|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
48e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing |
Bladzijde |
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
|
|
|
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing |
|
|
|
|
Commissie |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
Beschikking van de Commissie van 30 november 2005 tot goedkeuring van programma’s voor de uitroeiing en bewaking van dierziekten en van bepaalde TSE’s en ter preventie van zoönoses die de lidstaten voor het jaar 2006 hebben ingediend (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4621) ( 1 ) |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
|
|
|
Besluiten aangenomen krachtens titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie |
|
|
|
* |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
|
||
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 2001/2005 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 2005
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 december 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 december 2005.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 8 december 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
052 |
58,7 |
|
204 |
47,4 |
|
|
212 |
90,9 |
|
|
999 |
65,7 |
|
|
0707 00 05 |
052 |
114,6 |
|
204 |
44,7 |
|
|
220 |
147,3 |
|
|
999 |
102,2 |
|
|
0709 90 70 |
052 |
136,3 |
|
204 |
102,4 |
|
|
999 |
119,4 |
|
|
0805 10 20 |
052 |
72,7 |
|
204 |
65,0 |
|
|
382 |
31,4 |
|
|
388 |
22,0 |
|
|
508 |
13,2 |
|
|
524 |
38,5 |
|
|
999 |
40,5 |
|
|
0805 20 10 |
052 |
73,9 |
|
204 |
69,7 |
|
|
999 |
71,8 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
052 |
71,2 |
|
400 |
81,1 |
|
|
624 |
100,9 |
|
|
999 |
84,4 |
|
|
0805 50 10 |
052 |
55,8 |
|
999 |
55,8 |
|
|
0808 10 80 |
400 |
105,2 |
|
404 |
96,0 |
|
|
720 |
81,7 |
|
|
999 |
94,3 |
|
|
0808 20 50 |
052 |
104,1 |
|
400 |
86,0 |
|
|
404 |
53,2 |
|
|
720 |
63,1 |
|
|
999 |
76,6 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 2002/2005 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 2005
houdende rectificatie van de Verordeningen (EG) nr. 1735/2005, (EG) nr. 1740/2005 en (EG) nr. 1750/2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij de Verordeningen (EG) nr. 1735/2005 (2), (EG) nr. 1740/2005 (3) en (EG) nr. 1750/2005 (4) van de Commissie zijn forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit vastgesteld. |
|
(2) |
Bij controle is gebleken dat in de bijlage bij deze verordening een vergissing is geslopen. De betrokken verordeningen dienen derhalve te worden gerectificeerd. |
|
(3) |
In artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 3223/94 is bepaald dat, indien voor een bepaalde oorsprong van een product geen forfaitaire invoerwaarde van kracht is, het gemiddelde van de geldende forfaitaire invoerwaarden wordt toegepast. Bijgevolg moet dit gemiddelde opnieuw worden berekend als een van de forfaitaire invoerwaarden op basis waarvan het is berekend, wordt gerectificeerd. |
|
(4) |
Belanghebbenden moeten om toepassing van de gerectificeerde forfaitaire invoerwaarde verzoeken, om te voorkomen dat zij achteraf nadeel ondervinden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in de bijlage bij de Verordeningen (EG) nr. 1735/2005, (EG) nr. 1740/2005 en (EG) nr. 1750/2005 opgenomen forfaitaire invoerwaarden voor bepaalde producten worden vervangen door de forfaitaire invoerwaarden die worden vermeld in de als bijlage bij de onderhavige verordening gevoegde tabel.
Artikel 2
Op verzoek van de belanghebbende betaalt het douanekantoor waar de boeking heeft plaatsgevonden de douanerechten gedeeltelijk terug voor producten van oorsprong uit de betrokken derde landen, die in het vrije verkeer zijn gebracht in de periode waarin de nu gerectificeerde verordeningen van toepassing waren. De verzoeken om terugbetaling moeten, vergezeld van de aangifte waarmee de betrokken ingevoerde producten in het vrije verkeer zijn gebracht, uiterlijk op de laatste dag van de derde maand na de inwerkingtreding van deze verordening worden ingediend.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op 9 december 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 december 2005.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).
(2) PB L 279 van 22.10.2005, blz. 3.
BIJLAGE
|
(EUR/100 kg) |
|||
|
Verordening |
GN-code |
Code derde landen |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
(EG) nr. 1735/2005 |
0702 00 00 |
052 |
49,2 |
|
096 |
30,0 |
||
|
204 |
43,1 |
||
|
999 |
40,8 |
||
|
(EG) nr. 1740/2005 |
0702 00 00 |
052 |
48,8 |
|
096 |
21,8 |
||
|
204 |
41,0 |
||
|
999 |
37,2 |
||
|
(EG) nr. 1750/2005 |
0702 00 00 |
052 |
46,7 |
|
096 |
24,7 |
||
|
204 |
39,7 |
||
|
999 |
37,0 |
||
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/5 |
VERORDENING (EG) Nr. 2003/2005 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 2005
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 447/2004 ten aanzien van de evaluatie achteraf van het Sapard-programma
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije,
Gelet op de Akte van toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, en met name op artikel 32, lid 5, en artikel 33, lid 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Uit het bepaalde in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2759/1999 van de Commissie van 22 december 1999 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode (1) vloeit voort dat de evaluatie achteraf van het Sapard-programma uiterlijk drie jaar na het einde van de programmeringsperiode moet zijn afgerond. |
|
(2) |
Er moet voor worden gezorgd dat die evaluaties ook nog kunnen worden uitgevoerd en gefinancierd na 2006, na de periode waarin op grond van Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad (2) uitgaven in het kader van Sapard subsidiabel kunnen zijn. |
|
(3) |
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 447/2004 van de Commissie van 10 maart 2004 tot vaststelling van voorschriften om voor Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Slovenië en Slowakije de overgang te vergemakkelijken van de steun op grond van Verordening (EG) nr. 1268/1999 naar de steun op grond van de Verordeningen (EG) nr. 1257/1999 en (EG) nr. 1260/1999 (3) moet daarom zo worden gewijzigd dat het ook betrekking heeft op de evaluatie achteraf van het Sapard-programma. |
|
(4) |
Verordening (EG) nr. 447/2004 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de landbouwstructuur en de plattelandsontwikkeling, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 3 van Verordening (EG) nr. 447/2004 wordt lid 2 vervangen door:
„2. De evaluaties achteraf van de betrokken Sapard-programma’s zoals bedoeld in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2759/1999 van de Commissie (*1) en de betalingen voor projecten waarvoor de in het kader van Verordening (EG) nr. 1268/1999 beschikbare kredieten zijn uitgeput of ontoereikend zijn, kunnen worden geïntegreerd in de programmering van de plattelandsontwikkeling voor de periode 2004-2006 op grond van Verordening (EG) nr. 1257/1999 en worden gefinancierd door het EOGFL, afdeling Garantie.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 december 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 331 van 23.12.1999, blz. 51. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2278/2004 (PB L 396 van 31.12.2004, blz. 36).
(2) PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2257/2004 (PB L 389 van 30.12.2004, blz. 1).
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/7 |
VERORDENING (EG) Nr. 2004/2005 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 2005
tot vaststelling, voor de sector suiker, vanaf 9 december 2005 geldende representatieve prijzen en de bedragen van de aanvullende invoerrechten voor melasse
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 24, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 1422/95 van de Commissie van 23 juni 1995 tot vaststelling, voor de sector suiker, van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer van melasse en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 785/68 (2) is bepaald dat de cif-invoerprijs voor melasse, vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 785/68 van de Commissie (3), als „representatieve prijs” wordt aangemerkt. Deze prijs geldt voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 785/68. |
|
(2) |
Voor de vaststelling van de representatieve prijs moet rekening worden gehouden met alle in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 785/68 genoemde inlichtingen, behalve in de in artikel 4 van die verordening genoemde gevallen. In voorkomend geval, mag deze vaststelling plaatsvinden overeenkomstig de in artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 785/68 aangegeven werkwijze. |
|
(3) |
Voor andere kwaliteiten dan de standaardkwaliteit moeten de prijzen naar gelang van de kwaliteit van de aangeboden melasse overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 785/68 worden verhoogd of verlaagd. |
|
(4) |
Indien er een verschil is tussen de reactieprijs voor het betrokken product en de representatieve prijs, moeten aanvullende invoerrechten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1422/95. Als de invoerrechten worden geschorst overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1422/95, moeten specifieke bedragen ter vervanging van die rechten worden vastgesteld. |
|
(5) |
De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor de betrokken producten moeten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 1, lid 2, en artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1422/95. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1422/95 bedoelde producten worden vastgesteld in de bijlage.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 december 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 december 2005.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).
(2) PB L 141 van 24.6.1995, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 79/2003 (PB L 13 van 18.1.2003, blz. 4).
(3) PB 145 van 27.6.1968, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1422/95.
