ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 342

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

47e jaargang
18 november 2004


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

*

Verordening (EG) nr. 1975/2004 van de Raad van 15 november 2004 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 1767/2001 werd ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) uit onder andere India, tot polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) verzonden uit Brazilië en Israël, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël

1

 

*

Verordening (EG) nr. 1976/2004 van de Raad van 15 november 2004 tot uitbreiding van het definitieve compenserende recht dat bij Verordening (EG) nr. 2597/1999 werd ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) uit onder andere India, tot polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) verzonden uit Brazilië en Israël, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël

8

 

 

Verordening (EG) nr. 1977/2004 van de Commissie van 17 november 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

15

 

*

Verordening (EG) nr. 1978/2004 van de Commissie van 16 november 2004 houdende vaststelling van eenheidswaarden voor de bepaling van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen

17

 

*

Verordening (EG) nr. 1979/2004 van de Commissie van 17 november 2004 tot aanpassing van Verordening (EG) nr. 639/2003 tot vaststelling, op grond van Verordening (EG) nr. 1254/1999, van uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de voor de toekenning van uitvoerrestituties te vervullen voorwaarden in verband met het welzijn van levende runderen tijdens het vervoer naar aanleiding van de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie

23

 

 

Verordening (EG) nr. 1980/2004 van de Commissie van 17 november 2004 betreffende de invoercertificaten voor producten van de sector rundvlees van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië

25

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Raad

 

*

2004/773/EG:
Besluit van de Raad van 25 oktober 2004 tot wijziging van het besluit houdende machtiging van de directeur van Europol om onderhandelingen aan te knopen over overeenkomsten met derde staten of niet aan de Europese Unie gerelateerde instanties

27

 

 

Commissie

 

*

2004/774/EG:
Besluit van de Commissie van 9 november 2004 waarbij de regionale adviesraad voor de Noordzee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid operationeel wordt verklaard

28

 

*

2004/775/EG:
Beschikking van de Commissie van 18 november 2004 waarbij Slowakije de in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 92/102/EEG van de Raad met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren bedoelde afwijking wordt toegestaan (Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 4382)
 ( 1 )

29

 

 

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

 

 

Gemengd Comité van de EER

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 138/2004 van 29 oktober 2004 tot wijziging van Protocol nr. 3 bij de EER-overeenkomst betreffende de producten bedoeld in artikel 8, lid 3, onder b), van de Overeenkomst

30

 

 

 

*

1 november 2004 — EUR-Lex: nieuwe versie!(Zie bladzijde 3 van de omslag)

s3

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

18.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 342/1


VERORDENING (EG) Nr. 1975/2004 VAN DE RAAD

van 15 november 2004

tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 1767/2001 werd ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) uit onder andere India, tot polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) verzonden uit Brazilië en Israël, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (hierna „de basisverordening” genoemd), en met name op artikel 13,

Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg in het kader van het Raadgevend Comité heeft ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   THANS GELDENDE MAATREGELEN

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1676/2001 (2) heeft de Raad definitieve antidumpingrechten ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) uit onder andere India. De antidumpingrechten varieerden van 0 % tot 62,6 %. Bij Besluit 2001/645/EG (3) heeft de Commissie van vijf Indiase producenten/exporteurs een verbintenis aanvaard.

(2)

Op PET-folie uit India worden sinds 1999 op grond van Verordening (EG) nr. 2597/1999 (4) van de Raad ook compenserende rechten geheven, variërend van 3,8 % tot 19,1 %.

2.   LOPENDE ONDERZOEKEN

(3)

Op 28 juni 2002 heeft de Commissie, door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (5), de inleiding aangekondigd van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad (6). De procedure is beperkt tot een onderzoek naar de vorm van de maatregel; met name dient te worden onderzocht of de door de indiener van het verzoek aangeboden verbintenis kan worden aanvaard. Dit onderzoek is nog gaande.

(4)

Op 22 november 2003 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (7) de inleiding aangekondigd van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 11, lid 3 van de basisverordening, dat beperkt is tot een onderzoek naar de vorm van de antidumpingmaatregelen. Dit onderzoek is nog gaande.

(5)

Op 19 februari 2004 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (8) de inleiding aangekondigd van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 11, lid 3 van de basisverordening, dat beperkt is tot een onderzoek naar dumping door de Indiase producent/exporteur Jindal Polyester Limited. Dit onderzoek is nog gaande.

3.   VERZOEK

(6)

Op 6 januari 2004 heeft de Commissie van de producenten DuPont Teijin Films, Mitsubishi Polyester Film GmbH en Nuroll SpA het verzoek ontvangen om op grond van artikel 13, lid 3, van de basisverordening een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontduiking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van PET-folie uit India. De indieners van het verzoek vertegenwoordigen een groot deel van de productie van PET-folie in de Gemeenschap.

(7)

De indieners van het verzoek voerden aan, en legden in dit verband voldoende bewijsmateriaal voor, dat zich na de instelling van antidumpingmaatregelen ten aanzien van PET-folie uit onder andere India belangrijke wijzigingen hadden voorgedaan in het patroon van de uitvoer van PET-folie uit Brazilië en Israël naar de Gemeenschap. Deze wijziging van het handelsverkeer lijkt te zijn veroorzaakt door het feit dat PET-folie uit India in Brazilië en Israël wordt overgeladen en via deze landen in de Gemeenschap wordt ingevoerd. De indieners van het verzoek voerden aan dat er, naast het antidumpingrecht op PET-folie uit India, geen voldoende reden of economische rechtvaardiging voor deze wijziging was.

(8)

De indieners van het verzoek hebben ten slotte bewijsmateriaal voorgelegd waaruit bleek dat afbreuk werd gedaan aan de corrigerende werking van het antidumpingrecht, zowel wat hoeveelheden als wat prijzen betreft. De invoer van aanzienlijke hoeveelheden PET-folie uit Brazilië en Israël lijkt de invoer uit India te hebben vervangen. Bovendien legden de indieners van het verzoek bewijsmateriaal voor dat de prijzen van PET-folie uit Brazilië en Israël dumpingprijzen waren, gelet op de normale waarde die eerder voor PET-folie uit India was vastgesteld.

4.   OPENING VAN HET ONDERZOEK

(9)

Bij Verordening (EG) nr. 284/2004 (9) (hierna de „inleidingsverordening” genoemd) heeft de Commissie een procedure ingeleid in verband met de mogelijke ontduiking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van PET-folie uit India door verzending van deze folie via Brazilië en Israël naar de Gemeenschap, waar deze folie al dan niet wordt aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël. Tevens heeft de Commissie de douane, overeenkomstig artikel 13, lid 3 en artikel 14, lid 5, van de basisverordening opgedragen de invoer van uit Brazilië en Israël verzonden PET-folie, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël, met ingang van 20 februari 2004 te registreren. De Commissie heeft de autoriteiten van Brazilië en Israël in kennis gesteld van de opening van het onderzoek. Tegelijkertijd heeft de Commissie bij Verordening (EG) nr. 283/2004 (10) ook een onderzoek geopend naar de mogelijke ontduiking van compenserende maatregelen ten aanzien van PET-folie uit India door verzending van deze folie via Brazilië en Israël naar de Gemeenschap, waar deze folie al dan niet wordt aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël. De bevindingen van dat onderzoek zijn weergegeven in Verordening (EG) nr. 1976/2004 van de Raad (11).

(10)

De Indiase autoriteiten waren van oordeel dat een onderzoek naar ontduiking niet toegestaan was uit hoofde van de Overeenkomst inzake de Toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994, noch uit hoofde van de Overeenkomst inzake Subsidies en Compenserende Maatregelen. Dit argument werd afgewezen daar de bepalingen inzake ontduiking in de basisverordening niet strijdig zijn met de Overeenkomst inzake de Toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel van 1994 noch met de Overeenkomst inzake Subsidies en Compenserende Maatregelen. De Slotakte waarin de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde zijn vastgelegd bevat een besluit over ontduiking (12) waarin de kwestie, bij het ontbreken van overeenstemming over een bepaalde tekst, wordt verwezen naar het Antidumpingcomité. Daar dit besluit werd genomen terwijl het bekend was dat diverse WTO-leden reeds hun eigen wetgeving inzake ontduiking hadden, interpreteert de Europese Gemeenschap dit besluit zo dat individuele leden bestaande bepalingen op dit gebied mogen behouden of nieuwe bepalingen mogen vaststellen, in afwachting van de goedkeuring van multilateraal overeengekomen regelgeving. Dezelfde principes dienen logischerwijs van toepassing te zijn op antisubsidie-onderzoeken.

5.   ONDERZOEK

(11)

Er zijn vragenlijsten verzonden naar de producenten/exporteurs in India, Brazilië en Israël die medewerking hebben verleend aan het oorspronkelijke onderzoek, die in het verzoek werden genoemd of die later bij de Commissie bekend zijn geworden. Er zijn ook vragenlijsten gezonden aan de importeurs in de Gemeenschap die in het verzoek waren vermeld of die medewerking hadden verleend aan het oorspronkelijke onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid. Alle partijen werden erover ingelicht dat het niet verlenen van medewerking zou leiden tot de toepassing van artikel 18 van de basisverordening en dus tot bevindingen die, doordat zij op beschikbare gegevens waren gebaseerd, voor hen minder gunstig zouden kunnen zijn dan wanneer zij wel medewerking hadden verleend.

(12)

Er werden antwoorden op de vragenlijsten ontvangen van vijf producenten/exporteurs uit India, één uit Brazilië en één onderneming uit Israël die PET-folie snijdt, verwerkt en naar de Gemeenschap uitvoert. Een andere Israëlische onderneming heeft zich aangemeld en verklaard dat zij PET-folie verwerkt, maar dat de aldus verkregen producten niet worden geëxporteerd onder de GN-codes waaronder PET-folie wordt ingedeeld. Daarom heeft deze onderneming de vragenlijst niet beantwoord.

(13)

Vijf importeurs in de Gemeenschap hebben op de toezending van de vragenlijsten gereageerd. Drie van deze importeurs verklaarden dat zij nooit PET-folie uit Brazilië of Israël geïmporteerd hadden. De overige twee importeurs verklaarden dat zij in het onderzoektijdvak geen Indiase PET-folie uit Brazilië of Israël geïmporteerd hadden. Daarom heeft geen van deze ondernemingen de vragenlijsten beantwoord.

(14)

De Commissie heeft bij de volgende ondernemingen een controle ter plaatse ingesteld:

 

Braziliaanse producent/exporteur:

Terphane Ltda. BR 101, km 101, City of Cabo de Santo Agostinho, State of Pernambuco, Brazilië („Terphane”)

 

Israëlische verwerkende onderneming:

Jolybar Filmtechnic Converting Ltd (1987), Hacharutsim str. 7, Ind. Park Siim 2000, Natania South, 42504. POB 8380, Israël („Jolybar”)

 

Producenten/exporteurs in India:

Ester Industries Limited, 75-76, Amrit Nagar, Behind South Extension Part — I, New Delhi — 110 003, India;

Flex Industries Limited, A-1, Sector 60, Noida 201301 (U.P.), India;

Polyplex Corporation Limited, B-37, Sector-1, Noida 201 301, Dist. Gautam Budh Nagar, Uttar Pradesh, India.

6.   ONDERZOEKTIJDVAK

(15)

Het onderzoek had betrekking op de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003. Om de wijziging van het handelspatroon te onderzoeken werden gegevens verzameld over de periode 2000 tot het einde van het onderzoektijdvak.

B.   RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

1.   MATE VAN MEDEWERKING

(16)

Zoals reeds vermeld in overweging 12, hebben vijf producenten/exporteurs uit India medewerking verleend aan het onderzoek door de vragenlijst te beantwoorden. Ook werd informatie verkregen van één Braziliaanse producent/exporteur van PET-folie en van één Israëlische onderneming die PET-folie snijdt en verwerkt. Deze Braziliaanse en Israëlische ondernemingen vertegenwoordigden volgens Eurostat slechts een klein deel (minder dan 1 % respectievelijk circa 5 %), zowel wat betreft volume als waarde, van de totale invoer van PET-folie uit deze landen in het onderzoektijdvak.

(17)

De Indiase autoriteiten hebben naar aanleiding van de opening van het onderzoek opmerkingen toegezonden en statistische informatie verstrekt betreffende de uitvoer van PET-folie uit India naar onder andere de Gemeenschap. Statistische gegevens over de uitvoer van PET-folie uit Brazilië naar de Gemeenschap werden ook verkregen van de Braziliaanse nationale databank.

2.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

(18)

Het betrokken product, zoals gedefinieerd in het oorspronkelijke onderzoek, is polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie), dat doorgaans wordt aangegeven onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 .

(19)

PET-folie die vanuit India in de Gemeenschap wordt ingevoerd en PET-folie die vanuit Brazilië en Israël in de Gemeenschap wordt ingevoerd, hebben dezelfde basiskenmerken en toepassingen. Derhalve zijn deze producten soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

3.   WIJZIGING IN DE STRUCTUUR VAN HET HANDELSVERKEER

India

(20)

De invoer van PET-folie maakte in de periode 1999-2003 gemiddeld 96,5 % uit van de totale invoer uit India onder de betrokken GN-codes. De marktanalyse werd daarom uitgevoerd aan de hand van Eurostatgegevens op GN-niveau. Opgemerkt dient te worden dat er in 1999 compenserende maatregelen zijn ingesteld op PET-folie uit India, waarna de invoer al was afgenomen. Vervolgens zijn er in 2001 antidumpingmaatregelen getroffen die leidden tot een verdere afname. De antidumpingmaatregelen ten aanzien van India bestaan uit prijsverbintenissen met vijf individuele producenten/exporteurs en een antidumpingrecht van 0 % voor één onderneming. Dit betekent dat voor het grootste deel van de invoer uit India in principe geen antidumpingrechten worden betaald. Voor alle andere producenten/exporteurs geldt een antidumpingrecht van 53,3 %. In 2000 bedroeg de invoer van PET-folie uit India 11 600 t. Deze invoer is aanvankelijk afgenomen tot 6 100 t in 2001, maar steeg vervolgens tot 7 700 t in 2002. In het onderzoektijdvak steeg de invoer nog verder, tot 11 500 t. De gegevens die de medewerkende Indiase producenten/exporteurs verstrekten, lieten een gelijkaardig verloop zien; een stijging van circa 1 400 ton van 2001 tot 2002 en een verdere stijging van circa 3 400 ton van 2002 tot 2003. Echter, niet alle Indiase producenten/exporteurs hebben medewerking verleend aan het onderzoek. Bovendien is de stijging van de invoer van 2000 tot 2003 voornamelijk toe te schrijven aan een grote toename van de invoer waarover de laagste rechten verschuldigd zijn.

(21)

Wat betreft het bovenstaande patroon dient te worden opgemerkt dat voor één onderneming aanzienlijk lagere cumulatieve rechten (13) golden dan voor de andere producenten. Het handelspatroon van deze onderneming liet een opmerkelijk verschil zien ten opzichte van de andere producenten: zij heeft haar aandeel in de uitvoer van het betrokken product naar de Gemeenschap van 2000 tot en met 2003 (het onderzoektijdvak) namelijk sterk vergroot. Anderzijds daalde het aandeel van de export naar de Gemeenschap van de overige Indiase producenten zeer sterk. Deze buitengewone trend buiten beschouwing gelaten, is het totale volume van de invoer van het betrokken product ruim onder het niveau van vóór de antidumpingmaatregelen gebleven.

