|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
47e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing |
Bladzijde |
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
|
|
|
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing |
|
|
|
|
Raad |
|
|
|
* |
||
|
|
|
Commissie |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
2004/775/EG: |
|
|
|
|
EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE |
|
|
|
|
Gemengd Comité van de EER |
|
|
|
* |
|
|
|
||
|
|
* |
1 november 2004 — EUR-Lex: nieuwe versie!(Zie bladzijde 3 van de omslag) |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing
|
18.11.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 1975/2004 VAN DE RAAD
van 15 november 2004
tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 1767/2001 werd ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) uit onder andere India, tot polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) verzonden uit Brazilië en Israël, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (hierna „de basisverordening” genoemd), en met name op artikel 13,
Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg in het kader van het Raadgevend Comité heeft ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
1. THANS GELDENDE MAATREGELEN
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1676/2001 (2) heeft de Raad definitieve antidumpingrechten ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) uit onder andere India. De antidumpingrechten varieerden van 0 % tot 62,6 %. Bij Besluit 2001/645/EG (3) heeft de Commissie van vijf Indiase producenten/exporteurs een verbintenis aanvaard. |
|
(2) |
Op PET-folie uit India worden sinds 1999 op grond van Verordening (EG) nr. 2597/1999 (4) van de Raad ook compenserende rechten geheven, variërend van 3,8 % tot 19,1 %. |
2. LOPENDE ONDERZOEKEN
|
(3) |
Op 28 juni 2002 heeft de Commissie, door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (5), de inleiding aangekondigd van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad (6). De procedure is beperkt tot een onderzoek naar de vorm van de maatregel; met name dient te worden onderzocht of de door de indiener van het verzoek aangeboden verbintenis kan worden aanvaard. Dit onderzoek is nog gaande. |
|
(4) |
Op 22 november 2003 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (7) de inleiding aangekondigd van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 11, lid 3 van de basisverordening, dat beperkt is tot een onderzoek naar de vorm van de antidumpingmaatregelen. Dit onderzoek is nog gaande. |
|
(5) |
Op 19 februari 2004 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (8) de inleiding aangekondigd van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 11, lid 3 van de basisverordening, dat beperkt is tot een onderzoek naar dumping door de Indiase producent/exporteur Jindal Polyester Limited. Dit onderzoek is nog gaande. |
3. VERZOEK
|
(6) |
Op 6 januari 2004 heeft de Commissie van de producenten DuPont Teijin Films, Mitsubishi Polyester Film GmbH en Nuroll SpA het verzoek ontvangen om op grond van artikel 13, lid 3, van de basisverordening een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontduiking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van PET-folie uit India. De indieners van het verzoek vertegenwoordigen een groot deel van de productie van PET-folie in de Gemeenschap. |
|
(7) |
De indieners van het verzoek voerden aan, en legden in dit verband voldoende bewijsmateriaal voor, dat zich na de instelling van antidumpingmaatregelen ten aanzien van PET-folie uit onder andere India belangrijke wijzigingen hadden voorgedaan in het patroon van de uitvoer van PET-folie uit Brazilië en Israël naar de Gemeenschap. Deze wijziging van het handelsverkeer lijkt te zijn veroorzaakt door het feit dat PET-folie uit India in Brazilië en Israël wordt overgeladen en via deze landen in de Gemeenschap wordt ingevoerd. De indieners van het verzoek voerden aan dat er, naast het antidumpingrecht op PET-folie uit India, geen voldoende reden of economische rechtvaardiging voor deze wijziging was. |
|
(8) |
De indieners van het verzoek hebben ten slotte bewijsmateriaal voorgelegd waaruit bleek dat afbreuk werd gedaan aan de corrigerende werking van het antidumpingrecht, zowel wat hoeveelheden als wat prijzen betreft. De invoer van aanzienlijke hoeveelheden PET-folie uit Brazilië en Israël lijkt de invoer uit India te hebben vervangen. Bovendien legden de indieners van het verzoek bewijsmateriaal voor dat de prijzen van PET-folie uit Brazilië en Israël dumpingprijzen waren, gelet op de normale waarde die eerder voor PET-folie uit India was vastgesteld. |
4. OPENING VAN HET ONDERZOEK
|
(9) |
Bij Verordening (EG) nr. 284/2004 (9) (hierna de „inleidingsverordening” genoemd) heeft de Commissie een procedure ingeleid in verband met de mogelijke ontduiking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van PET-folie uit India door verzending van deze folie via Brazilië en Israël naar de Gemeenschap, waar deze folie al dan niet wordt aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël. Tevens heeft de Commissie de douane, overeenkomstig artikel 13, lid 3 en artikel 14, lid 5, van de basisverordening opgedragen de invoer van uit Brazilië en Israël verzonden PET-folie, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël, met ingang van 20 februari 2004 te registreren. De Commissie heeft de autoriteiten van Brazilië en Israël in kennis gesteld van de opening van het onderzoek. Tegelijkertijd heeft de Commissie bij Verordening (EG) nr. 283/2004 (10) ook een onderzoek geopend naar de mogelijke ontduiking van compenserende maatregelen ten aanzien van PET-folie uit India door verzending van deze folie via Brazilië en Israël naar de Gemeenschap, waar deze folie al dan niet wordt aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël. De bevindingen van dat onderzoek zijn weergegeven in Verordening (EG) nr. 1976/2004 van de Raad (11). |
|
(10) |
De Indiase autoriteiten waren van oordeel dat een onderzoek naar ontduiking niet toegestaan was uit hoofde van de Overeenkomst inzake de Toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994, noch uit hoofde van de Overeenkomst inzake Subsidies en Compenserende Maatregelen. Dit argument werd afgewezen daar de bepalingen inzake ontduiking in de basisverordening niet strijdig zijn met de Overeenkomst inzake de Toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel van 1994 noch met de Overeenkomst inzake Subsidies en Compenserende Maatregelen. De Slotakte waarin de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde zijn vastgelegd bevat een besluit over ontduiking (12) waarin de kwestie, bij het ontbreken van overeenstemming over een bepaalde tekst, wordt verwezen naar het Antidumpingcomité. Daar dit besluit werd genomen terwijl het bekend was dat diverse WTO-leden reeds hun eigen wetgeving inzake ontduiking hadden, interpreteert de Europese Gemeenschap dit besluit zo dat individuele leden bestaande bepalingen op dit gebied mogen behouden of nieuwe bepalingen mogen vaststellen, in afwachting van de goedkeuring van multilateraal overeengekomen regelgeving. Dezelfde principes dienen logischerwijs van toepassing te zijn op antisubsidie-onderzoeken. |
5. ONDERZOEK
|
(11) |
Er zijn vragenlijsten verzonden naar de producenten/exporteurs in India, Brazilië en Israël die medewerking hebben verleend aan het oorspronkelijke onderzoek, die in het verzoek werden genoemd of die later bij de Commissie bekend zijn geworden. Er zijn ook vragenlijsten gezonden aan de importeurs in de Gemeenschap die in het verzoek waren vermeld of die medewerking hadden verleend aan het oorspronkelijke onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid. Alle partijen werden erover ingelicht dat het niet verlenen van medewerking zou leiden tot de toepassing van artikel 18 van de basisverordening en dus tot bevindingen die, doordat zij op beschikbare gegevens waren gebaseerd, voor hen minder gunstig zouden kunnen zijn dan wanneer zij wel medewerking hadden verleend. |
|
(12) |
Er werden antwoorden op de vragenlijsten ontvangen van vijf producenten/exporteurs uit India, één uit Brazilië en één onderneming uit Israël die PET-folie snijdt, verwerkt en naar de Gemeenschap uitvoert. Een andere Israëlische onderneming heeft zich aangemeld en verklaard dat zij PET-folie verwerkt, maar dat de aldus verkregen producten niet worden geëxporteerd onder de GN-codes waaronder PET-folie wordt ingedeeld. Daarom heeft deze onderneming de vragenlijst niet beantwoord. |
|
(13) |
Vijf importeurs in de Gemeenschap hebben op de toezending van de vragenlijsten gereageerd. Drie van deze importeurs verklaarden dat zij nooit PET-folie uit Brazilië of Israël geïmporteerd hadden. De overige twee importeurs verklaarden dat zij in het onderzoektijdvak geen Indiase PET-folie uit Brazilië of Israël geïmporteerd hadden. Daarom heeft geen van deze ondernemingen de vragenlijsten beantwoord. |
|
(14) |
De Commissie heeft bij de volgende ondernemingen een controle ter plaatse ingesteld:
|
6. ONDERZOEKTIJDVAK
|
(15) |
Het onderzoek had betrekking op de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003. Om de wijziging van het handelspatroon te onderzoeken werden gegevens verzameld over de periode 2000 tot het einde van het onderzoektijdvak. |
B. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK
1. MATE VAN MEDEWERKING
|
(16) |
Zoals reeds vermeld in overweging 12, hebben vijf producenten/exporteurs uit India medewerking verleend aan het onderzoek door de vragenlijst te beantwoorden. Ook werd informatie verkregen van één Braziliaanse producent/exporteur van PET-folie en van één Israëlische onderneming die PET-folie snijdt en verwerkt. Deze Braziliaanse en Israëlische ondernemingen vertegenwoordigden volgens Eurostat slechts een klein deel (minder dan 1 % respectievelijk circa 5 %), zowel wat betreft volume als waarde, van de totale invoer van PET-folie uit deze landen in het onderzoektijdvak. |
|
(17) |
De Indiase autoriteiten hebben naar aanleiding van de opening van het onderzoek opmerkingen toegezonden en statistische informatie verstrekt betreffende de uitvoer van PET-folie uit India naar onder andere de Gemeenschap. Statistische gegevens over de uitvoer van PET-folie uit Brazilië naar de Gemeenschap werden ook verkregen van de Braziliaanse nationale databank. |
2. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
|
(18) |
Het betrokken product, zoals gedefinieerd in het oorspronkelijke onderzoek, is polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie), dat doorgaans wordt aangegeven onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 . |
|
(19) |
PET-folie die vanuit India in de Gemeenschap wordt ingevoerd en PET-folie die vanuit Brazilië en Israël in de Gemeenschap wordt ingevoerd, hebben dezelfde basiskenmerken en toepassingen. Derhalve zijn deze producten soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
3. WIJZIGING IN DE STRUCTUUR VAN HET HANDELSVERKEER
India
|
(20) |
De invoer van PET-folie maakte in de periode 1999-2003 gemiddeld 96,5 % uit van de totale invoer uit India onder de betrokken GN-codes. De marktanalyse werd daarom uitgevoerd aan de hand van Eurostatgegevens op GN-niveau. Opgemerkt dient te worden dat er in 1999 compenserende maatregelen zijn ingesteld op PET-folie uit India, waarna de invoer al was afgenomen. Vervolgens zijn er in 2001 antidumpingmaatregelen getroffen die leidden tot een verdere afname. De antidumpingmaatregelen ten aanzien van India bestaan uit prijsverbintenissen met vijf individuele producenten/exporteurs en een antidumpingrecht van 0 % voor één onderneming. Dit betekent dat voor het grootste deel van de invoer uit India in principe geen antidumpingrechten worden betaald. Voor alle andere producenten/exporteurs geldt een antidumpingrecht van 53,3 %. In 2000 bedroeg de invoer van PET-folie uit India 11 600 t. Deze invoer is aanvankelijk afgenomen tot 6 100 t in 2001, maar steeg vervolgens tot 7 700 t in 2002. In het onderzoektijdvak steeg de invoer nog verder, tot 11 500 t. De gegevens die de medewerkende Indiase producenten/exporteurs verstrekten, lieten een gelijkaardig verloop zien; een stijging van circa 1 400 ton van 2001 tot 2002 en een verdere stijging van circa 3 400 ton van 2002 tot 2003. Echter, niet alle Indiase producenten/exporteurs hebben medewerking verleend aan het onderzoek. Bovendien is de stijging van de invoer van 2000 tot 2003 voornamelijk toe te schrijven aan een grote toename van de invoer waarover de laagste rechten verschuldigd zijn. |
|
(21) |
