ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 96

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

49e jaargang
5 april 2006


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

 

Verordening (EG) nr. 548/2006 van de Commissie van 4 april 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

*

Verordening (EG) nr. 549/2006 van de Commissie van 3 april 2006 tot vaststelling van een verbod op de visserij op noordse garnaal in NAFO-deelgebied 3L door vaartuigen die de vlag van om het even welke lidstaat behalve Estland, Letland of Litouwen voeren

3

 

 

Verordening (EG) nr. 550/2006 van de Commissie van 4 april 2006 betreffende de afgifte van invoercertificaten voor rietsuiker in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten

5

 

 

Verordening (EG) nr. 551/2006 van de Commissie van 4 april 2006 tot wijziging van de vanaf 5 april 2006 geldende invoerrechten in de sector granen

6

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Raad

 

*

Informatie betreffende de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven

9

 

*

Informatie betreffende de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken houdende uitbreiding tot Denemarken van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend en van Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad betreffende de instelling van Eurodac voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin

9

 

 

Commissie

 

*

Beschikking van de Commissie van 3 april 2006 tot vaststelling van bepaalde beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza in Israël en tot intrekking van Beschikking 2006/227/EG (Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 1245)  ( 1 )

10

 

 

Besluiten aangenomen krachtens titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie

 

*

Besluit BiH/8/2006 van het Politiek en Veiligheidscomité van 15 maart 2006 tot wijziging van Besluit BiH/1/2004 inzake de aanvaarding van bijdragen van derde staten aan de militaire operatie van de Europese Unie in Bosnië en Herzegovina en Besluit BiH/3/2004 tot instelling van het Comité van contribuanten aan de militaire operatie van de Europese Unie in Bosnië en Herzegovina

14

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

5.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 96/1


VERORDENING (EG) Nr. 548/2006 VAN DE COMMISSIE

van 4 april 2006

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 5 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 april 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 4 april 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

98,6

204

58,5

212

111,3

999

89,5

0707 00 05

052

117,7

204

66,3

628

155,5

999

113,2

0709 90 70

052

121,1

204

47,1

999

84,1

0805 10 20

052

53,3

204

32,2

212

48,1

220

43,3

400

58,7

624

66,3

999

50,3

0805 50 10

052

41,3

624

58,9

999

50,1

0808 10 80

388

73,9

400

132,1

404

97,8

508

84,4

512

78,3

524

73,0

528

93,2

720

82,5

804

129,4

999

93,8

0808 20 50

388

80,7

512

67,9

528

79,3

720

44,1

999

68,0


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.


5.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 96/3


VERORDENING (EG) Nr. 549/2006 VAN DE COMMISSIE

van 3 april 2006

tot vaststelling van een verbod op de visserij op noordse garnaal in NAFO-deelgebied 3L door vaartuigen die de vlag van om het even welke lidstaat behalve Estland, Letland of Litouwen voeren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 26, lid 4,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (2), en met name op artikel 21, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De quota voor 2006 zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad van 22 december 2005 tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (3).

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaten voeren of daar geregistreerd zijn, de betrokken, voor 2006 toegewezen quota volledig zijn opgebruikt.

(3)

Derhalve moet het worden verboden op dit bestand te vissen en vis uit dit bestand aan boord te houden, over te laden en aan te voeren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2006 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaten is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbod

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaten voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Het is verboden om vis uit dit bestand die vanaf die datum door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, over te laden of aan te voeren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 april 2006.

Voor de Commissie

Jörgen HOLMQUIST

Directeur-generaal Visserij en maritieme zaken


(1)   PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)   PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 768/2005 (PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1).

(3)   PB L 16 van 20.1.2006, blz. 1.


BIJLAGE

Nr.

