de Raad zal worden vastgesteld overeenkomstig artikel 3, lid 2, eerste alinea, van de Toetredingsakte van 2003. |
|
(9) |
Aan de voorwaarden voor binnenkomst zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (5) moet zijn voldaan, behalve aan de voorwaarde van artikel 5, lid 1, onder b), voorzover deze beschikking een regeling instelt voor het gelijkstellen van doorreisvisa en door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels. |
|
(10) |
Daar de doelstelling van deze beschikking rechtstreeks op het communautaire acquis inzake visa betrekking heeft en niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, en derhalve vanwege de omvang en de gevolgen van deze beschikking beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze beschikking niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. |
|
(11) |
Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt deze beschikking een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, in de zin van de overeenkomst die door de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen is afgesloten inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, en die dus onder het gebied vallen dat is bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad (6) inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst. |
|
(12) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte protocol betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken geen deel aan de aanneming van deze beschikking door de Raad; deze beschikking is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken. Aangezien deze beschikking echter voortbouwt op het Schengenacquis overeenkomstig de bepalingen van het derde deel, onder titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 5 van het genoemde protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad deze beschikking heeft vastgesteld, of het deze in zijn nationale wetgeving zal omzetten. |
|
(13) |
Deze beschikking vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (7) niet deelneemt; het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan haar aanneming, zodat ze ook niet bindend voor, noch van toepassing in het Verenigd Koninkrijk is. |
|
(14) |
Deze beschikking vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (8) niet deelneemt. Ierland neemt derhalve niet deel aan haar aanneming, zodat ze ook niet bindend voor, noch van toepassing in Ierland is, |
HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bij deze beschikking wordt een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen ingesteld, die inhoudt dat door Zwitserland en Liechtenstein aan krachtens Verordening (EG) nr. 539/2001 visumplichtige onderdanen van derde landen afgegeven verblijfstitels door de lidstaten, met het oog op doorreis, eenzijdig als gelijkwaardig met hun eenvormige of nationale visa worden erkend.
De uitvoering van deze beschikking is niet van invloed op de personencontroles die aan de buitengrenzen worden uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 13, 18 en 19 van Verordening (EG) nr. 562/2006.
Artikel 2
Lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, moeten de in de bijlage vermelde, door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels, eenzijdig erkennen.
Nieuwe lidstaten die Beschikking nr. 895/2006/EG toepassen, mogen eenzijdig de in de bijlage bij deze beschikking vermelde verblijfstitels als gelijkwaardig met hun nationale doorreisvisa erkennen tot de dag die overeenkomstig artikel 3, lid 2, eerste alinea, van de Toetredingsakte van 2003 door de Raad wordt vastgesteld.
Artikel 3
De doorreis van de onderdaan van een derde land over het grondgebied van de lidstaten duurt niet langer dan vijf dagen.
De in de bijlage vermelde documenten moeten minstens geldig zijn voor de duur van de doorreis.
Artikel 4
De nieuwe lidstaten delen de Commissie uiterlijk op 1 augustus 2006 mee of zij deze beschikking toepassen. De Commissie publiceert de door de nieuwe lidstaten meegedeelde gegevens in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 5
Deze beschikking treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Ze blijft van toepassing tot de dag waarop artikel 21 van de Schengenovereenkomst in werking treedt voor Zwitserland en Liechtenstein, volgens artikel 15 van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.
Artikel 6
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
Gedaan te Straatsburg, 14 juni 2006.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
J. BORRELL FONTELLES
Voor de Raad
De voorzitter
H. WINKLER
(1) Advies van het Europees Parlement van 6 april 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 1 juni 2006.
(2) PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19.
(3) PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 851/2005 (PB L 141 van 4.6.2005, blz. 3).
(4) Zie blz. 1 van dit Publicatieblad.
(5) PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1.
(6) PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.