BIJLAGE
Vaststelling, voor de sector suiker, van de representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor melasse van toepassing vanaf 9 december 2005
|
(EUR) |
|||
|
GN-code |
Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product |
Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product |
Toe te passen recht bij invoer als gevolg van schorsing van de invoerrechten, als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1422/95, per 100 kg netto van het betrokken product (1) |
|
1703 10 00 (2) |
11,30 |
— |
0 |
|
1703 90 00 (2) |
11,90 |
— |
0 |
(1) Dit bedrag vervangt, overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1422/95, het voor deze producten vastgestelde bedrag van het recht van het gemeenschappelijk douanetarief.
(2) Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in artikel 1 van de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 785/68.
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/9 |
VERORDENING (EG) Nr. 2005/2005 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 2005
tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van witte en ruwe suiker in onveranderde vorm
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), inzonderheid op artikel 27, lid 5, tweede alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1260/2001 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1, lid 1, onder a), van die verordening genoemde producten en de prijzen voor deze producten in de Gemeenschap overbrugd worden door een restitutie bij de uitvoer. |
|
(2) |
Krachtens Verordening (EG) nr. 1260/2001 moeten de restituties voor witte suiker en ruwe suiker, welke niet gedenatureerd en in onveranderde vorm uitgevoerd zijn, vastgesteld worden rekening houdend met de toestand op de markt van de Gemeenschap en op de wereldmarkt voor suiker, en vooral met de in artikel 28 van genoemde verordening bedoelde prijs- en kostenelementen. Volgens dit artikel moet eveneens met het economische aspect van de voorgenomen uitvoertransactie rekening worden gehouden. |
|
(3) |
Voor ruwe suiker moet de restitutie vastgesteld worden voor de standaardkwaliteit die bepaald is in bijlage I, punt II, van Verordening (EG) nr. 1260/2001. Deze restitutie werd bovendien vastgesteld overeenkomstig artikel 28, lid 4, van deze verordening. Kandijsuiker werd omschreven in Verordening (EG) nr. 2135/95 van de Commissie van 7 september 1995 inzake uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van uitvoerrestituties in de sector suiker (2). Het aldus berekende restitutiebedrag voor gearomatiseerde suiker en suiker waaraan kleurstoffen zijn toegevoegd, moet gelden voor de hoeveelheid sacharose in de betreffende suiker en bijgevolg worden vastgesteld per percent sacharosegehalte. |
|
(4) |
In bijzondere gevallen kan het bedrag van de restitutie worden vastgesteld bij besluiten van verschillende aard. |
|
(5) |
De restitutie moet elke twee weken worden vastgesteld. De restitutie kan tussentijds gewijzigd worden. |
|
(6) |
Krachtens artikel 27, lid 5, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 kan de restitutie voor de in artikel 1 van deze verordening genoemde producten naar bestemming variëren indien dat vanwege de situatie op de wereldmarkt of de specifieke vereisten van bepaalde markten noodzakelijk is. |
|
(7) |
De aanzienlijke en snelle toename van de preferentiële invoer van suiker uit de westelijke Balkanlanden sedert begin 2001 en de uitvoer van suiker uit de Gemeenschap naar die landen lijken grotendeels kunstmatig te zijn. |
|
(8) |
Ter voorkoming van misbruiken waarbij producten van de suikersector waarvoor een uitvoerrestitutie is toegekend, weer in de Gemeenschap worden ingevoerd, mag voor geen van de westelijke Balkanlanden een restitutie worden vastgesteld voor de in deze verordening bedoelde producten. |
|
(9) |
Op grond van bovenstaande overwegingen en van de huidige situatie van de suikermarkt, en met name van de noteringen of prijzen van suiker in de Gemeenschap en op de wereldmarkt, dienen de restituties op een passend niveau te worden vastgesteld. |
|
(10) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De restituties bij de uitvoer in onveranderde vorm van de in artikel 1, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1260/2001 genoemde producten, welke niet gedenatureerd zijn, worden vastgesteld overeenkomstig de bedragen aangegeven in de bijlage.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 december 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 december 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).
BIJLAGE
RESTITUTIES BIJ UITVOER VAN WITTE SUIKER EN RUWE SUIKER IN ONVERANDERDE VORM VAN TOEPASSING VANAF 9 DECEMBER 2005 (1)
|
Productcode |
Bestemming |
Meeteenheid |
Restitutiebedrag |
|||
|
1701 11 90 9100 |
S00 |
EUR/100 kg |
31,39 (1) |
|||
|
1701 11 90 9910 |
S00 |
EUR/100 kg |
30,99 (1) |
|||
|
1701 12 90 9100 |
S00 |
EUR/100 kg |
31,39 (1) |
|||
|
1701 12 90 9910 |
S00 |
EUR/100 kg |
30,99 (1) |
|||
|
1701 91 00 9000 |
S00 |
EUR/1 % saccharose × 100 kg nettogewicht product |
0,3412 |
|||
|
1701 99 10 9100 |
S00 |
EUR/100 kg |
34,12 |
|||
|
1701 99 10 9910 |
S00 |
EUR/100 kg |
33,69 |
|||
|
1701 99 10 9950 |
S00 |
EUR/100 kg |
33,69 |
|||
|
1701 99 90 9100 |
S00 |
EUR/1 % saccharose × 100 kg nettogewicht product |
0,3412 |
|||
|
NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1). De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:
|
||||||
(1) De in deze bijlage vastgestelde restituties zijn niet van toepassing met ingang van 1 februari 2005 overeenkomstig Besluit 2005/45/EG van de Raad van 22 december 2004 betreffende het sluiten en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972, wat de bepalingen betreffende verwerkte landbouwproducten betreft (PB L 23 van 26.1.2005, blz. 17).
(1) Dit bedrag geldt voor ruwe suiker met een rendement van 92 %. Indien het rendement van de geëxporteerde ruwe suiker afwijkt van 92 %, wordt het bedrag van de toe te passen restitutie berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 28, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1260/2001.
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/11 |
VERORDENING (EG) Nr. 2006/2005 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 2005
tot vaststelling van het maximumbedrag van de restitutie bij uitvoer naar bepaalde derde landen van witte suiker voor de 14e deelinschrijving in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1138/2005
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 27, lid 5, tweede alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens Verordening (EG) nr. 1138/2005 van de Commissie van 15 juli 2005 inzake een permanente inschrijving voor het verkoopseizoen 2005/2006 voor de vaststelling van heffingen en/of restituties bij uitvoer van witte suiker (2) worden deelinschrijvingen gehouden voor de uitvoer naar bepaalde derde landen van deze suiker. |
|
(2) |
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1138/2005, naar gelang van het geval, wordt een maximumbedrag van de restitutie bij uitvoer vastgesteld voor de betrokken deelinschrijving, waarbij met name rekening wordt gehouden met de situatie en de te verwachten ontwikkeling van de suikermarkt in de Gemeenschap en daarbuiten. |
|
(3) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de 14e deelinschrijving voor witte suiker, gehouden krachtens Verordening (EG) nr. 1138/2005, wordt het maximumbedrag van de restitutie bij uitvoer vastgesteld op 37,360 EUR/100 kg.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 december 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 december 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/12 |
VERORDENING (EG) Nr. 2007/2005 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 2005
betreffende de afgifte van invoercertificaten voor vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 936/97 van de Commissie van 27 mei 1997 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten voor vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit en voor bevroren buffelvlees (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 936/97 voorziet in de artikelen 4 en 5 de bepalingen voor het indienen en voor het afgeven van de invoercertificaten voor vlees zoals bedoeld in artikel 2, onder f). |
|
(2) |
In artikel 2, onder f), van Verordening (EG) nr. 936/97 is de hoeveelheid met de omschrijving in die bepaling overeenstemmend vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit, die in het tijdvak van 1 juli 2005 tot en met 30 juni 2006 onder bijzondere voorwaarden mag worden ingevoerd, vastgesteld op 11 500 t. |
|
(3) |
Er moet aan herinnerd worden dat de in deze verordening bedoelde certificaten slechts tijdens de gehele geldigheidsduur ervan gebruikt kunnen worden voorzover de veterinairrechtelijke voorschriften in acht worden genomen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Elke aanvraag om een invoercertificaat, die van 1 tot en met 5 december 2005 is ingediend voor vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit, zoals bedoeld in artikel 2, onder f), van Verordening (EG) nr. 936/97, wordt in haar geheel ingewilligd.
2. Aanvragen om certificaten kunnen overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 936/97 gedurende de eerste vijf dagen van de maand januari 2006 voor 5 902,013 t worden ingediend.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 11 december 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 december 2005.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).
(2) PB L 137 van 28.5.1997, blz. 10. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1118/2004 (PB L 217 van 17.6.2004, blz. 10).