Wat betreft het bovenstaande patroon dient te worden opgemerkt dat voor één onderneming aanzienlijk lagere cumulatieve rechten (13) golden dan voor de andere producenten. Het handelspatroon van deze onderneming liet een opmerkelijk verschil zien ten opzichte van de andere producenten: zij heeft haar aandeel in de uitvoer van het betrokken product naar de Gemeenschap van 2000 tot en met 2003 (het onderzoektijdvak) namelijk sterk vergroot. Anderzijds daalde het aandeel van de export naar de Gemeenschap van de overige Indiase producenten zeer sterk. Deze buitengewone trend buiten beschouwing gelaten, is het totale volume van de invoer van het betrokken product ruim onder het niveau van vóór de antidumpingmaatregelen gebleven. |
|
(22) |
De Indiase autoriteiten hebben statistische gegevens verstrekt over de uitvoer naar onder andere de Gemeenschap. Zij waren van mening dat uit de officiële Indiase statistieken niet bleek dat de antidumpingmaatregelen door de Indiase producenten van PET-folie zijn ontdoken. De gegevens waarnaar verwezen wordt, komen echter niet overeen met de exportgegevens die de medewerkende Indiase exporteurs hebben verstrekt, tenminste niet wat betreft de uitvoer naar Israël. Deze gegevens laten namelijk een duidelijke toename zien van de uitvoer naar Israël na instelling van de maatregelen (van circa 40 t in 2000 naar 800 t in het onderzoektijdvak). De officiële gegevens over de rechtstreekse export naar Brazilië laten slechts een marginale toename zien over dezelfde periode, maar deze hebben geen betrekking op de onrechtstreekse verkoop via andere landen. De enige bekende Braziliaanse producent van PET-folie heeft medewerking verleend aan het onderzoek en zijn uitvoer naar de Gemeenschap maakt slechts een verwaarloosbaar deel (0,5 %) uit van de totale invoer van dit product uit Brazilië. |
Brazilië
|
(23) |
De invoer van PET-folie uit Brazilië (Eurostat-cijfers op GN-niveau), minus de invoer van dat product afkomstig van de medewerkende onderneming, is toegenomen van circa 650 t in 2000, 1 200 t in 2001 tot ruim 2 500 t in 2002, het jaar volgende op dat waarin de antidumpingmaatregelen werden genomen (respectievelijk 0,6 %, 1,4 % en 3,2 % van de totale invoer van PET-folie). In het onderzoektijdvak bleef de invoer stabiel op ruim 2 000 t (2,4 % van de totale invoer van PET-folie). |
|
(24) |
De enige medewerkende onderneming in Brazilië, Terphane, is, zoals vermeld in overweging 22, de enige bekende producent van PET-folie in Brazilië. Deze onderneming heeft in het onderzoektijdvak slecht één enkele zending van 10,6 t PET-folie naar de Gemeenschap uitgevoerd. Afgezien van een monster in 2002, was dit de eerste export van PET-folie door deze onderneming naar de Gemeenschap. De onderneming lijkt daarom niet verantwoordelijk voor de grote hoeveelheden PET-folie die vanuit Brazilië in de Gemeenschap zijn ingevoerd in de periode 2000-2003 (overweging 23). De folie die aan de Gemeenschap is geleverd, is door de onderneming vervaardigd in een fabriek die is gebouwd vóór de instelling van de maatregelen tegen Indiase PET-folie. Daarom is er voor deze onderneming geen verandering van het handelspatroon vastgesteld. |
Israël
|
(25) |
De invoer van PET-folie uit Israël (Eurostat-cijfers op GN-niveau), minus de invoer van dit product afkomstig van de medewerkende onderneming, is toegenomen van 3 000 t in 2000 tot 3 400 t in 2001 (respectievelijk 3,7 % en 4,1% van de totale invoer van PET-folie). De invoer uit Israel bleef stijgen tot ruim 4 200 t in 2002 en tot meer dan 4 400 t in 2003 (respectievelijk 5,1 % en 5,3 % van de totale invoer van PET-folie). In Israël zijn enkele ondernemingen gevestigd die PET-folie verwerken, maar volgens de informatie die binnen de termijn is ontvangen, is het niet aannemelijk dat zij, zelfs tezamen, voldoende capaciteit hebben om verantwoordelijk te zijn voor de hoeveelheden PET-folie die in de periode 2000-2003 de Gemeenschap binnenkwamen vanuit Israël. |
|
(26) |
De officiële Indiase exportgegevens laten een gestage toename van de uitvoer uit India naar Israël zien. In 2000 werd 81 t uitgevoerd, 395 t in 2001, 1 032 t in 2002 en 2 453 t in het onderzoektijdvak. |
|
(27) |
De enige medewerkende onderneming in Israël, Jolybar, snijdt en verwerkt aangekochte PET-folie en verkoopt haar producten onder dezelfde GN-code als het betrokken product. De onderneming levert al sinds de jaren 1990 PET-folie aan de Gemeenschap. De hoeveelheid PET-folie die Jolybar naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd, is van 1999 tot 2003 (het onderzoektijdvak) verdubbeld. De folie die aan de Gemeenschap is geleverd, is door de onderneming vervaardigd in een fabriek die is gebouwd vóór de instelling van de maatregelen tegen Indiase PET-folie. Ongeacht de vraag of deze ontwikkeling van de uitvoer een verandering van het handelspatroon van de onderneming inhoudt, is deze kwestie verder buiten beschouwing gelaten, daar hiervoor een duidelijke economische rechtvaardiging was, zoals vermeld in overweging 31. |
|
(28) |
Gelet op het bovenstaande en met name gezien het samenvallen van de stijging van de invoer uit Brazilië en Israël met de inwerkingtreding van de antidumpingmaatregelen tegen PET-folie uit India in 2001, wordt er een wijziging van het handelspatroon vastgesteld bij de uitvoer van PET-folie uit India, Israël en Brazilië. |
4. ONVOLDOENDE REDEN OF ECONOMISCHE RECHTVAARDIGING
Brazilië
|
(29) |
Gezien het gebrek aan medewerking van andere Braziliaanse bedrijven en het feit dat de bovengenoemde verandering in het Braziliaanse handelspatroon plaatsvond onmiddellijk na de invoering van de antidumpingrechten, moet op grond van de beschikbare informatie en het ontbreken van een andere verklaring worden vastgesteld dat de wijziging van het handelspatroon het gevolg was van de instelling van de rechten en niet van een andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. |
Israël
Niet-medewerkende producenten/exporteurs
|
(30) |
Gezien het gebrek aan medewerking en het feit dat de bovengenoemde verandering van het handelspatroon plaatsvond onmiddellijk na de invoering van de antidumpingrechten moet op grond van de beschikbare informatie en het ontbreken van een andere verklaring worden vastgesteld dat de wijziging van het handelspatroon het gevolg was van de instelling van de rechten en niet van een andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. |
Medewerkende producent/exporteur
|
(31) |
Uit het onderzoek bleek dat Jolybar al vele jaren PET-folie naar de Gemeenschap uitvoert en dat de uitgevoerde folie door de onderneming wordt vervaardigd in een fabriek die is gebouwd vóór de instelling van de maatregelen tegen Indiase PET-folie. De onderneming verklaarde dat zij over het algemeen geen Indiase folie aan afnemers in de Gemeenschap levert omdat deze de voorkeur geven aan hoogkwalitatieve Europese folie als grondstof voor de bewerking door Jolybar. In het onderzoektijdvak is bij wijze van uitzondering een hoeveelheid van ongeveer een ton Indiase folie naar één afnemer in de Gemeenschap verzonden, als onderdeel van een grotere zending die de afnemer met spoed nodig had. Daarom wordt geconcludeerd dat er voldoende economische rechtvaardiging bestaat voor de ontwikkeling van de uitvoer van Jolybar, die overeenkomt met haar activiteiten op de EG-markt. |
5. AANTASTING VAN DE CORRIGERENDE WERKING VAN HET RECHT WAT PRIJZEN EN/OF HOEVEELHEDEN BETREFT
Niet-medewerkende producenten/exporteurs
|
(32) |
Uit de cijfers in de overwegingen 20 tot en met 28 blijkt dat het patroon van de invoer van het betrokken product na de instelling van de antidumpingmaatregelen in 2001 duidelijk is gewijzigd. Er was een aanzienlijke afname, met 5 500 t, van de invoer uit India bij instelling van de maatregelen, en een overeenkomstige stijging van de invoer van het betrokken product vanuit Brazilië en Israël. Uit de gegevens van Eurostat blijkt dat van 2000 tot het einde van het onderzoektijdvak de invoer vanuit Brazilië steeg met 1 376 t en vanuit Israël met 1 392 t. De parallelle afname van de invoer uit India, de invoer waarop de laagste rechten van toepassing zijn buiten beschouwing latend, is 5 653 t. Daarom wordt geoordeeld dat een deel van de export vanuit India vervangen is door export via Brazilië en Israël, waardoor afbreuk werd gedaan aan de corrigerende werking van de maatregelen wat betreft het invoervolume. |
|
(33) |
Door het gebrek aan medewerking moest voor de prijzen van het betrokken product, verzonden vanuit Brazilië en Israël, een beroep worden gedaan op de gegevens van Eurostat, die in dit geval de best beschikbare gegevens waren. |
|
(34) |
De gemiddelde prijs van PET-folie uit Brazilië gedurende het onderzoektijdvak, gecorrigeerd voor kosten na de invoer, bedroeg ongeveer 50 % van de schademarge die is vastgesteld tijdens het onderzoek dat tot de thans geldende antidumpingmaatregelen heeft geleid. Hieruit blijkt dat de invoer van PET-folie uit Brazilië ook afbreuk heeft gedaan aan de corrigerende werking van de antidumpingrechten wat de prijzen betreft. |
|
(35) |
De gemiddelde prijs van PET-folie uit Israël, gecorrigeerd voor kosten na de invoer, bedroeg in het onderzoektijdvak ongeveer 55 % van de schademarge die was vastgesteld bij het oorspronkelijke antidumpingonderzoek. Hieruit blijkt dat de invoer van PET-folie uit Israël ook afbreuk heeft gedaan aan de corrigerende werking van de antidumpingrechten wat de prijzen betreft. |
|
(36) |
Daarom wordt geconcludeerd dat de invoer van PET-folie uit Brazilië en Israël afbreuk heeft gedaan aan de corrigerende werking van de antidumpingmaatregelen zowel in termen van prijzen als van invoervolume. |
6. VERGELIJKING MET DE NORMALE WAARDE
Niet-medewerkende producenten/exporteurs
|
(37) |
Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening is onderzocht of dumping kon worden aangetoond in vergelijking met de eerder vastgestelde normale waarde. Zoals vermeld in overweging 16 werd vanwege de geringe medewerking gebruik gemaakt van de gegevens van Eurostat, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, om de prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap vast te stellen. Op basis hiervan werd onderzocht of het betrokken product dat in het onderzoektijdvak vanuit Brazilië en Israël was verzonden met dumping was ingevoerd. Ook werd ervan uitgegaan dat het productassortiment van het PET-folie uit Brazilië en Israël in het onderzoektijdvak hetzelfde was als het Indiase productassortiment dat bij het oorspronkelijke onderzoek was onderzocht om exportprijs en normale waarde met elkaar te kunnen vergelijken. |
|
(38) |
Ten behoeve van een billijke vergelijking van de normale waarde met de exportprijs zijn correcties toegepast om rekening te houden met verschillen in factoren die gevolgen hadden voor de prijzen en de vergelijkbaarheid van deze prijzen. Deze correcties zijn toegepast overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening. |
|
(39) |
Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening is de gewogen gemiddelde waarde die bij het oorspronkelijke onderzoek was vastgesteld vergeleken met de gewogen gemiddelde exportprijzen in het onderzoektijdvak, vastgesteld zoals in overweging 34 en 35 vermeld. Uit deze vergelijkingen bleek dat de dumpingmarge, in procenten van de cif-invoerprijs, grens Gemeenschap, vóór inklaring, 17,5 % voor Brazilië en 14,5 % voor Israël bedroeg. |
C. VERZOEKEN OM VRIJSTELLING VAN REGISTRATIE OF UITBREIDING VAN HET RECHT
|
(40) |
De Commissie heeft van Terphane en Jolybar een verzoek ontvangen om vrijstelling van registratie en maatregelen. Zoals vermeld in de overwegingen 24 en 27 hebben deze ondernemingen medewerking verleend aan het onderzoek door de vragenlijst te beantwoorden en een onderzoek ter plaatse toe te staan. Bij Verordening (EG) nr. 1830/2004 (14) van 21 oktober 2004 heeft de Commissie de inleidingsverordening gewijzigd om de registratie van de invoer van PET-folie van Terphane en Jolybar te beeindigen, aangezien gebleken is dat zij de antidumpingmaatregelen niet hebben ontdoken. |
|
(41) |
Overeenkomstig de bevinding dat Terphane en Jolybar de antidumpingmaatregelen niet hebben ontdoken, dienen deze ondernemingen ook vrijgesteld te worden van de voorziene uitbreiding van de maatregelen. |
D. MAATREGELEN
|
(42) |
Gelet op bovengenoemde bevindingen wordt geconcludeerd dat de rechten zijn ontdoken in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. Overeenkomstig artikel 13, lid 1, eerste zin, van de basisverordening moeten de huidige antidumpingmaatregelen ten aanzien van PET-folie uit India worden uitgebreid tot PET-folie die vanuit Brazilië of Israël is verzonden en die bij invoer al dan niet wordt aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël. Deze uitbreiding geldt niet voor PET-folie die is vervaardigd door Terphane en Jolybar. |
|
(43) |
Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening waarin bepaald is dat maatregelen kunnen worden genomen ten aanzien van producten waarvan de invoer is geregistreerd met ingang van de datum van registratie, dient het antidumpingrecht te worden geheven van PET-folie uit Brazilië en Israël waarvan de invoer op grond van de inleidingsverordening is geregistreerd, met uitzondering van PET-folie uit Brazilië die door Terphane is vervaardigd en PET-folie uit Israël die door Jolybar is vervaardigd. |