04

Lidstaat

Om het even welke lidstaat behalve Estland, Letland of Litouwen

Bestand

PRA/N3L

Soort

Noordse garnaal (Pandalus borealis)

Zone

NAFO 3L

Date

13 maart 2006


5.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 96/5


VERORDENING (EG) Nr. 550/2006 VAN DE COMMISSIE

van 4 april 2006

betreffende de afgifte van invoercertificaten voor rietsuiker in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1095/96 van de Raad van 18 juni 1996 betreffende de tenuitvoerlegging van de concessies in de lijst CXL die is opgesteld naar aanleiding van de voltooiing van de onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, van de GATT (2),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1159/2003 van de Commissie van 30 juni 2003 tot vaststelling, voor de verkoopseizoenen 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006, van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer van rietsuiker in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1464/95 en (EG) nr. 779/96 (3), en met name op artikel 5, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1159/2003 zijn de voorwaarden vastgesteld voor de bepaling van de leveringsverplichtingen tegen nulrecht van de producten van GN-code 1701 , uitgedrukt in wittesuikerequivalent, voor invoer van oorsprong uit de landen die het ACS-protocol en de overeenkomst met India hebben ondertekend.

(2)

Uit de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1159/2003 bedoelde boeking is gebleken dat, voor de leveringsperiode 2005/2006 waarvoor de maximumhoeveelheden reeds zijn bereikt, toch nog hoeveelheden suiker beschikbaar zijn voor de leveringsverplichtingen van preferentiële suiker uit Malawi.

(3)

De Commissie moet derhalve bepalen dat de betrokken maximumhoeveelheden niet meer zijn bereikt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De maximumhoeveelheden voor de leveringsverplichtingen van preferentiële suiker uit Malawi voor de leveringsperiode 2005/2006 zijn niet meer bereikt.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 5 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 april 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 987/2005 van de Commissie (PB L 167 van 29.6.2005, blz. 12).

(2)   PB L 146 van 20.6.1996, blz. 1.

(3)   PB L 162 van 1.7.2003, blz. 25. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 568/2005 (PB L 97 van 15.4.2005, blz. 9).


5.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 96/6


VERORDENING (EG) Nr. 551/2006 VAN DE COMMISSIE

van 4 april 2006

tot wijziging van de vanaf 5 april 2006 geldende invoerrechten in de sector granen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De invoerrechten in de sector granen zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 532/2006 van de Commissie (3).

(2)

In artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1249/96 is bepaald dat, indien in de loop van een toepassingsperiode het berekende gemiddelde van de invoerrechten 5 EUR per ton verschilt van het vastgestelde recht, een overeenkomstige aanpassing wordt uitgevoerd. Dit verschil heeft zich voorgedaan. De in Verordening (EG) nr. 532/2006 vastgestelde invoerrechten moeten derhalve worden aangepast,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I en II bij de Verordening (EG) nr. 532/2006 worden vervangen door de bijlagen I en II bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 5 april 2006.

Zij is van toepassing met ingang van 5 april 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 april 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 29.9.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)   PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1110/2003 (PB L 158 van 27.6.2003, blz. 12).

(3)   PB L 94 van 1.4.2006, blz. 3.


BIJLAGE I

Vanaf 5 april 2006 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)

(in EUR/ton)

1001 10 00

Harde tarwe van hoge kwaliteit

0,00

van gemiddelde kwaliteit

0,00

van lage kwaliteit

10,41

1001 90 91

Zachte tarwe, zaaigoed

0,00

ex 1001 90 99

Zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan voor zaaidoeleinden

0,00

1002 00 00

Rogge

40,21

1005 10 90

Maïs, zaaigoed, andere dan hybriden

58,86

1005 90 00

Maïs, andere dan zaaigoed (2)

58,86

1007 00 90

Graansorgho, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

40,21


(1)  Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd (artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96) komt de importeur in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:

3 EUR/t, als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt, of

2 EUR/t, als de loshaven in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Estland, Letland, Litouen, Polen, Finland, Zweden of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt.

(2)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t, als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.


BIJLAGE II

Berekeningselementen

periode van 31.3.2006-3.4.2006

1)   

Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

Beursnotering

Minneapolis

Chicago

Minneapolis

Minneapolis

Minneapolis

Minneapolis

Product (eiwitgehalte bij 12 % vocht)

HRS2

YC3

HAD2

Van gemiddelde kwaliteit (*1)

Van lage kwaliteit (*2)

US barley 2

Notering (EUR/t)

135,05  (*3)

72,34

160,11

150,11

130,11

104,21

Golfpremie (EUR/t)

41,14

13,22

 

 

Grote-Merenpremie (EUR/t)

 

 

2)   

Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

Vrachttarieven/kosten: Golf van Mexico–Rotterdam: 17,38 EUR/t; Grote Meren–Rotterdam: 20,79 EUR/t.