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/13 |
VERORDENING (EG) Nr. 2008/2005 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 2005
tot vaststelling van de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1809/2005
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 12, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Een inschrijving voor de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs, van herkomst uit derde landen, in Portugal is opengesteld bij Verordening (EG) nr. 1809/2005 van de Commissie (2). |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1839/95 van de Commissie (3) kan de Commissie volgens de procedure van artikel 25 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 besluiten een maximumverlaging van het recht bij invoer vast te stellen. Bij deze vaststelling moet met name rekening worden gehouden met de in de artikelen 6 en 7 van Verordening (EG) nr. 1839/95 genoemde criteria. Er wordt gegund aan elke inschrijver wiens offerte ten hoogste gelijk is aan de maximumverlaging van het recht bij invoer. |
|
(3) |
De toepassing van de bovenbedoelde criteria op de huidige marktsituatie leidt voor de betrokken graansoort tot de vaststelling van de maximumverlaging van het recht bij invoer op het in artikel 1 vermelde bedrag. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de offertes die van 2 tot en met 8 december 2005, in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1809/2005 worden meegedeeld, wordt de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs vastgesteld op 21,56 EUR/t voor een globale maximumhoeveelheid van 1 000 t.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 december 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 december 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11)
(2) PB L 291 van 5.11.2005, blz. 4.
(3) PB L 177 van 28.7.1995, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2235/2005 (PB L 256 van 10.10.2005, blz. 13).
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/14 |
VERORDENING (EG) Nr. 2009/2005 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 2005
tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor granen en meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Volgens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt van de in artikel 1 van die verordening bedoelde producten en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer. |
|
(2) |
De restituties moeten worden vastgesteld met inachtneming van de elementen als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2). |
|
(3) |
Voor meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge moet de restitutie worden berekend met inachtneming van de hoeveelheid granen benodigd voor de vervaardiging van de betreffende producten. Deze hoeveelheden zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1501/95. |
|
(4) |
De situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten voor sommige producten kunnen een differentiatie van de restitutie naar bestemming nodig maken. |
|
(5) |
De restitutie moet eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan tussentijds worden gewijzigd. |
|
(6) |
De toepassing van deze regelen op de huidige situatie in de sector granen en met name op de noteringen of prijzen van deze producten in de Gemeenschap en op de wereldmarkt voert tot het vaststellen van de bedragen van de restitutie zoals vermeld in de bijlage. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De restituties bij uitvoer in ongewijzigde staat van de in artikel 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten, met uitzondering van mout, worden op de in de bijlage aangegeven bedragen vastgesteld.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 december 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 december 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 8 december 2005 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor granen en meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge
|
Productcode |
Bestemming |
Meeteenheid |
Bedrag van de restitutie |
|||
|
1001 10 00 9200 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1001 10 00 9400 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1001 90 91 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1001 90 99 9000 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1002 00 00 9000 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1003 00 10 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1003 00 90 9000 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1004 00 00 9200 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1004 00 00 9400 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1005 10 90 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1005 90 00 9000 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1007 00 90 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1008 20 00 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1101 00 11 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1101 00 15 9100 |
C01 |
EUR/t |
9,59 |
|||
|
1101 00 15 9130 |
C01 |
EUR/t |
8,96 |
|||
|
1101 00 15 9150 |
C01 |
EUR/t |
8,26 |
|||
|
1101 00 15 9170 |
C01 |
EUR/t |
7,63 |
|||
|
1101 00 15 9180 |
C01 |
EUR/t |
7,14 |
|||
|
1101 00 15 9190 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1101 00 90 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1102 10 00 9500 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1102 10 00 9700 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1102 10 00 9900 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1103 11 10 9200 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1103 11 10 9400 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1103 11 10 9900 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1103 11 90 9200 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1103 11 90 9800 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.
|
||||||
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/16 |
VERORDENING (EG) Nr. 2010/2005 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 2005
tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van gerst in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1058/2005
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1058/2005 van de Commissie (2) is een openbare inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van gerst naar bepaalde derde landen opengesteld. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (3) kan de Commissie, op grond van de meegedeelde offertes, besluiten een maximumrestitutie bij uitvoer vast te stellen, daarbij rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 bedoelde criteria. In dat geval wordt gegund aan de inschrijver(s) wiens (wier) offerte niet hoger is dan de vastgestelde maximumrestitutie. |
|
(3) |
De toepassing van de bovenbedoelde criteria op de huidige marktsituatie leidt voor de betrokken graansoort tot de vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de offertes die op 2 tot en met 8 december 2005 in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1058/2005 werden meegedeeld, wordt de maximumrestitutie bij uitvoer van gerst vastgesteld op 2,97 EUR/t.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 december 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 december 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 174 van 7.7.2005, blz. 12.
(3) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/17 |
VERORDENING (EG) Nr. 2011/2005 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 2005
betreffende de offertes voor de uitvoer van haver, die zijn meegedeeld in het kader van de openbare inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1438/2005
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 7,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2), en met name op artikel 7,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1438/2005 van de Commissie van 2 september 2005 betreffende een bijzondere interventiemaatregel voor haver in Finland en Zweden voor het verkoopseizoen 2005/2006 (3),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Een openbare inschrijving voor de vaststelling van de restitutie bij uitvoer uit Finland en Zweden van in die landen geproduceerde haver naar alle derde landen met uitzondering van Bulgarije, Noorwegen, Roemenië en Zwitserland is opengesteld bij Verordening (EG) nr. 1438/2005. |
|
(2) |
Het is, met name rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 genoemde criteria, niet wenselijk een maximumrestitutie vast te stellen. |
|
(3) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Er wordt geen gevolg gegeven aan de offertes die in de periode van 2 tot en met 8 december 2005 zijn meegedeeld in het kader van de in Verordening (EG) nr. 1438/2005 bedoelde inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van haver.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 december 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 december 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1431/2003 (PB L 203 van 12.8.2003, blz. 16).
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/18 |
VERORDENING (EG) Nr. 2012/2005 VAN DE COMMISSIE
van 8 december 2005
tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2005
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1059/2005 van de Commissie (2) is een openbare inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van zachte tarwe naar bepaalde derde landen opengesteld. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (3) kan de Commissie, op grond van de meegedeelde offertes, besluiten een maximumrestitutie bij uitvoer vast te stellen, daarbij rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 bedoelde criteria. In dat geval wordt gegund aan de inschrijver(s) wiens (wier) offerte niet hoger is dan de vastgestelde maximumrestitutie. |
|
(3) |
De toepassing van de bovenbedoelde criteria op de huidige marktsituatie leidt voor de betrokken graansoort tot de vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de offertes die van 2 tot 8 december 2005 in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2005 werden meegedeeld, wordt de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe vastgesteld op 7,00 EUR/t.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 9 december 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 december 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 174 van 7.7.2005, blz. 15.
(3) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing
Commissie
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/19 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 21 november 2005
waarbij aan de Tsjechische Republiek toestemming wordt gegeven om voor de berekening van de btw-grondslag van de eigen middelen ramingen te gebruiken
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4421)
(Slechts de tekst in de Tsjechische taal is authentiek)
(2005/872/EG, Euratom)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
Gelet op Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad van 29 mei 1989 betreffende de definitieve uniforme regeling voor de inning van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name op artikel 13,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 28, lid 3, van Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (2), hierna „de Zesde Richtlijn” genoemd, mogen de lidstaten sommige handelingen blijven vrijstellen of belasten; die handelingen worden in aanmerking genomen voor de bepaling van de btw-middelengrondslag. |
|
(2) |
Met het oog op de toepassing van artikel 28, lid 3, van de Zesde Richtlijn mag Tsjechië op grond van bijlage V, afdeling 5 (Belastingen), punt 1, bij de Akte waarbij de Tsjechische Republiek toetreedt tot de Europese Gemeenschappen (3), een btw-vrijstelling handhaven voor sommige handelingen zoals omschreven in bijlage F bij de Zesde Richtlijn. |
|
(3) |
Tsjechië is niet in staat om de btw-middelengrondslag voor sommige categorieën handelingen zoals omschreven in punt 17 van bijlage F bij de Zesde Richtlijn precies te berekenen. Dat zou een inspanning van de administratie vergen die buiten verhouding staat tot de impact van de betrokken handelingen op de totale btw-middelengrondslag van Tsjechië. Tsjechië kan de in bijlage F bij de Zesde Richtlijn omschreven handelingen becijferen aan de hand van ramingen. Het is bijgevolg dienstig Tsjechië toelating te geven om de btw-grondslag te berekenen aan de hand van ramingen, overeenkomstig artikel 6, lid 3, tweede streepje, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89. |
|
(4) |
Het Raadgevend Comité voor de eigen middelen heeft het verslag goedgekeurd waarin de standpunten van zijn leden omtrent deze beschikking zijn vervat, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Tsjechië mag de grondslag van de btw-middelen vanaf 1 mei 2004 berekenen aan de hand van ramingen voor de volgende categorie handelingen van bijlage F bij de Zesde Richtlijn:
|
1) |
Personenvervoer (bijlage F, punt 17). |
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de Tsjechische Republiek.
Gedaan te Brussel, 21 november 2005.
Voor de Commissie
Dalia GRYBAUSKAITĖ
Lid van de Commissie
(1) PB L 155 van 7.6.1989, blz. 9. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36).
(2) PB L 145 van 13.6.1977, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/66/EG (PB L 168 van 1.5.2004, blz. 35).
