|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 159 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
49e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing |
Bladzijde |
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
* |
Richtlijn 2006/55/EG van de Commissie van 12 juni 2006 tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 66/402/EEG van de Raad wat betreft het maximumgewicht van een partij zaaizaad ( 1 ) |
|
|
|
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing |
|
|
|
|
Raad |
|
|
|
* |
||
|
|
|
Commissie |
|
|
|
* |
Beschikking van de Commissie van 9 juni 2006 waarbij aan de lidstaten toestemming wordt verleend om de geldigheidsduur van de voorlopige toelatingen voor de nieuwe werkzame stof profoxydim te verlengen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 1632) ( 1 ) |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing
|
13.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 159/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 856/2006 VAN DE COMMISSIE
van 12 juni 2006
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 13 juni 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 juni 2006.
Voor de Commissie
J. L. DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 12 juni 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
052 |
78,2 |
|
204 |
33,8 |
|
|
999 |
56,0 |
|
|
0707 00 05 |
052 |
70,8 |
|
068 |
47,7 |
|
|
999 |
59,3 |
|
|
0709 90 70 |
052 |
96,4 |
|
999 |
96,4 |
|
|
0805 50 10 |
052 |
51,3 |
|
388 |
63,4 |
|
|
508 |
52,0 |
|
|
528 |
48,5 |
|
|
999 |
53,8 |
|
|
0808 10 80 |
388 |
93,2 |
|
400 |
111,3 |
|
|
404 |
82,8 |
|
|
508 |
85,5 |
|
|
512 |
85,9 |
|
|
524 |
45,3 |
|
|
528 |
108,3 |
|
|
720 |
93,7 |
|
|
804 |
102,8 |
|
|
999 |
89,9 |
|
|
0809 10 00 |
052 |
278,4 |
|
204 |
61,1 |
|
|
999 |
169,8 |
|
|
0809 20 95 |
052 |
357,3 |
|
068 |
95,0 |
|
|
999 |
226,2 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.
|
13.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 159/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 857/2006 VAN DE COMMISSIE
van 12 juni 2006
tot vaststelling van de uitvoerrestituties voor noten (amandelen zonder dop, hazelnoten in de dop, hazelnoten zonder dop, walnoten in de dop) in het kader van het A1-stelsel
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 35, lid 3, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1961/2001 van de Commissie (2), zijn de uitvoeringsbepalingen voor de uitvoerrestituties in de sector groenten en fruit vastgesteld. |
|
(2) |
Op grond van artikel 35, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2200/96 kan, voorzover dit nodig is om een economisch significante uitvoer mogelijk te maken en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten gesloten in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag, een uitvoerrestitutie worden betaald voor de door de Gemeenschap uitgevoerde producten. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 35, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 moet erop worden toegezien dat de reeds eerder door de restitutieregeling op gang gebrachte handelsstromen niet worden verstoord. Daarom, en wegens de seizoengebondenheid van de uitvoer van groenten en fruit, moeten contingenten per product worden vastgesteld op basis van landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties, die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (3). Bij de verdeling van die hoeveelheden moet rekening worden gehouden met het min of meer bederfelijke karakter van de betrokken producten. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 35, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2200/96 moet bij de vaststelling van de restituties rekening worden gehouden met de situatie en de verwachte ontwikkeling met betrekking tot de prijzen van groenten en fruit op de markt van de Gemeenschap en de beschikbare hoeveelheden enerzijds, en de prijzen in de internationale handel anderzijds. Voorts moeten ook de afzet- en vervoerskosten en het economische aspect van de beoogde uitvoer in aanmerking worden genomen. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 35, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2200/96 wordt bij het bepalen van de marktprijzen van de Gemeenschap rekening gehouden met de prijzen die met het oog op de uitvoer het gunstigst blijken te zijn. |
|
(6) |
Wegens de omstandigheden in de internationale handel of de specifieke vereisten van bepaalde markten, kan het nodig zijn de restitutie voor een bepaald product te differentiëren naar gelang van de bestemming van dat product. |
|
(7) |
Voor amandelen zonder dop, hazelnoten en walnoten in de dop kunnen in economisch opzicht belangrijke uitvoertransacties plaatsvinden. |
|
(8) |
Aangezien noten tamelijk lang houdbaar zijn, kunnen de uitvoerrestituties met langere tussenpozen worden vastgesteld. |
|
(9) |
Met het oog op een optimaal gebruik van de beschikbare middelen en gelet op de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap is het dienstig uitvoerrestitutiebedragen voor noten volgens het A1-stelsel vast te stellen. |
|
(10) |
De in het kader van de Europaovereenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en Roemenië en Bulgarije gevoerde onderhandelingen beogen met name de liberalisering van de handel in producten die onder de gemeenschappelijke marktordening voor de betrokken sector vallen. De uitvoerrestituties voor die twee landen moeten derhalve worden afgeschaft. |
|
(11) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verse groenten en fruit, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. In de bijlage bij deze verordening worden de eenheidsbedragen van de restitutie bij de uitvoer van noten, de periode voor de indiening van certificaataanvragen en de verwachte hoeveelheden vastgesteld.
