ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 331

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

47e jaargang
5 november 2004


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

*

Verordening (EG) nr. 1920/2004 van de Raad van 25 oktober 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 992/95 betreffende de opening en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit Noorwegen

1

 

*

Verordening (EG) nr. 1921/2004 van de Raad van 25 oktober 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 499/96 betreffende de opening en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde visserijproducten en levende paarden van oorsprong uit IJsland

5

 

*

Verordening (EG) nr. 1922/2004 van de Raad van 25 oktober 2004 houdende vaststelling van autonome overgangsmaatregelen voor de opening van een communautair tariefcontingent voor de invoer van levende runderen van oorsprong uit Zwitserland

7

 

*

Verordening (EG) nr. 1923/2004 van de Raad van 25 oktober 2004 tot vaststelling, voor de Zwitserse Bondsstaat, van concessies in de vorm van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde verwerkte landbouwproducten

9

 

 

Verordening (EG) nr. 1924/2004 van de Commissie van 4 november 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

11

 

*

Verordening (EG) nr. 1925/2004 van de Commissie van 29 oktober 2004 tot vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde

13

 

*

Verordening (EG) nr. 1926/2004 van de Commissie van 3 november 2004 inzake de stopzetting van de visserij op tong door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren

19

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

5.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 331/1


VERORDENING (EG) Nr. 1920/2004 VAN DE RAAD

van 25 oktober 2004

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 992/95 betreffende de opening en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit Noorwegen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 992/95 (1) zijn voor dergelijke producten tariefcontingenten geopend.

(2)

Tot deelname van Cyprus, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië (hierna: „de toetredende landen”) aan de Europese Economische Ruimte is besloten bij de EER-uitbreidingsovereenkomst, die op 14 oktober 2003 is ondertekend door de Gemeenschap en haar lidstaten, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, en de toetredende landen.

(3)

In afwachting van de afronding van de procedures die nodig zijn voor de goedkeuring van de EER-uitbreidingsovereenkomst, is een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling gesloten, waarin is voorzien in voorlopige toepassing van de EER-uitbreidingsovereenkomst. Die overeenkomst is goedgekeurd bij Besluit 2004/368/EG van de Raad (2).

(4)

Bij de EER-uitbreidingsovereenkomst is een aanvullend protocol bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de EG en Noorwegen van 1973 (hierna: „het protocol”) vastgesteld, waarin is bepaald dat voor bepaalde visserijproducten nieuwe communautaire tariefcontingenten worden geopend. Die nieuwe tariefcontingenten moeten worden geopend.

(5)

In het protocol is bepaald dat de opnames uit twee nieuwe tariefcontingenten vanaf 2005 ieder jaar op 15 oktober worden gestopt, zodat eventuele ongebruikte hoeveelheden uitsluitend beschikbaar worden gesteld voor invoer aan het einde van het jaar.

(6)

Verordening (EG) nr. 992/95 moet dus dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

Aangezien de EER-uitbreidingsovereenkomst sinds 1 mei 2004 van kracht is, moet deze verordening met ingang van diezelfde datum van toepassing zijn en onverwijld in werking treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 992/95 wordt als volgt gewijzigd.

1)

Het volgende artikel 2bis wordt ingevoegd:

„Artikel 2bis

Met ingang van 2005 worden de opnames uit de subcontingenten met volgnummers 09.0760 en 09.0763 op 15 oktober van ieder jaar gestopt.

Op de eerstvolgende werkdag worden de ongebruikte hoeveelheden van die contingenten beschikbaar gesteld voor invoer die met ingang van 1 oktober van dat jaar wordt aangegeven in het kader van het subcontingent met volgnummer 09.0778 voor dat jaar.

Vanaf 15 oktober van elk jaar worden opnames die daarna zijn teruggegeven omdat zij niet zijn gebruikt, alleen beschikbaar gesteld voor invoer die met ingang van 1 oktober van dat jaar is aangegeven.”.

2)

De bijlagen I en II worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

1.   Voor 2004 worden de jaarlijkse hoeveelheden van de tariefcontingenten met volgnummers 09.0752, 09.0756 en 09.0758 verlaagd naar evenredigheid van het aandeel van de contingentperiode in hele weken die vóór 1 mei 2004 is verstreken.

2.   Voor 2004 wordt het tariefcontingent met volgnummer 09.0754 voor de periode van 15 juni tot en met 31 december geopend voor een hoeveelheid van 24 800 t.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 25 oktober 2004.