|
(44) |
De vrijstelling van de uitgebreide maatregelen voor door Jolybar en Terphane vervaardigde PET-folie blijft, overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening, van toepassing zolang niet wordt vastgesteld dat de vrijstelling is verleend op grond van onjuiste of misleidende informatie van de betrokken ondernemingen. Bij aanwijzingen van het tegendeel kan de Commissie een onderzoek openen om vast te stellen of de vrijstelling moet worden ingetrokken. |
|
(45) |
Op grond van de bevindingen van het huidige onderzoek dient de uitbreiding van de rechten niet te gelden voor PET-folie afkomstig van Terphane en Jolybar. Deze vrijstelling is uitsluitend van toepassing op PET-folie uit respectievelijk Brazilië en Israël die door deze rechtspersonen is vervaardigd. PET-folie die is vervaardigd of verzonden door andere ondernemingen die niet specifiek met naam en adres in het dispositief van deze verordening zijn genoemd, met inbegrip van rechtspersonen die banden hebben met de specifiek genoemde onderneming, komen niet in aanmerking voor de vrijstelling en zijn onderworpen aan het bij Verordening (EG) nr. 1676/2001 ingestelde residuele recht. |
E. PROCEDURE
|
(46) |
Belanghebbenden werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Raad voornemens was het definitieve antidumpingrecht uit te breiden en werden in de gelegenheid gesteld hierover opmerkingen te maken en te verzoeken te worden gehoord. De Israelische autoriteiten hebben nogmaals gewezen op de opmerkingen van de Indiase overheid (zie overweging 10). Zij hebben ook een lijst toegezonden van Israelische bedrijven die PET-folie verwerken en die in 2003 en 2004 naar de Gemeenschap hebben uitgevoerd. Daar deze bedrijven binnen de termijnen geen medewerking hadden verleend, kon echter niet worden vastgesteld of zij de antidumpingmaatregelen hadden ontdoken. Zij konden daarom niet worden vrijgesteld van het tot Israël uitgebreide antidumpingrecht, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Het definitieve antidumpingrecht van 53,3 % dat bij Verordening (EG) nr. 1676/2001 werd ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie, ingedeeld onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 , van oorsprong uit India, wordt uitgebreid tot polyethyleentereftalaatfolie verzonden uit Brazilië en Israël (al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël) (Taric-codes 3920 62 19 01, 3920 62 19 04, 3920 62 19 07, 3920 62 19 11, 3920 62 19 14, 3920 62 19 17, 3920 62 19 21, 3920 62 19 24, 3920 62 19 27, 3920 62 19 31, 3920 62 19 34, 3920 62 19 37, 3920 62 19 41, 3920 62 19 44, 3920 62 19 47, 3920 62 19 51, 3920 62 19 54, 3920 62 19 57, 3920 62 19 61, 3920 62 19 67, 3920 62 19 74, 3920 62 19 92, 3920 62 90 31, 3920 62 90 92). Van deze uitbreiding is uitgezonderd polyethyleentereftalaatfolie die is vervaardigd door Terphane Ltda, BR 101, km 101, City of Cabo de Santo Agostinho, State of Pernambuco, Brazilië (aanvullende Taric-code A569) en door Jolybar Filmtechnic Converting Ltd. (1987), Hacharutsim str. 7, Ind. Park Siim 2000, Natania South, 42504, POB 8380, Israël (aanvullende Taric-code A570).
2. Het recht dat bij lid 1 van dit artikel wordt uitgebreid, wordt geheven van polyethyleentereftalaatfolie waarvan de invoer overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 284/2004 van de Commissie en artikel 13, lid 3 en artikel 14, lid 4 van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad, is geregistreerd, met uitzondering van polyethyleentereftalaatfolie dat is vervaardigd door Terphane Ltda, BR 101, km 101, City of Cabo de Santo Agostinho, State of Pernambuco, Brazilië en door Jolybar Filmtechnic Converting Ltd. (1987), Hacharutsim str. 7, Ind. Park Siim 2000, Natania South, 42504, POB 8380, Israël.
3. De bepalingen inzake douanerechten zijn van toepassing.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 november 2004.
Voor de Raad
De voorzitster
M. VAN DER HOEVEN
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(2) PB L 227 van 23.8.2001, blz. 1.
(3) PB L 227 van 23.8.2001, blz. 56.
(4) PB L 316 van 10.12.1999, blz. 1.
(5) PB C 154 van 28.6.2002, blz. 2.
(6) PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004.
(7) PB C 281 van 22.11.2003, blz. 4.
(8) PB C 43 van 19.2.2004, blz. 14.
(9) PB L 49 van 19.2.2004, blz. 28.
(10) PB L 49 van 19.2.2004, blz. 25.
(11) Zie bladzijde 8 van dit Publicatieblad.
(12) Besluit inzake ontduiking goedgekeurd door het Comité Handelsbesprekingen op 15 december 1993.
(13) Op de betrokken onderneming was een compenserend recht van 7 % van toepassing.
|
18.11.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342/8 |
VERORDENING (EG) Nr. 1976/2004 VAN DE RAAD
van 15 november 2004
tot uitbreiding van het definitieve compenserende recht dat bij Verordening (EG) nr. 2597/1999 werd ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) uit onder andere India, tot polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) verzonden uit Brazilië en Israël, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (hierna „de basisverordening” genoemd), en met name op artikel 23,
Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg in het kader van het Raadgevend Comité heeft ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
1. THANS GELDENDE MAATREGELEN
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 2597/1999 (2) heeft de Raad in 2001 definitieve compenserende rechten ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie (PET) van oorsprong uit India. De compenserende rechten varieerden van 3,8 % tot 19,1 %. |
|
(2) |
Op PET-folie uit India worden op grond van Verordening (EG) nr. 1676/2001 (3) ook antidumpingrechten geheven, variërend van 0 % tot 62,6 %. |
2. LOPENDE ONDERZOEKEN
|
(3) |
Op 28 juni 2002 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (4) de inleiding aangekondigd van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 19 van de basisverordening. De procedure is beperkt tot een onderzoek naar de vorm van de maatregel; met name dient te worden onderzocht of de door de indiener van het verzoek aangeboden verbintenis kan worden aanvaard. Dit onderzoek is nog gaande. |
|
(4) |
Op 22 november 2003 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (5) de inleiding aangekondigd van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 (6), dat beperkt is tot een onderzoek naar de vorm van de antidumpingmaatregelen. Dit onderzoek is nog gaande. |
|
(5) |
Op 19 februari 2004 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (7) de inleiding aangekondigd van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 284/96, dat beperkt is tot een onderzoek naar dumping door de Indiase producent/exporteur Jindal Polyester Limited. Dit onderzoek is nog gaande. |
3. VERZOEK
|
(6) |
Op 6 januari 2004 heeft de Commissie van de producenten DuPont Teijin Films, Mitsubishi Polyester Film GmbH en Nuroll SpA het verzoek ontvangen om op grond van artikel 23, lid 2, van de basisverordening een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontduiking van de compenserende maatregelen ten aanzien van PET-folie uit India. De indieners van het verzoek vertegenwoordigen een groot deel van de productie van PET-folie in de Gemeenschap. |
|
(7) |
De indieners van het verzoek voerden aan, en legden in dit verband voldoende bewijsmateriaal voor, dat zich na de instelling van maatregelen ten aanzien van PET-folie uit India aanzienlijke wijzigingen hadden voorgedaan in het patroon van de uitvoer van PET-folie uit Brazilië en Israël naar de Gemeenschap. Deze wijziging van het handelsverkeer lijkt te zijn veroorzaakt door het feit dat PET-folie uit India in Brazilië en Israël wordt overgeladen en via deze landen in de Gemeenschap wordt ingevoerd. De indieners van het verzoek voerden aan dat er, naast het compenserende recht op PET-folie uit India, geen voldoende reden of economische rechtvaardiging voor deze wijziging was. |
|
(8) |
De indieners van het verzoek hebben ten slotte bewijsmateriaal voorgelegd waaruit bleek dat afbreuk werd gedaan aan de corrigerende werking van het recht, zowel wat hoeveelheden als wat prijzen betreft. De invoer van aanzienlijke hoeveelheden PET-folie uit Brazilië en Israël lijkt de invoer uit India te hebben vervangen. Bovendien legden de indieners van het verzoek bewijsmateriaal voor dat de PET-folie uit India nog steeds gesubsidieerd wordt, hetgeen volgens het oorspronkelijke onderzoek aanleiding geeft tot compenserende maatregelen. |
4. OPENING VAN HET ONDERZOEK
|
(9) |
Bij Verordening (EG) nr. 283/2004 (8) (hierna „de inleidingsverordening” genoemd) heeft de Commissie een onderzoek geopend naar de mogelijke ontduiking van de compenserende maatregelen ten aanzien van PET-folie uit India door invoer van deze folie die uit Brazilië en Israël was verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong zijnde uit Brazilië of Israël. Tevens heeft de Commissie de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 23, lid 2, en artikel 24, lid 5, van de basisverordening opgedragen de invoer van uit Brazilië en Israël verzonden PET-folie, al dan niet aangegeven als van oorsprong zijnde uit Brazilië of Israël, met ingang van 20 februari 2004 te registreren. De Commissie heeft de autoriteiten van Brazilië en Israël in kennis gesteld van de opening van het onderzoek. Tegelijkertijd heeft de Commissie bij Verordening (EG) nr. 284/2004 (9) ook een onderzoek geopend naar de mogelijke ontduiking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van PET-folie uit India door verzending van deze folie via Brazilië en Israël naar de Gemeenschap waar deze al dan niet wordt aangegeven als van oorsprong zijnde uit Brazilië of Israël. De bevindingen van dat onderzoek zijn weergegeven in Verordening (EG) nr. 1975/2004 (10). |
|
(10) |
De Indiase autoriteiten waren van oordeel dat een onderzoek naar ontduiking niet toegestaan was uit hoofde van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994, noch uit hoofde van de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen. Dit argument werd afgewezen daar de bepalingen inzake ontduiking in de basisverordening niet strijdig zijn met de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 noch met de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen. De Slotakte waarin de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde zijn vastgelegd, bevat een besluit over ontduiking (11) waarin de kwestie, bij het ontbreken van overeenstemming over een bepaalde tekst, wordt verwezen naar het Antidumpingcomité. Daar dit besluit werd genomen terwijl het bekend was dat diverse leden van de Wereldhandelsorganisatie reeds hun eigen wetgeving inzake ontduiking hadden, interpreteert de Europese Gemeenschap dit besluit zo, dat individuele leden bestaande bepalingen op dit gebied mogen behouden of nieuwe bepalingen mogen vaststellen, in afwachting van de goedkeuring van multilateraal overeengekomen regelgeving. Dezelfde principes dienen logischerwijs van toepassing te zijn op antidumpingonderzoeken. |
5. ONDERZOEK
|
(11) |
Er zijn vragenlijsten verzonden naar de producenten/exporteurs in India, Brazilië en Israël, die medewerking hebben verleend aan het oorspronkelijke onderzoek, die in het verzoek werden genoemd of die later bij de Commissie bekend zijn geworden. Er zijn ook vragenlijsten gezonden aan de importeurs in de Gemeenschap die in het verzoek waren vermeld of die medewerking hadden verleend aan het oorspronkelijke onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid. Alle partijen werden erover ingelicht dat het niet verlenen van medewerking zou leiden tot de toepassing van artikel 28 van de basisverordening en dus tot bevindingen die, doordat zij op beschikbare gegevens waren gebaseerd, voor hen minder gunstig zouden kunnen zijn dan wanneer zij wel medewerking hadden verleend. |
|
(12) |
Er zijn antwoorden op de vragenlijsten ontvangen van zes producenten/exporteurs uit India, één uit Brazilië en één onderneming uit Israël die PET-folie snijdt, verwerkt en naar de Gemeenschap uitvoert. Een andere Israëlische onderneming heeft zich aangemeld en verklaard dat zij PET-folie verwerkt, maar dat de aldus verkregen producten niet worden geëxporteerd onder de GN-codes waaronder PET-folie wordt ingedeeld. Daarom heeft deze onderneming de vragenlijst niet beantwoord. |
|
(13) |
Vijf importeurs in de Gemeenschap hebben op de toezending van de vragenlijsten gereageerd. Drie van deze importeurs verklaarden dat zij nooit PET-folie uit Brazilië of Israël geïmporteerd hadden. De overige twee importeurs verklaarden dat zij in het onderzoektijdvak geen Indiase PET-folie uit Brazilië of Israël geïmporteerd hadden. Daarom heeft geen van deze ondernemingen de vragenlijsten beantwoord. |
|
(14) |
De Commissie heeft bij de volgende ondernemingen een controle ter plaatse ingesteld.