2. Certificaten die zijn afgegeven in het kader van een voedselhulpactie, zoals bedoeld in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie (4), worden niet afgeboekt op de in de bijlage bij deze verordening bedoelde hoeveelheden.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 5, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1961/2001, bedraagt de geldigheidsduur van de certificaten van het A1-stelsel drie maanden.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 24 juni 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 juni 2006.
Voor de Commissie
J. L. DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 van de Commissie (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).
(2) PB L 268 van 9.10.2001, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).
(3) PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2180/2003 (PB L 335 van 22.12.2003, blz. 1).
(4) PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 410/2006 (PB L 71 van 10.3.2006, blz. 7).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 12 juni 2006 tot vaststelling van de uitvoerrestituties voor noten (A1-stelsel)
Periode voor de indiening van certificaataanvragen: 24 juni 2006 tot en met 24 december 2006.
|
Productcode (1) |
Bestemming (2) |
Eenheidsbedrag van de restitutie (in EUR/t nettogewicht) |
Verwachte hoeveelheden (in t) |
|
0802 12 90 9000 |
F08 |
45 |
1 200 |
|
0802 21 00 9000 |
F08 |
53 |
600 |
|
0802 22 00 9000 |
F08 |
103 |
4 000 |
|
0802 31 00 9000 |
F08 |
66 |
600 |
(1) De productcodes zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), gewijzigd.
(2) De codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 3846/87. De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).
De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteldt:
|
F08 |
: |
alle bestemmingen met uitzondering van Bulgarije en Roemenië. |
|
13.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 159/5 |
VERORDENING (EG) Nr. 858/2006 VAN DE COMMISSIE
van 12 juni 2006
tot vaststelling van de uitvoerrestituties in het kader van de A1- en B-stelsels in de sector groenten en fruit (tomaten, sinaasappelen, citroenen, tafeldruiven, appelen en perziken)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 35, lid 3, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1961/2001 van de Commissie (2), zijn de uitvoeringsbepalingen voor de uitvoerrestituties in de sector groenten en fruit vastgesteld. |
|
(2) |
Op grond van artikel 35, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2200/96 kan, voorzover dit nodig is om een economisch significante uitvoer mogelijk te maken en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten gesloten in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag, een uitvoerrestitutie worden betaald voor de door de Gemeenschap uitgevoerde producten. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 35, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 moet erop worden toegezien dat de reeds eerder door de restitutieregeling op gang gebrachte handelsstromen niet worden verstoord. Daarom, en vanwege de seizoensgebondenheid van de uitvoer van groenten en fruit, moeten de contingenten per product worden vastgesteld op basis van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties, die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (3). Bij de verdeling van die hoeveelheden moet rekening worden gehouden met het min of meer bederfelijke karakter van de betrokken producten. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 35, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2200/96 moet bij de vaststelling van de restituties rekening worden gehouden met de situatie en de verwachte ontwikkeling met betrekking tot de prijzen van groenten en fruit op de markt van de Gemeenschap en de beschikbare hoeveelheden enerzijds, en de prijzen in de internationale handel anderzijds. Voorts moeten ook de afzet- en vervoerskosten en het economische aspect van de beoogde uitvoer in aanmerking worden genomen. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 35, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2200/96 wordt bij het bepalen van de marktprijzen van de Gemeenschap rekening gehouden met de prijzen die met het oog op de uitvoer het gunstigst blijken te zijn. |
|
(6) |
Wegens de omstandigheden in de internationale handel of specifieke vereisten van bepaalde markten, kan het nodig zijn de restitutie voor een bepaald product te differentiëren naar gelang van de bestemming van dat product. |
|
(7) |
Voor tomaten, sinaasappelen, citroenen, tafeldruiven, appelen en perziken van de kwaliteitsklassen Extra, I en II van de gemeenschappelijke handelsnormen kan de uitvoer momenteel economisch significant zijn. |
|
(8) |
Met het oog op een optimaal gebruik van de beschikbare middelen en gelet op de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap is het dienstig uitvoerrestitutiebedragen volgens de A1- en B-stelsels vast te stellen. |
|
(9) |
De in het kader van de Europaovereenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en Roemenië en Bulgarije gevoerde onderhandelingen beogen met name de liberalisering van de handel in producten die onder de gemeenschappelijke marktordening voor de betrokken sector vallen. De uitvoerrestituties voor die twee landen moeten derhalve worden afgeschaft. |
|
(10) |
Het Comité van beheer voor verse groenten en fruit heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. In de bijlage worden de eenheidsbedragen van de restituties, de periode voor het aanvragen van de restitutie en de verwachte hoeveelheden van de betrokken producten voor het A1-stelsel vastgesteld. In de bijlage worden de indicatieve eenheidsbedragen van de restitutie, de periode voor indiening van de certificaataanvragen en de verwachte hoeveelheden van de betrokken producten voor het B-stelsel vastgesteld.
