ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 115

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

49e jaargang
28 april 2006


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

*

Verordening (EG) nr. 640/2006 van de Raad van 10 april 2006 tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3181/78 en Verordening (EEG) nr. 1736/79 met betrekking tot het Europees Monetair Stelsel

1

 

 

Verordening (EG) nr. 641/2006 van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

2

 

*

Verordening (EG) nr. 642/2006 van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van de hoeveelheden van de leveringsverplichtingen voor de krachtens het ACS-protocol en de overeenkomst met India in te voeren rietsuiker voor de leveringsperiode 2006/2007

4

 

*

Verordening (EG) nr. 643/2006 van de Commissie van 27 april 2006 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1622/2000 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, en tot instelling van een communautaire regeling inzake oenologische procédés en behandelingen, en van Verordening (EG) nr. 884/2001 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwproducten en de in de wijnsector bij te houden registers

6

 

 

Verordening (EG) nr. 644/2006 van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector melk en zuivelproducten

10

 

 

Verordening (EG) nr. 645/2006 van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van de maximumuitvoerrestitutie voor boter in het kader van de permanente inschrijving van Verordening (EG) nr. 581/2004

15

 

 

Verordening (EG) nr. 646/2006 van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van de maximumuitvoerrestitutie voor mageremelkpoeder in het kader van de permanente inschrijving van Verordening (EG) nr. 582/2004

17

 

 

Verordening (EG) nr. 647/2006 van de Commissie van 27 april 2006 inzake de afgifte, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 327/98, van de invoercertificaten voor rijst voor wat de in de eerste tien werkdagen van de maand april 2006 ingediende aanvragen betreft

18

 

 

Verordening (EG) nr. 648/2006 van de Commissie van 27 april 2006 houdende vaststelling van de restituties die van toepassing zijn op bepaalde zuivelproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen

20

 

 

Verordening (EG) nr. 649/2006 van de Commissie van 27 april 2006 houdende vaststelling van de restituties die van toepassing zijn op bepaalde graan- en rijstproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen

23

 

 

Verordening (EG) nr. 650/2006 van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte producten

27

 

 

Verordening (EG) nr. 651/2006 van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor mengvoeders op basis van granen

30

 

 

Verordening (EG) nr. 652/2006 van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van de restituties bij de productie in de sector granen

32

 

 

Verordening (EG) nr. 653/2006 van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van gerst in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1058/2005

33

 

 

Verordening (EG) nr. 654/2006 van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2005

34

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Raad

 

*

Besluit van de Raad van 10 april 2006 houdende benoeming van een Oostenrijkse plaatsvervanger in het Comité van de Regio's

35

 

*

Besluit van de Raad van 10 april 2006 houdende benoeming van een Duitse plaatsvervanger in het Comité van de Regio's

36

 

*

Besluit van de Raad van 10 april 2006 houdende benoeming van drie Slowaakse leden en drie Slowaakse plaatsvervangers van het Comité van de Regio's

37

 

 

Commissie

 

*

Beschikking van de Commissie van 21 april 2006 houdende wijziging, ter aanpassing aan de technische vooruitgang, van de bijlage bij Richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot vrijstellingen voor toepassingen van lood (Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 1622)  ( 1 )

38

 

*

Beschikking van de Commissie van 21 april 2006 tot wijziging van Beschikking 2004/407/EG wat betreft de invoer van fotografische gelatine (Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 1627)

40

 

 

Europese Centrale Bank

 

*

Richtsnoer van de Europese Centrale Bank van 20 april 2006 tot wijziging van Richtsnoer ECB/2002/7 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Centrale Bank met betrekking tot financiële kwartaalrekeningen (ECB/2006/6)

46

 

 

Besluiten aangenomen krachtens titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie

 

*

Besluit van de Raad van 10 april 2006 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen het Internationaal Strafhof en de Europese Unie inzake samenwerking en bijstand

49

Overeenkomst tussen het Internationaal Strafhof en de Europese Unie inzake samenwerking en bijstand

50

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/1


VERORDENING (EG) Nr. 640/2006 VAN DE RAAD

van 10 april 2006

tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3181/78 en Verordening (EEG) nr. 1736/79 met betrekking tot het Europees Monetair Stelsel

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 308,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Gezien het advies van de Europese Centrale bank (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EEG) nr. 3181/78 van 18 december 1978 met betrekking tot het Europees Monetair Stelsel (3) verleent het Europees Fonds voor monetaire samenwerking (EFMS) de bevoegdheid reserves van de lidstaten in ontvangst te nemen en ecu's uit te geven. De taken van het EFMS zijn overgenomen door het Europees Monetair Instituut en het EFMS is opgeheven. Vervolgens werden deze taken overgenomen door de Europese Centrale Bank (ECB). De genoemde verordening is bijgevolg niet relevant meer en dient te worden ingetrokken.

(2)

Verordening (EEG) nr. 1736/79 van de Raad van 3 augustus 1979 betreffende de subsidiëring van bepaalde leningen in het kader van het Europees Monetair Stelsel (4) bepaalt dat de Gemeenschap gedurende een periode van vijf jaar vanaf de datum van toepassing van de verordening rentesubsidies dient te verlenen voor bepaalde categorieën leningen (leningen van de Europese Investeringsbank (EIB) ter financiering van investeringen in minder welvarende lidstaten, zoals onder meer infrastructuurinvesteringen). Deze termijn van vijf jaar, die niet werd verlengd, is in 1984 verstreken. Bovendien moest een lidstaat overeenkomstig artikel 1 van deze verordening aan de wisselkoersmechanismen van het Europees Monetair Stelsel deelnemen om voor de subsidies in aanmerking te komen. Ook uit deze voorwaarde blijkt dat de verordening niet langer toepasselijk is. De door de EIB verstrekte NCI-leningen die voor deze rentesubsidie in aanmerking kwamen, zijn inmiddels terugbetaald. Deze verordening is bijgevolg niet relevant meer, en dient te worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 3181/78 en Verordening (EEG) nr. 1736/79 worden ingetrokken.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 10 april 2006.

Voor de Raad

De voorzitster

U. PLASSNIK


(1)  Advies uitgebracht op 14 februari 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)   PB C 49 van 28.2.2006, blz. 35.

(3)   PB L 379 van 30.12.1978, blz. 2. Verordening gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3066/85 (PB L 290 van 1.11.1985, blz. 95).

(4)   PB L 200 van 8.8.1979, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2790/82 (PB L 295 van 21.10.1982, blz. 2).


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/2


VERORDENING (EG) Nr. 641/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

142,3

204

100,4

212

139,0

999

127,2

0707 00 05

052

129,4

999

129,4

0709 90 70

052

127,1

204

48,7

999

87,9

0805 10 20

052

37,7

204

36,1

212

51,2

220

42,0

624

64,3

999

46,3

0805 50 10

508

30,4

624

57,9

999

44,2

0808 10 80

388

86,4

400

117,0

404

94,7

508

81,2

512

78,1

524

68,2

528

92,9

720

97,9

804

114,7

999

92,3

0808 20 50

388

94,6

512

74,7

524

29,4

528

78,3

720

51,8

999

65,8


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/4


VERORDENING (EG) Nr. 642/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

tot vaststelling van de hoeveelheden van de leveringsverplichtingen voor de krachtens het ACS-protocol en de overeenkomst met India in te voeren rietsuiker voor de leveringsperiode 2006/2007

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1159/2003 van de Commissie van 30 juni 2003 tot vaststelling, voor de verkoopseizoenen 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006, van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer van rietsuiker in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1464/95 en (EG) nr. 779/96 (2), en met name op artikel 9, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1159/2003 zijn de voorwaarden vastgesteld voor de bepaling van de leveringsverplichtingen tegen nulrecht van de producten van GN-code 1701 , uitgedrukt in witte-suikerequivalent, voor invoer van oorsprong uit de landen die het ACS-protocol en de overeenkomst met India hebben ondertekend.

(2)

Overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 3 en 7 van het ACS-protocol, in de artikelen 3 en 7 van de overeenkomst met India en in de artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 1159/2003 heeft de Commissie de leveringsverplichtingen voor de leveringsperiode 2006/2007 vastgesteld, waarbij voor ieder land van uitvoer rekening wordt gehouden, op basis van de momenteel beschikbare informatie, met het verschil tussen de leveringsverplichtingen en de daadwerkelijk in de loop van de betrokken leveringsperiodes ingevoerde hoeveelheden.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het comité voor het beheer van suiker,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De hoeveelheden van de leveringsverplichtingen voor de invoer van producten van GN-code 1701 , uitgedrukt in witte-suikerequivalent, van oorsprong uit de landen die het ACS-protocol hebben ondertekend, en uit India, voor de leveringsperiode 2006/2007 zijn voor ieder betrokken land van uitvoer vastgesteld in de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).

(2)   PB L 162 van 1.7.2003, blz. 25. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 568/2005 (PB L 97 van 15.4.2005, blz. 9).


BIJLAGE

Hoeveelheden van de leveringsverplichtingen voor de invoer van preferentiële suiker uit de landen die het ACS-protocol en de overeenkomst met India hebben ondertekend, voor de leveringsperiode 2006/2007, uitgedrukt in ton witte-suikerequivalent:

Landen die het ACS-protocol en de overeenkomst met India hebben ondertekend

Leveringsverplichtingen 2006/2007

Barbados

32 097,40

Belize

40 348,80

Congo

10 186,10

Fiji

165 348,30

Guyana

159 410,10

India

10 000,00

Ivoorkust

10 186,10

Jamaica

118 696,00

Kenia

5 000,00

Madagaskar

13 324,40

Malawi

20 824,40

Mauritius

491 030,50

Mozambique

6 000,00

Saint Kitts en Nevis

15 590,90

Suriname

0,00

Swaziland

117 844,50

Tanzania

10 186,10

Trinidad en Tobago

47 717,60

Oeganda

0,00

Zambia

7 215,00

Zimbabwe

30 224,80

Totaal

1 311 231,00


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/6


VERORDENING (EG) Nr. 643/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1622/2000 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, en tot instelling van een communautaire regeling inzake oenologische procédés en behandelingen, en van Verordening (EG) nr. 884/2001 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwproducten en de in de wijnsector bij te houden registers

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (1), en met name op artikel 46, lid 1, en artikel 70, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1622/2000 van de Commissie (2) zijn met name grenswaarden en gebruiksvoorwaarden vastgesteld met betrekking tot stoffen waarvan het gebruik is toegestaan op grond van Verordening (EG) nr. 1493/1999. De grenswaarden voor het gebruik van bovenbedoelde stoffen zijn opgenomen in bijlage IV. In verband met de toevoeging van L-ascorbinezuur en dimethyldicarbonaat aan de in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1493/1999 vastgestelde lijst van toegestane oenologische procédés en behandelingen, moeten voor deze stoffen grenswaarden en gebruiksvoorwaarden worden vastgesteld.

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 884/2001 van de Commissie (3) zijn de regels vastgesteld voor het bijhouden van inslag- en uitslagregisters en is met name bepaald dat bepaalde behandelingen in deze registers moeten worden vermeld. Wegens de bijzondere kenmerken van de toevoeging van dimethyldicarbonaat aan wijn moet het gebruik daarvan in de registers worden vermeld.

(3)

De Verordeningen (EG) nr. 1622/2000 en (EG) nr. 884/2001 moeten derhalve worden gewijzigd.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor wijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1622/2000 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Het volgende artikel 15 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 15 bis

Dimethyldicarbonaat

De toevoeging van dimethyldicarbonaat, als bedoeld in bijlage IV, punt 3, onder z quater), van Verordening (EG) nr. 1493/1999, mag slechts plaatsvinden met inachtneming van de grenswaarden die zijn vastgesteld in bijlage IV bij de onderhavige verordening en op voorwaarde dat wordt voldaan aan de voorschriften van bijlage IX bis van de onderhavige verordening.”.

2)

Bijlage IV wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij de onderhavige verordening.

3)

De tekst van bijlage II bij de onderhavige verordening wordt ingevoegd als bijlage IX bis.

Artikel 2

Aan artikel 14, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 884/2001 wordt het volgende streepje toegevoegd:

„—

de toevoeging van dimethyldicarbonaat (DMDC) aan wijn”.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2165/2005 (PB L 345 van 28.12.2005, blz. 1).

(2)   PB L 194 van 31.7.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1163/2005 (PB L 188 van 20.7.2005, blz. 3).

(3)   PB L 128 van 10.5.2001, blz. 32. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 908/2004 (PB L 163 van 30.4.2004, blz. 56).


BIJLAGE I

„BIJLAGE IV

Grenswaarden voor het gebruik van bepaalde stoffen

(Artikel 5 van deze verordening)

Hierna zijn de grenswaarden aangegeven voor het gebruik van de in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1493/1999 genoemde stoffen in de daarin bedoelde gevallen:

Stof

Aanwending voor druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven, geconcentreerde druivenmost, alsmede voor de jonge, nog gistende wijn

Aanwending voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt, tafelwijn, mousserende wijn, mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, parelwijn, parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, likeurwijn en v.q.p.r.d.

Bereiding van gistschillen

40  g/hl

40  g/hl

Kooldioxide

 

maximumgehalte in de hiermee behandelde wijn: 2 g/l

L-ascorbinezuur

250  mg/l

250 mg/l; het maximumgehalte in de hiermee behandelde wijn mag niet meer dan 250 mg/l bedragen

Citroenzuur

 

maximumgehalte in de hiermee behandelde wijn: 1 g/l

Metawijnsteenzuur

 

100  mg/l

Kopersulfaat

 

1 g/hl, op voorwaarde dat het kopergehalte van het hiermee behandelde product niet hoger is dan 1 mg/l

Kool voor oenologisch gebruik

100 g droog product per hl

100 g droog product per hl

Voedingszouten, diamoniumfosfaat of ammoniumsulfaat

1 g/l (uitgedrukt in zout) (*1)

0,3 g/l (uitgedrukt in zout), voor de bereiding van mousserende wijn

Ammoniumsulfiet of ammoniumbisulfiet

0,2 g/l (uitgedrukt in zout) (*1)

 

Groeibevorderende stoffen: thiamine in de vorm van thiaminechloorhydraat

0,6 mg/l (uitgedrukt in thiamine)

0,6 mg/l (uitgedrukt in thiamine), voor de bereiding van mousserende wijn

Polyvinylpolypyrrolidon

80  g/hl

80  g/hl

Calciumtartraat

 

200  g/hl

Calciumfitaat

 

8  g/hl

Lysozym

500  mg/l (*2)

500  mg/l (*2)

Dimethyldicarbonaat

 

200 mg/l; residuen niet aantoonbaar in de in de handel gebrachte wijn


(*1)  Deze producten kunnen ook samen worden gebruikt binnen een totale grenswaarde van 1 g/l onverminderd de genoemde grenswaarde van 0,2 g/l.

