|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 77 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
48e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing |
Bladzijde |
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
* |
|
|
|
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing |
|
|
|
|
Raad |
|
|
|
* |
||
|
|
|
Raad |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing
|
23.3.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 77/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 463/2005 VAN DE RAAD
van 16 maart 2005
tot beëindiging van de tussentijdse procedure voor de eventuele herziening van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op bepaalde hulpstukken voor buisleidingen van ijzer of van staal uit Thailand
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name op artikel 11, lid 3,
Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité heeft ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
1. Voorafgaande procedure en thans geldende maatregelen
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 584/96 van de Raad (2) werd een antidumpingrecht ingesteld op bepaalde hulpstukken voor buisleidingen van ijzer of van staal uit onder meer Thailand. Na een tussentijdse herzieningsprocedure werden de maatregelen ten aanzien van Thai Benkan Co. Ltd, een Thaise producent/exporteur, in juli 2000 ingetrokken bij Verordening (EG) nr. 1592/2000 van de Raad (3). Vervolgens werden na een herzieningsprocedure bij het vervallen van de maatregelen en een tussentijdse herzieningsprocedure de maatregelen ten aanzien van de overige Thaise producenten/exporteurs gehandhaafd bij Verordening (EG) nr. 964/2003 van de Raad (4) en gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1496/2004 van de Raad (5). |
2. Verzoek om herziening
|
(2) |
Het „Defence Committee of the Steel Butt-Welding Fittings Industry of the European Union” heeft namens vier EG-producenten, die goed zijn voor een groot deel van de productie van het betrokken product in de Gemeenschap, een verzoek ingediend om de inleiding van een tussentijdse herzieningsprocedure die beperkt zou zijn tot een onderzoek naar dumping door Thai Benkan Co. Ltd. |
|
(3) |
De indiener van het verzoek voerde aan dat de dumping was toegenomen en baseerde zich daarvoor op een vergelijking van de binnenlandse prijzen van Thai Benkan Co. Ltd met de prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap. De aldus berekende dumpingmarge zou volgens hem veel hoger zijn dan de dumpingmarge die werd vastgesteld in het vorige onderzoek dat leidde tot de intrekking van de maatregelen ten aanzien van Thai Benkan Co. Ltd. |
3. Onderzoek
|
(4) |
Nadat zij had vastgesteld dat het verzoek met voldoende bewijsmateriaal was gestaafd, heeft de Commissie op 21 april 2004 bekendgemaakt (6) dat zij overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening een tussentijdse herzieningsprocedure zou inleiden ten aanzien van Thai Benkan Co. Ltd |
|
(5) |
De Commissie heeft de indiener van het verzoek, de betrokken Thaise producent/exporteur, de klagende EG-producenten en de autoriteiten van Thailand van de inleiding van de procedure in kennis gesteld. De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijn hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en te verzoeken te worden gehoord. |
|
(6) |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig had, heeft de Commissie Thai Benkan Co. Ltd een vragenlijst toegezonden. Het bedrijf werd meegedeeld dat artikel 18 van de basisverordening kon worden toegepast indien het weigerde mee te werken. Het werd tevens gewezen op de gevolgen van niet-medewerking. |
|
(7) |
Er werd een antwoord op de vragenlijst ontvangen binnen de gestelde termijn. De Commissie heeft een controle bij het bedrijf verricht. |
|
(8) |
De indiener heeft zijn standpunt schriftelijk uiteengezet en werd gehoord. |
|
(9) |
Het onderzoek had betrekking op de periode van 1 april 2003 tot en met 31 maart 2004. |
B. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
|
(10) |