Voor de Raad

De voorzitster

R. VERDONK


(1)  PB L 101 van 4.5.1995, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1329/2003 (PB L 187 van 26.7.2003, blz. 1).

(2)  PB L 130 van 29.4.2004, blz. 1.


BIJLAGE

Verordening (EG) nr. 992/95 wordt als volgt gewijzigd:

1)

in bijlage I wordt het volgende ingevoegd:

Volgnummer

GN-code (2)

Omschrijving

Omvang van het contingent (in t, tenzij anders vermeld)

Toepasselijk recht

(%)

„09.0752

ex 0303 50 00

Haring van de soorten Clupea harengus en Clupea pallasii, bevroren, met uitzondering van levers, hom en kuit, bestemd voor industriële productie (1)  (3)

44 000

0

09.0754

ex 0303 74 30

Makreel van de soorten Scomber scombrus en Scomber japonicus, bevroren, met uitzondering van levers, hom en kuit, bestemd voor industriële productie (1)  (3)

 

0

15.6.-31.12.2004

24 800

 

 

van 2005 tot en met 2009

 

09.0760

ex 0303 74 30

1.1.-14.2.

7 500

09.0763

ex 0303 74 30

15.6.-30.9.

7 500

09.0778

ex 0303 74 30

1.10.-31.12.

15 500

09.0756

0304 20 75

Haringfilets (Clupea harengus, Clupea pallasii), bevroren

67 000

0

ex 0304 90 22

Bevroren haringflappen voor industriële productie (1)  (3)

09.0758

ex 1605 20 10

Bevroren gepelde garnalen, in luchtdichte verpakkingen (4)

2 500

0

2)

in bijlage II wordt het volgende ingevoegd:

Volgnummer

GN-codes

Taric-codes

„09.0752

ex 0303 50 00

0303500020

09.0754

ex 0303 74 30

0303743011

0303743091

09.0756

ex 0304 90 22

0304902220

09.0758

ex 1605 20 10

1605201020

1605201091

09.0760

ex 0303 74 30

0303743011

0303743091

09.0763

ex 0303 74 30

0303743011

0303743091

09.0778

ex 0303 74 30

0303743011

0303743091”


(1)  Voor indeling onder deze code gelden de voorwaarden die zijn vastgelegd in de betrokken communautaire bepalingen (zie de artikelen 291 tot en met 300 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1)).

(2)  Zie de Taric-codes in bijlage II.

(3)  Het tariefcontingent is niet van toepassing op goederen die in de periode van 15 februari tot en met 15 juni voor het vrije verkeer worden aangegeven.

(4)  Het aanvullende contingent voor bevroren gepelde garnalen (GN-code 1605 20 10) wordt geopend wanneer het geschil is beslecht betreffende de doorvoer van door Gemeenschapsvaartuigen in Noorwegen aan land gebrachte vis en visserijproducten over het grondgebied van Noorwegen naar de Gemeenschap.”


5.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 331/5


VERORDENING (EG) Nr. 1921/2004 VAN DE RAAD

van 25 oktober 2004

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 499/96 betreffende de opening en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde visserijproducten en levende paarden van oorsprong uit IJsland

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 499/96 van de Raad van 19 maart 1996 betreffende de opening en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde visserijproducten en levende paarden van oorsprong uit IJsland (1), zijn voor dergelijke visserijproducten en levende paarden tariefcontingenten geopend.

(2)

Tot deelname van Cyprus, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië (hierna „de toetredende landen”) aan de Europese Economische Ruimte is besloten bij de EER-uitbreidingsovereenkomst, die op 14 oktober 2003 is ondertekend door de Gemeenschap en haar lidstaten, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, en de toetredende landen.

(3)

In afwachting van de afronding van de procedures die nodig zijn voor de goedkeuring van de EER-uitbreidingsovereenkomst, is een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling gesloten, waarin is voorzien in voorlopige toepassing van de EER-uitbreidingsovereenkomst. Die overeenkomst is goedgekeurd bij Besluit 2004/368/EG van de Raad (2).

(4)

Bij de EER-uitbreidingsovereenkomst is een aanvullend protocol bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de EG en IJsland van 1972 (hierna „het protocol”) vastgesteld, waarin is bepaald dat voor een bepaald visserijproduct een nieuw communautair tariefcontingent wordt geopend. Dat tariefcontingent moet worden geopend.