(*2)  Wanneer de stof wordt toegevoegd aan most en aan wijn, mag de totale hoeveelheid niet groter zijn dan 500 mg/l.”


BIJLAGE II

„BIJLAGE IX bis

Voorschriften voor dimethyldicarbonaat

(Artikel 15 bis van deze verordening)

TOEPASSINGSGEBIED

Dimethyldicarbonaat mag aan wijn worden toegevoegd met het doel de microbiologische stabilisatie van gebottelde wijn die vergistbare suikers bevat, te garanderen.

VOORSCHRIFTEN

—

De toevoeging dient kort voor het bottelen plaats te vinden.

—

De behandeling mag slechts worden toegepast bij wijn met een suikergehalte van ten minste 5 g/l.

—

De maximumdosis is vastgesteld in bijlage IV bij deze verordening en het product mag niet aantoonbaar zijn in de in de handel gebrachte wijn.

—

Het gebruikte product moet aan de bij Richtlijn 96/77/EG vastgestelde zuiverheidseisen voldoen.

—

De behandeling moet worden ingeschreven in het in artikel 70, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde register.”


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/10


VERORDENING (EG) Nr. 644/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector melk en zuivelproducten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 31, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 31, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 kan het verschil tussen de prijzen van de in artikel 1 van die verordening bedoelde producten op de wereldmarkt en die in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.

(2)

Gelet op de huidige situatie op markt voor melk en zuivelproducten dienen uitvoerrestituties te worden vastgesteld in overeenstemming met de voorschriften en bepaalde criteria van artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1255/1999.

(3)

In artikel 31, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 is bepaald dat de restitutie kan variëren naar gelang van de bestemming, indien de situatie in de internationale handel of de specifieke vereisten van bepaalde markten dat noodzakelijk maakt of maken.

(4)

Overeenkomstig het memorandum van overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en de Dominicaanse Republiek betreffende beschermende maatregelen ten aanzien van de invoer van melkpoeder in de Dominicaanse Republiek (2), goedgekeurd bij Besluit 98/486/EG van de Raad (3), kan een bepaalde hoeveelheid naar de Dominicaanse Republiek uitgevoerde communautaire zuivelproducten in aanmerking komen voor verlaagde douanerechten. De uitvoerrestituties voor in het kader van deze regeling uitgevoerde producten dienen bijgevolg te worden verlaagd met een bepaald percentage.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1255/1999 bedoelde uitvoerrestituties worden toegekend voor de in de bijlage bij deze verordening vastgestelde producten en bedragen, onder de voorwaarden van artikel 1, lid 4, van Verordening (EG) nr. 174/1999 van de Commissie (4).

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).

(2)   PB L 218 van 6.8.1998, blz. 46.

(3)   PB L 218 van 6.8.1998, blz. 45.

(4)   PB L 20 van 27.1.1999, blz. 8.


BIJLAGE

Vanaf 28 april 2006 geldende uitvoerrestituties voor melk en zuivelproducten

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Bedrag van de restitutie

0401 30 31 9100

L02

EUR/100 kg

13,20

L20

EUR/100 kg

18,86

0401 30 31 9400

L02

EUR/100 kg

20,62

L20

EUR/100 kg

29,47

0401 30 31 9700

L02

EUR/100 kg

22,75

L20

EUR/100 kg

32,49

0401 30 39 9100

L02

EUR/100 kg

13,20

L20

EUR/100 kg

18,86

0401 30 39 9400

L02

EUR/100 kg

20,62

L20

EUR/100 kg

29,47

0401 30 39 9700

L02

EUR/100 kg

22,75

L20

EUR/100 kg

32,49

0401 30 91 9100

L02

EUR/100 kg

25,92

L20

EUR/100 kg

37,04

0401 30 99 9100

L02

EUR/100 kg

25,92

L20

EUR/100 kg

37,04

0401 30 99 9500

L02

EUR/100 kg

38,10

L20

EUR/100 kg

54,43

0402 10 11 9000

L02

EUR/100 kg

4,14

L21  (1)

EUR/100 kg

5,00

0402 10 19 9000

L02

EUR/100 kg

4,14

L21  (1)

EUR/100 kg

5,00

0402 10 91 9000

L02

EUR/100 kg

4,14

L21

EUR/100 kg

5,00

0402 10 99 9000

L02

EUR/100 kg

4,14

L21

EUR/100 kg

5,00

0402 21 11 9200

L02

EUR/100 kg

4,14

L21

EUR/100 kg

5,00

0402 21 11 9300

L02

EUR/100 kg

37,83

L21

EUR/100 kg

48,54

0402 21 11 9500

L02

EUR/100 kg

39,47

L21

EUR/100 kg

50,67

0402 21 11 9900

L02

EUR/100 kg

42,06

L21  (1)

EUR/100 kg

54,00

0402 21 17 9000

L02

EUR/100 kg

4,14

L21

EUR/100 kg

5,00

0402 21 19 9300

L02

EUR/100 kg

37,83

L21

EUR/100 kg

48,54

0402 21 19 9500

L02

EUR/100 kg

39,47

L21

EUR/100 kg

50,67

0402 21 19 9900

L02

EUR/100 kg

42,06

L21  (1)

EUR/100 kg

54,00

0402 21 91 9100

L02

EUR/100 kg

42,33

L21

EUR/100 kg

54,32

0402 21 91 9200

L02

EUR/100 kg

42,57

L21  (1)

EUR/100 kg

54,66

0402 21 91 9350

L02

EUR/100 kg

43,03

L21

EUR/100 kg

55,21

0402 21 91 9500

L02

EUR/100 kg

46,22

L21

EUR/100 kg

59,34

0402 21 99 9100

L02

EUR/100 kg

42,33

L21

EUR/100 kg

54,32

0402 21 99 9200

L02

EUR/100 kg

42,57

L21  (1)