|
6. ONDERZOEKTIJDVAK
|
(15) |
Het onderzoek had betrekking op de periode van 1 januari tot en met 31 december 2003. Om de wijziging van het handelspatroon te onderzoeken zijn gegevens verzameld over de periode 1998 tot het einde van het onderzoektijdvak. |
B. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK
1. MATE VAN MEDEWERKING
|
(16) |
Zoals reeds vermeld in overweging 12, hebben zes producenten/exporteurs uit India medewerking verleend aan het onderzoek door de vragenlijst te beantwoorden. Ook is informatie verkregen van één Braziliaanse producent/exporteur van PET-folie en van één Israëlische onderneming die PET-folie snijdt en verwerkt. Deze Braziliaanse en Israëlische ondernemingen vertegenwoordigden volgens Eurostat slechts een klein deel (minder dan 1 % respectievelijk circa 5 %), zowel wat betreft volume als waarde, van de totale invoer van PET-folie uit deze landen in het onderzoektijdvak. |
|
(17) |
De Indiase autoriteiten hebben naar aanleiding van de opening van het onderzoek opmerkingen toegezonden en statistische informatie verstrekt betreffende de uitvoer van PET-folie uit India naar onder andere de Gemeenschap. Statistische gegevens over de uitvoer van PET-folie uit Brazilië naar de Gemeenschap werden ook verkregen van de Braziliaanse nationale databank. De Indiase overheid heeft ook informatie verstrekt over het gebruik van de regelingen door ondernemingen die onderworpen zijn aan de thans geldende maatregelen. |
2. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
|
(18) |
Het betrokken product is, zoals gedefinieerd in het oorspronkelijke onderzoek, polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie), dat doorgaans wordt ingedeeld onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 . |
|
(19) |
PET-folie die vanuit India in de Gemeenschap wordt uitgevoerd en PET-folie die vanuit Brazilië en Israël in de Gemeenschap wordt ingevoerd, hebben dezelfde basiskenmerken en toepassingen. Derhalve zijn deze producten soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 5, van de basisverordening. |
3. WIJZIGING IN DE STRUCTUUR VAN HET HANDELSVERKEER
India
|
(20) |
De invoer van PET-folie maakte in de periode 1999-2003 gemiddeld 96,5 % uit van de totale invoer uit India onder de betrokken GN-codes. De marktanalyse werd daarom uitgevoerd aan de hand van Eurostat-gegevens op het niveau van de gecombineerde nomenclatuur. In 1999 werden compenserende maatregelen ingesteld op PET-folie uit India, waarna deze invoer is afgenomen van 11 700 t in 1998 tot 10 600 t in 1999. In 2000 steeg de invoer weer tot 11 600 t, waarna de instelling van antidumpingmaatregelen tot een afname van de invoer met 6 100 t heeft geleid. Sindsdien is de invoer geleidelijk gestegen: in het onderzoektijdvak bedroeg zij 11 500 t. |
|
(21) |
Wat betreft het bovenstaande patroon dient te worden opgemerkt dat voor één onderneming aanzienlijk lagere cumulatieve rechten (12) golden dan voor de andere producenten. Het handelspatroon van deze onderneming verschilde duidelijk van dat van de andere producenten: zij heeft haar aandeel in de Indiase uitvoer van het betrokken product naar de Gemeenschap namelijk enorm vergroot in de periode vanaf de instelling van de compenserende maatregelen tot aan het onderzoektijdvak. Met name in 2001, toen de antidumpingmaatregelen werden ingesteld, heeft deze onderneming haar aandeel in de totale Indiase export naar de Gemeenschap zeer sterk vergroot ten opzichte van 2000. Indien deze buitengewone trend buiten beschouwing wordt gelaten, is de totale omvang van de invoer in de Gemeenschap van PET-folie uit India duidelijk lager dan vóór de instelling van compenserende maatregelen. |
|
(22) |
De Indiase autoriteiten hebben statistische gegevens verstrekt over de uitvoer naar onder andere de Gemeenschap. Zij waren van mening dat uit de officiële Indiase statistieken niet bleek dat de compenserende maatregelen door de Indiase producenten van PET-folie zijn ontdoken. De gegevens waarnaar verwezen werd, komen echter niet overeen met de exportgegevens die de medewerkende Indiase exporteurs hebben verstrekt, tenminste niet wat betreft de uitvoer naar Israël. Deze gegevens laten een duidelijke toename zien van de uitvoer vanuit India naar Israël in de periode 2000-2003. De Indiase gegevens over de rechtstreekse export naar Brazilië laten een toename zien van 460 t in 1998 tot meer dan 1 500 t in 2000, waarna de export relatief stabiel blijft op dit niveau. De aanvankelijke stijging is zeer aanzienlijk en indien het niveau van de export vervolgens ongeveer gelijk blijft, is dit geen bewijs dat er geen ontduiking heeft plaatsgevonden, daar deze cijfers geen betrekking hebben op de onrechtstreekse verkoop via andere landen. De enige bekende Braziliaanse producent van PET-folie heeft medewerking verleend aan het onderzoek en zijn uitvoer naar de Gemeenschap maakte slechts een verwaarloosbaar deel (0,5 %) uit van de totale invoer van dit product uit Brazilië in het onderzoektijdvak. |
Brazilië
|
(23) |
De invoer van PET-folie uit Brazilië (Eurostat-cijfers op het niveau van de gecombineerde nomenclatuur), minus de invoer van dit product afkomstig van de medewerkende onderneming, is toegenomen van 115 t in 1998 (0,2 % van de totale invoer van PET-folie) tot 650 t in 2000 (0,6 %), het jaar volgend op de instelling van de compenserende maatregelen. In 2001 bedroeg de invoer meer dan 1 200 t (1,4 %), in 2002 ruim 2 500 t (3,2 %) en in het onderzoektijdvak ruim 2 000 t (2,4 % van de totale invoer van PET-folie). |
|
(24) |
De enige medewerkende onderneming in Brazilië, Terphane, is, zoals in overweging 22 vermeld, de enige bekende producent van PET-folie in Brazilië. Deze onderneming heeft in het onderzoektijdvak slecht één enkele zending van 10,6 t PET-folie naar de Gemeenschap uitgevoerd. Afgezien van een monster in 2002, was dit de eerste export van PET-folie door deze onderneming naar de Gemeenschap. De onderneming lijkt daarom niet verantwoordelijk voor de grote hoeveelheden PET-folie die vanuit Brazilië in de Gemeenschap zijn ingevoerd in de periode 1998-2003 (overweging 23). De folie die aan de Gemeenschap is geleverd, is door de onderneming vervaardigd in een fabriek die is gebouwd vóór de instelling van de maatregelen tegen Indiase PET-folie. Daarom is er voor deze onderneming geen verandering van het handelspatroon vastgesteld. |
Israël
|
(25) |
De invoer van PET-folie uit Israël (Eurostat-cijfers op het niveau van de gecombineerde nomenclatuur), minus de invoer van dit product afkomstig van de medewerkende onderneming, is afgenomen van 1 100 t in 1998 tot iets minder dan 1 000 t in 1999 (1,3 % van de totale invoer van PET-folie), maar daarna toegenomen tot 3 000 t in 2000 en tot 3 400 t in 2001 (respectievelijk 3,7 % en 4,1 % van de totale invoer van PET-folie). De invoer uit Israël bleef stijgen tot ruim 4 200 t in 2002 en tot meer dan 4 400 t in 2003 (respectievelijk 5,1 % en 5,3 % van de totale invoer van PET-folie). In Israël zijn enkele ondernemingen gevestigd die PET-folie verwerken, maar volgens de informatie die binnen de termijn is ontvangen, is het niet aannemelijk dat zij, zelfs tezamen, voldoende capaciteit hebben om verantwoordelijk te zijn voor de hoeveelheden PET-folie die in de periode 2000-2003 de Gemeenschap binnenkwamen vanuit Israël. |
|
(26) |
De officiële Indiase exportgegevens laten aanvankelijk een daling van de export naar Israël zien, van 53 t in 1998 tot 44 t in 1999. In 2000 werd 81 t uitgevoerd, in 2001 395 t, in 2002 1 032 t en in het onderzoektijdvak 2 453 t. |
|
(27) |
De enige medewerkende onderneming in Israël, Jolybar, snijdt en verwerkt aangekochte PET-folie en verkoopt haar producten onder dezelfde GN-code als het betrokken product. De onderneming levert al sinds de jaren negentig PET-folie aan de Gemeenschap. De hoeveelheid PET-folie die Jolybar naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd, is van 1999 tot 2003 (het onderzoektijdvak) verdubbeld. De folie die aan de Gemeenschap is geleverd, is door de onderneming vervaardigd in een fabriek die is gebouwd vóór de instelling van de maatregelen tegen Indiase PET-folie. Ongeacht de vraag of deze ontwikkeling van de uitvoer een verandering van het handelspatroon van de onderneming inhoudt, is deze kwestie verder buiten beschouwing gelaten, daar hiervoor een duidelijke economische rechtvaardiging was, zoals vermeld in overweging 31. |
|
(28) |
Gelet op het bovenstaande en met name gezien het samenvallen van de stijging van de invoer uit Brazilië en Israël met de inwerkingtreding van de compenserende maatregelen tegen PET-folie uit India in 1999, wordt er een wijziging van het handelspatroon vastgesteld bij de uitvoer van PET-folie uit India, Israël en Brazilië. |
4. ONVOLDOENDE REDEN OF ECONOMISCHE RECHTVAARDIGING
Brazilië
Niet-medewerkende producenten/exporteurs
|
(29) |
Gezien het gebrek aan medewerking van andere Braziliaanse bedrijven en het feit dat de bovengenoemde verandering van het Braziliaanse handelspatroon plaatsvond na de invoering van de compenserende rechten, moet op grond van de beschikbare informatie en het ontbreken van een andere verklaring worden vastgesteld dat de wijziging van het handelspatroon het gevolg was van de instelling van de rechten en niet van een andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 23, lid 1, van de basisverordening. |
Israël
Niet-medewerkende producenten/exporteurs
|
(30) |
Gezien het gebrek aan medewerking en het feit dat de bovengenoemde verandering van het handelspatroon plaatsvond na de invoering van de compenserende rechten moet op grond van de beschikbare informatie en het ontbreken van een andere verklaring worden vastgesteld dat de wijziging van het handelspatroon het gevolg was van de instelling van de rechten en niet van een andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 23, lid 1, van de basisverordening. |
Medewerkende producent/exporteur
|
(31) |
Uit het onderzoek bleek dat Jolybar al vele jaren PET-folie naar de Gemeenschap uitvoert en dat de uitgevoerde folie door de onderneming wordt vervaardigd in een fabriek die is gebouwd vóór de instelling van de maatregelen tegen Indiase PET-folie. De onderneming verklaarde dat zij over het algemeen geen Indiase folie aan afnemers in de Gemeenschap levert omdat deze de voorkeur geven aan hoogkwalitatieve Europese folie als grondstof voor de bewerking door Jolybar. In het onderzoektijdvak is bij wijze van uitzondering een hoeveelheid van ongeveer 1 t Indiase folie naar één afnemer in de Gemeenschap verzonden, als onderdeel van een grotere zending die de afnemer met spoed nodig had. Daarom wordt geconcludeerd dat er voldoende economische rechtvaardiging bestaat voor de ontwikkeling van de uitvoer van Jolybar, die overeenkomt met haar activiteiten op de EG-markt. |
5. AANTASTING VAN DE CORRIGERENDE WERKING VAN HET RECHT WAT PRIJZEN EN/OF HOEVEELHEDEN BETREFT
Niet-medewerkende producenten/exporteurs
|
(32) |