(22)

De Indiase autoriteiten hebben statistische gegevens verstrekt over de uitvoer naar onder andere de Gemeenschap. Zij waren van mening dat uit de officiële Indiase statistieken niet bleek dat de antidumpingmaatregelen door de Indiase producenten van PET-folie zijn ontdoken. De gegevens waarnaar verwezen wordt, komen echter niet overeen met de exportgegevens die de medewerkende Indiase exporteurs hebben verstrekt, tenminste niet wat betreft de uitvoer naar Israël. Deze gegevens laten namelijk een duidelijke toename zien van de uitvoer naar Israël na instelling van de maatregelen (van circa 40 t in 2000 naar 800 t in het onderzoektijdvak). De officiële gegevens over de rechtstreekse export naar Brazilië laten slechts een marginale toename zien over dezelfde periode, maar deze hebben geen betrekking op de onrechtstreekse verkoop via andere landen. De enige bekende Braziliaanse producent van PET-folie heeft medewerking verleend aan het onderzoek en zijn uitvoer naar de Gemeenschap maakt slechts een verwaarloosbaar deel (0,5 %) uit van de totale invoer van dit product uit Brazilië.

Brazilië

(23)

De invoer van PET-folie uit Brazilië (Eurostat-cijfers op GN-niveau), minus de invoer van dat product afkomstig van de medewerkende onderneming, is toegenomen van circa 650 t in 2000, 1 200 t in 2001 tot ruim 2 500 t in 2002, het jaar volgende op dat waarin de antidumpingmaatregelen werden genomen (respectievelijk 0,6 %, 1,4 % en 3,2 % van de totale invoer van PET-folie). In het onderzoektijdvak bleef de invoer stabiel op ruim 2 000 t (2,4 % van de totale invoer van PET-folie).

(24)

De enige medewerkende onderneming in Brazilië, Terphane, is, zoals vermeld in overweging 22, de enige bekende producent van PET-folie in Brazilië. Deze onderneming heeft in het onderzoektijdvak slecht één enkele zending van 10,6 t PET-folie naar de Gemeenschap uitgevoerd. Afgezien van een monster in 2002, was dit de eerste export van PET-folie door deze onderneming naar de Gemeenschap. De onderneming lijkt daarom niet verantwoordelijk voor de grote hoeveelheden PET-folie die vanuit Brazilië in de Gemeenschap zijn ingevoerd in de periode 2000-2003 (overweging 23). De folie die aan de Gemeenschap is geleverd, is door de onderneming vervaardigd in een fabriek die is gebouwd vóór de instelling van de maatregelen tegen Indiase PET-folie. Daarom is er voor deze onderneming geen verandering van het handelspatroon vastgesteld.

Israël

(25)

De invoer van PET-folie uit Israël (Eurostat-cijfers op GN-niveau), minus de invoer van dit product afkomstig van de medewerkende onderneming, is toegenomen van 3 000 t in 2000 tot 3 400 t in 2001 (respectievelijk 3,7 % en 4,1% van de totale invoer van PET-folie). De invoer uit Israel bleef stijgen tot ruim 4 200 t in 2002 en tot meer dan 4 400 t in 2003 (respectievelijk 5,1 % en 5,3 % van de totale invoer van PET-folie). In Israël zijn enkele ondernemingen gevestigd die PET-folie verwerken, maar volgens de informatie die binnen de termijn is ontvangen, is het niet aannemelijk dat zij, zelfs tezamen, voldoende capaciteit hebben om verantwoordelijk te zijn voor de hoeveelheden PET-folie die in de periode 2000-2003 de Gemeenschap binnenkwamen vanuit Israël.

(26)

De officiële Indiase exportgegevens laten een gestage toename van de uitvoer uit India naar Israël zien. In 2000 werd 81 t uitgevoerd, 395 t in 2001, 1 032 t in 2002 en 2 453 t in het onderzoektijdvak.

(27)

De enige medewerkende onderneming in Israël, Jolybar, snijdt en verwerkt aangekochte PET-folie en verkoopt haar producten onder dezelfde GN-code als het betrokken product. De onderneming levert al sinds de jaren 1990 PET-folie aan de Gemeenschap. De hoeveelheid PET-folie die Jolybar naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd, is van 1999 tot 2003 (het onderzoektijdvak) verdubbeld. De folie die aan de Gemeenschap is geleverd, is door de onderneming vervaardigd in een fabriek die is gebouwd vóór de instelling van de maatregelen tegen Indiase PET-folie. Ongeacht de vraag of deze ontwikkeling van de uitvoer een verandering van het handelspatroon van de onderneming inhoudt, is deze kwestie verder buiten beschouwing gelaten, daar hiervoor een duidelijke economische rechtvaardiging was, zoals vermeld in overweging 31.

(28)

Gelet op het bovenstaande en met name gezien het samenvallen van de stijging van de invoer uit Brazilië en Israël met de inwerkingtreding van de antidumpingmaatregelen tegen PET-folie uit India in 2001, wordt er een wijziging van het handelspatroon vastgesteld bij de uitvoer van PET-folie uit India, Israël en Brazilië.

4.   ONVOLDOENDE REDEN OF ECONOMISCHE RECHTVAARDIGING

Brazilië

(29)

Gezien het gebrek aan medewerking van andere Braziliaanse bedrijven en het feit dat de bovengenoemde verandering in het Braziliaanse handelspatroon plaatsvond onmiddellijk na de invoering van de antidumpingrechten, moet op grond van de beschikbare informatie en het ontbreken van een andere verklaring worden vastgesteld dat de wijziging van het handelspatroon het gevolg was van de instelling van de rechten en niet van een andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening.

Israël

Niet-medewerkende producenten/exporteurs

(30)

Gezien het gebrek aan medewerking en het feit dat de bovengenoemde verandering van het handelspatroon plaatsvond onmiddellijk na de invoering van de antidumpingrechten moet op grond van de beschikbare informatie en het ontbreken van een andere verklaring worden vastgesteld dat de wijziging van het handelspatroon het gevolg was van de instelling van de rechten en niet van een andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening.

Medewerkende producent/exporteur

(31)

Uit het onderzoek bleek dat Jolybar al vele jaren PET-folie naar de Gemeenschap uitvoert en dat de uitgevoerde folie door de onderneming wordt vervaardigd in een fabriek die is gebouwd vóór de instelling van de maatregelen tegen Indiase PET-folie. De onderneming verklaarde dat zij over het algemeen geen Indiase folie aan afnemers in de Gemeenschap levert omdat deze de voorkeur geven aan hoogkwalitatieve Europese folie als grondstof voor de bewerking door Jolybar. In het onderzoektijdvak is bij wijze van uitzondering een hoeveelheid van ongeveer een ton Indiase folie naar één afnemer in de Gemeenschap verzonden, als onderdeel van een grotere zending die de afnemer met spoed nodig had. Daarom wordt geconcludeerd dat er voldoende economische rechtvaardiging bestaat voor de ontwikkeling van de uitvoer van Jolybar, die overeenkomt met haar activiteiten op de EG-markt.

5.   AANTASTING VAN DE CORRIGERENDE WERKING VAN HET RECHT WAT PRIJZEN EN/OF HOEVEELHEDEN BETREFT

Niet-medewerkende producenten/exporteurs

(32)

Uit de cijfers in de overwegingen 20 tot en met 28 blijkt dat het patroon van de invoer van het betrokken product na de instelling van de antidumpingmaatregelen in 2001 duidelijk is gewijzigd. Er was een aanzienlijke afname, met 5 500 t, van de invoer uit India bij instelling van de maatregelen, en een overeenkomstige stijging van de invoer van het betrokken product vanuit Brazilië en Israël. Uit de gegevens van Eurostat blijkt dat van 2000 tot het einde van het onderzoektijdvak de invoer vanuit Brazilië steeg met 1 376 t en vanuit Israël met 1 392 t. De parallelle afname van de invoer uit India, de invoer waarop de laagste rechten van toepassing zijn buiten beschouwing latend, is 5 653 t. Daarom wordt geoordeeld dat een deel van de export vanuit India vervangen is door export via Brazilië en Israël, waardoor afbreuk werd gedaan aan de corrigerende werking van de maatregelen wat betreft het invoervolume.

(33)

Door het gebrek aan medewerking moest voor de prijzen van het betrokken product, verzonden vanuit Brazilië en Israël, een beroep worden gedaan op de gegevens van Eurostat, die in dit geval de best beschikbare gegevens waren.

(34)

De gemiddelde prijs van PET-folie uit Brazilië gedurende het onderzoektijdvak, gecorrigeerd voor kosten na de invoer, bedroeg ongeveer 50 % van de schademarge die is vastgesteld tijdens het onderzoek dat tot de thans geldende antidumpingmaatregelen heeft geleid. Hieruit blijkt dat de invoer van PET-folie uit Brazilië ook afbreuk heeft gedaan aan de corrigerende werking van de antidumpingrechten wat de prijzen betreft.

(35)

De gemiddelde prijs van PET-folie uit Israël, gecorrigeerd voor kosten na de invoer, bedroeg in het onderzoektijdvak ongeveer 55 % van de schademarge die was vastgesteld bij het oorspronkelijke antidumpingonderzoek. Hieruit blijkt dat de invoer van PET-folie uit Israël ook afbreuk heeft gedaan aan de corrigerende werking van de antidumpingrechten wat de prijzen betreft.

(36)

Daarom wordt geconcludeerd dat de invoer van PET-folie uit Brazilië en Israël afbreuk heeft gedaan aan de corrigerende werking van de antidumpingmaatregelen zowel in termen van prijzen als van invoervolume.

6.   VERGELIJKING MET DE NORMALE WAARDE

Niet-medewerkende producenten/exporteurs

(37)

Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening is onderzocht of dumping kon worden aangetoond in vergelijking met de eerder vastgestelde normale waarde. Zoals vermeld in overweging 16 werd vanwege de geringe medewerking gebruik gemaakt van de gegevens van Eurostat, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, om de prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap vast te stellen. Op basis hiervan werd onderzocht of het betrokken product dat in het onderzoektijdvak vanuit Brazilië en Israël was verzonden met dumping was ingevoerd. Ook werd ervan uitgegaan dat het productassortiment van het PET-folie uit Brazilië en Israël in het onderzoektijdvak hetzelfde was als het Indiase productassortiment dat bij het oorspronkelijke onderzoek was onderzocht om exportprijs en normale waarde met elkaar te kunnen vergelijken.

(38)

Ten behoeve van een billijke vergelijking van de normale waarde met de exportprijs zijn correcties toegepast om rekening te houden met verschillen in factoren die gevolgen hadden voor de prijzen en de vergelijkbaarheid van deze prijzen. Deze correcties zijn toegepast overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening.

(39)

Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening is de gewogen gemiddelde waarde die bij het oorspronkelijke onderzoek was vastgesteld vergeleken met de gewogen gemiddelde exportprijzen in het onderzoektijdvak, vastgesteld zoals in overweging 34 en 35 vermeld. Uit deze vergelijkingen bleek dat de dumpingmarge, in procenten van de cif-invoerprijs, grens Gemeenschap, vóór inklaring, 17,5 % voor Brazilië en 14,5 % voor Israël bedroeg.

C.   VERZOEKEN OM VRIJSTELLING VAN REGISTRATIE OF UITBREIDING VAN HET RECHT

(40)

De Commissie heeft van Terphane en Jolybar een verzoek ontvangen om vrijstelling van registratie en maatregelen. Zoals vermeld in de overwegingen 24 en 27 hebben deze ondernemingen medewerking verleend aan het onderzoek door de vragenlijst te beantwoorden en een onderzoek ter plaatse toe te staan. Bij Verordening (EG) nr. 1830/2004 (14) van 21 oktober 2004 heeft de Commissie de inleidingsverordening gewijzigd om de registratie van de invoer van PET-folie van Terphane en Jolybar te beeindigen, aangezien gebleken is dat zij de antidumpingmaatregelen niet hebben ontdoken.

(41)

Overeenkomstig de bevinding dat Terphane en Jolybar de antidumpingmaatregelen niet hebben ontdoken, dienen deze ondernemingen ook vrijgesteld te worden van de voorziene uitbreiding van de maatregelen.

D.   MAATREGELEN

(42)

Gelet op bovengenoemde bevindingen wordt geconcludeerd dat de rechten zijn ontdoken in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. Overeenkomstig artikel 13, lid 1, eerste zin, van de basisverordening moeten de huidige antidumpingmaatregelen ten aanzien van PET-folie uit India worden uitgebreid tot PET-folie die vanuit Brazilië of Israël is verzonden en die bij invoer al dan niet wordt aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël. Deze uitbreiding geldt niet voor PET-folie die is vervaardigd door Terphane en Jolybar.

(43)

Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening waarin bepaald is dat maatregelen kunnen worden genomen ten aanzien van producten waarvan de invoer is geregistreerd met ingang van de datum van registratie, dient het antidumpingrecht te worden geheven van PET-folie uit Brazilië en Israël waarvan de invoer op grond van de inleidingsverordening is geregistreerd, met uitzondering van PET-folie uit Brazilië die door Terphane is vervaardigd en PET-folie uit Israël die door Jolybar is vervaardigd.

(44)

De vrijstelling van de uitgebreide maatregelen voor door Jolybar en Terphane vervaardigde PET-folie blijft, overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening, van toepassing zolang niet wordt vastgesteld dat de vrijstelling is verleend op grond van onjuiste of misleidende informatie van de betrokken ondernemingen. Bij aanwijzingen van het tegendeel kan de Commissie een onderzoek openen om vast te stellen of de vrijstelling moet worden ingetrokken.

(45)

Op grond van de bevindingen van het huidige onderzoek dient de uitbreiding van de rechten niet te gelden voor PET-folie afkomstig van Terphane en Jolybar. Deze vrijstelling is uitsluitend van toepassing op PET-folie uit respectievelijk Brazilië en Israël die door deze rechtspersonen is vervaardigd. PET-folie die is vervaardigd of verzonden door andere ondernemingen die niet specifiek met naam en adres in het dispositief van deze verordening zijn genoemd, met inbegrip van rechtspersonen die banden hebben met de specifiek genoemde onderneming, komen niet in aanmerking voor de vrijstelling en zijn onderworpen aan het bij Verordening (EG) nr. 1676/2001 ingestelde residuele recht.

E.   PROCEDURE

(46)

Belanghebbenden werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Raad voornemens was het definitieve antidumpingrecht uit te breiden en werden in de gelegenheid gesteld hierover opmerkingen te maken en te verzoeken te worden gehoord. De Israelische autoriteiten hebben nogmaals gewezen op de opmerkingen van de Indiase overheid (zie overweging 10). Zij hebben ook een lijst toegezonden van Israelische bedrijven die PET-folie verwerken en die in 2003 en 2004 naar de Gemeenschap hebben uitgevoerd. Daar deze bedrijven binnen de termijnen geen medewerking hadden verleend, kon echter niet worden vastgesteld of zij de antidumpingmaatregelen hadden ontdoken. Zij konden daarom niet worden vrijgesteld van het tot Israël uitgebreide antidumpingrecht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het definitieve antidumpingrecht van 53,3 % dat bij Verordening (EG) nr. 1676/2001 werd ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie, ingedeeld onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 , van oorsprong uit India, wordt uitgebreid tot polyethyleentereftalaatfolie verzonden uit Brazilië en Israël (al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël) (Taric-codes 3920 62 19 01, 3920 62 19 04, 3920 62 19 07, 3920 62 19 11, 3920 62 19 14, 3920 62 19 17, 3920 62 19 21, 3920 62 19 24, 3920 62 19 27, 3920 62 19 31, 3920 62 19 34, 3920 62 19 37, 3920 62 19 41, 3920 62 19 44, 3920 62 19 47, 3920 62 19 51, 3920 62 19 54, 3920 62 19 57, 3920 62 19 61, 3920 62 19 67, 3920 62 19 74, 3920 62 19 92, 3920 62 90 31, 3920 62 90 92). Van deze uitbreiding is uitgezonderd polyethyleentereftalaatfolie die is vervaardigd door Terphane Ltda, BR 101, km 101, City of Cabo de Santo Agostinho, State of Pernambuco, Brazilië (aanvullende Taric-code A569) en door Jolybar Filmtechnic Converting Ltd. (1987), Hacharutsim str. 7, Ind. Park Siim 2000, Natania South, 42504, POB 8380, Israël (aanvullende Taric-code A570).

