|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 135 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
49e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing |
Bladzijde |
|
|
|
||
|
|
* |
Verordening (EG) nr. 773/2006 van de Commissie van 22 mei 2006 tot verlening van een voorlopige en een permanente vergunning voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding en een voorlopige vergunning voor een nieuwe toepassing van een reeds toegelaten toevoegingsmiddel in diervoeding ( 1 ) |
|
|
|
|
|
|
|
Besluiten aangenomen krachtens titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie |
|
|
|
* |
||
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing
|
23.5.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 135/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 772/2006 VAN DE COMMISSIE
van 22 mei 2006
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 23 mei 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 mei 2006.
Voor de Commissie
J. L. DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 22 mei 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
052 |
90,7 |
|
204 |
45,4 |
|
|
212 |
113,4 |
|
|
999 |
83,2 |
|
|
0707 00 05 |
052 |
93,2 |
|
628 |
151,2 |
|
|
999 |
122,2 |
|
|
0709 90 70 |
052 |
111,4 |
|
999 |
111,4 |
|
|
0805 10 20 |
052 |
36,5 |
|
204 |
33,6 |
|
|
220 |
38,8 |
|
|
388 |
72,9 |
|
|
448 |
46,6 |
|
|
624 |
52,4 |
|
|
999 |
46,8 |
|
|
0805 50 10 |
052 |
42,5 |
|
508 |
59,9 |
|
|
528 |
58,7 |
|
|
999 |
53,7 |
|
|
0808 10 80 |
388 |
88,2 |
|
400 |
116,5 |
|
|
404 |
115,5 |
|
|
508 |
81,4 |
|
|
512 |
84,2 |
|
|
524 |
88,6 |
|
|
528 |
95,0 |
|
|
720 |
107,1 |
|
|
804 |
103,4 |
|
|
999 |
97,8 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.
|
23.5.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 135/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 773/2006 VAN DE COMMISSIE
van 22 mei 2006
tot verlening van een voorlopige en een permanente vergunning voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding en een voorlopige vergunning voor een nieuwe toepassing van een reeds toegelaten toevoegingsmiddel in diervoeding
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (1), en met name op artikel 3, artikel 9.D, lid 1, en artikel 9.E, lid 1,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (2), en met name op artikel 25,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 1831/2003 voorziet in de toelating van toevoegingsmiddelen voor diervoeding. |
|
(2) |
Artikel 25 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 bevat overgangsmaatregelen voor vergunningaanvragen betreffende toevoegingsmiddelen die vóór de datum van toepassing van Verordening (EG) nr. 1831/2003 overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG zijn ingediend. |
|
(3) |
De aanvragen voor de in de bijlagen bij deze verordening genoemde toevoegingsmiddelen zijn vóór de datum van toepassing van Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingediend. |
|
(4) |
De eerste opmerkingen betreffende deze aanvragen zijn krachtens artikel 4, lid 4, van Richtlijn 70/524/EEG vóór de datum van toepassing van Verordening (EG) nr. 1831/2003 aan de Commissie toegezonden. Die aanvragen moeten dus nog overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 70/524/EEG worden behandeld. |
|
(5) |
Er zijn gegevens ingediend ter staving van een aanvraag van een vergunning voor het gebruik van het preparaat van micro-organismen Kluyveromyces marxianus-fragilis B0399 MUCL 41579 voor biggen. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft haar advies over het gebruik van dit preparaat op 28 januari 2004 uitgebracht. Uit de beoordeling blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 9.E, lid 1, van Richtlijn 70/524/EEG voor een dergelijke vergunning wordt voldaan. Het gebruik van dat preparaat van micro-organismen, zoals omschreven in bijlage I bij deze verordening, moet daarom voorlopig voor vier jaar worden toegestaan. |
|
(6) |