EUR/100 kg

54,66

0402 21 99 9300

L02

EUR/100 kg

43,03

L21

EUR/100 kg

55,21

0402 21 99 9400

L02

EUR/100 kg

45,39

L21

EUR/100 kg

58,28

0402 21 99 9500

L02

EUR/100 kg

46,22

L21

EUR/100 kg

59,34

0402 21 99 9600

L02

EUR/100 kg

49,50

L21

EUR/100 kg

63,53

0402 21 99 9700

L02

EUR/100 kg

51,32

L21

EUR/100 kg

65,91

0402 21 99 9900

L02

EUR/100 kg

53,47

L21

EUR/100 kg

68,63

0402 29 15 9200

L02

EUR/100 kg

4,14

L20

EUR/100 kg

5,00

0402 29 15 9300

L02

EUR/100 kg

37,83

L20

EUR/100 kg

48,54

0402 29 15 9500

L02

EUR/100 kg

39,47

L20

EUR/100 kg

50,67

0402 29 15 9900

L02

EUR/100 kg

42,06

L20

EUR/100 kg

54,00

0402 29 19 9300

L02

EUR/100 kg

37,83

L20

EUR/100 kg

48,54

0402 29 19 9500

L02

EUR/100 kg

39,47

L20

EUR/100 kg

50,67

0402 29 19 9900

L02

EUR/100 kg

42,06

L20

EUR/100 kg

54,00

0402 29 91 9000

L02

EUR/100 kg

42,33

L20

EUR/100 kg

54,32

0402 29 99 9100

L02

EUR/100 kg

42,33

L20

EUR/100 kg

54,32

0402 29 99 9500

L02

EUR/100 kg

45,39

L20

EUR/100 kg

58,28

0402 91 11 9370

L02

EUR/100 kg

4,13

L20

EUR/100 kg

5,90

0402 91 19 9370

L02

EUR/100 kg

4,13

L20

EUR/100 kg

5,90

0402 91 31 9300

L02

EUR/100 kg

4,88

L20

EUR/100 kg

6,97

0402 91 39 9300

L02

EUR/100 kg

4,88

L20

EUR/100 kg

6,97

0402 91 99 9000

L02

EUR/100 kg

15,93

L20

EUR/100 kg

22,76

0402 99 11 9350

L02

EUR/100 kg

10,55

L20

EUR/100 kg

15,08

0402 99 19 9350

L02

EUR/100 kg

10,55

L20

EUR/100 kg

15,08

0402 99 31 9150

L02

EUR/100 kg

10,95

L20

EUR/100 kg

15,65

0402 99 31 9300

L02

EUR/100 kg

9,53

L20

EUR/100 kg

13,62

0402 99 39 9150

L02

EUR/100 kg

10,95

L20

EUR/100 kg

15,65

0403 90 11 9000

L02

EUR/100 kg

4,09

L20

EUR/100 kg

4,93

0403 90 13 9200

L02

EUR/100 kg

4,09

L20

EUR/100 kg

4,93

0403 90 13 9300

L02

EUR/100 kg

37,48

L20

EUR/100 kg

48,11

0403 90 13 9500

L02

EUR/100 kg

39,13

L20

EUR/100 kg

50,22

0403 90 13 9900

L02

EUR/100 kg

41,70

L20

EUR/100 kg

53,51

0403 90 19 9000

L02

EUR/100 kg

41,95

L20

EUR/100 kg

53,85

0403 90 33 9400

L02

EUR/100 kg

37,48

L20

EUR/100 kg

48,11

0403 90 33 9900

L02

EUR/100 kg

41,70

L20

EUR/100 kg

53,51

0403 90 59 9310

L02

EUR/100 kg

13,20

L20

EUR/100 kg

18,86

0403 90 59 9340

L02

EUR/100 kg

19,32

L20

EUR/100 kg

27,59

0403 90 59 9370

L02

EUR/100 kg

19,32

L20

EUR/100 kg

27,59

0403 90 59 9510

L02

EUR/100 kg

19,32

L20

EUR/100 kg

27,59

0404 90 21 9120

L02

EUR/100 kg

3,54

L20

EUR/100 kg

4,27

0404 90 21 9160

L02

EUR/100 kg

4,14

L20

EUR/100 kg

5,00

0404 90 23 9120

L02

EUR/100 kg

4,14

L20

EUR/100 kg

5,00

0404 90 23 9130

L02

EUR/100 kg

37,83

L20

EUR/100 kg

48,54

0404 90 23 9140

L02

EUR/100 kg

39,47

L20

EUR/100 kg

50,67

0404 90 23 9150

L02

EUR/100 kg

42,06

L20

EUR/100 kg

54,00

0404 90 29 9110

L02

EUR/100 kg

42,33

L20

EUR/100 kg

54,32

0404 90 29 9115

L02

EUR/100 kg

42,57

L20

EUR/100 kg

54,66

0404 90 29 9125

L02

EUR/100 kg

43,03

L20

EUR/100 kg

55,21

0404 90 29 9140

L02

EUR/100 kg

46,22

L20

EUR/100 kg

59,34

0404 90 81 9100

L02

EUR/100 kg

4,14

L20

EUR/100 kg

5,00

0404 90 83 9110

L02

EUR/100 kg

4,14

L20

EUR/100 kg

5,00

0404 90 83 9130

L02

EUR/100 kg

37,83

L20

EUR/100 kg

48,54

0404 90 83 9150

L02

EUR/100 kg

39,47

L20

EUR/100 kg

50,67

0404 90 83 9170

L02

EUR/100 kg

42,06

L20

EUR/100 kg

54,00

0404 90 83 9936

L02

EUR/100 kg

10,55

L20

EUR/100 kg

15,08

0405 10 11 9500

L02

EUR/100 kg

72,00

L20

EUR/100 kg

97,08

0405 10 11 9700

L02

EUR/100 kg

73,79

L20

EUR/100 kg

99,50

0405 10 19 9500

L02

EUR/100 kg

72,00

L20

EUR/100 kg

97,08

0405 10 19 9700

L02

EUR/100 kg

73,79

L20

EUR/100 kg

99,50

0405 10 30 9100

L02

EUR/100 kg

72,00

L20

EUR/100 kg

97,08

0405 10 30 9300

L02

EUR/100 kg

73,79

L20

EUR/100 kg

99,50

0405 10 30 9700

L02

EUR/100 kg

73,79

L20

EUR/100 kg

99,50

0405 10 50 9300

L02

EUR/100 kg

73,79

L20

EUR/100 kg

99,50

0405 10 50 9500

L02

EUR/100 kg

72,00

L20

EUR/100 kg

97,08

0405 10 50 9700

L02

EUR/100 kg

73,79

L20

EUR/100 kg

99,50

0405 10 90 9000

L02

EUR/100 kg

76,50

L20

EUR/100 kg

103,15

0405 20 90 9500

L02

EUR/100 kg

67,51

L20

EUR/100 kg

91,01

0405 20 90 9700

L02

EUR/100 kg

70,20

L20

EUR/100 kg

94,64

0405 90 10 9000

L02

EUR/100 kg

92,11

L20

EUR/100 kg

124,18

0405 90 90 9000

L02

EUR/100 kg

73,66

L20

EUR/100 kg

99,32

0406 10 20 9230

L04

EUR/100 kg

12,99

L40

EUR/100 kg

16,24

0406 10 20 9630

L04

EUR/100 kg

19,96

L40

EUR/100 kg

24,94

0406 10 20 9640

L04

EUR/100 kg

29,32

L40

EUR/100 kg

36,65

0406 10 20 9650

L04

EUR/100 kg

24,44

L40

EUR/100 kg

30,55

0406 10 20 9830

L04

EUR/100 kg

9,08

L40

EUR/100 kg

11,33

0406 10 20 9850

L04

EUR/100 kg

10,99

L40

EUR/100 kg

13,74

0406 20 90 9913

L04

EUR/100 kg

21,76

L40

EUR/100 kg

27,20

0406 20 90 9915

L04

EUR/100 kg

29,54

L40

EUR/100 kg

36,93

0406 20 90 9917

L04

EUR/100 kg

31,41

L40

EUR/100 kg

39,24

0406 20 90 9919

L04

EUR/100 kg

35,08

L40

EUR/100 kg

43,86

0406 30 31 9730

L04

EUR/100 kg

3,91

L40

EUR/100 kg

9,17

0406 30 31 9930

L04

EUR/100 kg

3,91

L40

EUR/100 kg

9,17

0406 30 31 9950

L04

EUR/100 kg

5,69

L40

EUR/100 kg

13,34

0406 30 39 9500

L04

EUR/100 kg

3,91

L40

EUR/100 kg

9,17

0406 30 39 9700

L04

EUR/100 kg

5,69

L40

EUR/100 kg

13,34

0406 30 39 9930

L04

EUR/100 kg

5,69

L40

EUR/100 kg

13,34

0406 30 39 9950

L04

EUR/100 kg

6,44

L40

EUR/100 kg

15,09

0406 40 50 9000

L04

EUR/100 kg

34,48

L40

EUR/100 kg

43,09

0406 40 90 9000

L04

EUR/100 kg

35,41

L40

EUR/100 kg

44,26

0406 90 13 9000

L04

EUR/100 kg

39,25

L40

EUR/100 kg

56,18

0406 90 15 9100

L04

EUR/100 kg

40,57

L40

EUR/100 kg

58,06

0406 90 17 9100

L04

EUR/100 kg

40,57

L40

EUR/100 kg

58,06

0406 90 21 9900

L04

EUR/100 kg

39,43

L40

EUR/100 kg

56,30

0406 90 23 9900

L04

EUR/100 kg

35,35

L40

EUR/100 kg

50,82

0406 90 25 9900

L04

EUR/100 kg

34,67

L40

EUR/100 kg

49,63

0406 90 27 9900

L04

EUR/100 kg

31,39

L40

EUR/100 kg

44,95

0406 90 31 9119

L04

EUR/100 kg

29,03

L40

EUR/100 kg

41,60

0406 90 33 9119

L04

EUR/100 kg

29,03

L40

EUR/100 kg

41,60

0406 90 35 9190

L04

EUR/100 kg

41,33

L40

EUR/100 kg

59,45

0406 90 35 9990

L04

EUR/100 kg

41,33

L40

EUR/100 kg

59,45

0406 90 37 9000

L04

EUR/100 kg

39,25

L40

EUR/100 kg

56,18

0406 90 61 9000

L04

EUR/100 kg

44,68

L40

EUR/100 kg

64,65

0406 90 63 9100

L04

EUR/100 kg

44,02

L40

EUR/100 kg

63,49

0406 90 63 9900

L04

EUR/100 kg

42,31

L40

EUR/100 kg

61,32

0406 90 69 9910

L04

EUR/100 kg

42,93

L40

EUR/100 kg

62,22

0406 90 73 9900

L04

EUR/100 kg

36,12

L40

EUR/100 kg

51,75

0406 90 75 9900

L04

EUR/100 kg

36,84

L40

EUR/100 kg

52,98

0406 90 76 9300

L04

EUR/100 kg

32,71

L40

EUR/100 kg

46,82

0406 90 76 9400

L04

EUR/100 kg

36,63

L40

EUR/100 kg

52,44

0406 90 76 9500

L04

EUR/100 kg

33,92

L40

EUR/100 kg

48,15

0406 90 78 9100

L04

EUR/100 kg

35,88

L40

EUR/100 kg

52,42

0406 90 78 9300

L04

EUR/100 kg

35,54

L40

EUR/100 kg

50,76

0406 90 78 9500

L04

EUR/100 kg

34,55

L40

EUR/100 kg

49,04

0406 90 79 9900

L04

EUR/100 kg

29,35

L40

EUR/100 kg

42,19

0406 90 81 9900

L04

EUR/100 kg

36,63

L40

EUR/100 kg

52,44

0406 90 85 9930

L04

EUR/100 kg

40,16

L40

EUR/100 kg

57,80

0406 90 85 9970

L04

EUR/100 kg

36,84

L40

EUR/100 kg

52,98

0406 90 86 9200

L04

EUR/100 kg

35,61

L40

EUR/100 kg

52,80

0406 90 86 9400

L04

EUR/100 kg

38,16

L40

EUR/100 kg

55,80

0406 90 86 9900

L04

EUR/100 kg

40,16

L40

EUR/100 kg

57,80

0406 90 87 9300

L04

EUR/100 kg

33,16

L40

EUR/100 kg

49,00

0406 90 87 9400

L04

EUR/100 kg

33,86

L40

EUR/100 kg

49,49

0406 90 87 9951

L04

EUR/100 kg

35,97

L40

EUR/100 kg

51,50

0406 90 87 9971

L04

EUR/100 kg

35,97

L40

EUR/100 kg

51,50

0406 90 87 9972

L04

EUR/100 kg

15,21

L40

EUR/100 kg

21,86

0406 90 87 9973

L04

EUR/100 kg

35,33

L40

EUR/100 kg

50,57

0406 90 87 9974

L04

EUR/100 kg

37,84

L40

EUR/100 kg

53,93

0406 90 87 9975

L04

EUR/100 kg

37,52

L40

EUR/100 kg

53,02

0406 90 87 9979

L04

EUR/100 kg

35,35

L40

EUR/100 kg

50,82

0406 90 88 9300

L04

EUR/100 kg

29,29

L40

EUR/100 kg

43,13

0406 90 88 9500

L04

EUR/100 kg

30,20

L40

EUR/100 kg

43,15


(1)  Voor producten die zijn bestemd voor uitvoer naar de Dominicaanse Republiek in het kader van het contingent 2006/2007, zoals bedoeld in Besluit 98/486/EG, en die voldoen aan de voorwaarden van artikel 20 bis van Verordening (EG) nr. 174/1999, gelden de volgende restituties:

a)

producten van de productcodes 0402 10 11 9000 en 0402 10 19 9000

 0,00 EUR/100 kg;

b)

producten van de productcodes 0402 21 11 9900 , 0402 21 19 9900 , 0402 21 91 9200 en 0402 21 99 9200

28,00 EUR/100 kg.

De bestemmingen zijn als volgt vastgesteld:

L02

:

Andorra en Gibraltar.

L20

:

Alle bestemmingen, met uitzondering van L02, Ceuta, Melilla, Heilige Stoel (Vaticaanstad), de Verenigde Staten van Amerika en de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent.

L21

:

Alle bestemmingen, met uitzondering van L02, Ceuta, Melilla, Heilige Stoel (Vaticaanstad), de Verenigde Staten van Amerika, Bulgarije en de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent.

L04

:

Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Servië en Montenegro en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

L40

:

Alle bestemmingen, met uitzondering van L02, L04, Ceuta, Melilla, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland, Heilige Stoel (Vaticaanstad), de Verenigde Staten van Amerika, Bulgarije, Roemenië, Kroatië, Turkije, Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent.


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/15


VERORDENING (EG) Nr. 645/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

tot vaststelling van de maximumuitvoerrestitutie voor boter in het kader van de permanente inschrijving van Verordening (EG) nr. 581/2004

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 31, lid 3, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 581/2004 van de Commissie van 26 maart 2004 tot opening van een permanente inschrijving voor de bepaling van de uitvoerrestituties voor bepaalde soorten boter (2) voorziet in een permanente inschrijving.

(2)

Krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 580/2004 van de Commissie van 26 maart 2004 houdende een inschrijvingsprocedure tot vaststelling van de uitvoerrestituties voor bepaalde zuivelproducten (3) moet, na bestudering van de offertes die in het kader van de inschrijving zijn ingediend, een maximumuitvoerrestitutie worden vastgesteld voor de inschrijvingsperiode die eindigt op 25 april 2006.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In het kader van de bij Verordening (EG) nr. 581/2004 geopende permanente inschrijving wordt voor de inschrijvingsperiode die eindigt op 25 april 2006, de maximumuitvoerrestitutie toegepast op de in artikel 1, lid 1, van die verordening vermelde producten, zoals vermeld in de bijlage van deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).

(2)   PB L 90 van 27.3.2004, blz. 64. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 409/2006 (PB L 71 van 10.3.2006, blz. 5).

(3)   PB L 90 van 27.3.2004, blz. 58. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1814/2005 (PB L 292 van 8.11.2005, blz. 3).


BIJLAGE

(EUR/100 kg)

Product

Productcodes

Maximumuitvoerrestitutie voor uitvoer naar de in artikel 1, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 581/2004 vermelde bestemmingen

Boter

ex ex 0405 10 19 9500

100,00

Boter

ex ex 0405 10 19 9700

106,70

Butteroil

ex ex 0405 90 10 9000

127,50


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/17


VERORDENING (EG) Nr. 646/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

tot vaststelling van de maximumuitvoerrestitutie voor mageremelkpoeder in het kader van de permanente inschrijving van Verordening (EG) nr. 582/2004

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 31, lid 3, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 582/2004 van de Commissie van 26 maart 2004 een permanente inschrijving voor de bepaling van de uitvoerrestituties voor mageremelkpoeder (2) voorziet in een permanente inschrijving.

(2)

Krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 580/2004 van de Commissie van 26 maart 2004 houdende een inschrijvingsprocedure tot vaststelling van de uitvoerrestituties voor bepaalde zuivelproducten (3) moet, na bestudering van de offertes die in het kader van de inschrijving zijn ingediend, een maximumuitvoerrestitutie worden vastgesteld voor de inschrijvingsperiode die eindigt op 25 april 2006.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In het kader van de bij Verordening (EG) nr. 582/2004 geopende permanente inschrijving wordt voor de inschrijvingsperiode die eindigt op 25 april 2006, een maximaal restitutiebedrag van 7,00 EUR/100 kg toegepast op het product en de bestemmingen als vermeld in artikel 1, lid 1, van die verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).

(2)   PB L 90 van 27.3.2004, blz. 67. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 409/2006 (PB L 71 van 10.3.2006, blz. 5).

(3)   PB L 90 van 27.3.2004, blz. 58. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1814/2005 (PB L 292 van 8.11.2005, blz. 3).


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/18


VERORDENING (EG) Nr. 647/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

inzake de afgifte, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 327/98, van de invoercertificaten voor rijst voor wat de in de eerste tien werkdagen van de maand april 2006 ingediende aanvragen betreft

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 327/98 van de Commissie van 10 februari 1998 inzake de opening en de wijze van beheer van bepaalde tariefcontingenten voor de invoer van rijst en breukrijst (2), en met name op artikel 5, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

Op basis van het onderzoek van de hoeveelheden waarvoor invoercertificaataanvragen voor rijst zijn ingediend voor de tranche van april 2006, dient te worden besloten tot de afgifte van certificaten voor de in de aanvragen vermelde hoeveelheden, eventueel vermenigvuldigd met een verminderingspercentage, en dienen de beschikbare hoeveelheden te worden vastgesteld die moeten worden overgedragen naar de volgende tranche,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Op de in de eerste tien werkdagen van de maand april 2006 ingediende en aan de Commissie meegedeelde invoercertificaataanvragen voor de bij Verordening (EG) nr. 327/98 geopende tariefcontingenten voor rijst worden verminderingscoëfficiënten toegepast overeenkomstig de in de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde percentages.

2.   De voor de tranche van april 2006 beschikbare hoeveelheden die naar de volgende tranche moeten worden overgedragen, worden vastgesteld in de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 247/2006 (PB L 42 van 14.2.2006, blz. 1).

(2)   PB L 37 van 11.2.1998, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2152/2005 (PB L 342 van 24.12.2005, blz. 30).


BIJLAGE

Verminderingspercentages die moeten worden toegepast op de voor de tranche van de maand april 2006 gevraagde hoeveelheden en op naar de volgende tranche overgedragen hoeveelheden:

a)   Bij artikel 1, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 327/98 vastgesteld contingent voor volwitte of halfwitte rijst van GN-code 1006 30

Oorsprong

Volgnummer

Verminderingspercentage voor de tranche van april 2006

Naar de tranche van juli 2006 overgedragen hoeveelheid

(t)

Verenigde Staten van Amerika

09.4127

0  (1)

11 635

Thailand

09.4128

0  (1)

1 230,404

Australië

09.4129

0  (1)

531,5

Andere landen van oorsprong

09.4130

98,7985

0


b)   Bij artikel 1, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 327/98 vastgesteld contingent voor gedopte rijst van GN-code 1006 20

Oorsprong

Volgnummer

Verminderingspercentage voor de tranche van april 2006

Naar de tranche van juli 2006 overgedragen hoeveelheid

(t)

Australië

09.4139

0  (2)

7 822

Verenigde Staten van Amerika

09.4140

0  (2)

5 732

Thailand

09.4144

0  (2)

1 812

Andere landen van oorsprong

09.4145

0  (2)

117


(1)  Afgifte voor de in de aanvraag vermelde hoeveelheid.

(2)  Afgifte voor de in de aanvraag vermelde hoeveelheid.


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/20


VERORDENING (EG) Nr. 648/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

houdende vaststelling van de restituties die van toepassing zijn op bepaalde zuivelproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 15 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 31, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 31, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 kan het verschil tussen de prijzen van de in artikel 1, onder a), b), c), d), e) en g), van die verordening bedoelde producten in de internationale handel enerzijds en de prijzen in de Gemeenschap anderzijds door een restitutie bij de uitvoer worden overbrugd.

(2)

In Verordening (EG) nr. 1043/2005 van de Commissie van 30 juni 2005 houdende tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad wat betreft de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag betreffende bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen (2) is aangegeven voor welke producten een restitutie moet worden vastgesteld wanneer zij worden uitgevoerd in de vorm van goederen bedoeld in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1255/1999.

(3)

Overeenkomstig artikel 14, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 moet de restitutievoet per 100 kg van elk van de betrokken basisproducten maandelijks worden vastgesteld.

(4)

Voor bepaalde melkproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen, bestaat evenwel het gevaar dat, indien vooraf hoge restituties worden vastgesteld, de verplichtingen die met betrekking tot deze restituties zijn aangegaan, op het spel worden gezet. Om dat gevaar te voorkomen dienen passende voorzorgsmaatregelen te worden genomen, zonder evenwel contracten op lange termijn uit te sluiten. De vaststelling van specifieke restitutiebedragen voor het vooraf vaststellen van de restituties voor deze producten moet het mogelijk maken beide doelstellingen te verwezenlijken.

(5)

In artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 is bepaald dat voor de vaststelling van de restitutie in voorkomend geval rekening moet worden gehouden met de restituties bij de productie en de steunmaatregelen of andere maatregelen van gelijke werking die voor de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1043/2005 vermelde basisproducten of daarmee gelijkgestelde producten in alle lidstaten worden toegepast uit hoofde van de verordening houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de betrokken sector.

(6)

Ingevolge artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 wordt steun verleend aan in de Gemeenschap geproduceerde en tot caseïne verwerkte ondermelk, indien deze melk en de daarvan vervaardigde caseïne aan bepaalde eisen voldoen.

