ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 151

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

48e jaargang
14 juni 2005


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

 

Verordening (EG) nr. 888/2005 van de Commissie van 13 juni 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Commissie

 

*

Beschikking van de Commissie van 3 juni 2005 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften en het model van de certificaten voor uit derde landen ingevoerde vleesproducten voor menselijke consumptie en tot intrekking van de Beschikkingen 97/41/EG, 97/221/EG en 97/222/EG (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1616)  ( 1 )

3

 

*

Beschikking van de Commissie van 9 juni 2005 tot wijziging van Beschikking 92/452/EEG wat betreft embryoteams in de Verenigde Staten van Amerika (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1687)  ( 1 )

19

 

*

Beschikking van de Commissie van 9 juni 2005 tot wijziging van Beschikking 2005/393/EG wat betreft uitzonderingen op het verplaatsingsverbod voor verplaatsingen binnen de lidstaat van dieren uit de beperkingsgebieden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1689)  ( 1 )

21

 

*

Beschikking van de Commissie van 9 juni 2005 betreffende het tijdelijk in de handel brengen van bepaald zaaizaad van de soorten Pisum sativum, Vicia faba en Linum usitatissimum dat niet aan de eisen van Richtlijn 66/401/EEG van de Raad of van respectievelijk Richtlijn 2002/57/EG van de Raad voldoet (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1692)  ( 1 )

23

 

*

Besluit van de Commissie van 13 juni 2005 inzake communautaire samenwerking met de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), in het bijzonder met betrekking tot activiteiten van de Europese Commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer

26

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

14.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 151/1


VERORDENING (EG) Nr. 888/2005 VAN DE COMMISSIE

van 13 juni 2005

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 14 juni 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 juni 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 13 juni 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

60,4

204

50,1

999

55,3

0707 00 05

052

84,3

999

84,3

0709 90 70

052

89,3

999

89,3

0805 50 10

324

59,0

382

70,4

388

58,6

528

65,4

624

68,8

999

64,4

0808 10 80

388

92,3

400

115,2

404

90,1

508

76,1

512

70,4

524

70,5

528

66,2

720

72,7

804

91,9

999

82,8

0809 10 00

052

161,7

624

183,0

999

172,4

0809 20 95

052

295,8

068

238,7

400

427,3

999

320,6


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Commissie

14.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 151/3


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 3 juni 2005

tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften en het model van de certificaten voor uit derde landen ingevoerde vleesproducten voor menselijke consumptie en tot intrekking van de Beschikkingen 97/41/EG, 97/221/EG en 97/222/EG

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1616)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/432/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt zoals bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG (1), en met name op artikel 10, lid 2, onder c),

Gelet op Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (2), en met name op artikel 8, inleidende zin, punt 1, eerste alinea, en punt 4, en artikel 9, lid 2, onder b), en lid 4, onder b) en c),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Beschikking 97/41/EG van de Commissie van 18 december 1996 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften en een gezondheidscertificaat voor de invoer uit derde landen van vleesproducten die zijn verkregen met vlees van pluimvee, vlees van gekweekt wild, vlees van vrij wild en konijnenvlees (3), zijn gezondheidsvoorschriften voor de invoer van bepaalde vleesproducten in de Gemeenschap neergelegd.

(2)

In Beschikking 97/221/EG van de Commissie van 28 februari 1997 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften en het model van de veterinaire certificaten voor uit derde landen ingevoerde vleesproducten en tot intrekking van Beschikking 91/449/EEG (4) zijn veterinairrechtelijke en certificeringsvoorschriften voor de invoer van bepaalde vleesproducten in de Gemeenschap neergelegd.

(3)

Beschikking 97/222/EG van de Commissie van 28 februari 1997 tot vaststelling van de lijst van derde landen waaruit de lidstaten de invoer toestaan van vleesproducten (5) stelt als voorwaarde voor de invoer van bepaalde vleesproducten in de Gemeenschap dat deze de vereiste behandeling hebben ondergaan en in overeenstemming zijn met de communautaire voorschriften inzake veterinaire certificering.

(4)

Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (6) bevat veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van bepaalde vleesproducten in de Gemeenschap. Ingevolge Richtlijn 2004/68/EG van de Raad (7) wordt Richtlijn 72/462/EEG per 1 januari 2006 ingetrokken.

(5)

Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong moet vóór 1 januari 2005 door de lidstaten ten uitvoer worden gelegd.

(6)

Richtlijn 77/99/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vleesproducten en bepaalde andere producten van dierlijke oorsprong (8) blijft tot de intrekking ervan op 1 januari 2006 van kracht, zodat definities van vleesproducten in wetgeving die vóór die datum wordt goedgekeurd, naar Richtlijn 77/99/EEG van de Raad moeten verwijzen.

(7)

In verband met de inwerkingtreding van Richtlijn 2002/99/EG moeten de veterinairrechtelijke, gezondheids- en certificeringsvoorschriften van de Gemeenschap voor de invoer in de Gemeenschap van vleesproducten die afkomstig zijn van als huisdier gehouden runderen, varkens, schapen, geiten, paardachtigen, pluimvee, gekweekt wild, tamme konijnen en vrij wild worden gewijzigd en bijgewerkt.

(8)

Verder moeten de veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften omwille van de duidelijkheid en consistentie van de Gemeenschapswetgeving worden neergelegd in een enkel model van het gezondheidscertificaat voor de invoer van vleesproducten in de Gemeenschap.

(9)

Gezien de verschillen in de diergezondheidssituatie in derde landen moeten er regels worden vastgesteld voor de behandeling die vleesproducten uit derde landen of delen daarvan voor hun invoer in de Gemeenschap moeten ondergaan.

(10)

Omwille van de duidelijkheid en de consistentie van de Gemeenschapswetgeving moeten de Beschikkingen 97/41/EG, 97/221/EG en 97/222/EG worden ingetrokken en door deze beschikking worden vervangen. Daarom moeten in deze beschikking naast de veterinairrechtelijke en de gezondheids- en certificeringsvoorschriften ook de lijst van derde landen en de voor de invoer van diverse categorieën vleesproducten in de Gemeenschap vereiste behandelingen worden opgenomen.

(11)

De gezondheidsvoorschriften en de veterinaire certificering laten Beschikking 2004/432/EG van de Commissie van 29 april 2004 tot goedkeuring van door derde landen ingediende residubewakingsplannen overeenkomstig Richtlijn 96/23/EG van de Raad (9) onverlet.