BIJLAGE
Lijst van de in artikel 2 bedoelde door de Zwitserse Bondsstaat en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels
A. DOOR ZWITSERLAND AFGEGEVEN VERBLIJFSTITELS
|
— |
Ausländerausweis B/Livret pour étrangers B/Libretto per stranieri B/Legitimaziun d’esters B (Identiteitsbewijs B voor buitenlandse onderdanen) (Tijdelijke verblijfstitel type B; opgesteld in drie of vier talen) (grijs) |
|
— |
Ausländerausweis C/Livret pour étrangers C/Libretto per stranieri C (Identiteitsbewijs C voor buitenlandse onderdanen) (Permanente verblijfstitel C) (groen) |
|
— |
Ausländerausweis Ci/Livret pour étrangers Ci/Libretto per stranieri Ci (Identiteitsbewijs Ci voor buitenlandse onderdanen) (Verblijfstitel type Ci voor echtgenoten en kinderen (tot 25 jaar) van ambtenaren van internationale organisaties en leden van buitenlandse vertegenwoordigingen in Zwitserland die een winstgevende bezigheid op de Zwitserse arbeidsmarkt uitoefenen) (rood) |
|
— |
Legitimationskarten (Aufenthaltsbewilligung) vom Eidgenössischen Departement für auswärtige Angelegenheiten/Cartes de légitimation (titres de séjour) du Département fédéral des affaires étrangères/Carte di legittimazione (titoli di soggiorno) del Dipartimento federale degli affari esteri (Legitimatiebewijzen (verblijfsvergunning) van het Zwitserse Departement van Buitenlandse Zaken)
|
B. DOOR LIECHTENSTEIN AFGEGEVEN VERBLIJFSTITELS
|
— |
Jahresaufenthaltsbewilligung (Tijdelijke verblijfstitel) |
|
— |
Niederlassungsbewilligung (Vestigingstitel met onbeperkte geldigheidsduur) |
|
20.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 167/14 |
VERORDENING (EG) Nr. 897/2006 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2006
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 20 juni 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2006.
Voor de Commissie
J. L. DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 19 juni 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
052 |
62,5 |
|
204 |
40,0 |
|
|
999 |
51,3 |
|
|
0707 00 05 |
052 |
124,8 |
|
068 |
46,6 |
|
|
999 |
85,7 |
|
|
0709 90 70 |
052 |
83,2 |
|
999 |
83,2 |
|
|
0805 50 10 |
052 |
54,6 |
|
388 |
62,5 |
|
|
528 |
72,2 |
|
|
999 |
63,1 |
|
|
0808 10 80 |
388 |
97,4 |
|
400 |
100,8 |
|
|
404 |
101,5 |
|
|
508 |
84,6 |
|
|
512 |
95,9 |
|
|
524 |
88,5 |
|
|
528 |
101,9 |
|
|
720 |
98,0 |
|
|
804 |
110,9 |
|
|
999 |
97,7 |
|
|
0809 10 00 |
052 |
235,0 |
|
204 |
61,1 |
|
|
624 |
135,7 |
|
|
999 |
143,9 |
|
|
0809 20 95 |
052 |
310,1 |
|
068 |
123,7 |
|
|
999 |
216,9 |
|
|
0809 30 10 , 0809 30 90 |
624 |
182,5 |
|
999 |
182,5 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.
|
20.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 167/16 |
VERORDENING (EG) Nr. 898/2006 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2006
houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad ten aanzien van de vangstbeperkingen en de beperkingen van de visserijinspanning voor de visserij op zandspiering in de ICES-gebieden II a (EG-wateren), III a en IV (EG-wateren)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad van 22 december 2005 tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (1), en met name op artikel 5, lid 4, en artikel 7, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De vangstbeperkingen en beperkingen van de visserijinspanning voor de visserij op zandspiering in de ICES-gebieden II a (EG-wateren), III a en IV (EG-wateren) zijn voorlopig vastgesteld in de bijlagen I A en II D bij Verordening (EG) nr. 51/2006. |
|
(2) |
Overeenkomstig punt 6 van bijlage II D bij Verordening (EG) nr. 51/2006 herziet de Commissie de vangstbeperkingen en beperkingen van de visserijinspanning voor 2006 op basis van het advies van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij (WTECV) inzake de omvang van de jaargang van 2005 van het zandspieringbestand in de Noordzee. Als leeftijdsklasse 0 van jaargang 2005 van het zandspieringbestand in de Noordzee volgens ramingen van de WTECV tussen de 300 000 miljoen en 500 000 miljoen stuks is, is het maximale aantal kilowattdagen voor ieder jaar gelijk aan het niveau van 2003 en wordt de TAC voor 2006 vastgesteld op 300 000 t. Het totale aantal kilowattdagen voor ieder jaar is gelijk aan het product van het aantal dagen van aanwezigheid in het gebied en het motorvermogen in kilowatt. |
|
(3) |
Volgens ramingen van het WTECV is de omvang van leeftijdsklasse 0 van jaargang 2005 gelijk aan niet minder dan 324 000 miljoen stuks. |
|
(4) |
Verordening (EG) nr. 51/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 51/2006 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Bijlage I A wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening. |
|
2) |
In bijlage II D wordt punt 5 vervangen door:
|
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2006.
