|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
48e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing |
Bladzijde |
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
|
|
|
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing |
|
|
|
|
Commissie |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 613/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 22 april 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 21 april 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
052 |
137,4 |
|
204 |
94,1 |
|
|
212 |
118,7 |
|
|
624 |
101,8 |
|
|
999 |
113,0 |
|
|
0707 00 05 |
052 |
137,4 |
|
204 |
62,7 |
|
|
999 |
101,1 |
|
|
0709 90 70 |
052 |
103,5 |
|
204 |
37,2 |
|
|
999 |
70,4 |
|
|
0805 10 20 |
052 |
50,4 |
|
204 |
45,1 |
|
|
212 |
58,1 |
|
|
220 |
48,6 |
|
|
400 |
48,2 |
|
|
624 |
58,4 |
|
|
999 |
51,5 |
|
|
0805 50 10 |
052 |
50,4 |
|
388 |
70,6 |
|
|
400 |
60,0 |
|
|
528 |
62,3 |
|
|
624 |
65,8 |
|
|
999 |
61,8 |
|
|
0808 10 80 |
388 |
90,8 |
|
400 |
138,4 |
|
|
404 |
127,8 |
|
|
508 |
66,9 |
|
|
512 |
63,3 |
|
|
524 |
46,1 |
|
|
528 |
66,3 |
|
|
720 |
78,6 |
|
|
804 |
103,1 |
|
|
999 |
86,8 |
|
|
0808 20 50 |
388 |
82,5 |
|
512 |
62,5 |
|
|
528 |
64,9 |
|
|
720 |
32,9 |
|
|
999 |
60,7 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 614/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
inzake de opening van een permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van zachte tarwe die in het bezit is van het Litouwse interventiebureau
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EEG) nr. 2131/93 van de Commissie (2) zijn de procedures en de voorwaarden voor de verkoop van graan door de interventiebureaus vastgesteld. |
|
(2) |
Bij Verordening (EEG) nr. 3002/92 van de Commissie (3) zijn gemeenschappelijke bepalingen inzake de controle op het gebruik en/of de bestemming van producten uit interventie vastgesteld. |
|
(3) |
Bij de huidige marktsituatie is het dienstig een permanente openbare inschrijving te openen voor de uitvoer van 65 000 t zachte tarwe die in het bezit is van het Litouwse interventiebureau. |
|
(4) |
Voor een regelmatig verloop van de transacties en de controles daarop moeten speciale bepalingen worden vastgesteld. Het is dienstig daartoe een zekerheidsregeling vast te stellen waarmee de beoogde doelstellingen worden bereikt zonder dat dit voor de betrokken handelaren overdreven hoge kosten meebrengt. Bijgevolg moet worden afgeweken van sommige voorschriften, met name van Verordening (EEG) nr. 2131/93. |
|
(5) |
Om wederinvoer te voorkomen, mag uitvoer in het kader van deze inschrijving alleen geschieden naar bepaalde derde landen. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Tenzij in deze verordening iets anders is bepaald, houdt het Litouwse interventiebureau onder de bij Verordening (EEG) nr. 2131/93 vastgestelde voorwaarden een permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van zachte tarwe die in zijn bezit is.
Artikel 2
1. De inschrijving heeft betrekking op een hoeveelheid van ten hoogste 65 000 t zachte tarwe voor uitvoer naar alle derde landen, met uitzondering van Albanië, Bulgarije, Kroatië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Bosnië en Herzegovina, Liechtenstein, Roemenië, Servië en Montenegro (4) en Zwitserland.
2. De gebieden waar de in lid 1 bedoelde hoeveelheid zachte tarwe is opgeslagen, zijn vermeld in bijlage I.
Artikel 3
1. Voor uitvoer in het kader van deze verordening worden noch uitvoerrestituties, noch uitvoerbelastingen, noch maandelijkse verhogingen toegepast.
2. Artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 is niet van toepassing.
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 16, derde alinea, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 is de bij uitvoer te betalen prijs die welke in het bod is vermeld, zonder maandelijkse verhogingen.
Artikel 4
1. De uitvoercertificaten zijn geldig vanaf de datum van afgifte in de zin van artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2131/93 tot en met het einde van de vierde daaropvolgende maand.
2. De in het kader van deze openbare inschrijving ingediende biedingen mogen niet vergezeld gaan van aanvragen voor uitvoercertificaten in het kader van artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie (5).
Artikel 5
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 verstrijkt de termijn voor de indiening van de biedingen voor de eerste deelinschrijving op 28 april 2005 om 9.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).
De termijn voor de indiening van de biedingen voor de volgende deelinschrijvingen verstrijkt telkens op donderdag om 9.00 uur (plaatselijke tijd Brussel), behalve op 5 mei 2005.
De termijn voor de indiening van de biedingen voor de laatste deelinschrijving verstrijkt op 23 juni 2005 om 9.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).
2. De biedingen moeten worden ingediend bij het Litouwse interventiebureau:
|
The Lithuanian Agricultural and Food Products Market Regulation Agency |
|
L. Stuokos-Guceviciaus Str. 9-12, |
|
Vilnius, Lithuania |
|
Tel. (370-5) 268 50 49 |
|
Fax (370-5) 268 50 61 |
Artikel 6
Het interventiebureau, de opslaghouder en de koper gaan, op verzoek van deze laatste en in onderlinge overeenstemming, naar keuze van de koper hetzij vóór hetzij bij de uitslag uit de opslagplaats, over tot het nemen van contradictoire monsters met een frequentie van ten minste één monsterneming voor elke 500 t en tot de analyse van deze monsters. Het interventiebureau kan zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde die evenwel niet de opslaghouder kan zijn.
De contradictoire monsters worden genomen en geanalyseerd binnen een termijn van zeven werkdagen te rekenen vanaf de datum van het verzoek van de koper, of binnen een termijn van drie werkdagen indien de monsters worden genomen bij uitslag uit de opslagplaats.
In geval van betwisting worden de resultaten van de analyses aan de Commissie meegedeeld.
Artikel 7
1. De koper moet de partij als zodanig aanvaarden indien het eindresultaat van de analyses van de monsters duidt op een kwaliteit die:
|
a) |
beter is dan de in het bericht van inschrijving vermelde kwaliteit; |
|
b) |
beter is dan de voor interventie vereiste minimumkwaliteit maar minder dan de in het bericht van inschrijving beschreven kwaliteit, waarbij het verschil ten opzichte van deze laatste kwaliteit niet groter is dan:
|
2. Indien het eindresultaat van de analyses van de monsters duidt op een kwaliteit die beter is dan de voor interventie vereiste minimumkwaliteit, maar minder dan de in het bericht van inschrijving beschreven kwaliteit, waarbij het verschil ten opzichte van deze laatste kwaliteit groter is dan het in lid 1, onder b), bedoelde verschil, kan de koper:
|
a) |
hetzij de partij als zodanig aanvaarden, |
|
b) |
hetzij weigeren de betrokken partij over te nemen. |
In het in de eerste alinea, onder b), bedoelde geval is de koper pas van al zijn verplichtingen voor de betrokken partij, met inbegrip van die betreffende de zekerheden, ontslagen nadat hij de Commissie en het interventiebureau onverwijld van zijn beslissing op de hoogte heeft gebracht met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage II.
3. Indien het eindresultaat van de analyses van de monsters duidt op een kwaliteit die minder is dan de voor interventie vereiste minimumkwaliteit, mag de koper beslissen om de betrokken partij niet af te halen. Hij is pas van al zijn verplichtingen voor de betrokken partij, met inbegrip van die betreffende de zekerheden, ontslagen nadat hij de Commissie en het interventiebureau van zijn beslissing op de hoogte heeft gebracht met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage II.
Artikel 8
In de in artikel 7, lid 2, eerste alinea, onder b), en lid 3, bedoelde gevallen kan de koper het interventiebureau verzoeken om zonder extra kosten een andere partij zachte tarwe van de vastgestelde kwaliteit te leveren. In dat geval wordt de zekerheid niet vrijgegeven. De partij moet binnen drie dagen na het door de koper ingediende verzoek worden vervangen. De koper stelt de Commissie daarvan onverwijld in kennis met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage II.
Indien de koper, binnen een periode van ten hoogste een maand na de datum van het eerste door de koper ingediende verzoek om vervanging, na achtereenvolgende vervangingen geen vervangende partij van de vastgestelde kwaliteit heeft gekregen, is hij van al zijn verplichtingen, met inbegrip van die betreffende de zekerheden, ontslagen, nadat hij de Commissie en het interventiebureau daarvan onverwijld op de hoogte heeft gebracht met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage II.
Artikel 9
1. Indien de zachte tarwe wordt uitgeslagen voordat de resultaten van de in artikel 6 bedoelde analyses bekend zijn, zijn vanaf het tijdstip van de afhaling van de partij alle risico’s voor rekening van de koper, onverminderd de rechtsmiddelen waarover de koper jegens de opslaghouder mocht beschikken.
2. De kosten van de in artikel 6 bedoelde monsternemingen en analyses, maar niet die van de in artikel 7, lid 3, bedoelde monsternemingen en analyses, komen ten laste van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) voor maximaal één analyse per 500 t, met uitzondering van de overslagkosten. De overslagkosten en de eventueel op verzoek van de koper verrichte aanvullende analyses zijn voor rekening van de koper.
Artikel 10
In afwijking van artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 3002/92 moet in de documenten betreffende de verkoop van zachte tarwe overeenkomstig deze verordening, en met name in het uitvoercertificaat, in het uitslagbewijs zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, onder b), van Verordening (EEG) nr. 3002/92, in de aangifte ten uitvoer en, in voorkomend geval, in het exemplaar T5, een van de in bijlage III vastgestelde vermeldingen worden opgenomen.
Artikel 11
1. De overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 gestelde zekerheid moet worden vrijgegeven zodra de uitvoercertificaten aan de kopers zijn afgegeven.
2. In afwijking van artikel 17, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 wordt de naleving van de verplichting tot uitvoer gegarandeerd door een zekerheid waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen de op de toewijzingsdag geldende interventieprijs en de toewijzingsprijs, met dien verstande dat het bedrag nooit kleiner mag zijn dan 25 EUR per ton. De helft van deze zekerheid wordt gesteld bij de afgifte van het certificaat en het saldo vóór het afhalen van het graan.
Artikel 12
Het Litouwse interventiebureau stelt de Commissie uiterlijk twee uur na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de biedingen in kennis van de ontvangen inschrijvingen. Deze kennisgeving moet plaatsvinden met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage IV.