2. Certificaten die in het kader van de voedselhulp worden afgegeven, zoals bedoeld in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie (4), worden niet afgeboekt op de in de bijlage bij deze verordening bedoelde hoeveelheden.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 24 juni 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 juni 2006.
Voor de Commissie
J. L. DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 van de Commissie (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).
(2) PB L 268 van 9.10.2001, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).
(3) PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2091/2005 (PB L 343 van 24.12.2005, blz. 1).
(4) PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 410/2006 (PB L 71 van 10.3.2006, blz. 7).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 12 juni 2006 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector groenten en fruit (tomaten, sinaasappelen, citroenen, tafeldruiven, appelen en perziken)
|
Productcode (1) |
Bestemming (2) |
A1-stelsel Periode voor het aanvragen van de restitutie: 24.6.2006-24.10.2006 |
B-stelsel Periode voor indiening van de certificaataanvragen: 1.7.2006-31.10.2006 |
||
|
Eenheidsbedrag van de restitutie (EUR/t nettogewicht) |
Verwachte hoeveelheden (t) |
Indicatief eenheidsbedrag van de restitutie (EUR/t nettogewicht) |
Verwachte hoeveelheden (t) |
||
|
0702 00 00 9100 |
F08 |
20 |
|
20 |
2 667 |
|
0805 10 20 9100 |
F08 |
29 |
|
29 |
10 000 |
|
0805 50 10 9100 |
F08 |
50 |
|
50 |
1 667 |
|
0806 10 10 9100 |
F08 |
12 |
|
12 |
16 667 |
|
0808 10 80 9100 |
F04 , F09 |
23 |
|
23 |
23 333 |
|
0809 30 10 9100 0809 30 90 9100 |
F03 |
11 |
|
11 |
13 333 |
(1) De codes van de producten zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), gewijzigd.
(2) De codes van de bestemmingen serie „ A ” zijn vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 3846/87.
De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).
De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:
|
F03 |
: |
alle bestemmingen met uitzondering van Zwitserland, Roemenië en Bulgarije. |
||||||
|
F04 |
: |
Hongkong, Singapore, Maleisië, Sri Lanka, Indonesië, Thailand, Taiwan, Papoea-Nieuw-Guinea, Laos, Cambodja, Vietnam, Japan, Uruguay, Paraguay, Argentinië, Mexico en Costa Rica. |
||||||
|
F08 |
: |
alle bestemmingen met uitzondering van Bulgarije en Roemenië. |
||||||
|
F09 |
: |
De volgende bestemmingen:
|
|
13.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 159/8 |
VERORDENING (EG) Nr. 859/2006 VAN DE COMMISSIE
van 12 juni 2006
tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, andere dan voor toegevoegde suiker toegekende restituties (voorlopig verduurzaamde kersen, gepelde tomaten, gekonfijte kersen, bereide hazelnoten en sommige sinaasappelsappen)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit (1), en met name op artikel 16, lid 3, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1429/95 van de Commissie (2), zijn uitvoeringsbepalingen vastgesteld met betrekking tot de uitvoerrestituties in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, andere dan voor toegevoegde suiker toegekende restituties. |
|
(2) |
In artikel 16, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2201/96 is bepaald dat, voorzover nodig om het mogelijk te maken dat economisch belangrijke hoeveelheden worden uitgevoerd, voor de in artikel 1, lid 2, onder a), van die verordening genoemde producten een uitvoerrestitutie kan worden toegekend binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag. In artikel 18, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2201/96 is bepaald dat, wanneer de restitutie voor de suiker die is verwerkt in de in artikel 1, lid 2, onder b), van die verordening genoemde producten, ontoereikend is om uitvoer van die producten mogelijk te maken, de overeenkomstig artikel 17 van die verordening vastgestelde restitutie van toepassing is. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 dient ervoor te worden gezorgd dat de handelsstromen die eerder als gevolg van de restitutieregeling zijn ontstaan, niet worden verstoord. Daarom dienen de hoeveelheden per product te worden vastgesteld op basis van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (3). |