3)   

Subsidies bedoeld in artikel 4, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

0,00  EUR/t (HRW2)

0,00  EUR/t (SRW2).


(*1)  Een korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(*2)  Een korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(*3)  Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Raad

5.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 96/9


Informatie betreffende de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven, zal op 1 mei 2006 in werking treden aangezien de in artikel 22 van de overeenkomst bedoelde procedure op 2 maart 2006 is voltooid.


5.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 96/9


Informatie betreffende de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken houdende uitbreiding tot Denemarken van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend en van Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad betreffende de instelling van „Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin

De bovengenoemde op 21 februari 2006 door de Raad gesloten overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken is op 1 april 2006 in werking getreden aangezien de kennisgevingen van de beëindiging van de procedures overeenkomstig artikel 11 van de overeenkomst op 23 februari 2006 zijn voltooid.


Commissie

5.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 96/10


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 3 april 2006

tot vaststelling van bepaalde beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza in Israël en tot intrekking van Beschikking 2006/227/EG

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 1245)

(Voor de EER relevante tekst)

(2006/266/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG (1), en met name op artikel 18, leden 1, 6 en 7,

Gelet op Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (2), en met name op artikel 22, leden 1, 5 en 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Aviaire influenza is een besmettelijke virale ziekte bij pluimvee en andere vogels, die leidt tot sterfte en anomalieën die snel de vorm van een epizoötie kunnen aannemen en daardoor een ernstige bedreiging vormen voor de dier- en de volksgezondheid en voor de rentabiliteit van de pluimveehouderij. Het gevaar bestaat dat de ziekteverwekker via de internationale handel in levend(e) pluimvee en bepaalde andere vogels, alsmede producten daarvan, in de lidstaten wordt binnengebracht.

(2)

Israël heeft de Commissie in kennis gesteld van uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door influenza A-virus subtype H5N1, bij pluimvee.

(3)

Naar aanleiding van die kennisgeving van Israël is Beschikking 2006/227/EG van de Commissie van 17 maart 2006 tot vaststelling van bepaalde tijdelijke beschermende maatregelen in verband met een vermoeden van hoogpathogene aviaire influenza in Israël (3) vastgesteld.

(4)

Gezien de risico's voor de diergezondheid bij insleep van de ziekte in de Gemeenschap moet de invoer van levend(e) pluimvee, loopvogels en gekweekt en vrij vederwild en van broedeieren van deze soorten uit Israël worden opgeschort.

(5)

Aangezien de lidstaten jachttrofeeën en consumptie-eieren uit Israël mogen invoeren, moet ook de invoer van die producten in de Gemeenschap worden opgeschort in verband met het daaraan verbonden risico voor de diergezondheid.

(6)

Bovendien moet de invoer uit Israël in de Gemeenschap van vers vlees van pluimvee, loopvogels en gekweekt en vrij vederwild en van gehakt vlees, separatorvlees, vleesbereidingen en vleesproducten van of met vlees van die soorten, alsmede van bepaalde andere producten van vogels, worden opgeschort.

(7)

De maatregelen moeten op delen van Israël kunnen worden toegepast, al naar de epidemiologische situatie.

(8)

De invoer van bepaalde producten van pluimvee, loopvogels en gekweekt en vrij vederwild dat (die) vóór 15 februari 2006 is (zijn) geslacht of gejaagd, moet toegestaan blijven gezien de incubatietijd van de ziekte.

(9)

Beschikking 2005/432/EG van de Commissie van 3 juni 2005 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften en het model van de certificaten voor uit derde landen ingevoerde vleesproducten voor menselijke consumptie en tot intrekking van de Beschikkingen 97/41/EG, 97/221/EG en 97/222/EG (4) bevat de lijst van derde landen waaruit de lidstaten de invoer van bepaalde vleesproducten toestaan en legt vast welke behandelingen voor het inactiveren van de verschillende ziekteverwekkers doeltreffend geacht worden. Om de overdracht van ziekten via deze producten te voorkomen is een adequate behandeling nodig, die verschilt naar gelang van de gezondheidsstatus van het land van oorsprong en de diersoort waarvan het product is verkregen. Daarom moet de invoer van vleesproducten van pluimvee, loopvogels en gekweekt en vrij vederwild van oorsprong uit Israël die een hittebehandeling hebben ondergaan bij een temperatuur van ten minste 70 °C in het gehele product, toegestaan blijven.

