ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 147

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

49e jaargang
1 juni 2006


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

 

Verordening (EG) nr. 806/2006 van de Commissie van 31 mei 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

*

Verordening (EG) nr. 807/2006 van de Commissie van 31 mei 2006 inzake de opening van een permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van gerst die in het bezit is van het Estse interventiebureau

3

 

*

Verordening (EG) nr. 808/2006 van de Commissie van 31 mei 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1555/96 met betrekking tot de drempelvolumes voor de toepassing van de aanvullende rechten voor tomaten, abrikozen, citroenen, pruimen, perziken (nectarines daaronder begrepen), peren en tafeldruiven

9

 

 

Verordening (EG) nr. 809/2006 van de Commissie van 31 mei 2006 tot vaststelling van het op de restitutie voor granen toe te passen correctiebedrag

11

 

 

Verordening (EG) nr. 810/2006 van de Commissie van 31 mei 2006 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor mout

13

 

 

Verordening (EG) nr. 811/2006 van de Commissie van 31 mei 2006 tot vaststelling van de restituties die gelden voor de in het kader van communautaire en nationale voedselhulpacties geleverde producten van de sectoren granen en rijst

15

 

 

Verordening (EG) nr. 812/2006 van de Commissie van 31 mei 2006 tot vaststelling van de productierestitutie voor in de chemische industrie gebruikte witte suiker voor de periode van 1 tot en met 30 juni 2006

17

 

 

Verordening (EG) nr. 813/2006 van de Commissie van 31 mei 2006 tot vaststelling van het op de restitutie voor mout toe te passen correctiebedrag

18

 

 

Verordening (EG) nr. 814/2006 van de Commissie van 31 mei 2006 betreffende de afgifte van invoercertificaten voor rietsuiker in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten

20

 

 

Verordening (EG) nr. 815/2006 van de Commissie van 31 mei 2006 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 juni 2006

23

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

 

 

Gemengd Comité van de EER

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 18/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-Overeenkomst

26

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 19/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-Overeenkomst

28

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 20/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

30

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 21/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

32

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 22/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

34

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 23/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

36

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 24/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

37

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 25/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

39

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 26/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

40

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 27/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

41

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 28/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

42

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 29/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

44

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 30/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

46

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 31/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

48

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 32/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage VI (Sociale zekerheid) bij de EER-Overeenkomst

49

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 33/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage IX (Financiële diensten) bij de EER-Overeenkomst

50

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 34/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst

51

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 35/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst

53

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 36/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-Overeenkomst

55

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 37/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van bijlage XXII (Vennootschapsrecht) bij de EER-Overeenkomst

56

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 38/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van Protocol 31 (Samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden) bij de EER-Overeenkomst

58

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 39/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-Overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

61

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 40/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-Overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

63

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 41/2006 van 10 maart 2006 tot wijziging van Protocol 31 (Samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden) bij de EER-Overeenkomst

64

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/1


VERORDENING (EG) Nr. 806/2006 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2006

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 31 mei 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

83,2

204

55,6

999

69,4

0707 00 05

052

77,5

999

77,5

0709 90 70

052

91,2

999

91,2

0805 50 10

388

54,9

508

52,4

528

50,1

999

52,5

0808 10 80

388

88,5

400

127,7

404

101,0

508

74,8

512

81,2

524

88,5

528

89,3

720

92,5

804

103,0

999

94,1

0809 20 95

052

227,5

999

227,5


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/3


VERORDENING (EG) Nr. 807/2006 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2006

inzake de opening van een permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van gerst die in het bezit is van het Estse interventiebureau

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EEG) nr. 2131/93 van de Commissie (2) zijn de procedures en de voorwaarden voor de verkoop van graan door de interventiebureaus vastgesteld.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 3002/92 van de Commissie (3) zijn gemeenschappelijke bepalingen inzake de controle op het gebruik en/of de bestemming van producten uit interventie vastgesteld.

(3)

Bij de huidige marktsituatie is het dienstig een permanente openbare inschrijving te openen voor de uitvoer van 28 375 t gerst die in het bezit is van het Estse interventiebureau.

(4)

Voor een regelmatig verloop van de transacties en de controles daarop moeten speciale bepalingen worden vastgesteld. Het is dienstig daartoe een zekerheidsregeling vast te stellen waarmee de beoogde doelstellingen worden bereikt zonder dat dit voor de betrokken handelaren overdreven hoge kosten meebrengt. Bijgevolg moet worden afgeweken van sommige voorschriften, met name van Verordening (EEG) nr. 2131/93.

(5)

Om wederinvoer te voorkomen, mag uitvoer in het kader van de bij deze verordening geopende inschrijving alleen geschieden naar bepaalde derde landen.

(6)

Om het beheer van de regeling te moderniseren, moet worden voorzien in de elektronische overdracht van de door de Commissie vereiste gegevens.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Tenzij in deze verordening iets anders is bepaald, houdt het Estse interventiebureau onder de bij Verordening (EEG) nr. 2131/93 vastgestelde voorwaarden een permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van gerst die in zijn bezit is.

Artikel 2

De inschrijving heeft betrekking op een hoeveelheid van ten hoogste 28 375 t gerst voor uitvoer naar derde landen, met uitzondering van Albanië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Canada, Kroatië, de Verenigde Staten van Amerika, Liechtenstein, Mexico, Roemenië, Servië en Montenegro (4) en Zwitserland.

Artikel 3

1.   Voor uitvoer in het kader van deze verordening worden noch uitvoerrestituties, noch uitvoerbelastingen, noch maandelijkse verhogingen toegepast.

2.   Artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 is niet van toepassing.

3.   In afwijking van het bepaalde in artikel 16, derde alinea, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 is de bij uitvoer te betalen prijs die welke in de offerte is vermeld, zonder maandelijkse verhogingen.

Artikel 4

1.   De uitvoercertificaten zijn geldig vanaf de datum van afgifte in de zin van artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2131/93 tot en met het einde van de vierde daaropvolgende maand.

2.   De in het kader van deze openbare inschrijving ingediende offertes hoeven niet vergezeld te gaan van aanvragen voor uitvoercertificaten in het kader van artikel 49 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie (5).

Artikel 5

1.   In afwijking van het bepaalde in artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 verstrijkt de termijn voor de indiening van de offertes voor de eerste deelinschrijving op 1 juni 2006 om 9.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).

De termijn voor de indiening van de offertes voor de volgende deelinschrijvingen verstrijkt telkens op donderdag om 9.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).

De termijn voor de indiening van de offertes voor de laatste deelinschrijving verstrijkt op 29 juni 2006 om 9.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).

2.   De offertes moeten worden ingediend bij het Estse interventiebureau:

Pollumajanduse Registrite ja Informatsiooni Amet

Narva mnt. 3

EE-51009 Tartu

Tel. (372-7) 37 12 00

Fax (372-7) 37 12 01

E-mail: pria@pria.ee

.

Artikel 6

Het interventiebureau, de opslaghouder en de koper gaan, op verzoek van deze laatste en in onderlinge overeenstemming, naar keuze van de koper hetzij vóór, hetzij bij de uitslag uit de opslagplaats, over tot het nemen van contradictoire monsters met een frequentie van ten minste één monsterneming voor elke 500 t en tot de analyse van deze monsters. Het interventiebureau kan zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde die evenwel niet de opslaghouder kan zijn.

De contradictoire monsters worden genomen en geanalyseerd binnen een termijn van zeven werkdagen te rekenen vanaf de datum van het verzoek van de koper, of binnen een termijn van drie werkdagen indien de monsters worden genomen bij uitslag uit de opslagplaats.

In geval van betwisting worden de resultaten van de analyses langs elektronische weg aan de Commissie meegedeeld.

Artikel 7

1.   De koper moet de partij als zodanig aanvaarden indien het eindresultaat van de analyses van de monsters duidt op een kwaliteit die:

a)

beter is dan de in het bericht van inschrijving vermelde kwaliteit;

b)

beter is dan de voor interventie vereiste minimumkwaliteit maar minder dan de in het bericht van inschrijving beschreven kwaliteit, waarbij het verschil ten opzichte van deze laatste kwaliteit niet groter is dan:

1 kg per hectoliter voor het soortelijk gewicht, dat evenwel niet lager mag zijn dan 64 kg per hectoliter;

1 procentpunt voor het vochtgehalte;

0,5 procentpunt voor de in de punten B.2 en B.4 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 824/2000 van de Commissie (6) bedoelde onzuiverheden;

0,5 procentpunt voor de in punt B.5 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 824/2000 bedoelde onzuiverheden, waarbij evenwel de voor schadelijke korrels en voor moederkoren toegestane percentages ongewijzigd blijven.

2.   Indien het eindresultaat van de analyses van de monsters duidt op een kwaliteit die beter is dan de voor interventie vereiste minimumkwaliteit, maar minder dan de in het bericht van inschrijving beschreven kwaliteit, waarbij het verschil ten opzichte van deze laatste kwaliteit groter is dan het in lid 1, onder b), bedoelde verschil, kan de koper:

a)

hetzij de partij als zodanig aanvaarden,

b)

hetzij weigeren de betrokken partij over te nemen.

In het in de eerste alinea, onder b), bedoelde geval is de koper pas van al zijn verplichtingen voor de betrokken partij, met inbegrip van die betreffende de zekerheden, ontslagen nadat hij de Commissie en het interventiebureau onverwijld van zijn beslissing op de hoogte heeft gebracht met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage I.

3.   Indien het eindresultaat van de analyses van de monsters duidt op een kwaliteit die minder is dan de voor interventie vereiste minimumkwaliteit, mag de koper beslissen om de betrokken partij niet af te halen. Hij is pas van al zijn verplichtingen voor de betrokken partij, met inbegrip van die betreffende de zekerheden, ontslagen nadat hij de Commissie en het interventiebureau van zijn beslissing op de hoogte heeft gebracht met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage I.

Artikel 8

In de in artikel 7, lid 2, eerste alinea, onder b), en lid 3, bedoelde gevallen kan de koper het interventiebureau verzoeken om hem zonder extra kosten een andere partij gerst van de vastgestelde kwaliteit te leveren. In dat geval wordt de zekerheid niet vrijgegeven. De partij moet binnen drie dagen na het door de koper ingediende verzoek worden vervangen. De koper stelt de Commissie daarvan onverwijld in kennis met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage I.