De herzieningsprocedure heeft betrekking op hetzelfde product zoals omschreven in het onderzoek dat leidde tot de instelling van de huidige maatregelen, namelijk hulpstukken voor buisleidingen (andere dan gegoten hulpstukken, flenzen en hulpstukken met schroefdraad), van ijzer of van staal (met uitzondering van roestvrijstaal), met een grootste uitwendige diameter van 609,6 mm, van de soort die voor stomplassen of voor andere doeleinden wordt gebruikt („het betrokken product”), van oorsprong uit Thailand. Dit product wordt gewoonlijk ingedeeld onder de GN-codes ex 7307 93 11 , ex 7307 93 19 , ex 7307 99 30 en ex 7307 99 90 . |
|
(11) |
Uit het onderzoek is gebleken dat het betrokken product dat in Thailand werd vervaardigd, dat in Thailand op de binnenlandse markt werd verkocht en dat vanuit Thailand naar de Gemeenschap werd uitgevoerd, dezelfde fysische en technische basiskenmerken hadden en voor dezelfde doeleinden werden gebruikt. Zij zijn derhalve soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
C. DUMPING
1. Normale Waarde
|
(12) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basisverordening werd eerst nagegaan of de binnenlandse verkoop van het betrokken product door de betrokken producent/exporteur representatief was, dat wil zeggen of de binnenlandse verkoop ten minste 5 % bedroeg van de uitvoer naar de Gemeenschap. Uit het onderzoek bleek dat de binnenlandse verkoop representatief was. |
|
(13) |
Voor de vaststelling van de normale waarde werd, overeenkomstig artikel 2, lid 1, van de basisverordening, geen rekening gehouden met de verkoop op de binnenlandse markt aan een bedrijf dat banden had met Thai Benkan Co. Ltd. |
|
(14) |
Vervolgens werd vastgesteld welke soorten van het betrokken product dat door het bedrijf aan onafhankelijke binnenlandse afnemers was verkocht, identiek of rechtstreeks vergelijkbaar waren met de soorten die naar de Gemeenschap waren uitgevoerd. |
|
(15) |
Voor elke soort die door de producent/exporteur op de binnenlandse markt was verkocht en waarvan werd vastgesteld dat zij rechtstreeks vergelijkbaar was met een naar de Gemeenschap uitgevoerde soort, werd nagegaan of de binnenlandse verkoop aan onafhankelijke afnemers voldoende representatief was in de zin van artikel 2, lid 2, van de basisverordening. De binnenlandse verkoop van een bepaalde soort werd geacht representatief te zijn wanneer die in het onderzoektijdvak 5 % of meer bedroeg van de uitvoer van die soort naar de Gemeenschap. Er werd vastgesteld dat de binnenlandse verkoop van de meeste productsoorten representatief was. |
|
(16) |
Vervolgens werd nagegaan of de productsoorten die overeenkomstig overweging 14 identiek of rechtstreeks vergelijkbaar waren, in het kader van normale handelstransacties waren verkocht door voor iedere soort te bepalen hoe groot het aandeel van de winstgevende verkoop was. Wanneer de verkoop van een productsoort tegen nettoprijzen die gelijk waren aan of hoger dan de berekende productiekosten meer dan 80 % bedroeg van de totale verkoop van die soort en de gewogen gemiddelde prijs van die soort gelijk was aan of hoger dan de productiekosten, werd de normale waarde gelijkgesteld met de gewogen gemiddelde prijs van de totale, al dan niet winstgevende binnenlandse verkoop van die soort in het onderzoektijdvak. Wanneer de winstgevende verkoop van een productsoort 80 % of minder bedroeg van de totale verkoop van die soort of de gewogen gemiddelde prijs van die soort lager was dan de productiekosten, werd de normale waarde gelijkgesteld met de gewogen gemiddelde prijs van uitsluitend de winstgevende verkoop van die soort, mits deze 10 % of meer bedroeg van de totale verkoop van die soort. Voor de overgrote meerderheid van de productsoorten konden de binnenlandse prijzen worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde. |
|
(17) |
Wanneer een vergelijkbare soort niet op de binnenlandse markt aan onafhankelijke afnemers was verkocht of wanneer de winstgevende verkoop minder bedroeg dan 10 % van de totale verkoop van die soort, werd geoordeeld dat de verkoop van die soort ontoereikend was om de binnenlandse prijs te kunnen gebruiken als basis voor de vaststelling van de normale waarde. In dat geval werd de normale waarde geconstrueerd overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening. |