(5)

Het conventionele recht van het gemeenschappelijk douanetarief voor dat visserijproduct in de periode van 15 februari tot en met 15 juni van elk jaar is „vrij”, en in die periode is het gebruik van bovenstaand tariefcontingent dan ook niet nodig.

(6)

Verordening (EG) nr. 499/96 dient dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

(7)

Aangezien de EER-uitbreidingsovereenkomst sinds 1 mei 2004 van kracht is, moet deze verordening met ingang van diezelfde datum van toepassing zijn en onverwijld in werking treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 499/96 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 1 wordt het volgende lid toegevoegd:

„4.   Het tariefcontingent met volgnummer 09.0792 is niet van toepassing op goederen die in de periode van 15 februari tot en met 15 juni voor het vrije verkeer worden aangegeven.”.

2)

De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Voor 2004 wordt de jaarlijkse hoeveelheid van het tariefcontingent met volgnummer 09.0792 verlaagd naar evenredigheid van het aandeel van de contingentperiode in hele weken die vóór de in artikel 3, tweede alinea, genoemde datum is verstreken.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 25 oktober 2004.

Voor de Raad

De voorzitster

R. VERDONK


(1)  PB L 75 van 23.3.1996, blz. 8.

(2)  PB L 130 van 29.4.2004, blz. 1.


BIJLAGE

In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 499/96 wordt het volgende ingevoegd:

„09.0792

ex 0303 50 00

0303500020

Haring van de soorten Clupea harengus en Clupea pallasii, bevroren, met uitzondering van levers, hom en kuit, bestemd voor industriële productie (1)  (2)

950

0


(1)  Voor indeling onder deze code gelden de voorwaarden die zijn vastgelegd in de betreffende communautaire bepalingen (zie de artikelen 291 tot en met 300 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1)).

(2)  Het tariefcontingent is niet van toepassing op goederen die in de periode van 15 februari tot en met 15 juni voor het vrije verkeer worden aangegeven.”


5.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 331/7


VERORDENING (EG) Nr. 1922/2004 VAN DE RAAD

van 25 oktober 2004

houdende vaststelling van autonome overgangsmaatregelen voor de opening van een communautair tariefcontingent voor de invoer van levende runderen van oorsprong uit Zwitserland

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Na de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie hebben de Europese Gemeenschap en Zwitserland tijdens de bilaterale top van 19 mei 2004 een overeenkomst bereikt over het principe dat de handelsstromen die voortvloeien uit preferenties die op grond van vóór de uitbreiding bestaande bilaterale regelingen tussen de nieuwe lidstaten en Zwitserland zijn toegekend, na de uitbreiding van de Europese Unie moeten blijven bestaan. De partijen hebben daarom besloten over te gaan tot aanpassing van de tariefconcessies in het kader van de op 1 juni 2002 in werking getreden Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten (1) (hierna „de overeenkomst”). In het kader van de aanpassing van de concessies, die zijn opgenomen in de bijlagen 1 en 2 bij de overeenkomst, moet met name een communautair tariefcontingent voor de invoer van levende runderen met een gewicht van meer dan 160 kg worden geopend.

(2)

In overleg met de Zwitserse Bondsstaat is besloten dat de handel niet mag worden onderbroken. Aangezien de procedures voor de bilaterale vaststelling van een besluit tot wijziging van de bijlagen 1 en 2 bij de overeenkomst niet op korte termijn kunnen worden afgerond en de betrokkenen niettemin tot de inwerkingtreding van het reeds genoemde besluit toegang moeten krijgen tot de voordelen van het contingent, dient het tariefcontingent, mede ter wille van de eenvoud, op een autonome en voorlopige basis te worden geopend.

(3)

De uitvoeringsbepalingen bij deze verordening en met name de bepalingen inzake het beheer van het contingent moeten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (2).

(4)

Om in aanmerking te komen voor de voordelen die met deze tariefcontingenten verbonden zijn, moeten de producten van oorsprong uit Zwitserland zijn overeenkomstig de in artikel 4 van de overeenkomst bedoelde regels,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Hierbij wordt op autonome en voorlopige basis een tariefcontingent tegen nulrecht geopend dat geldig is vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening tot en met 30 juni 2005, en dat betrekking heeft op de invoer van 4 600 levende runderen van oorsprong uit Zwitserland met een gewicht van meer dan 160 kg van GN-code 0102 90 41, 0102 90 49, 0102 90 51, 0102 90 59, 0102 90 61, 0102 90 69, 0102 90 71 of 0102 90 79.