Voor de Commissie
Joe BORG
Lid van de Commissie
BIJLAGE
Bijlage I A bij Verordening (EG) nr. 51/2006 wordt als volgt gewijzigd:
De tekst met betrekking tot de soort zandspiering in de gebieden II a (EG-wateren), III a en IV (EG-wateren) wordt vervangen door:
|
|
|||||||
|
„Denemarken |
282 989 |
Analytische TAC.
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
|
||||||
|
Verenigd Koninkrijk |
6 186 |
|||||||
|
Alle lidstaten |
10 825 (2) |
|||||||
|
EG |
300 000 |
|||||||
|
Noorwegen |
||||||||
|
TAC |
300 000 |
|||||||
(1) Exclusief wateren binnen 6 mijl van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk bij Shetland, Fair Isle en Foula.
(2) Behalve Denemarken en het Verenigd Koninkrijk.
(3) Te vangen in de Noordzee.
(4) Kan in de loop van 2006 worden herzien.”
|
20.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 167/18 |
VERORDENING (EG) Nr. 899/2006 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2006
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2133/2001 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten en van tariefplafonds in de sector granen, met betrekking tot de opening van een communautair tariefcontingent voor bepaalde soorten honden- en kattenvoer van GN-code 2309 10
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 12, lid 1,
Gelet op Besluit 2006/333/EG van de Raad van 20 maart 2006 betreffende de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994, betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, in verband met hun toetreding tot de Europese Unie (2), en met name op artikel 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In de tussen de Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika gesloten overeenkomst (3), die is goedgekeurd bij Besluit 2006/333/EG, is, per kalenderjaar en met ingang van 2006, voorzien in een tariefcontingent voor de invoer, met toepassing van een douanerecht van 7 % ad valorem, van bepaalde soorten honden- en kattenvoer van GN-code 2309 10 . |
|
(2) |
Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (4) bevat de voorschriften voor het beheer van de tariefcontingenten waarvoor de hoeveelheden worden toegewezen in chronologische volgorde van de data van aanvaarding van de douaneaangiften, alsmede voor het toezicht op invoer waarvoor een preferentiële regeling geldt. Met het oog op een geharmoniseerd beheer van dit nieuwe tariefcontingent en soortgelijke contingenten, moet dat beheer in de betrokken regeling worden geïntegreerd. |
|
(3) |
Verordening (EG) nr. 2133/2001 van de Commissie (5) moet derhalve worden gewijzigd. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte bepalingen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Aan bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2133/2001 wordt de volgende regel toegevoegd:
|
Volgnummer |
GN-code |
Omschrijving |
Nettogewicht contingent (in ton) |
Contingentrecht |
Oorsprong |
|
„09.0089 |
2309 10 13 2309 10 15 2309 10 19 2309 10 33 2309 10 39 2309 10 51 2309 10 53 2309 10 59 2309 10 70 |
Voor de verkoop in het klein opgemaakt honden- en kattenvoer |
2 058 |
7 % ad valorem |
Alle derde landen (erga omnes)” |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2006.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 124 van 11.5.2006, blz. 13.
(3) PB L 124 van 11.5.2006, blz. 15.
(4) PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 402/2006 (PB L 70 van 9.3.2006, blz. 35).