2.   Het recht dat bij lid 1 van dit artikel wordt uitgebreid, wordt geheven van polyethyleentereftalaatfolie waarvan de invoer overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 284/2004 van de Commissie en artikel 13, lid 3 en artikel 14, lid 4 van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad, is geregistreerd, met uitzondering van polyethyleentereftalaatfolie dat is vervaardigd door Terphane Ltda, BR 101, km 101, City of Cabo de Santo Agostinho, State of Pernambuco, Brazilië en door Jolybar Filmtechnic Converting Ltd. (1987), Hacharutsim str. 7, Ind. Park Siim 2000, Natania South, 42504, POB 8380, Israël.

3.   De bepalingen inzake douanerechten zijn van toepassing.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 november 2004.

Voor de Raad

De voorzitster

M. VAN DER HOEVEN


(1)   PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)   PB L 227 van 23.8.2001, blz. 1.

(3)   PB L 227 van 23.8.2001, blz. 56.

(4)   PB L 316 van 10.12.1999, blz. 1.

(5)   PB C 154 van 28.6.2002, blz. 2.

(6)   PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004.

(7)   PB C 281 van 22.11.2003, blz. 4.

(8)   PB C 43 van 19.2.2004, blz. 14.

(9)   PB L 49 van 19.2.2004, blz. 28.

(10)   PB L 49 van 19.2.2004, blz. 25.

(11)  Zie bladzijde 8 van dit Publicatieblad.

(12)  Besluit inzake ontduiking goedgekeurd door het Comité Handelsbesprekingen op 15 december 1993.

(13)  Op de betrokken onderneming was een compenserend recht van 7 % van toepassing.

(14)   PB L 321 van 22.10.2004, blz. 26.


18.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 342/8


VERORDENING (EG) Nr. 1976/2004 VAN DE RAAD

van 15 november 2004

tot uitbreiding van het definitieve compenserende recht dat bij Verordening (EG) nr. 2597/1999 werd ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) uit onder andere India, tot polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) verzonden uit Brazilië en Israël, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (hierna „de basisverordening” genoemd), en met name op artikel 23,

Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg in het kader van het Raadgevend Comité heeft ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   THANS GELDENDE MAATREGELEN

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 2597/1999 (2) heeft de Raad in 2001 definitieve compenserende rechten ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie (PET) van oorsprong uit India. De compenserende rechten varieerden van 3,8 % tot 19,1 %.

(2)

Op PET-folie uit India worden op grond van Verordening (EG) nr. 1676/2001 (3) ook antidumpingrechten geheven, variërend van 0 % tot 62,6 %.

2.   LOPENDE ONDERZOEKEN

(3)

Op 28 juni 2002 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (4) de inleiding aangekondigd van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 19 van de basisverordening. De procedure is beperkt tot een onderzoek naar de vorm van de maatregel; met name dient te worden onderzocht of de door de indiener van het verzoek aangeboden verbintenis kan worden aanvaard. Dit onderzoek is nog gaande.

(4)

Op 22 november 2003 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (5) de inleiding aangekondigd van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 (6), dat beperkt is tot een onderzoek naar de vorm van de antidumpingmaatregelen. Dit onderzoek is nog gaande.

(5)

Op 19 februari 2004 heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (7) de inleiding aangekondigd van een tussentijdse herzieningsprocedure op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 284/96, dat beperkt is tot een onderzoek naar dumping door de Indiase producent/exporteur Jindal Polyester Limited. Dit onderzoek is nog gaande.

3.   VERZOEK

(6)

Op 6 januari 2004 heeft de Commissie van de producenten DuPont Teijin Films, Mitsubishi Polyester Film GmbH en Nuroll SpA het verzoek ontvangen om op grond van artikel 23, lid 2, van de basisverordening een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontduiking van de compenserende maatregelen ten aanzien van PET-folie uit India. De indieners van het verzoek vertegenwoordigen een groot deel van de productie van PET-folie in de Gemeenschap.

(7)

De indieners van het verzoek voerden aan, en legden in dit verband voldoende bewijsmateriaal voor, dat zich na de instelling van maatregelen ten aanzien van PET-folie uit India aanzienlijke wijzigingen hadden voorgedaan in het patroon van de uitvoer van PET-folie uit Brazilië en Israël naar de Gemeenschap. Deze wijziging van het handelsverkeer lijkt te zijn veroorzaakt door het feit dat PET-folie uit India in Brazilië en Israël wordt overgeladen en via deze landen in de Gemeenschap wordt ingevoerd. De indieners van het verzoek voerden aan dat er, naast het compenserende recht op PET-folie uit India, geen voldoende reden of economische rechtvaardiging voor deze wijziging was.

(8)

De indieners van het verzoek hebben ten slotte bewijsmateriaal voorgelegd waaruit bleek dat afbreuk werd gedaan aan de corrigerende werking van het recht, zowel wat hoeveelheden als wat prijzen betreft. De invoer van aanzienlijke hoeveelheden PET-folie uit Brazilië en Israël lijkt de invoer uit India te hebben vervangen. Bovendien legden de indieners van het verzoek bewijsmateriaal voor dat de PET-folie uit India nog steeds gesubsidieerd wordt, hetgeen volgens het oorspronkelijke onderzoek aanleiding geeft tot compenserende maatregelen.

4.   OPENING VAN HET ONDERZOEK

(9)

Bij Verordening (EG) nr. 283/2004 (8) (hierna „de inleidingsverordening” genoemd) heeft de Commissie een onderzoek geopend naar de mogelijke ontduiking van de compenserende maatregelen ten aanzien van PET-folie uit India door invoer van deze folie die uit Brazilië en Israël was verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong zijnde uit Brazilië of Israël. Tevens heeft de Commissie de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 23, lid 2, en artikel 24, lid 5, van de basisverordening opgedragen de invoer van uit Brazilië en Israël verzonden PET-folie, al dan niet aangegeven als van oorsprong zijnde uit Brazilië of Israël, met ingang van 20 februari 2004 te registreren. De Commissie heeft de autoriteiten van Brazilië en Israël in kennis gesteld van de opening van het onderzoek. Tegelijkertijd heeft de Commissie bij Verordening (EG) nr. 284/2004 (9) ook een onderzoek geopend naar de mogelijke ontduiking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van PET-folie uit India door verzending van deze folie via Brazilië en Israël naar de Gemeenschap waar deze al dan niet wordt aangegeven als van oorsprong zijnde uit Brazilië of Israël. De bevindingen van dat onderzoek zijn weergegeven in Verordening (EG) nr. 1975/2004 (10).

(10)

De Indiase autoriteiten waren van oordeel dat een onderzoek naar ontduiking niet toegestaan was uit hoofde van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994, noch uit hoofde van de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen. Dit argument werd afgewezen daar de bepalingen inzake ontduiking in de basisverordening niet strijdig zijn met de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 noch met de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen. De Slotakte waarin de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde zijn vastgelegd, bevat een besluit over ontduiking (11) waarin de kwestie, bij het ontbreken van overeenstemming over een bepaalde tekst, wordt verwezen naar het Antidumpingcomité. Daar dit besluit werd genomen terwijl het bekend was dat diverse leden van de Wereldhandelsorganisatie reeds hun eigen wetgeving inzake ontduiking hadden, interpreteert de Europese Gemeenschap dit besluit zo, dat individuele leden bestaande bepalingen op dit gebied mogen behouden of nieuwe bepalingen mogen vaststellen, in afwachting van de goedkeuring van multilateraal overeengekomen regelgeving. Dezelfde principes dienen logischerwijs van toepassing te zijn op antidumpingonderzoeken.

5.   ONDERZOEK

(11)

Er zijn vragenlijsten verzonden naar de producenten/exporteurs in India, Brazilië en Israël, die medewerking hebben verleend aan het oorspronkelijke onderzoek, die in het verzoek werden genoemd of die later bij de Commissie bekend zijn geworden. Er zijn ook vragenlijsten gezonden aan de importeurs in de Gemeenschap die in het verzoek waren vermeld of die medewerking hadden verleend aan het oorspronkelijke onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid. Alle partijen werden erover ingelicht dat het niet verlenen van medewerking zou leiden tot de toepassing van artikel 28 van de basisverordening en dus tot bevindingen die, doordat zij op beschikbare gegevens waren gebaseerd, voor hen minder gunstig zouden kunnen zijn dan wanneer zij wel medewerking hadden verleend.

(12)

Er zijn antwoorden op de vragenlijsten ontvangen van zes producenten/exporteurs uit India, één uit Brazilië en één onderneming uit Israël die PET-folie snijdt, verwerkt en naar de Gemeenschap uitvoert. Een andere Israëlische onderneming heeft zich aangemeld en verklaard dat zij PET-folie verwerkt, maar dat de aldus verkregen producten niet worden geëxporteerd onder de GN-codes waaronder PET-folie wordt ingedeeld. Daarom heeft deze onderneming de vragenlijst niet beantwoord.

(13)

Vijf importeurs in de Gemeenschap hebben op de toezending van de vragenlijsten gereageerd. Drie van deze importeurs verklaarden dat zij nooit PET-folie uit Brazilië of Israël geïmporteerd hadden. De overige twee importeurs verklaarden dat zij in het onderzoektijdvak geen Indiase PET-folie uit Brazilië of Israël geïmporteerd hadden. Daarom heeft geen van deze ondernemingen de vragenlijsten beantwoord.

(14)

De Commissie heeft bij de volgende ondernemingen een controle ter plaatse ingesteld.

 

Braziliaanse producent/exporteur:

Terphane Ltda, BR 101, km 101, City of Cabo de Santo Agostinho, State of Pernambuco, Brazilië (hierna „Terphane” genoemd).

 

Israëlische verwerkende onderneming:

Jolybar Filmtechnic Converting Ltd (1987), Hacharutsim str. 7, Ind. Park Siim 2000, Natania South, 42504, POB 8380, Israël (hierna „Jolybar” genoemd).

 

Producenten/exporteurs in India:

Ester Industries Limited, 75-76, Amrit Nagar, Behind South Extension Part – I, New Delhi – 110 003, India;

Flex Industries Limited, A-1, Sector 60, Noida 201 301 (U.P.), India;

Jindal Polyester Limited, 56 Hanuman Road, New Delhi 110 001, India;

Polyplex Corporation Limited, B-37, Sector-1, Noida 201 301, Dist. Gautam Budh Nagar, Uttar Pradesh, India.

6.   ONDERZOEKTIJDVAK

(15)

Het onderzoek had betrekking op de periode van 1 januari tot en met 31 december 2003. Om de wijziging van het handelspatroon te onderzoeken zijn gegevens verzameld over de periode 1998 tot het einde van het onderzoektijdvak.

B.   RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

1.   MATE VAN MEDEWERKING

(16)

Zoals reeds vermeld in overweging 12, hebben zes producenten/exporteurs uit India medewerking verleend aan het onderzoek door de vragenlijst te beantwoorden. Ook is informatie verkregen van één Braziliaanse producent/exporteur van PET-folie en van één Israëlische onderneming die PET-folie snijdt en verwerkt. Deze Braziliaanse en Israëlische ondernemingen vertegenwoordigden volgens Eurostat slechts een klein deel (minder dan 1 % respectievelijk circa 5 %), zowel wat betreft volume als waarde, van de totale invoer van PET-folie uit deze landen in het onderzoektijdvak.

(17)

De Indiase autoriteiten hebben naar aanleiding van de opening van het onderzoek opmerkingen toegezonden en statistische informatie verstrekt betreffende de uitvoer van PET-folie uit India naar onder andere de Gemeenschap. Statistische gegevens over de uitvoer van PET-folie uit Brazilië naar de Gemeenschap werden ook verkregen van de Braziliaanse nationale databank. De Indiase overheid heeft ook informatie verstrekt over het gebruik van de regelingen door ondernemingen die onderworpen zijn aan de thans geldende maatregelen.

2.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

(18)

Het betrokken product is, zoals gedefinieerd in het oorspronkelijke onderzoek, polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie), dat doorgaans wordt ingedeeld onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 .

(19)

PET-folie die vanuit India in de Gemeenschap wordt uitgevoerd en PET-folie die vanuit Brazilië en Israël in de Gemeenschap wordt ingevoerd, hebben dezelfde basiskenmerken en toepassingen. Derhalve zijn deze producten soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 5, van de basisverordening.

3.   WIJZIGING IN DE STRUCTUUR VAN HET HANDELSVERKEER

India

(20)

De invoer van PET-folie maakte in de periode 1999-2003 gemiddeld 96,5 % uit van de totale invoer uit India onder de betrokken GN-codes. De marktanalyse werd daarom uitgevoerd aan de hand van Eurostat-gegevens op het niveau van de gecombineerde nomenclatuur. In 1999 werden compenserende maatregelen ingesteld op PET-folie uit India, waarna deze invoer is afgenomen van 11 700 t in 1998 tot 10 600 t in 1999. In 2000 steeg de invoer weer tot 11 600 t, waarna de instelling van antidumpingmaatregelen tot een afname van de invoer met 6 100 t heeft geleid. Sindsdien is de invoer geleidelijk gestegen: in het onderzoektijdvak bedroeg zij 11 500 t.

(21)

Wat betreft het bovenstaande patroon dient te worden opgemerkt dat voor één onderneming aanzienlijk lagere cumulatieve rechten (12) golden dan voor de andere producenten. Het handelspatroon van deze onderneming verschilde duidelijk van dat van de andere producenten: zij heeft haar aandeel in de Indiase uitvoer van het betrokken product naar de Gemeenschap namelijk enorm vergroot in de periode vanaf de instelling van de compenserende maatregelen tot aan het onderzoektijdvak. Met name in 2001, toen de antidumpingmaatregelen werden ingesteld, heeft deze onderneming haar aandeel in de totale Indiase export naar de Gemeenschap zeer sterk vergroot ten opzichte van 2000. Indien deze buitengewone trend buiten beschouwing wordt gelaten, is de totale omvang van de invoer in de Gemeenschap van PET-folie uit India duidelijk lager dan vóór de instelling van compenserende maatregelen.

(22)

De Indiase autoriteiten hebben statistische gegevens verstrekt over de uitvoer naar onder andere de Gemeenschap. Zij waren van mening dat uit de officiële Indiase statistieken niet bleek dat de compenserende maatregelen door de Indiase producenten van PET-folie zijn ontdoken. De gegevens waarnaar verwezen werd, komen echter niet overeen met de exportgegevens die de medewerkende Indiase exporteurs hebben verstrekt, tenminste niet wat betreft de uitvoer naar Israël. Deze gegevens laten een duidelijke toename zien van de uitvoer vanuit India naar Israël in de periode 2000-2003. De Indiase gegevens over de rechtstreekse export naar Brazilië laten een toename zien van 460 t in 1998 tot meer dan 1 500 t in 2000, waarna de export relatief stabiel blijft op dit niveau. De aanvankelijke stijging is zeer aanzienlijk en indien het niveau van de export vervolgens ongeveer gelijk blijft, is dit geen bewijs dat er geen ontduiking heeft plaatsgevonden, daar deze cijfers geen betrekking hebben op de onrechtstreekse verkoop via andere landen. De enige bekende Braziliaanse producent van PET-folie heeft medewerking verleend aan het onderzoek en zijn uitvoer naar de Gemeenschap maakte slechts een verwaarloosbaar deel (0,5 %) uit van de totale invoer van dit product uit Brazilië in het onderzoektijdvak.