2.   De oorsprongsregels voor de in lid 1 vermelde producten zijn de in artikel 4 van de overeenkomst bedoelde regels.

Artikel 2

De uitvoeringsbepalingen van deze verordening worden vastgesteld overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EG) nr. 1254/1999.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 25 oktober 2004.

Voor de Raad

De voorzitster

R. VERDONK


(1)  PB L 114 van 30.4.2002, blz. 132.

(2)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).


5.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 331/9


VERORDENING (EG) Nr. 1923/2004 VAN DE RAAD

van 25 oktober 2004

tot vaststelling, voor de Zwitserse Bondsstaat, van concessies in de vorm van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde verwerkte landbouwproducten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133,

Gelet op de Akte van toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, en met name op artikel 6, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In het kader van de huidige preferentiële overeenkomst tussen de Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat (1), die is gesloten bij Verordening (EEG) nr. 2840/72 (2), werd dat land een concessie voor verwerkte landbouwproducten verleend.

(2)

Na de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije moet die concessie worden aangepast om rekening te houden met de handelsregelingen die er ten aanzien van verwerkte landbouwproducten bestonden tussen deze tien landen, enerzijds, en Zwitserland, anderzijds.

(3)

De onderhandelingen hierover zijn op 25 juni 2004 afgesloten met de parafering van een overeenkomst waarbij de wijzigingen zijn aangebracht die nodig waren in verband met de gevolgen van de uitbreiding van de Europese Unie voor de bovengenoemde preferentiële overeenkomst.

(4)

Omdat de termijnen te kort waren, kon deze overeenkomst niet op 1 mei 2004 in werking treden, zodat de Gemeenschap de nodige maatregelen moet vaststellen om het hoofd te bieden aan deze situatie.

(5)

Deze maatregel moet de vorm krijgen van een autonoom communautair tariefcontingent waarin de door Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije toegepaste conventionele preferentiële tariefconcessies zijn opgenomen.

(6)

Voor het product in kwestie is bij Verordening (EG) nr. 2232/2003 van de Commissie (3) in 2004 een tariefcontingent geopend onder volgnummer 09.0914. Dit nieuwe tariefcontingent wordt aan de bestaande concessie toegevoegd.

(7)

De Zwitserse Bondsstaat heeft, op voorwaarde van wederkerigheid, toegezegd ten behoeve van de Gemeenschap autonome maatregelen te nemen die per 1 mei 2004 in werking treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Van 1 mei tot en met 31 december 2004 geldt voor de in de bijlage genoemde goederen van oorsprong uit Zwitserland een onder de aldaar vastgestelde voorwaarden geopend tariefcontingent.

Artikel 2

Het in artikel 1 bedoelde contingent wordt door de Commissie beheerd overeenkomstig de artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 (4).

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 25 oktober 2004.

Voor de Raad

De voorzitster

R. VERDONK


(1)  PB L 300 van 31.12.1972, blz. 189.

(2)  PB L 300 van 31.12.1972, blz. 188.

(3)  PB L 339 van 24.12.2003, blz. 20.

(4)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2286/2003 (PB L 343 van 31.12.2003, blz. 1).


BIJLAGE

GEOPEND PREFERENTIEEL TARIEFCONTINGENT

Volgnummer

GN-code

Omschrijving van de goederen

Autonoom contingent

1.5.2004 tot en met 31.12.2004

Toepasselijk recht

Autonoom contingent

Volgend jaar

09.0914

2106 90 92

Producten voor menselijke consumptie/andere, bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel

187 t

vrij

1 309 t


5.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 331/11


VERORDENING (EG) Nr. 1924/2004 VAN DE COMMISSIE

van 4 november 2004

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 5 november 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 november 2004.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 4 november 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

56,5

204

69,5

999

63,0

0707 00 05

052

104,0

999

104,0

0709 90 70

052

89,8

204

54,8

999

72,3

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

052

68,9

624

80,4

999

74,7

0805 50 10

052

63,3

388

35,0

524

64,5

528

44,0

999

51,7

0806 10 10

052

86,0

400

218,4

508

249,0

624

179,5

999

183,2

0808 10 20, 0808 10 50, 0808 10 90

052

90,5

388

127,5

400

99,3

404

78,5

512

82,6

720

34,3

800

198,6

804

106,7

999

102,3

0808 20 50

052

101,1

720

48,0

999

74,6


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


5.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 331/13


VERORDENING (EG) Nr. 1925/2004 VAN DE COMMISSIE

van 29 oktober 2004

tot vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 218/92 (1), en met name op de artikelen 18, 35 en 37,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De bepalingen betreffende de administratieve samenwerking op BTW-gebied die zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 218/92 en Richtlijn 77/799/EEG van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen, bepaalde accijnzen en heffingen op verzekeringspremies (2), werden in Verordening (EG) nr. 1798/2003 samengebracht en aangescherpt.