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/21 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 30 november 2005
tot goedkeuring van programma’s voor de uitroeiing en bewaking van dierziekten en van bepaalde TSE’s en ter preventie van zoönoses die de lidstaten voor het jaar 2006 hebben ingediend
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4621)
(Voor de EER relevante tekst)
(2005/873/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1), en met name op artikel 24, lid 6, en de artikelen 29 en 32,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Gemeenschap kan op grond van Beschikking 90/424/EEG een financiële bijdrage verlenen voor de uitroeiing en bewaking van dierziekten en voor controles ter preventie van zoönoses. |
|
(2) |
Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (2) voorziet in jaarlijkse programma’s voor de uitroeiing en de bewaking van overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE’s) bij runderen, schapen en geiten. |
|
(3) |
De lidstaten hebben programma’s ingediend voor de uitroeiing en bewaking van bepaalde dierziekten, voor de preventie van zoönoses en voor de uitroeiing en bewaking van TSE’s op hun grondgebied. |
|
(4) |
Uit een onderzoek van deze programma’s is gebleken dat zij voldoen aan de desbetreffende communautaire veterinaire wetgeving, en met name aan de communautaire criteria voor de uitroeiing van die ziekten, zoals vastgesteld bij Beschikking 90/638/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van communautaire criteria voor de maatregelen inzake de uitroeiing van en de controle op bepaalde dierziekten (3). |
|
(5) |
Deze programma’s zijn opgenomen in de lijst van programma’s die is vastgesteld bij Beschikking 2005/723/EG van de Commissie van 14 oktober 2005 betreffende programma’s voor de uitroeiing en bewaking van dierziekten en van bepaalde TSE’s en ter voorkoming van zoönoses die in 2006 in aanmerking komen voor een financiële bijdrage van de Gemeenschap (4). |
|
(6) |
Gezien het belang van deze programma’s voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Gemeenschap inzake dier- en volksgezondheid en de verplichte toepassing van de TSE-programma’s in alle lidstaten moet een passende financiële bijdrage van de Gemeenschap worden vastgesteld ter vergoeding van de uitgaven die de betrokken lidstaten voor de in deze beschikking vermelde maatregelen doen, tot een bepaald maximumbedrag per programma. Voor een beter beheer, een efficiënter gebruik van de communautaire middelen en meer transparantie moet zo nodig ook voor elk programma worden vastgesteld tot welk maximumbedrag de lidstaten worden vergoed voor de verschillende tests, de vaccins en de schadeloosstelling van eigenaars van geslachte of geruimde dieren. |
|
(7) |
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (5) worden programma’s voor de uitroeiing en bewaking van dierziekten gefinancierd uit de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw; met het oog op de financiële controle zijn de artikelen 8 en 9 van Verordening (EG) nr. 1258/1999 van toepassing. |
|
(8) |
De financiële bijdrage van de Gemeenschap wordt verleend mits de voorgenomen maatregelen efficiënt worden uitgevoerd en mits de bevoegde autoriteiten alle nodige inlichtingen binnen de bij deze beschikking vastgestelde termijnen verstrekken. |
|
(9) |
De koers voor de omrekening van de betalingsaanvragen in nationale valuta als omschreven in artikel 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 2799/98 van de Raad van 15 december 1998 tot vaststelling van het agromonetaire stelsel voor de euro (6) moet worden verduidelijkt. |
|
(10) |
De goedkeuring van sommige van deze programma’s mag niet vooruitlopen op een besluit van de Commissie waarin op basis van wetenschappelijk advies voorschriften voor de uitroeiing van deze ziekten worden vastgesteld. |
|
(11) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
HOOFDSTUK I
RABIËS
Artikel 1
1. De door Tsjechië, Duitsland, Estland, Frankrijk, Letland, Litouwen, Oostenrijk, Polen, Slovenië, Slowakije en Finland ingediende programma’s voor de uitroeiing van rabiës worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006.
2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die elke in lid 1 genoemde lidstaat doet voor de aankoop en de distributie van vaccins en aas in het kader van het programma, met een maximum van:
|
a) |
390 000 EUR voor Tsjechië; |
|
b) |
750 000 EUR voor Duitsland; |
|
c) |
990 000 EUR voor Estland; |
|
d) |
105 000 EUR voor Frankrijk; |
|
e) |
650 000 EUR voor Letland; |
|
f) |
600 000 EUR voor Litouwen; |
|
g) |
180 000 EUR voor Oostenrijk; |
|
h) |
3 750 000 EUR voor Polen; |
|
i) |
300 000 EUR voor Slovenië; |
|
j) |
400 000 EUR voor Slowakije; |
|
k) |
100 000 EUR voor Finland. |
3. Voor de in lid 1 genoemde programma’s bedraagt de maximale vergoeding die aan de lidstaten wordt betaald:
|
a) |
0,5 EUR per dosis voor de aankoop van een dosis vaccin in het kader van de in lid 2, onder c) en d), genoemde programma’s; en |
|
b) |
0,3 EUR per dosis voor de aankoop van een dosis vaccin in het kader van de overige in lid 2 genoemde programma’s. |
HOOFDSTUK II
RUNDERBRUCELLOSE
Artikel 2
1. De door Griekenland, Spanje, Ierland, Italië, Cyprus, Polen, Portugal en het Verenigd Koninkrijk ingediende programma’s voor de uitroeiing van runderbrucellose worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006.
2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die elke in lid 1 genoemde lidstaat doet voor laboratoriumtests, de schadeloosstelling van eigenaars van dieren die in het kader van deze programma’s zijn geslacht en de aankoop van vaccindoses, met een maximum van:
|
a) |
300 000 EUR voor Griekenland; |
|
b) |
6 000 000 EUR voor Spanje; |
|
c) |
1 750 000 EUR voor Ierland; |
|
d) |
2 600 000 EUR voor Italië; |
|
e) |
300 000 EUR voor Cyprus; |
|
f) |
260 000 EUR voor Polen; |
|
g) |
1 800 000 EUR voor Portugal; |
|
h) |
1 900 000 EUR voor het Verenigd Koninkrijk. |
3. Voor de in lid 1 genoemde programma’s bedraagt de maximale vergoeding die aan de lidstaten wordt betaald:
|
a) |
voor een bengaals-roodtest |
: |
0,2 EUR per test; |
|
b) |
voor een complementbindingsreactie |
: |
0,4 EUR per test; |
|
c) |
voor een ELISA-test |
: |
1 EUR per test; |
|
d) |
voor de aankoop van een dosis vaccin |
: |
0,5 EUR per dosis. |
HOOFDSTUK III
RUNDERTUBERCULOSE
Artikel 3
1. De door Estland, Spanje, Italië, Polen en Portugal ingediende programma’s voor de uitroeiing van rundertuberculose worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006.
2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die elke in lid 1 genoemde lidstaat doet voor tuberculinatie, laboratoriumtests en de schadeloosstelling van eigenaars van dieren die in het kader van deze programma’s zijn geslacht, met een maximum van:
|
a) |
65 000 EUR voor Estland; |
|
b) |
5 000 000 EUR voor Spanje; |
|
c) |
1 800 000 EUR voor Italië; |
|
d) |
800 000 EUR voor Polen; |
|
e) |
240 000 EUR voor Portugal. |
3. Voor de in lid 1 genoemde programma’s bedraagt de maximale vergoeding die aan de lidstaten wordt betaald:
|
a) |
voor tuberculinatie |
: |
0,8 EUR per test; |
|
b) |
voor een gamma-interferontest |
: |
5 EUR per test. |
HOOFDSTUK IV
ENZOÖTISCHE BOVIENE LEUKOSE
Artikel 4
1. De door Estland, Italië, Letland, Litouwen en Portugal ingediende programma’s voor de uitroeiing van enzoötische boviene leukose worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006.
2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die elke in lid 1 genoemde lidstaat doet voor laboratoriumtests en de schadeloosstelling van eigenaars van dieren die in het kader van deze programma’s zijn geslacht, met een maximum van:
|
a) |
5 000 EUR voor Estland; |
|
b) |
200 000 EUR voor Italië; |
|
c) |
50 000 EUR voor Letland; |
|
d) |
100 000 EUR voor Litouwen; |
|
e) |
100 000 EUR voor Portugal. |
3. Voor de in lid 1 genoemde programma’s bedraagt de maximale vergoeding die aan de lidstaten wordt betaald:
|
a) |
voor een ELISA-test |
: |
0,5 EUR per test; |
|
b) |
voor een agargel-immunodiffusietest |
: |
0,5 EUR per test. |
HOOFDSTUK V
SCHAPEN- EN GEITENBRUCELLOSE
Artikel 5
1. De door Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Cyprus en Portugal ingediende programma’s voor de uitroeiing van schapen- en geitenbrucellose worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006.
