|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
48e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing
|
20.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 76/2005 VAN DE COMMISSIE
van 19 januari 2005
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 20 januari 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 januari 2005.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 19 januari 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
052 |
105,6 |
|
204 |
91,3 |
|
|
212 |
176,1 |
|
|
248 |
157,0 |
|
|
999 |
132,5 |
|
|
0707 00 05 |
052 |
166,2 |
|
220 |
229,0 |
|
|
999 |
197,6 |
|
|
0709 90 70 |
052 |
169,9 |
|
204 |
148,3 |
|
|
999 |
159,1 |
|
|
0805 10 20 |
052 |
68,7 |
|
204 |
45,4 |
|
|
212 |
53,1 |
|
|
220 |
49,6 |
|
|
448 |
35,9 |
|
|
999 |
50,5 |
|
|
0805 20 10 |
204 |
64,6 |
|
999 |
64,6 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
052 |
74,1 |
|
204 |
83,9 |
|
|
400 |
76,6 |
|
|
464 |
149,6 |
|
|
624 |
59,2 |
|
|
999 |
88,7 |
|
|
0805 50 10 |
052 |
49,5 |
|
999 |
49,5 |
|
|
0808 10 80 |
400 |
91,3 |
|
404 |
69,9 |
|
|
720 |
75,1 |
|
|
999 |
78,8 |
|
|
0808 20 50 |
400 |
90,1 |
|
999 |
90,1 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.
|
20.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 77/2005 VAN DE COMMISSIE
van 13 januari 2005
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers, zelfstandigen en hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers, zelfstandigen en hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (1), en met name op artikel 122,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bepaalde lidstaten of hun bevoegde autoriteiten hebben om wijzigingen in de bijlagen van Verordening (EEG) nr. 574/72 gevraagd, volgens de procedure die hierin is uiteengezet. |
|
(2) |
De voorgestelde wijzigingen zijn het gevolg van besluiten van deze lidstaten of hun bevoegde autoriteiten die de instanties aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake sociale zekerheid overeenkomstig de communautaire wetgeving. |
|
(3) |
Bijlage 9 vermeldt welke regelingen in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening van de gemiddelde jaarlijkse kosten van de verstrekkingen, overeenkomstig de artikelen 94 en 95 van Verordening (EEG) nr. 574/72. |
|
(4) |
De Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers heeft een unaniem advies gegeven, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen 1 tot en met 5 en 7, 9 en 10 bij Verordening (EEG) nr. 574/72 worden overeenkomstig de bijlage bij deze verordening gewijzigd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 13 januari 2005.
Voor de Commissie
Vladimir ŠPIDLA
Lid van de Commissie
(1) PB L 74 van 27.3.1972, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 631/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 100 van 6.4.2004, blz. 1).
BIJLAGE
1.
Bijlage 1 wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
„F. GRIEKENLAND” wordt als volgt gewijzigd: De punten 1 en 2 worden vervangen door:
|
|
b) |
„P. MALTA” wordt vervangen door: „P. MALTA
|
|
c) |
„S. POLEN” wordt als volgt gewijzigd: Punt 1 wordt vervangen door:
|
2.
Bijlage 2 wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
„B. TSJECHIË” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
b) |
„D. DUITSLAND” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
c) |
„E. ESTLAND” wordt als volgt gewijzigd: Punt 5 wordt vervangen door:
|
|
d) |
„F. GRIEKENLAND” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
e) |
„G. SPANJE” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
f) |
„J. ITALIË” wordt vervangen door: „J. ITALIË
|
|
g) |
„M. LITOUWEN” wordt als volgt gewijzigd: Punt 6 wordt vervangen door:
|
|
h) |
„S. POLEN” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
i) |
„U. SLOVENIË” wordt als volgt gewijzigd: Punt 1, letter d), wordt vervangen door:
|
|
j) |
„V. SLOWAKIJE” wordt vervangen door:
|
|
k) |
„X. ZWEDEN” wordt als volgt gewijzigd:
|
3.
Bijlage 3 wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
„B. TSJECHIË” wordt als volgt gewijzigd: Punt 2, letter e), wordt vervangen door:
|
|
b) |
„D. DUITSLAND” wordt als volgt gewijzigd: Punt 3 wordt vervangen door:
|
|
c) |
„E. ESTLAND” wordt vervangen door: „E. ESTLAND
|
|
d) |
„F. GRIEKENLAND” wordt als volgt gewijzigd: Punt 2 wordt vervangen door:
|
|
e) |
„G. SPANJE” wordt als volgt gewijzigd: Punt 2, letter c), wordt vervangen door:
|
|
f) |
„M. LITOUWEN” wordt als volgt gewijzigd: Punt 6 wordt vervangen door:
|
|
g) |
„S. POLEN” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
h) |
„U. SLOVENIË” wordt als volgt gewijzigd: Punt 1, letter d), wordt vervangen door:
|
|
i) |
„V. SLOWAKIJE” wordt vervangen door: „V. SLOWAKIJE
|
4.
Bijlage 4 wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
„D. DUITSLAND” wordt als volgt gewijzigd: Punt 3, letter b, wordt vervangen door:
|
|
b) |
„E. ESTLAND” wordt vervangen door: „E. ESTLAND
|
|
c) |
„F. GRIEKENLAND”wordt als volgt gewijzigd: Punt 1 wordt vervangen door:
|
|
d) |
„G. SPANJE” wordt als volgt gewijzigd: De punten 3 en 4 worden vervangen door:
|
|
e) |
„H. FRANKRIJK” wordt vervangen door: „H. FRANKRIJK Voor alle takken en risico's:
|
|
f) |
„M. LITOUWEN” wordt als volgt gewijzigd: De punten 4, 5 en 6 worden vervangen door:
|
|
g) |
„S. POLEN” wordt vervangen door: „S. POLEN
|
|
h) |
„V. SLOWAKIJE” wordt vervangen door: „V. SLOWAKIJE
|
|
i) |
„X. ZWEDEN” wordt vervangen door: „X. ZWEDEN
|
5.