Indien de koper, binnen een periode van ten hoogste een maand na de datum van het eerste door de koper ingediende verzoek om vervanging, na achtereenvolgende vervangingen geen vervangende partij van de vastgestelde kwaliteit heeft gekregen, is hij van al zijn verplichtingen, met inbegrip van die betreffende de zekerheden ontslagen, nadat hij de Commissie en het interventiebureau daarvan onverwijld op de hoogte heeft gebracht met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage I.

Artikel 9

1.   Indien de gerst wordt uitgeslagen voordat de resultaten van de in artikel 6 bedoelde analyses bekend zijn, zijn vanaf het tijdstip van de afhaling van de partij alle risico’s voor rekening van de koper, onverminderd de rechtsmiddelen waarover de koper jegens de opslaghouder mocht beschikken.

2.   De kosten van de in artikel 6 bedoelde monsternemingen en analyses, maar niet die van de in artikel 7, lid 3, bedoelde monsternemingen en analyses, komen ten laste van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) voor maximaal één analyse per 500 t, met uitzondering van de overslagkosten. De overslagkosten en de eventueel op verzoek van de koper verrichte aanvullende analyses zijn voor rekening van de koper.

Artikel 10

In afwijking van artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 3002/92 moet in de documenten betreffende de verkoop van gerst overeenkomstig deze verordening, en met name in het uitvoercertificaat, in het uitslagbewijs zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, onder b), van Verordening (EEG) nr. 3002/92, in de aangifte ten uitvoer en, in voorkomend geval, in het exemplaar T5, een van de in bijlage II vastgestelde vermeldingen worden opgenomen.

Artikel 11

1.   De overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 gestelde zekerheid moet worden vrijgegeven zodra de uitvoercertificaten aan de kopers zijn afgegeven.

2.   In afwijking van artikel 17, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 wordt de naleving van de verplichting tot uitvoer gegarandeerd door een zekerheid waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen de op de toewijzingsdag geldende interventieprijs en de toewijzingsprijs, met dien verstande dat het bedrag nooit kleiner mag zijn dan 25 EUR per ton. De helft van deze zekerheid wordt gesteld bij de afgifte van het certificaat en het saldo vóór het afhalen van het graan.

Artikel 12

Het Estse interventiebureau stelt de Commissie uiterlijk twee uur na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de offertes langs elektronische weg in kennis van de ontvangen inschrijvingen. Deze kennisgeving moet plaatsvinden met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage III.

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 191 van 31.7.1993, blz. 76. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 749/2005 (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 10).

(3)   PB L 301 van 17.10.1992, blz. 17. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 770/96 (PB L 104 van 27.4.1996, blz. 13).

(4)  Met inbegrip van Kosovo, zoals gedefinieerd in Resolutie nr. 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999.

(5)   PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1.

(6)   PB L 100 van 20.4.2000, blz. 31.


BIJLAGE I

Mededeling inzake weigering en eventuele vervanging van partijen die zijn toegewezen in het kader van de permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van gerst die in het bezit is van het Estse interventiebureau

(Verordening (EG) nr. 807/2006)

Naam van de indiener van de offerte, aan wie is toegewezen:

Datum van de toewijzing:

Datum van de weigering van de partij door de koper:


Nummer van de partij

Hoeveelheid in ton

Adres van de silo

Reden voor de weigering tot overneming

 

 

 

Soortelijk gewicht (kg/hl)

% gekiemde korrels

% uitschot (Schwarzbesatz)

% bestanddelen die geen onberispelijke basisgraankorrels zijn

Andere


BIJLAGE II

In artikel 10 bedoelde vermelding

in het Spaans

:

Cebada de intervención sin aplicación de restitución ni gravamen, Reglamento (CE) no 807/2006

in het Tsjechisch

:

Intervenční ječmen nepodléhá vývozní náhradě ani clu, nařízení (ES) č. 807/2006

in het Deens

:

Byg fra intervention uden restitutionsydelse eller -afgift, forordning (EF) nr. 807/2006

in het Duits

:

Interventionsgerste ohne Anwendung von Ausfuhrerstattungen oder Ausfuhrabgaben, Verordnung (EG) Nr. 807/2006

in het Ests

:

Sekkumisoder, mille puhul ei rakendata toetust või maksu, määrus (EÜ) nr 807/2006

in het Grieks

:

Κριθή παρέμβασης χωρίς εφαρμογή επιστροφής ή φόρου, κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 807/2006

in het Engels

:

Intervention barley without application of refund or tax, Regulation (EC) No 807/2006

in het Frans

:

Orge d'intervention ne donnant pas lieu à restitution ni taxe, règlement (CE) no 807/2006

in het Italiaans

:

Orzo d'intervento senza applicazione di restituzione né di tassa, regolamento (CE) n. 807/2006

in het Lets

:

Intervences mieži bez kompensācijas vai nodokļa piemērošanas, Regula (EK) Nr. 807/2006

in het Litouws

:

Intervenciniai miežiai, kompensacija ar mokesčiai netaikytini, Reglamentas (EB) Nr. 807/2006

in het Hongaars

:

Intervenciós árpa, visszatérítés illetve adó nem alkalmazandó, 807/2006/EK rendelet

in het Nederlands

:

Gerst uit interventie, zonder toepassing van restitutie of belasting, Verordening (EG) nr. 807/2006

in het Pools

:

Jęczmień interwencyjny nie dający prawa do refundacji ani do opłaty, rozporządzenie (WE) nr 807/2006

in het Portugees

:

Cevada de intervenção sem aplicação de uma restituição ou imposição, Regulamento (CE) n.o 807/2006

in het Slowaaks

:

Intervenčný jačmeň, nepodlieha vývozným náhradám ani clu, nariadenie (ES) č. 807/2006

in het Sloveens

:

Intervencija ječmena brez zahtevkov za nadomestila ali carine, Uredba (ES) št. 807/2006

in het Fins

:

Interventio-ohra, johon ei sovelleta vientitukea eikä vientimaksua, asetus (EY) N:o 807/2006

in het Zweeds

:

Interventionskorn, utan tillämpning av bidrag eller avgift, förordning (EG) nr 807/2006.


BIJLAGE III

Permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van gerst die in het bezit is van het Estse interventiebureau

Formulier  (*1)

(Verordening (EG) nr. 807/2006)

1

2

3

4

5

6

7

Volgnummer van de inschrijvers

Nummer van de partij

Hoeveelheid in ton

Geboden prijs

(in euro per ton) (1)

Toeslagen

(+)

Kortingen

(–)

(in euro per ton)

(p.m.)

Handelskosten (2)

(in euro per ton)

Bestemming

1

 

 

 

 

 

 

2

 

 

 

 

 

 

3

 

 

 

 

 

 

etc.

 

 

 

 

 

 


(*1)  In te dienen bij het directoraat-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling (D.2).

(1)  Deze prijs omvat de toeslagen en kortingen die gelden voor de partij waarop de inschrijving betrekking heeft.

(2)  De handelskosten omvatten kosten voor diensten en verzekeringen vanaf het moment van uitslag uit de interventievoorraad tot het moment van levering franco aan boord (fob) in de haven van uitvoer, met uitzondering van de transportkosten. De vermelde bedragen moeten worden gebaseerd op de reële gemiddelde kosten die het interventiebureau in de loop van het halfjaar voorafgaand aan de inschrijvingsperiode heeft genoteerd, uitgedrukt in euro per ton.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/9


VERORDENING (EG) Nr. 808/2006 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2006

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1555/96 met betrekking tot de drempelvolumes voor de toepassing van de aanvullende rechten voor tomaten, abrikozen, citroenen, pruimen, perziken (nectarines daaronder begrepen), peren en tafeldruiven

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 33, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1555/96 van de Commissie van 30 juli 1996 houdende uitvoeringsbepalingen van de regeling met betrekking tot de aanvullende invoerrechten in de sector groenten en fruit (2), voorziet in toezicht op de invoer van de in de bijlage bij die verordening genoemde producten. Voor dit toezicht gelden de uitvoeringsbepalingen die in artikel 308 quinquies van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (3) zijn vastgesteld.

(2)

Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 4, van de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten Overeenkomst inzake de landbouw (4), en op grond van de meest recente gegevens over 2003, 2004 en 2005, moeten de drempelvolumes voor de toepassing van de aanvullende rechten worden gewijzigd voor tomaten, abrikozen, citroenen, pruimen, perziken (nectarines daaronder begrepen), peren en tafeldruiven.

(3)

Verordening (EG) nr. 1555/96 moet derhalve worden gewijzigd.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verse groenten en fruit,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1555/96 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juni 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 van de Commissie (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).

(2)   PB L 193 van 3.8.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 631/2006 (PB L 111 van 25.4.2006, blz. 3).

(3)   PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 402/2006 (PB L 70 van 9.3.2006, blz. 35).

(4)   PB L 336 van 23.12.1994, blz. 22.


BIJLAGE

„BIJLAGE

Onverminderd de regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, wordt de tekst van de omschrijving als louter indicatief beschouwd. De werkingssfeer van de aanvullende rechten wordt in het kader van deze bijlage bepaald door de draagwijdte van de GN-codes zoals deze bij de vaststelling van de onderhavige verordening bestaan. Indien de GN-code wordt voorafgegaan door „ex”, wordt de werkingssfeer van de aanvullende rechten zowel door de draagwijdte van de GN-code als door de corresponderende periode van toepassing bepaald.