2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die elke in lid 1 genoemde lidstaat doet voor de aankoop van vaccins, laboratoriumtests, de schadeloosstelling van eigenaars van dieren die in het kader van deze programma’s zijn geslacht en, wat het door Griekenland ingediende programma betreft, ook voor de salarissen van dierenartsen die speciaal voor dat programma contractueel in dienst zijn genomen, met een maximum van:
|
a) |
600 000 EUR voor Griekenland; |
|
b) |
6 500 000 EUR voor Spanje; |
|
c) |
150 000 EUR voor Frankrijk; |
|
d) |
3 200 000 EUR voor Italië; |
|
e) |
310 000 EUR voor Cyprus; |
|
f) |
1 000 000 EUR voor Portugal. |
3. Voor de in lid 1 genoemde programma’s bedraagt de maximale vergoeding die aan de lidstaten wordt betaald:
|
a) |
voor een bengaals-roodtest |
: |
0,2 EUR per test; |
|
b) |
voor een complementbindingsreactie |
: |
0,4 EUR per test; |
|
c) |
voor de aankoop van een dosis vaccin |
: |
0,1 EUR per dosis. |
HOOFDSTUK VI
BLUETONGUE
Artikel 6
1. De door Spanje, Frankrijk, Italië en Portugal ingediende programma’s voor de uitroeiing en bewaking van bluetongue worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006.
2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die elke in lid 1 genoemde lidstaat doet voor laboratoriumtests voor virologische, serologische en entomologische bewaking en voor de aankoop van vallen en vaccins, met een maximum van:
|
a) |
2 200 000 EUR voor Spanje; |
|
b) |
150 000 EUR voor Frankrijk; |
|
c) |
1 000 000 EUR voor Italië; |
|
d) |
1 250 000 EUR voor Portugal. |
3. Voor de in lid 1 genoemde programma’s bedraagt de maximale vergoeding die aan de lidstaten wordt betaald:
|
a) |
voor een ELISA-test |
: |
2,5 EUR per test; |
|
b) |
voor de aankoop van een dosis vaccin |
: |
0,5 EUR per dosis. |
HOOFDSTUK VII
BEPAALDE SOORTEN ZOÖNOTISCHE SALMONELLA BIJ FOKPLUIMVEE
Artikel 7
1. De door België, Denemarken Duitsland, Frankrijk, Ierland, Italië, Cyprus, Letland, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Slowakije ingediende programma’s voor de bestrijding van salmonella bij fokpluimvee worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die elke in lid 1 genoemde lidstaat doet voor de uitvoering van deze programma’s, met een maximum van:
|
a) |
650 000 EUR voor België; |
|
b) |
155 000 EUR voor Denemarken; |
|
c) |
900 000 EUR voor Duitsland; |
|
d) |
315 000 EUR voor Frankrijk; |
|
e) |
75 000 EUR voor Ierland; |
|
f) |
675 000 EUR voor Italië; |
|
g) |
69 000 EUR voor Cyprus; |
|
h) |
73 000 EUR voor Letland; |
|
i) |
759 000 EUR voor Nederland; |
|
j) |
72 000 EUR voor Oostenrijk; |
|
k) |
488 000 EUR voor Portugal; |
|
l) |
232 000 EUR voor Slowakije. |
2. De financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de in lid 1 genoemde programma’s is bestemd voor:
|
a) |
de vernietiging van het fokpluimvee of de vergoeding van het verschil tussen de geschatte waarde van het fokpluimvee en de opbrengst van de verkoop van het hittebehandelde vlees van dit pluimvee; |
|
b) |
de vernietiging van geïncubeerde broedeieren; |
|
c) |
de vernietiging van niet-geïncubeerde broedeieren of de vergoeding van het verschil tussen de geschatte waarde van de niet-geïncubeerde broedeieren en de opbrengst van de verkoop van de met deze eieren vervaardigde hittebehandelde eiproducten; |
|
d) |
de aankoop van vaccins, voorzover deze de uitvoering van het programma niet belemmeren; |
|
e) |
de kosten van bacteriologische tests in het kader van officiële bemonstering overeenkomstig bijlage III, afdeling I, van Richtlijn 92/117/EEG van de Raad (7), met een maximum van 5 EUR per test. |
HOOFDSTUK VIII
KLASSIEKE VARKENSPEST EN AFRIKAANSE VARKENSPEST
Artikel 8
1. De programma’s voor de bestrijding en monitoring van:
|
a) |
klassieke varkenspest die zijn ingediend door Tsjechië, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Slovenië en Slowakije worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006; |
|
b) |
klassieke varkenspest en Afrikaanse varkenspest die zijn ingediend door Italië (Sardinië) worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006. |
2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die elke in lid 1 genoemde lidstaat doet voor virologische en serologische tests bij varkens (huisdieren) en wilde varkens en, wat de programma’s van Duitsland, Frankrijk en Slowakije betreft, ook voor de aankoop en de distributie van vaccins en aas, met een maximum van:
|
a) |
35 000 EUR voor Tsjechië; |
|
b) |
600 000 EUR voor Duitsland; |
|
c) |
400 000 EUR voor Frankrijk; |
|
d) |
50 000 EUR voor Italië; |
|
e) |
15 000 EUR voor Luxemburg; |
|
f) |
25 000 EUR voor Slovenië; |
|
g) |
400 000 EUR voor Slowakije. |
3. Voor de in lid 1 genoemde programma’s bedraagt de maximale vergoeding die aan de lidstaten wordt betaald:
|
a) |
voor een ELISA-test |
: |
2,5 EUR per test; |
|
b) |
voor de aankoop van een dosis vaccin |
: |
0,5 EUR per dosis. |
HOOFDSTUK IX
ZIEKTE VAN AUJESZKY
Artikel 9
1. De door België en Spanje ingediende programma’s voor de uitroeiing van de ziekte van Aujeszky worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006.
2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven voor laboratoriumtests, met een maximum van:
|
a) |
160 000 EUR voor België; |
|
b) |
100 000 EUR voor Spanje. |
3. Voor de in lid 1 genoemde programma’s bedraagt de maximale vergoeding die aan de lidstaten wordt betaald voor een ELISA-test 1 EUR per test.
HOOFDSTUK X
HEARTWATER, BABESIOSE EN ANAPLASMOSE
Artikel 10
1. De door Frankrijk ingediende programma’s voor de uitroeiing van door vectorinsecten overgedragen heartwater, babesiose en anaplasmose in de Franse overzeese gebieden Martinique en Réunion worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006.
2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Frankrijk doet voor de uitvoering van de in lid 1 genoemde programma’s, met een maximum van 100 000 EUR.
HOOFDSTUK XI
BEWAKING VAN OVERDRAAGBARE SPONGIFORME ENCEFALOPATHIEËN
Artikel 11
1. De door België, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Luxemburg, Hongarije, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk ingediende programma’s voor de bewaking van overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE’s) worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006.
2. De Gemeenschap draagt voor 100 % bij in de uitgaven die elke in lid 1 genoemde lidstaat doet voor de uitvoering van deze programma’s, met een maximum van:
|
a) |
3 155 000 EUR voor België; |
|
b) |
1 485 000 EUR voor Tsjechië; |
|
c) |
2 115 000 EUR voor Denemarken; |
|
d) |
13 940 000 EUR voor Duitsland; |
|
e) |
225 000 EUR voor Estland; |
|
f) |
545 000 EUR voor Griekenland; |
|
g) |
8 305 000 EUR voor Spanje; |
|
h) |
24 395 000 EUR voor Frankrijk; |
|
i) |
5 035 000 EUR voor Ierland; |
|
j) |
7 345 000 EUR voor Italië; |
|
k) |
280 000 EUR voor Cyprus; |
|
l) |
340 000 EUR voor Letland; |
|
m) |
700 000 EUR voor Litouwen; |
|
n) |
135 000 EUR voor Luxemburg; |
|
o) |
915 000 EUR voor Hongarije; |
|
p) |
25 000 EUR voor Malta; |
|
q) |
4 375 000 EUR voor Nederland; |
|
r) |
1 755 000 EUR voor Oostenrijk; |
|
s) |
3 430 000 EUR voor Polen; |
|
t) |
1 605 000 EUR voor Portugal; |
|
u) |
390 000 EUR voor Slovenië; |
|
v) |
665 000 EUR voor Slowakije; |
|
w) |
935 000 EUR voor Finland; |
|
x) |
285 000 EUR voor Zweden; |
|
y) |
5 925 000 EUR voor het Verenigd Koninkrijk. |
3. De financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de in lid 1 genoemde programma’s is bestemd voor de uitgevoerde tests en bedraagt maximaal:
|
a) |
7 EUR per test voor tests op runderen en schapen als bedoeld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 999/2001; |
|
b) |
30 EUR per test voor tests op geiten als bedoeld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 999/2001; |
|
c) |
145 EUR per test voor primaire moleculaire onderscheidende tests als bedoeld in bijlage X, hoofdstuk C, punt 3.2, onder c) i), bij Verordening (EG) nr. 999/2001. |
HOOFDSTUK XII
UITROEIING VAN BOVIENE SPONGIFORME ENCEPHALOPATHIE
Artikel 12
1. De door België, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Cyprus, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Finland en het Verenigd Koninkrijk ingediende programma’s voor de uitroeiing van boviene spongiforme encephalopathie worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006.