(2)

Het is noodzakelijk de exacte categorieën van inlichtingen die zonder voorafgaand verzoek zullen worden uitgewisseld, en de frequentie van deze uitwisselingen te specificeren alsook de praktische regelingen daarvoor te treffen.

(3)

Er dient een regeling te worden vastgesteld voor de elektronische uitwisseling van inlichtingen die krachtens Verordening (EG) nr. 1798/2003 worden verstrekt.

(4)

Tot slot dient een lijst te worden vastgesteld met de statistische gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van Verordening (EG) nr. 1798/2003.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité inzake administratieve samenwerking,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

In deze verordening worden de nadere voorschriften voor de uitvoering van de artikelen 18, 35 en 37 van Verordening (EG) nr. 1798/2003 vastgesteld.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

„ploffer”: een voor BTW-doeleinden geïdentificeerde ondernemer die, mogelijkerwijs met frauduleus oogmerk, goederen of diensten verwerft of veinst te verwerven zonder de BTW te betalen, en deze goederen of diensten vervolgens met BTW levert, doch de verschuldigde BTW niet aan de bevoegde nationale autoriteiten afdraagt;

2)

„een BTW-nummer kapen”: onwettig gebruikmaken van het BTW-identificatienummer van een andere ondernemer.

Artikel 3

Categorieën van inlichtingen bij uitwisseling zonder voorafgaand verzoek

De automatische en de gestructureerde automatische uitwisseling van inlichtingen overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1798/2003 hebben betrekking op de volgende categorieën van inlichtingen:

1)

inlichtingen over niet-ingezeten belastingplichtigen;

2)

inlichtingen over nieuwe vervoermiddelen;

3)

inlichtingen over afstandsverkopen waarvan geen BTW wordt geheven in de lidstaat van oorsprong;

4)

inlichtingen over intracommunautaire transacties waarbij een vermoeden van onregelmatigheden bestaat;

5)

inlichtingen over (mogelijke) „ploffers”.

Artikel 4

Subcategorieën van inlichtingen bij uitwisseling zonder voorafgaand verzoek

1.   Ter zake van niet-ingezeten belastingplichtingen worden inlichtingen uitgewisseld over:

a)

de toekenning van BTW-identificatienummers aan in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtigen;

b)

BTW-teruggaaf aan niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen overeenkomstig Richtlijn 79/1072/EEG van de Raad (3).

2.   Ter zake van nieuwe vervoermiddelen worden inlichtingen uitgewisseld over:

a)

overeenkomstig artikel 28 quater, A, onder b), van Richtlijn 77/388/EEG van de Raad (4) vrijgestelde leveringen van nieuwe vervoermiddelen als omschreven in artikel 28 bis, lid 2, door personen die als belastingplichtige worden beschouwd overeenkomstig artikel 28 bis, lid 4, en voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd;

b)

overeenkomstig artikel 28 quater, A, onder b), van Richtlijn 77/388/EEG vrijgestelde leveringen van nieuwe schepen en luchtvaartuigen als omschreven in artikel 28 bis, lid 2, door andere dan de onder a) bedoelde belastingplichtigen die voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd, aan personen die niet voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd;

c)

overeenkomstig artikel 28 quater, A, onder b), van Richtlijn 77/388/EEG vrijgestelde leveringen van nieuwe landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor als omschreven in artikel 28 bis, lid 2, door andere dan de onder a) bedoelde belastingplichtigen die voor BTW-doeleinden zijn geïdentificeerd, aan personen die niet voor BTW-doeleinden zijn geidentificeerd.

3.   Ter zake van de afstandsverkopen waarvan geen BTW wordt geheven in de lidstaat van oorsprong, worden inlichtingen uitgewisseld over:

a)

leveringen boven het in artikel 28 ter, B, lid 2, van Richtlijn 77/388/EEG vastgestelde bedrag;

b)

leveringen onder het in artikel 28 ter, B, van Richtlijn 77/388/EEG vastgestelde bedrag wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 28 ter, B, lid 3, van die richtlijn kiest voor belastingheffing in de lidstaat van bestemming.