Volgnummer

GN-code

Omschrijving van de producten

Toepassingsperiode

Drempelvolumes

(ton)

78.0015

ex 0702 00 00

Tomaten

van 1 oktober tot en met 31 mei

260 534

78.0020

van 1 juni tot en met 30 september

18 280

78.0065

ex 0707 00 05

Komkommer

van 1 mei tot en met 31 oktober

9 278

78.0075

van 1 november tot en met 30 april

11 060

78.0085

ex 0709 10 00

Artisjokken

van 1 november tot en met 30 juni

90 600

78.0100

0709 90 70

Courgettes

van 1 januari tot en met 31 december

68 401

78.0110

ex 0805 10 20

Sinaasappelen

van 1 december tot en met 31 mei

271 073

78.0120

ex 0805 20 10

Clementines

van 1 november tot eind februari

150 169

78.0130

ex 0805 20 30

ex 0805 20 50

ex 0805 20 70

ex 0805 20 90

Mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen); wilkings en soortgelijke kruisingen van citrusvruchten

van 1 november tot eind februari

94 492

78.0155

ex 0805 50 10

Citroenen

van 1 juni tot en met 31 december

301 899

78.0160

van 1 januari tot en met 31 mei

34 287

78.0170

ex 0806 10 10

Tafeldruiven

van 21 juli tot en met 20 november

189 604

78.0175

ex 0808 10 80

Appelen

van 1 januari tot en met 31 augustus

805 913

78.0180

van 1 september tot en met 31 december

80 454

78.0220

ex 0808 20 50

Peren

van 1 januari tot en met 30 april

263 711

78.0235

van 1 juli tot en met 31 december

33 052

78.0250

ex 0809 10 00

Abrikozen

van 1 juni tot en met 31 juli

4 569

78.0265

ex 0809 20 95

Kersen, andere dan zure kersen

van 21 mei tot en met 10 augustus

46 088

78.0270

ex 0809 30

Perziken, nectarines daaronder begrepen

van 11 juni tot en met 30 september

17 411

78.0280

ex 0809 40 05

Pruimen

van 11 juni tot en met 30 september

11 155 ”


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/11


VERORDENING (EG) Nr. 809/2006 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2006

tot vaststelling van het op de restitutie voor granen toe te passen correctiebedrag

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 15, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 moet bij uitvoer van granen de op de dag van indiening van de aanvraag van een certificaat geldende restitutie op verzoek worden toegepast op uitvoer die tijdens de geldigheidsduur van het certificaat moet plaatsvinden. In dat geval kan op de restitutie een correctiebedrag worden toegepast.

(2)

Op grond van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2) kan een correctiebedrag worden vastgesteld voor de in artikel 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten. Dit correctiebedrag moet worden berekend met inachtneming van de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 genoemde elementen.

(3)

Op grond van de situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten kan het noodzakelijk zijn het correctiebedrag naar gelang van de bestemming te differentiëren.

(4)

Het correctiebedrag moet samen met de restitutie en volgens dezelfde procedure worden vastgesteld. Het kan tussentijds worden gewijzigd.

(5)

Uit de bovengenoemde bepalingen volgt dat het correctiebedrag moet worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het correctiebedrag op de vooraf vastgestelde restituties bij uitvoer van de in artikel 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten, met uitzondering van mout, wordt vastgesteld in de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 31 mei 2006 tot vaststelling van het op de restitutie voor granen toe te passen correctiebedrag

(in EUR/t)

Productcode

Bestemming

Lopend

6

1e term.

7

2e term.

8

3e term.

9

4e term.

10

5e term.

11

6e term.

12

1001 10 00 9200

1001 10 00 9400

A00

0

0

0

0

0

1001 90 91 9000

1001 90 99 9000

C01

0

–15,00

–15,00

–15,00

–15,00

1002 00 00 9000

A00

0

0

0

0

0

1003 00 10 9000

1003 00 90 9000

C02

0

–15,00

–15,00

–15,00

–15,00

1004 00 00 9200

1004 00 00 9400

C03

0

–15,00

–15,00

–15,00

–15,00

1005 10 90 9000

1005 90 00 9000

A00

0

0

0

0

0

1007 00 90 9000

1008 20 00 9000

1101 00 11 9000

1101 00 15 9100

C01

0

–20,00

–20,00

–20,00

–20,00

1101 00 15 9130

C01

0

–19,00

–19,00

–19,00

–19,00

1101 00 15 9150

C01

0

–18,00

–18,00

–18,00

–18,00

1101 00 15 9170

C01

0

–17,00

–17,00

–17,00

–17,00

1101 00 15 9180

C01

0

–15,00

–15,00

–15,00

–15,00

1101 00 15 9190

1101 00 90 9000

1102 10 00 9500

A00

0

0

0

0

0

1102 10 00 9700

A00

0

0

0

0

0

1102 10 00 9900

1103 11 10 9200

A00

0

0

0

0

0

1103 11 10 9400

A00

0

0

0

0

0

1103 11 10 9900

1103 11 90 9200

A00

0

0

0

0

0

1103 11 90 9800

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).

C01

:

Alle derde landen met uitzondering van Albanië, Bulgarije, Roemanië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië en Montenegro, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Liechtenstein en Zwitserland.

C02

:

Algerije, Saoedi Arabië, Bahrein, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Iran, Irak, Israel, Jordanië, Koeweit, Libanon, Libië, Marokko, Mauritanië, Oman, Qatar, Syrië, Tunesië en Jemen.

C03

:

Alle derde landen met uitzondering van Bulgarije, Noorwegen, Roemenië, Zwitserland en Liechenstein.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/13


VERORDENING (EG) Nr. 810/2006 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2006

tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor mout

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 13, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1 van die verordening genoemde producten en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.

(2)

De restituties moeten worden vastgesteld met inachtneming van de elementen als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2).

(3)

Voor mout moet de restitutie worden berekend met inachtneming van de hoeveelheid granen benodigd voor de vervaardiging van de betreffende producten. Deze hoeveelheden zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1501/95.

(4)

De situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten voor zekere producten kunnen een differentiatie van de restitutie, naar gelang van de bestemming, nodig maken.

(5)

De restitutie moet eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan in de tussentijd worden gewijzigd.

(6)

Bij toepassing van deze regelen op de huidige situatie in de sector granen en met name op de noteringen of prijzen van deze producten in de Gemeenschap en op de wereldmarkt, moet de restitutie op de in de bijlage vermelde bedragen worden vastgesteld.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties bij uitvoer van de in artikel 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde mout worden op de in de bijlage aangegeven bedragen vastgesteld.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 31 mei 2006 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor mout

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Bedrag van de restitutie

1107 10 19 9000

A00

EUR/t

0,00

1107 10 99 9000

A00

EUR/t

0,00

1107 20 00 9000

A00

EUR/t

0,00

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/15


VERORDENING (EG) Nr. 811/2006 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2006

tot vaststelling van de restituties die gelden voor de in het kader van communautaire en nationale voedselhulpacties geleverde producten van de sectoren granen en rijst

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3072/95 van de Raad van 22 december 1995 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (2), en met name op artikel 13, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2681/74 van de Raad van 21 oktober 1974 betreffende de communautaire financiering van de uitgaven in verband met de levering van landbouwproducten als voedselhulp (3) is bepaald dat het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, het gedeelte van de uitgaven financiert dat overeenkomt met de desbetreffende restituties bij uitvoer die overeenkomstig de betrokken communautaire voorschriften zijn vastgesteld.

(2)

Om de opstelling en het beheer van de begroting voor de communautaire voedselhulpacties te vergemakkelijken en om de lidstaten in staat te stellen het bedrag van de communautaire deelname in de financiering van de nationale voedselhulpacties te kennen, moet het bedrag van de voor deze acties toegekende restituties worden vastgesteld.

(3)

De algemene voorschriften en de uitvoeringsbepalingen die in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 en artikel 13 van Verordening (EG) nr. 3072/95 voor de uitvoerrestituties zijn vastgesteld, zijn van overeenkomstige toepassing op bovenbedoelde transacties.

(4)

De specifieke criteria die in aanmerking moeten worden genomen bij de berekening van de uitvoerrestituties voor rijst zijn vastgesteld in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 3072/95.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De geldende restituties voor de producten van de sectoren granen en rijst geleverd voor de communautaire en nationale voedselhulpacties, uitgevoerd in het kader van internationale verdragen of andere aanvullende programma's of die in het kader van andere communautaire acties gratis worden geleverd, worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 329 van 30.12.1995, blz. 18. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2002 van de Commissie (PB L 62 van 5.3.2002, blz. 27).

(3)   PB L 288 van 25.10.1974, blz. 1.


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 31 mei 2006 tot vaststelling van de restituties die gelden voor de in het kader van communautaire en nationale voedselhulpacties geleverde producten van de sectoren granen en rijst

(EUR/t)

Productcode

Bedrag van de restitutie

1001 10 00 9400

0,00

1001 90 99 9000

0,00

1002 00 00 9000

0,00

1003 00 90 9000

0,00

1005 90 00 9000

0,00

1006 30 92 9100

0,00

1006 30 92 9900

0,00

1006 30 94 9100

0,00

1006 30 94 9900

0,00

1006 30 96 9100

0,00

1006 30 96 9900

0,00

1006 30 98 9100

0,00

1006 30 98 9900

0,00

1006 30 65 9900

0,00

1007 00 90 9000

0,00

1101 00 15 9100

8,56

1101 00 15 9130

8,00

1102 10 00 9500

0,00

1102 20 10 9200

50,72

1102 20 10 9400

43,48

1103 11 10 9200

0,00

1103 13 10 9100

65,21

1104 12 90 9100

0,00

NB: Productcodes: zie de Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/17


VERORDENING (EG) Nr. 812/2006 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2006

tot vaststelling van de productierestitutie voor in de chemische industrie gebruikte witte suiker voor de periode van 1 tot en met 30 juni 2006

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 7, lid 5, vijfde streepje,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 kan worden besloten om restituties bij de productie te verlenen voor de in artikel 1, lid 1, onder a) en f), genoemde producten, voor de onder d) van dat lid genoemde stropen, en voor chemisch zuivere fructose (levulose) van GN-code 1702 50 00 als tussenproduct, die zich in een van de in artikel 23, lid 2, van het Verdrag bedoelde situaties bevinden en worden gebruikt bij de vervaardiging van bepaalde producten van de chemische industrie.

(2)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1265/2001 van de Commissie van 27 juni 2001 houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad, wat de productierestitutie voor bepaalde in de chemische industrie gebruikte producten van de sector suiker betreft (2) worden deze restituties bepaald op basis van de voor witte suiker vastgestelde restitutie.