|
(4) |
Op grond van artikel 17, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 moeten de restituties worden vastgesteld met inachtneming van de situatie en de verwachte ontwikkeling met betrekking tot, enerzijds, de prijzen van verwerkte producten op basis van groenten en fruit op de markt van de Gemeenschap en de beschikbare hoeveelheden en, anderzijds, de prijzen in de internationale handel. Ook moet rekening worden gehouden met de afzet- en vervoerskosten en met het economische aspect van de beoogde uitvoer. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 17, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2201/96 moet bij het bepalen van de prijzen op de markt van de Gemeenschap rekening worden gehouden met de toegepaste prijzen die met het oog op de uitvoer het gunstigst blijken te zijn. |
|
(6) |
In verband met de situatie voor de internationale handel of de specifieke eisen van bepaalde markten kan het nodig zijn om de restitutie voor een bepaald product te differentiëren naar de bestemming van dat product. |
|
(7) |
Momenteel kunnen economisch belangrijke hoeveelheden worden uitgevoerd van voorlopig verduurzaamde kersen, gepelde tomaten, gekonfijte kersen, bereide hazelnoten en sommige sinaasappelsappen. |
|
(8) |
De eenheidsbedragen van de restituties en de betrokken hoeveelheden moeten dienovereenkomstig worden vastgesteld. |
|
(9) |
De in het kader van de Europaovereenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en Roemenië en Bulgarije gevoerde onderhandelingen beogen met name de liberalisering van de handel in producten die onder de gemeenschappelijke marktordening voor de betrokken sector vallen. De uitvoerrestituties voor die twee landen moeten derhalve worden afgeschaft. |
|
(10) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor op basis van groenten en fruit verwerkte producten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De eenheidsbedragen van de uitvoerrestituties in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, de periode voor de indiening van de certificaataanvragen, de periode voor de afgifte van de certificaten en de betrokken hoeveelheden worden vastgesteld in de bijlage.
2. De in het kader van voedselhulp afgegeven certificaten als bedoeld in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie (4), worden niet in mindering gebracht op de in de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde hoeveelheden.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 24 juni 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 juni 2006.
Voor de Commissie
J. L. DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2004 van de Commissie (PB L 64 van 2.3.2004, blz. 25).
(2) PB L 141 van 24.6.1995, blz. 28. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 498/2004 (PB L 80 van 18.3.2004, blz. 20).
(3) PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2091/2005 (PB L 343 van 24.12.2005, blz. 1).
(4) PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 410/2006 (PB L 71 van 10.3.2006, blz. 7).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 12 juni 2006 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit, andere dan voor toegevoegde suiker toegekende restituties (voorlopig verduurzaamde kersen, gepelde tomaten, gekonfijte kersen, bereide hazelnoten en sommige sinaasappelsappen)
Periode voor de indiening van de certificaataanvragen: van 24 juni tot en met 24 oktober 2006.
Periode voor de toewijzing van de certificaten: van juli tot en met oktober 2006.
|
Productcode (1) |
Code van de bestemming (2) |
Eenheidsbedrag van de restitutie (in EUR/t nettogewicht) |
Betrokken hoeveelheid (in t) |
|
0812 10 00 9100 |
F06 |
50 |
3 000 |
|
2002 10 10 9100 |
F10 |
45 |
43 500 |
|
2006 00 31 9000 2006 00 99 9100 |
F06 |
153 |
600 |
|
2008 19 19 9100 2008 19 99 9100 |
F08 |
59 |
500 |
|
2009 11 99 9110 2009 12 00 9111 2009 19 98 9112 |
F08 |
5 |
0 |
|
2009 11 99 9150 2009 19 98 9150 |
F08 |
29 |
0 |
(1) De productcodes zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), gewijzigd.
(2) De bestemmingscodes van de „ A ”-serie zijn vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 3846/87.
De cijfercodes van de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).