Het gebruik van het enzympreparaat endo-1,4-bèta-xylanase en endo-1,4-bèta-glucanase geproduceerd door Aspergillus niger (CBS 600.94) wordt bij Verordening (EG) nr. 1453/2004 (3) als enzym E 1609, gecoat, vloeibaar en vast, zonder tijdsbeperking toegestaan voor mestkippen, mestkalkoenen en biggen. Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van de aanvraag om uitbreiding van de vergunning voor het gebruik van dit enzympreparaat tot eenden en om opname van korrels in de vergunning voor deze diersoort. De EFSA heeft op 30 november 2005 een advies uitgebracht over het gebruik van dit preparaat, waarin geconcludeerd wordt dat het voor deze nieuwe diercategorie geen risico inhoudt. Uit de beoordeling blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 9.E, lid 1, van Richtlijn 70/524/EEG voor een vergunning voor een dergelijk preparaat wordt voldaan. Voor het gebruik van dit enzympreparaat, zoals omschreven in bijlage II bij deze verordening, moet daarom een vergunning voor vier jaar worden verleend. |
|
(7) |
Er zijn gegevens ingediend ter staving van een aanvraag van een vergunning voor korrels van het enzym E 1609 voor mestkippen, mestkalkoenen en biggen. De EFSA heeft haar advies over het gebruik van dit preparaat op 30 november 2005 uitgebracht. Uit de beoordeling blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 3.A van Richtlijn 70/524/EEG voor een dergelijke vergunning wordt voldaan. Het gebruik van dit enzympreparaat, zoals omschreven in bijlage III bij deze verordening, moet daarom zonder tijdsbeperking worden toegestaan. |
|
(8) |
Uit de beoordeling van deze aanvragen blijkt dat er bepaalde procedures nodig zijn om werknemers tegen blootstelling aan de in de bijlagen opgenomen toevoegingsmiddelen te beschermen. Die bescherming moet worden gewaarborgd door toepassing van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (4). |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor het tot de groep „Micro-organismen” behorende preparaat in bijlage I wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor vier jaar voor gebruik als toevoegingsmiddel in diervoeding verleend.
Artikel 2
Voor het tot de groep „Enzymen” behorende preparaat in bijlage II wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor vier jaar voor gebruik als toevoegingsmiddel in diervoeding verleend.
Artikel 3
Voor het tot de groep „Enzymen” behorende preparaat in bijlage III wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning zonder tijdsbeperking voor gebruik als toevoegingsmiddel in diervoeding verleend.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 mei 2006.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1800/2004 van de Commissie (PB L 317 van 16.10.2004, blz. 37).
(2) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8).
(3) PB L 269 van 17.8.2004, blz. 3.
(4) PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).
BIJLAGE I
|
Nr. (of EG-nr.) |
Toevoegingsmiddel |
Chemische formule en beschrijving |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimum |
Maximum |
Overige bepalingen |
Einde van de vergunningsperiode |
|
CFU/kg volledig diervoeder |
||||||||
|
Micro-organismen |
||||||||
|
26 |
Kluyveromyces marxianus-fragilis B0399 MUCL 41579 |
Bereiding van Kluyveromyces marxianus-fragilis B0399 met ten minste: poeder en korrels: 5 × 106 CFU/g toevoegingsmiddel |
Biggen (gespeend) |
— |
6 × 106 |
6 × 106 |
In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden. Voor gebruik bij gespeende biggen tot ongeveer 35 kg. |
12 juni 2010 |
BIJLAGE II
|
Nr. (of EG-nr.) |
Toevoegingsmiddel |
Chemische formule en beschrijving |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimum |
Maximum |
Overige bepalingen |
Einde van de vergunningsperiode |
||||||||||||||||||||||||||
|
Activiteitseenheden/kg volledig diervoeder |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Enzymen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
7 |
|
Bereiding van endo-1,4-bèta-xylanase en endo-1,4-bèta-glucanase, geproduceerd door Aspergillus niger (CBS 600.94), met een minimale activiteit van:
|
Eenden |
— |
6 000 FXU |
— |
|
12 juni 2010 |
||||||||||||||||||||||||||
|
2 500 BGU |
— |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1 FXU is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,0 en een temperatuur van 40 °C 0,15 micromol xylose per minuut vrijmaakt uit met azurine vernet xylaan.
(2) 1 BGU is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,0 en een temperatuur van 40 °C 0,15 micromol glucose per minuut vrijmaakt uit met azurine vernet bèta-glucaan.