(7)

Verordening (EG) nr. 1898/2005 van de Commissie van 9 november 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad, wat betreft maatregelen voor de afzet van room, boter en boterconcentraat op de markt van de Gemeenschap (3) voorziet in de levering van boter en room tegen verlaagde prijs aan de fabrikanten van bepaalde koopwaren.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restitutiebedragen die van toepassing zijn op de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1043/2005 en in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1255/1999 opgenomen basisproducten die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1255/1999 vermelde goederen, worden vastgesteld zoals bepaald in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

Günter VERHEUGEN

Vice-voorzitter


(1)   PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 186/2004 van de Commissie (PB L 29 van 3.2.2004, blz. 6).

(2)   PB L 172 van 5.7.2005, blz. 24.

(3)   PB L 308 van 25.11.2005, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2107/2005 (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 20).


BIJLAGE

Restituties welke van toepassing zijn vanaf 28 april 2006 op bepaalde zuivelproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen (1)

(EUR/100 kg)

GN-code

Omschrijving

Restituties

Bij vaststelling vooraf van de restituties

Overige gevallen

ex 0402 10 19

Melk in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van minder dan 1,5 gewichtspercenten (PG 2):

 

 

a)

in geval van uitvoer van goederen van GN-code 3501

—

—

b)

in geval van uitvoer van andere goederen

4,72

5,00

ex 0402 21 19

Melk in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van 26 gewichtspercenten (PG 3):

 

 

a)

bij uitvoer van producten, bevattende boter of room in de vorm van een aan PG 3 gelijkgesteld product, tegen verlaagde prijs krachtens Verordening (EG) nr. 1898/2005

21,26

23,04

b)

in geval van uitvoer van andere goederen

50,45

54,00

ex 0405 10

Boter met een vetgehalte van 82 gewichtspercenten (PG 6):

 

 

a)

bij uitvoer van producten, bevattende boter of room tegen verlaagde prijs, vervaardigd overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1898/2005

56,05

61,00

b)

in geval van uitvoer van goederen behorende tot GN-code 2106 90 98 , met een vetgehalte van 40 of meer gewichtspercenten

98,68

106,75

c)

in geval van uitvoer van andere goederen

91,43

99,50


(1)  De in deze bijlage vastgestelde restituties zijn niet van toepassing op de uitvoer naar Bulgarije met ingang van 1 oktober 2004 en naar Roemenië met ingang van 1 december 2005, noch op de goederen die zijn opgenomen in de tabellen I en II bij Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972 en die met ingang van 1 februari 2005 naar de Zwitserse Bondsstaat of naar het Vorstendom Liechtenstein worden uitgevoerd.


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/23


VERORDENING (EG) Nr. 649/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

houdende vaststelling van de restituties die van toepassing zijn op bepaalde graan- en rijstproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (2), en met name op artikel 14, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 en artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1785/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen van de in artikel 1 van deze beide verordeningen bedoelde producten op de wereldmarkt enerzijds en de prijzen in de Gemeenschap anderzijds door een restitutie bij de uitvoer worden overbrugd.

(2)

In Verordening (EG) nr. 1043/2005 van de Commissie van 30 juni 2005 houdende tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad wat betreft de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag betreffende bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen (3), is aangegeven voor welke producten een restitutie moet worden vastgesteld wanneer ze worden uitgevoerd in de vorm van goederen bedoeld naar gelang van het geval in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1784/2003 of bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1785/2003.

(3)

Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 moet de restitutievoet per 100 kg van elk van de betrokken basisproducten maandelijks worden vastgesteld.

(4)

De naleving van de verplichtingen die zijn aangegaan met betrekking tot de restituties die kunnen worden toegekend bij de uitvoer van landbouwproducten die zijn verwerkt in niet onder bijlage I bij het Verdrag vallende goederen, kan in het gedrang komen door de vaststelling vooraf van hoge restituties. In deze situatie moeten derhalve vrijwaringsmaatregelen worden genomen zonder dat daardoor de sluiting van langetermijncontracten wordt verhinderd. De vaststelling van een specifieke restitutie voor de voorfixatie van restituties is een maatregel die aan deze verschillende doelstellingen beantwoordt.

(5)

Rekening houdend met de regeling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika met betrekking tot de uitvoer van deegwaren uit de Gemeenschap naar de Verenigde Staten, goedgekeurd bij Besluit 87/482/EEG van de Raad (4), moet de restitutie voor goederen van de GN-codes 1902 11 00 en 1902 19 naar gelang van de bestemming worden gedifferentieerd.

(6)

Ingevolge artikel 15, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 moet een verlaagde restitutievoet worden vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met het bedrag van de restitutie bij de productie tijdens de veronderstelde periode van de vervaardiging van de goederen, die krachtens Verordening (EEG) nr. 1722/93 van de Commissie (5) op het verwerkte basisproduct van toepassing is.

(7)

Alcoholhoudende dranken worden geacht minder gevoelig te zijn voor de prijs van de granen die voor de vervaardiging ervan worden gebruikt. In protocol nr. 19 van het Verdrag betreffende de toetreding van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken wordt evenwel bepaald dat de maatregelen moeten worden vastgesteld die noodzakelijk zijn om het gebruik van granen uit de Gemeenschap voor de vervaardiging van alcoholhoudende dranken uit granen te vergemakkelijken. Daarom moet de restitutie die wordt toegepast op granen die in de vorm van alcoholhoudende dranken worden uitgevoerd, worden aangepast.

(8)

Het Comité van beheer voor granen heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties die van toepassing zijn op de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1043/2005 en in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 of in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1785/2003 opgenomen basisproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen vermeld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1784/2003, respectievelijk in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1785/2003, worden vastgesteld zoals in de bijlage is aangegeven.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

Günter VERHEUGEN

Vice-voorzitter


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.

(2)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96.

(3)   PB L 172 van 5.7.2005, blz. 24.

(4)   PB L 275 van 29.9.1987, blz. 36.

(5)   PB L 159 van 1.7.1993, blz. 112. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1584/2004 (PB L 280 van 31.8.2004, blz. 11).


BIJLAGE

Restituties die met ingang van 28 april 2006 van toepassing zijn op bepaalde producten van de sector granen en de sector rijst, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen (*1)

(EUR/100 kg)

GN-code

Omschrijving (1)

Restitutievoet per 100 kg basisproduct

Bij vaststelling vooraf van de restituties

Andere

1001 10 00

Harde tarwe:

 

 

– in geval van uitvoer van goederen van de GN-codes 1902 11 en 1902 19 naar de Verenigde Staten van Amerika

—

—

– in andere gevallen

—

—

1001 90 99

Zachte tarwe en mengkoren:

 

 

– in geval van uitvoer van goederen van de GN-codes 1902 11 en 1902 19 naar de Verenigde Staten van Amerika

—

—

– in andere gevallen:

 

 

– – in geval van toepassing van artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 (2)

—

—

– – in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (3)

—

—

– – in andere gevallen

—

—

1002 00 00

Rogge

—

—

1003 00 90

Gerst:

 

 

– in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (3)

—

—

– in andere gevallen

—

—

1004 00 00

Haver

—

—

1005 90 00

Maïs, gebruikt in de vorm van:

 

 

– zetmeel:

 

 

– – in geval van toepassing van artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 (2)

2,654

2,915

– – in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (3)

2,101

2,101

– – in andere gevallen

3,757

3,757

– glucose, glucosestroop, maltodextrine, maltodextrinestroop van de GN-codes 1702 30 51 , 1702 30 59 , 1702 30 91 , 1702 30 99 , 1702 40 90 , 1702 90 50 , 1702 90 75 , 1702 90 79 , 2106 90 55  (4):

 

 

– – in geval van toepassing van artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 (2)

1,715

1,975

– – in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (3)

1,576

1,576

– – in andere gevallen

2,818

2,818

– in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (3)

2,101

2,101

– andere (ook als zodanig)

3,757

3,757

Aardappelzetmeel van GN-code 1108 13 00 gelijkgesteld aan een verwerkingsproduct van maïs:

 

 

– in geval van toepassing van artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 (2)

2,072

2,243

– in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (3)

2,101

2,101

– in andere gevallen

3,757

3,757

ex 1006 30

Volwitte rijst:

 

 

– rondkorrelig

—

—

– halflangkorrelig

—

—

– langkorrelig

—

—

1006 40 00

Breukrijst

—

—

1007 00 90

Graansorgho (m.u.v. hybriden, bestemd voor zaaidoeleinden)

—

—


(*1)  De in deze bijlage vastgestelde restituties zijn niet van toepassing op de uitvoer naar Bulgarije met ingang van 1 oktober 2004 en naar Roemenië met ingang van 1 december 2005, noch op de goederen die zijn opgenomen in de tabellen I en II bij Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972 en die met ingang van 1 februari 2005 naar de Zwitserse Bondsstaat of naar het Vorstendom Liechtenstein worden uitgevoerd.

(1)  Voor landbouwproducten verkregen door verwerking van een basisproduct en/of een daarmee gelijkgesteld product gelden de coëfficiënten vermeld in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 1043/2005 van de Commissie.

(2)  De betrokken goederen vallen onder GN-code 3505 10 50 .

(3)  Goederen opgenomen in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1784/2003 of bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2825/93 (PB L 258 van 16.10.1993, blz. 6).

(4)  Voor stropen van de GN-codes 1702 30 99 , 1702 40 90 en 1702 60 90 , verkregen door het mengen van glucose- en fructosestropen, betreft de uitvoerrestitutie alleen glucosestroop.


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/27


VERORDENING (EG) Nr. 650/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte producten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 13, lid 3,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (2), inzonderheid op artikel 14, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 en artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1785/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1 van deze verordeningen genoemde producten en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer.

(2)

Krachtens artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1785/2003 moeten de restituties worden vastgesteld met inachtneming van de bestaande situatie en de vooruitzichten voor de ontwikkeling, enerzijds van de beschikbare hoeveelheden granen, rijst en breukrijst, evenals van hun prijzen op de markt van de Gemeenschap, en anderzijds van de prijzen van granen, rijst en breukrijst en de producten in de sector granen op de wereldmarkt. Krachtens deze artikelen moeten ook waarborgen worden geschapen dat op de graan- en rijstmarkten een evenwichtige toestand heerst en een natuurlijke ontwikkeling op het gebied van de prijzen en de handel plaatsvindt en moet bovendien rekening worden gehouden met het economische aspect van de bedoelde uitvoer en de noodzaak verstoringen op de markt van de Gemeenschap te vermijden.

(3)

Verordening (EG) nr. 1518/95 van de Commissie (3) betreffende de regeling voor de invoer en de uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte producten heeft in artikel 4 de specifieke criteria vastgesteld waarmee rekening moet worden gehouden voor de berekening van de restitutie voor deze producten.

(4)

Het is wenselijk de aan bepaalde verwerkte producten toe te kennen restitutie, al naar gelang van het product, hoger of lager vast te stellen volgens het asgehalte, het gehalte aan ruwe celstof, het gehalte aan doppen, het eiwitgehalte, het vetgehalte of het zetmeelgehalte, daar deze gehaltes van bijzondere betekenis zijn voor de hoeveelheid basisproduct die werkelijk voor de vervaardiging van het verwerkte product is gebruikt.

(5)

Ten aanzien van maniokwortel en andere tropische wortels en knollen en het daarvan vervaardigde meel behoeft het economische aspect van de uitvoeren die zouden kunnen worden overwogen, in het bijzonder gezien de aard en de herkomst van deze producten, op het ogenblik geen vaststelling van een restitutie bij uitvoer. Voor bepaalde verwerkte producten is het, gezien het geringe aandeel van de Gemeenschap aan de wereldhandel, op het ogenblik niet noodzakelijk een restitutie bij uitvoer vast te stellen.

(6)

De situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten voor zekere producten kunnen een differentiatie van de restitutie, naar gelang van de bestemming, nodig maken.

(7)

De restitutie moet eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan in de tussentijd worden gewijzigd.

(8)

Bepaalde verwerkte producten op basis van maïs kunnen een warmtebehandeling ondergaan, waardoor een restitutie zou kunnen worden uitgekeerd die niet overeenstemt met de kwaliteit van het product. Duidelijk moet worden aangegeven dat deze producten, die voorgegelatineerd zetmeel bevatten, niet in aanmerking komen voor uitvoerrestituties.

(9)

Het Comité van beheer voor granen heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties bij uitvoer van de in artikel 1 bedoelde producten van Verordening (EG) nr. 1518/95 van toepassing is, worden vastgesteld in overeenstemming met de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1549/2004 van de Commissie (PB L 280 van 31.8.2004, blz. 13).

(3)   PB L 147 van 30.6.1995, blz. 55. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2993/95 (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 25).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte producten

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Bedrag van de restitutie

1102 20 10 9200  (1)

C10

EUR/t

52,60

1102 20 10 9400  (1)

C10

EUR/t

45,08

1102 20 90 9200  (1)

C10

EUR/t

45,08

1102 90 10 9100

C11

EUR/t

0,00

1102 90 10 9900

C11

EUR/t

0,00

1102 90 30 9100

C11

EUR/t

0,00

1103 19 40 9100

C10

EUR/t

0,00

1103 13 10 9100  (1)

C10

EUR/t

67,63

1103 13 10 9300  (1)

C10

EUR/t

52,60

1103 13 10 9500  (1)

C10

EUR/t

45,08

1103 13 90 9100  (1)

C10

EUR/t

45,08

1103 19 10 9000

C10

EUR/t

0,00

1103 19 30 9100

C10

EUR/t

0,00

1103 20 60 9000

C12

EUR/t

0,00

1103 20 20 9000

C11

EUR/t

0,00

1104 19 69 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 12 90 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 12 90 9300

C10

EUR/t

0,00

1104 19 10 9000

C10

EUR/t

0,00

1104 19 50 9110

C10

EUR/t

60,11

1104 19 50 9130

C10

EUR/t

48,84

1104 29 01 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 29 03 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 29 05 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 29 05 9300

C10

EUR/t

0,00

1104 22 20 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 22 30 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 23 10 9100

C10

EUR/t

56,36

1104 23 10 9300

C10

EUR/t

43,21

1104 29 11 9000

C10

EUR/t

0,00

1104 29 51 9000

C10

EUR/t

0,00

1104 29 55 9000

C10

EUR/t

0,00

1104 30 10 9000

C10

EUR/t

0,00

1104 30 90 9000

C10

EUR/t

9,39

1107 10 11 9000

C13

EUR/t

0,00

1107 10 91 9000

C13

EUR/t

0,00

1108 11 00 9200

C10

EUR/t

0,00

1108 11 00 9300

C10

EUR/t

0,00

1108 12 00 9200

C10

EUR/t

60,11

1108 12 00 9300

C10

EUR/t

60,11

1108 13 00 9200

C10

EUR/t

60,11

1108 13 00 9300

C10

EUR/t

60,11

1108 19 10 9200

C10

EUR/t

0,00

1108 19 10 9300

C10

EUR/t

0,00

1109 00 00 9100

C10

EUR/t

0,00

1702 30 51 9000  (2)

C10

EUR/t

58,89

1702 30 59 9000  (2)

C10

EUR/t

45,08

1702 30 91 9000

C10

EUR/t

58,89

1702 30 99 9000

C10

EUR/t

45,08

1702 40 90 9000

C10

EUR/t

45,08

1702 90 50 9100

C10

EUR/t

58,89

1702 90 50 9900

C10

EUR/t

45,08

1702 90 75 9000

C10

EUR/t

61,71

1702 90 79 9000

C10

EUR/t

42,83

2106 90 55 9000

C14

EUR/t

45,08

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1).