2. De financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de in lid 1 genoemde programma’s bedraagt 50 % van de uitgaven die de betrokken lidstaten doen voor de schadeloosstelling van eigenaars van dieren die in het kader van hun uitroeiingsprogramma zijn geruimd en vernietigd, met een maximum van 500 EUR per dier. Deze bijdrage bedraagt maximaal:
|
a) |
150 000 EUR voor België; |
|
b) |
750 000 EUR voor Tsjechië |
|
c) |
100 000 EUR voor Denemarken; |
|
d) |
875 000 EUR voor Duitsland; |
|
e) |
15 000 EUR voor Estland; |
|
f) |
15 000 EUR voor Griekenland; |
|
g) |
1 000 000 EUR voor Spanje; |
|
h) |
300 000 EUR voor Frankrijk; |
|
i) |
2 800 000 EUR voor Ierland; |
|
j) |
200 000 EUR voor Italië; |
|
k) |
15 000 EUR voor Cyprus; |
|
l) |
100 000 EUR voor Luxemburg; |
|
m) |
60 000 EUR voor Nederland; |
|
n) |
15 000 EUR voor Oostenrijk; |
|
o) |
985 000 EUR voor Polen; |
|
p) |
685 000 EUR voor Portugal; |
|
q) |
25 000 EUR voor Slovenië; |
|
r) |
65 000 EUR voor Slowakije; |
|
s) |
25 000 EUR voor Finland; |
|
t) |
530 000 EUR voor het Verenigd Koninkrijk. |
HOOFDSTUK XIII
UITROEIING VAN SCRAPIE
Artikel 13
1. De door België, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Luxemburg, Hongarije, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk ingediende programma’s voor de uitroeiing van scrapie worden goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006.
2. De financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de in artikel 1 genoemde programma’s bedraagt 50 % van de uitgaven die de betrokken lidstaten doen voor de schadeloosstelling van eigenaars van dieren die in het kader van hun uitroeiingsprogramma zijn geruimd en vernietigd, met een maximum van 50 EUR per dier, en 100 % van de uitgaven voor analyses van monsters met het oog op genotypering, met een maximum van 10 EUR per genotyperingstest. Deze bijdrage bedraagt maximaal:
|
a) |
100 000 EUR voor België; |
|
b) |
105 000 EUR voor Tsjechië; |
|
c) |
5 000 EUR voor Denemarken; |
|
d) |
1 105 000 EUR voor Duitsland; |
|
e) |
6 000 EUR voor Estland; |
|
f) |
1 060 000 EUR voor Griekenland; |
|
g) |
12 790 000 EUR voor Spanje; |
|
h) |
4 690 000 EUR voor Frankrijk; |
|
i) |
705 000 EUR voor Ierland; |
|
j) |
530 000 EUR voor Italië; |
|
k) |
5 215 000 EUR voor Cyprus; |
|
l) |
10 000 EUR voor Letland; |
|
m) |
5 000 EUR voor Litouwen; |
|
n) |
35 000 EUR voor Luxemburg; |
|
o) |
50 000 EUR voor Hongarije; |
|
p) |
685 000 EUR voor Nederland; |
|
q) |
15 000 EUR voor Oostenrijk; |
|
r) |
865 000 EUR voor Portugal; |
|
s) |
160 000 EUR voor Slovenië; |
|
t) |
250 000 EUR voor Slowakije; |
|
u) |
6 000 EUR voor Finland; |
|
v) |
6 000 EUR voor Zweden; |
|
w) |
5 740 000 EUR voor het Verenigd Koninkrijk. |
HOOFDSTUK XIV
ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 14
1. Voor de in de artikelen 2 tot en met 5 genoemde programma’s worden de subsidiabele uitgaven voor schadeloosstelling voor het slachten van dieren beperkt overeenkomstig de leden 2 en 3.
2. De gemiddelde schadeloosstelling die aan de lidstaten wordt terugbetaald, wordt berekend op basis van het aantal dieren dat in de lidstaat is geslacht en bedraagt:
|
a) |
voor runderen, maximaal 300 EUR per dier; |
|
b) |
voor schapen en geiten, maximaal 35 EUR per dier. |
3. De maximale schadeloosstelling die aan de lidstaten wordt terugbetaald, bedraagt 1 000 EUR per dier voor runderen en 100 EUR per dier voor schapen en geiten.
Artikel 15
De uitgaven waarvoor de lidstaten een financiële bijdrage van de Gemeenschap aanvragen, worden exclusief belasting over de toegevoegde waarde en andere belastingen gedeclareerd.
Artikel 16
De omrekeningskoers voor in maand „n” ingediende aanvragen in nationale valuta is die van de tiende dag van maand „n+1” of die van de eerste voorafgaande dag waarvoor een algemene notering beschikbaar is.
Artikel 17
1. De financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de in de artikelen 1 tot en met 13 genoemde programma’s wordt verleend op voorwaarde dat de betrokken lidstaat deze programma’s uitvoert overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Gemeenschapsrecht, waaronder de voorschriften inzake mededinging en de toekenning van overheidscontracten, en:
|
a) |
uiterlijk op 1 januari 2006 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor de uitvoering van het programma in werking doet treden; |
|
b) |
uiterlijk op 1 juni 2006 een eerste technische en financiële evaluatie van het programma indient overeenkomstig artikel 24, lid 7, van Beschikking 90/424/EEG; |
|
c) |
voor de in de artikelen 1 tot en met 10 genoemde programma’s, uiterlijk vier weken na afloop van de verslagperiode een tussentijds verslag over de eerste zes maanden van het programma indient; |
|
d) |
voor de in de artikelen 11 tot en met 13 genoemde programma’s, maandelijks aan de Commissie verslag uitbrengt over de voortgang van het bewakingsprogramma voor TSE’s en de uitgaven van de lidstaat. Dit verslag wordt uiterlijk vier weken na het einde van de desbetreffende maand ingediend; |
|
e) |
uiterlijk op 1 juni 2007 een eindverslag indient over de technische uitvoering van het programma, samen met bewijsstukken van de uitgaven die de lidstaat in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006 heeft gedaan en de resultaten die in die periode zijn bereikt; |
|
f) |
het gedetailleerde overzicht van de uitgaven van de lidstaat als bedoeld in punt d) indient in elektronische vorm en overeenkomstig de tabel in de bijlage; |
|
g) |
het programma efficiënt uitvoert; |
|
h) |
voor deze maatregelen geen andere communautaire bijstand heeft gevraagd of zal vragen. |
2. Indien een lidstaat niet aan lid 1 voldoet, verlaagt de Commissie de financiële bijdrage van de Gemeenschap naar gelang van de aard en de ernst van de inbreuk en van het financiële verlies voor de Gemeenschap.
Artikel 18
Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 19
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 30 november 2005.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).
(2) PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1292/2005 van de Commissie (PB L 205 van 6.8.2005, blz. 3).
(3) PB L 347 van 12.12.1990, blz. 27. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/65/EEG (PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54).
(4) PB L 272 van 18.10.2005, blz. 18.
(5) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 103.
BIJLAGE
Elektronisch modelformulier voor het gedetailleerde overzicht van de door de lidstaten gedane uitgaven, als bedoeld in artikel 17, lid 1, onder f)
|
TSE-bewaking |
||
|
Lidstaat: |
Maand: |
Jaar: |
|
Tests bij runderen |
|||
|
|
Aantal tests |
Kosten per eenheid |
Totale kosten |
|
Tests bij dieren als bedoeld in bijlage III, hoofdstuk A, deel I, punten 2.1, 3 en 4.1, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 |
|
|
|
|
Tests bij dieren als bedoeld in bijlage III, hoofdstuk A, deel I, punten 2.2, 4.2 en 4.3, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 |
|
|
|
|
Totaal |
|
|
|
|
Tests bij schapen |
|||
|
|
Aantal tests |
Kosten per eenheid |
Totale kosten |
|
Tests bij dieren als bedoeld in bijlage III, hoofdstuk A, deel II, punt 2, onder a), bij Verordening (EG) nr. 999/2001 |
|
|
|
|
Tests bij dieren als bedoeld in bijlage III, hoofdstuk A, deel II, punt 3, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 |
|
|
|
|
Tests bij dieren als bedoeld in bijlage III, hoofdstuk A, deel II, punt 5, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 |
|
|
|
|
Totaal |
|
|
|
|
Tests bij geiten |
|||
|
|
Aantal tests |
Kosten per eenheid |
Totale kosten |
|
Tests bij dieren als bedoeld in bijlage III, hoofdstuk A, deel II, punt 2, onder b), bij Verordening (EG) nr. 999/2001 |
|
|
|
|
Tests bij dieren als bedoeld in bijlage III, hoofdstuk A, deel II, punt 3, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 |
|
|
|
|
Tests bij dieren als bedoeld in bijlage III, hoofdstuk A, deel II, punt 5, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 |
|
|
|
|
Totaal |
|
|
|
|
Primaire moleculaire test met onderscheidende immunoblotting |
|||
|
|
Aantal tests |
Kosten per eenheid |
Totale kosten |
|
Tests bij dieren als bedoeld in bijlage X, hoofdstuk C, punt 3.2, onder c), punt i), bij Verordening (EG) nr. 999/2001 |
|
|
|
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/29 |
Besluit nr. 3/2005 van het Comité dat is vastgesteld krachtens de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake wederzijdse erkenning,
van 25 oktober 2005
met betrekking tot de vermelding van overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in het sectorale hoofdstuk „Drukvaten”
(2005/874/EG)
HET COMITÉ,
Gelet op de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake wederzijdse erkenning van de overeenstemmingsbeoordeling, en met name op artikel 10, lid 4, sub a), en artikel 11,
Overwegende dat het Comité dient te besluiten een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie of -instanties te vermelden in een sectoraal hoofdstuk van bijlage 1 bij de overeenkomst,
BESLUIT:
|
1) |
De overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in de bijlage worden toegevoegd aan de lijst van Zwitserse overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in het sectorale hoofdstuk „Drukvaten” in bijlage 1 bij de overeenkomst. |
|
2) |
Het specifieke toepassingsgebied van de in de bijlage genoemde overeenstemmingsbeoordelingsinstanties, voor wat betreft producten en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures, is door de partijen overeengekomen en wordt door hen nageleefd. |
Dit besluit, dat in twee exemplaren wordt opgesteld, wordt ondertekend door de vertegenwoordigers van het Comité die gemachtigd zijn namens de partijen te handelen om de overeenkomst te wijzigen. Dit besluit treedt in werking op de dag dat de laatste handtekening wordt geplaatst.