(12)

Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (10), bevat voorschriften, waaronder bepaalde certificeringsvoorschriften, betreffende veterinaire controles van dierlijke producten die met het oog op invoer en doorvoer uit derde landen de Gemeenschap binnenkomen.

(13)

Met het oog op de gezondheid van mens en dier en om de verspreiding van dierziekten in de Gemeenschap te voorkomen moet in deze beschikking een nieuw specifiek model van het veterinaire en gezondheidscertificaat worden vastgesteld. Daarnaast moet worden geregeld dat de doorvoer van partijen vleesproducten door de Gemeenschap alleen wordt toegestaan wanneer die producten uit derde landen of delen daarvan komen waarvoor geen verbod op het binnenbrengen van de producten in de Gemeenschap geldt.

(14)

In verband met de geografische ligging van Kaliningrad en wegens de klimatologische omstandigheden die ertoe leiden dat een aantal havens gedurende een deel van het jaar niet kunnen worden gebruikt, moeten er voor de doorvoer van partijen vleesproducten van en naar Rusland via de Gemeenschap speciale voorschriften komen.

(15)

Bij Beschikking 2001/881/EG van de Commissie van 7 december 2001 tot vaststelling van een lijst van grensinspectieposten die zijn erkend voor de veterinaire controles van dieren en dierlijke producten uit derde landen, en tot bijwerking van de uitvoeringsbepalingen inzake de door deskundigen van de Commissie te verrichten controles (11) is vastgesteld welke grensinspectieposten voor de controle van de doorvoer van partijen vleesproducten van en naar Rusland via de Gemeenschap zijn erkend.

(16)

De behandeling die vereist is voor vleesproducten van pluimvee van oorsprong uit Bulgarije en Israël en voor vleesproducten van wilde varkens van oorsprong uit Zwitserland moet worden herzien en in overeenstemming worden gebracht met de huidige voorschriften voor de invoer van vers vlees van die diersoorten uit die landen.

(17)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Onderwerp en werkingssfeer

1.   Deze beschikking bevat veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften voor de invoer van bepaalde vleesproducten in de Gemeenschap, alsmede de lijst van derde landen en delen daarvan waaruit de invoer van die producten is toegestaan, het model van het veterinaire en gezondheidscertificaat en voorschriften ten aanzien van de voor deze producten vereiste behandelingen.

2.   Deze beschikking laat Beschikking 2004/432/EG onverlet.

Artikel 2

Definitie van vleesproducten

Voor de toepassing van deze beschikking geldt de definitie van vleesproducten in artikel 2, onder a), van Richtlijn 77/99/EEG.

Artikel 3

Voorschriften betreffende soorten en dieren

De lidstaten vergewissen zich ervan dat partijen vleesproducten die in de Gemeenschap worden ingevoerd, afkomstig zijn van vlees of van vleesproducten van de volgende soorten of dieren:

a)

als huisdier gehouden pluimvee van de volgende soorten: kippen, kalkoenen, parelhoenders, ganzen en eenden;

b)

als huisdier gehouden dieren van de volgende soorten: runderen, met inbegrip van Bubalus bubalis, Bison bison, varkens, schapen, geiten en eenhoevigen;

c)

gekweekt wild en tamme konijnen zoals omschreven in artikel 2, lid 3, van Richtlijn 91/495/EEG van de Raad (12);

d)

vrij wild zoals omschreven in artikel 2, lid 1, onder a), van Richtlijn 92/45/EEG van de Raad (13).

Artikel 4

Veterinairrechtelijke voorschriften ten aanzien van de oorsprong en de behandeling van de vleesproducten

De lidstaten staan de invoer van vleesproducten van oorsprong uit onderstaande derde landen of delen daarvan toe mits deze aan de in bijlage I genoemde voorwaarden betreffende hun oorsprong en behandeling voldoen:

a)

de in bijlage II, deel 2, opgenomen derde landen of de in deel 1 van die bijlage opgenomen delen van derde landen;

b)

de in bijlage II, delen 2 en 3, opgenomen derde landen of de in deel 1 van die bijlage opgenomen delen van derde landen.

Artikel 5

Gezondheidsvoorschriften voor vers vlees dat gebruikt is voor de productie van vleesproducten die in de Gemeenschap worden ingevoerd

De lidstaten staan de invoer toe van vleesproducten die zijn verkregen van vers vlees dat voldoet aan de communautaire gezondheidsvoorschriften voor de invoer van dergelijk vlees in de Gemeenschap.

Artikel 6

Gezondheidscertificaten

Partijen vleesproducten moeten voldoen aan de voorschriften in het in bijlage III opgenomen model van het gezondheidscertificaat.

Dat certificaat moet, naar behoren ingevuld en ondertekend door de officiële dierenarts van het derde land van verzending, de partij vergezellen.

Artikel 7

Partijen vleesproducten die via de Gemeenschap worden doorgevoerd of er worden opgeslagen

De lidstaten vergewissen zich ervan dat partijen vleesproducten die in de Gemeenschap worden binnengebracht en bestemd zijn om onmiddellijk of na opslag overeenkomstig artikel 12, lid 4, of artikel 13 van Richtlijn 97/78/EG naar een derde land te worden doorgevoerd en niet om in de Gemeenschap te worden ingevoerd, voldoen aan de volgende voorschriften:

a)

zij zijn afkomstig van het grondgebied van een in bijlage II genoemd derde land of deel daarvan en hebben de in die bijlage bedoelde, voor de invoer van vleesproducten van de betrokken diersoort vereiste minimale behandeling ondergaan;

b)

zij voldoen aan de specifieke veterinairrechtelijke voorschriften voor de betrokken diersoort zoals vermeld in het in bijlage III opgenomen model van het gezondheidscertificaat;

c)

zij gaan vergezeld van een veterinair certificaat volgens het model in bijlage IV, dat door een officiële dierenarts van de bevoegde veterinaire dienst van het betrokken derde land is ondertekend;

d)

de officiële dierenarts van de grensinspectiepost van binnenkomst in de Gemeenschap heeft op het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst verklaard dat de vleesproducten kunnen worden doorgevoerd of opgeslagen, al naargelang van het geval.

Artikel 8

Afwijking voor bepaalde bestemmingen in Rusland

1.   In afwijking van artikel 7 staan de lidstaten, onder de volgende voorwaarden, toe dat partijen vleesproducten die afkomstig zijn uit en bestemd zijn voor Rusland, rechtstreeks of via een ander derde land, over de weg of per spoor door de Gemeenschap worden doorgevoerd tussen de daartoe aangewezen communautaire grensinspectieposten die zijn vermeld in de bijlage bij Beschikking 2001/881/EG:

a)

de partij is in de grensinspectiepost van binnenkomst in de Gemeenschap door de officiële dierenarts van de bevoegde autoriteit verzegeld met een zegel dat van een volgnummer is voorzien;

b)

de documenten die de partij vergezellen, zoals bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 97/78/EG, worden op elke bladzijde door de officiële dierenarts van de bevoegde autoriteit van de grensinspectiepost van binnenkomst in de Gemeenschap voorzien van het stempel „ALLEEN VOOR DOORVOER DOOR DE EG NAAR RUSLAND”;

c)

aan de procedurevoorschriften van artikel 11 van Richtlijn 97/78/EG is voldaan;

d)

de officiële dierenarts van de bevoegde autoriteit in de grensinspectiepost van binnenkomst heeft op het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst verklaard dat de partij kan worden doorgevoerd.

2.   De lidstaten staan niet toe dat dergelijke partijen overeenkomstig artikel 12, lid 4, of artikel 13 van Richtlijn 97/78/EG in de Gemeenschap worden gelost of opgeslagen.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteit op gezette tijden audits verricht om na te gaan of het aantal partijen en de hoeveelheid producten die het grondgebied van de Gemeenschap binnengekomen zijn en verlaten hebben, met elkaar in overeenstemming zijn.

Artikel 9

Overgangsbepalingen

De lidstaten staan nog gedurende een periode van 6 maanden vanaf 17 juni 2005 toe dat partijen vleesproducten die vergezeld gaan van een certificaat overeenkomstig het modelcertificaat in de Beschikkingen 97/41/EG of 97/221/EG, in de Gemeenschap worden ingevoerd.

Artikel 10

Intrekkingen

De Beschikkingen 97/41/EG, 97/221/EG en 97/222/EG worden ingetrokken.

Artikel 11

Datum van toepassing

Deze beschikking is van toepassing met ingang van 17 juni 2005.

Artikel 12

Adressaten

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 3 juni 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 445/2004 van de Commissie (PB L 72 van 11.3.2004, blz. 60).

(2)   PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(3)   PB L 17 van 21.1.1997, blz. 34.

(4)   PB L 89 van 4.4.1997, blz. 32. Beschikking gewijzigd bij Beschikking 2004/427/EG (PB L 154 van 30.4.2004, blz. 8).

(5)   PB L 89 van 4.4.1997, blz. 39. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2004/857/EG (PB L 369 van 16.12.2004, blz. 65).

(6)   PB L 302 van 31.12.1972, blz. 28.

(7)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 320.

(8)   PB L 26 van 31.1.1977, blz. 85. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36).

(9)   PB L 154 van 30.4.2004, blz. 4. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2005/233/EG (PB L 72 van 18.3.2005, blz. 30).

(10)   PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1).

(11)   PB L 326 van 11.12.2001, blz. 44. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2005/102/EG (PB L 33 van 5.2.2005, blz. 30).

(12)   PB L 268 van 24.9.1991, blz. 41.

(13)   PB L 268 van 14.9.1992, blz. 35.


BIJLAGE I

1)   

Vleesproducten van oorsprong uit derde landen of delen daarvan zoals bedoeld in artikel 4, onder a), moeten zijn vervaardigd met vlees dat in de Gemeenschap als vers vlees mag worden ingevoerd en/of vleesproducten die afkomstig zijn van een of meer diersoorten of dieren en die een niet-specifieke behandeling zoals bedoeld in bijlage II, deel 4, hebben ondergaan.

2)   

Vleesproducten van oorsprong uit derde landen of delen daarvan zoals bedoeld in artikel 4, onder b), moeten aan onderstaande, onder a), b) of c) genoemde voorwaarden voldoen:

a)

de vleesproducten:

i)

zijn vervaardigd met vlees en/of vleesproducten die afkomstig zijn van één enkele diersoort of één enkel dier overeenkomstig de desbetreffende kolom in de delen 2 en 3 van bijlage II, waarbij wordt aangegeven om welke diersoort of welk dier het gaat, en

ii)

hebben ten minste de in deel 4 van bijlage II bedoelde specifieke behandeling voor vlees van de betrokken diersoort of het betrokken dier ondergaan, of

b)

de vleesproducten:

i)

zijn vervaardigd met vers, verwerkt of gedeeltelijk verwerkt vlees van meer dan een diersoort of dier overeenkomstig de desbetreffende kolom in de delen 2 en 3 van bijlage II, dat is vermengd voordat de laatste behandeling overeenkomstig deel 4 van bijlage II wordt toegepast, en

ii)

de onder i) bedoelde laatste behandeling is ten minste gelijkwaardig aan de in deel 4 van bijlage II vastgestelde behandeling die moet worden toegepast voor de vleessoort, overeenkomstig de desbetreffende kolom in de delen 2 en 3 van bijlage II, waarvoor de strengste behandeling vereist is, of

c)

de uiteindelijke vleesproducten:

i)

zijn bereid door vermenging van vooraf behandeld vlees van meer dan een diersoort of dier, en

ii)

de onder i) bedoelde behandeling die elke in het mengsel gebruikte vleessoort vooraf heeft ondergaan, is ten minste gelijkwaardig aan de behandeling die overeenkomstig deel 4 van bijlage II voor vlees van de betrokken diersoort moet worden toegepast.

3)   

De in bijlage II, deel 4, genoemde behandelingen zijn de om veterinairrechtelijke redenen geldende minimale verwerkingsvoorschriften waaraan moet worden voldaan voor vlees dat afkomstig is van de betrokken diersoort die of het betrokken dier dat van oorsprong is uit de in bijlage II genoemde landen of delen daarvan.


BIJLAGE II

DEEL 1

Omschrijving van de geregionaliseerde gebieden voor de in de delen 2 en 3 genoemde landen

Land

Gebied

Omschrijving van het gebied

Code

Versie

Argentinië

AR

01/2004

Geheel Argentinië

AR-1

01/2004

Geheel Argentinië, met uitzondering van de provincies Chubut, Santa Cruz en Tierra del Fuego

AR-2

01/2004

De provincies Chubut, Santa Cruz en Tierra del Fuego

Bulgarije

BG

01/2004

Geheel Bulgarije

BG-1

01/2004

Zoals omschreven in bijlage II, deel I, bij Beschikking 79/542/EEG van de Raad (1) (zoals laatstelijk gewijzigd)

BG-2

01/2004

Zoals omschreven in bijlage II, deel I, bij Beschikking 79/542/EEG (zoals laatstelijk gewijzigd)

Brazilië

BR

01/2004

Geheel Brazilië

BR-1

01/2004

Zoals omschreven in bijlage I bij Beschikking 94/984/EG van de Commissie (2) (zoals laatstelijk gewijzigd)

Servië en Montenegro

CS

01/2004

Geheel Servië en Montenegro, zoals omschreven in bijlage II, deel I, bij Beschikking 79/542/EEG (zoals laatstelijk gewijzigd)

Maleisië

MY

01/2004

Geheel Maleisië

MY-1

01/2004

Enkel het schiereiland Maleisië (het westen)

DEEL 2

Derde landen of delen daarvan waaruit vleesproducten in de Gemeenschap mogen worden ingevoerd

ISO-code

Land van oorsprong of deel daarvan

1.

Als huisdier gehouden runderen

2.

Gekweekt evenhoevig wild, met uitzondering van wilde varkens

Als huisdier gehouden schapen en geiten

1.

Als huisdier gehouden varkens

2.

Gekweekt evenhoevig wild (wilde varkens)

Als huisdier gehouden eenhoevigen

1.

Als huisdier gehouden pluimvee

2.

Gekweekt vederwild

Tamme konijnen en gekweekte leporidae

Vrij evenhoevig wild (met uitzondering van wilde varkens)

Wilde varkens

Wilde eenhoevigen

Wilde leporidae (konijnen en hazen)

Vrij vederwild

Niet als huisdier gehouden landzoogdieren (met uitzondering van hoefdieren en leporidae)

AR

Argentinië AR

C

C

C

A

A

A

C

C

XXX

A

D

XXX

Argentinië AR-1  (3)

C

C

C

A

A

A

C

C

XXX

A

D

XXX

Argentinië AR-2  (3)

A (4)

A (4)

C

A

A

A

C

C

XXX

A

D

XXX

AU

Australië

A

A

A

A

D

A

A

A

XXX

A

D

A

BG

Bulgarije BG

D

D

D

A

A

A

D

D

XXX

A

A

XXX

Bulgarije BG-1

A

A

D

A

A

A

A

D

XXX

A

A

XXX

Bulgarije BG-2

D

D

D

A

A

A

D

D

XXX

A

A

XXX

BH

Bahrein

B

B

B

B

XXX

A

C

C

XXX

A

XXX

XXX

BR

Brazilië

C

C

C

A

D

A

C

C

XXX

A

D

XXX

Brazilië BR-1

C

C

C

A

A

A

C

C

XXX

A

A

XXX

BW

Botswana

B

B

B

B

XXX

A

B

B

A

A

XXX

XXX

BY

Belarus

C

C

C

B

XXX

A

C

C

XXX

A

XXX

XXX

CA

Canada

A

A

A

A

A

A

A

A

XXX

A

A

A

CH

Zwitserland

A

A

A

A

A

A

A

A

XXX

A

A

XXX

CL

Chili

A

A

A

A

A

A

B

B

XXX

A

A

XXX

CN

Volksrepubliek China

B

B

B

B

B

A

B

B

XXX

A

B

XXX

CO

Colombia

B

B

B

B

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

CS

Servië en Montenegro

A

A

D

A

D

A

D

D

XXX

A

XXX

XXX

ET

Ethiopië

B

B

B

B

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

GL

Groenland

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

A

XXX

XXX

XXX

A

A

A

HK

Hongkong

B

B

B

B

D

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

HR

Kroatië

A

A

D

A

A

A

A

D

XXX

A

A

XXX

IL

Israël

B

B

B

B

A

A

B

B

XXX

A

A

XXX

IN

India

B

B

B

B

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

IS

IJsland

B

B

B

A

A

A

B

B

XXX

A

A

XXX

KE

Kenia

B

B

B

B

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

KR

Korea (Rep.)

XXX

XXX

XXX

XXX

D

A

XXX

XXX

XXX

A

D

XXX

MA

Marokko

B

B

B

B

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

MG

Madagaskar

B

B

B

B

D

A

B

B

XXX

A

D

XXX

MK

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (Δ)

A

A

B

A

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

MU

Mauritius

B

B

B

B

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

MX

Mexico

A

D

D

A

D

A

D

D

XXX

A

D

XXX

MY

Maleisië MY

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

Maleisië MY-1

XXX

XXX

XXX

XXX

D

A

XXX

XXX

XXX

A

D

XXX

NA

Namibië (3)

B

B

B

B

D

A

B

B

A

A

D

XXX

NZ

Nieuw-Zeeland

A

A

A

A

A

A

A

A

XXX

A

A

A

PY

Paraguay

C

C

C

B

XXX

A

C

C

XXX

A

XXX

XXX

RO

Roemenië

A

A

D

A

A

A

A

D

XXX

A

A

A

RU

Rusland

C

C

C

B

XXX

A

C

C

XXX

A

XXX

A

SG

Singapore

B

B

B

B

D

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

SZ

Swaziland

B

B

B

B

XXX

A

B

B

A

A

XXX

XXX

TH

Thailand

B

B

B

B

A

A

B

B

XXX

A

D

XXX

TN

Tunesië

C

C

B

B

A

A

B

B

XXX

A

D

XXX

TR

Turkije

XXX

XXX

XXX

XXX

D

A

XXX

XXX

XXX

A

D

XXX

UA

Oekraïne

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

A

XXX

XXX

XXX

A

XXX

XXX

US

Verenigde Staten van Amerika

A

A

A

A

A

A

A

A

XXX

A

A

XXX

UY

Uruguay

C

C

B

A

D

A

XXX

XXX

XXX

A

D

XXX

ZA

Zuid-Afrika (3)

C

C

C

A

D

A

C

C

A

A

D

XXX

ZW

Zimbabwe (3)

C

C

B

A

D

A

B

B

XXX

A

D

XXX

(Δ)

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië: voorlopige code die niet vooruitloopt op de definitieve benaming voor dit land, die zal worden vastgelegd na de afsluiting van de lopende onderhandelingen in het kader van de Verenigde Naties.

XXX

Geen certificaat vastgesteld; vleesproducten die zijn vervaardigd met vlees van deze diersoort zijn niet toegestaan.

DEEL 3

Derde landen of delen daarvan waaruit invoer onder het stelsel niet-specifieke behandeling (A) niet is toegestaan, maar waaruit biltong/jerky of gepasteuriseerde vleesproducten in de Gemeenschap mogen worden ingevoerd

ISO-code

Land van oorsprong of deel daarvan

1.

Als huisdier gehouden runderen

2.

Gekweekt evenhoevig wild, met uitzondering van wilde varkens

Als huisdier gehouden schapen en geiten

1.

Als huisdier gehouden varkens

2.

Gekweekt evenhoevig wild (wilde varkens

Als huisdier gehouden eenhoevigen

1.

Als huisdier gehouden pluimvee

2.

Gekweekt vederwild

Tamme konijnen en gekweekte leporidae

Vrij evenhoevig wild (met uitzondering van wilde varkens)

Wilde varkens

Wilde eenhoevigen

Wilde leporidae (konijnen en hazen)

Vrij vederwild

Niet als huisdier gehouden landzoogdieren (met uitzondering van hoefdieren en leporidae)

AR

Argentinië

F

F

XXX

XXX

XXX

A

XXX

XXX

XXX

A

XXX

XXX

NA

Namibië

E

E

XXX

XXX

E

A

XXX

XXX

A

A

E

XXX

ZA

Zuid-Afrika

E

E

XXX

XXX

E

A

XXX

XXX

A

A

E

XXX

ZW

Zimbabwe

E

E

XXX

XXX

E

A

XXX

XXX

E

A

E

XXX

DEEL 4

Verklaring van de in de tabellen in de delen 2 en 3 gebruikte codes

IN BIJLAGE I BEDOELDE BEHANDELINGEN

Stelsel niet-specifieke behandeling

A

=

Voor het vleesproduct wordt geen op veterinairrechtelijke gronden gebaseerde minimumeis vastgesteld ten aanzien van temperatuur of andere behandeling. Het vlees moet wel een zodanige behandeling hebben ondergaan dat, wanneer het product wordt doorgesneden, het snijvlak niet langer de kenmerken vertoont van vers vlees en het gebruikte verse vlees moet ook voldoen aan de veterinairrechtelijke voorschriften die van toepassing zijn op de uitvoer van vers vlees naar de Gemeenschap.

Stelsel specifieke behandeling (in afnemende orde van strengheid)

B

=

Behandeling in een hermetisch gesloten recipiënt tot een Fo-waarde van 3 of meer.

C

=

Tijdens de bereiding van het vleesproduct moet overal in het vlees een temperatuur worden bereikt van ten minste 80 °C.

D

=

Tijdens de bereiding van het vleesproduct moet overal in het vlees een temperatuur worden bereikt van ten minste 70 °C; voor rauwe ham volstaat een behandeling bestaande uit een natuurlijke fermentatie en rijping gedurende ten minste negen maanden, resulterend in de volgende eigenschappen:

Aw ten hoogste 0,93,

pH ten hoogste 6,0.

E

=

Voor producten van het type „biltong” een behandeling die resulteert in:

een Aw van ten hoogste 0,93,

een pH van ten hoogste 6,0.

F

=

Een warmtebehandeling die garandeert dat een kerntemperatuur van ten minste 65 °C wordt bereikt gedurende een voldoende lange tijd om een pasteurisatiewaarde (pw) van ten minste 40 te bereiken.


(1)   PB L 146 van 14.6.1979, blz. 15.

(2)   PB L 378 van 31.12.1994, blz. 11.

(3)  Zie deel 3 van deze bijlage voor minimumeisen voor de behandeling van gepasteuriseerde vleesproducten en biltong.

(4)  Voor vleesproducten die zijn bereid met vers vlees van dieren die zijn geslacht na 1 maart 2002.


BIJLAGE III

Model van het gezondheidscertificaat voor vleesproducten bestemd voor verzending uit een derde land naar de Europese Gemeenschap (*1)

Image 1

Tekst van het beeld

Image 2

Tekst van het beeld

Image 3

Tekst van het beeld

(*1)  Onverminderd de specifieke certificeringsvoorschriften in communautaire overeenkomsten met derde landen.


BIJLAGE IV

Doorvoer en/of opslag

Image 4

Tekst van het beeld

Image 5

Tekst van het beeld

14.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 151/19


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 9 juni 2005

tot wijziging van Beschikking 92/452/EEG wat betreft embryoteams in de Verenigde Staten van Amerika

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1687)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/433/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 89/556/EEG van de Raad van 25 september 1989 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in embryo’s van als huisdier gehouden runderen en de invoer daarvan uit derde landen (1), en met name op artikel 8, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Beschikking 92/452/EEG van de Commissie van 30 juli 1992 houdende vaststelling van lijsten van embryoteams en embryoproductieteams die in derde landen zijn erkend met het oog op de uitvoer van runderembryo’s naar de Gemeenschap (2) is bepaald dat de lidstaten de invoer van runderembryo’s uit derde landen alleen toestaan als die embryo’s zijn verzameld, behandeld en opgeslagen door embryoteams die voorkomen op de lijsten in de bijlage bij die beschikking.

(2)

De Verenigde Staten van Amerika hebben gevraagd de lijst voor dat land te wijzigen.

(3)

De Verenigde Staten hebben garanties gegeven betreffende de naleving van de desbetreffende voorschriften van Richtlijn 89/556/EEG en het betrokken embryoteam is door de veterinaire diensten van dat land officieel erkend voor uitvoer naar de Gemeenschap.

(4)

Beschikking 92/452/EEG moet dus dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De bijlage bij Beschikking 92/452/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Deze beschikking is van toepassing met ingang van 17 juni 2005.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 9 juni 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 302 van 19.10.1989, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).

(2)   PB L 250 van 29.8.1992, blz. 40. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2005/29/EG (PB L 15 van 19.1.2005, blz. 34).


BIJLAGE

In de bijlage bij Beschikking 92/452/EEG wordt de lijst betreffende de Verenigde Staten van Amerika als volgt gewijzigd:

a)

De gegevens met betrekking tot embryoteam nr. 96TX088-E928 worden vervangen door:

„US

 

96TX088 E928

 

Advanced Genetic Services/Normangee 4140 OSR Normangee, TX 77871

Dr. Joe Oden”

b)

De gegevens met betrekking tot embryoteam nr. 91TX050-E548 worden vervangen door:

„US

 

91TX050 E548

 

Buzzard Hollow Ranch, 500 Coates Road, Granbury, TX 67048

Dr. Mark Steele”

c)

De gegevens met betrekking tot embryoteam nr. 02TX107-E1482 worden vervangen door:

„US

 

02TX107 E1482

 

Ovagenix, 9605 Dream Ranch Road, Navasota, TX 77876

Dr. Gary Moore”

d)

De gegevens met betrekking tot embryoteam nr. 99TX104-E874 worden vervangen door:

„US

 

99TX104 E874

 

Ultimate genetics/Camp Cooley, Rt.3, Box 733, Franklin, TX 77856

Dr. Joe Oden”

e)

De volgende rijen worden toegevoegd:

„US

 

03TX112

 

Diamond A Ranch, RT.1, Box 35C, Dime Box, TX 77853

Dr. John Schull

US

 

94MI074

 

GGS Genetics, 1200 Stillman Road Mason, MI 48854

Dr. John D. Gunther”


14.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 151/21


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 9 juni 2005

tot wijziging van Beschikking 2005/393/EG wat betreft uitzonderingen op het verplaatsingsverbod voor verplaatsingen binnen de lidstaat van dieren uit de beperkingsgebieden

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1689)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/434/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2000/75/EG van de Raad van 20 november 2000 tot vaststelling van specifieke bepalingen inzake de bestrijding en uitroeiing van bluetongue (1), en met name op artikel 9, lid 1, onder c), en artikel 19, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 2000/75/EG bevat controlevoorschriften en maatregelen ter bestrijding van bluetongue in de Gemeenschap, waaronder de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden en een verbod op verplaatsingen van dieren uit die gebieden.

(2)

Beschikking 2005/393/EG van de Commissie (2) bakent de algemene geografische gebieden af waarin de lidstaten beschermings- en toezichtsgebieden („beperkingsgebieden”) in verband met bluetongue moeten instellen. Ook worden voorwaarden vastgesteld voor uitzonderingen op het verplaatsingsverbod van Richtlijn 2000/75/EG („verplaatsingsverbod”) voor bepaalde verplaatsingen van dieren en van sperma, eicellen en embryo's daarvan uit de beperkingsgebieden.

(3)

Als in een beslag een vaccinatieprogramma is uitgevoerd, is de viruscirculatie zo sterk teruggebracht dat de verplaatsing van jonge dieren uit het beperkingsgebied naar bedrijven buiten het gebied waar de vectoren onder controle zijn, als een aanvaardbaar risico beschouwd mag worden.

(4)

Op 14 maart 2005 heeft een werkgroep van de Commissie voor de Terrestrial Animal Health Code (Gezondheidscode voor landdieren) van het Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten (OIE) een rapport uitgebracht over de verschillende aspecten van de voorschriften die voor de verplaatsing van dieren moeten gelden in verband met bluetongue.

(5)

Die werkgroep kwam tot de conclusie dat een viremie van meer dan 60 dagen voor verplaatsingen van dieren geen risico van betekenis inhoudt, zodat dieren die langer dan 60 dagen tegen vectoren beschermd zijn, als veilig beschouwd moeten worden.

(6)

Daar seroconversie na infectie maximaal na 28 dagen optreedt, concludeerde de werkgroep voorts dat een dier veilig is als het gedurende een periode van meer dan 28 dagen tegen vectoren beschermd is en na die 28 dagen slechts eenmaal negatief gereageerd heeft op een serologische test.

(7)

Daar een virologische test zeven dagen na de infectie altijd positief is, concludeerde de werkgroep verder dat een dier veilig is als het gedurende een periode van meer dan zeven dagen tegen vectoren beschermd is en na die periode eenmaal negatief gereageerd heeft op een virologische test.

(8)

Beschikking 2005/393/EG moet dus dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Wijzigingen van Beschikking 2005/393/EG

Beschikking 2005/393/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3, lid 2, komt als volgt te luiden:

„2.   De bevoegde autoriteit staat een uitzondering op het verplaatsingsverbod toe voor verplaatsingen binnen de lidstaat zoals bedoeld in lid 1, indien:

a)

de dieren afkomstig zijn van een beslag dat is gevaccineerd overeenkomstig een door de bevoegde autoriteit goedgekeurd vaccinatieprogramma, en

b)

de dieren:

i)

meer dan dertig dagen maar minder dan twaalf maanden vóór de datum van de verplaatsing zijn gevaccineerd tegen het serotype of de serotypen die aanwezig zijn of mogelijk aanwezig zijn in een uit epizoötiologisch oogpunt relevant gebied van oorsprong, of

ii)

op de dag van de verplaatsing minder dan twee maanden oud zijn en bestemd zijn voor een mestbedrijf dat tegen vectoren beschermd is en door de bevoegde autoriteit als mestbedrijf is geregistreerd.”

2)

Bijlage II, deel A, komt als volgt te luiden:

„A.

Levende dieren moeten tegen culicoïdes zijn beschermd:

1)

ten minste gedurende 60 dagen vóór de verplaatsing, of

2)

ten minste gedurende de laatste 28 dagen vóór de verplaatsing en in die periode negatief hebben gereageerd op een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen de bluetonguevirusgroep, bijvoorbeeld de competitie-ELISA op bluetongue of de AGID-test, waarbij die test is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na het begin van de bescherming tegen vectoren zijn afgenomen, of

3)

ten minste gedurende zeven dagen vóór de verplaatsing en in die periode negatief hebben gereageerd op een virusisolatietest of een PCR-test op bluetongue, waarbij die test is uitgevoerd op monsters die ten minste zeven dagen na het begin van de bescherming tegen vectoren zijn afgenomen, en

4)

tijdens het vervoer naar de plaats van verzending.”.

Artikel 2

Toepassing

Deze beschikking is van toepassing vanaf 4 juli 2005.

Artikel 3

Adressaten

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 9 juni 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 327 van 22.12.2000, blz. 74.

(2)   PB L 130 van 24.5.2005, blz. 22.


14.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 151/23


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 9 juni 2005

betreffende het tijdelijk in de handel brengen van bepaald zaaizaad van de soorten Pisum sativum, Vicia faba en Linum usitatissimum dat niet aan de eisen van Richtlijn 66/401/EEG van de Raad of van respectievelijk Richtlijn 2002/57/EG van de Raad voldoet

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1692)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/435/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 66/401/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (1), en met name op artikel 17, lid 1,

Gelet op Richtlijn 2002/57/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (2), en met name op artikel 21, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Finland is de beschikbare hoeveelheid zaaizaad van voor het klimaat van dat land geschikte voedererwten (Pisum sativum), tuin- en veldbonen (Vicia faba) en lijnzaad (Linum usitatissimum) dat qua kiemkracht aan de eisen van Richtlijn 66/401/EEG, respectievelijk Richtlijn 2002/57/EG voldoet, ontoereikend om in de behoeften van deze lidstaat te voorzien.

(2)

In de behoeften aan zaaizaad van deze soorten kan niet in voldoende mate worden voorzien met zaaizaad uit andere lidstaten of uit derde landen dat aan alle eisen van Richtlijn 66/401/EEG, respectievelijk Richtlijn 2002/57/EG voldoet.

(3)

Derhalve moet Finland worden gemachtigd om tot en met 31 mei 2005 toe te staan dat zaaizaad dat aan minder strenge eisen voldoet, in de handel wordt gebracht.

(4)

Bovendien moeten andere lidstaten die zaaizaad van de betrokken soorten aan Finland kunnen leveren, ongeacht of dat zaad is geoogst in een lidstaat dan wel in een derde land dat valt onder Beschikking 2003/17/EG van de Raad van 16 december 2002 betreffende de gelijkwaardigheid van in derde landen verrichte veldkeuringen van gewassen voor de teelt van zaaizaad en de gelijkwaardigheid van in derde landen voortgebracht zaaizaad (3), worden gemachtigd om toe te staan dat dergelijk zaad in de handel wordt gebracht.

(5)

Finland dient als coördinator op te treden om ervoor te zorgen dat de totale hoeveelheid die op grond van deze beschikking in de handel mag worden gebracht, de in deze beschikking vastgestelde maximumhoeveelheid niet overschrijdt.

(6)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Het in de handel brengen in de Gemeenschap van zaaizaad van voedererwten (Pisum sativum) en van tuin- en veldbonen (Vicia faba) dat qua minimumkiemkracht niet aan de eisen van Richtlijn 66/401/EEG voldoet, wordt tot en met 31 mei 2005 toegestaan, overeenkomstig het bepaalde in de bijlage, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

de kiemkracht bedraagt ten minste het in de bijlage vermelde percentage;

b)

op het officiële etiket staat de kiemkracht vermeld die bij het op grond van artikel 2, lid 1, punt C bis, onder d), en artikel 2, lid 1, punt C ter, onder d), van Richtlijn 66/401/EEG uitgevoerde officiële onderzoek is geconstateerd;

c)

het zaaizaad is voor het eerst in de handel gebracht overeenkomstig artikel 3 van deze beschikking.

Artikel 2

Het in de handel brengen in de Gemeenschap van zaaizaad van lijnzaad (Linum usitatissimum) dat qua minimumkiemkracht niet aan de eisen van Richtlijn 2002/57/EG voldoet, wordt tot en met 31 mei 2005 toegestaan, overeenkomstig het bepaalde in de bijlage, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

de kiemkracht bedraagt ten minste het in de bijlage vermelde percentage;

b)

op het officiële etiket staat de kiemkracht vermeld die bij het op grond van artikel 2, lid 1, onder f), iv), en artikel 2, lid 1, onder g), iv), van Richtlijn 2002/57/EG uitgevoerde officiële onderzoek is geconstateerd;

c)

het zaaizaad is voor het eerst in de handel gebracht overeenkomstig artikel 3 van deze beschikking.

Artikel 3

Een zaaizaadleverancier die het in de artikelen 1 en 2 bedoelde zaaizaad in de handel wenst te brengen, vraagt daartoe toestemming in de lidstaat waar hij is gevestigd of waarin hij zaaizaad invoert.

De betrokken lidstaat geeft de leverancier toestemming om dat zaaizaad in de handel te brengen, tenzij:

a)

er voldoende aanwijzingen zijn dat de leverancier niet in staat zal zijn de in zijn aanvraag vermelde hoeveelheid in de handel te brengen, of

b)

als gevolg daarvan de totale hoeveelheid die op grond van de betrokken afwijking in de handel mag worden gebracht, de in de bijlage vastgestelde maximumhoeveelheid zou overschrijden.

Artikel 4

De lidstaten verlenen elkaar administratieve bijstand bij de toepassing van deze beschikking.

Om ervoor te zorgen dat de totale hoeveelheid waarvoor toestemming wordt gegeven, de in de bijlage vastgestelde maximumhoeveelheid niet overschrijdt, treedt Finland als coördinerende lidstaat op met betrekking tot de artikelen 1 en 2.

Wanneer een lidstaat een aanvraag overeenkomstig artikel 3 ontvangt, stelt hij onverwijld de coördinerende lidstaat in kennis van de in de aanvraag vermelde hoeveelheid. De coördinerende lidstaat meldt de lidstaat die de gegevens heeft meegedeeld, onmiddellijk of inwilliging van de aanvraag tot een overschrijding van de maximumhoeveelheid zou leiden.

Artikel 5

De lidstaten delen de Commissie en de overige lidstaten onmiddellijk de hoeveelheden zaad mee die zij op grond van deze beschikking in de handel hebben toegelaten.

Artikel 6

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 9 juni 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB 125 van 11.7.1966, blz. 2298/66. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/117/EG (PB L 14 van 18.1.2005, blz. 18).

(2)   PB L 193 van 20.7.2002, blz. 74. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/117/EG.

(3)   PB L 8 van 14.1.2003, blz. 10. Beschikking gewijzigd bij Beschikking 2003/403/EG (PB L 141 van 7.6.2003, blz. 23).


BIJLAGE

Soort

Ras

Maximumhoeveelheid

(t)

Minimumkiemkracht

(% zuiver zaad)

Pisum sativum

Karita, Sunna, Perttu, Julia, Stok

30

70

Vicia faba

Kontu

10

70

Linun usitatissimum

Helmi

20

65


14.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 151/26


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 13 juni 2005

inzake communautaire samenwerking met de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), in het bijzonder met betrekking tot activiteiten van de Europese Commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer

(2005/436/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1), en met name op de artikelen 12 en 13,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Naar aanleiding van de belangrijke epidemieën van mond- en klauwzeer (MKZ) aan het einde van de jaren vijftig, zowel in de Gemeenschap als in de omliggende landen, werd in de schoot van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties de Europese Commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer (EUFMD — European Commission for the Control of Foot and Mouth Disease) opgericht.

(2)

In de jaren zestig werden, in verband met het toenemende gevaar voor de insleep van exotische stammen van MKZ in Europa, de lidstaten van de EUFMD opgeroepen om een Trustfonds op te richten, vooral met het oog op de tenuitvoerlegging van noodmaatregelen in de Balkan, de belangrijkste route voor insleep van het virus. Later werd het fonds opgesplitst in Trustfonds 911100/MTF/003/EEG, gefinancierd door de bij de EUFMD aangesloten lidstaten van de Europese Gemeenschap, en Trustfonds 909700/MTF/004/MUL, gefinancierd door de bij de EUFMD aangesloten landen die op dat ogenblik geen lidstaat van de Europese Gemeenschap waren.

(3)

Overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 90/423/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot wijziging van Richtlijn 85/511/EEG tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer, Richtlijn 64/432/EEG inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens en Richtlijn 72/462/EEG inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen en varkens en van vers vlees en vleesproducten uit derde landen (2), is preventieve vaccinatie tegen mond- en klauwzeer met ingang van 1992 in de gehele Gemeenschap stopgezet.

(4)

Tegelijk voorzag Beschikking 90/424/EEG specifiek in de mogelijkheid steun te verlenen aan controlemaatregelen tegen mond- en klauwzeer in derde landen, vooral om risicogebieden binnen de Gemeenschap te beschermen.

(5)

Door de goedkeuring van Richtlijn 2003/85/EG van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van mond- en klauwzeer, tot intrekking van Richtlijn 85/511/EEG en van de Beschikkingen 89/531/EEG en 91/665/EEG, en tot wijziging van Richtlijn 92/46/EEG (3) bevestigden de lidstaten opnieuw het verbod op preventieve vaccinatie, maar versoepelden zij tegelijk de mogelijkheid tot noodvaccinatie tegen mond- en klauwzeer.

(6)

Een aantal uitbraken die sinds 1992 zijn gemeld, meer bepaald in aan endemisch besmette landen grenzende streken van de Gemeenschap, alsook een belangrijke epidemie in enkele lidstaten in 2001, vereisen uiterste waakzaamheid en paraatheid voor deze ziekte, met inbegrip van internationale samenwerking.

(7)

Voorts is de laatste jaren melding gemaakt van uitbraken en in sommige gevallen van ernstige epidemieën in buurlanden van EU-lidstaten die een gevaar kunnen vormen voor de gezondheidsstatus van de voor deze ziekte gevoelige dieren in de Gemeenschap.

(8)

Wegens het opduiken van nieuwe topotypen van het virus en de steeds gebrekkiger wordende bestrijdingsmaatregelen in sommige regio's heeft de Commissie, in nauwe samenwerking met de EUFMD en via Trustfonds 911100/MTF/003/EEG, steun verleend voor noodvaccinatiecampagnes in Turkije en in Trans-Kaukasië.

(9)

Overeenkomstig Beschikking 2001/300/EG van de Commissie van 30 maart 2001 inzake de samenwerking tussen de Gemeenschap en de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), vooral met betrekking tot de werkzaamheden van de Europese Commissie van de FAO voor de bestrijding van mond- en klauwzeer („European Commission for the control of Foot and Mouth Disease”) (4) heeft de Commissie het „Implementing Agreement MTF/ INT/003/EEC911100 (TFEU970089129) on EC Funded Permanent Activities carried out by the FAO European Commission for the Control of Foot and Mouth Disease” gesloten dat tot en met 31 december 2004 met succes van kracht was.

(10)

De Europese Gemeenschap en de Verenigde Naties ondertekenden op 29 november 2003 een nieuwe financiële en administratieve kaderovereenkomst ter ondersteuning van de overeenkomst tussen de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de Voedsel- en Landbouworganisatie van 17 juli 2003.

(11)

Het is aangewezen de Uitvoeringsovereenkomst („Implementing Agreement”) tussen beide internationale organisaties te vernieuwen en rekening houdend met de uitbreiding van de Unie de bijdrage van de Gemeenschap aan het Trustfonds 911100MTF/INT/003/EEG vast te stellen op maximaal 4,5 miljoen EUR voor een periode van vier jaar. De begroting van het Trustfonds voor 2005 moet worden opgesteld op basis van het eindsaldo van de fondsen per 25 januari 2005, vermeerderd met een bijdrage van de Gemeenschap om het totale bedrag op het equivalent van 2 miljoen EUR in USD te brengen. Latere uitgaven zouden moeten worden gecompenseerd via jaarlijkse stortingen.

(12)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

BESLUIT:

Artikel 1

1.   Het saldo van Trustfonds 911100/MTF/INT/003/EEG (TFEU 970089129) bedraagt 55 284 USD, zoals blijkt uit het eindverslag van de op 25 januari 2005 in Rome gehouden 71e vergadering van het Uitvoerend Comité („Executive Committee”) van de Europese Commissie van de FAO voor de bestrijding van mond- en klauwzeer (EUFMD).

2.   Met ingang van 1 januari 2005 bedraagt de financiële verplichting van de Gemeenschap aan het in lid 1 genoemde fonds ten hoogste 4,5 miljoen EUR voor een periode van vier jaar.

3.   De eerste betaling van het in lid 2 bedoelde bedrag voor 2005 bestaat uit:

a)

het in lid 1 bedoelde saldo, en

b)

een bijdrage van de Gemeenschap om het totaal op het equivalent van 2 miljoen EUR in USD te brengen.

4.   De door het Trustfonds in 2005, 2006, 2007 en 2008 gedane uitgaven worden gecompenseerd door jaarlijkse bijdragen van de Gemeenschap die worden betaald in respectievelijk 2006, 2007, 2008 en 2009. De betalingen worden evenwel slechts gedaan voorzover daartoe kredieten beschikbaar zijn op de begroting van de Commissie.

5.   De in lid 4 bedoelde jaarlijkse bijdragen van de Gemeenschap worden gebaseerd op het financiële verslag dat door de EUFMD wordt overgelegd hetzij tijdens de jaarlijkse vergadering van het Uitvoerend Comité, hetzij tijdens de tweejaarlijkse algemene vergadering van de EUFMD, vergezeld van de nodige bewijsstukken overeenkomstig de terzake geldende regels van de FAO.

Artikel 2

1.   Voor de periode van vier jaar die ingaat op 1 januari 2005, wordt tussen de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) een Uitvoeringsovereenkomst betreffende de aanwending en de werking van Trustfonds 911100/MTF/INT/003/EEG (TFEU 970089129) gesloten.

2.   Voor de werking van het in artikel 1 genoemde Trustfonds dienen de Commissie en de EUFMD telkens overeenstemming te bereiken overeenkomstig de in lid 1 van dit artikel bedoelde uitvoeringsovereenkomst.

Gedaan te Brussel, 13 juni 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).

(2)   PB L 224 van 18.8.1990, blz. 13.

(3)   PB L 306 van 22.11.2003, blz. 1.

(4)   PB L 102 van 12.4.2001, blz. 71. Beschikking gewijzigd bij Beschikking 2002/953/EG (PB L 330 van 6.12.2002, blz. 39).