(10)

De voorwaarden voor de invoer van veren zijn vastgesteld bij Beschikking 2006/7/EG van de Commissie van 9 januari 2006 tot vaststelling van bepaalde beschermende maatregelen betreffende de invoer van veren uit bepaalde derde landen (5). Een specifiek verbod op de invoer van onbewerkte veren uit Israël is dus niet nodig.

(11)

Voor de duidelijkheid van de communautaire wetgeving moet Beschikking 2006/227/EG worden ingetrokken en door deze beschikking worden vervangen.

(12)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De lidstaten schorten de invoer op van:

a)

levend(e) pluimvee, loopvogels en gekweekt en vrij vederwild, en van broedeieren van die soorten, afkomstig uit de delen van Israël die in deel A van de bijlage zijn aangegeven;

b)

de volgende producten, afkomstig uit de delen van Israël die in deel B van de bijlage zijn aangegeven:

i)

vers vlees van pluimvee, loopvogels en gekweekt en vrij vederwild;

ii)

gehakt vlees, separatorvlees, vleesbereidingen, en vleesproducten van of met vlees als bedoeld onder i);

iii)

rauw voeder voor gezelschapsdieren en niet-verwerkte voedermiddelen met delen van pluimvee, loopvogels en gekweekt en vrij vederwild;

iv)

consumptie-eieren van pluimvee, loopvogels en gekweekt en vrij vederwild, en ongepasteuriseerde eiproducten van die eieren;

v)

niet-behandelde jachttrofeeën van vogels;

vi)

niet-verwerkte vogelmest en producten uit vogelmest.

Artikel 2

1.   In afwijking van artikel 1, onder b), staan de lidstaten de invoer toe van de onder b), punten i), ii) en iii), van dat artikel bedoelde producten die zijn verkregen van vóór 15 februari 2006 geslachte of gejaagde dieren.

2.   In de veterinaire certificaten/handelsdocumenten die de zendingen van de in artikel 1, onder b), punten i), ii) en iii), bedoelde producten vergezellen, wordt naar gelang van het product de volgende vermelding opgenomen:

„Vers vlees/gehakt vlees/separatorvlees van pluimvee/loopvogels/gekweekt of vrij vederwild (*1) of vleesbereidingen/vleesproducten van of met vlees van pluimvee, loopvogels of gekweekt of vrij vederwild (*1) of rauw voeder voor gezelschapsdieren en niet-verwerkte voedermiddelen met delen van pluimvee, loopvogels of gekweekt vrij vederwild (*1), verkregen van vóór 15 februari 2006 geslachte of gejaagde dieren overeenkomstig artikel 2, lid 1, van Beschikking 2006/266/EG van de Commissie.

(*1)  Doorhalen wat niet van toepassing is.”."

(*1)  Doorhalen wat niet van toepassing is.”."

(*1)  Doorhalen wat niet van toepassing is.”."

3.   In afwijking van artikel 1, onder b), punt ii), staan de lidstaten de invoer toe van vleesproducten van of met vlees van pluimvee, loopvogels of gekweekt of vrij vederwild, als het vlees van deze soorten ten minste een van de specifieke behandelingen heeft ondergaan als bedoeld in deel 4, onder B, C of D, van bijlage II bij Beschikking 2005/432/EG.

4.   De overeenkomstig lid 3 toegepaste specifieke behandeling wordt gecertificeerd door de volgende vermelding:

a)

bij punt 9.1, kolom B, van de diergezondheidsverklaring op het veterinair certificaat volgens het model in bijlage III bij Beschikking 2005/432/EG:

„Overeenkomstig Beschikking 2006/266/EG van de Commissie behandelde vleesproducten”;

b)

bij punt 8.2 van het veterinair certificaat volgens het model in bijlage IV bij Beschikking 2005/432/EG:

„Overeenkomstig Beschikking 2006/266/EG van de Commissie behandelde vleesproducten”.