Artikel 13
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 191 van 31.7.1993, blz. 76. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2045/2004 (PB L 354 van 30.11.2004, blz. 17).
(3) PB L 301 van 17.10.1992, blz. 17. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 770/96 (PB L 104 van 27.4.1996, blz. 13).
(4) Met inbegrip van Kosovo, zoals gedefinieerd in resolutie nr. 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999.
BIJLAGE I
|
(in t) |
|
|
Plaats van opslag |
Hoeveelheid |
|
Alytus, Jonava, Joniškis, Kretinga, Pakruojis, Panevėžys, Rokiškis, Šiauliai, Vievis |
65 000 |
BIJLAGE II
Mededeling inzake weigering en eventuele vervanging van partijen die zijn toegewezen in het kader van de permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van zachte tarwe die in het bezit is van het Litouwse interventiebureau
(Verordening (EG) nr. 614/2005)
|
— |
Naam van de indiener van het bod, aan wie is toegewezen: |
|
— |
Datum van de toewijzing: |
|
— |
Datum van de weigering van de partij door de koper: |
|
Nummer van de partij |
Hoeveelheid in ton |
Adres van de silo |
Reden voor de weigering tot overneming |
||||||||||
|
|
|
|
|
BIJLAGE III
In artikel 10 bedoelde vermelding
|
— |
Trigo blando de intervención sin aplicación de restitución ni gravamen, Reglamento (CE) no 614/2005 |
|
— |
Intervenční pšenice obecná nepodléhá vývozní náhradě ani clu, nařízení (ES) č. 614/2005 |
|
— |
Blød hvede fra intervention uden restitutionsydelse eller -afgift, forordning (EF) nr. 614/2005 |
|
— |
Weichweizen aus Interventionsbeständen ohne Anwendung von Ausfuhrerstattungen oder Ausfuhrabgaben, Verordnung (EG) Nr. 614/2005 |
|
— |
Pehme nisu sekkumisvarudest, mille puhul ei rakendata toetust või maksu, määrus (EÜ) nr 614/2005 |
|
— |
Μαλακός σίτος παρέμβασης χωρίς εφαρμογή επιστροφής ή φόρου, κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 614/2005 |
|
— |
Intervention common wheat without application of refund or tax, Regulation (EC) No 614/2005 |
|
— |
Blé tendre d'intervention ne donnant pas lieu à restitution ni taxe, règlement (CE) no 614/2005 |
|
— |
Frumento tenero d'intervento senza applicazione di restituzione né di tassa, regolamento (CE) n. 614/2005 |
|
— |
Intervences parastie kvieši bez kompensācijas vai nodokļa piemērošanas, Regula (EK) Nr. 614/2005 |
|
— |
Intervenciniai paprastieji kviečiai, kompensacija ar mokesčiai netaikytini, Reglamentas (EB) Nr. 614/2005 |
|
— |
Intervenciós búza, visszatérítés, illetve adó nem alkalmazandó, 614/2005/EK rendelet |
|
— |
Zachte tarwe uit interventie, zonder toepassing van restitutie of belasting, Verordening (EG) nr. 614/2005 |
|
— |
Pszenica zwyczajna interwencyjna niedająca prawa do refundacji ani do opłaty, rozporządzenie (WE) nr 614/2005 |
|
— |
Trigo mole de intervenção sem aplicação de uma restituição ou imposição, Regulamento (CE) n.o 614/2005 |
|
— |
Intervenčná pšenica obyčajná nepodlieha vývozným náhradám ani clu, nariadenie (ES) č. 614/2005 |
|
— |
Intervencija navadne pšenice brez zahtevkov za nadomestila ali carine, Uredba (ES) št. 614/2005 |
|
— |
Interventiovehnä, johon ei sovelleta vientitukea eikä vientimaksua, asetus (EY) N:o 614/2005 |
|
— |
Interventionsvete, utan tillämpning av bidrag eller avgift, förordning (EG) nr 614/2005. |
BIJLAGE IV
Formulier (*1)
Permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van zachte tarwe die in het bezit is van het Litouwse interventiebureau
(Verordening (EG) nr. 614/2005)
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
|
Volgnummer van de inschrijvers |
Nummer van de partij |
Hoeveelheid in ton |
Geboden prijs (in EUR per ton) (1) |
Toeslagen (+) Kortingen (–) (in EUR per ton) (p.m.) |
Handelskosten (in EUR per ton) |
Bestemming |
|
1 |
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
etc. |
|
|
|
|
|
|
(*1) In te dienen bij DG AGRI (D/2):
|
— |
per fax: (32-2) 292 10 34. |
(1) Deze prijs omvat de toeslagen en kortingen die gelden voor de partij waarop de inschrijving betrekking heeft.
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/9 |
VERORDENING (EG) Nr. 615/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
inzake de opening van een permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van zachte tarwe die in het bezit is van het Slowaakse interventiebureau
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EEG) nr. 2131/93 van de Commissie (2) zijn de procedures en de voorwaarden voor de verkoop van graan door de interventiebureaus vastgesteld. |
|
(2) |
Bij Verordening (EEG) nr. 3002/92 van de Commissie (3) zijn gemeenschappelijke bepalingen inzake de controle op het gebruik en/of de bestemming van producten uit interventie vastgesteld. |
|
(3) |
Bij de huidige marktsituatie is het dienstig een permanente openbare inschrijving te openen voor de uitvoer van 65 000 t zachte tarwe die in het bezit is van het Slowaakse interventiebureau. |
|
(4) |
Voor een regelmatig verloop van de transacties en de controles daarop moeten speciale bepalingen worden vastgesteld. Het is dienstig daartoe een zekerheidsregeling vast te stellen waarmee de beoogde doelstellingen worden bereikt zonder dat dit voor de betrokken handelaren overdreven hoge kosten meebrengt. Bijgevolg moet worden afgeweken van sommige voorschriften, met name van Verordening (EEG) nr. 2131/93. |
|
(5) |
Om wederinvoer te voorkomen, mag uitvoer in het kader van deze inschrijving alleen geschieden naar bepaalde derde landen. |
|
(6) |
In artikel 7, lid 2 bis, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 is voorzien in de mogelijkheid dat de kosten van het vervoer op de gunstigste voorwaarden tussen de plaats van opslag en de werkelijke plaats van grensoverschrijding tot een bepaald maximum aan de koper-exporteur worden vergoed. Deze bepaling moet voor Slowakije worden toegepast, gezien de geografische ligging van dit land. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Tenzij in deze verordening iets anders is bepaald, houdt het Slowaakse interventiebureau onder de bij Verordening (EEG) nr. 2131/93 vastgestelde voorwaarden een permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van zachte tarwe die in zijn bezit is.
Artikel 2
1. De inschrijving heeft betrekking op een hoeveelheid van ten hoogste 65 000 t zachte tarwe voor uitvoer naar alle derde landen, met uitzondering van Albanië, Bulgarije, Kroatië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Bosnië en Herzegovina, Liechtenstein, Roemenië, Servië en Montenegro (4) en Zwitserland.
2. De gebieden waar de in lid 1 bedoelde hoeveelheid zachte tarwe is opgeslagen, zijn vermeld in bijlage I.
Artikel 3
1. Voor uitvoer in het kader van deze verordening worden noch uitvoerrestituties, noch uitvoerbelastingen, noch maandelijkse verhogingen toegepast.
2. Artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 is niet van toepassing.
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 16, derde alinea, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 is de bij uitvoer te betalen prijs die welke in het bod is vermeld, zonder maandelijkse verhogingen.
4. Krachtens artikel 7, lid 2 bis, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 worden de kosten van het vervoer op de gunstigste voorwaarden tussen de plaats van opslag en de werkelijke plaats van grensoverschrijding aan de koper-exporteur vergoed tot het in het bericht van inschrijving bepaalde maximum.
Artikel 4
1. De uitvoercertificaten zijn geldig vanaf de datum van afgifte in de zin van artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2131/93 tot en met het einde van de vierde daaropvolgende maand.
2. De in het kader van deze openbare inschrijving ingediende biedingen mogen niet vergezeld gaan van aanvragen voor uitvoercertificaten in het kader van artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie (5).
Artikel 5
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 verstrijkt de termijn voor de indiening van de biedingen voor de eerste deelinschrijving op 28 april 2005 om 9.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).
De termijn voor de indiening van de biedingen voor de volgende deelinschrijvingen verstrijkt telkens op donderdag om 9.00 uur (plaatselijke tijd Brussel), behalve op 5 mei 2005.
De termijn voor de indiening van de biedingen voor de laatste deelinschrijving verstrijkt op 23 juni 2005 om 9.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).
2. De biedingen moeten worden ingediend bij het Slowaakse interventiebureau:
|
Pôdohospodárska platobná agentúra oddelenie obilnín a škrobu |
|
Dobrovičova 12 |
|
SK-815 26 Bratislava |
|
Tel. (421-2) 58 24 32 71 |
|
Fax (421-2) 58 24 33 62 |
Artikel 6
Het interventiebureau, de opslaghouder en de koper gaan, op verzoek van deze laatste en in onderlinge overeenstemming, naar keuze van de koper hetzij vóór hetzij bij de uitslag uit de opslagplaats, over tot het nemen van contradictoire monsters met een frequentie van ten minste één monsterneming voor elke 500 t en tot de analyse van deze monsters. Het interventiebureau kan zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde die evenwel niet de opslaghouder kan zijn.
De contradictoire monsters worden genomen en geanalyseerd binnen een termijn van zeven werkdagen te rekenen vanaf de datum van het verzoek van de koper, of binnen een termijn van drie werkdagen indien de monsters worden genomen bij uitslag uit de opslagplaats.
In geval van betwisting worden de resultaten van de analyses aan de Commissie meegedeeld.
Artikel 7
1. De koper moet de partij als zodanig aanvaarden indien het eindresultaat van de analyses van de monsters duidt op een kwaliteit die:
|
a) |
beter is dan de in het bericht van inschrijving vermelde kwaliteit; |
|
b) |
beter is dan de voor interventie vereiste minimumkwaliteit, maar minder dan de in het bericht van inschrijving beschreven kwaliteit, waarbij het verschil ten opzichte van deze laatste kwaliteit niet groter is dan:
|
2. Indien het eindresultaat van de analyses van de monsters duidt op een kwaliteit die beter is dan de voor interventie vereiste minimumkwaliteit, maar minder dan de in het bericht van inschrijving beschreven kwaliteit, waarbij het verschil ten opzichte van deze laatste kwaliteit groter is dan het in lid 1, onder b), bedoelde verschil, kan de koper:
|
a) |
hetzij de partij als zodanig aanvaarden, |
|
b) |
hetzij weigeren de betrokken partij over te nemen. |
In het in de eerste alinea, onder b), bedoelde geval is de koper pas van al zijn verplichtingen voor de betrokken partij, met inbegrip van die betreffende de zekerheden, ontslagen nadat hij de Commissie en het interventiebureau onverwijld van zijn beslissing op de hoogte heeft gebracht met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage II.