BIJLAGE III
|
EG-nr. |
Toevoegingsmiddel |
Chemische formule en beschrijving |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimum |
Maximum |
Overige bepalingen |
Einde van de vergunningsperiode |
||||||||||||||||||
|
Activiteitseenheden/kg volledig diervoeder |
||||||||||||||||||||||||||
|
Enzymen |
||||||||||||||||||||||||||
|
E 1609 |
|
Bereiding van endo-1,4-bèta-xylanase en endo-1,4-bèta-glucanase, geproduceerd door Aspergillus niger (CBS 600.94), met een minimale activiteit van: korrels:
|
Mestkippen |
— |
4 860 FXU |
— |
|
Zonder tijdsbeperking |
||||||||||||||||||
|
2 025 BGU |
— |
|||||||||||||||||||||||||
|
Mestkalkoenen |
— |
6 000 FXU |
— |
|
Zonder tijdsbeperking |
|||||||||||||||||||||
|
2 500 BGU |
— |
|||||||||||||||||||||||||
|
Biggen (gespeend) |
— |
6 000 FXU |
— |
|
Zonder tijdsbeperking |
|||||||||||||||||||||
|
2 500 BGU |
— |
|||||||||||||||||||||||||
(1) 1 FXU is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,0 en een temperatuur van 40 °C 0,15 micromol xylose per minuut vrijmaakt uit met azurine vernet xylaan.
(2) 1 BGU is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,0 en een temperatuur van 40 °C 0,15 micromol glucose per minuut vrijmaakt uit met azurine vernet bèta-glucaan.
|
23.5.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 135/9 |
VERORDENING (EG) Nr. 774/2006 VAN DE COMMISSIE
van 22 mei 2006
houdende vaststelling van het definitieve eenheidsbedrag van de restitutie, en van het percentage in de sector groenten en fruit afgegeven uitvoercertificaten van het B-stelsel (tomaten, sinaasappelen, citroenen en appelen)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1961/2001 van de Commissie van 8 oktober 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad wat de toekenning van uitvoerrestituties in de sector groenten en fruit betreft (2), en met name op artikel 6, lid 7,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 230/2006 van de Commissie (3) zijn de indicatieve hoeveelheden vastgesteld waarvoor uitvoercertificaten van het B-stelsel kunnen worden afgegeven. |
|
(2) |
Het is dienstig om voor de certificaten van het B-stelsel die in de periode van 17 maart tot 15 mei 2006 voor tomaten, sinaasappelen, citroenen en appelen, het definitieve eenheidsbedrag van de restitutie vast te stellen op het niveau van het indicatieve eenheidsbedrag en om het op de gevraagde hoeveelheden toe te passen afgiftepercentage vast te stellen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de uitvoercertificaataanvragen van het B-stelsel die op grond van artikel 1 van Verordening (EG) nr. 230/2006 zijn ingediend in de periode van 17 maart tot 15 mei 2006, worden de afgiftepercentages en de eenheidsbedragen van de restitutie die van toepassing zijn, vastgesteld in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 23 mei 2006.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 mei 2006.
Voor de Commissie
J. L. DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 van de Commissie (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).
(2) PB L 268 van 9.10.2001, blz. 8. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).
BIJLAGE
Op de gevraagde hoeveelheden toe te passen afgiftepercentage en eenheidsbedrag van de restitutie, van toepassing op certificaten van het B-stelsel die in de periode van 17 maart tot 15 mei 2006 zijn aangevraagd (tomaten, sinaasappelen, citroenen en appelen)
|
Product |
Eenheidsbedrag van de restitutie (EUR/t nettogewicht) |
Op de gevraagde hoeveelheden toe te passen afgiftepercentage |
|
Tomaten |
30 |
100 % |
|
Sinaasappelen |
37 |
100 % |
|
Citroenen |
60 |
100 % |
|
Appelen |
33 |
100 % |
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing
Raad
|
23.5.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 135/11 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 15 mei 2006
betreffende het standpunt van de Europese Gemeenschap over het ontwerp-reglement van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties inzake wielen voor personenauto’s en aanhangwagens ervan
(Voor de EER relevante tekst)
(2006/363/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Besluit 97/836/EG van de Raad van 27 november 1997 inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen (1) (hierna „de herziene overeenkomst van 1958” genoemd), en met name op artikel 4, lid 2, tweede streepje,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien de instemming van het Europees Parlement (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het ontwerp-reglement van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties inzake wielen voor personenauto’s en aanhangwagens ervan (hierna „het ontwerp-reglement” genoemd) zal de technische belemmeringen voor de handel in motorvoertuigen tussen de overeenkomstsluitende partijen opheffen ten aanzien van deze onderdelen, terwijl toch een hoog niveau van veiligheid en milieubescherming wordt gewaarborgd. |
|
(2) |
Het is zaak het standpunt van de Gemeenschap over het ontwerp-reglement te bepalen. |
|
(3) |
Het ontwerp-reglement moet niet worden opgenomen in het communautaire systeem voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen, aangezien het betrekking heeft op vervangingswielen, |
BESLUIT:
Artikel 1
Het ontwerp-reglement zoals vervat in document TRANS/WP.29/2005/46, wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Bij de stemming die zal plaatsvinden tijdens de vergadering van het Administratief Comité ter gelegenheid van een van de volgende zittingen van het Wereldforum voor de harmonisatie van reglementen voor voertuigen van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties stemt de Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Commissie, voor het in artikel 1 bedoelde ontwerp-reglement.