De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).

De andere bestemmingen zijn als volgt gedefinieerd:

C10

:

Alle bestemmingen

C11

:

Alle bestemmingen, uitgezonderd Bulgarije

C12

:

Alle bestemmingen, uitgezonderd Roemenië

C13

:

Alle bestemmingen, uitgezonderd Bulgarije en Roemenië

C14

:

Alle bestemmingen, uitgezonderd Zwitserland en Liechtenstein.


(1)  Er worden geen restituties toegekend voor producten die een warmtebehandeling hebben ondergaan waardoor het zetmeel is voorgegelatineerd.

(2)  De restituties worden toegekend overeenkomstig de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 2730/75 van de Raad (PB L 281 van 1.11.1975, blz. 20).


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/30


VERORDENING (EG) Nr. 651/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor mengvoeders op basis van granen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1 van die verordening genoemde producten en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer.

(2)

Verordening (EG) nr. 1517/95 van de Commissie van 29 juni 1995 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad ten aanzien van de invoer- en uitvoerregeling voor mengvoeders op basis van granen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1162/95 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst (2) heeft in artikel 2 de specifieke criteria vastgesteld waarmee rekening moet worden gehouden voor de berekening van de restitutie voor deze producten.

(3)

Bij de berekening moet ook rekening worden gehouden met het gehalte aan graanproducten. Gemakshalve zou de restitutie moeten worden betaald voor twee categorieën „graanproducten”, namelijk voor maïs, de meest gebruikte component van uitgevoerde mengvoeders, en maïsproducten, en voor „andere granen”, dat wil zeggen voor restitutie in aanmerking komende graanproducten, andere dan maïs en maïsproducten. Een restitutie zou moeten worden toegekend voor de hoeveelheid graanproducten in het mengvoeder.

(4)

Anderzijds moet het bedrag van de restitutie eveneens rekening houden met de afzetmogelijkheden en verkoopvoorwaarden voor de betrokken producten op de wereldmarkt, het belang dat men erbij heeft om verstoringen op de markt van de Gemeenschap te voorkomen en het economisch aspect van de uitvoer.

(5)

Op grond van de huidige situatie op de markt voor granen, en met name de vooruitzichten inzake de voorziening, moeten de uitvoerrestituties worden geschrapt.

(6)

Het Comité van beheer voor granen heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties bij uitvoer voor de in Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde mengvoeders waarop Verordening (EG) nr. 1517/95 van toepassing is, worden overeenkomstig de bijlage bij deze verordening vastgesteld.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 147 van 30.6.1995, blz. 51.


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 27 april 2006 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor mengvoeders op basis van granen

Productcodes van de producten die in aanmerking komen voor een restitutie bij uitvoer:

 

2309 10 11 9000 ,

 

2309 10 13 9000 ,

 

2309 10 31 9000 ,

 

2309 10 33 9000 ,

 

2309 10 51 9000 ,

 

2309 10 53 9000 ,

 

2309 90 31 9000 ,

 

2309 90 33 9000 ,

 

2309 90 41 9000 ,

 

2309 90 43 9000 ,

 

2309 90 51 9000 ,

 

2309 90 53 9000 .


Graanproducten

Bestemming

Meeteenheid

Bedrag van de restitutie

Maïs en maïsproducten

GN-codes 0709 90 60 , 0712 90 19 , 1005 , 1102 20 , 1103 13 , 1103 29 40 , 1104 19 50 , 1104 23 , 1904 10 10

C10

EUR/t

0,00

Graanproducten, met uitzondering van maïs en maïsproducten

C10

EUR/t

0,00

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

C10

:

Alle bestemmingen.


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/32


VERORDENING (EG) Nr. 652/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

tot vaststelling van de restituties bij de productie in de sector granen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 8, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EEG) nr. 1722/93 van de Commissie van 30 juni 1993 tot vaststelling van de toepassingsbepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 1766/92 en (EEG) nr. 1418/76 van de Raad wat de regelingen inzake de productierestituties in de sector granen respectievelijk rijst betreft (2) zijn de voorwaarden voor de toekenning van de productierestitutie vastgesteld. De berekeningsgrondslag is bepaald in artikel 3 van genoemde verordening. De aldus berekende restitutie, zo nodig gedifferentieerd voor aardappelmeel, moet eenmaal per maand worden vastgesteld en mag slechts gewijzigd worden wanneer de maïs- en/of tarweprijzen een significante verandering te zien geven.

(2)

De in deze verordening vastgestelde productierestituties moeten worden aangepast met de in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 1722/93 bepaalde coëfficiënten, teneinde het juiste te betalen bedrag te verkrijgen.

(3)

Het Comité van beheer voor granen heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1722/93 bedoelde productierestitutie per ton zetmeel wordt vastgesteld op:

a)

18,08 EUR/t voor zetmeel uit maïs, tarwe, gerst en haver;

b)

25,62 EUR/t voor aardappelmeel.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 159 van 1.7.1993, blz. 112. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1548/2004 (PB L 280 van 31.8.2004, blz. 11).


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/33


VERORDENING (EG) Nr. 653/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van gerst in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1058/2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1058/2005 van de Commissie (2) is een openbare inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van gerst naar bepaalde derde landen opengesteld.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (3) kan de Commissie, op grond van de meegedeelde offertes, besluiten een maximumrestitutie bij uitvoer vast te stellen, daarbij rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 bedoelde criteria. In dat geval wordt gegund aan de inschrijver(s) wiens (wier) offerte niet hoger is dan de vastgestelde maximumrestitutie.

(3)

De toepassing van de bovenbedoelde criteria op de huidige marktsituatie leidt voor de betrokken graansoort tot de vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de offertes die op 21 tot en met 27 april 2006 in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1058/2005 werden meegedeeld, wordt de maximumrestitutie bij uitvoer van gerst vastgesteld op 5,90 EUR/t.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 174 van 7.7.2005, blz. 12.

(3)   PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/34


VERORDENING (EG) Nr. 654/2006 VAN DE COMMISSIE

van 27 april 2006

tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1059/2005 van de Commissie (2) is een openbare inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van zachte tarwe naar bepaalde derde landen opengesteld.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (3) kan de Commissie, op grond van de meegedeelde offertes, besluiten een maximumrestitutie bij uitvoer vast te stellen, daarbij rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 bedoelde criteria. In dat geval wordt gegund aan de inschrijver(s) wiens (wier) offerte niet hoger is dan de vastgestelde maximumrestitutie.

(3)

De toepassing van de bovenbedoelde criteria op de huidige marktsituatie leidt voor de betrokken graansoort tot de vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de offertes die van 21 tot en met 27 april 2006 in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2005 werden meegedeeld, wordt de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe vastgesteld op 5,00 EUR/t.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 28 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 174 van 7.7.2005, blz. 15.

(3)   PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Raad

28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/35


BESLUIT VAN DE RAAD

van 10 april 2006

houdende benoeming van een Oostenrijkse plaatsvervanger in het Comité van de Regio's

(2006/307/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 263,

Gezien de voordracht van de Oostenrijkse regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 24 januari 2006 heeft de Raad Besluit 2006/116/EG houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2006 tot en met 25 januari 2010 (1), aangenomen.

(2)

In het Comité van de Regio's is als gevolg van het verstrijken van de ambtstermijn van de heer Ferdinand EBERLE een zetel van een plaatsvervanger vrijgekomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In het Comité van de Regio's wordt voor het resterende deel van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2010, tot plaatsvervangend lid benoemd:

Dr Elisabeth ZANON

Landeshauptmannstellvertreterin Tirol

ter vervanging van de heer Ferdinand EBERLE.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het wordt van kracht op de datum van de aanneming.

Gedaan te Luxemburg, 10 april 2006.

Voor de Raad

De voorzitster

U. PLASSNIK


(1)   PB L 56 van 25.2.2006, blz. 75.


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/36


BESLUIT VAN DE RAAD

van 10 april 2006

houdende benoeming van een Duitse plaatsvervanger in het Comité van de Regio's

(2006/308/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 263,

Gezien de voordracht van de Duitse regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 24 januari 2006 heeft de Raad Besluit 2006/116/EG houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2006 tot en met 25 januari 2010 (1), aangenomen.

(2)

Door het aftreden van de heer Dieter DOMBROWSKI is in het Comité van de Regio's een zetel van een plaatsvervanger vrijgekomen,

BESLUIT:

Artikel 1

In het Comité van de Regio's wordt voor het resterende deel van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2010, tot plaatsvervanger benoemd:

mevrouw Barbara RICHSTEIN

Mitglied des Landtags von Brandenburg

ter vervanging van de heer Dieter DOMBROWSKI.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het wordt van kracht op de dag waarop het wordt aangenomen.

Gedaan te Luxemburg, 10 april 2006.

Voor de Raad

De voorzitster

U. PLASSNIK


(1)   PB L 56 van 25.2.2006, blz. 75.


28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/37


BESLUIT VAN DE RAAD

van 10 april 2006

houdende benoeming van drie Slowaakse leden en drie Slowaakse plaatsvervangers van het Comité van de Regio's

(2006/309/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 263,

Gezien de voordracht van de Slowaakse regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 24 januari 2006 heeft de Raad Besluit 2006/116/EG houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2006 tot en met 25 januari 2010 (1) aangenomen.

(2)

In het Comité van de Regio's zijn door het verstrijken van het mandaat van de heren BAUER, MARČOK en TARČÁK (leden) drie zetels van leden en door het verstrijken van het mandaat van de heren ŠTEFANEC, TOMEČEK en mevrouw DEMETEROVÁ (plaatsvervangers) drie zetels van plaatsvervangers vrijgekomen,

BESLUIT:

Artikel 1

Hierbij worden benoemd:

a)

als lid van het Comité van de Regio's:

—

de heer Juraj BLANÁR, President van de Zilina autonome regio,

—

de heer Milan MURGAŠ, President van de Banská Bystrica autonome regio,

—

de heer Zdenko TREBUL'A, President van de Kosice autonome regio;

b)

als plaatsvervangend lid van het Comité van de Regio's:

—

de heer Pavol SEDLÁČEK, President van de Trencin autonome regio,

—

de heer Vladimír BAJAN, President van de Bratislava autonome regio,

—

de heer Tibor MIKUŠ, President van de Trnava autonome regio,

voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2010.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het wordt van kracht op de dag van zijn aanneming.

Gedaan te Luxemburg, 10 april 2006.

Voor de Raad

De voorzitster

U. PLASSNIK


(1)   PB L 56 van 25.2.2006, blz. 75.


Commissie

28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/38


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 21 april 2006

houdende wijziging, ter aanpassing aan de technische vooruitgang, van de bijlage bij Richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot vrijstellingen voor toepassingen van lood

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 1622)

(Voor de EER relevante tekst)

(2006/310/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (1), en met name op artikel 5, lid 1, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Ingevolge Richtlijn 2002/95/EG dient de Commissie bepaalde bij artikel 4, lid 1, van die richtlijn verboden gevaarlijke stoffen te evalueren.

(2)

Bepaalde materialen en onderdelen die lood bevatten zouden van het verbod moeten worden vrijgesteld, aangezien het gebruik van deze gevaarlijke stof in die specifieke materialen en onderdelen nog steeds onvermijdelijk is.

(3)

Bepaalde materialen en onderdelen die lood bevatten zouden van het verbod moeten worden vrijgesteld, aangezien de vervanging voor het milieu, de gezondheid en/of de veiligheid van de consument waarschijnlijk meer nadelen dan voordelen zou inhouden.

(4)

Sommige vrijstellingen van de verbodsbepalingen voor bepaalde specifieke materialen of onderdelen zouden in hun strekking moeten worden beperkt, teneinde een geleidelijke uitfasering van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur te bewerkstelligen, naarmate het gebruik van deze stoffen in dergelijke toepassingen vermijdbaar wordt.

(5)

Krachtens artikel 5, lid 1, onder c), van Richtlijn 2002/95/EG moet iedere vrijstelling in de bijlage ten minste om de vier jaar dan wel vier jaar na toevoeging van een product aan de lijst worden getoetst, met het oog op de eventuele schrapping van materialen en onderdelen van elektrische en elektronische apparatuur uit de bijlage, indien verwijdering of vervanging ervan door middel van ontwerpwijzigingen of door middel van materialen en onderdelen waarvoor geen gebruik hoeft te worden gemaakt van de in artikel 4, lid 1, genoemde stoffen of materialen, technisch of wetenschappelijk mogelijk is, mits de vervanging voor het milieu, de gezondheid en/of de veiligheid van de consument niet meer nadelen dan voordelen inhoudt.

(6)

Richtlijn 2002/95/EG zou derhalve dienovereenkomstig moeten worden gewijzigd.

(7)

Overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2002/95/EG heeft de Commissie producenten van elektrische en elektronische apparatuur, recycleerders, verwerkers, milieuorganisaties en werknemers- en consumentenverenigingen geraadpleegd.

(8)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 18 van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad (2) opgerichte comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De bijlage bij Richtlijn 2002/95/EG wordt gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 21 april 2006.

Voor de Commissie

Stavros DIMAS

Lid van de Commissie


(1)   PB L 37 van 13.2.2003, blz. 19. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2005/747/EG van de Commissie (PB L 280 van 25.10.2005, blz. 18).

(2)   PB L 194 van 25.7.1975, blz. 39. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).


BIJLAGE

In de bijlage bij Richtlijn 2002/95/EG worden de volgende punten 16 tot en met 20 toegevoegd:

„16.