Bijlage 5 wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
„9. BELGIË — ITALIË” wordt als volgt gewijzigd: De volgende letter f) wordt toegevoegd:
|
|
b) |
„102. ESTLAND — NEDERLAND” wordt vervangen door: „102. ESTLAND — NEDERLAND Geen”. |
|
c) |
„82 DUITSLAND — NEDERLAND” wordt als volgt gewijzigd: De letters g) en h) worden vervangen door:
|
|
d) |
„87. DUITSLAND — SLOWAKIJE” wordt vervangen door: „87. DUITSLAND — SLOWAKIJE Geen.” |
|
e) |
„126. GRIEKENLAND — SLOWAKIJE” wordt vervangen door: „126. GRIEKENLAND — SLOWAKIJE Niet van toepassing”. |
|
f) |
„144. SPANJE — SLOWAKIJE” wordt vervangen door: „144. SPANJE — SLOWAKIJE Geen.” |
|
g) |
„242. LUXEMBURG — SLOWAKIJE ”wordt vervangen door: „242. LUXEMBURG — SLOWAKIJE Geen.” |
|
h) |
„276. OOSTENRIJK — SLOWAKIJE” wordt vervangen door: „276. OOSTENRIJK — SLOWAKIJE Geen.” |
6.
Bijlage 7 wordt als volgt gewijzigd:„V. SLOWAKIJE” wordt vervangen door:
|
„V. |
SLOWAKIJE: Národná banka Slovenska (Nationale Bank van Slowakije), Bratislava. Štátna pokladnica (Schatkist), Bratislava”. |
7.
Bijlage 9 wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
„E. ESTLAND” wordt vervangen door: „E. ESTLAND Voor de berekening van de gemiddelde jaarlijkse kosten van de verstrekkingen worden de verstrekkingen in aanmerking genomen die worden toegekend krachtens de wet op de ziekteverzekering, de wet op de organisatie van de gezondheidsdiensten en artikel 12 van de wet op de sociale voorzieningen (verstrekking van prothesen en orthopedische en andere apparaten).” |
|
b) |
„F. GRIEKENLAND” wordt vervangen door: „F. GRIEKENLAND Voor de berekening van de gemiddelde jaarlijkse kosten van de verstrekkingen wordt het algemene socialezekerheidsstelsel van het Ίδρυμα Κοινωνικών Ασφαλίσεων — Ενιαίο Ταμείο Ασφάλισης Μισθωτών (ΙΚΑ — ΕΤΑΜ) (Instituut voor sociale verzekeringen — Verenigd verzekeringsfonds voor werknemers (ΙΚΑ — ΕΤΑΜ)) in aanmerking genomen”. |
8.
Bijlage 10 wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
„E. ESTLAND” wordt vervangen door: „E. ESTLAND
|
|
b) |
„F. GRIEKENLAND” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
c) |
„G. SPANJE” wordt als volgt gewijzigd: De punten 5 en 6 worden vervangen door:
|
|
d) |
„H. FRANKRIJK” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
e) |
„J. ITALIË” wordt als volgt gewijzigd: Punt 2 wordt vervangen door:
|
|
f) |
„M. LITOUWEN” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
g) |
„S. POLEN” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
h) |
„V. SLOWAKIJE” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
i) |
„X. ZWEDEN” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
20.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/43 |
VERORDENING (EG) Nr. 78/2005 VAN DE COMMISSIE
van 19 januari 2005
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 466/2001 wat zware metalen betreft
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (1), en met name op artikel 2, lid 3,
Na raadpleging van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 466/2001 van de Commissie (2) stelt maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen vast. Deze maatregelen, specifiek gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 221/2002 van de Commissie (3), omvatten maximumgehalten voor de zware metalen lood, cadmium en kwik. |
|
(2) |
Met het oog op de bescherming van de volksgezondheid is het van essentieel belang dat deze verontreinigingen worden beperkt tot gehalten die geen gezondheidsproblemen veroorzaken. De maximumgehalten aan lood, cadmium en kwik moeten veilig zijn en zo laag als redelijkerwijs haalbaar onder toepassing van goede productie- en landbouw- of visserijpraktijken. Op grond van nieuwe informatie over de bereikbaarheid van maximumgehalten in bepaalde waterorganismen moeten de desbetreffende bepalingen van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 466/2001 voor deze verontreinigingen in bepaalde voedingsproducten worden herzien. De herziene bepalingen houden een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de consumenten in stand. |
|
(3) |
Verordening (EG) nr. 466/2001 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 466/2001 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 januari 2005.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).
(2) PB L 77 van 16.3.2001, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 684/2004 (PB L 106 van 15.4.2004, blz. 6).
BIJLAGE
Deel 3 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 466/2001 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Voor lood (Pb) worden de punten 3.1.4, 3.1.4.1 en 3.1.5 vervangen door:
|
|
2) |
Voor cadmium (Cd) worden de punten 3.2.5 en 3.2.5.1 vervangen door de volgende punten en wordt een nieuw punt 3.2.5.2 toegevoegd:
|
|
3) |
Voor kwik (Hg) worden de punten 3.3.1 en 3.3.1.1 vervangen door:
|
(1) Indien de vissen bestemd zijn om in hun geheel te worden gegeten, geldt het maximumgehalte voor de hele vis.
(2) Vis zoals bedoeld in categorie a) van de lijst in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22).
(3) Indien de vissen bestemd zijn om in hun geheel te worden gegeten, geldt het maximumgehalte voor de hele vis.
(4) Vis zoals bedoeld in categorie a) van de lijst in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22).
(5) Indien de vissen bestemd zijn om in hun geheel te worden gegeten, geldt het maximumgehalte voor de hele vis.
(6) Vis zoals bedoeld in categorie a) van de lijst in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22).