3. Indien het eindresultaat van de analyses van de monsters duidt op een kwaliteit die minder is dan de voor interventie vereiste minimumkwaliteit, mag de koper beslissen om de betrokken partij niet af te halen. Hij is pas van al zijn verplichtingen voor de betrokken partij, met inbegrip van die betreffende de zekerheden, ontslagen nadat hij de Commissie en het interventiebureau van zijn beslissing op de hoogte heeft gebracht met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage II.
Artikel 8
In de in artikel 7, lid 2, eerste alinea, onder b), en lid 3, bedoelde gevallen kan de koper het interventiebureau verzoeken om zonder extra kosten een andere partij zachte tarwe van de vastgestelde kwaliteit te leveren. In dat geval wordt de zekerheid niet vrijgegeven. De partij moet binnen drie dagen na het door de koper ingediende verzoek worden vervangen. De koper stelt de Commissie daarvan onverwijld in kennis met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage II.
Indien de koper, binnen een periode van ten hoogste een maand na de datum van het eerste door de koper ingediende verzoek om vervanging, na achtereenvolgende vervangingen geen vervangende partij van de vastgestelde kwaliteit heeft gekregen, is hij van al zijn verplichtingen, met inbegrip van die betreffende de zekerheden, ontslagen, nadat hij de Commissie en het interventiebureau daarvan onverwijld op de hoogte heeft gebracht met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage II.
Artikel 9
1. Indien de zachte tarwe wordt uitgeslagen voordat de resultaten van de in artikel 6 bedoelde analyses bekend zijn, zijn vanaf het tijdstip van de afhaling van de partij alle risico’s voor rekening van de koper, onverminderd de rechtsmiddelen waarover de koper jegens de opslaghouder mocht beschikken.
2. De kosten van de in artikel 6 bedoelde monsternemingen en analyses, maar niet die van de in artikel 7, lid 3, bedoelde monsternemingen en analyses, komen ten laste van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) voor maximaal één analyse per 500 t, met uitzondering van de overslagkosten. De overslagkosten en de eventueel op verzoek van de koper verrichte aanvullende analyses zijn voor rekening van de koper.
Artikel 10
In afwijking van artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 3002/92 moet in de documenten betreffende de verkoop van zachte tarwe overeenkomstig deze verordening, en met name in het uitvoercertificaat, in het uitslagbewijs zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, onder b), van Verordening (EEG) nr. 3002/92, in de aangifte ten uitvoer en, in voorkomend geval, in het exemplaar T5, een van de in bijlage III vastgestelde vermeldingen worden opgenomen.
Artikel 11
1. De overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 gestelde zekerheid moet worden vrijgegeven zodra de uitvoercertificaten aan de kopers zijn afgegeven.
2. In afwijking van artikel 17, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 wordt de naleving van de verplichting tot uitvoer gegarandeerd door een zekerheid waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen de op de toewijzingsdag geldende interventieprijs en de toewijzingsprijs, met dien verstande dat het bedrag nooit kleiner mag zijn dan 25 EUR per ton. De helft van deze zekerheid wordt gesteld bij de afgifte van het certificaat en het saldo vóór het afhalen van het graan.
Artikel 12
Het Slowaakse interventiebureau stelt de Commissie uiterlijk twee uur na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de biedingen in kennis van de ontvangen inschrijvingen. Deze kennisgeving moet plaatsvinden met gebruikmaking van het formulier volgens het model in bijlage IV.
Artikel 13
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 191 van 31.7.1993, blz. 76. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2045/2004 (PB L 354 van 30.11.2004, blz. 17).
(3) PB L 301 van 17.10.1992, blz. 17. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 770/96 (PB L 104 van 27.4.1996, blz. 13).
(4) Met inbegrip van Kosovo, zoals gedefinieerd in resolutie nr. 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999.
BIJLAGE I
|
(in t) |
|
|
Plaats van opslag |
Hoeveelheid |
|
Vel’ké Ripňany, Lučenec, Rimavská Sobota, Senica, Bytčica, Malacky, Galanta-nové silo l, Tornal’a, Sered’, Želiezovce, Marcelová, Dvory n/Žitavou, Gbelce, Vel’ké Bedzany, Nedanovce, Podunajské Biskupice, Jesenské, Senec, Piešt’any, Lužianky, Malé Straciny |
65 000 |
BIJLAGE II
Mededeling inzake weigering en eventuele vervanging van partijen die zijn toegewezen in het kader van de permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van zachte tarwe die in het bezit is van het Slowaakse interventiebureau
(Verordening (EG) nr. 615/2005)
|
— |
Naam van de indiener van het bod, aan wie is toegewezen: |
|
— |
Datum van de toewijzing: |
|
— |
Datum van de weigering van de partij door de koper: |
|
Nummer van de partij |
Hoeveelheid in ton |
Adres van de silo |
Reden voor de weigering tot overneming |
||||||||||
|
|
|
|
|
BIJLAGE III
In artikel 10 bedoelde vermelding
|
— |
Trigo blando de intervención sin aplicación de restitución ni gravamen, Reglamento (CE) no 615/2005 |
|
— |
Intervenční pšenice obecná nepodléhá vývozní náhradě ani clu, nařízení (ES) č. 615/2005 |
|
— |
Blød hvede fra intervention uden restitutionsydelse eller -afgift, forordning (EF) nr. 615/2005 |
|
— |
Weichweizen aus Interventionsbeständen ohne Anwendung von Ausfuhrerstattungen oder Ausfuhrabgaben, Verordnung (EG) Nr. 615/2005 |
|
— |
Pehme nisu sekkumisvarudest, mille puhul ei rakendata toetust või maksu, määrus (EÜ) nr 615/2005 |
|
— |
Μαλακός σίτος παρέμβασης χωρίς εφαρμογή επιστροφής ή φόρου, κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 615/2005 |
|
— |
Intervention common wheat without application of refund or tax, Regulation (EC) No 615/2005 |
|
— |
Blé tendre d'intervention ne donnant pas lieu à restitution ni taxe, règlement (CE) no 615/2005 |
|
— |
Frumento tenero d'intervento senza applicazione di restituzione né di tassa, regolamento (CE) n. 615/2005 |
|
— |
Intervences parastie kvieši bez kompensācijas vai nodokļa piemērošanas, Regula (EK) Nr. 615/2005 |
|
— |
Intervenciniai paprastieji kviečiai, kompensacija ar mokesčiai netaikytini, Reglamentas (EB) Nr. 615/2005 |
|
— |
Intervenciós búza, visszatérítés, illetve adó nem alkalmazandó, 615/2005/EK rendelet |
|
— |
Zachte tarwe uit interventie, zonder toepassing van restitutie of belasting, Verordening (EG) nr. 615/2005 |
|
— |
Pszenica zwyczajna interwencyjna niedająca prawa do refundacji ani do opłaty, rozporządzenie (WE) nr 615/2005 |
|
— |
Trigo mole de intervenção sem aplicação de uma restituição ou imposição, Regulamento (CE) n.o 615/2005 |
|
— |
Intervenčná pšenica obyčajná nepodlieha vývozným náhradám ani clu, nariadenie (ES) č. 615/2005 |
|
— |
Intervencija navadne pšenice brez zahtevkov za nadomestila ali carine, Uredba (ES) št. 615/2005 |
|
— |
Interventiovehnä, johon ei sovelleta vientitukea eikä vientimaksua, asetus (EY) N:o 615/2005 |
|
— |
Interventionsvete, utan tillämpning av bidrag eller avgift, förordning (EG) nr 615/2005. |
BIJLAGE IV
Formulier (*1)
Permanente openbare inschrijving voor de uitvoer van zachte tarwe die in het bezit is van het Slowaakse interventiebureau
(Verordening (EG) nr. 615/2005)
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
|
Volgnummer van de inschrijvers |
Nummer van de partij |
Hoeveelheid in ton |
Geboden prijs (in EUR per ton) (1) |
Toeslagen (+) Kortingen (–) (in EUR per ton) (p.m.) |
Handelskosten (in EUR per ton) |
Bestemming |
|
1 |
|
|
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
etc. |
|
|
|
|
|
|
(*1) In te dienen bij DG AGRI (D/2):
|
— |
per fax: (32-2) 292 10 34. |
(1) Deze prijs omvat de toeslagen en kortingen die gelden voor de partij waarop de inschrijving betrekking heeft.