De overige bestemmingen worden als volgt vastgesteld:
|
F06 |
Alle bestemmingen behalve de landen van Noord-Amerika, Roemenië en Bulgarije. |
|
F08 |
Alle bestemmingen met uitzondering van Bulgarije en Roemenië. |
|
F10 |
Alle bestemmingen behalve de Verenigde Staten van Amerika, Bulgarije en Roemenië. |
|
13.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 159/10 |
VERORDENING (EG) Nr. 860/2006 VAN DE COMMISSIE
van 12 juni 2006
tot wijziging van de vanaf 13 juni 2006 geldende invoerrechten in de sector granen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De invoerrechten in de sector granen zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 731/2006 van de Commissie (3). |
|
(2) |
In artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1249/96 is bepaald dat, indien in de loop van een toepassingsperiode het berekende gemiddelde van de invoerrechten 5 EUR per ton verschilt van het vastgestelde recht, een overeenkomstige aanpassing wordt uitgevoerd. Dit verschil heeft zich voorgedaan. De in Verordening (EG) nr. 731/2006 vastgestelde invoerrechten moeten derhalve worden aangepast, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen I en II bij de Verordening (EG) nr. 731/2006 worden vervangen door de bijlagen I en II bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 13 juni 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 juni 2006.
Voor de Commissie
J. L. DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 270 van 29.9.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1110/2003 (PB L 158 van 27.6.2003, blz. 12).
(3) PB L 128 van 16.5.2006, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 755/2006 (PB L 132 van 19.5.2006, blz. 17).
BIJLAGE I
Vanaf 13 juni 2006 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten
|
GN-code |
Omschrijving |
Invoerrecht (1) (in EUR/ton) |
|
1001 10 00 |
Harde tarwe van hoge kwaliteit |
0,00 |
|
van gemiddelde kwaliteit |
0,00 |
|
|
van lage kwaliteit |
15,23 |
|
|
1001 90 91 |
Zachte tarwe, zaaigoed |
0,00 |
|
ex 1001 90 99 |
Zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan voor zaaidoeleinden |
0,00 |
|
1002 00 00 |
Rogge |
54,38 |
|
1005 10 90 |
Maïs, zaaigoed, andere dan hybriden |
55,31 |
|
1005 90 00 |
Maïs, andere dan zaaigoed (2) |
55,31 |
|
1007 00 90 |
Graansorgho, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden |
54,38 |
(1) Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd (artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96) komt de importeur in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:
|
— |
3 EUR/t, als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt, of |
|
— |
2 EUR/t, als de loshaven in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt. |
(2) De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t, als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.
BIJLAGE II
Berekeningselementen
(31.5.2006-9.6.2006)
1)
Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:|
Beursnotering |
Minneapolis |
Chicago |
Minneapolis |
Minneapolis |
Minneapolis |
Minneapolis |
|
Product (eiwitgehalte bij 12 % vocht) |
HRS2 |
YC3 |
HAD2 |
Van gemiddelde kwaliteit (*1) |
Van lage kwaliteit (*2) |
US barley 2 |
|
Notering (EUR/t) |
148,94 (*3) |
78,92 |
154,94 |
144,94 |
124,94 |
86,30 |
|
Golfpremie (EUR/t) |
— |
10,68 |
— |
|
|
— |
|
Grote-Merenpremie (EUR/t) |
25,71 |
— |
— |
|
|
— |
2)
Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:Vrachttarieven/kosten: Golf van Mexico–Rotterdam: 17,58 EUR/t; Grote Meren–Rotterdam: 21,85 EUR/t.
3)
|
Subsidies bedoeld in artikel 4, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1249/96: |
0,00 EUR/t (HRW2) 0,00 EUR/t (SRW2). |
(*1) Een korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(*2) Een korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(*3) Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
|
13.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 159/13 |
RICHTLIJN 2006/55/EG VAN DE COMMISSIE
van 12 juni 2006
tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 66/402/EEG van de Raad wat betreft het maximumgewicht van een partij zaaizaad
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (1), en met name op artikel 21 bis,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De internationale regels in verband met het maximumgewicht van een partij zaaizaad van bepaalde graansoorten, met name Triticum aestivum, Triticum durum, Triticum spelta, Secale cereale, Triticosecale en Oryza sativa, Avena sativa en Hordeum vulgare, zijn onlangs herzien. |
|
(2) |
Het in het Gemeenschapsrecht vastgestelde maximumgewicht van een partij zaaizaad van die soorten moet worden aangepast. |
|
(3) |
Richtlijn 66/402/EEG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(4) |
De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw, |
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
In kolom 2 van de tabel in bijlage III bij Richtlijn 66/402/EEG wordt „25” vervangen door „30”.