Brazilië

(23)

De invoer van PET-folie uit Brazilië (Eurostat-cijfers op het niveau van de gecombineerde nomenclatuur), minus de invoer van dit product afkomstig van de medewerkende onderneming, is toegenomen van 115 t in 1998 (0,2 % van de totale invoer van PET-folie) tot 650 t in 2000 (0,6 %), het jaar volgend op de instelling van de compenserende maatregelen. In 2001 bedroeg de invoer meer dan 1 200 t (1,4 %), in 2002 ruim 2 500 t (3,2 %) en in het onderzoektijdvak ruim 2 000 t (2,4 % van de totale invoer van PET-folie).

(24)

De enige medewerkende onderneming in Brazilië, Terphane, is, zoals in overweging 22 vermeld, de enige bekende producent van PET-folie in Brazilië. Deze onderneming heeft in het onderzoektijdvak slecht één enkele zending van 10,6 t PET-folie naar de Gemeenschap uitgevoerd. Afgezien van een monster in 2002, was dit de eerste export van PET-folie door deze onderneming naar de Gemeenschap. De onderneming lijkt daarom niet verantwoordelijk voor de grote hoeveelheden PET-folie die vanuit Brazilië in de Gemeenschap zijn ingevoerd in de periode 1998-2003 (overweging 23). De folie die aan de Gemeenschap is geleverd, is door de onderneming vervaardigd in een fabriek die is gebouwd vóór de instelling van de maatregelen tegen Indiase PET-folie. Daarom is er voor deze onderneming geen verandering van het handelspatroon vastgesteld.

Israël

(25)

De invoer van PET-folie uit Israël (Eurostat-cijfers op het niveau van de gecombineerde nomenclatuur), minus de invoer van dit product afkomstig van de medewerkende onderneming, is afgenomen van 1 100 t in 1998 tot iets minder dan 1 000 t in 1999 (1,3 % van de totale invoer van PET-folie), maar daarna toegenomen tot 3 000 t in 2000 en tot 3 400 t in 2001 (respectievelijk 3,7 % en 4,1 % van de totale invoer van PET-folie). De invoer uit Israël bleef stijgen tot ruim 4 200 t in 2002 en tot meer dan 4 400 t in 2003 (respectievelijk 5,1 % en 5,3 % van de totale invoer van PET-folie). In Israël zijn enkele ondernemingen gevestigd die PET-folie verwerken, maar volgens de informatie die binnen de termijn is ontvangen, is het niet aannemelijk dat zij, zelfs tezamen, voldoende capaciteit hebben om verantwoordelijk te zijn voor de hoeveelheden PET-folie die in de periode 2000-2003 de Gemeenschap binnenkwamen vanuit Israël.

(26)

De officiële Indiase exportgegevens laten aanvankelijk een daling van de export naar Israël zien, van 53 t in 1998 tot 44 t in 1999. In 2000 werd 81 t uitgevoerd, in 2001 395 t, in 2002 1 032 t en in het onderzoektijdvak 2 453 t.

(27)

De enige medewerkende onderneming in Israël, Jolybar, snijdt en verwerkt aangekochte PET-folie en verkoopt haar producten onder dezelfde GN-code als het betrokken product. De onderneming levert al sinds de jaren negentig PET-folie aan de Gemeenschap. De hoeveelheid PET-folie die Jolybar naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd, is van 1999 tot 2003 (het onderzoektijdvak) verdubbeld. De folie die aan de Gemeenschap is geleverd, is door de onderneming vervaardigd in een fabriek die is gebouwd vóór de instelling van de maatregelen tegen Indiase PET-folie. Ongeacht de vraag of deze ontwikkeling van de uitvoer een verandering van het handelspatroon van de onderneming inhoudt, is deze kwestie verder buiten beschouwing gelaten, daar hiervoor een duidelijke economische rechtvaardiging was, zoals vermeld in overweging 31.

(28)

Gelet op het bovenstaande en met name gezien het samenvallen van de stijging van de invoer uit Brazilië en Israël met de inwerkingtreding van de compenserende maatregelen tegen PET-folie uit India in 1999, wordt er een wijziging van het handelspatroon vastgesteld bij de uitvoer van PET-folie uit India, Israël en Brazilië.

4.   ONVOLDOENDE REDEN OF ECONOMISCHE RECHTVAARDIGING

Brazilië

Niet-medewerkende producenten/exporteurs

(29)

Gezien het gebrek aan medewerking van andere Braziliaanse bedrijven en het feit dat de bovengenoemde verandering van het Braziliaanse handelspatroon plaatsvond na de invoering van de compenserende rechten, moet op grond van de beschikbare informatie en het ontbreken van een andere verklaring worden vastgesteld dat de wijziging van het handelspatroon het gevolg was van de instelling van de rechten en niet van een andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 23, lid 1, van de basisverordening.

Israël

Niet-medewerkende producenten/exporteurs

(30)

Gezien het gebrek aan medewerking en het feit dat de bovengenoemde verandering van het handelspatroon plaatsvond na de invoering van de compenserende rechten moet op grond van de beschikbare informatie en het ontbreken van een andere verklaring worden vastgesteld dat de wijziging van het handelspatroon het gevolg was van de instelling van de rechten en niet van een andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 23, lid 1, van de basisverordening.

Medewerkende producent/exporteur

(31)

Uit het onderzoek bleek dat Jolybar al vele jaren PET-folie naar de Gemeenschap uitvoert en dat de uitgevoerde folie door de onderneming wordt vervaardigd in een fabriek die is gebouwd vóór de instelling van de maatregelen tegen Indiase PET-folie. De onderneming verklaarde dat zij over het algemeen geen Indiase folie aan afnemers in de Gemeenschap levert omdat deze de voorkeur geven aan hoogkwalitatieve Europese folie als grondstof voor de bewerking door Jolybar. In het onderzoektijdvak is bij wijze van uitzondering een hoeveelheid van ongeveer 1 t Indiase folie naar één afnemer in de Gemeenschap verzonden, als onderdeel van een grotere zending die de afnemer met spoed nodig had. Daarom wordt geconcludeerd dat er voldoende economische rechtvaardiging bestaat voor de ontwikkeling van de uitvoer van Jolybar, die overeenkomt met haar activiteiten op de EG-markt.

5.   AANTASTING VAN DE CORRIGERENDE WERKING VAN HET RECHT WAT PRIJZEN EN/OF HOEVEELHEDEN BETREFT

Niet-medewerkende producenten/exporteurs

(32)

Uit de cijfers in de overwegingen 20 tot en met 28 blijkt dat het patroon van de invoer van het betrokken product na de instelling van de maatregelen in 1999 duidelijk is gewijzigd. De invoer uit India naar de Gemeenschap daalde ten tijde van de instelling van de maatregelen van 11 700 t in 1998 tot 10 600 t in 1999 (-9 %). De export uit Brazilië en Israël nam van 1999 op 2000 zeer sterk toe, cumulatief van minder dan 1 000 t tot meer dan 3 500 t. Volgens Eurostat steeg de invoer vanuit Brazilië met 1 900 t en vanuit Israël met 3 500 t van 1998 tot het einde van het onderzoektijdvak. De export uit India, die daalde na instelling van de compenserende maatregelen en verder daalde na instelling van de antidumpingmaatregelen, is sindsdien weer gestegen tot het niveau van voor de compenserende maatregelen. Daarom wordt aangenomen dat een deel van de exportstroom vanuit India aanvankelijk is gecompenseerd en vervolgens aangevuld door exportstromen via Brazilië en Israël, waardoor afbreuk werd gedaan aan de corrigerende werking van de maatregelen wat betreft het invoervolume.

(33)

Door het gebrek aan medewerking moest voor de prijzen van PET-folie, verzonden vanuit Brazilië en Israël, een beroep worden gedaan op de gegevens van Eurostat die in dit geval de best beschikbare gegevens waren.

(34)

De gemiddelde prijs van PET-folie uit Brazilië, gecorrigeerd voor kosten na de invoer, bedroeg in het onderzoektijdvak ongeveer 67 % van de schademarge die was vastgesteld bij het onderzoek dat tot de compenserende maatregelen heeft geleid. Hieruit blijkt dat de invoer van PET-folie uit Brazilië ook afbreuk heeft gedaan aan de corrigerende werking van de rechten wat betreft de prijzen.

(35)

De gemiddelde prijs van PET-folie uit Israël, gecorrigeerd voor kosten na de invoer, bedroeg in het onderzoektijdvak ongeveer 75 % van de schademarge die was vastgesteld tijdens het oorspronkelijke antisubsidieonderzoek. Hieruit blijkt dat de invoer van PET-folie uit Israël ook afbreuk heeft gedaan aan de corrigerende werking van de rechten wat betreft de prijzen.

(36)

Daarom wordt geconcludeerd dat de invoer van PET-folie uit Brazilië en Israël afbreuk heeft gedaan aan de corrigerende werking van de compenserende maatregelen zowel in termen van prijzen als van invoervolume.

6.   VOORTZETTING VAN DE SUBSIDIES

(37)

Uit het oorspronkelijke onderzoek bleek dat Indiase ondernemingen de volgende subsidies ontvingen: Duty Entitlement Passbook-regeling (vóór export), Duty Entitlement Passbook-regeling (na export) (hierna „DEPB” genoemd), Kapitaalgoederen exportbevorderingsregeling (hierna „KGEB-regeling” genoemd) en de regeling exportpromotiezones/exportgeoriënteerde bedrijven (hierna „EPZ/EGB” genoemd), evenals bepaalde regionale regelingen. Uit de door de Indiase overheid verstrekte informatie bleek dat de DEPB- (na export) en KGEB-regelingen nog steeds toegepast werden, maar dat de betrokken ondernemingen niet gevestigd waren in gebieden waar zij gebruik konden maken van de regeling SEZ/EPZ, de opvolger van EPZ/EGB. Er werd geen informatie verstrekt over de regionale regelingen. Vijf van de zes medewerkende ondernemingen bevestigden dat zij middelen ontvangen hadden op grond van de DEPB- en/of de KGEB-regeling. De zesde onderneming weigerde deze informatie te verstrekken tenzij de Commissie het subsidieniveau opnieuw zou berekenen. Eén van de ondernemingen beweerde dat de subsidies geen aanleiding gaven tot compenserende maatregelen. Volgens artikel 23, lid 1, van de basisverordening hoeft niet te worden aangetoond dat de ontvangen subsidies aanleiding blijven geven tot compenserende maatregelen, noch dient het subsidieniveau opnieuw te worden berekend. Geconstateerd werd dat ten minste een deel van de subsidieregelingen waartegen volgens het oorspronkelijke onderzoek compenserende maatregelen kon worden genomen, nog steeds bestond en dat de meeste medewerkende Indiase exporteurs gebruikmaken van deze regelingen. Bij gebrek aan medewerking moet worden aangenomen dat andere producenten/exporteurs ook gebruikmaken van dergelijke subsidies. Daarom wordt geconcludeerd dat de uitgevoerde PET-folie nog steeds gesubsidieerd wordt, waardoor op grond van artikel 23, lid 1, van de basisverordening de compenserende rechten kunnen worden uitgebreid tot de invoer van hetzelfde product uit derde landen.

C.   VERZOEKEN OM VRIJSTELLING VAN REGISTRATIE OF UITBREIDING VAN HET RECHT

(38)

De Commissie heeft van Terphane en Jolybar een verzoek ontvangen om vrijstelling van registratie en maatregelen. Zoals vermeld in de overwegingen 24 en 27 hebben deze ondernemingen medewerking verleend aan het onderzoek door de vragenlijst te beantwoorden en een onderzoek ter plaatse toe te staan.

(39)

Bij Verordening (EG) nr. 1830/2004 (13) heeft de Commissie de inleidingsverordening gewijzigd om de registratie van de invoer van PET-folie, afkomstig van Terphane en Jolybar, te beëindigen, daar deze ondernemingen de compenserende maatregelen niet hebben ontdoken.

(40)

Overeenkomstig de bevinding dat Terphane en Jolybar de compenserende maatregelen niet hebben ontdoken, dienen deze ondernemingen ook vrijgesteld te worden van de voorziene uitbreiding van de maatregelen.

D.   MAATREGELEN

(41)

Gelet op bovengenoemde bevindingen wordt geconcludeerd dat de rechten zijn ontdoken in de zin van artikel 23, lid 1, van de basisverordening. Overeenkomstig artikel 23, lid 1, van de basisverordening moeten de thans geldende compenserende maatregelen ten aanzien van PET-folie uit India worden uitgebreid tot PET-folie die vanuit Brazilië of Israël wordt verzonden en die al dan niet wordt aangegeven als van oorsprong zijnde uit Brazilië of Israël. Deze uitbreiding geldt niet voor PET-folie die is vervaardigd door Terphane en Jolybar.

(42)

Overeenkomstig artikel 24, lid 5, van de basisverordening waarin is bepaald dat maatregelen kunnen worden genomen ten aanzien van producten waarvan de invoer is geregistreerd met ingang van de datum van registratie, dient het compenserende recht te worden geheven van PET-folie uit Brazilië en Israël waarvan de invoer op grond van de inleidingsverordening werd geregistreerd, met uitzondering van PET-folie uit Brazilië die door Terphane is vervaardigd en PET-folie uit Israël die door Jolybar is vervaardigd.

(43)

De vrijstelling van de uitgebreide maatregelen voor door Jolybar en Terphane vervaardigde PET-folie blijft, overeenkomstig artikel 23, lid 3, van de basisverordening, van toepassing zolang niet wordt vastgesteld dat de vrijstelling is verleend op grond van onjuiste of misleidende informatie van de betrokken ondernemingen. Bij aanwijzingen van het tegendeel kan de Commissie een onderzoek openen om vast te stellen of de vrijstelling moet worden ingetrokken.

(44)

Op grond van de bevindingen van het huidige onderzoek dient de uitbreiding van de rechten niet te gelden voor PET-folie afkomstig van Terphane en Jolybar. Deze vrijstelling is uitsluitend van toepassing op PET-folie uit respectievelijk Brazilië en Israël die door deze rechtspersonen is vervaardigd. PET-folie die is vervaardigd of verzonden door andere ondernemingen die niet specifiek met naam en adres in het dispositief van deze verordening zijn genoemd, met inbegrip van rechtspersonen die banden hebben met de specifiek genoemde ondernemingen, komen niet voor de vrijstelling in aanmerking en zijn onderworpen aan het bij Verordening (EG) nr. 2597/1999 ingestelde residuele recht.