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/15 |
VERORDENING (EG) Nr. 616/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1623/2000 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de marktmechanismen als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (1), en met name op artikel 33,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 1623/2000 van de Commissie (2) voorziet in een systeem voor de afzet van wijnalcohol via openbare verkoop voor gebruik als bio-ethanol in de Gemeenschap. Teneinde voor deze alcohol de hoogste door een inschrijver geboden prijs te kunnen krijgen, dient het systeem van openbare verkoop te worden vervangen door een systeem van openbare inschrijving. |
|
(2) |
Hiertoe is het dienstig voor de verschillende soorten afzet van wijnalcohol dezelfde bepalingen toe te passen, met inachtneming evenwel van de voor elk gebruik of elke eindbestemming van de alcohol noodzakelijke kenmerken. |
|
(3) |
Om na te gaan of de alcohol wel degelijk wordt gebruikt voor de productie van bio-ethanol erkennen de lidstaten ondernemingen waarvan zij menen dat die voor erkenning in aanmerking komen op basis van de capaciteit van de onderneming, de installaties waarin de alcohol wordt verwerkt, hun jaarlijkse verwerkingscapaciteit en een bevestiging door de nationale autoriteiten van de lidstaat van de eindkoper dat deze laatste de alcohol uitsluitend voor de productie van bio-ethanol gebruikt en dat deze bio-ethanol uitsluitend in de sector motorbrandstoffen wordt gebruikt. |
|
(4) |
Het is dienstig om elk kwartaal een verkoop bij inschrijving te houden, enerzijds om de afzet van de door de interventiebureaus van de lidstaten opgeslagen alcohol te garanderen en anderzijds om in zekere mate de voorziening veilig te stellen van de in de Europese Gemeenschap gevestigde ondernemingen die alcohol in de sector motorbrandstoffen gebruiken. |
|
(5) |
Het is dienstig dat de lidstaten aan het einde van elke maand gegevens verstrekken over de hoeveelheden wijn, wijnmoer en distillatiewijn die in de voorgaande maand zijn gedistilleerd, evenals over de hoeveelheden alcohol, uitgesplitst in neutrale alcohol, ruwe alcohol en eau-de-vie. |
|
(6) |
Verordening (EG) nr. 1623/2000 moet derhalve worden aangepast. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor wijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 1623/2000 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De artikelen 92 tot en met 94 worden vervangen door: „Artikel 92 Opening van de openbare inschrijving 1. De Commissie kan volgens de in artikel 75 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde procedure per kwartaal één of meer inschrijvingen openen voor het exclusieve gebruik van wijnalcohol als bio-ethanol in de sector motorbrandstoffen in de Gemeenschap. De hoeveelheden alcohol die in het kader van deze inschrijving worden toegewezen, mogen niet meer bedragen dan 700 000 hectoliter alcohol 100 % vol per inschrijving. 2. De alcohol wordt toegewezen aan in de Gemeenschap gevestigde ondernemingen en moet worden gebruikt in de sector motorbrandstoffen. Met het oog hierop erkennen de lidstaten ondernemingen waarvan zij menen dat die voor erkenning in aanmerking komen en die een aanvraag daartoe hebben ingediend met:
3. De erkenning door een lidstaat is in de hele Gemeenschap geldig. 4. Alle per 1 maart 2005 door de Commissie erkende ondernemingen worden als erkende onderneming in de zin van deze verordening beschouwd. 5. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke nieuwe erkenning of intrekking van een erkenning. 6. De Commissie maakt regelmatig de lijst van de door de lidstaten erkende ondernemingen bekend. Artikel 93 Bericht van inschrijving Het bericht van inschrijving wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. In dit bericht worden vermeld:
Artikel 94 Voorwaarden inzake de biedingen 1. Een inschrijver mag slechts één enkel bod per toe te wijzen partij indienen. Als een inschrijver meer dan één bod per partij indient, is geen enkele ervan ontvankelijk. 2. Een bod is slechts ontvankelijk als wordt aangegeven in welke lidstaat de toegewezen alcohol zal worden gebruikt en de inschrijver zich ertoe verbindt zich aan deze bestemming te houden. 3. De biedingen moeten uiterlijk op de in het bericht van inschrijving voor het indienen van de biedingen vastgestelde datum, om 12.00 uur (Brusselse tijd), bij het interventiebureau van de betrokken lidstaat worden ingediend. 4. Een bod is slechts geldig als vóór het verstrijken van de indieningstermijn het bewijs is geleverd dat de inschrijver bij het betrokken interventiebureau voor de totale hoeveelheid van de te koop aangeboden partij een inschrijvingszekerheid heeft gesteld van vier EUR per hectoliter alcohol 100 % vol. Hiertoe geeft het betrokken interventiebureau aan de inschrijver onverwijld een verklaring af dat de inschrijvingszekerheid is gesteld voor de hoeveelheden die dat interventiebureau voor zijn rekening neemt. 5. De handhaving van het bod na afloop van de termijn voor het indienen van de biedingen en het stellen van de uitvoeringszekerheid zijn primaire eisen in de zin van artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 2220/85 in het kader van de inschrijvingszekerheid. Artikel 94 bis Mededeling betreffende de biedingen Het betrokken interventiebureau legt de Commissie binnen twee werkdagen na de uiterste indieningsdatum een anonieme lijst voor waarin voor elk bij het bureau ingediend bod worden vermeld:
Artikel 94 ter Gunning 1. Op basis van de ingediende biedingen besluit de Commissie zo spoedig mogelijk, volgens de in artikel 75, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde procedure, al dan niet gevolg te geven aan deze biedingen. 2. Wanneer gevolg wordt gegeven aan de biedingen, aanvaardt de Commissie het gunstigste bod per partij en wijst zij, bij gelijke biedingen, de betrokken hoeveelheid toe door loting. 3. De Commissie zendt een kennisgeving van de op grond van dit artikel genomen besluiten enkel aan die lidstaten en interventiebureaus die in het bezit zijn van de alcohol waarvoor een bod is aanvaard. 4. De Commissie maakt de resultaten van de inschrijving in vereenvoudigde vorm bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. Artikel 94 quater Verklaring van toewijzing 1. Het interventiebureau meldt de inschrijvers onverwijld schriftelijk, tegen bewijs van ontvangst, het resultaat van hun bod. 2. Binnen twee weken na de datum waarop de in lid 1 bedoelde kennisgeving is ontvangen, geeft het interventiebureau aan elke inschrijver aan wie is gegund een verklaring van toewijzing af waarin wordt bevestigd dat zijn bod is aanvaard. 3. Binnen twee weken na de datum waarop de inschrijver aan wie is gegund de in lid 1 bedoelde kennisgeving heeft ontvangen, levert hij het bewijs dat hij bij het betrokken interventiebureau een uitvoeringszekerheid van 30 EUR per hectoliter alcohol 100 % vol heeft gesteld die moet garanderen dat de totale hoeveelheid toegewezen alcohol voor de in zijn bod aangegeven doeleinden wordt gebruikt. Artikel 94 quinquies Afhalen van de alcohol 1. Het interventiebureau dat de alcohol in zijn bezit heeft en de koper stellen in onderling overleg een tijdschema voor de afhalingen van de alcohol vast. 2. De alcohol kan worden afgehaald tegen overlegging van een afhaalbon die na betaling van de betrokken hoeveelheid wordt afgegeven door het interventiebureau. Deze hoeveelheid wordt bepaald op een hectoliter alcohol 100 % vol nauwkeurig. Een afhaalbon wordt afgegeven voor een hoeveelheid van ten minste 2 500 hectoliter, behalve voor de laatste afhaling in elke lidstaat. Op de afhaalbon wordt de uiterste datum vermeld waarop de alcohol in de opslagplaatsen van het betrokken interventiebureau moet worden afgehaald. De termijn voor de afhaling mag niet meer bedragen dan acht dagen vanaf de datum waarop de afhaalbon is afgegeven. Wanneer de afhaalbon betrekking heeft op meer dan 25 000 hectoliter mag deze termijn evenwel meer dan acht dagen, doch niet meer dan vijftien dagen bedragen. 3. De eigendom van de alcohol waarvoor een afhaalbon wordt afgegeven, gaat over op de datum die in de bon is vermeld en die niet later mag vallen dan acht dagen na de datum waarop de bon is afgegeven; de betrokken hoeveelheden worden geacht op die datum te zijn uitgeslagen. Vanaf deze datum zijn voor de nog niet afgehaalde alcohol de risico's van diefstal, verlies of vernietiging, evenals de opslagkosten, voor rekening van de koper. 4. De alcohol moet binnen zes maanden na de datum waarop de kennisgeving is ontvangen, volledig zijn afgehaald. 5. De toegewezen alcohol moet binnen twee jaar na de datum van de eerste afhaling volledig zijn gebruikt.”. |
|
2) |
Artikel 97, lid 1, eerste alinea, wordt vervangen door: „1. Een offerte is slechts ontvankelijk, als ze schriftelijk wordt ingediend en naast de in de onderafdelingen I, II of III bedoelde specifieke gegevens, ook de volgende gegevens bevat:”. |
|
3) |
Artikel 98, leden 1 en 2, wordt vervangen door: „1. Elke gegadigde kan na de publicatie van een bericht van openbare inschrijving en tot de in dat bericht vastgestelde uiterste datum voor het indienen van de offertes, tegen betaling van 10 EUR per liter monsters van de te koop aangeboden alcohol krijgen. Per gegadigde wordt ten hoogste vijf liter per tank geleverd. 2. Na de uiterste datum voor het indienen van de offertes kan de inschrijver of de in artikel 92 bedoelde erkende onderneming monsters van de toegewezen alcohol krijgen. Na de uiterste datum voor het indienen van de offertes kan de inschrijver aan wie op grond van artikel 83, lid 3, tweede alinea, een vervangingshoeveelheid is voorgesteld, monsters van de ter vervanging voorgestelde alcohol krijgen. Deze monsters zijn bij het interventiebureau verkrijgbaar tegen betaling van 10 EUR per liter. Per gegadigde wordt ten hoogste vijf liter per tank geleverd.”. |
|
4) |
Artikel 100, lid 2, onder c), wordt vervangen door:
|
|
5) |
Artikel 103, lid 2, wordt vervangen door: „2. Met betrekking tot de in de artikelen 27, 28 en 30 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde distillatiemaatregelen delen de lidstaten aan het einde van elke maand de volgende gegevens mee:
|
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.
(2) PB L 194 van 31.7.2000, blz. 45. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1774/2004 (PB L 316 van 15.10.2004, blz. 61).
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/19 |
VERORDENING (EG) Nr. 617/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
tot wijziging van de vanaf 22 april 2005 geldende invoerrechten in de sector granen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De invoerrechten in de sector granen zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 595/2005 van de Commissie (3). |
|
(2) |
In artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1249/96 is bepaald dat, indien in de loop van een toepassingsperiode het berekende gemiddelde van de invoerrechten 5 EUR per ton verschilt van het vastgestelde recht, een overeenkomstige aanpassing wordt uitgevoerd. Dit verschil heeft zich voorgedaan. De in Verordening (EG) nr. 595/2005 vastgestelde invoerrechten moeten derhalve worden aangepast, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen I en II bij de Verordening (EG) nr. 595/2005 worden vervangen door de bijlagen I en II bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 22 april 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 270 van 29.9.2003, blz. 78.
(2) PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1110/2003 (PB L 158 van 27.6.2003, blz. 12).
BIJLAGE I
Vanaf 22 april 2005 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten
|
GN-code |
Omschrijving |
Invoerrecht (1) (in EUR/ton) |
|
1001 10 00 |
Harde tarwe van hoge kwaliteit |
0,00 |
|
van gemiddelde kwaliteit |
0,00 |
|
|
van lage kwaliteit |
0,00 |
|
|
1001 90 91 |
Zachte tarwe, zaaigoed |
0,00 |
|
ex 1001 90 99 |
Zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan voor zaaidoeleinden |
0,00 |
|
1002 00 00 |
Rogge |
34,66 |
|
1005 10 90 |
Maïs, zaaigoed, andere dan hybriden |
52,57 |
|
1005 90 00 |
Maïs, andere dan zaaigoed (2) |
52,57 |
|
1007 00 90 |
Graansorgho, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden |
34,66 |
(1) Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd (artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96) komt de importeur in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:
|
— |
3 EUR/t, als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt, of |
|
— |
2 EUR/t, als de loshaven in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Estland, Letland, Litouen, Polen, Finland, Zweden of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt. |
(2) De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t, als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.