|
(18) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening werd de normale waarde geconstrueerd door de productiekosten van de betrokken producent/exporteur te nemen en daaraan een redelijk bedrag voor verkoopkosten, algemene kosten, administratiekosten (VAA-kosten) en winst toe te voegen. Gelet op het representatieve karakter van de binnenlandse verkoop van de betrokken producent/exporteur, werd uitgegaan van de VAA-kosten van die producent/exporteur. Voor de winstmarge werd, overeenkomstig artikel 2, lid 6, eerste volzin, van de basisverordening, gebruikgemaakt van de winstcijfers met betrekking tot de verkoop van het betrokken product in het kader van normale handelstransacties. |
|
(19) |
Voor sommige categorieën VAA-kosten kon de Commissie niet vaststellen of de kostentoerekening zoals uiteengezet in het antwoord op de vragenlijst redelijkerwijs overeenstemde met de kosten die verbonden zijn aan de vervaardiging en de verkoop van het betrokken product. Het bedrijf kreeg de gelegenheid om een toelichting te geven tijdens het controlebezoek, maar kon geen verklaring geven voor de inconsistenties. Met het oog op de vaststelling van de productiekosten werd derhalve overeenkomstig artikel 2, lid 5, van de basisverordening de omzet als basis voor de kostentoerekening genomen. |
2. Exportprijs
|
(20) |
De exportprijzen werden, overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening, vastgesteld op basis van de betaalde of te betalen prijzen bij verkoop voor verbruik in de Gemeenschap aan de eerste onafhankelijke afnemer. |
3. Vergelijking
|
(21) |
Teneinde een billijke vergelijking te kunnen maken van de normale waarde met de exportprijs af fabriek, werden, overeenkomstig artikel 2, leden 10, van de basisverordening, correcties toegepast om rekening te houden met verschillen waarvan werd aangetoond dat zij van invloed waren op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Er werden aldus correcties toegepast voor vervoers-, verzekerings-, handling- en kredietkosten. |
4. Dumpingmarge
|
(22) |
Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening werd de dumpingmarge bepaald door vergelijking van de gewogen gemiddelde normale waarde met de gewogen gemiddelde exportprijs per productsoort, vastgesteld zoals hierboven beschreven. |
|
(23) |
Er werd geconstateerd dat de dumpingmarge minder was dan de in artikel 9, lid 3, van de basisverordening vastgestelde drempel van 2 % van de cif-prijs, grens Gemeenschap, voor inklaring. |
D. MAATREGELEN
|
(24) |
Gelet op vorengenoemde conclusie wordt, overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening, geoordeeld dat onderhavige herzieningsprocedure moet worden beeindigd en dat het bij Verordening (EG) nr. 964/2003 ingestelde en bij Verordening (EG) nr. 1496/2004 bevestigde antidumpingrecht van 0 % op het betrokken product dat door Thai Benkan Co. Ltd wordt vervaardigd en naar de Gemeenschap uitgevoerd, moet worden gehandhaafd. |
E. CONCLUSIE
|
(25) |
De belanghebbenden werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was de procedure te beëindigen, en konden hierover opmerkingen maken en worden gehoord. Alle ontvangen opmerkingen werden in aanmerking genomen, maar geen opmerking was van dien aard dat zij wijziging bracht in de vorengenoemde conclusies, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De tussentijdse procedure voor de eventuele herziening van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van bepaalde hulpstukken voor buisleidingen van ijzer of van staal, ingedeeld onder de GN-codes ex 7307 93 11 , ex 7307 93 19 , ex 7307 99 30 en ex 7307 99 90 , vervaardigd door de Thaise exporteur Thai Benkan Co. Ltd, wordt beëindigd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 16 maart 2005.
Voor de Raad
De voorzitter
J. ASSELBORN
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(2) PB L 84 van 3.4.1996, blz. 1.
(3) PB L 182 van 21.7.2000, blz. 1.