E.   PROCEDURE

(45)

Belanghebbenden werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Raad voornemens was het definitieve compenserende recht uit te breiden en werden in de gelegenheid gesteld hierover opmerkingen te maken en te verzoeken te worden gehoord. De Israelische autoriteiten hebben nogmaals gewezen op de opmerkingen van de Indiase overheid (zie overweging 10). Zij hebben ook een lijst toegezonden van Israelische bedrijven die PET-folie verwerken en die in 2003 en 2004 naar de Gemeenschap hadden uitgevoerd. Daar deze bedrijven binnen de termijnen geen medewerking hadden verleend, kon echter niet worden vastgesteld of zij de compenserende maatregelen hadden ontdoken. Zij konden daarom niet worden vrijgesteld van het tot Israël uitgebreide compenserende recht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het definitieve compenserende recht van 19,1 % dat bij Verordening (EG) nr. 2597/1999 werd ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie, ingedeeld onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 , van oorsprong uit India, wordt uitgebreid tot polyethyleentereftalaatfolie verzonden uit Brazilië en Israël (al dan niet aangegeven als van oorsprong zijnde uit Brazilië of Israël) (Taric-codes 3920 62 19 01, 3920 62 19 04, 3920 62 19 07, 3920 62 19 11, 3920 62 19 14, 3920 62 19 17, 3920 62 19 21, 3920 62 19 24, 3920 62 19 27, 3920 62 19 31, 3920 62 19 34, 3920 62 19 37, 3920 62 19 41, 3920 62 19 44, 3920 62 19 47, 3920 62 19 51, 3920 62 19 54, 3920 62 19 57, 3920 62 19 61, 3920 62 19 67, 3920 62 19 74, 3920 62 19 92, 3920 62 90 31 en 3920 62 90 92). Van deze uitbreiding is uitgezonderd polyethyleentereftalaatfolie dat is vervaardigd door Terphane Ltda, BR 101, km 101, City of Cabo de Santo Agostinho, State of Pernambuco, Brazilië (aanvullende Taric-code A569), en door Jolybar Filmtechnic Converting Ltd (1987), Hacharutsim str. 7, Ind. Park Siim 2000, Natania South, 42504, POB 8380, Israël (aanvullende Taric-code A570).

2.   Het recht dat bij lid 1 van dit artikel wordt uitgebreid, wordt geheven van polyethyleentereftalaatfolie waarvan de invoer, overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 283/2004 en artikel 23, lid 2, en artikel 24, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2026/97, is geregistreerd, met uitzondering van polyethyleentereftalaatfolie die is vervaardigd door Terphane Ltda, BR 101, km 101, City of Cabo de Santo Agostinho, State of Pernambuco, Brazilië, en door Jolybar Filmtechnic Converting Ltd (1987), Hacharutsim str. 7, Ind. Park Siim 2000, Natania South, 42504, POB 8380, Israël.

3.   De bepalingen inzake douanerechten zijn van toepassing.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 november 2004.

Voor de Raad

De voorzitster

M. VAN DER HOEVEN


(1)   PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)   PB L 316 van 10.12.1999, blz. 1.

(3)   PB L 227 van 23.8.2001, blz. 1.

(4)   PB C 154 van 28.6.2002, blz. 2.

(5)   PB C 281 van 22.11.2003, blz. 4.

(6)   PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004.

(7)   PB C 43 van 19.2.2004, blz. 14.

(8)   PB L 49 van 19.2.2004, blz. 25.

(9)   PB L 49 van 19.2.2004, blz. 28. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1830/2004 (PB L 321 van 22.10.2004, blz. 26).

(10)  Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad.

(11)  Besluit inzake ontduiking goedgekeurd door het Comité handelsbesprekingen op 15 december 1993.

(12)  Op de betrokken onderneming was een compenserend recht van 7 % van toepassing.

(13)   PB L 321 van 22.10.2004, blz. 26.


18.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 342/15


VERORDENING (EG) Nr. 1977/2004 VAN DE COMMISSIE

van 17 november 2004

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 18 november 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 november 2004.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw


(1)   PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 17 november 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

127,5

070

56,3

204

57,5

999

80,4

0707 00 05

052

108,0

204

30,7

999

69,4

0709 90 70

052

85,8

204

98,1

999

92,0

0805 20 10

204

72,6

999

72,6

0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90

052

68,4

624

79,5

999

74,0

0805 50 10

052

57,2

388

31,5

524

65,8

528

21,0

999

43,9

0806 10 10

052

113,3

400

203,9

508

233,7

999

183,6

0808 10 20 , 0808 10 50 , 0808 10 90

388

139,8

400

97,2

404

79,3

512

104,2

720

40,7

800

195,0

804

106,7

999

109,0

0808 20 50

720

69,7

999

69,7


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „ 999 ” staat voor „andere oorsprong”.


18.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 342/17


VERORDENING (EG) Nr. 1978/2004 VAN DE COMMISSIE

van 16 november 2004

houdende vaststelling van eenheidswaarden voor de bepaling van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (1),

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 (2) houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92, inzonderheid op artikel 173, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de artikelen 173 tot en met 177 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 is bepaald dat de Commissie periodieke eenheidswaarden vaststelt voor de producten die zijn omschreven in de in bijlage 26 van genoemde verordening opgenomen klasse-indeling.

(2)

De toepassing van de regels en maatstaven bepaald in voornoemde artikelen op de gegevens die overeenkomstig het bepaalde in artikel 173, lid 2, van voornoemde verordening aan de Commissie zijn medegedeeld, leidt ertoe voor de betrokken producten de eenheidswaarden vast te stellen die zijn vermeld in de bijlage bij de onderhavige verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De eenheidswaarden bedoeld in artikel 173, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 worden vastgesteld zoals in de in de bijlage opgenomen lijst vermeld.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 19 november 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 november 2004.

Voor de Commissie

Olli REHN

Lid van de Commissie


(1)   PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2700/2000 (PB L 311 van 12.12.2000, blz. 17).

(2)   PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2286/2003 van de Commissie (PB L 343 van 31.12.2003, blz. 1).


BIJLAGE

Rubriek

Omschrijving

Bedrag van de eenheidswaarden/100 kg netto

Soort, variëteit, GN-code

EUR

LTL

SEK

CYP

LVL

GBP

CZK

MTL

DKK

PLN

EEK

SIT

HUF

SKK

1.10

Nieuwe aardappelen (primeurs)

0701 90 50

 

 

 

 

1.30

Uien (andere dan plantuitjes)

0703 10 19

38,49

22,23

1 212,82

286,04

602,24

9 408,88

132,90

26,14

16,63

165,06

9 229,13

1 524,59

345,11

26,97

 

 

 

 

1.40

Knoflook

0703 20 00

106,86

61,71

3 367,22

794,16

1 672,03

26 122,44

368,97

72,57

46,16

458,26

25 623,39

4 232,81

958,16

74,87

 

 

 

 

1.50

Prei

ex 0703 90 00

80,25

46,34

2 528,68

596,39

1 255,64

19 617,11

277,09

54,50

34,67

344,14

19 242,35

3 178,70

719,55

56,22

 

 

 

 

1.60

Bloemkool

0704 10 00

1.80

Witte kool en rode kool

0704 90 10

16,57

9,57

522,12

123,14

259,26

4 050,54

57,21

11,25

7,16

71,06

3 973,15

656,34

148,57

11,61

 

 

 

 

1.90

Broccoli (Brassica oleracea L. convar. botrytis (L.) Alef var. italica Plenck)

ex 0704 90 90

61,43

35,48

1 935,66

456,52

961,17

15 016,56

212,11

41,72

26,54

263,43

14 729,69

2 433,24

550,80

43,04

 

 

 

 

1.100

Chinese kool

ex 0704 90 90

75,36

43,52

2 374,59

560,05

1 179,13

18 421,75

260,20

51,18

32,56

323,17

18 069,82

2 985,01

657,70

52,80

 

 

 

 

1.110

Kropsla

0705 11 00

1.130

Wortelen

ex 0706 10 00

26,74

15,44

842,58

198,72

418,39

6 536,59

92,33

18,16

11,55

114,67

6 411,72

1 059,17

239,76

18,73

 

 

 

 

1.140

Radijs

ex 0706 90 90

39,73

22,94

1 251,89

295,26

621,64

9 712,00

137,18

26,98

17,16

170,37

9 526,46

1 573,71

356,23

27,83

 

 

 

 

1.160

Erwten (Pisum sativum), peultjes daaronder begrepen

0708 10 00

401,77

232,02

12 659,73

2 985,78

6 286,31

98 212,33

1 387,23

272,84

173,56

1 722,90

96 336,07

15 914,05

3 602,38

281,48

 

 

 

 

1.170

Bonen:

 

 

 

 

 

 

1.170.1

Bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.)

ex 0708 20 00

120,71

69,71

3 803,60

897,08

1 888,72

29 507,78

416,79

81,97

52,15

517,64

28 944,06

4 781,36

1 082,33

84,57

 

 

 

 

1.170.2

Bonen (Phaseolus spp., vulgaris var. Compressus Savi)

ex 0708 20 00

194,17

112,13

6 118,30

1 442,99

3 038,10

47 464,86

670,43

131,86

83,88

832,66

46 558,08

7 691,07

1 740,99

136,04

 

 

 

 

1.180

Tuinbonen

ex 0708 90 00

1.190

Artisjokken

0709 10 00

1.200

Asperges:

 

 

 

 

 

 

1.200.1

Groene

ex 0709 20 00

244,55

141,23

7 705,86

1 817,42

3 826,42

59 780,96

844,39

166,08

105,65

1 048,72

58 638,89

9 686,74

2 192,73

171,33

 

 

 

 

1.200.2

Andere

ex 0709 20 00

454,18

262,29

14 311,10

3 375,26

7 106,31

111 023,40

1 568,18

308,43

196,20

1 947,64

108 902,39

17 989,92

4 072,28

318,20

 

 

 

 

1.210

Aubergines

0709 30 00

95,69

55,26

3 015,27

711,15

1 497,26

23 392,01

330,41

64,98

41,34

410,36

22 945,12

3 790,38

858,01

67,04

 

 

 

 

1.220

Bleekselderij (Apium graveolens L., var. dulce (Mill.) Pers.)

ex 0709 40 00

83,53

48,24

2 632,03

620,76

1 306,96

20 418,91

288,41

56,73

36,08

358,20

20 028,82

3 308,62

748,96

58,52

 

 

 

 

1.230

Cantharellen

0709 59 10

553,21

319,48

17 431,65

4 111,24

8 655,86

135 232,18

1 910,12

375,68

238,99

2 372,33

132 648,69

21 912,65

4 960,25

387,58

 

 

 

 

1.240

Niet-scherp smakende pepers

0709 60 10

107,89

62,30

3 399,52

801,77

1 688,07

26 373,00

372,51

73,27

46,61

462,65

25 869,17

4 273,41

967,35

75,59

 

 

 

 

1.250

Venkel

0709 90 50

1.270

Bataten (zoete aardappelen), geheel, vers (bestemd voor menselijke consumptie)

0714 20 10

78,73

45,47

2 480,88

585,11

1 231,90

19 246,28

271,85

53,47

34,01

337,63

18 878,60

3 118,61

705,94

55,16

 

 

 

 

2.10

Kastanjes (Castanea spp.), vers

ex 0802 40 00

2.30

Ananassen, vers

ex 0804 30 00

71,81

41,47

2 262,84

533,69

1 123,64

17 554,81

247,96

48,77

31,02

307,96

17 219,44

2 844,53

643,90

50,31

 

 

 

 

2.40

Avocaten, vers

ex 0804 40 00

160,63

92,76

5 061,47

1 193,74

2 513,32

39 266,17

554,63

109,08

69,39

688,83

38 516,03

6 362,58

1 440,26

112,54

 

 

 

 

2.50

Guaves en manga's, vers

ex 0804 50

2.60

Sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers:

 

 

 

 

 

 

2.60.1

Bloedsinaasappelen en halfbloedsinaasappelen

0805 10 10

52,21

30,15

1 645,14

388,00

816,91

12 762,73

180,27

35,46

22,55

223,89

12 518,91

2 068,04

468,13

36,58

 

 

 

 

2.60.2

Navels, navelines, navelates, salustiana's, verna's, valencia lates, maltaises, shamoutis, ovalis, trovita, hamlins

0805 10 30

50,65

29,25

1 595,88

376,39

792,45

12 380,63

174,87

34,39

21,88

217,19

12 144,11

2 006,12

454,12

35,48

 

 

 

 

2.60.3

Andere

0805 10 50

54,47

31,45

1 716,20

404,76

852,19

13 313,99

188,06

36,99

23,53

233,56

13 059,64

2 157,36

488,35

38,16

 

 

 

 

2.70

Mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen), vers; clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten, vers:

 

 

 

 

 

 

2.70.1

Clementines

ex 0805 20 10

 

 

 

 

2.70.2

Montreales en satsuma's

ex 0805 20 30

 

 

 

 

2.70.3

Mandarijnen en wilkings

ex 0805 20 50

 

 

 

 

2.70.4

Tangerines en andere

ex 0805 20 70

ex 0805 20 90

 

 

 

 

2.85

Lemmetjes (Citrus aurantifolia, Citrus latifolia), vers

0805 50 90

103,48

59,76

3 260,81

769,06

1 619,19

25 296,86

357,31

70,28

44,71

443,77

24 813,59

4 099,03

927,88

72,50

 

 

 

 

2.90

Pompelmoezen en pomelo's of grapefruit, vers:

 

 

 

 

 

 

2.90.1

Witte

ex 0805 40 00

76,70

44,29

2 416,68

569,97

1 200,03

18 748,29

264,82

52,08

33,13

328,89

18 390,12

3 037,92

687,68

53,73

 

 

 

 

2.90.2

Roze

ex 0805 40 00

82,97

47,91

2 614,27

616,57

1 298,14

20 281,16

286,47

56,34

35,84

355,79

19 893,71

3 286,30

743,90

58,13

 

 

 

 

2.100

Druiven voor tafelgebruik

0806 10 10

178,10

102,85

5 611,93

1 323,57

2 786,66

43 536,54

614,94

120,95

76,94

763,75

42 704,82

7 054,54

1 596,90

124,78

 

 

 

 

2.110

Watermeloenen

0807 11 00

57,43

33,17

1 809,62

426,80

898,58

14 038,76

198,29

39,00

24,81

246,28

13 770,57

2 274,80

514,93

40,24

 

 

 

 

2.120

Andere meloenen:

 

 

 

 

 

 

2.120.1

Amarillo, Cuper, Honey Dew (daaronder begrepen Cantalene), Onteniente, Piel de Sapo (daaronder begrepen Verde Liso), Rochet, Tendral, Futuro

ex 0807 19 00

44,25

25,55

1 394,30

328,85

692,36

10 816,81

152,79

30,05

19,12

189,76

10 610,17

1 752,73

396,76

31,00

 

 

 

 

2.120.2

Andere

ex 0807 19 00

89,32

51,58

2 814,40

663,77

1 397,52

21 833,74

308,40

60,66

38,59

383,02

21 416,62

3 537,88

800,85

62,58

 

 

 

 

2.140

Peren:

 

 

 

 

 

 

2.140.1

Peren — Nashi (Pyrus pyrifolia),

Peren — Ya (Pyrus bretscheideri)

ex 0808 20 50

 

 

 

 

2.140.2

Andere

ex 0808 20 50

 

 

 

 

2.150

Abrikozen

0809 10 00

214,58

123,92

6 761,42

1 594,67

3 357,45

52 454,08

740,90

145,72

92,70

920,18

51 451,99

8 499,51

1 923,99

150,33

 

 

 

 

2.160

Kersen

0809 20 95

0809 20 05

851,77

491,90

26 839,27

6 330,01

13 327,30

208 215,15

2 940,99

578,44

367,96

3 652,64

204 237,39

33 738,61

7 637,22

596,75

 

 

 

 

2.170

Perziken

0809 30 90

352,71

203,69

11 113,96

2 621,21

5 518,74

86 220,45

1 217,84

239,53

152,37

1 512,53

84 573,28

13 970,92

3 162,52

247,11

 

 

 

 

2.180

Nectarines

ex 0809 30 10

272,32

157,27

8 580,92

2 023,80

4 260,94

66 569,53

940,28

184,94

117,64

1 167,81

65 297,78

10 786,74

2 441,74

190,79

 

 

 

 

2.190

Pruimen

0809 40 05

117,37

67,78

3 698,35

872,25

1 836,45

28 691,29

405,26

79,71

50,70

503,32

28 143,17

4 649,06

1 052,38

82,23

 

 

 

 

2.200

Aardbeien

0810 10 00

330,34

190,77

10 409,01

2 454,95

5 168,70

80 751,61

1 140,60

224,33

142,71

1 416,60

79 208,93

13 084,77

2 961,93

231,44

 

 

 

 

2.205

Frambozen

0810 20 10

304,95

176,11

9 608,97

2 266,27

4 771,43

74 545,03

1 052,93

207,09

131,74

1 307,72

73 120,91

12 079,07

2 734,27

213,65

 

 

 

 

2.210

Blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus)

0810 40 30

1 690,61

976,33

53 271,12

12 563,94

26 452,30

413 269,61

5 837,34

1 148,09

730,34

7 249,84

405 374,47

66 965,06

15 158,52

1 184,44

 

 

 

 

2.220

Kiwi's (Actinidia chinensis Planch.)