BIJLAGE II
Berekeningselementen
periode van 15.4.2005-20.4.2005
1)
Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:|
Beursnotering |
Minneapolis |
Chicago |
Minneapolis |
Minneapolis |
Minneapolis |
Minneapolis |
|
Product (eiwitgehalte bij 12 % vocht) |
HRS2 (14 %) |
YC3 |
HAD2 |
Van gemiddelde kwaliteit (*1) |
Van lage kwaliteit (*2) |
US barley 2 |
|
Notering (EUR/t) |
108,04 (*3) |
63,21 |
158,82 |
148,82 |
128,82 |
84,48 |
|
Golfpremie (EUR/t) |
— |
11,93 |
— |
|
|
— |
|
Grote-Merenpremie (EUR/t) |
25,13 |
— |
— |
|
|
— |
2)
Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:Vrachttarieven/kosten: Golf van Mexico–Rotterdam: 32,14 EUR/t; Grote Meren–Rotterdam: 42,17 EUR/t.
3)
|
Subsidies bedoeld in artikel 4, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1249/96: |
0,00 EUR/t (HRW2) 0,00 EUR/t (SRW2). |
(*1) Een korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(*2) Een korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(*3) Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/22 |
VERORDENING (EG) Nr. 618/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
tot vaststelling van de uitvoerrestituties in het kader van de A1- en B-stelsels in de sector groenten en fruit (tomaten, sinaasappelen, citroenen en appelen)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 35, lid 3, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1961/2001 van de Commissie (2), zijn de uitvoeringsbepalingen voor de uitvoerrestituties in de sector groenten en fruit vastgesteld. |
|
(2) |
Op grond van artikel 35, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2200/96 kan, voorzover dit nodig is om een economisch significante uitvoer mogelijk te maken en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten gesloten in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag, een uitvoerrestitutie worden betaald voor de door de Gemeenschap uitgevoerde producten. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 35, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 moet erop worden toegezien dat de reeds eerder door de restitutieregeling op gang gebrachte handelsstromen niet worden verstoord. Daarom, en vanwege de seizoensgebondenheid van de uitvoer van groenten en fruit, moeten de contingenten per product worden vastgesteld op basis van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties, die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (3). Bij de verdeling van die hoeveelheden moet rekening worden gehouden met het min of meer bederfelijke karakter van de betrokken producten. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 35, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2200/96 moet bij de vaststelling van de restituties rekening worden gehouden met de situatie en de verwachte ontwikkeling met betrekking tot de prijzen van groenten en fruit op de markt van de Gemeenschap en de beschikbare hoeveelheden enerzijds, en de prijzen in de internationale handel anderzijds. Voorts moeten ook de afzet- en vervoerskosten en het economische aspect van de beoogde uitvoer in aanmerking worden genomen. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 35, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2200/96 wordt bij het bepalen van de marktprijzen van de Gemeenschap rekening gehouden met de prijzen die met het oog op de uitvoer het gunstigst blijken te zijn. |
|
(6) |
Wegens de omstandigheden in de internationale handel of specifieke vereisten van bepaalde markten, kan het nodig zijn de restitutie voor een bepaald product te differentiëren naar gelang van de bestemming van dat product. |
|
(7) |
Voor tomaten, sinaasappelen, citroenen en appelen van de kwaliteitsklassen Extra, I en II van de gemeenschappelijke handelsnormen kan de uitvoer momenteel economisch significant zijn. |
|
(8) |
Met het oog op een optimaal gebruik van de beschikbare middelen en gelet op de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap is het dienstig uitvoerrestitutiebedragen volgens de A1- en B-stelsels vast te stellen. |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verse groenten en fruit, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. In de bijlage worden de eenheidsbedragen van de restituties, de periode voor het aanvragen van de restitutie en de verwachte hoeveelheden van de betrokken producten voor het A1-stelsel vastgesteld. In de bijlage worden de indicatieve eenheidsbedragen van de restitutie, de periode voor indiening van de certificaataanvragen en de verwachte hoeveelheden van de betrokken producten voor het B-stelsel vastgesteld.
2. Certificaten die in het kader van de voedselhulp worden afgegeven, zoals bedoeld in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie (4), worden niet afgeboekt op de in de bijlage bij deze verordening bedoelde hoeveelheden.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 7 mei 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 van de Commissie (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).
(2) PB L 268 van 9.10.2001, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1176/2002 (PB L 170 van 29.6.2002, blz. 69).
(3) PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2180/2003 (PB L 335 van 22.12.2003, blz. 1).
(4) PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 636/2004 (PB L 100 van 6.4.2004, blz. 25).
BIJLAGE
Bij de verordening van de Commissie van 21 april 2005 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector groenten en fruit (tomaten, sinaasappelen, citroenen en appelen)
|
Productcode (1) |
Bestemming (2) |
A1-stelsel Periode voor het aanvragen van de restitutie: 7.5.2005-23.6.2005 |
B-stelsel Periode voor indiening van de certificaataanvragen: 14.5.2005-30.6.2005 |
||
|
Eenheidsbedrag van de restitutie (EUR/t nettogewicht) |
Verwachte hoeveelheden (t) |
Indicatief eenheidsbedrag van de restitutie (EUR/t nettogewicht) |
Verwachte hoeveelheden (t) |
||
|
0702 00 00 9100 |
F08 |
35 |
|
35 |
20 000 |
|
0805 10 20 9100 |
A00 |
35 |
|
35 |
20 000 |
|
0805 50 10 9100 |
A00 |
60 |
|
60 |
20 000 |
|
0808 10 80 9100 |
F09 |
36 |
|
36 |
66 667 |
(1) De codes van de producten zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1).
(2) De codes van de bestemmingen serie „ A ” zijn vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 3846/87.
De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).
De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:
|
F03 |
: |
alle bestemmingen met uitzondering van Zwitserland. |
||||||
|
F04 |
: |
Hongkong, Singapore, Maleisië, Sri Lanka, Indonesië, Thailand, Taiwan, Papoea-Nieuw-Guinea, Laos, Cambodja, Vietnam, Japan, Uruguay, Paraguay, Argentinië, Mexico en Costa Rica. |
||||||
|
F08 |
: |
alle bestemmingen met uitzondering van Bulgarije. |
||||||
|
F09 |
: |
De volgende bestemmingen:
|
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/25 |
VERORDENING (EG) Nr. 619/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
tot vaststelling van de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 2277/2004
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 12, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Er is een inschrijving voor de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs in Spanje, van herkomst uit derde landen, opengesteld bij Verordening (EG) nr. 2277/2004 van de Commissie (2). |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1839/95 van de Commissie (3), kan de Commissie volgens de procedure van artikel 25 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 besluiten een maximumverlaging van het recht bij invoer vast te stellen. Bij deze vaststelling moet met name rekening worden gehouden met de in de artikelen 6 en 7 van Verordening (EG) nr. 1839/95 genoemde criteria. Gegund wordt aan elke inschrijver wiens offerte ten hoogste gelijk is aan de maximumverlaging van het recht bij invoer. |
|
(3) |
De toepassing van de boven bedoelde criteria op de huidige marktsituatie leidt voor de betrokken graansoort tot de vaststelling van de maximumverlaging van het recht bij invoer op het in artikel 1 vermelde bedrag. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de offertes die van 15 tot en met 21 april 2005 in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 2277/2004 worden meegedeeld, wordt de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs vastgesteld op 28,49 EUR/t voor een globale maximumhoeveelheid van 141 000 t.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 22 april 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 396 van 31.12.2004, blz. 35.
(3) PB L 177 van 28.7.1995, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/26 |
VERORDENING (EG) Nr. 620/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
tot vaststelling van de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 487/2005
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 12, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Een inschrijving voor de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs, van herkomst uit derde landen, in Portugal is opengesteld bij Verordening (EG) nr. 487/2005 van de Commissie (2). |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1839/95 van de Commissie (3) kan de Commissie volgens de procedure van artikel 25 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 besluiten een maximumverlaging van het recht bij invoer vast te stellen. Bij deze vaststelling moet met name rekening worden gehouden met de in de artikelen 6 en 7 van Verordening (EG) nr. 1839/95 genoemde criteria. Er wordt gegund aan elke inschrijver wiens offerte ten hoogste gelijk is aan de maximumverlaging van het recht bij invoer. |
|
(3) |
De toepassing van de bovenbedoelde criteria op de huidige marktsituatie leidt voor de betrokken graansoort tot de vaststelling van de maximumverlaging van het recht bij invoer op het in artikel 1 vermelde bedrag. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de offertes die van 15 tot en met 21 april 2005, in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 487/2005 worden meegedeeld, wordt de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs vastgesteld op 27,99 EUR/t voor een globale maximumhoeveelheid van 32 000 t.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 22 april 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 81 van 30.3.2005, blz. 6.
(3) PB L 177 van 28.7.1995, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/27 |
VERORDENING (EG) Nr. 621/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 115/2005
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 115/2005 van de Commissie (2) is een openbare inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van zachte tarwe naar bepaalde derde landen opengesteld. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (3) kan de Commissie, op grond van de meegedeelde offertes, besluiten een maximumrestitutie bij uitvoer vast te stellen, daarbij rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 bedoelde criteria. In dat geval wordt gegund aan de inschrijver(s) wiens (wier) offerte niet hoger is dan de vastgestelde maximumrestitutie. |
|
(3) |
De toepassing van de bovenbedoelde criteria op de huidige marktsituatie leidt voor de betrokken graansoort tot de vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de offertes die van 15 tot en met 21 april 2005 in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 115/2005 werden meegedeeld, wordt de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe vastgesteld op 5,00 EUR/t.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 22 april 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 24 van 27.1.2005, blz. 3.