4.   Ter zake van intracommunautaire transacties waarbij een vermoeden van onregelmatigheden bestaat, worden inlichtingen uitgewisseld over:

a)

leveringen waarvoor vaststaat dat de via het BTW-informatie-uitwisselingssysteem (VIES) meegedeelde waarde van de intracommunautaire leveringen sterk afwijkt van de waarde die werd opgegeven voor de overeenkomstige intracommunautaire verwervingen;

b)

intracommunautaire leveringen van goederen die niet van BTW zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 28 quater, A, van Richtlijn 77/388/EEG, aan een in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige.

5.   Ter zake van (mogelijke) „ploffers” worden inlichtingen uitgewisseld over:

a)

belastingplichtigen van wie het BTW-identificatienummer werd geannuleerd of niet langer geldig is omdat zij geen economische activiteiten verrichtten dan wel zulke activiteiten veinsden, en door wie intracommunautaire transacties werden verricht;

b)

belastingplichtigen die (mogelijke) „ploffers” zijn, maar van wie het BTW-identificatienummer niet werd geannuleerd;

c)

belastingplichtigen die intracommunautaire leveringen verrichten, alsmede hun afnemers in andere lidstaten wanneer de afnemer een mogelijke „ploffer” is of met een „gekaapt BTW-nummer” werkt.

Artikel 5

Kennisgeving van deelname aan de uitwisseling van inlichtingen

Iedere lidstaat deelt de Commissie uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening schriftelijk mee of hij heeft besloten, overeenkomstig artikel 18, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1798/2003, deel te nemen aan de uitwisseling van een bepaalde categorie of subcategorie van inlichtingen als bedoeld in de artikelen 3 en 4 en, in voorkomend geval, of dit automatisch dan wel gestructureerd automatisch geschiedt. De Commissie stelt de overige lidstaten hiervan in kennis.

Een lidstaat die nadien besluit de categorieën of subcategorieën van inlichtingen die hij uitwisselt of de wijze waarop hij deze uitwisselt, te wijzigen, deelt dit schriftelijk aan de Commissie mee. De Commissie stelt de overige lidstaten hiervan in kennis.

Artikel 6

Frequentie waarmee inlichtingen worden toegezonden

In het geval van automatische uitwisseling worden de inlichtingen verstrekt:

a)

ten laatste voor het eind van de derde maand volgende op het kalenderjaar waarin die inlichtingen beschikbaar zijn geworden, wat de in artikel 3, leden 1 en 3, bedoelde categorieën betreft;

b)

ten laatste voor het eind van de derde maand volgende op het kalenderkwartaal waarin die inlichtingen beschikbaar zijn geworden, wat de in artikel 3, lid 2, bedoelde categorieën betreft;

Inlichtingen over de in artikel 3, leden 4 en 5, bedoelde categorieën worden verstrekt zodra zij beschikbaar komen.

Artikel 7

Toezending van inlichtingen

1.   Alle schriftelijke informatie-uitwisseling uit hoofde van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1798/2003 geschiedt voorzover mogelijk uitsluitend langs elektronische weg via het CCN/CSI-netwerk, met uitzondering van:

a)

het verzoek tot notificatie als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1798/2003 en de akte of beslissing waarvan de kennisgeving wordt verzocht;

b)

originele stukken die overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1798/2003 worden verstrekt.

2.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten mogen overeenkomen dat zij afzien van de verstrekking op papier van de in lid 1, onder a) en b), genoemde informatie.

Artikel 8

Beoordeling

De maatregelen inzake administratieve samenwerking worden met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening om de drie jaar beoordeeld overeenkomstig artikel 35, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1798/2003.

Artikel 9

Statistische gegevens

De lijst met statistische gegevens als bedoeld in artikel 35, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1798/2003 is als bijlage opgenomen.

Iedere lidstaat verstrekt de Commissie voor 30 april van elk jaar en voorzover mogelijk langs elektronische weg deze statistische gegevens met behulp van het in de bijlage opgenomen modelformulier.

Artikel 10

Mededeling van nationale maatregelen

De lidstaten delen de Commissie de tekst van alle bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze verordening vallende gebied toepassen.

De Commissie stelt de overige lidstaten hiervan in kennis.

Artikel 11

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2004.

Voor de Commissie

Frederik BOLKESTEIN

Lid van de Commissie


(1)  PB L 264 van 15.10.2003, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 885/2004 (PB L 168 van 1.5.2004, blz. 1).