(4) PB L 139 van 6.6.2003, blz. 1.
|
23.3.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 77/4 |
VERORDENING (EG) Nr. 464/2005 VAN DE COMMISSIE
van 22 maart 2005
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 23 maart 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 maart 2005.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 22 maart 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
052 |
99,5 |
|
204 |
89,4 |
|
|
212 |
129,8 |
|
|
624 |
175,4 |
|
|
628 |
124,5 |
|
|
999 |
123,7 |
|
|
0707 00 05 |
052 |
167,1 |
|
204 |
65,9 |
|
|
999 |
116,5 |
|
|
0709 10 00 |
220 |
98,6 |
|
999 |
98,6 |
|
|
0709 90 70 |
052 |
145,5 |
|
204 |
44,7 |
|
|
220 |
65,2 |
|
|
624 |
56,7 |
|
|
999 |
78,0 |
|
|
0805 10 20 |
052 |
54,3 |
|
204 |
53,2 |
|
|
212 |
52,9 |
|
|
220 |
49,3 |
|
|
400 |
55,7 |
|
|
624 |
62,6 |
|
|
999 |
54,7 |
|
|
0805 50 10 |
052 |
55,8 |
|
220 |
21,8 |
|
|
400 |
74,3 |
|
|
624 |
57,4 |
|
|
999 |
52,3 |
|
|
0808 10 80 |
388 |
62,3 |
|
400 |
99,2 |
|
|
404 |
87,4 |
|
|
508 |
65,3 |
|
|
512 |
78,3 |
|
|
524 |
55,3 |
|
|
528 |
67,8 |
|
|
720 |
73,6 |
|
|
999 |
73,7 |
|
|
0808 20 50 |
052 |
157,0 |
|
388 |
62,1 |
|
|
512 |
60,7 |
|
|
528 |
56,0 |
|
|
720 |
45,2 |
|
|
999 |
76,2 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.
|
23.3.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 77/6 |
VERORDENING (EG) Nr. 465/2005 VAN DE COMMISSIE
van 22 maart 2005
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1663/95 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad aangaande de procedure inzake de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL, afdeling Garantie
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1), en met name op artikel 4, lid 8,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1663/95 van de Commissie (2) zijn onder meer richtsnoeren met betrekking tot de criteria voor de erkenning van de betaalorganen van de lidstaten vastgesteld. |
|
(2) |
Voor de controle op de uitgaven ten laste van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) zijn in de eerste plaats de lidstaten verantwoordelijk. In het kader van die verantwoordelijkheid moeten de lidstaten ervoor zorgen dat bij de informatiesystemen van de betaalorganen een hoog beveiligingsniveau wordt bereikt. Daartoe moeten op het moment dat een betaalorgaan voor het eerst wordt erkend, en daarna procedures voorhanden zijn om de beveiliging van de informatiesystemen te waarborgen. |
|
(3) |
Bij de goedkeuring van de rekeningen kan de Commissie alleen dan de totale uitgaven bepalen die in de algemene rekening moeten worden geboekt ten laste van de afdeling Garantie, als zij voldoende zekerheid heeft over de toereikendheid en de doorzichtigheid van de nationale controles, met inbegrip van de controles op de beveiliging van de informatiesystemen van de betaalorganen. Daarom dient te worden voorzien in een beveiligingsverklaring die door de verklarende instanties in het kader van de certificering van de jaarrekeningen wordt opgesteld op basis van internationaal aanvaarde beveiligingsnormen. |
|
(4) |
De lidstaten dient een redelijke termijn te worden toegestaan voor de aanpassing van hun interne regels en procedures met het oog op het afgeven van een beveiligingsverklaring over de informatiesystemen van de betaalorganen. |
|
(5) |
Bepaald dient te worden dat de betaalorganen de rekeningen en alle bijbehorende documenten ter vergemakkelijking van de verdere analyse van die informatie in elektronisch formaat aan de Commissie moeten toezenden. |
|
(6) |
Delegatie van het beheer van de informatiesystemen aan een derde partij komt steeds vaker voor en het moet de betaalorganen mogelijk worden gemaakt om de betrokken taken onder dezelfde voorwaarden te delegeren als de taken op het gebied van het toestaan van betalingen en/of de taken van de technische dienst. |
|
(7) |