Uit de cijfers in de overwegingen 20 tot en met 28 blijkt dat het patroon van de invoer van het betrokken product na de instelling van de maatregelen in 1999 duidelijk is gewijzigd. De invoer uit India naar de Gemeenschap daalde ten tijde van de instelling van de maatregelen van 11 700 t in 1998 tot 10 600 t in 1999 (-9 %). De export uit Brazilië en Israël nam van 1999 op 2000 zeer sterk toe, cumulatief van minder dan 1 000 t tot meer dan 3 500 t. Volgens Eurostat steeg de invoer vanuit Brazilië met 1 900 t en vanuit Israël met 3 500 t van 1998 tot het einde van het onderzoektijdvak. De export uit India, die daalde na instelling van de compenserende maatregelen en verder daalde na instelling van de antidumpingmaatregelen, is sindsdien weer gestegen tot het niveau van voor de compenserende maatregelen. Daarom wordt aangenomen dat een deel van de exportstroom vanuit India aanvankelijk is gecompenseerd en vervolgens aangevuld door exportstromen via Brazilië en Israël, waardoor afbreuk werd gedaan aan de corrigerende werking van de maatregelen wat betreft het invoervolume. |
|
(33) |
Door het gebrek aan medewerking moest voor de prijzen van PET-folie, verzonden vanuit Brazilië en Israël, een beroep worden gedaan op de gegevens van Eurostat die in dit geval de best beschikbare gegevens waren. |
|
(34) |
De gemiddelde prijs van PET-folie uit Brazilië, gecorrigeerd voor kosten na de invoer, bedroeg in het onderzoektijdvak ongeveer 67 % van de schademarge die was vastgesteld bij het onderzoek dat tot de compenserende maatregelen heeft geleid. Hieruit blijkt dat de invoer van PET-folie uit Brazilië ook afbreuk heeft gedaan aan de corrigerende werking van de rechten wat betreft de prijzen. |
|
(35) |
De gemiddelde prijs van PET-folie uit Israël, gecorrigeerd voor kosten na de invoer, bedroeg in het onderzoektijdvak ongeveer 75 % van de schademarge die was vastgesteld tijdens het oorspronkelijke antisubsidieonderzoek. Hieruit blijkt dat de invoer van PET-folie uit Israël ook afbreuk heeft gedaan aan de corrigerende werking van de rechten wat betreft de prijzen. |
|
(36) |
Daarom wordt geconcludeerd dat de invoer van PET-folie uit Brazilië en Israël afbreuk heeft gedaan aan de corrigerende werking van de compenserende maatregelen zowel in termen van prijzen als van invoervolume. |
6. VOORTZETTING VAN DE SUBSIDIES
|
(37) |
Uit het oorspronkelijke onderzoek bleek dat Indiase ondernemingen de volgende subsidies ontvingen: Duty Entitlement Passbook-regeling (vóór export), Duty Entitlement Passbook-regeling (na export) (hierna „DEPB” genoemd), Kapitaalgoederen exportbevorderingsregeling (hierna „KGEB-regeling” genoemd) en de regeling exportpromotiezones/exportgeoriënteerde bedrijven (hierna „EPZ/EGB” genoemd), evenals bepaalde regionale regelingen. Uit de door de Indiase overheid verstrekte informatie bleek dat de DEPB- (na export) en KGEB-regelingen nog steeds toegepast werden, maar dat de betrokken ondernemingen niet gevestigd waren in gebieden waar zij gebruik konden maken van de regeling SEZ/EPZ, de opvolger van EPZ/EGB. Er werd geen informatie verstrekt over de regionale regelingen. Vijf van de zes medewerkende ondernemingen bevestigden dat zij middelen ontvangen hadden op grond van de DEPB- en/of de KGEB-regeling. De zesde onderneming weigerde deze informatie te verstrekken tenzij de Commissie het subsidieniveau opnieuw zou berekenen. Eén van de ondernemingen beweerde dat de subsidies geen aanleiding gaven tot compenserende maatregelen. Volgens artikel 23, lid 1, van de basisverordening hoeft niet te worden aangetoond dat de ontvangen subsidies aanleiding blijven geven tot compenserende maatregelen, noch dient het subsidieniveau opnieuw te worden berekend. Geconstateerd werd dat ten minste een deel van de subsidieregelingen waartegen volgens het oorspronkelijke onderzoek compenserende maatregelen kon worden genomen, nog steeds bestond en dat de meeste medewerkende Indiase exporteurs gebruikmaken van deze regelingen. Bij gebrek aan medewerking moet worden aangenomen dat andere producenten/exporteurs ook gebruikmaken van dergelijke subsidies. Daarom wordt geconcludeerd dat de uitgevoerde PET-folie nog steeds gesubsidieerd wordt, waardoor op grond van artikel 23, lid 1, van de basisverordening de compenserende rechten kunnen worden uitgebreid tot de invoer van hetzelfde product uit derde landen. |
C. VERZOEKEN OM VRIJSTELLING VAN REGISTRATIE OF UITBREIDING VAN HET RECHT
|
(38) |
De Commissie heeft van Terphane en Jolybar een verzoek ontvangen om vrijstelling van registratie en maatregelen. Zoals vermeld in de overwegingen 24 en 27 hebben deze ondernemingen medewerking verleend aan het onderzoek door de vragenlijst te beantwoorden en een onderzoek ter plaatse toe te staan. |
|
(39) |
Bij Verordening (EG) nr. 1830/2004 (13) heeft de Commissie de inleidingsverordening gewijzigd om de registratie van de invoer van PET-folie, afkomstig van Terphane en Jolybar, te beëindigen, daar deze ondernemingen de compenserende maatregelen niet hebben ontdoken. |
|
(40) |
Overeenkomstig de bevinding dat Terphane en Jolybar de compenserende maatregelen niet hebben ontdoken, dienen deze ondernemingen ook vrijgesteld te worden van de voorziene uitbreiding van de maatregelen. |
D. MAATREGELEN
|
(41) |
Gelet op bovengenoemde bevindingen wordt geconcludeerd dat de rechten zijn ontdoken in de zin van artikel 23, lid 1, van de basisverordening. Overeenkomstig artikel 23, lid 1, van de basisverordening moeten de thans geldende compenserende maatregelen ten aanzien van PET-folie uit India worden uitgebreid tot PET-folie die vanuit Brazilië of Israël wordt verzonden en die al dan niet wordt aangegeven als van oorsprong zijnde uit Brazilië of Israël. Deze uitbreiding geldt niet voor PET-folie die is vervaardigd door Terphane en Jolybar. |
|
(42) |
Overeenkomstig artikel 24, lid 5, van de basisverordening waarin is bepaald dat maatregelen kunnen worden genomen ten aanzien van producten waarvan de invoer is geregistreerd met ingang van de datum van registratie, dient het compenserende recht te worden geheven van PET-folie uit Brazilië en Israël waarvan de invoer op grond van de inleidingsverordening werd geregistreerd, met uitzondering van PET-folie uit Brazilië die door Terphane is vervaardigd en PET-folie uit Israël die door Jolybar is vervaardigd. |
|
(43) |
De vrijstelling van de uitgebreide maatregelen voor door Jolybar en Terphane vervaardigde PET-folie blijft, overeenkomstig artikel 23, lid 3, van de basisverordening, van toepassing zolang niet wordt vastgesteld dat de vrijstelling is verleend op grond van onjuiste of misleidende informatie van de betrokken ondernemingen. Bij aanwijzingen van het tegendeel kan de Commissie een onderzoek openen om vast te stellen of de vrijstelling moet worden ingetrokken. |
|
(44) |
Op grond van de bevindingen van het huidige onderzoek dient de uitbreiding van de rechten niet te gelden voor PET-folie afkomstig van Terphane en Jolybar. Deze vrijstelling is uitsluitend van toepassing op PET-folie uit respectievelijk Brazilië en Israël die door deze rechtspersonen is vervaardigd. PET-folie die is vervaardigd of verzonden door andere ondernemingen die niet specifiek met naam en adres in het dispositief van deze verordening zijn genoemd, met inbegrip van rechtspersonen die banden hebben met de specifiek genoemde ondernemingen, komen niet voor de vrijstelling in aanmerking en zijn onderworpen aan het bij Verordening (EG) nr. 2597/1999 ingestelde residuele recht. |
E. PROCEDURE
|
(45) |
Belanghebbenden werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Raad voornemens was het definitieve compenserende recht uit te breiden en werden in de gelegenheid gesteld hierover opmerkingen te maken en te verzoeken te worden gehoord. De Israelische autoriteiten hebben nogmaals gewezen op de opmerkingen van de Indiase overheid (zie overweging 10). Zij hebben ook een lijst toegezonden van Israelische bedrijven die PET-folie verwerken en die in 2003 en 2004 naar de Gemeenschap hadden uitgevoerd. Daar deze bedrijven binnen de termijnen geen medewerking hadden verleend, kon echter niet worden vastgesteld of zij de compenserende maatregelen hadden ontdoken. Zij konden daarom niet worden vrijgesteld van het tot Israël uitgebreide compenserende recht, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Het definitieve compenserende recht van 19,1 % dat bij Verordening (EG) nr. 2597/1999 werd ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie, ingedeeld onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 , van oorsprong uit India, wordt uitgebreid tot polyethyleentereftalaatfolie verzonden uit Brazilië en Israël (al dan niet aangegeven als van oorsprong zijnde uit Brazilië of Israël) (Taric-codes 3920 62 19 01, 3920 62 19 04, 3920 62 19 07, 3920 62 19 11, 3920 62 19 14, 3920 62 19 17, 3920 62 19 21, 3920 62 19 24, 3920 62 19 27, 3920 62 19 31, 3920 62 19 34, 3920 62 19 37, 3920 62 19 41, 3920 62 19 44, 3920 62 19 47, 3920 62 19 51, 3920 62 19 54, 3920 62 19 57, 3920 62 19 61, 3920 62 19 67, 3920 62 19 74, 3920 62 19 92, 3920 62 90 31 en 3920 62 90 92). Van deze uitbreiding is uitgezonderd polyethyleentereftalaatfolie dat is vervaardigd door Terphane Ltda, BR 101, km 101, City of Cabo de Santo Agostinho, State of Pernambuco, Brazilië (aanvullende Taric-code A569), en door Jolybar Filmtechnic Converting Ltd (1987), Hacharutsim str. 7, Ind. Park Siim 2000, Natania South, 42504, POB 8380, Israël (aanvullende Taric-code A570).
2. Het recht dat bij lid 1 van dit artikel wordt uitgebreid, wordt geheven van polyethyleentereftalaatfolie waarvan de invoer, overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 283/2004 en artikel 23, lid 2, en artikel 24, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2026/97, is geregistreerd, met uitzondering van polyethyleentereftalaatfolie die is vervaardigd door Terphane Ltda, BR 101, km 101, City of Cabo de Santo Agostinho, State of Pernambuco, Brazilië, en door Jolybar Filmtechnic Converting Ltd (1987), Hacharutsim str. 7, Ind. Park Siim 2000, Natania South, 42504, POB 8380, Israël.
3. De bepalingen inzake douanerechten zijn van toepassing.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 november 2004.
Voor de Raad
De voorzitster
M. VAN DER HOEVEN
(1) PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(2) PB L 316 van 10.12.1999, blz. 1.
(3) PB L 227 van 23.8.2001, blz. 1.
(4) PB C 154 van 28.6.2002, blz. 2.
(5) PB C 281 van 22.11.2003, blz. 4.
(6) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004.
(7) PB C 43 van 19.2.2004, blz. 14.
(8) PB L 49 van 19.2.2004, blz. 25.
(9) PB L 49 van 19.2.2004, blz. 28. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1830/2004 (PB L 321 van 22.10.2004, blz. 26).
(10) Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad.
(11) Besluit inzake ontduiking goedgekeurd door het Comité handelsbesprekingen op 15 december 1993.
(12) Op de betrokken onderneming was een compenserend recht van 7 % van toepassing.
|
18.11.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342/15 |
VERORDENING (EG) Nr. 1977/2004 VAN DE COMMISSIE
van 17 november 2004
tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 18 november 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 november 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw
(1) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).