Ondertekend in Bern, 25 oktober 2005.
Namens de Zwitserse Bondsstaat
Heinz HERTIG
Ondertekend in Brussel, 21 oktober 2005.
Namens de Europese Gemeenschap
Andra KOKE
BIJLAGE
Zwitserse overeenstemmingsbeoordelingsinstanties toegevoegd aan de lijst van overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in het sectorale hoofdstuk „Drukvaten” in bijlage 1 bij de overeenkomst
|
Atest |
|
Contrôles et essais métallurgiques SA |
|
Route de Vevey 55A |
|
CH-1618 Châtel-St-Denis |
|
Tel. (41-21) 948 24 40 |
|
Fax (41-21) 948 24 48 |
|
E-mail: admin@atest.ch |
|
Schweizerische Gesellschaft für Zerstörungsfreie Prüfung (SGZP) |
|
c/o EMPA |
|
Überlandstrasse 129 |
|
CH-8600 Dübendorf |
|
Tel. (41-61) 317 84 21 |
|
Fax (41-61) 317 84 80 |
|
E-mail: blumhofer.pw@svsxass.ch |
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/31 |
Besluit nr. 4/2005 van het Comité dat is vastgesteld krachtens de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake wederzijdse erkenning,
van 25 oktober 2005
met betrekking tot de vermelding van een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie in het sectorale hoofdstuk „Motorvoertuigen”
(2005/875/EG)
HET COMITÉ,
Gelet op de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake wederzijdse erkenning van de overeenstemmingsbeoordeling, en met name op artikel 10, lid 4, sub a), en artikel 11,
Overwegende dat het Comité dient te besluiten een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie of -instanties te vermelden in een sectoraal hoofdstuk van bijlage 1 bij de overeenkomst,
BESLUIT:
|
1) |
De overeenstemmingsbeoordelingsinstantie in de bijlage wordt toegevoegd aan de lijst van Zwitserse overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in het sectorale hoofdstuk „Motorvoertuigen” in bijlage 1 bij de overeenkomst. |
|
2) |
Het specifieke toepassingsgebied van de in de bijlage genoemde overeenstemmingsbeoordelingsinstantie, voor wat betreft producten en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures, is door de partijen overeengekomen en wordt door hen nageleefd. |
Dit besluit, dat in twee exemplaren wordt opgesteld, wordt ondertekend door de vertegenwoordigers van het Comité die gemachtigd zijn namens de partijen te handelen om de overeenkomst te wijzigen. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop de laatste handtekening wordt geplaatst.
Ondertekend in Bern, 25 oktober 2005.
Namens de Zwitserse Bondsstaat
Heinz HERTIG
Ondertekend in Brussel, 21 oktober 2005.
Namens de Europese Gemeenschap
Andra KOKE
BIJLAGE
Zwitserse overeenstemmingsbeoordelingsinstantie toegevoegd aan de lijst van overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in het sectorale hoofdstuk „Motorvoertuigen” in bijlage 1 bij de overeenkomst
|
Montena emc sa |
|
Route de Montena 75 |
|
CH-1728 Rossens |
|
Tel. (41-26) 411 93 33 |
|
Fax (41-26) 411 93 30 |
|
Contactpersoon: de heer Jacques Ding |
|
E-mail: jacques.ding@montena.com |
Besluiten aangenomen krachtens titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/33 |
BESLUIT 2005/876/JBZ VAN DE RAAD
van 21 november 2005
inzake de uitwisseling van gegevens uit het strafregister
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 31 en artikel 34, lid 2, onder c),
Gezien het voorstel van de Commissie (1),
Gezien het advies van het Europees Parlement (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Europese Unie heeft zich overeenkomstig artikel 29 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ten doel gesteld de burgers in een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid een hoog niveau van zekerheid te verschaffen. Dit doel veronderstelt dat gegevens betreffende veroordelingen van personen die op het grondgebied van de lidstaten verblijven, tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden uitgewisseld. |
|
(2) |
Op 29 november 2000 heeft de Raad overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999 het Programma van maatregelen om uitvoering te geven aan het beginsel van wederzijdse erkenning van strafrechtelijke beslissingen (3) goedgekeurd. Het onderhavige besluit draagt bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van maatregel 3 van dit programma, waarin wordt voorgesteld om, op basis van het in het kader van de Schengeninstanties opgestelde formulier, een standaardformulier voor verzoeken om gerechtelijke antecedenten in te voeren, dat in de talen van de Europese Unie wordt vertaald. |
|
(3) |
De artikelen 13 en 22 van het Europees Verdrag van 20 april 1959 aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken (4) voorzien in mechanismen voor de uitwisseling van gegevens over veroordelingen tussen de lidstaten. Deze mechanismen werken evenwel te langzaam om te voldoen aan de vereisten van justitiële samenwerking in een ruimte zoals de Europese Unie. |
|
(4) |
In het eindverslag over de eerste evaluatieronde — wederzijdse rechtshulp in strafzaken (5) is verzocht de procedure voor de toezending van materiaal tussen de lidstaten waar nodig door standaardformulieren te vereenvoudigen, teneinde de wederzijdse rechtshulp te vergemakkelijken. |
|
(5) |
Op 25 maart 2004 heeft de Europese Raad de Raad opgedragen de mogelijkheid na te gaan van maatregelen met het oog op de uitwisseling van gegevens over veroordelingen wegens strafbare feiten van terroristische aard, alsook van het opzetten van een Europees register van veroordelingen en ontzetting van rechten. In haar mededeling over bepaalde maatregelen die moeten worden genomen op het gebied van de bestrijding van terrorisme en andere ernstige vormen van criminaliteit, en met name om de uitwisseling van informatie te verbeteren, heeft de Commissie het belang beklemtoond van een doeltreffend mechanisme voor de uitwisseling van gegevens over veroordelingen en ontzetting van rechten. |
|
(6) |
Dit besluit eerbiedigt het in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 5 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vastgelegde subsidiariteitsbeginsel, daar de verbetering van de mechanismen voor de uitwisseling van gegevens over veroordelingen tussen de lidstaten niet voldoende door de lidstaten eenzijdig kan worden verwezenlijkt en een gezamenlijke actie op het niveau van de Europese Unie vereist. Overeenkomstig het in het genoemde artikel 5 neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat dit besluit niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. |
|
(7) |
Voor een verbetering van de mechanismen voor de uitwisseling van gegevens over veroordelingen is vereist dat de in een lidstaat ten aanzien van onderdanen van een andere lidstaat uitgesproken veroordelingen zo snel mogelijk in de laatstgenoemde lidstaat bekend zijn en anderzijds dat elke lidstaat de gegevens uit het strafregister die hij nodig heeft op zeer korte termijn van de andere lidstaten kan verkrijgen. |
|
(8) |
Dit besluit vervolledigt en vergemakkelijkt de op de bestaande verdragen gebaseerde mechanismen voor de uitwisseling van gegevens over veroordelingen. Met name komen de bepalingen betreffende verzoeken om gegevens uit het strafregister niet in de plaats van de mogelijkheid die de gerechtelijke autoriteiten hebben om elkaar de gegevens uit het strafregister op grond van artikel 6, lid 1, van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, vastgesteld bij Akte van de Raad op 29 mei 2000 (6) rechtstreeks toe te sturen. Het voorziet evenwel in een bijzonder recht voor de centrale autoriteit van een lidstaat om een verzoek om gegevens uit het strafregister te richten tot de centrale autoriteit van een andere lidstaat, in de bij de nationale wetgeving bepaalde omstandigheden. |
|
(9) |
De in het kader van dit besluit behandelde persoonsgegevens zullen worden beschermd overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd in het Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens van 28 januari 1981. |
|
(10) |
Volgens aanbeveling nr. R (84) 10 van de Raad van Europa inzake het strafregister en de rehabilitatie van veroordeelden is het strafregister hoofdzakelijk bedoeld om de bevoegde strafrechtelijke autoriteiten te informeren over de antecedenten van rechtsonderhorigen om het nemen van een geïndividualiseerde beslissing te vergemakkelijken. Aangezien elk ander gebruik van het strafregister dat de kansen van resocialisatie van de veroordeelde kan bemoeilijken, zoveel mogelijk moet worden beperkt, kan het gebruik van de op grond van dit besluit meegedeelde gegevens voor andere doeleinden dan in het kader van strafprocedures worden beperkt overeenkomstig de nationale wetgeving van de aangezochte staat en de verzoekende staat. |
|
(11) |
Dit besluit eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en bevestigd zijn in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. |
|
(12) |
Dit besluit mag er niet toe leiden dat de lidstaten verplicht worden andere veroordelingen of gegevens in strafzaken in het kader van hun strafregister te registreren dan die welke zij overeenkomstig hun nationale recht moeten registreren. |
|
(13) |
Dit besluit is niet van toepassing op de toezending van rechterlijke beslissingen of afschriften daarvan, |
BESLUIT:
Artikel 1
Centrale autoriteit
1. Voor de toepassing van de artikelen 2 en 3 wijst elke lidstaat een centrale autoriteit aan. Voor het verzenden van de in artikel 2 bedoelde gegevens en voor het beantwoorden van de in artikel 3 bedoelde verzoeken kunnen de lidstaten evenwel één of meer centrale autoriteiten aanwijzen.