(7) Vis zoals bedoeld in categorie a), c) en f) van de lijst in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22).
|
20.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/46 |
VERORDENING (EG) Nr. 79/2005 VAN DE COMMISSIE
van 19 januari 2005
tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van melk, melkproducten en melkderivaten die in die verordening zijn omschreven als categorie 3-materiaal
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (1), en met name op artikel 6, lid 2, onder i),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 1774/2002 bevat veterinairrechtelijke en volksgezondheidsvoorschriften voor het verzamelen, vervoeren, opslaan, hanteren, verwerken en gebruiken of verwijderen van dierlijke bijproducten, teneinde te voorkomen dat deze producten een risico voor de gezondheid van mens of dier opleveren. |
|
(2) |
Verordening (EG) nr. 1774/2002 bevat voorschriften voor het gebruik van bepaalde dierlijke bijproducten, verkregen bij de productie van voor menselijke consumptie bestemde producten, en voormalige voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong die onder de definitie van categorie 3-materiaal in die verordening vallen, met inbegrip van melk en producten op basis van melk die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn. Verordening (EG) nr. 1774/2002 voorziet ook in de mogelijkheid om categorie 3-materiaal op een andere manier te gebruiken, in overeenstemming met de in die verordening vastgestelde procedure en na raadpleging van het betrokken wetenschappelijk comité. |
|
(3) |
Volgens de adviezen van de Wetenschappelijke Stuurgroep van 1996, 1999 en 2000 zijn er geen bewijzen dat boviene spongiforme encefalopathie (BSE) door melk wordt overgedragen, en wordt elk risico van melk als te verwaarlozen beschouwd. In haar situatieverslag van 15 maart 2001 bevestigde de ad-hocgroep TSE/BSE dit advies. |
|
(4) |
Op grond van die adviezen zijn melk, melkproducten en biest vrijgesteld van het verbod op de vervoedering van dierlijke eiwitten aan landbouwhuisdieren die voor de productie van voedingsmiddelen gehouden, vetgemest of gefokt worden, zulks overeenkomstig Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (2). |
|
(5) |
Verordening (EG) nr. 1774/2002 is niet van toepassing op vloeibare melk en biest die op de boerderij van oorsprong worden verwijderd of gebruikt. Die verordening staat ook het uitrijden op het land toe van melk en biest als meststof of bodemverbeteraar indien de bevoegde autoriteit van mening is dat dit geen risico van verspreiding van ernstige besmettelijke ziekten oplevert, in aanmerking genomen dat landbouwhuisdieren toegang tot dat land kunnen hebben en daarom aan een dergelijk risico blootgesteld zouden kunnen worden. |
|
(6) |
Krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 moet categorie 3-materiaal onder strenge voorwaarden worden gebruikt en mag het alleen aan landbouwhuisdieren worden vervoederd na behandeling in een erkend bedrijf voor de verwerking van categorie 3-materiaal. |
|
(7) |
Dierlijke bijproducten, verkregen bij de productie van voor menselijke consumptie bestemde zuivelproducten, en voormalige zuivelvoedingsmiddelen worden doorgaans geproduceerd in bedrijven die erkend zijn overeenkomstig Richtlijn 92/46/EEG van de Raad van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk (3). Kant-en-klare zuivelproducten worden doorgaans verpakt, zodat de kans op besmetting van het product achteraf miniem is. |
|
(8) |
De Commissie moet het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid inwinnen over de mogelijkheid om, onder de vereiste voorwaarden ter minimalisering van de risico’s, kant-en-klare melk, melkproducten en melkderivaten die onder de definitie van categorie 3-materiaal van Verordening (EG) nr. 1774/2002 vallen („de producten”), zonder verdere behandeling aan landbouwhuisdieren te vervoederen. |
|
(9) |
In afwachting van dat advies en in het licht van de huidige wetenschappelijke adviezen en van het verslag van het Wetenschappelijk Comité voor de gezondheid en het welzijn van dieren inzake de strategie met betrekking tot noodvaccinatie tegen mond- en klauwzeer van 1999, dienen tijdelijk specifieke maatregelen te worden vastgesteld voor het verzamelen, vervoeren, verwerken en gebruiken van de producten. |
|
(10) |
In de lidstaten moeten passende systemen worden ingevoerd om de naleving van deze verordening te controleren en passende maatregelen te nemen bij niet-naleving ervan. De lidstaten moeten bij de vaststelling van het aantal geregistreerde bedrijven die de betrokken producten mogen gebruiken, ook rekening houden met hun risicobeoordeling voor de best- en worse-casescenario’s die wordt uitgevoerd bij de opstelling van hun rampenplannen voor epizoötieën. |
|
(11) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Algemene vergunning door de lidstaten
De lidstaten staan het verzamelen, vervoeren, verwerken, gebruiken en opslaan toe van melk, melkproducten en melkderivaten die vallen onder de definitie van categorie 3-materiaal zoals bedoeld in artikel 6, lid 1, onder e), f) en g), van Verordening (EG) nr. 1774/2002, en die niet zijn verwerkt overeenkomstig hoofdstuk V van bijlage VII bij die verordening („de producten”), op voorwaarde dat deze activiteiten en producten voldoen aan de voorwaarden van deze verordening.
Artikel 2
Gebruik van verwerkte producten en wei, en onverwerkte producten als veevoeder
1. Verwerkte producten en wei zoals bedoeld in bijlage I mogen overeenkomstig de voorschriften van die bijlage als veevoeder worden gebruikt.
2. Onverwerkte producten en andere producten zoals bedoeld in bijlage II mogen overeenkomstig de voorschriften van die bijlage als veevoeder worden gebruikt.
Artikel 3
Verzameling, vervoer en opslag
1. De producten worden verzameld, vervoerd en geïdentificeerd overeenkomstig de voorschriften in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1774/2002.
De eerste alinea is echter niet van toepassing op exploitanten van melkverwerkende bedrijven die erkend zijn overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 92/46/EEG, wanneer zij producten inzamelen en terug naar hun bedrijf brengen die zij eerder bij hun klanten hebben afgeleverd.