BIJLAGE
bij de verordening van de Commissie van 17 november 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
052 |
127,5 |
|
070 |
56,3 |
|
|
204 |
57,5 |
|
|
999 |
80,4 |
|
|
0707 00 05 |
052 |
108,0 |
|
204 |
30,7 |
|
|
999 |
69,4 |
|
|
0709 90 70 |
052 |
85,8 |
|
204 |
98,1 |
|
|
999 |
92,0 |
|
|
0805 20 10 |
204 |
72,6 |
|
999 |
72,6 |
|
|
0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90 |
052 |
68,4 |
|
624 |
79,5 |
|
|
999 |
74,0 |
|
|
0805 50 10 |
052 |
57,2 |
|
388 |
31,5 |
|
|
524 |
65,8 |
|
|
528 |
21,0 |
|
|
999 |
43,9 |
|
|
0806 10 10 |
052 |
113,3 |
|
400 |
203,9 |
|
|
508 |
233,7 |
|
|
999 |
183,6 |
|
|
0808 10 20 , 0808 10 50 , 0808 10 90 |
388 |
139,8 |
|
400 |
97,2 |
|
|
404 |
79,3 |
|
|
512 |
104,2 |
|
|
720 |
40,7 |
|
|
800 |
195,0 |
|
|
804 |
106,7 |
|
|
999 |
109,0 |
|
|
0808 20 50 |
720 |
69,7 |
|
999 |
69,7 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.
|
18.11.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342/17 |
VERORDENING (EG) Nr. 1978/2004 VAN DE COMMISSIE
van 16 november 2004
houdende vaststelling van eenheidswaarden voor de bepaling van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (1),
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 (2) houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92, inzonderheid op artikel 173, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In de artikelen 173 tot en met 177 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 is bepaald dat de Commissie periodieke eenheidswaarden vaststelt voor de producten die zijn omschreven in de in bijlage 26 van genoemde verordening opgenomen klasse-indeling. |
|
(2) |
De toepassing van de regels en maatstaven bepaald in voornoemde artikelen op de gegevens die overeenkomstig het bepaalde in artikel 173, lid 2, van voornoemde verordening aan de Commissie zijn medegedeeld, leidt ertoe voor de betrokken producten de eenheidswaarden vast te stellen die zijn vermeld in de bijlage bij de onderhavige verordening, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De eenheidswaarden bedoeld in artikel 173, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 worden vastgesteld zoals in de in de bijlage opgenomen lijst vermeld.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 19 november 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 16 november 2004.
Voor de Commissie
Olli REHN
Lid van de Commissie
(1) PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2700/2000 (PB L 311 van 12.12.2000, blz. 17).
(2) PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2286/2003 van de Commissie (PB L 343 van 31.12.2003, blz. 1).
BIJLAGE
|
Rubriek |
Omschrijving |
Bedrag van de eenheidswaarden/100 kg netto |
|||||||
|
Soort, variëteit, GN-code |
EUR LTL SEK |
CYP LVL GBP |
CZK MTL |
DKK PLN |
EEK SIT |
HUF SKK |
|||
|
1.10 |
Nieuwe aardappelen (primeurs) 0701 90 50 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
1.30 |
Uien (andere dan plantuitjes) 0703 10 19 |
38,49 |
22,23 |
1 212,82 |
286,04 |
602,24 |
9 408,88 |
||
|
132,90 |
26,14 |
16,63 |
165,06 |
9 229,13 |
1 524,59 |
||||
|
345,11 |
26,97 |
|
|
|
|
||||
|
1.40 |
Knoflook 0703 20 00 |
106,86 |
61,71 |
3 367,22 |
794,16 |
1 672,03 |
26 122,44 |
||
|
368,97 |
72,57 |
46,16 |
458,26 |
25 623,39 |
4 232,81 |
||||
|
958,16 |
74,87 |
|
|
|
|
||||
|
1.50 |
Prei ex 0703 90 00 |
80,25 |
46,34 |
2 528,68 |
596,39 |
1 255,64 |
19 617,11 |
||
|
277,09 |
54,50 |
34,67 |
344,14 |
19 242,35 |
3 178,70 |
||||
|
719,55 |
56,22 |
|
|
|
|
||||
|
1.60 |
Bloemkool 0704 10 00 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
1.80 |
Witte kool en rode kool 0704 90 10 |
16,57 |
9,57 |
522,12 |
123,14 |
259,26 |
4 050,54 |
||
|
57,21 |
11,25 |
7,16 |
71,06 |
3 973,15 |
656,34 |
||||
|
148,57 |
11,61 |
|
|
|
|
||||
|
1.90 |
Broccoli (Brassica oleracea L. convar. botrytis (L.) Alef var. italica Plenck) ex 0704 90 90 |
61,43 |
35,48 |
1 935,66 |
456,52 |
961,17 |
15 016,56 |
||
|
212,11 |
41,72 |
26,54 |
263,43 |
14 729,69 |
2 433,24 |
||||
|
550,80 |
43,04 |
|
|
|
|
||||
|
1.100 |
Chinese kool ex 0704 90 90 |
75,36 |
43,52 |
2 374,59 |
560,05 |
1 179,13 |
18 421,75 |
||
|
260,20 |
51,18 |
32,56 |
323,17 |
18 069,82 |
2 985,01 |
||||
|
657,70 |
52,80 |
|
|
|
|
||||
|
1.110 |
Kropsla 0705 11 00 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
1.130 |
Wortelen ex 0706 10 00 |
26,74 |
15,44 |
842,58 |
198,72 |
418,39 |
6 536,59 |
||
|
92,33 |
18,16 |
11,55 |
114,67 |
6 411,72 |
1 059,17 |
||||
|
239,76 |
18,73 |
|
|
|
|
||||
|
1.140 |
Radijs ex 0706 90 90 |
39,73 |
22,94 |
1 251,89 |
295,26 |
621,64 |
9 712,00 |
||
|
137,18 |
26,98 |
17,16 |
170,37 |
9 526,46 |
1 573,71 |
||||
|
356,23 |
27,83 |
|
|
|
|
||||
|
1.160 |
Erwten (Pisum sativum), peultjes daaronder begrepen 0708 10 00 |
401,77 |
232,02 |
12 659,73 |
2 985,78 |
6 286,31 |
98 212,33 |
||
|
1 387,23 |
272,84 |
173,56 |
1 722,90 |
96 336,07 |
15 914,05 |
||||
|
3 602,38 |
281,48 |
|
|
|
|
||||
|
1.170 |
Bonen: |
|
|
|
|
|
|
||
|
1.170.1 |
|
120,71 |
69,71 |
3 803,60 |
897,08 |
1 888,72 |
29 507,78 |
||
|
416,79 |
81,97 |
52,15 |
517,64 |
28 944,06 |
4 781,36 |
||||
|
1 082,33 |
84,57 |
|
|
|
|
||||
|
1.170.2 |
|
194,17 |
112,13 |
6 118,30 |
1 442,99 |
3 038,10 |
47 464,86 |
||
|
670,43 |
131,86 |
83,88 |
832,66 |
46 558,08 |
7 691,07 |
||||
|
1 740,99 |
136,04 |
|
|
|
|
||||
|
1.180 |
Tuinbonen ex 0708 90 00 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
1.190 |
Artisjokken 0709 10 00 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
1.200 |
Asperges: |
|
|
|
|
|
|
||
|
1.200.1 |
|
244,55 |
141,23 |
7 705,86 |
1 817,42 |
3 826,42 |
59 780,96 |
||
|
844,39 |
166,08 |
105,65 |
1 048,72 |
58 638,89 |
9 686,74 |
||||
|
2 192,73 |
171,33 |
|
|
|
|
||||
|
1.200.2 |
|
454,18 |
262,29 |
14 311,10 |
3 375,26 |
7 106,31 |
111 023,40 |
||
|
1 568,18 |
308,43 |
196,20 |
1 947,64 |
108 902,39 |
17 989,92 |
||||
|
4 072,28 |
318,20 |
|
|
|
|
||||
|
1.210 |
Aubergines 0709 30 00 |
95,69 |
55,26 |
3 015,27 |
711,15 |
1 497,26 |
23 392,01 |
||
|
330,41 |
64,98 |
41,34 |
410,36 |
22 945,12 |
3 790,38 |
||||
|
858,01 |
67,04 |
|
|
|
|
||||
|
1.220 |
Bleekselderij (Apium graveolens L., var. dulce (Mill.) Pers.) ex 0709 40 00 |
83,53 |
48,24 |
2 632,03 |
620,76 |
1 306,96 |
20 418,91 |
||
|
288,41 |
56,73 |
36,08 |
358,20 |
20 028,82 |
3 308,62 |
||||
|
748,96 |
58,52 |
|
|
|
|
||||
|
1.230 |
Cantharellen 0709 59 10 |
553,21 |
319,48 |
17 431,65 |
4 111,24 |
8 655,86 |
135 232,18 |
||
|
1 910,12 |
375,68 |
238,99 |
2 372,33 |
132 648,69 |
21 912,65 |
||||
|
4 960,25 |
387,58 |
|
|
|
|
||||
|
1.240 |
Niet-scherp smakende pepers 0709 60 10 |
107,89 |
62,30 |
3 399,52 |
801,77 |
1 688,07 |
26 373,00 |
||
|
372,51 |
73,27 |
46,61 |
462,65 |
25 869,17 |
4 273,41 |
||||
|
967,35 |
75,59 |
|
|
|
|
||||
|
1.250 |
Venkel 0709 90 50 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
1.270 |
Bataten (zoete aardappelen), geheel, vers (bestemd voor menselijke consumptie) 0714 20 10 |
78,73 |
45,47 |
2 480,88 |
585,11 |
1 231,90 |
19 246,28 |
||
|
271,85 |
53,47 |
34,01 |
337,63 |
18 878,60 |
3 118,61 |
||||
|
705,94 |
55,16 |
|
|
|
|
||||
|
2.10 |
Kastanjes (Castanea spp.), vers ex 0802 40 00 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
2.30 |
Ananassen, vers ex 0804 30 00 |
71,81 |
41,47 |
2 262,84 |
533,69 |
1 123,64 |
17 554,81 |
||
|
247,96 |
48,77 |
31,02 |
307,96 |
17 219,44 |
2 844,53 |
||||
|
643,90 |
50,31 |
|
|
|
|
||||
|
2.40 |
Avocaten, vers ex 0804 40 00 |
160,63 |
92,76 |
5 061,47 |
1 193,74 |
2 513,32 |
39 266,17 |
||
|
554,63 |
109,08 |
69,39 |
688,83 |
38 516,03 |
6 362,58 |
||||
|
1 440,26 |
112,54 |
|
|
|
|
||||
|
2.50 |
Guaves en manga's, vers ex 0804 50 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
2.60 |
Sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers: |
|
|
|
|
|
|
||
|
2.60.1 |
|
52,21 |
30,15 |
1 645,14 |
388,00 |
816,91 |
12 762,73 |
||
|
180,27 |
35,46 |
22,55 |
223,89 |
12 518,91 |
2 068,04 |
||||
|
468,13 |
36,58 |
|
|
|
|
||||
|
2.60.2 |
|
50,65 |
29,25 |
1 595,88 |
376,39 |
792,45 |
12 380,63 |
||
|
174,87 |
34,39 |
21,88 |
217,19 |
12 144,11 |
2 006,12 |
||||
|
454,12 |
35,48 |
|
|
|
|
||||
|
2.60.3 |
|
54,47 |
31,45 |
1 716,20 |
404,76 |
852,19 |
13 313,99 |
||
|
188,06 |
36,99 |
23,53 |
233,56 |
13 059,64 |
2 157,36 |
||||
|
488,35 |
38,16 |
|
|
|
|
||||
|
2.70 |
Mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen), vers; clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten, vers: |
|
|
|
|
|
|
||
|
2.70.1 |
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
2.70.2 |
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
2.70.3 |
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
2.70.4 |
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
2.85 |
Lemmetjes (Citrus aurantifolia, Citrus latifolia), vers 0805 50 90 |
103,48 |
59,76 |
3 260,81 |
769,06 |
1 619,19 |
25 296,86 |
||
|
357,31 |
70,28 |
44,71 |
443,77 |
24 813,59 |
4 099,03 |
||||
|
927,88 |
72,50 |
|
|
|
|
||||
|
2.90 |
Pompelmoezen en pomelo's of grapefruit, vers: |
|
|
|
|
|
|
||
|
2.90.1 |
|
76,70 |
44,29 |
2 416,68 |
569,97 |
1 200,03 |
18 748,29 |
||
|
264,82 |
52,08 |
33,13 |
328,89 |
18 390,12 |
3 037,92 |
||||
|
687,68 |
53,73 |
|
|
|
|
||||
|
2.90.2 |
|
82,97 |
47,91 |
2 614,27 |
616,57 |
1 298,14 |
20 281,16 |
||
|
286,47 |
56,34 |
35,84 |
355,79 |
19 893,71 |
3 286,30 |
||||
|
743,90 |
58,13 |
|
|
|
|
||||
|
2.100 |
Druiven voor tafelgebruik 0806 10 10 |
178,10 |
102,85 |
5 611,93 |
1 323,57 |
2 786,66 |
43 536,54 |
||
|
614,94 |
120,95 |
76,94 |
763,75 |
42 704,82 |
7 054,54 |
||||
|
1 596,90 |
124,78 |
|
|
|
|
||||
|
2.110 |
Watermeloenen 0807 11 00 |
57,43 |
33,17 |
1 809,62 |
426,80 |
898,58 |
14 038,76 |
||
|
198,29 |
39,00 |
24,81 |
246,28 |
13 770,57 |
2 274,80 |
||||
|
514,93 |