(2)  PB L 336 van 27.12.1977, blz. 15. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/56/EG (PB L 127 van 29.4.2004, blz. 70).

(3)  PB L 331 van 27.12.1979, blz. 11.

(4)  PB L 145 van 13.6.1977, blz. 1.


BIJLAGE

Modelformulier voor de in artikel 35, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1798/2003 bedoelde mededeling van de lidstaten aan de Commissie

Lidstaat:

Kalenderjaar:

AANTEKENINGEN:

Deel A: Statistieken opgesplitst naar lidstaat

Vakken 1 & 2

Hier moet het aantal verzoeken worden opgegeven dat in de loop van het kalenderjaar van iedere lidstaat werd ontvangen, respectievelijk naar iedere lidstaat werd verzonden. Een verzoek wordt alleen geacht te zijn verzonden of ontvangen wanneer ook alle begeleidende stukken werden verzonden of ontvangen. Alle verzoeken moeten worden opgegeven, ook als zij niet door het centrale verbindingsbureau zelf werden verzonden.

Vak 3

Hier moet worden vermeld hoeveel keer de termijn van drie maanden werd overschreden gedurende het verslagjaar, ook als het verzoek het jaar voordien werd ingediend of het antwoord nog niet werd verzonden op het eind van het verslagjaar. Wanneer een antwoord bij afloop van het daaropvolgende jaar nog steeds niet werd verzonden, mag het niet opnieuw worden meegerekend in de cijfers van het volgende verslagjaar.

Vak 4

Hier moet worden vermeld hoeveel keer de termijn van drie maanden werd overschreden gedurende het verslagjaar, ook als het verzoek het jaar voordien werd ingediend of het antwoord nog niet werd verzonden op het eind van het verslagjaar. Wanneer een antwoord bij afloop van het daaropvolgende jaar nog steeds niet werd verzonden, mag het niet opnieuw worden meegerekend in de cijfers van het volgende verslagjaar.

Vak 5

Hier moet het aantal mededelingen op grond van artikel 10 dat gedurende het verslagjaar werd ontvangen, worden opgegeven.

Vakken 6 & 7

Hier moet het aantal verzoeken worden opgegeven dat in de loop van het kalenderjaar van iedere lidstaat werd ontvangen, respectievelijk naar iedere lidstaat werd verzonden. Een verzoek wordt alleen geacht te zijn verzonden of ontvangen wanneer ook alle begeleidende stukken werden verzonden of ontvangen.

Deel B: Statistieken zonder opsplitsing naar lidstaat

Vakken 8 & 9

Hier moet het totale aantal binnenlandse ondernemers worden opgegeven dat heeft verklaard in de verslagperiode ten minste één keer dergelijke transacties te hebben verricht.

Vakken 10 & 11

In de opgegeven cijfers moeten de controles worden opgenomen die werden gefinancierd met het Fiscalis-programma 2003-2007, evenals alle andere controles (inclusief louter bilaterale controles). Gelijktijdige controles moeten worden vermeld in het jaar waarin de in artikel 13 bedoelde mededeling werd gedaan.

Vakken 12 & 13

Deze administratieve onderzoeken moeten worden vermeld in het jaar waarin het in artikel 5, lid 3, bedoelde verzoek werd ingediend.

Vak 14

Hier moet worden opgegeven hoeveel keer gedurende het kalenderjaar inlichtingen werden verstrekt zonder dat daarom werd verzocht. Dit omvat spontane, automatische en gestructureerde automatische uitwisselingen.

Deel A: Statistieken per lidstaat

 

Verzoeken om inlichtingen (artikel 5)

Laattijdige antwoorden van andere lidstaten (artikel 8, lid 1)

Vroegtijdige antwoorden van andere lidstaten (artikel 8, lid 2)

Mededelingen op grond van artikel 10

Verzoeken tot notificatie (artikelen 14 tot en met 16)

Aantal ontvangen (Vak 1)

Aantal verzonden (Vak 2)

Aantal keer dat de termijn van drie maanden werd overschreden (Vak 3)

Aantal keer dat de termijn van één maand in acht werd genomen (Vak 1)

Aantal ontvangen (Vak 5)

Aantal ontvangen (Vak 6)

Aantal verzonden (Vak 7)

België

 

 

 

 

 

 

 

Tsjechië

 

 

 

 

 

 

 

Denemarken

 

 

 

 

 

 

 

Duitsland

 