(5) PB L 287 van 31.10.2001, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).
|
20.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 167/20 |
VERORDENING (EG) Nr. 900/2006 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2006
tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten voor bepaalde producten in de sector varkensvlees, die in juni 2006 worden ingediend op grond van de regeling die is vastgesteld in de door de Gemeenschap gesloten overeenkomsten met Bulgarije en Roemenië
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2040/2005 van de Commissie van 14 december 2005 houdende vaststelling van bepalingen voor de uitvoering, in de sector varkensvlees, van de regeling waarin de Europaovereenkomsten met Bulgarije en Roemenië voorzien (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De in de invoercertificaten voor het derde kwartaal van 2006 aangevraagde hoeveelheden zijn niet groter dan de beschikbare hoeveelheden en kunnen derhalve volledig worden ingewilligd. |
|
(2) |
De overblijvende hoeveelheid moet worden bepaald die bij de beschikbare hoeveelheid voor de volgende periode wordt gevoegd. |
|
(3) |
Het is dienstig er de aandacht van de handelaren op te vestigen dat de certificaten slechts gebruikt mogen worden voor producten die voldoen aan alle in de Gemeenschap geldende veterinairrechtelijke voorschriften, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Op grond van Verordening (EG) nr. 2040/2005 ingediende aanvragen om invoercertificaten voor de periode van 1 juli tot en met 30 september 2006 worden ingewilligd voor het in bijlage I aangegeven percentage.
2. Voor de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2006 kunnen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2040/2005 invoercertificaten worden aangevraagd tot de in bijlage II aangegeven hoeveelheid.
3. De certificaten mogen slechts worden gebruikt voor producten die voldoen aan alle in de Gemeenschap geldende veterinairrechtelijke voorschriften.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2006.
Voor de Commissie
J. L. DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
BIJLAGE I
|
Volgnummer |
Percentage waarvoor de invoercertificaten worden ingewilligd voor de periode van 1 juli tot en met 30 september 2006 |
|
09.4671 |
— |
|
09.4752 |
— |
|
09.4756 |
— |
BIJLAGE II
|
(t) |
|
|
Volgnummer |
Totale beschikbare hoeveelheid voor de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2006 |
|
09.4671 |
2 450,0 |
|
09.4752 |
1 062,5 |
|
09.4756 |
7 812,5 |
|
20.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 167/22 |
VERORDENING (EG) Nr. 901/2006 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2006
tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten voor bepaalde producten in de sector varkensvlees, die in juni 2006 worden ingediend op grond van Verordening (EG) nr. 774/94 van de Raad houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor varkensvlees en bepaalde andere landbouwproducten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1432/94 van de Commissie van 22 juni 1994 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering, in de sector varkensvlees, van de invoerregeling waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 774/94 van de Raad houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor varkensvlees en bepaalde andere landbouwproducten (1), en met name op artikel 4, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De in de invoercertificaten voor het 3e kwartaal van 2006 aangevraagde hoeveelheden zijn niet groter dan de beschikbare hoeveelheden en de aanvragen kunnen derhalve volledig worden ingewilligd. |
|
(2) |
De voor de volgende periode overblijvende hoeveelheid moet worden bepaald. |
|
(3) |
Het is dienstig er de aandacht van de handelaren op te vestigen dat de certificaten slechts gebruikt mogen worden voor producten die voldoen aan alle in de Gemeenschap geldende veterinairrechtelijke voorschriften, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Op grond van Verordening (EG) nr. 1432/94 ingediende aanvragen om invoercertificaten voor de periode van 1 juli tot en met 30 september 2006 worden ingewilligd voor het in de bijlage I aangegeven percentage.
2. Voor de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2006 kunnen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1432/94 invoercertificaten worden aangevraagd tot de in bijlage II aangegeven hoeveelheid.
3. De certificaten mogen slechts worden gebruikt voor producten die voldoen aan alle in de Gemeenschap geldende veterinairrechtelijke voorschriften.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2006.
Voor de Commissie
J. L. DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 156 van 23.6.1994, blz. 14. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 341/2004 (PB L 53 van 26.2.2005, blz. 28).