0810 50 00

152,33

87,97

4 799,84

1 132,04

2 383,41

37 236,48

525,96

103,45

65,81

653,23

36 525,11

6 033,70

1 365,81

106,72

 

 

 

 

2.230

Granaatappels

ex 0810 90 95

115,12

66,48

3 627,54

855,55

1 801,29

28 141,94

397,50

78,18

49,73

493,68

27 604,31

4 560,04

1 032,23

80,66

 

 

 

 

2.240

Kaki-appels (daaronder begrepen sharonvrucht)

ex 0810 90 95

112,29

64,85

3 538,13

834,46

1 756,89

27 448,26

387,70

76,25

48,51

481,52

26 923,89

4 447,64

1 006,79

78,67

 

 

 

 

2.250

Litchis

ex 0810 90


18.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 342/23


VERORDENING (EG) Nr. 1979/2004 VAN DE COMMISSIE

van 17 november 2004

tot aanpassing van Verordening (EG) nr. 639/2003 tot vaststelling, op grond van Verordening (EG) nr. 1254/1999, van uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de voor de toekenning van uitvoerrestituties te vervullen voorwaarden in verband met het welzijn van levende runderen tijdens het vervoer naar aanleiding van de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije,

Gelet op de Akte van toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, en met name op artikel 57, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Omdat Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (hierna „de nieuwe lidstaten” genoemd) zijn toegetreden tot de Gemeenschap, is het noodzakelijk Verordening (EG) nr. 639/2003 van de Commissie (1) aan te passen en er bepaalde vermeldingen in de talen van de nieuwe lidstaten in op te nemen.

(2)

Verordening (EG) nr. 639/2003 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 2 van Verordening (EG) nr. 639/2003 wordt lid 3 vervangen door:

„3.   Indien de dierenarts op de plaats van uitgang zich ervan vergewist heeft dat de in lid 2 genoemde voorwaarden zijn vervuld, certificeert hij dit door de vermelding:

Resultados de los controles de conformidad con el artículo 2 del Reglamento (CE) no 639/2003 satisfactorios

Výsledky kontrol podle článku 2 nařízení (ES) č. 639/2003 jsou uspokojivé

Resultater af kontrollen efter artikel 2 i forordning (EF) nr. 639/2003 er tilfredsstillende

Ergebnisse der Kontrollen nach Artikel 2 der Verordnung (EG) Nr. 639/2003 zufriedenstellend

Määruse (EÜ) nr 639/2003 artiklis 2 osutatud kontrollide tulemused rahuldavad

Αποτελέσματα των ελέγχων βάσει του άρθρου 2 του κανονισμού (EK) αριθ, 639/2003 ικανοποιητικά

Results of the checks pursuant to Article 2 of Regulation (EC) No 639/2003 satisfactory

Résultats des contrôles visés à l'article 2 du règlement (CE) no 639/2003 satisfaisants

Risultati dei controlli conformi alle disposizioni dell'articolo 2 del regolamento (CE) n. 639/2003

Regulas (EK) Nr. 639/2003 2. pantā minēto pārbaužu rezultāti ir apmierinoši

Reglamento (EB) Nr.639/2003 2 straipsnyje numatytų patikrinimų rezultatai yra patenkinami

A 639/2003/EK rendelet 2. cikkében előirányzott ellenőrzések eredményei kielégítők

Riżultati tal-kontrolli konformi ma’l-artikolu 2 tar-regolament (KE) nru 639/2003 sodisfaċenti

Bevindingen bij controle overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 639/2003 bevredigend

Wyniki kontroli, o której mowa w art. 2 rozporządzenia (WE) nr 639/2003 zadowalające

Resultados dos controlos satisfatórios nos termos do artigo 2.o do Regulamento (CE) n.o 639/2003

Výsledky kontrol podľa článku 2 nariadenia (ES) č. 639/2003 uspokojivé

Rezultati kontrol, izhajajoči iz člena 2 Uredbe št. 639/2003 so zadovoljivi

Asetuksen (EY) N:o 639/2003 2 artiklan mukaisen tarkastuksen tulos tyydyttävä

Resultaten av kontrollen enligt artikel 2 i förordning (EG) nr 639/2003 är tillfredsställande,

alsmede een stempel en zijn handtekening aan te brengen op het document dat het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap bewijst, hetzij in vak J van het controle-exemplaar T5, hetzij op de meest passende plaats van het nationale document.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2004. Zij doet evenwel niet af aan de geldigheid van de certificeringen die op grond van artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 639/2003 zijn afgegeven tussen 1 mei 2004 en de datum van haar inwerkingtreding.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 november 2004.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie


(1)   PB L 93 van 10.4.2003, blz. 10. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 687/2004 (PB L 106 van 15.4.2004, blz. 13).


18.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 342/25


VERORDENING (EG) Nr. 1980/2004 VAN DE COMMISSIE

van 17 november 2004

betreffende de invoercertificaten voor producten van de sector rundvlees van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad van 10 december 2002 tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1706/98 (2),

Gelet op Verordening (EG) nr. 2247/2003 van de Commissie van 19 december 2003 houdende bepalingen ter uitvoering, in de sector rundvlees, van Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) (3), en met name op artikel 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2247/2003 kunnen voor producten van de sector rundvlees van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië invoercertificaten worden afgegeven. De invoer mag evenwel de voor ieder van de betrokken uitvoerende derde landen vastgestelde hoeveelheid niet overschrijden.

(2)

Voor producten van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië overstijgen de hoeveelheden, uitgedrukt in vlees zonder been, waarvoor van 1 tot en met 10 november 2004 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2247/2003 certificaten zijn aangevraagd, niet de voor deze landen beschikbare hoeveelheden. Bijgevolg kunnen voor de aangevraagde hoeveelheden invoercertificaten worden afgegeven.

(3)

De hoeveelheden, waarvoor met ingang van 1 december 2004 certificaten kunnen worden aangevraagd binnen de totale hoeveelheid van 52 100 t, dienen te worden vastgesteld.

(4)

Er dient op te worden gewezen dat deze verordening Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (4) onverlet laat,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De hieronder vermelde lidstaten geven op 21 november 2004 voor de onderstaande hoeveelheden producten van de sector rundvlees, uitgedrukt in vlees zonder been, van oorsprong uit sommige staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, invoercertificaten af voor de daarbij vermelde landen van oorsprong:

 

Verenigd Koninkrijk:

260 t van oorsprong uit Botswana,

435 t van oorsprong uit Namibië;

 

Duitsland:

200 t van oorsprong uit Botswana.

Artikel 2

Certificaataanvragen kunnen overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2247/2003 in de eerste tien dagen van de maand december 2004 worden ingediend voor de volgende hoeveelheden rundvlees zonder been:

Botswana:

10 356 t,

Kenia:

142 t,

Madagaskar:

7 579 t,

Swaziland:

3 180 t,

Zimbabwe:

9 100 t,

Namibië:

4 450 t.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op 21 november 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 november 2004.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw


(1)   PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).

(2)   PB L 348 van 21.12.2002, blz. 5.

(3)   PB L 333 van 20.12.2003, blz. 37. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1118/2004 (PB L 217 van 17.6.2004, blz. 10).

(4)   PB L 302 van 31.12.1972, blz. 28. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36).


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Raad

18.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 342/27


BESLUIT VAN DE RAAD

van 25 oktober 2004

tot wijziging van het besluit houdende machtiging van de directeur van Europol om onderhandelingen aan te knopen over overeenkomsten met derde staten of niet aan de Europese Unie gerelateerde instanties

(2004/773/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op de Overeenkomst tot oprichting van een Europese politiedienst (Europol-overeenkomst) (1), en met name op artikel 42, lid 2, artikel 10, lid 4, en artikel 18,

Gelet op het besluit van de Raad van 3 november 1998 houdende vaststelling van de regeling betreffende de externe betrekkingen van Europol met derde staten en niet aan de Europese Unie gerelateerde instanties (2), en met name op artikel 2,

Gelet op het besluit van de Raad van 3 november 1998 houdende vaststelling van de regels betreffende de ontvangst door Europol van informatie van derde partijen (3), en met name op artikel 2,

Gelet op het besluit van de Raad van 12 maart 1999 houdende vaststelling van de regels betreffende de verstrekking van persoonsgegevens door Europol aan derde staten en instanties (4), en met name op de artikelen 2 en 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Gezien de operationele behoeften en de noodzaak om vormen van georganiseerde criminaliteit op een doeltreffende wijze via Europol te bestrijden, dienen Moldavië en Oekraïne te worden toegevoegd aan de lijst van derde landen waarmee de directeur van Europol gemachtigd wordt onderhandelingen aan te knopen.

(2)

Het besluit van de Raad van 27 maart 2000 (5) dient derhalve te worden gewijzigd,

BESLUIT:

Artikel 1

Het besluit van 27 maart 2000 wordt als volgt gewijzigd:

 

In artikel 2, lid 1, worden onder het kopje „Derde staten” de volgende staten in de alfabetische lijst ingevoegd, met inachtneming van de alfabetische volgorde:

„Moldavië”,

„Oekraïne”.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Dit besluit wordt van kracht op de dag volgende op die waarop het wordt aangenomen.

Gedaan te Luxemburg, 25 oktober 2004.

Voor de Raad

De voorzitster

R. VERDONK


(1)   PB C 316 van 27.11.1995, blz. 2.

(2)   PB C 26 van 30.1.1999, blz. 19.

(3)   PB C 26 van 30.1.1999, blz. 17.

(4)   PB C 88 van 30.3.1999, blz. 1.

(5)   PB C 106 van 13.4.2000, blz. 1.


Commissie

18.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 342/28


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 9 november 2004

waarbij de regionale adviesraad voor de Noordzee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid operationeel wordt verklaard

(2004/774/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Besluit 2004/585/EG van de Raad van 19 juli 2004 tot oprichting van regionale adviesraden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 3, lid 3,

Gelet op de aanbeveling die het Verenigd Koninkrijk op 10 september 2004 namens België, Denemarken, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk heeft ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (2) en Besluit 2004/585/EG vormen het kader voor de oprichting en de werkzaamheden van regionale adviesraden.

(2)

Bij artikel 2 van Besluit 2004/585/EG wordt een regionale adviesraad opgericht voor de Noordzee (ICES-sectoren IV en IIIa).

(3)

Overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Besluit 2004/585/EG hebben vertegenwoordigers van de visserijsector en andere belangengroepen bij België, Denemarken, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk een verzoek ingediend met betrekking tot de werking van die regionale adviesraad.

(4)

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 2, van Besluit 2004/585/EG hebben de betrokken lidstaten bepaald dat het verzoek betreffende de regionale adviesraad voor de Noordzee met de bepalingen van dat besluit in overeenstemming was. Op 10 september 2004 hebben de lidstaten een aanbeveling betreffende de regionale adviesraad ingediend bij de Commissie.

(5)

De Commissie heeft de aanvraag van de belanghebbenden en de aanbeveling beoordeeld in het licht van Besluit 2004/585/EG en van de doelstellingen en beginselen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, en zij is van oordeel dat de regionale adviesraad voor de Noordzee operationeel kan worden,

BESLUIT:

Enig artikel

De regionale adviesraad voor de Noordzee, opgericht bij Besluit 2004/585/EG van de Raad, is operationeel met ingang van 1 november 2004.

Gedaan te Brussel, 9 november 2004.

Voor de Commissie

António VITORINO

Lid van de Commissie


(1)   PB L 256 van 3.8.2004, blz. 17.

(2)   PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.


18.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 342/29


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 18 november 2004

waarbij Slowakije de in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 92/102/EEG van de Raad met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren bedoelde afwijking wordt toegestaan

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 4382)

(Slechts de tekst in de Slowaakse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2004/775/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren (1), en met name op artikel 3, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens artikel 3, lid 2, van Richtlijn 92/102/EEG van de Raad kunnen de lidstaten gemachtigd worden om bedrijven die maximaal drie schapen of geiten houden, waarvoor geen premies worden aangevraagd, dan wel bedrijven met één varken, niet in de bij artikel 3, lid 1, verplichte lijst te plaatsen, mits deze dieren voor eigen gebruik of verbruik bestemd zijn en voorzover zij vóór een eventuele verplaatsing aan de in de richtlijn voorgeschreven controles worden onderworpen.

(2)

De Slowaakse autoriteiten hebben deze machtiging tot eind juni 2005 aangevraagd en hebben de benodigde garanties met betrekking tot de veterinaire controles gegeven.

(3)

Derhalve dient Slowakije gemachtigd te worden om tot en met 30 juni 2005 deze afwijking toe te passen.

(4)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Slowakije wordt gemachtigd de in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 92/102/EEG bedoelde afwijking toe te passen.

Artikel 2

Deze beschikking is van toepassing tot en met 30 juni 2005 en is gericht tot de Slowaakse Republiek.

Gedaan te Brussel, 18 november 2004.

Voor de Commissie

David BYRNE

Lid van de Commissie


(1)   PB L 355 van 5.12.1992, blz. 32. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 21/2004 (PB L 5 van 9.1.2004, blz. 8).


EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

Gemengd Comité van de EER

18.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 342/30


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 138/2004

van 29 oktober 2004

tot wijziging van Protocol nr. 3 bij de EER-overeenkomst betreffende de producten bedoeld in artikel 8, lid 3, onder b), van de Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst, gewijzigd bij Besluit nr. 140/2001 van het Gemengd Comité van de EER (1), zijn de handelsregelingen voor bepaalde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten tussen de overeenkomstsluitende partijen neergelegd.

(2)

Bij de vaststelling van Besluit nr. 140/2001 stelden de Europese Gemeenschap en Noorwegen in een gemeen¬schappelijke verklaring dat het niet-agrarische element van de douanerechten op de in tabel I van Protocol nr. 3 vermelde producten moet worden afgeschaft. De besprekingen tussen ambtenaren van de Commissie en van Noorwegen op grond hiervan werden op 11 maart 2004 afgesloten.

(3)

Sedert de vaststelling van Besluit nr. 140/2001 zijn in de tariefnomenclaturen technische wijzigingen aangebracht.

(4)

Ingevolge artikel 2, lid 2, van Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst kunnen de in de bijlagen bij tabel I van dat protocol opgenomen douanerechten door het Gemengd Comité van de EER worden aangepast in verband met wederzijdse concessies.