Lood in gloeibuizen voorzien van met silicaten gecoate buizen.

17.

Loodhalide als stralingsmedium in HID-lampen (HID — High Intensity Discharge) gebruikt voor professionele reprografietoepassingen.

18.

Lood als activator in het fluorescentiepoeder (1 gewichtsprocent of minder) van gasontladingslampen bij gebruik als bruiningslampen met fosforen als BSP (BaSi2O5:Pb), alsook bij gebruik als speciale lampen voor diazo-drukreprografie, lithografie, insectenvallen, fotochemische en hardingsprocessen waarbij fosforen als SMS ((Sr,Ba)2MgSi2O7:Pb) worden toegepast.

19.

Lood met PbBiSn-Hg en PbInSn-Hg in bepaalde samenstellingen als hoofdamalgaam en met PbSn-Hg als hulpamalgaam in zeer compacte spaarlampen.

20.

Loodoxide in glas dat gebruikt wordt voor het koppelen van het boven- en ondersubstraat van platte fluorescentielampen voor vloeibaar-kristalschermen (LCD’s).”.

28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/40


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 21 april 2006

tot wijziging van Beschikking 2004/407/EG wat betreft de invoer van fotografische gelatine

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 1627)

(Alleen de teksten in de Duitse, de Engelse, de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek)

(2006/311/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (1), en met name op artikel 4, lid 4, en artikel 32, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 zijn de invoer in en doorvoer door de Gemeenschap van dierlijke bijproducten en verwerkte producten, anders dan overeenkomstig die verordening, verboden.

(2)

Volgens Beschikking 2004/407/EG van de Commissie van 26 april 2004 inzake overgangsbepalingen op het gebied van hygiëne en certificatie krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de invoer van fotografische gelatine uit bepaalde derde landen (2) moeten Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk in afwijking van het verbod van Verordening (EG) nr. 1774/2002 de invoer van bepaalde, uitsluitend voor de fotografische industrie bestemde gelatine („fotografische gelatine”) toestaan.

(3)

Beschikking 2004/407/EG bepaalt dat fotografische gelatine alleen ingevoerd mag worden uit de in die beschikking genoemde derde landen, namelijk Japan en de Verenigde Staten van Amerika.

(4)

Luxemburg heeft bevestigd dat het fotografische gelatine uit de Verenigde Staten van Amerika moet betrekken ten behoeve van de fotografische industrie in Luxemburg. Luxemburg moet daarom worden gemachtigd om de invoer van fotografische gelatine onder de voorwaarden van Beschikking 2004/407/EG toe te staan. Die invoer kan echter in België plaatsvinden.

(5)

Om het vervoer van de ingevoerde fotografische gelatine van België naar Luxemburg te vergemakkelijken moeten in de voorwaarden in de bijlagen I en III bij Beschikking 2004/407/EG enkele kleine wijzigingen aangebracht worden.

(6)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Beschikking 2004/407/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 komt als volgt te luiden:

„Artikel 1

Afwijking betreffende de invoer van fotografische gelatine

In afwijking van artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1774/2002 staan België, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en het Verenigd Koninkrijk toe dat uitsluitend voor de fotografische industrie bestemde gelatine (hierna „fotografische gelatine” genoemd), bereid uit materiaal dat wervelkolom van runderen bevat die krachtens die verordening als categorie 1-materiaal wordt ingedeeld, overeenkomstig deze beschikking wordt ingevoerd.”.

2)

Artikel 9 komt als volgt te luiden:

„Artikel 9

Adressaten

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.”.

3)

De bijlagen I en III worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Deze beschikking is van toepassing met ingang van de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 21 april 2006.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 208/2006 van de Commissie (PB L 36 van 8.2.2006, blz. 25).

(2)   PB L 208 van 10.6.2004, blz. 9.


BIJLAGE

1.   

Bijlage I komt als volgt te luiden:

„BIJLAGE I

Derde landen en bedrijven van oorsprong, lidstaten van bestemming, grensinspectieposten van eerste binnenkomst en erkende fotografische bedrijven

Derde land van oorsprong

Bedrijf van oorsprong

Lidstaat van bestemming

Grensinspectiepost van eerste binnenkomst

Erkende fotografische fabriek

Japan

—

Nitta Gelatin Inc.

2-22 Futamata

Yao-City,

Osaka

581 — 0024 Japan

—

Jellie Co. ltd.

7-1, Wakabayashi 2-Chome,

Wakabayashi-ku,

Sendai-city,

Miyagi,

982 Japan

—

NIPPI Inc. Gelatin Division

1 Yumizawa-Cho,

Fujinomiya City

Shizuoka

418 — 0073 Japan

Nederland

Rotterdam

Fuji Photo Film BV, Tilburg

Japan

Nitta Gelatin Inc.

2-22 Futamata

Yao-City

Osaka

581 — 0024 Japan

Frankrijk

Le Havre

Kodak

Zone Industrielle Nord,

71100 Châlon sur Saône

Verenigd Koninkrijk

Liverpool

Felixstowe

Kodak Ltd

Headstone Drive,

Harrow,

MIDDX HA4 4TY

USA

—

Eastman Gelatine Corporation,

227 Washington Street,

Peabody,

MA,

01960 USA

—

Gelita North America,

2445 Port Neal Industrial Road Sergeant Bluff,

Iowa,

51054 USA

Luxemburg

Antwerpen

Zaventem

Luxemburg

DuPont Teijin Luxembourg SA

PO Box 1681

L-1016 Luxembourg

Frankrijk

Le Havre

Kodak

Zone Industrielle Nord,

71100 Châlon sur Saône

Verenigd Koninkrijk

Liverpool

Felixstowe

Kodak Ltd

Headstone Drive,

Harrow,

MIDDX HA4 4TY

”

2.   

Bijlage III komt als volgt te luiden:

„BIJLAGE III

Model van het gezondheidscertificaat voor de invoer van technische gelatine voor gebruik in de fotografische industrie uit derde landen

Aantekeningen

a)

Veterinaire certificaten voor de invoer van technische gelatine voor gebruik in de fotografische industrie worden afgegeven door het land van uitvoer volgens het model in deze bijlage. Op elk certificaat worden de verklaringen opgenomen die voor elk derde land vereist zijn en, naar gelang van het geval, ook de aanvullende garanties die vereist zijn voor het derde land van uitvoer of deel daarvan.

b)

Het originele exemplaar van elk certificaat bestaat uit één blad waarvan beide zijden worden gebruikt, of, indien nodig, een formulier waarvan alle bladen één ondeelbaar geheel vormen.

c)

Het wordt opgesteld in ten minste één van de officiële talen van de EU-lidstaat waar de controle in de EU grensinspectiepost zal worden uitgevoerd en van de EU-lidstaat van bestemming. Deze lidstaten kunnen evenwel toestaan dat in plaats van de eigen taal een andere communautaire taal wordt gebruikt, indien nodig met een officiële vertaling.

d)

Indien voor de identificatie van de bestanddelen van de zending extra bladen aan het certificaat worden gehecht, worden deze bladen beschouwd als deel uitmakend van het originele certificaat en moeten op elk blad de handtekening en het stempel van de certificerende officiële dierenarts worden aangebracht.

e)

Wanneer het certificaat, inclusief de onder d) bedoelde aanvullingen, uit meer dan één blad beslaat, wordt elk blad onderaan genummerd — (bladnummer) van (totaalaantal bladen) — en wordt elk blad ook voorzien van het referentienummer van het certificaat dat door de bevoegde autoriteit bovenaan is aangebracht.

f)

Het originele exemplaar van het certificaat moet door een officiële dierenarts worden ingevuld en ondertekend. De bevoegde autoriteiten van het land van uitvoer moeten er daarbij op toezien dat beginselen van certificering worden toegepast die ten minste gelijkwaardig zijn aan die van Richtlijn 96/93/EG van de Raad.

g)

De kleur van de handtekening moet verschillen van die van de gedrukte tekst. Dat geldt ook voor andere stempels dan reliëfstempels of watermerken.

h)

Het originele exemplaar van het certificaat vergezelt de zending van de EU-grensinspectiepost tot in de fotografische fabriek van bestemming.

Image 1

Tekst van het beeld

Image 2

Tekst van het beeld

Europese Centrale Bank

28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/46


RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 20 april 2006

tot wijziging van Richtsnoer ECB/2002/7 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Centrale Bank met betrekking tot financiële kwartaalrekeningen

(ECB/2006/6)

(2006/312/EG)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 5.1, artikel 5.2, artikel 12.1 en artikel 14.3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtsnoer ECB/2002/7 van 21 november 2002 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Centrale Bank met betrekking tot financiële kwartaalrekeningen (1) werd gewijzigd bij Richtsnoer ECB/2005/13 (2). Richtsnoer ECB/2005/13 omvatte een aantal bijgewerkte derogaties ten aanzien van rapportagevereisten voor een aantal lidstaten. Na herziening van deze derogaties wordt voor een lidstaat een aantal derogaties ingevoegd.

(2)

Overeenkomstig artikel 12.1 en artikel 14.3 van de statuten, vormen richtsnoeren van de ECB een integrerend onderdeel van de communautaire wetgeving,

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage III bij Richtsnoer ECB/2002/7, vervangen door Bijlage III bij Richtsnoer ECB/2005/13, wordt overeenkomstig de bijlage bij dit richtsnoer gewijzigd.

Artikel 2

Dit richtsnoer wordt van kracht op de dag volgend op de kennisgeving ervan.

Artikel 3

Dit Richtsnoer is gericht tot de NCB’s van de deelnemende lidstaten.

Gedaan te Frankfurt am Main, 20 april 2006.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)   PB L 334 van 11.12.2002, blz. 24.

(2)  Richtsnoer ECB/2005/13 van 17 november 2005 tot wijziging van Richtsnoer ECB/2002/7 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Europese Centrale Bank met betrekking tot financiële kwartaalrekeningen (PB L 30 van 2.2.2006, blz. 1).


BIJLAGE

Bijlage III bij Richtsnoer ECB/2002/7, vervangen door Bijlage III bij Richtsnoer ECB/2005/13, wordt als volgt richtsnoer gewijzigd:

In Tabel 1 (huidige gegevens), wordt de volgende sectie tussen de secties „Italië” en „Nederland” ingevoegd:

LUXEMBURG

1/3/B, D, G, H, M

Door NFV’s, OFIFH’s, VIPF’s, O en HH’s aangehouden chartaal geld

Vierde kwartaal 2008

1/4, 5, 7, 8/A, B, D, G, H, M

Deposito’s en spaartegoeden, totaal van het instrument, bij ingezetenen aangehouden deposito’s en spaartegoeden, en door de totale economie, NFV’s, OFIFH’s, VIPF’s, O en HH’s bij niet-MFI’s en niet-ingezetenen aangehouden deposito’s en spaartegoeden

Vierde kwartaal 2008

1/9, 14/B, D, G, M

Door NFV’s, OFIFH’s, VIPF’s en HH’s aangehouden kort- en langlopende schuldbewijzen.

Vierde kwartaal 2008

1/19/A, B, C, D, G, M, N

Financiële derivaten als een activum van de totale economie, NFV’s, MFI’s, OFIFH’s, VIPF’s, HH’s en RoW

Vierde kwartaal 2008

1/20, 24/A, B, D, G, M

Door de totale economie, NFV’s, OFIFH’s, VIPF’s en HH’s verstrekte kort- en langlopende leningen

Vierde kwartaal 2008

1/33-36/A, B, C, D, G, H, M, N

Door MFI’s van binnen het eurogebied uitgegeven en door de totale economie, NFV’s, MFI’s, OFIFH’s, VIPF’s, O, HH’s en RoW aangehouden beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelen en overige deelnemingen, participaties in beleggingsinstellingen en participaties in geldmarktfondsen

Vierde kwartaal 2008

1/37-39/M, N

Door HH’s en RoW aangehouden voorzieningen pensioen- en levensverzekering (AF.61, AF.611, AF.612)

Vierde kwartaal 2008

1/40/A, B, C, D, G, H, M, N

Door de totale economie, NFV’s, MFI’s, OFIFH’s, VIPF’s, O, HH’s en RoW aangehouden vooruitbetaalde premies en voorzieningen voor openstaande aanspraken

Vierde kwartaal 2008

1/41/A, B, D, G, M

Handelskredieten en transitorische posten als een activum van de totale economie, NFV’s, OFIFH’s, VIPF’s en HH’s

Vierde kwartaal 2008

2/3/A, D, G

Bij de totale economie, OFIFH’s en VIPF’s aangehouden deposito’s en spaartegoeden

Vierde kwartaal 2008

2/6/A, B, C, D, G, M, N

Financiële derivaten als een passivum van de totale economie, NFV’s, MFI’s, OFIFH’s, VIPF’s, HH’s en RoW

Vierde kwartaal 2008

2/7, 13/A, B, D, G, M

Aan de totale economie, NFV’s, OFIFH’s, VIPF’s en HH’s verstrekte kort- en langlopende leningen (totaal van het instrument)

Vierde kwartaal 2008

2/8, 10, 14, 16/A, B, D, G, H, M

Door ingezetenen en niet-MFI’s aan de totale economie, NFV’s, OFIFH’s, VIPF’s, O en HH’s verstrekte kort- en langlopende leningen

Vierde kwartaal 2008

2/20/N

Door RoW uitgegeven beursgenoteerde aandelen

Vierde kwartaal 2008

2/21/A, B, C, D, G, N

Door de totale economie, NFV’s, MFI’s, OFIFH’s, VIPF’s en RoW uitgegeven niet-beursgenoteerde aandelen en overige deelnemingen

Vierde kwartaal 2008

2/22/N

Door RoW uitgegeven participaties in beleggingsinstellingen

Vierde kwartaal 2008

2/23-24/A, G, N

Voorzieningen pensioen- en levensverzekering (AF.61) en voorzieningen levensverzekering (AF.611) als een passivum van de totale economie, VIPF’s en RoW

Vierde kwartaal 2008

2/25/A, B, C, D, G, M, N

Voorzieningen pensioenverzekering als een passivum van de totale economie, NFV’s, MFI’s, OFIFH’s, VIPF’s, HH’s en RoW

Vierde kwartaal 2008

2/26/A, G, N

Vooruitbetaalde premies en voorzieningen voor openstaande aanspraken als een passivum van de totale economie, VIPF’s en RoW

Vierde kwartaal 2008

2/27/A, B, D, G, M

Handelskredieten en transitorische posten als een passivum van de totale economie, NFV’s, OFIFH’s, VIPF’s en HH’s

Vierde kwartaal 2008

2/28/B, C, D, G, M

Saldo van vorderingen en schulden (voor uitstaande bedragen) en vorderingenoverschot/vorderingentekort (voor transacties) van NFV’s, MFI’s, OFIFH’s, VIPF’s en HH’s

Vierde kwartaal 2008

3/1, 4-8/B-U

Bij de totale economie, OFIFH’s, OFI’s, FH’s, VIPF’s en O aangehouden deposito’s en spaartegoeden, uitgesplitst naar sector en gebied van de tegenpartij

Vierde kwartaal 2008

4, 5/2-21/A, B, D, G, H, I

Door de totale economie, NFV’s, OFIFH’s, VIPF’s, O en HH’s aan ingezetenen en niet-ingezetenen verstrekte kort- en langlopende leningen, uitgesplitst naar sector en gebied van de tegenpartij

Vierde kwartaal 2008


Besluiten aangenomen krachtens titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie

28.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 115/49


BESLUIT VAN DE RAAD

van 10 april 2006

betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen het Internationaal Strafhof en de Europese Unie inzake samenwerking en bijstand

(2006/313/GBVB)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 24,

Gezien de aanbeveling van het voorzitterschap,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Tijdens zijn zitting van 25 april 2005 heeft de Raad besloten het voorzitterschap, bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, en zo nodig door de Commissie, te machtigen om overeenkomstig artikel 24 van het Verdrag betreffende de Europese Unie onderhandelingen te openen met het oog op de sluiting van een Overeenkomst tussen het Internationaal Strafhof en de Europese Unie inzake samenwerking en bijstand.