BIJLAGE I
|
Volgnummer |
Percentage waarvoor de invoercertificaten worden ingewilligd voor de periode van 1 juli tot en met 30 september 2006 |
|
09.4046 |
— |
BIJLAGE II
|
(t) |
|
|
Volgnummer |
Totale beschikbare hoeveelheid voor de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2006 |
|
09.4046 |
7 000,0 |
|
20.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 167/24 |
VERORDENING (EG) Nr. 902/2006 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2006
tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten, die in juni 2006 worden ingediend op grond van de tariefcontingenten voor de invoer van bepaalde producten in de varkensvleessector voor de periode van 1 juli tot en met 30 september 2006
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1458/2003 van de Commissie van 18 augustus 2003 betreffende de opening en wijze van beheer van de tariefcontingenten in de varkensvleessector (1), en met name op artikel 5, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De in de invoercertificaten voor het derde kwartaal 2006 aangevraagde hoeveelheden zijn niet groter dan de beschikbare hoeveelheden en kunnen derhalve volledig worden ingewilligd. |
|
(2) |
De overblijvende hoeveelheid moet worden bepaald die bij de beschikbare hoeveelheid voor de volgende periode wordt gevoegd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Op grond van Verordening (EG) nr. 1458/2003 ingediende aanvragen om invoercertificaten voor de periode van 1 juli tot en met 30 september 2006 worden ingewilligd voor het in bijlage I aangegeven percentage.
2. In de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2006 kunnen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1458/2003 invoercertificaten worden aangevraagd tot de in bijlage II aangegeven hoeveelheid.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2006.
Voor de Commissie
J. L. DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 208 van 19.8.2003, blz. 3. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 341/2005 (PB L 53 van 26.2.2005, blz. 28).
BIJLAGE I
|
Volgnummer |
Percentage waarvoor de invoercertificaten worden ingewilligd voor de periode van 1 juli tot en met 30 september 2006 |
|
09.4038 |
100 |
|
09.4039 |
100 |
|
09.4071 |
— |
|
09.4072 |
— |
|
09.4073 |
— |
|
09.4074 |
100 |
BIJLAGE II
|
(t) |
|
|
Volgnummer |
Totale beschikbare hoeveelheid voor de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2006 |
|
09.4038 |
14 653,748 |
|
09.4039 |
2 250,0 |
|
09.4071 |
1 500,0 |
|
09.4072 |
3 050,0 |
|
09.4073 |
7 500,0 |
|
09.4074 |
2 640,700 |
|
20.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 167/26 |
VERORDENING (EG) Nr. 903/2006 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2006
tot wijziging van de vanaf 20 juni 2006 geldende invoerrechten in de sector granen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De invoerrechten in de sector granen zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 731/2006 van de Commissie (3). |
|
(2) |
In artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1249/96 is bepaald dat, indien in de loop van een toepassingsperiode het berekende gemiddelde van de invoerrechten 5 EUR per ton verschilt van het vastgestelde recht, een overeenkomstige aanpassing wordt uitgevoerd. Dit verschil heeft zich voorgedaan. De in Verordening (EG) nr. 731/2006 vastgestelde invoerrechten moeten derhalve worden aangepast, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen I en II bij de Verordening (EG) nr. 731/2006 worden vervangen door de bijlagen I en II bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 20 juni 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2006.
Voor de Commissie
J. L. DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 270 van 29.9.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1110/2003 (PB L 158 van 27.6.2003, blz. 12).
(3) PB L 128 van 16.5.2006, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 860/2006 (PB L 159 van 13.6.2006, blz. 10).
BIJLAGE I
Vanaf 20 juni 2006 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten
|
GN-code |
Omschrijving |
Invoerrecht (1) (in EUR/ton) |
|
1001 10 00 |
Harde tarwe van hoge kwaliteit |
0,00 |
|
van gemiddelde kwaliteit |
0,00 |
|
|
van lage kwaliteit |
9,43 |
|
|
1001 90 91 |
Zachte tarwe, zaaigoed |
0,00 |
|
ex 1001 90 99 |
Zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan voor zaaidoeleinden |
0,00 |
|
1002 00 00 |
Rogge |
51,39 |
|
1005 10 90 |
Maïs, zaaigoed, andere dan hybriden |
56,03 |
|
1005 90 00 |
Maïs, andere dan zaaigoed (2) |
56,03 |
|
1007 00 90 |
Graansorgho, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden |
51,39 |
(1) Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd (artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96) komt de importeur in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:
|
— |
3 EUR/t, als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt, of |
|
— |
2 EUR/t, als de loshaven in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt. |
(2) De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t, als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.