Verordening (EG) nr. 1663/95 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van het Fonds, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 1663/95 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Aan artikel 3, lid 1, worden de volgende alinea’s toegevoegd: „Uiterlijk vanaf de certificering voor het begrotingsjaar 2008 geeft de verklarende instantie bovendien vóór de in de derde alinea genoemde datum een verklaring af over de door het betaalorgaan getroffen maatregelen voor de beveiliging van de informatiesystemen. Die verklaring is gebaseerd op een in het betrokken begrotingsjaar geldende versie van de norm die is gekozen uit de in punt 6, onder vi), van de bijlage bij de onderhavige verordening vermelde internationaal aanvaarde beveiligingsnormen, welke versie de basis voor de beveiligingsmaatregelen vormt, en in die verklaring wordt aangegeven of voor het betrokken begrotingsjaar doeltreffende beveiligingsmaatregelen waren getroffen. Voor de begrotingsjaren die voorafgaan aan het begrotingsjaar waarvoor de eerste verklaring over de beveiliging van de informatiesystemen van het betaalorgaan wordt opgesteld, neemt de verklarende instantie, met gebruikmaking van een scoringssysteem, opmerkingen en voorlopige conclusies over de door het betaalorgaan getroffen maatregelen voor de beveiliging van de informatiesystemen op in haar rapport over haar bevindingen. Dat rapportgedeelte is gebaseerd op een in het betrokken begrotingsjaar geldende versie van de norm die is gekozen uit de in punt 6, onder vi), van de bijlage bij de onderhavige verordening vermelde internationaal aanvaarde beveiligingsnormen, welke versie de basis voor de beveiligingsmaatregelen vormt, en in dat rapportgedeelte wordt aangegeven in hoeverre voor het betrokken begrotingsjaar doeltreffende beveiligingsmaatregelen waren getroffen.”. |
|
3) |
Artikel 4, lid 2, wordt vervangen door: „2. De in lid 1 bedoelde documenten en boekhoudkundige informatie worden aan de Commissie gezonden uiterlijk op 10 februari van het jaar na afloop van het begrotingsjaar waarop zij betrekking hebben. De in lid 1, onder a) en b), bedoelde documenten worden toegezonden in één exemplaar samen met een elektronische versie.”. |
|
4) |
De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is voor het eerst van toepassing voor het begrotingsjaar dat op 16 oktober 2004 aanvangt.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 maart 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 103.
(2) PB L 158 van 8.7.1995, blz. 6. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2025/2001 (PB L 274 van 17.10.2001, blz. 3).
BIJLAGE
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1663/95 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Punt 2, onder iii), wordt vervangen door:
|
|
2) |
In de inleidende zinsnede van punt 4 worden de woorden „en/of de taken van de technische dienst” vervangen door de woorden , „de taken van de technische dienst en/of het beheer van de informatiesystemen”. |
|
3) |
Punt 6, onder vi), wordt vervangen door:
|
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing
Raad Commissie
|
23.3.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 77/9 |
BESLUIT VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE
van 21 februari 2005
betreffende de sluiting van het protocol bij de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie
(2005/252/EG, Euratom)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE
EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 44, lid 2, artikel 47, lid 2, laatste zin, en de artikelen 55, 57, lid 2, 71, 80, lid 2, 93, 94, 133 en 181 A, in samenhang met artikel 300, lid 2, tweede zin, en artikel 300, lid 3, eerste alinea,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 101, tweede alinea,
Gelet op het Toetredingsverdrag van 2003, en met name op artikel 2, lid 3,
Gelet op de aan het Toetredingsverdrag gehechte Toetredingsakte van 2003, en met name op artikel 6, lid 2,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het protocol bij de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds (2), teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie werd namens de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten op 30 april 2004 ondertekend. |
|
(2) |
Het protocol moet worden goedgekeurd, |
BESLUITEN:
Artikel 1
Het protocol bij de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie, wordt goedgekeurd namens de Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de lidstaten.