(3)

In artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1265/2001 is bepaald dat de productierestitutie voor witte suiker maandelijks wordt vastgesteld voor perioden die op de eerste van iedere maand beginnen.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1265/2001 bedoelde productierestitutie voor witte suiker wordt voor de periode van 1 tot en met 30 juni 2006 vastgesteld op 21,564 EUR/100 kg nettogewicht.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).

(2)   PB L 178 van 30.6.2001, blz. 63.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/18


VERORDENING (EG) Nr. 813/2006 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2006

tot vaststelling van het op de restitutie voor mout toe te passen correctiebedrag

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 15, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 moet bij uitvoer van granen de op de dag van indiening van de aanvraag van een certificaat geldende restitutie op verzoek worden toegepast op uitvoer die tijdens de geldigheidsduur van het certificaat moet plaatsvinden. In dat geval kan op de restitutie een correctiebedrag worden toegepast.

(2)

Op grond van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen (2), kan een correctiebedrag worden vastgesteld voor de in artikel 1, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde mout. Het correctiebedrag moet worden berekend met inachtneming van de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 genoemde elementen.

(3)

Uit de bovengenoemde bepalingen volgt dat het correctiebedrag moet worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het in artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde correctiebedrag dat van toepassing is op de vooraf vastgestelde restituties bij uitvoer van mout, wordt vastgesteld in de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 31 mei 2006 tot vaststelling van het op de restitutie voor mout toe te passen correctiebedrag

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „ A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).

(EUR/t)

Productcode

Bestemming

Lopend

6

1e term.

7

2e term.

8

3e term.

9

4e term.

10

5e term.

11

1107 10 11 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 10 19 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 10 91 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 10 99 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 20 00 9000

A00

0

0

0

0

0

0


(EUR/t)

Productcode

Bestemming

6e term.

12

7e term.

1

8e term.

2

9e term.

3

10e term.

4

11e term.

5

1107 10 11 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 10 19 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 10 91 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 10 99 9000

A00

0

0

0

0

0

0

1107 20 00 9000

A00

0

0

0

0

0

0


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/20


VERORDENING (EG) Nr. 814/2006 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2006

betreffende de afgifte van invoercertificaten voor rietsuiker in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1095/96 van de Raad van 18 juni 1996 betreffende de tenuitvoerlegging van de concessies in de lijst CXL die is opgesteld naar aanleiding van de voltooiing van de onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, van de GATT (2),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1159/2003 van de Commissie van 30 juni 2003 tot vaststelling, voor de verkoopseizoenen 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006, van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer van rietsuiker in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1464/95 en (EG) nr. 779/96 (3), en met name op artikel 5, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1159/2003 zijn de voorwaarden vastgesteld voor de bepaling van de leveringsverplichtingen tegen nulrecht van de producten van GN-code 1701 , uitgedrukt in wittesuikerequivalent, voor invoer van oorsprong uit de landen die het ACS-protocol en de overeenkomst met India hebben ondertekend.

(2)

Bij artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1159/2003 zijn de voorwaarden vastgesteld voor de bepaling van de tariefcontingenten tegen nulrecht van de producten van GN-code 1701 11 10 , uitgedrukt in wittesuikerequivalent, voor invoer van oorsprong uit de landen die het ACS-protocol en de overeenkomst met India hebben ondertekend.

(3)

Bij artikel 22 van Verordening (EG) nr. 1159/2003 zijn tariefcontingenten tegen een recht van 98 EUR per ton geopend voor de invoer van producten van GN-code 1701 11 10 uit Brazilië, Cuba en andere derde landen.

(4)

Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1159/2003 zijn in de week van 22 tot en met 26 mei 2006 bij de bevoegde instanties aanvragen ingediend voor de afgifte van invoercertificaten voor een totale hoeveelheid die groter is dan de overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1159/2003 per land vastgestelde verplicht te leveren hoeveelheid voor preferentiële suiker ACS-India.

(5)

De Commissie moet derhalve een verlagingscoëfficiënt vaststellen voor de afgifte van certificaten naar rato van de beschikbare hoeveelheid en melden dat de betrokken maximumhoeveelheid is bereikt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de van 22 tot en met 26 mei 2006 op grond van artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1159/2003 ingediende aanvragen voor invoercertificaten worden de certificaten afgegeven voor maximaal de in de bijlage bij deze verordening aangegeven hoeveelheden.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 987/2005 van de Commissie (PB L 167 van 29.6.2005, blz. 12).

(2)   PB L 146 van 20.6.1996, blz. 1.

(3)   PB L 162 van 1.7.2003, blz. 25. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 568/2005 (PB L 97 van 15.4.2005, blz. 9).


BIJLAGE

Preferentiële suiker ACS-INDIA

Titel II van Verordening (EG) nr. 1159/2003

Verkoopseizoen 2005/2006

Betrokken land

Percentage van de aangevraagde hoeveelheden waarvoor certificaten worden afgegeven in de week van 22.-26.5.2006

Maximumhoeveelheid

Barbados

100

 

Belize

0

Bereikt

Congo

100

 

Fiji

0

Bereikt

Guyana

100

 

India

0

Bereikt

Ivoorkust

100

 

Jamaica

100

 

Kenia

100

 

Madagaskar

100

 

Malawi

0

Bereikt

Mauritius

0

Bereikt

Mozambique

100

 

Saint Kitts en Nevis

100

 

Swaziland

0

Bereikt

Tanzania

100

 

Trinidad en Tobago

100

 

Zambia

100

 

Zimbabwe

100

 


Verkoopseizoen 2006/2007

Betrokken land

Percentage van de aangevraagde hoeveelheden waarvoor certificaten worden afgegeven in de week van 22.-26.5.2006

Maximumhoeveelheid

Barbados

 

Belize

100

 

Congo

 

Fiji

100

 

Guyana

 

India

100

 

Ivoorkust

 

Jamaica

 

Kenia

 

Madagaskar

 

Malawi

100

 

Mauritius

 

Mozambique

 

Saint Kitts en Nevis

 

Swaziland

100

 

Tanzania

 

Trinidad en Tobago

 

Zambia

 

Zimbabwe

 

Bijzondere preferentiële suiker

Titel III van Verordening (EG) nr. 1159/2003

Verkoopseizoen 2005/2006

Betrokken land

Percentage van de aangevraagde hoeveelheden waarvoor certificaten worden afgegeven in de week van 22.-26.5.2006

Maximumhoeveelheid

India

0

Bereikt

ACS

100

 


Suiker CXL-concessies

Titel IV van Verordening (EG) nr. 1159/2003

Verkoopseizoen 2005/2006

Betrokken land

Percentage van de aangevraagde hoeveelheden waarvoor certificaten worden afgegeven in de week van 22.-26.5.2006

Maximumhoeveelheid

Brazilië

0

Bereikt

Cuba

100

 

Andere derde landen

0

Bereikt


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/23


VERORDENING (EG) Nr. 815/2006 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2006

tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 juni 2006

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat bij de invoer van de in artikel 1 van die verordening bedoelde producten de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden geheven. Voor de producten als bedoeld in lid 2 van dat artikel is het invoerrecht echter gelijk aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs van de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief.

(2)

In artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat de cif-invoerprijzen worden berekend aan de hand van de representatieve prijzen voor het betrokken product op de wereldmarkt.

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 1249/96 zijn bepalingen vastgesteld voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1784/2003 ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen.

(4)

De vastgestelde invoerrechten zijn van toepassing totdat een nieuwe vaststelling in werking treedt.

(5)

Voor het normaal functioneren van het stelsel van invoerrechten moeten deze rechten worden berekend aan de hand van de in een referentieperiode geconstateerde representatieve marktkoersen.

(6)

De toepassing van Verordening (EG) nr. 1249/96 leidt ertoe de invoerrechten vast te stellen zoals vermeld in bijlage I bij deze verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde invoerrechten in de sector granen worden vastgesteld in bijlage I bij deze verordening en zijn bepaald aan de hand van de in bijlage II vermelde elementen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1110/2003 (PB L 158 van 27.6.2003, blz. 12).


BIJLAGE I

Vanaf 1 juni 2006 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)

(in EUR/ton)

1001 10 00

Harde tarwe van hoge kwaliteit

0,00

van gemiddelde kwaliteit

0,73

van lage kwaliteit

20,73

1001 90 91

Zachte tarwe, zaaigoed

0,00

ex 1001 90 99

Zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan voor zaaidoeleinden

0,00

1002 00 00

Rogge

54,38

1005 10 90

Maïs, zaaigoed, andere dan hybriden

55,31

1005 90 00

Maïs, andere dan zaaigoed (2)

55,31

1007 00 90

Graansorgho, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

54,38


(1)  Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd (artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96) komt de importeur in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:

3 EUR/t, als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt, of

2 EUR/t, als de loshaven in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt.

(2)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t, als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.


BIJLAGE II

Berekeningselementen

(15.5.2006-30.5.2006)

1)   

Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

Beursnotering

Minneapolis

Chicago

Minneapolis

Minneapolis

Minneapolis

Minneapolis

Product (eiwitgehalte bij 12 % vocht)

HRS2

YC3

HAD2

Van gemiddelde kwaliteit (*1)

Van lage kwaliteit (*2)

US barley 2

Notering (EUR/t)

148,94  (*3)

78,92

149,95

139,95

119,95

86,30

Golfpremie (EUR/t)

10,68

 

 

Grote-Merenpremie (EUR/t)

25,71

 

 

2)   

Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

Vrachttarieven/kosten: Golf van Mexico–Rotterdam: 17,11 EUR/t; Grote Meren–Rotterdam: 21,34 EUR/t.

3)   

Subsidies bedoeld in artikel 4, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

0,00  EUR/t (HRW2)

0,00  EUR/t (SRW2).


(*1)  Een korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(*2)  Een korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(*3)  Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

Gemengd Comité van de EER

1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/26


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 18/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage I bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 130/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 21 oktober 2005 (1).