(3) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/28 |
VERORDENING (EG) Nr. 622/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor granen en meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Volgens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt van de in artikel 1 van die verordening bedoelde producten en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer. |
|
(2) |
De restituties moeten worden vastgesteld met inachtneming van de elementen als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2). |
|
(3) |
Voor meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge moet de restitutie worden berekend met inachtneming van de hoeveelheid granen benodigd voor de vervaardiging van de betreffende producten. Deze hoeveelheden zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1501/95. |
|
(4) |
De situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten voor sommige producten kunnen een differentiatie van de restitutie naar bestemming nodig maken. |
|
(5) |
De restitutie moet eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan tussentijds worden gewijzigd. |
|
(6) |
De toepassing van deze regelen op de huidige situatie in de sector granen en met name op de noteringen of prijzen van deze producten in de Gemeenschap en op de wereldmarkt voert tot het vaststellen van de bedragen van de restitutie zoals vermeld in de bijlage. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De restituties bij uitvoer in ongewijzigde staat van de in artikel 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten, met uitzondering van mout, worden op de in de bijlage aangegeven bedragen vastgesteld.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 22 april 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1431/2003 (PB L 203 van 12.8.2003, blz. 16).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 21 april 2005 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor granen en meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge
|
Productcode |
Bestemming |
Meeteenheid |
Bedrag van de restitutie |
|||
|
1001 10 00 9200 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1001 10 00 9400 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1001 90 91 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1001 90 99 9000 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1002 00 00 9000 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1003 00 10 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1003 00 90 9000 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1004 00 00 9200 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1004 00 00 9400 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1005 10 90 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1005 90 00 9000 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1007 00 90 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1008 20 00 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1101 00 11 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1101 00 15 9100 |
C01 |
EUR/t |
6,85 |
|||
|
1101 00 15 9130 |
C01 |
EUR/t |
6,40 |
|||
|
1101 00 15 9150 |
C01 |
EUR/t |
5,90 |
|||
|
1101 00 15 9170 |
C01 |
EUR/t |
5,45 |
|||
|
1101 00 15 9180 |
C01 |
EUR/t |
5,10 |
|||
|
1101 00 15 9190 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1101 00 90 9000 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1102 10 00 9500 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1102 10 00 9700 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1102 10 00 9900 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1103 11 10 9200 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1103 11 10 9400 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1103 11 10 9900 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
1103 11 90 9200 |
A00 |
EUR/t |
0 |
|||
|
1103 11 90 9800 |
— |
EUR/t |
— |
|||
|
NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.
|
||||||
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/30 |
VERORDENING (EG) Nr. 623/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van gerst in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1757/2004
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1757/2004 van de Commissie (2) is een openbare inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van gerst naar bepaalde derde landen opengesteld. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (3) kan de Commissie, op grond van de meegedeelde offertes, besluiten een maximumrestitutie bij uitvoer vast te stellen, daarbij rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 bedoelde criteria. In dat geval wordt gegund aan de inschrijver(s) wiens (wier) offerte niet hoger is dan de vastgestelde maximumrestitutie. |
|
(3) |
De toepassing van de bovenbedoelde criteria op de huidige marktsituatie leidt voor de betrokken graansoort tot de vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de offertes die op 15 tot en met 21 april 2005 in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1757/2004 werden meegedeeld, wordt de maximumrestitutie bij uitvoer van gerst vastgesteld op 16,50 EUR/t.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 22 april 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 313 van 12.10.2004, blz. 10.
(3) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/31 |
VERORDENING (EG) Nr. 624/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
betreffende de offertes voor de uitvoer van haver, die zijn meegedeeld in het kader van de openbare inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1565/2004
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 7,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2), en met name op artikel 7,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1565/2004 van de Commissie van 3 september 2004 betreffende een bijzondere interventiemaatregel voor haver in Finland en Zweden voor het verkoopseizoen 2004/2005 (3),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Een openbare inschrijving voor de vaststelling van de restitutie bij uitvoer uit Finland en Zweden van in die landen geproduceerde haver naar alle derde landen met uitzondering van Bulgarije, Noorwegen, Roemenië en Zwitserland is opengesteld bij Verordening (EG) nr. 1565/2004. |
|
(2) |
Het is, met name rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 genoemde criteria, niet wenselijk een maximumrestitutie vast te stellen. |
|
(3) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Er wordt geen gevolg gegeven aan de offertes die in de periode van 15 tot en met 21 april 2005 zijn meegedeeld in het kader van de in Verordening (EG) nr. 1565/2004 bedoelde inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van haver.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 22 april 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.
(2) PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1431/2003 (PB L 203 van 12.8.2003, blz. 16).
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing
Commissie
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/32 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 7 mei 2004
betreffende de steunregeling die Italië voornemens is ten uitvoer te leggen ten behoeve van landbouwers in de provincie Campobasso
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 1634)
(Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek)
(2005/319/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,
Na de belanghebbenden overeenkomstig het bovengenoemde artikel te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken,
Overwegende hetgeen volgt:
I. PROCEDURE
|
(1) |
Bij brief van 29 november 2000, geregistreerd op 30 november 2000, heeft de Permanente Vertegenwoordiging van Italië bij de Europese Unie besluit nr. 629 van het provinciaal bestuur van Campobasso van 29 december 1999 overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het Verdrag bij de Commissie aangemeld. |
|
(2) |
Bij brieven van 8 februari 2001, 21 februari 2001, 12 juni 2001 en 11 september 2001, respectievelijk geregistreerd op 12 februari 2001, 28 februari 2001, 14 juni 2001 en 13 september 2001, heeft de Permanente Vertegenwoordiging van Italië bij de Europese Unie de Commissie de aanvullende gegevens verstrekt waarom de Italiaanse autoriteiten was verzocht bij brieven van 12 januari 2001, 26 april 2001 en 7 augustus 2001. |
|
(3) |
Bij brief van 13 november 2001 heeft de Commissie Italië in kennis gesteld van haar besluit om de procedure van artikel 88, lid 2, van het Verdrag ten aanzien van deze steunmaatregel in te leiden. |
|
(4) |
Het besluit van de Commissie om de procedure in te leiden is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (1). De Commissie heeft de belanghebbenden verzocht hun opmerkingen over de betrokken maatregel mee te delen. |
|
(5) |
De Italiaanse autoriteiten hebben geen opmerkingen betreffende de onderhavige steunmaatregelen kenbaar gemaakt. De Commissie heeft evenmin opmerkingen van andere belanghebbenden ontvangen. |
II. BESCHRIJVING VAN DE STEUNMAATREGEL
1. De steunregeling
|
(6) |
Het onderhavige besluit voorziet in steun in de vorm van gesubsidieerde leningen tegen een rente van 2 %, met een maximum van 20 miljoen ITL (10 329 EUR), voor:
|
|
(7) |
Onder de steunregeling vallen onder meer:
|
|
(8) |
In het kader van deze uitgavenposten dekt de steun de ontwerp- en uitvoeringskosten, de aanschaf van materiaal en „andere kosten” (in de tekst aangegeven met de vermelding „etcetera”). |
|
(9) |
De maximale steunintensiteit komt overeen met de in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad (2) vastgestelde percentages. |
|
(10) |
De begunstigden van de steunmaatregelen zijn zelfstandige boeren en hoofdberoepslandbouwers, of verenigingen daarvan, die bij de Kamer van Koophandel van Campobasso zijn ingeschreven. |
|
(11) |
Het budget voor de financiering van de steun bedraagt 150 miljoen ITL (77 468 EUR). De looptijd van de steunregeling eindigt wanneer de beschikbare middelen zijn opgebruikt. |
|
(12) |
De steunmaatregelen in het kader van het besluit zijn niet cumuleerbaar met andere, vergelijkbare steunmaatregelen. Met het oog hierop moet de begunstigde een verantwoordelijkheidsverklaring ondertekenen waarin hij zich ertoe verbindt geen andere steun voor dezelfde maatregel aan te vragen. Deze verklaringen zullen geregeld worden gecontroleerd. |
2. Door de Commissie in het kader van de inleiding van de onderzoeksprocedure aangevoerde argumenten
|
(13) |
De Commissie heeft de procedure van artikel 88, lid 2, van het Verdrag ingeleid omdat zij twijfels had ten aanzien van de verenigbaarheid van de regeling met de gemeenschappelijke markt. Het ging met name om de volgende twijfels. |
A. Twijfels ten aanzien van de aard van de investeringen in het kader van de steunmaatregelen
|
(14) |
In de gegevens die de Italiaanse autoriteiten hadden toegezonden vóór de inleiding van de procedure was gepreciseerd dat als maximaal toelaatbare steunintensiteit de in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 vastgestelde percentages gelden, die overeenkomen met de in punt 4.1 van de communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector (3) (hierna „de richtsnoeren” genoemd) betreffende investeringen in landbouwbedrijven vastgestelde percentages. Voorts werd verwezen naar maatregel 4.9 van het regionale operationele programma, die uitsluitend betrekking heeft op investeringen in landbouwbedrijven. |
|
(15) |
Rekening houdend met deze gegevens en de bovenvermelde verwijzing zou het geldende steunpercentage derhalve 40 % bedragen in niet-probleemgebieden en 50 % in probleemgebieden. In het geval van investeringen door jonge landbouwers worden deze percentages met 5 % verhoogd. |
|
(16) |
De onderhavige steunmaatregelen kunnen onder de werkingssfeer van drie punten van de richtsnoeren vallen:
|
|
(17) |
In hun brief van 7 augustus 2001 hadden de diensten van de Commissie de Italiaanse autoriteiten verzocht in detail, per soort begunstigde, aan te tonen dat het bepaalde in elk van deze punten in acht wordt genomen. In hun brief van 11 september 2001 hebben de Italiaanse autoriteiten slechts aangegeven dat de communautaire voorschriften en bepalingen niet zouden worden genegeerd en dat de regio, met het oog op een betere inachtneming ervan, dezelfde aanpak zou volgen als bij het beheer van de middelen uit het EOGFL, afdeling Oriëntatie. |
|
(18) |
Gelet op dit antwoord heeft de Commissie het nuttig geacht na te gaan of de bovengenoemde punten van de richtsnoeren daadwerkelijk in acht worden genomen. |
B. Twijfels ten aanzien van de aard en het financieringspercentage van bepaalde subsidiabele uitgaven
|
(19) |
Enerzijds kan er weliswaar van worden uitgegaan dat de steunpercentages in acht zullen worden genomen ongeacht het toepasselijke punt van de richtsnoeren, aangezien Molise op grond van de bepalingen inzake de verwerking/afzet van landbouwproducten deel uitmaakt van de gebieden van doelstelling 1 en bijgevolg in aanmerking komt voor een steunpercentage van 50 % (dat niet blijkt te worden overschreden door het in de oorspronkelijke aanmelding door de Italiaanse autoriteiten vastgestelde maximum), doch anderzijds is het percentage van de subsidiabele ontwerpkosten niet gepreciseerd, terwijl dit op grond van de richtsnoeren beperkt is tot 12 % van de andere subsidiabele uitgavenposten. Op het moment van de inleiding van de procedure was het onmogelijk om de aard vast te stellen van bepaalde kosten die in de aanmelding met de vermelding „etcetera” waren aangegeven. |
|
(20) |
Derhalve kan niet worden uitgesloten dat sommige van de uitgaven die daaronder zijn begrepen, niet voor steun in aanmerking komen en dat de betrokken steun een vorm van steun voor de bedrijfsvoering is, die onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt. |