(5)

In aansluiting op de op 11 maart 2004 afgesloten besprekingen en de technische wijzigingen in de tariefnomenclaturen moeten de bijlagen I en III bij tabel I van Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst worden gewijzigd,

BESLUIT:

Artikel 1

Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

De punten 4 tot en met 6 en 8 van bijlage I bij tabel I worden vervangen door de punten 4 tot en met 6 en 8 van bijlage I bij dit besluit.

2)

In het aanhangsel van bijlage I bij tabel I wordt post „1904 90 90” vervangen door post „1904 90 80”.

3)

In bijlage III bij tabel I worden de punten 2, 7 en 9 tot en met 19 vervangen door de punten 2, 7 en 9 tot en met 11 in bijlage II bij dit besluit.

4)

In punt 6 van bijlage III bij tabel I wordt de post „Granen (andere dan maïs) in de vorm van korrels of in de vorm van vlokken of van andere bewerkte korrels (met uitzondering van meel en gries), voorgekookt of op andere wijze bereid, elders genoemd noch elders onder begrepen” vervangen door „Granen (andere dan maïs) in de vorm van korrels of in de vorm van vlokken of van andere bewerkte korrels (met uitzondering van meel, gries en griesmeel), voorgekookt of op andere wijze bereid, elders genoemd noch elders onder begrepen”.

5)

In het aanhangsel van bijlage III bij tabel I wordt post „1905.3002” vervangen door post „1905.3200”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op 30 oktober 2004, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde kennisgevingen aan het Gemengd Comité van de EER hebben plaatsgevonden (*1).

Het is van toepassing met ingang van 1 november 2004.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER — gedeelte van en het EER — supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2004.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Kjartan JÓHANNSSON


(1)   PB L 22 van 24.1.2002, blz. 34.

(*1)  Er zijn geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


BIJLAGE I

bij Besluit nr. 138/2004 van het Gemengd Comité van de EER

De punten 4 tot en met 6 en 8 van bijlage I bij tabel I van Protocol nr. 3 worden vervangen door:

„4)

De douanerechten voor de in onderstaande tabel opgenomen producten luiden als aangegeven.

GN-code

Toegepast recht

Toelichting

0501 00 00

Nul

 

0502 10 00

Nul

 

0502 90 00

Nul

 

0503 00 00

Nul

 

0505 10 10

Nul

 

0505 10 90

Nul

 

0505 90 00

Nul

 

0507 10 00

Nul

 

0507 90 00

Nul

 

0508 00 00

Nul

 

0509 00 10

Nul

 

0509 00 90

Nul

 

0510 00 00

Nul

 

1302 14 00

Nul

 

1302 19 30

Nul

 

1302 19 91

Nul

 

ex 1302 20 10

18,6  %

Met een gehalte aan toegevoegde suiker van 5 of meer gewichtspercenten

ex 1302 20 90

10,9  %

Met een gehalte aan toegevoegde suiker van 5 of meer gewichtspercenten

1401 10 00

Nul

 

1401 20 00

Nul

 

1401 90 00

Nul

 

1402 00 00

Nul

 

1403 00 00

Nul

 

1404 10 00

Nul

 

1404 90 00

Nul

 

1517 10 10

0 % + 26,1 EUR/100 kg

 

1517 90 10

0 % + 26,1 EUR/100 kg

 

1517 90 93

Nul

 

1702 50 00

Nul

 

1702 90 10

Nul

 

1704 90 10

Nul

 

1806 10 15

Nul

 

1901 90 91

Nul

 

1902 20 10

8,2  %

 

2001 90 60

Nul

 

ex 2006 00 38

9,12  EUR/100 kg

Suikermaïs (Zea mays var. saccharata)

ex 2006 00 99

9,12 EUR/100 kg

Suikermaïs (Zea mays var. saccharata)

2007 10 10

13,98 % + 4,07 EUR/100 kg

 

2007 10 91

13,14  %

 

2007 10 99

15,15  %

 

2007 91 10

11,64 % + 22,31 EUR/100 kg

 

2007 91 30

11,64 % + 4,07 EUR/100 kg

 

2007 91 90

18,90  %

 

2007 99 10

19,53  %

 

2007 99 20

13,98 % + 19,11 EUR/100 kg

 

2007 99 31

13,98 % + 22,31 EUR/100 kg

 

2007 99 33

13,98 % + 22,31 EUR/100 kg

 

2007 99 35

13,98 % + 22,31 EUR/100 kg

 

2007 99 39

7 % + 22,31 EUR/100 kg

 

2007 99 55

13,98 % + 4,07 EUR/100 kg

 

ex 2007 99 57

13,98 % + 4,07 EUR/100 kg

Kastanjepuree en -pasta

ex 2007 99 57

7 % + 4,07 EUR/100 kg

Andere dan kastanjepuree en -pasta

2007 99 91

20,97  %

 

2007 99 93

13,14  %

 

2007 99 98

16,31  %

 

2008 11 10

Nul

 

2008 11 92

Nul

 

2008 11 96

Nul

 

2102 10 10

Nul

 

2102 10 90

Nul

 

2102 20 11

Nul

 

2102 20 19

Nul

 

2102 20 90

Nul

 

2102 30 00

Nul

 

2103 20 00

Nul

 

ex 2103 30 90

Nul

Met een gehalte aan toegevoegde suiker van 5 of meer gewichtspercenten

2103 90 30

Nul

 

2103 90 90

Nul

 

2104 10 10

Nul

 

2104 10 90

Nul

 

2104 20 00

Nul

 

2106 10 20

12,4  %

 

2106 90 10

24,25  EUR/100 kg

 

2106 90 20

16,8 % min 0,97 EUR/% vol/hl

 

2106 90 92

Nul

 

2202 10 00

Nul (1)

 

2202 90 10

Nul (1)

 

2203 00 01

Nul

 

2203 00 09

Nul

 

2203 00 10

Nul

 

2205 10 10

Nul

 

2205 10 90

Nul

 

2205 90 10

Nul

 

2205 90 90

Nul

 

2207 20 00

9,9  EUR/hl

 

2208 40 11

Nul

 

2208 40 31

Nul

 

2208 40 39

Nul

 

2208 40 51

Nul

 

2208 40 91

Nul

 

2208 40 99

Nul

 

2208 50 11

Nul

 

2208 50 19

Nul

 

2208 50 91

Nul

 

2208 50 99

Nul

 

2208 60 11

Nul

 

2208 60 19

Nul

 

2208 60 91

Nul

 

2208 60 99

Nul

 

2208701011

Nul

Met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 5 gewichtspercenten

2208709011

Nul

Met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 5 gewichtspercenten

2208905610

Nul

Aquavit

2208907710

Nul

Aquavit

2209 00 11

3,10 EUR/hl

 

2209 00 19

2,33 EUR/hl

 

2209 00 91

2,49 EUR/hl

 

2209 00 99

1,50 EUR/hl

 

2402 10 00

12,60  %

 

2402 20 10

Nul

 

2402 20 90

27,95  %

 

2402 90 00

27,95  %

 

2403 10 10

36,35  %

 

2403 10 90

36,35  %

 

2403 91 00

8,05  %

 

2403 99 10

20,2  %

 

2403 99 90

Nul

 

3302 10 21

5,8  %

 

3501 10 10

Nul

 

3501105010

Nul

Meer dan 50 gewichtspercenten water bevattende

3501105090

2,9  %

Niet meer dan 50 gewichtspercenten water bevattende

3501 10 90

8,7  %

 

3501 90 10

8,1  %

 

3501 90 90

6,2  %

 

3505 10 50

7,5  %

 

5)

Voor de volgende producten bedraagt het ad-valoremgedeelte van de douanerechten 0 %:

 

0403 10 51 t/m 0403 10 59

 

0403 10 91 t/m 0403 10 99

 

0403 90 71 t/m 0403 90 79

 

0403 90 91 t/m 0403 90 99

 

0710 40 00

 

0711 90 30

 

1704 10

 

1704 90 30 t/m 1704 90 99

 

1806 10 20 t/m 1806 10 90

 

1806 20 10 t/m 1806 20 50

 

1806 20 70

 

1806 20 80

 

1806 20 95

 

1806 31 00

 

1806 32

 

1806 90 11 t/m 1806 90 50

 

1806 90 60 10

 

1806 90 60 90

 

1806 90 70 10

 

1806 90 70 90

 

1806 90 90 11

 

1806 90 90 19

 

1806 90 90 91

 

1806 90 90 99

 

1901 10 00

 

1901 20 00

 

1901 90 11

 

1901 90 19

 

1901 90 99

 

1902 11 00

 

1902 19

 

1902 20 91

 

1902 20 99

 

1902 30

 

1902 40

 

1903 00 00

 

1904

 

1905

 

2001 90 30

 

2001 90 40

 

2004 10 91

 

2004 90 10

 

2005 20 10

 

2005 80 00

 

2008 99 85

 

2008 99 91

 

2101 12 98 91

 

2101 20 98 90

 

2101 30 19

 

2101 30 99

 

2105 00

 

2106 10 80

 

2106 90 98

 

2202 90 91 t/m 2202 90 99

 

3302 10 29

 

3505 10 10

 

3505 10 90

 

3505 20

 

3809 10.

6)

Voor de volgende producten bedraagt het ad-valoremgedeelte van de douanerechten 5,8 %:

 

2905 44

 

3824 60

8)

De tariefcodes in deze bijlage zijn die welke op 1 januari 2004 in de Gemeenschap van toepassing zijn. Naderhand in de tariefnomenclatuur aangebrachte veranderingen zijn niet van invloed op de inhoud van deze bijlage”.

(1)  Het nultarief is tijdelijk geschorst. Voor IJsland geldt de preferentiële regeling van Protocol nr. 2 bij de bilaterale vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en IJsland (nultarief). Voor Noorwegen wordt Protocol nr. 2 bij de bilaterale vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen aangepast om hierin een rechtenvrij contingent voor de invoer in de Gemeenschap van deze goederen van oorsprong uit Noorwegen op te nemen.


BIJLAGE II

bij Besluit nr. 138/2004 van het Gemengd Comité van de EER

De punten 2, 7 en 9 tot en met 19 van bijlage III bij tabel I in Protocol nr. 3 worden vervangen door:

„2)

De tariefcodes in deze bijlage zijn die welke op 1 januari 2004 in Noorwegen van toepassing zijn. Naderhand in de tariefnomenclatuur aangebrachte veranderingen zijn niet van invloed op de inhoud van deze bijlage.

7)

De douanerechten voor de in onderstaande tabel opgenomen producten luiden als aangegeven.

Noorse tariefcode

Omschrijving

Toegepast recht (NOK/kg)

05.01

Mensenhaar, onbewerkt, ook indien gewassen of ontvet; afval van mensenhaar

Nul

05.02

Haar van varkens of van wilde zwijnen; dassenhaar en ander dierlijk haar, voor borstelwerk; afval van dit haar

Nul

05.03

Paardenhaar (crin) en afval van paardenhaar, ook indien in vliezen, al dan niet op een onderlaag

Nul

05.05

Vogelhuiden en andere delen van vogels, met veren of dons bezet, veren en delen van veren (ook indien bijgesneden) en dons, ruw, gereinigd, ontsmet of op andere wijze behandeld ter voorkoming van bederf, doch niet verder bewerkt; poeder en afval, van veren of van delen van veren

Nul

05.07

Ivoor, schildpad, walvisbaarden (walvisbaardhaar daaronder begrepen), horens, geweien, hoeven, nagels, klauwen en snavels, ruw of eenvoudig voorbehandeld, doch niet in vorm gesneden; poeder en afval van deze stoffen

Nul

05.08

Koraal en dergelijke stoffen, ruw of eenvoudig voorbehandeld, doch niet verder bewerkt; schelpen en schalen, van schaaldieren, van weekdieren of van stekelhuidigen, alsmede rugplaten van inktvissen, ruw of eenvoudig voorbehandeld, doch niet in vorm gesneden, alsmede poeder en afval van deze stoffen

Nul

05.09

Echte sponsen

Nul

05.10

Grijze amber, bevergeil, civet en muskus; Spaanse vlieg; gal, ook indien gedroogd; klieren en andere stoffen van dierlijke oorsprong, die worden gebruikt voor het bereiden van farmaceutische producten, vers, gekoeld, bevroren of anderszins voorlopig geconserveerd

Nul

07.10

Groenten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren:

– - suikermaïs:

 

.4010

– – voor voederdoeleinden

1,73

.4090

– – andere

Nul

07.11

Groenten, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie:

– andere groenten; mengsels van groenten:

– – suikermaïs:

 

.9011

– – – voor voederdoeleinden

1,73

.9020

– – – andere

Nul

13.02

Plantensappen en plantenextracten; pectinestoffen, pectinaten en pectaten; agar-agar en andere uit plantaardige producten verkregen plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd:

– plantensappen en plantenextracten:

 

.1400

– – van pyretrum of van wortels van rotenon bevattende planten

– – andere:

Nul

.1903

– – – plantenextracten, onderling vermengd, voor de vervaardiging van dranken of van producten voor menselijke consumptie

Nul

.1904

– – – voor therapeutisch en profylactisch (geneeskundig) gebruik

– pectinestoffen, pectinaten en pectaten:

Nul

ex ex .2000

– – met een gehalte aan toegevoegde suiker van 5 of meer gewichtspercenten

Nul

14.01

Plantaardige stoffen van de soort hoofdzakelijk gebruikt in de mandenmakerij of voor vlechtwerk (bijvoorbeeld bamboe, rotting, riet, bies, teen, raffia, lindebast, alsmede gezuiverd, gebleekt of geverfd stro van graangewassen)

Nul

14.02

Plantaardige stoffen van de soort hoofdzakelijk gebruikt als opvulmateriaal (bijvoorbeeld kapok, plantenhaar („crin végétal”), zeegras), ook indien in vliezen, al dan niet bevestigd op een onderlaag of tussen twee lagen, van andere stof

Nul

14.03

Plantaardige stoffen van de soort hoofdzakelijk gebruikt voor het vervaardigen van bezems en van borstels (bijvoorbeeld sorghopluimen en -stro, piassava, hondsgras, istle), ook indien in wrongen of in bosjes

Nul

14.04

Plantaardige producten, elders genoemd noch elders onder begrepen:

 

.1000

– ruw plantaardig materiaal van de soort hoofdzakelijk gebruikt als verf of looistof

Nul

.9000

– andere

Nul

15.17

Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 15.16 :

– margarine, andere dan vloeibare margarine:

– – - andere:

– – – dierlijke:

 

.1021

– – – – met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

– – – plantaardige:

14,5  %

.1031

– – – – - met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

– andere:

– – andere:

– – – vloeibare margarine:

14,5  %

.9032

– – – – met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

– – – vloeibare mengsels, voor menselijke consumptie, van dierlijke en plantaardige oliën, hoofdzakelijk bestaande uit plantaardige oliën:

14,5  %

.9041

– – – – met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

– – – andere:

10,2  %

.9091

– – – – met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

Nul

ex ex .9098

– – – – - mengsels en bereidingen voor menselijke consumptie van de soorten gebruikt als preparaten voor het insmeren van bakvormen

Nul

15.20

Ruwe glycerol; glycerolwater en glycerollogen:

 

.0010

– voor voederdoeleinden

3,79

15.22

Dégras; afvallen, afkomstig van de behandeling van vetstoffen of van dierlijke of plantaardige was:

 