(2)

Verordening (EG) nr. 833/2005 van de Commissie van 31 mei 2005 tot verlening van permanente vergunningen voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(3)

Verordening (EG) nr. 943/2005 van de Commissie van 21 juni 2005 tot verlening van permanente vergunningen voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding (3) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(4)

Verordening (EG) nr. 1200/2005 van de Commissie van 26 juli 2005 tot verlening van een permanente vergunning voor bepaalde toevoegingsmiddelen en een voorlopige vergunning voor een nieuwe toepassing van een al toegelaten toevoegingsmiddel in de diervoeding (4) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(5)

Verordening (EG) nr. 1206/2005 van de Commissie van 27 juli 2005 tot verlening van permanente vergunningen voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding (5) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In hoofstuk II van bijlage I bij de Overeenkomst wordt na punt 1zzj (Verordening (EG) nr. 600/2005 van de Commissie) het volgende punt ingevoegd:

„1zzk.

32005 R 0833: Verordening (EG) nr. 833/2005 van de Commissie van 31 mei 2005 tot verlening van permanente vergunningen voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding (PB L 138 van 1.6.2005, blz. 5).

1zzl.

32005 R 0943: Verordening (EG) nr. 943/2005 van de Commissie van 21 juni 2005 tot verlening van permanente vergunningen voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding (PB L 159 van 22.6.2005, blz. 6).

1zzm.

32005 R 1200: Verordening (EG) nr. 1200/2005 van de Commissie van 26 juli 2005 tot verlening van een permanente vergunning voor bepaalde toevoegingsmiddelen en een voorlopige vergunning voor een nieuwe toepassing van een al toegelaten toevoegingsmiddel in de diervoeding (PB L 195 van 27.7.2005, blz. 6).

1zzn.

32005 R 1206: Verordening (EG) nr. 1206/2005 van de Commissie van 27 juli 2005 tot verlening van permanente vergunningen voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding (PB L 197 van 28.7.2005, blz. 12).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en Noorse taal van Verordeningen (EG) nr. 833/2005, (EG) nr. 943/2005, (EG) nr. 1200/2005 en (EG) nr. 1206/2005 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 14 van 19.1.2006, blz. 16.

(2)   PB L 138 van 1.6.2005, blz. 5.

(3)   PB L 159 van 22.6.2005, blz. 6.

(4)   PB L 195 van 27.7.2005, blz. 6.

(5)   PB L 197 van 28.7.2005, blz. 12.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/28


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 19/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage I bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 130/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 21 oktober 2005 (1).

(2)

Verordening (EG) nr. 1458/2005 van de Commissie van 8 september 2005 tot verlening van permanente en voorlopige vergunningen voor bepaalde toevoegingsmiddelen en een voorlopige vergunning voor nieuwe toepassingen van bepaalde al toegelaten toevoegingsmiddelen in de diervoeding (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(3)

Verordening (EG) nr. 1459/2005 van de Commissie van 8 september 2005 tot wijziging van de toelatingsvoorwaarden voor een aantal toevoegingsmiddelen van de groep sporenelementen in diervoeders (3) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In hoofstuk II van bijlage I bij de Overeenkomst wordt na punt 1zzn (Verordening (EG) nr. 1206/2005 van de Commissie) de volgende punten ingevoegd:

„1zzo.

32005 R 1458: Verordening (EG) nr. 1458/2005 van de Commissie van 8 september 2005 tot verlening van permanente en voorlopige vergunningen voor bepaalde toevoegingsmiddelen en een voorlopige vergunning voor nieuwe toepassingen van bepaalde al toegelaten toevoegingsmiddelen in de diervoeding (PB L 233 van 9.9.2005, blz. 3).

1zzp.

32005 R 1459: Verordening (EG) nr. 1459/2005 van de Commissie van 8 september 2005 tot wijziging van de toelatingsvoorwaarden voor een aantal toevoegingsmiddelen van de groep sporenelementen in diervoeders (PB L 233 van 9.9.2005, blz. 8).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en Noorse taal van de Verordeningen (EG) nr. 1458/2005 en (EG) nr. 1459/2005 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 14 van 19.1.2006, blz. 16.

(2)   PB L 233 van 9.9.2005, blz. 3.

(3)   PB L 233 van 9.9.2005, blz. 8.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/30


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 20/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 2/2006 van het Gemengd Comité van de EER van 27 januari 2006 (1).

(2)

Richtlijn 2005/49/EG van de Commissie van 25 juli 2005 tot wijziging van Richtlijn 72/245/EEG van de Raad betreffende door voertuigen veroorzaakte radiostoring (elektromagnetische compatibiliteit) en van Richtlijn 70/156/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, met het oog op hun aanpassing aan de technische vooruitgang (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

Hoofdstuk I van bijlage II bij de Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

In punt 1 (Richtlijn 70/156/EEG van de Raad) en punt 11 (Richtlijn 72/245/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

„—

32005 L 0049: Richtlijn 2005/49/EG van de Commissie van 25 juli 2005 (PB L 194 van 26.7.2005, blz. 12).”

2)

Na punt 45zg (Richtlijn 2005/30/EG van de Commissie) wordt het volgende punt ingevoegd:

„45zh.

32005 L 0049: Richtlijn 2005/49/EG van de Commissie van 25 juli 2005 tot wijziging van Richtlijn 72/245/EEG van de Raad betreffende door voertuigen veroorzaakte radiostoring (elektromagnetische compatibiliteit) en van Richtlijn 70/156/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, met het oog op hun aanpassing aan de technische vooruitgang (PB L 194 van 26.7.2005, blz. 12).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de Noorse en de IJslandse taal van Richtlijn 2005/49/EG zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 92 van 30.3.2006, blz. 20.

(2)   PB L 194 van 26.7.2005, blz. 12.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/32


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 21/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 115/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 30 september 2005 (1).

(2)

Richtlijn 2005/31/EG van de Commissie van 29 april 2005 tot wijziging van Richtlijn 84/500/EEG van de Raad wat betreft een verklaring van overeenstemming en prestatiecriteria voor de analysemethode voor keramische voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(3)

Richtlijn 2005/46/EG van de Commissie van 8 juli 2005 tot wijziging van de bijlagen bij de Richtlijnen 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG van de Raad wat betreft maximumgehalten aan residuen van amitraz (3) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

Hoofdstuk XII van bijlage II bij de Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

In punt 34 (Richtlijn 84/500/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

„, gewijzigd bij:

32005 L 0031: Richtlijn 2005/31/EG van de Commissie van 29 april 2005 (PB L 110 van 30.4.2005, blz. 36).”

2)

In de punten 38 (Richtlijn 86/362/EEG van de Raad), 39 (Richtlijn 86/363/EEG van de Raad) en 54 (Richtlijn 90/642/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

„—

32005 L 0046: Richtlijn 2005/46/EG van de Commissie van 8 juli 2005 (PB L 177 van 9.7.2005, blz. 35).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en Noorse taal van Richtlijnen 2005/31/EG en 2005/46/EG zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006 op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 339 van 22.12.2005, blz. 16.

(2)   PB L 110 van 30.4.2005, blz. 36.

(3)   PB L 177 van 9.7.2005, blz. 35.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/34


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 22/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 115/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 30 september 2005 (1).

(2)

Verordening (EG) nr. 208/2005 van de Commissie van 4 februari 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 466/2001 wat betreft polycyclische aromatische koolwaterstoffen (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(3)

Richtlijn 2005/26/EG van de Commissie van 21 maart 2005 tot vaststelling van een lijst van voedselingrediënten of stoffen die tijdelijk worden geschrapt uit bijlage III bis bij Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(4)

Richtlijn 2005/37/EG van de Commissie van 3 juni 2005 tot wijziging van de Richtlijnen 86/362/EEG en 90/642/EEG van de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van bepaalde bestrijdingsmiddelen in en op granen en bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groenten en fruit (4) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(5)

Beschikking 2005/389/EG van de Commissie van 18 mei 2005 houdende wijziging van Beschikking 1999/217/EG tot vaststelling van een repertorium van in levensmiddelen gebruikte aromastoffen (5) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(6)

Verordening (EG) nr. 856/2005 van de Commissie van 6 juni 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 466/2001 wat betreft polycyclische aromatische koolwaterstoffen (6) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(7)

Richtlijn 2005/38/EG van de Commissie van 6 juni 2005 tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op het patulinegehalte in levensmiddelen (7) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

Hoofdstuk XII van bijlage II bij de Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

In de punten 38 (Richtlijn 86/362/EEG van de Raad) en 54 (Richtlijn 90/642/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

„—

32005 L 0037: Richtlijn 2005/37/EG van de Commissie van 3 juni 2005 (PB L 141 van 4.6.2005, blz. 10).”.

2)

In punt 54v (Beschikking 1999/217/EG van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

„—

32005 D 0389: Beschikking 2005/389/EG van de Commissie van 18 mei 2005 (PB L 128 van 21.5.2005, blz. 73).”.

3)

In punt 54zn (Verordening (EG) nr. 466/2001 van de Commissie) worden de volgende streepjes toegevoegd:

„—

32005 R 0208: Verordening (EG) nr. 208/2005 van de Commissie van 4 februari 2005 (PB L 34 van 8.2.2005, blz. 3),

32005 R 0856: Verordening (EG) nr. 856/2005 van de Commissie van 6 juni 2005 (PB L 143 van 7.6.2005, blz. 3).”.

4)

Na punt 54zzt (Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad) worden de volgende punten ingevoegd:

„54zzu.

32005 L 0026: Richtlijn 2005/26/EG van de Commissie van 21 maart 2005 tot vaststelling van een lijst van voedselingrediënten of stoffen die tijdelijk worden geschrapt uit bijlage III bis bij Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 75 van 22.3.2005, blz. 33).

54zzv.

32005 L 0038: Richtlijn 2005/38/EG van de Commissie van 6 juni 2005 tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op de gehalten aan Fusarium-toxinen in levensmiddelen (PB L 143 van 7.6.2005, blz. 18).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en Noorse taal van Verordeningen (EG) nr. 208/2005 en (EG) nr. 856/2005, Richtlijnen 2005/26/EG en 2005/37/EG en 2005/38/EG en Besluit 2005/389/EG zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 339 van 22.12.2005, blz. 16.

(2)   PB L 34 van 8.2.2005, blz. 3.

(3)   PB L 75 van 22.3.2005, blz. 33.

(4)   PB L 141 van 4.6.2005, blz. 10.

(5)   PB L 128 van 21.5.2005, blz. 73.

(6)   PB L 143 van 7.6.2005, blz. 3.