Artikel 2
1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2006 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 3
Deze richtlijn treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 4
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 12 juni 2006.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB 125 van 11.7.1966, blz. 2309/66. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/117/EG (PB L 14 van 18.1.2005, blz. 18).
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing
Raad
|
13.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 159/14 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 12 juni 2006
houdende benoeming van een Duits lid van het Comité van de Regio's
(2006/408/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 263,
Gezien de voordracht van de Duitse regering,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 24 januari 2006 heeft de Raad Besluit 2006/116/EG (1) aangenomen, houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2006 tot en met 25 januari 2010. |
|
(2) |
Door het aftreden van de heer Jochen RIEBEL is in het Comité van de Regio's een zetel van een lid vrijgekomen, |
BESLUIT:
Artikel 1
In het Comité van de Regio's wordt voor het resterende deel van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2010, tot lid benoemd:
de heer Volker HOFF
Minister für Bundes- und Europaangelegenheiten und Bevollmächtigter des Landes Hessen beim Bund
ter vervanging van de heer Jochen RIEBEL.
Artikel 2
Dit besluit wordt van kracht op de dag waarop het wordt aangenomen.
Gedaan te Luxemburg, 12 juni 2006.
Voor de Raad
De voorzitster
U. PLASSNIK
Commissie
|
13.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 159/15 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 9 juni 2006
waarbij aan de lidstaten toestemming wordt verleend om de geldigheidsduur van de voorlopige toelatingen voor de nieuwe werkzame stof profoxydim te verlengen
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 1632)
(Voor de EER relevante tekst)
(2006/409/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (1), en met name op artikel 8, lid 1, vierde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG heeft Spanje in maart 1998 van BASF AG een aanvraag ontvangen voor de opneming van de werkzame stof profoxydim (vroegere naam: clefoxydim, BAS 625H) in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Bij Beschikking 1999/43/EG van de Commissie (2) is bevestigd dat het dossier volledig is en geacht wordt in beginsel te voldoen aan de voorschriften inzake gegevens en informatie van de bijlagen II en III bij die richtlijn. |
|
(2) |
De bevestiging van de volledigheid van het dossier was nodig om het grondig te kunnen onderzoeken en de lidstaten de mogelijkheid te geven gewasbeschermingsmiddelen met de desbetreffende werkzame stof voorlopig toe te laten voor een periode van hoogstens drie jaar, met inachtneming van de voorwaarden van artikel 8, lid 1, van Richtlijn 91/414/EEG en met name de voorwaarde dat de werkzame stof en het gewasbeschermingsmiddel grondig worden beoordeeld in het licht van de voorschriften van de richtlijn. |
|
(3) |
Voor deze werkzame stof zijn de uitwerking op de menselijke gezondheid en het milieueffect overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, leden 2 en 4, van Richtlijn 91/414/EEG beoordeeld voor de door de aanvrager voorgestelde toepassingen. De rapporterende lidstaat heeft het ontwerp-beoordelingsverslag op 28 maart 2001 bij de Commissie ingediend. |
|
(4) |
Nadat de rapporterende lidstaat het ontwerp-beoordelingsverslag had ingediend, bleek het nodig de aanvrager om aanvullende informatie te vragen en moest de rapporterende lidstaat deze informatie bestuderen en beoordelen. Daardoor is het onderzoek van het dossier nog aan de gang en kan de evaluatie niet binnen de bij Richtlijn 91/414/EEG vastgestelde termijn worden afgerond. |
|
(5) |
Aangezien de evaluatie tot nu toe geen aanleiding tot onmiddellijke bezorgdheid heeft gegeven, moet aan de lidstaten toestemming worden gegeven om de voorlopige toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen met de desbetreffende werkzame stof overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 91/414/EEG voor een periode van 24 maanden te verlengen, zodat het onderzoek van het dossier kan worden voortgezet. Verwacht wordt dat voor profoxydim 24 maanden zullen volstaan om de evaluatie en de besluitvorming met betrekking tot de eventuele opname in bijlage I af te ronden. |
|
(6) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De lidstaten mogen de geldigheidsduur van de voorlopige toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen met profoxydim met hoogstens 24 maanden verlengen, te rekenen vanaf de datum van vaststelling van deze beschikking.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 9 juni 2006.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/45/EG van de Commissie (PB L 130 van 18.5.2006, blz. 27).