De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht (3).
Artikel 2
De voorzitter van de Raad verricht namens de Gemeenschap en haar lidstaten de in artikel 4 van het protocol bedoelde kennisgeving. De voorzitter van de Commissie verricht tegelijkertijd de bedoelde kennisgeving namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.
Gedaan te Brussel, 21 februari 2005.
Voor de Raad
De voorzitter
J. ASSELBORN
Voor de Commissie
J. M. BARROSO
De voorzitter
(1) Advies uitgebracht 26 oktober 2004 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
Raad
|
23.3.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 77/11 |
AANBEVELING VAN DE RAAD
van 8 maart 2005
inzake de aan de Commissie te verlenen kwijting voor de uitvoering van de verrichtingen van het Europees Ontwikkelingsfonds (9e EOF) voor het begrotingsjaar 2003
(2005/253/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (1),
Gelet op het Intern Akkoord betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het financiële protocol bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst (2) waarbij, onder andere, een negende Europees Ontwikkelingsfonds (9e EOF) werd ingesteld, inzonderheid op artikel 32, lid 3,
Gelet op het Financieel Reglement van 27 maart 2003 van toepassing op het 9e EOF (3), inzonderheid op de artikelen 96 tot en met 103,
Na onderzoek van de jaarrekening en de balans betreffende de verrichtingen van het 9e EOF, die op 31 december 2003 zijn vastgesteld, alsmede van het verslag van de Rekenkamer over het begrotingsjaar 2003, waaraan de antwoorden van de Commissie zijn gehecht (4),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 32, lid 3, van het Intern Akkoord wordt aan de Commissie voor het financiële beheer van het 9e EOF kwijting verleend door het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad. |
|
(2) |
De uitvoering van de verrichtingen van het 9e EOF door de Commissie gedurende het begrotingsjaar 2003 is over het geheel genomen bevredigend geweest, |
BEVEELT het Europees Parlement AAN de Commissie kwijting te verlenen voor de uitvoering van de verrichtingen van het 9e EOF voor het begrotingsjaar 2003.
Gedaan te Brussel, 8 maart 2005.
Voor de Raad
De voorzitter
J.-C. JUNCKER
(1) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.
(2) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 355.
|
23.3.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 77/12 |
AANBEVELING VAN DE RAAD
van 8 maart 2005
inzake de aan de Commissie te verlenen kwijting voor de uitvoering van de verrichtingen van het Europees Ontwikkelingsfonds (8e EOF) voor het begrotingsjaar 2003
(2005/254/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op de vierde ACS-EG-overeenkomst, ondertekend te Lomé op 15 december 1989, gewijzigd bij de op 4 november 1995 te Mauritius ondertekende overeenkomst,
Gelet op het Intern Akkoord betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het tweede financiële protocol bij de ACS-EG-overeenkomst (1) waarbij, onder andere, een achtste Europees Ontwikkelingsfonds (8e EOF) werd ingesteld, inzonderheid op artikel 33, lid 3,
Gelet op het Financieel Reglement van 16 juni 1998 van toepassing op de samenwerking inzake de ontwikkelingsfinanciering krachtens de vierde ACS-EG-overeenkomst (2), inzonderheid op de artikelen 66 tot en met 74,
Na onderzoek van de jaarrekening en de balans betreffende de verrichtingen van het 8e EOF, die op 31 december 2003 zijn vastgesteld, alsmede van het verslag van de Rekenkamer over het begrotingsjaar 2003, waaraan de antwoorden van de Commissie zijn gehecht (3),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 33, lid 3, van het Intern Akkoord wordt aan de Commissie voor het financiële beheer van het 8e EOF kwijting verleend door het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad. |
|
(2) |
De uitvoering van de verrichtingen van het 8e EOF door de Commissie gedurende het begrotingsjaar 2003 is over het geheel genomen bevredigend geweest, |
BEVEELT het Europees Parlement AAN de Commissie kwijting te verlenen voor de uitvoering van de verrichtingen van het 8e EOF voor het begrotingsjaar 2003.