C. Twijfels ten aanzien van de betrouwbaarheid van de beoordelingscriteria voor de rentabiliteit van de begunstigden en de inachtneming van de minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn door deze laatsten
|
(21) |
In de punten 4.1 en 4.2 van de richtsnoeren is gepreciseerd dat de levensvatbaarheid van de begunstigde bedrijven moet worden aangetoond door middel van een beoordeling van de vooruitzichten van het bedrijf en dat ze moeten voldoen aan de minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn. Bovendien mag uitsluitend steun worden verleend voor producten waarvoor op de markt normale afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden. De afzetmogelijkheden bleken geen probleem te vormen, aangezien in het door de Commissie goedgekeurde regionale operationele programma, waarnaar in het ontwerp wordt verwezen, nauwkeurige criteria waren vastgesteld. |
|
(22) |
Met betrekking tot de rentabiliteit verwezen de Italiaanse autoriteiten naar maatregel 4.9 van het door de Commissie goedgekeurde regionale operationele programma, waarin voor de toe te passen criteria dan weer wordt verwezen naar het programmacomplement. Bij de bestudering daarvan is gebleken dat als indicatoren het bruto-inkomen en het aantal volwaardige arbeidskrachten (VAK's) van het bedrijf zouden worden gebruikt. Om levensvatbaar te zijn, moest het bedrijf, afhankelijk van het gebied, een bruto-inkomen van ten minste 4 of 6 „economische grootte-eenheden van bruto-inkomen” opleveren en werk geven aan ten minste één VAK. Dit criterium bleek vrij onnauwkeurig te zijn, aangezien uit de beschikbare gegevens niet kon worden opgemaakt wat een „economische grootte-eenheid van bruto-inkomen” is. Verder is het aantal VAK's niet noodzakelijkerwijs een indicatie van rentabiliteit. Bijgevolg had de Commissie bij de inleiding van de procedure twijfels ten aanzien van de betrouwbaarheid van de beoordelingscriteria voor de rentabiliteit van de begunstigden. |
|
(23) |
Met betrekking tot de inachtneming van de minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn heeft de Commissie opgemerkt dat de steun bedoeld was ter financiering van werkzaamheden krachtens decreten tot omzetting van richtlijnen die, in het programmacomplement, deel uitmaken van de minimumnormen die de landbouwbedrijven in acht moeten nemen om in aanmerking te kunnen komen voor de steun uit hoofde van het regionale operationele programma. |
|
(24) |
Overeenkomstig de voorschriften inzake staatssteun moeten landbouwbedrijven ook aan de bovenbedoelde minimumnormen voldoen om voor steun in aanmerking te komen. In punt 4.1.1.3 van de richtsnoeren wordt er echter op gewezen dat, wanneer investeringen worden gedaan om aan pas ingevoerde minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn te voldoen, wel steun mag worden verleend voor het bereiken van dat doel. Voorts wordt daarin gepreciseerd dat in dat geval rekening moet worden gehouden met de eventuele in artikel 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1750/1999 van de Commissie van 23 juli 1999 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen voor Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) (4) vastgestelde termijnen. |
|
(25) |
In haar brief van 7 augustus 2001 had de Commissie de Italiaanse autoriteiten gevraagd welke nieuwe normen zouden kunnen worden ingevoerd en binnen welke termijn die van toepassing zouden worden. De Italiaanse autoriteiten hadden geantwoord dat zij een expertise zouden laten uitvoeren om na te gaan of de in de geldende communautaire, nationale en regionale regelgeving vastgestelde minimumnormen in acht worden genomen. |
|
(26) |
Hiermee werd echter geen antwoord gegeven op de door de Commissie gestelde vragen, aangezien niet kon worden vastgesteld welke nieuwe normen zouden kunnen worden ingevoerd en binnen welke termijn. Op het moment van de inleiding van de procedure kon de Commissie derhalve niet uitsluiten dat de geplande steunmaatregelen uitsluitend bedoeld waren ter financiering van de aanpassing aan normen die reeds moesten worden toegepast en die deel uitmaakten van de minimumnormen die de landbouwbedrijven in acht moeten nemen om voor steun in aanmerking te komen. Steun voor bedrijven die de communautaire regelgeving overtreden, kon niet als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd. |
|
(27) |
Gelet op het bovenstaande bestaan er ernstige twijfels ten aanzien van de naleving van de in de richtlijnen bedoelde minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn door de potentiële begunstigden, en dus ook ten aanzien van de subsidiabiliteit van niet alleen de te dekken kosten, maar ook van de begunstigden zelf. |
D. Twijfels in verband met de terugwerkende kracht van de steunmaatregelen
|
(28) |
De diensten van de Commissie hadden de Italiaanse autoriteiten verzocht te garanderen dat de maatregelen in het kader van het onderhavige besluit niet met terugwerkende kracht zouden worden uitgevoerd, zoals bepaald in punt 3.6 van de richtsnoeren, en zich ertoe te verbinden geen steun toe te kennen voor activiteiten of werkzaamheden waarmee is begonnen vóór de indiening van de steunaanvraag door de begunstigde en de inwilliging daarvan, met bindend effect, door de bevoegde autoriteiten, na goedkeuring van de steunregeling door de Commissie. |
|
(29) |
Uit de door de Italiaanse autoriteiten verstrekte gegevens blijkt dat geen steun is uitgekeerd, noch zal worden uitgekeerd, vóór goedkeuring van de regeling door de Commissie. In het laatste door de Italiaanse autoriteiten verstrekte antwoord ontbreekt echter de verlangde garantie dat geen steun zal worden verleend voor activiteiten of werkzaamheden voordat de steunaanvraag door de begunstigde is ingediend en door de bevoegde autoriteiten met bindend effect is ingewilligd. Op het moment van de inleiding van de procedure kon de Commissie derhalve niet uitsluiten dat in het kader van de regeling steun met terugwerkende kracht en dus zonder stimulerend element was verleend. Ook hier had de Commissie twijfels ten aanzien van de verenigbaarheid van de geplande steunmaatregelen met de gemeenschappelijke markt. |
III. OPMERKINGEN VAN ITALIË EN VAN DERDEN
|
(30) |
Italië heeft na aanleiding van de inleiding van de procedure van ex artikel 88, lid 2, van het Verdrag geen opmerkingen over de onderhavige steunmaatregel kenbaar gemaakt. De Commissie heeft evenmin opmerkingen van belanghebbende derden ontvangen. |
IV. JURIDISCHE BEOORDELING
1. Is hier sprake van steun in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag?
|
(31) |
Krachtens artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt. |
|
(32) |
De onderhavige maatregelen vallen onder deze definitie voorzover zij bepaalde producties begunstigen (de agrarische basisproductie, aangezien de investeringen plaatshebben op het niveau van de primaire productie) en het handelsverkeer ongunstig kunnen beïnvloeden door het brede spectrum van producten waarop zij betrekking hebben (in 1998 bedroeg de invoer van landbouwproducten in Italië bijvoorbeeld 15 222 miljard ECU en de uitvoer 9 679 miljard ECU; in de loop van datzelfde jaar bedroeg de invoer van landbouwproducten in de Europese Unie 128 256 miljard ECU en de uitvoer 132 458 miljard ECU. |
|
(33) |
De onderhavige maatregel valt dus onder de definitie van staatssteun zoals bedoeld in artikel 87, lid 1, van het Verdrag. |
|
(34) |
Het verbod op de toekenning van staatssteun geldt niet onbeperkt. In het onderhavige geval zijn de uitzonderingen van artikel 87, lid 2, van het Verdrag duidelijk niet van toepassing en zijn ze overigens ook niet ingeroepen door de Italiaanse autoriteiten. |
|
(35) |
Artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag is evenmin van toepassing, aangezien de steun niet bedoeld is ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst. |
|
(36) |
Wat artikel 87, lid 3, onder b), van het Verdrag betreft, moet worden opgemerkt dat de onderhavige steunmaatregel niet is bedoeld om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of om een ernstige verstoring in de Italiaanse economie op te heffen. |
|
(37) |
Ten aanzien van artikel 87, lid 3, onder d), zij erop gewezen dat de steunmaatregel niet bedoeld is om de daarin genoemde doelstellingen te bereiken. |
|
(38) |
Gelet op de kenmerken van de onderhavige maatregelen, is de enige mogelijke afwijking die van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag, op grond waarvan steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kunnen worden beschouwd, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijke belang wordt geschaad. |
2. Onderzoek van de verenigbaarheid van de steunmaatregel
|
(39) |
Het onderhavige besluit moet worden onderzocht in het licht van de richtsnoeren, aangezien het erop gericht is een steunregeling in te stellen voor investeringen in de landbouwsector en door de Italiaanse autoriteiten naar behoren is aangemeld overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het Verdrag. |
|
(40) |
In punt 23.3 van de richtsnoeren is bepaald dat de Commissie deze met ingang van 1 januari 2000 toepast voor nieuwe steunmaatregelen van de staten, met inbegrip van nog in behandeling zijnde meldingen van de lidstaten. |
|
(41) |
Verordening (EG) nr. 1/2004 van de Commissie van 23 december 2003 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, verwerken en afzetten (5) is niet van toepassing in het onderhavige geval, aangezien op basis van de over de begunstigden verstrekte gegevens niet in alle gevallen kan worden vastgesteld of de steun bestemd is voor kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van de vorengenoemde verordening (6). |
|
(42) |
Volgens de Italiaanse autoriteiten gelden als maximaal toelaatbare steunpercentages de in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 vastgestelde percentages, die op hun beurt overeenkomen met die van punt 4.1 van de richtsnoeren betreffende investeringen in landbouwbedrijven. Voorts verwijzen ze naar maatregel 4.9 van het regionale operationele programma, die uitsluitend betrekking heeft op investeringen in landbouwbedrijven. |
|
(43) |
Rekening houdend met deze gegevens en de bovenvermelde verwijzing zou het geldende steunpercentage derhalve 40 % bedragen in niet-probleemgebieden en 50 % in probleemgebieden. In het geval van investeringen door jonge landbouwers worden deze percentages met 5 % verhoogd. |
|
(44) |
De onderhavige steunmaatregelen kunnen evenwel betrekking hebben op drie soorten investeringen, waarvan de toekenningsvoorwaarden in verschillende punten van de richtsnoeren zijn vastgesteld:
|
|
(45) |
Overeenkomstig punt 4.1 van de richtsnoeren mag overheidssteun voor investeringen in landbouwbedrijven worden toegekend onder de volgende voorwaarden:
|
|
(46) |
Aan steun voor investeringen voor de verwerking en de afzet van landbouwproducten in de zin van punt 4.2 van de richtsnoeren zijn de volgende voorwaarden gekoppeld:
|
|
(47) |
Overeenkomstig punt 4.3 moet de verenigbaarheid van steun voor investeringen ter bevordering van de diversificatie van de activiteiten op landbouwbedrijven worden getoetst aan de in punt 4.1 vastgestelde voorwaarden wanneer de totale subsidiabele uitgaven niet hoger zijn dan de limiet voor het totale voor steun in aanmerking komende investeringsbedrag, die de lidstaat overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 heeft vastgesteld. Wanneer dit bedrag overschreden wordt, zijn de in punt 4.2 van de richtsnoeren vastgestelde voorwaarden van toepassing. |
|
(48) |
Uit de beschrijving blijkt duidelijk dat, los van de vaststelling van de aard van de steun voor investeringen in het kader van het aangemelde besluit, door de Italiaanse autoriteiten geen garantie wordt gegeven ten aanzien van veel van de bovengenoemde voorwaarden van de richtsnoeren die bedoeld zijn om de verenigbaarheid van de investeringssteun met de gemeenschappelijke markt vast te stellen, met name ten aanzien van:
|
|
(49) |
Bovendien hebben de Italiaanse autoriteiten geen enkele opmerking kenbaar gemaakt, noch aanvullende gegevens verstrekt na de uitnodiging van de Commissie in het kader van de inleiding van de procedure bij brief van 13 november 2001. |
|
(50) |
De Commissie heeft bijgevolg geen aanvullende gegevens ontvangen die de bij de inleiding van de procedure van artikel 88, lid 2, van het Verdrag geuite twijfels omtrent de steunmaatregelen uit de weg ruimen. |
|
(51) |
Op basis van de hierboven uiteengezette overwegingen is de Commissie van oordeel dat de aangemelde steunmaatregel onverenigbaar is met de communautaire regelgeving inzake mededinging, en met name met artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag. |
V. CONCLUSIES
|
(52) |
In het licht van het voorafgaande kan worden geconcludeerd dat de steunmaatregelen in het kader van het onderhavige besluit staatssteun vormen in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag, die voor geen van de uitzonderingen van artikel 87, lid 3, in aanmerking komt. |
|
(53) |
Aangezien besluit nr. 629 van het provinciaal bestuur van Campobasso van 29 december 1999 is aangemeld overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het Verdrag en aangezien in het licht van de door de Italiaanse autoriteiten verstrekte gegevens geen steun is toegekend in het kader van de onderhavige steunregeling, hoeft geen steun uit hoofde van het betrokken besluit te worden teruggevorderd, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De steun die Italië voornemens is toe te kennen op basis van besluit nr. 629 van het provinciaal bestuur van Campobasso van 29 december 1999, voor de financiering van activiteiten op landbouwbedrijven ter verbetering van de kwaliteit van de producten en van de levenskwaliteit van de marktdeelnemers, is onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.