Artikel 3

De lidstaten nemen onmiddellijk de nodige maatregelen om aan deze beschikking te voldoen en zij maken die maatregelen bekend. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 4

Beschikking 2006/227/EG wordt ingetrokken.

Artikel 5

Deze beschikking is van toepassing tot en met 31 juli 2006.

Artikel 6

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 3 april 2006.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 268 van 24.9.1991, blz. 56. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

(2)   PB L 24 van 31.1.1998, blz. 9. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1; gerectificeerd in PB L 191 van 28.5.2004, blz. 1).

(3)   PB L 81 van 18.3.2006, blz. 43.

(4)   PB L 151 van 14.6.2005, blz. 3.

(5)   PB L 5 van 10.1.2006, blz. 17. Beschikking gewijzigd bij Beschikking 2006/183/EG (PB L 65 van 7.3.2006, blz. 49).


BIJLAGE

In artikel 1, onder a) en b), bedoelde delen van Israël:

DEEL A

ISO-landcode

Naam van het land

Deel van Israël

IL

Israël

Het hele Israëlische grondgebied


DEEL B

ISO-landcode

Naam van het land

Deel van Israël

IL

Israël

Het hele Israëlische grondgebied


Besluiten aangenomen krachtens titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie

5.4.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 96/14


BESLUIT BiH/8/2006 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ

van 15 maart 2006

tot wijziging van Besluit BiH/1/2004 inzake de aanvaarding van bijdragen van derde staten aan de militaire operatie van de Europese Unie in Bosnië en Herzegovina en Besluit BiH/3/2004 tot instelling van het Comité van contribuanten aan de militaire operatie van de Europese Unie in Bosnië en Herzegovina

(2006/267/GBVB)

HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 25, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Politiek en Veiligheidscomité heeft Besluit BiH/1/2004 (1) op 21 september 2004 en Besluit BiH/3/2004 (2) op 29 september 2004 aangenomen.

(2)

Naar aanleiding van de aanbeveling van de operationele commandant van de EU inzake de bijdrage van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) heeft het EUMC besloten het Politiek en Veiligheidscomité aan te bevelen de bijdrage van de FYROM te aanvaarden.

(3)

Overeenkomstig artikel 6 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, neemt Denemarken niet deel aan de uitwerking en de uitvoering van besluiten en acties van de Europese Unie die gevolgen hebben op defensiegebied. Denemarken neemt derhalve niet deel aan de financiering van de operatie.

(4)

De Europese Raad heeft in zijn bijeenkomst van 12 en 13 december 2002 in Kopenhagen een verklaring aangenomen waarin staat dat de Berlijn Plus-regeling en de uitvoering daarvan slechts van toepassing zullen zijn op de lidstaten van de EU die ook ofwel NAVO-leden zijn ofwel partijen bij het partnerschap voor de vrede, en die derhalve bilaterale veiligheidsovereenkomsten met de NAVO hebben gesloten,

BESLUIT:

Artikel 1

De bijlage bij Besluit BiH/1/2004 wordt vervangen door:

„BIJLAGE

LIJST VAN DERDE STATEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 1

Albanië

Argentinië

Bulgarije

Canada

Chili

Marokko

Nieuw-Zeeland

Noorwegen

Roemenië

Turkije

voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM)

Zwitserland”.

Artikel 2

De bijlage bij Besluit BiH/3/2004 wordt vervangen door:

„BIJLAGE

LIJST VAN DERDE STATEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, LID 1

Albanië

Argentinië

Bulgarije

Canada

Chili

Marokko

Nieuw-Zeeland

Noorwegen

Roemenië

Turkije

voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM)

Zwitserland”.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

Gedaan te Brussel, 15 maart 2006.

Voor het Politiek en Veiligheidscomité

De voorzitter

F. J. KUGLITSCH


(1)   PB L 324 van 27.10.2004, blz. 20. Besluit gewijzigd bij Besluit BiH/5/2004 (PB L 357 van 2.12.2004, blz. 39).

(2)   PB L 325 van 28.10.2004, blz. 64. Besluit gewijzigd bij Besluit BiH/5/2004.