2. Om ervoor te zorgen dat er geen gevaar voor de gezondheid van mens of dier ontstaat, worden de producten bij een geschikte temperatuur opgeslagen in:
|
a) |
een overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1774/2002 voor dat doel erkend opslagbedrijf, of |
|
b) |
een speciaal daarvoor bestemde, afzonderlijke opslagruimte in een overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 92/46/EEG erkend bedrijf. |
3. Tijdens de opslag of bij de uitslag van de eindproducten genomen monsters moeten ten minste voldoen aan de microbiologische normen van hoofdstuk I, D, 10, van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 1774/2002.
Artikel 4
Vergunning, registratie en controlemaatregelen
1. De overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 92/46/EEG erkende melkverwerkende bedrijven en de veehouderijen die een vergunning hebben gekregen zoals bedoeld in de bijlagen bij deze verordening, worden door de daartoe bevoegde autoriteit geregistreerd.
2. De bevoegde autoriteit neemt de nodige maatregelen om de naleving van de voorschriften van deze verordening door de exploitanten van geregistreerde bedrijven en veehouderijen te controleren.
Artikel 5
Schorsing van de vergunning en registratie bij niet-naleving
Een door de bevoegde autoriteit overeenkomstig deze verordening afgegeven vergunning of registratie wordt onmiddellijk geschorst als niet langer aan de voorschriften van deze verordening wordt voldaan.
De vergunning en registratie kunnen slechts dan weer in werking worden gesteld nadat passende corrigerende maatregelen genomen zijn volgens de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit.
Artikel 6
Evaluatie
De Commissie zal de bepalingen van deze verordening opnieuw bezien en ze zo nodig aanpassen in het licht van het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid.
Artikel 7
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 januari 2005.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 668/2004 van de Commissie (PB L 112 van 19.4.2004, blz. 1).
(2) PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1993/2004 (PB L 344 van 20.11.2004, blz. 12).
(3) PB L 268 van 14.9.1992, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).
BIJLAGE I
ANDER GEBRUIK VAN VERWERKTE PRODUCTEN EN WEI, ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 6, LID 2, ONDER i), VAN VERORDENING (EG) Nr. 1774/2002
HOOFDSTUK I
A. Betrokken producten:
De producten, met inbegrip van het reinigingswater dat in aanraking is geweest met rauwe melk en/of overeenkomstig hoofdstuk I, A, 4, a), van bijlage C bij Richtlijn 92/46/EEG gepasteuriseerde melk, die ten minste een van de volgende behandelingen hebben ondergaan:
|
a) |
„ultrahoge temperatuur” (UHT) overeenkomstig hoofdstuk I, A, 4, b), van bijlage C bij Richtlijn 92/46/EEG; |
|
b) |
een sterilisatie waarbij een Fc-waarde van ten minste 3 wordt bereikt of die is uitgevoerd overeenkomstig hoofdstuk I, A, 4, c), van bijlage C bij Richtlijn 92/46/EEG bij een temperatuur van ten minste 115 °C gedurende 20 minuten of gelijkwaardig; |
|
c) |
pasteurisatie overeenkomstig hoofdstuk I, A, 4, a), of sterilisatie anders dan bedoeld in punt b) van dit deel, overeenkomstig hoofdstuk I, A, 4, c), van bijlage C bij Richtlijn 92/46/EEG, gevolgd door:
|
B. Gebruik
De in deel A bedoelde producten mogen in de betrokken lidstaat als voedermiddelen worden gebruikt en mogen worden gebruikt in grensoverschrijdende gebieden wanneer de betrokken lidstaten zulks onderling overeen zijn gekomen. De betrokken bedrijven moeten instaan voor de traceerbaarheid van de producten.
HOOFDSTUK II
A. Betrokken producten:
|
1. |
De producten, met inbegrip van het reinigingswater dat in aanraking is geweest met melk die alleen overeenkomstig hoofdstuk I, A, 4, a), van bijlage C bij Richtlijn 92/46/EEG gepasteuriseerd is, en |
|
2. |
Wei, afkomstig van niet-warmtebehandelde melkproducten, die pas 16 uur na het stremmen van de melk mag worden opgehaald en die alleen rechtstreeks naar de toegelaten veehouderijen mag worden vervoerd als de zuurtegraad minder bedraagt dan 6,0. |
B. Gebruik
De producten en de wei zoals bedoeld in deel A, mogen onder de volgende voorwaarden in de betrokken lidstaat als voedermiddelen worden gebruikt:
|
a) |
zij worden verzonden van een overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 92/46/EEG erkend bedrijf, dat instaat voor de traceerbaarheid van die producten, en |
|
b) |
zij worden verzonden naar een beperkt aantal toegelaten veehouderijen, dat is vastgesteld op grond van de risicobeoordeling voor best- en worse-casescenario’s die door de betrokken lidstaat wordt uitgevoerd bij de opstelling van de rampenplannen voor epizoötieën, met name mond- en klauwzeer. |
BIJLAGE II
ANDER GEBRUIK VAN ONVERWERKTE PRODUCTEN EN ANDERE PRODUCTEN
A. Betrokken producten:
Rauwe producten, met inbegrip van het reinigingswater dat in aanraking is geweest met rauwe melk, en andere producten waarvoor de in de hoofdstukken I en II van bijlage I bedoelde behandelingen niet gegarandeerd kunnen worden.