 

 

 

 

 

 

Estland

 

 

 

 

 

 

 

Griekenland

 

 

 

 

 

 

 

Spanje

 

 

 

 

 

 

 

Frankrijk

 

 

 

 

 

 

 

Ierland

 

 

 

 

 

 

 

Italië

 

 

 

 

 

 

 

Cyprus

 

 

 

 

 

 

 

Letland

 

 

 

 

 

 

 

Litouwen

 

 

 

 

 

 

 

Luxemburg

 

 

 

 

 

 

 

Hongarije

 

 

 

 

 

 

 

Malta

 

 

 

 

 

 

 

Nederland

 

 

 

 

 

 

 

Oostenrijk

 

 

 

 

 

 

 

Polen

 

 

 

 

 

 

 

Portugal

 

 

 

 

 

 

 

Slovenië

 

 

 

 

 

 

 

Slowakije

 

 

 

 

 

 

 

Finland

 

 

 

 

 

 

 

Zweden

 

 

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

 

 

 

 

 

 

 


Deel B: Andere algemene statistieken

Statistieken over ondernemers

Aantal voor BTW-doeleinden geïdentificeerde ondernemers dat intracommunautaire verwervingen heeft aangegeven (Vak 8)

 

Aantal voor BTW-doeleinden geïdentificeerde ondernemers dat intracommunautaire leveringen heeft opgegeven in de kwartaalaangifte (Vak 9)

 

Statistieken over controles en onderzoeken

Aantal georganiseerde gelijktijdige controles (artikelen 12 en 13) (Vak 10)

 

Aantal gelijktijdige controles waaraan de lidstaat heeft deelgenomen (artikelen 12 en 13) (Vak 11)

 

Aantal ingediende verzoeken om adminstratieve onderzoeken (artikel 5, lid 3) (Vak 12)

 

Aantal op verzoek van een andere lidstaat verrichte administratieve onderzoeken (artikel 5, lid 3) (Vak 13)

 

Statistieken over uitwisseling van inlichtingen zonder voorafgaand verzoek

Aantal keer dat inlichtingen werden verstrekt zonder dat daarom werd verzocht (artikelen 17 tot en met 21) (Vak 14)

 

Statistieken over VIES

Percentage van de gevallen waarin het BTW-identificatienummer van de afnemer niet voldeed aan het vereiste formaat (onjuiste regels/totaal van alle regels) op de datum waarop de gegevens werden ingevoerd (Vak 15)

 

Aantal BTW-nummers in de ontvangen O_MCTL-berichten (Vak 16)

 


5.11.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 331/19


VERORDENING (EG) Nr. 1926/2004 VAN DE COMMISSIE

van 3 november 2004

inzake de stopzetting van de visserij op tong door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 21, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 2287/2003 van de Raad van 19 december 2003 tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (2) zijn voor 2004 quota vastgesteld voor tong.

(2)

Om te garanderen dat de bepalingen inzake de kwantitatieve beperking van de vangsten van een bestand waarvoor een quotum geldt, in acht worden genomen, moet de Commissie de datum vaststellen waarop de vangsten van de vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, geacht worden het toegewezen quotum te hebben bereikt.

(3)

Volgens de aan de Commissie meegedeelde gegevens, hebben de hoeveelheden tong die in de wateren van de ICES-sectoren VII f, g en VII h, j, k zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren of die in Frankrijk zijn geregistreerd, het voor 2004 toegewezen quotum bereikt. Frankrijk heeft de vangst uit deze bestanden verboden met ingang van 11 september 2004. Deze datum moet derhalve worden aangehouden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De hoeveelheden tong die in de wateren van de ICES-sectoren VII f, g en VII h, j, k zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren of die in Frankrijk zijn geregistreerd, worden geacht het voor 2004 aan Frankrijk toegewezen quotum te hebben bereikt.

De visserij op tong in de wateren van de ICES-sectoren VII f, g en VII h, j, k door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren of die in Frankrijk zijn geregistreerd, alsmede het aan boord houden, het overladen en het lossen van vis uit deze bestanden die door deze vaartuigen is gevangen vanaf de datum waarop deze verordening van toepassing wordt, zijn verboden.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 11 september 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 november 2004.

Voor de Commissie

Jörgen HOLMQUIST

Directeur-generaal Visserij


(1)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1954/2003 (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1).

(2)  PB L 344 van 31.12.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1811/2004 (PB L 319 van 20.10.2004, blz. 1).