(2)

Ingevolge deze machtiging heeft het voorzitterschap overeenstemming over de overeenkomst bereikt.

(3)

De overeenkomst dient namens de Europese Unie te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De Overeenkomst tussen het Internationaal Strafhof en de Europese Unie inzake samenwerking en bijstand wordt namens de Europese Unie goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitster van de Raad is gemachtigd de persoon aan te wijzen die bevoegd is de overeenkomst te ondertekenen teneinde daardoor de Europese Unie te binden.

Artikel 3

De Raad merkt op dat de Commissie streeft naar het bereiken van de doelstellingen en prioriteiten van de overeenkomst, in voorkomend geval door middel van passende communautaire maatregelen.

Artikel 4

Dit besluit wordt van kracht op de dag van zijn aanneming.

Artikel 5

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Luxemburg, 10 april 2006.

Voor de Raad

De voorzitster

U. PLASSNIK


OVEREENKOMST

tussen het Internationaal Strafhof en de Europese Unie inzake samenwerking en bijstand

HET INTERNATIONAAL STRAFHOF,

hierna „het Hof” te noemen,

enerzijds, en

DE EUROPESE UNIE,

hierna „de EU” te noemen, vertegenwoordigd door het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie,

anderzijds,

hierna „de partijen” te noemen,

GELET OP het fundamentele belang van en de prioriteit die moet worden gegeven aan de versterking van de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en het humanitaire recht, alsmede de handhaving van de vrede en de versterking van de internationale veiligheid, overeenkomstig de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en zoals bepaald in artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie;

VASTSTELLENDE dat de beginselen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, alsmede de beginselen die de werking ervan regelen, volledig sporen met de beginselen en doelstellingen van de Europese Unie;

BENADRUKKEND dat de beginselen van de rechtsstaat en de billijkheid van de procedures bij de rechtspleging in acht moeten worden genomen, in het bijzonder de in het Statuut van Rome vastgelegde rechten van de beschuldigde;

VASTSTELLENDE dat slachtoffers en getuigen in de procedures voor het Hof een bijzondere rol spelen en dat specifieke maatregelen vereist zijn om hun veiligheid en effectieve deelname aan de procedures overeenkomstig het Statuut van Rome te garanderen;

MEMORERENDE dat de Europese veiligheidsstrategie die op 12 december 2003 door de Europese Raad is aangenomen, een internationale orde steunt die gebaseerd is op daadwerkelijk multilateralisme;

INDACHTIG Gemeenschappelijk Standpunt 2003/444/GBVB van de Raad van 16 juni 2003 betreffende het Internationaal Strafhof, alsmede het actieplan van de Raad voor de follow-up van dat gemeenschappelijk standpunt, en in het bijzonder de wezenlijke rol van het Hof bij het voorkomen en beteugelen van de ernstige misdrijven waarover het rechtsmacht heeft;

OVERWEGENDE dat de EU zich wil inzetten om ertoe bij te dragen dat het Hof doeltreffend functioneert en universele steun geniet, zulks door een zo breed mogelijke deelname aan het Statuut van Rome te stimuleren;

MEMORERENDE dat deze overeenkomst moet worden gelezen in samenhang met en onderworpen is aan het Statuut van Rome van het Hof en het reglement van proces- en bewijsvoering;

MEMORERENDE dat artikel 87, lid 6, van het Statuut van Rome bepaalt dat het Hof bevoegd is intergouvernementele organisaties te verzoeken informatie of documenten te verstrekken, en dat het Hof ook om andere vormen van samenwerking en bijstand kan verzoeken die worden overeengekomen met een dergelijke organisatie en die in overeenstemming zijn met haar bevoegdheid of mandaat;

OVERWEGENDE dat deze overeenkomst betrekking heeft op nadere regelingen inzake samenwerking en bijstand tussen het Hof en de EU, en niet tussen het Hof en de lidstaten van de EU;

OVERWEGENDE dat, te dien einde, het Hof en de EU overeenstemming dienen te bereiken over nadere regelingen inzake samenwerking en bijstand, ter aanvulling van Gemeenschappelijk Standpunt 2003/444/GBVB van de Raad van 16 juni 2003 en het actieplan van de EU voor de follow-up van dat gemeenschappelijk standpunt,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Doel van de overeenkomst

Deze overeenkomst, die wordt gesloten tussen de Europese Unie (hierna „de EU” te noemen) en het Internationaal Strafhof (hierna „het Hof” te noemen) overeenkomstig de bepalingen van, respectievelijk, het Verdrag betreffende de Europese Unie (hierna „het EU-Verdrag” te noemen) en het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (hierna „het statuut” te noemen), legt de nadere regelingen inzake samenwerking en bijstand tussen de EU en het Hof vast.

Artikel 2

Definities

1.   Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „EU” verstaan: de Raad van de Europese Unie (hierna „de Raad” te noemen), de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger en het secretariaat-generaal van de Raad, alsook de Commissie van de Europese Gemeenschappen (hierna „de Europese Commissie” te noemen). Het begrip „EU” heeft geen betrekking op de lidstaten zelf.

2.   Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „het Hof” verstaan:

a)

het Presidium,

b)

een afdeling Beroep, een afdeling Berechting en een afdeling Vooronderzoek,

c)

het Parket van de Aanklager,

d)

de Griffie,

e)

het Secretariaat van de Vergadering van Staten die partij zijn.

Artikel 3

Overeenkomsten met de lidstaten

1.   Deze overeenkomst, met inbegrip van eventuele krachtens artikel 11 gesloten overeenkomsten en getroffen regelingen, is niet van toepassing op verzoeken om informatie van het Hof die betrekking hebben op andere gegevens dan EU-documenten met inbegrip van gerubriceerde EU gegevens, die afkomstig zijn van een afzonderlijke lidstaat. In die gevallen dient een verzoek rechtstreeks aan de betrokken lidstaat te worden gericht.

2.   Artikel 73 van het statuut is van overeenkomstige toepassing op verzoeken van het Hof aan de EU krachtens deze overeenkomst.

Artikel 4

Verplichting tot samenwerking en bijstand

De EU en het Hof komen overeen dat zij, teneinde het doeltreffend vervullen van hun respectieve taken te vergemakkelijken, waar nodig nauw met elkaar zullen samenwerken en met elkaar zullen overleggen over aangelegenheden van wederzijds belang, in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst en met volledige eerbiediging van de respectieve bepalingen van het EU-Verdrag en van het statuut. Teneinde het nakomen van deze verplichting tot samenwerking en bijstand te vergemakkelijken, komen de partijen overeen passende regelmatige contacten tussen het Hof en het EU-contactpunt voor het Hof in te stellen.

Artikel 5

Deelname aan vergaderingen

De EU kan het Hof uitnodigen om deel te nemen aan onder haar auspiciën georganiseerde vergaderingen en conferenties waar aangelegenheden worden besproken die voor het Hof van belang zijn, zodat het Hof bijstand kan verlenen bij zaken waarover het rechtsmacht heeft.

Artikel 6

Bevordering van de waarden die aan het statuut ten grondslag liggen

De EU en het Hof werken, waar nodig, samen door initiatieven te nemen ter bevordering van de verspreiding van de beginselen, waarden en bepalingen van het statuut en de daarmee samenhangende instrumenten.

Artikel 7

Informatie-uitwisseling

1.   De EU en het Hof zorgen voor de grootst mogelijke en haalbare regelmatige uitwisseling van informatie en documenten van wederzijds belang, overeenkomstig het statuut en het reglement van proces- en bewijsvoering.

2.   Met inachtneming van haar taken en bevoegdheid krachtens het EU-Verdrag werkt de EU samen met het Hof en verstrekt zij het Hof de informatie of documenten die zij in haar bezit heeft en waar het Hof overeenkomstig artikel 87, lid 6, van het statuut om verzoekt.

3.   De EU kan op eigen initiatief en overeenkomstig het EU-Verdrag informatie of documenten verstrekken die voor de werkzaamheden van het Hof dienstig kunnen zijn.

4.   De griffier van het Hof verstrekt, overeenkomstig het statuut en het reglement van proces- en bewijsvoering, informatie en documentatie betreffende processtukken, mondelinge behandelingen, vonnissen en rechterlijke beslissingen van het Hof die van belang kunnen zijn voor de EU.

Artikel 8

Bescherming van veiligheid of beveiliging

Indien de samenwerking, waaronder de openbaarmaking van informatie of documenten krachtens deze overeenkomst, een gevaar zou betekenen voor de veiligheid of beveiliging van huidige of voormalige personeelsleden van de EU, of de veiligheid of het ordentelijke verloop van een operatie of activiteit van de EU in het gedrang zou kunnen brengen, kan het Hof, met name op verzoek van de EU, passende beschermingsmaatregelen gelasten.

Artikel 9

Gerubriceerde gegevens

De bepalingen betreffende de vrijgave van gerubriceerde EU-gegevens door de EU aan organen van het Hof staan in de bijlage bij deze overeenkomst, die er een integrerend deel van uitmaakt.

Artikel 10

Getuigenis van personeelsleden van de EU

1.   De EU verbindt zich ertoe, wanneer het Hof de getuigenis verlangt van een ambtenaar of een ander personeelslid van de EU, ten volle samen te werken met het Hof en waar nodig, met inachtneming van haar verantwoordelijkheden en bevoegdheden uit hoofde van het EU Verdrag en de toepasselijke regels krachtens dat Verdrag, de nodige maatregelen te nemen om het Hof in staat te stellen de getuigenis van deze persoon te horen, met name door de betrokkene te ontheffen van zijn geheimhoudingsplicht.

2.   Onder verwijzing naar artikel 8 erkennen de partijen dat beschermingsmaatregelen vereist kunnen zijn in het geval dat een ambtenaar of een ander personeelslid van de EU wordt verzocht getuigenis af te leggen voor het Hof.

3.   Onverminderd het statuut en het reglement van proces- en bewijsvoering kan de EU een vertegenwoordiger aanwijzen om een voor het Hof als getuige verschijnend ambtenaar of ander personeelslid van de EU bij te staan.

Artikel 11

Samenwerking tussen de EU en de aanklager

1.   Met volledige eerbiediging van het EU-Verdrag:

i)

zegt de EU toe samen te werken met de aanklager, overeenkomstig het statuut en het reglement van proces- en bewijsvoering, om de informatie te verstrekken waarover de EU beschikt en waarom de aanklager verzoekt;

ii)

zegt de EU toe samen te werken met de aanklager, overeenkomstig artikel 54, lid 3, onder c), van het statuut;

iii)

treft de EU, overeenkomstig artikel 54, lid 3, onder d), van het statuut, regelingen of sluit zij overeenkomsten die niet onverenigbaar zijn met het statuut, voorzover vereist om de samenwerking van de EU met de aanklager te vergemakkelijken.

2.   De aanklager richt schriftelijke verzoeken om gegevens tot de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger. De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger verstrekt uiterlijk binnen een maand een schriftelijk antwoord.

3.   De EU en de aanklager kunnen overeenkomen dat de EU documenten of gegevens aan de aanklager verstrekt op voorwaarde van vertrouwelijkheid en louter om nieuwe bewijsmiddelen te verzamelen, en dat die documenten of gegevens in geen enkele fase van de procedure of na afloop daarvan zonder toestemming van de EU aan andere organen van het Hof of aan derden openbaar mogen worden gemaakt. De voorschriften inzake gerubriceerde gegevens van artikel 9 zijn hierop van toepassing.

Artikel 12

Voorrechten en immuniteiten

Indien het Hof zijn rechtsmacht wil uitoefenen over een persoon die beweerdelijk strafrechtelijk verantwoordelijk is voor een misdrijf dat onder de rechtsmacht van het Hof valt, en die persoon volgens de desbetreffende regels van het internationaal recht voorrechten en immuniteiten geniet, werkt de betrokken instelling van de EU ten volle samen met het Hof en neemt, met inachtneming van haar verantwoordelijkheden en bevoegdheden uit hoofde van het EU-Verdrag en de toepasselijke regels krachtens dat Verdrag, de nodige maatregelen om het Hof in staat te stellen zijn rechtsmacht uit te oefenen, met name door deze voorrechten en immuniteiten overeenkomstig het desbetreffende internationale recht op te heffen.

Artikel 13

Regelingen in verband met personeel

Overeenkomstig artikel 44, lid 4, van het statuut, komen de EU en het Hof overeen om, per geval, te bepalen onder welke uitzonderlijke omstandigheden het Hof gebruik kan maken van de deskundigheid van personeelsleden van de EU die gratis ter beschikking worden gesteld om bijstand te verlenen bij de werkzaamheden van de organen van het Hof.

Artikel 14

Diensten en faciliteiten

Op verzoek van het Hof en voorzover deze beschikbaar zijn, verstrekt de EU ten behoeve van het Hof de faciliteiten en diensten die nodig kunnen zijn, inclusief, in voorkomend geval, bijstand in het veld. Voorzover nodig worden de voorwaarden waaronder de EU faciliteiten, diensten en bijstand kan verstrekken, vooraf in aanvullende regelingen vastgelegd.