B. Gebruik
De in deel A bedoelde producten mogen onder de volgende voorwaarden in de betrokken lidstaat als voedermiddelen worden gebruikt:
|
a) |
zij worden verzonden van een overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 92/46/EEG erkend bedrijf dat instaat voor de traceerbaarheid van die producten, en |
|
b) |
zij worden verzonden naar een beperkt aantal toegelaten veehouderijen, dat is vastgesteld op grond van de risicobeoordeling voor best- en worse-casescenario’s die door de betrokken lidstaat wordt uitgevoerd bij de opstelling van de rampenplannen voor epizoötieën, met name mond- en klauwzeer, mits de op de toegelaten veehouderijen aanwezige dieren alleen kunnen worden verplaatst:
|
|
20.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/51 |
VERORDENING (EG) Nr. 80/2005 VAN DE COMMISSIE
van 19 januari 2005
tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1517/77 tot vaststelling van de lijst van de verschillende groepen in de Gemeenschap geteelde hoprassen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1696/71 van de Raad van 26 juli 1971 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop (1), en met name op artikel 12, lid 8,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EEG) nr. 1517/77 van de Commissie (2) zijn de verschillende groepen hoprassen vastgesteld. Het bedrag van de productiesteun voor hop was gedifferentieerd naar gelang van deze hoprassen. Deze steunregeling is vervangen door een regeling voor steun per hectare die identiek is voor ieder hopras, overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 1696/71. |
|
(2) |
Aangezien Verordening (EEG) nr. 1517/77 hierdoor overbodig geworden is, moet deze worden ingetrokken. |
|
(3) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor hop, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 1517/77 wordt ingetrokken.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 januari 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 175 van 4.8.1971, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2320/2003 (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 18).
(2) PB L 169 van 7.7.1977, blz. 13. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1159/98 (PB L 160 van 4.6.1998, blz. 18).
|
20.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/52 |
VERORDENING (EG) Nr. 81/2005 VAN DE COMMISSIE
van 19 januari 2005
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3077/78 houdende constatering van de gelijkwaardigheid van de verklaringen waarvan uit derde landen ingevoerde hop vergezeld gaat, met de communautaire certificaten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1696/71 van de Raad van 26 juli 1971 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop (1), en met name op artikel 5, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EEG) nr. 3077/78 van de Commissie (2) is vastgesteld welke instanties bevoegd zijn voor de afgifte van de verklaringen waarvan uit derde landen ingevoerde hop en hopproducten vergezeld gaan en die erkend worden als gelijkwaardig met het in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1696/71 bedoelde certificaat. |
|
(2) |
Ingevolge de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie, hoeven de instanties van deze nieuwe lidstaten niet langer te worden opgenomen in de lijst die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 3077/78 is gevoegd. |
|
(3) |
Verordening (EEG) nr. 3077/78 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor hop, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EEG) nr. 3077/78 wordt vervangen door de bijlage bij onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 januari 2005.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 175 van 4.8.1971, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2320/2003 (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 18).
(2) PB L 367 van 28.12.1978, blz. 28. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 539/98 (PB L 70 van 10.3.1998, blz. 3).
BIJLAGE
VOOR DE AFGIFTE VAN DE VERKLARING BEVOEGDE DIENSTEN:
|
Hopbellen |
GN-code: ex 1210 |
|
Hopmeel |
GN-code: ex 1210 |
|
Sappen en extracten van hop |
GN-code: 1302 13 00 |
|
Land van oorsprong |
Bevoegde dienst |
Adres |
Code |
Tel. |
Fax |
||||
|
Australië |
Quarantine and Quality Assurance Branch Department of Primary Industry and Fisheries |
|
+.61.02. |
33-8011 |
34-6785 |
||||
|
Ovens Research Station Department of Agriculture |
|
+.61.57. |
51-1311 |
51-1702 |
|||||
|
Bulgarije |
Institute of Brewing and Hop Production |
|
+.359.2. |
75-4153 |
75-6194 |
||||
|
Canada |
Plant Protection Division Animal and Plant Health Directorate Food Production and Inspection Branch Agriculture and Agri-food Canada |
|
+.1.613 |
952-8000 |
991-5612 |
||||
|
Volksrepubliek China |
China Tianijn Import & Export Commodity Inspection Bureau |
|
+.86.22. |
432-4143 |
832-0842 |
||||
|
China Xinjiang Import & Export Commodity Inspection Bureau |
|
+.86.991. |
484-2708 |
484-0050 |
|||||
|
China Neimenggu Import & Export Commodity Inspection Bureau |
|
+.86.471. |
45-1156 |
45-1163 |
|||||
|
Nieuw-Zeeland |
Ministry of Agriculture and Fisheries |
|
+.64.4. |
472-0367 |
474-424 472-9071 |
||||
|
Gawthorn Institute |
|
+.64.3. |
548-2319 |
546-9464 |
|||||
|
Roemenië |
Cluj-Napoca University of Agricultural Sciences |
|
+.406. |
419-8792 |
419-3792 |
||||
|
Bucharest Institute of Food Chemistry |
|
+.40.1. |
230-5090 |
230-0311 |
|||||
|
Federale Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) |
Institut za Ratarstvo I Povrtlarstvo/Zavod sa Hmelj |
Yu-21470 Backi Petrovac |
+.381.21. |
780-365 |
621-212 |
||||
|
Zuid-Afrika |
CSIR Food Science and Technology |
|
+.27.12 |
841-3172 |
841-3594 |
||||
|
Zwitserland |
Versuchsstation Schweizerischer Brauereien (VSB) |
|
+.41.1. |
201-4244 |
201-4249 |
||||
|
Oekraïne |
Productional-Technical Centre (PTZ) Ukrhmel |
|
+.7.0412 |
37-2111 |
36-7331 |
||||
|
Verenigde Staten van Amerika |
Washington Department of Agriculture State Chemical and Hop Lab |
|
+.1.509. |
575-2759 |
454-7699 |
||||
|
Idaho Department of Agriculture Hop Inspection Lab |
|
+.1.208 |
334-2623 |
334-2170 |
|||||
|
Oregon Department of Agriculture Commodity Inspection Division |
|
+.1.503. |
986-4620 |
373-1479 |
|||||
|
USDA, GIPSA, FGIS |
|
+.1.503. |
231-2056 |
231-6199 |
|||||
|
USDA, GIPSA, FGIS Commodity Testing Laboratory |
|
+.1.301 |
504-9328 |
504-9200 |
|||||
|
Zimbabwe |
Standards Association of Zimbabwe |
|
+.263.4. |
88-2021/2 |
88-2020 |
|
20.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/55 |
VERORDENING (EG) Nr. 82/2005 VAN DE COMMISSIE
van 19 januari 2005
inzake de afgifte van invoercertificaten voor suiker en mengsels van suiker en cacao met oorsprongscumulatie ACS/LGO en EG/LGO
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van landen en gebieden overzee met de Europese Gemeenschap (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 192/2002 van de Commissie van 31 januari 2002 betreffende de afgifte van invoercertificaten voor suiker en mengsels van suiker en cacao met oorsprongscumulatie ACS/LGO en EG/LGO (2), en met name op artikel 6, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 6, lid 4, van bijlage III bij Besluit 2001/822/EG is voor producten van hoofdstuk 17 en van de tariefposten 1806 10 30 en 1806 10 90 oorsprongscumulatie ACS/LGO/EG toegestaan voor ten hoogste 28 000 ton suiker per jaar. |
|
(2) |
Bij de nationale autoriteiten zijn overeenkomstig Verordening (EG) nr. 192/2002 aanvragen om de afgifte van invoercertificaten ingediend voor een totale hoeveelheid van 112 000 ton, wat meer is dan de bij Besluit 2001/822/EG vastgestelde hoeveelheid. |
|
(3) |
De Commissie moet derhalve het op de invoercertificaten toe te passen verminderingspercentage vaststellen en de indiening van nieuwe aanvragen voor het jaar 2005 schorsen. |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De aanvragen om invoercertificaten die tot en met 7 januari 2005 overeenkomstig artikel 6, van Verordening (EG) nr. 192/2002 zijn ingediend, worden ingewilligd voor 25 % van de gevraagde hoeveelheid.
Artikel 2
De indiening van nieuwe aanvragen voor het jaar 2005 wordt geschorst.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 januari 2005.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 314 van 30.11.2001, blz. 1.
(2) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 55. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 96/2004 (PB L 15 van 22.1.2004, blz. 3).
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing
Raad
|
20.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/56 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 24 september 2004
houdende benoeming van een Brits lid van het Economisch en Sociaal Comité
(2005/30/EG, Euratom)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 259,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 167,
Gelet op het Besluit 2002/758/EG, Euratom van de Raad van 17 september 2002 tot benoeming van de leden van het Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2002 tot en met 20 september 2006 (1),
Gezien de voordracht van de Britse regering,
Na het advies van de Europese Commissie te hebben ingewonnen,
BESLUIT:
Enig artikel
De heer Peter COLDRICK wordt benoemd tot lid van het Economisch en Sociaal Comité ter vervanging van de heer David FEICKERT voor de verdere duur van diens ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 20 september 2006.
Gedaan te Brussel, 24 september 2004.
Voor de Raad
De voorzitter
L. J. BRINKHORST
|
20.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/57 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 24 september 2004
houdende benoeming van een Nederlands lid en van een Nederlands plaatsvervangend lid van het Comité van de Regio's
(2005/31/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 263,
Gezien de voordracht van de Nederlandse regering,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het Besluit 2002/60/EG van de Raad van 22 januari 2002 (1) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's. |
|
(2) |
In het Comité van de Regio's is een zetel van lid vrijgekomen door het aftreden van de heer Wim VAN GELDER, en is een zetel van plaatsvervangend lid vrijgekomen door het aftreden van de heer Onno HOES, waarvan de Raad op 6 september 2004 in kennis is gesteld, |
BESLUIT:
Enig artikel
In het Comité van de Regio's worden de volgende personen benoemd:
|
a) |
als lid: de heer Onno HOES Gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant, ter vervanging van de heer Wim VAN GELDER |
|
b) |
als plaatsvervangend lid: de heer Wim VAN GELDER Commissaris van de Koningin in de provincie Zeeland, ter vervanging van de heer Onno HOES, |
voor de verdere duur van de ambtstermijn, d.w.z. tot en met 25 januari 2006.
Gedaan te Brussel, 24 september 2004.
Voor de Raad
De voorzitter
L. J. BRINKHORST
|
20.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/58 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 24 september 2004
houdende benoeming van een Duits lid van het Comité van de Regio's
(2005/32/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 263,
Gezien de voordracht van de Duitse regering,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het Besluit 2002/60/EG van de Raad van 22 januari 2002 (1) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's, |
|
(2) |
In het Comité van de Regio's is een zetel van lid vrijgekomen door het aftreden van de heer Hans KAISER, waarvan de Raad op 6 september 2004 in kennis is gesteld, |
BESLUIT:
Enig artikel
De heer Gerold WUCHERPFENNIG, Minister für Bundes- und Europaangelegenheiten und Chef der Thüringer Staatskanzlei, wordt voor de verdere duur van de ambtstermijn, d.w.z. tot en met 25 januari 2006, benoemd tot lid van het Comité van de Regio's ter vervanging van de heer Hans KAISER.
Gedaan te Brussel, 24 september 2004.
Voor de Raad
De voorzitter
L. J. BRINKHORST
Commissie
|
20.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/59 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 14 januari 2005
tot wijziging van Beschikking 2001/556/EG teneinde inrichtingen in India op te nemen op voorlopige lijsten van inrichtingen in derde landen waaruit de lidstaten voor menselijke consumptie bestemde gelatine mogen invoeren
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 4543)
(Voor de EER relevante tekst)
(2005/33/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Beschikking 95/408/EG van de Raad van 22 juni 1995 tot vaststelling van voorschriften voor het opstellen, voor een overgangsperiode, van voorlopige lijsten van inrichtingen in derde landen waaruit de lidstaten bepaalde producten van dierlijke oorsprong, visserijproducten en levende tweekleppige weekdieren mogen invoeren (1), en met name op artikel 2, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Beschikking 2001/556/EG van de Commissie van 11 juli 2001 tot vaststelling van voorlopige lijsten van inrichtingen in derde landen waaruit de lidstaten de invoer van voor menselijke consumptie bestemde gelatine toestaan (2) bevat voorlopige lijsten van inrichtingen in derde landen waaruit de lidstaten voor menselijke consumptie bestemde gelatine mogen invoeren. |
|
(2) |
India heeft een lijst verstrekt van inrichtingen die voor menselijke consumptie bestemde gelatine produceren en volgens de verantwoordelijke autoriteiten aan de communautaire voorschriften voldoen. |
|
(3) |
Deze inrichtingen moeten bijgevolg worden opgenomen op de lijsten van Beschikking 2001/556/EG. |
|
(4) |
De betrokken inrichtingen zijn nog niet ter plekke geïnspecteerd. Daarom komt de invoer uit deze inrichtingen niet in aanmerking voor een vermindering van het aantal materiële controles overeenkomstig Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (3). |
|
(5) |
Beschikking 2001/556/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De bijlage bij Beschikking 2001/556/EG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze beschikking.
Artikel 2
Deze beschikking treedt in werking op 23 januari 2005.
Artikel 3
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 14 januari 2005.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 243 van 11.10.1995, blz. 17. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 33).
(2) PB L 200 van 25.7.2001, blz. 23. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003 (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 381).
(3) PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1).
BIJLAGE
De volgende tekst wordt in de bijlage opgenomen rekening houdend met de alfabetische volgorde van de ISO-code:
„País: India/Země: Indie/Land: Indien/Land: Indien/Riik: India/Χώρα: Ινδία/Country: India/Pays: Inde/Paese: India/Valsts: Indija/Šalis: Indija/Ország: India/Pajjiż: Indja/Land: Indië/Państwo: Indie/País: Índia/Krajina: India/Država: Indija/Maa: Intia/Land: Indien
|
1 |
2 |
3 |
4 |
|
CAPEXIL/WR/PLANT REGN./O&G/2001-2002/01 |
Narmada Gelatines Ltd |
Jabalpur |
Madhya Pradesh |
|
CAPEXIL/SR/PLANT REGN./O&G/2002-2003/01 |
Kerala Chemicals & Proteins Ltd, Gelatine Division |
Kochi |
Kerala |
|
CAPEXIL/WR/PLANT REGN./O&G/2002-2003/02 |
Sterling Gelatine |
Village Karakhadi |
Gujarat |
|
CAPEXIL/WR/PLANT REGN./O&G/2002-2003/03 |
Raymon Patel Gelatine Pvt. Ltd |
Vasad |
Gujarat” |
|
20.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 16/61 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 11 januari 2005
tot vaststelling van geharmoniseerde normen voor analyses op bepaalde residuen in producten van dierlijke oorsprong die uit derde landen worden ingevoerd
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 4992)
(Voor de EER relevante tekst)
(2005/34/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (1), en met name op artikel 4, lid 5, en artikel 17, lid 7,
Gelet op Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn, en met name op artikel 11, lid 4, en artikel 63, lid 1, onder e),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens Richtlijn 97/78/EG moet elke uit een derde land ingevoerde zending een veterinaire controle ondergaan. Dit kan analyses omvatten op residuen van farmacologisch werkzame stoffen, om na te gaan of de zending aan de voorschriften van de communautaire wetgeving voldoet. |
|
(2) |
De maximumresidugehalten (MRL's) die moeten worden gehanteerd bij de levensmiddelencontrole overeenkomstig Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (2), zijn voor farmacologisch werkzame stoffen vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (3). De MRL's gelden ook voor ingevoerde zendingen. |
|
(3) |
Verordening (EEG) nr. 2377/90 bevat echter niet voor alle stoffen MRL's en met name niet voor stoffen die in de Gemeenschap verboden of niet toegelaten zijn. De aanwezigheid van een residu van een van die stoffen kan voldoende reden zijn om de desbetreffende zending bij de invoer te weigeren of te vernietigen. |
|
(4) |
De Gemeenschap dient een geharmoniseerde aanpak vast te stellen voor de controle op residuen van in de Gemeenschap verboden of niet-toegelaten stoffen in geïmporteerde zendingen. |
|
(5) |
Als prestatienorm ter waarborging van een doeltreffende controle op de naleving van de communautaire wetgeving bij het onderzoeken van officiële monsters op de aanwezigheid van bepaalde verboden of niet-toegelaten stoffen gelden de minimaal vereiste prestatielimieten (MRPL's) die zijn vastgesteld overeenkomstig Beschikking 2002/657/EG van de Commissie van 12 augustus 2002 ter uitvoering van Richtlijn 96/23/EG van de Raad wat de prestaties van analysemethoden en de interpretatie van resultaten betreft (4). De MRPL's komen overeen met het gemiddelde gehalte waarboven een stof of de residuen daarvan op een uit methodologisch oogpunt zinvolle wijze aangetoond kunnen worden. |
|
(6) |
Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (5) vereist, in overeenstemming met de Working Principles for Risk Analysis van de Codex Alimentarius (6), dat de levensmiddelenwetgeving gebaseerd is op terzake dienende factoren, zoals de uitvoerbaarheid van controles. |
|
(7) |
Wanneer derhalve in geïsoleerde gevallen residuen van een stof worden aangetoond in een gehalte dat lager ligt dan de bij Beschikking 2002/657/EG vastgestelde MRPL's, hoeft dit geen aanleiding tot bezorgdheid te geven, maar moet de zaak door de lidstaten in het oog worden gehouden; de MRPL's moeten, wanneer zij bestaan, worden gebruikt als actiedrempel met het oog op een geharmoniseerde toepassing van Richtlijn 97/78/EG. |
|
(8) |
Gepreciseerd moet worden welke maatregelen moeten worden genomen wanneer, voordat Verordening (EG) nr. 882/2004 op 1 januari 2006 van toepassing wordt, uit de analyseresultaten blijkt dat er residuen aanwezig zijn van een stof waarvoor overeenkomstig Beschikking 2002/657/EG MRPL's zijn vastgesteld, met inachtneming van de ernst van de bedreiging die de zending voor de volksgezondheid vormt en van de bepalingen van Richtlijn 96/23/EG, Richtlijn 97/78/EG en Verordening (EG) nr. 178/2002. |
|
(9) |
De lidstaten moeten in het bijzonder nagaan of zich bij de invoer steeds terugkerende problemen voordoen, aangezien dat zou kunnen duiden op een systematisch verkeerd gebruik van een bepaalde stof of een veronachtzaming van de door derde landen geboden garanties ten aanzien van de productie van levensmiddelen die bestemd zijn voor invoer in de Gemeenschap. De lidstaten moeten de Commissie steeds terugkerende problemen melden. |
|
(10) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Toepassingsgebied
1. In deze beschikking worden actiedrempels vastgesteld voor residuen van stoffen waarvoor MRPL's zijn vastgesteld overeenkomstig Beschikking 2002/657/EG, voor het geval dat uit de analyses die krachtens Richtlijn 97/78/EG worden uitgevoerd op ingevoerde zendingen producten van dierlijke oorsprong blijkt dat dergelijke residuen aanwezig zijn, en wordt aangegeven welke maatregelen na die constatering moeten worden genomen.