Gedaan te Brussel, 8 maart 2005.
Voor de Raad
De voorzitter
J.-C. JUNCKER
(1) PB L 156 van 29.5.1998, blz. 108.
|
23.3.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 77/13 |
AANBEVELING VAN DE RAAD
van 8 maart 2005
inzake de aan de Commissie te verlenen kwijting voor de uitvoering van de verrichtingen van het Europees Ontwikkelingsfonds (7e EOF) voor het begrotingsjaar 2003
(2005/255/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op de vierde ACS-EG-overeenkomst, ondertekend te Lomé op 15 december 1989, gewijzigd bij de op 4 november 1995 te Mauritius ondertekende overeenkomst,
Gelet op Intern Akkoord 91/401/EEG betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van de vierde ACS-EEG-overeenkomst waarbij, onder andere, een zevende Europees Ontwikkelingsfonds (7e EOF) werd ingesteld (1), inzonderheid op artikel 33, lid 3,
Gelet op het Financieel Reglement van 29 juli 1991 van toepassing op de samenwerking inzake de ontwikkelingsfinanciering krachtens de vierde ACS-EEG-overeenkomst (2), inzonderheid op de artikelen 69 tot en met 77,
Na onderzoek van de jaarrekening en de balans betreffende de verrichtingen van het 7e EOF, die op 31 december 2003 zijn vastgesteld, alsmede van het verslag van de Rekenkamer over het begrotingsjaar 2003, waaraan de antwoorden van de Commissie zijn gehecht (3),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 33, lid 3, van het Intern Akkoord wordt aan de Commissie voor het financiële beheer van het 7e EOF kwijting verleend door het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad. |
|
(2) |
De uitvoering van de verrichtingen van het 7e EOF door de Commissie gedurende het begrotingsjaar 2003 is over het geheel genomen bevredigend geweest, |
BEVEELT het Europees Parlement AAN de Commissie kwijting te verlenen voor de uitvoering van de verrichtingen van het 7e EOF voor het begrotingsjaar 2003.
Gedaan te Brussel, 8 maart 2005.
Voor de Raad
De voorzitter
J.-C. JUNCKER
(1) PB L 229 van 17.8.1991, blz. 288.
|
23.3.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 77/14 |
AANBEVELING VAN DE RAAD
van 8 maart 2005
inzake de aan de Commissie te verlenen kwijting voor de uitvoering van de verrichtingen van het Europees Ontwikkelingsfond (6e EOF) voor het begrotingsjaar 2003
(2005/256/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op de derde ACS-EEG-overeenkomst, ondertekend te Lomé op 8 december 1984,
Gelet op het Intern Akkoord 86/126/EEG betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 29, lid 3,
Gelet op het Financieel Reglement van 11 november 1986 van toepassing op het zesde Europees Ontwikkelingsfonds (6e EOF) (2), inzonderheid op de artikelen 66 tot en met 73,
Na onderzoek van de jaarrekening en de balans betreffende de verrichtingen van het 6e EOF, die op 31 december 2003, zijn vastgesteld, alsmede van het verslag van de Rekenkamer over het begrotingsjaar 2003, waaraan de antwoorden van de Commissie zijn gehecht (3),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 29, lid 3, van het Intern Akkoord wordt aan de Commissie voor het financiële beheer van het 6e EOF kwijting verleend door het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad. |
|
(2) |
De uitvoering van de verrichtingen van het 6e EOF door de Commissie gedurende het begrotingsjaar 2003 is over het geheel genomen bevredigend geweest, |
BEVEELT het Europees Parlement AAN de Commissie kwijting te verlenen voor de uitvoering van de verrichtingen van het 6e EOF voor het begrotingsjaar 2003.
Gedaan te Brussel, 8 maart 2005.
Voor de Raad
De voorzitter
J.-C. JUNCKER
(1) PB L 86 van 31.3.1986, blz. 210. Akkoord laatstelijk gewijzigd bij Besluit 86/281/EEG (PB L 178 van 2.7.1986, blz. 13).