Deze steunmaatregel mag bijgevolg niet ten uitvoer worden gelegd.
Artikel 2
Uiterlijk twee maanden na de kennisgeving van deze beschikking, stelt Italië de Commissie op de hoogte van de maatregelen die zijn genomen om aan deze beschikking te voldoen.
Artikel 3
De onderhavige beschikking is gericht tot de Italiaanse Republiek.
Gedaan te Brussel, 7 mei 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB C 354 van 13.12.2001, blz. 18.
(2) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2223/2004 (PB L 379 van 24.12.2004, blz. 1).
(3) PB C 28 van 1.2.2000, blz. 2. Rectificatie in PB C 232 van 12.8.2000, blz. 17.
(4) PB L 214 van 13.8.1999, blz. 31. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1763/2001 (PB L 239 van 7.9.2001, blz. 10).
(5) PB L 1 van 3.1.2004, blz. 1.
(6) Zie artikel 20, lid 2, eerste alinea, van de verordening.
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/39 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 21 april 2005
tot goedkeuring van de rekeningen van bepaalde betaalorganen in Duitsland, Spanje, Griekenland, Frankrijk, Italië, Portugal en het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven voor het begrotingsjaar 2002
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1210)
(Slechts de tekst in de Spaanse, de Duitse, de Griekse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse en de Portugese taal is authentiek)
(2005/320/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1), en met name op artikel 7, lid 3,
Na raadpleging van het Comité van het Fonds,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Beschikking 2003/313/EG van 7 mei 2003 tot goedkeuring van de door de lidstaten voor het begrotingsjaar 2002 ingediende rekeningen inzake de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven (2) heeft de Commissie de rekeningen goedgekeurd van alle betaalorganen behalve de Duitse betaalorganen voor Baden-Württemberg en Bayern-Umwelt, de Spaanse betaalorganen voor de Islas Baleares en La Rioja, het Griekse betaalorgaan Opekepe, de Franse betaalorganen SDE, Ofival, ONIC, Oniflhor, Onilait, Odeadom, FIRS en Onivins, het betaalorgaan ARTEA en het betaalorgaan voor de regio Lombardije in Italië, het Portugese betaalorgaan Ifadap en het Britse betaalorgaan NAWAD. |
|
(2) |
Nadat door Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Portugal en het Verenigd Koninkrijk nieuwe gegevens zijn verstrekt, kan de Commissie nu op grond van de aanvullende verificaties een besluit nemen over de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende rekeningen van de betrokken betaalorganen. |
|
(3) |
Bij de goedkeuring van de rekeningen van de betrokken Duitse, Spaanse, Griekse, Franse, Italiaanse, Portugese en Britse betaalorganen moet de Commissie rekening houden met de bedragen die op grond van haar Beschikking 2003/313/EG reeds aan Italië en het Verenigd Koninkrijk zijn betaald, respectievelijk reeds zijn ingehouden op de betalingen aan Duitsland, Spanje, Griekenland, Frankrijk, Italië en Portugal. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1258/1999 en artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1663/95 van de Commissie van 7 juli 1995 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad aangaande de procedure inzake de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL, afdeling Garantie (3) staat de onderhavige op boekhoudkundige informatie gebaseerde beschikking niet in de weg aan latere beschikkingen van de Commissie waarbij uitgaven die niet overeenkomstig de communautaire voorschriften blijken te zijn gedaan, alsnog aan communautaire financiering worden onttrokken, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Bij deze beschikking worden de rekeningen betreffende de door het EOGFL, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven voor het begrotingsjaar 2002 goedgekeurd van de Duitse betaalorganen voor Baden-Württemberg en Bayern-Umwelt, de Spaanse betaalorganen voor de Islas Baleares en La Rioja, het Griekse betaalorgaan Opekepe, de Franse betaalorganen SDE, Ofival, ONIC, Oniflhor, Onilait, Odeadom, FIRS en Onivins, het betaalorgaan ARTEA en het betaalorgaan voor de regio Lombardije in Italië, het Portugese betaalorgaan Ifadap en het Britse betaalorgaan NAWAD.
De bedragen die op grond van deze beschikking bij de betrokken lidstaten moeten worden ingevorderd of aan hen moeten worden betaald, zijn vastgesteld in de bijlage.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Portugese Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.
Gedaan te Brussel, 21 april 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 103.
(2) PB L 114 van 8.5.2003, blz. 55.
(3) PB L 158 van 8.7.1995, blz. 6. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 465/2005 (PB L 77 van 23.3.2005, blz. 6).
BIJLAGE
Goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen Begrotingsjaar 2002
Ten laste van de lidstaat te brengen of aan de lidstaat terug te betalen bedrag
|
Lidstaat |
2002 — Uitgaven van de betaalorganen waarvan de rekeningen worden goedgekeurd |
Verlagingen en opschortingen voor het hele begrotingsjaar |
Totaal inclusief verlagingen en opschortingen |
Voor het begrotingsjaar aan de lidstaten betaalde voorschotten |
Bij de lidstaat in te vorderen (–) of aan de lidstaat terug te betalen (+) totaalbedrag |
Op grond van Beschikking 2003/131/EG bij de lidstaat ingevorderd (–) of aan de lidstaat betaald (+) bedrag |
Op grond van de onderhavige beschikking bij de lidstaat in te vorderen (–) of aan de lidstaat te betalen (+) bedrag |
|
= in de jaaraangifte gedeclareerde uitgaven |
|||||||
|
|
a |
b |
c = a + b |
d |
e = c – d |
f |
g = e – f |
|
DE |
6 786 194 300,38 |
– 2 246 762,19 |
6 783 947 538,19 |
6 784 385 251,91 |
– 437 713,72 |
– 437 713,72 |
0,00 |
|
EL |
2 646 229 855,76 |
– 16 299 893,40 |
2 629 929 962,36 |
2 633 805 475,53 |
– 3 875 513,17 |
– 3 875 513,17 |
0,00 |
|
ES |
5 938 081 670,18 |
– 10 602 446,74 |
5 927 479 223,44 |
5 933 065 331,75 |
– 5 586 108,31 |
– 5 586 108,31 |
0,00 |
|
FR |
9 783 093 268,90 |
– 31 644 507,47 |
9 751 448 761,43 |
9 752 167 012,04 |
– 718 250,61 |
– 970 574,65 |
252 324,04 |
|
IT |
5 688 917 096,09 |
– 16 560 025,84 |
5 672 357 070,25 |
5 671 877 810,70 |
479 259,55 |
479 259,55 |
0,00 |
|
PT |
758 723 999,31 |
– 4 627 760,50 |
754 096 238,81 |
753 613 049,56 |
483 189,25 |
483 840,10 |
– 650,85 |
|
UK |
2 265 807 095,09 |
– 1 166 323,58 |
2 264 640 771,51 |
2 264 305 291,01 |
335 480,50 |
386 523,48 |
– 51 042,98 |
|
Alle bedragen behalve die voor het Verenigd Koninkrijk luiden in euro. |
|||||||
Rectificaties
|
22.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/41 |
Rectificatie van Verordening (EG) nr. 611/2005 van de Commissie van 20 april 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 823/2000 houdende toepassing van artikel 81, lid 3, van het EG-Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen lijnvaartondernemingen (consortia)
( Publicatieblad van de Europese Unie L 101 van 21 april 2005 )
Bladzijde 11, ondertekening:
in plaats van:
„ Voor de Commissie
Neelie KROES
Lid van de Commissie ”
te lezen:
„ Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO ”