|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 366 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
47e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing |
Bladzijde |
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
|
|
|
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing |
|
|
|
|
Commissie |
|
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing
|
11.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 366/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 2107/2004 VAN DE COMMISSIE
van 10 december 2004
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 11 december 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 december 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 10 december 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
052 |
99,7 |
|
204 |
89,5 |
|
|
999 |
94,6 |
|
|
0707 00 05 |
052 |
87,0 |
|
204 |
32,5 |
|
|
220 |
122,9 |
|
|
999 |
80,8 |
|
|
0709 90 70 |
052 |
101,7 |
|
204 |
62,8 |
|
|
999 |
82,3 |
|
|
0805 10 10 , 0805 10 30 , 0805 10 50 |
052 |
50,8 |
|
204 |
52,8 |
|
|
382 |
32,3 |
|
|
388 |
51,8 |
|
|
528 |
36,4 |
|
|
999 |
44,8 |
|
|
0805 20 10 |
204 |
63,7 |
|
999 |
63,7 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
052 |
67,5 |
|
204 |
46,0 |
|
|
464 |
161,3 |
|
|
624 |
96,2 |
|
|
720 |
30,2 |
|
|
999 |
80,2 |
|
|
0805 50 10 |
052 |
55,4 |
|
528 |
42,0 |
|
|
999 |
48,7 |
|
|
0808 10 20 , 0808 10 50 , 0808 10 90 |
052 |
116,3 |
|
388 |
150,9 |
|
|
400 |
82,3 |
|
|
404 |
107,3 |
|
|
512 |
105,4 |
|
|
720 |
69,6 |
|
|
804 |
167,7 |
|
|
999 |
114,2 |
|
|
0808 20 50 |
400 |
95,1 |
|
720 |
42,1 |
|
|
999 |
68,6 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.
|
11.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 366/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 2108/2004 VAN DE COMMISSIE
van 10 december 2004
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1420/2004 tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om rechten op invoer voor het in Verordening (EG) nr. 1203/2004 bedoelde contingent voor bevroren rundvlees, en tot vaststelling van de administratieve voorschriften voor de toewijzing van bepaalde rechten op invoer
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1203/2004 van de Commissie van 29 juni 2004 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor bevroren rundvlees van GN-code 0202 en producten van GN-code 0206 29 91 (1 juli 2004-30 juni 2005) (2), en met name op artikel 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1203/2004 is het contingent voor de producten van de GN-codes 0202 en 0206 29 91 , waarvoor de communautaire importeurs rechten op invoer kunnen aanvragen, vastgesteld op 53 000 t. |
|
(2) |
Aangezien de hoeveelheid waarvoor rechten op invoer zijn aangevraagd, groter is dan de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1203/2004 vastgestelde beschikbare hoeveelheid, is in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1420/2004 van de Commissie (3) een verminderingscoëfficiënt voor de aangevraagde rechten op invoer vastgesteld overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1203/2004. |
|
(3) |
Naar aanleiding van de bekendmaking van de hierboven bedoelde verminderingscoëfficiënt hebben het Verenigd Koninkrijk en Malta de Commissie erop geattendeerd dat de mededelingen betreffende de aanvragen voor rechten op invoer, die zij overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1203/2004 aan de Commissie hadden toegezonden, administratieve fouten bevatten die betrekking hebben op de in artikel 3 van die verordening bedoelde referentiehoeveelheden op basis waarvan de toegang van de marktdeelnemers tot het contingent wordt bepaald. |
|
(4) |
Wanneer de te hoge cijfers voor de aangevraagde hoeveelheden worden verrekend met de te lage cijfers, resulteert dat in een hogere coëfficiënt voor de toewijzing van de rechten op invoer. |
|
(5) |
Bijgevolg moet de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1203/2004 bedoelde verminderingscoëfficiënt worden herberekend op basis van de gecorrigeerde totale referentiehoeveelheid. |
|
(6) |
Verordening (EG) nr. 1420/2004 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(7) |
De rechten op invoer van marktdeelnemers die een aanvraag hebben ingediend in het kader van Verordening (EG) nr. 1203/2004, moeten evenwel alleen worden herberekend aan de hand van de nieuwe coëfficiënt, wanneer de betrokken marktdeelnemers nog steeds belangstelling hebben voor een hoger aantal rechten. Met het oog hierop moeten voorschriften worden vastgesteld. |
|
(8) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1420/2004 wordt vervangen door:
„Artikel 1
Elke overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1203/2004 ingediende aanvraag om rechten op invoer wordt ingewilligd voor 14,96825 % van de gevraagde rechten.”
Artikel 2
Indien de herberekening van de rechten op invoer aan de hand van de in artikel 1 vastgestelde coëfficiënt resulteert in een hoger aantal rechten, wordt dat hoger aantal rechten alleen toegewezen wanneer de betrokken marktdeelnemer daarom verzoekt. Vóór het hoger aantal rechten op invoer wordt toegewezen, stelt de marktdeelnemer, op het moment waarop hij zijn verzoek indient, een zekerheid voor de betrokken hoeveelheden, die wordt berekend aan de hand van de overeenkomstige toepassing van artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1203/2004.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 december 2004.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1899/2004 van de Commissie (PB L 328 van 30.10.2004, blz. 67).
|
11.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 366/5 |
VERORDENING (EG) Nr. 2109/2004 VAN DE COMMISSIE
van 10 december 2004
betreffende de afgifte van invoercertificaten voor vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 936/97 van de Commissie van 27 mei 1997 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten voor vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit en voor bevroren buffelvlees (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 936/97 voorziet in de artikelen 4 en 5 de bepalingen voor het indienen en voor het afgeven van de invoercertificaten voor vlees zoals bedoeld in artikel 2, onder f). |
|
(2) |
In artikel 2, onder f), van Verordening (EG) nr. 936/97 is de hoeveelheid met de omschrijving in die bepaling overeenstemmend vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit, die in het tijdvak van 1 juli 2004 tot en met 30 juni 2005 onder bijzondere voorwaarden mag worden ingevoerd, vastgesteld op 11 500 t. |
|
(3) |
Er moet aan herinnerd worden dat de in deze verordening bedoelde certificaten slechts tijdens de gehele geldigheidsduur ervan gebruikt kunnen worden voorzover de veterinairrechtelijke voorschriften in acht worden genomen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Elke aanvraag om een invoercertificaat, die van 1 tot en met 5 december 2004 is ingediend voor vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit, zoals bedoeld in artikel 2, onder f), van Verordening (EG) nr. 936/97, wordt in haar geheel ingewilligd.
2. Aanvragen om certificaten kunnen overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 936/97 gedurende de eerste vijf dagen van de maand januari 2005 voor 6 067,098 t worden ingediend.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 11 december 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 december 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).
(2) PB L 137 van 28.5.1997, blz. 10. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1118/2004 (PB L 217 van 17.6.2004, blz. 10).
|
11.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 366/6 |
VERORDENING (EG) Nr. 2110/2004 VAN DE COMMISSIE
van 9 december 2004
inzake de stopzetting van de visserij op langoustine door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 21, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 2287/2003 van de Raad van 19 december 2003 tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (2) zijn voor 2004 quota vastgesteld voor langoustine. |
|
(2) |
Om te garanderen dat de bepalingen inzake de kwantitatieve beperking van de vangsten van een bestand waarvoor een quotum geldt, in acht worden genomen, moet de Commissie de datum vaststellen waarop de vangsten van de vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, geacht worden het toegewezen quotum te hebben bereikt. |
|
(3) |
Volgens de aan de Commissie meegedeelde gegevens, hebben de hoeveelheden langoustine die in de wateren van ICES-sector VIII c zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren of die in Frankrijk zijn geregistreerd, het voor 2004 toegewezen quotum bereikt. Frankrijk heeft de vangst uit dit bestand verboden met ingang van 23 oktober 2004. Deze datum moet derhalve worden aangehouden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De hoeveelheden langoustine die in de wateren van ICES-sector VIII c zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren of die in Frankrijk zijn geregistreerd, worden geacht het voor 2004 aan Frankrijk toegewezen quotum te hebben bereikt.
De visserij op langoustine in de wateren van ICES-sector VIII c door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren of die in Frankrijk zijn geregistreerd, alsmede het aan boord houden, het overladen en het lossen van vis uit het bestand dat door deze vaartuigen is gevangen vanaf de datum waarop deze verordening van toepassing wordt, zijn verboden.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 23 oktober 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 december 2004.
Voor de Commissie
Joe BORG
Lid van de Commissie
(1) PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1954/2003 (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1).
(2) PB L 344 van 31.12.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1928/2004 (PB L 332 van 6.11.2004, blz. 5).
|
11.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 366/7 |
VERORDENING (EG) Nr. 2111/2004 VAN DE COMMISSIE
van 9 december 2004
inzake de stopzetting van de visserij op haring door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (1) en met name op artikel 21, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 2287/2003 van de Raad van 19 december 2003 tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (2) zijn voor 2004 quota vastgesteld voor haring. |
|
(2) |
Om te garanderen dat de bepalingen inzake de kwantitatieve beperking van de vangsten van een bestand waarvoor een quotum geldt, in acht worden genomen, moet de Commissie de datum vaststellen waarop de vangsten van de vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, geacht worden het toegewezen quotum te hebben bereikt. |
|
(3) |
Volgens de aan de Commissie meegedeelde gegevens, hebben de hoeveelheden haring die in de wateren van de ICES-deelgebieden I en II (EG-wateren en internationale wateren) zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren of die in Frankrijk zijn geregistreerd, het voor 2004 toegewezen quotum bereikt. Frankrijk heeft de vangst uit dit bestand verboden met ingang van 23 oktober 2004. Deze datum moet derhalve worden aangehouden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De hoeveelheden haring die in de wateren van de ICES-deelgebieden I en II (EG-wateren en internationale wateren) zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren of die in Frankrijk zijn geregistreerd, worden geacht het voor 2004 aan Frankrijk toegewezen quotum te hebben bereikt.
De visserij op haring in de wateren van de ICES-deelgebieden I en II (EG-wateren en internationale wateren) door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren of die in Frankrijk zijn geregistreerd, alsmede het aan boord houden, het overladen en het lossen van vis uit het bestand dat door deze vaartuigen is gevangen vanaf de datum waarop deze verordening van toepassing wordt, zijn verboden.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 23 oktober 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 december 2004.
Voor de Commissie
Joe BORG
Lid van de Commissie
(1) PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1 Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1954/2003 (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1).
(2) PB L 344 van 31.12.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1928/2004 (PB L 332 van 6.11.2004, blz. 5).
|
11.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 366/8 |
VERORDENING (EG) Nr. 2112/2004 VAN DE COMMISSIE
van 10 december 2004
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 634/2004 houdende overgangsmaatregelen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 2202/96 van de Raad en Verordening (EG) nr. 2111/2003 in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije,
Gelet op de Akte van toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, en met name op artikel 41, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Telersverenigingen in Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (hierna „de nieuwe lidstaten” te noemen) moeten gebruik kunnen maken van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2202/96 van de Raad van 28 oktober 1996 tot invoering van een steunregeling voor telers van bepaalde citrussoorten (1). |
|
(2) |
De communautaire steunregeling voor telers van bepaalde citrussoorten is gebaseerd op contracten die zijn afgesloten tussen enerzijds verwerkers en anderzijds telersverenigingen die erkend of voorlopig erkend zijn overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 tot invoering van een steunregeling voor telers van bepaalde citrussoorten (2). |
|
(3) |
Bij Verordening (EG) nr. 634/2004 (3) van de Commissie zijn overgangsbepalingen vastgesteld voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 2202/96 en Verordening (EG) nr. 2111/2003 van de Commissie van 1 december 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2202/96 van de Raad tot invoering van een steunregeling voor telers van bepaalde citrusvruchten (4). |
|
(4) |
Krachtens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 2111/2003 moeten telersverenigingen en verwerkers die voor de steunregeling in aanmerking willen komen, dit uiterlijk 20 dagen vóór het begin van het verkoopseizoen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging melden. |
|
(5) |
Sommige telersverenigingen in de nieuwe lidstaten konden wegens de administratieve procedures niet tijdig door de bevoegde autoriteiten worden erkend of voorlopig erkend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2200/96, en zijn er bijgevolg niet in geslaagd om binnen de in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 2111/2003 vastgestelde termijn aan die autoriteiten te melden dat zij gebruik wilden maken van de steunregeling. |
|
(6) |
Met het oog op een optimale toegang van de telerverenigingen tot de in Verordening (EG) nr. 2202/96 van de Raad vastgestelde steunregeling en met het oog op een juiste toepassing van die steunregeling, moet met betrekking tot het verkoopseizoen 2004/2005 worden voorzien in een aangepaste termijn waarbinnen de telersverenigingen in de nieuwe lidstaten aan de bevoegde autoriteiten moeten melden dat zij voor de steunregeling in aanmerking willen komen. |
|
(7) |
Krachtens artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2111/2003 stellen de lidstaten de datum(s) vast tot welke de op hun grondgebied gevestigde telersverenigingen kortetermijncontracten mogen sluiten. Om telersverenigingen in de nieuwe lidstaat de kans te geven hun wens tot deelname aan de steunregeling op een later tijdstip kenbaar te maken bij de bevoegde autoriteiten, moet de termijn voor het sluiten van kortetermijncontracten met een looptijd van ten minste acht opeenvolgende maanden dienovereenkomstig worden aangepast. Een aanpassing van die termijn mag evenwel geen afbreuk doen aan de controles die door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten moeten worden uitgevoerd. |
|
(8) |
Verordening (EG) nr. 634/2004 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(9) |
Aangezien het verkoopseizoen 2004/2005 op 1 oktober 2004 is begonnen en de contracten tussen de telersverenigingen en de verwerkers reeds zijn gesloten, moeten de wijzigingen op 10 september 2004 van toepassing worden. |
|
(10) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verse groenten en fruit, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In Verordening (EG) nr. 634/2004 worden de volgende artikelen 3bis en 3ter ingevoegd:
„Artikel 3bis
In afwijking van het bepaalde in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 2111/2003 geldt, met betrekking tot het verkoopseizoen 2004/2005 en uitsluitend voor de nieuwe lidstaten, dat telersverenigingen die in aanmerking willen komen voor de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2202/96 bedoelde steunregeling, dit aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging moeten melden uiterlijk 120 dagen nadat ze overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2200/96 (*1) erkend of voorlopig erkend zijn, en in elk geval niet later dan 21 januari 2005.
Artikel 3ter
In afwijking van het bepaalde in artikel 10, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 2111/2003 geldt, met betrekking tot het verkoopseizoen 2004/2005 en uitsluitend voor de nieuwe lidstaten, dat kortetermijncontracten met een looptijd van ten minste acht volledige opeenvolgende maanden uiterlijk op 1 februari 2005 moeten worden gesloten.”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 10 september 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 december 2004.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 49. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Akte van toetreding van 2003.
(2) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).
|
11.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 366/10 |
VERORDENING (EG) Nr. 2113/2004 VAN DE COMMISSIE
van 10 december 2004
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1943/2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad inzake de steun aan voorlopig erkende telersgroepen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 48,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1943/2003 van de Commissie (2) mag de in artikel 14, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 2200/96 bedoelde steun voor investeringen die verband houden met de uitvoering van de in de erkenningsprogramma’s vermelde maatregelen, alleen worden toegekend in de vorm van speciale leningen. Aangezien de afgelopen jaren is gebleken dat het voor de lidstaten niet eenvoudig is om deze steunoptie toe te passen en tegelijkertijd aan de begunstigden te garanderen dat het in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1943/2003 vastgestelde percentage voor de communautaire bijdrage in de financiering van de subsidiabele investeringskosten in acht wordt genomen, moet worden voorzien in de mogelijkheid de steun toe te kennen in de vorm van een rechtstreekse kapitaalsubsidie. |
|
(2) |
Verordening (EG) nr. 1943/2003 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(3) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verse groenten en fruit, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 1943/2003 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Artikel 8, lid 2, eerste alinea, wordt vervangen door: .„De bijdrage van de Gemeenschap in de financiering van de in artikel 4 bedoelde steun, uitgedrukt in kapitaalsubsidie of in kapitaalsubsidie-equivalent, mag in verhouding tot de in artikel 4 bedoelde in aanmerking komende investeringskosten niet groter zijn dan:
|
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 december 2004.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 van de Commissie (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).
|
11.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 366/11 |
VERORDENING (EG) Nr. 2114/2004 VAN DE COMMISSIE
van 10 december 2004
tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van olijfolie
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (1), en met name op artikel 3, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 3 van Verordening nr. 136/66/EEG, wanneer de prijs in de Gemeenschap hoger is dan de prijsnoteringen op de wereldmarkt, kan het verschil tussen deze prijzen worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer van olijfolie naar derde landen. |
|
(2) |
De regelen betreffende de vaststelling en de toekenning van de restitutie bij uitvoer van olijfolie zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 616/72 van de Commissie (2). |
|
(3) |
De restitutie moet overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening nr. 136/66/EEG voor de gehele Gemeenschap gelijk zijn. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Verordening nr. 136/66/EEG moet de restitutie voor olijfolie worden vastgesteld met inachtneming van de situatie en de verwachte ontwikkeling van de olijfolieprijzen en de beschikbare hoeveelheden op de markt van de Gemeenschap en van de olijfolieprijzen op de wereldmarkt. Ingeval de situatie op de wereldmarkt het niet mogelijk maakt de gunstigste noteringen voor olijfolie te bepalen, kan evenwel rekening worden gehouden met de wereldmarktprijs van de voornaamste concurrerende plantaardige oliën en met het gedurende een representatieve periode geconstateerde verschil tussen deze prijs en die van olijfolie. Het restitutiebedrag mag niet hoger zijn dan het verschil tussen de prijs voor olijfolie in de Gemeenschap en die op de wereldmarkt, in voorkomend geval aangepast teneinde rekening te houden met de kosten voor de uitvoer van de producten op de wereldmarkt. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 3, derde alinea, onder b), van Verordening nr. 136/66/EEG, kan worden beslist om de restitutie bij openbare inschrijving vast te stellen. De openbare inschrijving heeft betrekking op het bedrag van de restitutie en kan worden beperkt tot sommige landen van bestemming, bepaalde hoeveelheden, kwaliteiten en aanbiedingsvormen. |
|
(6) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 3, tweede alinea, van Verordening nr. 136/66/EEG kan de restitutie voor olijfolie echter verschillend worden vastgesteld naar gelang van de bestemming, wanneer de situatie op de wereldmarkt of de bijzondere eisen van bepaalde markten zulks noodzakelijk maken. |
|
(7) |
De restitutie moet ten minste eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan indien nodig tussentijds worden gewijzigd. |
|
(8) |
De toepassing van deze regelen op de huidige marktsituatie in de sector olijfolie, en met name op de prijzen van dit product in de Gemeenschap, alsmede op de markten van derde landen brengt met zich dat de restitutie moet worden bepaald op de in de bijlage genoemde bedragen. |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De restituties bij de uitvoer van de in artikel 1, lid 2, onder c), van Verordening nr. 136/66/EEG bedoelde producten worden vastgesteld op de in de bijlage aangegeven bedragen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 11 december 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 december 2004.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB 172 van 30.9.1966, blz. 3025/66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 865/2004 (PB L 161 van 30.4.2004, blz. 97).
(2) PB L 78 van 31.3.1972, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2962/77 (PB L 348 van 30.12.1977, blz. 53).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 10 december 2004 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van olijfolie
|
Productcode |
Bestemming |
Meeteenheid |
Restitutiebedrag |
|
1509 10 90 9100 |
A00 |
EUR/100 kg |
0,00 |
|
1509 10 90 9900 |
A00 |
EUR/100 kg |
0,00 |
|
1509 90 00 9100 |
A00 |
EUR/100 kg |
0,00 |
|
1509 90 00 9900 |
A00 |
EUR/100 kg |
0,00 |
|
1510 00 90 9100 |
A00 |
EUR/100 kg |
0,00 |
|
1510 00 90 9900 |
A00 |
EUR/100 kg |
0,00 |
|
NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd. De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). |
|||
|
11.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 366/13 |
VERORDENING (EG) Nr. 2115/2004 VAN DE COMMISSIE
van 10 december 2004
tot vaststelling van de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het aan de Akte van Toetreding van Griekenland gehechte Protocol nr. 4 betreffende katoen, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1050/2001 van de Raad (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1051/2001 van de Raad van 22 mei 2001 betreffende de steun voor de katoenproductie (2), en met name op artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1051/2001 wordt op gezette tijden een wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen bepaald, rekening houdende met de historische verhouding tussen de in aanmerking genomen wereldmarktprijs voor geëgreneerde katoen en de berekende prijs voor niet-geëgreneerde katoen. Deze historische verhouding is vastgesteld in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1591/2001 van de Commissie van 2 augustus 2001, houdende uitvoeringsbepalingen van de steunregeling voor katoen (3). Als de wereldmarktprijs niet op die wijze kan worden bepaald, wordt hij bepaald op basis van de laatst vastgestelde prijs. |
|
(2) |
Krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1051/2001 wordt de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen bepaald voor een product met bepaalde kenmerken, waarbij rekening wordt gehouden met de gunstigste, voor de werkelijke markttendens representatief geachte aanbiedingen en noteringen. Om deze prijs te bepalen, wordt het gemiddelde berekend van de aanbiedingen en noteringen op één of meer Europese beurzen voor in een haven van Noord-Europa cif-geleverde producten uit de verschillende, voor de internationale handel als meest representatief beschouwde productielanden. Evenwel is bepaald dat deze criteria voor het bepalen van de wereldmarktprijs voor geëgreneerde katoen worden aangepast, om rekening te houden met de verschillen op grond van de kwaliteit van het geleverde product en de aard van de aanbiedingen en noteringen. In artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr 1591/2001 is bepaald welke aanpassingen kunnen plaatsvinden. |
|
(3) |
Op grond van bovenbedoelde criteria moet de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen op het hieronder aangegeven niveau worden vastgesteld, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1051/2001 bedoelde wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen wordt vastgesteld op 16,657 EUR/100 kg.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 11 december 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 december 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 148 van 1.6.2001, blz. 1.
(2) PB L 148 van 1.6.2001, blz. 3.
(3) PB L 210 van 3.8.2001, blz. 10. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1486/2002 (PB L 223 van 20.8.2002, blz. 3).
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing
Commissie
|
11.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 366/14 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 12 november 2004
tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van dranken op basis van melk met toegevoegde fytosterolen/fytostanolen als nieuwe voedingsmiddelen of nieuwe voedselingrediënten krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 4289)
(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
(2004/845/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (1), en met name op artikel 7,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 7 september 2000 heeft Novartis (nu Forbes Medi-Tech. Inc.) bij de Belgische bevoegde instanties een verzoek ingediend voor een vergunning om dranken op basis van melk met toegevoegde fytosterolen als nieuw voedingsmiddel of nieuw voedselingrediënt in de handel te brengen. |
|
(2) |
Op 30 maart 2001 hebben de Belgische bevoegde instanties hun verslag van de eerste beoordeling uitgebracht. |
|
(3) |
In hun verslag van de eerste beoordeling hebben de voor de beoordeling van voedingsmiddelen bevoegde Belgische instanties geconcludeerd dat een aanvullende beoordeling vereist was. |
|
(4) |
De Commissie heeft het verslag van de eerste beoordeling op 27 april 2001 aan alle lidstaten toegezonden. |
|
(5) |
Het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding (WCMV) heeft in zijn advies „General view on the long-term effects of the intake of elevated levels of phytosterols from multiple dietary sources, with particular attention to the effects on β-carotene” van 26 september 2002 aangegeven dat een fytosterolinname van meer dan 3 g/dag geen verdere voordelen biedt, een hoge inname ongewenste bijwerkingen kan hebben en het daarom verstandig is om een inname van meer dan 3 g plantensterolen per dag te vermijden. Verder heeft het panel voor dieetproducten, voeding en allergieën van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) zich in zijn advies van 25 november 2003 naar aanleiding van een verzoek van de Commissie betreffende een aanvraag van Forbes Medi-Tech om goedkeuring van plantensterolen-bevattende dranken op basis van melk als nieuwe voedingsmiddelen wat die aanvraag betreft aangesloten bij de conclusies van het WCMV, dat in zijn advies over aanvragen tot goedkeuring van een reeks met plantensterolen verrijkte voedingsmiddelen van 5 maart 2003 geconcludeerd heeft dat de toevoeging van fytosterolen veilig is, mits de dagelijkse inname niet meer bedraagt dan 3 g. |
|
(6) |
Verordening (EG) nr. 608/2004 (2) van de Commissie inzake de etikettering van voedingsmiddelen en voedselingrediënten met toegevoegde fytostanolesters waarborgt dat de consument de nodige informatie ontvangt om een overmatige inname van toegevoegde fytosterolen/fytostanolen te vermijden. |
|
(7) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Voedingsmiddelen en voedselingrediënten als omschreven in bijlage I, met toegevoegde fytosterolen/fytostanolen zoals gespecificeerd in bijlage II, hierna „de producten” genoemd, mogen in de Gemeenschap in de handel worden gebracht.
Artikel 2
De producten worden zodanig aangeboden dat zij gemakkelijk kunnen worden verdeeld in porties die hetzij maximaal 3 g (voor één portie per dag), hetzij maximaal 1 g (voor drie porties per dag) toegevoegde fytosterolen/fytostanolen bevatten.
De hoeveelheid toegevoegde fytosterolen/fytostanolen in een verpakkingseenheid van dranken mag niet meer dan 3 g bedragen.
Artikel 3
Deze beschikking is gericht tot Forbes Medi-Tech Inc., 750 West Pender Street, Vancouver B.C. V6C 2T8, Canada.
Gedaan te Brussel, 12 november 2004.
Voor de Commissie
David BYRNE
Lid van de Commissie
(1) PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).
BIJLAGE I
In artikel 1 bedoelde producten
Melkachtige producten, zoals producten op basis van halfvolle en magere melk, waarin het melkvet geheel of gedeeltelijk door plantaardig vet is vervangen.
BIJLAGE 2
Specificaties van fytosterolen en fytostanolen voor toevoeging aan voedingsmiddelen en voedselingrediënten
Definitie
Fytosterolen en fytostanolen zijn sterolen, respectievelijk stanolen, die uit planten zijn geëxtraheerd en als vrije sterolen en stanolen of veresterd met vetzuren van levensmiddelenkwaliteit kunnen worden aangeboden.
Samenstelling (met behulp van GC-FID of gelijkwaardige methode)
|
|
< 80 % β-sitosterol |
|
|
< 35 % β-sitostanol |
|
|
< 40 % campesterol |
|
|
< 15 % campestanol |
|
|
< 30 % stigmasterol |
|
|
< 3 % brassicasterol |
|
|
< 3 % andere sterolen/stanolen |
Verontreinigingen/zuiverheid (met behulp van GC-FID of gelijkwaardige methode)
Fytosterolen en fytostanolen, afkomstig uit andere bronnen dan voor levensmiddelen geschikte plantaardige olie, moeten vrij zijn van verontreinigingen; dit kan het best worden bereikt door ervoor te zorgen dat het fytosterol/fytostanolingrediënt een zuiverheid van meer dan 99 % heeft.