Artikel 3
Het reglement wordt niet opgenomen in het communautaire systeem voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen.
Gedaan te Brussel, 15 mei 2006.
Voor de Raad
De voorzitster
U. PLASSNIK
(1) PB L 346 van 17.12.1997, blz. 78.
(2) Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.
|
23.5.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 135/12 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 15 mei 2006
betreffende het standpunt van de Europese Gemeenschap over het ontwerp-reglement van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties inzake de goedkeuring van adaptieve koplampsystemen (AFS) voor motorvoertuigen
(Voor de EER relevante tekst)
(2006/364/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Besluit 97/836/EG van de Raad van 27 november 1997 inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen („herziene overeenkomst van 1958”) (1), en met name op artikel 4, lid 2, tweede streepje,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien de instemming van het Europees Parlement (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het ontwerp-reglement van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties inzake de goedkeuring van adaptieve koplampsystemen (AFS) voor motorvoertuigen („het ontwerp-reglement”) zal de technische belemmeringen voor de handel in motorvoertuigen tussen de overeenkomstsluitende partijen opheffen voor wat deze onderdelen betreft, terwijl toch een hoog niveau van veiligheid en milieubescherming wordt gewaarborgd. |
|
(2) |
Het is zaak het standpunt van de Gemeenschap over het ontwerp-reglement te bepalen. |
|
(3) |
Dit ontwerp-reglement moet worden opgenomen in het communautaire systeem voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen, |
BESLUIT:
Artikel 1
Het ontwerp-reglement, zoals vervat in de documenten TRANS/WP.29/2005/31 en TRANS/WP.29/2005/31/add.1, wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Bij de stemming die zal plaatsvinden tijdens de vergadering van het Administratief Comité ter gelegenheid van een van de volgende zittingen van het Wereldforum voor de harmonisatie van reglementen voor voertuigen van de VN/ECE stemt de Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Commissie, voor het ontwerp-reglement.
Artikel 3
Het VN/ECE-reglement wordt opgenomen in het communautaire systeem voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen.
Gedaan te Brussel, 15 mei 2006.
Voor de Raad
De voorzitster
U. PLASSNIK
(1) PB L 346 van 17.12.1997, blz. 78.
(2) Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.
Raad en Commissie
|
23.5.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 135/13 |
BESLUIT VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE
van 15 mei 2006
betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen enerzijds en de Zwitserse Bondsstaat anderzijds
(2006/365/EG, Euratom)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 170, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, en artikel 300, lid 3, eerste alinea,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 101, tweede alinea,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Commissie heeft namens de Gemeenschappen onderhandelingen gevoerd over een overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking met de Zwitserse Bondsstaat, waarbij ook is voorzien in een voorlopige toepassing van de hernieuwde overeenkomst. |
|
(2) |
De overeenkomst is door de vertegenwoordigers van de partijen op 16 januari 2004 te Brussel ondertekend en wordt sinds 1 januari 2004 voorlopig toegepast, onder voorbehoud van sluiting ervan op een latere datum. |
|
(3) |
De overeenkomst moet op zodanige wijze worden gesloten dat de versies in de talen van alle lidstaten authentiek zijn. Dit moet gebeuren in de vorm van een briefwisseling. |
|
(4) |
De overeenkomst dient te worden goedgekeurd, |
BESLUITEN:
Artikel 1
De overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, wordt goedgekeurd namens de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2).