(7)   PB L 143 van 7.6.2005, blz. 18.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/36


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 23/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 115/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 30 september 2005 (1).

(2)

Verordening (EG) nr. 1567/2005 van de Raad van 20 september 2005 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In hoofdstuk XII van bijlage II bij de Overeenkomst wordt in punt 54b (Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad) het volgende streepje toegevoegd:

„—

32005 R 1567: Verordening (EG) nr. 1567/2005 van de Raad van 20 september 2005 (PB L 252 van 28.9.2005, blz. 1).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de Noorse en de IJslandse taal van Verordening (EG) nr. 1567/2005 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 339 van 22.12.2005, blz. 16.

(2)   PB L 252 van 28.9.2005, blz. 1.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/37


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 24/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 4/2006 van het Gemengd Comité van de EER van 27 januari 2006 (1).

(2)

Verordening (EG) nr. 1148/2005 van de Commissie van 15 juli 2005 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(3)

Verordening (EG) nr. 1299/2005 van de Commissie van 8 augustus 2005 tot wijziging van bijlagen I en III bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (3) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(4)

Verordening (EG) nr. 1356/2005 van de Commissie van 18 augustus 2005 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (4) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In hoofdstuk XIII van bijlage II bij de Overeenkomst worden in punt 14 (Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad) de volgende streepjes toegevoegd:

„—

32005 R 1148: Verordening (EG) nr. 1148/2005 van de Commissie van 15 juli 2005 (PB L 185 van 16.7.2005, blz. 20)

32005 R 1299: Verordening (EG) nr. 1299/2005 van de Commissie van 8 augustus 2005 (PB L 206 van 9.8.2005, blz. 4)

32005 R 1356: Verordening (EG) nr. 1356/2005 van de Commissie van 18 augustus 2005 (PB L 214 van 19.8.2005, blz. 3).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en Noorse taal van Verordeningen (EG) nr. 1148/2005, (EG) nr. 1299/2005 en (EG) nr. 1356/2005 van de Commissie zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 92 van 30.3.2006, blz. 23.

(2)   PB L 185 van 16.7.2005, blz. 20.

(3)   PB L 206 van 9.8.2005, blz. 4.

(4)   PB L 214 van 19.8.2005, blz. 3.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/39


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 25/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 4/2006 van het Gemengd Comité van de EER van 27 januari 2006 (1).

(2)

Verordening (EG) nr. 1518/2005 van de Commissie van 19 september 2005 tot wijziging van de bijlagen I en III bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In punt 14 (Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad) van hoofdstuk XIII van bijlage II bij de Overeenkomst wordt het volgende streepje toegevoegd:

„—

32005 R 1518: Verordening (EG) nr. 1518/2005 van de Commissie van 19 september 2005 (PB L 244 van 20.9.2005, blz. 11).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de Noorse en de IJslandse taal van Verordening (EG) nr. 1518/2005 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 92 van 30.3.2006, blz. 23.

(2)   PB L 244 van 20.9.2005, blz. 11.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/40


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 26/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 144/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 2 december 2005 (1).

(2)

Beschikking 2005/618/EG van de Commissie van 18 augustus 2005 tot wijziging van Richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad met het oog op de vaststelling van de maximale concentraties van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In hoofdstuk XV van bijlage II bij de Overeenkomst wordt in punt 12q (Richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad) het volgende toegevoegd:

„, gewijzigd bij:

32005 D 0618: Beschikking 2005/618/EG van de Commissie van 18 augustus 2005 (PB L 214 van 19.8.2005, blz. 65).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en Noorse taal van Beschikking 2005/618/EG zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 53 van 23.2.2006, blz. 40.

(2)   PB L 214 van 19.8.2005, blz. 65.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/41


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 27/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 144/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 2 december 2005 (1).

(2)

Verordening (EG) nr. 1048/2005 van de Commissie van 13 juni 2005 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2032/2003 inzake de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In hoofdstuk XV van bijlage II bij de Overeenkomst wordt in punt 12s (Verordening (EG) nr. 2032/2003 van de Commissie) het volgende toegevoegd:

„, gewijzigd bij:

32005 R 1048: Verordening (EG) nr. 1048/2005 van de Commissie van 13 juni 2005 (PB L 178 van 9.7.2005, blz. 1).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de Noorse en de IJslandse taal van Verordening (EG) nr. 1048/2005 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 53 van 23.2.2006, blz. 40.

(2)   PB L 178 van 9.7.2005, blz. 1.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/42


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 28/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 144/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 2 december 2005 (1).

(2)

Enkele herzieningsclausules van hoofdstuk XV van Bijlage II bij de Overeenkomst moeten worden aangepast omdat sommige werden uitgebreid en andere geschrapt,

BESLUIT:

Artikel 1

Hoofdstuk XV van bijlage II bij de Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

In punt 1 (Richtlijn 67/548/EEG van de Raad) worden de aanpassingsteksten c) en d) vervangen door:

„c)

De volgende bepalingen zijn niet van toepassing op Noorwegen:

i)

artikel 30 juncto artikelen 4 en 5 met betrekking tot de vereisten inzake indeling, etikettering en/of specifieke concentratiegrenzen voor stoffen of stoffencategorieën vermeld in bijlage I van de Richtlijn en aangegeven in de hierna volgende tabel; Noorwegen kan voor deze stoffen de toepassing van een indeling, etikettering en/of specifieke concentratiebegrenzingen voorschrijven;

Naam

CAS-nummer

Indexnr.

Einecs

n-hexaan

110-54-3

601-037-00-0

203-777-6

acrylamide

79-06-1

616-003-00-0

201-173-7

ii)

artikel 30 juncto artikelen 4 en 6 met betrekking tot de vereisten inzake indeling, etikettering en/of specifieke concentratiebegrenzingen voor stoffen of stoffencategorieën niet vermeld in bijlage I van de Richtlijn en aangegeven in de hierna volgende tabel; Noorwegen kan voor deze stoffen de toepassing van een indeling, etikettering en/of specifieke concentratiebegrenzingen voorschrijven;

Naam

CAS-nummer

Indexnr.

Einecs

methylacrylamidoglycolaat

(gehalte tussen 0,1 % en 0,01 % acrylamide)

77402-05-2

[NOR-UNN-02-91]

403-230-3

methylacrylamidometoxyacetaat

(gehalte tussen 0,1 % en 0,01 % acrylamide)

77402-03-0

[NOR-UNN-03-01]

401-890-7

iii)

voor de in bovenstaande aanpassing c), i), bedoelde stoffen de bepalingen van artikel 23, lid 2, van de Richtlijn, waarbij het gebruik van de vermelding „EG-etikettering” wordt voorgeschreven;

iv)

de overeenkomstsluitende partijen zijn het eens over de doelstelling dat de bepalingen van de communautaire besluiten betreffende gevaarlijke stoffen en preparaten tegen 1 juli 2007 van toepassing zouden moeten zijn. In het kader van de samenwerking voor het oplossen van de nog resterende problemen, zal de situatie, met inbegrip van materies die niet onder de communautaire wetgeving vallen, in de loop van 2006 opnieuw worden geëvalueerd. Indien een EVA-Staat concludeert dat het nodig zal zijn af te wijken van de communautaire besluiten betreffende indeling en etikettering, zullen deze besluiten op die EVA-Staat niet van toepassing zijn tenzij het Gemengd Comité van de EER overeenstemming bereikt over een andere oplossing.”

2)

In de herzieningsclausule van punt 4 (Richtlijn 76/769/EEG van de Raad) worden de aanduidingen „kwikverbindingen”, „pentachloorfenol” en „cadmium” gewist.

3)

In de herzieningsclausule van punt 4 (Richtlijn 76/769/EEG van de Raad) wordt „2005” vervangen door „2009”.

4)

In de herzieningsclausule van punt 10 (Richtlijn 91/155/EEG van de Commissie) wordt „1 juli 2005” vervangen door „1 juli 2007” en „2004” door „2006”.

5)

In punt 12 r (Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad) worden de aanpassingsteksten d) en e) vervangen door het volgende:

„d)

De volgende bepalingen zijn niet van toepassing op Noorwegen:

i)

artikel 18 juncto artikelen 6 en 10 voor preparaten die stoffen bevatten zoals omschreven in punt 1, sub c), i) en ii).

ii)

De overeenkomstsluitende partijen zijn het eens over de doelstelling dat de bepalingen van de communautaire besluiten betreffende gevaarlijke stoffen en preparaten tegen 1 juli 2007 van toepassing zouden moeten zijn. In het kader van de samenwerking voor het oplossen van de nog resterende problemen, zal de situatie, met inbegrip van materies die niet onder de communautaire wetgeving vallen, in de loop van 2006 opnieuw worden geëvalueerd. Indien een EVA-Staat concludeert dat het nodig zal zijn af te wijken van de communautaire besluiten betreffende indeling en etikettering, zullen deze besluiten op die EVA-Staat niet van toepassing zijn tenzij het Gemengd Comité van de EER overeenstemming bereikt over een andere oplossing.”

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 53 van 23.2.2006, blz. 40.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/44


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 29/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 100/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 8 juli 2005 (1).

(2)

Richtlijn 2005/42/EG van de Commissie van 20 juni 2005 tot wijziging van Richtlijn 76/768/EEG van de Raad inzake cosmetische producten met het oog op de aanpassing van de bijlagen II, IV en VI daarbij aan de technische vooruitgang (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

(3)

Richtlijn 2005/52/EG van de Commissie van 9 september 2005 tot wijziging van Richtlijn 76/768/EEG van de Raad inzake cosmetische producten met het oog op de aanpassing van de bijlage III daarbij aan de technische vooruitgang (3) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In hoofdstuk XVI van bijlage II bij de Overeenkomst worden in punt 1 (Richtlijn 76/768/EEG van de Raad) de volgende streepjes toegevoegd:

„—

32005 L 0042: Richtlijn 2005/42/EG van de Commissie van 20 juni 2005 (PB L 158 van 21.6.2005, blz. 17);

32005 L 0052: Richtlijn 2005/52/EG van de Commissie van 9 september 2005 (PB L 234 van 10.9.2005, blz. 9).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en Noorse taal van Richtlijnen 2005/42/EG en 2005/52/EG zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 306 van 24.11.2005, blz. 30.