2. Deze beschikking is van toepassing ongeacht of de analyses routinematig, in het kader van verscherpte controles of krachtens een vrijwaringsmaatregel worden uitgevoerd op zendingen producten van dierlijke oorsprong uit derde landen.
Artikel 2
Actiedrempels
Voor de controle op residuen van bepaalde stoffen waarvan het gebruik in de Gemeenschap verboden of niet toegestaan is, fungeren de in bijlage II bij Beschikking 2002/657/EG vastgestelde minimaal vereiste prestatielimieten (MRPL's) als actiedrempel, ongeacht de onderzochte matrix.
Artikel 3
Maatregelen bij geconstateerde aanwezigheid van een verboden of niet-toegelaten stof
1. Wanneer bij een analyse een gehalte wordt bepaald dat gelijk is aan of groter dan de in Beschikking 2002/657/EG vastgestelde MRPL, wordt de betrokken zending als niet-conform de communautaire wetgeving beschouwd.
2. In afwachting van de toepassing van de artikelen 19 tot en met 22 van Verordening (EG) nr. 882/2004 vanaf 1 januari 2006 plaatsen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten niet-conforme zendingen uit derde landen in officiële inbewaringneming en nemen zij, gehoord hebbende de exploitant van het levensmiddelenbedrijf die voor de zending verantwoordelijk is, de volgende maatregelen:
|
a) |
opdragen dat dergelijke zendingen worden vernietigd of overeenkomstig lid 3 uit de Gemeenschap worden teruggestuurd; |
|
b) |
als de zendingen al in de handel zijn gebracht, terugroepen van de zendingen alvorens een van de bovengenoemde maatregelen te nemen. |
3. De bevoegde autoriteiten staan het terugsturen van zendingen alleen toe indien:
|
a) |
de bestemming overeengekomen is met de exploitant van het diervoeder- of levensmiddelenbedrijf die voor de zending verantwoordelijk is, en |
|
b) |
de exploitant van het levensmiddelenbedrijf eerst de bevoegde autoriteit van het derde land van oorsprong, of het derde land van bestemming, indien verschillend, in kennis heeft gesteld van de redenen en omstandigheden waarom de betrokken zendingen niet in de Gemeenschap in de handel kunnen worden gebracht, en |
|
c) |
het derde land van bestemming niet het derde land van oorsprong is en de bevoegde autoriteit van het derde land van bestemming de bevoegde autoriteit heeft meegedeeld bereid te zijn de zending te aanvaarden. |
4. Onverminderd de toepasselijke nationale bepalingen van de lidstaten inzake de toetsing van overheidsbeslissingen gebeurt het terugsturen binnen zestig dagen nadat de bevoegde autoriteit een besluit heeft genomen over de bestemming van de zending, tenzij er juridische stappen zijn ondernomen. Indien na het verstrijken van de termijn van zestig dagen het terugsturen niet heeft plaatsgevonden, wordt de zending vernietigd, tenzij de bevoegde autoriteit zich ervan heeft vergewist dat er geldige redenen voor vertraging zijn.
5. Wanneer bij analyses op producten gehalten worden bepaald die onder de in Beschikking 2002/657/EG vastgestelde MRPL's liggen, mogen de betrokken producten in de voedselketen komen. De bevoegde autoriteit bewaart de resultaten van de analyses voor het geval het probleem zich herhaalt. Wanneer uit de resultaten van analyses op producten van dezelfde oorsprong een terugkerend patroon naar voren komt dat duidt op een mogelijk probleem met betrekking tot een of meer verboden of niet-toegelaten stoffen, bijvoorbeeld wanneer binnen een periode van zes maanden voor dezelfde stof in ingevoerde producten van een bepaalde oorsprong vier of meer resultaten beneden de actiedrempels worden verkregen, stelt de bevoegde autoriteit de Commissie en de andere lidstaten in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid hiervan op de hoogte. De Commissie brengt de kwestie onder de aandacht van de bevoegde autoriteit van het land of de landen van oorsprong en doet passende voorstellen.
6. De exploitant van het diervoeder- of levensmiddelenbedrijf die voor de zending verantwoordelijk is, of diens vertegenwoordiger, draagt de kosten die de bevoegde autoriteiten moeten maken voor de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde activiteiten.
Artikel 4
Deze beschikking is van toepassing met ingang van 19 februari 2005.
Artikel 5
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 11 januari 2005.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1).
(2) PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 882/2004.
(3) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2232/2004 van de Commissie (PB L 379 van 24.12.2004, blz. 71).
(4) PB L 221 van 17.8.2002, blz. 8. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2004/25/EG (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 38).
(5) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1642/2003 (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 4).
(6) Beschikbaar op ftp://ftp.fao.org/codex/alinorm03/Al03_33e.pdf.