Artikel 2
De voorzitter van de Raad, namens de Europese Gemeenschap, en de voorzitter van de Commissie, namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, verrichten de in artikel 14 van de overeenkomst bedoelde kennisgeving en worden gemachtigd met de Zwitserse Bondsstaat via een briefwisseling overeen te komen dat de tekst van de overeenkomst in alle talen van de lidstaten na de uitbreiding van 1 mei 2004 authentiek is.
Gedaan te Brussel, 15 mei 2006.
Voor de Raad
De voorzitster
U. PLASSNIK
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) Advies uitgebracht op 13 december 2005 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(2) Tekst van de overeenkomst: PB L 32 van 5.2.2004, blz. 23.
Besluiten aangenomen krachtens titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie
|
23.5.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 135/14 |
BESLUIT 2006/366/GBVB VAN DE RAAD
van 20 maart 2006
over de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de regering van Georgië over de status in Georgië van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) voor de zuidelijke Kaukasus en zijn ondersteuningsteam
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 24,
Gezien de aanbeveling van het voorzitterschap,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Ingevolge het besluit om op de situatie die is ontstaan door de sluiting van de OVSE-grenscontrolemissie te reageren met een versterking van de SVEU voor de zuidelijke Kaukasus heeft de Raad op 28 juli 2005 Gemeenschappelijk Optreden 2005/582/GBVB houdende wijziging en verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de zuidelijke Kaukasus (1), vastgesteld. |
|
(2) |
Ingevolge het besluit van de Raad van 3 oktober 2005 waarbij het voorzitterschap, voorzover nodig bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, gemachtigd werd om onderhandelingen te openen, heeft het voorzitterschap onderhandeld over een Overeenkomst tussen de Europese Unie en Georgië over de status in Georgië van de SVEU voor de zuidelijke Kaukasus en zijn ondersteuningsteam. |
|
(3) |
De overeenkomst dient te worden goedgekeurd, |
BESLUIT:
Artikel 1
De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de regering van Georgië over de status in Georgië van de SVEU voor de zuidelijke Kaukasus en zijn ondersteuningsteam wordt namens de Unie goedgekeurd.
De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.
Artikel 2
De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) de overeenkomst te ondertekenen teneinde daardoor de Unie te binden.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 4
Dit besluit wordt van kracht op de datum van de aanneming.
Gedaan te Brussel, 20 maart 2006.
Voor de Raad
De voorzitster
U. PLASSNIK
(1) PB L 199 van 29.7.2005, blz. 92. Gemeenschappelijk optreden gewijzigd bij Gemeenschappelijk Optreden 2006/121/GBVB (PB L 49 van 21.2.2006, blz. 14).
VERTALING
OVEREENKOMST
tussen de Europese Unie en de regering van Georgië over de status in Georgië van de SVEU voor de zuidelijke Kaukasus en van zijn ondersteuningsteam
DE REGERING VAN GEORGIË, hierna de „ontvangende partij” genoemd,
enerzijds, en
DE EUROPESE UNIE, hierna „de EU” genoemd,
anderzijds,
hierna „de partijen” genoemd,
REKENING HOUDEND MET:
HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OVER HETGEEN VOLGT:
Artikel 1
Algemene bepalingen
1. De SVEU en de leden van zijn ondersteuningsteam, inclusief het administratieve en technische personeel en het plaatselijke personeel, eerbiedigen de wetten en regels van de ontvangende partij en onthouden zich van alle acties en activiteiten die onverenigbaar zijn met het onpartijdige, internationale karakter van hun taken of die niet stroken met de bepalingen van onderhavige overeenkomst.
2. De SVEU informeert de regering van de ontvangende partij regelmatig en tijdig over het aantal, de namen en de nationaliteit van de leden van zijn ondersteuningsteam, inclusief het administratieve en technische personeel en het plaatselijke personeel dat op het grondgebied van de ontvangende partij is gestationeerd, door middel van de indiening van een kennisgevingslijst bij het ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende partij.