40,24 |
|
|
|
|
||||
|
2.120 |
Andere meloenen: |
|
|
|
|
|
|
||
|
2.120.1 |
|
44,25 |
25,55 |
1 394,30 |
328,85 |
692,36 |
10 816,81 |
||
|
152,79 |
30,05 |
19,12 |
189,76 |
10 610,17 |
1 752,73 |
||||
|
396,76 |
31,00 |
|
|
|
|
||||
|
2.120.2 |
|
89,32 |
51,58 |
2 814,40 |
663,77 |
1 397,52 |
21 833,74 |
||
|
308,40 |
60,66 |
38,59 |
383,02 |
21 416,62 |
3 537,88 |
||||
|
800,85 |
62,58 |
|
|
|
|
||||
|
2.140 |
Peren: |
|
|
|
|
|
|
||
|
2.140.1 |
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
2.140.2 |
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||||
|
— |
— |
|
|
|
|
||||
|
2.150 |
Abrikozen 0809 10 00 |
214,58 |
123,92 |
6 761,42 |
1 594,67 |
3 357,45 |
52 454,08 |
||
|
740,90 |
145,72 |
92,70 |
920,18 |
51 451,99 |
8 499,51 |
||||
|
1 923,99 |
150,33 |
|
|
|
|
||||
|
2.160 |
Kersen 0809 20 95 0809 20 05 |
851,77 |
491,90 |
26 839,27 |
6 330,01 |
13 327,30 |
208 215,15 |
||
|
2 940,99 |
578,44 |
367,96 |
3 652,64 |
204 237,39 |
33 738,61 |
||||
|
7 637,22 |
596,75 |
|
|
|
|
||||
|
2.170 |
Perziken 0809 30 90 |
352,71 |
203,69 |
11 113,96 |
2 621,21 |
5 518,74 |
86 220,45 |
||
|
1 217,84 |
239,53 |
152,37 |
1 512,53 |
84 573,28 |
13 970,92 |
||||
|
3 162,52 |
247,11 |
|
|
|
|
||||
|
2.180 |
Nectarines ex 0809 30 10 |
272,32 |
157,27 |
8 580,92 |
2 023,80 |
4 260,94 |
66 569,53 |
||
|
940,28 |
184,94 |
117,64 |
1 167,81 |
65 297,78 |
10 786,74 |
||||
|
2 441,74 |
190,79 |
|
|
|
|
||||
|
2.190 |
Pruimen 0809 40 05 |
117,37 |
67,78 |
3 698,35 |
872,25 |
1 836,45 |
28 691,29 |
||
|
405,26 |
79,71 |
50,70 |
503,32 |
28 143,17 |
4 649,06 |
||||
|
1 052,38 |
82,23 |
|
|
|
|
||||
|
2.200 |
Aardbeien 0810 10 00 |
330,34 |
190,77 |
10 409,01 |
2 454,95 |
5 168,70 |
80 751,61 |
||
|
1 140,60 |
224,33 |
142,71 |
1 416,60 |
79 208,93 |
13 084,77 |
||||
|
2 961,93 |
231,44 |
|
|
|
|
||||
|
2.205 |
Frambozen 0810 20 10 |
304,95 |
176,11 |
9 608,97 |
2 266,27 |
4 771,43 |
74 545,03 |
||
|
1 052,93 |
207,09 |
131,74 |
1 307,72 |
73 120,91 |
12 079,07 |
||||
|
2 734,27 |
213,65 |
|
|
|
|
||||
|
2.210 |
Blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus) 0810 40 30 |
1 690,61 |
976,33 |
53 271,12 |
12 563,94 |
26 452,30 |
413 269,61 |
||
|
5 837,34 |
1 148,09 |
730,34 |
7 249,84 |
405 374,47 |
66 965,06 |
||||
|
15 158,52 |
1 184,44 |
|
|
|
|
||||
|
2.220 |
Kiwi's (Actinidia chinensis Planch.) 0810 50 00 |
152,33 |
87,97 |
4 799,84 |
1 132,04 |
2 383,41 |
37 236,48 |
||
|
525,96 |
103,45 |
65,81 |
653,23 |
36 525,11 |
6 033,70 |
||||
|
1 365,81 |
106,72 |
|
|
|
|
||||
|
2.230 |
Granaatappels ex 0810 90 95 |
115,12 |
66,48 |
3 627,54 |
855,55 |
1 801,29 |
28 141,94 |
||
|
397,50 |
78,18 |
49,73 |
493,68 |
27 604,31 |
4 560,04 |
||||
|
1 032,23 |
80,66 |
|
|
|
|
||||
|
2.240 |
Kaki-appels (daaronder begrepen sharonvrucht) ex 0810 90 95 |
112,29 |
64,85 |
3 538,13 |
834,46 |
1 756,89 |
27 448,26 |
||
|
387,70 |
76,25 |
48,51 |
481,52 |
26 923,89 |
4 447,64 |
||||
|
1 006,79 |
78,67 |
|
|
|
|
||||
|
2.250 |
Litchis ex 0810 90 |
— |
— |
— |
— |
— |
— |
||
|
18.11.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342/23 |
VERORDENING (EG) Nr. 1979/2004 VAN DE COMMISSIE
van 17 november 2004
tot aanpassing van Verordening (EG) nr. 639/2003 tot vaststelling, op grond van Verordening (EG) nr. 1254/1999, van uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de voor de toekenning van uitvoerrestituties te vervullen voorwaarden in verband met het welzijn van levende runderen tijdens het vervoer naar aanleiding van de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije,
Gelet op de Akte van toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, en met name op artikel 57, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Omdat Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (hierna „de nieuwe lidstaten” genoemd) zijn toegetreden tot de Gemeenschap, is het noodzakelijk Verordening (EG) nr. 639/2003 van de Commissie (1) aan te passen en er bepaalde vermeldingen in de talen van de nieuwe lidstaten in op te nemen. |
|
(2) |
Verordening (EG) nr. 639/2003 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 2 van Verordening (EG) nr. 639/2003 wordt lid 3 vervangen door:
„3. Indien de dierenarts op de plaats van uitgang zich ervan vergewist heeft dat de in lid 2 genoemde voorwaarden zijn vervuld, certificeert hij dit door de vermelding:
|
— |
Resultados de los controles de conformidad con el artículo 2 del Reglamento (CE) no 639/2003 satisfactorios |
|
— |
Výsledky kontrol podle článku 2 nařízení (ES) č. 639/2003 jsou uspokojivé |
|
— |
Resultater af kontrollen efter artikel 2 i forordning (EF) nr. 639/2003 er tilfredsstillende |
|
— |
Ergebnisse der Kontrollen nach Artikel 2 der Verordnung (EG) Nr. 639/2003 zufriedenstellend |
|
— |
Määruse (EÜ) nr 639/2003 artiklis 2 osutatud kontrollide tulemused rahuldavad |
|
— |
Αποτελέσματα των ελέγχων βάσει του άρθρου 2 του κανονισμού (EK) αριθ, 639/2003 ικανοποιητικά |
|
— |
Results of the checks pursuant to Article 2 of Regulation (EC) No 639/2003 satisfactory |
|
— |
Résultats des contrôles visés à l'article 2 du règlement (CE) no 639/2003 satisfaisants |
|
— |
Risultati dei controlli conformi alle disposizioni dell'articolo 2 del regolamento (CE) n. 639/2003 |
|
— |
Regulas (EK) Nr. 639/2003 2. pantā minēto pārbaužu rezultāti ir apmierinoši |
|
— |
Reglamento (EB) Nr.639/2003 2 straipsnyje numatytų patikrinimų rezultatai yra patenkinami |
|
— |
A 639/2003/EK rendelet 2. cikkében előirányzott ellenőrzések eredményei kielégítők |
|
— |
Riżultati tal-kontrolli konformi ma’l-artikolu 2 tar-regolament (KE) nru 639/2003 sodisfaċenti |
|
— |
Bevindingen bij controle overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 639/2003 bevredigend |
|
— |
Wyniki kontroli, o której mowa w art. 2 rozporządzenia (WE) nr 639/2003 zadowalające |
|
— |
Resultados dos controlos satisfatórios nos termos do artigo 2.o do Regulamento (CE) n.o 639/2003 |
|
— |
Výsledky kontrol podľa článku 2 nariadenia (ES) č. 639/2003 uspokojivé |
|
— |
Rezultati kontrol, izhajajoči iz člena 2 Uredbe št. 639/2003 so zadovoljivi |
|
— |
Asetuksen (EY) N:o 639/2003 2 artiklan mukaisen tarkastuksen tulos tyydyttävä |
|
— |
Resultaten av kontrollen enligt artikel 2 i förordning (EG) nr 639/2003 är tillfredsställande, |
alsmede een stempel en zijn handtekening aan te brengen op het document dat het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap bewijst, hetzij in vak J van het controle-exemplaar T5, hetzij op de meest passende plaats van het nationale document.”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2004. Zij doet evenwel niet af aan de geldigheid van de certificeringen die op grond van artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 639/2003 zijn afgegeven tussen 1 mei 2004 en de datum van haar inwerkingtreding.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 november 2004.
Voor de Commissie
Franz FISCHLER
Lid van de Commissie
(1) PB L 93 van 10.4.2003, blz. 10. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 687/2004 (PB L 106 van 15.4.2004, blz. 13).
|
18.11.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342/25 |
VERORDENING (EG) Nr. 1980/2004 VAN DE COMMISSIE
van 17 november 2004
betreffende de invoercertificaten voor producten van de sector rundvlees van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad van 10 december 2002 tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1706/98 (2),
Gelet op Verordening (EG) nr. 2247/2003 van de Commissie van 19 december 2003 houdende bepalingen ter uitvoering, in de sector rundvlees, van Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) (3), en met name op artikel 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2247/2003 kunnen voor producten van de sector rundvlees van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië invoercertificaten worden afgegeven. De invoer mag evenwel de voor ieder van de betrokken uitvoerende derde landen vastgestelde hoeveelheid niet overschrijden. |
|
(2) |
Voor producten van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië overstijgen de hoeveelheden, uitgedrukt in vlees zonder been, waarvoor van 1 tot en met 10 november 2004 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2247/2003 certificaten zijn aangevraagd, niet de voor deze landen beschikbare hoeveelheden. Bijgevolg kunnen voor de aangevraagde hoeveelheden invoercertificaten worden afgegeven. |
|
(3) |
De hoeveelheden, waarvoor met ingang van 1 december 2004 certificaten kunnen worden aangevraagd binnen de totale hoeveelheid van 52 100 t, dienen te worden vastgesteld. |
|
(4) |
Er dient op te worden gewezen dat deze verordening Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (4) onverlet laat, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De hieronder vermelde lidstaten geven op 21 november 2004 voor de onderstaande hoeveelheden producten van de sector rundvlees, uitgedrukt in vlees zonder been, van oorsprong uit sommige staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, invoercertificaten af voor de daarbij vermelde landen van oorsprong:
|
|
Verenigd Koninkrijk:
|
|
|
Duitsland:
|
Artikel 2
Certificaataanvragen kunnen overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2247/2003 in de eerste tien dagen van de maand december 2004 worden ingediend voor de volgende hoeveelheden rundvlees zonder been:
|
Botswana: |
10 356 t, |
|
Kenia: |
142 t, |
|
Madagaskar: |
7 579 t, |
|
Swaziland: |
3 180 t, |
|
Zimbabwe: |
9 100 t, |
|
Namibië: |
4 450 t. |
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op 21 november 2004.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 november 2004.
Voor de Commissie
J. M. SILVA RODRÍGUEZ
Directeur-generaal Landbouw
(1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).