(2)   PB L 158 van 21.6.2005, blz. 17.

(3)   PB L 234 van 10.9.2005, blz. 9.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/46


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 30/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij de Overeenkomst betreffende de integratie van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek in de Europese Economische Ruimte, die op 14 oktober 2003 in Luxemburg werd ondertekend (1).

(2)

Richtlijn 2004/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 97/68/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige-verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines (2), zoals gerectificeerd bij PB L 225 van 25.6.2004, blz. 3, moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In hoofdstuk XXIV van bijlage II bij de Overeenkomst wordt in punt 1a (Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad) het volgende streepje toegevoegd:

„—

32004 L 0026: Richtlijn 2004/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 (PB L 146 van 30.4.2004, blz. 1) zoals gerectificeerd bij PB L 225 van 25.6.2004, blz. 3.”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de Noorse en IJslandse taal van Richtlijn 2004/26/EG, zoals gerectificeerd bij PB L 225 van 25.6.2004, blz. 3, zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006 op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 130 van 29.4.2004, blz. 3.

(2)   PB L 146 van 30.4.2004, blz. 1.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/48


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 31/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij de Overeenkomst betreffende de integratie van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek in de Europese Economische Ruimte, die op 14 oktober 2003 in Luxemburg werd ondertekend (1).

(2)

Richtlijn 2005/50/EG van de Commissie van 11 augustus 2005 betreffende de herindeling van heup-, knie- en schouderprothesen in het kader van Richtlijn 93/42/EEG van de Raad betreffende medische hulpmiddelen (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In hoofdstuk XXX van bijlage II bij de Overeenkomst wordt na punt 5 (Richtlijn 2003/32/EG van de Commissie) het volgende punt ingevoegd:

„6)

32005 L 0050: Richtlijn 2005/50/EG van de Commissie van 11 augustus 2005 betreffende de herindeling van heup-, knie- en schouderprothesen in het kader van Richtlijn 93/42/EEG van de Raad betreffende medische hulpmiddelen (PB L 210 van 12.8.2005, blz. 41).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de Noorse en de IJslandse taal van Richtlijn 2005/50/EG zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 130 van 29.4.2004, blz. 3.

(2)   PB L 210 van 12.8.2005, blz. 41.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/49


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 32/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage VI (Sociale zekerheid) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, zoals gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage VI bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 118/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 30 september 2005 (1).

(2)

Verordening (EEG) nr. 1408/71 van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (2) is in de Overeenkomst opgenomen.

(3)

De titel van Verordening (EEG) nr. 1408/71 is gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1390/81 (3) waarbij deze werd uitgebreid tot zelfstandigen en hun gezinsleden.

(4)

In bijlage IIa van Verordening (EEG) nr. 1408/71 moet een aanvulling worden opgenomen voor Noorwegen,

BESLUIT:

Artikel 1

In bijlage VI van de Overeenkomst wordt in aanpassing (m) in punt 1 (Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad) na „ZC. NOORWEGEN” het volgende toegevoegd:

„d)

Bijzondere uitkeringen overeenkomstig wet nr. 21 van 29 april 2005 inzake een aanvullende toelage aan personen die gedurende korte perioden in Noorwegen woonachtig zijn.”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 399 van 22.12.2005, blz. 22.

(2)   PB L 149 van 5.7.1971, blz. 2. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 647/2005 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 117 van 4.5.2005, blz. 1).

(3)   PB L 143 van 29.5.1981, blz. 1.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/50


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 33/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage IX (Financiële diensten) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage IX bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 120/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 30 september 2005 (1).

(2)

Richtlijn 2004/69/EG van de Commissie van 27 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de definitie van „multilaterale ontwikkelingsbanken” betreft (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In bijlage IX bij de Overeenkomst wordt in punt 14 (Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad) het volgende streepje ingevoegd:

„—

32004 L 0069: Richtlijn 2004/69/EG van de Commissie van 27 april 2004 (PB L 125 van 28.4.2004, blz. 44).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de Noorse en de IJslandse taal van Richtlijn 2004/69/EG zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 399 van 22.12.2005, blz. 26.

(2)   PB L 125 van 28.4.2004, blz. 44.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/51


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 34/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage XIII bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 11/2006 van het Gemengd Comité van de EER van 27 januari 2006 (1).

(2)

Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (2) werd in de Overeenkomst opgenomen bij Besluit nr. 14/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 8 februari 2005 (3).

(3)

Verordening (EG) nr. 884/2005 van de Commissie van 10 juni 2005 tot vaststelling van procedures voor inspecties van de Commissie op het gebied van de maritieme beveiliging (4) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In bijlage XIII bij de Overeenkomst wordt na punt 56q (Verordening (EG) nr. 789/2004 van het Europees Parlement en de Raad) het volgende punt ingevoegd:

„56r.

32005 R 0884: Verordening (EG) nr. 884/2005 van de Commissie van 10 juni 2005 tot vaststelling van procedures voor inspecties van de Commissie op het gebied van de maritieme beveiliging (PB L 148 van 11.6.2005, blz. 25).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Aan artikel 5, lid 3, wordt het volgende toegevoegd:

„Voor inspecties kan de Commissie een beroep doen op de door de EVA-staten opgegeven nationale inspecteurs en kan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA een beroep doen op de door de EU-lidstaten opgegeven nationale inspecteurs.

Bij deze inspecties kunnen de Commissie en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA elkaar als waarnemer uitnodigen.””

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de Noorse en de IJslandse taal van Verordening (EG) nr. 884/2005 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 92 van 30.3.2006, blz. 34.

(2)   PB L 129 van 29.4.2004, blz. 6.

(3)   PB L 161 van 23.6.2005, blz. 33.

(4)   PB L 148 van 11.6.2005, blz. 25.

(*1)  Grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/53


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 35/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage XIII bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 11/2006 van het Gemengd Comité van de EER van 27 januari 2006 (1).

(2)

Richtlijn 2005/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de wederzijdse erkenning van door de lidstaten afgegeven bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden en tot wijziging van Richtlijn 2001/25/EG (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

Bijlage XIII bij de Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

Na punt 56r (Verordening (EG) nr. 884/2005 van de Commissie) wordt het volgende punt ingevoegd:

„56s.

32005 L 0045: Richtlijn 2005/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de wederzijdse erkenning van door de lidstaten afgegeven bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden en tot wijziging van Richtlijn 2001/25/EG (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 160).”

2)

Na punt 56j (Richtlijn 2001/25/EG van het Europees Parlement en de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

„—

32005 L 0045: Richtlijn 2005/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 160).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de Noorse en de IJslandse taal van Richtlijn 2005/45/EG zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 92 van 30.3.2006, blz. 34.

(2)   PB L 255 van 30.9.2005, blz. 160.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/55


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 36/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage XX bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 15/2006 van het Gemengd Comité van de EER van 27 januari 2006 (1).

(2)

Beschikking 2005/438/EG van de Commissie van 10 juni 2005 tot wijziging van bijlage II van Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende autowrakken (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In bijlage XX bij de Overeenkomst wordt in punt 32e (Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad) het volgende streepje ingevoegd:

„—

32005 D 0438: Beschikking 2005/438/EG van de Commissie van 10 juni 2005 (PB L 152 van 15.6.2005, blz. 19).”

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en Noorse taal van Beschikking 2005/438/EG zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 11 maart 2006, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 92 van 30.3.2006, blz. 44.

(2)   PB L 152 van 15.6.2005, blz. 19.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/56


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 37/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van bijlage XXII (Vennootschapsrecht) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage XXII bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 158/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 2 december 2005 (1).

(2)

Verordening (EG) nr. 1751/2005 van de Commissie van 25 oktober 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1725/2003 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat IFRS 1, IAS 39 en SIC 12 betreft (2) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(3)

Verordening (EG) nr. 1864/2005 van de Commissie van 15 november 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1725/2003 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat International Financial Reporting Standard 1 en de International Accounting Standards 32 en 39 betreft (3) moet in de Overeenkomst worden opgenomen.

(4)

Verordening (EG) nr. 1910/2005 van de Commissie van 8 november 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1725/2003 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat de IFRS 1 en 6, de IAS 1, 16, 19, 24, 38 en 39, en de IFRIC 4 en 5 betreft (4) moet in de Overeenkomst worden opgenomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In bijlage XXII bij de Overeenkomst worden in punt 10ba (Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie) de volgende streepjes toegevoegd:

„—

32005 R 1751: Verordening (EG) nr. 1751/2005 van de Commissie van 25 oktober 2005 (PB L 282 van 26.10.2005, blz. 3);

32005 R 1864: Verordening (EG) nr. 1864/2005 van de Commissie van 15 november 2005 (PB L 299 van 16.11.2005, blz. 45);

32005 R 1910: Verordening (EG) nr. 1910/2005 van de Commissie van 8 november 2005 (PB L 305 van 24.11.2005, blz. 4).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en Noorse taal van Verordeningen (EG) nr. 1751/2005, (EG) nr. 1864/2005 en (EG) nr. 1910/2005 van de Commissie zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na goedkeuring, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in de EER-bijlage van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 53 van 23.2.2006, blz. 64.

(2)   PB L 282 van 26.10.2005, blz. 3.

(3)   PB L 299 van 16.11.2005, blz. 45.

(4)   PB L 305 van 24.11.2005, blz. 4.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/58


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 38/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van Protocol 31 (Samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op de artikelen 86 en 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Protocol 31 bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 17/2006 van het Gemengd Comité van de EER van 27 januari 2006 (1).

(2)

Het is wenselijk de samenwerking van de overeenkomstsluitende partijen uit te breiden met Verordening (EG) nr. 2236/95 van de Raad van 18 september 1995 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van Trans-Europese netwerken (2).

(3)

Het is wenselijk de samenwerking van de overeenkomstsluitende partijen uit te breiden met Verordening (EG) nr. 1655/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 1999 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2236/1995 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van Trans-Europese netwerken (3).

(4)

Verordening (EG) nr. 788/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2236/95 van de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1655/2000, (EG) nr. 1382/2003 en (EG) nr. 2152/2003 met het oog op de aanpassing van de referentiebedragen in verband met de uitbreiding van de Europese Unie (4) werd in de Overeenkomst opgenomen bij Besluit nr. 90/2004 van het Gemengd Comité van de EER van 8 juni 2004 (5).