Artikel 2
Voorrechten en immuniteiten van de SVEU en zijn ondersteuningsteam
Aan de SVEU en de leden van zijn ondersteuningsteam, met uitzondering van het door de SVEU aangeworven administratief en technisch personeel (inclusief plaatselijk personeel), worden voorrechten en immuniteiten verleend die gelijkwaardig zijn aan die welke diplomatiek personeel geniet uit hoofde van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961, hierna „het Verdrag van Wenen” genoemd. Dergelijke voorrechten en immuniteiten worden ook verleend aan de leden van het gezin van de SVEU en de gezinnen van de leden van zijn ondersteuningsteam.
Artikel 3
Status van de SVEU en zijn ondersteuningsteam
Aan de SVEU en zijn ondersteuningsteam wordt de status van een diplomatieke missie in de zin van het Verdrag van Wenen toegekend.
Artikel 4
Voorrechten en immuniteiten van het administratieve en technische personeel
Aan het door de SVEU aangeworven administratief en technisch personeel worden voorrechten en immuniteiten verleend die gelijkwaardig zijn aan die van het administratieve en technische personeel van een diplomatieke missie in de zin van het Verdrag van Wenen.
Artikel 5
Status van het plaatselijke personeel
Aan het door de SVEU aangeworven plaatselijk personeel dat onderdaan is van of zijn vaste woonplaats heeft in het land van de ontvangende partij, wordt een status toegekend die gelijkwaardig is aan die van plaatselijk aangeworven personeel in diplomatieke missies in het land van de ontvangende partij in overeenstemming met het Verdrag van Wenen.
Artikel 6
Veiligheid
1. De regering van de ontvangende partij draagt, met inzet van haar eigen middelen, de volledige verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het personeel van het ondersteuningsteam en neemt daartoe, in overleg met de SVEU of de door hem aangewezen vertegenwoordiger, alle nodige maatregelen voor de bescherming, veiligheid en beveiliging van het ondersteuningsteam, met inbegrip van kosteloze verrichtingen in verband met de eventuele noodevacuatie van het ondersteuningsteam met alle benodigde middelen.
2. De autoriteiten van de ontvangende partij zijn verantwoordelijk voor de permanente beveiliging van personen, vervoer en huisvesting als het ondersteuningsteam werkzaamheden buiten Tbilisi verricht.
3. Voor zover dat met de SVEU of de door hem aangewezen vertegenwoordiger is overeengekomen en op grond van de heersende veiligheidssituatie vereist is, omvat de beveiliging een toereikend aantal gewapende, naar behoren uitgeruste personeelsleden die het ondersteuningsteam begeleiden bij zijn verplaatsingen, ook per helikopter.
Artikel 7
Toegang tot de grenzen
Bij de uitvoering van hun taken hebben de SVEU en zijn ondersteuningsteam onbelemmerde toegang tot de noord-, oost- en zuidgrens van de ontvangende partij.
Artikel 8
Inwerkingtreding en beëindiging
1. Deze overeenkomst treedt in werking na ontvangst van een schriftelijke kennisgeving van de partijen dat aan hun interne vereisten voor de inwerkingtreding is voldaan.
2. Deze overeenkomst kan worden gewijzigd op basis van schriftelijke wederzijdse overeenstemming tussen de partijen. Dergelijke wijzigingen treden in werking op de in lid 1 vermelde wijze.
3. Deze overeenkomst blijft van kracht tot het definitieve vertrek van de SVEU en zijn ondersteuningsteam.
4. Deze overeenkomst kan worden opgezegd door schriftelijke kennisgeving aan de andere partij. De opzegging wordt van kracht 60 dagen nadat de andere partij de kennisgeving van opzegging ontvangen heeft.
5. Beëindiging of opzegging van deze overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten of verplichtingen die voortvloeien uit de uitvoering van de overeenkomst vóór de beëindiging of opzegging ervan.
Gedaan te Brussel op 12 mei 2006 in de Engelse taal.
Rectificaties
|
23.5.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 135/17 |
Rectificatie van Verordening (EG) nr. 134/2006 van de Commissie van 26 januari 2006 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op hefboommechanismen uit de Volksrepubliek China
( Publicatieblad van de Europese Unie L 23 van 27 januari 2006 )
Op bladzijde 32 in artikel 1, lid 2:
in plaats van:
„Het voorlopig antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs franco grens EU, vóór inklaring, bedraagt:”,
te lezen:
„Het voorlopig antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs franco grens Gemeenschap, vóór inklaring, bedraagt voor de producten die vervaardigd zijn door de hiernavolgende ondernemingen:”.