(2) PB L 348 van 21.12.2002, blz. 5.
(3) PB L 333 van 20.12.2003, blz. 37. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1118/2004 (PB L 217 van 17.6.2004, blz. 10).
(4) PB L 302 van 31.12.1972, blz. 28. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36).
II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing
Raad
|
18.11.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342/27 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 25 oktober 2004
tot wijziging van het besluit houdende machtiging van de directeur van Europol om onderhandelingen aan te knopen over overeenkomsten met derde staten of niet aan de Europese Unie gerelateerde instanties
(2004/773/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op de Overeenkomst tot oprichting van een Europese politiedienst (Europol-overeenkomst) (1), en met name op artikel 42, lid 2, artikel 10, lid 4, en artikel 18,
Gelet op het besluit van de Raad van 3 november 1998 houdende vaststelling van de regeling betreffende de externe betrekkingen van Europol met derde staten en niet aan de Europese Unie gerelateerde instanties (2), en met name op artikel 2,
Gelet op het besluit van de Raad van 3 november 1998 houdende vaststelling van de regels betreffende de ontvangst door Europol van informatie van derde partijen (3), en met name op artikel 2,
Gelet op het besluit van de Raad van 12 maart 1999 houdende vaststelling van de regels betreffende de verstrekking van persoonsgegevens door Europol aan derde staten en instanties (4), en met name op de artikelen 2 en 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Gezien de operationele behoeften en de noodzaak om vormen van georganiseerde criminaliteit op een doeltreffende wijze via Europol te bestrijden, dienen Moldavië en Oekraïne te worden toegevoegd aan de lijst van derde landen waarmee de directeur van Europol gemachtigd wordt onderhandelingen aan te knopen. |
|
(2) |
Het besluit van de Raad van 27 maart 2000 (5) dient derhalve te worden gewijzigd, |
BESLUIT:
Artikel 1
Het besluit van 27 maart 2000 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
In artikel 2, lid 1, worden onder het kopje „Derde staten” de volgende staten in de alfabetische lijst ingevoegd, met inachtneming van de alfabetische volgorde:
|
Artikel 2
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 3
Dit besluit wordt van kracht op de dag volgende op die waarop het wordt aangenomen.
Gedaan te Luxemburg, 25 oktober 2004.
Voor de Raad
De voorzitster
R. VERDONK
(1) PB C 316 van 27.11.1995, blz. 2.
(2) PB C 26 van 30.1.1999, blz. 19.
(3) PB C 26 van 30.1.1999, blz. 17.
Commissie
|
18.11.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342/28 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 9 november 2004
waarbij de regionale adviesraad voor de Noordzee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid operationeel wordt verklaard
(2004/774/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Besluit 2004/585/EG van de Raad van 19 juli 2004 tot oprichting van regionale adviesraden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 3, lid 3,
Gelet op de aanbeveling die het Verenigd Koninkrijk op 10 september 2004 namens België, Denemarken, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk heeft ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (2) en Besluit 2004/585/EG vormen het kader voor de oprichting en de werkzaamheden van regionale adviesraden. |
|
(2) |
Bij artikel 2 van Besluit 2004/585/EG wordt een regionale adviesraad opgericht voor de Noordzee (ICES-sectoren IV en IIIa). |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Besluit 2004/585/EG hebben vertegenwoordigers van de visserijsector en andere belangengroepen bij België, Denemarken, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk een verzoek ingediend met betrekking tot de werking van die regionale adviesraad. |
|
(4) |
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 2, van Besluit 2004/585/EG hebben de betrokken lidstaten bepaald dat het verzoek betreffende de regionale adviesraad voor de Noordzee met de bepalingen van dat besluit in overeenstemming was. Op 10 september 2004 hebben de lidstaten een aanbeveling betreffende de regionale adviesraad ingediend bij de Commissie. |
|
(5) |
De Commissie heeft de aanvraag van de belanghebbenden en de aanbeveling beoordeeld in het licht van Besluit 2004/585/EG en van de doelstellingen en beginselen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, en zij is van oordeel dat de regionale adviesraad voor de Noordzee operationeel kan worden, |
BESLUIT:
Enig artikel
De regionale adviesraad voor de Noordzee, opgericht bij Besluit 2004/585/EG van de Raad, is operationeel met ingang van 1 november 2004.
Gedaan te Brussel, 9 november 2004.
Voor de Commissie
António VITORINO
Lid van de Commissie
|
18.11.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342/29 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 18 november 2004
waarbij Slowakije de in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 92/102/EEG van de Raad met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren bedoelde afwijking wordt toegestaan
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 4382)
(Slechts de tekst in de Slowaakse taal is authentiek)
(Voor de EER relevante tekst)
(2004/775/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren (1), en met name op artikel 3, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Volgens artikel 3, lid 2, van Richtlijn 92/102/EEG van de Raad kunnen de lidstaten gemachtigd worden om bedrijven die maximaal drie schapen of geiten houden, waarvoor geen premies worden aangevraagd, dan wel bedrijven met één varken, niet in de bij artikel 3, lid 1, verplichte lijst te plaatsen, mits deze dieren voor eigen gebruik of verbruik bestemd zijn en voorzover zij vóór een eventuele verplaatsing aan de in de richtlijn voorgeschreven controles worden onderworpen. |
|
(2) |
De Slowaakse autoriteiten hebben deze machtiging tot eind juni 2005 aangevraagd en hebben de benodigde garanties met betrekking tot de veterinaire controles gegeven. |
|
(3) |
Derhalve dient Slowakije gemachtigd te worden om tot en met 30 juni 2005 deze afwijking toe te passen. |
|
(4) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Slowakije wordt gemachtigd de in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 92/102/EEG bedoelde afwijking toe te passen.
Artikel 2
Deze beschikking is van toepassing tot en met 30 juni 2005 en is gericht tot de Slowaakse Republiek.
Gedaan te Brussel, 18 november 2004.
Voor de Commissie
David BYRNE
Lid van de Commissie
(1) PB L 355 van 5.12.1992, blz. 32. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 21/2004 (PB L 5 van 9.1.2004, blz. 8).
EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE
Gemengd Comité van de EER
|
18.11.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342/30 |
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
Nr. 138/2004
van 29 oktober 2004
tot wijziging van Protocol nr. 3 bij de EER-overeenkomst betreffende de producten bedoeld in artikel 8, lid 3, onder b), van de Overeenkomst
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst, gewijzigd bij Besluit nr. 140/2001 van het Gemengd Comité van de EER (1), zijn de handelsregelingen voor bepaalde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten tussen de overeenkomstsluitende partijen neergelegd. |
|
(2) |
Bij de vaststelling van Besluit nr. 140/2001 stelden de Europese Gemeenschap en Noorwegen in een gemeen¬schappelijke verklaring dat het niet-agrarische element van de douanerechten op de in tabel I van Protocol nr. 3 vermelde producten moet worden afgeschaft. De besprekingen tussen ambtenaren van de Commissie en van Noorwegen op grond hiervan werden op 11 maart 2004 afgesloten. |
|
(3) |
Sedert de vaststelling van Besluit nr. 140/2001 zijn in de tariefnomenclaturen technische wijzigingen aangebracht. |
|
(4) |
Ingevolge artikel 2, lid 2, van Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst kunnen de in de bijlagen bij tabel I van dat protocol opgenomen douanerechten door het Gemengd Comité van de EER worden aangepast in verband met wederzijdse concessies. |
|
(5) |
In aansluiting op de op 11 maart 2004 afgesloten besprekingen en de technische wijzigingen in de tariefnomenclaturen moeten de bijlagen I en III bij tabel I van Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst worden gewijzigd, |
BESLUIT:
Artikel 1
Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De punten 4 tot en met 6 en 8 van bijlage I bij tabel I worden vervangen door de punten 4 tot en met 6 en 8 van bijlage I bij dit besluit. |
|
2) |
In het aanhangsel van bijlage I bij tabel I wordt post „1904 90 90” vervangen door post „1904 90 80”. |
|
3) |
In bijlage III bij tabel I worden de punten 2, 7 en 9 tot en met 19 vervangen door de punten 2, 7 en 9 tot en met 11 in bijlage II bij dit besluit. |
|
4) |
In punt 6 van bijlage III bij tabel I wordt de post „Granen (andere dan maïs) in de vorm van korrels of in de vorm van vlokken of van andere bewerkte korrels (met uitzondering van meel en gries), voorgekookt of op andere wijze bereid, elders genoemd noch elders onder begrepen” vervangen door „Granen (andere dan maïs) in de vorm van korrels of in de vorm van vlokken of van andere bewerkte korrels (met uitzondering van meel, gries en griesmeel), voorgekookt of op andere wijze bereid, elders genoemd noch elders onder begrepen”. |
|
5) |
In het aanhangsel van bijlage III bij tabel I wordt post „1905.3002” vervangen door post „1905.3200”. |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op 30 oktober 2004, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).
Het is van toepassing met ingang van 1 november 2004.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER — gedeelte van en het EER — supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 29 oktober 2004.
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
Kjartan JÓHANNSSON
(1) PB L 22 van 24.1.2002, blz. 34.
(*1) Er zijn geen grondwettelijke vereisten aangegeven.
BIJLAGE I
bij Besluit nr. 138/2004 van het Gemengd Comité van de EER
De punten 4 tot en met 6 en 8 van bijlage I bij tabel I van Protocol nr. 3 worden vervangen door:
|
„4) |
De douanerechten voor de in onderstaande tabel opgenomen producten luiden als aangegeven.
|
|
5) |
Voor de volgende producten bedraagt het ad-valoremgedeelte van de douanerechten 0 %:
|
|
6) |
Voor de volgende producten bedraagt het ad-valoremgedeelte van de douanerechten 5,8 %:
|
|
8) |
De tariefcodes in deze bijlage zijn die welke op 1 januari 2004 in de Gemeenschap van toepassing zijn. Naderhand in de tariefnomenclatuur aangebrachte veranderingen zijn niet van invloed op de inhoud van deze bijlage”. |
(1) Het nultarief is tijdelijk geschorst. Voor IJsland geldt de preferentiële regeling van Protocol nr. 2 bij de bilaterale vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en IJsland (nultarief). Voor Noorwegen wordt Protocol nr. 2 bij de bilaterale vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen aangepast om hierin een rechtenvrij contingent voor de invoer in de Gemeenschap van deze goederen van oorsprong uit Noorwegen op te nemen.
BIJLAGE II
bij Besluit nr. 138/2004 van het Gemengd Comité van de EER
De punten 2, 7 en 9 tot en met 19 van bijlage III bij tabel I in Protocol nr. 3 worden vervangen door:
|
„2) |
De tariefcodes in deze bijlage zijn die welke op 1 januari 2004 in Noorwegen van toepassing zijn. Naderhand in de tariefnomenclatuur aangebrachte veranderingen zijn niet van invloed op de inhoud van deze bijlage. |
|
7) |
De douanerechten voor de in onderstaande tabel opgenomen producten luiden als aangegeven.
|
|
9) |
Het douanerecht voor glutenvrij verklaarde producten voor coeliakiepatiënten, die zijn ingedeeld onder de Noorse codes 1901.2097 en 1901.2098 (mengsels voor de bereiding van bakkerswaren bedoeld bij post 1905) bedraagt 0,37 NOK/kg. |
|
10) |
Het douanerecht voor producten die zijn ingedeeld onder de Noorse code ex ex 2008.9903 (maïs, andere dan suikermaïs (Zea mays var. saccharata), niet voor voederdoeleinden), wordt berekend volgens het matrixsysteem. Het maximale douanerecht bedraagt echter niet meer dan 12 NOK/kg. |
|
11) |
Het douanerecht voor producten die zijn ingedeeld onder de Noorse code 2106.9060 (geëmulgeerde vetten en dergelijke producten, bevattende meer dan 15 gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen, voor menselijke consumptie), wordt berekend volgens het matrixsysteem. Het maximale douanerecht bedraagt echter niet meer dan 7 NOK/kg.” |
(1) Het agrarische element is gebaseerd op de standaardsamenstelling in Protocol nr. 2 bij de vrijhandelsovereenkomst.
(2) De vrijstelling van rechten geldt vanaf 1 januari 2005.
(3) Voor technisch gebruik bedraagt het douanerecht nul.
|
18.11.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342/s3 |
1 november 2004 — EUR-Lex: nieuwe versie!
europa.eu.int/eur-lex/lex/
De nieuwe site geeft u eveneens toegang tot Celex, waar u gratis, gemakkelijk en in 20 talen de grootste documentaire database van het EU-recht kan raadplegen.