.0011

– voor voederdoeleinden

3,79

17.02

Andere suiker, chemisch zuivere lactose, maltose, glucose en fructose (levulose) daaronder begrepen, in vaste vorm; suikerstroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen; kunsthonig, ook indien met natuurhonig vermengd; karamel:

– chemisch zuivere fructose:

 

.5010

– – voor voederdoeleinden

1,37

.5090

– – andere

– andere, daaronder begrepen invertsuiker en andere suiker en suikerstropen die in droge toestand 50 gewichtspercenten fructose bevatten:

Nul

ex ex .9022

– – chemisch zuivere maltose voor voederdoeleinden

1,37

ex ex .9022

– – chemisch zuivere maltose, niet voor voederdoeleinden

Nul

18.06

Chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten:

 

.1000

– cacaopoeder, waaraan suiker of andere zoetstoffen zijn toegevoegd

Nul

19.01

Moutextract; bereidingen voor menselijke consumptie van meel, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, geen of minder dan 40 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen; bereidingen voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 04.01 tot en met 04.04 , geen of minder dan 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen:

– bereidingen voor de voeding van kinderen, opgemaakt voor de verkoop in het klein:

 

.1010

– – van producten bedoeld bij de posten 04.01 tot en met 04.04

– andere:

5,10  (1)

.9010

– – moutextract

Nul

19.04

Graanpreparaten verkregen door poffen of door roosteren (bijvoorbeeld cornflakes); granen (andere dan maïs) in de vorm van korrels of in de vorm van vlokken of van andere bewerkte korrels (met uitzondering van meel, gries en griesmeel), voorgekookt of op andere wijze bereid, elders genoemd noch elders onder begrepen:

– graanpreparaten verkregen door poffen of door roosteren:

 

.1010

– – „cornflakes”

– – andere:

Nul

.1091

– – – popcorn

Nul

.1099

– – – andere

– andere:

– – voorgekookte rijst zonder toegevoegde ingrediënten:

Nul

.9010

– – – voor voederdoeleinden

1,11

.9020

– – – andere

Nul

19.05

Brood, gebak, biscuits en andere bakkerswaren, ook indien deze producten cacao bevatten; ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen, plakouwels en dergelijke producten van meel of van zetmeel:

 

.2000

– ontbijtkoek

0,75

20.01

Groenten, vruchten en andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur:

– andere:

– – groenten:

– – – suikermaïs (Zea mays var. saccharata):

 

.9031

– – – – voor voederdoeleinden

1,73

.9041

– – – – andere

– – – andere:

Nul

.9062

– – – – palmharten

2,22

.9063

– – – – broodwortelen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke eetbare plantendelen met een zetmeelgehalte van 5 of meer gewichtspercenten

2,22

20.04

Andere groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 20.06 :

– andere groenten en mengsels van groenten:

– – suikermaïs (Zea mays var. saccharata):

 

.9011

– – – voor voederdoeleinden

1,73

.9020

– – – andere

Nul

20.05

Andere groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 20.06 :

– suikermaïs (Zea mays var. saccharata):

 

.8010

– – voor voederdoeleinden

1,73

.8090

– – andere

Nul

20.06

Groenten, vruchten, vruchtenschillen en andere plantendelen, gekonfijt met suiker (uitgedropen, geglaceerd of uitgekristalliseerd):

– andere:

 

ex ex .0031

– – suikermaïs (Zea mays var. saccharata) met een suikergehalte van meer dan 13 gewichtspercenten, voor voederdoeleinden

1,94

ex ex .0031

– – suikermaïs (Zea mays var. Saccharata) met een suikergehalte van meer dan 13 gewichtspercenten, niet voor voederdoeleinden

Nul

ex ex .0091

– – suikermaïs (Zea mays var. Saccharata) met een suikergehalte van niet meer dan 13 gewichtspercenten, voor voederdoeleinden

1,94

ex ex .0091

– – suikermaïs (Zea mays var. Saccharata) met een suikergehalte van niet meer dan 13 gewichtspercenten, niet voor voederdoeleinden

Nul

20.07

Jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:

– gehomogeniseerde bereidingen:

 

.1001

– – met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

5,30

ex ex .1009

– – andere, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, van andere grondstoffen dan aardbeien, zwarte bessen en frambozen

3,28

ex ex .1009

– – andere

– andere:

– – citrusvruchten:

4,55

.9110

– – – met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

Nul

.9190

– – – andere

– – andere:

– – – met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:

Nul

.9902

– – – – van abrikozen, mango's, kiwi's, perziken of mengsels daarvan

Nul

ex ex .9903

– – – – van rode bosbessen (Vaccinium vitis-idaea), blauwe bosbessen (Vaccinium myrtillus), andere bessen van het geslacht Vaccinium of bergbraambessen (Noorse tariefcode 0810.9010 ), of mengsels van deze bessen

1,76

ex ex .9903

– – – – andere

– – – andere:

5,30

.9907

– – – – van abrikozen, mango's, kiwi's, perziken of mengsels daarvan

Nul

ex ex .9908

– – – – van andere grondstoffen dan aardbeien, zwarte bessen en frambozen

1,76

ex ex .9908

– – – – andere

5,30

20.08

Vruchten en andere eetbare plantendelen, op andere wijze bereid of verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker, andere zoetstoffen of alcohol, elders genoemd noch elders onder begrepen:

– noten, grondnoten en andere zaden, ook indien onderling vermengd:

– – grondnoten:

 

.1110

– – – pindakaas

– – – andere:

Nul

.1180

– – – – voor voederdoeleinden

1,69

.1191

– – – – andere

– andere mengsels, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 2008.19 , daaronder begrepen:

– – palmharten:

Nul

.9110

– – – voor voederdoeleinden

– – andere:

4,67

ex ex .9903

– – – maïs, andere dan suikermaïs (Zea mays var. saccharata), voor voederdoeleinden

2,67

21.01

Extracten, essences en concentraten, van koffie, van thee of van maté en preparaten op basis van deze producten of op basis van koffie, van thee of van maté; gebrande cichorei en andere gebrande koffiesurrogaten, alsmede extracten, essences en concentraten daarvan:

– extracten, essences en concentraten, van koffie en preparaten op basis van deze producten of op basis van koffie:

– – preparaten op basis van extracten, essences of concentraten of op basis van koffie:

 

ex ex .1202

– – – preparaten op basis van koffie, bevattende 1,5 of meer gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen, 2,5 of meer gewichtspercenten van melk afkomstige proteïnen, 5 of meer gewichtspercenten suiker of 5 of meer gewichtspercenten zetmeel

Nul

ex ex .1209

– – – andere, bevattende 1,5 of meer gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen, 2,5 of meer gewichtspercenten van melk afkomstige proteïnen, 5 of meer gewichtspercenten suiker of 5 of meer gewichtspercenten zetmeel

– extracten, essences en concentraten, van thee of van maté en preparaten op basis van deze producten of op basis van thee of van maté:

Nul

ex ex .2010

– – extracten, essences en concentraten, van thee, bevattende 1,5 of meer gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen, 2,5 of meer gewichtspercenten van melk afkomstige proteïnen, 5 of meer gewichtspercenten suiker of 5 of meer gewichtspercenten zetmeel

– – andere:

Nul

ex ex .2091

– – – preparaten op basis van thee of van maté, bevattende 1,5 of meer gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen, 2,5 of meer gewichtspercenten van melk afkomstige proteïnen, 5 of meer gewichtspercenten suiker of 5 of meer gewichtspercenten zetmeel

Nul

ex ex .2099

– – – andere, bevattende 1,5 of meer gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen, 2,5 of meer gewichtspercenten van melk afkomstige proteïnen, 5 of meer gewichtspercenten suiker of 5 of meer gewichtspercenten zetmeel

Nul

ex ex .3000

– gebrande koffiesurrogaten, andere dan gebrande cichorei; extracten, essences en concentraten van gebrande koffiesurrogaten, andere dan van gebrande cichorei

Nul

21.02

Gist, ook indien inactief; andere eencellige micro-organismen, dood (andere dan de vaccins bedoeld bij post 30.02 ); samengesteld bakpoeder:

– levende gist:

 

.1010

– – wijngist

Nul

.1020

– – bakkersgist, vloeibaar, geperst of gedroogd

Nul (2)

.1090

– – andere

– inactieve gist; andere eencellige micro-organismen, dood:

Nul

.2010

– – gist voor voederdoeleinden

2,58

.2020

– – andere inactieve gist

Nul

.2031

– – andere eencellige micro-organismen, dood, voor voederdoeleinden

2,58

.2040

– – andere eencellige micro-organismen, dood, niet voor voederdoeleinden

Nul

.3000

– samengesteld bakpoeder

Nul

21.03

Sausen en preparaten voor sausen; samengestelde kruiderijen en dergelijke producten; mosterdmeel en bereide mosterd:

– tomatenketchup en andere tomatensausen:

 

.2010

– – tomatenketchup

– mosterdmeel en bereide mosterd:

– – bereide mosterd:

Nul

.3009

– – – bereide mosterd, bevattende 5 of meer gewichtspercenten toegevoegde suiker

Nul

21.04

Preparaten voor soep of voor bouillon; bereide soep en bouillon; samengestelde gehomogeniseerde producten voor menselijke consumptie:

– preparaten voor soep of voor bouillon; bereide soep en bouillon:

– – in luchtdichte verpakking:

– – – vleesbouillon:

 

.1011

– – – gedroogd

Nul

21.05

Consumptie-ijs, ook indien cacao bevattend:

– ander:

 

.0090

– – ander

Nul

21.06

Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen:

– andere:

 

.9010

– – samengestelde alcoholvrije preparaten (zogenaamde „geconcentreerde extracten”) op basis van producten bedoeld bij post 13.02 , voor de vervaardiging van dranken

Nul

.9020

– – preparaten op basis van appelsap of zwartebessensap, voor de vervaardiging van dranken

– – andere preparaten van een soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken:

8,73  %

.9039

– – – andere dan siropen met smaak- of kleurstoffen

– – zuurtjes en kauwgom, geen suiker bevattend:

Nul

.9041

– – – zuurtjes

– – – kauwgom:

Nul

.9043

– – – – kauwgom, nicotine bevattend

Nul

.9044

– – – – andere

– – andere:

– – – roomvervangers:

Nul

.9051

– – – – in droge vorm

5,83

.9052

– – – – vloeibaar

2,92

22.02

Water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken, andere dan de vruchten- en groentesappen bedoeld bij post 20.09 :

 

.1000

– water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd

– andere:

Nul

.9010

– – alcoholvrije wijn

Nul

.9020

– – alcoholvrij bier (bier met een alcohol-volumegehalte van niet meer dan 0,5 % vol)

Nul

.9090

– – ander

Nul

22.03

Bier van mout

Nul

22.05

Vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen

Nul

22.07

Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcohol-volumegehalte van 80 % vol of meer; ethylalcohol en gedistilleerde dranken, gedenatureerd, ongeacht het gehalte:

 

.2000

– ethylalcohol en gedistilleerde dranken, gedenatureerd, ongeacht het gehalte

Nul

22.08

Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcohol-volumegehalte van minder dan 80 % vol; gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten:

 

.4000

– rum en tafia

Nul

.5000

– gin en jenever

Nul

.6000

– wodka

– likeuren:

Nul

ex ex .7000

– – likeuren die meer dan 5 gewichtspercenten suiker bevatten

– andere:

Nul

.9003

– – aquavit (gedistilleerde drank met komijnzaad)

Nul

22.09

Tafelazijn, natuurlijke of verkregen uit azijnzuur

Nul

24.02

Sigaren, cigarillo's en sigaretten, van tabak of van tabakssurrogaten:

– sigaren en cigarillo's, tabak bevattend:

 

.1001

– – sigaren

Nul

.1009

– – andere

Nul

.2000

– sigaretten, tabak bevattend

Nul

.9000

– andere

Nul

24.03

Andere tabak en tabakssurrogaten, tot verbruik bereid; „gehomogeniseerde” en „gereconstitueerde” tabak; tabaksextracten en tabakssausen:

 

.1000

– rooktabak, ook indien tabakssurrogaten bevattend, ongeacht in welke verhouding

– andere:

Nul

.9100

– – „gehomogeniseerde” en „gereconstitueerde” tabak

– – andere:

Nul

.9910

– – – tabaksextracten en tabakssausen

Nul

.9990

– – – andere

Nul

29.05

Acyclische alcoholen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:

– andere meerwaardige alcoholen:

 

.4300

– – mannitol

Nul

.4400

– – D-glucitol (sorbitol)

Nul

33.02

Mengsels van reukstoffen en mengsels (oplossingen in alcohol daaronder begrepen) op basis van een of meer van deze zelfstandigheden met andere stoffen, van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie; andere bereidingen op basis van reukstoffen, van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken:

 

.1000

– van de soort gebruikt in de voedingsmiddelen- en drankenindustrie

Nul

35.05

Dextrine en ander gewijzigd zetmeel (bijvoorbeeld voorgegelatineerd of veresterd zetmeel); lijm op basis van zetmeel, van dextrine of van ander gewijzigd zetmeel:

– dextrine en ander gewijzigd zetmeel:

 

.1001

– – door ethervorming of door verestering gewijzigd

7,40  (3)

.1009

– – andere

7,40  (3)

.2000

– lijm

Nul

38.09

Appreteermiddelen, middelen voor het versnellen van het verfproces of van het fixeren van kleurstoffen, alsmede andere producten en preparaten (bijvoorbeeld preparaten voor het beitsen), van de soort gebruikt in de textielindustrie, in de papierindustrie, in de lederindustrie of in dergelijke industrieën, elders genoemd noch elders onder begrepen:

 

.1000

– op basis van zetmeel of van zetmeelhoudende stoffen

Nul

38.24

Bereide bindmiddelen voor gietvormen of voor gietkernen; chemische producten en preparaten van de chemische of van aanverwante industrieën (mengsels van natuurlijke producten daaronder begrepen), elders genoemd noch elders onder begrepen:

 

.6000

– sorbitol, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 2905.44

Nul

9)

Het douanerecht voor glutenvrij verklaarde producten voor coeliakiepatiënten, die zijn ingedeeld onder de Noorse codes 1901.2097 en 1901.2098 (mengsels voor de bereiding van bakkerswaren bedoeld bij post 1905) bedraagt 0,37 NOK/kg.

10)

Het douanerecht voor producten die zijn ingedeeld onder de Noorse code ex ex 2008.9903 (maïs, andere dan suikermaïs (Zea mays var. saccharata), niet voor voederdoeleinden), wordt berekend volgens het matrixsysteem. Het maximale douanerecht bedraagt echter niet meer dan 12 NOK/kg.

11)

Het douanerecht voor producten die zijn ingedeeld onder de Noorse code 2106.9060 (geëmulgeerde vetten en dergelijke producten, bevattende meer dan 15 gewichtspercenten van melk afkomstige vetstoffen, voor menselijke consumptie), wordt berekend volgens het matrixsysteem. Het maximale douanerecht bedraagt echter niet meer dan 7 NOK/kg.”

(1)  Het agrarische element is gebaseerd op de standaardsamenstelling in Protocol nr. 2 bij de vrijhandelsovereenkomst.

(2)  De vrijstelling van rechten geldt vanaf 1 januari 2005.

(3)  Voor technisch gebruik bedraagt het douanerecht nul.


18.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 342/s3


1 november 2004 — EUR-Lex: nieuwe versie!

europa.eu.int/eur-lex/lex/

De nieuwe site geeft u eveneens toegang tot Celex, waar u gratis, gemakkelijk en in 20 talen de grootste documentaire database van het EU-recht kan raadplegen.