BIJLAGE II
Berekeningselementen
(15.6.2006-16.6.2006)
1)
Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:|
Beursnotering |
Minneapolis |
Chicago |
Minneapolis |
Minneapolis |
Minneapolis |
Minneapolis |
|
Product (eiwitgehalte bij 12 % vocht) |
HRS2 |
YC3 |
HAD2 |
Van gemiddelde kwaliteit (*1) |
Van lage kwaliteit (*2) |
US barley 2 |
|
Notering (EUR/t) |
144,49 (*3) |
76,47 |
159,53 |
149,53 |
129,53 |
88,49 |
|
Golfpremie (EUR/t) |
— |
11,60 |
— |
|
|
— |
|
Grote-Merenpremie (EUR/t) |
26,58 |
— |
— |
|
|
— |
2)
Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:Vrachttarieven/kosten: Golf van Mexico–Rotterdam: 18,80 EUR/t; Grote Meren–Rotterdam: 23,06 EUR/t.
3)
|
Subsidies bedoeld in artikel 4, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1249/96: |
0,00 EUR/t (HRW2) 0,00 EUR/t (SRW2). |
(*1) Een korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(*2) Een korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(*3) Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing
Commissie
|
20.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 167/29 |
BESLUIT Nr. 3/JP/2005 VAN DE GEZAMENLIJKE COMMISSIE DIE IS OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST INZAKE WEDERZIJDSE ERKENNING TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN JAPAN
van 14 maart 2006
betreffende de registratie van een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie in het kader van de sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en radioapparatuur
(2006/420/EG)
DE GEZAMENLIJKE COMMISSIE,
Gelet op de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en Japan, en met name op artikel 8, lid 3, onder a), en artikel 9, lid 1, onder b),
Overwegende dat de Gezamenlijke Commissie een besluit dient te nemen over de registratie van één of meer overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in het kader van een sectorbijlage,
BESLUIT:
|
1) |
De hierna vermelde overeenstemmingsbeoordelingsinstantie wordt geregistreerd in het kader van de sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en radioapparatuur van de overeenkomst voor de hierna vermelde producten en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures.
|
|
2) |
Dit besluit, opgesteld in tweevoud, wordt door beide voorzitters ondertekend. Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van de tweede handtekening. |
Ondertekend te Tokyo, 14 december 2005.
Namens Japan
Komiko ICHIKAWA
Ondertekend te Brussel, 14 maart 2006.
Namens de Europese Gemeenschap
Andra KOKE
|
20.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 167/31 |
BESLUIT NR. 4/JP/2005 VAN DE GEZAMENLIJKE COMMISSIE DIE IS OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST INZAKE WEDERZIJDSE ERKENNING TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN JAPAN
van 14 maart 2006
betreffende de registratie van een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie in het kader van de sectorbijlage betreffende elektrisch materiaal
(2006/421/EG)
DE GEZAMENLIJKE COMMISSIE,
Gelet op de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en Japan, en met name op artikel 8, lid 3, onder a) en artikel 9, lid 1, onder b);
Overwegende dat de Gezamenlijke Commissie een besluit dient te nemen over de registratie van één of meer overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in het kader van een sectorbijlage,
BESLUIT:
|
1) |
De hierna vermelde overeenstemmingsbeoordelingsinstantie wordt geregistreerd in het kader van de sectorbijlage betreffende elektrisch materiaal van de overeenkomst voor de hierna vermelde producten en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures.
|
|
2) |
Dit besluit, opgesteld in tweevoud, wordt door de beide voorzitters ondertekend. Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van de tweede handtekening. |
Ondertekend te Tokyo op 14 december 2005.
Namens Japan
Komiko ICHIKAWA
Ondertekend te Brussel op 14 maart 2006.
Namens de Europese Gemeenschap
Andra KOKE