(5)

Het is wenselijk de samenwerking van de overeenkomstsluitende partijen uit te breiden met Verordening (EG) nr. 807/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2236/95 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van Trans-Europese netwerken (6).

(6)

Het is wenselijk de samenwerking van de overeenkomstsluitende partijen uit te breiden met Verordening (EG) nr. 1159/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2236/95 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van Trans-Europese netwerken (7).

(7)

Het is wenselijk de samenwerking van de overeenkomstsluitende partijen uit te breiden met Besluit nr. 1336/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1997 betreffende een geheel van richtsnoeren voor trans-Europese telecommunicatienetwerken (8).

(8)

Het is wenselijk de samenwerking van de overeenkomstsluitende partijen uit te breiden met Besluit nr. 1376/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 tot wijziging van Besluit nr. 1336/97/EG betreffende een geheel van richtsnoeren voor trans-Europese telecommunicatienetwerken (9).

(9)

De samenwerking in het kader van Verordening (EG) nr. 2236/95 en de latere wijzigingen daarop blijft beperkt tot het terrein van trans-Europese telecommunicatienetwerken.

(10)

Protocol 31 bij de Overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking per 1 januari 2006 mogelijk te maken,

BESLUIT:

Artikel 1

Artikel 2 van Protocol 31 bij de Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

Na punt 6 (promotie van de Europese digitale inhoud op mondiale netwerken) wordt het volgende punt ingevoegd:

„7.

De EVA-staten nemen vanaf 1 januari 2006 deel aan de activiteiten die voortvloeien uit de volgende besluiten, voor zoverre deze betrekking hebben op projecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van trans-Europese telecommunicatienetwerken:

395 R 2236: Verordening (EG) nr. 2236/95 van de Raad van 18 september 1995 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van trans-Europese netwerken (PB L 228 van 23.9.1995, blz. 1), gewijzigd bij:

399 R 1655: Verordening (EG) nr. 1655/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 1999 (PB L 197 van 29.7.1999, blz. 1),

32004 R 0788: Verordening (EG) nr. 788/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 (PB L 138 van 30.4.2004, blz. 17),

32004 R 0807: Verordening (EG) nr. 807/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 (PB L 143 van 30.4.2004, blz. 46),

32005 R 1159: Verordening (EG) nr. 1159/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 (PB L 191 van 22.7.2005, blz. 16);

397 D 1336: Beschikking nr. 1336/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1997 betreffende een geheel van richtsnoeren voor trans-Europese telecommunicatienetwerken (PB L 183 van 11.7.1997, blz. 12), gewijzigd bij:

32002 D 1376: Besluit nr. 1376/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 (PB L 200 van 30.7.2002, blz. 1).”

2)

In punt 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Overeenkomstig artikel 82, lid 1, onder a), van de Overeenkomst leveren de EVA-Staten in verband met de in lid 7 bedoelde activiteiten een financiële bijdrage aan de begrotingslijnen 09 03 04 en 09 01 04 03 (trans-Europese telecommunicatie-netwerken) en aan latere overeenkomstige begrotingslijnen.”.

3)

De tekst van punt 3 wordt vervangen door:

„De EVA-staten nemen vanaf de start van de samenwerking in het kader van de in de leden 5, 6 en 7 bedoelde programma’s en activiteiten, volledig deel aan de comités die de Commissie van de Europese Gemeenschap in het beheer, de ontwikkeling en de uitvoering van het programma bijstaan.”

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van de laatste kennisgeving aan het Gemengd Comité van de EER zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst (*1).

Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2006.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 92 van 30.3.2006, blz. 46.

(2)   PB L 228 van 23.9.1995, blz. 1.

(3)   PB L 197 van 29.7.1999, blz. 1.

(4)   PB L 138 van 30.4.2004, blz. 17.

(5)   PB L 349 van 25.11.2004, blz. 52.

(6)   PB L 143 van 30.4.2004, blz. 46.

(7)   PB L 191 van 22.7.2005, blz. 16.

(8)   PB L 183 van 11.7.1997, blz. 12.

(9)   PB L 200 van 30.7.2002, blz. 1.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/61


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 39/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-Overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op de artikelen 86 en 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Protocol 31 bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 43/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 11 maart 2005 (1).

(2)

Beschikking 2001/51/EG van de Raad van 20 december 2000 betreffende het programma in verband met de communautaire strategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen (2001-2005) (2) werd in Protocol 31 bij de Overeenkomst opgenomen bij Besluit nr. 88/2001 van het Gemengd Comité van de EER van 19 juni 2001 (3).

(3)

Het is wenselijk de samenwerking tussen de partijen bij de Overeenkomst uit te breiden tot Beschikking nr. 1554/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 tot wijziging van Beschikking 2001/51/EG van de Raad betreffende het programma in verband met de communautaire strategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen en Besluit nr. 848/2004/EG tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bevordering van organisaties die op Europees niveau op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen actief zijn (4).

(4)

Protocol 31 bij de Overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd om de bedoelde uitbreiding van de samenwerking vanaf 1 januari 2006 te laten ingaan.

(5)

De opname van Beschikking nr. 1554/2005/EG in Protocol 31 bij de Overeenkomst is slechts relevant ten aanzien van Beschikking 2001/51/EG van de Raad,

BESLUIT:

Artikel 1

In het vierde streepje (Beschikking 2001/51/EG van de Raad) van artikel 5, lid 8, van Protocol 31 bij de Overeenkomst wordt het volgende toegevoegd:

„, zoals gewijzigd bij:

32005 D 1554: Beschikking nr. 1554/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 9).”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van de laatste kennisgeving aan het Gemengd Comité van de EER zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst (*1).

Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 januari 2006.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 198 van 28.7.2005, blz. 45.

(2)   PB L 17 van 19.1.2001, blz. 22.

(3)   PB L 238 van 6.9.2001, blz. 43.

(4)   PB L 255 van 30.9.2005, blz. 9.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/63


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 40/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-Overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op de artikelen 86 en 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Protocol 31 bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 74/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 29 april 2005 (1).

(2)

Het is wenselijk de samenwerking tussen de partijen bij de Overeenkomst uit te breiden tot Besluit nr. 1776/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 tot wijziging van Beschikking 2000/819/EG van de Raad betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) (2001-2005) (2).

(3)

Protocol 31 bij de Overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd om de bedoelde uitbreiding van de samenwerking vanaf 1 januari 2006 te laten ingaan,

BESLUIT:

Artikel 1

In het zevende streepje (Beschikking 2000/819/EG van de Raad) van artikel 7, lid 5, van Protocol 31 bij de Overeenkomst wordt het volgende substreepje toegevoegd:

„—

32005 D 1776: Besluit nr. 1776/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 (PB L 289 van 3.11.2005, blz. 14).”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van de laatste kennisgeving aan het Gemengd Comité van de EER zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst (*1).

Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 januari 2006.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 239 van 15.9.2005, blz. 67.

(2)   PB L 289 van 3.11.2005, blz. 14.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


1.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/64


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 41/2006

van 10 maart 2006

tot wijziging van Protocol 31 (Samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op de artikelen 86 en 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Protocol 31 bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 107/2005 van het Gemengd Comité van de EER van 8 juli 2005 (1).

(2)

Het is wenselijk de samenwerking van de overeenkomstsluitende partijen uit te breiden tot Besluit 2004/387/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de interoperabele levering van pan-Europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten, ondernemingen en burgers (IDABC) (2).

(3)

Protocol 31 bij de Overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2006 mogelijk te maken,

BESLUIT:

Artikel 1

Protocol 31 bij de Overeenkomst wordt gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van de laatste kennisgeving aan het Gemengd Comité van de EER zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst (*1).

Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2006.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2006.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

R. WRIGHT


(1)   PB L 306 van 24.11.2005, blz. 45.

(2)   PB L 144 van 30.4.2004, blz. 65, zoals gerectificeerd in PB L 181 van 18.5.2004, blz. 25.

(*1)  Grondwettelijke vereisten aangegeven.


BIJLAGE

Artikel 17 (Telematische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten (IDA)) van Protocol 31 bij de Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

„Telematische gegevensuitwisseling”;

b)

de tekst van lid 1 wordt vervangen door:

„1.   De EVA-staten nemen, in overeenstemming met het in aanhangsel 3 bij dit protocol opgenomen werkprogramma, met ingang van 1 januari 1997 deel aan de projecten en activiteiten van de in lid 5, onder a), bedoelde communautaire programma's, en met ingang van 1 januari 2006 aan de projecten en activiteiten van het in lid 5, onder b), bedoelde communautair programma, voorzover deze projecten en activiteiten relevant zijn voor de andere samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen.”;

c)

in lid 2 worden de woorden „het in lid 4 bedoelde programma” vervangen door „de in lid 5 bedoelde programma's”;

d)

in lid 3 wordt „lid 4” vervangen door „lid 5, onder a),”;

e)

na lid 3 wordt het volgende lid ingevoegd:

„4.   De EVA-staten nemen van bij de aanvang van de samenwerking in het kader van het in lid 5, onder b), bedoelde programma, volledig deel, evenwel zonder stemrecht, aan de op de voor de EER relevante projectgedeelten van het programma betrekking hebbende werkzaamheden van het Comité pan-Europese e-overheidsdiensten (PEGSCO), dat de Europese Commissie in de tenuitvoerlegging, het beheer en de uitwerking van het programma bijstaat.”;

f)

lid 4 wordt tot lid 5 hernummerd;

g)

in lid 5 wordt vóór het eerste streepje het volgende punt ingevoegd:

„a)

met het oog op deelname met ingang van 1 januari 1997:”;

h)

aan het slot van lid 5 wordt het volgende punt toegevoegd:

„b)

met het oog op deelname met ingang van 1 januari 2006:

32004 D 0387: Besluit 2004/387/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de interoperabele levering van pan-Europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten, ondernemingen en burgers (IDABC) (PB L 144 van 30.4.2004, blz. 65, zoals gerectificeerd in PB L 181 van 18.5.2004, blz. 25).”.