Artikel 15

Opleiding

De EU streeft ernaar om op passende wijze en in overleg met het Hof de ontwikkeling te steunen van opleiding en bijstand van rechters, openbare aanklagers, ambtenaren en adviseurs die met het Hof verband houdende werkzaamheden uitvoeren.

Artikel 16

Correspondentie

1.   Voor de toepassing van deze overeenkomst

a)

wat betreft de EU:

dient alle correspondentie aan de Raad te worden gericht, ten adresse van:

Raad van de Europese Unie

Hoofd Postregistratie

Wetstraat 175

B-11048 Brussel

;

correspondentie wordt door het hoofd Postregistratie van de Raad doorgestuurd naar de lidstaten, naar de Europese Commissie en naar het contactpunt van de EU voor het Hof, onverminderd lid 2;

b)

wat betreft het Hof:

dient alle correspondentie te worden gericht aan de griffier of de aanklager, waar van toepassing.

2.   Bij wijze van uitzondering kan correspondentie van een partij waarvan slechts bepaalde daartoe bevoegde ambtenaren, organen of diensten van deze partij inzage mogen hebben, om operationele redenen gericht worden aan — en is deze uitsluitend toegankelijk voor — bepaalde daartoe bevoegde ambtenaren, organen of diensten van de andere partij, die daartoe als ontvangers zijn aangewezen, met inachtneming van hun bevoegdheden en volgens het beginsel van kennisnemingsbehoefte. Wat de EU betreft, wordt de doorzending van deze correspondentie verzorgd door het hoofd Postregistratie van de Raad.

Artikel 17

Toepassing

1.   Het Parket van de Aanklager en de Griffie van het Hof en de secretaris-generaal van de Raad en de secretaris-generaal van de Europese Commissie houden overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden toezicht op de uitvoering van deze overeenkomst.

2.   Het Hof en de EU kunnen, ten behoeve van de toepassing van deze overeenkomst, de regelingen treffen die nodig worden geacht.

Artikel 18

Geschillenbeslechting

Geschillen tussen de EU en het Hof die voortkomen uit de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst, worden via overleg tussen de partijen geregeld.

Artikel 19

Inwerkingtreding en toetsing

1.   Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand na de ondertekening ervan door de partijen.

2.   Deze overeenkomst kan, op verzoek van een van beide partijen, ter overweging van mogelijke wijzigingen opnieuw in behandeling worden genomen. De overeenkomst wordt herzien uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding ervan.

3.   Wijzigingen van deze overeenkomst komen uitsluitend schriftelijk en in overeenstemming tussen de partijen tot stand.

Artikel 20

Opzegging

Deze overeenkomst kan door één partij worden opgezegd door schriftelijke kennisgeving van opzegging aan de andere partij. Opzegging wordt van kracht zes maanden na de ontvangst van deze kennisgeving door de andere partij. Opzegging is niet van invloed op verplichtingen welke reeds voordien in het kader van deze overeenkomst zijn aangegaan. Inzonderheid blijven volgens deze overeenkomst geleverde of uitgewisselde gegevens onderworpen aan bescherming volgens het bepaalde in deze overeenkomst.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, respectievelijk de gevolmachtigde ondergetekenden, hun handtekening onder deze overeenkomst hebben gesteld.

Hecho en Luxemburgo, el diez de abril de dos mil seis.

V Lucemburku dne desátého dubna dva tisíce šest.

Udfærdiget i Luxembourg den tiende april to tusind og seks.

Geschehen zu Luxemburg am zehnten April zweitausendsechs.

Kahe tuhande kuuenda aasta aprillikuu kümnendal päeval Luxembourgis.

Έγινε στο Λουξεμβούργο, στις δέκα Απριλίου δύο χιλιάδες έξι.

Done at Luxembourg on the tenth day of April in the year two thousand and six.

Fait à Luxembourg, le dix avril deux mille six.

Fatto a Lussemburgo, addì dieci aprile duemilase.

Luksemburgā, divtūkstoš sestā gada desmitajā aprīlī.

Priimta du tūkstančiai šeštų metų balandžio dešimtą dieną Liuksemburge.

Kelt Luxembourgban, a kettőezer hatodik év április tizedik napján.

Magħmul fil-Lussemburgu, fl-għaxra jum ta' April tas-sena elfejn u sitta.

Gedaan te Luxemburg, de tiende april tweeduizend zes.

Sporządzono w Luksemburgu dnia dziesiątego kwietnia roku dwutysięcznego szóstego.

Feito no Luxemburgo, em dez de Abril de dois mil e seis.

V Luxemburgu dňa desiateho apríla dvetisícšesť.

V Luxembourgu, desetega aprila leta dva tisoč šest.

Tehty Luxemburgissa kymmenentenä päivänä huhtikuuta vuonna kaksituhattakuusi.

Som skedde i Luxemburg den tionde april tjugohundrasex.

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωοη

For the European Union

Pour l'Union européenne

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Image 3

Por la Corte Penal Internacional

Za Mezinárodní trestní soud

For Den Internationale Straffedomstol

Für den Europäischen Strafgerichtshof

Rahvusvahelise Kriminaalkohtu nimel

Για to Διεθνές Ποινικό Δικαστήριο

For the International Criminal Court

Pour la Cour Pénale Internationale

Per la Corte Penale Internazionale

Starptautiskās Krimināltiesas vārdā

Tarptautinio baudžiamojo teismo vardu

A Nemzetközi Büntetőbíróság részéről

Għall-Qorti Kriminali Internazzjonali

Voor het Internationaal Strafhof

W imieniu Międzynarodowego Trybunału Karnego

Pelo Tribunal Penal Internacional

Za Medzinárodný trestný súd

Za Mednarodno Kazensko Sodišče

Kansainvälisen rikostuomioistuimen puolesta

För Internationella brottmålsdomstolen

Image 4

BIJLAGE

1.   

Indien een orgaan van het Hof zoals bedoeld in artikel 34 van het statuut, om gerubriceerde EU-gegevens verzoekt, mogen die gegevens uitsluitend worden vrijgegeven in overeenstemming met de beveiligingsvoorschriften van de Raad (1).

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder gerubriceerde gegevens verstaan: alle gegevens (gedefinieerd als kennis welke in enigerlei vorm kan worden verstrekt) en materiaal met betrekking waartoe is bepaald dat deze bescherming tegen ongeoorloofde openbaarmaking behoeven en die als zodanig gewaarmerkt zijn met een beveiligingsrubricering (hierna „gerubriceerde gegevens” te noemen).

Met name dienen de volgende maatregelen te worden genomen:

i)

Het Hof ziet erop toe dat aan het Hof verstrekte gerubriceerde EU-gegevens de door de EU toegekende beveiligingsrubricering behouden, en beveiligt die gegevens met een beveiligingsniveau dat gelijkwaardig is aan dat van de beveiligingsvoorschriften van de Raad. Het Hof zorgt er in dit verband voor dat het de door de EU geëiste bescherming verstrekt in overeenstemming met de volgens paragraaf 4 vast te stellen voorschriften, maatregelen en procedures.

ii)

Het Hof gebruikt vrijgegeven gerubriceerde EU-gegevens niet voor andere doeleinden dan die waarvoor de gerubriceerde EU-gegevens en -documenten aan het Hof zijn vrijgegeven.

iii)

Het Hof maakt bedoelde gegevens en documenten niet openbaar aan derden zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de EU, in overeenstemming met het beginsel dat toestemming aan de bron moet worden gevraagd, zoals bepaald in de beveiligingsvoorschriften van de Raad.

iv)

Het Hof ziet erop toe dat de toegang tot gerubriceerde EU-gegevens die aan het Hof zijn vrijgegeven, uitsluitend wordt toegestaan aan personen met een kennisnemingsbehoefte.

v)

Het Hof zorgt ervoor dat personen die bij het vervullen van hun officiële werkzaamheden toegang dienen te hebben tot gegevens met rubricering „CONFIDENTIEL UE” of hoger, of wier werkzaamheden of taken hen in staat stellen daar toegang toe te krijgen, naar behoren aan een beveiligingsonderzoek worden onderworpen voordat zij toegang krijgen tot dergelijke gegevens, overeenkomstig de regelingen die, op basis van objectieve criteria, krachtens paragraaf 4 moeten worden ingesteld.

vi)

Het Hof ziet erop toe dat, vooraleer toegang wordt verleend tot gerubriceerde EU-gegevens, alle personen die toegang tot die gegevens vragen, instructies hebben gekregen over en voldoen aan de vereisten van de beveiligingsvoorschriften die relevant zijn voor de rubricering van de gegevens waartoe zij toegang zullen krijgen.

vii)

Gerubriceerde EU-gegevens worden, rekening houdend met de rubriceringsgraad ervan, naar het Hof verstuurd per diplomatiek valies, militaire postdiensten, beveiligde postdiensten, beveiligde telecommunicatiekanalen of persoonlijk vervoer. Het Hof deelt het secretariaat-generaal van de Raad vooraf de naam en het adres mee van de instantie die verantwoordelijk is voor de beveiliging van gerubriceerde gegevens, alsmede de exacte adressen waarnaar de gegevens moeten worden gestuurd, en ziet erop toe dat de geadresseerden aan een beveiligingsonderzoek zijn onderworpen.

viii)

Het Hof ziet erop toe dat alle locaties, zones, gebouwen, bureaus, kamers, communicatie- en informatiesystemen, enz., waarin gerubriceerde EU-gegevens bewaard en/of verwerkt worden, beschermd worden door passende fysieke beveiligingsmaatregelen, overeenkomstig de regelingen die krachtens paragraaf 4 moeten worden ingesteld.

ix)

Het Hof ziet erop toe dat gerubriceerde EU-documenten die aan het Hof worden vrijgegeven, bij ontvangst ervan in een speciaal bestand worden geregistreerd. Het Hof ziet erop toe dat wanneer door de ontvangende instantie kopieën van aan het Hof vrijgegeven gerubriceerde EU-gegevens worden gemaakt, het aantal kopieën en de distributie ervan in een speciaal bestand worden geregistreerd. Het Hof deelt de EU de datum mee waarop deze documenten aan de EU zijn teruggestuurd, of verstrekt een proces-verbaal van vernietiging ervan.

x)

Het Hof brengt het secretariaat-generaal van de Raad op de hoogte van ieder geval van compromittering van gerubriceerde EU-gegevens die aan het Hof zijn vrijgegeven. In geval van compromittering stelt het Hof een onderzoek in en neemt het de passende maatregelen om herhaling te voorkomen, overeenkomstig de regelingen die krachtens paragraaf 4 moeten worden ingesteld.

2.   

Bij de toepassing van paragraaf 1 is algemene vrijgeving niet mogelijk, tenzij tussen de partijen procedures inzake bepaalde categorieën van gegevens zijn opgesteld en overeengekomen.

3.   

Gerubriceerde EU-gegevens kunnen overeenkomstig de beveiligingsregelingen van de Raad een lagere rubricering krijgen of worden gederubriceerd voordat zij aan het Hof worden vrijgegeven. Gerubriceerde EU-documenten met daarin gerubriceerde gegevens mogen alleen worden geraadpleegd door personeel van het Hof dat een passend onderzoek heeft ondergaan, of lager worden gerubriceerd of worden gederubriceerd en aan het Hof worden vrijgegeven met de uitdrukkelijke toestemming van de opsteller.

4.   

Ter uitvoering van deze overeenkomst worden door de hieronder genoemde drie instanties beveiligingsregelingen ingesteld om de normen vast te stellen voor de wederzijdse beveiliging van gerubriceerde gegevens zoals bedoeld in deze overeenkomst:

a)

de dienst Beveiliging van het Hof is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van beveiligingsregelingen voor de bescherming en beveiliging van gerubriceerde gegevens die in het kader van deze overeenkomst aan het Hof worden verstrekt.

b)

De dienst Beveiliging van het secretariaat-generaal van de Raad, die onder leiding staat en handelt in naam van de secretaris-generaal van de Raad en die optreedt namens en onder het gezag van de Raad, is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de beveiligingsregelingen voor de bescherming en beveiliging van gerubriceerde gegevens die in het kader van deze overeenkomst aan de EU worden verstrekt.

c)

Het directoraat voor beveiliging van de Europese Commissie, dat optreedt namens en onder het gezag van de Commissie, is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de beveiligingsregelingen voor de bescherming van gerubriceerde gegevens die in het kader van deze overeenkomst binnen de Europese Commissie en haar gebouwen worden verstrekt en uitgewisseld.

d)

Wat de EU betreft, worden deze normen ter goedkeuring voorgelegd aan het Beveiligingscomité van de Raad.

5.   

De partijen verlenen elkaar bijstand op het gebied van beveiliging van gerubriceerde gegevens zoals bedoeld in deze overeenkomst, en van aangelegenheden van gemeenschappelijk belang. De in paragraaf 4 genoemde autoriteiten voeren overleg over beveiligingsaangelegenheden en verrichten wederzijdse inspecties, teneinde de doeltreffendheid na te gaan van de krachtens paragraaf 4 in te stellen beveiligingsregelingen die onder hun verantwoordelijkheid vallen.

6.   

De partijen beschikken over een beveiligingsorganisatie en beveiligingsprogramma's die gebaseerd zijn op basisbeginselen en minimumnormen inzake beveiliging, welke worden toegepast in de volgens paragraaf 4 in te stellen beveiligingssystemen van de partijen, opdat er een gelijkwaardig beschermingsniveau geldt voor gerubriceerde gegevens zoals bedoeld in deze overeenkomst.

7.   

Voordat de partijen elkaar voor het eerst gerubriceerde gegevens zoals bedoeld in deze overeenkomst verstrekken, dienen de in paragraaf 4 bedoelde verantwoordelijke beveiligingsautoriteiten te zijn overeengekomen dat de ontvangende partij in staat is de in deze overeenkomst bedoelde gegevens te beschermen en te beveiligen conform de in paragraaf 4 bedoelde regelingen.

8.   

Niets in deze overeenkomst doet afbreuk aan de mogelijkheid van de EU om informatie met de hoogste rubriceringsgraad ter beschikking van het Hof te stellen op voorwaarde dat het Hof een beschermingsniveau garandeert dat gelijkwaardig is aan dat van de beveiligingsvoorschriften van de Raad.


(1)  Besluit 2001/264/EG van de Raad van 19 maart 2001 tot vaststelling van beveiligingsvoorschriften van de Raad (PB L 101 van 11.4.2001, blz. 1).