2. Elke lidstaat stelt het secretariaat-generaal van de Raad en de Commissie in kennis van de overeenkomstig lid 1 aangewezen autoriteit. Het secretariaat-generaal van de Raad deelt deze informatie mee aan de lidstaten en Eurojust.
Artikel 2
Mededeling van gegevens over veroordelingen op eigen initiatief
Elke centrale autoriteit stelt de centrale autoriteiten van de andere lidstaten onverwijld in kennis van de strafvonnissen en van de nadien met betrekking tot die vonnissen genomen maatregelen die ten aanzien van onderdanen van deze lidstaten zijn uitgesproken en in het strafregister zijn opgenomen. Indien de betrokkene de nationaliteit bezit van twee of meer lidstaten, worden de mededelingen aan alle betrokken lidstaten gedaan, tenzij de betrokkene de nationaliteit bezit van de lidstaat op het grondgebied waarvan hij is veroordeeld.
Artikel 3
Verzoek om gegevens over veroordelingen
1. Wanneer gegevens uit strafregisters van een lidstaat nodig zijn, kan de centrale autoriteit overeenkomstig het nationale recht een verzoek om uittreksels uit en inlichtingen over strafregisters richten aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat. De gegevens worden aangevraagd op basis van het aangehechte formulier.
Wanneer een persoon om gegevens over zijn of haar strafblad verzoekt, kan de centrale autoriteit van de lidstaat waar het verzoek is gedaan, overeenkomstig het nationale recht een verzoek om uittreksels uit en inlichtingen over strafregisters toezenden aan de centrale autoriteit van een andere lidstaat indien de betrokkene een ingezetene of een onderdaan is of is geweest van de verzoekende of de aangezochte lidstaat.
2. De centrale autoriteit van de aangezochte lidstaat zendt het antwoord onmiddellijk en in ieder geval binnen een termijn van maximaal tien werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek, overeenkomstig hetgeen is voorzien in de nationale wetgeving, de regelingen of de algemeen gevolgde gedragslijn, toe aan de centrale autoriteit van de verzoekende lidstaat op basis van het aangehechte formulier. Het antwoord bevat de overeenkomstig artikel 2 ontvangen en in het strafregister van de aangezochte lidstaat geregistreerde gegevens.
Wanneer het verzoek wordt gedaan ten behoeve van de betrokkene overeenkomstig lid 1, tweede alinea, mag deze termijn niet meer bedragen dan twintig werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek.
3. Indien de aangezochte lidstaat nadere gegevens nodig heeft ter identificatie van de persoon op wie het verzoek betrekking heeft, pleegt hij onmiddellijk overleg met de verzoekende lidstaat teneinde binnen tien werkdagen na ontvangst van de gevraagde aanvullende gegevens een antwoord te verstrekken.
4. Bij het antwoordformulier wordt onder de in de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden een uittreksel uit het strafregister gevoegd.
5. Verzoeken, antwoorden en andere relevante gegevens kunnen worden doorgegeven op elke wijze die de mogelijkheid biedt een schriftelijk document over te leggen op grond waarvan de ontvangende lidstaat de echtheid kan vaststellen.
Artikel 4
Voorwaarden voor het gebruik van persoonsgegevens
1. De op grond van artikel 3 ten behoeve van een strafprocedure verstrekte persoonsgegevens kunnen door de verzoekende lidstaat alleen worden gebruikt in het kader van de strafprocedure waarvoor om de gegevens is verzocht, zoals is aangegeven in het aangehechte formulier.
2. Persoonsgegevens die op grond van artikel 3 voor andere doeleinden dan voor een strafprocedure zijn verstrekt, kunnen door de verzoekende lidstaat overeenkomstig zijn nationaal recht alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor de gegevens zijn verzocht en binnen de grenzen die door de aangezochte lidstaat in het formulier zijn aangegeven.
3. Dit artikel is niet van toepassing op persoonsgegevens die een lidstaat op grond van dit besluit heeft verkregen en die uit deze lidstaat afkomstig zijn.
Artikel 5
Talen
Het formulier wordt door de verzoekende lidstaat toegezonden in de officiële taal of in een van de officiële talen van de aangezochte lidstaat. De aangezochte lidstaat antwoordt hetzij in een van zijn officiële talen, hetzij in een andere taal waarmee beide lidstaten kunnen instemmen. Elke lidstaat kan, bij de aanneming van dit besluit of op een later tijdstip, in een bij het secretariaat-generaal van de Raad neergelegde verklaring meedelen welke van de officiële talen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen hij aanvaardt. Het secretariaat-generaal van de Raad deelt deze informatie aan de lidstaten mee.
Artikel 6
Verhouding met andere rechtsinstrumenten
1. Voor de lidstaten vervolledigt en vergemakkelijkt dit besluit de toepassing van het bepaalde in de artikelen 13 en 22 van het Europees Verdrag van 20 april 1959 aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken, van de Aanvullende Protocollen van 17 maart 1978 (7) en 8 november 2001 (8) van de Overeenkomst van 29 mei 2000 betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (9) en van het daarbij behorende Protocol van 16 oktober 2001 (10).
2. Voor de toepassing van dit besluit zien de lidstaten af van het recht om onderling hun voorbehouden ten aanzien van artikel 13 van het Europees Verdrag van 20 april 1959 aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken in te roepen. Dit besluit doet geen afbreuk aan de met betrekking tot artikel 22 van dat verdrag gemaakte voorbehouden. Dergelijke voorbehouden kunnen worden ingeroepen met betrekking tot artikel 2 van dit besluit.
3. Dit besluit laat de toepasselijkheid van verdergaande bepalingen van bilaterale en multilaterale overeenkomsten tussen lidstaten onverlet.
Artikel 7
Uitvoering
De lidstaten geven zo spoedig mogelijk uitvoering aan dit besluit en in ieder geval vóór 21 mei 2006.
Artikel 8
Inwerkingtreding
Dit besluit wordt van kracht op de dag van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 21 november 2005.
Voor de Raad
De voorzitter
J. STRAW
(1) PB C 322 van 29.12.2004, blz. 9.
(2) Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.
(3) PB C 12 van 15.1.2001, blz. 10.
(4) Raad van Europa, European Treaty Series nr. 30.
(5) PB C 216 van 1.8.2001, blz. 14.
(6) PB C 197 van 12.7.2000, blz. 1.
(7) Raad van Europa, European Treaty Series nr. 99.
(8) Raad van Europa, European Treaty Series nr. 182.
BIJLAGE
Formulier bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 van het Besluit 2005/876/JBZ van de Raad van 21 november 2005 inzake de uitwisseling van gegevens uit het strafregister
Rectificaties
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/38 |
Rectificatie van Verordening (EG) nr. 1997/2005 van de Commissie van 7 december 2005 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector varkensvlees
( Publicatieblad van de Europese Unie L 320 van 8 december 2005 )
Bladzijde 41, in de tweede kolom „Bestemming” van de bijlage, voor alle producten:
in plaats van:
„ P06 ”;
te lezen:
„ P08 ”.
|
9.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/38 |
Rectificatie van Verordening (EG) nr. 2535/2001 van de Commissie van 14 december 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad voor de invoerregeling voor melk en zuivelproducten en houdende opening van tariefcontingenten
( Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 341 van 22 december 2001 )
Op bladzijde 48, in bijlage I, deel E, zesde kolom, subkolom „per halfjaar”, voor GN-code 0406 90 78 :
in plaats van:
„ 3 375 ”,
te lezen:
„ 3 250 ”.